MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Both - The Both (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Both - The Both - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Aimee Mann schaar ik inmiddels al meer dan 20 jaar onder mijn favoriete vrouwelijke singer-songwriters. Met Bachelor No. 2, Or The Last Remains Of The Dodo maakte ze in 2000 zelfs één van mijn favoriete platen aller tijden, maar ook alle andere platen die ze heeft gemaakt vind ik bovengemiddeld goed.

Sinds 2012 is het helaas redelijk stil rond Aimee Mann, zeker aan deze kant van de Atlantische plas. In de Verenigde Staten bracht Aimee Mann ruim een jaar geleden echter een plaat uit met de Amerikaanse rockmuzikant Ted Leo, maar deze plaat wist Nederland tot voor kort helaas niet te bereiken.

Vorige week verscheen het debuut van de gelegenheidsband The Both dan eindelijk op Spotify en sindsdien ben ik behoorlijk verslaafd aan deze plaat.

De naam Ted Leo zei me eerlijk gezegd niets, maar ik vermoed dat hij met zijn band vooral in het wat stevigere segment opereert. In de openingstrack van de plaat mogen de gitaren direct los gaan en domineren de vocalen van Ted Leo. De gitaren pakken nog wat steviger uit wanneer Aimee Mann in de tweede track het voortouw neemt, maar het past geweldig bij haar stem.

In een aantal tracks op de plaat klinkt The Both als het beste van Aimee Mann, maar ook de veel stevigere tracks mogen er zijn. Ted Leo is naar verluid een groot bewonderaar van Thin Lizzy en dat is te horen wanneer het prima gitaarwerk lekker los gaat.

Ted Leo en Aimee Mann gaan er op het titelloze debuut van The Both lekker stevig aan, maar wat klinkt het allemaal urgent en geïnspireerd. Nergens heb je het idee dat het hier gaat om een uit de hand gelopen hobby, nergens heb je het idee dat het debuut van The Both de status van een tussendoortje heeft.

Hoewel er niets mis is met de platen die Aimee Mann de laatste jaren heeft uitgebracht, had ik haar al lang niet meer zo goed gehoord als op deze plaat. Zeker in de wat minder stevige tracks weten Ted Leo en Aimee Mann elkaar in vocaal opzicht te versterken, maar ook als alle remmen los gaan maakt het tweetal flink wat indruk met een plaat die in Nederland net zo stevig omarmd had moeten worden als in de VS. Erwin Zijleman

The Breath - Let the Cards Fall (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Breath - Let The Cards Fall - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Breath vergeet dit keer de bombast en kiest voor wonderschone songs vol fraaie details
Twee jaar geleden lukte het niet tussen mij en The Breath, maar de tweede plaat van het Britse tweetal is van grote klasse. De instrumentatie is prachtig en beeldend en zangeres Ríoghnach Connolly zingt de sterren van de hemel. Folk en jazz vieren de boventoon op Let The Cards Fall, maar The Breath heeft een plaat gemaakt die zich niet in een hokje laat duwen. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe mooi en bijzonder zowel de instrumentatie als de vocalen zijn. Bij het debuut had ik nog flink wat twijfels, maar nu ben ik echt helemaal om. Prachtplaat van de eerste tot en met de laatste noot.


The Breath is een Brits duo dat bestaat uit zangeres Ríoghnach Connolly en gitarist en songwriter Stuart McCallum. Laatstgenoemde maakte ooit deel uit van The Cinematic Orchestra en maakte een aantal atmosferische en beeldende soloplaten, terwijl eerstgenoemde in kleine kring de aandacht trok met de band HoneyFeet.

De twee muzikanten uit Manchester bundelden de krachten een jaar of acht geleden en namen vervolgens ruim de tijd voor het uiteindelijk pas in 2016 verschenen Carry Your Kin.

De op Peter Gabriel’s Real World Records verschenen plaat werd goed ontvangen, maar tussen Carry Your Kin en mij wilde het maar niet klikken. Het was me net wat teveel traditionele folk en zeker ook net wat teveel bombast, waardoor de plaat uiteindelijk vrij snel naar de achtergrond verdween.

Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen Let The Cards Fall, maar de tweede van The Breath bevalt me veel beter dan het debuut van het tweetal, dat ik ook nog maar even heb beluisterd en overigens inmiddels wel meer kan waarderen dan twee jaar geleden.

Waar Ríoghnach Connolly en Stuart McCallum eindeloos schaafden aan hun debuut, werd de opvolger in betrekkelijk korte tijd opgenomen. Het heeft er voor gezorgd dat de tierelantijntjes naar de achtergrond zijn gedrongen en de vocalen van Ríoghnach Connolly alle ruimte krijgen. Dat is een wijs besluit want de zangeres uit Manchester laat op Let The Cards Fall horen dat ze een groot zangeres is.

De zang op de tweede plaat van The Breath herinnert aan de grote folkzangeressen uit de Britse folk uit de vroege jaren 70, maar Ríoghnach Connolly heeft af en toe ook iets van Kate Bush en kan bovendien verrassend soulvol zingen en dan klinken als een jazzy versie van Adele of een wat minder rokerige versie van Portishead’s Beth Gibbons.

Natuurlijk gaat het op Let The Cards Fall niet alleen om de prachtige zang van Ríoghnach Connolly, want ook de instrumentatie en arrangementen op de plaat zijn weer wonderschoon. Stuart McCallum tekent voor de subtiele maar werkelijk prachtige gitaarlijnen, terwijl een aantal voormalige collega’s van The Cinematic Orchestra de songs van The Breath voorzien van stemmige en vaak beeldende klanken.

Zowel de instrumentatie als de vocalen op de plaat schreeuwen om beluistering met de koptelefoon, want zonder bijgeluiden klinkt alles nog mooier en komen bovendien meer fraaie accenten aan de oppervlakte.

Waar het debuut van The Breath voor mij te vaak wat overdadig klonk, is de tweede plaat van het Britse duo een uiterst ingetogen plaat van grote schoonheid. De wat melancholische klanken op Let The Cards Fall bevatten flink wat elementen uit de folk en de jazz, maar echt in een hokje duwen kun je de muziek van het duo uit Manchester niet. Twee jaar geleden begreep ik alle ophef over The Breath niet zo, maar de tweede plaat van Ríoghnach Connolly, Stuart McCallum en de geweldige gastmuzikanten is van grote schoonheid. Erwin Zijleman

The Brother Brothers - Calla Lily (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Brother Brothers - Calla Lily - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Brother Brothers is een duo uit Brooklyn, New York, dat herinnert aan de weergaloze harmonieën van The Everly Brothers, maar dat ook een duidelijk eigen geluid laat horen

Voor liefhebbers van harmonieën die garant staan voor kippenvel valt er de afgelopen jaren genoeg te kiezen. The Brother Brothers uit New York herinneren meer dan eens aan Simon & Garfunkel, maar toch vooral aan The Everly Brothers. De twee Amerikaanse broers doen echter meer dan het reproduceren van alles dat er al is en voegen een fraai ruimtelijk rootsgeluid toe aan de wonderschone vocalen. Het zijn deze vocalen die ervoor zorgen dat Calla Lily opvalt, maar vervolgens valt er veel meer te genieten op het tweede album van The Brother Brothers, dat zeker niet onder doet voor de fraaie albums die de diverse soortgenoten de afgelopen jaren hebben uitgebracht.

The Brother Brothers - Cover to Cover (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Brother Brothers - Cover To Cover - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Brother Brothers - Cover To Cover
De muzikale erfenis van Don en Phil Everly is gelukkig bij velen in goede handen, maar Adam en David Moss steken er als The Brother Brothers bovenuit, ook met een album dat is gevuld met louter covers

The Brother Brothers komen na het prachtige Calla Lily met een album met songs van anderen. Dat lijkt misschien een tussendoortje, maar daar is Cover To Cover echt veel te goed voor. De New Yorkse broers Adam en David Moss hebben een zeer smaakvolle en niet al te voor de hand liggende serie songs van anderen geselecteerd. Het zijn songs die over het algemeen sober maar zeer smaakvol zijn ingekleurd, maar net als op het vorige album van The Brother Brothers draait alles om de prachtige stemmen van de broers uit New York, die met hun harmonieën herinneren aan de gouden tijden van Don en Phil Everly. Prachtig album weer van dit New Yorkse tweetal.

Zeker nu Don en Phil Everly allebei niet meer onder ons zijn, is het goed nieuws dat de muzikale erfenis van The Everly Brothers in goede handen is. Dat dit zo is bleek de afgelopen jaren op de albums van onder andere The Cactus Blossoms, The Lost Brothers, The Milk Carton Kids, Lord Huron, Cut Worms, Jamestown Revival en zeker ook The Brother Brothers, die vorig jaar met Calla Lily een prachtig album afleverden. Het was een album dat in de smaak viel bij de liefhebbers van de gouden keeltjes van Don en Phil Everly en die van Paul Simon en Art Garfunkel, maar de New Yorkse broers Adam en David Moss voegden ook iets van zichzelf toe aan hun prachtige songs.

De opvolger van Calla Lily verscheen vorige week in zo ongeveer de rustigste releaseweek van het jaar, maar ook Cover To Cover is een album dat alle aandacht verdient van liefhebbers van harmonieën die je doen smelten. Zoals de titel al doet vermoeden is Cover To Cover een album met uitsluitend songs van anderen, waardoor het nieuwe album van The Brother Brothers waarschijnlijk snel het etiket ‘tussendoortje’ krijgt opgeplakt. Ik vind albums met covers zelf meestal ook niet meer dan dat, maar het nieuwe album van The Brother Brothers vind ik te goed voor het etiket.

Adam en David Moss gaan op Cover To Cover aan de haal met songs van onder andere Jackson Browne, The Beatles, Tom Waits, James Taylor, Judee Sill en Richard Thompson, maar in tegenstelling tot de meeste andere albums die zijn gevuld met covers is het nieuwe album van The Brother Brothers geen album vol veilige keuzes. Door de keuze voor flink wat songs uit een tijd waarin Don en Phil Everly ook nog aan de weg timmerden, kruipen Adam en David Moss nog wat dichter tegen de bijzondere sound van The Everly Brothers aan, zonder al te ver verwijderd te raken van het zo mooie geluid op Calla Lily.

De broers uit New York tekenden niet alleen voor de productie van Cover To Cover, maar namen ook een belangrijk deel van de instrumentatie voor hun rekening. Het is een betrekkelijk sobere maar zeer sfeervolle instrumentatie, die vooral aansluiting zoekt bij de Amerikaanse rootsmuziek en die met enige regelmaat opvalt door virtuoos en veelkleurig snarenwerk.

In een aantal songs mogen zangeressen, onder wie Sarah Jarosz en Michaela Anne, extra vocale ondersteuning bieden, maar de zang op Cover To Cover wordt uiteraard gedomineerd door de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Adam en David Moss. Met name de harmonieën van de perfect op elkaar aansluitende stemmen van de broers uit New York zijn van een uitzonderlijke schoonheid en herinneren nadrukkelijk aan de broers Everly in hun beste dagen.

Door de prachtige stemmen van Adam en David Moss slagen ze er in om van de songs van anderen hun eigen songs te maken, wat er ook voor zorgt dat Cover To Cover interessanter is dan het gemiddelde album met songs van anderen. Het nieuwe album van The Brother Brothers klinkt twaalf songs lang urgent en dat is wel eens anders op albums met covers.

Zoals uit het rijtje namen aan het begin van deze recensie blijkt zijn The Brother Brothers zeker niet de enigen die aan de haal gaan met de muzikale erfenis van The Everly Brothers, maar net als op Calla Lily laten Adam en David Moss ook op Cover To Cover weer horen dat ze de concurrentie met alle anderen makkelijk aan kunnen. Erwin Zijleman

The Brother Brothers - The January Album (2024)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Brother Brothers - The January Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Brother Brothers - The January Album
Adam en David Moss lieten zich op hun vorige albums nadrukkelijk inspireren door de gouden kelen van Don en Phil Everly, maar kiezen op The January Album voor een meer eigen en bijzonder mooi en aansprekend geluid

The January Album van The Brother Brothers werd opgenomen aan het begin van 2001, maar als er 1969, 1971 of 1974 had gestaan had ik het ook geloofd. Adam en David Moss hebben een intiem album gemaakt dat werd opgenomen tijdens een van de pieken van de coronapandemie. Het album is voorzien van een bijzondere sfeer, die zowel rust als intimiteit uitstraalt, maar ook melancholie. In muzikaal opzicht is The January Album een intiem en tijdloos album en deze typeringen zijn ook van toepassing op de bijzonder mooie zang van Adam en David Moss, die dit keer wat minder doen denken aan The Everly Brothers, maar onverminderd indruk maken met hun prachtig bij elkaar kleurende stemmen.

De Amerikaanse tweeling Adam en David Moss leverde de afgelopen jaren als The Brother Brothers drie uitstekende albums af. Het zijn albums waarop de stemmen van de Amerikaanse broers zo mooi bij elkaar kleurden dat de muziek van The Brother Brothers stevige associaties opriep met de muziek van The Everly Brothers.

Er waren de afgelopen veel meer albums die dit deden, want de hemeltergend mooie harmonieën van Don en Phil Everly zijn de afgelopen jaren een inspiratiebron voor velen. Vergeleken met soortgenoten als The Lost Brothers, The Cactus Blossoms, Cut Worms, The Milk Carton Kids en Jamestown Revival, deden The Brother Brothers een poging om een meer eigen geluid te ontwikkelden en daar slaagden de broers uit Brooklyn, New York, steeds beter in.

Het laatste wapenfeit van de broers Moss was tot voor kort het in de zomer van 2022 verschenen Cover To Cover. Het louter met songs van anderen gevulde albums voelde aan als een tussendoortje, maar het was wel een verrassend fraai tussendoortje, al was het maar vanwege de niet overdreven veilige keuze van de songs en natuurlijk de prachtige stemmen van Adam en David Moss.

De Amerikaanse broers keren deze week terug met The January Album, dat kan worden gezien als een erfenis van de coronapandemie. De broers Moss schreven de songs voor het album tijdens de eerste lockdowns in 2020 en namen het album in januari 2021 op in een boerderij in Richmond, Virginia. Waarom we nog ruim drie jaar op de release van het album hebben moeten wachten weet ik niet, maar het heeft niets te maken met de kwaliteit van The January Album.

Door de restricties die werden opgelegd door de coronapandemie werd het album in kleine kring gemaakt, wat het album voorziet van de intimiteit die meer albums uit deze periode kenmerkt. Adam en David Moss namen zelf een belangrijk deel voor de instrumentatie voor hun rekening, waaronder gitaren, banjo, cello en viool, waarna in enkele tracks drums, fluit, synths en achtergrondvocalen werden toegevoegd door drie bevriende muzikanten en de ervaren technicus Phil Weinrobe (Feist, Big Thief) alles vastlegde.

Natuurlijk is er ook op The January album een hoofdrol gereserveerd voor de stemmen van de Amerikaanse broers, maar de zang op het album is redelijk ingetogen en laat zich wat minder vaak inspireren door de uitbundige harmonieën van The Everly Brothers. Bij beluistering van The January Album heb ik dit keer meer associaties met de muziek van Simon & Garfunkel of met die van Crosby, Stills & Nash of zelfs The Eagles en ook dat is vergelijkingsmateriaal waarvoor Adam en David Moss zich niet hoeven te schamen.

The January Album heeft zoals gezegd een intieme sfeer en dat is niet alleen de verdienste van de wat meer ingetogen zang, maar ook zeker van de redelijk sobere instrumentatie, het lage tempo op het album en de smaakvolle productie. Ik merkte eerder al op dat The Brother Brothers op hun albums sleutelden aan een meer eigen geluid en dat hebben ze wat mij betreft gevonden op het bijzonder mooie The January Album. Het is een album met een geluid dat decennia oud zou kunnen zijn, maar belegen klinkt het geen moment. De coronapandemie heeft veel ellende opgeleverd, maar af en toe ook wel wat moois, zoals het fraaie The January Album van The Brother Brothers. Erwin Zijleman

The Bug Club - Green Dream in F# (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bug Club - Green Dream in F# - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Bug Club - Green Dream in F#
The Bug Club maakt op haar tweede album Green Dream in F# vaak wat ruwe lo-fi popliedjes zonder enige opsmuk, maar wat zijn de meestal korte popsongs van de band uit Wales lastig te weerstaan

Je hebt soms van die albums die bij vluchtige beluistering niet zo heel interessant klinken, maar die zich bij herhaalde beluistering steeds genadelozer opdringen. Green Dream in F# van The Bug Club is zo’n album. Bij eerste beluistering had ik het idee dat ik de lo-fi popsongs die de band uit Wales maakt wel eens eerder en beter had gehoord, maar iedere keer dat ik het album er toch weer bij pakte werden de songs van The Bug Club weer een beetje leuker. Het drietal uit het zuiden van Wales verstaat de kunst van het schrijven van een popsong van twee minuten. De ene keer rauw, de volgende keer meer ingetogen, maar altijd onweerstaanbaar aanstekelijk. Heerlijk album.

Ik heb Green Dream in F# van The Bug Club er de afgelopen week een paar maal bij gepakt en vervolgens toch weer weg gelegd, maar het tweede album van de band uit Wales blijkt uiteindelijk toch een oorwurm die ik moeilijk of helemaal niet kan weerstaan. Green Dream In F# past in meerdere hokjes, maar indierock en lo-fi worden vooralsnog het meest genoemd in het beperkte aantal recensies van het album.

De muziek van het drietal uit Wales rammelt behoorlijk, wat het hokje lo-fi rechtvaardigt, maar Green Dream In F# bevat wat mij betreft ook voldoende goed uitgewerkte songs om het album in het hokje indierock te stoppen. Het feit dat Tilly Harris (bas/zang), Sam Willmett (gitaar/zang) en Dan Matthew (drums) maar liefst veertien songs in een half uur proppen pleit dan toch weer voor lo-fi, maar laten we niet teveel in hokjes denken. In die veertien songs schiet de muziek van The Bug Club alle kanten op. De band kan uit de voeten met ruwe en stekelige songs met stevig gitaarwerk en een punky attitude, maar er kan ook zo maar een perfect popliedje voorbij komen, of een song die in geen enkel hokje past.

Met de drie-eenheid gitaar/bas/drums kiest The Bug Club voor de eenvoud. De band uit het zuiden van Wales maakt muziek zonder opsmuk en kijkt per song wel of het er één of twee of een enkele keer toch bijna vier minuten voor nodig heeft. Het zijn songs vol humor en cynisme en een enkele keer wat onderbroekenlol. Het zijn ook songs die niet uitblinken met vocaal vuurwerk of muzikale hoogstandjes. De zang van Sam Willmett is aangenaam onderkoeld en monotoon, terwijl Tilly Harris met de tweede stem hier en daar voor de broodnodige variatie zorgt. De instrumentatie in de songs is vrijwel zonder uitzondering elementair, maar Green Dream In F# van The Bug Club klinkt absoluut lekker en weet hier en daar toch ook te verrassen met muzikale uitstapjes buiten het eigen muzikale universum of met een vlammende gitaarsolo.

Het zijn echter de songs die van het tweede album van The Bug Club zo’n leuk album maken, want het zijn songs die niet alleen grenzeloos vermaken maar ook de fantasie genadeloos prikkelen. Green Dream In F# wordt ondertussen met van alles en nog wat vergeleken, van Jonathan Richman & The Modern Lovers tot The Thermals. Zelf hoor ik wel wat van de Schotse band The Vaselines en een klein beetje van The Delgados en The Lemonheads, maar op een of andere manier hoor ik vooral iets van The Strokes, al is het wel een eigenzinnige en lo-fi versie van The Strokes. Net als The Strokes is The Bug Club immers een meester in het schrijven van puntige popliedjes die direct vermaken en overtuigen en vervolgens aangenaam blijven hangen.

Het knappe van Green Dream In F# van The Bug Club is dat de drie muzikanten uit Wales meerdere kanten op kunnen met hun songs, maar toch een consistent en eerlijk geluid laten horen. Green Dream In F# is een album dat met een beetje geluk zou kunnen uitgroeien tot een van de culthits van 2022, maar daarvoor moet het album nog wel wat meer aandacht krijgen dan momenteel het geval is, want ik lees er nog veel te weinig over. Het zou absoluut verdiend zijn, want albums als deze worden in 2022 te weinig gemaakt. Erwin Zijleman

The Bullfight - 81 Bedford St. (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Bullfight - 81 Bedford St. - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Bullfight - 81 Bedford St.
De Nederlandse band The Bullfight maakte vorig jaar een prachtige soundtrack bij een zeer lezenswaardige roman en levert nu een misschien nog wel mooiere soundtrack bij een al dan niet bestaande film af

Nieuw werk van de Rotterdamse band The Bullfight is altijd werk om naar uit te kijken. Enerzijds vanwege de bijzondere vorm die de band de laatste jaren kiest voor haar albums en anderzijds vanwege de muzikale kwaliteit die de band inmiddels al zo’n twintig jaar te bieden heeft. Ook het deze week verschenen 81 Bedford St. valt weer in beide opzichten op. Het is aan de ene kant een met veel zorg uitgewerkte soundtrack bij een gelijknamige film, maar het is ook een uitstekend album. De muziek van The Bullfight is altijd wat donker en zeer beeldend en dat is dit keer niet anders. Het levert een fascinerende luistertrip van 40 minuten op, waarbij je de beelden ook zelf mag verzinnen.

De Nederlandse band The Bullfight bestaat ruim twintig jaar en heeft inmiddels een stapeltje uitstekende albums op haar naam staan. Het zijn niet alleen hele goede albums, maar ook bijzondere albums, die zich niet alleen makkelijk de aandacht trekken, maar zich ook weten te onderscheiden.

De Rotterdamse band maakt de afgelopen jaren keer op keer iets moois van haar albums. De vorige keer was het feitelijk de soundtrack bij een roman, daarvoor een bijzonder album met spoken word bijdragen van een aantal Nederlandse en buitenlandse grootheden. In het verdere verleden verscheen een werkelijk prachtig boek over de ‘murder ballad’, uiteraard vergezeld van een bijpassende soundtrack en was er in een in huiskamer opgenomen livealbum.

Ondanks leverde de postbezorger een pakket af met nieuw werk van The Bullfight en ook 81 Bedford St. is weer een bijzonder project. Op de cover van het album staat een afbeelding van een filmposter, die herinnert aan legendarische films uit vervlogen tijden en die poster zat ook bij het pakket dat ik ontving net als meer informatie over de film.

Ik vergeleek de muziek van The Bullfight in het verleden vaak met de muziek van Nick Cave en een band als Tindersticks, maar schreef ook in meerdere recensies dat de muziek van de Rotterdamse band het uitstekend zou doen als soundtrack bij een duistere film van David Lynch. De legendarische regisseur is helaas niet meer onder ons, maar 81 Bedford St. is de soundtrack bij een film die The Bullfight al heel wat jaren in zich had.

Ik ging er in eerste instantie van uit dat 81 Bedford St. de soundtrack was bij een niet bestaande film, maar de suggestie wordt gewekt dat de Hollywood film in 2026 verschijnt en een David Lynch achtige sfeer heeft. Ik ga er zelf nog even van uit dat de Rotterdamse band ook de website van de film en het pakketje bijgeleverde recensies zelf in elkaar heeft geknutseld, al is het maar omdat de band nooit half werk levert.

Of de film echt bestaat doet er ook niet zoveel toe, want het is veel leuker om zelf de beelden en het verhaal te verzinnen. 81 Bedford St. is een groot deel van de tijd een zeer sfeervol album met klanken die suggereren dat de film zich vooral na zonsondergang afspeelt, maar The Bullfight experimenteert op het nieuwe album ook met andere klanken.

Voor de zang vertrouwt de band nog altijd op Nick Verhoeven, maar ook Daisy Cools neemt een aantal malen de zang voor haar rekening en voegt wat mij betreft iets toe aan de muziek van de band. Die muziek is ook op 81 Bedford St. weer buitengewoon verzorgd. De band zet flink wat instrumenten in op het album, waardoor het album continu van kleur verschiet, of zoals je wilt van scene naar scene springt.

De muziek is beeldend, maar ook spannend, zeker als de band net wat meer afstand neemt van de toegankelijke popsong. The Bullfight maakte in het verleden vooral donkere muziek en dat is op het nieuwe album niet anders. Het is muziek die goed is voor duistere beelden op het netvlies, maar 81 Bedford St. is ook een warm en stemmig album.

Het is knap hoe de Rotterdamse band rond Thomas van der Vliet steeds weer nieuwe vormen weet te bedenken voor haar albums. Die vorm is ook dit keer weer wonderschoon en heel bijzonder, maar ook als je je beperkt tot het album zelf staat The Bullfight weer garant voor torenhoge kwaliteit. Erwin Zijleman

The Bullfight - Amen, Demon (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bullfight - Amen, Demon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Bullfight - Amen, Demon
De Rotterdamse band The Bullfight heeft de afgelopen twintig jaar een werkelijk prachtig oeuvre opgebouwd en maakt ook met het album bij de debuutroman van Thomas van der Vliet weer diepe indruk

De Rotterdamse band The Bullfight behoort al jaren tot de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek en heeft inmiddels een indrukwekkend stapeltje prachtplaten op haar naam staan. Ook Amen, Demon is er weer een. Het album wordt gelijk uitgebracht met de debuutroman van Thomas van der Vliet, maar is ook een op zichzelf staand album. The Bullfight voorziet haar albums al jaren van prachtige klanken en deze zijn op Amen, Demon alleen maar mooier geworden. De donkere popsongs van de band doen het uitstekend bij de koude en donkere avonden van he moment en zetten The Bullfight nog maar eens op de kaart als een van de beste Nederlandse bands van het moment.

Het is een bijzonder indrukwekkend stapeltje albums dat de Rotterdamse band The Bullfight inmiddels op haar naam heeft staan. Lips & Ashes (2004), One Was A Snake (2006), Stranger Than The Night (2010), La Chasse (2015), Shame, Guilt, Deception (2017), Eggs & Marrowbone (2019) en Some Divine Gift (2022) zijn stuk voor stuk albums van een ontzettend hoog niveau en hetzelfde geldt voor het live-album Whisper In The Dark For Me (2017).

Zeker de laatste jaren combineert The Bullfight haar albums ook nog eens met bijzondere projecten. Zo werd Eggs & Marrowbone uitgebracht met een prachtig boekwerk met afbeeldingen van kunstwerken die zich hadden laten inspireren door de ‘murder ballad’, het centrale thema op het album, en die ook onderdeel waren van een fraaie expositie. Op Some Divine Gift was het gesproken woord het centrale thema en doken bijdragen op van gastsprekers als Barry Hay, Spinvis, David Boulter, Henry Rollins en Alex Roeka.

Ook het deze week verschenen Amen, Demon maakt weer onderdeel uit van een bijzonder project. The Bullfight voorman Thomas van der Vliet voltooide onlangs zijn eerste roman en deze wordt door The Bullfight voorzien van een bijpassende soundtrack. Het Interview is een aansprekend verhaal dat het schrijverstalent van Thomas van der Vliet onderstreept. Het is een fraai geïllustreerd boek dat ook nog eens prachtig wordt voorgelezen door Alex Roeka, maar ook voor de liefhebber van de muziek van The Bullfight valt er veel te genieten.

De eerste roman van Thomas van der Vliet komt feitelijk met twee soundtracks. Allereerst is er Het Interview dat veertien instrumentale tracks bevat. Het zijn sfeervolle en beeldende tracks die makkelijk tot leven komen en die de verbeeldingskracht prikkelen. Mijn voorkeur gaat echter uit naar Amen, Demon, dat klinkt als een regulier album van The Bullfight. Het is een album dat in het verlengde ligt van de vroegere albums van de Rotterdamse band, al hoor je wel dat The Bullfight zich flink heeft ontwikkeld de afgelopen jaren.

Ook op Amen, Demon maakt de Rotterdamse band weer stemmige en vaak wat donker getinte popmuziek, zoals Nick Cave en Tindersticks die al een tijd niet meer maken. Ook Amen, Demon is weer prachtig ingekleurd met flink wat instrumenten, wat een sfeervol maar ook subtiel geluid oplevert. Zanger Nick Verhoeven zingt dit keer redelijk ingetogen en dat bevalt me wel. In een aantal tracks neemt zangeres Daisy Cools het voortouw en ook haar stem is een verrijking voor het fraaie geluid van The Bullfight.

De Rotterdamse band heeft al sinds haar debuutalbum een duidelijk eigen geluid, maar de band heeft dit geluid steeds verder geperfectioneerd. De aansprekende songs op Amen, Demon zijn nog mooier ingekleurd dan de vorige albums van de band, wat een geluid oplevert waarop de meeste andere bands alleen maar jaloers kunnen zijn. Door de zang van Nick Verhoeven heb ik nog altijd associaties met de muziek van Nick Cave, maar het stapeltje albums van The Bullfight is me een stuk dierbaarder dan de muziek die de Australische muzikant in dezelfde periode heeft gemaakt.

Amen, Demon lijkt net wat minder dan het instrumentale Het Interview de soundtrack bij de eerste roman van Thomas van der Vliet, maar ook de tien songs op dit album beschikken over een fraai beeldend vermogen. Al met al weer een bijzonder project van The Bullfight en wederom een topalbum van de Rotterdamse band. Erwin Zijleman

The Bullfight - La Chasse (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bullfight - La Chasse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Rotterdamse band The Bullfight maakte de afgelopen 11 jaar drie platen, waarvan er zeker twee een diepe indruk wisten te maken.

Zowel One Was A Snake uit 2006 en Stranger Than The Night uit 2010 heb ik de hemel in geprezen en daar sta ik nog steeds voor de volle 100% achter.

Toch durf ik nu ook te beweren dat de nieuwe plaat van de band, het vorige week verschenen La Chasse, nog een aantal klassen beter is dan zijn al niet misselijke voorgangers.

La Chasse ligt deels in het verlengde van de uitstekende voorganger Stranger Than The Night, maar heeft een wat constanter niveau en kent bovendien hogere pieken.

Stranger Than The Night vergeleek ik ruim twee jaar geleden met het werk van onder andere Nick Cave, Tom Waits en Tindersticks en verder achtte ik The Bullfight in staat om op zeer verdienstelijke wijze invulling te geven aan een soundtrack van een David Lynch film. Het zijn vergelijkingen en beweringen die ook op gaan voor La Chasse, al vind ik de vergelijking met het werk van Nick Cave en Tindersticks dit keer het meest overtuigend.

Hier blijft het overigens niet bij, want The Bullfight verwerkt ook dit keer op knappe en eigenzinnige wijze invloeden uit de folk in haar muziek en raakt bovendien meerdere malen aan de bezwerende woestijnmuziek van Calexico. Een vleugje Lloyd Cole & The Commotions maakt het af.

The Bullfight beschikt op La Chasse over een aantal bijzondere sterke wapens. Direct in het oor springend is de bijzondere zang van Nick Verhoeven. Op het eerste gehoor is het zang die wat zwaar is aangezet (heel af en toe vond ik het bij eerste beluistering op het randje), maar na enige gewenning geeft de bijzondere en wat mij betreft ook mooie zang van Nick Verhoeven The Bullfight een geheel eigen geluid.

Hetzelfde geldt voor de instrumentatie van de plaat, die voor een belangrijk deel in handen is van Thomas van der Vliet. Het is een sfeervolle, bijzondere, maar ook buitengewoon trefzekere instrumentatie, die alle kanten op schiet en de songs van The Bullfight steeds voorziet van een uniek klankentapijt.

Het is een instrumentatie die varieert van uiterst ingetogen tot lekker vol, waarbij The Bullfight net zo makkelijk refereert aan Middeleeuwse folk als aan de muziek die een op hol geslagen versie van Nick Cave’s The Bad Seeds kan maken of muziek die zo lijkt weggelopen uit de woestijn rond Tucson, Arizona (denk aan Calexico en Giant Sand, maar ook zeker aan OP8; een gelegenheidsband die in 1997 met Slush een wereldplaat maakte).

Hiermee zijn we er nog niet, want de songs die The Bullfight op La Chasse uit de hoge hoed tovert, zitten zonder uitzondering knap in elkaar en zijn bovendien stuk voor stuk mooi, overtuigend en zeer beeldend. Het zijn ook nog eens soms die bijzondere verhalen vertellen, zodat The Bullfight ook in tekstueel inzicht indruk maakt. Het geluid op La Chasse is stemmig en donker, maar er is dit keer ook zeker ruimte voor zonnestralen, waardoor de plaat net wat minder zwaar op de maag ligt dan zijn voorganger.

Hiermee ben ik er nog altijd niet, want ook het fraaie vioolspel op de plaat en de prachtige bijdragen van een tweetal achtergrondzangeressen (Linda Kreuzen en Daisy Coole) dragen absoluut bij aan het hoge niveau van La Chasse. Het zijn overigens accenten die niet alleen bedoeld zijn ter versiering, maar die er ook voor zorgen dat de overige ingrediënten van de muziek van The Bullfight worden versterkt.

Een jaar geleden was de toekomst van The Bullfight naar verluid zeer onzeker, maar met La Chasse heeft de band zich op indrukwekkende wijze hersteld. La Chasse behoort tot het beste dat de Nederlandse popmuziek momenteel te bieden heeft, maar kan ook buiten de landsgrenzen de concurrentie met speels gemak aan. La Chasse is een plaat om te koesteren. Ik doe dit inmiddels een aantal weken en dit verdient absoluut navolging. Erwin Zijleman

The Bullfight - Shame, Guilt, Deception (2017)

Alternatieve titel: Individuals Chapter 1

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bullfight - Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Rotterdam afkomstige band The Bullfight moet inmiddels al elf jaar worden geschaard onder de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek.

Met One Was A Snake uit 2006, Stranger Than The Night uit 2010 en La Chasse uit 2015 heeft de band al drie prachtplaten op haar naam staan en deze platen krijgen nu gezelschap van het eveneens uitstekende en bijzonder fascinerende Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1.

De vorige platen van The Bullfight riepen bij mij associaties op met de muziek van met name Nick Cave en Tindersticks en dat zijn namen die ook bij beluistering van de nieuwe plaat van de Rotterdamse band veelvuldig op zullen duiken.

Net als op haar vorige platen verwerkt The Bullfight op Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1 echter ook talloze andere invloeden. De band uit Rotterdam heeft een voorliefde voor oude folk (met een vleugje Pogues en 16 Horsepower), is niet vies van wat theatrale en cabareteske muziek, maakt muziek die het uitstekend zal doen bij de films van David Lynch, laat zich beïnvloeden door de muziek die de afgelopen decennia in de woestijn bij Tucson, Arizona, is gemaakt, laat flarden van de muziek van Japan horen en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Belangrijker is dat The Bullfight al deze invloeden en nog veel meer verwerkt tot een uniek eigen geluid. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de mooie en stemmige instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin sfeervolle pianoklanken vaak een belangrijke rol spelen, maar ook de donkere accenten die worden toegevoegd door drums en bas, de bijzonder fraaie gitaaraccenten, de fraai aanzwellende strijkers en de overige toetsenpartijen, met een fraaie rol voor een bijzonder klinkend orgel, dragen nadrukkelijk bij aan het bijzondere geluid van The Bullfight op Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1.

Datzelfde doet de zang van Nick Verhoeven. Het is zang waar ik op het debuut nog flink aan moest wennen, maar inmiddels vind ik de combinatie van Nick Cave, Stuart Staples (Tindersticks), David Sylvian en een eigen en opvallend expressieve en wat theatrale stijl een hele geslaagde. Ook de vrouwenstemmen op de plaat zijn overigens van grote waarde.

Als er al iets te klagen valt is het dat de nieuwe plaat van The Bullfight er na een half uur van intense schoonheid al weer op zit. De toevoeging van het niet heel breed opgepikte debuut van de band uit 2006 maakt gelukkig veel goed (en laat ook horen hoe The Bullfight zich de afgelopen elf jaar heeft ontwikkeld).

Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1 verschijnt op Brandy Alexander Recordings, het label van de toetsenist van de band, Thomas van der Vliet, die de plaat ook produceerde. Op dit label verscheen vorig jaar een mooi uitgevoerde versie van het meesterwerk No Song, No Spell, No Madrigal van The Apartments en ook voor de nieuwe en eveneens zeer fraai verpakte plaat van The Bullfight hoeft het jonge label zich niet te schamen. Integendeel.

Met Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1 levert The Bullfight al weer haar vierde prachtplaat af. Hoogste tijd dus dat een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek nu eens voluit in de spotlights komt te staan. Prachtplaat! Erwin Zijleman

The Bullfight - Some Divine Gift (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bullfight - Some Divine Gift - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Bullfight - Some Divine Gift
De Rotterdamse band The Bullfight verrijkt haar al zo bijzondere oeuvre met een prachtig en veelkleurig 'spoken word' album, dat niet alleen bij de liefhebbers van dit genre in de smaak zal vallen
Dat de Nederlandse band The Bullfight garant staat voor prachtige albums weten we inmiddels een kleine twintig jaar, maar de afgelopen jaren verrast de band ook met bijzondere projecten. Na het in artistiek opzicht zeer geslaagde 'murder ballads' project, richt de aandacht van de Rotterdamse band zich dit keer op het gesproken woord. Ik heb normaal gesproken niet veel met muziek met gesproken woord, maar The Bullfight laat, samen met een aantal aansprekende gastmuzikanten, horen dat het ook anders kan. Some Divine Gift sleept zich van hoogtepunt naar hoogtepunt en is ook nog eens prachtig vormgegeven. Een parel in de platenkast en voor het oog en oor.

Ik heb er op zich begrip voor als een band er voor kiest om een album niet digitaal uit te brengen. Een fysieke release heeft immers absoluut meerwaarde, zeker wanneer een album mooi verpakt wordt. Aan de andere kant zijn er tegenwoordig flink wat muziekliefhebbers die de platenspeler en de cd-speler naar zolder hebben verhuisd en alle muziek digitaal tot zich nemen. Beiden staan bij mij overigens nog gewoon in de woonkamer, maar ook ik beluister zeker 75% van de muziek die ik beluister digitaal.

De Nederlandse band The Bullfight sluit met de keuze voor het alleen fysiek uitbrengen van haar nieuwe album een flinke groep muziekliefhebbers uit, maar een ieder die zich laat verleiden tot de aanschaf van de LP- of cd-versie van Some Divine Gift, krijgt wel iets moois en bijzonders in handen.

De Rotterdamse band The Bullfight timmert inmiddels een kleine twintig jaar aan de weg en iedereen die de band kent, weet dat dit inmiddels een stapeltje prachtige albums heeft opgeleverd. De reguliere albums van The Bullfight zijn stuk voor stuk van hoge kwaliteit, maar de band rond muzikant en platenbaas Thomas van der Vliet, maakt ook indruk met bijzondere projecten.

In 2019 verscheen het werkelijk prachtig verpakte Eggs & Marrowbone, waarop The Bullfight een serie murder ballads vertolkte. Het album met de ondertitel The Art Of The Murder Ballad was verpakt in een werkelijk schitterend vormgegeven boek, waarin een aantal bekende kunstenaars hun interpretatie van de murder ballad weergaven. Het album is inmiddels ook digitaal beschikbaar, maar hiermee krijg je hooguit de helft van dit unieke project in handen.

Het onlangs verschenen Some Divine Gift is misschien niet zo spectaculair verpakt als Eggs & Marrowbone, maar zeker de LP-versie van het album ziet er prachtig uit. Ook Some Divine Gift is een bijzonder project. The Bullfight eert op haar nieuwe album het gesproken woord en doet dit met een aantal interessante gastmuzikanten.

Ik moet direct toegeven dat ik niet gek ben op het genre 'spoken word'. Van de meeste albums met voorgedragen teksten word ik heel onrustig, waardoor ik tot voor kort alleen het nieuwe album van Dry Cleaning heb opgepikt. Ik heb daar inmiddels Some Divine Gift van The Bullfight aan toegevoegd, want ook het nieuwe project van de Rotterdamse band is zeer geslaagd.

Voor het gesproken woord heeft de band in een aantal tracks een beroep gedaan op gastmuzikanten, wat met onder andere Barry Hay, Spinvis, David Boulter, Henry Rollins en Alex Roeka een aansprekend lijstje namen oplevert. Al deze gastmuzikanten geven hun eigen invulling aan de vertolking van het gesproken woord en gelukkig doet The Bullfight dit zelf ook.

Veel albums in het 'spoken word' genre degraderen de muziek wat mij betreft tot al dan niet functioneel behang, maar op Some Divine Gift zijn de muziek en het gesproken woord in balans en is de muziek even spannend als de wijze waarop de gastmuzikanten aan de gang zijn gegaan met hun teksten.

Some Divine Gift bevat een aantal tracks waarin het gesproken woord wordt gecombineerd met fraaie en sfeervolle klanken, maar The Bullfight laat horen dat het ook best mag schuren met experimentele songs vol ontsporende gitaren en blazers. Het levert een fascinerend album op, waarop ik steeds weer nieuwe dingen hoor. Ik luister zoals gezegd veel muziek digitaal, maar luisteren met een prachtige hoes, een aantal fraaie kunstwerken en de teksten in handen heeft toch ook wel wat. Geslaagd project dus. Erwin Zijleman

The Bullfight - Whisper in the Dark for Me (2017)

Alternatieve titel: A Live Livingroom Recording

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bullfight - Whisper In The Dark For Me: A Live Livingroom Recording - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In de jaren 70 was het de kroon op het werk van een band, maar het live-album heeft de afgelopen decennia veel van zijn glans verloren.

Het is ook wel logisch, want waar het (dubbele) live-album in de jaren 70 naast schaarse concerten de enige manier was om de muzikale helden live aan het werk te horen, staan live registraties nu al op YouTube voor je goed en wel thuis bent na een concert.

Live albums vallen daarom tegenwoordig meestal in de categorie achterhaald en overbodig en mede daarom heb ik Whisper In The Dark For Me van The Bullfight een tijd laten liggen.

Het is zonde, want Whisper In The Dark For Me van The Bullfight is zeker geen standaard live-album. De ondertitel van de plaat luidt A Live Livingroom Recording en dat is precies wat het is.

Waar een band er in grote arena’s opgenomen live-albums nog makkelijk een schepje bovenop kan doen, is het spelen in een woonkamer een hele andere discipline. Het is een discipline waar singer-songwriters over het algemeen aardig mee uit de voeten kunnen, maar het leek me op voorhand niets voor een band als The Bullfight.

De Rotterdamse band maakte de afgelopen jaren een aantal hele bijzondere platen en het zijn platen die een belangrijk deel van hun kracht ontlenen aan de intensiteit en dynamiek van het geluid van de band en aan de vooral donkere tinten die de Rotterdamse band in haar muziek verwerkt. Probeer dat maar eens tussen de schuifdeuren van een woonkamer te vertolken; het leek me op voorhand een weinig kansrijke missie.

Ik heb The Bullfight de afgelopen jaren meerdere malen het best bewaarde geheim uit de Nederlandse popmuziek genoemd en ook met Whisper In The Dark For Me weet de band me weer te verbazen.

Voor het woonkamer concert van The Bullfight werden de songs van prachtplaten als One Was A Snake (2006), Stranger Than The Night (2010), La Chasse (2015) en Shame, Guilt, Deception (2017) voorzien van meer ingetogen arrangementen, waarin de strijkers dit keer de gitaren domineren.

De instrumentatie op Whisper In The Dark For Me is stemmig, maar nog altijd licht explosief, waardoor The Bullfight de spanning en dynamiek in haar muziek heeft weten te behouden. De meeste dynamiek en intensiteit komt in de Haagse woonkamer echter uit de stem van Nick Verhoeven.

Het is een stem waar je in eerste instantie aan moet wennen, maar na enige gewenning is de combinatie van met name Nick Cave en Stuart Staples (Tindersticks) een hele bijzondere. Nick Verhoeven gooit tussen de schuifdeuren zijn ziel en zaligheid in zijn vocalen, wat prachtig combineert met de uiterst subtiele instrumentatie.

Ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken met de muziek van Nick Cave en Tindersticks, maar ook de namen van mijn persoonlijke held Gavin Friday en een aantal gedaanten van Howe Gelb (Giant Sand, OP8) moeten worden genoemd.

Ik ben de afgelopen jaren zeer gehecht geraakt aan de prachtige songs op de platen van The Bullfight, waardoor Whisper In The Dark For Me enerzijds een feest van herkenning is, terwijl de Rotterdamse band anderzijds een aantal gloednieuwe songs heeft gecreëerd door het roer flink om te gooien in de arrangementen.

Whisper In The Dark For Me leek me op voorhand wat overbodig, maar wat is het een mooie en bijzondere plaat geworden. De prachtsongs van The Bullfight verdienen wat mij betreft een tocht langs talloze Nederlandse woonkamers, maar als dat er niet in zit is deze hele bijzondere live-registratie een waardig alternatief. Indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman

The Cactus Blossoms - Easy Way (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cactus Blossoms - Easy Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Cactus Blossoms doen niet veel nieuws, maar verleiden wederom meedogenloos met hun gouden keeltjes die herinneren aan The Everly Brothers

De wonderschone harmonieën van Don en Phil Everly zijn al decennia ongeëvenaard, maar wat kwamen Jack Torrey en Page Burkum drie jaar geleden dichtbij. De broers deden drie jaar geleden geen moment moeite om hun belangrijkste inspiratiebron voor zichzelf te houden en dat doen The Cactus Blossoms ook op Easy Way niet. Niets nieuws onder de zon dus, maar wat geeft het als de songs nog net wat mooier zijn, de instrumentatie nog net wat sfeervoller is en Jack Torrey en Page Burkum wederom strooien met harmonieën die direct goed zijn voor kippenvel en die de tijd even stil laten staan in de jaren 50 en 60.

Drie jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van The Cactus Blossoms. Jack Torrey en Page Burkum maakten op You’re Dreaming geen moment een geheim van hun belangrijkste inspiratiebron. Het doorbraakalbum van het tweetal uit Minneapolis, Minnesota, ademde de muziek van The Everly Brothers en voegde nog een vleugje Buddy Holly en Roy Orbison toe.

The Cactus Blossoms waren zeker niet de eersten die aan de haal gingen met de muzikale erfenis van Don en Phil Everly, maar Jack Torrey en Page Burkum kwamen op You’re Dreaming wel verrassend dichtbij. De stemmen van Jack Torrey en Page Burkum kleurden zo mooi bij elkaar dat het broers leken en dat bleek ook inderdaad het geval (Jack Torrey is een artiestennaam).

De muziek van The Cactus Blossoms kroop af en toe zo dicht tegen de muziek van The Everly Brothers aan dat je net zo goed een plaat van het roemruchte Amerikaanse duo op kon zetten, waardoor de critici niet eensgezind waren over de kwaliteit van You’re Dreaming. Ik vond het echter een prachtige plaat.

Fraaie harmonieën die ook maar in de buurt komen van de harmonieën van Don en Phil Everly kunnen er niet genoeg zijn en ook in muzikaal opzicht was de doorbraakplaat van The Cactus Blossoms een knappe plaat. Jack Torrey en Page Burkum slaagden er samen met producer JD McPherson in om het geluid uit de jaren 50 en 60 nauwgezet te reproduceren, waarna de gouden keeltjes van de twee broers zorgden voor de definitieve verleiding.

De nagenoeg perfecte harmonieën van de broers uit Minneapolis bleven de afgelopen jaren niet onopgemerkt. The Cactus Blossoms waren een veelgevraagde support act en werden genomineerd voor een aantal prijzen. Een ieder die het laatste seizoen van Twin Peaks heeft uitgezeten kwam de broers ook daar nog tegen.

Drie jaar na You’re Dreaming is er een nieuw album, Easy Way. Jack Torrey en Page Burkum produceerden hun nieuwe album zelf, strikten Dan Auerbach voor het schrijven van twee songs en haalden wat extra muzikanten naar de studio. Desondanks lijkt Easy Way als twee druppels water op zijn voorganger.

Ook Easy Way neemt je onmiddellijk mee terug naar de jaren 50 en 60 en put vooral uit de archieven van de country en de rock ’n roll. Ook op Easy Way lijken Don en Phil Everly herenigd, hier en daar afgewisseld door Buddy Holly. In tekstueel opzicht lijken de broers hier en daar net wat meer in het heden te staan, al domineren ook dit keer de tijdloze liefdesliedjes.

Easy Way is daarom meer van hetzelfde en dat is bijna nooit goed. Toch blijf ik de plaat maar uit de speakers laten komen. De songs zijn nog wat beter dan op de vorige plaat, de instrumentatie is, mede dankzij een pedal steel, net wat voller en mooier, het gitaarwerk is wederom van grote klasse en de prachtig in elkaar overlopende stemmen van Jack Torrey en Page Burkum zijn voor mij nog altijd volstrekt onweerstaanbaar.

Don en Phil Everly zorgden in hun beste dagen voor nog net wat meer kippenvel, maar wat komen de broers uit Minneapolis dichtbij en wat is het wonderschoon. Laat Easy Way uit de speakers komen en de tijd lijkt stil te staan. De gitaren vullen prachtig de ruimte, maar nemen eerbiedig gas terug wanneer de gouden keeltjes van The Cactus Blossoms hun werk doen. Niets nieuws onder de zon misschien, maar ach wat is het weer mooi. Erwin Zijleman

The Cactus Blossoms - One Day (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cactus Blossoms - One Day - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Cactus Blossoms - One Day
The Cactus Blossoms maken geen geheim van hun bewondering voor Don en Phil Everly, maar doen dit met wonderschone harmonieën die meer dan eens herinneren aan de hoogtijdagen van The Everly Brothers

Don en Phil Everly zijn allebei niet meer onder ons, maar hun wonderschone harmonieën zijn gelukkig nog altijd springlevend. Deze harmonieën waren een belangrijke inspiratiebron op de eerste twee albums van The Cactus Blossoms en zijn dat ook weer op het deze week verschenen One Day. De broers uit Minneapolis laten zich ook dit keer vooral inspireren door muziek uit de jaren 50 en 60, maar voegen nog wat invloeden uit de jaren 70 toe. Het klinkt allemaal mooi verzorgd en misschien wel wat glad, maar als Page Burkum en Jack Torrey beginnen te zingen gebeurt er van alles en is kippenvel maar lastig te voorkomen, zeker als je vatbaar bent voor het soort harmonieën dat door Don en Phil Everly op de kaart is gezet.

De erfenis van Don en Phil Everly is het afgelopen decennium in goede handen, want er zijn nogal wat albums verschenen die zich nadrukkelijk lieten inspireren door de gouden keeltjes van de broers Everly. Van deze albums zijn die van Brother Brothers, The Lost Brothers, Cut Worms, The Milk Carton Boys, Lord Huron, Jamestown Revival en The Cactus Blossoms me zeer dierbaar.

Laatstgenoemden keren deze week terug met One Day en dat is na You’re Dreaming uit 2016 en Easy Way uit 2019 het derde album van het duo uit Minneapolis, Minnesota. Page Burkum en Jack Torrey hebben verschillende achternamen, maar het zijn wel degelijk broers (Jack Torrey is een artiestennaam), wat mede verklaart waarom de stemmen van de twee zo prachtig bij elkaar kleuren.

The Cactus Blossoms kropen op hun eerste twee albums dicht tegen de muziek van The Everly Brothers aan. You’re Dreaming en Easy Way zochten de inspiratie vooral in de jaren 50 en 60 en sleepten er naast invloeden van de broers Everly ook nog wat van Buddy Holly en Roy Orbison bij. Beide albums waren af en toe misschien wat zoetsappig en ook wel wat braaf, maar door de prachtige harmonieën van de twee broers uit Minneapolis was ik twee keer snel om.

Ook het deze week verschenen One Day grijpt regelmatig terug op muziek uit de jaren 50 en 60 en doet zowel in muzikaal als vocaal opzicht denken aan de muziek van The Everly Brothers in hun beste dagen. Vergeleken met de vorige twee album blijven The Cactus Blossoms niet uitsluitend hangen in de jaren 50 en 60 en hebben ook wat invloeden uit de jaren 70 hun weg gevonden naar de muziek van Page Burkum en Jack Torrey. De twee schuiven dan wat op richting country en ook dat gaat ze in vocaal opzicht uitstekend af.

Met name de meer country getinte songs zijn mooi ingekleurd met uiteraard een pedal steel, maar persoonlijk heb ik een lichte voorkeur voor de songs waarin de erfenis van Don en Phil Everly het meest nadrukkelijk wordt geëerd. De Amerikaanse broers beschikken allebei over een mooie stem, maar er gebeurt pas wat wanneer de stemmen in elkaar over vloeien en de mooiste harmonieën uit de speakers komen. Zwakste schakel op het album is wat mij betreft dan ook het duet met Jenny Lewis (die ik best hoog heb zitten), die de magie van de combinatie van de stemmen van Page Burkum en Jack Torrey helaas wegneemt.

De criticus zal beweren dat The Cactus Blossoms ook op hun derde album wel erg nadrukkelijk voortborduren op de muziek die The Everly Brothers vele decennia geleden maakten en bovendien wel erg braaf klinken. Het is allebei waar, maar de harmonieën van de broers uit Minneapolis zijn ook dit keer om je vingers bij af te likken en hoewel de muziek van The Cactus Blossoms is ontdaan van scherpe randjes en ruwe kantjes, vind ik de instrumentatie op One Day zeker smaakvol, met name als de pedal steel en het orgel de aandacht opeisen naast het warm klinkende gitaarspel.

De verrassing is er inmiddels misschien wat af bij The Cactus Blossoms, maar ook One Day bevat weer flink wat momenten, die, in ieder geval bij mij, goed zijn voor kippenvel. Bovendien is het wat mij betreft goed nieuws dat de erfenis van Don en Phil Everly in ere wordt gehouden nu beiden ons zijn ontvallen. Erwin Zijleman

The Cactus Blossoms - You're Dreaming (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cactus Blossoms - You're Dreaming - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Laat 100 muziekliefhebbers luisteren naar You’re Dreaming van The Cactus Blossoms en laat ze na afloop één naam noemen. Ik weet bijna zeker dat er minstens 90 met The Everly Brothers op de proppen zullen komen en waarschijnlijk zijn het er 99.

Het was ook de naam die bij mij al na enkele noten naar boven kwam en dat is niet zo gek. The Cactus Blossoms laten zich op You’re Dreaming beïnvloeden door rock ’n roll, folk en country uit de late jaren 50 en vroege jaren 60 en vertrouwen voor een belangrijk deel op de prachtig bij elkaar passende stemmen van de broers Jack Torrey en Page Burkum (waarom ze verschillende achternamen hebben weet ik nog steeds niet).

Jack Torrey en Page Burkum zijn allebei voorzien van een prachtige stem, maar wanneer de stemmen van de twee samenvloeien in wonderschone harmonieën gebeurt er iets; net zoals er iets gebeurde wanneer Phil en Don Everly samen zongen.

Bij een rondje Spotify kom ik meer dan eens uit bij een verzamelaar van The Everly Brothers en verbaas ik me altijd over het feit dat dit soort muziek eigenlijk niet meer gemaakt wordt. Die verwondering kan in het vervolg achterwege blijven, want The Cactus Blossoms doen oude tijden herleven.

You’re Dreaming werd geproduceerd door JD McPherson, die samen met de prima muzikanten op de plaat goed is voor een kunststukje. De instrumentatie op You’re Dreaming is sober maar zit vol prachtige details. Het valt niet mee om zo ingetogen te spelen als de muzikanten op de plaat van The Cactus Blossoms, maar de muzikanten op deze plaat beheersen het tot in de perfectie. Het zorgt voor wonderschone intermezzo’s (met name het gitaarwerk is schitterend), waarna de geweldige vocalen het keer op keer af mogen maken.

The Everly Brothers zijn ongetwijfeld de belangrijkste inspiratiebron geweest voor de Amerikaanse broers, maar You’re Dreaming laat ook invloeden van onder andere Hank Williams, Roy Orbison, Johnny Cash en Buddy Holly horen.

Met al deze invloeden en een voorliefde voor stokoude rock 'n roll en country zijn The Cactus Blossoms natuurlijk ver verwijderd van de gemiddelde hedendaagse rootsmuzikant, maar You’re Dreaming blijkt volstrekt tijdloos en door de hoge kwaliteit van de instrumentatie, de productie en de vocalen ook nog eens een waardig alternatief voor al het moois uit het verleden. Ik zet hem nog maar eens op en het is weer genieten. Erwin Zijleman

The Calicos - The Soft Landing (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Calicos - The Soft Landing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De eerste echte lentedagen van 2021 worden prachtig ingekleurd door de Belgische band The Calicos, die uit de voeten kan met roots en rock en deze genres op bijzondere wijze aan elkaar smeedt

Zeker bij onze zuiderburen wordt inmiddels al een aantal jaren veel verwacht van The Calicos, dat op in 2018 de prestigieuze Humo’s Rock Rally op haar naam schreef. De hooggespannen verwachtingen worden waargemaakt op The Soft Landing, het debuutalbum van de band uit Antwerpen. The Calicos strooit op haar debuut driftig met prachtig melodieuze popliedjes met invloeden uit de pop, rock en roots. Het zijn popliedjes die de zon aangenaam laten schijnen, maar het zijn ook popliedjes waarin de spanning vaak fraai wordt opgebouwd. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht maakt de Belgische band makkelijk indruk. Fraai debuut.

The Chicks - Gaslighter (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Chicks - Gaslighter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Chicks - Gaslighter
Na lange afwezigheid keren The Dixie Chicks terug als The Chicks met een album dat hun wat traditioneel aandoende rootsgeluid op bijzonder overtuigende wijze het heden in sleurt

De afgelopen weken ging het vooral om het laten vallen van het woord Dixie uit hun naam, maar nu is er Gaslighter, de opvolger van Taking The Long Way uit 2006. The Chicks hebben hun vertrouwde geluid deels behouden, maar hebben het, samen met producer Jack Antonoff, ook grondig gemoderniseerd. Het pakt verrassend goed uit. Zowel in muzikaal, vocaal als productioneel opzicht is Gaslighter een indrukwekkend album, maar ook de songs en de persoonlijke teksten van Natalie Maines, die een vechtscheiding van zich af zingt, spreken zeer tot de verbeelding. Al met al een glorieuze terugkeer van The Chicks.

Dit jaar zou het Amerikaanse trio The Dixie Chicks ruim 14 jaar na Taking The Long Way dan eindelijk terugkeren met een nieuw studioalbum. Ten tijde van het vorige album lagen Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire nog altijd flink onder vuur in het conservatieve deel van de Verenigde Staten omdat ze de oorlogen van George W. Bush in twijfel durfden te trekken.

Dit conservatieve deel van de VS zal waarschijnlijk ook niet veel goede woorden over hebben voor het besluit van de band om het woord Dixie (een verwijzing naar de zuidelijke staten van de VS ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog) uit haar naam te halen. Daarom prijkt op Gaslighter niet de naam van The Dixie Chicks, maar vormen Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire nu The Chicks.

Gaslighter kwam er zeker niet zonder slag of stoot. The Chicks begonnen al in 2016 aan de opvolger van Taking The Long Way, maar het was na lange afwezigheid niet makkelijk om de draad weer op te pakken. Het ging pas lopen toen het trio de samenwerking zocht met topproducer Jack Antonoff. Het is de producer die Taylor Swift transformeerde in een popprinses, maar het is ook de man achter onder andere Carly Rae Jepsen, Lana Del Rey en Lorde.

Ook de samenwerking tussen The Chicks en Jack Antonoff is wat mij betreft een geslaagde. Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire zijn er op Gaslighter in geslaagd om hun zo herkenbare geluid te behouden, maar het album klinkt ook fris en eigentijds. Amerikaanse rootsmuziek stroomt nog altijd nadrukkelijk door de aderen van The Chicks, maar Gaslighter schuwt ook uitstapjes richting pop niet. Dat laatste hoor je vooral in de instrumentatie, die voller, elektronischer en moderner klinkt dan die op de vroege albums van The Dixie Chicks (wonderlijk hoe Allmusic.com doet alsof de band altijd al The Chicks heet).

Het akoestische geluid van Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire is overgoten met een eigentijds klinkend Jack Antonoff sausje en dat pakt verrassend goed uit. De combinatie van organische klanken, elektronica en een flink laagje chroom past nog altijd prachtig bij de rootsy vocalen van Natalie Maines en de harmonieën van het drietal. The Chicks zijn er in geslaagd om een aantal karakteristieke kenmerken van het oude geluid van het drietal te behouden, maar ze slepen dit geluid ook op overtuigende wijze het heden in en raken hier en daar aan landgenoten HAIM.

Gaslighter is daarom zeker geen 13 in een dozijn popalbum, maar een album waarop pop en roots op fraaie wijze worden gecombineerd met de instrumentale en vocale kwaliteiten van The Chicks en met het vermogen van het trio om memorabele songs te schrijven. Gaslighter is een album vol lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn ook songs waarin The Chicks verrassend diep graven, met grote regelmaat het experiment opzoeken en Natalie Maines ook nog haar frustraties over een vervelende echtscheiding kwijt kan.

Ook in productioneel opzicht is Gaslighter een kunststukje. Het is knap hoe Jack Antonoff er steeds weer in slaagt om flarden van het oude Dixie Chicks geluid op te laten borrelen en dit vervolgens te voorzien van zijn eigen hand. Het is na lange afwezigheid altijd even afwachten of de oude magie nog aanwezig is, maar Gaslighter van The Chicks loopt over van deze magie. Erwin Zijleman

The Chills - Scatterbrain (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Chills - Scatterbrain - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Scatterbrain is alweer het derde album uit de tweede jeugd van The Chills en het is, zoals altijd, een geweldig album van de Nieuw-Zeelandse band, die nog altijd een uit duizenden herkenbaar geluid heeft

Een nieuw album van The Chills is nog altijd een feest van herkenning. De band bestaat inmiddels al ruim 40 jaar en heeft een geluid dat zich onmiddellijk als een warme deken om je heen slaat. De band maakt nog altijd zonnige popliedjes waarin af en toe ook best een donkere wolk voorbij mag schuiven. Scatterbrain sluit naadloos aan op de vorige albums van de Nieuw-Zeelandse band en is ook minstens net zo goed. De popliedjes van de band zijn zoals altijd aanstekelijk, maar hebben ook het bitterzoete dat de muziek van The Chills zo herkenbaar maakt. Heel productief is de band nooit geweest, maar Scatterbrain is het derde topalbum in zes jaar tijd.

The Chills - Silver Bullets (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Chills - Silver Bullets - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Nieuw Zeeland afkomstige band The Chills heeft geen hele imposante stapel platen op haar naam staan, maar de drie platen die de band tussen 1987 en 1992 uitbracht zijn zo goed en zo invloedrijk dat The Chills best een grote band mag worden genoemd.

In 2007 keerde de band al eens terug met een prima comeback plaat en dat kunstje wordt nu nogmaals herhaald met Silver Bullets.

In de openingstrack zwelt een mannenkoor aan en worden de kerkklokken geluid. Je verwacht vervolgens een al even groots klinkend rockgeluid, maar de muziek van The Chills is gelukkig heerlijk subtiel gebleven.

De band vertrouwde in het verleden op mooie gitaarlijnen, trefzekere accenten, bijzondere ritmes en de warme stem van zanger Martin Phillips en doet dat nog steeds. Je kunt wel horen dat in Nieuw Zeeland de lente moet gaan beginnen, want wat klinkt Silver Bullets heerlijk zonnig. En wat klinkt de plaat mooi en verzorgd.

De prachtige, breed uitwaaiende, gitaarlijnen vullen direct de hele kamer, waardoor de zon direct gaat schijnen. Die blijft vervolgens schijnen door de tijdloze popliedjes van The Chills. De band liet zich in het verleden inspireren door de betere bands uit de 60s en die invloeden hoor je nog steeds. Belangrijk vergelijkingsmateriaal kan dit keer ook dichter bij huis worden gevonden, want Silver Bullets klinkt net zo mooi en tijdloos als de beste platen van de Australische band The Go-Betweens.

Martin Phillips is nog altijd een uitstekend zanger en heeft een serie songs geschreven die je na één keer horen niet meer wilt vergeten. Alles klinkt even melodieus en even tijdloos. Het lijkt makkelijk, maar begin er maar eens aan.

Bij een comeback van een band die de piek al weer een tijdje achter zich heeft liggen moet je over het algemeen voorzichtig zijn met verwachtingen, maar The Chills overtreft ze met Silver Bullets allemaal; ook de hele hoge. Erwin Zijleman

The Chills - Snow Bound (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Chills - Snow Bound - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Chills laten nog maar eens horen hoe je tijdloze en nagenoeg perfecte popliedjes maakt
The Chills was lang een herinnering uit het verre verleden, maar na de wederopstanding van drie jaar geleden, laat de Nieuw-Zeelandse band nu nogmaals horen hoe tijdloze popliedjes vol zonnestralen klinken. Snow Bound is direct goed voor een glimlach en deze wordt alleen maar breder en breder. Voorman Martin Phillipps schudt het ene na het andere memorabele bitterzoete popliedje uit de mouw en de een is nog mooier dan de ander. Snow Bound is zeker niet minder dan het allerbeste van The Chills en dat wil wat zeggen. Fantastische plaat.


The Chills worden op Allmusic.com de meest iconische gitaarpop band uit de geschiedenis van de Nieuw-Zeelandse popmuziek genoemd.

Daar valt weinig tot niets op af te dingen en het knappe is dat de band uit het Nieuw-Zeelandse Dunedin deze status wist te verkrijgen met nog geen handvol platen.

Van de vier platen die de band tussen 1987 en 1996 maakte beschouwde de band er zelf bovendien drie als mislukt, maar naast meesterwerk Submarine Bells uit 1990, zijn ook Brave Worlds uit 1987, Soft Bomb uit 1992 en Sunburnt uit 1996 zeer de moeite waard.

Met hun zonnige gitaarpop plaveiden The Chills de weg voor tijdgenoten als The Clean en The Bats, maar ook flink wat Amerikaanse gitaarbands die in de jaren 90 opdoken zijn schatplichtig aan het baanbrekende werk van The Chills.

Groot was dan ook de verrassing toen The Chills drie jaar geleden opdoken met het verrassend sterke Silver Bullets. Op de niet meer verwachte comeback plaat herleefden de gloriedagen van The Chills en werd nog maar eens duidelijk gemaakt dat de muziek van de Nieuw-Zeelandse band net zo aangenaam en net zo invloedrijk is als die van de Australische soortgenoten The Go-Betweens, waarvoor inmiddels de nodige standbeelden zijn neergezet.

Silver Bullets smaakte drie jaar geleden nadrukkelijk naar meer en dat meer is nu beschikbaar. De titel van de nieuwe plaat, Snow Bound, suggereert misschien dat The Chills hun zo zonnige geluid hebben verruild voor iets koelers en donkerders, maar dat is gelukkig niet het geval. Ook Snow Bound klinkt direct vanaf de eerste noten zonnig en tovert het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed. Precies zoals we dat van The Chills gewend zijn.

De Nieuw-Zeelandse band is talloze malen van samenstelling verandert, maar het draait allemaal nog steeds om voorman Martin Phillipps, die ook op de nieuwe plaat van The Chills weer laat horen wat een geweldig songwriter hij is.

Snow Bound in het verlengde van het drie jaar geleden zo verrassende Silver Bullets en combineert invloeden uit het oudere werk van de band met flink wat invloeden uit de betere popmuziek uit de jaren 80 en altijd een bitterzoet randje. Het al eerder genoemde Allmusic.com noemt Snow Bound in één adem met klassiekers als 16 Lovers Lane van The Go-Betweens, Steve McQueen van Prefab Sprout en natuurlijk Submarine Bells van The Chills zelf. Ik kan me wel vinden in deze vergelijking, maar het is ook de plaat die R.E.M. graag zou hebben gemaakt na Green.

Snow Bound van The Chills is vanaf de eerste noten goed voor een glimlach en die wordt alleen maar breder. The Chills waren lange tijd een mooie herinnering uit het verleden, maar met twee prachtplaten op rij is de Nieuw-Zeelandse band gelukkig weer springlevend. Erwin Zijleman

The Chills - Spring Board (2025)

Alternatieve titel: The Early Unrecorded Songs

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Chills - Spring Board: The Early Unrecorded Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Chills - Spring Board: The Early Unrecorded Songs
Met het overlijden van Martin Phillips kwam na bijna 35 jaar een einde aan zijn band The Chills, maar met Spring Board: The Early Unrecorded Songs levert de Nieuw-Zeelandse muzikant nog een zeer fraaie zwanenzang af

De Nieuw-Zeelandse band The Chills was sinds haar oprichting een meester in het schrijven van songs die de zon uitbundig laten schijnen, maar die ook niet bang zijn voor wat melancholie. De albums van de band zijn stuk voor stuk uitstekend en doen niet onder voor de albums van de net wat bekendere Australische band The Go-Betweens. Met het overlijden van de voorman viel vorig jaar helaas het doek voor de band, maar Martin Phillips werkte vlak voor zijn dood aan het opnemen van oude songs. Het zijn songs die nu zijn terecht gekomen op Spring Board: The Early Unrecorded Songs, dat een wat atypische maar bijzonder mooie zwanenzang van de Nieuw-Zeelandse band is geworden.

Vorig jaar overleed Martin Phillips, de voorman van de Nieuw-Zeelandse band The Chills op slechts 61-jarige leeftijd. De band werd in 1980 geformeerd in het Nieuw-Zeelandse Dunedin en maakte vanaf de tweede helft van de jaren 80 geweldige albums, met Submarine Bells uit 1990 als mijn persoonlijke favoriet. Het zijn albums met onweerstaanbaar lekkere popsongs met een uniek Nieuw-Zeelands stempel.

De band was in de eerste jaar van het huidige millennium wat minder actief, maar met Silver Bullets (2015), Snow Bound (2018) en Scatterbrain (2021) leverde The Chills de afgelopen tien jaar nog drie albums af die niet onder deden voor de beste albums van de Nieuw-Zeelandse band.

Met de vroege dood van Martin Phillips komt helaas een einde aan een van de leukste bands die Nieuw-Zeeland rijk was, maar deze week verscheen nog een nieuw album van de band. Spring Board: The Early Unrecorded Songs leek me op voorhand niet zo interessant, omdat ik er van uit ging dat het een verzameling stokoude restjes betrof, maar dat blijkt niet het geval.

Vlak voor zijn dood werkte Martin Phillips aan het opnemen van songs die hij schreef voordat zijn band haar debuutalbum uitbracht. Deze nieuwe opnamen vormen de basis van Spring Board: The Early Unrecorded Songs, dat door de rest van de band werd afgemaakt.

Het album laat aan de ene kant horen dat Martin Phillips ook in zijn jonge jaren al een uitstekend songwriter was, maar Spring Board: The Early Unrecorded Songs laat bovendien horen dat de vroege songs van The Chills ook een aantal decennia later nog fris en urgent klinken.

De muziek van The Chills sloot in eigen land aan bij de muziek van onder andere The Clean en The Bats, maar de songs van Martin Phillips hebben bij mij altijd vooral associaties opgeroepen met de muziek van de Australische band The Go-Betweens. Net als de muziek van The Go-Betweens staat de muziek van The Chills garant voor een bijzondere mix van zonnestralen en melancholie, waarvoor het prachtige woord bitterzoet is verzonnen.

De songs op Spring Board: The Early Unrecorded Songs zijn misschien stokoud, maar het album klinkt wat mij betreft als een nieuw album van The Chills. Het zijn wat stevigere en vooral wat meer ingetogen en heerlijk melodieuze songs en het zijn stuk voor stuk songs die de zon hier uitbundig laten schijnen, ook al heeft Martin Phillips ook de nodige melancholie in zijn songs verstopt.

Spring Board: The Early Unrecorded Songs is een prachtig album, maar het is ook een pijnlijk album. Het album laat immers niet alleen horen hoeveel prachtsongs Martin Phillips waarschijnlijk nog in zijn archieven heeft nagelaten, maar maakt ook pijnlijk duidelijk hoeveel we missen door het toch wat voortijdige einde van The Chills.

De Nieuw-Zeelandse band stak de afgelopen tien jaar in een uitstekende vorm en deze vorm wordt doorgetrokken op Spring Board: The Early Unrecorded Songs, dat echt veel meer is dan een verzameling restjes van de plank. Martin Phillips is al ruim een half jaar niet meer onder ons en Spring Board: The Early Unrecorded Songs laat twintig songs en zeventig minuten lang horen wat een groot gemis dit is. Het is ook zeventig minuten en twintig songs intens genieten overigens. Erwin Zijleman

The Church - Eros Zeta and the Perfumed Guitars (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Church - Eros Zeta And The Perfumed Guitars - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Church - Eros Zeta And The Perfumed Guitars
Maar net bekomen van het ruim een uur durende The Hypnogogue gooit de Australische band The Church er met Eros Zeta And The Perfumed Guitars een minstens even fascinerende luistertrip van vijf kwartier tegenaan

Er zijn niet veel bands die aan het begin van de jaren 80 zijn opgericht en er in 2024 nog steeds toe doen. De Australische band The Church is wel zo’n band. De band rond lid van het eerste uur Steve Kilbey bracht vorig jaar met The Hypnogogue een album uit dat niet onder deed voor het beste werk van de band en komt nu al weer op de proppen met Eros Zeta And The Perfumed Guitars, dat nog eens vijf kwartier muziek toevoegt aan het imposante oeuvre van de band. Het is een album met restmateriaal van The Hypnogogue, maar dat betekent niet dat het materiaal van mindere kwaliteit is. Ook Eros Zeta And The Perfumed Guitars is weer een album dat zich laat beluisteren als een lange luistertrip en het is een buitengewoon fascinerende trip.

De Australische band The Church bracht net iets meer dan een jaar geleden het uitstekende The Hypnogogue uit. Het was al het 26e album van de band die in 1980 werd geformeerd in Sydney en die inmiddels vijf decennia garant staat voor uitstekende muziek. Ook The Hypnogogue kon zich weer meten met het beste werk van de band rond boegbeeld Steve Kilbey, het laatst overgebleven lid van de originele bezetting.

In muzikaal opzicht was er op The Hypnogogue niet zo gek veel veranderd vergeleken met het oudere werk van de band. The Church heeft zich sinds haar beginjaren laten beïnvloeden door de muziek van met name The Byrds, The Velvet Underground, David Bowie en landgenoten The Go-Betweens, maar kan sinds haar beginjaren ook uit de voeten met invloeden uit de 80s new wave en de psychedelica uit de jaren 70.

Het leverde vorig jaar een bedwelmende luistertrip met ruim een uur muziek op. Het is een luistertrip die bij mij nog verrassend vaak voorbij is gekomen en die ik inmiddels schaar onder het beste werk van de Australische band. De pauzes tussen de albums van The Church werden de afgelopen twintig jaar wel wat langer, maar deze week verscheen tot mijn verrassing alweer een nieuw album van de band. Eros Zeta And The Perfumed Guitars bevat maar liefst vijf kwartier muziek en bevat materiaal dat tegelijk met de songs op The Hypnogogue werd opgenomen. Nu is vijf kwartier muziek meestal teveel van het goede en ook het uitbrengen van restmateriaal is niet altijd een garantie op succes. Toch is Eros Zeta And The Perfumed Guitars me zeker niet tegen gevallen.

Het album gaat verder waar The Hypnogogue vorig jaar ophield en ligt ook in het verlengde van al die andere geweldige albums die The Church sinds het begin van de jaren 80 heeft gemaakt. Net als The Hypnogogue is ook Eros Zeta And The Perfumed Guitars een album dat zich laat beluisteren als een lange luistertrip. Het album bevat een aantal songs met een kop en een staart maar de band neemt ook de tijd om te jammen. Daar ben ik normaal gesproken niet zo gek op, maar het nieuwe album van The Church weet de aandacht wat mij betreft redelijk makkelijk vast te houden.

The Hypnogogue is wat betreft de kwaliteit van de songs wat constanter, maar in muzikaal opzicht valt er niet zoveel aan te merken op Eros Zeta And The Perfumed Guitars. Het gitaarwerk van de band is zoals altijd van hoog niveau en ik heb ook nog altijd een zwak voor de stem van Steve Kilbey, die de muziek van The Church een aangename jaren 80 vibe geeft, wat wordt versterkt door de klanken van de synths en de karakteristieke gitaarloopjes.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek die Roxy Music aan het begin van de jaren 80 maakte, al zijn de songs van The Church een stuk psychedelischer en experimenteler. Het zijn songs met hier en daar een vleugje progrock, maar Steve Kilbey sleept er op het conceptalbum Eros Zeta And The Perfumed Guitars echt van alles bij, waardoor het album met enige regelmaat klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast.

Het is een album dat het best tot zijn recht komt wanneer je niet op zoek gaat naar catchy songs, maar je volledig onderdompelt in de vijf kwartier durende luistertrip die Eros Zeta And The Perfumed Guitars is. The Church gaat inmiddels een kleine 45 jaar mee, maar presteert nog altijd op de toppen van haar kunnen, wat echt razend knap is. Erwin Zijleman

The Church - Man Woman Life Death Infinity (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Church - man woman life death infinity - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Australische band The Church heeft tot dusver geen plekje weten te veroveren op deze BLOG. Dat is ook niet zo gek, want de hoogtijdagen van de Australische band liggen in de jaren 80 en 90.

Dat dacht ik tenminste, want in mijn eigen platenkast stamt het laatste wapenfeit van de band uit Sydney uit 1988; het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal voor het eerst en voor het laatst een prijs pakte.

Net als dit Nederlands voetbalelftal stak The Church ook in de jaren 90 en de eerste 15 jaar van het nieuwe millennium in goede vorm, maar helaas begin ik dat nu pas te ontdekken.

Waar het Nederlands voetbalelftal momenteel de weg flink kwijt is, steekt The Church nog steeds in een blakende vorm. Het vorige week verschenen man woman life death infinity is de eerste plaat van The Church die ik de afgelopen 25 jaar heb beluisterd en wat is het een goede plaat.

The Church maakte in mijn beleving lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flink 80s twist, maar laat op haar nieuwe plaat een duidelijk ander geluid horen, wat gezien het verstrijken der jaren en de stapel tussenliggende platen ook niet zo gek is.

Ook op man woman life death infinity maakt The Church aangenaam klinkende popliedjes die af en toe denken aan die van de roemruchte landgenoten The Go-Betweens, maar The Church heeft deze aangenaam klinkende popliedjes vervolgens overgoten met een enorme bak psychedelica.

man woman life death infinity klinkt heerlijk zweverig en citeert zowel uit de spacerock uit de jaren 70 als uit de psychedelica van Pink Floyd, maar de plaat heeft ook genoeg te bieden voor de muziekliefhebber die beide benen liever op de grond houdt. Waar in de spacerock en de psychedelica de neiging bestaat om lang uit te weiden in songs die pas na een minuut of zes op gang komen, houdt The Church vast aan popliedjes van rond de vier minuten en aan popliedjes met een kop en een staart.

Door het breed uitwaaiende geluid, de atmosferische klanken, de ongrijpbare geluiden en het lage tempo zijn het popliedjes die anders klinken dan die van de meeste andere bands van het moment, maar voor liefhebbers van psychedelische pop is het genieten.

The Church was voor mij tot voor kort een kind van de jaren 80 en dat zijn jaren die nog altijd invloed hebben op het geluid van de band, die volgend jaar overigens haar veertigste verjaardag viert. man woman life death infinity doet af en toe denken aan Echo & The Bunnymen en The Psychdelic Furs, maar heeft ook zeker raakvlakken met de American Underground van een band als The Dream Syndicate en put hiernaast zoals gezegd stevig uit de archieven van de jaren 70.

Door de bijzondere combinatie van invloeden en het goede gevoel voor aanstekelijke en aansprekende popliedjes heeft The Church op haar oude dag een plaat afgeleverd die er van de eerste tot en met de laatste noot toe doet en die zich makkelijk weet te onderscheiden van al die andere platen die op het moment uit komen. Het is voor een ieder die de band de afgelopen decennia is blijven volgen waarschijnlijk geen verrassing, maar voor mij wel. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman

The Church - The Hypnogogue (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Church - The Hypnogogue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Church - The Hypnogogue
De Australische band The Church gaat inmiddels al heel wat jaren mee, maar laat ook op haar nieuwe album The Hypnogogue weer horen dat het de grootste vorm uit het verleden heeft weten te behouden

Het was een tijd stil rond The Church, maar direct bij eerste beluistering van het nieuwe album van de Australische band is duidelijk dat we de band nog lang niet af moeten schrijven. Op The Hypnogogue maakt de band rond lid van het eerste uur Steve Kilbey duidelijk dat The Church nog altijd garant staat voor geweldige songs. The Hypnogogue houdt de aandacht ruim een uur vast met psychedelisch aandoende songs die nadrukkelijk herinneren aan het rijke verleden van The Church, maar die ook eigentijds klinken. The Hypnogogue is een conceptalbum waarop alle songs in elkaar over lijken te lopen en een eenheid vormen. Het is The Church op zijn best en iedereen die de band kent weet wat dit betekent.

De Australische band The Church werd in 1980 opgericht en gaat inmiddels dus ruim 40 jaar mee. De band uit Sydney strooide met name gedurende de jaren 80 en 90 driftig met geweldige albums, maar ook de laatste paar albums uit het inmiddels meer dan twintig albums tellende oeuvre van de band zijn uitstekend.

Voor het laatste wapenfeit van The Church moesten we tot voor kort terug naar 2017 toen het verrassend sterke Man Woman Life Death Infinity verscheen. Het is een album dat ik persoonlijk schaar onder de beste albums van de Australische band, waardoor ik erg nieuwsgierig was naar het deze week verschenen The Hypnogogue.

Er zijn niet heel veel bands die na hun veertigste verjaardag nog albums maken die net zo interessant en urgent zijn als de albums uit de hoogtijdagen van de band, maar The Church slaagt er ook met The Hypnogogue weer in. Van de oerbezetting van de band is inmiddels alleen voorman Steve Kilbey nog over, maar The Hypnogogue klinkt gelukkig onmiskenbaar als The Church.

Ook op het nieuwe album van de band is goed te horen dat de oorsprong van The Church in de jaren 80 ligt. Zeker de combinatie van wat galmende gitaren, diepe bassen en dikke lagen keyboards herinnert nadrukkelijk aan de muziek die in dit decennium werd gemaakt en ook de wat dromerige zang van Steve Kilbey lijkt zo weggelopen uit de new wave van de jaren 80.

De Australische band heeft hiernaast nooit een geheim gemaakt van haar inspiratiebronnen uit de jaren 70, waarvan ik naast vleugjes psychedelica vooral veel van David Bowie hoor. De band vond en vindt de inspiratie tenslotte ook altijd dicht bij huis. Bij beluistering van de muziek van The Church heb ik altijd associaties met de briljante bitterzoete popsongs van The Go-Betweens, die net als The Church meester waren in het schrijven van inventieve popsongs die zich ook onmiddellijk opdringen.

Het is altijd even afwachten hoe het vertrek van leden van het eerste uur wordt opgevangen, maar wat mij betreft heeft Steve Kilbey een stel uitstekende vervangers geregeld, waardoor met name het karakteristieke gitaarwerk op de albums van The Church niet verloren is gegaan op The Hypnogogue.

The Hypnogogue is naar verluidt een conceptalbum. Dat komt bij beluistering van een digitale release altijd wat minder goed tot zijn recht dan wanneer je de beschikking hebt over een platenhoes met veel informatie, maar het album klinkt absoluut als een conceptalbum. De dertien songs op het album laten zich beluisteren als één lange luistertrip, die je ruim een uur lang aan de speakers gekluisterd houdt, al is het maar omdat The Church vaak van tempo en klankkleur wisselt.

Het was ruim vijf jaar stil rond de Australische band, maar The Hypnogogue maakt vrijwel onmiddellijk duidelijk dat Steve Kilbey en zijn medemuzikanten de uitstekende vorm van Man Woman Life Death Infinity hebben weten te behouden. De nieuwe songs van The Church klinken heerlijk melodieus en combineren op fraaie wijze invloeden uit het verleden en heden.

Het zijn bovendien songs die nog lang aan kracht winnen, waardoor ik The Hypnogogue inmiddels alweer een flink stuk beter vind dan bij mijn eerste beluistering. De muziek van The Church is wat mij betreft altijd wat onderschat, maar de Australische band laat ook op haar nieuwe album weer heel veel klasse horen en geeft de overgebleven collega bands uit de jaren 80 stuk voor stuk het nakijken. Erwin Zijleman

The Claypool Lennon Delirium - South of Reality (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Claypool Lennon Delirium - South Of Reality - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Claypool Lennon Delirium - South Of Reality
Sean Lennon eert samen met Les Claypool de muzikale erfenis van zijn vader en doet dit op bijzondere en verfrissende wijze

Het debuut van The Claypool Lennon Delirium is me in 2016 eerlijk gezegd ontgaan, maar deze tweede plaat is prachtig. Les Claypool en Sean Lennon overtuigen met een cocktail waarin gelijke delen psychedelica en progrock op smaak worden gebracht met Beatlesque songs en verrassende uitstapjes die alle kanten op kunnen schieten en altijd fascinerende baslijnen laten horen. Het levert een fascinerende luistertrip op die het werk van Sean Lennon’s vader eert, maar ook laat horen hoe groot de talenten van Sean Lennon en Les Claypool zijn. Geweldige plaat.

The Claypool Lennon Delirium is de band van Primus voorman Les Claypool en Sean Lennon (zoon van John). De twee kwamen elkaar tegen toen Sean Lennon’s vorige band The Ghost Of A Saber Tooth Tiger in het voorprogramma van Primus speelde en besloten samen te gaan werken.

Nu heb ik niet zo gek veel met het werk van Primus en ook de muziek van Sean Lennon vond ik in het verleden ook lang niet altijd goed, maar de psychedelica van The Ghost Of A Saber Tooth Tiger vond ik geweldig.

Invloeden uit de psychedelica spelen ook een voorname rol op South Of Reality, wat al de tweede plaat is van The Claypool Lennon Delirium. De eerste stamt uit 2016 en heb ik gemist, maar de nieuwe plaat is uitstekend.

Les Claypool maakte met Primus muziek die niet on een hokje wat te duwen. De band werd vaak in het hokje metal geduwd, maar flirtte ook intensief met funk, waarbij de baslijnen van Les Claypool een belangrijke rol speelden. Ook de muziek van Sean Lennon was in het verleden lastig te voorzien van een etiket, tot bij met The Ghost Of A Saber Tooth Tiger vol koos voor de psychedelica.

In de openingstrack van South Of Reality vormen de baslijnen van Les Claypool de basis, terwijl Sean Lennon mag zorgen voor Beatlesque klanken, hier en daar onderbroken door een funk en rock explosie met een uitstapje richting progrock.

Die Beatlesque klanken zijn nog veel dominanter aanwezig in het ruim 6 minuten durende Blood And Rockets: Movement I/Saga Of Jack Parsons/Movement II/Too The Moon, dat met enige fantasie op een van de latere platen van The Beatles had kunnen staan. Het zijn invloeden die de laatste tijd veel vaker doorklinken, maar als iemand recht heeft om met de muzikale erfenis van zijn vader aan de haal te gaan is het Sean Lennon wel.

Waar het tegenwoordig in is om het psychedelische werk van The Beatles zeer nauwkeurig te reproduceren, geeft The Claypool Lennon Delirium er op South Of Reality een eigenzinnige draai aan. Beatlesque melodieën en refreinen worden gecombineerd met het geweldige baswerk van Les Claypool, terwijl de popsong met een kop en een staart met enige regelmaat wordt verlaten voor trippy jamwerk of voor een melodieuze gitaarsolo die toch weer flirt met metal of op zijn minst met 70s hardrock. Het komt allemaal heerlijk uit de speakers, waarbij opvalt dat The Claypool Lennon Delirium ook in vocaal opzicht af en toe dicht tegen het werk van The Beatles aankruipt.

Psychedelica speelt een belangrijke rol op South Of Reality, maar wanneer de band een ouderwets klinkende synthesizer tevoorschijn haalt winnen invloeden uit de progrock aan terrein, waarbij associaties met het werk van Yes en vooral King Crimson opduiken. Ook het werk van Cream klinkt af en toe door, waardoor South Of Reality van The Claypool Lennon Delirium een plaat is die met minstens één been in de jaren 60 en 70 staat.

Persoonlijk vind ik de plaat het best wanneer Sean Lennon dicht tegen de muziek van zijn vader aankruipt, maar ook de wat ongrijpbaardere uitstapjes en het vleugje funk maken van de tweede plaat van The Claypool Lennon Delirium een interessante plaat. South Of Reality houdt mijn aandacht moeiteloos 47 minuten vast en in die 47 minuten blijf ik maar nieuwe dingen horen.

Kinderen van beroemde muzikanten hebben het vaak moeilijk en dat geldt in nog veel sterkere mate voor kinderen van iconen uit de geschiedenis van de popmuziek. Van de muzikale kwaliteiten van Sean Lennon raak ik echter steeds meer overtuigd. Zeker na beluistering van deze fascinerende plaat. Erwin Zijleman

The Clearwater Swimmers - The Clearwater Swimmers (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Clearwater Swimmers - The Clearwater Swimmers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Clearwater Swimmers - The Clearwater Swimmers
De Amerikaanse band The Clearwater Swimmers heeft eerder deze maand een fantastisch debuutalbum afgeleverd, waarop een flinke dosis Americana fraai samenvloeit met invloeden uit de slowcore en indierock

Er is begin deze maand wel wat geschreven over het debuutalbum van de Amerikaanse band The Clearwater Swimmers, maar het album is zeker niet overladen met lof. Dat verdient het album wel, want buiten het hebben van een weinig aansprekende naam doet de Amerikaanse band alles goed. Het debuutalbum van The Clearwater Swimmers is om te beginnen een fantastische gitaarplaat, die het hele terrein van ingetogen tot en met gruizig bestrijkt. De band beschikt ook nog eens over een zanger met een bijzonder stemgeluid en heeft bovendien songs geschreven waarvan de meeste direct memorabel zijn. Het levert een album op dat in de jaren 90 met de beste albums had meegekund, maar dat kan het album ook nu.

In het november nummer van het Britse muziektijdschrift Uncut, dat begin oktober al op de mat lag, kwam ik een recensie tegen van het debuutalbum van de Amerikaanse band The Clearwater Swimmers, dat door Uncut wordt aangeprezen als de ontdekking van de maand. In tegenstelling tot de meeste andere albums die worden besproken in de desbetreffende editie van het tijdschrift bleek het album van The Clearwater Swimmers begin oktober al verschenen. Het is een album waar ik eigenlijk niets over heb gelezen, maar na beluistering van het album kan ik het Britse muziektijdschrift alleen maar groot gelijk geven. Ik denk zelfs dat ik het album nog veel beter vind dan de recensent van Uncut.

The Clearwater Swimmers is een band die volgens haar bandcamp pagina zowel vanuit New York als vanuit New England opereert. Belangrijkste man in de band is Sumner Bright, die alle songs op het album schreef. In eerste instantie nam hij demo’s van alle songs in zijn eentje op, maar uiteindelijk vond hij het toch beter klinken met een bandgeluid. Dat kan ik alleen maar beamen, want de ene demo die het album heeft gehaald vind ik een stuk minder interessant dan de andere tracks op het album.

Sumner Bright vond uiteindelijk een medestander in gitarist Sander Casale, die ook stevig zijn stempel drukt op het titelloze album van The Clearwater Swimmers. Het is een album dat door Uncut wordt beschreven als “slowcore meets Americana on an indierock album”. Dat is best een aardige omschrijving. Ik vond het album bij eerste beluistering vooral een Americana album, maar wel een Americana album van het gruizige soort. Het is ook nog eens een album waarop het tempo vaak net wat lager ligt dan gemiddeld, waardoor de typering Slowcore ook niet zo gek ik.

Bij eerste beluistering van het debuutalbum van The Clearwater Swimmers vallen drie dingen op. Het eerste dat opvalt is de stem van Sumner Bright. Het is een wat hoge stem die de muziek van de Amerikaanse band voorziet van een karakteristiek geluid. Het is een geluid dat me hier en daar doet denken aan het vroege werk van Radiohead, maar dan wel Radiohead in een Americana jasje.

Dat Americana jasje krijgt vooral kleur door het geweldige gitaarwerk op het debuutalbum van The Clearwater Swimmers. De Amerikaanse band heeft een onvervalst gitaaralbum gemaakt en het is een aangenaam veelzijdig gitaaralbum. Een aantal songs op het album is voorzien van een vol en gruizig klinkend gitaargeluid dat de muziek van de band de kant van de indierock en slowcore opduwt, maar een aantal andere tracks laat een meer ingetogen geluid horen, dat zich laat beschrijven als pure Americana. Het gitaarwerk is niet het enige dat het geluid van The Clearwater Swimmers zo aansprekend maakt, want ook de ritmesectie levert uitstekend werk af.

Het laatste dat opvalt bij beluistering van het debuutalbum van de band uit New York en New England is dat de songs zo goed zijn. Het zijn songs die herinneringen oproepen aan een stapeltje geweldige albums uit de jaren 90, waarbij alle eerder genoemde genres vertegenwoordigd zijn. Het levert een memorabel debuutalbum op dat mij van de eerste tot en met de laatste noot zielsgelukkig maakt en na meerdere keren horen ben ik alleen maar enthousiaster. Wat een geweldige tip van Uncut, dat vaak met één been in het verleden staat, maar dit keer ook in het heden uitermate trefzeker is. Erwin Zijleman

The Clientele - I Am Not There Anymore (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Clientele - I'm Not There Anymore - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Clientele - I'm Not There Anymore
The Clientele zet met I’m Not There Anymore nog maar eens kroon op haar bijzondere oeuvre en doet dit met een ruim een uur durende en dromerige luistertrip, waarin uiteenlopende invloeden zijn verwerkt

De albums van de Britse band The Clientele trekken niet allemaal even veel aandacht, maar het deze week verschenen I’m Not There Anymore wordt zo uitvoerig geprezen dat er geen ontsnappen aan is. Alle loftuitingen zijn overigens volkomen terecht, want het nieuwe album van The Clientele is een mooi en bijzonder album. Het is een album waarbij het aangenaam wegdromen is, zeker wanneer de muziek van de band uit Londen psychedelisch klinkt, maar het is ook een album waarop de band constant haar horizon verbreedt met nieuwe invloeden. Ruim een uur lang betovert de band met prachtige klanken en verrassende wendingen en hoe vaker je dit album hoort, hoe mooier het wordt.

De Britse band The Clientele bestaat al ruim 25 jaar en leverde inmiddels negen albums af. Het zijn albums die stuk voor stuk konden rekenen op lovende reacties van de critici, maar The Clientele is desondanks nog altijd een vrij onbekende band. Ook het deze week verschenen I’m Not There Anymore is weer zeer enthousiast onthaald door de critici en wordt met name door de Britse muziekpers stevig bewierookt.

Na de zeer lovende woorden die vooraf gingen aan de release van het negende album van The Clientele was ik heel nieuwsgierig naar het album, dat volgt op een aantal albums die me eerlijk gezegd niet zijn opgevallen. Die albums ga ik later nog eens beluisteren, want vooralsnog ben ik nog lang niet klaar met I’m Not There Anymore, dat inmiddels al op meerdere plekken is uitgeroepen tot het beste album van The Clientele tot dusver. Of dat zo is kan ik nog niet beoordelen, maar dat I’m Not There Anymore een prachtig album is kan ik zeker bevestigen.

De muziek van The Clientele was altijd al lastig in een hokje te duwen en dat is alleen maar lastiger geworden. I’m Not There Anymore is een zeer ambitieus album geworden met negentien songs en ruim een uur muziek. De band nam tijdens de coronapandemie de tijd om te experimenteren met uiteenlopende invloeden, waarvan er een flink aantal zijn neergedaald op het nieuwe album van de Britse band.

Het album opent met zwaar aangezette strijkers, die de muziek van The Clientele de kant van de chamber pop op duwen, maar de openingstrack schuift al snel op richting (neo-)psychedelica, waarna ook nog eens invloeden uit de jangle pop opduiken. De ruim acht minuten durende openingstrack verwerkt niet alleen uiteenlopende invloeden, maar schiet ook door de tijd. Het ene moment heeft de muziek van The Clientele een geluid dat afkomstig lijkt uit de jaren 60, maar de band kan haar tijd ook ver vooruit zijn.

Met name de combinatie van psychedelica, folk en chamber pop is bijzonder mooi, zeker als de Britse band haar muziek ook nog eens verrijkt met verrassende wendingen en bijzondere ritmes. In de openingstrack hoor je ruim acht minuten lang wat The Clientele te bieden heeft en de rest van het album doet hier niet voor onder. De band uit Londen laat je lekker wegdromen bij dromerige zang en prachtig zweverige gitaarlijnen, waarna de blazers en strijkers zorgen voor een warm en gelukzalig gevoel.

Op I’m Not There Anymore worden langere tracks afgewisseld met korte intermezzo’s, waardoor het album klinkt als een lange luistertrip. Het is een luistertrip die loom en aangenaam klinkt, maar ondertussen gebeurt er van alles in de muziek van de Britse band, die naarmate het album vordert steeds meer bijzondere ingrediënten toevoegt aan haar muziek.

De klassiek aandoende intermezzo’s worden afgewisseld met songs waarin met enige regelmaat jazzy passages zijn verwerkt en waarin The Clientele ook, meer dan op haar vorige albums, experimenteert met elektronica. Ondanks alle toevoegingen en experimenten klinkt I’m Not There Anymore als een typisch The Clientele album en het is binnen het oeuvre van de band een hele mooie. Alles dat je leest over dit album is waar, dus probeer het absoluut eens. Hoogste tijd immers dat de muziek van The Clientele in wat bredere kring aandacht krijgt. Erwin Zijleman

The Clockworks - Exit Strategy (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Clockworks - Exit Strategy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Clockworks - Exit Strategy
Het was best lang geleden dat ik een jonge gitaarband direct een prachtige toekomst durfde te voorspellen, maar met Exit Strategy heeft het Ierse The Clockworks een glorieus debuutalbum vol belofte afgeleverd

Na alle postpunk albums van de afgelopen jaren was het punt van verzadiging voor mij bereikt, tot ik kennis maakte met Exit Strategy van de Ierse band The Clockworks. De band die Galway inmiddels heeft verruild voor Londen blijft zeker niet hangen in het keurslijf van de postpunk, heeft een zanger die zingt in plaats van praat en beschikt over een geweldige gitarist. Het door Bernard Butler geproduceerde debuutalbum van de Ierse band staat boven alles vol met geweldige songs. De songs van The Clockworks zijn aanstekelijk en veelzijdig en zijn van een niveau dat je maar zelden hoort op een debuutalbum. Absoluut een van de betere gitaaralbums van 2023.

Ierland was de afgelopen jaren met onder andere Fontaines D.C., The Murder Capital, Girl Band en Silverbacks een belangrijke leverancier van goede postpunk bands. Ook The Clockworks komt uit Ierland, maar komt voor de afwisseling eens niet uit Dublin, maar uit Galway. De band heeft inmiddels Londen als thuisbasis en debuteert deze week met Exit Strategy. Ik volg de Britse en Ierse gitaarbands en zeker de postpunk bands op het moment niet heel nauwgezet, maar na beluistering van het debuutalbum van The Clockworks durf ik wel te voorspellen dat deze Ierse band heel groot gaat worden.

Net als de hierboven genoemde bands hebben de songs van The Clockworks zich stevig laten beïnvloeden door postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 en door de meerdere revivals van het genre. Het is echter zeker niet alleen postpunk dat de klok slaat op Exit Strategy, dat citeert uit een aantal decennia Britse gitaarmuziek, maar ook niet vies is van invloeden uit de pop.

Exit Strategy is een conceptalbum over een man die Galway achter zich laat en naar Londen vertrekt, waarmee The Clockworks ook haar eigen verhaal vertelt. Het verhaal van de Ierse band is al een tijdje een succesverhaal, want The Clockworks wist zich in de kijker te spelen bij de roemruchte platenbaas Alan McGee en bij voormalig Suede gitarist Bernard Butler, die uiteindelijk de productie van Exit Strategy voor zijn rekening nam.

The Clockworks nam de tijd voor haar debuutalbum en dat hoor je, want Exit Strategy klinkt volwassener dan het gemiddelde debuutalbum. De Ierse band beschikt over een zeer degelijk maar ook soepel spelende ritmesectie en heeft met Sean Connelly een uitstekende gitarist in de gelederen. Na alle Britse postpunk bands met een irritante praatzanger is het verademing dat The Clockworks beschikt over een voorman die gewoon zingt. Ook James McGregor kan zijn teksten met veel bravoure voordragen of uitspugen, maar op het grootste deel van het debuutalbum van The Clockworks zingt hij en maakt hij wat mij betreft indruk als zanger.

In muzikaal opzicht kan het zoals gezegd meerdere kanten op. In een aantal tracks hoor je de toegankelijke postpunk die een band als Editors in haar begindagen maakte, maar The Clockworks kan ook uit de voeten met indierock en Britpop uit de jaren 90. In een aantal andere tracks gaat de Ierse band nog wat verder terug in de tijd en hoor ik meer dan flarden van de albums van The Jam, die in Nederland nooit op de juiste waarde werden geschat, en hier en daar hoor ik ook wel wat van het debuutalbum van U2 of van de vroege albums van Manic Street Preachers, al zijn de overeenkomsten hier subtieler.

De grootste kracht van het debuutalbum van The Clockworks zit hem echter in de songs. Exit Strategy staat vol met songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en die zich vervolgens vrijwel onmiddellijk in het geheugen nestelen. Dit geldt zeker voor de uptempo postpunk songs op het album, maar ook de songs waarin de band gas terug neemt of flirt met pop zijn van een opvallend hoog niveau. Met name de zang en het gitaarwerk op Exit Strategy overtuigen bijzonder makkelijk, maar ook de productie van Bernard Butler mag er zijn.

Ik was na een overdosis postpunk albums vorig jaar even flink uitgekeken op het genre, maar het in meerdere tracks stevig door postpunk beïnvloede Exit Strategy van The Clockworks is eindelijk weer eens een gitaaralbum van een stel jonge honden dat me niet doet grijpen naar klassiekers uit het verleden. Integendeel zelfs, want als je eenmaal kennis hebt gemaakt met dit album blijf je er naar luisteren. Erwin Zijleman

The Coathangers - Nosebleed Weekend (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Coathangers - Nosebleed Weekend - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Coathangers komen natuurlijk in aanmerking voor de prijs voor de meest lullige bandnaam van het moment, maar het vrouwelijke drietal uit Atlanta, Georgia, valt ook met haar muziek in de prijzen.

In 38 minuten jagen Minnie Coathanger, Crook Kid Coathanger en Rusty Coathanger er 13 volstrekt onweerstaanbare popliedjes doorheen.

Het zijn popliedjes die zich stevig laten beïnvloeden door de punk en garagerock van weleer, maar The Coathangers zijn ook niet vies van schaamteloos aanstekelijke popliedjes. Het zijn ook nog eens popliedjes die na één keer horen voorgoed in het geheugen zijn opgeslagen en die zijn schaars.

Verwacht van de drie dames Coathanger geen muzikale hoogstandjes, al komt er zo af en toe een prachtig gitaarloopje of een bewonderenswaardige riff voorbij, is de ritmesectie verrassend strak en zijn de vocalen meer dan eens akelig trefzeker.

Er zijn talloze bands als The Coathangers, maar dit drietal is een stuk veelzijdiger dan de concurrentie. De ene keer is de muziek op Nosebleed Weekend rauw en meedogenloos, de andere keer is het pure pop. Het instrumentarium is misschien beperkt, maar toch klinkt iedere song op Nosebleed Weekend weer anders. Heel af en toe is het me net wat te melig (al zijn de piepende speelgoedbeesten in Squeeki Tiki best grappig), maar meestal zijn de songs van The Coathangers raak en goed ook.

Relevant vergelijkingsmateriaal varieert van Blondie, The Slits en The Raincoats en via Throwing Muses en The Breeders tot Sleater Kinney en al haar volgelingen. De liefhebber van dit soort platen weet inmiddels al lang dat het goed zit en anders blijkt dat na één keer horen wel. Ik ben zelf inmiddels compleet verslingerd aan de vijfde plaat van The Coathangers en ga ook de vorige vier platen van de band maar eens checken. Laat de lente maar komen. De soundtrack ligt klaar. Erwin Zijleman

The Coo - A Different Life (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Coo - A Different Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Coo - A Different Life
De toevallige ontmoeting tussen de Nederlandse singer-songwriter Jara Holdert en de Britse muzikant Matt Arthur leidt deze week tot het debuutalbum van The Coo, dat vooral veel potentie laat horen

Folkduo’s zijn er in vele soorten en maten, maar het Brits-Nederlandse duo The Coo slaagt er wat mij betreft in om iets toe te voegen aan alles dat er al is. De stemmen van Matt Arthur en met name Jara Holdert klinken niet zo gepolijst of pastoraal zoals je vaak hoort in dit genre en ook in muzikaal opzicht voegen de Nederlandse en de Britse singer-songwriter iets ruws toe aan hun songs. De songs van The Coo blijven daarom spannend en hebben bovendien iets puurs. Er valt nog best wat aan te merken op het debuutalbum van de twee, maar ik hoor absoluut het talent en de mogelijkheden van The Coo. In de tussentijd is A Different Life gewoon een prima debuutalbum.

The Coo is een Brits-Nederlands duo dat bestaat uit de Nederlandse singer-songwriter Jara Holdert en de Britse singer-songwriter Matt Arthur. De twee kwamen elkaar een paar jaar geleden bij toeval tegen op een open podium in Amsterdam en begonnen vanwege de bijzondere klik samen muziek te maken.

Het pendelen tussen Amsterdam en Londen werd een stuk lastiger toen het leven in 2020 en 2021 werd lamgelegd door de coronapandemie, maar de twee vonden steeds weer een manier om samen aan songs te werken, die na de coronapandemie werden opgenomen. Het resultaat van jaren werk is het deze week verschenen debuutalbum A Different Life.

Omdat er zoveel bloed, zweet en tranen in het debuutalbum van The Coo zit wilde ik het bij mijn wekelijkse selectie niet laten bij de gebruikelijke snelle beluistering en een nog sneller oordeel. Dat is maar goed ook, want de muziek van Jara Holdert en Matt Arthur is, in ieder geval voor mij, muziek die je even op je in moet laten werken.

Bij eerste beluistering van A Different Life hoorde ik folksongs zoals die al heel lang worden gemaakt en met enige regelmaat ook door man-vrouw duo’s. Het zijn folksongs waarin de stemmen van Matt Arthur en Jara Holdert centraal staan. Laatstgenoemde neemt meestal het voortouw en heeft een stem waar ik even aan moest wennen. Het is een stem die soms wat onvast kan klinken, zonder dat dit overigens het geval is, en dat is het soort stem dat ik de laatste tijd best vaak tegen kom, met Big Thief’s Adrianne Lenker als bekendste voorbeeld.

De zang van Jara Holdert voorziet de songs van The Coo ook van iets kwetsbaars, wat in ingetogen folksongs als die op A Different Life meestal een pré is. De stem van Jara Holdert wordt fraai ondersteund door de stem van Matt Arthur, die de zang voorziet van een iets stevigere basis en een enkele keer wel het voortouw neemt.

Ik noemde de songs op A Different Life zojuist ingetogen folksongs, maar dat betekent niet dat het Brits-Nederlandse duo vertrouwt op twee akoestische gitaren en twee stemmen. De songs van The Coo worden verrijkt met drums, een orgeltje en vooral met bijdragen van elektrische gitaren, die de songs van Jara Holdert en Matt Arthur voorzien van een ruw randje.

Dat ruwe randje in de muziek en in de zang zorgen er wat mij betreft voor dat het debuutalbum van The Coo interessanter is dan de albums van de talloze wat gezapiger klinkende man-vrouw duo’s in de folkscene. A Different Life van The Coo is hoorbaar gemaakt met bescheiden middelen. Dat kan de kwaliteit van een album aardig in de weg zitten, maar in het geval van The Coo past het goed bij het weinig gepolijste geluid van de twee.

A Different Life van The Coo is een puur en eerlijk album waarop echt wel wat valt aan te merken, maar op een of andere manier slagen Jara Holdert en Matt Arthur er in om hun onderlinge muzikale chemie over te brengen op de luisteraar. Met een net wat voller en veelzijdiger geluid en een bredere selectie sterke songs acht ik The Coo in staat om een in alle opzichten uitstekend folkalbum te maken. A Different Life is vooral een charmant en aangenaam ruw folkalbum met hier en daar een rockvibe en ook daar is helemaal niets mis mee. The Coo is hoe dan ook een naam om te onthouden. Erwin Zijleman