Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Whitney - SPARK (2022)

3,5
0
geplaatst: 21 oktober 2022, 15:08 uur
Misschien was het allemaal net teveel van het goede en werd het te onoverzichtelijk en te groot. De indierockers van het uit Chicago afkomstige Smith Westerns leveren drie prachtplaten af met een hoog gehalte aan glamrock powerpop songs. Op het zweverige Soft Will ontwikkelt zich een duister randje over de lichtvoetige songs en blijkbaar zit die confronterende zwarte kant zo diep in de jonge zielen geworteld dat ze besluiten om niet meer in deze samenstelling verder te gaan, exit Smith Westerns. Cullen Omori blijft op The Diet redelijk dicht bij het dromerige latere Smith Westerns werk. En Max Kakacek en Julien Ehrlich? Tja, dat is een ander verhaal.
Als Whitney brengen ze Light Upon the Lake uit, waarvan vooral de folksingle No Woman een diepe indruk achterlaat. Julien Ehrlich is nog maar een schim van de persoonlijkheid die hij bij Smith Westerns was. Gebogen introvert in zichzelf gekeerd neemt de drummer de kopstem zangpartijen op zich, en benadrukt die intimiteit met prachtig solide gitaarwerk van zijn maatje Max Kakacek. Fragiel kwetsbaar klein gehouden wordt er over liefdesverdriet, het drank escapisme en alle bijkomende ellende gezongen. Julien Ehrlich is een wrak, zich amper in het leven staande houdend. Gelukkig staan er genoeg opbeurende tracks op de plaat, waardoor ze de zekerheid waarborgen om ons op meer prachtjuweeltjes te trakteren. Vanuit de folk, retro seventies rock en het door George Harrison geïnspireerde gitaarspel leidt het pad via de country uiteindelijk naar de bezielende R&B soulmuziek van het vierde wapenfeit Sparks.
Whitney heeft schoon schip gemaakt, de herfstbladerensongs zijn voor een nieuwe herziende zomerse voortzetting met sprankelende vrolijkheid verdrongen. Opgeruimd en zelfverzekerd zorgeloos met een herboren Julien Ehrlich die ogenschijnlijk zijn geluk gevonden heeft. Troubles never go away, but they change, I just stay the same. De zwaarte van de tragiek van het bestaan, levenslessen worden waardevoller als de jaren gaan tellen. Deze zwaarmoedige pessimist zal nooit in een onbevangen optimist veranderen. Een bescheiden levensgenieter is schijnbaar de hoogst haalbare persoonlijke doelstelling. Het zonlicht verbleekt het Nothing Remains verleden. Ondanks de vervaging blijven de nachten duister, eenzaam en prominent aanwezig. Is er daadwerkelijk veel verandert? De diepgang serieus geëlimineerd? Is Spark vooral een veilige niets aan de hand popplaat? Crying at the Discoteque wanhoop met een feeling better boodschap?
Een gedurfde koerswijziging dat wel. Onder de gladde boyband nietszeggendheid ontplooien zich de diepere rimpels van de ziel beroerende mijmeringen van een nog steeds tekstueel zeer sterk opererende Julien Ehrlich. Het afgesloten verdriet maakt plaats voor voorzichtige spontaniteit. Een veranderde wereld geeft nieuwe kansen, mogelijkheden en perspectieven. Het triggerpunt om zich te identificeren met een herstarte nepmaatschappij, waarbij iedereen op diezelfde nullijn lijkt te beginnen. Het zijn allemaal clichés, de lucht is helderblauw, het gras herboren groen, de wereld lacht je in zonnestralen toe. De oneindigheid der dagen in een speelweide van genot. Christelijke herboren, kerkelijk bijna. Het is allemaal zo steriel mooi, zo prachtig kunstig vormgegeven.
Ho, wacht even! Schijn bedriegt. Doorbreekt Twirl dan toch die Luilekkerland snoepwinkel zoetigheid? Turn back the time, there’s nothing to lose, I know this life only brings bad news. Ontwakend uit The American Dream overwint de twijfel de opgelegde imitatie realiteit. De slechte dagen keren terug en keren zich in de grimmige dancebreaks tegen de bijna evangelische verhalenverteller. De lange nachten blijven een angstig slapeloos tijdverdrijf. Er is geen houvast, zelfs de spenderende tijd is een vluchtig begrip. Stel je eens voor dat de diepgaande teksten in een andere context geplaatst worden. Stel je Spark eens voor met die treurmedelijdende omlijsting en het zelfbeklag van Light Upon the Lake. Stel je dat eens voor, dan zou Spark een meesterlijke plaat zijn geweest.
Whitney - Spark | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Als Whitney brengen ze Light Upon the Lake uit, waarvan vooral de folksingle No Woman een diepe indruk achterlaat. Julien Ehrlich is nog maar een schim van de persoonlijkheid die hij bij Smith Westerns was. Gebogen introvert in zichzelf gekeerd neemt de drummer de kopstem zangpartijen op zich, en benadrukt die intimiteit met prachtig solide gitaarwerk van zijn maatje Max Kakacek. Fragiel kwetsbaar klein gehouden wordt er over liefdesverdriet, het drank escapisme en alle bijkomende ellende gezongen. Julien Ehrlich is een wrak, zich amper in het leven staande houdend. Gelukkig staan er genoeg opbeurende tracks op de plaat, waardoor ze de zekerheid waarborgen om ons op meer prachtjuweeltjes te trakteren. Vanuit de folk, retro seventies rock en het door George Harrison geïnspireerde gitaarspel leidt het pad via de country uiteindelijk naar de bezielende R&B soulmuziek van het vierde wapenfeit Sparks.
Whitney heeft schoon schip gemaakt, de herfstbladerensongs zijn voor een nieuwe herziende zomerse voortzetting met sprankelende vrolijkheid verdrongen. Opgeruimd en zelfverzekerd zorgeloos met een herboren Julien Ehrlich die ogenschijnlijk zijn geluk gevonden heeft. Troubles never go away, but they change, I just stay the same. De zwaarte van de tragiek van het bestaan, levenslessen worden waardevoller als de jaren gaan tellen. Deze zwaarmoedige pessimist zal nooit in een onbevangen optimist veranderen. Een bescheiden levensgenieter is schijnbaar de hoogst haalbare persoonlijke doelstelling. Het zonlicht verbleekt het Nothing Remains verleden. Ondanks de vervaging blijven de nachten duister, eenzaam en prominent aanwezig. Is er daadwerkelijk veel verandert? De diepgang serieus geëlimineerd? Is Spark vooral een veilige niets aan de hand popplaat? Crying at the Discoteque wanhoop met een feeling better boodschap?
Een gedurfde koerswijziging dat wel. Onder de gladde boyband nietszeggendheid ontplooien zich de diepere rimpels van de ziel beroerende mijmeringen van een nog steeds tekstueel zeer sterk opererende Julien Ehrlich. Het afgesloten verdriet maakt plaats voor voorzichtige spontaniteit. Een veranderde wereld geeft nieuwe kansen, mogelijkheden en perspectieven. Het triggerpunt om zich te identificeren met een herstarte nepmaatschappij, waarbij iedereen op diezelfde nullijn lijkt te beginnen. Het zijn allemaal clichés, de lucht is helderblauw, het gras herboren groen, de wereld lacht je in zonnestralen toe. De oneindigheid der dagen in een speelweide van genot. Christelijke herboren, kerkelijk bijna. Het is allemaal zo steriel mooi, zo prachtig kunstig vormgegeven.
Ho, wacht even! Schijn bedriegt. Doorbreekt Twirl dan toch die Luilekkerland snoepwinkel zoetigheid? Turn back the time, there’s nothing to lose, I know this life only brings bad news. Ontwakend uit The American Dream overwint de twijfel de opgelegde imitatie realiteit. De slechte dagen keren terug en keren zich in de grimmige dancebreaks tegen de bijna evangelische verhalenverteller. De lange nachten blijven een angstig slapeloos tijdverdrijf. Er is geen houvast, zelfs de spenderende tijd is een vluchtig begrip. Stel je eens voor dat de diepgaande teksten in een andere context geplaatst worden. Stel je Spark eens voor met die treurmedelijdende omlijsting en het zelfbeklag van Light Upon the Lake. Stel je dat eens voor, dan zou Spark een meesterlijke plaat zijn geweest.
Whitney - Spark | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Wicona - Masquerade (2021)

3,5
1
geplaatst: 20 juni 2021, 00:44 uur
In het zeer productieve jaar 1996 bereiken belangrijke Belpop grondleggers als Novastar, Tom Helsen, Arid, An Pierlé en Hoodoo Club de finale van de Humo’s Rock Rally. Laatstgenoemde leveren met Jugstories en A Just Temporary Loss Of Masculinity twee prima donkere gitaarrock platen af, waarbij de oorsprong te herleiden is tot de invloedrijke Australische postpunk muziekscene uit de jaren tachtig en de net in opkomst zijnde Americana country uit de Verenigde Staten. Een unieke sound dus met dat typerende eigenzinnige van Belgische topmuzikanten. Vreemd genoeg krijgen ze vrijwel geen voet aan de grond terwijl hun collega’s het succes ver over de landsgrenzen weten uit te breiden.
Topmuzikanten, waarvan de belangrijkste liedjesleverancier Harald Vanherf zich ontwikkeld tot een veelgevraagde producer die vervolgens met Millionaire, Zita Swoon en Hooverphonic aan de slag gaat. In 2001 probeert Harald Vanherf met de noisy industrial van Wicona Airbag zijn de gehoopte doorbraak op te eisen. Helaas is er weinig interesse in Up With People en ook het in 2015 uitgebrachte August Heat wil maar niet opgepakt worden.
Onterecht dus, Harald Vanherf heeft echter het volste vertrouwen in zijn kunnen, en richt uiteindelijk de supergroep Wicona op die buiten hem uit de van Het Zesde Metaal bekende gitarist Filip Wauters, de veelgevraagde bassist Mirco Banovic, drummer Kristof Meeuwissen, keyboardspeler en oer Monza lid Luc Weytjens bestaat. Een nieuwe bandsamenstelling, een ander geluid. De hittebestendige seventies country woestijnrock is een decennia verschoven richting de fluorescerende jaren tachtig. Een metamorfose waarbij er een zonnig airbrush laagje aan het concept is toegevoegd en de vocalen zodanig zijn opgepoetst dat er een cleane sound ontstaat.
Tja, met zo’n veelvoud aan rasartiesten moet je deze kwaliteiten ook zeker uitbuiten. Toch hadden ze best wat meer gebruik mogen maken van het mondjesmaat toegepaste ervaren talent van saxofonist Marc De Maeseneer. Veel gedurfder staat de achtergrondzang van vocalisten Nina Babet en Chantal Kashala juist op de voorgrond. Het geeft net die zwoele eighties Bryan Ferry twist aan Masquerade, waardoor het natuurlijker en aardser klinkt. Dit is wel noodzakelijk om die kunstmatige uitstraling te vermijden.
Masquerade is dansbaar, flitsend en vooral heerlijk zomers. Eighties blue-eyed soul. Muziek voor gepassioneerde gentlemen die zich in oversized linnen pakken op het strand voortbewegen. Bloedheet, met een vorm van verleidelijke opwindbaarheid. De ladykiller sound waarmee vooral de aandacht van de dames getrokken wordt. Hier valt namelijk de grootste winst te behalen, omdat de stoere mannenrock van August Heat niet het gedroomde effect oplevert. Dan moet het allemaal met de juiste overtuigingskracht gebracht worden, en daarin is Harald Vanherf zeker geslaagd. Er zit een kleine dosering aan dromerige Americana in verwerkt, wat net voor een wat bredere structuur zorgt.
Nergens helemaal origineel, de vocale kunstjes zijn al tig keer eerder en beter gedaan, maar dat zal ook zeker niet de opzet zijn geweest. Er wordt gepoogd om de eighties te herleven. Voor de veertigplusser een herkenbaar feestje, en daar lijkt Wicona zich duidelijk op te richten. Veel hitparade synthpop en Culture Club new wave, soms met een zwaarder The The postpunkrandje. De funkende Robert Palmer echo’s van The Defense, INXS soul in This Is The Time, opgepoetste beats, blikkerige Prince hi-hats, en synthesizer gitaren. Eigenlijk alles wat fout is, maar waar we zo optimaal van genieten. Bijzonder hoe Harald Vanherf geheel in eigen beheer zo’n leuke gelikte plaat weet te produceren, klasse!!
Wicona - Masquerade | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Topmuzikanten, waarvan de belangrijkste liedjesleverancier Harald Vanherf zich ontwikkeld tot een veelgevraagde producer die vervolgens met Millionaire, Zita Swoon en Hooverphonic aan de slag gaat. In 2001 probeert Harald Vanherf met de noisy industrial van Wicona Airbag zijn de gehoopte doorbraak op te eisen. Helaas is er weinig interesse in Up With People en ook het in 2015 uitgebrachte August Heat wil maar niet opgepakt worden.
Onterecht dus, Harald Vanherf heeft echter het volste vertrouwen in zijn kunnen, en richt uiteindelijk de supergroep Wicona op die buiten hem uit de van Het Zesde Metaal bekende gitarist Filip Wauters, de veelgevraagde bassist Mirco Banovic, drummer Kristof Meeuwissen, keyboardspeler en oer Monza lid Luc Weytjens bestaat. Een nieuwe bandsamenstelling, een ander geluid. De hittebestendige seventies country woestijnrock is een decennia verschoven richting de fluorescerende jaren tachtig. Een metamorfose waarbij er een zonnig airbrush laagje aan het concept is toegevoegd en de vocalen zodanig zijn opgepoetst dat er een cleane sound ontstaat.
Tja, met zo’n veelvoud aan rasartiesten moet je deze kwaliteiten ook zeker uitbuiten. Toch hadden ze best wat meer gebruik mogen maken van het mondjesmaat toegepaste ervaren talent van saxofonist Marc De Maeseneer. Veel gedurfder staat de achtergrondzang van vocalisten Nina Babet en Chantal Kashala juist op de voorgrond. Het geeft net die zwoele eighties Bryan Ferry twist aan Masquerade, waardoor het natuurlijker en aardser klinkt. Dit is wel noodzakelijk om die kunstmatige uitstraling te vermijden.
Masquerade is dansbaar, flitsend en vooral heerlijk zomers. Eighties blue-eyed soul. Muziek voor gepassioneerde gentlemen die zich in oversized linnen pakken op het strand voortbewegen. Bloedheet, met een vorm van verleidelijke opwindbaarheid. De ladykiller sound waarmee vooral de aandacht van de dames getrokken wordt. Hier valt namelijk de grootste winst te behalen, omdat de stoere mannenrock van August Heat niet het gedroomde effect oplevert. Dan moet het allemaal met de juiste overtuigingskracht gebracht worden, en daarin is Harald Vanherf zeker geslaagd. Er zit een kleine dosering aan dromerige Americana in verwerkt, wat net voor een wat bredere structuur zorgt.
Nergens helemaal origineel, de vocale kunstjes zijn al tig keer eerder en beter gedaan, maar dat zal ook zeker niet de opzet zijn geweest. Er wordt gepoogd om de eighties te herleven. Voor de veertigplusser een herkenbaar feestje, en daar lijkt Wicona zich duidelijk op te richten. Veel hitparade synthpop en Culture Club new wave, soms met een zwaarder The The postpunkrandje. De funkende Robert Palmer echo’s van The Defense, INXS soul in This Is The Time, opgepoetste beats, blikkerige Prince hi-hats, en synthesizer gitaren. Eigenlijk alles wat fout is, maar waar we zo optimaal van genieten. Bijzonder hoe Harald Vanherf geheel in eigen beheer zo’n leuke gelikte plaat weet te produceren, klasse!!
Wicona - Masquerade | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Wilco - Schmilco (2016)

3,0
0
geplaatst: 14 september 2016, 01:09 uur
Bij Wilco heb ik steeds meer het gevoel dat we hier met solo albums van Jeff Tweedy te maken hebben, maar dan wel op een geweldige manier begeleid.
Steeds meer krijg ik na een album van Wilco de behoefte om een album van Ryan Adams te draaien.
Niet dat ze zo op elkaar aansluiten, maar misschien is dat ook wel het geval.
Bij beide vraag ik mij af welke richting een nieuw album op gaat; meer lo-fi, country, singer songwriter of toch een rock album.
Sterker nog, als ik van Wilco een plaat in de aanbieding zie liggen, dan kijk ik vervolgens automatisch bij Ryan Adams, terwijl die in de winkel wel een eind uit elkaar liggen.
Schmilco is geen verkeerd album, best rustig, en past ook prima tussen hun overige albums, maar ik heb meer met hun vorige Star Wars, die rockte meer.
Al denk ik dat deze het bij de puristen op langer termijn beter blijft doen, die zien Star Wars en Tweedy’s solo album (Tweedy) als leuk tussendoortje, en deze meer als waardige opvolger van The Whole Love.
Steeds meer krijg ik na een album van Wilco de behoefte om een album van Ryan Adams te draaien.
Niet dat ze zo op elkaar aansluiten, maar misschien is dat ook wel het geval.
Bij beide vraag ik mij af welke richting een nieuw album op gaat; meer lo-fi, country, singer songwriter of toch een rock album.
Sterker nog, als ik van Wilco een plaat in de aanbieding zie liggen, dan kijk ik vervolgens automatisch bij Ryan Adams, terwijl die in de winkel wel een eind uit elkaar liggen.
Schmilco is geen verkeerd album, best rustig, en past ook prima tussen hun overige albums, maar ik heb meer met hun vorige Star Wars, die rockte meer.
Al denk ik dat deze het bij de puristen op langer termijn beter blijft doen, die zien Star Wars en Tweedy’s solo album (Tweedy) als leuk tussendoortje, en deze meer als waardige opvolger van The Whole Love.
Wild Pumpkins at Midnight - Instant Ocean (1998)

3,0
0
geplaatst: 27 februari 2017, 10:11 uur
Nog steeds zijn er jaren 80 gitaarband invloeden hoorbaar, maar het is net wat georganiseerder.
Meer Britpop psychedelica, en de dame op de hoes geeft het Oosterse tintje ook duidelijk weer.
Misschien is dit het voordeel van dat je niet uit de UK of USA komt, maar uit Down Under.
Je hoeft je niet zo te binden aan de heersende stromingen, maar dit kan natuurlijk ook in het nadeel meespelen.
De naamsbekendheid is er nooit gekomen, terwijl ze het wel verdienen.
Bij Oneness klinkt de zang bijna als Mark Lanegan, en dan kun je al weinig fout doen.
Een fijne trip van ruim 3 kwartier.
Meer Britpop psychedelica, en de dame op de hoes geeft het Oosterse tintje ook duidelijk weer.
Misschien is dit het voordeel van dat je niet uit de UK of USA komt, maar uit Down Under.
Je hoeft je niet zo te binden aan de heersende stromingen, maar dit kan natuurlijk ook in het nadeel meespelen.
De naamsbekendheid is er nooit gekomen, terwijl ze het wel verdienen.
Bij Oneness klinkt de zang bijna als Mark Lanegan, en dan kun je al weinig fout doen.
Een fijne trip van ruim 3 kwartier.
Wild Pumpkins at Midnight - Strangeways (1992)

3,0
0
geplaatst: 15 februari 2017, 00:13 uur
Dit rockt, knarst, jeukt, en is het ene moment lief, dan weer lomp.
Dan weer in het verlengde van halverwege jaren 80 college The Feelies, maar vervolgens duivels als Gun Club, met de spastische swing van Pixies, ondersteund door het ongecontroleerd gitaargeweld van Sonic Youth.
Meer Lou Reed dan Velvet Underground.
Afwijkend gitaargeweld uit de jaren 90, dan zal het wel weer eens uit Australië komen?
Natuurlijk komt dit uit Australië.
Trippend door de benzine, zwevend over de eindeloze autowegen van dit continent.
Dit sluit absoluut aan bij de heersende gitaarmuziek uit de jaren 90, maar is misschien zelfs wat gevarieerder te noemen dan de gemiddelde band uit deze periode.
Het zit allemaal goed in elkaar, zonder ergens moeilijk te klinken.
Dan weer in het verlengde van halverwege jaren 80 college The Feelies, maar vervolgens duivels als Gun Club, met de spastische swing van Pixies, ondersteund door het ongecontroleerd gitaargeweld van Sonic Youth.
Meer Lou Reed dan Velvet Underground.
Afwijkend gitaargeweld uit de jaren 90, dan zal het wel weer eens uit Australië komen?
Natuurlijk komt dit uit Australië.
Trippend door de benzine, zwevend over de eindeloze autowegen van dit continent.
Dit sluit absoluut aan bij de heersende gitaarmuziek uit de jaren 90, maar is misschien zelfs wat gevarieerder te noemen dan de gemiddelde band uit deze periode.
Het zit allemaal goed in elkaar, zonder ergens moeilijk te klinken.
Will Butler - Generations (2020)

4,0
1
geplaatst: 28 september 2020, 19:04 uur
Het mag duidelijk zijn dat Will Butler, niet de zanger Win Butler van het uit Montreal afkomstige Arcade Fire is, maar de tevens in de groep spelende broer is van de vocalist. Geen win-win situatie dus. Het neemt niet weg dat deze multi-instrumentalist wel een belangrijke rol binnen dit Canadese gezelschap vervult, en die invloed duidelijk hoorbaar is op Generations. Waarschijnlijk afgeschrikt door de niet geheel positieve reacties die het veredelde tussendoortje Policy wat weg zette als een ruw rommelig schetsboek, wordt er nu meer aandacht besteed aan de veelbelovende opvolger.
Doordat Arcade Fire bijna traditioneel een pauze van drie jaar inlast, wordt er nu ruim de tijd genomen om de ideeën uit te werken tot kant en klare songs. De elektronische didgeridoo achtige spanningsboog waarmee Outta Here opent gaat aangenaam over in de hese zangpartijen van Will Butler. Het toegankelijke retro disco geluid sluit erg aan op de sound van Everything Now van Arcade Fire. Sterker nog, deze past daar met gemak tussen, en had dan zelfs tot de hoogtepunten gerekend moeten worden, mede omdat het experimentele geluid van Reflektor er ook aangenaam in door echoot.
Een soulvolle biecht die Will Butler gelijk reinigt van zijn misstap van vijf jaar geleden. Met de veelzijdige muzikanten Miles Francis, Sara Dobbs, Julie Shore en Jenny Shore als begeleidingsband wordt direct al duidelijk dat de nadruk op de stevigere synthpop ligt. Er zijn zelfs genoeg raakvlakken te horen in het stemgeluid van de twee broers. Win heeft alleen een melancholische gepolijste ietwat cleane afwerking, terwijl bij Will de hardwerkende Do It Yourself houding domineert. En niet alleen in de vocalen! Bethlehem is heerlijk agressieve schreeuwerige noiserock waarbij het overtuigende gejaagde gitaarwerk de elektronica een achtergrondfunctie toe dwingt.
Het licht zwalkende fragiele Close My Eyes krijgt een opbeurende injectie als daar de ondersteunende dameszang aan toegevoegd worden. De afwisseling tussen harde elektrobeats, new wave disco in Promised en zachte gospelachtige tracks als Surrender en zorgen voor genoeg variatie waarbij Will Butler sporadisch lichtelijk enthousiast vocaal wat uit de bocht vliegt. Maar die gepassioneerde uithalen zijn hem vergeven, en voegen net dat stukje jeugdige eigenzinnigheid toe. Die combinatie is nog beter te ervaren in het door zware misvormde mechanisch ritmes gevormde Hide It Away, waardoor de zangkwaliteiten van Will Butler het beste tot hun recht komen. Die diepere laag bevindt zich ook in de eighties aerobic white soul van Hard Times waar vervreemdende samplers zorgen voor het hedendaagse evenwicht.
Net als op het zwaardere The Funeral ligt de angst voor dood op de loer in het opgeluchte bevrijdende klinkende Not Gonna Die waar alle onwaarschijnlijke clichés omtrent het overlijden voorbij komen. De denkbeeldige begrafenisstoet komt al begeleid door een veelvoud aan treurende opgewekte blazers langs om de laatste eer te bewijzen, het ironische karakter getuigt van een gezond gevoel aan zelfspot. Met Fine gaan we zelfs geschiedkundig gezien ver terug in de tijd, de lazy jazzy begeleiding herplaatst zich in de swingende jaren twintig, toen de voorouders van de Butler broertjes leefden, een andere generatie, en ook hiermee een vette knipoog naar de albumtitel.
Genarations heeft dezelfde nostalgische hang naar het verleden als The Suburbs en ademt in alles hoop en verlangen uit. Dit beloofd wat voor de vooruitgeschoven nieuwe plaat van Arcade Fire. Eigenlijk is al het goede van de band terug te horen op Generations, waar geen missers op te vinden zijn.
Will Butler - Generations | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Doordat Arcade Fire bijna traditioneel een pauze van drie jaar inlast, wordt er nu ruim de tijd genomen om de ideeën uit te werken tot kant en klare songs. De elektronische didgeridoo achtige spanningsboog waarmee Outta Here opent gaat aangenaam over in de hese zangpartijen van Will Butler. Het toegankelijke retro disco geluid sluit erg aan op de sound van Everything Now van Arcade Fire. Sterker nog, deze past daar met gemak tussen, en had dan zelfs tot de hoogtepunten gerekend moeten worden, mede omdat het experimentele geluid van Reflektor er ook aangenaam in door echoot.
Een soulvolle biecht die Will Butler gelijk reinigt van zijn misstap van vijf jaar geleden. Met de veelzijdige muzikanten Miles Francis, Sara Dobbs, Julie Shore en Jenny Shore als begeleidingsband wordt direct al duidelijk dat de nadruk op de stevigere synthpop ligt. Er zijn zelfs genoeg raakvlakken te horen in het stemgeluid van de twee broers. Win heeft alleen een melancholische gepolijste ietwat cleane afwerking, terwijl bij Will de hardwerkende Do It Yourself houding domineert. En niet alleen in de vocalen! Bethlehem is heerlijk agressieve schreeuwerige noiserock waarbij het overtuigende gejaagde gitaarwerk de elektronica een achtergrondfunctie toe dwingt.
Het licht zwalkende fragiele Close My Eyes krijgt een opbeurende injectie als daar de ondersteunende dameszang aan toegevoegd worden. De afwisseling tussen harde elektrobeats, new wave disco in Promised en zachte gospelachtige tracks als Surrender en zorgen voor genoeg variatie waarbij Will Butler sporadisch lichtelijk enthousiast vocaal wat uit de bocht vliegt. Maar die gepassioneerde uithalen zijn hem vergeven, en voegen net dat stukje jeugdige eigenzinnigheid toe. Die combinatie is nog beter te ervaren in het door zware misvormde mechanisch ritmes gevormde Hide It Away, waardoor de zangkwaliteiten van Will Butler het beste tot hun recht komen. Die diepere laag bevindt zich ook in de eighties aerobic white soul van Hard Times waar vervreemdende samplers zorgen voor het hedendaagse evenwicht.
Net als op het zwaardere The Funeral ligt de angst voor dood op de loer in het opgeluchte bevrijdende klinkende Not Gonna Die waar alle onwaarschijnlijke clichés omtrent het overlijden voorbij komen. De denkbeeldige begrafenisstoet komt al begeleid door een veelvoud aan treurende opgewekte blazers langs om de laatste eer te bewijzen, het ironische karakter getuigt van een gezond gevoel aan zelfspot. Met Fine gaan we zelfs geschiedkundig gezien ver terug in de tijd, de lazy jazzy begeleiding herplaatst zich in de swingende jaren twintig, toen de voorouders van de Butler broertjes leefden, een andere generatie, en ook hiermee een vette knipoog naar de albumtitel.
Genarations heeft dezelfde nostalgische hang naar het verleden als The Suburbs en ademt in alles hoop en verlangen uit. Dit beloofd wat voor de vooruitgeschoven nieuwe plaat van Arcade Fire. Eigenlijk is al het goede van de band terug te horen op Generations, waar geen missers op te vinden zijn.
Will Butler - Generations | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Willard Grant Conspiracy - Ghost Republic (2013)

3,5
0
geplaatst: 8 april 2017, 01:51 uur
De laatste van Robert Fisher, die helaas in februari is overleden.
Vrij rustig album, die door het gebruik van het treurige vioolspel raakvlakken heeft met het latere werk van Nick Cave, waarbij Warren Ellis een grote rol vervulde.
Viel mij bij verschijnen wat tegen, was wat ruiger werk verwacht.
Achteraf gezien is dit wel een prachtige zwanenzang van deze zeer onderschatte artiest.
Vrij rustig album, die door het gebruik van het treurige vioolspel raakvlakken heeft met het latere werk van Nick Cave, waarbij Warren Ellis een grote rol vervulde.
Viel mij bij verschijnen wat tegen, was wat ruiger werk verwacht.
Achteraf gezien is dit wel een prachtige zwanenzang van deze zeer onderschatte artiest.
Willard Grant Conspiracy - Let It Roll (2006)

4,5
0
geplaatst: 26 juni 2010, 23:07 uur
Kippenvel in een kloosterkapel.
Een wat gezette frontman zittend op een barkruk.
Ons mee nemend in het moment van afscheid.
Vaarwel zeggend tegen geliefden.
Een lange reis voor de boeg.
Vaderland Amerika verworden tot een donkere stip.
Toerschema in Europa.
Weken ver weg van huis.
Heimwee naar het leven.
Nieuwe bodems betasten.
Distant Shore.
Hoe treurig kan een trompet klinken.
Verwacht geen hoempapa en fanfare.
Getuige van iemands diepste gevoelens.
Mijn eerste kennismaking was gelijk een heftige confrontatie.
Zelden zo ontroerd geraakt bij een concert.
Wie is die Robert Fisher?
Chris Eckman van The Walkabouts tot zijn vriendenkring rekenend.
Vertrouwen en steun biedend door zijn begeleidend gitaarspel.
Het meesterstuk Let It Roll.
Het gejaagde instrumentale vioolspel.
Onverwachts overgaand in subtiele pianoklanken.
De rauwe donkere stem die de rust inluid.
Overstuurs in volledige overgave ontroeren.
Americana met een duidelijke Cave flow.
Johnny Cash die goedkeurend neder kijkt.
Weer een volgeling tot zijn apostelen rekenend.
Het nalatenschap in ere latend.
Wat valt hier verder nog over te zeggen.
Je moet het gewoon ervaren.
Een wat gezette frontman zittend op een barkruk.
Ons mee nemend in het moment van afscheid.
Vaarwel zeggend tegen geliefden.
Een lange reis voor de boeg.
Vaderland Amerika verworden tot een donkere stip.
Toerschema in Europa.
Weken ver weg van huis.
Heimwee naar het leven.
Nieuwe bodems betasten.
Distant Shore.
Hoe treurig kan een trompet klinken.
Verwacht geen hoempapa en fanfare.
Getuige van iemands diepste gevoelens.
Mijn eerste kennismaking was gelijk een heftige confrontatie.
Zelden zo ontroerd geraakt bij een concert.
Wie is die Robert Fisher?
Chris Eckman van The Walkabouts tot zijn vriendenkring rekenend.
Vertrouwen en steun biedend door zijn begeleidend gitaarspel.
Het meesterstuk Let It Roll.
Het gejaagde instrumentale vioolspel.
Onverwachts overgaand in subtiele pianoklanken.
De rauwe donkere stem die de rust inluid.
Overstuurs in volledige overgave ontroeren.
Americana met een duidelijke Cave flow.
Johnny Cash die goedkeurend neder kijkt.
Weer een volgeling tot zijn apostelen rekenend.
Het nalatenschap in ere latend.
Wat valt hier verder nog over te zeggen.
Je moet het gewoon ervaren.
William Doyle - Great Spans of Muddy Time (2021)

4,0
1
geplaatst: 18 april 2021, 13:10 uur
Wat zegt het klassieke 17-eeuwse doek Een pelikaan en ander gevogelte bij een waterbassin van de Amsterdamse renaissance schilder Melchior d’Hondecoeter over de Engelse vooruitstrevende elektronicamuzikant William Doyle? Buiten het feit dat ze beide kunstenaars zijn die het vak erg goed beheersen helemaal niks. Het is puur toeval dat de Engelsman bij het bezoek aan het Rijksmuseum archief gefascineerd raakte door dit schilderij, en deze als albumhoes gebruikt voor Great Spans of Muddy Time.
Nadat zijn vorige plaat Your Wilderness Revisited de nodige lofbetuigingen mocht ontvangen, besluit de creatieveling om niet voort te borduren op dit succes. Diep in hem hunkert het verlangen om juist de avontuurlijke kant op te zoeken. Een persoonlijke signatuur waarmee hij gelijk zijn commerciële zelfmoord in werking stelt. Dit muzikale wonderkind maakte al eerder een droomstart toen hij onder zijn alias East India Youth verschillende nominaties binnenhaalde met zijn debuut Total Strife Forever. De prestigedrang om zichzelf te blijven ontwikkelen weegt echter zwaarder dan aan het perfectionistische ideaalbeeld van de popcritici en muziekliefhebber te voldoen.
Is Great Spans of Muddy Time dan een slechtere plaat geworden? Zeker niet! Maar het vergt de nodige tijd om de schoonheid hiervan te ontdekken, al pakt hij in het begin nog bijzonder toegankelijk uit. I Need to Keep You in My Life heeft nog fraaie klassiek geschoolde songstructuren en is een aangenaam opwarmertje voor die prachtige hoge vocale kunsten van William Doyle. Als een onschuldig klinkende koorzanger laat hij een adembenemende indruk achter. De soepele dromerige opbouw krijgt tegengas door hier en daar de uitbundige wilde geluidsexplosies aan toe te voegen. Maar wat blijft hij nog dicht bij zichzelf en getuigt hij nogmaals de nodige specialistische kennis te bezitten om zeer sfeervol af te trappen.
And Everything Changed (But I Feel Alright) beweegt zich op het vlak van eighties disco en komt misschien nog wel beter tot zijn recht dan de zeker niet misselijke opener. Als een gekweld dier ontsnappen de heerlijke gitaarakkoorden om de ruimte te vervullen met een optimaal uitgebalanceerde new wave klimaat. Er zeeft een laaghangend laagje melancholie boven die net een tikkeltje voor die trieste ondertoon zorgt. In diezelfde lijn ligt de ouderwetse synthpop van Nothing At All, waarmee duidelijk aansluiting gezocht wordt met de theatrale melancholiek van New Order en Pet Shop Boys. Tot hiertoe voldoet hij nog volledig aan de wensen van de luisteraar, vervolgens vergt het allemaal meer inlevingsvermogen.
Somewhere Totally Else kruipt al sissend en schokkend dieper onder de huid en zorgt al snel voor het verwachtte keerpunt. De speelsheid van de vintage Krautrock keyboardgeluiden ontwikkelen zich als een vervelende stoorzender die bewust de aandacht opeist. Eigenlijk zoekt William Doyle gewoon het vroegere breekpunt op dat de Krautrock bejubelend overgaat in de hitgevoelige synthpop. Een zoektocht welke uiteindelijk leidt tot het voltooide Rainfalls en het Orchestral Manoeuvres in the Dark achtige Theme from Muddy Time, een band die met Dazzle Ships ook bijna hun vers verworven sterrenstatus verspeelden.
De fragmentarische stukken als de met percussie volgestopte Shadowtackling, het afbrekende geluidslandschap van A Forgotten Film en de krakende kitsch Semi-bionic zijn een futuristische aanval op het muzikale belevingswereld. Harp strelingen overheersen in het zwaar drukkende Who Cares en het luchtige St. Giles’ Hill. Het Oosterse mediterende [A Sea of Thoughts Behind It] heeft door de gitaarlijnen de kracht van de optimistische post-punk en mag gerust genoemd worden als een waardevolle afsluiter.
Zou dit een voorstudie zijn voor een meesterlijke vervolgstap, waarmee hij voor altijd het spanningsveld tussen pop en klassiek laat samenvloeien tot een universeel geheel? Of is dit een onbeantwoorde hoopvolle voorspelling? Heeft William Doyle mij net zo sterk overtuigd als met Your Wilderness Revisited? Jazeker, al zal de waarde van Is Great Spans of Muddy Time waarschijnlijk pas jaren later juist ingeschat worden.
William Doyle - Great Spans of Muddy Time | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Nadat zijn vorige plaat Your Wilderness Revisited de nodige lofbetuigingen mocht ontvangen, besluit de creatieveling om niet voort te borduren op dit succes. Diep in hem hunkert het verlangen om juist de avontuurlijke kant op te zoeken. Een persoonlijke signatuur waarmee hij gelijk zijn commerciële zelfmoord in werking stelt. Dit muzikale wonderkind maakte al eerder een droomstart toen hij onder zijn alias East India Youth verschillende nominaties binnenhaalde met zijn debuut Total Strife Forever. De prestigedrang om zichzelf te blijven ontwikkelen weegt echter zwaarder dan aan het perfectionistische ideaalbeeld van de popcritici en muziekliefhebber te voldoen.
Is Great Spans of Muddy Time dan een slechtere plaat geworden? Zeker niet! Maar het vergt de nodige tijd om de schoonheid hiervan te ontdekken, al pakt hij in het begin nog bijzonder toegankelijk uit. I Need to Keep You in My Life heeft nog fraaie klassiek geschoolde songstructuren en is een aangenaam opwarmertje voor die prachtige hoge vocale kunsten van William Doyle. Als een onschuldig klinkende koorzanger laat hij een adembenemende indruk achter. De soepele dromerige opbouw krijgt tegengas door hier en daar de uitbundige wilde geluidsexplosies aan toe te voegen. Maar wat blijft hij nog dicht bij zichzelf en getuigt hij nogmaals de nodige specialistische kennis te bezitten om zeer sfeervol af te trappen.
And Everything Changed (But I Feel Alright) beweegt zich op het vlak van eighties disco en komt misschien nog wel beter tot zijn recht dan de zeker niet misselijke opener. Als een gekweld dier ontsnappen de heerlijke gitaarakkoorden om de ruimte te vervullen met een optimaal uitgebalanceerde new wave klimaat. Er zeeft een laaghangend laagje melancholie boven die net een tikkeltje voor die trieste ondertoon zorgt. In diezelfde lijn ligt de ouderwetse synthpop van Nothing At All, waarmee duidelijk aansluiting gezocht wordt met de theatrale melancholiek van New Order en Pet Shop Boys. Tot hiertoe voldoet hij nog volledig aan de wensen van de luisteraar, vervolgens vergt het allemaal meer inlevingsvermogen.
Somewhere Totally Else kruipt al sissend en schokkend dieper onder de huid en zorgt al snel voor het verwachtte keerpunt. De speelsheid van de vintage Krautrock keyboardgeluiden ontwikkelen zich als een vervelende stoorzender die bewust de aandacht opeist. Eigenlijk zoekt William Doyle gewoon het vroegere breekpunt op dat de Krautrock bejubelend overgaat in de hitgevoelige synthpop. Een zoektocht welke uiteindelijk leidt tot het voltooide Rainfalls en het Orchestral Manoeuvres in the Dark achtige Theme from Muddy Time, een band die met Dazzle Ships ook bijna hun vers verworven sterrenstatus verspeelden.
De fragmentarische stukken als de met percussie volgestopte Shadowtackling, het afbrekende geluidslandschap van A Forgotten Film en de krakende kitsch Semi-bionic zijn een futuristische aanval op het muzikale belevingswereld. Harp strelingen overheersen in het zwaar drukkende Who Cares en het luchtige St. Giles’ Hill. Het Oosterse mediterende [A Sea of Thoughts Behind It] heeft door de gitaarlijnen de kracht van de optimistische post-punk en mag gerust genoemd worden als een waardevolle afsluiter.
Zou dit een voorstudie zijn voor een meesterlijke vervolgstap, waarmee hij voor altijd het spanningsveld tussen pop en klassiek laat samenvloeien tot een universeel geheel? Of is dit een onbeantwoorde hoopvolle voorspelling? Heeft William Doyle mij net zo sterk overtuigd als met Your Wilderness Revisited? Jazeker, al zal de waarde van Is Great Spans of Muddy Time waarschijnlijk pas jaren later juist ingeschat worden.
William Doyle - Great Spans of Muddy Time | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
William Tyler - Goes West (2019)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:29 uur
Als Lambchop je basis is, dan mag je spreken van de nodige muzikale bagage. Deze alternatieve countryband is zeker geen onbekende naam. Als muzikantencollectief zijnde al de nodige releases achter je naam staande, en tevens Vic Chesnutt mogen begeleiden op diens The Salesman and Bernadette. Oud gediende William Tyler brengt met Goes West zijn vierde soloplaat uit. De gitarist waagt zich niet aan de zang, neemt ook geen andere vocalisten in de arm, maar blijft zich voornamelijk richten op zijn eigen kunnen. Dan moet je over het algemeen wel sterk materiaal af leveren om ruim een half uur te blijven boeien. Dit grote talent uit Nashville is echter niet de enige gitarist die je hoort op Goes West. Het volle geluid wordt mede bepaald door collega’s Meg Duffy en Bill Frisell. Ondersteund door bassist Brad Cook, die tevens verantwoordelijk is als producent, drummer Griffin Goldsmith en keyboardspeler James Wallace.
Goes West is een mooie filmische plaat geworden, een waardige opvolger van zijn derde soloplaat Modern Country. Niet dat hij gelijk vanaf Alpine Star je weet te verrassen, al wordt de ontstaande ruimte benut door andere elementen. Eerst met de aangename toevoeging hier van sfeervolle drums die er al roffelend inslaan. De basis voor het album ligt duidelijk in thuishaven en country hoofdstad Nashville. Dat die invloeden aanwezig zijn, is te verwachten. Toch maakt William Tyler vooral op de folk gerichte melodieën. De ene keer levert dit soepele huiskamer tracks op, maar bij Venus in Aquarius hoor je ook zeker een duistere ondertoon als de gitaar halverwege met lager gestemde akkoorden verder gaat waardoor het net wat extra glans krijgt.
Meer traditioneel gaat hij verder in Fail Safe, waar het leven van Robin Hood in Sherwood Forest op folky wijze tentoon lijkt te staan, zo erg wordt het middeleeuwse hier opgeroepen. Met Man in a Hurry zoekt hij op een geslaagde manier aansluiting bij de op dit moment nog steeds heersende indierock met jaren tachtig sfeertje, gevormd in de basis van Americana. Een met sterk tussengedeelte dromerige track welke helaas wel wat voort kabbelt. Zijn kundigheid leent zich echter voldoende om ook met een vocalist aan het werk te gaan. Misschien niet onder zijn eigen naam, maar meer in groepsverband. Al is de kans dan groot dat zijn rol beperkt blijft tot een goede teamspeler, verantwoordelijk voor de lastige voorzetten, die iemand anders dan mag inkoppen. Nu gaat hij vaak de veilige kant op. Laat ik het zo stellen, een sappige steak smaakt ook heerlijk met pittige chilisaus, niet altijd hoeft er voor barbecuesaus gekozen te worden.
William Tyler - Goes West | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Goes West is een mooie filmische plaat geworden, een waardige opvolger van zijn derde soloplaat Modern Country. Niet dat hij gelijk vanaf Alpine Star je weet te verrassen, al wordt de ontstaande ruimte benut door andere elementen. Eerst met de aangename toevoeging hier van sfeervolle drums die er al roffelend inslaan. De basis voor het album ligt duidelijk in thuishaven en country hoofdstad Nashville. Dat die invloeden aanwezig zijn, is te verwachten. Toch maakt William Tyler vooral op de folk gerichte melodieën. De ene keer levert dit soepele huiskamer tracks op, maar bij Venus in Aquarius hoor je ook zeker een duistere ondertoon als de gitaar halverwege met lager gestemde akkoorden verder gaat waardoor het net wat extra glans krijgt.
Meer traditioneel gaat hij verder in Fail Safe, waar het leven van Robin Hood in Sherwood Forest op folky wijze tentoon lijkt te staan, zo erg wordt het middeleeuwse hier opgeroepen. Met Man in a Hurry zoekt hij op een geslaagde manier aansluiting bij de op dit moment nog steeds heersende indierock met jaren tachtig sfeertje, gevormd in de basis van Americana. Een met sterk tussengedeelte dromerige track welke helaas wel wat voort kabbelt. Zijn kundigheid leent zich echter voldoende om ook met een vocalist aan het werk te gaan. Misschien niet onder zijn eigen naam, maar meer in groepsverband. Al is de kans dan groot dat zijn rol beperkt blijft tot een goede teamspeler, verantwoordelijk voor de lastige voorzetten, die iemand anders dan mag inkoppen. Nu gaat hij vaak de veilige kant op. Laat ik het zo stellen, een sappige steak smaakt ook heerlijk met pittige chilisaus, niet altijd hoeft er voor barbecuesaus gekozen te worden.
William Tyler - Goes West | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Wipers - Youth of America (1981)

4,0
1
geplaatst: 17 september 2010, 23:50 uur
Lange tijd met een vraag in mijn hoofd rond gelopen.
Je had de scene rond CBGB in New York.
Ramones, Television, Blondie, Patti Smith en Talking Heads.
Vervolgens Sonic Youth, Hüsker Dü en Pixies.
Waar de gitaarbands uit de jaren 90 weer uit voort kwamen.
Maar ergens klopte er iets niet.
Ik miste een schakel.
Niet alle punkrock is hier naar terug te voeren.
Ergens moet nog een factor kwaadheid hebben gezeten.
Gecombineerd met geniaal gitaarwerk.
En dat gevoel had ik voornamelijk bij het hele grunge gebeuren.
Is het allemaal wel zo origineel.
Is This Real?
Nirvana, Mudhoney en Schreeching Weasel.
Wie was jullie grote inspiratiebron?
Bij toeval ooit een verzamelaar gekocht met belangrijke muziek uit de jaren tachtig.
All Lined Up genaamd.
Daar werd ik regelmatig verrast.
Zo ook door deze band.
Wipers.
When It’s Over.
Geweldig nummer; meesterlijke opbouw.
Intro waar geen einde aan dreigt te komen.
Gefluister overgaand in hartstochtelijk geschreeuw.
Opeens vielen de puzzelstukjes in elkaar.
Dit was de puurheid waarna ik op zoek was.
Een pagina uit de muzikale geschiedenisboeken.
Blijven liggen bij de drukkerij.
Om vervolgens vanwege onwetendheid in de prullenbak te belanden.
Nooit genoemd te worden.
Waarom is de erkenning niet gekomen?
Hoe breder zou het popklimaat geworden zijn als jonge beginnende bands Youth Of America in hun basispakket hadden gehad.
Pas aan het werk mochten na een Wipers examen.
Afgesloten met een ruime voldoende.
Je had de scene rond CBGB in New York.
Ramones, Television, Blondie, Patti Smith en Talking Heads.
Vervolgens Sonic Youth, Hüsker Dü en Pixies.
Waar de gitaarbands uit de jaren 90 weer uit voort kwamen.
Maar ergens klopte er iets niet.
Ik miste een schakel.
Niet alle punkrock is hier naar terug te voeren.
Ergens moet nog een factor kwaadheid hebben gezeten.
Gecombineerd met geniaal gitaarwerk.
En dat gevoel had ik voornamelijk bij het hele grunge gebeuren.
Is het allemaal wel zo origineel.
Is This Real?
Nirvana, Mudhoney en Schreeching Weasel.
Wie was jullie grote inspiratiebron?
Bij toeval ooit een verzamelaar gekocht met belangrijke muziek uit de jaren tachtig.
All Lined Up genaamd.
Daar werd ik regelmatig verrast.
Zo ook door deze band.
Wipers.
When It’s Over.
Geweldig nummer; meesterlijke opbouw.
Intro waar geen einde aan dreigt te komen.
Gefluister overgaand in hartstochtelijk geschreeuw.
Opeens vielen de puzzelstukjes in elkaar.
Dit was de puurheid waarna ik op zoek was.
Een pagina uit de muzikale geschiedenisboeken.
Blijven liggen bij de drukkerij.
Om vervolgens vanwege onwetendheid in de prullenbak te belanden.
Nooit genoemd te worden.
Waarom is de erkenning niet gekomen?
Hoe breder zou het popklimaat geworden zijn als jonge beginnende bands Youth Of America in hun basispakket hadden gehad.
Pas aan het werk mochten na een Wipers examen.
Afgesloten met een ruime voldoende.
Wire - IBTABA (1989)
Alternatieve titel: It's Beginning to and Back Again

3,5
0
geplaatst: 21 april 2016, 15:40 uur
Finest Drops klinkt als een Simple Minds song uit begin jaren 80.
Niet alleen de bas en de keyboard, maar ook de zang heeft behoorlijk veel raakvlakken.
Heel verfrissend allemaal.
Nummers die Simple Minds voor hun grote doorbraak hadden mogen maken.
Songs die niet passen bij de Wire van de eerste drie albums.
Eardrum Buzz sluit hier qua sound perfect op aan.
Vervolgens gaat het meer over naar de sound van The Ideal Copy, maar dan net wat toegankelijker.
Voor mij is de Wire periode uit de jaren 80 de meest boeiende.
Sorry puristen, maar ik hou dus wel van een meer toegankelijker geluid.
Hier gebeurd nog genoeg in, waardoor het eigen blijft.
Niet alleen de bas en de keyboard, maar ook de zang heeft behoorlijk veel raakvlakken.
Heel verfrissend allemaal.
Nummers die Simple Minds voor hun grote doorbraak hadden mogen maken.
Songs die niet passen bij de Wire van de eerste drie albums.
Eardrum Buzz sluit hier qua sound perfect op aan.
Vervolgens gaat het meer over naar de sound van The Ideal Copy, maar dan net wat toegankelijker.
Voor mij is de Wire periode uit de jaren 80 de meest boeiende.
Sorry puristen, maar ik hou dus wel van een meer toegankelijker geluid.
Hier gebeurd nog genoeg in, waardoor het eigen blijft.
Wire - Pink Flag (1977)

3,0
0
geplaatst: 13 oktober 2016, 23:57 uur
De energie van punk, omgezet tot een vorm van positivisme.
Je kan natuurlijk alleen met stenen gooien, maar het is ook mogelijk om daarmee juist iets op te bouwen.
Misschien ligt dit album alleen daarom al in het verlengde van de eerste twee albums van The Stranglers.
Alleen deden die teveel hun best om de intellectuele kunstacademicus uit te hangen, terwijl het bij Wire al vanaf het begin al voelde dat we hier met zeer slimme muzikanten te maken hebben.
Baanbrekend debuut, maar afgaande op hun sound, vind ik de jaren 80 albums wel een stuk sterker en boeiender.
Je kan natuurlijk alleen met stenen gooien, maar het is ook mogelijk om daarmee juist iets op te bouwen.
Misschien ligt dit album alleen daarom al in het verlengde van de eerste twee albums van The Stranglers.
Alleen deden die teveel hun best om de intellectuele kunstacademicus uit te hangen, terwijl het bij Wire al vanaf het begin al voelde dat we hier met zeer slimme muzikanten te maken hebben.
Baanbrekend debuut, maar afgaande op hun sound, vind ik de jaren 80 albums wel een stuk sterker en boeiender.
Wire - The Ideal Copy (1987)

4,0
0
geplaatst: 15 maart 2010, 16:19 uur
Als je de zang bij openingsnummer The Point of Collapse hoort, dan moet ik sterk aan Bernard Sumner van New Order denken.
Muzikaal klinkt het wel anders, maar toch ademt dit album duidelijk een duister wave geluid uit.
Raakvlakken zijn er dan ook in Ahead met Simple Minds (keyboards) en Depeche Mode (percussie).
Ik ben dan ook duidelijk liefhebber de jaren 80 periode, en heb als minderheid weinig met hun geprezen eerste albums. De solo albums van boegbeeld Colin Newman uit deze tijd zijn horen daar mede bij.
Hier komt het artistieke element beter tot zijn recht, en is het onderdeel van het album.
Niet ten koste gaand van de muzikaal zeer fraaie songs.
Al blijft het experiment duidelijk aanwezig.
Het ene moment dromerig zoals in Madman’s Honey; vervolgens bijtend en donker in Feed Me.
Feed Me is een geval apart.
Dit is Dracula, die na jaren ontwaakt en alle mogelijkheden aan grijpt om zijn honger te stillen.
De eerste keer Feed Me is een openbaring.
Het antwoord op Bela Lugosi's Dead van Bauhaus.
De live versie op The Ideal Copy klinkt totaal anders, maar is niet veel minder.
Genoeg variatie in dit Monument Of The Eighties.
Liefhebbers van Gang Of Four en Talking Heads zullen zich ook hier in kunnen vinden.
Persoonlijk vind ik dit wel een stuk toegankelijker dan Gang Of Four.
De flirt met Funk is op The Ideal Copy net als bij bovenstaande bands aanwezig.
Muzikaal klinkt het wel anders, maar toch ademt dit album duidelijk een duister wave geluid uit.
Raakvlakken zijn er dan ook in Ahead met Simple Minds (keyboards) en Depeche Mode (percussie).
Ik ben dan ook duidelijk liefhebber de jaren 80 periode, en heb als minderheid weinig met hun geprezen eerste albums. De solo albums van boegbeeld Colin Newman uit deze tijd zijn horen daar mede bij.
Hier komt het artistieke element beter tot zijn recht, en is het onderdeel van het album.
Niet ten koste gaand van de muzikaal zeer fraaie songs.
Al blijft het experiment duidelijk aanwezig.
Het ene moment dromerig zoals in Madman’s Honey; vervolgens bijtend en donker in Feed Me.
Feed Me is een geval apart.
Dit is Dracula, die na jaren ontwaakt en alle mogelijkheden aan grijpt om zijn honger te stillen.
De eerste keer Feed Me is een openbaring.
Het antwoord op Bela Lugosi's Dead van Bauhaus.
De live versie op The Ideal Copy klinkt totaal anders, maar is niet veel minder.
Genoeg variatie in dit Monument Of The Eighties.
Liefhebbers van Gang Of Four en Talking Heads zullen zich ook hier in kunnen vinden.
Persoonlijk vind ik dit wel een stuk toegankelijker dan Gang Of Four.
De flirt met Funk is op The Ideal Copy net als bij bovenstaande bands aanwezig.
Wish - Monochrome (1995)

3,5
0
geplaatst: 30 mei 2010, 15:23 uur
Dat werd inderdaad eens tijd.
1995/1996.
Opkomst van sprookjesachtige metal met Gothic invloeden.
Trouwjurken van moeder werd van zolder gehaald.
Gedragen door zangeressen van de opkomende stroming binnen het Metal gebeuren in Nederland.
Within Temptation, Orphanage en The Gathering als vaandeldragers.
In deze vernieuwende fase.
Vernieuwend?
Het fundament werd al een paar jaar eerder gebouwd door laats genoemde band.
1992.
Bart Smits was zanger bij The Gathering ten tijden van Always…
Samen met Marike Groot verzorgde hij de zangpartijen.
Hoorbaar in King For A Day en Second Sunrise.
Hun sound is te linken aan Gothic van Paradise Lost.
De Britse voorlopers.
Wish was het volgende project van Bart Smits.
Terwijl de rest nog viste in de vijver van Paradise Lost.
Had hij zijn hengel bij een meer Sisters Of Mercy achtig geluid uit geworpen.
Zangpartijen die zich krachtiger ontwikkelden.
De grunt vrijwel afgezworen.
Dansinvloeden deden hun intrede.
Klaar voor de volgende stap.
Ondanks een mooie eigen geluid, miste Wish vreemd genoeg de aansluiting.
Teksten over levensvragen.
Compact samen gebracht in omlijste landschappen.
Al blijft het mysterie aanwezig.
Bart die zich ontwikkeld heeft tot een betere dromerige schrijver.
Zonder het contact met de realiteit te verliezen.
Zijn hersenspinsels muzikaal vorm gegeven.
Zou het komen door het zwaardere winterse geluid.
Is Nederland toe aan de lente variant?
Verdorde bruine bladeren of juist opbloeiende kleurige bloemen.
De grote schoonmaak.
Voor mij een groot raadsel.
Jane Doe zou de opvolgende EP worden.
Drie sterke nummers die mij nieuwsgierig maakten.
Hopend op een mooi vervolg.
Met de daarop volgende EP Ground Zero Heavon overheerst een industrieel geluid.
Het tweede album is er helaas nooit gekomen.
Gelukkig kan ik deze nog regelmatig draaien.
Within Temptation - Mother Earth (2000)

5,0
0
geplaatst: 31 januari 2011, 23:36 uur
Het gevoel van hevige verliefdheid.
Niks in de wereld kan dit weg nemen.
Je staat er mee op, en gaat er mee naar bed.
Alles om je heen is even mooi.
Je hebt de vrouw van je dromen ontmoet.
Nadere kennismaking geeft een ander beeld.
Irritaties om het overdreven gelach.
Een neus die te scheef staat.
Continu die naar nicotine stinkende adem.
Je besluit om hier niet verder mee te gaan.
Wegen scheiden zich hier.
Twee jaar later ben je haar totaal vergeten.
Dan ontmoet je elkaar weer.
Allebei ondertussen huisje, boompje, beestje.
Gestopt met roken.
Beter dan ooit kunnen praten over vroeger.
Elkaars humor weer waarderen.
Met een omhelzing afscheid nemen.
Terug in je dagelijkse patroon.
Concluderen dat het verleden best oké was.
Soortgelijk gevoel had ik bij Mother Earth.
Ice Queen was overweldigend.
Deric was hier jaren naar op zoek geweest.
Alles klopte aan Within Temptation.
Kocht dezelfde leren broeken als de bandleden.
Ook mijn langere haar verdween voor ultra kort.
Mijn dochter is zelfs genoemd naar de eerstgeborene van Sharon en Robert.
Maar dan opeens kom je er achter.
De aandacht is helemaal weg.
Eerst dagelijks in de cd speler.
Wekelijks, maandelijks, eens per jaar.
Waar ligt het aan?
Het gevoel wordt vlakker.
En dan zet je Mother Earth weer eens op.
En eventjes is het er weer.
Vertrouwd luister je verder.
Maar de impact is verdwenen.
Onverklaarbaar.
Ondanks dat de kwaliteit hetzelfde blijft.
Zijn het de hoge zangpartijen?
Eftelinggehalte?
Persoonlijke overgave aan volwassenheid?
Andere invulling van je leven?
Het past er niet meer tussen als voorheen.
Niks in de wereld kan dit weg nemen.
Je staat er mee op, en gaat er mee naar bed.
Alles om je heen is even mooi.
Je hebt de vrouw van je dromen ontmoet.
Nadere kennismaking geeft een ander beeld.
Irritaties om het overdreven gelach.
Een neus die te scheef staat.
Continu die naar nicotine stinkende adem.
Je besluit om hier niet verder mee te gaan.
Wegen scheiden zich hier.
Twee jaar later ben je haar totaal vergeten.
Dan ontmoet je elkaar weer.
Allebei ondertussen huisje, boompje, beestje.
Gestopt met roken.
Beter dan ooit kunnen praten over vroeger.
Elkaars humor weer waarderen.
Met een omhelzing afscheid nemen.
Terug in je dagelijkse patroon.
Concluderen dat het verleden best oké was.
Soortgelijk gevoel had ik bij Mother Earth.
Ice Queen was overweldigend.
Deric was hier jaren naar op zoek geweest.
Alles klopte aan Within Temptation.
Kocht dezelfde leren broeken als de bandleden.
Ook mijn langere haar verdween voor ultra kort.
Mijn dochter is zelfs genoemd naar de eerstgeborene van Sharon en Robert.
Maar dan opeens kom je er achter.
De aandacht is helemaal weg.
Eerst dagelijks in de cd speler.
Wekelijks, maandelijks, eens per jaar.
Waar ligt het aan?
Het gevoel wordt vlakker.
En dan zet je Mother Earth weer eens op.
En eventjes is het er weer.
Vertrouwd luister je verder.
Maar de impact is verdwenen.
Onverklaarbaar.
Ondanks dat de kwaliteit hetzelfde blijft.
Zijn het de hoge zangpartijen?
Eftelinggehalte?
Persoonlijke overgave aan volwassenheid?
Andere invulling van je leven?
Het past er niet meer tussen als voorheen.
Wolf Alice - Blue Weekend (2021)

4,0
2
geplaatst: 7 juni 2021, 17:00 uur
Het is februari 2013 als Wolf Alice de debuutsingle Fluffy lanceert. Er wordt sterk teruggegrepen naar die energieke indierock periode welke halverwege de jaren negentig de grunge op een zijspoor zet. De rol van vrouwelijke boegbeelden wordt groter en invloedrijker. Rockchicks is de oneerbiedige benaming waarmee de vrijgevochten muzikanten worden gestigmatiseerd, terwijl ze juist een gelijkwaardige status als hun mannelijke collega’s verdienen.
Die aangename mix van stevige rock en hemelse zangpartijen inspireren zangeres Ellie Rowsell en gitarist Joff Oddie om hun akoestische basis om te zetten in steviger werk. Nadat bassist Theo Ellis en drummer Joel Amey zich bij het duo gevoegd hebben verschijnt in 2015 My Love Is Cool onder de Wolf Alice vlag, twee jaar gevolgd door het met de Mercury Prize beloonde Visions Of A Life.
Op de nieuwe plaat is Ellie Rowsell nog net zo boos als op de schreeuwerige (maar wel lekkere) frustratiesong Yuk Foo. De ogenschijnlijke mooie tijd in Los Angeles blijkt achteraf toch een verloren deprimerend Blue Weekend te zijn. Een gedurfde sfeer welke van Wolf Alice vraagt om in genuanceerde accentwisselingen ook de postpunk kant te laten zien.
De winst zit hem in de opbouw, het gericht naar een climax toewerken. Verfijning met hier en daar nog een heerlijke noise uitspatting. Een doorstart welke waarschijnlijk niet door iedereen begrepen wordt, maar wat wel een mooi volwassen geheel oplevert. Doordat er meer geïnvesteerd wordt in het creëren van een intieme sfeer komen de stevigere uitschieters veel confronterender binnen.
Delicious Things is Hollywood, de Amerikaanse Droom, de roem, de zelfdestructie en het machtsmisbruik. De nasleep van het #MeToo gebeuren heeft ervoor gezorgd dat de uit Londen afkomstige zangeres zich hier ook publiekelijk over uitspreekt. Een statement welke ze hier keurig verpakt in een semi romantische song om vervolgens die omlijsting bij de elektro grunge van Smile weer totaal kapot te scheuren.
Deze aantrekkingskracht van de glamour weegt ze af tegen de misselijkmakende mannencultuur. Door zich eerlijk uit te spreken over de verleidingen die op haar pad komen, groeit ze wel in haar kracht. Het is dus veel meer dan het beschuldigende wijzende vingertje, maar tevens een aanklacht tegen de verdorven maatschappij die ook van haar bezit neemt. Geen kwetsbaar tenger vrouwtje dus, maar een brok aan eerlijke zelfreflectie en zelfverzekerdheid.
Het paradijselijke The Beach heeft het zomerse van de gelijknamige film uit 2000. Ook daar verstoort de dreiging het gelukzalige beeld, en ontaard het in een heftig explosief einde. Het strand staat hier voor de perfecte vluchtplek om tot rust te komen, de twijfel weg te nemen en het verdriet en de heimwee naar thuis te verwerken. Dagdromen met de dreampop Lipstick on the Glass en het folky No Hard Feelings, ontwaken met de keiharde feministische noisepunk van Play the Greatest Hits.
Er wordt geflirt met soulfunk in het doorruisende verdrinkende Feeling Myself om vervolgens te verdwijnen in misschien wel de prachtigste Wolf Alice track die er ooit gemaakt is; The Last Man on Earth. Een breekbare episch kunststukje die aangeeft waar Ellie Rowsell en haar mannen in deze fase toe in staat zijn. Dramatisch, bijna kerstachtig verlichtend, maar vooral bloedmooi.
Wolf Alice - Blue Weekend | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Die aangename mix van stevige rock en hemelse zangpartijen inspireren zangeres Ellie Rowsell en gitarist Joff Oddie om hun akoestische basis om te zetten in steviger werk. Nadat bassist Theo Ellis en drummer Joel Amey zich bij het duo gevoegd hebben verschijnt in 2015 My Love Is Cool onder de Wolf Alice vlag, twee jaar gevolgd door het met de Mercury Prize beloonde Visions Of A Life.
Op de nieuwe plaat is Ellie Rowsell nog net zo boos als op de schreeuwerige (maar wel lekkere) frustratiesong Yuk Foo. De ogenschijnlijke mooie tijd in Los Angeles blijkt achteraf toch een verloren deprimerend Blue Weekend te zijn. Een gedurfde sfeer welke van Wolf Alice vraagt om in genuanceerde accentwisselingen ook de postpunk kant te laten zien.
De winst zit hem in de opbouw, het gericht naar een climax toewerken. Verfijning met hier en daar nog een heerlijke noise uitspatting. Een doorstart welke waarschijnlijk niet door iedereen begrepen wordt, maar wat wel een mooi volwassen geheel oplevert. Doordat er meer geïnvesteerd wordt in het creëren van een intieme sfeer komen de stevigere uitschieters veel confronterender binnen.
Delicious Things is Hollywood, de Amerikaanse Droom, de roem, de zelfdestructie en het machtsmisbruik. De nasleep van het #MeToo gebeuren heeft ervoor gezorgd dat de uit Londen afkomstige zangeres zich hier ook publiekelijk over uitspreekt. Een statement welke ze hier keurig verpakt in een semi romantische song om vervolgens die omlijsting bij de elektro grunge van Smile weer totaal kapot te scheuren.
Deze aantrekkingskracht van de glamour weegt ze af tegen de misselijkmakende mannencultuur. Door zich eerlijk uit te spreken over de verleidingen die op haar pad komen, groeit ze wel in haar kracht. Het is dus veel meer dan het beschuldigende wijzende vingertje, maar tevens een aanklacht tegen de verdorven maatschappij die ook van haar bezit neemt. Geen kwetsbaar tenger vrouwtje dus, maar een brok aan eerlijke zelfreflectie en zelfverzekerdheid.
Het paradijselijke The Beach heeft het zomerse van de gelijknamige film uit 2000. Ook daar verstoort de dreiging het gelukzalige beeld, en ontaard het in een heftig explosief einde. Het strand staat hier voor de perfecte vluchtplek om tot rust te komen, de twijfel weg te nemen en het verdriet en de heimwee naar thuis te verwerken. Dagdromen met de dreampop Lipstick on the Glass en het folky No Hard Feelings, ontwaken met de keiharde feministische noisepunk van Play the Greatest Hits.
Er wordt geflirt met soulfunk in het doorruisende verdrinkende Feeling Myself om vervolgens te verdwijnen in misschien wel de prachtigste Wolf Alice track die er ooit gemaakt is; The Last Man on Earth. Een breekbare episch kunststukje die aangeeft waar Ellie Rowsell en haar mannen in deze fase toe in staat zijn. Dramatisch, bijna kerstachtig verlichtend, maar vooral bloedmooi.
Wolf Alice - Blue Weekend | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Wolf Alice - My Love Is Cool (2015)

3,5
0
geplaatst: 23 juni 2015, 18:17 uur
Beetje dromerig Folk achtig begin.
Ik had wat anders verwacht.
Tja, vervolgens hoor je wel wat invloeden van jaren 90 bands als Belly, Throwing Muses en The Breeders, maar die vond ik stuk voor stuk wat pakkender.
Cranberries, The Cure, Echobelly en Sinead O’Connor, ze komen allemaal voorbij.
Gewoon een band die duidelijk terug grijpt naar de gitaarbandjes uit die periode.
Dreampop, Shoegazer, en vooruit, een beetje Grunge, het zit er allemaal in, al denk ik dat Wolf Alice in die hoogtijddagen totaal niet zou opvallen, omdat er toen kwalitatief gezien, veel betere albums uitkwamen.
Ik had wat anders verwacht.
Tja, vervolgens hoor je wel wat invloeden van jaren 90 bands als Belly, Throwing Muses en The Breeders, maar die vond ik stuk voor stuk wat pakkender.
Cranberries, The Cure, Echobelly en Sinead O’Connor, ze komen allemaal voorbij.
Gewoon een band die duidelijk terug grijpt naar de gitaarbandjes uit die periode.
Dreampop, Shoegazer, en vooruit, een beetje Grunge, het zit er allemaal in, al denk ik dat Wolf Alice in die hoogtijddagen totaal niet zou opvallen, omdat er toen kwalitatief gezien, veel betere albums uitkwamen.
Wolf Parade - Thin Mind (2020)

4,5
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 18:47 uur
Het kan raar lopen in de muziek business, zo wordt de ene band vrij snel publiekelijk grootst omarmd, en blijven anderen soortgelijke acts ver op de achtergrond voorzichtig hun fanbase opbouwen. Wolf Parade komt voort uit het culturele broeinest Montreal genaamd, waar Arcade Fire al snel te groot voor de stad wordt, en andere vergelijkbare acts hier sporadisch van mee mogen profiteren.
De Canadezen brengen vanaf debuut Apologies to the Queen Mary uit 2005 hun eerste drie albums telkens na een tussenpose van drie jaar uit. Na een pauze van 7 jaar verschijnt in 2017 gelukkig nieuw werk in de vorm van het meer new wave getinte Cry Cry Cry. Met Thin Mind gaan ze door in die lijn, al richt de nieuwe plaat zich nog sterker op het strakke gekleurde jaren tachtig geluid.
Spencer Krug schept een realistische kijk op een veilige utopische wereld, waar binnen alles in evenwicht lijkt te zijn, maar die in principe ook met een harde hand gecontroleerd wordt. Een soort van George Orwells 1984 2.0, waarbij toevallig ook net als in Julia Take Your Man Home een Julia een sleutelrol vervuld. Of is dit geen toeval, maar laat de tekstschrijver je doelbewust dieper graven in zijn lyrics. De tussentijdse uitstapjes met side project Handsome Furs laat vooral zijn voorliefde voor de electro en industrial horen, die hij steeds meer toe laat in de vernieuwde Wolf Parade.
Je proeft de innige verbondenheid in de songs, hij biedt je tevens de mogelijkheid om dit voor de luisteraar naar eigen beeldvorming verder in te vullen. Een persoonlijke kracht, die hij ook hier weer volledig weet uit te buiten. Under Glass linkt naar een afgeschermd leefgebied, waarbij vrijwel onzichtbaar een kunstmatig reservaat wordt geschept. Geen torenhoge muur, wel streng bewaakt door overkoepelde partijen.
Met dit gegeven in het achterhoofd kan ik ze eenvoudiger plaatsen tussen het onzekere toekomstperspectief die ook in het plastic sterk fluorescerende decennia van vorige eeuw speelde. Vreemd genoeg stond die toen centraal in een hunkering naar een meer welvarende maatschappij. Tegenwoordig staat de oceaan vullende plasticsoep symbool voor de totale vernietiging van het milieu.
Door de snerpende gitaaruitbarstingen van Dan Boeckner en de bonkende beats is de toon weer een stuk harder dan op het vorige werk. Toch willen ze weer niet teveel het confronterende wijzende vingertje opsteken, en met Thin Mind vooral een toegankelijk geluid neer zetten. Daar slagen ze met volle overgave in. Eigenlijk zitten ze hier niet eens zo ver verwijderd van hun startpositie, toen er vanwege het ontbreken van slagwerker Arlen Thompson nog gebruik werd gemaakt van drumcomputer.
Ondanks het grimmige karakter is het allemaal lekker dansbaar. De songs zijn hoekig genoeg om je te triggeren en in beweging te zetten. Al zal de achterliggende gedachte zijn om behalve je benen ook je hersenen te prikkelen. Bij mij werkt het in ieder geval heerlijk aanstekelijk. Het begint allemaal behoorlijk catchy en luchtig, gedurende de plaat komen er steeds meer serieuze lagen en prettig gevormde scheuren in de sound.
Dit is het beste hoorbaar in de verandering van puntige frisse gitaarakkoorden naar een stevigere meer slopende sound uit datzelfde instrument. Het is echter vooral Spencer Krug die steeds dieper graaft naar een overtuigende tegen de rock leunende zang. En wat hoor ik graag die duistere potige kant van de vocalist. Zo verandert het eenvoudig van de new wave disco deuntjes naar een loeizwaar absorberende postpunk beleving, waarbij vooral twijfel en dreigende wanhoop de kernwoorden vormen.
Wat ben ik toch dol op deze ontwikkeling. Wolf Parade laat overduidelijk horen dat ze nog lang niet uitgespeeld zijn, en toe zijn aan een grotere stap. Waar een zinvolle break van zeven jaar toe kan leiden. Wat het vanaf het waanzinnige The Statig Age al laat horen wordt een paar tracks later zelfs nog bijna overtroffen in het in het overweldigende maar oh zo gemoedelijke Wandering Son. Nergens wil het echt deprimeren de winnaarsmentaliteit blijft fier overheersen.
Wolf Parade - Thin Mind | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De Canadezen brengen vanaf debuut Apologies to the Queen Mary uit 2005 hun eerste drie albums telkens na een tussenpose van drie jaar uit. Na een pauze van 7 jaar verschijnt in 2017 gelukkig nieuw werk in de vorm van het meer new wave getinte Cry Cry Cry. Met Thin Mind gaan ze door in die lijn, al richt de nieuwe plaat zich nog sterker op het strakke gekleurde jaren tachtig geluid.
Spencer Krug schept een realistische kijk op een veilige utopische wereld, waar binnen alles in evenwicht lijkt te zijn, maar die in principe ook met een harde hand gecontroleerd wordt. Een soort van George Orwells 1984 2.0, waarbij toevallig ook net als in Julia Take Your Man Home een Julia een sleutelrol vervuld. Of is dit geen toeval, maar laat de tekstschrijver je doelbewust dieper graven in zijn lyrics. De tussentijdse uitstapjes met side project Handsome Furs laat vooral zijn voorliefde voor de electro en industrial horen, die hij steeds meer toe laat in de vernieuwde Wolf Parade.
Je proeft de innige verbondenheid in de songs, hij biedt je tevens de mogelijkheid om dit voor de luisteraar naar eigen beeldvorming verder in te vullen. Een persoonlijke kracht, die hij ook hier weer volledig weet uit te buiten. Under Glass linkt naar een afgeschermd leefgebied, waarbij vrijwel onzichtbaar een kunstmatig reservaat wordt geschept. Geen torenhoge muur, wel streng bewaakt door overkoepelde partijen.
Met dit gegeven in het achterhoofd kan ik ze eenvoudiger plaatsen tussen het onzekere toekomstperspectief die ook in het plastic sterk fluorescerende decennia van vorige eeuw speelde. Vreemd genoeg stond die toen centraal in een hunkering naar een meer welvarende maatschappij. Tegenwoordig staat de oceaan vullende plasticsoep symbool voor de totale vernietiging van het milieu.
Door de snerpende gitaaruitbarstingen van Dan Boeckner en de bonkende beats is de toon weer een stuk harder dan op het vorige werk. Toch willen ze weer niet teveel het confronterende wijzende vingertje opsteken, en met Thin Mind vooral een toegankelijk geluid neer zetten. Daar slagen ze met volle overgave in. Eigenlijk zitten ze hier niet eens zo ver verwijderd van hun startpositie, toen er vanwege het ontbreken van slagwerker Arlen Thompson nog gebruik werd gemaakt van drumcomputer.
Ondanks het grimmige karakter is het allemaal lekker dansbaar. De songs zijn hoekig genoeg om je te triggeren en in beweging te zetten. Al zal de achterliggende gedachte zijn om behalve je benen ook je hersenen te prikkelen. Bij mij werkt het in ieder geval heerlijk aanstekelijk. Het begint allemaal behoorlijk catchy en luchtig, gedurende de plaat komen er steeds meer serieuze lagen en prettig gevormde scheuren in de sound.
Dit is het beste hoorbaar in de verandering van puntige frisse gitaarakkoorden naar een stevigere meer slopende sound uit datzelfde instrument. Het is echter vooral Spencer Krug die steeds dieper graaft naar een overtuigende tegen de rock leunende zang. En wat hoor ik graag die duistere potige kant van de vocalist. Zo verandert het eenvoudig van de new wave disco deuntjes naar een loeizwaar absorberende postpunk beleving, waarbij vooral twijfel en dreigende wanhoop de kernwoorden vormen.
Wat ben ik toch dol op deze ontwikkeling. Wolf Parade laat overduidelijk horen dat ze nog lang niet uitgespeeld zijn, en toe zijn aan een grotere stap. Waar een zinvolle break van zeven jaar toe kan leiden. Wat het vanaf het waanzinnige The Statig Age al laat horen wordt een paar tracks later zelfs nog bijna overtroffen in het in het overweldigende maar oh zo gemoedelijke Wandering Son. Nergens wil het echt deprimeren de winnaarsmentaliteit blijft fier overheersen.
Wolf Parade - Thin Mind | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Wolf Vanwymeersch - The Early Years (2022)

3,5
0
geplaatst: 28 mei 2022, 01:27 uur
The Early Years, de onschuld van het kind.
Op jeugdige leeftijd wil je niets liever dan in een rockband spelen. Prominent op de voorgrond, genietende van alle aandacht, roem en de overheerlijke verraderlijke bijzaken die het leven eerst vereenvoudigen en versoepelen, en vervolgens juist lastiger maken. De Belgische Wolf Vanwymeersch heeft met zijn veredelde Waldorf soloproject naam gemaakt, stevig gerockt in The Van Jets en zichzelf in het noise experiment Elefant overtroeft. Een mooie geslaagde carrière achter de rug, die drang om groots uit te pakken is al een tijdje niet meer van dringende noodzaak.
The Early Years is geen schatkist plunderende plaat, waar oud materiaal gerecycled wordt, geen verzamelalbum en zeker geen samenraapsel aan onaffe probeersels. The Early Years blikt wel terug op de jeugdjaren, en bundelt gespaarde herinneringen in gloednieuwe songs. Toevallig valt de afronding samen met het overlijden van zijn vader en is The Early Years hierdoor tevens een verslaglegging van de jaren die Wolf samen met hem deelt. Een afgesloten periode met de dood als startpunt voor alles wat er nog na The Early Years zal verschijnen.
In het verleden waren tijd en leeftijd relatieve nikszeggende kernbegrippen. I Gathered Everyone. Na school ging je met vrienden voetballen en buiten spelen, en wat de volgende dag zal brengen was totaal niet van belang. The Hog heeft een mystiek jaren tachtig new wave sfeertje. Dit soort muziek hoorde je op de landelijke radiozenders, neuriede je mee en bezorgen zelfs nu nog die nostalgische weemoed. Het waren de bands waarmee je je identificeerde, welke de roeping voor het muzikantenbestaan in werking zetten.
Wolf Vanwymeersch is een verhalenverteller, met in elkaar overvloeiende melodielijnen die belangeloos zijn afkomst met de luisteraar deelt. Een jongensboek met avontuurlijke aanzetjes, maar vooral erg veilig en vriendelijk. Soms hebben liedjes niet meer dan dat fundament nodig. Een vruchtbare voedingsbodem waar de zaadjes gepland worden en nieuwsgierig de buitenwereld verkennen. Een ouderwetse On a Sunday Afternoon (In Everyday Life) zoals een veelvoud aan dagen, met de geborgen veiligheid en de conservatieve verdraagzaamheid. Eenvoudig, klein en compact.
Fall from Grace kondigt een omwenteling aan. Het dierlijke instinct zorgt voor onrust. Vluchtgedrag en de val van de mensheid. Roerig toekomstperspectief. Met opgeheven kopstem trotseert Wolf Vanwymeersch de broeierigheid, de cryptische puzzelstukken van de onzekerheid. Na maagdelijke stilte het plotselinge omkantelen. Vliegende witte zeemeeuw engelen die in I’m Wide Awake zijn vaders ziel naar de laatste rustplaats begeleiden. Drama I als de achtergelaten leegte, zwaar uitzichtloos met een handvol aan zalvende liefdesverklaringen.
Who Can Tell heeft die typerende Belgische magie die de muziekscene daar rijk is. Disco glinsteringen en pompende baslijnen. Tegendraads, dan weer stuwend, dan weer trekkend, anti gemagnetiseerde aantrekkingskracht. De optimistische Likelihood hoera stemming is mij iets te voorbarig. Opofferende wijsheden confronteren je met ouderdomsslijtage en sterfelijkheid. Fysieke materiaalvermoeidheid en diepgaande gitaarakkoorden schetsen met aftellende Krautrock maatslagen een reëler voorgeprogrammeerd When You’re Old and Grey and Full of Sleep beeld.
Hoofdzonde luiheid staat garant voor het conservatieve Friendly Is Better. Waarom moeilijk doen als de gemakkelijk gekozen uitweg evenveel voldoening oplevert. En dan besef je pas dat The Early Years een afgepaste toekomstvoorziening is, die net een klein stukje uitdaging mist. Soms heeft een plaat gewoon niet meer dan dat nodig.
Wolf Vanwymeersch - The Early Years | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Op jeugdige leeftijd wil je niets liever dan in een rockband spelen. Prominent op de voorgrond, genietende van alle aandacht, roem en de overheerlijke verraderlijke bijzaken die het leven eerst vereenvoudigen en versoepelen, en vervolgens juist lastiger maken. De Belgische Wolf Vanwymeersch heeft met zijn veredelde Waldorf soloproject naam gemaakt, stevig gerockt in The Van Jets en zichzelf in het noise experiment Elefant overtroeft. Een mooie geslaagde carrière achter de rug, die drang om groots uit te pakken is al een tijdje niet meer van dringende noodzaak.
The Early Years is geen schatkist plunderende plaat, waar oud materiaal gerecycled wordt, geen verzamelalbum en zeker geen samenraapsel aan onaffe probeersels. The Early Years blikt wel terug op de jeugdjaren, en bundelt gespaarde herinneringen in gloednieuwe songs. Toevallig valt de afronding samen met het overlijden van zijn vader en is The Early Years hierdoor tevens een verslaglegging van de jaren die Wolf samen met hem deelt. Een afgesloten periode met de dood als startpunt voor alles wat er nog na The Early Years zal verschijnen.
In het verleden waren tijd en leeftijd relatieve nikszeggende kernbegrippen. I Gathered Everyone. Na school ging je met vrienden voetballen en buiten spelen, en wat de volgende dag zal brengen was totaal niet van belang. The Hog heeft een mystiek jaren tachtig new wave sfeertje. Dit soort muziek hoorde je op de landelijke radiozenders, neuriede je mee en bezorgen zelfs nu nog die nostalgische weemoed. Het waren de bands waarmee je je identificeerde, welke de roeping voor het muzikantenbestaan in werking zetten.
Wolf Vanwymeersch is een verhalenverteller, met in elkaar overvloeiende melodielijnen die belangeloos zijn afkomst met de luisteraar deelt. Een jongensboek met avontuurlijke aanzetjes, maar vooral erg veilig en vriendelijk. Soms hebben liedjes niet meer dan dat fundament nodig. Een vruchtbare voedingsbodem waar de zaadjes gepland worden en nieuwsgierig de buitenwereld verkennen. Een ouderwetse On a Sunday Afternoon (In Everyday Life) zoals een veelvoud aan dagen, met de geborgen veiligheid en de conservatieve verdraagzaamheid. Eenvoudig, klein en compact.
Fall from Grace kondigt een omwenteling aan. Het dierlijke instinct zorgt voor onrust. Vluchtgedrag en de val van de mensheid. Roerig toekomstperspectief. Met opgeheven kopstem trotseert Wolf Vanwymeersch de broeierigheid, de cryptische puzzelstukken van de onzekerheid. Na maagdelijke stilte het plotselinge omkantelen. Vliegende witte zeemeeuw engelen die in I’m Wide Awake zijn vaders ziel naar de laatste rustplaats begeleiden. Drama I als de achtergelaten leegte, zwaar uitzichtloos met een handvol aan zalvende liefdesverklaringen.
Who Can Tell heeft die typerende Belgische magie die de muziekscene daar rijk is. Disco glinsteringen en pompende baslijnen. Tegendraads, dan weer stuwend, dan weer trekkend, anti gemagnetiseerde aantrekkingskracht. De optimistische Likelihood hoera stemming is mij iets te voorbarig. Opofferende wijsheden confronteren je met ouderdomsslijtage en sterfelijkheid. Fysieke materiaalvermoeidheid en diepgaande gitaarakkoorden schetsen met aftellende Krautrock maatslagen een reëler voorgeprogrammeerd When You’re Old and Grey and Full of Sleep beeld.
Hoofdzonde luiheid staat garant voor het conservatieve Friendly Is Better. Waarom moeilijk doen als de gemakkelijk gekozen uitweg evenveel voldoening oplevert. En dan besef je pas dat The Early Years een afgepaste toekomstvoorziening is, die net een klein stukje uitdaging mist. Soms heeft een plaat gewoon niet meer dan dat nodig.
Wolf Vanwymeersch - The Early Years | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Wolfmother - Wolfmother (2005)

3,5
0
geplaatst: 14 juni 2015, 15:04 uur
Natuurlijk lijkt de stem van Andrew Stockdale op die van Jack White.
Maar eigenlijk heb ik die link pas gelegd na het horen van het eerste album van The Raconteurs.
En dat album komt een jaar later uit dan het debuut van Wolfmother.
Misschien is Jack White wel beïnvloed door Wolfmother, toen hij zijn hobbyband startte.
Is wel goed mogelijk.
Ach, je kan beter qua stem op Jack White lijken, dan qua uiterlijk op Filemon Wesselink.
Ook iets wat helaas wel waar is.
Maar nu weer terug naar de muziek.
Wolfmother zit in dezelfde hoek als Led Zeppelin, maar dan duidelijk de rock periode, dus zonder het geëxperimenteer met Folk.
Eigenlijk gebeurt hier hetzelfde als wat er rond begin jaren 90 gebeurde.
Toen greep men ook terug naar de sound van de jaren 70; zoals Lenny Kravitz, Primal Scream en The Black Crowes al deden.
Ik denk wel dat dit debuut invloed heeft gehad op onze eigen DeWollf, al maakten die tevens nog veel gebruik van een orgel.
Na twee albums en de nodige personeelswisselingen, was het Wolfmother verhaal wel een beetje klaar.
Het solo album van Andrew Stockdale scoorde duidelijk minder, en het laatste Wolfmother album maakte een ongeïnspireerde indruk.
Deze revival was helaas maar van korte duur.
Maar eigenlijk heb ik die link pas gelegd na het horen van het eerste album van The Raconteurs.
En dat album komt een jaar later uit dan het debuut van Wolfmother.
Misschien is Jack White wel beïnvloed door Wolfmother, toen hij zijn hobbyband startte.
Is wel goed mogelijk.
Ach, je kan beter qua stem op Jack White lijken, dan qua uiterlijk op Filemon Wesselink.
Ook iets wat helaas wel waar is.
Maar nu weer terug naar de muziek.
Wolfmother zit in dezelfde hoek als Led Zeppelin, maar dan duidelijk de rock periode, dus zonder het geëxperimenteer met Folk.
Eigenlijk gebeurt hier hetzelfde als wat er rond begin jaren 90 gebeurde.
Toen greep men ook terug naar de sound van de jaren 70; zoals Lenny Kravitz, Primal Scream en The Black Crowes al deden.
Ik denk wel dat dit debuut invloed heeft gehad op onze eigen DeWollf, al maakten die tevens nog veel gebruik van een orgel.
Na twee albums en de nodige personeelswisselingen, was het Wolfmother verhaal wel een beetje klaar.
Het solo album van Andrew Stockdale scoorde duidelijk minder, en het laatste Wolfmother album maakte een ongeïnspireerde indruk.
Deze revival was helaas maar van korte duur.
Woodkid - S16 (2020)

4,5
2
geplaatst: 15 oktober 2020, 20:42 uur
Hoe mooi kan het zijn als je als veelvoudig gevraagde artiest je naam mag koppelen aan hedendaagse iconische sterren als Katy Perry, Taylor Swift, Harry Styles en Lana Del Rey. De Franse filmregisseur Yoann Lemoine observeert, visualiseert en reproduceert. Hij benut de natuurlijke omgeving om een aardse luchtigheid toe te voegen aan de importante clips die hierdoor overduidelijk zijn stempel dragen.
Het is wonderbaarlijk dat hij met zijn autobiografische debuut The Golden Age juist een zwaarmoedige licht deprimerende sfeer neerzet, die een tegenovergestelde kant van dit multi-talent tentoon stelt. Yoann Lemoire, de man achter Woodkid, laat zich hierbij leiden door klassieke composities, waarmee er een fraai hedendaags filmisch zwartwit gevoel opgeroepen wordt, gevormd door duizelingwekkende elektronica. Een belevenis die zijn climax bereikt in de indrukwekkende live registratie met de blazersselectie van het Metropole Orkest op het Holland Festival, waarmee ze in juni de tropische record brekende zomer van 2014 aankondigen.
Vervolgens wordt het steeds stiller rondom Woodkid, en beperkt hij zich voornamelijk tot gastbijdrages op andere platen. Een voorbeeld van te vroeg pieken om daarna in de vergetelheid te verdwijnen? Dan kondigt hij totaal onverwachts in december 2019 aan dat hij bezig is met nieuw materiaal. De single Goliath houdt zich sterk staande, maar wordt in april toch onderdrukt door het Corona virus die als David deze reus tot de grond dwingt. Er wordt gewerkt aan de wederopstanding die vorm krijgt met het indrukwekkende S16. De scheikundige benaming voor het chemische element zwavel; een giftige eenvoudige ontvlambare stof.
De beelden bij Goliath plaatsen je in de donkere uitzichtloze wereld van hardwerkende arbeiders, die onder slechte omstandigheden hun geld verdienen. Het industriële karakter ademt de verziekende duisternis uit, waarbij de kolenmijn uiteindelijk terugslaat en zich sterk tegenover de allesvernietigende mensheid opricht. Het milieuvraagstuk teruggebracht in de visie van Yoann Lemoine waarmee hij al zijn eerdere video ervaringen doet vervagen. Om dan vervolgens bij het tevens reactie oproepende Pale Yellow te benadrukken dat de mensheid ingehaald wordt door de technologie, geeft al aan dat S16 niet zozeer persoonlijk is als The Golden Age, maar dat hij zich nu op het maatschappij kritische vlak begeeft.
De hardheid van de techno beats krijgt tegengas door daar orkestrale in triphop gedoopte spookstad samplers en verstilde pianoklanken aan toe te voegen, waarmee Yoann Lemoine zich herplaatst in de verstikkende jaren negentig. Door het gebruik maken van lawaaierige eighties staalpercussie benadrukt hij nog meer de uitzichtloze achtergrond waar hij in opgegroeid is. De grimmige grijstinten verraden zijn afkomst, die liggen in Tassin-la-Demi-Lune, een gedeelte van de westelijke buitenwijken van Lyon.
De smekende hoge vocalen in Shift en gedragen somberheid van Woodkid ontbloten zijn kwetsbaarheid, waardoor hij verbaal zo naakt mogelijk zijn stem beschikbaar stelt voor de muzikale wetenschap die hij als volleerd architect heeft gecreëerd op S16. Een plaat die veel dieper gaat dan de innerlijke persoonlijke pijn op The Golden Age, en dit verbreed op mondiaal niveau. De innerlijke omhelzing op de albumhoes benadrukt nogmaals dat men de natuur niet moet uitpersen als een druif maar omarmen als een vriendschappelijke bondgenoot.
De kinderlijke engelenkoortjes staan voor de nieuwe generatie die genoodzaakt zijn om voor de geschepte problematiek van hun voorouders oplossing denkend te handelen. Die gezamenlijke kracht komt confronterend terug in de meerstemmigheid waarmee Minus Sixty One een nieuw hoofdstuk lijkt aan te kondigen, in een toekomst die beheerst wordt door de Greta Thunberg generatie.
Woodkid - S16 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Het is wonderbaarlijk dat hij met zijn autobiografische debuut The Golden Age juist een zwaarmoedige licht deprimerende sfeer neerzet, die een tegenovergestelde kant van dit multi-talent tentoon stelt. Yoann Lemoire, de man achter Woodkid, laat zich hierbij leiden door klassieke composities, waarmee er een fraai hedendaags filmisch zwartwit gevoel opgeroepen wordt, gevormd door duizelingwekkende elektronica. Een belevenis die zijn climax bereikt in de indrukwekkende live registratie met de blazersselectie van het Metropole Orkest op het Holland Festival, waarmee ze in juni de tropische record brekende zomer van 2014 aankondigen.
Vervolgens wordt het steeds stiller rondom Woodkid, en beperkt hij zich voornamelijk tot gastbijdrages op andere platen. Een voorbeeld van te vroeg pieken om daarna in de vergetelheid te verdwijnen? Dan kondigt hij totaal onverwachts in december 2019 aan dat hij bezig is met nieuw materiaal. De single Goliath houdt zich sterk staande, maar wordt in april toch onderdrukt door het Corona virus die als David deze reus tot de grond dwingt. Er wordt gewerkt aan de wederopstanding die vorm krijgt met het indrukwekkende S16. De scheikundige benaming voor het chemische element zwavel; een giftige eenvoudige ontvlambare stof.
De beelden bij Goliath plaatsen je in de donkere uitzichtloze wereld van hardwerkende arbeiders, die onder slechte omstandigheden hun geld verdienen. Het industriële karakter ademt de verziekende duisternis uit, waarbij de kolenmijn uiteindelijk terugslaat en zich sterk tegenover de allesvernietigende mensheid opricht. Het milieuvraagstuk teruggebracht in de visie van Yoann Lemoine waarmee hij al zijn eerdere video ervaringen doet vervagen. Om dan vervolgens bij het tevens reactie oproepende Pale Yellow te benadrukken dat de mensheid ingehaald wordt door de technologie, geeft al aan dat S16 niet zozeer persoonlijk is als The Golden Age, maar dat hij zich nu op het maatschappij kritische vlak begeeft.
De hardheid van de techno beats krijgt tegengas door daar orkestrale in triphop gedoopte spookstad samplers en verstilde pianoklanken aan toe te voegen, waarmee Yoann Lemoine zich herplaatst in de verstikkende jaren negentig. Door het gebruik maken van lawaaierige eighties staalpercussie benadrukt hij nog meer de uitzichtloze achtergrond waar hij in opgegroeid is. De grimmige grijstinten verraden zijn afkomst, die liggen in Tassin-la-Demi-Lune, een gedeelte van de westelijke buitenwijken van Lyon.
De smekende hoge vocalen in Shift en gedragen somberheid van Woodkid ontbloten zijn kwetsbaarheid, waardoor hij verbaal zo naakt mogelijk zijn stem beschikbaar stelt voor de muzikale wetenschap die hij als volleerd architect heeft gecreëerd op S16. Een plaat die veel dieper gaat dan de innerlijke persoonlijke pijn op The Golden Age, en dit verbreed op mondiaal niveau. De innerlijke omhelzing op de albumhoes benadrukt nogmaals dat men de natuur niet moet uitpersen als een druif maar omarmen als een vriendschappelijke bondgenoot.
De kinderlijke engelenkoortjes staan voor de nieuwe generatie die genoodzaakt zijn om voor de geschepte problematiek van hun voorouders oplossing denkend te handelen. Die gezamenlijke kracht komt confronterend terug in de meerstemmigheid waarmee Minus Sixty One een nieuw hoofdstuk lijkt aan te kondigen, in een toekomst die beheerst wordt door de Greta Thunberg generatie.
Woodkid - S16 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Woolvs - Soft & Slow (2023)

4,0
0
geplaatst: 28 oktober 2023, 04:50 uur
Na zijn afronding van zijn jazzgitarist conservatorium opleiding in Antwerpen verrijkt Willem Malfliet zijn kennis op het conservatorium in Kopenhagen waar hij zich op de ritmische muziekkunsten richt waarna hij eenmaal terug in België er nog een conservatorium studie muziekproductie in Gent achteraan plakt. Als afgestudeerd muzikant wil je maar een ding en dat is zoveel mogelijk speeluren maken. Met zijn experimentele lo-fi Come Hang soloplaat komt hij in het vizier van het Brusselse culturele podium Volta die hem als voorprogramma aan het dan net opgestarte indiepopjazz combo Bombataz koppelt. Een feest der herkenning, gitarist Vitja Pauwels, bassist Ruben De Maesschalck en drummer Casper Van De Velde hebben namelijk ook een verleden op de Antwerpse conservatorium en al snel is het nevenproject WOOLVS een feit. Het gezelschap completeert zich met contrabassist Soet Kempeneer die bij WOOLVS tevens de rol van keyboardspeler vervult.
Het in 2021 verschenen speelse compromisloze Evening Planet haalt het beste uit de Brusselse scene naar boven. Avondvullende laidback funk, bordeauxrode nachtclub jazz, multiculturele percussie, een vleugje reggae en een flinke dosis aan drukkende triphop. Kortom alle elementen voor een heerlijke smeltkroes aan muziekbeleving. Toch zijn het vooral de emotionele theatrale verhalende zanglijnen van Willem Malfliet waarmee ze het verschil maken. Dat hier iets bijzonders gaande is hoort ook Thibault Vander Donckt die de band op zijn Independent On The Level label onderdak biedt. Nadat Bombataz in september de Baby Dry My Tears plaat op de markt brengt volgt als snel de afronding van Soft & Slow, het tweede volwaardige WOOLVS wapenfeit.
Op het speels kinderlijke Satellite At Noon is de wicked drummer Casper Van De Velde de slagvaardige gids die je door het psychedelische krautrock sterrenstelsel heen leidt. Een mijmerende Willem Malfliet stelt zich ondergeschikt aan de track op, het mag duidelijk zijn dat WOOLVS nog meer het accent op de muzikale omlijsting legt. In het bruisende The Origin Of The World en het exotisch geblazen op zomersingle verschenen Jewel Dance waan je jezelf tussen de Brusselse uitheemse eettentjes en donkerbruine koffiebars. Een heerlijke delicatesse met de nodige gepeperde Zuid Amerikaanse bossanova sambaritmes. Build A Home is daarentegen een meer kitscherige zaterdagochtend vlooienmarkt wandeling langs de prullaria en toont de diverse veelzijdigheid van de WOOLVS bandleden.
Heerlijk jeugdherinneringen bij het tegendraadse gedurfde Look Back triphop avontuur ophalen. Het is tevens het verlangen naar die eigenzinnige jamsessies in de avonduurtjes op het conservatorium, waarbij de ondergaande zon het inspirerende decor vormt. Onbevangen eigenwijs kunstzinnig. Once Forever is typische WOOLVS soul slaapkamerromantiek met de nodige zwoel trillende dramatische kopstem acrobatiek. Sigh Sigh Sigh begeeft zich op het veelzijdige knellende kruispunt van de stoffig schemerige jazz, en neemt verzuchtend absorberend de omgeving in zich op. Veel Brussel By Night neonlicht en misschien nog wel meer complex snelverkeer. Het bluesy Hot Content is weer een ander facet uit de WOOLVS grabbelton. Denk je de song te begrijpen dan overspoelen ze je met een verfpalet aan melancholische sfeertinten om de nodige verwarring te veroorzaken. Het is de geschooldheid aan muzikanten die er zoveel onverwachte twisten aan geven, alsof het allemaal zo vanzelfsprekend is.
Bij het zware Farewell Bruxelles is het onmogelijk om uit dit gecreëerde spanningsveld te ontsnappen. Beklemmend, angstaanjagende strijkers, naargeestig, zonder uitvluchten, zonder jokers of andere troefkaarten. Willem Malfliet is slechts een geestverschijnsel van het amusante funky podiumdier. Maar wat zetten ze hier een prachtige aarde duistere krachtexplosie neer. Zo hoor ik WOOLVS het liefste; onheilspellend geheimzinnig met de broeierigheid van een op knappen staande relatie. Awkward Age laat een zelfverzekerde Willem Malfliet horen die zich als een oude volwassen blueszanger presenteert, een klein stukje aan dromerige next level WOOLVS. De gitaar luidt het sprekend uit. Laat de winter maar komen, met de Soft & Slow haardvuurwarmte vermaak ik mij opperbest.
Woolvs - Soft & Slow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het in 2021 verschenen speelse compromisloze Evening Planet haalt het beste uit de Brusselse scene naar boven. Avondvullende laidback funk, bordeauxrode nachtclub jazz, multiculturele percussie, een vleugje reggae en een flinke dosis aan drukkende triphop. Kortom alle elementen voor een heerlijke smeltkroes aan muziekbeleving. Toch zijn het vooral de emotionele theatrale verhalende zanglijnen van Willem Malfliet waarmee ze het verschil maken. Dat hier iets bijzonders gaande is hoort ook Thibault Vander Donckt die de band op zijn Independent On The Level label onderdak biedt. Nadat Bombataz in september de Baby Dry My Tears plaat op de markt brengt volgt als snel de afronding van Soft & Slow, het tweede volwaardige WOOLVS wapenfeit.
Op het speels kinderlijke Satellite At Noon is de wicked drummer Casper Van De Velde de slagvaardige gids die je door het psychedelische krautrock sterrenstelsel heen leidt. Een mijmerende Willem Malfliet stelt zich ondergeschikt aan de track op, het mag duidelijk zijn dat WOOLVS nog meer het accent op de muzikale omlijsting legt. In het bruisende The Origin Of The World en het exotisch geblazen op zomersingle verschenen Jewel Dance waan je jezelf tussen de Brusselse uitheemse eettentjes en donkerbruine koffiebars. Een heerlijke delicatesse met de nodige gepeperde Zuid Amerikaanse bossanova sambaritmes. Build A Home is daarentegen een meer kitscherige zaterdagochtend vlooienmarkt wandeling langs de prullaria en toont de diverse veelzijdigheid van de WOOLVS bandleden.
Heerlijk jeugdherinneringen bij het tegendraadse gedurfde Look Back triphop avontuur ophalen. Het is tevens het verlangen naar die eigenzinnige jamsessies in de avonduurtjes op het conservatorium, waarbij de ondergaande zon het inspirerende decor vormt. Onbevangen eigenwijs kunstzinnig. Once Forever is typische WOOLVS soul slaapkamerromantiek met de nodige zwoel trillende dramatische kopstem acrobatiek. Sigh Sigh Sigh begeeft zich op het veelzijdige knellende kruispunt van de stoffig schemerige jazz, en neemt verzuchtend absorberend de omgeving in zich op. Veel Brussel By Night neonlicht en misschien nog wel meer complex snelverkeer. Het bluesy Hot Content is weer een ander facet uit de WOOLVS grabbelton. Denk je de song te begrijpen dan overspoelen ze je met een verfpalet aan melancholische sfeertinten om de nodige verwarring te veroorzaken. Het is de geschooldheid aan muzikanten die er zoveel onverwachte twisten aan geven, alsof het allemaal zo vanzelfsprekend is.
Bij het zware Farewell Bruxelles is het onmogelijk om uit dit gecreëerde spanningsveld te ontsnappen. Beklemmend, angstaanjagende strijkers, naargeestig, zonder uitvluchten, zonder jokers of andere troefkaarten. Willem Malfliet is slechts een geestverschijnsel van het amusante funky podiumdier. Maar wat zetten ze hier een prachtige aarde duistere krachtexplosie neer. Zo hoor ik WOOLVS het liefste; onheilspellend geheimzinnig met de broeierigheid van een op knappen staande relatie. Awkward Age laat een zelfverzekerde Willem Malfliet horen die zich als een oude volwassen blueszanger presenteert, een klein stukje aan dromerige next level WOOLVS. De gitaar luidt het sprekend uit. Laat de winter maar komen, met de Soft & Slow haardvuurwarmte vermaak ik mij opperbest.
Woolvs - Soft & Slow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Working Men's Club - Fear Fear (2022)

4,5
0
geplaatst: 10 december 2022, 00:45 uur
So tonight I’m gonna party like it’s 1999. Nou, in het geval van Working Men’s Club mag je hier gerust nog wel ruim tien jaar van af troggelen. Dat decadente gevoel beheerst Fear Fear, het tweede voltooide albumwerkstuk van deze net als The Lounge Society uit West Yorkshire afkomstige jonge antihelden band. De wereld staat aan de rand van de afgrond, en Fear Fear is die springende aardverschuiving welke de hedendaagse lockdown angstcultuur in zijn greep houdt. Het Madchester van 1990, maar dan vooral met een dikke markeerstreep dwars door die vetgedrukte gekte heen. De Haçienda Madchester community was het working class antwoord op de excentrieke Londense New Romantic The Blitz clubscene personages, waarbij het uiterlijke vertoon slechts bijzaak is. Geharde 24 Hour Party People, de nadruk verlegt zich van het retro cocaïne egocentrisme naar de nieuwe collectieve XTC subcultuur.
Dance, dance, dance, dance, dance, to the radio
Dansen totdat je erbij neervalt, en juist doormiddel van drugs op dat moment die grens nogmaals opstuwen en verleggen. Voorkom een zenuwinzinking, bevecht die innerlijke kwaadwilligheid en zoek het duistere nachtleven op. Het chemische proces wat het angstzweethormoon cortisol euforisch in het adrenaline danszweet omzet. De Fear Fear titelstuk figuranten zijn de excentrieke buitenbeentjes die met hun wellustige gedachtegang in de anonieme danceclubs een podium opeisen. Lugubere regenjas exhibitionisten die je in het holst van de nacht mijdt, maar waarmee je amicaal nietsvermoedend op de dansvloer helemaal los gaat.
You reap for pity
As you sing your ditties
Your breath distracts me
But your corpse is pretty
I’ll burn your virtual raincoat
And your token gestures
Your brain’s a minefield
Full of missing letters
Inpluggen en spelen maar! 19 trapt als een haperende stoorzender af. Amper een fractie van een seconde nadat je overweegt om de boxen na te kijken nemen de dancebeats het over. 19 is het breakpunt tussen het claustrofobische beklemmende Joy Division geluid en de gedwongen overtocht naar de New Order movement. Fear Fear is een herbeleving van dat tijdperk, Working Men’s Club neemt het invloedrijke New Order en uiteraard ook het naargeestige Joy Division baanwerk hierbij als ijkpunt. A Means To An End. Working Men’s Club gaat tot het uiterste om de ingedutte wereld wakker te schudden, Fear Fear is de overtreffende trap van het gelijknamige Working Men’s Club debuut.
I see a ship in the harbor
I can and shall obey
But if it wasn’t for your misfortunes
I’d be a heavenly person today
Grijsdenker Syd Minsky-Sargeant is in het bezit van die gedesillusioneerde koude lagedrukgebied grilligheid welke de kilte in zijn ijzige twijfelgesproken voordracht bepalen. Het leven is een kromgetrokken neergaande spiraal. Zonder een escape kanskaart balanceer je binnen ingekapselde uitersten. Het immense aanbod van gitaargerichte postpunkbands heeft een verstikkende uitwerking op hem, waardoor hij zelf de elektronische lijnen van het debuut op papier schets. Syd Minsky-Sargeant kiest voor een doordachte koerswijziging en gooit de overige bandleden ideologie overboord om zijn eigen masterplan te voltooien. Die eersteling werd nog hulpeloos de wereld in geworpen, maar kijkt op Fear Fear nu zelfverzekerd doelbewust om hem heen. Syd Minsky-Sargeant vertikt het om in die commerciële zelfmoord valkuil te belanden, bevaart zijn eigen golven, ook al eindigen deze in een uitzichtloze deprimerende diepte.
Endless depression, it’s time
Suicide is yours when the money is mine
Wat krijg je als je een veelzijdig kleurenpalet eindeloos door elkaar mengt? Precies, een modderige zwarte substantie. Rondspokende geestverschijningen bewieroken de Britpop echo’s die het morbide Widow opeisen. Militante Electric Body Music uitspattingen in een afgebakend speelveld van grimmige darkwave. Hol, zielloos effectief, de generatiekloof met plakband strak bijeengebonden. Gecompliceerde kermis synthpop met Atari spelcomputer aangestuurde krautrock futurisme. Verkapte spoken word genialiteit in neonrijke new wave punkvlagen waarin we de stabiliteit van het verleden opzoeken om de toekomst veilig te stellen. De vertraagde Circumference 1984 Big Brother Is Watching You stagnatie. De meest rebelse cyberpunkers worden tegenwoordig door mechanische voorgeprogrammeerde robots aangedreven en zijn net zo volgzaam als de huidige internetgeneratie. Het kapitalistische wereldbestuurders machtsspel met de vrijgevochten mensheid als inzet. Fear Fear schept geen rooskleurig toekomstbeeld, maar ligt gedurfd dicht bij de gek makende realiteit.
Working Men's Club - Fear Fear | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Dance, dance, dance, dance, dance, to the radio
Dansen totdat je erbij neervalt, en juist doormiddel van drugs op dat moment die grens nogmaals opstuwen en verleggen. Voorkom een zenuwinzinking, bevecht die innerlijke kwaadwilligheid en zoek het duistere nachtleven op. Het chemische proces wat het angstzweethormoon cortisol euforisch in het adrenaline danszweet omzet. De Fear Fear titelstuk figuranten zijn de excentrieke buitenbeentjes die met hun wellustige gedachtegang in de anonieme danceclubs een podium opeisen. Lugubere regenjas exhibitionisten die je in het holst van de nacht mijdt, maar waarmee je amicaal nietsvermoedend op de dansvloer helemaal los gaat.
You reap for pity
As you sing your ditties
Your breath distracts me
But your corpse is pretty
I’ll burn your virtual raincoat
And your token gestures
Your brain’s a minefield
Full of missing letters
Inpluggen en spelen maar! 19 trapt als een haperende stoorzender af. Amper een fractie van een seconde nadat je overweegt om de boxen na te kijken nemen de dancebeats het over. 19 is het breakpunt tussen het claustrofobische beklemmende Joy Division geluid en de gedwongen overtocht naar de New Order movement. Fear Fear is een herbeleving van dat tijdperk, Working Men’s Club neemt het invloedrijke New Order en uiteraard ook het naargeestige Joy Division baanwerk hierbij als ijkpunt. A Means To An End. Working Men’s Club gaat tot het uiterste om de ingedutte wereld wakker te schudden, Fear Fear is de overtreffende trap van het gelijknamige Working Men’s Club debuut.
I see a ship in the harbor
I can and shall obey
But if it wasn’t for your misfortunes
I’d be a heavenly person today
Grijsdenker Syd Minsky-Sargeant is in het bezit van die gedesillusioneerde koude lagedrukgebied grilligheid welke de kilte in zijn ijzige twijfelgesproken voordracht bepalen. Het leven is een kromgetrokken neergaande spiraal. Zonder een escape kanskaart balanceer je binnen ingekapselde uitersten. Het immense aanbod van gitaargerichte postpunkbands heeft een verstikkende uitwerking op hem, waardoor hij zelf de elektronische lijnen van het debuut op papier schets. Syd Minsky-Sargeant kiest voor een doordachte koerswijziging en gooit de overige bandleden ideologie overboord om zijn eigen masterplan te voltooien. Die eersteling werd nog hulpeloos de wereld in geworpen, maar kijkt op Fear Fear nu zelfverzekerd doelbewust om hem heen. Syd Minsky-Sargeant vertikt het om in die commerciële zelfmoord valkuil te belanden, bevaart zijn eigen golven, ook al eindigen deze in een uitzichtloze deprimerende diepte.
Endless depression, it’s time
Suicide is yours when the money is mine
Wat krijg je als je een veelzijdig kleurenpalet eindeloos door elkaar mengt? Precies, een modderige zwarte substantie. Rondspokende geestverschijningen bewieroken de Britpop echo’s die het morbide Widow opeisen. Militante Electric Body Music uitspattingen in een afgebakend speelveld van grimmige darkwave. Hol, zielloos effectief, de generatiekloof met plakband strak bijeengebonden. Gecompliceerde kermis synthpop met Atari spelcomputer aangestuurde krautrock futurisme. Verkapte spoken word genialiteit in neonrijke new wave punkvlagen waarin we de stabiliteit van het verleden opzoeken om de toekomst veilig te stellen. De vertraagde Circumference 1984 Big Brother Is Watching You stagnatie. De meest rebelse cyberpunkers worden tegenwoordig door mechanische voorgeprogrammeerde robots aangedreven en zijn net zo volgzaam als de huidige internetgeneratie. Het kapitalistische wereldbestuurders machtsspel met de vrijgevochten mensheid als inzet. Fear Fear schept geen rooskleurig toekomstbeeld, maar ligt gedurfd dicht bij de gek makende realiteit.
Working Men's Club - Fear Fear | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Working Men's Club - Working Men's Club (2020)

4,5
3
geplaatst: 3 oktober 2020, 14:46 uur
Met de blikkerige Electro Clash single Teeth laat Working Men’s Club de tijden van de Second Summer of Love van eind jaren tachtig en de daarop aansluitende rave parties herbeleven. Wat is dit toch een heerlijk potentiële clubklassieker waar het uit Manchester afkomstige gezelschap zichzelf al in een vroeg stadium definitief mee op de kaart zet. Blijkbaar zit er nog meer dan genoeg XTC residu in het drinkwater van deze belangrijke muzikale hoofdstad om door de nieuwe lichting 24 hour Party People opgepakt te worden.
De band grijpt terug naar de hoogtijdagen van de wereldberoemde The Haçienda nachtclub. Een wilde tijd, welke ook de ondergang van het beruchte Factory Records zou betekenen. Wat volgt is een uitgebreide scala aan funky new wave disco, high-hat bigbeats, techno clubsound en donkere gestructureerde Electric Body Music. Met drie kwartier aan muziekgeschiedenis wordt de opkomst van de postpunk gevolgd met de daarop aansluitende hitgevoelige new wave en de door drugs gedomineerde house periode. Die smeuïge nasporen zijn zo overduidelijk aanwezig op het gelijknamige debuutalbum van dit retro synthpop gezelschap. Het scheppingsverhaal gezien door de ogen van de illegale feestende Next Jilted Generation, waarbij de eerder op single verschenen killertrack Valleys uit moet groeien tot een blijvende anthem voor de feestende jongeren.
Working Men’s Club verheugt zich erop om hiermee uitbundig het uitgaansleven in te luiden. Het jaar 2020 moet een broeierig dansbare vakantie sfeertje voortbrengen, waarbij alles in werk gesteld is om op 5 juni de plaat te presenteren. De band was zich nog niet bewust van het feit dat niet zozeer de Brexit het toekomstbeeld bepaald, maar dat er een nog grotere donkere wolk doffe ellende overwaait. Die deprimerende onmacht om een doeltreffende vuist naar de maatschappij te maken wordt overschaduwt door de gevolgen van Corona die net zo goed in Groot Brittannië steeds meer zichtbaar worden. De boel gaat op slot en de release zal uitgesteld worden tot aan het begin van de herfst. Zonde, maar het is gewoon niet anders. Working Men’s Club had de soundtrack van een hete zomer moeten worden. Hopelijk revancheert de band zich volgend jaar.
Uitgaande van de nummers zou je Workings Men’s Club neerzetten als een studioband, die het daar opgebouwde credit hergebruikt om deze als elektro synthesizer robots aan het publiek te presenteren. Toch is dit feitelijk een muzikale boeklezing die toewerkt naar de alles overdonderende epische finale van het ruim 12 minuten durende eindstuk Angel. De verbazend sterke track heeft zijn oorsprong ergens tussen de zweefgitaar dreampop klanken en de psychedelische mysterieuze postpunk uit de jaren tachtig. Tussen de ruisende shoegazer golven weerklinken opbeurende vlagen van Krautrock door, die door de alles vermorzelende drumpartijen en stabiele basakkoorden een frisse invulling aan de oorverdovende noise geven. Hiermee laten ze duidelijk horen dat ze terecht het liefste als volwaardige rockband gezien worden.
Working Men's Club - Working Men's Club | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
De band grijpt terug naar de hoogtijdagen van de wereldberoemde The Haçienda nachtclub. Een wilde tijd, welke ook de ondergang van het beruchte Factory Records zou betekenen. Wat volgt is een uitgebreide scala aan funky new wave disco, high-hat bigbeats, techno clubsound en donkere gestructureerde Electric Body Music. Met drie kwartier aan muziekgeschiedenis wordt de opkomst van de postpunk gevolgd met de daarop aansluitende hitgevoelige new wave en de door drugs gedomineerde house periode. Die smeuïge nasporen zijn zo overduidelijk aanwezig op het gelijknamige debuutalbum van dit retro synthpop gezelschap. Het scheppingsverhaal gezien door de ogen van de illegale feestende Next Jilted Generation, waarbij de eerder op single verschenen killertrack Valleys uit moet groeien tot een blijvende anthem voor de feestende jongeren.
Working Men’s Club verheugt zich erop om hiermee uitbundig het uitgaansleven in te luiden. Het jaar 2020 moet een broeierig dansbare vakantie sfeertje voortbrengen, waarbij alles in werk gesteld is om op 5 juni de plaat te presenteren. De band was zich nog niet bewust van het feit dat niet zozeer de Brexit het toekomstbeeld bepaald, maar dat er een nog grotere donkere wolk doffe ellende overwaait. Die deprimerende onmacht om een doeltreffende vuist naar de maatschappij te maken wordt overschaduwt door de gevolgen van Corona die net zo goed in Groot Brittannië steeds meer zichtbaar worden. De boel gaat op slot en de release zal uitgesteld worden tot aan het begin van de herfst. Zonde, maar het is gewoon niet anders. Working Men’s Club had de soundtrack van een hete zomer moeten worden. Hopelijk revancheert de band zich volgend jaar.
Uitgaande van de nummers zou je Workings Men’s Club neerzetten als een studioband, die het daar opgebouwde credit hergebruikt om deze als elektro synthesizer robots aan het publiek te presenteren. Toch is dit feitelijk een muzikale boeklezing die toewerkt naar de alles overdonderende epische finale van het ruim 12 minuten durende eindstuk Angel. De verbazend sterke track heeft zijn oorsprong ergens tussen de zweefgitaar dreampop klanken en de psychedelische mysterieuze postpunk uit de jaren tachtig. Tussen de ruisende shoegazer golven weerklinken opbeurende vlagen van Krautrock door, die door de alles vermorzelende drumpartijen en stabiele basakkoorden een frisse invulling aan de oorverdovende noise geven. Hiermee laten ze duidelijk horen dat ze terecht het liefste als volwaardige rockband gezien worden.
Working Men's Club - Working Men's Club | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Wovenhand - Refractory Obdurate (2014)

4,0
1
geplaatst: 27 april 2014, 16:01 uur
Nog steeds blijven gelukkig de invloeden van 16 Horsepower hoorbaar bij Woven Hand.
Ondanks dat Woven Hand al jaren kwaliteitsalbums aflevert, blijf ik meer een liefhebber van het geweldige 16 Horsepower, al zijn ze live beide zeker de moeite waard.
Feit is wel dat David Eugene Edwards zijn sound blijft verbreden.
De country invloeden zijn steeds meer naar de achtergrond verdwenen, halverwege Corsicana Clip hoor ik een tornado welke ontaard in een zandstorm en ons weer eens alle hoeken van de wereld laat zien.
Terwijl je probeert om naar adem te happen, krijg je de volgende volle laag al in je gezicht.
Dit blijft natuurlijk een prachtige opener, en ik denk dat dit live best wel eens dezelfde demonische werking kan hebben als American Wheeze.
Refractory Obdurate ligt in het verlengde van The Laughing Stalk, harder en hierdoor misschien wel minder subtiel, maar zeker doeltreffend.
Het bijt meer, en laat diepere sporen achter, terwijl het geluid behoorlijk gangbaar klinkt.
Toen ik Woven Hand in Roepaen hoorde, speelden ze de nummers van The Threshing Floor al harder dan op het album, dus de koersverandering kwam voor mij niet onverwachts.
Nu ben ik blij dat ze al twee albums op deze lijn voort gaan, al ben ik bang dat David Eugene Edwards nu zijn definitieve vorm gevonden heeft en bij het volgende album op zoek gaat naar iets nieuws.
Voor mij zit hij nu op de juiste koers.
Ondanks dat Woven Hand al jaren kwaliteitsalbums aflevert, blijf ik meer een liefhebber van het geweldige 16 Horsepower, al zijn ze live beide zeker de moeite waard.
Feit is wel dat David Eugene Edwards zijn sound blijft verbreden.
De country invloeden zijn steeds meer naar de achtergrond verdwenen, halverwege Corsicana Clip hoor ik een tornado welke ontaard in een zandstorm en ons weer eens alle hoeken van de wereld laat zien.
Terwijl je probeert om naar adem te happen, krijg je de volgende volle laag al in je gezicht.
Dit blijft natuurlijk een prachtige opener, en ik denk dat dit live best wel eens dezelfde demonische werking kan hebben als American Wheeze.
Refractory Obdurate ligt in het verlengde van The Laughing Stalk, harder en hierdoor misschien wel minder subtiel, maar zeker doeltreffend.
Het bijt meer, en laat diepere sporen achter, terwijl het geluid behoorlijk gangbaar klinkt.
Toen ik Woven Hand in Roepaen hoorde, speelden ze de nummers van The Threshing Floor al harder dan op het album, dus de koersverandering kwam voor mij niet onverwachts.
Nu ben ik blij dat ze al twee albums op deze lijn voort gaan, al ben ik bang dat David Eugene Edwards nu zijn definitieve vorm gevonden heeft en bij het volgende album op zoek gaat naar iets nieuws.
Voor mij zit hij nu op de juiste koers.
Wovenhand - Star Treatment (2016)

4,0
1
geplaatst: 10 september 2016, 16:26 uur
Natuurlijk wordt deze release ondersneeuwt door de release van de laatste van Nick Cave, toevallig op dezelfde dag, maar absoluut de moeite waard, sterker nog; misschien zelfs het beste Wovenhand album tot heden.
De associatie met 16 Horsepower is nog beperkter dan op het vorige album, opener Come Brave heeft niet het stoffige Western gevoel, maar doet mij meer denken aan een schip op zee.
Woeste golfen, en de duivel weer gegeven in de vorm van het mythisch zeemonster; de Kraken.
Het geluid doet mij zelfs aan een band als Swans denken, maar dan beïnvloed door een opnamestudio in Griekenland.
Het voelt bijna exotisch.
Swaying Reed roept zelfs herinneringen op met het werk van The Birthday Party, en zo is de link met Nick Cave al snel gelegd.
Bij The Hired Hand moet ik in het begin aan The Architect van dEUS denken, maar dan smeriger en vuiler gespeeld.
David Eugene Edwards heeft het zichzelf gelukkig niet gemakkelijk gemaakt, dit klinkt totaal niet toegankelijk, maar voor mij wel ijzersterk.
Mijn platenboer; en die is wel wat gewend, moest echt door de eerste nummers heen bijten, bij mij vielen ze gelijk in smaak.
Na het Sisters Of Mercy achtige Crystal Palace lijken de demonen te zijn overwonnen.
Vanaf Crook and Flain wordt het allemaal een stuk toegankelijker, maar de kwaliteit blijft van hoog niveau.
Wat meer rust, maar de duisternis blijft er van af druipen.
De associatie met 16 Horsepower is nog beperkter dan op het vorige album, opener Come Brave heeft niet het stoffige Western gevoel, maar doet mij meer denken aan een schip op zee.
Woeste golfen, en de duivel weer gegeven in de vorm van het mythisch zeemonster; de Kraken.
Het geluid doet mij zelfs aan een band als Swans denken, maar dan beïnvloed door een opnamestudio in Griekenland.
Het voelt bijna exotisch.
Swaying Reed roept zelfs herinneringen op met het werk van The Birthday Party, en zo is de link met Nick Cave al snel gelegd.
Bij The Hired Hand moet ik in het begin aan The Architect van dEUS denken, maar dan smeriger en vuiler gespeeld.
David Eugene Edwards heeft het zichzelf gelukkig niet gemakkelijk gemaakt, dit klinkt totaal niet toegankelijk, maar voor mij wel ijzersterk.
Mijn platenboer; en die is wel wat gewend, moest echt door de eerste nummers heen bijten, bij mij vielen ze gelijk in smaak.
Na het Sisters Of Mercy achtige Crystal Palace lijken de demonen te zijn overwonnen.
Vanaf Crook and Flain wordt het allemaal een stuk toegankelijker, maar de kwaliteit blijft van hoog niveau.
Wat meer rust, maar de duisternis blijft er van af druipen.
Wreckless Eric - Leisureland (2023)

4,0
0
geplaatst: 16 september 2023, 04:45 uur
Ben je een iconische cultheld als je net niet genoeg aan het succes geproefd hebt, terwijl je bevriende collega’s wel die overstap naar het grote publiek ziet maken? Als Wreckless Eric ergens flink aan geproefd heeft is het de drank wel. Hoe lang kun je op die befaamde status teren voordat mensen ongeïnteresseerd afhaken? Natuurlijk gaat er bij de diehards wel een lichtje branden als hij het eeuwige Whole Wide World vrijgezellenlied speelt. Een lekker rammelende folkpunk popsong welke in de nadagen van de glamrock vooral in de rock society door mede muzikanten gewaardeerd en opgepakt wordt. Wreckless Eric mag zich onder het gezelschap van Ian Dury, Elvis Costello and Nick Lowe scharen, artiesten die de nodige zelfspot en humor in hun nummers stoppen, maar waarbij de genialiteit tevens voor goedverkopende singles zorgt.
De zichzelf aangemeten Wreckless Eric geuzennaam, gewoon ooit als Eric Goulden geboren, en ondertussen alweer bijna zeventig jaar oud, draagt genoeg ironische bagage met zich mee om tig albums te vullen. Welke voormalige alcoholist verhuist er nu naar de Franse wijstreken, om daar opnieuw zijn geluk te beproeven? De eigenzinnige Londenaar is met zijn Do It Yourself houding zelfs te excentriek voor het van oorsprong zeer idealistische Stiff Records, dat hem maar aan winstmakende liedjesschrijvers wil koppelen. Diep ongelukkig en zwaar teleurgesteld trekt hij zich begin jaren tachtig uit dat verharde wereldje terug. Zijn Ian Dury en de Blockheads maatjes laten hem echter nooit vallen en vervullen ook op het latere werk hand-en-spandiensten.
Dit ruwe ongepolijste talent mag niet verloren gaan. Na een leven vol met aftakelende levensbedreigende strubbelingen herpakt Wreckless Eric zich na de eeuwwisseling en wordt hij door bewonderende collega’s opnieuw het podium opgetrokken. De afgelopen tien jaar brengt hij een viertal platen uit. Leisureland is voorlopig de laatste van deze reeks. Tapete Records poetst oude klassiekers op, en geeft vergeten veelzijdige grootheden de mogelijkheid om recente opnames aan de man te brengen. Dit label gelooft in de oprechte puurheid van Wreckless Eric en biedt hem deze mogelijkheid ook aan. Dan krijgt Whole Wide World plotseling een onverwachte herwaardering als deze door een reisorganisatie in een reclame gebruikt wordt en tijdens de pauze van de Superbowl vorig jaar groots voorbijkomt. Streamingdiensten pakken de track breed op, en ondanks dat het Wreckless Eric vrijwel geen cent oplevert, wordt zijn naam wel weer gezuiverd en genoemd.
De Leisureland basis legt hij al eerder. Met zijn uitgeleefde rock-‘n-roll lichaam belandt de liedjesschrijver verzwakt tijdens de pandemie met Covid in het New Yorkse ziekenhuis. Het is een wonder dat Wreckless Eric deze gehavende aanslag op het leven overleeft. Hij heeft de pech dat zijn hart het feitelijk niet meer trekt en met drie omleidingen rijker keert een gemotiveerde herboren Wreckless Eric huiswaarts, zich goed beseffende dat elke dag de laatste kan zijn. Vol energie stort hij zich op het schrijven van nummers. Een knock-out met satire overwinnen. Vergeet nooit dat de alweer een tijdje in de Verenigde Staten wonende Wreckless Eric in zijn hart een eenvoudige Engelsman blijft, en dat Amerikanen vaak gemaakt grappig zijn en die eigenschap niet beheersen. Toch is Leisureland vooral zeventig jaar aan levenservaringen, genieten van de binnen het bereik liggende roem, maar ook de verkeerde keuzes maken, de zelfkant. Die oorsprong ligt bij de zorgeloze jeugdtijd, in het geval van Wreckless Eric gemakshalve tot Standing Water omgedoopt.
Het met sterke duistere doembaspartijen ingevulde Standing Water staat voor badplaats Cromer in North Norfolk, maar hiervoor kan je elk ander kustgebied invullen. Wreckless Eric haalt zijn inspiratie uit de afgeleefde vakantiehuisjes, de kansloze gokhallen en gedateerde pretparken, die dit Boulevard of Broken Dreams kustlijnen verval met hun armoedige nepgouden blik versieren en verstieren. De grootste grap van dit alles is juist dat de song in alles juist dat psychedelische Coney Island gevoel van Lou Reed weergeeft. De Atlantische Oceaan is daar niet natuurlijk blauwer, maar als symbolisch afvoerputje van de chemische genotsmiddelen afvalstoffen kleurt deze intenser en dieper. Het stoere Badhat Town kenmerkt zich door een doordringend herhalend macho riffje, de erfenis van een neurotisch brommerige Lou Reed, die zijn humeur als geen ander in zijn gitaarspel kan transformeren. Dat Wreckless Eric daarbij als een helium dampen inademende gebruiker klinkt, zal ik hem vergeven. Die eb en vloed nemen en geven sprankeling dobbert ook in het filmische High Seas (Won & Lost) tragiek rond.
Het blijft natuurlijk An Englishman in New York, die misschien zelfs meer ingeburgerd is dan hij zelf in de gaten heeft. Leisureland, het verleidelijke hallucinerende instrumentale Inside the Majestic LSD trippende luilekkerland met de verlokkende drankzaken en een overdoses aan drugs binnen handbereik. Een in extase opgewekte cold turkey Standing Sunday Morning rockdepressie ligt op de loer. De warme jaren zeventig Southern Rock soulakkoorden vormen in het beloofde land zijn New Gold Dream. Ook nu bevolkt hij net als in Frankrijk het hol van de leeuw. Voor een ex-verslaafde een risicovol omgeving, zonder die bedreigende factoren sterft levensgenieter Wreckless Eric in onvrede en eenzaamheid, dus vergeef hem deze keuze. Dit is zijn testament, kan hij die bezigheid samen met zijn bijna doodervaring van zijn bucketlist schrappen.
De The Old Versailles country kitsch balanceert op verlaten Personal Jesus spookstad melodielijnen. Eigenlijk past deze duistere visie nog het beste bij de gemoedstoestand waarin Depeche Mode frontman Dave Gahan op dat moment van schrijven in verkeert. Het Dial Painters (Radium Girls) verderf beent deze uitgeleefde momenten nog verder uit. Dit is toch wel Wreckless Eric in topvorm. Deze aanpak ligt hem perfect. Dat perfectionisme zet zich in de naadloze psychedelische gitaarovergang naar het verraderlijke instrumentale Mexicaanse Quentin Tarantino getinte The Tipping Point voort. Een horrorbeleving welke zo op de From Dusk Till Dawn soundtrack thuishoort. Wreckless Eric blijft een rusteloze ziel die zich bij het instrumentale On the Move en het Esplanade by Moonlight progrock veldwerk tweeluik op het digitale krautrock snelwegen kruispunt bivakkeert. Slaan we de gedurfde rechterkant af of blijven we aan het veilige conservatieve linker lage drukgebied zweven.
Het oldschool They Come Free with Cornflakes koppelt het onoverwinnelijke The Who songbeleving aan het hoogstaande artrock Brian Eno tijdperk van Roxy Music. Uiteindelijk landen we gewoon weer vertrouwd in het Verenigde Koninkrijk waar de Zoom (Glittering in the Sun) Madchester gekte samen met Velvet Underground een universeel vredesdansje uitvoert en waar de harmonische Drag Time John Lennon soundmantra’s als een stokende minnaar aanschuiven. Leisureland overtreft in alles mijn verwachtingen. Bevooroordeeld ga je er vanuit dat de plaat een laatste krampachtige uitspatting van een uitgerangeerde popmuzikant is. Leisureland is echter een zeer indrukwekkende trip down memory lane, waarbij je vooral trip dik mag markeren.
Wreckless Eric - Leisureland | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
De zichzelf aangemeten Wreckless Eric geuzennaam, gewoon ooit als Eric Goulden geboren, en ondertussen alweer bijna zeventig jaar oud, draagt genoeg ironische bagage met zich mee om tig albums te vullen. Welke voormalige alcoholist verhuist er nu naar de Franse wijstreken, om daar opnieuw zijn geluk te beproeven? De eigenzinnige Londenaar is met zijn Do It Yourself houding zelfs te excentriek voor het van oorsprong zeer idealistische Stiff Records, dat hem maar aan winstmakende liedjesschrijvers wil koppelen. Diep ongelukkig en zwaar teleurgesteld trekt hij zich begin jaren tachtig uit dat verharde wereldje terug. Zijn Ian Dury en de Blockheads maatjes laten hem echter nooit vallen en vervullen ook op het latere werk hand-en-spandiensten.
Dit ruwe ongepolijste talent mag niet verloren gaan. Na een leven vol met aftakelende levensbedreigende strubbelingen herpakt Wreckless Eric zich na de eeuwwisseling en wordt hij door bewonderende collega’s opnieuw het podium opgetrokken. De afgelopen tien jaar brengt hij een viertal platen uit. Leisureland is voorlopig de laatste van deze reeks. Tapete Records poetst oude klassiekers op, en geeft vergeten veelzijdige grootheden de mogelijkheid om recente opnames aan de man te brengen. Dit label gelooft in de oprechte puurheid van Wreckless Eric en biedt hem deze mogelijkheid ook aan. Dan krijgt Whole Wide World plotseling een onverwachte herwaardering als deze door een reisorganisatie in een reclame gebruikt wordt en tijdens de pauze van de Superbowl vorig jaar groots voorbijkomt. Streamingdiensten pakken de track breed op, en ondanks dat het Wreckless Eric vrijwel geen cent oplevert, wordt zijn naam wel weer gezuiverd en genoemd.
De Leisureland basis legt hij al eerder. Met zijn uitgeleefde rock-‘n-roll lichaam belandt de liedjesschrijver verzwakt tijdens de pandemie met Covid in het New Yorkse ziekenhuis. Het is een wonder dat Wreckless Eric deze gehavende aanslag op het leven overleeft. Hij heeft de pech dat zijn hart het feitelijk niet meer trekt en met drie omleidingen rijker keert een gemotiveerde herboren Wreckless Eric huiswaarts, zich goed beseffende dat elke dag de laatste kan zijn. Vol energie stort hij zich op het schrijven van nummers. Een knock-out met satire overwinnen. Vergeet nooit dat de alweer een tijdje in de Verenigde Staten wonende Wreckless Eric in zijn hart een eenvoudige Engelsman blijft, en dat Amerikanen vaak gemaakt grappig zijn en die eigenschap niet beheersen. Toch is Leisureland vooral zeventig jaar aan levenservaringen, genieten van de binnen het bereik liggende roem, maar ook de verkeerde keuzes maken, de zelfkant. Die oorsprong ligt bij de zorgeloze jeugdtijd, in het geval van Wreckless Eric gemakshalve tot Standing Water omgedoopt.
Het met sterke duistere doembaspartijen ingevulde Standing Water staat voor badplaats Cromer in North Norfolk, maar hiervoor kan je elk ander kustgebied invullen. Wreckless Eric haalt zijn inspiratie uit de afgeleefde vakantiehuisjes, de kansloze gokhallen en gedateerde pretparken, die dit Boulevard of Broken Dreams kustlijnen verval met hun armoedige nepgouden blik versieren en verstieren. De grootste grap van dit alles is juist dat de song in alles juist dat psychedelische Coney Island gevoel van Lou Reed weergeeft. De Atlantische Oceaan is daar niet natuurlijk blauwer, maar als symbolisch afvoerputje van de chemische genotsmiddelen afvalstoffen kleurt deze intenser en dieper. Het stoere Badhat Town kenmerkt zich door een doordringend herhalend macho riffje, de erfenis van een neurotisch brommerige Lou Reed, die zijn humeur als geen ander in zijn gitaarspel kan transformeren. Dat Wreckless Eric daarbij als een helium dampen inademende gebruiker klinkt, zal ik hem vergeven. Die eb en vloed nemen en geven sprankeling dobbert ook in het filmische High Seas (Won & Lost) tragiek rond.
Het blijft natuurlijk An Englishman in New York, die misschien zelfs meer ingeburgerd is dan hij zelf in de gaten heeft. Leisureland, het verleidelijke hallucinerende instrumentale Inside the Majestic LSD trippende luilekkerland met de verlokkende drankzaken en een overdoses aan drugs binnen handbereik. Een in extase opgewekte cold turkey Standing Sunday Morning rockdepressie ligt op de loer. De warme jaren zeventig Southern Rock soulakkoorden vormen in het beloofde land zijn New Gold Dream. Ook nu bevolkt hij net als in Frankrijk het hol van de leeuw. Voor een ex-verslaafde een risicovol omgeving, zonder die bedreigende factoren sterft levensgenieter Wreckless Eric in onvrede en eenzaamheid, dus vergeef hem deze keuze. Dit is zijn testament, kan hij die bezigheid samen met zijn bijna doodervaring van zijn bucketlist schrappen.
De The Old Versailles country kitsch balanceert op verlaten Personal Jesus spookstad melodielijnen. Eigenlijk past deze duistere visie nog het beste bij de gemoedstoestand waarin Depeche Mode frontman Dave Gahan op dat moment van schrijven in verkeert. Het Dial Painters (Radium Girls) verderf beent deze uitgeleefde momenten nog verder uit. Dit is toch wel Wreckless Eric in topvorm. Deze aanpak ligt hem perfect. Dat perfectionisme zet zich in de naadloze psychedelische gitaarovergang naar het verraderlijke instrumentale Mexicaanse Quentin Tarantino getinte The Tipping Point voort. Een horrorbeleving welke zo op de From Dusk Till Dawn soundtrack thuishoort. Wreckless Eric blijft een rusteloze ziel die zich bij het instrumentale On the Move en het Esplanade by Moonlight progrock veldwerk tweeluik op het digitale krautrock snelwegen kruispunt bivakkeert. Slaan we de gedurfde rechterkant af of blijven we aan het veilige conservatieve linker lage drukgebied zweven.
Het oldschool They Come Free with Cornflakes koppelt het onoverwinnelijke The Who songbeleving aan het hoogstaande artrock Brian Eno tijdperk van Roxy Music. Uiteindelijk landen we gewoon weer vertrouwd in het Verenigde Koninkrijk waar de Zoom (Glittering in the Sun) Madchester gekte samen met Velvet Underground een universeel vredesdansje uitvoert en waar de harmonische Drag Time John Lennon soundmantra’s als een stokende minnaar aanschuiven. Leisureland overtreft in alles mijn verwachtingen. Bevooroordeeld ga je er vanuit dat de plaat een laatste krampachtige uitspatting van een uitgerangeerde popmuzikant is. Leisureland is echter een zeer indrukwekkende trip down memory lane, waarbij je vooral trip dik mag markeren.
Wreckless Eric - Leisureland | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Wunderhorse - Midas (2024)

4,0
1
geplaatst: 28 augustus 2024, 22:16 uur
Nu Fontaines D.C. zichzelf voor de vierde keer opnieuw uitvindt, en nog steeds hun sound verbreedt, past daar een band als het Britse Wunderhorse als support act perfect bij. Ook deze band rondom voormalig Dead Pretties boegbeeld Jacob Slater wijkt sterk van de postpunk principes af en neigt zelfs naar de voedzame grunge die de jaren negentig zo fraai grijs inkleurt. Logisch dus dat hij naar de Pachyderm Studio in Minnesota uitwijkt, waar Nirvana de lastige Nevermind opvolger In Utero opneemt en PJ Harvey aan het Rid of Me garagegeluid werkt, een album waar ze zich beter dan het debuut mee identificeert. Met Rolling Stones producer Craig Silvey leggen ze de lat op immense hoogte en voldoen ze in ieder geval aan hun eigen verwachtingen.
Wunderhorse is verfijnder dan de funkende swingende Dead Pretties garagepunk, dromeriger en minder rauw. Na de goed ontvangen donkere Cub eersteling waar het gezelschap uit dezelfde inspiratiebron als Nirvana put, en diep in de jeugdige depressies, verslavingen en vernietigingsdrang van Jacob Slater graaft, volgt een onverwachte folkpop soloplaat. Pinky, I Love You zet iedereen op een dwaalspoor en net als bij Dead Pretties, voorspel je bijna onbewust een voortijdig einde van de band. Zeker als je weet dat Jacob Slater moeilijk met succes kan omgaan, en de drang heeft om zich weg te cijferen. Waar Cub nog schittert met toegankelijke popdeuntjes, duikt Midas de diepte in.
Dat het Midas titelstuk verder reikt dan de persoonlijke ellende en vooral een wijzende vinger naar de grootkapitalisten is, geeft min of meer al aan dat de singer-songwriter met zichzelf in het reine is gekomen. Het zijn nog steeds de door Lloyd Cole in de jaren tachtig bezongen ratelslangen die vanuit cleane witte kantoorruimtes de lijnen uitzetten en graaiend het geld binnen harken. Wunderhorse heeft het geluk dat ze bij het redelijk onafhankelijke Communion zijn ondergebracht, al loeren de aasgieren op deze talentvolle jongvolwassen band.
Na de verhalende Midas waterval volgen de melodieuze uptempo Rain hersenspinsel kronkelingen, waar Jacob Slater trouw aan zijn Britse roots blijft, en aansluiting bij romanticus Morrissey zoekt. Het is de angst dat buitenstaanders control freak Jacob Slater in de ontwikkeling afremmen, en hem noodgedwongen een mainstream richting in duwen. Waarschijnlijk verschuilt de zanger zich daarom wel achter de gitarist Harry Fowler, drummer Jamie Staples en bassist Peter Woodin ploegmaten. Als krachtig blok kan je jezelf beter tegen het onrecht bewapenen, anders walst men moeiteloos over je heen.
De slapeloze Emily nachtmerries, waar kwellende herinneringen loze ruimtes herhalend invullen, prikken op de gevoelige plek. Zonder nadrukkelijk in details te treden voel je de mistige aura beneveld boven de herfsttrack hangen en zorgt shoegazer noise voor een moerassig verstikkend speelveld. Wat is Jacob Slater toch een heerlijke zanger. Zo mooi hoe hij moeiteloos in het net zo deprimerende Silver naar kopstem overschakelt om vervolgens weer de diepere lagen af te bakenen. Ook hier die zelfdestructieve houding, woede en schaamte omdat het ideaalbeeld niet haalbaar is. Menselijk bijna, kwetsbaar zeker. Het is die antihelden-mentaliteit, de weirdo, de creep, onzeker en gebroken.
Arizona maakt zich voor de overtocht klaar. Amerika wenkt en verwelkomt Wunderhorse. Harry Tristan Fowler laat de gitaar stemmig janken. Het is de triestheid van een vergeten slaapliedje, dat voorheen de demonen buiten de deur houdt. Het zijn de woestijnbloemen welke door waterarmoede een stille dood sterven. Het is de duisternis als een nachtlichtje sussend dooft. Huilen naar de maan, die je minachtend negeert. Het licht optimistische Superman gitaarlidje bezit een magistrale opbouw, waar climaxen elkaar overbluffen en het kloppende dodenmars roesritme het aftellende tempo aangeeft. July heeft zijn oorsprong in de muzikale industriële revolutie, met kwaadaardige gewelderupties en amper aan de geluidsmuur ontsnappende noise explosies. Ze symboliseren de drukkende stilte als telefoongesprekken uitblijven, antwoordapparaten slechts vragen oproepen en de stilte slagvaardig om zich heen mept.
Cathedrals tekent de hardzacht principes van een jaren negentig rocksong verder uit. Tegenstrijdigheden die samen als een chemische oerknal tot ontploffing komen. Wat toen nog vernieuwend was, voelt tegenwoordig wat achterhaald aan, maar het werkt nog steeds. Kolossale bouwwerken die in een klap tot stof vervagen. Het Girl liefdesliedje is onbevangen indiepop met een hoog Pixies gehalte, lief, vrouwvriendelijk, zacht wiegend. Bevredigend, al ontbreekt die luidruchtige gitaartwist niet. Verwacht je vervolgens dan de afsluitende Aeroplane countryrock? Nee, eigenlijk niet. Ergens voelt het vertrouwd aan, al is het tijdens optredens vaak een saai intermezzo dat dient om de glazen nogmaals te vullen. Hopelijk ben je dan op tijd terug om getuige te zijn van de onmisbare Harry Tristan Fowler soleergekte. Wunderhorse bewees zich in het verleden al in de rol van Pixies, Foals en recentelijk Fontaines D.C. voorprogramma. In die hoedanigheid schikken ze zich ook aan de meer folky gerichte Declan McKenna en publiekslieveling Sam Fender. Midas is een goede plaat, eentje die je na een concert blindelings aanschaft. De perfecte opwarmer voor de hoofdact.
Wunderhorse - Midas | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Wunderhorse is verfijnder dan de funkende swingende Dead Pretties garagepunk, dromeriger en minder rauw. Na de goed ontvangen donkere Cub eersteling waar het gezelschap uit dezelfde inspiratiebron als Nirvana put, en diep in de jeugdige depressies, verslavingen en vernietigingsdrang van Jacob Slater graaft, volgt een onverwachte folkpop soloplaat. Pinky, I Love You zet iedereen op een dwaalspoor en net als bij Dead Pretties, voorspel je bijna onbewust een voortijdig einde van de band. Zeker als je weet dat Jacob Slater moeilijk met succes kan omgaan, en de drang heeft om zich weg te cijferen. Waar Cub nog schittert met toegankelijke popdeuntjes, duikt Midas de diepte in.
Dat het Midas titelstuk verder reikt dan de persoonlijke ellende en vooral een wijzende vinger naar de grootkapitalisten is, geeft min of meer al aan dat de singer-songwriter met zichzelf in het reine is gekomen. Het zijn nog steeds de door Lloyd Cole in de jaren tachtig bezongen ratelslangen die vanuit cleane witte kantoorruimtes de lijnen uitzetten en graaiend het geld binnen harken. Wunderhorse heeft het geluk dat ze bij het redelijk onafhankelijke Communion zijn ondergebracht, al loeren de aasgieren op deze talentvolle jongvolwassen band.
Na de verhalende Midas waterval volgen de melodieuze uptempo Rain hersenspinsel kronkelingen, waar Jacob Slater trouw aan zijn Britse roots blijft, en aansluiting bij romanticus Morrissey zoekt. Het is de angst dat buitenstaanders control freak Jacob Slater in de ontwikkeling afremmen, en hem noodgedwongen een mainstream richting in duwen. Waarschijnlijk verschuilt de zanger zich daarom wel achter de gitarist Harry Fowler, drummer Jamie Staples en bassist Peter Woodin ploegmaten. Als krachtig blok kan je jezelf beter tegen het onrecht bewapenen, anders walst men moeiteloos over je heen.
De slapeloze Emily nachtmerries, waar kwellende herinneringen loze ruimtes herhalend invullen, prikken op de gevoelige plek. Zonder nadrukkelijk in details te treden voel je de mistige aura beneveld boven de herfsttrack hangen en zorgt shoegazer noise voor een moerassig verstikkend speelveld. Wat is Jacob Slater toch een heerlijke zanger. Zo mooi hoe hij moeiteloos in het net zo deprimerende Silver naar kopstem overschakelt om vervolgens weer de diepere lagen af te bakenen. Ook hier die zelfdestructieve houding, woede en schaamte omdat het ideaalbeeld niet haalbaar is. Menselijk bijna, kwetsbaar zeker. Het is die antihelden-mentaliteit, de weirdo, de creep, onzeker en gebroken.
Arizona maakt zich voor de overtocht klaar. Amerika wenkt en verwelkomt Wunderhorse. Harry Tristan Fowler laat de gitaar stemmig janken. Het is de triestheid van een vergeten slaapliedje, dat voorheen de demonen buiten de deur houdt. Het zijn de woestijnbloemen welke door waterarmoede een stille dood sterven. Het is de duisternis als een nachtlichtje sussend dooft. Huilen naar de maan, die je minachtend negeert. Het licht optimistische Superman gitaarlidje bezit een magistrale opbouw, waar climaxen elkaar overbluffen en het kloppende dodenmars roesritme het aftellende tempo aangeeft. July heeft zijn oorsprong in de muzikale industriële revolutie, met kwaadaardige gewelderupties en amper aan de geluidsmuur ontsnappende noise explosies. Ze symboliseren de drukkende stilte als telefoongesprekken uitblijven, antwoordapparaten slechts vragen oproepen en de stilte slagvaardig om zich heen mept.
Cathedrals tekent de hardzacht principes van een jaren negentig rocksong verder uit. Tegenstrijdigheden die samen als een chemische oerknal tot ontploffing komen. Wat toen nog vernieuwend was, voelt tegenwoordig wat achterhaald aan, maar het werkt nog steeds. Kolossale bouwwerken die in een klap tot stof vervagen. Het Girl liefdesliedje is onbevangen indiepop met een hoog Pixies gehalte, lief, vrouwvriendelijk, zacht wiegend. Bevredigend, al ontbreekt die luidruchtige gitaartwist niet. Verwacht je vervolgens dan de afsluitende Aeroplane countryrock? Nee, eigenlijk niet. Ergens voelt het vertrouwd aan, al is het tijdens optredens vaak een saai intermezzo dat dient om de glazen nogmaals te vullen. Hopelijk ben je dan op tijd terug om getuige te zijn van de onmisbare Harry Tristan Fowler soleergekte. Wunderhorse bewees zich in het verleden al in de rol van Pixies, Foals en recentelijk Fontaines D.C. voorprogramma. In die hoedanigheid schikken ze zich ook aan de meer folky gerichte Declan McKenna en publiekslieveling Sam Fender. Midas is een goede plaat, eentje die je na een concert blindelings aanschaft. De perfecte opwarmer voor de hoofdact.
Wunderhorse - Midas | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

