MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Einangran - Einangran (2020)

poster
4,5
Dat ik een groot liefhebber van Heiðrik ben zal onderhand wel bekend zijn. Zijn album Illusions dat eerder dit jaar verscheen is een juweel. Gaat hoog scoren in de top 10 over 2020 bij mij.

Dat vreselijke 2020. Ook voor hem, want alle plannen rondom de promotie van dit album konden de prullenbak in. Vreselijk jammer, want ik gun deze sympathieke artiest die ik af en toe wel eens spreek graag meer exposure, iets wat niet makkelijk is voor iemand afkomstig van de Faeröer eilanden.

Toch bleek het een creatief jaar voor hem te worden: zijn album Illusions verscheen eerder het jaar, maar ook zijn boek met kunsttekeningen kwam uit en daarbij regisseerde hij als vanouds ook videoclips voor andere muzikanten zoals Eivør en heeft hij een EP gemaakt als Kóboykex met Sigmund Zachariassen.

In de eerste coronagolf verzorgde hij steevast elke dag om 18.00 uur een kort optreden van één nummer met Lea Kampmann. Dit bleven deze twee wekenlang volhouden. Bijna altijd ging het om een cover die ze soms die dag nog moesten repeteren. Deze optredens waren een beetje noodgedwongen, omdat Heiðrik en Lea door de lockdown vast kwamen te zitten in hetzelfde appartement in Kopenhagen waar ze op dat moment waren, allebei waren ze op weg naar een ander land om hun solo-projecten kleinschalig te promoten.

De samenwerking smaakte naar meer en zo verscheen dit weekend hun EP onder de noemer Einangran. Voor het eerst in zijn eigen taal. Maar als er iets is dat ik juist zo geweldig vind is het zang in eigen, wat meer exotischer talen en als het dan samengaat met de zang van Lea dan is dat echt smullen.
Een bijzondere taal ook, omdat het maar door ongeveer 50.000 mensen gesproken wordt.

Hoogtepunt voor mij is Vetur: wat is dat hemeltergend mooi!

Dit smaakt absoluut naar heel veel meer. Ik hoop dat dit een vervolg gaat krijgen in een volwaardig album, want wat is dit mooi zeg!

Einangran - Vendir Vindar (2023)

poster
4,5
Terug naar de Corona jaren. Heiðrik was gestrand in Kopenhagen bij zijn (muzikale) maatje Lea Kampmann.

Dat duurde langer dan gepland en dus maakten ze van de nood een deugd: elke dag op het zelfde tijdstip gaven Lea en Heiðrik een mini-concert van één nummer. Dat deden ze live online. Het waren covers van nummers die ze mooi vonden.
Na verloop van tijd gaven ze zelfs een online concert, iets wat in die tijd niet ongebruikelijk was.

In 2020 namen ze een EP op met vier eigen composities. Alle vier de nummers zijn uiteindelijk op hun eerste volwaardige album terecht gekomen. Gek genoeg staat losse single Koyri Heim er niet tussen.

Allereerst valt de taalkeuze op. Hoe heerlijk dat de nummers juist niet in het Engels zijn opgenomen maar in het Faeröers, een vrij unieke taal die niet door veel mensen gesproken wordt. Dit geeft de nummers gelijk al een mystiek tintje mee.

Al tijdens opener Vár valt dat mystieke op, niet alleen door de taal, maar ook de sfeer die mij een heel klein beetje aan het werk van Enya doet denken.

Is Vendir Vindar dus een zweverig album? Zeker niet. De twaalf nummers klinken heel aards en natuurlijk. De samenzang klinkt perfect: beide artiesten hebben stemmen die mooi samenvloeien. Bijna veertig minuten lang worden we ondergedompeld in een rustige sfeer, een sfeer die heel goed past bij dit jaargetijde (herfst). Je ziet jezelf al lopen in bossen waar de bladeren vallen, de spinnenwebben overal aanwezig zijn, een lichte miezer neerdaalt en je geniet van alle typische bosgeuren die samengaan met deze tijd van het jaar.
Tegelijkertijd kan dit album ook goed werken tijdens een mooie lentedag waar een strandwandeling met een licht briesje het decor is.

En daarmee hebben we de kracht van dit album meteen te pakken. Einangran maakt tijdloze muziek. Uit een toch rare en misschien ook nare periode is in deze vorm iets heel moois ontstaan. Een duo om te koesteren die nu hun eerste album heeft uitgebracht waar je snel verliefd op kunt worden.

Laat je meevoeren op deze klanken en ik hoop dat dit album niet onder de radar blijft, want het verdient een hoop aandacht van muziekliefhebbers.

Elbow - Build a Rocket Boys! (2011)

poster
4,0
Bij Elbow heb ik elk album die ik gekocht heb telkens een beetje het gevoel er ingetuind te zijn.
Asleep in the Back kocht ik omdat dat indertijd helemaal in het plaatje paste: het was de muziek waar ik graag naar luisterde rond die tijd (Coldplay, Radiohead, Turin Brakes, Travis etc.).
Toch werd ik er nooit echt verliefd op. Cast of Thousands werd ondanks dat toch aangeschaft en achteraf dacht ik weer 'waarom eigenlijk'. Het is het net niet terwijl het toch zo mooi is. Het pakte me niet.
Bij de derde, Leaders of the Free World, heb ik mezelf wederom laten overhalen het te kopen en misschien door het wat toegankelijke karakter kreeg ik het een beetje te pakken waardoor ik er bij The Seldom Seen Kid voor het eerst niet het gevoel kreeg 'er in getuind' te zijn. Dat album was een overtuigende aanschaf en ik denk dat het tot nu toe mijn favoriete album is.

En dan nu Build a Rocket Boys! met wederom hetzelfde gemengde gevoel. Moet ik onderhand niet eens stoppen met deze band? En dan toch weer luisteren met exact dezelfde uitkomst: nee geen hoera-stemming, ja het is toch eigenlijk weer erg mooi.
Het is allemaal wat je van deze band kunt en mag verwachten en de kwaliteit van de nummers is dik in orde. Op de langere termijn zal wel weer blijken of dit net als veel andere Elbow albums zal gaan verstoffen in de kast of dat het een juweeltje blijkt waar ik nu wel eens vaak naar teruggrijp.

Hoe dan ook moet ik zeggen dat Elbow een mooi album heeft afgeleverd waar de fans hun vingers weer bij zullen gaan aflikken en waar luisteraars die het arty-farty gebeuren van Radiohead een beetje zat zijn ook wel van zullen gaan genieten (alhoewel ik die Radiohead-link eigenlijk nooit zo goed gesnapt heb).
Build a Rocket Boys! bevat een hoop mooie, verstilde, klanken die met regelmaat een sereen sfeertje weet te creëren (o.a. The River), misschien wel een klassiekertje oplevert (Lippy Kids), en waar de kenmerkende zwierige koortjes ook aanwezig zijn (o.a. Open Arms).

Elbow - Leaders of the Free World (2005)

poster
4,0
Zoals al eerder gezegd is het me nooit goed gelukt om deze band op handen te dragen. Twee keer 3,5* voor de vorige albums is niet slecht, maar geeft ook aan dat deze niet tot mijn top-favorieten behoren.
Dat is op zich vreemd, omdat ik veel bands in dit zelfde hoekje der muziek veel meer waardeer terwijl Elbow kwalitatief ook erg goed is (misschien wel beter in een paar gevallen).

Nu ik dit album hoor denk ik er uit te zijn. Het is het stemgeluid van zanger Guy Garvey. Iets irriteert me lichtjes. En ja ik weet het: ook de zang van (wél grote) favorieten als b.v. Saybia's Søren Huss en Billy Corgan kunnen irritant overkomen. Ik zou het gewend moeten zijn . Maar bij Elbow stoort het me gewoon net iets meer. Puur een gevoelskwestie dus.

Ook op dit album vind ik de nummers weer uitstekend: een stuk toegankelijker ook, en eerlijk gezegd zorgt juist die wat lichtere toon op dit album er voor dat ik het stemgeluid van Garvey beter kan verdragen.
En ziedaar: ik kom nu eens met 4*.
Wel wat onder voorbehoud, want het blijft afwachten hoe ik dit album over een paar maanden waardeer.

Elbow - The Seldom Seen Kid (2008)

poster
4,0
Met Elbow heb ik altijd een wat rare relatie gehad. Het debuut kocht ik een beetje in het kader Coldplay-achtige bands die ik in die tijd goed vond. Natuurlijk is die vergelijking niet terecht maar op de een of andere manier vond ik ze wel een beetje in 'het genre' passen.
Asleep in the Back vond ik erg goed en opeens was de magie weg leek het wel en vond ik het album van erg goed gezakt naar best aardig.
Toch kocht ik de opvolger Cast of Thousands zonder vooraf luisteren en ook daar had ik een beetje het gevoel van 'aardig maar ook niet gekmakend'. Heel opvallend dus dat ik aan de derde ben begonnen en dat deze verrassend genoeg nog steeds mijn favoriet van die 3 is.
En ook het verschijnen van dit album deed me niet eens reikhalzend uitkijken naar de datum van release.
Maar.................. ook deze wilde ik toch weer horen

Starlings laat horen dat deze band wel degelijk kwaliteit heeft (ook al slaat het bij mij niet altijd even goed aan). Dit is een broeierig begin waar nauwelijks een kop of staart aan zit en wat toch weet te intrigeren. Dit is best avontuurlijk te noemen en ik ben er voorlopig nog niet klaar mee denk ik.
The Bones of You lijkt wat pakkender en vind ik bijzonder sterk door de koortjes die toegevoegd zijn (alsof ik naar de schwung van Rufus Wainwright zit te luisteren). Ook dit nummer valt in de categorie tegendraadse pop/rock en het bevalt me zeer goed moet ik zeggen. Prachtige arrangementen en behoorlijk wat wendingen in het nummer die me op het puntje van mijn stoel doen zitten.
Mirrorball heeft wel iets Radiohead-achtigs maar dan wel van het soort zoals ik het die band ook graag wat vaker zou willen horen doen. Niet helemaal standaard rock maar ook niet te experimenteel of arty-farty. Wel besef ik op dit nummer wat me altijd een beetje tegenstond aan de band: de zang. Ik kan het niet helpen maar die raakt me altijd maar matig en dat is nu niet anders. Maar daar staat tegenover dat dit nummer ontroerend mooi is en dan neem ik dat minpuntje voor lief.
Grounds for Divorce is southern-gospel-rock en klinkt dus behoorlijk opmerkelijk voor deze band. Mooie gitaarpartijen aan het eind weten deze op het eerste gehoor monotone klanken toch goed te verfraaien. Overigens komt de titel van dit album uit dit nummer. Ach, beoordeel zelf aan de had van de clip zou ik zeggen.
Als ik iets in mijn leven absoluut niet wil dan is het wel An Audience with the Pope. Maar wat ik wel wil zijn goede nummers als deze. Er zit een lekkere vibe in en ook hier is het smullen geblazen vanwege de achtergrondkoortjes. Lekker nummer.
Weather to Fly is een nummer waar ik nog heel wat meer draaibeurten voor nodig zal hebben om echt te kunnen doorgronden. Het heeft iets waar ik mijn vinger nog niet op kan leggen. Ik ben er dan ook niet uit of ik dit nu een sterk nummer vind of dat dit me wat tegenstaat.
The Loneliness of a Tower Crane Driver is een bijna instrumentaal nummer. Er is wel zang maar dat lijkt meer als instrument gebruikt te worden. Ik vind het wel een apart nummer met een magisch sfeertje waar ik nogal dol op ben.
The Fix start duister en heeft wat weg van de donkere sound die bands als Tindersticks kenmerkt en ja dan zit je goed bij mij. Fantastisch nummer dat zeker tot mijn favorieten behoort. Heerlijk deze toonzetting en wat jammer dat ze dit niet vaker doen.
Some Riot doet me sterk aan iets denken waar ik maar niet op kan komen. Wel is de sfeer hier donker net als het vorige nummer en hangt er continue wat dreigends in de lucht.
On a Day Like This heeft prachtige strijkerspartijen met een oosters tintje. Als Rufus Wainwright dit had opgenomen voor Release the Stars dan had je van goede huize moeten komen om mij te overtuigen dat dit geschreven was door deze band. Wederom een hoogtepunt!
Friend of Ours vormt een rustige afsluiter met fluisterzang en spaarzame instrumentatie. En daarmee vormt het het einde van een zeer verrassende plaat. Want wie had ooit kunnen denken dat ik zo enthousiast zou zijn over Elbow?! Okee, het vorige album deed het al heel goed bij mij en ik was vanaf het begin af aan al enthousiast over dit gezelschap alleen verloor het gaandeweg zijn glans.
Laat de poetslappen maar thuis want dit nieuwe album heeft voldoende glans van zichzelf en zorgt ervoor dat 2008 steeds steviger in zijn schoenen komt te staan qua schitterende releases.
Een hele dikke 4 met uitloop naar meer en daarmee zou dit op termijn wel eens mijn favoriete Elbow kunnen worden! Wat een feest!

Elbow - The Take Off and Landing of Everything (2014)

poster
4,0
Op de één of andere manier heb ik niet echt een enorm warme liefdesband met Elbow en dat schrijf ik bij elk album weer als intro. Begint uiteraard een beetje saai te worden van mijn kant en dat woord 'saai' heeft er misschien ook van alles mee te maken.

Elbow klinkt soms gewoon wat verveeld in mijn oren en het kost altijd moeite om op gang te komen met ze. Het is nu al niet anders.
The Take Off and Landing of Everything laat niet veel nieuws horen, kabbelt rustig voort en zal ongetwijfeld na meerdere draaibeurten nog een klein beetje van z'n schoonheid prijsgeven aan mij maar meer dan een halfje erbij (of eraf) zal het niet worden.
Misschien te degelijk, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik dit echt elke keer weer heb en dat mag ook best wonderlijk heten natuurlijk.

Het is allemaal weer mooi en vertrouwd Elbow maar meer ook niet voor mij. Elbow is gewoon een vaste riedel geworden: even zeuren over de rare band die ik er mee heb, concluderen dat het wat saaiig is en dan uiteindelijk toch nog wel goede zaken met ze doen waardoor de opvolger ongetwijfeld weer eenzelfde behandeling krijgt. Ook wel eens fijn om van die zekerheden in het (muzikale) leven te hebben

Voorlopige favorietje? Titelnummer The Take Off and Landing of Everything.

Eleanoora Rosenholm - Vainajan Muotokuva (2007)

poster
3,5
swoon schreef:
Zo'n mooie hoes, dus ik wou het wel een kans geven, maar het is echt verschrikkelijk.

Ook ik ben puur op de hoes afgegaan want die is inderdaad erg mooi.
En de inhoud? Allereerst heb ik geen enkele moeite met het fins (sterker: door de jaren heen zijn finse inzendingen op het songfestival regelmatig favorieten geweest ondanks de taal).
Muzikaal vind ik het helemaal niet verschrikkelijk. Het is een beetje de Finse Björk (oei oei oei aERo wat doe je nu weer). Het lijkt er niet echt op maar het is toch ook wel de categorie 'beetje vreemd maar wel lekker' met het verschil dat ik de stem van Eleanoora beter kan verdragen.
Het is allemaal lief en schattig (Björk is dan stout en kattig) en het is ultieme happy joy joy-muziek geschikt voor een heerlijke lente-dag. Trek je gelakte schoentjes aan meisjes, haal je mooiste jurkje uit de kast en huppel de weilanden in! aERo huppelt dan wel mee hoor

Electric Litany - Enduring Days You Will Overcome (2014)

poster
3,5
Postrock uit Griekenland maar een basis in Londen. Melodramatische zang, opvallende elektronische toevoegingen en een melancholische sfeer waar je u tegen zegt. Het druipt er vanaf.

Je zou zeggen dat we onderhand wel genoeg van dit soort bandjes hebben gehoord. Misschien is dat ook wel zo maar het is toch wel knap als het juist binnen dit genre lukt om mij als luisteraar nog te overtuigen.

Electric Litany doet me regelmatig denken aan het Noorse Kashmir en daar is de zang verantwoordelijk voor. Buiten dat, zijn het ook de kleine twists en toevoegingen die dit album weten te doen opvallen. Donkere baslijnen, surfgitaar (hoor ik daar Atomic van Blondie in single Feather of Ecstasy?), new wave, noem maar op.... het zorgt ervoor dat de aandacht er goed bij te houden is (iets waar ik soms nog wel eens problemen mee heb met postrock-achtige bands).
The Soul Remembers Everything doet me zelfs even wegdromen naar Dead Can Dance.

Mooi album dat best wat aandacht mag krijgen.

Electric President - s/t (2006)

poster
4,0
Kent u dat gevoel? Je hoort iets ongelooflijks moois en je raakt er verslaafd aan. Dan moet en zal je ander werk van betreffende artiest gaan luisteren als dat voorhanden is.
Het betreft hier het nog uit te komen album van Radical Face, genaamd Ghost.
Dit is een soloalbum van ene Ben Cooper en laat die Ben Cooper nu al eens een plaatje gemaakt hebben met maatje Alex Kane onder de naam Electric President.
Al bij de eerste tonen moest ik denken aan het bandje Tunng die ook folk en electronica met elkaar vermengde.
Op dit album gebeurt dat iets minder heftig en hierdoor vind ik de balans veel positiever uitslaan voor Electric President.
Ook herken ik wel degelijk de sfeer die ik op Radical Face hoor en dat is zeer zeker niet vervelend.

Dit is al te horen op Good Morning, Hypocrite. Het stemgeluid is gelijk al herkenbaar met dat wat ik van Radical face ken. Muzikaal gezien ligt het er ook niet eens zo ver van verwijderd. Ietsje meer electronische toevoegingen misschien en ietsje meer up-tempo.
Voor Insomnia gaat hetzelfde op. Ik zal dan ook niet meer gaan vergelijken met Radical Face (die immers na dit album volgt). De vergelijking met Tunng zal ik ook nog één keer maken, want hier gaat die zeker ook op.
Toch vind ik de combi van folk en electronica hier een heel stuk minder geforceerd overkomen. Het is een lekker nummer wat zweverig wegdroomt en wegglijdt in de tijd.
Ten Thousand Lines opent met shoegazer-achtige gitaar waar de akoestische gitaar het al snel weer over neemt. Schijn bedriegt, want al snel verwacht je een rustig akoestisch nummer te horen en dat is niet zo. Na een kort maar krachtig Yep komt er een beat onder, een beat verzorgd door natuurlijke instrumenten (waar je een computer-drumbeat zou verwachten). Ook dit nummer heeft leuke wendingen en maakt het een spannend geheel zonder dat het onnatuurlijk overkomt.
Grand Machine No. 12 heeft ook weer die spanning tussen indie-pop en wat kleine electronische elementen. Maar die laatste zijn toch wel in de minderheid. De nadruk ligt ook hier weer op het gebruik van akoestische instrumentatie zoals in folk gebruikelijk is.
Het wat kortere Hum heeft een beetje het dreinerige wat Billy Corgan van de Smashing Pumpkins had op zijn album Adore. En ondanks dat dreinerige vind ik het heel aangenaam te beluisteren.
Snow on Dead Neighborhoods heeft een schitterende melodie. Ook hier lijkt de stem ondergeschikt aan de instrumentatie, het is er zeer gelijkwaardig aan. Een band als Engineers had dit ook. Misschien is het gebrek aan kracht van die stem hier debet aan, dat zou best kunnen, maar dan is het in mijn oren gewoon een prettige ervaring, aslof het zo hoort te zijn. Hemels nummer.
Some Crap About the Future opent op synths en gaat langzaam over in een mooi akoestisch getint folkliedje gelardeerd met flarden rockgeluid.
Metal Fingers heeft een knisperend geluidje dat het nummer wat rafeligs meegeeft, maar hiertegenover staat meer een mooie gitaarlijn die voor een vreemde twist zorgt. Haast fluisterend werkt Cooper zich door het nummer heen. Halverwege komt er meer tempo en verdwijnt het gefluister, alhoewel er nooit flink uitgehaald zal worden, daar leent de stem van Cooper zich niet voor.
We Were Never Build to Last krijgt wederom een prettig in het gehoor liggende akoestische gitaar die weer ondersteuning krijgt van allerlei geluidjes. En ook hier komt er later weer een rocksausje overheen. Het is een beetje het gevaar van dit album dat het hierdoor allemaal wat op elkaar gaat lijken.
Farewell start gelijk al met gruizige gitaar. Maar piano neemt het dan over en brengt dit nummer naar een einde waar we onderweg nog wel electronica, toeters en bellen tegenkomen en een enkele harde gitaar-eruptie. Het akoestische broertje sluit het vervolgens af om tot een wel heel abrupt einde te komen. De koek was blijkbaar op.

Dit album betovert me minder dan Ghost van Radical Face, maar het boeit me enorm en het is er zo eentje die ik veel zal moeten luisteren wil het echt goed tot me doordringen.
Leuk om dit met terugwerkende kracht alsnog te ontdekken.
Geschikt voor liefhebbers van Tunng, Notwist, een beetje Royksopp, Death Cab for Cutie en natuurlijk Radical Face.

Electric President - Sleep Well (2008)

poster
4,0
Vorig jaar zag ik een hoes die ik erg mooi vond en ik besloot op de gok maar eens te gaan luisteren of de inhoud daarbij aansloot.
Ben Cooper maakte onder de naam Radical face met het album Ghost één van mijn favoriete albums van 2007 en nog steeds koester ik dat album. Het was een vanzelfsprekendheid dat ik ook zijn werk met Alex Kane onder de naam Electric President ging beluisteren (en kopen): ook dat beviel goed. Iets minder indrukwekkend dan Radical Face, maar wel degelijk een mooie cd die niet eens zo heel erg veel afweek van Radical Face.
In juni komt de tweede Electric President uit onder de naam Sleep Well.
Al op Monsters herkennen we de knisperende electro-geluidjes op de achtergrond in wat voornamelijk toch een folky-achtig nummer is. Deze combinatie is niet heel erg nieuw meer en al helemaal niet als je het vorige album ook kent. De zachte, soms fluisterende zang van Cooper past hier goed in en nergens klinkt het geforceerd hip of moeilijkdoenerig. Een uitstekende opener en tevens een feest der herkenning.
Bright Mouths klinkt iets meer pop dan folk en bevat hier en daar een gruizig gitaargeluid. Hierdoor klinkt het wat steviger en zelfs wat volwassener allemaal.
We Will Walk Through Walls opent wat mysterieus maar dat moment wordt snel doorbroken door de drums die inzetten: niet uit een doosje maar gewoon puur natuur. Hierdoor komt het gelijk al met beide benen op de grond en is het geluid aardser. Toch gaat dit nummer op een gegeven moment een beetje uit als een nachtkaars: ik mis een spanningsopbouw en het sferische is juist iets te miniem naar mijn smaak.
Graves and the Infinite Arm opent wat chaotischer en spannender en ontpopt zich dan opeens als een lieflijk liedje maar wel eentje waar de drums wederom nogal op de voorgrond terecht zijn gekomen. Dit nummer klinkt weer een stuk boeiender dan het vorige maar die drums daar ben ik toch nog niet helemaal over uit. Verder een uitstekend nummer.
Het korte Ether klinkt dan opeens erg mooi na die bombast van de drums. Een zeer mooi tussenmomentje kan ik wel zeggen. Het vormt tevens de opmaat voor It's Like a Heartbeat, Only It Isn't. Dit nummer komt wat vrolijker over, maar de zweverige zang blijft er voor zorgen dat het toch nergens pop wordt. De gitaren op de achtergrond geven het een ruiger randje mee en daarmee weet het een lekker nummer te blijven dat niet verzandt in een saaie lange brij.
Robophobia heeft een heerlijk intro (de synth riedels dwarrelen over elkaar heen om later een ondertoon te krijgen van langgerekte partijen). Wat dan volgt is een jachtig up-tempo nummer met wederom hoge zweverige koortjes. Het is jammer dat de zang van Cooper niet zo krachtig is want nummers als deze verlangen dat voor mijn gevoel wat meer. Zeker als ook hier weer de drums een grote rol opeisen.
Lullaby start zoals je van de titel ook kunt verwachten. Alsof er aan het koordje van een speeldoosje boven de wieg is getrokken. Daaroverheen wordt een saus van zachte synth-partijen gegoten. Langzaamaan komt er meer leven in het nummer en hiermee is dan sprake van een prima opbouw van dit nummer dat wel tot mijn favorieten van deze cd behoort tot nu toe.
All the Bones is het tweede intermezzo van dit album en klinkt minder lief dan het vorige. Dit is wat ruwer en rauwer zonder dreigend te worden.
Adrift in Space, Or Whatever lijkt dat in het intro wel wat te worden. De electro krijgt na het intro ook wat ruimer baan. Hierna volgen haast wave-klanken en de zang past hier wonderwel bij (het doet me denken aan de band Simian). Wederom een nummer dat ik bijschrijf als zijnde een grote favoriet van dit Sleep Well.
It's an Ugly Life heeft een soort van gospelachtig sfeertje in zich. Niet omdat er een groot koor op meedoet (want dat is ook niet zo), maar meer het ritme van het nummer. Een prima ritme overigens want het nummer weet mijn aandacht wel te pakken.
When It's Black valt dan opeens wat buiten de boot. Het doet me een beetje denken aan het latere werk van Depeche Mode.
Heerlijk om de piano er zo tussendoor te horen fladderen. Die Depeche Mode-link zal ongetwijfeld ook te maken hebben met het gebruik van de akoestische gitaar.
Hiermee vormt het een uitstekende afsluiter van alweer een fijn Electric President album. Net als de vorige cd S / T heeft het niet de impact op mij die Radical Face wel had maar het doet wel wat met me en daarmee is Cooper wel een blijvertje voor mij.
Typisch weer zo'n cd die even wat tijd nodig heeft om onder de huid te kruipen en daarmee een hoop schoonheid prijsgeeft. Geef het een kans zou ik zeggen!

Electric President - The Violent Blue (2010)

poster
4,0
Door mijn liefde voor Radical Face (waar Ben Cooper zonder Alex Kane te werk gaat) ontdekte ik ook Electric President die twee alleraardigste cd's wist af te leveren maar die net dat betoverende miste dat Radical Face wel had voor mij.
Nu is er een derde album van dit duo die eigenlijk ontstaan is uit de resten van voorganger Sleep Well en al bij opener The Ocean Floor bekruipt me het gevoel dat dit net zo goed de nieuwe Radical Face had kunnen zijn: zo rustig, zo kalm.
En dit blijft op veel tracks ook van toepassing maar wat me vooral opvalt is dat we de toevoeging 'electronic' eigenlijk al bijna weg kunnen laten (ik vond het ook niet nodig dat etiketje er nog bij te plakken bij het toevoegen). Het is veel rock-georiënteerder, wat vaak terugkeert in het gebruik van de gitaren waarmee ze heel soms een Coldplay-achtige sound krijgen. Misschien niet slim om die naam erbij te halen want het zal ongetwijfeld veel mensen met een boog om dit album heen doen lopen. Let op: het is geen Coldplay want daarvoor hebben de heren nog genoeg eigenzinnigs in huis en ervaar ik dat slechts sporadisch en misschien is het leuk te weten dat er in het nummer Circles soms shoegaze-achtige dingen vallen te bespeuren.
Ik vind het in elk geval weer een stap voorwaarts t.o.v. het vorige album. Het is niet zo sterk als het debuut van Radical Face en als ik het naast het Electric President-debuut S/T leg is het lastig vergelijken omdat dit veel organischer klinkt, maar daardoor ook wel meer rock (en voor sommigen minder boeiend misschien).
Ik denk wel dat het Cooper is die voor het bekende mysterieuze sfeertje hier en daar zorgt want daar is zijn zang verantwoordelijk voor.
En dat is dit nieuwe album toch wel weer: lekkere sfeer, tikje mysterie en vooral behaaglijk warm.

Eleni Karaindrou - Elegy of the Uprooting (2005)

poster
4,5
voltazy moet gedacht hebben 'als ik toch een keer succesvol kan tippen dan probeer ik het gewoon nog eens'.
Kijkend naar de beoordelingen werd al snel duidelijk dat dit bijzonder moest zijn.
'Niet meegaan in hysterie, niet meegaan in hysterie' was wat ik hierop weer dacht (probeerde nog even flink Sha-la-lie in mijn kop te halen om daardoor extra kritisch hier in te stappen).

Okay, eerste stap: samples op amazon.
Tweede stap: snel weer uit; zit wel goed.
Derde stap: pindakazen (cd kan dan altijd snel daarna nog wel besteld worden)
Vierde stap: laat maar komen..............................

Prayer laat al horen dat dit zeker wel in mijn straatje past. Licht klassiek en behoorlijk goed toegankelijk.
En zo liet ik me vervolgens meevoeren op hemelse klanken waar piano en viool wedijveren om de rol 'wie is hier de mooiste in het land'. Waar het koor je weet te ontroeren. Waar diverse lokale instrumenten het nog eens van extra peper voorzien.
Ongelooflijk sfeervol, en al heel snel ben je dus echt even weg van de wereld en neemt Eleni Karaindrou je mee naar een plaats waar het blijkbaar zeer goed toeven is.
Dat het erg filmisch (en daardoor beeldend) klinkt is uiteraard niet vreemd, maar wat ik wel knap vind is dat het daarnaast ook heel erg sterk op eigen benen kan staan en dat je al snel in staat bent je eigen film in je hoofd af te draaien.

Een werkelijk schitterende opname van een uitvoering in Athene met haar meest bijzondere composities uitgevoerd door een 110-koppig orkest en koor....... dat is wat een vluchtige naslag me opleverde.
Eigenlijk interesseerde me dat geen ene moer, want mijn gedachten zaten al heel erg anders. Die info komt later nog wel wat uitgebreider.

Helaas moet ik het mooie sprookje hier op musicmeter heel even onderbreken door er (nog) niet de volle mep aan te geven.
Maar wat niet is kan altijd nog komen; daarvoor krijgt dit album zonder enige twijfel nog heel veel kansen.

Elias and the Wizzkids - Just Do It! (2010)

poster
3,5
Elias Åkesson is de man achter Elias and the Wizzkids en Just Do It! is hun tweede album en schijnt een flinke verandering te zijn t.o.v. hun eerste.
Ik kan daar weinig over zeggen omdat ik die niet ken. Ik moest bij beluistering van samples een beetje denken aan landgenoten The Ark en dat was voldoende reden om het album in z´n geheel te beluisteren.
En klopt het? Ik mis een beetje de scherpte die The Ark soms heeft, maar het pop-gehalte is hoog. Zweedse bubblegum die lang genoeg zijn smaak weet te behouden door een heerlijke afwisseling aan nummers. Zo doet Mr Right Guy een heel klein beetje denken aan Vampire Weekend (maar dan wederom wat minder scherp). Het Paul Simon-Graceland-gevoel ligt in elk geval erg aan de oppervlakte. Ook de Beatles worden niet vergeten en dat hoor je o.a. in Crooked Road terug.
Okee, bubblegum kan wat denigrerend overkomen en dat is niet de bedoeling, want deze popnummers zijn nu ook weer niet Alcazar-achtige top 40 meuk mocht u dit gaan denken.
Just Do It! is gewoon een onbezorgd plaatje waarin het leven goed is, er geen narigheid te bespeuren valt en iedereen met een grijns op zijn smoel rondloopt. Niet leuk? Jawel hoor, soms is dat gewoon erg fijn. Een beetje luchtigheid op z'n tijd kan helemaal geen kwaad en Elias plus zijn maatjes helpen hier goed bij en dan helpt het ook nog eens dat het niet verzandt in flauwe top 40 meuk maar dat het genoeg leuke randjes heeft om het voor ons 'serieuzere muziekliefhebbers' ook nog boeiend te houden.

Ella Fitzgerald & Duke Ellington - Ella at Duke's Place (1965)

poster
4,0
Niet een van de bekendste cd's van Ella met Duke Ellington. Misschien wel behorend tot een van de beste. Ella legt zoals zo vaak veel soul in haar vertolkingen: mij pakt ze daar telkens toch weer mee in. Something to live for is zo'n voorbeeld.
Dan krijg je Flower is a lovesome thing en Passion flower. Hierin komt haar wat lagere stem tot een goed recht.
I Like the sunrise is ontroerend, ook tekstueel.
Azure is geweldig, vooral het stuk waar de band verdwijnt en Ella en Duke op piano samen verder gaan.
Imagine my frustration is gewoon een lekker nummer en Duke's place idem dito: prachtig hoe ze hier weer samenwerken.
Brown-Skin Gal (In the Calico Gown) vind ik een mooi nummer doordat het langzaam start en omslaat in een swingend stuk.
What Am I Here For? is tekstueel gezien weer erg grappig en afsluiter Cotton Tail valt op door de vocale improvisaties van Miss Fitzgerald.
Memorabel album, misschien iets minder bekend, maar zeker noemenswaardig !
Zachary, jongen, laat deze in je jazz-avonturen niet door je vingers glippen

Ellen ten Damme - Durf Jij? (2009)

poster
3,0
aERodynamIC schreef:
Ik heb niet zo veel met Ellen ten Damme maar een nederlandstalig album weet mijn aandacht wel te trekken. Dit wil ik graag horen en ik zal er zeker achteraan gaan.

Nu dat gedaan is kan ik gaan beoordelen

Zoals gezegd is Ellen ten Damme voor mij niet veel meer dan een bekende nederlander en daarnaast vind ik het wel een mooie vrouw.
Punt.
Ik ken niks van haar werk, ik heb haar nooit op zien treden en aangezien ik zelden tv kijk heb ik haar daar ook niet iets zien doen dat mijn aandacht heeft weten te trekken. En toch kom je haar op de een of andere manier continue tegen.
Toen ik zag dat ze een nederlandstalig album zou uitbrengen werd ik wakker en besloot ik single, tevens titelsong Durf Jij? te beluisteren en laat dat liedje me nu heel erg weten te pakken.
Zoals misschien bekend ben ik een groot liefhebber van Frédérique Spigt en die weet mijn hart te raken met haar nederlandstalige liedjes (gek genoeg minder met haar engelstalige) en toen ik de single van Ellen hoorde deed het me een beetje aan Fré denken.
Ik was er helemaal klaar voor. Ja, ik durfde!

Nu ik het album gehoord heb weet ik wie Ellen ten Damme is (of misschien ook wel niet). Ik hoor een zangeres met een mooie stem maar die me op den duur een beetje gaat irriteren omdat het soms zo verdomde kinderlijk overkomt. Geen idee of dat komt omdat ze in het nederlands zingt, maar naarmate het album vordert vind ik het soms een beetje een jengelend kind worden. Het kan ook zijn dat ik haar accent maar zo zo vind (doe mij Rotterdamse Fré dan maar).
De liedjes zelfs switchen een beetje tussen cabaret en luisterpop. Het komt niet altijd oprecht op me over: te gekunsteld. Ook de teksten weten me gek genoeg totaal niet te raken; die komen soms zo naïef op me over.
Dat is een hoop negatieve kritiek zal iedereen zeggen en dat strookt niet helemaal met de beoordeling.
Nee, dat is ook zo. Ik keek heel erg naar dit album uit en het valt me gebaseerd op de single misschien iets te veel tegen waardoor ik wat zurig van toon ben, want probeer ik die toon wat naar achteren te drukken dan blijft er toch best een mooi album van eigen bodem over. Dat kinderlijke is iets waar ik aan kan gaan wennen want als ik zelfs Roosbeef na verloop van tijd goed kon pruimen dan moet ten Damme dat ook wel lukken mag ik aannemen.
Op de composities an sich valt ook niet veel aan te merken: uitstekende nummers die niet allemaal in mijn straatje vallen misschien maar die wel degelijk goed te noemen zijn en gelukkig hebben we met de titelsong een klassiekertje in eigen taal te pakken wat mij betreft, want die torent er heel hoog bovenuit.
Ik hink daardoor heel erg op twee benen over wat ik er nu echt van moet vinden. Laat ik in elk geval maar eens wat meer gaan beluisteren van deze bijzondere artiest want ondanks dat ik iets meer verwacht had van Durf Jij? denk ik wel dat er misschien wel eens een album tussen zit dat me meer aanspreekt en zo niet dan durf ik verder niet meer naar Ellen te luisteren en zal ze 'misschien een draakje voor me slachten' (Misschien)

Ellie Wilson - Memory Islands (2023)

poster
4,0
Een hoes kan helpen om de aandacht te trekken, en dat doet deze zeer zeker. De maker ervan is Janaina Mello Landini uit Brazilië.
Ellie volgde haar op Instagram en trok de stoute schoenen aan en vroeg of ze haar werk Ciclotrama 301 (superstrato) mocht gebruiken als hoesontwerp en dat mocht. Ellie blij en prijst de kracht van internet.

Die kracht kennen we ook uit het verleden waar ik de band Revere flink gepromoot heb met alle gevolgen van dien. Hierdoor ontstond vriendschap met de band en met Ellie zeer zeker. Niet gek dat ik haar nog steeds volg uiteraard en ik kan niet wachten om haar weer te ontmoeten, privé of juist als artiest, en die kans zit er misschien in omdat er plannen zijn om met haar werk optredens in Nederland te verzorgen. Laten we hopen dat het gaat lukken, zeker ook omdat ze dit samen met Jay Chakravorty wil doen en ook hem hoop ik weer te ontmoeten.

Memory Islands valt duidelijk onder de noemer neoklassiek, maar ze vermengt er ook moderne stijlen in en niet op een dwingende manier waardoor het geforceerd hip overkomt, maar juist heel natuurlijk waardoor het een aangename luistertrip is geworden. De soundtrack van een film zou zomaar gekund hebben. Waar op haar vorige album de nadruk wat meer op folk lag, daar is dat hier een stuk minder.

Alle effecten zijn op haar viool gemaakt en soms herken je het instrument niet eens meer. De nummers zijn dusdanig avontuurlijk dat je er misschien even in moet komen, maar een echt grote uitdaging is het nu ook weer niet, laat je dus zeker niet afschrikken bij de omschrijving, maar dompel jezelf onder in dit warme viool-bad en dan kom je er de komende herfst en winter wel mee door (en ongetwijfeld nog vele andere jaargetijden de komende jaren).

Aanrader!

Elliot Maginot - Comrades (2018)

poster
3,5
Ik had nog niet eerder van de Canadese Elliot Maginot gehoord. De hoes triggerde me en zo kwam ik uit bij een nog jonge zanger met een behoorlijk 'onzijdige stem'.

Zijn muziek zou tussen folk en pop moeten inzitten. Nu staan er een paar tracks op die het label folk wel mogen hebben, maar de meerderheid is een beetje jaren '80 pop, denk aan Fleetwood Mac ten tijde van Tango in the Night of bands als Chicago in die jaren. Zelfs de saxofoon wordt weer opgetrommeld.

En echt: van dat soort muziek gingen mijn haren in die tijd recht overeind staan en doet dat nu nog (met uitzondering van Fleetwood Mac's Tango in the Night die ik aanhaal). Echt brrrrrrr.

Waarom weet Maginot het dan toch best goed te doen bij mij? Is het die wat bijzondere, bijna vrouwelijke stem? Zijn het de uitstekende composities? Of is het toch net de stevige scheut folk die het verdraagzaam en zelfs aangenaam maakt?

Ik weet het eigenlijk niet zo goed. Wel dat ik dit een fijn album vond om naar te luisteren en dat ik er zeker meerdere draaibeurten nog tegenaan zal gooien om te kijken hoe dit op de langere termijn bevalt.

Elsa Birgitta Bekman - Once in My Life (2020)

poster
4,5
Fijne, kristalheldere stem en pure liedjes. Echt origineel is het niet, maar moet dat dan?

Het is allemaal zo fraai, dat je de wereld om je heen 50 minuten even vergeet. Het lukt Elsa mij haar muziek in te zuigen met een schoonheid waar je u tegen zegt. Alleen al de subtiele strijkers her en der doen hun werk al om mij week te maken en me volledig in haar te doen geloven.

Elsa Birgitta Bekman heeft met Once in My Life een schitterend album van eigen bodem weten toe te voegen waarvan ik hoop dat het lang mee zal gaan en voldoende opgemerkt zal worden, zeker in tijden waar Spinvis de klok slaat met zijn herfstalbum.

Once in My Life is ook geschikt voor de herfst, maar zal je in de winter weten op te warmen als de gloed van een haardvuur en in de lente zal ze dat frisse zeebriesje worden om ons in de zomer vervolgens loom van la dolce vita te doen laten genieten.

Tijdloos noem je zoiets toch?!

Elva Snow - Elva Snow (2005)

poster
4,5
Dat ik Scott Matthew heel erg hoog heb zitten blijkt wel uit het feit dat het één van mijn meest gedraaide cd's van dit jaar is. Ik kan maar geen genoeg krijgen van deze nieuw ontdekte artiest (die toch minder nieuw voor mij was toen ik de cd kocht, omdat ik hem al kende uit de film Shortbus waar Matthew een gastrol in speelt als zichzelf).
User thebestfreaks bleek dit jaar de user te zijn met wie ik qua muzikale voorkeur het meest op 1 lijn bleek te liggen. Er zijn aardig wat tips over en weer gegaan.
En vanavond wist hij mij heel erg blij wist te maken met het album Elva Snow van zijn gelijknamige project met ex-Smiths lid Spencer Cobrin. Ik kan hem er niet erkentelijk genoeg voor zijn want al bij de opener Pavement Kisses zit het al helemaal goed. Iets steviger dan we van Scott Matthew gewend zijn maar nog altijd uit duizenden herkenbaar en vooral weer heel erg sterk.
Nog mooier vind ik Hold Me dat een schitterende melancholieke sfeer kent. Het gaat wat meer richting zijn soloalbum van dit jaar.
Op Could Ya, dat wederom een stuk steviger klinkt, doet hij me opeens erg denken aan Pulp. Ook de manier van zingen heeft wel wat weg van Jarvis Cocker. Op deze manier ga je opeens heel anders luisteren naar Scott Matthew.
Drinking and Driving is wat relaxter. Het mist net een beetje van de magie die ik op zijn solo-album wel hoor maar dat neemt niet weg dat ook dit nummer erg genietbaar is.
Shimmer is sprankelende gitaarpop en klinkt gewoon lekker in het gehoor. Dat sprankelende is ook terug te horen in Live for Love. Mooie gitaarlijnen met daarover heen de ietwat hese zang van Matthew waardoor je een spannend contrast krijgt. Prachtig nummer.
Eyesore is een akoestische ballad en doet daardoor weer gelijk denken aan het solo-album. Behoorlijk sober in dit geval, zonder enige versiering in de vorm van strijkers zoals veel nummers op dat bewuste album wel hebben. Nu dus heel direct. Pas tegen het eind komt er piano bij en wat wordt het dan een hemels nummer!
Stars mag dit veel te korte album afsluiten. Te kort, maar misschien ook wel weer de kracht van deze cd, want daardoor is de kans op verveling niet groot en zet je met alle liefde het nog eens op.
Stars heeft wat (lichte) electronische toevoeging gekregen en werkt daar ietwat vervreemdend. Het is ook wel een apart nummer en toch stoort het niet: het is zelfs wel een passende afsluiter, zeker met de bombast aan het einde hiervan.
Al met al was dit toch echt heel erg genieten en hoop ik dat in de toekomst vaker te gaan doen. Sowieso hoop ik dat Scott Matthew vaker van zich zal gaan laten horen want het zou wel eens een lievelingetje kunnen gaan worden van mij.
Nogmaals bedankt thebestfreaks

Elvis Presley - The King (2007)

poster
3,5
Met Elvis Presley heb ik eigenlijk niet zo veel. Ik heb ook slechts 1 album beoordeeld op de site en dat was een LP die bij mijn moeder in de kast stond (ze was in haar jonge jaren een fan, alhoewel ik slechts 1 verzamel-LP in haar kast kon ontdekken en dat is er eentje van toen ik al geboren was).
En toen zag ik deze, met de JXL-mix nog in gedachte, en vond dat ik er toch maar eens wat meer tijd aan moest besteden.
Uiteraard erg veel bekende nummers, ook op de bewuste LP van mams te vinden, maar ook wat voor mij minder bekende en ik moet zeggen dat er best lekkere dingen tussen staan. Helaas ook wel wat draken van songs.
Het nodigt dus niet uit om nu de hele reguliere discografie langs te gaan, maar dit nodigde deze avond in elk geval wel uit tot veel 'O ja's' en meezingen.
The King? Dat vecht hij maar met onze Michael Jackson uit

Emancipator - Safe in the Steep Cliffs (2010)

poster
3,5
Laat ik me eens begeven in een hoek waar ik niet vaak te vinden ben. Ik zag de omschrijving van dit album en dat trok me wel: een combinatie van trip-hop, electronic en downtempo..... tja, dat deed me denken aan Archive en laat ik die nu net behoorlijk waarderen.
In zulke gevallen is MySpace niet ver weg en slechts enkele seconden waren genoeg mij ervan te overtuigen dit in z'n geheel te beluisteren.
Al in opener Greenland valt het vioolspel op dat je eigenlijk niet zo snel verwacht maar wat mij betreft wonderwel goed past. Dit nummer zorgde er in elk geval voor dat ik klaarwakker was, want dit beloofde een hoop moois.
Zonder beledigend over te willen komen moest ik bij Black Lake heel erg denken aan Andreas Vollenweider (het zou me niet verbazen of er een sample gebruikt is; dat kunnen de kenners misschien ophelderen?!). Nu heb ik niet zo veel meer met Vollenweider maar dit nummer pakt me des te meer.
Jet Stream zorgt er voor dat ik gelijk naar de hoes van dit album kijk: op de een of andere manier vind ik die perfect bij dit nummer passen. Heerlijke sfeer en het geheel komt op mij natuurlijk over: nergens ervaar ik het als geforceerd. Cliché? Misschien wel, maar daarvoor ben ik te weinig thuis in dit genre en dan denk ik dat ik ook wat sneller tevreden ben. Ik kan me voorstellen dat velen dit niet echt spannend vinden.
Kamakura opent op piano en krijgt al snel een rustige flow mee. Je zou bijna terug de tijd in gaan en beweren dat lounge 'back' is. Gelukkig zou ik dit nummer met die term ernstig tekort doen dus laten we dat ook maar snel weer vergeten. Dat het laidback is mag een feit zijn (althans voor mij wel). Doet me gelijk naar nieuw werk van Yonderboi verlangen als ik dit zo hoor.
All Through the Night gaat vrolijk door in dezelfde mellow flow en even dreig ik een beetje af te haken omdat ik zit te wachten op spannender momenten. De cello klinkt natuurlijk schitterend maar er gebeurt net even te weinig om mij genoeg te triggeren.
Old Devil doorbreekt dit gelukkig wat en zorgt er voor dat ik zeker nog niet afhaak. Dit nummer bevalt me wel. Ondertussen begint er wel het besef te komen bij mij dat mijn verwachtingen toch wat hoger waren. Ik hoopte op een hoop nieuwe dingen; dingen uit een muzikale wereld die ik niet ken en dat valt toch wel een beetje tegen. Natuurlijk is dit geen Yonderboi, natuurlijk is dit geen Archive (en zo kan ik nog wel wat dingen noemen) maar heel erg afwijkend is het ook allemaal niet. Maar een nummer als dit Old Devil vind ik wel degelijk erg prettig luisteren en weet me genoeg te bieden. Dus gewoon door naar Nevergreen. Meest opvallende in dit nummer is de gitaarsolo in combinatie met de cello. Niet wereldschokkend maar verder ook weinig over op of aan te merken. Het begint haast het manco van dit album te worden zou je denken: misschien toch te braaf allemaal?!
Ares is een nummer met heel liefjes op de achtergrond een dromerige sprookjesachtige sound dat telkens in gevecht gaat met de beats die ook een hoofdrol opeisen. Het geeft een mooi contrast dat tegelijkertijd ook aantoont dat het prima samengaat. Mooi nummer!
In Rattlesnakes ervaar ik eigenlijk pas voor het eerst oosterse invloeden. Het hele album straalt wel iets werelds uit, maar pas op dit nummer komt het echt wat duidelijker naar voren. Rattlesnakes bevalt in elk geval goed. Smaakt naar meer.
Het mystieke is ook in Bury Them Bones terug te horen. Zou kunnen dat het door de zang komt. Zodra de blazers zich er bij voegen verdwijnt dat sfeertje maar keert er een andere sfeer voor terug die er voor zorgt dat ik dit zeker één van de betere nummers vind. Het is een ietwat vreemde combinatie van stijlen, maar wel een lekkere.
Vines heeft een beetje een akoestische sound en dat werkt relaxed, maar verder maakt dit nummer niet zo heel erg veel indruk. Dit is duidelijk weer zo'n momentje dat het allemaal net even te veel van hetzelfde lijkt te zijn (wat niet helemaal waar is, maar toch).
Hill Sighed valt op door de blazers die onverstoorbaar hun ding blijken te doen. Hierdoor klinkt het sereen en geeft het dit nummer een mooie, warme gloed.
Op Siren laten de strijkers hun oosterse tint weer goed horen en ook de achtergrondzang draagt zijn steentje hier aan bij (of beter: haar steentje).
Er is nog een extra track te verkrijgen per legale download en dat is het titelnummer Safe in the Steep Cliffs. Het is een iets pittiger nummer (relatief gezien). Het voegt niet heel erg veel toe op al het voorgaande gebodene, maar het doet zeker geen afbreuk omdat het gewoon een prima track is net als de rest.

Want die conclusie kan ik wel trekken: het is een mooi album waarvan ik op voorhand hoopte meer verrast te worden door dingen die ik niet kende en dat bleek dus niet echt het geval. Misschien dat ik daarvoor het vorige album moet gaan beluisteren?!
Het is in elk geval iets wat op het lijstje 'nog te beluisteren' gaat, want daarvoor is me deze cd gewoon te goed bevallen. Er is wat twijfel over de inzet: 3,5* of 4*, maar laat ik daarom voorzichtig beginnen en de tijd zijn verdere werk doen.

Emanuel and the Fear - Listen (2010)

poster
4,5
Emanuel and the Fear laten op myspace weten wie ze als invloeden hebben, laat ik er eens een paar uitvissen: Beatles, Beethoven, the Mars Volta, Rufus Wainwright, the Arcade Fire, Bob Dylan, Neil Young, Sufjan Stevens, Daft Punk, Radiohead, W.A. Mozart en Igor Stravinsky.

'Toe maar' zeggen we dan.

Natuurlijk is dit hoog gegrepen, maar godallemachtig wat stuitert dit album alle kanten op zeg, dus zo vreemd zijn al die uiteenlopende namen niet.
Het album gaat al donderend van start middels een, ehm, onweersbui. Op The Introduction maakt het orkest zich namelijk klaar voor een tour de force waar je u tegen zegt. Het einde van deze introductie is dramatisch en majestueus alsof er een musical a la Jesus Christ Superstar gaat plaats vinden.
En al op Guatemala gaat het vliegtuig in de voorsnelling klaar voor de take-off. Rock vermengd met klassiek en politiek getinte tekst: gedurfd maar hier uiterst effectief. U zegt bombastisch? U kent mij inmiddels toch wel!
En dan opeens verandert de sfeer in een funky discostamper. Ariel and the River is dansbaar en laat horen dat klassieke instrumentatie goed samen kan gaan met een gedreven bas.Het klinkt alsof we jaren terug de tijd in gaan en tegelijkertijd is het heel erg nu. Ik snap nu ook wel een beetje de naam Mars Volta in die enorm lange lijst.
Jimme's Song neemt het thema van de vorige song nog even fluitend mee op dit verder akoestisch getinte nummer. Het niet willen opgroeien is natuurlijk een bekend thema en Emanuel and the Fear brengt het in een uiterst mooi verzorgd nummer, wat dit zeker is. Het doet me een beetje denken aan recente favorieten van mij als Asaf Avidan & the Mojos.
Duckies is slechts een kort intermezzo met kinderstemmen en Free Life ademt dezelfde sfeer als Jimme's Song waarbij ik dus alweer aan Asaf Avidan & the Mojos moet denken. Dat is alleen tijdens het intro want daar al voel je dat er meer gaat komen: het is wachten op een explosie die in de lucht hangt. De solo-viool zet in, de rest van de strijkers volgen onder strakke begeleiding van de drums en vervolgens mogen de hoorns meedoen en ontaardt het in een barok stuk rockmuziek. Knap gedaan, want ondanks alle muzikale tegenstrijdigheden klopt het allemaal wel.
Dear Friend ademt wel iets jaren 70's. De blazers en strijkers spelen een grote rol en het nummer buitelt en dartelt dat het een lieve lust is. Van jazzy hoempa naar zwieresque cabaret. Een beetje Beatles, een beetje ELO. Het zit er allemaal in.
Yo, Jamin is weer een intermezzo vol rare fratsen en vormt de opmaat voor Trucker Lovesong dat een stuk donkerder klinkt. Over een spaarzaam piano-loopje worden allerlei electronische geluiden gesmeerd dat voor een vervreemdend effect zorgt. Tel daarbij op dat de zang klinkt als Midlake en je hebt een opvallend nummer te pakken. Het valt zeker op na alle voorgaande tracks. De klassieke instrumentatie is wederom hoorbaar met deze keer een hoofdrol voor de trompet.
Balcony gaat ook depressief van start met dank aan de piano. De zang klinkt hier ook niet vrolijk maar het is hoe dan ook duidelijk een lied waarin de zanger zwelgt in zijn emoties wat aangedikt wordt door stroperige strijkers. Misschien ietwat klef en het balanceert dan ook op het randje wat mij betreft.
Whatever You Do valt op door de vrouwelijke backings en komt op mij over als een pop/rock liedje uit lang vervlogen tijden. Degelijk en smaakvol en heel soms misschien ietwat oudbollig.
Bridges and Ladies is een intermezzo d.m.v. wat piano-gepiel (zou ook op een CocoRosie album terecht kunnen komen).
Handjeklap, piano en akoestische gitaar vormen de basis voor het nummer The Raimin gevolgd door een rijke orkestratie die op een Rufus Wainwright nummer niet zou misstaan. Is het misschien daarom wel een favoriet nummer van dit album?!
Same Way komt vrij intiem over: alsof de zanger jou persoonlijk bij zijn performance betrekt. Het is dan ook een eenvoudig, redelijk klein gehouden nummer en dat maakt dit album ook zo aantrekkelijk: het heeft veel variatie die er voor zorgt dat het nergens een truukje begint te worden of dat de aandacht verslapt.
Simple Eyes is een droevig nummer waar piano en cello de toon zetten. De zang klinkt alsof we luisteren naar een radio-uitzending uit de jaren '40. Het start redelijk klassiek maar krijgt allengs wat jazzy invloeden en dan verandert het geluid van de vocalen ook gelijk. Uit met die radio en terug naar een rokerige club waar de nachtclub zangeres haar ding mag doen; een uiterst opvallende break in het nummer mag ik wel zeggen. Wederom een favoriete track.
Het intro van Song for a Girl opent nog vrij klassiek, maar dat is tijdelijk, want ook al blijft de cello in combinatie met de strijkers goed aanwezig; het nummer verandert al snel in up-tempo en krijgt al snel een dynamische lading.
The Finale is nog niet de finale van dit album. Toch heeft het alles weg van een grandioze afsluiter die van start gaat met grootste pianoklanken. Hier begrijp je dat deze band klassieke componisten als invloed noemt. Muse speelt er nogal eens mee, maar Emanuel and the Fear kunnen er ook wat van en toch doen ze het op een totaal andere manier. Als in een lange crescendo dendert het voort en het is hier de vrouwelijke zang die het voortouw neemt en zonder dat je het echt in de gaten hebt hebben de synths zich ook aangesloten (en is de Muse-link gelijk weer een stukje groter). Een grandioos nummer alweer!
Dan krijgen we nog een laatste intermezzo in de vorm van Look Ma, the Walls Are Moving gevolgd door de echte afsluiter Razzmatazz. De onweersbui lijkt niet verdwenen te zijn. We krijgen vervolgens nog wat spoken word en allerhande geluiden waarmee er sprake is van een Zappa-link.

Listen is een zeer bijzonder album geworden dat ondanks alle invloeden eigenlijk nog behoorlijk toegankelijk overkomt. Het is creatief, innovatief en tegelijkertijd ook weer heel erg vertrouwd.
Kortom: allemaal ingrediënten die er bij mij voor zorgen dat ik weer eens heel enthousiast kan worden over een gezelschap dat ik tot voor kort nog niet kende, maar die er voor zorgt dat ik kan spreken over een geweldige release die ik niet had willen missen.

Mag ik het bij deze aanraden?!

Emanuel and the Fear - The Janus Mirror (2012)

poster
4,0
Over het album Listen was ik indertijd erg lyrisch en nog steeds vind ik dat een heerlijk album dat alle kanten opzwiept.
Ik was dus erg verheugd te constateren dat de band een nieuw album uit gaat brengen na hun EP Hands.
Wat opvalt aan The Janus Mirror is het feit dat we nu i.p.v. 19 tracks slechts 8 nummers voorgeschoteld krijgen. Dat is toch even de helft minder (ook al stonden er op het vorige album intermezzo's). Lange nummers dat weer wel.
Maar uiteindelijk gaat het om de inhoud en die mag er weer zijn. De verrassing is er nu wel vanaf want Emanuel Ayvas gaat nog steeds flink tekeer d.m.v. een hoop bombast, toeters en bellen en hij doet dat nu met een stuk minder bandleden. Zes zijn er nog overgebleven maar daar merk je muzikaal niet veel van. The Janus Mirror is nog steeds een rollercoaster van jewelste.
Wat me deze keer wel opvalt is dat er veel Led Zeppelin invloeden voorbij razen: de rock kant wordt wat dikker aangezet t.o.v. het debuut. Of dat de reden is dat ik nu een halfje lager ga zitten dan toen weet ik niet want het bevalt me prima alleen zegt mijn gevoel dat de nummers wat stuurlozer zijn geworden ook al stuitert het net zo hard als Listen alle kanten op.
Het kan zijn dat de composities me nu wat minder pakken of het is toch die gewenning. Maar hoe dan ook is dit nieuwe album wederom geslaagd te noemen en zeker als je niet vies bent van nummers die veel invloeden in een aantal minuten weten te proppen en die nogal bombastisch over kunnen komen.
Ik onderga deze kermisrit weer van ganser harte. Of ze nieuwe zieltjes gaan winnen durf ik niet te zeggen. Misschien moet ik ze live in Ekko (Utrecht) maar eens gaan bekijken waar ze 5 oktober voor de tweede keer op het podium staan aldaar. Het was een succes en de zaal wilde ze graag nog een keer boeken.

Om Time Out maar eens te quoten: "Brooklyn's Emanuel and the Fear is an ensemble that makes clap-along chamber pop— like a jolly, frivolous Arcade Fire".

Het is maar dat u u het weet

Via Bandcamp is het album te bestellen en je krijgt dan per direct een mp3-versie toegestuurd. Online beluisteren kan daar ook: http://emanuelandthefear.bandcamp.com

Emil Amos - Zone Black (2023)

poster
4,0
Emil Amos is voor mij een onbekende artiest. Onder verschillende namen heeft ie blijkbaar ook zeer uiteenlopende muziek gemaakt.

Zone Black is een electronic album boordevol ideeën, tevens het tweede album onder zijn eigen naam.

Krautrock, psychedelische klanken en zelfs wat hip-hop invloeden borrelen hier omhoog. Ruwe klanken en toch brengen ze je in een dromerige soort staat van berusting op een manier zoals Boards of Canada dat doet.

Muziek voor de donkere nachten, en nu deze er weer aankomen zou het zomaar kunnen dat dit album dieper en dieper onder mijn huid kan gaan zitten. Zelf omschrijft hij het als 'mood music for drug trips spent dreaming up new soundtracks to take drugs to!'

En die hoes? Hiermee probeert Amos een jaren '60/'70 vibe te vangen die dit album ook uitstraalt. Een tijd waarin dit soort beefcake fotos populair waren, en aangezien hij het blijkbaar zat was om juist vrouwenfoto's als artwork ontwerp te gebruiken werd het deze foto die terug komt in de vibe die hij met Theme from a Personal Prison wil laten doorklinken.

Intrigerend!

Emily Jane White - They Moved in Shadow All Together (2016)

poster
4,0
Zijdezachte fluisterliedjes met een hoop mysterie. Dat kennen we onderhand toch wel? Jazeker! Om verrast te willen worden moet je niet bij Emily Jane White zijn. genoeg andere zangeressen die dit ook doen. Agnes Obel is een mooi recent voorbeeld, maar laten we niet vergeten dat Emily al eerder haar debuut aan de wereld liet horen.

De vorige albums van Emily Jane White zijn compleet aan me voorbij gegaan en het was juist de naam Agnes Obel die gelijk door me heen flitste bij het horen van de singles van dit nieuwe album. Er is verschil, maar het ademt wel eenzelfde sfeer. Misschien het zweverige gehalte ervan (en toch genoeg aards om mij niet al te veel te laten afdwalen).

They Moved in Shadow All Together staat vol mysterieuze liedjes maar weten een zekere nuchterheid te behouden door de folk invloeden. Maar laat de term folk je niet misleiden, want ik wil dit geen zoveelste folkliedjes plaat noemen want daarmee doe je dit toch wel tekort.

Opvallend misschien is dat het nummer Hands me een beetje aan PJ Harvey doet denken (het lieve zusje dan)

Een album vol met mooie liedjes. Meer wil ik er niet van maken. En wie wil dat nu niet?! Emily doet nergens te moeilijk of te zweverig en dat bevalt me goed. Daarmee mag ik deze zangeres voor mezelf een fijne ontdekking noemen. Benieuwd of de voorgangers net zo mooi zijn.

Emmett Tinley - Attic Faith (2005)

poster
4,0
Toen ik dit album voor het eerst hoorde schoot de cd Blood Songs van Nick Harper door mijn hoofd. Ook Ron Sexsmith kwam naar boven.
Ongetwijfeld is het stemgeluid van Emmett Tinley daar verantwoordelijk voor. De pers rept over Jeff Buckley en Rufus Wainwright. Die laatste hoor ik er absoluut niet in en Jeff Buckley heel in de verte.

Dit is typisch zo'n geval van een ontzettend mooi album, voer voor jaarlijstjes, maar uiteindelijk zal hij verdwijnen in de vergetelheid en al helemaal niet in welk jaarlijstje ook belanden.
Dat is best jammer eigenlijk.
Fans van Coldplay, Keane en consorten moeten hier ook eens naar luisteren, want ik denk dat deze categorie hier best wel eens veel plezier aan zou kunnen beleven.

Emmylou Harris - Wrecking Ball (1995)

poster
4,5
Emmylou Harris...........ze stal mijn hart met haar prachtige nummer A Love That Will Never Grow Old uit de film Brokeback Mountain.
Ik kende haar al wel (Roses in the Snow en Cimarron) maar het was me telkens net wat te veel country en daarom moest ik de krenten uit de pap zien te vissen van nummers die me wel goed wisten te boeien.
Let wel: ik heb niks tegen country-invloeden, maar puur country trek ik veel minder.
Wrecking Ball stond bekend als een album puur op zichzelf en ja dan wekt dat mijn nieuwsgierigheid toch wel.

Where Will I Be opent het album al goed. Uiteraard die schitterende zang, maar ook de heldere muzikale begeleiding zo fris als de eerste de beste lentedag.
Goodbye heeft het hemelse wat een album als The Joshua Tree van U2 ook heeft, het ademt in elk geval eenzelfde vibe. Dit heeft ongetwijfeld met de productie van Daniel Lanois te maken. Larry Mullen verzorgt hier het drumwerk, dus tadaaaaaaa. Erg mooi nummer.
All My Tears heeft zo'n heerlijk dramatische toonzetting die ik ook ervaarde op dat ene Brokeback Mountain nummer ook al lijkt het er in de verste verte niet op. Er ligt een soort duister randje omheen dat dit nummer iets ongrijpbaars geeft en daardoor ook aantrekkelijks om naar te luisteren. Heerlijk is de samenzang overigens ook zeker te noemen.
Dan een Neil Young nummer waar de meester zelf ook op meezingt: Wrecking Ball. Mullen legt er een subtiele groove onder en zodra Neil meezingt herken je het nummer uit duizenden (te vinden op zijn album Freedom).
De stemmen matchen uitstekend en het doet geen afbreuk aan het origineel. Om melancholisch van te worden zo mooi.
Goin' Back to Harlan is een song van Anna McGarrigle. Haar stijl is zeker erg herkenbaar in dit nummer en ik ben er dol op zoals ik dol ben op de McGarrigles in zijn algemeen. Beetje snijdende zang ook en Emmylou weet hiermee de stijl van McGarrigle goed door te voeren in dit nummer dat wel een favorietje te noemen valt. Mysterieus nummer dat telkens weer weet te verbazen.
Aan Deeper Well is ook door Harris meegeschreven. Heel opvallend is dat juist dit nu niet bepaald country te noemen valt. Het heeft een grommende, onheilspellende sfeer en ze gebruikt haar stem op een totaal andere manier. Niet de lieflijke Emmylou waar ik op viel, maar wel eentje waar ik in dit nummer erg op val. Halverwege het nummer krijg ik zelfs even het gevoel dat Harris verzeild is geraakt in een Massive Attack nummer! Een favoriet nummer.
Every Grain of Sand helpt je snel uit die droom want dit nummer klinkt veel traditioneler. Een heerlijk zwierig nummer gezongen met af en toe een rasperig randje. Simpel maar doeltreffend en het gaat ietsje meer richting de country songs die ik dan weer wel goed weet te waarderen. Opvallend is dat ik opeens heel erg aan Martha Wainwright's solo-album moet denken als ik dit hoor; Martha moet haast wel erg beinvloed zijn geweest door dit album, zelfde manier van zingen en het genre komt aardig overeen.
Op Sweet Old World keert Neil Young weer terug en zingt een moppie mee. Ook dit nummer klinkt redelijk traditioneel. Een prima ballad met flinke portie country-invloed maar wederom van het soort die ik dan weer wel goed weet te pruimen. Wel een van de wat mindere nummers op deze cd.
May This Be Love is een cover van Jimi Hendrix en laat het nu net ook nog eens een favo Hendrix-track van mij zijn. In zo'n geval heb je de strijd op voorhand al verloren natuurlijk. Even loslaten dat origineel aERo en objectief beluisteren en dan blijkt het een opvallend nummer te zijn: een dikke gitaarmuur (bijna ambient te noemen), zang van Harris en Lanois en toch wel een beetje die U2 sound er doorheen. Het nummer krijgt haast iets bezwerends. Wat een contrast met het vorige nummer zeg. Goed gedaan, ik kan niet anders zeggen. Donker, vet en zagend.
Orphan Girl klinkt gelijk veel lieflijker, maar wat wil je met die tamboerijn en schitterende haast repeterende begeleiding op deze Gillian Welch song. Hier vind ik Harris toch weer zingen op een manier die mijn hart doet smelten. Voor nummers als deze doe je het eigenlijk toch wel. Koester dit soort nummers maar zou ik zeggen.
Blackhawk kent mooi gitaarwerk en heeft een vibe zoals ik hem ook ken van de U2 eind jaren '80 en dat is zeker niet verkeerd. Sterk gezongen ook weer.
Het melancholische Waltz Across Texas Tonight geschreven door Harris zelf vormt het slotakkoord van dit ijzersterke album. Het nummer ademt wat meer folk en is tijdloos te noemen. Een mooier, harmonieus einde had er op dit album niet kunnen staan.
Wat een prachtcd is dit toch en het heeft terecht een enorm hoge score op deze site waar ik me van harte bij aansluit.

Engineers - In Praise of More (2010)

poster
4,0
Zijn ze terug? Krijg ik het gevoel van het debuut weer? Dat was op momenten torenhoog kippenvel en dat krijg ik nog steeds als ik enkele nummers daarvan terug beluister.
Three Fact Fader was toch wel ietwat een teleurstelling. Een aardige shoegaze plaat maar ik miste de betovering.
In Praise of More moet het dus gaan waarmaken wil ik niet gaan afhaken en gelukkig is het begin al ijzersterk. What It's Worth zit namelijk weer goed in elkaar en weet me gelijk al te pakken. Het is die heerlijk dromerige sound met een bite en als Engineers er dan gelijk Subtober achteraan gooien met een soort Massive Attack saus ten tijde van Mezzanine dan gloort er hoop. Hoop op een album dat het beter gaat doen dan de voorganger, die overigens nog niet eens zo lang geleden uitkwam. Wat dat aan gaat hebben de heren er deze keer geen tijd overheen laten gaan.

Ik kan gelukkig zijn want In Praise of More doet mij bijna de heer prijzen voor een sterk album waar ik volop van geniet. Terug is die heerlijk wegdroom sound met hier en daar een wat gruizig Mezzanine-achtig laagje er overheen om het kruidig te houden en soms zelfs een poppy geluid om voor afwisseling te zorgen (Twenty Paces).
Als er dan ook nog eens uptempo op het menu staat (de titeltrack In Praise of More) dan mogen we stellen dat Engineers er in geslaagd zijn om een afwisselend album te maken, waar de herkenbare sound niet verloren is gegaan, maar waar ze ook net even iets meer durven toe te voegen. Dat kan slecht uitpakken maar voor mij doet het dat niet.
Deze nieuwe cd is een complete verrassing geworden. Een album dat leuker is dan ik verwacht had en daarmee zijn ze weer helemaal terug in mijn zichtsveld (of beter gehoorsveld). Dit gaat zeker vaak gedraaid worden en het gekke is dat ik er deze keer niet melancholisch van word maar dat deze klanken iets krachtigs, iets positiefs uitstralen. Het heeft niet de impact van het debuut, maar misschien ook mede de niet al te lange speelduur weet het effectief te zijn en dat is mooi.
Laat ik maar stoppen eer de 'Praise the Lord Hallelujahs' de kast uit worden getrokken.

Engineers - Three Fact Fader (2009)

poster
3,5
Wat was het debuut een verrassing indertijd: dromerige muziek die stond als een huis en ik heb het album echt zeer vaak gedraaid.
De waardering was er zeer zeker naar en de verwachtingen rondom de opvolger waren hoog. Toch was ik dit gezelschap een beetje vergeten. Die 4 jaar waren toch wel lange jaren en het debuut leek af te stevenen op een eendagsvlieg. Niet erg: want sterk genoeg om er goede herrinneringen aan te kunnen behouden; zo'n tweede album kan dat alleen maar afbreken als die erg tegen blijkt te vallen.
Begrijpelijk dus dat het best spannend was om Three Fact fader te gaan beluisteren.
Clean Coloured Wire laat horen dat het dromerige intact is gebleven qua zang en dat het muzikaal ook nog wel snor zit. Het lijkt zo op het eerste gehoor iets pittiger door een wat scherper geluid. Ik kan niet goed uitleggen waar hem dat nu in zit. Gevoelskwestie zullen we maar zeggen.
Het blijkt ook wel een beetje op Sometimes I Realise en dan opeens komt het vaag doorzetten: het lijkt wel een beetje een licht Moby-soundje te hebben, niet heel duidelijk, maar ergens in de verte hoor ik dit er in. Was dit op het debuut ook al zo? Nee toch? Niet dat ik daar problemen mee heb maar het valt me op. Iets minder spacy ook, iets meer rock.
Bij International Dirge begint de zang me opeens ietwat tegen te staan en vind ik het nummer ook niet spannend genoeg: het kabbelt maar door. Velen die het debuut kennen zullen om deze opmerking moeten lachen want dat album stond er vol mee maar toch hoorde ik daar een hoop spannende dingen gebeuren. Het magische ontbreekt hier toch wel te veel. Daarmee is het geen slecht nummer, maar de impact die ik 4 jaar terug ervaarde blijft nu uit.
En zo kan ik de rest van de nummers ook nog wel gaan bespreken maar dat doe ik niet: ze schuren allemaal erg dicht tegen elkaar aan en het effect die ze op mij hebben is ook min of meer met elk nummer wel gelijk.
Horen we hier een lichte teleurstelling? Jazeker! Het is geen verkeerd album, alleen raakt het me nu niet voldoende en tillen de Engineers dit niet ver boven de grote middenmoot uit. Natuurlijk kan het meespelen dat mijn verwachtingen erg hoog waren maar het kan ook zijn dat 1 album eigenlijk wel voldoende is van deze mannen.
Slecht? Nee dus; het is een leuk shoegazerplaatje. Maar voor nu ook niet veel meer waard dan 3,5* (en dat is een vol punt lager dan voor de eerste Engineers).

Let op: koop je dit album via het label zelf dan krijg je er 2 bonustracks bij: Clean Coloured Wire [radio Edit] en Sometimes I Realise [Steven Wilson mix] (voor wat het waard is uiteraard).

Eric Dolphy - Out to Lunch! (1964)

poster
4,0
Sensationeel, Passievol, Controversieel, Spannend, Uitdagend, Tintelend, Scherp, Sexy, Prikkelend, Opwindend, en zo kan ik nog wel even flauw doorgaan met termen die de lading deels dekken als het gaat om dit album.
Helaas stierf Dolphy vrij snel na de release van dit meesterwerk. Wie weet wat hij allemaal nog meer in zijn mars had.
In elk geval heeft hij een mooie erfenis in de vorm van dit album nagelaten!