MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bess Atwell - Light Sleeper (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bess Atwell - Light Sleeper - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bess Atwell - Light Sleeper
De Britse muzikante Bess Atwell maakte indruk met haar in 2021 verschenen tweede album Already, Always, maar zet, mede door de hulp van een producer van naam en faam, flinke stappen op haar nieuwe album

Over concurrenten heeft de Britse muzikante Bess Atwell niet te klagen, want het is nog altijd dringen in de indiefolk en indiepop van het moment. De muzikante uit Brighton heeft echter sterke papieren, want ze beschikt over een hele mooie en warme stem, die de ruimte op fraaie wijze vult. Het is een stem die uitstekend gedijt in het mooie en gevarieerde klankenpalet op Light Sleeper dat invloeden uit de indiefolk en indiepop vermengt met een vleugje Britse folk. Het album klinkt door de bijdragen van een aantal gerenommeerde muzikanten echt prachtig en is ook nog eens vakkundig geproduceerd. Bess Atwell maakte in 2021 makkelijk indruk met haar vorige album, maar Light Sleeper is echt nog een stuk beter.

Bess Hildick-Smith schreef als tiener haar eerste songs en bracht uiteindelijk in 2016 haar debuutalbum uit onder de naam Bess Atwell. Hold Your Mind was een heel aardig debuutalbum, dat absoluut liet horen dat de jonge Britse muzikante als belofte voor de toekomst kon worden gezien.

Wat er op Hold Your Mind wat mij betreft nog niet helemaal uit kwam, was er wel op het in 2021 verschenen Already, Always. Het tijdens de coronapandemie opgenomen album liet intieme en wat melancholische songs horen, die makkelijk opvielen in het aanbod van dat moment. De songs van Bess Atwell op Already, Always waren voorzien van mooie en sfeervolle klanken, die vaak een folky ondertoon hadden, maar die zeker niet bleven steken in de Britse folk.

De aantrekkelijke folkpop van Bess Atwell werd verder opgetild door de mooie en warme stem van de muzikante uit Brighton, die haar songs voorzag van een bijzondere sfeer. Het deed me meer dan eens denken aan de muziek van Marika Hackman en dat is een muzikante die ik hoog heb zitten.

Door de goede ervaringen met Already, Always was ik heel benieuwd naar het nieuwe album van Bess Atwell dat deze week is verschenen. Light Sleeper laat eigenlijk direct vanaf de openingstrack horen dat de Britse muzikante nog veel beter kan dan ze op haar vorige album liet horen. In deze slechts tweeënhalve minuut durende openingstrack laat Bess Atwell horen dat ze in vocaal opzicht is gegroeid en ook in muzikaal opzicht begint Light Sleeper nog mooier dan het vorige album eindigde.

De openingstrack van Light Sleeper klinkt vooral zelfverzekerder dan de songs op het vorige album van Bess Atwell, die laat horen dat ze de status van belofte inmiddels is ontgroeid. Light Sleeper klinkt mooier en overtuigender dan het ook al uitstekende Already, Always en laat bovendien horen dat Bess Atwell zich nog wat minder makkelijk in een hokje laat duwen.

Light Sleeper klinkt soms folky en Brits, maar kan ook opschuiven richting Amerikaans klinkende indiefolk en indiepop. De Britse kwaliteitskrant The Guardian omschrijft de songs op Light Sleeper als “poignant, dreamlike miniatures” en dat is een mooie omschrijving. De songs van de Britse muzikant zijn subtiel, maar zijn volgestopt met mooie dingen, waardoor de songs van Bess Atwell steeds mooier worden.

De bijzonder mooie stem van Bess Atwell staat centraal tussen al deze mooie dingen, maar ook in muzikaal opzicht is er veel moois en bijzonders te horen in haar songs. Dat kan ook haast niet anders met bijdragen van topmuzikanten als James Krivchenia van Big Thief, James McAlister die speelde met Sufjan Stevens en Ben Lanz van Beirut. Er is echter meer, want Bess Atwell kon voor haar derde album ook nog eens een beroep doen op een producer van naam en faam, want niemand minder dan The National’s Aaron Dessner produceerde Light Sleeper.

Aaron Dessner heeft het eigen geluid van Bess Atwell behouden, maar hij heeft haar geluid ook verrijkt met een veelzijdigere instrumentatie, waarin de mooie stem van de Britse muzikante nog beter uit komt. Ik voorspelde Bess Atwell in 2021 al een mooie toekomst en die moet er met haar uitstekende nieuwe album zeker gaan komen. De Britse muzikante heeft met name in de Verenigde Staten flink wat concurrenten, maar Light Sleeper houdt zich, mede dankzij een dosis Britse eigenzinnigheid, makkelijk staande. Erwin Zijleman

Best Coast - California Nights (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Best Coast - California Nights - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik hou wel van muziek vol invloeden uit de shoegaze en dreampop uit de jaren 90, al moet ik zelfs als liefhebber van dit soort platen toegeven dat het aantal releases in dit genre op het moment wel erg groot is.

De nieuwe release van Best Coast heb ik daarom wat langer laten liggen dan de vorige releases van het duo uit Los Angeles. Dat had overigens niet alleen te maken met de hoeveelheid releases in het genre, maar zeker ook met het feit dat Bethany Cosentino en Bobb Bruno zich op California Nights wat los hebben gemaakt van de strenge leer van de shoegaze en de dreampop.

Dat spreekt in eerste instantie alleen maar in het voordeel van het Amerikaanse tweetal, maar na een paar keer horen vond ik de verleiding toch net wat minder groot dan ik van Best Coast gewend was, waardoor ik toch de voorkeur gaf aan nieuwe helden in het genre als Chastity Belt en Joanna Gruesome.

Nu zijn dit allebei bands die invloeden uit de dreampop en shoegaze hebben voorzien van een wat stevigere rockinjectie en feitelijk heeft Best Coast dit ook gedaan en misschien nog wel wat rigoureuzer waardoor de invloeden die op de vorige platen van het duo nog domineerden wat verder naar de achtergrond zijn gedrongen.

Toen ik eenmaal had geaccepteerd dat Best Coast de zoet- en kleurstoffen deels heeft verbannen uit haar muziek, begon California Nights toch weer te groeien en inmiddels ben ik behoorlijk verslingerd aan de derde plaat van Bethany Cosentino en Bobb Bruno.

California Nights bevat nog een flinke scheut invloeden uit de dreampop en met name de shoegaze, maar heeft hiernaast zijn hart verloren aan de wat stevigere rock uit de jaren 90. Het doet me meer dan eens denken aan de platen van Hole, die dankzij die vreselijke Courtney Love nooit de waardering kregen die ze wel degelijk verdienden, maar California Nights bevat ook meerdere stevige popliedjes waarvoor een band als Weezer zich niet zou hebben geschaamd.

Toch klinkt Best Coast anders dan de genoemde bands en dat is in eerste instantie vooral de verdienste van de geweldige zang van Bethany Cosentino, die kan klinken als een ruige rockchick, maar ook beschikt over de verleidingskracht van de protegees van Phil Spector uit de jaren 60 of Blondie’s Deborah Harry.

Eenmaal gegrepen door de zang van Bethany Cosentino, stijgt ook de waardering voor de bijdragen van Bobb Bruno die California Nights heeft voorzien van heerlijk afwisselend en buitengewoon trefzeker gitaarspel.

Eenmaal bekomen van de eerste teleurstelling ben ik ontzettend blij met California Nights. Best Coast heeft een plaat gemaakt die iets toevoegt aan hun eerste twee platen en het is een plaat die meerdere stromingen op knappe wijze met elkaar weet te verbinden. California Night walst gedurende een groot deel van de speelduur als een stoomtrein over je heen, maar heeft ook liefhebbers van wat subtielere muziek veel te bieden, zeker wanneer aan het einde van de plaat wat gas wordt teruggenomen en invloeden uit de pop aan terrein winnen.

Ik moest het even laten bezinken, maar inmiddels durf ik wel te beweren dat Best Coast een sterke derde plaat heeft afgeleverd. Een hele sterke plaat zelfs. Erwin Zijleman

Beth Bombara - It All Goes Up (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beth Bombara - It All Goes Up - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beth Bombara - It All Goes Up
De Amerikaanse singer-songwriter Beth Bombara draait al een tijdje mee, maar levert nu met het prachtige It All Goes Up een album af dat behoort bij de beste Americana albums van deze week, deze maand en dit jaar

Ik hoorde de afgelopen jaren zeker een stijgende lijn op de albums van Beth Bombara uit St. Louis, Missouri, maar een album van het niveau van It All Goes Up had ik toch niet zien aankomen. Op haar nieuwe album, inmiddels al haar vijfde, doet de Amerikaanse muzikante alles beter dan op haar vorige albums. De productie is fraai, in muzikaal opzicht valt er veel te genieten van met name het prachtige en veelkleurige gitaarwerk, de songs zijn aansprekend en kunnen in meerdere genres uit de voeten en Beth Bombara zingt ook nog eens prachtig. It All Goes Up is een album dat ik na één keer horen wilde koesteren en sindsdien ben ik alleen maar meer gehecht geraakt aan deze prachtplaat, die Beth Bombara nadrukkelijk op de kaart zet.

Ik ken de Amerikaanse muzikante Beth Bombara al sinds haar debuutalbum uit 2010, maar ik heb tot dusver nog geen van haar albums besproken op deze site. Nu vond ik haar eerste drie albums ook niet heel erg overtuigend en vooral onvoldoende onderscheidend in het overvolle genre waarin ze opereert. Het in 2019 verschenen Evergreen vond ik destijds een twijfelgeval, maar met de kennis van nu is het een album dat zeker een plekje op de krenten uit de pop had verdiend.

Het is een album dat goed werd ontvangen en dat ook in Nederland de nodige aandacht kreeg. Veel kans om het succes te oogsten na flink wat hele mooie recensies kreeg de Amerikaanse muzikante helaas niet, want al snel brak de coronapandemie uit en lag het muzikale leven van Beth Bombara even stil. De muzikante uit St Louis, Missouri, heeft de tijd genomen voor haar vijfde album en dat hoor je.

Ik vond Evergreen achteraf bezien een prima album, maar het deze week verschenen It All Goes Up is in alle opzichten beter, waardoor de vlag de lading zeker dekt. Het nieuwe album van Beth Bombara klinkt om te beginnen veel beter dan zijn voorgangers. Beth Bombara produceerde It All Goes Up samen met haar echtgenoot Kit Hamon en de twee hebben het album voorzien van een mooi helder en warm geluid.

Het is een geluid waarin de gitaren domineren en het gitaarwerk op het album is zo mooi dat ik, buiten Beth Bombara zelf, nog wat gitaristen van naam en faam had verwacht op het album. Die zie ik niet terug bij de credits van het album, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van het gitaarwerk op It All Goes Up, dat varieert van stemmig tot opvallend rauw.

Beth Bombara en Kit Hamon tekenden zelf voor flink wat instrumenten, maar de overige muzikanten die zijn te horen op het album voegen naast gitaren ook nog de pedal steel, piano, viool, synths, drums en de Mellotron toe aan de songs op It All Goes Up. Het zorgt ervoor dat de songs op het album stuk voor stuk mooi zijn ingekleurd, maar de inkleuring van de songs is ook gevarieerd.

Beth Bombara heeft een album gemaakt dat vooral in het hokje Amerikaanse rootsmuziek past, maar de muzikante uit St. Louis is ook niet vies van een randje pop. Zeker wanneer net wat meer invloeden uit de pop worden toegelaten doen de songs van Beth Bombara me wel wat denken aan die van Aimee Mann of zelfs Fleetwood Mac, maar de liefde voor folk en country zit bij Beth Bombara dieper.

It All Goes Up is ook wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs een stuk beter dan de eerdere albums van de Amerikaanse muzikante. Alle songs op It All Goes Up ademen kwaliteit en laten horen dat Beth Bombara uit de voeten kan met alles tussen sobere en emotievolle folk- of countrysongs tot verassend gruizig klinkende rocksongs.

Over één ding heb ik het nog niet gehad en dat is iets dat misschien wel de meeste indruk maakt op It All Goes Up. Beth Bombara is gedurende haar carrière steeds beter gaan zingen, maar op It All Goes Up vind ik haar voor het eerst een geweldige zangeres. Ook de zang onderscheidt zich van de meeste andere stemmen in het genre en dat doet Beth Bombara ook in dit geval door een verrassende veelzijdigheid, waardoor ze zowel een country tranentrekker als een rocksong met veel overtuiging kan vertolken.

Ik heb in 2019 wel wat zitten slapen toen Beth Bombara Evergreen uitbracht, maar na de release van het echt geweldige It All Goes Up ben ik klaarwakker, want ik heb dit jaar nog niet veel betere rootsalbums gehoord. Wat een sterk album van Beth Bombara! Erwin Zijleman

Beth Gibbons - Lives Outgrown (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beth Gibbons - Lives Outgrown - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beth Gibbons - Lives Outgrown
Beth Gibbons heeft de tijd genomen voor haar eerste echte soloalbum en levert met Lives Outgrown een fascinerend album af, dat opvalt met een intens en dynamisch geluid en natuurlijk met geweldige zang

Lives Outgrown van Beth Gibbons is zeker geen makkelijk album. De voormalige Portishead zangeres heeft haar eerste echte soloalbum, samen met de ervaren producer James Ford, voorzien van een zeer dynamisch geluid. De songs op het album klinken soms ingetogen, maar kunnen ook zeer rijk zijn georkestreerd of wat experimenteel zijn ingekleurd. Het levert een soms wat heftig geluid op met hoge spanningsbogen, wat iets vraagt van de zang van Beth Gibbons. Die zang is ook op Lives Outgrown weer van een bijzonder hoog niveau. De Britse muzikante zingt met veel gevoel en expressie en maakt van de songs op het album intense songs die echt van alles met je doen.

Lives Outgrown is feitelijk het eerste echte soloalbum van de Britse zangeres Beth Gibbons, na drie studioalbums en een live-album met Portishead, een album met Rustin Man (oftewel Talk Talk’s Paul Webb) en een album met Krzysztof Penderecki en het Polish Radio Symphony Orchestra. Dat is over een periode van precies dertig jaar misschien een wat schamele oogst, maar Beth Gibbons staat wel garant voor kwaliteit (al sprak het klassieke album mij persoonlijk wat minder aan).

Ook met Lives Outgrown heeft de Britse muzikante weer een bijzonder fascinerend album afgeleverd. Op haar nieuwe album werkt de Britse muzikante samen met de zeer ervaren producer James Ford, die de afgelopen jaren topalbums van onder andere Pet Shop Boys, Jessie Ware, Depeche Mode, Birdy, Florence + The Machine en Arctic Monkeys produceerde. De Britse producer pakt op Lives Outgrown flink uit en draagt bovendien stevig bij aan de muziek op het album met een flinke waslijst aan instrumenten.

In muzikaal opzicht is Lives Outgrown een spannend album. James Ford heeft veel tracks op het album voorzien van rijke orkestraties die worden gebruikt om de spanning op te bouwen of juist af te bouwen. De strijkers pakken af en toe flink uit, maar steeds als je denkt dat het wat veel begint te worden maken ze plaats voor akoestische gitaren of atmosferische synths. De tracks waarin de strijkers minder prominent aanwezig zijn zitten meestal wat complexer in elkaar en zijn voorzien van meer uitgesproken ritmes van voormalige Talk Talk drummer Lee Harris en opvallende baslijnen en gitaarlijnen.

Wanneer de akoestische gitaren domineren klinken de songs van Beth Gibbons folky, maar de Britse muzikante verwerkt ook flink wat invloeden uit onder andere de jazz op het album, dat ook opvallend beeldend klinkt. Zowel in productioneel als in muzikaal opzicht vliegen de hoogstandjes je om de oren, maar de soms rijke of juist experimentele klanken verdringen nooit de stem van Beth Gibbons.

De Britse muzikante zingt nog altijd met veel gevoel en expressie en bouwt ook met haar stem de spanning op en af. De meeste zangeressen zouden verzuipen in de rijke klankentapijten op Lives Outgrown, maar Beth Gibbons houdt zich makkelijk staande. De stem van de Britse muzikante wordt niet alleen gecombineerd met rijke en hier en daar bijna overdadige klanken, maar ook meer dan eens door zeer nadrukkelijk aanwezige achtergrondzang, die het overweldigende karakter van een aantal tracks op Lives Outgrown versterkt.

Producer James Ford heeft zich zeker niet ingehouden, maar het past allemaal prachtig bij de stem van Beth Gibbons, die zich gracieus maar ook ruw beweegt door de bijzondere muziek op het album. Het doet me qua avontuur en veelzijdigheid af en toe wel wat denken aan de muziek van Kate Bush, maar de unieke stem van Beth Gibbons geeft Lives Outgrown een uniek karakter.

De zang van de Britse muzikante viel in het verleden al op door de enorme intensiteit en dat doet de zang op het nieuwe album nog steeds. Het maakt van Lives Outgrown een heftig en soms zelf heel heftig album, wat nog eens wordt versterkt door de persoonlijke teksten over onder andere ouder worden en het verlies van dierbaren, maar momenten van rust en hoop en uiteindelijk fluitende vogeltjes zijn nooit ver weg, wat zorgt voor een bijzondere dynamiek. Beth Gibbons heeft heel lang gewerkt aan Lives Outgrown en het resultaat is echt prachtig. Erwin Zijleman

Beth Hart - War in My Mind (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beth Hart - War In My Mind - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beth Hart - War In My Mind
Beth Hart is altijd een geweldige zangeres, maar ze is op haar best als ze garant staat voor kippenvel, wat ze doet op haar bijzonder fraaie nieuwe album

Ik weet nog goed dat ik twintig jaar geleden voor het eerst kennis maakte met Beth Hart. L.A. Song is zo’n song die je maar blijft ontroeren, hoe vaak je er ook naar luistert. De muziek van Beth Hart had sindsdien slechts zo nu en dan dat bijzondere effect, maar op haar nieuwe album raakt de zangeres uit Los Angeles keer op keer de juiste snaar. De uptempo tracks op het album zijn goed, maar het zijn de ballads die keer op keer zorgen voor kippenvel. Beth Hart kan prachtig kwetsbaar zingen en meedogenloos uithalen en ieder woord dat ze zingt komt uit haar hart. Het levert, na de prima platen met Joe Bonamassa, een uitstekend soloalbum op.

Beth Hart dook twintig jaar geleden op met het fantastische Screamin' For My Supper en trok in brede kring de aandacht met de indringende single L.A. Song, die bij mij na al die jaren nog steeds goed is voor kippenvel.

Na een stilte van vier jaar keerde Beth Hart in 2003 terug met het nog betere Leave The Light On, dat zelfs mijn jaarlijstje haalde in het betreffende jaar.

Beth Hart heeft de pech dat ze met ieder nieuw soloalbum moet opboksen tegen de fantastische albums van 20 jaar geleden en dat blijkt helaas keer op keer een kansloze missie, maar dat is mijn mening. Natuurlijk is en blijft Beth Hart een geweldige zangeres, maar de magie van de twee genoemde albums ontbrak wat mij betreft op de soloalbums die volgden.

Zes jaar geleden kreeg de carrière van Beth Hart een nieuwe impuls door de samenwerking met meestergitarist Joe Bonamassa. Het leverde twee geweldige studioalbums op, maar nu is het weer tijd voor een soloalbum van Beth Hart. War In My Mind is de opvolger van het in 2016 verschenen Fire On The Floor dat bij vlagen aardig was, maar een stuk minder dan het een jaar eerder verschenen Better Than Home.

Ik vind Beth Hart als zangeres het indrukwekkendst wanneer ze de ellende over je heen stort in ingetogen ballads waarin de zang uiteindelijk uit haar tenen komt. War In My Mind opent wat mij betreft dan ook teleurstellend met een uptempo niemendalletjes, waarin Beth Hart laat horen dat ze een geweldige zangeres is, maar mij niet raakt. Dat doet de zangeres uit Los Angeles wel in de ballads die volgen.

De titeltrack van het album opent ingetogen met pianoklanken en relatief ingetogen zang van Beth Hart, maar uiteindelijk gaat Beth Hart een paar keer helemaal los met zang die uit haar tenen komt. Het was voor mij goed voor het eerste kippenvel en daar bleef het gelukkig niet bij. War In My Mind bevat een flink aantal ingetogen ballads die opvallen door een mooie ingetogen instrumentatie en volop vocaal vuurwerk.

Beth Hart kan in haar ballads prachtig ingetogen en kwetsbaar zingen, maar kan ook geweldig uithalen, waarbij de passie en emotie uit de speakers knalt. De ballads op het nieuwe album volgen voor een belangrijk deel hetzelfde stramien. Pianospel vormt de basis van deze ballads, waarna topproducer Rob Cavallo de songs verder heeft ingekleurd met gloedvolle klanken. Zeker wanneer de stem van Beth Hart gezelschap krijgt van een flink koor schuurt War In My Mind tegen het bombastische aan, maar wat mij betreft blijft het aan de goede kant van de streep.

Er zijn niet veel zangeressen die je zo bij de strot kunnen grijpen als Beth Hart en de Amerikaanse zangeres doet het op War In My Mind keer op keer. Ze overtuigt meedogenloos met de wonderschone ballads op het album, maar ook de wat jazzy songs zijn uitstekend. Wat overblijft zijn een aantal wat meer doorsnee songs met vooral invloeden uit de blues en de soul. Het zijn songs die lekker klinken en die de vloer aanvegen met een heel contingent jonge soulzangeressen, maar ik geef toch de voorkeur aan de wonderschone ballads, die het enorme talent van Beth Hart keer op keer aan de oppervlakte brengen.

War In My Mind overtuigt ruim 50 minuten lang en imponeert minstens de helft van de tijd. Misschien niet zo goed als Screamin' For My Supper of Leave The Light On, maar het komt zeker in de buurt. Erwin Zijleman

Beth Lee - Waiting on You Tonight (2021)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beth Lee - Waiting On You Tonight - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beth Lee - Waiting On You Tonight
De Texaanse muzikante Beth Lee vermaakt meedogenloos met Amerikaanse rootsmuziek, flink wat gitaren, uitstapjes richting omliggende genres, volstrekt tijdloze songs en prima zang

Laat Waiting On You Tonight van Beth Lee uit de speakers komen en je wordt getrakteerd op de ene tijdloze song na de andere. De ene keer domineren invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, het volgende moment is het meer pop of rock en hier blijft het niet bij. Alle songs worden smaakvol ingekleurd met een hoofdrol voor gitaren en dan is er ook nog eens de aangename stem van Beth Lee, die in meerdere genres uit de voeten kan. Waiting On You Tonight geeft je humeur een boost, maar het fraai geproduceerde album ademt ook kwaliteit. Het is dringen in het rootsgenre, maar het album van Beth Lee zou ik er zeker uit pikken.

Het aanbod aan nieuwe albums binnen de Amerikaanse rootsmuziek is nog altijd erg groot, maar Waiting On You Tonight van Beth Lee heb ik er onmiddellijk uitgepikt. Allereerst omdat het album is geproduceerd door Chuck Prophet drummer Vicente Rodriguez en hiernaast omdat Beth Lee uit Austin, Texas, komt en voor de afwisseling eens niet uit Nashville.

Chuck Prophet en zijn muzikanten staan al een aantal decennia garant voor kwaliteit, terwijl Amerikaanse rootsmuziek uit Austin over het algemeen wat rauwer klinkt dan de countrymuziek uit Nashville. Dat rauwe hoor je direct in de openingstrack van het album waarin de gitaren lekker stevig uit mogen pakken. Het beviel me direct, maar Waiting On You Tonight is uiteindelijk een album vol verrassingen.

Waiting On You Tonight is het eerste album dat Beth Lee alleen onder haar eigen naam uitbrengt, maar een debuut is het zeker niet. Samen met haar band The Breakups maakte ze immers ook al twee albums, die mij overigens niet zijn opgevallen. Waiting On You Tonight deed dat wel.

Beth Lee maakt naar eigen zeggen muziek die in vele hokjes past. Ze noemt op haar bandcamp pagina “sixties girl groups, soul music, seventies punk music, eighties new wave, nineties alternative rock and contemporary Americana” als genres die ze aantikt op haar nieuwe album. Die hoor ik persoonlijk niet allemaal terug, maar Beth Lee heeft absoluut een zeer veelzijdig album afgeleverd.

Wat mij betreft maakt de singer-songwriter Amerikaanse rootsmuziek in de breedste zin van het woord en laat ze zich bovendien niet beperken door de tijd. Waiting On You Tonight doet me vaak denken aan de Amerikaanse rootsrock albums die in de jaren 80 werden gemaakt, maar Beth Lee kan ook zomaar een aantal decennia verder terug of juist vooruit schieten.

De Amerikaanse muzikante heeft een goed gevoel voor songs die direct bij eerste beluistering indruk maken en vervolgens makkelijk blijven hangen. Het is deels de verdienste van de volle instrumentatie op en productie van het album, waarin met name de gitaren keer op keer de hoofdrol spelen.

De ene keer schuift het wat op richting traditionele rootsmuziek, de volgende keer mogen invloeden uit de pop en rock een net wat belangrijkere rol spelen. De instrumentatie klinkt even aangenaam als tijdloos en vormt een fraaie basis voor de zang van de Texaanse muzikante.

Ook de zang op Waiting On You Tonight bevalt me uitstekend. Beth Lee heeft haar nieuwe album volgestopt met invloeden en lekker vol ingekleurd, maar ook met haar zang kan ze meerdere kanten op. Ze beschikt niet over een hele krachtig, maar wel over een zeer aangename stem en het is ook nog eens een stem die het album voorziet van een herkenbaar eigen geluid. Het is een warm geluid dat prachtig kleurt bij de zeer melodieuze songs op het album.

Waiting On You Tonight van Beth Lee is zo’n album dat je eindeloos op kunt zetten zonder dat het gaat vervelen en als het even inzakt, komt er altijd wel een prachtige gitaarsolo of riff voorbij, doet Beth Lee er nog een schepje bovenop met haar zang of wordt er toch nog een ander genre bij gepakt. Het is 36 minuten lang een feest van herkenning en een opeenstapeling van buitengewoon aangename songs, maar dit album van Beth Lee is ook gewoon goed. Erwin Zijleman

Beth Orton - Kidsticks (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beth Orton - Kidsticks - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit het Britse Norwich afkomstige Beth Orton is misschien niet heel productief, maar de platen die ze uitbrengt zijn zonder uitzondering interessant.

Het in 1996 verschenen Trailer Park en het uit 1999 stammende Central Reservation zijn volgens vrijwel iedereen haar beste platen, maar persoonlijk was ik ook zeer gecharmeerd van het vier jaar geleden verschenen Sugaring Season, waarop de Britse singer-songwriter de elektronica volledig leek te hebben afgezworen.

De traditioneel aandoende plaat vol sprookjesachtige songs klonk hierdoor totaal anders dan zijn voorgangers, waarop elektronica mooi combineerde met de folky songs van de Britse singer-songwriter.

Het gebrek aan elektronica op Sugaring Season wordt volledig gecompenseerd op de nieuwe plaat van Beth Orton, Kidsticks. Beth Orton omarmt de elektronica op haar nieuwe plaat immers weer vol overgave en levert met Kidsticks niet alleen haar meest elektronische maar ook haar meest experimentele plaat tot dusver af.

Ondanks mijn zwak voor Sugaring Season ben ik zeer te spreken over de nieuwe plaat van Beth Orton. Het elektronische klankentapijt op de plaat is bijzonder intrigerend en bestaat uit vele lagen. Een deel van deze lagen wordt gevormd door bijzondere ritmes en beats die het prima doen op de dansvloer, maar Kidsticks maakt ook indruk met prachtige atmosferische elektronische klankentapijten en met experimentele klanken, die wel wat doen denken aan de klanken die Robert Fripp ooit tot Frippertronics doopte.

De elektronische klanken op Kidsticks maken geen geheim van bewondering voor de baanbrekende muziek van Kraftwerk, maar hebben ook goed geluisterd naar de Franse elektronica van bijvoorbeeld Daft Punk of naar elektronica uit de jaren 80. De muzikanten op de nieuwe plaat van Beth Orton slaan hiernaast volop nieuwe wegen in, waardoor Kidsticks buitengewoon spannend en avontuurlijk klinkt.

Het past verrassend goed bij de mooie en bijzondere stem van Beth Orton, die het volle en vrij dominante geluid op Kidsticks voorziet van mooie vocalen en doet alsof ze een gewone folkplaat heeft gemaakt.

Ik ga er van uit dat Kidsticks voor veel liefhebbers van de muziek van Beth Orton in eerste instantie wat zwaar op de maag zal liggen, maar bij mij kwam de plaat onmiddellijk aan als de spreekwoordelijke mokerslag.

Ik hou van de fascinerende elektronische klanken op de plaat en ik hou nog meer van de fraaie en herkenbare vocalen van Beth Orton. De combinatie van deze twee ingrediënten is zeker geen voor de hand liggende, maar het eindresultaat klinkt wat mij betreft fantastisch. Kidsticks is bovendien een plaat die nog heel lang doorgroeit, waarbij steeds weer nieuwe dingen boven komen drijven in het rijke en veelzijdige klankentapijt.

Beth Orton heeft met Kidsticks een plaat gemaakt die niemand van haar had verwacht na het traditionele Sugaring Season. Het siert haar en het geeft haar al zo mooie carrière wederom een even fraaie als spannende impuls. Erwin Zijleman

Beth Orton - Weather Alive (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beth Orton - Weather Alive - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beth Orton - Weather Alive
Het was lang stil rond Beth Orton, maar de Britse muzikante keert deze week terug met het wonderschone Weather Alive, dat opvalt door een fraaie mix van aardse en atmosferische klanken en mooi doorleefde vocalen

Beth Orton keert deze week terug met de opvolger van het al zesenhalf jaar oude Kidsticks. Dat was zeker niet het sterkste album van de Britse muzikante, maar op Weather Alive heeft Beth Orton de goede vorm weer gevonden. Op haar nieuwe album werkt Beth Orton samen met een aantal muzikanten met een jazzachtergrond, wat een bijzonder geluid oplevert. Weather Alive heeft aan de ene kant een organisch en aards geluid, maar de Britse muzikante kiest op haar nieuwe album ook voor atmosferische elektronische klankentapijten. Het kleurt niet alleen prachtig bij haar bijzondere en doorleefde stem, maar ook bij de donkere seizoenen die er aan komen.

Het is ruim zes jaar stil geweest rond de Britse muzikante Beth Orton, die in 2016 voor het laatst van zich liet horen met het met flink wat elektronica ingekleurde Kidsticks. Kidsticks vond ik zes jaar geleden een verrassend en ook moedig album, maar het is geen Beth Orton album dat ik sindsdien nog vaak uit de kast heb getrokken.

De Britse muzikante bereikte haar creatieve piek wat mij betreft op haar debuutalbum Trailer Park uit 1996 (het samen met William Orbit gemaakte en nauwelijks verkrijgbare Superpinkymandy uit 1993 tel ik maar even niet mee) en opvolger Central Reservation uit 1999, al doet het grotendeels akoestische Sugaring Season uit 2012 nauwelijks onder voor de twee klassiekers in het oeuvre van Beth Orton.

Dat Beth Orton nog steeds albums kan maken die niet onder doen voor haar beste werk laat ze deze week horen op haar nieuwe album Weather Alive. Het is een album dat tot stand kwam in een zware periode waarin Beth Orton terugkeerde naar Engeland, werd getroffen door psychische problemen, te maken kreeg met het overlijden van oude muzikale compagnons en ook nog eens in een pandemie terecht kwam.

Het is een album dat weer flink anders klinkt dan de vorige albums van de Britse muzikante en dat is knap. Beth Orton werkte dit keer samen met een aantal muzikanten die vooral in de jazzhoek opereren en van wie Tom Skinner (Sons of Kemet, The Smile) de bekendste is. Ook de bijdragen van bassist Tom Herbert, multi-instrumentalist Shahzad Ismaily, vibrafoon virtuoos Sam Beste, toetsenist Francine Perry en saxofonist Alabaster dePlume mogen echter niet onvermeld blijven.

De meeste songs op Weather Alive klinken in de basis folky en wat jazzy en maken indruk met aardse en organische klanken, waarin vooral de ritmes van Tom Skinner en de diepe baslijnen van Tom Herbert opvallen. Het is een geluid dat wordt aangevuld met een spaarzaam ingezette piano, het instrument waarmee Beth Orton de eerste versies van de songs op haar nieuwe album maakte.

Een beperkt aantal songs op het album beperkt zich tot deze grotendeels aards klinkende basis, maar de meeste songs op Weather Alive worden op fraaie wijze ingekleurd met atmosferisch klinkende bijdragen van synts, waaronder de Moog. De aardse en atmosferische lagen weten elkaar op fraaie wijze te versterken en vloeien prachtig samen in de knappe productie die van de hand van Beth Orton zelf is.

Het voorziet de muziek van Beth Orton van een dimensie die we nog niet van haar kenden, die af en toe wel wat doet denken aan het latere werk van Talk Talk en het is er een die prachtig past bij haar stem. Het knappe van Weather Alive is dat het album deels teruggrijpt op de muziek die Beth Orton lang geleden maakte, maar op hetzelfde moment nieuwe wegen in slaat. Of zoals PopMatters het zo mooi zegt: “Beth Orton embraces her past on Weather Alive to shape her future".

Beth Orton heeft altijd een zeer karakteristiek stemgeluid gehad, maar op Weather Alive heeft haar stem nog wat aan doorleving gewonnen. De Britse muzikante heeft een wat breekbare stem die niet iedereen mooi zal vinden, maar persoonlijk vind ik de zang op het nieuwe album van Beth Orton erg mooi en onderscheidend.

Lange stiltes in de carrière van muzikanten zijn meestal niet goed voor de kwaliteit van een oeuvre, maar Beth Orton kwam in 2012 als eens sterk terug na een stilte van zes jaar en doet dit nu opnieuw met een album dat zomaar kan uitgroeien tot een van haar beste albums, dat het de komende maanden uitstekend gaat doet denk ik. Erwin Zijleman

Beth Whitney - Into the Ground (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beth Whitney - Into The Ground - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beth Whitney - Into The Ground
De Amerikaanse singer-songwriter Beth Whitney levert met Into The Ground een buitengewoon fascinerend album af, dat de grenzen van de Amerikaanse rootsmuziek continu opzoekt

Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Beth Whitney gehoord, maar haar nieuwe album is een heel bijzonder album. Dat hoor je direct in de instrumentatie die allerlei bijzondere accenten toevoegt aan songs die geworteld zijn in de folk, maar je hoort het ook in de songs die naadloos kunnen schakelen tussen traditionele Amerikaanse rootsmuziek en eigentijdse pop. Beth Whitney sleept er nog veel meer invloeden bij en is ook nog eens voorzien van een hele mooie stem, die al evenveel kanten op kan. Het levert een album op dat vanaf de eerste noten intrigeert en dat vervolgens snel betovert. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van Beth Whitney en het is een indrukwekkende.

De Amerikaanse muzikante Beth Whitney debuteerde 14 jaar geleden en heeft inmiddels al een aantal albums op haar naam staan. Het deze week verschenen Into The Ground is echter pas mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Leavenworth, Washington. Het is een intrigerende kennismaking, want Into The Ground is een bijzonder klinkend album.

Het vlak voor de uitbraak van het coronavirus opgenomen album had zomaar een lockdown album kunnen zijn, want wat klinkt de openingstrack van het album donker en dreigend. Met donkere achtergrondvocalen, bijzonder stemmige celloklanken, bijzondere gitaarlijnen en wat dreigende achtergrondgeluiden en soundscapes zorgt het album van Beth Whitney direct voor een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die associaties oproept met donkere bossen waar het niet pluis is, al contrasteren de donkere klanken fraai met de mooie heldere stem van de Amerikaanse muzikante.

De openingstrack van Into The Ground roept associaties op met Scandinavische ijsprinsessen, die in de uitgestrekte bossen van Washington State kennelijk ook goed gedijen. In de tweede track van het album klinkt de stem van Beth Whitney nog wat mooier, maar naast de wat folky aandoende akoestische gitaarakkoorden zijn er wederom de zeer stemmige celloklanken en de soms wat dreigende achtergrond geluiden.

Na twee tracks is wel duidelijk dat Beth Whitney zich makkelijk weet te onderscheiden van alle collega’s binnen de Amerikaanse rootsmuziek, want ondanks de donkere accenten in de instrumentatie is dit toch het genre waarin Into The Ground thuis hoort. Het is een genre waarin de concurrentie momenteel moordend is, maar het fraaie album van Beth Whitney zou ik er zeker uit pikken.

De instrumentatie op het album is niet alleen bijzonder, maar ook erg mooi en ook de zang van de Amerikaanse muzikante spreekt zeer tot de verbeelding. Het is een stem die perfect past bij de wat folky songs op het album, maar ook wanneer Beth Whitney hier en daar flirt met fraai georkestreerde pop, blijft ze vocaal makkelijk overeind en hoor je dat een carrière als popprinses mogelijk zou moeten zijn.

Into The Ground flirt hier en daar nadrukkelijk met pop, maar het is zeer smaakvolle pop, met altijd een randje roots of singer-songwriter in de buurt. Met pop en roots vertel ik nog niet het hele verhaal van Into The Ground, want eigenlijk klinkt iedere track op het album weer anders en schuift het album hier en daar ook op richting Britse folk of hoor ik zelfs een vleugje progrock of new age.

Het ene moment lijkt de muziek van Beth Whitney stevig verankerd in Nashville, maar het volgende moment lijkt de Amerikaanse muzikante opeens een stuk jonger en lijkt ze zo weggelopen uit de popscene van Los Angeles. Into The Ground kan binnen een paar noten schakelen tussen zeer traditioneel en modern en naarmate ik het album vaker hoor worden de songs van Beth Whitney alleen maar beter. Het album opent zoals gezegd behoorlijk donker, maar de muzikante uit Washington State is ook niet vies van meer opgewekte of zelfs zonnig klinkende songs.

Ik lees nog niet al te veel over dit album, maar Beth Whitney verdient zeker de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet bang zijn voor wat uitstapjes buiten de gebaande paden. Erwin Zijleman

Bethany Cosentino - Natural Disaster (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bethany Cosentino - Natural Disaster - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bethany Cosentino - Natural Disaster
Na het einde van Beth Coast komt Bethany Cosentino op de proppen met een eerste soloalbum dat in eerste instantie wel erg klinkt als een niet bijster interessant popalbum, maar waarop steeds meer op zijn plek valt

Bij eerste beluistering van Natural Disaster, het eerste soloalbum van de Amerikaanse muzikante Bethany Cosentino, was ik vooral teleurgesteld. Het album herinnert in niets aan het beste van haar vorige band Best Coast en kiest voor een nogal mainstream geluid met invloeden uit de popmuziek en de rootsmuziek en vooral echo's uit de jaren 80 en 90. Bij eerste beluistering ging het bij mij het ene oor in en het andere oor weer uit en was Natural Disaster niet meer dan weliswaar aangenaam klinkend behang. Wanneer je wat vaker naar het album luistert, hoor je dat de songs van Bethany Cosentino interessanter zijn dan dat en begint het album te groeien.

Bethany Cosentino maakte enige tijd deel uit van de band met de geweldige naam Pocahaunted, die desondanks de cultstatus nooit wist te ontgroeien. Vervolgens formeerde ze samen met Pocahaunted producer Bobb Bruno de veel succesvollere band Best Coast, die tussen 2010 en 2020 vier albums afleverde, waarvan met name het in 2015 verschenen California Nights indruk maakte. Best Coast vermengde in eerste instantie vooral invloeden uit de 60s girlpop en de 90s indierock, maar koos op het in 2020 verschenen Always Tomorrow voor een wat gladder popgeluid, dat mij in ieder geval niet wist te bekoren.

Toen de tour die volgde op het album werd gestaakt vanwege de coronapandemie besloten Bethany Cosentino en Bobb Bruno het bijltje er bij neer te gooien. Bethany Cosentino dook onlangs op met haar eerste soloalbum, Natural Disaster. Ik was zoals gezegd niet erg gecharmeerd van het laatste album van Best Coast en ook het eerste soloalbum van Bethany Cosentino kwam bij mij zeker niet direct binnen. Omdat het album wel positief werd onthaald door een aantal critici die ik normaal gesproken hoog heb zitten, ben ik het wel blijven proberen met Natural Disaster en langzaam maar zeker is mijn mening over het album wel iets of zelfs flink veranderd.

In eerste instantie vond ik Natural Disaster een dertien in een dozijn popalbum met popsongs die weliswaar aangenaam klonken, maar bij mij niet bleven hangen. De Amerikaanse muzikante keert met de songs op haar eerste soloalbum naar verluidt terug naar de songs waarmee ze opgroeide en dat is te horen. Natural Disaster klinkt wel een beetje alsof je in de jaren 80 of 90 een Amerikaans radiostation met een voorkeur voor toegankelijke pop met een vleugje Americana hebt ingeschakeld tijdens een lange roadtrip.

Natural Disaster werd geproduceerd door Butch Walker, die eerder werkte met onder andere Taylor Swift, Weezer, Pink en Jewel en uitstekend weet hoe een radiovriendelijk popalbum moet klinken. Het is een album dat in ieder geval bij mij een aantal keren passeerde zonder indruk te maken, maar na een tijdje bleven de songs op het album een voor een hangen. Dat lukte Bethany Cosentino het eerst met de ballad Easy, die zowel aan Aimee Mann als aan Taylor Swift doet denken, maar vervolgens volgde de ene na de andere track, waarbij Sheryl Crow misschien wel het vaakst relevant vergelijkingsmateriaal aandraagt.

Natural Disaster klinkt misschien als een wat mainstream radiostation uit de jaren 80 of 90 en doet nooit denken aan de beste momenten van Best Coast, maar het is een radiostation waar je uiteindelijk wel blijft hangen. Bethany Cosentino laat op haar solodebuut horen dat ze over het vermogen beschikt om aantrekkelijke popsongs met een vleugje Los Angeles en Nashville te schrijven en ze weet deze popsongs vervolgens met veel overtuiging te vertolken.

De zang op Natural Disaster is aangenaam, maar wordt wanneer je het album leert waarderen steeds beter. Hetzelfde geldt voor de productie van Butch Walker, die bij eerste beluistering wel erg gelikt en doorsnee klinkt, maar die steeds beter in staat is om de juiste snaar te raken en absoluut vakwerk is. De volgende keer mag Bethany Cosentino van mij een wat gruiziger of juist meer ingetogen album maken, maar Natural Disaster mag er uiteindelijk zeker zijn. Erwin Zijleman

Bethany Curve - Murder! (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bethany Curve - Murder! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bethany Curve - Murder!
Terwijl we wachten op de terugkeer van My Bloody Valentine, levert de onbekende Amerikaanse band Bethany Curve een prachtalbum af

Murder! van Bethany Curve is al een tijdje uit en helaas vrijwel door iedereen over het hoofd gezien. Het album van de Amerikaanse band is echter veel te mooi om te laten liggen. Murder! past uitstekend in het hokje shoegaze, als is het maar vanwege de meerdere lagen gitaarwerk, die prachtig uit de speakers komen, maar de band schuwt ook uitstapjes richting omliggende genres niet. De muziek van de Amerikaanse band is soms gruizig en soms overweldigend, maar ook verassend melodieus. Het is goed voor een fascinerende luistertrip die steeds verslavender wordt.

Het is, toch wel tot mijn verbazing, alweer zes jaar geleden dat My Bloody Valentine terugkeerde met m b v, de opvolger van het uit 1991 stammende meesterwerk Loveless, dat zo lang geen opvolger meer leek te krijgen. Wanneer het volgende album van de Ierse band gaat verschijnen is nog onzeker, maar het kan gezien de ervaringen uit het verleden best even duren.

Een lezer van deze BLOG tipte me een paar dagen geleden dat de leegte die My Bloody Valentine na het uitstekende m b v heeft achtergelaten eerder dit jaar is opgevuld door de Amerikaanse band Bethany Curve. Bethany Curve is zelf overigens ook niet vies van jaren van stilte, want Murder! is het eerste wapenfeit van de band in ruim 15 jaar.

Het album is zoals gezegd al even uit, maar het is een album dat niet gemist mag worden en zeker niet door muziekliefhebbers met een zwak voor shoegaze. Bethany Curve heeft met Murder! zeker geen 13 in een dozijn shoegaze album gemaakt, maar invloeden uit de shoegaze spelen een dominante rol op het nieuwe album van de band uit Santa Cruz, California.

De band bouwt op Murder! op indrukwekkende wijze aan muren van gruizige gitaren. Het zijn gitaarmuren die worden gecombineerd met helder klinkende drums en met wat naar de achtergrond gemixte vocalen, wat de impact van de gitaarmuren alleen maar vergroot.

Op Murder! draait veel om het gitaarwerk en dat is van een bijzondere schoonheid. Bethany Curve bouwt haar geluid op uit meerdere lagen gitaren en het zijn flink verschillende lagen gitaren. Aan de ene kant is er de dikke laag gruis die langzaam wordt omgebouwd tot een muur, maar aan de andere kant zijn er ook zeer melodieuze lagen gitaarwerk en lagen die voorzichtig de richting opgaan van drones of die juist een meer ambient karakter hebben.

Het levert een bijzonder fascinerend en wonderschoon klankentapijt op. De lagen gitaren worden knap met elkaar verbonden door degelijk maar ook subtiel drumwerk, waarna de vocalen het benevelende effect van de muziek van Bethany Curve verder versterken. De songs van de Californische band zijn al even melodieus als een deel van het gitaarwerk op het album en profiteren optimaal van de bezwerende werking van al het gitaargeweld.

Murder! herinnert nadrukkelijk aan de grote albums uit de hoogtijdagen van de shoegaze, maar ook invloeden uit de psychedelica, noiserock, spacerock en ambient hebben hun weg gevonden in het bijzondere geluid van de band.

Murder! bevat tien songs en Bethany Curve trekt hier maar liefst een uur voor uit. Dat lijkt misschien zware kost, maar wanneer je vatbaar bent voor het bijzondere geluid van de Amerikaanse band is het keer op keer een fascinerende of zelfs hypnotiserende luistertrip, waarin steeds weer nieuwe dingen opduiken. We blijven natuurlijk wachten op de nieuwe My Bloody Valentine, maar of ze hier overheen gaan komen? Ik betwijfel het. Erwin Zijleman

Bethlehem Steel - Bethlehem Steel (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bethlehem Steel - Bethlehem Steel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bethlehem Steel - Bethlehem Steel
De New Yorkse band Bethlehem Steel verleidt, na enige gewenning, overtuigend met rauwe en rammelende rocksongs vol dynamiek

Het titelloze nieuwe album van de uit Brooklyn, New York, afkomstige band Bethlehem Steel, lijkt er in eerste instantie een van het type dertien in een dozijn, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe leuker het wordt. Bethlehem Steel vermengt invloeden uit de lo-fi, indie-rock en grunge en combineert deze met rauwe energie en veel dynamiek. Het ene moment vliegen de gitaren uit de bocht en schreeuwt zangeres Rebecca Ryskalczyk het uit, maar het volgende moment neemt de band flink gas terug en overheerst de subtiliteit. Het maakt het album van Bethlehem Steel interessanter dan de meeste andere albums in het genre, waarna de songs op dit aangename album ook nog eens flink beginnen te groeien.

Er verschenen deze week heel veel nieuwe albums, waaronder flink wat albums van muzikanten die normaal gesproken verzekerd zijn van een plekje op deze BLOG. Het titelloze album van de uit Brooklyn, New York, afkomstige band Bethlehem Steel maakte tussen al dat release geweld niet onmiddellijk indruk, maar langzaam maar zeker ben ik in de ban geraakt van dit album en heeft het een aantal persoonlijke favorieten verdrongen.

Bethlehem Steel bestaat al een jaar of negen, debuteerde twee jaar geleden met het door mij in ieder geval niet opgemerkte Party Naked Forever en werd een paar jaar geleden al eens uitgeroepen tot grote belofte op het invloedrijke South By Southwest muziekfestival. Ook het nieuwe album van de band is een album waar de belofte wat mij betreft van af spat.

Meest in het oog en oor springende lid van de band is frontvrouw en zangeres Rebecca Ryskalczyk, die op het nieuwe album van haar band heerlijk van zich af bijt. De songs van Bethlehem Steel rammelen aan alle kanten en zijn lekker rauw en stevig. De New Yorkse band kan echter ook plotseling gas terugnemen, wat het nieuwe album van de band voorziet van veel dynamiek.

Het doet me wel wat denken aan bands als Screaming Females en Hop Along, maar het nieuwe album van Bethlehem Steel herinnert ook aan de jonge jaren van Sleater-Kinney, heeft af en toe wat van The Breeders en klinkt bovendien als een rauwere variant van ons eigen Bettie Serveert. Een randje grunge maakt het af.

In muzikaal opzicht klinkt de muziek van Bethlehem Steel op het eerste gehoor niet zo heel bijzonder, al worden er af en toe mooie gitaarduels uitgevochten of verrast de band juist met bijzonder subtiele gitaarlijnen. Rebecca Ryskalczyk is ook geen heel groot zangeres, maar slaat zich er op het nieuwe album van haar band prima doorheen, hier en daar geholpen door mede bandlid Christina Puerto.

De grootste kracht van Bethlehem Steel schuilt in de energie die de band in haar songs stopt en in alle dynamiek in deze songs. Rebecca Ryskalczyk schreeuwt het soms uit van woede, maar kan ook prachtig onderkoeld zingen. De instrumentatie doet precies hetzelfde. Bij eerste beluisteringen klinkt het allemaal misschien niet heel opzienbarend, maar op een gegeven moment dringt het nieuwe album van de band uit Brooklyn zich genadeloos op.

Het nieuwe album van Bethlehem Steel is een album van het soort dat ik maar zo heel af en toe omarm, maar ik doe het in dit geval graag. De ruwe energie op het zo heerlijke rammelende album van de band voorziet het album van kracht en urgentie, maar het nieuwe album van Bethlehem Steel is ook een lekker eigenzinnig album, dat steeds weer net wat andere wegen in slaat.

Liefhebbers van mooi verzorgde popliedjes of muzikale hoogstandjes zijn bij Bethlehem Steel absoluut aan het verkeerde adres, maar een ieder die op zijn tijd niet vies is van een band die precies doet waar het zelf zin in heeft, hierdoor flink wat steken laat vallen, maar ook garant staat voor passie, heeft met het titelloze album van Bethlehem Steel een prima album in handen. Het is een album dat in eerste instantie alle kanten op schiet, maar nu ik voor de zoveelste keer naar het album luister, valt er toch steeds meer op zijn plek. Erwin Zijleman

Better Oblivion Community Center - Better Oblivion Community Center (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Better Oblivion Community Center - Better Oblivion Community Center - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De samenwerking tussen Conor Oberst en Phoebe Bridgers zat er aan te komen, is er opeens vrijwel uit het niets en stelt zeker niet teleur. Integendeel.

Ik ben een groot fan van Phoebe Bridgers. De jonge singer-songwriter uit Los Angeles leverde met haar debuut een van de mooiste platen van 2017 af en verraste in 2018 met het debuut van de gelegenheidsband Boygenius. Ook in 2019 duikt ze op met een gelegenheidsband en dit keer werkt ze samen met Conor Oberst. Het is een samenwerking die uitstekend uitpakt. De twee maken indruk met laid-back folkrock en prachtig bij elkaar kleurende stemmen, maar het debuut van Better Oblivion Community Center mag af en toe ook heerlijk ontsporen. Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van de samenwerking van de twee, maar hoe vaker ik naar de plaat luister, hoe mooier en indrukwekkender hij wordt.

Vorige week verscheen het titelloze debuut van Better Oblivion Community Center. Dat zei me eerlijk gezegd niets, tot ik me realiseerde dat dit het debuut is van de vorig jaar al aangekondigde samenwerking tussen Conor Oberst en Phoebe Bridgers.

Het tweetal werkte al incidenteel samen op hun laatste soloplaten, maar de naam van hun gelegenheidsband werd tot het laatste moment geheim gehouden, waardoor Better Oblivion Community Center vorige week wat traag uit de startblokken is gekomen.

Conor Oberst heb ik al sinds de tweede helft van de jaren 90 hoog zitten dankzij bands als Bright Eyes en Desaparecidos, terwijl Phoebe Bridgers een van grootste mijn muzikale helden van het moment is. Als Better Oblivion Community Center combineren de twee Amerikaanse muzikanten hun talenten op indrukwekkende wijze.

In de instrumentatie op het debuut van het gelegenheidsduo domineert Conor Oberst, die zorgt voor een wat rauwer, steviger en voller geluid dan op het debuutalbum van Phoebe Bridgers. Het is in folkrock gedrenkt akoestische geluid, waarin de elektrische gitaren af en toe stevig uit mogen halen en net wat meer invloeden uit de rootsmuziek doorklinken dan in de muziek van zijn jongere collega, maar ook uitstapjes richting een groots rockgeluid niet worden geschuwd.

Ook in vocaal opzicht sleurt de muzikant uit Omaha, Nebraska, Phoebe Bridgers meer dan eens uit haar comfort zone. Ook op het debuut van Better Oblivion Community Center excelleert Phoebe Bridgers in songs die overlopen van melancholie, maar ook in het wat stevigere werk houdt ze zich makkelijk staande. De stemmen van Conor Oberst en Phoebe Bridgers overtuigen individueel makkelijk, maar kleuren ook nog eens prachtig bij elkaar, waardoor het totaal de som der delen makkelijk overtreft.

Phoebe Bridgers maakt voor de derde keer op rij indruk met muziek die veel volwassener en doorleefder klinkt dan haar leeftijd zou rechtvaardigen. Na haar uitstekende debuut Stranger In The Alps en de geweldige EP die ze samen met Julien Baker en Lucy Dacus maakte als Boygenius, is ook het debuut van Better Oblivion Community Center weer een voltreffer.

Zowel Conor Oberst als Phoebe Bridgers tekenen voor een serie geweldige songs, waarna eerstgenoemde zorgt voor rauwere en vollere klanken, terwijl Phoebe Bridgers betovert met de onderkoelde melancholie in haar stem. Wanneer gas wordt teruggenomen zijn we vooral aangewezen op de stemmen van de twee en die lijken voor elkaar gemaakt.

Of het debuut van Better Oblivion Community een eenmalig uitstapje is of nog een vervolg gaat krijgen weet ik niet, maar de samenwerking tussen de twee Amerikaanse muzikanten bevalt me zo goed dat ik hoop dat de samenwerking tussen Conor Oberst en Phoebe Bridgers wordt gecontinueerd. Het is knap hoe Conor Oberst en Phoebe Bridgers hun totaal verschillende stemmen samen laten smelten en het is ook knap hoe de twee een geluid creëren dat het ene moment ingetogen en laid-back is en het volgende moment zomaar uit de bocht kan vliegen.

Phoebe Bridgers en Conor Oberst waren in het verleden allebei goed voor muziek die zich steeds nadrukkelijker opdrong en ook het debuut van Better Oblivion Community Center is een groeiplaat. Bij eerste beluistering vond ik het mooi en aangenaam, maar hoe vaker ik naar de plaat luister, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat ook het derde project van Phoebe Bridgers een voltreffer is en dat Conor Oberst weer een mooie naam aan zijn indrukwekkende CV kan toevoegen.

Veel aandacht krijgt de voorlopig alleen digitaal uitgebrachte plaat (de fysieke release volgt eind deze maand) nog niet, maar geloof me, dit is een van de eerste hele grote releases van 2019. Erwin Zijleman

Bettie Serveert - Damaged Good (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bettie Serveert - Damaged Good - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bettie Serveert werd 25 jaar geleden opgericht, maar klinkt op al haar tot dusver verschenen platen zo fris en urgent als een debutant.

Dat lukt de band ook weer op het onlangs verschenen Damaged Good; als ik goed geteld heb de elfde plaat van de Nederlandse band.

Het knappe van Bettie Serveert is dat de band er ook nog eens in slaagt om fris en urgent te klinken met een geluid dat in al die jaren niet eens zo gek veel is veranderd.

Bettie Serveert kleurde op haar platen met enige regelmaat buiten de lijntjes en doet dit ook meerdere malen op deze nieuwe plaat, maar had in al die jaren toch vooral het patent op stekelige en licht tegendraadse popliedjes.

Ook Damaged Good staat er vol mee. Direct in de openingstrack overtuigt Bettie Serveert met een song die alle ingrediënten van het zo herkenbare geluid van de band bevat. B-Cuz is een lekkere up-tempo song met een punky attitude, heeft een refrein dat je na één keer horen mee kunt zingen, valt op door de licht schurende vocalen van Carol van Dyk, verleidt met veelzijdig gitaarwerk dat zowel rauw als subtiel kan klinken en bevat ook nog eens de nodige dynamiek.

Het zijn ingrediënten die terugkeren in vrijwel alle songs op de plaat. Het zijn songs die niet alleen fris en urgent, maar ook opvallend energiek en gedreven klinken. Bettie Serveert had direct in haar eerste jaren al een eigen geluid, maar maakt nu muziek die nauwelijks raakt aan die van andere bands van het moment. Dat is knap, maar wat klinkt het allemaal lekker en aanstekelijk.

Damaged Good kan niet zomaar worden vergeleken met inmiddels tot klassiekers uitgegroeide platen als Palomine, Lamprey en mijn persoonlijke favoriet Private Suite, maar ik kan niet 1-2-3 bedenken waarom de nieuwe plaat van Bettie Serveert minder is dan de zo bejubelde platen uit het verleden.

Direct bij eerste beluistering van Damaged Good werd ik heel erg vrolijk van de nieuwe songs van Bettie Serveert en dat word ik nog steeds. Ik word vrolijk van de prachtige gitaarlijnen, van de geweldige melodieën en van de rauwe energie die de muziek van Bettie Serveert nog steeds uitstraalt. Verder slaagt Bettie Serveert er ook nog altijd in om haar muziek subtiel te vernieuwen door allerlei andere richtingen in te slaan.

Waar bij de meeste bands bij het 25-jarig jubileum sporen van slijtage en verval duidelijk zichtbaar zijn, is ook Damaged Good weer een geweldige plaat van een band die nog altijd functioneert op de toppen van haar kunnen. We hebben ruim drieënhalf jaar moeten wachten op Damaged Good, maar nog meer dan de uitstekende voorganger Oh, Mayhem!, was deze nieuwe plaat van Bettie Serveert het wachten meer dan waard. Het is een inkoppertje, maar ook dit keer slaat Bettie een ace. Erwin Zijleman

Bettye LaVette - Blackbirds (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bettye LaVette - Blackbirds - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bettye LaVette - Blackbirds
Bettye LaVette is inmiddels 74, maar de afgelopen twintig jaar verkeert ze in topvorm, net als op het sfeervolle en stemmige Blackbirds dat vooral in vocaal opzicht imponeert

Bettye LaVette opereerde lange tijd wat in de marge, maar dit millennium oogst ze eindelijk de waardering die ze al veel langer verdiende. Het levert ook nog eens een serie prachtalbums op. Blackbirds is de nieuwste en het is er een waarop het tempo wat lager is en invloeden uit de blues en de jazz wat aan terrein hebben gewonnen, al zit er ook nog veel soul in. De productie is prachtig, de band is geweldig, de keuze van de songs is uitstekend, maar het is de waanzinnige stem van Bettye LaVette die van Blackbirds een topalbum maakt. Het is een stem vol emotie en doorleving, die herinnert aan flink wat grootheden, maar Bettye LaVette is er natuurlijk zelf inmiddels ook een.

Blackbirds van Bettye LaVette werd vanwege de corona pandemie keer op keer uitgesteld, maar is nu dan toch eindelijk verschenen. Het is het volgende hoofdstuk in de lange en bijzondere carrière van de Amerikaanse soulzangeres.

Betty Jo Haskins was pas 16 jaar oud toen ze aan het begin van de jaren 60 opdook in de soulscene van haar thuisbasis Detroit en werd gekoppeld aan producer Johnnie Mae Matthews. Ze koos voor de artiestennaam Bettye LaVette en bracht al snel een eerste single uit, My Man -- He's A Loving Man. De single werd breed opgepikt en leek de start van een glorieuze carrière, maar zakelijke conflicten, verkeerde keuzes en domme pech zorgden er voor dat de belofte van de eerste stappen van Bettye LaVette in de muziek lange tijd niet werden waargemaakt.

Bettye LaVette oogstte pas in brede kring lof toen ze in 2003 opdook met het prachtige A Woman Like Me, dat werd geproduceerd door de van Robert Cray bekende Dennis Walker. Het is de start van de tweede jeugd van Bettye LaVette en die tweede jeugd heeft inmiddels een flinke stapel prima albums opgeleverd en heeft de Amerikaanse soulzangeres bovendien de waardering opgeleverd die ze al veel langer verdiende.

Het zijn albums waarvoor Bettye LaVette topproducers als Patterson Hood, Craig Street, Joe Henry (2x) en Steve Jordan wist te strikken. Laatstgenoemde tekende voor de productie van het in 2018 verschenen Things Have Changed en keert nu terug op Blackbirds. Hoewel ik zelf een groot liefhebber ben van de producties van Joe Henry, waardoor de twee albums die hij produceerde (I've Got My Own Hell To Raise en Worthy) mijn favoriete Bettye LaVette albums zijn, maar ook de productie van Steve Jordan beviel en bevalt me wel.

Blackbirds is voorzien van een warm en stemmig geluid. Het is een geluid dat geen behoefte heeft aan het betreden van de ongebaande paden en dat daarom vooral tijdloos klinkt. Het is een geluid dat prima past bij de soulvolle stem van Bettye LaVette, die vergeleken met haar vorige albums nog wat rauwer en doorleefder klinkt, wat ook niet zo gek is voor een 74-jarige.

Bettye LaVette is zo langzamerhand een van de laatst overgebleven soulzangeressen uit de jaren 60 en dat is toch een totaal ander slag dan de soulzangeressen van het moment. Bettye LaVette vertolkt ook op Blackbirds haar songs weer met hart en ziel, waarbij emotie belangrijker is dan een zuivere noot. Die zuivere noten weet de Amerikaanse zangeres overigens uitstekend te raken, maar de zang op Blackbirds loopt ook over van emotie.

Ik noem Bettye LaVette tot dusver steeds een soulzangeres, maar ook op Blackbirds laat ze weer horen dat ze ook buiten de soul uit de voeten kan. Hier en daar klinkt ze heerlijk bluesy en hoor je iets van Billie Holiday, maar Blackbirds heeft ook jazzy raakvlakken met Nina Simone of doet in de wat puurdere soul denken aan menig groot soulzangeres.

Ook op Blackbirds gaat Bettye LaVette weer aan de haal met de songs van anderen, waarvan haar bewerking van een song van The Beatles in de titeltrack van het album het meest in het oog springt. Het worden stuk voor stuk Bettye LaVette songs op een album dat nog maar eens horen dat Bettye LaVette niet alleen behoort tot de laatste grote singer-songwriters van weleer, maar ook de concurrentie met de jonkies van het moment nog uitstekend aan kan. Erwin Zijleman

Bettye LaVette - Worthy (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bettye LaVette - Worthy - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse soulzangeres Bettye LaVette werd geboren in Muskegon, Michican, maar verruilde het provinciestadje aan Lake Michigan al op zeer jonge leeftijd voor het destijds volop bloeiende Detroit.

In Detroit vond ze emplooi in de eveneens bloeiende muziekindustrie en bracht ze gedurende de jaren 60 en 70 met enige regelmaat redelijk succesvolle soul en rhythm & blues singles uit.

Aan het begin van de jaren 80 bracht ze het geweldige album Tell Me A Lie uit en leek Bettye LaVette zich eindelijk te gaan scharen onder de grote soulzangeressen van dat moment. Het liep allemaal wat anders.

Bettye LaVette stond gedurende de jaren 80 en 90 vooral op het podium en bracht pas in 2003 weer een echt memorabele plaat uit. A Woman Like Me bleek de eerste plaat in een indrukwekkende serie, want ook I've Got My Own Hell To Raise uit 2005, The Scene Of The Crime uit 2007 en Thankful N' Thoughtful uit 2012 mochten er zijn.

Voor haar nieuwe plaat Worthy is de inmiddels 69-jarige soulzangeres teruggekeerd naar topproducer Joe Henry, die ook het 10 jaar geleden verschenen I've Got My Own Hell To Raise produceerde. Een verstandige keuze, want met Joe Henry aan het roer worden geen slechte platen gemaakt.

Joe Henry trommelde uiteraard flink weer wat topmuzikanten op, onder wie drummer Jay Bellerose, gitarist Doyle Bramhall II, toetsenist Patrick Warren (die het Hammond orgel beroert als geen ander) en zoonlief Levon Henry die tekende voor de blazersarrangementen. In muzikaal opzicht klinkt Worthy dan ook fantastisch met een band die zowel ingetogen als rauw kan spelen, maar ook in vocaal opzicht hoeft Bettye LaVette nog lang niet onder te doen voor de over het algemeen veel jongere concurrentie. Haar stem is minstens even krachtig en soulvol als die van haar beste concurrenten, maar wint het makkelijk wanneer het gaat om bezieling, emotie en doorleving.

Voor de songs vertrouwt Bettye LaVette over het algemeen op de kwaliteiten van anderen en dat doet ze ook op Worthy. Het vertolken van songs van anderen lijkt makkelijk, maar het is het niet. Allereerst is het een hele kunst om de juiste songs te selecteren (kijk maar eens naar al die talentenjachten waarop zogenaamde experts steeds maar weer de foute songs blijken te kiezen voor hun protegés). Vervolgens moet je deze songs ook nog maar eens naar je eigen hand kunnen zetten, want op een slechte kopie zit niemand te wachten (kijk wederom maar weer eens naar alle talentenjachten).

Bettye LaVette kan op beide terreinen uitstekend op de voeten. Voor Worthy selecteerde de Amerikaanse soulzangeres een fraaie serie songs. Het zijn net wat minder bekende songs van de echte grootheden (The Rolling Stones, The Beatles, Bob Dylan), maar ook fraai gekozen songs van wat minder bekende songwriters als Mickey Newbury, Randall Bramblett, Beth Nielsen Chapman, Savoy Brown en Over The Rhine (!). Stuk voor stuk prachtsongs.

Hiermee is een eerste stap gezet, maar Bettye LaVette slaagt er vervolgens ook nog eens in om de songs van anderen haar eigen songs te maken. Dat doet ze met een imposante soulstem met een eigen geluid en veel emotie en doorleving; precies zoals ze dat ook op haar vorige platen deed.

Ik heb nog niets gezegd over de productie van Joe Henry en ook die is wederom van hoog niveau. Worthy klinkt donker en beklemmend en dat is precies wat Bettye LaVette nodig heeft. Sinds 2003 is een nieuwe plaat van Bettye LaVette iets om naar uit te kijken en ook Worthy stelt weer niet teleur. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman

Beverly - Careers (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beverly - Careers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Iedere muziekliefhebber heeft zo zijn of haar zwaktes. Zo ben ik genadeloos in te pakken met gruizige gitaren, een vleugje 60s pop en honingzoete vrouwenvocalen.

Het was daarom voor mij al na een paar minuten duidelijk dat Beverly op haar debuut Careers een gewonnen wedstrijd speelde. Frontvrouw van de band is zangeres/gitariste Drew Citron, die Beverly in eerste instantie vormde met drumster Frankie Rose (Vivian Girls, Crystal Stilts, Dum Dum Girls). Frankie Rose heeft de band inmiddels nog verlaten, maar op Careers is ze nog nadrukkelijk te horen.

Het resultaat is als je het mij vraagt fantastisch. Careers staat vol met noisy popliedjes die, in ieder geval voor mij, onmogelijk zijn te weerstaan. De gruizige gitaren van Drew Citron en het stevige drumwerk van Frankie Rose vormen een zware maar aangename basis, waarop Beverly het ene na het andere briljante popliedje kan opbouwen.

Dat gaat op Careers meerdere kanten op. Ook Beverly is niet vies van een moderne variant van de 90s shoegaze en dreampop, zoals die de afgelopen jaren ook met veel succes door onder andere de Dum Dum Girls en talloze volgelingen is gemaakt, maar de muziek op Careers is veelzijdiger en veelkleuriger. Zo heeft Beverly in meerdere tracks een duidelijke voorkeur voor noisepop en gaat het hiernaast veelvuldig aan de haal met 60s psychedelica.

In de meest zweverige momenten en de momenten met mooie vocale harmonieën maakt Beverly muziek zoals The Bangles dit op de toppen van hun kunnen deden, maar deze zwoelere momenten kunnen eenvoudig omslaan in een bak herrie. In deze bak herrie voorziet Drew Citron de gruizige basis keer op keer van de mooiste gitaarlijnen, terwijl Frankie Rose het ritme en daarmee het tempo van de plaat lekker hoog houdt.

Net als je denk te weten wat voor vlees je met Beverly in de kuip hebt, slaat de band op Careers weer nieuwe wegen in en voorziet het de perfecte gitaarpop van loodzware elektronische wolken, waardoor de muziek van Beverly opeens weer de kant van de postpunk op schiet, maar Careers bevat ook een aantal weer net wat minder makkelijk te doorgronden songs, die misschien net wat meer geduld van de luisteraar vragen.

De meeste tracks op het debuut van Beverly zijn echter heerlijk aanstekelijk en voor de liefhebber van platen in dit genre onweerstaanbaar. Het is overigens een genre dat de laatste jaren overbevolkt is, maar je hebt altijd platen die net wat beter zijn dan die van de rest. Careers van Beverly is als je het mij vraagt zo’n plaat. Betere gitaren, betere drums, betere zang, meer variatie en vooral ook betere songs. Een heerlijke plaat voor iedere muziekliefhebber. Zwaar verslavend voor iedereen die houdt van deze muziek, zoals ik. Erwin Zijleman

Beverly Glenn-Copeland - The Ones Ahead (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beverly Glenn-Copeland - The Ones Ahead - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beverly Glenn-Copeland - The Ones Ahead
Beverly Glenn-Copeland keert na lange afwezigheid terug met een bijzonder album, waarop sfeervolle klanken en zeer uiteenlopende invloeden worden gecombineerd met een unieke en werkelijk prachtige stem

De jazzy folkalbums van de Amerikaanse muzikant Beverly Glenn-Copeland uit de vroege jaren 70 kende ik niet en ook het elektronische new age album uit de jaren 80 en het aan het begin van dit millennium verschenen comeback album waren me ontgaan, maar dit keer is er geen ontsnappen aan. The One Ahead wordt in brede kring bejubeld en daar valt echt niets op af te dingen. De Amerikaanse muzikant heeft een binnen het aanbod van het moment atypisch album gemaakt, maar wat is het een mooi album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, maar het is de bijzondere stem van Beverly Glenn-Copeland die van een mooi album een uniek album maakt. Bijzonder indrukwekkende comeback.

De Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut waren onlangs al zeer lovend over het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant Beverly Glenn-Copeland, dat werd overladen met mooie woorden. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van de Amerikaanse muzikant gehoord en dat is ook niet zo gek, want het oeuvre van Beverly Glenn-Copeland is niet erg groot en dat is een understatement.

De muzikant uit Philadelphia ging aan het begin van de jaren 70 nog als vrouw door het leven en maakte twee albums met een mix van folk en jazz. Het zijn albums met zwoele klanken, die op bijzondere wijze contrasteren met de zeer indringende en expressieve zang, die niet iedereen zal kunnen bekoren. Het is zeker geen lichte kost, maar beide albums zijn absoluut indrukwekkend te noemen.

Vervolgens dook Beverly Glenn-Copeland pas in 1986 weer op met Keyboard Fantasies. Het is een album waarop new age achtige keyboard klanken domineren, maar Keyboard Fantasies is een stuk opwindender dan het gemiddelde new age album. Hierna was het wederom heel lang stil rond de Amerikaanse muzikant, want pas in 2004 verscheen Primal Prayer, waarop invloeden uit de folk, jazz en new age werden gecombineerd met impulsen vanuit de soul en dance en vocalen die leken weggelopen uit de opera.

Inmiddels zijn we weer 19 jaar verder en deze week keert Beverly Glenn-Copeland terug met The Ones Ahead. De Amerikaanse muzikant gaat sinds het begin van dit millennium als man door het leven en dat hoor je in de zang, die ik persoonlijk mooier en aangenamer vind dan de zang op de vorige albums. Aan die vroege albums, die ik deze week voor het eerst hoorde, moest ik erg wennen, maar het nieuwe album sprak me direct aan.

The Ones Ahead opent bijzonder met Africa Calling, dat wordt gedomineerd door bijzondere en zeer nadrukkelijk aanwezige ritmes, maar je hoort ook invloeden uit de folk, jazz en new age in de fascinerende openingstrack. De stem van Beverly Glenn-Copeland eist echter direct de meeste aandacht op, want wat is de zang op The Ones Ahead bijzonder. Het stemgeluid van de Amerikaanse muzikant klinkt anders dan alle andere stemmen die je hebt gehoord, al hoor ik hier en daar wel iets van Antony Hegarty, maar de zang op The Ones Ahead is direct bij eerste beluistering van het album prachtig.

Na de redelijk uitbundige openingstrack vervolgt Beverly Glenn-Copeland zijn nieuwe album met een aantal behoorlijk sober ingekleurde songs. In de songs met slechts piano en zang hoor je nog wat beter hoe uniek en hoe mooi de stem van de Amerikaanse muzikant is. Zeker in de meest ingetogen songs kiest Beverly Glenn-Copeland voor een geluid dat mijlenver is verwijderd van de hedendaagse popmuziek, maar de intieme en intense songs op The Ones Ahead snijden stuk voor stuk dwars door de ziel.

Het zijn songs die deels uiterst sober klinken, maar ook kunnen zijn voorzien van bijzonder mooie en wat klassiek aandoende en opvallend beeldende arrangementen, waarin jazzy klanken worden gecombineerd met flink wat strijkers, die zorgen voor een sprookjesachtig effect. Het past allemaal prachtig bij de unieke stem van Beverly Glenn-Copeland, die fluisterzacht kan zingen, maar die zijn stem ook met veel expressie en gevoel kan gebruiken.

The Ones Ahead is een album dat opvalt door een uniek en prachtig geluid, maar het is ook een album dat bol staat van de invloeden, waarvan er veel een aantal decennia terug gaan in de tijd. Folk, jazz, soul, gospel, new age en invloeden uit de wereldmuziek worden het meest genoemd, maar zijn slechts het topje van de ijsberg.

Ik werd zelf direct gegrepen door de bijzondere muziek van Beverly Glenn-Copeland, maar ik kan me ook voorstellen dat The Ones Ahead een album is dat flink tegen de haren in kan strijken. Gewenning helpt in de meeste gevallen waarschijnlijk, want persoonlijk vind ik The Ones Ahead steeds toegankelijker en mooier worden, maar ondertussen blijft het ook een volkomen uniek album. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Beyoncé - RENAISSANCE (2022)

Alternatieve titel: Act I

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Beyoncé - RENAISSANCE - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Beyoncé - RENAISSANCE
Beyoncé springt op RENAISSANCE ruim 60 minuten lang van de hak op de tak, maar vermaakt stiekem steeds meer met dit veelzijdige en veelkleurige album dat stevig scoorde in de jaarlijstjes dit jaar

Ik heb dit jaar een aardig stapeltje R&B albums besproken, maar heb het meest besproken en meest bejubelde R&B album van 2022 tot voor kort genegeerd. Ik ben nauwelijks bekend met de muziek van Beyoncé, maar ik heb het afgelopen zomer verschenen RENAISSANCE leren waarderen de afgelopen weken. Het is een album dat opvalt door een bont palet aan invloeden en een moordend tempo. Zeker bij eerste beluistering vond ik het zo stevig bewierookte album van Beyoncé vooral dodelijk vermoeiend, maar er valt steeds meer op zijn plek. Ik vind zeker niet alles op RENAISSANCE even goed, maar ik onderga de luistertrip van ruim een uur met steeds meer plezier en interesse.

Wanneer ik alle jaarlijstjes die ik de afgelopen weken heb bestudeerd bij elkaar optel, weet ik bijna zeker dat RENAISSANCE van Beyoncé op de eerste plaats zal eindigen. De Amerikaanse muzikante voerde een aantal van mijn favoriete jaarlijstjes aan, maar zelf had ik het album tot voor kort nauwelijks beluisterd. Ik kan R&B albums de afgelopen jaren echter steeds meer waarderen, wat de verdienste is van muzikanten als Beyoncé’s zus Solange. Ook de afgelopen weken besprak ik nog een aantal interessante nieuwe R&B albums, waardoor ik eigenlijk niet om Beyoncé’s laatste album heen kon.

Ik heb RENAISSANCE de afgelopen weken intensief beluisterd tijdens meerdere wandelingen en ben het album langzaam maar zeker steeds meer gaan waarderen. Ik hou zoals gezegd steeds meer van R&B, maar hou nog altijd niet van rap, waardoor een zeer beperkt deel van RENAISSANCE me maar matig kan bekoren. Hier staat gelukkig veel tegenover. Ik ben nauwelijks bekend met de vorige zes albums van Beyoncé, maar RENAISSANCE is een opvallend veelzijdig album.

Beyoncé laat op haar nieuwe album horen dat ze met van alles en nog wat uit de voeten kan. Invloeden uit de R&B spelen natuurlijk een zeer voorname rol op het album, maar in ruim een uur muziek komen ook invloeden uit de soul, funk, disco, hiphop, house, rap, dance, elektronica en pop voorbij. RENAISSANCE is een album dat overloopt van vooral goede ideeën en het is een album waarop met name de producers van het album zich flink hebben uitgeleefd.

Ik vond het daarom, zeker bij mijn eerste beluisteringen, vooral een doodvermoeiend album. Beyoncé lijkt van de hak op de tak te springen en doet dit bovendien in een beangstigend hoog tempo. RENAISSANCE deed me in eerste instantie vooral verlangen naar de lome en zwoele albums die ik uit een aantal jaarlijstjes haalde, maar na enige gewenning viel er veel op zijn plek. RENAISSANCE was al snel een prima album om mee te wandelen, maar inmiddels kan ik het album ook in een andere setting zeer waarderen.

In muzikaal en productioneel opzicht gebeurt er echt van alles op RENAISSANCE, dat bij vlagen aanstekelijk en toegankelijk is, maar ook met enige regelmaat niet kiest voor de makkelijkste weg. Beyoncé is verder een uitstekende zangeres en dat ze het hart op de juiste plek heeft hoor je in de maatschappijkritische teksten, die de heilige huisjes niet ontzien. Ik heb nog altijd een duidelijke voorkeur voor lekker dromerige R&B, want van een album als RENAISSANCE word ik af en toe nog behoorlijk onrustig, maar aan de andere kant heeft het hoge energieniveau van het album ook wel wat.

Ik had zoals gezegd nog nauwelijks naar het nieuwe album van Beyoncé geluisterd en dat geldt voor alle albums van de Amerikaanse muzikante. RENAISSANCE is deels precies wat ik van het album had verwacht, maar flink wat songs op het album hebben me ook aangenaam verrast. Ik vind RENAISSANCE overigens het best wanneer je het album als één lange luistertrip beluistert en niet als een serie individuele songs. Het zorgt voor een flink wandeltempo, maar Beyoncé heeft met haar laatste album ook mijn liefde voor de R&B weer wat verruimd. RENAISSANCE is voor mij zeker niet het beste album van 2022, maar ik begrijp alle lof voor het album inmiddels wel. Erwin Zijleman

Bianca Steck - The Joy of Coincidences (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bianca Steck - The Joy Of Coincidences - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bianca Steck - The Joy Of Coincidences
De vanuit Brussel opererende Bianca Steck heeft een prachtig album met fraai ingekleurde en bijzonder intieme songs gemaakt, waarmee je even kunt ontsnappen aan de hectische wereld waarin we leven

The Joy Of Coincidences van Bianca Steck is een album waarvoor je makkelijk kunt vallen, zeker wanneer je van folksongs houdt en niet vies bent van klassiek aandoende arrangementen. De songs van de Brits-Duitse muzikante zijn absoluut folky te noemen, maar de muziek op The Joy Of Coincidences klinkt anders. Met een flink aantal instrumenten wordt een stemmig en wat klassiek aandoend geluid gecreëerd, dat de folky songs van Bianca Steck voorziet van een onderscheidend karakter. Dat onderscheidende karakter wordt versterkt door de bijzondere stem van de Brusselse muzikante en door de aangename sfeer op het album, die onze haastige wereld even stil zet.

Bianca Steck, van wie deze week het debuutalbum The Joy Of Coincidences is verschenen, is een echte wereldburger. Ze heeft zowel Britse als Duitse wortels, werd geboren en bracht haar jeugd door in Barcelona en woont momenteel in Brussel. Met The Joy Of Coincidences heeft Bianca Steck een uitstekend debuutalbum afgeleverd. Het is een album dat aanvoelt als een baken van rust in een wereld die af en toe krankzinnig lijkt geworden.

Op haar bandcamp pagina wordt het debuutalbum van de Brusselse muzikante omschreven als een mix van klassieke muziek, folk en pop. Dat is een omschrijving waar ik me wel in kan vinden, al zou ik zelf ook een subtiel snufje jazz toevoegen aan het rijtje genres dat Bianca Steck voorbij laat komen op haar eerste album.

Bianca Steck zocht in haar woonplaats Brussel naar oases van rust en vond deze ook nog in de toch wat hectische stad. De sfeer van deze oasis heeft ze gevangen in de songs op het album, die de rust weten over te dragen op de luisteraar.

De Brusselse muzikante nam de ruwe demo’s voor de songs op The Joy Of Coincidences met eenvoudige middelen op in haar appartement in de Belgische hoofdstad, maar werkte ze later uit in een Catalaanse studio. Ik kan op de bandcamp pagina niet goed vinden welke muzikanten hebben bijgedragen op het album, maar het lijkt er op dat Bianca Steck zelf op flink wat instrumenten uit de voeten kan.

Op haar debuutalbum werkt de Brits-Duitse muzikante samen met de Catalaanse pianist en componist Nil Ciuró en ook niemand minder dan Hania Rania, met wie Bianca Steck tourde, is te horen op het album. Het begon misschien met ruwe demo’s, maar daar is niets meer van te horen op het album, dat echt bijzonder mooi klinkt.

Bianca Steck kiest voor de songs op haar debuutalbum voor een basis van harp, cello, piano, bas en bugel, maar ze heeft het geluid vervolgens verder verrijkt met synths, de fascinerende omnichord en extra strijkers. De arrangementen op The Joy Of Coincidences doen soms neoklassiek aan, maar de songs van Bianca Steck klinken ook nadrukkelijk folky.

Het klinkt zoals gezegd rustgevend, maar zowel de instrumentatie als de arrangementen op het album zijn bijzonder mooi en sfeervol, met vaak een hoofdrol voor de bugel. Het kleurt op bijzondere wijze bij de stem van Bianca Steck, die een wat eigenzinnig geluid heeft.

Zeker wanneer de zang op The Joy Of Coincidences wat meisjesachtig klinkt heeft het wel wat van Emiliana Torrini, maar Bianca Steck blijft gelukkig niet hangen in dit soort zang. De Brits-Duitse zangeres beschikt over een mooie en karakteristieke stem, die prachtig past bij de zeer sfeervolle klanken op haar debuutalbum.

Het is een debuutalbum vol met mooie en intieme songs, die je aan de ene kant tot rust brengen, maar die je aan de andere kant ook prikkelen met steeds weer andere instrumenten, sprookjesachtige klanken, bijzondere arrangementen en een stem die zich steeds wat meer opdringt.

Er verschijnen momenteel heel veel albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters en misschien zelfs wel wat teveel, maar Bianca Steck heeft op The Joy Of Coincidences niet alleen een eigen geluid gevonden, maar heeft bovendien een album gemaakt, dat mooier en mooier wordt, hoe vaak je er ook naar luistert. Vind ook je eigen oase van rust met dit bijzonder mooie album. Erwin Zijleman

Big Big Train - Folklore (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Big Train - Folklore - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Na mijn zeer positieve ervaring met de plaat van Anderson/Stolt adviseerden twee lezers van deze BLOG me om eens naar Folklore van Big Big Train te luisteren.

Dat heb ik inmiddels gedaan en ik heb daar zeker geen spijt van. Waar de plaat van Anderson/Stolt me, natuurlijk niet heel verrassend, mee terugnam naar mijn jeugdliefde Yes, neemt Big Big Train me mee terug naar de jaren waarin Genesis mijn jeugdliefde (of jeugdzonde) was.

Omdat ik de ontwikkelingen in de progrock niet nauwlettend volg, had ik voor beluistering van Folklore nog nooit van Big Big Train gehoord.

De band uit Bournemouth, Dorset, timmert echter al sinds het einde van de jaren 80 aan de weg en heeft een respectabel aantal platen op haar naam staan. Het is te horen op Folklore, want het is een plaat vol muzikale hoogstandjes.

Wanneer Big Big Train met hart en ziel kiest voor de progrock, doet de muziek van de Britse band flink denken aan de muziek die Genesis in haar beginjaren maakte. Dat heeft te maken met de vocalen, die sterk aan die van Peter Gabriel doen denken, maar ook in muzikaal opzicht roept Big Big Train meer dan eens associaties op met de platen van Genesis die ik in mijn tienerjaren koesterde.

Hier laat Big Big Train het echter niet bij, want de band laat ook Keltische invloeden en invloeden uit de folk in haar muziek toe en maakt bovendien op eigenzinnige wijze gebruik van blazers en strijkers.

Hoewel de Genesis invloeden er af en toe dik bovenop liggen en Folklore bovendien met enige regelmaat aan Yes, Jethro Tull en Marillion doet denken, is Big Big Train zeker niet in het verleden blijven hangen en maakt het muziek die mooie historische wegen bewandelt, maar ook onbetreden paden in durft te slaan.

Zeker voor een ieder die niet gewend is aan een dagelijkse portie progrock doet Folklore bij eerste beluistering wat overweldigend of zelfs pompeus aan, maar na enige gewenning valt er verschrikkelijk veel te genieten.

In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen geblazen, maar ook de songs van Big Big Train zijn zeer de moeite waard. Het zijn songs die bijna overlopen van goede en mooie ideeën, maar het zijn ook songs die zich prachtig voortslepen en hierbij het genre van de progrock overstijgen.

Ik kan blijven beweren dat progrock iets is uit mijn jeugd, maar nu na de plaat van Anderson/Stolt ook die van Big Big Train geregeld uit de speakers komt (overigens niet tot vreugde van mijn mede gezinsleden), moet ik deze bewering maar eens herzien.

Folklore voor Big Big Train is absoluut een plaat voor de liefhebber, maar voor die liefhebber is het 9 songs en bijna 70 minuten smullen (voor extra smullen is de vinyl versie met prachtig artwork zeker aan te raden). Erwin Zijleman

Big Big Train - Grand Tour (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Big Train - Grand Tour - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Big Big Train - Grand Tour
Big Big Train gooit er maar weer eens vijf kwartier progrock tegenaan en het is progrock die op knappe wijze een brug slaat tussen het heden en een ver verleden

Folklore van Big Big Train heeft er een paar jaar geleden absoluut aan bijgedragen dat ik weer wat vaker symfonische rock of progrock albums uit de kast trek. De Britse band is uiterst productief en heeft wederom een album afgeleverd dat doet denken aan het oude Genesis (met Peter Gabriel), maar dat zeker niet is blijven hangen in de vroege jaren 70. De lange tracks op het album zitten vol muzikaal vuurwerk, waarbij Big Big Train ook uitstapjes richting andere genres niet schuwt. Het levert een album op dat je noot voor noot wilt ontdekken, maar het is ook een album waarbij het verrassend aangenaam wegdromen is.

Ik heb de afgelopen jaren weer wat meer waardering voor bands die in het hokje progrock worden geduwd. Progrock, of symfonische rock (de benaming uit de jaren 70), zag ik lange tijd als een jeugdliefde of jeugdzonde en als ik er al naar greep, greep ik naar de albums van oude helden en dat waren in mijn geval met name Genesis en Yes.

Toen de liefde voor het genre een paar jaar geleden langzaam terugkwam, koos ik in eerste instantie wederom voor de oude helden, maar langzaam maar zeker kwamen er ook nieuwe bands bij. Big Big Train was een van deze bands.

De band uit het Britse Bournemouth, Dorset, timmert al sinds het einde van de jaren 80 aan de weg en heeft inmiddels een respectabel aantal (meer dan 25) albums op haar naam staan. Mijn eerste kennismaking stamt uit 2016 toen het bijzonder fraaie Folkore verscheen en de liefde voor Big Big Train werd bevestigd door het een jaar later verschenen Grimspound.

De muziek van Big Big Train deed me vrijwel onmiddellijk aan Genesis in haar beginjaren denken en dat heeft alles te maken met de stem van de zanger, die veel weg heeft van de stem van Peter Gabriel.

Big Big Train blijkt een zeer productieve band, want de afgelopen jaren verschenen naast de twee genoemde albums niet alleen twee live-albums, maar ook nog een studioalbum dat me is ontgaan. Het deze week verschenen Grand Tour is me gelukkig niet ontgaan, want ook het nieuwe album van Big Big Train is weer prachtig.

Ook Grand Tour roept onmiddellijk associaties op met de vroege platen van Genesis. Het ligt voor een belangrijk deel aan de vocalen, die nog altijd veel weg hebben van die van Peter Gabriel, maar ook in muzikaal opzicht ligt Grand Tour over het algemeen genomen dichter bij Genesis dan bij Yes, Pink Floyd of Emerson, Lake & Palmer, om maar eens een aantal dinosaurussen uit het symfonische rock tijdperk te noemen.

Ik zeg bewust over het algemeen genomen, want de muziek van Big Big Train is verrassend veelzijdig. Wanneer de band kiest voor net wat meer experiment zijn de grote albums van Yes toch opeens dichtbij, terwijl de songs met een wat meer folky inslag invloeden van Jethro Tull laten horen en ook uitstapjes richting Marillion en U.K.of juist richting psychedelica of jazzrock nooit ver weg zijn.

Het knappe van Grand Tour is dat Big Big Train er aan de ene kant in slaagt om muziek te maken die naadloos aansluit bij die van de grote symfonische rockbands van enkele decennia geleden, maar toch geen moment achterhaald en overbodig klinkt.

Zoals het een band in het genre betaamt wordt niet gekeken op een minuutje meer of minder. Grand Tour bevat maar liefst vijf kwartier muziek en van de negen songs op het album klokken er drie ruim boven de tien minuten. Dat betekent dat er alle ruimte is voor muzikale hoogstandjes en muzikaal vuurwerk, maar Big Big Train is geen band die het moet hebben van eindeloze solo’s.

De Britse band trekt een arsenaal aan instrumenten, inclusief blazers en strijkers, open en kleurt haar songs steeds weer net wat anders in. Enige liefde voor de progrock is wel noodzakelijk om te kunnen genieten van Grand Tour, want het bombast wordt uiteraard niet geschuwd op het album.

Het is een album waar ik op meerdere manieren van kan genieten. Aan de ene kant is het een album dat me mee terugneemt naar muziek die ik een aantal jaren gekoesterd heb maar vervolgens bijna vergeten ben, maar het is ook een album met een aantal wonderschone songs dat is volgespeeld door topmuzikanten die zeker niet in het verleden zijn blijven hangen, waardoor Big Big Train soms klinkt als het oude Genesis, maar net zo makkelijk de meest melodieuze momenten van Elbow aan kan raken. Voor de liefhebbers misschien, maar voor deze liefhebbers is het vijf kwartier smullen. Erwin Zijleman

Big Big Train - Grimspound (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Big Train - Grimspound - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Sinds de platenspeler na vele jaren van afwezigheid zijn plekje in de woonkamer heeft heroverd, luister ik weer vaker dan in het verleden naar de symfonische rock die ik in de jaren waarin het vinyl nog domineerde zo kon waarderen.

Ik vind de symfonische rock klassiekers uit de platenkast over het algemeen een stuk interessanter dan de hedendaagse progrock, al zijn er natuurlijk altijd uitzonderingen.

Folklore van Big Big Train was nog geen jaar geleden zo’n uitzondering en ook de nieuwe plaat van de band uit Bournemouth, Dorset, gaat de strijd met het vinyl uit vervlogen tijden weer gepassioneerd aan.

Ook op Grimspound maakt de Britse band weer muziek die stevig is geïnspireerd door de muziek die Genesis in haar beste jaren (lees: de jaren waarin Peter Gabriel deel uitmaakte van de band) maakte. Mede door de vocalen, die meer dan eens aan Peter Gabriel doen denken, ligt de vergelijking met de muziek van Genesis erg voor de hand, maar Big Big Train heeft ook zeker invloeden van Yes en Jethro Tull (om nog maar eens twee grootheden uit de symfonische rock uit de jaren 70 te noemen) verwerkt in haar muziek. Van later datum schuift Marillion (dat de mosterd natuurlijk ook bij Genesis haalde) aan.

Uit de muziek van Genesis komen de betoverende melodieën en de songs met een kop en een staart, uit de catalogus van Yes komt het muzikale vuurwerk vol onnavolgbare passages, terwijl Big Big Train zich, net als Jethro Tull, ook nadrukkelijk heeft laten beïnvloeden door de Britse folk.

Het knappe van de muziek van Big Big Train is dat de band er in slaagt om de symfonische rock van weleer te laten herleven, maar op hetzelfde moment muziek maakt die andere invloeden durft te verwerken, die durft te experimenteren en die boven alles verrassend eigentijds klinkt.

Zeker in de songs waarin de viool een belangrijke rol speelt, bevat de muziek van Big Big Train flink wat invloeden uit de folk, maar deze worden vrijwel naadloos afgewisseld met muzikaal spierballenvertoon dat zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van Genesis en vooral Yes.

De criticus zal beweren dat het allemaal behoorlijk pretentieus en pompeus klinkt, maar enig bombast hoort nu eenmaal bij het genre. Big Big Train schotelt de luisteraar op Grimspound maar liefst 67 minuten muziek voor in acht tracks. Het is muziek die net zo sprookjesachtig kan klinken als de symfonische rock uit de jaren 70, maar Big Big Train kan ook verrassend rechttoe rechtaan klinken of juist verdwalen in een woud vol experimenteerdrift.

Het zal voor muziekliefhebber die niet is opgegroeid met symfonische rock of die niet thuis is in de progrock van het moment waarschijnlijk behoorlijk zware kost zijn, maar voor mij voelt Grimspound, net als voorganger Folkore als een warm bad.

Het is een warm bad dat vanwege de bijzondere accenten die Big Big Train legt en zeker ook door de sublieme geluidskwaliteit de concurrentie met de klassiekers uit het verleden aan kan en dat kan ik maar over heel weinig recente progrock platen zeggen.

Folklore vond ik vorig jaar zoals gezegd een bijzonder aangename verrassing en ook Grimspound is weer een plaat om te koesteren, zeker voor een ieder die de liefde voor de symfonische rock nooit helemaal is kwijt geraakt. Erwin Zijleman

Big Brave - A Chaos of Flowers (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: BIG|BRAVE - A Chaos Of Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

BIG|BRAVE - A Chaos Of Flowers
BIG|BRAVE is niet vies van behoorlijk heftige gitaardrones, maar de Canadese band zet deze op A Chaos Of Flowers veel subtieler in, wat een bijzonder en soms heftig, maar ook meer dan eens prachtig album oplevert

Vorig jaar moest ik nog behoorlijk wennen aan de muziek van de Canadese band BIG|BRAVE, maar zo af en toe viel alles op zijn plek. Dat doet het veel vaker op het deze week verschenen A Chaos Of Flowers. Het nieuwe album van de band uit Montreal bevat een aantal door folk beïnvloede songs, die dit keer zijn voorzien van mooiere vocalen. BIG|BRAVE is ook dit keer niet vies van donkere en duistere gitaardrones, maar deze worden dit keer vooral gebruikt voor het opbouwen van fraaie spanningsbogen. BIG|BRAVE maakt ook op A Chaos Of Flowers heftige muziek, maar stel je open voor de bijzondere klanken van de band en je hoort met grote regelmatig wonderschone muziek.

Net iets meer dan een jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Canadese band BIG|BRAVE, toen ik hun zesde album nature morte in handen kreeg. Het was naar verluidt het meest toegankelijke album van de band uit Montreal tot dat moment, maar ik vond het, zeker bij eerste beluistering, behoorlijk zware kost.

Het album van BIG|BRAVE kreeg het etiket post-metal opgeplakt, maar liet ook invloeden uit de post-rock en de folk horen. BIG|BRAVE imponeerde op haar vorige album met loodzware en hier en daar verwoestende gitaardrones, wat werd gecombineerd met expressieve en hier en daar zelfs wat hysterische zang. Naarmate het album vorderde nam de Canadese band echter ook wel wat gas terug en klonk de muziek van BIG|BRAVE hier en daar zelfs subtiel. Alles bij elkaar genomen bleef het echter een behoorlijk donker, dreigend en heftig album.

Deze week is de opvolger van nature morte verschenen en net als dat album heeft ook A Chaos Of Flowers een boeket bloemen op de cover. A Chaos Of Flowers, dat in het teken staat van vrouwelijke dichters, opent folky met bezwerende klanken en de dit keer redelijk ingehouden zang van frontvrouw Robin Wattie. Het duurt echter niet lang voordat het gitaargeweld zijn intrede doet op het album. Dat resulteert uiteindelijk in loodzware drones, die zich langzaam maar zeker in gang zetten als een verwoestende machine.

Echt uitbarsten doet de muziek van BIG|BRAVE echter niet in de openingstrack van A Chaos Of Flowers. Zes minuten lang blijft i felt a funeral een folksong, maar het is er wel een met een aardedonkere onderlaag. De muziek van BIG|BRAVE voelt in deze openingstrack aan als een zware onweersbui die langzaam maar zeker steeds dichterbij komt, maar verder dan wat woest gerommel komt het niet. Het zorgt voor prachtige spanningsbogen, die op indrukwekkende wijze contrasteren met de dit keer behoorlijk ingehouden zang van Robin Wattie.

Ook in de track die volgt bouwt BIG|BRAVE de spanning prachtig op. De zang is iets expressiever en dit keer ontspoort de imposante gitaarmuur wel een enkele keer, maar het klinkt toch een stuk toegankelijker dan een jaar geleden. Liefhebbers van duistere folk die de albums van Lankum en ØXN wat braafjes vinden kunnen op A Chaos Of Flowers hun hart ophalen.

Ik vind het album het indrukwekkendst wanneer BIG|BRAVE de tijd neemt voor het opbouwen van de spanning en dit geleidelijk doet. Wanneer de muziek van de Canadese band wat eclectischer klinkt, en dat is gelukkig maar een enkele keer het geval, word ik er al snel onrustig van, maar de zich langzaam voortslepende tracks vol aardedonkere tinten en vol dreiging doen wel wat met me, al moet ik ook wel toegeven dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit soort muziek.

BIG|BRAVE maakt het me dit keer wel een stuk makkelijker door de veel mooiere zang van Robin Wattie, de prachtige opbouw van de songs en het werkelijk wonderschone gitaarwerk, dat dit keer veel meer is dan meedogenloze drones en dat het mooist is wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Door de etiketten die op de muziek van BIG|BRAVE worden geplakt lijkt het nog altijd vooral muziek voor een enkeling, maar ik weet zeker dat A Chaos Of Flowers bij een veel bredere groep muziekliefhebbers in de smaak kan vallen, maar je moet het wel aandurven. Erwin Zijleman

Big Brave - Nature Morte (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: BIG|BRAVE - nature morte - dekrentenuitdepop.blogspot.com

BIG|BRAVE - nature morte
De muziek van de Canadese band BIG|BRAVE is door flink wat gitaargeweld zware kost, maar hoe vaker je naar dit album luistert, hoe meer moois en bijzonders je hoort in de bezwerende drones van de band

Na even snel luisteren kwam nature morte van BIG|BRAVE direct weer op de stapel terecht, maar dit album heeft op mij de aantrekkingskracht van een zware magneet. De heftige gitaardrones van de band hakken er stevig in, zeker in combinatie met de stevige slagen op de drums en de licht hysterische zang van de frontvrouw van de band, maar op een gegeven moment hoor je de bijzondere details in de muziek van de Canadese band en komt nature morte op bijzondere wijze tot leven. De basis van de muziek van BIG|BRAVE is over het algemeen loodzwaar, maar de band kan ook vederlicht klinken, waardoor een enorme bak herrie al snel een fascinerende luistertrip wordt.

Ik had volgens mij nog niet eerder naar de muziek van de Canadese band BIG|BRAVE geluisterd, maar deze week kwam de vuurdoop met nature morte (geen hoofdletters), wat al het zesde album van het drietal uit Montreal is. Dat ik de muziek van de band nog niet eerder was tegengekomen is niet zo gek, want de muziek van BIG|BRAVE bevindt zich mijlenver buiten mijn comfort zone.

Zangeres Robin Wattie schreeuwt direct in de eerste noten van de openingstrack van nature morte de longen uit haar lijf en krijgt vervolgens gezelschap van beukende drums en zwaar ontspoorde en vervormde gitaren, die langzaam maar zeker steeds genadelozer uit de speakers knallen in een allesverzengende drone. De muziek van BIG|BRAVE wordt wel in het hokje post-metal geduwd, wat me weinig zegt, maar ook het etiket post-rock misstaat niet op de muziek van de Canadese band.

De openingstrack van het nieuwe album van BIG|BRAVE beslaat bijna zeven minuten en stort een enorme bak herrie over je uit. Deze herrie komt vooral in de vorm van een bezwerende drone, die het geluid van de Canadese band vrijwel volledig bepaalt, met hier en daar de uit de tenen komende stem van Robin Wattie en meedogenloze slagen op de drums als extra versiering.

Ik geef eerlijk toe dat ik nature morte bij eerste beluisteringen alweer opzij had gelegd voor de eerste track er op zat, maar op een of andere manier bleef ik nieuwsgierig naar de bijzondere muziek van de band uit Montreal. Ondanks al het gitaargeweld blijkt de openingstrack van het nieuwe album van BIG|BRAVE na een paar keer horen van een bijzondere schoonheid en is de muziek van het Canadese drietal ook een stuk melodieuzer en aardser dan je bij eerste beluistering kunt vermoeden.

In de tweede track lijkt de band uit Montreal er nog een schepje bovenop te doen met nog steviger gitaarwerk en zwaarder aangezette drums, maar de allesverwoestende machine van BIG|BRAVE komt al snel tot stilstand en zoekt het vervolgens in veel subtielere klanken. Het is door de zeer expressieve zang, die incidenteel opduikt, nog zeker geen lichte kost, maar het aardedonkere of zelfs duistere geluid van BIG|BRAVE heeft ook opeens iets bezwerends en iets moois. De opeenstapeling van gitaardrones is aan de ene kant overweldigend, maar bouwt op hetzelfde moment op verrassend subtiele wijze de spanning op.

Ik ben lang niet altijd in de stemming voor de muziek op nature morte, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik hoor in al het gitaargeweld. De drones die zeker bij de eerste kennismaking met het album eenvormig klinken, laten steeds meer details horen en creëren bovendien een unieke sfeer, die je de muziek van BIG|BRAVE in sleept, of je dat nu wilt of niet.

De Canadese band beperkt zich overigens zeker niet tot gitaargeweld, want in de vierde track hoor je opeens wat psychedelisch aandoende folk, met op de achtergrond een drone die klinkt als een storm die langzaam maar zeker gaat liggen, maar af en toe toch weer aantrekt. In de zesde track neemt BIG|BRAVE nog meer gas terug en is de muziek van de band opeens teder en subtiel, waardoor het even schrikken is wanneer Spotify na afloop weer bij de heftige begintrack begint.

Eenmaal bekomen van de eerste schrik wordt de muziek van het Canadese drietal alleen maar mooier, indringender en indrukwekkender. Op zijn tijd weliswaar, maar dit album groeit en groeit. Ik zou er zeker eens naar luisteren en laat je vooral niet afschrikken door de eerste indrukken. Erwin Zijleman

Big Joanie - Back Home (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Joanie - Back Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Big Joanie - Back Home
De Britse band Big Joanie heeft wortels in de punk en een diepe liefde voor postpunk, maar het drietal uit Londen sleept er op Back Home van alles bij, wat een fascinerend album oplevert dat maar groeit en groeit

Big Joanie debuteerde een jaar of vier geleden aardig met het wat onevenwichtige Sistahs. Op haar tweede album Back Home zet de Britse band een reuzenstap. Back Home is een album waar het etiket postpunk op wordt geplakt, maar het tweede album van Big Joanie is echt veel meer dan dat. Het drietal uit Londen verwerkt op haar nieuwe album tal van invloeden en kan zowel uit de voeten met donkere postpunk als met melodieuze songs vol andere invloeden. In muzikaal opzicht overtuigt Big Joanie onmiddellijk, waarna het nog even wennen is aan de zang, die uiteindelijk toch een van de sterke wapens van de band blijkt. Fascinerend album, dat het met een beetje geluk ver gaat schoppen.

Back Home van de Britse band Big Joanie verscheen een paar weken geleden en het is een album dat ik na een eerste schifting opzij heb gelegd. Met pijn in het hart overigens, want in muzikaal opzicht vond ik het tweede album van het drietal uit Londen direct fantastisch. Over de zang was ik minder te spreken en dit zorgde er uiteindelijk voor dat het album niet door de selectie kwam. Back Home van Big Joanie is kennelijk een album dat even moet rijpen, want toen ik het album er deze week weer bij pakte stond de zang me veel minder tegen dan bij eerste beluistering en inmiddels vind ik de zang op het album zelfs sterk.

Big Joanie is een bijzondere band, die bestaat uit drie zwarte vrouwen met een liefde voor postpunk, wat normaal gesproken een nogal wit genre is. Bij beluistering van Back Home hoor je flink wat invloeden uit de postpunk zoals die aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 werd gemaakt, maar Big Joanie is zeker geen dertien in een dozijn postpunk band die is blijven steken in het verleden.

De Britse band laat zich immers niet alleen inspireren door postpunk, maar verwerkt ook invloeden uit de punk, new wave, Krautrock, lo-fi, Riot-grrrl en indierock in haar songs, die af en toe ook nog eens voorzichtig tegen de pop aan schuren. Het levert een fascinerend album op met een aantal ruwere uptempo songs, maar ook een aantal songs waarin flink gas wordt teruggenomen.

De wat ruwere songs hebben meestal genoeg aan gitaar, bas en drums en verwerken vooral invloeden uit de postpunk, terwijl de wat meer ingetogen songs wolken synths toevoegen. Het zijn songs die soms rauw en stekelig klinken, maar Big Joanie kan op haar tweede album ook uit de voeten met verrassend melodieuze songs.

Met de diepe bassen, strakke drums en rafelige gitaren staat de band uit Londen met één been in de postpunk, maar je hoort op Back Home ook het punkverleden van de band en hoort verder dat er volop wordt rondgeneusd in omliggende genres. De songs op het album zijn aansprekend en in muzikaal opzicht vind ik Back Home echt heerlijk, maar de zang is er ook nog.

In eerste instantie vond ik de vlakke en op het eerste gehoor wat geknepen zang een zwak punt van de muziek van Big Joanie, maar het is zang die bij enige gewenning aan kracht wint en het is bovendien zang die zorgt voor evenwicht in het dynamische geluid van het Londense drietal. Ik vind de zang op Back Home daarom steeds beter, zeker wanneer het drietal er mooie koortjes aan toevoegt, maar het hele album staat vol groeibriljanten.

Het is knap hoe Big Joanie begint bij de basis van de punk en de postpunk, maar er bijna achteloos van alles bij sleept. De songs van de Britse band zitten vol energie en vaart, maar laten ook een verrassende drang tot experimenteren horen, waardoor de postpunk af en toe compleet naar de achtergrond verdwijnt om een paar noten later toch weer op te duiken.

Zeker bij herhaalde beluistering valt verder op hoe urgent de songs van het feministische drietal klinken, waarbij het niet zoveel uitmaakt of wordt gekozen voor donkere postpunk of voor bijna zonnige klanken met een randje pop. Ik liet het album bijna liggen, maar inmiddels vind ik dit spannende en dynamische album er absoluut een voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Big Red Machine - Big Red Machine (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Red Machine - Big Red Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Justin Vernon (aka Bon Iver) en Aaron Dessner (The National) werkten tien jaar geleden al eens samen en leverden toen de instrumentale track Big Red Machine af voor een verzamelplaat voor een goed doel. Beiden stonden nog aan het begin van hun carrière, maar dat de samenwerking een vervolg zou krijgen was zeker.

En nu ligt er dan het titelloze debuut van de gelegenheidsband Big Red Machine, waarop naast Justin Vernon en Aaron Dessner ook leden van The National, Richard Reed Perry van The Arcade Fire en zangeressen Lisa Hannigan en Phoebe Bridgers zijn te horen.

De eerste plaat van Big Red Machine is een bijzondere plaat, al moest ik in eerste instantie wel wat wennen aan het aparte geluid. De muziek van de gelegenheidsband heeft natuurlijk raakvlakken met de laatste platen van Bon Iver en The National, maar is ook op een bijzondere manier anders. Centraal staan vaak wat zompig klinkende ritmes, die je steeds op het verkeerde been zetten. De rest van de instrumentatie draait wat om deze ritmes heen en zoekt een evenwicht tussen minimalistisch en complex.

Bij beluistering van de muziek van Big Red Machine had ik associaties met de muziek van Elbow, met de muziek die Robbie Robertson ooit maakte, maar vooral met de baanbrekende platen die Peter Gabriel aan het begin van de jaren 80 maakte en die nog steeds als vernieuwend kunnen worden getypeerd. Big Red Machine sleurt de klanken waarmee Peter Gabriel aan het begin van de jaren 80 opzien baarde nog wat verder de toekomst in.

Justin Vernon en Aaron Dessner doen dit met de al eerder genoemde tegendraadse ritmes en wat minimalistisch aandoende instrumentatie, maar het tweetal experimenteert ook met invloeden uit de eigenzinnige R&B, funk en triphop en sleept er, zeker wanneer de vocalen meerstemmig zijn, ook nog een laagje gospel bij.

Het levert een plaat op die hopeloos intrigeert. Zeker bij eerste beluistering is de muziek van Big Red Machine behoorlijk ongrijpbaar, maar overtuigt de band ook met hemeltergend mooie gitaarlijnen, benevelende synths en wat weemoedige of juist vervormde zang.

Zeker de tracks die wat dichter bij de muziek van Bon Iver of The National blijven overtuigen uiteindelijk vrij makkelijk, maar ook de complexere songs die in eerste instantie veel minder houvast bieden, blijken van een bijzondere schoonheid en intensiteit.

Deze schoonheid en intensiteit hoor je alleen wanneer je met veel aandacht naar de muziek van Big Red Machine luistert. Wat bij oppervlakkige beluistering hier en daar zelfs wat zeurderig klinkt, heeft bij aandachtige beluistering opeens iets dat je makkelijk bij de strot grijpt.

Ik vind het debuut van Big Red Machine ook na herhaalde beluistering zeker geen plaat voor alle momenten, maar op de momenten waarop de muziek van het tweetal tot zijn recht komt, is de impact van deze bijzondere plaat genadeloos en smaakt de samenwerking van de twee naar veel en veel meer. Erwin Zijleman

Big Red Machine - How Long Do You Think It's Gonna Last? (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Red Machine - How Long Do You Think It's Gonna Last? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Big Red Machine - How Long Do You Think It's Gonna Last?
Bij eerste beluisteringen was ik niet volledig overtuigd, maar langzaam maar zeker heeft How Long Do You Think It's Gonna Last? van Big Red Machine de weg naar mijn hart toch nog gevonden

Net als het debuut van Big red Machine deed ook het tweede album van het project van Justin Vernon en Aaron Dessner het goed in de jaarlijstjes. Zelf was ik niet direct overtuigd. Ik vond het wat te weinig consistent en wat te vol, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter het wordt. How Long Do You Think It's Gonna Last? klinkt vol en warm, maar de instrumentatie is hier en daar ook behoorlijk subtiel. In vocaal opzicht gaat het door alle gastvocalisten veel kanten op, maar uiteindelijk vind ik het album behoorlijk consistent klinken. Het klinkt allemaal ook bijzonder lekker en een voor een vallen de puzzelstukjes in elkaar, waardoor mijn eindoordeel over dit album al met al toch nog heel positief is.

Ik weet eigenlijk niet waar het vorig jaar precies mis is gegaan tussen How Long Do You Think It's Gonna Last? van Big Red Machine en mij? Het album verscheen vast in een week met heel veel geweldige releases, maar als ik het album al niet direct op had moeten pakken, had het tweede album van Big Red Machine op zijn minst in de weken erna aan bod moeten komen op deze BLOG.

Het tweede album van de gelegenheidsband heeft immers veel te bieden en scoort bovendien flink wat bonuspunten. Zo zijn er bonuspunten voor de twee muzikanten achter het project, Bon Iver's Justin Vernon en The National's Aaron Dessner, en zijn er nog veel meer bonuspunten voor de geweldige gastmuzikanten die acte de présence geven op How Long Do You Think It's Gonna Last?.

De twee Amerikaanse muzikanten wisten Fleet Foxes en Ben Howard te strikken voor gastbijdragen, maar mijn hart maakte een sprongetje bij de namen van Anaïs Mitchell, Taylor Swift, Sharon Van Etten, Shara Nova, Lisa Hannigan en This Is The Kit op de goed gevulde gastenlijst.

In vocaal opzicht zit het dus wel goed op How Long Do You Think It's Gonna Last?, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten op het tweede album van Big Red Machine. Het tweede album van het project van Justin Vernon en Aaron Dessner is lekker vol ingekleurd en is bovendien voorzien van warme klanken. Het klinkt allemaal wat minder avontuurlijk dan op het debuut van Big Red Machine, maar er valt voor liefhebbers van uitstapjes buiten de gebaande paden meer dan genoeg te genieten.

De meeste songs op het album opereren op het snijvlak tussen folk, pop en rock met hier en daar wat soul en jazz, maar ik heb niet direct relevant vergelijkingsmateriaal. Qua geluid sluit het album een aantal keren aan op de prachtige productie van de Taylor Swift albums van vorig jaar, waarop Aaron Dessner een stevige vinger in de pap had. Dat hoor je natuurlijk vooral wanneer Taylor Swift bijdraagt aan de vocalen, wat in twee van de vijftien tracks het geval is.

Ondanks alle gastvocalisten op het album worden de vocalen op How Long Do You Think It's Gonna Last? gedomineerd door de stem van Justin Vernon, die het meest van allen is te horen, maar hier en daar ook genoegen neemt met een rol op de achtergrond. Het is een stem waar ik normaal gesproken niet zo gek op ben, maar in het warme geluid van Big Red Machine komt deze stem uitstekend tot zijn recht.

Het tweede album van Big Red Machine klinkt op het eerste gehoor warm en vol, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je dat de instrumentatie vaak verrassend subtiel is en bestaat uit een opeenstapeling van redelijk subtiele accenten. Het zijn accenten die worden gecombineerd met opvallende ritmes en waarin organische en elektronische klanken prachtig samenvloeien.

De mooie inkleuring van de songs is een constante op het album, dat verder opvallend veelzijdig is en meerdere kanten op kan. Het maakte bij eerste beluistering vorig jaar niet onmiddellijk een onuitwisbare indruk, maar de afgelopen weken is How Long Do You Think It's Gonna Last? van Big Red Machine begonnen aan een stevige opmars. Ik ben het album de afgelopen weken in heel veel jaarlijstjes tegengekomen en daar valt niet zo gek veel op af te dingen. Erwin Zijleman

Big Thief - Capacity (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Thief - Capacity - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was bijna een jaar geleden erg te spreken over Masterpiece van de uit Brooklyn afkomstige band Big Thief.

De band rond gitarist en zangeres Adrianne Lenker en gitarist Buck Meek had op dat moment nog niet veel aandacht getrokken met haar debuut en mijn lovende recensie heeft daar helaas helemaal niets aan veranderd.

Zonde, want de rauwe rammelrock van het tweetal viel op door aanstekelijke songs en vooral door goed en veelzijdig gitaarwerk.

Over het beperkte succes van het debuut van Big Thief hoeven we niet langer te treuren, want inmiddels is ook de tweede plaat van de Amerikaanse band verschenen. Capacity zit in net zo’n lelijke hoes als zijn voorganger en opent net als deze voorganger met een ingetogen folksong.

Het is wederom een folksong die je op het verkeerde been zet, want vanaf track 2 gaat Big Thief ook dit keer los met lekker rammelende rock, al neemt de band op haar tweede plaat wel veel vaker gas terug dan op het debuut. Capacity ligt desondanks in het verlengde van zijn voorganger en vermaakt met aanstekelijke rocksongs vol heerlijke gitaarloopjes en al even aangename en licht onderkoelde vocalen.

Het gitaarspel is net als op het debuut van de band één van de sterkste wapens van Big Thief, maar ook op andere terreinen laat de band uit Brooklyn groei horen. De zang van Adrianne Lenker klinkt wat vaster en verleidelijker en de songs van de band hebben absoluut aan kracht gewonnen.

Het zijn nog steeds songs die zich hebben laten beïnvloeden door de lo-fi uit de jaren 90, maar ook invloeden uit de shoegaze, dreampop, noiserock en psychedelica hebben hun weg gevonden naar de muziek van Big Thief. Capacity is voorzien van een bijzonder wat zompig geluid. Dat is even wennen, maar het geeft de muziek van Big Thief ook iets intiems.

Zeker wanneer de band kiest voor psychedelische klanken, soms gruizige en soms dromerige gitaren en de bijzondere zang van Adrianne Lenker valt er veel te genieten. De stem van de oorspronkelijk uit Minnesota afkomstige muzikante vond ik vorig jaar nogal onderkoeld klinken, maar klinkt dit keer expressiever en ook emotievoller.

Het draagt allemaal positief bij aan een plaat die vast de wereld niet gaat veroveren, maar als je gevoelig bent voor de bijzondere popmuziek van Big Thief heb je met Capacity goud in handen. Ik was het debuut van de band eerlijk gezegd al weer vergeten, maar deze tweede plaat ga ik niet meer los laten.

Capacity roept associaties op met de muziek van onder andere Angel Olsen, PJ Harvey, Lady Lamb en Sharon van Etten, maar Big Thief heeft toch vooral een eigen geluid. Het is een geluid dat zich heerlijk tegen je aan kan vleien, maar net zo makkelijk tegen de haren instrijkt. In beide gevallen vermaakt de band uit Brooklyn opvallend makkelijk.

Capacity staat, net als het debuut van Big Thief vorig jaar, vol met ruwe diamanten die je zelf nog mag slijpen. Heel veel energie is daar niet voor nodig, want na een paar keer horen blinkt en fonkelt Capacity feller en indringender dan de meeste andere platen van dit moment. Weer een enorme aanrader dus. Hopelijk krijgt de plaat wat meer aandacht dan het miskende debuut een jaar geleden. Erwin Zijleman

Big Thief - Double Infinity (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Big Thief - Double Infinity - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Big Thief - Double Infinity
Bij Big Thief wist je zo langzamerhand wel wat je moest verwachten van een nieuw album, maar deze verwachtingen komen niet uit bij beluistering van Double Infinity, dat in meerdere opzichten flink anders klinkt

Big Thief werd aan het begin van 2022 definitief een grote band dankzij het prachtige Dragon New Warm Mountain I Believe In You, maar eigenlijk was de Amerikaanse band al een grote band sinds haar debuutalbum. Dat Big Thief echt een hele grote band is laat het horen op het deze week verschenen Double Infinity. Big Thief slaat op haar zesde album immers nieuwe wegen in en kiest voor een complexer en zweveriger geluid dan we van de band kennen. In muzikaal opzicht zijn flinke stappen gezet en ook de zang van Adrianne Lenker is wat mij betreft beter, maar ondanks alle vernieuwing is Double Infinity ook een typisch Big Thief album. Wat mij betreft het zesde prachtalbum van de Amerikaanse band.

Net iets meer dan negen jaar geleden schreef ik voor het eerst een recensie over een album van de band Big Thief. Masterpiece, het in 2016 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse band, was misschien geen onbetwist meesterwerk, maar liet al wel horen dat Big Thief heel groot zou kunnen gaan worden, wat vervolgens ook gebeurde.

Ik luister de afgelopen jaren vooral naar de latere albums van de band uit Brooklyn, New York, maar toen ik Masterpiece de afgelopen week weer eens beluisterde was ik behoorlijk onder de indruk van het eerste album van Big Thief. Het debuutalbum van Big Thief laat eigenlijk al horen waar de band op Capacity (2017), U.F.O.F. (2019), Two Hands (2019) en Dragon New Warm Mountain I Believe in You (2022) naar toe zou gaan, al slaat Big Thief ook op ieder album weer nieuwe wegen in.

Deze week is het nieuwe album van Big Thief verschenen en bij beluistering van Double Infinity hoor ik voor het eerst nauwelijks meer iets van Masterpiece. Door het vertrek van bassist Max Oleartchik is Big Thief gereduceerd tot een trio, maar Adrianne Lenker, Buck Meek en James Krivchenia krijgen op Double Infinity gezelschap van een flink aantal gastmuzikanten, van wie er een aantal uit de jazzscene komen. Verder is er een rol weggelegd voor new age muzikant Laraaji, die nog wat zweverigheid toevoegt aan de band.

Het heeft flink wat invloed gehad op het geluid van de band, want Double Infinity is een complexer album dan de vorige albums van Big Thief. Het is bovendien een wat psychedelischer of zelfs zweveriger album, al verwerkte de band op het album U.F.O.F uit 2019 ook al flink wat invloeden uit de psychedelica.

In muzikaal opzicht heeft Big Thief stappen gezet, wat er wordt knap gemusiceerd op het nieuwe album. De gastmuzikanten geven de band vooral in ritmisch opzicht een impuls, maar Double Infinity laat ook een geluid horen dat bestaat uit meerdere lagen, waardoor het ruwe karakter van de vorige albums heeft plaatsgemaakt voor een complexer en voller geluid. Het is allemaal weer fraai vastgelegd door producer Dom Monks, met wie de band ook op de vorige albums werkte.

In muzikaal opzicht heeft Big Thief stappen gezet, zeker wanneer de band lijkt te improviseren en de tijd neemt voor experiment, maar ook in vocaal opzicht heeft de band zich ontwikkeld. De soms wat onvaste zang van Adrianne Lenker gaf de songs in het verleden wel iets charmants, maar de wat verzorgdere en wat mij betreft ook mooiere zang op Double Infinity heeft ook wel wat en wordt nog verder opgetild door fraaie achtergrondvocalen van Hannah Cohen, June McDoom en Alena Spanger.

Double Infinity klinkt niet alleen in muzikaal en vocaal opzicht duidelijk anders dan zijn voorgangers, maar laat in een groot deel van de songs ook nauwelijks meer invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek horen, een typische Big Thief tracks als Los Angeles uitgezonderd. Ondanks het feit dat er heel veel anders is op het zesde album van de band uit New York klinkt Double Infinity op een of andere manier toch onmiskenbaar als Big Thief en dat is knap.

Het is misschien even wennen aan het nieuwe geluid van de band, maar ik vond Double Infinity eigenlijk direct prachtig en het album wordt zeker niet minder wanneer je het vaker hoort en ook de teksten van Adrianne Lenker steeds meer binnen komen. En is vernieuwing niet precies wat je van een grote band verwacht? Erwin Zijleman