Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
SONS - Sweet Boy (2022)

3,5
4
geplaatst: 4 mei 2022, 00:43 uur
Alarmfase 2. Sluit ramen en deuren, BHV vestjes aan en met gestrekt been de dansvloer op. Het plichtmatige Family Dinner is voorbij, Sweet Boy is klaar voor zijn Sweet Sixteen feestje. Het uit Melsele afkomstige SONS heeft nog steeds dezelfde nonchalante speed kills energie en grabbelen voor Succeed de nodige Britse jaren negentig elektronische dancerock bij elkaar. Wat zou het thuisfront van dit buitenechtelijk geflirt vinden? Staat de deur nou op een kier, of wordt de rotzooi naar buiten gesmeten, en is het over en uit? Natuurlijk niet! Heerlijke afstraffende ongein volgens de onvermurwbaar SONS formule. Het grote geheim hierachter is dat er juist geen formule aanwezig is. Werkt het? Prima! Werkt het niet? Ook prima!
Nothing stuitert weer zo ouderwets lekker als een kopstoot op de zaterdagavond. Ongeremd het gevaar opzoeken om totaal kapot out te gaan. Rokende psychedelische punkrock, met smerig vuil aan Jimi Hendrix memorerend Arno De Ruyte gitaargeweld en gebalde hardcore koortjes. Fight For Your Right To Party, of dwing het op z’n minste af. Met een na adem happende emoscream van Robin Borghgraef en industrial TNT noiserock blaast het zwaar ontvlambare Sweet Boy titelstuk je omver. Hysterica heerst, manische onzekerheden bereiken het geijkte reactie punt van de branddriehoek. Ontbrandingstemperatuur? Ruim overschreden. Zuurstof? Nou ja, bijna een naar adem happend gebrek hieraan, maar voldoende in voorraad. Brandbare stof? Tja, eenmaal elektronisch ingeplugd, lijkt mij dat meer dan logisch. Warmte verlagende middelen? Doen we niet aan.
Jonge puppy’s worden hongerig als ze te lang geen zonlicht geïnjecteerd krijgen. Met schuim op de mond en vage hondsdolle blinde vlekken voor de ogen trekt SONS zich van de vastliggende pandemie ketting los. Hot Friday heeft een heerlijke eindeloze sneltrein drive, tussenstationnetjes rijden we nietsvermoedend voorbij. Drummer Thomas Pultyn maakt een verpletterende indruk, dat mag ook wel met de van Creature With The Atom Brain bekende slagwerker Damien Verhasselt achter de knoppen. Hij haalt die oncontroleerbare gekte van zijn leerschool naar boven waarna de Australische Michael Badger-Taweel als vriendendienst de vastgelopen triggerpoints manueel los masseert.
Het tempo gaat vervolgens niet meer omlaag, op L.O.V.E. pakt bassist Jens De Ruyte zijn postpunk momenten door de gemarkeerde vingers van een blijvende eeltlaag te voorzien. Die old school echo dwaalt ook op het stevig roffelende Momentary Bliss rond, zwaarmoedige verfijning welke perfect bij die emotionele ontlading van Robin Borghgraef aansluit. Niet alles moet stuk, de doelen zijn dusdanig bijgesteld dat er geen rituele instrumentatie opoffering noodzakelijk is. Sweet Boy is experimentele rommelige, stoffige woestijn autoraces muziek. Spierballen krachtexplosie riffs met de cyberpunk van Pixelated Air als losgeslagen eindbestemming.
SONS - Sweet Boy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Nothing stuitert weer zo ouderwets lekker als een kopstoot op de zaterdagavond. Ongeremd het gevaar opzoeken om totaal kapot out te gaan. Rokende psychedelische punkrock, met smerig vuil aan Jimi Hendrix memorerend Arno De Ruyte gitaargeweld en gebalde hardcore koortjes. Fight For Your Right To Party, of dwing het op z’n minste af. Met een na adem happende emoscream van Robin Borghgraef en industrial TNT noiserock blaast het zwaar ontvlambare Sweet Boy titelstuk je omver. Hysterica heerst, manische onzekerheden bereiken het geijkte reactie punt van de branddriehoek. Ontbrandingstemperatuur? Ruim overschreden. Zuurstof? Nou ja, bijna een naar adem happend gebrek hieraan, maar voldoende in voorraad. Brandbare stof? Tja, eenmaal elektronisch ingeplugd, lijkt mij dat meer dan logisch. Warmte verlagende middelen? Doen we niet aan.
Jonge puppy’s worden hongerig als ze te lang geen zonlicht geïnjecteerd krijgen. Met schuim op de mond en vage hondsdolle blinde vlekken voor de ogen trekt SONS zich van de vastliggende pandemie ketting los. Hot Friday heeft een heerlijke eindeloze sneltrein drive, tussenstationnetjes rijden we nietsvermoedend voorbij. Drummer Thomas Pultyn maakt een verpletterende indruk, dat mag ook wel met de van Creature With The Atom Brain bekende slagwerker Damien Verhasselt achter de knoppen. Hij haalt die oncontroleerbare gekte van zijn leerschool naar boven waarna de Australische Michael Badger-Taweel als vriendendienst de vastgelopen triggerpoints manueel los masseert.
Het tempo gaat vervolgens niet meer omlaag, op L.O.V.E. pakt bassist Jens De Ruyte zijn postpunk momenten door de gemarkeerde vingers van een blijvende eeltlaag te voorzien. Die old school echo dwaalt ook op het stevig roffelende Momentary Bliss rond, zwaarmoedige verfijning welke perfect bij die emotionele ontlading van Robin Borghgraef aansluit. Niet alles moet stuk, de doelen zijn dusdanig bijgesteld dat er geen rituele instrumentatie opoffering noodzakelijk is. Sweet Boy is experimentele rommelige, stoffige woestijn autoraces muziek. Spierballen krachtexplosie riffs met de cyberpunk van Pixelated Air als losgeslagen eindbestemming.
SONS - Sweet Boy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
SOON - SOON (2022)

4,0
1
geplaatst: 12 april 2022, 17:27 uur
Afgestudeerd kunstwetenschapper Jochem van Tol specialiseert zich in toepasmogelijkheden van papier in de muziekbeleving. Hij bevestigd hiermee dat je zelfs met eenvoudig voor de hand liggend basismateriaal de prachtigste geluidssettingen kan oproepen. Zijn papierwerk wordt door bewonderende avant-garde artiesten als Yoko Ono en John Cage opgemerkt en na een indrukwekkend verleden in de sterk visueel ingestelde muziekcollectieven The Job, Obol Le en o k a p i verlegt hij nu al een paar jaar zijn aandacht naar het eigenzinnige SOON.
SOON is klankbeleving in de breedste puurste zin van het woord waarbij Jochem van Tol een samenwerkingsverband met Liú Mottes aangaat. Deze gitarist behoort tot de Blue Crime oerkern, vervolgt haar muzikale loopbaan in het Alienbaby Collective eenmansproject en staat mede garant voor de Eye release waarmee SOON zich in december 2019 presenteert. Het schetsmatige Eye is een lastig te plaatsen ruim een kwartier durende compositie. De nadruk ligt hierbij op de langzaam binnenkomende geluidsexplosies, dromerige aliendrones, opzwepende noisegitaren en zware experimentele percussie. Deze filmische dreiging en is behoorlijk minimalistisch qua opzet en richt zich duidelijk op een kleiner publiek. Een spraakmakende introductie waarmee ze zichzelf wel degelijk op de kaart zetten, het indrukwekkende voorspel welke nu een vervolg krijgt in het meer tastbare geëvolueerde SOON.
Winter Swells ontwaakt in een lui bedje van hemelsbrede ontbindende soundscapes. Verschrikt tegendraads ontglippen fragmentarische soundeffecten deze openingstrack om zich gezamenlijk tegen het einde in een sterrenvloed aan afbreekbare metaaldetector gevoelige elektronica te bundelen. De industriële Twilight synthpop benadering combineert luchtig opwindende statige jaren tachtig new wave zekerheid met loodzware sinistere schemerduisternis. Pas bij het verslavend ritmisch voort pompende Wollemi Pine komen de versterkte smerige gitaaruitlopen van een aanvallend manipulerende Liú Mottes volledig aan bod. Ze beantwoordt Jochems katalyserende drumslagen en War Of The World Krautrock manoeuvres met gepassioneerde improvisatiedrang, een unieke brok aan muurvast saboterend samenspel waarachter steady hypnotiserende baslijnen het overige werk verrichten.
Verzachtend dromerig sussend pakt het zwoel erotische ingehouden stemgeluid van Liú Mottes Pool in. Een berustend cadeautje tussen al die stuurloze geprogrammeerde flarden aan gewelddadigheden. Deze aangename toevoeging maakt SOON rijker, voller en zelfs menselijker. Die humane karaktereigenschap houdt zich tussen bevreemdende stemcollages van de heerlijk dobberende Minimal postrocksensitiviteit staande. Het ruwere Cleopatra neemt de ruimtelijke futuristische melkwegafslag en zweeft evenwichtig levenloos boven de aarde, klaar om uiteindelijk definitief frontaal te crashen. Het is Jochem van Tol die er met zijn jazzy marcherende interrupties een heel leger aan oorlog bestendigde ritmes op los laat en het noise gevecht tot kalmte dwingt.
Het heen en weer gamend pingpongende T’iju T’iju overschrijdt die volgbare ingehouden improvisatiegrens om in doodse stilte de alles verstarrende Komodo Dragon bezinning op te zoeken. Ook hier zorgt de percussiespeelsheid voor een jazzy invalshoek en is het weer de ijzingwekkende sterk aanwezige Liú Mottes die hier de betoverende scepter zwaait. Wat komen haar genadeloze precisiekrachtbommen hier toch goed uit de verf! SOON is een duizelingwekkende hersenspoelende schoonheidsbehandeling welke niet voor iedereen is weggelegd, maar wel de nodige aandacht verdient.
SOON - SOON | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
SOON is klankbeleving in de breedste puurste zin van het woord waarbij Jochem van Tol een samenwerkingsverband met Liú Mottes aangaat. Deze gitarist behoort tot de Blue Crime oerkern, vervolgt haar muzikale loopbaan in het Alienbaby Collective eenmansproject en staat mede garant voor de Eye release waarmee SOON zich in december 2019 presenteert. Het schetsmatige Eye is een lastig te plaatsen ruim een kwartier durende compositie. De nadruk ligt hierbij op de langzaam binnenkomende geluidsexplosies, dromerige aliendrones, opzwepende noisegitaren en zware experimentele percussie. Deze filmische dreiging en is behoorlijk minimalistisch qua opzet en richt zich duidelijk op een kleiner publiek. Een spraakmakende introductie waarmee ze zichzelf wel degelijk op de kaart zetten, het indrukwekkende voorspel welke nu een vervolg krijgt in het meer tastbare geëvolueerde SOON.
Winter Swells ontwaakt in een lui bedje van hemelsbrede ontbindende soundscapes. Verschrikt tegendraads ontglippen fragmentarische soundeffecten deze openingstrack om zich gezamenlijk tegen het einde in een sterrenvloed aan afbreekbare metaaldetector gevoelige elektronica te bundelen. De industriële Twilight synthpop benadering combineert luchtig opwindende statige jaren tachtig new wave zekerheid met loodzware sinistere schemerduisternis. Pas bij het verslavend ritmisch voort pompende Wollemi Pine komen de versterkte smerige gitaaruitlopen van een aanvallend manipulerende Liú Mottes volledig aan bod. Ze beantwoordt Jochems katalyserende drumslagen en War Of The World Krautrock manoeuvres met gepassioneerde improvisatiedrang, een unieke brok aan muurvast saboterend samenspel waarachter steady hypnotiserende baslijnen het overige werk verrichten.
Verzachtend dromerig sussend pakt het zwoel erotische ingehouden stemgeluid van Liú Mottes Pool in. Een berustend cadeautje tussen al die stuurloze geprogrammeerde flarden aan gewelddadigheden. Deze aangename toevoeging maakt SOON rijker, voller en zelfs menselijker. Die humane karaktereigenschap houdt zich tussen bevreemdende stemcollages van de heerlijk dobberende Minimal postrocksensitiviteit staande. Het ruwere Cleopatra neemt de ruimtelijke futuristische melkwegafslag en zweeft evenwichtig levenloos boven de aarde, klaar om uiteindelijk definitief frontaal te crashen. Het is Jochem van Tol die er met zijn jazzy marcherende interrupties een heel leger aan oorlog bestendigde ritmes op los laat en het noise gevecht tot kalmte dwingt.
Het heen en weer gamend pingpongende T’iju T’iju overschrijdt die volgbare ingehouden improvisatiegrens om in doodse stilte de alles verstarrende Komodo Dragon bezinning op te zoeken. Ook hier zorgt de percussiespeelsheid voor een jazzy invalshoek en is het weer de ijzingwekkende sterk aanwezige Liú Mottes die hier de betoverende scepter zwaait. Wat komen haar genadeloze precisiekrachtbommen hier toch goed uit de verf! SOON is een duizelingwekkende hersenspoelende schoonheidsbehandeling welke niet voor iedereen is weggelegd, maar wel de nodige aandacht verdient.
SOON - SOON | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Sophia - Technology Won't Save Us (2006)

3,5
0
geplaatst: 26 mei 2012, 20:38 uur
Na de geweldige opener verwacht je eigenlijk dat deze lijn wordt voortgezet.
De rustige opbouw naar een broeierige climax.
Alsof het mooi zomerweer in een klap omslaat tot een vernietigende tornado.
Een gruwelijke puinhoop achter latend.
Maar vervolgens hoor je een ingetogen geheel.
Natuurlijk heeft de zanger een prachtige stem en zijn het mooie gitaarliedjes.
Mijn voorkeur gaat echter uit naar de instrumentale stukken zoals het genoemde titelstuk en ook Twilight at the Hotel Moscow.
Het muzikale geheel heeft raakvlakken met artiesten die ik waardeer; Walkabouts, Willard Grant Conspiracy en Editors.
Toch zit er voor mijn gevoel niet echt een geheel in het album, waardoor de beoordeling lager uitvalt.
De rustige opbouw naar een broeierige climax.
Alsof het mooi zomerweer in een klap omslaat tot een vernietigende tornado.
Een gruwelijke puinhoop achter latend.
Maar vervolgens hoor je een ingetogen geheel.
Natuurlijk heeft de zanger een prachtige stem en zijn het mooie gitaarliedjes.
Mijn voorkeur gaat echter uit naar de instrumentale stukken zoals het genoemde titelstuk en ook Twilight at the Hotel Moscow.
Het muzikale geheel heeft raakvlakken met artiesten die ik waardeer; Walkabouts, Willard Grant Conspiracy en Editors.
Toch zit er voor mijn gevoel niet echt een geheel in het album, waardoor de beoordeling lager uitvalt.
Sophia Kennedy - Monsters (2021)

3,5
0
geplaatst: 14 juli 2021, 18:29 uur
Helena Ratka en Sophia Kennedy zijn bekende namen in de cultuurscene van Hamburg die hun krachten bundelen in het donkere dancegezelschap Shari Vari. De inspiratie wordt gezocht in eighties synthpop, ijzige coldwave en bij de retro cyberpunkers van het New Yorkse Suicide. Helena Ratka wordt door het belangrijke in de Krautrock gegronde Bureau B elektrolabel gekaapt en brengt onder haar alter ego Pose Dia het pulserende Front View uit en Sophia Kennedy gaat trouw onder haar eigen naam verder op het onafhankelijke Pampa om vervolgens een doorstart te maken op het aan de indiepop gekoppelde City Slang.
Monsters is de tweede plaat van deze oorspronkelijke uit Baltimore afkomstige Amerikaanse kunstenares, die zich steeds meer aan het danceverleden onttrekt om de verfijning van het heuse popklimaat op te zoeken. Chestnut Avenue (Kastanienallee) en het autobiografische Loop grijpen terug naar het lichtelijke gestoorde kunstenaarswereldje van de Golden Pudel Club in Hamburg waar genialiteit overruled dreigt te worden door materialisme. Het verkoopbare eindproduct is ondertussen belangrijker dan het hele proces daarachter.
Bij elke song opent ze weer een ander deurtje van haar boeiende persoonlijkheid. Je bent uitgenodigd om als bezoeker getuige te zijn van wat er in die aaneengesloten kamertjes gebeurt. De ene keer zalvend, moederlijk en lief, dan weer nerveus, traumatisch en onberekenbaar. Zwevend wegvliegen, op zoek naar verlossing, om vervolgens weer keihard op de bek te gaan. Vallen en opstaan, maar dan dus vooral vallen.
Op Monsters zijn dit dagelijkse nachtmerries welke zich juist in het knipperende avondlicht van de duistere straatjazz van Up openbaren. Animals Will Come heeft een drunken lullaby ondertoon, een beetje cabaret, met hier en daar wat triphop. Tegenstrijdige bliepjes doorkruizen haar overtuigende gruiziger wordende stemgeluid welke steeds meer vraagt om een krakende vinylbehandeling op een dolgedraaide platenspeler.
De plaat is afgerond en Sophia Kennedy verkeert in een hulpeloze positie. Klaar om zich op te offeren aan de allesvernietigende kritische journalistiek die als aasgieren op haar af duikt. Ze kan die onzekerheid gerust opzij zetten, want Monsters overtuigt op alle vlakken. Sophia Kennedy is onvatbaar en heeft schizofrene trekjes in het manische nostalgische Orange Tic Tac. Een eendagsvlieg die in al haar enthousiasme steeds hoger vliegt en net als Icarus de breekbare vleugeltjes opoffert aan de felle zonnestralen. Duistere schaduwtracks die door de energie van zonlicht verbranden en in as-vorm als ware vlammende feniksen herboren worden.
Krachtig euforisch in de vintage aerobicbeats van I Can See You, dan weer zwaar futuristisch in het door heftige apengeluiden verstoorde Francis. Het claustrofobische Dragged Myself Into the Sun is grimmig, de grafstemming van een deprimerende postpunktrack welke gepijnigd wordt door de verharde terreur van de kille beats om uiteindelijk een doekje tegen het bloeden te krijgen van de berustende pianoklanken en het afsluitend gesproken eindoordeel. Gelukkig is er genoeg plek over voor wat gemakkelijk verteerbare postmoderne popstukken. Heerlijk sensueel soulvol in het ritmische Zuid-Amerikaanse Seventeen en brutaal onverschillig in de glitterdisco van Cat on My Tongue. Groter en meeslepender dan het naar zichzelf genoemde eersteling, maar daardoor ook een stuk kwetsbaarder.
Sophia Kennedy - Monsters | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Monsters is de tweede plaat van deze oorspronkelijke uit Baltimore afkomstige Amerikaanse kunstenares, die zich steeds meer aan het danceverleden onttrekt om de verfijning van het heuse popklimaat op te zoeken. Chestnut Avenue (Kastanienallee) en het autobiografische Loop grijpen terug naar het lichtelijke gestoorde kunstenaarswereldje van de Golden Pudel Club in Hamburg waar genialiteit overruled dreigt te worden door materialisme. Het verkoopbare eindproduct is ondertussen belangrijker dan het hele proces daarachter.
Bij elke song opent ze weer een ander deurtje van haar boeiende persoonlijkheid. Je bent uitgenodigd om als bezoeker getuige te zijn van wat er in die aaneengesloten kamertjes gebeurt. De ene keer zalvend, moederlijk en lief, dan weer nerveus, traumatisch en onberekenbaar. Zwevend wegvliegen, op zoek naar verlossing, om vervolgens weer keihard op de bek te gaan. Vallen en opstaan, maar dan dus vooral vallen.
Op Monsters zijn dit dagelijkse nachtmerries welke zich juist in het knipperende avondlicht van de duistere straatjazz van Up openbaren. Animals Will Come heeft een drunken lullaby ondertoon, een beetje cabaret, met hier en daar wat triphop. Tegenstrijdige bliepjes doorkruizen haar overtuigende gruiziger wordende stemgeluid welke steeds meer vraagt om een krakende vinylbehandeling op een dolgedraaide platenspeler.
De plaat is afgerond en Sophia Kennedy verkeert in een hulpeloze positie. Klaar om zich op te offeren aan de allesvernietigende kritische journalistiek die als aasgieren op haar af duikt. Ze kan die onzekerheid gerust opzij zetten, want Monsters overtuigt op alle vlakken. Sophia Kennedy is onvatbaar en heeft schizofrene trekjes in het manische nostalgische Orange Tic Tac. Een eendagsvlieg die in al haar enthousiasme steeds hoger vliegt en net als Icarus de breekbare vleugeltjes opoffert aan de felle zonnestralen. Duistere schaduwtracks die door de energie van zonlicht verbranden en in as-vorm als ware vlammende feniksen herboren worden.
Krachtig euforisch in de vintage aerobicbeats van I Can See You, dan weer zwaar futuristisch in het door heftige apengeluiden verstoorde Francis. Het claustrofobische Dragged Myself Into the Sun is grimmig, de grafstemming van een deprimerende postpunktrack welke gepijnigd wordt door de verharde terreur van de kille beats om uiteindelijk een doekje tegen het bloeden te krijgen van de berustende pianoklanken en het afsluitend gesproken eindoordeel. Gelukkig is er genoeg plek over voor wat gemakkelijk verteerbare postmoderne popstukken. Heerlijk sensueel soulvol in het ritmische Zuid-Amerikaanse Seventeen en brutaal onverschillig in de glitterdisco van Cat on My Tongue. Groter en meeslepender dan het naar zichzelf genoemde eersteling, maar daardoor ook een stuk kwetsbaarder.
Sophia Kennedy - Monsters | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sophia Kennedy - Squeeze Me (2025)

3,5
0
geplaatst: 10 september 2025, 12:59 uur
De Amerikaanse Sophia Kennedy is een bekende in de dancescene van Hamburg. Niet vreemd want de uit Baltimore afkomstige zangeres verhuist na de scheiding van haar ouders met haar moeder mee naar Duitsland. Samen met Helena Ratka vestigt ze haar naam als het elektronische duo Shari Vari. Sophia Kennedy ontwikkelt zich vervolgens als solo artiest en brengt een tweetal platen uit. Wij zijn als enthousiast overhaar eerste album Monsters en nu volgt er een veelbelovende voortzetting met Squeeze Me.
Nose for a Mountain maakt van bijna dezelfde apenschreeuw sampler gebruik, waar ze de luisteraar al bij Francis van Monsters mee opschrikt. Alleen heeft ze op Squeeze Me de stadsjungle van Hamburg verlaten en dient het geluid hier voor drukkende exotica. Ze verlegt het werkgebied naar een sensuele zijtak van de gothic postpunk uit de jaren tachtig.
Ze verloochend haar club achtergrond niet, en geeft hier een prettige uitgebalanceerde draai aan. Tropical triphop voor de zwoele zomeravonden. Duister als de toekomstige nacht, zo donker als de wezens die het leven daar bepalen. Het gaat bij Nose for a Mountain om een gezonde dosis aan heimwee. Het verlangen om dicht bij haar moeder te zijn.
Sophia Kennedy speelt vervolgens in het eenzame Imaginary Friend met funkende beats en blikken percussie. We zitten vast in the eighties en blijven daar lekker relaxt in hangen. Ondanks de zwaarte in de tekst geeft ze hier een commerciële switch aan de sound. Het draait dus om zelfontplooiing. In het echte leven zoekende, in het muzikale leven juist evenwichtig en zelfverzekerd. Mooi hoe ze die rauwe kant juist zo zacht toelicht.
Soms leent ze wat van de Duitse theatrale geschiedenis en voegt daar dromerige instrumentale Upstairs Cabaret aan toe. Dan zit ze weer met haar gedachten bij de Zuid Amerikaanse Drive the Lorry bossanova. Het bijt elkaar niet, het versterkt elkaar alleen maar. In het licht feministische Drive the Lorry neemt ze het heft in eigen wanden, terwijl ze bij het koortsige Runner stadssong juist als een schaduwdier haar omgeving observeert en opneemt. Sophia Kennedy in de rol van jazzy wereldreiziger in Rodeo, een spons die zich volzuigt.
Het intieme Feed Me is een kleine stap naar een groter bereik. De fase dat ze de kindertijd ontgroeit en zich met volwassen bewustwording versterkt. Een jeugd die ze bij de fragmentarische Oakwood 21 pianoballad reeds verlaten heeft. Deze verfijning in het leven hoor je overduidelijk in Squeeze Me. Het vintage seventies getinte Closing Time blikt met een treurtrompet in een vergeeld foto album terug. Het is tijd om de bladzijdes definitief om te slaan. De stevige glamrocker Hot Match is een nieuw hoofdstuk van een nog ongeschreven boek. Deze heb ik al reeds in de bestelling staan. Ik ben benieuwd.
Sophia Kennedy - Squeeze Me | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Nose for a Mountain maakt van bijna dezelfde apenschreeuw sampler gebruik, waar ze de luisteraar al bij Francis van Monsters mee opschrikt. Alleen heeft ze op Squeeze Me de stadsjungle van Hamburg verlaten en dient het geluid hier voor drukkende exotica. Ze verlegt het werkgebied naar een sensuele zijtak van de gothic postpunk uit de jaren tachtig.
Ze verloochend haar club achtergrond niet, en geeft hier een prettige uitgebalanceerde draai aan. Tropical triphop voor de zwoele zomeravonden. Duister als de toekomstige nacht, zo donker als de wezens die het leven daar bepalen. Het gaat bij Nose for a Mountain om een gezonde dosis aan heimwee. Het verlangen om dicht bij haar moeder te zijn.
Sophia Kennedy speelt vervolgens in het eenzame Imaginary Friend met funkende beats en blikken percussie. We zitten vast in the eighties en blijven daar lekker relaxt in hangen. Ondanks de zwaarte in de tekst geeft ze hier een commerciële switch aan de sound. Het draait dus om zelfontplooiing. In het echte leven zoekende, in het muzikale leven juist evenwichtig en zelfverzekerd. Mooi hoe ze die rauwe kant juist zo zacht toelicht.
Soms leent ze wat van de Duitse theatrale geschiedenis en voegt daar dromerige instrumentale Upstairs Cabaret aan toe. Dan zit ze weer met haar gedachten bij de Zuid Amerikaanse Drive the Lorry bossanova. Het bijt elkaar niet, het versterkt elkaar alleen maar. In het licht feministische Drive the Lorry neemt ze het heft in eigen wanden, terwijl ze bij het koortsige Runner stadssong juist als een schaduwdier haar omgeving observeert en opneemt. Sophia Kennedy in de rol van jazzy wereldreiziger in Rodeo, een spons die zich volzuigt.
Het intieme Feed Me is een kleine stap naar een groter bereik. De fase dat ze de kindertijd ontgroeit en zich met volwassen bewustwording versterkt. Een jeugd die ze bij de fragmentarische Oakwood 21 pianoballad reeds verlaten heeft. Deze verfijning in het leven hoor je overduidelijk in Squeeze Me. Het vintage seventies getinte Closing Time blikt met een treurtrompet in een vergeeld foto album terug. Het is tijd om de bladzijdes definitief om te slaan. De stevige glamrocker Hot Match is een nieuw hoofdstuk van een nog ongeschreven boek. Deze heb ik al reeds in de bestelling staan. Ik ben benieuwd.
Sophia Kennedy - Squeeze Me | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Sophie Hunger - Halluzinationen (2020)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 18:28 uur
Hoe liefkozend en fragiel de Zwitserse Sophie Hunger twee jaar geleden een warme gloed over de kille elektronica van haar zesde album Molecules legde, het bleef een betekenisvolle plaat die het hongerende verlangen naar stabiliteit uitstraalde. De licht dromerige songs zochten vragend naar bevestiging, en leverde een mooie zoektocht op waarbij zelfs bij de exotische ritmes van Zuid Amerika aangeklopt werd. Een prachtig melancholisch romantisch tienermeisje geheel, waarbij de zangeres de muzikale inspiratie haalt zo nabij haar geboortejaar 1983, toevallig ook de titel van haar eerder verschenen derde album.
Halluzinationen ademt veel sterker de drang tot gelijkmatigheid in het roerige leven uit, al zit die natuurlijke drive om het tempo flink omhoog te schroeven nog steeds diep in haar verborgen. Het grote verschil zit hem niet zozeer in het feit dat de mechanische keyboards en koude synthesizers grotendeels vervangen zijn door de levendige klanken van de pianotoetsen die een track als het jazzy Maria Magdalena en het met sprookjestonen afsluitend rustpunt Stranger dragen. Toch eindigt de overtuigende opener Liquid Air nog wel met een overvloed aan hemelse eighties elektronica. Het grote onderscheid zit er vooral in de diversiteit die door de volwassen zelfverzekerdheid voor nieuwe invalshoeken zorgt. Vooral daarin is de groei het beste voelbaar.
Door de afwisseling die ze met de Engelse en Duitse taal toevoegt, komt het allemaal wat universeler en wereldser over, al valt het mij op dat de moedertaal op Halluzinationen haar net wat beter ligt, en dat ze juist met die verhalende sfeer in de dragende nummers meer overtuigd. Met de scherpte van een rood Zwitsers zakmes werkt ze zich vocaal door de gevarieerde nummers heen. Dat ze ondertussen alweer een aantal jaren haar thuisbasis in Berlijn heeft, is hoorbaar in de met gejaagde Krautrock effecten opgevoerde sneltrein van Alpha Venom.
Krachtige tegenstrijdige beats, overtuigende cabaretzang en twinkelende soundscapes zorgen voor de disbalans in het tussen dreampop en synthpop zwevende titelstuk Halluzinationen, waarbij de kenmerkende kwaliteiten van Sophie Hunger het beste tot haar recht komen. Nog steeds wordt er flink gestoeid met de voor haar zo belangrijke jaren tachtig new wave. Het pessimistische huppelende van Everything Is Good is een ironische humoristische studie van zelfkwelling, waar ze een overvloed aan kermisgeluiden een verrassende sterke twist aan geeft.
Ondanks de persoonlijke groei en veelzeggende variatie op Halluzinationen vraagt ze minder diepgang aan haar vocalen dan op de voorganger, die daardoor net wat overtuigender was. Het neemt niet weg dat Sophie Hunger nog steeds die avontuurlijke drang bezit om zich verder te ontplooien.
Sophie Hunger - Halluzinationen | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Halluzinationen ademt veel sterker de drang tot gelijkmatigheid in het roerige leven uit, al zit die natuurlijke drive om het tempo flink omhoog te schroeven nog steeds diep in haar verborgen. Het grote verschil zit hem niet zozeer in het feit dat de mechanische keyboards en koude synthesizers grotendeels vervangen zijn door de levendige klanken van de pianotoetsen die een track als het jazzy Maria Magdalena en het met sprookjestonen afsluitend rustpunt Stranger dragen. Toch eindigt de overtuigende opener Liquid Air nog wel met een overvloed aan hemelse eighties elektronica. Het grote onderscheid zit er vooral in de diversiteit die door de volwassen zelfverzekerdheid voor nieuwe invalshoeken zorgt. Vooral daarin is de groei het beste voelbaar.
Door de afwisseling die ze met de Engelse en Duitse taal toevoegt, komt het allemaal wat universeler en wereldser over, al valt het mij op dat de moedertaal op Halluzinationen haar net wat beter ligt, en dat ze juist met die verhalende sfeer in de dragende nummers meer overtuigd. Met de scherpte van een rood Zwitsers zakmes werkt ze zich vocaal door de gevarieerde nummers heen. Dat ze ondertussen alweer een aantal jaren haar thuisbasis in Berlijn heeft, is hoorbaar in de met gejaagde Krautrock effecten opgevoerde sneltrein van Alpha Venom.
Krachtige tegenstrijdige beats, overtuigende cabaretzang en twinkelende soundscapes zorgen voor de disbalans in het tussen dreampop en synthpop zwevende titelstuk Halluzinationen, waarbij de kenmerkende kwaliteiten van Sophie Hunger het beste tot haar recht komen. Nog steeds wordt er flink gestoeid met de voor haar zo belangrijke jaren tachtig new wave. Het pessimistische huppelende van Everything Is Good is een ironische humoristische studie van zelfkwelling, waar ze een overvloed aan kermisgeluiden een verrassende sterke twist aan geeft.
Ondanks de persoonlijke groei en veelzeggende variatie op Halluzinationen vraagt ze minder diepgang aan haar vocalen dan op de voorganger, die daardoor net wat overtuigender was. Het neemt niet weg dat Sophie Hunger nog steeds die avontuurlijke drang bezit om zich verder te ontplooien.
Sophie Hunger - Halluzinationen | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Sophie Hunger - Molecules (2018)

4,0
0
geplaatst: 3 oktober 2020, 15:14 uur
De in Bern, Zwitserland geboren multi-instrumentalist Sophie Hunger levert met Molecules haar 5e album af, als je haar werk als filmmuziekcomponist (My Life as a Courgette), en de twee platen onder haar eigen naam Emilie Welti buiten beschouwing laat.
Molecules heeft veel raakvlakken met het door mij zeer hoog gewaardeerde 1983, waar haar geboortejaar centraal staat, alleen wordt hier meer gebruik gemaakt van elektronica. Nog meer zelfs wordt hier een sfeer opgeroepen die vooral bij mij zelf een nostalgische werking heeft, en doet terug verlangen naar het tijdperk van foute kapsels en het fluoriderende kledingmode.
Sophie is zich zeer bewust van wat ze hier wil neerzetten, als uitgever is gekozen voor een eigen platenlabel, genoemd naar haar vorige worp Supermoon, wel als onderdeel van het grotere Caroline International. Ondanks het gebruik van de soms minimalistische elektronica is het zeker geen kil geheel geworden, integendeel, het ademt bijna als een zelf gecreëerd wezen. Het levert een gedurfd geheel op, waar bewust de keuze wordt gemaakt voor een voor haar vernieuwende aanpak. Eigenlijk breekt ze het muzikale opgebouwde fundament totaal af, om vanaf de bodem te werken aan een nieuw monument. Muzikaal wordt ze hier ondersteund door alleskunner Dan Carrey (drum, synthesizer en bas) en Julian Partorius op percussie.
Opener She Makes President maakt met zijn pulserende beat al gelijk indruk, je hoort haar ervaring met het gebruik van verschillende instrumenten gelijk terug, dit is meer dan klakkeloos een paar knoppen indrukken. Het mysterieuze geluid gaat zelfs de duisternis in, waar ze gelijk meer diepte laat horen in het post-punk achtige einde. Silver Lane is jaren 80 treurnis, opgesloten zitten in je eigen wereld in een torenkamertje in een studentenflat, al geeft de bossanovasound het ook een zomers folky tintje.
Ondanks de titel is There Is Still Pain Left een stuk luchtiger, en laat Sophie haar veelzijdigheid horen in de zang, door in het refrein een Kate Bush achtig kippenvelgevoel te bezorgen. Tricks is dan weer opbeurend, energiek, met Electric Body Music elementen; op een prettige manier opgefokt. Vervolgens gaat het tempo omlaag bij Let It Come Down, en ondanks de prima soulvolle opbouw, vind ik dit de minste track van Molecules, al is het weer niet verkeerd om een rustmoment in te lassen.
Wat ze laat horen bij I Opened a Bar zit erg in de lijn van wat triphop producer Nelly Hooper begin jaren 90 laat horen, en wijkt af van het geheel, het lijkt alsof een tijdmachine een sprong van 10 jaar heeft gemaakt, maar vreemd genoeg wordt het niet als storend ervaren.
Oh Lord hoor je dezelfde dansbare vibe als Christine van Christine and The Queens, maar is net wat minimalistischer van toon, en hiermee zou ze zich definitief bij een groter publiek in de kijker kunnen spelen. We spreken hier niet van een poging om haar te kopiëren, de jaren 90 Daft Punk achtige slotstuk geeft het geheel toch wel een andere eigen wending, voor mij het prijsnummer van Molecules. Ondanks de snellere beats is het Dido achtige The Actress een stuk rustiger, en heeft het ook iets van een slaapliedje in zich.
Gelukkig gaat ze weer een stuk meer los in het sterkere Electropolis, waar ze haar stem samplet en hierdoor het effect wordt opgeroepen dat ze als het ware met haar geweten in discussie gaat. Die fade out is wat minder, net van te voren gaat het volume even goed omhoog, en het had krachtiger kunnen zijn, door juist hier te kiezen voor een abrupt einde.
That Man voegt net niet genoeg toe, al is het Zuid Amerikaanse gevoel wat het oproept wel lekker. Bij afsluiter Coucou laat ze zich horen als een Frans zuchtmeisje, en waar ze bij I Opened a Bar een sprong vooruit in de tijd lijkt te maken, put ze hier duidelijk haar inspiratie uit het verleden.
Molecules is over het algemeen nog een stuk beter dan het ook al niet misselijke 1983, toch blijft dit voor mij een vier sterrenplaat. De eerste nummers behoren tot het beste werk van Sophie Hunger, de latere tracks na het hypnotiserende Oh Lord halen dit niveau net niet helemaal, maar stiekem hoop ik dat ze de lijn die ze hier is gestart, vervolgens door zal zetten.
Sophie Hunger – Molecules | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Molecules heeft veel raakvlakken met het door mij zeer hoog gewaardeerde 1983, waar haar geboortejaar centraal staat, alleen wordt hier meer gebruik gemaakt van elektronica. Nog meer zelfs wordt hier een sfeer opgeroepen die vooral bij mij zelf een nostalgische werking heeft, en doet terug verlangen naar het tijdperk van foute kapsels en het fluoriderende kledingmode.
Sophie is zich zeer bewust van wat ze hier wil neerzetten, als uitgever is gekozen voor een eigen platenlabel, genoemd naar haar vorige worp Supermoon, wel als onderdeel van het grotere Caroline International. Ondanks het gebruik van de soms minimalistische elektronica is het zeker geen kil geheel geworden, integendeel, het ademt bijna als een zelf gecreëerd wezen. Het levert een gedurfd geheel op, waar bewust de keuze wordt gemaakt voor een voor haar vernieuwende aanpak. Eigenlijk breekt ze het muzikale opgebouwde fundament totaal af, om vanaf de bodem te werken aan een nieuw monument. Muzikaal wordt ze hier ondersteund door alleskunner Dan Carrey (drum, synthesizer en bas) en Julian Partorius op percussie.
Opener She Makes President maakt met zijn pulserende beat al gelijk indruk, je hoort haar ervaring met het gebruik van verschillende instrumenten gelijk terug, dit is meer dan klakkeloos een paar knoppen indrukken. Het mysterieuze geluid gaat zelfs de duisternis in, waar ze gelijk meer diepte laat horen in het post-punk achtige einde. Silver Lane is jaren 80 treurnis, opgesloten zitten in je eigen wereld in een torenkamertje in een studentenflat, al geeft de bossanovasound het ook een zomers folky tintje.
Ondanks de titel is There Is Still Pain Left een stuk luchtiger, en laat Sophie haar veelzijdigheid horen in de zang, door in het refrein een Kate Bush achtig kippenvelgevoel te bezorgen. Tricks is dan weer opbeurend, energiek, met Electric Body Music elementen; op een prettige manier opgefokt. Vervolgens gaat het tempo omlaag bij Let It Come Down, en ondanks de prima soulvolle opbouw, vind ik dit de minste track van Molecules, al is het weer niet verkeerd om een rustmoment in te lassen.
Wat ze laat horen bij I Opened a Bar zit erg in de lijn van wat triphop producer Nelly Hooper begin jaren 90 laat horen, en wijkt af van het geheel, het lijkt alsof een tijdmachine een sprong van 10 jaar heeft gemaakt, maar vreemd genoeg wordt het niet als storend ervaren.
Oh Lord hoor je dezelfde dansbare vibe als Christine van Christine and The Queens, maar is net wat minimalistischer van toon, en hiermee zou ze zich definitief bij een groter publiek in de kijker kunnen spelen. We spreken hier niet van een poging om haar te kopiëren, de jaren 90 Daft Punk achtige slotstuk geeft het geheel toch wel een andere eigen wending, voor mij het prijsnummer van Molecules. Ondanks de snellere beats is het Dido achtige The Actress een stuk rustiger, en heeft het ook iets van een slaapliedje in zich.
Gelukkig gaat ze weer een stuk meer los in het sterkere Electropolis, waar ze haar stem samplet en hierdoor het effect wordt opgeroepen dat ze als het ware met haar geweten in discussie gaat. Die fade out is wat minder, net van te voren gaat het volume even goed omhoog, en het had krachtiger kunnen zijn, door juist hier te kiezen voor een abrupt einde.
That Man voegt net niet genoeg toe, al is het Zuid Amerikaanse gevoel wat het oproept wel lekker. Bij afsluiter Coucou laat ze zich horen als een Frans zuchtmeisje, en waar ze bij I Opened a Bar een sprong vooruit in de tijd lijkt te maken, put ze hier duidelijk haar inspiratie uit het verleden.
Molecules is over het algemeen nog een stuk beter dan het ook al niet misselijke 1983, toch blijft dit voor mij een vier sterrenplaat. De eerste nummers behoren tot het beste werk van Sophie Hunger, de latere tracks na het hypnotiserende Oh Lord halen dit niveau net niet helemaal, maar stiekem hoop ik dat ze de lijn die ze hier is gestart, vervolgens door zal zetten.
Sophie Hunger – Molecules | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Sophie Jamieson - Choosing (2022)

4,0
3
geplaatst: 30 november 2022, 18:52 uur
Zelfverzekerd en met de nodige trots brengt de Londense singer-songwriter Sophie Jamieson in 2013 haar zeer persoonlijke EP Where uit. Donker, sober, met deprimerende kerkelijke begeleiding. Veelbelovend, maar vrijwel totaal genegeerd. En als je dan al zoveel emotie in je werk legt is het een lastig gegeven dat deze inzet niet publiekelijk beloond wordt. De naam van Sophie Jamieson verdwijnt vervolgens al snel naar de achtergrond, veelbelovend verandert in vergeten. De labiele zangeres zakt dieper weg in haar persoonlijke ellende, zoekt haar geluk in de fles, omarmt de amicale berustende alcohol, en schenkt deze een overheersend groot levensaandeel. Vergeten verandert in verdrongen. De worsteling met haarzelf levert genoeg negatieve inspiratie op, nou is het de kunst om uit dat gegeven de schoonheid te filteren .
In 2020 verschijnen de EP’s Hammer en Release. Hammer brengt verslavende baslijnen met het gitzwarte kletterende postpunk gitaarspel in hulpeloze nerveuze demonische instrumentatie samen. Het dronken verdovende Wine is het dagelijkse dagboekverslag met haar dagelijkse gevecht, haar dagelijkse kansloze strijd. In de elektronische darkwave van Release bevinden zich al kleine winstmomenten. Het is niet onwaarschijnlijk dat ze hiermee Simon Raymonde ontroerd en betovert. Feit is dat deze voormalige Cocteau Twins bassist haar bij zijn Bella Union platenlabel onderbrengt, een betere leerzame warme werkplek kan Sophie Jamieson zichzelf niet toewensen.
En als de regen en stormachtige klimaatwisselingen een dominante werking op de herfst uitoefenen, en de dagen zich langzaam in de duisternis verschuilen is daar dan eindelijk Choosing. Het is de moeite waard om zolang op haar debuutplaat te wachten. Ondanks dat Sophie Jamieson een drietal noemenswaardige EP’s heeft uitgebracht, is ze overduidelijk in haar voordracht gegroeid. Hammer en Release vormen het raamwerk voor Choosing, en ontstaan min of meer in dezelfde periode. Het is in principe een drieluik, het eindresultaat van een vierjarig werkproces.
Met haar vocale melodielijnen vlecht ze de zinnen al zingend aan elkaar. Het effectief problemen aanpakken werkt het beste als je de kern daarvan durft te erkennen en te benoemen. De haatliefde relatie Addition is de bewustwording, kotsmisselijk na de zoveelste kater, het excuus van het zoveelste vluchtgedrag. Hemelse orgeltoetsen zijn getuige van het bewapende stroomschokjes gevende gitaarspel, waaronder de dienende gedempte stem van Sophie Jamieson om vergiffenis smeekt. De piano verwelkomt het uitnodigende Crystal. Therapeutische bewustwording met het breekbare doorzichtige kristal als synoniem voor het leven. Het is zo eenvoudig om fragiele schoonheid kapot te gooien, de scherven kerven onheelbare littekens in de ziel. De kracht zit hem niet zozeer in haar eigen voordracht, daarvoor schakelt ze doeltreffend de hulp van een sacraal kinderkoor in.
Downpour ordent weggestopte momenten, absorbeert tranen om deze vervolgens met een natuurlijke emotionele beladenheid een uitweg naar buiten te gunnen. Verdriet plaatsen, verwerken en een sturende deelgenoot maken. De niet te vermijden terugvallen zijn onontkoombaar en behoren helaas wel als belangrijk onderdeel bij het wederopstandingproces. Het Tori Amos achtige Sink is een huppelend schild van onverschilligheid. Nonchalant de problemen wegwuiven, en ondertussen steeds dieper in de modderpoel wegzakken. Een denkbeeldige gelukzalige Fata Morgana op bedrieglijk drijfzand. Filmisch vintage in het zonsverduisterende Fill. De veiligheid achter de gesloten deuren, waar halflege glazen zich vullen en het halflege leven nog enige troost geven. Een schrijnende track waar de geschreven kwetsbaarheid een net zo grillig verbaal antwoord krijgt. Hoe diep kan je gaan om de luisteraar te raken. Nou, erg diep dus, dit is de heftige uitzichtloze bodem van het vernietigende alcoholisme.
Het vertrouwde Empties, opslokkende leegtes als zalvende zekerheid. Met de prachtige gitaarballad Runner probeert een bedeesd sprintende Sophie Jamieson haar achterstand in te halen. Marcherende drums lopen met haar mee richting de finishlijn, welke uiteindelijk al zwalkend als een uiteenspattende hoopvolle dagdroom uit het gezichtsveld verdwijnt. Het afremmende fraaie Violence gaat over in gemeende bijtende frustraties. Boundary verlegt de grenzen van haar kunnen, maar geeft tevens de grens van de afvlakkende opgelegde territorium beperkingen aan. Het zwaarmoedige gebroken Who Will I Be concludeert nogmaals dat je door afwachtend gedrag geen stappen vooruit zet.
Op Choosing heerst geen hoera stemming. Choosing is ook bewust verkeerde keuzes maken. Uiteindelijk bepaal jezelf welke richting je opgaat. Doodlopende wegen, eenrichtingverkeer, kruispunten, opstoppingen en een veelvoud aan oneffen paden. Choosing ziet de volmaakte voldoening niet als eindstation. Het avondrood beeldende Long Play, het roulette risicospel, inzetten en verspelen, gokken op kansen, en deze vervolgens weer vergooien. Zelden wordt de pijn, het verlies, en de strijd tegen alcoholisme zo realistisch mogelijk door een muzikant uitgewerkt. Lovin’ Whiskey 2.0
Sophie Jamieson - Choosing | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
In 2020 verschijnen de EP’s Hammer en Release. Hammer brengt verslavende baslijnen met het gitzwarte kletterende postpunk gitaarspel in hulpeloze nerveuze demonische instrumentatie samen. Het dronken verdovende Wine is het dagelijkse dagboekverslag met haar dagelijkse gevecht, haar dagelijkse kansloze strijd. In de elektronische darkwave van Release bevinden zich al kleine winstmomenten. Het is niet onwaarschijnlijk dat ze hiermee Simon Raymonde ontroerd en betovert. Feit is dat deze voormalige Cocteau Twins bassist haar bij zijn Bella Union platenlabel onderbrengt, een betere leerzame warme werkplek kan Sophie Jamieson zichzelf niet toewensen.
En als de regen en stormachtige klimaatwisselingen een dominante werking op de herfst uitoefenen, en de dagen zich langzaam in de duisternis verschuilen is daar dan eindelijk Choosing. Het is de moeite waard om zolang op haar debuutplaat te wachten. Ondanks dat Sophie Jamieson een drietal noemenswaardige EP’s heeft uitgebracht, is ze overduidelijk in haar voordracht gegroeid. Hammer en Release vormen het raamwerk voor Choosing, en ontstaan min of meer in dezelfde periode. Het is in principe een drieluik, het eindresultaat van een vierjarig werkproces.
Met haar vocale melodielijnen vlecht ze de zinnen al zingend aan elkaar. Het effectief problemen aanpakken werkt het beste als je de kern daarvan durft te erkennen en te benoemen. De haatliefde relatie Addition is de bewustwording, kotsmisselijk na de zoveelste kater, het excuus van het zoveelste vluchtgedrag. Hemelse orgeltoetsen zijn getuige van het bewapende stroomschokjes gevende gitaarspel, waaronder de dienende gedempte stem van Sophie Jamieson om vergiffenis smeekt. De piano verwelkomt het uitnodigende Crystal. Therapeutische bewustwording met het breekbare doorzichtige kristal als synoniem voor het leven. Het is zo eenvoudig om fragiele schoonheid kapot te gooien, de scherven kerven onheelbare littekens in de ziel. De kracht zit hem niet zozeer in haar eigen voordracht, daarvoor schakelt ze doeltreffend de hulp van een sacraal kinderkoor in.
Downpour ordent weggestopte momenten, absorbeert tranen om deze vervolgens met een natuurlijke emotionele beladenheid een uitweg naar buiten te gunnen. Verdriet plaatsen, verwerken en een sturende deelgenoot maken. De niet te vermijden terugvallen zijn onontkoombaar en behoren helaas wel als belangrijk onderdeel bij het wederopstandingproces. Het Tori Amos achtige Sink is een huppelend schild van onverschilligheid. Nonchalant de problemen wegwuiven, en ondertussen steeds dieper in de modderpoel wegzakken. Een denkbeeldige gelukzalige Fata Morgana op bedrieglijk drijfzand. Filmisch vintage in het zonsverduisterende Fill. De veiligheid achter de gesloten deuren, waar halflege glazen zich vullen en het halflege leven nog enige troost geven. Een schrijnende track waar de geschreven kwetsbaarheid een net zo grillig verbaal antwoord krijgt. Hoe diep kan je gaan om de luisteraar te raken. Nou, erg diep dus, dit is de heftige uitzichtloze bodem van het vernietigende alcoholisme.
Het vertrouwde Empties, opslokkende leegtes als zalvende zekerheid. Met de prachtige gitaarballad Runner probeert een bedeesd sprintende Sophie Jamieson haar achterstand in te halen. Marcherende drums lopen met haar mee richting de finishlijn, welke uiteindelijk al zwalkend als een uiteenspattende hoopvolle dagdroom uit het gezichtsveld verdwijnt. Het afremmende fraaie Violence gaat over in gemeende bijtende frustraties. Boundary verlegt de grenzen van haar kunnen, maar geeft tevens de grens van de afvlakkende opgelegde territorium beperkingen aan. Het zwaarmoedige gebroken Who Will I Be concludeert nogmaals dat je door afwachtend gedrag geen stappen vooruit zet.
Op Choosing heerst geen hoera stemming. Choosing is ook bewust verkeerde keuzes maken. Uiteindelijk bepaal jezelf welke richting je opgaat. Doodlopende wegen, eenrichtingverkeer, kruispunten, opstoppingen en een veelvoud aan oneffen paden. Choosing ziet de volmaakte voldoening niet als eindstation. Het avondrood beeldende Long Play, het roulette risicospel, inzetten en verspelen, gokken op kansen, en deze vervolgens weer vergooien. Zelden wordt de pijn, het verlies, en de strijd tegen alcoholisme zo realistisch mogelijk door een muzikant uitgewerkt. Lovin’ Whiskey 2.0
Sophie Jamieson - Choosing | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Sophie Jamieson - I still want to share (2025)

3,5
1
geplaatst: 25 januari 2025, 22:45 uur
Na de nodige indruk als folk muzikant te maken vervolgt Sophie Jamieson haar veelbelovende droomstart met de zware Where EP. Het blijkt dat de zangeres niet alleen zoekende naar haar geluid is, ook haar zelfbeeld zit behoorlijk in de weg. Zeven jaar later verschijnen dan eindelijk de Hammer en Release mini albums. De Londense songwriter is ondertussen in een hardnekkige alcoholverslaving weggezakt, wat duidelijk hoorbaar is in de duistere elektronica en de persoonlijke teksten. Simon Raymonde van Bella Union redt haar van de ondergang en biedt haar de kans om opnieuw te beginnen. Dit leidt uiteindelijk tot het veelbelovende Choosing, waar de basis weer bij de folk ligt. Het is de bewustwording dat je jouw eigen verantwoording draagt en dat ook misstappen iets moois kunnen opleveren.
Nu ze dat leven weer enigszins op de rails heeft, is er tijd voor een positieve doorstap. I Still Want To Share is de bevestiging dat ze bereid is om zich open te stellen, bloot te geven. Zelfverzekerd schenkt ze ons een flink aantal fraaie luisterliedjes. Ze staart op de albumhoes de toekomst tegemoet, maar durft zich weer niet open voor de camera op te stellen. Dat brengt je direct bij de openingstrack Camera. Dat nummer breekt de vervelende herinneringen in tweeën. Nostalgische vergeelde portretplaatjes waar ze nog amper waarde aan hecht. Camera heeft een melancholisch sfeertje met het prachtige strijkersensemble van Josephine Stephenson, beeldend pianotoetsenwerk en stevig uitpakkende gitaarakkoorden. Door meerdere stemlagen op elkaar te stapelen, ontstaat er een duet met haarzelf. Verleden en heden komen hierdoor samen en leveren een bijzonder schouwspel op.
De liefde klopt aan de deur, maar is ze al in staat om die deur te openen en de liefde toe te laten? In gedachte dwaalt Sophie Jamieson in Vista af. Ze had nooit verwacht dat het leven weer zinvol zou zijn. Het is een natural high als twee zielen samensmelten. Kan het dan allemaal zou eenvoudig en vanzelfsprekend zijn? Er glinstert geluk aan de horizon, de gitaarmijmeringen raken de wolken in de verte aan. Toch hebben de zinnen een verontrustende ondertoon en klinken de woorden in een verharde laag aan overstuurde gejaagdheid. De spanning openbaart zich in nachtmerrie voedende uitspattingen waarmee ze eventjes het eerder genoemde donkere Hammer en Release tweeluik aanhaalt.
Ook de sentimentele I Don’t Know What to Save powerpop speelt op die innerlijke onrust in. Het is de bindingsangst van iemand die nooit geleerd heeft om lief te hebben. Afstoten en vervolgens weer aantrekken. Juist dat open karakter maakt van haar een menselijk te beminnen persoon. Een ijzingwekkende vertelling over een kansloze relatie. Het met sober gitaarspel in slaap wiegende Baby bevestigt nogmaals hoe lastig het is om iemand toe te laten, gevoelens te delen. De nachten zijn veilig om elkaar te leren kennen. Highway tast voorzichtig in het duister, een onwennige ontdekkingstocht die Sophie Jamieson dichter bij haar geliefde brengt.
Welcome verwelkomt de nieuwe Sophie Jamieson. Een opgeschoonde 2.0 versie met een aantal geëlimineerde passages. Ze verkeert in de levensfase waar moederschap een belangrijk onderwerp is. Ook hier de twijfel of ze sterk genoeg is om dit te dragen, om een vrucht te dragen. Ook I Still Want to Share borduurt daar op voort. Dan moet ze dus eerst die liefde een kans geven. How Do You Want to Be Loved? is een poging om te beminnen. Waar moet ik aan werken om een goede geliefde te zijn? Geforceerde wanhoop, verpakt in onrustige gitaarakkoorden, dromerige spacende kindermelodielijnen en een uptempo gejaagd ritme.
Your Love Is a Mirror spiegelt zich aan haar evenbeeld. Het zijn de gelukbeginselen waar een relatie zich op baseert en in opbouwt. Het is tevens zo fragiel en breekbaar als de setting van het nummer. Heeft deze band een kans tot slagen, of is het de zoveelste misstap in het leven? Het klein gehouden I’d Take You is het bijna ziekelijk toe-eigenen, je partner als een marionet bespelen. Time Pulls You Over Backwards bedrog brengt je terug naar het I Still Want To Share startpunt. In Vista opent ze de deur voor de liefde, maar ze blijft een gesloten boek. Hopelijk zorgt I Still Want To Share voor begrip en de start van een evenwichtig begin. Sophie Jamieson is daar ondertussen wel aan toe.
Sophie Jamieson - I Still Want To Share | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Nu ze dat leven weer enigszins op de rails heeft, is er tijd voor een positieve doorstap. I Still Want To Share is de bevestiging dat ze bereid is om zich open te stellen, bloot te geven. Zelfverzekerd schenkt ze ons een flink aantal fraaie luisterliedjes. Ze staart op de albumhoes de toekomst tegemoet, maar durft zich weer niet open voor de camera op te stellen. Dat brengt je direct bij de openingstrack Camera. Dat nummer breekt de vervelende herinneringen in tweeën. Nostalgische vergeelde portretplaatjes waar ze nog amper waarde aan hecht. Camera heeft een melancholisch sfeertje met het prachtige strijkersensemble van Josephine Stephenson, beeldend pianotoetsenwerk en stevig uitpakkende gitaarakkoorden. Door meerdere stemlagen op elkaar te stapelen, ontstaat er een duet met haarzelf. Verleden en heden komen hierdoor samen en leveren een bijzonder schouwspel op.
De liefde klopt aan de deur, maar is ze al in staat om die deur te openen en de liefde toe te laten? In gedachte dwaalt Sophie Jamieson in Vista af. Ze had nooit verwacht dat het leven weer zinvol zou zijn. Het is een natural high als twee zielen samensmelten. Kan het dan allemaal zou eenvoudig en vanzelfsprekend zijn? Er glinstert geluk aan de horizon, de gitaarmijmeringen raken de wolken in de verte aan. Toch hebben de zinnen een verontrustende ondertoon en klinken de woorden in een verharde laag aan overstuurde gejaagdheid. De spanning openbaart zich in nachtmerrie voedende uitspattingen waarmee ze eventjes het eerder genoemde donkere Hammer en Release tweeluik aanhaalt.
Ook de sentimentele I Don’t Know What to Save powerpop speelt op die innerlijke onrust in. Het is de bindingsangst van iemand die nooit geleerd heeft om lief te hebben. Afstoten en vervolgens weer aantrekken. Juist dat open karakter maakt van haar een menselijk te beminnen persoon. Een ijzingwekkende vertelling over een kansloze relatie. Het met sober gitaarspel in slaap wiegende Baby bevestigt nogmaals hoe lastig het is om iemand toe te laten, gevoelens te delen. De nachten zijn veilig om elkaar te leren kennen. Highway tast voorzichtig in het duister, een onwennige ontdekkingstocht die Sophie Jamieson dichter bij haar geliefde brengt.
Welcome verwelkomt de nieuwe Sophie Jamieson. Een opgeschoonde 2.0 versie met een aantal geëlimineerde passages. Ze verkeert in de levensfase waar moederschap een belangrijk onderwerp is. Ook hier de twijfel of ze sterk genoeg is om dit te dragen, om een vrucht te dragen. Ook I Still Want to Share borduurt daar op voort. Dan moet ze dus eerst die liefde een kans geven. How Do You Want to Be Loved? is een poging om te beminnen. Waar moet ik aan werken om een goede geliefde te zijn? Geforceerde wanhoop, verpakt in onrustige gitaarakkoorden, dromerige spacende kindermelodielijnen en een uptempo gejaagd ritme.
Your Love Is a Mirror spiegelt zich aan haar evenbeeld. Het zijn de gelukbeginselen waar een relatie zich op baseert en in opbouwt. Het is tevens zo fragiel en breekbaar als de setting van het nummer. Heeft deze band een kans tot slagen, of is het de zoveelste misstap in het leven? Het klein gehouden I’d Take You is het bijna ziekelijk toe-eigenen, je partner als een marionet bespelen. Time Pulls You Over Backwards bedrog brengt je terug naar het I Still Want To Share startpunt. In Vista opent ze de deur voor de liefde, maar ze blijft een gesloten boek. Hopelijk zorgt I Still Want To Share voor begrip en de start van een evenwichtig begin. Sophie Jamieson is daar ondertussen wel aan toe.
Sophie Jamieson - I Still Want To Share | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Sorbet - Life Variations (2020)

4,0
0
geplaatst: 11 december 2020, 15:44 uur
Wat blijft het toch een gemiste kans dat het uit Belfast afkomstige donkere postpunkgezelschap Robocobra Quartet met Plays Hard To Get niet de gehoopte erkenning hebben gekregen die dit eigenzinnige gezelschap verdient. Een mooie jonge verfrissende eenheid van muzikanten die op de Sonic Arts Research Center hun studie voltooid hebben om hier gebroederlijk een vervolg aan te geven. Waarschijnlijk liepen ze vier jaar geleden met hun gedurfde free jazz eighties blazers en brutale praatzang net een stapje voor op die punkrevival welke in hun kielzog Ierland overspoelt. Nu ze de mogelijkheid krijgen om hier gemakshalve op aan te sluiten richt drummer en vocalist Chris Ryan zijn vizier juist op een nieuw project, waarbij elke binding met het veelbelovende Robocobra Quartet verdrongen dan wel geamputeerd is.
Sorbet is een doorgedraaide kapotte blender die allesbehalve verkoelend werkt. Uitgaande van een zoektocht naar zijn ego beland hij in een krachtveld die stukken verder reikt dan zijn eigen persoon. Het is een universele handelswijze die aftrapt bij de geboorte. De vraag is alleen waarvan? Al filosoferend komt hij bij die grote alles omvangende vragen terecht. Waarom zijn we wie we zijn, en waar vanuit is onze kennis ontstaan? Is de mensheid daadwerkelijk geslachtsgebonden, of zijn we van oorsprong juist allemaal gender neutrale wezens? Is er leven op andere planeten, en zo ja? tot hoever oefenen ze nu al van buitenaf invloed op ons uit?
Het geïsoleerde leven in 2020 doet vreemde dingen met de mens. Iedereen heeft wel ergens wat ontsluierende achterdocht in zijn gedachtegang zitten, en verlangt terug naar een controleerbaar en voorspelbaar leven. Totdat dit Coronavrije toekomstperspectief nog niet gewaarborgd is, klampen we ons vast aan de vastigheid die het bestaan ons te bieden heeft. Een stabiele factor daarin is de muziekbeleving. Life Variations, precies! Verschillende invalshoeken die het leven belichten.
Grootst wordt Birth (My First Day) aangekondigd, alsof er iets moois te vieren valt. Er wordt auditie gedaan om als nieuw geborene de wereld te verwelkomen. De hardnekkige zware regenval aan dromerige keyboardklanken worden weggespoeld door het percussie verleden van deze geschoolde drummer. Het is bijzonder dat hij hierbij zijn eigen slagvaardigheid onbenut laat, en alles laat afhangen van de elektronische machinale mogelijkheden en zorgvuldig geplaatste samplers. Geluk, vernieuwing en onwetendheid komt samen in een breed scala aan overheersende dagelijkse achtergrondgeluiden.
Het is gewaagd om hier vervolgens de grimmigheid van Death (This Year I Died) op los te laten. De bliepjes zijn te herleiden tot ziekenhuisapparatuur die een mens kunstmatig in leven houden. De toenemende rust kondigt het eeuwige flatline moment aan, waarbij pompende drums het onstuimige onregelmatige hartmassage ritme vormen. Als een van beide in het geheel wegvalt openbaart zich die allesoverheersende dreiging. De chaotische vervormde klaagzang kondigt hierbij het berustende definitieve einde aan. Met harde flessengerinkel en uptempo beats neemt Chris Ryan toch nog eventjes plaats achter zijn drumstel om vervolgens recht in het hart van Death (This Year I Died) de noise een orgasme te laten bezorgen in retro futuristische eighties synthesizer uitbarstingen.
Vocaal gezien is Chris Ryan geen grootheid. Het is een mooi gebaar dat hij na de inleiding van Living / Dying dit overlaat aan de oude geest van Mark McCambridge. Als frontman van de somber gestemde folkrockers van Arborist weet die verrekte goed hoe hij overtuigende diepgang moet toevoegen aan het sfeerpalet. Een übermensch die als overkoepelende heerser neerkijkt op zijn geschepte wereld. Hoe prachtig is het dat dit gebruikt wordt om de balans weer terug te brengen. Life Variations is een meer dan geslaagde eerste kennismaking met Sorbet. Een kant en klaar vertelling die waarschijnlijk los komt te staan van hopelijk voorspoedig verschijnend vervolgmateriaal. Hier hoeft verder niet meer aan gesleuteld te worden.
Sorbet - Life Variations EP | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Sorbet is een doorgedraaide kapotte blender die allesbehalve verkoelend werkt. Uitgaande van een zoektocht naar zijn ego beland hij in een krachtveld die stukken verder reikt dan zijn eigen persoon. Het is een universele handelswijze die aftrapt bij de geboorte. De vraag is alleen waarvan? Al filosoferend komt hij bij die grote alles omvangende vragen terecht. Waarom zijn we wie we zijn, en waar vanuit is onze kennis ontstaan? Is de mensheid daadwerkelijk geslachtsgebonden, of zijn we van oorsprong juist allemaal gender neutrale wezens? Is er leven op andere planeten, en zo ja? tot hoever oefenen ze nu al van buitenaf invloed op ons uit?
Het geïsoleerde leven in 2020 doet vreemde dingen met de mens. Iedereen heeft wel ergens wat ontsluierende achterdocht in zijn gedachtegang zitten, en verlangt terug naar een controleerbaar en voorspelbaar leven. Totdat dit Coronavrije toekomstperspectief nog niet gewaarborgd is, klampen we ons vast aan de vastigheid die het bestaan ons te bieden heeft. Een stabiele factor daarin is de muziekbeleving. Life Variations, precies! Verschillende invalshoeken die het leven belichten.
Grootst wordt Birth (My First Day) aangekondigd, alsof er iets moois te vieren valt. Er wordt auditie gedaan om als nieuw geborene de wereld te verwelkomen. De hardnekkige zware regenval aan dromerige keyboardklanken worden weggespoeld door het percussie verleden van deze geschoolde drummer. Het is bijzonder dat hij hierbij zijn eigen slagvaardigheid onbenut laat, en alles laat afhangen van de elektronische machinale mogelijkheden en zorgvuldig geplaatste samplers. Geluk, vernieuwing en onwetendheid komt samen in een breed scala aan overheersende dagelijkse achtergrondgeluiden.
Het is gewaagd om hier vervolgens de grimmigheid van Death (This Year I Died) op los te laten. De bliepjes zijn te herleiden tot ziekenhuisapparatuur die een mens kunstmatig in leven houden. De toenemende rust kondigt het eeuwige flatline moment aan, waarbij pompende drums het onstuimige onregelmatige hartmassage ritme vormen. Als een van beide in het geheel wegvalt openbaart zich die allesoverheersende dreiging. De chaotische vervormde klaagzang kondigt hierbij het berustende definitieve einde aan. Met harde flessengerinkel en uptempo beats neemt Chris Ryan toch nog eventjes plaats achter zijn drumstel om vervolgens recht in het hart van Death (This Year I Died) de noise een orgasme te laten bezorgen in retro futuristische eighties synthesizer uitbarstingen.
Vocaal gezien is Chris Ryan geen grootheid. Het is een mooi gebaar dat hij na de inleiding van Living / Dying dit overlaat aan de oude geest van Mark McCambridge. Als frontman van de somber gestemde folkrockers van Arborist weet die verrekte goed hoe hij overtuigende diepgang moet toevoegen aan het sfeerpalet. Een übermensch die als overkoepelende heerser neerkijkt op zijn geschepte wereld. Hoe prachtig is het dat dit gebruikt wordt om de balans weer terug te brengen. Life Variations is een meer dan geslaagde eerste kennismaking met Sorbet. Een kant en klaar vertelling die waarschijnlijk los komt te staan van hopelijk voorspoedig verschijnend vervolgmateriaal. Hier hoeft verder niet meer aan gesleuteld te worden.
Sorbet - Life Variations EP | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Sorry - COSPLAY (2025)

4,5
1
geplaatst: 7 november 2025, 16:14 uur
Het zal toch niet waar zijn dat de indierockers van Sorry nu voor een dromerig emo-georiënteerd geluid kiezen? De eerste klanken van Echoes roepen vertroebelde, verregende sferen op, waar de gemiddelde zwaarmoedige postpunktiener in de jaren tachtig voor zou tekenen. Deprimerend uitzichtloos, maar Asha Lorenz geeft er gelukkig al snel een dreigende venijnige draai aan. Geweldig hoe ze zich dat gestoorde rockrandje eigen maakt, en vervolgens heerlijk tekeer gaat. Niks roept zoveel onzekerheden op als de liefde. Romantiek is slechts een troetelwoord, uiteindelijk is seks de primaire levensbehoefte.
Het einde van 2025 nadert en het Londense Sorry doet met het garage rammelende COSPLAY nog eventjes een gooi naar de eindejaarslijstjes. Jetplane leent schaamteloos van de klassieker Hot Freaks van Guided By Voices en geeft deze een duistere cyber-elektro twist. Een geflipte kamikaze-track, inclusief zenuwachtig saxofoongeblaas. We stormen met hoge snelheid op de afgrond af en kicken bij de gedachte dat we slechts enkele secondes van het definitieve afscheid verwijderd zijn. Jetplane is woest, onheilspellend, alleen de praatgrage Asha Lorenz lijkt zich nergens zorgen over te maken. Jetplane is tevens een dance killer in wording, koortsig en opgefokt.
Dat Lorenz het zangkunstje wel degelijk beheerst, bewijst ze wel in de liefkozende akoestische en zalvende ballad Antelope. Zelfs hier is het afwachten tot de kleine barstjes doorbreken en de fragiele song verscheuren. Moeiteloos kruipt Asha Lorenz in het personage van een jazzy nachtclubzangeres in het verleidelijke Candle. Film noir triphop voor volwassenen, ontvlambaar, vurig. Ophitsende wanen die de zelfkant ophemelen.
Waxwing dweept met de verheerlijking van de uptempo punkwave van de Toni Basils hit Mickey. De ontluikende waanzin van Into the Dark ontaardt in een gure herfstbui, waarna het speels industriële Jive die kolkende regendans weer aan de nacht schenkt. In het prachtige, zachte, door je hoofd spokende Life in This Body trip neemt Louis O’Bryen de hoofdvocalen voor zijn rekening. Een onverwachte afwisseling die zeker goed uitvalt.
In de wereld van Sorry vervagen grenzen. COSPLAY is sensueel, eigenzinnig, soms poppy, maar meestal vooral zeer onvoorspelbaar. Het is de vleesgeworden nachtmerrie, met lompe beats en breindodende constructies, verpakt in afgedankt cadeaupapier. De manische, ontremde Asha Lorenz onderneemt soms een poging tot zingen maar over het algemeen balanceert de vocalist ergens tussen een dreigende paniekaanval en binnengehouden woede.
We vergeven Sorry het theatrale glam-niemendalletje Magic, wat eigenlijk net te flauw voor woorden is. Verder valt er niks op het sensationele COSPLAY aan te merken. Na het al niet misselijke 925 debuut en het licht dramatisch melancholische Anywhere But Here komen alle krachten in het overrompelende COSPLAY samen. Sorry bewapent zich hierop met wrange ironie die dicht tegen de hedendaagse schijnwereld aanleunt. De ultieme natte droom voor de andersdenkenden die ook op muzikaal vlak geprikkeld willen worden.
Sorry - COSPLAY | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het einde van 2025 nadert en het Londense Sorry doet met het garage rammelende COSPLAY nog eventjes een gooi naar de eindejaarslijstjes. Jetplane leent schaamteloos van de klassieker Hot Freaks van Guided By Voices en geeft deze een duistere cyber-elektro twist. Een geflipte kamikaze-track, inclusief zenuwachtig saxofoongeblaas. We stormen met hoge snelheid op de afgrond af en kicken bij de gedachte dat we slechts enkele secondes van het definitieve afscheid verwijderd zijn. Jetplane is woest, onheilspellend, alleen de praatgrage Asha Lorenz lijkt zich nergens zorgen over te maken. Jetplane is tevens een dance killer in wording, koortsig en opgefokt.
Dat Lorenz het zangkunstje wel degelijk beheerst, bewijst ze wel in de liefkozende akoestische en zalvende ballad Antelope. Zelfs hier is het afwachten tot de kleine barstjes doorbreken en de fragiele song verscheuren. Moeiteloos kruipt Asha Lorenz in het personage van een jazzy nachtclubzangeres in het verleidelijke Candle. Film noir triphop voor volwassenen, ontvlambaar, vurig. Ophitsende wanen die de zelfkant ophemelen.
Waxwing dweept met de verheerlijking van de uptempo punkwave van de Toni Basils hit Mickey. De ontluikende waanzin van Into the Dark ontaardt in een gure herfstbui, waarna het speels industriële Jive die kolkende regendans weer aan de nacht schenkt. In het prachtige, zachte, door je hoofd spokende Life in This Body trip neemt Louis O’Bryen de hoofdvocalen voor zijn rekening. Een onverwachte afwisseling die zeker goed uitvalt.
In de wereld van Sorry vervagen grenzen. COSPLAY is sensueel, eigenzinnig, soms poppy, maar meestal vooral zeer onvoorspelbaar. Het is de vleesgeworden nachtmerrie, met lompe beats en breindodende constructies, verpakt in afgedankt cadeaupapier. De manische, ontremde Asha Lorenz onderneemt soms een poging tot zingen maar over het algemeen balanceert de vocalist ergens tussen een dreigende paniekaanval en binnengehouden woede.
We vergeven Sorry het theatrale glam-niemendalletje Magic, wat eigenlijk net te flauw voor woorden is. Verder valt er niks op het sensationele COSPLAY aan te merken. Na het al niet misselijke 925 debuut en het licht dramatisch melancholische Anywhere But Here komen alle krachten in het overrompelende COSPLAY samen. Sorry bewapent zich hierop met wrange ironie die dicht tegen de hedendaagse schijnwereld aanleunt. De ultieme natte droom voor de andersdenkenden die ook op muzikaal vlak geprikkeld willen worden.
Sorry - COSPLAY | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Soul Asylum - Grave Dancers Union (1992)

3,5
0
geplaatst: 19 januari 2011, 22:21 uur
Runaway Train kocht ik al vrij snel.
Lag zelfs al in de uitverkoopbakken.
Vervolgens kreeg het een herkansing.
En werd het in Nederland een groot succes.
Hetzelfde overkwam Not An Addict van K’s Choice.
Vooral vanwege de clip met de vermiste kinderen kreeg het naamsbekendheid.
Het nummer pakte mij meteen.
Ook dat effect had het bij mijn toenmalige vriendin.
Maar omdat ze het elke avond zo’n 10x draaide ging het me wel tegenstaan.
Ik hoor hier wel de typische gitaarsound in terug van de jaren 90.
Wat grunge, maar ook de country achtige Tom Petty sound.
Geen band die insprong op de heersende rage.
Daarvoor waren ze al te lang actief.
Het heeft allemaal iets aandoenlijks.
David Pirner heeft net niet het stembereik om echt te knallen.
Duidelijk hoorbaar bij het mooie Black Gold.
Hierdoor krijg je wel het breekbare effect.
Hij klinkt gewoon erg vaak als iemand met een flinke keelontsteking.
Iemand anders zou je thee met honing adviseren.
Nu accepteer je de rauwheid.
Live konden ze het prima waar maken.
Vanwege de sterallures van Guns N' Roses hadden ze in 1993 aardig wat speelminuten op De Goffert in Nijmegen.
Ook de andere act The Cult had tijd genoeg.
Vervelend als je in frontmannen als Axl Rose en Ian Astbury je publiek zolang laat wachten.
Echter bij Soul Asylum voelde je wel puur plezier.
De uitvoeringen van Somebody to Shove, Runaway Train en Black Gold lieten de weide bloeien.
Ondanks het mooie weer kwam er voldoende beweging.
Men was wel degelijk nieuwsgierig.
Vanaf 1998 werd er voor langere tijd geen album meer uitgebracht.
Echter in 2006 volgde het intiemere en geslaagde The Silver Lining.
Dit was meer bedoeld als eerbetoon voor bassist Karl Mueller.
Hij overleed een jaar eerder aan keelkanker.
Lag zelfs al in de uitverkoopbakken.
Vervolgens kreeg het een herkansing.
En werd het in Nederland een groot succes.
Hetzelfde overkwam Not An Addict van K’s Choice.
Vooral vanwege de clip met de vermiste kinderen kreeg het naamsbekendheid.
Het nummer pakte mij meteen.
Ook dat effect had het bij mijn toenmalige vriendin.
Maar omdat ze het elke avond zo’n 10x draaide ging het me wel tegenstaan.
Ik hoor hier wel de typische gitaarsound in terug van de jaren 90.
Wat grunge, maar ook de country achtige Tom Petty sound.
Geen band die insprong op de heersende rage.
Daarvoor waren ze al te lang actief.
Het heeft allemaal iets aandoenlijks.
David Pirner heeft net niet het stembereik om echt te knallen.
Duidelijk hoorbaar bij het mooie Black Gold.
Hierdoor krijg je wel het breekbare effect.
Hij klinkt gewoon erg vaak als iemand met een flinke keelontsteking.
Iemand anders zou je thee met honing adviseren.
Nu accepteer je de rauwheid.
Live konden ze het prima waar maken.
Vanwege de sterallures van Guns N' Roses hadden ze in 1993 aardig wat speelminuten op De Goffert in Nijmegen.
Ook de andere act The Cult had tijd genoeg.
Vervelend als je in frontmannen als Axl Rose en Ian Astbury je publiek zolang laat wachten.
Echter bij Soul Asylum voelde je wel puur plezier.
De uitvoeringen van Somebody to Shove, Runaway Train en Black Gold lieten de weide bloeien.
Ondanks het mooie weer kwam er voldoende beweging.
Men was wel degelijk nieuwsgierig.
Vanaf 1998 werd er voor langere tijd geen album meer uitgebracht.
Echter in 2006 volgde het intiemere en geslaagde The Silver Lining.
Dit was meer bedoeld als eerbetoon voor bassist Karl Mueller.
Hij overleed een jaar eerder aan keelkanker.
Soulsavers - It's Not How Far You Fall, It's The Way You Land (2007)

4,0
0
geplaatst: 14 maart 2011, 23:27 uur
Verantwoording bij de hemelpoort.
Mark Lanegan op auditie bij God.
Voor de hoofdrol van gevallen engel.
Gospelkoor wat hem ondersteund.
Op de knieën dwingt.
Een gebroken man.
Blind geslagen door wantrouwen.
Gehard door de aardse hel.
Revival.
Hoe mooi kan een samenwerking klinken.
Kwetsbaarheid in zijn puurste vorm.
Vervolgens de overgang naar het verrotte innerlijke.
Contrast kan zo groot zijn.
Wereldzanger met schizofreen stemgeluid.
Alsof er steeds weer een andere wezen zich opdringt.
Ghost Of You And Me is dreigend.
Onweersbui in opkomst.
De regenboog van de opener vervaagd in grijstinten.
Paper Money is Twin Peaks.
De achteruitsprekende dwerg die een dansje waagt.
Je hoort hoe de demonen een weg naar buiten vechten.
Gevangen in een gesloten persoonlijkheid.
Vervolgens een sterk stukje Soulsavers.
Hierbij is zang overbodig.
Muziek alleen roept al genoeg beelden op.
Ask The Dust is ondergaande zon.
Romantiek die veranderd in angst.
Als de totale duisternis is toe getreden.
Stervensproces.
Oproepen van Jezus.
Omgeven door vrienden.
Wetend dat jij als enige aan deze reis zult beginnen.
Ook al wordt je ondersteund door naasten.
Flashbacks op het leven.
Ritual.
Ergens klinken rustgevende tonen.
Overgave en leegte.
Stoere praatjes.
Niet bang zijn voor de dood.
Ondertussen van binnen kapot gaan.
Zichzelf als martelaar neerzetten.
Duidelijke verwijzingen naar het destructieve gedrag van Lanegan.
Ten tijden van Whiskey for the Holy Ghost.
Waar het origineel ook op te vinden is.
Kingdoms Of Rain.
Vervolgens hoor je bijna Nick Cave.
Vioolspel wat doet denken aan Warren Ellis.
Raakvlakken met het Murder Ballads album.
Ik ben geen liefhebber vanWill Oldham.
Maar de toevoegende waarde is groot op Through My Sails.
Zijn tweede stem maakt het af.
Klimaatverandering in Arizona Bay.
Winter lost de herfst af.
Gekluisterd aan barre omstandigheden.
Wachtend om het stokje weer over te dragen.
Het ultieme Miles Davis gevoel.
Op een regenachtige avond.
In slaap wiegend door een muziekdoosje.
Nachtmerrie van Lanegan.
Terugkerende dromen over een naderend einde.
Thematiek van It's Not How Far You Fall, It's The Way You Land.
Nogmaals gezongen in Jesus Of Nothing.
De fase van acceptatie is ingetreden.
No Expectations is de passende afsluiter.
Bereiken van het eindstation.
Alleen wachtend op het perron.
Schuifdeuren openen zich.
Fel licht schijnt naar binnen.
De kleur van de eeuwigheid.
God zag dat het goed was.
Mark Lanegan op auditie bij God.
Voor de hoofdrol van gevallen engel.
Gospelkoor wat hem ondersteund.
Op de knieën dwingt.
Een gebroken man.
Blind geslagen door wantrouwen.
Gehard door de aardse hel.
Revival.
Hoe mooi kan een samenwerking klinken.
Kwetsbaarheid in zijn puurste vorm.
Vervolgens de overgang naar het verrotte innerlijke.
Contrast kan zo groot zijn.
Wereldzanger met schizofreen stemgeluid.
Alsof er steeds weer een andere wezen zich opdringt.
Ghost Of You And Me is dreigend.
Onweersbui in opkomst.
De regenboog van de opener vervaagd in grijstinten.
Paper Money is Twin Peaks.
De achteruitsprekende dwerg die een dansje waagt.
Je hoort hoe de demonen een weg naar buiten vechten.
Gevangen in een gesloten persoonlijkheid.
Vervolgens een sterk stukje Soulsavers.
Hierbij is zang overbodig.
Muziek alleen roept al genoeg beelden op.
Ask The Dust is ondergaande zon.
Romantiek die veranderd in angst.
Als de totale duisternis is toe getreden.
Stervensproces.
Oproepen van Jezus.
Omgeven door vrienden.
Wetend dat jij als enige aan deze reis zult beginnen.
Ook al wordt je ondersteund door naasten.
Flashbacks op het leven.
Ritual.
Ergens klinken rustgevende tonen.
Overgave en leegte.
Stoere praatjes.
Niet bang zijn voor de dood.
Ondertussen van binnen kapot gaan.
Zichzelf als martelaar neerzetten.
Duidelijke verwijzingen naar het destructieve gedrag van Lanegan.
Ten tijden van Whiskey for the Holy Ghost.
Waar het origineel ook op te vinden is.
Kingdoms Of Rain.
Vervolgens hoor je bijna Nick Cave.
Vioolspel wat doet denken aan Warren Ellis.
Raakvlakken met het Murder Ballads album.
Ik ben geen liefhebber vanWill Oldham.
Maar de toevoegende waarde is groot op Through My Sails.
Zijn tweede stem maakt het af.
Klimaatverandering in Arizona Bay.
Winter lost de herfst af.
Gekluisterd aan barre omstandigheden.
Wachtend om het stokje weer over te dragen.
Het ultieme Miles Davis gevoel.
Op een regenachtige avond.
In slaap wiegend door een muziekdoosje.
Nachtmerrie van Lanegan.
Terugkerende dromen over een naderend einde.
Thematiek van It's Not How Far You Fall, It's The Way You Land.
Nogmaals gezongen in Jesus Of Nothing.
De fase van acceptatie is ingetreden.
No Expectations is de passende afsluiter.
Bereiken van het eindstation.
Alleen wachtend op het perron.
Schuifdeuren openen zich.
Fel licht schijnt naar binnen.
De kleur van de eeuwigheid.
God zag dat het goed was.
Soulsavers - The Light the Dead See (2012)

3,5
0
geplaatst: 2 juni 2012, 02:58 uur
La Ribera klinkt als Het Kleine Café in het Wilde Westen.
Mix tussen de Vader Abraham klassieker en het werk van Ennio Morricone.
Het klinkt misschien vreemd, maar het valt goed uit.
Automatisch krijg je hierdoor het beeld van Dave Gahan met cowboy hoed; zoals is weergegeven in de Personal Jesus video.
En bij In Your Morning is hij voor het eerst ook verbaal aanwezig.
Verrassend goed bij stem.
Ik had een meer doorleefd geluid verwacht, net als Mark Lanegan heeft hij ook gebalanceerd op de rand van het leven.
De keuze is hierdoor logisch en verklaarbaar.
Sinds tijden zijn er geen effecten meer nodig om de gebreken in zijn geluid te camoufleren.
Een zuiver stemgeluid.
Toch is het de tweede stem zoals in The Longest Day die het afmaakt.
Het vervormde geheel heeft wel wat weg van de manier van zingen die je kent van Martin Gore.
Waarschijnlijk bedoeld, zodat je niet kunt horen dat Gahan de lange uithalen helaas niet kan halen.
Het bereik lijkt me minder, alsof hij toch naar adem moet happen.
Presence Of God klinkt dan weer een stuk helderder, sterker en overtuigender.
Hij kan het dus wel gewoon.
Ik kan nu al concluderen dat ik The Longest Day als single keuze niet de juiste vind.
Geeft teveel de zwakheden bloot, in plaats van de kwetsbaarheid.
Just Try vind ik niet sterk, het wordt gered door het koortje.
Dit hadden ze beter kunnen vervangen door een coverversie van Clean of Condemnation.
Ben wel benieuwd wat Soulsavers hiermee zouden doen, ligt wel in hun straatje.
Het enthousiasme van anderen deel ik niet helemaal.
Met Gone Too Far zijn we al weer halverwege, maar van de magie met Lanegan ontbreekt elk spoor.
Hij leent zich dan ook voortreffelijk om met elke artiest denkbaar samen te werken.
Hier proef ik meer een aanpassing van Soulsavers aan Gahan.
Point Sur part 1 is prima instrumentaal, maar niet vergelijkbaar met de opener.
Beetje pauzemuziekje.
Ook bij Take Me Back Home mis je Martin Gore.
Hij is in de loop der jaren gegroeid als songwriter, en dit heeft gewoon minder inhoud.
Ik blijf een nostalgist, al zullen de jongeren mij misschien een oude zeikerd noemen, ook Bitterman heeft het net niet.
I Can’t Stay klinkt te hitgevoelig; te standaard.
Soulsavers hoeft voor mij geen aansluiting te zoeken bij een groter publiek.
Take zou weer wel op Playing The Angel passen.
Neerslachtige sfeer.
Afsluiter Tonight klinkt opgelucht.
Alsof de bevalling ondanks de nodige moeizame complicaties goed is verlopen.
Het klinkt allemaal pessimistisch, maar ik ben juist optimistisch.
Dave Gahan is over het algemeen zeer goed bij stem.
Ik kan niet wachten op een nieuw Depeche Mode album.
Dat belooft veel goeds.
En Soulsavers??
Mark Lanegan heeft net een nieuw album uit, dus de komende 8 jaar kan hij weer tijd vrij maken voor andere projecten.
Een laatste tip.
Herfstplaten kun je beter in de herfst uitbrengen, dan komen ze meer tot hun recht.
Mix tussen de Vader Abraham klassieker en het werk van Ennio Morricone.
Het klinkt misschien vreemd, maar het valt goed uit.
Automatisch krijg je hierdoor het beeld van Dave Gahan met cowboy hoed; zoals is weergegeven in de Personal Jesus video.
En bij In Your Morning is hij voor het eerst ook verbaal aanwezig.
Verrassend goed bij stem.
Ik had een meer doorleefd geluid verwacht, net als Mark Lanegan heeft hij ook gebalanceerd op de rand van het leven.
De keuze is hierdoor logisch en verklaarbaar.
Sinds tijden zijn er geen effecten meer nodig om de gebreken in zijn geluid te camoufleren.
Een zuiver stemgeluid.
Toch is het de tweede stem zoals in The Longest Day die het afmaakt.
Het vervormde geheel heeft wel wat weg van de manier van zingen die je kent van Martin Gore.
Waarschijnlijk bedoeld, zodat je niet kunt horen dat Gahan de lange uithalen helaas niet kan halen.
Het bereik lijkt me minder, alsof hij toch naar adem moet happen.
Presence Of God klinkt dan weer een stuk helderder, sterker en overtuigender.
Hij kan het dus wel gewoon.
Ik kan nu al concluderen dat ik The Longest Day als single keuze niet de juiste vind.
Geeft teveel de zwakheden bloot, in plaats van de kwetsbaarheid.
Just Try vind ik niet sterk, het wordt gered door het koortje.
Dit hadden ze beter kunnen vervangen door een coverversie van Clean of Condemnation.
Ben wel benieuwd wat Soulsavers hiermee zouden doen, ligt wel in hun straatje.
Het enthousiasme van anderen deel ik niet helemaal.
Met Gone Too Far zijn we al weer halverwege, maar van de magie met Lanegan ontbreekt elk spoor.
Hij leent zich dan ook voortreffelijk om met elke artiest denkbaar samen te werken.
Hier proef ik meer een aanpassing van Soulsavers aan Gahan.
Point Sur part 1 is prima instrumentaal, maar niet vergelijkbaar met de opener.
Beetje pauzemuziekje.
Ook bij Take Me Back Home mis je Martin Gore.
Hij is in de loop der jaren gegroeid als songwriter, en dit heeft gewoon minder inhoud.
Ik blijf een nostalgist, al zullen de jongeren mij misschien een oude zeikerd noemen, ook Bitterman heeft het net niet.
I Can’t Stay klinkt te hitgevoelig; te standaard.
Soulsavers hoeft voor mij geen aansluiting te zoeken bij een groter publiek.
Take zou weer wel op Playing The Angel passen.
Neerslachtige sfeer.
Afsluiter Tonight klinkt opgelucht.
Alsof de bevalling ondanks de nodige moeizame complicaties goed is verlopen.
Het klinkt allemaal pessimistisch, maar ik ben juist optimistisch.
Dave Gahan is over het algemeen zeer goed bij stem.
Ik kan niet wachten op een nieuw Depeche Mode album.
Dat belooft veel goeds.
En Soulsavers??
Mark Lanegan heeft net een nieuw album uit, dus de komende 8 jaar kan hij weer tijd vrij maken voor andere projecten.
Een laatste tip.
Herfstplaten kun je beter in de herfst uitbrengen, dan komen ze meer tot hun recht.
Soulwax - All Systems Are Lying (2025)

4,0
0
geplaatst: 18 november 2025, 00:32 uur
Dat de Dewaele broers doen waar ze zin in hebben bewijst het tweetal als ze na doorbraakalbum Much Against Everyone’s Advice Soulwax op een zijspoor zetten. Het geslaagde mash-up project 2 Many DJ’s gooit hoge ogen, waardoor ze tevens in de clubs een grote naam worden. Zo goed als Much Against Everyone’s Advice wordt het niet meer, al blijft Nite Versions een leuke plaat. Na From DEEWEE uit 2017 verschijnen er nog een aantal redelijk geslaagde dance albums, echt relevant is Soulwax als band niet echt meer. Gelukkig brengt All Systems Are Lying daar nu verandering in.
De liefde voor dance en elektronica is al op Much Against Everyone’s Advice aanwezig. Al presenteren ze zich daar nog als een heuse rockband. Vergeet niet dat we ondertussen ruim vijfentwintig jaar verder zijn, en dat de tijd niet heeft stilgestaan. Opener Pills and People Gone is een perfecte mix tussen het beste van Soulwax en het herkenbare van 2 Many DJ’s. Een soort van mash-up tussen The Chemical Brothers en I’m Not in Love van 10cc. De jaren gaan tellen, vriendschappen vervagen en mensen verdwijnen uit beeld.
Schotelt Soulwax ons op All Systems Are Lying een gezinsvriendelijke zondagsmiddag plaat voor? Heeft het duo de raves en het nachtenlange feesten definitief afgesloten? Zeker niet! Vooruit denken is niet alle banden met het verleden breken. De toekomst begint op dat huidige nul punt. Soulwax overstijgt de Belgische school en reanimeert het tijdperk waar Britse dance acts als Underworld, Faithless, The Prodigy en het eerder genoemde The Chemical Brothers de wereld in hun greep houden.
In een maatschappij waar men elkaar voor de gek houdt is All Systems Are Lying een ware verademing. Het is een vintage 24 Hour Party People feestplaat met het nodige ouderwetse Depeche Mode metaal gekletter, Queen new wave en Prince funk. So tonight I’m gonna party like it’s 1999. En dan zitten we weer opeens op de vooravond van het grote succes. Het nieuwe nu teert op die hoogtijdagen. Niks mis mee, Soulwax heeft altijd schaamteloos de muziekgeschiedenis leeggeplunderd, dus je kan ze niks verwijten.
Run Free viert de vrijheid welke door de pandemie angst getemperd is. We staan alweer een periode open voor contact, al is het stukken individualistischer. Schuif je ego aan de kant en laat alle controles en zelfbeheersing los. De eigenzinnige broers weigeren om zich aan de maatschappij aan te passen. Gebruik dat individualisme om met wetten te breken. All Systems Are Lying is gedurfd anarchistisch. De lazy The False Economy elektroclash is een regelrechte aanklacht tegen het manipuleren van de muzikale arbeidsmarkt. Met cijfertjes goochelen om op streamingsites een vertekent beeld te scheppen.
Buiten de club anthems is er genoeg ruimte voor echte ouderwetse Soulwax songs. De spirituele ambient Constant Happiness Machine soulbiecht kondigt de ommekeer reeds aan. Het zweverig rockende Polaris heeft een dreunende zware basbasis met hier en daar wat Madchester gekte. Het pompende Idiots in Love liefdesluedje is vintage Soulwax, met stroperige baslijnen en een catchy herhalend refrein. De overstuurde rockende milieubewuste “de vloer is lava” track Hot Like Sahara sluit hier genadeloos op aan. Engineered Fantasy is vintage new wave in een nieuw kleurrijk jasje waarna de mediterende pianojazz van Distant Symphony je zacht laten aarden.
All Systems Are Lying is niet zomaar een terugkeer van Soulwax, het is een doordachte terugkeer. Het gezelschap uit zich kritischer dan ooit tevoren. Onder die dikke laag aan heerlijke dansbare tracks schuilt de nodige diepgang. Fijn dat deze Belgische smaakmakers weer van zich laten horen.
Soulwax - All Systems Are Lying | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De liefde voor dance en elektronica is al op Much Against Everyone’s Advice aanwezig. Al presenteren ze zich daar nog als een heuse rockband. Vergeet niet dat we ondertussen ruim vijfentwintig jaar verder zijn, en dat de tijd niet heeft stilgestaan. Opener Pills and People Gone is een perfecte mix tussen het beste van Soulwax en het herkenbare van 2 Many DJ’s. Een soort van mash-up tussen The Chemical Brothers en I’m Not in Love van 10cc. De jaren gaan tellen, vriendschappen vervagen en mensen verdwijnen uit beeld.
Schotelt Soulwax ons op All Systems Are Lying een gezinsvriendelijke zondagsmiddag plaat voor? Heeft het duo de raves en het nachtenlange feesten definitief afgesloten? Zeker niet! Vooruit denken is niet alle banden met het verleden breken. De toekomst begint op dat huidige nul punt. Soulwax overstijgt de Belgische school en reanimeert het tijdperk waar Britse dance acts als Underworld, Faithless, The Prodigy en het eerder genoemde The Chemical Brothers de wereld in hun greep houden.
In een maatschappij waar men elkaar voor de gek houdt is All Systems Are Lying een ware verademing. Het is een vintage 24 Hour Party People feestplaat met het nodige ouderwetse Depeche Mode metaal gekletter, Queen new wave en Prince funk. So tonight I’m gonna party like it’s 1999. En dan zitten we weer opeens op de vooravond van het grote succes. Het nieuwe nu teert op die hoogtijdagen. Niks mis mee, Soulwax heeft altijd schaamteloos de muziekgeschiedenis leeggeplunderd, dus je kan ze niks verwijten.
Run Free viert de vrijheid welke door de pandemie angst getemperd is. We staan alweer een periode open voor contact, al is het stukken individualistischer. Schuif je ego aan de kant en laat alle controles en zelfbeheersing los. De eigenzinnige broers weigeren om zich aan de maatschappij aan te passen. Gebruik dat individualisme om met wetten te breken. All Systems Are Lying is gedurfd anarchistisch. De lazy The False Economy elektroclash is een regelrechte aanklacht tegen het manipuleren van de muzikale arbeidsmarkt. Met cijfertjes goochelen om op streamingsites een vertekent beeld te scheppen.
Buiten de club anthems is er genoeg ruimte voor echte ouderwetse Soulwax songs. De spirituele ambient Constant Happiness Machine soulbiecht kondigt de ommekeer reeds aan. Het zweverig rockende Polaris heeft een dreunende zware basbasis met hier en daar wat Madchester gekte. Het pompende Idiots in Love liefdesluedje is vintage Soulwax, met stroperige baslijnen en een catchy herhalend refrein. De overstuurde rockende milieubewuste “de vloer is lava” track Hot Like Sahara sluit hier genadeloos op aan. Engineered Fantasy is vintage new wave in een nieuw kleurrijk jasje waarna de mediterende pianojazz van Distant Symphony je zacht laten aarden.
All Systems Are Lying is niet zomaar een terugkeer van Soulwax, het is een doordachte terugkeer. Het gezelschap uit zich kritischer dan ooit tevoren. Onder die dikke laag aan heerlijke dansbare tracks schuilt de nodige diepgang. Fijn dat deze Belgische smaakmakers weer van zich laten horen.
Soulwax - All Systems Are Lying | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Soundgarden - Badmotorfinger (1991)

4,0
0
geplaatst: 1 april 2010, 22:38 uur
Is dit dezelfde zanger als die Chris Cornell die samen met Timbaland het commerciële popdeuntje Part Of Me maakte?
Dan moet er ergens iets gruwelijks fout zijn gegaan.
Vergeet al het hedendaagse werk, en omarm Badmotorfinger.
Voor mij het album van Soundgarden.
Hier klonken ze volgroeid.
Ondanks dat bands uit Seattle werden samen gebracht onder de noemer grunge, waren er wel degelijk verschillen.
Pearl Jam had meer het geluid van Free.
Nirvana duidelijk roots in punkrock.
Screaming Trees deed regelmatig aan het bluesachtige van Jim Morrisson denken.
Soundgarden heeft een beetje het Deep Purple, maar dan zonder het orgeltje.
Het concert op Pinkpop in de stromende regen paste precies bij de muziek.
De vette modderdruppels druipen van de gitaarriffs.
Wordt er nu een box op geblazen, of treffen de donderslagen uiteindelijk hun doel.
Donkere wolken boven de weide; duisternis op het podium.
Een slungelige basgitarist die zowat struikelt over zijn los gelaten schoenveters.
De duivelse Oosters getinte gitarist die een vorm van samenzwering tevoorschijn tovert uit het bewerkte stuk hout.
Ergens achter op het podium een bezeten drummer.
Vooraan de gekwelde Cornell in zijn Jesus Christ Pose.
Maar dan zonder de doornenkroon.
Rusty Case, Outshined en Jesus Christ Pose behoren tot hun beste werk.
Zeker in de live uitvoeringen.
Was de stage-dive van Eddie Vedder terecht het hoogtepunt van de dag.
Hier bewees Soundgarden dat er wel degelijk meer gaande was in Seattle.
Al hadden velen gehoopt dat Chris Cornell zich eventjes tot Pearl Jam zou voegen.
Om door de uitvoering van Hunger Strike van het Temple Of The Dog popgeschiedenis te mogen schrijven.
Het mocht helaas niet zo zijn.
Dan moet er ergens iets gruwelijks fout zijn gegaan.
Vergeet al het hedendaagse werk, en omarm Badmotorfinger.
Voor mij het album van Soundgarden.
Hier klonken ze volgroeid.
Ondanks dat bands uit Seattle werden samen gebracht onder de noemer grunge, waren er wel degelijk verschillen.
Pearl Jam had meer het geluid van Free.
Nirvana duidelijk roots in punkrock.
Screaming Trees deed regelmatig aan het bluesachtige van Jim Morrisson denken.
Soundgarden heeft een beetje het Deep Purple, maar dan zonder het orgeltje.
Het concert op Pinkpop in de stromende regen paste precies bij de muziek.
De vette modderdruppels druipen van de gitaarriffs.
Wordt er nu een box op geblazen, of treffen de donderslagen uiteindelijk hun doel.
Donkere wolken boven de weide; duisternis op het podium.
Een slungelige basgitarist die zowat struikelt over zijn los gelaten schoenveters.
De duivelse Oosters getinte gitarist die een vorm van samenzwering tevoorschijn tovert uit het bewerkte stuk hout.
Ergens achter op het podium een bezeten drummer.
Vooraan de gekwelde Cornell in zijn Jesus Christ Pose.
Maar dan zonder de doornenkroon.
Rusty Case, Outshined en Jesus Christ Pose behoren tot hun beste werk.
Zeker in de live uitvoeringen.
Was de stage-dive van Eddie Vedder terecht het hoogtepunt van de dag.
Hier bewees Soundgarden dat er wel degelijk meer gaande was in Seattle.
Al hadden velen gehoopt dat Chris Cornell zich eventjes tot Pearl Jam zou voegen.
Om door de uitvoering van Hunger Strike van het Temple Of The Dog popgeschiedenis te mogen schrijven.
Het mocht helaas niet zo zijn.
Soundgarden - Superunknown (1994)

4,0
1
geplaatst: 31 mei 2017, 00:57 uur
Vrij duister album, alleen zag ik dat in die tijd anders.
Op Pinkpop keek ik van gepaste afstand toe naar wat er op het podium plaats vond, durfde eigenlijk niet dichterbij te komen.
Het zware geluid werd nogmaals ondersteund door de weergoden; regen, donder en bliksem tot gevolg.
Mijn eerste ervaring met Badmotorfinger was de live uitvoering.
Spoonman was de eerste single, en niet representatief voor de rest van Superunknown.
Chris Cornell oogt zelfverzekerd, en meer met de voeten op aarde dan Kurt Cobain.
Totdat een paar weken geleden mij pijnlijk duidelijk werd dat ook hij worstelde met het leven.
Of zijn zelfdoding een gevolg was door het verkeerd gebruik van anti depressiva, of een bewuste keuze was, doet er niet toe.
De schrik was minder groot dan bij het overlijden van Corbain; het onbegrip des te groter.
Soundgarden die de zware grunge periode overleefde, en voor mij overkwam als een sterke stabiele factor.
Superunknown is zwarter dan de nacht, maar daar legde je dan bij neer.
Seattle is een van de meest treurige steden van de wereld; met het meest deprimerende klimaat; een hoog zelfdodingspercentage, en bekend met een hoog drug gebruik.
In een band spelen is niet een soort van escapesisme, maar het uitstellen van een uitzichtloos bestaan.
Soundgarden hield zich samen met Pearl Jam staande.
Temple Of The Dog was een ode, een samenwerking om een soort van verbond te sluiten.
Wat Andrew Wood is overkomen zal ons niet gebeuren; gearmd zullen wij dit bestrijden, om dit op deze manier nooit te vergeten.
Zo kwam het tot mij over….
Maar als je reëel bent dan hoor je in Fell on Black Days, The Day I Tried to Live en zeker ook Black Hole Sun hetzelfde trieste sfeertje terug als in Heart Shape Box van Nirvana.
Alleen wilde ik dat toen niet zien.
Ademde het album van Temple Of The Dog nog een sprankje hoop uit, op Superunknown is dit ver te zoeken.
De versnellingsbak van Badmotorfinger is totaal naar de vernieling geholpen, met de handrem er op baant Superunknown een weg door de Dirt, waar ook Alice In Chains in is weggezakt.
Helaas is het mij tijdens het leven van Chris Cornell niet gelukt om dit album een waardige plek te geven, maar nu valt alles pas samen.
Op Pinkpop keek ik van gepaste afstand toe naar wat er op het podium plaats vond, durfde eigenlijk niet dichterbij te komen.
Het zware geluid werd nogmaals ondersteund door de weergoden; regen, donder en bliksem tot gevolg.
Mijn eerste ervaring met Badmotorfinger was de live uitvoering.
Spoonman was de eerste single, en niet representatief voor de rest van Superunknown.
Chris Cornell oogt zelfverzekerd, en meer met de voeten op aarde dan Kurt Cobain.
Totdat een paar weken geleden mij pijnlijk duidelijk werd dat ook hij worstelde met het leven.
Of zijn zelfdoding een gevolg was door het verkeerd gebruik van anti depressiva, of een bewuste keuze was, doet er niet toe.
De schrik was minder groot dan bij het overlijden van Corbain; het onbegrip des te groter.
Soundgarden die de zware grunge periode overleefde, en voor mij overkwam als een sterke stabiele factor.
Superunknown is zwarter dan de nacht, maar daar legde je dan bij neer.
Seattle is een van de meest treurige steden van de wereld; met het meest deprimerende klimaat; een hoog zelfdodingspercentage, en bekend met een hoog drug gebruik.
In een band spelen is niet een soort van escapesisme, maar het uitstellen van een uitzichtloos bestaan.
Soundgarden hield zich samen met Pearl Jam staande.
Temple Of The Dog was een ode, een samenwerking om een soort van verbond te sluiten.
Wat Andrew Wood is overkomen zal ons niet gebeuren; gearmd zullen wij dit bestrijden, om dit op deze manier nooit te vergeten.
Zo kwam het tot mij over….
Maar als je reëel bent dan hoor je in Fell on Black Days, The Day I Tried to Live en zeker ook Black Hole Sun hetzelfde trieste sfeertje terug als in Heart Shape Box van Nirvana.
Alleen wilde ik dat toen niet zien.
Ademde het album van Temple Of The Dog nog een sprankje hoop uit, op Superunknown is dit ver te zoeken.
De versnellingsbak van Badmotorfinger is totaal naar de vernieling geholpen, met de handrem er op baant Superunknown een weg door de Dirt, waar ook Alice In Chains in is weggezakt.
Helaas is het mij tijdens het leven van Chris Cornell niet gelukt om dit album een waardige plek te geven, maar nu valt alles pas samen.
Soviet Soviet - Endless (2016)

3,5
0
geplaatst: 6 maart 2017, 15:20 uur
Inderdaad een hoog Editors gehalte hoorbaar in de muziek, maar de zang klinkt wel stukken anders.
Ik moet eerder aan een band als The Bravery denken, die hadden ook dat snellere geluid, ook The Boxer Rebellion klinkt er in terug.
Helemaal niet zo verkeerd; deze Soviet Soviet, maar van de zang wordt ik niet zo blij, voornamelijk omdat die in verhouding dus wel blij en zelfs wat tegen het vrolijke aanklinkt, soms zelfs wat Placebo achtig.
Nee, dit soort muziek verdiend het om een klagende, hese, wat depressieve zanger te hebben, want het geluid wat ze produceren is verder wel prima.
Ik moet eerder aan een band als The Bravery denken, die hadden ook dat snellere geluid, ook The Boxer Rebellion klinkt er in terug.
Helemaal niet zo verkeerd; deze Soviet Soviet, maar van de zang wordt ik niet zo blij, voornamelijk omdat die in verhouding dus wel blij en zelfs wat tegen het vrolijke aanklinkt, soms zelfs wat Placebo achtig.
Nee, dit soort muziek verdiend het om een klagende, hese, wat depressieve zanger te hebben, want het geluid wat ze produceren is verder wel prima.
Sølyst - Spring (2021)

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2021, 17:45 uur
Thomas Klein heeft een rijkelijk verleden in de Düsseldorfse muziekwereld opgebouwd als hij in 2011 onder het alias Sølyst aan de slag gaat. Met voormalige Deux Baleines Blanches leden maakt hij daarvoor al een succesvolle doorstart in het anarchistische Kreidler. Het tweede album Weekend wordt opgepakt door het alternatieve rockmagazine Spex, en de lezers spreken hun waardering uit door Kreidler uit te roepen tot nieuwkomer van het jaar. Een succesvolle periode volgt, met optredens op Roskilde en in Brighton (The Fringe).
Ze trekken tevens de aandacht van Daniel Miller van het Mute label die een aantal tracks onder handen neemt. Die nagelaten sporen van deze baanbrekende producer zijn zelfs zo groot, dat de aanpak op Spring te herleiden is tot de eerder uitgezette elektronische lijnen. Ook komen ze in het vizier van het Bureau B label, die in 2010 Kreidler onder hun hoede neemt. Als Thomas Klein een jaar later besluit om zich te verbreden, blijft hij verbonden aan die platenmaatschappij.
Spring is het vierde Sølyst album, en is een stukje luchtiger dan het in 2017 verschenen zware beklemmende The Steam Age, waar toepasselijk het nummer Autumn op staat. De herfst is voorbij, de lente is in aantocht. Gedateerde beats en blikken drumpatronen worden geherformuleerd tot een nieuw eigenzinnig verrassingspakket.
Sølyst herdefinieert met Spring de lente van de starre jaren tachtig door hier in eerste instantie welvarende nineties kleuren aan toe te voegen. Helaas gooit de vooravond van het Nu roet in het werkproces en wordt het positief geschetste beeld tijdens het opnameproces ingehaald door de grijsheid van het hedendaagse bestaan. Spring is dus geen nieuwe lente, maar opent spannend als een obscure jaren tachtig soundtrack van een vergeten slasher film die op de plank is blijven liggen. De echo uit het verleden, vervormd naklinkend in een achttal indrukwekkende tracks.
De aftakeling van het milieu, oliestroperig als de onoplosbare Midden-Oosten kwestie. De paniek om het COVID-19 virus, die als een afwachtend wezen genadeloos toeslaat. Het gedateerd futuristische Sheroes is de antiheld, het duistere nichtje van Moeder Aarde. De outlaw die zich diep in de bossen verschuilt en decennia lang afwacht om uiteindelijk keihard toe te slaan. Een sirene aan unheimische klanken, zuigend en dreigend als een opkomende migraine.
Flex, zit erg sterk in de eighties Mute label hoek, met losgeslagen donkere percussie en flinterdun Oosters klankenspel. De overtreffende stap hiervan is de stortvloed aan geweld in Atlas, waar de mythologische drager de wereld beschermd tegen een slagveld aan mechanische gestuurde regendruppels.
Het euforische Spiral is een heerlijke dansbare in extase werkende trip. De voorbode van een in hitte smeltende zonnestralen die genadeloos wordt afgeslacht in de anticlimax van de loeizware down to earth Electric Body Music van het vertraagde Front 242-achtige eindstuk Spring. En die zomer? Die mag met een plaat als deze nog wel eventjes wegblijven.
Sølyst - Spring | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Ze trekken tevens de aandacht van Daniel Miller van het Mute label die een aantal tracks onder handen neemt. Die nagelaten sporen van deze baanbrekende producer zijn zelfs zo groot, dat de aanpak op Spring te herleiden is tot de eerder uitgezette elektronische lijnen. Ook komen ze in het vizier van het Bureau B label, die in 2010 Kreidler onder hun hoede neemt. Als Thomas Klein een jaar later besluit om zich te verbreden, blijft hij verbonden aan die platenmaatschappij.
Spring is het vierde Sølyst album, en is een stukje luchtiger dan het in 2017 verschenen zware beklemmende The Steam Age, waar toepasselijk het nummer Autumn op staat. De herfst is voorbij, de lente is in aantocht. Gedateerde beats en blikken drumpatronen worden geherformuleerd tot een nieuw eigenzinnig verrassingspakket.
Sølyst herdefinieert met Spring de lente van de starre jaren tachtig door hier in eerste instantie welvarende nineties kleuren aan toe te voegen. Helaas gooit de vooravond van het Nu roet in het werkproces en wordt het positief geschetste beeld tijdens het opnameproces ingehaald door de grijsheid van het hedendaagse bestaan. Spring is dus geen nieuwe lente, maar opent spannend als een obscure jaren tachtig soundtrack van een vergeten slasher film die op de plank is blijven liggen. De echo uit het verleden, vervormd naklinkend in een achttal indrukwekkende tracks.
De aftakeling van het milieu, oliestroperig als de onoplosbare Midden-Oosten kwestie. De paniek om het COVID-19 virus, die als een afwachtend wezen genadeloos toeslaat. Het gedateerd futuristische Sheroes is de antiheld, het duistere nichtje van Moeder Aarde. De outlaw die zich diep in de bossen verschuilt en decennia lang afwacht om uiteindelijk keihard toe te slaan. Een sirene aan unheimische klanken, zuigend en dreigend als een opkomende migraine.
Flex, zit erg sterk in de eighties Mute label hoek, met losgeslagen donkere percussie en flinterdun Oosters klankenspel. De overtreffende stap hiervan is de stortvloed aan geweld in Atlas, waar de mythologische drager de wereld beschermd tegen een slagveld aan mechanische gestuurde regendruppels.
Het euforische Spiral is een heerlijke dansbare in extase werkende trip. De voorbode van een in hitte smeltende zonnestralen die genadeloos wordt afgeslacht in de anticlimax van de loeizware down to earth Electric Body Music van het vertraagde Front 242-achtige eindstuk Spring. En die zomer? Die mag met een plaat als deze nog wel eventjes wegblijven.
Sølyst - Spring | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Spacemen 3 - The Perfect Prescription (1987)

4,0
0
geplaatst: 5 juni 2014, 22:29 uur
Spacemen 3 is zoals de Python in de Efteling.
Vroeger een stuk hipper, maar nu redelijk gedateerd; het rammelt van alle kanten, en net op het moment dat je verwacht te verdwijnen in een versnellende trip; stokt het geheel.
Mankementen die eerst verholpen moeten worden, waardoor je langer moet wachten op de uiteindelijke explosie.
Je weet dat het wachten uiteindelijk beloond zal worden, dus voel je de spanning langzaamaan wel stijgen.
Spacemen 3 heeft hetzelfde als een band als Happy Mondays.
Een frontman die klinkt als een stonede hooligan, die vanwege de grote hoeveelheid pilletjes en drank amper op zijn benen kan staan.
Verwacht dan ook niet de meest zuivere zang, want dat hoort er gewoon niet bij.
Verder hoor ik veel Velvet Underground terug tijdens hun debuutalbum, zeker op het einde.
Vroeger een stuk hipper, maar nu redelijk gedateerd; het rammelt van alle kanten, en net op het moment dat je verwacht te verdwijnen in een versnellende trip; stokt het geheel.
Mankementen die eerst verholpen moeten worden, waardoor je langer moet wachten op de uiteindelijke explosie.
Je weet dat het wachten uiteindelijk beloond zal worden, dus voel je de spanning langzaamaan wel stijgen.
Spacemen 3 heeft hetzelfde als een band als Happy Mondays.
Een frontman die klinkt als een stonede hooligan, die vanwege de grote hoeveelheid pilletjes en drank amper op zijn benen kan staan.
Verwacht dan ook niet de meest zuivere zang, want dat hoort er gewoon niet bij.
Verder hoor ik veel Velvet Underground terug tijdens hun debuutalbum, zeker op het einde.
Spandau Ballet - Journeys to Glory (1981)

3,5
1
geplaatst: 15 april 2015, 17:44 uur
Spandau Ballet wordt vaak weg gezet als die gladde jongens met hun rete commerciële hits.
En dan ook nog de pech hebben om van mode te houden, en het liefst in dure maatpakken rond te lopen.
New Romantics werden ze genoemd.
Samen met Duran Duran wisten ze regelmatig te scoren, alleen ging Spandau Ballet steeds meer de softe soul kant op.
Tony Hadley ontdekte dat zijn stem zich daar ook prima voor leende.
Dat een Bryan Ferry een soortgelijke ontwikkeling onderging, werd ver in het onderbewustzijn weg gestopt.
Toch heeft de funky invalshoek van Journeys to Glory aardig wat raakvlakken met de sound van Gang Of Four.
Ook een band die later meer richting de Top 40 kant op ging met I Love a Man in Uniform.
Eigenlijk ging het merendeel uit deze periode meer de mainstream kant op; Duran Duran, Ultravox, Simple Minds, U2, The Human League, Tears For Fears; zelfs The Cure.
Alleen bij Spandau Ballet en in mindere mate Duran Duran werd dit minder geaccepteerd.
Journeys to Glory blijft gewoon een prima debuut, van een band die zich hoe dan ook durfde te ontwikkelen.
En dan ook nog de pech hebben om van mode te houden, en het liefst in dure maatpakken rond te lopen.
New Romantics werden ze genoemd.
Samen met Duran Duran wisten ze regelmatig te scoren, alleen ging Spandau Ballet steeds meer de softe soul kant op.
Tony Hadley ontdekte dat zijn stem zich daar ook prima voor leende.
Dat een Bryan Ferry een soortgelijke ontwikkeling onderging, werd ver in het onderbewustzijn weg gestopt.
Toch heeft de funky invalshoek van Journeys to Glory aardig wat raakvlakken met de sound van Gang Of Four.
Ook een band die later meer richting de Top 40 kant op ging met I Love a Man in Uniform.
Eigenlijk ging het merendeel uit deze periode meer de mainstream kant op; Duran Duran, Ultravox, Simple Minds, U2, The Human League, Tears For Fears; zelfs The Cure.
Alleen bij Spandau Ballet en in mindere mate Duran Duran werd dit minder geaccepteerd.
Journeys to Glory blijft gewoon een prima debuut, van een band die zich hoe dan ook durfde te ontwikkelen.
Spandau Ballet - Parade (1984)

4,0
0
geplaatst: 24 november 2006, 00:20 uur
Was het allemaal niet iets te gelikt?
Ja!
Waren ze niet te veel uit om hits te scoren?
Ja!
Was de kleding te chic?
Ja!
Was Toney Hadley te veel een gentleman?
Ja!
Was dit een goed album?
JA!!!!!!!!!!!!!
WERELDPLAAT
Ja!
Waren ze niet te veel uit om hits te scoren?
Ja!
Was de kleding te chic?
Ja!
Was Toney Hadley te veel een gentleman?
Ja!
Was dit een goed album?
JA!!!!!!!!!!!!!
WERELDPLAAT

Spandau Ballet - True (1983)

4,0
0
geplaatst: 17 januari 2011, 00:43 uur
Al jaren gestopt met roken.
Wat niemand verwachte gebeurde toch.
Deric die de sigaret af zwoer.
Geen koortsachtige nachten meer.
Badend in het zweet omdat je hooguit nog twee sjekkies kon draaien.
Verslavingsdrang hield je wakker.
Opeens dan die ommezwaai.
Verbod op roken op je werkplek.
Vervolgens zelfs in de disco en het café.
Nooit last gehad van afkickverschijnselen.
Maar nog steeds droom ik er over.
Altijd dat pakje shag in mijn achterzak.
Vanaf True mocht Spandau Ballet niet meer in de Wave kringen.
Duran Duran was nog net veroorloofd.
Maar voor deze mooi geklede jongens was geen plek meer.
De band ervaren als dovende sigaret.
Sinds de Soul de overhand nam waren ze passé.
Ondanks het goed scoren op de hitlijsten.
Zou het komen door het gladde imago?
Songs die later ideale kandidaten vormden voor Idols achtige shows?
Ik kan me zelfs een Jeroen van de Boom herinneren.
Jaren terug al True performen bij De Nachtsuite.
Terwijl presentatrice Christine van der Horst moeite had om haar ogen open te houden.
Maar ik denk natuurlijk ook aan Veronica’s Rocknight.
Een onbekende Sam Brown als achtergrondzangeres.
Slaapzak op de bank.
Vader die probeerde je wakker te schudden.
Geweldige uitvoering van Gold.
Vaag horend in het optredend slaapmoment.
Ook nu gaan in de nachtelijke uren mijn gedachtes terug in de tijd.
Genoten heb ik van Spandau Ballet.
Voor mijn vormsel zelfs opvolger Parade gekregen.
Sigaretten draaien lukte toen nog niet.
Vanwege de angst voor brandende lucifers durfde je deze niet eens aan te steken.
Wat kan er in een jaar veel veranderen.
Het roken al snel geleerd op de MAVO.
Spandau Ballet maakte plaats voor The Cure en Simple Minds.
Nu jaren later wel weer in bezit van Parade en True.
Nostalgie kun je nooit als fout afrekenen.
Nostalgie is het verlangen naar vroeger.
Dus ook naar het gelikte Spandau Ballet.
Wat niemand verwachte gebeurde toch.
Deric die de sigaret af zwoer.
Geen koortsachtige nachten meer.
Badend in het zweet omdat je hooguit nog twee sjekkies kon draaien.
Verslavingsdrang hield je wakker.
Opeens dan die ommezwaai.
Verbod op roken op je werkplek.
Vervolgens zelfs in de disco en het café.
Nooit last gehad van afkickverschijnselen.
Maar nog steeds droom ik er over.
Altijd dat pakje shag in mijn achterzak.
Vanaf True mocht Spandau Ballet niet meer in de Wave kringen.
Duran Duran was nog net veroorloofd.
Maar voor deze mooi geklede jongens was geen plek meer.
De band ervaren als dovende sigaret.
Sinds de Soul de overhand nam waren ze passé.
Ondanks het goed scoren op de hitlijsten.
Zou het komen door het gladde imago?
Songs die later ideale kandidaten vormden voor Idols achtige shows?
Ik kan me zelfs een Jeroen van de Boom herinneren.
Jaren terug al True performen bij De Nachtsuite.
Terwijl presentatrice Christine van der Horst moeite had om haar ogen open te houden.
Maar ik denk natuurlijk ook aan Veronica’s Rocknight.
Een onbekende Sam Brown als achtergrondzangeres.
Slaapzak op de bank.
Vader die probeerde je wakker te schudden.
Geweldige uitvoering van Gold.
Vaag horend in het optredend slaapmoment.
Ook nu gaan in de nachtelijke uren mijn gedachtes terug in de tijd.
Genoten heb ik van Spandau Ballet.
Voor mijn vormsel zelfs opvolger Parade gekregen.
Sigaretten draaien lukte toen nog niet.
Vanwege de angst voor brandende lucifers durfde je deze niet eens aan te steken.
Wat kan er in een jaar veel veranderen.
Het roken al snel geleerd op de MAVO.
Spandau Ballet maakte plaats voor The Cure en Simple Minds.
Nu jaren later wel weer in bezit van Parade en True.
Nostalgie kun je nooit als fout afrekenen.
Nostalgie is het verlangen naar vroeger.
Dus ook naar het gelikte Spandau Ballet.
Sparklehorse - Bird Machine (2023)

4,0
4
geplaatst: 16 september 2023, 04:52 uur
Het voelde al zo lang niet goed meer. Mark Linkous ontvlucht tijdens zijn schooltijd al het leven. Verdoofd door roesmiddelen brengt hij de dagen alleen door en zondert deze neerslachtige pessimist zich van zijn omgeving af. Een eenzame romanticus, die zijn gevoelens in poëtische diepzwarte teksten van zich afschrijft. Hij trakteert de muziekliefhebber op wonderschone Sparklehorse platen. Troost biedend, inlevend door zijn eigen zielsgedachtes te delen en de luisteraar met het innerlijke verdriet te confronteren. Ondanks deze innemendheid levert het voor hem geen winstmomenten af, met als triest dieptepunt de gepoogde zelfdodingpoging in 1996 waar hij een bijna fatale cocktail van alcohol, medicijnen en drugs inneemt waardoor Mark Linkous voor langere tijd van een rolstoel afhankelijk is.
Bezorgde collega’s ontfermen zich vervolgens over hem. Na de traumatische revalidatieplaat Good Morning Spider verschijnt het samen met vrienden opgenomen It’s a Wonderful Life. Ondanks de fraaie bijdrages van Nina Persson, P.J. Harvey en Tom Waits is zijn leven nog steeds niet mooi en hoopvol. Een ironische schijntitel, waarmee het menselijke wrak Mark Linkous zich aardig op de been houdt. Sterker nog, er komt nog een vervolg met het door Danger Mouse opgenomen Dreamt for Light Years in the Belly of a Mountain. Als hij dan opnieuw weer dreigt weg te zakken, proberen muzikanten, waaronder zijn broer Matt Linkous hem te overtuigen om in de studio die passie te hervinden. Het mag niet baten, de impact als persoonlijk maatje Vic Chesnutt een einde aan zijn leven maakt is zo ondraaglijk groot dat Mark Linkous hem een paar maanden later in het voorjaar van 2010 volgt. Het al eerder opgenomen Dark Night of the Soul komt postuum vrij snel naar zijn overlijden uit.
Het gerucht gaat de ronde dat Mark Linkous net voor zijn dood nog een nieuwe plaat opgenomen heeft. De songs, gemakshalve onder de Bird Machine naam gebundeld blijven vreemd genoeg op de plank liggen. Het is prima zo. Een welgemeend respect gericht aan de melancholische singer-songwriter. Toch wringt het een beetje, het is eeuwig zonde dat dit verteerde testament langzaam wegkwijnt. Die nalatenschap ligt bij zijn familieleden. Matt Linkous en schoonzus Melissa staan hem niet alleen tijdens het opnameproces in de studio bij, maar leveren tevens productieve bijdrages af. Door hun muzikale achtergrond en omdat ze het dichtste bij Mark Linkous staan, zijn het de meest geschikte personen om over het album materiaal te buigen, al moeten ze daarvoor wel een stukje emotionele binding overwinnen.
Bird Machine verklaart geen genomen keuzes, maar brengt mij in ieder geval weer een stap dichter bij de persoon Mark Linkous, al is de songkeuze net zo wispelturig als zijn karakter. Echte logica ontbreekt, en ik vraag mij af of er alleen van het laatste restmateriaal gebruik is gemaakt. Het voelt vreemd om zijn stem te horen, een tikkeltje onwennig zelfs. Try out sessies, niet voor de buitenwereld bedoeld? Het maakt verder ook niks uit, eigenlijk is het juist fijn om van het opgewekte speelplezier te genieten. Een beetje vreemd, maar dus wel erg lekker. Het dromerige fragmentarische Kind Ghosts heeft veel sterker die gedragen diepgang, al is het overduidelijk hoorbaar dat ze flink aan de track geknutseld hebben. Behoorlijk onbevangen zingt hij hier over zijn drankmisbruik en zijn innerlijke demonen die hem hierbij als lotgenoten vergezellen.
Het is allemaal zeer doordacht overwogen werk. De keuze van het veertiental songs staat dicht bij de gemoedstoestand van de tragische laatste jaren waar Mark Linkous zich doorheen worstelt. Voor de een voelt Bird Machine als goedkoop aasgierig scoren aan, voor de ander is het verhaal nu juist kloppend. Sommige tracks klinken alsof ze uit een eerder gedateerde periode stammen. De nietige It Will Never Stop glamrocker past misschien zelfs nog beter bij PJ Harvey dan bij Mark Linkous. Het stevig doortrappende psychedelische Listening to the Higsons noise werkstuk ademt weer de Iggy Pop spirit uit. Waarschijnlijk is dit het geluid wat producer Steve Albini voor ogen had. Vergeet niet dat de Sparklehorse voorman een geweldige kant en klaar songmateriaal leverancier voor anderen kan zijn.
Falling Down is letterlijk vallen en opstaan, totdat je niet meer de kracht hebt om voor de laatste keer overeind te komen. Die ontwrichting in het hoofd komt in het stevig rockende I Fucked It Up tot ontploffing. De puinhoop en de waanzin is niet meer te overzien en te redden, waarom hier dan niet aan toegeven? Chaos of the Universe. In het tragikomische Hello Lord wil hij zijn omgeving niet met zijn ellende opzadelen. Mark Linkous smeekt God om een oogje in het zeil te houden en deze verslaglegging te delen. Dit soort zwartgallige humor tekent de indierocker. Een mooi oprecht testamentliedje.
Het uptempo met feeststemmige jubelende gitaarakkoorden opgesierde Daddy’s Gone gaat tevens over de leegte van het achterlaten. De O Child pianoballad is breekbaar vals sentiment van een zanger die vanuit de emoties zingt en waarbij zuiverheid slechts bijzaak is. Halverwege verzand het in korreligheid, zonder enige houvast, en neemt een kinderstem definitief van zijn liefhebbende vader afscheid. Een beetje luguber, met een nare nasmaak. Het is niet helemaal duidelijk wie hier namelijk die laatste minuten van het bestaan invult, de vader of het kind. The Scull of Lucia, de kruisweg van de geboorte naar de sterfelijkheid, dan is de cirkel weer rond.
Stay, in gedachte blijft deze bijzondere verhalenverteller voor altijd bij ons. Het berustende nacht toewuivende Evening Star Supercharger spreekt de doodswens letterlijk uit. Het instrumentale Blue als de toewenkende duisternis. Triest, maar helaas wel waar. Verwacht je een loodzware plaat, dan voldoet Bird Machine daar niet aan. Daarvoor klinkt het allemaal te opgewekt, soms zelfs tegen het vrolijke aan. Mark Linkous heeft zelf geen angst voor de dood, maar maakt zich vooral druk over hoe de directe omgeving hier op reageert. En hoe ze dit gaan verwerken. Everybody’s Gone to Sleep soberheid, daarin is iedereen gelijk. De ogen sluiten voor een laatste maal, daarna is het klaar. Waarschijnlijk heeft Mark Linkous zich hier allang bij zijn lot neergelegd.
Sparklehorse - Bird Machine | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Bezorgde collega’s ontfermen zich vervolgens over hem. Na de traumatische revalidatieplaat Good Morning Spider verschijnt het samen met vrienden opgenomen It’s a Wonderful Life. Ondanks de fraaie bijdrages van Nina Persson, P.J. Harvey en Tom Waits is zijn leven nog steeds niet mooi en hoopvol. Een ironische schijntitel, waarmee het menselijke wrak Mark Linkous zich aardig op de been houdt. Sterker nog, er komt nog een vervolg met het door Danger Mouse opgenomen Dreamt for Light Years in the Belly of a Mountain. Als hij dan opnieuw weer dreigt weg te zakken, proberen muzikanten, waaronder zijn broer Matt Linkous hem te overtuigen om in de studio die passie te hervinden. Het mag niet baten, de impact als persoonlijk maatje Vic Chesnutt een einde aan zijn leven maakt is zo ondraaglijk groot dat Mark Linkous hem een paar maanden later in het voorjaar van 2010 volgt. Het al eerder opgenomen Dark Night of the Soul komt postuum vrij snel naar zijn overlijden uit.
Het gerucht gaat de ronde dat Mark Linkous net voor zijn dood nog een nieuwe plaat opgenomen heeft. De songs, gemakshalve onder de Bird Machine naam gebundeld blijven vreemd genoeg op de plank liggen. Het is prima zo. Een welgemeend respect gericht aan de melancholische singer-songwriter. Toch wringt het een beetje, het is eeuwig zonde dat dit verteerde testament langzaam wegkwijnt. Die nalatenschap ligt bij zijn familieleden. Matt Linkous en schoonzus Melissa staan hem niet alleen tijdens het opnameproces in de studio bij, maar leveren tevens productieve bijdrages af. Door hun muzikale achtergrond en omdat ze het dichtste bij Mark Linkous staan, zijn het de meest geschikte personen om over het album materiaal te buigen, al moeten ze daarvoor wel een stukje emotionele binding overwinnen.
Bird Machine verklaart geen genomen keuzes, maar brengt mij in ieder geval weer een stap dichter bij de persoon Mark Linkous, al is de songkeuze net zo wispelturig als zijn karakter. Echte logica ontbreekt, en ik vraag mij af of er alleen van het laatste restmateriaal gebruik is gemaakt. Het voelt vreemd om zijn stem te horen, een tikkeltje onwennig zelfs. Try out sessies, niet voor de buitenwereld bedoeld? Het maakt verder ook niks uit, eigenlijk is het juist fijn om van het opgewekte speelplezier te genieten. Een beetje vreemd, maar dus wel erg lekker. Het dromerige fragmentarische Kind Ghosts heeft veel sterker die gedragen diepgang, al is het overduidelijk hoorbaar dat ze flink aan de track geknutseld hebben. Behoorlijk onbevangen zingt hij hier over zijn drankmisbruik en zijn innerlijke demonen die hem hierbij als lotgenoten vergezellen.
Het is allemaal zeer doordacht overwogen werk. De keuze van het veertiental songs staat dicht bij de gemoedstoestand van de tragische laatste jaren waar Mark Linkous zich doorheen worstelt. Voor de een voelt Bird Machine als goedkoop aasgierig scoren aan, voor de ander is het verhaal nu juist kloppend. Sommige tracks klinken alsof ze uit een eerder gedateerde periode stammen. De nietige It Will Never Stop glamrocker past misschien zelfs nog beter bij PJ Harvey dan bij Mark Linkous. Het stevig doortrappende psychedelische Listening to the Higsons noise werkstuk ademt weer de Iggy Pop spirit uit. Waarschijnlijk is dit het geluid wat producer Steve Albini voor ogen had. Vergeet niet dat de Sparklehorse voorman een geweldige kant en klaar songmateriaal leverancier voor anderen kan zijn.
Falling Down is letterlijk vallen en opstaan, totdat je niet meer de kracht hebt om voor de laatste keer overeind te komen. Die ontwrichting in het hoofd komt in het stevig rockende I Fucked It Up tot ontploffing. De puinhoop en de waanzin is niet meer te overzien en te redden, waarom hier dan niet aan toegeven? Chaos of the Universe. In het tragikomische Hello Lord wil hij zijn omgeving niet met zijn ellende opzadelen. Mark Linkous smeekt God om een oogje in het zeil te houden en deze verslaglegging te delen. Dit soort zwartgallige humor tekent de indierocker. Een mooi oprecht testamentliedje.
Het uptempo met feeststemmige jubelende gitaarakkoorden opgesierde Daddy’s Gone gaat tevens over de leegte van het achterlaten. De O Child pianoballad is breekbaar vals sentiment van een zanger die vanuit de emoties zingt en waarbij zuiverheid slechts bijzaak is. Halverwege verzand het in korreligheid, zonder enige houvast, en neemt een kinderstem definitief van zijn liefhebbende vader afscheid. Een beetje luguber, met een nare nasmaak. Het is niet helemaal duidelijk wie hier namelijk die laatste minuten van het bestaan invult, de vader of het kind. The Scull of Lucia, de kruisweg van de geboorte naar de sterfelijkheid, dan is de cirkel weer rond.
Stay, in gedachte blijft deze bijzondere verhalenverteller voor altijd bij ons. Het berustende nacht toewuivende Evening Star Supercharger spreekt de doodswens letterlijk uit. Het instrumentale Blue als de toewenkende duisternis. Triest, maar helaas wel waar. Verwacht je een loodzware plaat, dan voldoet Bird Machine daar niet aan. Daarvoor klinkt het allemaal te opgewekt, soms zelfs tegen het vrolijke aan. Mark Linkous heeft zelf geen angst voor de dood, maar maakt zich vooral druk over hoe de directe omgeving hier op reageert. En hoe ze dit gaan verwerken. Everybody’s Gone to Sleep soberheid, daarin is iedereen gelijk. De ogen sluiten voor een laatste maal, daarna is het klaar. Waarschijnlijk heeft Mark Linkous zich hier allang bij zijn lot neergelegd.
Sparklehorse - Bird Machine | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Sparks - Kimono My House (1974)

3,0
0
geplaatst: 9 juni 2015, 14:57 uur
Toen ik de eerste keer This Town Ain't Big Enough for Both of Us hoorde, dacht ik dat het Nina Hagen was, maar ik denk dat ik niet de enige was die deze fout maakte.
Dit is glamrock met een hoog songfestivalgehalte.
Waterloo Metal Guru.
Eigenlijk alles wat maar fout was in deze periode.
Maar wat klinkt het eigenlijk goed.
Zonder Sparks zou Queen waarschijnlijk een stuk minder zelfspot hebben.
Want eigenlijk bezit Sparks alle elementen van deze band, alleen is het allemaal net een stuk meer Over The Top.
Zou Muse zichzelf in deze tijd een stukminder serieus nemen, dan zouden ze zo klinken.
Spinal Tap: The Musical.
Dit is glamrock met een hoog songfestivalgehalte.
Waterloo Metal Guru.
Eigenlijk alles wat maar fout was in deze periode.
Maar wat klinkt het eigenlijk goed.
Zonder Sparks zou Queen waarschijnlijk een stuk minder zelfspot hebben.
Want eigenlijk bezit Sparks alle elementen van deze band, alleen is het allemaal net een stuk meer Over The Top.
Zou Muse zichzelf in deze tijd een stukminder serieus nemen, dan zouden ze zo klinken.
Spinal Tap: The Musical.
Special Interest - Endure (2022)

4,5
0
geplaatst: 17 februari 2023, 00:24 uur
Compromisloos de heilige huisjes omver schoppen. Het uit New Orleans afkomstige Special Interest kiest niet voor de gemakkelijkste weg om hun muziek aan de man te brengen. Met de Spiraling EP leggen ze al een aantal ontkiemende onkruidblaadjes bloot. Het oogsten begint echter met het volwaardige digitale hardcore The Passion Of debuut. In dit beschimmelde rottingsproces zaaien ze pas echt paniek met hun mix van snoeiharde gabber, cyberpunk 2.0, bijtend cynisme, agressieve deephouse, underground disco en industrial no wave. Is het zinvol om deze oorverdovende oerknal te overtreffen? Blijkbaar niet, op Endure verleggen ze de aandacht naar dansbare art funk en stoere catchy glamrock. Dit alles in een gangbaar tempo, waardoor de teksten meer diepgang krijgen. Het van zich afschreeuwende therapeutische Impulse Control, de doodsgrimmige geharde Love Scene en het overrompelende My Displeasure noodkreet zijn de loskoppelende sleuteltracks, welke het verleden afsluiten en het heden toelaten.
Als je dan toch de nadruk op die duistere zaterdagavond beleving legt, doe het dan gelijk goed. De video van Midnight Legend geeft dit treffend weer. Drugs, seks en heel veel dance, om uiteindelijk voldaan in de klaarlichte ochtend met een feelgood gevoel het dagelijks leven in te stappen. Deze zou het in een club ook gewoon prima doen. De zwoele sensualiteit benadrukt juist de andere kant van het uitgaansbestaan, en is zacht en teder. Het is bewonderenswaardig hoe ze de overstap naar het grote publiek maken, zonder aan geloofwaardigheid te verliezen. Het feestende (Herman’s) House handelt hoofdzakelijk over plaatselijke volksheld Herman Wallace die na jarenlange isolatie, die slechts een paar dagen van zijn vrijheid geniet en vervolgens aan kanker overlijdt. Special Interest biedt hierin de luisteraar de mogelijkheid om de boodschap te begrijpen, maar accentueert deze niet op een politiek correcte wijze, ze geven er juist een luchtigere toetsing aan. Het nachtelijke Cherry Blue Intention escapisme spint een strak web van jaren tachtig synthpop draden en industriële jaren negentig rock.
Moet je de gefrustreerde overspannen Foul chaos in je hoofd structureren en deze zwakte inbakeren, of moet je deze met trots in een duidelijk statement uitspreken, en er op die manier juist je kracht van maken. De fragmentarische warboel krijgt hierdoor bij boegbeeld Alli Logout vorm, en het belichaamt de onvrede van een vragende angstcultuur. Het is de soundtrack van het ontvlambare de wereld staat in brand tijdsbeeld waarin we leven. Alli Logout geeft geen antwoorden op de sociale issues en het uitgespeelde nare onderbuikgevoel van het revolutionaire Kurdish Radio oliemachtsspel, maar triggert, steekt, schopt en nodigt je tot nadenken uit. We hebben weinig van het verleden geleerd. Het broeierige met aanvallende politiesirenes gevulde Concerning Peace electroclash is de duistere vooravond van de theatraal aangezette non-tolerance LA Blues pianopunkrockopera. Daarin koppelen ze de opruiende Rodney King rel opstand uit 1992 aan de gewelddadige dood van Eric Garner en de Black Lives Matter reactie op zijn laatste I Can’t Breathe woorden.
Deze anarchistische aanpak ligt dus niet meer onder een overdosis aan noise bedolven, maar legt die connectie in dansbare tracks. Onderschat bij dat ijzersterke strategisch fundament de waarde van de aan Living Colour memorerende basstructuren van Nathan Cassiani en hyperactieve drummachine programmeur Ruth Mascelli niet. Die laatste verstevigt haar positie door de verantwoording over het elektronisch klankveld te continueren. De gitaar van Maria Elena is subtieler aanwezig, Special Interest legt deze zeker geen spreekverbod op. Endure jaagt als een opruimende stofzuiger door de tracks heen, en verbreedt hiermee het afgebakende territorium.
Special Interest - Endure | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Als je dan toch de nadruk op die duistere zaterdagavond beleving legt, doe het dan gelijk goed. De video van Midnight Legend geeft dit treffend weer. Drugs, seks en heel veel dance, om uiteindelijk voldaan in de klaarlichte ochtend met een feelgood gevoel het dagelijks leven in te stappen. Deze zou het in een club ook gewoon prima doen. De zwoele sensualiteit benadrukt juist de andere kant van het uitgaansbestaan, en is zacht en teder. Het is bewonderenswaardig hoe ze de overstap naar het grote publiek maken, zonder aan geloofwaardigheid te verliezen. Het feestende (Herman’s) House handelt hoofdzakelijk over plaatselijke volksheld Herman Wallace die na jarenlange isolatie, die slechts een paar dagen van zijn vrijheid geniet en vervolgens aan kanker overlijdt. Special Interest biedt hierin de luisteraar de mogelijkheid om de boodschap te begrijpen, maar accentueert deze niet op een politiek correcte wijze, ze geven er juist een luchtigere toetsing aan. Het nachtelijke Cherry Blue Intention escapisme spint een strak web van jaren tachtig synthpop draden en industriële jaren negentig rock.
Moet je de gefrustreerde overspannen Foul chaos in je hoofd structureren en deze zwakte inbakeren, of moet je deze met trots in een duidelijk statement uitspreken, en er op die manier juist je kracht van maken. De fragmentarische warboel krijgt hierdoor bij boegbeeld Alli Logout vorm, en het belichaamt de onvrede van een vragende angstcultuur. Het is de soundtrack van het ontvlambare de wereld staat in brand tijdsbeeld waarin we leven. Alli Logout geeft geen antwoorden op de sociale issues en het uitgespeelde nare onderbuikgevoel van het revolutionaire Kurdish Radio oliemachtsspel, maar triggert, steekt, schopt en nodigt je tot nadenken uit. We hebben weinig van het verleden geleerd. Het broeierige met aanvallende politiesirenes gevulde Concerning Peace electroclash is de duistere vooravond van de theatraal aangezette non-tolerance LA Blues pianopunkrockopera. Daarin koppelen ze de opruiende Rodney King rel opstand uit 1992 aan de gewelddadige dood van Eric Garner en de Black Lives Matter reactie op zijn laatste I Can’t Breathe woorden.
Deze anarchistische aanpak ligt dus niet meer onder een overdosis aan noise bedolven, maar legt die connectie in dansbare tracks. Onderschat bij dat ijzersterke strategisch fundament de waarde van de aan Living Colour memorerende basstructuren van Nathan Cassiani en hyperactieve drummachine programmeur Ruth Mascelli niet. Die laatste verstevigt haar positie door de verantwoording over het elektronisch klankveld te continueren. De gitaar van Maria Elena is subtieler aanwezig, Special Interest legt deze zeker geen spreekverbod op. Endure jaagt als een opruimende stofzuiger door de tracks heen, en verbreedt hiermee het afgebakende territorium.
Special Interest - Endure | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Spellling - The Turning Wheel (2021)

4,5
3
geplaatst: 5 augustus 2021, 10:14 uur
Chrystia Cabral heeft niet voor de eenvoudigste weg gekozen. Pantheon of Me is een onmogelijke ontsnapping uit een caleidoscoop spiegeldoolhof waarbij ze op elke denkbare hoek de confrontatie met zichzelf aanvecht. Dit duistere debuut onder haar artiestennaam Spellling (ja, inderdaad met drie l’s in het midden) is een ongemakkelijke verwarrende plaat, waarmee ze een toevlucht zoekt in de donkere postpunkscene. Een spinnenweb wat zich steeds strakker om de zangeres aanspant, en waarbij ze als hulpeloze prooi toeziet hoe de akkoorden haar bijna vermorzelen. Gedurfd en gewaagd? Zeker. Een onovertrefbaar meesterwerk? Misschien ook wel. Opvolger Mazy Fly staat met een voet nog in die troebele nachtmerrie, terwijl die andere zich al in een heldere droomwereld bevind. Nog steeds enigszins angstaanjagend, al wenken de hypnotiserende klanken je wel naar het bevrijdende licht toe.
The Future openbaart zich aan de horizon. We ontlopen het heden door alvast in de toekomst te leven. Het derde wapenfeit is ondertussen alweer een jaar geleden afgerond en presenteert zich nu als The Turning Wheel. Spellling kiest voor een yin en yang achtige benadering waarbij ze het geheel onderbrengt in above en below tracks. Het spinnenwiel wat centraal staat in de titel The Turning Wheel spint regels, klanken en de muzikale voordracht als Repelsteeltje aan elkaar in gouden toegankelijke ambitieuze songs. Maar nog steeds lokt dat stoffige torenkamertje waar ze haar verleden heeft achtergelaten. Net als bij Doornroosje blijft bij Spellling die eeuwige slaap een grote aantrekkingskracht uitoefenen op het onschuldige enthousiasme en de maagdelijke kinderlijkheid in haar nummers.
Helaas is dit ook te herleiden tot het ongewild vroeg volwassen worden in het slepende opbouwende hoogtepunt Boys at School. Dit confronterende traumatische nummer gaat terug naar het trieste pestgedrag op de middelbare school, waarbij overwogen wordt om het leven op het zestiende levensjaar te beëindigen. Als artiest wordt ze gewaardeerd door haar uitzinnige afwijkende karakter terwijl dit juist in haar puberteit bijna de allesvernietigende nekslag was. Deze hardheid van de maatschappij vormt nog steeds de leidraad in het dagelijks functioneren, waar geloof, ras, seksuele geaardheid en het gewoon jezelf durven te zijn nog steeds niet volledig gewaardeerd en geaccepteerd wordt. De eerder aangehaalde sprookjeswereld is het escapisme als de waarheid ondraagbaar is. Het klassieke breekbare glazen piano raamwerk wordt stuk gespeeld door een veelvoud aan demonische gillende gitaarakkoorden die als indringende kwelgeesten de aanval inzetten.
Een voorbode voor de zware down to earth diepgang welke zich voortzet in de below nummers. Alsof een chagrijnige Walt Disney aan Burt Bacharach de opdracht geeft om zijn commercieel gemaakte mythes vakkundig de vernieling in te helpen door er een kwetsbare vocalist in te plaatsen. Want het leven is geen sprookje, zeker niet in 2021. De binding met de realiteit blijft dan ook continu intact. Chrystia Cabral legt de pijnlijke triggerpoints van haar soulstem bloot en graaft diep in haar ziel om de deprimerende ervaringen op te roepen. Die kwetsbaarheid roept ze op door zich op Little Deer te reïncarneren als een rank jong Bambi hertje. Dit beeld wordt later nog versterkt in het krachtige Emperor with an Egg waar ze als een herboren gevleugelde feniks een nieuw leven met zich meedraagt.
Dus weg met de keyboards die op de vorige twee platen zo prominent op de voorgrond opgesteld stonden. The Turning Wheel vraagt om een breed georkestreerde aanpak waarbij de instrumenten daadwerkelijk in en uit ademen. Hier en daar een tikkeltje theatraal waarmee ze de grenzen van de jaren zeventig rockopera’s opzoekt. Het is allemaal lekker zweverig en spiritueel, songs die ze zelf catalogiseert als de above songs. We stappen een vredelievende wereld binnen die bewoond wordt door harpen, koperblazers en harpen. Een geschikte instrumentenkeuze waarmee ze eenvoudig de roep om een nieuwe religieuze wereldleider in Awaken beantwoordt die de bloedende planeet een snelcursus EHBO aanbied, en tevens kan switchen naar een donkerder mineurgeluid waar een stormvloed aan onheilspellende donderende percussie zich bij het gezelschap voegt.
Ergens in die gitzwarte oppervlakte drijft daar de opening naar het licht. Legacy verklaart de donkerheid van de vorige albums Pantheon of Me en Mazy Fly. De aantrekkingskracht van de duisternis is vastgelegd in haar genen, een onbedoelde erfenis waar haar vader Chrystia Cabral mee heeft opgescheept. De persoonlijke teksten en de daarbij gevormde filmische muziek zijn het dynamische zwaard Excalibur waar ze dit dragende verdriet mee bestrijd. Hoe heerlijk is het als Spellling de gemiste kille synthesizers en voorgeprogrammeerde drumbeats opnieuw introduceert in de jaren tachtig synthpop van het ondertussen gedateerde futuristische Queen of Wands. De magie in Magic Act zit verborgen in de toegankelijke eighies progpop gitaren welke zich totaal onverwachts aandienen.
De zoektocht naar haar innerlijke rust is nog lang niet ten einde, er zitten genoeg niet opgevulde hiaten in het leven, waardoor de cirkel nog steeds niet rond is. Tot die zelf reflecterende conclusie komt ze in Revolution. Stiekem verlangt Chrystia Cabral niet naar deze voltooiing, omdat het tevens de voedingsbodem voor haar inspiratie vormt. The Turning Wheel is een prachtplaat waarmee ze de liefhebbers van pop songs samen brengt met een meer alternatief georiënteerd publiek.
Spellling - The Turning Wheel | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
The Future openbaart zich aan de horizon. We ontlopen het heden door alvast in de toekomst te leven. Het derde wapenfeit is ondertussen alweer een jaar geleden afgerond en presenteert zich nu als The Turning Wheel. Spellling kiest voor een yin en yang achtige benadering waarbij ze het geheel onderbrengt in above en below tracks. Het spinnenwiel wat centraal staat in de titel The Turning Wheel spint regels, klanken en de muzikale voordracht als Repelsteeltje aan elkaar in gouden toegankelijke ambitieuze songs. Maar nog steeds lokt dat stoffige torenkamertje waar ze haar verleden heeft achtergelaten. Net als bij Doornroosje blijft bij Spellling die eeuwige slaap een grote aantrekkingskracht uitoefenen op het onschuldige enthousiasme en de maagdelijke kinderlijkheid in haar nummers.
Helaas is dit ook te herleiden tot het ongewild vroeg volwassen worden in het slepende opbouwende hoogtepunt Boys at School. Dit confronterende traumatische nummer gaat terug naar het trieste pestgedrag op de middelbare school, waarbij overwogen wordt om het leven op het zestiende levensjaar te beëindigen. Als artiest wordt ze gewaardeerd door haar uitzinnige afwijkende karakter terwijl dit juist in haar puberteit bijna de allesvernietigende nekslag was. Deze hardheid van de maatschappij vormt nog steeds de leidraad in het dagelijks functioneren, waar geloof, ras, seksuele geaardheid en het gewoon jezelf durven te zijn nog steeds niet volledig gewaardeerd en geaccepteerd wordt. De eerder aangehaalde sprookjeswereld is het escapisme als de waarheid ondraagbaar is. Het klassieke breekbare glazen piano raamwerk wordt stuk gespeeld door een veelvoud aan demonische gillende gitaarakkoorden die als indringende kwelgeesten de aanval inzetten.
Een voorbode voor de zware down to earth diepgang welke zich voortzet in de below nummers. Alsof een chagrijnige Walt Disney aan Burt Bacharach de opdracht geeft om zijn commercieel gemaakte mythes vakkundig de vernieling in te helpen door er een kwetsbare vocalist in te plaatsen. Want het leven is geen sprookje, zeker niet in 2021. De binding met de realiteit blijft dan ook continu intact. Chrystia Cabral legt de pijnlijke triggerpoints van haar soulstem bloot en graaft diep in haar ziel om de deprimerende ervaringen op te roepen. Die kwetsbaarheid roept ze op door zich op Little Deer te reïncarneren als een rank jong Bambi hertje. Dit beeld wordt later nog versterkt in het krachtige Emperor with an Egg waar ze als een herboren gevleugelde feniks een nieuw leven met zich meedraagt.
Dus weg met de keyboards die op de vorige twee platen zo prominent op de voorgrond opgesteld stonden. The Turning Wheel vraagt om een breed georkestreerde aanpak waarbij de instrumenten daadwerkelijk in en uit ademen. Hier en daar een tikkeltje theatraal waarmee ze de grenzen van de jaren zeventig rockopera’s opzoekt. Het is allemaal lekker zweverig en spiritueel, songs die ze zelf catalogiseert als de above songs. We stappen een vredelievende wereld binnen die bewoond wordt door harpen, koperblazers en harpen. Een geschikte instrumentenkeuze waarmee ze eenvoudig de roep om een nieuwe religieuze wereldleider in Awaken beantwoordt die de bloedende planeet een snelcursus EHBO aanbied, en tevens kan switchen naar een donkerder mineurgeluid waar een stormvloed aan onheilspellende donderende percussie zich bij het gezelschap voegt.
Ergens in die gitzwarte oppervlakte drijft daar de opening naar het licht. Legacy verklaart de donkerheid van de vorige albums Pantheon of Me en Mazy Fly. De aantrekkingskracht van de duisternis is vastgelegd in haar genen, een onbedoelde erfenis waar haar vader Chrystia Cabral mee heeft opgescheept. De persoonlijke teksten en de daarbij gevormde filmische muziek zijn het dynamische zwaard Excalibur waar ze dit dragende verdriet mee bestrijd. Hoe heerlijk is het als Spellling de gemiste kille synthesizers en voorgeprogrammeerde drumbeats opnieuw introduceert in de jaren tachtig synthpop van het ondertussen gedateerde futuristische Queen of Wands. De magie in Magic Act zit verborgen in de toegankelijke eighies progpop gitaren welke zich totaal onverwachts aandienen.
De zoektocht naar haar innerlijke rust is nog lang niet ten einde, er zitten genoeg niet opgevulde hiaten in het leven, waardoor de cirkel nog steeds niet rond is. Tot die zelf reflecterende conclusie komt ze in Revolution. Stiekem verlangt Chrystia Cabral niet naar deze voltooiing, omdat het tevens de voedingsbodem voor haar inspiratie vormt. The Turning Wheel is een prachtplaat waarmee ze de liefhebbers van pop songs samen brengt met een meer alternatief georiënteerd publiek.
Spellling - The Turning Wheel | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Spencer Cullum's Coin Collector - Spencer Cullum's Coin Collection 2 (2023)

3,5
0
geplaatst: 25 mei 2023, 15:46 uur
Eigenlijk trok ik bij de eerste Spencer Cullum’s Coin CollectorSpencer Cullum’s Coin Collector plaat de conclusie al dat het met zijn connecties een eenvoudige vervolgstap is om zijn albums bij een groter label onder te brengen. Full Time Hobby gooit de eersteling in de herkansing en neemt ook deze opvolger onder zijn hoede. Verder verandert er niet zoveel. Ook nu weer zorgen de vredelievende kinderlijke naïviteit van de dwarrelende Jim Hoke klarinet- en fluitpartijen in Kingdom Weather voor die roze Barbapapa (ik kan er zelfs twee jaar later geen andere betere beschrijving voor verzinnen) associatie. Nog steeds hangt er een muffe oubollige spruitjeslucht (ik heb een gruwelijke hekel aan deze groente) over de tracks heen. Toch kan ik die zweverige vroeg jaren zeventig sound goed verdragen. Deze Britse Amerikaanse charmeur betovert je met een onthaastende glimlach. De hippie ideologie van het gemeenschappelijk samenzijn en de waardering van de natuur overheerst onophoudend, daar is amper wat aan verandert.
De glinsterende muntjes zijn zorgvuldig opgepoetst, en stralen in alles die deugdelijke geluksmomenten uit. En die retro albumhoes met die wollige spencer (what’s in a name) en dat uitspringende Monty Python lettertype is natuurlijk fouter dan fout. Vergeet de ironie niet dat het opnameproces ondanks de ontspannen berustende setting een haastklus is, en amper twee dagen tijd in beslag neemt. Oh ja? Dit meen je niet! Ja, echt waar! Eigenlijk past zijn huidige woonplaats in het country Walhalla Nashville niet eens echt bij zijn typische sprookjes folk commune sound. Een gevorderde luisteraar beseft echter dat die wegzwevende droomkasteelwolken de nodige krautrock associaties hebben en dat er onder die walm de nodige laidback jazz verwijzingen verborgen zitten.
Ik heb wat moeite met de Servische hardheid in de zang van Dana Gavanski, maar wat pakt ze die symmetrische tweede stem in de rondfladderende What a Waste of an Echo vlindersong met cartooneske speelse haperend stoplicht fluitspel toch voortreffelijk op. Die zachtheid bezit ze dus weldegelijk. En de boodschap is weer zo eenvoudig duidelijk, en zo waar. Waarom tijd verspillen om iemand te haten, terwijl je met respect en begrip zoveel meer kan bereiken. Het zonnige lenteliedje Kingdom Weather verkent langzaam de grenzen van de psychedelica, en ook dit betreft een duet. Yuma Abe blijft wel dicht bij zichzelf en laat zijn roots wel toe, door de partijen in het Japans te zingen. Die gastzangers zijn een goed middel om de saaie eentonigheid te bestrijden. Spencer Cullum heeft niet het vermogen om verbaal een hele plaat te boeien. Caitlin Rose schuift passend bij het desperate spookgitaar Green Trees countrystuk aan. Juist om deze manier van gitaarspelen te beheersen wijkt Spencer Cullum naar de heilige plattelandsgronden van de Verenigde Staten uit.
De vervreemdende jazzy klarinet twinkelingen en bedeesde Dominic Billett percussie swing maken van Out of Focus een licht dansbaar geheel. Ondanks dat Spencer Cullum hierbij geen steun van een andere vocalist krijgt (nou ja, heel zachtjes op de achtergrond, maar minimaal dus), houdt hij zich hier verrassend sterk staande. Er zweeft zelfs de geest van Nick Drake doorheen, een groter compliment kan ik hem niet geven. Het daadwerkelijke hoogtepunt volgt echter met het avontuurlijke instrumentale The Three Magnets. Een opbouwende new age krautrock belevingstrip met tegendraadse zandzakken drumslagen, duistere baspartijen, laagvliegende gitaarakkoorden, overstijgende synthpop, spacejazz complexiteit en progressieve rock dwalingen. Oh ja, en natuurlijk is de dwarsfluit van Jim Hoke hierbij ook aanwezig. Spencer Cullum overstijgt zijn kunnen, en dit kleine magnum opus meesterwerkje is stukken interessanter dan de overige tracks. Een waardige vervolg van de Dieterich Buxtehude droomvlucht trance, welke er op de eerste Spencer Cullum’s Coin Collector plaat hemelhoog bovenuit steekt.
Dan is Betwixt and Between met de futuristische seventies krautklanken en het autoharp spel van Jim Hoke daarna wel een koude douche, maar dan wel een verfrissende naspel koude douche. Ook hier wordt de country slide gitaar ruimte uitbundig uitgespeeld. Op de rondzwervende backpacking Cold Damp Valley traveling liedje maakt Spencer Cullum voorzichtig die country overstap. Het vertrekkend ruimteschip staat al klaar. Op het verhalend apocalyptische einde der wereld song That Same Day Departure hoor je overduidelijk die Britse afkomst in de vocalist terug. Dit versterkt hij nogmaals met dat beeldende treurende strijkarrangement en de mellotron begeleiding, waarmee hij lichtelijk naar The Beatles wenkt. Spencer Cullum verfijnt de Coin Collector formule, het kwartje is ondertussen bij mij ook gevallen.
Spencer Cullum's Coin Collector - Spencer Cullum's Coin Collection 2 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De glinsterende muntjes zijn zorgvuldig opgepoetst, en stralen in alles die deugdelijke geluksmomenten uit. En die retro albumhoes met die wollige spencer (what’s in a name) en dat uitspringende Monty Python lettertype is natuurlijk fouter dan fout. Vergeet de ironie niet dat het opnameproces ondanks de ontspannen berustende setting een haastklus is, en amper twee dagen tijd in beslag neemt. Oh ja? Dit meen je niet! Ja, echt waar! Eigenlijk past zijn huidige woonplaats in het country Walhalla Nashville niet eens echt bij zijn typische sprookjes folk commune sound. Een gevorderde luisteraar beseft echter dat die wegzwevende droomkasteelwolken de nodige krautrock associaties hebben en dat er onder die walm de nodige laidback jazz verwijzingen verborgen zitten.
Ik heb wat moeite met de Servische hardheid in de zang van Dana Gavanski, maar wat pakt ze die symmetrische tweede stem in de rondfladderende What a Waste of an Echo vlindersong met cartooneske speelse haperend stoplicht fluitspel toch voortreffelijk op. Die zachtheid bezit ze dus weldegelijk. En de boodschap is weer zo eenvoudig duidelijk, en zo waar. Waarom tijd verspillen om iemand te haten, terwijl je met respect en begrip zoveel meer kan bereiken. Het zonnige lenteliedje Kingdom Weather verkent langzaam de grenzen van de psychedelica, en ook dit betreft een duet. Yuma Abe blijft wel dicht bij zichzelf en laat zijn roots wel toe, door de partijen in het Japans te zingen. Die gastzangers zijn een goed middel om de saaie eentonigheid te bestrijden. Spencer Cullum heeft niet het vermogen om verbaal een hele plaat te boeien. Caitlin Rose schuift passend bij het desperate spookgitaar Green Trees countrystuk aan. Juist om deze manier van gitaarspelen te beheersen wijkt Spencer Cullum naar de heilige plattelandsgronden van de Verenigde Staten uit.
De vervreemdende jazzy klarinet twinkelingen en bedeesde Dominic Billett percussie swing maken van Out of Focus een licht dansbaar geheel. Ondanks dat Spencer Cullum hierbij geen steun van een andere vocalist krijgt (nou ja, heel zachtjes op de achtergrond, maar minimaal dus), houdt hij zich hier verrassend sterk staande. Er zweeft zelfs de geest van Nick Drake doorheen, een groter compliment kan ik hem niet geven. Het daadwerkelijke hoogtepunt volgt echter met het avontuurlijke instrumentale The Three Magnets. Een opbouwende new age krautrock belevingstrip met tegendraadse zandzakken drumslagen, duistere baspartijen, laagvliegende gitaarakkoorden, overstijgende synthpop, spacejazz complexiteit en progressieve rock dwalingen. Oh ja, en natuurlijk is de dwarsfluit van Jim Hoke hierbij ook aanwezig. Spencer Cullum overstijgt zijn kunnen, en dit kleine magnum opus meesterwerkje is stukken interessanter dan de overige tracks. Een waardige vervolg van de Dieterich Buxtehude droomvlucht trance, welke er op de eerste Spencer Cullum’s Coin Collector plaat hemelhoog bovenuit steekt.
Dan is Betwixt and Between met de futuristische seventies krautklanken en het autoharp spel van Jim Hoke daarna wel een koude douche, maar dan wel een verfrissende naspel koude douche. Ook hier wordt de country slide gitaar ruimte uitbundig uitgespeeld. Op de rondzwervende backpacking Cold Damp Valley traveling liedje maakt Spencer Cullum voorzichtig die country overstap. Het vertrekkend ruimteschip staat al klaar. Op het verhalend apocalyptische einde der wereld song That Same Day Departure hoor je overduidelijk die Britse afkomst in de vocalist terug. Dit versterkt hij nogmaals met dat beeldende treurende strijkarrangement en de mellotron begeleiding, waarmee hij lichtelijk naar The Beatles wenkt. Spencer Cullum verfijnt de Coin Collector formule, het kwartje is ondertussen bij mij ook gevallen.
Spencer Cullum's Coin Collector - Spencer Cullum's Coin Collection 2 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Spencer Cullum's Coin Collector - Spencer Cullum's Coin Collector (2020)

3,5
0
geplaatst: 27 september 2021, 15:56 uur
Een fanatiek muziekliefhebber is uiteraard ook trotse eigenaar van een veelzijdige uitgebreide platencollectie welke niet aan een enkele stijl gebonden is. Daarmee kan je het debuutalbum van de uit het country hart Nashville opererende Spencer Cullum dan ook het beste vergelijken. Gemakshalve noemt hij zijn veelzijdige verzameling een coin collectie welke symbool staat voor zeldzame munten uit het heden en het verleden. De ene met een gouden randje, de andere waardevol vanwege de oudheid. Dan weer eenvoudig met slijtage en gebruiksplekken, dan weer groots en glinsterend in het felle zonlicht.
Als veelgevraagd pedal steel gitarist geniet Spencer Cullum van de aandacht die artiesten als Kesha, Dolly Parton, Miranda Lambert en Little Big Town krijgen. Zijn bescheiden rol als observerende sessiemuzikant maakt het een geliefde collega op het podium, maar beperkt zich in de mogelijkheden om zichzelf op de voorgrond op te stellen. Met Spencer Cullum’s Coin Collection zet hij uiteindelijk dan toch die grote stap. Ondanks dat hij bewust de muzikanten om zich heen uitzoekt, en je wel degelijk kan spreken van een zelfstandig opgezet project, is het vooral een aangename trip down memory lane. Maar dan wel eentje van een constant hoog niveau.
De van oorsprong Londense Spencer Cullum blijft heerlijk net boven de grond hangen in de Britse intimiteit van de knusse jaren zestig folk in Jack of Fools. Een verkwikkend duet met Caitlin Rose onderdompelend in de herhalende baspatronen van Adam Bernarik en trippend gitaarspel van Sean Thompson. Gevolgd door de doordringende herkenbare Nashville country slide gitaar roots in het tevens door spookachtige vrouwenzang gedragen To Be Blinkered. De ouderen onder ons moeten glimlachen bij de treurige dwarrelende klarinet- en fluitpartijen van Jim Hoke in het folky doordreunende Imminent Shadow en Tombre en Morceaux die herinneringen oproepen welke verbonden zijn aan de begintune van Barbapapa. De onschuld van de kinderjaren met als beschermende schaduw de zelfverzekerdheid van de aanwezige volwassen ouders.
Het is zo mooi hoe er gespeeld wordt de eenvoud en beperktheid qua middelen uit het verleden. De track eindigend in een mespuntje Pink Floyd progrock. Deze invloeden laat hij stilletjes doorvloeien in het gitaar vullende The Dusty Floor en het tegen de melodieuze hardrock aanleunende My Protector. De opwellende spanning in de rondcirkelende welvelwind van het jazzy Seaside vormt het voorwerk van Dieterich Buxtehude. Een duistere hemelbestormende lekker lange instrumentale track welke daar als een als een uitgeschoten bastaard stekje bovenuit springt. De abstracte krautrock gekte wordt onderlijnd door The Doors gerelativeerde L.A. Woman psychedelica.
Spencer Cullum’s Coin Collector is vooral een lieve plaat, gebruiksvriendelijk in de omgang gemaakt. Soms wat jazzy door de wiegende saxofoon, net iets vaker wat licht experimenteel, maar dan netjes de grenzen bewakend. Op de prima Incredible String Band hippiecover The Tree na zijn het allemaal eigen composities. Het is zo gedateerd als de geitenwollen gebreide sokken van je oma, nooit geheel origineel, maar je betrapt Spencer Cullum nergens op een muzikale misstap. Daarom is een plaat als Spencer Cullum’s Coin Collection juist zo leuk. Het is nog eens extra charmant dat hij alles in eigen hand houdt en de plaat ook nog eens in eigen beheer uitbrengt, ondanks dat er genoeg connecties zijn om de naam aan een groot label te koppelen. Heerlijk toch!
Spencer Cullum's Coin Collector - Spencer Cullum's Coin Collector | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Als veelgevraagd pedal steel gitarist geniet Spencer Cullum van de aandacht die artiesten als Kesha, Dolly Parton, Miranda Lambert en Little Big Town krijgen. Zijn bescheiden rol als observerende sessiemuzikant maakt het een geliefde collega op het podium, maar beperkt zich in de mogelijkheden om zichzelf op de voorgrond op te stellen. Met Spencer Cullum’s Coin Collection zet hij uiteindelijk dan toch die grote stap. Ondanks dat hij bewust de muzikanten om zich heen uitzoekt, en je wel degelijk kan spreken van een zelfstandig opgezet project, is het vooral een aangename trip down memory lane. Maar dan wel eentje van een constant hoog niveau.
De van oorsprong Londense Spencer Cullum blijft heerlijk net boven de grond hangen in de Britse intimiteit van de knusse jaren zestig folk in Jack of Fools. Een verkwikkend duet met Caitlin Rose onderdompelend in de herhalende baspatronen van Adam Bernarik en trippend gitaarspel van Sean Thompson. Gevolgd door de doordringende herkenbare Nashville country slide gitaar roots in het tevens door spookachtige vrouwenzang gedragen To Be Blinkered. De ouderen onder ons moeten glimlachen bij de treurige dwarrelende klarinet- en fluitpartijen van Jim Hoke in het folky doordreunende Imminent Shadow en Tombre en Morceaux die herinneringen oproepen welke verbonden zijn aan de begintune van Barbapapa. De onschuld van de kinderjaren met als beschermende schaduw de zelfverzekerdheid van de aanwezige volwassen ouders.
Het is zo mooi hoe er gespeeld wordt de eenvoud en beperktheid qua middelen uit het verleden. De track eindigend in een mespuntje Pink Floyd progrock. Deze invloeden laat hij stilletjes doorvloeien in het gitaar vullende The Dusty Floor en het tegen de melodieuze hardrock aanleunende My Protector. De opwellende spanning in de rondcirkelende welvelwind van het jazzy Seaside vormt het voorwerk van Dieterich Buxtehude. Een duistere hemelbestormende lekker lange instrumentale track welke daar als een als een uitgeschoten bastaard stekje bovenuit springt. De abstracte krautrock gekte wordt onderlijnd door The Doors gerelativeerde L.A. Woman psychedelica.
Spencer Cullum’s Coin Collector is vooral een lieve plaat, gebruiksvriendelijk in de omgang gemaakt. Soms wat jazzy door de wiegende saxofoon, net iets vaker wat licht experimenteel, maar dan netjes de grenzen bewakend. Op de prima Incredible String Band hippiecover The Tree na zijn het allemaal eigen composities. Het is zo gedateerd als de geitenwollen gebreide sokken van je oma, nooit geheel origineel, maar je betrapt Spencer Cullum nergens op een muzikale misstap. Daarom is een plaat als Spencer Cullum’s Coin Collection juist zo leuk. Het is nog eens extra charmant dat hij alles in eigen hand houdt en de plaat ook nog eens in eigen beheer uitbrengt, ondanks dat er genoeg connecties zijn om de naam aan een groot label te koppelen. Heerlijk toch!
Spencer Cullum's Coin Collector - Spencer Cullum's Coin Collector | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Spidergawd - Spidergawd V (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 15:06 uur
Dat het zeer productieve Motorpsycho nog genoeg tijd heeft voor andere projecten mag haast een wonder wezen. Deze band met vaak zeer complexe songstructuren stopt al de nodige energie in eigen albums. Je zou bijna geloven dat deze Noren uit Trondheim de studio nooit verlaten, en daar leven, eten en slapen. Toch besluiten twee van de leden, zanger en tevens bassist Bent Sæther en drummer Kenneth Kapstad in 2013 Spidergawd op te richten, genoemd naar een track van het solo album Garcia van Grateful Dead frontman Jerry Garcia. Ondertussen richt Sæther zijn pijlen alleen op Motorpsycho, en Kapstad onderging juist de tegenover gestelde ontwikkeling. Hij besluit om Motorpsycho vaarwel te zeggen, maar blijft actief bij Spidergawd. Ondanks dat de huidige leden allemaal rond de veertig jaar oud zijn, hoor je veel invloeden terug van eind jaren zeventig. De metal domineert al jaren in Scandinavië, toen de Deense Metallica drummer Lars Ulrich in 1980 naar de Verenigde Staten verhuisde bloeide vervolgens in het thuisfront een indrukwekkende scene op. In Noorwegen waren het voornamelijk de Dark Metal bands die met hun muzikale scepter heersten. Spidergawd leden zijn dus te jong om dit bewust mee gemaakt te hebben. Spidergawd V is zoals de titel al aangeeft hun vijfde album.
Saxofonist Rolf Martin Snustad heeft het voorrecht te mogen aftrappen met All and Everything, waar Noorse folklore en tevens woeste wouden in terug te horen zijn. De overige Noormannen voegen zich al snel tot hem, waarna het tempo nog flink omhoog geschroefd wordt. Vergeet echter niet dat Snustad als geen ander in staat is om zijn instrument heavy en stoer te laten klinken, hier heeft hij geen andere bandleden voor nodig. Zo sterk zelfs dat het de twijfel oproept of hier een gitarist aan het werk is. Die komt er ook nadat Kapstad er eerst genadeloos inhakt. Inclusief het kenmerkende soleren, grijpen ze hier zeer sterk terug naar het vanuit het Verenigde Koninkrijk opkomende new wave of British heavy metal gebeuren van begin jaren tachtig. Toch blijft er ruimte voor symfonische invloeden, juist iets waar de rockers zich net als de punk zich toen tegen verzette. Op Ritual Supernatural aan bassist Hallvard Gaardløs de eer om te openen. Hier ook al direct bepalend voor de sound. Hij weet een geluid neer te zetten welke prima past bij de Amerikaanse rockbands. Meer stadion gericht en toegankelijker. De hele sfeer is ook een stuk soepeler, en zelfs wat minder verfijnd te noemen, al weet het wel te pakken.
Met het meer zoemende en grunge gerichte Twentyfourseven switchen ze met gemak naar een ander geluid. Net als Motorpsycho zijn ze meesters om hun invloeden plooibaar te verwerken in nummers, zonder dat het gemaakt of geforceerd over komt. Met datzelfde gemak gaan de vocalen van Per Borten meer de diepte in. Meedogenloos laten ze hier deze kant van hun vermogen horen inclusief het afstraffende gitaargeweld welke vervolgens wordt ingezet. Het epos klinkende begin van Green Eyes gaat al net zo snel richting de speedmetal als vervolgens het tempo behoorlijk wordt opgevoerd. Al varend trotseren we de oproepende golven van de kwaadaardige, bedrieglijke Noordzee om ons door middel van moshen en headbangen doorheen te slaan. Vol overgave zullen de lange blonde lokken van het thuispubliek hier aangenaam op tekeer gaan. Nog boven deze aangename agressie is er zelfs een plekje op de top voor de saxofonist. Het loodzware Knights of C.G.R. gaat nog verder terug in de tijd. Laten we het zo stellen, dit is heavy metal uit de periode dat deze stroming nog benaamd diende te worden. Traag, log gespeeld met het oer oproepende gevoel uit de prehistorie van de hardrock. De eigen injectie wordt toegediend in de speedkant die het vervolgens dreigt op te gaan.
Avatar heeft een swingende benadering. Het zou prima passen op de soundtrack van dit futuristische The Lord Of The Rings beïnvloedde verhaal. Het roept iets van gezonde strijdbare heroïsme op. Een uitnodiging van de band aan de filmmaatschappij om in het vervolg verder te kijken dan het Hawaiaanse Kauai Island als opname locatie. Strakker vorm gegeven en hierdoor met een meer commerciële aanpak. Zelf vind ik de saxofoon minder goed iets bijdragen, komt net wat zeurderig over. De sleazy benadering van het intro van Whirlwind Rodeo beloofd veel. We wanen ons eventjes in de jaren negentig, waar bands mogen genieten van hun sterrenstatus, en de wil tot te concurreren naar de achtergrond is verdwenen. De iconische grootheden zijn hier in gedachte aanwezig. Ook drummer Kenneth Kapstad krijgt zijn Fifteen Seconds Of Fame. Meer heeft hij niet nodig om indrukwekkend te openen bij Do I Need a Doctor…? Net als bij de voorganger is het voornamelijk de rocking nineties van getekende anti helden Beavis and Butthead die hier nostalgie oproepen. Niet zo gevarieerd als Motorpsycho, maar wel met dezelfde strakke precisie gespeeld. Maar te goed om afgedaan te worden als leuk bijproduct.
Spidergawd - Spidergawd V | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Saxofonist Rolf Martin Snustad heeft het voorrecht te mogen aftrappen met All and Everything, waar Noorse folklore en tevens woeste wouden in terug te horen zijn. De overige Noormannen voegen zich al snel tot hem, waarna het tempo nog flink omhoog geschroefd wordt. Vergeet echter niet dat Snustad als geen ander in staat is om zijn instrument heavy en stoer te laten klinken, hier heeft hij geen andere bandleden voor nodig. Zo sterk zelfs dat het de twijfel oproept of hier een gitarist aan het werk is. Die komt er ook nadat Kapstad er eerst genadeloos inhakt. Inclusief het kenmerkende soleren, grijpen ze hier zeer sterk terug naar het vanuit het Verenigde Koninkrijk opkomende new wave of British heavy metal gebeuren van begin jaren tachtig. Toch blijft er ruimte voor symfonische invloeden, juist iets waar de rockers zich net als de punk zich toen tegen verzette. Op Ritual Supernatural aan bassist Hallvard Gaardløs de eer om te openen. Hier ook al direct bepalend voor de sound. Hij weet een geluid neer te zetten welke prima past bij de Amerikaanse rockbands. Meer stadion gericht en toegankelijker. De hele sfeer is ook een stuk soepeler, en zelfs wat minder verfijnd te noemen, al weet het wel te pakken.
Met het meer zoemende en grunge gerichte Twentyfourseven switchen ze met gemak naar een ander geluid. Net als Motorpsycho zijn ze meesters om hun invloeden plooibaar te verwerken in nummers, zonder dat het gemaakt of geforceerd over komt. Met datzelfde gemak gaan de vocalen van Per Borten meer de diepte in. Meedogenloos laten ze hier deze kant van hun vermogen horen inclusief het afstraffende gitaargeweld welke vervolgens wordt ingezet. Het epos klinkende begin van Green Eyes gaat al net zo snel richting de speedmetal als vervolgens het tempo behoorlijk wordt opgevoerd. Al varend trotseren we de oproepende golven van de kwaadaardige, bedrieglijke Noordzee om ons door middel van moshen en headbangen doorheen te slaan. Vol overgave zullen de lange blonde lokken van het thuispubliek hier aangenaam op tekeer gaan. Nog boven deze aangename agressie is er zelfs een plekje op de top voor de saxofonist. Het loodzware Knights of C.G.R. gaat nog verder terug in de tijd. Laten we het zo stellen, dit is heavy metal uit de periode dat deze stroming nog benaamd diende te worden. Traag, log gespeeld met het oer oproepende gevoel uit de prehistorie van de hardrock. De eigen injectie wordt toegediend in de speedkant die het vervolgens dreigt op te gaan.
Avatar heeft een swingende benadering. Het zou prima passen op de soundtrack van dit futuristische The Lord Of The Rings beïnvloedde verhaal. Het roept iets van gezonde strijdbare heroïsme op. Een uitnodiging van de band aan de filmmaatschappij om in het vervolg verder te kijken dan het Hawaiaanse Kauai Island als opname locatie. Strakker vorm gegeven en hierdoor met een meer commerciële aanpak. Zelf vind ik de saxofoon minder goed iets bijdragen, komt net wat zeurderig over. De sleazy benadering van het intro van Whirlwind Rodeo beloofd veel. We wanen ons eventjes in de jaren negentig, waar bands mogen genieten van hun sterrenstatus, en de wil tot te concurreren naar de achtergrond is verdwenen. De iconische grootheden zijn hier in gedachte aanwezig. Ook drummer Kenneth Kapstad krijgt zijn Fifteen Seconds Of Fame. Meer heeft hij niet nodig om indrukwekkend te openen bij Do I Need a Doctor…? Net als bij de voorganger is het voornamelijk de rocking nineties van getekende anti helden Beavis and Butthead die hier nostalgie oproepen. Niet zo gevarieerd als Motorpsycho, maar wel met dezelfde strakke precisie gespeeld. Maar te goed om afgedaan te worden als leuk bijproduct.
Spidergawd - Spidergawd V | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
