Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jacobs Dream - Jacobs Dream (2000)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 26 februari 2011, 08:23 uur
Nummer 95 in het Metal Album van de Week, een Amerikaanse heavy metal / power metal groep die hier zijn debuutalbum presenteert en tevens een groep waar ik voordien nog nooit van had gehoord, dus nog een première erbij
.
De zanger doet eerder denken aan Ralf Scheepers van o.a. Gamma Ray of Michael Kiske van o.a. Helloween dan aan de eerder genoemde Bruce Dickinson. Iets meer variatie in hoogte en intonatie had geen kwaad gekund. Raar maar waar moet ik toch tijdens het beluisteren van dit album een aantal keren aan de vroege Gamma Ray denken zonder de overkill aan koortjes. Je meent soms naar een Duitse powermetalgroep te luisteren maar dan zonder de bombast.
Bij Funambulism denk ik naar een Queensrÿche nummer te luisteren ten tijde van The Warning maar dan met een veel vettere productie, hetzelfde gevoel ervaar ik ook bij The Bleeding Tree, je hoort haast een vergeten tweelingbroer van Geoff Tate zingen. Mad House of Cain doet mij denken aan Lost Reflection van Crimson Glory (debuutalbum Crimson Glory uit annus sanctus 1986). De productie of "het geluid" vond ik heel aangenaam, warm, met een ziel, opnieuw een knipoog naar de tijden voor de overcompressie intrede deed?
Twee gitaristen delen hier de lakens uit en ze doen het goed, waarbij één van hen, John Berry, ook heeft gezorgd voor een streepje keyboard hier en daar. Hun hoogtepunt op dit album vind ik het instrumentale Black Watch. Tweede op het erepodium wordt Scape Goat en brons gaat naar Funambulism. Met de semiballad Tales of Fears heb ik minder affiniteit.
.De zanger doet eerder denken aan Ralf Scheepers van o.a. Gamma Ray of Michael Kiske van o.a. Helloween dan aan de eerder genoemde Bruce Dickinson. Iets meer variatie in hoogte en intonatie had geen kwaad gekund. Raar maar waar moet ik toch tijdens het beluisteren van dit album een aantal keren aan de vroege Gamma Ray denken zonder de overkill aan koortjes. Je meent soms naar een Duitse powermetalgroep te luisteren maar dan zonder de bombast.
Bij Funambulism denk ik naar een Queensrÿche nummer te luisteren ten tijde van The Warning maar dan met een veel vettere productie, hetzelfde gevoel ervaar ik ook bij The Bleeding Tree, je hoort haast een vergeten tweelingbroer van Geoff Tate zingen. Mad House of Cain doet mij denken aan Lost Reflection van Crimson Glory (debuutalbum Crimson Glory uit annus sanctus 1986). De productie of "het geluid" vond ik heel aangenaam, warm, met een ziel, opnieuw een knipoog naar de tijden voor de overcompressie intrede deed?
Twee gitaristen delen hier de lakens uit en ze doen het goed, waarbij één van hen, John Berry, ook heeft gezorgd voor een streepje keyboard hier en daar. Hun hoogtepunt op dit album vind ik het instrumentale Black Watch. Tweede op het erepodium wordt Scape Goat en brons gaat naar Funambulism. Met de semiballad Tales of Fears heb ik minder affiniteit.
Jaguar - Holland 82 (2006)
Alternatieve titel: Live in Holland 1982

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 24 mei 2015, 10:14 uur
De Britse NWoBHM groep Jaguar is in mijn ogen een speciaal geval. Hun debuutalbum Power Games uit 1983 liet een verzameling uitstekende songs horen in een heel matige productie. De opvolger This Time uit 1984 liet een veel betere productie horen maar de songs waren dan weer matig. In 2000 laat de Jaguar zich nog eens horen en sindsdien zijn er nog drie albums uitgekomen met goede songs én een goed geluid, geef ze maar eens een luisterbeurt, zeg ik dan.
En dan kom je opeens dit tegen, een livealbum met opnames uit 1982 in Nederland, uitgegeven door het label Majestic Rock en ik denk dan, hm, bootleg? Is dit wel de moeite? Op 17 december 1982 gaf Jaguar dus een optreden in de Siesta Club in Hengelo, dus ze hadden Power Games nog niet uitgebracht...
Maar het latere Power Games wordt hier wel vertegenwoordigd door negen van de tien nummers, enkel Ain't No Fantasy komt hier niet aan bod. Het laatste nummer California Man is een cover. Even verder geef ik voor de volledigheid de herkomst van de nummers mee. Onvergetelijk is dit album niet en daar zorgt het geluid voor, noem dit gerust maar een veredelde bootleg, charmant is wel om een jonge groep live aan het werk te horen. Een goeie gitarist hebben ze in de persoon van Garry Peppard en de songs houden zich moeiteloos overeind. NwoBHM in de kinderschoenen maar met veel potentie die er niet volledig is uitgekomen, zoals met zovele groepen in die tijd.
Meer gedetailleerde informatie:
Dutch Connection (1:40): Album Power Games (1983)
Out of Luck (3:38): Album Power Games (1983)
Prisoner (3:57): Album Power Games (1983)
Axe Crazy (3:35): Single Axe Crazy (1982)
Master Game (4:44): Album Power Games (1983)
The Fox (2:54): Album Power Games (1983)
Raw Deal (6:52): Album Power Games (1983)
Run for Your Life (4:46): Album Power Games (1983)
Stormchild (3:06): Demo (1981)
No Lies (3:46): Album Power Games (1983)
War Machine (4:14): Single Axe Crazy (1982)
Backstreet Woman (4:50): Single Backstreat Woman (1980)
Cold Heart (6:10): Album Power Games (1983)
Chasing the Dragon (5:23): Single Backstreat Woman (1980)
California Man (3:45): Cover van The Move
En dan kom je opeens dit tegen, een livealbum met opnames uit 1982 in Nederland, uitgegeven door het label Majestic Rock en ik denk dan, hm, bootleg? Is dit wel de moeite? Op 17 december 1982 gaf Jaguar dus een optreden in de Siesta Club in Hengelo, dus ze hadden Power Games nog niet uitgebracht...
Maar het latere Power Games wordt hier wel vertegenwoordigd door negen van de tien nummers, enkel Ain't No Fantasy komt hier niet aan bod. Het laatste nummer California Man is een cover. Even verder geef ik voor de volledigheid de herkomst van de nummers mee. Onvergetelijk is dit album niet en daar zorgt het geluid voor, noem dit gerust maar een veredelde bootleg, charmant is wel om een jonge groep live aan het werk te horen. Een goeie gitarist hebben ze in de persoon van Garry Peppard en de songs houden zich moeiteloos overeind. NwoBHM in de kinderschoenen maar met veel potentie die er niet volledig is uitgekomen, zoals met zovele groepen in die tijd.
Meer gedetailleerde informatie:
Dutch Connection (1:40): Album Power Games (1983)
Out of Luck (3:38): Album Power Games (1983)
Prisoner (3:57): Album Power Games (1983)
Axe Crazy (3:35): Single Axe Crazy (1982)
Master Game (4:44): Album Power Games (1983)
The Fox (2:54): Album Power Games (1983)
Raw Deal (6:52): Album Power Games (1983)
Run for Your Life (4:46): Album Power Games (1983)
Stormchild (3:06): Demo (1981)
No Lies (3:46): Album Power Games (1983)
War Machine (4:14): Single Axe Crazy (1982)
Backstreet Woman (4:50): Single Backstreat Woman (1980)
Cold Heart (6:10): Album Power Games (1983)
Chasing the Dragon (5:23): Single Backstreat Woman (1980)
California Man (3:45): Cover van The Move
Jaguar - Power Games (1983)

4,0
1
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 19 maart 2012, 07:06 uur
Op de Internationale Platenbeurs van 11 maart laatstleden in Gent kocht ik dit debuut samen met opvolger This Time voor de luttele prijs van 10 eur samen en dan nog de originele versies op vinyl, de heilige welriekende geluidsdrager. Groot was mijn vreugde en net op tijd kon ik een almachtige vreugdekreet onderdrukken bij de koop van dit debuutalbum!
In mijn vorig bericht had ik het over het miserabel geluid maar een paar luisterbeurten later levert toch een ietwat genuanceerdere mening op: dat geluid is nog zo slecht niet, de gitaar staat wel in het midden tijdens de ritmepartijen maar de individuele instrumenten zijn goed te onderscheiden. We hebben verwende oortjes, collega's, want bijna dertig jaar na datum houdt dit album zich nog altijd staande, door het allerbelangrijkste in alle muziek: de songs.
Dit leeft, siddert en beeft. Dit is niet klinisch goed, ontdaan van alle menselijke emoties. Deze plaat, de foto's van de muzikanten op de achterzijde van de hoes en de muzikanten zelf stralen speelvreugde uit, onder beleiding van goede songs en goede beheersing van hun instrumenten. Pareltje van de NWoBHM? You bet, my friends.
In mijn vorig bericht had ik het over het miserabel geluid maar een paar luisterbeurten later levert toch een ietwat genuanceerdere mening op: dat geluid is nog zo slecht niet, de gitaar staat wel in het midden tijdens de ritmepartijen maar de individuele instrumenten zijn goed te onderscheiden. We hebben verwende oortjes, collega's, want bijna dertig jaar na datum houdt dit album zich nog altijd staande, door het allerbelangrijkste in alle muziek: de songs.
Dit leeft, siddert en beeft. Dit is niet klinisch goed, ontdaan van alle menselijke emoties. Deze plaat, de foto's van de muzikanten op de achterzijde van de hoes en de muzikanten zelf stralen speelvreugde uit, onder beleiding van goede songs en goede beheersing van hun instrumenten. Pareltje van de NWoBHM? You bet, my friends.
Jaguar - Run Ragged (2003)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 12 oktober 2014, 08:28 uur
Bij de liefhebbers is Jaguar wel een bekende naam omwille van hun debuutalbum Power Games uit 1983, waar ze hun NWoBHM kunsten konden etaleren spijts een armtierig geluid. De tweede, This Time uit 1984, was beter qua geluid maar een misstap richting AOR. Maar oude tijden kunnen herleven.
Hun comebackalbum Wake Me uit 2000 heeft me een tijd geleden positief verrast en deze Run Ragged doet dat opnieuw. Het is nog altijd full throttle NWoBHM met enige lid van het eerste uur, gitarist Gary Pepperd met zijn zo herkenbaar gitaargeluid. De andere muzikanten laten zich niet achteruit duwen, heerlijk is de ruim aanwezige double bass en de bassloopjes. Het is nog steeds Jamie Manton op zang, met zijn hoge doch zuivere stem. Het mooiste aan dit album vind ik die zo natuurlijk aanvoelende flow, nergens krijg ik een minder gevoel bij de muziek.
Leuk is voor mij om te zien hoe ze de goede grens van maximaal 45 minuten niet voorbijgaan zoals in de “gouwe ouwe tijden”. Het zou de kracht van dit flitsend en rauw album verminderen. Voorbij voor je het weet maar uitnodigend om nog eens op te leggen.
Hun comebackalbum Wake Me uit 2000 heeft me een tijd geleden positief verrast en deze Run Ragged doet dat opnieuw. Het is nog altijd full throttle NWoBHM met enige lid van het eerste uur, gitarist Gary Pepperd met zijn zo herkenbaar gitaargeluid. De andere muzikanten laten zich niet achteruit duwen, heerlijk is de ruim aanwezige double bass en de bassloopjes. Het is nog steeds Jamie Manton op zang, met zijn hoge doch zuivere stem. Het mooiste aan dit album vind ik die zo natuurlijk aanvoelende flow, nergens krijg ik een minder gevoel bij de muziek.
Leuk is voor mij om te zien hoe ze de goede grens van maximaal 45 minuten niet voorbijgaan zoals in de “gouwe ouwe tijden”. Het zou de kracht van dit flitsend en rauw album verminderen. Voorbij voor je het weet maar uitnodigend om nog eens op te leggen.
Jaguar - This Time (1984)

2,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 20 maart 2012, 07:10 uur
Deze tweede plaat van Jaguar heb ik ook op de kop kunnen tikken, op vinyl welteverstaan, maar het blijft verre van een hoogvlieger: simpel hakwerk op de drums, zelden of nooit een tempoversnelling (een klein beetje bij Stranger en Nights of Long Shadows) en zo saai.
Drummer van het eerste uur Chris Lovell speelde zijn partijen nog in en schreef mee aan een drietal nummers maar vertrok hierna. Ook staan hier keyboards op van een zekere Larry Dawson. Het geluid is fel opgepoetst, hun uiterlijk ook getuige de foto's op de achterzijde van de hoes, juist alsof ze net bij de kapper zijn geweest.
Jammer, ik blijf een warm hart dragen voor Power Games, dit is me te afgelikt. Naar de Jaguar van hun debuutalbum ga je naar het concert met je maten, naar de Jaguar van dit tweede album zit je vriendin te zagen of ze mag meegaan.
Drummer van het eerste uur Chris Lovell speelde zijn partijen nog in en schreef mee aan een drietal nummers maar vertrok hierna. Ook staan hier keyboards op van een zekere Larry Dawson. Het geluid is fel opgepoetst, hun uiterlijk ook getuige de foto's op de achterzijde van de hoes, juist alsof ze net bij de kapper zijn geweest.
Jammer, ik blijf een warm hart dragen voor Power Games, dit is me te afgelikt. Naar de Jaguar van hun debuutalbum ga je naar het concert met je maten, naar de Jaguar van dit tweede album zit je vriendin te zagen of ze mag meegaan.
Jaguar - Wake Me (2000)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 19 januari 2014, 18:33 uur
NWoBHM-helden van mij (zeker omwille van hun eerste plaat Power Games) maken zestien jaren na hun flauwe tweede album This Time dan toch nog een derde plaat. Dergelijke situaties zorgen toch voor scepsis bij het aansnijden van het album want vaak kunnen oude gloriën de oude tijden niet doen herleven.
Dit lukt hier ook niet maar hoeven we hier rouwig om te zijn? We zijn tenslotte zovele jaren verder. Dit is best een hele genietbare, rockende en uptempo plaat. Onmiddellijk herkenbaar is het gitaarwerk van... Wie spelen hierop? Metal Archives is nogmaals de redder in nood: twee oud-strijders van het eerste uur in de persoon van gitarist Gary Peppard en bassist Jeff Cox, twee nieuwelingen in de persoon van drummer Nathan Cox (familie van?) en Jamie Manton op zang. Een nummer als Dawn Chorus wordt onmiddellijk in de armen gesloten.
Het is geen straf om dit te beluisteren, het mist de charme van eersteling Power Games, het mist gelukkig ook de wolligheid van tweedeling This Time. Het heeft de heftigheid van hun debuut, het heeft ook de goede productie van hun tweede. De jaguar is iets ouder geworden maar kan nog klauwen.
Dit lukt hier ook niet maar hoeven we hier rouwig om te zijn? We zijn tenslotte zovele jaren verder. Dit is best een hele genietbare, rockende en uptempo plaat. Onmiddellijk herkenbaar is het gitaarwerk van... Wie spelen hierop? Metal Archives is nogmaals de redder in nood: twee oud-strijders van het eerste uur in de persoon van gitarist Gary Peppard en bassist Jeff Cox, twee nieuwelingen in de persoon van drummer Nathan Cox (familie van?) en Jamie Manton op zang. Een nummer als Dawn Chorus wordt onmiddellijk in de armen gesloten.
Het is geen straf om dit te beluisteren, het mist de charme van eersteling Power Games, het mist gelukkig ook de wolligheid van tweedeling This Time. Het heeft de heftigheid van hun debuut, het heeft ook de goede productie van hun tweede. De jaguar is iets ouder geworden maar kan nog klauwen.
Jake E. Lee - A Fine Pink Mist (1996)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 25 april 2009, 07:41 uur
Solo debuutalbum van een gitarist welke ik altijd graag heb mogen horen. Jake E. Lee heeft onder andere zijn sporen verdiend bij Ozzy Osbourne (de albums Bark at the Moon en The Ultimate Sin) en het eigen opgerichte Badlands (de albums Badlands, Voodoo Highway en Dusk). Ik hoor graag zijn gitaarwerk zowel bij Ozzy en Badlands alsook op dit album. Er zit variatie genoeg in de nummers onderling en het is zeker geen gitaar-gemasturbeer van de hoogste orde: hij heeft goed nagedacht over de opbouw van de nummers, een aantal ervan bevat gesproken teksten. Mijn aanraders op dit album zijn: Soulfinger en The Velvet Fire. Op dit album heeft Jake E. Lee alle instrumenten ingespeeld.
Jamie Saft - Black Shabbis (2009)

2,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 21 december 2009, 09:19 uur
Het eerste nummer is alvast een rare eend in de bijt: haast country-achtig. Het wekt mijn nieuwsgierigheid op, want de hoes geeft toch een black metal album aan? Blood is alvast de vuurspuwende echte opener van dit album: geluid zit goed, tempo zit goed, zelfs die vervormde stem went, enkel de gitaarsolo's weten niet waar ze naartoe gaan. Serpent Seed is een nummer op het tempo van Black Sabbath (Black Sabbath - Black Shabbis, zou daar een link liggen?): pure doommetal met sfeervolle keyboardtussenkomsten maar dan wordt het nummer in pure chaos afgebroken. Een vreemde ervaring alweer. Der Judenstein klokt af op negen minuten en de orgel verzorgt de aftrap, gevolgd door een zware gitaarriff. Na vier minuten vallen de drums in en krijg je eindelijk een instrumentaal nummer te horen: weeral doommetal en het duurt voor mij te lang, ook al vanwege het enorm repetitief karakter. Na een dikke zeven minuten is er eindelijk een tempowisseling maar de keyboards spelen dan een irritante rol tot het einde. Army Girl is een mix tussen trage blues en doommetal. Eigenlijk is het meer van hetzelfde: ik kan het nog het best met Danzig vergelijken met supplementaire kermisorgelgeluiden. King of King of Kings vind ik samen met Blood de vetste nummers op dit album, vooral omdat het tempo omhoog gaat. Ik weet begot niet waarover de teksten gaan want ik begrijp er de ballen van. Kielce is weeral zo'n brok noise en chaos van maar liefst dertien minuten maar heeft een betekenis: het is een Poolse stad waar tijdens WOII duizenden joden uit het ghetto werden gejaagd en vermoord, vandaar ook de geweerschoten en andere achtergrondgeluiden. Remember is opnieuw een welgekomen "traditioneel" nummer met een hoger tempo maar de vrouwenzang vind ik maar pover. The Ballad of Leo Frank is nog meer doom /noise en gaat over Leo Frank, een joodse bedrijfsleider die ten onrechte in 1915 door een antisemitische bende werd gelyncht voor de vermeende moord op een blanke arbeidster.
Dit album lost voor mij de gestelde verwachtingen niet in en bevestigt niet de positieve eerste indrukken van een paar weken geleden. Ik heb voornamelijk problemen met de toetsenbijdragen op dit album: te pas en vooral te onpas hoor ik irritante keyboardpartijen die haaks op het nummer staan en die vervormde stemmen zijn goed voor één of twee nummers maar aub toch niet voor een volledig album.
Jamie Saft mag een veelzijdige en bekwame muzikant zijn op meerdere gebieden, maar met dit album zal hij mij niet overtuigen. Wel noteer ik zijn naam om zijn andere albums eens te beluisteren. Dit album krijgt een 2 voor Blood en King of King of Kings, de andere nummers bevallen mij niet.
Dit album lost voor mij de gestelde verwachtingen niet in en bevestigt niet de positieve eerste indrukken van een paar weken geleden. Ik heb voornamelijk problemen met de toetsenbijdragen op dit album: te pas en vooral te onpas hoor ik irritante keyboardpartijen die haaks op het nummer staan en die vervormde stemmen zijn goed voor één of twee nummers maar aub toch niet voor een volledig album.
Jamie Saft mag een veelzijdige en bekwame muzikant zijn op meerdere gebieden, maar met dit album zal hij mij niet overtuigen. Wel noteer ik zijn naam om zijn andere albums eens te beluisteren. Dit album krijgt een 2 voor Blood en King of King of Kings, de andere nummers bevallen mij niet.
Jewel - Revolution in Heaven (1991)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 15 september 2012, 09:22 uur
Jewel is een naam die frequent voorkwam in mijn oude Aardschokken, lang geleden. Als ik me niet vergis, waren ze lyrisch over de live-optredens van deze groep. Ik kende ze enkel van naam want nooit iets van gekocht, misschien ooit iets beluisterd lang lang geleden.
Een aantal draaibeurten hebben een sympathieke plaat opgeleverd met overwegend uptempo nummers en toffe solo’s. Een aantal bedenkingen heb ik bij o.a. de cover These Boots (wat ik enkel in de originele versie een tof nummer vind) en het geluid van die bassdrum. Ik heb ook nog mijn twijfels over zanger Rick Ambrose, zijn accent stoort me niet. Daar kun je over alle zangers, die Engels niet als hun moedertaal hebben, iets zeggen.
Als memorabele nummers heb ik aangeduid: Blasting Glory en The Vietnam Requiem. God’s Heart Attack vind ik niet zo geslaagd. Aan tegelplakker Lonely Without You vind ik niets, zoals te verwachten.
Een aantal draaibeurten hebben een sympathieke plaat opgeleverd met overwegend uptempo nummers en toffe solo’s. Een aantal bedenkingen heb ik bij o.a. de cover These Boots (wat ik enkel in de originele versie een tof nummer vind) en het geluid van die bassdrum. Ik heb ook nog mijn twijfels over zanger Rick Ambrose, zijn accent stoort me niet. Daar kun je over alle zangers, die Engels niet als hun moedertaal hebben, iets zeggen.
Als memorabele nummers heb ik aangeduid: Blasting Glory en The Vietnam Requiem. God’s Heart Attack vind ik niet zo geslaagd. Aan tegelplakker Lonely Without You vind ik niets, zoals te verwachten.
Joe Satriani - Flying in a Blue Dream (1989)

4,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 1 december 2018, 11:02 uur
Nog altijd een hoge score van mijn kant sinds mijn eerste stem in 2011 en sinds mijn aankoop in 1989 omdat Mr. Satriani laat horen wat hij in zijn mars heeft, zowel technisch als losjes, zowel stevig als gevoelig maar ook met de nodige latente humor.
Aanvankelijk kreeg ik het ook niet warm bij nummers als Strange en I Believe, maar het is die variatie aan stijlen (Funk, Rock, Blues) die deze plaat doet uitstijgen boven het maaiveld van de shredders en laat ik na bijna dertig jaartjes nog altijd sommige fikse gitaarsolo's mee neuriën. Hij verwerkt thema's in zijn nummers die vaak terugkomen maar ook lichtjes wijzigen.
Onvergetelijke nummers staan er voor genoeg op deze plaat, maar het titelnummer, One Big Rush, Big Bad Moon, The Forgotten (Part Two) klinken nog altijd wervelend en fantastisch. Into the Light voelt als het uitblazen van het laatste kaarsje na een copieuze maaltijd tijdens gezellige avond onder vrienden.
Dit is een grotendeels instrumentale plaat van een dik uur, het blijft de volledige speelduur boeien. Ik noem dat straffe kost, van een straffe gitarist!
Aanvankelijk kreeg ik het ook niet warm bij nummers als Strange en I Believe, maar het is die variatie aan stijlen (Funk, Rock, Blues) die deze plaat doet uitstijgen boven het maaiveld van de shredders en laat ik na bijna dertig jaartjes nog altijd sommige fikse gitaarsolo's mee neuriën. Hij verwerkt thema's in zijn nummers die vaak terugkomen maar ook lichtjes wijzigen.
Onvergetelijke nummers staan er voor genoeg op deze plaat, maar het titelnummer, One Big Rush, Big Bad Moon, The Forgotten (Part Two) klinken nog altijd wervelend en fantastisch. Into the Light voelt als het uitblazen van het laatste kaarsje na een copieuze maaltijd tijdens gezellige avond onder vrienden.
Dit is een grotendeels instrumentale plaat van een dik uur, het blijft de volledige speelduur boeien. Ik noem dat straffe kost, van een straffe gitarist!
Joe Satriani - Joe Satriani (1984)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 oktober 2013, 07:10 uur
Ongelukkig zijn soms op MusicMeter de links naar de bijhorende pagina op Wikipedia. Hier is de juiste link met meer uitleg over deze EP van Joe Satriani, nog altijd zijn eerste officiële opname als solo-artiest: Joe Satriani (EP) - Wikipedia, the free encyclopedia - en.wikipedia.org.
Vier van de vijf nummers verschenen later op het studiogedeelte van de dubbelaar Time Machine uit 1993, de opener Talk to Me staat enkel op deze EP, verschenen in eigen beheer want Rubina Records is genaamd naar zijn echtgenote. Opmerkelijk is dat alles met de gitaar werd ingespeeld, enkel de gitaar.
Ik vind het niet zo geslaagd wegens het gemis aan duidelijke melodielijnen en duidelijke songs, het zijn meer gitaartechnische experimenten en probeersels. Later maakte hij echte songs met melodielijnen en veel betere platen. Dit leverde hem wel zijn platencontract op.
Vier van de vijf nummers verschenen later op het studiogedeelte van de dubbelaar Time Machine uit 1993, de opener Talk to Me staat enkel op deze EP, verschenen in eigen beheer want Rubina Records is genaamd naar zijn echtgenote. Opmerkelijk is dat alles met de gitaar werd ingespeeld, enkel de gitaar.
Ik vind het niet zo geslaagd wegens het gemis aan duidelijke melodielijnen en duidelijke songs, het zijn meer gitaartechnische experimenten en probeersels. Later maakte hij echte songs met melodielijnen en veel betere platen. Dit leverde hem wel zijn platencontract op.
Joe Satriani - Not of This Earth (1986)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 11 september 2013, 17:26 uur
Ik merk even op dat dit wel zijn debuutalbum is, maar niet zijn eerste plaat op zich. Dat is namelijk de EP “Joe Satriani” uit 1984, welke ook op onze geliefde site staat en uitkwam in eigen beheer, nou ja het label Rubina, de naam van zijn eega.
Instrumentale muziek vind ik niet zo makkelijk om te volgen, behalve als er genoeg herkenbare melodielijnen in staan, daar zorgt Joe wel voor want hij brengt een variatie van technische probeersels en echte songs met kop en staart (Driving at Night bijvoorbeeld). Dat drumgeluid stoort natuurlijk nog een beetje, niets beter dan een echte drummer, maar daar moet je over luisteren. Van al die supergitaristen kan ik hem het best verdragen, door zijn muziek maar ook door zijn bescheiden persoon. Briljant gespeeld is het laatste nummer.
De opvolger en de EP vind ik ook mooi, het is pas bij Flying in a Blue Dream dat ik bijna achterover val bij zijn ongelooflijke kunsten. Onwetenden noemen dit gitaargemasturbeer, ik noem dit een technisch heel bekwame muzikant met het hart op de juiste plaats als het op liedjes schrijven aankomt.
Instrumentale muziek vind ik niet zo makkelijk om te volgen, behalve als er genoeg herkenbare melodielijnen in staan, daar zorgt Joe wel voor want hij brengt een variatie van technische probeersels en echte songs met kop en staart (Driving at Night bijvoorbeeld). Dat drumgeluid stoort natuurlijk nog een beetje, niets beter dan een echte drummer, maar daar moet je over luisteren. Van al die supergitaristen kan ik hem het best verdragen, door zijn muziek maar ook door zijn bescheiden persoon. Briljant gespeeld is het laatste nummer.
De opvolger en de EP vind ik ook mooi, het is pas bij Flying in a Blue Dream dat ik bijna achterover val bij zijn ongelooflijke kunsten. Onwetenden noemen dit gitaargemasturbeer, ik noem dit een technisch heel bekwame muzikant met het hart op de juiste plaats als het op liedjes schrijven aankomt.
Joe Satriani - Shapeshifting (2020)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 13 april 2020, 18:47 uur
Eerste indruk bij de eerste speelbeurt een paar dagen geleden was... nogal bedaard / ingetogen voor een gitarist van wie ik ooit heb gezegd dat hij een enorm joie de vivre etaleert op het merendeel van zijn albums en tijdens zijn optredens. Verdere luisterbeurten hebben dit beeld bijgesteld naar gevarieerd (Here the Blue River als voorbeeld), naar een warm gevoel bij dit album en daar ben ik nog steeds blij om.
Toch was het voor mij nagelbijtend (vieze gewoonte) wachten op dat voor hem zo typisch spectaculair vaak buitenaards spetterend gitaarwerk met alles omver blazende gitaarsolo's dat ik pas halverwege (Nineteen Eighty) het album voor de eerste keer hoor. Hij gooit het over een bescheidener boeg, hij hoeft ook niet meer zo nodig zo veel te bewijzen, er is keuze genoeg in zijn discografie.
Opmerkelijk zijn ook de twee gastbijdragen op piano van ene Lisa Coleman, een naam die bij vele rockers geen belletje doet rinkelen maar bij mij wel, want zij was de ene helft van het duo Wendy & Lisa, nog bekender als muzikanten bij Prince (in zijn vele gedaanten).
Natuurlijk vind ik dit goed, goed genoeg om van te genieten, goed genoeg om ook deze te kopen. Met een neuslengte voorsprong blijft ene Michael Schenker mijn favoriete gitarist (en ik ga mijn mening nu niet meer bijstellen), met mijlen voorsprong blijft deze Joe Satriani een shredder van het eerste uur die zich al jaren voorbij dat stadium heeft ontwikkeld. Op de verlanglijst ermee, natuurlijk, want een Joe Satriani blijft voor mij een certitude, zeker in de huidige bange dagen.
Toch was het voor mij nagelbijtend (vieze gewoonte) wachten op dat voor hem zo typisch spectaculair vaak buitenaards spetterend gitaarwerk met alles omver blazende gitaarsolo's dat ik pas halverwege (Nineteen Eighty) het album voor de eerste keer hoor. Hij gooit het over een bescheidener boeg, hij hoeft ook niet meer zo nodig zo veel te bewijzen, er is keuze genoeg in zijn discografie.
Opmerkelijk zijn ook de twee gastbijdragen op piano van ene Lisa Coleman, een naam die bij vele rockers geen belletje doet rinkelen maar bij mij wel, want zij was de ene helft van het duo Wendy & Lisa, nog bekender als muzikanten bij Prince (in zijn vele gedaanten).
Natuurlijk vind ik dit goed, goed genoeg om van te genieten, goed genoeg om ook deze te kopen. Met een neuslengte voorsprong blijft ene Michael Schenker mijn favoriete gitarist (en ik ga mijn mening nu niet meer bijstellen), met mijlen voorsprong blijft deze Joe Satriani een shredder van het eerste uur die zich al jaren voorbij dat stadium heeft ontwikkeld. Op de verlanglijst ermee, natuurlijk, want een Joe Satriani blijft voor mij een certitude, zeker in de huidige bange dagen.
Joe Satriani - Time Machine (1993)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 10 juni 2012, 17:10 uur
Half studioalbum met veelal eerder onuitgebracht materiaal, half livealbum uit verscheidene optredens tijdens twee tournees. De hoes is intrigerend maar ik vind hem wel mooi, gezien albumtitel en thema. Vier nummers (Dreaming Number Eleven, Banana Mango, Banana Mango en Saying Good-Bye) zijn afkomstig van de allereerste in eigen beheer uitgebrachte EP: klik.
Over cd 1, het studiogedeelte, ben ik half en half tevreden. Tot en met nummer negen worden mooie stukken muziek afgewisseld met geweldige stukken muziek. Drie voorbeelden van zijn kunnen: Time Machine, Speed of Light en Dweller on the Threshold. Vanaf nummer tien begint een onwennig gevoel, het klinkt als half afgewerkte muziekstukken en probeersels, zeker het laatste nummer maar logisch omdat het een "Jam" betreft. Tot en met nummer negen zou ik een vier geven, nummer tien tot en met veertien bedek ik met de mantel der liefde...
Over cd 2, het livegedeelte, kan ik kort en duidelijk zijn, dit verdient een hele mooie vier, wat hij in de studio klaarspeelt, doet hij live met zijn ogen toe. Zelden zo veelzijdig gitaarspel gehoord en nu ik er aan denk: je moet het maar kunnen, je publiek begeesteren met overwegend instrumentale muziek maar dan van een hoge kwaliteit. Ik heb nog een aantal zaken opgezocht aan de hand van het cd-boekje: nummer, plaats en datum opname. Astemblieft!
15. Satch Boogie: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
16. Summer Song: The Orpheum Theatre, Boston, december 1992
17. Flying in a Blue Dream: The Apollo, Hammersmith, maart 1993
18. Cryin’: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
19. The Crush of Love: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
20. Tears in the Rain: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
21. Always With Me, Always With You: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
22. Big Bad Moon: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
23. Surfing with the Alien: The Orpheum Theatre, Boston, december 1992
24. Rubina: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
25. Circles: The California Theatre, San Diego, juni 1988
26. Drum Solo (Jonathan Mover): The California Theatre, San Diego, juni 1988
27. Lords of Karma: The California Theatre, San Diego, juni 1988
28. Echo: The California Theatre, San Diego, juni 1988
Line-up 1988
Joe Satriani (gitaar), Stuart Hamm (bass) en Jonathan Mover (drums)
Line-up 1992-1993
Joe Satriani (gitaar), Matt Bissonette (bass), Phil Asley (toetsen) en Gregg Bissonette (drums)
Over cd 1, het studiogedeelte, ben ik half en half tevreden. Tot en met nummer negen worden mooie stukken muziek afgewisseld met geweldige stukken muziek. Drie voorbeelden van zijn kunnen: Time Machine, Speed of Light en Dweller on the Threshold. Vanaf nummer tien begint een onwennig gevoel, het klinkt als half afgewerkte muziekstukken en probeersels, zeker het laatste nummer maar logisch omdat het een "Jam" betreft. Tot en met nummer negen zou ik een vier geven, nummer tien tot en met veertien bedek ik met de mantel der liefde...
Over cd 2, het livegedeelte, kan ik kort en duidelijk zijn, dit verdient een hele mooie vier, wat hij in de studio klaarspeelt, doet hij live met zijn ogen toe. Zelden zo veelzijdig gitaarspel gehoord en nu ik er aan denk: je moet het maar kunnen, je publiek begeesteren met overwegend instrumentale muziek maar dan van een hoge kwaliteit. Ik heb nog een aantal zaken opgezocht aan de hand van het cd-boekje: nummer, plaats en datum opname. Astemblieft!
15. Satch Boogie: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
16. Summer Song: The Orpheum Theatre, Boston, december 1992
17. Flying in a Blue Dream: The Apollo, Hammersmith, maart 1993
18. Cryin’: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
19. The Crush of Love: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
20. Tears in the Rain: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
21. Always With Me, Always With You: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
22. Big Bad Moon: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
23. Surfing with the Alien: The Orpheum Theatre, Boston, december 1992
24. Rubina: The Tower Theatre, Philadelphia, december 1992
25. Circles: The California Theatre, San Diego, juni 1988
26. Drum Solo (Jonathan Mover): The California Theatre, San Diego, juni 1988
27. Lords of Karma: The California Theatre, San Diego, juni 1988
28. Echo: The California Theatre, San Diego, juni 1988
Line-up 1988
Joe Satriani (gitaar), Stuart Hamm (bass) en Jonathan Mover (drums)
Line-up 1992-1993
Joe Satriani (gitaar), Matt Bissonette (bass), Phil Asley (toetsen) en Gregg Bissonette (drums)
Joey Tafolla - Out of the Sun (1987)

0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 17 januari 2010, 08:24 uur
Joey Tafolla is als gitarist bekend van Jag Panzer (albums Ample Destruction uit 1984 en The Fourth Judgement uit 1997) en bracht in 1987 dit solodebuut uit. Andere muzikanten hierop zijn Paul Gilbert (gitaar), Wally Voss (bass), Raynold Carlson (drums) en Tony McAlpine (keyboards). Deze laatste deed de productie samen met Shrapnel eigenaar Mike Varney en dat hoor je maar al te goed: alle aandacht voor de gitaren en de rest ietwat samengedrukt op de achtergrond alsook simpel drumwerk.
Weinig verrassend dus beetje voorspelbaar album in de geest van de Shrapnelstal en de albums van Tony McAlpine. Dit is een instrumentaal album vergelijkbaar met het betere werk van Tony McAlpine en Vinnie Moore, ik vrees zelfs dat het een beetje onderling inwisselbaar is.
Nadeel van dergelijke albums zijn altijd de kwaliteit van de composities, eigenlijk zijn het met moeite songs te noemen maar eerder uitvluchten tot het in den treure spelen van arpeggio's en solo's. Tony McAlpine zorgt wel voor de nodige frivoliteit en frisse lucht door middel van zijn keyboardpartijen. Mooiste stukken muziek vind ik in The Summon en Stalingrad, maar vraag me niet om individuele nummers te herkennen.
Weinig verrassend dus beetje voorspelbaar album in de geest van de Shrapnelstal en de albums van Tony McAlpine. Dit is een instrumentaal album vergelijkbaar met het betere werk van Tony McAlpine en Vinnie Moore, ik vrees zelfs dat het een beetje onderling inwisselbaar is.
Nadeel van dergelijke albums zijn altijd de kwaliteit van de composities, eigenlijk zijn het met moeite songs te noemen maar eerder uitvluchten tot het in den treure spelen van arpeggio's en solo's. Tony McAlpine zorgt wel voor de nodige frivoliteit en frisse lucht door middel van zijn keyboardpartijen. Mooiste stukken muziek vind ik in The Summon en Stalingrad, maar vraag me niet om individuele nummers te herkennen.
Johnny Cash - American II: Unchained (1996)

4,0
1
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 februari 2019, 10:38 uur
Was American Recordings uit 1994 nog een elkaar aanvoelen tussen Johnny Cash en producer Rick Rubin, dan lijkt de titel van deze opvolger te suggereren dat de vertrouwensbasis tot samenwerking verder werd uitgebouwd en werd er ook gekozen voor de begeleiding van Tommy Petty and The Heartbreakes en een aantal gastartiesten. Een lichte Rock element verschijnt.
Bewust of onbewust werd hierop een speelsere richting gekozen, speelsere nummers of vaak een speelsere begeleiding waarbij het gemiddelde tempo ook iets hoger ligt dan op het voorgaande album uit 1994 en waarbij deze keer ook werd gekozen voor een echte studio. En dat levert opnieuw een aantal glorieuze uitvoeringen op: Rowboat, Sea of Heartbreak, Country Boy. Toch wordt een paar keren met alle geweld het rempedaal ingedrukt om dan weer uit te pakken met bijzondere gevoelige uitvoeringen, met name Spiritual en Meet Me in Heaven. Het is een album van twee (bij mij welgekomen) contrasten, Unchained bezorgt me rillingen.
Opnieuw vind ik dit een prachtige hoes, opnieuw dat minimale aan info met een enigmatische Johnny Cash op foto. Zie ik daar haast een glimlach? Stralen die gekruiste armen een defensieve houding uit of juist een geruststellende houding en een blijk van vertrouwen? Luchtiger dan de andere albums, dat wel, maar nog altijd indrukwekkend.
Bewust of onbewust werd hierop een speelsere richting gekozen, speelsere nummers of vaak een speelsere begeleiding waarbij het gemiddelde tempo ook iets hoger ligt dan op het voorgaande album uit 1994 en waarbij deze keer ook werd gekozen voor een echte studio. En dat levert opnieuw een aantal glorieuze uitvoeringen op: Rowboat, Sea of Heartbreak, Country Boy. Toch wordt een paar keren met alle geweld het rempedaal ingedrukt om dan weer uit te pakken met bijzondere gevoelige uitvoeringen, met name Spiritual en Meet Me in Heaven. Het is een album van twee (bij mij welgekomen) contrasten, Unchained bezorgt me rillingen.
Opnieuw vind ik dit een prachtige hoes, opnieuw dat minimale aan info met een enigmatische Johnny Cash op foto. Zie ik daar haast een glimlach? Stralen die gekruiste armen een defensieve houding uit of juist een geruststellende houding en een blijk van vertrouwen? Luchtiger dan de andere albums, dat wel, maar nog altijd indrukwekkend.
Johnny Cash - American III: Solitary Man (2000)

4,5
2
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 februari 2019, 11:22 uur
Na een pauze van vier jaren pikken Johnny Cash en producer Rick Rubin de draad opnieuw op om uit te pakken met deze bijzonder indrukwekkende American III: Solitary Man, dat ten eeuwige dage met zijn opvolger American IV: The Man Comes Around strijd voert ten huize Spamalot om de titel “Favoriete Cash album”. Maar ik ga nooit kunnen kiezen, waarom zou ik?
Het duurde vier jaren omdat Johnny Cash die tijd op de sukkel was geweest met zijn gezondheid en je hoort dat terug in de lichte verandering in zijn fragieler geworden stem. Deze keer komt er geen begeleidingsgroep meespelen maar diverse gastartiesten, op een album dat die speelsheid van American II totaal ontbeert. Johnny Cash lijkt meer terug te kijken op zijn leven na een moeilijke periode.
Wat onthoud ik vooral van dit album? Dat je hier maar drie nummers kunt aanduiden als favoriete tracks en dat is best wel hartverscheurend, net zoals de muziek en de titels van de eerste twee nummers. De teksten van I Won't Back Down en Solitary Man ken ik ondertussen van binnen en buiten. Maar er is nog meer moois door die grotere breekbaarheid in zijn stemgeluid, getuige The Mercy Seat met dat memorabel eindstuk op piano, die lichte aarzeling tegen het einde aan in Country Trash.
En waarom niet eens mijn rode draad qua hoezen verderzetten in deze reeks? Johnny Cash staat met zijn gitaar klaar in de coulissen, wachtend op een sein of op iemand om zich naar het podium te begeven. Hij straalt rust uit maar ook de eenzaamheid van het muzikantenbestaan.
Het duurde vier jaren omdat Johnny Cash die tijd op de sukkel was geweest met zijn gezondheid en je hoort dat terug in de lichte verandering in zijn fragieler geworden stem. Deze keer komt er geen begeleidingsgroep meespelen maar diverse gastartiesten, op een album dat die speelsheid van American II totaal ontbeert. Johnny Cash lijkt meer terug te kijken op zijn leven na een moeilijke periode.
Wat onthoud ik vooral van dit album? Dat je hier maar drie nummers kunt aanduiden als favoriete tracks en dat is best wel hartverscheurend, net zoals de muziek en de titels van de eerste twee nummers. De teksten van I Won't Back Down en Solitary Man ken ik ondertussen van binnen en buiten. Maar er is nog meer moois door die grotere breekbaarheid in zijn stemgeluid, getuige The Mercy Seat met dat memorabel eindstuk op piano, die lichte aarzeling tegen het einde aan in Country Trash.
En waarom niet eens mijn rode draad qua hoezen verderzetten in deze reeks? Johnny Cash staat met zijn gitaar klaar in de coulissen, wachtend op een sein of op iemand om zich naar het podium te begeven. Hij straalt rust uit maar ook de eenzaamheid van het muzikantenbestaan.
Johnny Cash - American IV: The Man Comes Around (2002)

4,5
2
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 17 februari 2019, 09:18 uur
American IV is het laatste album in de American Recordings serie van Johnny Cash bij leven en welzijn. Nauwelijks vier maanden na het overlijden van zijn echtgenote June Carter overlijdt hij op 12 september 2003, een gebroken man maar met een gevuld leven. De opnieuw sobere albumhoes toont hem in het donker, in gedachten verzonken.
Opnieuw wordt het een album met overwegend covers waarin Johnny Cash zijn tanden zet maar ook met drie eigen nummers, opener The Man Comes Around, Give My Love to Rose en Tear Stained Letter. Ik ga met de deur in huis vallen… The Man Comes Around, het verscheurende Hurt, Personnal Jesus en Tear Stained Letter zijn mijn favorieten op dit duistere album dat echter ook zijn luchtigere periodes kent met bijvoorbeeld het bijtende Sam Hall en ook wel een haast swingende The Man Comes Around, waarvan het sarcasme afdruipt. Het is nog altijd kiezen tussen deze deel IV en deel III als mijn favoriete Cash album. Voor mij voelt dit ook aan als het eindpunt van de serie door toedoen van het slotnummer We'll Meet Again, dat opnieuw JC op zijn breekbaarst laat horen.
En nu durf ik eens iemand citeren betreffende het nummer “Hurt” en die prachtige, aangrijpende videoclip. Dit is wat Trent Reznor over die cover had te zeggen: - web.archive.org. Bestaat er een mooier eerbetoon?
Opnieuw wordt het een album met overwegend covers waarin Johnny Cash zijn tanden zet maar ook met drie eigen nummers, opener The Man Comes Around, Give My Love to Rose en Tear Stained Letter. Ik ga met de deur in huis vallen… The Man Comes Around, het verscheurende Hurt, Personnal Jesus en Tear Stained Letter zijn mijn favorieten op dit duistere album dat echter ook zijn luchtigere periodes kent met bijvoorbeeld het bijtende Sam Hall en ook wel een haast swingende The Man Comes Around, waarvan het sarcasme afdruipt. Het is nog altijd kiezen tussen deze deel IV en deel III als mijn favoriete Cash album. Voor mij voelt dit ook aan als het eindpunt van de serie door toedoen van het slotnummer We'll Meet Again, dat opnieuw JC op zijn breekbaarst laat horen.
En nu durf ik eens iemand citeren betreffende het nummer “Hurt” en die prachtige, aangrijpende videoclip. Dit is wat Trent Reznor over die cover had te zeggen: - web.archive.org. Bestaat er een mooier eerbetoon?
Johnny Cash - American Recordings (1994)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 februari 2019, 09:53 uur
Country is een genre die me niet ligt, voor Johnny Cash maak ik graag een uitzondering. Producer Rick Rubin is mij maar al te bekend in mijn Metal wereld, maar ik beschouw hem eerder als een beslisser die de juiste mensen op de juiste plaats zet, ook een kunst.
American Recordings is de aftrap van een reeks van zes albums, waarbij delen V en VI postuum verschenen, en tezelfdertijd het meest minimalistische album met enkel Johnny Cash op zang en akoestische gitaar. Soms heb je gewoon niet meer nodig maar dan moet je elkaar blindelings leren vertrouwen en elkaar de nodige ruimte en vrijheid gunnen.
Het is een prachtige aftrap gevuld met songs die werden geschreven door Mr. Cash of die hij in zijn stijl doet klinken alsof hij ze geschreven heeft. Hoogtepunten voor mij zijn onder andere Delia's Gone met zijn gitzwarte teksten, het breekbare The Beast in Me en Down There by the Train. Mooi is ook de aanwezigheid van de live-uitvoeringen van Tenessee Stud en The Man Who Couldn't Cry. Hij was niet alleen the Man in Black, hij had ook gevoel voor (gitzwarte) humor.
Dankzij dit album past respect voor een man die al veel had meegemaakt maar het nog erger te verduren zou krijgen, maar die nooit zou opgeven. Uren kan ik ook kijken naar die iconische prachtige hoes, gewoon zijn achternaam vermelden maakt al genoeg indruk. Meer is echt niet nodig.
American Recordings is de aftrap van een reeks van zes albums, waarbij delen V en VI postuum verschenen, en tezelfdertijd het meest minimalistische album met enkel Johnny Cash op zang en akoestische gitaar. Soms heb je gewoon niet meer nodig maar dan moet je elkaar blindelings leren vertrouwen en elkaar de nodige ruimte en vrijheid gunnen.
Het is een prachtige aftrap gevuld met songs die werden geschreven door Mr. Cash of die hij in zijn stijl doet klinken alsof hij ze geschreven heeft. Hoogtepunten voor mij zijn onder andere Delia's Gone met zijn gitzwarte teksten, het breekbare The Beast in Me en Down There by the Train. Mooi is ook de aanwezigheid van de live-uitvoeringen van Tenessee Stud en The Man Who Couldn't Cry. Hij was niet alleen the Man in Black, hij had ook gevoel voor (gitzwarte) humor.
Dankzij dit album past respect voor een man die al veel had meegemaakt maar het nog erger te verduren zou krijgen, maar die nooit zou opgeven. Uren kan ik ook kijken naar die iconische prachtige hoes, gewoon zijn achternaam vermelden maakt al genoeg indruk. Meer is echt niet nodig.
Johnny Cash - American V: A Hundred Highways (2006)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 17 februari 2019, 10:51 uur
Postuum uitgekomen na zijn overlijden in 2003 is dit het vijfde album in de serie en aanvankelijk was ik erg wantrouwig over dit album, dat zit nu eenmaal in mijn karakter maar enkel idioten veranderen nooit van mening.
Dit is opnieuw mooi maar ingetogener dan delen III en IV dat de nodige absolute hoogtepunten kende. Introspectiever, misschien nog breekbaarder door de omstandigheden in de eindfase van zijn leven zijn dit opnieuw beklijvende opnames over zijn geloof en de liefde van zijn leven.
Love's Been Good to Me en een bloedmooie Rose of My Heart zijn hierop mijn favorieten op een album dat voor mij de afsluiting van deze serie had mogen zijn maar vier jaren later kwam nog zo'n kort album uit. Het slotnummer zorgt voor kleine rillingen.
Dit is opnieuw mooi maar ingetogener dan delen III en IV dat de nodige absolute hoogtepunten kende. Introspectiever, misschien nog breekbaarder door de omstandigheden in de eindfase van zijn leven zijn dit opnieuw beklijvende opnames over zijn geloof en de liefde van zijn leven.
Love's Been Good to Me en een bloedmooie Rose of My Heart zijn hierop mijn favorieten op een album dat voor mij de afsluiting van deze serie had mogen zijn maar vier jaren later kwam nog zo'n kort album uit. Het slotnummer zorgt voor kleine rillingen.
Johnny Cash - At Folsom Prison (1968)
Alternatieve titel: At Folsom Prison Live

4,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 22 februari 2009, 08:29 uur
In 1968 kwam deze “At Folsom Prison” uit van Johnny Cash, die net uit een zeer turbulente periode kwam van drugs en weinig commercieel succes. Om zijn tanende carrière nieuw leven in te blazen, besloot hij twee optredens te geven in Folsom Prison en dit document is daar het resultaat van en tevens mijn eerste kennismaking met Johnny Cash destijds.
Dit album begint natuurlijk met een logische opener “Folsom Prison Blues” en het publiek van niet-al-te-braaf volk wordt laaiend enthousiast. Tijdens de volgende rustige nummers valt op hoe het publiek uit zijn hand eet en ieder woord opzuigt dat hij zingt. Zijn korte bindteksten zijn fantastisch. Bijvoorbeeld voor “I Still Miss Someone”: “This show is being recorded for an album release on Columbia Records and you can’t say hell or shit or anything like that. How does that grab you, Bob?” Hilariteit en sfeer bij het publiek.
Bij de meer up-tempo nummers Cocaine Blues en 25 Minutes To Go zit ik met een glimlach op mijn gezicht omwille van de teksten en het publiek dat bij iedere zin zijn waardering laat horen. Geweldig. Dan worden twee gevangenen opgeroepen omdat ze bezoek hebben, wat wel bijdraagt tot de sfeer op dit album: niet vergeten dat wij ons in een gevangenis bevinden.
25 Minutes To Go is nog zo’n absoluut hoogtepunt: een verhaal over een terdoodveroordeelde die zal worden opgehangen, herkenbaar wellicht voor een aantal gevangenen en toch zijn ze laaiend enthousiast. Zelfs Johnny moet soms zijn lach inhouden tijdens de nummers, zo enorm geniet hij van het optreden. Bij Orange Blosom Special haalt hij de mondharmonica boven.
Bij The Long Black Veil kun je een naald horen vallen: zo stil en aandachtig zijn de toehoorders. Een publiek laten opveren en stil laten zijn tijdens een optreden: volgens mij kunnen enkel de hele groten dat en Johnny Cash is dat ongetwijfeld. Dat volgt het “Can I have a glass of water”-verhaaltje: “Do they serve everything in tin cups?” Geweldig! Dan roepen ze gevangene Sandoval op omdat hij bezoek heeft, gevolgd door opnieuw twee gevoelige nummers: Send a Picture of Mother en The Wall.
Volgend absoluut hoogtepunt blijft voor mij Dirty Egg Sucking Dog: “The man’s best friend is his dog if he’s got nothing else”. Een typisch voorbeeld van de zwarte humor in zijn teksten:
Now if he don't stop eatin' my eggs up
Though I'm not a real bad guy
I'm gonna get my riffle and send him
To that great chicken house in the sky
Na het nummer Joe Bean komt zijn begeleidingsband terug met zijn vrouw June Carter om het nummer Jackson te brengen. “How much time have we got? About Fifteen minutes? I’ll take all I want”. Johnny maakt het gevangenispersoneel duidelijk dat hij zich te veel amuseert en dat hij wil doorgaan: hij bepaalt de regels en niemand anders. Durf hem eens tegenspreken. Give my Love to Rose is weer zo’n rustig nummer en wordt gevolgd door I Got Stripes: een lekker up-tempo nummer over het gevangenisleven opnieuw. Dan vraagt hij het publiek wat ze willen horen en speelt hij “The Legend of John Henry's Hammer” gevolgd door de evergreen “Green Grass of Home”. Afsluiter is “Greystone Chapel”: geschreven door een gevangene, door Johnny de dag voordien voor de eerste maal gerepeteerd en hier voor de eerste maal te horen. Het album wordt afsloten door de “warden” met enkele mededelingen en een “a little momentum” voor Johnny Cash.
Ik ben een hardrocker / metalhead (op leeftijd – tram 4), maar ik kan nog altijd wildenthousiast worden, of het nu mijn geliefde muziek is of het nu iets anders is. Het grijpt me bij de keel of bij de ballen om me niet meer los te laten. Ik heb enkele jaren geleden Johnny Cash ontdekt uit nieuwsgierigheid naar het hoge gemiddelde bij dit album en dit hoge gemiddelde is oververdiend. Samen met “At San Quentin” en de American Recordings series zijn dit pareltjes in het muziekuniversum.
Dit album begint natuurlijk met een logische opener “Folsom Prison Blues” en het publiek van niet-al-te-braaf volk wordt laaiend enthousiast. Tijdens de volgende rustige nummers valt op hoe het publiek uit zijn hand eet en ieder woord opzuigt dat hij zingt. Zijn korte bindteksten zijn fantastisch. Bijvoorbeeld voor “I Still Miss Someone”: “This show is being recorded for an album release on Columbia Records and you can’t say hell or shit or anything like that. How does that grab you, Bob?” Hilariteit en sfeer bij het publiek.
Bij de meer up-tempo nummers Cocaine Blues en 25 Minutes To Go zit ik met een glimlach op mijn gezicht omwille van de teksten en het publiek dat bij iedere zin zijn waardering laat horen. Geweldig. Dan worden twee gevangenen opgeroepen omdat ze bezoek hebben, wat wel bijdraagt tot de sfeer op dit album: niet vergeten dat wij ons in een gevangenis bevinden.
25 Minutes To Go is nog zo’n absoluut hoogtepunt: een verhaal over een terdoodveroordeelde die zal worden opgehangen, herkenbaar wellicht voor een aantal gevangenen en toch zijn ze laaiend enthousiast. Zelfs Johnny moet soms zijn lach inhouden tijdens de nummers, zo enorm geniet hij van het optreden. Bij Orange Blosom Special haalt hij de mondharmonica boven.
Bij The Long Black Veil kun je een naald horen vallen: zo stil en aandachtig zijn de toehoorders. Een publiek laten opveren en stil laten zijn tijdens een optreden: volgens mij kunnen enkel de hele groten dat en Johnny Cash is dat ongetwijfeld. Dat volgt het “Can I have a glass of water”-verhaaltje: “Do they serve everything in tin cups?” Geweldig! Dan roepen ze gevangene Sandoval op omdat hij bezoek heeft, gevolgd door opnieuw twee gevoelige nummers: Send a Picture of Mother en The Wall.
Volgend absoluut hoogtepunt blijft voor mij Dirty Egg Sucking Dog: “The man’s best friend is his dog if he’s got nothing else”. Een typisch voorbeeld van de zwarte humor in zijn teksten:
Now if he don't stop eatin' my eggs up
Though I'm not a real bad guy
I'm gonna get my riffle and send him
To that great chicken house in the sky
Na het nummer Joe Bean komt zijn begeleidingsband terug met zijn vrouw June Carter om het nummer Jackson te brengen. “How much time have we got? About Fifteen minutes? I’ll take all I want”. Johnny maakt het gevangenispersoneel duidelijk dat hij zich te veel amuseert en dat hij wil doorgaan: hij bepaalt de regels en niemand anders. Durf hem eens tegenspreken. Give my Love to Rose is weer zo’n rustig nummer en wordt gevolgd door I Got Stripes: een lekker up-tempo nummer over het gevangenisleven opnieuw. Dan vraagt hij het publiek wat ze willen horen en speelt hij “The Legend of John Henry's Hammer” gevolgd door de evergreen “Green Grass of Home”. Afsluiter is “Greystone Chapel”: geschreven door een gevangene, door Johnny de dag voordien voor de eerste maal gerepeteerd en hier voor de eerste maal te horen. Het album wordt afsloten door de “warden” met enkele mededelingen en een “a little momentum” voor Johnny Cash.
Ik ben een hardrocker / metalhead (op leeftijd – tram 4), maar ik kan nog altijd wildenthousiast worden, of het nu mijn geliefde muziek is of het nu iets anders is. Het grijpt me bij de keel of bij de ballen om me niet meer los te laten. Ik heb enkele jaren geleden Johnny Cash ontdekt uit nieuwsgierigheid naar het hoge gemiddelde bij dit album en dit hoge gemiddelde is oververdiend. Samen met “At San Quentin” en de American Recordings series zijn dit pareltjes in het muziekuniversum.
Judas Priest - British Steel (1980)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 2 augustus 2008, 11:39 uur
De eerste vier nummers krijgen van mij 5 sterren, want ze zijn af. Van United zie ik sterren, want belachelijk. Dan gaat het niveau weer omhoog tot en met nummer 9. Over de bonustracks heb ik weinig te zeggen: Red, White & Blue hadden ze wel beter kunnen weglaten door bij voorbeeld een live-versie van Rapid Fire. Grinder live is heerlijk.
Wat me nog meer opviel (ik heb de remaster-versie van deze British Steel), is het zeer aangename en "warme" geluid, in het bijzonder van de gitaren.
Ik blijf bij mijn vier en twijfel om te verhogen naar 4,50: jammer van die ene miskleun.
Wat me nog meer opviel (ik heb de remaster-versie van deze British Steel), is het zeer aangename en "warme" geluid, in het bijzonder van de gitaren.
Ik blijf bij mijn vier en twijfel om te verhogen naar 4,50: jammer van die ene miskleun.
Judas Priest - Defenders of the Faith (1984)

4,5
1
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 7 september 2013, 20:09 uur
Ondertussen kennen een aantal mensen mij al een beetje en weten ze dat ik nogal eens de nostalgische toer kan opgaan en, inderdaad, hier volgt weer zo’n anekdote. Vijftien jaar was ik toen ik deze plaat kocht en het blijft mijn favoriete album van de almachtige Priest. Woordje uitleg.
Als vijftienjarig snotjong zag ik op onze gammele tv de videoclip voor Freewheel Burning welke een zodanige indruk op mij maakte dat ik ’s anderendaags het album ging halen in een platenwinkel (ik ben niet zeker van de naam) in de Christinastraat in Oostende, recht om de hoek van het Onze-Lieve-Vrouwecollege waar ik Latijn-Grieks deed. Nog altijd ben ik mijn Pa (RIP) en Ma dankbaar voor de occasionele sponsoring. Was de hoes al niet verpletterend genoeg qua indruk, dan gaf de foto van Rob, Glenn en K.K. op de binnenhoes het oorverdovend genadeschot. Ik was voor eeuwig verkocht.
Ik heb al reeds aangegeven wat ik zo speciaal vind aan dit album, de eerste vier nummers, de A-kant. Van wellicht de beste opener ooit Freewheel Burning tot het ronduit goddelijke The Sentinel vind ik dit van het beste van Judas Priest. In Huis Spamalot worden die vier nummers nog altijd met aderen vol adrenaline meegezongen! Dit benadert akelig dicht de perfectie want alles zit in die vier nummers, tempo, precisie, melodie, de fantastische zang van Rob en het adembenemend gitaarwerk van Glenn en K.K. Ik heb niets tegen de rest van dit album hoor, maar niets kan op tegen die eerste helft. Love Bites is iets afwijkend, Eat Me Alive is opnieuw een crimineel goed nummer, Some Heads rijdt op hetzelfde spoortje als You’ve Got Another Thing Coming van het vorig album. Night Comes Down vind ik ook een prachtnummer, een semi-ballad godbetert. Heavy Duty en Defenders of the Faith zorgen voor een weer normale bloeddruk, een welgekomen decompressie.
Dit album is een ware klassieker en toont ook aan waarom er zo vele fans van Judas Priest zijn. Het bevestigt tevens de superklasse van het duo Tipton & Downing die vele gitaristen tot voorbeeld hebben gediend, luister maar eens naar de eerste van Slayer. Ik ondervind maar één nadeel aan dit album, die rotsticker “includes the single Freewheel Burning” op mijn vinylleke. Ik laat er hem opzitten, for nostalgia’s sake.
Als vijftienjarig snotjong zag ik op onze gammele tv de videoclip voor Freewheel Burning welke een zodanige indruk op mij maakte dat ik ’s anderendaags het album ging halen in een platenwinkel (ik ben niet zeker van de naam) in de Christinastraat in Oostende, recht om de hoek van het Onze-Lieve-Vrouwecollege waar ik Latijn-Grieks deed. Nog altijd ben ik mijn Pa (RIP) en Ma dankbaar voor de occasionele sponsoring. Was de hoes al niet verpletterend genoeg qua indruk, dan gaf de foto van Rob, Glenn en K.K. op de binnenhoes het oorverdovend genadeschot. Ik was voor eeuwig verkocht.
Ik heb al reeds aangegeven wat ik zo speciaal vind aan dit album, de eerste vier nummers, de A-kant. Van wellicht de beste opener ooit Freewheel Burning tot het ronduit goddelijke The Sentinel vind ik dit van het beste van Judas Priest. In Huis Spamalot worden die vier nummers nog altijd met aderen vol adrenaline meegezongen! Dit benadert akelig dicht de perfectie want alles zit in die vier nummers, tempo, precisie, melodie, de fantastische zang van Rob en het adembenemend gitaarwerk van Glenn en K.K. Ik heb niets tegen de rest van dit album hoor, maar niets kan op tegen die eerste helft. Love Bites is iets afwijkend, Eat Me Alive is opnieuw een crimineel goed nummer, Some Heads rijdt op hetzelfde spoortje als You’ve Got Another Thing Coming van het vorig album. Night Comes Down vind ik ook een prachtnummer, een semi-ballad godbetert. Heavy Duty en Defenders of the Faith zorgen voor een weer normale bloeddruk, een welgekomen decompressie.
Dit album is een ware klassieker en toont ook aan waarom er zo vele fans van Judas Priest zijn. Het bevestigt tevens de superklasse van het duo Tipton & Downing die vele gitaristen tot voorbeeld hebben gediend, luister maar eens naar de eerste van Slayer. Ik ondervind maar één nadeel aan dit album, die rotsticker “includes the single Freewheel Burning” op mijn vinylleke. Ik laat er hem opzitten, for nostalgia’s sake.
Judas Priest - Firepower (2018)

4,5
2
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 april 2018, 11:49 uur
Met moeite een maand na datum van verschijnen maar na talloze luistersessies ervaar ik een verslavende werking bij dit album. Het was zelfs zo erg dat ik mij de vraag stelde of ik dit beter vond dan Painkiller, wat natuurlijk een hypothetische vraag dient te blijven. Door de geruime tijd tussen beide albums en ook door een andere opzet is vergelijken mijns inziens een leuke doch tamelijk zinloze oefening.
En toch... kon ik het een paar weken geleden niet laten om beide albums na elkaar te draaien, want eens de vraag gesteld zoek je een antwoord. Painkiller liet op mij niet meer die verwoestende indruk van 28 jaar geleden na en is dat niet logisch? Sindsdien is er al zo veel muziek op mij afgekomen.
Momenteel heb ik een lichte voorkeur voor deze Firepower, ondanks een paar mindere momenten naar het einde toe, maar dan krijg ik weer “dat gevoel”, het gevoel van hun albums van de jaren tachtig, waar een zogezegd minder nummer (in casu: Lone Wolf) gered wordt door een specifieke zanglijn, een specifieke gitaarlijn, een prachtige gitaarsolo. Dan hang ik deze trailer met Firepower erin aan de trekhaak van de trekker met Defenders of the Faith of Screaming for Vengeance erin, welke inderdaad ook die mindere momenten hebben maar dan als album geslaagd zijn volgens mijn buikgevoel.
Durf ik dit album het etiket “gedurfder dan anders” toebedelen? Dat is moeilijk, dat is zo persoonlijk maar ik wist voordien niet meer wat ik bij Judas Priest zo heb gemist sinds, juist, een Defenders of the Faith of een Painkiller: het ergens loslaten van teveel regels, het gewoon op je af laten komen, dankzij een nieuwe (of zeg maar een tweede) adem door de inbreng van gitarist Richie Faulkner, het vertrouwde vakwerk van producer Tom Allom, de aandacht voor details van Andy Sneap én het eindelijk gevarieerder drumwerk van Scott Travis, dat voor mij meer “swing” bevat, meer avontuur.
Datzelfde buikgevoel dicteert mij hier een 4,50 te stemmen in plaats van mijn huidige 4,00 en ik durf niet, ik aarzel want, komaan, vind ik dit even goed als Defenders of the Faith? Resoluut neen dicteert mijn verstand, want Defenders roept bij mij andere gevoelens op, natuurlijk uit nostalgie maar vooral door de beruchte A-kant ervan. Hoe lang is het echter geleden dat ik nog zo een warm gevoel kreeg bij een album van de “Oude Krakers” zoals Iron Maiden of Judas Priest of... Raakpunt tussen hun goeie albums en deze Firestorm? Variatie (en vakmanschap). Dit krijgt een warm applaus van mij.
En toch... kon ik het een paar weken geleden niet laten om beide albums na elkaar te draaien, want eens de vraag gesteld zoek je een antwoord. Painkiller liet op mij niet meer die verwoestende indruk van 28 jaar geleden na en is dat niet logisch? Sindsdien is er al zo veel muziek op mij afgekomen.
Momenteel heb ik een lichte voorkeur voor deze Firepower, ondanks een paar mindere momenten naar het einde toe, maar dan krijg ik weer “dat gevoel”, het gevoel van hun albums van de jaren tachtig, waar een zogezegd minder nummer (in casu: Lone Wolf) gered wordt door een specifieke zanglijn, een specifieke gitaarlijn, een prachtige gitaarsolo. Dan hang ik deze trailer met Firepower erin aan de trekhaak van de trekker met Defenders of the Faith of Screaming for Vengeance erin, welke inderdaad ook die mindere momenten hebben maar dan als album geslaagd zijn volgens mijn buikgevoel.
Durf ik dit album het etiket “gedurfder dan anders” toebedelen? Dat is moeilijk, dat is zo persoonlijk maar ik wist voordien niet meer wat ik bij Judas Priest zo heb gemist sinds, juist, een Defenders of the Faith of een Painkiller: het ergens loslaten van teveel regels, het gewoon op je af laten komen, dankzij een nieuwe (of zeg maar een tweede) adem door de inbreng van gitarist Richie Faulkner, het vertrouwde vakwerk van producer Tom Allom, de aandacht voor details van Andy Sneap én het eindelijk gevarieerder drumwerk van Scott Travis, dat voor mij meer “swing” bevat, meer avontuur.
Datzelfde buikgevoel dicteert mij hier een 4,50 te stemmen in plaats van mijn huidige 4,00 en ik durf niet, ik aarzel want, komaan, vind ik dit even goed als Defenders of the Faith? Resoluut neen dicteert mijn verstand, want Defenders roept bij mij andere gevoelens op, natuurlijk uit nostalgie maar vooral door de beruchte A-kant ervan. Hoe lang is het echter geleden dat ik nog zo een warm gevoel kreeg bij een album van de “Oude Krakers” zoals Iron Maiden of Judas Priest of... Raakpunt tussen hun goeie albums en deze Firestorm? Variatie (en vakmanschap). Dit krijgt een warm applaus van mij.
Judas Priest - Invincible Shield (2024)

4,0
1
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 15 september 2024, 18:38 uur
Album negentien is dit met een, des te meer voor Judas Priest, typisch Heavy Metal albumtitel. Laat pure Heavy Metal de rode draad zijn in hun rijke carrière, natuurlijk was ik ten tijde van uitkomen en aankopen benieuwd naar dit album, de opvolger van het door mij fel gesmaakte Firepower, zowaar het beste album sinds Painkiller uit 1990 en Defenders of the Faith uit 1984.
Een aantal maanden geleden heb ik dit aangekocht via Amazon, Discogs zegt dat die uitgave een andere hoes heeft, wie meer wil weten: Judas Priest – Invincible Shield. Het is dan ook de versie met elf nummers, hier nog drie tracks op een aparte schijf zetten? Komaan, zeg. Op Firepower konden dan wel veertien nummers staan.
Wat ik wel waardeer, is de aanwezigheid van het zelfde producersduo, hoofdproducer is gitarist Andy Sneap, co-producer Tom Allom doet nog mee aan twee nummers, het zorgt voor een heel bekende geluidservaring. In het boekje (het ding met de Judas Priest teksten, knipoog) staat nog altijd Glenn Tipton vermeld als gitarist maar gezien zijn gezondheidsperikelen veronderstel ik overuren voor de andere gitarist Richie Faulkner.
Tot en met nummer zeven kan ik me vermaken met speciale vermeldingen voor de opener Panic Attack, Invincible Shield, Gates of Hell en As God Is My Witness. Het is zelfs zo erg dat ik dat boekje wil vastnemen om de teksten mee te brullen (met die aderen vol adrenaline). Nummers acht, negen en tien zorgen voor een domper op mijn feestvreugde, gelukkig is er die afsluiter nog, ook ik denk dat dit een hommage is aan overleden collega artiesten.
Vergelijken is er helaas altijd bij, niet met Painkiller of Defenders of the Faith maar met voorganger Firepower. Qua uitschieters ontlopen beide albums elkaar niet veel, het lijkt ook een logische, zelfs veilige opvolger van Firepower. Moeten de heren van Priest echter nog iets bewijzen? Natuurlijk niet, op voorwaarde dat hun volgende worp een live dubbelaar wordt, met ook de lekkerste nummers van hun twee recentste albums. Ik vraag het voor een vriend.
Een aantal maanden geleden heb ik dit aangekocht via Amazon, Discogs zegt dat die uitgave een andere hoes heeft, wie meer wil weten: Judas Priest – Invincible Shield. Het is dan ook de versie met elf nummers, hier nog drie tracks op een aparte schijf zetten? Komaan, zeg. Op Firepower konden dan wel veertien nummers staan.
Wat ik wel waardeer, is de aanwezigheid van het zelfde producersduo, hoofdproducer is gitarist Andy Sneap, co-producer Tom Allom doet nog mee aan twee nummers, het zorgt voor een heel bekende geluidservaring. In het boekje (het ding met de Judas Priest teksten, knipoog) staat nog altijd Glenn Tipton vermeld als gitarist maar gezien zijn gezondheidsperikelen veronderstel ik overuren voor de andere gitarist Richie Faulkner.
Tot en met nummer zeven kan ik me vermaken met speciale vermeldingen voor de opener Panic Attack, Invincible Shield, Gates of Hell en As God Is My Witness. Het is zelfs zo erg dat ik dat boekje wil vastnemen om de teksten mee te brullen (met die aderen vol adrenaline). Nummers acht, negen en tien zorgen voor een domper op mijn feestvreugde, gelukkig is er die afsluiter nog, ook ik denk dat dit een hommage is aan overleden collega artiesten.
Vergelijken is er helaas altijd bij, niet met Painkiller of Defenders of the Faith maar met voorganger Firepower. Qua uitschieters ontlopen beide albums elkaar niet veel, het lijkt ook een logische, zelfs veilige opvolger van Firepower. Moeten de heren van Priest echter nog iets bewijzen? Natuurlijk niet, op voorwaarde dat hun volgende worp een live dubbelaar wordt, met ook de lekkerste nummers van hun twee recentste albums. Ik vraag het voor een vriend.
Judas Priest - Killing Machine (1978)
Alternatieve titel: Hell Bent for Leather

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 8 augustus 2008, 16:42 uur
Degelijke Judas Priest. Mijn favorieten hierop zijn: Delivering the Goods, Hell Bent For Leather, The Green Manalishi en Running Wild. Eigenlijk zijn het de nummers welke ze jaren lang live gespeeld hebben en op tijd en stond nog eens opgevoerd worden. Ze weten wel hun sterke songs uit te kiezen voor optredens. Toch staan er hier wel een aantal nummers op die mij de wenkbrauwen doen fronsen.
Zoals ook vermeld op het boekje bij de Remaster welke ik in mijn bezit heb: het bonusnummer Fight for You Life is later op Defenders of the Faith terechtgekomen in een ietwat gewijzigde vorm en onder de titel Rock Hard, Ride Free.
Zoals ook vermeld op het boekje bij de Remaster welke ik in mijn bezit heb: het bonusnummer Fight for You Life is later op Defenders of the Faith terechtgekomen in een ietwat gewijzigde vorm en onder de titel Rock Hard, Ride Free.
Judas Priest - Live in London (2003)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 11 maart 2016, 17:46 uur
Als vijf van de vijfentwintig nummers komen van de twee albums van Tim “Ripper” Owens (Jugulator en Demolition), dan zit je mijns inziens met een zelf toegegeven probleem: dat beide voornoemde albums niet veel soeps zijn. Als zeventien van de vijfentwintig nummers komen uit de periode Rob Halford, dan geef je ook grif toe dat men vooral die nummers wil horen (en spelen?).
Respect heb ik wel voor Tim Owens die het goed doet, maar ik mis Rob Halford, of hij nu 100% fit is of niet, zijn stem weegt zwaarder door in het verhaal Judas Priest. Als fan had ik dit concert graag meegemaakt en... wellicht beleefd geapplaudisseerd bij die vijf Ripper songs maar iets harder bij de Halford songs. Misschien was ik ook blij geweest met het geringe aantal nummers van Jugulator en Demolition want ik hoor die albums absoluut niet graag.
Goed, zelfs de paus is niet onfeilbaar en ik heel zeker niet maar ik hoor wel dolgraag livealbums. Unleashed in the East is een kanjer, de andere albums vind ik minder MAAR... je hebt ook nog het liveoptreden dat staat op de 30th Anniversary Edition van het machtige Defenders of the Faith. Laat ik die het meest koesteren want daar speelt Judas Priest op een hemelhoog niveau. Dit album is niet mis maar ook niet onvergetelijk, volgens mijn feilbare mening.
Post scriptum: misschien zijn het 26 nummers (althans, dat heb ik meegemaakt bij het rippen van de cd naar mijn pc) want achteraan heb je:
Hellion (0:36)
Electric Eye (3:35)
United (2:55)
Living After Midnight (5:13)
Hell Bent for Leather (5:47)
Mijn versie is SPV 092-74262 DCD-E, ik ga er verder geen wereldoorlog om ontketenen.
Respect heb ik wel voor Tim Owens die het goed doet, maar ik mis Rob Halford, of hij nu 100% fit is of niet, zijn stem weegt zwaarder door in het verhaal Judas Priest. Als fan had ik dit concert graag meegemaakt en... wellicht beleefd geapplaudisseerd bij die vijf Ripper songs maar iets harder bij de Halford songs. Misschien was ik ook blij geweest met het geringe aantal nummers van Jugulator en Demolition want ik hoor die albums absoluut niet graag.
Goed, zelfs de paus is niet onfeilbaar en ik heel zeker niet maar ik hoor wel dolgraag livealbums. Unleashed in the East is een kanjer, de andere albums vind ik minder MAAR... je hebt ook nog het liveoptreden dat staat op de 30th Anniversary Edition van het machtige Defenders of the Faith. Laat ik die het meest koesteren want daar speelt Judas Priest op een hemelhoog niveau. Dit album is niet mis maar ook niet onvergetelijk, volgens mijn feilbare mening.
Post scriptum: misschien zijn het 26 nummers (althans, dat heb ik meegemaakt bij het rippen van de cd naar mijn pc) want achteraan heb je:
Hellion (0:36)
Electric Eye (3:35)
United (2:55)
Living After Midnight (5:13)
Hell Bent for Leather (5:47)
Mijn versie is SPV 092-74262 DCD-E, ik ga er verder geen wereldoorlog om ontketenen.
Judas Priest - Nostradamus (2008)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 18 januari 2009, 14:50 uur
Dit album is al een tijdje uit en Judas Priest is één van de beste Hardrock / Heavy Metal groepen ooit. Ze hebben een aantal regelrechte klassiekers op hun conto staan maar ook een aantal beschamende stinkers. Tja, het kan niet altijd prijs zijn.
Deze Nostradamus ben ik momenteel een tijdje aan het beluisteren, het is mijn vijfde valabele poging en ik hoop deze keer het album volledig in één ruk te kunnen uitluisteren, want tot nog toe is het niet gelukt en ik vrees er weer voor. Hoe prijzenswaardig het concept ook is en hoe prijzenswaardig deze stap van Judas Priest is, zal ik dit nooit een klassieker kunnen noemen, maar we zien wel binnen x aantal tijd.
Ik vind het album veel te lang: een conceptalbum vind ik op zijn best als die afklokt op één uur (bijvoorbeeld Operation:Mindcrime van Queensrÿche, iedereen zal hiervan een voorbeeld kunnen opnoemen). De bombast vind ik overbodig en het tempo ligt te laag.
Een eerste maal veer ik op bij Pestilence and Plaque, waar ze hun klasse tonen en waar drummer Scott Travis eindelijk meer variatie in zijn spel mag leggen want volgens mij is hij het slachtoffer van dit album: hij moet zich te veel inhouden in dienst van de nummers. Jammer genoeg wordt snel de stekker uit Pestilence and Plaque getrokken en schoffelt men voort op hetzelfde tempo. Een tweede maal veer ik weer op bij Persecution: tempo omhoog, een nijdige Rob Halford en twee gitaristen die de handjes laten wapperen. Persecution vind ik het beste nummer op dit album. Een derde maal veer ik op bij het voorlaatste nummer Nostradamus, domweg omdat het tempo hoger ligt dan op de andere nummers.
Het geluid is dik in orde maar die synthesizers staan te veel op de voorgrond. Of gebruiken ze weer die gitaarsynthesizers van Turbo? Ik vrees dat dit album volgend lot te wachten staat: weliswaar de moeite om te beluisteren – het blijft nog altijd Judas Priest hé! – maar je krijgt de neiging om onmiddellijk erna een Defenders of the Faith, Screaming for Vengeance, Painkiller enzovoort uit te halen, omdat dit albums met ballen zijn en Nostradamus niet.
Afspraak binnen enkele maanden want ik wil dit album zeker niet afschrijven. Oh ja, vijfde poging was de goede poging en ik heb dit album volledig kunnen beluisteren. Tweede oh ja, tijdsgenoten Scorpions hebben in 2007 ook hun conceptalbum op de mensheid gelaten: Humanity Hour I en dat is een dijk van een album geworden.
Deze Nostradamus ben ik momenteel een tijdje aan het beluisteren, het is mijn vijfde valabele poging en ik hoop deze keer het album volledig in één ruk te kunnen uitluisteren, want tot nog toe is het niet gelukt en ik vrees er weer voor. Hoe prijzenswaardig het concept ook is en hoe prijzenswaardig deze stap van Judas Priest is, zal ik dit nooit een klassieker kunnen noemen, maar we zien wel binnen x aantal tijd.
Ik vind het album veel te lang: een conceptalbum vind ik op zijn best als die afklokt op één uur (bijvoorbeeld Operation:Mindcrime van Queensrÿche, iedereen zal hiervan een voorbeeld kunnen opnoemen). De bombast vind ik overbodig en het tempo ligt te laag.
Een eerste maal veer ik op bij Pestilence and Plaque, waar ze hun klasse tonen en waar drummer Scott Travis eindelijk meer variatie in zijn spel mag leggen want volgens mij is hij het slachtoffer van dit album: hij moet zich te veel inhouden in dienst van de nummers. Jammer genoeg wordt snel de stekker uit Pestilence and Plaque getrokken en schoffelt men voort op hetzelfde tempo. Een tweede maal veer ik weer op bij Persecution: tempo omhoog, een nijdige Rob Halford en twee gitaristen die de handjes laten wapperen. Persecution vind ik het beste nummer op dit album. Een derde maal veer ik op bij het voorlaatste nummer Nostradamus, domweg omdat het tempo hoger ligt dan op de andere nummers.
Het geluid is dik in orde maar die synthesizers staan te veel op de voorgrond. Of gebruiken ze weer die gitaarsynthesizers van Turbo? Ik vrees dat dit album volgend lot te wachten staat: weliswaar de moeite om te beluisteren – het blijft nog altijd Judas Priest hé! – maar je krijgt de neiging om onmiddellijk erna een Defenders of the Faith, Screaming for Vengeance, Painkiller enzovoort uit te halen, omdat dit albums met ballen zijn en Nostradamus niet.
Afspraak binnen enkele maanden want ik wil dit album zeker niet afschrijven. Oh ja, vijfde poging was de goede poging en ik heb dit album volledig kunnen beluisteren. Tweede oh ja, tijdsgenoten Scorpions hebben in 2007 ook hun conceptalbum op de mensheid gelaten: Humanity Hour I en dat is een dijk van een album geworden.
Judas Priest - Point of Entry (1981)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 22 oktober 2009, 22:16 uur
Ik heb morgen nog een vrije dag op te nemen, dus ik mag een beetje langer opblijven. Deze plaat kwam spontaan in mij op, want dat gemiddelde, voor wat het waard is, is toch laag voor Judas Priest normen, ook door mijn oorspronkelijke quotering: een drie.
Deze plaat verdiende dus een nader onderzoek. Ok, positief vind ik heel zeker het bijzonder warme gitaargeluid, maybe eighties maar toch een groot verschil met de dikwijls overstuurde platen van vandaag de dag. Natuurlijk bevat een Judas Priest plaat potentieel een aantal regelrechte stinkers (Don’t Go, You Say Yes), een aantal middenklassers (Hot Rockin’, All the Way, On The Run) én een aantal toppers (Heading Out to the Highway, Desert Plains en Solar Angels). Desert Plains is voor mij één van de mooiste Judas Priest nummers ooit: ik ruik, zie en beleef de woestijn. Muziek is toch gevoel? Tip, let eens op het subliem gitaarwerk van de Heren Tipton en Downing, meesters in hun vak. Hier hoor je nog mensen van vlees en bloed spelen, vele hedendaagse producties zijn me te robotachtig. Voilà, mijn bericht van 4 november 2008 is hiermee verduidelijkt, maar ik blijf toch bij mijn dikke drie.
Deze plaat verdiende dus een nader onderzoek. Ok, positief vind ik heel zeker het bijzonder warme gitaargeluid, maybe eighties maar toch een groot verschil met de dikwijls overstuurde platen van vandaag de dag. Natuurlijk bevat een Judas Priest plaat potentieel een aantal regelrechte stinkers (Don’t Go, You Say Yes), een aantal middenklassers (Hot Rockin’, All the Way, On The Run) én een aantal toppers (Heading Out to the Highway, Desert Plains en Solar Angels). Desert Plains is voor mij één van de mooiste Judas Priest nummers ooit: ik ruik, zie en beleef de woestijn. Muziek is toch gevoel? Tip, let eens op het subliem gitaarwerk van de Heren Tipton en Downing, meesters in hun vak. Hier hoor je nog mensen van vlees en bloed spelen, vele hedendaagse producties zijn me te robotachtig. Voilà, mijn bericht van 4 november 2008 is hiermee verduidelijkt, maar ik blijf toch bij mijn dikke drie.
Judas Priest - Ram It Down (1988)

2,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 16 augustus 2011, 19:02 uur
Terug uit de kast ermee, zie mijn bericht van 17 januari 2009, onder het motto “het is alweer lang geleden, waarom niet”. Na afloop van dit album kon ik mezelf nog maar eens voor de kop slaan en ik moet nochtans zo kalm mogelijk blijven op doktersbevel. Dit album heeft mijn bloeddruk en hartslag omhoog gejaagd om de verkeerde redenen!
Walgelijk galmend (en ik kan er nochtans redelijk tegen) drum- en gitaargeluid op een ondermaats Judas Priest album en godzijdank voor mijn geldbeurs dat dit destijds ook door mij uit de uitverkoopbakken werd geplukt voor een habbekrats want meer is dit album niet waard. Het gevoel blijft zoals ik destijds schreef – ik citeer: “Muzikaal is alleen het titelnummer top en verder heb je nog Hard as Iron, Blood Red Skies, Johnny B. Goode en dat is het zowat. De rest is van een beschamend niveau.”
Kwade momenten? Er zijn er heel wat. De kinderachtige teksten, zelfs overdreven voor hun doen. Soms is het echt groen lachen bij het volgen op het tekstvel. Rob, kon je echt niet beter? Het ronduit degoutante geluid op Love Zone, hoor eens die drums, en het kelderniveau van de meeste songs. Best dat we nog het gitaarwerk hebben van de heren Downing en Tipton, of ik ging helemaal ontploffen van colère.
Leg dit misbaksel maar eens naast een aantal van hun topwerken (we kennen ze allemaal). Dit is een flopwerk en dan te bedenken dat het oorspronkelijk de bedoeling was om dit samen met Turbo als dubbelalbum uit te brengen. Mooiste moment van deze plaat? De laatste noot vaneigens. Raar hoe al die topgroepen toch ooit één of twee keren met hun smoel tegen een massieve muur moeten kletsen.
Walgelijk galmend (en ik kan er nochtans redelijk tegen) drum- en gitaargeluid op een ondermaats Judas Priest album en godzijdank voor mijn geldbeurs dat dit destijds ook door mij uit de uitverkoopbakken werd geplukt voor een habbekrats want meer is dit album niet waard. Het gevoel blijft zoals ik destijds schreef – ik citeer: “Muzikaal is alleen het titelnummer top en verder heb je nog Hard as Iron, Blood Red Skies, Johnny B. Goode en dat is het zowat. De rest is van een beschamend niveau.”
Kwade momenten? Er zijn er heel wat. De kinderachtige teksten, zelfs overdreven voor hun doen. Soms is het echt groen lachen bij het volgen op het tekstvel. Rob, kon je echt niet beter? Het ronduit degoutante geluid op Love Zone, hoor eens die drums, en het kelderniveau van de meeste songs. Best dat we nog het gitaarwerk hebben van de heren Downing en Tipton, of ik ging helemaal ontploffen van colère.
Leg dit misbaksel maar eens naast een aantal van hun topwerken (we kennen ze allemaal). Dit is een flopwerk en dan te bedenken dat het oorspronkelijk de bedoeling was om dit samen met Turbo als dubbelalbum uit te brengen. Mooiste moment van deze plaat? De laatste noot vaneigens. Raar hoe al die topgroepen toch ooit één of twee keren met hun smoel tegen een massieve muur moeten kletsen.
