Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Coral - Coral Island (2021)

4,0
0
geplaatst: 3 mei 2021, 17:49 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Coral - Coral Island - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Britse band The Coral neemt je op haar nieuwe album mee naar Coral Island en dat blijkt een heerlijke plek vol zonnestralen en vol invloeden uit zowel de Britse als Amerikaanse popmuziek
De Britse band The Coral timmert inmiddels bijna twintig jaar aan de weg en heeft een fraai stapeltje albums op haar naam staan. Die waren niet allemaal even succesvol als het zo geprezen debuut van de band, maar een slecht album maakte The Coral niet. Ook het deze week verschenen conceptalbum Coral Island is weer een uitstekend album. Het is net als alle andere albums van The Coral een omgevallen platenkast, waarin dit keer zowel Britse als Amerikaanse muziek te vinden is. Waar de muziek van de band in het verleden ook wel stekelig kon zijn, word je nu continu beneveld door lome zonnestralen en beelden van zorgeloze zomers aan de kust. Heerlijk album!
De krenten uit de pop: The Coral - Coral Island - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Britse band The Coral neemt je op haar nieuwe album mee naar Coral Island en dat blijkt een heerlijke plek vol zonnestralen en vol invloeden uit zowel de Britse als Amerikaanse popmuziek
De Britse band The Coral timmert inmiddels bijna twintig jaar aan de weg en heeft een fraai stapeltje albums op haar naam staan. Die waren niet allemaal even succesvol als het zo geprezen debuut van de band, maar een slecht album maakte The Coral niet. Ook het deze week verschenen conceptalbum Coral Island is weer een uitstekend album. Het is net als alle andere albums van The Coral een omgevallen platenkast, waarin dit keer zowel Britse als Amerikaanse muziek te vinden is. Waar de muziek van de band in het verleden ook wel stekelig kon zijn, word je nu continu beneveld door lome zonnestralen en beelden van zorgeloze zomers aan de kust. Heerlijk album!
The Coral - Sea of Mirrors (2023)

4,0
0
geplaatst: 9 december 2023, 10:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Coral - Sea Of Mirrors - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Coral - Sea Of Mirrors
The Coral doet het met Sea Of Mirrors vooral goed in de Britse jaarlijstjes, waar niet zo veel op valt af te dingen, want wat zijn de songs op het nieuwe album van de band aangenaam en tijdloos en wat klinken ze mooi
The Coral zal haar hele carrière aan blijven hikken tegen het zo warm onthaalde debuutalbum uit 2002, maar ondanks de bijna mythische status van dat album heeft de Britse band betere albums gemaakt. Sea Of Mirrors rekende ik daar in eerste instantie niet toe, maar dit is een groeialbum. De wat lome songs doen in eerste instantie vooral verlangen naar de zomer, maar het zijn ook songs die de winter kunnen verwarmen. Het zijn bovendien songs waarvan je de kwaliteit pas ontdekt wanneer je ze wat vaker hebt gehoord. The Coral heeft het hoge niveau van Coral Island wat mij betreft vast weten te houden en laat nog maar eens horen dat het veel meer is dan dat bandje van het roemruchte album uit 2002.
De Britse band The Coral bracht me afgelopen herfst flink in verwarring door op hetzelfde moment twee albums uit te brengen. Sea Of Mirrors verscheen op de streaming media diensten, was fysiek in ruime mate verkrijgbaar en kreeg flink wat aandacht van de muziekpers, terwijl Holy Joe's Coral Island Medicine Show uitsluitend fysiek was te verkrijgen via een beperkt aantal kanalen en nauwelijks aandacht kreeg.
Dat de Britse band prioriteit gaf aan Sea Of Mirrors begreep ik wel, want het album klonk een stuk toegankelijker dan zijn obscure tegenhanger, die ik in eerste instantie overigens wel net wat interessanter vond. Sea Of Mirrors liet ik dan ook al snel liggen, tot ik het album de afgelopen weken tegen kwam in veel en met name Britse jaarlijstjes, waarna ik het album steeds meer ben gaan waarderen.
The Coral dook ruim twintig jaar geleden op vanuit het Britse Hoylake en leverde met haar titelloze debuutalbum een geweldig album af. Het is een album waarop de band een voorliefde laat horen voor zowel Britse als Amerikaanse psychedelica uit de jaren 60, maar waarop ook zeer uiteenlopende andere invloeden niet worden geschuwd.
Sinds het debuutalbum uit 2002 heeft The Coral een aardig stapeltje albums afgeleverd, waarvan ik persoonlijk het in 2005 verschenen The Invisible Invasion de beste vind. Na een paar albums zakte het niveau voor mij wel wat in en verloor ik de band langzaam maar zeker uit het oog, tot in het voorjaar van 2021 het dubbelalbum Coral Island verscheen. Het is een album dat weer klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en waarop de Britse band zowel invloeden uit de Britse als Amerikaanse popmuziek verwerkte en hierbij zeker niet bleef steken in de archieven van de psychedelica.
Sea Of Mirrors is wat minder bont ingekleurd dan zijn voorganger en laat vooral lekker in het gehoor liggende popsongs horen, die in veel gevallen in het hokje folkrock passen. Het zijn popsongs die prachtig kleurden bij de Indian summer van een paar maanden geleden, maar de afgelopen weken ben ik pas echt gaan houden van het album. Vergeleken met het gelijktijdig verschenen Holy Joe's Coral Island Medicine Show klinkt Sea Of Mirrors misschien wat loom of zelfs gezapig, maar wanneer je eenmaal bent gevallen voor de charmes van het album worden de songs van The Coral steeds verslavender.
Ook op Sea Of Mirrors vindt The Coral de inspiratie vooral in het verre verleden, wat de songs voorziet van een aangenaam nostalgisch tintje. De tijdloze songs van de Britse band klinken op hetzelfde moment niet gedateerd en verwarmen ook in 2023 de ruimte op zeer aangename wijze. Zeker wanneer de strijkers aanzwellen klinkt Sea Of Mirrors wat zoet, maar als je wat beter luistert naar de diepere lagen, hoor je dat de songs op het nieuwe album van de band knap in elkaar zitten.
Bij die aandachtige beluistering zijn de songs op het album me steeds dierbaarder geworden en inmiddels is Sea Of Mirrors voor mij veel meer dan aangenaam muzikaal behang vol nostalgie. Sea Of Mirrors is in Nederland matig ontvangen, terwijl de Britse pers het album onthaalde met zeer positieve recensies. Die vond ik in september wat overdreven, maar inmiddels begrijp ik ze beter dan de wat zure Nederlandse recensies. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Coral - Sea Of Mirrors - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Coral - Sea Of Mirrors
The Coral doet het met Sea Of Mirrors vooral goed in de Britse jaarlijstjes, waar niet zo veel op valt af te dingen, want wat zijn de songs op het nieuwe album van de band aangenaam en tijdloos en wat klinken ze mooi
The Coral zal haar hele carrière aan blijven hikken tegen het zo warm onthaalde debuutalbum uit 2002, maar ondanks de bijna mythische status van dat album heeft de Britse band betere albums gemaakt. Sea Of Mirrors rekende ik daar in eerste instantie niet toe, maar dit is een groeialbum. De wat lome songs doen in eerste instantie vooral verlangen naar de zomer, maar het zijn ook songs die de winter kunnen verwarmen. Het zijn bovendien songs waarvan je de kwaliteit pas ontdekt wanneer je ze wat vaker hebt gehoord. The Coral heeft het hoge niveau van Coral Island wat mij betreft vast weten te houden en laat nog maar eens horen dat het veel meer is dan dat bandje van het roemruchte album uit 2002.
De Britse band The Coral bracht me afgelopen herfst flink in verwarring door op hetzelfde moment twee albums uit te brengen. Sea Of Mirrors verscheen op de streaming media diensten, was fysiek in ruime mate verkrijgbaar en kreeg flink wat aandacht van de muziekpers, terwijl Holy Joe's Coral Island Medicine Show uitsluitend fysiek was te verkrijgen via een beperkt aantal kanalen en nauwelijks aandacht kreeg.
Dat de Britse band prioriteit gaf aan Sea Of Mirrors begreep ik wel, want het album klonk een stuk toegankelijker dan zijn obscure tegenhanger, die ik in eerste instantie overigens wel net wat interessanter vond. Sea Of Mirrors liet ik dan ook al snel liggen, tot ik het album de afgelopen weken tegen kwam in veel en met name Britse jaarlijstjes, waarna ik het album steeds meer ben gaan waarderen.
The Coral dook ruim twintig jaar geleden op vanuit het Britse Hoylake en leverde met haar titelloze debuutalbum een geweldig album af. Het is een album waarop de band een voorliefde laat horen voor zowel Britse als Amerikaanse psychedelica uit de jaren 60, maar waarop ook zeer uiteenlopende andere invloeden niet worden geschuwd.
Sinds het debuutalbum uit 2002 heeft The Coral een aardig stapeltje albums afgeleverd, waarvan ik persoonlijk het in 2005 verschenen The Invisible Invasion de beste vind. Na een paar albums zakte het niveau voor mij wel wat in en verloor ik de band langzaam maar zeker uit het oog, tot in het voorjaar van 2021 het dubbelalbum Coral Island verscheen. Het is een album dat weer klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en waarop de Britse band zowel invloeden uit de Britse als Amerikaanse popmuziek verwerkte en hierbij zeker niet bleef steken in de archieven van de psychedelica.
Sea Of Mirrors is wat minder bont ingekleurd dan zijn voorganger en laat vooral lekker in het gehoor liggende popsongs horen, die in veel gevallen in het hokje folkrock passen. Het zijn popsongs die prachtig kleurden bij de Indian summer van een paar maanden geleden, maar de afgelopen weken ben ik pas echt gaan houden van het album. Vergeleken met het gelijktijdig verschenen Holy Joe's Coral Island Medicine Show klinkt Sea Of Mirrors misschien wat loom of zelfs gezapig, maar wanneer je eenmaal bent gevallen voor de charmes van het album worden de songs van The Coral steeds verslavender.
Ook op Sea Of Mirrors vindt The Coral de inspiratie vooral in het verre verleden, wat de songs voorziet van een aangenaam nostalgisch tintje. De tijdloze songs van de Britse band klinken op hetzelfde moment niet gedateerd en verwarmen ook in 2023 de ruimte op zeer aangename wijze. Zeker wanneer de strijkers aanzwellen klinkt Sea Of Mirrors wat zoet, maar als je wat beter luistert naar de diepere lagen, hoor je dat de songs op het nieuwe album van de band knap in elkaar zitten.
Bij die aandachtige beluistering zijn de songs op het album me steeds dierbaarder geworden en inmiddels is Sea Of Mirrors voor mij veel meer dan aangenaam muzikaal behang vol nostalgie. Sea Of Mirrors is in Nederland matig ontvangen, terwijl de Britse pers het album onthaalde met zeer positieve recensies. Die vond ik in september wat overdreven, maar inmiddels begrijp ik ze beter dan de wat zure Nederlandse recensies. Erwin Zijleman
The Cords - The Cords (2025)

4,5
0
geplaatst: 29 september 2025, 15:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Cords - The Cords - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Cords - The Cords
Eva en Grace Tedeschi zijn twee piepjonge Schotse zussen, die als The Cords een heerlijk of zelfs onweerstaanbaar debuutalbum hebben afgeleverd, dat een flinke dosis zonnestralen en ruwe energie over je uit stort
Eva en Grace Tedeschi zijn de middelbare school nog maar net ontgroeid, maar leveren als The Cords een album af dat de nodige opzien zou moeten baren. De Schotse zussen groeiden op in de jaren 10 en 20, maar citeren op hun debuutalbum vooral uit de muziek die in de vorige eeuw werd gemaakt. Invloeden komen in eerste instantie uit de jaren 90, maar ook invloeden uit eerdere decennia spelen een rol op het album. Jengelende gitaren en heerlijke koortjes staan centraal in de songs van The Cords, die meestal genoeg hebben aan twee minuten. Ik werd er direct bij eerste beluistering heel erg vrolijk van en sindsdien is het debuutalbum van de Schotse zussen alleen maar beter en aanstekelijker geworden.
Je hebt van die albums waarvan je direct bij eerste beluistering zielsgelukkig wordt en die ook na meerdere keren horen nog altijd een flinke dosis positieve energie over je uit storten. Het titelloze debuutalbum van The Cords is zo’n album. Ik was binnen een minuut overtuigd van de kwaliteiten van het album en sindsdien is het een album waar ik maar geen genoeg van kan krijgen en dat goed is voor een steeds bredere glimlach.
The Cords is een duo dat wordt gevormd door de zussen Eva en Grace Tedeschi, die opgroeiden in het Schotse Inverkip, maar inmiddels Glasgow als thuisbasis hebben. De Schotse zussen zijn nog onder de twintig, maar verwerken op het debuutalbum van The Cords invloeden die van ver voor hun geboortejaren stammen.
Het zijn invloeden uit de janglepop die in de jaren 90 werd gemaakt, maar The Cords maken ook het soort muziek dat het in dezelfde periode goed deed op het roemruchte label Sara Records. Uit de jaren 90 komt ook nog een vleugje dreampop voorbij, maar Eva en Grace zijn ook niet vies van 70s punk, 60s garagerock en ik hoor ook nog wel wat van de Phil Spector girlpop uit de jaren 50.
Het zijn invloeden die zijn gegoten in popsongs die gemiddeld genoeg hebben aan twee minuten. Het zijn popsongs waarin heerlijk gitaarwerk en de stemmen van de Schotse zussen de hoofdrol spelen en het strakke drumwerk alles aan elkaar smeedt. The Cords hebben in veel van hun songs een voorliefde voor heerlijk jengelende gitaren, maar het gitaarwerk op het debuutalbum van Eva en Grace Tedeschi kan ook steviger en gruiziger klinken. Zeker de songs waarin de gitaren jengelen als in de hoogtijdagen van de jangle pop zijn onweerstaanbaar lekker en sleuren je terug de zomer in, maar het debuutalbum van The Cords heeft zeker baat bij de variatie die is aangebracht in het gitaarwerk.
De Schotse zussen proppen dertien songs in een half uurtje en de meeste songs worden er in een razend tempo doorheen gejaagd. Net als het wat eenvormig dreigt te worden gaat het tempo wat omlaag en zeker op de tweede helft van het album kruipt de muziek van The Cords ook wat dichter tegen een band als Lush aan, wat ik altijd goed nieuws vind.
Het gitaarwerk op het album is niet het enige dat het gevoel van gelukzaligheid veroorzaakt dat zich bij beluistering van het debuutalbum van The Cords meester van mij maakt. Ook de stemmen van Eva en Grace Tedeschi maken op het debuutalbum van hun band behoorlijk wat indruk. De twee kunnen heerlijk onderkoeld zingen, maar zijn ook verantwoordelijk voor geweldige koortjes en heerlijke harmonieën.
Zowel het gitaarwerk als de zang is goed voor ultieme verleiding, maar de songs van The Cords rammelen ook bijzonder aangenaam. Het voorziet de songs van de Schotse zussen van nog wat extra charme. Ik vond het album van Eva en Grace Tedeschi in eerste instantie vooral charmant, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter ik het vind.
Het debuutalbum is gezien de leeftijd van de twee echt een razend knap album, maar de muziek van The Cords is inmiddels ook niet voor niets omarmd door de crème de la crème van de Schotse popmuziek. Het debuutalbum van The Cords verschijnt in een week met echt heel veel nieuwe albums, maar dit album mag zeker niet ondersneeuwen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Cords - The Cords - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Cords - The Cords
Eva en Grace Tedeschi zijn twee piepjonge Schotse zussen, die als The Cords een heerlijk of zelfs onweerstaanbaar debuutalbum hebben afgeleverd, dat een flinke dosis zonnestralen en ruwe energie over je uit stort
Eva en Grace Tedeschi zijn de middelbare school nog maar net ontgroeid, maar leveren als The Cords een album af dat de nodige opzien zou moeten baren. De Schotse zussen groeiden op in de jaren 10 en 20, maar citeren op hun debuutalbum vooral uit de muziek die in de vorige eeuw werd gemaakt. Invloeden komen in eerste instantie uit de jaren 90, maar ook invloeden uit eerdere decennia spelen een rol op het album. Jengelende gitaren en heerlijke koortjes staan centraal in de songs van The Cords, die meestal genoeg hebben aan twee minuten. Ik werd er direct bij eerste beluistering heel erg vrolijk van en sindsdien is het debuutalbum van de Schotse zussen alleen maar beter en aanstekelijker geworden.
Je hebt van die albums waarvan je direct bij eerste beluistering zielsgelukkig wordt en die ook na meerdere keren horen nog altijd een flinke dosis positieve energie over je uit storten. Het titelloze debuutalbum van The Cords is zo’n album. Ik was binnen een minuut overtuigd van de kwaliteiten van het album en sindsdien is het een album waar ik maar geen genoeg van kan krijgen en dat goed is voor een steeds bredere glimlach.
The Cords is een duo dat wordt gevormd door de zussen Eva en Grace Tedeschi, die opgroeiden in het Schotse Inverkip, maar inmiddels Glasgow als thuisbasis hebben. De Schotse zussen zijn nog onder de twintig, maar verwerken op het debuutalbum van The Cords invloeden die van ver voor hun geboortejaren stammen.
Het zijn invloeden uit de janglepop die in de jaren 90 werd gemaakt, maar The Cords maken ook het soort muziek dat het in dezelfde periode goed deed op het roemruchte label Sara Records. Uit de jaren 90 komt ook nog een vleugje dreampop voorbij, maar Eva en Grace zijn ook niet vies van 70s punk, 60s garagerock en ik hoor ook nog wel wat van de Phil Spector girlpop uit de jaren 50.
Het zijn invloeden die zijn gegoten in popsongs die gemiddeld genoeg hebben aan twee minuten. Het zijn popsongs waarin heerlijk gitaarwerk en de stemmen van de Schotse zussen de hoofdrol spelen en het strakke drumwerk alles aan elkaar smeedt. The Cords hebben in veel van hun songs een voorliefde voor heerlijk jengelende gitaren, maar het gitaarwerk op het debuutalbum van Eva en Grace Tedeschi kan ook steviger en gruiziger klinken. Zeker de songs waarin de gitaren jengelen als in de hoogtijdagen van de jangle pop zijn onweerstaanbaar lekker en sleuren je terug de zomer in, maar het debuutalbum van The Cords heeft zeker baat bij de variatie die is aangebracht in het gitaarwerk.
De Schotse zussen proppen dertien songs in een half uurtje en de meeste songs worden er in een razend tempo doorheen gejaagd. Net als het wat eenvormig dreigt te worden gaat het tempo wat omlaag en zeker op de tweede helft van het album kruipt de muziek van The Cords ook wat dichter tegen een band als Lush aan, wat ik altijd goed nieuws vind.
Het gitaarwerk op het album is niet het enige dat het gevoel van gelukzaligheid veroorzaakt dat zich bij beluistering van het debuutalbum van The Cords meester van mij maakt. Ook de stemmen van Eva en Grace Tedeschi maken op het debuutalbum van hun band behoorlijk wat indruk. De twee kunnen heerlijk onderkoeld zingen, maar zijn ook verantwoordelijk voor geweldige koortjes en heerlijke harmonieën.
Zowel het gitaarwerk als de zang is goed voor ultieme verleiding, maar de songs van The Cords rammelen ook bijzonder aangenaam. Het voorziet de songs van de Schotse zussen van nog wat extra charme. Ik vond het album van Eva en Grace Tedeschi in eerste instantie vooral charmant, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter ik het vind.
Het debuutalbum is gezien de leeftijd van de twee echt een razend knap album, maar de muziek van The Cords is inmiddels ook niet voor niets omarmd door de crème de la crème van de Schotse popmuziek. Het debuutalbum van The Cords verschijnt in een week met echt heel veel nieuwe albums, maar dit album mag zeker niet ondersneeuwen. Erwin Zijleman
The Cosmic Carnival - Mon Cher Amour (2014)

4,5
0
geplaatst: 23 maart 2014, 09:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cosmic Carnival - Mon Cher Amour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het debuut van de Rotterdamse band The Cosmic Carnival was al weer bijna twee jaar geleden een enorme verrassing. Op Change The World Or Go Home wisselde The Cosmic Carnival vaker van stijl dan een gemiddeld mens van ondergoed en werd geen enkel genre uitgesloten. Change The World Or Go Home was uiteindelijk te typeren als een mix van psychedelica en West Coast pop, aangevuld met onder andere funk, blues, gospel en salsa. Het debuut van de Rotterdammers liet ook nog eens een geluid horen dat zo leek weggelopen uit de ‘Summer of Love’; absoluut één van de meest creatieve seizoenen uit de geschiedenis van de popmuziek. Zo verrassen als met haar debuut kan The Cosmic Carnival natuurlijk niet meer, maar ook opvolger Mon Cher Amour biedt een buitengewoon fascinerende luisterervaring. Op haar tweede plaat heeft The Cosmic Carnival het geluid van haar eerste plaat niet volledig overboord gegooid, maar slaat het ook weer talloze nieuwe wegen in. Dat hoor je direct in de atypische opener waarin een Franse sample wordt begeleid door lome beats. In de tracks die volgen verruilt The Cosmic Carnival de Parijse nachtclub gelukkig toch weer voor de Californische kust, al hebben de intense zonnestralen van het debuut plaats gemaakt voor de broeierige Californische nacht. Mon Cher Amour klinkt donkerder en meer ingetogen dan het debuut, waardoor The Cosmic Carnival je wederom talloze keren op het puntje van de stoel weet te krijgen. Ook op Mon Cher Amour domineren invloeden uit de 60s psychedelica en West Coast pop, maar ook dit keer komt de verrassing van de meest uiteenlopende invloeden. De ene keer zijn dit zweverige keyboards of een Caribisch tintje, de andere keer soft-rock die zo van Steve Miller had kunnen zijn en de volgende keer funky muziek die herinnert aan Steely Dan of de creatieve popmuziek van 1oCC (inclusief een vleugje reggae). Mon Cher Amour is een heerlijke lome plaat met muziek die inderdaad beter past bij de dag dan de nacht, maar het is ook een plaat die je steeds weer op het verkeerde been zet. Mon Cher Amour doet dit een stuk subtieler dan zijn voorganger en persoonlijk vind ik dit een enorme verbetering. Mon Cher Amour is een tijdloze plaat, maar het is ook een plaat vol subtiele en vaak eigentijdse toevoegingen, waaronder met name eigentijdse ritmes. Het debuut vond ik buitengewoon fascinerend, maar soms ook wel wat veel van het goede. Mon Cher Amour is zo’n plaat waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Het is een plaat die je direct bij eerste beluistering al 1000 keer gehoord hebt, maar desondanks hoor je steeds weer wat nieuws. Met Change The World Or Go Home maakte The Cosmic Carnival een volkomen unieke plaat vol potentie en belofte. Met Mon Cher Amour maakt het de plaat waarop alle puzzelstukjes samenvallen. Buitengewoon knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Cosmic Carnival - Mon Cher Amour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het debuut van de Rotterdamse band The Cosmic Carnival was al weer bijna twee jaar geleden een enorme verrassing. Op Change The World Or Go Home wisselde The Cosmic Carnival vaker van stijl dan een gemiddeld mens van ondergoed en werd geen enkel genre uitgesloten. Change The World Or Go Home was uiteindelijk te typeren als een mix van psychedelica en West Coast pop, aangevuld met onder andere funk, blues, gospel en salsa. Het debuut van de Rotterdammers liet ook nog eens een geluid horen dat zo leek weggelopen uit de ‘Summer of Love’; absoluut één van de meest creatieve seizoenen uit de geschiedenis van de popmuziek. Zo verrassen als met haar debuut kan The Cosmic Carnival natuurlijk niet meer, maar ook opvolger Mon Cher Amour biedt een buitengewoon fascinerende luisterervaring. Op haar tweede plaat heeft The Cosmic Carnival het geluid van haar eerste plaat niet volledig overboord gegooid, maar slaat het ook weer talloze nieuwe wegen in. Dat hoor je direct in de atypische opener waarin een Franse sample wordt begeleid door lome beats. In de tracks die volgen verruilt The Cosmic Carnival de Parijse nachtclub gelukkig toch weer voor de Californische kust, al hebben de intense zonnestralen van het debuut plaats gemaakt voor de broeierige Californische nacht. Mon Cher Amour klinkt donkerder en meer ingetogen dan het debuut, waardoor The Cosmic Carnival je wederom talloze keren op het puntje van de stoel weet te krijgen. Ook op Mon Cher Amour domineren invloeden uit de 60s psychedelica en West Coast pop, maar ook dit keer komt de verrassing van de meest uiteenlopende invloeden. De ene keer zijn dit zweverige keyboards of een Caribisch tintje, de andere keer soft-rock die zo van Steve Miller had kunnen zijn en de volgende keer funky muziek die herinnert aan Steely Dan of de creatieve popmuziek van 1oCC (inclusief een vleugje reggae). Mon Cher Amour is een heerlijke lome plaat met muziek die inderdaad beter past bij de dag dan de nacht, maar het is ook een plaat die je steeds weer op het verkeerde been zet. Mon Cher Amour doet dit een stuk subtieler dan zijn voorganger en persoonlijk vind ik dit een enorme verbetering. Mon Cher Amour is een tijdloze plaat, maar het is ook een plaat vol subtiele en vaak eigentijdse toevoegingen, waaronder met name eigentijdse ritmes. Het debuut vond ik buitengewoon fascinerend, maar soms ook wel wat veel van het goede. Mon Cher Amour is zo’n plaat waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Het is een plaat die je direct bij eerste beluistering al 1000 keer gehoord hebt, maar desondanks hoor je steeds weer wat nieuws. Met Change The World Or Go Home maakte The Cosmic Carnival een volkomen unieke plaat vol potentie en belofte. Met Mon Cher Amour maakt het de plaat waarop alle puzzelstukjes samenvallen. Buitengewoon knap. Erwin Zijleman
The Courtneys - The Courtneys II (2017)

4,5
1
geplaatst: 28 februari 2017, 15:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Courtneys - The Courtneys II - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoeveel platen als The Courtneys II van The Courtneys heb ik inmiddels in de platenkast staan?
Het zijn er ongetwijfeld een heleboel, want de Canadese band doet op haar tweede plaat zo ongeveer alles wat ik leuk vind.
Voor ik hierover ga uitweiden eerst maar eens wat geschiedenis. The Courtneys werd in 2012 in het Canadese Vancouver opgericht door Jen Twynne Payne, Sydney Koke en Courtney Loove (ook bekend als respectievelijk Cute Courtney, Crazy Courtney en Classic Courtney) en debuteerde in 2013 met een titelloze plaat, die in Europa niet zo gek veel deed.
In Nieuw Zeeland werd het Canadese meidentrio echter zeer enthousiast onthaald, wat The Courtneys een contract bij het geweldige Nieuw Zeelandse indie-label Flying Nun Records (waarop onlangs nog de geweldige plaat van The Batch verscheen) opleverde. Op dat label verscheen onlangs The Courtneys II en wat is dat een onweerstaanbaar lekkere plaat geworden.
Het is een plaat waarop de drie dames van The Courtneys zich stevig laten beïnvloeden door de shoegaze, dreampop en noise-rock uit de jaren 90. Dat zijn inmiddels platgetreden paden, maar toch voegt The Courtneys II iets toe aan alles dat er al is. Dat doet de Canadese band door nog flink wat extra invloeden toe te voegen aan haar geluid en alles vervolgens te combineren in zwaar verslavende popliedjes.
De invloeden die worden toegevoegd variëren van garagerock, punk en Phil Spector pop tot Riot grrrl, grunge en zelfs de pop van Banarama (voor het ten prooi viel aan Stock, Aitken & Waterman).
De basis van de muziek van The Courtneys wordt gevormd door een super strakke ritmesectie die The Courtneys II voorziet van een flinke dosis power energie. Op deze basis hoor je de inmiddels van dit soort platen bekende onderkoelde vrouwenvocalen en afwisselend gruizige en dromerige gitaarloopjes.
Met name met die gitaarloopjes onderscheidt de tweede plaat van The Courtneys zich van vrijwel alle andere platen in dit genre. Classic Courtney speelt gitaar of haar leven er van af hangt en strooit niet alleen driftig met verleidelijke gitaarloopjes of gruizige gitaarmuren, maar haalt er ook nog eens invloeden uit een aantal omliggende genres bij, waardoor The Courtneys ook opeens als The Cult kan klinken, om maar eens één naam te noemen.
Waar de meeste bands in dit genre kiezen voor songs van maximaal drie minuten, bevat The Courtneys II vooral songs die langer duren, met een song van bijna 7 minuten als uitschieter. Het zijn songs die stuk voor stuk ongelooflijk lekker klinken en die je na één keer horen hebt omarmd.
The Courtneys II van The Courtneys is door de geweldige songs een plaat om heel vrolijk van te worden, maar ondertussen doet het Canadese trio ook nog eens een aantal dingen die ik nog niet eerder heb gehoord op dit soort platen, waardoor ik de openingszin van deze recensie moet herzien.
De tweede plaat van The Courtneys sluit misschien naadloos aan op heel wat platen die ik koester, maar zo goed en bijzonder als deze hoor ik ze toch niet heel vaak. En zo lekker ook niet trouwens. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Courtneys - The Courtneys II - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoeveel platen als The Courtneys II van The Courtneys heb ik inmiddels in de platenkast staan?
Het zijn er ongetwijfeld een heleboel, want de Canadese band doet op haar tweede plaat zo ongeveer alles wat ik leuk vind.
Voor ik hierover ga uitweiden eerst maar eens wat geschiedenis. The Courtneys werd in 2012 in het Canadese Vancouver opgericht door Jen Twynne Payne, Sydney Koke en Courtney Loove (ook bekend als respectievelijk Cute Courtney, Crazy Courtney en Classic Courtney) en debuteerde in 2013 met een titelloze plaat, die in Europa niet zo gek veel deed.
In Nieuw Zeeland werd het Canadese meidentrio echter zeer enthousiast onthaald, wat The Courtneys een contract bij het geweldige Nieuw Zeelandse indie-label Flying Nun Records (waarop onlangs nog de geweldige plaat van The Batch verscheen) opleverde. Op dat label verscheen onlangs The Courtneys II en wat is dat een onweerstaanbaar lekkere plaat geworden.
Het is een plaat waarop de drie dames van The Courtneys zich stevig laten beïnvloeden door de shoegaze, dreampop en noise-rock uit de jaren 90. Dat zijn inmiddels platgetreden paden, maar toch voegt The Courtneys II iets toe aan alles dat er al is. Dat doet de Canadese band door nog flink wat extra invloeden toe te voegen aan haar geluid en alles vervolgens te combineren in zwaar verslavende popliedjes.
De invloeden die worden toegevoegd variëren van garagerock, punk en Phil Spector pop tot Riot grrrl, grunge en zelfs de pop van Banarama (voor het ten prooi viel aan Stock, Aitken & Waterman).
De basis van de muziek van The Courtneys wordt gevormd door een super strakke ritmesectie die The Courtneys II voorziet van een flinke dosis power energie. Op deze basis hoor je de inmiddels van dit soort platen bekende onderkoelde vrouwenvocalen en afwisselend gruizige en dromerige gitaarloopjes.
Met name met die gitaarloopjes onderscheidt de tweede plaat van The Courtneys zich van vrijwel alle andere platen in dit genre. Classic Courtney speelt gitaar of haar leven er van af hangt en strooit niet alleen driftig met verleidelijke gitaarloopjes of gruizige gitaarmuren, maar haalt er ook nog eens invloeden uit een aantal omliggende genres bij, waardoor The Courtneys ook opeens als The Cult kan klinken, om maar eens één naam te noemen.
Waar de meeste bands in dit genre kiezen voor songs van maximaal drie minuten, bevat The Courtneys II vooral songs die langer duren, met een song van bijna 7 minuten als uitschieter. Het zijn songs die stuk voor stuk ongelooflijk lekker klinken en die je na één keer horen hebt omarmd.
The Courtneys II van The Courtneys is door de geweldige songs een plaat om heel vrolijk van te worden, maar ondertussen doet het Canadese trio ook nog eens een aantal dingen die ik nog niet eerder heb gehoord op dit soort platen, waardoor ik de openingszin van deze recensie moet herzien.
De tweede plaat van The Courtneys sluit misschien naadloos aan op heel wat platen die ik koester, maar zo goed en bijzonder als deze hoor ik ze toch niet heel vaak. En zo lekker ook niet trouwens. Erwin Zijleman
The Cribs - Night Network (2020)

4,0
0
geplaatst: 26 november 2020, 17:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cribs - Night Network - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Cribs - Night Network
Een nieuw album van de Britse band The Cribs werd eigenlijk niet meer verwacht, maar Night Network is gekomen en is wat mij betreft een van de leukste albums van de band tot dusver
De kans dat The Cribs over een aantal decennia in één adem worden genoemd met de allergrootste Britse bands is klein, maar wat heeft de band uit Yorkshire inmiddels een mooi stapeltje albums op haar naam staan. De band zat de afgelopen jaren in een diep dal, maar Foo Fighters voorman Dave Grohl trok band er uit en stelde de band in staat om een van haar leukste albums tot dusver te maken. Het is een album dat zich stevig heeft laten inspireren door de goed gevulde archieven van de Britse maar ook zeker de Amerikaanse rockmuziek. Het komt allemaal samen in heerlijk melodieuze songs die je direct wilt koesteren en nooit meer wilt vergeten. Prachtalbum.
Toen de Britse band The Cribs iets meer dan 15 jaar geleden voor het eerst opdook, voorspelde ik de band uit Wakefield in het Britse Yorkshire direct een geweldige toekomst en ik was zeker niet de enige. In de geschiedenis van de Britse rockmuziek duiken ieder decennium nieuwe helden op en na de jaren 90 van onder andere Blur en Oasis, zouden de jaren 00 wel eens het decennium van The Cribs kunnen worden.
Vijftien jaar later kunnen we concluderen dat de populariteit van de band helaas nooit mythische proporties heeft aangenomen. Het is bijzonder, al is het maar omdat de albums van The Cribs stuk voor stuk prima albums zijn. Veel verder dan de cultstatus kwam de band rond de broers Ryan, Gary en Ross Jarman echter niet, zelfs niet toen niemand minder dan Johnny Marr werd gecontracteerd als extra gitarist.
De afgelopen jaren kreeg de band ook nog eens te maken met juridisch getouwtrek over de eigendomsrechten van de catalogus van de band en leek het er op dat The Cribs het bijltje er bij neer zouden gooien. Het was uiteindelijk Foo Fighters voorman Dave Grohl, die de band van de ondergang redde door zijn studio in Los Angeles aan te bieden. In Los Angeles werden de eerste zaadjes geplant die uiteindelijk hebben geleid tot het deze week verschenen Night Network.
De band uit Yorkshire werkte in het verleden met producers van naam en faam als Edwyn Collins, Alex Kapranos (Franz Ferdinand), Nick Launay, Dave Fridmann, Ric Ocasek en Steve Albini, maar doet het op Night Network allemaal zelf. Het levert een verrassend veelkleurig album op.
Night Network opent opvallend met harmonieën die je mee terug nemen naar de jaren 50 van de vorige eeuw en die klinken alsof dit keer Brian Wilson is ingehuurd voor de productie van het album. Het is een aardig en opvallend begin, maar het was voor mij toch goed nieuws dat de band vanaf de tweede track kiest voor een wat steviger geluid, al keren de fraaie koortjes nog een paar keer terug.
The Cribs klonken nooit als een typisch Britse band, maar op het in de VS opgenomen Night Network klinkt de band soms zo Amerikaans als het maar kan en steekt het onder andere Weezer naar de kroon. Invloeden uit de Britpop zijn zeker niet helemaal verdwenen op het nieuwe album van The Cribs, maar hebben gezelschap gekregen van flink wat invloeden uit de Amerikaanse indie-rock uit de jaren 90, al worden ook flink wat decennia Britse rockmuziek niet vergeten.
Het wordt nog wat voller en steviger wanneer Sonic Youth’s Lee Ranaldo opduikt, maar de songs van The Cribs blijven gelukkig heerlijk melodieus. De songs op Night Network zijn niet alleen veelzijdig en melodieus, maar zijn bovendien van een opvallend hoog niveau. The Cribs toveren op hun nieuwe album het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed en de een is nog onweerstaanbaarder dan de ander.
Ondanks het feit dat er dit keer geen gerenommeerde producer achter de knoppen zat, klinkt Night Network bijzonder lekker. Het levert een feelgood album op dat direct leuk is en leuk blijft.
Of het genoeg is om The Cribs alsnog om te toveren tot een van de grootste bands van het moment durf ik te betwijfelen, maar de belofte die er ooit in zat wordt wel weer voor de zoveelste keer vervuld. The Cribs werden de afgelopen twee jaar al door menigeen afgeschreven, maar met Night Network leveren de Britten zomaar een van hun beste albums op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Cribs - Night Network - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Cribs - Night Network
Een nieuw album van de Britse band The Cribs werd eigenlijk niet meer verwacht, maar Night Network is gekomen en is wat mij betreft een van de leukste albums van de band tot dusver
De kans dat The Cribs over een aantal decennia in één adem worden genoemd met de allergrootste Britse bands is klein, maar wat heeft de band uit Yorkshire inmiddels een mooi stapeltje albums op haar naam staan. De band zat de afgelopen jaren in een diep dal, maar Foo Fighters voorman Dave Grohl trok band er uit en stelde de band in staat om een van haar leukste albums tot dusver te maken. Het is een album dat zich stevig heeft laten inspireren door de goed gevulde archieven van de Britse maar ook zeker de Amerikaanse rockmuziek. Het komt allemaal samen in heerlijk melodieuze songs die je direct wilt koesteren en nooit meer wilt vergeten. Prachtalbum.
Toen de Britse band The Cribs iets meer dan 15 jaar geleden voor het eerst opdook, voorspelde ik de band uit Wakefield in het Britse Yorkshire direct een geweldige toekomst en ik was zeker niet de enige. In de geschiedenis van de Britse rockmuziek duiken ieder decennium nieuwe helden op en na de jaren 90 van onder andere Blur en Oasis, zouden de jaren 00 wel eens het decennium van The Cribs kunnen worden.
Vijftien jaar later kunnen we concluderen dat de populariteit van de band helaas nooit mythische proporties heeft aangenomen. Het is bijzonder, al is het maar omdat de albums van The Cribs stuk voor stuk prima albums zijn. Veel verder dan de cultstatus kwam de band rond de broers Ryan, Gary en Ross Jarman echter niet, zelfs niet toen niemand minder dan Johnny Marr werd gecontracteerd als extra gitarist.
De afgelopen jaren kreeg de band ook nog eens te maken met juridisch getouwtrek over de eigendomsrechten van de catalogus van de band en leek het er op dat The Cribs het bijltje er bij neer zouden gooien. Het was uiteindelijk Foo Fighters voorman Dave Grohl, die de band van de ondergang redde door zijn studio in Los Angeles aan te bieden. In Los Angeles werden de eerste zaadjes geplant die uiteindelijk hebben geleid tot het deze week verschenen Night Network.
De band uit Yorkshire werkte in het verleden met producers van naam en faam als Edwyn Collins, Alex Kapranos (Franz Ferdinand), Nick Launay, Dave Fridmann, Ric Ocasek en Steve Albini, maar doet het op Night Network allemaal zelf. Het levert een verrassend veelkleurig album op.
Night Network opent opvallend met harmonieën die je mee terug nemen naar de jaren 50 van de vorige eeuw en die klinken alsof dit keer Brian Wilson is ingehuurd voor de productie van het album. Het is een aardig en opvallend begin, maar het was voor mij toch goed nieuws dat de band vanaf de tweede track kiest voor een wat steviger geluid, al keren de fraaie koortjes nog een paar keer terug.
The Cribs klonken nooit als een typisch Britse band, maar op het in de VS opgenomen Night Network klinkt de band soms zo Amerikaans als het maar kan en steekt het onder andere Weezer naar de kroon. Invloeden uit de Britpop zijn zeker niet helemaal verdwenen op het nieuwe album van The Cribs, maar hebben gezelschap gekregen van flink wat invloeden uit de Amerikaanse indie-rock uit de jaren 90, al worden ook flink wat decennia Britse rockmuziek niet vergeten.
Het wordt nog wat voller en steviger wanneer Sonic Youth’s Lee Ranaldo opduikt, maar de songs van The Cribs blijven gelukkig heerlijk melodieus. De songs op Night Network zijn niet alleen veelzijdig en melodieus, maar zijn bovendien van een opvallend hoog niveau. The Cribs toveren op hun nieuwe album het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed en de een is nog onweerstaanbaarder dan de ander.
Ondanks het feit dat er dit keer geen gerenommeerde producer achter de knoppen zat, klinkt Night Network bijzonder lekker. Het levert een feelgood album op dat direct leuk is en leuk blijft.
Of het genoeg is om The Cribs alsnog om te toveren tot een van de grootste bands van het moment durf ik te betwijfelen, maar de belofte die er ooit in zat wordt wel weer voor de zoveelste keer vervuld. The Cribs werden de afgelopen twee jaar al door menigeen afgeschreven, maar met Night Network leveren de Britten zomaar een van hun beste albums op. Erwin Zijleman
The Cult - Hidden City (2016)

3,5
0
geplaatst: 15 februari 2016, 15:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cult - Hidden City - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik geloof niet dat ik de afgelopen 25 jaar naar een plaat van The Cult heb geluisterd. De platen die de Britse band in de jaren 80 uitbracht heb ik weliswaar in de kast staan, maar sla ik achteraf bezien toch een stuk minder hoog aan dan de platen van andere bands van naam uit dit decennium.
De platen die The Cult na het al niet geweldige Sonic Temple uit 1989 heeft gemaakt heb ik langs me heen laten gaan.
Ik ging er van uit dat ik ook het onlangs verschenen Hidden City zou kunnen negeren, maar na een aantal zeer positieve recensies in Britse muziektijdschriften die ik hoog heb zitten, ben ik toch gaan luisteren.
The Cult heeft nog altijd zanger Ian Astbury en gitarist Billy Duffy in de gelederen en beiden hebben zich sinds hun jonge jaren goed ontwikkeld. De stem van Ian Astbury klinkt misschien wat minder krachtig dan in de jaren 80, maar mag er nog zeker zijn en heeft bovendien een fraaie donkere klank, terwijl Billy Duffy dit keer niet alleen maar vertrouwt op de typisch jaren 80 gitaarloopjes vol galm en echo.
Dit betekent niet dat The Cult niet zo af en toe voortborduurt op het verleden, want ik hoor zeker het een en ander terug van platen als Love (1985) en Electric (1987). Het door Bob Rock geproduceerde Hidden City biedt echter ook plaats aan een tijdlozer rockgeluid en aan wat meer ingetogen songs. In de wat meer ingetogen songs laat Ian Astbury horen dat hij niet alleen als zanger van stevige rocksongs uit de voeten kan en klinkt hij zelfs zo af en toe als volleerd crooner. Billy Duffy strooit ondertussen driftig met memorabele gitaarriffs, fraaie loopjes en melodieuze solo’s.
Op de vraag of Hidden City nu een plaat is om heel druk over te doen durf ik nog geen antwoord te geven, maar dat het allemaal erg lekker en ook zeker geïnspireerd klinkt is zeker.
The Cult laat op Hidden City horen dat het nog steeds uit de voeten kan in het genre waarin het ooit groot was, maar laat ook horen dat de band rond Ian Astbury en Billy Duffy anno 2016 nog steeds bestaansrecht heeft. Hidden City is uiteindelijk een stuk beter dan de rockplaten die de Britse jonge honden van het moment afleveren en mag dus zeker gehoord worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Cult - Hidden City - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik geloof niet dat ik de afgelopen 25 jaar naar een plaat van The Cult heb geluisterd. De platen die de Britse band in de jaren 80 uitbracht heb ik weliswaar in de kast staan, maar sla ik achteraf bezien toch een stuk minder hoog aan dan de platen van andere bands van naam uit dit decennium.
De platen die The Cult na het al niet geweldige Sonic Temple uit 1989 heeft gemaakt heb ik langs me heen laten gaan.
Ik ging er van uit dat ik ook het onlangs verschenen Hidden City zou kunnen negeren, maar na een aantal zeer positieve recensies in Britse muziektijdschriften die ik hoog heb zitten, ben ik toch gaan luisteren.
The Cult heeft nog altijd zanger Ian Astbury en gitarist Billy Duffy in de gelederen en beiden hebben zich sinds hun jonge jaren goed ontwikkeld. De stem van Ian Astbury klinkt misschien wat minder krachtig dan in de jaren 80, maar mag er nog zeker zijn en heeft bovendien een fraaie donkere klank, terwijl Billy Duffy dit keer niet alleen maar vertrouwt op de typisch jaren 80 gitaarloopjes vol galm en echo.
Dit betekent niet dat The Cult niet zo af en toe voortborduurt op het verleden, want ik hoor zeker het een en ander terug van platen als Love (1985) en Electric (1987). Het door Bob Rock geproduceerde Hidden City biedt echter ook plaats aan een tijdlozer rockgeluid en aan wat meer ingetogen songs. In de wat meer ingetogen songs laat Ian Astbury horen dat hij niet alleen als zanger van stevige rocksongs uit de voeten kan en klinkt hij zelfs zo af en toe als volleerd crooner. Billy Duffy strooit ondertussen driftig met memorabele gitaarriffs, fraaie loopjes en melodieuze solo’s.
Op de vraag of Hidden City nu een plaat is om heel druk over te doen durf ik nog geen antwoord te geven, maar dat het allemaal erg lekker en ook zeker geïnspireerd klinkt is zeker.
The Cult laat op Hidden City horen dat het nog steeds uit de voeten kan in het genre waarin het ooit groot was, maar laat ook horen dat de band rond Ian Astbury en Billy Duffy anno 2016 nog steeds bestaansrecht heeft. Hidden City is uiteindelijk een stuk beter dan de rockplaten die de Britse jonge honden van het moment afleveren en mag dus zeker gehoord worden. Erwin Zijleman
The Cure - Disintegration (1989)

5,0
3
geplaatst: 4 juni 2023, 21:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cure - Disintegration (1989) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Cure - Disintegration (1989)
The Cure grossierde in de tweede helft van de jaren 80 zo nu en dan in bijna lichtvoetige popsongs, maar gooide het roer weer volledig om op het aardedonkere maar werkelijk wonderschone Disintegration
Het is een mooi stapeltje albums dat de Britse band The Cure op haar naam heeft staan, al is er sinds het begin van de jaren 90 niet heel veel interessants meer bij gekomen. Tussen 1979 en 1992 maakte de band echter een aantal geweldige albums, waarvan er een aantal het predicaat klassieker verdienen. Mijn persoonlijke favoriet is op dit moment het in 1989 verschenen Disintegration. Het is een album waarop The Cure terugkeerde naar het donkere en bezwerende geluid van haar vroege albums. Zeker de lange tracks op Disintegration zijn prachtig en imponeren met fraaie klankentapijten en de bijna deprimerende zang van Robert Smith. Het is wat mij betreft een album dat de band niet meer zou overtreffen.
De Britse band The Cure kondigde ruim een jaar geleden al een nieuw album aan, Songs Of A Lost World. Of dat album inderdaad dit jaar gaat verschijnen is nog maar de vraag en of het een memorabel album gaat worden is een nog veel grotere vraag. Tegenover het geweldige laatste album van Depeche Mode staan vooral slappe albums van bands die in de jaren 80 tot de allergrootsten behoorden.
The Cure behoorde in de jaren 80 zeker tot de allergrootsten en is live nog steeds een redelijk interessante band, maar voor het laatste echt goede album van de band moeten we inmiddels heel ver terug in de tijd, misschien zelfs wel tot Wish, dat vorig jaar al zijn dertigste verjaardag vierde. Wish is overigens zeker niet mijn favoriete album van The Cure, want als ik mijn favoriete album van de band moet kiezen, kies ik uit Seventeen Seconds (1980), Faith (1981), Pornography (1982), The Head On The Door (1985) of Disintegration (1989). Als ik op dit moment mijn favoriete album van The Cure moet aanwijzen, kies ik voor het laatste album.
The Cure maakte Disintegration op de toppen van haar populariteit en leverde vervolgens een gedurfd album af. De band rond Robert Smith was in de jaren die vooraf gingen aan Disintegration een band die goed was voor een aantal zeer succesvolle singles, waarin invloeden uit de pop zeker niet werden geschuwd, maar op het in 1989 verschenen Disintegration koos de band voor een ander geluid.
Het is een geluid waarmee The Cure terugkeerde naar de donkere en meer naar binnen gekeerde muziek van haar vroegere albums. Disintegration opent prachtig met het geweldige Plainsong dat direct de toon zet voor de rest van het album. Vijf minuten betovert The Cure met een zich langzaam voortslepende song waarin zwaar aangezette synths domineren, maar ook het zo karakteristieke gitaarwerk van de band te horen is. De ritmesectie voegt nog wat donkere accenten toe, waarna de zo herkenbare stem van Robert Smith er een The Cure klassieker van maakt.
Disintegration bevat meer van dit soort tracks die over het algemeen de vijf minuten grens ruimschoots passeren. Ik vond het persoonlijk een verademing na de pop van Kiss Me Kiss Me Kiss Me uit 1987, al bevat ook dat album een aantal prima tracks. Disintegration grossiert in bedwelmende of bezwerende songs, al bevat het album met Lovesong en Lullaby ook nog twee singles. Ik vind het persoonlijk de minst interessante tracks op het album, al hebben beide singles wel iets.
In de langere tracks op het album ligt het niveau wat mij betreft echter een stuk hoger. Het gitaarwerk en ook de bijdragen van de synths zijn prachtig en de wijze waarop de band subtiel de spanning opbouwt is fascinerend. Ik luister niet heel vaak meer naar de muziek van The Cure, maar toen ik Disintegration onlangs weer eens uit de speakers liet komen was ik diep onder de indruk.
Robert Smith raakte naar verluidt gedeprimeerd van het in zicht komen van zijn dertigste verjaardag en schreef een aantal aardedonkere songs voor het album. Daar moet je tegen kunnen, maar als je er tegen kunt zijn de songs op Disintegration niet alleen beangstigend donker, maar ook wonderschoon. Ik ben heel benieuwd of het vorig jaar al aangekondigde nieuwe album echt gaat verschijnen dit jaar, maar zo goed als Disintegration gaat het zeker niet zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Cure - Disintegration (1989) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Cure - Disintegration (1989)
The Cure grossierde in de tweede helft van de jaren 80 zo nu en dan in bijna lichtvoetige popsongs, maar gooide het roer weer volledig om op het aardedonkere maar werkelijk wonderschone Disintegration
Het is een mooi stapeltje albums dat de Britse band The Cure op haar naam heeft staan, al is er sinds het begin van de jaren 90 niet heel veel interessants meer bij gekomen. Tussen 1979 en 1992 maakte de band echter een aantal geweldige albums, waarvan er een aantal het predicaat klassieker verdienen. Mijn persoonlijke favoriet is op dit moment het in 1989 verschenen Disintegration. Het is een album waarop The Cure terugkeerde naar het donkere en bezwerende geluid van haar vroege albums. Zeker de lange tracks op Disintegration zijn prachtig en imponeren met fraaie klankentapijten en de bijna deprimerende zang van Robert Smith. Het is wat mij betreft een album dat de band niet meer zou overtreffen.
De Britse band The Cure kondigde ruim een jaar geleden al een nieuw album aan, Songs Of A Lost World. Of dat album inderdaad dit jaar gaat verschijnen is nog maar de vraag en of het een memorabel album gaat worden is een nog veel grotere vraag. Tegenover het geweldige laatste album van Depeche Mode staan vooral slappe albums van bands die in de jaren 80 tot de allergrootsten behoorden.
The Cure behoorde in de jaren 80 zeker tot de allergrootsten en is live nog steeds een redelijk interessante band, maar voor het laatste echt goede album van de band moeten we inmiddels heel ver terug in de tijd, misschien zelfs wel tot Wish, dat vorig jaar al zijn dertigste verjaardag vierde. Wish is overigens zeker niet mijn favoriete album van The Cure, want als ik mijn favoriete album van de band moet kiezen, kies ik uit Seventeen Seconds (1980), Faith (1981), Pornography (1982), The Head On The Door (1985) of Disintegration (1989). Als ik op dit moment mijn favoriete album van The Cure moet aanwijzen, kies ik voor het laatste album.
The Cure maakte Disintegration op de toppen van haar populariteit en leverde vervolgens een gedurfd album af. De band rond Robert Smith was in de jaren die vooraf gingen aan Disintegration een band die goed was voor een aantal zeer succesvolle singles, waarin invloeden uit de pop zeker niet werden geschuwd, maar op het in 1989 verschenen Disintegration koos de band voor een ander geluid.
Het is een geluid waarmee The Cure terugkeerde naar de donkere en meer naar binnen gekeerde muziek van haar vroegere albums. Disintegration opent prachtig met het geweldige Plainsong dat direct de toon zet voor de rest van het album. Vijf minuten betovert The Cure met een zich langzaam voortslepende song waarin zwaar aangezette synths domineren, maar ook het zo karakteristieke gitaarwerk van de band te horen is. De ritmesectie voegt nog wat donkere accenten toe, waarna de zo herkenbare stem van Robert Smith er een The Cure klassieker van maakt.
Disintegration bevat meer van dit soort tracks die over het algemeen de vijf minuten grens ruimschoots passeren. Ik vond het persoonlijk een verademing na de pop van Kiss Me Kiss Me Kiss Me uit 1987, al bevat ook dat album een aantal prima tracks. Disintegration grossiert in bedwelmende of bezwerende songs, al bevat het album met Lovesong en Lullaby ook nog twee singles. Ik vind het persoonlijk de minst interessante tracks op het album, al hebben beide singles wel iets.
In de langere tracks op het album ligt het niveau wat mij betreft echter een stuk hoger. Het gitaarwerk en ook de bijdragen van de synths zijn prachtig en de wijze waarop de band subtiel de spanning opbouwt is fascinerend. Ik luister niet heel vaak meer naar de muziek van The Cure, maar toen ik Disintegration onlangs weer eens uit de speakers liet komen was ik diep onder de indruk.
Robert Smith raakte naar verluidt gedeprimeerd van het in zicht komen van zijn dertigste verjaardag en schreef een aantal aardedonkere songs voor het album. Daar moet je tegen kunnen, maar als je er tegen kunt zijn de songs op Disintegration niet alleen beangstigend donker, maar ook wonderschoon. Ik ben heel benieuwd of het vorig jaar al aangekondigde nieuwe album echt gaat verschijnen dit jaar, maar zo goed als Disintegration gaat het zeker niet zijn. Erwin Zijleman
The Cure - Songs of a Lost World (2024)

4,5
2
geplaatst: 2 november 2024, 10:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Cure - Songs Of A Lost World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Cure - Songs Of A Lost World
Lange tijd niet meer verwacht, maar toch nog gekomen, een nieuw album van de Britse band The Cure, die op het aardedonkere maar wonderschone Songs Of A Lost World op de toppen van haar kunnen presteert
Ruim drie minuten houdt Songs Of A Lost World je in spanning, maar als eindelijk de stem van Robert Smith opduikt weet je dat The Cure nog altijd klinkt als The Cure. Het tempo ligt wat lager en de ruwe uitbarstingen ontbreken in de meeste songs, maar de langgerekte songs op het nieuwe album van de Britse band zijn echt prachtig. In muzikaal opzicht is Songs Of A Lost World nogal zwaar aangezet en door de donkere klanken legt de band een deken van melancholie om je heen, wat nog eens wordt versterkt door de zang van Robert Smith en zijn weemoedige teksten waarin de dood, verlies en sterfelijkheid meer dan eens centraal staan. Songs Of A Lost World is een verbijsterend mooi album van een van de grootste bands aller tijden.
Het bijna op de dag af zestien jaar geleden verschenen 4:13 Dream was tot vorige week het meest recente studioalbum van The Cure. Het was een album dat volgde op een aantal tegenvallende albums en ook 4:13 Dream reken ik tot de zwakkere albums van de Britse band, die met Disintegration uit 1989 haar onbetwiste meesterwerk afleverde, al heb ik zelf ook een enorm zwak voor The Head On The Door uit 1985.
Sinds 2019 is meerdere malen een nieuw album van The Cure aangekondigd, maar dit werd pas in de herfst van 2022 concreet, toen de band een aantal nieuwe songs toevoegde aan de setlist van haar tour, die overigens de naam Shows Of A Lost World had meegekregen. We hebben vervolgens nog heel lang moeten wachten op Songs Of A Lost World, dat deze week dan eindelijk is verschenen.
Het album opent met single Alone, die ruim een maand geleden al verscheen, en direct de toon zet met een zwaar aangezet geluid met gitaren, bas, drums, synths en piano. Ruim drie minuten lang dompelt The Cure je onder in grijstinten en weemoed en net als je het niet meer verwacht duikt de uit duizenden herkenbare stem van Robert Smith op. De zanger klinkt nog net zo als in zijn jonge jaren en zorgt er voor dat Alone klinkt zoals alleen The Cure kan klinken.
De Britse band was in het verleden niet vies van lange intro’s en deze worden ook op Songs Of A Lost World, dat bijna vijftig minuten nodig heeft voor acht songs, met enige regelmaat van stal gehaald. Het nieuwe album van The Cure bevat vooral ingetogen tracks en in veel tracks wordt het zo herkenbare stemgeluid van Robert Smith gecombineerd met zwaar of zelfs loodzwaar aangezette klanken. Het voorziet de songs op Songs Of A Lost World van een indringende of zelfs wat beklemmende sfeer, maar de klanken zijn op hetzelfde moment van een bijzondere schoonheid.
De nieuwe songs van de Britse band klinken in de meeste gevallen sfeervol of stemmig, zeker wanneer de hier en daar als strijkers gearrangeerde synths in dikke lagen door de speakers komen. In de eerste twee tracks, die allebei bijna zeven minuten duren, kiest Robert Smith zijn momenten voor de zang, wat de songs een beeldend karakter geeft en de impact van de zang versterkt.
Direct vanaf de openingstrack is duidelijk dat Songs Of A Lost World geen vrolijk album is geworden. Robert Smith zag flink wat dierbaren wegvallen en ziet ook zijn eigen sterfelijkheid onder ogen. The Cure is op de meeste van haar albums sowieso meer bedreven in donkere wolken dan in zonnestralen, maar het nieuwe album doet er nog een schepje melancholie en weemoed bovenop.
Ondertussen klinkt het allemaal fantastisch, want het gitaarwerk van Reeves Gabrel is prachtig en ook het fantastische drumwerk van Jason Cooper verdient alle aandacht. De meeste leeftijdgenoten van Robert Smith zijn inmiddels niet meer zo goed bij stem als in hun jonge jaren, maar de zang op Songs Of A Lost World klinkt echt geweldig.
Van een album dat zestien jaar na het laatste en ook nog eens matige album van een band opduikt kan je meestal niet zo veel verwachten, maar op Songs Of A Lost World benadert The Cure wat mij betreft het niveau van haar betere albums. Dat vond ik eigenlijk al bij mijn eerste beluistering van het album, maar de songs op Songs Of A Lost World hebben sindsdien nog flink aan kracht gewonnen. The Cure werd al in 1976 opgericht en gaat inmiddels dus bijna vijftig jaar mee, maar presteert nog altijd op de toppen van haar kunnen, wat echt idioot knap is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Cure - Songs Of A Lost World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Cure - Songs Of A Lost World
Lange tijd niet meer verwacht, maar toch nog gekomen, een nieuw album van de Britse band The Cure, die op het aardedonkere maar wonderschone Songs Of A Lost World op de toppen van haar kunnen presteert
Ruim drie minuten houdt Songs Of A Lost World je in spanning, maar als eindelijk de stem van Robert Smith opduikt weet je dat The Cure nog altijd klinkt als The Cure. Het tempo ligt wat lager en de ruwe uitbarstingen ontbreken in de meeste songs, maar de langgerekte songs op het nieuwe album van de Britse band zijn echt prachtig. In muzikaal opzicht is Songs Of A Lost World nogal zwaar aangezet en door de donkere klanken legt de band een deken van melancholie om je heen, wat nog eens wordt versterkt door de zang van Robert Smith en zijn weemoedige teksten waarin de dood, verlies en sterfelijkheid meer dan eens centraal staan. Songs Of A Lost World is een verbijsterend mooi album van een van de grootste bands aller tijden.
Het bijna op de dag af zestien jaar geleden verschenen 4:13 Dream was tot vorige week het meest recente studioalbum van The Cure. Het was een album dat volgde op een aantal tegenvallende albums en ook 4:13 Dream reken ik tot de zwakkere albums van de Britse band, die met Disintegration uit 1989 haar onbetwiste meesterwerk afleverde, al heb ik zelf ook een enorm zwak voor The Head On The Door uit 1985.
Sinds 2019 is meerdere malen een nieuw album van The Cure aangekondigd, maar dit werd pas in de herfst van 2022 concreet, toen de band een aantal nieuwe songs toevoegde aan de setlist van haar tour, die overigens de naam Shows Of A Lost World had meegekregen. We hebben vervolgens nog heel lang moeten wachten op Songs Of A Lost World, dat deze week dan eindelijk is verschenen.
Het album opent met single Alone, die ruim een maand geleden al verscheen, en direct de toon zet met een zwaar aangezet geluid met gitaren, bas, drums, synths en piano. Ruim drie minuten lang dompelt The Cure je onder in grijstinten en weemoed en net als je het niet meer verwacht duikt de uit duizenden herkenbare stem van Robert Smith op. De zanger klinkt nog net zo als in zijn jonge jaren en zorgt er voor dat Alone klinkt zoals alleen The Cure kan klinken.
De Britse band was in het verleden niet vies van lange intro’s en deze worden ook op Songs Of A Lost World, dat bijna vijftig minuten nodig heeft voor acht songs, met enige regelmaat van stal gehaald. Het nieuwe album van The Cure bevat vooral ingetogen tracks en in veel tracks wordt het zo herkenbare stemgeluid van Robert Smith gecombineerd met zwaar of zelfs loodzwaar aangezette klanken. Het voorziet de songs op Songs Of A Lost World van een indringende of zelfs wat beklemmende sfeer, maar de klanken zijn op hetzelfde moment van een bijzondere schoonheid.
De nieuwe songs van de Britse band klinken in de meeste gevallen sfeervol of stemmig, zeker wanneer de hier en daar als strijkers gearrangeerde synths in dikke lagen door de speakers komen. In de eerste twee tracks, die allebei bijna zeven minuten duren, kiest Robert Smith zijn momenten voor de zang, wat de songs een beeldend karakter geeft en de impact van de zang versterkt.
Direct vanaf de openingstrack is duidelijk dat Songs Of A Lost World geen vrolijk album is geworden. Robert Smith zag flink wat dierbaren wegvallen en ziet ook zijn eigen sterfelijkheid onder ogen. The Cure is op de meeste van haar albums sowieso meer bedreven in donkere wolken dan in zonnestralen, maar het nieuwe album doet er nog een schepje melancholie en weemoed bovenop.
Ondertussen klinkt het allemaal fantastisch, want het gitaarwerk van Reeves Gabrel is prachtig en ook het fantastische drumwerk van Jason Cooper verdient alle aandacht. De meeste leeftijdgenoten van Robert Smith zijn inmiddels niet meer zo goed bij stem als in hun jonge jaren, maar de zang op Songs Of A Lost World klinkt echt geweldig.
Van een album dat zestien jaar na het laatste en ook nog eens matige album van een band opduikt kan je meestal niet zo veel verwachten, maar op Songs Of A Lost World benadert The Cure wat mij betreft het niveau van haar betere albums. Dat vond ik eigenlijk al bij mijn eerste beluistering van het album, maar de songs op Songs Of A Lost World hebben sindsdien nog flink aan kracht gewonnen. The Cure werd al in 1976 opgericht en gaat inmiddels dus bijna vijftig jaar mee, maar presteert nog altijd op de toppen van haar kunnen, wat echt idioot knap is. Erwin Zijleman
The Czars - Best Of (2014)

5,0
0
geplaatst: 2 december 2014, 14:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: John Grant & The BBC Philharmonic Orchestra - Live In Concert / The Czars - Best Of - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aanvulling op John Grant recensie:
Een grootheid was John Grant natuurlijk al veel langer, maar dat is helaas in veel kleinere kring bekend.
Een ieder die zich afvraagt waar het prachtige Drug vandaan komt, kan ik wijzen op Best Of van de uit Denver, Colorado, afkomstige band The Czars.
The Czars is de band waarmee John Grant in 2000 dacht door te breken naar een groot publiek, maar het kwam er eigenlijk nooit van.
Dat blijft een mysterie want met Before ... But Longer uit 2000, The Ugly People Vs. The Beautiful People uit 2001 en Goodbye uit 2004 leverden The Czars drie briljante platen af, die, alsof het nog niet genoeg was, werden gevolgd door het postuum uitgebrachte en met prachtige restjes gevulde Sorry I Made You Cry uit 2006.
Het zijn platen die nu zijn verzameld op de verzamelaar met de eenvoudige titel Best Of. Het is een verzamelaar die geen recht doet aan het fantastische oeuvre van The Czars, want de genoemde platen moet je eigenlijk allemaal in huis hebben en van de eerste tot de laatste noot beluisteren, maar het is een start. Een mooie start, want wat blijken de inmiddels meer dan tien jaar oude songs van The Czars nog altijd mooi en urgent.
Met The Czars maakte John Grant muziek die zowel rootsliefhebbers als liefhebbers van alternatieve rockmuziek aansprak en aan zal spreken. Het is muziek die onmiskenbaar elementen bevat die ook terug zouden keren op de soloplaten van John Grant, maar The Czars hadden toch ook een duidelijk eigen geluid.
Je hoort het prachtig terug in de sfeervolle en zeker niet alledaagse songs van The Czars. Het was een tijdje geleden dat ik de platen van de band had gehoord, maar na beluistering van Best Of heb ik ze direct weer uit de kast gehaald.
The Czars verleggen in muzikaal opzicht misschien niet direct grenzen, maar de songs van de band zitten bijzonder knap in elkaar en zijn niet direct te vergelijken met songs van anderen. Best Of laat horen dat The Czars meester waren in het maken van dromerige songs, maar laat bovendien horen dat de band patent had op songs vol verrassende wendingen en kleine en subtiele ontsporingen.
Best Of van The Czars is voor mij een herinnering aan vier meesterwerken, die weer nadrukkelijk in de spotlights staan. Voor een groot aantal liefhebbers van de soloplaten van John Grant is het hopelijk het begin van een mooie ontdekkingstocht binnen het werk van een bijzondere band, die eindelijk maar eens op de juiste waarde moet worden geschat. The Czars dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: John Grant & The BBC Philharmonic Orchestra - Live In Concert / The Czars - Best Of - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Aanvulling op John Grant recensie:
Een grootheid was John Grant natuurlijk al veel langer, maar dat is helaas in veel kleinere kring bekend.
Een ieder die zich afvraagt waar het prachtige Drug vandaan komt, kan ik wijzen op Best Of van de uit Denver, Colorado, afkomstige band The Czars.
The Czars is de band waarmee John Grant in 2000 dacht door te breken naar een groot publiek, maar het kwam er eigenlijk nooit van.
Dat blijft een mysterie want met Before ... But Longer uit 2000, The Ugly People Vs. The Beautiful People uit 2001 en Goodbye uit 2004 leverden The Czars drie briljante platen af, die, alsof het nog niet genoeg was, werden gevolgd door het postuum uitgebrachte en met prachtige restjes gevulde Sorry I Made You Cry uit 2006.
Het zijn platen die nu zijn verzameld op de verzamelaar met de eenvoudige titel Best Of. Het is een verzamelaar die geen recht doet aan het fantastische oeuvre van The Czars, want de genoemde platen moet je eigenlijk allemaal in huis hebben en van de eerste tot de laatste noot beluisteren, maar het is een start. Een mooie start, want wat blijken de inmiddels meer dan tien jaar oude songs van The Czars nog altijd mooi en urgent.
Met The Czars maakte John Grant muziek die zowel rootsliefhebbers als liefhebbers van alternatieve rockmuziek aansprak en aan zal spreken. Het is muziek die onmiskenbaar elementen bevat die ook terug zouden keren op de soloplaten van John Grant, maar The Czars hadden toch ook een duidelijk eigen geluid.
Je hoort het prachtig terug in de sfeervolle en zeker niet alledaagse songs van The Czars. Het was een tijdje geleden dat ik de platen van de band had gehoord, maar na beluistering van Best Of heb ik ze direct weer uit de kast gehaald.
The Czars verleggen in muzikaal opzicht misschien niet direct grenzen, maar de songs van de band zitten bijzonder knap in elkaar en zijn niet direct te vergelijken met songs van anderen. Best Of laat horen dat The Czars meester waren in het maken van dromerige songs, maar laat bovendien horen dat de band patent had op songs vol verrassende wendingen en kleine en subtiele ontsporingen.
Best Of van The Czars is voor mij een herinnering aan vier meesterwerken, die weer nadrukkelijk in de spotlights staan. Voor een groot aantal liefhebbers van de soloplaten van John Grant is het hopelijk het begin van een mooie ontdekkingstocht binnen het werk van een bijzondere band, die eindelijk maar eens op de juiste waarde moet worden geschat. The Czars dus. Erwin Zijleman
The Decemberists - As It Ever Was, So It Will Be Again (2024)

4,0
0
geplaatst: 17 juni 2024, 16:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Decemberists - As It Ever Was, So It Will Be Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Decemberists - As It Ever Was, So It Will Be Again
De kwaliteit van de albums van The Decemberists zakte het afgelopen decennium wel wat in, maar op het fraaie As It Ever Was, So It Will Be Again presteert de Amerikaanse band weer op de toppen van haar kunnen
Colin Meloy schreef de afgelopen drie bijzondere boeken (verzameld als Wildwood Chronicles), maar ging vervolgens weer aan de slag met zijn band The Decemberists. Ook As It Ever Was, So It Will Be Again bevat mooie verhalen, maar ook in muzikaal opzicht is het ruim een uur durende nieuwe album van de band uit Portland, Oregon, zeer de moeite waard. Ook op haar nieuwe album is de band niet vies van Britse folk(rock), maar de songs van The Decemberists staan dit keer bol van de invloeden. Het zijn invloeden die een plek hebben gevonden in een serie zeer aansprekende songs. Het was lang stil rond The Decemberists, maar de band is gelukkig weer helemaal terug.
De Amerikaanse band The Decemberists maakte tussen 2002 en 2018 een achttal uitstekende albums. Het zijn albums waarop de band uit Portland, Oregon, in eerste instantie vooral haar liefde voor Britse folk(rock) liet horen, maar naarmate de jaren vorderden werd de muziek van de band rond voorman Colin Meloy steeds veelzijdiger. De albums van The Decemberists waren stuk voor stuk van hoog niveau, maar op een of andere manier bleef de band redelijk onbekend, al zou ik het persoonlijk geen cultband noemen.
De afgelopen zes jaar hoorden we niet veel van The Decemberists, in de tussentijd schreef Colin Meloy wel een drietal succesvolle boeken, maar deze week keert de Amerikaanse band terug met een nieuw album. Op As It Ever Was, So It Will Be Again pakt de band meteen flink uit, want het album bevat ruim een uur muziek. In dat ruime uur passen slechts dertien tracks, waaronder het negentien minuten durende epos waarmee het album afsluit.
Colin Meloy produceerde het nieuwe album van The Decemberists samen met de gelouterde producer Tucker Martine, met wie de band ook in het verleden werkte, en haalde verder een aantal gastmuzikanten naar de studio, onder wie James Mercer van The Shins en R.E.M.’s Mike Mills.
As It Ever Was, So It Will Be Again opent met een rijk ingekleurde song, die direct laat horen dat The Decemberists zich al lang niet meer alleen laten beïnvloeden door Britse folkrock. De gitaarlijnen doen denken aan de muziek van R.E.M., de koortjes aan The Beach Boys en als er dan ook nog wat blazers opduiken sleept de band uit Portland er nog wat meer invloeden bij.
As It Ever Was, So It Will Be Again klinkt als een album dat met minstens één been in het verleden staat, maar wat klinkt het ook lekker. De laatste twee albums van de Amerikaanse band vond ik persoonlijk net wat minder dan zijn voorgangers, maar op haar negende album heeft de band de goede vorm weer gevonden.
Na de Amerikaans aandoende openingstrack duiken invloeden uit de Britse folkrock op in de tweede track, al geven de wat exotische ritmes en blazers een bijzondere draai aan de song. De sfeer zit er direct goed in, de zon schijnt uitbundig eigenlijk laat alleen de buitentemperatuur het nog even afweten.
Colin Meloy liet op de vorige albums van zijn band al horen dat hij een uitstekend verhalenverteller is en ook As It Ever Was, So It Will Be Again staat vol prachtige verhalen. Het zijn verhalen die zijn verpakt in uitstekende songs. Het zijn songs die citeren uit de folkrock en Westcoast pop van weleer, maar de meeste songs op het album hebben ook een zeer aangename R.E.M. vibe en zo sleept de band er nog wel wat invloeden bij, om uiteindelijk toch weer vooral als The Decemberists te klinken.
Ruim een uur muziek is meestal te veel van het goede, maar door de kwaliteit van de songs, de verschillende invloeden en het veelkleurige geluid houdt het album makkelijk de aandacht vast. As It Ever Was, So It Will Be Again is op vinyl een album met vier plaatkanten en die klinken allemaal wat anders. De ene keer wat uitbundiger, de volgende keer grotendeels akoestisch en meer folky, dan weer wat veelzijdiger, om te eindigen met een prachtig, indrukwekkend en bijna proggy epos over Jeanne d’Arc. Sterk album weer van de Amerikaanse band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Decemberists - As It Ever Was, So It Will Be Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Decemberists - As It Ever Was, So It Will Be Again
De kwaliteit van de albums van The Decemberists zakte het afgelopen decennium wel wat in, maar op het fraaie As It Ever Was, So It Will Be Again presteert de Amerikaanse band weer op de toppen van haar kunnen
Colin Meloy schreef de afgelopen drie bijzondere boeken (verzameld als Wildwood Chronicles), maar ging vervolgens weer aan de slag met zijn band The Decemberists. Ook As It Ever Was, So It Will Be Again bevat mooie verhalen, maar ook in muzikaal opzicht is het ruim een uur durende nieuwe album van de band uit Portland, Oregon, zeer de moeite waard. Ook op haar nieuwe album is de band niet vies van Britse folk(rock), maar de songs van The Decemberists staan dit keer bol van de invloeden. Het zijn invloeden die een plek hebben gevonden in een serie zeer aansprekende songs. Het was lang stil rond The Decemberists, maar de band is gelukkig weer helemaal terug.
De Amerikaanse band The Decemberists maakte tussen 2002 en 2018 een achttal uitstekende albums. Het zijn albums waarop de band uit Portland, Oregon, in eerste instantie vooral haar liefde voor Britse folk(rock) liet horen, maar naarmate de jaren vorderden werd de muziek van de band rond voorman Colin Meloy steeds veelzijdiger. De albums van The Decemberists waren stuk voor stuk van hoog niveau, maar op een of andere manier bleef de band redelijk onbekend, al zou ik het persoonlijk geen cultband noemen.
De afgelopen zes jaar hoorden we niet veel van The Decemberists, in de tussentijd schreef Colin Meloy wel een drietal succesvolle boeken, maar deze week keert de Amerikaanse band terug met een nieuw album. Op As It Ever Was, So It Will Be Again pakt de band meteen flink uit, want het album bevat ruim een uur muziek. In dat ruime uur passen slechts dertien tracks, waaronder het negentien minuten durende epos waarmee het album afsluit.
Colin Meloy produceerde het nieuwe album van The Decemberists samen met de gelouterde producer Tucker Martine, met wie de band ook in het verleden werkte, en haalde verder een aantal gastmuzikanten naar de studio, onder wie James Mercer van The Shins en R.E.M.’s Mike Mills.
As It Ever Was, So It Will Be Again opent met een rijk ingekleurde song, die direct laat horen dat The Decemberists zich al lang niet meer alleen laten beïnvloeden door Britse folkrock. De gitaarlijnen doen denken aan de muziek van R.E.M., de koortjes aan The Beach Boys en als er dan ook nog wat blazers opduiken sleept de band uit Portland er nog wat meer invloeden bij.
As It Ever Was, So It Will Be Again klinkt als een album dat met minstens één been in het verleden staat, maar wat klinkt het ook lekker. De laatste twee albums van de Amerikaanse band vond ik persoonlijk net wat minder dan zijn voorgangers, maar op haar negende album heeft de band de goede vorm weer gevonden.
Na de Amerikaans aandoende openingstrack duiken invloeden uit de Britse folkrock op in de tweede track, al geven de wat exotische ritmes en blazers een bijzondere draai aan de song. De sfeer zit er direct goed in, de zon schijnt uitbundig eigenlijk laat alleen de buitentemperatuur het nog even afweten.
Colin Meloy liet op de vorige albums van zijn band al horen dat hij een uitstekend verhalenverteller is en ook As It Ever Was, So It Will Be Again staat vol prachtige verhalen. Het zijn verhalen die zijn verpakt in uitstekende songs. Het zijn songs die citeren uit de folkrock en Westcoast pop van weleer, maar de meeste songs op het album hebben ook een zeer aangename R.E.M. vibe en zo sleept de band er nog wel wat invloeden bij, om uiteindelijk toch weer vooral als The Decemberists te klinken.
Ruim een uur muziek is meestal te veel van het goede, maar door de kwaliteit van de songs, de verschillende invloeden en het veelkleurige geluid houdt het album makkelijk de aandacht vast. As It Ever Was, So It Will Be Again is op vinyl een album met vier plaatkanten en die klinken allemaal wat anders. De ene keer wat uitbundiger, de volgende keer grotendeels akoestisch en meer folky, dan weer wat veelzijdiger, om te eindigen met een prachtig, indrukwekkend en bijna proggy epos over Jeanne d’Arc. Sterk album weer van de Amerikaanse band. Erwin Zijleman
The Decemberists - I'll Be Your Girl (2018)

4,0
1
geplaatst: 21 maart 2018, 16:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Decemberists - I'll Be Your Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Portland, Oregon, afkomstige band The Decemberists bestaat dit jaar al weer 18 jaar.
Dat is nog niets vergeleken met enkele rockdinosaurussen die al vele decennia bestaan, maar het betekent wel dat de band inmiddels een flink oeuvre heeft opgebouwd.
Het is een oeuvre waarvan ik met name The Crane Wife uit 2006 en The Hazards of Love uit 2009 koester, maar ook de andere platen van de Amerikaanse band mogen er zijn.
Het leuke van The Decemberists is dat ze altijd wel een verrassing in petto hebben en dat is ook dit keer het geval.
I’ll Be Your Girl opent met akoestische gitaren en een folky deuntje waarmee de band wel vaker voor de dag is gekomen, maar na anderhalve minuut duiken uit het niets flink wat synths op in het geluid van de band uit Portland en spelen ook op de rest van de plaat een belangrijke rol spelen.
I’ll Be Your Girl werd geproduceerd door John Congleton, die ik zelf vooral ken van de fascinerende platen van St. Vincent. De ervaren producer drukt zijn stempel op de nieuwe plaat van The Decemberists en heeft niet alleen flink wat synths aan het geluid van de band toegevoegd, maar heeft de plaat ook een zetje gegeven richting new wave en postpunk uit de jaren 70 en 80.
I’ll Be Your Girl klinkt hierdoor anders dan de vorige plaat van de band, die ook weer anders klonk dan zijn voorganger, en het is een geluid waar ik wel even aan moest wennen. Zeker wanneer de synths aanzwellen klinkt het nieuwe geluid van The Decemberists wel erg lichtvoetig en poppy. Op hetzelfde moment heeft de band haar zo bijzondere eigen geluid behouden en klinkt ook I’ll Be Your Girl weer snel als een echte The Decemberists plaat.
Het is een plaat waarop groots aangezette synths voor de afwisseling eens niet koel en afstandelijk klinken, maar goed passen in het warme geluid waarop The Decemberists al 18 jaar het patent heeft.
Zeker in de wat kortere songs op de plaat klinkt de band wat toegankelijker dan in het verleden. Het levert een aantal bijzonder aanstekelijke popsongs op, maar gelukkig mag de muziek van The Decemberists ook nog af en toe ontsporen.
Het grappige is dat ik de combinatie van akoestische en folky muziek en elektronica op het eerste gehoor wat kunstmatig vond klinken, maar uiteindelijk draaien de akoestische gitaren en de veelkleurige synths prachtig om elkaar heen en voorziet de combinatie van de tegenpolen de muziek van de band van meer avontuur en diepgang. In muzikaal opzicht raakt I’ll Be Your Girl af en toe aan Depeche Mode of New Order, maar desondanks zijn de songs van The Decemberists nog altijd warm en folky.
Ik heb de platen van de band uit Portland altijd wat vaker moeten horen voordat ze me dierbaar waren en dat is dit keer niet anders. Bij eerste beluistering was het even wennen, bij de volgende beluistering vooral verbazen, maar inmiddels koester ik de mooie songs van de band en bewonder ik de nieuwe weg die dit keer is ingeslagen.
Een band die zo lang mee draait als The Decemberists heeft het steeds moeilijker om de critici te overtuigen, waardoor I’ll Be Your Girl hier en daar genadeloos wordt gekraakt, maar hoe vaker ik de plaat hoor, hoe meer ik er van overtuigd raak dat The Decemberists hun beste plaat in jaren hebben gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Decemberists - I'll Be Your Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Portland, Oregon, afkomstige band The Decemberists bestaat dit jaar al weer 18 jaar.
Dat is nog niets vergeleken met enkele rockdinosaurussen die al vele decennia bestaan, maar het betekent wel dat de band inmiddels een flink oeuvre heeft opgebouwd.
Het is een oeuvre waarvan ik met name The Crane Wife uit 2006 en The Hazards of Love uit 2009 koester, maar ook de andere platen van de Amerikaanse band mogen er zijn.
Het leuke van The Decemberists is dat ze altijd wel een verrassing in petto hebben en dat is ook dit keer het geval.
I’ll Be Your Girl opent met akoestische gitaren en een folky deuntje waarmee de band wel vaker voor de dag is gekomen, maar na anderhalve minuut duiken uit het niets flink wat synths op in het geluid van de band uit Portland en spelen ook op de rest van de plaat een belangrijke rol spelen.
I’ll Be Your Girl werd geproduceerd door John Congleton, die ik zelf vooral ken van de fascinerende platen van St. Vincent. De ervaren producer drukt zijn stempel op de nieuwe plaat van The Decemberists en heeft niet alleen flink wat synths aan het geluid van de band toegevoegd, maar heeft de plaat ook een zetje gegeven richting new wave en postpunk uit de jaren 70 en 80.
I’ll Be Your Girl klinkt hierdoor anders dan de vorige plaat van de band, die ook weer anders klonk dan zijn voorganger, en het is een geluid waar ik wel even aan moest wennen. Zeker wanneer de synths aanzwellen klinkt het nieuwe geluid van The Decemberists wel erg lichtvoetig en poppy. Op hetzelfde moment heeft de band haar zo bijzondere eigen geluid behouden en klinkt ook I’ll Be Your Girl weer snel als een echte The Decemberists plaat.
Het is een plaat waarop groots aangezette synths voor de afwisseling eens niet koel en afstandelijk klinken, maar goed passen in het warme geluid waarop The Decemberists al 18 jaar het patent heeft.
Zeker in de wat kortere songs op de plaat klinkt de band wat toegankelijker dan in het verleden. Het levert een aantal bijzonder aanstekelijke popsongs op, maar gelukkig mag de muziek van The Decemberists ook nog af en toe ontsporen.
Het grappige is dat ik de combinatie van akoestische en folky muziek en elektronica op het eerste gehoor wat kunstmatig vond klinken, maar uiteindelijk draaien de akoestische gitaren en de veelkleurige synths prachtig om elkaar heen en voorziet de combinatie van de tegenpolen de muziek van de band van meer avontuur en diepgang. In muzikaal opzicht raakt I’ll Be Your Girl af en toe aan Depeche Mode of New Order, maar desondanks zijn de songs van The Decemberists nog altijd warm en folky.
Ik heb de platen van de band uit Portland altijd wat vaker moeten horen voordat ze me dierbaar waren en dat is dit keer niet anders. Bij eerste beluistering was het even wennen, bij de volgende beluistering vooral verbazen, maar inmiddels koester ik de mooie songs van de band en bewonder ik de nieuwe weg die dit keer is ingeslagen.
Een band die zo lang mee draait als The Decemberists heeft het steeds moeilijker om de critici te overtuigen, waardoor I’ll Be Your Girl hier en daar genadeloos wordt gekraakt, maar hoe vaker ik de plaat hoor, hoe meer ik er van overtuigd raak dat The Decemberists hun beste plaat in jaren hebben gemaakt. Erwin Zijleman
The Decemberists - What a Terrible World, What a Beautiful World (2015)

3,5
0
geplaatst: 22 januari 2015, 14:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Decemberists - What A Terrible World, What A Beautiful World - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Decemberists? Ik was ze eerlijk gezegd al weer vergeten. Op zich opmerkelijk want de band behoorde een jaar of tien geleden tot mijn persoonlijke favorieten en maakte in het eerste decennium van het nieuwe millennium een imposante serie platen (met Picaresque uit 2005 als persoonlijke favoriet).
De laatste jaren was de band wat minder productief en het laatste serieuze wapenfeit van de band, The King Is Dead uit 2011, was, zeker achteraf bezien, toch wat minder dan zijn voorgangers.
Hoogste tijd dus voor revanche. What A Terrible World, What A Beautiful World opent direct imposant met een song die begint als een ingetogen folksong maar groots en meeslepend eindigt met aanzwellende strijkers, solerende gitaren en fraaie koortjes. Het is een veelbelovende start van een plaat die vervolgens, zeker in het begin, werkelijk alle kanten op schiet.
Toch is What A Terrible World, What A Beautiful World met een aantal woorden samen te vatten. De nieuwe plaat van The Decemberists is toegankelijker en aanstekelijker dan we van de band gewend zijn, maar is gelukkig nog altijd van een hoog niveau.
Na de grootse openingstrack komt de band uit Portland, Oregon, op de proppen met een buitengewoon zonnig en aanstekelijk popliedje vol blazers. Het roept bij mij herinneringen op aan de popmuziek uit de jaren 80 en dat zijn herinneringen die nog een paar keer terug komen bij beluistering van What A Terrible World, What A Beautiful World.
In de derde track van de plaat gaat de band nog wat verder terug in de tijd en tovert het een 60s doo-woop song uit de hoge hoed, inclusief honingzoete koortjes. Het is één van de weinige uitglijders op de plaat, maar omdat het zo heerlijk nostalgisch klinkt zullen we het The Decemberists maar vergeven.
Na de opvallende opening keert de rust terug. In de meeste tracks die volgen domineert de indie-folk waarmee de band ruim tien jaar geleden opdook en deze klinkt nog altijd geïnspireerd en gloedvol. Ook in deze songs klinken The Decemberists toegankelijker dan we van ze gewend zijn en raakt de muziek van de band afwisselend aan die van 10,000 Maniacs en R.E.M; geen voorbeelden om je voor te schamen.
What A Terrible World, What A Beautiful World klinkt misschien heerlijk toegankelijk, maar de meeste songs van The Decemberists hebben nog altijd veel te bieden en onderscheiden zich moeiteloos van de grijze massa.
Waar de band vroeger behoorlijk constant was, is What A Terrible World, What A Beautiful World echter een behoorlijk wisselvallige plaat; een plaat van momenten. De nieuwe plaat van What A Terrible World, What A Beautiful World bevat ruim een handvol briljante songs, maar ook een kleine handvol songs die niet heel veel indruk weten te maken. Hier tussenin zitten nog wat songs die het voordeel van de twijfel verdienen, waardoor What A Terrible World, What A Beautiful World eindigt met een hele dikke voldoende.
Dat de band beter kan is duidelijk, maar op hetzelfde moment is What A Terrible World, What A Beautiful World toch ook beter dan de meeste andere platen die op het moment verschijnen. Ik koester momenteel vooral de hoogtepunten op de plaat en die mogen er zijn. Of voor de rest het kwartje gaat vallen weet ik niet, maar helemaal uitsluiten doe ik het niet; het doo-wop niemendalletjes zit inmiddels al muurvast in mijn hoofd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Decemberists - What A Terrible World, What A Beautiful World - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Decemberists? Ik was ze eerlijk gezegd al weer vergeten. Op zich opmerkelijk want de band behoorde een jaar of tien geleden tot mijn persoonlijke favorieten en maakte in het eerste decennium van het nieuwe millennium een imposante serie platen (met Picaresque uit 2005 als persoonlijke favoriet).
De laatste jaren was de band wat minder productief en het laatste serieuze wapenfeit van de band, The King Is Dead uit 2011, was, zeker achteraf bezien, toch wat minder dan zijn voorgangers.
Hoogste tijd dus voor revanche. What A Terrible World, What A Beautiful World opent direct imposant met een song die begint als een ingetogen folksong maar groots en meeslepend eindigt met aanzwellende strijkers, solerende gitaren en fraaie koortjes. Het is een veelbelovende start van een plaat die vervolgens, zeker in het begin, werkelijk alle kanten op schiet.
Toch is What A Terrible World, What A Beautiful World met een aantal woorden samen te vatten. De nieuwe plaat van The Decemberists is toegankelijker en aanstekelijker dan we van de band gewend zijn, maar is gelukkig nog altijd van een hoog niveau.
Na de grootse openingstrack komt de band uit Portland, Oregon, op de proppen met een buitengewoon zonnig en aanstekelijk popliedje vol blazers. Het roept bij mij herinneringen op aan de popmuziek uit de jaren 80 en dat zijn herinneringen die nog een paar keer terug komen bij beluistering van What A Terrible World, What A Beautiful World.
In de derde track van de plaat gaat de band nog wat verder terug in de tijd en tovert het een 60s doo-woop song uit de hoge hoed, inclusief honingzoete koortjes. Het is één van de weinige uitglijders op de plaat, maar omdat het zo heerlijk nostalgisch klinkt zullen we het The Decemberists maar vergeven.
Na de opvallende opening keert de rust terug. In de meeste tracks die volgen domineert de indie-folk waarmee de band ruim tien jaar geleden opdook en deze klinkt nog altijd geïnspireerd en gloedvol. Ook in deze songs klinken The Decemberists toegankelijker dan we van ze gewend zijn en raakt de muziek van de band afwisselend aan die van 10,000 Maniacs en R.E.M; geen voorbeelden om je voor te schamen.
What A Terrible World, What A Beautiful World klinkt misschien heerlijk toegankelijk, maar de meeste songs van The Decemberists hebben nog altijd veel te bieden en onderscheiden zich moeiteloos van de grijze massa.
Waar de band vroeger behoorlijk constant was, is What A Terrible World, What A Beautiful World echter een behoorlijk wisselvallige plaat; een plaat van momenten. De nieuwe plaat van What A Terrible World, What A Beautiful World bevat ruim een handvol briljante songs, maar ook een kleine handvol songs die niet heel veel indruk weten te maken. Hier tussenin zitten nog wat songs die het voordeel van de twijfel verdienen, waardoor What A Terrible World, What A Beautiful World eindigt met een hele dikke voldoende.
Dat de band beter kan is duidelijk, maar op hetzelfde moment is What A Terrible World, What A Beautiful World toch ook beter dan de meeste andere platen die op het moment verschijnen. Ik koester momenteel vooral de hoogtepunten op de plaat en die mogen er zijn. Of voor de rest het kwartje gaat vallen weet ik niet, maar helemaal uitsluiten doe ik het niet; het doo-wop niemendalletjes zit inmiddels al muurvast in mijn hoofd. Erwin Zijleman
The Deep Dark Woods - Changing Faces (2021)

4,0
1
geplaatst: 16 mei 2021, 10:34 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Deep Dark Woods - Changing Faces - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De lente lijkt er nu dan echt aan te komen, maar als je behoefte hebt aan een wat donkerder klinkend album is er het aardedonkere en indringende album van The Deep Dark Woods
De Canadese band The Deep Dark Woods timmert inmiddels een jaar of vijftien aan de weg en heeft een aantal prachtige albums op haar naam staan. We hebben dit keer bijna vier jaar op een nieuw album moeten wachten, maar de band rond Ryan Boldt heeft het weer geflikt. The Deep Dark Woods kiest ook dit keer voor een stemmig en behoorlijk donker geluid. Het is een geluid dat flarden van de muziek van The Band bevat, maar qua sfeer en voordracht heeft het soms ook wel wat van Nick Cave of Tindersticks. Changing Faces is geen album waarvan de zon onmiddellijk gaat schijnen, maar het is wel een album dat de avond prachtig inkleurt wanneer de zon eenmaal onder is.
De krenten uit de pop: The Deep Dark Woods - Changing Faces - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De lente lijkt er nu dan echt aan te komen, maar als je behoefte hebt aan een wat donkerder klinkend album is er het aardedonkere en indringende album van The Deep Dark Woods
De Canadese band The Deep Dark Woods timmert inmiddels een jaar of vijftien aan de weg en heeft een aantal prachtige albums op haar naam staan. We hebben dit keer bijna vier jaar op een nieuw album moeten wachten, maar de band rond Ryan Boldt heeft het weer geflikt. The Deep Dark Woods kiest ook dit keer voor een stemmig en behoorlijk donker geluid. Het is een geluid dat flarden van de muziek van The Band bevat, maar qua sfeer en voordracht heeft het soms ook wel wat van Nick Cave of Tindersticks. Changing Faces is geen album waarvan de zon onmiddellijk gaat schijnen, maar het is wel een album dat de avond prachtig inkleurt wanneer de zon eenmaal onder is.
The Deep Dark Woods - Yarrow (2017)

4,0
1
geplaatst: 31 oktober 2017, 18:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Deep Dark Woods - Yarrow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij de bandnaam The Deep Dark Woods denk je waarschijnlijk niet direct aan lichtvoetige en zonnige deuntjes en die hoor je dan ook niet op Yarrow, al weer de zesde plaat van de band uit Saskatoon, Saskatchewan, Canada.
Ik ken de Canadese band zelf vooral van hun eerste platen, maar Yarrow is een bijzonder aangename nieuwe kennismaking met de muziek van The Deep Dark Woods.
De stemmige herfstklanken op Yarrow citeren nadrukkelijk uit folk- en countryrock uit het verre verleden, maar The Deep Dark Woods voegt ook meer recente en eigen invloeden toe aan de invloeden uit het verleden.
Deze invloeden uit het verleden zijn overigens diverser dan bij de meeste andere bands in het genre, want The Deep Dark Woods eert op Yarrow zowel de Britse folkrock als de Amerikaanse folkrock en countryrock. De nieuwe plaat van de Canadese band raakt hier en daar aan de muziek van The Byrds, The Band en Gram Parsons, maar heeft ook heel veel raakvlakken met die van de Britse folkrock helden The Fairport Convention.
Het is knap hoe al deze invloeden op Yarrow worden gecombineerd met het eigen gezicht van The Deep Dark Woods. Op Yarrow komt dit eigen gezicht vooral van voorman Ryan Boldt, die op de plaat vrijwel alle touwtjes in handen heeft. Boldt laat zich op Yarrow overigens wel bijstaan door stadgenoten Kacy Anderson en Clayton Linthicum, beter bekend als Kacy & Clayton en dat blijkt een verstandige keuze.
Met name de vocalen van Kacy Anderson, die is voorzien van een stem die zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van de Britse folk uit de jaren 70, speelt een belangrijke rol op Yarrow. De stem van Kacy Clayton past prachtig bij de donkere stem van Ryan Boldt en voorziet de donkere muziek van The Deep Dark Woods van meerdere lagen en van enige kleur.
Zeker wanneer The Deep Dark Woods wat buiten de vaste kaders van de folkrock en countryrock kleurt, heeft Yarrow wel wat raakvlakken met de muziek van Nick Cave, maar minstens even vaak begeeft de Canadese band zich op het terrein dat tot dusver vooral door The Handsome Family werd ontgonnen.
Vanwege de stemmige klanken en de vele echo’s uit het verleden, slaat Yarrow van The Deep Dark Woods zich op de eerste herfstdagen van het jaar als een warme deken om je heen, maar de plaat weet toch ook steeds weer te verrassen met subtiele uitstapjes buiten de gebaande paden of richting omliggende genres.
Zeker wanneer Ryan Boldt zich laat inspireren door de bijzondere muziek van The Handsome Family, voorziet The Deep Dark Woods de herfstdagen van wat extra donkere wolken, maar luister goed naar de plaat en je hoort allerlei accenten die de zon toch weer voorzichtig doen schijnen, bijvoorbeeld in het fraaie gitaarwerk op de plaat of in de prachtige heldere stem van Kacy Clayton.
Yarrow ontwikkelt zich hierdoor snel van een warme deken voor donkere herfstdagen tot een fascinerende plaat vol schoonheid en diepgang. Er verschijnen momenteel stapels soundtracks voor de donkere dagen die komen gaan, maar dit is als je het mij vraagt een van de mooiste. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Deep Dark Woods - Yarrow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij de bandnaam The Deep Dark Woods denk je waarschijnlijk niet direct aan lichtvoetige en zonnige deuntjes en die hoor je dan ook niet op Yarrow, al weer de zesde plaat van de band uit Saskatoon, Saskatchewan, Canada.
Ik ken de Canadese band zelf vooral van hun eerste platen, maar Yarrow is een bijzonder aangename nieuwe kennismaking met de muziek van The Deep Dark Woods.
De stemmige herfstklanken op Yarrow citeren nadrukkelijk uit folk- en countryrock uit het verre verleden, maar The Deep Dark Woods voegt ook meer recente en eigen invloeden toe aan de invloeden uit het verleden.
Deze invloeden uit het verleden zijn overigens diverser dan bij de meeste andere bands in het genre, want The Deep Dark Woods eert op Yarrow zowel de Britse folkrock als de Amerikaanse folkrock en countryrock. De nieuwe plaat van de Canadese band raakt hier en daar aan de muziek van The Byrds, The Band en Gram Parsons, maar heeft ook heel veel raakvlakken met die van de Britse folkrock helden The Fairport Convention.
Het is knap hoe al deze invloeden op Yarrow worden gecombineerd met het eigen gezicht van The Deep Dark Woods. Op Yarrow komt dit eigen gezicht vooral van voorman Ryan Boldt, die op de plaat vrijwel alle touwtjes in handen heeft. Boldt laat zich op Yarrow overigens wel bijstaan door stadgenoten Kacy Anderson en Clayton Linthicum, beter bekend als Kacy & Clayton en dat blijkt een verstandige keuze.
Met name de vocalen van Kacy Anderson, die is voorzien van een stem die zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van de Britse folk uit de jaren 70, speelt een belangrijke rol op Yarrow. De stem van Kacy Clayton past prachtig bij de donkere stem van Ryan Boldt en voorziet de donkere muziek van The Deep Dark Woods van meerdere lagen en van enige kleur.
Zeker wanneer The Deep Dark Woods wat buiten de vaste kaders van de folkrock en countryrock kleurt, heeft Yarrow wel wat raakvlakken met de muziek van Nick Cave, maar minstens even vaak begeeft de Canadese band zich op het terrein dat tot dusver vooral door The Handsome Family werd ontgonnen.
Vanwege de stemmige klanken en de vele echo’s uit het verleden, slaat Yarrow van The Deep Dark Woods zich op de eerste herfstdagen van het jaar als een warme deken om je heen, maar de plaat weet toch ook steeds weer te verrassen met subtiele uitstapjes buiten de gebaande paden of richting omliggende genres.
Zeker wanneer Ryan Boldt zich laat inspireren door de bijzondere muziek van The Handsome Family, voorziet The Deep Dark Woods de herfstdagen van wat extra donkere wolken, maar luister goed naar de plaat en je hoort allerlei accenten die de zon toch weer voorzichtig doen schijnen, bijvoorbeeld in het fraaie gitaarwerk op de plaat of in de prachtige heldere stem van Kacy Clayton.
Yarrow ontwikkelt zich hierdoor snel van een warme deken voor donkere herfstdagen tot een fascinerende plaat vol schoonheid en diepgang. Er verschijnen momenteel stapels soundtracks voor de donkere dagen die komen gaan, maar dit is als je het mij vraagt een van de mooiste. Erwin Zijleman
The Delgados - Universal Audio (2004)

4,5
1
geplaatst: 5 oktober 2025, 20:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Delgados - Universal Audio (2004) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Delgados - Universal Audio (2004)
De Schotse band The Delgados wist de cultstatus nooit echt te ontstijgen, maar had op basis van de vijf geweldige albums die de band uit Glasgow gedurende haar bestaan maakte echt veel meer verdiend
Na het vorige week verschenen soloalbum van Emma Pollock kwam de muziek van haar voormalige band The Delgados bij mij weer op de radar. De Schotse band maakte tussen 1997 en 2004 vijf albums en het zijn albums die allemaal op hun eigen manier goed zijn. De albums die de band maakte met topproducer Dave Fridmann worden over het algemeen gezien als de beste albums van de band, maar ik ben momenteel vooral gecharmeerd van de zwanenzang van de band. Universal Audio staat immers vol met geweldige popsongs, die aan de ene kant bijzonder lekker in het gehoor liggen en aan de andere kant het unieke en eigenzinnige stempel van de altijd wat onderschatte Schotse band dragen.
Een paar dagen geleden besprak ik het nieuwe soloalbum van de Schotse muzikante Emma Pollock (check absoluut het echt uitstekende Begging The Night To Take Hold). Als ik luister naar de muziek van Emma Pollock duurt het over het algemeen niet lang voordat ik er een album van haar voormalige band The Delgados bij pak en dat was de afgelopen week niet anders.
Ik ben dit keer wat dieper in het oeuvre van de band uit Glasgow gedoken en niet zonder gevolg. Ik leerde de muziek van The Delgados aan het eind van de jaren 90 kennen en was direct gecharmeerd van Domestiques (1996) en Peloton (1998), waarna de Schotse band met het in 2000 verschenen The Great Eastern wat mij betreft haar meesterwerk afleverde. Na The Great Eastern volgden nog twee albums, Hate uit 2002 en Universal Audio uit 2004, maar die konden in mijn herinnering niet tippen aan het album uit 2000.
Ik heb de afgelopen week het helaas compacte oeuvre van The Delgados de revue nog eens laten passeren. Ik vind nog altijd dat de band vijf uitstekende albums heeft gemaakt, maar ik vind The Great Eastern inmiddels het op een na beste album van de Schotse band. De afgelopen week beviel de zwanenzang van The Delgados me immers het best en dat had ik niet verwacht.
Het knappe van het oeuvre van de band uit Glasgow is dat alle albums een eigen gezicht hebben. Dat gezicht werd op The Great Eastern en Hate voor een belangrijk deel bepaald door de productie van Dave Fridmann, die destijds stevig aan de weg timmerde met zijn werk voor met name The Flaming Lips. Voor Universal Audio werd geen beroep gedaan op de Amerikaanse topproducer, waardoor het album weer meer als een album van een eigenzinnig bandje uit Glasgow klinkt.
De albums van The Delgados zijn ook stuk voor stuk albums met twee gezichten, want het maakt nogal uit of Emma Pollock of Alun Woodward tekent voor de leadzang. Het contrast tussen de songs van de twee is op Universal Audio nog wat groter dan op de vorige albums.
De songs waarin Emma Pollock de leadzang voor haar rekening neemt zijn vooral bitterzoete en oorstrelend mooie popsongs. Het zijn in een aantal gevallen popsongs zoals ook bands uit Glasgow als Belle & Sebastian en Camera Obscura die kunnen maken, maar het zijn ook popsongs met het unieke stempel van The Delgados.
De songs die worden gezongen door Alun Woodward klinken totaal anders. De Schotse muzikant laat zich in zijn songs beïnvloeden door een aantal decennia Britse popmuziek. Ik hoor flink wat Beatlesque elementen in de songs op Universal Audio, maar ook een band als XTC (die zich natuurlijk ook liet beïnvloeden door The Beatles) heeft invloed gehad op de songs op de zwanenzang van The Delgados.
In mijn herinnering was het heilige vuur wel wat verdwenen op Universal Audio, maar ik hoor het nu toch totaal anders. Het is een album met een serie geweldige songs en het zijn songs die laten horen dat er in 2004 nog wel degelijk muziek zat in de Schotse band. Het blijft jammer dat het oeuvre van The Delgados is blijven steken bij vijf albums. Alun Woodward is momenteel een triatlon coach en Emma Pollock brengt zo af en toe eens een album uit (wel erg goede albums overigens). In 2023 was er een korte reünie tour van The Delgados, maar van een nieuw album lijkt helaas geen sprake. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Delgados - Universal Audio (2004) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Delgados - Universal Audio (2004)
De Schotse band The Delgados wist de cultstatus nooit echt te ontstijgen, maar had op basis van de vijf geweldige albums die de band uit Glasgow gedurende haar bestaan maakte echt veel meer verdiend
Na het vorige week verschenen soloalbum van Emma Pollock kwam de muziek van haar voormalige band The Delgados bij mij weer op de radar. De Schotse band maakte tussen 1997 en 2004 vijf albums en het zijn albums die allemaal op hun eigen manier goed zijn. De albums die de band maakte met topproducer Dave Fridmann worden over het algemeen gezien als de beste albums van de band, maar ik ben momenteel vooral gecharmeerd van de zwanenzang van de band. Universal Audio staat immers vol met geweldige popsongs, die aan de ene kant bijzonder lekker in het gehoor liggen en aan de andere kant het unieke en eigenzinnige stempel van de altijd wat onderschatte Schotse band dragen.
Een paar dagen geleden besprak ik het nieuwe soloalbum van de Schotse muzikante Emma Pollock (check absoluut het echt uitstekende Begging The Night To Take Hold). Als ik luister naar de muziek van Emma Pollock duurt het over het algemeen niet lang voordat ik er een album van haar voormalige band The Delgados bij pak en dat was de afgelopen week niet anders.
Ik ben dit keer wat dieper in het oeuvre van de band uit Glasgow gedoken en niet zonder gevolg. Ik leerde de muziek van The Delgados aan het eind van de jaren 90 kennen en was direct gecharmeerd van Domestiques (1996) en Peloton (1998), waarna de Schotse band met het in 2000 verschenen The Great Eastern wat mij betreft haar meesterwerk afleverde. Na The Great Eastern volgden nog twee albums, Hate uit 2002 en Universal Audio uit 2004, maar die konden in mijn herinnering niet tippen aan het album uit 2000.
Ik heb de afgelopen week het helaas compacte oeuvre van The Delgados de revue nog eens laten passeren. Ik vind nog altijd dat de band vijf uitstekende albums heeft gemaakt, maar ik vind The Great Eastern inmiddels het op een na beste album van de Schotse band. De afgelopen week beviel de zwanenzang van The Delgados me immers het best en dat had ik niet verwacht.
Het knappe van het oeuvre van de band uit Glasgow is dat alle albums een eigen gezicht hebben. Dat gezicht werd op The Great Eastern en Hate voor een belangrijk deel bepaald door de productie van Dave Fridmann, die destijds stevig aan de weg timmerde met zijn werk voor met name The Flaming Lips. Voor Universal Audio werd geen beroep gedaan op de Amerikaanse topproducer, waardoor het album weer meer als een album van een eigenzinnig bandje uit Glasgow klinkt.
De albums van The Delgados zijn ook stuk voor stuk albums met twee gezichten, want het maakt nogal uit of Emma Pollock of Alun Woodward tekent voor de leadzang. Het contrast tussen de songs van de twee is op Universal Audio nog wat groter dan op de vorige albums.
De songs waarin Emma Pollock de leadzang voor haar rekening neemt zijn vooral bitterzoete en oorstrelend mooie popsongs. Het zijn in een aantal gevallen popsongs zoals ook bands uit Glasgow als Belle & Sebastian en Camera Obscura die kunnen maken, maar het zijn ook popsongs met het unieke stempel van The Delgados.
De songs die worden gezongen door Alun Woodward klinken totaal anders. De Schotse muzikant laat zich in zijn songs beïnvloeden door een aantal decennia Britse popmuziek. Ik hoor flink wat Beatlesque elementen in de songs op Universal Audio, maar ook een band als XTC (die zich natuurlijk ook liet beïnvloeden door The Beatles) heeft invloed gehad op de songs op de zwanenzang van The Delgados.
In mijn herinnering was het heilige vuur wel wat verdwenen op Universal Audio, maar ik hoor het nu toch totaal anders. Het is een album met een serie geweldige songs en het zijn songs die laten horen dat er in 2004 nog wel degelijk muziek zat in de Schotse band. Het blijft jammer dat het oeuvre van The Delgados is blijven steken bij vijf albums. Alun Woodward is momenteel een triatlon coach en Emma Pollock brengt zo af en toe eens een album uit (wel erg goede albums overigens). In 2023 was er een korte reünie tour van The Delgados, maar van een nieuw album lijkt helaas geen sprake. Erwin Zijleman
The Delines - Colfax (2014)

4,5
0
geplaatst: 6 mei 2014, 14:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Delines - Colfax - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Richmond Fontaine voorman Willy Vlautin trok de afgelopen jaren meer aandacht met zijn, overigens fantastische, boeken dan met de muziek van zijn band, die de afgelopen jaren helaas geen platen meer uitbracht.
Het geduld van de fans van de band wordt nog wat langer op de proef gesteld, want Vlautin dook onlangs op als lid van de gelegenheidsband The Delines (ter geruststelling: volgens Vlautin wordt hard gewerkt aan een nieuw Richmond Fontaine album).
The Delines is verder samengesteld uit leden van The Decemberists en Minus 5 en heeft als boegbeeld de van The Damnations TX (on)bekende zangeres Amy Boone. Deze Amy Boone drukt nadrukkelijk haar stempel op Colfax van The Delines, want het is haar prachtige stem die het meest opvalt bij beluistering van deze plaat. Wanneer je wat beter naar de plaat luistert en je ook in de teksten verdiept komt de belangrijke rol van Willy Vlautin aan de oppervlakte. Vlautin schreef de prachtige verhalen die zich laten lezen als een boek en had ook in muzikaal opzicht een stevige vinger in de pap.
The Delines maken op Colfax muziek die meerdere kanten op kan gaan. Een aantal songs raakt aan de klassieke vrouwelijke singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (variërend van Carole King tot Rickie Lee Jones), verleidt met lome alt-country die wel wat heeft van The Cowboy Junkies, doet meer dan eens denken aan de muziek van Natalie Merchant (met of zonder 10,000 Maniacs) en is tenslotte niet vies van lome nachtclub jazz of bezwerende muziek die is te omschrijven als Mazzy Star met wat minder valium en een country twist. Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat Amy Boone beschikt over flink wat soul.
Plak alle songs aan elkaar vast en je neemt deel aan een fraaie road-trip door de Verenigde Staten, waarbij Willy Vlautin de gastheer is en Amy Boone zorgt voor het kippenvel. Colfax is een lome, sfeervolle en intieme plaat die in muzikaal opzicht al vrij makkelijk weet te overtuigen, maar wanneer Amy Boone begint te zingen ben je verkocht. Ik had persoonlijk nog nooit eerder van Amy Boone of van haar band The Damnations TX gehoord, maar sinds de eerste beluistering van Colfax ben ik verliefd op haar stem.
The Delines hebben een alt-country plaat gemaakt waarbij je alleen maar wilt wegdromen en waarbij het bijna zeker is dat mooie beelden op het netvlies zullen worden getoverd. Zeker als het tempo uiterst laag is, en dat is het in de meeste gevallen, heeft de muziek van The Delines een bijna hypnotiserende werking, maar ook als Amy Boone voorzichtig gas geeft zit de muziek van The Delines vol emotie en bezieling.
Omdat ik meestal niet zo gecharmeerd ben van gelegenheidsbands, heb ik Colfax van The Delines iets langer laten liggen, maar toen ik de plaat uiteindelijk hoorde had ik daar direct spijt van. The Delines hebben op het moment met Colfax absoluut één van de mooiste platen in het genre gemaakt en het is een plaat die nog lange tijd groeit en bloeit. Inmiddels terecht de hemel in geprezen in Engeland, maar nu is Nederland aan de beurt. Ga dat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Delines - Colfax - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Richmond Fontaine voorman Willy Vlautin trok de afgelopen jaren meer aandacht met zijn, overigens fantastische, boeken dan met de muziek van zijn band, die de afgelopen jaren helaas geen platen meer uitbracht.
Het geduld van de fans van de band wordt nog wat langer op de proef gesteld, want Vlautin dook onlangs op als lid van de gelegenheidsband The Delines (ter geruststelling: volgens Vlautin wordt hard gewerkt aan een nieuw Richmond Fontaine album).
The Delines is verder samengesteld uit leden van The Decemberists en Minus 5 en heeft als boegbeeld de van The Damnations TX (on)bekende zangeres Amy Boone. Deze Amy Boone drukt nadrukkelijk haar stempel op Colfax van The Delines, want het is haar prachtige stem die het meest opvalt bij beluistering van deze plaat. Wanneer je wat beter naar de plaat luistert en je ook in de teksten verdiept komt de belangrijke rol van Willy Vlautin aan de oppervlakte. Vlautin schreef de prachtige verhalen die zich laten lezen als een boek en had ook in muzikaal opzicht een stevige vinger in de pap.
The Delines maken op Colfax muziek die meerdere kanten op kan gaan. Een aantal songs raakt aan de klassieke vrouwelijke singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (variërend van Carole King tot Rickie Lee Jones), verleidt met lome alt-country die wel wat heeft van The Cowboy Junkies, doet meer dan eens denken aan de muziek van Natalie Merchant (met of zonder 10,000 Maniacs) en is tenslotte niet vies van lome nachtclub jazz of bezwerende muziek die is te omschrijven als Mazzy Star met wat minder valium en een country twist. Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat Amy Boone beschikt over flink wat soul.
Plak alle songs aan elkaar vast en je neemt deel aan een fraaie road-trip door de Verenigde Staten, waarbij Willy Vlautin de gastheer is en Amy Boone zorgt voor het kippenvel. Colfax is een lome, sfeervolle en intieme plaat die in muzikaal opzicht al vrij makkelijk weet te overtuigen, maar wanneer Amy Boone begint te zingen ben je verkocht. Ik had persoonlijk nog nooit eerder van Amy Boone of van haar band The Damnations TX gehoord, maar sinds de eerste beluistering van Colfax ben ik verliefd op haar stem.
The Delines hebben een alt-country plaat gemaakt waarbij je alleen maar wilt wegdromen en waarbij het bijna zeker is dat mooie beelden op het netvlies zullen worden getoverd. Zeker als het tempo uiterst laag is, en dat is het in de meeste gevallen, heeft de muziek van The Delines een bijna hypnotiserende werking, maar ook als Amy Boone voorzichtig gas geeft zit de muziek van The Delines vol emotie en bezieling.
Omdat ik meestal niet zo gecharmeerd ben van gelegenheidsbands, heb ik Colfax van The Delines iets langer laten liggen, maar toen ik de plaat uiteindelijk hoorde had ik daar direct spijt van. The Delines hebben op het moment met Colfax absoluut één van de mooiste platen in het genre gemaakt en het is een plaat die nog lange tijd groeit en bloeit. Inmiddels terecht de hemel in geprezen in Engeland, maar nu is Nederland aan de beurt. Ga dat horen. Erwin Zijleman
The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom (2025)

4,0
2
geplaatst: 21 februari 2025, 16:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom
Met de stem van Amy Boon, de songwriting skills van Willy Vlautin en de muzikaliteit van de overige leden van The Delines kun je eigenlijk geen slecht album maken en dat heeft de band dan ook niet gedaan
Willy Vlautin zag The Delines in eerste instantie als een band naast Richmond Fontaine, maar inmiddels richt hij al zijn muzikale aandacht op de band met boegbeeld Amy Boone. Schrijver Willy Vlautin heeft ook voor Mr. Luck & Ms. Doom weer een serie uitstekende songs en fraaie teksten geschreven en deze worden als altijd prachtig vertolkt door Amy Boon, die alleen maar beter gaat zingen. De rest van de band zorgt voor prachtige klanken met vooral invloeden uit de country, soul en jazz. Het geluid van The Delines klinkt inmiddels vertrouwd, maar de band uit Portland, Oregon, klinkt ook op haar vijfde album warm en geïnspireerd. Een heerlijk album voor als de zon onder is.
De Amerikaanse muzikant Willy Vlautin stopte een jaar of negen geleden met zijn band Richmond Fontaine om meer tijd te hebben voor het schrijven van boeken. De afgelopen jaren timmert Willy Vlautin dan ook vooral en met heel veel succes aan de weg als schrijver, maar hij is de muziek gelukkig niet helemaal vergeten. Deze week verscheen immers het vijfde album van de band The Delines, de band die Willy Vlautin in 2013 formeerde.
De Amerikaanse muzikant had destijds maar één reden om een tweede band te formeren en dat was de stem van zangeres Amy Boone, die hem mateloos fascineerde en betoverde. Iedereen die de albums van The Delines kent weet dat dit een hele goede reden was om een extra band te starten en ook op het deze week verschenen Mr. Luck & Ms. Doom zingt Amy Boon weer de sterren van de hemel.
De Amerikaanse zangeres beschikt over een warm en soulvol geluid, maar ze kan ook uitstekend doseren en vertolkt de songs van The Delines bovendien met veel gevoel en precisie. Alleen door de zang van Amy Boone is Mr. Luck & Ms. Doom al een geweldig album, maar The Delines zijn meer dan hun boegbeeld. Willy Vlautin is niet alleen een geweldige schrijver, maar ook een uitstekende songwriter. De fraaie verhalen die hij vertelt zijn bovendien verpakt in lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs. Ik ben lang niet altijd van de teksten, maar de teksten van Willy Vlautin verdienen het om volledig uitgeplozen te worden.
Ook in muzikaal opzicht heeft de band uit Portland, Oregon, weer veel te bieden. De muziek van The Delines staat ook dit keer weer bol van de invloeden uit de country en de soul, maar Mr. Luck & Ms. Doom klinkt ook zeker jazzy. Dat de band bestaat uit geweldige muzikanten hoor je een album lang. De ritmesectie speelt prachtig subtiel, de gitaarlijnen zijn weergaloos, de synths en orgels zijn fraai ondersteunend en dan zijn er ook nog eens de blazers en strijkers die nog wat warmte toevoegen aan het sfeervolle geluid van The Delines.
Het is een geluid dat sowieso al niet over warmte heeft te klagen, want de weldadige stem van Amy Boone slaat zich song na song als een warme deken om je heen. Zeker in de meest ingetogen songs zingt de Amerikaanse muzikante echt weergaloos mooi, maar in deze tracks is ook in de muziek iedere noot raak. De criticus zal beweren dat The Delines vertrouwen op een inmiddels bekend recept en hier weinig aan toevoegen, maar ik vind het geluid op Mr. Luck & Ms. Doom weer net wat mooier en ook van de songs van Willy Vlautin krijg ik geen genoeg.
De stelling ‘meer van hetzelfde’ gaat wat mij betreft dan ook niet op en Mr. Luck & Ms. Doom kan wat mij betreft ook nog eens mee met het beste werk van de band. Het nieuwe album van The Delines is ook nog eens prachtig opgenomen, waardoor je ieder instrument afzonderlijk hoort en het af en toe bijna lijkt of Amy Boone bij je in de woonkamer staat te zingen.
Het meest recente boek van Willy Vlautin heb ik weer met veel plezier gelezen, maar ook de muzikale verrichtingen van de Amerikaanse schrijver en muzikant zijn nog altijd van een hoog niveau. Zeker zo lang de avonden donker zijn zorgt Mr. Luck & Ms. Doom van The Delines voor een nagenoeg perfecte soundtrack. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Delines - Mr. Luck & Ms. Doom
Met de stem van Amy Boon, de songwriting skills van Willy Vlautin en de muzikaliteit van de overige leden van The Delines kun je eigenlijk geen slecht album maken en dat heeft de band dan ook niet gedaan
Willy Vlautin zag The Delines in eerste instantie als een band naast Richmond Fontaine, maar inmiddels richt hij al zijn muzikale aandacht op de band met boegbeeld Amy Boone. Schrijver Willy Vlautin heeft ook voor Mr. Luck & Ms. Doom weer een serie uitstekende songs en fraaie teksten geschreven en deze worden als altijd prachtig vertolkt door Amy Boon, die alleen maar beter gaat zingen. De rest van de band zorgt voor prachtige klanken met vooral invloeden uit de country, soul en jazz. Het geluid van The Delines klinkt inmiddels vertrouwd, maar de band uit Portland, Oregon, klinkt ook op haar vijfde album warm en geïnspireerd. Een heerlijk album voor als de zon onder is.
De Amerikaanse muzikant Willy Vlautin stopte een jaar of negen geleden met zijn band Richmond Fontaine om meer tijd te hebben voor het schrijven van boeken. De afgelopen jaren timmert Willy Vlautin dan ook vooral en met heel veel succes aan de weg als schrijver, maar hij is de muziek gelukkig niet helemaal vergeten. Deze week verscheen immers het vijfde album van de band The Delines, de band die Willy Vlautin in 2013 formeerde.
De Amerikaanse muzikant had destijds maar één reden om een tweede band te formeren en dat was de stem van zangeres Amy Boone, die hem mateloos fascineerde en betoverde. Iedereen die de albums van The Delines kent weet dat dit een hele goede reden was om een extra band te starten en ook op het deze week verschenen Mr. Luck & Ms. Doom zingt Amy Boon weer de sterren van de hemel.
De Amerikaanse zangeres beschikt over een warm en soulvol geluid, maar ze kan ook uitstekend doseren en vertolkt de songs van The Delines bovendien met veel gevoel en precisie. Alleen door de zang van Amy Boone is Mr. Luck & Ms. Doom al een geweldig album, maar The Delines zijn meer dan hun boegbeeld. Willy Vlautin is niet alleen een geweldige schrijver, maar ook een uitstekende songwriter. De fraaie verhalen die hij vertelt zijn bovendien verpakt in lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs. Ik ben lang niet altijd van de teksten, maar de teksten van Willy Vlautin verdienen het om volledig uitgeplozen te worden.
Ook in muzikaal opzicht heeft de band uit Portland, Oregon, weer veel te bieden. De muziek van The Delines staat ook dit keer weer bol van de invloeden uit de country en de soul, maar Mr. Luck & Ms. Doom klinkt ook zeker jazzy. Dat de band bestaat uit geweldige muzikanten hoor je een album lang. De ritmesectie speelt prachtig subtiel, de gitaarlijnen zijn weergaloos, de synths en orgels zijn fraai ondersteunend en dan zijn er ook nog eens de blazers en strijkers die nog wat warmte toevoegen aan het sfeervolle geluid van The Delines.
Het is een geluid dat sowieso al niet over warmte heeft te klagen, want de weldadige stem van Amy Boone slaat zich song na song als een warme deken om je heen. Zeker in de meest ingetogen songs zingt de Amerikaanse muzikante echt weergaloos mooi, maar in deze tracks is ook in de muziek iedere noot raak. De criticus zal beweren dat The Delines vertrouwen op een inmiddels bekend recept en hier weinig aan toevoegen, maar ik vind het geluid op Mr. Luck & Ms. Doom weer net wat mooier en ook van de songs van Willy Vlautin krijg ik geen genoeg.
De stelling ‘meer van hetzelfde’ gaat wat mij betreft dan ook niet op en Mr. Luck & Ms. Doom kan wat mij betreft ook nog eens mee met het beste werk van de band. Het nieuwe album van The Delines is ook nog eens prachtig opgenomen, waardoor je ieder instrument afzonderlijk hoort en het af en toe bijna lijkt of Amy Boone bij je in de woonkamer staat te zingen.
Het meest recente boek van Willy Vlautin heb ik weer met veel plezier gelezen, maar ook de muzikale verrichtingen van de Amerikaanse schrijver en muzikant zijn nog altijd van een hoog niveau. Zeker zo lang de avonden donker zijn zorgt Mr. Luck & Ms. Doom van The Delines voor een nagenoeg perfecte soundtrack. Erwin Zijleman
The Delines - The Imperial (2019)

4,5
1
geplaatst: 13 januari 2019, 10:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: The Delines - The Imperial - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nog indrukwekkender dan het debuut deze prachtplaat van The Delines voor de kleine uurtjes (en alle uurtjes ervoor en erna)
The Delines debuteerden alweer bijna vijf jaar geleden met het fraaie Colfax, maar overtreffen dit debuut op alle fronten met het werkelijk prachtige The Imperial. De instrumentatie is warm, gloedvol en soulvol, de verhalen van Willy Vlautin zijn mooi en indringend en de zang van Amy Boone is wonderschoon en staat garant voor kippenvel. De ene na de andere prachtsong trekt voorbij en ze worden alleen maar mooier. Laat maar komen die voorspelde horrorwinter; met de warmbloedige klanken van The Delines uit de speakers blijft het ook bij -20 lekker warm. Een hele mooie start van het muziekjaar 2019.
Colfax van de Amerikaanse band The Delines was alweer bijna vijf jaar geleden een plaat die misschien niet direct een onuitwisbare indruk maakte, maar vervolgens bij iedere luisterbeurt beter en interessanter werd.
Mijn aandacht werd vijf jaar geleden in eerste instantie getrokken door de bijdragen van Richmond Fontaine voorman en schrijver Willy Vlautin. De Amerikaanse (gelegenheids?) band bestond verder uit leden van The Decemberists en Minus 5, maar de meeste aandacht werd getrokken door de van The Damnations TX (on)bekende zangeres Amy Boone.
The Delines maakten uiteindelijk diepe indruk met warme klanken, mooie (grotendeels door Willy Vlautin geschreven) verhalen en met name de prachtstem van Amy Boone. Het bleek een stem die alle kant op kon, want op Colfax maakte de band uit Portland, Oregon, zowel uitstapjes richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (Carole King, maar vooral Rickie Lee Jones) en lome alt-country (van Cowboy Junkies tot 10,000 Maniacs) als richting lome nachtclub jazz en soul.
Het is helaas lang stil geweest rond The Delines, maar met The Imperial is de band eindelijk terug. Zangeres Amy Boon moest jaren revalideren na een ernstig ongeluk, maar is gelukkig weer op de been. Op The Imperial trekken The Delines de lijn van de verrassend goede voorganger door.
De band tekent wederom voor warmbloedige klanken vol invloeden uit de alt-country, maar invloeden uit de countrysoul en pure soul hebben aan terrein gewonnen op de tweede plaat van de band (het tussendoortje Scenic Sessions uit 2015 niet meegeteld). Het zijn invloeden die meer dan uitstekend passen bij de stem van Amy Boone, die op The Imperial nog veel meer indruk maakt dan op de vorige plaat van de band.
In muzikaal opzicht slaat The Imperial als een warme deken om je heen, waarna de warme en doorleefde vocalen van Amy Boone de verleiding compleet maken. Hier blijft het niet bij, want ook op The Imperial krijgen de songs van The Delines een extra dimensie door de prachtige verhalen van Willy Vlautin, die van alle songs op de plaat een miniboek heeft gemaakt.
The Imperial is een ingetogen plaat vol subtiele klanken en al even subtiele zang. Amy Boone zingt op de nieuwe plaat van de band uit Portland, Oregon, vaak fluisterzacht, maar kan ook imponeren met een heerlijk soulvolle strot. De fraaie instrumentatie draait hier prachtig omheen en streelt het oor met onder andere prachtig gitaar- en toetsenwerk. Ook de productie van de gelouterde John Askew (Laura Veirs, Neko Case), die ook het debuut van de band produceerde, is prachtig.
The Imperial is de perfecte plaat voor de kleine uurtjes, maar ook op alle andere momenten van de dag verleidt de band met boegbeeld Amy Boone genadeloos. Het is pas een van de eerste serieuze releases van 2019, maar het is direct een hele mooie. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: The Delines - The Imperial - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nog indrukwekkender dan het debuut deze prachtplaat van The Delines voor de kleine uurtjes (en alle uurtjes ervoor en erna)
The Delines debuteerden alweer bijna vijf jaar geleden met het fraaie Colfax, maar overtreffen dit debuut op alle fronten met het werkelijk prachtige The Imperial. De instrumentatie is warm, gloedvol en soulvol, de verhalen van Willy Vlautin zijn mooi en indringend en de zang van Amy Boone is wonderschoon en staat garant voor kippenvel. De ene na de andere prachtsong trekt voorbij en ze worden alleen maar mooier. Laat maar komen die voorspelde horrorwinter; met de warmbloedige klanken van The Delines uit de speakers blijft het ook bij -20 lekker warm. Een hele mooie start van het muziekjaar 2019.
Colfax van de Amerikaanse band The Delines was alweer bijna vijf jaar geleden een plaat die misschien niet direct een onuitwisbare indruk maakte, maar vervolgens bij iedere luisterbeurt beter en interessanter werd.
Mijn aandacht werd vijf jaar geleden in eerste instantie getrokken door de bijdragen van Richmond Fontaine voorman en schrijver Willy Vlautin. De Amerikaanse (gelegenheids?) band bestond verder uit leden van The Decemberists en Minus 5, maar de meeste aandacht werd getrokken door de van The Damnations TX (on)bekende zangeres Amy Boone.
The Delines maakten uiteindelijk diepe indruk met warme klanken, mooie (grotendeels door Willy Vlautin geschreven) verhalen en met name de prachtstem van Amy Boone. Het bleek een stem die alle kant op kon, want op Colfax maakte de band uit Portland, Oregon, zowel uitstapjes richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (Carole King, maar vooral Rickie Lee Jones) en lome alt-country (van Cowboy Junkies tot 10,000 Maniacs) als richting lome nachtclub jazz en soul.
Het is helaas lang stil geweest rond The Delines, maar met The Imperial is de band eindelijk terug. Zangeres Amy Boon moest jaren revalideren na een ernstig ongeluk, maar is gelukkig weer op de been. Op The Imperial trekken The Delines de lijn van de verrassend goede voorganger door.
De band tekent wederom voor warmbloedige klanken vol invloeden uit de alt-country, maar invloeden uit de countrysoul en pure soul hebben aan terrein gewonnen op de tweede plaat van de band (het tussendoortje Scenic Sessions uit 2015 niet meegeteld). Het zijn invloeden die meer dan uitstekend passen bij de stem van Amy Boone, die op The Imperial nog veel meer indruk maakt dan op de vorige plaat van de band.
In muzikaal opzicht slaat The Imperial als een warme deken om je heen, waarna de warme en doorleefde vocalen van Amy Boone de verleiding compleet maken. Hier blijft het niet bij, want ook op The Imperial krijgen de songs van The Delines een extra dimensie door de prachtige verhalen van Willy Vlautin, die van alle songs op de plaat een miniboek heeft gemaakt.
The Imperial is een ingetogen plaat vol subtiele klanken en al even subtiele zang. Amy Boone zingt op de nieuwe plaat van de band uit Portland, Oregon, vaak fluisterzacht, maar kan ook imponeren met een heerlijk soulvolle strot. De fraaie instrumentatie draait hier prachtig omheen en streelt het oor met onder andere prachtig gitaar- en toetsenwerk. Ook de productie van de gelouterde John Askew (Laura Veirs, Neko Case), die ook het debuut van de band produceerde, is prachtig.
The Imperial is de perfecte plaat voor de kleine uurtjes, maar ook op alle andere momenten van de dag verleidt de band met boegbeeld Amy Boone genadeloos. Het is pas een van de eerste serieuze releases van 2019, maar het is direct een hele mooie. Erwin Zijleman
The Delines - The Sea Drift (2022)

4,0
2
geplaatst: 13 februari 2022, 10:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Delines - The Sea Drift - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Delines - The Sea Drift
De Amerikaanse band The Delines maakten al flink wat indruk met hun eerste twee albums, maar het buitengewoon sfeervolle en met geweldige vocalen gevulde The Sea Drift is nog wat mooier
The Delines begonnen ooit als gelegenheidsband, maar zijn die status inmiddels volledig ontgroeid. De eerste twee albums van de band uit Portland waren van een behoorlijk hoog niveau, maar het deze week verschenen The Sea Drift is nog een stuk beter. De productie is feilloos, de sfeervolle instrumentatie prachtig en ook dit keer tekent Willy Vlautin voor ijzersterke songs en prachtige verhalen. Zangeres Amy Boone hoeft vervolgens alleen maar de sterren van de hemel te zingen en dat doet ze. En hoe. Het levert een album op dat de ruimte vult met prachtige klanken en met een stem van een bijna onwerkelijke schoonheid. Derde prachtalbum van deze band.
Toen de Amerikaanse band The Delines zeven jaar geleden voor het eerst opdook, was het vooral een gelegenheidsband, met Richmond Fontaine voorman en minstens even succesvol schrijver Willy Vlautin als het meest aansprekende lid. Op het debuut van de band, Colfax, stal echter vooral de tot dat moment volslagen onbekende zangeres Amy Boone de show.
Na Colfax was het lange tijd stil rond The Delines en leek de band de boeken in te gaan als een eendagsvlieg. Uiteindelijk bleek de lange revalidatie van Amy Boone na een ernstig ongeluk de reden voor de vertraging. Met The Imperial sloeg de band in 2019 keihard terug met een album dat de belofte van het uitstekende debuut meer dan waar maakte.
Vorig jaar leverde de band nog een grotendeels instrumentale soundtrack af bij een boek van Willy Vlautin, maar het deze week verschenen The Sea Drift is de echte opvolger van het inmiddels twee jaar oude The Imperial. Het derde album van The Delines laat horen dat de muzikale chemie tussen Willy Vlautin en Amy Boone nog niet is uitgewerkt en alleen maar sterker is geworden.
Willy Vlautin heeft ook voor The Sea Drift weer een aantal prachtige songs geschreven en het zijn songs vol mooie verhalen. The Sea Drift laat zich beluisteren als een roman en het is een roman die prachtig is ingekleurd. Ook voor album nummer drie hebben The Delines weer een beroep gedaan op producer John Morgan Askew, die ook The Sea Drift weer zeer fraai heeft ingekleurd.
Ook het derde album van de band uit Portland, Oregon, staat weer vol met zeer sfeervolle klanken, die vooral goed tot zijn recht komen wanneer de zon onder is. Ook The Sea Drift is een album van de nacht en het is een album waarop vooral invloeden uit de country, soul en jazz (zeker in de songs waarin de trompet een hoofdrol speelt) worden verwerkt.
Het derde album van The Delines is wederom een album dat ook in de jaren 70 gemaakt had kunnen worden, maar wat klinkt het weer heerlijk. De band speelt nog wat hechter dan op de vorige twee albums en de arrangementen zijn nog wat rijker. The Sea Drift is rijkelijk versierd met strijkers en blazers, maar het klinkt nergens over the top.
De meeste songs klinken zelfs redelijk sober en hebben genoeg aan bas, drums, orgel en spaarzame maar prachtige gitaarlijnen. De songs zijn sterk, de verhalen zijn mooi en de instrumentatie is bijzonder sfeervol en trefzeker maar ook dit keer is het toch weer Amy Boone die de show steelt.
De Amerikaanse zangeres zingt ook dit keer de sterren van de hemel en in een tijd waarin alles voluit moet en iedere oneffenheid wordt weggepoetst met de auto-tune, betovert Amy Boone met prachtig gedoseerde en loepzuivere vocalen. Het zijn vocalen die de toch al zo mooie en sterke songs op The Sea Drift nog een flink stuk optillen en het zijn bovendien vocalen van een niveau dat de meeste zangeressen niet gegeven is.
The Sea Drift is de perfecte metgezel voor de kleine uurtjes op kille winteravonden of juist het album om heerlijk mee te ontwaken op een lome zondagochtend, maar het album verdient het ook om noot voor noot te worden uitgeplozen. The Sea Drift van The Delines is waarschijnlijk niet de release die deze week de meeste aandacht zal krijgen, maar het is echt een hele mooie en bovendien het beste album van The Delines tot dusver. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Delines - The Sea Drift - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Delines - The Sea Drift
De Amerikaanse band The Delines maakten al flink wat indruk met hun eerste twee albums, maar het buitengewoon sfeervolle en met geweldige vocalen gevulde The Sea Drift is nog wat mooier
The Delines begonnen ooit als gelegenheidsband, maar zijn die status inmiddels volledig ontgroeid. De eerste twee albums van de band uit Portland waren van een behoorlijk hoog niveau, maar het deze week verschenen The Sea Drift is nog een stuk beter. De productie is feilloos, de sfeervolle instrumentatie prachtig en ook dit keer tekent Willy Vlautin voor ijzersterke songs en prachtige verhalen. Zangeres Amy Boone hoeft vervolgens alleen maar de sterren van de hemel te zingen en dat doet ze. En hoe. Het levert een album op dat de ruimte vult met prachtige klanken en met een stem van een bijna onwerkelijke schoonheid. Derde prachtalbum van deze band.
Toen de Amerikaanse band The Delines zeven jaar geleden voor het eerst opdook, was het vooral een gelegenheidsband, met Richmond Fontaine voorman en minstens even succesvol schrijver Willy Vlautin als het meest aansprekende lid. Op het debuut van de band, Colfax, stal echter vooral de tot dat moment volslagen onbekende zangeres Amy Boone de show.
Na Colfax was het lange tijd stil rond The Delines en leek de band de boeken in te gaan als een eendagsvlieg. Uiteindelijk bleek de lange revalidatie van Amy Boone na een ernstig ongeluk de reden voor de vertraging. Met The Imperial sloeg de band in 2019 keihard terug met een album dat de belofte van het uitstekende debuut meer dan waar maakte.
Vorig jaar leverde de band nog een grotendeels instrumentale soundtrack af bij een boek van Willy Vlautin, maar het deze week verschenen The Sea Drift is de echte opvolger van het inmiddels twee jaar oude The Imperial. Het derde album van The Delines laat horen dat de muzikale chemie tussen Willy Vlautin en Amy Boone nog niet is uitgewerkt en alleen maar sterker is geworden.
Willy Vlautin heeft ook voor The Sea Drift weer een aantal prachtige songs geschreven en het zijn songs vol mooie verhalen. The Sea Drift laat zich beluisteren als een roman en het is een roman die prachtig is ingekleurd. Ook voor album nummer drie hebben The Delines weer een beroep gedaan op producer John Morgan Askew, die ook The Sea Drift weer zeer fraai heeft ingekleurd.
Ook het derde album van de band uit Portland, Oregon, staat weer vol met zeer sfeervolle klanken, die vooral goed tot zijn recht komen wanneer de zon onder is. Ook The Sea Drift is een album van de nacht en het is een album waarop vooral invloeden uit de country, soul en jazz (zeker in de songs waarin de trompet een hoofdrol speelt) worden verwerkt.
Het derde album van The Delines is wederom een album dat ook in de jaren 70 gemaakt had kunnen worden, maar wat klinkt het weer heerlijk. De band speelt nog wat hechter dan op de vorige twee albums en de arrangementen zijn nog wat rijker. The Sea Drift is rijkelijk versierd met strijkers en blazers, maar het klinkt nergens over the top.
De meeste songs klinken zelfs redelijk sober en hebben genoeg aan bas, drums, orgel en spaarzame maar prachtige gitaarlijnen. De songs zijn sterk, de verhalen zijn mooi en de instrumentatie is bijzonder sfeervol en trefzeker maar ook dit keer is het toch weer Amy Boone die de show steelt.
De Amerikaanse zangeres zingt ook dit keer de sterren van de hemel en in een tijd waarin alles voluit moet en iedere oneffenheid wordt weggepoetst met de auto-tune, betovert Amy Boone met prachtig gedoseerde en loepzuivere vocalen. Het zijn vocalen die de toch al zo mooie en sterke songs op The Sea Drift nog een flink stuk optillen en het zijn bovendien vocalen van een niveau dat de meeste zangeressen niet gegeven is.
The Sea Drift is de perfecte metgezel voor de kleine uurtjes op kille winteravonden of juist het album om heerlijk mee te ontwaken op een lome zondagochtend, maar het album verdient het ook om noot voor noot te worden uitgeplozen. The Sea Drift van The Delines is waarschijnlijk niet de release die deze week de meeste aandacht zal krijgen, maar het is echt een hele mooie en bovendien het beste album van The Delines tot dusver. Erwin Zijleman
The Deslondes - Hurry Home (2017)

4,0
1
geplaatst: 26 juni 2017, 14:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Deslondes - Hurry Home - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit New Orleans afkomstige band The Deslondes was precies twee jaar geleden een bijzonder aangename verrassing met een titelloos debuut dat nadrukkelijk teruggreep op de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60 en uiteraard ook op de rijke muzikale historie van de bijzondere thuisbasis van de band.
De mix van invloeden uit met name de rock ’n roll, country, soul en honky tonk ademde nadrukkelijk de sfeer van een ver verleden, maar deed het op een warme zomeravond in 2015 ook uitstekend.
Het leverde de band terecht een serie bijzonder lovende recensies op, maar desondanks kwam ik de nieuwe plaat van de band alleen maar bij toeval op het spoor toen ik de lijst met de nieuwe releases van de week helemaal tot in de onderste regionen had bestudeerd.
Hurry Home is inmiddels verschenen en is in muzikaal opzicht (gelukkig) geen muzikale aardverschuiving. Ook op haar nieuwe plaat grijpt de band uit New Orleans nadrukkelijk terug op de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60 en wederom heeft de band een voorliefde voor oude rock ’n roll, country en honky tonk. Het klinkt ook dit keer bijzonder lekker.
De stokoude muziek van The Deslondes roept weer talloze associaties op met de muziek van muzikanten die ons inmiddels helaas vrijwel allemaal zijn ontvallen en komt in tegenstelling tot de stoffige en oude platen van meer dan een halve eeuw geleden glaszuiver uit de speakers. Dat laatste is wederom de verdienste van topproducer Andrija Tokic (Benjamin Booker, Hurray For The Riff Raff en natuurlijk Alabama Shakes), maar de band drukt zelf het meest nadrukkelijk haar stempel op Hurry Home.
Ook de tweede plaat van The Deslondes maakt weer diepe indruk met fabuleus en veelkleurig gitaarspel en talloze andere fraaie accenten (luister naar het werkelijk heerlijke orgeltje, de tokkelende piano en naar de fantastisch spelende ritmesectie) en vooral met een veelzijdigheid waarop andere bands alleen maar heel jaloers kunnen zijn. Ook in vocaal opzicht zet de band een prima prestatie neer, zeker wanneer wordt gekozen voor koortjes die de perfectie van The Everly Brothers benaderen.
Hurry Home is ondanks dezelfde inspiratiebronnen zeker geen herhalingsoefening. Het geluid van de band klinkt misschien net wat steviger en psychedelischer dan twee jaar geleden, maar het is nog altijd muziek die gemaakt lijkt voor broeierige zomeravonden.
Het debuut van de band was twee jaar geleden een plaat die nog heel lang beter werd en het zal me niet verbazen wanneer dat ook voor Hurry Home op gaat. Er zijn momenteel heel veel bands die de mosterd halen in decennia die inmiddels ver achter ons liggen, maar het geluid van The Deslondes vind ik nog altijd uniek. Alle reden dus om deze plaat de aandacht te geven die het in de eerste week na de release zo moet ontberen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Deslondes - Hurry Home - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit New Orleans afkomstige band The Deslondes was precies twee jaar geleden een bijzonder aangename verrassing met een titelloos debuut dat nadrukkelijk teruggreep op de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60 en uiteraard ook op de rijke muzikale historie van de bijzondere thuisbasis van de band.
De mix van invloeden uit met name de rock ’n roll, country, soul en honky tonk ademde nadrukkelijk de sfeer van een ver verleden, maar deed het op een warme zomeravond in 2015 ook uitstekend.
Het leverde de band terecht een serie bijzonder lovende recensies op, maar desondanks kwam ik de nieuwe plaat van de band alleen maar bij toeval op het spoor toen ik de lijst met de nieuwe releases van de week helemaal tot in de onderste regionen had bestudeerd.
Hurry Home is inmiddels verschenen en is in muzikaal opzicht (gelukkig) geen muzikale aardverschuiving. Ook op haar nieuwe plaat grijpt de band uit New Orleans nadrukkelijk terug op de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60 en wederom heeft de band een voorliefde voor oude rock ’n roll, country en honky tonk. Het klinkt ook dit keer bijzonder lekker.
De stokoude muziek van The Deslondes roept weer talloze associaties op met de muziek van muzikanten die ons inmiddels helaas vrijwel allemaal zijn ontvallen en komt in tegenstelling tot de stoffige en oude platen van meer dan een halve eeuw geleden glaszuiver uit de speakers. Dat laatste is wederom de verdienste van topproducer Andrija Tokic (Benjamin Booker, Hurray For The Riff Raff en natuurlijk Alabama Shakes), maar de band drukt zelf het meest nadrukkelijk haar stempel op Hurry Home.
Ook de tweede plaat van The Deslondes maakt weer diepe indruk met fabuleus en veelkleurig gitaarspel en talloze andere fraaie accenten (luister naar het werkelijk heerlijke orgeltje, de tokkelende piano en naar de fantastisch spelende ritmesectie) en vooral met een veelzijdigheid waarop andere bands alleen maar heel jaloers kunnen zijn. Ook in vocaal opzicht zet de band een prima prestatie neer, zeker wanneer wordt gekozen voor koortjes die de perfectie van The Everly Brothers benaderen.
Hurry Home is ondanks dezelfde inspiratiebronnen zeker geen herhalingsoefening. Het geluid van de band klinkt misschien net wat steviger en psychedelischer dan twee jaar geleden, maar het is nog altijd muziek die gemaakt lijkt voor broeierige zomeravonden.
Het debuut van de band was twee jaar geleden een plaat die nog heel lang beter werd en het zal me niet verbazen wanneer dat ook voor Hurry Home op gaat. Er zijn momenteel heel veel bands die de mosterd halen in decennia die inmiddels ver achter ons liggen, maar het geluid van The Deslondes vind ik nog altijd uniek. Alle reden dus om deze plaat de aandacht te geven die het in de eerste week na de release zo moet ontberen. Erwin Zijleman
The Deslondes - Roll It Out (2024)

4,5
0
geplaatst: 13 september 2024, 12:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Deslondes - Roll It Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Deslondes - Roll It Out
De Amerikaanse band The Deslondes kan ook op haar vierde album uit de voeten op een breed terrein binnen de Amerikaanse rootsmuziek en levert wederom een hoogstaand en verrassend veelzijdig album af
Het hebben van meerdere kapiteins op een schip werkt in de meeste gevallen niet, maar de Amerikaanse band The Deslondes heeft er geen problemen mee. De band telt meerdere getalenteerde zangers en songwriters en die mogen allemaal het voortouw nemen op Roll It Out. Desondanks klinkt ook het nieuwe album van de Amerikaanse band weer als een eenheid, wat ook de verdienste is van topproducer Andrija Tokic. Ook op haar vierde album sleept de band uit New Orleans de complete geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek met zich mee, wat een album oplevert dat continu verschiet van kleur, maar dat geen moment tegenvalt. Het gaat vast een keer mis met al die kapiteins, maar ook Roll It Out is weer prachtig.
Het wordt zo langzamerhand een mooi stapeltje albums dat de Amerikaanse band The Deslondes op haar naam heeft staan. Het deze week verschenen Roll It Out is het vierde album van de band uit New Orleans, Louisiana, en over voorgangers The Deslondes (2015), Hurry Home (2017), Ways & Means (2022) was ik erg enthousiast. Het zijn albums waarop de band, zoals het een band uit New Orleans betaamt, uit de voeten kan met uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, wat veelzijdige albums aflevert.
Deze variatie wordt nog wat verder vergroot door het feit dat de band meerdere uitstekende zangers en songwriters in de gelederen heeft, die stuk voor stuk een net wat ander stempel op de muziek van The Deslondes drukken. Van die zangers en songwriters zijn Sam Doores en Riley Downing het bekendst, maar op Roll It Out eisen ook Dan Cutler en het nieuwe bandlid Howe Pearson een enkele keer de hoofdrol op. John James Tourville maakt de bezetting van The Deslondes compleet.
De band werkt op haar albums tot dusver samen met producer Andrija Tokic (Hurray For The Riff Raff, Alabama Shakes) en die is ook weer van de partij op Roll It Out. Er klinkt dus veel vertrouwd op het vierde album van The Deslondes, maar het nieuwe album van de band klinkt ook weer net wat anders dan zijn voorgangers.
De band uit New Orleans stapt ook dit keer met zevenmijlslaarzen door genres en door de tijd en sleept er van alles bij. Country, folk, psychedelica, gospel, rhythm & blues, swamprock, blues, rock ’n roll, jazz, het komt allemaal voorbij op Roll It Out dat vaak een wat nostalgisch karakter heeft.
Ondanks de grote verscheidenheid aan invloeden en stijlen en het continu wisselen van de leadzanger, klinkt het nieuwe album van The Deslondes zeker niet als een allegaartje. Producer Andrija Tokic heeft er ook dit keer een consistent geheel en een echt badgeluid van gemaakt en wat klinkt het weer lekker.
Je hoort goed dat de band bestaat uit een aantal gelouterde songwriters en muzikanten en je hoort bovendien dat ook Roll It Out weer met veel plezier is gemaakt, wat het luisterplezier ook flink vergroot. Dat doen wat mij betreft ook de bijdragen van gastmuzikanten, die met name blazers toevoegen aan het geluid van The Deslondes.
Ik heb persoonlijk het meest met de songs en met de stem van Sam Doores, wiens titelloze soloalbum uit 2020 ik ook geweldig vond, maar ook de andere leden van de band dragen bij aan de kwaliteit van Roll It Out, dat zeker niet onder doet voor de vorige albums van de Amerikaanse band, die ook dit keer nergens als een aantal individuele muzikanten klinkt.
Roll It Out klinkt als een album dat ergens in een verloren weekend en met speels gemak is gemaakt, maar de songs van de band zijn ook dit keer van hoge kwaliteit en dat geldt ook voor de uitvoering. Het ontspannen karakter van het album draagt nog verder bij aan de zeer aangename luisterervaring, die er voor zorgt dat ik Roll It Out misschien nog wel beter vind dan zijn drie voorgangers.
Dat de leden van de band stuk voor stuk uitstekende songwriters zijn was al bekend, maar ook voor het met veel gevoel uitvoeren van songs van anderen draait de band haar hand niet om, zoals is te horen in de fraaie versie van J.J. Cale’s Drifter’s Wife waarmee het album in stijl afsluit. Het pas van The Deslondes ging de afgelopen jaren niet altijd over rozen, maar op Roll It Out valt alles weer fraai op zijn plek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Deslondes - Roll It Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Deslondes - Roll It Out
De Amerikaanse band The Deslondes kan ook op haar vierde album uit de voeten op een breed terrein binnen de Amerikaanse rootsmuziek en levert wederom een hoogstaand en verrassend veelzijdig album af
Het hebben van meerdere kapiteins op een schip werkt in de meeste gevallen niet, maar de Amerikaanse band The Deslondes heeft er geen problemen mee. De band telt meerdere getalenteerde zangers en songwriters en die mogen allemaal het voortouw nemen op Roll It Out. Desondanks klinkt ook het nieuwe album van de Amerikaanse band weer als een eenheid, wat ook de verdienste is van topproducer Andrija Tokic. Ook op haar vierde album sleept de band uit New Orleans de complete geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek met zich mee, wat een album oplevert dat continu verschiet van kleur, maar dat geen moment tegenvalt. Het gaat vast een keer mis met al die kapiteins, maar ook Roll It Out is weer prachtig.
Het wordt zo langzamerhand een mooi stapeltje albums dat de Amerikaanse band The Deslondes op haar naam heeft staan. Het deze week verschenen Roll It Out is het vierde album van de band uit New Orleans, Louisiana, en over voorgangers The Deslondes (2015), Hurry Home (2017), Ways & Means (2022) was ik erg enthousiast. Het zijn albums waarop de band, zoals het een band uit New Orleans betaamt, uit de voeten kan met uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, wat veelzijdige albums aflevert.
Deze variatie wordt nog wat verder vergroot door het feit dat de band meerdere uitstekende zangers en songwriters in de gelederen heeft, die stuk voor stuk een net wat ander stempel op de muziek van The Deslondes drukken. Van die zangers en songwriters zijn Sam Doores en Riley Downing het bekendst, maar op Roll It Out eisen ook Dan Cutler en het nieuwe bandlid Howe Pearson een enkele keer de hoofdrol op. John James Tourville maakt de bezetting van The Deslondes compleet.
De band werkt op haar albums tot dusver samen met producer Andrija Tokic (Hurray For The Riff Raff, Alabama Shakes) en die is ook weer van de partij op Roll It Out. Er klinkt dus veel vertrouwd op het vierde album van The Deslondes, maar het nieuwe album van de band klinkt ook weer net wat anders dan zijn voorgangers.
De band uit New Orleans stapt ook dit keer met zevenmijlslaarzen door genres en door de tijd en sleept er van alles bij. Country, folk, psychedelica, gospel, rhythm & blues, swamprock, blues, rock ’n roll, jazz, het komt allemaal voorbij op Roll It Out dat vaak een wat nostalgisch karakter heeft.
Ondanks de grote verscheidenheid aan invloeden en stijlen en het continu wisselen van de leadzanger, klinkt het nieuwe album van The Deslondes zeker niet als een allegaartje. Producer Andrija Tokic heeft er ook dit keer een consistent geheel en een echt badgeluid van gemaakt en wat klinkt het weer lekker.
Je hoort goed dat de band bestaat uit een aantal gelouterde songwriters en muzikanten en je hoort bovendien dat ook Roll It Out weer met veel plezier is gemaakt, wat het luisterplezier ook flink vergroot. Dat doen wat mij betreft ook de bijdragen van gastmuzikanten, die met name blazers toevoegen aan het geluid van The Deslondes.
Ik heb persoonlijk het meest met de songs en met de stem van Sam Doores, wiens titelloze soloalbum uit 2020 ik ook geweldig vond, maar ook de andere leden van de band dragen bij aan de kwaliteit van Roll It Out, dat zeker niet onder doet voor de vorige albums van de Amerikaanse band, die ook dit keer nergens als een aantal individuele muzikanten klinkt.
Roll It Out klinkt als een album dat ergens in een verloren weekend en met speels gemak is gemaakt, maar de songs van de band zijn ook dit keer van hoge kwaliteit en dat geldt ook voor de uitvoering. Het ontspannen karakter van het album draagt nog verder bij aan de zeer aangename luisterervaring, die er voor zorgt dat ik Roll It Out misschien nog wel beter vind dan zijn drie voorgangers.
Dat de leden van de band stuk voor stuk uitstekende songwriters zijn was al bekend, maar ook voor het met veel gevoel uitvoeren van songs van anderen draait de band haar hand niet om, zoals is te horen in de fraaie versie van J.J. Cale’s Drifter’s Wife waarmee het album in stijl afsluit. Het pas van The Deslondes ging de afgelopen jaren niet altijd over rozen, maar op Roll It Out valt alles weer fraai op zijn plek. Erwin Zijleman
The Deslondes - The Deslondes (2015)

4,0
0
geplaatst: 16 juli 2015, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Deslondes - The Deslondes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Deslondes is een band uit New Orleans die op het moment, met name in de Verenigde Staten, stevig aan de weg timmert.
De band doet dit met muziek die over het algemeen een aantal decennia terug gaat in de tijd. The Deslondes citeren rijkelijk uit de jaren 50, waarbij afwisselend invloeden uit de rock ’n roll, heel veel country, honky tonk, soul en de rijke muzikale historie van New Orleans centraal staan.
Het is natuurlijk allemaal eerder gedaan, maar ik ken geen andere plaat waarop zoveel invloeden uit de jaren 50 en 60 worden gecombineerd in één totaalgeluid. Ik ken ook niet veel platen waarop met zoveel plezier muziek wordt gemaakt, maar The Deslondes maken ook nog eens op hele fraaie wijze muziek. Het titelloze debuut van The Deslondes imponeert hierdoor van de eerste tot de laatste noot en vermaakt nog meer.
Het is een plaat die uitnodigt tot associëren met alles van Hank Williams, Fats Domino, Jerry Lee Lewis en Woody Guthrie tot Johnny Cash, Elvis Presley, Lee Hazlewood en Townes van Zandt, maar het is ook een plaat die een mooie zomeravond glans geeft.
The Deslondes kunnen een aardig potje spelen, waarbij altijd wel een verrassend instrument opduikt (met hoofdrollen voor de gitaren, viool en pedal steel) en waarbij bovendien constant wordt geschakeld tussen ingetogen songs en veel uitbundigere songs. De leden van de band overtuigen ook nog eens in vocaal opzicht en weten hoe een goede song in elkaar steekt.
Ik kan me zomaar voorstellen dat je de band tegen komt in een goedkope club in New Orleans of op een willekeurige straathoek van de stad die muziek ademt, maar The Deslondes hebben ook een bijzonder goede plaat gemaakt. Een knap geproduceerde plaat bovendien, want de van Benjamin Booker, Alabama Shakes en Hurray For The Riff Raff bekende Andrija Tokic heeft de plaat gezien van een fraai en gloedvol geluid.
Dat dit een topplaat is wist ik eigenlijk al nadat ik hem één keer had gehoord, maar nu ik vrijwel iedere noot van de plaat ken is hij nog veel en veel beter. En lekkerder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Deslondes - The Deslondes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Deslondes is een band uit New Orleans die op het moment, met name in de Verenigde Staten, stevig aan de weg timmert.
De band doet dit met muziek die over het algemeen een aantal decennia terug gaat in de tijd. The Deslondes citeren rijkelijk uit de jaren 50, waarbij afwisselend invloeden uit de rock ’n roll, heel veel country, honky tonk, soul en de rijke muzikale historie van New Orleans centraal staan.
Het is natuurlijk allemaal eerder gedaan, maar ik ken geen andere plaat waarop zoveel invloeden uit de jaren 50 en 60 worden gecombineerd in één totaalgeluid. Ik ken ook niet veel platen waarop met zoveel plezier muziek wordt gemaakt, maar The Deslondes maken ook nog eens op hele fraaie wijze muziek. Het titelloze debuut van The Deslondes imponeert hierdoor van de eerste tot de laatste noot en vermaakt nog meer.
Het is een plaat die uitnodigt tot associëren met alles van Hank Williams, Fats Domino, Jerry Lee Lewis en Woody Guthrie tot Johnny Cash, Elvis Presley, Lee Hazlewood en Townes van Zandt, maar het is ook een plaat die een mooie zomeravond glans geeft.
The Deslondes kunnen een aardig potje spelen, waarbij altijd wel een verrassend instrument opduikt (met hoofdrollen voor de gitaren, viool en pedal steel) en waarbij bovendien constant wordt geschakeld tussen ingetogen songs en veel uitbundigere songs. De leden van de band overtuigen ook nog eens in vocaal opzicht en weten hoe een goede song in elkaar steekt.
Ik kan me zomaar voorstellen dat je de band tegen komt in een goedkope club in New Orleans of op een willekeurige straathoek van de stad die muziek ademt, maar The Deslondes hebben ook een bijzonder goede plaat gemaakt. Een knap geproduceerde plaat bovendien, want de van Benjamin Booker, Alabama Shakes en Hurray For The Riff Raff bekende Andrija Tokic heeft de plaat gezien van een fraai en gloedvol geluid.
Dat dit een topplaat is wist ik eigenlijk al nadat ik hem één keer had gehoord, maar nu ik vrijwel iedere noot van de plaat ken is hij nog veel en veel beter. En lekkerder. Erwin Zijleman
The Deslondes - Ways & Means (2022)

4,0
0
geplaatst: 12 juli 2022, 15:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Deslondes - Ways & Means - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Deslondes - Ways & Means
De Amerikaanse band The Deslondes levert na een stilte van vijf jaar een album af met drie gezichten, maar op een of andere manier klinkt het uitstekende Ways & Means ook als een aantrekkelijke eenheid
Het aan boord hebben van drie uitstekende zangers en songwriters kan het een band aardig lastig maken, maar bij The Deslondes is 1+1+1 eerder vier dan drie. Het is een tijd stil geweest rond de band, maar Ways & Means klinkt zeer geïnspireerd. Omdat de drie songwriters van de band om de beurt het voortouw nemen is Ways & Means een gevarieerd album, maar het is zeker geen los zand dat de band uit New Orleans ons voorschotelt. Way & Means klinkt niet alleen hecht en geïnspireerd, maar ook net wat moderner dan de vorige twee albums van de Amerikaanse band, waardoor het album me nog wat beter bevalt dan de twee ook al uitstekende voorgangers.
Ik was zeer te spreken over de vorige twee albums van de Amerikaanse band The Deslondes. De band uit New Orleans, Louisiana, greep zowel op haar titelloze debuut uit 2015 als op Hurry Home uit 2017 vooral terug op Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60, waarbij het niet al te kieskeurig was met het verwerken van invloeden uit de vele subgenres binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Beide albums lieten een geweldig stel muzikanten en uitstekende zangers horen en vielen bovendien in positieve zin op door de trefzekere productie van Andrija Tokic (Hurray For The Riff Raff, Alabama Shakes), die de wat ouderwets klinkende muziek van de band voorzag van een subtiel eigentijds laagje.
De afgelopen vijf jaar was het stil rond de band uit New Orleans. Na de tour die volgde op Hurry Home werkten voormannen Sam Doores en Riley Downing aan zeer geslaagde soloalbums, waarna ook de coronapandemie nog eens volgde. Deze week keren The Deslondes terug met Ways & Means, waarvoor de songs in sneltreinvaart werden geschreven toen de band na de lockdowns weer bij elkaar kwam in een club in New Orleans.
Er zijn vijf lange jaren verstreken sinds het vorige album van The Deslondes en sindsdien is er veel gebeurd. Ways & Means klinkt hierdoor toch wat anders dan de eerste twee albums van de Amerikaanse band. Waar het geluid van The Deslondes op de eerste twee albums zo leek weggelopen uit de jaren 50 en 60, klinkt het nieuwe en wederom door Andrija Tokic geproduceerde album van de band wat moderner, al maken de leden van de band nog altijd geen geheim van hun liefde voor rootsmuziek uit het verleden. Invloeden uit de rootsmuziek van lang geleden worden op Ways & Means gecombineerd met invloeden uit de rootsmuziek van deze tijd, terwijl ook de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 zijn sporen heeft nagelaten op het album.
Sam Doores en Riley Downing waren de afgelopen jaren vooral gericht op hun eigen muziek en dat hoor je op het nieuwe album van hun band. Ways & Means bevat een aantal Riley Downing songs en een aantal Sam Doores songs, wat een licht schizofreen album oplevert, wat nog wat verder wordt versterkt door het feit dat ook bassist Dan Cutler zijn songs heeft aandragen.
The Deslondes laten in vocaal opzicht een gevarieerd geluid horen met drie zangers, maar de drie bandleden hebben ook in muzikaal opzicht een wat verschillende voorkeur. Ik heb zelf altijd wel wat moeite met de stem van Riley Downing, maar voor de afwisseling heeft zijn rauwe strot zeker meerwaarde. Ster van de band is wat mij betreft Sam Doores, die ook het meest aansprekende soloalbum afleverde. Hij beschikt niet alleen over de meest aansprekende stem, maar ook zijn tijdloze songs met flink wat invloeden uit de jaren 70 spreken me net wat meer aan dan die van zijn twee bandgenoten.
Het bovenstaande wekt misschien de indruk dat Ways & Means een album is van drie eenlingen, maar dat is niet het geval. Het nieuwe album van The Deslondes laat een hecht spelende band horen, die profiteert van de luxe positie waarin het met drie prima zangers en drie uitstekende songwriters verkeert. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de vorige albums van de band de afgelopen jaren niet meer heb beluisterd, maar dat zou wel eens anders kunnen gaan met Ways & Means, dat ik net wat hoger aansla dan zijn voorgangers. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Deslondes - Ways & Means - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Deslondes - Ways & Means
De Amerikaanse band The Deslondes levert na een stilte van vijf jaar een album af met drie gezichten, maar op een of andere manier klinkt het uitstekende Ways & Means ook als een aantrekkelijke eenheid
Het aan boord hebben van drie uitstekende zangers en songwriters kan het een band aardig lastig maken, maar bij The Deslondes is 1+1+1 eerder vier dan drie. Het is een tijd stil geweest rond de band, maar Ways & Means klinkt zeer geïnspireerd. Omdat de drie songwriters van de band om de beurt het voortouw nemen is Ways & Means een gevarieerd album, maar het is zeker geen los zand dat de band uit New Orleans ons voorschotelt. Way & Means klinkt niet alleen hecht en geïnspireerd, maar ook net wat moderner dan de vorige twee albums van de Amerikaanse band, waardoor het album me nog wat beter bevalt dan de twee ook al uitstekende voorgangers.
Ik was zeer te spreken over de vorige twee albums van de Amerikaanse band The Deslondes. De band uit New Orleans, Louisiana, greep zowel op haar titelloze debuut uit 2015 als op Hurry Home uit 2017 vooral terug op Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60, waarbij het niet al te kieskeurig was met het verwerken van invloeden uit de vele subgenres binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Beide albums lieten een geweldig stel muzikanten en uitstekende zangers horen en vielen bovendien in positieve zin op door de trefzekere productie van Andrija Tokic (Hurray For The Riff Raff, Alabama Shakes), die de wat ouderwets klinkende muziek van de band voorzag van een subtiel eigentijds laagje.
De afgelopen vijf jaar was het stil rond de band uit New Orleans. Na de tour die volgde op Hurry Home werkten voormannen Sam Doores en Riley Downing aan zeer geslaagde soloalbums, waarna ook de coronapandemie nog eens volgde. Deze week keren The Deslondes terug met Ways & Means, waarvoor de songs in sneltreinvaart werden geschreven toen de band na de lockdowns weer bij elkaar kwam in een club in New Orleans.
Er zijn vijf lange jaren verstreken sinds het vorige album van The Deslondes en sindsdien is er veel gebeurd. Ways & Means klinkt hierdoor toch wat anders dan de eerste twee albums van de Amerikaanse band. Waar het geluid van The Deslondes op de eerste twee albums zo leek weggelopen uit de jaren 50 en 60, klinkt het nieuwe en wederom door Andrija Tokic geproduceerde album van de band wat moderner, al maken de leden van de band nog altijd geen geheim van hun liefde voor rootsmuziek uit het verleden. Invloeden uit de rootsmuziek van lang geleden worden op Ways & Means gecombineerd met invloeden uit de rootsmuziek van deze tijd, terwijl ook de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 zijn sporen heeft nagelaten op het album.
Sam Doores en Riley Downing waren de afgelopen jaren vooral gericht op hun eigen muziek en dat hoor je op het nieuwe album van hun band. Ways & Means bevat een aantal Riley Downing songs en een aantal Sam Doores songs, wat een licht schizofreen album oplevert, wat nog wat verder wordt versterkt door het feit dat ook bassist Dan Cutler zijn songs heeft aandragen.
The Deslondes laten in vocaal opzicht een gevarieerd geluid horen met drie zangers, maar de drie bandleden hebben ook in muzikaal opzicht een wat verschillende voorkeur. Ik heb zelf altijd wel wat moeite met de stem van Riley Downing, maar voor de afwisseling heeft zijn rauwe strot zeker meerwaarde. Ster van de band is wat mij betreft Sam Doores, die ook het meest aansprekende soloalbum afleverde. Hij beschikt niet alleen over de meest aansprekende stem, maar ook zijn tijdloze songs met flink wat invloeden uit de jaren 70 spreken me net wat meer aan dan die van zijn twee bandgenoten.
Het bovenstaande wekt misschien de indruk dat Ways & Means een album is van drie eenlingen, maar dat is niet het geval. Het nieuwe album van The Deslondes laat een hecht spelende band horen, die profiteert van de luxe positie waarin het met drie prima zangers en drie uitstekende songwriters verkeert. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de vorige albums van de band de afgelopen jaren niet meer heb beluisterd, maar dat zou wel eens anders kunnen gaan met Ways & Means, dat ik net wat hoger aansla dan zijn voorgangers. Erwin Zijleman
The Detroit Cobras - Love, Life and Leaving (2001)

4,0
1
geplaatst: 6 maart 2022, 19:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Detroit Cobras - Life, Love And Leaving (2001) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Detroit Cobras - Life, Love And Leaving (2001)
De Amerikaanse band The Detroit Cobras maakte vier albums met een onweerstaanbare mix van garagerock, soul en rock ’n roll en het uit 2001 stammende Life, Love And Leaving is de beste
Begin dit jaar overleed de Amerikaanse muzikante Rachel Nagy. Het is een naam die niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar op iedereen die de albums van de Amerikaanse band The Detroit Cobras kent heeft ze ongetwijfeld een onuitwisbare indruk gemaakt. Op de beste van het stel, het in 2001 verschenen Life, Love And Leaving, grossiert de Amerikaanse band in onweerstaanbaar lekkere popsongs met invloeden uit de soul, rock ’n roll, 50’s girlpop en garagerock. Het gitaarwerk is heerlijk, de ritmesectie is uitstekend, maar het is vooral Rachel Nagy die de show steelt met haar gepassioneerde vocalen. Rachel Nagy gaat gemist worden, maar dit prachtalbum neemt niemand haar meer af.
Het heeft het Nederlandse nieuws volgens mij niet gehaald, maar in januari overleed op slechts 37-jarige leeftijd de Amerikaanse muzikante Rachel Nagy. Rachel Nagy was het boegbeeld van de uit Detroit, Michigan, afkomstige band The Detroit Cobras, die haar grootste successen aan het begin van het huidige millennium vierde.
De band werd halverwege de jaren negentig opgericht en debuteerde in 1998 met het rauwe Mink Rat Or Rabbit, maar mijn eerste kennismaking met de band was het in 2001 verschenen Life, Love And Leaving. De band zou met Baby uit 2005 en Tied & True uit 2007 nog twee prima albums maken, waarop de band wel wat gas terug nam, maar het tweede album van de band blijft voor mij toch de beste.
Nu moet ik toegeven dat ik Life, Love And Leaving al tijden niet meer uit de kast had gehaald, maar de trieste dood van Rachel Nagy was een goede reden om dat weer eens te doen. Ik begreep onmiddellijk weer waarom ik ruim twintig jaar geleden zo enthousiast was over het tweede album van de Amerikaanse band.
The Detroit Cobras maken op Life, Love And Leaving een buitengewoon opwindende mix van garagerock, soul, 50s girl pop en pure rock ’n roll. De band speelt lekker strak met een prima ritmesectie en twee gitaristen, maar de ster van de band is absoluut Rachel Nagy, die met haar krachtige en rauwe strot alle songs op het album naar een hoger plan tilt.
The Detroit Cobras citeren op Life, Love And Leaving zeer nadrukkelijk uit de muziek zoals die in met name de jaren 50 en 60 werd gemaakt, maar door de combinatie van een aantal genres en de perfecte balans tussen rauwe garagerock en aanstekelijke popsongs beschikt het album wat mij betreft over voldoende onderscheidend vermogen om alle lof van destijds te rechtvaardigen. Een kruising tussen Janis Joplin en Mary Wells noemde Allmusic.com het heel lang geleden en dat is geen gekke omschrijving, al kan ik er nog veel meer verzinnen als het zou moeten.
Het schrijven van eigen songs wilde de band niet zo lukken, waardoor Life, Love And Leaving uitsluitend met covers is gevuld. De originelen komen uit de hoek van de (Motown) soul en de rock ’n roll en zijn deels bekend en deels minder bekend, maar ze worden allemaal aan de zegekar gebonden van de band uit Detroit.
Zeker in de wat meer uptempo en wat stevigere songs kunnen zowel de ritmesectie als de gitaristen van de band flink los gaan en kunnen laatstgenoemden heerlijk soleren, maar alles staat in dienst van de fantastische stem van Rachel Nagy, die met achteloos gemak een orkaan van geluid uit de speakers laat komen, maar ook verleidt met onweerstaanbare refreinen. Het swingt als een trein en het klinkt bijzonder aanstekelijk, maar dit soort garagerock kan niet zonder scherpe kantjes en ruwe randjes en ook hiervoor ben je bij The Detroit Cobras aan het juiste adres.
De afgelopen vijftien jaar nam de band geen nieuwe muziek meer op, maar was het wel met enige regelmaat op het podium te zien, wat een waar feestje moet zijn geweest. Bij The Detroit Cobras zonder Rachel Nagy kan ik me echt helemaal niets voorstellen, maar de vier albums van de band zijn gelukkig nog op de streaming media te vinden en liggen met een beetje geluk ook nog in de winkel. Ik zou in ieder geval Life, Love And Leaving zeker niet laten liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Detroit Cobras - Life, Love And Leaving (2001) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Detroit Cobras - Life, Love And Leaving (2001)
De Amerikaanse band The Detroit Cobras maakte vier albums met een onweerstaanbare mix van garagerock, soul en rock ’n roll en het uit 2001 stammende Life, Love And Leaving is de beste
Begin dit jaar overleed de Amerikaanse muzikante Rachel Nagy. Het is een naam die niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar op iedereen die de albums van de Amerikaanse band The Detroit Cobras kent heeft ze ongetwijfeld een onuitwisbare indruk gemaakt. Op de beste van het stel, het in 2001 verschenen Life, Love And Leaving, grossiert de Amerikaanse band in onweerstaanbaar lekkere popsongs met invloeden uit de soul, rock ’n roll, 50’s girlpop en garagerock. Het gitaarwerk is heerlijk, de ritmesectie is uitstekend, maar het is vooral Rachel Nagy die de show steelt met haar gepassioneerde vocalen. Rachel Nagy gaat gemist worden, maar dit prachtalbum neemt niemand haar meer af.
Het heeft het Nederlandse nieuws volgens mij niet gehaald, maar in januari overleed op slechts 37-jarige leeftijd de Amerikaanse muzikante Rachel Nagy. Rachel Nagy was het boegbeeld van de uit Detroit, Michigan, afkomstige band The Detroit Cobras, die haar grootste successen aan het begin van het huidige millennium vierde.
De band werd halverwege de jaren negentig opgericht en debuteerde in 1998 met het rauwe Mink Rat Or Rabbit, maar mijn eerste kennismaking met de band was het in 2001 verschenen Life, Love And Leaving. De band zou met Baby uit 2005 en Tied & True uit 2007 nog twee prima albums maken, waarop de band wel wat gas terug nam, maar het tweede album van de band blijft voor mij toch de beste.
Nu moet ik toegeven dat ik Life, Love And Leaving al tijden niet meer uit de kast had gehaald, maar de trieste dood van Rachel Nagy was een goede reden om dat weer eens te doen. Ik begreep onmiddellijk weer waarom ik ruim twintig jaar geleden zo enthousiast was over het tweede album van de Amerikaanse band.
The Detroit Cobras maken op Life, Love And Leaving een buitengewoon opwindende mix van garagerock, soul, 50s girl pop en pure rock ’n roll. De band speelt lekker strak met een prima ritmesectie en twee gitaristen, maar de ster van de band is absoluut Rachel Nagy, die met haar krachtige en rauwe strot alle songs op het album naar een hoger plan tilt.
The Detroit Cobras citeren op Life, Love And Leaving zeer nadrukkelijk uit de muziek zoals die in met name de jaren 50 en 60 werd gemaakt, maar door de combinatie van een aantal genres en de perfecte balans tussen rauwe garagerock en aanstekelijke popsongs beschikt het album wat mij betreft over voldoende onderscheidend vermogen om alle lof van destijds te rechtvaardigen. Een kruising tussen Janis Joplin en Mary Wells noemde Allmusic.com het heel lang geleden en dat is geen gekke omschrijving, al kan ik er nog veel meer verzinnen als het zou moeten.
Het schrijven van eigen songs wilde de band niet zo lukken, waardoor Life, Love And Leaving uitsluitend met covers is gevuld. De originelen komen uit de hoek van de (Motown) soul en de rock ’n roll en zijn deels bekend en deels minder bekend, maar ze worden allemaal aan de zegekar gebonden van de band uit Detroit.
Zeker in de wat meer uptempo en wat stevigere songs kunnen zowel de ritmesectie als de gitaristen van de band flink los gaan en kunnen laatstgenoemden heerlijk soleren, maar alles staat in dienst van de fantastische stem van Rachel Nagy, die met achteloos gemak een orkaan van geluid uit de speakers laat komen, maar ook verleidt met onweerstaanbare refreinen. Het swingt als een trein en het klinkt bijzonder aanstekelijk, maar dit soort garagerock kan niet zonder scherpe kantjes en ruwe randjes en ook hiervoor ben je bij The Detroit Cobras aan het juiste adres.
De afgelopen vijftien jaar nam de band geen nieuwe muziek meer op, maar was het wel met enige regelmaat op het podium te zien, wat een waar feestje moet zijn geweest. Bij The Detroit Cobras zonder Rachel Nagy kan ik me echt helemaal niets voorstellen, maar de vier albums van de band zijn gelukkig nog op de streaming media te vinden en liggen met een beetje geluk ook nog in de winkel. Ik zou in ieder geval Life, Love And Leaving zeker niet laten liggen. Erwin Zijleman
The Dream Academy - The Dream Academy (1985)

4,5
3
geplaatst: 29 mei 2022, 20:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Dream Academy - The Dream Academy (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Academy - The Dream Academy (1985)
De Britse band The Dream Academy debuteerde in 1985 met een deels typisch maar grotendeels atypisch jaren 80 album, dat de tand des tijds wat mij betreft verrassend goed heeft doorstaan
Ik had in 1985 vrijwel onmiddellijk een zwak voor het debuutalbum van de Britse band The Dream Academy. De band uit Londen klonk anders dan de meeste andere bands van dat moment, deels door het verwerken van andere invloeden en deels door de klassiek getinte bijdragen van multi-instrumentalist Kate St John. The Dream Academy bleek ook nog eens zeer bedreven in maken van aanstekelijke popsongs, wat een bijzonder album opleverde. Het is een album dat vooral bekend is geworden omdat anderen aan de haal gingen met flarden van de songs van The Dream Academy, maar 37 jaar na de release klinkt het debuutalbum van de band nog opvallend fris en overtuigend.
Als ik een stapeltje moet maken met mijn favoriete albums uit de jaren 80, zit het titelloze debuutalbum van de Britse band The Dream Academy uit 1985 daar zeker tussen. Het is een album dat in eerste instantie redelijk wat aandacht trok door de hitsingle Life In A Northern Town en iets mindere mate door de tweede single The Love Parade, maar het succes van de band doofde snel en na slechts drie albums viel het doek voor de band uit Londen.
The Dream Academy was een trio dat bestond uit gitarist en zanger Nick Laird-Clowes, toetsenist Gilbert Gabriel en de klassieke geschoolde multi-instrumentalist Kate St John. Het titelloze debuut van de band bevat een aantal ingrediënten van een typisch jaren 80 album, maar het album klinkt over het algemeen flink anders dan de meeste andere albums uit het decennium.
De muziek van The Dream Academy klinkt op haar debuut voller, organischer en wat zweveriger dan de meeste typische jaren 80 albums en doet hier en daar wat psychedelisch aan. De muziek van de Britse band weet zich verder te onderscheiden door de klassieke arrangementen en het prachtige hobospel van Kate St John en door de andere bijdragen van blazers.
Ik had echt al heel lang niet meer naar het album geluisterd (ik denk zeker 20 jaar), maar bleek het nog noot voor noot te kennen. Ik heb volgens mij nooit geweten wie het album, samen met Nick Laird-Clowes, produceerde, maar dat blijkt Pink Floyd gitarist David Gilmour, ook niet de eerste aan wie je denkt bij een 80s album.
Er zijn inmiddels 37 jaren verstreken, maar ik vind het debuutalbum van The Dream Academy nog opvallend fris klinken. De Britse band grossiert op haar debuutalbum in lekker in het gehoor liggende en opvallend rijk ingekleurde songs. De band heeft dankzij de bijzondere bijdragen van de klassiek geschoolde Kate St John een uniek eigen geluid, waaraan ook de karakteristieke stem van Nick Laird-Clowes bijdraagt.
Het debuutalbum van The Dream Academy werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, onder wie topkrachten als David Gilmour, Pino Palladino en, in een van de tracks, R.E.M. gitarist Peter Buck. Al die muzikanten hebben gezorgd voor prachtige klanken, die vooral bij beluistering met de koptelefoon goed tot hun recht komen.
Het debuutalbum van The Dream Academy bevat hiernaast een aantal geweldige en verrassend gevarieerd klinkende songs. Zeker de sfeervol ingekleurde songs op het album vind ik nog altijd prachtig en misschien nog wel mooier dan bij mijn eerste kennismaking met het album.
The Dream Academy werd na haar debuutalbum helaas snel vergeten en twee prima volgende albums veranderden hier niets aan. De erfenis van het album werd misschien nog wel het best bewaard door Frits Spits, die Bound To Be gebruikte voor het item Steunfonds in zijn radioprogramma, en misschien nog wel meer door de wereldhit Sunchyme van Dario G, die stevig gebruik maakte van een sample van het ijzersterke refrein van Life In A Northern Town.
Nick Laird-Clowes en Gilbert Gabriel kozen na The Dream Academy voor de filmmuziek. Ook Kate St John maakte filmmuziek, maar ze keerde ook terug naar de klassieke muziek en werd bovendien een veelgevraagd sessiemuzikant en bandlid (ze speelde onder andere in de band van Van Morrison). Er had absoluut meer in gezeten voor The Dream Academy, maar hun fantastische debuutalbum neemt niemand ze meer af. Ik was het eerlijk gezegd wat vergeten, maar het 37 jaar oude vinyl draait hier nu weer met enige regelmaat en naar volle tevredenheid zijn rondjes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Dream Academy - The Dream Academy (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Academy - The Dream Academy (1985)
De Britse band The Dream Academy debuteerde in 1985 met een deels typisch maar grotendeels atypisch jaren 80 album, dat de tand des tijds wat mij betreft verrassend goed heeft doorstaan
Ik had in 1985 vrijwel onmiddellijk een zwak voor het debuutalbum van de Britse band The Dream Academy. De band uit Londen klonk anders dan de meeste andere bands van dat moment, deels door het verwerken van andere invloeden en deels door de klassiek getinte bijdragen van multi-instrumentalist Kate St John. The Dream Academy bleek ook nog eens zeer bedreven in maken van aanstekelijke popsongs, wat een bijzonder album opleverde. Het is een album dat vooral bekend is geworden omdat anderen aan de haal gingen met flarden van de songs van The Dream Academy, maar 37 jaar na de release klinkt het debuutalbum van de band nog opvallend fris en overtuigend.
Als ik een stapeltje moet maken met mijn favoriete albums uit de jaren 80, zit het titelloze debuutalbum van de Britse band The Dream Academy uit 1985 daar zeker tussen. Het is een album dat in eerste instantie redelijk wat aandacht trok door de hitsingle Life In A Northern Town en iets mindere mate door de tweede single The Love Parade, maar het succes van de band doofde snel en na slechts drie albums viel het doek voor de band uit Londen.
The Dream Academy was een trio dat bestond uit gitarist en zanger Nick Laird-Clowes, toetsenist Gilbert Gabriel en de klassieke geschoolde multi-instrumentalist Kate St John. Het titelloze debuut van de band bevat een aantal ingrediënten van een typisch jaren 80 album, maar het album klinkt over het algemeen flink anders dan de meeste andere albums uit het decennium.
De muziek van The Dream Academy klinkt op haar debuut voller, organischer en wat zweveriger dan de meeste typische jaren 80 albums en doet hier en daar wat psychedelisch aan. De muziek van de Britse band weet zich verder te onderscheiden door de klassieke arrangementen en het prachtige hobospel van Kate St John en door de andere bijdragen van blazers.
Ik had echt al heel lang niet meer naar het album geluisterd (ik denk zeker 20 jaar), maar bleek het nog noot voor noot te kennen. Ik heb volgens mij nooit geweten wie het album, samen met Nick Laird-Clowes, produceerde, maar dat blijkt Pink Floyd gitarist David Gilmour, ook niet de eerste aan wie je denkt bij een 80s album.
Er zijn inmiddels 37 jaren verstreken, maar ik vind het debuutalbum van The Dream Academy nog opvallend fris klinken. De Britse band grossiert op haar debuutalbum in lekker in het gehoor liggende en opvallend rijk ingekleurde songs. De band heeft dankzij de bijzondere bijdragen van de klassiek geschoolde Kate St John een uniek eigen geluid, waaraan ook de karakteristieke stem van Nick Laird-Clowes bijdraagt.
Het debuutalbum van The Dream Academy werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, onder wie topkrachten als David Gilmour, Pino Palladino en, in een van de tracks, R.E.M. gitarist Peter Buck. Al die muzikanten hebben gezorgd voor prachtige klanken, die vooral bij beluistering met de koptelefoon goed tot hun recht komen.
Het debuutalbum van The Dream Academy bevat hiernaast een aantal geweldige en verrassend gevarieerd klinkende songs. Zeker de sfeervol ingekleurde songs op het album vind ik nog altijd prachtig en misschien nog wel mooier dan bij mijn eerste kennismaking met het album.
The Dream Academy werd na haar debuutalbum helaas snel vergeten en twee prima volgende albums veranderden hier niets aan. De erfenis van het album werd misschien nog wel het best bewaard door Frits Spits, die Bound To Be gebruikte voor het item Steunfonds in zijn radioprogramma, en misschien nog wel meer door de wereldhit Sunchyme van Dario G, die stevig gebruik maakte van een sample van het ijzersterke refrein van Life In A Northern Town.
Nick Laird-Clowes en Gilbert Gabriel kozen na The Dream Academy voor de filmmuziek. Ook Kate St John maakte filmmuziek, maar ze keerde ook terug naar de klassieke muziek en werd bovendien een veelgevraagd sessiemuzikant en bandlid (ze speelde onder andere in de band van Van Morrison). Er had absoluut meer in gezeten voor The Dream Academy, maar hun fantastische debuutalbum neemt niemand ze meer af. Ik was het eerlijk gezegd wat vergeten, maar het 37 jaar oude vinyl draait hier nu weer met enige regelmaat en naar volle tevredenheid zijn rondjes. Erwin Zijleman
The Dream Syndicate - The Universe Inside (2020)

4,0
1
geplaatst: 13 april 2020, 11:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Dream Syndicate - The Universe Inside - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Syndicate - The Universe Inside
De tweede jeugd van The Dream Syndicate leverde al twee uitstekende albums op, die nu gezelschap krijgen van een uur durende luistertrip vol invloeden uit de psychedelica en de jazzrock
The Dream Syndicate stond ooit aan de basis van het genre Paisley Underground; een genre dat niet vies was van psychedelica. Zoveel psychedelica als is te horen op The Universe Inside heeft de band uit Los Angeles echter nog nooit in haar muziek gestopt. Gecombineerd met onder andere invloeden uit de jazzrock levert het een buitengewoon fascinerende luistertrip op. Gitaren, keyboards en blazers gaan onnavolgbare duels aan, steeds wat verder omhoog gestuwd door een geweldig spelende ritmesectie en een verdwaalde sitar. Geen muziek waar je altijd voor in de stemming bent, maar als je er voor in de stemming bent is het een uur lang genieten.
De Amerikaanse band The Dream Syndicate behoort tot de vaandeldragers van de zogenaamde Paisley Underground (ook wel American Underground genoemd) en heeft met het uit 1982 stammende The Days Of Wine And Roses één van de allerbeste albums in het genre op haar naam staan. De band rond voorman Steve Wynn hikte vervolgens een aantal jaren tegen het torenhoge niveau van haar debuut aan, waarna de muzikant uit Los Angeles begon aan een solocarrière en een aantal andere projecten (waaronder The Baseball Project).
In 2017 keerde The Dream Syndicate terug met het uitstekende How Did I Find Myself Here?, dat vorig jaar werd gevolgd door het nog betere These Times. Beide albums lieten wel wat invloeden uit de Paisley Underground jaren horen, maar teerden zeker niet op het oude succes.
The Dream Syndicate schoof op de laatste twee albums wat op richting psychedelica en dat beviel uitstekend. Op het deze week verschenen The Universe Inside zet de band uit Los Angeles een reuzenstap richting psychedelica. Het nieuwe album van The Dream Syndicate bevat slechts vijf songs, maar deze zijn wel goed voor bijna een uur muziek.
In de iets meer dan 20 minuten durende openingstrack gaat The Dream Syndicate direct los. De ritmesectie zorgt voor een stuwende basis, waarop Steve Wynn en medegitarist Jason Victor prachtige duels kunnen uitvechten. Chris Cavacas, die in de beginjaren van de Paisley Underground bij concurrent Green On Red speelde, voegt een fraaie laag keyboards toe en om de feestvreugde nog verder te verhogen wordt het geluid van The Dream Syndicate op The Universe Inside nog verder verrijkt met pedal steel, saxofoon, trompet en een heuse sitar. Hier en daar duiken ook nog wat vocalen op, maar zang speelt gene rol van betekenis op het nieuwe album van The Dream Syndicate.
De band uit Los Angeles bracht vorig jaar nog een album met lekker in het gehoor liggende popsongs uit, maar op The Universe Inside hebben Steve Wynn en zijn medemuzikanten de popsong met een kop en een staart vrijwel volledig los gelaten. Het album klinkt vooral als een psychedelische jamsessie, maar op The Universe Inside zijn zeker niet alleen invloeden uit de psychedelica te horen. Flink wat passages op het album lijken stevig geïnspireerd door de jazzrock uit de jaren 70 en incidenteel duiken ook nog wel wat echo’s uit het roemruchte verleden van de band op.
Waar ik These Times vorig jaar in brede kring kon aanprijzen, is The Universie behoorlijk zware kost. De openingstrack begint zonder noemenswaardig intro en schiet vervolgens 20 minuten lang alle kanten op. De gitaarduels van Jason Victor en Steve Wynn zijn prachtig, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe belangrijk alle andere instrumenten in het bonte klankentapijt zijn.
De twee kortere tracks op het album (ook nog altijd ruim 7 en ruim 9 minuten) zijn net wat toegankelijker), maar in de tracks die volgen gaat The Dream Syndicate weer volledig los en sleept de band er ook nog wat invloeden uit de progrock bij, zeker wanneer de keyboards en de saxofoon even het voortouw nemen. Ik ben vast lang niet altijd in de stemming voor een album als dit, maar zo op zijn tijd is The Universe Inside van The Dream Syndicate een buitengewoon fascinerende luistertrip. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Dream Syndicate - The Universe Inside - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Syndicate - The Universe Inside
De tweede jeugd van The Dream Syndicate leverde al twee uitstekende albums op, die nu gezelschap krijgen van een uur durende luistertrip vol invloeden uit de psychedelica en de jazzrock
The Dream Syndicate stond ooit aan de basis van het genre Paisley Underground; een genre dat niet vies was van psychedelica. Zoveel psychedelica als is te horen op The Universe Inside heeft de band uit Los Angeles echter nog nooit in haar muziek gestopt. Gecombineerd met onder andere invloeden uit de jazzrock levert het een buitengewoon fascinerende luistertrip op. Gitaren, keyboards en blazers gaan onnavolgbare duels aan, steeds wat verder omhoog gestuwd door een geweldig spelende ritmesectie en een verdwaalde sitar. Geen muziek waar je altijd voor in de stemming bent, maar als je er voor in de stemming bent is het een uur lang genieten.
De Amerikaanse band The Dream Syndicate behoort tot de vaandeldragers van de zogenaamde Paisley Underground (ook wel American Underground genoemd) en heeft met het uit 1982 stammende The Days Of Wine And Roses één van de allerbeste albums in het genre op haar naam staan. De band rond voorman Steve Wynn hikte vervolgens een aantal jaren tegen het torenhoge niveau van haar debuut aan, waarna de muzikant uit Los Angeles begon aan een solocarrière en een aantal andere projecten (waaronder The Baseball Project).
In 2017 keerde The Dream Syndicate terug met het uitstekende How Did I Find Myself Here?, dat vorig jaar werd gevolgd door het nog betere These Times. Beide albums lieten wel wat invloeden uit de Paisley Underground jaren horen, maar teerden zeker niet op het oude succes.
The Dream Syndicate schoof op de laatste twee albums wat op richting psychedelica en dat beviel uitstekend. Op het deze week verschenen The Universe Inside zet de band uit Los Angeles een reuzenstap richting psychedelica. Het nieuwe album van The Dream Syndicate bevat slechts vijf songs, maar deze zijn wel goed voor bijna een uur muziek.
In de iets meer dan 20 minuten durende openingstrack gaat The Dream Syndicate direct los. De ritmesectie zorgt voor een stuwende basis, waarop Steve Wynn en medegitarist Jason Victor prachtige duels kunnen uitvechten. Chris Cavacas, die in de beginjaren van de Paisley Underground bij concurrent Green On Red speelde, voegt een fraaie laag keyboards toe en om de feestvreugde nog verder te verhogen wordt het geluid van The Dream Syndicate op The Universe Inside nog verder verrijkt met pedal steel, saxofoon, trompet en een heuse sitar. Hier en daar duiken ook nog wat vocalen op, maar zang speelt gene rol van betekenis op het nieuwe album van The Dream Syndicate.
De band uit Los Angeles bracht vorig jaar nog een album met lekker in het gehoor liggende popsongs uit, maar op The Universe Inside hebben Steve Wynn en zijn medemuzikanten de popsong met een kop en een staart vrijwel volledig los gelaten. Het album klinkt vooral als een psychedelische jamsessie, maar op The Universe Inside zijn zeker niet alleen invloeden uit de psychedelica te horen. Flink wat passages op het album lijken stevig geïnspireerd door de jazzrock uit de jaren 70 en incidenteel duiken ook nog wel wat echo’s uit het roemruchte verleden van de band op.
Waar ik These Times vorig jaar in brede kring kon aanprijzen, is The Universie behoorlijk zware kost. De openingstrack begint zonder noemenswaardig intro en schiet vervolgens 20 minuten lang alle kanten op. De gitaarduels van Jason Victor en Steve Wynn zijn prachtig, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe belangrijk alle andere instrumenten in het bonte klankentapijt zijn.
De twee kortere tracks op het album (ook nog altijd ruim 7 en ruim 9 minuten) zijn net wat toegankelijker), maar in de tracks die volgen gaat The Dream Syndicate weer volledig los en sleept de band er ook nog wat invloeden uit de progrock bij, zeker wanneer de keyboards en de saxofoon even het voortouw nemen. Ik ben vast lang niet altijd in de stemming voor een album als dit, maar zo op zijn tijd is The Universe Inside van The Dream Syndicate een buitengewoon fascinerende luistertrip. Erwin Zijleman
The Dream Syndicate - These Times (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 mei 2019, 19:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Dream Syndicate - These Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Syndicate - These Days
Haar droomdebuut gaat The Dream Syndicate nooit meer evenaren, maar dit is wel het beste album sindsdien en het is een album dat gehakt maakt van de concurrentie in het genre
The Days Of Wine And Roses is een album dat flink wat muziekliefhebbers mee zouden nemen bij verbanning naar een onbewoond eiland, maar het is ook een album waar The Dream Syndicate altijd flink tegenaan heeft gehikt. Twee jaar na het prima comeback album How Did I Find Myself Here? is het tijd om het verleden te laten rusten en te laten horen dat The Dream Syndicate er ook in 2019 nog toe doet. Dat is uitstekend gelukt op album dat American Underground vermengt met psychedelica, gruizige indie-rock en volstrekt tijdloze gitaarsongs. These Days bracht mijn oude liefde voor de band onmiddellijk terug en dat is geen enkel ander album van de band na 1982 gelukt. Prachtplaat.
De naam The Dream Syndicate zal voor mij altijd verbonden blijven met The Days Of Wine And Roses uit 1982. De band uit Los Angeles heeft de lat met haar debuut zo ontstellend hoog gelegd, dat sindsdien alles alleen maar tegen kon vallen en helaas ook deed.
Het gold voor de directe opvolgers van het debuut van de band rond Steve Wynn en het gold ook voor het in 2017 verschenen comeback album How Did I Find Myself Here?, dat deze BLOG niet eens haalde.
Het gekke is dat ik uiteindelijk wel ben gaan houden van het comeback album van de legendarische Amerikaanse gitaarband en hierdoor best nieuwsgierig was naar het deze week verschenen These Times.
The Dream Syndicate behoorde met haar inmiddels tot een klassieker uitgegroeide debuut tot de pioniers en vaandeldragers van het genre dat afwisselend Paisley Underground en American Underground wordt genoemd. Echo’s van het genre klonken door op het vorige album van The Dream Syndicate en zijn ook te horen op These Times.
De band die naast voorman Steve Wynn tegenwoordig bestaat uit gitarist Jason Victor, toetsenist Chris Cacavas, bassist Mark Walton en drummer Dennis Duck, heeft ook dit keer niet geprobeerd om een nieuwe The Days Of Wine And Roses te maken. Dat is aan de ene kant jammer, maar het is aan de andere kant ook de reden dat ik uiteindelijk meer van How Did I Find Myself Here? ben gaan houden dan van alle albums die The Dream Syndicate in de eerste fase van haar bestaan maakte na haar legendarische debuut.
Ook These Times bevat zoals gezegd flarden uit de archieven van de Paisley of American Underground, maar The Dream Syndicate klinkt op haar nieuwe album ook psychedelischer en gruiziger dan in het verre verleden. Het is de reden dat het nieuwe album van de band vooral in de hokjes neo-psychedelica en indie-rock wordt geduwd, al had American Underground van mij ook best gemogen.
These Days vind ik nog een stuk overtuigender dan zijn voorganger. The Dream Syndicate klinkt steviger en zweveriger dan in het verre verleden van de band, maar heeft het gevoel voor tijdloze popliedjes weer teruggevonden, terwijl topproducer John Agnello het album heeft voorzien van een prachtig geluid. De gitaarwolken op These Days zijn bij vlagen onvoorstelbaar mooi, terwijl de incidentele koortjes bijna onweerstaanbaar zijn. Steve Wynn is verder verrassend goed bij stem en voorziet de muziek van zijn band op geheel eigen wijze van een eigen signatuur.
These Days doet het heerlijk in het lentezonnetje dat achter het glas aangenaam brandt, maar laat ook veel dingen horen die passen bij een grote band als The Dream Syndicate. Het volle geluid op These Days vult op prachtige wijze de ruimte en strooit driftig met memorabele melodieën en songs die na één keer horen memorabel zijn.
Na een paar keer horen bevalt These Days me al beter dan alles dat de band sinds The Days Of Wine And Roses heeft gemaakt en met dat album ga ik het niet vergelijken. Wat overblijft is een verdomd goede rockplaat, die een hecht en geinspireerd spelende band laat horen, die net wat betere songs schrijft dan de meeste van zijn soortgenoten. Topalbum dit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Dream Syndicate - These Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Syndicate - These Days
Haar droomdebuut gaat The Dream Syndicate nooit meer evenaren, maar dit is wel het beste album sindsdien en het is een album dat gehakt maakt van de concurrentie in het genre
The Days Of Wine And Roses is een album dat flink wat muziekliefhebbers mee zouden nemen bij verbanning naar een onbewoond eiland, maar het is ook een album waar The Dream Syndicate altijd flink tegenaan heeft gehikt. Twee jaar na het prima comeback album How Did I Find Myself Here? is het tijd om het verleden te laten rusten en te laten horen dat The Dream Syndicate er ook in 2019 nog toe doet. Dat is uitstekend gelukt op album dat American Underground vermengt met psychedelica, gruizige indie-rock en volstrekt tijdloze gitaarsongs. These Days bracht mijn oude liefde voor de band onmiddellijk terug en dat is geen enkel ander album van de band na 1982 gelukt. Prachtplaat.
De naam The Dream Syndicate zal voor mij altijd verbonden blijven met The Days Of Wine And Roses uit 1982. De band uit Los Angeles heeft de lat met haar debuut zo ontstellend hoog gelegd, dat sindsdien alles alleen maar tegen kon vallen en helaas ook deed.
Het gold voor de directe opvolgers van het debuut van de band rond Steve Wynn en het gold ook voor het in 2017 verschenen comeback album How Did I Find Myself Here?, dat deze BLOG niet eens haalde.
Het gekke is dat ik uiteindelijk wel ben gaan houden van het comeback album van de legendarische Amerikaanse gitaarband en hierdoor best nieuwsgierig was naar het deze week verschenen These Times.
The Dream Syndicate behoorde met haar inmiddels tot een klassieker uitgegroeide debuut tot de pioniers en vaandeldragers van het genre dat afwisselend Paisley Underground en American Underground wordt genoemd. Echo’s van het genre klonken door op het vorige album van The Dream Syndicate en zijn ook te horen op These Times.
De band die naast voorman Steve Wynn tegenwoordig bestaat uit gitarist Jason Victor, toetsenist Chris Cacavas, bassist Mark Walton en drummer Dennis Duck, heeft ook dit keer niet geprobeerd om een nieuwe The Days Of Wine And Roses te maken. Dat is aan de ene kant jammer, maar het is aan de andere kant ook de reden dat ik uiteindelijk meer van How Did I Find Myself Here? ben gaan houden dan van alle albums die The Dream Syndicate in de eerste fase van haar bestaan maakte na haar legendarische debuut.
Ook These Times bevat zoals gezegd flarden uit de archieven van de Paisley of American Underground, maar The Dream Syndicate klinkt op haar nieuwe album ook psychedelischer en gruiziger dan in het verre verleden. Het is de reden dat het nieuwe album van de band vooral in de hokjes neo-psychedelica en indie-rock wordt geduwd, al had American Underground van mij ook best gemogen.
These Days vind ik nog een stuk overtuigender dan zijn voorganger. The Dream Syndicate klinkt steviger en zweveriger dan in het verre verleden van de band, maar heeft het gevoel voor tijdloze popliedjes weer teruggevonden, terwijl topproducer John Agnello het album heeft voorzien van een prachtig geluid. De gitaarwolken op These Days zijn bij vlagen onvoorstelbaar mooi, terwijl de incidentele koortjes bijna onweerstaanbaar zijn. Steve Wynn is verder verrassend goed bij stem en voorziet de muziek van zijn band op geheel eigen wijze van een eigen signatuur.
These Days doet het heerlijk in het lentezonnetje dat achter het glas aangenaam brandt, maar laat ook veel dingen horen die passen bij een grote band als The Dream Syndicate. Het volle geluid op These Days vult op prachtige wijze de ruimte en strooit driftig met memorabele melodieën en songs die na één keer horen memorabel zijn.
Na een paar keer horen bevalt These Days me al beter dan alles dat de band sinds The Days Of Wine And Roses heeft gemaakt en met dat album ga ik het niet vergelijken. Wat overblijft is een verdomd goede rockplaat, die een hecht en geinspireerd spelende band laat horen, die net wat betere songs schrijft dan de meeste van zijn soortgenoten. Topalbum dit. Erwin Zijleman
The Dream Syndicate - Ultraviolet Battle Hymns and True Confessions (2022)

4,0
1
geplaatst: 16 juni 2022, 16:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Dream Syndicate - Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Syndicate - Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions
De Amerikaanse band The Dream Syndicate kwam vijf jaar geleden knap terug met een uitstekend album en heeft de goede vorm ook weer behouden op het vierde album van haar tweede jeugd
The Dream Syndicate uit Los Angeles behoort voor liefhebbers van de Paisley Underground tot de oude helden. Veertig jaar na het geweldige debuutalbum The Days Of Wine And Roses, laat de band rond Steve Wynn horen dat het het maken van goede albums nog steeds niet is verleerd. Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions is het vierde album in vijf jaar tijd en het is wederom een prima album. Het heilige vuur brandt misschien net wat minder fel dan veertig jaar geleden, maar voor lekkere gitaarsongs ben je bij de Amerikaanse band nog steeds aan het juiste adres. De band verkeert sinds 2017 in een veel betere vorm dan tijdens het grootste deel van de jaren 80 en levert het vierde uitstekende album op rij af.
De Amerikaanse band The Dream Syndicate debuteerde precies veertig jaar geleden met het fantastische The Days Of Wine And Roses. Het was ook meteen met afstand het beste album dat de band gedurende de jaren 80 zou maken. The Dream Syndicate zou de jaren 90 niet halen en maakte de torenhoge belofte van haar debuutalbum nooit echt waar, maar The Days Of Wine And Roses neemt niemand de band meer af.
The Dream Syndicate begon een jaar of tien geleden voorzichtig aan haar tweede jeugd, wat vijf jaar geleden een nieuw album opleverde. Nu vind ik het over het algemeen lastig om de albums uit de tweede jeugd van een band goed te duiden, maar in het geval van The Dream Syndicate was het best eenvoudig. Het in 2017 verschenen How Did I Find Myself Here? was misschien niet zo goed als klassieker The Days Of Wine And Roses, maar was stukken beter dan alle andere albums die The Dream Syndicate tijdens haar eerste jeugd uitbracht. Dit gold ook voor These Times uit 2019 en The Universe Inside uit 2020 en het geldt ook weer voor het deze week verschenen Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions.
Ook het nieuwe album van The Dream Syndicate is weer gemaakt met de bezetting die we inmiddels kennen. Zanger en gitarist Steve Wynn, gitarist Jason Victor, bassist Mark Walton, toetsenist Chris Cacavas (die tijdens de eerste jeugd van The Dream Syndicate bij concurrent Green On Red speelde) en drummer Dennis Duck zijn allemaal weer van de partij op Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions en hebben er nog steeds zin in.
The Dream Syndicate behoorde aan het begin van de jaren 80 tot de pioniers van het genre dat afwisselend Paisley Underground en American Underground werd genoemd, maar inmiddels wordt de band uit Los Angeles vooral in tegenwoordig meer gangbare hokjes als indierock en neo-psychedelica geduwd.
Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions opent met wat atypische synths, maar The Dream Syndicate laat alweer snel een vertrouwd geluid horen. De band klinkt misschien wat minder urgent dan op haar fenomenale debuutalbum, maar Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions beviel me eigenlijk onmiddellijk en is ook na een paar keer horen nog leuk.
Waar de Amerikaanse band er aan het begin van de jaren 80 maar één echt goed album uit wist te persen, is Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions het vierde prima album in de tweede jeugd van de band en dat is een knappe prestatie. The Dream Syndicate heeft haar geluid op haar vierde album in vijf jaar tijd nog wat verder verrijkt en klinkt wat gepolijster dan in haar jonge jaren, maar persoonlijk vind ik het geluid op Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions erg lekker.
Steve Wynn is het schrijven van prima songs nog niet verleerd en tovert het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed. De Amerikaanse muzikant is ook nog steeds een verdienstelijk zanger, waardoor Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions zich vrij makkelijk opdringt als muzikale metgezel op momenten dat je behoefte hebt aan lekkere gitaarmuziek zonder al teveel poespas. De recensies van het nieuwe album van The Dream Syndicate schieten wat heen en weer tussen ‘uitgebluste en slappe hap’ en ‘wereldplaat’. Ik weet het nog niet helemaal zeker, maar neig vooralsnog duidelijk naar het laatste. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Dream Syndicate - Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Dream Syndicate - Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions
De Amerikaanse band The Dream Syndicate kwam vijf jaar geleden knap terug met een uitstekend album en heeft de goede vorm ook weer behouden op het vierde album van haar tweede jeugd
The Dream Syndicate uit Los Angeles behoort voor liefhebbers van de Paisley Underground tot de oude helden. Veertig jaar na het geweldige debuutalbum The Days Of Wine And Roses, laat de band rond Steve Wynn horen dat het het maken van goede albums nog steeds niet is verleerd. Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions is het vierde album in vijf jaar tijd en het is wederom een prima album. Het heilige vuur brandt misschien net wat minder fel dan veertig jaar geleden, maar voor lekkere gitaarsongs ben je bij de Amerikaanse band nog steeds aan het juiste adres. De band verkeert sinds 2017 in een veel betere vorm dan tijdens het grootste deel van de jaren 80 en levert het vierde uitstekende album op rij af.
De Amerikaanse band The Dream Syndicate debuteerde precies veertig jaar geleden met het fantastische The Days Of Wine And Roses. Het was ook meteen met afstand het beste album dat de band gedurende de jaren 80 zou maken. The Dream Syndicate zou de jaren 90 niet halen en maakte de torenhoge belofte van haar debuutalbum nooit echt waar, maar The Days Of Wine And Roses neemt niemand de band meer af.
The Dream Syndicate begon een jaar of tien geleden voorzichtig aan haar tweede jeugd, wat vijf jaar geleden een nieuw album opleverde. Nu vind ik het over het algemeen lastig om de albums uit de tweede jeugd van een band goed te duiden, maar in het geval van The Dream Syndicate was het best eenvoudig. Het in 2017 verschenen How Did I Find Myself Here? was misschien niet zo goed als klassieker The Days Of Wine And Roses, maar was stukken beter dan alle andere albums die The Dream Syndicate tijdens haar eerste jeugd uitbracht. Dit gold ook voor These Times uit 2019 en The Universe Inside uit 2020 en het geldt ook weer voor het deze week verschenen Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions.
Ook het nieuwe album van The Dream Syndicate is weer gemaakt met de bezetting die we inmiddels kennen. Zanger en gitarist Steve Wynn, gitarist Jason Victor, bassist Mark Walton, toetsenist Chris Cacavas (die tijdens de eerste jeugd van The Dream Syndicate bij concurrent Green On Red speelde) en drummer Dennis Duck zijn allemaal weer van de partij op Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions en hebben er nog steeds zin in.
The Dream Syndicate behoorde aan het begin van de jaren 80 tot de pioniers van het genre dat afwisselend Paisley Underground en American Underground werd genoemd, maar inmiddels wordt de band uit Los Angeles vooral in tegenwoordig meer gangbare hokjes als indierock en neo-psychedelica geduwd.
Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions opent met wat atypische synths, maar The Dream Syndicate laat alweer snel een vertrouwd geluid horen. De band klinkt misschien wat minder urgent dan op haar fenomenale debuutalbum, maar Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions beviel me eigenlijk onmiddellijk en is ook na een paar keer horen nog leuk.
Waar de Amerikaanse band er aan het begin van de jaren 80 maar één echt goed album uit wist te persen, is Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions het vierde prima album in de tweede jeugd van de band en dat is een knappe prestatie. The Dream Syndicate heeft haar geluid op haar vierde album in vijf jaar tijd nog wat verder verrijkt en klinkt wat gepolijster dan in haar jonge jaren, maar persoonlijk vind ik het geluid op Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions erg lekker.
Steve Wynn is het schrijven van prima songs nog niet verleerd en tovert het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed. De Amerikaanse muzikant is ook nog steeds een verdienstelijk zanger, waardoor Ultraviolet Battle Hymns And True Confessions zich vrij makkelijk opdringt als muzikale metgezel op momenten dat je behoefte hebt aan lekkere gitaarmuziek zonder al teveel poespas. De recensies van het nieuwe album van The Dream Syndicate schieten wat heen en weer tussen ‘uitgebluste en slappe hap’ en ‘wereldplaat’. Ik weet het nog niet helemaal zeker, maar neig vooralsnog duidelijk naar het laatste. Erwin Zijleman
The Drink - Capital (2015)

4,0
0
geplaatst: 14 januari 2016, 15:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Drink - Capital - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Capital van The Drink is in Nederland helaas een beetje ondergesneeuwd, maar omdat de Britse kwaliteitskrant The Guardian de plaat van de Britse band maar blijft bejubelen, ben ik gelukkig toch nog in aanraking gekomen met de muziek van het trio uit Londen.
In The Drink draait op het eerste gehoor alles om de van oorsprong Ierse muzikante Dearbhla Minogue, die met haar bijzondere gitaarspel en haar uitstekende zang het geluid van The Drink voor een belangrijk deel bepaalt.
De gitaarlijnen op Capital zijn heerlijk stekelig en blijven maar om je heen draaien. Het doet wel wat denken aan de gitaren van bands als Belly, The Breeders en vooral Throwing Muses; bands die ook overigens in vocaal opzicht relevant vergelijkingsmateriaal aandragen.
Wanneer je wat dieper graaft zijn ook invloeden van bands als The Slits en The Raincoats hoorbaar, maar Capital doet ook meer dan eens denken aan Belle And Sebastian en heeft ook zeker naar Stereolab geluisterd.
Al deze invloeden worden verwerkt in muziek die genadeloos vermaakt, maar ook stevig intrigeert. De songs van The Drink zijn voorzien van een suikerzoete toplaag, maar onder deze laag durft de band flink te experimenteren.
Buiten de aanstekelijke refreinen zijn de gitaarlijnen soms onnavolgbaar, durft de zang buiten de hokjes te kleuren en zorgt een fraai orgeltje voor de sfeer. Tenslotte blijkt dat naast de zang en gitaar van Dearbhla Minogue ook de ritmesectie van The Drink belangrijk zo niet cruciaal is.
Drummer Daniel Fordham en bassist David Stewart geven hun vrouwelijke collega alle ruimte, maar voorzien Capital ook van even fascinerende als swingende ritmes. De combinatie van stekelige en soms uit de bocht vliegende gitaren en geweldige ritmes maakt stilzitten bijna onmogelijk en contrasteert prachtig met de engelachtige zang van Dearbhla Minogue.
Capital is een plaat die liefhebbers van alle hierboven genoemde bands direct zal bevallen, maar het is ook een plaat die veel meer heeft te bieden dan vluchtige beluistering laat horen. The Drink maakt muziek die bol staat van de onderhuidse spanning, maar het is ook een plaat vol zoete verleiding. In Engeland gelukkig op de juiste waarde geschat, maar deze prachtplaat verdient ook in Nederland alle aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Drink - Capital - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Capital van The Drink is in Nederland helaas een beetje ondergesneeuwd, maar omdat de Britse kwaliteitskrant The Guardian de plaat van de Britse band maar blijft bejubelen, ben ik gelukkig toch nog in aanraking gekomen met de muziek van het trio uit Londen.
In The Drink draait op het eerste gehoor alles om de van oorsprong Ierse muzikante Dearbhla Minogue, die met haar bijzondere gitaarspel en haar uitstekende zang het geluid van The Drink voor een belangrijk deel bepaalt.
De gitaarlijnen op Capital zijn heerlijk stekelig en blijven maar om je heen draaien. Het doet wel wat denken aan de gitaren van bands als Belly, The Breeders en vooral Throwing Muses; bands die ook overigens in vocaal opzicht relevant vergelijkingsmateriaal aandragen.
Wanneer je wat dieper graaft zijn ook invloeden van bands als The Slits en The Raincoats hoorbaar, maar Capital doet ook meer dan eens denken aan Belle And Sebastian en heeft ook zeker naar Stereolab geluisterd.
Al deze invloeden worden verwerkt in muziek die genadeloos vermaakt, maar ook stevig intrigeert. De songs van The Drink zijn voorzien van een suikerzoete toplaag, maar onder deze laag durft de band flink te experimenteren.
Buiten de aanstekelijke refreinen zijn de gitaarlijnen soms onnavolgbaar, durft de zang buiten de hokjes te kleuren en zorgt een fraai orgeltje voor de sfeer. Tenslotte blijkt dat naast de zang en gitaar van Dearbhla Minogue ook de ritmesectie van The Drink belangrijk zo niet cruciaal is.
Drummer Daniel Fordham en bassist David Stewart geven hun vrouwelijke collega alle ruimte, maar voorzien Capital ook van even fascinerende als swingende ritmes. De combinatie van stekelige en soms uit de bocht vliegende gitaren en geweldige ritmes maakt stilzitten bijna onmogelijk en contrasteert prachtig met de engelachtige zang van Dearbhla Minogue.
Capital is een plaat die liefhebbers van alle hierboven genoemde bands direct zal bevallen, maar het is ook een plaat die veel meer heeft te bieden dan vluchtige beluistering laat horen. The Drink maakt muziek die bol staat van de onderhuidse spanning, maar het is ook een plaat vol zoete verleiding. In Engeland gelukkig op de juiste waarde geschat, maar deze prachtplaat verdient ook in Nederland alle aandacht. Erwin Zijleman
