Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Nits - In the Dutch Mountains (1987)

4,5
5
geplaatst: 8 februari 2018, 21:41 uur
Een bijna perfecte plaat, met het volledige eigenzinnige Nits-spectrum vam sterke melodieën ingebed in onvoorspelbare en extreem gevarieerde arrangementen vol onverwachte instrumenten en suggestieve geluiden. Des te ongelooflijker dat dit album in één keer "with no dubbing or mixing after the actual recording" is opgenomen – van alleen al de verschillende instrumenten en stemmen en de totale geluidsbalans van het titelnummer kan ik me bijna niet voorstellen dat dat allemaal in één keer goed op de band is gekomen, om nog maar te zwijgen van de atmosferische hoogtepunten van Two skaters en The swimmer. Ook onmogelijk voor mij om de teksten niet te laten meewegen in mijn beoordeling : de muziek van J.O.S. days, Pelican & Penguin, The Panorama man en One eye open krijgt een extra lading door de jeugdherinneringen waar Hofstede mee op de proppen komt, en elders bepalen zijn fantasieën en associatieve verhalen eveneens de totaalindruk. Enige minpuntje vind ik het opdringerige en daardoor lelijke geluid van zijn slaggitaar op Pelican & Penguin en An eating house, dat klinkt nèt te goedkoop en strookt daardoor niet met de zorgvuldigheid van de arrangementen van de overige instrumenten, maar gelukkig heeft dat weinig impact op de kleurige totaalindruk.
Wie van de huidige generatie zou nog weten wie of wat met de Panoramaman bedoeld is? Voor mij was hij niet alleen de man die met dat blad, de Nieuwe Revu en de leesportefeuille langskwam, maar ook en vooral een paar maal per jaar met voetbal-overzichtsbladen (Speciale uitgave weekblad Nieuwe Revu / Prijs 2.40 / Abonnees 1.95) op groot tijdschriftformaat : Ajax op een Turks modderballet tegen Fenerbahçe waarbij Piet Keizer van een Arabische sjeik een gouden horloge krijgt omdat hij het eerste doelpunt maakt, Feyenoord schakelt op sensationele wijze bekerhouder AC Milan uit, Brazilië viert triomfen op het WK 1970 in Mexico, en Nestor Combin ligt paginagroot bloedend op de betonnen vloer van een Argentijnse politiecel wanneer hij voor een voetbalwedstrijdje terug is in zijn geboorteland – als speler van AC Milan. Indrukwekkende reportages waarvan ik sommige echt heb gespèld. Cruijff, Van Hanegem, Jan Mulder, Nobby Stiles, Eusebio, Boninsegna... Ook heb ik zelf een paar Pelicans en heel veel Penguins in de kast staan (oranje, viesgroen en zwart), en mijn zuster gaf me dan wel niet het debuutalbum van de Velvet Underground maar liet me wel kennismaken met het vroege werk van de Soft Machine, Leonard Cohen, Iron Butterfly, de Animals en Boudewijn de Groot. Ook niet mis... en van dergelijke jeugdherinneringen is In the Dutch mountains gemaakt. Onder andere.
Wie van de huidige generatie zou nog weten wie of wat met de Panoramaman bedoeld is? Voor mij was hij niet alleen de man die met dat blad, de Nieuwe Revu en de leesportefeuille langskwam, maar ook en vooral een paar maal per jaar met voetbal-overzichtsbladen (Speciale uitgave weekblad Nieuwe Revu / Prijs 2.40 / Abonnees 1.95) op groot tijdschriftformaat : Ajax op een Turks modderballet tegen Fenerbahçe waarbij Piet Keizer van een Arabische sjeik een gouden horloge krijgt omdat hij het eerste doelpunt maakt, Feyenoord schakelt op sensationele wijze bekerhouder AC Milan uit, Brazilië viert triomfen op het WK 1970 in Mexico, en Nestor Combin ligt paginagroot bloedend op de betonnen vloer van een Argentijnse politiecel wanneer hij voor een voetbalwedstrijdje terug is in zijn geboorteland – als speler van AC Milan. Indrukwekkende reportages waarvan ik sommige echt heb gespèld. Cruijff, Van Hanegem, Jan Mulder, Nobby Stiles, Eusebio, Boninsegna... Ook heb ik zelf een paar Pelicans en heel veel Penguins in de kast staan (oranje, viesgroen en zwart), en mijn zuster gaf me dan wel niet het debuutalbum van de Velvet Underground maar liet me wel kennismaken met het vroege werk van de Soft Machine, Leonard Cohen, Iron Butterfly, de Animals en Boudewijn de Groot. Ook niet mis... en van dergelijke jeugdherinneringen is In the Dutch mountains gemaakt. Onder andere.
The Nits - Kilo (1983)

4,0
1
geplaatst: 20 januari 2018, 21:54 uur
Het lezen van Henk Hofstede's zeer onderhoudende "reismemoires" Met Nits op reis (zoals verteld aan en opgeschreven door Pierre De Decker) was een mooie aanleiding om mijn vrij beperkte verzameling Nitsmuziek weer eens van stal te halen, en als het oudste werk daaruit is deze mini-elpee eigenlijk meteen al zo goed als àf. Grappig genoeg laat de vinylversie zichzelf in mijn beleving als een spiegel beluisteren : elke kant begint met een meesterwerk, vervolgt met een fraaie compositie die daar eigenlijk nauwelijks voor onderdoet en eindigt met het minste nummer dat echter nog altijd niet slecht is (zelfs Your next tyres ben ik in de loop van de tijd steeds leuker gaan vinden, misschien ook wel omdat het arrangement me zo aan Sailor doet denken). Een altijd aanwezige onderstroom van vriendelijke melancholie, zorgvuldige arrangementen die meer met zeer gevarieerde toetsen en marimba dan met gitaren en een rock-groove te maken hebben, een mooi ruimtelijk geluid dat absoluut niet gedateerd klinkt (geen vanzelfsprekendheid in de jaren 80), pakkende melodieën en natuurlijk altijd intelligente teksten vormen de hoofdmoot van een geweldige plaat van een vrij unieke band. (Het enige moment waarop dit album me aan iets of iemand anders doet denken is bij het intro van Memories are new III, waarbij ik altijd spontaan het refrein van Trains and boats and planes van Billy J. Kramer & the Dakotas begin te zingen.)
Overigens, wat volgens mij tamelijk bekend is maar door niemand op deze pagina wordt vermeld (dus doe ik het maar even voor de volledigheid) is dat Dapperstreet (mede) geïnspireerd werd door het gelijknamige sonnet van J.C. Bloem uit de bundel Quiet though sad uit 1946. Zo werd Bloems "Geef mij de grauwe stedelijke wegen" bij Hofstede "Give me the sombre city highroads", "De wolken [...] omrand door zolderramen" werd "The clouds are framed by attic windows", en "Domweg gelukkig in de Dapperstraat" werd "Suddenly happy in Dapperstreet". Lees Bloem!
Overigens, wat volgens mij tamelijk bekend is maar door niemand op deze pagina wordt vermeld (dus doe ik het maar even voor de volledigheid) is dat Dapperstreet (mede) geïnspireerd werd door het gelijknamige sonnet van J.C. Bloem uit de bundel Quiet though sad uit 1946. Zo werd Bloems "Geef mij de grauwe stedelijke wegen" bij Hofstede "Give me the sombre city highroads", "De wolken [...] omrand door zolderramen" werd "The clouds are framed by attic windows", en "Domweg gelukkig in de Dapperstraat" werd "Suddenly happy in Dapperstreet". Lees Bloem!
The Offspring - Americana (1998)

4,5
0
geplaatst: 31 augustus 2013, 15:57 uur
"She talks about closure and that validation bit / I don't mean to be insensitive, but I really hate that shit…" Rijkelijk laat natuurlijk, maar dit was het eerste album dat ik van de Offspring leerde kennen (naast de grote singlehits natuurlijk). Omdat ik hier zo enthousiast over was ben ik vervolgens Smash en Ixnay on the hombre gaan luisteren, en dat vind ik eveneens geweldige platen. Maar als ik nu weer bij dít album terugkom kan ik eigenlijk niet begrijpen waarom Americana voor zoveel mensen een steen des aanstoots is. Waarom zou dit zoveel (daar komt het vieze woord:) commerciëler zijn dan z'n voorgangers? Omdat er wat meer humor bij zit? Omdat de plaat zoveel kleuriger aandoet doordat bijvoorbeeld ook het CD-boekje zo (schijnbaar) vrolijk oogt? Omdat er een paar grote hits opstaan? Omdat het geluid beter en vetter is? Omdat Why don't you get a job enigszins melig is (hoewel het wel erg grappig is om op de pittige openingszin "My friend's got a girlfriend, man he hates that bitch" later met "My friend's got a boyfriend, man she hates that dick" terug te komen) en ook nog eens op Ob-la-di ob-la-da lijkt? Ach, ik weet het niet, ik begrijp het ook niet, en ik vind dit zelf de leukste van de drie Offspring-platen die ik ken (hoewel slechts met een neuslengte voorsprong, want Smash en Ixnay vind ik zoals gezegd ook uitstekende platen).
The Offspring - Conspiracy of One (2000)

3,0
0
geplaatst: 23 mei 2016, 17:22 uur
De eerste Offspringplaat in mijn collectie waarbij ik iets van teleurstelling voel. Prima sound en veel overtuiging in arrangementen, zang en spel, maar de melodieën zijn af en toe gewoon niet pakkend genoeg. De plaat beluisterend met de teksten erbij vallen toch wel redelijk wat nummers in positieve zin op, zodat het album als geheel uiteindelijk wel een voldoende scoort, maar echt warm kan ik er niet voor lopen. Zo vind ik Denial, revisited en Vultures bijzonder matige nummers, en Original prankster is zelfs uitgesproken vervelend, maar gelukkig zijn daar dan weer Want you bad, Special delivery en het bijzonder grappige One fine day om het niveau weer flink op te krikken. Een wisselvallige plaat van een toch wel heel apart bandje.
The Offspring - Days Go By (2012)

5,0
0
geplaatst: 3 oktober 2015, 11:52 uur
Zo word je waardig oud(er) : gewoon een degelijk album met stevige rocksongs maken waarop de vonk nog volop aanwezig is, je roots niet verloochenen maar toch ook meegaan met de (leef)tijd van je luisteraar. Een paar geweldige hoogtepunten (natuurlijk de afsluiter waarvan de titel ongeveer even lang is als die van de film waarnaar hij verwijst, maar ook het titelnummer, en bovenal de allesverzengende opener), een grappig experimentje (Cruising California (bumpin' in my trunk), ik kan er wel om lachen), en als enige minpuntjes het wat al te bekend aandoende "Wo-ho-ho"-koortje in het refrein van Hurting as one (conspiracy noemt dat op 29-6-2012 een "referentie" naar Something to believe in, maar op mij komt het eerder over als been there, done that) en de overbodige remake van Dirty magic. Al met al een heerlijk album (met een overigens prachtige hoes), blij dat deze mannen er nog zijn.
The Offspring - Ignition (1992)

3,5
1
geplaatst: 30 mei 2014, 13:03 uur
Veel mensen hier geven af op de latere platen zoals Americana, maar ík ben eigenlijk precies de andere richting opgegaan: met het latere werk begonnen en vandaaruit terugwerkend heb ik nu binnen een jaar vier albums van ze leren kennen (Americana > Ixnay on the hombre > Smash > déze), en hoewel je zou kunnen stellen dat de formule nauwelijks verandert ben ik het nog altijd niet zat (steeds toch weer èrg pakkende wijsjes). Heerlijke plaat, met als persoonlijke favoriet Take it like a man met dat zo spannende "haperende" ritme na de eerste twee regels van elk couplet (om nog maar te zwijgen van die heel slimme "shaker" erdoorheen). Grappig trouwens ook om in Dirty magic een soort Cure-gitaar te horen en in LAPD een Cramps-achtig gitaartje.
The Offspring - Ixnay on the Hombre (1997)

4,0
0
geplaatst: 30 augustus 2013, 13:55 uur
Open wide and they'll shove in their meaning of life… IJzersterke plaat, met een fantastische eerste helft en na de Intermission een iets mindere tweede. Me and my old lady en Gone away zijn warempel zeer ontroerende liefdesliedjes, en de energie die het album uitstraalt blijft tot en met het einde gehandhaafd.
Er zijn twee nummers waarin ik het gitaargeluid van Bob Mould denk te horen: op Gone away de invallende slaggitaar na 8 seconden, en op Amazed de sologitaar vanaf 17 seconden en na elk refrein. Zijn er hier Offspring-fans die weten of deze mannen ooit gewag hebben gemaakt van een bijzondere liefde voor Hüsker Dü, of is dit gewoon toeval?
Er zijn twee nummers waarin ik het gitaargeluid van Bob Mould denk te horen: op Gone away de invallende slaggitaar na 8 seconden, en op Amazed de sologitaar vanaf 17 seconden en na elk refrein. Zijn er hier Offspring-fans die weten of deze mannen ooit gewag hebben gemaakt van een bijzondere liefde voor Hüsker Dü, of is dit gewoon toeval?
The Only Ones - Live (1989)

4,0
1
geplaatst: 15 juni 2022, 21:50 uur
Volgens de info bij de CD zouden deze opnames gemaakt zijn tijdens een concert in juni 1977 in de Speakeasy in Margaret Street in Londen, maar volgens andere bronnen (Discogs, Wikipedia) werd dit album opgenomen op 9 en 10 mei 1980 in de Electric Ballroom in Camden. En dat klinkt ook veel logischer, want in 1977 hadden de Only Ones nog niets uitgebracht, terwijl het materiaal van deze liveplaat komt van hun drie platen uit 1978 (The Only Ones, 4 nummers), 1979 (Even serpents shine, 2) en 1980 (Baby’s got a gun, 6), aangevuld met twee B-kantjes. Bovendien klinken ze hier bepaald niet alsof ze nog maar nèt samenspelen, want hier staat een geoliede machine met een bas die regelmatig agressief doorklinkt, een drummer die zich uit de naad werkt en een charismatische zanger die zo verstandig is om zijn sologitarist alle ruimte van de wereld te gunnen (met name in The beast, The happy pilgrim en Miles from nowhere). Het resultaat is een lekker vet concert met diverse hoogtepunten en de band in topvorm , met als enige minpuntje een rare edit van de set: vinylkant 1 heeft een fade-out tijdens een gitaarsolo, vinylkant 2 eindigt met een echo-effect uit de studio zonder dat je nog iets van een applaudisserend of juichend publiek verneemt. Gelukkig mag dat uiteindelijk de pret niet drukken. Fijn dat er van deze band (die helaas de cultstatus nooit ontgroeid is) nog zo'n mooi livedocument bestaat. (Oorspronkelijk verschenen op Mau Mau Records, in de USA uitgebracht als Live in London op Skyclad Records.)
The Only Ones - The Immortal Story (1992)

4,0
0
geplaatst: 10 juni 2022, 23:22 uur
Peter Perrett zingt zó lijzig (zeg maar gerust lethargisch) dat het me elke keer weer verbaast dat hij zijn zangmelodie nog binnen de regel weet af te ronden (laat staan op tijd kon komen voor bandrepetities of optredens). Schijn bedriegt, want als deze plaat íéts duidelijk maakt is het wel dat hij een uiterst gefocuste songschrijver was, en anders hielden zijn slimme sologitarist en zijn oerdegelijke ritmesectie hem wel bij de les. Spijtig genoeg werd diezelfde focus na drie in commercieel opzicht weinig succesvolle platen verlegd naar de heroïne en stierven The Only Ones een roemloze dood. Onbegrijpelijk dat ze in de 40 jaren nadien nooit herontdekt zijn, want van een band die nummers als The beast, Another girl another planet en Big sleep kan voortbrengen zou je toch verwachten dat een latere generatie ze wel ergens oppikt, maar dat lijkt vooralsnog niet te zijn gebeurd.
Ik heb deze band altijd geassocieerd met de Buzzcocks, en dat is ook wel begrijpelijk: opgekomen tijdens de punk maar duidelijk niet in dat sjabloon passend, eenzelfde bezetting van een charismatische frontman met twee gitaren plus bas en drums, jammer genoeg niet zo succesvol als je op basis van de kwaliteit zou mogen hopen, en na drie elpees vol puntige alternatieve popsongs van drie minuten er een punt achter gezet. (Op YouTube staat nog een video van Perrett die bij het herdenkingsconcert van de Buzzcocks voor Pete Shelley in juni 2019 Why can't I touch it zingt.) Waar de bands essentieel van elkaar verschillen is dat Shelley vaak zijn hart (of beter gezegd een lief klein hartje) op de tong droeg, terwijl Perrett meer een soort Newyorkse verveling in de trant van Lou Reed etaleerde, met songs waarin de ironie en het wantrouwen vaak op de loer liggen en de humor altijd zwart is. Beide bands hadden beter verdiend.
Ik heb deze band altijd geassocieerd met de Buzzcocks, en dat is ook wel begrijpelijk: opgekomen tijdens de punk maar duidelijk niet in dat sjabloon passend, eenzelfde bezetting van een charismatische frontman met twee gitaren plus bas en drums, jammer genoeg niet zo succesvol als je op basis van de kwaliteit zou mogen hopen, en na drie elpees vol puntige alternatieve popsongs van drie minuten er een punt achter gezet. (Op YouTube staat nog een video van Perrett die bij het herdenkingsconcert van de Buzzcocks voor Pete Shelley in juni 2019 Why can't I touch it zingt.) Waar de bands essentieel van elkaar verschillen is dat Shelley vaak zijn hart (of beter gezegd een lief klein hartje) op de tong droeg, terwijl Perrett meer een soort Newyorkse verveling in de trant van Lou Reed etaleerde, met songs waarin de ironie en het wantrouwen vaak op de loer liggen en de humor altijd zwart is. Beide bands hadden beter verdiend.
The Orb - Orblivion (1997)

4,5
0
geplaatst: 30 maart 2021, 11:54 uur
Dit blijft toch een heerlijk ontspannen en spacy plaat. Ander werk van The Orb vond ik soms wat taai, maar deze kan ik onbeperkt luisteren, in elke stemming, en zowel als luistermuziek als op de achtergrond.
Overigens begint track 12 op mijn (en wellicht elke) CD-versie van dit album met de 6 seconden van het "eigenlijke" nummer ("The youth of America..."), maar na ruim 5 minuten stilte volgt er daarna nog een soort dub-nummer van ongeveer 6½ minuut, zodat track 12 nu 11:44 duurt en de totale speelduur van het hele album niet op 60:22 maar op precies 72 minuten uitkomt (vandaar misschien dat die laatste track 72 heet). (Ik neem aan dat dat het bonusnummer is waar YoG het op 11-10-2008 over heeft?)
Overigens begint track 12 op mijn (en wellicht elke) CD-versie van dit album met de 6 seconden van het "eigenlijke" nummer ("The youth of America..."), maar na ruim 5 minuten stilte volgt er daarna nog een soort dub-nummer van ongeveer 6½ minuut, zodat track 12 nu 11:44 duurt en de totale speelduur van het hele album niet op 60:22 maar op precies 72 minuten uitkomt (vandaar misschien dat die laatste track 72 heet). (Ik neem aan dat dat het bonusnummer is waar YoG het op 11-10-2008 over heeft?)
The Osmonds - Greatest Hits (1972)

3,5
0
geplaatst: 27 september 2013, 23:30 uur
Ik heb deze elpee vroeger ook gehad, en ik kan me niet herinneren dat ik toen al dacht "hee, er ontbreken een paar hits". Mijn Albumdossier 1969-2002 van Johan van Slooten vermeldt twee Osmonds-elpees in de hitlijsten, en de tweede daarvan is Greatest hits. En als we er van uitgaan dat dat déze compilatie is, en we zien dat die plaat de elpeelijsten binnenkwam op 10 februari 1973, dan verklaart dat meteen waarom hun derde en vierde grote Nederlandse hits Goin' home (juli 1973) en One way ticket to anywhere (november 1973) hier niet opstaan – die nummers waren gewoon nog niet verschenen. Kortom, ik heb mijn twijfels bij bovenstaande releasedatum van 1974. (Dat verklaart ook de afwezigheid van Paper roses uit november 1973 en I'm leaving it (all) up to you uit september 1974.)
Volgens mij werden deze broers indertijd ook wel gezien als het blanke antwoord op (c.q. de blanke tegenhanger van) de Jackson 5. Helaas, hun succesperiode duurde iets korter, Donny was geen Michael, en van Marie heb ik nooit een tepel gezien.
Ach ja, net zo goed een deel van mijn jeugd als de verzamelelpee van Dawn featuring Tony Orlando (was dat een Grand Gala du Disque-compilatie? ik weet het niet meer – en op MusicMeter bestaan ze niet eens!) en The best of Redbone. Maar als alle golven van jeugdsentiment zijn gaan liggen blijkt dat er hier –naast een aantal nog altijd gewoon leuke liedjes– één nummer opstaat dat nog altijd bone-crunchingly brilliant is: Crazy horses is en blijft een fantastisch nummer dat nog altijd verrassend fris en vooral verbazingwekkend hard klinkt.
Volgens mij werden deze broers indertijd ook wel gezien als het blanke antwoord op (c.q. de blanke tegenhanger van) de Jackson 5. Helaas, hun succesperiode duurde iets korter, Donny was geen Michael, en van Marie heb ik nooit een tepel gezien.
Ach ja, net zo goed een deel van mijn jeugd als de verzamelelpee van Dawn featuring Tony Orlando (was dat een Grand Gala du Disque-compilatie? ik weet het niet meer – en op MusicMeter bestaan ze niet eens!) en The best of Redbone. Maar als alle golven van jeugdsentiment zijn gaan liggen blijkt dat er hier –naast een aantal nog altijd gewoon leuke liedjes– één nummer opstaat dat nog altijd bone-crunchingly brilliant is: Crazy horses is en blijft een fantastisch nummer dat nog altijd verrassend fris en vooral verbazingwekkend hard klinkt.
The Peppermint Rainbow - Will You Be Staying After Sunday (1969)
Alternatieve titel: Don't Wake Me Up in the Morning, Michael

2,5
0
geplaatst: 15 september 2015, 13:10 uur
Een bubblegum-bandje uit Baltimore, bestaande uit drie mannelijke muzikanten en twee zingende zusjes, die in 1968 werden ontdekt door Mama Cass en het met producer Paul Leka tot één hitje (USA #32) schopten, het nummer dat meteen ook de titel leverde voor hun enige langspeelplaat. Luchtige romantische folkpopmuziek met vriendelijke psychedelische trekjes (een klavecimbel hier, een sitar daar, en natuurlijk wat Franse woordjes in Jamais, dat in hun uitspraak trouwens rijmt op "day") in de stijl van Spanky & our Gang, met mooie sixties-harmonieën die soms wel wat weg hebben van de Settlers; hoewel de naam van The Mama's & the Papa's voor de hand ligt halen ze dat niveau niet, maar Tony Orlando & Dawn en wellicht zelfs Karen Carpenter hebben hier misschien wel goed naar geluisterd. (De aanwezigheid van Green tambourine op dit album heeft er overigens alles mee te maken dat Leka ook de Lemon Pipers onder zijn hoede had: voor deze versie heeft hij gewoon de backing track van het origineel gebruikt. Een totaal overbodige cover.) De CD-versie van dit album (Rev-Ola 2008) bevat tevens de praktisch identieke single-mixen van zeven albumtracks, alsmede drie singles die na het abum (zonder succes) werden uitgebracht. Een vriendelijk maar vederlicht plaatje voor fanaten en/of completisten van sixtiespop, met als bonus een hoes die op aandoenlijke wijze "van zijn tijd" is.
The Pineapple Thief - Someone Here Is Missing (2010)

2,5
0
geplaatst: 17 april 2016, 21:01 uur
Mijn dochter zegt: het maakt me niet uit als een band ontzettend op iets anders lijkt, als de nummers maar goed zijn. Zijn de nummers van Someone here is missing goed? Moeilijk te beoordelen, want zodra ik dit album opzet wordt ik overspoeld door de associaties met een beetje Placebo, een beetje Thom Yorke en vooral heel erg veel Muse (de dynamiek, de gitaren, de manier waarop bijvoorbeeld het refrein van het openingsnummer wordt opgebouwd). Als ik dan uiteindelijk bij de onderliggende songstructuren uitkom hoor ik eigenlijk maar weinig spannends, en zéker niets wat mij doet verlangen naar meer. Mijn beste muziekvriend (liefhebber van Radiohead, Porcupine Tree, Muse, Gazpacho...) heeft hier een stapeltje van liggen, dus ik ga hierna zeker nog wat meer Pineapple Thief proberen, maar voor déze plaat kan ik vooralsnog niet warm lopen. De hoes is in zekere zin symbolisch voor de plaat: de eerste indruk is veelbelovend, maar de rest blijkt slechts herhaling.
The Pineapple Thief - Where We Stood (2017)

0
geplaatst: 6 juli 2018, 11:53 uur
Qua live-registratie zeer boeiend, met gelukkig weinig arty achteraf-beeld-"verfraaiingen" zoals verspringende kleuren, krassen, schokkerige overgangen enz. Muzikaal zit het ook prima in elkaar, de sound is uitstekend en de korte interviewtjes tussendoor op de DVD zijn informatief en zeer grappig (de gestolen gitaren!). Desalniettemin ga ik hier geen waardering in sterren aan geven, want ik blijf heel veel moeite hebben met de stem van Bruce Soord. Ik ben steeds bang dat hij naast de melodie gaat vallen en dus vals gaat zingen, en hoewel dat nergens ècht gebeurt vind ik het ook niet aangenaam om naar zijn stem te luisteren. Eigenlijk verdient die prachtige muziek een betere zanger, maar ja, dit is natuurlijk zijn band, dus dat zou nergens op slaan. Misschien als je echt helemaal in deze band opgaat en de zanger "persoonlijk tot je spreekt", dat je dan die stem juist prachtig vindt (zoals ik vroeger had met Morrissey, die mensen die niet van de Smiths hielden vermoedelijk op de zenuwen werkte, of Dylan natuurlijk, over wie een criticus ooit schreef dat zijn stem leek op die van een prairiehond die in het prikkeldraad vastzit), maar voor mij schiet zijn stem echt tekort, en dat is jammer, want de muziek is fraai.
The Pogues - The Best Of (1991)

5,0
0
geplaatst: 16 september 2020, 21:31 uur
Qua compilatie ideaal: niet te lang, geen missers, afwisselend, perfect klinkend, voorzien van een boekje met alle teksten (hoe vaak kom je dat bij een best-of tegen?), en mij (ondanks al het plezier dat ik bij het beluisteren heb) na afloop toch niet achterlatend met het gevoel dat ik de reguliere albums van deze band eigenlijk verder wil gaan verkennen. (Dat laatste zeg ik onder voorbehoud.) En wat dat boekje betreft, de aanwezigheid daarvan is geheel terecht gezien het feit dat bijna elke tekst wel de moeite waard is, niet alleen de melancholie van Thousands are sailing (wat mij betreft het majestueuze hoogtepunt van dit album) maar ook de iets minder respectabele regels als "I tried to take a late night piss / But the toilet moved so again I missed"
. Heerlijk levendige muziek.
A pair of brown eyes kende ik trouwens al als afsluiter van het titelloze debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Peter Case uit 1986; ik vond het daar altijd een vreemde eend in de bijt, en het origineel kan ik aanzienlijk beter plaatsen.
. Heerlijk levendige muziek.A pair of brown eyes kende ik trouwens al als afsluiter van het titelloze debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Peter Case uit 1986; ik vond het daar altijd een vreemde eend in de bijt, en het origineel kan ik aanzienlijk beter plaatsen.
The Red Hot Chili Peppers - The Uplift Mofo Party Plan (1987)

4,5
0
geplaatst: 30 april 2015, 13:10 uur
Ik ben eigenlijk nooit zo van het vroege werk van [vul hier zelf een bandnaam in] is rauwer / directer / puurder en "dus" beter, maar de Red Hot Chili Peppers leerde ik helaas kennen via Freaky styley en déze plaat, en vandaaruit vond ik elk album ná Mother's milk eigenlijk maar flauw en gewoontjes, zonder de springerigheid, de speelsheid en de onvoorspelbaarheid van The uplift mofo party plan. Bijna dertig jaar later klinkt dit album nog even fris en energiek als in 1987, spinnin' out of control like a psychedelic soul, en ik herinner me nog altijd hoe ik in de lach schoot toen ik voor het eerst het refrein van Special secret song inside hoorde. Zelfs Bob Dylan ontkomt niet aan dit funky feestje.
The Residents - Not Available (1978)

4,5
1
geplaatst: 10 februari 2020, 17:47 uur
Deze muziek doet me afwisselend denken aan een groepje amateur-muzikanten dat net een stel aftandse instrumenten heeft gescoord in een pandjeswinkel, een verzameling dementerenden die de treurmarsen bij een begrafenis in New Orleans proberen na te spelen en die daarbij hulp krijgen van de telefoonzangstem van Flash & the Pan, een door William S. Burroughs' "cut-up technique" geïnspireerde geluidstechnicus die de inboedel van een onbekende overledene heeft opgekocht en de daarin aangetroffen geluidsopnames op willekeurige wijze aan elkaar probeert te plakken, een kleuterklas waarvan de leerlingen om de beurt het eerste dat in ze opkomt mogen zingen waarna de juf er met haar oude Casio-keyboard wat geluidjes bij verzint, en de Zweedse kok uit de Muppet Show die auditie doet voor Holland's Got Talent. En dan te bedenken dat hier volgens de site van de Residents zelfs een plot aan ten grondslag zou liggen... of niet natuurlijk.
De opzet van de nummers doet me soms denken aan de symfonische rock van Yes, maar waar Anderson c.s. hun aparte muzikale passages altijd in een breder kader inbakeren zodat hun nummers dankzij een rode draad of een aantal terugkerende thema's een geheel vormen, lijken de verschillende passages in de nummers van de Residents geen enkel onderling verband te hebben. Ook moet ik soms denken aan 10cc, maar waar bijvoorbeeld de aparte passages van Une nuit à Paris allemaal parodieën op of cliché's van Franse muziek zijn (zodat je muziek hoort die je associeert met een stripclub of met een smoezelige verkoper van foto's van blote vrouwen) kan ik hier hoogstens zeggen dat ik bepaalde stukjes ergens mee associeer, maar ik heb geen flauw idee met wàt, alsof de Residents hier spelen met Jungiaanse archetypes die ik wel "voel" maar die ik niet kan expliciteren. (David Willenbrink op de eigen site van de Residents: "Its juxtaposition of the sad, the beautiful, and the unusual, creates deep emotional currents that with proper navigation will lead you to interesting places.") De vergelijking met Pere Ubu dringt zich op, en net als bij Ubu is deze muziek niet alleen maar afwisselend grappig, beklemmend en desoriënterend, maar soms ook gewoon aangrijpend, zoals bij de climax van Never known questions met die trieste blazers en dat bizarre "Okay okay... Okay okay?"
Kortom, ongrijpbaar. "an incredibly weird circus of sound", zoals Michael G. Breece op de AllMusic-site zegt.
De opzet van de nummers doet me soms denken aan de symfonische rock van Yes, maar waar Anderson c.s. hun aparte muzikale passages altijd in een breder kader inbakeren zodat hun nummers dankzij een rode draad of een aantal terugkerende thema's een geheel vormen, lijken de verschillende passages in de nummers van de Residents geen enkel onderling verband te hebben. Ook moet ik soms denken aan 10cc, maar waar bijvoorbeeld de aparte passages van Une nuit à Paris allemaal parodieën op of cliché's van Franse muziek zijn (zodat je muziek hoort die je associeert met een stripclub of met een smoezelige verkoper van foto's van blote vrouwen) kan ik hier hoogstens zeggen dat ik bepaalde stukjes ergens mee associeer, maar ik heb geen flauw idee met wàt, alsof de Residents hier spelen met Jungiaanse archetypes die ik wel "voel" maar die ik niet kan expliciteren. (David Willenbrink op de eigen site van de Residents: "Its juxtaposition of the sad, the beautiful, and the unusual, creates deep emotional currents that with proper navigation will lead you to interesting places.") De vergelijking met Pere Ubu dringt zich op, en net als bij Ubu is deze muziek niet alleen maar afwisselend grappig, beklemmend en desoriënterend, maar soms ook gewoon aangrijpend, zoals bij de climax van Never known questions met die trieste blazers en dat bizarre "Okay okay... Okay okay?"
Kortom, ongrijpbaar. "an incredibly weird circus of sound", zoals Michael G. Breece op de AllMusic-site zegt.
The Righteous Brothers - Unchained Melody (1990)
Alternatieve titel: The Very Best Of

5,0
1
geplaatst: 8 maart 2012, 13:22 uur
Natuurlijk een belachelijk korte compilatie in dit digitale tijdperk, maar wie deze nummers prachtig vindt (zoals ik) maar na een half uurtje soms toch wel behoefte heeft aan wat minder dramatische vocalen (zoals ik) heeft aan deze collectie misschien toch wel genoeg (zoals ik). De remastering werd gedaan door Bill Inglot, die onder meer de prachtige Yes-uitgaves voor Rhino verzorgde; ook déze verzameling heeft een goed geluid, maar met de koptelefoon hoor je dat bijvoorbeeld Just once in my life begint met een redelijke dot ruis als begeleiding van de stem, kennelijk toch niet te verhelpen. Annotatie is minimaal (1 velletje met de respectieve componisten en producers, verder niet eens een vermelding van jaartallen, laat staan een informatief tekstje of iets dergelijks).
Wat de selectie betreft bevat dit album hun twee Amerikaanse nummer-1-hits (You've lost that lovin' feeling en (You're my) Soul and inspiration), verdere top-10-hits (Unchained melody, Ebb tide en Just once in my life), kleinere hitjes (He en Go ahead and cry) alsmede een aantal ook niet versmaden nummers (Hung on you, Little Latin lupe lu en vooral het magnifieke The white cliffs of Dover) van tussen 1964 en 1966, maar dus niet hun comeback-hit Rock and roll heaven uit 1974.
In Nederland zijn ze nog altijd het bekendst van hun twee top-10-hits. Eén daarvan is Unchained melody, dat in 1990 een tweede leven kreeg toen op de tonen daarvan de pottebakkerssessie van Patrick Swayze en Demi Moore in Ghost uit de hand liep. Grappig genoeg was het volgens het onvolprezen naslagwerk 1001 songs you must hear before you die oorspronkelijk het B-kantje van de eveneens prachtige Goffin/King-compositie Hung on you (ook aanwezig op deze compilatie), maar het kreeg al spoedig meer aandacht van de deejays, tot ontzetting van Phil Spector. (Die staat op het singletje vermeld als producer, maar eigenlijk werd het nummer geproduceerd door de ene Righteous Brother –Bill Medley– en solo gezongen door de andere –Bobby Hatfield–).
En hun andere grote hit (en wat mij betreft één van de krachtige popsingles ooit gemaakt – and you can quote me on that) is natuurlijk You've lost that lovin' feelin', Spectors belangrijkste wapenfeit na River deep mountain high. Of misschien nog wel belangrijker, gezien het feit dat dit nummer –ook weer volgens 1001 songs– het meest gedraaide nummer aller tijden op de Amerikaanse radio is, met een totaal van, schrik niet, 8 miljoen keer. (Uit angst dat de deejays het nummer vanwege de lengte niet zouden draaien liet Spector op het labeltje de tijd van 3 minuten en 5 seconden afdrukken, terwijl het in werkelijkheid 3:50 duurt!)
Tenslotte nog een persoonlijke afwijking van mij: ik vind eigenlijk dat een best-of-compilatie altijd één slecht nummer moet hebben, om te voorkomen dat je gaat denken: "hee, dit zijn eigenlijk alleen maar geweldige nummers, volgens mij heeft deze band alleen maar goed werk afgeleverd, ik moet toch nog eens wat reguliere albums van ze kopen!" – met het risico dat je vervolgens opgescheept zit met platen die toch eigenlijk toch een stuk minder zijn dan die nummers die de best-of-compilatie hebben gehaald… En ook daar is keurig voor gezorgd op dit album:
He can turn the tides and calm the angry sea
He alone decides who writes a symphony
He lights every star that makes our darkness bright
He keeps watch all through each long and lonely night
He still finds the time to hear a child's first prayer,
Saint or sinner call and always find him there.
Though it makes Him sad to see the way we live
He'll always say, "I forgive"
(He, nummer 18 in Amerika in 1966; ónze goddeloze hitlijsten heeft het nooit gehaald.)
Conclusie: een compilatie met beperkingen, maar wát er op staat is subliem – met name bij de eerste zes nummers moet ik er soms aan denken te blijven ademen.
Wat de selectie betreft bevat dit album hun twee Amerikaanse nummer-1-hits (You've lost that lovin' feeling en (You're my) Soul and inspiration), verdere top-10-hits (Unchained melody, Ebb tide en Just once in my life), kleinere hitjes (He en Go ahead and cry) alsmede een aantal ook niet versmaden nummers (Hung on you, Little Latin lupe lu en vooral het magnifieke The white cliffs of Dover) van tussen 1964 en 1966, maar dus niet hun comeback-hit Rock and roll heaven uit 1974.
In Nederland zijn ze nog altijd het bekendst van hun twee top-10-hits. Eén daarvan is Unchained melody, dat in 1990 een tweede leven kreeg toen op de tonen daarvan de pottebakkerssessie van Patrick Swayze en Demi Moore in Ghost uit de hand liep. Grappig genoeg was het volgens het onvolprezen naslagwerk 1001 songs you must hear before you die oorspronkelijk het B-kantje van de eveneens prachtige Goffin/King-compositie Hung on you (ook aanwezig op deze compilatie), maar het kreeg al spoedig meer aandacht van de deejays, tot ontzetting van Phil Spector. (Die staat op het singletje vermeld als producer, maar eigenlijk werd het nummer geproduceerd door de ene Righteous Brother –Bill Medley– en solo gezongen door de andere –Bobby Hatfield–).
En hun andere grote hit (en wat mij betreft één van de krachtige popsingles ooit gemaakt – and you can quote me on that) is natuurlijk You've lost that lovin' feelin', Spectors belangrijkste wapenfeit na River deep mountain high. Of misschien nog wel belangrijker, gezien het feit dat dit nummer –ook weer volgens 1001 songs– het meest gedraaide nummer aller tijden op de Amerikaanse radio is, met een totaal van, schrik niet, 8 miljoen keer. (Uit angst dat de deejays het nummer vanwege de lengte niet zouden draaien liet Spector op het labeltje de tijd van 3 minuten en 5 seconden afdrukken, terwijl het in werkelijkheid 3:50 duurt!)
Tenslotte nog een persoonlijke afwijking van mij: ik vind eigenlijk dat een best-of-compilatie altijd één slecht nummer moet hebben, om te voorkomen dat je gaat denken: "hee, dit zijn eigenlijk alleen maar geweldige nummers, volgens mij heeft deze band alleen maar goed werk afgeleverd, ik moet toch nog eens wat reguliere albums van ze kopen!" – met het risico dat je vervolgens opgescheept zit met platen die toch eigenlijk toch een stuk minder zijn dan die nummers die de best-of-compilatie hebben gehaald… En ook daar is keurig voor gezorgd op dit album:
He can turn the tides and calm the angry sea
He alone decides who writes a symphony
He lights every star that makes our darkness bright
He keeps watch all through each long and lonely night
He still finds the time to hear a child's first prayer,
Saint or sinner call and always find him there.
Though it makes Him sad to see the way we live
He'll always say, "I forgive"
(He, nummer 18 in Amerika in 1966; ónze goddeloze hitlijsten heeft het nooit gehaald.)
Conclusie: een compilatie met beperkingen, maar wát er op staat is subliem – met name bij de eerste zes nummers moet ik er soms aan denken te blijven ademen.
The Robert Cray Band - Bad Influence (1983)

3,5
0
geplaatst: 26 november 2017, 14:16 uur
Persoonlijk hoor ik het verschil niet zo tussen dit album en bijvoorbeeld Strong persuader of Don't be afraid of the dark, dus die knieval voor de commercie ontgaat mij. Ik vind Bad influence ook niet echt rauwer dan het latere werk klinken, maar dat neemt niet weg dat dit een lekker album is met een prettige sound. Toch kan ik dit niet een echt heel goede plaat vinden, daarvoor zijn bijvoorbeeld The grinder en Got to make a comeback te nietszeggend, en bovendien is So many women, so little time echt een verschrikkelijk nummer met die laffe nepfunk en die stompzinnige tekst. Hoogtepunten zijn voor mij de eerste twee nummers (hoewel het titelnummer dan weer ontsierd wordt door een overbodige en flauwe sax) en Where do I go from here, en van de bonusnummers had de cover Share what you've got, keep what you need (een R&B-hit voor William Bell in 1966) naadloos op het album zelf gepast. Ik twijfel tussen 3 en 3½ sterren, maar uiteindelijk trekken de heerlijke sound, de altijd lekkere solo's en Cray's gloedvolle stem me toch over de streep.
The Robert Cray Band - Don't Be Afraid of the Dark (1988)

3,0
0
geplaatst: 31 mei 2015, 17:19 uur
Het verwijt van "te glad" voor deze muziek, tja, daar valt weinig anders tegen in te brengen dan dat dat nou eenmaal de stijl van deze man is. Als ik het ruiger wil luister ik wel naar andere mensen, en bij Cray zoek en vind ik het wat beschaafdere en soulvollere werk. Een groter probleem voor mij met dit album is dat er twee briljante nummers op staan (de titeltrack en het zowel tekstuele als muzikale fraai kronkelige Your secret's safe with me) en daarnaast acht nummers die variëren van matig (Acting this way, Across the line) tot sterk (Night patrol, Laugh out loud) zonder ook maar ergens in de buurt van dat illustere duo te komen. Ik draai dit veel omdat de slanke produktie en Cray's piepende gitaargeluid me momenteel bijzonder aanspreken, maar compositorisch is het album als geheel niet zozeer slank alswel mager, en als zodanig een lichte teleurstelling na het prachtige Strong persuader. En ben ik de enige die helemaal misselijk wordt van de sound van die hyperventilerende altsax van David Sanborn op Acting this way?
The Robert Cray Band - False Accusations (1985)

3,5
0
geplaatst: 25 juni 2014, 21:19 uur
Vier-en-een-half jaar geen bericht bij dit album! Maar ja, zèlf had ik hem dit millennium ook nog niet gedraaid. . . Naar aanleiding van mijn hernieuwde interesse in Strong persuader heb ik dus False accusations maar weer eens opgezet, en ik hoor de sobere maar sfeervolle begeleiding, en Cray's soulfulle stem, en zijn knerpende gitaarnootjes, en ik ben meteen weer verkocht. Heerlijke plaat, hoewel ik het niet eens ben met eerdere berichten dat dit zijn beste album zou zijn, daarvoor vind ik het songmateriaal niet altijd even spannend. Desalniettemin een lekkere plaat, met als hoogtepunten de ijzersterke opener en Playing in the dirt.
Overigens vind ik dit ook niet zoveel rauwer of minder poppy dan bijvoorbeeld Strong persuader of Don't be afraid of the dark. Cray zelf vond dat Strong persuader niet zozeer van zijn "blues path" afweek alswel een natuurlijke ontwikkeling was: "De opnamesessies zijn eigenlijk praktisch hetzelfde geweest voor al onze albums. Ik vond alleen dat de kwaliteit van de muziek die we maakten beter werd. It was about the whole band being together."
Overigens vind ik dit ook niet zoveel rauwer of minder poppy dan bijvoorbeeld Strong persuader of Don't be afraid of the dark. Cray zelf vond dat Strong persuader niet zozeer van zijn "blues path" afweek alswel een natuurlijke ontwikkeling was: "De opnamesessies zijn eigenlijk praktisch hetzelfde geweest voor al onze albums. Ik vond alleen dat de kwaliteit van de muziek die we maakten beter werd. It was about the whole band being together."
The Rolling Stones - Black and Blue (1976)
Alternatieve titel: Black n Blue

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2015, 21:52 uur
Het is nu misschien moeilijk voorstelbaar, maar anno 1976 werden hier op mijn middelbare school tijdens bijeenkomsten van de schoolkrantredactie, pardon, redaksie hevige debatten over gevoerd: was Hot stuff ("Hot stuff, hot stuff, hot stuff, hot stuff, can't get enough...") nou stomvervelend of juist ijzersterk? Ik moet bekennen dat ik zelf onwrikbaar in het eerste kamp had plaatsgenomen. Veertig jaar later klinken diverse delen van dit album als de logische missing links tussen Al Green (van wie ik toen nog nooit had gehoord) en Prince (die pas twee jaar later z'n eerste plaat zou maken), maar in de vrijwel geheel blanke platencollecties van mij en mijn vrienden was dit toentertijd een vreemd geluid. Nú vind ik dit een heerlijke en perfect klinkende plaat, met Hand of fate en Crazy mama als lekkere rockers, Melody als bizarre maar wel erg leuke noviteit, Fool to cry als redelijke (maar zeker niet geweldige) single, Cherry oh baby als enige minpunt (zoals de meeste gebruikers hier vinden) en naast Hot stuff ook het bijna Cinemascope-brede Memory Motel als triomfantelijk hoogtepunt. Bleek ik er tóch niet enough van te kunnen getten.
The Rolling Stones - Greatest Hits (1964)

4,0
0
geplaatst: 27 juli 2014, 21:22 uur
Toen dit album van mijn oudere zus op mij overging was hij inmiddels zó vaak uit de hoes gehaald dat dat een uitklaphoes was geworden. Daarbij was de plaat zelf letterlijk grijsgedraaid, maar wát ik kon horen klonk toen ook al reuze spannend. Om de een of andere reden laat vrijwel alles van de Stones mij redelijk koud, maar de opener en de afsluiter van deze compilatie vind ik nog altijd briljant in hun simpelheid (alleen al vanwege die heerlijke sound).
The Sea Within - The Sea Within (2018)

3,5
1
geplaatst: 25 juni 2019, 15:25 uur
Graag zou ik dit beter vinden dan het geval is. Een samenwerking van serieuze en creatieve muzikanten (inclusief één persoonlijke favoriet) die met de beste bedoelingen de krachten bundelen om iets moois te maken, dat schept hoge verwachtingen, maar helaas kan ik hier niet echt enthousiast over te zijn. Het is natuurlijk niet slecht, maar ik vind het gewoon allemaal niet zo bijzonder, zeker niet met zulke talenten aan de instrumenten, voor de microfoon en achter het mengpaneel. Van de stem van Daniel Gildenlow ben ik ook nooit een fan geweest, iets te dramatisch met een Chris Cornell-randje, maar Roine Stolt houdt met zijn gitaarpartijen de nummers goed bij elkaar en Marco Minnemann is een beest op de drums. Toch kunnen ook zij nummers als The void en The roaring silence niet spannend houden, en Broken cord is wellicht bedoeld als centerpiece en magnum opus van dit album, maar ik vind het meer een verzameling aan elkaar geplakte stukken dan echt een geheel, en de stukken apart zijn ook niet eens zo goed (en Jon Anderson is nauwelijks te herkennen: is hij dat met die hoge achtergrondzang vanaf 10:18?). Eigenlijk zijn de meer traditionele en minder ambitieuze nummers het best, zoals de geweldige rocker die als opener dient, Goodbye met mooi trieste zang en geweldig slidespel, het ontgoochelde The hiding of tuth en het vrij wanhopige afsluitende trio. Zo valt er op individuele nummers nog genoeg te genieten, maar is het album als geheel enigszins een teleurstelling omdat er teveel opstaat dat het ene oor in en het andere oor uit gaat zonder veel indruk te maken.
The Searchers - The Very Best Of (2008)

5,0
0
geplaatst: 19 april 2015, 15:57 uur
Er is een tijd geweest dat de Searchers als de voornaamste concurrenten van de Beatles werden gezien. Nú klinkt dat misschien vreemd, maar toch is dat goed voorstelbaar voor wie bedenkt dat ze in de eerste twee jaar van hun carrière drie Engelse nummer-1-hits hadden en nog eens drie nummers op de plaatsen 2, 3 en 4. De eerste helft van deze Universal-compilatie bevat al hun hits en hitjes van tussen 1963 en 1966 (waarbij een paar kleine Nederlandse hitjes zoals I don't want to go on without you buiten de boot zijn gevallen), en de tweede helft is gewijd aan albumtracks (inclusief twee covers van standards die ook op het Beatles-repertoire stonden, Twist and shout en Money (that's what I want), maar merkwaardig genoeg ook twee covers die later ook door Neil Young zouden worden opgenomen, Four strong winds en Farmer John), een tweetal seventies-singles (nee, absoluut geen hits of zelfs maar hitjes) en hun enige Amerikaanse hit Love potion no. 9 (USA #3).
Qua selectie en geluid is dit een uitstekende verzameling, maar de annotatie beperkt zich helaas tot componisten en jaartallen, en door de scheiding tussen singles en albumtracks wordt bovendien de toch al niet perfecte chronologische volgorde doorbroken. Desalniettemin een geweldige compilatie van een band die nú misschien wat te braaf en statisch overkomt, maar waarvan de beste nummers qua compositie, produktie, instrumentatie (inclusief vroeg gebruik van een twaalfsnarige "jangle"-gitaar) en vooral vlekkeloze samenzang nog altijd gehoord mogen – wat zeg ik: moeten worden.
Qua selectie en geluid is dit een uitstekende verzameling, maar de annotatie beperkt zich helaas tot componisten en jaartallen, en door de scheiding tussen singles en albumtracks wordt bovendien de toch al niet perfecte chronologische volgorde doorbroken. Desalniettemin een geweldige compilatie van een band die nú misschien wat te braaf en statisch overkomt, maar waarvan de beste nummers qua compositie, produktie, instrumentatie (inclusief vroeg gebruik van een twaalfsnarige "jangle"-gitaar) en vooral vlekkeloze samenzang nog altijd gehoord mogen – wat zeg ik: moeten worden.
The Seekers - Greatest Hits (2009)

4,0
0
geplaatst: 20 oktober 2018, 16:03 uur
Eén van de eerste Australische popgroepen met internationaal succes, gebaseerd op knappe koortjes, folky repertoire en gepolijste arrangementen. Hun grote kracht (de volle en welluidende stem van Judith Durham) was tegelijk hun zwakte, want terwijl Durham in de kleinere liefdesliedjes intiem en persoonlijk overkomt, kan zij in de breed uitwaaierende refreinen van grootsere nummers als We shall not be moved en Kumbaya nog wel eens "schallen", hetgeen voor mij soms wel even doorbijten is. En dan heb ik het nog niet eens gehad over Emerald City, één van de verschrikkelijkste nummers ooit op plaat gezet, een tenenkrommende compositie gebaseerd op de Ode an die Freude ("Alle Menschen werden Brüder") inclusief klef kinderkoortje (het gerucht gaat dat de componist van de oorspronkelijke melodie uit walging zijn naam van de credits liet verwijderen).
Deze compilatie bevat de zeven grote hits die de Seekers tussen 1965 en 1967 in de Amerikaanse, Engelse, Australische en Nederlandse hitparades hadden, inclusief hun bekendste nummers I'll never find another you, A world of our own, The carnival is over en Georgy girl (sommige daarvan geschreven door Tom Springfield, de broer van Dusty). Jammer genoeg staan er daarnaast maar drie van hun kleinere hits op, en ik zou liever dáár wat meer van hebben gehoord dan van de hier wèl aanwezige overbekende (semi-)traditionals (Danny boy, Kumbaya, We shall not be moved, Nobody knows the trouble I've seen, Whiskey in the jar, Open up them pearly gates) en de vele covers van nummers die voornamelijk met andere bands worden geassocieerd (Yesterday ["Why he had to go I don't know, he wouldn't say..."], California dreamin', Blowin' in the wind, Turn turn turn). Interessant zijn de drie nummers van Paul Simon uit het begin van diens carrière, waarvan hij er één samen met Seekers-gitarist Bruce Woodley schreef, Red rubber ball dat The Cyrkle in 1966 een Amerikaanse nummer-2-hit opleverde.
Wat de CD zelf betreft, de nummers staan er in hun oorspronkelijke versies op (dus geen "original artists, new recordings"-bedrog) hoewel niet in chronologische volgorde, het geluid is prima (geremasterd) en de speelduur uitstekend (73+ minuten), maar de annotatie beperkt zich tot de componisten en de uitgevers van de nummers, niets over data, producers en muzikanten – we moeten het zelfs stellen zonder de namen van Judith Durham en haar mede-Seekers (gitarist/zangers Keith Potger en Bruce Woodley en contrabassist/zanger Athol Guy, om ze dan híér maar even te eren).
Kortom, een overzicht dat enerzijds minder (hitjes) en anderzijds meer (covers) geeft dan waar ik om gevraagd heb, en dan is een speelduur van 73 minuten ineens wel wat véél van het goede. Maar bij het horen van toch al honderden malen beluisterde nummers als I'll never find another you en Georgy girl blíjf ik smelten, en dat is toch ook wat waard.
Deze compilatie bevat de zeven grote hits die de Seekers tussen 1965 en 1967 in de Amerikaanse, Engelse, Australische en Nederlandse hitparades hadden, inclusief hun bekendste nummers I'll never find another you, A world of our own, The carnival is over en Georgy girl (sommige daarvan geschreven door Tom Springfield, de broer van Dusty). Jammer genoeg staan er daarnaast maar drie van hun kleinere hits op, en ik zou liever dáár wat meer van hebben gehoord dan van de hier wèl aanwezige overbekende (semi-)traditionals (Danny boy, Kumbaya, We shall not be moved, Nobody knows the trouble I've seen, Whiskey in the jar, Open up them pearly gates) en de vele covers van nummers die voornamelijk met andere bands worden geassocieerd (Yesterday ["Why he had to go I don't know, he wouldn't say..."], California dreamin', Blowin' in the wind, Turn turn turn). Interessant zijn de drie nummers van Paul Simon uit het begin van diens carrière, waarvan hij er één samen met Seekers-gitarist Bruce Woodley schreef, Red rubber ball dat The Cyrkle in 1966 een Amerikaanse nummer-2-hit opleverde.
Wat de CD zelf betreft, de nummers staan er in hun oorspronkelijke versies op (dus geen "original artists, new recordings"-bedrog) hoewel niet in chronologische volgorde, het geluid is prima (geremasterd) en de speelduur uitstekend (73+ minuten), maar de annotatie beperkt zich tot de componisten en de uitgevers van de nummers, niets over data, producers en muzikanten – we moeten het zelfs stellen zonder de namen van Judith Durham en haar mede-Seekers (gitarist/zangers Keith Potger en Bruce Woodley en contrabassist/zanger Athol Guy, om ze dan híér maar even te eren).
Kortom, een overzicht dat enerzijds minder (hitjes) en anderzijds meer (covers) geeft dan waar ik om gevraagd heb, en dan is een speelduur van 73 minuten ineens wel wat véél van het goede. Maar bij het horen van toch al honderden malen beluisterde nummers als I'll never find another you en Georgy girl blíjf ik smelten, en dat is toch ook wat waard.
The Seekers - The Best Of (1968)

4,0
0
geplaatst: 22 oktober 2018, 15:00 uur
Dit was nogal een kraker indertijd : het stond maar liefst 40 weken in de Engelse elpee-top-tien, waaronder zes weken op nummer 1 – maar dat dan verspreid over vijf verschillende periodes (waarbij dus tussendoor de nummer-1-positie werd ingenomen door albums van andere bands, en in één geval zelfs door een andere plaat van de Seekers zelf). Een groot succes dus, maar met een minder vrolijke aanleiding, want in 1968 waren de Seekers uit elkaar gegaan. Latere reünies leverden nog slechts één Australische top-tien-hit op, dus hoewel er inmiddels diverse veel uitgebreidere compilaties zijn verschenen staan de grootste hits hier wel op. (Wat de hoes overigens betreft, hoewel talloze huishoudens hem dus onder ogen moeten hebben gekregen heeft het fashion statement van zangeres Judith Durham gelukkig niet veel navolging gekregen.)
The Shadows - 20 Golden Greats (1977)
Alternatieve titel: Essential

4,0
0
geplaatst: 11 juni 2020, 16:23 uur
Inderdaad is het misschien wat veel van het goede om deze hele compilatie van a tot z achter elkaar te draaien, ook al duren de nummers dan gemiddeld amper 2'28. Toch heb ikzelf daar niet zo'n moeite mee: voor zo'n twang-gitaar mag je me midden in de nacht wakker maken, de begeleiding is strak en sober, de produktie is helder en niet gedateerd, en de melodieën zijn nog steeds leuk en fris. En hoewel de naam van deze band anno nu wellicht associaties met een belegen pre-Beatles-tijdperk wekt, hadden deze mannen in hun tijd toch een extreem groot succes waar deze best-of naadloos bij aansluit, want hierop staan alle 13 top-10-hits die de Shadows tussen 1960 en 1964 in Engeland hadden (inclusief hun vijf nummer-1-hits die samen in totaal 17 weken de hitlijsten aanvoerden), aangevuld met 7 kleinere hits van tussen 1964 en 1967. Bovendien staan hier ook alle 16 top-40-hits op die de Shadows in diezelfde periode in Nederland hadden, inclusief hun zes top-10-hits (geen nummer-1-hits, die kregen ze hier pas in 1979 met hun versie van het thema uit The deer hunter), en deze compilatie is zelfs zó volledig dat er ook geen enkele Amerikaanse hit ontbreekt, om de eenvoudige reden dat ze die gewoonweg niet hadden, net als hun toenmalige broodheer trouwens.
Enige minpuntje is dat deze verzameling niet chronologisch geordend is, zodat de samensteller beide kanten van de oorspronkelijke vinyl-elpee met een nummer-1-hit kon beginnen, maar in feite maakt dat niet uit, want de kwaliteit van bijna al deze nummers is consistent hoog, ook al is de scherpte er na 1964 wel een beetje af. Heel veel vrolijk stemmende muziek op een essentiële verzamelaar (met een boekje met minimale informatie, zelfs de naam van Hank B. Marvin wordt alleen als medecomponist van een vijftal nummers vermeld).
Enige minpuntje is dat deze verzameling niet chronologisch geordend is, zodat de samensteller beide kanten van de oorspronkelijke vinyl-elpee met een nummer-1-hit kon beginnen, maar in feite maakt dat niet uit, want de kwaliteit van bijna al deze nummers is consistent hoog, ook al is de scherpte er na 1964 wel een beetje af. Heel veel vrolijk stemmende muziek op een essentiële verzamelaar (met een boekje met minimale informatie, zelfs de naam van Hank B. Marvin wordt alleen als medecomponist van een vijftal nummers vermeld).
The Shoes - Na Na Na (1998)

4,0
0
geplaatst: 25 juni 2014, 11:42 uur
Vijftien singles en één B-kantje van tussen 1966 en 1970 (de Polydor-tijd) in prima geluid, wáár voor je geld dus, zoals wel vaker bij deze serie Rotation-compilaties. Slechts drie top-10-hits (Don't you cry for a girl [#5], de fraaie ballade Osaka [#6] en het echt ijzersterke Na na na [#6], een perfect verhikel voor de stem van Theo van Es die soms aan die van Roger Chapman doet denken), dus zeker niet in de eredivisie van hitmakers, maar wel allemaal behoorlijk gevarieerd en zeer genietbaar (en ook lekker stevig gearrangeerd en hard geproduceerd).
Jammer dat de nummers er niet in chronologische volgorde op staan, en erg spijtig dat hun twee uit 1974 daterende Negram-hitjes Face to face (erg leuk) en Make up your make up (met z'n briljante refreinregel "Make up your make up and drink up your tea cup") hier niet bij staan, maar wat er wèl op staat is al leuk genoeg (uitzonderingen daargelaten, zoals Adios corazon met die ontzettend overspannen pseudo-Spaanse galmstem, maar zelfs daar zit er nog een stevige begeleiding bij).
(Hoewel het niet de eerste keer is dat zoiets gebeurt blijft het toch merkwaardig : als ik het plaatje in de PC-lade legt haalt mijn Media Player de gegevens van de vergelijkbare maar niet identieke compilatie Shoes greatest hits (1990) op. Maar ja, op díé hoes staan ze tenminste met z'n vieren zoals het hoort, terwijl voor déze foto een vijfde bandlid is aangeschoven.)
Jammer dat de nummers er niet in chronologische volgorde op staan, en erg spijtig dat hun twee uit 1974 daterende Negram-hitjes Face to face (erg leuk) en Make up your make up (met z'n briljante refreinregel "Make up your make up and drink up your tea cup") hier niet bij staan, maar wat er wèl op staat is al leuk genoeg (uitzonderingen daargelaten, zoals Adios corazon met die ontzettend overspannen pseudo-Spaanse galmstem, maar zelfs daar zit er nog een stevige begeleiding bij).
(Hoewel het niet de eerste keer is dat zoiets gebeurt blijft het toch merkwaardig : als ik het plaatje in de PC-lade legt haalt mijn Media Player de gegevens van de vergelijkbare maar niet identieke compilatie Shoes greatest hits (1990) op. Maar ja, op díé hoes staan ze tenminste met z'n vieren zoals het hoort, terwijl voor déze foto een vijfde bandlid is aangeschoven.)
The Small Faces - The Singles As & Bs (1990)
Alternatieve titel: The Singles As & Bs....Plus

4,5
0
geplaatst: 14 april 2015, 14:56 uur
Uitstekende verzameling van de klassieke popsingles van een essentiële sixties-band. Zoals wel vaker bij de Singles A's & B's-uitgaves staan hier eerst de (veertien) A-kantjes (in de juiste chronologische volgorde) op en daarna de B-kantjes, eveneens in de juiste volgorde met uitzondering van track 15 Wham bam thank you mam dat de achterkant van Afterglow (of your love) is en dus eigenlijk helemaal achteraan de verzameling zou moeten staan. Verder niets op aan te merken, een prima koop voor wie een single-disc-Small Faces-compilatie wil, met ook goed geluid.
