Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Mighty Wah! - A Word to the Wise Guy (1984)

4,0
1
geplaatst: 9 augustus 2017, 18:46 uur
Qua sound toegankelijker dan het debuut door een conventionelere instrumentatie en elementen uit de soul (blazers en koortjes op Everwanna, het Shaft-arrangement van Papa Crack – of is dat meer Papa was a rolling stone ?), maar is de plaat daarmee ook beter of slechter? Om te beginnen moet ik zeggen dat die vier versies van Yuh learn niet mijn ding zijn, hetgeen een vriendelijke manier is om te zeggen dat ik het echt rampzalige onderbrekingen van de "flow" vind. En dat is vooral jammer omdat ik verder zo onder de indruk ben van hoe Wylie hier een album met dezelfde passie en zeggingskracht en ook wel duisternis heeft gemaakt, maar nu met behulp van de traditionele songstructuren van Weekends (bijna Springsteen-achtig), The lost generation en In the bleak / Body & soul / Midwinter, culminerend in Come back, niet alleen een ijzersterke single vol uitgeschreeuwd verlangen maar ook een perfect voorbeeld van hoe alternatief en toegankelijk hand in hand kunnen gaan (met een melodica als ik het goed hoor!) – als er ook maar énige gerechtigheid in deze wereld bestond was dit een dikke Britse hit geworden. Dus bijna een plaat met twee gezichten, maar als ik die slechts zes Yuh learn-minuten uit het geheel knip blijft er eigenlijk een net zo indrukwekkend album als Nah=poo over. Klasse.
The Modern Lovers - The Modern Lovers (1976)

4,0
0
geplaatst: 30 november 2013, 17:06 uur
Pablo Picasso was never called––– Geweldige one of a kind-plaat die ik altijd minder met de Doors heb geassocieerd (zoals sommigen hier doen vanwege dat orgeltje) dan met de Velvets: in het gitaargeluid van Pablo Picasso hoor ik bijvoorbeeld Run run run, het orgelgeluid van Someone I care about en Modern world lijkt meer op Sister Ray dan op Light my fire, en hoewel Richmans stem misschien niet op die van Lou Reed lijkt doet hij qua ongeschooldheid en directheid meer aan Reed dan aan Jim Morrison denken. Aan de andere kant is Richmans romantisch-naïeve insteek, met z'n voorliefde voor de wereld van zijn ouders, z'n verlangen naar een "g-i-r-l-f-r-i-end" die hij niet alleen maar hoeft te "ballen" en z'n afkeer van "hippy Johnnies", toch tamelijk uniek; dat Ice cream man ("ring your bell – ding ding") de volgende halte zou zijn kon ik toen gelukkig nog niet bevroeden. De stevig doorhamerende sound houdt deze plaat merkwaardig modern en fris.
The Moody Blues - A Question of Balance (1970)

4,5
8
geplaatst: 16 augustus 2019, 13:43 uur
Ik moet eerlijk bekennen dat het ruiger bedoelde en meer live georiënteerde geluid van dit album me nooit zo was opgevallen totdat ik daarover las in de interviews in het boekje bij de CD-versie uit 1997. En dat zal toch ook wel komen doordat de klassieke ingrediënten van de Moody Blues-sound (Mike Pinders mellotron, Justin Haywards akoestische gitaar, de samenzang) hier ook weer zo sterk aanwezig zijn, waardoor die sound naar mijn gevoel niet zo veel verschilt van die op de voorgaande albums. Wat me wèl opviel was het feit dat de composities zelf pakkender en vooral puntiger waren, zodat het album directer is en harder aankomt dan bijvoorbeeld de twee voorgangers. Bovendien voelt ook deze plaat sterk als een eenheid aan, reden waarom dit een tijdlang mijn favoriete Moodies-plaat is geweest. Dat dat nu niet meer zo is komt door het enigszins melige Minstrel's song (dat koor!) en de afsluitende suite van de twee laatste nummers – ja, Melancholy man is mooi, maar het peurt dan ook álle mogelijke melancholie uit het arrangement, met dat eenzame mellotron en die windeffecten en die tinkelende sterren, en dan moet ik weer denken aan dat wijze citaat van Fedde, een gebruiker die hier helaas niet meer actief is: "Kitsch en Kunst zijn bij The Moody Blues beide in goede handen en zijn helaas vaak niet los verkrijgbaar." En de overdaad aan melancholie van Melancholy man en de daaropvolgende pseudo-Bijbelse taal van The balance schuren wat mij betreft toch wel gevaarlijk dicht tegen die kitsch aan.
Gelukkig staat er zoals gezegd nog meer dan genoeg moois op deze plaat: Question ben ik zelf nog steeds niet zat, op How is it hoor ik weer die heerlijke mellotron, And the tide rushes in heeft een leuke tekst, en die verschillende gitaren (steel? slide?) maken van It's up to you een zeer aanstekelijk nummer. Favorieten zijn wat mij betreft het geweldige Tortoise and the hare met die leuke tekstuele invalshoek en dat merkwaardige percussie-effect, en Justin Haywards sublieme Dawning is the day met dat precieze drumwerk van Graeme Edge.
Bij het opnieuw draaien en daardoor ook wel een beetje herontdekken van de platen van deze band zijn me eigenlijk twee dingen in het oog gesprongen, en dit album is as good a place as any om die even te noemen – misschien herkennen andere gebruikers hier iets in.
De nummers van de Moody Blues zijn sowieso al zeer melodieus, maar het bijzondere vind ik dat ze vaak ook nog eens uitblinken in "middle eights" die bijna nóg intenser en pakkender zijn dan de rest van het nummer. Met een "middle eight" (of "bridge") bedoel ik een stukje dat in een standaard-songstructuur (bijvoorbeeld couplet 1, refrein, couplet 2, refrein, middle 8, couplet 3, refrein) een soort brug van variatie slaat tussen (zeg maar) de eerste en de tweede helft van een nummer, op een plek waar je ook een solo zou kunnen krijgen. Een middle 8 is dus niet een refrein ("Then the tide rushes in...") of één enkele refreinregel ("It's all right", uit Tortoise and the hare), maar echt een bruggetje, een tussenstukje met een aparte melodie die meestal maar één (maar een enkele maal ook wel twee) keer voorkomt. En A question of balance bárst werkelijk van de sterke middle-eights – als ik een opsomming geef hoef je (hopelijk) niet eens de titel te weten om de melodie al meteen mee te kunnen zingen: "Her love is like a fire burning inside", "Your friend is heavy but he was ready", "If they knew that we have got nothing to lose..." en het absolute hoogtepunt, het hartbrekende "Baby there's no price upon your head..." met die fluit en dat orgel, onvoorstelbaar mooi.
(Een kleine quiz: wie herkent deze middle-eights op eerdere Moody Blues-platen? "Do you understand that all over this land there's a feeling", "I'm looking at myself, reflections of my mind", "Building castles in the air, whistling to the wind", "Tell us what you've seen in far-away forgotten lands", "They don't know what they're playing, they've no way of knowing what the game is...", "If you think it's a joke, that's all right, do what you want to do", "But if you want to play, stay right back on earth...")
En verder hoor ik hier (volgens mij) voor het eerst iets wat op de komende albums steeds vaker zal voorkomen. Het lijkt wel alsof Justin Hayward soms vindt dat de sfeer bij de rustige nummers een beetje inkakt of dat de compositie te soft is, en wat hij dan doet is een fuzzpedaal aansluiten en een knetterende gitaarsolo spelen die het hele nummer op scherp zet en als het ware een welkom contrast vormt met de zachte begeleiding van de andere instrumenten. Ik ken de platen van de Moody Blues uit deze periode al zó lang en zó goed dat die kunstgreep me eigenlijk niet eens meer opvalt, maar als ik er met frisse oren naar ga luisteren denk ik soms echt: nounou, Justin is weer scheutig met de pepermolen. Op dít album hoor je het vooral in het instrumentale gedeelte na het tweede refrein van How is it (we are here) (hoewel de gitaar daar nog redelijk áchter de mellotron in de mix zit), maar op de komende platen gaan die fuzzgitaar-solo's een steeds prominentere rol spelen, zoals te horen op Our guessing game en You can never go home (op Every good boy deserves favour), New horizons, Land of make-believe en Isn't life strange (het extreemste contrast omdat de rest van dat nummer zo slaperig is) (op Seventh sojourn), Remember me (my friend), My brother en Blue guitar (op Blue jays, en op dat laatste nummer denk ik altijd dat die gitaarsolo van Eric Stewart afkomstig is, maar volgens Wikipedia is dat Lol Creme of Hayward zelf), en One lonely room (op Songwriter). Aangenaam gevolg: zo blijven deze "zachte" platen toch altijd een hard randje houden.
Zo, ik moest het even kwijt. On-topic: wederom een geweldige plaat van de Moody Blues, maar met een zó melodramatisch slot dat dat toch een klein beetje afbreuk aan het geheel doet.
Gelukkig staat er zoals gezegd nog meer dan genoeg moois op deze plaat: Question ben ik zelf nog steeds niet zat, op How is it hoor ik weer die heerlijke mellotron, And the tide rushes in heeft een leuke tekst, en die verschillende gitaren (steel? slide?) maken van It's up to you een zeer aanstekelijk nummer. Favorieten zijn wat mij betreft het geweldige Tortoise and the hare met die leuke tekstuele invalshoek en dat merkwaardige percussie-effect, en Justin Haywards sublieme Dawning is the day met dat precieze drumwerk van Graeme Edge.
Bij het opnieuw draaien en daardoor ook wel een beetje herontdekken van de platen van deze band zijn me eigenlijk twee dingen in het oog gesprongen, en dit album is as good a place as any om die even te noemen – misschien herkennen andere gebruikers hier iets in.
De nummers van de Moody Blues zijn sowieso al zeer melodieus, maar het bijzondere vind ik dat ze vaak ook nog eens uitblinken in "middle eights" die bijna nóg intenser en pakkender zijn dan de rest van het nummer. Met een "middle eight" (of "bridge") bedoel ik een stukje dat in een standaard-songstructuur (bijvoorbeeld couplet 1, refrein, couplet 2, refrein, middle 8, couplet 3, refrein) een soort brug van variatie slaat tussen (zeg maar) de eerste en de tweede helft van een nummer, op een plek waar je ook een solo zou kunnen krijgen. Een middle 8 is dus niet een refrein ("Then the tide rushes in...") of één enkele refreinregel ("It's all right", uit Tortoise and the hare), maar echt een bruggetje, een tussenstukje met een aparte melodie die meestal maar één (maar een enkele maal ook wel twee) keer voorkomt. En A question of balance bárst werkelijk van de sterke middle-eights – als ik een opsomming geef hoef je (hopelijk) niet eens de titel te weten om de melodie al meteen mee te kunnen zingen: "Her love is like a fire burning inside", "Your friend is heavy but he was ready", "If they knew that we have got nothing to lose..." en het absolute hoogtepunt, het hartbrekende "Baby there's no price upon your head..." met die fluit en dat orgel, onvoorstelbaar mooi.
(Een kleine quiz: wie herkent deze middle-eights op eerdere Moody Blues-platen? "Do you understand that all over this land there's a feeling", "I'm looking at myself, reflections of my mind", "Building castles in the air, whistling to the wind", "Tell us what you've seen in far-away forgotten lands", "They don't know what they're playing, they've no way of knowing what the game is...", "If you think it's a joke, that's all right, do what you want to do", "But if you want to play, stay right back on earth...")
En verder hoor ik hier (volgens mij) voor het eerst iets wat op de komende albums steeds vaker zal voorkomen. Het lijkt wel alsof Justin Hayward soms vindt dat de sfeer bij de rustige nummers een beetje inkakt of dat de compositie te soft is, en wat hij dan doet is een fuzzpedaal aansluiten en een knetterende gitaarsolo spelen die het hele nummer op scherp zet en als het ware een welkom contrast vormt met de zachte begeleiding van de andere instrumenten. Ik ken de platen van de Moody Blues uit deze periode al zó lang en zó goed dat die kunstgreep me eigenlijk niet eens meer opvalt, maar als ik er met frisse oren naar ga luisteren denk ik soms echt: nounou, Justin is weer scheutig met de pepermolen. Op dít album hoor je het vooral in het instrumentale gedeelte na het tweede refrein van How is it (we are here) (hoewel de gitaar daar nog redelijk áchter de mellotron in de mix zit), maar op de komende platen gaan die fuzzgitaar-solo's een steeds prominentere rol spelen, zoals te horen op Our guessing game en You can never go home (op Every good boy deserves favour), New horizons, Land of make-believe en Isn't life strange (het extreemste contrast omdat de rest van dat nummer zo slaperig is) (op Seventh sojourn), Remember me (my friend), My brother en Blue guitar (op Blue jays, en op dat laatste nummer denk ik altijd dat die gitaarsolo van Eric Stewart afkomstig is, maar volgens Wikipedia is dat Lol Creme of Hayward zelf), en One lonely room (op Songwriter). Aangenaam gevolg: zo blijven deze "zachte" platen toch altijd een hard randje houden.
Zo, ik moest het even kwijt. On-topic: wederom een geweldige plaat van de Moody Blues, maar met een zó melodramatisch slot dat dat toch een klein beetje afbreuk aan het geheel doet.
The Moody Blues - Caught Live +5 (1977)

4,0
0
geplaatst: 29 augustus 2011, 13:17 uur
Volgens de All Music Guide gaat er onder fans het gerucht dat de bandleden er niet zo happig op waren om deze plaat uit te brengen omdat ze tijdens dit concert stoned en dus niet zo scherp waren. Zeker in de geremasterde CD-versie is daar echter niets van te merken, want iedereen klinkt op z'n best, de instrumenten komen hard en duidelijk door en de samenzang is prima. Gelukkig is er bij de uitstekende remastering ook op toegezien dat het applaus tussen wat oorspronkelijk de drie verschillende elpeekanten waren netjes doorloopt, zodat je nu ongeveer een uur lang een zeer onderhoudend Moody Blues-concert hoort.
Hoogtepunten zijn voor mij de opener Gypsy (merkwaardig genoeg het enige nummer van To our children's children's children, terwijl die plaat ten tijde van dit concert toch al een maand uit was), Tuesday afternoon (hoewel het wel even wennen is dat Hayward de titel met een afwijkende frasering zingt), de Have you heard-suite van On the threshold of a dream, en het fraaie Legend of a mind. De bonusnummers horen geen van alle tot het beste wat de band ooit heeft opgenomen, maar de laatste twee (allebei van Hayward) zouden met hun sterke en melancholische melodieën wat mij betreft op een studio-album toch niet hebben misstaan.
Hoogtepunten zijn voor mij de opener Gypsy (merkwaardig genoeg het enige nummer van To our children's children's children, terwijl die plaat ten tijde van dit concert toch al een maand uit was), Tuesday afternoon (hoewel het wel even wennen is dat Hayward de titel met een afwijkende frasering zingt), de Have you heard-suite van On the threshold of a dream, en het fraaie Legend of a mind. De bonusnummers horen geen van alle tot het beste wat de band ooit heeft opgenomen, maar de laatste twee (allebei van Hayward) zouden met hun sterke en melancholische melodieën wat mij betreft op een studio-album toch niet hebben misstaan.
The Moody Blues - Days of Future Passed (1967)
Alternatieve titel: The Moody Blues with the London Festival Orchestra

5,0
4
geplaatst: 19 juli 2019, 17:58 uur
Hoe vaak ik dit album ook al gehoord heb en hoe lang ik het ook al ken, het blijft nog altijd iets magisch houden, met die prachtige orkestrale arrangementen (ook al zitten die met name tijdens The day begins wel eens tegen het Hollywood-theatrale aan) en die perfecte composities – bij die eerste worp van zeven klassieke albums hebben de Moody Blues diverse prachtige nummers geschreven, maar op geen van de zes overige platen ligt het gemiddelde zo hoog als op deze eersteling in de nieuwe bezetting, mede omdat er geen enkele slechte of flauwe compositie op staat.
Eerlijk is eerlijk, ik heb me in het verleden wel verzet tegen de opvatting van Droombolus op 15-12-2014: "De apart opgenomen stukken band en orkest die later in elkaar geplakt zijn blijven toch een beetje een stoorzender in de totaalsfeer, voor mijn papillen." (Casartelli schreef op 2-9-2005 al iets vergelijkbaars: "Weliswaar komen rock (beat) en symfonie meer naast elkaar voor dan dat er van echte integratie sprake is [...]".) En het is natuurlijk ook zo, dit is gewoon een verzameling sterke nummers die na voltooiïng door Peter Knight werden ingebed in orkestrale arrangementen waarbij de thema's van de diverse nummers zo links en rechts nog eens terugkwamen in plaats van dat het orkest de band tijdens de nummers begeleidde, maar de ambiance van het orkestrale werk sluit zó nauw aan bij de nummers en vult de sfeer daarvan zó goed aan dat ik het hele album toch als een organisch geheel ervaar.
Of komt dat doordat ik de plaat leerde kennen in een periode waarin mijn kritisch vermogen nog niet ontwikkeld was en kan ik nu niet meer van mijn waardering van toen loskomen? Ik ben daar wel eens bang voor. Feit is echter dat ik de Moody Blues zeker twintig jaar lang "kwijt" ben geweest, maar sinds ik ze heb herontdekt vind ik ze eigenlijk leuker dan ooit. Ik weet niet of Days of future passed mijn favoriete MB-plaat is, misschien staan In search of the lost chord vanwege de variatie en het "springerige" en Seventh sojourn vanwege het zware en het duistere bij mij wel hoger aangeschreven, maar als compact "statement" ("hier staan we, dit kunnen we, voortaan moeten jullie maar rekening met ons houden") blijft Days voor mij toch onovertroffen.
Overigens heb ik het altijd een beetje stom gevonden dat dit album op CD in zeven tracks is opgeknipt, dat hadden er eigenlijk negen moeten zijn (met Tuesday afternoon en (Evening) Time to get away uit elkaar gehaald en tot afzonderlijke tracknummers gepromoveerd, en The sun set en Twilight time eveneens), of misschien zelfs wel elf (met de twee gesproken gedichten Morning glory en Late lament ook nog als aparte tracks). Dat zou in ieder geval al het voordeel hebben dat ik Twilight time apart een vinkje zou kunnen geven – van die hamerpiano aan het begin krijg ik nog altijd de koude rillingen, om nog maar te zwijgen van die echt sublieme woordloze achtergrondzang.
Eerlijk is eerlijk, ik heb me in het verleden wel verzet tegen de opvatting van Droombolus op 15-12-2014: "De apart opgenomen stukken band en orkest die later in elkaar geplakt zijn blijven toch een beetje een stoorzender in de totaalsfeer, voor mijn papillen." (Casartelli schreef op 2-9-2005 al iets vergelijkbaars: "Weliswaar komen rock (beat) en symfonie meer naast elkaar voor dan dat er van echte integratie sprake is [...]".) En het is natuurlijk ook zo, dit is gewoon een verzameling sterke nummers die na voltooiïng door Peter Knight werden ingebed in orkestrale arrangementen waarbij de thema's van de diverse nummers zo links en rechts nog eens terugkwamen in plaats van dat het orkest de band tijdens de nummers begeleidde, maar de ambiance van het orkestrale werk sluit zó nauw aan bij de nummers en vult de sfeer daarvan zó goed aan dat ik het hele album toch als een organisch geheel ervaar.
Of komt dat doordat ik de plaat leerde kennen in een periode waarin mijn kritisch vermogen nog niet ontwikkeld was en kan ik nu niet meer van mijn waardering van toen loskomen? Ik ben daar wel eens bang voor. Feit is echter dat ik de Moody Blues zeker twintig jaar lang "kwijt" ben geweest, maar sinds ik ze heb herontdekt vind ik ze eigenlijk leuker dan ooit. Ik weet niet of Days of future passed mijn favoriete MB-plaat is, misschien staan In search of the lost chord vanwege de variatie en het "springerige" en Seventh sojourn vanwege het zware en het duistere bij mij wel hoger aangeschreven, maar als compact "statement" ("hier staan we, dit kunnen we, voortaan moeten jullie maar rekening met ons houden") blijft Days voor mij toch onovertroffen.
Overigens heb ik het altijd een beetje stom gevonden dat dit album op CD in zeven tracks is opgeknipt, dat hadden er eigenlijk negen moeten zijn (met Tuesday afternoon en (Evening) Time to get away uit elkaar gehaald en tot afzonderlijke tracknummers gepromoveerd, en The sun set en Twilight time eveneens), of misschien zelfs wel elf (met de twee gesproken gedichten Morning glory en Late lament ook nog als aparte tracks). Dat zou in ieder geval al het voordeel hebben dat ik Twilight time apart een vinkje zou kunnen geven – van die hamerpiano aan het begin krijg ik nog altijd de koude rillingen, om nog maar te zwijgen van die echt sublieme woordloze achtergrondzang.
The Moody Blues - December (2003)

3,5
1
geplaatst: 21 december 2011, 19:51 uur
Als het om kerstliedjes gaat houd ik me altijd aan het voorschrift van Groucho Marx, die van zijn arts niet naar films met Doris Day mocht kijken: "I have a family history of diabetes."
Dat gezegd hebbende moet ik als fan van de Moody Blues (ja, zelfs van sommige platen uit hun latere periode) dit album natuurlijk toch gehoord hebben. En het moet gezegd worden, als je eenmaal voorbij de weerzinwekkende momenten bent (zoals covers van, geloof het of niet, Happy Xmas (war is over) en White Christmas, alsmede een drakerig nummer gebaseerd op een melodie van Bach) staan er warempel een paar simpelweg mooie nummers op. En dat mag heel voorspelbaar op het conto van Justin Hayward worden geschreven, want die weet altijd wel een paar prachtige composities uit de hoge hoed te toveren, december of geen december.
Zo is hij hier verantwoordelijk voor de redelijke up-tempo-opener Don't need a reindeer en het heerlijk melancholieke December snow, en houdt hij het eveneens fraaie Yes I believe draaglijk door na die titel niet verder te gaan met iets als "in God of het kindeke Jezus" maar "in a better world". En naast deze drie composities van eigen hand verzorgt hij bovendien de prachtig ingetogen zang op A winter's tale, een nummer van Mike Batt en Tim Rice en oorspronkelijk een grote hit voor David Essex in 1982, en wat mij betreft het hoogtepunt van dit album.
Ach, als je dan toch een kerstplaat moet hebben…
Dat gezegd hebbende moet ik als fan van de Moody Blues (ja, zelfs van sommige platen uit hun latere periode) dit album natuurlijk toch gehoord hebben. En het moet gezegd worden, als je eenmaal voorbij de weerzinwekkende momenten bent (zoals covers van, geloof het of niet, Happy Xmas (war is over) en White Christmas, alsmede een drakerig nummer gebaseerd op een melodie van Bach) staan er warempel een paar simpelweg mooie nummers op. En dat mag heel voorspelbaar op het conto van Justin Hayward worden geschreven, want die weet altijd wel een paar prachtige composities uit de hoge hoed te toveren, december of geen december.
Zo is hij hier verantwoordelijk voor de redelijke up-tempo-opener Don't need a reindeer en het heerlijk melancholieke December snow, en houdt hij het eveneens fraaie Yes I believe draaglijk door na die titel niet verder te gaan met iets als "in God of het kindeke Jezus" maar "in a better world". En naast deze drie composities van eigen hand verzorgt hij bovendien de prachtig ingetogen zang op A winter's tale, een nummer van Mike Batt en Tim Rice en oorspronkelijk een grote hit voor David Essex in 1982, en wat mij betreft het hoogtepunt van dit album.
Ach, als je dan toch een kerstplaat moet hebben…
The Moody Blues - Every Good Boy Deserves Favour (1971)

4,0
1
geplaatst: 25 augustus 2019, 13:58 uur
Na de eerste twee elpees als The great Moody Blues van mijn tien jaar oudere zus te hebben gekregen, was Every good boy deserves favour indertijd het eerste Moody Blues-album dat ik zèlf kocht. Een mooie plaat, vond ik in het begin, maar na verloop van tijd bekoelde mijn enthousiasme toch wat, zeker in vergelijking met A question of balance hiervoor en Seventh sojourn hierna. Was dat een kwestie van familiarity breeds contempt ? Nou, bij het opnieuw draaien kan ik voor mijn afgenomen begeestering toch wel enig begrip opbrengen: Our guessing game heeft wel een aardig couplet maar vooral een vervelend refrein met dat gebroken ritme en doelloze door-elkaar-heen-zingen, Emily's song is te melig voor woorden met die belletjes en die nep-strijkers, aan de steeds herhaalde en uiterst flauwe melodie van After you came kun je bijna hóren dat dat een zogeheten drummernummer is, en Nice to be here balanceert op het randje van infantiel (maar wordt daar overigens nog wel van gered door het pastorale arrangement, de knetterende gitaarsolo van Justin Hayward èn doordat de lichtheid van het nummer een misschien wel noodzakelijk tegenwicht vormt voor de drie andere loodzware nummers op deze plaatkant).
Iets meer missers dus dan gangbaar op Moody Blues-platen wat mij betreft, maar de compensaties zijn hoogwaardig: het praktisch instrumentale intro is misschien wat te ambitieus maar blijft toch steeds interessant, het tussenstuk van het sterke One more time to live borduurt daar op knappe wijze op voort, en Mike Pinders My song lijkt in het middengedeelte wel een sombere variant op zijn Have you heard inclusief claustrofobisch ademen en daarna bijna hemels slot. Hoogtepunten zijn voor mij echter de twee bijdragen van Justin Hayward, zijn ijzersterke rocker The story in your eyes met dat fantastische arrangement van stevig gitaarwerk, pompende bas en sluwe hamerpiano op het einde, en de ijzingwekkende ballade You can never go home waarvan de titel alleen al steeds meer gewicht krijgt naarmate ik ouder word.
Al met al dus een 50/50-sterke plaat, zou ik zeggen, ware het niet dat de totaalsfeer (zoals wel vaker bij de albums van deze band) de plaat een treetje hoger tilt. De donkere en desolate sfeer van het geheel, zoals voelbaar in de teksten van One more time to live en You can never go home, maar ook in het sombere tussenstuk van One more time to live en in sommige tekstregels die pessimistischer zijn dan ik van deze band gewend ben ("But I'm frightened [...] that the life that we are living is in vain", "You wonder why the world is turning around when in the end it won't matter at all") geven dit album toch net dat extra's waardoor het als geheel meer impact heeft dan ik op grond van die paar matige nummers zou kunnen veronderstellen.
Iets meer missers dus dan gangbaar op Moody Blues-platen wat mij betreft, maar de compensaties zijn hoogwaardig: het praktisch instrumentale intro is misschien wat te ambitieus maar blijft toch steeds interessant, het tussenstuk van het sterke One more time to live borduurt daar op knappe wijze op voort, en Mike Pinders My song lijkt in het middengedeelte wel een sombere variant op zijn Have you heard inclusief claustrofobisch ademen en daarna bijna hemels slot. Hoogtepunten zijn voor mij echter de twee bijdragen van Justin Hayward, zijn ijzersterke rocker The story in your eyes met dat fantastische arrangement van stevig gitaarwerk, pompende bas en sluwe hamerpiano op het einde, en de ijzingwekkende ballade You can never go home waarvan de titel alleen al steeds meer gewicht krijgt naarmate ik ouder word.
Al met al dus een 50/50-sterke plaat, zou ik zeggen, ware het niet dat de totaalsfeer (zoals wel vaker bij de albums van deze band) de plaat een treetje hoger tilt. De donkere en desolate sfeer van het geheel, zoals voelbaar in de teksten van One more time to live en You can never go home, maar ook in het sombere tussenstuk van One more time to live en in sommige tekstregels die pessimistischer zijn dan ik van deze band gewend ben ("But I'm frightened [...] that the life that we are living is in vain", "You wonder why the world is turning around when in the end it won't matter at all") geven dit album toch net dat extra's waardoor het als geheel meer impact heeft dan ik op grond van die paar matige nummers zou kunnen veronderstellen.
The Moody Blues - In Search of the Lost Chord (1968)

5,0
4
geplaatst: 1 augustus 2019, 17:38 uur
Misschien even schrikken voor wie in 1968 op een tweede Days of future passed rekende: geen gelijksoortige "leven in een dag"-romantiek, maar eerder een zoektocht naar wat je in leven zou kunnen vinden en hoe dat je blik zou kunnen verruimen. Achteraf gezien is deze plaat net zo avontuurlijk en minstens zo experimenteel, met diverse kleine (of grote) momenten waar ik nog altijd gespannen op wacht wanneer ik hem draai: de bijna hysterische slotlach van Departure, het broze intro met mellotron, bas en percussie van het eerste House of four doors, het instrumentale tussenstuk van Legend of a mind met hoofdrollen voor fluit, mellotron, slagwerk en akoestische gitaar, dat steeds herhaalde geluidje van dat scharnier dat geölied moet worden op The best way to travel, en natuurlijk dat koor zo ver weg in The actor, Justin Haywards melancholische maar niet verdrietige meesterwerk (dat ik heb aangevinkt samen met Legend of a mind en Voices in the sky – dat laatste nummer beschouw ik altijd als het broertje van Tuesday afternoon in het genre van de perfecte popsingle).
Het enige mindere nummer van de plaat is voor mij Om: soms vind ik het wel een aardige afsluiter, soms is het me om het even, en soms vind ik het te melig en denk ik dat de plaat met een speelduur van 36 minuten beter af zou zijn geweest. Uiteindelijk maakt het niet uit, want na The actor zitten de vijf sterren toch al in de tas. En een kleine voetnoot : wie de in januari 2018 overleden Ray Thomas zou willen eren kan dat mijns inziens niet beter doen dan door In search of the lost chord te draaien, want nu ik dit album weer eens heel bewust en met volle aandacht beluister komt het me voor dat op geen enkele andere Moody Blues-plaat Thomas' fluit zó dominant en zó sfeerbepalend aanwezig is. Misschien dat iemand hem met de stopwatch in de hand op een andere plaat nóg meer meters hoort maken, maar zijn alomtegenwoordigheid op dit album en het (prachtige) stempel dat hij op vele nummers drukt geven zowel zijn werk als het album extra cachet en maken bovendien duidelijk hoezeer dit echt een groep in de betekenis van een collectief van samenwerkende en elkaar aanvullende muzikanten was.
Het enige mindere nummer van de plaat is voor mij Om: soms vind ik het wel een aardige afsluiter, soms is het me om het even, en soms vind ik het te melig en denk ik dat de plaat met een speelduur van 36 minuten beter af zou zijn geweest. Uiteindelijk maakt het niet uit, want na The actor zitten de vijf sterren toch al in de tas. En een kleine voetnoot : wie de in januari 2018 overleden Ray Thomas zou willen eren kan dat mijns inziens niet beter doen dan door In search of the lost chord te draaien, want nu ik dit album weer eens heel bewust en met volle aandacht beluister komt het me voor dat op geen enkele andere Moody Blues-plaat Thomas' fluit zó dominant en zó sfeerbepalend aanwezig is. Misschien dat iemand hem met de stopwatch in de hand op een andere plaat nóg meer meters hoort maken, maar zijn alomtegenwoordigheid op dit album en het (prachtige) stempel dat hij op vele nummers drukt geven zowel zijn werk als het album extra cachet en maken bovendien duidelijk hoezeer dit echt een groep in de betekenis van een collectief van samenwerkende en elkaar aanvullende muzikanten was.
The Moody Blues - Keys of the Kingdom (1991)

2,5
1
geplaatst: 28 januari 2013, 16:56 uur
Mijn waardering van dit album wordt gehinderd door twee essentiële problemen: naast het feit dat deze CD niet alleen een paar sterke maar ook een aantal tamelijk rampzalige nummers bevat, klinken de arrangementen dikwijls zeer gedateerd, vol synthetisch klinkende drums en toetsen die trompetklanken nabootsen – bijna een karikatuur van een oude band die jong en hip wil klinken maar daardoor twintig jaar later juist genadeloos gedateerd klinkt.
Op met name de eerste helft van het album staan een aantal prima composities, zoals Say it with love (een lekkere standaard-Moody Blues-rocker), Bless the wings (het hoogtepunt van de plaat, een klassieke Justin Hayward-ballade), Say what you mean (geen slechte rocker ondanks het feit dat voornoemde synthetisch klinkende drums en "trompet-toetsen" hier in al hun glorie aanwezig zijn) en Hope and pray (het tweede hoogtepunt – weer zo'n typische Justin Hayward-vondst, een uptempo rocker waarbij het contrast met de melancholische tekst dit nummer juist een extra emotionele lading geeft).
Helaas staan hier tussendoor ook Is this Heaven?, op zich een redelijk nummer met echter een uiterst melig arrangement (op het einde horen we zelfs geplukte violen en een gefloten solo met tapdansbegeleiding) en Lean on me (tonight), een eveneens zeer melige ballade van John Lodge, verergerd door weer die gedateerde drums en synthesizers. En de tweede helft van het album is dan helemaal erg: het vormeloze Shadows on the wall, de suffe rocker Once is enough met zo'n drumcomputerpartij à la Rise to the occasion, het vreselijke Celtic sonant (een pseudo-Keltische ballade in ¾ met Ray Thomas schallend op z'n ergst) en als afsluiting de abominabele John Lodge-rocker Magic. Na deze vier nummers doen mijn tenen pijn van het krommen.
Gelukkig wordt dit alles nog gevolgd door het nakomertje Never blame the rainbows for the rain, een mooie Hayward-ballade, die echter nog bijna onderuit wordt gehaald door de melige tweede stem van medecomponist Ray Thomas in het refrein (alleen al de manier waarop hij steeds de titelregel herhaalt is bijna onverdraaglijk).
Door mijn grote liefde voor de zeven klassieke platen van de Moody Blues van tussen 1967 en 1972, plus de paar ook niet misselijke albums die ze daarna zowel solo als in groepsverband hebben gemaakt, werk ik mij door de slechte helft van het album heen en geniet ik van de goede helft. Maar het is soms een uphill struggle.
Op met name de eerste helft van het album staan een aantal prima composities, zoals Say it with love (een lekkere standaard-Moody Blues-rocker), Bless the wings (het hoogtepunt van de plaat, een klassieke Justin Hayward-ballade), Say what you mean (geen slechte rocker ondanks het feit dat voornoemde synthetisch klinkende drums en "trompet-toetsen" hier in al hun glorie aanwezig zijn) en Hope and pray (het tweede hoogtepunt – weer zo'n typische Justin Hayward-vondst, een uptempo rocker waarbij het contrast met de melancholische tekst dit nummer juist een extra emotionele lading geeft).
Helaas staan hier tussendoor ook Is this Heaven?, op zich een redelijk nummer met echter een uiterst melig arrangement (op het einde horen we zelfs geplukte violen en een gefloten solo met tapdansbegeleiding) en Lean on me (tonight), een eveneens zeer melige ballade van John Lodge, verergerd door weer die gedateerde drums en synthesizers. En de tweede helft van het album is dan helemaal erg: het vormeloze Shadows on the wall, de suffe rocker Once is enough met zo'n drumcomputerpartij à la Rise to the occasion, het vreselijke Celtic sonant (een pseudo-Keltische ballade in ¾ met Ray Thomas schallend op z'n ergst) en als afsluiting de abominabele John Lodge-rocker Magic. Na deze vier nummers doen mijn tenen pijn van het krommen.
Gelukkig wordt dit alles nog gevolgd door het nakomertje Never blame the rainbows for the rain, een mooie Hayward-ballade, die echter nog bijna onderuit wordt gehaald door de melige tweede stem van medecomponist Ray Thomas in het refrein (alleen al de manier waarop hij steeds de titelregel herhaalt is bijna onverdraaglijk).
Door mijn grote liefde voor de zeven klassieke platen van de Moody Blues van tussen 1967 en 1972, plus de paar ook niet misselijke albums die ze daarna zowel solo als in groepsverband hebben gemaakt, werk ik mij door de slechte helft van het album heen en geniet ik van de goede helft. Maar het is soms een uphill struggle.
The Moody Blues - Long Distance Voyager (1981)

3,0
1
geplaatst: 26 september 2019, 21:50 uur
Op MusicMeter is dit het hoogste gewaardeerde post-1972-album van de Moody Blues, en in Amerika stond het zelfs 3 weken op nummer 1 in de albumlijsten (ingeklemd tussen Kim Carnes en Pat Benatar). Helemaal begrijpen doe ik dat niet, want dit album wordt ernstig ontsierd door twee drakerige en overdadig georkestreerde ballades van John Lodge die ook nog eens veel te lang doorgaan, net zoals het op zich fraaie In my world na een kleine vijf minuten eigenlijk afgelopen is maar dan nog een totaal overbodige uitloop van 2½ minuut krijgt.
Gelukkig stelt Justin Hayward verder niet teleur, met Gemini dream (zou irritant-eighties zijn als het niet zo aanstekelijk was), het puntige Meanwhile en het hoogtepunt van de plaat, The voice, de uitstekende single waarop alles klopt (tempo, melodie, middle-8, begeleiding van toetsen en sologitaar, alles perfect). Daarnaast is 22,000 days een lekker slepende en aparte rocker met een leuke tekst, en heeft Ray Thomas een erg vermakelijke suite om de plaat een mooie finish te geven. Dat is toch wel een pluspunt, dat de mannen hier op de proppen komen met nummers die je niet in hun repertoire zou verwachten (de synthi-pop van Gemini dream, het zware 22,000 days, het theatrale Painted smile en de grappige afsluiter waarop Thomas soms als Greg Lake klinkt), met dank aan Patrick Moraz, wiens vierkante kapsel gelukkig een vrij functionele bijdrage aan de Moody Blues-sound niet in de weg staat.
Tja... die twee melige nummers van John Lodge drukken voor mij toch wel een zwaar stempel op dit album, en dankzij de memorabele hoogtepunten van Octave vind ik dàt toch een betere plaat, maar Long distance voyager heeft toch ook wel z'n kwaliteiten. (Gedraaid via de 2008-remaster, met prima geluid, een redelijk uitgebreid boekje met alle teksten, en bovenstaande bonustrack. Wat het boekje overigens niet vermeldt –maar Wikipedia wel– is dat de steelgitaar op In my world wordt bespeeld door de Engelse supersessie-muzikant B.J. Cole.)
Gelukkig stelt Justin Hayward verder niet teleur, met Gemini dream (zou irritant-eighties zijn als het niet zo aanstekelijk was), het puntige Meanwhile en het hoogtepunt van de plaat, The voice, de uitstekende single waarop alles klopt (tempo, melodie, middle-8, begeleiding van toetsen en sologitaar, alles perfect). Daarnaast is 22,000 days een lekker slepende en aparte rocker met een leuke tekst, en heeft Ray Thomas een erg vermakelijke suite om de plaat een mooie finish te geven. Dat is toch wel een pluspunt, dat de mannen hier op de proppen komen met nummers die je niet in hun repertoire zou verwachten (de synthi-pop van Gemini dream, het zware 22,000 days, het theatrale Painted smile en de grappige afsluiter waarop Thomas soms als Greg Lake klinkt), met dank aan Patrick Moraz, wiens vierkante kapsel gelukkig een vrij functionele bijdrage aan de Moody Blues-sound niet in de weg staat.
Tja... die twee melige nummers van John Lodge drukken voor mij toch wel een zwaar stempel op dit album, en dankzij de memorabele hoogtepunten van Octave vind ik dàt toch een betere plaat, maar Long distance voyager heeft toch ook wel z'n kwaliteiten. (Gedraaid via de 2008-remaster, met prima geluid, een redelijk uitgebreid boekje met alle teksten, en bovenstaande bonustrack. Wat het boekje overigens niet vermeldt –maar Wikipedia wel– is dat de steelgitaar op In my world wordt bespeeld door de Engelse supersessie-muzikant B.J. Cole.)
The Moody Blues - Octave (1978)

3,5
3
geplaatst: 20 september 2019, 22:36 uur
Wat is wonderbaarlijker : dat de Moody Blues na die vijf-zes jaar toch weer bij elkaar kwamen, of dat ze daarbij überhaupt nog een acceptabele plaat konden afleveren? Natuurlijk staan hier een paar mindere nummers op (zoals het pseudo-jazzy Top rank suite en het kleffe I'm your man – "I'm yours, simply yours!"), maar ook vind ik hier het klassiek-Hayward-melancholische Driftwood (dat het overigens uitstekend zonder die sax had kunnen stellen), Mike Pinders plechtige One step into the light en het leuke refrein van Under moonshine. De hier vaak geprezen single Had to fall in love met z'n melige melodie, vervelende kampvuur-mondharmonica en even grote als suffe koor daarentegen is voor mij één van de minste nummers van de plaat.
De overige vier nummers halen wat mij betreft makkelijk het oude niveau van 1967-1972: het overdonderende openingsnummer met z'n hals-over-kop-ritme en droomachtige tekst, de uitstekende rocker I'll be level with you die door Hayward weer van een flinke dosis fuzzgitaar wordt voorzien, en het uitstekend gezongen Survival dat een duidelijke melancholische onderstroom heeft – wat heeft het allemaal eigenlijk voor zin als dit bestaan toch niet meer is dan armetierig overleven? Maar dat nummer is nog niet half zo triest als het slotnummer, waarin de groep op het einde helemaal los gaat met tegen elkaar in gezongen partijen zonder dat dat de track overweldigt, en waarin Justin Hayward zó verdrietig zingt en zúlke pijnlijke gitaarpartijen speelt dat de twijfel of de "wij" elkaar eigenlijk wel ooit zullen ontmoeten gerechtvaardigd lijkt, hoezeer de zanger ook vooruitkijkt naar die vredige tuin waar ze samen zullen wandelen. "the years have been so lonely / Like a dog without a home / It's dangerous when you find out / You've been drinking on your own" zijn in ieder geval geen vrolijk stemmende regels.
Ja, de Moody Blues klinken gewoner (meer "gewoontjes") dan ooit, de dominante mellotron is definitief opgeborgen (hoewel Mike Pinder nog wel "There's one thing I can do / Play my mellotron for you" zingt, en misschien is dat instrument op die ene bijdrage van hem ook nog wel te horen), er zitten af en toe wat te veel strijkers en blazers op, en lang niet alle composities halen een voldoende, maar dankzij de genoemde vier fantastische nummers, Justin Haywards alomtegenwoordige sublieme akoestische en elektrische gitaarspel, de bij deze band gebruikelijke prachtige samenzang, het professionalisme van de produktie, en het algemene gevoel van gretigheid om de draad na Seventh sojourn weer op te pakken is dit toch een plaat geworden die ik niet graag had willen missen.
De overige vier nummers halen wat mij betreft makkelijk het oude niveau van 1967-1972: het overdonderende openingsnummer met z'n hals-over-kop-ritme en droomachtige tekst, de uitstekende rocker I'll be level with you die door Hayward weer van een flinke dosis fuzzgitaar wordt voorzien, en het uitstekend gezongen Survival dat een duidelijke melancholische onderstroom heeft – wat heeft het allemaal eigenlijk voor zin als dit bestaan toch niet meer is dan armetierig overleven? Maar dat nummer is nog niet half zo triest als het slotnummer, waarin de groep op het einde helemaal los gaat met tegen elkaar in gezongen partijen zonder dat dat de track overweldigt, en waarin Justin Hayward zó verdrietig zingt en zúlke pijnlijke gitaarpartijen speelt dat de twijfel of de "wij" elkaar eigenlijk wel ooit zullen ontmoeten gerechtvaardigd lijkt, hoezeer de zanger ook vooruitkijkt naar die vredige tuin waar ze samen zullen wandelen. "the years have been so lonely / Like a dog without a home / It's dangerous when you find out / You've been drinking on your own" zijn in ieder geval geen vrolijk stemmende regels.
Ja, de Moody Blues klinken gewoner (meer "gewoontjes") dan ooit, de dominante mellotron is definitief opgeborgen (hoewel Mike Pinder nog wel "There's one thing I can do / Play my mellotron for you" zingt, en misschien is dat instrument op die ene bijdrage van hem ook nog wel te horen), er zitten af en toe wat te veel strijkers en blazers op, en lang niet alle composities halen een voldoende, maar dankzij de genoemde vier fantastische nummers, Justin Haywards alomtegenwoordige sublieme akoestische en elektrische gitaarspel, de bij deze band gebruikelijke prachtige samenzang, het professionalisme van de produktie, en het algemene gevoel van gretigheid om de draad na Seventh sojourn weer op te pakken is dit toch een plaat geworden die ik niet graag had willen missen.
The Moody Blues - On the Threshold of a Dream (1969)

4,0
2
geplaatst: 7 augustus 2019, 15:48 uur
Stiekem heb ik dit altijd beschouwd als de zwakke broeder in de worp van de zeven klassieke Moody Blues-albums van tussen 1967 en 1972: een kortere speelduur dan de eerste twee platen (ondanks het feit dat er "officieel" meer nummers op staan), een paar melige teksten en/of composities (ik kon vroeger niet zoveel met de twee nummers van Ray Thomas) en een kwalitatief "gat" in het midden van de plaat. Dat laatste weegt nog altijd het zwaarst: Send me no wine is een gewichtloos nummer dat alleen maar opveert bij het loopje dat bas en gitaar samen spelen, To share our love is een richtingloze rocker met suf drumwerk, So deep within you is dan weer redelijk maar niet goed genoeg om de twee voorgangers te doen vergeten, en Never comes the day lijkt bedoeld te zijn als de volgende klassieke Justin Hayward-single maar lijdt onder een teleurstellend refrein met een vervelende mondharmonica plus de domper dat Hayward niet eens de moeite heeft genomen om een nieuwe tekst voor het tweede couplet te verzinnen (hetgeen hem helaas wel vaker overkomt).
Uiteindelijk vallen de bezwaren toch ruimschoots weg tegen de sterke momenten. De opener heeft een prachtig ijzingwekkend "deep space"-sfeergeluidje, Lovely to see you is een lekker vriendelijke binnenkomer, en Dear diary heeft niet alleen een prachtig arrangement met mooie fluit, mellotron en contrabas, maar ook nog eens een geweldige tekstuele uitsmijter: "Dear diary, it was cold today, but the sun came out later, so I went out and strolled about, looking at the shops. Didn't really see anything I liked, so I didn't buy anything. On my way home I posted a letter! Been quite a nice day. Somebody exploded an H-bomb today, but it wasn't anybody I knew." En na Never comes the day blijft het niveau helemáál hoog, met het troubadour-achtige Are you sitting comfortably, de majesteuze Have you heard-suite met Mellotron en piano, en helemaal op het einde de terugkeer van dat omineuze ruimte-geluid. Bovendien betekent meer nummers in minder tijd dat ook de mindere nummers nergens te lang doorgaan, hetgeen de "flow" van dit album zeker ten goede komt.
Uiteindelijk haalt dit album voor mij dus niet het niveau van z'n twee voorgangers, maar is het aan de andere kant ook aanzienlijk minder lichtgewicht dan ik het vroeger beoordeelde. Het blijft voor mij de minste van "de zeven", maar met 4* is dat geen schande.
Uiteindelijk vallen de bezwaren toch ruimschoots weg tegen de sterke momenten. De opener heeft een prachtig ijzingwekkend "deep space"-sfeergeluidje, Lovely to see you is een lekker vriendelijke binnenkomer, en Dear diary heeft niet alleen een prachtig arrangement met mooie fluit, mellotron en contrabas, maar ook nog eens een geweldige tekstuele uitsmijter: "Dear diary, it was cold today, but the sun came out later, so I went out and strolled about, looking at the shops. Didn't really see anything I liked, so I didn't buy anything. On my way home I posted a letter! Been quite a nice day. Somebody exploded an H-bomb today, but it wasn't anybody I knew." En na Never comes the day blijft het niveau helemáál hoog, met het troubadour-achtige Are you sitting comfortably, de majesteuze Have you heard-suite met Mellotron en piano, en helemaal op het einde de terugkeer van dat omineuze ruimte-geluid. Bovendien betekent meer nummers in minder tijd dat ook de mindere nummers nergens te lang doorgaan, hetgeen de "flow" van dit album zeker ten goede komt.
Uiteindelijk haalt dit album voor mij dus niet het niveau van z'n twee voorgangers, maar is het aan de andere kant ook aanzienlijk minder lichtgewicht dan ik het vroeger beoordeelde. Het blijft voor mij de minste van "de zeven", maar met 4* is dat geen schande.
The Moody Blues - Seventh Sojourn (1972)

5,0
5
geplaatst: 30 augustus 2019, 13:27 uur
Wat een triest verhaal wordt daar verteld in het boekje bij de CD-versie van 1997 – één van de meest succesvolle bands ter wereld hield er (tijdelijk) mee op, niet vanwege gebrek aan succes of "artistieke meningsverschillen" of verslavingen, maar omdat ze vanwege datzelfde succes zó op elkaars lip zaten dat ze de behoefte voelden aan frisse lucht, aan andere mensen om mee samen te werken, aan éígen in plaats van gemeenschappelijke ervaringen.
Het merkwaardige is eigenlijk dat er van die problemen helemaal niets te merken valt op muzikaal gebied, want dit is een sterke, hard klinkende, stevig gearrangeerde en vanuit het hart gebrachte plaat waarvan de overtuiging even hard klinkt als de sound. Twee mindere momenten: For my lady is op zich best uit te houden maar roept door het "dum-dum-dum"-koortje bij het laatste refrein bij mij onontkoombaar het mannenkoor van Monty Pythons Lumberjack song op, en Isn't life strange kenmerkt zich niet alleen door tergende zang tijdens het couplet ("Isn't life stra-a-a-a-ange?" "Ja, maar niet half zo vreemd als de manier waarop jij hier fraseert!") maar gaat ook nog eens veel en veel te lang door – is het na vier minuten eindelijk afgelopen, komt er opeens nog een dèrde couplet en daarna óók nog eens een refrein! Maar, eerlijk is eerlijk, dat refrein is dan ook wel zó krachtig en vol overtuiging gebracht dat dat het nummer nog redt ook.
Los daarvan bevat Seventh sojourn alleen maar sterke tot ijzersterke nummers, met een zeer donkere opener, twee superbe solocomposities van Justin Hayward (maar waarom nam hij bij The land of make-believe niet even de moeite om voor het tweede couplet een andere tekst te schrijven?) en een afsluiter die op mijn lijstje van ultieme seventies-singles ergens bovenaan zou eindigen, met een briljante drive, een bijna kakafonisch arrangement en een tekst die door z'n plastische kracht de bescheidenheid van componist Lodge eigenlijk logenstraft – wie zó'n nummer uit z'n pen krijgt is wel íéts meer dan "just a singer in a rock and roll band". (Mooi ook hoe die laatste regel –"we're just the singers..."– de verbondenheid van de mensen in deze groep benadrukt.) Kortom, hoewel de heren zelf niet met enig genoegen op de opnames en de plaat terugkijken vind ik het toch wel hun beste plaat (met een neuslengte voorsprong op Days of future passed en In search of the lost chord).
En dan nog even een paar dingen die ik in bovenstaand bericht niet kwijt heb gekund maar die ik toch even wil noemen. In mijn recensie van A question of balance roemde ik het vermogen van deze band om geweldige "middle-eights" te schrijven èn de hebbelijkheid van Justin Hayward om nummers soms met een enorme en bijna overstuurde gitaar op te blazen. Die middle-eights zijn op dit album ook weer sterk aanwezig, met name op New horizons ("On the wind, soaring free..."), For my lady ("Words that you say when we're alone...") en natuurlijk I'm just a singer ("How can we understand riots by the people..."). En wat die gitaar betreft, hoor eens hoe Hayward tekeer gaat op New horizons, Isn't life strange (het refrein!), zijn eigen The land of make-believe en natuurlijk de solo op I'm just a singer. Het bevestigt nog eens mijn indruk van Seventh sojourn als het compactste en meest compromisloze album van deze band.
En tenslotte: niemand hier heeft het in zoveel woorden opgemerkt, maar voor het eerst komen de mannen hier met een plaat waarop de nummers minder duidelijk of soms zelfs helemaal niet in elkaar overlopen. Die gewoonte gaf de voorgaande platen altijd een extra samenhang, alsof je hun albums feitelijk niet "uit elkaar" kon halen, maar tegelijkertijd mis ik het op déze plaat totaal niet.
Maar wat is dat geluidje op 1'31 van For my lady, zo tussen "bow" en "her", alsof er iemand op een kleine ketel slaat?
Het merkwaardige is eigenlijk dat er van die problemen helemaal niets te merken valt op muzikaal gebied, want dit is een sterke, hard klinkende, stevig gearrangeerde en vanuit het hart gebrachte plaat waarvan de overtuiging even hard klinkt als de sound. Twee mindere momenten: For my lady is op zich best uit te houden maar roept door het "dum-dum-dum"-koortje bij het laatste refrein bij mij onontkoombaar het mannenkoor van Monty Pythons Lumberjack song op, en Isn't life strange kenmerkt zich niet alleen door tergende zang tijdens het couplet ("Isn't life stra-a-a-a-ange?" "Ja, maar niet half zo vreemd als de manier waarop jij hier fraseert!") maar gaat ook nog eens veel en veel te lang door – is het na vier minuten eindelijk afgelopen, komt er opeens nog een dèrde couplet en daarna óók nog eens een refrein! Maar, eerlijk is eerlijk, dat refrein is dan ook wel zó krachtig en vol overtuiging gebracht dat dat het nummer nog redt ook.
Los daarvan bevat Seventh sojourn alleen maar sterke tot ijzersterke nummers, met een zeer donkere opener, twee superbe solocomposities van Justin Hayward (maar waarom nam hij bij The land of make-believe niet even de moeite om voor het tweede couplet een andere tekst te schrijven?) en een afsluiter die op mijn lijstje van ultieme seventies-singles ergens bovenaan zou eindigen, met een briljante drive, een bijna kakafonisch arrangement en een tekst die door z'n plastische kracht de bescheidenheid van componist Lodge eigenlijk logenstraft – wie zó'n nummer uit z'n pen krijgt is wel íéts meer dan "just a singer in a rock and roll band". (Mooi ook hoe die laatste regel –"we're just the singers..."– de verbondenheid van de mensen in deze groep benadrukt.) Kortom, hoewel de heren zelf niet met enig genoegen op de opnames en de plaat terugkijken vind ik het toch wel hun beste plaat (met een neuslengte voorsprong op Days of future passed en In search of the lost chord).
En dan nog even een paar dingen die ik in bovenstaand bericht niet kwijt heb gekund maar die ik toch even wil noemen. In mijn recensie van A question of balance roemde ik het vermogen van deze band om geweldige "middle-eights" te schrijven èn de hebbelijkheid van Justin Hayward om nummers soms met een enorme en bijna overstuurde gitaar op te blazen. Die middle-eights zijn op dit album ook weer sterk aanwezig, met name op New horizons ("On the wind, soaring free..."), For my lady ("Words that you say when we're alone...") en natuurlijk I'm just a singer ("How can we understand riots by the people..."). En wat die gitaar betreft, hoor eens hoe Hayward tekeer gaat op New horizons, Isn't life strange (het refrein!), zijn eigen The land of make-believe en natuurlijk de solo op I'm just a singer. Het bevestigt nog eens mijn indruk van Seventh sojourn als het compactste en meest compromisloze album van deze band.
En tenslotte: niemand hier heeft het in zoveel woorden opgemerkt, maar voor het eerst komen de mannen hier met een plaat waarop de nummers minder duidelijk of soms zelfs helemaal niet in elkaar overlopen. Die gewoonte gaf de voorgaande platen altijd een extra samenhang, alsof je hun albums feitelijk niet "uit elkaar" kon halen, maar tegelijkertijd mis ik het op déze plaat totaal niet.
Maar wat is dat geluidje op 1'31 van For my lady, zo tussen "bow" en "her", alsof er iemand op een kleine ketel slaat?
The Moody Blues - Strange Times (1999)

4,0
0
geplaatst: 24 oktober 2019, 11:32 uur
Tjonge, nou dacht ik na het eerste trio nummers toch zomaar dat ik hier een Moody Blues-album in handen had dat met hun beste 67-72-werk kon concurreren, met dat openingsnummer waarin Hayward zijn liefde voor zijn thuisland zo mooi onder woorden brengt, dan het breekbare Haunted (hoewel ik wel zonder die "do-do-doo"-'s had kunnen leven) en daarna Sooner or later (Walkin' on air) waarin Hayward, Lodge en Thomas voor het eerst (volgens mij) in hun carrière de zangpartijen afwisselen (hetgeen uitstekend werkt om het groepsgevoel dat bij deze band toch altijd al sterk was nog meer over het voetlicht te brengen). Maar wanneer John Lodge er dan inknalt met zo'n melige compositie waarvan de stroperige uitvoering nog eens wordt verergerd door zijn soms bijna toonloze zang, zijn we feitelijk weer terug bij af. Justin Hayward probeert de zaken dan weer recht te zetten met het fraaie Foolish love, maar dan komt John Lodge weer met dat vervelende Love don't come easy... (De prijs voor de beroerdste tekstregel van het album gaat ook naar hem: "Standing on the crossroads, waiting for the new millennium" – ik stel me hem dan voor in the middle of nowhere bij een bushalte, net als Cary Grant in North by Northwest, kijkend op zijn horloge: "Hmm, het millennium is wéér niet op tijd vandaag!")
En dat is eigenlijk het verhaal van deze plaat voor mij. De bijdragen van Hayward zijn stuk voor stuk subliem terwijl die van Lodge bloedeloos en mat zijn (met uitzondering van zijn samenwerkingen met Hayward), en dat levert een album op dat helaas niet over de hele lengte kan boeien. (Van Ray Thomas, de derde componist binnen de groep, staat er nog maar één (zeer kort) liedje op het album; misschien heeft hij zich nu meer op de toetsen toegelegd, maar daarvoor wordt ook Danilo Madonia als extra muzikant ("Programming/Keyboards/Orchestrations") genoemd.)
Afijn, ik beoordeel het album dan maar naar z'n hoogtepunten, en dat levert toch een ruime voldoende op dankzij de superbe nummers van Justin Hayward en de algemene sfeer van romantisch optimisme. Het laatste nummer met z'n sfeervolle voordracht (en sombere tekst) roept herinneringen op aan vroegere tijden; natuurlijk waren die beter, maar de beste momenten op Strange times bewijzen voor mij in ieder geval dat de Moody Blues ook ruim een kwart eeuw na I'm just a singer (in a rock and roll band) nog bestaansrecht hebben.
En dat is eigenlijk het verhaal van deze plaat voor mij. De bijdragen van Hayward zijn stuk voor stuk subliem terwijl die van Lodge bloedeloos en mat zijn (met uitzondering van zijn samenwerkingen met Hayward), en dat levert een album op dat helaas niet over de hele lengte kan boeien. (Van Ray Thomas, de derde componist binnen de groep, staat er nog maar één (zeer kort) liedje op het album; misschien heeft hij zich nu meer op de toetsen toegelegd, maar daarvoor wordt ook Danilo Madonia als extra muzikant ("Programming/Keyboards/Orchestrations") genoemd.)
Afijn, ik beoordeel het album dan maar naar z'n hoogtepunten, en dat levert toch een ruime voldoende op dankzij de superbe nummers van Justin Hayward en de algemene sfeer van romantisch optimisme. Het laatste nummer met z'n sfeervolle voordracht (en sombere tekst) roept herinneringen op aan vroegere tijden; natuurlijk waren die beter, maar de beste momenten op Strange times bewijzen voor mij in ieder geval dat de Moody Blues ook ruim een kwart eeuw na I'm just a singer (in a rock and roll band) nog bestaansrecht hebben.
The Moody Blues - Sur la Mer (1988)

3,5
3
geplaatst: 10 oktober 2019, 20:47 uur
Nou, ik zal niet zo ver gaan om te zeggen dat de afstand tussen de Moody Blues van Go now! en die van Nights in white satin en Question even groot is als die tussen de 70's-Moody Blues en de 80's-Moodies, maar als je kijkt naar sound, arrangementen en algemene insteek is dit nauwelijks nog dezelfde band te noemen. Goed, dan beschouw ik het maar als een ándere band, net als Fleetwood Mac en de Bee Gees in hun tweede decennium ook een bepaald andere richting opgingen, en ik ga ze hier nu ook niet meer vergelijken met hun beroemde jaren.
En / maar / want ook los daarvan vind ik dit nog niet eens zo'n slecht album. Wat de lelijke jaren-80-synths betreft, ik heb daar zelf een hekel aan, en bij de meeste platen uit die periode kan ik er absoluut niet meer tegen (hoewel ik daar indertijd vrolijk aan meedeed, qua luisteren en waarderen dan), maar op dit album storen ze me bij de meeste nummers niet, en ze zijn eigenlijk zeer geschikt voor nummers als The river of endless love (met dat Ghostbusters-loopje na de titelregel) en Here comes the weekend, dat ik voor hetzelfde geld heel afschuwelijk zou hebben kunnen vinden maar dat hier een onweerstaanbare drive heeft. (Eerlijk is eerlijk, dat gruwelijke toetsengeluid maakt van Miracle dan weer een absoluut skipnummer, met ongeveer net zo'n onverteerbare sound als dat vreselijke We close our eyes van Go West.) En verder maakt dit album ook heel effectief gebruik van een incidentele sax, een instrument dat op Octave nogal uit de toon viel maar hier bij River of endless love en Here comes the weekend uitstekend klinkt. De saxofonist wordt niet expliciet vermeld, maar bij de bedankjes wordt ook Mel Collins genoemd, en dan is het geen wonder dat de sax hier zo goed klinkt.
Hoogtepunten zijn wat mij betreft de geweldige plaatopener (met perfect passende keyboards van Patrick Moraz), het vriendelijke en sfeervolle Vintage wine en het duistere Breaking point. Naast dat belabberde Miracle moet ik ook Love is on the run als nietszeggend dieptepunt noemen, en het meest opvallende nummer is toch wel Deep, met een geile slap-bass, een hijgende elektronische snaredrum, een smachtende synthesizersolo en een expliciete tekst die je niet zo één-twee-drie bij deze brave Engelsen verwacht (wie vooraf nog mocht denken dat dit nummer over gasboringen of diepzeeduiken gaat zal daar na het lezen van de tekst hopelijk wel van teruggekomen zijn).
Zou ik dit album aandacht hebben geschonken als er een andere groepsnaam op de (overigens fraaie) voorkant had gestaan? Vermoedelijk niet. Ben ik er blij mee? Dat is een groot woord, maar met het algemene niveau en de daar bovenuit stekende hoogtepunten kan ik toch best leven.
En / maar / want ook los daarvan vind ik dit nog niet eens zo'n slecht album. Wat de lelijke jaren-80-synths betreft, ik heb daar zelf een hekel aan, en bij de meeste platen uit die periode kan ik er absoluut niet meer tegen (hoewel ik daar indertijd vrolijk aan meedeed, qua luisteren en waarderen dan), maar op dit album storen ze me bij de meeste nummers niet, en ze zijn eigenlijk zeer geschikt voor nummers als The river of endless love (met dat Ghostbusters-loopje na de titelregel) en Here comes the weekend, dat ik voor hetzelfde geld heel afschuwelijk zou hebben kunnen vinden maar dat hier een onweerstaanbare drive heeft. (Eerlijk is eerlijk, dat gruwelijke toetsengeluid maakt van Miracle dan weer een absoluut skipnummer, met ongeveer net zo'n onverteerbare sound als dat vreselijke We close our eyes van Go West.) En verder maakt dit album ook heel effectief gebruik van een incidentele sax, een instrument dat op Octave nogal uit de toon viel maar hier bij River of endless love en Here comes the weekend uitstekend klinkt. De saxofonist wordt niet expliciet vermeld, maar bij de bedankjes wordt ook Mel Collins genoemd, en dan is het geen wonder dat de sax hier zo goed klinkt.
Hoogtepunten zijn wat mij betreft de geweldige plaatopener (met perfect passende keyboards van Patrick Moraz), het vriendelijke en sfeervolle Vintage wine en het duistere Breaking point. Naast dat belabberde Miracle moet ik ook Love is on the run als nietszeggend dieptepunt noemen, en het meest opvallende nummer is toch wel Deep, met een geile slap-bass, een hijgende elektronische snaredrum, een smachtende synthesizersolo en een expliciete tekst die je niet zo één-twee-drie bij deze brave Engelsen verwacht (wie vooraf nog mocht denken dat dit nummer over gasboringen of diepzeeduiken gaat zal daar na het lezen van de tekst hopelijk wel van teruggekomen zijn).
Zou ik dit album aandacht hebben geschonken als er een andere groepsnaam op de (overigens fraaie) voorkant had gestaan? Vermoedelijk niet. Ben ik er blij mee? Dat is een groot woord, maar met het algemene niveau en de daar bovenuit stekende hoogtepunten kan ik toch best leven.
The Moody Blues - The Great Moody Blues (1970)

5,0
1
geplaatst: 5 juni 2011, 13:41 uur
...snik snif... mijn kennismaking met de Moody Blues... waar is die tijd gebleven... let vooral op het sigaretje dat Graeme Edge linksonder op de hoesfoto vergeefs achter zijn hand probeert te verbergen... jeugdsentiment in het kwadraat... althans in déze vorm, déze dubbelelpee, déze hoes, want de aparte albums staan allebei nog steeds in mijn kast, op CD, keurig geremasterd, zie verder de aparte lemma's daarvoor... maar nu nog even die hoes bewonderen... opeens zit ik weer op m'n jongenskamertje... snik snif...
The Moody Blues - The Magnificent Moodies (1965)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2011, 12:53 uur
De (goed geannoteerde) Repertoire-versie uit 2006 bevat met 26 nummers alles wat deze line-up van de Moody Blues het daglicht heeft doen zien: de oorspronkelijke elpee (tracks 1 t/m 12), de A- en B-kantjes van alle niet op die elpee voorkomende singles, en als meest recente toevoeging People gotta go, een zeldzaam nummer van een Franse EP van Boulevard de la Madelaine. (Dit is dus een nog nèt iets uitgebreidere versie van waar Droombolus het hierboven over had.)
Deze verzameling bevat aardige en soms scherpe rhythm & blues, met als belangrijkste kwaliteiten Denny Laine's fraaie melancholieke stem en de melodieuze composities van Laine en Mike Pinder, en met in ieder geval twee absolute klassiekers, Go now! (begin 1965 nummer 1 in Engeland) en Boulevard de la Madelaine (om onbegrijpelijke reden geen hit).
En om compleet te zijn, de bezetting van de Moody Blues Mk. 1 was hier dus Denny Laine (zang en gitaar, later lid van Paul McCartney's Wings, 1971-1981), Clint Warwick (bas), Mike Pinder (toetsen), Ray Thomas (sax en fluit) en Graeme Edge (drums). Hierna verlieten de eerste twee de groep, en met hun vervangers Justin Hayward (zang en gitaar) en John Lodge (zang en bas) sloeg de groep een heel andere (en onwaarschijnlijk succesvolle) richting in, met muziek die helemaal niets meer te maken heeft met wat op deze compilatie te horen is.
Kortom, een aardige aanvulling voor liefhebbers van muziek uit de tijd dat R&B nog iets anders dan Rihanna betekende, alsmede voor ultieme Moody Blues-verzamelaars. Wie vooral valt voor Nights in white satin en I'm just a singer (in a rock and roll band) dient deze compilatie echter met de nodige omzichtigheid te benaderen.
Deze verzameling bevat aardige en soms scherpe rhythm & blues, met als belangrijkste kwaliteiten Denny Laine's fraaie melancholieke stem en de melodieuze composities van Laine en Mike Pinder, en met in ieder geval twee absolute klassiekers, Go now! (begin 1965 nummer 1 in Engeland) en Boulevard de la Madelaine (om onbegrijpelijke reden geen hit).
En om compleet te zijn, de bezetting van de Moody Blues Mk. 1 was hier dus Denny Laine (zang en gitaar, later lid van Paul McCartney's Wings, 1971-1981), Clint Warwick (bas), Mike Pinder (toetsen), Ray Thomas (sax en fluit) en Graeme Edge (drums). Hierna verlieten de eerste twee de groep, en met hun vervangers Justin Hayward (zang en gitaar) en John Lodge (zang en bas) sloeg de groep een heel andere (en onwaarschijnlijk succesvolle) richting in, met muziek die helemaal niets meer te maken heeft met wat op deze compilatie te horen is.
Kortom, een aardige aanvulling voor liefhebbers van muziek uit de tijd dat R&B nog iets anders dan Rihanna betekende, alsmede voor ultieme Moody Blues-verzamelaars. Wie vooral valt voor Nights in white satin en I'm just a singer (in a rock and roll band) dient deze compilatie echter met de nodige omzichtigheid te benaderen.
The Moody Blues - The Other Side of Life (1986)

2,5
2
geplaatst: 7 oktober 2019, 14:32 uur
De mellotron is vervangen door de synthesizer, de rijke totaalsound is gesimplificeerd tot een eighties-beat, de spiritualiteit in de teksten is vrijwel geheel opgeofferd aan clichématige romantiek, en zelfs voor de fluit (en trouwens ook de composities) van Ray Thomas is geen plaats meer. Toch valt dit album me nog alleszins mee, met dank aan een paar mooie nummers van Justin Hayward en een paar best geslaagde synthipop-rockers op de eerste helft plus het mysterieuze en sfeervolle titelnummer als hoogtepunt (hoewel ik me er aan stoor dat Hayward niet de moeite heeft genomen om voor het tweede couplet even een nieuwe tekst te verzinnen – dat laat hij wel vaker achterwege). Zo probeer ik de moed erin te houden, maar daarna gaat het dan wel helemaal mis, met het ondermaatse Spirit, het zouteloze Slings and arrows en het wat al te rustig voortkabbelende It may be a fire.
Het is een onoplosbaar dilemma waar talloze bands na verloop van tijd voor komen te staan: als de Moody Blues aan hun eigen stijl hadden vastgehouden zouden ze zijn afgeserveerd als "niet meer relevant" en vermoedelijk niet genoeg albums hebben verkocht om hun platenmaatschappij tevreden te stellen, maar nu ze met de nieuwe stroming zijn meegedreven blijkt hun muziek niet scherp genoeg om te kunnen concurreren met de jongere generatie muzikanten voor wie dit allemaal gesneden koek is, en bovendien, waarom zou het jonge publiek geld uitgeven voor tweedehands synthipop van oude lullen als ze ook scherpe synthipop van sexy leeftijdsgenoten kunnen kopen? Toch werd dit album nog een behoorlijk succes (USA #9), vermoedelijk dankzij Your wildest dreams, zeker niet de beste single die Justin Hayward ooit schreef maar kennelijk toch goed genoeg om met behulp van een toentertijd spectaculaire videoclip de Moody Blues nog een tijdje mee te laten tellen. Ach ja, je moet toch wat als je muziek maken nog zó leuk vindt dat je geen zin hebt om het bijltje er al bij neer te gooien, terwijl je tegelijkertijd weet dat je hoogtijdagen al vèr achter je liggen – de positie van zo'n band is niet te benijden. Ooit waren ze leiders, nu zijn ze volgers, en wie bekommert zich dáár nog om?
Het is een onoplosbaar dilemma waar talloze bands na verloop van tijd voor komen te staan: als de Moody Blues aan hun eigen stijl hadden vastgehouden zouden ze zijn afgeserveerd als "niet meer relevant" en vermoedelijk niet genoeg albums hebben verkocht om hun platenmaatschappij tevreden te stellen, maar nu ze met de nieuwe stroming zijn meegedreven blijkt hun muziek niet scherp genoeg om te kunnen concurreren met de jongere generatie muzikanten voor wie dit allemaal gesneden koek is, en bovendien, waarom zou het jonge publiek geld uitgeven voor tweedehands synthipop van oude lullen als ze ook scherpe synthipop van sexy leeftijdsgenoten kunnen kopen? Toch werd dit album nog een behoorlijk succes (USA #9), vermoedelijk dankzij Your wildest dreams, zeker niet de beste single die Justin Hayward ooit schreef maar kennelijk toch goed genoeg om met behulp van een toentertijd spectaculaire videoclip de Moody Blues nog een tijdje mee te laten tellen. Ach ja, je moet toch wat als je muziek maken nog zó leuk vindt dat je geen zin hebt om het bijltje er al bij neer te gooien, terwijl je tegelijkertijd weet dat je hoogtijdagen al vèr achter je liggen – de positie van zo'n band is niet te benijden. Ooit waren ze leiders, nu zijn ze volgers, en wie bekommert zich dáár nog om?
The Moody Blues - The Present (1983)

3,5
0
geplaatst: 27 augustus 2011, 10:02 uur
De vier nummers van Hayward zijn absoluut ijzersterk en tonen dit album op z'n best. De vier overige nummers (de twee korte introstukjes dus niet meegerekend) halen dat niveau niet, maar zijn gelukkig ook weer niet zo tenenkrommend dat ze het hele album verpesten, zoals op bijvoorbeeld Keys to the kingdom wel het geval is. (Hoewel ik moet toegeven dat John Lodge met zijn soms abominabele tekst voor Sitting at the wheel een dappere poging waagt. Hoeveel banaler kun je worden dan "I'm sitting at the wheel, watching the river roll, roll on by, by... watching the river rock and roll on by" ?)
The Moody Blues - To Our Children's Children's Children (1969)

5,0
7
geplaatst: 11 augustus 2019, 16:04 uur
Muzikaal zeer gevarieerd, maar (zoals wel meer gebruikers hier opmerken) kwalitatief juist zéér consistent, met geen enkele zwakke broeder in zicht. Een rijk en warm geluid, vooral dank zij Mike Pinders mellotron, maar ook Ray Thomas' fluit en Justin Haywards akoestische gitaar (Floating) doen zich gelden, en de bij de Moody Blues in deze tijd gebruikelijke gewoonte om de nummers altijd in elkaar over te laten lopen geeft nog een extra gevoel van hechtheid en samenhangendheid aan de muziek. Het sterkst verbindende element van deze plaat wordt echter door de All Music Guide aangestipt: "there is a peculiar feeling of loneliness and isolation to many of the songs": de queeste van de Gypsy (of a strange and distant time), de Eternity Road waarop de zwaar bepakte reiziger niet weet wat hij zal gaan tegenkomen, het hyperromantische Candle of life, Haywards twee bijna ondraaglijk melancholische "mini-nummers" I never thought..., en natuurlijk de ik-figuur van het slotnummer die mij altijd doet denken aan de reizende Star-Child op het einde van 2001: a space odyssey.
Die gevoelens van eenzaamheid en isolatie staan eigenlijk in schril contrast met het begin van de plaat, waarin we eerst nog het optimisme van de Amerikaanse ontdekking van de ruimte, de onbevangenheid van een kind en de naïviteit van de fantasie over de toekomst op een gekoloniseerde planeet vieren, en toch zit er nergens een stijlbreuk in het album – misschien omdat je bij elke ervaring van deep space exploration per definitie ook altijd "gratis" het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid meekrijgt, zoals in 2001 maar bijvoorbeeld ook in Alien (qua genre een SF-horror-thriller, qua sfeer en impact zoveel méér dan dat). Zo wordt een album met een kosmisch perspectief tegelijkertijd ook een beschouwing over la condition humaine.
Die gevoelens van eenzaamheid en isolatie staan eigenlijk in schril contrast met het begin van de plaat, waarin we eerst nog het optimisme van de Amerikaanse ontdekking van de ruimte, de onbevangenheid van een kind en de naïviteit van de fantasie over de toekomst op een gekoloniseerde planeet vieren, en toch zit er nergens een stijlbreuk in het album – misschien omdat je bij elke ervaring van deep space exploration per definitie ook altijd "gratis" het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid meekrijgt, zoals in 2001 maar bijvoorbeeld ook in Alien (qua genre een SF-horror-thriller, qua sfeer en impact zoveel méér dan dat). Zo wordt een album met een kosmisch perspectief tegelijkertijd ook een beschouwing over la condition humaine.
The Motions - Original Hit Recordings (1995)

4,0
0
geplaatst: 18 april 2018, 13:14 uur
Elf van de twaalf eerste singles van de Motions en Rudy Bennett-solo van tussen 1965 en 1968, plus elf B-kantjes en albumtracks van hun eerste drie albums. En wat een leuke periode in de popmuziek was dit toch : onschuld, optimisme en energie gecombineerd met precies de juiste muzikale vaardigheden om korte en puntige popliedjes met een helder en fel geluid (inclusief stevige drums) zonder complicaties over het voetlicht te brengen, en de Motions passen naadloos in die grote traditie. Echo's van grote voorbeelden duiken af en toe (de Beatles op It's gone, de Small Faces ["Hey hey!"] op I want you I need you, de Searchers op My love is growing, Walker Brothers- of Fortunes-achtige harmonieën op There's no place to hide) maar zijn nergens storend omdat Robbie van Leeuwen en de andere componisten genoeg vakkunde hebben om de nummers een eigen gezicht te geven. Incidentele knulligheidjes (de rare klemtoon op "Martin Luther King" in Wasted words, het verhaspelde refrein van It's the same old song) hoor ik al nauwelijks meer, Rudy Bennett heeft een fijne stem met een over het algemeen prima Engelse uitspraak, en er zit veel afwisseling in het repertoire. En zou dat anno 2018 nog kunnen, een kinderkoortje dat vrolijk "Tonight will be stoned" meezingt? Een heerlijke compilatie, al weet ik niet of ik nu meteen ook als een speer achter één van die 500 net verschenen 8-CD-boxen van de Motions (en Galaxy-Lin) aan moet.
The National - The Virginia EP (2008)

4,0
0
geplaatst: 22 augustus 2011, 23:19 uur
Ben ik er wéér ingestonken. Vanaf High violet ben ik alles van deze band aan het beluisteren, en dit is het laatste. En eigenlijk is dit een beetje een teleurstelling, maar goed, ik draai het toch nog maar een paar keer, en plotseling blijkt het ene na het andere nummer toch wel èrg mooi te zijn, en dan zitten ze weer vol memorabele melodieën en sluwe arrangementen, en dan grijpt hun muziek me opeens weer bij de keel... Je zou denken dat ik na al die albums en EP's onderhand toch beter zou moeten weten en niet op de eerste indruk af moet gaan... Prachtige plaat...
The Nice - Ars Longa Vita Brevis (1968)

3,0
0
geplaatst: 22 juli 2020, 22:02 uur
Oeh... ècht teleurstellend. Het debuut had een prima balans tussen pop, psychedelica, klassiek en prog, maar hier bestaat kant 1 uit drie nummers die alleen maar in de hoek van de satirische music-hall-pop zitten plus één nummer dat echt totaal niet spannend of spectaculair is (terwijl het volgens mij wel als De Grote Epische Climax bedoeld is), en het lange titelstuk bestaat uit aan elkaar gebreide fragmenten die variëren van uiterst vervelend (de drumsolo) tot best mooi (de Brandenburger-single, maar de charme daarvan mag natuurlijk op het conto van Bach worden geschreven) zonder dat het geheel echt een verpletterende indruk maakt. Emerson doet z'n best, Happy Freuds heeft een heel pakkende melodie en de teksten zijn grappig, maar tussen de hoogtepunten zit teveel middelmatigheid om hier wat mij betreft van een echt goede plaat te kunnen spreken.
The Nice - Autumn '67 – Spring '68 (1972)
Alternatieve titel: Autumn to Spring

3,0
0
geplaatst: 23 augustus 2020, 17:43 uur
Alternatieve versies van zes nummers van het debuutalbum plus van beide kantjes van de single America / The diamond hard blue apples of the moon plus een nummer van de tweede plaat van The Nice. Heel veel meerwaarde hebben deze uitvoeringen voor mij niet : de alternatieve versie van The thoughts of Emerlist Davjack is anderhalve minuut langer omdat het eerste couplet en de brug gewoon integraal herhaald worden, bij Flower king of flies zit nu een extra coupletje, Daddy where did I come from klinkt meer als een demo-versie en is ook een minuut korter aangezien de dialoog tussen vader en zoon heel anders (en veel korter) is, en aan de overige versies was mij weinig opgevallen totdat ik origineel en alternatief op de koptelefoon vlak na elkaar ging beluisteren. (Misschien dat de stereoversie van America nog iemand kan bekoren?)
Al met al is dit een compilatie die voor mijzelf zoals gezegd niet zo veel meerwaarde heeft, maar voor de echte completist is dit wellicht een mooie bonus. Los daarvan en op zichzelf beschouwd is deze verzameling echter wèl nuttig om mij er weer van bewust te maken wat een aparte band dit was èn om te beseffen dat David O'Lists psychedelische gitaar op dat onvolprezen debuutalbum toch wel behoorlijk wat aan de groepssound toevoegde – eigenlijk best jammer dat hij na The thoughts of Emerlist Davjack de band verliet.
Al met al is dit een compilatie die voor mijzelf zoals gezegd niet zo veel meerwaarde heeft, maar voor de echte completist is dit wellicht een mooie bonus. Los daarvan en op zichzelf beschouwd is deze verzameling echter wèl nuttig om mij er weer van bewust te maken wat een aparte band dit was èn om te beseffen dat David O'Lists psychedelische gitaar op dat onvolprezen debuutalbum toch wel behoorlijk wat aan de groepssound toevoegde – eigenlijk best jammer dat hij na The thoughts of Emerlist Davjack de band verliet.
The Nice - Elegy (1971)

4,0
0
geplaatst: 16 september 2020, 19:45 uur
Dit album lijkt soms meer op de eerste soloplaat van Keith Emerson waarbij hij hulp heeft gekregen van Lee Jackson en Brian Davison, zeker tijdens het openingsnummer wanneer hij bijna tien minuten mag improviseren terwijl zijn collega's zich beperken tot een klein basje en een tamboerijn. Op de rest van de plaat komen de mannen van de ritmesectie echter wat meer in het spel voor, en wanneer Emerson op bijvoorbeeld Tsjaikovski's Pathétique – Third movement los gaat op zijn Hammond levert Davison daar toch een vrij stevig fundament bij. Jammer van die lelijke schreeuwzang van Jackson op My back pages, en doordat ik pas helemaal op het einde van het laatste nummer iets van applaus hoor lijkt dit album wel tijdens de huidige pandemie opgenomen te zijn, maar het niveau van musiceren is hoog, het energiepeil zakt eigenlijk nergens in, en ondanks alle gefreak en excessen en bombast blijf ik toch de volle 40 minuten aandachtig luisteren. Knap, die Emerson is wel een wonderbaarlijk toetsenist; sinds ik in ELP ben gedoken ben ik van hem steeds meer onder de indruk geraakt, en nu ik ook de vijf platen van The Nice heb leren kennen kan ik absoluut niet zeggen dat die band "slechts een voorstudie was". Misschien zitten er af en toe wat hobbels en wat rare plekken op hun albums, maar het geheel ademt toch de sfeer van een muzikaliteit die altijd de grenzen opzoekt, daar vaak (en met duidelijk genoegen) overheen gaat, en daar dikwijls nog mee wegkomt ook.
The Nice - Five Bridges (1970)

3,5
0
geplaatst: 11 september 2020, 22:02 uur
Moeilijk om hier wat over te zeggen, aangezien ik vrijwel geen affiniteit heb met klassieke orkestmuziek, maar het idee hierachter (een combinatie van band en orkest met een tekst over een welomschreven onderwerp) spreekt me wel aan, evenals de energie waarmee de hele suite wordt gebracht. Kant 2 is wat onevenwichtiger maar strijkt me ook niet tegen de haren in, met in de Pathétique een mooie afwisseling van orkest en band, en zou Dylan zich ooit hebben voorgesteld dat iemand zijn flauwe Country pie zó zou laten klinken?
Hoe dan ook, met name de Suite is een interessant experiment, en ook serieus aangepakt door Emerson en dirigent Joseph Eger. Dat dit dan werd uitgebracht op het moment dat de band al uit elkaar was is spijtig, maar om nou te zeggen dat dat gebeurde "puur om nog wat geld binnen te harken" lijkt me onzin, alsof alle betrokkenen opeens niets meer gaven om hun composities, hun performances en hun inspanningen.
Momenteel verkrijgbaar in twee CD-versies: een versie van Virgin uit 1991 met vijf bonustracks, allemaal titels van nummers van de eerste drie albums, maar aan de verschillende tracktijden te zien de alternatieve versies die op Autumn '67 – Spring '68 zijn verschenen; en een versie van Charisma uit 2009 met (naast een informatief boekje) drie bonustracks, te weten (1) Lieutenant Kijé / Rondo / She belongs to me, de toegift van het Fairfield Halls-concert, (2) een "overdubbed studio version" van Country pie, en (3) Excerpts from the Five Bridges suite opgenomen door alleen de band (dus zonder orkest) voor het BBC-radioprogramma Sounds of the seventies op 6 april 1970 (samen bijna 23 minuten).
Hoe dan ook, met name de Suite is een interessant experiment, en ook serieus aangepakt door Emerson en dirigent Joseph Eger. Dat dit dan werd uitgebracht op het moment dat de band al uit elkaar was is spijtig, maar om nou te zeggen dat dat gebeurde "puur om nog wat geld binnen te harken" lijkt me onzin, alsof alle betrokkenen opeens niets meer gaven om hun composities, hun performances en hun inspanningen.
Momenteel verkrijgbaar in twee CD-versies: een versie van Virgin uit 1991 met vijf bonustracks, allemaal titels van nummers van de eerste drie albums, maar aan de verschillende tracktijden te zien de alternatieve versies die op Autumn '67 – Spring '68 zijn verschenen; en een versie van Charisma uit 2009 met (naast een informatief boekje) drie bonustracks, te weten (1) Lieutenant Kijé / Rondo / She belongs to me, de toegift van het Fairfield Halls-concert, (2) een "overdubbed studio version" van Country pie, en (3) Excerpts from the Five Bridges suite opgenomen door alleen de band (dus zonder orkest) voor het BBC-radioprogramma Sounds of the seventies op 6 april 1970 (samen bijna 23 minuten).
The Nice - The Nice (1969)

4,0
0
geplaatst: 5 augustus 2020, 16:29 uur
Een behoorlijk evenwichtig album, met een studiokant waar geen werpwegdingetjes op staan en een livekant waarop Emerson lekker los mag gaan. Op mijn versie uit de 3-CD-box Here come The Nice : the Immediate anthology klinkt alles als een klok, met de toetsenpartijen en de zang keurig op de voorgrond maar bij de livenummers ook de bas en de bekkens helder en prominent aanwezig, en alles culmineert in het zeer gevarieerde en rijke For example. En Rondo '69 lijkt Emerson wel alleen maar te hebben opgenomen om te laten zien dat hij dit ook prima in z'n eentje op z'n keyboards (dus zónder freaky gitaarpartijen) kan spelen, maar dat gaat hem dan ook uitstekend af; deze liveversie vervangt de briljante studioversie niet, maar vult het wel mooi aan.
Twee mindere nummers weerhouden mij ervan om voor dit album een hogere score te geven. Tim Hardins Hang on to a dream is één van de mooiste en ontroerendst gezongen nummers die ik ken, maar op deze cover is Lee Jacksons zang vlak en nietszeggend, en het koor erachter is werkelijk afschuwelijk; het lekkere jazzy tussenstukje houdt de zaak gelukkig nog een beetje spannend, maar het blijft toch een wiebelige bewerking. Daarnaast gebeurt er op de Dylan-cover echt te weinig om die bijna 12 minuten lang interessant te houden, hetgeen spijtig is, want zo staat de minste track precies op het einde van de plaat, en dat doet toch afbreuk aan de totaalindruk achteraf.
Wat die versie van She belongs to me trouwens betreft, net als bij Father of day van Manfred Mann's Earth Band (toevallig ook van Dylan) vraag ik me altijd af waarom je precies dát nummer zou willen coveren als je er toch een bijna onherkenbare versie van maakt; wanneer je er íéts andere akkoorden onder plakt en de tekst herschrijft heb je feitelijk al een origineel nummer te pakken, hetgeen ook nog eens extra copyright-inkomsten genereert. Niet dat dat geld nou zo belangrijk is (hoewel een extra zakcentje voor niet-commercieel georiënteerde artiesten ongetwijfeld best welkom zal zijn), maar als ik een nummer zo zonder tekst (en dus alleen op basis van de melodie) niet eens zou herkennen, waarom zou je dan speciaal dat bestaande nummer uitkiezen?
Twee mindere nummers weerhouden mij ervan om voor dit album een hogere score te geven. Tim Hardins Hang on to a dream is één van de mooiste en ontroerendst gezongen nummers die ik ken, maar op deze cover is Lee Jacksons zang vlak en nietszeggend, en het koor erachter is werkelijk afschuwelijk; het lekkere jazzy tussenstukje houdt de zaak gelukkig nog een beetje spannend, maar het blijft toch een wiebelige bewerking. Daarnaast gebeurt er op de Dylan-cover echt te weinig om die bijna 12 minuten lang interessant te houden, hetgeen spijtig is, want zo staat de minste track precies op het einde van de plaat, en dat doet toch afbreuk aan de totaalindruk achteraf.
Wat die versie van She belongs to me trouwens betreft, net als bij Father of day van Manfred Mann's Earth Band (toevallig ook van Dylan) vraag ik me altijd af waarom je precies dát nummer zou willen coveren als je er toch een bijna onherkenbare versie van maakt; wanneer je er íéts andere akkoorden onder plakt en de tekst herschrijft heb je feitelijk al een origineel nummer te pakken, hetgeen ook nog eens extra copyright-inkomsten genereert. Niet dat dat geld nou zo belangrijk is (hoewel een extra zakcentje voor niet-commercieel georiënteerde artiesten ongetwijfeld best welkom zal zijn), maar als ik een nummer zo zonder tekst (en dus alleen op basis van de melodie) niet eens zou herkennen, waarom zou je dan speciaal dat bestaande nummer uitkiezen?
The Nice - The Thoughts of Emerlist Davjack (1967)

4,5
0
geplaatst: 13 juli 2020, 14:24 uur
Tastbaar was deze band voor mij slechts in de vorm van drie nummers die ik ooit van een geleende verzamel-CD had overgehouden, maar qua reputatie had ik eigenlijk begrepen dat deze band min of meer aan de wieg stond van wat later prog-rock of symfonische rock zou gaan heten. Op basis daarvan (en vanwege de kwaliteit van die drie nummers The thoughts of Emerlist Davjack, The cry of Eugene en Rondo) ben ik gaan zoeken naar de volgens Droombolus beste manier om deze band te verzamelen, de 3-CD-box Here come The Nice – the Immediate anthology. Behoorlijk lang naar gespeurd (met als grote nadeel dat je bij die titel op veel sites steeds naar de Small Faces doorverwezen wordt), en toen ik hem dan eindelijk via Discogs in Italië gevonden had duurde het weer zó lang voordat hij binnenkwam (met dank aan de Corona-vertraging) dat de verwachtingen inmiddels enorm hoog waren opgeschroefd.
Het kon dan ook bijna niet anders of dit debuutalbum zou me teleurstellen, maar tot mijn grote verbazing is dat allerminst het geval. Een ideale mix van pop, psychedelica, rock en klassiek, met een hoofdrol voor Emersons Hammond-orgel (plus een paar keer een klavecimbel en diverse andere keyboards), maar met ook sterk freaky gitaarwerk en een drummer die zich niet inhoudt – wat dat betreft valt het me eigenlijk vooral op hoe hard de plaat bij tijden klinkt, niemand houdt zich in, de wijzers moeten regelmatig tegen of zelfs ín het rood hebben gezeten (of is er enkel sprake van een uitstekende remaster? de sound van deze plaat is in ieder geval prima). Naast uiteraard America blijven de drie genoemde nummers toch favoriet (vooral van Rondo kan ik geen genoeg krijgen), en er staat wel wat minder werk op (Bonnie 'K' is een beetje suf en War and peace een dertien-in-een-dozijn-sixties-bluesje), maar de overtuiging waarmee de band er invliegt, het krachtige groepsgeluid en natuurlijk het toetsenwerk van de man die met zijn volgende band zijn muzikale ideeën compleet zou verwezenlijken (en daarmee miljoenen platen zou verkopen) maken hier toch een nog altijd bijzonder opwindend en lekker HARD album van. Heerlijke kost, inderdaad.
Het kon dan ook bijna niet anders of dit debuutalbum zou me teleurstellen, maar tot mijn grote verbazing is dat allerminst het geval. Een ideale mix van pop, psychedelica, rock en klassiek, met een hoofdrol voor Emersons Hammond-orgel (plus een paar keer een klavecimbel en diverse andere keyboards), maar met ook sterk freaky gitaarwerk en een drummer die zich niet inhoudt – wat dat betreft valt het me eigenlijk vooral op hoe hard de plaat bij tijden klinkt, niemand houdt zich in, de wijzers moeten regelmatig tegen of zelfs ín het rood hebben gezeten (of is er enkel sprake van een uitstekende remaster? de sound van deze plaat is in ieder geval prima). Naast uiteraard America blijven de drie genoemde nummers toch favoriet (vooral van Rondo kan ik geen genoeg krijgen), en er staat wel wat minder werk op (Bonnie 'K' is een beetje suf en War and peace een dertien-in-een-dozijn-sixties-bluesje), maar de overtuiging waarmee de band er invliegt, het krachtige groepsgeluid en natuurlijk het toetsenwerk van de man die met zijn volgende band zijn muzikale ideeën compleet zou verwezenlijken (en daarmee miljoenen platen zou verkopen) maken hier toch een nog altijd bijzonder opwindend en lekker HARD album van. Heerlijke kost, inderdaad.
The Nits - Hat (1988)

5,0
1
geplaatst: 26 februari 2018, 17:03 uur
Vier maal perfectie, met ijzersterke melodieën, teksten vol melancholie en verlangen, en bovenal een warme, gloedvolle en heldere sound, zoals meteen al geïllustreerd door het openingsnummer met een tekst vol aankomst en vertrek (onderweg naar thuis of ergens anders, een metafoor voor de levensreis) en een arrangement met akoestische gitaar, brommende contrabas, simpel maar uiterst effectief slagwerk en vooral die "fluit-synthesizer" (op Daniel gebruikt Elton John een vergelijkbaar geluid, en daar noemt hij dat bij de credits een " 'flute' Mellotron"). The Bauhaus chair roept met z'n beklemmende toetsenwerk en z'n door het verleden bezwaarde tekst bij mij associaties met Japans Ghosts op, en het slotnummer is bijna onverdraaglijk triest : "...and I knew they were all dead and gone..." Elk geluidje klopt, en de keuze van elk instrument is smaakvol zonder "gepolijst" of voorspelbaar te zijn. Ik ben voor dit album altijd nèt onder de volle vijf sterren blijven steken, niet zozeer vanwege de korte speelduur alswel omdat het titelnummer en vooral Blue niet het niveau van de vier overige meesterwerken halen, maar dat kwartet is wel zó sterk dat ik nu toch verhoog.
The Nits - Henk (1986)

4,0
3
geplaatst: 31 januari 2018, 13:32 uur
Vroeger had ik er wel last van : als ik nummers eerst in een live-versie kende vond ik het vaak moeilijk om de studio-versie (dikwijls minder los, droger, minder spontaan, ingetogener en behoudender) daarna nog op waarde te schatten. Het verschil tussen Smoke on the water op Made in Japan en de studioversie op Machine head is wel een klassiek voorbeeld, hoewel de verschillen tussen de twee versies van Heroin op The Velvet Underground & Nico en Lou Reeds Rock n roll animal natuurlijk nog veel groter zijn. Gelukkig kan ik inmiddels in zulke gevallen de twee versies indien nodig "van elkaar scheiden" en elk apart op z'n eigen merites beoordelen.
Met Henk loop ik voor het eerst sinds jaren toch weer tegen dit probleem op, want de versies op Urk die ik van vijf van deze nummers ken zijn zó goed en rijk (met name de onvoorstelbare ruimtelijkheid van Under a canoe, maar ook de swing van Cabins) dat ik echt veel moeite moet doen om "in" deze oorspronkelijke versies te komen. Dat me dat toch lukt is niet alleen aan doorzettingsvermogen en gewenning te danken, maar ook en vooral aan de knappe composities, de aangename produktie en de subtiele en gevarieerde arrangementen. Zouden Nitsers nou onbewust in elke kringloopwinkel rondkijken op zoek naar een grappig of oud of bizar muziekinstrument dat een nog nooit gebruikte kleur aan hun arrangementen zou kunnen verlenen?
En tenslotte... ik ben op MusicMeter al vaker in aanvaring gekomen met mensen die nooit naar teksten luisteren en dus ook niet inzien hoe ik mijn waardering van de muziek daardoor kan laten beïnvloeden, maar de teksten van Henk Hofstede beschouw ik toch bijna als een extra instrument. Zijn grappige fantasieën, aandoenlijke (echte of fictieve) jeugdherinneringen en eigenzinnige invalshoeken (een man die er met de fiets op uit gaat, een jongen die droomt van een avontuurlijke zeereis, Edward Hoppers benzinepompbediende, een zingende telegrambesteller, of iemand die de lineaire werkelijkheid andersom ervaart) maken van dit album –en deze band– een dikwijls boven de werkelijkheid uitgetilde ervaring. Gelukkig heb ik geen last van een steriele en/of gedateerde produktie, en mijn enige pijnpunten zijn dat stompzinnige "Ja ja ja ja"-getrappel op Port of Amsterdam en de onoplettende ontwerper of drukker van het hoesje van de Henk/Kilo-compilatie-CD die achterop Erom on als Erom om heeft gespeld zodat die titel nu totaal betekenisloos is geworden. Verder een prachtige plaat die mij heel veel zin geeft om gauw de bike uit mijn head te halen en de Dutch mountains te gaan beklimmen.
Met Henk loop ik voor het eerst sinds jaren toch weer tegen dit probleem op, want de versies op Urk die ik van vijf van deze nummers ken zijn zó goed en rijk (met name de onvoorstelbare ruimtelijkheid van Under a canoe, maar ook de swing van Cabins) dat ik echt veel moeite moet doen om "in" deze oorspronkelijke versies te komen. Dat me dat toch lukt is niet alleen aan doorzettingsvermogen en gewenning te danken, maar ook en vooral aan de knappe composities, de aangename produktie en de subtiele en gevarieerde arrangementen. Zouden Nitsers nou onbewust in elke kringloopwinkel rondkijken op zoek naar een grappig of oud of bizar muziekinstrument dat een nog nooit gebruikte kleur aan hun arrangementen zou kunnen verlenen?
En tenslotte... ik ben op MusicMeter al vaker in aanvaring gekomen met mensen die nooit naar teksten luisteren en dus ook niet inzien hoe ik mijn waardering van de muziek daardoor kan laten beïnvloeden, maar de teksten van Henk Hofstede beschouw ik toch bijna als een extra instrument. Zijn grappige fantasieën, aandoenlijke (echte of fictieve) jeugdherinneringen en eigenzinnige invalshoeken (een man die er met de fiets op uit gaat, een jongen die droomt van een avontuurlijke zeereis, Edward Hoppers benzinepompbediende, een zingende telegrambesteller, of iemand die de lineaire werkelijkheid andersom ervaart) maken van dit album –en deze band– een dikwijls boven de werkelijkheid uitgetilde ervaring. Gelukkig heb ik geen last van een steriele en/of gedateerde produktie, en mijn enige pijnpunten zijn dat stompzinnige "Ja ja ja ja"-getrappel op Port of Amsterdam en de onoplettende ontwerper of drukker van het hoesje van de Henk/Kilo-compilatie-CD die achterop Erom on als Erom om heeft gespeld zodat die titel nu totaal betekenisloos is geworden. Verder een prachtige plaat die mij heel veel zin geeft om gauw de bike uit mijn head te halen en de Dutch mountains te gaan beklimmen.
