Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tim Buckley - Happy Sad (1969)

4,5
0
geplaatst: 8 november 2013, 20:55 uur
Onze man volkomen op z'n gemak, in een intieme setting die mijlenver verwijderd is van zijn eerste twee albums. Hij draait superieur warm in Strange feelin' en het heerlijke Buzzin' fly, daalt dan tot enorme emotionele dieptes (of zijn dat hoogtes?) met Love from room 109 en het kwetsbare Dream letter, laat alle teugels vieren voor een uitzinnig Gypsy woman en eindigt weer intiem met het breekbare Sing a song for you. Een prachtige en zeer volwassen plaat die ik graag Buckley's beste zou willen noemen, ware het niet dat ik van Gypsy woman –en wederom spijt het me, Adrie en Paalhaas– uiterst nerveus word en overal kriebel krijg. Ik ben dol op Buckley's stem, maar dan vooral gefocust en in het kader van een compacte compositie. G-g-g-g-gypsy woman – het is allemaal te vrijblijvend voor mij. Wat echter overblijft zijn vijf prachtige nummers die samen de kar probleemloos kunnen trekken. Net als Tim Buckley en Goodbye and hello 4½ ster.
Tim Buckley - Lorca (1970)

5,0
0
geplaatst: 13 januari 2012, 15:47 uur
In het onvolprezen Blue melody – Tim Buckley remembered van Lee Underwood lees ik dat niet alleen Driftin' (zoals op 15 augustus 2009 hier al door Droombolus opgemerkt) maar ook Nobody walkin' live in de Troubadour werd opgenomen en stilzwijgend (dus zonder commentaar op de hoes) naar Lorca werd "geëxtrapoleerd".
En verder schrijft Underwood: "Tim often said Anonymous proposition […] was written for sultry Marlene Dietrich." Buckley: "It's the physical presentation that makes it so personal. It has to be done slowly. It has to take five to six minutes. It has to be a movement. It has to hold you there, and make you aware that somebody is telling you something. He's telling you something about himself in the dark. That's what music is all about on record. It is very personal. There is no other way to deal with it."
Hierbij twee aantekeningen, twee essentiële opmerkingen over hoe ik persoonlijk muziek beleef, for what it's worth. Ten eerste, bij de zinnetjes "That's what music is all about on record. It is very personal" moet ik denken aan een lang geleden gelezen uitspraak van Lou Reed, die op het volgende neerkomt: "Iemand gaat naar de winkel, koopt jouw plaat, gaat ermee naar huis en gaat die in zijn kamer zitten beluisteren, in z'n eentje, één op één, de luisteraar en jouw plaat – bedenk je eens wat een invloed je dan op iemand hebt!" Dat is voor mij nog altijd de essentie van muziek, één op één, een CD in de speler en ik, de muziek apart voor mij, samen alleen. (Concerten zijn mooi en indrukwekkend maar voor mij ook afstandelijk en niet intiem genoeg.)
En ten tweede, ik kan de intimiteit die ik bij Tim Buckley ervaar niet beter uitdrukken dan door te zeggen dat er voor mijn gevoel nog nooit een zanger is geweest met zo weinig afstand tussen hart en stem.
En verder schrijft Underwood: "Tim often said Anonymous proposition […] was written for sultry Marlene Dietrich." Buckley: "It's the physical presentation that makes it so personal. It has to be done slowly. It has to take five to six minutes. It has to be a movement. It has to hold you there, and make you aware that somebody is telling you something. He's telling you something about himself in the dark. That's what music is all about on record. It is very personal. There is no other way to deal with it."
Hierbij twee aantekeningen, twee essentiële opmerkingen over hoe ik persoonlijk muziek beleef, for what it's worth. Ten eerste, bij de zinnetjes "That's what music is all about on record. It is very personal" moet ik denken aan een lang geleden gelezen uitspraak van Lou Reed, die op het volgende neerkomt: "Iemand gaat naar de winkel, koopt jouw plaat, gaat ermee naar huis en gaat die in zijn kamer zitten beluisteren, in z'n eentje, één op één, de luisteraar en jouw plaat – bedenk je eens wat een invloed je dan op iemand hebt!" Dat is voor mij nog altijd de essentie van muziek, één op één, een CD in de speler en ik, de muziek apart voor mij, samen alleen. (Concerten zijn mooi en indrukwekkend maar voor mij ook afstandelijk en niet intiem genoeg.)
En ten tweede, ik kan de intimiteit die ik bij Tim Buckley ervaar niet beter uitdrukken dan door te zeggen dat er voor mijn gevoel nog nooit een zanger is geweest met zo weinig afstand tussen hart en stem.
Tim Buckley - Sefronia (1973)

4,0
0
geplaatst: 3 juni 2015, 12:07 uur
Tja, ik kan er niets doen, ik was er helemaal klaar voor om dit een afschuwelijke plaat te vinden, maar tot mijn grote verrassing draai ik dit al een paar weken lang zonder dat het me gaat tegenstaan of vervelen. Afwisselend intieme popliedjes en grappige witte funk, met tien erg leuke leidjes en één absoluut dieptepunt, het verschrikkelijke I know I'd recognize your face, dat met een karaktervolle tegenstem à la Carole King misschien nog gered had kunnen, maar dat met de van elke persoonlijkheid gespeende zang van Marcia Waldorf het muzikale equivalent is van een boven tafel omgekeerde pan vloeibare Croma (het spijt me maar het beeld van ranzig vet blijft steeds maar bij me opkomen). Als hoogtepunten heb ik het openingsnummer en de twee delen van het titelnummer aangevinkt; helaas kan ik daardoor geen recht doen aan Sally go 'round the roses, want de laatste halve minuut daarvan bezorgt me elke keer weer kippevel, wát een manier om een plaat af te sluiten.
Overigens is volgens Lee Underwood de Harry Ludwig Nehls III die Peanut man heeft geschreven Harry Nilsson. En ik ben blij dat er een tekstboekje bij deze CD zit, want toen ik Martha de eerste paar keer draaide vroeg ik me af of Tom Waits die tekst over een cowboy had geschreven: "She'll remember my old horse"...
Overigens is volgens Lee Underwood de Harry Ludwig Nehls III die Peanut man heeft geschreven Harry Nilsson. En ik ben blij dat er een tekstboekje bij deze CD zit, want toen ik Martha de eerste paar keer draaide vroeg ik me af of Tom Waits die tekst over een cowboy had geschreven: "She'll remember my old horse"...
Tim Buckley - Tim Buckley (1966)

4,5
0
geplaatst: 6 november 2013, 11:57 uur
Nadat ik Goodbye and hello en Happy/sad had leren kennen heb ik ook deze aangeschaft, ondanks vermaningen dat dit vergeleken met zijn later werk een vrij simpele en wel erg poppy plaat zou zijn. En mijn hemel, wat ben ik blij dat ik al die waarschuwingen in de wind heb geslagen. Een heerlijke superromantische half folky (folkrocky?) half psychedelische plaat van een magnifieke troubadour (zonder enige softe of Middeleeuwse bijsmaak) met één van de ultieme stemmen uit de popmuziek, en door Lee Underwood van prachtige gitaarlijntjes voorzien. Misschien vinden de geschiedenisboekjes dat ik dit album niet zo hoog als Buckley's latere meesterwerken"mag" waarderen, maar voor mij is het gewoon een favoriete plaat die aan al mijn heartstrings plukt, en dat zeg ik zonder enige ironie.
Enige probleem is dat ik maar drie nummers als favorieten mag aanmerken, terwijl ik er toch precies vier heb die ik onmogelijk over het hoofd kan zien: Wings, Song slowly sung, It happens every time (even simpel als hartverwarmend) en Song for Jainie (dat slimme toetsenloopje na de regel "Jainie don't you know", is dat een celeste?). Nou, aangezien Song slowly sung al door bijna iedereen hier wordt genoemd vink ik voor het broodnodige evenwicht de overige drie aan. (En wat moet het voor vinylkopers een kick zijn als ze merken wat voor perfecte afsluiter van plaatkant 1 Aren't you the girl is.)
Schurft, heb ik net m'n stukje naar aanleiding van mijn kale maar prima klinkende Elektra-release geschreven, kom ik hier om het te posten, zie ik dat ook dít album met een schat aan bonusmateriaal is heruitgegeven. Maar, vraagje, is dit ook echt een zodanige schat dat ik maar eens gaan luisteren of al die Bohemians-opnames de moeite waard zijn, of voegt het allemaal niet zo veel toe?
Enige probleem is dat ik maar drie nummers als favorieten mag aanmerken, terwijl ik er toch precies vier heb die ik onmogelijk over het hoofd kan zien: Wings, Song slowly sung, It happens every time (even simpel als hartverwarmend) en Song for Jainie (dat slimme toetsenloopje na de regel "Jainie don't you know", is dat een celeste?). Nou, aangezien Song slowly sung al door bijna iedereen hier wordt genoemd vink ik voor het broodnodige evenwicht de overige drie aan. (En wat moet het voor vinylkopers een kick zijn als ze merken wat voor perfecte afsluiter van plaatkant 1 Aren't you the girl is.)
Schurft, heb ik net m'n stukje naar aanleiding van mijn kale maar prima klinkende Elektra-release geschreven, kom ik hier om het te posten, zie ik dat ook dít album met een schat aan bonusmateriaal is heruitgegeven. Maar, vraagje, is dit ook echt een zodanige schat dat ik maar eens gaan luisteren of al die Bohemians-opnames de moeite waard zijn, of voegt het allemaal niet zo veel toe?
Tim Hardin - Tim Hardin 3 (1968)
Alternatieve titel: Live in Concert

4,0
1
geplaatst: 29 september 2020, 17:00 uur
Om eerlijk te zijn, voordat ik de berichten bij dit album had gelezen was het me nog niet opgevallen dat Hardin er hier af en toe een rommeltje van maakt of niet tekstvast is (Richie Unterberger van AllMusic vindt zelfs dat "in places the tempo comes close to breaking down"). Vermoedelijk heb ik dat niet opgepikt omdat ik hem van zijn studioplaten niet heb leren kennen als iemand die alles keurig in of "op" de maat zingt, maar ook los daarvan zorgt hij er op dit album bijna elke keer dat hij achter de maat aan loopt toch ook wel weer voor dat hij op het einde van de regel weer bij de les is. En bovendien is hij goed bij stem, afgezien dan van het feit dat ik bij zo ongeveer elke regel verwacht dat zijn stem plotseling knakt en hij opeens geen woord meer kan uitbrengen, business as usual dus want een essentieel onderdeel van zijn übermelancholische stem.
Iets anders dat hier wordt vermeld was mij al wèl opgevallen, namelijk de superbe geluidskwaliteit, "bijna alsof je zelf in een koffiehuis zit te luisteren, wat knap is aangezien het daar helemaal niet in is opgenomen" zoals Stijn hierboven zegt. (De opnamelokatie volgens wikipedia: The Town Hall in NYC.) Inderdaad één van de beste en helderste live-registraties die ik ken, met een keurige balans tussen de verschillende instrumenten van de uitstekende begeleidingsband. Dank daarvoor aan "engineer" Brooks Arthur, die ik zelf leerde kennen als producer van een paar platen van Janis Ian in de jaren 70, maar die naast deze plaat in ditzelfde jaar 1968 nog opnametechnicus was bij een ander popalbum met jazzmuzikanten, het ook niet onaardige Astral weeks.
Kortom, niets op aan te merken, eigenlijk bijna té goed en té mooi, als zoiets zou kunnen. Ik had zelf in ieder geval ook wel wat Hardin-solo (dus zonder begeleidingsband) willen horen, maar een kniesoor etc. Is er trouwens nog iemand anders die bij in First love song aan House of the rising sun moet denken?
Iets anders dat hier wordt vermeld was mij al wèl opgevallen, namelijk de superbe geluidskwaliteit, "bijna alsof je zelf in een koffiehuis zit te luisteren, wat knap is aangezien het daar helemaal niet in is opgenomen" zoals Stijn hierboven zegt. (De opnamelokatie volgens wikipedia: The Town Hall in NYC.) Inderdaad één van de beste en helderste live-registraties die ik ken, met een keurige balans tussen de verschillende instrumenten van de uitstekende begeleidingsband. Dank daarvoor aan "engineer" Brooks Arthur, die ik zelf leerde kennen als producer van een paar platen van Janis Ian in de jaren 70, maar die naast deze plaat in ditzelfde jaar 1968 nog opnametechnicus was bij een ander popalbum met jazzmuzikanten, het ook niet onaardige Astral weeks.
Kortom, niets op aan te merken, eigenlijk bijna té goed en té mooi, als zoiets zou kunnen. Ik had zelf in ieder geval ook wel wat Hardin-solo (dus zonder begeleidingsband) willen horen, maar een kniesoor etc. Is er trouwens nog iemand anders die bij in First love song aan House of the rising sun moet denken?
Tin Machine - Tin Machine (1989)

4,5
1
geplaatst: 2 maart 2024, 12:34 uur
Tja, ik kan me wel wat voorstellen bij de kritiek die er indertijd op dit project was: in de jaren 70 was Bowie geheel z'n eigen man en maakte hij muziek die niemand anders maakte, in de jaren 80 ging hij dan op de commerciële toer (zoals dat toen heette), en toen hij daarna weer zijn "street credibility" terug wilde winnen ging hij in zee met een paar ruige mannen in de hoop dat hun ruigheid ook op hèm af zou stralen, "maar daar trappen wij als serieuze muziekcritici natuurlijk niet in!" Maar geloofwaardig of niet, uiteindelijk draait het toch om de muziek, en hoewel natuurlijk totaal anders dan Bowie's jaren-70-platen (maar waren die onderling niet óók al totaal anders?) is dit wat mij betreft het eerste album vanaf Low dat van een vergelijkbaar niveau is.
Reeves Gabrels doet niet alleen uiterlijk maar ook qua gitaarspel aan Robert Fripp denken, en hoewel ik de laatste zou zijn om hem even hoog in te schatten heeft hij toch wel een heleboel grove solo's en swingende riffs in huis, en met zijn sound is ook niets mis, zodat hij mooi past in het rijtje meestergitaristen die van Bowie altijd de vrije hand kregen om uit de bocht te vliegen (Ronson, Slick, Fripp, Belew, Vaughan), terwijl hij toch ook mooi "klassiek" kan spelen (zoals op Prisoner of love en Run). Daarnaast kan Hunt Sales zowel spijkerhard slaan als uiterst subtiel begeleiden en legt broer Tony een degelijk basfundament onder het geheel, zodat de ritmesectie Gabrels alle ruimte kan gunnen zondeer zelf ondergesneeuwd te raken. Met zo'n strakke band klinken zelfs de wat mindere nummers als Crack City en Working class hero nog lekker (vooral met dank aan de geluidseffecten die Gabrels net als Fripp uit zijn gitaar weet te persen), en wanneer het raak is is het meteen ook wel héél erg goed, zoals op het titelnummer, het tedere Amazing, het ontroerende Bus stop, het gejaagde Run en het scheurende Baby can dance. Nee, het is geen grunge, het zijn geen "angry young men", en wie Bowie's (indertijd) nieuwste stijlkeuze niet gelooft hoort hier slechts mislukte wannabe-metal in, maar wat mij betreft overtuigt Bowie hiermee ten volle, ook qua composities, teksten en zang – een uiterst geslaagd huwelijk tussen een artiest die weer terug is op de toppen van zijn kunnen en een begeleidingsband die alles kan (en mag) spelen.
Reeves Gabrels doet niet alleen uiterlijk maar ook qua gitaarspel aan Robert Fripp denken, en hoewel ik de laatste zou zijn om hem even hoog in te schatten heeft hij toch wel een heleboel grove solo's en swingende riffs in huis, en met zijn sound is ook niets mis, zodat hij mooi past in het rijtje meestergitaristen die van Bowie altijd de vrije hand kregen om uit de bocht te vliegen (Ronson, Slick, Fripp, Belew, Vaughan), terwijl hij toch ook mooi "klassiek" kan spelen (zoals op Prisoner of love en Run). Daarnaast kan Hunt Sales zowel spijkerhard slaan als uiterst subtiel begeleiden en legt broer Tony een degelijk basfundament onder het geheel, zodat de ritmesectie Gabrels alle ruimte kan gunnen zondeer zelf ondergesneeuwd te raken. Met zo'n strakke band klinken zelfs de wat mindere nummers als Crack City en Working class hero nog lekker (vooral met dank aan de geluidseffecten die Gabrels net als Fripp uit zijn gitaar weet te persen), en wanneer het raak is is het meteen ook wel héél erg goed, zoals op het titelnummer, het tedere Amazing, het ontroerende Bus stop, het gejaagde Run en het scheurende Baby can dance. Nee, het is geen grunge, het zijn geen "angry young men", en wie Bowie's (indertijd) nieuwste stijlkeuze niet gelooft hoort hier slechts mislukte wannabe-metal in, maar wat mij betreft overtuigt Bowie hiermee ten volle, ook qua composities, teksten en zang – een uiterst geslaagd huwelijk tussen een artiest die weer terug is op de toppen van zijn kunnen en een begeleidingsband die alles kan (en mag) spelen.
Tin Machine - Tin Machine II (1991)

4,0
0
geplaatst: 23 maart 2024, 22:56 uur
Redelijk anders dan Tin Machine 1, met iets minder rock en iets meer subtiliteit, maar het voornaamste verschil lijkt me toch het grotere aantal missers te zijn, met name de twee nummers van Hunt Sales, You can't talk met z'n hals-over-kop-ritme, en de Roxy Music-cover die elke nuance van het origineel gedecideerd naar de prullenbak verwijst en de prachtige hobo-solo vervangt door oninteressante shredding.
Gelukkig is de rest van het album opnieuw van hoog niveau, met het slimme You belong in rock n' roll, het prachtige Amlapura, het scherpe maar toch swingende Shopping for girls en het gedreven slotnummer als hoogtepunten, met bijna steeds inventieve gitaarpartijen en drumwerk dat bijna altijd perfect de vibe van het nummer aanvoelt. Ik kan me voorstellen dat mensen hun vraagtekens zetten bij dit uitstapje van Bowie, zéker als je hem op de binnenhoes zo bestudeerd ziet poseren met z'n bril, z'n sigaret en z'n cowboylaarzen, maar zelf ben ik met beide Tin Machine-platen heel blij, en wat mij betreft staan de beste momenten erop moeiteloos naast de hoogtepunten uit Bowie's solo-catalogus.
Overigens zou deze CD helemaal op het einde (dus direct na Goodbye Mr Ed) nog een instrumentale "ghost track" bevatten die Hammerhead heten en 1:50 duurt, maar op mijn eigen CD duurt dat (titelloze) fragment nog geen minuut.
Gelukkig is de rest van het album opnieuw van hoog niveau, met het slimme You belong in rock n' roll, het prachtige Amlapura, het scherpe maar toch swingende Shopping for girls en het gedreven slotnummer als hoogtepunten, met bijna steeds inventieve gitaarpartijen en drumwerk dat bijna altijd perfect de vibe van het nummer aanvoelt. Ik kan me voorstellen dat mensen hun vraagtekens zetten bij dit uitstapje van Bowie, zéker als je hem op de binnenhoes zo bestudeerd ziet poseren met z'n bril, z'n sigaret en z'n cowboylaarzen, maar zelf ben ik met beide Tin Machine-platen heel blij, en wat mij betreft staan de beste momenten erop moeiteloos naast de hoogtepunten uit Bowie's solo-catalogus.
Overigens zou deze CD helemaal op het einde (dus direct na Goodbye Mr Ed) nog een instrumentale "ghost track" bevatten die Hammerhead heten en 1:50 duurt, maar op mijn eigen CD duurt dat (titelloze) fragment nog geen minuut.
Todd Rundgren - Hermit of Mink Hollow (1978)

4,0
1
geplaatst: 27 oktober 2023, 22:31 uur
Qua composities een prachtige plaat, voor mijn gevoel in dat opzicht echt niet onderdoend voor Something/anything?, en dat is inclusief Onomatopeia dat ik na al die jaren nog steeds hilarisch vind. Toch krijgt dit album van mij niet de maximale score, vanwege een paar smetten: de twee rockers You cried wolf en Out of control vind ik echt vervelend, de koortjes waar Rundgren kennelijk erg tevreden mee is worden zó vaak en op zó veel momenten ingezet dat ze me op een gegeven moment gaan tegenstaan, en de sound is echt lelijk – ik heb wel vaker moeite gehad met de manier waarop Rundgren het geluid van zowel zijn eigen muziek als zijn produktiewerk voor andere artiesten organiseert, en dat is op dit album niet anders, met die overhaaste en weinig subtiele drums, het vlakke totaalgeluid en de al genoemde overdadige koortjes, zodat bijvoorbeeld Determination al bijna vanaf het begin een enorme herrie is waar ik gewoon niet graag naar luister. Juist de nummers waarop Rundgrens het soberder en kaler houdt en waarin hij zijn arrangementen wat laat ademen (Too far gone, Bread, Lucky guy) zijn voor mij de hoogtepunten van deze plaat. Jammer van die sound, anders was dit net als Something/anything? een bijna perfecte popplaat geweest.
Todd Rundgren - Something / Anything? (1972)

4,5
2
geplaatst: 20 oktober 2023, 23:04 uur
Of ik dit blue-eyed soul zou noemen weet ik niet, ik denk zelf eerder aan de categorie perfecte popliedjes, en als het hele album vol zou staan met juweeltjes als I saw the light, Cold morning light (die drie perfecte drumklapjes op 3:17!), It takes two to tango en (mijn persoonlijke favoriet) It wouldn't have made any difference, zou ik een petitie zijn begonnen om aan een album met twee platen ook twee maal ***** toe te mogen kennen. Maar helaas staan er op met name de tweede plaat toch teveel nummers die weliswaar bijdragen aan de variatie maar die ik op zichzelf beschouwd van tweede garnituur vind (Wolfman Jack, Black Maria, Little red lights, Some folks is even whiter than me – veelal rockers), en op kant 4 verzandt de variatie in een rommeltje die zelfs de twee hoogtepunten Dust in the wind en Hello it's me niet recht kunnen breien. De ambitie, het speelplezier en de vele hoogtepunten maken dat ik hier toch niet minder dan 4½* voor wil geven, maar mijn aandacht dwaalt toch te vaak af om dit een echt meesterwerk te kunnen noemen.
Tom Jones - 13 Smash Hits (1967)

3,5
0
geplaatst: 17 januari 2014, 19:58 uur
Misschien dat Thomas John Woodward deze verzameling zelf wilde verkopen als een eerlijk eerbetoon aan bewonderde artiesten, maar voor een buitenstaander is het toch moeilijk om deze plaat te zien als iets anders dan een poging van Tom Jones om aansluiting te vinden bij "de jeugd van tegenwoordig" door "hippe" nummers te coveren.
De titel bedriegt dus: dit waren wel hits, maar het is geen compilatie van Jones' eigen million-sellers. En of deze nummers net zo lang op zijn repertoire zijn blijven staan als zijn eigen hits lijkt me twijfelachtig, want zo af en toe gaat hij heel voorspelbaar de mist in. Dat gebeurt met name als hij met een geheel misplaatste funky benadering een soort street credibility lijkt na te streven, zoals op zijn dramatische cover van Sam & Dave's Hold on, I'm coming en zijn interpretatie van Rare Earths Get ready. En al evenmin overtuigt hij wanneer hij een ongezonde dosis drama probeert te injecteren in nummers die juist bij kleinschaligheid gebaat zijn, zoals de Ierse traditional Danny boy en de plaatafsluiter Yesterday (misschien zelfs tóén al een afgelikte boterham: 1100 covers alleen al tussen 1965 en 1972!).
Aanzienlijk beter vergaat het hem wanneer hij rechttoe-rechtaan zingt op strak gearrangeerde nummers die hem veel beter liggen, zoals You keep me hangin' on (ondanks de wellicht noodzakelijke maar toch vrij onfortuinlijke aanpassing "Why don't you be a woman about it") en James Browns It's a man's man's man's world, waarop hij warempel de urgentie van het origineel weet te benaderen.
Het hart van de plaat wordt echter gevormd door het blok van vier nummers die stuk voor stuk speciaal voor hem lijken te zijn geschreven en waarin hij zijn gevoel voor drama naar hartelust kan uitleven en zijn gigantische stem optimaal kan inzetten: de grote eigen hitsingle (It looks like) I'll never fall in love again, het dramatische I know, het korte maar zeer krachtige I wake up crying en Willie Nelsons Funny how time slips away, waarin hij een fraai element van somberheid en dreiging weet te brengen (misschien wel zijn beste zangpartij op deze plaat).
Een mixed bag dus, maar het platenkopende publiek had er geen problemen mee: de single (It looks like) I'll never fall in love again werd #2 in Engeland, #6 in Amerika (bij een re-release in 1969) en #7 in Nederland, en het album zelf behaalde in Engeland de vijfde plaats en in Amerika de veertiende (als Fever zone, met (It looks like) I'll never fall in love again en Yesterday vervangen door Delilah).
Kortom, een plaat voor de misschien niet al te kritische fans, met een nogal wisselvallige selectie maar inclusief een paar aardige covers en een kwartet meer dan voortreffelijke "klassieke" Jones-krakers.
Voor de volledigheid een overzicht van de origine van de nummers :
1 Wilson Pickett
2 van Holland/Dozier/Holland voor de Supremes
3 van Isaac Hayes en David Porter voor Sam & Dave
4 Stevie Wonder
5 Spencer Davis Group
6 van Smokey Robinson voor de Temptations (maar beroemd vanwege de versie van Rare Earth uit 1970)
7 van Lonnie Donegan en Jim Currie voor Jones zelf (een original dus)
8 Perry Como
9 van Burt Bacharach en Hal David voor Les Reed
10 van Willie Nelson voor diversen
11 een Ierse traditional
12 James Brown
13 Beatles
De titel bedriegt dus: dit waren wel hits, maar het is geen compilatie van Jones' eigen million-sellers. En of deze nummers net zo lang op zijn repertoire zijn blijven staan als zijn eigen hits lijkt me twijfelachtig, want zo af en toe gaat hij heel voorspelbaar de mist in. Dat gebeurt met name als hij met een geheel misplaatste funky benadering een soort street credibility lijkt na te streven, zoals op zijn dramatische cover van Sam & Dave's Hold on, I'm coming en zijn interpretatie van Rare Earths Get ready. En al evenmin overtuigt hij wanneer hij een ongezonde dosis drama probeert te injecteren in nummers die juist bij kleinschaligheid gebaat zijn, zoals de Ierse traditional Danny boy en de plaatafsluiter Yesterday (misschien zelfs tóén al een afgelikte boterham: 1100 covers alleen al tussen 1965 en 1972!).
Aanzienlijk beter vergaat het hem wanneer hij rechttoe-rechtaan zingt op strak gearrangeerde nummers die hem veel beter liggen, zoals You keep me hangin' on (ondanks de wellicht noodzakelijke maar toch vrij onfortuinlijke aanpassing "Why don't you be a woman about it") en James Browns It's a man's man's man's world, waarop hij warempel de urgentie van het origineel weet te benaderen.
Het hart van de plaat wordt echter gevormd door het blok van vier nummers die stuk voor stuk speciaal voor hem lijken te zijn geschreven en waarin hij zijn gevoel voor drama naar hartelust kan uitleven en zijn gigantische stem optimaal kan inzetten: de grote eigen hitsingle (It looks like) I'll never fall in love again, het dramatische I know, het korte maar zeer krachtige I wake up crying en Willie Nelsons Funny how time slips away, waarin hij een fraai element van somberheid en dreiging weet te brengen (misschien wel zijn beste zangpartij op deze plaat).
Een mixed bag dus, maar het platenkopende publiek had er geen problemen mee: de single (It looks like) I'll never fall in love again werd #2 in Engeland, #6 in Amerika (bij een re-release in 1969) en #7 in Nederland, en het album zelf behaalde in Engeland de vijfde plaats en in Amerika de veertiende (als Fever zone, met (It looks like) I'll never fall in love again en Yesterday vervangen door Delilah).
Kortom, een plaat voor de misschien niet al te kritische fans, met een nogal wisselvallige selectie maar inclusief een paar aardige covers en een kwartet meer dan voortreffelijke "klassieke" Jones-krakers.
Voor de volledigheid een overzicht van de origine van de nummers :
1 Wilson Pickett
2 van Holland/Dozier/Holland voor de Supremes
3 van Isaac Hayes en David Porter voor Sam & Dave
4 Stevie Wonder
5 Spencer Davis Group
6 van Smokey Robinson voor de Temptations (maar beroemd vanwege de versie van Rare Earth uit 1970)
7 van Lonnie Donegan en Jim Currie voor Jones zelf (een original dus)
8 Perry Como
9 van Burt Bacharach en Hal David voor Les Reed
10 van Willie Nelson voor diversen
11 een Ierse traditional
12 James Brown
13 Beatles
Tom Jones - Along Came Jones (1965)

3,0
0
geplaatst: 23 januari 2014, 17:14 uur
De origine van dit album is enigszins onduidelijk. Volgens John Tracy in het bijbehorende CD-boekje is dit een Amerikaanse compilatie van nummers van Jones' eerste twee Engelse platen It's not unusual (en om de zaken nog een beetje complexer te maken heet die plaat ook wel gewoon Tom Jones) en What's new pussycat?, maar volgens Wikipedia is dit juist de Engelse debuutplaat waarvan in Amerika een ingekorte versie genaamd It's not unusual verscheen. (De All Music Guide noemt It's not unusual Jones' "first American album", maar heeft daarbij dan weer 1987 als releasedatum en een tracklisting van 18 hits, dus daar let ik maar helemáál niet op.)
Dat dit album niet alleen alle twaalf nummers van It's not unusual bevat maar ook nog eens vier (van de twaalf) nummers van What's new pussycat? (hier tracks 1, 10, 12 en 13) duidt er volgens mij op dat Tracy's insteek de juiste is, maar aangezien It's not unusual zèlf niet op MusicMeter staat zullen we Along came Jones (als de uitgebreide versie van It's not unusual) hier maar gewoon als Jones' debuutalbum laten gelden.
De beste nummers hierbij zijn dikwijls de puntige popsingles, geschreven door Jones' manager Gordon Mills en/of arrangeur Les Reed, zoals de grote hit It's unusual, I've got a heart (bijna een kopie daarvan maar eigenlijk even sterk), Once upon a time en het slepende Some other guy, maar ook het romantische The rose (en als dat Jones dat niet "overzingt" is hij ook daarin opmerkelijk effectief).
Aan de andere kant van het spectrum staan de gedragen ballades zoals I need your loving en When the world was beautiful, met dikwijls arrangementen waarbij niet op een nootje meer of minder wordt gekeken, maar het stevige jaren-60-geluid houdt de nummers toch bijna draaglijk. Hoogtepunt (of dieptepunt) hierbij is Jones' versie van Autumn leaves, sowieso al done to death met inmiddels zo'n 1500 covers, voor mij persoonlijk vooral bekend vanwege de versie van Tommy Cooper, die achter de piano zat toen er tijdens een televisieoptreden plotseling allemaal herfstblaadjes omlaag begonnen te dwarrelen: eerst veegde hij ze slechts licht ontstemd van zijn vleugel af, toen werd hij boos en tenslotte raakte hij –bijna tot wanhoop gedreven– bedolven onder de vallende herfstblaadjes.
Tussen die twee uitersten in staan dan de redelijk geslaagde covers van meer poppy nummers, zoals Chuck Berry's Memphis Tennessee (eerder ook een hitje voor Dave –geen familie– Berry), Wilson Picketts If you need me (mij eerder bekend in de versie van de Stones), twee nummers van Brook Benton en een tamelijk rampzalige cover van Ben E. Kings Spanish Harlem.
Al met al een aardig tijdsdocument van een zanger die eigenlijk geboren leek te zijn om commerciële r&b en pop naar een hoger niveau te tillen, maar door zijn MOR-ballades van meerdere walletjes bleek te kunnen eten. Dat dat ten koste van zijn geloofwaardigheid als serieuze zanger zou gaan nam Jones op de koop toe; gelukkig is op de uptempo-hits op deze compilatie nog te horen hoe energiek hij kon klinken, mede dankzij de al eerder genoemde heerlijk volle maar toch kraakheldere sixties-sound. Maar nogmaals, wees gewaarschuwd voor de stroperige ballades. . .
Dat dit album niet alleen alle twaalf nummers van It's not unusual bevat maar ook nog eens vier (van de twaalf) nummers van What's new pussycat? (hier tracks 1, 10, 12 en 13) duidt er volgens mij op dat Tracy's insteek de juiste is, maar aangezien It's not unusual zèlf niet op MusicMeter staat zullen we Along came Jones (als de uitgebreide versie van It's not unusual) hier maar gewoon als Jones' debuutalbum laten gelden.
De beste nummers hierbij zijn dikwijls de puntige popsingles, geschreven door Jones' manager Gordon Mills en/of arrangeur Les Reed, zoals de grote hit It's unusual, I've got a heart (bijna een kopie daarvan maar eigenlijk even sterk), Once upon a time en het slepende Some other guy, maar ook het romantische The rose (en als dat Jones dat niet "overzingt" is hij ook daarin opmerkelijk effectief).
Aan de andere kant van het spectrum staan de gedragen ballades zoals I need your loving en When the world was beautiful, met dikwijls arrangementen waarbij niet op een nootje meer of minder wordt gekeken, maar het stevige jaren-60-geluid houdt de nummers toch bijna draaglijk. Hoogtepunt (of dieptepunt) hierbij is Jones' versie van Autumn leaves, sowieso al done to death met inmiddels zo'n 1500 covers, voor mij persoonlijk vooral bekend vanwege de versie van Tommy Cooper, die achter de piano zat toen er tijdens een televisieoptreden plotseling allemaal herfstblaadjes omlaag begonnen te dwarrelen: eerst veegde hij ze slechts licht ontstemd van zijn vleugel af, toen werd hij boos en tenslotte raakte hij –bijna tot wanhoop gedreven– bedolven onder de vallende herfstblaadjes.
Tussen die twee uitersten in staan dan de redelijk geslaagde covers van meer poppy nummers, zoals Chuck Berry's Memphis Tennessee (eerder ook een hitje voor Dave –geen familie– Berry), Wilson Picketts If you need me (mij eerder bekend in de versie van de Stones), twee nummers van Brook Benton en een tamelijk rampzalige cover van Ben E. Kings Spanish Harlem.
Al met al een aardig tijdsdocument van een zanger die eigenlijk geboren leek te zijn om commerciële r&b en pop naar een hoger niveau te tillen, maar door zijn MOR-ballades van meerdere walletjes bleek te kunnen eten. Dat dat ten koste van zijn geloofwaardigheid als serieuze zanger zou gaan nam Jones op de koop toe; gelukkig is op de uptempo-hits op deze compilatie nog te horen hoe energiek hij kon klinken, mede dankzij de al eerder genoemde heerlijk volle maar toch kraakheldere sixties-sound. Maar nogmaals, wees gewaarschuwd voor de stroperige ballades. . .
Tom Jones - Green, Green Grass of Home (1967)

5,0
0
geplaatst: 27 december 2013, 21:07 uur
Begonnen met rhythm & blues (Chills and fever) en lekkere up-tempo-pop (It's not unusual, Once upon a time, I've got a heart) begon Tom Jones zo ongeveer halverwege de jaren zestig meer richting de Amerikaanse MOR-countrypop te drijven, artistiek gezien niet de meest spannende keuze maar in commercieel opzicht met redelijk spectaculair resultaat. Op dit album lijkt hij zo'n beetje de bakens van jong naar ouder publiek te verzetten, met als gevolg een mengeling van stevig en zacht songmateriaal.
In theorie zou dat eigenlijk niet mogen werken, maar Jones' superbe voordracht, de zorgvuldige arrangementen (vaak met gitaar/piano/bas/drums als basis) van onder andere producer Peter Sullivan, en de bijna perfecte songkeuze maken hier toch een zeer geslaagd geheel van. Zo heb je aan de ene kant de Jim Reeves-kraker He'll have to go, een vrij sentimenteel liedje waarbij in Jones' handen de seks echter door de telefoonlijn druipt, het tragische liefdeswalsje Funny familiar forgotten feelings (geschreven door Mickey Newbury), en natuurlijk het enigszins drakerige maar dankzij de fraaie twist nog altijd draaglijke titelnummer, in Engeland 6 weken en in Nederland 2 weken op nummer 1.
Aan de andere kant is daar het bijna gospelachtige Two brothers, een fraaie ballade met een pijnlijk hart over twee broers die in de Amerikaanse Burgeroorlog aan verschillende kanten vechten. Plaatafsluiter Detroit City is een mooi bitter nummer over een man die zijn achtergebleven familie laat weten dat hij het helemaal gemaakt heeft in de grote stad, maar de werkelijkheid is anders: "But by day I make the cars / And by night I make the bars." All I get from you are heartaches is een eigenlijk vrij gewoon liefdesliedje over een onbeantwoorde passie dat echter een prachtige climax krijgt wanneer Jones op het einde zijn stem op karakteristieke wijze laat schallen, en als hij tenslotte in zijn knetterende versie van Tennessee Ernie Fords Sixteen tons buldert:
If you see me comin', better step aside
A lot of men didn't, a lot of men died
I've got one fist of iron, the other of steel
If the right one don't get you, then the left one will!
dan stáp je ook automatisch even opzij.
Gitaren versus strijkers, blazers versus koortjes, een lekker hard "knakkende" bas versus sentimentele teksten over de ogen van zijn moeder – het past allemaal precies, en boven alles uit is daar steeds Jones' ijzersterke stem, één van de krachtigste en meest expressieve die ik ken. Wie wil weten waarom Tom Jones één van de grootste sterren van de jaren zestig was en vijftig jaar later nog altijd top of the bill is, maar niet terug wil grijpen op één van zijn talloze greatest-hits-compilaties, kan niet beter doen dan Green green grass of home aan te schaffen en met open oren en een open geest te beluisteren. (Pas trouwens wel op: onder deze titel circuleert er nog minstens één ander album van Tom Jones met een totaal andere tracklisting.)
In theorie zou dat eigenlijk niet mogen werken, maar Jones' superbe voordracht, de zorgvuldige arrangementen (vaak met gitaar/piano/bas/drums als basis) van onder andere producer Peter Sullivan, en de bijna perfecte songkeuze maken hier toch een zeer geslaagd geheel van. Zo heb je aan de ene kant de Jim Reeves-kraker He'll have to go, een vrij sentimenteel liedje waarbij in Jones' handen de seks echter door de telefoonlijn druipt, het tragische liefdeswalsje Funny familiar forgotten feelings (geschreven door Mickey Newbury), en natuurlijk het enigszins drakerige maar dankzij de fraaie twist nog altijd draaglijke titelnummer, in Engeland 6 weken en in Nederland 2 weken op nummer 1.
Aan de andere kant is daar het bijna gospelachtige Two brothers, een fraaie ballade met een pijnlijk hart over twee broers die in de Amerikaanse Burgeroorlog aan verschillende kanten vechten. Plaatafsluiter Detroit City is een mooi bitter nummer over een man die zijn achtergebleven familie laat weten dat hij het helemaal gemaakt heeft in de grote stad, maar de werkelijkheid is anders: "But by day I make the cars / And by night I make the bars." All I get from you are heartaches is een eigenlijk vrij gewoon liefdesliedje over een onbeantwoorde passie dat echter een prachtige climax krijgt wanneer Jones op het einde zijn stem op karakteristieke wijze laat schallen, en als hij tenslotte in zijn knetterende versie van Tennessee Ernie Fords Sixteen tons buldert:
If you see me comin', better step aside
A lot of men didn't, a lot of men died
I've got one fist of iron, the other of steel
If the right one don't get you, then the left one will!
dan stáp je ook automatisch even opzij.
Gitaren versus strijkers, blazers versus koortjes, een lekker hard "knakkende" bas versus sentimentele teksten over de ogen van zijn moeder – het past allemaal precies, en boven alles uit is daar steeds Jones' ijzersterke stem, één van de krachtigste en meest expressieve die ik ken. Wie wil weten waarom Tom Jones één van de grootste sterren van de jaren zestig was en vijftig jaar later nog altijd top of the bill is, maar niet terug wil grijpen op één van zijn talloze greatest-hits-compilaties, kan niet beter doen dan Green green grass of home aan te schaffen en met open oren en een open geest te beluisteren. (Pas trouwens wel op: onder deze titel circuleert er nog minstens één ander album van Tom Jones met een totaal andere tracklisting.)
Tom Jones - Praise & Blame (2010)

2,5
1
geplaatst: 29 oktober 2020, 14:17 uur
Ja, Jones is nog extreem goed bij stem, en nee, hij leunt nauwelijks op zijn bekende maniertjes of oerschreeuwen; ja, hij klinkt eerlijk en intens, en nee, dit zowel qua intentie als qua oorsprong toch oude repertoire doet nergens belegen aan; ja, ik was al fan van Jones, en nee, ik heb er absoluut geen moeite mee dat hij nu eens strak linksaf slaat (en het is niet eens zo héél erg ver verwijderd van zijn vroegste repertoire : voordat hij de MOR-kant opging zat hij immers al tegen de R&B aan met nummers als Chills and fever en It takes a worried man). Waarom kan ik hier dan toch niet enthousiaster over zijn? Misschien omdat het toch nèt te braaf klinkt, met een band die rockt maar die maar zelden echt buiten de lijntjes kleurt (zoals op de hoogtepunten Lord help en Burning Hell), misschien omdat Jones' nog altijd sublieme stem in feite te goed is om mij het gevoel te geven dat de nummers echt doorleefd zijn, en zéker vanwege het dameskoortje dat sommige nummers (Strange things, Don't knock, Didn't it rain) feilloos weet te verpesten. Absoluut geen slechte plaat, en het is zeker een lovenswaardige poging van Jones om op zijn oude dag het roer nog eens flink om te gooien, maar het vuurtje waar deze muziek bij staat of valt komt wat mij betreft te zelden op de juiste temperatuur.
Tom Robinson Band - Power in the Darkness (1978)

5,0
0
geplaatst: 12 juni 2011, 15:27 uur
Naar ik vrees is deze band in historisch opzicht qua aandacht een beetje tussen de wal van de echte punk en het schip van de postpunk is gevallen. Kortom, dit album verdient een herontdekking, want dit is intense, gedreven en strakke punky powerpop. De versie hierboven is de oorspronkelijke elpee (nummers 1 t/m 10), aangevuld met de nummers van de kwalitatief even interessante mini-elpee die bij sommige vinylpersingen meegeleverd werd, alles in uitstekende geluidskwaliteit en met een aardig boekje. Er bestaan ook versies met daarbovenop nog twee extra tracks, een live-uitvoering van Waiting for the man van de Velvet Underground en een "2004 remix" van Power in the darkness, respectievelijk overbodig en abominabel.
Tom Verlaine - Dreamtime (1981)

2,5
0
geplaatst: 31 mei 2011, 21:41 uur
Jazeker ken ik dit nog, maar ik vond het nogal een teleurstelling. Ik had het idee dat Verlaine hier keek hoeveel hij kon bereiken met kaalheid: simpel droog drumwerk, minimale gitaarlijnen en abstracte teksten, en dan als contrast zijn emotionele zang en zijn altijd sublieme solo's, maar helaas kwam het er allemaal niet uit, de muziek kwam op mij te leeg over, te gekunsteld, niet warm genoeg. Alleen Penetration en Without a word springen er uit.
Zeg Waltzinblack... Een heilig muziekfeitje voor mij is de herinnering aan het jaarlijstje van 1977 van Muziekkrant Oor (dus samengesteld door al hun journalisten), want de eerste acht van die (toentertijd) twintig platen waren allemaal debuutplaten:
1. Elvis Costello - My aim is true
2. Never mind the bollocks here's the Sex Pistols
3. Talking Heads - 77
4. Stranglers - Rattus norvegicus
5. Television - Marquee moon
6. Ian Dury - New boots and panties!!
7. Mink DeVille
8. Blondie
(Oor-jaarlijstje 1977 geeft een andere volgorde, maar volgens mij is dat lijstje gebaseerd op de noteringen in de tweewekelijkse "Elpee-Oase".)
Als ik jouw persoonlijke top-10 zie moet dat jou toch aanspreken. Mij ook, want 1977 was het jaar waarop ik voor het eerst geld genoeg had om op een serieuze basis platen te gaan kopen -- en dan zó'n jaar... (En 1978: 1. Elvis Costello - This year's model en 2. Talking Heads - More songs about buildings and food!)
Zeg Waltzinblack... Een heilig muziekfeitje voor mij is de herinnering aan het jaarlijstje van 1977 van Muziekkrant Oor (dus samengesteld door al hun journalisten), want de eerste acht van die (toentertijd) twintig platen waren allemaal debuutplaten:
1. Elvis Costello - My aim is true
2. Never mind the bollocks here's the Sex Pistols
3. Talking Heads - 77
4. Stranglers - Rattus norvegicus
5. Television - Marquee moon
6. Ian Dury - New boots and panties!!
7. Mink DeVille
8. Blondie
(Oor-jaarlijstje 1977 geeft een andere volgorde, maar volgens mij is dat lijstje gebaseerd op de noteringen in de tweewekelijkse "Elpee-Oase".)
Als ik jouw persoonlijke top-10 zie moet dat jou toch aanspreken. Mij ook, want 1977 was het jaar waarop ik voor het eerst geld genoeg had om op een serieuze basis platen te gaan kopen -- en dan zó'n jaar... (En 1978: 1. Elvis Costello - This year's model en 2. Talking Heads - More songs about buildings and food!)
Tom Verlaine - Tom Verlaine (1979)

4,5
0
geplaatst: 31 mei 2011, 21:30 uur
Niks herontdekking Lucky, gelukkig ben ik ook altijd op de hoogte gebleven van dit meesterwerk, want ik heb hem eveneens in 1979 gekocht, na het spijtige verscheiden van Television. Aan jouw verhaal is niet veel toe te voegen. In Breakin' in my heart hoor jij een link naar Television, maar ik herinner me nog dat de recensent van Muziekkrant Oor hier indertijd ook het twee-akkoorden-werk van de Velvet Underground in hoorde, en dat zijn sowieso natuurlijk allebei ultieme Newyorkse bands.
Tony Christie - Star Collection (1992)
Alternatieve titel: Amarillo

4,0
1
geplaatst: 13 januari 2020, 12:02 uur
Is Tony Christie een guilty pleasure ? Volgens Dave Grohl bestaan die niet ("als je iets leuk vindt, kom er dan gewoon voor uit"), dus vooruit: Tony Christie (Anthony Fitzgerald, 1943-) heb ik altijd beschouwd als iemand die zowel qua timbre als qua repertoire (en dus ook qua marktsegment) in de voetsporen van Tom Jones probeerde te treden, maar ondertussen heeft hij toch wel een paar erg leuke nummers gemaakt. Zijn echt grote top-40-succes bleef eigenlijk beperkt tot twee hits in 1971, I did what I did for Maria (#2 in Engeland) en Amarillo (#4 in Nederland), hoewel hij in Nieuw-Zeeland nog wel langer populair bleef.
Zelf leerde ik Christie kennen via de verzamelelpee Las Vegas in de platencollectie van één van mijn oudere zussen, en toen ik op zoek ging naar een goede CD-compilatie moesten daar dan ook per se alle hoogtepunten van die LP op staan. Nog niet zo eenvoudig, want er circuleren werkelijk tientallen Greatest Hits-platen van hem, maar deze Duitse Star Collection-CD heeft dan toch alles wat ik van Christie wilde hebben : natuurlijk zijn twee grote hits, maar ook de lekkere up-tempo-krakers Smile a little smile for me en Give me your love again (met een Four Tops-achtig koortje) en de sterke protestsong God is on my side (inclusief verwijzingen naar Vietnam ["little towns tumble down in sheets in flame"] en een krachtig refrein: "They tell me God is on my side, sitting high on my shoulder all the way / That means anything I do is A-OK / As long as God is on my side, then commandment number six don't mean a thing / Well if God is on my side in this war, I don't want no part of Him").
Las Vegas is denk ik wel het beste nummer dat hier op staat, met een sterke tekst over het draaiende roulettewiel dat weerspiegeld wordt in de muzikale cirkel-motieven van strijkers en gitaar, en een basgitaar die tijdens de laatste minuut los mag gaan op een manier die je niet verwacht op een top-40-single uit die tijd. Mijn persoonlijke favoriet is echter de ballade Frankie, in 1978 een kleine Nederlandse hit voor Lee Towers maar onovertroffen in de originele versie van Christie, met een snik in de melodie (en in zijn stem) die mij op de een of andere manier recht in het hart treft. (En het was juist dít voor mij zo essentiële nummer dat zo moeilijk te vinden was op zijn verzamel-CD's...)
Dat er daarnaast wel wat melige nummers op staan (zoals de kleine hit Don't go down to Reno of de vriendin-komt-om-bij-auto-ongeluk-tranentrekker Drive safely darlin' ) neem ik wel voor lief, het gaat uiteindelijk toch om die hoogtepunten, en in die paar nummers is Christie eigenlijk niet minder dan, bijvoorbeeld, Tom Jones. (Ook nog een bizar nummer : I never was a child gaat over een man die klaagt dat hij nooit echt kind heeft kunnen zijn omdat zijn ouders rondreizende vaudeville-artiesten waren – "The only friends I had / Were showmen like my dad / And none of them could see / The little boy in me!")
Kortom, een prima verzameling met minimale annotatie (titels, speelduur en auteurs, de laatsten vaak het succesvolle team van componist Mitch Murray en tekstschrijver Peter Callander die ook verantwoordelijk waren voor hits van zulke verschillende artiesten als Cliff Richard, Paper Lace, Agnetha Fältskog, Georgie Fame, Shirley Bassey, Nana Mouskouri en de Tremeloes) en een vrijwel anoniem boekje maar een prima geluid. Heerlijk jeugdsentiment waar ik nog steeds erg vrolijk van kan worden.
Zelf leerde ik Christie kennen via de verzamelelpee Las Vegas in de platencollectie van één van mijn oudere zussen, en toen ik op zoek ging naar een goede CD-compilatie moesten daar dan ook per se alle hoogtepunten van die LP op staan. Nog niet zo eenvoudig, want er circuleren werkelijk tientallen Greatest Hits-platen van hem, maar deze Duitse Star Collection-CD heeft dan toch alles wat ik van Christie wilde hebben : natuurlijk zijn twee grote hits, maar ook de lekkere up-tempo-krakers Smile a little smile for me en Give me your love again (met een Four Tops-achtig koortje) en de sterke protestsong God is on my side (inclusief verwijzingen naar Vietnam ["little towns tumble down in sheets in flame"] en een krachtig refrein: "They tell me God is on my side, sitting high on my shoulder all the way / That means anything I do is A-OK / As long as God is on my side, then commandment number six don't mean a thing / Well if God is on my side in this war, I don't want no part of Him").
Las Vegas is denk ik wel het beste nummer dat hier op staat, met een sterke tekst over het draaiende roulettewiel dat weerspiegeld wordt in de muzikale cirkel-motieven van strijkers en gitaar, en een basgitaar die tijdens de laatste minuut los mag gaan op een manier die je niet verwacht op een top-40-single uit die tijd. Mijn persoonlijke favoriet is echter de ballade Frankie, in 1978 een kleine Nederlandse hit voor Lee Towers maar onovertroffen in de originele versie van Christie, met een snik in de melodie (en in zijn stem) die mij op de een of andere manier recht in het hart treft. (En het was juist dít voor mij zo essentiële nummer dat zo moeilijk te vinden was op zijn verzamel-CD's...)
Dat er daarnaast wel wat melige nummers op staan (zoals de kleine hit Don't go down to Reno of de vriendin-komt-om-bij-auto-ongeluk-tranentrekker Drive safely darlin' ) neem ik wel voor lief, het gaat uiteindelijk toch om die hoogtepunten, en in die paar nummers is Christie eigenlijk niet minder dan, bijvoorbeeld, Tom Jones. (Ook nog een bizar nummer : I never was a child gaat over een man die klaagt dat hij nooit echt kind heeft kunnen zijn omdat zijn ouders rondreizende vaudeville-artiesten waren – "The only friends I had / Were showmen like my dad / And none of them could see / The little boy in me!")
Kortom, een prima verzameling met minimale annotatie (titels, speelduur en auteurs, de laatsten vaak het succesvolle team van componist Mitch Murray en tekstschrijver Peter Callander die ook verantwoordelijk waren voor hits van zulke verschillende artiesten als Cliff Richard, Paper Lace, Agnetha Fältskog, Georgie Fame, Shirley Bassey, Nana Mouskouri en de Tremeloes) en een vrijwel anoniem boekje maar een prima geluid. Heerlijk jeugdsentiment waar ik nog steeds erg vrolijk van kan worden.
Toontje Lager - Er Op of Er Onder (1982)

4,5
0
geplaatst: 15 mei 2011, 12:52 uur
mcouzijn schreef:
Ik als neerlandici zijnde
Ik als neerlandici zijnde
Ehmmm... is dit niet gewoon een Kees van Kooten-achtige opzettelijke misverspreking? Wie houdt van Toontje Lager zou deze ironie toch wel mogen herkennen dunkt me.
Wat dit album betreft:
Merkwaardig hoe het van tevoren niet te voorspellen is welke groepen de tand des tijds in je eigen smaak zullen gaan doorstaan en welke niet. Deze band zou ik 25 jaar geleden duidelijk in de tweede categorie hebben voorspeld, maar het is nu 2011 en ik draai ze nog steeds.
Nou ja, zo vreemd is het nou ook weer niet, want het is toch wel duidelijk aan te wijzen wat ik er leuk aan vind. Zeer goede teksten waarvan vroeger vooral de humor opviel (waarbij vooral Viel die maar in het oog sprong, extra leuk omdat daar nergens expliciet wordt gezegd waarover het gaat), maar daarna toch vooral de schrijnende aspecten, met soms warempel een lijflied-in-spé (de tekst van Niks na de dood!), uitstekende functionele en veelzijdige gitaarpartijen met heerlijke puntige solo's à la Elliott Easton van de Cars, en last but not least de strakke en zeer heldere produktie waarbinnen elk instrument perfect hoorbaar is zodat het gewoon echt aangenaam is om naar deze sound te luisteren. En zoals dat gaat bij muziek die je leuk vindt en dus vaak draait, wordt het storende of minder aangename element (in dit geval de stem van Erik Mesie, van wie ik vroeger vond dat hij altijd klonk alsof hij elk moment in huilen kon gaan uitbarsten) na verloop van tijd zó in het geheel opgenomen dat je niet meer weet wat je er ook altijd weer zo ergerlijk aan vond (cf. de synthetische drums bij Prince ten tijde van Purple rain).
Heerlijke plaat. Vinylkant 1 (de eerste vijf nummers) blijft geweldig en zeer afwisselend, kant 2 bevat naast de enige twee missers (Het beest in mij en Reperteer, allebei flauw) de drie schrijnende hoogtepunten van het album (met Ben jij ook zo bang voor mij als favoriet).
Vroeger, toen er een soort top-drie van de Nederpop bestond, stond kwam deze band voor mij altijd op gepaste afstand van Het Goede Doel en Doe Maar. Tegenwoordig denk ik echter dat dit voor mij toch stiekem het leukste bandje is gebleken. Ik draai het in ieder geval nog verrassend vaak.
Toontje Lager - Stiekem Dansen (1983)

4,0
0
geplaatst: 15 mei 2011, 12:57 uur
Minder verrassend dan Er op of er onder, maar eigenlijk net zo leuk, met dezelfde pluspunten (fraaie teksten, geweldig gitaarspel en heerlijke produktie), qua toon iets serieuzer en somberder, maar met net zo'n hoge draaibaarheidsfactor. Uiteraard trekken Stiekem gedanst en het zeer herkenbare Zoveel te doen de meeste aandacht, maar mijn eigen favorieten zijn De deur staat altijd op 'n kier (met prachtig hortend-en-stotend ritme en treffende en soms absurd-komische regels: "Ik was de laatste tijd vaak weg / Babysitten, autopech") en Het nut van volle maan (nooit brul ik teksten zó hard mee als "En ik hoor mezellef denken: 'Wat ben ik toch een lul!'"). Alleen het slotnummer is wat melig.
Keurig op CD gezet (indertijd op CD samen met Er op of er onder in één kartonnen hoesje voor 15 gulden bij de V&D gekocht), maar... herinner ik me dit goed? Volgens mij was het op de vinylversie zo dat je na het wegsterven van Vorige week in de verte een deurbel hoort, gevolgd door de stem van Erik Mesie die op perfect geïrriteerde toon "Ja ja!" zegt, waarna Zoveel te doen invalt. Een erg grappige brug tussen die twee nummers waarnaar ik elke keer weer uitkeek – maar op CD ontbreekt hij (althans op de CD die ik van deze plaat heb, Sky TCD 10146-2, en ik kan me niet voorstellen dat dit album twéé keer op CD zou zijn gezet). Speelt mijn geheugen me hier parten of kan iemand deze herinnering bevestigen?
Keurig op CD gezet (indertijd op CD samen met Er op of er onder in één kartonnen hoesje voor 15 gulden bij de V&D gekocht), maar... herinner ik me dit goed? Volgens mij was het op de vinylversie zo dat je na het wegsterven van Vorige week in de verte een deurbel hoort, gevolgd door de stem van Erik Mesie die op perfect geïrriteerde toon "Ja ja!" zegt, waarna Zoveel te doen invalt. Een erg grappige brug tussen die twee nummers waarnaar ik elke keer weer uitkeek – maar op CD ontbreekt hij (althans op de CD die ik van deze plaat heb, Sky TCD 10146-2, en ik kan me niet voorstellen dat dit album twéé keer op CD zou zijn gezet). Speelt mijn geheugen me hier parten of kan iemand deze herinnering bevestigen?
Top Hole 13 Jaar Stronteigenwijs (1994)

3,5
0
geplaatst: 8 mei 2014, 12:55 uur
Leuke verzameling met dertien bands uit de stal van het Friese label voor alternatieve muziek, waaronder ook een paar namen die in de rest van Nederland weerklank hebben gevonden, zoals Weekend At Waikiki, de Boegies en de Raggende Manne. Een prima compilatie die genoeg aanleiding biedt om eens wat te gaan graven. Persoonlijke favoriet is de opener, beginnend met een simpel akoestisch gitaartje en halverwege openbarstend in een heerlijke Dinosaur Jr-achtige fuzzgitaarexplosie.
Toto - Past to Present 1977-1990 (1990)

4,0
1
geplaatst: 7 januari 2022, 21:23 uur
Hoe krijg je het voor elkaar. Negen nummers van zo ongeveer het beste dat de Amerikaanse MOR te bieden heeft (als je er van houdt), aangevuld met vier misbaksels gezongen door iemand die net zo'n irritante nasale stem heeft als Allan Clarke van de Hollies maar helaas diens zeggingskracht totaal mist. Bij dat succesvolle negental zaten diverse enorme hits, van dat andere kwartet werd in de hitlijsten helemaal niets meer vernomen, en terecht. Het komt natuurlijk wel vaker voor dat er nooit eerder uitgebrachte nummers op een compilatie staan als lokkertje voor de fans die verder alles al hebben (sowieso een verfoeilijke strategie), maar als de nummers dan ook nog eens zo beroerd zijn voel je je als die-hard-fan wel héél erg bekocht. Of misschien zou die strategie zich juist tégen de samenstellers keren wanneer de fans die nummers vooraf zouden horen, want dan zouden ze begrijpen dat ze de plaat eigenlijk gewoon links konden laten liggen – voor de nieuwe nummers hoefden ze het niet te doen.
Hoe dan ook, een gigantisch verkoopsucces in Nederland, maar in Amerika kwam dit album om de een of andere reden niet hoger dan de 153ste plaats. Vroeger moest ik niets van die hits hebben, nú kan ik de ambachtelijke perfectie en de geliktheid wel waarderen. I won't hold you back kende ik eerder alleen als sample bij Roger Sanchez' Another chance, van Stop loving you heb ik altijd gedacht dat het van Foreigner was, en Hold the line blijft een heerlijk nummer met die hamerpiano, dat tegendraadse felle gitaarloopje en die drums die onverstoorbaar in 4/4 blijven spelen. (Ik moet gewoon uitkijken dat ik hier in een sentimentele bui niet té enthousiast over word – het zit allemaal toch wel èrg goed in elkaar.)
Hoe dan ook, een gigantisch verkoopsucces in Nederland, maar in Amerika kwam dit album om de een of andere reden niet hoger dan de 153ste plaats. Vroeger moest ik niets van die hits hebben, nú kan ik de ambachtelijke perfectie en de geliktheid wel waarderen. I won't hold you back kende ik eerder alleen als sample bij Roger Sanchez' Another chance, van Stop loving you heb ik altijd gedacht dat het van Foreigner was, en Hold the line blijft een heerlijk nummer met die hamerpiano, dat tegendraadse felle gitaarloopje en die drums die onverstoorbaar in 4/4 blijven spelen. (Ik moet gewoon uitkijken dat ik hier in een sentimentele bui niet té enthousiast over word – het zit allemaal toch wel èrg goed in elkaar.)
Traffic - Far from Home (1994)

2,5
0
geplaatst: 26 september 2016, 17:42 uur
Brrr... Deze plaat is niet zozeer slecht alswel zó professioneel gemaakt dat het resultaat ongeïnspireerd klinkt, met als voornaamste kenmerken een doodse eighties-synthesizer-sound en veel nummers die veel te lang doorgaan zonder enige toegevoegde waarde, zoals het stomvervelende Some kinda woman inclusief abominabele saxsolo (het dieptepunt van de plaat, hoewel de melige plaatafsluiter er óók mag zijn). De titeltrack en This train won't stop halen het niveau een beetje op, Holy ground is ook wel fraai maar kan ik persoonlijk nauwelijks aanhoren vanwege de Uilleann pipes die voor mijn gevoel niet een organisch onderdeel van het arrangement vormen maar alleen maar worden ingezet om een oneigenlijk sfeertje van "authenticiteit" te forceren, en alleen in Here comes a man klinkt èchte bezieling door (maar dat is dan meteen ook wel weer een èrg mooi nummer).
Traffic - Heaven Is in Your Mind (1967)

4,5
0
geplaatst: 11 december 2018, 12:02 uur
Nòg een verschil met Mr Fantasy (behalve dus de drie nieuwe nummers en het andere intro van Giving to you) is dat de speelduur van sommige nummers op Heaven is in your mind afwijkt – Dealer duurt hier zelfs 22 seconden langer, met een grappige baslijn in de coda. Ook zijn er paar gekke minimale afwijkingen, zoals het feit dat de zes nummers na Hole in my shoe in de Engelse versie gewoon stilvallen tijdens de allerlaatste seconden, terwijl je in de Amerikaanse versie in de verte steeds nog restjes Hole in my shoe hoort, alsof dat al die tijd met een eindeloos outro op de achtergrond heeft doorgespeeld. (Althans, dat hoor ik zo op de CD-uitgave waarbij het dozijn nummers van Heaven is in your mind achter Mr Fantasy is geperst, maar ik weet niet of dat ook al zo was op het originele vinyl, noch wie er verantwoordelijk voor is, Traffic zelf of iemand van de Amerikaanse platenmaatschappij.) En ook eindigt het Amerikaanse titelnummer met een iets andere gitaarsolo.
Moeilijk om dit album met deze sequencing te beoordelen. We zijn nu in ieder geval dat flauwe Utterly simple kwijt en drie geweldige nummers rijker, dus je zou zeggen dat dat per saldo een beter album zou moeten hebben opgeleverd, maar ik vond Dear Mr Fantasy en Giving to you als afsluiters van kant 1 resp. 2 altijd wel heel elegant (ja, ook al koop ik al 30 jaar geen vinyl meer, toch denk ik nog heel vaak in termen van "kant 1" en "kant 2", ook bij nieuwe releases), en dat Paper sun zo opgeknipt is vind ik ook niet zo geslaagd. Dat maakt er in mijn oren (gewend aan de Engelse release) net een iets minder compact album van, maar Amerikaanse of "verse" oren zouden zomaar déze versie kunnen prefereren.
Moeilijk om dit album met deze sequencing te beoordelen. We zijn nu in ieder geval dat flauwe Utterly simple kwijt en drie geweldige nummers rijker, dus je zou zeggen dat dat per saldo een beter album zou moeten hebben opgeleverd, maar ik vond Dear Mr Fantasy en Giving to you als afsluiters van kant 1 resp. 2 altijd wel heel elegant (ja, ook al koop ik al 30 jaar geen vinyl meer, toch denk ik nog heel vaak in termen van "kant 1" en "kant 2", ook bij nieuwe releases), en dat Paper sun zo opgeknipt is vind ik ook niet zo geslaagd. Dat maakt er in mijn oren (gewend aan de Engelse release) net een iets minder compact album van, maar Amerikaanse of "verse" oren zouden zomaar déze versie kunnen prefereren.
Traffic - John Barleycorn Must Die (1970)

5,0
0
geplaatst: 6 mei 2011, 15:59 uur
Misschien niet gemaakt met de intentie om een tijdloze klassieker te produceren, maar alles valt hier samen: composities, zang, arrangementen, sound, en vooral een zekere losheid die alles precies de juiste lading geeft. Bovendien een enorm hoge draaibaarheidsfactor. Een plaat die voor mij alles heeft, en het album waardoor ik plotseling ging begrijpen wat er zo bijzonder aan Winwoods stem is (want bij de kunstmatige synthesizer- en orgelomlijsting van Arc of a diver, het eerste dat ik echt van hem leerde kennen, vond ik zijn stem eigenlijk absoluut niet passen).
Traffic - Last Exit (1969)

3,5
0
geplaatst: 27 oktober 2016, 09:41 uur
Ik hoopte eigenlijk dat deze min of meer willekeurige compilatie net zo'n onbedoelde samenhang zou hebben als bijvoorbeeld Relics, een verzameling nummers die weinig of niets met elkaar te maken hebben maar op de een of andere manier toch een soort organische eenheid vormen. Dat is bij Last exit niet het geval, maar feit is dat de eerste vijf nummers variëren van aardig (ja, zelfs het melige Something's got a hold of my toe) tot geweldig (met het onvolprezen Shanghai noodle factory als absoluut hoogtepunt, tjonge wat zingt Winwood daar geweldig), en de twee lange jams zijn nergens minder dan interessant, inderdaad zoals kaztor zegt "heel pure live-opnames met alle (geluidstechnische) foutjes erin" en met vooral een heerlijk warme orgelsound. Een rare maar erg leuke en sympathieke verzameling, ook al zijn de studio-hoogtepunten reeds elders verkrijgbaar.
Traffic - Mr. Fantasy (1967)

5,0
2
geplaatst: 6 december 2018, 11:51 uur
Kortgeleden kwam ik een bootleg van Traffic met opnames voor de BBC uit oktober en december 1967 tegen, en naar aanleiding daarvan heb ik dit debuutalbum weer eens een paar keer gedraaid. En wàt een geweldige plaat is dit toch, net zo kleurrijk als de hoes (bijna) monochroom is, met aparte composities, grappige ideeën en musical left turns, en vol spelplezier en inventiviteit. Misschien hadden de heren híér al moeite om hun muzikale visies met elkaar in overeenstemming te brengen (met Mason aan de ene kant en de drie overigen daartegenover), maar als ik dat niet had gelezen zou ik het aan deze plaat ook niet hebben afgehoord, want die conflicten leveren hier geen gespleten of halfslachtige muziek op maar juist enorm veel variatie en rijkdom. En wat ik van voornoemde bootleg vooral mee heb gekregen en op dit album bevestigd zie, is de grote rol die Chris Wood heeft; de drie anderen zijn misschien de belangrijkste blikvangers als leadzangers en daardoor frontmannen, maar de manier waarop Wood met zijn fluit en sax het totaalgeluid van nummers als House for everyone, No face no name no number, Dealer en Coloured rain een zeer bepalende en enorm verrijkende kleur geeft is fenomenaal.
Overigens zegt foggy (niet meer actief op MusicMeter sinds 2010) hierboven op 4-8-2008 dat dit voor hem op dezelfde hoogte staat als de Beatles, maar het bereikt in één geval ook dezelfde diepte, want terwijl op Sgt Pepper het ultiemste skipnummer ooit Within you without you staat, vind ik hier Utterly simple met afstand het minste (en ook enige flauwe) nummer van Mr Fantasy. Gelukkig wordt dat dan meteen weer (bijna) goedgemaakt door de overtuiging waarmee Winwood daarna "Yesterday I was a young boy" erin knalt, en van die "Yeaaaaaah!" na de refreinregel krijg ik nog altijd kippenvel. En dan mag Wood nog eens de dans leiden op dat feestelijke slotnummer...
Overigens zegt foggy (niet meer actief op MusicMeter sinds 2010) hierboven op 4-8-2008 dat dit voor hem op dezelfde hoogte staat als de Beatles, maar het bereikt in één geval ook dezelfde diepte, want terwijl op Sgt Pepper het ultiemste skipnummer ooit Within you without you staat, vind ik hier Utterly simple met afstand het minste (en ook enige flauwe) nummer van Mr Fantasy. Gelukkig wordt dat dan meteen weer (bijna) goedgemaakt door de overtuiging waarmee Winwood daarna "Yesterday I was a young boy" erin knalt, en van die "Yeaaaaaah!" na de refreinregel krijg ik nog altijd kippenvel. En dan mag Wood nog eens de dans leiden op dat feestelijke slotnummer...
Traffic - On the Road (1973)

4,0
0
geplaatst: 24 augustus 2016, 16:10 uur
Het bezwaar dat alles allemaal te lang duurt is moeilijk te weerleggen, met zes nummers die gemiddeld dertien minuten duren, maar het gaat toch nergens vervelen, en er wordt naar mijn gevoel op een hoog peil gemusiceerd (hoewel ik van Winwoods gitaarsolo's niet altijd kapot ben). Ik vraag me af wat de rol van Jim Capaldi hierbij was, want wat hij naast een (andere) drummer èn een percussionist nog aan het totaalgeluid kan bijdragen weet ik niet (tenzij hij natuurlijk op sommige nummers als tweede of zelfs enige drummer meespeelt), en als (lead)zanger is hij alleen te horen op Light up or leave me alone. Wel veel ruimte voor de fluit en vooral de lekker brommende sax van Chris Wood.
Traffic - Shoot Out at the Fantasy Factory (1973)

3,0
0
geplaatst: 30 april 2011, 15:05 uur
Ik val bij Traffic dikwijls meteen al als een blok voor het warme organische geluid van hun arrangementen, met Winwoods "soulful voice" bovenop een warm bed van orgel, piano, sax en drums. Zo ook bij dit album.
Dit gezegd hebbende moet me toch van het hart dat het gebodenene tussen het sterke openingsnummer en het lekker bluesy slotnummer me niet echt kan boeien. Het lijkt wel alsof de goede wil er bij Windood en Capaldi wel is, maar de inspiratie het even laat afweten.
Overigens vindt de recensent van de All Music Guide dat de gitaarriff uit het titelnummer wel erg lijkt op het loopje uit Smoke on the water. Voordat je nu de voorafgaande spoiler bekijkt, probeer even zelf te verzinnen welk nummer daar zou kunnen worden genoemd...
Vergezocht?
Dit gezegd hebbende moet me toch van het hart dat het gebodenene tussen het sterke openingsnummer en het lekker bluesy slotnummer me niet echt kan boeien. Het lijkt wel alsof de goede wil er bij Windood en Capaldi wel is, maar de inspiratie het even laat afweten.
Overigens vindt de recensent van de All Music Guide dat de gitaarriff uit het titelnummer wel erg lijkt op het loopje uit Smoke on the water. Voordat je nu de voorafgaande spoiler bekijkt, probeer even zelf te verzinnen welk nummer daar zou kunnen worden genoemd...
Vergezocht?
Traffic - The Low Spark of High Heeled Boys (1971)

4,5
0
geplaatst: 20 augustus 2011, 10:40 uur
Onvoorstelbaar fraaie remaster (Island 2002) ook. Een plaat die blijft groeien (en blijft... en blijft...). De twee rocknummers vind ik wat gewoontjes en hoeven voor mij niet zo, maar de rest is onbeperkt genieten.
Weet iemand wat de ratio achter het omgooien van de volgorde van de nummers (Light up or leave me alone werd twee plaatsen teruggezet, in ieder geval op de Island-remaster) is geweest? (Ik vind zèlf de sequencing nu inderdaad beter, maar mijn --niet eens gevraagde!-- mening zal toch wel niet de doorslag hebben gegeven?...)
Weet iemand wat de ratio achter het omgooien van de volgorde van de nummers (Light up or leave me alone werd twee plaatsen teruggezet, in ieder geval op de Island-remaster) is geweest? (Ik vind zèlf de sequencing nu inderdaad beter, maar mijn --niet eens gevraagde!-- mening zal toch wel niet de doorslag hebben gegeven?...)
Traffic - Traffic (1968)

4,5
0
geplaatst: 2 september 2011, 19:24 uur
Voor mij heeft het eigenlijk een hele tijd geduurd voordat ik dit album op waarde kon schatten omdat het openingsnummer me zo ontzettend tegenstaat, een niemandalletje dat maar doorgaat en doorgaat en doorgaat en dan ook nog eens twéé irritante leadgitaarpartijen heeft. Het zal wel zeer persoonlijk zijn, maar ik erger me er gek aan.
Voor mij is dus niet Means to an end maar You can all join in het enige slechte nummer van de plaat. En over Means to an end gesproken, ben ik de enige die bij het eerste akkoord daarvan meteen moet denken aan het openingsakkoord van (de Overture van) Tommy?
Voor mij is dus niet Means to an end maar You can all join in het enige slechte nummer van de plaat. En over Means to an end gesproken, ben ik de enige die bij het eerste akkoord daarvan meteen moet denken aan het openingsakkoord van (de Overture van) Tommy?
