MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Auteurs - Now I'm a Cowboy (1994)

poster
3,0
Veel minder indrukwekkend dan het debuut. Sommige nummers "lopen" gewoon minder of hebben vergezochte overgangen, en daardoor maakt de plaat een ietwat geforceerde indruk. De gitaarsolo op het einde van Modern history bijvoorbeeld klinkt voor mij alsof hij er met de haren bij gesleept is om een nummer waarvan niet helemaal duidelijk is hoe het moet eindigen toch nog een stevige climax te geven. De hoogtepunten (Lenny Valentino!) halen moeiteloos het niveau van New wave, dat dan weer wel.
 

The Band - Cahoots (1971)

poster
3,0
Van een voetbalploeg in vorm (of, om on-topic te blijven, de Beatles) zeggen ze wel eens dat het geheel groter is dan de som der delen. Voor Cahoots zou ik dit cliché precies óm willen draaien, want het geheel van deze plaat is juist mínder dan de som der delen. Moeilijk om de vinger op de wond te leggen, want er staan weinig of geen slechte of saaie nummers op, er worden veel verschillende muzikale en tekstuele sferen aangeboord, en muzikaal is het weer gewoon uitstekend in orde zoals bikkel2 hierboven al opmerkt (en vocaal ook trouwens). Maar wanneer ik ga kijken welke nummers ik als favoriet zou willen aanvinken zijn er eigenlijk maar twee die dat echt "verdienen", en wanneer de rest gewoon te middelmatig is om die eer ten beurt te vallen klopt er iets niet.
        De meeste mensen hier hebben daartoe de eerste twee nummers aangevinkt, maar daar begint het al voor mij: Life is a carnival vind ik een melodisch vrij armetierig nummer dat in de uitvoering z'n kracht niet aan de compositie maar aan de "punches" van de blazers ontleent, en When I paint my masterpiece is een heel geestig nummer dat echter een veel gedistingeerder en "oude-wereld-ser" stem dan die van Levon Helm had verdiend. Wat voor veel mensen het hoogtepunt van de plaat is, is voor mij dus juist een matig begin (hoewel de hilarische brug "Sailin' round the world in a dirty gondola / Oh to be back in the land of Coca-Cola" wel in mijn top-10 van vaakst spontaan opkomende regels staat).
        Mijn eigen hoogtepunten staan juist aan het einde van kant 1: het melancholische Where do we go from here? (hoewel Robertson volgens het boekje bij de CD die versie niet "af" vindt) en het briljante 4% pantomime met dat uiterst geïnspireerde duet van Richard en de Belfast Cowboy plus het fraaie toetsenwerk van Garth Hudson. Maar daarna drentelt en dreutelt de plaat weer verder met allemaal aardige maar onbenullige liedjes waarvan ik geen enkele echt goed kan vinden, met als dieptepunt de plaatafsluiter waar Levon Helm zich doorheen steunt en piept in plaats van er de gewijde sfeer in te leggen die blijkens de verheven koorzang de bedoeling is.
        Een heel frustrerende plaat die ik nochtans vaak heb gedraaid in de (vergeefse) hoop er alsnog de gehoopte kwaliteit in te vinden. Het is ook niet echt slècht... het is gewoon niet echt góéd. (Hoewel ik nog blij moet zijn met wat er überhaupt nog uit de opnames is gerold, als je Robertson mag geloven wat betreft de consumpties van wat er maar voorhanden was door Helm, Danko en Manuel.)

The Band - Islands (1977)

poster
3,5
Indertijd een flinke teleurstelling, maar na al die jaren vraag ik me af wat ik hier eigenlijk precies zo slecht aan vond. Akkoord, Streetwalker is een beetje lomp (cliché alert : “there’s no pity in the city”), Ain’t that a lot of love is ronduit stompzinnig, en het titelnummer gaat eigenlijk nergens heen, maar er staat ook veel moois op deze plaat: Let the night fall is een enigszins larmoyant maar tegelijk aangrijpend en somber nummer, This must be Christmas heeft een tamelijk melige tekst maar wordt uitstekend gezongen door Rick Danko, Pepote Rouge is een bizar verhaal over een mythisch personage op een swingende begeleiding, en de afsluiter rondt de zaak mooi op opgeruimde toon af, ook al kun je je afvragen in hoeverre die opgewektheid levensvatbaar is in de geschetste droomwereld, en ook al zou Livin' in a dream dan het laatste nummer blijken te zijn dat van de groep in deze bezetting op plaat verscheen. Hoogtepunt is echter het openingsnummer, heel traditioneel en zeker niet opzienbarend, maar zó soepel uitgevoerd en zó ontroerend gezongen dat het toch een bepaalde gloed krijgt die alleen aan deze groep en deze zanger voorbehouden lijkt.
        Wat Georgia on my mind betreft, ik heb niets met dat nummer en bijna niets met Ray Charles, en over het algemeen vind ik het een slecht idee om een cover op te nemen van een nummer dat zó duidelijk met een bepaalde artiest geassocieerd wordt, maar de zang van Richard Manuel op deze versie is zó intens en wringt mijn hart zódanig uit dat ik me ondanks mezelf gewonnen moet geven voor deze versie. Al met al vind ik dit album nu aanzienlijk leuker dan toen ik het indertijd leerde kennen – hoewel het niet onder de meest stimulerende omstandigheden in elkaar werd gezet ademt het een bepaalde lichtheid en luchtigheid waardoor er (mede dankzij de immer aanwezige muzikaliteit van de vijf bandleden) toch een positieve vibe ontstaat. Uiteraard niet van het niveau van de eerste drie platen of de directe voorganger, maar toch een leuke en lieve plaat.

The Band - Moondog Matinee (1973)

poster
3,0
Vroeger vond ik dit maar niks, met in de playlist teveel flauwe nummers (Ain’t got no home, The promised land, I’m ready) en in de uitvoeringen teveel vrijblijvendheid. Nú kan ik het méér waarderen: ik denk de liefde van deze mannen voor de nummers uit hun jeugd duidelijker te kunnen horen, Garth Hudson geeft met zijn magische keyboards de nummers zonder uitzondering een tintelende gloed mee, en Richard Manuel zingt weer als een engel (met name in mijn twee favorieten Holy cow en Share your love). Op z’n tijd is dit nog altijd een beetje melig, en de toonsoort van de zangmelodie van het slotnummer is nèt te hoog voor Danko, maar als geheel is dit best een amusante verzameling. De bonusnummers klinken voornamelijk onaf, maar de tekst van Going back to Memphis blijft geestig (inclusief pajama/mama-rijm), en het is fijn om de afsluiter na de live-versie van Before the flood nu ook vanuit de studio te horen, ook al mis ik de intensiteit op deze studio-versie een beetje.
        Na Moondog matinee kwamen er meer van dit soort cover-platen waarop mensen eer betoonden aan de muziek uit hun jeugd: Pin-ups van Bowie, Kicking against the pricks van Nick Cave enz. Was The Band –afgezien van Sha Na Na en andere retrobands– de eerste groep die zo’n plaat uitbracht?

The Band - Music from Big Pink (1968)

poster
5,0
Nou heb ik deze plaat in de loop der jaren toch al zeker 50 keer gedraaid, en nog steeds weet ik elke keer dat ik hem opzet niet precies wat ik moet gaan verwachten. De nummers (sommige althans) lijken vrij straightforward met een structuur van couplet en refrein, maar dan gebeurt er weer iets dat op die plek niet thuis lijkt te horen, of Garth Hudson komt weer met een raar geluidje, of er wordt weer op totaal onvoorspelbare en onontwarbare wijze door elkaar heen gezongen.
        Caledonia mission. Het couplet begint met de prachtige ruimtelijke zang van Danko en een subtiele tweede stem van Manuel. Dan komt er opeens zo’n verdrietig orgeltje van Hudson terwijl Manuel als een soort Beach Boy aan komt zetten met een hoge woordloze zangpartij waar ik de koude rillingen van krijg, en daarna wordt het couplet afgerond met een harde passage waarin piano, orgel en gitaar om de aandacht vechten... Een bizarre lappendeken van geluiden die in één nummer verschillende stemmingen oproept, en ik kan er maar niet de vinger achter krijgen hoe het precies werkt. (Dat iedereen in deze band fantastisch speelt en zingt zal zéker helpen.)
        Gek genoeg vind ik de drie nummers waar Dylan geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk voor is het minste. Tears of rage krijgt een veel te traag ritme waardoor het nummer gewoon een beetje saai wordt (en bovendien legt het het af tegen de versie van Gene Clark op White light), This wheel’s on fire is ondanks het sfeervolle toetsenwerk aanzienlijk minder spannend dan de omfloerste versie van Julie Driscoll (en die gitaarnootjes van Robertson in de pauze na elke “Rolling down the road” beloven veel maar vallen eigenlijk “dood” in die ruimte), en I shall be released is en blijft een uitzonderlijk ontroerend nummer, maar ik ben eigenlijk vooral benieuwd hoe het zou hebben geklonken als Manuel het verzoek van Robertson om dat nummer met zijn kopstem te zingen in de wind had geslagen. Kortom, drie geweldige composities die wat mij betreft door hun arrangementen een beetje onderuit worden gehaald.
        Toen ik dit album in de eerste CD-versie via de koptelefoon beluisterde, viel mij vooral op dat er tijdens het akoestische-gitaar-intro van The weight meteen ook een enorme dot ruis opkwam. De geremasterde CD uit 2000 verhelpt dat een beetje, en als ik via de koptelefoon verder ga met luisteren kom ik bij het refrein, en dan hoor ik perfect hoe de drie zangstemmen naast elkaar en door elkaar klinken. Wel iets van een openbaring, met dank aan de remaster, die ook op een nummer als Lonesome Suzie alle mogelijke details helder weergeeft.
        Weer zo’n plaat waar ik niet over uitgeschreven raak (net als de opvolger en Van Morrisons Astral weeks), net zo kleurig als de hoes (waarvan ik er nog steeds niet over uit ben of ik hem nou “mooi” vind of niet), maar ik moet er toch een punt achter zetten. Nou vooruit, nog één detail. Manuels woordloze tussenzang op In a station, Caledonia mission en The weight : heeft er ooit iemand zo veel bijgedragen met zo weinig?

The Band - Northern Lights - Southern Cross (1975)

poster
5,0
Ook nooit begrepen waarom deze niet net als de eerste drie Band-albums als een klassieker wordt gezien. It makes no difference springt er voor iedereen uit, en terecht, maar persoonlijk heb ik Rags and bones in mijn liedjes-top-10 staan. Dat zingende Lowrey-orgeltje, de typerende Robertson-gitaarsolo, de werkelijk superbe zang, de soepele drums, de zeer visuele tekst en de prachtige manier waarop die door het hele arrangement wordt weergegeven, ik krijg er steeds weer een brok van in m'n keel.

Overigens telde het oorspronkelijke vinylalbum acht nummers, dus 9 en 10 hier zijn allebei bonusnummers. De vroege CD-versie (ook van Capitol) is qua geluidskwaliteit uitstekend, maar de volgorde van de laatste drie nummers van de oorspronkelijke plaat is daarop omgegooid (6 Rags and bones, 7 It makes no difference en 8 Jupiter hollow in plaats van de hier boven genoemde en veel logischer aanvoelende volgorde: Rags and bones is een perfect slotnummer).

The Band - Rock of Ages (1972)

poster
3,0
Dit is nooit een favoriete liveplaat van mij geweest, terwijl ik van deze groep en hun eerste twee à drie platen toch een tijdje helemaal gek was. Ironisch genoeg komt dat door de meerwaarde van de arrangementen: deze nummers zijn van zichzelf al zó perfect gearrangeerd en uitgevoerd dat de toevoeging van de blazers de uitvoeringen een beetje ondergraaft, alsof er een extra ingrediënt wordt toegevoegd aan een schotel die van zichzelf al perfect op smaak is, en in plaats van dat die schotel dan nóg lekkerder wordt smaakt hij daardoor naar alles en niets.
        Zo verliest Caledonia mission door die blazers alle intimiteit en mysterie, The night they drove old Dixie down wordt veel te statig en plechtig terwijl ik in het sobere origineel de aardklonten van "I will work the land" juist bijna fysiek in mijn handen voel, in Rag mama rag verzuipt Rick Danko's viool gewoon in de herrie, en het onheilspellende Chest fever wordt nu gewoon funk (waarbij dat prachtige trieste tussenstuk met de "Leger des Heils-blazers" gewoon aan de feestvreugde wordt opgeofferd). Eigenlijk vind ik alleen The W.S. Walcott medicine show echt baat hebben bij z'n nieuwe arrangement omdat de losbandigheid van de jaarmarktsfeer daar juist fraai wordt versterkt.
        De uitvoeringen van de Band zelf zijn verder niet slecht (begrijpelijk wanneer de beste muzikanten van de wereld met zulk subliem repertoire op de proppen komen) maar missen de intensiteit en de felheid die ik op Before the flood wèl hoor, alsof alles een beetje is doodgerepeteerd. De hoogtepunten zijn voor mij dan ook de nummers die juist wèl met een bepaalde losheid en swing (en zonder blazers) worden gespeeld, zoals Get up Jake, het prachtige The weight en (bij de bonusnummers) I shall be released, The rumor en Rockin' chair, en die verlenen deze liveplaat voor mij nog de meeste waarde. (De stem waarmee Dylan zijn eigen aandeel zingt is, laat ik het voorzichtig formuleren, bij mij niet het meest favoriet, dus op die laatste nummers zat ik persoonlijk niet te wachten.)

The Band - Stage Fright (1970)

poster
4,0
Niet alleen was dit de eerste plaat die ik van The Band leerde kennen, maar zelfs herinner ik me nog op welk precieze moment het kwartje viel: dat was tijdens het begin van de derde regel van het refrein van Just another whistle stop, wanneer de melancholische stem van Richard Manuel dat langgerekte “I-I-I...” over die pompende bas van Rick Danko zingt. Sindsdien ben ik diverse nummers op zowel déze als andere platen van de Band (nog) beter gaan vinden, maar het intro van dit nummer geeft me nog altijd een warm gevoel: o ja, híérmee begon het allemaal (voor mij althans).
        Ik heb hierna vrij snel alle overige platen van deze groep gekocht, maar dat heb ik gedaan op basis van de beste nummers van dit album, niet vanwege de constante hoge kwaliteit, want naast een handvol geweldige nummers staan er hier ook een paar ronduit teleurstellende dingen op: Strawberry wine is een totaal nietszeggende en door Levon Helm zeer vlak gezongen opener, Time to kill is qua melodie zó doorsnee dat de puntige gitaarsolo van Robertson bijna als een opluchting komt, The shape I’m in is een lekkere rocker die echter eindigt met een schier eindeloze solo van anderhalve minuut tegen een bloedeloze achtergrond die zelfs Garth Hudson niet kan inspireren, en Daniel and the sacred harp heeft wel een apart arrangement maar veel te weinig “drive” om te kunnen boeien. En de stem van Levon Helm (waar ik sowieso nooit een onvoorwaardelijke liefhebber van ben geweest) is prima voor nummers als The weight en Up on Cripple Creek (en perféct voor The night they drove old Dixie down), maar op de een of andere manier doet zijn grove “Southern twang” voor mij afbreuk aan het lieflijke All la glory, en dat is jammer, want het is verder een ontroerend nummer waarin Hudson bovendien een prachtige solo ten beste geeft. (Ja, ik weet het, een vader uit Arkansas heeft net zo veel recht om een wiegeliedje voor zijn kind te zingen als wie dan ook, maar Helm heeft er wat mij betreft mij gewoon de stem niet voor.)
        Wat er overblijft behoort voor mij dan juist weer tot het beste dat ik van deze groep ken: Sleeping met z’n gejaagde refrein, het al genoemde Just another whistle stop, en de twee plaatafsluiters, de instant-klassieker Stage fright (Danko qua “ademloze” stem op het lijf geschreven; zie ook de geweldige versie op Before the flood) en het benauwende The rumor waarop Helm en Danko effectiever dan ooit gebruik maken van de wisselwerking tussen hun stemmen en Manuel in het refrein nog eens extra urgentie aandraagt.
        Natuurlijk herbergt dit album daarnaast nog de specifieke Band-kwaliteiten die het ver boven de middelmaat uittillen: de muzikaliteit van de onvolprezen Garth Hudson op toetsen en diverse blaasinstrumenten, de composities van Robbie Robertson (die hier aanzienlijk meer gitaar en solo’s speelt dan op eerdere platen), en de sublieme zangstemmen waar deze groep altijd op kan terugvallen. Bovendien maken de hoogtepunten die ik al noemde hier toch een voor mij onmisbare plaat van, maar het is wel ironisch dat ik juist viel voor deze groep op basis van een plaat die min of meer het begin van het einde weerspiegelde, zoals ook uitgebreid ter sprake komt in het (zoals gebruikelijk) uitstekende en zeer gedetailleerde boekje bij de 2000-remaster.

The Band - The Band (1969)

poster
5,0
Jarenlang heeft deze plaat ergens in het midden van mijn album-top-10 gestaan, en deze groep op de tweede plaats van mijn artiesten-top-10. Dat dat nu niet meer zo is heeft alleen maar te maken met de vele andere groepen en stijlen waar ik tegenwoordig naar luister, waardoor ik het niet meer juist vond om een groep die ik tegenwoordig aanzienlijk minder draai toch in mijn top-10 aan te houden. Neemt niet weg dat deze band mij feitelijk nog altijd even dierbaar is, hetgeen ik merk wanneer ik deze titelloze tweede plaat voor het eerst sinds jaren weer eens opzet, want ik word meteen weer helemaal verliefd.
        Wat me bij deze hernieuwde kennismaking opvalt is de enorm bepalende rol die de keyboards van Garth Hudson spelen. Hij heeft bij elk nummer precies het juiste geluidje – bij bijna elk nummer denk ik: ja, hier had geen ander toetsengeluid bij kunnen horen, dit is perfect, dit past precies bij het nummer en bij de rest van het arrangement. Het is naast de “ademende” drums van Levon Helm, de drie geweldige zangers (lead èn harmony), Robbie Robertsons economische gitaarspel en zijn songschrijverstalent natuurlijk slechts één element in het geheel, maar misschien is het wel meteen ook het meest bepalende.
        Dit album wordt wel eens omschreven als “de zaterdagavondplaat tegenover de zondagochtendplaat die Music from Big Pink is”, een associatie die in de hand wordt gewerkt door de donkere kleur van de hoes en de regenachtige hoesfoto, de vijf tekstregels op de achterkant van de hoes (“I want to be there when the band starts playing...”) en de nachtelijke sfeer die voor mij uit Whispering pines en King Harvest (has surely come) spreekt. Dat laatste nummer is voor mij meteen ook het hoogtepunt van de plaat: met het onderwerp van de tekst heb ik geen bijzondere affiniteit, maar de manier waarop de compositie en (vooral) het arrangement die tekst tot leven brengen is briljant: de scherpe drums, het onheilspellende orgeltje, de afgeknepen gitaarsolo, de gekwelde zang (God, wat had Richard Manuel toch een expressieve stem) en bovenal die ondergrondse bas. (Het subliminale gebruik van die bas was mij zelf al opgevallen, en des te leuker vond ik het toen Robertson er tijdens de Classic albums-aflevering speciaal de aandacht op vestigde.) Wat mij betreft is dit het best gearrangeerde nummer dat ik ooit heb gehoord.
        Opmerkelijk: deze plaat bevat maar liefst drie gevallen van een fade-out waarbij je heel in de verte tijdens de laatste seconden toch een duidelijk “gewoon” einde hoort (Dixie, When you awake en King Harvest). Raar. Misschien werd dat kunstje afgekeken van Dylans Just like a woman (bijvoorbeeld door Robbie Robertson die bij de Blonde on blonde-sessies aanwezig was).
        Ik houd maar eens op met dit bericht, want net als bij Music from Big Pink kan ik hier uren over doorschrijven. Toch maar eens kijken of ik niet nog een plaatsje in mijn top-tienen voor deze mannen kan inruimen. Had ik al gezegd dat ik dit een sublieme plaat vind?
        Nog een mooi detail uit Barney Hoskyns’ Across the great divide – The Band and America : “Richard [Manuel] woonde tijdelijk in een huis in Woodstock dat van de schilder George Bellows was geweest. Er stond een oude piano die was achtergelaten, en daarop schreef Richard Whispering pines. Er zat één toets op die vals was, en toen hij dat nummer ging opnemen liet hij de piano in de studio op dezelfde manier stemmen, zodat die ene toets nog steeds vals klonk. Dat is verantwoordelijk voor die herhaalde pianofiguur aan het begin en einde van het nummer.”

The Beat - I Just Can't Stop It (1980)

poster
5,0
Faster fasta fasta fasta. . . faster fasta fasta fasta. . . faster fasta fasta fasta STOP! Al vier jaar geen berichten bij dit album geplaatst, maar het vorige bericht bevatte dan ook de kern van de zaak: "Beste ska album ooit gemaakt" (althans in mijn beleving en met mijn –toegegeven– beperkte kennis van zaken).
        Overigens, toen ik dit op elpee kocht was dit nog een album met 14 tracks, om precies te zijn de eerste 14 van bovenstaande tracklisting met op kant A nummer 10 tussen 5 en 6 ingevoegd en kant B openend met nummer 14. Een paar maanden later kocht een vriendin dit album, en toen stonden er opeens nog maar 12 nummers op. Goed om te zien dat deze uitgebreide versie weer alle tracks bevat (zij het dus in de "verkeerde" volgorde).
        Magisch moment: ik had deze plaat nog niet, maar kende hem kennelijk al wel, want ik liep over straat, lekker zonnetje, en in mijn hoofd zeurde de hele tijd een stem: "Mirror in the bathroom, you're my mirror in the bathroomn (mirra mirra mirra mirra). . ." Wat was dat nou toch? Denk denk denk, en ondertussen verdween het melodietje maar niet uit mijn hoofd. . . Via een platenzaak het nummer tenslotte opgespoord, en sindsdien is de plaat niet van/uit mijn draaitafel/CD-speler/hoofd verdwenen. Zo blijk je een nummer toch te kennen zonder het te kennen, en het is voor mij het ultieme voorbeeld van hoe een nummer zich als een "slak op valium" in je geheugen kan nestelen.
 

 

The Beat - Special Beat Service (1982)

poster
4,0
Na de ultieme hektische dansplaat I just can't stop it en het (in mijn oren) duistere en spannende Wha'ppen? was dit derde album indertijd enigszins een teleurstelling. De insteek was wat poppier, het drumwerk was op sommige nummers wat simpeler, de teksten waren door de bank genomen meer persoonlijk dan sociaal of politiek, en Spar wid me en Pato and Roger a go talk waren (en zijn) oervervelende tijdrekkers voor wie niet van dat soort vrijblijvende reggae houdt (zoals ik). Bovendien lijkt Saxa hier aanzienlijk minder aanwezig te zijn: volgens de credits doet nu ook ene Wesley Magoogan op diverse blaasinstrumenten mee, en op het groepsfotootje in mijn CD-boekje is Saxa zelfs geheel en al afwezig. De lol van zijn spel was nu juist dat hij vaak zijn eigen wedstrijd speelde en toch perfect binnen het geluid paste – hij leek met zijn losse invallen de sfeer van het nummer gewoon naar zijn eigen hand te zetten, terwijl de sax op Special beat service meer strakke melodietjes en riffjes speelt, en dat geeft een wezenlijk andere ambiance. Veertig jaar later vallen mij eerder de compacte en puntige composities, de sterke zang van Dave Wakeling en het melodieuze en gevarieerde songmateriaal op, zodat van mijn teleurstelling niet zoveel overblijft. Misschien waren mijn verwachtingen indertijd na die eerste twee sublieme albums gewoon te hoog gespannen; nú kan ik dit album in ieder geval veel meer waarderen dan toen, en zie ik het gewoon als een waardige afsluiter van een helaas veel te korte carrière.
        Overigens zijn de twee nummers die de vinylkanten openen natuurlijk de duidelijke blikvangers, maar voor mij persoonlijk is het prachtige End of the party (met die lyrische sax –misschien hier wèl van Saxa?– en die sublieme woordloze falset –van Dave Wakeling of van Ranking Roger?– ) met afstand het hoogtepunt van de plaat.

The Beat - Wha'ppen? (1981)

poster
4,0
Die hele ska-revival vond ik indertijd ontzettend leuk, hoe kort hij ook duurde, en I just can't stop it was (en is) wat mij betreft het hoogtepunt van die beweging. Met reggae daarentegen had en heb ik veel minder, dus deze veel meer op de reggae georiënteerde opvolger zou voor mij dan ook een teleurstelling moeten zijn geworden (net als voor de drie eerdere gebruikers hier), maar tot mijn eigen verbazing vond en vind ik Wha'ppen? eigenlijk bijna even leuk als I just can't stop it.
        De reggae zelf wordt hier regelmatig verdund met of aangevuld door Caribische invloeden of gewoon lekkere pop, soms met gebruikmaking van andere instrumenten die een extra klankkleur toevoegen (een Spaanse gitaar op Monkey murders, een trompet op I am your flag, een synthesizer op Dream home in NZ, een "twangy" gitaar op Walk away, een steel-drum op Over and over), de composities zijn compact en goed doordacht (met als beste voorbeeld Monkey murders met een lekker maar vrijblijvend couplet en een zeer spannend refrein), de teksten gaan bijna altijd echt ergens over, Dave Wakeling heeft een fijne "bruine" stem met de juiste urgentie, en de onvoorspelbare sax blijft een sterke troef. Ik herinner me dat ik indertijd gewoon opgelucht was dat dit geen zouteloze herhaaloefening met mindere composities was geworden maar gewoon een volwassen tweede plaat met andere accenten, en ik luister hier nog altijd graag naar.
        Overigens stond Too nice to talk to indertijd inderdaad niet op de oorspronkelijke vinylelpee. Ik kwam het een paar maanden na Wha'ppen? toevallig tegen op een 12" in de Dubweiser-mix van bijna 5 minuten, en tjonge wat heb ik dàt vaak gedraaid. Echt fantastisch. (Het is overigens veel ouder dan dit album, want Too nice to talk to stamt uit december 1980 en Wha'ppen? uit mei 1981.)

The Beatles - Abbey Road (1969)

poster
5,0
Tja, Starr is technisch misschien geen supermuzikant, maar ik vind juist dat hij met dat typische drumwerk een hoop lucht en swing in de muziek bracht: She loves you, All my loving, The night before, Hello goodbye, I'm so tired, het onvolprezen Revolution – dat zijn toch allemaal nummers waarbij ik zijn inbreng van zeer groot belang acht, het geeft die nummers een sterke drive en laat ze tegelijk ademen, ik vind dat wel knap en zeer effectief. Bovendien, ik vraag me altijd af, als de andere "grote" drie zulke creatieve geesten en zulke superbe muzikanten zijn, zouden ze dan een incapabele drummer zó lang hebben getolereerd, ook al zou die hebben gefungeerd als een uitstekend bindmiddel tussen hun drie botsende mega-ego's?
        Overigens heb ik dat drumsolootje altijd beschouwd als een parodie, vergelijkbaar met een solo op de kazoo, niet serieus bedoeld dus.

The Beatles - Let It Be (1970)

poster
4,0
Moeilijk te beoordelen plaat omdat het zicht op vijf nummers van doorsnee-Beatles-kwaliteit (= uitzonderlijk hoog) enigszins wordt benomen door twee wegwerpnummers, twee comedysketches en een tweede plaatkant waar de flow aan ontbreekt, zodat ik elke keer eigenlijk pas tijdens het draaien ontdek dat dit eigenlijk best een goede plaat is – maar absoluut geen eenheid. Er valt nog genoeg plezier aan te beleven, ook omdat de niet per se "klassieke" nummers zoals Dig a pony, I me mine en I've got a feeling met zoveel zelfvertrouwen en bravoure worden gebracht, maar het blijft toch een mixed bag, en het is jammer dat dit jarenlang heeft gegolden als een teleurstellende zwanenzang (en misschien nu nog steeds voor wie niet beter weet) in plaats van als een opmaat naar Abbey Road. Maar goed, een mindere Beatles-plaat is nog altijd beter dan etc. (In huize OnHeavenHill staat nu Let it be... naked op het programma, ik ben benieuwd of dat mijn perspectief op déze plaat nog verandert.)

The Beatles - Let It Be... Naked (2003)

poster
3,0
Ja, het is wel anders, maar buiten The long and winding road, Across the universe en de titeltrack nou ook weer niet zo héél anders, en in ieder geval niet zódanig anders dat ik het onderga als een nieuwe ervaring. Voor iemand die dertig jaar heeft moeten leven met het frustrerende gevoel dat de oorspronkelijke plaat niet werd hoe hij hem vóór zich zag (zoals McCartney) kan deze nieuwe versie louterend werken, maar ik heb zelf nooit moeite gehad met Spectors toevoegingen, en Across the universe klinkt nu zelfs een beetje kaal, als een veredelde demo. Dus ik beschouw dit maar als een interessante maar zeker niet essentiële variant en hou het verder bij het origineel, waar ik prima tevreden mee ben.

The Bernie Leadon - Michael Georgiades Band - Natural Progressions (1977)

poster
3,5
Vriendelijke plaat. Georgiades heeft een nogal monotone en nasale stem die soms wat gaat hinderen, maar op andere momenten best goed werkt, zoals op het prijsnummer You're the singer. Heerlijk om Leadons ontspannen gitaarspel en stem weer eens te horen; zijn Glass off doet qua arrangement een beetje denken aan Bitter creek van Desperado.

The Best of Bond... James Bond (2002)

poster
4,0
Om de zaak nog maar wat gecompliceerder te maken: ik heb deze CD een paar jaar geleden voor €5 euro gekocht, net als neo bij het Kruidvat maar dan gelukkig met allemaal originele versies (en dus zonder remixes). Mijn compilatie heeft echter twee afwijkingen: het openingsnummer wordt niet gespeeld door het Monty Norman Orchestra maar door John Barry & Orchestra, en Thunderball wordt op mijn versie gewoon door Tom Jones gezongen en niet zoals hierboven staat door The Robertsons (en gelukkig maar, want dat blijft voor mij toch het hoogtepunt van alle Bond-titelsongs).
        Overigens kende ik vroeger een andere en veel zwaarder aangezette versie van You only live twice met een vollere en zwoelere zangpartij. Op Wikipedia lees ik dat dat de single-versie was die door Lee Hazlewood in elkaar werd gezet; natuurlijk hoort op déze CD de juiste (film)versie, maar omdat ik Hazlewoods versie veel eerder heb leren kennen (via de single die een zus had gekocht) mis ik hem toch wel. En welke versie je ook prefereert, de spelling van de titel hierboven (U only live twice) is wel bijzónder inauthentiek. . .

The Black Eyed Peas - Elephunk (2003)

poster
3,0
Hiervan word ik net zo vrolijk als toen ik voor het eerst 3 years... van Arrested Development hoorde. Op een enkele uitzondering na heeft hip-hop mij nooit geboeid, maar leuke pop met inventieve arrangementen des te meer, dus in plaats van een hip-hop-groep die schijnbaar z'n idealen voor het grote geld te grabbel heeft gegooid hoor ik hier gewoon feestelijke, gevarieerde en mooi rijk geproduceerde pop-hop / hit-hop – allebei grappige omschrijvingen. Vanaf Latin girls wordt er wat geknipoogd naar andere genres, maar tussendoor wordt het ook allemaal wat gewoner, en met het niveau daalt ook mijn interesse. Op basis van de eerste helft toch een voldoende.

The Black Keys - Turn Blue (2014)

poster
3,0
112 berichten in de eerste anderhalf jaar na de release, nul in de anderhalf jaar daarná, ik begrijp dat nooit zo goed, alsof de fans deze plaat meteen oppikten maar de overige muziekliefhebbers hier nooit aan zijn toegekomen terwijl hij in Amerika toch op nummer 1 in de charts binnenkwam, jammer.
        Als (nog-)niet-fan hoor ik psychedelica uit zowel de jaren 60 als de 80's/vroege-90's in volle glorie : een stem met een echo à la John Lennon, knarsende Hendrix-gitaren en Neil Young-fuzz, sloffende drums uit de Stone Roses-tijd, ploppende basjes (Air?), een Rolling Stones-beat, een Farfisa-orgeltje en zelfs een tamboerijn, en natuurlijk af en toe een vrouwelijke tweede stem om de feestvreugde te verhogen, alles zeer aanstekelijk. Soms de Black Rebel Motorcycle Club, soms Wooden Shjips, soms de (latere) Temples, ik hoor het er allemaal in terug, dus wat moet tellen is het niveau van de composities, en die zijn gelukkig overal in orde, alsof ze begonnen zijn met de liedjes en zich pas daarná het retrojasje hebben aangemeten, in plaats van eerst de modieuze fit uit te zoeken en daar dan wat bij te verzinnen. Waarvoor hulde, want dit is een lekkere plaat geworden. Dat ik persoonlijk na een nummer of vijf wel genoeg krijg van die falset en die Beck-vibe is bijzaak.

The Blue Nile - A Walk Across the Rooftops (1984)

poster
3,0
En dat ging als volgt: ik liep over straat, plotseling zat "Do I love you?... Yes I love you!" in mijn hoofd, het wilde er maar niet uit, ik bij vrienden navragen, The Blue Nile, elpee gekocht, grijs gedraaid, geweldig, met raakvlakken met David Sylvian en Talk Talk. Maar, eerlijk is eerlijk, de eerste twee nummers vormen samen het hoogtepunt van de plaat, en na Stay heb ik het eigenlijk wel een beetje gehad, en de melancholie die veel mensen hier in deze plaat horen gaat voor mij na verloop van tijd in druilerigheid over. Het kakt een beetje in, beter dan mijn voorganger kan ik het eigenlijk niet formuleren. Jammer, want die eerste elf minuten blijven magisch.

The Boomtown Rats - A Tonic for the Troops (1978)

poster
3,5
Een beetje minder punky en een beetje meer à la 10cc met verschillende stijlen en lekker satirische en scherpe teksten. Net als bij hun debuut had ik dit album als vinylplaat met een andere tracklisting, namelijk nummers 4 en 6 omgewisseld, hetgeen iets logischer is aangezien She's so modern een single was. De meeste mensen kennen deze band van I don't like Mondays, maar Rat trap was in november 1978 hun eerste Engelse nummer-1-hit.

The Byrds - Ballad of Easy Rider (1969)

poster
2,0
Toen ik als puber zo enthousiast was over mijn eerste Byrds-plaat Mr tambourine man had ik natuurlijk chronologisch verder moeten gaan met Turn! turn! turn!, maar in plaats daarvan kocht ik Ballad of Easy Rider, want die was behoorlijk afgeprijsd. Wist ík veel dat zo'n plaat niet voor niets in de uitverkoopbakken staat... Een flinke teleurstelling, vond ik toen, en al die jaren later vind ik dat eigenlijk nog steeds. Het titelnummer is een prachtige opener, Jesus is just alright swingt behoorlijk (en op de tekst let ik dan maar even niet), Tulsa County blue is mooie en aandoenlijke countryrock, en het zonnige Gunga Din complementeert het kwartet dat er voor zorgt dat ik dit album nog wel eens draai, maar voor de rest is het alleen maar druilerigheid, lethargie en landerigheid wat de klok slaat – de monotonie van Fido, het zeikerige Oil in my lamp, de geaffecteerde zang op Jack Tarr the sailor, de zeurderige harmonieën die elk besef van "closure" uit Dylans It's all over now baby blue wegfilteren, de uitdrukkingsloze zang op There must be someone, de suffe drums op Deportee en de meligheid van het slotnummer, het is in mijn oren allemaal even vervelend. Ik wring me in bochten, maar ik kan hier toch maar heel weinig verdienstelijks in ontdekken.

The Byrds - Fifth Dimension (1966)

poster
4,5
De eerste Byrds-elpee waarbij ik bij de up-tempo-nummers niet meer regelmatig aan de Fab Four hoef te denken, met uitstapjes naar traditionele folk, psychedelica, jazz en r&b, en met scherpe randjes in de vorm van McGuinns "Coltrane"-solo's, Crosby's gedesoriënteerde What's happening?!?! (even goed mijn vraag- en uitroeptekens tellen) en het post-nucleaire I come and stand at every door dat wel een iets andere toon dan We'll meet again aanslaat.
        Een vernieuwde en vernieuwende Byrds dus, maar daar staat tegenover dat de harmonieën zoetgevooisd en de Rickenbauer herkenbaar blijven en dat negen van de elf composities ruimschoots onder de behapbare drie-minuten-popmuziek-grens blijven. Ik weet niet precies of ik dat nou een goede ("Langs lijnen der geleidelijkheid") of een slechte (want risico's minimaliserende) zaak vind, maar los daarvan vind ik dit een heerlijke plaat om naar te luisteren, zeer afwisselend, met de twee geheide hoogtepunten en verder geen (erg) melige dieptepunten, en met onder de zeer interessante bonustracks het al eerder genoemde Why waarvan ik me inderdaad afvraag waarom het niet de elpee heeft gehaald (ook al omdat een plaat van minder dan 30 minuten wel èrg kort is, hoewel in die jaren geen uitzondering). En wat zijn die prachtig klinkende en goed geannoteerde Columbia-Legacy-remasters toch een mooi bezit.
        Overigens verwijst willemmusic hierboven naar een artikel waarin het Roger McGuinn zou zijn geweest die besloot om de titel van Six in Eight miles high te veranderen. In dat artikel zegt McGuinn echter dat "we decided ‘eight miles’ sounded better." En in het boekje bij de uitgebreide CD wordt gezegd: "Interestingly, the lyrics started out as 'six miles high', approximating the altitude at which commercial aircraft fly. 'But Gene said eight miles high sounded better than six,' McGuinn explains, 'and it did sound more poetic. It was also around the time of Eight days a week by the Beatles, so that was another hook." Met andere woorden, het was niet McGuinn maar Clark die de titel opwaardeerde, voor wat deze informatie ook waard moge zijn. En die verwijzing naar de Beatles is grappig, want in een ander rockboek wordt op geestige wijze verklaard waarom de single flopte: "At a time when Eight days a week was a surrealistic idea for most record buyers, McGuinn wanted his fans to understand and buy a record that he later explained 'as an ethereal trip into metaphysics'."

The Byrds - Mr. Tambourine Man (1965)

poster
5,0
Wat mij betreft de blauwdruk voor alle jangle-muziek die hierna nog zou komen, en meteen ook één van de hoogtepunten ervan. Eén van mijn meestgedraaide platen dankzij de sterke en afwisselende composities, de samenzang, de onbevangenheid, het enthousiasme, de heldere sixties-sound, en last but not least de aanwezigheid van mijn favoriete Byrd Gene Clark op vijf composities (waarvan twee in samenwerking met Roger McGuinn). Met name I knew I'd want you vind ik nog altijd ongelooflijk mooi, met die hemelse samenzang en die stiekeme ondersteuning van een elektrische piano (of is dat een ander keyboard?).
        De prima remaster uit 1996 laat ook nog eens goed horen dat Chris Hillmans bas een niet te onderschatten fundament voor de muziek vormde. Vijf van de zes bonustracks op de uitgave zijn niet meer dan een aardige toevoeging, maar Clarks She has a way had op het album zelf niet misstaan. Voor mijn gevoel vormt deze band samen met Buffalo Springfield de bron waar de hele West-Coast-muziekscène van het hieropvolgende decennium aan is komen drinken, en dan moesten de Long Ryders nog komen. Ikonische hoes ook, maar ik stel me ook wel eens de taferelen na afloop van het douchen in de kleedkamer voor: "Hee Gene, je hebt mijn laarzen aan!" "Welnee Roger, kijk maar eens aan de voeten van David!"

The Byrds - The Very Best Of (1988)

poster
3,5
Opgemerkt moet worden dat het zwaartepunt van deze compilatie ligt bij de derde, vierde en vijfde Byrds-albums (Fifth dimension uit 1966, Younger than yesterday uit 1967 en The notorious Byrd brothers uit 1968), want 16 van de 20 nummers komen van die drie albums. Aardige verzamelaar voor wie de eerste twee Byrds-albums al heeft en nog wat meer van ze wil (maar niet alles hoeft te) hebben. Het geluid is niet slecht maar haalt het natuurlijk niet bij de prachtige remasters van de reguliere studio-albums uit de tweede helft van de jaren 90.

The Byrds - Turn! Turn! Turn! (1965)

poster
4,0
Indertijd ervoer ik dit als een redelijke teleurstelling: na het energieke en vrolijke debuut kwam deze opvolger enigszins mat en soms bijna vermoeid over, alsof de mannen uitgeput waren van toeren, promotierondes en misschien zelfs wel elkaar, en dus nog niet in de stemming waren voor een nieuwe plaat. Inmiddels zie ik wel dat dit album gewoon een andere sfeer dan Mr Tambourine man heeft en dat hij eerder ingetogen dan mat klinkt, hoewel ik aan nummers als Set you free this time, Lay down your weary tune, He was a friend of mine en Satisfied mind nog steeds kan horen hoe ik toentertijd aan mijn indruk van vermoeidheid kwam, en het blijft een beetje flauw om als intro van Oh! Susannah dat thema zo noot voor noot te spelen (en dat tot drie keer toe). Maar als geheel is dit toch een waardige opvolger en zeker geen slaafse kopie van het prachtige debuut, dus ik heb geen spijt dat ik mijn weggedane vinylplaat heb vervangen door de uitstekende en zeer uitgebreide remaster.
        Ironisch genoeg is het "zwaarste" nummer, Gene Clarks If you're gone met die sfeervolle woordloze drone-achtergrondzang, voor mij meteen ook het hoogtepunt van de plaat, met als goede tweede Clarks Beatleske The world turns all around her – wat was die man in deze periode toch produktief (en op een zeer hoog niveau). Zijn The day walk (never before) bij de bonustracks lijkt ook al een stapje verder te gaan dan de rest van het album (c.q. de rest van de band), en het is leuk om hier de "elektrische" versies van She don't care about time te horen, want dat kende ik alleen in een sublieme "countrified" versie op de compilatie Roadmaster, waarop de zangmelodie aanzienlijk beter uit de verf komt. Mooie uitgave, uitstekend geluid, leuke bonustracks.

The Cars - Door to Door (1987)

poster
4,5
"Well I think of you when I fantasize / The best I ever had / And I think of you when I'm driving / Myself completely mad / Why don't we, why don't we go away?" (Go away) Afdeling wonderbaarlijk : heel gewone liedjes met niet bijzonder gedurfde melodielijnen en dikwijls onzinnige teksten worden onder de handen van deze vijf chauffeurs toch iets heel bijzonders. De warme zang van Benjamin Orr, de pseudo-coole stem van Ric Ocasek, de smaakvolle gitaar van Elliott Easton die overal wonderschone lijntjes en subtiele loopjes tussenvoegt, en last but not least de toetsenpartijen van Greg Hawkes die overal precies de juiste (en vaak weer nèt anders gekleurde) geluidjes en begeleidinkjes voor weet te vinden (de perfecte sideman – geen wonder dat Ocasek hem ook voor zijn solo-albums regelmatig wist te vinden).

Hoogtepunt van de plaat is Everything you say, ook weer zo'n tamelijk eenvoudig nummer dat dankzij twee (of zijn het er drie?) prachtige gitaren, een rijk tapijt van keyboards en vooral die overal en nergens opduikende koortjes tot een wonder van expressiviteit en poppy romantiek wordt, hoewel Go away daar kwalitatief niet veel achter zit. Negen prachtige popliedjes waarbij de missers van twee gedachteloze en stompzinnige wegwerprockers (Double trouble en Ta ta wayo wayo) van geen belang zijn. (Bovendien heeft dat laatste nummer dan nog de aardige eigenschap dat het een prima voorbereiding vormt op het speelse intro en de daaropvolgende stevige gitaarriff van Strap me in.)

Geen grote singlehits (You are the girl USA #17) en geen met bijvoorbeeld Heartbeat City vergelijkbaar commercieel succes (#26 in de Amerikaanse albumlijsten), maar een warm en rijk album. "Well I think of you when I fantasize / The things we never did / And I think of you when I'm flying / Or when I'm feeling just like a kid / Why don't we, why don't we go away?"
 

The Cars - Heartbeat City (1984)

poster
5,0
Dit album vind ik persoonlijk veel leuker dan het oude werk van deze band, dat klonk in mijn oren altijd wat ongepolijst (en dat dan niet in de zin van "eerlijk en direct" maar van "onaf en unsophisticated"). In feite is dit praktisch een Greatest hits-plaat, met zes nummers die ofwel singles zijn geweest ofwel veel radio-airplay hebben gehad en vier nummers die na een paar keer draaien eigenlijk net zo slim blijken te zijn. Feitelijk een ultieme Amerikaanse begin-jaren-80-plaat, ergens naast de successen van Thriller, Like a virgin en Purple rain.

De produktie, de melodieën en de zang van Benjamin Orr zijn hier reeds genoemd en geroemd, maar zelf zou ik toch ook aandacht willen vragen voor de toetsenpartijen van Greg Hawkes, steeds functioneel en toch verrassend, het is geen wonder dat hij als ideale ondersteuner ook vaak opduikt op de soloplaten van Ric Ocasek.

Misschien wel de meest gedraaide plaat uit mijn collectie. Wellicht zeer gedateerd voor sommigen, maar zelf kan ik maar geen genoeg krijgen van Ocaseks pseudo-cool. Het titelnummer is voor mij het absolute hoogtepunt, op de één of andere manier is dat voor mij de soundtrack bij Bret Easton Ellis' Less than zero (het boek dus, niet de film).

The Cars - Move Like This (2011)

poster
3,0
Ja nee hoor, ze zullen toch echt vroeger moeten opstaan om deze oude autogek voor het lapje te houden: dit zijn natuurlijk gewoon opnames die 25 jaar geleden zijn gemaakt maar om de een of andere reden nooit op CD zijn verschenen.

Het klinkt allemaal alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Goed, misschien klinkt het allemaal ook af en toe een beetje harder, wellicht het gevolg van de bandjes die Ocasek in de tussentijd allemaal heeft geproduceerd (Weezer, Bad Religion), maar uiteindelijk zijn dit toch allemaal onmiskenbaar Cars-liedjes.

En kwalitatief dan misschien toch een beetje minder dan we van ze gewend waren. Hun laatste (commercieel geflopte maar artistiek naar mijn smaak geweldige) studioplaat Door to door uit 1987 bevatte bijvoorbeeld het zeldzaam mooie Everything you say, waarin de rinkelende gitaar van Elliot Easton, het smaakvolle toetsenwerk van steunpilaar Greg Hawkes en de verschillende prachtige koortjes een feitelijk simpel liedje omtoverden tot een parel van werkelijk hemels niveau. Helaas moet ik constateren dat die subtiliteiten op dit nieuwe album een beetje ontbreken, zodat een nummer als Soon nu "gewoon" fraai is in plaats van een tweede Drive, wat het in potentie wel een beetje is. (Wat die ontbrekende superkoortjes betreft, daar kunnen ze verder niet zo veel aan doen: de warme stem van Benjamin Orr wordt natuurlijk node gemist.)

Onvermijdelijk zijn er hoogtepunten, zoals het pakkende Sad song en het slimme Free, en bovendien heeft Ocasek de gewoonte om melodietjes en hooks te schrijven die ik na de eerste tien keer draaien niet veel zaaks vind maar die na de elfde keer opeens in mijn geheugen gebeiteld blijken te zitten, dus ik ga dit album nog heel vaak draaien, maar vooralsnog kan ik er nog niet echt warm voor lopen.

The Cars - Panorama (1980)

poster
2,0
Op de veelkleurige en beweeglijke pop van de latere Cars (Heartbeat City en Door to door) ben ik dol, maar op dit album zijn de nummers voor mij allemaal te houterig en ongepolijst, alsof er (nog) geen "swing" in de band zit. Uitzonderingen zijn het inderdaad opzwepende titelnummer en het briljante Touch and go met dat spannende ska-achtige ritme en die gitaarsolo die precies helemaal "juist" is, daar kan ik uren naar luisteren.