Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Alan Parsons Project - Gaudi (1987)

3,5
0
geplaatst: 9 augustus 2017, 15:20 uur
De laatste studioplaat van het Alan Parsons Project vind ik juist het moeilijkst om te beoordelen, omdat het zowel stilistisch als kwalitatief zo'n mixed bag is. Er is de mooie ballade Inside looking out (die ik persoonlijk trouwens niet met al die pratende mensen zou hebben beëindigd : wanneer je op je eigen merites wil worden beoordeeld wil je toch voorkomen dat de luisteraar elk moment "There is no dark side of the moon really. Matter of fact it's all dark" verwacht te gaan horen), maar ook het (eveneens fraaie) Closer to Heaven waarbij Eric Woolfson de prachtig gevonden religieuze invalshoek van de tekst (hoog bouwen om dichter bij God te kunnen zijn) verpest door het refrein te zingen op een toonhoogte waarop hij af en toe met zijn geknijp echt pijn doet aan mijn oren. Er is de aardige medium-tempo-rocker Too late met z'n melancholische onderstroom en sterke gitaarsolo, maar ook het werkelijk stomvervelende Money talks met z'n kale gitaarpartij en z'n vervelende refrein, en tussendoor horen we ook nog de ultieme oorwurm-in-de-goede-zin-des-woords Standing on higher ground, gezongen door de mij voorheen totaal onbekende Geoff Barradale wiens ademloze stem me steeds aan die van Alison Moyet doet denken.
Bovenal echter is dit het album van de magnifieke opener, één van de mooiste nummers die ik van dit gezelschap ken, met veel grandeur opgezet en met een zangpartij die het pompeuze arrangement alle eer aandoet. Zo leggen de hoogtepunten (had ik de ontroerende coda van het album al genoemd?) uiteindelijk toch meer gewicht in de schaal dan de zwakke momenten, hetgeen hier een zeer bevredigende zwanezang van deze muzikale Cerberus en zijn instrumentale en vocale medewerkers van maakt, en in alle eerlijkheid moet ik bekennen dat ik bij mijn muzikale ontdekkingsreis (in 1977 na I robot afgebroken, de afgelopen maanden pas weer hervat) naast een aantal vrij vlakke nummers (en zangstemmen) toch ook veel moois ben tegengekomen.
Bovenal echter is dit het album van de magnifieke opener, één van de mooiste nummers die ik van dit gezelschap ken, met veel grandeur opgezet en met een zangpartij die het pompeuze arrangement alle eer aandoet. Zo leggen de hoogtepunten (had ik de ontroerende coda van het album al genoemd?) uiteindelijk toch meer gewicht in de schaal dan de zwakke momenten, hetgeen hier een zeer bevredigende zwanezang van deze muzikale Cerberus en zijn instrumentale en vocale medewerkers van maakt, en in alle eerlijkheid moet ik bekennen dat ik bij mijn muzikale ontdekkingsreis (in 1977 na I robot afgebroken, de afgelopen maanden pas weer hervat) naast een aantal vrij vlakke nummers (en zangstemmen) toch ook veel moois ben tegengekomen.
The Alan Parsons Project - I Robot (1977)

4,0
1
geplaatst: 25 maart 2017, 19:36 uur
Deze plaat heb ik indertijd net als het prachtige debuutalbum blind gekocht, maar ik kan me nog herinneren hoe groot de teleurstelling na de eerste paar maal draaien was. Vooral stonden er zoveel nummers op die nergens heengingen : het titelnummer begon bijvoorbeeld met een loopje, daar legde een ander instrument een tweede loopje bovenop, dan kwam dáár weer een dèrde loopje bovenop, en als alle loopjes en instrumenten en stemmen aanwezig waren hoorde je ze even 30 seconden samen en dan begon de fade-out, zonder dat ik wist waar ze nou naartoe aan het werken waren geweest, waar de climax zat of wat de bedoeling precies was. En zo waren er wel meer momenten, bijvoorbeeld het tussenstuk van The voice met z'n lopende bas, handklap-achtige percussie, "enge" geluidjes en strijkers die een geheel eigen plan trokken – bizar en boeiend en héél anders dan de rest van het nummer, maar na een minuutje kwam je weer uit bij het oorspronkelijke arrangement, dus waar was dat intermezzo nou eigenlijk goed voor geweest? En Nucleus, opkomend en wegstervend, het duurt 3'22 maar zou ook 1'22 of 5'22 kunnen duren, want er lijkt geen sturend idee achter te zitten, meer een sfeerstuk dan een echte compositie, net als Total eclipse dat klinkt als een outtake van (of als geïnspireerd door) de soundtrack van 2001 : a space odyssey. Het was allemaal niet slecht, maar het klonk gewoon nogal richtingloos. Wèl echt slecht vond ik die discodrums inclusief "slissende" hi-hat op I wouldn't want to be like you, brrr, die waren absoluut niet aan mij besteed, en van Alan Clarke ben ik nooit een liefhebber geweest, en daar bracht Breakdown geen verandering in. Dit was de laatste APP-plaat die ik indertijd kocht.
Een paar jaar geleden heb ik deze vanwege jeugdsentiment (èn vanwege een voordelig prijsje bij –toen nog– de Saturn) toch maar op CD gekocht, in de prachtig klinkende remaster uit 2007, en de tijd heeft de scherpe kantjes wel goeddeels bijgeschaafd. Bij het titelnummer kan ik gewoon genieten van de kristalheldere sound van de instrumenten zelf, I wouldn't want to be like you blijft ruimschoots drijven op de jachtige zang en de puntige gitaarsolo, voor Steve Harley heb ik sinds The human menagerie altijd een zwak gehouden, en de beste nummers (Don't let it show met z'n ontroerende boodschap van zelfverloochening, het mysterieuze Some other time, en de ijzersterke afsluitende instrumental) blijven fier overeind staan. Ook een mooi tekstfragment : "Remember your daddy / When no one was wiser your ma used to say / That you would go further than he ever could / With time on your side" – wat is er eigenlijk met de teksten aan de binnenkant van die mooie uitklaphoes gebeurd? (Nou, zullen de vinyl-liefhebbers zeggen, die staan daar nog stééds...)
Kortom, een plaat die ik nu veel beter kan smaken dan vroeger, dankzij de sound (gelukkig zonder nieuwe instrumenten) èn de melancholische tekstuele tendens (voor mij ademt dit album het vervreemdende gevoel een buitenstaander te zijn, zoals ook mooi weergegeven op de hoes), hoewel hij het voor mij nog steeds niet haalt bij de onvolprezen Tales (mijn Poe-bundel ligt weer klaar op mijn nachtkastje, daarmee kom ik gegarandeerd niet in slaap).
Een paar jaar geleden heb ik deze vanwege jeugdsentiment (èn vanwege een voordelig prijsje bij –toen nog– de Saturn) toch maar op CD gekocht, in de prachtig klinkende remaster uit 2007, en de tijd heeft de scherpe kantjes wel goeddeels bijgeschaafd. Bij het titelnummer kan ik gewoon genieten van de kristalheldere sound van de instrumenten zelf, I wouldn't want to be like you blijft ruimschoots drijven op de jachtige zang en de puntige gitaarsolo, voor Steve Harley heb ik sinds The human menagerie altijd een zwak gehouden, en de beste nummers (Don't let it show met z'n ontroerende boodschap van zelfverloochening, het mysterieuze Some other time, en de ijzersterke afsluitende instrumental) blijven fier overeind staan. Ook een mooi tekstfragment : "Remember your daddy / When no one was wiser your ma used to say / That you would go further than he ever could / With time on your side" – wat is er eigenlijk met de teksten aan de binnenkant van die mooie uitklaphoes gebeurd? (Nou, zullen de vinyl-liefhebbers zeggen, die staan daar nog stééds...)
Kortom, een plaat die ik nu veel beter kan smaken dan vroeger, dankzij de sound (gelukkig zonder nieuwe instrumenten) èn de melancholische tekstuele tendens (voor mij ademt dit album het vervreemdende gevoel een buitenstaander te zijn, zoals ook mooi weergegeven op de hoes), hoewel hij het voor mij nog steeds niet haalt bij de onvolprezen Tales (mijn Poe-bundel ligt weer klaar op mijn nachtkastje, daarmee kom ik gegarandeerd niet in slaap).
The Alan Parsons Project - Pyramid (1978)

3,5
0
geplaatst: 3 april 2017, 13:05 uur
Evident met liefde gecomponeerd en geproduceerd en met zorg gearrangeerd en gespeeld, maar veel hiervan klinkt een beetje voorspelbaar en zelfs mat. Wat ook niet helpt zijn de vele "zachte" stemmen die wel melodieus zijn maar ook een beetje kracht ontberen; op de vorige platen werd dat nog gecompenseerd met dominante bijdragen van Arthur Brown en Alan Clarke, maar hier kan eigenlijk alleen Lenny Zakatek (ik moet bij die naam altijd aan Zabadak van Davy Dee, Dozy, Beaky, Micky & Tich denken) echt even losgaan, en daardoor krijgt de plaat iets onderkoelds en vlaks, zeker vanwege de wel erg "mooierige" slotballade inclusief obligate uithaal op het einde met die hoge stem van John Miles. Uiteindelijk trekken de sound, de professionaliteit en de "polish" het album als geheel voor mij over de streep; het kan me niet helemaal overtuigen, maar het heeft wel een enorm hoge draaibaarheidsfactor, altijd belangrijk in mijn waardering. Hoogtepunt voor mij is de mix van de eerste twee nummers, met dat spannende elektrische pianootje van What goes up dat misschien een heel gewone partij speelt maar aan dat nummer toch een apart mysterieus sfeertje geeft; dieptepunt is het ongelooflijk irritante Pyramania. En In the lap of the gods doet me door het gebruik van die "cimbalom" steeds denken aan het Danny Scipio-thema van John Barry, ook zo'n sfeervol nummer, geen verkeerde associatie.
The Alan Parsons Project - Stereotomy (1985)

2,0
0
geplaatst: 29 mei 2017, 20:13 uur
Slechte composities en een uitgesproken lelijke sound (die drums op het titelnummer, dat keyboardgeluid op In the real world...), meer kan ik er echt niet van maken. De instrumentals lopen zoals altijd bij APP wel lekker door (hoewel Where's the walrus me erg aan het dertien minuten durende titelnummer van Frankie Goes To Hollywoods Welcome to the pleasure dome doet denken, en het lijkt ook net zo lang door te gaan), en de aanwezigheid van de stem van Gary Brooker op een niet onaardig nummer scoort nog een half sterretje extra, maar daar houdt het op, met Light of the world voor mij persoonlijk als het zouteloze en beroerd gezongen dieptepunt.
Is er trouwens een reden waarom Eric Woolfson hier geen enkele zangpartij verzorgt, terwijl hij bijvoorbeeld op de vorige twee albums nog bijna de helft van de nummers inzong?
Is er trouwens een reden waarom Eric Woolfson hier geen enkele zangpartij verzorgt, terwijl hij bijvoorbeeld op de vorige twee albums nog bijna de helft van de nummers inzong?
The Alan Parsons Project - Tales of Mystery and Imagination - Edgar Allan Poe (1976)
Alternatieve titel: Tales of Mystery and Imagination

5,0
2
geplaatst: 17 maart 2017, 22:48 uur
Een plaat die eigenlijk nog net zo fris klinkt als toen ik hem in 1976 blind (op aanraden van een vriend) kocht : helder, strak en puntig, met mooie literaire teksten en een vol en warm geluid. Kant 1 was meteen raak, aan kant 2 moest ik (als popliefhebber wiens vader er niet in geslaagd was om ook maar enige interesse in klassieke muziek bij zijn zoon op te wekken) wat langer wennen, maar nu vind ik de afsluitende track eigenlijk het enige echt vervelende nummer : een suf tempo, saaie zang, een melig koor en taaie synthesizer-slingers. Als ik een plaat maar goed genoeg vind worden vaak na verloop van tijd ook de mindere broeders in de familie opgenomen zodat ze me niet meer storen, maar bij Tales vind ik het nog altijd jammer dat er na het lange en broeierige (en inmiddels bijzonder gewaardeerde) Usher nog zo'n flauwe afsluiter komt.
Toen ik elf jaar later nietsvermoedend de eerste CD-versie kocht was ik blij met de bijdrage van Orson Welles, maar zeer onaangenaam getroffen door Parsons' overige toevoegingen en veranderingen (inclusief zelfs een paar kleine wijzigingen in de zangpartij van Arthur Brown op mijn favoriete nummer The tell-tale heart), en ik weet wel zeker dat ik die CD daardoor een stuk minder heb gedraaid dan anders het geval zou zijn geweest. Inmiddels heb ik hem toch wel zó vaak beluisterd dat ik wel aan de veranderingen gewend ben geraakt, maar al die alternatieve momenten blijven me toch elke keer weer opvallen. Tegen de tijd dat ook de oorspronkelijke mix op CD beschikbaar kwam was dit album mij niet meer dierbaar genoeg om ook die tweede versie te kopen, en sowieso zou ik me dan hebben gevoeld alsof ik zo tot een dubbele aankoop "gedwongen" zou zijn geweest. Het oorspronkelijke album blijft echter zowel qua composities als qua sound onverminderd prachtig.
Toen ik elf jaar later nietsvermoedend de eerste CD-versie kocht was ik blij met de bijdrage van Orson Welles, maar zeer onaangenaam getroffen door Parsons' overige toevoegingen en veranderingen (inclusief zelfs een paar kleine wijzigingen in de zangpartij van Arthur Brown op mijn favoriete nummer The tell-tale heart), en ik weet wel zeker dat ik die CD daardoor een stuk minder heb gedraaid dan anders het geval zou zijn geweest. Inmiddels heb ik hem toch wel zó vaak beluisterd dat ik wel aan de veranderingen gewend ben geraakt, maar al die alternatieve momenten blijven me toch elke keer weer opvallen. Tegen de tijd dat ook de oorspronkelijke mix op CD beschikbaar kwam was dit album mij niet meer dierbaar genoeg om ook die tweede versie te kopen, en sowieso zou ik me dan hebben gevoeld alsof ik zo tot een dubbele aankoop "gedwongen" zou zijn geweest. Het oorspronkelijke album blijft echter zowel qua composities als qua sound onverminderd prachtig.
The Alan Parsons Project - The Instrumental Works (1988)

4,0
0
geplaatst: 23 juni 2017, 19:47 uur
Zoals wel vaker geldt bij compilaties van albumartiesten : de daad van het verzamelen zelf is nutteloos want de nummers komen meestal pas echt tot hun recht in de context van het hele album, maar wát er op de compilatie staat is kwalitatief dik in orde. De instrumentals van APP zijn nooit opvullertjes of tussendoortjes, altijd zorgvuldig opgebouwde en gearrangeerde (en niet zelden zeer spannende) sfeerschetsen, en dat betekent dat The instrumental works een fraaie en bovendien zeer gevarieerde collectie vormt waarop de zang eigenlijk niet gemist wordt. Wat wèl gemist wordt is iets van Tales of mystery and imagination... ten opzichte van de overige (kortere) nummers hierop is een kwartier lang The fall of the House of Usher wel wat véél, en om daar één of twee van de vijf delen uit te lichten zou raar zijn geweest, maar A dream within a dream zou hier niet misstaan hebben (of heeft de afwezigheid daarvan te maken met de ten tijde van de release wellicht nog spelende problemen van Mercury versus Arista?). Maakt niet uit : zoals gezegd een enigszins overbodige maar op zichzelf behoorlijk goede verzameling.
The Alan Parsons Project - The Turn of a Friendly Card (1980)

4,5
2
geplaatst: 17 april 2017, 20:18 uur
Een vreemde afwijking van vooral vroeger : wanneer ik een plaat goed had leren kennen en er voor mezelf iets van een eindoordeel over wilde vellen, gaf ik zo'n plaat onwillekeurig een bepaalde "voetbalscore" als ging het een wedstrijd tussen goede en slechte of matige nummers. Zo zijn Led Zeppelin IV en Houses of the holy allebei typische 7-1-platen, België 8-1 (al was het maar omdat Henk Temming daar in Anders dan iedereen opeens Anders ALS iedereen zingt), Eldorado van ELO 9-1, The queen is dead en Strong persuader slechts 7-3, en de debuutelpee van de Doors (laat ik er maar eerlijk voor uitkomen) zelfs 5-6. Een score "waarbij de nul wordt gehouden" komt helaas maar héél zelden voor, maar ja, zo'n score is natuurlijk niet doorslaggevend of zelfs maar belangrijk, want het gaat uiteindelijk niet om de kwantiteit van de slechte nummers maar om de kwaliteit van de goede: zelfs in mijn persoonlijke top-10 staat al jaren een plaat die ik altijd als 4-4 heb beschouwd. Maar nou ja, een afwijking is nou eenmaal privé.
De laatste jaren maak ik zo'n score om de één of andere reden veel minder, maar voor The turn of a friendly card kwam hij zonder dat ik er erg in had vanzelf bovendrijven, want na het in mijn ogen vrij desastreuze Eve komt déze plaat tot mijn eigen verbazing tot een score van 10-0. Er zitten misschien wat stukjes in waar ik niet dol op ben, een geluidje hier of een zangpartij daar, maar letterlijk élk nummer heeft wel iets in de melodie (en vaak ook in het arrangement) dat zich meteen in mijn geheugen nestelt om daar niet meer te vertrekken. Goede melodieën zijn voor mij sowieso de ruggengraat van popmuziek, of het nu gaat om zanglijnen, gitaarriffs of begeleidende toetsenpartijen, en aangezien elk nummer hier een mooie en vooral memorabele melodie heeft kan dit album eigenlijk niet meer stuk.
Daarnaast wordt de ietwat voorspelbare en cleane sound (zou iemand Stuart Elliott niet eens wat spannender kunnen laten drummen?) gecompenseerd door een paar sterke solo's (met name de spetterende sax van The gold bug en de vieze gitaar op Nothing left to lose), de onpersoonlijke en vlakke stem van Eric Woolfson heeft een uitstekende tegenhanger in de expressiviteit van Lenny Zakatek, de melancholische teksten zijn sterk ("Who knows when we shall meet again... if ever?" – Time zou het afscheid van een stervende vriend kunnen zijn) en de produktie is puntgaaf als altijd. Tales of mystery and imagination blijft vanwege de duistere thematiek mijn favoriete Parsons/Woolfson-plaat, maar wie APP ontdekte via The turn of a friendly card en (al dan niet geholpen door de sentimentale waarde die bij zo'n eerste kennismaking met een band hoort) dít hun beste plaat vindt kan ik niet eens ongelijk geven.
De laatste jaren maak ik zo'n score om de één of andere reden veel minder, maar voor The turn of a friendly card kwam hij zonder dat ik er erg in had vanzelf bovendrijven, want na het in mijn ogen vrij desastreuze Eve komt déze plaat tot mijn eigen verbazing tot een score van 10-0. Er zitten misschien wat stukjes in waar ik niet dol op ben, een geluidje hier of een zangpartij daar, maar letterlijk élk nummer heeft wel iets in de melodie (en vaak ook in het arrangement) dat zich meteen in mijn geheugen nestelt om daar niet meer te vertrekken. Goede melodieën zijn voor mij sowieso de ruggengraat van popmuziek, of het nu gaat om zanglijnen, gitaarriffs of begeleidende toetsenpartijen, en aangezien elk nummer hier een mooie en vooral memorabele melodie heeft kan dit album eigenlijk niet meer stuk.
Daarnaast wordt de ietwat voorspelbare en cleane sound (zou iemand Stuart Elliott niet eens wat spannender kunnen laten drummen?) gecompenseerd door een paar sterke solo's (met name de spetterende sax van The gold bug en de vieze gitaar op Nothing left to lose), de onpersoonlijke en vlakke stem van Eric Woolfson heeft een uitstekende tegenhanger in de expressiviteit van Lenny Zakatek, de melancholische teksten zijn sterk ("Who knows when we shall meet again... if ever?" – Time zou het afscheid van een stervende vriend kunnen zijn) en de produktie is puntgaaf als altijd. Tales of mystery and imagination blijft vanwege de duistere thematiek mijn favoriete Parsons/Woolfson-plaat, maar wie APP ontdekte via The turn of a friendly card en (al dan niet geholpen door de sentimentale waarde die bij zo'n eerste kennismaking met een band hoort) dít hun beste plaat vindt kan ik niet eens ongelijk geven.
The Alan Parsons Project - Vulture Culture (1985)

3,5
1
geplaatst: 19 mei 2017, 11:38 uur
Okee, dus Alan Parsons ontdekt de jaren tachtig en gaat mee in de synthesizersound... Toen die "synthpop"-platen verschenen deed ik er druk aan mee en kon ik het allemaal goed smaken, maar momenteel vormt de eerste helft van de 80's voor mij zo ongeveer de minst interessante periode van de popmuziek (als je periode-overstijgende genres als disco en hip-hop buiten beschouwing laat) en luister ik eigenlijk zelden of nooit meer naar de muziek die ik toen zoveel draaide. Merkwaardig genoeg eigenlijk stoor ik me bij Vulture culture niet of nauwelijks aan de gedateerde of beter gezegd eenvoudig te dateren sound van de meeste nummers (ik hoor Depeche Mode, een Cars-gitaartje, de invloed van The Police, When the rain begins to fall en het toetsengeluid dat bij een band als Toontje Lager ook zo prominent aanwezig was), en dat komt vermoedelijk omdat het totaalgeluid zoals altijd bij APP zo strak en sober is gehouden. Bovendien moet ik zeggen dat er naast een paar matige nummers en de ronduit vervelende titeltrack ook vier nummers opstaan die ik qua compositie, arrangement en zang echt geweldig vind: het lekker spetterende openingsnummer, Separate lives met z'n verdrietige refrein, Days are numbers met Chris Rainbow als enige mogelijke zanger, en Somebody out there met z'n hectische refrein vol treffende paranoia. Tja, ik kan me voorstellen dat het voor jaren-70-artiesten moeilijk was om zich in die tijden vol muzikale veranderingen en visuele uitdagingen (MTV) in zowel artistiek als commercieel opzicht staande te houden, maar dit is toch een alleszins waardige poging daartoe.
The Allman Brothers Band - At Fillmore East (1971)

3,5
1
geplaatst: 23 maart 2021, 09:51 uur
Ik heb me indertijd vrij negatief over de eindeloze gitaarjams op deze plaat uitgelaten, maar omdat ik het vroege studiowerk van de Allmans (t/m Win lose or draw) toch maar blíjf beluisteren (en steeds beter ga vinden) heb ik At Fillmore East ook maar een nieuwe kans gegeven via de 2CD-Deluxe Edition, waarbij ik nu ook steeds beter ga horen hoe sterk en swingend de ritmesectie is. De "nieuwe" korte tracks Trouble no more, Don't keep me wonderin' en One way out zijn bovendien bijzonder de moeite waard, dus ik ben hier toch wel blij mee. Ik blijf het jammer vinden dat sommige nummers verzanden in en/of opgehouden worden door instrumentale passages die nergens heen gaan, maar op de momenten waarop ik wèl de ambiance in word gezogen en de band echt los gaat kan ik heel goed begrijpen waarom dit soms wordt genoemd als de ultieme live-plaat.
The Allman Brothers Band - Brothers and Sisters (1973)

5,0
0
geplaatst: 13 juni 2012, 15:04 uur
Na de zwaardere en agressievere eerste twee studio-albums begon er op Eat a peach al een kleine verschuiving qua repertoire, en dat krijgt z'n definitieve beslag op Brothers and sisters. De nummers betreden nu een soort middenweg tussen de blues en de country, soms wat meer naar de ene kant leunend, soms wat meer naar de andere, maar over het geheel zo een nieuwe sound brengend die wat ontspannener is maar na een aantal malen draaien eigenlijk niet minder boeiend is dan het vroege werk. Het is een ander soort spanning, schijnbaar minder hectisch, iets melancholischer maar misschien niet minder gepassioneerd, en voor mij persoonlijk met een grote warmte en soms zelfs intimiteit. Opeens is het niet meer zo vreemd dat deze plaat vijf weken op nummer 1 in de Amerikaanse albumlijsten stond.
Overigens, Ronald5150, na de dood van Duane Allman bracht de groep eerst nog Eat a peach uit. Brothers and sisters is hun eerste plaat na de dood van bassist Berry Oakley het jaar daarop.
Overigens, Ronald5150, na de dood van Duane Allman bracht de groep eerst nog Eat a peach uit. Brothers and sisters is hun eerste plaat na de dood van bassist Berry Oakley het jaar daarop.
The Allman Brothers Band - Eat a Peach (1972)

4,5
1
geplaatst: 6 maart 2021, 15:55 uur
Beluisterd via de enkele Capricorn-CD met daarop de twee delen van Mountain jam aan elkaar geplakt (d.w.z. track 4 duurt nu 34:43, en het album telt in deze versie dus maar 9 tracks). En die Mountain jam vind ik meteen de achilleshiel van de plaat, want het is voor mij allemaal teveel los zand met te weinig echt interessante solo's (hoewel bij het gitaarwerk vanaf 25'00 mijn lichaamstemperatuur wel even omhoog gaat). Het is ook allemaal niet slecht of zo, maar als ik in de zaal zou zitten zou ik toch wel denken: nou, voor dít halve uur heb ik mijn kaartje niet gekocht.
De reden waarom ik dan toch tot zo'n hoge score kom is dat de overige 36 minuten van het gebruikelijke hoge Allman-niveau zijn, met bijvoorbeeld het bluesy Ain't wastin' time no more, het gejaagde One way out, Dicky Betts' ontspannen Blue sky en (mijn favoriet) het uiterst kwetsbare Melissa. Deze band is de afgelopen jaren steeds meer in mijn achting gestegen. Mssr Renard, where are you now?
De reden waarom ik dan toch tot zo'n hoge score kom is dat de overige 36 minuten van het gebruikelijke hoge Allman-niveau zijn, met bijvoorbeeld het bluesy Ain't wastin' time no more, het gejaagde One way out, Dicky Betts' ontspannen Blue sky en (mijn favoriet) het uiterst kwetsbare Melissa. Deze band is de afgelopen jaren steeds meer in mijn achting gestegen. Mssr Renard, where are you now?
The Allman Brothers Band - Enlightened Rogues (1979)

2,5
0
geplaatst: 25 april 2021, 22:28 uur
Een niet zozeer slechte alswel middelmatige plaat. Crazy love is een flauwe opener, Blind love lijkt daar bijna een kopie van, Need your love so bad is een totaal overbodige versie na de cover van Fleetwood Mac (vooral met die ongepaste mondharmonica) en Try it one more time doet mij alleen maar verlangen naar de intensiteit van de eerste Allman-platen. Eigenlijk springen maar twee nummers er uit: Pegasus swingt en zweeft (hoewel de voorspelbare aanwezigheid van zo'n standaard lange Dickey Betts-instrumental op een ABB-plaat onderhand een beetje plichtmatig begint aan te voelen) en Just ain't easy is een mooie en kwetsbare ballade (met op het einde trouwens een gitaarloopje omhoog dat me doet denken aan de ABB-cover van Can't lose what you never had). De rest is gewoon niet bijzonder genoeg om hier nog vaker naar te grijpen.
The Allman Brothers Band - Gold (2005)

5,0
2
geplaatst: 11 juni 2012, 12:27 uur
De die-hard-Allman-fan die eigenlijk hun eerste vijf albums in hun geheel wil hebben kan ik geen ongelijk geven – niet voor niets stamt ongeveer 80% van het materiaal hier van die platen.
Wie echter op zoek is naar een goed overzicht dat meer biedt dan hun paar hitjes en beroemde albumtracks, maar aan de andere kant niet de diepte van bijvoorbeeld 33 minuten Mountain jam in wil gaan, moet zeker deze compilatie overwegen. Want wat vinden we hier:
• zes van de zeven nummers van hun debuutalbum The Allman Brothers Band uit 1969, inclusief het dodelijke Whipping post;
• vier van de zeven nummers van hun tweede album Idlewild South uit 1970, helaas zonder Please come home, en ook zonder In memory of Elizabeth Reed dat er echter wel in de live-versie van At Fillmore East op staat;
• ruim een half uur van dat klassieke live-album uit 1971, hetgeen genoeg aanknopingspunten biedt om te beslissen of je die plaat alsnog wilt aanschaffen (in de gewone of de DeLuxe-uitvoering) dan wel laat voor wat ie is;
• de belangrijkste studiotracks van het half studio-, half live-album Eat a peach (1972);
• vier van de zeven nummers van hun succesvolle Brothers and sisters-album uit 1973, inclusief uiteraard Ramblin' man en het onsterfelijke Jessica, en met een vijfde nummer in de live-versie van Wipe the windows uit 1976;
• en tenslotte van drie latere platen nog eens zes nummers, variërend van aardig tot sterk, en zodoende een aardig beeld schetsend van het vervolg van hun carrière in de jaren 70.
Kortom, een bijna ideale verzamel-CD, goed geannoteerd en met een uitstekende geluidskwaliteit.
Wie echter op zoek is naar een goed overzicht dat meer biedt dan hun paar hitjes en beroemde albumtracks, maar aan de andere kant niet de diepte van bijvoorbeeld 33 minuten Mountain jam in wil gaan, moet zeker deze compilatie overwegen. Want wat vinden we hier:
• zes van de zeven nummers van hun debuutalbum The Allman Brothers Band uit 1969, inclusief het dodelijke Whipping post;
• vier van de zeven nummers van hun tweede album Idlewild South uit 1970, helaas zonder Please come home, en ook zonder In memory of Elizabeth Reed dat er echter wel in de live-versie van At Fillmore East op staat;
• ruim een half uur van dat klassieke live-album uit 1971, hetgeen genoeg aanknopingspunten biedt om te beslissen of je die plaat alsnog wilt aanschaffen (in de gewone of de DeLuxe-uitvoering) dan wel laat voor wat ie is;
• de belangrijkste studiotracks van het half studio-, half live-album Eat a peach (1972);
• vier van de zeven nummers van hun succesvolle Brothers and sisters-album uit 1973, inclusief uiteraard Ramblin' man en het onsterfelijke Jessica, en met een vijfde nummer in de live-versie van Wipe the windows uit 1976;
• en tenslotte van drie latere platen nog eens zes nummers, variërend van aardig tot sterk, en zodoende een aardig beeld schetsend van het vervolg van hun carrière in de jaren 70.
Kortom, een bijna ideale verzamel-CD, goed geannoteerd en met een uitstekende geluidskwaliteit.
The Allman Brothers Band - Idlewild South (1970)

4,5
1
geplaatst: 16 april 2018, 14:36 uur
Ik heb het idee dat ik dit album na de superbe voorganger altijd een beetje onderschat heb, en wel om twee redenen : de "People can you feel it"-gospel-vibe van Revival komt me nogal gemaakt voor (en vanaf 1:30 ben ik altijd bang dat ze plotseling naar Crunchy granola suite van Neil Diamond en/of Percy Faith gaan overschakelen), en over die riff van de oorspronkelijke Hoochie coochie man ben ik nooit enthousiast geweest. Maar dat laatste nummer is hier eigenlijk onherkenbaar met donderende drums en lekkere gitaarlijnen, en als Revival dan de enige vreemde eend in de bijt is maak ik hier toch 4* van.
The Allman Brothers Band - Win, Lose Or Draw (1975)

4,0
0
geplaatst: 23 februari 2021, 16:26 uur
Nou vooruit, laten we zeggen dat de "win"-kant vertegenwoordigd wordt door 25 fantastische minuten, dan zetten we drie niet erg belangwekkende maar zeker ook niet slechte nummers daartegenover en verklaren we het vriendelijke Just another love song tot een gelijkspelletje – maar tjonge jonge, wat zijn de drie nummers die die 25 minuten volmaken toch geweldig. High Falls krijgt natuurlijk de meeste aandacht dankzij de ruimtelijke produktie, de lyrische gitaarsolo's, de swingende elektrische piano en het heerlijke drumwerk, maar zelf ga ik vooral elke keer weer voor de bijl bij die opklimmende gitaarloopjes tijdens de refreinregels van het openingsnummer. Het opnameproces mag dan extreem moeizaam zijn geweest en de band mag hier dan met op z'n zachtst gezegd gemengde gevoelens op terugkijken, maar ikzelf hoor hier gewoon een heerlijke plaat met een aantal sublieme hoogtepunten en alle muzikanten bijzonder op dreef.
The Allman Brothers Band - Wipe the Windows, Check the Oil, Dollar Gas (1976)

5,0
1
geplaatst: 24 februari 2024, 15:35 uur
Uitstekende verzameling van live-opnames die weliswaar een periode van bijna drie jaar bestrijken, maar die mij persoonlijk toch het gevoel geven bij één compleet concert aanwezig te zijn. Omdat het allemaal zo klinkt als een klok ben ik bijna geneigd te zeggen dat dit een soort Greatest hits live is, maar dat klopt natuurlijk niet omdat er behalve Elizabeth Reed geen dubbeltellingen met Fillmore East op staan; dat er desondanks geen zwakke broeders tussen het materiaal te vinden zijn geeft al aan dat hier uit een kwalitatief hoogwaardig oeuvre kon worden geput. De helft komt van Brothers and sisters, de keuze van de andere helft wordt keurig verdeeld over de overige studioplaten, en hoewel ze sommige van deze nummers tientallen of misschien zelfs wel honderden malen moeten hebben gespeeld hoor ik geen spoor van plichtmatigheid. Hoogstens klinkt Allmans zang op de eerste helft van Come and go blues wat vermoeid, maar dat zal eerder aan de mix liggen, want op het einde komt zijn stem weer wèl heel goed door.
Gekocht op een CD met op de rug de logo’s van zowel Music On CD als Universal als Capricorn, copyright 2022, “Made in the Netherlands”, “mastered by Suha Gur” (wiens naam ik ook zie staan op de CD’s die ik van de eerdere ABB-platen heb, met uitzondering van Brothers and sisters), en met aangenaam (en ruisloos) maar niet uit de speakers knallend geluid. Dat laatste kan dan weer aanleiding geven tot de hier al genoemde misvatting dat deze plaat vuur en energie mist, terwijl er eerder sprake is van een andere groepsbezetting die meer richting een warm en jazzy bandgeluid gaat. Voor die explosiviteit hebben we dan de Fillmore-concerten, en Wipe the windows, check the oil, dollar gas is perfect voor wie moeite heeft met die extreem lange gitaarjams, zoals ik. Bijzonder hoge draaibaarheidsfactor ook, dus hier past maar één score.
Gekocht op een CD met op de rug de logo’s van zowel Music On CD als Universal als Capricorn, copyright 2022, “Made in the Netherlands”, “mastered by Suha Gur” (wiens naam ik ook zie staan op de CD’s die ik van de eerdere ABB-platen heb, met uitzondering van Brothers and sisters), en met aangenaam (en ruisloos) maar niet uit de speakers knallend geluid. Dat laatste kan dan weer aanleiding geven tot de hier al genoemde misvatting dat deze plaat vuur en energie mist, terwijl er eerder sprake is van een andere groepsbezetting die meer richting een warm en jazzy bandgeluid gaat. Voor die explosiviteit hebben we dan de Fillmore-concerten, en Wipe the windows, check the oil, dollar gas is perfect voor wie moeite heeft met die extreem lange gitaarjams, zoals ik. Bijzonder hoge draaibaarheidsfactor ook, dus hier past maar één score.
The Animals - All Time Greatest Hits (1976)
Alternatieve titel: The House of the Rising Sun

4,5
0
geplaatst: 4 april 2016, 20:36 uur
In feite is dit déze (bijna) gelijknamige compilatie aangevuld met twaalf wat mindere maar zeker niet slechte nummers. Grote ontbrekende is (nog steeds) Don't let me be misunderstood, dat had toch wel bij het tweede dozijn kunnen worden ondergebracht?
The Animals - Animal Tracks (1965)

3,5
0
geplaatst: 26 december 2024, 22:05 uur
Wat sterker (want consistenter) dan het debuut, met iets minder plichtmatige covers (hoewel Hallelujah I love her so en Let the good times roll wel als opvullertjes klinken) en weer een paar prachtige hoogtepunten: het kwetsbare How you've changed, het prachtige I believe to my soul (ironisch genoeg direct op die teleurstellende andere Ray Charles-cover volgend), het jachtige Bright lights big city, en natuurlijk Worried life blues, het nummer waardoor ik als jonge luisteraar viel voor deze band en dat nog altijd mijn favoriete track in hun repertoire is. En ach, die mindere nummers, misschien is het wel een kwaliteit van deze band dat ze het allemaal zo gemakkelijk laten klinken, soms dus zelfs té gemakkelijk – ik vergeef het ze graag. Jammer dat Alan Price de band hierna zo spoedig verliet, want voor mijn gevoel hadden ze in deze samenstelling nog veel beter kunnen worden. Meer dan vijftig jaar nadat ik ze voor het eerst hoorde luister ik hier nog steeds graag naar.
The Animals - Animal Tracks [US] (1965)

4,0
0
geplaatst: 26 december 2024, 22:30 uur
Inderdaad bijna een totaal andere plaat dan de Engelse release met deze titel, met slechts twee nummers gemeenschappelijk, plus twee nummers die ook al op de Engelse versie van het debuutalbum stonden. Déze plaat kenmerkt zich natuurlijk door de hits die hier (wèl) op staan, met als speciale attractie het feit dat dit een andere (zij het niet bijzonder afwijkende) "take" van We've gotta get out of this place is. Helaas is dit ook een nogal kórte plaat is (nog geen 32 minuten), maar wát er op staat is eigenlijk behoorlijk sterk, met weinig wegwerpnummers, drie heerlijke hits, en bij de vier eigen composities (van Eric Burdon en/of Alan Price) ook een paar aardige tracks, zoals het lekker stuiterende Club-A-Go-Go en het grappige Story of Bo Diddley. Zo weegt wat hier bij is gekomen dus behoorlijk goed op tegen wat er is weggelaten – maar eigenlijk kun je de twee versies met deze titel niet echt met elkaar vergelijken.
The Animals - Animalisms (1966)

3,5
0
geplaatst: 22 maart 2012, 20:31 uur
Onderschat, absoluut. Nog steeds een geweldig rauwe r&b-band, met sterke nummers, felle arrangementen en boven alles uit de fantastische stem van Eric Burdon.
Bovenstaande uitgave is natuurlijk degene die je van dit album moet hebben. De eerste 12 nummers vormen de oorspronkelijke elpee, 13-17 zijn een aantal zeker niet te versmaden single-A- en B-kantjes (vooral voor Help me girl heb ik altijd een zwak gehad, met z'n prachtige combinatie van orgel en blazers), 18-21 is de enigszins tamme In the beginning there was early Animals-EP, en 22-25 zijn de stereoversies van vier nummers van de Amerikaanse versie van dit album. Daarnaast zit er (zoals gebruikelijk bij Repertoire) ook een aardig informatief boekje bij.
Een minpuntje vind ik het geluid. Als je dit vergelijkt met de nog altijd felle en tegelijk ruimtelijke sound op de EMI-dubbel-CD The complete Animals (de eerste 40 nummers van hun carrière, onder produktionele leiding van Mickie Most, staat niet op MusicMeter maar is nog wel in de platenwinkel te vinden) klinkt déze uitgave toch enigszins hol en samengeperst, alsof de muziek niet echt kan ademen. Jammer, door de twee andere uitstekende Repertoire-uitgaves die ik heb (Moody Blues en Caravan) ben ik anders gewend.
Bovenstaande uitgave is natuurlijk degene die je van dit album moet hebben. De eerste 12 nummers vormen de oorspronkelijke elpee, 13-17 zijn een aantal zeker niet te versmaden single-A- en B-kantjes (vooral voor Help me girl heb ik altijd een zwak gehad, met z'n prachtige combinatie van orgel en blazers), 18-21 is de enigszins tamme In the beginning there was early Animals-EP, en 22-25 zijn de stereoversies van vier nummers van de Amerikaanse versie van dit album. Daarnaast zit er (zoals gebruikelijk bij Repertoire) ook een aardig informatief boekje bij.
Een minpuntje vind ik het geluid. Als je dit vergelijkt met de nog altijd felle en tegelijk ruimtelijke sound op de EMI-dubbel-CD The complete Animals (de eerste 40 nummers van hun carrière, onder produktionele leiding van Mickie Most, staat niet op MusicMeter maar is nog wel in de platenwinkel te vinden) klinkt déze uitgave toch enigszins hol en samengeperst, alsof de muziek niet echt kan ademen. Jammer, door de twee andere uitstekende Repertoire-uitgaves die ik heb (Moody Blues en Caravan) ben ik anders gewend.
The Animals - In the Beginning (1970)
Alternatieve titel: The Early Animals with Eric Burdon

3,5
1
geplaatst: 17 februari 2021, 11:41 uur
Lekker ruig en stevig, met de Animals al soepel op elkaar ingespeeld en Eric Burdon die duidelijk geen last heeft van podiumvrees. Het geluid vind ik eigenlijk behoorlijk, met gitaar, orgel en drums die allemaal goed doorkomen zonder dat Burdons stem in de herrie verdwijnt. Het grootste bezwaar vind ik eigenlijk het repertoire, want die drie covers van Chuck Berry en twee van John Lee Hooker (samen dus het merendeel van de plaat) klinken na verloop van tijd nogal "samey", en daardoor vind ik het soms wel een lange zit. Gelukkig nergens een té lange zit, en de hoogtepunten (het gitaarwerk op Let it rock, het altijd lekkere ritme van Boom boom, en Bo Diddley dat ondanks zijn lengte en zijn monotone ritme toch verrassend leuk blijft) maken veel goed.
Grappig om te zien waar de Animals in deze periode stonden: in december 1963 in een zaal in hun thuisstad, negen maanden later op nummer 1 in Amerika.
Grappig om te zien waar de Animals in deze periode stonden: in december 1963 in een zaal in hun thuisstad, negen maanden later op nummer 1 in Amerika.
The Animals - The Animals (1964)

3,5
0
geplaatst: 26 december 2024, 11:13 uur
Chris May en Tim Phillips in hun smakelijke boek British beat: "Newcastle is a tough city and in the Animals it produced perhaps the sweatiest British R&B group of the mid-sixties. Their music was hard and aggressive, and communicated a real involvement." Misschien kwam de ruige sound van deze band live inderdaad beter tot z'n recht, maar we zullen het dus met de studio-opnames moeten doen. Dit is dan inderdaad een wisselvallige plaat, met netjes uitgevoerde nummers als I'm in love again en The right time tegenover geïnspireerdere maar toch ook niet echt stomende versies van Dimples en Around and around, maar Story of Bo Diddley blijft ook na vele luisterbeurten nog erg grappig ("the Duchess, his gowgeous sister"), Bury my body heeft een verrassende gospel-feel en een lekkere rave-up, Boom boom is heerlijk direct, en in het absolute hoogtepunt I'm mad again wordt een lekker lome groove omgezet in een suggestieve woede die bovendien ook nog eens duidelijk maakt wat een troef deze band met haar leadzanger in handen had. (Heerlijke wandelende bas van Chas Chandler ook af en toe.) Wisselvallig, zoals gezegd, en met een paar flauwe niemendalletjes als I've been around en The girl can't help it, maar op z'n beste momenten toch een fraaie staalkaart van wat deze band allemaal kon.
The Animals - The Animals (1966)
Alternatieve titel: House of the Rising Sun

4,5
0
geplaatst: 3 maart 2012, 21:23 uur
Uitstekende compilatie van singles en albumtracks uit de Alan Price-periode, in de jaren 60 uitgebracht in een EMI-reeks waarin ook andere bands zaten. Qua hits ontbreekt hier eigenlijk alleen Don't let me be misunderstood, maar qua albumtracks mogen we blij zijn dat Worried life blues hiermee nog even aan de vergetelheid werd onttrokken. Volgens mij nimmer op CD verschenen, dus alleen voor de vinylverzamelaar nog interessant; uiteraard zijn er in het digitale tijdperk vele andere en/of betere en/of completere compilaties verschenen, maar in z'n soort blijft dit toch een geweldig album van een zeldzaam felle en rauwe r&b-band, met een sfeervolle hoes waar ik heel wat uurtjes naar heb zitten staren.
Het historische belang: Boudewijn Büch, midden jaren 80, in een interview over de opkomst van de Compact Disc en wat dat zou doen met zijn platenverzameling. "Als ik de Animals draai, dan wil ik Boom boom na House of the rising sun horen, en als dat niet kan hoef ik er ook geen CD van." Toen ik dat las dacht ik: aha, Büch heeft "mijn" verzamelelpee...
Het historische belang: Boudewijn Büch, midden jaren 80, in een interview over de opkomst van de Compact Disc en wat dat zou doen met zijn platenverzameling. "Als ik de Animals draai, dan wil ik Boom boom na House of the rising sun horen, en als dat niet kan hoef ik er ook geen CD van." Toen ik dat las dacht ik: aha, Büch heeft "mijn" verzamelelpee...
The Animals - The Animals [US] (1964)

2,5
0
geplaatst: 26 december 2024, 11:33 uur
Maar liefst vijf andere nummers dan de Engelse release, en dat er het één en ander heeft moeten wijken voor de twee singles is begrijpelijk, maar dat Story of Bo Diddley, Bury my body en Boom boom zich onder de slachtoffers bevinden terwijl melige nummers als I'm in love again en I've been around gehandhaafd zijn is doodzonde. En laten we ook niet vergeten dat House of the rising sun hier in een flink ingekorte versie op staat, met een gekortwiekte solo, één couplet minder en een fade-out op het einde, en dat is toch wel een flinke aderlating. Enfin, de overige nummers wijken niet af van hun tegenhangers op de Engelse release, I'm mad again vinden we hier in ieder geval nog wèl terug, en wat er verder opstaat is niet slecht, maar ik kan deze versie toch niet prefereren boven de Engelse. (Van Talkin' 'bout you is een vijf minuten langere "full version" te vinden op The complete Animals, waar sowieso alles van zowel de Engelse als de Amerikaanse versie van deze plaat op staat.)
The Animals - The Complete Animals (1990)
Alternatieve titel: The Complete Mickie Most Productions for EMI

4,5
0
geplaatst: 16 mei 2012, 13:09 uur
In november 1963, toen de Animals net hun beroemde samenstelling hadden bereikt (Eric Burdon–zang, Alan Price–orgel, Hilton Valentine–gitaar, Chas Chandler–bas en John Steel–drums), maakten ze vier opnames voor een EP getiteld I just want to make love to you, die al in korte tijd uitverkocht raakte. Via via kwam die EP producer Mickie Most ter ore, en vanaf het moment dat Most naar aanleiding daarvan de groep onder zijn hoede nam kwamen de grote successen.
Op deze door EMI in 1990 uitgegeven dubbel-CD staan alle veertig nummers die de Animals tussen 1964 en 1966 onder de produktionele leiding van Most opnamen: acht singles en hun B-kantjes, twee elpees en vier nooit eerder uitgegeven nummers, alles uitstekend geremasterd met een lekker fel geluid.
Het bijbehorende boekje bevat een redelijk uitgebreid essay over deze periode, maar mist helaas een gedetailleerde discografie. Omdat deze box de opnames presenteert in de chronologische volgorde waarin ze werden opgenomen –op zich een zeer goed verdedigbare beslissing– ontstaat er dus helaas geen inzicht in de manier waarop ze de luisteraar indertijd ter ore zijn gekomen, en staan de nummers van de albums bijvoorbeeld ook niet achter elkaar zoals op de vinyl-releases. Dat is uiteraard een minpuntje, maar op de Animals-website staat een gedetailleerde discografie, keurig uitgesplitst op singles, albums en EP's.
Niet alles op deze compilatie is even briljant. Compositorisch leunde de groep sterk op hun grote inspiratiebronnen (drie nummers van John Lee Hooker, Ray Charles en Chuck Berry elk, twee van Jimmy Reed, Fats Domino en Bo Diddley, en zelfs The girl can't help it komt nog even langs), en sommige van die versies voegen niet veel toe aan de originelen of klinken zelfs als afgeraffelde album-opvullertjes. Daar staat tegenover dat de groep op hun beste momenten een ongeëvenaarde intensiteit aan de dag kon leggen, bijvoorbeeld in het melancholieke How you've changed van Chuck Berry (met een prachtige pianopartij van Alan Price), John Lee Hookers dreigende I'm mad again, en het even wanhopige maar opzwepende Worried life blues (met een hoofdrol voor Hilton Valentine's gitaar – eerst een onderkoelde bluesy toon, later een knetterende solo). En ook staat er een half dozijn eigen composities op, ofwel Burdon-solo ofwel Burdon/Price (inclusief I'm crying, als single de opvolger van House of the rising sun).
Na twee jaar kwam er een definitieve breuk met Most omdat de groep genoeg had van zijn in hun ogen te commerciële benadering. De laatste singles uit deze periode zijn twee van die door Most van broodschrijvers gekochte nummers, We've gotta get out of this place en It's my life, en ironisch genoeg klinken ze nu (en ongetwijfeld ook toen al) als scherpe en agressieve brandbommetjes. Het waren misschien niet de blues– of rhythm&blues–klassiekers waarmee de groep geassocieerd wilde worden, maar het is met de beste wil van de wereld niet in te zien wat er aan deze nummers zo bezwaarlijk was. (Sterker nog, toen Bruce Springsteen kortgeleden op het South By Southwest Festival in Austin vertelde hoezeer zijn muziek geïnspireerd was door de riff van We've gotta get out of this place, was de inmiddels 71-jarige Eric Burdon niet te beroerd om het podium op te klimmen en het nummer nog eens te zingen.)
Na de scheiding van Most (en het vertrek van eerst Alan Price en daarna John Steel) maakten de Animals eerst nog een uitstekende derde elpee getiteld Animalisms en gingen daarna verder als een meer psychedelische outfit onder de naam Eric Burdon & the Animals (en later The New Animals). Met Mickie Most hoeven we in ieder geval geen medelijden te hebben, want na de Animals produceerde hij nog onder andere Herman's Hermits, Donovan en Suzi Quatro, en in 1995 werd zijn fortuin op 50 miljoen pond geschat. (Zijn woning in Londen werd beschouwd als het duurste privéhuis in Engeland, met een waarde van ongeveer 4 miljoen pond.) Helaas is hij in 2003 op 64-jarige leeftijd overleden.
Deze box is de ideale aanschaf voor wie op zoek is naar de essentiële Animals-sound en meer wil dan één van de talloze (en overigens ook lang niet slechte) compilaties die er op de markt zijn. Natuurlijk staan hierop ook alle nummers die in Nederland, Engeland en Amerika in deze periode hits waren, dus naast We've gotta get out of this place en It's my life ook I'm crying, Don't let me be misunderstood, Bring it on home to me en – uiteraard– House of the rising sun. Eén van de hoogtepunten van de Engelse popmuziek uit de jaren 60.
(Overigens staat de EP I just want to make love to you dus niet op deze box –want immers niet door Mickie Most geproduceerd–, maar die is als In the beginning there was early Animals wel te vinden als tracks 18 t/m 21 op de Repertoire-release van Animalisms.)
Op deze door EMI in 1990 uitgegeven dubbel-CD staan alle veertig nummers die de Animals tussen 1964 en 1966 onder de produktionele leiding van Most opnamen: acht singles en hun B-kantjes, twee elpees en vier nooit eerder uitgegeven nummers, alles uitstekend geremasterd met een lekker fel geluid.
Het bijbehorende boekje bevat een redelijk uitgebreid essay over deze periode, maar mist helaas een gedetailleerde discografie. Omdat deze box de opnames presenteert in de chronologische volgorde waarin ze werden opgenomen –op zich een zeer goed verdedigbare beslissing– ontstaat er dus helaas geen inzicht in de manier waarop ze de luisteraar indertijd ter ore zijn gekomen, en staan de nummers van de albums bijvoorbeeld ook niet achter elkaar zoals op de vinyl-releases. Dat is uiteraard een minpuntje, maar op de Animals-website staat een gedetailleerde discografie, keurig uitgesplitst op singles, albums en EP's.
Niet alles op deze compilatie is even briljant. Compositorisch leunde de groep sterk op hun grote inspiratiebronnen (drie nummers van John Lee Hooker, Ray Charles en Chuck Berry elk, twee van Jimmy Reed, Fats Domino en Bo Diddley, en zelfs The girl can't help it komt nog even langs), en sommige van die versies voegen niet veel toe aan de originelen of klinken zelfs als afgeraffelde album-opvullertjes. Daar staat tegenover dat de groep op hun beste momenten een ongeëvenaarde intensiteit aan de dag kon leggen, bijvoorbeeld in het melancholieke How you've changed van Chuck Berry (met een prachtige pianopartij van Alan Price), John Lee Hookers dreigende I'm mad again, en het even wanhopige maar opzwepende Worried life blues (met een hoofdrol voor Hilton Valentine's gitaar – eerst een onderkoelde bluesy toon, later een knetterende solo). En ook staat er een half dozijn eigen composities op, ofwel Burdon-solo ofwel Burdon/Price (inclusief I'm crying, als single de opvolger van House of the rising sun).
Na twee jaar kwam er een definitieve breuk met Most omdat de groep genoeg had van zijn in hun ogen te commerciële benadering. De laatste singles uit deze periode zijn twee van die door Most van broodschrijvers gekochte nummers, We've gotta get out of this place en It's my life, en ironisch genoeg klinken ze nu (en ongetwijfeld ook toen al) als scherpe en agressieve brandbommetjes. Het waren misschien niet de blues– of rhythm&blues–klassiekers waarmee de groep geassocieerd wilde worden, maar het is met de beste wil van de wereld niet in te zien wat er aan deze nummers zo bezwaarlijk was. (Sterker nog, toen Bruce Springsteen kortgeleden op het South By Southwest Festival in Austin vertelde hoezeer zijn muziek geïnspireerd was door de riff van We've gotta get out of this place, was de inmiddels 71-jarige Eric Burdon niet te beroerd om het podium op te klimmen en het nummer nog eens te zingen.)
Na de scheiding van Most (en het vertrek van eerst Alan Price en daarna John Steel) maakten de Animals eerst nog een uitstekende derde elpee getiteld Animalisms en gingen daarna verder als een meer psychedelische outfit onder de naam Eric Burdon & the Animals (en later The New Animals). Met Mickie Most hoeven we in ieder geval geen medelijden te hebben, want na de Animals produceerde hij nog onder andere Herman's Hermits, Donovan en Suzi Quatro, en in 1995 werd zijn fortuin op 50 miljoen pond geschat. (Zijn woning in Londen werd beschouwd als het duurste privéhuis in Engeland, met een waarde van ongeveer 4 miljoen pond.) Helaas is hij in 2003 op 64-jarige leeftijd overleden.
Deze box is de ideale aanschaf voor wie op zoek is naar de essentiële Animals-sound en meer wil dan één van de talloze (en overigens ook lang niet slechte) compilaties die er op de markt zijn. Natuurlijk staan hierop ook alle nummers die in Nederland, Engeland en Amerika in deze periode hits waren, dus naast We've gotta get out of this place en It's my life ook I'm crying, Don't let me be misunderstood, Bring it on home to me en – uiteraard– House of the rising sun. Eén van de hoogtepunten van de Engelse popmuziek uit de jaren 60.
(Overigens staat de EP I just want to make love to you dus niet op deze box –want immers niet door Mickie Most geproduceerd–, maar die is als In the beginning there was early Animals wel te vinden als tracks 18 t/m 21 op de Repertoire-release van Animalisms.)
The Associates - Fourth Drawer Down (1981)

4,5
2
geplaatst: 18 april 2023, 16:53 uur
Vijf A-kantjes en drie B-kantjes, en als je de drie B-kantjes van de bonustracks meetelt heb je hier dus 5½ singles compleet (alleen de A-kant van het onder de naam 39 Lyon Street uitgebrachte Kites ontbreekt). Volop geëxperimenteer, maar toch ook pakkende melodietjes en stevige vierkwarts-arrangementen zoals het een "commerciële" popsingle betaamt. Ik hoor veel echo's van hoe de vroege Cure hun gitaargeluid gebruikte om het geluid te kleuren en sfeer te creëren, maar natuurlijk klinkt ook Bowie's Berlijnse output hier door, en in de percussie van An even whiter car denk ik zelfs de invloed van het Yellow Magic Orchestra te horen, maar uiteindelijk overstijgt dit toch alle invloeden vanwege de eigenzinnige arrangementen, de bizarre en soms onbegrijpelijke (Message oblique speech) of zelfs overstaanbare (Kitchen person) teksten, en natuurlijk die bijna operateske stem die vaak heel effectief "gedubbeld" wordt zodat achtergrondzanger Billy Mackenzie soms leadzanger Billy Mackenzie bijna overstemt. Zelfs de instrumentals blijven interessant, en wát een rijkdom wanneer je (dit arrangement van) A girl named Property (in een minder sterk arrangement al de achterkant van debuutsingle Boys keeps swinging) op een B-kantje weg kan steken.
The Associates - Perhaps (1985)

2,5
1
geplaatst: 30 april 2023, 12:29 uur
Ik weet nooit hoe ik dit album moet bekijken. Bestaat Perhaps nou uit een aantal in aanzet prima composities die de voet worden dwarsgezet door arrangementen die soms enkele minuten te lang doorgaan, veel te veel synthesizers (in plaats van de afwisselende instrumentatie van de eerdere Associates-platen), teksten die af en toe nergens op trekken ("Schampout / I need the experience [...] I said, "Well I am a singer / I'll never let anyone hypnotise me, I've never been a very good swimmer"?!) en stomvervelende en vaak lelijk klinkende elektronische drums? Of kunnen bovengenoemde bezwaren niet verhullen dat Perhaps gewoon een lekkere poppy plaat is met diverse pakkende melodietjes, soms hilarische en/of puntige teksten ("I miss having you around / Aggressive and ninety pounds / But after an hour or so / I wait, wanting you to go / To where a thought's left alone / In ventures through icy zones") en boven alles een extreem goede zanger in topvorm?
Om die monotone nepdrums kan ik gewoon niet heen, en die te lange speelduur van sommige nummers (met name op kant 1) blijft me ook storen – het lijkt af en toe wel of Mackenzie alvast het gras heeft willen wegmaaien voor de voeten van remixers die hier een album met 12"-mixen van zouden kunnen maken. Bovendien is op beide plaatkanten het contrast tussen het begin en het einde wel heel erg groot: Those first impressions en Breakfast zijn voor mij de absolute hoogtepunten, Waiting for the loveboat en Thirteen feelings zijn ook nog spannend (hoewel eerstgenoemde titel zeker drie minuten te lang doorgaat), maar de tweemaal drie nummers die daarop volgen worden bijna progressief nietszeggender en onbenulliger. "The best of you is wonderful / The rest of you is terrible" karakteriseert dit album voor mij eigenlijk perfect. Een typisch haat/liefde-album dus, met een paar ouderwets meeslepende hoogtepunten en één heilig nummer voor bij het ontbijt.
Om die monotone nepdrums kan ik gewoon niet heen, en die te lange speelduur van sommige nummers (met name op kant 1) blijft me ook storen – het lijkt af en toe wel of Mackenzie alvast het gras heeft willen wegmaaien voor de voeten van remixers die hier een album met 12"-mixen van zouden kunnen maken. Bovendien is op beide plaatkanten het contrast tussen het begin en het einde wel heel erg groot: Those first impressions en Breakfast zijn voor mij de absolute hoogtepunten, Waiting for the loveboat en Thirteen feelings zijn ook nog spannend (hoewel eerstgenoemde titel zeker drie minuten te lang doorgaat), maar de tweemaal drie nummers die daarop volgen worden bijna progressief nietszeggender en onbenulliger. "The best of you is wonderful / The rest of you is terrible" karakteriseert dit album voor mij eigenlijk perfect. Een typisch haat/liefde-album dus, met een paar ouderwets meeslepende hoogtepunten en één heilig nummer voor bij het ontbijt.
The Associates - Sulk (1982)

4,5
0
geplaatst: 24 april 2023, 19:36 uur
De hoeveelheid adjectieven die in de vorige berichten uit de kast worden getrokken om de duistere sfeer op deze plaat te kenschetsen liegt er niet om: weird, waanzin, verontrustend, beklemmend, paranoïde, gekweld, depri, gekte, wanhoop, manisch-depressief, zwartgallig. Toch hoor ik hier voornamelijk een duo op de top van hun kunnen dat naar hartelust experimenteert zonder ooit de structuur èn het spelplezier uit het oog te verliezen. Toen ik deze albums kortgeleden na jaren van veronachtzaming weer eens in de CD-lade schoof was ik eigenlijk vooral bang dat veel van de composities en de arrangementen in dienst zouden staan van de (toegegeven: hemelse) stem van Billy Mackenzie, maar in de praktijk verloochent Alan Rankine zijn pop sensibilities nergens en hebben praktisch alle nummers pakkende hooks, melodietjes en refreintjes.
Wat echter vooral opvalt is hoe deze muziek buiten de tijd waarin hij werd gemaakt lijkt te staan. In het gitaarwerk hoor ik af en toe de sound die bands als de Cure en de Cocteau Twins in deze tijd ook hadden, en wat de zang betreft is Bowie nooit ver weg (vooral in de fabuleuze cover van Gloomy Sunday, dat me sterk aan Bowie's even fabuleuze cover van Wild is the wind doet denken), maar verder is dit een volstrekt eigenzinnige plaat die alle kanten zou opschieten wanneer Rankine en Mackenzie de teugels niet strak in handen hielden: ik hou steeds het gevoel dat ze binnen hun madness toch nooit hun method uit het oog verloren, met als neveneffect dat ik dit album wel intens en soms ook wel hektisch vind, maar nergens deprimerend of zwartgallig.
Overigens, op mijn V2-remaster met zeven extra nummers uit 2000 staat als laatste bonustrack The room we sat in before, een titel die in bovenstaande tracklisting geheel is verdwenen. Aangezien het hier gaat om een demo-achtige versie van It’s better this way met alleen zang en twee elektrische gitaren (en een titel die eveneens een regel uit de tekst is), dacht ik dat dat nummer wel identiek zou zijn met It’s better this way [alternative version] hierboven, maar op Spotify hoor ik dat dat niet zo is. Vreemd dat mijn bonustrack niet op de nieuwere en uitgebreide versie is meegekomen. (Wel te beluisteren op Spotify op de V2-versie uit 2000 die daar ook op staat, één van de drie versies van Sulk die op Spotify te vinden zijn.)
Wat echter vooral opvalt is hoe deze muziek buiten de tijd waarin hij werd gemaakt lijkt te staan. In het gitaarwerk hoor ik af en toe de sound die bands als de Cure en de Cocteau Twins in deze tijd ook hadden, en wat de zang betreft is Bowie nooit ver weg (vooral in de fabuleuze cover van Gloomy Sunday, dat me sterk aan Bowie's even fabuleuze cover van Wild is the wind doet denken), maar verder is dit een volstrekt eigenzinnige plaat die alle kanten zou opschieten wanneer Rankine en Mackenzie de teugels niet strak in handen hielden: ik hou steeds het gevoel dat ze binnen hun madness toch nooit hun method uit het oog verloren, met als neveneffect dat ik dit album wel intens en soms ook wel hektisch vind, maar nergens deprimerend of zwartgallig.
Overigens, op mijn V2-remaster met zeven extra nummers uit 2000 staat als laatste bonustrack The room we sat in before, een titel die in bovenstaande tracklisting geheel is verdwenen. Aangezien het hier gaat om een demo-achtige versie van It’s better this way met alleen zang en twee elektrische gitaren (en een titel die eveneens een regel uit de tekst is), dacht ik dat dat nummer wel identiek zou zijn met It’s better this way [alternative version] hierboven, maar op Spotify hoor ik dat dat niet zo is. Vreemd dat mijn bonustrack niet op de nieuwere en uitgebreide versie is meegekomen. (Wel te beluisteren op Spotify op de V2-versie uit 2000 die daar ook op staat, één van de drie versies van Sulk die op Spotify te vinden zijn.)
The Associates - The Affectionate Punch (1980)

5,0
1
geplaatst: 14 april 2023, 22:54 uur
Wat een vreemde combinatie was en ís dit: zeer ritmische muziek die door de hoekige riffs vaak vervreemdend werkt, afgetopt door abstracte teksten die worden gedeclameerd door één van de meest elastische stemmen die ik ken. Meer dan veertig jaar later is de sound opvallend weinig gedateerd; de vaak dominante bas verraadt dat we ons in het begin van de jaren 80 bevinden, vlak na de Stranglers en Joy Division en contemporain met de Cure, maar omdat de drums zo natuurlijk klinken en omdat Alan Rankine die basis met allemaal afwisselende gitaar- en toetsenpartijen lardeert klinkt alles nog opmerkelijk fris. Prachtige spannende nummers en een fraaie ruimtelijke produktie, maar alles draait hier toch om die theatrale stem die afwisselend dandy-achtig en teder kan klinken. Een uniek debuut, en ik kan eigenlijk nog steeds geen platen verzinnen die hier op lijken, tenzij Wire en Pere Ubu zouden gaan jammen met Gavin Friday achter de microfoon. Och, wat had Billy Mackenzie toch een strot.
The Auteurs - New Wave (1993)

5,0
0
geplaatst: 20 maart 2012, 14:18 uur
Wat mij indertijd vooral opval was dat Haines kennelijk in het bezit leek te zijn van een schier bodemloos blik met ijzersterke popmelodieën waaruit hij onbeperkt kon putten -- het komt toch maar zelden voor dat je een plaat tegenkomt die echt van de eerste tot en met de laatste seconde gevuld is met memorabele liedjes. Deze plaat is er zo een, wat mij betreft op het niveau van de Kinks (hoewel ik zelf ook vaak moet denken aan Interview). En wat betreft waar het misging, misschien kregen luisteraars op een gegeven moment ook wel genoeg van zijn aparte en ietwat wijsneuzerig overkomende stem. Zelf heb ik daar bij deze plaat in ieder geval geen last van.
Moet hierbij niet nog even vermeld worden dat het laatste nummer bestaat uit het eigenlijke Home again (duur 3'25), na ongeveer 24 seconden pauze gevolgd door de "hidden track" Subculture (2'12)?
Moet hierbij niet nog even vermeld worden dat het laatste nummer bestaat uit het eigenlijke Home again (duur 3'25), na ongeveer 24 seconden pauze gevolgd door de "hidden track" Subculture (2'12)?
