Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Big Thief - Dragon New Warm Mountain I Believe in You (2022)

4,5
2
geplaatst: 12 februari 2022, 11:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Thief - Dragon New Warm Mountain I Believe in You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Big Thief - Dragon New Warm Mountain I Believe in You
Big Thief steeg in 2019 al twee keer tot grote hoogten, maar doet er nog een schepje bovenop op het veelzijdige maar van de eerste tot en met de laatste noot geweldige nieuwe album, dat de band definitief schaart onder de grote bands
Na U.F.O.F. en Two Hands waren de verwachtingen met betrekking tot het vijfde album van Big Thief hooggespannen, maar de band uit Brooklyn, New York, overtreft ze op alle fronten. De band schuift flink op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar de muziek van Big Thief kan gelukkig ook nog altijd ontsporen en het experiment opzoeken. In muzikaal opzicht zijn flinke stappen gezet en ook in vocaal opzicht is Big Thief gegroeid, maar de meeste groei zit in de songs, die vaak ontspannen klinken, maar ook vol onderhuidse spanning zitten. Na de albums uit 2019 is Dragon New Warm Mountain I Believe In You het laatste dat ik van Big Thief had verwacht, maar wat is het mooi, 80 minuten lang.
De Amerikaanse band Big Thief leverde in 2019 met U.F.O.F. en Two Hands twee onbetwiste jaarlijstjesalbums af, waarna we het in 2020 en 2021 moesten doen met overigens ook prima soloalbums van respectievelijk Adrianne Lenker en Buck Meek. Deze week keert Big Thief terug met een nieuw album, Dragon New Warm Mountain I Believe In You.
Naast de lange titel valt in eerste instantie de lange speelduur op, want Big Thief komt op de proppen met een heus dubbelalbum met maar liefst twintig songs, die samen goed zijn voor 80 minuten muziek. Dragon New Warm Mountain I Believe in You werd opgenomen in vier sessies, waarbij de band achtereenvolgens neerstreek in upstate New York, Topanga Canyon, de Colorado Rockies en Tucson, Arizona. De band deed dat dit keer zonder producer Andrew Sarlo, die de vorige vier albums van de band produceerde, maar nu zijn plek af heeft moeten staan aan James Krivchenia, de drummer van de band.
Op Dragon New Warm Mountain I Believe In You experimenteert Big Thief met meerdere nieuwe invalshoeken, maar de meeste songs op het album zijn voornamelijk beïnvloed door en passen in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. In deze songs domineren invloeden uit de folk en de countryrock en neemt Big Thief afstand van de indierock die het op haar eerste vier albums maakte.
De band uit Brooklyn, New York, heeft de tijd genomen voor haar vijfde album en dat hoor je. Dragon New Warm Mountain I Believe In You is een ontspannen klinkend album waarop vooral ingetogen wordt gemusiceerd. Zeker vergeleken met de eerste twee albums valt op dat de muzikanten van de band veel beter zijn gaan spelen en ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek prima uit de verf komen. Dat hoor je overigens vooral in het geweldige gitaarspel van Buck Meek, die song na song imponeert met zijn gitaarwerk. Ook de viool eist overigens meerdere keren in positieve zin de aandacht op.
Het nieuwe album van Big Thief klinkt hier en daar bijna als een traditioneel rootsalbum, maar een bijzondere twist is nooit ver weg. Die twist komt soms van subtiele accenten van onder andere elektronica, maar Big Thief kan het pad van de Amerikaanse rootsmuziek ook zomaar verlaten, als in het springerige en weer richting indiepop en indierock opschuivende Time Escaping, dat in vrijwel niets lijkt op de meer roots georiënteerde songs waartussen het is ingeklemd. Songs waarin Big Thief het experiment zoekt zijn in de minderheid, maar ze vormen op knappe wijze het cement tussen de wat meer ingetogen en richting Amerikaanse rootsmuziek opgeschoven songs.
Wat voor de instrumentatie op het album geldt, geldt ook voor de zang . Adrianne Lenker kon in het verleden nog wel eens erg onvast zingen, maar haar zo karakteristieke zang is op Dragon New Warm Mountain I Believe In You prachtig en maakt van alles songs op het album Big Thief songs. De zang van Adrianne Lenker is niet alleen mooi, maar loopt ook dit keer over van melancholie en emotie, wat de songs op het album voorziet van een bijzondere lading.
Zeker op de in 2019 verschenen albums was de rol van producer Andrew Sarlow groot, maar ook het wat meer ingetogen en wat intiemere geluid van James Krivchenia mag er zijn en zorgt er in ieder geval voor dat het vijfde album van Big Thief weer anders klinkt dan zijn voorgangers.
80 minuten is echt een hele lange zit en er zijn maar weinig bands die er in slagen om de aandacht zo lang vast te houden, maar Big Thief slaagt er wat mij betreft glansrijk in, want de band boeit van begin tot eind. Natuurlijk is het veel te vroeg om het over jaarlijstjes gaan hebben, maar dat Dragon New Warm Mountain I Believe In You van Big Thief gaat behoren tot de grote albums van 2022 lijkt me 100% zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Big Thief - Dragon New Warm Mountain I Believe in You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Big Thief - Dragon New Warm Mountain I Believe in You
Big Thief steeg in 2019 al twee keer tot grote hoogten, maar doet er nog een schepje bovenop op het veelzijdige maar van de eerste tot en met de laatste noot geweldige nieuwe album, dat de band definitief schaart onder de grote bands
Na U.F.O.F. en Two Hands waren de verwachtingen met betrekking tot het vijfde album van Big Thief hooggespannen, maar de band uit Brooklyn, New York, overtreft ze op alle fronten. De band schuift flink op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar de muziek van Big Thief kan gelukkig ook nog altijd ontsporen en het experiment opzoeken. In muzikaal opzicht zijn flinke stappen gezet en ook in vocaal opzicht is Big Thief gegroeid, maar de meeste groei zit in de songs, die vaak ontspannen klinken, maar ook vol onderhuidse spanning zitten. Na de albums uit 2019 is Dragon New Warm Mountain I Believe In You het laatste dat ik van Big Thief had verwacht, maar wat is het mooi, 80 minuten lang.
De Amerikaanse band Big Thief leverde in 2019 met U.F.O.F. en Two Hands twee onbetwiste jaarlijstjesalbums af, waarna we het in 2020 en 2021 moesten doen met overigens ook prima soloalbums van respectievelijk Adrianne Lenker en Buck Meek. Deze week keert Big Thief terug met een nieuw album, Dragon New Warm Mountain I Believe In You.
Naast de lange titel valt in eerste instantie de lange speelduur op, want Big Thief komt op de proppen met een heus dubbelalbum met maar liefst twintig songs, die samen goed zijn voor 80 minuten muziek. Dragon New Warm Mountain I Believe in You werd opgenomen in vier sessies, waarbij de band achtereenvolgens neerstreek in upstate New York, Topanga Canyon, de Colorado Rockies en Tucson, Arizona. De band deed dat dit keer zonder producer Andrew Sarlo, die de vorige vier albums van de band produceerde, maar nu zijn plek af heeft moeten staan aan James Krivchenia, de drummer van de band.
Op Dragon New Warm Mountain I Believe In You experimenteert Big Thief met meerdere nieuwe invalshoeken, maar de meeste songs op het album zijn voornamelijk beïnvloed door en passen in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. In deze songs domineren invloeden uit de folk en de countryrock en neemt Big Thief afstand van de indierock die het op haar eerste vier albums maakte.
De band uit Brooklyn, New York, heeft de tijd genomen voor haar vijfde album en dat hoor je. Dragon New Warm Mountain I Believe In You is een ontspannen klinkend album waarop vooral ingetogen wordt gemusiceerd. Zeker vergeleken met de eerste twee albums valt op dat de muzikanten van de band veel beter zijn gaan spelen en ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek prima uit de verf komen. Dat hoor je overigens vooral in het geweldige gitaarspel van Buck Meek, die song na song imponeert met zijn gitaarwerk. Ook de viool eist overigens meerdere keren in positieve zin de aandacht op.
Het nieuwe album van Big Thief klinkt hier en daar bijna als een traditioneel rootsalbum, maar een bijzondere twist is nooit ver weg. Die twist komt soms van subtiele accenten van onder andere elektronica, maar Big Thief kan het pad van de Amerikaanse rootsmuziek ook zomaar verlaten, als in het springerige en weer richting indiepop en indierock opschuivende Time Escaping, dat in vrijwel niets lijkt op de meer roots georiënteerde songs waartussen het is ingeklemd. Songs waarin Big Thief het experiment zoekt zijn in de minderheid, maar ze vormen op knappe wijze het cement tussen de wat meer ingetogen en richting Amerikaanse rootsmuziek opgeschoven songs.
Wat voor de instrumentatie op het album geldt, geldt ook voor de zang . Adrianne Lenker kon in het verleden nog wel eens erg onvast zingen, maar haar zo karakteristieke zang is op Dragon New Warm Mountain I Believe In You prachtig en maakt van alles songs op het album Big Thief songs. De zang van Adrianne Lenker is niet alleen mooi, maar loopt ook dit keer over van melancholie en emotie, wat de songs op het album voorziet van een bijzondere lading.
Zeker op de in 2019 verschenen albums was de rol van producer Andrew Sarlow groot, maar ook het wat meer ingetogen en wat intiemere geluid van James Krivchenia mag er zijn en zorgt er in ieder geval voor dat het vijfde album van Big Thief weer anders klinkt dan zijn voorgangers.
80 minuten is echt een hele lange zit en er zijn maar weinig bands die er in slagen om de aandacht zo lang vast te houden, maar Big Thief slaagt er wat mij betreft glansrijk in, want de band boeit van begin tot eind. Natuurlijk is het veel te vroeg om het over jaarlijstjes gaan hebben, maar dat Dragon New Warm Mountain I Believe In You van Big Thief gaat behoren tot de grote albums van 2022 lijkt me 100% zeker. Erwin Zijleman
Big Thief - Masterpiece (2016)

4,0
1
geplaatst: 6 juli 2016, 11:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Thief - Masterpiece - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Masterpiece van de uit Brooklyn afkomstige band Big Thief is inmiddels al een aantal weken uit, maar is echt veel te mooi om over het hoofd te zien.
De band rond gitarist en zangeres Adrianne Lenker en gitarist Buck Meek begint haar debuut met een traditioneel aandoende folksong, maar laat in de tracks die volgen horen dat het vooral kan rocken, al neemt de band op de tweede helft van de plaat ook weer gas terug.
Vanwege de openingstrack krijgt Masterpiece verrassend vaak het label folkrock opgeplakt, maar ik hoor toch vooral eigenzinnige indie-rock, hier en daar afgewisseld door een psychedelisch aandoende folksong.
De muziek van Big Thief valt op door lekker gruizig gitaarwerk en de expressieve vocalen van Adrianne Lenker, die fraai worden ondersteund door Buck Meek. De ritmesectie ondersteunt de gitaren en de zang afwisselend met trage en loodzware klanken of juist met lichtvoetig en subtiel werk.
Met name het gitaarwerk maakt direct veel indruk. Het is soms gruizig, het mag soms ontsporen, maar Masterpiece staat ook vol subtiele en wonderschone gitaarloopjes. Het kleurt prachtig bij de bijzondere stem van Adrianne Lenker, al vraagt dit wel even tijd. De hoge en op het eerste gehoor wat onvaste vocalen wisten mij niet direct te overtuigen, maar uiteindelijk dragen ze stevig bij aan de kracht en intensiteit van de muziek van Big Thief.
Bij beluistering van Masterpiece kwamen bij mij verrassend weinig namen op. De muziek van de band uit Brooklyn kleurt niet heel uitbundig buiten de lijntjes, maar laat zich toch niet heel makkelijk vergelijken met de muziek van anderen.
Vanwege de intensiteit en het bijzondere gitaarspel moet ik af en toe denken aan de muziek van Sharon Von Etten, maar dit is zeker geen vergelijking die de hele tijd op gaat. Namen die pas na meerdere keren horen opkwamen zijn de namen van recent op deze BLOG besproken bands of muzikanten als Summer Flake, Hop Along en Mitski, maar ook in deze gevallen gaat de vergelijking slechts ten dele op.
Toch is Masterpiece geen plaat die tegen de haren instrijkt. De aangename en bij vlagen licht stekelige of juist bedwelmende songs op het debuut van Big Thief verleiden opvallend makkelijk en blijven ook naar meerdere keren horen sprankelen. Een ‘masterpiece’ is misschien net wat teveel eer voor dit prima debuut, maar een plaat die behoort tot de leukere releases van de afgelopen weken is het zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Big Thief - Masterpiece - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Masterpiece van de uit Brooklyn afkomstige band Big Thief is inmiddels al een aantal weken uit, maar is echt veel te mooi om over het hoofd te zien.
De band rond gitarist en zangeres Adrianne Lenker en gitarist Buck Meek begint haar debuut met een traditioneel aandoende folksong, maar laat in de tracks die volgen horen dat het vooral kan rocken, al neemt de band op de tweede helft van de plaat ook weer gas terug.
Vanwege de openingstrack krijgt Masterpiece verrassend vaak het label folkrock opgeplakt, maar ik hoor toch vooral eigenzinnige indie-rock, hier en daar afgewisseld door een psychedelisch aandoende folksong.
De muziek van Big Thief valt op door lekker gruizig gitaarwerk en de expressieve vocalen van Adrianne Lenker, die fraai worden ondersteund door Buck Meek. De ritmesectie ondersteunt de gitaren en de zang afwisselend met trage en loodzware klanken of juist met lichtvoetig en subtiel werk.
Met name het gitaarwerk maakt direct veel indruk. Het is soms gruizig, het mag soms ontsporen, maar Masterpiece staat ook vol subtiele en wonderschone gitaarloopjes. Het kleurt prachtig bij de bijzondere stem van Adrianne Lenker, al vraagt dit wel even tijd. De hoge en op het eerste gehoor wat onvaste vocalen wisten mij niet direct te overtuigen, maar uiteindelijk dragen ze stevig bij aan de kracht en intensiteit van de muziek van Big Thief.
Bij beluistering van Masterpiece kwamen bij mij verrassend weinig namen op. De muziek van de band uit Brooklyn kleurt niet heel uitbundig buiten de lijntjes, maar laat zich toch niet heel makkelijk vergelijken met de muziek van anderen.
Vanwege de intensiteit en het bijzondere gitaarspel moet ik af en toe denken aan de muziek van Sharon Von Etten, maar dit is zeker geen vergelijking die de hele tijd op gaat. Namen die pas na meerdere keren horen opkwamen zijn de namen van recent op deze BLOG besproken bands of muzikanten als Summer Flake, Hop Along en Mitski, maar ook in deze gevallen gaat de vergelijking slechts ten dele op.
Toch is Masterpiece geen plaat die tegen de haren instrijkt. De aangename en bij vlagen licht stekelige of juist bedwelmende songs op het debuut van Big Thief verleiden opvallend makkelijk en blijven ook naar meerdere keren horen sprankelen. Een ‘masterpiece’ is misschien net wat teveel eer voor dit prima debuut, maar een plaat die behoort tot de leukere releases van de afgelopen weken is het zeker. Erwin Zijleman
Big Thief - Two Hands (2019)

4,5
0
geplaatst: 13 oktober 2019, 10:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Thief - Two Hands - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Big Thief - Two Hands
Na het prachtig dromerige U.F.O.F. levert Big Thief met het stekelige, aardse en intieme Two Hands haar tweede en misschien nog wel indrukwekkendere jaarlijstjesplaat van 2019 af
Big Thief dook drie jaar geleden op met het geweldige Masterpiece, dat ik goed genoeg vond voor mijn jaarlijstje. Opvolger Capacity was niets minder en ook het vorig jaar verschenen soloalbum van Adrienne Lenker was uitstekend. Dit jaar zet de band uit Brooklyn, New York, echter reuzenstappen. Eerder dit jaar was er het dromerige en wonderschone U.F.O.F. en nu is er het vrijwel direct erna opgenomen Two Hands. Het is een totaal ander album geworden. Two Hands is sober, intiem, broeierig en ruw, maar is net als zijn voorganger van een unieke schoonheid. Het is een album dat je meesleept in de bijzondere wereld van Big Thief, waarna je Two Hands voorgoed wilt koesteren.
Big Thief leverde maar net iets meer dan vijf maanden geleden met U.F.O.F. een album af dat het waarschijnlijk heel goed gaat doen in de jaarlijstjes. En terecht. Het is kennelijk niet voldoende voor de band uit Brooklyn, New York, want deze week verscheen een gloednieuw Big Thief album.
Two Hands is zeker geen verzameling restjes van de U.F.O.F. sessies. De band verruilde vrijwel meteen na het voltooien van U.F.O.F. de studio in de indrukwekkende bossen van Washington State in de buurt van Seattle voor een studio in de woestijn bij El Paso, Texas. Samen met technicus Dom Monks en producer Andrew Sarlo, die ook achter de knoppen zaten bij de opnames van U.F.O.F., werd het tweede album van het jaar in korte tijd en vrijwel in één take opgenomen.
Big Thief noemt U.F.O.F. zelf haar hemelse album en Two Hands de aardse tegenhanger. Two Hands klinkt inderdaad flink aardser dan de terecht zo bewierookte en heerlijk dromerige voorganger, maar ook de aardse variant van Big Thief steekt in een geweldige vorm. Je hoort goed dat Two Hands werd opgenomen in een intieme setting en dat de songs op de plaat live werden ingespeeld. De rol van producer Andrew Sarlo is kleiner dan op U.F.O.F., al is hij er wel in geslaagd om de intieme songs op Two Hands prachtig ruw te vangen.
Ook de omgeving heeft invloed gehad op het geluid op het album. Het in de Texaanse woestijn opgenomen album klinkt loom, sober en broeierig, maar af en toe ook flink ruw. Je voelt de zinderende hitte van de Texaanse woestijn hier en daar, maar ziet ook bijna de mooie sterrenhemel die de band in de kleine uren heeft kunnen bewonderen. Het nieuwe album van Big Thief bevat tien fonkelende sterren en de een is nog mooier dan de ander.
Two Hands bevat een aantal wat stevigere songs, waarin de gitaren heerlijk gruizig mogen klinken, maar de meeste songs op het album zijn behoorlijk ingetogen. Two Hands is een flink andere plaat dan zijn voorganger, maar ik vind het zeker niet minder goed. Op haar nieuwe album verwerkt Big Thief meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en dat gaat de band goed af.
De instrumentatie op het nieuwe album van Big Thief klinkt stekelig en direct, met incidenteel wat stevigere gitaaruithalen, maar ook wonderschone gitaarloopjes of fraai ondersteunend akoestisch gitaarwerk. Het gitaarwerk staat centraal op het nieuwe album van Big Thief, maar ook het inventieve drumwerk trekt in de wat stevigere songs nadrukkelijk de aandacht.
De trefzekere instrumentatie krijgt vervolgens nog wat meer glans door de bijzondere en inmiddels zeer herkenbare zang van frontvrouw Adrianne Lenker. Adrianne Lenker zingt op het eerste gehoor vaak wat onvast, maar haar zang voorziet de songs van Big Thief ook van een bijzondere intimiteit en schoonheid. Zeker de wat rauwere tracks, met hier en daar een echo naar Neil Young & The Crazy Horse overtuigen bijzonder makkelijk, maar ook de wat meer ingetogen songs op het album winnen snel aan kracht en laten je vervolgens niet meer los.
Big Thief presteert momenteel op de toppen van haar kunnen en is de status van cultband dit jaar definitief ontgroeid. Waar we in 2016 en 2017 genoegen moesten nemen met één jaarlijstjesplaat en het in 2018 moesten doen zonder nieuwe muziek van Big Thief (al was er natuurlijk wel de ingetogen soloplaat van Adrienne Lenker), levert de band uit New York in 2019 twee albums af die niet misstaan in de jaarlijstjes (iets dat in de jaren 60 en 70 wel vaker voorkwam, maar nu ongekend is). Ik kan echt niet kiezen tussen U.F.O.F. en Two Hands, maar dat hoeft dat ook niet. Wat een prachtalbum(s) van deze bijzondere band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Big Thief - Two Hands - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Big Thief - Two Hands
Na het prachtig dromerige U.F.O.F. levert Big Thief met het stekelige, aardse en intieme Two Hands haar tweede en misschien nog wel indrukwekkendere jaarlijstjesplaat van 2019 af
Big Thief dook drie jaar geleden op met het geweldige Masterpiece, dat ik goed genoeg vond voor mijn jaarlijstje. Opvolger Capacity was niets minder en ook het vorig jaar verschenen soloalbum van Adrienne Lenker was uitstekend. Dit jaar zet de band uit Brooklyn, New York, echter reuzenstappen. Eerder dit jaar was er het dromerige en wonderschone U.F.O.F. en nu is er het vrijwel direct erna opgenomen Two Hands. Het is een totaal ander album geworden. Two Hands is sober, intiem, broeierig en ruw, maar is net als zijn voorganger van een unieke schoonheid. Het is een album dat je meesleept in de bijzondere wereld van Big Thief, waarna je Two Hands voorgoed wilt koesteren.
Big Thief leverde maar net iets meer dan vijf maanden geleden met U.F.O.F. een album af dat het waarschijnlijk heel goed gaat doen in de jaarlijstjes. En terecht. Het is kennelijk niet voldoende voor de band uit Brooklyn, New York, want deze week verscheen een gloednieuw Big Thief album.
Two Hands is zeker geen verzameling restjes van de U.F.O.F. sessies. De band verruilde vrijwel meteen na het voltooien van U.F.O.F. de studio in de indrukwekkende bossen van Washington State in de buurt van Seattle voor een studio in de woestijn bij El Paso, Texas. Samen met technicus Dom Monks en producer Andrew Sarlo, die ook achter de knoppen zaten bij de opnames van U.F.O.F., werd het tweede album van het jaar in korte tijd en vrijwel in één take opgenomen.
Big Thief noemt U.F.O.F. zelf haar hemelse album en Two Hands de aardse tegenhanger. Two Hands klinkt inderdaad flink aardser dan de terecht zo bewierookte en heerlijk dromerige voorganger, maar ook de aardse variant van Big Thief steekt in een geweldige vorm. Je hoort goed dat Two Hands werd opgenomen in een intieme setting en dat de songs op de plaat live werden ingespeeld. De rol van producer Andrew Sarlo is kleiner dan op U.F.O.F., al is hij er wel in geslaagd om de intieme songs op Two Hands prachtig ruw te vangen.
Ook de omgeving heeft invloed gehad op het geluid op het album. Het in de Texaanse woestijn opgenomen album klinkt loom, sober en broeierig, maar af en toe ook flink ruw. Je voelt de zinderende hitte van de Texaanse woestijn hier en daar, maar ziet ook bijna de mooie sterrenhemel die de band in de kleine uren heeft kunnen bewonderen. Het nieuwe album van Big Thief bevat tien fonkelende sterren en de een is nog mooier dan de ander.
Two Hands bevat een aantal wat stevigere songs, waarin de gitaren heerlijk gruizig mogen klinken, maar de meeste songs op het album zijn behoorlijk ingetogen. Two Hands is een flink andere plaat dan zijn voorganger, maar ik vind het zeker niet minder goed. Op haar nieuwe album verwerkt Big Thief meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en dat gaat de band goed af.
De instrumentatie op het nieuwe album van Big Thief klinkt stekelig en direct, met incidenteel wat stevigere gitaaruithalen, maar ook wonderschone gitaarloopjes of fraai ondersteunend akoestisch gitaarwerk. Het gitaarwerk staat centraal op het nieuwe album van Big Thief, maar ook het inventieve drumwerk trekt in de wat stevigere songs nadrukkelijk de aandacht.
De trefzekere instrumentatie krijgt vervolgens nog wat meer glans door de bijzondere en inmiddels zeer herkenbare zang van frontvrouw Adrianne Lenker. Adrianne Lenker zingt op het eerste gehoor vaak wat onvast, maar haar zang voorziet de songs van Big Thief ook van een bijzondere intimiteit en schoonheid. Zeker de wat rauwere tracks, met hier en daar een echo naar Neil Young & The Crazy Horse overtuigen bijzonder makkelijk, maar ook de wat meer ingetogen songs op het album winnen snel aan kracht en laten je vervolgens niet meer los.
Big Thief presteert momenteel op de toppen van haar kunnen en is de status van cultband dit jaar definitief ontgroeid. Waar we in 2016 en 2017 genoegen moesten nemen met één jaarlijstjesplaat en het in 2018 moesten doen zonder nieuwe muziek van Big Thief (al was er natuurlijk wel de ingetogen soloplaat van Adrienne Lenker), levert de band uit New York in 2019 twee albums af die niet misstaan in de jaarlijstjes (iets dat in de jaren 60 en 70 wel vaker voorkwam, maar nu ongekend is). Ik kan echt niet kiezen tussen U.F.O.F. en Two Hands, maar dat hoeft dat ook niet. Wat een prachtalbum(s) van deze bijzondere band. Erwin Zijleman
Big Thief - U.F.O.F. (2019)

4,5
2
geplaatst: 5 mei 2019, 10:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Big Thief - U.F.O.F. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Big Thief - U.F.O.F.
Big Thief kiest op haar derde album voor een meer ingetogen, loom en folky geluid dat uiteindelijk nog meer indruk maakt dan het geluid op de terecht geprezen voorgangers
Na twee geweldige albums koos Big Thief frontvrouw Adrianne Lenker vorig jaar op haar soloalbum voor een meer ingetogen geluid. Het is een geluid dat zijn weg heeft gevonden naar het nieuwe album van Big Thief. U.F.O.F. klinkt loom, dromerig en folky en verrast met een subtiele instrumentatie en buitengewoon trefzekere fluisterzang van Adrianne Lenker, die op ieder album beter gaat zingen. Ook de songs op het nieuwe album zijn prachtig en zitten vol verrassende lagen en wendingen. Het levert een album op dat wordt overladen met superlatieven en daar valt niets op af te dingen.
Masterpiece, het debuut van de Amerikaanse band Big Thief, lag alweer bijna drie jaar geleden lang op de stapel, maar toen ik het album eenmaal had beluisterd was ik ook direct verkocht.
Big Thief imponeerde op haar debuut met een aantal stevige rocksongs en een aantal wat meer folky tracks. Masterpiece klonk rauw en eigenzinnig, maar maakte uiteindelijk de meeste indruk met de bijzondere zang van de frontvrouw van de band, Adrianne Lenker, die van Masterpiece een onbetwiste jaarlijstjesplaat maakte.
De band uit Brooklyn, New York, keerde een jaar na het zo goede debuut terug met Capacity, dat het geluid van het debuut nog wat verder doorontwikkelde en voorzag van invloeden uit de lo-fi, shoegaze, dreampop, noiserock en psychedelica. "Ruwe diamanten die je zelf mag slijpen", noemde ik de songs op de eerste twee albums van Big Thief en deze omschrijving ging ook zeker op voor de songs op het soloalbum van Adrianne Lenker, dat vorig jaar verscheen.
Op dit soloalbum, abysskiss, borduurde Adrianne Lenker voort op het geluid van Big Thief, al waren de gruizige gitaren verruild voor een meer ingetogen instrumentarium en hadden invloeden uit de folk aan terrein gewonnen.
Het meer ingetogen geluid van het soloalbum van Adrianne Lenker heeft zijn weg gevonden naar het nieuwe album van Big Thief. U.F.O.F. opent met een dromerige en folky track, waarin de bijzondere zang van de frontvrouw van de band wederom de hoofdrol opeist, tot gruizige gitaren aan het eind van de song de macht grijpen en Big Thief weer meer klinkt dan op haar eerste twee albums.
Adrianne Lenker tekent op het derde album van Big Thief voor haar meest dromerige en verleidelijke vocalen tot dusver en wat mij betreft zijn het ook haar beste vocalen tot dusver. Niet alleen de fluisterzachte zang op U.F.O.F. trekt nadrukkelijk de aandacht, want ook de instrumentatie is nog wat mooier en avontuurlijker dan we al van de band uit Brooklyn gewend waren en komt in vele lagen uit de speakers.
De vorige albums van Big Thief deden mij vooral denken aan de muziek van onder andere Sharon Van Etten, Angel Olsen en Lady Lamb. Het zijn namen die nog steeds relevant zijn als vergelijkingsmateriaal, maar ook de namen van P.J. Harvey en op een of andere manier ook Kate Bush komen bij mij met enige regelmaat op.
U.F.O.F. bevat veel meer invloeden uit de folk dan de eerste twee albums van Big Thief, maar de Amerikaanse band sleept er ook dit keer allerlei invloeden bij, waardoor het hokje folk uiteindelijk net zo irrelevant is als het hokje indie-rock of het hokje dreampop. “folk-tinged indie bordered by demons” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het en beter kan ik het niet bedenken.
Het debuut van Big Thief was voor mij een jaarlijstjesplaat, maar vergeleken met dit debuut laat de Amerikaanse band op U.F.O.F. heel veel groei horen. De zang van Adrianne Lenker klonk op de eerste albums nog wat onvast, maar op het nieuwe album van haar band overtuigt ze met iedere noot die ze zingt. Hetzelfde geldt voor de muziek op het album, die veel subtieler en avontuurlijker is dan in de eerste jaren van de band.
U.F.O.F. wordt in de eerste dagen na de release wereldwijd de hemel in geprezen en ik kan daar alleen maar aan meedoen. Big Thief heeft een prachtig derde album afgeleverd en het is een album waar de groei voorlopig nog lang niet uit is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Big Thief - U.F.O.F. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Big Thief - U.F.O.F.
Big Thief kiest op haar derde album voor een meer ingetogen, loom en folky geluid dat uiteindelijk nog meer indruk maakt dan het geluid op de terecht geprezen voorgangers
Na twee geweldige albums koos Big Thief frontvrouw Adrianne Lenker vorig jaar op haar soloalbum voor een meer ingetogen geluid. Het is een geluid dat zijn weg heeft gevonden naar het nieuwe album van Big Thief. U.F.O.F. klinkt loom, dromerig en folky en verrast met een subtiele instrumentatie en buitengewoon trefzekere fluisterzang van Adrianne Lenker, die op ieder album beter gaat zingen. Ook de songs op het nieuwe album zijn prachtig en zitten vol verrassende lagen en wendingen. Het levert een album op dat wordt overladen met superlatieven en daar valt niets op af te dingen.
Masterpiece, het debuut van de Amerikaanse band Big Thief, lag alweer bijna drie jaar geleden lang op de stapel, maar toen ik het album eenmaal had beluisterd was ik ook direct verkocht.
Big Thief imponeerde op haar debuut met een aantal stevige rocksongs en een aantal wat meer folky tracks. Masterpiece klonk rauw en eigenzinnig, maar maakte uiteindelijk de meeste indruk met de bijzondere zang van de frontvrouw van de band, Adrianne Lenker, die van Masterpiece een onbetwiste jaarlijstjesplaat maakte.
De band uit Brooklyn, New York, keerde een jaar na het zo goede debuut terug met Capacity, dat het geluid van het debuut nog wat verder doorontwikkelde en voorzag van invloeden uit de lo-fi, shoegaze, dreampop, noiserock en psychedelica. "Ruwe diamanten die je zelf mag slijpen", noemde ik de songs op de eerste twee albums van Big Thief en deze omschrijving ging ook zeker op voor de songs op het soloalbum van Adrianne Lenker, dat vorig jaar verscheen.
Op dit soloalbum, abysskiss, borduurde Adrianne Lenker voort op het geluid van Big Thief, al waren de gruizige gitaren verruild voor een meer ingetogen instrumentarium en hadden invloeden uit de folk aan terrein gewonnen.
Het meer ingetogen geluid van het soloalbum van Adrianne Lenker heeft zijn weg gevonden naar het nieuwe album van Big Thief. U.F.O.F. opent met een dromerige en folky track, waarin de bijzondere zang van de frontvrouw van de band wederom de hoofdrol opeist, tot gruizige gitaren aan het eind van de song de macht grijpen en Big Thief weer meer klinkt dan op haar eerste twee albums.
Adrianne Lenker tekent op het derde album van Big Thief voor haar meest dromerige en verleidelijke vocalen tot dusver en wat mij betreft zijn het ook haar beste vocalen tot dusver. Niet alleen de fluisterzachte zang op U.F.O.F. trekt nadrukkelijk de aandacht, want ook de instrumentatie is nog wat mooier en avontuurlijker dan we al van de band uit Brooklyn gewend waren en komt in vele lagen uit de speakers.
De vorige albums van Big Thief deden mij vooral denken aan de muziek van onder andere Sharon Van Etten, Angel Olsen en Lady Lamb. Het zijn namen die nog steeds relevant zijn als vergelijkingsmateriaal, maar ook de namen van P.J. Harvey en op een of andere manier ook Kate Bush komen bij mij met enige regelmaat op.
U.F.O.F. bevat veel meer invloeden uit de folk dan de eerste twee albums van Big Thief, maar de Amerikaanse band sleept er ook dit keer allerlei invloeden bij, waardoor het hokje folk uiteindelijk net zo irrelevant is als het hokje indie-rock of het hokje dreampop. “folk-tinged indie bordered by demons” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het en beter kan ik het niet bedenken.
Het debuut van Big Thief was voor mij een jaarlijstjesplaat, maar vergeleken met dit debuut laat de Amerikaanse band op U.F.O.F. heel veel groei horen. De zang van Adrianne Lenker klonk op de eerste albums nog wat onvast, maar op het nieuwe album van haar band overtuigt ze met iedere noot die ze zingt. Hetzelfde geldt voor de muziek op het album, die veel subtieler en avontuurlijker is dan in de eerste jaren van de band.
U.F.O.F. wordt in de eerste dagen na de release wereldwijd de hemel in geprezen en ik kan daar alleen maar aan meedoen. Big Thief heeft een prachtig derde album afgeleverd en het is een album waar de groei voorlopig nog lang niet uit is. Erwin Zijleman
Bill Callahan - Gold Record (2020)

4,0
1
geplaatst: 10 september 2020, 16:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bill Callahan - Gold Record - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan - Gold Record
Bill Callahan brengt rust met een uiterst ingetogen en zich langzaam voortslepend, maar ook bijzonder fraai ingekleurd album waarop zijn bijzondere stem centraal staat
Het solowerk van Bill Callahan vond ik tot dusver een flink stuk minder dan de albums die hij maakte als Smog, maar Gold Record bevalt me zeer. Het is een album dat de Amerikaanse band Spain gemaakt zou kunnen hebben. Het tempo ligt laag, de instrumentatie is sober maar sfeervol en de songs zijn bezwerend. Hier boven op komt de bijzondere stem van Bill Callahan, die zijn teksten soms bijna voordraagt, maar die er ook keer op keer in slaagt om de juiste snaar te raken. Gold Record roept wat gemengde reacties op. Je vindt het saai of je vindt het prachtig. Ik behoor absoluut en zonder enige twijfel tot de laatste categorie.
Bill Callahan bracht in 1988 een cassettebandje met muziek uit onder de naam Smog. Het was het begin van een carrière, die tussen 1993 en 2005 een serie geweldige albums opleverde. A River Ain't Too Much To Love was in 2005 de zwanenzang van Smog en sindsdien moeten we het doen met de soloalbums van Bill Callahan.
Nu was Smog ook voornamelijk een eenmansproject dus je zou zeggen dat er niet zoveel verschil zit tussen de albums van Smog en die van Bill Callahan, maar zeker de eerste jaren na 2005 sloeg ik de albums van Smog toch een stuk hoger aan dan de albums die Bill Callahan onder zijn eigen naam uitbracht. Daar komt de afgelopen jaren langzaam verandering in, maar het niveau van de beste jaren van Smog blijft vooralsnog een niet te nemen horde.
Bill Callahan dook vorige week op met alweer zijn zevende soloalbum en het valt me op dat Gold Record gemengde reacties oplevert, waarbij aan beide kampen de uitersten worden opgezocht. Van intiem en wonderschoon tot gezapig of zelfs saai; de meningen zijn verdeeld. Ik was er zelf snel uit: ik vind Gold Record prachtig.
Bill Callahan heeft een album gemaakt waarop het tempo uiterst laag ligt en waarop de instrumentatie sober is, waardoor de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikant centraal staat. Ook de zang op Gold Record is behoorlijk ingetogen en zacht, zodat ik een ieder die beweert dat Bill Callahan een wat gezapig album heeft gemaakt wel begrijp, al ben ik het er niet mee eens.
Gold Record mist in vrijwel alle tracks het grillige en rauwe van Smog en mist ook de dynamiek van de albums van Smog. Bill Callahan heeft een uiterst laid-back album gemaakt, waarop de akoestische gitaar het belangrijkste instrument is en de zang vaak zo loom is dat het meer praten dan zingen is.
Bill Callahan eert op Gold Record helden als Johnny Cash, Leonard Cohen en Ry Cooder en keert ook even terug naar de hoogtijdagen van Smog in de nieuwe bewerking van Let's Move To The Country, dat ook op Smog’s Knock Knock uit 1999 is te vinden.
Gold Record klinkt alsof Bill Callahan en zijn medemuzikanten het album in de woonkamer komen spelen. De instrumentatie is zoals gezegd sober, maar er zit meer in dan je op het eerste moment hoort en met name het gitaarwerk is prachtig. Het beviel me direct bij eerste beluistering goed, maar hoe vaker ik naar Gold Record luister, hoe mooier ik het album vind.
Bill Callahan heeft een album gemaakt dat natuurlijk flarden bevat van de vele albums die hij op zijn naam heeft staan, maar het is ook een album dat de Amerikaanse band Spain zou kunnen hebben gemaakt, met hier en daar een twist uit de woestijn van Arizona. De albums van Spain zijn een perfecte metgezel in de kleine uurtjes en met name in de late avond en op ook Gold Record van Bill Callahan komt op deze momenten uitstekend tot zijn recht.
Als ik wat grilliger werk van de Amerikaanse muzikant wil horen, heb ik een stapel Smog albums om uit te kiezen, maar als ik behoefte heb aan rust grijp ik naar dit nieuwe soloalbum waarop echt steeds meer moois aan de oppervlakte komt. Ik was tot dusver niet de grootste fan van het solowerk van Bill Callahan, maar waar in grote kring de twijfel toeslaat over Gold Record, vind ik het het meest geslaagde soloalbum van Bill Callahan tot dusver en misschien wel het eerste soloalbum dat niet zorgt voor heimwee naar Smog. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bill Callahan - Gold Record - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan - Gold Record
Bill Callahan brengt rust met een uiterst ingetogen en zich langzaam voortslepend, maar ook bijzonder fraai ingekleurd album waarop zijn bijzondere stem centraal staat
Het solowerk van Bill Callahan vond ik tot dusver een flink stuk minder dan de albums die hij maakte als Smog, maar Gold Record bevalt me zeer. Het is een album dat de Amerikaanse band Spain gemaakt zou kunnen hebben. Het tempo ligt laag, de instrumentatie is sober maar sfeervol en de songs zijn bezwerend. Hier boven op komt de bijzondere stem van Bill Callahan, die zijn teksten soms bijna voordraagt, maar die er ook keer op keer in slaagt om de juiste snaar te raken. Gold Record roept wat gemengde reacties op. Je vindt het saai of je vindt het prachtig. Ik behoor absoluut en zonder enige twijfel tot de laatste categorie.
Bill Callahan bracht in 1988 een cassettebandje met muziek uit onder de naam Smog. Het was het begin van een carrière, die tussen 1993 en 2005 een serie geweldige albums opleverde. A River Ain't Too Much To Love was in 2005 de zwanenzang van Smog en sindsdien moeten we het doen met de soloalbums van Bill Callahan.
Nu was Smog ook voornamelijk een eenmansproject dus je zou zeggen dat er niet zoveel verschil zit tussen de albums van Smog en die van Bill Callahan, maar zeker de eerste jaren na 2005 sloeg ik de albums van Smog toch een stuk hoger aan dan de albums die Bill Callahan onder zijn eigen naam uitbracht. Daar komt de afgelopen jaren langzaam verandering in, maar het niveau van de beste jaren van Smog blijft vooralsnog een niet te nemen horde.
Bill Callahan dook vorige week op met alweer zijn zevende soloalbum en het valt me op dat Gold Record gemengde reacties oplevert, waarbij aan beide kampen de uitersten worden opgezocht. Van intiem en wonderschoon tot gezapig of zelfs saai; de meningen zijn verdeeld. Ik was er zelf snel uit: ik vind Gold Record prachtig.
Bill Callahan heeft een album gemaakt waarop het tempo uiterst laag ligt en waarop de instrumentatie sober is, waardoor de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikant centraal staat. Ook de zang op Gold Record is behoorlijk ingetogen en zacht, zodat ik een ieder die beweert dat Bill Callahan een wat gezapig album heeft gemaakt wel begrijp, al ben ik het er niet mee eens.
Gold Record mist in vrijwel alle tracks het grillige en rauwe van Smog en mist ook de dynamiek van de albums van Smog. Bill Callahan heeft een uiterst laid-back album gemaakt, waarop de akoestische gitaar het belangrijkste instrument is en de zang vaak zo loom is dat het meer praten dan zingen is.
Bill Callahan eert op Gold Record helden als Johnny Cash, Leonard Cohen en Ry Cooder en keert ook even terug naar de hoogtijdagen van Smog in de nieuwe bewerking van Let's Move To The Country, dat ook op Smog’s Knock Knock uit 1999 is te vinden.
Gold Record klinkt alsof Bill Callahan en zijn medemuzikanten het album in de woonkamer komen spelen. De instrumentatie is zoals gezegd sober, maar er zit meer in dan je op het eerste moment hoort en met name het gitaarwerk is prachtig. Het beviel me direct bij eerste beluistering goed, maar hoe vaker ik naar Gold Record luister, hoe mooier ik het album vind.
Bill Callahan heeft een album gemaakt dat natuurlijk flarden bevat van de vele albums die hij op zijn naam heeft staan, maar het is ook een album dat de Amerikaanse band Spain zou kunnen hebben gemaakt, met hier en daar een twist uit de woestijn van Arizona. De albums van Spain zijn een perfecte metgezel in de kleine uurtjes en met name in de late avond en op ook Gold Record van Bill Callahan komt op deze momenten uitstekend tot zijn recht.
Als ik wat grilliger werk van de Amerikaanse muzikant wil horen, heb ik een stapel Smog albums om uit te kiezen, maar als ik behoefte heb aan rust grijp ik naar dit nieuwe soloalbum waarop echt steeds meer moois aan de oppervlakte komt. Ik was tot dusver niet de grootste fan van het solowerk van Bill Callahan, maar waar in grote kring de twijfel toeslaat over Gold Record, vind ik het het meest geslaagde soloalbum van Bill Callahan tot dusver en misschien wel het eerste soloalbum dat niet zorgt voor heimwee naar Smog. Erwin Zijleman
Bill Callahan - Shepherd in a Sheepskin Vest (2019)

4,0
0
geplaatst: 20 juni 2019, 17:15 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bill Callahan - Shepherd In A Sheepskin Vest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan - Shepherd In A Sheepskin Vest
Bill Callahan brengt je tot rust met maar liefst 20 ingetogen songs, maar het zijn songs vol diepgang en bijzondere verrassingen
Het is inmiddels een imposant oeuvre dat Bill Callahan op zijn naam heeft staan. Eerst maakte hij een stapel prima albums als Smog en ook het stapeltje albums dat hij onder zijn eigen naam heeft uitgebracht groeit gestaag. De Amerikaanse muzikant heeft de tijd genomen voor zijn nieuwe album en het levert ruim een uur fascinerende muziek op. De meeste songs op Shepherd In A Sheepskin Vest zijn uiterst ingetogen en slepen zich langzaam voort, maar er gebeurt altijd wel iets bijzonders in de muziek van Bill Callahan, waardoor de songs en de verhalen van de muzikant uit Austin nog een flinke tijd doorgroeien. Bijzonder album weer.
Bill Callahan was in een vorig leven de man achter het eenmansproject Smog, ook wel eens geschreven als (Smog). Als Smog leverde Bill Callahan tussen 1992 en 2005 bijna een dozijn albums af (ik kom tot elf), waaronder flink wat albums die goed waren voor superlatieven van de critici. Het zijn bovendien albums die het sadcore genre op de kaart hebben gezet en flink wat invloed hebben gehad de afgelopen twintig jaar.
Sinds 2007 maakt de Amerikaanse muzikant soloalbums en met het deze week verschenen Shepherd In A Sheepskin Vest staat ook hier de teller alweer op zes.
De afgelopen jaren was Bill Callahan niet heel actief. Zijn laatste wapenfeit stamde tot voor kort immers uit 2013 (Dream River). Op Shepherd In A Sheepskin Vest compenseert de muzikant uit Austin, Texas, voor de lange periode van stilte, want zijn nieuwe album bevat maar liefst twintig songs en is goed voor ruim een uur muziek.
De lange periode van stilte kan vooral worden verklaard door het vaderschap van Bill Callahan, dat de nodige tijd opeiste. Het vaderschap heeft er ook voor gezorgd dat de muziek van de Amerikaanse muzikant wat minder donker klinkt dan in zijn Smog verleden. Shepherd In A Sheepskin Vest is een opvallend ingetogen en zacht album en het is een album dat totaal geen haast heeft.
De akoestisch ingetogen songs van Bill Callahan slepen zich langzaam voort en ook de zang van de muzikant uit Austin is loom. Het zijn songs die in eerste instantie uitnodigen tot wegdromen, maar voor wegdromen maakt Bill Callahan het de luisteraar net wat te ingewikkeld. De instrumentatie op Shepherd In A Sheepskin Vest zit vol geluidjes en verrassende wendingen en ook de zang van Bill Callahan, die af en toe richting spoken word opschuift, doet af en toe dingen die je niet verwacht wanneer je alleen maar weg wilt dromen.
Hier en daar duiken flink wat referenties naar het werk van Smog op, maar Bill Callahan is inmiddels ook een ander mens en maakt andere muziek. Het is muziek waarop ik in het verleden lang niet altijd gek was, maar Shepherd In A Sheepskin Vest heeft iets bijzonders.
Bill Callahan keert op zijn nieuwe album deels terug naar de troubadours uit de jaren 60 en 70, maar heeft ook nog altijd een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid waar je de tijd voor moet nemen. Shepherd In A Sheepskin Vest is een album dat bij beluistering met onvoldoende aandacht bijna eindeloos kan voortkabbelen, maar het is ook een album dat wanneer je er wel aandachtig naar luistert bijna onophoudelijk kan betoveren met wonderschone klanken en de donkere stem van Bill Callahan.
Shepherd In A Sheepskin Vest is bovendien een album dat prachtig is opgebouwd en langzaam maar zeker aan kracht wint. Wat in eerste instantie nog wat lui voortkabbelt wint steeds meer aan kracht en wordt steeds interessanter. Shepherd In A Sheepskin Vest groeit hierdoor snel door naar een volgend hoogtepunt in het bijzondere en inmiddels best imposante oeuvre van de Amerikaanse muzikant. Ik ben lang niet altijd een fan van Bill Callahan, maar zijn nieuwe album wordt maar mooier en mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bill Callahan - Shepherd In A Sheepskin Vest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan - Shepherd In A Sheepskin Vest
Bill Callahan brengt je tot rust met maar liefst 20 ingetogen songs, maar het zijn songs vol diepgang en bijzondere verrassingen
Het is inmiddels een imposant oeuvre dat Bill Callahan op zijn naam heeft staan. Eerst maakte hij een stapel prima albums als Smog en ook het stapeltje albums dat hij onder zijn eigen naam heeft uitgebracht groeit gestaag. De Amerikaanse muzikant heeft de tijd genomen voor zijn nieuwe album en het levert ruim een uur fascinerende muziek op. De meeste songs op Shepherd In A Sheepskin Vest zijn uiterst ingetogen en slepen zich langzaam voort, maar er gebeurt altijd wel iets bijzonders in de muziek van Bill Callahan, waardoor de songs en de verhalen van de muzikant uit Austin nog een flinke tijd doorgroeien. Bijzonder album weer.
Bill Callahan was in een vorig leven de man achter het eenmansproject Smog, ook wel eens geschreven als (Smog). Als Smog leverde Bill Callahan tussen 1992 en 2005 bijna een dozijn albums af (ik kom tot elf), waaronder flink wat albums die goed waren voor superlatieven van de critici. Het zijn bovendien albums die het sadcore genre op de kaart hebben gezet en flink wat invloed hebben gehad de afgelopen twintig jaar.
Sinds 2007 maakt de Amerikaanse muzikant soloalbums en met het deze week verschenen Shepherd In A Sheepskin Vest staat ook hier de teller alweer op zes.
De afgelopen jaren was Bill Callahan niet heel actief. Zijn laatste wapenfeit stamde tot voor kort immers uit 2013 (Dream River). Op Shepherd In A Sheepskin Vest compenseert de muzikant uit Austin, Texas, voor de lange periode van stilte, want zijn nieuwe album bevat maar liefst twintig songs en is goed voor ruim een uur muziek.
De lange periode van stilte kan vooral worden verklaard door het vaderschap van Bill Callahan, dat de nodige tijd opeiste. Het vaderschap heeft er ook voor gezorgd dat de muziek van de Amerikaanse muzikant wat minder donker klinkt dan in zijn Smog verleden. Shepherd In A Sheepskin Vest is een opvallend ingetogen en zacht album en het is een album dat totaal geen haast heeft.
De akoestisch ingetogen songs van Bill Callahan slepen zich langzaam voort en ook de zang van de muzikant uit Austin is loom. Het zijn songs die in eerste instantie uitnodigen tot wegdromen, maar voor wegdromen maakt Bill Callahan het de luisteraar net wat te ingewikkeld. De instrumentatie op Shepherd In A Sheepskin Vest zit vol geluidjes en verrassende wendingen en ook de zang van Bill Callahan, die af en toe richting spoken word opschuift, doet af en toe dingen die je niet verwacht wanneer je alleen maar weg wilt dromen.
Hier en daar duiken flink wat referenties naar het werk van Smog op, maar Bill Callahan is inmiddels ook een ander mens en maakt andere muziek. Het is muziek waarop ik in het verleden lang niet altijd gek was, maar Shepherd In A Sheepskin Vest heeft iets bijzonders.
Bill Callahan keert op zijn nieuwe album deels terug naar de troubadours uit de jaren 60 en 70, maar heeft ook nog altijd een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid waar je de tijd voor moet nemen. Shepherd In A Sheepskin Vest is een album dat bij beluistering met onvoldoende aandacht bijna eindeloos kan voortkabbelen, maar het is ook een album dat wanneer je er wel aandachtig naar luistert bijna onophoudelijk kan betoveren met wonderschone klanken en de donkere stem van Bill Callahan.
Shepherd In A Sheepskin Vest is bovendien een album dat prachtig is opgebouwd en langzaam maar zeker aan kracht wint. Wat in eerste instantie nog wat lui voortkabbelt wint steeds meer aan kracht en wordt steeds interessanter. Shepherd In A Sheepskin Vest groeit hierdoor snel door naar een volgend hoogtepunt in het bijzondere en inmiddels best imposante oeuvre van de Amerikaanse muzikant. Ik ben lang niet altijd een fan van Bill Callahan, maar zijn nieuwe album wordt maar mooier en mooier. Erwin Zijleman
Bill Callahan - YTI⅃AƎЯ (2022)
Alternatieve titel: Reality

4,0
0
geplaatst: 16 oktober 2022, 11:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bill Callahan - YTI⅃AƎЯ - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan - YTI⅃AƎЯ
Bill Callahan schotelt ons op YTI⅃AƎЯ net iets meer dan een uur muziek voor en het is een uur lang muziek van een betoverende schoonheid, die grotendeels bekend klinkt, maar ook weet te verrassen
Ik ken Bill Callahan al sinds de vroege jaren 90, toen hij zijn eerste albums onder de naam Smog uitbracht. Inmiddels zijn we een flinke stapel albums verder en is Smog verleden tijd, maar ook onder zijn eigen naam maakt de Amerikaanse muzikant fascinerende muziek. Het is muziek die, alleen al vanwege de zo herkenbare stem van Bill Callahan, inmiddels vrijwel onmiddellijk bekend klinkt, maar de Amerikaanse muzikant weet ook altijd te verrassen. YTI⅃AƎЯ verrast niet alleen met net iets meer dan een uur muziek, maar ook met songs die buitengewoon fraai zijn ingekleurd. De muziek van Bill Callahan is vaak ingetogen en sfeervol, maar kan ook aangenaam ontsporen. Topalbum weer.
Bill Callahan maakte een imposante stapel geweldige albums als Smog en is inmiddels ook onder zijn eigen naam alweer aardig op streek. Deze week verscheen zijn achtste album onder zijn eigen naam, waarmee het complete oeuvre van de Amerikaanse muzikant inmiddels achttien albums telt.
Het nieuwe album van Bill Callahan heeft de lastig in te typen titel YTI⅃AƎЯ meegekregen, maar het is een album dat verder in alle opzichten behoorlijk vertrouwd klinkt. De Amerikaanse muzikant heeft al sinds de eerste albums van Smog een uit duizenden herkenbaar geluid, wat vooral de verdienste is van zijn zeer karakteristieke stem.
De lage, diepe en donkere stem van de Amerikaanse muzikant speelt ook op YTI⅃AƎЯ weer een zeer voorname rol. Zeker wanneer de muzikant uit Austin, Texas, kiest voor ingetogen en zich langzaam voortslepende songs en zijn teksten bijna uitspreekt, dringt de vergelijking met Leonard Cohen zich op, al heeft Bill Callahan met zijn staat van dienst zich wat mij betreft al lang ontworsteld aan de vergelijking met anderen.
De platenmaatschappij en de bandcamp pagina van Bill Callahan zijn niet erg scheutig met informatie over YTI⅃AƎЯ, buiten een wat cryptische verklaring van de titel, maar zeker de muzikanten op het album hadden wel wat meer krediet verdiend. YTI⅃AƎЯ bevat een aantal ingetogen songs die vooral worden gedragen door een akoestische gitaar en de bijzondere stem van Bill Callahan, maar als je wat beter luistert, hoor je dat ook de ingetogen songs zijn volgestopt met even mooie als avontuurlijke accenten van uiteenlopende instrumenten, waaronder schitterende blazers.
Hiernaast laat de Amerikaanse muzikant zich in vocaal opzicht subtiel bijstaan door flink wat andere stemmen, waardoor YTI⅃AƎЯ een gevarieerder en veelzijdiger album is dan we gewend zijn van Bill Callahan. Wanneer de muzikant uit Austin kiest voor ingetogen klanken en bijna gesproken teksten heeft zijn muziek iets aangenaam bezwerends, maar YTI⅃AƎЯ bevat ook een aantal tracks die kiezen voor een hoger tempo en waarin de muzikanten langzaam maar zeker mogen ontsporen.
Juist de wisselwerking tussen de dromerige en de opwindende songs maakt van het nieuwe album van Bill Callahan een verrassend dynamisch album. Ik ben over het algemeen genomen niet zo gek op spoken word en was bij eerste beluistering van het album dan ook vooral onder de indruk van de wat woestere tracks met echte zang, maar ook wanneer Bill Callahan in vocaal en muzikaal opzicht gas terug neemt maakt hij bijzondere muziek.
YTI⅃AƎЯ bevat twaalf songs, waaronder een aantal wat langere tracks (meer dan 6 minuten), wat een album met een speelduur van net wat meer dan een uur oplevert. Dat is lang en voor de meeste albums echt veel te lang, maar Bill Callahan slaagt er met YTI⅃AƎЯ in om de luisteraar mee te nemen met een beeldende luistertrip die van de eerste tot en met de laatste noot interessant blijft.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon blijf je je verbazen over de prachtige instrumentatie en de al even mooie subtiele achtergrondvocalen, maar ook de bezwerende stem van Bill Callahan maakt bij beluistering met de koptelefoon nog net wat meer indruk. Bill Callahan is de afgelopen jaren behoorlijk productief, maar het gaat niet ten koste van de kwaliteit, die alleen maar groeit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bill Callahan - YTI⅃AƎЯ - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan - YTI⅃AƎЯ
Bill Callahan schotelt ons op YTI⅃AƎЯ net iets meer dan een uur muziek voor en het is een uur lang muziek van een betoverende schoonheid, die grotendeels bekend klinkt, maar ook weet te verrassen
Ik ken Bill Callahan al sinds de vroege jaren 90, toen hij zijn eerste albums onder de naam Smog uitbracht. Inmiddels zijn we een flinke stapel albums verder en is Smog verleden tijd, maar ook onder zijn eigen naam maakt de Amerikaanse muzikant fascinerende muziek. Het is muziek die, alleen al vanwege de zo herkenbare stem van Bill Callahan, inmiddels vrijwel onmiddellijk bekend klinkt, maar de Amerikaanse muzikant weet ook altijd te verrassen. YTI⅃AƎЯ verrast niet alleen met net iets meer dan een uur muziek, maar ook met songs die buitengewoon fraai zijn ingekleurd. De muziek van Bill Callahan is vaak ingetogen en sfeervol, maar kan ook aangenaam ontsporen. Topalbum weer.
Bill Callahan maakte een imposante stapel geweldige albums als Smog en is inmiddels ook onder zijn eigen naam alweer aardig op streek. Deze week verscheen zijn achtste album onder zijn eigen naam, waarmee het complete oeuvre van de Amerikaanse muzikant inmiddels achttien albums telt.
Het nieuwe album van Bill Callahan heeft de lastig in te typen titel YTI⅃AƎЯ meegekregen, maar het is een album dat verder in alle opzichten behoorlijk vertrouwd klinkt. De Amerikaanse muzikant heeft al sinds de eerste albums van Smog een uit duizenden herkenbaar geluid, wat vooral de verdienste is van zijn zeer karakteristieke stem.
De lage, diepe en donkere stem van de Amerikaanse muzikant speelt ook op YTI⅃AƎЯ weer een zeer voorname rol. Zeker wanneer de muzikant uit Austin, Texas, kiest voor ingetogen en zich langzaam voortslepende songs en zijn teksten bijna uitspreekt, dringt de vergelijking met Leonard Cohen zich op, al heeft Bill Callahan met zijn staat van dienst zich wat mij betreft al lang ontworsteld aan de vergelijking met anderen.
De platenmaatschappij en de bandcamp pagina van Bill Callahan zijn niet erg scheutig met informatie over YTI⅃AƎЯ, buiten een wat cryptische verklaring van de titel, maar zeker de muzikanten op het album hadden wel wat meer krediet verdiend. YTI⅃AƎЯ bevat een aantal ingetogen songs die vooral worden gedragen door een akoestische gitaar en de bijzondere stem van Bill Callahan, maar als je wat beter luistert, hoor je dat ook de ingetogen songs zijn volgestopt met even mooie als avontuurlijke accenten van uiteenlopende instrumenten, waaronder schitterende blazers.
Hiernaast laat de Amerikaanse muzikant zich in vocaal opzicht subtiel bijstaan door flink wat andere stemmen, waardoor YTI⅃AƎЯ een gevarieerder en veelzijdiger album is dan we gewend zijn van Bill Callahan. Wanneer de muzikant uit Austin kiest voor ingetogen klanken en bijna gesproken teksten heeft zijn muziek iets aangenaam bezwerends, maar YTI⅃AƎЯ bevat ook een aantal tracks die kiezen voor een hoger tempo en waarin de muzikanten langzaam maar zeker mogen ontsporen.
Juist de wisselwerking tussen de dromerige en de opwindende songs maakt van het nieuwe album van Bill Callahan een verrassend dynamisch album. Ik ben over het algemeen genomen niet zo gek op spoken word en was bij eerste beluistering van het album dan ook vooral onder de indruk van de wat woestere tracks met echte zang, maar ook wanneer Bill Callahan in vocaal en muzikaal opzicht gas terug neemt maakt hij bijzondere muziek.
YTI⅃AƎЯ bevat twaalf songs, waaronder een aantal wat langere tracks (meer dan 6 minuten), wat een album met een speelduur van net wat meer dan een uur oplevert. Dat is lang en voor de meeste albums echt veel te lang, maar Bill Callahan slaagt er met YTI⅃AƎЯ in om de luisteraar mee te nemen met een beeldende luistertrip die van de eerste tot en met de laatste noot interessant blijft.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon blijf je je verbazen over de prachtige instrumentatie en de al even mooie subtiele achtergrondvocalen, maar ook de bezwerende stem van Bill Callahan maakt bij beluistering met de koptelefoon nog net wat meer indruk. Bill Callahan is de afgelopen jaren behoorlijk productief, maar het gaat niet ten koste van de kwaliteit, die alleen maar groeit. Erwin Zijleman
Bill Callahan & Bonnie Prince Billy - Blind Date Party (2021)

4,0
1
geplaatst: 15 december 2021, 17:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bill Callahan & Bonnie 'Prince' Billy - Blind Date Party - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan & Bonnie 'Prince' Billy - Blind Date Party
Je moet toch wat wanneer je thuis zit vanwege een pandemie moeten Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy gedacht hebben, maar de verzameling covers die ze hebben gemaakt pakt geweldig uit
Op Spotify waren de meeste tracks die zijn terecht gekomen op Blind Date Party van Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy al een tijdje te vinden, maar een album met alle tracks heeft zeker meerwaarde. De twee muzikanten zaten vooral thuis vanwege de corona pandemie en besloten samen met heel veel labelgenoten een prachtige serie covers op te nemen. De songkeuze is fraai, Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy weten elkaars stemmen prachtig te versterken en de gastmuzikanten zorgen track na track voor de kers op de taart. Blind Date Party kan echt alle kanten op en biedt voor elk wat wils, maar uiteindelijk vind ik dit album 19 tracks lang mooi.
Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy (aka Will Oldham) hadden het afgelopen anderhalf jaar door de verschillende corona lockdowns flink wat tijd over en besloten om deze tijd nuttig te besteden. Gekluisterd aan huis pakten ze week na week songs van anderen op, waarbij de samenwerking werd gezocht met bevriende muzikanten, die voor een belangrijk deel en net als Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy, onderdak hebben gevonden bij het mooie Drag City label.
Via het Internet gingen de muzikale bijdragen over en weer, wat de ene na de andere mooie single opleverde. Deze singles zijn al geruime tijd via Spotify te beluisteren, maar ze zijn nu ook gebundeld op Blind Date Party, waarop er maar liefst 19 voorbij komen. Het is goed voor anderhalf muziek en het is muziek van een grote schoonheid.
Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy zijn te horen in alle tracks op Blind Date Party, waarop gastbijdragen zijn te horen van onder andere Matt Sweeney, Alasdair Roberts, Azita, Sean O’Hagan, Bill MacKay, David Pajo, Meg Baird, Ty Segall, Cory Hanson, Six Organs Of Admittance en Sir Richard Bishop.
De muzikanten tekenen vervolgens voor vertolkingen van songs van onder andere Yusuf Islam, The Other Years, Billie Eilish, Steely Dan, Lou Reed, Robert Wyatt, Lowell George, Air Supply, Leonard Cohen, David Berman, Iggy Pop en John Prine. Nu ben ik normaal gesproken niet zo gek op albums met covers, maar Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy slagen er in om een eigen draai te geven aan de songs van anderen, waarna de gastmuzikanten en gastvocalisten er nog een schepje bovenop doen.
Blind Date Party valt hiernaast in positieve zin op door de keuze van de songs, die minder voor de hand liggend is dan op het gemiddelde album dat gevuld is met covers en ook wat breder is ingestoken dan op de meeste andere verzamelingen covers die ik voorbij zie komen (van Billie Eilish tot Robert Wyatt).
De stemmen van Bill Callahan en Will Oldham ken ik los van elkaar al vele, vele jaren, maar de wijze waarop de stemmen van de twee bij elkaar kleuren is wat mij betreft een zeer aangename verrassing. De stemmen van de gastmuzikanten passen hier weer prachtig bij en ook de muzikale bijdragen van gastmuzikanten mogen er zijn.
Door het grote aantal gastvocalisten is Blind Date Party een zeer gevarieerd album, maar de veelzijdigheid beperkt zich zeker niet tot de zang, want ook de instrumentatie is zeer gevarieerd en kleurt in de meest ingetogen momenten echt prachtig bij het seizoen, om vervolgens alle kanten op te schieten, van broeierige elektronische pop naar overstuurde gitaren.
Omdat Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy er ook nog eens in slagen om hun eigen songs te maken van de songs van grootheden en mindere grootheden uit het verleden en het heden, is Blind Date Party wat mij betreft meer dan een tussendoortje dat ontstond door een gebrek aan andere mogelijkheden.
Het concept van het album is er wat mij betreft een dat nog voor veel meer memorabele vertolkingen van songs van anderen kan worden gebruikt. Dat mogen Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy wat mij betreft nog best een paar albums volhouden, maar uiteindelijk mogen ze het stokje ook best doorgeven aan anderen. Thuiswerken is lang niet altijd een zegen, maar het levert ook mooie dingen op, als de anderhalf uur prachtige muziek op Blind Date Party, waarop mijn voorkeuren echt steeds weer iets veranderen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bill Callahan & Bonnie 'Prince' Billy - Blind Date Party - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Callahan & Bonnie 'Prince' Billy - Blind Date Party
Je moet toch wat wanneer je thuis zit vanwege een pandemie moeten Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy gedacht hebben, maar de verzameling covers die ze hebben gemaakt pakt geweldig uit
Op Spotify waren de meeste tracks die zijn terecht gekomen op Blind Date Party van Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy al een tijdje te vinden, maar een album met alle tracks heeft zeker meerwaarde. De twee muzikanten zaten vooral thuis vanwege de corona pandemie en besloten samen met heel veel labelgenoten een prachtige serie covers op te nemen. De songkeuze is fraai, Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy weten elkaars stemmen prachtig te versterken en de gastmuzikanten zorgen track na track voor de kers op de taart. Blind Date Party kan echt alle kanten op en biedt voor elk wat wils, maar uiteindelijk vind ik dit album 19 tracks lang mooi.
Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy (aka Will Oldham) hadden het afgelopen anderhalf jaar door de verschillende corona lockdowns flink wat tijd over en besloten om deze tijd nuttig te besteden. Gekluisterd aan huis pakten ze week na week songs van anderen op, waarbij de samenwerking werd gezocht met bevriende muzikanten, die voor een belangrijk deel en net als Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy, onderdak hebben gevonden bij het mooie Drag City label.
Via het Internet gingen de muzikale bijdragen over en weer, wat de ene na de andere mooie single opleverde. Deze singles zijn al geruime tijd via Spotify te beluisteren, maar ze zijn nu ook gebundeld op Blind Date Party, waarop er maar liefst 19 voorbij komen. Het is goed voor anderhalf muziek en het is muziek van een grote schoonheid.
Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy zijn te horen in alle tracks op Blind Date Party, waarop gastbijdragen zijn te horen van onder andere Matt Sweeney, Alasdair Roberts, Azita, Sean O’Hagan, Bill MacKay, David Pajo, Meg Baird, Ty Segall, Cory Hanson, Six Organs Of Admittance en Sir Richard Bishop.
De muzikanten tekenen vervolgens voor vertolkingen van songs van onder andere Yusuf Islam, The Other Years, Billie Eilish, Steely Dan, Lou Reed, Robert Wyatt, Lowell George, Air Supply, Leonard Cohen, David Berman, Iggy Pop en John Prine. Nu ben ik normaal gesproken niet zo gek op albums met covers, maar Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy slagen er in om een eigen draai te geven aan de songs van anderen, waarna de gastmuzikanten en gastvocalisten er nog een schepje bovenop doen.
Blind Date Party valt hiernaast in positieve zin op door de keuze van de songs, die minder voor de hand liggend is dan op het gemiddelde album dat gevuld is met covers en ook wat breder is ingestoken dan op de meeste andere verzamelingen covers die ik voorbij zie komen (van Billie Eilish tot Robert Wyatt).
De stemmen van Bill Callahan en Will Oldham ken ik los van elkaar al vele, vele jaren, maar de wijze waarop de stemmen van de twee bij elkaar kleuren is wat mij betreft een zeer aangename verrassing. De stemmen van de gastmuzikanten passen hier weer prachtig bij en ook de muzikale bijdragen van gastmuzikanten mogen er zijn.
Door het grote aantal gastvocalisten is Blind Date Party een zeer gevarieerd album, maar de veelzijdigheid beperkt zich zeker niet tot de zang, want ook de instrumentatie is zeer gevarieerd en kleurt in de meest ingetogen momenten echt prachtig bij het seizoen, om vervolgens alle kanten op te schieten, van broeierige elektronische pop naar overstuurde gitaren.
Omdat Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy er ook nog eens in slagen om hun eigen songs te maken van de songs van grootheden en mindere grootheden uit het verleden en het heden, is Blind Date Party wat mij betreft meer dan een tussendoortje dat ontstond door een gebrek aan andere mogelijkheden.
Het concept van het album is er wat mij betreft een dat nog voor veel meer memorabele vertolkingen van songs van anderen kan worden gebruikt. Dat mogen Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy wat mij betreft nog best een paar albums volhouden, maar uiteindelijk mogen ze het stokje ook best doorgeven aan anderen. Thuiswerken is lang niet altijd een zegen, maar het levert ook mooie dingen op, als de anderhalf uur prachtige muziek op Blind Date Party, waarop mijn voorkeuren echt steeds weer iets veranderen. Erwin Zijleman
Bill Fay - Countless Branches (2020)

4,5
2
geplaatst: 19 januari 2020, 10:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bill Fay - Countless Branches - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Fay - Countless Branches
Bill Fay is inmiddels 76 jaar oud, maar nog druk bezig met zijn tweede jeugd, die nu een uiterst sober maar ook wonderschoon en emotievol album oplevert
Het verhaal van Bill Fay is bijzonder. De Britse muzikant werd helemaal aan het begin van de jaren 70 warm onthaald door de critici, maar zijn twee albums verkochten voor geen meter. De Brit verdween uit de muziek en keerde pas ruim 40 jaar later weer terug. Countless Branches is het derde album uit de tweede jeugd van Bill Fay en het is zijn mooiste tot dusver. De Brit was in het verleden niet vies van uitbundige arrangementen, maar kiest nu voor sobere en stemmige klanken, die perfect passen bij zijn wat breekbare maar nog altijd zeer trefzekere vocalen. Een album zonder opsmuk, maar ook een album vol emotie, urgentie en doorleving.
De Britse singer-songwriter Bill Fay bracht helemaal aan het begin van de jaren 70 twee albums uit. Het zijn albums die hem de vergelijking opleverden met roemruchte tijdgenoten als Bob Dylan en Leonard Cohen, maar omdat de Brit, onder andere met wat uitbundigere arrangementen, net wat nadrukkelijker buiten de lijntjes van de singer-songwriter muziek van dat moment kleurde, wist Bill Fay de cultstatus, ondanks zeer lovende woorden van de critici, nooit te ontstijgen.
De Britse muzikant werd vervolgens gedumpt door zijn platenlabel en verdween gedesillusioneerd uit de muziek. Toen de twee albums aan het eind van de jaren 90 opnieuw werden uitgebracht, werden ze wel omarmd door een breder publiek en bovendien door invloedrijke muzikanten als Jeff Tweedy (Wilco) en David Tibet (Current 93).
Een derde album dat 30 jaar op de plank had gelegen werd door toedoen van David Tibet alsnog uitgebracht en een aantal jaren later, het was inmiddels 2012, dook Bill Fay na een afwezigheid van ruim 40 jaar op met een nieuw album, Life Is People. Bill Fay begon aan een tweede jeugd, die gelukkig een stuk succesvoller verliep dan zijn eerste.
Sinds het in 2015 verschenen Who Is The Sender? was het helaas stil rond de Brit, maar na een afwezigheid van bijna vijf jaar keert de inmiddels 76 jaar oude Bill Fay terug met een nieuw album. Op zijn eerste twee comeback albums werkte Bill Fay met producer Joshua Henry (zoon van Joe), met een aantal muzikanten die hem ook in de jaren 70 al bij stonden en met de Britse muzikant Matt Deighton (Mother Earth). Allen zijn ook weer van de partij op album nummer drie, dat echter anders klinkt dan zijn twee voorgangers.
Countless Branches laad een flink meer ingetogen geluid horen dan zijn voorgangers en klinkt nauwelijks geproduceerd. Veel tracks op het album hebben in eerste instantie genoeg aan relatief sober pianospel en de stem van Bill Fay, maar hier en daar worden nog wat akoestische gitaren, percussie, orgels en strijkers toegevoegd, maar ook dan blijft het geluid van het nieuwe album van de Brit sober.
Bill Fay klinkt door het sober ingekleurde geluid voor het eerst als de conventionele singer-songwriter die hij in de jaren 70 niet was, maar Countless Branches doet zeker niet onder voor de voller ingekleurde voorgangers. Integendeel. Het wat sobere en over het algemeen stemmige geluid kleurt prachtig bij de zo langzamerhand wat breekbaarder klinkende stem van de Britse muzikant. Het is een stem die wat mij betreft alleen maar aan schoonheid en zeggingskracht heeft gewonnen.
Bill Fay vertelt op Countless Branches zijn bijzondere levensverhalen en doet dat vol liefde en melancholie en wat mij betreft met meer doorleving en urgentie dan de meeste van zijn jongere soortgenoten. Iedere noot die de Brit zingt komt aan.
De meeste van de tien songs op Countless Branches klokken onder de drie minuten, waardoor het album uitkomt op een schamele speelduur van nog geen 27 minuten. Gelukkig is er een luxe versie die ruim 20 minuten muziek toevoegt. Hierbij gaat het om een deel van banduitvoeringen van de songs van het originele album, die laten horen dat de songs van de Brit ook met een vollere instrumentatie goed uit de verf komen, al heb ik toch een duidelijke voorkeur voor het sober ingekleurde originele album, dat wat mij betreft het mooiste album is dat de Britse muzikant tot dusver heeft gemaakt. En dat zegt wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bill Fay - Countless Branches - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Fay - Countless Branches
Bill Fay is inmiddels 76 jaar oud, maar nog druk bezig met zijn tweede jeugd, die nu een uiterst sober maar ook wonderschoon en emotievol album oplevert
Het verhaal van Bill Fay is bijzonder. De Britse muzikant werd helemaal aan het begin van de jaren 70 warm onthaald door de critici, maar zijn twee albums verkochten voor geen meter. De Brit verdween uit de muziek en keerde pas ruim 40 jaar later weer terug. Countless Branches is het derde album uit de tweede jeugd van Bill Fay en het is zijn mooiste tot dusver. De Brit was in het verleden niet vies van uitbundige arrangementen, maar kiest nu voor sobere en stemmige klanken, die perfect passen bij zijn wat breekbare maar nog altijd zeer trefzekere vocalen. Een album zonder opsmuk, maar ook een album vol emotie, urgentie en doorleving.
De Britse singer-songwriter Bill Fay bracht helemaal aan het begin van de jaren 70 twee albums uit. Het zijn albums die hem de vergelijking opleverden met roemruchte tijdgenoten als Bob Dylan en Leonard Cohen, maar omdat de Brit, onder andere met wat uitbundigere arrangementen, net wat nadrukkelijker buiten de lijntjes van de singer-songwriter muziek van dat moment kleurde, wist Bill Fay de cultstatus, ondanks zeer lovende woorden van de critici, nooit te ontstijgen.
De Britse muzikant werd vervolgens gedumpt door zijn platenlabel en verdween gedesillusioneerd uit de muziek. Toen de twee albums aan het eind van de jaren 90 opnieuw werden uitgebracht, werden ze wel omarmd door een breder publiek en bovendien door invloedrijke muzikanten als Jeff Tweedy (Wilco) en David Tibet (Current 93).
Een derde album dat 30 jaar op de plank had gelegen werd door toedoen van David Tibet alsnog uitgebracht en een aantal jaren later, het was inmiddels 2012, dook Bill Fay na een afwezigheid van ruim 40 jaar op met een nieuw album, Life Is People. Bill Fay begon aan een tweede jeugd, die gelukkig een stuk succesvoller verliep dan zijn eerste.
Sinds het in 2015 verschenen Who Is The Sender? was het helaas stil rond de Brit, maar na een afwezigheid van bijna vijf jaar keert de inmiddels 76 jaar oude Bill Fay terug met een nieuw album. Op zijn eerste twee comeback albums werkte Bill Fay met producer Joshua Henry (zoon van Joe), met een aantal muzikanten die hem ook in de jaren 70 al bij stonden en met de Britse muzikant Matt Deighton (Mother Earth). Allen zijn ook weer van de partij op album nummer drie, dat echter anders klinkt dan zijn twee voorgangers.
Countless Branches laad een flink meer ingetogen geluid horen dan zijn voorgangers en klinkt nauwelijks geproduceerd. Veel tracks op het album hebben in eerste instantie genoeg aan relatief sober pianospel en de stem van Bill Fay, maar hier en daar worden nog wat akoestische gitaren, percussie, orgels en strijkers toegevoegd, maar ook dan blijft het geluid van het nieuwe album van de Brit sober.
Bill Fay klinkt door het sober ingekleurde geluid voor het eerst als de conventionele singer-songwriter die hij in de jaren 70 niet was, maar Countless Branches doet zeker niet onder voor de voller ingekleurde voorgangers. Integendeel. Het wat sobere en over het algemeen stemmige geluid kleurt prachtig bij de zo langzamerhand wat breekbaarder klinkende stem van de Britse muzikant. Het is een stem die wat mij betreft alleen maar aan schoonheid en zeggingskracht heeft gewonnen.
Bill Fay vertelt op Countless Branches zijn bijzondere levensverhalen en doet dat vol liefde en melancholie en wat mij betreft met meer doorleving en urgentie dan de meeste van zijn jongere soortgenoten. Iedere noot die de Brit zingt komt aan.
De meeste van de tien songs op Countless Branches klokken onder de drie minuten, waardoor het album uitkomt op een schamele speelduur van nog geen 27 minuten. Gelukkig is er een luxe versie die ruim 20 minuten muziek toevoegt. Hierbij gaat het om een deel van banduitvoeringen van de songs van het originele album, die laten horen dat de songs van de Brit ook met een vollere instrumentatie goed uit de verf komen, al heb ik toch een duidelijke voorkeur voor het sober ingekleurde originele album, dat wat mij betreft het mooiste album is dat de Britse muzikant tot dusver heeft gemaakt. En dat zegt wat. Erwin Zijleman
Bill Fay - Who Is the Sender (2015)

4,5
0
geplaatst: 8 mei 2015, 17:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bill Fay - Who Is The Sender? - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Bill Fay bracht in 1971 twee platen uit. Zijn titelloze debuut en met name Time Of The Last Persecution werden in kleine kring de hemel in geprezen en in één adem genoemd met platen van grootheden als Bob Dylan, Nick Drake en Leonard Cohen.
Bill Fay leek zich te scharen onder de grote singer-songwriters van zijn generatie, maar door mismanagement raakten zijn platen al snel in de vergetelheid en werd zijn derde plaat zelfs niet eens meer uitgebracht (pas in 2004 verscheen Tomorrow, Tomorrow and Tomorrow alsnog).
Toen decennia later de muziek uit de jaren 70 werd herontdekt groeiden beide platen van Bill Fay uit tot cultklassiekers en werden muzikanten als Wilco’s Jeff Tweedy fan van de muziek van Bill Fay.
Het inspireerde Bill Fay tot een heuse comeback op het podium, waarna hij met producer Joshua Henry en muzikant Matt Deighton de studio indook. In de studio kregen ze al snel gezelschap van de nodige gastmuzikanten, onder wie een regiment strijkers en de al eerder genoemde Jeff Tweedy.
Het leverde in de vorm van Life Is People een even verrassende als overtuigende comeback op. Het knappe van de comeback van Bill Fay was dat de plaat overduidelijk was geworteld in de vroege jaren 70, maar desondanks ook een aantal decennia later nog urgent en essentieel klonk.
Nog geen drie jaar na Life Is People is Bill Fay terug met Who Is The Sender? en herhaalt hij het kunststukje van een paar jaar geleden nog eens. Who Is The Sender? werd voor een belangrijk deel met dezelfde muzikanten gemaakt als zijn voorganger en heeft opnieuw Joshua Henry als producer.
Ook qua songs sluit Who Is The Sender? aan op zijn zo bewierookte voorganger. Bill Fay maakt nog altijd prachtig ingetogen songs. Het zijn songs die beginnen met mooi pianospel en doorleefde vocalen, waarna met name strijkers of soms een behoorlijk groots orgzette orkestratie zorgen voor een flinke dosis extra melancholie en warmte.
Ook bij beluistering van Who Is The Sender? zal je het idee hebben dat je naar een plaat uit de vroege jaren 70 luistert en wat is het weer een mooie en bijzondere plaat. Het is wederom geen plaat die in de jaren 70 is blijven steken, wat duidelijk wordt wanneer Bill Fay de gitaren eens laat gieren of wanneer de muzikant flirt met flarden progrock en psychedelica.
Het is wederom geen plaat om heel vrolijk van te worden, want Bill Fay schept ook op zijn nieuwe plaat weer bakken melancholie over je heen. Het is melancholie die dit keer is verpakt in nog net wat intiemere songs en het zijn songs die stevig aankomen. Who Is The Sender? is zo’n plaat die steeds weer voor kippenvel zorgt. Het is zo’n plaat die steeds dieper onder de huid weet te kruipen en je hierdoor heel snel heel dierbaar is.
Natuurlijk missen we dit keer de verrassing van een comeback na meer dan 40 jaar, maar Who Is The Sender? maakt de net wat mindere verrassing goed met nog betere songs. Bill Fay is inmiddels aardig op leeftijd, maar hij schrijft nog altijd songs van een niveau dat alleen de allergrootsten gegeven is.
Het oeuvre van Bill Fay bleef in de jaren 70 helaas veel te klein, maar het prachtige Life Is People en het wat mij betreft nog mooiere Who Is The Sender? maken veel goed. Ook de nieuwe plaat van Bill Fay dreigt weer wat onder te sneeuwen in het enorme aanbod van het moment, maar geloof me, dit is één van de belangrijke releases van het jaar. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bill Fay - Who Is The Sender? - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Bill Fay bracht in 1971 twee platen uit. Zijn titelloze debuut en met name Time Of The Last Persecution werden in kleine kring de hemel in geprezen en in één adem genoemd met platen van grootheden als Bob Dylan, Nick Drake en Leonard Cohen.
Bill Fay leek zich te scharen onder de grote singer-songwriters van zijn generatie, maar door mismanagement raakten zijn platen al snel in de vergetelheid en werd zijn derde plaat zelfs niet eens meer uitgebracht (pas in 2004 verscheen Tomorrow, Tomorrow and Tomorrow alsnog).
Toen decennia later de muziek uit de jaren 70 werd herontdekt groeiden beide platen van Bill Fay uit tot cultklassiekers en werden muzikanten als Wilco’s Jeff Tweedy fan van de muziek van Bill Fay.
Het inspireerde Bill Fay tot een heuse comeback op het podium, waarna hij met producer Joshua Henry en muzikant Matt Deighton de studio indook. In de studio kregen ze al snel gezelschap van de nodige gastmuzikanten, onder wie een regiment strijkers en de al eerder genoemde Jeff Tweedy.
Het leverde in de vorm van Life Is People een even verrassende als overtuigende comeback op. Het knappe van de comeback van Bill Fay was dat de plaat overduidelijk was geworteld in de vroege jaren 70, maar desondanks ook een aantal decennia later nog urgent en essentieel klonk.
Nog geen drie jaar na Life Is People is Bill Fay terug met Who Is The Sender? en herhaalt hij het kunststukje van een paar jaar geleden nog eens. Who Is The Sender? werd voor een belangrijk deel met dezelfde muzikanten gemaakt als zijn voorganger en heeft opnieuw Joshua Henry als producer.
Ook qua songs sluit Who Is The Sender? aan op zijn zo bewierookte voorganger. Bill Fay maakt nog altijd prachtig ingetogen songs. Het zijn songs die beginnen met mooi pianospel en doorleefde vocalen, waarna met name strijkers of soms een behoorlijk groots orgzette orkestratie zorgen voor een flinke dosis extra melancholie en warmte.
Ook bij beluistering van Who Is The Sender? zal je het idee hebben dat je naar een plaat uit de vroege jaren 70 luistert en wat is het weer een mooie en bijzondere plaat. Het is wederom geen plaat die in de jaren 70 is blijven steken, wat duidelijk wordt wanneer Bill Fay de gitaren eens laat gieren of wanneer de muzikant flirt met flarden progrock en psychedelica.
Het is wederom geen plaat om heel vrolijk van te worden, want Bill Fay schept ook op zijn nieuwe plaat weer bakken melancholie over je heen. Het is melancholie die dit keer is verpakt in nog net wat intiemere songs en het zijn songs die stevig aankomen. Who Is The Sender? is zo’n plaat die steeds weer voor kippenvel zorgt. Het is zo’n plaat die steeds dieper onder de huid weet te kruipen en je hierdoor heel snel heel dierbaar is.
Natuurlijk missen we dit keer de verrassing van een comeback na meer dan 40 jaar, maar Who Is The Sender? maakt de net wat mindere verrassing goed met nog betere songs. Bill Fay is inmiddels aardig op leeftijd, maar hij schrijft nog altijd songs van een niveau dat alleen de allergrootsten gegeven is.
Het oeuvre van Bill Fay bleef in de jaren 70 helaas veel te klein, maar het prachtige Life Is People en het wat mij betreft nog mooiere Who Is The Sender? maken veel goed. Ook de nieuwe plaat van Bill Fay dreigt weer wat onder te sneeuwen in het enorme aanbod van het moment, maar geloof me, dit is één van de belangrijke releases van het jaar. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
Bill Ryder-Jones - Iechyd Da (2024)

4,5
4
geplaatst: 14 januari 2024, 10:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bill Ryder-Jones - Iechyd Da - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Ryder-Jones - Iechyd Da
Voormalig The Coral gitarist Bill Ryder-Jones maakte al een viertal soloalbums, maar met zijn vijfde album Iechyd Da levert de Britse muzikant een met grote regelmaat verbijsterend mooi album af
Toen de Britse muziekpers de afgelopen weken strooide met superlatieven bij de bespreking van het nieuwe album van Bill Ryder-Jones leek dit me schromelijk overdreven, maar Iechyd Da is inderdaad een prachtig album. De Britse muzikant, die deel uitmaakte van de eerste editie van The Coral heeft voor Iechyd Da een serie tijdloze songs geschreven. Het zijn songs vol melancholie, maar het zijn ook songs van een bijzondere schoonheid. Die schoonheid komt vooral aan de oppervlakte wanneer Bill Ryder-Jones zijn songs voorziet van fascinerende en Beatlesque strijkersarrangementen. Het levert een album op dat al snel stijgt tot grote hoogten. Wat een start van het muziekjaar 2024.
Bill Ryder-Jones maakte deel uit van de eerste bezetting van de Britse band The Coral, die werd opgericht toen hij nog in de brugklas zat, en was te horen op de eerste vier albums van de band, waaronder het tot een klassieker uitgegroeide titelloze debuut uit 2002. Hij begon vervolgens aan een solocarrière, die tussen 2011 en 2018 vier albums opleverde. Het zijn albums die met name door de Britse muziekpers werden geprezen, maar ik vond de albums persoonlijk niet heel bijzonder, al moet ik toegeven dat ik ze niet heel uitgebreid heb beluisterd.
Ik was de afgelopen jaren wel onder de indruk van de albums die Bill Ryder-Jones produceerde voor Saint Saviour en vooral voor Michael Head & The Red Elastic Band, dat met Dear Scott een van de beste albums van 2022 afleverde, maar desondanks begon ik met bescheiden verwachtingen of zelfs met enige scepsis aan de beluistering van het nieuwe album van de Britse muzikant.
Iechyd Da is de opvolger van het eind 2018 verschenen Yawn en is de afgelopen weken door de Britse muziekpers onthaald als een waar meesterwerk. Toch wel enigszins tot mijn verbazing moet ik de Britse muziekpers gelijk geven, want waar ik de vorige albums van Bill Ryder-Jones niet heel memorabel vond, wist Iechyd Da direct bij eerste beluistering te imponeren. Bill Ryder-Jones doet dit met over het algemeen ingetogen songs, die lekker in het gehoor liggen, maar die ook weten te verrassen met tempowisselingen, bijzondere wendingen en vooral met prachtige arrangementen.
Wanneer Bill Ryder-Jones kiest voor een akoestische gitaar en zijn wat dromerige stem doet Iechyd Da wel wat denken aan de muziek van Elliott Smith, maar die vergelijking gaat niet meer op wanneer de Britse muzikant pianoakkoorden aan zijn songs toevoegt en vervolgens bakken met strijkers open trekt. Vervolgens duikt er voor mij nog maar één naam op bij beluistering van het vijfde album van Bill Ryder-Jones en dat is de naam van The Beatles.
Veel songs op Iechyd Da zouden zomaar van de hand van The Beatles kunnen zijn als ze er in 1970 niet de brui aan hadden gegeven, maar de songs zijn gemaakt door Bill Ryder-Jones. Zeker de strijkersarrangementen op het album zijn bijna overdadig en duwen de muziek op Iechyd Da soms bijna de kant van de symfonische rock op, maar de Britse muzikant komt er mee weg en maakt er een fraai Beatlesque geheel van, dat zelfs niet uit de bocht vliegt als hij een kinderkoor laat opdraven.
De kwaliteit van Iechyd Da schuilt voor een belangrijk deel in de werkelijk wonderschone arrangementen, maar Bill Ryder-Jones heeft voor zijn vijfde album ook een aantal geweldige songs geschreven en laat bovendien horen dat hij een prima zanger is. Song na song valt alles op zijn plek en maakt Bill Ryder-Jones, in ieder geval op mij, diepe indruk met prachtsongs. Direct bij eerste beluistering vond ik dat de Britse muziekpers nog wel wat meer superlatieven uit de kast had mogen trekken en sindsdien is Iechyd Da alleen maar mooier en indrukwekkender geworden.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon levert het nieuwe album van Bill Ryder-Jones een fascinerende en betoverend mooie luistertrip op. Het is een luistertrip vol melancholie, want de Britse muzikant verwerkt de nodige persoonlijke misère in zijn songs, maar dit voorziet zijn songs alleen maar van meer lading en klasse. Ik had Bill Ryder-Jones voor Iechyd Da niet zo hoog zitten, maar op zijn nieuwe album laat hij horen dat hij een songwriter van wereldklasse is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bill Ryder-Jones - Iechyd Da - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bill Ryder-Jones - Iechyd Da
Voormalig The Coral gitarist Bill Ryder-Jones maakte al een viertal soloalbums, maar met zijn vijfde album Iechyd Da levert de Britse muzikant een met grote regelmaat verbijsterend mooi album af
Toen de Britse muziekpers de afgelopen weken strooide met superlatieven bij de bespreking van het nieuwe album van Bill Ryder-Jones leek dit me schromelijk overdreven, maar Iechyd Da is inderdaad een prachtig album. De Britse muzikant, die deel uitmaakte van de eerste editie van The Coral heeft voor Iechyd Da een serie tijdloze songs geschreven. Het zijn songs vol melancholie, maar het zijn ook songs van een bijzondere schoonheid. Die schoonheid komt vooral aan de oppervlakte wanneer Bill Ryder-Jones zijn songs voorziet van fascinerende en Beatlesque strijkersarrangementen. Het levert een album op dat al snel stijgt tot grote hoogten. Wat een start van het muziekjaar 2024.
Bill Ryder-Jones maakte deel uit van de eerste bezetting van de Britse band The Coral, die werd opgericht toen hij nog in de brugklas zat, en was te horen op de eerste vier albums van de band, waaronder het tot een klassieker uitgegroeide titelloze debuut uit 2002. Hij begon vervolgens aan een solocarrière, die tussen 2011 en 2018 vier albums opleverde. Het zijn albums die met name door de Britse muziekpers werden geprezen, maar ik vond de albums persoonlijk niet heel bijzonder, al moet ik toegeven dat ik ze niet heel uitgebreid heb beluisterd.
Ik was de afgelopen jaren wel onder de indruk van de albums die Bill Ryder-Jones produceerde voor Saint Saviour en vooral voor Michael Head & The Red Elastic Band, dat met Dear Scott een van de beste albums van 2022 afleverde, maar desondanks begon ik met bescheiden verwachtingen of zelfs met enige scepsis aan de beluistering van het nieuwe album van de Britse muzikant.
Iechyd Da is de opvolger van het eind 2018 verschenen Yawn en is de afgelopen weken door de Britse muziekpers onthaald als een waar meesterwerk. Toch wel enigszins tot mijn verbazing moet ik de Britse muziekpers gelijk geven, want waar ik de vorige albums van Bill Ryder-Jones niet heel memorabel vond, wist Iechyd Da direct bij eerste beluistering te imponeren. Bill Ryder-Jones doet dit met over het algemeen ingetogen songs, die lekker in het gehoor liggen, maar die ook weten te verrassen met tempowisselingen, bijzondere wendingen en vooral met prachtige arrangementen.
Wanneer Bill Ryder-Jones kiest voor een akoestische gitaar en zijn wat dromerige stem doet Iechyd Da wel wat denken aan de muziek van Elliott Smith, maar die vergelijking gaat niet meer op wanneer de Britse muzikant pianoakkoorden aan zijn songs toevoegt en vervolgens bakken met strijkers open trekt. Vervolgens duikt er voor mij nog maar één naam op bij beluistering van het vijfde album van Bill Ryder-Jones en dat is de naam van The Beatles.
Veel songs op Iechyd Da zouden zomaar van de hand van The Beatles kunnen zijn als ze er in 1970 niet de brui aan hadden gegeven, maar de songs zijn gemaakt door Bill Ryder-Jones. Zeker de strijkersarrangementen op het album zijn bijna overdadig en duwen de muziek op Iechyd Da soms bijna de kant van de symfonische rock op, maar de Britse muzikant komt er mee weg en maakt er een fraai Beatlesque geheel van, dat zelfs niet uit de bocht vliegt als hij een kinderkoor laat opdraven.
De kwaliteit van Iechyd Da schuilt voor een belangrijk deel in de werkelijk wonderschone arrangementen, maar Bill Ryder-Jones heeft voor zijn vijfde album ook een aantal geweldige songs geschreven en laat bovendien horen dat hij een prima zanger is. Song na song valt alles op zijn plek en maakt Bill Ryder-Jones, in ieder geval op mij, diepe indruk met prachtsongs. Direct bij eerste beluistering vond ik dat de Britse muziekpers nog wel wat meer superlatieven uit de kast had mogen trekken en sindsdien is Iechyd Da alleen maar mooier en indrukwekkender geworden.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon levert het nieuwe album van Bill Ryder-Jones een fascinerende en betoverend mooie luistertrip op. Het is een luistertrip vol melancholie, want de Britse muzikant verwerkt de nodige persoonlijke misère in zijn songs, maar dit voorziet zijn songs alleen maar van meer lading en klasse. Ik had Bill Ryder-Jones voor Iechyd Da niet zo hoog zitten, maar op zijn nieuwe album laat hij horen dat hij een songwriter van wereldklasse is. Erwin Zijleman
Billie Eilish - Happier Than Ever (2021)

4,5
2
geplaatst: 2 augustus 2021, 20:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billie Eilish - Happier Than Ever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Eilish - Happier Than Ever
Billie Eilish is pas 19 jaar oud, maar levert ook met Happier Than Ever weer een bijzonder eigenzinnig popalbum af, dat haar zo karakteristieke eigen geluid naar een nog wat hoger plan tilt
Wat doe je nadat je op je 17e een baanbrekend en wereldwijd bejubeld popalbum hebt gemaakt? Billie Eilish maakt er op haar 19e gewoon nog een en doet op dit album bovendien alles nog net wat beter. Happier Than Ever ligt in het verlengde van haar debuutalbum, maar meer van hetzelfde is het niet. De Amerikaanse muzikante vertrouwt op de sterke wapens van haar debuut, maar graaft dit keer dieper. In muzikaal opzicht is het nieuwe album van Billie Eilish consistenter en interessanter en ook met haar zang heeft de jonge Amerikaanse flinke stappen gezet. Het wederom met haar broer Finneas gemaakt Happier Than Ever overtreft al snel het debuutalbum en dat is razendknap.
Het is niet veel muzikanten gegeven om op hun 17e een memorabel album af te leveren, maar Billie Eilish (O'Connell) deed het twee jaar geleden met het uitstekende When We All Fall Asleep, Where Do We Go?, waarop de Amerikaanse muzikante een bijzonder eigen geluid liet horen. Het is een album waar ik twee jaar geleden met bijzonder lage verwachtingen aan begon, maar uiteindelijk kon ik alleen maar concluderen dat Billie Eilish een fantastische popplaat had gemaakt en zichzelf bovendien op de kaart had gezet als eigenzinnig talent.
Ik begon daarom met hoge verwachtingen aan haar tweede album Happier Than Ever, dat deze week is verschenen. Door het succes van het debuut van Billie Eilish stonden de topproducers vast in de rij voor de productie van het tweede album, maar de Amerikaanse muzikante heeft ook haar tweede album gemaakt met haar broer Finneas. Happier Than Ever werd opgenomen in de kelder van zijn huis in Los Angeles in een periode waarin covid-19 de Verenigde Staten lam legde.
Billie Eilish is nog altijd pas 19 jaar oud, maar heeft met Happier Than Ever wederom een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat het moet doen zonder de sensationele verrassing van het debuutalbum, maar het ontbreken van deze verrassing wordt ruimschoots gecompenseerd door de muzikale en vocale verrichtingen van de jonge Amerikaanse muzikante.
Happier Than Ever ligt duidelijk in het verlengde van When We All Fall Asleep, Where Do We Go?, maar laat ook groei horen. Liefhebbers van het zo karakteristieke Billie Eilish geluid worden niet teleurgesteld. Ook het tweede album van Billie Eilish laat meestal een wat donker geluid horen dat wordt gedomineerd door bijzondere beats diepe bassen en ijle synths. Het is een geluid dat zich absoluut heeft laten beïnvloeden door de triphop uit de jaren 90, maar ook invloeden uit de R&B en de pop hebben hun weg gevonden naar Happier Than Ever.
Vergeleken met het debuut van Billie Eilish is haar tweede album wel wat meer ingetogen of subtieler. Veel songs klinken loom en intiem en vangen daarmee de sfeer van de Amerikaanse lockdown in Los Angeles. Waar When We All Fall Asleep, Where Do We Go? hier en daar wel erg van de hak op de tak sprong, klinkt Happier Than Ever een stuk consistenter, zonder dat de muziek van Billie Eilish heeft ingeboet aan frisheid en avontuur.
Ik vind het nieuwe album in muzikaal opzicht interessanter dan zijn voorganger en ook in vocaal opzicht heeft de muzikante uit Los Angeles stappen gezet. Ook op Happier Than Ever grijpt Billie Eilish vaak naar de zo kenmerkende fluisterzang van haar debuut, maar ze zingt ook met meer vertrouwen en een stuk beter dan op haar debuut, waardoor de twijfel over haar vocale capaciteiten achterwege kan blijven.
Dat vertrouwen komt ook terug in de teksten, die hier en daar zeer persoonlijk zijn en een meer volwassen kijk op het leven laten zien. De naam van Finneas is pas één keer genoemd, maar met zijn productie van het album levert hij wederom een topprestatie af. Happier Than Ever klinkt fantastisch en heeft van de eerste tot de laatste noot een eigen smoel. Muziekliefhebbers die niets met pop hebben zullen er niet veel aan vinden, maar muziekliefhebbers met een zwak voor goed gemaakte pop kunnen met geen mogelijkheid om het tweede album van Billie Eilish heen. Wat een talent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billie Eilish - Happier Than Ever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Eilish - Happier Than Ever
Billie Eilish is pas 19 jaar oud, maar levert ook met Happier Than Ever weer een bijzonder eigenzinnig popalbum af, dat haar zo karakteristieke eigen geluid naar een nog wat hoger plan tilt
Wat doe je nadat je op je 17e een baanbrekend en wereldwijd bejubeld popalbum hebt gemaakt? Billie Eilish maakt er op haar 19e gewoon nog een en doet op dit album bovendien alles nog net wat beter. Happier Than Ever ligt in het verlengde van haar debuutalbum, maar meer van hetzelfde is het niet. De Amerikaanse muzikante vertrouwt op de sterke wapens van haar debuut, maar graaft dit keer dieper. In muzikaal opzicht is het nieuwe album van Billie Eilish consistenter en interessanter en ook met haar zang heeft de jonge Amerikaanse flinke stappen gezet. Het wederom met haar broer Finneas gemaakt Happier Than Ever overtreft al snel het debuutalbum en dat is razendknap.
Het is niet veel muzikanten gegeven om op hun 17e een memorabel album af te leveren, maar Billie Eilish (O'Connell) deed het twee jaar geleden met het uitstekende When We All Fall Asleep, Where Do We Go?, waarop de Amerikaanse muzikante een bijzonder eigen geluid liet horen. Het is een album waar ik twee jaar geleden met bijzonder lage verwachtingen aan begon, maar uiteindelijk kon ik alleen maar concluderen dat Billie Eilish een fantastische popplaat had gemaakt en zichzelf bovendien op de kaart had gezet als eigenzinnig talent.
Ik begon daarom met hoge verwachtingen aan haar tweede album Happier Than Ever, dat deze week is verschenen. Door het succes van het debuut van Billie Eilish stonden de topproducers vast in de rij voor de productie van het tweede album, maar de Amerikaanse muzikante heeft ook haar tweede album gemaakt met haar broer Finneas. Happier Than Ever werd opgenomen in de kelder van zijn huis in Los Angeles in een periode waarin covid-19 de Verenigde Staten lam legde.
Billie Eilish is nog altijd pas 19 jaar oud, maar heeft met Happier Than Ever wederom een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat het moet doen zonder de sensationele verrassing van het debuutalbum, maar het ontbreken van deze verrassing wordt ruimschoots gecompenseerd door de muzikale en vocale verrichtingen van de jonge Amerikaanse muzikante.
Happier Than Ever ligt duidelijk in het verlengde van When We All Fall Asleep, Where Do We Go?, maar laat ook groei horen. Liefhebbers van het zo karakteristieke Billie Eilish geluid worden niet teleurgesteld. Ook het tweede album van Billie Eilish laat meestal een wat donker geluid horen dat wordt gedomineerd door bijzondere beats diepe bassen en ijle synths. Het is een geluid dat zich absoluut heeft laten beïnvloeden door de triphop uit de jaren 90, maar ook invloeden uit de R&B en de pop hebben hun weg gevonden naar Happier Than Ever.
Vergeleken met het debuut van Billie Eilish is haar tweede album wel wat meer ingetogen of subtieler. Veel songs klinken loom en intiem en vangen daarmee de sfeer van de Amerikaanse lockdown in Los Angeles. Waar When We All Fall Asleep, Where Do We Go? hier en daar wel erg van de hak op de tak sprong, klinkt Happier Than Ever een stuk consistenter, zonder dat de muziek van Billie Eilish heeft ingeboet aan frisheid en avontuur.
Ik vind het nieuwe album in muzikaal opzicht interessanter dan zijn voorganger en ook in vocaal opzicht heeft de muzikante uit Los Angeles stappen gezet. Ook op Happier Than Ever grijpt Billie Eilish vaak naar de zo kenmerkende fluisterzang van haar debuut, maar ze zingt ook met meer vertrouwen en een stuk beter dan op haar debuut, waardoor de twijfel over haar vocale capaciteiten achterwege kan blijven.
Dat vertrouwen komt ook terug in de teksten, die hier en daar zeer persoonlijk zijn en een meer volwassen kijk op het leven laten zien. De naam van Finneas is pas één keer genoemd, maar met zijn productie van het album levert hij wederom een topprestatie af. Happier Than Ever klinkt fantastisch en heeft van de eerste tot de laatste noot een eigen smoel. Muziekliefhebbers die niets met pop hebben zullen er niet veel aan vinden, maar muziekliefhebbers met een zwak voor goed gemaakte pop kunnen met geen mogelijkheid om het tweede album van Billie Eilish heen. Wat een talent. Erwin Zijleman
Billie Eilish - Hit Me Hard and Soft (2024)

5,0
3
geplaatst: 19 mei 2024, 09:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billie Eilish - HIT ME HARD AND SOFT - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Eilish - HIT ME HARD AND SOFT
Billie Eilish klinkt ook op HIT ME HARD AND SOFT weer flink anders dan haar collega popsterren, wat mede de verdienste is van de werkelijk weergaloze instrumentatie en productie van haar broer Finneas
Het wat zompige Billie Eilish geluid dat we kennen van met name haar debuutalbum is ook op haar nieuwe album HIT ME HARD AND SOFT nog wel te horen, maar over het algemeen genomen klinkt het album helderder en meer ingetogen. Ook de popsongs van Billie Eilish lijken wat minder avontuurlijk dan in het verleden, maar schijn bedriegt. In een popsong van Billie Eilish kan in een paar noten alles veranderen en valt veel meer te horen in haar nieuwe songs dan je op het eerste gehoor denkt. Producer Finneas levert tien tracks lang vakwerk af, terwijl Billie Eilish indruk maakt met veel betere zang en met zeer persoonlijke en intieme teksten. De verwachtingen waren bijna onrealistisch hoog gespannen, maar Billie Eilish maakt ze waar.
HIT ME HARD AND SOFT is het derde album van Billie Eilish, die met haar eerste twee albums in opvallend brede kring waardering oogstte. Die waardering krijgt Billie Eilish in de meeste recensies ook voor haar nieuwe album en dat is wat mij betreft volkomen terecht. Ik moest het album echter wel een paar keer horen voor ik door had hoe goed HIT ME HARD AND SOFT is.
Bij eerste beluistering van het album vallen een paar dingen op. Billie Eilish zingt ook op haar derde album vooral fluisterzacht, maar ze is echt veel beter gaan zingen dan op haar vorige twee albums, waarop de zang een stuk eenvormiger is dan op HIT ME HARD AND SOFT. Zeker wanneer Billie Eilish met wat meer kracht zingt hoor je hoe mooi haar stem is en kan de bewering dat het een hele matige zangeres is definitief naar het rijk der fabelen worden verwezen.
Wat verder opvalt bij eerste beluistering van het album is dat de meeste songs op HIT ME HARD AND SOFT behoorlijk ingetogen zijn. Billie Eilish flirt nog een enkele keer met de dansvloer, maar in de meeste tracks zijn de klanken ingetogen en ligt het tempo laag. HIT ME HARD AND SOFT bevat een aantal songs met het geluid dat we van Billie Eilish kennen. Het zijn songs met diepe bassen en een wat zompig en broeierig geluid, dat vaak wat naar binnen gekeerd is. Het album bevat echter ook flink wat popsongs die met enige fantasie ook in de jaren 90 hadden kunnen zijn gemaakt. Het zijn popsongs met een laagje R&B en soul en het zijn songs die ik bij eerste beluistering wat gewoontjes vond klinken, maar dat veranderde snel.
Het laatste dat mij opviel bij eerste beluistering van het album is dat de meeste teksten op het album gaan over mislukte liefdes, de zoektocht naar liefde en de zoektocht naar zichzelf. HIT ME HARD AND SOFT heeft in tekstueel opzicht wel wat raakvlakken met The Tortured Poets Department van Taylor Swift, maar waar Taylor Swift haar emoties vooral omzet in woede, hoor je op HIT ME HARD AND SOFT van Billie Eilish vooral weemoed en verdriet. Door de teksten begon het album me na een tijdje te raken en vervolgens openbaarde zich de enorme schoonheid van het album. Die schoonheid hoor je in uitstekende en emotievolle zang van de jonge muzikante, maar je hoort het ook in de instrumentatie en de productie van het album. Hiervoor is vooral Finneas (O'Connell), de broer van Billie Eilish, verantwoordelijk.
Hij heeft de meeste songs op het album voorzien van een betrekkelijk ingetogen en deels organisch klinkende instrumentatie, maar deze kan razendsnel omslaan en zit bovendien vol interessante details. HIT ME HARD AND SOFT lijkt af en toe bijna een album met akoestische luisterliedjes, maar Finneas voegt altijd wel wat dingen toe die je niet verwacht en kan de instrumentatie bovendien binnen een paar noten op indrukwekkende wijze opschalen, zoals in het fraaie THE GREATEST, waarin Billie Eilish ook in vocaal opzicht de registers open gooit na een ingetogen start, of zoals in het bijzondere L'AMOUR DE MA VIE, dat van een wat zoet poliedje in een keer omslaat in een synthpop stamper.
Finneas staat als producer misschien nog wat in de schaduw van de Jack Antonoff’s van deze wereld, maar HIT ME HARD AND SOFT is in productioneel opzicht een fantastisch album, dat zeker bij beluistering met de koptelefoon maar opzien blijft baren, want dan komt het album pas echt tot leven. Alles bij elkaar opgeteld heeft Billie Eilish een album gemaakt dat ik beter vind dan zijn twee voorgangers en dat ook zeker niet onder doet voor de andere grote popalbums van de laatste tijd en veel meer dan deze albums een eigen gezicht laat zien. Het is razend knap, zeker als je je bedenkt dat Billie Eilish pas 22 jaar oud is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billie Eilish - HIT ME HARD AND SOFT - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Eilish - HIT ME HARD AND SOFT
Billie Eilish klinkt ook op HIT ME HARD AND SOFT weer flink anders dan haar collega popsterren, wat mede de verdienste is van de werkelijk weergaloze instrumentatie en productie van haar broer Finneas
Het wat zompige Billie Eilish geluid dat we kennen van met name haar debuutalbum is ook op haar nieuwe album HIT ME HARD AND SOFT nog wel te horen, maar over het algemeen genomen klinkt het album helderder en meer ingetogen. Ook de popsongs van Billie Eilish lijken wat minder avontuurlijk dan in het verleden, maar schijn bedriegt. In een popsong van Billie Eilish kan in een paar noten alles veranderen en valt veel meer te horen in haar nieuwe songs dan je op het eerste gehoor denkt. Producer Finneas levert tien tracks lang vakwerk af, terwijl Billie Eilish indruk maakt met veel betere zang en met zeer persoonlijke en intieme teksten. De verwachtingen waren bijna onrealistisch hoog gespannen, maar Billie Eilish maakt ze waar.
HIT ME HARD AND SOFT is het derde album van Billie Eilish, die met haar eerste twee albums in opvallend brede kring waardering oogstte. Die waardering krijgt Billie Eilish in de meeste recensies ook voor haar nieuwe album en dat is wat mij betreft volkomen terecht. Ik moest het album echter wel een paar keer horen voor ik door had hoe goed HIT ME HARD AND SOFT is.
Bij eerste beluistering van het album vallen een paar dingen op. Billie Eilish zingt ook op haar derde album vooral fluisterzacht, maar ze is echt veel beter gaan zingen dan op haar vorige twee albums, waarop de zang een stuk eenvormiger is dan op HIT ME HARD AND SOFT. Zeker wanneer Billie Eilish met wat meer kracht zingt hoor je hoe mooi haar stem is en kan de bewering dat het een hele matige zangeres is definitief naar het rijk der fabelen worden verwezen.
Wat verder opvalt bij eerste beluistering van het album is dat de meeste songs op HIT ME HARD AND SOFT behoorlijk ingetogen zijn. Billie Eilish flirt nog een enkele keer met de dansvloer, maar in de meeste tracks zijn de klanken ingetogen en ligt het tempo laag. HIT ME HARD AND SOFT bevat een aantal songs met het geluid dat we van Billie Eilish kennen. Het zijn songs met diepe bassen en een wat zompig en broeierig geluid, dat vaak wat naar binnen gekeerd is. Het album bevat echter ook flink wat popsongs die met enige fantasie ook in de jaren 90 hadden kunnen zijn gemaakt. Het zijn popsongs met een laagje R&B en soul en het zijn songs die ik bij eerste beluistering wat gewoontjes vond klinken, maar dat veranderde snel.
Het laatste dat mij opviel bij eerste beluistering van het album is dat de meeste teksten op het album gaan over mislukte liefdes, de zoektocht naar liefde en de zoektocht naar zichzelf. HIT ME HARD AND SOFT heeft in tekstueel opzicht wel wat raakvlakken met The Tortured Poets Department van Taylor Swift, maar waar Taylor Swift haar emoties vooral omzet in woede, hoor je op HIT ME HARD AND SOFT van Billie Eilish vooral weemoed en verdriet. Door de teksten begon het album me na een tijdje te raken en vervolgens openbaarde zich de enorme schoonheid van het album. Die schoonheid hoor je in uitstekende en emotievolle zang van de jonge muzikante, maar je hoort het ook in de instrumentatie en de productie van het album. Hiervoor is vooral Finneas (O'Connell), de broer van Billie Eilish, verantwoordelijk.
Hij heeft de meeste songs op het album voorzien van een betrekkelijk ingetogen en deels organisch klinkende instrumentatie, maar deze kan razendsnel omslaan en zit bovendien vol interessante details. HIT ME HARD AND SOFT lijkt af en toe bijna een album met akoestische luisterliedjes, maar Finneas voegt altijd wel wat dingen toe die je niet verwacht en kan de instrumentatie bovendien binnen een paar noten op indrukwekkende wijze opschalen, zoals in het fraaie THE GREATEST, waarin Billie Eilish ook in vocaal opzicht de registers open gooit na een ingetogen start, of zoals in het bijzondere L'AMOUR DE MA VIE, dat van een wat zoet poliedje in een keer omslaat in een synthpop stamper.
Finneas staat als producer misschien nog wat in de schaduw van de Jack Antonoff’s van deze wereld, maar HIT ME HARD AND SOFT is in productioneel opzicht een fantastisch album, dat zeker bij beluistering met de koptelefoon maar opzien blijft baren, want dan komt het album pas echt tot leven. Alles bij elkaar opgeteld heeft Billie Eilish een album gemaakt dat ik beter vind dan zijn twee voorgangers en dat ook zeker niet onder doet voor de andere grote popalbums van de laatste tijd en veel meer dan deze albums een eigen gezicht laat zien. Het is razend knap, zeker als je je bedenkt dat Billie Eilish pas 22 jaar oud is. Erwin Zijleman
Billie Eilish - WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? (2019)

4,5
1
geplaatst: 30 maart 2019, 10:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billie Eilish - WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Eilish - WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO?
Dat Billie Eilish bulkt van het talent wisten we al, maar desondanks komt haar fascinerende debuut aan als een mokerslag
Billie Eilish is pas 17 jaar, maar timmert inmiddels al een paar jaar aan de weg. Het leverde muziek op die met hooggespannen verwachtingen deed uitzien naar haar debuutalbum. Dat album is er nu en maakt alle verwachtingen waar. Het debuut van Billie Eilish is een buitengewoon fascinerende popplaat die alle kanten op schiet. Van uiterst ingetogen en suikerzoet tot elektronisch, overstuurd en aardedonker. WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? is een productioneel hoogstandje, maar het is ook een album vol geweldige songs, die laten horen dat Billie Eilish terecht is uitgeroepen tot een van de grootste talenten van het moment. Het zal niet iedereen bevallen, maar ik ben diep, diep onder de indruk.
Billie Eilish Pirate Baird O'Connell viert pas in december haar 18e verjaardag, maar de muzikante uit Los Angeles heeft inmiddels al flink wat muziek op haar naam staan. In eerste instantie bracht ze haar songs uit via YouTube, later maakte ze muziek voor de populaire Netflix serie 13 Reasons Why en de afgelopen jaren verschenen ook nog een aantal singles en EP’s.
Ik vond zeker niet alle muziek van Billie Eilish even goed, maar over het talent en de belofte van de jonge Amerikaanse muzikante twijfelde ik geen moment. Deze week verscheen het eerste album van Billie Eilish en WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? is een geweldige popplaat geworden.
Billie Eilish is pas 17 jaar, maar ze doet nadrukkelijk haar eigen ding. Haar debuutalbum staat vol met popsongs die je na één keer horen niet meer vergeet, maar het zijn ook popsongs die de fantasie genadeloos prikkelen en die een intiem inkijkje geven in het leven van Billie Eilish, dat zeker niet altijd over rozen gaat.
Na een kort intro opent de plaat fantastisch met het fraaie bad guy (de titel van de plaat is in hoofdletters, de songs in kleine letters). Diepe bassen worden gecombineerd met speelse elektronica en met de fluisterzachte vocalen van Billie Eilish. Het levert een track op die Prince zou kunnen hebben verzonnen en het is een track die direct laat horen dat de muziek van Billie Eilish een stuk eigenzinniger is dan de muziek van de andere popprinsessen van het moment.
De songs van Billie Eilish zitten vol tempowisselingen en verrassende wendingen en schieten alle kanten op. Na bad guy komt xanny dat uiterst ingetogen en bijna lieflijke klanken combineert met zware bassen en vervorming. Dit soort contrasten hoor je veel vaker op WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO?.
Billie Eilish weet precies hoe eigentijdse elektronische popliedjes moeten klinken, maar ze kent ook haar klassiekers. Klassieke songstructuren en geweldige melodieën gaan hand in hand met overstuurde elektronica en complexe ritmes, die vaak lijken geinspireerd door hiphop. Het debuut van Billie Eilish werd overigens geproduceerd door haar broer Finneas O'Connell, die een productioneel kunststukje heeft afgeleverd.
Het debuut van Billie Eilish is voorzien van een uniek geluid, dat bestaat uit delen electropop, hiphop, R&B en indiepop. Het is een geluid dat je alle kanten op slingert, maar het is ook een geluid dat hopeloos intrigeert. Waar Billie Eilish in muzikaal opzicht een breed palet bestrijkt en probleemloos schakelt tussen ingetogen akoestische klanken van piano of ukelele en zwaar aangezette elektronica, blijft haar zang vooral fluisterzacht. Het zorgt voor het houvast dat je in muzikaal opzicht zo nu en dan mist en bovendien is de fluisterzang op WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? prachtig.
Het past ook fraai bij de persoonlijke teksten van een 17-jarige die alles mee lijkt te hebben, maar het toch niet altijd makkelijk heeft en haar songs steeds weer onderdompelt in aardedonkere klanken, wat ook weer bijdraagt aan het unieke karakter van de muziek van Billie Eilish.
Het valt niet mee om de muziek van Billie Eilish te vergelijken met de muziek van anderen. In de wat minder elektronische songs hoor ik wat van Nelly Furtado, maar de muziek van Billie Eilish is een stuk eigentijdser. Ook Lorde draagt af en toe relevant vergelijkingsmateriaal aan, al is het maar omdat ook zij zich op jonge leeftijd wist te ontworstelen aan de druk van de muziekindustrie en nadrukkelijk doet waar ze zelf zin in heeft. Inspiratiebronnen uit een verder verleden laten zich minder makkelijk raden. In de songstructuren en in de productie hoor ik af en toe een vleugje Prince, maar Billie Eilish is er ook in geslaagd om iets nieuws neer te zetten.
WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? is een buitengewoon fascinerende roller coaster ride van ruim 40 minuten. Het zijn 40 minuten waarin alle scepsis plaats maakt voor bewondering. Dat Billie Eilish getalenteerd is wisten we, maar een plaat van dit niveau had ik niet van haar verwacht. Niet geschikt voor iedereen, maar ik schrijf hem nu al op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billie Eilish - WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Eilish - WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO?
Dat Billie Eilish bulkt van het talent wisten we al, maar desondanks komt haar fascinerende debuut aan als een mokerslag
Billie Eilish is pas 17 jaar, maar timmert inmiddels al een paar jaar aan de weg. Het leverde muziek op die met hooggespannen verwachtingen deed uitzien naar haar debuutalbum. Dat album is er nu en maakt alle verwachtingen waar. Het debuut van Billie Eilish is een buitengewoon fascinerende popplaat die alle kanten op schiet. Van uiterst ingetogen en suikerzoet tot elektronisch, overstuurd en aardedonker. WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? is een productioneel hoogstandje, maar het is ook een album vol geweldige songs, die laten horen dat Billie Eilish terecht is uitgeroepen tot een van de grootste talenten van het moment. Het zal niet iedereen bevallen, maar ik ben diep, diep onder de indruk.
Billie Eilish Pirate Baird O'Connell viert pas in december haar 18e verjaardag, maar de muzikante uit Los Angeles heeft inmiddels al flink wat muziek op haar naam staan. In eerste instantie bracht ze haar songs uit via YouTube, later maakte ze muziek voor de populaire Netflix serie 13 Reasons Why en de afgelopen jaren verschenen ook nog een aantal singles en EP’s.
Ik vond zeker niet alle muziek van Billie Eilish even goed, maar over het talent en de belofte van de jonge Amerikaanse muzikante twijfelde ik geen moment. Deze week verscheen het eerste album van Billie Eilish en WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? is een geweldige popplaat geworden.
Billie Eilish is pas 17 jaar, maar ze doet nadrukkelijk haar eigen ding. Haar debuutalbum staat vol met popsongs die je na één keer horen niet meer vergeet, maar het zijn ook popsongs die de fantasie genadeloos prikkelen en die een intiem inkijkje geven in het leven van Billie Eilish, dat zeker niet altijd over rozen gaat.
Na een kort intro opent de plaat fantastisch met het fraaie bad guy (de titel van de plaat is in hoofdletters, de songs in kleine letters). Diepe bassen worden gecombineerd met speelse elektronica en met de fluisterzachte vocalen van Billie Eilish. Het levert een track op die Prince zou kunnen hebben verzonnen en het is een track die direct laat horen dat de muziek van Billie Eilish een stuk eigenzinniger is dan de muziek van de andere popprinsessen van het moment.
De songs van Billie Eilish zitten vol tempowisselingen en verrassende wendingen en schieten alle kanten op. Na bad guy komt xanny dat uiterst ingetogen en bijna lieflijke klanken combineert met zware bassen en vervorming. Dit soort contrasten hoor je veel vaker op WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO?.
Billie Eilish weet precies hoe eigentijdse elektronische popliedjes moeten klinken, maar ze kent ook haar klassiekers. Klassieke songstructuren en geweldige melodieën gaan hand in hand met overstuurde elektronica en complexe ritmes, die vaak lijken geinspireerd door hiphop. Het debuut van Billie Eilish werd overigens geproduceerd door haar broer Finneas O'Connell, die een productioneel kunststukje heeft afgeleverd.
Het debuut van Billie Eilish is voorzien van een uniek geluid, dat bestaat uit delen electropop, hiphop, R&B en indiepop. Het is een geluid dat je alle kanten op slingert, maar het is ook een geluid dat hopeloos intrigeert. Waar Billie Eilish in muzikaal opzicht een breed palet bestrijkt en probleemloos schakelt tussen ingetogen akoestische klanken van piano of ukelele en zwaar aangezette elektronica, blijft haar zang vooral fluisterzacht. Het zorgt voor het houvast dat je in muzikaal opzicht zo nu en dan mist en bovendien is de fluisterzang op WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? prachtig.
Het past ook fraai bij de persoonlijke teksten van een 17-jarige die alles mee lijkt te hebben, maar het toch niet altijd makkelijk heeft en haar songs steeds weer onderdompelt in aardedonkere klanken, wat ook weer bijdraagt aan het unieke karakter van de muziek van Billie Eilish.
Het valt niet mee om de muziek van Billie Eilish te vergelijken met de muziek van anderen. In de wat minder elektronische songs hoor ik wat van Nelly Furtado, maar de muziek van Billie Eilish is een stuk eigentijdser. Ook Lorde draagt af en toe relevant vergelijkingsmateriaal aan, al is het maar omdat ook zij zich op jonge leeftijd wist te ontworstelen aan de druk van de muziekindustrie en nadrukkelijk doet waar ze zelf zin in heeft. Inspiratiebronnen uit een verder verleden laten zich minder makkelijk raden. In de songstructuren en in de productie hoor ik af en toe een vleugje Prince, maar Billie Eilish is er ook in geslaagd om iets nieuws neer te zetten.
WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? is een buitengewoon fascinerende roller coaster ride van ruim 40 minuten. Het zijn 40 minuten waarin alle scepsis plaats maakt voor bewondering. Dat Billie Eilish getalenteerd is wisten we, maar een plaat van dit niveau had ik niet van haar verwacht. Niet geschikt voor iedereen, maar ik schrijf hem nu al op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Billie Joe Armstrong - No Fun Mondays (2020)

3,5
0
geplaatst: 1 januari 2021, 11:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billie Joe Armstrong - No Fun Mondays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Joe Armstrong - No Fun Mondays
Billie Joe Armstrong coverde tijdens de eerste lockdown uit verveling een aantal songs van anderen en dat leverde een tijdje geleden een album op dat goed is voor heel veel plezier
Er zijn dit jaar nogal wat albums met covers verschenen en er zaten flink wat hele goede tussen. Het album waar ik het vrolijkst van ben geworden is zonder enige twijfel No Fun Mondays van Billie Joe Armstrong. De voorman van Green Day heeft een aantal voor de hand liggende en een aantal minder voor de hand liggende songs verzameld en perst ze stuk voor stuk door de molen die er Billie Joe Armstrong songs van maakt. Veertig minuten vermaakt de Amerikaanse muzikant met een mix van powerpop, punkpop en 70s rock en alles klinkt even lekker of zelfs onweerstaanbaar. Een heerlijk album om het rare jaar 2020 mee af te sluiten.
Het jaar 2020 is in vele opzichten een jaar om snel te vergeten, maar het was ondanks alles ook een mooi of zelfs heel mooi muziekjaar. Alle reden dus om het jaar positief af te sluiten met een album dat zeker niet het beste album van 2020 is, maar wel het album is waar ik echt talloze keren heel vrolijk van ben geworden en nog steeds wordt.
Het is een album dat afwassen tot een feest maakt (ook als je, zoals ik, een vaatwasser hebt), het is een album dat alle zorgen van het moment verdrijft, het is een album dat je mee terugneemt naar de jaren 70 en 80 toen alles nog zoveel eenvoudiger was, het is een album dat je humeur een ongelooflijke boost geeft en het is een album dat stiekem toch veel beter is dan je bij eerste beluistering zult denken.
Ik heb het over No Fun Mondays van Billie Joe Armstrong. Billie Joe Armstrong kennen we natuurlijk als voorman van de Amerikaanse band Green Day, die ooit opdook met het niemendalletje Basket Case, maar vervolgens uitgroeide tot een van de grootste en zeker ook meest interessante rockbands van het moment. Ik ken Billie Joe Armstrong natuurlijk ook van het geweldige Foreverly dat hij samen maakte met Norah Jones en dat het geweldige werk van The Everley Brothers nog maar eens eerde.
Billie Joe Armstrong had dit jaar vooral op het podium willen staan met zijn band, maar het liep anders. Min of meer uit verveling begon hij met het opnemen van een aantal songs van anderen, tot hij een geweldige serie songs had verzameld en een album begon te gloren. No Fun Mondays is dat album en het is zoals gezegd een heerlijk album.
Het opent direct fantastisch met I Think We’re Alone Now dat we vooral kennen van one-hit-wonder Tiffany. Het is een songs waarvan je stiekem al lang wist dat het een geweldige song is als het destijds maar niet door die bakvis gezongen was. De versie van Billie Joe Armstrong heeft je direct te pakken en dit kunstje herhaalt de Amerikaanse muzikant nog een keer of dertien.
I Think We’re Alone Now van Tiffany (en hiervoor van Tommy James & The Shondells), Kids In America van Kim Wilde en Manic Mondays van The Bangles (en uiteindelijk natuurlijk van Prince) zijn de wat meer poppy tracks op het album en ze passen stuk voor stuk geweldig bij de muziek van Billie Joe Armstrong.
De Amerikaanse muzikant blijft vaak redelijk dicht bij de punkpop uit de vroege jaren van zijn band, maar schuift ook met grote regelmaat op richting de muziek van Cheap Trick, vaak versleten als one-trick-pony, maar voor mij een van de meest onderschatte bands uit de muziekgeschiedenis.
No Fun Mondays beperkt zich zeker niet tot grote hits, maar sleept er ook wat minder bekende songs bij. Het feest van herkenning is dan wat minder groot, maar wat klinkt het allemaal lekker en wat is het goed om weer eens songs van Wreckless Eric en Billy Bragg te horen.
Als er al iets valt aan te merken op No Fun Mondays is het het feit dat Billie Joe Armstrong het hele album vasthoudt aan zijn beproefde recept en zelfs John Lennon hier in weet te persen, maar die beproefde formule is direct ook de kracht van het album. No Fun Mondays is goed voor 40 minuten zorgeloze punkpop, powerpop en rock. Draai de volumeknop maar open en haal die luchtgitaar uit de kast, 2020 gaat vanzelf voorbij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billie Joe Armstrong - No Fun Mondays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Joe Armstrong - No Fun Mondays
Billie Joe Armstrong coverde tijdens de eerste lockdown uit verveling een aantal songs van anderen en dat leverde een tijdje geleden een album op dat goed is voor heel veel plezier
Er zijn dit jaar nogal wat albums met covers verschenen en er zaten flink wat hele goede tussen. Het album waar ik het vrolijkst van ben geworden is zonder enige twijfel No Fun Mondays van Billie Joe Armstrong. De voorman van Green Day heeft een aantal voor de hand liggende en een aantal minder voor de hand liggende songs verzameld en perst ze stuk voor stuk door de molen die er Billie Joe Armstrong songs van maakt. Veertig minuten vermaakt de Amerikaanse muzikant met een mix van powerpop, punkpop en 70s rock en alles klinkt even lekker of zelfs onweerstaanbaar. Een heerlijk album om het rare jaar 2020 mee af te sluiten.
Het jaar 2020 is in vele opzichten een jaar om snel te vergeten, maar het was ondanks alles ook een mooi of zelfs heel mooi muziekjaar. Alle reden dus om het jaar positief af te sluiten met een album dat zeker niet het beste album van 2020 is, maar wel het album is waar ik echt talloze keren heel vrolijk van ben geworden en nog steeds wordt.
Het is een album dat afwassen tot een feest maakt (ook als je, zoals ik, een vaatwasser hebt), het is een album dat alle zorgen van het moment verdrijft, het is een album dat je mee terugneemt naar de jaren 70 en 80 toen alles nog zoveel eenvoudiger was, het is een album dat je humeur een ongelooflijke boost geeft en het is een album dat stiekem toch veel beter is dan je bij eerste beluistering zult denken.
Ik heb het over No Fun Mondays van Billie Joe Armstrong. Billie Joe Armstrong kennen we natuurlijk als voorman van de Amerikaanse band Green Day, die ooit opdook met het niemendalletje Basket Case, maar vervolgens uitgroeide tot een van de grootste en zeker ook meest interessante rockbands van het moment. Ik ken Billie Joe Armstrong natuurlijk ook van het geweldige Foreverly dat hij samen maakte met Norah Jones en dat het geweldige werk van The Everley Brothers nog maar eens eerde.
Billie Joe Armstrong had dit jaar vooral op het podium willen staan met zijn band, maar het liep anders. Min of meer uit verveling begon hij met het opnemen van een aantal songs van anderen, tot hij een geweldige serie songs had verzameld en een album begon te gloren. No Fun Mondays is dat album en het is zoals gezegd een heerlijk album.
Het opent direct fantastisch met I Think We’re Alone Now dat we vooral kennen van one-hit-wonder Tiffany. Het is een songs waarvan je stiekem al lang wist dat het een geweldige song is als het destijds maar niet door die bakvis gezongen was. De versie van Billie Joe Armstrong heeft je direct te pakken en dit kunstje herhaalt de Amerikaanse muzikant nog een keer of dertien.
I Think We’re Alone Now van Tiffany (en hiervoor van Tommy James & The Shondells), Kids In America van Kim Wilde en Manic Mondays van The Bangles (en uiteindelijk natuurlijk van Prince) zijn de wat meer poppy tracks op het album en ze passen stuk voor stuk geweldig bij de muziek van Billie Joe Armstrong.
De Amerikaanse muzikant blijft vaak redelijk dicht bij de punkpop uit de vroege jaren van zijn band, maar schuift ook met grote regelmaat op richting de muziek van Cheap Trick, vaak versleten als one-trick-pony, maar voor mij een van de meest onderschatte bands uit de muziekgeschiedenis.
No Fun Mondays beperkt zich zeker niet tot grote hits, maar sleept er ook wat minder bekende songs bij. Het feest van herkenning is dan wat minder groot, maar wat klinkt het allemaal lekker en wat is het goed om weer eens songs van Wreckless Eric en Billy Bragg te horen.
Als er al iets valt aan te merken op No Fun Mondays is het het feit dat Billie Joe Armstrong het hele album vasthoudt aan zijn beproefde recept en zelfs John Lennon hier in weet te persen, maar die beproefde formule is direct ook de kracht van het album. No Fun Mondays is goed voor 40 minuten zorgeloze punkpop, powerpop en rock. Draai de volumeknop maar open en haal die luchtgitaar uit de kast, 2020 gaat vanzelf voorbij. Erwin Zijleman
Billie Marten - Dog Eared (2025)

4,5
1
geplaatst: 19 juli 2025, 12:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Billie Marten - Dog Eared - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Billie Marten - Dog Eared
Het is knap hoe de Britse muzikante Billie Marten steeds weer net wat andere wegen in slaat, maar ook steeds beter wordt, wat goed is te horen op het aangename maar ook spannend klinkende Dog Eared
Billie Marten staat later dit jaar in de Melkweg en verkoopt die nog niet zomaar uit, maar de jonge Britse singer-songwriter moet wel degelijk worden gezien als een van de grootste talenten binnen de folky pop van het moment. Op haar nieuwe album Dog Eared kiest ze voor een geluid dat zich direct opdringt, maar het is ook een geluid dat de fantasie prikkelt en dat veel diepgang verraadt. De Britse muzikante beschikt ook nog eens over een bijzonder mooie stem, die op haar 26e nog een stuk mooier en rijper klinkt dan op haar 17e. De lat lag hoog na het vorige album van Billie Marten, maar met Dog Eared gaat ze er wat mij betreft toch weer overheen. Jaarlijstjeswaardig wat mij betreft.
Billie Marten, het alter ego van de Britse muzikante Sophie Tweddle, is nog altijd pas 26 jaar oud, maar is met het deze week verschenen Dog Eared toch alweer toe aan haar vijfde album. De Britse muzikante debuteerde in 1996 op haar zeventiende met het uitstekende Writing Of Blues And Yellows dat ik pas een paar jaar later op de juiste waarde wist te schatten.
Het is net als het tweede album van Billie Marten, het in 2019 uitgebrachte Feeding Seahorses By Hand, een album met vooral ingetogen folksongs. Het zijn folksongs die opvallen door een goed gevoel voor tijdloze popsongs en een voorkeur voor het toevoegen van subtiele toevoegingen, die er voor zorgen dat ook het tweede album van Billie Marten geen moment een standaard folkalbum is. Op haar eerste twee albums liet de Britse singer-songwriter bovendien horen dat ze beschikt over een bijzonder mooie stem, die ouder klinkt dan Billie Marten was op het moment dat ze haar eerste twee albums opnam.
Ik viel zelf pas voor de muziek van Billie Marten toen in 2021 haar derde album Flora Fauna verscheen. Het is een album dat wat voller en avontuurlijker is ingekleurd dan zijn twee voorgangers en de muziek van Billie Marten van folk naar het hokje indiepop sleept. Flora And Fauna is bovendien een album waarop de stem van de Britse muzikante volwassen is geworden, iets wat overigens ook geldt voor de songs op het album. Flora Fauna werd iets meer dan twee jaar geleden overtroffen door Drop Cherries, dat weer wat meer ingetogen en akoestischer klinkt dan Flora Fauna en dat niet alleen opvalt door prachtige orkestraties, maar ook door wonderschone zang.
Op basis van de vorige albums begon ik met zeer hooggespannen verwachtingen aan Dog Eared, zoals gezegd alweer het vijfde album van Billie Marten. Het is een album dat toch weer anders klinkt dan Drop Cherries en de drie albums die hier aan vooraf gingen. Het nieuwe album van Billie Marten klinkt weer wat voller en avontuurlijke dan de zo sfeervolle voorganger, maar het is wederom een album dat direct indruk maakt.
Billie Marten kiest dit keer voor een wat zonniger en lomer geluid en dat is precies wat we op het moment nodig hebben. Het is een fris klinkend geluid, maar Dog Eared klinkt af en toe ook als een album dat al een aantal decennia oud is. De nieuwe songs van Billie Marten zijn folky, jazzy en poppy en vallen niet alleen op door zonnige klanken maar ook door de soepele stem van de Britse muzikante, die met nog wat meer overtuiging is gaan zingen.
Billie Marten liet haar vaderland dit keer achter zich en nam haar nieuwe album op in New York, waar producer Philip Weinrobe, vooral bekend Adrianne Lenker en Tomberlin, aanschoof. Dog Eared werd opgenomen met flink wat muzikanten, onder wie muzikanten van naam en faam, die het album hebben voorzien van een loom en wat broeierig maar ook gevarieerd en fantasierijk geluid met een vleugje jazz en een snufje Latin.
Het is een geluid waarin de stem van Billie Marten uitstekend gedijt en nog wat mooier klinkt dan op haar vorige albums, waardoor ik Dog Eared echt met geen mogelijkheid kan weerstaan. Het levert een album op dat zich kan meten met de beste albums van het moment en dat af en toe wel wat heeft van het 70s geluid van Clairo, wat mij betreft een van de grootste talenten binnen de indiepop van het moment. Ook Billie Marten hoort wat mij betreft tot deze talenten, zeker na aflevering van het sublieme Dog Eared. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Billie Marten - Dog Eared - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Billie Marten - Dog Eared
Het is knap hoe de Britse muzikante Billie Marten steeds weer net wat andere wegen in slaat, maar ook steeds beter wordt, wat goed is te horen op het aangename maar ook spannend klinkende Dog Eared
Billie Marten staat later dit jaar in de Melkweg en verkoopt die nog niet zomaar uit, maar de jonge Britse singer-songwriter moet wel degelijk worden gezien als een van de grootste talenten binnen de folky pop van het moment. Op haar nieuwe album Dog Eared kiest ze voor een geluid dat zich direct opdringt, maar het is ook een geluid dat de fantasie prikkelt en dat veel diepgang verraadt. De Britse muzikante beschikt ook nog eens over een bijzonder mooie stem, die op haar 26e nog een stuk mooier en rijper klinkt dan op haar 17e. De lat lag hoog na het vorige album van Billie Marten, maar met Dog Eared gaat ze er wat mij betreft toch weer overheen. Jaarlijstjeswaardig wat mij betreft.
Billie Marten, het alter ego van de Britse muzikante Sophie Tweddle, is nog altijd pas 26 jaar oud, maar is met het deze week verschenen Dog Eared toch alweer toe aan haar vijfde album. De Britse muzikante debuteerde in 1996 op haar zeventiende met het uitstekende Writing Of Blues And Yellows dat ik pas een paar jaar later op de juiste waarde wist te schatten.
Het is net als het tweede album van Billie Marten, het in 2019 uitgebrachte Feeding Seahorses By Hand, een album met vooral ingetogen folksongs. Het zijn folksongs die opvallen door een goed gevoel voor tijdloze popsongs en een voorkeur voor het toevoegen van subtiele toevoegingen, die er voor zorgen dat ook het tweede album van Billie Marten geen moment een standaard folkalbum is. Op haar eerste twee albums liet de Britse singer-songwriter bovendien horen dat ze beschikt over een bijzonder mooie stem, die ouder klinkt dan Billie Marten was op het moment dat ze haar eerste twee albums opnam.
Ik viel zelf pas voor de muziek van Billie Marten toen in 2021 haar derde album Flora Fauna verscheen. Het is een album dat wat voller en avontuurlijker is ingekleurd dan zijn twee voorgangers en de muziek van Billie Marten van folk naar het hokje indiepop sleept. Flora And Fauna is bovendien een album waarop de stem van de Britse muzikante volwassen is geworden, iets wat overigens ook geldt voor de songs op het album. Flora Fauna werd iets meer dan twee jaar geleden overtroffen door Drop Cherries, dat weer wat meer ingetogen en akoestischer klinkt dan Flora Fauna en dat niet alleen opvalt door prachtige orkestraties, maar ook door wonderschone zang.
Op basis van de vorige albums begon ik met zeer hooggespannen verwachtingen aan Dog Eared, zoals gezegd alweer het vijfde album van Billie Marten. Het is een album dat toch weer anders klinkt dan Drop Cherries en de drie albums die hier aan vooraf gingen. Het nieuwe album van Billie Marten klinkt weer wat voller en avontuurlijke dan de zo sfeervolle voorganger, maar het is wederom een album dat direct indruk maakt.
Billie Marten kiest dit keer voor een wat zonniger en lomer geluid en dat is precies wat we op het moment nodig hebben. Het is een fris klinkend geluid, maar Dog Eared klinkt af en toe ook als een album dat al een aantal decennia oud is. De nieuwe songs van Billie Marten zijn folky, jazzy en poppy en vallen niet alleen op door zonnige klanken maar ook door de soepele stem van de Britse muzikante, die met nog wat meer overtuiging is gaan zingen.
Billie Marten liet haar vaderland dit keer achter zich en nam haar nieuwe album op in New York, waar producer Philip Weinrobe, vooral bekend Adrianne Lenker en Tomberlin, aanschoof. Dog Eared werd opgenomen met flink wat muzikanten, onder wie muzikanten van naam en faam, die het album hebben voorzien van een loom en wat broeierig maar ook gevarieerd en fantasierijk geluid met een vleugje jazz en een snufje Latin.
Het is een geluid waarin de stem van Billie Marten uitstekend gedijt en nog wat mooier klinkt dan op haar vorige albums, waardoor ik Dog Eared echt met geen mogelijkheid kan weerstaan. Het levert een album op dat zich kan meten met de beste albums van het moment en dat af en toe wel wat heeft van het 70s geluid van Clairo, wat mij betreft een van de grootste talenten binnen de indiepop van het moment. Ook Billie Marten hoort wat mij betreft tot deze talenten, zeker na aflevering van het sublieme Dog Eared. Erwin Zijleman
Billie Marten - Drop Cherries (2023)

4,0
1
geplaatst: 9 april 2023, 11:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billie Marten - Drop Cherries - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Marten - Drop Cherries
Er zijn niet veel muzikanten die op hun 23e al vier prima albums op hun naam hebben staan, maar Billie Marten heeft ze niet alleen, maar slaagt er bovendien in om iedere keer weer anders en nog beter te klinken
Het duurde even voor ik de muziek van de jonge Britse muzikante Billie Marten op het netvlies kreeg, maar toen ik haar derde album Flora And Fauna aan het eind van 2021 eenmaal ontdekt had, was ik verkocht. Op het deze week verschenen Drop Cherries klinkt Billie Marten weer wat anders dan op het frisse en sprankelende Flora And Fauna, maar ook album nummer vier laat horen dat de jonge Britse muzikante zeer getalenteerd is. Drop Cherries trekt vooral de aandacht door de bijzonder mooie zang, die alleen maar aan zeggingskracht heeft gewonnen, maar ook de fraaie klanken op het album en de persoonlijke songs over de liefde en relaties maken van het vierde album van Billie Marten een prachtig album.
Pas helemaal aan het eind van 2021 luisterde ik voor het eerst naar het in het voorjaar van dat jaar verschenen Flora And Fauna van Billie Marten, dat ik voorbij zag komen in meerdere jaarlijstjes. Het alter ego van de Britse muzikante Isabella Sophie Tweddle was bij de release van Flora And Fauna pas 21 jaar oud, maar was toch al toe aan haar derde album, dat me verrassend makkelijk wist te betoveren.
Na Flora And Fauna beluisterde ik ook Feeding Seahorses uit 2019 en Writing Of Blues And Yellows uit 2016, albums die Billie Marten maakte toen ze respectievelijk 19 en 17 jaar oud was. Het bleken, net als Flora And Fauna, albums die een stuk volwassener klonken dan Billie Marten feitelijk was. Volgende maand viert Isabella Sophie Tweddle haar 24e verjaardag, maar voor het zover is verschijnt deze week alweer haar vierde album.
De Britse muzikante is ondanks haar nog altijd jonge leeftijd inmiddels een ervaren kracht, die op twaalfjarige leeftijd al haar eerste muziek uitbracht via YouTube. De muziek van Billie Marten was op haar eerste twee albums vooral geïnspireerd door wat traditioneel aandoende Britse folk, maar op Flora And Fauna koos de Britse muzikante voor een wat moderner en veelzijdiger geluid. Het is een geluid dat op het deze week verschenen Drop Cherries wordt verruild voor weer wat meer folky klanken.
Drop Cherries is een eerbetoon aan de liefde die Billie Marten inmiddels heeft ontdekt en omarmd. Ik was aan het eind van 2021 zeer gecharmeerd van het wat modernere en avontuurlijkere geluid op Flora And Fauna, dat uitstekend paste bij haar bijzonder mooie stem. Toch voelt Drop Cherries voor mij geen moment als een teleurstelling.
De wat stevigere en bij vlagen meer elektronische klanken van het vorige album zijn verruild voor akoestische en vaak wat zoete en lieflijke klanken, maar ook deze passen perfect bij de stem van de Britse muzikante. Het is een stem die in de tienerjaren van Isabella Sophie Tweddle al een stuk volwassener klonk dan die van haar leeftijdgenoten, maar die op Drop Cherries nog wat mooier, warmer en rijper klinkt.
De stem van de Britse muzikante springt bij beluistering van haar vierde album absoluut het meest in het oor, maar er valt op Drop Cherries meer te genieten. De mooie en bijzonder trefzekere vocalen op het album worden gecombineerd met een warm akoestisch geluid, dat is verrijkt met fraaie orkestraties. Door de thematiek en alle strijkers zou het makkelijk te zoetsappig kunnen klinken, maar zowel de instrumentatie als de arrangementen op het album zijn zeer smaakvol.
Het siert de jonge Britse muzikante dat ze na het succes van het wat moderner en elektronischer klinkende Flora And Fauna weer een andere weg in slaat, maar het resultaat is wat mij betreft zeer geslaagd. Ik vond de stem van Billie Marten mooi in het folky repertoire van haar eerste twee albums en minstens even overtuigend op haar derde album, maar in het sfeervolle en romantische geluid van Drop Cherries komt de stem van de Britse muzikante misschien nog wel beter tot zijn recht.
Het is razend knap wat Billie Marten al op zeer jonge leeftijd gepresteerd heeft, maar ook op haar vierde album laat ze weer horen dat ze ook andere kanten op kan en dat de rek er in kwalitatief opzicht nog lang niet uit is. Drop Cherries is een razend knap album, dat doet uitzien naar veel en veel meer muziek van de Britse muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billie Marten - Drop Cherries - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Marten - Drop Cherries
Er zijn niet veel muzikanten die op hun 23e al vier prima albums op hun naam hebben staan, maar Billie Marten heeft ze niet alleen, maar slaagt er bovendien in om iedere keer weer anders en nog beter te klinken
Het duurde even voor ik de muziek van de jonge Britse muzikante Billie Marten op het netvlies kreeg, maar toen ik haar derde album Flora And Fauna aan het eind van 2021 eenmaal ontdekt had, was ik verkocht. Op het deze week verschenen Drop Cherries klinkt Billie Marten weer wat anders dan op het frisse en sprankelende Flora And Fauna, maar ook album nummer vier laat horen dat de jonge Britse muzikante zeer getalenteerd is. Drop Cherries trekt vooral de aandacht door de bijzonder mooie zang, die alleen maar aan zeggingskracht heeft gewonnen, maar ook de fraaie klanken op het album en de persoonlijke songs over de liefde en relaties maken van het vierde album van Billie Marten een prachtig album.
Pas helemaal aan het eind van 2021 luisterde ik voor het eerst naar het in het voorjaar van dat jaar verschenen Flora And Fauna van Billie Marten, dat ik voorbij zag komen in meerdere jaarlijstjes. Het alter ego van de Britse muzikante Isabella Sophie Tweddle was bij de release van Flora And Fauna pas 21 jaar oud, maar was toch al toe aan haar derde album, dat me verrassend makkelijk wist te betoveren.
Na Flora And Fauna beluisterde ik ook Feeding Seahorses uit 2019 en Writing Of Blues And Yellows uit 2016, albums die Billie Marten maakte toen ze respectievelijk 19 en 17 jaar oud was. Het bleken, net als Flora And Fauna, albums die een stuk volwassener klonken dan Billie Marten feitelijk was. Volgende maand viert Isabella Sophie Tweddle haar 24e verjaardag, maar voor het zover is verschijnt deze week alweer haar vierde album.
De Britse muzikante is ondanks haar nog altijd jonge leeftijd inmiddels een ervaren kracht, die op twaalfjarige leeftijd al haar eerste muziek uitbracht via YouTube. De muziek van Billie Marten was op haar eerste twee albums vooral geïnspireerd door wat traditioneel aandoende Britse folk, maar op Flora And Fauna koos de Britse muzikante voor een wat moderner en veelzijdiger geluid. Het is een geluid dat op het deze week verschenen Drop Cherries wordt verruild voor weer wat meer folky klanken.
Drop Cherries is een eerbetoon aan de liefde die Billie Marten inmiddels heeft ontdekt en omarmd. Ik was aan het eind van 2021 zeer gecharmeerd van het wat modernere en avontuurlijkere geluid op Flora And Fauna, dat uitstekend paste bij haar bijzonder mooie stem. Toch voelt Drop Cherries voor mij geen moment als een teleurstelling.
De wat stevigere en bij vlagen meer elektronische klanken van het vorige album zijn verruild voor akoestische en vaak wat zoete en lieflijke klanken, maar ook deze passen perfect bij de stem van de Britse muzikante. Het is een stem die in de tienerjaren van Isabella Sophie Tweddle al een stuk volwassener klonk dan die van haar leeftijdgenoten, maar die op Drop Cherries nog wat mooier, warmer en rijper klinkt.
De stem van de Britse muzikante springt bij beluistering van haar vierde album absoluut het meest in het oor, maar er valt op Drop Cherries meer te genieten. De mooie en bijzonder trefzekere vocalen op het album worden gecombineerd met een warm akoestisch geluid, dat is verrijkt met fraaie orkestraties. Door de thematiek en alle strijkers zou het makkelijk te zoetsappig kunnen klinken, maar zowel de instrumentatie als de arrangementen op het album zijn zeer smaakvol.
Het siert de jonge Britse muzikante dat ze na het succes van het wat moderner en elektronischer klinkende Flora And Fauna weer een andere weg in slaat, maar het resultaat is wat mij betreft zeer geslaagd. Ik vond de stem van Billie Marten mooi in het folky repertoire van haar eerste twee albums en minstens even overtuigend op haar derde album, maar in het sfeervolle en romantische geluid van Drop Cherries komt de stem van de Britse muzikante misschien nog wel beter tot zijn recht.
Het is razend knap wat Billie Marten al op zeer jonge leeftijd gepresteerd heeft, maar ook op haar vierde album laat ze weer horen dat ze ook andere kanten op kan en dat de rek er in kwalitatief opzicht nog lang niet uit is. Drop Cherries is een razend knap album, dat doet uitzien naar veel en veel meer muziek van de Britse muzikante. Erwin Zijleman
Billie Marten - Flora Fauna (2021)

4,0
0
geplaatst: 28 december 2021, 11:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billie Marten - Flora Fauna - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Marten - Flora Fauna
Flora Fauna, het derde album van de Britse muzikante Billie Marten, sneeuwde, in ieder geval bij mij, wat onder de afgelopen maanden, maar het is in alle opzichten een ijzersterk album
Billie Marten is nog jong, maar is desondanks alweer toe aan haar derde album. Ik had tot voor kort een blinde vlek voor haar muziek, maar na Flora Fauna heb ik ook de eerste twee albums van de Britse muzikante omarmd. Vergeleken met de eerste twee albums is Flora Fauna voorzien van een veel voller geluid, waarin invloeden uit de folk gezelschap hebben gekregen van invloeden uit de pop en de rock. Het is een aangenaam maar ook avontuurlijk geluid, dat de spannende songs op het album tot leven brengt, maar dat ook uitstekend past bij de uitstekende zang van de Britse muzikante, die mij in ieder geval flink heeft verbaasd met dit in alle opzichten uitstekende album.
Flora Fauna, het derde album van de Britse muzikante Billie Marten, dook de afgelopen weken op in aardig wat interessante jaarlijstjes. De cover met het met aarde besmeurde gezicht van de Britse muzikante ben ik de afgelopen maanden wel een paar keer tegen gekomen, maar een kennismaking met de muziek van Billie Marten bleef tot voor kort uit. Mijn relatie met Billie Marten is sowieso een ongelukkige, want ook haar vorige twee albums, Writing Of Blues And Yellows uit 2016 en Feeding Seahorses By Hand uit 2019 heb ik meerdere malen in handen gehad, maar nooit beluisterd.
Nu zou dat niet zo gek zijn als ik geen zwak zou hebben voor vrouwelijke muzikanten, maar iedereen die deze BLOG met enige regelmaat bezoekt, weet dat het tegendeel het geval is. Nu is het aanbod in het genre de afgelopen jaren wel erg groot, waardoor je als vrouwelijke muzikante flink wat in huis moet hebben om op te vallen. Na Flora Fauna een aantal malen beluisterd te hebben, kan ik alleen maar concluderen dat Billie Marten heel wat in huis heeft.
Flora Fauna is veel beter dan een aantal albums van vrouwelijke muzikanten die deze BLOG wel haalden met hun albums. Of het ook voor mij een jaarlijstjeswaardig album is zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog ben ik zeer onder de indruk van het derde album van de Britse muzikante en de bewondering neemt vooralsnog alleen maar toe.
Billie Marten, overigens het alter ego van Isabella Sophie Tweddle, is pas 22 jaar oud en rondt op Flora Fauna een indrukwekkende metamorfose af. Waar ze op haar eerste twee albums vooral akoestisch ingekleurde en nogal intieme folksongs maakte, kiest ze op album nummer drie voor een veel voller geluid. Het is een geluid dat zowel invloeden uit de pop als uit de rock bevalt en dat wat elektronisch klinkt, maar Billie Marten is ook haar akoestische en folky kant zeker niet helemaal vergeten.
De keuze voor pop en rock betekent overigens niet dat de Britse muzikante heeft gekozen voor een mainstream geluid. Flora Fauna is zeer smaakvol ingekleurd, maar de instrumentatie op het album is ook eigenzinnig. In muzikaal opzicht is de muziek van Billie Marten lastig te classificeren. In iedere track sleept ze er weer wat andere invloeden bij en verschuift het relevante vergelijkingsmateriaal.
Door de lekker in het gehoor liggende songs en het wat mij betreft zeer aansprekende geluid, is Flora Fauna een album dat makkelijk overtuigt, maar de zang van Billie Marten is nog een stuk aansprekender. De Britse muzikante is pas 21, maar beschikt over een veelzijdig en indringend stemgeluid. Het is een stemgeluid dat zich als een vis in het water voelt wanneer op Flora Fauna wordt gekozen voor pure pop, maar ook als de songs van Billie Marten wat opschuiving richting rock en wat stekeliger klinken of toch weer de kant van de intieme akoestische folk op gaan, blijft de jonge Britse muzikante in vocaal opzicht heel makkelijk overeind.
Billie Marten luisterde tijdens de eerste maanden van de coronapandemie naar eigen zeggen vooral naar alternatieve rockmuziek en Krautrock en hier en daar hoor ik daar inderdaad flarden van, wat het album nog wat interessanter maakt. Dat Billie Marten vanaf nu ook voor mij een vaste waarde is, zal duidelijk zijn, maar het fraaie Flora Fauna verdient echt veel meer aandacht dan het album gekregen heeft en niet alleen van mij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billie Marten - Flora Fauna - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billie Marten - Flora Fauna
Flora Fauna, het derde album van de Britse muzikante Billie Marten, sneeuwde, in ieder geval bij mij, wat onder de afgelopen maanden, maar het is in alle opzichten een ijzersterk album
Billie Marten is nog jong, maar is desondanks alweer toe aan haar derde album. Ik had tot voor kort een blinde vlek voor haar muziek, maar na Flora Fauna heb ik ook de eerste twee albums van de Britse muzikante omarmd. Vergeleken met de eerste twee albums is Flora Fauna voorzien van een veel voller geluid, waarin invloeden uit de folk gezelschap hebben gekregen van invloeden uit de pop en de rock. Het is een aangenaam maar ook avontuurlijk geluid, dat de spannende songs op het album tot leven brengt, maar dat ook uitstekend past bij de uitstekende zang van de Britse muzikante, die mij in ieder geval flink heeft verbaasd met dit in alle opzichten uitstekende album.
Flora Fauna, het derde album van de Britse muzikante Billie Marten, dook de afgelopen weken op in aardig wat interessante jaarlijstjes. De cover met het met aarde besmeurde gezicht van de Britse muzikante ben ik de afgelopen maanden wel een paar keer tegen gekomen, maar een kennismaking met de muziek van Billie Marten bleef tot voor kort uit. Mijn relatie met Billie Marten is sowieso een ongelukkige, want ook haar vorige twee albums, Writing Of Blues And Yellows uit 2016 en Feeding Seahorses By Hand uit 2019 heb ik meerdere malen in handen gehad, maar nooit beluisterd.
Nu zou dat niet zo gek zijn als ik geen zwak zou hebben voor vrouwelijke muzikanten, maar iedereen die deze BLOG met enige regelmaat bezoekt, weet dat het tegendeel het geval is. Nu is het aanbod in het genre de afgelopen jaren wel erg groot, waardoor je als vrouwelijke muzikante flink wat in huis moet hebben om op te vallen. Na Flora Fauna een aantal malen beluisterd te hebben, kan ik alleen maar concluderen dat Billie Marten heel wat in huis heeft.
Flora Fauna is veel beter dan een aantal albums van vrouwelijke muzikanten die deze BLOG wel haalden met hun albums. Of het ook voor mij een jaarlijstjeswaardig album is zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog ben ik zeer onder de indruk van het derde album van de Britse muzikante en de bewondering neemt vooralsnog alleen maar toe.
Billie Marten, overigens het alter ego van Isabella Sophie Tweddle, is pas 22 jaar oud en rondt op Flora Fauna een indrukwekkende metamorfose af. Waar ze op haar eerste twee albums vooral akoestisch ingekleurde en nogal intieme folksongs maakte, kiest ze op album nummer drie voor een veel voller geluid. Het is een geluid dat zowel invloeden uit de pop als uit de rock bevalt en dat wat elektronisch klinkt, maar Billie Marten is ook haar akoestische en folky kant zeker niet helemaal vergeten.
De keuze voor pop en rock betekent overigens niet dat de Britse muzikante heeft gekozen voor een mainstream geluid. Flora Fauna is zeer smaakvol ingekleurd, maar de instrumentatie op het album is ook eigenzinnig. In muzikaal opzicht is de muziek van Billie Marten lastig te classificeren. In iedere track sleept ze er weer wat andere invloeden bij en verschuift het relevante vergelijkingsmateriaal.
Door de lekker in het gehoor liggende songs en het wat mij betreft zeer aansprekende geluid, is Flora Fauna een album dat makkelijk overtuigt, maar de zang van Billie Marten is nog een stuk aansprekender. De Britse muzikante is pas 21, maar beschikt over een veelzijdig en indringend stemgeluid. Het is een stemgeluid dat zich als een vis in het water voelt wanneer op Flora Fauna wordt gekozen voor pure pop, maar ook als de songs van Billie Marten wat opschuiving richting rock en wat stekeliger klinken of toch weer de kant van de intieme akoestische folk op gaan, blijft de jonge Britse muzikante in vocaal opzicht heel makkelijk overeind.
Billie Marten luisterde tijdens de eerste maanden van de coronapandemie naar eigen zeggen vooral naar alternatieve rockmuziek en Krautrock en hier en daar hoor ik daar inderdaad flarden van, wat het album nog wat interessanter maakt. Dat Billie Marten vanaf nu ook voor mij een vaste waarde is, zal duidelijk zijn, maar het fraaie Flora Fauna verdient echt veel meer aandacht dan het album gekregen heeft en niet alleen van mij. Erwin Zijleman
Billy F Gibbons - Hardware (2021)

4,0
0
geplaatst: 7 juni 2021, 17:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billy F Gibbons - Hardware - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billy F Gibbons - Hardware
ZZ Top voorman Billy F Gibbons gooit er nog maar eens een soloalbum tegenaan en ook Hardware verzet weer geen muzikale bergen, maar klinkt wel bijzonder lekker
Sinds het negen jaar geleden stil werd rond de Amerikaanse band ZZ Top, heeft de voorman van de band er zin in. Zanger en gitarist Billy F Gibbons levert alweer zijn derde soloalbum af en ook op Hardware domineren heerlijke riffs, lekkere gitaarsolo’s en de rauwe strot van de Texaanse muzikant. Hardware kruipt hier en daar wat dichter tegen de muziek van ZZ Top aan en dat is helemaal niet erg, integendeel zelfs. Zeker als de bluesy rockmachine van Billy F Gibbons op volle toeren draait, is Hardware een bijzonder lekker album, dat het zeker bij een flink volume geweldig doet. De boog staat niet altijd gespannen op Hardware, maar dat vergeven we de 71 jaar oude muzikant natuurlijk graag.
Het laatste album van de Texaanse band ZZ Top, het ijzersterke La Futura, is alweer bijna negen jaar oud, maar voor gitarist en zanger Billy F Gibbons is het gelukkig nog veel te vroeg voor een plekje achter de geraniums. De inmiddels 71 jaar oude muzikant begon na La Futura aan zijn tweede jeugd en levert deze week met Hardware zijn derde soloalbum in zes jaar tijd af.
Na Perfectamundo uit 2015 en The Big Bad Blues uit 2018 knalt ook Hardware er direct vanaf de eerste noten lekker stevig in met het karakteristieke gitaarwerk van Billy F Gibbons, zijn rauwe strot en zijn goede gevoel voor aanstekelijke rocksongs. Hardware werd opgenomen in de Californische woestijn, waar onder andere voormalig Guns N’ Roses drummer Matt Sorum en het duo Larkin Poe aanschoven.
Hardware ligt deels in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar klinkt ook duidelijk anders. Waar Billy F Gibbons op zijn eerste twee soloalbums ook experimenteerde met exotische invloeden, regeert op Hardware de muziek die hij ook met ZZ Top maakte. De zo bekende ZZ Top auto staat niet voor niets op de cover, want ook de meest commerciële jaren van de band worden niet vergeten, al domineert het ZZ Top geluid uit een verder verleden.
Hardware bevat flink wat lekker stevige rocksongs met een bluesinjectie, die ook niet hadden misstaan op een nieuw ZZ Top album. Het zijn songs die lekker vol zijn geproduceerd en die als een stoomwals op je af komen. Hier en daar hoor je invloeden uit de Californische woestijn met een vleugje stonerrock en een broeierige Robbie Robertson rip-off en zo nu en dan neemt Billy F Gibbons wat gas terug in songs die net wat meer bluesy klinken, maar in de meeste songs draait de rockmachine van de Amerikaanse muzikant op volle toeren.
Nieuw is het zeker niet en lang niet alle songs op Hardware zijn even sterk, maar als de Amerikaanse muzikant er nog wat heerlijke riffs, memorabele gitaarsolo’s en lekker rauwe zang tegenaan gooit is dat hem direct vergeven. Waar de vorige twee albums van Billy F Gibbons hier en daar nog verlangens naar de hoogtijdagen van ZZ Top opriepen, eert Hardware het rijke oeuvre van de band en dat voelt goed.
Ook op hardware treedt Billy F Gibbons incidenteel wat buiten zijn gebaande paden, maar van mij hoeft het niet. Hardware is immers op zijn best als rockmuziek zonder al te veel poespas wordt gemaakt. Een geoliede ritmesectie, rauwe zang en alle ruimte voor geweldig gitaarwerk zijn in het geval van de muzikant uit Houston, Texas, voldoende voor succes en hoe dichter hij tegen het geluid van zijn band aankruipt hoe beter het wordt. Het zijn wat mij betreft de aan ZZ Top herinnerende songs die Hardware een fantastisch album maken, ook al heb ik al stapels van de band in de kast staan.
Billy F Gibbons is de pensioengerechtigde leeftijd al een aantal jaren geleden gepasseerd, maar wat maakt hij met nog veel passie muziek. Natuurlijk had de kwaliteit van de songs hier en daar wat beter gekund en pakt gas terug nemen lang niet altijd goed uit, maar ga er maar aan staan om op je 71e nog met zoveel plezier en passie rock en roll te maken en de gitaar en de stembanden er zo van langs te geven.
Of we de komende jaren nog wat gaan horen van ZZ Top is zeer de vraag, maar zolang Billy F Gibbons in dit tempo soloalbums en soloalbums van dit niveau blijft maken is er echt niets te klagen. Draai open die volumeknop en genieten maar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billy F Gibbons - Hardware - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billy F Gibbons - Hardware
ZZ Top voorman Billy F Gibbons gooit er nog maar eens een soloalbum tegenaan en ook Hardware verzet weer geen muzikale bergen, maar klinkt wel bijzonder lekker
Sinds het negen jaar geleden stil werd rond de Amerikaanse band ZZ Top, heeft de voorman van de band er zin in. Zanger en gitarist Billy F Gibbons levert alweer zijn derde soloalbum af en ook op Hardware domineren heerlijke riffs, lekkere gitaarsolo’s en de rauwe strot van de Texaanse muzikant. Hardware kruipt hier en daar wat dichter tegen de muziek van ZZ Top aan en dat is helemaal niet erg, integendeel zelfs. Zeker als de bluesy rockmachine van Billy F Gibbons op volle toeren draait, is Hardware een bijzonder lekker album, dat het zeker bij een flink volume geweldig doet. De boog staat niet altijd gespannen op Hardware, maar dat vergeven we de 71 jaar oude muzikant natuurlijk graag.
Het laatste album van de Texaanse band ZZ Top, het ijzersterke La Futura, is alweer bijna negen jaar oud, maar voor gitarist en zanger Billy F Gibbons is het gelukkig nog veel te vroeg voor een plekje achter de geraniums. De inmiddels 71 jaar oude muzikant begon na La Futura aan zijn tweede jeugd en levert deze week met Hardware zijn derde soloalbum in zes jaar tijd af.
Na Perfectamundo uit 2015 en The Big Bad Blues uit 2018 knalt ook Hardware er direct vanaf de eerste noten lekker stevig in met het karakteristieke gitaarwerk van Billy F Gibbons, zijn rauwe strot en zijn goede gevoel voor aanstekelijke rocksongs. Hardware werd opgenomen in de Californische woestijn, waar onder andere voormalig Guns N’ Roses drummer Matt Sorum en het duo Larkin Poe aanschoven.
Hardware ligt deels in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar klinkt ook duidelijk anders. Waar Billy F Gibbons op zijn eerste twee soloalbums ook experimenteerde met exotische invloeden, regeert op Hardware de muziek die hij ook met ZZ Top maakte. De zo bekende ZZ Top auto staat niet voor niets op de cover, want ook de meest commerciële jaren van de band worden niet vergeten, al domineert het ZZ Top geluid uit een verder verleden.
Hardware bevat flink wat lekker stevige rocksongs met een bluesinjectie, die ook niet hadden misstaan op een nieuw ZZ Top album. Het zijn songs die lekker vol zijn geproduceerd en die als een stoomwals op je af komen. Hier en daar hoor je invloeden uit de Californische woestijn met een vleugje stonerrock en een broeierige Robbie Robertson rip-off en zo nu en dan neemt Billy F Gibbons wat gas terug in songs die net wat meer bluesy klinken, maar in de meeste songs draait de rockmachine van de Amerikaanse muzikant op volle toeren.
Nieuw is het zeker niet en lang niet alle songs op Hardware zijn even sterk, maar als de Amerikaanse muzikant er nog wat heerlijke riffs, memorabele gitaarsolo’s en lekker rauwe zang tegenaan gooit is dat hem direct vergeven. Waar de vorige twee albums van Billy F Gibbons hier en daar nog verlangens naar de hoogtijdagen van ZZ Top opriepen, eert Hardware het rijke oeuvre van de band en dat voelt goed.
Ook op hardware treedt Billy F Gibbons incidenteel wat buiten zijn gebaande paden, maar van mij hoeft het niet. Hardware is immers op zijn best als rockmuziek zonder al te veel poespas wordt gemaakt. Een geoliede ritmesectie, rauwe zang en alle ruimte voor geweldig gitaarwerk zijn in het geval van de muzikant uit Houston, Texas, voldoende voor succes en hoe dichter hij tegen het geluid van zijn band aankruipt hoe beter het wordt. Het zijn wat mij betreft de aan ZZ Top herinnerende songs die Hardware een fantastisch album maken, ook al heb ik al stapels van de band in de kast staan.
Billy F Gibbons is de pensioengerechtigde leeftijd al een aantal jaren geleden gepasseerd, maar wat maakt hij met nog veel passie muziek. Natuurlijk had de kwaliteit van de songs hier en daar wat beter gekund en pakt gas terug nemen lang niet altijd goed uit, maar ga er maar aan staan om op je 71e nog met zoveel plezier en passie rock en roll te maken en de gitaar en de stembanden er zo van langs te geven.
Of we de komende jaren nog wat gaan horen van ZZ Top is zeer de vraag, maar zolang Billy F Gibbons in dit tempo soloalbums en soloalbums van dit niveau blijft maken is er echt niets te klagen. Draai open die volumeknop en genieten maar. Erwin Zijleman
Billy F Gibbons - The Big Bad Blues (2018)

4,0
2
geplaatst: 22 september 2018, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billy F Gibbons - The Big Blad Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billy Gibbons ontdoet het geluid van ZZ Top van het laagje chroom en herontdekt de blues
Ik heb absoluut een zwak voor de platen die ZZ Top sinds Eliminator heeft gemaakt, maar zou de band toch ook graag weer eens horen zonder de volle productie en alle opsmuk en elektronica. Of dat ooit gaat gebeuren weet ik niet, maar met de soloplaat van gitarist Billy Gibbons kan ik ook zeker uit de voeten. Gibbons keert samen met een hecht spelende band terug naar de bluesrock uit de beginjaren van zijn band en sleept deze muziek het heden in. Af en toe is het nog steeds zwaar geproduceerd, maar The Big Bad Blues bevat gelukkig ook flink wat “Big Bad Blues”. Heerlijke plaat.
Gitarist Billy Gibbons stond in 1970 aan de basis van de band ZZ Top. De band uit Houston, Texas, brak met haar derde plaat, het in 1973 verschenen Tres Hombres, definitief door naar een groot publiek en had vervolgens tien jaar lang het patent op rauwe en aanstekelijke bluesrock met invloeden uit de hard rock, de Southern rock en de boogie.
In 1983 haakte ZZ Top met succes aan bij het destijds net gelanceerde MTV en wist het een nieuw publiek aan zich te binden. De band deed dat niet alleen met een aantal gelikte videoclips waarin het trio zich liet omringen door snelle auto’s en mooie vrouwen, maar ook het vertrouwde ZZ Top geluid kreeg een facelift en werd verrijkt met een batterij synthesizers en sequencers.
Het is een geluid dat de band sindsdien heeft vastgehouden, al waren er op het geweldige La Futura uit 2012 ook wel wat hints naar de vroege platen van de Texaanse band te horen. Het is inmiddels al weer zes jaar stil rond ZZ Top, maar gitarist Billy Gibbons zit niet stil. Drie jaar geleden maakte hij als Billy Gibbons & the BFG’s het bijzondere Perfectamundo, waarop de ZZ Top achtige bluesrock werd verrijkt met Cubaanse ritmes en nog wat extra elektronica.
Deze week duikt Billy Gibbons opnieuw op met het onder de naam Billy F Gibbons verschenen The Big Bad Blues. De titel suggereert dat Billy Gibbons dit keer eens een onvervalste blues plaat heeft gemaakt, maar dat is niet helemaal waar. Ook op The Big Blad Blues kiest de Amerikaanse gitarist zo af en toe voor een volle productie of zelfs wat elektronica, al is het maar om zijn stem wat op te poetsen of om het geluid op de plaat wat voller te laten klinken.
The Big Blad Blues sluit hierdoor goed aan op de platen die ZZ Top sinds Eliminator heeft gemaakt, maar het is wel net wat meer rauwe blues dan de band van Billy Gibbons de afgelopen decennia heeft gemaakt, waardoor de plaat ook raakt aan het vroege werk van ZZ Top.
Net als op de platen van ZZ Top legt een strakke ritmesectie een zeer solide basis en mag Billy Gibbons indruk maken met heerlijk gitaarwerk. Het is gitaarwerk dat de tradities van de bluesrock eert en dat hier en daar wordt vergezeld door een scheurende mondharmonica. Het kleurt mooi bij de rauwe strot van Billy Gibbons, die inmiddels flink wat gruis op zijn stembanden heeft.
Ook op zijn soloplaat heeft Billy Gibbons gekozen voor een bij vlagen vol en behoorlijk dichtgesmeerd geluid. Daar moet je van houden, maar mij bevalt het wel. Billy Gibbons maakt op The Big Blad Blues immers niet alleen goudeerlijke blues, maar slaagt er ook in om anders te klinken dan de meeste andere platen in het genre.
Hier en daar smokkelt de Texaanse gitarist natuurlijk met elektronica, maar over het algemeen genomen ligt The Big Blad Blues uiteindelijk toch redelijk dicht bij een rauwe bluesrock plaat zonder opsmuk. Zeker wanneer Billy Gibbons het tempo laag houdt voegt hij iets toe aan de muziek die hij met ZZ Top heeft gemaakt de afgelopen decennia. En wanneer hij dicht tegen de muziek van zijn band aan schurkt is The Big Bad Blues natuurlijk een prima alternatief voor het al weer zes jaar oude La Futura. Een win-win situatie als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billy F Gibbons - The Big Blad Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Billy Gibbons ontdoet het geluid van ZZ Top van het laagje chroom en herontdekt de blues
Ik heb absoluut een zwak voor de platen die ZZ Top sinds Eliminator heeft gemaakt, maar zou de band toch ook graag weer eens horen zonder de volle productie en alle opsmuk en elektronica. Of dat ooit gaat gebeuren weet ik niet, maar met de soloplaat van gitarist Billy Gibbons kan ik ook zeker uit de voeten. Gibbons keert samen met een hecht spelende band terug naar de bluesrock uit de beginjaren van zijn band en sleept deze muziek het heden in. Af en toe is het nog steeds zwaar geproduceerd, maar The Big Bad Blues bevat gelukkig ook flink wat “Big Bad Blues”. Heerlijke plaat.
Gitarist Billy Gibbons stond in 1970 aan de basis van de band ZZ Top. De band uit Houston, Texas, brak met haar derde plaat, het in 1973 verschenen Tres Hombres, definitief door naar een groot publiek en had vervolgens tien jaar lang het patent op rauwe en aanstekelijke bluesrock met invloeden uit de hard rock, de Southern rock en de boogie.
In 1983 haakte ZZ Top met succes aan bij het destijds net gelanceerde MTV en wist het een nieuw publiek aan zich te binden. De band deed dat niet alleen met een aantal gelikte videoclips waarin het trio zich liet omringen door snelle auto’s en mooie vrouwen, maar ook het vertrouwde ZZ Top geluid kreeg een facelift en werd verrijkt met een batterij synthesizers en sequencers.
Het is een geluid dat de band sindsdien heeft vastgehouden, al waren er op het geweldige La Futura uit 2012 ook wel wat hints naar de vroege platen van de Texaanse band te horen. Het is inmiddels al weer zes jaar stil rond ZZ Top, maar gitarist Billy Gibbons zit niet stil. Drie jaar geleden maakte hij als Billy Gibbons & the BFG’s het bijzondere Perfectamundo, waarop de ZZ Top achtige bluesrock werd verrijkt met Cubaanse ritmes en nog wat extra elektronica.
Deze week duikt Billy Gibbons opnieuw op met het onder de naam Billy F Gibbons verschenen The Big Bad Blues. De titel suggereert dat Billy Gibbons dit keer eens een onvervalste blues plaat heeft gemaakt, maar dat is niet helemaal waar. Ook op The Big Blad Blues kiest de Amerikaanse gitarist zo af en toe voor een volle productie of zelfs wat elektronica, al is het maar om zijn stem wat op te poetsen of om het geluid op de plaat wat voller te laten klinken.
The Big Blad Blues sluit hierdoor goed aan op de platen die ZZ Top sinds Eliminator heeft gemaakt, maar het is wel net wat meer rauwe blues dan de band van Billy Gibbons de afgelopen decennia heeft gemaakt, waardoor de plaat ook raakt aan het vroege werk van ZZ Top.
Net als op de platen van ZZ Top legt een strakke ritmesectie een zeer solide basis en mag Billy Gibbons indruk maken met heerlijk gitaarwerk. Het is gitaarwerk dat de tradities van de bluesrock eert en dat hier en daar wordt vergezeld door een scheurende mondharmonica. Het kleurt mooi bij de rauwe strot van Billy Gibbons, die inmiddels flink wat gruis op zijn stembanden heeft.
Ook op zijn soloplaat heeft Billy Gibbons gekozen voor een bij vlagen vol en behoorlijk dichtgesmeerd geluid. Daar moet je van houden, maar mij bevalt het wel. Billy Gibbons maakt op The Big Blad Blues immers niet alleen goudeerlijke blues, maar slaagt er ook in om anders te klinken dan de meeste andere platen in het genre.
Hier en daar smokkelt de Texaanse gitarist natuurlijk met elektronica, maar over het algemeen genomen ligt The Big Blad Blues uiteindelijk toch redelijk dicht bij een rauwe bluesrock plaat zonder opsmuk. Zeker wanneer Billy Gibbons het tempo laag houdt voegt hij iets toe aan de muziek die hij met ZZ Top heeft gemaakt de afgelopen decennia. En wanneer hij dicht tegen de muziek van zijn band aan schurkt is The Big Bad Blues natuurlijk een prima alternatief voor het al weer zes jaar oude La Futura. Een win-win situatie als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
Billy Gibbons and the BFG's - Perfectamundo (2015)

4,0
0
geplaatst: 11 november 2015, 16:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Billy Gibbons & The BFG's - Perfectamundo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij ZZ Top denken nog altijd teveel mensen aan de videoclips die de singles van het succesalbum Eliminator uit 1983 vergezelden.
Buiten dit behoorlijk commerciële uitstapje heeft ZZ Top vrijwel alleen maar rockplaten zonder opsmuk gemaakt. Het zijn rockplaten waarop ZZ Top op geheel eigen wijze blues rock, Southern rock en boogie rock aan elkaar smeedt.
In kwalitatief opzicht maakt het niet zoveel uit of deze platen uit het begin van de jaren 70 of uit recente jaren stammen, waardoor het jammer is dat de band het afgelopen decennium niet heel productief is.
We wachten daarom al een tijdje op de opvolger van het geweldige La Futura uit 2012, maar gelukkig wordt het lange wachten nu onderbroken door een soloplaat van ZZ Top gitarist en zanger Billy Gibbons.
Perfectamundo van Billy Gibbons & The BFG’s blijkt een verrassend sterke en een verrassend veelzijdige plaat. Het is echter ook een plaat die weer wat afstand neemt van de no-nonsense aanpak van La Futura.
Billy Gibbons heeft meerdere liefdes dan de hierboven genoemde smaken rock en daar maakt hij op Perfectamundo geen geheim van. Billy Gibbons & The BFG’s zijn op Perfectamundo zeker niet vies van de rock die bij ZZ Top domineert, maar de dampende bluesy rock van ZZ Top krijgt op Perfectamundo gezelschap van de liefde van Billy Gibbons voor Cubaanse muziek en zijn incidentele zwak voor de aloude vocoder.
Dit betekent niet dat er voor fans van ZZ Top niets te genieten valt op Perfectamundo. Billy Gibbons schotels ons op zijn soloplaat dampende muziek voor vol schitterend gitaarwerk, maar het is ook nog eens muziek die door de exotische invloeden genadeloos swingt en imponeert door een hechte band met een glansrol voor de organist.
Perfectamundo is hierdoor niet alleen een fraai tussendoortje tijdens het wachten op de opvolger voor La Futura, maar voegt ook nog eens wat toe aan het zo indrukwekkende oeuvre van ZZ Top. Dat is knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Billy Gibbons & The BFG's - Perfectamundo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij ZZ Top denken nog altijd teveel mensen aan de videoclips die de singles van het succesalbum Eliminator uit 1983 vergezelden.
Buiten dit behoorlijk commerciële uitstapje heeft ZZ Top vrijwel alleen maar rockplaten zonder opsmuk gemaakt. Het zijn rockplaten waarop ZZ Top op geheel eigen wijze blues rock, Southern rock en boogie rock aan elkaar smeedt.
In kwalitatief opzicht maakt het niet zoveel uit of deze platen uit het begin van de jaren 70 of uit recente jaren stammen, waardoor het jammer is dat de band het afgelopen decennium niet heel productief is.
We wachten daarom al een tijdje op de opvolger van het geweldige La Futura uit 2012, maar gelukkig wordt het lange wachten nu onderbroken door een soloplaat van ZZ Top gitarist en zanger Billy Gibbons.
Perfectamundo van Billy Gibbons & The BFG’s blijkt een verrassend sterke en een verrassend veelzijdige plaat. Het is echter ook een plaat die weer wat afstand neemt van de no-nonsense aanpak van La Futura.
Billy Gibbons heeft meerdere liefdes dan de hierboven genoemde smaken rock en daar maakt hij op Perfectamundo geen geheim van. Billy Gibbons & The BFG’s zijn op Perfectamundo zeker niet vies van de rock die bij ZZ Top domineert, maar de dampende bluesy rock van ZZ Top krijgt op Perfectamundo gezelschap van de liefde van Billy Gibbons voor Cubaanse muziek en zijn incidentele zwak voor de aloude vocoder.
Dit betekent niet dat er voor fans van ZZ Top niets te genieten valt op Perfectamundo. Billy Gibbons schotels ons op zijn soloplaat dampende muziek voor vol schitterend gitaarwerk, maar het is ook nog eens muziek die door de exotische invloeden genadeloos swingt en imponeert door een hechte band met een glansrol voor de organist.
Perfectamundo is hierdoor niet alleen een fraai tussendoortje tijdens het wachten op de opvolger voor La Futura, maar voegt ook nog eens wat toe aan het zo indrukwekkende oeuvre van ZZ Top. Dat is knap. Erwin Zijleman
Billy Nomates - Metalhorse (2025)

4,0
1
geplaatst: 22 mei 2025, 21:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Billy Nomates - Metalhorse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Billy Nomates - Metalhorse
Billy Nomates kiest op haar derde album Metalhorse voor een wat toegankelijker geluid met meer invloeden uit de pop en een melodieuzere manier van zingen en het is een geluid dat me uitstekend bevalt
De Britse muzikante Tor Maries oftewel Billy Nomates levert met Metalhorse haar derde album in vijf jaar tijd af en laat horen dat er in vijf jaar veel kan gebeuren. Het debuutalbum van de Britse muzikante vond ik persoonlijk nogal ruw en stekelig, terwijl het deze week verschenen Metalhorse een album vol behoorlijk toegankelijke popsongs is. Het zijn popsongs die een opvallend tijdloos karakter hebben en die een stuk gepolijster klinken dan de songs waarmee Billy Nomates vijf jaar geleden debuteerde, maar het zijn nog steeds songs die een eigenzinnig geluid laten horen. Ik was tot dusver niet overtuigd van de kwaliteit van de albums van de Britse muzikante, maar dit is een topalbum.
De Britse muzikante Tor Maries maakt inmiddels al enkele jaren muziek onder de naam Billy Nomates. Dat leverde tot voor kort twee albums op, die ik op een of andere manier wel interessant vond, maar die me toch niet volledig wisten te overtuigen. Het titelloze debuutalbum van Billy Nomates uit 2020 sprong me net wat teveel van de hak op de tak en bovendien vond ik de zang op het album niet mooi, zeker niet wanneer het ging om praatzang.
Het in 2023 verschenen CACTI sprak me wel iets meer aan, maar het was me allemaal net wat te ruw en ook in muzikaal opzicht wist de Britse muzikante bij mij lang niet altijd de juiste snaar te raken. Toen ik CACTI aan het eind van 2023 in een enkele jaarlijst tegen kwam deed het album me overigens wel wat meer dan bij de release. Ik moet kennelijk in de stemming zijn voor de muziek van Billy Nomates.
De ervaringen uit het verleden zorgden er voor dat ik het deze week verschenen derde album van de muzikante uit Leicester niet onmiddellijk opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop, maar stiekem ook wel nieuwsgierig was naar de nieuwe muziek van Billy Nomates. Gelukkig maar, want Metalhorse is geen album om zomaar opzij te schuiven.
De Britse muzikante maakte haar nieuwe album grotendeels zelf, want ze had alleen een ritmesectie nodig om het album op te kunnen nemen. Metalhorse is een eerbetoon aan de overleden vader van Tor Maries en het is een album dat toch wel flink anders klinkt dan zijn twee voorgangers.
Op de eerste twee albums en met name op het debuutalbum had ik vooral moeite met de zang van Tor Maries, maar de zang op Metalhorse klinkt een stuk beter en staat me eigenlijk geen moment meer tegen. Tor Maries heeft nog wel een bijzondere manier van zingen en spreekt haar teksten soms uit, maar waar haar stem in het verleden bij mij wat tegen de haren in streek, is de zang op Metalhorse een stuk melodieuzer en hierdoor aansprekender dan in het verleden.
Ook in muzikaal opzicht is Metalhorse een wat consistenter klinkend album dan zijn voorgangers. Tor Maries maakt ook dit keer geen geheim van haar liefde voor postpunk en verwelkomt in de persoon van Hugh Cornwell van The Stranglers een van haar muzikale helden uit het genre voor een duet. Toch zou ik Metalhorse zeker geen postpunk album noemen.
Billy Nomates combineert de veel subtielere invloeden uit de postpunk immers op subtiele wijze met veel meer invloeden uit de pop en rock van het moment en die uit het verleden. Dat doet ze wel op originele wijze, want Metalhorse klinkt anders dan de andere albums van het moment.
Ik had mijn aarzelingen bij de eerste twee albums van Billy Nomates, maar Metalhorse bevalt me echt uitstekend. De zang is aansprekend, in muzikaal opzicht klinkt het album fris, er is ruimte voor uiteenlopende invloeden en Billy Nomates tekent op haar derde album ook nog eens voor uitstekende songs.
Hier en daar lees ik ook wel dat er teleurstelling is over het ontbreken van de scherpe kantjes op Metalhorse, maar die scherpe kantjes zaten mij op de vorige twee albums alleen maar in de weg. De eerste twee albums van Billy Nomates legde ik na een paar keer horen definitief opzij, maar Metalhorse vind ik na die paar keer horen alleen maar beter worden. Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar ik vind Metalhorse met afstand het beste album van de Britse muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Billy Nomates - Metalhorse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Billy Nomates - Metalhorse
Billy Nomates kiest op haar derde album Metalhorse voor een wat toegankelijker geluid met meer invloeden uit de pop en een melodieuzere manier van zingen en het is een geluid dat me uitstekend bevalt
De Britse muzikante Tor Maries oftewel Billy Nomates levert met Metalhorse haar derde album in vijf jaar tijd af en laat horen dat er in vijf jaar veel kan gebeuren. Het debuutalbum van de Britse muzikante vond ik persoonlijk nogal ruw en stekelig, terwijl het deze week verschenen Metalhorse een album vol behoorlijk toegankelijke popsongs is. Het zijn popsongs die een opvallend tijdloos karakter hebben en die een stuk gepolijster klinken dan de songs waarmee Billy Nomates vijf jaar geleden debuteerde, maar het zijn nog steeds songs die een eigenzinnig geluid laten horen. Ik was tot dusver niet overtuigd van de kwaliteit van de albums van de Britse muzikante, maar dit is een topalbum.
De Britse muzikante Tor Maries maakt inmiddels al enkele jaren muziek onder de naam Billy Nomates. Dat leverde tot voor kort twee albums op, die ik op een of andere manier wel interessant vond, maar die me toch niet volledig wisten te overtuigen. Het titelloze debuutalbum van Billy Nomates uit 2020 sprong me net wat teveel van de hak op de tak en bovendien vond ik de zang op het album niet mooi, zeker niet wanneer het ging om praatzang.
Het in 2023 verschenen CACTI sprak me wel iets meer aan, maar het was me allemaal net wat te ruw en ook in muzikaal opzicht wist de Britse muzikante bij mij lang niet altijd de juiste snaar te raken. Toen ik CACTI aan het eind van 2023 in een enkele jaarlijst tegen kwam deed het album me overigens wel wat meer dan bij de release. Ik moet kennelijk in de stemming zijn voor de muziek van Billy Nomates.
De ervaringen uit het verleden zorgden er voor dat ik het deze week verschenen derde album van de muzikante uit Leicester niet onmiddellijk opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop, maar stiekem ook wel nieuwsgierig was naar de nieuwe muziek van Billy Nomates. Gelukkig maar, want Metalhorse is geen album om zomaar opzij te schuiven.
De Britse muzikante maakte haar nieuwe album grotendeels zelf, want ze had alleen een ritmesectie nodig om het album op te kunnen nemen. Metalhorse is een eerbetoon aan de overleden vader van Tor Maries en het is een album dat toch wel flink anders klinkt dan zijn twee voorgangers.
Op de eerste twee albums en met name op het debuutalbum had ik vooral moeite met de zang van Tor Maries, maar de zang op Metalhorse klinkt een stuk beter en staat me eigenlijk geen moment meer tegen. Tor Maries heeft nog wel een bijzondere manier van zingen en spreekt haar teksten soms uit, maar waar haar stem in het verleden bij mij wat tegen de haren in streek, is de zang op Metalhorse een stuk melodieuzer en hierdoor aansprekender dan in het verleden.
Ook in muzikaal opzicht is Metalhorse een wat consistenter klinkend album dan zijn voorgangers. Tor Maries maakt ook dit keer geen geheim van haar liefde voor postpunk en verwelkomt in de persoon van Hugh Cornwell van The Stranglers een van haar muzikale helden uit het genre voor een duet. Toch zou ik Metalhorse zeker geen postpunk album noemen.
Billy Nomates combineert de veel subtielere invloeden uit de postpunk immers op subtiele wijze met veel meer invloeden uit de pop en rock van het moment en die uit het verleden. Dat doet ze wel op originele wijze, want Metalhorse klinkt anders dan de andere albums van het moment.
Ik had mijn aarzelingen bij de eerste twee albums van Billy Nomates, maar Metalhorse bevalt me echt uitstekend. De zang is aansprekend, in muzikaal opzicht klinkt het album fris, er is ruimte voor uiteenlopende invloeden en Billy Nomates tekent op haar derde album ook nog eens voor uitstekende songs.
Hier en daar lees ik ook wel dat er teleurstelling is over het ontbreken van de scherpe kantjes op Metalhorse, maar die scherpe kantjes zaten mij op de vorige twee albums alleen maar in de weg. De eerste twee albums van Billy Nomates legde ik na een paar keer horen definitief opzij, maar Metalhorse vind ik na die paar keer horen alleen maar beter worden. Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar ik vind Metalhorse met afstand het beste album van de Britse muzikante. Erwin Zijleman
Bird on the Wire - Elephanta (2016)

4,5
0
geplaatst: 6 februari 2016, 11:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bird On The Wire - Elephanta - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het muziekjaar 2016 is opvallend voortvarend uit de startblokken gekomen met heel veel goede platen en ook heel wat uitstekende platen van ‘grote namen’. Hierdoor vallen er helaas ook relatief veel platen van net wat minder bekende muzikanten buiten de boot.
Elephanta van de Amsterdamse band Bird On The Wire heeft tot dusver te weinig aandacht gekregen, terwijl de plaat wel degelijk behoort tot de smaakmakers binnen het aanbod van de eerste weken van 2016.
Bird On The Wire, dat haar naam waarschijnlijk heeft ontleend aan de gelijknamige song van Leonard Cohen, maakt muziek die het zelf omschrijft als ‘dreamkraut’.
Dat is een omschrijving die direct prijsgeeft door welke twee stromingen de band zich heeft laten beïnvloeden. Elephanta (de wind die in India het eind van de moesson inluidt) heeft inderdaad de donkere en dromerige klanken en betoverende gitaarlijnen van de dreampop en valt hiernaast op door experimentele klanken en wendingen die zeker zijn geïnspireerd door de Krautrock uit de jaren 70.
Hiermee zijn we er echter nog niet, want het uit drie vrouwen en één man bestaande Bird On The Wire is een band met vele bijzondere eigenschappen. De dromerige klanken worden verder ingekleurd door bijzondere vrouwenstemmen, die voor de afwisseling eens niet klinken als de stemmen die in de dreampop zo gebruikelijk zijn, en die Bird On The Wire voorzien van een opvallend eigen geluid.
Elephanta is bovendien een plaat vol dynamiek. Bird On The Wire maakt vaak ingetogen en bijna bedwelmende muziek, die ook zeker invloeden uit de psychedelica bevat, maar de muziek van de band kan ook ontsporen, waarna de sprookjesachtige sterrenhemel plaats maakt voor onheilspellend noodweer.
Het bijzondere gebruik van elektronica, de flirts met bijzondere ritmes, het heerlijk vervormde gitaarspel en de fraaie productie van de Belgische producer Koes Gisen (An Pierlé, The Bony King Of Nowhere, The Black Heart Rebellion) voorzien de muziek van de band van nog wat extra dimensies.
Zeker door de invloeden uit de dreampop zal Bird On The Wire worden vergeleken en moeten concurreren met de 1001 andere bands die dit genre hebben omarmd, maar wat mij betreft is de Amsterdamse band deze andere bands mijlenver voor.
Elephanta is een plaat die makkelijk verleidt met bedwelmende klanken en betoverende vocalen en gitaarlijnen, maar het is ook een plaat waarop van alles gebeurt en waarop steeds weer fascinerende uitstapjes buiten de gebaande paden worden gemaakt. Als je de muziek van de band met iets wilt vergelijken, komt Warpaint nog het dichtste bij, maar ook deze vergelijking houdt maar even stand.
Bird On The Wire heeft al met al een prachtige plaat van grote klasse gemaakt. Absoluut een van de hoogtepunten van het prille muziekjaar 2016. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bird On The Wire - Elephanta - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het muziekjaar 2016 is opvallend voortvarend uit de startblokken gekomen met heel veel goede platen en ook heel wat uitstekende platen van ‘grote namen’. Hierdoor vallen er helaas ook relatief veel platen van net wat minder bekende muzikanten buiten de boot.
Elephanta van de Amsterdamse band Bird On The Wire heeft tot dusver te weinig aandacht gekregen, terwijl de plaat wel degelijk behoort tot de smaakmakers binnen het aanbod van de eerste weken van 2016.
Bird On The Wire, dat haar naam waarschijnlijk heeft ontleend aan de gelijknamige song van Leonard Cohen, maakt muziek die het zelf omschrijft als ‘dreamkraut’.
Dat is een omschrijving die direct prijsgeeft door welke twee stromingen de band zich heeft laten beïnvloeden. Elephanta (de wind die in India het eind van de moesson inluidt) heeft inderdaad de donkere en dromerige klanken en betoverende gitaarlijnen van de dreampop en valt hiernaast op door experimentele klanken en wendingen die zeker zijn geïnspireerd door de Krautrock uit de jaren 70.
Hiermee zijn we er echter nog niet, want het uit drie vrouwen en één man bestaande Bird On The Wire is een band met vele bijzondere eigenschappen. De dromerige klanken worden verder ingekleurd door bijzondere vrouwenstemmen, die voor de afwisseling eens niet klinken als de stemmen die in de dreampop zo gebruikelijk zijn, en die Bird On The Wire voorzien van een opvallend eigen geluid.
Elephanta is bovendien een plaat vol dynamiek. Bird On The Wire maakt vaak ingetogen en bijna bedwelmende muziek, die ook zeker invloeden uit de psychedelica bevat, maar de muziek van de band kan ook ontsporen, waarna de sprookjesachtige sterrenhemel plaats maakt voor onheilspellend noodweer.
Het bijzondere gebruik van elektronica, de flirts met bijzondere ritmes, het heerlijk vervormde gitaarspel en de fraaie productie van de Belgische producer Koes Gisen (An Pierlé, The Bony King Of Nowhere, The Black Heart Rebellion) voorzien de muziek van de band van nog wat extra dimensies.
Zeker door de invloeden uit de dreampop zal Bird On The Wire worden vergeleken en moeten concurreren met de 1001 andere bands die dit genre hebben omarmd, maar wat mij betreft is de Amsterdamse band deze andere bands mijlenver voor.
Elephanta is een plaat die makkelijk verleidt met bedwelmende klanken en betoverende vocalen en gitaarlijnen, maar het is ook een plaat waarop van alles gebeurt en waarop steeds weer fascinerende uitstapjes buiten de gebaande paden worden gemaakt. Als je de muziek van de band met iets wilt vergelijken, komt Warpaint nog het dichtste bij, maar ook deze vergelijking houdt maar even stand.
Bird On The Wire heeft al met al een prachtige plaat van grote klasse gemaakt. Absoluut een van de hoogtepunten van het prille muziekjaar 2016. Erwin Zijleman
Bird Streets - Bird Streets (2018)

4,0
0
geplaatst: 15 augustus 2018, 17:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bird Streets - Bird Streets - dekrentenuitdepop.blogspot.com
John Brodeur is een muzikant uit New York met een verleden in een aantal mij onbekende bands uit de stad. Tijdens een vakantie in Los Angeles liep hij muzikant en producer Jason Faulkner tegen het lijf, waarna de twee besloten samen te werken.
Jason Faulkner is bekend van de bands Jellyfish en The Grays en van een aantal prima soloplaten, terwijl hij als producer werkte voor onder andere Brendan Benson, Syd Arthur en Beck. Jason Faulkner moet het nog altijd doen met een cultstatus, maar het is ook een muzikant die alles dat hij aanraakt in goud kan veranderen.
Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar de samenwerking tussen John Brodeur en Jason Faulkner, die het debuut van Bird Streets heeft opgeleverd.
De titelloze eerste plaat van Bird Streets is er een die bijzonder makkelijk overtuigt. Net als Jason Faulkner heeft John Brodeur een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die in een aantal gevallen in het hokje powerpop passen, maar die ook meer ingetogen singer-songwriter muziek niet schuwen. Het zijn bovendien popliedjes die zich hebben laten inspireren door de groten uit de popmuziek, met een voorkeur voor popmuziek uit de jaren 60 en 70.
Het debuut van Bird Streets is een plaat vol songs die je al decennia lijkt te kennen, maar het zijn wel degelijk gloednieuwe popsongs van John Brodeur. De popsongs van Bird Streets doen soms wat Beatlesque aan, maar kunnen ook opschuiven richting de Beatlesque muziek die onder andere 10cc en Jeff Lynne na het uiteen vallen van de Fab Four zouden maken. De muziek van Bird Streets schuurt hiernaast dicht tegen de muziek van een band als The dB’s aan, maar kan ook stevig rocken en dan weer heel andere associaties oproepen.
Bij beluistering van het debuut van Bird Streets hoor je onmiddellijk dat Jason Faulkner en John Brodeur lang hebben gesleuteld aan de plaat. De instrumentatie klinkt prachtig en zit vol mooie details, met een hoofdrol voor prachtig en veelkleurig gitaarwerk. Het is bovendien een zeer gevarieerde instrumentatie, die alle songs op de plaat voorziet van andere kleuren.
Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van John Brodeur. De Amerikaanse muzikant beschikt over een warm en aangenaam stemgeluid, maar het is ook een stemgeluid dat de songs op de plaat voorziet van een opvallend eigen geluid.
Het titelloze debuut van Bird Streets is hiernaast een eersteklas feelgood plaat. De songs die Jason Faulkner en John Brodeur in elkaar hebben gesleuteld laten de zon uitbundig schijnen en strooien driftig met memorabele refreinen en honingzoete melodieën. De criticus zal beweren dat het debuut van Bird Streets weliswaar aangenaam klinkt, maar niet veel nieuws laat horen. Dat is deels het geval, want de plaat staat vol met songs die je al decennia denkt te kennen, maar aan de andere kant prikkelen de songs op de plaat stevig de fantasie en zit je steeds weer op het puntje van de stoel wanneer je al het moois wilt ontrafelen.
Ik laat me maar vooral leiden door het gevoel dat de plaat mij geeft en dat is een heerlijk gevoel. Iedere keer dat ik het debuut van Bird Streets hoor zijn de songs me weer wat dierbaarder en ben ik weer wat vrolijker. Knappe plaat wat mij betreft en vooral een hele lekkere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Bird Streets - Bird Streets - dekrentenuitdepop.blogspot.com
John Brodeur is een muzikant uit New York met een verleden in een aantal mij onbekende bands uit de stad. Tijdens een vakantie in Los Angeles liep hij muzikant en producer Jason Faulkner tegen het lijf, waarna de twee besloten samen te werken.
Jason Faulkner is bekend van de bands Jellyfish en The Grays en van een aantal prima soloplaten, terwijl hij als producer werkte voor onder andere Brendan Benson, Syd Arthur en Beck. Jason Faulkner moet het nog altijd doen met een cultstatus, maar het is ook een muzikant die alles dat hij aanraakt in goud kan veranderen.
Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar de samenwerking tussen John Brodeur en Jason Faulkner, die het debuut van Bird Streets heeft opgeleverd.
De titelloze eerste plaat van Bird Streets is er een die bijzonder makkelijk overtuigt. Net als Jason Faulkner heeft John Brodeur een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die in een aantal gevallen in het hokje powerpop passen, maar die ook meer ingetogen singer-songwriter muziek niet schuwen. Het zijn bovendien popliedjes die zich hebben laten inspireren door de groten uit de popmuziek, met een voorkeur voor popmuziek uit de jaren 60 en 70.
Het debuut van Bird Streets is een plaat vol songs die je al decennia lijkt te kennen, maar het zijn wel degelijk gloednieuwe popsongs van John Brodeur. De popsongs van Bird Streets doen soms wat Beatlesque aan, maar kunnen ook opschuiven richting de Beatlesque muziek die onder andere 10cc en Jeff Lynne na het uiteen vallen van de Fab Four zouden maken. De muziek van Bird Streets schuurt hiernaast dicht tegen de muziek van een band als The dB’s aan, maar kan ook stevig rocken en dan weer heel andere associaties oproepen.
Bij beluistering van het debuut van Bird Streets hoor je onmiddellijk dat Jason Faulkner en John Brodeur lang hebben gesleuteld aan de plaat. De instrumentatie klinkt prachtig en zit vol mooie details, met een hoofdrol voor prachtig en veelkleurig gitaarwerk. Het is bovendien een zeer gevarieerde instrumentatie, die alle songs op de plaat voorziet van andere kleuren.
Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van John Brodeur. De Amerikaanse muzikant beschikt over een warm en aangenaam stemgeluid, maar het is ook een stemgeluid dat de songs op de plaat voorziet van een opvallend eigen geluid.
Het titelloze debuut van Bird Streets is hiernaast een eersteklas feelgood plaat. De songs die Jason Faulkner en John Brodeur in elkaar hebben gesleuteld laten de zon uitbundig schijnen en strooien driftig met memorabele refreinen en honingzoete melodieën. De criticus zal beweren dat het debuut van Bird Streets weliswaar aangenaam klinkt, maar niet veel nieuws laat horen. Dat is deels het geval, want de plaat staat vol met songs die je al decennia denkt te kennen, maar aan de andere kant prikkelen de songs op de plaat stevig de fantasie en zit je steeds weer op het puntje van de stoel wanneer je al het moois wilt ontrafelen.
Ik laat me maar vooral leiden door het gevoel dat de plaat mij geeft en dat is een heerlijk gevoel. Iedere keer dat ik het debuut van Bird Streets hoor zijn de songs me weer wat dierbaarder en ben ik weer wat vrolijker. Knappe plaat wat mij betreft en vooral een hele lekkere plaat. Erwin Zijleman
Birds of Chicago - Birds of Chicago (2012)

4,0
0
geplaatst: 6 januari 2013, 11:46 uur
Mooie soulvolle rootsplaat van JT Nero en Allison Russell (Po' Girl). Vooral in vocaal opzicht zeer de moeite waard, maar de rest volgt heel snel.
Lees mijn volledige recensie op:
De krenten uit de pop: Birds Of Chicago - Birds Of Chicago - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Erwin
Lees mijn volledige recensie op:
De krenten uit de pop: Birds Of Chicago - Birds Of Chicago - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Erwin
Birds of Chicago - Real Midnight (2016)

4,5
0
geplaatst: 28 februari 2016, 09:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Birds Of Chicago - Real Midnight - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Real Midnight is de tweede of de derde plaat van Birds Of Chicago, het duo dat bestaat uit Allison Russell (Po’ Girl) en JT Nero (JT & The Clouds).
Het duo debuteerde precies 4 jaar geleden met een debuut dat in de boeken is gegaan als zeer memorabel en keerde precies twee jaar geleden terug met een live-plaat.
Live-platen tellen vaak niet echt mee in de officiële tellingen, vandaar de twijfel in de eerste zin, maar de live-plaat van Birds Of Chicago had ik niet graag willen missen en deed bovendien zeer uitzien naar de volgende plaat van het duo.
Deze volgende plaat, de derde dus, is er nu en werd weer gewoon in de studio opgenomen. Real Midnight vertrouwt voor een belangrijk deel op de sterke wapens van de twee voorgangers, maar Allison Russell en JT Nero zetten ook op deze nieuwe plaat weer een stap. Een flinke stap durf ik wel te zeggen.
De muziek van Birds Of Chicago ontleent zijn kracht nog altijd voor een belangrijk deel aan de geweldige stem van Allison Russell, maar ik heb haar nog nooit zo mooi en trefzeker horen zingen als op deze plaat. Zowel de krachtige passages als de uiterst ingetogen vocale momenten zijn van een enorme schoonheid en staan garant voor continu kippenvel (luister maar eens naar de bijna a capella passages). JT Nero moet in vocaal opzicht genoegen nemen met een meer bescheiden rol, maar als hij zingt is het prachtig en versterken de stemmen van de twee elkaar op indrukwekkende wijze.
In muzikaal opzicht bestrijkt Birds Of Chicago ook dit keer het gehele spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek, met een voorkeur voor folk, country en gospel, maar toch klinkt de plaat anders dan zijn voorgangers. Dit heeft deels te maken met de grote variëteit van de instrumentatie en het vermogen om buiten de lijntjes te kleuren, maar er is nog een reden.
Real Midnight is voorzien van een werkelijk glasheldere productie waarin ieder instrument hoorbaar en functioneel is en waarin steeds andere en zonder uitzondering prachtige accenten worden gelegd.
Het is een productie die de aanwezigheid van een producer van naam en faam verraadt en van naam en faam is zeker sprake wanneer niemand minder dan Joe Henry aanschuift. Joe Henry is er in geslaagd om het enorme talent van Birds Of Chicago nog een zetje in de rug te geven. Het werkelijk prachtige Real Midnight is het resultaat. Plaatje om te koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Birds Of Chicago - Real Midnight - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Real Midnight is de tweede of de derde plaat van Birds Of Chicago, het duo dat bestaat uit Allison Russell (Po’ Girl) en JT Nero (JT & The Clouds).
Het duo debuteerde precies 4 jaar geleden met een debuut dat in de boeken is gegaan als zeer memorabel en keerde precies twee jaar geleden terug met een live-plaat.
Live-platen tellen vaak niet echt mee in de officiële tellingen, vandaar de twijfel in de eerste zin, maar de live-plaat van Birds Of Chicago had ik niet graag willen missen en deed bovendien zeer uitzien naar de volgende plaat van het duo.
Deze volgende plaat, de derde dus, is er nu en werd weer gewoon in de studio opgenomen. Real Midnight vertrouwt voor een belangrijk deel op de sterke wapens van de twee voorgangers, maar Allison Russell en JT Nero zetten ook op deze nieuwe plaat weer een stap. Een flinke stap durf ik wel te zeggen.
De muziek van Birds Of Chicago ontleent zijn kracht nog altijd voor een belangrijk deel aan de geweldige stem van Allison Russell, maar ik heb haar nog nooit zo mooi en trefzeker horen zingen als op deze plaat. Zowel de krachtige passages als de uiterst ingetogen vocale momenten zijn van een enorme schoonheid en staan garant voor continu kippenvel (luister maar eens naar de bijna a capella passages). JT Nero moet in vocaal opzicht genoegen nemen met een meer bescheiden rol, maar als hij zingt is het prachtig en versterken de stemmen van de twee elkaar op indrukwekkende wijze.
In muzikaal opzicht bestrijkt Birds Of Chicago ook dit keer het gehele spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek, met een voorkeur voor folk, country en gospel, maar toch klinkt de plaat anders dan zijn voorgangers. Dit heeft deels te maken met de grote variëteit van de instrumentatie en het vermogen om buiten de lijntjes te kleuren, maar er is nog een reden.
Real Midnight is voorzien van een werkelijk glasheldere productie waarin ieder instrument hoorbaar en functioneel is en waarin steeds andere en zonder uitzondering prachtige accenten worden gelegd.
Het is een productie die de aanwezigheid van een producer van naam en faam verraadt en van naam en faam is zeker sprake wanneer niemand minder dan Joe Henry aanschuift. Joe Henry is er in geslaagd om het enorme talent van Birds Of Chicago nog een zetje in de rug te geven. Het werkelijk prachtige Real Midnight is het resultaat. Plaatje om te koesteren. Erwin Zijleman
Birdtalker - Birdtalker (2021)

4,0
0
geplaatst: 27 december 2021, 09:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Birdtalker - Birdtalker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Birdtalker - Birdtalker
Birdtalker uit Nashville, Tennessee, overtuigt met geweldige stemmen, volle klanken, uiteenlopende invloeden en vooral met melodieuze songs die zich genadeloos opdringen
Ik heb het tweede album van de Amerikaanse band Birdtalker een maand of drie geleden over het hoofd gezien, maar dankzij aanhoudende tips heb ik het album toch nog opgepikt. Daar heb ik geen seconde spijt van gehad, want het titelloze album van Birdtalker is een fantastisch album. Het is een album dat zich laat beïnvloeden door pop, rock en roots, dat niet vies is van een groots en meeslepend geluid, dat vol staat met tijdloze en melodieuze songs en dat ook nog eens imponeert met geweldige stemmen. Na één keer horen was ik verkocht, maar sindsdien is mijn liefde voor de muziek van Birdtalker alleen maar gegroeid. Tot enorme hoogten kan ik wel zeggen.
Ik heb, mede naar aanleiding van mijn jaarlijstje, de afgelopen anderhalve week nogal wat tips binnen gekregen van lezers van deze BLOG. Verreweg het meest genoemde album tussen al deze tips is het titelloze album van de Amerikaanse band Birdtalker. Ik ben het in oktober verschenen album wel een paar keer tegengekomen bij het uitpluizen van de lijsten met nieuwe albums, maar ik heb het album in de weken na de release niet beluisterd. Toen ik dat na een aantal tips van lezers alsnog deed, begreep ik direct waarom ze zo enthousiast zijn over het album. Het is overigens het tweede album van de band uit Nashville, Tennessee, die in 2018 debuteerde met One.
Bij een band uit Nashville denk ik in eerste instantie aan wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek of anders aan hitgevoelige countrypop, maar in beide hokjes hoort de muziek van Birdtalker niet thuis. De Amerikaanse band verwerkt wel wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar muziek, maar past hier en daar ook wel in de hokjes indierock en pop.
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van de mooie stemmen op het album en van de volle en warme klanken. Bij eerste beluistering riep het tweede album van Birdtalker bij mij daarom associaties op met de muziek van bands als The Lumineers en The Lone Bellow en dat zijn bands die ik hoog heb zitten.
De mooie stemmen op het album van Birdtalker komen van het echtpaar Dani en Zack Green, die de band een paar jaar geleden formeerden. Beiden zijn voorzien van een warm en krachtig stemgeluid en de twee weten elkaar ook fraai te versterken. Persoonlijk had ik graag een nog grotere rol voor Dani Green gehad, maar je kunt niet alles hebben. Net als bij The Lumineers en The Lone Bellow staat de zang centraal in het geluid, waardoor de stemmen uit de speakers knallen.
In muzikaal opzicht klinkt de muziek van Birdtalker al even krachtig en gepassioneerd. Het tweede album van Birdtalker is voorzien van een groots geluid vol invloeden uit de folk, country, pop en rock. Het doet hier en daar, en zeker in combinatie met de gloedvolle vocalen, bijna overdadig aan, maar het volle geluid is ook de kracht van de muziek van Birdtalker.
Door de instrumentatie en de zang was ik vrijwel onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van de muziek van de band uit Nashville, maar Birdtalker maakt ook nog eens heerlijk melodieuze muziek, waardoor de songs van de band zich als een warme deken om je heen slaan. De songs van Birdtalker zijn niet alleen zeer melodieus, maar het zijn ook nog eens tijdloze en verrassend veelzijdige songs, die aansluiting vinden bij een aantal decennia popmuziek.
Liefhebbers van bands als The Lumineers en The Lone Bellow zullen als een blok vallen voor de muziek van Birdtalker, maar ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en liefhebbers van goed gemaakte popmuziek, moeten volgens mij vatbaar kunnen zijn voor de vele charmes van Birdtalker.
Het zijn charmes die er voor zorgen dat het tweede album van de band zich heel makkelijk opdringt, maar ook nu ik het album flink wat keren gehoord heb, ben ik nog lang niet uitgekeken op dit wonderschone album, dat eigenlijk alleen maar beter wordt. Ik ben altijd blij met tips van lezers van deze BLOG, maar deze tip had ik liever een paar weken eerder gehad. Het titelloze tweede album van Birdtalker is er immers een die ik graag had opgenomen in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Birdtalker - Birdtalker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Birdtalker - Birdtalker
Birdtalker uit Nashville, Tennessee, overtuigt met geweldige stemmen, volle klanken, uiteenlopende invloeden en vooral met melodieuze songs die zich genadeloos opdringen
Ik heb het tweede album van de Amerikaanse band Birdtalker een maand of drie geleden over het hoofd gezien, maar dankzij aanhoudende tips heb ik het album toch nog opgepikt. Daar heb ik geen seconde spijt van gehad, want het titelloze album van Birdtalker is een fantastisch album. Het is een album dat zich laat beïnvloeden door pop, rock en roots, dat niet vies is van een groots en meeslepend geluid, dat vol staat met tijdloze en melodieuze songs en dat ook nog eens imponeert met geweldige stemmen. Na één keer horen was ik verkocht, maar sindsdien is mijn liefde voor de muziek van Birdtalker alleen maar gegroeid. Tot enorme hoogten kan ik wel zeggen.
Ik heb, mede naar aanleiding van mijn jaarlijstje, de afgelopen anderhalve week nogal wat tips binnen gekregen van lezers van deze BLOG. Verreweg het meest genoemde album tussen al deze tips is het titelloze album van de Amerikaanse band Birdtalker. Ik ben het in oktober verschenen album wel een paar keer tegengekomen bij het uitpluizen van de lijsten met nieuwe albums, maar ik heb het album in de weken na de release niet beluisterd. Toen ik dat na een aantal tips van lezers alsnog deed, begreep ik direct waarom ze zo enthousiast zijn over het album. Het is overigens het tweede album van de band uit Nashville, Tennessee, die in 2018 debuteerde met One.
Bij een band uit Nashville denk ik in eerste instantie aan wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek of anders aan hitgevoelige countrypop, maar in beide hokjes hoort de muziek van Birdtalker niet thuis. De Amerikaanse band verwerkt wel wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar muziek, maar past hier en daar ook wel in de hokjes indierock en pop.
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van de mooie stemmen op het album en van de volle en warme klanken. Bij eerste beluistering riep het tweede album van Birdtalker bij mij daarom associaties op met de muziek van bands als The Lumineers en The Lone Bellow en dat zijn bands die ik hoog heb zitten.
De mooie stemmen op het album van Birdtalker komen van het echtpaar Dani en Zack Green, die de band een paar jaar geleden formeerden. Beiden zijn voorzien van een warm en krachtig stemgeluid en de twee weten elkaar ook fraai te versterken. Persoonlijk had ik graag een nog grotere rol voor Dani Green gehad, maar je kunt niet alles hebben. Net als bij The Lumineers en The Lone Bellow staat de zang centraal in het geluid, waardoor de stemmen uit de speakers knallen.
In muzikaal opzicht klinkt de muziek van Birdtalker al even krachtig en gepassioneerd. Het tweede album van Birdtalker is voorzien van een groots geluid vol invloeden uit de folk, country, pop en rock. Het doet hier en daar, en zeker in combinatie met de gloedvolle vocalen, bijna overdadig aan, maar het volle geluid is ook de kracht van de muziek van Birdtalker.
Door de instrumentatie en de zang was ik vrijwel onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van de muziek van de band uit Nashville, maar Birdtalker maakt ook nog eens heerlijk melodieuze muziek, waardoor de songs van de band zich als een warme deken om je heen slaan. De songs van Birdtalker zijn niet alleen zeer melodieus, maar het zijn ook nog eens tijdloze en verrassend veelzijdige songs, die aansluiting vinden bij een aantal decennia popmuziek.
Liefhebbers van bands als The Lumineers en The Lone Bellow zullen als een blok vallen voor de muziek van Birdtalker, maar ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en liefhebbers van goed gemaakte popmuziek, moeten volgens mij vatbaar kunnen zijn voor de vele charmes van Birdtalker.
Het zijn charmes die er voor zorgen dat het tweede album van de band zich heel makkelijk opdringt, maar ook nu ik het album flink wat keren gehoord heb, ben ik nog lang niet uitgekeken op dit wonderschone album, dat eigenlijk alleen maar beter wordt. Ik ben altijd blij met tips van lezers van deze BLOG, maar deze tip had ik liever een paar weken eerder gehad. Het titelloze tweede album van Birdtalker is er immers een die ik graag had opgenomen in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Birdy - Beautiful Lies (2016)

4,0
0
geplaatst: 6 mei 2016, 19:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Birdy - Beautiful Lies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was vijf jaar geleden zeer gecharmeerd van het titelloze debuut van de destijds pas 15 jaar oude Britse zangeres Birdy. Ook het twee jaar later verschenen Fire Within vond ik, ondanks het vollere geluid, direct een prima plaat.
Onlangs verscheen de derde plaat van het alter ego van Jasmine van den Bogaerde en bij eerste beluistering overheerste bij mij de teleurstelling.
Het mooie breekbare van Birdy leek verdwenen en had plaats gemaakt voor een overvolle productie en een focus op hitgevoelige pop.
Toch wel enigszins tot mijn verbazing kon Beautiful Lies vervolgens rekenen op verrassend positieve recensies. Ik heb daarom besloten om de derde plaat van Birdy een nieuwe kans te geven en dat bleek al snel terecht. Beautiful Lies is immers een prima plaat, die opnieuw laat horen dat Jasmine van den Bogaerde een uitzonderlijk talent is.
Verwacht echter geen logisch vervolg op de vorige twee platen, want dan zal Beautiful Lies flink tegen vallen. Beautiful Lies is een andere plaat dan zijn voorganger en een totaal andere plaat dan het debuut van de Britse zangeres. De producers van de plaat hebben zich flink uit kunnen leven en hebben Beautiful Lies voor een belangrijk deel voorzien van een vol en veelkleurig geluid.
Het is een geluid dat hogere eisen stelt aan de stem van Birdy, maar daar heeft Jasmine van den Bogaerde geen problemen mee. Birdy is de afgelopen jaren volwassen geworden en dat geldt ook zeker voor haar stem. De breekbare stem van de 15-jarige Birdy heeft plaatsgemaakt voor de zelfverzekerde stem van een 20-jarige en dat is een wereld van verschil.
Birdy kan met Beautiful Lies de strijd aan gaan met concurrenten als Lorde en Lana Del Rey en kan net als deze concurrenten uit de voeten met hitgevoelige electropop, maar kan ook excelleren in songs met een wat alternatiever geluid. Wanneer Birdy zich kan ontworstelen aan het keurslijf van de hitgevoelige pop hoor je af en toe wat van Kate Bush in haar muziek, maar keert ook af en toe de Birdy die we kennen van haar debuut terug.
Natuurlijk hoor ik Birdy het liefst een ingetogen plaat vol tranentrekkers maken, maar dat maakt van Beautiful Lies nog geen slechte plaat. Met bijgestelde verwachtingen en een open blik vind ik de derde van Birdy inmiddels een hele mooie plaat, die overigens meer ingetogen momenten bevat dan ik bij eerste beluistering heb ervaren. Ik ben nu al benieuwd wat de volgende stap van Birdy zal zijn. Kan alle kanten op volgens mij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Birdy - Beautiful Lies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was vijf jaar geleden zeer gecharmeerd van het titelloze debuut van de destijds pas 15 jaar oude Britse zangeres Birdy. Ook het twee jaar later verschenen Fire Within vond ik, ondanks het vollere geluid, direct een prima plaat.
Onlangs verscheen de derde plaat van het alter ego van Jasmine van den Bogaerde en bij eerste beluistering overheerste bij mij de teleurstelling.
Het mooie breekbare van Birdy leek verdwenen en had plaats gemaakt voor een overvolle productie en een focus op hitgevoelige pop.
Toch wel enigszins tot mijn verbazing kon Beautiful Lies vervolgens rekenen op verrassend positieve recensies. Ik heb daarom besloten om de derde plaat van Birdy een nieuwe kans te geven en dat bleek al snel terecht. Beautiful Lies is immers een prima plaat, die opnieuw laat horen dat Jasmine van den Bogaerde een uitzonderlijk talent is.
Verwacht echter geen logisch vervolg op de vorige twee platen, want dan zal Beautiful Lies flink tegen vallen. Beautiful Lies is een andere plaat dan zijn voorganger en een totaal andere plaat dan het debuut van de Britse zangeres. De producers van de plaat hebben zich flink uit kunnen leven en hebben Beautiful Lies voor een belangrijk deel voorzien van een vol en veelkleurig geluid.
Het is een geluid dat hogere eisen stelt aan de stem van Birdy, maar daar heeft Jasmine van den Bogaerde geen problemen mee. Birdy is de afgelopen jaren volwassen geworden en dat geldt ook zeker voor haar stem. De breekbare stem van de 15-jarige Birdy heeft plaatsgemaakt voor de zelfverzekerde stem van een 20-jarige en dat is een wereld van verschil.
Birdy kan met Beautiful Lies de strijd aan gaan met concurrenten als Lorde en Lana Del Rey en kan net als deze concurrenten uit de voeten met hitgevoelige electropop, maar kan ook excelleren in songs met een wat alternatiever geluid. Wanneer Birdy zich kan ontworstelen aan het keurslijf van de hitgevoelige pop hoor je af en toe wat van Kate Bush in haar muziek, maar keert ook af en toe de Birdy die we kennen van haar debuut terug.
Natuurlijk hoor ik Birdy het liefst een ingetogen plaat vol tranentrekkers maken, maar dat maakt van Beautiful Lies nog geen slechte plaat. Met bijgestelde verwachtingen en een open blik vind ik de derde van Birdy inmiddels een hele mooie plaat, die overigens meer ingetogen momenten bevat dan ik bij eerste beluistering heb ervaren. Ik ben nu al benieuwd wat de volgende stap van Birdy zal zijn. Kan alle kanten op volgens mij. Erwin Zijleman
Birdy - Young Heart (2021)

4,0
0
geplaatst: 24 juni 2021, 16:47 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Birdy - Young Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Birdy - Young Heart
Ik moest er weer lang aan wennen, maar uiteindelijk weet Birdy me toch weer te betoveren met een mooi en sfeervol album dat laat horen dat ze in muzikaal en vocaal opzicht volwassen is geworden
Bij vluchtige beluistering lijkt Young Heart van Birdy wat voort te kabbelen, maar luister net wat beter en je hoort een rijke en bijzonder sfeervolle instrumentatie, waarin de piano van Jasmine van den Bogaerde gezelschap heeft gekregen van flink wat synths en strijkers. Het is een instrumentatie waarin de stem van de Britse singer-songwriter uitstekend tot zijn recht komt. Birdy staat nog altijd garant voor emotievolle en soms wat breekbare vocalen, maar de zang op Young Heart is veel beter dan die op het debuut van Birdy. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar als ik er voor in de stemming ben is Young Heart van Birdy een heel mooi album dat de vroege ochtend of late avond prachtig inkleurt.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van Birdy. Wanneer ik mijn recensies van haar vorige drie albums nalees, zie ik keer op keer dat ik bij eerste beluistering vooral aarzelingen had, maar dat er uiteindelijk toch nog veel op zijn plek viel, zonder dat Birdy echt volledig wist te overtuigen.
Het alter ego van de Britse Jasmine van den Bogaerde kon voor haar eerste twee albums nog rekenen op de minderjarigentoeslag, maar kleine meisjes worden groot. De inmiddels 25 jaar oude Jasmine van den Bogaerde leverde een paar weken geleden met Young Heart haar vierde album als Birdy af.
Het is een album dat bij mij in eerste instantie dezelfde reactie opriep als haar vorige drie albums. Bij eerste beluistering van Young Heart vond ik de nieuwe muziek van Birdy wat braaf of zelfs gezapig en bovendien weinig bijzonder. Zeker niet slecht, maar het sprong er voor mij ook niet uit.
Nu wist ik natuurlijk hoe het de vorige drie albums van de Britse singer-songwriter was vergaan en dat was reden genoeg om het te blijven proberen. Young Heart groeide in eerste instantie tergend langzaam, maar langzaam maar zeker heeft ook het vierde album van Birdy mijn hart gewonnen.
Wanneer ik het nieuwe album van Birdy vergelijk met haar inmiddels tien jaar oude debuut, hoor ik nog maar weinig overeenkomsten. Vooral in vocaal opzicht verschillen het titelloze debuut en Young Heart van elkaar als dag en nacht. Jasmine van den Bogaerde is inmiddels volwassen en dat hoor je in haar stem, die warmer en voller klinkt dan de stem waarmee de 15 jaar oude Birdy tien jaar geleden furore maakte. Het is een stem die wat minder onvast klinkt dan in haar jonge jaren en hoewel Jasmine van den Bogaerde geen heel groot zangeres is, heeft ze wel een aangenaam en ook eigen geluid.
Ook in muzikaal opzicht zijn de verschillen tussen de albums groot. Waar Birdy op haar debuut afwisselend koos voor Spartaanse en juist veel voller klinkende songs, is het geluid op Young Heart behoorlijk consistent. Het is een geluid waarin de piano nog altijd centraal staat, maar Jasmine van den Bogaerde en haar muzikanten hebben ook flink wat keyboards toegevoegd, met een prominente plek voor de mellotron, en hebben het geluid vervolgens verder verrijkt met akoestische gitaren, strijkers en hier en daar wat blazers.
Het is een rijk en gloedvol geluid, dat zich als een warme deken om de stem van Jasmine van den Bogaerde heen slaat, zeker wanneer ze wat kwetsbaarder klinkt. Young Heart klinkt op het eerste gehoor wat zoet en gepolijst, maar na enige gewenning hoor ik toch vooral een tijdloos singer-songwriter album met flink wat invloeden uit de pop.
Het is een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt in de vroege ochtend of late avond, maar het is ook een album dat kwaliteit ademt en dat uiteindelijk veel interessanter is dan ik bij eerste beluistering kon vermoeden. Zowel de instrumentatie als de zang op Young Heart dringen zich bij mij steeds nadrukkelijker op en ook de songs, die Jasmine van den Bogaerde deels schreef met Ian Fitchuk en Daniel Tashian, die ook als muzikant zijn te horen en bovendien de productie voor hun rekening namen, worden bij herhaalde beluistering alleen maar beter.
Young Heart is een oerdegelijk album van Birdy, maar het is ook een album dat flink kan groeien als je er voor in de stemming bent en dat ben ik steeds vaker, waarna Young Heart bijna een uur lang zeer aangenaam vermaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Birdy - Young Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Birdy - Young Heart
Ik moest er weer lang aan wennen, maar uiteindelijk weet Birdy me toch weer te betoveren met een mooi en sfeervol album dat laat horen dat ze in muzikaal en vocaal opzicht volwassen is geworden
Bij vluchtige beluistering lijkt Young Heart van Birdy wat voort te kabbelen, maar luister net wat beter en je hoort een rijke en bijzonder sfeervolle instrumentatie, waarin de piano van Jasmine van den Bogaerde gezelschap heeft gekregen van flink wat synths en strijkers. Het is een instrumentatie waarin de stem van de Britse singer-songwriter uitstekend tot zijn recht komt. Birdy staat nog altijd garant voor emotievolle en soms wat breekbare vocalen, maar de zang op Young Heart is veel beter dan die op het debuut van Birdy. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar als ik er voor in de stemming ben is Young Heart van Birdy een heel mooi album dat de vroege ochtend of late avond prachtig inkleurt.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van Birdy. Wanneer ik mijn recensies van haar vorige drie albums nalees, zie ik keer op keer dat ik bij eerste beluistering vooral aarzelingen had, maar dat er uiteindelijk toch nog veel op zijn plek viel, zonder dat Birdy echt volledig wist te overtuigen.
Het alter ego van de Britse Jasmine van den Bogaerde kon voor haar eerste twee albums nog rekenen op de minderjarigentoeslag, maar kleine meisjes worden groot. De inmiddels 25 jaar oude Jasmine van den Bogaerde leverde een paar weken geleden met Young Heart haar vierde album als Birdy af.
Het is een album dat bij mij in eerste instantie dezelfde reactie opriep als haar vorige drie albums. Bij eerste beluistering van Young Heart vond ik de nieuwe muziek van Birdy wat braaf of zelfs gezapig en bovendien weinig bijzonder. Zeker niet slecht, maar het sprong er voor mij ook niet uit.
Nu wist ik natuurlijk hoe het de vorige drie albums van de Britse singer-songwriter was vergaan en dat was reden genoeg om het te blijven proberen. Young Heart groeide in eerste instantie tergend langzaam, maar langzaam maar zeker heeft ook het vierde album van Birdy mijn hart gewonnen.
Wanneer ik het nieuwe album van Birdy vergelijk met haar inmiddels tien jaar oude debuut, hoor ik nog maar weinig overeenkomsten. Vooral in vocaal opzicht verschillen het titelloze debuut en Young Heart van elkaar als dag en nacht. Jasmine van den Bogaerde is inmiddels volwassen en dat hoor je in haar stem, die warmer en voller klinkt dan de stem waarmee de 15 jaar oude Birdy tien jaar geleden furore maakte. Het is een stem die wat minder onvast klinkt dan in haar jonge jaren en hoewel Jasmine van den Bogaerde geen heel groot zangeres is, heeft ze wel een aangenaam en ook eigen geluid.
Ook in muzikaal opzicht zijn de verschillen tussen de albums groot. Waar Birdy op haar debuut afwisselend koos voor Spartaanse en juist veel voller klinkende songs, is het geluid op Young Heart behoorlijk consistent. Het is een geluid waarin de piano nog altijd centraal staat, maar Jasmine van den Bogaerde en haar muzikanten hebben ook flink wat keyboards toegevoegd, met een prominente plek voor de mellotron, en hebben het geluid vervolgens verder verrijkt met akoestische gitaren, strijkers en hier en daar wat blazers.
Het is een rijk en gloedvol geluid, dat zich als een warme deken om de stem van Jasmine van den Bogaerde heen slaat, zeker wanneer ze wat kwetsbaarder klinkt. Young Heart klinkt op het eerste gehoor wat zoet en gepolijst, maar na enige gewenning hoor ik toch vooral een tijdloos singer-songwriter album met flink wat invloeden uit de pop.
Het is een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt in de vroege ochtend of late avond, maar het is ook een album dat kwaliteit ademt en dat uiteindelijk veel interessanter is dan ik bij eerste beluistering kon vermoeden. Zowel de instrumentatie als de zang op Young Heart dringen zich bij mij steeds nadrukkelijker op en ook de songs, die Jasmine van den Bogaerde deels schreef met Ian Fitchuk en Daniel Tashian, die ook als muzikant zijn te horen en bovendien de productie voor hun rekening namen, worden bij herhaalde beluistering alleen maar beter.
Young Heart is een oerdegelijk album van Birdy, maar het is ook een album dat flink kan groeien als je er voor in de stemming bent en dat ben ik steeds vaker, waarna Young Heart bijna een uur lang zeer aangenaam vermaakt. Erwin Zijleman
BJ Barham - Rockingham (2016)

4,0
0
geplaatst: 26 december 2016, 16:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: B.J. Barham - Rockingham - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
B.J. Barham timmert met zijn band American Aquarium al ruim tien jaar met wisselend succes aan de weg.
Op het in 2015 verschenen Wolves koos de band uit Raleigh, North Carolina, voor een wat steviger en wat minder roots georiënteerd geluid, wat gemengde reacties opriep.
Liefhebbers van meer ingetogen rootsklanken kunnen hun hart ophalen bij beluistering van Rockingham, de eerste soloplaat van B.J. Barham, die naar verluid werd geïnspireerd door de terroristische aanslagen in Parijs in november 2015.
De laatste plaat van American Aquarium deed af en toe wel wat denken aan de muziek van Bruce Springsteen en zijn voltallige E-Street Band. De naam van Springsteen duikt ook bij beluistering van Rockingham meerdere keren op, maar dit keer is zijn soloalbum Nebraska uit 1982 het ijkpunt.
B.J. Barham heeft met Rockingham een uiterst ingetogen soloplaat met vooral invloeden uit de folk en de country afgeleverd. Alle songs op Rockingham vertellen verhalen over het leven op het Amerikaanse platteland in het Zuiden van de Verenigde Staten en net als op Springsteen’s Nebraska zijn het gitzwarte verhalen. Het geeft de plaat een bijzondere lading en het voorziet de songs van de Amerikaan van diepgang.
Vergeleken met Springsteen’s Nebraska is Rockingham een stuk minder sober ingekleurd. B.J. Harman heeft gekozen voor ingetogen maar zeer stemmige en veelkleurige klanken, waardoor zijn eerste soloplaat bijzonder aangenaam klinkt. De criticus zal beweren dat B.J. Barham op zijn eerste soloplaat wel erg nadrukkelijk binnen de lijntjes kleurt, maar voor mij is dit juist de kracht van Rockingham.
B.J. Barham grossiert op Rockingham in tijdloze folk- en countrysongs en het zijn songs die vrij makkelijk onder de huid kruipen. De plaat overtuigt door de aangename en tijdloze klanken heel makkelijk, maar Rockingham is ook een plaat die nog een tijd lang doorgroeit, zeker wanneer de sombere verhalen op de plaat gaan leven.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal niet wereldschokkend, maar wel heel lekker en trefzeker, maar B.J. Barham is nog niet door de sterke wapens heen. Hij beschikt immers over een stem die aangenaam klinkt, maar die ook over het vermogen beschikt om de verhalen over het Amerikaanse platteland te voorzien van emotie. Rockingham maakt je hierdoor deelgenoot van de ellende op het Amerikaanse platteland, waar de situatie sinds Springsteen’s Nebraska alleen maar slechter is geworden.
Rockingham transformeert hierdoor vrij snel van een aangename maar betrekkelijk anonieme rootsplaat in een indringende en doorleefde plaat vol indrukwekkende verhalen, die uiteindelijk indrukwekkender is dan de platen van B.J. Barham’s band. Dat deze al enkele maanden geleden verschenen plaat veel te weinig aandacht heeft gekregen zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: B.J. Barham - Rockingham - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
B.J. Barham timmert met zijn band American Aquarium al ruim tien jaar met wisselend succes aan de weg.
Op het in 2015 verschenen Wolves koos de band uit Raleigh, North Carolina, voor een wat steviger en wat minder roots georiënteerd geluid, wat gemengde reacties opriep.
Liefhebbers van meer ingetogen rootsklanken kunnen hun hart ophalen bij beluistering van Rockingham, de eerste soloplaat van B.J. Barham, die naar verluid werd geïnspireerd door de terroristische aanslagen in Parijs in november 2015.
De laatste plaat van American Aquarium deed af en toe wel wat denken aan de muziek van Bruce Springsteen en zijn voltallige E-Street Band. De naam van Springsteen duikt ook bij beluistering van Rockingham meerdere keren op, maar dit keer is zijn soloalbum Nebraska uit 1982 het ijkpunt.
B.J. Barham heeft met Rockingham een uiterst ingetogen soloplaat met vooral invloeden uit de folk en de country afgeleverd. Alle songs op Rockingham vertellen verhalen over het leven op het Amerikaanse platteland in het Zuiden van de Verenigde Staten en net als op Springsteen’s Nebraska zijn het gitzwarte verhalen. Het geeft de plaat een bijzondere lading en het voorziet de songs van de Amerikaan van diepgang.
Vergeleken met Springsteen’s Nebraska is Rockingham een stuk minder sober ingekleurd. B.J. Harman heeft gekozen voor ingetogen maar zeer stemmige en veelkleurige klanken, waardoor zijn eerste soloplaat bijzonder aangenaam klinkt. De criticus zal beweren dat B.J. Barham op zijn eerste soloplaat wel erg nadrukkelijk binnen de lijntjes kleurt, maar voor mij is dit juist de kracht van Rockingham.
B.J. Barham grossiert op Rockingham in tijdloze folk- en countrysongs en het zijn songs die vrij makkelijk onder de huid kruipen. De plaat overtuigt door de aangename en tijdloze klanken heel makkelijk, maar Rockingham is ook een plaat die nog een tijd lang doorgroeit, zeker wanneer de sombere verhalen op de plaat gaan leven.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal niet wereldschokkend, maar wel heel lekker en trefzeker, maar B.J. Barham is nog niet door de sterke wapens heen. Hij beschikt immers over een stem die aangenaam klinkt, maar die ook over het vermogen beschikt om de verhalen over het Amerikaanse platteland te voorzien van emotie. Rockingham maakt je hierdoor deelgenoot van de ellende op het Amerikaanse platteland, waar de situatie sinds Springsteen’s Nebraska alleen maar slechter is geworden.
Rockingham transformeert hierdoor vrij snel van een aangename maar betrekkelijk anonieme rootsplaat in een indringende en doorleefde plaat vol indrukwekkende verhalen, die uiteindelijk indrukwekkender is dan de platen van B.J. Barham’s band. Dat deze al enkele maanden geleden verschenen plaat veel te weinig aandacht heeft gekregen zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
