MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ana da Silva & Phew - Island (2018)

poster
4,0
Ana Da Silva heeft al jaren ervaring in de muziekscene. Eind jaren zeventig startte ze als zangeres in de door vrouwen bevolkte Britse postpunk band The Raincoats. Zelf is ze geboren in Madeira en haar Portugese roots hoor je later meer terug in haar solo werk. Phew is ook geen onbekende op muzikaal gebied. Geboren onder de naam Hiromi Moritani in Japan, en daar is ze legendarisch te noemen. In het westen is ze vooral bekend door haar samenwerking met leden van Can, Ryuichi Sakamoto, Jah Wobble (Public Image Ltd) en Jim O’Rourke (Sonic Youth). Door collega´s werd ze gezien als koningin van de avant garde, en haar invloed op punkbands was niet te onderschatten. Wat kun je dan verwachten als beide krachten zich samen koppelen? Eigenlijk is het lastig hier een voorstelling van te maken, en ga je al als vooroordeel uit van een ontoegankelijk, moeilijk te plaatsen kunstzinnig experiment.

Islands laat je echter vrij snel al mee voeren naar eindeloze stranden. De drone geeft gelijk al de geheimzinnige zang kleur. Doordat hier de gesproken taal niet voor mij te herleiden is, ervaar je dat alsof je ligt te zonnen op een vreemd strand, waar de buitenlandse tonen een onrustig gevoel mee geven. Minimalistische drums laten je hart kloppen in je keel, de kakofonie aan geluiden versterken het onmachtige hulpeloosheid, alleen een opkomende zandstorm weet tot bedaren te brengen. En toch is het een aangename introductie, er valt een last van af, waardoor er volledig geconcentreerd en vrij van gedachtes naar de rest geluisterd kan worden. Strong Winds gaat verder als een Deep House track, met tegenwerkende percussie slagen, herhalende geluidscirculaties die om het hoofd heen zwermen, overgaand tot een meer krachtig drum and bass getranspireerde exotische rituele uitdrijving.

Communiceren door middel van verschillende culturen lijkt steeds meer centraal te staan. Bij Conversation wordt nog gezocht naar een ingang. Hoog geruis worden gevangen in een tijdsbeeld. Het tikken van de klok kondigt een verandering in sound aan. Muzikaal gezien nog niet helemaal in evenwicht, maar de zoektocht naar de balans zet zich door. Het gesproken Bom Tempo gaat hier dieper op in. Door de Portugese spraakzang lijkt het alsof een Westerse toerist haar indrukken met ons deelt van haar aanwezigheid bij een Japanse matsuri. Een leeuwendans met grote indrukwekkende maskers en veel kleurige praalwagens. Onweer in combinatie met gongslagen, het ritme nodigt uit om in vertraagde pas de massa te volgen. Tussen het feestelijke gebeuren ook geweerschoten op de achtergrond, of juist vervaagd vuurwerk.

Bij Stay Away gaan Ana Da Silva en Phew weer terug naar de basis, al is hier de rust geëlimineerd. Een andere collage aan bizarre geluiden nemen het over. Er wordt flink gedraaid aan de effectknoppen, waardoor opgesloten klanken weten te ontsnappen. Dan is Here to There een stuk toegankelijker. Hierbij wordt eerder aan de ambient en triphop uit de jaren 90 gedacht. Broeierig op een gemakkelijk te vatten manier. Lekker licht in verhouding tot het grotendeels zwaarder werk. Mooie uitloop met de drum op het einde. Het spookachtige Konnichiwa! sluit zelfs sterk aan bij de meer experimentele postpunk van begin jaren tachtig. Gedurfd gebruik van de mogelijkheden die keyboard en synthesizer te bieden hebben. Een drumcomputer die hierbij een lekkere inheemse flow toevoegt. Toch is de sfeer door het gebruik van de keyboard meer Oosters georiënteerd.

The Fear Song heeft iets griezeligs. Snel wordt vocaal de nacht verwelkomt om vervolgens te vervallen in totale duisternis. Door mij worden de nachten als heerlijk ervaren, maar blijkbaar is bijna iedereen bang om te gaan slapen. Nachtmerries en het niet meer kunnen ontwaken bij daglicht zijn terugkomende items die dit nare gevoel op roepen. Een demonische bezeten stem maakt de weg voor je vrij, al wordt er blijkbaar met regelmaat een verkeerde afslag genomen. Drones die overgaan in ontregelde noise. Een sterke opbouw, die het beklemmende goed weet te verwoorden. Met Dark But Bright volgt het escapisme van de eilanden. Niet achterom kijkend, de vrijheid tegenmoed zwevend. Vertrouwde vogels fluiten je toe. Ver weg van het gevaar in een mooi avant gardisch eindspel, waar het vaker terug komende rust centraal lijkt te staan.

Een mix tussen avant garde en electronic, waarbij ik had verwacht dat je juist de culturele achtergronden van beide dames meer terug zou horen. Het doet echter een stuk minder Westers en Oosters aan. Geen Portugese fado als basis en ook bijna geen Britse postpunk waarin Ana Da Silva haar achtergrond heeft. Ook hoor je de Japanse invloeden van Phew niet sterk terug, en laat ze een meer openbaar gestructureerde sound horen. Minder rebels en vooruitstrevend dan hun pionierswerk, maar wel met genoeg spanning.

Ana da Silva & Phew - Island | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anathema - A Natural Disaster (2003)

poster
4,0
De eerste keer dat ik kennis maakte met de naam Anathema was toen Doornroosje in 2009 aankondigde dat ze daar op 22 september dat jaar zouden optreden.
Ik heb nog overwogen om er heen te gaan, er waren zoals ze toen vermelden raakvlakken met Tool, Pink Floyd, Jeff Buckley, Radiohead, maar ook Paradise Lost en My Dying Bride; een veelzijdige band.
Toch geen kaartjes gekocht, maar deze naam wel altijd onthouden.
Nu werd laatst deze band mij via Riverside getipt; en lag de box met albums Judgement, A Fine Day to Exit en A Natural Disaster voor een redelijke prijs in de winkel.
Judgement had ik ondertussen al gehoord, en die beviel al prima, vervolgens luisterde ik naar A Fine Day; hetzelfde verhaal, maar bij A Natural Disaster viel alles helemaal op zijn plek.
Misschien komt het wel doordat ik hier al de eerder genoemde invloeden van de eerder genoemde bands terug hoor.
Muzikaal is het niet de hele tijd een geheel, maar ik stond regelmatig versteld van het feit dat dit allemaal door dezelfde band gespeeld werd.
Harmonium is de aankondiging van de herfst; de omslag van het broeierige naar het kille koude; als een regenbui gevolgd door een overvloed aan mist; bijna filmmuziek voor de het of andere Tolkien sprookje.
In Balance hoor ik veel Radiohead terug, de zang gaat ook meer de hoogte in; meer experimenteel, met de nodige elektronische geluidsexplosies.
Closer sluit hier perfect op aan; de overgang verloopt zo soepel, waardoor je denkt dat je nog steeds met hetzelfde nummer te maken hebt.
Ik weet niet of iemand hier bekend is met Silver Rocket van Sonic Youth?
Daar doet het mij erg aan denken, wel een stuk rustiger, maar voor mij duidelijk hoorbaar.
Are You There? Heeft ook die Radiohead vibe, maar het gitaarspel maakt hier wel het onderscheid.
Het blijft allemaal dromerig in Childhood Dream; het ultieme Sigur Rós achtige rustpunt halverwege.
Vanaf Pulled Under at 2000 Metres a Second hoor je een verandering in het geluid; tot nu toe was het gewoon een goed album, maar door die onverwachte System of a Down achtige overgang wordt het wel steengoed. Dit had ik helemaal niet zien aankomen, totale verwarring; is dit echt dezelfde band?
Om mij nog meer van slag te brengen hoor ik opeens een zangeres in A Natural Disaster, maar dan weer niet in de stijl van Epica of een Within Temptation, eerder meer richting Portishead, dus ook verrassend en iets wat je totaal niet verwacht.
Alsof ze op zoek waren naar een zangeres, en drummer John Douglas zegt, dat hij een zus heeft, die wel een beetje kan zingen; neem ze morgen maar mee, misschien kan ze wel iets betekenen.
Het klinkt allemaal zo vanzelfsprekend; gemoedelijk bijna; alles klopt op dit plaatje, en je voelt totaal geen druk.
Alsof het daadwerkelijk zo eenvoudig gelopen is.
Bij Flying is er weer rust, en door de samenzang moet ik wel weer aan een System of a Down denken.
Gooi er vervolgens nog een ballad tussendoor in de vorm van Electricity; toe maar!
Dit ontbrak nog aan het geheel; inclusief Pink Floyd geluidjes.
En dan denk je dat ze met Violence op een gewelddadige manier het album gaan afsluiten, hoor je juist sfeervolle pianomuziek.
De overgang verloopt weer perfect, maar bij een album als dit had ik ook niet anders verwacht.
Prachtig hoe een bijna speedmetal achtige drum begeleiding zo goed, en totaal niet storend en overheersend een element in het geheel kan vormen.
Eigenlijk is Violence bijna een compacte samenvatting van A Natural Disaster te noemen; het huwelijk tussen metal en klassiek.
Net als Paradise Lost hoor je een totaal ander geluid dan in hun beginperiode; ze starten beide op hetzelfde perron, maar gaan vervolgens ieder naar een ander eindstation.
Een ongelofelijke reis.

Anathema - Judgement (1999)

poster
4,0
Vrij donkere herfstmuziek.
Echt hard wordt het nergens, maar de dreiging van een duistere onweersbui blijft aanwezig.
Door de keyboard moet ik zelfs regelmatig aan Disintegration van The Cure denken, ook zo´n druilerige, depressief klinkende brok emoties.
Voor velen zal dit een vreemde vergelijking zijn, voor mij juist een heel doeltreffende.
Het vooroordeel dat progressieve rock voornamelijk bestaat uit eindeloze synthesizer gepiel en de een na de andere gitaarsolo moet ik nu eindelijk eens los laten.
Waarom ik albums van Pink Floyd en Marillion meestal beter vind, komt omdat daar regelmatig het muzikale thema mooi vaker terug komt, maar misschien is Judgement dan niet het beste startsein geweest om mee te beginnen.
Parisienne Moonlight spreekt mij sterk aan vanwege de zangeres die opeens uit het niks opduikt, doet mij denken aan The Gathering in hun pre Anneke periode, maar ook zelfs aan een meer Gothic georiënteerde band als The Mission.
Emotional Winter heeft in dat herhalende echo achtige weer duidelijk Pink Floyd invloeden, zoals bekend van The Dark Side Of The Moon.
Blijkbaar heeft Anathema zijn oorsprong in de doommetal, maar dat hoor ik vrijwel niet meer terug, ik weet hoe een Paradise Lost zich ontwikkelde, daarbij was dat element op een bepaald moment ook geheel vervaagd.
Ga ik de reis vervolgen met de getipte We're Here Because We're Here en Weather Systems, of toch op zoek naar de oorsprong in het minder gewaardeerde Serenades.
De interesse is in ieder geval gewekt.

Anathema - Weather Systems (2012)

poster
4,0
Deze band blijft mij verbazen.
Untouchable, Part 1 begint bijna Fleetwood Mac (Big Log) achtig, en als de zang de hoogte in gaat moet ik gelijk aan Midge Ure van Ultravox denken.
Gedurende de rest van de plaat klinkt de zanger ook regelmatig als Roland Orzabal van Tears For Fears.
Duidelijk een jaren 80 postpunk vibe.
Ik heb nu verschillende Anathema albums gehoord, maar ik ken geen andere band die zich telkens zo weet te vernieuwen, het lijkt wel of ze echt alles kunnen.
Untouchable, Part 2 sluit hier wel weer goed op aan, maar klinkt weer zo totaal anders.
Heel mooi allemaal, al krijg ik wel de indruk dat ze hiermee wel heel erg op het grote publiek mikken.
Het meest toegankelijke werk dat ik tot nu toe van ze gehoord heb.
Wat mij wel opvalt bij het werk van Anathema, is dat het allemaal herfstplaten zijn.
Niet treurig, absoluut niet, maar wel muziek die je aan zet met druilerig weer, en als de blaadjes van de bomen vallen.
Dat is misschien wel de enige manier hoe ik Anathema kan benoemen; sfeervolle herfstmuziek.
Ik blijf mij verbazen dat juist bands die hun oorsprong in de doommetal hebben zich vaak het meeste ontwikkelen tot een veelzijdig geluid.
Onbewust ga je toch hun albums met elkaar vergelijken, maar dat moet je eigenlijk niet doen.
Het zijn allemaal meesterwerken met allemaal een andere invalshoek.
De aardappeleters van Van Goch is ook totaal anders dan zijn Zonnebloemen schilderij.
Toch vind ik Weather Systems minder sterk dan Judgement en A Natural Disaster.
Weather Systems ligt qua spelen wel tegen perfectie aan, maar juist die onverwachte wendingen die op die andere albums aanwezig waren, mis ik hier een beetje.

And They Spoke in Anthems - Money Time (2019)

poster
4,0
Het is te gemakkelijk om And They Spoke in Anthems te presenteren als het eenmansproject van Arne Leurentop. Natuurlijk is hij op Money Time de alles bepalende kracht, maar heeft hij de hulp ingeroepen van een hele berg aan ervaringsdeskundigen die de instrumenten perfect beheersen. Vijf jaar na June is hier dan eindelijk de opvolger. Nog meer een schemerlamp plaat met standje dimlicht. Het desolate leven van een popartiest die na een geweldig concert eenzaam de nachten doorbrengt in een luxe hotelkamer. Waar velourse rode vloerbedekking tegen de muren omhoog kruipt, en bij het bereiken van het plafond pas weet te stoppen. Als begin dertiger weet deze Antwerpenaar een schimmig sfeertje neer te zetten. De songs verraden door hun karakter al dat er voornamelijk tot de nachtelijke uurtjes aan gewerkt is. Voorzichtig en breekbaar begeleid, om de buren niet te ontwaken. Als de dagelijkse sleur weer wordt ingezet, lijkt Leurentop zich als een kluizenaar terug te trekken. Sterk overheerst hier de liefde voor het nachtleven.

Zo donker voelt ook het met jazz gevoede Soul of Man aan. Diep in zichzelf gaande naar de kern. En ondanks dat het vooral de duisternis is die hier heerst, komt het niet zwaarmoedig over. Oorspronkelijk zijn het best toegankelijke pop pareltjes, het is de benadering en keuze van de klankkleur van de instrumenten zoals in Leaving You Cold die het afmaakt. Veel donkerblauw, bordeaux rood en zwart. Bij Message from the Future stappen we binnen in een vintage zwart-wit movie. Het korrelige filmbeeld krijgt een hedendaagse behandeling door de toevoeging van geluid aan de stomme beelden. Muziek welke probleemloos te plaatsen valt in de jaren vijftig. Het galmende Dialogue for Pieces gaat langzaam over in een voort denderende popsong, met gitaren die al rockend steeds meer de vocalen van Leurentop op eisen. Om vervolgens in alle rust af te ronden. De akoestische tot aan het bot afgekloven benadering van One Wish is meer experimenteel gericht. Een tweede stem die zich statisch als een aangename stoorzender tussen weet te mengen geeft een mooie aanvullende waarde.

Zelfs op de momenten dat de gordijnen zich langzaam openen in Light & Distance , en de ruimte voorzichtig gevuld worden met zonlicht weet And They Spoke in Anthems nog steeds te overtuigen. De doordachte swing in Longer Days – Longer Nights roept iets rokerigs op. Hoogopgeleide elite die schijt hebben aan de opgelegde regels en achter gesloten clubdeuren hun eigen feestje beleven. In slow motion wordt er achter uit gedanst, een ritmische klok weerklinkt om de tijd terug te draaien naar de bruisende jaren negentig. Het is duidelijk dat Arne Leurentop een liefhebber is van de latere The Beatles sound, want deze invloeden weerspiegelen in het titelstuk Money Time. Veel groter van opzet, met heerlijke koortjes en een flinke dosis aan happiness met zelfs een enthousiaste vreugdekreet van de trompet bespeeld door Sam Vloemans, waarvan bekend is dat hij de zomer uit zijn blaasinstrument kan laten weerklinken. In het stoffiger en grauwer bespeelde bedwelmende spookachtige Hollow Parade wordt er flink naar lucht gehapt. Astmatisch verstikkend worstelen we ons door het bevreemde nevelige stijlvolle werkstuk. De kosmische afsluiter Always Alone laat ons weer aarden. Nog een keer gebruik makend van de kopstem om vervolgens in een dagdroom weg te ebben.

And They Spoke in Anthems - Money Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

André Hazes - 'n Vriend (1980)

poster
3,0
Dit album heb ik vroeger regelmatig vervloekt.
Mijn ouders hadden een groot aantal Nederlandstalige albums waaronder Doe Maar, Drukwerk, Toontje Lager en Het Goede Doel.
Helaas ook acts als André Hazes en Benny Neyman.
Maar ondertussen ben ik de waarde van dit album wel gaan begrijpen.
Met 'n Vriend en opvolger Gewoon André wist hij zich bij een groot publiek in de armen te sluiten.
Mijn voorkeur gaat meer uit naar ’n Vriend.
Behalve de smartlapliefhebber kon ook de Nederpopman dit waarderen.
De teksten sloten zeker aan bij het kille gevoel van de jaren 80.
Vergelijk Het Is Koud Zonder Jou maar met Love Will Tear Us Apart van Joy Division.
Meer raakvlakken dan je zal verwachten.
Ook Hazes heeft net als Ian Curtis geen gemakkelijk leven gehad.
Slecht lopende relaties, vluchtgedrag in de drank.
Verraad door je beste vriend.
Teveel ellende wat iemand kan verdragen.
Op de een of andere manier komt dit directer aan.
Schrijven over liefdesverdriet kan bijna iedereen.
Maar om hier juist je trots apart te zetten, om vervolgens de ziel open te stellen.
Dat is wel een ander verhaal.
Begin jaren 80 lag op een onderwerp als scheiding meer taboe.
Tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld om over te praten.
Ik geloof zeker dat dit album troost kan bieden.
Al zal de behoefte om naar de fles te grijpen tevens aanwezig zijn.
Nummers waarbij het sentiment het wint van het verstand zijn 'N Vriend, Het Is Koud Zonder Jou en Wat Is Dan Liefde.

Andrew Bird - My Finest Work Yet (2019)

Alternatieve titel: MFWY

poster
4,5
Met het gefluit op Sisyphus vervangt Andrew Bird in principe de mondharmonica door hiermee een soortgelijk folk gevoel neer te zetten. Het is te gemakkelijk om een opmerking over zijn achternaam te plaatsen, dus dat doe ik niet. Beschouw het als een vermogen vergelijkbaar met het geluk om een goede stem te bezitten; hij heeft beide. Toch ben ik hier over het algemeen zeker geen liefhebber van, en de in de jaren zeventig gedoopte opener heeft het ook niet zozeer nodig. Och, het zal een van de weinige personen zijn waarbij vrouwen dit tolereren, zonder hem hiervoor aan te klagen. De gemiddelde puisterige hipster zal smelten bij zijn zelfverzekerde donkere doordringende ogen. Het zou prima passen op een western soundtrack van een goed gehumeurde Ennio Morricone. Bij mij gaat het vooral om de songs op My Finest Work Yet, en die zijn zoals vanouds overtuigend goed. Het is wel een pretentieuze titel, welke zelfs een Tenacious D met hun zelfspot niet zou durven te gebruiken. Zo, nu zijn de twee grootste afknappers genoemd, en kan er stil gestaan worden bij het zestiende album van deze singer songwriter uit Illinois.

Andrew Bird probeert met de opnametechnieken aansluiting te vinden bij de hoog gewaardeerde bards uit halverwege vorige eeuw. Het warme geluid wordt gevangen in een decor van heimelijke nostalgie naar de eerste goed geproduceerde stereo platen. Een vergeeld door nicotine versierd gouden laagje die essentieel in de tijdsgebonden studio’s terug te vinden is. Het pianospel geeft het een trieste ondertoon die treffend de droefgeestige sound versterkt. Nog meer laat hij je wegdromen in de mellow psychedelische geluiden van Bloodless. Mooi hoe hij hier als vriendendienst ondersteund wordt door prachtige backing vocalen en een bijna tijdloos filmisch arrangement. Dit is zoals triphop hoort te klinken als deze niet uit een leeg geplunderde platenkast komt. Overtuigend neemt de soulvolle Andrew Bird vervolgens weer het heft in handen, om het krachtig een passend einde te verzorgen met zijn kenmerkend vioolspel. Het getokkel op Olympians komt door zijn klassieke veelzijdige geschooldheid tot zijn recht. Dat hij niet de hele tijd ingetogen wil klinken bewijst de hosanna achtige hoge uitroep halverwege. De weg naar de hemel wil hij verkorten in het sfeervolle Cracking Codes, waar het meer ingetogen gefluit wel wil binnen komen. Vol verwachting luister je naar de ontwikkeling van het meer gedurfde Fallorun; inclusief zijn mysterieuze kitscherige bijklanken. Het kleurt echter prima bij dit grootst opgezette project, net als de ritmische overgangen. Echt verdwalen doe je in het muzikale landschap Archipelago waar Bird melancholisch zijn viool het grotendeel van de arbeid laat verrichten.

Door slagwerk welke als het tikken van een aftellende tijdsklok Proxy War inluid ervaren we het ouder worden van geest en ervaring. De intimiteit van Tyler Chester achter de piano doordrenkt de vintage benadering. Het zowat vrolijke niemands dalletje Manifest probeert dicht bij de kern te blijven. Waar Madison Cunningham als mede vocalist laat horen dat haar aandeel meer is dan de vermelde naam in de lay-out van bijdragende muzikanten. De overgang naar het zwaardere tragiek van Don The Struggle geeft Bird de mogelijkheid om meer van zijn intensiteit te laten horen. Verrassend in de klinkslag naar het versnellende tussenstuk, wat meerdere luisterbeurten vraagt om hiervan de waardering te durven uitspreken. Deze manische uitspatting had ook zeker achterwege mogen blijven. Eindpassage Bellevue Bridge Club heeft de puurheid van dragende folk, met hierbij de gelukkig geprezen zalige meerstemmige achtergrondzang. Ondanks dat ik moeite blijf houden met de naam die Andrew Bird zijn laatste werkstuk mee geeft, kan er van deze zijde niet ontkend worden dat hij een van de beste platen van het jaar aflevert.

Andrew Bird - My Finest Work Yet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Andy Bell - Pinball Wanderer (2025)

poster
4,5
Met de goed ontvangen Ride plaat Interplay in de pocket en een tournee met Oasis in het vooruitzicht, verwacht je niet dat Andy Bell nog tijd in zijn agenda over heeft. Toch benut hij tussenliggende periode om aan zijn derde soloplaat Pinball Wanderer te sleutelen. Als één van de pioniers van de shoegazer beweging grijpt hij vooral naar het vroeg jaren negentig heersende Madchester geluid terug en laat hij zich tevens door de Krautrock sturen. Zijn Oasis maatje Gem Archer neemt tevens in de studio plaatst en helpt hem met de afronding van Pinball Wanderer.

Hoe mooi is het dan dat Neu! kopstuk Michael Rother zijn medewerking aan Pinball Wanderer verleent. Het is wel wat voorzichtig en bescheiden, maar samen met triphop zangeres Dot Allison kleurt hij mede I’m in Love.. in. Dat dit een herbewerking van de The Passions klassieker I’m In Love With A German Film Star is, mag de pret niet drukken. Ze laten alle waardigheid intact en poetsen dit new wave pronkstuk enkel op.

Daarvoor opent Pinball Wanderer al sterk met de draaikolk aan soundeffecten; Panic Attack genaamd. Het is de Ride erfenis om in deze hectiek aan geluidsgolven juist die rust te bewaken. Het is nogmaals het besef hoe belangrijk deze band is geweest. Hij benoemt de angsten van een dreigende burn-out in een vastgelopen maatschappij. De kracht zit hem echter in zijn rol als gids om je ongedwongen de juiste koers te laten volgen. Een prachtige aftrap van een muzikant die vrijwel de hele plaat alleen in zijn afgesloten bubbel heeft ingespeeld.

Na de luie achterover leunende Bossanova shoegazer klanken van Madder Lake Deep hoor je dat overduidelijk in het Apple Green Ufo hoogtepunt terug. Dan besef je pas zijn belang als bassist in de Oasis reünie. Apple Green Ufo funkt als het betere The Stone Roses werk. Zelden komt een muzikant zo dicht bij die kern in de buurt, om deze te evenaren, zelfs bijna te overstijgen.

Deze acidtrip wekt zowat dezelfde luisterervaring als Fools Gold op. Ritmische pompende dansbare grooves die je in een bovennatuurlijke staat van extase brengen. Koortsig met onvatbare teksten, die dan ook niet veel voorstellen. Het verschil zit hem in de tetterende soulblazers, die stotend hakkend solerend voor de nodige gekte zorgen. Pas daarna ontstaat er voldoende ruimte voor de duizelingwekkende gitaarakkoorden, welke dan ook ruimtelijk benut worden.

Het retro sixties gekleurde instrumentale Pinball Wanderer titelstuk voegt er heerlijke vrolijke zomerdauw fluitpartijen aan toe en baadt in een verkoelend badje aan slidegitaar uithalen en weer dat sterk staaltje aan die kenmerkende drukkende basakkoorden. Misschien is de overgang naar de Krautrock synthesizerbliepjes van het suikerstroperige Music Concrete wat onwennig. Het repeterende Music Concrete zinsdeel linkt overduidelijk naar Kraftwerk, al bezit de stem van Andy Bell niet die statische hardheid, maar klinkt hij juist zalvend zacht.

Het bezinnende kosmische The Notes You Never Hear geeft aan dat je nooit het geloof in jezelf moet verliezen en altijd je eigen koers moet blijven varen. Een duidelijke korte krachtige boodschap. Het prettig rondcirculerende Anahata Nada van het Space Station Mantra gevaarte stelt verbaal niks voor, en schijnbaar is dit ook de opzet van het afsluitend geheel. Eigenlijk vat de Space Station Mantra titel het perfect samen. De ruimtereis komt tot een einde, maar nodigt voldoende uit om Pinball Wanderer op repeat te zetten.

Andy Bell - Pinball Wanderer | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Andy Frasco & The U.N. - Change of Pace (2019)

poster
3,0
Andy Frasco noemt zichzelf een feestvierende blueszanger, nou dat blueszanger omvat absoluut niet al zijn kunnen, maar het vermogen om het publiek in beweging te krijgen voldoet wel degelijk. Zijn invloeden zijn stukken breder te noemen. Change Of Page bevat een groot scala aan stijlen, waar deze frontman als iemand met een hoog ADHD gehalte zichzelf al springend doorheen walst. Het werkt allemaal heel aanstekelijk, al vergt het wel erg veel energie. Leuk om je met een zomers festival met een grote groep vrienden al hossend mee te vermaken. Dat in Los Angeles vrijwel altijd de zon schijnt, hoor je dus sterk terug. Maar dat de verschillende culturen daar een broeiende sfeer weten op te roepen, vormt ook een herkenbare invloed. Andy Frasco & The U.N. wil verbroederen, een gezamenlijke eenheid vormend, waarbij afkomst geen rol speelt. Muziek is universeel, en laat zich niet in hokjes plaatsen. Het is een groot volwassen speelparadijs waar er kosteloos geshopt kan worden. Na Happy Bastards is Change Of Page het tweede album op het label Fun Machine Records welke toepasselijk die juist gekozen naam draagt.

De openingstrack Change Of Page weet zich onder te dompelen als een prettige gospel, waarbij de rauwe aftrappende percussie nog wel het blues gevoel weet op te roepen. Als harde werkers manifesteren ze die oer sound in het volgende vrolijke geheel. Dat hier alles uit de kast geplunderd wordt om aan dit beeld te voldoen is overduidelijk. Prettige vrouwelijk Praise The Lord backings met een hoog halleluja gehalte, waarna Andy Frasco als herborene de doop van zijn nieuw geborene aan het publiek weet te presenteren. Het moet allemaal niet te moeilijk of complex worden. Het amusementsgehalte blijkt de belangrijkste drijfveer. Als daarvoor blazers nodig zijn, dan worden deze toegevoegd. Een funky rinkelende gitaar? Ook prima! Door de onbezorgdheid verlang je naar hete zomeravonden, dansen tot de zon onder gaat, een verfrissend drankje, en vervolgens weer verder gaan met bewegen tot de eerste zonnestralen zich weer aandienen. De plaat is een aangename zoektocht naar liefde, geluk en een overdosering aan vrolijkheid.

Bij de swingende nummers zou het publiek moeten reageren als een kolkende flashmob. Elkaar aansporen om tot beweging over te gaan. Bij de soulvolle gospelsongs staat de eeuwige verbintenis centraal. Alles daartussen in wordt door toegevoegde blazers aan elkaar gegoten, met hier en daar een verfrissend orgeltje. Een polka in Don’t Let the Haters Get You Down, waar in plaats van de wodka de tequila de kelen smeert. Zonnige New Wave in Love, Come Down. Soul die tegen de ska aan schuurt in Find A Way. In de oververhitte snelkookpan mag vrijwel elk ingrediënt toegevoegd worden om tot een smeuïg geheel te komen. Een zeer relaxte plaat, waar ze niet mee afwijken van het debuut. Nu hoop ik dat Los Angeles een koude, regenachtige zomer tegenmoed gaat, met genoeg inspiratie voor een chagrijnige snipverkouden Andy Frasco. Dit kunstje kennen we nu ondertussen wel. Voor een langere houdbaarheidsdatum mag nu wel een andere weg ingeslagen worden.

Andy Frasco & The U.N. - Change of Pace | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Angel Olsen - Aisles (2021)

poster
4,0
De Amerikaanse singer-songwriter Angel Olsen is een veelzijdige kameleon die zich met gemak aanpast aan het leefklimaat waarin haar songs tot ontwikkeling komen. Zag je op de albumhoes van het zeer gevarieerde All Mirrors nog een mysterieus ogend zuchtmeisje die direct de aandacht weet op te eisen, op het kleurige Aisles kruipt ze in de huid van een jaren tachtig new wave adolescent. De integere subtiliteit en naaktheid is totaal verdwenen door het gebruik van felle make-up en boos ogende indringendheid, al lijkt ze hierdoor teven haar identiteit ze verbergen. Als begin juli bekend wordt gemaakt dat ze zich op het tussendoortje Aisley waagt aan een vijftal synthpop klassiekers wekt ze wel de nodige nieuwsgierigheid op en wordt er reikhalzend uitgekeken naar deze nieuwe release. Het zijn dan wel allemaal covers, maar het is wel Angel Olsen die hier haar eigenheid in stopt.

Ze heeft het eigenlijk niet eens nodig om zichzelf te promoten, maar brengt toch gelijktijdig met het persbericht al Gloria uit. Deze van oorsprong Italiaanse song van Umberto Tozzi levert voor Laura Branigan in de zomer van 1982 in de Verenigde Staten een gigantisch hit succes op, en is in principe een cover van een cover. Bleef Laura Branigan nog behoorlijk dicht bij het uptempo origineel, Angel Olsen gooit er de nodige hypnotiserende dagdroom romantiek tussen. Nasaal en verslavend slepend werkt ze onder begeleiding van synthesizers en cello’s naar een indrukwekkend einde toe, waar de herkenbare breekbaarheid en vertrouwde vrouwelijkheid het winnen van het klinische dode jaren tachtig geluid. Ze flikt het weer en laat een indrukwekkend visitekaartje achter.

Met een titel als Eyes Without A Face kom je ook in 2021 goed weg. De leegte van vroeger herhaalt zich tegenwoordig in het egocentrische individualisme. De twist van Billy Idol om er halverwege een stoere rocktrack van te maken ontneemt de kracht van het begingedeelte, maar werkte vreemd genoeg wel. Angel Olsen heeft dat potige karakter niet nodig en maakt er een geslaagde depri emo versie van waarmee ze zich onder de aandacht brengt van de Lana Del Rey liefhebber. Niks op aan te merken verder, maar ik mis een stukje eigenheid. Het toeval wil dat Angel Olsen tijdens het opnameproces van Aisles gevraagd werd om dit nummer voor een filmsoundtrack op te nemen, anders had deze de EP hoogstwaarschijnlijk niet eens gehaald. Eigenlijk heeft de hele Aisles EP iets van een filmische sfeer, en dit feit accentueert dat gegeven nogmaals.

Safety Dance is een vette dieptrieste knipoog naar de anderhalve meter maatschappij en de silent disco dansavonden. Van oorsprong een vrolijk springerig nummer met een humoristische clip met de Canadese rondhuppelende elektronische minstrelen van Men Without Hats. Angel Olsen gaat hiermee terug naar de illegale raves, het stiekeme dansen en hopen dat men niet betrapt wordt. Ze had geen betere keuze kunnen maken. Eigenlijk verwoordt dit alles waarmee de jong volwassenen tegenwoordig hebben te dealen. De angst om plezier te hebben, het onzekere toekomstperspectief en de afstoting door de corona gemeenschap door de quarantaine te ontvluchten.

Zelf ben ik niet zo’n groot liefhebber van If You Leave, welke Orchestral Manoeuvres In The Dark speciaal voor de soundtrack van Pretty in Pink heeft opgenomen. Gelukkig grijpt Angel Olsen terug naar de duistere beginsound van de band wat een herwaardering voor dit nummer oplevert. Opzettelijk bombastisch giet ze de track in een David Lynch mal, schaaft dit af en drapeert het in een geplooid duister eindresultaat. Weer overheerst die beklemmende paniek om eenzaam achtergelaten te worden en bevestigt ze nogmaals dat we in een gelijksoortige situatie verkeren als die koude uitzichtloze jaren tachtig.

Dat de wereld tot stilstand komt weten we ondertussen wel. Een weggegooid jaar, maar ondertussen tikt de levenscyclus gewoon door. Forever Young handelt over het voor eeuwig vastzetten van momenten en de bewustwording van de sterfelijkheid. Angel Olsen laat deze Alphaville klassieker volledig intact, en voegt verder weinig toe. Gewoon omdat dit niet nodig is. De goddelijke synthesizers begeleiden haar naar het hiernamaals, geen hemel maar juist een vernieuwde vredige wereld. Het hoopvolle schetterende einde is achterwege gelaten en heeft plaatst gemaakt voor haperingen en kleine hiaten. De onzekerheid heerst. Angel Olsen heeft op indrukwekkende wijze de link gelegd tussen het verleden en heden, zonder zichzelf in de uitverkoop te gooien.

Angel Olsen - Aisles | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Angel Olsen - All Mirrors (2019)

poster
4,0
Het blijft een mooi gegeven om in de ontwikkeling van een artiest te ervaren dat deze trouw blijft aan haar roots. Zo zal bij de voordracht van Angel Olsen altijd het folky country verleden hoorbaar blijven. Was op Burn Your Fire For No Witness al een flinke stap voorwaarts richting de indie rock, met het daarop My Woman mag gekwalificeerd worden als een regelrechte rauwe gitaaralbum. Ze lijkt hiermee haar definitieve vorm gevonden te hebben. Voordat ze aan de slag gaat met een volgende plaat verrast ze met het bij elkaar geraapte Phases. Een sterke verzamelaar bestaande uit eerder uitgebrachte bonustracks en ander interessant spul.

All Mirrors onderscheid zichzelf echter door het prachtige cineastische karakter. Donkere film noir nummers worden afgewisseld met klassiek georkestreerde big band soundtrack songs die zo op een versleten jaren zeventig plaat kunnen staan. David Lynch meets John Barry. Het is vooral de duisternis die overheerst. Stevig opgenomen strijkers en zware percussie geven de dynamische voordracht van Angel Olsen nog meer kracht. Met de omlijsting zit ze in dezelfde hoek als de souldiva’s, haar singer-songwriter achtergrond geeft er een eigen invulling aan. Het folky draadje is dun, maar nog steeds intact.

Met de magische betoverende opbouw van Lark schud ze direct al het indie verleden van zich af. De gitaar is vervangen door sfeervol versterkte viooluithalen. Hard en dreigend eisen deze alle aandacht op. Angel Olsen vraagt het uiterste van zichzelf om hier nog bovenuit te klinken. Zeker als het niet misselijke drumwerk ook nog frontaal op de voorgrond treed. Onbegrijpelijk dat ze voorheen de vocalen wat onzeker op de achtergrond parkeerde. Met kleine subtiele veranderingen wil het een gekleurd Oosters klankentapijt over de songs werpen. De gedurfde uitwerking vraagt om een live uitvoering met een breed scala aan opgeleide muzikanten. Wat moet dit gigantisch gaaf klinken met de stemvaste jammerende uithalen van de zangeres.

Dit in combinatie met de zweverige retro disco klanken zorgt voor nog meer veelzijdigheid. Legt ze met haar sensuele stem daar de nadruk op, dan ontstaat er een aangename dromerige sound. Blitse gedateerde orgeltoetsen laten je wegdromen, en nergens is er de binding aanwezig met haar oude geluid. De gitaar zit netjes opgesloten in de koffer, en ik betwijfel of deze ooit nog tevoorschijn komt. Een gewaagde keuze om de instrumenten zo ver in de mix naar voren te laten komen. En als er dan ook nog valse orgelklanken weerklinken betwijfel ik of dit bij haar oude aanhang in de smaak zal vallen.

Angel Olsen flirt met de muziekgeschiedenis. Uitdagend schud de femme fatale het ingeslapen pop etiquette van zich af. Totaal buiten de lijntjes tredend volgt ze haar gepassioneerde hart. Toch komt ze alleen met het warme ritmische Summer nog enigszins in de buurt van de openingstreffer en de daarop volgende titeltrack; de prijsnummers van All Mirrors. Om dan ook nog af te sluiten met de sentimentele fifties georiënteerde ballad Change is stiekem wel een genot.

Angel Olsen - All Mirrors | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Angel Olsen - Big Time (2022)

poster
4,0
Het beeld van de ondergaande zon en een eenzame cowboy welke op het paard gehesen de toekomst tegenmoed rijdt, zal bij mij altijd aan de countrymuziek kleven. Bij Angel Olsen is dit niet anders. Het zware verlies van haar adoptieouders, de verlate weeskind positie, het afgesloten relatieverdriet en de openbare erkenning van haar liefde voor kersverse levenspartner Beau Thibodeaux. Bij deze singer-songwriter eist elke plaat een verrassende aanpak op, haar veelzijdigheid sierend. In de huidige levensfase zijn de kameleonkleuren vervaagd en vragen ze om een hernieuwde gewenningsproces in een differentiërende omgevingsacclimatisering.

Sober, opgelucht en intiem, met hier en daar de openlijke adoratie sprankeling van het hervonden geluk. Was ze op haar debuut nog Half Way Home, nu legt ze deze weg opnieuw af, alleen onder andere omstandigheden. Volgroeid, ervaringsrijker, maar wel diezelfde treursnik delende. Op All the Good Times heeft Angel Olsen haar voorspoedige reisbagage al ingepakt, maar gooit een drastische eindbestemmingsverandering roet in het eten. Een wrange bijsmaak, die de gehele melancholische Big Time flashbacksfeer markeert. Geen eighties jeugdrevival Aisles songs, geen filmische zelf reflecterende All Mirrors karakterschetsen meer. Die spiegelbeeldweerkaatsing is beslagen, beschadigd en gebroken, de scherpe glasscherven zijn niet te lijmen.

In de meeslepende All the Good Times weemoed biecht Angel Olsen haar bekommeringen op. Teder en vastberaden, met sobere kerkorgelbegeleiding, opkwikkende soulblazers en vervagende country slidegitaar beheersing. Bij het mijmerende Dream Thing gaat Angel het persoonlijke gesprek aan, en gunt ze zichzelf een klein stukje vergiffenis. Herboren of juist aan die weggestopte innerlijke emoties toegevende? Het Nashville berustende Big Time lacht de dag toe. Verliezende in de liefde, winst creërend in de liefde. Onafhankelijk met de buitenwereld brekende, om die loeizware standvastige ketting tot persoonlijk eigengoed te ketenen.

De leerzame gebroken harten wijsheden en haar overleden ouders, schaduwgeesten uit het prille verleden geven in gedachte het grijze dragende Ghost On kleur. Hoe verschrikkelijk schrijnend kan het zijn, de wereld is volop in beweging, het verlangen naar geborgenheid immens groot, maar de veilige thuisbasis ontbreekt. Go Home verlies confronterend, dan val je wel eventjes stil. De woorden komen snoeihard binnen, adembenemende schoonheid, adembenemend verstikkend. Toch hoor je hier de kracht van het door mij nog hoger aangeschreven All Mirrors terug. Durf in die spiegel te kijken, heerlijke filmviool tragiek met jaren negentig druilerigheid.

Na het fragiel dromerige problematiek wegwiegende All the Flowers dwingt ze in het kwetsbare naar de hemelse soulrock climax toewerkende Right Now de nodige respect af. Hierbij overstijgt Americana en country producer Jonathan Wilson zichzelf door in de wervelwind aan soulstrijkers er ingespeelde gitaarsmerigheid aan toe te voegen. Toch overheerst er vooral het vermoeide energie slopende zwarte wolkendek This Is How It Works verdriet. Het veranderingsproces is Angel Olsen een paar stappen voor, waardoor ze noodgedwongen die eindsprint uitstelt. Soms is de wedstrijd waardig uitlopen belangrijker dan het winstbelang.

Die geloofsberoeping in Through the Fires is een typisch Amerikaans fenomeen, waar wij hier in het nuchtere kikkerland veel minder binding mee hebben. Dit stukje cultuurgoed hoort wel degelijk op Big Time thuis, al heb ik minder met het suffige fantasierijke Disney musical sfeertje. Die verstilling werkt beter op het overpeinzende Chasing the Sun, al ligt deze wel totaal in het voorganger verlengde. Net eigenwijs krassend buiten de ansichtkaarten palmbomenkitch lijntjes kleuren. Het beeld van de ondergaande zon en een eenzame cowboy welke op het paard gehesen de toekomst tegenmoed rijdt, het beginpunt blijkt dus ook de eindbestemming van Big Time te zijn.

Angel Olsen - Big Time | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Angie McMahon - Light, Dark, Light Again (2023)

poster
4,0
Roestige grunge gitaren, uptempo pop en verhalende folk. Zomaar wat ingrediënten van Salt, het droomdebuut van Angie McMahon waar ze haar zielenpijn met de nodige soul van zich afzingt. De singer-songwriter heeft een heerlijke snik in de donkere laagtes. Salt is het ultieme zaterdagavond gevoel, op Light, Dark, Light Again duikt ze de nacht in.

Met de kosmische spirituele Saturn Returning pianotrack bereidt ze je op het leven voor. Een lief klein liedje voor het slapen gaan. Angie McMahon waakt als een wiegende engel over je. Is dit dezelfde zangers die op Salt nog zo met zichzelf in de knoop zit, en schrijnend haar ziel bloot legt? Absoluut, maar door het pandemie hoofdstuk en een stukje ziekte inzicht is ze zich bewust van haar sterfelijkheid, en heeft ze vrede met de onvoorspelbare toekomst. Light, Dark, Light Again staat zo in het nu, elke dag is hetzelfde, elke dag is anders. Droom rustig verder, sta open voor de pracht van het bestaan. Saturn Returning werkt direct al naar de alles overstijgende climax toe. Het startpunt van het nieuwe nu. De piano is tegenwoordig haar begrijpende metgezel, Brad Cook de producer die het allemaal mogelijk maakt.

Fireball Whiskey verwoordt de angst voor het achtervolgende verleden. De vriendelijkheid van levenloze objecten, die al krakend van de ouderdom toewenkend hun verhalen vertellen. De vreugde, het verdriet en de pijn. Mooie herinneringen, pijnlijke herinneringen, dierbare herinneringen, ze komen allemaal in dezelfde ruimte samen. Maar dan sta je plotseling toch alleen in het verleden, een heel ver grijs verleden zelfs. Het verleden van jaren tachtig postpunk. Staying Down Low, het huis is leeg, maar door de poriën van de vloer is de geleefde adem nog steeds tastbaar.

Hoe eenvoudig kan het afscheid zijn, hoe complex zijn de gevolgen hiervan. Uiteindelijk wil je geen fouten maken, niet opgeven, maar doorgroeien. Maar zonder fouten ontstaan er geen groeimogelijkheden. De Letting Go Americana kriebelt, stoeit speels. Die kenmerkende snik van het debuut heeft een volwassen warm zusje gekregen, ze dragen elkaar manisch met hysterische uithalen door de traumatische song heen. Traumatisch dus, ja dat diepe trauma ligt er nog steeds. Making It Through, de verstikkende paniekaanvallen als de ochtend weer aanklopt. Divine Fault Line als een herhalende film, door dat herhalen schraap je krassend de pijnlijke laagjes er vanaf. Je legt de huid open en bloot om de ziel te bereiken. De verbale kwelling overtroeft door de onderliggende tweede stem bezinning.

Fish breekt met de weggestopte angsten, het gevangen zitten in je eigen lichaam. Sinds er bij Angie McMahon ADHD is geconstateerd, leert ze om die rusteloosheid een plek te geven. Door deze verklaring te accepteren krijgt ze er rust voor terug. Die rust deelt ze op Light, Dark, Light Again. Exploding, de innerlijke ontremde kracht. Haal je winst uit die overvloed aan energie. Temper de ingehouden woede niet, maar gun jezelf deze overdaad aan emoties. Serotonine zet het gelukshormoon in werking. De intensiviteit van de sensitiviteit in volledig evenwicht. Het tedere hemelse Music’s Coming In bereikt het punt dat Angie McMahon weer verliefd op zichzelf wordt. Ze is een mooi mens, en daar mag ze gerust trots op zijn.

De Mother Earth soulgospel blues voedt zich afwachtend met de tranen. Spoelt het vuil van zich af. Na de stilstand komt het moment dat het hart weer gaat kloppen. Fijn dat ze die noise gitaar niet volledig heeft afgezworen. Hier is dat instrument uit pure noodzaak weer aanwezig. Op Black Eye bereikt de op Saturn Returning ingezette weg haar eindbestemming. Verbaal is het echter een voortzetting van het verbitterende Salt geluid. Het is goed zo. Soms is het belangrijk om een stapje terug te doen om jezelf te vinden. I Am Already Enough is honderd procent Angie McMahon. Daar bundelt ze de eerder aangehaalde explosieve innerlijke ontremde kracht tot iets moois, iets eigens bijeen. I Am Already Enough is samen met het fraaie afsluitende Making It Through een van de hoogtepunten van Light, Dark, Light Again, hier komt alles samen. Zelfrespect, bewustwording en liefde.

Angie McMahon - Light, Dark, Light Again | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Angie McMahon - Salt (2019)

poster
4,0
Het lijkt wel alsof er afgelopen jaar bijna alleen maar albums zijn verschenen van vrouwelijke singer-songwriters. Het aanbod is immens, en bestaat ook nog uit een tig aantal geweldige eindresultaten. En ook de uit Melbourne afkomstige Angie McMahon kan er wat van. Met een dieper gelaagde donkere stem past ze perfect bij de ruwe schetsmatige begeleiding. Als ze hiermee de rokerigheid van kleine ouderwetse concertzaaltjes wil oproepen, dan is het haar treffend gelukt. Salt geeft het ultieme zaterdagavondgevoel neer. Op het laatste moment ergens in een barretje aanschuiven achter een tafeltje. Met het zicht op het podium, waar een zangeres met al haar hebben en houwen je probeert te raken.

Salt is een overheersende zachte plaat, die je dwingt tot luisteren. De begeleiding is zo intiem mogelijk gemaakt. Ondanks dat haar gitaar zo nu en dan aardig de nummers mag vergruizen met brekende uithalen, laat Angie McMahon standvastig ingetogen de songs beleven. Er staan alleen maar eigen fragiele composities op, de meer dan geslaagde cover versie van Neil Youngs Helpless ontbreekt, gelukkig maakt het overige aanbod alles goed. Het zijn allemaal tracks die ze solo live kan performen. Of ze krijgt hierbij hulp van bassist en tevens eindproducer Alex O’Gorman en drummer Lachlan O’Kane. Zo basic mogelijk zonder verdere maniertjes, om maar de aandacht bij de kern te houden, en dat blijft, ondanks haar aangename verschijning, toch de muziek.

Na de somberheid van Play The Game, krijgen we in Soon het eerste keermoment. Als het gitaarspel meer opent klinkt, past Angie McMahon direct haar vocale kunsten hier op aan. Het grote voordeel van jezelf begeleiden. Keeping Time heeft een heerlijk Americana vibe. Dit zijn de gelukzalige momenten waarbij alles perfect samen komt. Hierbij verheft ze haar stem tot kunstvorm, prachtig hoe diepte en hoogte elkaar afwisselen. Push is het volgende hoogtepunt, daar evenaart ze het soulgevoel van Greg Dulli van Afghan Whigs. Een groter compliment kan ik haar niet toedienen. Pasta krijgt een snelle retro postpunk behandeling door de fabuleuze straffe gitaarrock.

Het zijn de spaarzame momenten dat ze zich afkeert van de compactheid van Salt, die je vooral bij blijven. Neemt niet weg dat het een prachtig verzorgde plaat is. Het enige waar wat op aan te merken is, blijft de ongelukkige gekozen hoesfoto. Hierdoor zet ze zichzelf neer als een onverzorgde boerentrien, gekleed in tuinbroek. Dit staat zo ver af van het geluid waarvoor ze gekozen heeft. Weer eentje om in de gaten te houden.

Angie McMahon - Salt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Animal Collective - Time Skiffs (2022)

poster
4,0
De spirituele moraalridders uit Baltimore laten naar een relatieve lange stilte weer van zich horen. Het in 2020 opgenomen Time Skiffs is het vervolg van het in 2016 verschenen Painting With. Animal Collective is gegroeid in de tijd en gegroeid door de tijd. De tussenliggende periode hebben de bandleden geïnvesteerd in persoonlijke relaties en de volplooiing van het gezinsleven. Het leven is betrekkelijk, om daar het maximale uit te halen is onmogelijk. Ondanks dat ze de stilstand van de wereld afwegen tegen de bloeiende opstand van de flora en fauna zijn de positivo’s toch nog bewuster en kritischer geworden. Animal Collectief geeft je het gevoel dat je een met de natuur bent. Omarm het, en doe ermee wat je wil, de keuze is aan jou.

Time Skiffs is een weerspiegeling van de maatschappij, gezien door de ogen van veertigers die hun idealisme steeds verder omzetten in persoonlijke groei en bezinning. De aftikkende tijdsklok wordt ingehaald door de angst dat je de samenleving weinig te bieden hebt. Fragmentarische muziekdeeltjes zoekende naar de essentie van een song, die Animal Collectief in Time Skiffs hopen te vinden. Bevecht de surrealistische luchtkastelen in het sterke Dragon Slayer. Durf te dromen, maar wees je bewust van de beperkte grenzende mogelijkheid om deze te realiseren. De indierockende neo hippies maken vriendelijk gebruik van de instrumentatie en universele verbondenheid van futuristische geluiden en inheemse klanken. Een mechanische onweersbui aangestuurd door vluchtige elektronica, onaardse samenzang en de herhalende kracht van het immaterialisme.

De ritmische regendans van het zwaar ontregelde Car Keys is een adembenemend combinatie van lieve industriële percussie, dreigende psychedelische spanning welke stuwend opgewonden tegen het randje Oosterse mediterende kakofonie aanleunt. Het verzachtende samenspel tussen drum en bas brengt het hemelse stroperige Prester John meer down to earth. De hypnotiserende bezwerende groove duelleert met de bijna christelijke maagdelijkheid van de harmonieuze samenzang om tegen het verrassende einde als zoekende kristaldeeltjes het heelal ingezogen te worden. Het verlossende zilverwaterige Strung With Everything koppelt universele leegte aan aardse tribals. Basismateriaal voor de vreugdevolle zangpartijen die deze trippende luisterervaringen verstoren en er een traditionele, bijna religieuze, afro beat onderdompeling op los laat. De xylofoon van het bejubelde Scott Walker eerbetoon bewandeld roekeloos een oneffen pad. Mooi hoe deze meesterlijke crooner als een inspirerende ervaringsgoeroe in het verhaal past.

Primitieve stotterende synthesizers hechten zich aan de uitwaaiende psychedelische nachtclubbeats die een warme horizon bedekkende Indian Summer deken over het verkoelende avondbriesje van Cherokee draperen. Spiegelende drones weerkaatsen klotsend tegen het in slaap wiegende Passer – By eb en vloed spel aan, nemen gepast afstand om vervolgens weer voorzichtig dichterbij te komen. Nostalgisch filmisch kriebelt het nostalgische semi schrapende We Go Back als plakkerige verdwaalde zandkorrels op een warme oppervlaktehuid. Een sfeervol niemanddalletje op de achtergrond aangevuld door betoverende slangenbezweerdersblazers. Het verlichtende Royal and Desire lijkt het antwoord op alle onderliggende kwesties te zijn. Momenten van gelukzaligheid gefilterd van de overkoepelende onzekerheden die de intense levensvragen oproepen. De cirkel van geestelijke heling is weer rond.

Animal Collective - Time Skiffs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anja Huwe - Codes (2024)

poster
4,0
Op het moment dat de coldwave begin jaren negentig in Duitsland haar vruchten plukt, haakt het uit Hamburg afkomstige Xmal Deutschland af. De gothic postpunkers hebben zich jarenlang als vaandeldragers ingezet, maar blijven voor altijd in de schaduw van Siouxsie and the Banshees opereren. Dit stigma drukt vooral sterk op frontvrouw Anja Huwe die de artiestenonzekerheid vaarwel zegt en zich bijna onzichtbaar op de rave scene en haar kleurrijke schilderijen richt.

Het is een kwestie van overleven, zeker als ze vanwege een levensbedreigende kwaal ook nog een jaar geïsoleerd van de buitenwereld gekluisterd in een ziekenhuisbed doorbrengt. Een roerige tijd, in een interview van tien jaar geleden blikt ze hierop terug, al blijft ze vaag over dit lichamelijke ongemak. Het is verder dan ook niet van belang, op Codes presenteert ze zich als een herboren ervaren volwassen vrouw, maar ook als een sterfelijk onzeker persoon.

Toch is Codes zeker geen vervolgstap van het Xmal Deutschland avontuur, daarvoor is er de afgelopen vijfendertig jaar teveel gebeurt. Het is goede vriendin Mona Mur die ze al uit de vroegere anarchistische punkjaren kent die haar motiveert om haar trauma’s therapeutisch van zich af te schrijven. Ook voormalig bandmaatje Manuela Rickers leent haar gitaardiensten uit om dit project in de juiste setting in de juiste banen te leiden.

Codes is echter het verhaal van Anja Huwe, waarbij ze zich laat inspireren door de dagboeken van partizaan Moshe Shnitzki, die als ondergedoken kluizenaar tijdens de tweede wereldoorlog in de bossen van Wit Rusland probeert te overleven. In het geval van Anja Huwe staat dit parallel aan het hemelse paradijs, de eeuwige rust, het schimmige doolhof van het hiernamaals. Hideaway, schuilend op een bedje van wegzwevende futuristische krautwolken.

Het traag melancholische Skuggornas duikt direct de diepte in en heeft raakvlakken met het laat treurende Japan werk waarbij David Sylvian zich voor zijn solo overstap prepareert. Voor Anja Huwe is het de duistere onzekere glans die over haar leven hangt, balancerend op een strak gesponnen zijde draadje, de dood als nachtelijke metgezel. Sleep with One Eye Open, om het ochtendlicht telkens opnieuw te ervaren, te voelen, te ademen. De nachtelijke onrust gevoed door electric body music. Het is tevens de definitieve afsluiting van het Xmal Deutschland verhaal, een pure noodzaak om het bestaan opnieuw op te pakken. Anja Huwe in de rol van ervaren wijsheid deskundige, getekend door het leven.

Rabenschwarz is de bewustwording dat geen enkele zekerheid zeker is. Het heeft de No Future attitude van het vroege Xmal Deutschland punkwerk. Alleen houden we hier aan die onbereikbare dromen vast welke de dagelijkse gang van zaken verstoren. De toekomst is slechts relatief, een vooruitgeschoven begrip zonder zeggingskracht. Als de wereld zich niet druk om het individu maakt, dan moet je zelf ten strijde trekken.

Rabenschwarz is een exorcistische geesten verdrijvende dancetrack, waarbij ze haar deejay verleden volledig uitbeent. Een clubklassieker in wording. Pariah, de vervreemding van je eigen lichaam, de paranoïde kortsluiting in je gedachtegang en ook naar die zwarte bladzijdes en fragiele broosheid te herleiden. De slopende gekte heerst, Anja Huwe kruipt als een gekwelde motvlinder uit haar cocon. Voor altijd veranderd, voor altijd getekend. In datzelfde surrealistische waanbeeld bijt Exit zich vast. Wanhopig, onzeker, eenzaam, onheilspellend, beangstigend.

Overleven volgens je eigen principes. O Wald bouwt kansen op, biedt mogelijkheden, opent geheime deuren. Door de luchtige Eurohouse beats schept het een vleugje positiviteit in de grijsheid. We dansen nog steeds om te vergeten, we dansen om onze woede te kanaliseren, we dansen om de nachten te overleven. Living in the Forest staat voor het individualisme, de vrijheid van het niets, het bedrog van de saamhorigheid.

Slechts het flikkerende discolicht doorbreekt de duisternis, uiteindelijk trotseer je toch weer alleen de maatschappij. Zwischenwelt, het schemergebied tussen hemel en aarde, de zekerheid van de dood, de onzekerheid van het leven. Eigenlijk zonde dat Codes gelijktijdig met de Xmal Deutschland verzamelaar het licht ziet en dat hierdoor vooral de aandacht naar die alternatieve cultband uitgaat.

Anja Huwe - Codes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anna B Savage - A Common Turn (2021)

poster
4,0
Met haar diepe androgene fado achtige vocalen is Anna B Savage een buitenbeentje in de muziekscene. Een duidelijk voorbeeld van een love it or hate it artiest. Of je wordt direct meegetrokken in haar zwoele theatrale empathische voordracht of je kan er totaal niets mee. Ik heb een zwak voor dit soort vernieuwers; de eigenzinnige popartiesten die zich helemaal niks aantrekken van het huidige popklimaat en gewoon hun eigen koers varen. Er zijn vocale raakvlakken met Anthony & The Johnsons, maar waar het bij Antony Hegarty voor mij wat aanstellerig en huilerig overkomt, wil Anna B Savage wel direct binnenkomen.

Theatraal ja, ik haal het al eerder aan, tegen het musical aan. Dromerig als een uitgewerkt hoofdpersonage die elke avond als een marionet het publiek moet bespelen, terwijl er achter de schermen strak aan de touwtjes getrokken wordt. Een kwetsbaar figuur, welke door de hoge gespannen druk zo lijkt te knappen. Schijn bedriegt blijkbaar, deze zangeres stelt door haar vrouwelijke bewustwording de juiste vragen aan de luisteraar. Het gedachtenspel wordt zorgvuldig voorbereid en levert een tiental bijzondere gesprekken op, waarbij Anna B Savage het woord voert, en je alleen maar hoeft te luisteren. Precies, waar muziek voor bedoelt is en waardoor je weer terug bent bij die link met de fado.

Dromerig gevolgd door achtergrondsamplers introduceert ze zichzelf met een warm welkom in A Steady Warmth, waarna de ochtendklanken van Corncrakes het als vers gezette koffie overnemen. De gekozen begeleiding is simpel maar doeltreffend. Een akoestisch gitaartje met een achtergrondkoortje welke het op het juiste moment heel eventjes van de zangeres overneemt. De eerste songs zijn kaal met licht troebele dreampop uitspattingen, om pas halverwege BedStuy die versnelling erin te gooien. De toon wordt grilliger en opeens herrijst daar een zelfverzekerde souldiva.

De blonde Londense woordkunstenaar, in de volksmond singer-songwriter genoemd, is een prachtige natuurlijke verschijning, die de pech heeft dat men in eerste instantie betoverd gefascineerd raakt door die bijzondere uitstraling en pas later door de ontboezemde diepgang van haar teksten op A Common Turn. De doodse leegte in haar leven in Dead Pursuits en de ongelijke strijd tegen de volwassenheid in het naar de jeugd verlangende Two vormen hierbij prachtige beeldende voorbeelden.

Openhartig verteld ze in het serene trippende Chelsea Hotel #3 en het daarop volgende zwaar beladen Hotel over haar ontmaagding, terwijl in de kamer naast haar de verleidende stem van Leonard Cohen in Chelsea Hotel #2 weerklinkt. Een voyeur die als stille onwetende getuige aanwezig is. Een ontwaking van het zelfbeeld en haar innerlijke ziel die ze berustend maar tevens beangstigend toezingt in het eindoordeel One.

Het zijn allemaal keurige speldenprikken die uiteindelijk naar het hoogtepunt Two leiden. De stilte wordt daar aangenaam verstoord door de stekende elektronische uitbarstingen die de jammerende vocalen pijnlijk kleineren en haar dwingen tot die hemelse donkere souluithalen. Juist die sporadische toevoegingen maken Two zo sterk. Gedoseerd laat ze haar zangkwaliteiten toe, waardoor het een bijzondere song blijft en geen swingend nietszeggend geheel.

Het explosieve titelstuk A Common Turn wordt gevoed door een zware postpunk bas beat en stevig gitaarwerk terwijl er op Chelsea Hotel #3 ruimte is voor de hoge vocale uithalen van Anna B Savage. Een geweldig kostbaar bezit welke ze tot nu toe aardig verborgen heeft weten te houden. A Common Turn is een veelzeggend droomdebuut van een zangeres die vooral stil staat bij haar tienerjaren en ondertussen genoeg bagage met zich meedraagt om hier een passend vervolg op te maken. Wordt hopelijk vervolgd.
Anna B Savage - A Common Turn | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anna B Savage - in​|​FLUX (2023)

poster
4,5
Bij een vocalist loopt de zoektocht van het zangvermogen vaak synoniem met het ontdekken van de eigen persoonlijkheid. Pas als die balans er is, voltooi je het evenwichtige proces. Anna B Savage gebruikt op A Common Turn haar stemlaagtes door er een androgene fado twist aan te geven. Op in|FLUX benut ze de onderverdeelde ruimtes juist door haar vrouwelijke kant meer publiekelijk te openbaren. Die kwetsbaarheid legt ze niet alleen in haar zang, ook haar teksten zijn persoonlijker en breekbaarder geworden. Met The Ghost wil ze een streep door het verleden zetten, maar de schaduwen blijven Anna B Savage als geesten achtervolgen, markeren haar, beschadigen haar, beangstigen haar, maar vormen haar ook. Het therapeutisch van zich afschrijven is begonnen, en zet het naakte geraamte van de naargeestige toon van de plaat neer. Producer Mike Lindsay kruipt in de rol van muzikaal psycholoog, laat Anna B Savage de pijn herbeleven, en geeft de zangeres een groot stuk eigenheid terug. in|FLUX is haar primal scream, de smeekbede, de oerkreet, maar geeft tevens haar romantische ziel en het gepassioneerde verlangen bloot.

The Ghost beantwoordt duistere dreunende triphop spoken word passages met beklemmende smekende hulpeloosheid. Juist dat smekende verdriet wekt de vrouwelijke zwakte op, en in die gemeende gevoeligheid ligt haar overtuigende kracht. Aarzelende blazersinstrumentatie, gejaagde pianoregenbuien, percussie hartritmestoornissen, het is allemaal van noodzaak om die innerlijke worsteling te overwinnen. Met die hervonden rust, neemt ze de omgeving weer in haar op. De haastige maatschappij komt hoe dan ook door de pandemie tot stilstand, en biedt het vermogen om in het natuurlijke leefklimaat voorzichtig te acclimatiseren. I Can Hear the Birds Now. Ontwaken met vogelgeluiden, en de dag afsluiten met vogelgeluiden, de sensitieve gehoorwaarneming die juist voor een muzikant van essentieel belang is. Voel de vingers versneld over de gitaarsnaren bewegen, beleef de mineur gestemde treuremotie van de hobo. Kan het nog puurder? De samensmelting tussen zang, tekst en instrumentatie maakt een liedje. Wees hier bewust van, ervaar het, voel het.

Alles is aan te leren, maar het is de kunst om het kunstje te beheersen. In de muziek, maar ook in de liefde. Pavlov’s Dog misbruikt het seksuele spel, en keert de man/vrouw machtspositie letterlijk en figuurlijk om. De keerzijde van de liefde, de hunkering naar lust, het koortsige smachten, het overheersend achtergrond gehijg. Crown Shyness heeft een heerlijke opgefokte elektronische beat, vervreemde stemtechnieken, tevreden grommende backings, organische handklapritmes, kindermelodieën onschuld in een overspannen gevecht tegen de onvermijdelijke volwassenwording. Hoe dicht kan je bij jezelf komen. Wanneer krijgt een naam pas echt waarde. In het geval van Anna B Savage is dit het geval als ze deze in het donker alleen afgesloten van de buitenwereld uitspreekt. Say My Name is kippenvel, de noodvraag om iemand te zijn, een ziel, een persoonlijkheid. Ze komt hiermee zo meesterlijk dicht bij de emotionele beladen voordracht van Beth Gibbons van Portishead in de buurt, zonder daarbij haar eigenheid te verliezen.

Het inFLUX titelstuk geeft juist die gefrustreerde seksuele teleurstelling naam. Na het grimmige kerkelijke intro zet ze die onvrede in een opgewonden Dancing With Myself mentaliteit om. Dansen om te vergeten, dansen om te overleven, de eenzaamheid versterken door je anoniem in de menigte te mengen. Introverte silent disco escapisme met manisch hysterische uitspattingen. Hungry is het commune getinte evenbeeld. Folky gevoel van saamhorigheid, en benadrukt het fundamentele hongerige gevoel van gemeenschappelijk delen. Het vintage nagloeiende Feet of Clay ademt de verlokkingen van het stadse nachtleven uit, drukke georganiseerde chaos. Het biedt de mogelijkheid om nieuwe kansen te grijpen, de aarzeling geeft aan dat ze nog niet in staat is om die gegronde veilige bodem te verlaten.

De definitieve overgave volgt bij Touch Me, waarbij dierlijke begeerte het van het rationeel handelen en denken wint, zelfs tot tekstueel overspel afdwingt. Zoals vaak het geval is, sluit een plaat met een bevredigende conclusie af, om verder te evolueren. Bij in​|​FLUX is dit niet anders. De tevredenstellende Burt Bacharach The Orange zoetigheid geeft het een plakkerige zonsondergangglans mee, de voltooiing van een inspannende dag. Als dit alles is wat er te bieden is, dan valt daar prima mee te leven. Anna B Savage mag tevreden zijn, in​|​FLUX is meer eigen dan haar fraaie A Common Turn debuut. De gehoopte kennismaking met de persoon achter de songs en niet met het personage welke zich in de liedjes verschuilt.

Anna B Savage - in​|​FLUX | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anna B Savage - You & i are Earth (2025)

poster
3,5
Om je gelijkwaardig met de natuur te voelen is een wereldstad als Londen niet echt de geschikte plek. Dat begrijpt Anna B Savage maar al te goed. Nu ze de liefde gevonden heeft komen de teksten vanzelf, daar ligt het niet aan. Op dat vlak is er meer dan genoeg inspiratie te halen. Alleen voor de muzikale omlijsting wijkt ze uit naar het Ierse platteland, een reis die haar alleen winst oplevert. Haar diepdonkere androgyne fadosound krijgt hierdoor de folk behandeling waar haar stem het meeste geschikt voor is. Dat dit ten koste gaat van de spanning die op de vorige platen wel aanwezig was, nemen we maar voor lief.

Het therapeutische in|FLUX was vooral een geslaagde volgesmeerde broeierige plaat met een veelvoud aan elektronische triphop geluiden. Juist dat mystieke sluit naadloos aan bij een zangeres als Anna B Savage. Net op het moment dat ze het leven met al zijn oneffenheden aanvaardt, kondigt zich dus een gelukzalige periode aan. Daar is geen ruimte voor de fraaie overstuurde Jeff Buckley getinte uithalen, die zeker nog op haar A Common Turn debuut aanwezig waren. You & I Are Earth handelt over de zekerheden van het bestaan en die vind je nou eenmaal in de natuur, een zekerheid die er al voor de mensheid was en een zekerheid die ook de mensheid zal overleven.

Talk To Me speelt zich af in het noordelijk Ierse kustgebied. De wind dirigeert de zee en laat deze op de rustig heen en weer golvende klanken meewiegen. Het zout van het water spoelt de bittere nasmaak weg en bevredigt een dorstig verlangen. Het zout heelt de wonden en dicht de woorden aan elkaar. Zeemeeuwen vliegen je vanuit de gitaar tegemoet. Lighthouse laat het lichtgevend vlammetje ontwaken, het vuurtje dat van binnenuit blijft branden, de warmte die Anna B Savage zo lang gemist heeft. Lighthouse bewaakt die innerlijke vrede en verdedigt haar tegen het gevaar dat in het verleden zoveel kapot heeft gemaakt. Anna B Savage is gelukkig en dat geluk laat ze zich niet ontnemen.

Daar op het strand van Donegal ontstaat een nieuw leefklimaat waar de singer-songwriter zich volledig in haar element voelt. Een ode aan thuiskomen, geborgenheid. Een bewuste keuze om al het opgebouwde achter zich te laten. Donegal is speels jazzy folky, heerlijk eigenzinnig. Heel eventjes is daar die experimenteerdrift weer waarmee ze zich zo op de kaart zet. Dit zijn de momenten waar ook John ‘Spud’ Murphy in uitblinkt, die ook de lijnen voor Lankum en het daaraan gekoppelde ØXN uitzet. Toch begrijp ik de keuze voor deze producer niet helemaal. Als er iemand in staat is om gedreven hartstochtelijk te werk te gaan, is hij het wel. Hier krijgt hij vooral de opdracht om rust in het geheel te brengen.

Het dromerige Big & Wild is het afscheid van de wegebbende zee, de vloedgolven uit haar leven zijn gezuiverd en geven de rust om dieper het binnenland in te trekken. Dit vormt de aanzet voor de letterlijke Keltische Mo Cheol Thú moedertaal liefdesbetuiging. Het zoveelste bewijs dat de liefde universeel is en in elke taal prachtig klinkt. De liefde voor een onbekend land, de liefde voor een relatie welke nog in de startblokken staat, klaar om weg te sprinten. Het instrumentale Incertus intermezzo is een mooie aanzet tot I Reach for You in My Sleep waar Anna B Savage de gepassioneerde rusteloze nachten onderbreekt om naar de songregels te zoeken. Haar partner tevreden slapend achterlatend.

Anna Mieke is de goede fee die wat sprookjesmagie aan het jazzy Agnes toevoegt. Een grootheid in Ierland en een eer dat ze haar medewerking aan dit album verleent. Heel eventjes is daar die helpende hand van John ‘Spud’ Murphy weer die voor wat afsluitend rumoer zorgt, al is zijn aandeel wel heel beperkt. Het You & I Are Earth titelstuk gaat terug naar de essentie van de plaat. Een kleine intieme breekbare gedachtegang, waar tevens wat twijfel hoorbaar is. Een met de aarde, een met het bedekkende vuil. The Rest of Our Lives. Dagen worden weken, weken worden maanden, jaren zelfs. Anna B Savage oogt tevreden, daar valt niks op af te dingen. Geeft ze in de toekomst John ‘Spud’ Murphy vrij spel, dan kan dat tot een interessante voortgang leiden, You & I Are Earth is mij net een tikkeltje te veilig, te gewoontjes.

Anna B Savage - You & I Are Earth | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Anna Calvi - Peaky Blinders: Season 5 & 6 (2024)

poster
4,5
Wat is You’re Not God toch een killertrack, en wat past deze toch perfect in het donkere blauwrode decor van industriestad Birmingham. We gaan honderd jaar terug in de tijd, de Peaky Blinders boevenbende heerst en eist langzaam een steeds grotere rol in de Britse maatschappij op. You’re Not God heeft een sleutelrol in de serie, het vormt dat cruciale moment dat topcrimineel Tommy Shelby door zijn zoontje tot orde geroepen wordt, en weer met beide voeten geaard op aarde belandt. Hij ontwaakt uit de door hem gecreëerde bandieten keizerrijk waanzin om hem heen, en beseft dat hij langzaam zijn grip op het leiderschap en realiteit verliest. Het huiveringwekkende Tommy’s Requiem #1, het verharde gitaar huilende Tommy’s Requiem #2 rockpassage en het door dreunende Ruby’s Birthday verlies sluiten hier uiteraard meer dan passend op aan.

Ik zal niet de enige zijn die bij de eerste You’re Not God luisterbeurt denkt dat we hier met een vergeten PJ Harvey stuk te maken hebben. Het ademt dezelfde zwartheid uit. De track hecht zich prima tussen de overheersende PJ Harvey en Nick Cave composities, en Anna Calvi, want daar praten we hier over, heeft vrijwel een identieke klankkleur als PJ Harvey. Het is slechts een fractie van de stem van ijskoningin Siouxsie Sioux verwijdert, wiens geest weer in There Ain’t No Grave ronddoolt. Die gedachte delen de makers van deze Britse serie ook, en ze geven Anna Calvi alle vrijheid om voor de laatste twee seizoenen op dit thema voort te borduren. Bij Peaky Blinders is het vanzelfsprekend dat songs en scriptbeelden naadloos op elkaar aansluiten, maar hebben de tracks los daarvan ook diezelfde overtuigingskracht. Dat kan ik alleen maar beamen.

Het zit allemaal zo dicht bij elkaar. I Don’t Like the Life, zustersong We Don’t Like the Life en zeker ook Grace hebben dezelfde melancholische tragiek als de uitgespeelde U2 cover van Love Is Blindless die genadeloos door Jack White wordt neergezet. Deze omlijsting heeft dat engelenachtige van het meesterlijke door Warren Elles en Nick Cave gedragen Bright Horses van Ghosteen. Anna Calvi stoeit met het aardduistere spanningsveld en laat in Death Is a Kindness luidende postpunk doodsklokken de stemming bepalen, waarna ze in mistige The Mercy Seat nevelflarden afsluit. Verder evenaart Anna Calvi in het hardcore sexy Black Tuesday ook die bluesrock en slidegitaar kwaliteiten van een Jack White. Het heeft aan de ene kant wat van imitatiegedrag weg, anderzijds kan je concluderen dat Anna Calvi de onmogelijke opdracht krijgt om de soundtrack volgens haar inzicht te completeren. Onderschat dat talent dus niet, want daar komt ze gewoon erg goed mee weg. En ja, ook zonder de filmbeelden blijft er een indrukwekkend eindresultaat over.

De gejaagde Ain’t No Grave elektro glamrock krijgt ook nu een prominente rol toegedeeld. Kameleon Anna Calvi kruipt hier in de huid van een seventies discoqueen, en ook die flamboyante kleurigheid hecht zich prima in het Peaky Blinders verhaal. Het Burning Down en All the Tired Horses voorwerk welke wel op de Tommy personage EP verschijnt, ontbreekt hier. In de instrumentale Moseley passages zet ze het onvoorspelbare kwaadaardige van de fascistische Oswald Mosley op indrukwekkende wijze neer. De Tommy Shelby voorstudie werpt dus weldegelijk haar vruchten af. Het zijn de kleine karakternuances van de hoofdrolspelers waarmee ze het verschil maakt. Ook werkt ze de traumatisch kwellende Do What The Voices Tell You spookdemonen verder uit. Retribution heeft het dreigende mysterieuze van Twin Peaks, de moeder van de hedendaagse betere filmmuziek.

Voor de toegift schakelt Anna Calvi de helpende hand van sfeerbepaler Nick Launay in. De producer waarmee ze ook al nauw op Hunter samenwerkt en die in het verleden op een aantal Nick Cave meesterwerken zijn stempel drukt. Het zijn de ontbrekende puzzelstukken die een vloeiend aansluitend geheel van de vertellingen maken. Nog steeds domineert de nacht, Miquelon opent met een brok aan doemzwaarte waarmee de eerdere songs zich niet kunnen meten. Het is nog wat tragisch grilliger, gedetailleerder zelfs. Met een overtuigende rol voor percussie en bas en de daarna voorbij vliegende strijkers. Aasgieren die afwachten voordat ze in de aanval over gaan. Er wordt in Esmee met dance geflirt, bij Under the Maple Tree mengen zich klassiek geschoolde operastemmen zich in het schouwspel.

Nick Launay voegt een onderhuidse noise tragiek aan het totaalplaatje toe welke we vooral van Swans voorman Michael Gira kennen. Er zitten flarden aan elektro wave elementen en stadse industrial in het voorbij stampende catchy Ain’t No Grave, spaghettiwestern spanning in Esme’s Dream en oosterse mystiek vermengd met tribal donderregen in Ruby Has a Fever. Het jammerende Tommy’s Final Requiem eindspel is een bombastisch slotakkoord, beter kun je niet afsluiten. Nick Launay recyclet de thema’s en plaats deze in een ander nachtlicht, zonder daarbij de essentie van de hoofdpassages te vergeten, dan wel te verlaten. Uiteraard komt het loeizware Red Richt Hand aan bod, en ondanks dat men het origineel niet kan overtreffen, moet ik constateren dat dit een prima, zelfs swingende cover is. Je mag de Season 5 & 6 plaat niet als het onnodig uitmergelen van de Peaky Blinders formule beschouwen, daarmee doe je Anna Calvi zeker tekort.

Anna Calvi - Peaky Blinders: Season 5 & 6 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anna von Hausswolff - Iconoclasts (2025)

poster
5,0
Met een mix aan verwoestende postrock drones, kathedraal vullende pijporgelklanken, zwartgallige doem en een horror scenario aan duistere folk definieert Anna von Hausswolff vrijwel de gehele Zweedse muziekscene naar haar eigen gecreëerde maatstaven. Toch is haar grootste wapen haar neoklassieke engelen stemgeluid, waarmee ze tot tergende hoogtes reikt. Het levert monumentale albums als The Miraculous en het decadente Dead Magic op, maar na het in 2020 verschenen All Thoughts Fly richt ze haar aandacht op het amper opgevallen industriële noise gezelschap Bada. Anna von Hausswolff verdwijnt naar de achtergrond, en het blijft angstig stil.

Haar terugkeer is meer dan een verademing. Op eerder werk doet Anna von Hausswolff haar best om de schoonheid uit de duisternis te filteren, op Iconoclasts laat ze die duisternis grotendeels achterwege. Het meer elektronische Iconoclasts is lichter van toon, al pakt ze wel bombastisch groots uit. The Beast is de ontwaking van een geheimzinnig mythisch wezen uit een eeuwigdurende winterslaap. The Beast bezit de liefdevolle aantrekkingskracht en de angstige afwijzing van het vampirisme. Gothic romantiek met een mespuntje aan verzachtende new age. Niet alleen het kenmerkende toetsenwerk mag het inluiden, er is tevens een belangrijke plek voor gastsaxofonist Otis Sandsjö weggelegd, en dat is zeker niet de enige muzikale verrassing op Iconoclasts.

Facing Atlas heeft een prachtige, bijna serene sprookjesachtige dreampop opbouw. Een typerende jaren tachtig track welke nog het beste op het 4AD label van Ivo Watts-Russell te plaatsen valt. Anna von Hausswolff in de rol van Moeder Aarde die de getergde planeet op haar fragiele schouders met zich meedraagt. De duisternis van het eerdere werk breekt zich open, en daaronder is een sprankje aan licht en hoop zichtbaar. Krachtig, episch, indrukwekkend.

Er zitten de nodige glamrock invloeden en dance lagen in het Iconoclasts titelstuk verweven. Iconoclasts flirt met oeroude strijdbare Viking tradities en geeft er een eigen draai aan. Na het toegankelijke begingedeelte openbaren de geheimen zich. Er volgt een onverwachte stormvloed aan ritmische tegenslagen, soms afstotend, dan weer hypnotiserend zuigend. Het is een vrije val in de diepte, zonder einde, zonder controle. Anna von Hausswolff bezit het vermogen om die totale overgave op te wekken. Dit overstijgt die normale muziekbeleving, dit is een ander soort van bewustwording, uniek in zijn soort. Ook nu is daar de aanwezigheid van saxofonist Otis Sandsjö, die zoveel rust in het geheel brengt.

Punkgod Iggy Pop is de volgende verrassing op Iconoclasts. Na de The Whole Woman donderslagen en de verzachtende folk zang van Anna von Hausswolff wordt deze legende subtiel geïntroduceerd. Iggy Pop, de op leeftijd zijnde zwalkende crooner, die een ander soort doorleefde kwetsbaarheid naast de moederlijke klaag emoties van Anna von Hausswolff etaleert. Een prachtige ballad tussen twee zielen die naar elkander op zoek gaan, maar die elkaar net niet vinden. Hoe mooi kan afzijdigheid klinken.

The Mouth voedt en biedt zinnen de mogelijkheid om expressie te tonen. The Mouth bewapend zich, bevredigd zich met een woordenschat aan aangeleerde emoties. Soms in een overvloed, soms juist precies afgepast. In The Mouth maakt Godendochter Anna von Hausswolff van dat laatste gebruik, dit alles in een ambient bedje aan hemelse klanken. Maar dan openbaart het demonische verleden van de artistieke kunstenaar zich, en schuurt en kreunt mede door toedoen van saxofonist Otis Sandsjö het claustrofobische scharnierpunt The Mouth weer ouderwets hoekig van alle kanten.

Logge drumecho’s luiden het neurotische zenuwachtige krautrock futuristische Stardust in. Anna von Hausswolff is de overkoepelende koningin van dit donkere sterrenrijk. Stardust is het zoveelste hoogtepunt op een plaat die nergens inzakt. Met speels gemak voegt Anna von Hausswolff er reggae en new wave aan toe, alsof dit de gewoonste zaak van de wereld is. Het klopt allemaal. De Amerikaanse singer-songwriter Ethel Cain heeft met haar Preacher’s Daughter debuut daar een cultstatus opgebouwd. Haar vocalen lenen zich perfect voor het orkestrale naar bevrijding zoekende Aging Young Women. Bijna onzichtbaar vloeien de twee stemmen tot een eenheid in elkaar over.

Anna von Hausswolff stelt zich tevens bijna onzichtbaar in een achtergrondpositie bij het instrumentale Consensual Neglect op, waar de kunstzinnige capriolen van klasse saxofonist Otis Sandsjö het speelveld zoveel mogelijk met dikke mediterende rustlagen inmetselen. Bij de aansluitende inheems jazzy Struggle with the Beast hectiek is Otis Sandsjö tevens de grote sfeermaker. Het beest is hier de dood die het leven van naasten opeist. Het onvermijdelijke worstelende verlies van een geliefde waar elk mens mee te dealen heeft. Soms verlossend om de ondraagbare pijn weg te nemen, soms onverwacht als een dief in de nacht.

Vloedgolven dreigen An Ocean of Time te verzwelgen. De aanwezigheid van de meesterlijke architect Abul Mogard, die als een ijzersmid de kunst van het pijporgelspel afdwingt, laat An Ocean of Time in alle rust ademen. Dan mag je van het geluk spreken dat een van werelds beste organisten tijd vrij maakt om zijn medewerking te verlenen. Ik onderschat Anna von Hausswolff niet, maar dit is toch wel het hoogst haalbare. Hierdoor kan ze alle aandacht op haar stem richten en er een griezelige filmische invulling aan geven. Bovenaards stijgt ze opnieuw boven zichzelf uit, ergens zwevend in het universum.

De zusterliefde kruist elkaar in het onvoorwaardelijke natuurzuivere Unconditional Love waar ze met haar zus Maria von Hausswolff jeugdherinneringen ophaalt. Samen vallen, samen opstaan. Het tweetal werkt al eerder op de Swans plaat Leaving Meaning samen waar ze een indrukwekkende en fabelachtige It’s Coming It’s Real performance afleveren. De invloed van dit Michael Gira project is in het gehele werk van Anna von Hausswolff tastbaar aanwezig. Het ontroerende Unconditional Love voelt nog meer eigen aan, nog intenser, nog puurder. Het instrumentale Rising Legends eindstuk biedt wat een eindstuk hoort te bieden. De laatste stukjes vallen op de juiste plek en nemen de laatste twijfel weg. Het surrealistische Iconoclasts kan je gerust een iconisch meesterwerk noemen.

Anna von Hausswolff - Iconoclasts | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anne Clark - Changing Places (1983)

poster
4,0
Mijn oudste dochter schrijft alweer een paar jaar in haar dagboek.
Heel onschuldig allemaal, en als ouder zijnde mag ik er nog regelmatig in kijken, of leest ze iets voor.
Dan na de lagere schooltijd komt de tijd tot volwassenwording.
Worstelen met de minder ideale wereld om je heen.
Voortaan wordt het slotje gebruikt, en is het open boek steeds vaker gesloten.
De puberteit blijft een van de lastigste periode in iemands leven.
Anne Clark ontdekt haar seksualiteit, die anders is dan gemiddeld.
Ook het besef dat je als jonge vrouw zijnde niet het ideale schoonheidsbeeld hebt.
Onzeker over het uiterlijk, de aanleg om wat dikker te worden.
Hoe knap is het dan om juist je gedichten openbaar te maken.
Waarschijnlijk heeft ze hierdoor veel jongere vrouwen door een moeizame periode heen geholpen.
Maar ook ik hoor juist door de wanhoop veel troost terug.
Strijdbaar, niet de vuist in de lucht, maar juist de pen.
She Sells Sanctuary.
Maar dan vooral het geloof in jezelf.
Hopelijk gaan mijn dochters later in de puberteit ook naar Anne Clark luisteren.
Het is hun eigen duisternis die ze moeten overbruggen; ieder op hun eigen manier.
Even geen Facebook of andere Social Media, maar de intensiteit en gevoeligheid van de muziek.

Anne Clark - R.S.V.P. (1988)

Alternatieve titel: Live at the Music Centrum, Utrecht Holland

poster
4,5
Exit in Enschede.
Begin jaren 90.
Bereikbaar via een vies klein straatje.
Metal naast New Wave.
Shoegazers en Punkers.
Spiegels aan de muren.
De stank van kots, rook en alcohol.
Monotone bewegingen op de dansvloer.
Verbondenheid.
Gelijke zielen.

En dan opeens.
Die boze stem uit de luidsprekers.
Gejuich vanuit het swing café.
Binnen No Time een bewegende menigte.
Onze eigen massa hysterie.
Our Darkness.

Totaal nieuw voor mij.
Ongehoord.
Wie is deze zangeres.
Die ondersteund met saxofoon de frustraties van zich af zingt.
De DJ beantwoorde mijn vraag.
Anne Clark.
Dit was haar live album, opgenomen in Utrecht.
(waarvoor ze in het hoesje haar vrienden uit België voor bedankt, hahaha)
Hang The DJ?
No Way!

Ze zou die avond nog vaker klinken.
Sleeper In Metropolis en Homecoming werden gedraaid.
Ook hier hoorde ik Temple Of Love van Sisters Of Mercy voor de eerste keer.
Maar voor mij staat een ding vast.
Anne Clark is voor mij synoniem aan Exit.

Anne Clark - The Smallest Acts of Kindness (2008)

poster
4,5
Er staat dan wel Anne Clark op de cd hoes, maar dan zou je de rest van de aanwezige artiesten tekort doen. In 2008 staat hier een goed geoliede band, waarbij Mevr. Clark zich alleen richt op de zang en de teksten.
Het totaal maakt dit voor mij haar beste album; en ben dus aangenaam verrast.
Hoe dan ook; het beste album dat in 2008 verschenen is.

Nothing Going On is haar versie van “Ritme Van De Regen”. Er wordt gebruik gemaakt van een echte drummer; waardoor de beats wat meer ademen. De stem van Anne wordt zelfs wat meer naar de achtergrond gebracht, en het nummer heeft de sfeer van een dreigende onweersbui.

The Hardest Heart bevat een piano loopje, wat zo door Trent Reznor in elkaar had kunnen gezet. Het wakker worden door de zonnestralen, en het hopen op een mooie nieuwe dag. Het klinkt allemaal wat optimistischer. Al blijft het dramatische door klinken in Anne haar stem; gelukkig maar.

Waiting heeft weer wat weg van haar Changing Places periode. Opeens is ze weer de jong volwassen vrouw van 23 jaar, om vervolgens te beseffen dat ze ondertussen toch 25 jaar ouder is en terug denkt aan een oude liefde. Alleen straalt het nu meer kracht uit.

Psalm is een kritische kijk op het geloof in het algemeen, waarbij vrijwel elke vorm van geloofsovertuiging wordt aan gehaald.. Ze heeft niks met het geloof en met Goden. Het enige wat ze nodig heeft is liefde. De boodschap is duidelijk.
Op het einde is er een mooie rol van de cello weg gelegd.
Pure ontroering, zoals we van Anne Clark kennen.

Know wordt opvallend geopend door een accordeon, in combinatie met de cello doet het Iers aan. Anne Clark zingt dat dit een van haar meest trieste nummers is. Dat hoor je er wel in terug.

Bij As Soon As I Get Home wordt ze qua zang ondersteund door keyboardspeler Murat Parlak (die wel wat weg heeft van Martin Gore van Depeche Mode), en is een mooi eindproduct. Het begint ingetogen, maar openbaart zich tot een zeer sterk positief hoopvolle song, je voelt halverwege de wolken openscheuren door de scherpe zonnestralen. Het beste nummer op dit album.
Als ze zich weer thuis zal voelen; zijn alle problemen voorbij.

Off Grid heeft ook dat Ierse, wat Know ook heeft. Het bevalt mij wel, deze nieuwe invalshoek, ook is de rol van de gitaar hier opvallend groot. Ondertussen wordt er gezongen over het vallen van de avond. Juist bij een Anne Clark verwacht je juist Oosterse invloeden, en geen Riverdance achtig riedeltje. Maar het geeft de nummers wel een meerwaarde.

Boy Racing opent dromerig, en het gaat al snel over in een up tempo nummer; alsof Anne Clark in de avond aan het piekeren is, en waardoor ze maar niet in slaap kan komen. Het wordt steeds gejaagder en agressiever. Wel zoals we van haar gewend zijn. Het valt weer eens op dat de keyboardgeluiden op dit album niet overheersen; zelfs in een aantal nummers vrijwel niet aanwezig zijn.

Zest! sluit hier mooi op aan. Het gejaagde is nog steeds aanwezig in dit instrumentale muziekstuk, waarbij Anne Clark zelf helemaal geen bijdrage aan levert. Het stuk gaat richting Fusion.

Vervolgens komt er een hard stuk electronica wat veel weg heeft van Head Like A Hole van Nine Inch Nails. Prayer Without Born laat weer de veelzijdigheid van dit album horen. Heerlijk dansbaar, ook richting Electric Body Music, maar dan ingespeeld door een hele band. De tekst handelt over een ongeboren kind, en de gevaren van het leven wat hem/haar te wachten staat.
Eigenlijk gaat het dus over de vraag; of je wel kinderen moet nemen in deze zware ongelukkige wereld.

Full Moon sluit hier muzikaal weer op aan. Het is House, maar dan op z’n Anne Clarks. Door het harde stormachtige geluid vloeit een rustige synthesizer vloedgolf. Het handelt over een decadente wereld waar de snelle veranderingen de aarde de vernieling in brengt. De positiviteit is helemaal verdwenen, en brokkelt per zinsdeel verder af. Het einde van Full Moon is ironisch genoeg erg ontspannen en vol rust.

Met If sluit The Smallest Acts Of Kindness af. Dit licht noisy muziekstuk gaat over wat er te gebeuren staat als alle ellende in wereld verdwenen is. Als de laatste zinnen van Anne Clark uit gesproken zijn; gaat de noise over in dansbare House klanken

Anne Clark laat op dit album horen dat ze nog wel degelijk mee telt in de muziekwereld, en dat ze na 25 jaar nog steeds een groei door maakt, waar volgens mij nog geen einde aan komt.
Bedankt voor dit tijdloze monument.

Anouk - For Bitter or Worse (2009)

poster
2,5
Tot nu toe vond ik alleen Graduated Fool een gruwelijke misstap, verder heeft ze prima albums gemaakt. Ik zal ze niet de hemel in prijzen als Giel Beelen; die blijkbaar haar eerste 2 albums niet kent.
Als zangeres heeft ze voor mij echt de mooiste stem in Nederland, al vind ik niet al haar werk even goed.

Deze ligt zoals ik in eerste instantie hoor, duidelijk in het verlengde van Who's Your Momma, dus met meer soul, al zijn niet alle tracks helemaal af voor mijn gevoel. Beetje de boze stiefmoeder dus. Duidelijk hoorbaar in In This World en 8 Years, met dat rare einde.

Eigenlijk mis ik op dit album een muzikale omlijsting zoals Duffy bijvoorbeeld wel heeft (in de Phil Spector stijl). Je mist dus wel degelijk een groep goed ingespeelde muzikanten.

Leuk dat ze weer helemaal gelukkig is in de liefde, maar hier mis ik diepgang, al werd ik van haar hit Girl wel vrolijk ondanks het gebrek daar aan.

Dus helaas is mijn conclusie dat Anouk hier niet haar volledige kunnen laat zien.
Of zoals ze het zelf verwoord bij haar commentaar bij Madonna.
Men zit niet te wachten op een eenvoudige herhaling van een kunstje, je wilt waar voor het geld.
Blijkbaar zijn Tom Waits en Bonnie Raitt grote voorbeelden; laat dat op je volgende album terug horen.

Anouk - Sad Singalong Songs (2013)

poster
3,5
Prima album van Anouk, ze laat weer eens horen dat ze een groot zangeres is.
Ondanks dat de nummers mooi in elkaar zitten, komt het voor mij toch regelmatig over als een soort van mix tussen James Bond nummers en Disney musical songs.
Sad Singalong Songs is dan ook een toepasselijke naam.
Duidelijk ingespeeld op de liefhebbers van het Eurovisie Songfestival, die vaak ook wel een voorkeur hebben voor musicals.
Anouk weet heel goed welk publiek ze met dit album wil bereiken.
Beth Gibbons hoor ik wel terug, Lana del Rey een stuk minder.
Eerder een Anneke van Giersbergen (voorheen zangeres van The Gathering).
Groot compliment, omdat ik die toch wel tot de top van Nederlandse zangeressen reken.
Anouk heeft in het verleden nummers gemaakt met rock, funk, soul en hip-hop invloeden, en nu laat ze weer een andere kant van haar horen.
Aan haar uitspraak stoor ik mij niet zo, ze heeft een tijdje in Amerika gewoond, en ik denk dat ze zich daar aardig kon redden.

Anthony Laguerre - Myotis (2019)

poster
3,5
Veel is er niet te melden over de Franse drummer Anthony Laguerre behalve dat hij van Nancy afkomstig is. Voorheen actief is geweest in de noiserock van FiliaMotsa, waar ook ene G.W. Sok een belangrijke rol in vervuld. Ja, hij is goed bevriend met de oude frontman van The Ex. Alleen daarom is het interessant om meer te weten te komen van de muzikale uitspattingen van deze excentrieke geweldenaar. Hij houdt het zelf het liefste zo eenvoudig mogelijk. Geen tracktitels, maar verfijnd tot de aanduiding van Romeinse cijfers. Zo telt Myotis in zeven totaal verschillende nummers. Als je een album naar het geslacht der vleermuizen noemt, dan verwacht je iets duisters wat het beste in het donker af te spelen is. Zo min mogelijk licht binnen latend en de totale concentratie liggend bij de zintuigen, met het gehoor als belangrijkste informatiebron.

Is Like It Is, de meest verse plaat van FiliaMotsa nog goed gearrangeerd tot een gemakkelijk verteerbaar product, bij Myotis is dit een stuk minder het geval. Het ondergrondse eerste hoofdstuk zou zich zo diep mogelijk in de voor publiek ontoegankelijke grotten kunnen afspelen. De schuilplaats van de gevleugelde familie, die vooral bekend staat als gevaarlijke ziektebron. Een minder vriendelijke uitstraling werkt ook niet in het voordeel. Dat is ook precies wat deze track oproept; onheilspellend en onbetrouwbaar. Luister je daar doorheen dan hoor je een sterk herhalend ritme en prachtige noise collages.

De geluidsstorm van het tweede gedeelte vergt al meer van het inlevingsvermogen van de luisteraar. Door een hoop gedraai aan knoppen waan je jezelf in het beklemmende gevoel wat totale weersverandering weet op te roepen. Was de eerste track nog gitzwart, deze is moerasgroen. Niet te doorgronden. Met de spaarzame slagen van het korte derde passage komen mijn gedachtes niet verder dan de glasbak naast de kerk, waar kwajongens op oudjaarsavond stiekem rotjes in gooien. Een hoop geknal, maar totaal stuurloos.

De vierde compositie is een terugkerende nachtmerrie. Meegesleurd worden de dieptes in. Door het minimale gebruik van industrieel geweld wordt juist nog meer op de innerlijke angst ingespeeld. De kunst van het weglaten met horribel effect. Door het volume op te voeren wordt het nog minder draaglijk. Dat lijkt mij precies de doelstelling van de kunstenaar. De schrikbare aanpak moet afschuw oproepen, waar hij treffend in slaagt. De passage die het meeste bijblijft. Dan is er onverwachts die explosieve overgang naar het zwaar industriële vijfde werkstuk. De roots van Laguerre mogen tot uiting komen in oorverdovend olievaten in herinnering roepend weerkaatsende krachtig drumwerk.

De totale stilte van de zesde track wordt omgezet door snel opeenvolgende percussie, geen rekening houdend met maten en ritme. Juist die dwarsheid roept het beeld van de free jazz op, waar ook zo min mogelijk vast wordt gehouden aan de geregelde structuur en vaste akkoordschema’s.

Die vrije invulling domineert ruim een kwartier lang in de door gongslagen introducerende finale. De hardheid staat synoniem aan de levensklok. Elke krachtige slag komt het definitieve einde dichterbij. Steeds doordringender en luider. Pas na ruim vijf minuten versuft de inleiding om plaats te maken voor gillende aanvallen op de geluidsbarrières. Met een hoop pijnlijk gepiep en klotsende drumpartijen worden de experimentele grenzen bijna strafbaar overtreden. In de laatste vijf minuten gebeurt er iets wonderbaarlijks. Onverwacht wordt ik helemaal meegesleurd door de meesterlijke veldslag van Laguerre achter zijn hoofdinstrument, het drumstel.

Anthony Laguerre kiest voor de minst gemakkelijke methode om zijn muziek tot de mens te brengen. En eigenlijk weet je na veertig minuten nog steeds niet concreet te benoemen waarvan je getuige van is geweest.

Anthony Laguerre - Myotis | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Anthony Moore - Home of the Demo (2024)

poster
4,0
De carrière van Anthony Moore is een wispelturige. Hij brengt in 1971 het lastig te plaatsen avantgardistische en kakofonische Pieces from the Cloudland Ballroom uit. Na dit wat mislukte experiment maakt Anthony Moore een zeer geslaagde doorstart in Slapp Happy. Het huwelijk met de legendarische Krautrock vernieuwers van Faust levert het vruchtbare Sort Of en het uiteindelijk uitgebrachte Casablanca Moon op. Deze ligt later namelijk alsnog onder de Acnalbasac Noom noemer in de winkel. De kunstzinnige psychedelische albums zijn wat onderbelicht gebleven, maar behoren tot de huzarenstukken uit begin jaren zeventig en vormen net als de vroegere Roxy Music albums de sleutel tussen kraut en glam.

Zelfs de grootste vernieuwers uit de muziekgeschiedenis hebben hun persoonlijke helden. Als David Gilmour en Roger Waters niet meer samen door een deur kunnen, besluit Gilmour om met Nick Mason Pink Floyd in leven te houden. Als voldoende bruikbare ideeën ontbreken contacteert David Gilmour de bescheiden muzikant Anthony Moore, die hem vervolgens de juiste input geeft. David Gilmour Hij is zo onder de indruk van Earthbound Misfit dat hij deze letterlijk in het latere Pink Floyd hit succes Learning to Fly van doorstartplaat A Momentary Lapse of Reason verwerkt.

Na een korte vruchtbare fusie met Henry Cow besluit Anthony Moore om het opnieuw solo te proberen. Nu met meer succes, het baanbrekende werk verricht hij met het stevig rockende Flying Doesn’t Help, World Service en het pas jaren later gemasterde Out, welke oorspronkelijk al uit 1976 afkomstig is. Er ligt nog genoeg bruikbaar materiaal op de schappen. Zonde dat hier pas na zo’n lange tijd aandacht aan besteedt wordt. Earthbound Misfit blijkt niet de enige geweldige track te zijn, sterker nog, Home of the Demo is een mooie verzameling vroeg jaren tachtig new wave.

Wat vooral opvalt is dat de nummers zeker niet in de demo fase verkeren. Op The Ballad of Sarah Bellum en A Different Lie laat hij zich van de degelijke gelikte Engelse soulgentlemen kant zien. Bij het afsluitende Cold Love draaft hij daar net teveel in door. De bas huppelt zich er vrolijk doorheen, en het kermis toetsenwerk klinkt net te goedkoop. Ook hier heeft David Gilmour overduidelijk naar de hoge tweede kopstem geluisterd en deze in zijn sound verwerkt.

Het avontuurlijke Me and Neil Diamond heeft een Echo & the Bunnymen glans. Niet vreemd dus, de geruchten gaan dat gastzanger Ian McCulloch zich achter het toepasselijke Guest alter-ego verschuilt. De blikken Midnight Sun percussie verraad dat de oorsprong hiervan ergens in de jaren tachtig ligt. De melancholisch gestemde gitaarakkoorden geven er een wanhopig sfeertje aan. Het lawaaierige overstuurde Coralie punkorgeltje tript op de avant-garde erfenis van Velvet Underground voort, het is Anthony Moore die hier zijn smoelwerk op los laat en er een eigen twist aan geeft.

Het blijft tevens speculeren welke gitarist zich bij de puntige Judy, Judy afrobeat wave inmengt. Is Page The Oracle dan toch het alias van David Gilmour of hebben we hier met een andere held te maken. De naam van Robert Fripp dwaalt ook nog ergens in mijn achterhoofd rond. Anthony Moore laat zich hier niet over uit. Het zou mij ook niet verbazen als Anthony Moore het gewoon allemaal zelf ingespeeld heeft. Een wezenlijk verschil met de relaxte mindere Judy Get Down versie die uiteindelijk Flying Doesn’t Help haalt.

Het met beatbox introducerende bombastische Lucia Still Alive is een opgepimpte punkwave versie van het tevens op Flying Doesn’t Help verschenen Lucia. Deze glamrock bastaard kan zich prima tussen het smerige rockgeweld van de jaren zeventig eenheid David Bowie, Lou Reed en Iggy Pop settelen. Die laatste hoor je in de Nightclubbing verwijzingen van het elektronische maatschappijkritische One World weer terug. Ook hierbij is het ongelofelijk dat het slechts een restsong is. Je valt van de ene verbazing in de volgende verbazing. En dat is wat Home of the Demo juist zo fraai maakt, de veelzijdigheid en het onverwachte.

Anthony Moore - Home of the Demo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Antwerp Gipsy-Ska Orkestra - Duivelsblauw (2020)

poster
3,0
Antwerp Gipsy-Ska Orkestra heeft net als de rond 1980 opkomende Britse Two Tone ska beweging connecties met de punk. Zanger Gregor Engelen maakte als Gregor Terror naam in de Antwerpse krakersbeweging en de hardcore scene. Als na vier opzwepende albums een kerndrietal afhaakt en Gregor Engelen samen met bassist Filip Vandebril als enige vaste waarde van het collectief overblijft, worden veel van de inheemse instrumenten grotendeels vervangen door een sterk blazers combo. Lag er op vorig wapenfeit Black Panther de nadruk vooral op de Reggae en Dub, de noodzakelijke veranderde impuls zorgt voor meer variatie. Een nieuwe doorstart waarbij ruimte is voor frisse ideeën.

Jamileh is een ode aan de Iraanse buikdanseres Fatimah Sadiqi die onder deze artiestennaam naam haar optredens verzorgde. Door het bloedzuigende intro wanen we ons eventjes in het Roemeense Transsylvanië van Dracula, totdat de retro Nile Rodgers beïnvloedde seventies klanken zich kronkelen aan de slangen bezwerende Perzische cultuurdans. Nadat ze haar vaderland ontvlucht zet ze eind jaren zeventig haar carrière voort in het bruisende Los Angeles, welke gedomineerd wordt door de disco die juist dan in opmars is. Met de grafstem van Gregor Engelen in de bijrol van opgepimpte dansvloer koning.

Duivelsblauw is de vijfde plaat van deze smeltkroes aan invloeden. Vanuit de Jamaicaanse ska wordt er gewerkt met Turkse traditionals, bewierookte Libanese psychedelica en Nederlandse teksten. Nog steeds zijn er meer dan genoeg doorgroeimogelijkheden wat hier resulteert in een kort multicultureel feestje van een klein half uurtje. Het zigeunergevoel zit hem voornamelijk in het gepassioneerde samenspel, waarbij de duistere zware bloedzuigende vocalen in het spookachtige Take My Wrist voor een extra dosis mystiek zorgt.

Het wordt een stuk minder interessant als de zanger het tempo opvoert en in een soort van Vlaams dialect door de tracks heen werkt. Het nodigt dan wel meer uit om te bewegen, het eigenzinnige karakter is verdwenen. Titelnummer Duivelsblauw heeft een strakke orkestrale bigband swing met een vleugje surf waardoor je jezelf in de fifties clubs waant waar foxtrot en charleston domineren. Bhangra Love is net te toegankelijk, al zorgen gastzanger Clement ‘Nerlock’ Jahwed en de zwoele soulvolle vrouwenvocalen van Lady Linn en Slongs Dievanongs voor een mooi evenwicht.

Antwerp Gipsy Ska Orkestra - Duivelsblauw | World | Written in Music - writteninmusic.com

Aoife Nessa Frances - Land of No Junction (2020)

poster
3,5
Het is al lang geen groot afgeschermd geheim meer dat Dublin op dit moment the place to be is in het veelzijdige muzieklandschap. Deze Ierse hoofdstad beleefde de afgelopen jaren een gigantische opleving met de een na de andere veelbelovende act die van zich liet horen. Aoife Nessa Frances is de volgende in de overspoelende rij. Deze singer-songwriter heeft haar basis gevonden in de dromerige folk, en levert met haar debuut Land of No Junction een buitengewone goede plaat af.

De kracht zit hem hierbij vooral in het feit dat het haar lukt om in alle opzichten de eigen roots door te laten klinken, zonder deze de overhand te geven. Als de violen het in Here In The Dark van haar overnemen, proef je weer een heerlijk stukje Ierse delicatesse. Toch is haar gezichtsveld een stuk breder georiënteerd dan ons alleen maar smakelijk te laten genieten van deze traditionele keuken. Je krijgt de indruk dat ze vooral aan het bladeren is geweest in een oud vintage receptenboek uit de jaren zeventig, en erg dicht bij deze basis ingrediënten blijft. Het is een vastgelegd tijdsmonument die het retro gevoel van vergeelde vakantiefoto’s weet op te roepen.

Met beperkte middelen als gitaar en drumcomputer geeft Geranium de rust van een lome hete zomerdag weer. Met kristalheldere akkoorden die in een samenspel tussen eb en vloed als muzikale golven je weten aan te raken om vervolgens met gepaste afstand dienst te doen. Daartussen zweven gewichtsloos de relaxte vocalen van Aoife Nessa Frances welke als een ontspannen liggende badhanddoek verkoeling bied tegen de overspelige warmte. Onbewust weet ze je mee te laten voeren in deze bedrieglijke valkuil waarbij de eenvoud van het lied overheerst. Want daarin schuilt ook het grote gevaar. Het komt net te gewoontjes over, waardoor de aandacht al snel zich verplaatst naar de dagelijkse gang van zaken.

Ondanks de kleine ingetogen liedjes lukt het ze wel om met haar karakteriserende zwoele vocalen genoeg diepgang over te brengen. De sobere strijkers in Blow Up illustreren schetsmatig een natuurlijke hang naar vergeten herinneringen, die hun nostalgische waarde blijven behouden. Het frisse Libra wijkt wat af van de rest en mag zich categoriseren onder de noemer sprankelende indie popsongs, die de herkenbare Velvet Underground gitaarsound als uitgangspunt nemen. Een aangename wending op Land of No Junction die ik alleen maar kan toejuichen. Zo ook die huilende gitaaruitloop die Heartbreak passend mag afronden. Aoife Nessa Frances betovert je niet, maar wiegt je wel als een lieve fee in slaap met vreugdevolle beminnende songs.

Aoife Nessa Frances - Land of No Junction | Pop | Written in Music - writteninmusic.com