MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Alderson - Erinyes (2023)

poster
4,5
Soms kan een fraaie muziekavond de aanloop tot iets anders moois zijn. Zo is Written In Music onlangs nog bij een concert van The Golden Glows in Muziekgebouw Eindhoven aanwezig. Een van de mooie vrouwenstemmen wordt door Nel Ponsaers, de toetsenist in de begeleidingsband van Stef Kamil Carlens verzorgd. Het blijkt dat ze amper een kleine twee maanden geleden onder haar alter ego Alderson een album heeft uitgebracht. Bejubelt het The Golden Glows het opkomende zonlicht, Erinyes staat met twee voeten in de nachtelijke duisternis.

Natuurlijk staat ze er niet helemaal alleen voor. Deze onder medecollega’s geliefde muzikant krijgt hierbij hulp van voormalig Mark Lanegan bassist Fred Leynn Jacques, die solo ook verdienstelijk met zijn gelijknamige Leynn project prachtige platen aflevert. Ook jazzpercussionist Frederik Meulyzer van Stray Dogs is present, en als producer neemt Christine Verschorren veel werk uit handen en versterkt dat gevoel van innige saamhorigheid. Hoe dan ook een sterke stabiele basis die elkander in Alderson vindt en het beste in elkaar naar boven haalt.

Nel Ponsaers laat zich hierbij door de vrouwelijke kracht van het bovennatuurlijke inspireren. De drie mythologische Erinyen furies van het kwaad. Alecto, de onverbiddelijke, Megaera, de afkeurende, en Tisiphone, de straffende. Wraakfiguren die tevens de persoonlijke kwellingen, woede uitbarstingen en andere negativiteit aanwoekeren. Alderson zet deze naargeestige vertellingen in vredelievende sprookjes met duistere wendingen om, en blijft hierbij zeer dicht bij haar eigen belevingswereld. Deze persoonlijkheid reflecteert ze in de Erinyes wat in alles een ode aan de donkere kanten van het bestaan is. Dit brengt ze in transparante triphop en stemmige jazz en met kenmerkend Antwerpens broeierigheid samen.

Die zwoel warme broeierigheid versterkt Nel Ponsaers door haar ervaringsjaren in het altijd in beweging zijnde ritmische Brazilië, waar ze een tijdlang woonachtig is. In Devoid of Love laat de zangeres haar conservatorium achtergrond spreken en voegt daar een stukje Antwerps nachtleven aan toe. Alderson bewandeld alleen observerend in alle steden de binnenwegen. Eenzaam? Zeker niet, de trouwe metgezel de nacht is aan haar zijde. Door haar vrouwelijkheid geeft ze deze schemering een verleidend avontuurlijk karakter mee, een invalshoek waarmee ze zich van haar veelal mannelijke collega’s onderscheidt. Nel Ponsaers belichaamt de nacht in een stukje menselijkheid. Geheimzinnig, uitdagend, inspirerend.

We laten ons dus door de deugden van de nacht verleiden. De spookachtige wegdoezelende A Drinking Song slaapliedwals, het herhalend teruggrijpen naar de drank, om vreugde te vieren en verdriet te verdrinken. Het heimelijke drinken, als de lampen gedoofd zijn en de schaduwen in stilte toekijken. Fred Leynn Jacques leidt Exit Garden passend met zijn baspartijen in. Zijn meerwaarde bekrachtigt de dragende capaciteit van Nel Ponsaers en voegt meer diepblauw aan het geheel toe. Alice In Wonderland verdwaalt in het doolhof welke haar gedachtes bewoont. De griezelige psychedelische track laat genoeg ruimte over, die door de luisteraar zelf ingevuld mag worden. Het veelvoud aan instrumenten bouwt een beschermend aura rondom de vocalist heen, prachtig gestileerd met slepend uitbouwende passages.

Het overkoepelende I Am the Moon heerst over de vrouwennijd van de drie samengekomen Erinyes krachtbronnen. Een dirigerende song met veel ruimtelijk inzicht. Nel Ponsaers laat hierin een stukje intensieve natuurbeleving passeren, inbeeldend versterkt door de subtiel geplaatste pianotoetsen. In het klassiek geschoolde Mermaid zorgt diezelfde piano juist voor een meer mysterieus effect. Vergeet niet dat Nel Ponsaers meer dan een voortreffelijke zangeres is. Ze beheerst het klankenspel op een hoog niveau en weet als geen ander hoe ze hiermee haar stemkwaliteiten verder kan inkleuren. Mermaid staat voor sensualiteit, gelijkheid tussen mens en dier, maar ook het verraderlijke onzichtbare. Een fantasiewereld om in weg te vluchten, waarin al het onmogelijke mogelijk is.

In het ontwakende Emerald Dew lacht het ochtendlicht je toe. Nel Ponsaers laat een meer volwassen zelfverzekerde kant van zich horen. De nachttwijfel leegte verdwijnt en wordt door de ochtend zekerheid overstemd. Alle angsten vervagen als het vertrouwde terugkeert, al loeren ze sluimerend weldegelijk op de achtergrond toe. Nel Ponsaers verpakt haar femme fatale positie in het mannen verslindende Trophy. Als een zwarte weduwe zuigt ze haar slachtoffers leeg totdat er hersenloze dienaars overblijven. Het sterke geslacht in actie, overrompelend, doordacht in harde duidelijke taal. Toch valt ze in het afsluitend dromerige The Alice Way in haar menselijke kwetsbaarheid terug. Ze sluit hierin vrede met de nacht, haar eeuwige metgezel. Erinyes is een vergeten opgevist pareltje, een overtuigend prachtdebuut.

Alderson - Erinyes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Aldous Harding - Designer (2019)

poster
4,0
De Nieuw Zeelandse zangeres Hannah Harding uit Lyttelton brengt als Aldous Harding haar derde langspeelplaat uit. Na haar gelijknamige debuut verruilde ze met Party van maatschappij. Het vertrouwelijke Flying Nun Records werd het toepasselijke 4AD. Alsof ze het broednest heeft verlaten om haar vleugels uit te slaan, om de wereld te verkennen.

Uitgaande van de nieuwe single The Barrel verwacht je dat ze meer de elektronische kant op gaat. Toch is dit niet representatief voor de rest van Designer. Fixture Picture heeft die subtiliteit waarmee ze zichzelf bij het vorige werk al mee op de kaart zette. Uiteraard zijn dit haar heldere vocalen, waarmee ze schijnbaar meer dan genoeg indruk maakte bij het 4AD label. Ze past hiermee perfect tussen de acts die zich in de hoogtijdagen van de platenmaatschappij aan het publiek presenteerden. Verder gebruik makend van minimale drums en een terug kerend gitaar melodietje. De strijkers zijn het extra folky element.

Nog meer schud ze het grimmige imago van zich af, door een meer toegankelijkere sound. Waren de eerste twee albums vooral perfect gemaakt om in de avond en nacht te draaien. Nu durven planten hun knoppen te openen, en verlaten dieren uitgerust van de winterslaap de holen. Het is allemaal veel vrolijker en toegankelijker. Deze kan het zonlicht een stuk beter verdragen. Het is veel lichter verteerbaar, al krijg je wel het gevoel dat ze zich steeds meer schikt aan het label. Gelukkig zonder haar eigenheid te verliezen.

Designer zet je op het verkeerde been, na een roots getint intro wordt er vervolgens een zijstap gemaakt naar meer hedendaagse beats en zomerse percussie. Je krijgt steeds sterker het gevoel dat de singer-songwriter het stoffige zolderkamer bestaan verruilt voor een open vriendelijke benadering.

Het belangrijkste vernieuwende element lijkt een bijna overdosering aan vitamine D. Het is vooral zonlicht en warmte wat terug te horen is. Het is allemaal meer ruimtelijk georkestreerd. Door het klein te houden komt het allemaal nog meer tot zijn recht. De pianoklanken zijn de voedende katalysator die de vocalen als een dynamo aansturen.

The Barrel past beter tussen de overige tracks dan wat de single release deed vermoeden. Alleen de kinderlijke tweede stem had achterwege mogen blijven, maar verder is het een prima track om de zomer mee in te luiden. Het verleden kan ze nog niet helemaal van zich afschudden. Het afsluitend tweetal Heaven Is Empty en Pilot hebben nog genoeg zwaarmoedigheid in zich, maar ook hierbij ontbreekt het beklemmende van haar vorige werk. Een nieuwe lente met een herboren Aldous Harding.

Aldous Harding - Designer | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Alessandro Incorvaia - It Emerged to Hold Me (2022)

poster
3,0
Hoe verwerk je de meest duistere periode uit je leven? Een schrijver schrijft het van zich af, een muzikant laat de muziek spreken. Het klinkt allemaal zo logisch, maar dat is het zeker niet. Het zijn brokken aan persoonlijk leed die vaak te intiem zijn om aan de buitenwereld te presenteren. Alessandro Incorvaia verwerkt een burn-out crisis in een zestal instrumentale stukken, zonder woorden, maar wel die voelbare emotie. Het is een kunst om de zwarte oppervlakte te doorgronden, en binnen te treden in de sprookjesachtige nachtmerrie soundtrack van deze in Londen wonende Italiaan. It Emerged to Hold Me, de innerlijke kracht, het onderbewuste, het onbekende herkenbare. Bij het bestrijden van een depressie is regelmaat en structuur van belang, maar wat gebeurt er als de maatschappij zichzelf moet redden bij het gebrek aan deze zekerheid? Dan wijk je uit naar andere oplossingen, muziek is altijd een zekerheid.

It Emerged to Hold Me hypnotiseert, defragmenteert en brengt je in een extase. Een natuurlijke therapeutische mindfulness training om die uitzichtloze leegte tot een bewerkbare leegte om te zetten. Een oase aan rust, maar zeker geen spanningsloze leegte. Mediterende ambient voor gevorderden, die tevens willen genieten van de muzikale impact. Dit is echter schijnbedrog, de soundscape drones zijn juist brommerig, humeurig, het zijn de synthesizers die er doorheen ademen, lucht geven en de bevrijding opzoeken. De basis is die van de pandemie stilte. Een opgelegde stilte waarin het onrustige brein overspannen doorratelt. Een pijnstiller die de angsten naar de achtergrond verdringt, maar welke dat zeurende gevoel niet wegneemt.

De roots van Alessandro Incorvaia liggen in de noise en hardcore punk. Versterkt door zijn free jazz interesses duikt hij steeds dieper in de minimalistische experimentele hoek. Wat doet muziek met de emoties? Waarom het verdriet van je afschreeuwen? Wat is het effect van gefilterde lagen aan geluidsterreur, waardoor alleen die pure geëgaliseerde schoonheid overblijft. Doordat de Italiaan zichzelf noodgedwongen van de buitenwereld afsluit, ontstaat de mogelijkheid om die afbakening perfect te trotseren om vervolgens pas na die voltooiing bij producent Bewider aan te kloppen.

Klein gehouden pianostukken, ritmische spookdansers die zich verschuilen in de duisternis van de nacht. Niks is zo veilig als onzichtbare anonimiteit. Maar ook hier woekert er iets kwaadaardigs in de onderlagen van de tracks, controlerend passief, genadeloos afwachtend. De grenzen van de schemerzones vervagen en daarachter openbaart zich de driedimensionale complexe wereld van Alessandro Incorvaia, bijna tastbare zelfreflectie, geheel verdoofd. De zoektocht naar helende verlossing, spiritueel en hoopgevend.

Alessandro Incorvaia - It Emerged to Hold Me | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Alex Cameron - Oxy Music (2022)

poster
3,0
De titel Oxy Music is leuk gevonden, en linkt uiteraard al snel naar Roxy Music. Toch is het vooral een verwijzing naar de Oxycodon en Fentanyl verslavingen. Zware pijnmedicatie welke waarschijnlijk ook een grote rol speelden in het overlijden van muzikanten als Prince, Michael Jackson en Tom Petty en dat van de veelbelovende jonge acteur Heath Ledger. Love is the drug and I need to score. De Australische Alex Cameron zoekt de betwistbare grenzen van de humor op, en legt daarbij ook de nodige problematiek en sociale zenuwpunten bloot.

Is Oxy Music op het randje, of slaagt hij erin om de taboesfeer rondom deze pillenjunkies te doorbreken. Alex Cameron, het sharp dressed man personage van het klinisch elektronische Jumping the Shark die de jaren tachtig nodig heeft om zijn illustratieve schetsfiguur kracht bij te zetten. De eenzaam aan lager wal geraakte popmuzikant op Forced Witness. Schud hij dat ego op het meer soulvolle Miami Memory van zich af, of is het gewoon weer een ander inwisselbaar alias van deze veelkleurige kameleon? Oxy Music is ondertussen alweer de vierde soloplaat van de muzikant die met het elektro gezelschap Seekae ooit al een beetje aan het succes mocht snuffelen.

Best Life, we hebben alles en we offeren het op voor alles. Bizar eigenlijk, nooit geweten dat een veelvoud aan contacten juist echte vriendschappen zo in de weg zullen staan. Verslaafd aan roesverruimende medicijnen, verslaafd aan internet, dancing with myself. Hoe gemakkelijker we tegenwoordig te bereiken zijn, hoe afstandiger de tastbare contacten. Een vervangbare generatie in een wegwerp cultuur. Teleurstellingen stapelen zich op tot een muur aan isolement. Verdeeldheid, twijfel, de onmacht van desinformatie en de overdosering aan informatie.

Het chemische Oxy Music gevaar, geoxideerde vastgeroeste vriendschappen. Lege hulsels, zichzelf met kunstmatige liefde voedend. Verkoop het lijntje met het leven voor een wit lijntje aan genot. Cocaïne impotentie, daar helpt geen Viagra of saxofoonpartij tegenop. De cooling down, de Breakdown, het uitgemergeld zelfbeeld, anorexia van de ziel. De gordijnen blijven gesloten, wat daar aan de andere kant gebeurt is voor de buitenwereld niet zichtbaar. De blindheid van avondverlichte flats, de flikkerende Save Our Souls lampen als brailleschrift afleesbaar.

De elektrobeat bepaald het ritme van het bestaan. De fastlane walk on the wild side. Oxy Music stopt de jaren tachtig nietszeggendheid in toegankelijke popdeuntjes. Neem geen smakelijk lekkernij van vreemdelingen aan. Oxy Music verbergt negen giftig prikkelende zuurtjes in kindvriendelijk snoeppapier. Die zoetsappigheid bedekt de ware identiteit van de plaat. Gaat Oxy Music over de persoonlijke duistere ervaringen van Alex Cameron, of blijft hij die doordachte waarnemer, anoniem meelevend.

Alex Cameron - Oxy Music | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Alex Ebert - I Vs I (2020)

poster
3,0
Een goede reclamecampagne met een sterke ondersteunende track levert met regelmaat ook een hitsucces op voor de uitvoerende artiest. Het pakkende deuntje is herkenbaar genoeg, en blijft wel hangen. Toch gaat er bij de naam Edward Sharpe and the Magnetic Zeros niet snel een belletje rinkelen.

Home weet iedereen wel te plaatsen, maar waar deze de oorsprong heeft, blijft een lastiger gegeven. De melodie heeft een plek verworven in ons collectieve geheugen, en ikzelf ben verbaasd dat het alweer ruim acht jaar geleden is, dat deze geïntroduceerd werd. Het folky Edward Sharpe and the Magnetic Zeros komt voort uit de explosieve powerrock van Ima Robot. Orpheo McCord en Alex Ebert besluiten om die manische energie op een zijspoor te zetten, en zich te richten op het meer evenwichtige vervolg.

Gelukkig blijf je in de vocalen van Alex Ebert dat licht gestoorde psychedelische randje door horen. Na in een grijs verleden onder de naam Alexander een meer sixties bubblegum getinte popplaat en een spannende retroseventies soundtrack voor All Is Lost uitgebracht te hebben, komt de uit Los Angeles afkomstige duizendpoot nu met een gloednieuw album, die hij voor het gemak onder zijn eigen naam laat verschijnen.

Geef een doorgeflipte neohippie een vintage synthesizer met een overschot aan effectenmogelijkheden, en je komt aardig in de buurt van I Vs I. Kitscherige kerstbaldeuntjes worden afgewisseld door met kopstem gezongen soulfunk, retro glitterdisco en kinderlijke hiphopgekte. Verbaal gezien vallen zijn beperkingen sterk op, al is het ook wel passend op de plaat. Hoe meer er vanuit de kern van een kale popsong gewerkt wordt, hoe beter het tot uiting komt.

Het catchy Stronger heeft alles in zich om grootschalig publiekelijk omarmd te worden. Een oorwurm met een eenvoudig refreintje, vorm gegeven door een open muzikaal raamwerk. Kwaliteiten die hij ook weet te gebruiken in het droog door funkende Fluid en de swingbeat van Her Love. Al komen die vooral vanwege de pure geïmproviseerde saxofoonpartijen prima tot hun recht. De zomerse dub in Press Play heeft iets strijdlustigs in zich, waarmee hij op relaxte wijze I Vs I uitluidt.

Al fluitend, stuntelend en rappend werkt hij zich door het overige songmateriaal heen, al gaat het hem zeker niet gemakkelijk af. Alex Ebert bewandelt hierdoor een lastige weg omgeven door hindernissen. Het is hem zeker gelukt om zich te onderscheiden van andere artiesten, maar moet daar nog de juiste balans in vinden.

De eigenzinnigheid werkt nog niet in zijn voordeel. De onnavolgbare uitspattingen verdoezelen net te vaak het talent van Alex Ebert. Hij functioneert in een onduidelijke schemerwereld waarvan hij alleen de passende sleutel blijkt te bezitten. I Vs I bezit dat speelse van een blije puppy, met gebrek aan discipline. Dat moet nog bijgebracht worden. Apport!

Alex Ebert - I Vs I | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Algiers - Shook (2023)

poster
4,5
Met hun hedendaagse mix van stijlen overstijgt Algiers al snel het postpunk platvorm. Het is voornamelijk de zwartgallige stemming met pijnlijke geketende herinneringen welke aan deze invloedrijke periode memoreert. Algiers is multicultureel, denkt multicultureel, opereert zelfs op politiek vlak vanuit deze multiculturele visie. De basis ligt dan wel in Atlanta, maar het gezelschap krijgt pas in Londen naam. Als je een single lanceert is het wel een slim gegeven om hieraan een bandnaam te koppelen, in 2012 is dit een feit. Het gelijknamige Algiers debuut overrompelt de muziekscene, opvolger The Underside of Power verovert de wereld, en het derde wapenfeit There Is No Year stabiliseert die positie, en nu verschijnt dan eindelijk Shook. Is er in de tussentijd verder niks gebeurt? Er is in de tussentijd heel veel gebeurt.

De ceremoniële soulpreek van het duistere anti-slavernij plaat Algiers maakt de overtocht naar het tot actievoerende The Underside of Power oproept, waarna There Is No Year het rechtse maatschappelijk beleid flink aan de tand voelt. Daarna besluit het moegestreden Algiers met een nulpunt energielevel de samenwerking te beëindigen. Maar dan spannen donkere wolken zich samen om met een donderslag de aarde te splijten. De basis van Shook vindt zijn onvrede in het nog steeds om zich heen grijpende racisme en beantwoordt de identificatie met de internationale Black Lives Matter beweging. Zorgen de Rodney King rellen in 1991 al tot een Fight The Power reactie, waarin vooral geharde cross-over acts hun voedingsbodem vinden, het tijdsbeeld is tegenwoordig amper verandert. Niet vreemd dus dat Rage Against the Machine in 1991 uit die opruiende asresten in Los Angeles de oorsprong vindt, en politiek boegbeeld Zack de la Rocha zijn medewerking aan Shook verleent, al staat het muzikaal gezien net wat dichter bij het Living Colour werk.

Het Shook project is in alle opzichten een cross-over plaat, niet alleen in stijlen, maar wat misschien in dit geval nog wel belangrijker is, voornamelijk door de diverse veelzijdigheid van meewerkende artiesten. En dat zijn zeker niet de minste persoonlijkheden. Het cross-over begrip is dan wel allang ingeburgerd, het gemeenschappelijke acceptatiemodel staat hier nog mijlenver van verwijdert. Shook is de plaat die Algiers moet maken, de zoveelste poging om de wereld wakker te schudden. Het gesproken woord als wapen, gebalde vuist gestrekt in de lucht, de beats met militaire precisie gedropt. De leden van het Algiers gezelschap zijn enkel ceremoniemeesters in deze opgelegde gemeende bijeenkomst.

Everybody Shatter confronteert de gemeenschap met het historische belang van geschrapte zwarte verslaglegging pagina’s. 1981 is het ijkpunt, de Apocalyps zet zijn oorverdovende zelfvernietigende lijnen uit. Gedateerde blikken hiphopbeats en een voorgeprogrammeerde robot voice-over geeft het straatbeeld kleur. De synthpop kilte heerst, Big Rube offert zichzelf als dienstdoende spreekbuis op. De geschiedenis herhaalt zich en zal zich altijd blijven herhalen, maar eerst dansen we funkend in alle onschuld het verdriet weg. Het is te gemakkelijk om Irreversible Damage weg te lachen. De onherstelbare schade heeft niks met de veroorzaakte aardbeving tijdens het Pinkpop optreden van Rage Against The Machine in 1993 te maken. Zack de la Rocha is een woedende ontplofbare kernreactor, en ondanks dat zijn stem niet meer die jeugdige dynamiek bezit is deze nog sterk genoeg om de maniakale Irreversible Damage cyberpunk onvrede te dragen.

Het scherp gespeelde opgefokte drum and bass 73% naait de boel flink op. Een adrenalinestoot die zijn effect in het mellow Cleanse Your Guilt Here en het deprimerende As It Resounds postpunk tussenstuk enigszins verliest, en pas in het vintage seventies filmische Bite Back genadeloos met terugwerkende kracht toeslaat. Brand het ontvlambare vuur nog niet hard genoeg, dan stoken Billy Woods en Backxwash het nog wel eventjes effectief op. Out of Style Tragedy is een jazzy coole Pulp Fiction wake up call van de mondiale problematiek. Hiphop poëet LaToya Kent verzilvert vanuit de gekleurde gemeenschap op Born haar visie in een kort duidelijk feministisch statement. Het korte stevige synthpop rockende A Good Man memoreert naar de befaamde geruchtmakende Body Count Cop Killer attitude van Ice T. Vervolgens doet het geruststellende door de soulzang van Future Islands frontman Samuel T. Herring gedragen I Can’t Stand It! bewust een stapje terug, om de indrukken in zich op te nemen.

In het jazzy Green Iris avondkroeg werkstuk is een andere kant van Algiers hoorbaar, al grijpen de diepbruine soul backing wel naar de Atlanta roots terug. Dat hierbij een overstuurde treursaxofoon solo niet ontbreekt, mag duidelijk zijn. Met het krachtige uptempo donkere einde zet Algiers zichzelf nogmaals krachtig op de kaart. An Echophonic Soul koppelt de jazzy hulpvraag aan de dieptrieste gepasseerde new wave problematiek. Retro synthesizer coldwave geven de deprimerende Cold World klanken een as zwarte glans mee. Er is in al die jaren niks veranderd, en er zal in de komende jaren waarschijnlijk ook weinig veranderen. Het pandemie isolement weerlegt de angsten van het opkomende individualisme, de milieukwestie verschroeit nog steeds de aarde, en een onheilspellende nucleaire oorlog is net zo dreigend als in de jaren tachtig.

Something Wrong leent krachtige punk en funksamplers om de boodschap kracht bij te zetten. Toch nodigt de track verder uit om het leven op te pakken, te bewegen en te feesten. Vastlopende stagnatie veroorzaakt stilstand, en met stilstand verzet je zeker geen bergen. Tijdens de eindversnellingssprint loopt Algiers zichzelf bewust tollend omver, het blijft van belang om niet onbedachte nutteloze haastige beslissingen te nemen. Het bezinnende Momentary reactiveert de opstand in een zoet liefdevol weerwoord, al zit de verbittering amper onder de oppervlakte verborgen. Als wij sterven dragen we de getekende littekens aan de volgende generatie over, dit moeten we een halt toeroepen. Shook is chaotisch en onnavolgbaar, net als de huidige wereld.

Algiers - Shook | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Algiers - There Is No Year (2020)

poster
4,0
Dat het beleid van de Republikeinse Partij in The United States Of America nog steeds veel vragen en verzet oproept is een algemeen bekend vaststaand feit. Allen dit gegeven is al een voedingsbodem en inspiratiebron voor de onvrede en teleurstelling die overheerst. Met The Underside of Power uit 2017 weet het uit Atlanta afkomstige politiekbewuste vier individuen tellende Algiers niet alleen muzikaal iedereen te overrompelen, de confronterende teksten hakten er net zo lekker in.

Het lukte ze al om zich met het veelbelovende debuut Algiers flink geaard op de kaart te zetten, maar hiermee maakten ze een niet te evenaren overtreffende trap. Versterkt door elektronische soundscenario’s en politiek getinte samplers verwelkomden ze het publiek met een mix van blues, rock en vooral heel veel soul. Franklin James Fisher bouwt als emotionele geladen prediker zijn werkgebied steeds verder uit, om zoveel mogelijk volgelingen kennis te laten maken met zijn gepassioneerde overtuiging. Dit gaat nog een grote stap verder dan het geloof verkopen, al heeft het veel weg van een swingende religieuze kerkdienst.

De afgelopen twee jaar is het vertrouwen in de onzekere maatschappij niet toegenomen, meer dan terecht dus dat de dringende behoefte aanwezig is om ons opnieuw toe te spreken. De onrust is alleen maar versterkt, en vanaf de smeltkroes van cyberpunk en gospel in sleuteltrack There Is No Year uiten ze hun onvrede over een wereld die balanceert op het randje van de afgrond. Niet voor niets dat er ook als albumtitel is gekozen voor There Is No Year. Nog steeds overheerst die opgekropte boosheid. De Verenigde Staten staan in brand en de wanhoop openbaart zich uit in de overdonderende lyrics.

Hoe geweldig is het om juist in de levenslustige vocalen van Fisher zo weinig mogelijk van die kwaadheid terug te horen. Het is allemaal zo melodieus mogelijk gebracht en zijn coole uitstraling wil absoluut in het voordeel werken. Juist door de keuze om het geheel geen kracht bij te zetten met overstuurde duistere hardcore uitspattingen roept zoveel respect op. De houding is een stuk minder militair, ze richten zich niet alleen op de donkere gemeenschap, maar presenteren zich als spreekbuis voor de gehele kansarme klasse. Het doet denken aan de grootschalige vreedzame demonstraties waarbij het strijdbare lied het enige wapen is.

De beats zijn of loeihard of juist erg grimmig. Met deze Industrial aanpak lijkt het dat ze een opleving oproepen voor dit genre. Dit is niet zozeer het geval, maar hierdoor komt de heftigheid het beste tot zijn recht. De zelfbewustheid van Fisher wil ook de rest van de band motiveren en stimuleren. Nog meer is er aandacht besteed aan strakke ritmes en stemmige backing vocalen. Dit is de kwaliteit van Algiers waardoor There Is No Year echt een band project is geworden, en niet een opgekrikte solo plaat van Fischer. Natuurlijk moet iemand zich presenteren als spreekbuis, en daarvoor is hij de meest geschikte persoon.

Algiers - There Is No Year | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Alice in Chains - Alice in Chains (1995)

poster
4,0
In Dirt werd nog de paranoia en pijn van het drugsgebruik bezongen, hier is het al veel meer de verdoving die je terug hoort.
Het gevecht is definitief verloren, al voelt Layne Staley zich een overwinnaar.
Zichzelf staande houdend aan de microfoonstandaard, zoals perfect weer gegeven in de clip van Grind.
Dramatisch schreeuwde hij nog Wake Up op het Mad Season album uit dezelfde periode.
Hier zijn de ogen al gesloten achter de donkere zonnebril, welke zijn leven typeert.
Gitzwart.
Niet het album is zoveel vlakker en emotielozer dan Dirt.
Staley is hier uitgeput, en dat is wat je terug hoort.

Alice in Chains - Dirt (1992)

poster
5,0
Dirt blijft voor mij de modder van een oorlogstrauma.
Vastgekoekte klodders zand vermengt met speeksel en bloed.
Jongens die onbedoeld als volwassen mannen wachtend op de terugkeer naar het thuisfront.
Opgekropte woede en frustraties.
De soundtrack voor films als Platoon, Apocalypse Now en Full Metal Jacket.
Een verharde maatschappij.

Elk nummer is een nachtmerrie.
Badend in het zweet wakker worden.
Gevoelens niet kunnen delen met je naaste.
In Dirt scheert de gitaar rond als een maniakale helikopter.
Onbestuurbaar geraakt door een flinke dosis LSD.
Logge baspartijen als legerkisten.
Steeds dieper weg zakkend in het moeras.
Layne Staley die onder invloed de pijn van zich af schreeuwt.

De kracht van de hele grunge stroming ligt veelal in de gezongen emoties.
Of je nu Staley, Cobain, Vedder, Cornell of Lanegan hoort.
Jong volwassenen die over de waanzin van een uitzichtloze toekomst zingen.
Vluchtgedrag in drank en drugs.
Niks romantiek.
Achteraf gezien een diep trieste periode.
Die veel goede muziek opleverde.
Juist vanwege het zo open stellen van je ziel.

Ongelofelijk hoe geleefd de stemmen toen klonken.
Het waren nog jonge gasten die een bagage vol levenservaringen met zich mee sleurden.
Layne Staley was hier pas 25 jaar.
Voortgekomen uit een gebroken gezin.
Waarbij voorgelogen werd dat zijn biologische vader overleden was.
Terwijl die als een junk een bestaan probeerde op te bouwen.
Iets wat ook de ondergang van Layne zou betekenen.

Alice in Chains - Facelift (1990)

poster
3,5
Dirt was het verslag van een doorgedraaide oorlogsveteraan.
Terwijl Staley; voor zover ik weet nooit gediend heeft.
Ten onder gegaan aan escapisme door destructief gedrag.
Drugs om te vergeten.
Alzheimer vanwege genotsmiddelen.
Facelift is The Wall van Alice In Chains.
Verwerking van het verlies van een vaderfiguur.
Bij Roger Waters vanwege de 2e wereldoorlog, bij Layne Staley vanwege een overdosis.
Ongeacht de oorzaak lijkt mij het verdriet even groot.
Je mist gewoon iets tijdens een belangrijke fase in het leven.
Om iets van het bestaan te maken creëer je een eigen wereld.
Als een soort van Peter Pan ontsnappen aan de werkelijkheid.
Facelift is de klap in het gezicht.
Knockout geslagen in de eerste ronde.
En dan toch de drang hebben om door te vechten.
Met een halfzijdig verlamd spraakgebrek als Rocky roepend om je geliefde.
Adrian!!
Geen antwoord krijgend.
Alleen tranen en stilte.
Stayley was hier al niet meer te redden.
We Die Young.

Alice in Chains - Jar of Flies (1994)

poster
4,0
Alice In Chains; tja wat moet ik er over zeggen.
Toen Nirvana en Pearl Jam groot werden had ik het niet zo met deze grunge band.
Ik vond dat ze mee liften op andermans succes, en vond de zonnebril en het sikje van Layne Staley zwaar overdreven; zo ook de ijsmuts van Jerry Cantrell.
Toch ooit dit album gekocht toen het in de aanbieding was, en er geen moment spijt van gehad, ondanks het feit dat er verkondigt werd dat er sprake was van creatieve armoede.
Dit tussendoortje ademt de sfeer van een unplugged album, terwijl dit zeker geen unplugged album is.

Rotten Apple is zeker niet de rotte appel van dit album, mooi dreigend sfeertje, waarbij de mooie samenzang van Staley en Cantrell al op valt. Zelden mee gemaakt dat de dubbele zang zo heerlijk samen gaat. Klinkt als een krachtige stem. Ook het gitaarwerk van Cantrell is dreigend maar tevens slepend.
Vervolgens krijg je het ingetogen Nutshell, waarbij weer eens opvalt dat dit vooral de band van Staley en Cantrell is. En hoe mooi het begint, zo mooi verdwijnt hij ook weer. De eb en vloed van JAR OF FLIES.
I Stay Away heeft het maniakale van Staley. Je hoort hier iemand zingen, die je liever in het donker niet tegen komt. Er wordt minimaal gebruik gemaakt van violen; met maximaal effect. Mooi nummer; ook al lijkt het intro wel verrekt veel op Wanted Dead Or Alive van Bon Jovi.
No Excuses is volgens mij samen met I Stay Away op singel verschenen. Ook hier is de samenzang tussen Staley en Cantrell de kracht van het nummer (ik kan het niet vaak genoeg zeggen). Hoe rauw kan Seattle klinken.
Het instrumentale Whale & Wasp is niet verkeerd, maar komt toch niet helemaal tot recht op dit album. Het klinkt een beetje als een singel van Metallica afgespeeld op 33 toeren.
Voor mij het minste nummer op dit album.
En zelfs Alice In Chains kan hoopvol klinken, dat bewijzen ze met Don’t Follow. Mooi ondersteund door een mondharmonica. Als het nummer halverwege sneller wordt hebben we bijna te maken met een gospel. Amen.
Staley klinkt bijna als Bono.
Swing On This is ook net wat minder. Hoe dan ook, de titel klopt in ieder geval wel. Het is bijna jazz.

Het grootste minpunt van dit album is de lengte. Een half uur is gewoon veels te kort.

Alice in Chains - MTV Unplugged (1996)

poster
4,5
Helaas werd niet elke Unplugged sessie als album uit gebracht.
Zo was ik graag in bezit geweest van de opnames van Pearl Jam en Stone Temple Pilots.
Samen met Nirvana en Alice In Chains waren dit volgens mij de Grunge concerten.

Wat opvalt is dat juist die hardere nummers het akoestisch erg goed doen.
Zo ook dit pareltje van Alice In Chains.
Het is geen verassing dat de twee bijdrages van Jar Of Flies; namelijk Nutchell en No Excuses vrijwel identiek klinken als op het studio album.
Het geeft wel aan hoe goed deze band live kan klinken.

Verdere hoogtepunten zijn voor mij het onderschatte Nirvana achtige Heaven Beside You, Rooster en natuurlijk Would? met die geweldige openingszin, waar Staley zegt dat dit hun beste optreden van de laatste 3 jaar is. Cantrell die daarop zegt dat het ook hun enige concert is van die periode.

Net als bij Nirvana bepaalde de stemming van de verslaafde frontman het verloop van een optreden. Al valt me nu pas op dat het vooral de zang van gitarist Jerry Cantrell is, die mij het meeste aan spreekt.
Hij doet de hogere uithalen op dit Unplugged album, en heeft misschien nog wel een mooiere stem dan Layne Staley.

Alice in Chains - Rainier Fog (2018)

poster
3,0
In eerste instantie sluit ook deze van Alice In Chains aardig aan bij de albums met Layne Staley.
De zang zit aardig in het verlengde, maar het lijkt alsof de sound een heel stuk lichter is geworden.
Het dreigende is lang niet meer zo sterk aanwezig, ook het gevoel van pijn ervaar ik hier stukken minder.
Wat over blijft is een geslaagde rockplaat, waarbij er misschien wel bewust voor gekozen wordt om een iets wat gangbare weg in te slaan.
Aardig te vergelijken met Foo Fighter na Nirvana, ook daar had de eerste plaat nog best veel raakvlakken met Nirvana, en werd dat steeds minder.
Alice In Chains heeft er dan wat meer tijd voor nodig gehad, ik vond de vorige twee platen wel een prettig vervolg; een song als Check My Brain sloot goed aan bij de nummers van Staley.
Als Rainier Fog je goed bevalt, dan kun je hierna ook moeiteloos Meliora van Ghost draaien, vind ik zelf mooi hier op aan sluiten.

Alice in Chains - The Devil Put Dinosaurs Here (2013)

poster
3,5
The Devil Put Dinosaurs Here klinkt weer gelukkig als een echt Alice In Chains album.
Bij Black Gives Way To Blue was ik aangenaam verrast, want wat was dat een geslaagde doorstart.
Nu durf ik bij dit album voorzichtig de lat hoger te leggen.
De stemmen van DuVall en Cantrell sluiten perfect op elkaar aan, ze lijken wel de Simon & Garfunkel van de rockmuziek.
Zelden twee stemmen zo mooi horen samenvallen tot een geheel.
En daar ligt nou juist net ook hun zwakte.
Bij Staley hoorde je juist de waanzin en de pijn, terwijl Cantrell als een verzachtend geweten hem moed leek in te praten.
Schijn bedriegt.
De rol van Cantrell was die van Sister Morphine, De Engel Des Doods.
Dat mis ik hier.
Maar hoor je dan de duisternis van het titelnummer, dan ben ik weer helemaal om.
Duidelijk een song welke perfect door Staley gedragen had kunnen worden.
Eigenlijk kun je er gewoon niet omheen; Cantrell is een geharde beeldhouwer, welke uit steen iets moois kan creëren.
Al is het ontbreken van de kwellende geest steeds meer hoorbaar.

Alice Merton - Mint (2019)

poster
3,0
Beste lieve Alice Merton, wat vervelend dat je niet jaren eerder geboren bent, dan had je zeker jouw toptijd gehad in de vrouwvriendelijke jaren 90. Toen straalden de zelfverzekerde vrouwen nog heuse girl power uit, en was het nog niet noodzakelijk om je gelijk te halen in een juridische procedure. Het # Me Too gebeuren maakt de dames weer kwetsbaar, terwijl ze jaren geleden nog strijdbaar de Top 40 weten te domineren, en zoals Alanis Morrisette met wraakgevoelens haar ex bijna bijtend toe durft te zingen. Hedendaags sta je als brutaal zangeresje al direct met 1-0 achter. Probeer hier maar een gelijkspel uit te halen, of zelfs nog te winnen in deze harde mannenmaatschappij. Deze wereldreiziger heeft op jeugdige leeftijd al in verschillende landen gewoond, maar heeft al een hele tijd het Duitse Frankfurt als vaste verblijfsplaats. Mint is de geboorte van de eersteling van Alice Merton.

Mint staat voor frisheid, en is hierdoor ook een toepasselijke benaming voor het dansbare debuut van deze aangename zangeres met een groot bereik. Toch zit het allemaal net te veel aan de veilige talentenjacht kant. Met een inwisselbare begeleidingsband wordt rock en funky beats aan het swingende geluid toegevoegd. Een eigen identiteit wordt gemist op deze radiovriendelijke plaat. Het luistert allemaal lekker weg, en er zitten genoeg potentiele hit successen tussen. Het is stilletjes hopen dat er meer song als No Roots door het grote publiek opgepakt worden. Maar ondanks dat Alice Merton echt wel een goede vocalist is, mis ik een flinke dosis aan overredingskracht. Het springt alle kanten op, en ze kan zich net zo gemakkelijk presenteren als een would be punkmeisje als een jong mainstream huisvrouwtje. Dat dit een geslaagd commercieel product is geworden, kan niet ontkent worden.

Het advies is eenvoudig, laat je niet kneden door anderen. Wordt flink bedrogen, verwerk je verdriet met een flinke borrel, en zing, schreeuw desnoods de shit van je af. Want deze mooie stem heeft het in zich om alle kwaadheid naar buiten te gooien. Moet Mint dan simpelweg beoordeeld worden als een slecht album. Nee, natuurlijk niet. Er is zijn duidelijk spaarzame momenten waarop ze alles probeert los te laten, en wel heel dicht bij zichzelf staat. Het prachtige gedurfde I Don’t Hold a Grudge steekt met grote hoogte boven de rest uit. Door de emoties op te zoeken, en deze ook binnen te laten, lukt het haar om te overtuigen. Ook het daarop volgende Honeymoon Heartbreak weet ondanks de kleine onzuiverheid en het koorgedeelte genoeg los te maken. Hierdoor zal ze niet afgeschreven worden, maar zal de naam in de toekomst de nodige nieuwsgierigheid oproepen.

Alice Merton - Mint | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Alice Tambourine Lover - Down Below (2019)

poster
4,5
Toen in de jaren 90 vurig rockgeweld domineerde in de charts, kregen ze vooral in de Verenigde Staten tegengas met meer dromerige luisterliedjes. Soms lukte het een band zoals Smashing Pumpkins om dit geslaagd te combineren. Over het algemeen was er een duidelijke scheidingslijn tussen beide. Het Italiaanse gitaar gerichte Alice Tambourine Lover is duidelijk beïnvloed door de dreampop. Ook het in dit tijdsbeeld bepalende akoestische rage vormt een inspiratiebron. Gooi hier nog wat sporadische country en blues elementen bij, en je komt aardig in de buurt van wat dit duo op Down Below probeert neer te zetten. De uit Bologna afkomstige Alice Albertazzi en Gianfranco Romanelli klinken met hun donkere sound totaal niet Europees. Met het creëren van broeierige muziekschetsen waan je jezelf ergens in de druilerige moerassen van deprimerend Noordelijk Amerika. Het is wonderbaarlijk te noemen dat Alice Tambourine Lover totaal genegeerd wordt, hopelijk krijgt hun vierde plaat de welverdiende waardering.

Het titelstuk Down Below kan zich schaamteloos meten met de betere MTV Unplugged sessies van topbands die op internet terug te vinden zijn. Hoe de grilligheid hier in combinatie met de warmte van de instrumenten samensmelt is kenmerkend voor de succesformule van de toen nog bruisende jongerenzender. De prachtige samenzang geeft het een aangenaam folky karakter mee. Het enige wat hier ontbreekt is het kenmerkende gejuich aan het einde van de track. Probleemloos zetten ze op Dance Away deze behandeling door, waardoor het live gevoel nogmaals versterkt wordt. Vocaal eist Romanelli hier met zijn rauwheid de hoofdrol op, gevolgd door de serieuze ondertoon van muzikale partner Albertazzi. Ook Blow Away zou treffend passen in het repertoire van een betere grunge act, de eigenheid behoed zich ervoor om als een copycat te klinken. Uiteraard zijn ze hieraan schatplichtig, maar wat weten ze er een aangename eigen draai aan te geven. Moeiteloos stoppen ze er een swingend slidegitaar in, waardoor het een licht rockend tintje krijgt. Wil tegenwoordig menige band hun geluid perfectioneren met de studio variant van waar ooit de Americana voor stond, weet Follow zich bij de kale basis te houden. Zonder allerlei mixtechnieken blijft de ongedwongen puurheid veel meer staande. Misschien minder helder, maar wel overtuigender. Het enige hulpmiddel wat wordt toegevoegd is de mysterieuze e-bow.

Pas vanaf Into The Maze wordt de neerslachtigheid enigszins van zich afgeschud. De toegankelijkheid laat zich openbaren als een poging om contact te zoeken met de luisteraar. Opeens lijkt het dat je te maken hebt met new born hippies, die met een hoog lalala gehalte je proberen mee te voeren. Hierdoor ontwikkelt het zich als de slechtste song van de plaat, maar dat is ze vergeven. Muzikaal gezien is het namelijk zeker oké. Gelukkig revengeren ze zich met het zwaar psychedelische up-tempo Rubber Land, waarbij je jezelf op Woodstock waant, omgeven door op LSD trippende festivalgangers. Een mooi gebaar naar de invloedrijke jaren zestig. De blues klanken van de mondharmonica hechten zich vastberaden hieraan vast. Train grijpt vertrouwd terug naar het geheimzinnige verdwalende van de eerste helft van Down Below, met ook hier slepend en slopend gitaarspel, waarmee ze de stoner rock treffend waarderen. Op boogie woogie wijze sluiten ze passend af met het verzonken Surround You, inclusief engelachtige hoge uithalen. Man, man, man, wat een prachtige plaat hebben deze twee Italianen gemaakt.

Alice Tambourine Lover - Down Below | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

ALL HANDS_MAKE LIGHT - "Darling the Dawn" (2023)

poster
4,5
Efrim Menuck komt uit een geschoolde familie, waarbij zijn ouders een goede baan in de gezondheid hebben. Toch wordt zijn jonge leven door het ontbreken aan kansen bepaald. Na zijn schoolperiode belandt hij werkeloos op straat, en zwerft daar dakloos rond. Zijn geestelijke gesteldheid krijgt een flinke dreun te verwerken als hij op twintigjarige leeftijd een zenuwinzinking krijgt. Die zwaar deprimerende apocalyptische instelling vormt de kern van zijn destructieve gitaarspel. Met gelijkgestemden start hij het invloedrijke anarchistische Godspeed You! Black Emperor postrock gezelschap op. Vernietigende drones geven het alles vernietigende karakter een voedingsbodem, waarmee ze bevestigen dat in die diepzwarte noise onderlaag zich zoveel onwetende schoonheid schuilhoudt. De Canadezen verwoorden die maatschappelijke vrede in hoogstaande instrumentale werkstukken. Tussendoor werkt Efrim Menuck ook nog samen met Kevin Doria de indrukwekkende geharde realistische Are Sing Sinck, Sing stadsverslaglegging uit.

Voor Efrim Menuck breekt tijdens de pandemie gekte de tijd aan om die helse verschrikkingen te ontvluchten, en bij de hemelse tegenpool aan te kloppen. Maar dan heb je wel een compagnon nodig die het allemaal passend maakt. Deze vindt hij in de verzachtende onaardse vocale kunsten van de Broken Social Scene zangeres die met de toepasselijke Ariel Engle naam gezegend is. Misschien vraagt die verharde Efrim Menuck wereld wel om een verzachtend vrouwelijk antwoord. In ieder geval werkt deze tegenstrijdige yin en yang setting perfect op Darling the Dawn. Omhels de duisternis, en maak deze bondgenoot, dan pas kun je het licht aanschouwen. All Hands_Make Light is in alle opzichten het meest toegankelijke Efrim Menuck project, het vredelievende Darling the Dawn is het kindje van deze buitenechtelijke vrijage. Toch is Darling the Dawn meer dan dat. Onderschat het experimentele folky ondersteunend vioolspel van Jessica Moss niet, waarmee Efrim Menuck al in Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra actief is. En als we dan toch bezig zijn; Liam O’Neill van het bevriende SUUNS verzorgd de gedetailleerde complexe drumpartijen. Een meesterbezetting dus, die als viertal een onevenaarbare geluidsmuur creëren.

Achter het maanduistere Godspeed You! Black Emperor voorwerk wenkt de futuristische horizon, waar krautrock synthesizers het nieuwe nu bepalen. De achtergebleven puinhoop die ooit de aarde moet voorstellen wordt tegenwoordig door helende drones en zalvende geluidsgolven bewoond. Na de Armageddon vult de stilte zich herstellend opnieuw in. All Hands_Make Light keert de midden aarde beleving binnenstebuiten en maakt die rottende kern leefbaar. Na de alles verslindende oerknal ontplooit zich een fris plooibaar werkveld, Efrim Menuck als leidend wegenaanlegger, met de spirituele Lie Down in Roses Dear new age folk beleving als ultiem ijkpunt. Darling the Dawn staat los van alle geloofsovertuigingen, het universele verbindingskarakter overstijgt dit zelfs. Een bijzondere unieke luistertrip.

Hoe komen we tot dat prachtige berustende mindfulness eindpunt? Eigenlijk hoef je daar weinig voor te doen. Sluit je ogen en herpak het moment gelijk al vanaf het A Sparrows’ Liftbegin. Vergeet niet dat Darling the Dawn het vervolg op de gelijknamige All Hands_Make Light plaat uit 2021 is, en dat daar juist de new area Lie Down in Roses Dear track de plaat opent, en A Sparrows’ Lift het geheel afsluit. Van de overige tracks blijft alleen een kortere versie van Anchor Rose instant. The End Is The Beginning Of The End dus, maar dat klopt niet helemaal. Bij de Lie Down in Roses Dear remake is alle dreiging geëlimineerd en ook A Sparrows’ Lift klinkt een tikkeltje minimalistisch ingetogen.

Met een licht deprimerende ondertoon komt de A Sparrows’ Lift soulzang twijfelend op gang. Het schrikbeeld van een hevig teleurgestelde Moeder Aarde die in boetekleed gehuld zich alle pijn en schuld toegeëigend. Hoe diep kan je gaan, hoe diep moet je gaan. Heel diep dus. We Live on a Fucking Planet and Baby That’s the Sun. Het verlichtend hemellichaam verwarmt de koude afgestorven blauwe planeet met futuristische krautrock zonnestralen. Het schuchtere natuurlijke groen komt aarzelend uit de donkere dode spelonken tevoorschijn. Het marcherende repeterende hartslag ritme van Liam O’Neill wordt door hallucinerende bijeffecten van nieuwsgierige verkennende trance drones achtervolgt. De dramatiek zit in de onheilspellende jammerende Efrim Menuck stem die vervolgens de tragische noiserock ommekeer dirigeert. Toch houdt de bijzondere sprookjesachtige Ariel Engle vertolking zich hierbij prima staande.

Het hemelse verlichtende Waiting for the Light to Quit bewandeld de hoopvolle uitgestippelde kosmos sterrenregensnelweg. Waarschijnlijk zoekt Efrim Menuck nooit eerder die toegankelijke grenzen van een popsong zo dichtbij op. Die zwaarte legt hij wel in het nadreunende A Workers’ Graveyard (Poor Eternal), waar Efrim Menuck begrijpelijk de zangpartijen voor zijn rekening neemt. Met The Sons and Daughters of Poor Eternal pakt hij die folkloristische hooglanden intensiteit weer op. Zo mooi kan je dus schoonheid uit noise filteren, waarna er een krachtig behaaglijk residu overblijft. In kalmte wacht Ariel Engle geduldig haar moment af, soms is het voldoende om die gemeende emotie te exploreren, meer vraagt het niet. Maar onderschat hierbij de voortstuwende rol van Liam O’Neill en de dromerige nevenwerking van de subtiliteit van Jessica Moss niet.

Kan het nog indrukwekkender? Blijkbaar wel. Het inheemse culturele Anchor werkstuk is ook zo’n prachtige onderhoudende track, al is het overduidelijk dat de bezwerende zweverige zang van Ariel Engle hier het overstijgende winstmoment pakt. Het bijtende van de All Hands Make Light EP uitvoering is bewust achterwege gelaten. Voor Efrim Menuck blijft het duidelijk wennen, om juist die sacrale tedere kant van hem te etaleren. Zoals ik al eerder aangeef, de Lie Down in Roses Dear epiloog maakt het allemaal passend. Het ontbrekende sluitstuk, die de ketting rond en stevig onbreekbaar aan elkaar verbind. Het is de overtreffende trap van de traditionele The Sons and Daughters of Poor Eternal folk zielsbeleving. Wat heeft Ariel Engle toch een uniek volwassen moederlijk stemgeluid. Hopelijk raakt Efrim Menuck niet snel verveelt, en krijgt Darling the Dawn in de toekomst een waardig vervolg.

All Hands_Make Light – Darling The Dawn | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

All Lined Up (2003)

Alternatieve titel: The Kult of the Eighties

poster
4,5
Ik was totaal niet bekend met het nummer Lined Up van Shriekback, waar deze verzamelaar naar genoemd is, maar wat is die geweldig!!
Wipers, The Sound en The Gunclub ook door deze verzamelaar leren kennen; volgens mij waren overige bands wel grotendeels bij mij bekend.
Zet deze dubbelaar op tijdens een jaren 80 feestje, en de veertigplussers met rugklachten jaren eerder veroorzaakt door het navelstaren en dubbeltjes zoeken, schuifelen langzaam weer de dansvloer op.

Alle 40 Goed: Fout (2010)

Alternatieve titel: Alle Veertig Goed

poster
3,5
Natuurlijk is deze verzamelaar erg fout, maar er staan wel echt van die meezingers op.
Gekocht vanwege Righeira met Vamos A La Playa, die zie je bijna nooit op een verzamelalbum staan, en die is alles behalve fout.
Duran Duran en Cock Robin zijn ook van dat soort gevallen.
Nee, ik schaam mij er niet voor dat deze bij mij in de kast staat.

Allusinlove - It's Okay to Talk (2019)

poster
4,0
Dat de naam Allusondrugs niet echt positief gedragen wordt, komen de rockers uit Leeds na twee albums ook achter. Om nou direct alles totaal te veranderen, en een vernieuwende doorstart te maken, gaat ze ook te ver. Door de cruciale beslissing wordt het met een kleine aanpassing omgedoopt tot Allusinlove. Muzikaal veranderd er bar weinig op It’s Okay to Talk. Nog steeds maken ze slepende songs met een duister emocore randje. Al is het net wat minder zwaar en schreeuwerig. Of we ze nu moeten benaderen als een nieuwe grote belofte, of als een groep muzikanten die al een tijdje in het circuit mee lopen; het maakt eigenlijk niks uit. Feit is dat ze mij wel weten te overdonderen en weg te blazen naar de andere hoek van de kamer, om het volume een standje hoger te zetten.

Denkbeeldig kun je de drummer een, twee, drie vier horen roepen, vervolgens wordt er gelijk bruut afgetrapt met het pittige Full Circle. De zelfverzekerde zang van Jason Moules dwingt gelijk al genoeg respect af. Er klinkt een verbitterdheid in door, waardoor je al kan aanvoelen dat hij nog gretiger toe zal slaan. De ingehouden boosheid wordt in toom gehouden door de achtergrondzang en het stevige doorhakkende akkoorden van gitarist Andrej Pavlovic. Met de nodige effectpedalen draaft deze als een dolle door de track. Met hard van zich af meppende heipaal drumslagen van Connor Fisher-Atack wordt het aan de grunge herinnerende All My Love ingeluid. De zang doet nog Amerikaanser aan, tegen het geforceerde aan zelfs. Door de psychedelica in Lucky You weerklinkt een hardere variant van de shoegazer die jaren geleden het Britse vasteland overheerste. De gitaar heeft zijn hoopvolle postpunk uithalen, die zorgen voor menthol frisheid en het niet allemaal te neerslachtig over laten komen.

De dreigende rol van de bas speler Jemal Beau Malki in Sunset Yellow laat de vocalist tot adem komen, zodat hij voorbereid de oerkreten uit zijn binnenste weet op te roepen. Wat moet dit verlossend werken. Gillend dringt de gitaarsolo zich aan het begin van All Good People op, om vervolgens plaats te maken voor zompige smerige moerasklanken. De vocalist werkt zich als een David Grohl met flinke keelontsteking door de ruige recht toe recht aan Foo Fighters achtige rocker heen. Niet vreemd als je weet dat Alan Moulder garant staat voor de productie van deze single. Wetende dat hij in het verleden al fraai werk heeft afgeleverd met Nine Inch Nails, The Smashing Pumpkins en Queens Of The Stone Age. Vocalist Jason Moules is dreigend als in een Industrial klassieker met het door herhalende riffs overdonderende Bad Girls. Het grote verschil met deze stroming is dat hier de instrumenten wel degelijk echt bespeeld worden, en niet eerder geprogrammeerd zijn.

Na perfect drumwerk met een hoog beats per minuut gehalte vervolgt het dromerige Lover I Need a Friend, die zelfs worden afgewisseld met boogiewoogie passages. Gelukkig wil ook hier de brutale gitarist nog heerlijk meesterlijk soleren, een meerwaarde in het al voortreffelijke It’s Okay to Talk. Het poppy I’m Your Man is het meest toegankelijke nummer van de plaat. Een compacte song met minimale uithalen, met een prachtig melodieus gitaarwerk met wat melancholische eighties folk invloeden. De gelaagdheid in de vocalen van Happy Eyes geven het een meer optimistische uitstraling in de overheersende duisternis. Het prachtige intieme woordeloze gezang in het tussenstuk maakt het helemaal af. Het hedendaagse It’s OK to Talk laat horen dat Allusinlove zich ook prima kan settelen tussen de postpunk beweging. De sentimentele zang ligt er misschien net te dik bovenop, maar ze komen er verder prima mee weg. Om zo stijlvol in alle rust af te sluiten met het hoog gezongen The Deepest laat de groeimogelijkheden van de band horen.

Blijkbaar hebben we hier nog maar een stukje Allusinlove mogen ervaren. It’s Okay to Talk is minder gericht op het Engelse publiek. Het is een recht toe recht aan album waar er in de Verenigde Staten meer liefhebbers voor te vinden zijn. Of ze daar een plek kunnen opeisen in het massale aanbod betwijfel ik. Kwalitatief gezien zit het zo sterk in elkaar dat ze tussen de vaandeldragers wel een vaste standplaats verdienen. Voor de Britse invulling zorgt verder indie producer Catherine Marks, ook niet de minste.

Allusinlove - It's Okay to Talk | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Alphaville - Forever Young (1984)

poster
4,0
Bij de darkwave stroming wordt vaak Depeche Mode als voorbeeld genoemd.
Ik geef toe; ook ik noemde ze vaak als voorbeeld voor bands als Deine Lakaien en Pink Turns Blue.
Als ik dan nu A Victory of Love en Summer In Berlin hoor, moet ik tot de conclusie komen dat Alphaville zeker tot belangrijk voorbeeld genoemd kan worden.
Misschien liggen de roots dichter bij het thuisfront dan verwacht.
Alphaville is vooral bekend door de wat vrolijker klinkende deuntjes als Big In Japan en Forever Young.
Sounds Like A Melody laat al een stuk duister geluid horen.
Natuurlijk zal het zo zijn dat ze naar Depeche Mode, Human League en Yazoo hebben geluisterd, maar ik hoor genoeg eigen kwaliteit in het geheel terug.
Dan kun je de Neue Welle natuurlijk ook vermelden.
Maar ook Neue Welle is zeer breed.
Volgens mij had elk land begin jaren 80 wel hun eigen New Wave cultuur.
België, Australië, en ook Nederland zette zich tevens op de kaart.
Alphaville klonk net als Propaganda erg internationaal.
Die laatste kreeg echter de nodige hulp vanuit Engeland.
Hoor je dan Big In Japan, dan hoor je ook elementen van Italodisco.
Dus het vermogen om aansluiting te vinden tot het commerciële gebeuren bezaten ze ook.
Hebben we hier dan te maken met een gedateerd, achterhaald product?
Ik denk van niet.
Nog steeds klinkt het verfrissend genoeg.

Als de Rook Is Verdwenen... (1994)

Alternatieve titel: Een Eerbetoon aan Boudewijn de Groot

poster
4,0
Eigenlijk is dit wel een aanrader voor iedereen die van Boudewijn De Groot houdt. Initiatief van Jan Douwe Kroeske ter ere van de 50-jarige verjaardag van Boudewijn De Groot.
Tevens een aanrader voor de liefhebbers van de 2Meter Sessies.
Gemaserd door muziek kenner Leo Blokhuis.

The Scene opent met Waterdrager, en klinkt voor hun doen behoorlijk experimenteel. Met een mooie spanningsboog tussen keyboard en gitaar.
De bijdrage van The Serenes met Wat Geweest Is, Is Geweest vind ik persoonlijk minder; had meer in gezeten. Och, wel prima om dit in het Fries te horen.
Arno klinkt als een bezopen aan lager wal geraakte Franse rocker; wat hij eigenlijk ook wel een beetje is, maar zijn bewerking van Beneden Alle Peil klinkt in het Frans erg overtuigend.
Jimmy klinkt alsof Rick De Leeuw dit nummer zelf voor de Kecks geschreven heeft; lekker up-tempo.
Burma Shave (hoe dan ook een ondergewaardeerde band) speelt een mooie Engelstalige versie van Onder Ons.
Shine; met Richard Janssen van Fatal Flowers bewerkt Captain Decker, ligt wel in het verlengde van dEUS. Simon Vinkenoog hoor ik er niet goed door heen.
Sjako! met Wie Kan Me Nog Vertellen is gewoon lekker.
Bettie Serveert klinkt eigenlijk altijd wel oke. Carol Van Dijk heeft een heerlijke stem, zo ook in deze Verdronken Vlinder.
Met Ik Ben Ik heb ik weinig mee, de versie van Boudewijn vind ik niet super; deze van Daryll-Ann evenmin.
En nu volgen 3 hoogtepunten:
Julia P. Hersheimers bewerking van De Noordzee overtreft die van Boudewij, en die is al niet misselijk, vooral het gitaarwerk op het eind als bonus, super!!!
Tweede hoogtepunt Malle Babbe in de feest uitvoering van Rowwen Heze, maar dat kan ook komen door mijn Limburgse roots.
En als derde, na Arno de tweede Belgse gasten; dEUS, nog duidelijk hoorbaar met Stef Kamil Carlens; en verrassend, een Nederladstalige bewerking van Kinderballade inclusief kindermuziekdoosje.
Hallo Venray; mooi evenwicht tussen hard en zacht in hun bewerking van Ballade Van De Vriendinnen Voor 1 Nacht.
Prodigal Sons met Telkens Weer , is niet helemaal mijn ding, wat rauw en countryrock achtig.
De Dijk klinkt als De Dijk, maar dan met extra funkie keyboardpartijen en mondharmonica. Goede keuze De Wilde Jager.
En als afsluiting het experiment van De Nits (Meisje Van 16), wel even wennen. Moet je meerdere keren naar luisteren om het goed te kunnen waarderen. Blijkbaar doet een meisje van 16 jaar hierbij de zang.

Wonderkind Van 50 is op mijn album een geheime extra track; ook niet verkeerd.

Al met al een groot eerbetoon aan een van Nederlands grootste zangers.

alt-J (∆) - An Awesome Wave (2012)

poster
3,5
Smoothie muziek.
De ene keer wordt er kiwi en banaan in de blender gegooid, en het resultaat is heerlijk.
Dan wordt er meer geëxperimenteerd met spinazie en sinaasappels, en is het niet te pruimen.
Te wisselvallig voor mij om de hele tijd te boeien.

alt-J (∆) - The Dream (2022)

poster
4,5
Gezonde verantwoorde smoothie muziek, bij een band als Alt-J is het maar afwachten wat ze nu weer in de blender gooien. De smurrie weggespoeld door het verstoppende afvoerpotje, het winstgevende residu daar draait het hier om. In de tussentijd hebben ze de smaakpapillen al zo verfijnd, het presenteerbare goedje The Dream is smakelijk verdeeld over een twaalftal prima verteerbare uitsmerende tracks. De uit Leeds afkomstige folky elektropoppers maken met het overrompelende An Awesome Wave alweer tien jaar geleden een veelbelovende droomstart. Als opvolger This Is All Yours bovenaan op de eerste plaats van de Britse albumlijsten piekt, is bassist Gwil Sainsbury er al een tijdje niet meer bij. Het gematigdere ontvangen filmische Relaxer is trager, donkerder en kruipt sidderend onder je huid.

The Dream opent als een duistere tripgoth nachtmerrie. In de ironische spookrockopera track Bane staan de verlokkingen van het kwaad centraal, prachtig vormgegeven in het verslavende dorstende verlangen naar het cafeïnerijke stimulerende Coca Cola, in principe te vervangen door elk ander onweerstaanbare ziekelijke genotsmiddelbehoefte. De kracht die reclamecampagnes uitoefenen op het beïnvloedbare consumptiegedrag. Hell Is Just Around The Corner, de muzikale donkere horrorverschrikkingen van het jaren negentig Bristol tijdperk kloppen als een geest uit het verleden aan de voordeur. Maar eigenlijk is U&ME de daadwerkelijke aftrap van The Dream, memorerend aan de oorsprong van Alt-J. Drugsrijke warme zomers, heel veel festivals met nog meer soul en liefde, zonnige LSD gitaargolven, slacky Ibiza ritmes en een brommende bas.

De verveling van het eindeloos tijdens de pandemie huisarrest detective series volgen komt in het luie Netflix bankhangerige Happier When You’re Gone en de slapeloze beklemmende postpunk van het aan The Silence of the Lambs vrouwenmoordenaar Buffalo Bill herinnerende Losing My Mind aan bod. Catchy eighties new wave vormt het real life The Actor script voor de opkomst en ondergang van de vroegere jaren tachtig cocaïne snuivende filmsterren generatie. Sixties Motown soul surft door het opkwikkende Hard Dive Gold heen, het goudkoortsige naïeve verlangen om een alles toereikend luxe leven te leiden.

De toereikende Amerikaanse Droom wordt in het tweeluik Chicago en Philadelphia opgezocht. Brute kille darkwave gitaarexplosies verstoren de melancholische folky Americana van Chicago, waarna de nostalgische houseclubs het nachtelijke bestaan en de daaruit voortkomende kille electronic body music overlevingsdans symboliseren. Orkestrale tragische Philadelphia opera uitspattingen openen de zaaldeuren van Walnut Street Theatre, het oudste theater van de Verenigde Staten. Het croonende door mannelijke gospelsamenzang ingeleide Walk A Mile leeft op het randgebied van verhalende blues en kastanjebruine hiphop grooves.

Troostend ontwaakt de nieuwe lente als de eeuwigdurende corona winterslaap plaats maakt voor het hoopvolle Get Better. De gehamsterde Nutella voorraad vervaagt en de normalisatie komt weer op gang. Heropende bakkerijen lokken de klanten weer ouderwets met vers gebakken brood, laatste deprimerende verjaardagen worden niet meer met beperkte bezoekregelingen op een overvolle eenzame Intensive Care gevierd. De sprekende blues gitaar van Powders herpakt het vertraagde slakkengang tijdsbeeld en loopt met terugwerkende kracht achterwaarts de pre COVID jaren binnen. The Dream kondigt de realiteitsdrang aan om een vredige toekomst op te bouwen. Het veelzijdige Alt-J levert met pittige verfijnde zomercocktail songs een waar overtroevend meesterwerk af.

Alt-J - The Dream | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Altın Gün - Yol (2021)

poster
4,0
Dat Altin Gün een geweldige op dreef zijnde live sensatie is hebben ze de afgelopen jaren al reeds op een veelal aan festivals bewezen. Dit multiculturele gezelschap heeft hun roots in de traditionele Turkse psychedelica die ook op de nieuwe plaat Yol in de vorm van het ophitsende Sevda Olmasaydi een plek opeist. Die interactie inspireert uiteraard ook tot het maken van nieuwe bruisende muziek. Doordat de optredens stil gelegd zijn krijgt Altin Gün de mogelijkheid om meer thuis te stoeien met keyboards en synthesizers.

Nu is het lastig om te gehele band in de studio onder te brengen, waardoor het accent van de groovende naar de climax toewerkende Afro funk en het stevigere gitaarwerk meer richting de retro elektronica en de opgekrikte drummachines verschoven is. Logisch dus dat ze de seventies sound van On en Gece meer achter zich gelaten hebben en zich nu met volle overgave verdiepen in de new wave en disco uit de jaren tachtig. Een universele voortzetting van het geluid, waarbij die typerende Turkse achtergrond zich nog meer inmengt met de alsmaar uitpuilende smeltkroes aan fuserende stijlen.

Het is mooi om te zien hoe het Amsterdamse gezelschap rondom de indie bassist Jasper Verhulst die in het verleden al actief was in Lola Kite en Moss zich maar blijft door ontwikkelen, en ook internationaal steeds meer opgepakt wordt. Het is dan ook een bijzonder uniek collectief, die het buiten die muzikale veelzijdigheid die intimiteit op het podium weet samen te brengen tot die uitnodigende vrijkaart om het publiek aan het dansen te krijgen.

Toch krijgt die donkere vintage new wave beleving op Yol steeds sterker de overhand. Het duistere Ordunun Dereleri heeft een opbouw die aansluit bij de spannende passages van karakteriserende Amerikaanse jaren tachtig series. De flitsende Knight Rider bliepjes worden ondersteund door grimmige Hill Street Blues getinte geluidslandschappen. Begrijpelijk dus dat daar deze single zo massaal opgepakt wordt, en men met gezonde nieuwsgierigheid de band in het vizier houdt. Een betere introductie buiten de grenzen kan Altin Gün zich niet toewensen.

De Turkse zangpartijen worden op toepasselijke wijze afgewisseld. Erdinç Ecevit Yildiz neemt die zwaardere grimmige mannelijke vocalen voor zijn rekening, terwijl Merve Dasdemir haar stem koppelt aan de sterk op de Euro synthpop georiënteerde tracks als het heerlijk fris rondhuppelde Bulunur Mu en de kermisflipperkast van Yüce Dag Basinda. Het dansbare Maçka Yollari ligt in het verlengde van Love on Your Side van Thompson Twins, gerecycled volgens de Altin Gün principes om er een denderende repeterende song van te maken.

Natuurlijk hebben ze die ritmische wah-wah Afro funk niet helemaal achter zich gelaten, en zitten er weer ouderwetse uitblinkers als Hey Nari tussen en de met stoere reggae blazers opgepimpte Kara Toprak, waarbij er minder nadrukkelijk naar dat elektronische speelveld geknipoogd wordt. Als drijfkracht Jasper Verhulst zich bij de hypnotiserende psychedelische Kesik Çayir op de voorgrond plaats merk je nogmaals dat hij een grote chemische katalysator achter het geheel is, al weet hij die rol ondergeschikt aan het totaalplaatje vorm te geven.

Yol is veel meer dan een internationaal gericht visitekaartje, Yol is een regelrechte uitnodiging voor een groots opgezet cultureel avondfeestje. Haal die kleurige glitterjasjes, opgepoetste dansschoenen en fluorescerende haarverf maar weer uit de kast.

Altin Gün - Yol | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission (2019)

poster
4,5
De excentrieke Amanda Palmer maakte naam met het cabareteske duo The Dresden Dolls. Samen met haar muzikale partner Brian Viglione presenteerden ze zichzelf als mime spelers, levende op de zelfkant van het bestaan. Ergens tussen Franse dramatiek en uitgerangeerde zwervers. Met Coin-Operated Boy wisten ze een bijna hitje te scoren. Na drie albums scheiden hun wegen.

Amanda ging alleen verder, waarbij ze qua presentatie en tekstueel probeerde te shockeren. Het was niet vreemd om haar totaal naakt op het podium waar te nemen, maar eigenlijk heeft ze dit helemaal niet nodig. Op haar eerste albums is ze lastig te plaatsen. Als een manisch depressieve flipperkast switch ze tussen haar emoties. Niet alleen met haar uiterlijk geeft ze zichzelf bloot, ook haar innerlijk deelt ze met de observator. Met The Legendary Pink Dots frontman Edward Ka-Spel wist ze erg veel indruk te maken met hun gezamenlijke plaat I Can Spin a Rainbow. Door het kille, sobere klimaat en het ontbreken van de vocale uitbarstingen werd daar een mooi intiem sfeertje neer gezet. Hierdoor werd er reikhalzend uitgekeken naar haar volgende album, die zich nu aandient als There Will Be No Intermission.

In All the Things wordt een prachtig, bijna Efteling achtig muzikaal landschap geconstrueerd. We worden welkom geheten in de wonderbaarlijke wereld van Amanda Palmer. Maak je gordels maar stevig vast en beleef een tocht van ruim een uur door de duizelingwekkende achtbaan door de kronkels van haar gedachtegang. De intermezzo’s tussendoor geven je de mogelijkheid om de voorafgaande track een plekje te geven, maar veel tijd wordt je niet gegund. Met de neus worden we op de feiten gedrukt. Wel zijn het eigenlijk ook allemaal schitterende pareltjes. The Ride begint lief en onschuldig en krijgt de omlijsting van warm pianospel. Halverwege worden de toetsen net te hard ingedrukt, waardoor je al weet dat er een wending in het geheel aan dreigt te komen. Wat volgt is een verslag over de angst van het leven. De mogelijkheid om er zo uit te stappen, seksueel machtsmisbruik en andere shit. Totale ondergang in een ritje stijl naar beneden. Drowning in the Sound is een regelrechte aanklacht tegen de niet opvolgende milieuwetten met overstromingen zoals bij Hurricane Harvey tot gevolg. Wanhoop in de ogen van een moeder. Ondanks dat hij niet genoemd wordt lijkt ze hier tegen de achterdeur van Trumps White House te schoppen. De pijn is voelbaar in het tegendraadse pianospel, waarmee ze gerust naast een Kate Bush of Tori Amos kan plaats nemen. Wat is dit een meesterlijke song.

Minimale huis, tuin en keuken middelen worden ingezet bij de biecht in de folksong The Thing About Things, die zich verrassend grootst ontwikkeld, om vervolgens weer terug naar de kleine basis te gaan. Bescheiden genieten we vervolgens weer van het pianospel in Judy Blume, met een groot #metoo gehalte. Tussen de regels door lijkt ook de zangeres een slachtoffer te zijn. Alleen een vrouw heeft het recht om zich zo te verwoorden. Niet vreemd dat ik op muzikaal gebied aan Nick Cave moet denken, ironisch genoeg wordt hij in het laatste couplet nog eventjes aangehaald. Het rammelende Bigger on the Inside is zo triest. De manische gedachtegang die zich als een neergaande spiraal lijkt te duizelen. Wil je daadwerkelijk zo dichtbij iemands emoties komen, die zich vanaf de jeugd ontwikkeld. Dit is leesvoer voor de psycholoog, van je af schrijven lijkt de beste therapie, al klinkt er nergens opluchting in voort. Opgeven is geen optie. Helaas is dat wel het geval in Machete. De oneerlijke strijd tegen kanker, gevolgd door het moment dat de lijdensweg de kracht om te vechten over neemt. Tot hier en niet verder. Een pompende beat die als een ontregelde hartslag dan weer opkomt, wegvalt, en in alle rust verder weg drijft. Een track die het ziekte bed en de psychische aftakeling goed weer geeft. Bewust niet voor de gemakkelijke weg gekozen, wil dit wel confronterend hard binnen komen.

Om je nog een stomp in je buik na te geven, roept Voicemail for Jill een misselijk makend gevoel op. Hoe ondersteun je een vriendin die onderweg is naar een abortuskliniek. Dat hierbij de eerste tonen iets van een kinderliedje oproepen is heavy. Het onderwerp is zo lastig, dat direct telefoneren te zwaar valt. Dan maar veilig de voicemail inspreken, om hierdoor de directe confrontatie te mijden. Om het zo sfeervol een plek te geven, komt over als een paradox. Hoe wrang is het dat Palmer in haar blog verteld in dezelfde situatie gezeten te hebben als 17 jarige jong volwassen vrouw. Haar eigen ouderschap veranderd alles. Zoon Anthony is genoemd naar de vriend die in Machete overlijd aan kanker. Omdat ik zelf kinderen heb kan ik mij prima plaatsen in A Mother’s Confession. Er is een leven voor, en een leven vanaf de geboorte van de eersteling. Alles waar je ooit voor stond vervaagd. Daarvoor in de plek komt iets unieks. Angst om je kind een bestaan te geven in een onbetrouwbare omgeving die zichzelf aan het vergiftigen is. Alle handelingen die terug te leiden zijn tot de trots van de ouder. Elk excuus, elke angst, elk genot. Alles is in orde, zolang die kleine maar niks mankeert. Hopelijk heeft hij het eeuwige leven.

Het musical achtige Look Mummy, No Hands gaat over los laten. Oorspronkelijk is deze song al zes jaar geleden geschreven, en toen was het nog rebelleren tegen het thuisfront. Zichzelf afzetten tegen het regiem en de eigen ik ontwikkelen. Nu zit Amanda in een andere fase, en is eerder ongerust dat haar kind zich van haar vervreemd. Een totaal andere lading, met hier en daar subtiele aanpassingen. Een afsluiter als Death Thing is meer dan waardig. Wat goed dat Amanda Palmer ook mooi durft te klinken, en het hysterische ontgroeit is, want dat heeft ze absoluut niet meer nodig. Als je zo’n stem hebt, mag je die ook als ge(s)temd instrument gebruiken. Mijn verwachtingen worden ruimschoots overtroffen. There Will Be No Intermission is een overtreffende trap van alles wat ze voorheen heeft laten horen. Haar meesterwerk!

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Amber Run - Philophobia (2019)

poster
3,0
Het lijkt nog allemaal zo kort geleden dat de dromerige Britpop in de jaren negentig daar de charts domineerden. Misschien is het wel de reden dat het als geheel vertrouwd en fris aanvoelt. Dat dit tevens de grote valkuil voor de uit Nottingham afkomstige Amber Run is, lijkt bijna vanzelfsprekend. Philophobia is de derde plaat van het drietal en sluit qua sound aan op de eerder verschenen 5am en For a Moment, I Was Lost. Philophobia is in geen een opzicht origineel of vooruitstrevend te noemen, dat neemt niet weg dat het een verdomd lekkere trip down memory lane is.

Hier in Nederland zou een soortgelijk binnenlands product geplugd worden bij de grotere radiostations om maar genoeg speeluren op te eisen. Als je maar vaak genoeg aangeeft dat dit de toekomst van de popmuziek is, dan gaat het publiek het vanzelf wel beloven. Dat lijkt ze dan ook prima te lukken door het publiek voor de release al kennis te laten maken met drie singels; Carousel, Affection en Neon Circus. Carousel is daarvan het meest aan de veilige kant opgesteld. Een zorgvuldig opgebouwde popsong met netjes ingecalculeerde gitaarexplosies.

Het op koorknaap hoogte gezongen Affection is een typische ballad; een rustig begin, wat toegevoegde percussie, maar dan zonder een krachtige voortzetting of einde. Hierdoor maakt het te weinig indruk en is het inwisselbaar voor het later geplaatste Worship. Amber Run heeft tijdens het opnameproces een periode in Utrecht gebivakkeerd, puur om inspiratie op te doen. Helaas hebben ze toen voornamelijk naar Kensington geluisterd, en van die band bij 3 Voor 12 een coverversie van What Lies Ahead uitgevoerd. Daar zijn ze nog het beste mee te vergelijken.

Dan wil het recentelijk uitgebrachte Neon Circus een stuk sterker overtuigen. Na een inleidend pianostuk wordt de tijd direct zo’n twintig jaar terug gedraaid. De missie van Amber Run is al direct duidelijk; de opgeëiste plek en roem in het thuisland veilig stellen. Na de wat verwijfde zang van Joshua Keogh overruled hij door diep de pedalen van zijn elektrische gitaar in te stampen. Ja, er wordt op meerdere manieren flink wat af gegild op het album. Op dat vlak valt dan ook totaal niks op af te dingen, hij bewijst met regelmaat een goede gitarist te zijn.

Misschien klinkt het allemaal wel heel erg kort door de bocht, ze beheersen het trucje wel. Het probleem is dat er naast elke track een prominente band te plaatsen is welke vrijwel dezelfde song heeft afgeleverd. Joshua Keogh heeft een prima bereik en rond zijn zanglijnen heerlijk af. Tom Sperring weet de snaren van zijn bas goed te raken, en geeft een stoere invulling aan zijn spel. Hij is de stabiele factor in de donkere postpunknummer What Could Be as Lonely as Love die tegenwicht krijgen van de catchy discodreunen die uit de keyboard van Henry Wyeth tevoorschijn komen. Overduidelijk de meest pakkende single van Philophobia en bewust rond de verschijningsdatum hiervan gereleaset. De grappige, maar tevens diep trieste dronken video is een vette knipoog naar Bittersweet Symphony van The Verve en Unfinished Sympathy van Massive Attack.

Dit soort uptempo nummers zijn gericht om als stadionkrakers te dienen. Inhoudelijk heeft het tekstueel weinig te melden, maar daar ligt ook niet zozeer het belang. Met de tienerromantiek en de daarbij horende problematiek richten ze zich op de puberende jong volwassenen. De schoolgaande meisjes die aansluiting proberen te zoeken bij de alternatieve indie vriendjes van de oudere broers. Het is een instapmodel naar de meer afwisselende grotere namen in de business die meer ontwikkeling en diepgang laten horen. Amber Run levert een kant en klaar product af, waarmee ze volledig aan de verwachtingen van de platenmaatschappij voldoen. Het ontbreekt alleen aan een eigen identiteit.

Amber Run - Philophobia | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Amen Dunes - Death Jokes (2024)

poster
3,5
In het jaar 2014 als Damon McMahon onder zijn alter ego Amen Dunes het vierde wapenfeit Love uitbrengt vertelt hij in een interview dat hij in de puberteit door twee vrouwen verkracht is. Het is de andere kant van de MeToo-beweging, die vrijwel altijd genegeerd wordt en waarmee Damon McMahon verklaart waarom hij niet op muzikaal vlak met vrouwen samenwerkt. Dat dit nog steeds een onverwerkt grijs gebied is getuigt hij in de Mary Anne country ballad waar hij zelfs nu nog op Death Jokes dit trauma een plek gunt. Love is tevens een mooie uitlaatklep voor de bevriende Godspeed You! Black Emperor leden die met alle plezier hun medewerking aan dit project verlenen. Hierdoor verschuift Damon McMahon zich achter het schild van gastmuzikanten waardoor het niet altijd eigen aanvoelt, maar wat wel de spanning ten goede komt.

Na Love volgt een viertal jaar later het begrijpelijke Freedom, een zware plaat over de zelfkant van het bestaan. Gaat Love nog over zijn persoonlijke strijd, op Freedom staat het gevecht van zijn moeder met terminale kanker centraal. Ze maakt de albumrelease nog net mee, maar komt een paar maanden later te overlijden. Daarna volgt er een lange zesjarige stilte. Damon McMahon kijkt argwanend naar de verknipte wereld, en bij dat destructief beeld past een fragmentarische onnavolgbare aanpak. Amen Dunes kiest nooit voor de gemakkelijkste weg, hij offert de schoonheid op om zich lelijk en vies misbruikt te presenteren wat zeker een gedurfde stap is.

Moet je het surrealistische Death Jokes wel begrijpen of moet je het gewoon ondergaan. Het Death Jokes intermezzo bevat passages van bekende stand-up comedians die met rassenhaat, bedreigingen, drugsverslavingen en bijna doodservaringen te maken hebben. Eigenlijk is het te triest voor woorden dat het publiek hiervan uit hun bol gaat, en met lachsalvo’s de hulpeloze artiesten te lijf gaan. Dat een grap verkeerd begrepen wordt is misschien wel de grootste misvatting, de genadeloze treurnis van de Amerikaanse Droom.

Death Jokes brengt het New Yorkse afvoerputje Gotham City tot leven. Een beschimmelde appel met in de rottende kern het CBGB hol waar Suicide afgedankte elektronica uit de vuilnisbakken vist en waar Lou Reed zich wild in het nachtleven uitleeft. In diezelfde periode beleeft de hiphop hun opkomst en weerklinken de zieke doeltreffende beats uit de ramen van de achterstandswijken. Amen Dunes transformeert het verleden naar het heden. We zitten in een tijdsbubbel gevangen welke zichzelf met botox injecties oppompt. Death Jokes brengt die gekte tot ontploffing.

Damon McMahon verwerkt angstscenario’s in zijn filmische apocalyptische waanideeën. Stel dat Jezus geen Messias is, maar een zondaar die de wereld in een paarse regenval de afgrond in helpt. Stel dat we in Purple Land hongerig het laatste avondmaal verorberen waarna we al feestend ten onder gaan. Ian wordt letterlijk in de vuurlinie geplaatst. Ian is de verloren zoon die aan de hogere macht opgeofferd wordt, the unknown soldier, the joker, geboren om te verliezen. De weerspiegeling van de maatschappij in smerig regenwater. Joyrider is slechts de begeleidende dodenmars van deze kamikaze brokkenpiloot.

Damon McMahon plundert het MacPhisto maatpak van Bono uit The Museum of Modern Art en danst zich duivels door het epische mellow Twenty Four Hour Party People cooling down stuk Round the World heen. We staren zinloos als social media junkies op ons smartphone schermpje, voeden ons met fake news en stompzinnige Tik Tok filmpjes. Lucifer biedt je een brandende sigaar aan om het vuurtje verder op te stoken. Poor Cops ervaren nu zelf hoe het voelt om snakkend naar adem toe te kijken. De I Don’t Mind breakbeats bereiden zich op die allesbeslissende fase voor, de transformatie tot het hiernamaals. What I Want romantiseert de laatste wensen van een seriemoordenaar. Na de liefde en de vrijheid wenkt de dood. Death Jokes heeft niks met humor te doen, dit is bittere ernst.

Amen Dunes - Death Jokes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Amor - Sinking Into a Miracle (2018)

poster
3,5
AMOR is een vierkoppige band uit Glasgow, Schotland, die hier als debuut een prima dance album hebben afgeleverd. Een album waarop ook gebruik wordt gemaakt van echte instrumenten, de bas is zelfs enigszins vergelijkbaar met het dominerende tegendraadse geluid van de eind jaren 70 opkomende post-punk. Voor de percussionist is dit zeker niet zijn eerste project; al zal niet snel bij de naam Paul Thomson een belletje gaan rinkelen. Vraag tien muziekliefhebbers hoe de drummer bij een bepaalde band heet, en meer dan de helft moet je de naam schuldig blijven. Noem je de naam Franz Ferdinand, en ze zullen glimlachend opveren.

Paul Thomson is buiten Glasgows trots ook samen met echtgenote werkzaam als DJ duo Polyester. Dit wetende is de link naar het dansbare AMOR een stuk sneller te leggen. Verder is Thomson een multi instrumentalist die ook bas, keyboard en gitaar beheerst, en zijn veelzijdigheid is zeker terug te horen in de composities op Sinking Into A Miracle. AMOR bestaat verder uit Richard Youngs die verantwoordelijk is voor de teksten en het pianospel, de niet onverdienstelijke bassist Michael Francis Duch en Luke Fowler die met zijn synthesizer sound van toevoegende waarde is; een echte band dus.

AMOR, een ode aan de liefde. Exotische klanken en een stampende beat. Vervolgens die meesterlijke bas, waardoor je jezelf in een hedendaagse Junglebook waant. Dit wordt vervolgens enigszins verstoord door de zang van openingstrack Phantoms of the Sun. Een wat androgeen klinkend dun stemgeluid. Mooie opvulling, maar het lekkerste is hier zeker de stuwende bas. Bij het uptempo Glimpses Across Thunder verdwijnt deze meer op de achtergrond om de hoofdrol over te geven aan de piano. Maar voordat deze zijn intrede doet is er eerst ruimte voor de wicked drummer, waarom hij hier bijgestaan wordt door zijn kunstmatige partner uit een kastje, blijft voor mij een groot raadsel.

Full Fathom Future start met een lang intro voordat Richard Youngs hier als in een exorcisme lijkt over genomen door een gestudeerde kunstacademicus als zanger. Dit zwaardere geluid ligt hem stukken beter dan wat hij bij voorgaande tracks laat horen. Het einde is veelbelovend spannend en onverwacht, een door cello’s gevormd geheel. Voor mij wel het hoogtepunt van het album. Jammer dat de zang bij Heaven Among The Daysweer die hoge tonen probeert te raken, het duistere geheel vraagt eigenlijk juist om een meer diepere vocale begeleiding.

Truth Of Life is een lange dance sensatie, in de stijl van wat Underworld ons al vanaf de jaren 90 laat horen, alleen hier is gekozen voor disco als basis, en minder voor de house. Het overstuurde in dub gevangen zang maakt het een zeer gevarieerd geheel met zelfs een knipoog naar de Coldwave.

Sinking Into A Miracle is een mooie creatieve uitlaatklep, waar de drummer van Franz Ferdinand laat horen zelfs tot meer in staat te zijn. Echter doe ik hiermee de overige bandleden tekort, want we hebben hier wel degelijk te maken met een groepsproject. Goed passend in het door elektronica heersend tijdsbeeld.

AMOR - Sinking Into A Miracle | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Amusement Parks on Fire - An Archaea (2021)

poster
4,0
Zelfs in deze barre onzekere tijden zullen de archaea de allesvernietigende virussen overleven. Dit micro-organisme heeft weinig natuurlijke vijanden en ondanks dat ze vaak geclassificeerd worden als bacteriën zijn het geen ziekteveroorzakers maar juist van groot belang om de flora en fauna in stand te houden. Het Britse Amusement Parks on Fire komt na een afwezigheid van een decennia ook weer boven drijven. Onuitroeibaar onkruid, waarbij men steeds meer de schoonheid en de diepere verborgen onderliggende lagen van hun shoegazer sound en noise rock leert waarderen. Net als bij de archaea hebben ze te dealen met de negativiteit die het oproept. Strijdbaar en met volle overtuiging duikt het door Michael Feerick gevormde gezelschap kopje onder in de wonderbaarlijke onderwaterwereld van An Archaea.

De vernieuwende kennismaking An Archaea is de vierde plaat van deze Britse band. Een pelgrimstocht die vanuit het primitieve beginsel van Amusement Parks on Fire andere wegen bewandeld om uiteindelijk tot volgroeiing te komen. Het aangename sixties tintje van het harmonieuze voorbij stampende titelstuk An Archaea is hierbij de basis. Oude wonden openen zich eerst bijtend voordat er een verzachtende werking optreed. Zout heeft als eigenschap dat je er bijna gewichtloos in kan wegdrijven, maar dat het tevens een bittere bijsmaak heeft. Dit alles komt samen in het zalvende van Peter Gabriel geleende Old Salt.

Gelijk waan ik mij in die tegendraadse onderstroming welke eind jaren tachtig de shoegazer noise verbind met de psychedelische dreampop. Er wordt vervolgens sterk afgeweken van de standaard sound door zich met het bedreigende intro van No Fission al direct de afgrond in te werpen. Duistere grommende achtergrondgeluiden en angstaanjagende oerschreeuwen gooien zwarte roetvegen in het ondoordringbare moeras aan zuigende geluidsexplosies.

De onstuimige worsteling met het troebele vaarwater van Diving Bell levert uiteindelijk het vluchtig ritmische Breakers op. De tevens van Nottingham afkomstige Ronika Sampson bezorgt het vrouwelijke evenwicht en verleid de luisteraar met een stortvloed aan jankende onderdrukte treurzang. Een tot in perfectie uitgevoerd na smeulend hoogtepunt met uitbundige bevrijdende melancholische lijnen. De muziekscene van het thuisfront in Nottingham wordt hoe dan ook niet vergeten. Gitarist Rafe Dunn van shoegazer collega’s Dystopian Future Movies speelt mee op Old Salt en No Fission.

Het maniakale Aught Can Wait heeft de kracht van een koortsige zonnesteek, waar de lichtelijke paranoia onderhuid broeit om vervolgens in buitensporige vlammende gekte te ontaarden. De keiharde naar beneden vallende sterrenhemel Boom Vang wordt veroorzaakt door een neerkletterende stortvloed aan psychedelica. Een verfrissende zomerregen welke genadeloos wordt weggeslagen door donkere donderende drumslagen. Dierlijk muterend gaat dit verder in het industriële Atomised, met uitslaande doodskreten en gejaagd kronkelend achtbaan toetsenwerk. Het freejazz freakende Blue Room ademt dwarrelende stofdeeltjes progressieve rock uit en laat nogmaals de verbreding horen die Amusement Parks on Fire met An Archaea inzet.

Amusement Parks on Fire - An Archaea | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com