MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

El Perro del Mar - Big Anonymous (2024)

poster
4,5
De dood, het grote onbekende. Hoe vullen we die leegte vervolgens in. De dood brengt ons samen, maar drijft ons ook uiteen. Sarah Assbring bereidt zich op die grote verandering voor, zoekt antwoorden en gaat de dialoog aan. Als El Perro del Mar haalt ze winst uit het verlies door het verdriet vast te leggen. Ze koestert de overledenen in een tiental donkere songs. De pandemie heeft er hard ingehakt, heeft levens opgeëist, heeft Sarah Assbring met de nodige vragen achtergelaten. In het breekbare Big Anonymous zoekt ze troost, deelt ze troost. Het is allemaal zo fragiel als een winterse glazen sneeuwbol, waarbij de opgeschudde deeltjes langzaam landen.

Zo voelt het sprookjesachtige Big Anonymous aan. Ze haalt de dood uit de taboesfeer, benoemt het net niet letterlijk bij de naam, maar in alles komt die hang naar het sterfelijke einde terug. Thematisch is Big Anonymous het vervolg op de vrolijke soulfolk popliedjes van From the Valley to the Stars waar ze de hemel als een gelukzalig bevredigend toekomstperspectief neerzet. Die nieuwsgierigheid maakt nu voor angst plaats, de toon is dwingend duister, waarmee ze zich tekstueel op het dark metal vlak begeeft en hier een serene gothic twist aan toevoegt. De reis door het niets trapt toepasselijk in het instrumentale Underworld af. Het onwetende, de mijmering in stilte, zonder woorden maar wel met de veelzeggende rondfladderende strijkers die zich aan de krachtige cello hechten.

Die stilte wordt door de ritmische ingezette Suburban Dreams kruistocht vervolgt. Kerkelijke darkwave dreampop, met sprankjes hoop, geloof, liefde, maar ook met twijfel en rusteloosheid. Sarah Assbring wacht op het onvermijdelijke onbekende. De synths dopen de song in eighties nostalgie onder, wringen de laatste druppels eruit en geven er een typische El Perro del Mar aanvulling aan. Iets liefdevols, iets troostends, met gevaarlijke industrial drones die loerend de spelonken van Suburban Dreams bewonen. We zwemmen hulpeloos in de Cold Dark Pond duisternis rond. Een regenval van neoklassieke instrumentatie die de engelenzang van Sarah Assbring diep laat gaan, en die haar vervolgens naar de hoogtes laat reiken. De sterrentocht tussen hemel en aarde, hypnotiserend in glinsterende wenkende klanken, dan weer liefdevol moederlijk, dan weer verraderlijk vijandig.

Tijd is slechts relatief, het is de mens die deze in dagen, uren, secondes documenteert. De In Silence eenzaamheid is de ruimte tussen het tijdsbesef en het universele niets. Slechts fracties van momenten, zwevende in gevoelloosheid en rust. De gedachtes uitgeschakeld, om vervolgens hard in de realiteit te vallen. Welke bovenaardse goddelijke kracht heeft het recht om te kwetsen, te pijnigen, en vervolgens wijselijk de mond te houden. Hier bevindt Sarah Assbring zich tekstueel op de Running Up That Hill (A Deal with God) conversatie van Kate Bush. Ze gaat het gesprek aan, maar krijgt geen antwoord terug.

Na het heftige nadreunende In Silence einde waar onverwachts een verontwaardigde huiveringwekkende mannenstem nederdaalt, zijn deel opeist en het wantrouwen bestraft is de behoefte naar bezinning extra groot. Sarah Assbring werkt zich jammerend wenend door The Truth the Dead Know heen. De definitieve overgave komt in het toegankelijke Between You and Me Nothing meisjesachtige popliedje. De onschuld in het verlangen naar serene vrede, als we in stof vervagen en in stilte verdwijnen. We stellen het laatste afscheid zo lang mogelijk uit. De duistere verdovende van Burt Bacharach Please Stay geleende ruis twijfelt aan die overgave. Het is een bewerking van een vijf jaar oude single, waar de nodige jaren vijftig bubblegum gospel vervreemding aan toegevoegd is.

De begrafenis treurstemming van het rondspokende Wipe Me Off This Earth houdt zich krampachtig aan het laatste vaarwel vast, toch is loslaten hier het sleutelwoord. Het in Scandinavische folk roots doordrenkte One More Time liefdesdrama wordt door de uit Bristol afkomstige elektronica producer Vessel gearrangeerd, die er een kenmerkend avontuurlijk triphop sausje overheen giet. Die achtergrond hoor je misschien nog wel meer in de filmische Kiss of Death nachtmerrie terug, waar Sarah Assbring als een onwetend elfje doorheen huppelt. De dood als iets moois, de afsluiting van een tevreden cyclus. Toch is het overstuurde orkest hier nog niet klaar voor, en gaan ze het onvermijdelijke gevecht met de zich amper staande houdende zangeres aan. Na het slotakkoord wordt letterlijk de stekker eruit getrokken, het is klaar. Het vanuit het hart en ziel gecomponeerde Big Anonymous roept het begrip voor de dood op, een buitenstaander die zich onwenselijk binnendringt.

El Perro del Mar - Big Anonymous | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

EL VY - Return to the Moon (2015)

poster
3,5
Het ene moment hoor je The Cure terug; zeer sterk in de opener, dan weer Jarvis Cocker van Pulp in Silent Ivy Hotel, maar ook Bono in I’m the Man, de crooner sound van Bryan Ferry in No Time to Crank the Sun en zelfs een stukje Anne Clark in Need A Friend
Het vreemde vind ik wel dat ik bij El Vy heel vaak aan Soulsavers moet denken; al is dat wel een stuk zwaarder, de elektronica zit wel in dezelfde lijn.
Sterk album,met veel verwijzingen naar het betere jaren 80 werk, en wat toegankelijker dan The National.

El-P - C4C (2012)

Alternatieve titel: Cancer 4 Cure

poster
3,0
Een begrijpbare tip ( via het Super Tip-Topper topic), hier was ik wel benieuwd naar, zeker omdat El-P het binnenkort te verschijnen nieuwe album van The Veils (mede) produceert.
Verrassend album, het opent wat spacey met vervolgens een The Prodigy achtige beat, maar dan zonder de agressie, en ook wat van The Box van Orbital hoor ik in Request Denied terug.
Het trekt in ieder geval gelijk mijn aandacht.
Blijkbaar komt het uit de VS, maar het doet Brits aan (Audio Bullys).
Een opener die er gelijk goed inhakt.
Vervolgens hoor je vanaf The Full Retard wel meer het Amerikaanse geluid terug.
Stoerder, met een Rudeboy achtige rapper die op de achtergrond zijn ding mag doen, terwijl de rest gedomineerd wordt volgens mij een Old School achtig geluid.
Absoluut een goed album.
Al blijf ik Request Denied er wel dik boven uit steken, maar dat heeft meer te maken met mijn smaak.
Stay Down gevolgd als smaakvolle tweede.
In de muzikale omlijsting van $4 Vic / FTL (Me and You) hoor ik wel wat van The Veils in terug, waardoor de cirkel weer rond is.

Ela Orleans - Movies for Ears (2019)

poster
3,0
Als artistiek kunstenaar wacht je op de mogelijkheid om je beste werk te exposeren in een galerie. Flink sorteren en vervolgens concluderen dat niet alles thematisch geschikt is. Wat doe je dan, kies je voor de indrukwekkendste werken, of voor een aantal sterk bij elkaar passende producties. Dat laatste heeft Ela Orleans willen bereiken met haar album die de prachtige titel Movies For Ears draagt. Al kiest een schilder er niet voor om zijn doeken voor de tentoonstelling over te verven, Ela doet dat dus wel. De Poolse in Auschwitz geboren multi instrumentalist is opnieuw aan de slag gegaan met viool, gitaar en piano. Ze voegt nieuwe dieptes toe, meerdere lagen over elkaar, en werkt de oneffenheden weg. Van oorsprong is het geen nieuw werk, maar is het een samenvatting van nummers die ze gedurende de periode van 2001 tot en met 2012 gemaakt heeft. In 2015 was er al sprake dat het project zou verschijnen, maar blijkbaar is de uitvoerende pas nu helemaal tevreden met het eindresultaat. Ze heeft in het verleden vooral credit weten op te bouwen met het muzikaal inkleuren van oude stomme films, door daar een nieuwe belevingsdimensie aan toe te voegen.

Het herfstachtige The Season mag zeer aangenaam het geheel openen. Door de sterke elektronische begeleiding, heerlijke orgelklanken en haar zwaardere zangstem roept het postpunk gevoelens op. Het is te kort door de bocht om haar daar onder te brengen, al weet ze dat sfeertje later nogmaals treffend op te roepen in I Know. Door de vocalen krijgt het vrolijk gestemde Walkingman een naargeestige invulling. Met een dronken weemoedig accent in haar voordracht laat ze horen dat de kwaliteiten niet op dat gebied gezocht moeten worden. Verrassend genoeg gaat ze flink de hoogte in het Franse chanson achtige Light At Dawn, welke zich prima kan nestelen in een Twin Peaks episode. Hierbij verraad ze overduidelijk dat het een collage aan songs betreft, gemaakt in een langere periode. Het hoogtepunt is absoluut het retro sixties gerichte In The Night, waar heerlijke psychedelische hoogstaande gitaarakkoorden er een prettige swing aan weten te geven. Ook het mysterieuze Planet Mars weet met de ondergedoopte zang gevolgd door grimmige ska flows aardig wat indruk te maken. Die invloed komt net een stuk minder tot zijn recht bij het daarop aansluitende Apparatus.

Gedurende het overige aanbod blijft ze met de goed gevonden drumsamplers te weinig overtuigen. Ondanks het vele geknutsel aan de tracks is de afronding met regelmaat slordig en wil het niet veel indruk maken. De werkwijze gericht op een coherent eindresultaat wordt niet behaald. De oorzaak hiervan is voornamelijk terug te herleiden tot het gebrekkige zangtalent wat Ela bezit. Movies For Ears is niet het toegankelijke geheel geworden, waar de artiest op gehoopt had. Te vaak wordt er gebruik gemaakt van bestaande composities, die in gesamplede vorm niet genoeg toevoegen. De kille keyboard klanken verraden haar Oost Europese afkomst, maar daar overheen ligt een afdekkende warme deken die ze gebreid heeft in haar nieuwe regenachtige basis, het Schotse Glasgow. Juist hierdoor krijgen de verstikkende tracks niet de mogelijkheid om te ademen. Je hoort overduidelijk de muzikaliteit terug van Ela Orleans, maar om een breed gerichte popplaat te produceren is ze niet in geslaagd.

Ela Orleans - Movies for Ears | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Elbow - Flying Dream 1 (2021)

poster
4,0
Met meesterlijke voorganger Giants Of All Sizes maakt elbow het zichzelf niet gemakkelijk. Een gedurfde stap vooruit, maar tevens een onbegrepen commerciële zelfmoord. De elektronische ruwheid vormt de sleutel van Guy Garvey zelfreflecterende Pandora’s box. Innerlijke kwelgeesten die bij opening ontsnappen en welke het persoonlijke leed en het maatschappelijk kwaad een doorgang geven om zich als een zeefdruk in het geheugen te prenten. Loeizwaar, alsof de luisteraar gesmoord wordt door een drukkend hoofdkussen. Flying Dream 1 roept associaties op die te herleiden zijn tot datzelfde hoofdkussen, al wordt deze nu gebruikt om heerlijk ontspannen in weg te dromen. Vintage elbow dus, zoals we van de band gewend zijn. Vertrouwd? Ja, misschien zelfs te vertrouwd. Geen vuiltje aan de lucht dus? Wel degelijk, schijn bedriegt.

De verbitterende dood verscheurt familiebanden om deze vervolgens hechtend te verbinden. Het overlijden van Garvey’s vader heeft tevens zijn impact op de overige bandleden. De bevlogen tijden op Flying Dream 1 memoreren ook naar de jeugdjaren van de gebroeders Potter, krachtig weergegeven op de nostalgische albumhoes. Survival of the fittest met moeder als rechtvaardige scheidsrechter. Bloedbroeders en broederliefde. Flying Dream 1 haakt vooral in op die liefde en is met het in reine de biecht afnemende Red Sky Radio (Baby Baby Baby) tevens een steunbetuiging aan het leven zelf. Het kronkelige pad wringt zich in de vurig gepassioneerde van de piano afspattende Six Words regendruppels en eindigt in het jubelend vragende What Am I Without You. Maar laten we eerst vanaf het beginpunt de bovenaardse kruistocht daarnaartoe vervolgen.

Elbow blijft de band van de weemoedige Guy Garvey die in het verleden prettig bijgestuurd werd door een optimistische bombastische flow. De kale intimiteit op Flying Dream 1 vraagt een intensievere luisterbeurt, en loopt het risico als saai betiteld te worden. Is het een bewuste keuze van Guy Garvey, die hier de strijkers opoffert om zich juist kwetsbaar en open op te stellen? Heeft hij daarom zo lang gewacht om het verstillende The Seldom Seen Kid nu pas op de plaat te zetten? Ik ben ervan overtuigd dat de beginselen al veel eerder voor het oprapen lagen. De vragen die het plotselinge overlijden van Brian Glancy oproepen zijn nog steeds niet beantwoordt, het gevoel daarachter is nu berustend gekanaliseerd. In gedachte stelt hij hem voor aan zijn vrouw, nodigt uit om met haar te spookdansen en schenkt Brian Glancy hierdoor met terugwerkende kracht een rol in zijn huidige bestaan.

He’d steal you for dancing
And you’d lеnd him your arms
And I’d stooge for your laughing
And you’d twirl in a chaos of charm

Come On, Blue schitterend in de rijkelijk gevulde sterrenhemel. Flying Dream 1, de avond sterft als de nacht zich aankondigt. Vaarwel, in vogelvlucht kijkt een dierbare voor de laatste keer neer. De klarinet van Sarah Field laat in After the Eclipse een nieuwe dag ontwaken, de ziel blijft echter gesloten. Afscheid nemen is verder vooruit kijken. Subtiele nicotine gele pianotoetsen, neuriënde backing vocals categorie soul, jazzy kroegritmes, straathoek blazers, hier en daar een driekwartsmaat, veel meer heb je niet nodig. En als Guy Garvey zichzelf dreigt te verliezen in een overdaad aan sentiment schuift Pete Turner met zijn koele mannelijke verduisterende maan baspartijen voorbij om het evenwicht te bewaren. Flying Dream 1, een gemeende knipoog naar het verleden om glimlachend de toekomst te trotseren.

And the only road I know now
Is you and I together

elbow - Flying Dream 1 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Elder - Omens (2020)

poster
4,0
Omens is een nieuw hoofdstuk in het steeds dikker wordende massieve songbook van het uit Boston afkomstige Elder. Nog steeds maken ze lang uitgerekte tracks vanuit het stoner rock principe. Alleen zijn ze dit hallucinerende genre ruimschoots ontgroeid, en zoeken ze naar andere opvallende elementen om zichzelf te vernieuwen. Een meer dan logisch vervolg dus op hun vierde volwaardige plaat Reflections of a Floating World.

Dat er hiervoor steeds vaker uitgeweken wordt naar Europa was al duidelijk merkbaar op het in Berlijn opgenomen The Gold & Silver Sessions. Voor Omens zitten ze in het aangrenzende Frankrijk in de Black Box studio van Peter Deimel, die al eerder samenwerkte met dEUS, Shellac en het meer in de lijn van Elder opererende grote muzikale broer Motorpsycho.

Met de diep trieste doom metal invloeden en verbitterende emo zang is Omens van Elder een buitenbeentje in de psychedelische progrock scene. De profetische decadentie die de plaat uitstraalt is te herleiden tot de totale zelfvernietiging en landschapsvervuiling waar de mensheid de aarde naar toe dwingt. Een geliefd thema bij bands om op terug te vallen, wat in de nabije toekomst zeker nog vaker zal gebeuren. De luchtigheid die op de voorganger nog voor enige houvast zorgde is hier vrijwel geheel verdwenen.

Door sprookjesachtig af te trappen in Omens zuigen ze je direct al mee in het deprimerende verhaal. Het titelstuk grijpt terug naar een onevenwichtige natuur. Herinneringen die overschaduwt worden door een stervende planeet. De pijn zit oppervlakkig verborgen in de getergde vocalen van hoofdpessimist Nick DiSalvo, die tevens de verantwoording opeist voor de vette dromerige gitaarriffs en schreeuwende hardrock explosies. De toon is confronterend direct en hard. Grove schetsmatige gitaarpartijen worden overwoekerd door vernietigende drumslagen van nieuweling Georg Edert, die soms wat moeite lijkt te hebben om het juiste ritme te kanaliseren.

Gastmuzikant Fabio Cuomo is mede aansprakelijk voor de prachtige retro synthesizerpartijen. Samen met Nick DiSalvo en Mike Risberg laat hij ze onderdrukt op de achtergrond rondcirculeren, om er vervolgens een likje duister postpunk pastel aan toe te mengen. Net zo donker gekleurd zijn de logge basakkoorden van Jack Donovan die zelfs terug grijpen naar de zware jaren negentig grunge. Verder is er gekozen voor opvallende veel eighties metal melodielijnen en new wave keyboards en een scherpe mespunt aan in Duitsland opgepikte futuristische krautrock klanken.

Het veelvoud aan stijlveranderingen laat horen dat de band nog steeds open staat voor verruiming van de sound. Er wordt gebouwd aan een avontuurlijk fundament waarbij de basis diep gegrond blijft staan. Niet altijd pakt het even sterk uit, waardoor de ongedwongenheid overgaat in overbodig experimenteerdrang. Al past die schetsmatige veelvoud ook wel weer perfect bij het bewust ruw uitgewerkte onderwerp. Met twee nieuwe ingespeelde muzikanten in de gelederen en een bredere interesse voor groeimogelijkheden lijkt Elders in een fase te verkeren die in de toekomst alleen maar mooier kan uitpakken.

Elder - Omens | Metal | Written in Music - writteninmusic.com

Elder Island - The Omnitone Collection (2019)

poster
4,0
Dat je als elektronische act afkomstig bent uit de triphophoofdstad Bristol hoeft niet altijd in je voordeel te werken. Sterker nog, probeer je maar eens staande te houden met een eigen geluid. Het trio Elder Island kiest voor een sterke soulvolle benadering. Zangeres Katy Sargent eist terecht vanaf Stranger Exchange alle aandacht op. Met zo’n timbre in bezit hebbende mag dit ook. David Havard en Luke Thornton volgen haar wel. De zeurende mannelijke backing vocals voegen zeker nog genoeg toe, al is de dame in kwestie overduidelijk het visitekaartje. Ze durft zich kwetsbaar op te stellen als ze bij de uithalen het hese randje van haar stem laat horen. Ondanks het dromerige begin van You And I betreft het hier een swingende dancetrack met donker tintje waarbij Moloko eerder als inspiratiebron genoemd kan worden dan de artiesten uit The Wild Bunch stal. De switch naar de soul is gemakkelijk gemaakt met Kape Fear. Met volle overgave laat Katy ons mee dwalen in de lichte stemmige discosound.

Ritmisch wordt er meer de Zuid-Amerikaanse kant opgezocht in het zomerse Wasteland. De beats en bas van Thornton maken dit mogelijk. De zangeres hoeft hier alleen maar in te springen, om weg te zweven op de dromerige klanken. Vocaal wat minder overtuigend, maar dat komt grotendeels vanwege het onderschikkende aandeel. In datzelfde schemergebied vaart het geheimzinnige dreigende Fortunate rond. Langzaam worden de lyrics voorgedragen met hierbij alleen het hoofdzakelijke te vermelden. Strak en overtuigend. Daar heb je heel even weer die mannelijke tweede stem in het als een gedateerde seventies dancevloer opkleurende Don’t Lose. Wat is dat een aangename aanvulling. Niet dat Elder Island hier om vraagt, wat wil je met zo’n geweldige vocalist, maar het geeft wel een smoothy injectie aan het geluid. De diepgang van I Fould You laat haar voor een moment uit de schaduw van the ladies of Soul treden, en een gelijkwaardig publiek aantrekken. De begeleiding zit meer in de dreunende jaren tachtig drums die door de sterke keyboardgolven een prachtig klanktapijt vormen. De meerstemmig gemixte gospeluithalen op het einde worden ingehaald door het voorbij denderende smaakvolle vioolspel. Het eerste hoogtepunt van het toch al geslaagde The Omnitone Collection.

Het speelse tussendoortje Vulture lijkt opgenomen in een gerenommeerde loungebar van een overvol viersterrenhotel met een geschoold jazzpianist die in de weekenden daar bijbeunt. Onverstoorbaar met een prettige voortgang gaat het gepraat op de achtergrond door. Het wonderschone door duisternis gevulde JPP is het tweede hoogtepunt van de plaat. De gejaagdheid van de percussie gaat over in een meer statische droge beat. Prachtig hoe de donkere synthesizers netjes op de achtergrond blijven tot het moment daar is om hun New Wave kreten te openbaren in de track welke perfect zou passen in een Miami Vice aflevering. Ook de saxofoon die het mag afronden roept herinneringen aan dat tijdsbeeld op. Om dan na zo’n krachtsexplosie af te sluiten met Find Greatness in the Small is een flinke stap terug. De vervormde blikkerige mechanische panfluitachtige tonen komen te kunstmatig over, en willen ook niet echt iets toevoegen.

Elder Island - The Omnitone Collection | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Electric Light Orchestra - All Over the World (2005)

Alternatieve titel: The Very Best Of

poster
4,0
Van Electric Light Orchestra zijn de albums vanaf Eldorado tot en met Out of the Blue de moeite waard, Time zou je ook nog kunnen aanschaffen vanwege Here Is the News (de herkenningstune van de VPRO), die niet op deze verzamelaar staat.
Electric Light Orchestra klinkt bij Mr. Blue Sky als The Beatles die meer de symfonische kant op zijn gegaan, wat zal Jeff Lynne blij zijn geweest dat George Harrison mee wilde werken aan zijn supergroep The Traveling Wilburys, Mr. Blue Sky is een rockopera in de stijl van Bohemian Rhapsody van Queen; al heeft deze niet de status.
Toch klinken ze telkens weer anders; van Don't Bring Me Down dacht ik lang dat het een song van Status Quo was.
Het huppelende Hold On Tight lijkt wat op Half a Boy and Half a Man van Nick Lowe.
Vroeger vervloekte ik dit soort verzamelaars; deze zag je vaak terug bij mensen die maar een paar albums in bezit hadden, waaronder het beste van Supertramp, het beste van Queen (deel 1 en deel 2), en een verzamelaar van E.L.O.
Nu heb ik ondertussen ook die albums hier liggen, en er weinig moeite mee.
Jeff Lynne heeft dezelfde feeling voor arrangementen als Alan Parsons, maar kiest net voor een meer hitgevoelige invalshoek; dit gecombineerd met Queen achtige koortjes met daaronder wat jaren 70 disco.

Elena Setién - Unfamiliar Minds (2022)

poster
4,0
De klok tikt de laatste minuten weg totdat er een leegte op het scherm ontstaat. Tijdloos geven de mechanische getallen 00:00 uur aan. Een nieuwe dag in een nieuw jaar, zonder goede en slechte voornemens. Afwachtend op dat moment welke uiteindelijk het verschil zal maken. De dagen lopen vast in de stagnerende tijdmachine, haperend in ondraaglijke stilte. Vanuit het zwarte niets bouwt Elena Setién 2020 op. Het aftellen is voorbij, de wederopbouw bereikt het startpunt op Unfamiliar Minds, de vijfde popplaat van deze betoverende Baskische multi-instrumentalist. Vergeet daarbij ook niet dat Elena Setién tevens een meer dan bovengemiddelde getalenteerde vocalist is.

Met haar werk als filmisch muzikaal illustrator bewandeld ze de leerzame voorstudie wegen die uiteindelijk tot deze meer dan waardige opvolger van de winterse kerstsprookjesvreugde van het stukken toegankelijkere Another Kind of Revolution leiden. De schetsende beeldvoorstellingen op Unfamiliar Minds hebben niks met die gezellige familieaangelegenheden te maken, maar haken vooral op dat heersende donkere dagen isolement in. Dezelfde seizoen beleving, alleen is het opbeurende licht door de verstikkende duisternis gedoofd en laat deze de bevroren empathiegevoelens koud en eenzaam achter.

Unfamiliar Minds dus, de Ebenezer Scrooge geesten uit het verleden zijn ons bekend, maar welk gevolg hebben de hedendaagse inwendige spookverschijningen op ons handelen? Egocentrisme, spiritualiteit, verbintenis, gebrokenheid, rust of rusteloosheid? Elena Setién geeft ons geen antwoorden of handvaten, ze laat wel deze zintuigelijke gewaarwordingen in een tiental albumtracks passeren. 2020, de pianohartslag telt traag de geplande secondes weg. Het begin van het eindeloos lang durend opnameproces in die lockdown episode, waarbij bruikbare ideeën voor onbepaalde tijd in de ijskast verdwijnen, en in nog niet ontdooide toestand gereproduceerd worden. Unfamiliar Minds is koel en kil, met de verwarmende klanken van Elena Setién die de vertroebelende condens zichtbaar maken. Een serene viool vervaagd in dierlijk vluchtgedrag, angstig en onzeker.

De klagende Situation lokgroep wordt onderschept door het verkeerd inschatten van onwenselijke niet goed aanvoelende situaties. De spoken words versterken het onbehaaglijke gevoel, draaikolkende elektronica valt in herhaling en vindt de doorgang in het onstuimig golvende I Dwell in Possibility. Hemelse orgel sereniteit lacht van boven uitnodigend toe, en eist in het heftige Emily Dickinson gedicht het aardse bestaan op. Verbitterende spiegelbeelden laten de uitbundige persoonlijkheid in New transformeren tot een vreemdeling terug starende in een vervreemde omgeving. Het opwarmingsproces brengt nieuwe vogels met zich mee, de kou trotserend, de hitte van het broeikaseffect meedragende. Diezelfde Emily Dickinson levert postuum de woorden voor In This Short Life, kleurrijk als een eendagsvlieg die nietsvermoedend vrolijk van het leven geniet.

In This Short Life
That Only Lasts An Hour
How Much, How Little
Is Within Our Power

Onvatbare familieomstandigheden verscheuren het surrealistische Such a Drag in emotie arme vocodervocalen, afstandelijk computer bestuurd, met een stormvloed aan noise en ruis. Goedaardige drones stimuleren het instrumentale This Too Will Pass tot een zwaartekrachtbeperkt licht hallucinerend Unfamiliar Minds eindoordeel, waarbij de instrumentatie van het titelstuk memoreert aan experimentele Velvet Underground passages, wispelturig en stronteigenwijs. Destructieve anarchistische schrootexplosies vormen het decor van het in postpunk mineur gezongen No Trace. Hoe meer de milieuaantasting het waterpeil laat stijgen, des te meer druk zal het Water uitoefenen. De wederopstanding van een herboren Moeder Natuur, die de vrouwelijke oerkracht in alle sterkte Unfamiliar Minds laat afsluiten. De verfijning zit hem in die van de afvalhoop geredde retro keyboardtoetsen die eventjes die weerkaatsing van de jaren tachtig mobiliseren.

Elena Setién - Unfamiliar Minds | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Elephant Dials - Binary Blues (2022)

poster
4,0
Door de denkbeeldige lijn welke tot ijkpunt 1990 Europa scheidde was het voor de Westerse wereld een groot vraagteken hoe de muziekbeleving zich achter Het IJzeren Gordijn ontwikkelde en daar tot bloei kwam. De val van de Berlijnse Muur liet meer inzicht in die gestructureerde communistische wereld toe en het was bijna beschamend hoe het welvarende Westen zich aan financieel onafhankelijk genot uitleefde. De asgrauwe vervlakte postpunkbeweging wordt vaak in een adem als een gemuteerde tegenreactie op de No Future punk ideologie genoemd. Het anarchistische punk zoekt de opruiende barricades op, werpt aanvallend een nagloeiende kolensteen de maatschappij in, terwijl de postpunk juist in die zwartgallige romantiek van het verval wegvlucht. Tussen de decadentie van de grijstinten woekert het onkruid langzaam voort. Postpunk geeft er een nieuwe lichtgevende neongiftige groene kleur aan, het nieuwe leven met nieuwe kansen.

Postpunk grijpt meer terug naar het Duitse Berlijn waar een David Bowie zich begin jaren zeventig ontplooit. Het uniformele maatpak karakter van de bewegingsloze Kraftwerk figuranten, en zelfs Joy Division heeft zijn naam aan de verschrikkingen die daar jaren geleden plaats vonden te danken. Het kapitalisme eist zelfs deze ontwikkelingen op, reproduceren ze in Britse industriesteden als Manchester en Liverpool, en een kernstad als Londen. Terecht, want daar komt deze subgenre volledig tot bloei, maar voor een land als Polen heeft de oorspronkelijke postpunk nog steeds heel veel zeggingskracht, terwijl de nieuwe lichting postpunkbands steeds verder van het romantische beeld afdrijven en vooral die overwoekerende kwaadheid een stem geeft. Binary Blues, het tweedelige pijnbesef.

Elephant Dials komt net als Atol Atol Atol uit het Gusstaff Records netwerk voort. Ook nu is het voor dit soort kleinere onafhankelijke platenmaatschappijen nog steeds een onmogelijke opgave om mondiaal bij het immens grote aanbod te infiltreren. Gusstaff Records is het bewijs dat dit ondergronds idealisme nog steeds voortleeft en daar zeker niet dood en begraven is. John Donatowicz en Mateusz Rosiński treffen elkaar in een uitgaansgelegenheid in het hart van Zielona Góra, waar ze als diskjockeys een muzikantenbasis opbouwen, en al snel in het vizier van Michał Jacaszek, de belangrijkste man van Gusstaff Records komen. Er volgen ervaringsjaren in het buitenland, waar het kustzinnige Berlijn een ideale toevluchtsoord vormt en er zelfs naar de techno house hoofdstad Chicago uitgeweken wordt. Ondanks dat Elephant Dials pas een klein jaartje geleden tot stand is gekomen, is Binary Blues het resultaat van een langdurige coöperatieve samenwerkingsvriendschap tussen twee gelijkgezinde geestverwanten.

De postpunk wordt gekenmerkt door de zwarte deprimerende kleding, welke de neerslachtige duisternis kleur geeft. Hoe bijzonder is het dus dat Elephant Dials juist die andere in zwart geklede held in Bury Me Not in the Lone Prairie adoreert. Deze traditionele countryklassieker kent verschillende benamingen (The Cowboy’s Lament, The Dying Cowboy), maar Elephant Dials zoekt overduidelijk de oorsprong in die legendarische Man In Black bewerking van Johnny Cash. Die mystieke zweem wekt echter wel de nodige interesse. De onwennig zingende John Donatowicz heeft een vocale donkere cowboy spooksnik welke nog het beste met het eigenzinnige karakteriserende van Stan Ridgway van de Amerikaanse new wave band Wall of Voodoo te vergelijken is. De opstartende taperecorders en minimalistische elektronica dreiging roept ook herinneringen aan Suicide op, en het is onmogelijk om de gestructureerde gitaarakkoorden en donkere baslijnen van Joy Division onbenoemd te laten.

Het industrial ritmische Listen to My Song reflecteert een naargeestig Big Brother Is Watching You gevoel. Haastige dagelijkse gang van zaken kakofonie overstemd door een strak georganiseerde overkoepelend orgaan, het hart van een passiearm bestaan. Wakker worden in een vreemde wereld waarin een universum van de geschepte feitelijkheid zichtbaar wordt. Maak je maar geen zorgen, de gemoedzuchtige John Donatowicz bewandelt dezelfde wegen en geeft er in For the Good of the Hive een fragmentarisch computerspel beleving aan. Bereik je het next level, dan is hij de betrouwbare reisgenoot, faal je dan eindigt hier het out of game verhaal. For the Good of the Hive als een verlokkende Coney Island variant. De vocalist in imiterende Lou Reed rol, de verlokkingen trotserend, zichzelf in isolerende meditatie verliezend. Zoveel filmische dreiging, zoveel paranoïde onzekerheden.

Futuristische krautrock, opportunistische synthpop en verstikkende postpunk crashen in Song for Pluto tegen elkaar, en zetten een vernietigende oerknal in werking. Verdwaalde elektronica uiten hun noodkreten om vervolgens in het niets van het alles te verdwijnen. Hier Steht der Stein koppelt de jaren negentig industriële gitaarrock zeggingskracht aan inheemse ambient droomkrachten en beangstigende dictatoriale misbruikende politieke slogans. Muzikale versuffing van een gecontroleerde angstcultuur. Ga uit van het mooiste van de historische erfenis en bouw daar vanuit in de funksoul van Old Ones Into New een betrouwbaar vredelievend toekomstperspectief op. Het chaotische Twenty-Five Seconds elimineert onzinnigheden om tot bezinning te komen, de rust te hervinden om vervolgens gebrainstormd in het hedendaagse regiem terug te keren. Binary Blues laat het verleden deelgenoot van het heden zijn.

Elephant Dials - Binary Blues | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Ellen Foley - Nightout (1979)

poster
3,5
Ooit dit album voor een goede vriend op cd aangeschaft, en eigenlijk gelijk al spijt dat ik deze toen niet zelf gekocht had.
En dan sta je jaren later te graaien in een bak met tweedehands albums, en leg je deze netjes apart.
Vervolgens pakt de persoon naast je de plaat er rekent deze af.
Geen poot om op te staan, en ik had dan ook geen zin om ruzie te maken.
Is Nightout dan zo’n geweldige plaat?
Nee, dat weer niet, maar er staan wel twee klassiekers op; We Belong to the Night en Whats a Matter Baby.
Ellen Foley zit hiermee ergens tussen Ramones, Meat Loaf, Patti Smith en Bruce Springsteen in.
Meat Loaf is doorgebroken dankzij haar bijdrage in Paradise by the Dashboard Light; en door haar relatie met The Clash gitarist Mick Jones, is de link met punk al snel te leggen.
Verder huppelt Nightout lekker weg, maar echt hoogstaand wordt het vervolgens nergens.
Haar volgende muzikale hoogtepunt komt als ze een aantal jaren later mee zingt op het album Body and Soul van Joe Jackson, en verder horen we niet veel meer van haar.
Net te succesvol voor een eendagsvlieg, maar ook weer niet sprake van een blijvertje in de popmuziek.

Elliot Galvin - The Ruin (2025)

poster
4,0
In de verte doet dit wat aan Nine Inch Nails denken. Het heeft datzelfde duistere spannende onvoorspelbare sfeertje. Ook voor de niet jazz liefhebbers valt hierop meer dan genoeg te ontdekken. Een avontuurlijke griezelige exorcisme met de nodige triphop verwijzingen en een prachtige gastrol van de veelzijdige blazer Shabaka Hutchings.

Written in Music Jaarlijst 2025 Nummer 39
Elliot Galvin – The Ruin | Jazz | Written in Music - writteninmusic.com

Elvis Costello - My Aim Is True (1977)

poster
4,0
Afgelopen Zaterdag was het weer zover.
KRO Detectivenacht 2010.
Zak chips en een wijntje voor de televisie.
Britse landschappen.
Een mooie toeloop naar de moordzaak.
Spanningen die tot het plot werken.
Denkend alleen thuis te zijn.
Ondertussen afvragend of het werkelijk zo is.
Geluiden die je niet kunt plaatsen.
Te angstig om naar het toilet te gaan.
Radio aan om jezelf af te leiden.
Aankondiging van het volgende nummer.
Elvis Costello – Watching The Detectives.

Hoorbare raakvlakken met Joe Jackson.
Twee artiesten die het puntige van de Wave verweven met hun liefde voor Reggae.
Al snel wetend dat ze meer in hun mars hebben.
Toch steeds willen terug grijpen naar hun vroegere albums.
Met Alison, Less Than Zero en Watching The Detectives een aangename kennismaking.
Vervolgens met die geweldige begeleidingsband The Attractions aan de slag.
Maar met My Aim Is True zette hij zichzelf op de kaart.

Passend op het Stiff label.
Samen met tijdsgenoten als Madness en Ian Dury & The Blockheads.
Het zou me niet verbasen dat hij daar later nog eens op de koffie kwam.
Pratend over het succes van zijn debuutalbum.
Waarmee het allemaal begon.
Terwijl daar ergens in een repetitieruimte een schuchtere bassiste verlegen haar bas stemt.
Spelend in een nog onbekend folkbandje met punkinvloeden.
Caitlin O'Riordan van The Pogues zou zijn latere echtgenoot worden.

Elvis Costello & The Attractions - Get Happy!! (1980)

poster
3,5
The Jam heeft duidelijk naar dit album geluisterd.
Toen deze band er bijna het bijltje bij neer gooide maakten ze nog een grote hit: A Town Called Malice.
Deze lijkt qua compositie sterk op het twee jaar oudere Love For Tender.
Nu de zomer eindelijk lijkt te zijn begonnen is het ook tijd om Get Happy!! Uit de kast te halen.
Samen met de sound van The Specials en Madness verwacht je gewoon dat in deze periode elke dag de zon schijnt.
Terwijl andere wave bandjes duidelijk in de kille, koude sfeer verkeerden, hoorde je wel degelijk ook een ander geluid.
En wees eens eerlijk; iedereen heeft toch wel behoefte aan een lekker warm geluid, zonder dat het gelijk broeierig klinkt.
Ideale soundtrack voor een dag als vandaag.

Emiliana Torrini & The Colorist Orchestra - Racing the Storm (2023)

poster
4,0
De IJslandse Emilíana Torrini bewandelt een veelzijdig, maar ook lastig pad. Haar eerste album Crouçie D’où Là is een gevarieerde, maar ook best zoete country blues plaat. Toch voelt het net niet helemaal puur en vertrouwd aan. Dit stigma zal ze altijd met zich meedragen, al kiest ze vervolgens op Love in the Time of Science voor meer experimentele folkloristische triphop. Haar Fisherman’s Woman meesterwerk is intiemer en soberder van opzet. Ze scoort met het zomerse Jungle Drum indiepop een internationale megahit en het prachtige intrigerende Gollum’s Song verschijnt op de The Lord of the Rings soundtrack. Uit haar pen komt de successingle Slow van Kylie Minogue voort, dus haar collega’s weten haar ook wel te waarderen en te vinden. Verzadigd met al het moois wat ze bereikt heeft trekt ze zich na de release van Tookah in 2013 steeds verder uit het muziekwereldje terug. Haar bijna twintig jarige carrière levert zes totaal verschillende albums op, vervolgens is ze alleen nog in samenwerkingsverbanden actief.

In 2016 resulteert dit in de The Colorist & Emiliana Torrini live registratie die ze met het kamerpopcollectief The Colorist Orchestra opneemt. De oorsprong van deze Belgische muzikantengroep ligt in Zita Swoon, waar de twee percussionisten Aarich Jespers en Kobe Proesmans elkaar treffen en besluiten om een vruchtbaar nevenproject op te starten. Daarna gaat dit achtkoppige gezelschap met Howe Gelb en Lisa Hannigan aan de slag, maar nu volgt er toch behoorlijk onverwacht Racing the Storm. De plaat is wat lastig te plaatsen, want het betreft studio opnames met nieuw materiaal, waardoor het een vervolg op Tookah betreft, en dat hierin The Colorist Orchestra de begeleidingsband functie op zich neemt. Na een schrijversstilte van tien jaar maakt Emilíana Torrini dus daadwerkelijk tijd vrij om een tiental nummers (The Colorist Orchestra draagt het instrumentale A Scene from a Movie aan) te verwezenlijken. Ze gaat hiermee helemaal terug naar haar GusGus basis, de band waarin het wonderbaarlijke Emiliana Torrini verhaal zijn oorsprong heeft.

Het afwisselende Racing the Storm laat zich eigenwijs nergens onderbrengen. Het gezelschap werkt volgens het liefde voor de muziek principe, een passioneel avontuur waarin de muzikanten zich prettig op hun gemak voelen. Er heerst totaal geen druk, waardoor het een lekker luchtig zomers sfeertje uitstraalt. De IJslandse ijskappen smelten door de vocale warmte van Emilíana Torrini, dus een echt milieubewust resultaat is het niet. Racing the Storm is een wiskundige geraffineerde uitgekiende som der delen waarin alle kwaliteiten samenkomen. Het zomerse jazzy Mikos intro heeft het mysterieuze van de The Persuaders begintune. Die John Barry adoratie zit ook al in het Crouçie D’où Là debuut verweven waar Emilíana Torrini The Man with the Golden Gun onder handen neemt. Je waant je in het Middellandse Zee gebied, en dat is toch wel bijzonder, omdat de muzikanten juist hun roots in het grijze verregende of de ijskoude kilte hebben. Dat filmische bewoont de hele plaat in vind zijn climax in het afsluitende Lonesome Fears, dit geeft echter maar een fractie van Racing the Storm weer.

Het is begrijpelijk dat de ritmische percussie zeer bepalend is. Oosters exotisch, berustend of juist zacht voort tikkend. Hier ligt de kracht van Aarich Jespers en Kobe Proesmans, die daarbij voorzichtig de overige ruimte met elektrische spanningsbogen, blazers treurnis, voorzichtig getoetst toetsenwerk en monsterlijke basdreunen invullen. Het tweetal is net zo onvoorspelbaar wispelturig als de gemiddelde weersvoorspelling, dan weer opzwepend als een rituele regendans, dan weer bevredigend langzaam nadruppelend. Het popverleden van Emilíana Torrini domineert het Hilton refrein, wat verrassend veel raakvlakken met het gedempte fluisterrap Heart and Soul tussenstuk van T’Pau heeft, welke zich hier aangenaam aan de songstructuren hecht. Wedding Song is een hedendaagse volgroeide interpretatie van haar country verleden, waarmee ze de Crouçie D’où Là onschuld een passende sobere volwassen plek gunt, en waarmee ze opnieuw haar singer-songwriter talent bewijst. Zo hoort een klassieker te klinken, als een tijdloos muziekstuk. Voor mij het absolute Racing the Storm hoogtepunt.

Na dit artistieke bewijs ontstaat er ruimte voor het kinderlijke vrolijke Right Here, waarmee ze een stukje jeugd terugpakt. De duistere Smoke Trails tripgoth memoreert met de avondvullende rookgordijn sfeer aan de Bristolse scene. Het instrumentale A Scene from a Movie duikt zelfs nog dieper die dramatische broeierige nachtclub kant in. Als de stem van Emilíana Torrini het vervolgens in The Illusion Curse weer overneemt, blijft het verstikkende laaghangende wolkendek zwaar boven deze track zweven. Het Racing the Storm titelstuk verbergt de allesbepalende Belgpop erfenis in de kunstzinnige begeleiding van The Colorist Orchestra. Het voelt allemaal zo vertrouwd aan alsof Emiliana Torrini nooit is weggeweest. Welkom terug!

Emiliana Torrini & The Colorist Orchestra - Racing the Storm | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Emily Jane White - Immanent Fire (2019)

poster
4,0
Zo rond eind september komen de herfstplaten in zicht. Gure, kille licht melancholische sfeerschilderijen die aansluiting zoeken bij de bontgekleurde vallende blaadjes. Veel geel, en nog meer bruin. Vaak zijn deze albums al eerder in een ander seizoen opgenomen. De toevlucht voor dit proces wordt gezocht in gebieden waarbij het door het kille, koude klimaat het hele jaar door herfst is. Het regenachtige Seattle is zo’n voorbeeld. Het vormt met zijn deprimerende grauwe wisselvallige weersomstandigheden een perfecte inspiratiebron. Het tegenovergestelde van het in Californië liggende Emeryville, een kustgebied, waar vrijwel altijd de felle zon zich laat zien.

Emily Jane White werkt echter in die omgeving twee jaar lang aan wat ze tot Immanent Fire gedoopt heeft. Het spirituele eeuwige vuur, maar ook de terugkomende dreiging vanwege de allesvernietigende bosbranden in haar woonomgeving. Door bij de vorm voor het gotische monnikenlettertype te kiezen en er donkere elementen aan toe te voegen, roept de hoes iets duisters op. Een bewuste keuze, welke direct al opvalt bij openingstrack Surrender.

Eigenlijk staat het niet eens zover af van het indie folk geluid waar ze in 2007 op Dark Undercoat haar publiek kennis mee laat maken. Het dromerige imago heeft ze op het Twin Peaks achtige Blood/Lines al lang definitief achter zich gelaten, al blijft het wat sprookjesachtigs hebben. Op vocaal gebied is het geen sterk resultaat. Haar stemvastigheid laat regelmatig te wensen over. Het excuus dat de plaat om deze benadering vraagt wil hier niet overtuigen. Met Immanent Fire heeft ze die stabiliteit hervonden. De oneffenheden die er op eerder werk nog pijnlijk in de voordracht terug te horen waren, zijn nu niet meer aanwezig.

Surrender is een storm in stilte, bereid om in rust af te wachten, voordat het natuurverschijnsel toeslaat. Emily Jane White heeft een heerlijke donkere galm over haar stem, welke getemd wordt door gespierd houthakkers slagwerk. Gewapend met haar zessnarige vriend ondermijnd de singer-songwriter haar overtuigende kracht. Op Immanent Fire wisselen vluchtig gespeelde strijkers het explosieve luide gitaarspel af. Met deze dynamiek als sterke basis krijgt de zangeres de ruimte om haar te ontplooien door de veelzeggende vrouwelijkheid die ze uitstraalt. Een Moeder Aarde die zich oprecht zorgen maakt over het voortbestaan van de blauwe planeet, welke zich steeds meer in gevaarlijk brandbaar rood en vernietigende asgrijze tinten onthuld.

De angst voor een dreigende Apocalyps en de definitieve overgave hieraan komt thematisch sterk naar voren. Het griezelige beeld dat het oproept vind zijn schepping in dit gegeven. Want eigenlijk zingt Emily Jane White juist hoopvol en liefelijk. Dat spirituele hoor je terug in de New Age van Drowned. De mens is verantwoordelijk voor dit verdorven toekomstperspectief. Ze is niet meer dan een spreekbuis die zich tekstueel inzet voor een beter leefbaar milieu, de confrontatie heeft de maatschappij zelf bewerkstelligt. Het is een noodzaak geweest om Immanent Fire te maken.

Emily Jane White - Immanent Fire | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Emily Wells - Regards to the End (2022)

poster
4,0
Van historische misstappen en gemaakte fouten leren. Het is niet vreemd dat de hedendaagse wereldcrisissen tot de angstcultuur welke begin jaren tachtig het grimmige aardse bestaan karakteriseerde te herleiden zijn. We grijpen tegenwoordig terug naar de realistische horrorscenario’s van een hedendaagse cultserie als Stranger Things, waarvan de Kate Bush Running Up That Hill sleutelsong met zoveel liefde en warmte ontvangen wordt. Koude Oorlog dreiging, vernietigende Blood Brother AIDS problematiek, zure regen triestheid, uitzichtloze werkeloosheid en de fatale oliecrisis. Emily Wells, geboren in het prille winterstartpunt van november 1981, is door de opbloeiende kunstenaarsstromingen welke kleur aan de soberheid van de jaren tachtig geven gefascineerd geraakt. The Dress Rehearsal, met liefde bewapend. De generale repetitie voor de definiërende vervolguitvoering. Zonder deze cultuurverschuiving zou het New Gold Dream verlangen niet zo sterk in de materialistische nineties tot ontwikkeling komen.

Big Brother Is Watching You, de vooravond van de profetische 1984 George Orwell roman. Op vierjarige leeftijd leert Emily Wells hoe ze de treurviool moet beminnen, al is liefde dan nog een vaag begrip. In eerste instantie dus nog een speels bevriend instrument, waarbij later ook de pianovaardigheid, cello diepgang, gitaarakkoorden en synthesizertoetsen zich voegen. Een multi- instrumentalistische basis waarbij Emily Wells muzikale genre vervaging toepast, en niet geheel onbelangrijk, haar dromerige sprookjesstem een steeds prominentere hoofdrol toedeelt. Regards to the End heeft zeker ook iets filmisch nostalgisch, maar valt zeker niet als retro te kwalificeren. Emily Wells spookt doorzichtig door de albumtracks heen, het verleden een stem meegevende.

Hoe heerlijk kan anonimiteit zijn. Geen verantwoording, geen principes, alleen emotieloze executie. De schemerzijde van I’m Numbers is het verraad, de onwetendheid, de maatschappelijke depersonalisatie en het ziekelijke bedrog. Het gevaar, de onveilige seks en de parasiterende dodelijke eindbestemming. Zware zagende violen, muterende elektronica en die overheersende twijfelzang. Overgave of escapisme, nieuwsgierigheid en begeerte. Emily Wells vertaalt kleingehouden kwetsbaarheid en prikkelend onwetendheid naar klassieke passages. Wat bevindt zich aan die andere kant van de deur? Hoe ver ga je in je kunstzinnige idealisme? Is het waard om in het klassieke artistieke Love Saves the Day epos schrijnende natuurbranden en martelaarswaanzin tot de dood aan toe hiervoor te gebruiken of te misbruiken?

De eeuwig voortdurende sado machistische Two Dogs Tethered Inside tweestrijd tussen goed en kwaad. Satan en God, warmmarmer rotsvast verhard. Klinisch futuristisch met de dagdromerige kilte van uitgetekende nachtmerries en bemiddelende klarinetten. All Burn No Bridge. Roetzwarte zielenvegen, afbladderende overbruggingsfase. Het springverende rekvermogen is zelfs uit die neerwaartse spiraal verdwenen. Het AIDS gerelativeerde moederlijke Come On, Kiki, de onbemiddelde toeslaande David’s Got a Problem piano stilte, en de Arnie and Bill to the Rescue triphop dramatiek koppelt de overlevende ramp besparende Kiki Smith aan liefdesslachtoffers David Wojnarowicz, Bill T. Jones en Arnie Zane. De laatste in memoriam dodendans, The Dress Rehearsal, de generale repetitie voor de vervolguitvoering van het decadente New Yorkse jaren tachtig kunstenaarswereldje. Voor altijd in vervallen wijken, groene Manhattan kustlijnen en uitgeleefde metrostations vastgelegd.

Emily Wells - Regards to the End | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Emma Tricca - Aspirin Sun (2023)

poster
4,0
Het leven flitst in opgevoerde snelheden aan je voorbij. Afgezonderd van de maatschappij, verdwaal je in nieuwe opbloeiende emoties. Het schitterende hoopvolle lichtpuntje in de verte komt steeds langzamer dichterbij. Bij tastbare toenadering dooft deze echter, en verdwijnt in de zwarte leegte van het niets. Het zijn de herinneringen die Emma Tricca memoreren aan de vakanties met haar vader, als ze in zijn witte fiat door de Alpen de hoogtes trotseren en diepe dalen bestrijden, en samen zielsgelukkig de duistere tunnels ontdekken. Als enig kind van gescheiden ouders is ze een echt papa’s kindje, waarmee ze begrijpelijk tevens een goede vriendschappelijke verstandhouding heeft. De koude winter van 2018 voelt nog killer aan als haar vader een paar maanden na de St. Peter releasedatum overlijdt. Deze indringende gebeurtenis heeft invloed op haar stemgeluid, door zijn sterven ontwaakt er diep van binnen een ongekende verouderde jazzstem.

Eenzaam verdwalend rijdt Emma Tricca in de duistere doodlopende doorgangen van haar innerlijke ziel rond. Tijdens deze roadtrip pikt ze onderweg als medepassagiers de van Sonic Youth bekende drummer Steve Shelley, Dream Syndicate-gitarist Jason Victor en bassist Pete Galub op. Vertrouwd reisgezelschap waarmee ze ook al aan haar vorige St. Peter plaat werkt. Simon Raymonde sluit als kaartlezende bijrijder aan, en stippelt de lijnen op zijn Bella Union label verder uit. Hij bevrijdt het dromerige beklemmende ontdekkingslandschap van alle vervelende ongemakken waarna er op Aspirin Sun een sereen heldere opruimende basis overblijft.

Ze koppelt haar onrustige dromen aan het verdriet en verlies, en documenteert deze in de ontwakende ochtenden. Emma Tricca dicht zich door de ellende heen en vertrekt met dit schetsdagboek naar de studio van Steve Shelley in New York. Na een tijdelijke pandemie tussenstop en bezinningsperiode in thuisbasis Londen keert ze terug en gaat ze met het eerder genoemde drietal aan de slag. Daar krijgt ze alle rust en mogelijkheden om Aspirin Sun verder uit te werken. Het gejaagde Through the Poet’s Eyes transformeert ze tot het ultieme stadsfolk lied. Een unieke uitzondering op Aspirin Sun, verder is het kenmerkende mystieke aspect naar de achtergrond verdrongen. De rondcirculerende Space and Time minstreelsong archiveert de verloren momenten en verspilde tijd met huilende blazers en agressieve gitaarescapades.

De verstilde Devotion gospelopenbaring, legt alle wegen naar het binnenste van haar hart bloot. Eenvoudig, doeltreffend, klein, puur en kwetsbaar. Het sobere toetsenwerk drapeert er warmlevendige aurakleuren overheen. Toch opent de beeldende Christodora House psychedelica pas echt alle deurtjes naar haar ziel. Het zijn kleine portretschilderingen van de inwoners, verscholen achter de bakstenen muren, onzichtbaar voor de buitenwereld. Ze heeft hoe dan ook een emotionele binding met dit oude New Yorkse flatgebouw, een oudoom vereeuwigd deze kolossale lelijke reus ooit jaren geleden op doek. Een prachtige zijtak van haar stevige gegronde familiestamboom. De elegantie van de klassieke hallucinerende Rubens’ House schoonheidsbehandeling staat daar weer kaarsrecht tegenover.

Het is onmogelijk om de hele tijd je adem in te houden, het vrolijk gestemde King Blixa laat het bloed weer door de aders stromen, en is een heerlijk ontspannen tussenstuk. En toch doet het afbreuk aan de sfeerbeleving. De herfst symboliseert het definitieve afscheid en krijgt op Aspirin Sun een vruchtbare voedingsbodem, waaronder het nieuwe leven geduldig afwacht. De vurige Indian Summer begeerte in het opzwepende Autumn’s Fiery Tongue en het dromerig verlichtende Leaves, waarbij klanken teder neerdalen en de aarde kussen. Twee uiterste tegenpolen die elkaar in hetzelfde seizoen treffen, en vol passie naar elkaar toegroeien. Aspirin Sun is een persoonlijke verwerkingsplaats zonder dromerige mijmeringen, maar met feitelijk realiteitsbesef, waarbij de liefde voor haar vader op de voorgrond staat.

Emma Tricca - Aspirin Sun | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Emmy the Great - April/月音 (2020)

poster
4,0
De bloeiperiode van de Oosterse bloesems valt samen met de komst van de lente. Ze vertegenwoordigen het nieuwe begin, maar verwijzen tegelijkertijd naar de vergankelijkheid van het leven. De weerbaarheid is afhankelijk van de weersomstandigheden. De aftrap van dit seizoen vind plaats in de prille eerste dagen van de aprilmaand. Niet verwonderlijk dus dat Emmy the Great de schoonheid van haar geboortegrond gebruikt voor de veelzeggende albumtitel van haar vierde plaat. De volgroeide sinaasappelboomvruchten op de hoes symboliseren de eeuwige vruchtbaarheid en de wijsheid van het goede naast het kwade.

Na de zomer van 2017 vertrekt de singer-songwriter vanuit New York naar haar geboorteplaats in Hong Kong waar ze haar prille jeugd heeft doorgebracht. Dit weerzien wordt gecombineerd met familiebezoeken die een geïnspireerd geraakte Emma-Lee Moss als reisverslag mee terug neemt naar New York. Daar wordt een periode van twee weken uitgetrokken om in de wijk Greenpoint te werken aan April/月音. De afronding wordt overschaduwt door het verlangen om terug te keren naar China. De verwesterde reiziger verlaat voor de uitbraak van de Covid-19 pandemie de Oosterse gronden om uiteindelijk op het vertrouwde Bella Union label April/月音 uit te brengen.

De zonnige verwelkoming in Mid-Autumn / 月音 is gedeeltelijk in de Mandarijnse moedertaal, en ze legt hiermee de link naar de traditionele vertellingen die voornamelijk het beginsel van April/月音 vormen. Een plaat die verder duidelijk voor de Westerse markt gericht is, en waarbij zelfs ruimte is voor een country uitstapje als Mary en de doo-wop soul in het positief gestemde Hollywood Road / April. De songstructuur wijkt niet af van haar eerdere platen. Door de forensische leefwijze is Emma-Lee Moss een wereldburger geworden met een groot aanpassingsvermogen die je terug hoort in de muzikale omlijsting. Het verzoek om in totale stilte de plaat te beleven heeft iets meditatiefs in zich, de rust van het innerlijke opzoekend.

Toch brengen de positieve eenzaamheid in Writer en de bezongen stadswandeling in A Window / O’Keeffe je direct weer terug bij de dagelijkse gang van zaken. Al is de onderliggende gedachte hierbij wel degelijk die van het genieten van de mooie onverwachte momenten in het leven. De invallende strijkers geven er een dieptreurig tintje aan. Een inbeeldend kijkje in het schrijversproces van deze melancholische indie folk singer-songwriter waarbij ze verhalend veel van zichzelf vrijgeeft. Your Hallucinations heeft het avondsfeertje van Hong Kong met verlichte neonlichten versierde zijstraatjes en de op het toerisme gerichte wensballonnen.

Het is bijzonder hoe ze in Chang-E de stadse klanken van New York in verstilling zweverig weet terug te brengen naar de immigratie achtergrond van de zangeres en zich hierbij laat leiden door de mythologische volkslegendes over een indrukwekkende schitterende maangodin. Het schijnhuwelijk tussen het donkere Oosterse xylofoonspel en de zelfverzekerde strijkers in Okinawa / Ubud laten horen dat de hoopvolle basisdromen in vrijwel elke cultuur hetzelfde zijn. De versnelling op het einde symboliseert de klokslagen dat je niet teveel stil moet blijven staan in het heden, want de tijd draaft gewoon door.

De passende rol van haar vrolijk klinkende dochtertje op het afsluitende Heart Sutra benadrukt nogmaals dat geluk in kleine dingen terug te vinden is, en dat ze haar een mooie vredige toekomst toewenst. April/月音 is een prachtige pre-zomer plaat die vaak terug grijpt naar de helende kracht van de natuur, en dan niet zozeer spiritueel gezien maar meer als vaststaand element van het bestaan. Misschien is het tijdstip van release niet helemaal passend, al kan het nu ook gezien worden naar het verlangen naar een beter 2021.
Emmy the Great - April/月音 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

En Attendant Ana - Juillet (2020)

poster
3,5
Dat de omgeving ook een grote rol speelt bij een opnameproces is uiteraard een feit, al staat men daar lang niet altijd bij stil. Een studio in een druk bevolkte metropool zal vaak een gejaagder geluid opleveren dan in een afgelegen groot kasteel waar vooral de historische sfeer heel bepalend is. Zo heeft het Franse En Attendant Ana ervoor gekozen om de hoofdstad te verlaten en verder te kijken dan thuisbasis Parijs. Totaal vrij van invloeden van buitenaf wordt de rust opgezocht in Studio Claudio. Landelijk liggend buiten het centrum in het aansluitende platteland wordt er gewerkt aan wat zich zal ontplooien tot Juillet.

De opgefokte vrolijke noisy sound van het uit 2018 afkomstige debuut Lost and Found heeft plaats gemaakt voor een in balans zijnde evenwichtig geluid. Het sprankelende gepolijste Juillet is nog wel behoorlijk uptempo, maar straalt wel een totaal ander soort frisheid uit. En Attendant Ana zit op het grijze grensgebied tussen de punk en new wave. Dat laatste accentueren ze door de aanwezigheid van Camille Fréchou, die de gitaar regelmatig in de hoek plaatst om helemaal los te gaan op de trompet. Het charmante en beleefde van de Franse modecultuur zit er in de vintage zang verweven, al blijft Margaux Bouchaudon zich presenteren als een zelfverzekerde vamp en niet als naïef zuchtmeisje.

De rauwheid is vervangen door een meer opgepoetst geheel, maar de basis blijft nog steeds de rock, al leunt het nu meer tegen de artistieke CBGB scene uit New York aan en heeft veel minder raakvlakken met de potige Britse arbeidersklasse. Het uitgangspunt blijft in ieder geval de jaren zeventig. Ze blijven hiermee erg dicht bij de kern indiepop, een definitie die tegenwoordig te pas en te onpas aan elk beginnend bandje geëtiketteerd wordt. Juillet is een voortreffelijke benaming voor het zomerse gevoel dat deze maand weet op te roepen.

De onbevangen dromerigheid van zonnekoningin Margaux Bouchaudon is hier veel meer op zijn plek en geeft het een flinke shot aan jeugdige onschuld mee. Het is nog steeds zo opwekkend als een met cafeïne gevulde energydrank, maar zeker niet zo zoet dat het glazuur van de tanden springt. De plaat lijkt opgebouwd te zijn rond een terugkerend melodietje, When It Burns is in principe een melancholische versie van Down The Hill met het trompetspel van Camille Fréchou in de hoofdrol. Alleen jammer dat ze net dat tikkeltje zuiverheid mist.

De kans dat Juillet onopgemerkt zal blijven, heeft meer te maken met het tijdstip waarop En Attendant Ana hun nieuwste album lanceert dan met de vruchtbare liedjesbodem waarop ze de songs tot bloei laten komen. Nergens sluit het namelijk aan bij de wispelturige winter waar we ons in bevinden. Anderzijds bereiken ze hiermee al vroeg in het jaar het publiek, en kunnen deze als het festivalseizoen begonnen is de plaat wel woord na woord meezingen.

En Attendant Ana - Juillet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Encore - Autobahn (2020)

poster
3,0
Het blijft onmogelijk om een titel als Autobahn los te zien van de krautrock en electro pioniers van Kraftwerk. Een keuze die ook nog eens verdachte vraagtekens oproept, als er verder nergens op de EP een nummer staat die aan deze naam gelinkt wordt. Zou het een zorgvuldig gekozen eerbetoon zijn aan de eerder dit jaar overleden Florian Schneider, of is het juist een uitgekiende promotiestunt.

Feit is dat Frankrijk tevens een niet te onderschatte achtergrond heeft op het synthesizer gebied, die na de sfeervolle future sound van Jean Michel Jarre uit de jaren zeventig een mooi vervolg krijgt in de jaren negentig, met de meer op dance gerichte volgelingen van Daft Punk en Air. Het uit Straatsburg afkomstige Encore combineert dit alles in vijf pakkende totaal verschillende energieke tracks.

Doordat de buren van de aan de Rijn liggende stad op Duits grondgebied wonen is het verklaarbaar dat die invloed van groot belang is op de ontwikkeling van de sound. Het duo bestaande uit Maria Laurent en Clément Chanaud-Ferrenq mixen in Bleu Polo strakke techno en dromerige trance met harde beats en slaan hierbij de zweverige new wave uit de jaren tachtig ook niet over.

Het is een trip van vijftien minuten waarbij er gestopt wordt bij verschillende tussenstations. Door de stevige drumpartijen komt de dansbaarheid meer tot zijn recht en ontwikkelt een song als Glue zich verder door. Zonder deze toevoeging zou het niet veel meer zijn geweest dan een after party dreamhouse cooling down ervaring.

Manger Techno leunt volledig op de robot achtige donkere retro geluiden die halverwege de jaren negentig hun eerste ware revival beleefden. Met de hoge klanken van Illusion zoekt het aansluiting bij de ouderwetse synthpop, al wil door de beperkte lengte die connectie net niet gemaakt worden.

Zo veelbelovend wordt er gestoeid met industrial noise in Laser Blitzer met vervolgens ook het toewerken tot een climax. Hier laten ze horen dat het hoogtepunt in drie minuten tijd zeker haalbaar is. Toch krijg je nergens dat echte club gevoel, het zijn allemaal opwarmertjes om uiteindelijk het echte werk aan de ware grootheden over te laten.

Encore - Autobahn | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Endless Boogie - Admonitions (2021)

poster
Waarom je ziel aan Satan verkopen als je hem ook voor een intiem huiskamerconcert thuis mag uitnodigen. Het bluesy The Offender is een heerlijke psychedelische trip van ruim tweeëntwintig minuten. Soms moet je gewoon ver boven de muziek staan en afwijken van de gemiddelde songlengte. Ah, een ouderwetse jamsessie, hoor ik je denken. Nee, daarmee doe je Endless Boogie ernstig tekort. Eindeloos absoluut, maar man, man, man wat is dit toch een heerlijke introductie van Admonitions, ondertussen alweer het zesde album van deze uit Brooklyn afkomstige slopende groovende rockmachine. The Offender is een uit de hand lopend feestje van vuile lancerende gitaarriffs die Paul Major samen met zijn maatjes Jesper Eklow en Matt Sweeney uit hun instrumenten laten ontsnappen en welke als een onheilspellende laaghangende avondmaan het fictieve Gotham City in zijn greep houdt.

Stadsduivel Paul Major is een langharige gevaarlijk uitziende gestalte met een afgeleefd uiterlijk die met zijn band Endless Boogie kilo’s aan stonerrock zand uit de versterkers blaast. De missing link tussen de zompige woestijnsound van ZZ Top en het destructieve Ministry geweld. In een grijs verleden zou Endless Boogie de ideale kandidaat zijn om het New Yorkse muziekwalhalla CBGB volledig plat te spelen. Waarna de politie er de volgende dag een bordje onder hangt dat de tent voor eeuwig zijn deuren sluit. Exit, Rest In Peace. Als er een band is die het tegenwoordig verdient om zich bij de illustratieve namen te voegen is het Endless Boogie wel. De oude garde geeft symbolisch de fakkel door aan de energieke nieuwe generatie, die het memorabele pand tot aan de grond laat afbranden. Grappig eigenlijk, als je beseft dat zestiger Paul Major al in 1954 geboren is en een twintiger was toen Patti Smith, Television en Ramones die beruchte club onveilig maakten.

Endless Boogie heeft al vanaf 1997 bestaansrecht, maar het duurt ruim 10 jaar voordat debuutalbum Focus Level het licht ziet. Er is lang genoeg flink gesleuteld aan die hypnotiserende basis, waarvan vervolgens minimaal afgeweken wordt. Het beangstigende stemgeluid van Paul Major heeft hooguit een ouder slijtagerandje gekregen. Hij durft in 2008 de duivel al recht in de ogen aan te kijken, en hedendaags zou Paul “Top Dollar” Major moeiteloos een hotelkamer met hem delen. De nodige flessen aan sterke drank zorgen voor voldoende inspiratie, en als zijn duistere metgezel verdoofd de roes uitslaapt, zou de woest uitziende frontman zich door het werkmateriaal heen werken.

Met de garagerocker Disposable Thumbs herbeleven we de roerige jaren zestig, als een jeugdige Paul Major kennis maakt met Velvet Underground, MC5 en The Stooges. Bands die het startpunt vormen voor zijn obscure muziekverzameling die zoveel invloed op de Endless Boogie sound uitoefent. Als een ware maniakale rioolman kronkelt hij door de nachtelijke straten, zijn honger stillende met een overdosis aan demonisch gitaargehuil en andere zes snarige gekkigheid. Och, het is gelukkig niet allemaal zo heftig. Bad Call is een ouderwetse rocker, die vrij weinig afwijkt van het standaard stampwerk. Gewoontjes, maar wel lekker in het gehoor liggend.

Wat moet het voor Kurt Vile een genot zijn om bij dit duistere gezelschap aan te sluiten. Voegt hij daadwerkelijk veel toe aan het hallucinerende trippende Counterfeiter? Welnee, dit is gewoon genieten geblazen. Als er een track nog het dichtste bij een jamsessie in de buurt komt, is dat Counterfeiter wel. De gitaar inpluggen, en spelen maar! De slowrock van hoofdgerecht Jim Tully pakt je als een herhalende mantra volledig in. Een beetje zuigend, licht groovend met de nodige geestverruimende gruis. Een wurgslang die langzaam dichterbij komt, zijn prooi vriendelijk goedendag wenkt en deze onder bezwerende hypnose totaal verslindt. Paul Major in de onwetende slachtofferrol, wachtend op zijn naderende einde. Het geduld van bassist Mike Bones en slagwerker Harry Druzd wordt beloond als ze de koortsstuipende waanzin van klonterige afscheiding voorzien om vervolgens weer in die doodse stilte te verdwijnen.

Het lugubere The Conversation vergt meerdere luisterbeurten. In eerste instantie doet het verhaalelement afbreuk aan de opbouwende duistere spanning. Pas later dring je de psychotische gedachtegang binnen en krijgen de woorden meer impact. De in zichzelf verkerende dronken vreemdeling veranderd in een onbetrouwbare met krankzinnigheid voedende passant. Het gesprek wat maar niet plaats wil vinden, maar in het hoofd al uitgespeeld is. Het trauma verwerkende The Incompetent Villains of 1968 zoekt de historische geesten van de vogelvrij verklaarde antihelden op. Brokken aan voortschuivende baspartijen reinigen destructief de hersenen om in stilte een verpletterende indruk achter te laten. Waarom bang zijn voor de toekomst, als het verleden nog geen plek gekregen heeft. Admonitions, de Bijbelse plagen en de zeven hoofdzonden ineen, locatie New York.

Endless Boogie - Admonitions | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Endon - Boy Meets Girl (2019)

poster
3,0
Het excuus dat je de Japanse taal niet beheerst, en dat daardoor Boy Meets Girl lastig te luisteren is, kan niet als argument gebruikt worden. Dit overschrijd alle barrières op dat vlak. Hiermee worden niet de schoolboeken van onschuldige kinderen vol geschreven. Endon functioneert op een totaal ander niveau. Taichi Nagura is geen lief klein Pokémon schepsel maar een geluidstovenaar. Wat hij met zijn stem kan bereiken lijkt een bovennatuurlijke gave, die absoluut zeldzaam te noemen is. En dat is maar goed ook, de wereld zal niet klaar zijn voor deze vocale overmeestering, waar al zijn mogelijkheden als vernietigende aanvallen worden ingezet. Nagura schreeuwt, krijst, brult van zich af op een wijze waarop de gemiddelde black metal zanger zich zou afvragen of het ook wat minder kan. De Japanners staan er om bekend de grenzen op te kunnen zoeken, getuige de vreemde spellen die ze op televisie voorschotelen, ook op muzikaal gebied ligt dit op een ander level.

Genoeg gesproken over de zang. De muziek heeft een mooie duistere dreiging. Het titelstuk Boy Meets Girl leunt met zijn bas spel zelfs tegen de logge grunge aan. De versnelling wordt vervolgens ingezet bij het hardcore punk getinte Heart Shaped Brain, waarbij er zelfs ruimte is voor freaky jazz uitbarstingen. De noise explosie Born Again jaagt als overstuurde kamikaze piloten over je heen, om te vervallen in kerkklokken achtige drones. Tegen verwachting in is er in het half uur nog een plek voor een track van meer dan tien minuten. Het beginstuk van Doubts as a Source heeft zelfs een swingend funk metal intro. Nagura komt de boel onaangenaam verstoren met demonisch yoga gehijg, waarbij je jezelf afvraagt of hij in deze toestand het einde van de song zal halen. Dit staat in contrast tot de in verhouding zware en rustige muzikale omlijsting, welke onaards steeds meer richting de doom metal afzwakken. Onheilspellend wordt je weg gezogen in de draaikolk van vermorzelend industrieel drijfzand. Dat de Japanners wel degelijk tot iets in staat zijn bewijzen ze wel met het gemak waarmee er geswitcht wordt tussen verschillende stijlen. Het oorverdovende effect wordt dus vooral vocaal opgeroepen. Jankend werkt Nagura zich ook hier door de passages heen. Dat ze het zelfs kunnen afronden met een aangenaam eindstuk waar naar het klassiek neigende aanpassing wordt gebruikt, mag wonderbaarlijk genoemd worden.

De kerkklokken zijn nog sterker aanwezig in het vet groovende Love Amnesia. Doordrenkt met een kindermuziekdoosje laten deze brute geweldenaren zich van hun meest toegankelijk kant zien. Dat hiervoor ergens ver weg gestopt een hardrock basis uit de jaren zeventig is gebruikt, zou niet geheel onwaarschijnlijk kunnen zijn. Er wordt een poging wordt ondernomen om deze totaal de vernieling in te helpen, al lijkt dat niet helemaal te lukken. Er blijft genoeg menselijks overeind staan. Ook bij Final Act Out mankeert er weinig aan het muzikale gehoor van de veelzijdige muzikanten. Die van mij moet zich door de opgelegde pijngrens van standje teveel heen werken, het zal ze weinig interesseren. Uiteindelijk wordt je beloond door het heus dansbare mysterieuze Red Shoes, welke zelfs aangename luchtige aanwaaiende stoner rock invloeden verbergt. Stoffig en met modderige riffs zorgt het voor een aangename verrassing. Dat dit weer net zo gemakkelijk de kop ingedrukt wordt door het zwaar overspannen Not For You is niet meer vreemd te noemen. Als ze zichzelf zouden presenteren als immigranten die begin jaren negentig in Seattle zijn beland, dan zou het zelfs geloofwaardig klinken. De gitaarsound uit deze periode hoor je absoluut terug. Vergeet de zang, daar kan nog met een flinke moersleutel aan gewerkt worden tot iets aangenaams, en er staat een prima album over voor de geoefende luisteraar.

Endon - Boy Meets Girl | Metal | Written in Music - writteninmusic.com

Esther Rose - How Many Times (2021)

poster
3,5
Hoe eenvoudig kan het zijn om door toevoeging van een instrument de luisteraar te verwarren en jezelf buiten het hokjes denken te plaatsen. Zo heeft singer-songwriter Esther Rose gedurende drie albums naam gemaakt met haar mix van alt-country en traditionele folk. Maar eigenlijk zijn het juist violist Lyle Werner en lap steel gitarist Matt Bell die voornamelijk de credits verdienen. Hun aandeel is zo bepalende voor het geluid. Dit basisteam wordt aangevuld met drummer Cameron Snyder, die vanaf het debuut This Time Last Night aanwezig is en de bij You Made It This Far aangeschoven bassist Dan Cutler.

How Many Times zoekt nog meer die verbreding op. De jaren vijftig invloeden spatten van het licht voort wiegende When You Go af. Het psychedelische versterkte gitaarspel van gastmuzikant Max Bien Kahn in het naar zijn hoofdrol uitgeschreven Mountaintop leunt erg tegen de sixties psychedelica aan, en mag de stevigere sound van The Feelies zeker aangeduid worden als inspiratiebron. Maar laten we vooral niet vergeten wie die verbindende schakel in het geheel is; Esther Rose.

Ook deze zangeres wijkt sterk af van het ouderwetse countrygeluid. Al vormt het eenvoudige uittelbare linedance ritme van Good Time en de zon ondergaande deserttrack Are You Out There hierop een uitzondering. Doordat ze niet zozeer in het bezit is van die overslaande snik in haar stem, is het allemaal net niet zo zwaar sentimenteel en gemeend wanhopig. Eerder is ze nog onder te brengen bij die geweldige indie vocalisten uit de jaren negentig. Lekker zelfverzekerd en krachtig, maar toch op en top vrouwelijk.

Het hartbrekende liefdesoffer How Many Times is een misleidende song. Ook de weggestopte verjaarde tiener ellende van Keeps Me Running sluit hier op aan. Een buitenstaander zou ervan overtuigt zijn dat hij naar een Ierse band luistert die hun roots verwerkt met een flinke dosis aan eighties soul. Gelijk trekt de viool van Lyle Werner het nummer naar zich toe. Je verwacht niet zozeer dat de muzikanten afkomstig zijn uit New Orleans, de bakermat van de jazzy Dixieland. De link hiermee is buiten het sfeervolle My Bad Mood te verwaarlozen, en zelfs daar is deze minimaal aanwezig.

Door die eerder genoemde prachtrol van de bandleden stijgt How Many Times toch nog net boven de middenmoot uit. De winst valt voornamelijk nog uit de teksten te halen. Hierin boekt ze weinig vooruitgang omdat ze maar blijft hangen in die stuk gelopen relaties. Natuurlijk is het allemaal erg vervelend en lullig als je partner er met een ander vandoor gaat. Om dit pijnlijke verdriet vrijwel door elk nummer door te laten schemeren gaat toch wel wat ver. Je krijgt onderhand steeds meer begrip voor die voormalige gevluchte geliefde, die ook niet op dit gezeur zit te wachten.

Esther Rose - How Many Times | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Etan Huijs - The Battle of Everything (2016)

poster
3,5
The Battle Of Everything doet mij verlangen naar zo’n 10 jaar geleden.
Op de zondagmiddag op de bonnefooi naar Poppodium Roepaen, en daar genieten van de een of andere lokale onbekende artiest.
Nuchter worden van een avond stappen met een sterke bak koffie.
Na afloop persoonlijk het album kopen bij de glunderende uitvoerende.
Die met zweet in zijn handen en trillende vingers er zijn handtekening op plaatst.
Terwijl ergens in een hoekje een wat oudere man de boel in de gaten houdt.
Vaak een aanmoedigende oom of trotse vader.
Etan Huijs vervulde jaren geleden de pauze bij een muziekquiz in Venray.
Mijn eerste kennismaking, met de hoop om in de toekomst meer van hem te horen.
Het resultaat is een lief Folk album, welke volgens mij live het beste tot zijn recht komt op een kleine intieme locatie.
De variatie aan muzikale bijdrages van bevriende collega’s werkt op een mooie ondersteunende manier in het voordeel.
Van mij zou het zelfs nog wat breekbaarder en kwetsbaarder mogen.

Etan Huijs - The Secret Us (2018)

poster
3,5
Jaren geleden Etan Huijs live gehoord tijdens een popquiz.
Een beetje schuchter stond hij daar in de ondergeschikte rol als pauze opvuller.
Zijn stem was toen nog jong, en daar hoor je nu wel degelijk een groei in, het gaat meer naar Jeff Buckley, maar ook David Eugene Edwards hoor je terug.
Er zit een warm, korrelig randje op zijn stem, wat vroeger de rokers onder ons ook hadden.
Roken, mag dat dan?
Ja vroeger massaal in kroeg, disco en andere feestgelegenheden.
Muzikaal wordt het allemaal mooi omlijst, veel Americana invloeden, doet mij denken aan de druilerige herfstdagen.
Nocturnal Overdrive heeft wat van het Counting Crows en John Hiatt geluid
Zijn vorige album The Battle of Everything klonk nog lief en onschuldiger, hier hoor je dat muzikaal ook nog terug, maar de kracht ligt echt bij de zang; die onderscheid zich van de rest.
Ik denk dat zijn stem alleen maar mooier wordt, en dat hij daar weinig energie in hoeft te stoppen; dat talent heeft hij gewoon, muzikaal kan het nog beter worden, ondanks de prima sessiemuzikanten en de strijkers.
Er mag meer pit in, of de rustmomenten moeten anders worden ingevuld.
Nu nog een contract bij Excelsior Records of iets dergelijks, en dan de productionele steun daar, want daar zou een artiest als Etan Huijs een kans moeten krijgen om zich verder te ontwikkelen; een logische volgende stap na 3 overtuigende albums in eigen beheer.

Ethan P. Flynn - Abandon All Hope (2023)

poster
3,5
Ethan P. Flynn komt vorig jaar onverwachts in het nieuws als hij als potentiële opvolger van Isaac Wood bij Black Country, New Road genoemd wordt. Toch besluit dat bevriende gezelschap om in de huidige bezetting door te gaan en richt Ethan P. Flynn zich op zijn solocarrière. Als je dan het retro theatrale aangezette In Silence terug hoort, kom je tot de conclusie dat deze sound niet eens zoveel van de musicalfolk van de Live at Bush Hall concertplaat van Black Country, New Road afwijkt.

Abandon All Hope is slechts een momentopname van wat zich in het brein van Ethan P. Flynn afspeelt. Je kan zelfs niet eens meer van een droomdebuut spreken, al is dit zijn eerste volwaardige album. Ethan P. Flynn verrast mij al eerder met het chaotische B-Sides & Rarities: Vol. 1, waarbij het nog steeds niet helemaal duidelijk is of het daadwerkelijk oude opnames betreft, of dat de singer-songwriter een goed geslaagde grap uithaalt. De Universal Deluge EP is al meer gestroomlijnd en slechts een aanzet tot het volwaardige Abandon All Hope. Bij dit geniale wispelturige wonderkind moet ik al snel aan een artiest als Beck denken, die met gemak van grunge naar country of glamrock overschakelt. Ethan P. Flynn presenteert zich echter met de nodige vreugdevolle bombast en maakt met Abandon All Hope bijna een volwaardige vintage licht croonende Burt Bacharach popplaat, bijna dus, maar goed daar kom ik later nog op terug.

Lekker eigenwijs die heilige huisjes omver schoppen. Ethan P. Flynn is het zwarte schaap van de familie die de traditionele kerstsfeer heerlijk verziekt, door hier een totaal eigen draai aan te geven. Hij is niet de kers op de taart, maar verstopt zich juist in die taart om zich op het meest ongepaste moment aan het publiek te openbaren. Geliefd of gehaat. Zelfs ik ben er bij deze nieuwe release nog niet helemaal uit, maar behoor ondertussen wel steeds meer bij die liefhebbers van deze unieke entertainer, want dat is hij zeker. Zijn melancholische treurende klaagzang krijgt bijval van de sprookjesachtige verbale verschijning van Ava Gore. Inderdaad de dochter van Martin Gore van Depeche Mode, die dus net als haar vader van het muzikantenleven rondkomt.

Laten we het zo stellen, met het persoonlijke In Silence weet hij direct te ontroeren. Het gemis doordat je recente gebeurtenissen niet meer kan delen. In stilte in gedachte het graf van een dierbare bezoeken. Hier sta je op dit moment in het heden, het verleden ligt letterlijk voor je voeten begraven. Confronterend en herkenbaar voor iedereen die een naaste mist. Het eeuwige gemis, de gesprekken zonder antwoord. De vanuit een gitaarintro opbouwende track legt een stukje van de onderliggende ziel bloot, al blijft het onduidelijk wie de pijn veroorzaakt. Ethan P. Flynn heeft zich tot een ervaren songsmit ontwikkelt, die muzikaal datzelfde verleden in het heden mengt. Droge drums, Zuid Amerikaanse percussie, een wanhopige slidegitaar, over de top uithalen met dat prachtige weerwoord van Ava Gore, alles komt samen. Een herontdekking op songwriter vlak.

De warme soulblazers in het Abandon All Hope titelstuk geven er een Beach Boys achtige Hang On To Your Ego twist aan. We verkeren in een 4 juli Bed-In depressie, waarin we vooral aan ons eigen egoïsme trouw blijven. Door de pandemie en oorlogen balanceert de maatschappij op de rand van de afgrond en verkoopt deze de zuurverdiende onafhankelijkheid aan de duivel. De wereld muzikaal mooier kleuren dan hoe deze er daadwerkelijk uitziet. Onbewust of misschien wel bewust grijpt Ethan P. Flynn met Clutching Your Pearls naar zijn eerste poging terug om zonder computer een song te schrijven. Zichzelf enkel op mandola begeleidend krijgt Clutching Your Pearls jaren later zijn bestaansrecht toegekend. Nu klopt het allemaal en vallen de puzzelstukken op zijn plek, al blijft er van die snaarinstrumentbasis in de praktijk niks meer over. Het tekstuele loslaten en verder kunnen groeien thema van het nummer past hier dus perfect bij. Het ligt er allemaal zo dik bovenop. Abandon All Hope verwoordt de onzekere toekomstwanhoop en is de zoveelste grijze corona plaat.

Abandon All Hope heeft qua sfeerbeleving zoveel raakvlakken met de onbezorgde “vroeger was alles beter” seventies gevoelsbeleving. Ver voor de jaren tachtig ellende welke bijna symmetrisch in het huidige tijdperk terugkomt. Dit alles werkt naar het ruim een kwartier durende Crude Oil epos toe. We verzieken de aarde voor ons eigen genot, drinken van haar voedingssappen en putten de levenskracht van deze planeet volledig uit. De planeet keert zich tegen het collectief, laat Bijbelse plagen op ons los welke de mensheid verder de vernieling in werken. Puur gericht op zelfbescherming. Meesterlijke paranoia, groots gebracht op een wijze zoals alleen Ethan P. Flynn dat kan. Zwaar aangezette treurblazers, nostalgische kinderdeuntjes, klassieke pianozekerheden, stevige noise passages, stoer voorbij wandelende gitaarakkoorden om met zijn kleine melancholisch gestemde evenbeeld te eindigen. De beproeving om de winterslaap te overleven, het klimaat te trotseren. Met deze gedurfde aanpak maakt Ethan P. Flynn het verschil en wijkt de muzikant van het veilige popplaat regime af. Hij bewaakt de onderliggende gekte door een controlerend geheel te scheppen.

Ethan P. Flynn - Abandon All Hope | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Ethan P. Flynn - B​​-​Sides & Rarities: Vol. 1 (2019)

poster
4,0
Het is natuurlijk wel een brutale geniale meesterzet om je eerste volwaardige album B-Sides & Rarities: Volume 1 te noemen. Hierdoor schuim je wel direct het internet af op zoek naar ander werk van de geheimzinnige persoonlijkheid Ethan P. Flynn en kom je tot de conclusie dat er verder weinig van de artiest terug te vinden is. Helemaal misleidend is het echter niet, het betreft inderdaad oude opnames die als grap onder deze titel in 2019 op Bandcamp gezet zijn. Ruim een jaar later is het Young Turks die deze lo-fi demo’s daadwerkelijk als plaat op de vrije markt los laat. Is het allemaal nog goed te volgen? Nee, maar dat boeit voor geen meter. Deze geschifte manier van werken past perfect bij de uit Londen afkomstige muzikant.

Een thuisklusser dus, die zich hiermee in het rijtje Do It Yourself artiesten mag plaatsen die in de negentiger jaren hun gouden periode beleefden. Toch klinkt het door de moderne technologie een stuk minder kneuterig en amateuristisch, al heeft Ethan P. Flynn er wel goed over nagedacht hoe hij zichzelf wil presenteren. Met een in folie ingepakte plaathoes inclusief licht beschadigde hoekjes lijkt het alsof je te maken hebt met een soort van collectors item mixtape. Goed doordacht allemaal, en met de nodige humor gebracht.

Het is een bijzondere jongeman die ook de aandacht trekt van het voormalige Talking Heads boegbeeld David Byrne die hem als keyboardspeler een kleine rol geeft in het groots opgezette op dans en percussie gerichte American Utopia project. Juist deze oudere leermeester laat zien dat na een vrijwel afgeronde indrukwekkende carrière het nog steeds mogelijk is om idealistische dromen te verwezenlijken. In dezelfde bescheidenheid werkt hij mee aan de vijf sterren plaat Magdalene van avant-garde soulzangeres FKA Twigs.

Een mooi gebaar dus, om al op jonge leeftijd aan zo’n grote namen gekoppeld te worden, en een overvolle koffer aan muzikale bagage mee te mogen dragen. Dat hij deze wat rommelig geordend heeft en dat hierdoor de goedbedoelde ideeën net teveel uitpuilen heeft wel zijn charme. De logica ontbreekt op de plaat, het neemt niet weg dat B-Sides & Rarities: Volume 1 een dierbare schatkist aan kleine flonkerende plastic nepjuweeltjes is geworden. Vreemd genoeg vormen al die probeersels samen een indrukwekkend geheel waarbij juist met het ontbreken aan samenhang een krachtig statement wordt neergezet.

De melancholische breekbare zang vormt de enige constante factor in het mijnenveld van kristalheldere zandbruine woestijnpostpunk, vintage glamrock, onnavolgbare drum & bass psychedelica, spookachtige orgelklanken, rituele Zuid Amerikaanse begrafenisblazers folk en een gedragen pianoballad. Ritmisch wil hij er nog wel eens wat langs zitten, maar het is voornamelijk de kunstmatige magnetronwarmte in het licht verteerbare funksoul voedsel van het wat zouteloos gesampelde Television Show waarmee hij net die plank misslaat. Pleister erop, het verstand op nul en met de blik op oneindig als een kamikazepiloot doorrazen, heerlijk!

Ethan P. Flynn - B​​-​Sides & Rarities: Vol. 1 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Ethan P. Flynn - Universal Deluge (2022)

poster
3,5
De verknipte genialiteit van de Londense Ethan P. Flynn zorgde bij zijn debuterende strategische meesterzet B-Sides & Rarities: Vol. 1 al voor de nodige verwarring. De EP Universal Deluge is ook volgens die thuisknutsel zelfredzaamheid principes in elkaar gezet. Compromisloos onnavolgbaar, en net een tikkeltje duisterder dan de verrassende voorganger. Nog steeds fragmentarisch, en ook hier betreft het uitgewerkte probeersels die hij in een langere voorliggende periode geschreven, herschreven, gearrangeerd en her-gearrangeerd heeft.

Aansluitende bij die jonge lichting Britse vernieuwers waartoe ook Black Midi, Squid en Black Country, New Road behoren. Met laatstgenoemde vriendengroep neemt hij het sterke in het verlengde van die band liggende Television Show op. De songs van outsider Ethan P. Flynn smeken om een geschikte begeleidingsband en profiteert van deze eenmalige geslaagde samenwerking, die hem net dat ene duwtje in de juiste richting geeft. Uiteraard komt zijn naam in het vizier als frontman Isaac Wood afstand neemt van die begeleidende positie, al vraag ik het mij af of de kwetsbare Ethan p. Flynn daar klaar voor is. Och, er wordt genoeg gespeculeerd.

Ethan P. Flynn, met een vaste stageplaats bij het David Byrne American Utopia project op zijn cv, ondersteunend op het veelal geprezen Magdalene van FKA twigs en recentelijk actief met de net zo eigenzinnige dance georiënteerde producer Vegyn waarmee hij het goed ontvangen Superstition in elkaar zet. Een bijzonder wonderkind, ja dat is hij. Er is echter vreemd genoeg geen plek voor Television Show of Superstition op Universal Deluge. Hopelijk vinden die later hun weg wel op een volwaardige plaat, maar laten we ons hier voor het gemak beperken tot het zevental tracks van EP Universal Deluge, want die zijn absoluut de moeite waard.

De van Black Country, New Road afkomstige saxofonist Lewis Evans vervult op B-Sides & Rarities: Vol. 1 al een schakelrol, en biedt ook nu een ontbrekend stukje structuur aan. Een mooi cadeautje om stiekem van te profiteren. Hij geeft de folky hippie psychedelica van Distraught die warme laaghangende bloedrode ochtendgloren glans. De wereld geminimaliseerd in een wegzinkende telefoon. Het ontwaken na een veertig jaar durende winterslaap, tot het besef komend dat er feitelijk niks verandert is.

Father of Nine, met zijn dromerige eighties synths, ronkende bas, schelle percussie, op batterijsterkte tempowisselingen en de dramatische overstuurde emozang van Ethan P. Flynn. Een vreemd licht verkouden sadomasochistisch liefdesliedje, waarbij de rammelende postpunk nagalm die onbeholpen schoonheid van de eenvoud vorm geeft. Psychomanische paranoia in het onderdrukte Vegas Residency, de afasie tegen de zelfdestructieve sterrenstatus in Spoils en de spokende gospelsoul van de industrial pianoballad The Universal Deluge. Tussen de noise explosies en ruïne drones van Cheerleader staat een in de knoop geraakte, op afstand bestuurbare marionet die alle binding met de realiteit en het heden verloren heeft.

De soundtrack van de op cruise control geprogrammeerde Verenigd Koninkrijk plezierjacht welke zich als een stuurloze Titanic tegen de mijlenhoge new wave golven te pletter vaart. Ethan P. Flynn als bange outsider, verschrikt tegen zijn welvarende strijdlustige broeders opkijkend. Peter Hook geleende postpunk baslijnen symboliseren de memorabele in eenzame metro duisternis overstappende freejazz Enough Is Enough afsluiter, waarbij saxofonist Lewis Evans het kaarsje mag uitblazen. Het feestje is voorbij, snel de instrumenten inpakken, morgen is er weer een nieuwe suffe rare dag.

Ethan P. Flynn - Universal Deluge | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Eurythmics - 1984 (1984)

Alternatieve titel: For the Love of Big Brother

poster
3,5
Onderschat album van Eurythmics.
Geeft voor mij duidelijk de sfeer van de film 1984 weer.
I Did It Just The Same is ontwaken.
Krampachtige pogingen tot ademhalen, waarna de inkomende beat de hartslag vormt.
Vervolgens aankleden, tanden poetsen volgens een bepalend patroon.
Honderden Annie Lennox klonen op weg naar hun werk.
Hetzelfde rode korte haar, hetzelfde bruine aktekoffertje.
Overvolle treinen in een metropool.

Moderne anarchie in Sexcrime.
Pogingen om het beveiligingssysteem te ontregelen.
Saboteren van flitspalen.
Camera’s in autogarages.
Beelden van Wesley en Yolanthe die RTL Boulevard bereiken.
Albert Verlinde en John de Mol die glimlachend elkaar de hand schudden.
Big Brother Is Watching You.
Hoe ver kun je gaan voor kijkcijfers.
Privéleven publiek bloot gesteld.
For The Love Of Big Brother.

Medepresentator Winston Gerschtanowitz wast zijn handen in onschuld.
Weet hoe zijn voorganger Beau van Erven Dorens vervolgens weg gemaaid werd.
Ook hier dient een boterham op de plank te komen.
Werkuren ingevuld te worden.
Om zich passend te kunnen vertonen op de rode loper.
Winston’s Diary.

Paria die duiken op de onverwachte dood van Michael Jackson.
Pers en platenbazen.
My Name Is Michael.
Broederliefde verkocht voor geld.
Jermaine Jackson met een dodelijke glimlach.
Bewerend dat zijn verwant het zo gewild had.
Als laatste groet.
Greetings From A Dead Man.

Stilstaand bij een uitgerangeerd actrice.
Terwijl mannelijke tegenspelers na hun veertigste jaar de mooiste rollen krijgen toegeworpen.
Moet je het als vrouw vooral van je schoonheid hebben.
Uiterlijk zegt alles.
Zo ook bij Julia Roberts.

Doubleplusgood.
Hoe groter de boezem.
Des te meer aanzien.
Patricia Paay die zich op latere leeftijd laat uitverkopen door Playboy.
Uitbuiten van haar tweede periode 15 Minutes Of Fame.
Wetend dat dit haar laatste kans kan zijn op eeuwige naamsbekendheid.
Geef ze eens ongelijk.

Ministry Of Love.
Vallende regeringen.
Zoekend naar erkenning.
Als geliefdes zichzelf vertonen op televisie.
Partners voor de komende vier jaren.
Proberen deze termijn te voltooien.
Als een uit elkaar groeiend echtpaar.
Vervallen in de dagelijkse sleur.
Allemaal dezelfde Annie Lennox.
Marionetten van het geschepte toekomstbeeld.

Zelfs de goedgehumeurde Thomas Berge.
Bleek niet bestand tegen de status van grote veelbelovende ster.
Bij Albert Verlinde doet hij zijn verhaal.
Eenzame nachten in een hotel.
Room 101.
Verdriet weg poetsend met drugs.
Zoekend naar een arm om zich heen.
Vriend Albert die het vervolgens aan de wereld openbaart.

We leven al ruim 25 jaar in 1984.
George Orwell heeft gelijk gehad.