MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Ronald5150 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Solo - Solopeople (2006)

poster
3,5
”Solopeople” van Solo is een album met mooie luisterliedjes in een veelal sobere setting. In mijn beleving is ”Solopeople” vooral inhoud over vorm. De teksten zijn goed en de thematiek is herkenbaar. De muzikale begeleiding, de vorm zogezegd, vind ik niet heel spannend. Het is eigenlijk best braaf en soms vind ik het zelfs saai. Ook klinken op sommige nummers de keyboards/synthesizers wel heel erg jaren 80, en dat vind ik gewoon niet zo heel mooi. Toch komt uiteindelijk de kwaliteit van de liedjes bovendrijven en met name op de melancholische momenten in het leven is ”Solopeople” een heel prettig album om naar te luisteren.

Son House - Father of Folk Blues (1965)

Alternatieve titel: The Original Delta Blues

poster
4,5
"Father of Folk Blues" is een treffende titel voor dit album. Het doet Eddie James "Son" House eer aan. Folk blues of delta blues of hoe je het noemen wil, maar dit is een van de meest basale vormen van muziek, de echte oervorm. Son House komt hard bij je binnen als je luistert naar "Father of Folk Blues". Alles wat de blues zo echt maakt komt voorbij: vrouwen, intriges, misdaad, religie, geweld. Alle zonden van het leven worden door Son House met de meest mogelijke intensiteit gezongen en gespeeld. Op een oude akoestische gitaar met een bottleneck snerpt hij door je ziel. De opnamen zijn oud, maar verrassend goed en helder. Vele van de nummers heb ik al in diverse uitvoeringen gehoord door een keur aan artiesten, maar om ze nu origineel te horen maakt ze zoveel malen mooier. "Death Letter" blijft hartverscheurend, maar de nummers die wat mij betreft het meest impact hebben, zijn juist de a capella nummers (enkel ondersteund door wat handgeklap). Alleen de stem van Son House, verder helemaal niets op "John the Revelator" en "Grinning in Your Face" is bloedstollend mooi. Juist door die soberheid voel je het leven van de beste man aan je voorbijtrekken. Emotie ten top. Persoonlijk vind ik Robert Johnson iets intenser en rauwer, maar door de kwaliteit van de opnamen is misschien "Father of Folk Blues" van Son House iets genietbaarder. Maar zowel Robert Johnson als Son House relativeren alle moderne muziek terug tot de kale essentie: de blues.

Son Seals - The Son Seals Blues Band (1973)

poster
4,0
”The Son Seals Blues Band” is een ontzettend fijn ritmisch blues album, met een heerlijke groove. Het album is elektrisch, maar niet heel fel of hard. Het gaat om de ritmes. Het gitaarwerk is functioneel, de solo’s zijn scherp en puntig en de bluesliedjes klinken zoals je dat van de blues verwacht. Maar het allermooiste van ”The Son Seals Blues Band” vind ik de groovende bas. Deze zit lekker in de mix en is de basis voor elk liedje. Des te opvallender, omdat over het algemeen de gitaar het meest prominente instrument is. Nou de bas doet zeker niet onder voor het gitaarwerk op ”The Son Seals Blues Band” en dat maakt het een ontzettend swingend album om naar te luisteren. De baslijnen zijn niet nodeloos ingewikkeld, maar hebben bij tijd en wijlen een hypnotiserend en bezwerend effect. ”The Son Seals Blues Band” is misschien niet het meest bekende werk in de bluesscene, maar Son Seals en zijn band zijn bekwame muzikanten en is daarmee meer dan de moeite waard.

Sonny Boy Williamson & Memphis Slim - 15eme Anniversaire Disques Vogue Vol. 48 (1963)

poster
4,0
Dit gezamenlijke optreden van Sonny Boy Williamson en Memphis Slim is eerlijke en pure blues met zeer beperkte middelen. Veelal begeleidt Williamson zich alleen met zijn mondharmonica en op een aantal liedjes speelt Slim mee op de piano. Maar meer hebben de heren niet nodig om tot je door te dringen. De stijl van Williamson zit ergen tussen zingen en preken in. Soms praat hij op je in met zijn hypnotiserende stem. De mondharmonica doet de rest. Wel vind ik die af en toe een beetje te schel klinken naar mijn smaak. Als Memphis Slim de toetsen op de piano beroert is het geluid iets voller en warmer. Beide heren zijn grootheden in de blues en geven op dit album een lesje met het concept ”less is more”. Indringende blues!

Sonny Boy Williamson II - Down and Out Blues (1959)

poster
4,0
Sonny Boy Williamson II is een van de meest invloedrijkste bluesmuzikanten uit de geschiedenis van de blues. Hij wordt met name geroemd om zijn capaciteiten als songschrijver en als harmonicaspeler. Bijna elke blueslegende heeft wel een nummer van Williamson in zijn repertoire. "Down and Out Blues" is het bewijs van de genoemde kwaliteiten van Williamson. Menig bluesklassieker komt voorbij en de plaat klinkt opvallend fris voor die tijd. Zijn diepe warme stem draagt elk nummer en het harmonicaspel is van grote klasse. Nergens over de top, geen overdreven solo's, maar ingetogen harmonicaspel dat toch een stempel weet te drukken op de plaat. "Down and Out Blues" ademt van begin tot eind de essentie van de blues uit en is met recht een klassieker in het genre.

Sonny Landreth - From the Reach (2008)

poster
4,0
Sonny Landreth is een fantastische slidegitarist en hij levert met "From the Reach" een sterk en gevarieerd album af. Die gevarieerdheid komt met name door de verzameling gastmuzikanten die hier de revue passeren. Onder andere Mark Knopfler, Eric Clapton, Robben Ford, Vince Gill, Eric Johnson en Dr. John komen voorbij. Door deze verscheidenheid aan artiesten staat "From the Reach" vol met afwisselende songs die de grenzen van de rootsmuziek aftasten. Je hoort het typische Dire Straits geluid van Mark Knopfler, de authentieke blues van Eric Clapton, de jazz/funk van Robben Ford, de country van Vince Gill, de progressieve melodieuze rock van Eric Johnson en de New Orleans vibe van Dr. John. Daartussen speelt Sonny Landreth prachtige slide gitaarpartijen en hij weet alle stijlen moeiteloos naar zijn hand te zetten. De zang van Landreth is niet zijn sterkste punt, maar ik vind het toch niet storend. Op het instrumentale "Uberesso" gaat de trukendoos helemaal open een laat Landreth horen wat een exceptionele gitarist hij is. "From the Reach" laat horen hoe divers traditionele rootsmuziek kan zijn.

Sonny Landreth - Grant Street (2005)

poster
4,0
"Grant Street" is een concertregistratie van Sonny Landreth en zijn band. Landreth is een van de meest veelzijdige gitaristen van zijn generatie en staat vooral bekend om zijn slide gitaarspel. En daarvan is genoeg te horen op "Grant Street". Met de bottleneck glijdt hij langs de hals van zijn gitaar en tovert de mooiste klanken uit het instrument. "Grant Street" is een verzameling liveopnamen die de ene keer strikt instrumentaal zijn en de andere keer vult Landreth zelf de vocalen in. Maar daar gaat het helemaal niet om, het gaat om dat gitaarspel. Sonny Landreth laat zijn gitaar letterlijk zingen. Prachtig!

Sonny Landreth - South of I-10 (1995)

poster
4,0
Als je het over slidegitaristen hebt, dan heb je het over Sonny Landreth. Landreth behoort samen met o.a. Derek Trucks tot de beste gitaristen die deze techniek beheersen. In het verleden was Duane Allman de grootmeester, maar Landreth en Trucks treden in zijn voetsporen. Het gitaarwerk op ”South of I-10” is, ondanks de relatieve beperkingen van de slide gitaar, om van te smullen. De liedjes zelf vond ik na een eerste luisterbeurt vrij simpel van melodie en ook de stem van Landreth is niet echt bijzonder. Maar na meerdere luisterbeurten blijken die simpele melodieën ineens onweerstaanbaar geworden, ze nestelen zich in mijn hoofd en zijn niet meer te versmaden. Het gitaarwerk blijft daarnaast als een huis overeind staan, en de beperkte stem van Landreth vind ik nergens meer een bezwaar. Een mooi voorbeeld van de kwaliteiten van Landreth op de gitaar is het instrumentale ”Native Stepson”. Dat Landreth beschikt over diversiteit is weer goed te horen op ”Mojo Boogie”. Met het afsluitende ”Great Gulf Wind” en de titelsong kent dit album een paar melodieuze meeslepende liedjes. Het absolute hoogtepunt, zowel qua gitaarspel, qua compositie en opbouw en spanning van het liedje vind ik ”Congo Square”. Ik was niet direct overtuigd van ”South of I-10”, maar dat duurde uiteindelijk toch niet lang en vind ik dit album, samen met ”From the Reach” een van de hoogtepunten uit Landreth’s oeuvre.

Sonny Rollins & Coleman Hawkins - Sonny Meets Hawk! (1963)

poster
3,5
Sonny Rollins en Cole Hawkins bundelen de krachten op ”Sonny Meets Hawk!”. Twee geweldige saxofonisten die elkaar goed aanvullen. Beide stijlen passen goed bij elkaar. Ze spelen niet alledaagse patronen en daarom moet ik er wel altijd echt even inkomen. Maar als dat eenmaal gebeurt dan vind ik ”Sonny Meets Hawk!? een lekker laidback ontspannend jazz album. De ene keer swingend, dan ingetogen en vervolgens weer opzwepend. Het pianospel is van echte toegevoegde waarde en hoewel het baswerk redelijk standaard klinkt, is het een heerlijke basis. ”Sonny Meets Hawk!” is niet de meest toegankelijke jazzplaat, maar dat hoeft ook niet. Het is er in ieder geval wel eentje waar ik van kan genieten, zeker in de late (of vroege) uurtjes.

Soundgarden - Badmotorfinger (1991)

poster
3,0
Als puber was ik helemaal gek van deze muziek. Zware logge riffs, beukende drums, aggressieve bas. Het paste toen helemaal in mijn straatje. Als ik "Badmotorfinger" nu weer luister vind ik het geheel toch een stuk minder. Maar ik vermoed dat het meer met mijn smaak heeft te maken, dan met kwaliteit. Overigens vind ik Chris Cornell nog steeds een van mijn favoriete zangers in het genre, en dat bewijst hij ook op deze plaat. Dat is ook de voornaamste reden dat ik deze zo af en toe nog eens opzet. Dat en het geweldige "Outshined".

Soundgarden - Superunknown (1994)

poster
4,5
Dit is een geweldig album. Mijn persoonlijke favoriet van Soundgarden. Voorganger ”Badmotorfinger” vond ik best aardig, maar ik vind ”Superunknown” veel beter, melodieuzer en meeslepender. De stem van Cornell komt perfect tot zijn recht en dit album is een van de redenen, samen met ”Temple of the Dog” waarom ik Chris Cornell reken tot mijn favoriete zangers. Opener ”Let Me Drown” knalt er meteen lekker in met die heerlijke riff. Overigens komen er op ”Superunknown” riffs voorbij om U tegen te zeggen. Soundgarden wisselt hard en zacht mooi af op ”Superunknown” en het is een dynamische en gevarieerde plaat geworden. Rustpuntje ”Fell on Black Days” is een wereldliedje, net als het geweldige ”Black Hole Sun”. Ook ”Spoonman” is geweldig net als het intense ”Like Suicide”. Het tempo gaat geregeld naar beneden en die lome groove is zo lekker. Cornell’s stem deint mooi op de zware riffs. Het doet me bij tijd en wijle denken aan Black Sabbath, vooral op een nummer als ”Mailman”. Ik vind ”Kickstand” en ”Half” de mindere broeders, maar daar staat zoveel moois tegenover. ”Superunknown” is ruim 70 minuten intens genieten, en dat is op zich al ontzettend knap. Geweldig album dat met gemak thuishoort in het rijtje ”Ten” van Pearl Jam, ”Temple of the Dog” van Temple of the Dog, ”Dirt” van Alice in Chains en ”Nevermind” van Nirvana.

South Memphis String Band - Home Sweet Home (2010)

poster
4,0
South Memphis String Band is een samenwerkingsverband tussen Luther Dickinson, Alvin Youngblood Hart en Jimbo Mathus. Zoals de naam van de band al doet vermoeden komen er allerlei snaarinstrumenten voorbij in de vorm van gitaar, mandoline, ukelele, banjo, etc. De liedjes op "Home Sweet Home" zijn een combinatie van eigen composities en traditionals en roots/blues klassiekers. De instrumentatie is sober en beperkt, maar daardoor komen enerzijds de kwaliteiten van deze heren en hun instrumentbeheersing des te duidelijker naar voren en anderzijds doet het geheel heel authentiek aan. South Memphis String Band laat een traditioneel roots-, blues- en countrygeluid horen. Heerlijke muziek om te ontspannen, heel puur en eerlijk.

Southside Johnny & The Asbury Jukes - Messin' with the Blues (2000)

poster
4,0
De discussie tussen blanke en zwarte blues is er al eentje die geruime tijd voortduurt. Ik houd er persoonlijk niet zo van. Blues gaat om gevoel en beleving. Het gaat er mij om in welke mate een artiest dat ten toon spreidt, blank of zwart is mij dus om het even. Een ding is wat mij betreft zeker: gevoel en beleving spatten ervan af als ik luister naar "Messin' with the Blues" van Southside Johnny & The Asbury Jukes. Het is een vol bluesgeluid dat hier wordt neergezet, dus naast zang, gitaar, bas en drums ook veelvuldig de ruimte voor harmonica, toetsen, blazers en additionele vocalen. Dit zorgt voor een fris en warm geluid, maar heeft tegelijkertijd de felheid van Chicago blues. Zanger Southside Johnny heeft een stem die is gemaakt voor de blues: doorleefd, intens en hij weet je tot in het diepste van je ziel te raken. Ook gitarist Bobby Bandiera levert een uitstekende prestatie. Mijn favoriete nummers zijn "Gin Soaked Boy", "Living with the Blues", "Cadillac Jack" en "Mother Earth". Maar eigenlijk is elk nummer behoorlijk genietbaar, want Southside Johnny & The Asbury Jukes laten op "Messin' with the Blues" horen dat ze een gevarieerd bluesgeluid kunnen neerzetten met alles wat je van de blues verwacht.

Spectrum Road - Spectrum Road (2012)

poster
3,5
De muzikanten van Spectrum Road zijn geen kattenpis. Gitarist Vernon Reid, zanger/bassist Jack Bruce, toetsenist John Medeski en drumster Cindy Blackman Santana bundelen de krachten als Spectrum Road op het gelijknamige album. Wat volgt is een bij vlagen redelijk chaotische (althans in mijn beleving) mix van rock en jazz. De term muzikale gekte van Stijn klinkt dan ook herkenbaar. Technisch vind ik het allemaal erg knap, maar gevoelsmatig heb ik er wat minder mee. Dat had ik ook toen ik Spectrum Road live zag op North Sea Jazz. Reid en Medeski lappen alle regels aan de laars en dat maakt het voor mij lastig om kop en staart van elkaar te onderscheiden. De stem van Jack Bruce heb ik nooit zo fantastisch gevonden en ook op ”Spectrum Road” overtuigt hij me niet. Wel past het prima in de maniakale klanken die uit de speakers schallen. Spectrum Road bestaat uit klasse muzikanten, het vertoonde spel is indrukwekkend, maar uiteindelijk spreken de liedjes me niet echt aan. Afsluiter ”Wild Life” vind ik daarentegen wel erg lekker. ”Spectrum Road” moet echt je ding zijn denk ik, de fusion en free-style moeten je echt liggen. Op zich een best prettige luisterervaring, maar wel eentje waar ik echt voor in de stemming moet zijn, of waar ik me echt toe moet zetten. Overigens heb ik niets meer van Spectrum Road vernomen na de release van dit album, dus of dit een eenmalig avontuur is of een meer permanent samenwerkingsverband weet ik dus niet.

Spin Doctors - Homebelly Groove...Live (1993)

poster
4,5
Vooralsnog gaan de Spin Doctors de geschiedenis in als een one hit wonder als gevolg van de megahit "Two Princes”. Bij het album, "Pocketful of Kryptonite" heb ik al eens uit de doeken gedaan waarom ik dat onterecht vind. De Spin Doctors zijn zoveel meer. Hoewel dat voor mij al lang duidelijk was, wordt dan maar weer eens bewezen op het heerlijk funkende en groovende "Homebelly Groove… Live”. Veel nummers van "Pocketful of Kryptonite" komen voorbij, maar niet "Two Princes”. Hiermee voorkomen de heren dat dat nummer weer in de spotlight komt te staan. Op dit album bewijzen ze vooral dat het klasbakken muzikanten zijn. Gitarist Eric Schenkman speelt heel smaakvol gitaar, funky, rockend en speelt heerlijke solo’s. De ritmesectie, bestaande uit drummer Aaron Comess en bassist Mark White, is zo solide als een huis en houdt het geheel perfect bij elkaar. Zanger Chris Barron is de duidelijke frontman en showman. Hij bespeelt het publiek met veel humor. Naast de voortreffelijke liedjes is er overigens een iemand die de show echt steelt en dat is de eerder genoemde bassist Mark White. Wow, hij funkt de pannen van het dak met zijn heerlijke stuwende basspel. Hij heeft een prominente plaats in het totaalgeluid en hij zorgt voor die heerlijke groove. Ik heb de heren begin 2013 in Zoetermeer gezien naar aanleiding van het twintigjarige jubileum van "Pocketful of Kryptonite”. Ze waren zeer zeker goed, niet zo goed als op "Homebelly Groove… Live”, maar wel weer het bewijs dat je verder moet kijken dan die ene hit. Aan de andere kant: de heren hoeven nooit meer te werken als gevolg daarvan. Daarom kunnen ze nu doen wat ze willen: gewoon lekker spelen. Check ook hun recente bluesalbum "If the River was Whiskey”. Daarop gaan de Spin Doctors terug naar hun roots, de blues. En ook dat is weer een bewijs van hun veelzijdigheid. Ondertussen is "Homebelly Groove… Live" een heerlijk livealbum en zeker een van de betere die ik bezit. Om van te smullen!

Spin Doctors - If the River Was Whiskey (2013)

poster
4,0
Op basis van het genre (want dit is toch echt blues) en de band is "Ïf the River Was Whiskey" van Spin Doctors op voorhand een verrassende en interessante release. Waar Spin Doctors vooral een rockband is en grote bekendheid verwierven met hits als "Jimmy Olson Blues", "Little Miss Can't Be Wrong" en natuurlijk "Two Princes", komen de heren met "If the River Was Whiskey" gewoon met een rasecht bluesalbum. Eerdergenoemde nummers komen van het debuutalbum "Pocket Full of Kryptonite" en dat is een van mijn favoriete albums van de jaren negentig. Niet alleen vanwege de bekende nummers, maar juist door het geheel, waar je toch al flarden van de blues kunt horen. "Pocket Full of Kryptonite" bestond in 2012 twintig jaar en tijdens hun concert in De Boerderij te Zoetermeer speelde ze het album integraal. Tijdens de toegift onthulde zanger Chris Barron dat Spin Doctors in hun begindagen eigenlijk een bluesband was die geld bij elkaar sprokkelde door op te treden in kleine blueskroegjes.

Die sfeer komt heel mooi tot uiting op "If the River Was Whiskey". Het album bevat louter eigen composities. Geen covers en dat siert Spin Doctors. Het geluid is herkenbaar als Spin Doctors, maar het is ook overduidelijk blues. Je hoort af en toe de bekende bluesthema's voorbijkomen, zowel tekstueel als muzikaal, maar het doet nergens oubollig aan en het riekt ook niet naar een kopieertrucje. Met name gitarist Eric Schenkmann laat in zijn solo's horen dat hij inventief is en die doen dan ook regelmatig licht psychedelisch aan. Samen met de stuwende ritmesectie zorgt dit voor een lekkere flow door het gehele album en voelt het aan als een muzikale trip.

"If the River Was Whiskey" laat een gevarieerd bluesgeluid horen. Van groovend en funky, naar vormen van boogie en uiteraard komen ook de nodige slowblues nummers voorbij. Opener "Some Other Man Instead" zet direct te toon met venijnige teksten en een swingend en stuwend bluesgeluid. De stem van Chris Barron leent zich uitstekend voor de blues en tegelijkertijd herken je direct de stem van megahit "Two Princes" uit het begin van de jaren negentig. "Scotch and Water Blues" is een traditioneel klinkende slowblues met mooi intens gitaarspel van Schenkmann en vind ik een van de hoogtepunten van dit album.

Met "If the River Was Whiskey" keren Spin Doctors terug naar hun roots. De heren weten duidelijk hoe de blues gespeeld moet worden, en daarnaast is het spelplezier hoorbaar. Ik ben dan ook zeer positief verrast door dit album. Uiteindelijk moet je toch afwachten hoe een doorgewinterde rockband het er vanaf gaat brengen binnen het bluesgenre, waar de lat toch behoorlijk hoog ligt gezien de rijke geschiedenis van de blues. Wat dat betreft vind ik "If the River Was Whiskey" nu al een van de betere releases van 2013. Spin Doctors slaan met "If the River Was Whiskey" een nieuwe weg in en geven een impuls aan hun carrière. Van mij mogen ze zo doorgaan!

Spin Doctors - Pocket Full of Kryptonite (1991)

poster
4,5
Persoonlijk vind ik "Pocket Full of Kryptonite" een van de beste albums van de jaren 90 en behoort hij dan ook tot mijn favorieten. De lage score hier verbaast mij dan ook behoorlijk en ben ik het er dus ook niet mee eens. Smaken verschillen uiteraard, maar in dit geval sterkt het mij in de overtuiging van dit album. "Pocket Full of Kryptonite" is meer dan alleen de wereldhit "Two Princess" en in mindere mate de single "Little Mis Can't Be Wrong". Dit album rockt en grooved de pannen van het dak. Die groove komt met name van het funkende basspel van Mark White. Mooie voorbeelden daarvan zijn "What Time Is It?", "Refrigerator Car" en het afsluitende "Shinbone Alley/Hard to Exist". Samen met drummer Aaron Comess zorgt White voor een fantastische ritmesectie. Het gitaarwerk van Eric Schenkmann is ook prima in orde. Mooie solo's en lekker ritmespel dat goed past in de funk van White. De stem van Chris Barron is uit duizenden herkenbaar. Onder de rock en funk schuilt de echte roots van Spin Doctors. De geest van de blues waart door de liedjes op "Pocket Full of Kryptonite" en maakt dit album voor mij behoorlijk onweerstaanbaar. Misschien guilty pleasure, maar Spin Doctors is zoveel meer dan de hit "Two Princess". Die ene hit heeft ervoor gezorgd dat de heren nooit meer een normale baan hoeven te aanvaarden, maar muzikaal doe je Spin Doctors daarmee veel te veel tekort. Heerlijk album!

Spinvis - Spinvis (2002)

poster
3,0
Het gelijknamige album van Spinvis heeft zeker zijn charmes, maar ik ben er niet echt ondersteboven van. Het album start voortreffelijk met ”Bagagedrager” en ”Smalfilm”, maar dat zijn, samen met ”Ronnie Gaat Naar Huis” wel direct de beste liedjes van het album. De andere liedjes vind ik variëren van aardig tot helemaal niets. De teksten zijn poëtisch en bizar tegelijk. Ik vind het maar moeilijk om te doorgronden. Intrigerend is het zeker, dat dan weer wel. Zangtechnisch vind ik het ook niet allemaal je van het, al varieert het nogal per liedje. Het doe-het-zelf karakter heeft zeker zijn charmes, maar soms vind ik het ook behoorlijk irriteren. Zo’n tussendoortje als ”Mike Clark” vind ik volledig overbodig. Met een paar sterke liedjes, aangevuld met een paar aardige (maar ook wat missers), voorzien van originele teksten haalt ”Spinvis” voor mij net een voldoende. Maar kwalificaties als ”beste Nederlandstalige album” gaan mij in deze te ver.

Staind - Break the Cycle (2001)

poster
1,0
Deze plaat heeft in "It's Been a While" en in "Outside" twee aardige nummers te bieden. Voor de rest is het een inspiratieloze, voorspelbare en standaard verzameling metalsongs geworden. Je weet precies wat er komen gaat en je wordt nergens verrast. Dit kan mij totaal niet bekoren.

Stan Getz & João Gilberto - The Best of Two Worlds (1976)

poster
3,0
Na tien jaar herenigen Stan Getz en Joao Gilberto zich weer op "The Best of Two Worlds". De plaat is een smakelijke mix van bossa nova, samba en jazz. Getz blaast mooie donkere tonen uit zijn tenor sax en Joao Gilberto speelt smaakvol gitaar. Af en toe neemt Gilberto ook de vocalen voor zijn rekening. Deze zijn dan voornamelijk in het Portugees. De overige vocalen zijn veelal Engels en worden gezongen door Heloisa Buarque de Hollanda. Haar stem zorgt voor een mooie afwisseling en laveert mooi tussen het spel van Getz en Gilberto door. "The Best of Two Worlds" draait om het ritme en de flow. De muziek laat je deinen en is bijzonder rustgevend. Gewoon een plaat om lekker op bij te komen. Ik moet bekennen dat "The Best of Two Worlds" niet vaak draai, maar zo af en toe is dit best lekker.

Status Quo - Famous in the Last Century (2000)

poster
1,5
Volkomen overbodig album van Status Quo. Deze plaat staat vol met covers die de heren in hun standaard drie akkoorden rock hebben gegoten. Deze uitvoeringen voegen niets toe aan het origineel of aan het oeuvre van Status Quo. Het lijkt bijna wel inspiratieloos, of het is makkelijk scoren. Ik heb liever dat ze hun eigen nummers schrijven. Het hoeft allemaal niet complex, ze hebben bewezen dat ze met beperkte middelen uitstekende rocksongs kunnen schrijven. "Famous in the Last Century" komt op mij over als een moetje om weer aanleiding te hebben om te kunnen touren. Maar daar hebben ze meer dan genoeg eigen en veel beter materiaal voor dan wat er op deze plaat staat.

Steely Dan - Aja (1977)

poster
4,0
Heerlijke plaat van Steely Dan. Lekkere fusion tussen rock, pop en jazz. Wellciht wat overgeproduceerd, maar je kunt hierdoor wel mooi de gelaagdheid van de instrumenten horen. Allemaal klassemuzikanten en dat klinkt door in de nummers. De stem van Fagen is geweldig, maar ook de achtergrondzang is prima, geeft de plaat ook af en toe een soulvibe mee. Een laidback plaat in optima forma.

4 sterren.

Steely Dan - Can't Buy a Thrill (1972)

poster
4,0
Fantastisch debuut van Steely Dan. Het duo Donald Fagen en Walter Becker leveren een plaat af met mooie popliedjes waar de latere fusion tussen jazz en rock al een beetje merkbaar is. De debuutplaat heeft meer pop en (classic)rock elementen, maar dat wringt helemaal nergens op "Can't Buy a Thrill". Opener "Do It Again" is een regelrechte klassieker, net als "Reelin' In the Years", en zo zijn er wellicht nog wel een aantal aan te wijzen. Alle instrumenten zijn perfect in balans. Het resulteert nergens in krachtpatserij of opgeblazen ego's tussen de muzikanten. Alle puzzelstukjes passen precies op zijn plaats. Fagen en Becker hebben alles perfect uitgedacht en uitgevoerd samen met hun sessiemuzikanten. Dat is wellicht het enige minpuntje aan deze (en andere) plaat van Steely Dan. Er is weinig ruimte voor spontaniteit. Maar dit is slechts een klein smetje op een verder uitstekend debuut dat de opmaat zal blijken voor een serie fantastische platen van dit geweldige muzikale duo.

Steely Dan - Countdown to Ecstasy (1973)

poster
4,0
Het typische Steely Dan geluid begint echt vorm te krijgen op "Countdown to Ecstacy". Waar op debuutplaat "Can't Buy a Thrill" nog vooral de (classic) rock invloeden de boventoon voerden begint de fusion tussen rock en jazz zich op deze tweede Steely Dan plaat zich te profileren. Deze sound zullen ze op hun vervolgplaten verder uitwerken en doorontwikkelen. "Countdown to Ecstacy" is daar in ieder geval een geweldige aanzet toe. Het heeft even geduurd voordat ik deze plaat net zo kon waarderen als hun debuut of bijvoorbeeld "Aja", maar na een aantal luisterbeurten ben ik om. De jazzy arrangementen klinken als een klok en worden geregeld gemarkeerd met die heerlijke gitaarsound. In "The Boston Rag" bijvoorbeeld zwelt de gitaar heerlijk aan vlak voor het begin van de solo. "My Old School" klinkt zowel groovend als funky. "Countdown to Ecstacy" is een bijzonder veelzijdige plaat vol met invloeden uit de jazz en rock met hier en daar een vleugje funk. Niet afgaan op een eerste luisterbeurt, maar gewoon meerdere malen afspelen. Het kwartje gaat dan zeker vallen!

Steely Dan - Everything Must Go (2003)

poster
3,5
Steely Dan leverde prachtplaat na prachtplaat op in de jaren 70 en groeide uit tot een van 's werelds beste fusion bands. Na een lange periode van stilte pakken de heren Donald Fagen en Walter Becker de draad weer op. "Everything Must Go" is hun tweede plaat in de jaren 00. Ze zijn het nog niet verleerd. Nog steeds hoor ik die onweerstaanbare mix van jazz en rock. Wellicht iets minder venijnig en scherp als in hun hoogtijdagen, maar nog steeds van grote klasse. Met name albumopener "The Last Mall", "Godwhacker" en "Green Book" springen eruit en mogen zich meten met hun beste songs. "Everything Must Go" is een prima plaat van een legendarisch duo.

Steely Dan - Gaucho (1980)

poster
4,0
Het wordt eentonig, maar ook "Gaucho" van Steely Dan is weer een fantastische plaat. Ingenieuze popmuziek met een flinke scheut soul, funk en jazz. Al bij de openingstonen van "Babylon Sisters" ben ik overstag. "Hey Nineteen" is zo catchy dat je die niet meer uit je hoofd krijgt, net als "Time out of Mind". Maar eigenlijk zijn alle tracks goed. Ik geef toe, de plaat is uitermate strak geproduceerd, wat wellicht niet spontaan of flexibel overkomt. Maar als het zo goed wordt gedaan als Steely Dan doet op "Gaucho", dan vergeet ik dat direct. Perfecte popmuziek!

Steely Dan - Katy Lied (1975)

poster
4,0
Wederom een prachtplaat van Steely Dan. Uiteraard zoals we gewend zijn weer perfect geproduceerd. Je moet ervan houden. Ik bedoel: alle scherpe randjes zijn er vanaf, maar het geluid is subliem en het is een geraffineerde mix van jazz, pop en rock. Op "Katy Lied" komt een keur van muzikanten voorbij, naast Donald Fagen en Walter Becker als vaste krachten uiteraard. Er wordt een keur aan gitaristen gebuikt, zoals: Denny Dias, Rick Derringer, Dean Parks, Elliott Randall en Larry Carlton. Deze gitaristen nemen verschillende solo's voor hun rekening op verschillende tracks. Walter Becker verzorgt zelf de ritmepartijen. Ondanks de diversiteit aan gitaristen, is het geluid opvallend consistent. Ook horen we op "Katy Lied" Michael McDonald op de achtergrondzang. Samen met de zang van Fagen zorgt dit voor mooie samenzang. Albumopener "Black Friday" is direct swingend, en zelfs een beetje funky. De is de opmaat voor een prima album. Herkenbaar als Steely Dan, maar wat mij betreft nergens een herhalingsoefening. "Daddy Don't Live In That New York City No More" vind ik ook een uitermate fijne track en de gitaarsolo op "Chain Lightning" is prachtig (gespeeld door Rick Derringer). Eigenlijk voldoet "Katy Lied" gewoon aan de verwachtingen en past het perfect in het prachtige oeuvre van Steely Dan tussen 1972 en 1980.

Steely Dan - Pretzel Logic (1974)

poster
4,0
Ook het derde Steely Dan album is weer een goede hoor. "Pretzel Logic" staat bol van slimme popsongs vol invloeden uit jazz, rock en blues. De liedjes zijn wel wat korter en to-the-point in mijn beleving. Het album is dan ook wat korter dan de voorgangers. Ik heb wel eens ergens gelezen dat het een poging van Fagen en Becker was om te passen binnen het stramien van de drie minuten popliedjes. Of het zo is durf ik niet te zeggen, maar ik vind het op "Pretzel Logic" nergens storend. De liedjes zitten weer heerlijk in elkaar, de productie is weer tip top in orde en muzikaal is het om je vingers bij af te likken. De opener "Rikki Don't Loose That Number" is een pareltje met prachtige melodieën en zang. Ook "Parker's Band" vind ik een hoogtepunt. Gewoon weer een goed album, maar dat vind ik eigenlijk van alle Steely Dan albums tot en met 1980.

Steely Dan - The Royal Scam (1976)

poster
4,5
"The Royal Scam" is mijn favoriete Steely Dan album. Waarom? Waarschijnlijk omdat op "The Royal Scam" de gitaar iets meer de overhand heeft dan op andere Steely Dan albums. De gitaristen Larry Carlton, Denny Dias, Elliott Randall, Dean Parks en Walter Becker overtreffen zichzelf. Ik ben een fan van Larry Carlton, dus met name de liedjes waarop hij soleert ("Kid Charlemagne", "Don't Take Me Alive", "Everything You Did" en "The Royal Scam") vind ik prachtig. Maar eigenlijk zijn alle liedjes even goed, bijvoorbeeld "Haitian Divorce", toch al een van mijn favoriete Steely Dan liedjes, ook al hanteren Dean Parks en Walter Becker hier de gitaar. Instrumentaal valt er uiteraard veel te genieten, vlak bijvoorbeeld het pianospel van Paul Griffin niet uit op "Sign in Stranger". Ook dit Steely Dan album is weer een uitgebalanceerde mix tussen pop, rock, funk en jazz. In vergelijking met hun andere studio albums klinkt "The Royal Scam" ook wat donkerder. Ook de hoes is nu niet bepaald een vrolijk tafereeltje. Die gehele sfeer bevalt me wel en zorgt voor een intense luisterervaring. Ook het ontbreken van een echt grote hit trekt me aan aan dit album. Het klinkt als een consistent geheel. Ik vind alle Steely Dan albums, vanaf hun debuut tot aan "Gaucho" in 1980 goed, maar "The Royal Scam" is wat mij betreft net even iets sterker.

Stefan Schill - Don't Say a Word (2010)

poster
4,0
Stefan Schill is weer een talentvolle muzikant die Nederland rijk is. Zijn debuutalbum ”Don’t Say a Word” is meteen raak. Schill combineert rock, blues en soul tot een aangename mix en dat levert een heerlijk vooral swingend album op. Eerlijk is eerlijk: de muziek van Schill is niet origineel, velen gingen hem in dezelfde stijl voor, maar ”Don’t Say a Word” klinkt als een klok. Vooral het gitaarspel van deze jonge hond valt op: heerlijke riffs, vooral funky en bluesy licks en solo’s. Zijn stem klinkt af en toe een beetje glad en wil hij iets teveel met een Amerikaans accent zingen, maar het is hem vergeven. Als debuut vind ik ”Don’t Say a Word” een goed album, en Schill levert direct zijn visitekaartje af, vooral als gitarist. Helaas ging hij hierna mijn inziens teveel de poprichting uit. Jammer, want ”Don’t Say a Word” is goed genoeg om op voort te borduren.