Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Billy MacKenzie - Beyond the Sun (1997)

4,5
0
geplaatst: 10 mei 2009, 02:08 uur
Erwin.c verbaasde zich er op last.fm over dat Billy MacKenzie niet terug te vinden was in mijn artiestenoverzicht aldaar.
Eén nummer die hij me stuurde wist me al te overtuigen dat dit inderdaad aan mij besteed is en ik twijfelde geen seconde om gelijk het hele album te beluisteren en ik kan nu al zeggen dat het niet bij 1 draaibeurt gaat blijven.
Qua sfeer moest ik gelijk denken aan Gavin Friday: donker, melancholiek, maar tegelijkertijd ook juist weer licht, zelfs wat poppy invloeden en dat in een perfecte mix waardoor alles in balans weet te blijven.
Ik begrijp dat dit het eerste album is dat na zijn dood is uitgebracht en daardoor is het best opvallend te noemen dat het dan toch zo goed aanslaat bij mij omdat dit soort albums meestal wel een raar bijsmaakje hebben. Ik denk dat mijn onbevangenheid richting zowel artiest als album er voor gezorgd hebben dat ik die bagage niet heb meegenomen waardoor ik heel neutraal heb kunnen luisteren naar dit schitterende album.
Dit zou wel eens zo'n album kunnen gaan worden die traag onder mijn huid gaat kruipen en zich op die manier weet op te werpen als zeer favoriete cd.
Nu start ik voorzichtig met 4* en laat het album de komende tijd goed op me inwerken waardoor dit alleen maar meer kan worden.
Dit zijn de tips die ik graag wil krijgen. Bedankt Erwin: jij voelde heel goed aan dat dit album in mijn collectie hoort te staan en de bestelling is inmiddels al de deur uit want dit schijfje ga ik vast en zeker koesteren!
Eén nummer die hij me stuurde wist me al te overtuigen dat dit inderdaad aan mij besteed is en ik twijfelde geen seconde om gelijk het hele album te beluisteren en ik kan nu al zeggen dat het niet bij 1 draaibeurt gaat blijven.
Qua sfeer moest ik gelijk denken aan Gavin Friday: donker, melancholiek, maar tegelijkertijd ook juist weer licht, zelfs wat poppy invloeden en dat in een perfecte mix waardoor alles in balans weet te blijven.
Ik begrijp dat dit het eerste album is dat na zijn dood is uitgebracht en daardoor is het best opvallend te noemen dat het dan toch zo goed aanslaat bij mij omdat dit soort albums meestal wel een raar bijsmaakje hebben. Ik denk dat mijn onbevangenheid richting zowel artiest als album er voor gezorgd hebben dat ik die bagage niet heb meegenomen waardoor ik heel neutraal heb kunnen luisteren naar dit schitterende album.
Dit zou wel eens zo'n album kunnen gaan worden die traag onder mijn huid gaat kruipen en zich op die manier weet op te werpen als zeer favoriete cd.
Nu start ik voorzichtig met 4* en laat het album de komende tijd goed op me inwerken waardoor dit alleen maar meer kan worden.
Dit zijn de tips die ik graag wil krijgen. Bedankt Erwin: jij voelde heel goed aan dat dit album in mijn collectie hoort te staan en de bestelling is inmiddels al de deur uit want dit schijfje ga ik vast en zeker koesteren!
Billy Preston - Music Is My Life (1972)

4,0
1
geplaatst: 20 september 2009, 00:00 uur
Quentin Tarantino levert altijd prima albums af behorende bij zijn films en op die manier weet hij het voor elkaar te krijgen mij zo af en toe wakker te schudden en me een duwtje te geven richting artiesten die zijn 'soundtracks' bevolken.
Bij zijn laatste Inglourious Basterds is dat Billy Preston die met het nummer Slaughter te vinden is op de cd en in de film zelf.
Musicmeter is dan handig om dit nummer op te zoeken en zo kwam ik terecht bij dit album. Slaughter staat niet op de oorspronkelijke versie maar dat mag de pret niet drukken, want de rest doet er niet veel voor onder met Will It Go Round in Circles als hitsong.
Verwacht lekkere funk/soul met een gospelsausje en geniet van het heerlijke keyboardspel van Preston.
Als ik dit hoor begrijp ik ook al weer waarom ik (mede door Prince) veel van dit soort muziek ben gaan opzoeken in het verleden. Helaas gebeurt dat tegenwoordig toch te weinig in deze hoek maar als het dan gebeurt gebeurt het ook goed met dank aan de heer Tarantino.
Bij zijn laatste Inglourious Basterds is dat Billy Preston die met het nummer Slaughter te vinden is op de cd en in de film zelf.
Musicmeter is dan handig om dit nummer op te zoeken en zo kwam ik terecht bij dit album. Slaughter staat niet op de oorspronkelijke versie maar dat mag de pret niet drukken, want de rest doet er niet veel voor onder met Will It Go Round in Circles als hitsong.
Verwacht lekkere funk/soul met een gospelsausje en geniet van het heerlijke keyboardspel van Preston.
Als ik dit hoor begrijp ik ook al weer waarom ik (mede door Prince) veel van dit soort muziek ben gaan opzoeken in het verleden. Helaas gebeurt dat tegenwoordig toch te weinig in deze hoek maar als het dan gebeurt gebeurt het ook goed met dank aan de heer Tarantino.
Bishi - Albion Voice (2012)

4,5
0
geplaatst: 24 juni 2012, 14:36 uur
Bishi ken ik van het album Nights at the Circus; een mix tussen Indiase muziek, electro, pop en nog meer. Dat ze ook optreedt als DJ Bishi is daar ook wel terug te horen.
En toen verscheen het nummer Albion Voice waarin folklore veel meer een rol speelde. Bishi dook meer haar 'eigen geschiedenis' in en kwam met dit prachtige staaltje muziek dat niet voor iedereen geschikt was. Misschien ietwat te zoet?!.
Volgende maand verschijnt dan eindelijk het volwaardige album waar 3 jaar aan gewerkt is.
Prologue neemt ons al mee terug in de tijd met hoefgetrappel van paarden, een kerkklok op de achtergrond en vogels die lustig rond kwetteren. Bishi opent het met een haast sprookjesachtige 'spoken word'. Het is een tekst afkomstig van Chaucer's Canterbury tales. Bishi heeft daar zelfs speciale lessen voor gevolgd om dit oud-engels goed uit te kunnen spreken.
Ze vond het goed om te starten met deze oude taal omdat het volgens haar het thema van dit album goed samenvat: multicultuur, nationale en persoonlijke identiteit.
Dan volgt het inmiddels al bekende titelnummer van het album Albion Voice waar de sitar een hoofdrol krijgt. Het gaat over de zoektocht in een multiculturele samenleving en het nummer bevat de John Williams' string players (ja de bekende film componist).
Nog steeds raak ik betoverd door dit machtige staaltje van haar kunnen. Ik werd er verliefd op en ben het nog steeds. Koninklijk als Bishi op de hoes zelf.
Dia Ti Maria is een 9 minuten durend nummer geinspireerd door de Grieks Orthodoxe liturgie. Niet voor niets dat het eerste en laatste gedeelte in Koinè Grieks wordt gezongen. De vocalen zijn van Bishi zelf maar het lijkt alsof we een volledig koor te horen krijgen (50 stemmen maar liefst!). Heel bijzonder zoals Bishi allerlei vocale technieken weet in te zetten.
Er schijnt ook een mix te zijn met medewerking van het Kronos Quartet, niet de minste.
The Last of England opent op piano en krijgt al snel begeleiding van strijkers (The Ligetti Quartet) waardoor er een romantische sfeer ontstaat. Het nummer is geinspireerd op de film The Last of England van Derek Jarman. Verder horen we een duduk op dit nummer en zet Bishi haar vocalen slechts als instrument in. Dit alles vermengt zich op wonderschone wijze wat buiten een romantische sfeer ook een desolate oplevert.
Op Saturday's Night keert de sitar terug die Bishi overigens zelf bespeelt (ze heeft in het verleden wel eens samen op het podium gestaan met haar goede vriend Patrick Wolf en bespeelde het daar ook). De andere strijkers die te horen zijn zijn afkomstig van The Secret Quartet die veel filmmuziek inspelen in Los Angeles. Daarnaast horen we ook een harp (niet door Patrick Wolf bespeeld maar dat terzijde). Het is een mooi, lieflijk nummer. Kleiner van opzet dan de titeltrack maar het ademt wel eenzelfde sfeertje.
Rade Le Muri Rade heeft een Bulgaarse invloed en gaat over de migratie van Oost- naar West-Europa de laatste 20 jaar: twee geliefden die elkaar onder een boom ontmoeten.
Het is een triest klinkend nummer wat niet zo vreemd is omdat veel migranten hun geliefden hebben moeten achterlaten. Het Ligetti Quartet horen we terug en Matthew Hardern is te horen op melodica.
Do Not Stand at My Grave and Weep is gebaseerd op een oud gedicht geschreven in 1932 door Mary Elizabeth Frye. Het is compleet opgebouwd rondom de vocalen van Bishi wat het een bijzondere sfeer geeft.
Gram Chara is gelijk een stuk voller van geluid door het gebruik van de strijkers die een mix vormen tussen Schotse en Indiase thema's. De moeder van Bishi, Susmita Bhattacharya, horen we hier op vocalen naast haar dochter.
Gram Chara is een gedicht van de Bengaalse dichter Rabindranath Tagore en is dan ook geheel in die taal gezongen. Geen Bollywood maar oosterse mystiek die een mooie link naar het westen legt. Bishi heeft dit zeer knap gedaan en het nummer vormt er zeker een hoogtepunt door.
Ship of Fools is op de cd versie de afsluiter van dit album. Een aantal weken geleden nodigde Bishi via haar Facebook iedereen uit om mee te komen zingen op dit nummer, een zg. 'pub choir'. Het nummer verenigt alles wat op dit album aan de orde komt: de schitterende zang van Bishi, de sitar, het koor, accordeon, whistles, (Joodse) harp enzovoort. Wat moet het leuk geweest zijn om daar een bijdrage aan te leveren. Helaas is The George & Dragon pub niet bij mij om de hoek. Wederom een perfecte mix tussen oost en west.
En zoals wel vaker tegenwoordig is er nog een extra nummer dat alleen via iTunes te verkrijgen is. In dit geval Pan to Artemis; wederom een nummer waar de vocalen van Bishi een belangrijke rol spelen en ingezet worden als instrument. Maar nu zingt Bishi er ook gewoon overheen en krijgt ze begeleiding van ik meen harp en een extra vocalist.
Het artwork van deze cd is gebaseerd op koninklijke wapenschilden en herdenkings keramiek.
Bishi is afgebeeld als de engelse koningin met Indiase symbolen zoals een vervanging van de Britse leeuw door de Bengaalse tijger en de Tudor roos door de lotusbloem.
Albion Voice is niet voor iedereen weggelegd, dat bleek al eerder op deze site toen de titeltrack ter beoordeling werd voorgedragen. Veel users konden er weinig mee.
Persoonlijk hou ik wel van de mystiek op dit album en de schitterende arrangementen. De brug tussen oost en west is uiterst subtiel gebracht en daarmee verschijnt er in de vorm van deze muziek een zeer bijzonder zomer-album.
Jammer dat het maar drie kwartier mag duren want ik denk dat er nog veel meer avontuur aan toegevoegd had kunnen worden. Aan de andere kant is er nu geen sprake van overkill en valt er de komende tijd een hoop te ontdekken aan Albion Voice.
Mijn stem heeft ze alvast binnen! 'Well done Bishi'.
En toen verscheen het nummer Albion Voice waarin folklore veel meer een rol speelde. Bishi dook meer haar 'eigen geschiedenis' in en kwam met dit prachtige staaltje muziek dat niet voor iedereen geschikt was. Misschien ietwat te zoet?!.
Volgende maand verschijnt dan eindelijk het volwaardige album waar 3 jaar aan gewerkt is.
Prologue neemt ons al mee terug in de tijd met hoefgetrappel van paarden, een kerkklok op de achtergrond en vogels die lustig rond kwetteren. Bishi opent het met een haast sprookjesachtige 'spoken word'. Het is een tekst afkomstig van Chaucer's Canterbury tales. Bishi heeft daar zelfs speciale lessen voor gevolgd om dit oud-engels goed uit te kunnen spreken.
Ze vond het goed om te starten met deze oude taal omdat het volgens haar het thema van dit album goed samenvat: multicultuur, nationale en persoonlijke identiteit.
Dan volgt het inmiddels al bekende titelnummer van het album Albion Voice waar de sitar een hoofdrol krijgt. Het gaat over de zoektocht in een multiculturele samenleving en het nummer bevat de John Williams' string players (ja de bekende film componist).
Nog steeds raak ik betoverd door dit machtige staaltje van haar kunnen. Ik werd er verliefd op en ben het nog steeds. Koninklijk als Bishi op de hoes zelf.
Dia Ti Maria is een 9 minuten durend nummer geinspireerd door de Grieks Orthodoxe liturgie. Niet voor niets dat het eerste en laatste gedeelte in Koinè Grieks wordt gezongen. De vocalen zijn van Bishi zelf maar het lijkt alsof we een volledig koor te horen krijgen (50 stemmen maar liefst!). Heel bijzonder zoals Bishi allerlei vocale technieken weet in te zetten.
Er schijnt ook een mix te zijn met medewerking van het Kronos Quartet, niet de minste.
The Last of England opent op piano en krijgt al snel begeleiding van strijkers (The Ligetti Quartet) waardoor er een romantische sfeer ontstaat. Het nummer is geinspireerd op de film The Last of England van Derek Jarman. Verder horen we een duduk op dit nummer en zet Bishi haar vocalen slechts als instrument in. Dit alles vermengt zich op wonderschone wijze wat buiten een romantische sfeer ook een desolate oplevert.
Op Saturday's Night keert de sitar terug die Bishi overigens zelf bespeelt (ze heeft in het verleden wel eens samen op het podium gestaan met haar goede vriend Patrick Wolf en bespeelde het daar ook). De andere strijkers die te horen zijn zijn afkomstig van The Secret Quartet die veel filmmuziek inspelen in Los Angeles. Daarnaast horen we ook een harp (niet door Patrick Wolf bespeeld maar dat terzijde). Het is een mooi, lieflijk nummer. Kleiner van opzet dan de titeltrack maar het ademt wel eenzelfde sfeertje.
Rade Le Muri Rade heeft een Bulgaarse invloed en gaat over de migratie van Oost- naar West-Europa de laatste 20 jaar: twee geliefden die elkaar onder een boom ontmoeten.
Het is een triest klinkend nummer wat niet zo vreemd is omdat veel migranten hun geliefden hebben moeten achterlaten. Het Ligetti Quartet horen we terug en Matthew Hardern is te horen op melodica.
Do Not Stand at My Grave and Weep is gebaseerd op een oud gedicht geschreven in 1932 door Mary Elizabeth Frye. Het is compleet opgebouwd rondom de vocalen van Bishi wat het een bijzondere sfeer geeft.
Gram Chara is gelijk een stuk voller van geluid door het gebruik van de strijkers die een mix vormen tussen Schotse en Indiase thema's. De moeder van Bishi, Susmita Bhattacharya, horen we hier op vocalen naast haar dochter.
Gram Chara is een gedicht van de Bengaalse dichter Rabindranath Tagore en is dan ook geheel in die taal gezongen. Geen Bollywood maar oosterse mystiek die een mooie link naar het westen legt. Bishi heeft dit zeer knap gedaan en het nummer vormt er zeker een hoogtepunt door.
Ship of Fools is op de cd versie de afsluiter van dit album. Een aantal weken geleden nodigde Bishi via haar Facebook iedereen uit om mee te komen zingen op dit nummer, een zg. 'pub choir'. Het nummer verenigt alles wat op dit album aan de orde komt: de schitterende zang van Bishi, de sitar, het koor, accordeon, whistles, (Joodse) harp enzovoort. Wat moet het leuk geweest zijn om daar een bijdrage aan te leveren. Helaas is The George & Dragon pub niet bij mij om de hoek. Wederom een perfecte mix tussen oost en west.
En zoals wel vaker tegenwoordig is er nog een extra nummer dat alleen via iTunes te verkrijgen is. In dit geval Pan to Artemis; wederom een nummer waar de vocalen van Bishi een belangrijke rol spelen en ingezet worden als instrument. Maar nu zingt Bishi er ook gewoon overheen en krijgt ze begeleiding van ik meen harp en een extra vocalist.
Het artwork van deze cd is gebaseerd op koninklijke wapenschilden en herdenkings keramiek.
Bishi is afgebeeld als de engelse koningin met Indiase symbolen zoals een vervanging van de Britse leeuw door de Bengaalse tijger en de Tudor roos door de lotusbloem.
Albion Voice is niet voor iedereen weggelegd, dat bleek al eerder op deze site toen de titeltrack ter beoordeling werd voorgedragen. Veel users konden er weinig mee.
Persoonlijk hou ik wel van de mystiek op dit album en de schitterende arrangementen. De brug tussen oost en west is uiterst subtiel gebracht en daarmee verschijnt er in de vorm van deze muziek een zeer bijzonder zomer-album.
Jammer dat het maar drie kwartier mag duren want ik denk dat er nog veel meer avontuur aan toegevoegd had kunnen worden. Aan de andere kant is er nu geen sprake van overkill en valt er de komende tijd een hoop te ontdekken aan Albion Voice.
Mijn stem heeft ze alvast binnen! 'Well done Bishi'.
Bishi - Nights at the Circus (2007)

4,0
0
geplaatst: 2 maart 2012, 01:35 uur
Je bent 19 jaar oud en debuteert met een prachtalbum genaamd Nights at the Circus...
Het moest haar magische nieuwe single Albion Voice zijn die me attendeerde op Bishi. Zo bloedstollend mooi dat ik wel op zoek moest gaan naar dit debuut.
Buiten het feit dat ze nog erg jong was toen dit album uitkwam is ze ook DJ (DJ Siren) en heeft ze opgetreden met Pulp en Goldfrapp.
Nights at the Circus is een melting pot van pop, folk en oosterse invloeden d.m.v. het gebruik van sitar, tabla en xylofoon. Maar ook electronica wordt niet geschuwd.
Hierdoor krijgen we een frisse kijk op de hedendaagse pop die nergens goedkoop klinkt maar juist scherp en spannend.
Dat Bishi een fan van Björk is zal ongetwijfeld een rol spelen. En misschien klinkt het gek maar heel af en toe hoor ik er Joanna Newsom India-style in (The Swan).
Grandmother's Floor heeft dan weer iets sereen 'middeleeuwen-achtigs'.
Je hoeft geen fan van Bollywood te zijn om dit album mooi te vinden ondanks het feit dat de sitar en tabla belangrijke instrumenten zijn. Het gaat veel verder dan dat en ieder nummer is een kunstwerkje op zich met invloeden uit allerlei lagen der muziek waar je de sitar als onderling verbindingsinstrument kunt zien.
Als ik haar nieuwe single Albion Voice hoor van het nog te verschijnen gelijknamige album belooft dat heel erg veel en zou dat album heel snel kunnen uitgroeien tot een zeer bijzondere en gewaardeerde 2012 release maar zover is het nog niet en we praten over slechts 1 nummer.
Nights at the Circus kent er 12 die allen even bijzonder klinken.
Het moest haar magische nieuwe single Albion Voice zijn die me attendeerde op Bishi. Zo bloedstollend mooi dat ik wel op zoek moest gaan naar dit debuut.
Buiten het feit dat ze nog erg jong was toen dit album uitkwam is ze ook DJ (DJ Siren) en heeft ze opgetreden met Pulp en Goldfrapp.
Nights at the Circus is een melting pot van pop, folk en oosterse invloeden d.m.v. het gebruik van sitar, tabla en xylofoon. Maar ook electronica wordt niet geschuwd.
Hierdoor krijgen we een frisse kijk op de hedendaagse pop die nergens goedkoop klinkt maar juist scherp en spannend.
Dat Bishi een fan van Björk is zal ongetwijfeld een rol spelen. En misschien klinkt het gek maar heel af en toe hoor ik er Joanna Newsom India-style in (The Swan).
Grandmother's Floor heeft dan weer iets sereen 'middeleeuwen-achtigs'.
Je hoeft geen fan van Bollywood te zijn om dit album mooi te vinden ondanks het feit dat de sitar en tabla belangrijke instrumenten zijn. Het gaat veel verder dan dat en ieder nummer is een kunstwerkje op zich met invloeden uit allerlei lagen der muziek waar je de sitar als onderling verbindingsinstrument kunt zien.
Als ik haar nieuwe single Albion Voice hoor van het nog te verschijnen gelijknamige album belooft dat heel erg veel en zou dat album heel snel kunnen uitgroeien tot een zeer bijzondere en gewaardeerde 2012 release maar zover is het nog niet en we praten over slechts 1 nummer.
Nights at the Circus kent er 12 die allen even bijzonder klinken.
Björk - Biophilia (2011)

3,0
0
geplaatst: 22 september 2011, 23:13 uur
Björk.... wat moet ik er eigenlijk nog over zeggen?! Dat ik een haat-liefde verhouding met haar heb? Dat ik haar soms niet kan aanhoren? Dat ik het soms geniaal vind? Dat ik haar een keer op Pinkpop zag en het vreselijk vond?
Dat ik eigenlijk alleen de eerste twee albums continue kan beluisteren?
Informatie die menigeen ondertussen al eerder van mij had kunnen vernemen. Zou het deze keer meevallen of is er toch weer die ergernis?!
Laten we eerlijk wezen: madam mag het allemaal wel heel interessant brengen maar ergens erger ik me er al weer aan zonder ook maar iets gehoord te hebben. Vraag me niet waarom want het is en blijft spannend wat ze doet.
Spannend vind ik opener Moon niet echt. Intrigrerend wel. Pluk pluk aan de harp en wederom lekker jengelen. Ik krijg al weer Joanna Newsom oude stijl rillingen en de Bjork-jeuk zet al op.
En toch weet ze me ook te triggeren. Op een vreemdsoortige wijze brengt ze me in een soort trance waardoor ik niet afhaak. Toverfeetje of gemeen trolletje? Wie het weet mag het zeggen.
Thunderbolt mag het als tweede nummer gaan proberen en ik kan gelijk zeggen dat de trance voortduurt. Het klinkt vrij sober allemaal. Weinig toeters en bellen. Heel minimaal. Zo volgepropt als Volta soms was, zo kaal klinkt dit. Qua zang komt er wat Medúlla om de hoek kijken (niet mijn favoriete album trouwens).
Dan volgt Crystalline, het nummer dat de meesten inmiddels wel kennen. Het sluit perfect aan op de eerste twee nummers: bezwerend en ondanks dat het getingeltangel in combinatie met haar gejengel erg vervelend kan zijn doorsta ik dit al een tijdje met verve en kan ik zeggen dat het me deze keer niet zo heel erg irriteert.
Cosmonogy heeft een lekker intro. Een klein sprookje ontvouwt zich met een soort van mooi zingende Björk..... het moet niet veel gekker worden! Prachtig nummer.
Dark Matter krijgt de ondankbare taak om de schoonheid te mogen voortzetten of weer af te breken. Het klinkt duister en is een sfeermoment. Wel een sfeermoment waar ik niet zo veel mee heb. Beetje ontwaken en terechtkomen van een mooi sprookje in een gruwelijk naargeestig verhaal. De tegenstelling kan haast niet groter zijn.
Hollow zet die naargeestige sfeer voort. Het heeft haast iets klassieks (knap gedaan dus om de sfeer van een orkest op deze manier geheel naar eigen hand te kunnen zetten). Maar of ik het dan ook mooi of goed vind is uiteraard een compleet ander verhaal. Mij te veel experimenteerdrift waar ik weinig mee heb. Ik snak eigenlijk naar een nummer met kop en staart. Voor avontuurlijk ingestelde muziekliefhebbers ongetwijfeld smullen geblazen.
Deze jongen hoopt dat Virus wat beter aanslaat. Het lieflijke geluid van bijvoorbeeld een Crystalline keert terug. Kristalhelder. Ochtenddauw en een ontwakende natuur is het beeld dat bij dit nummer boven komt. Het is lieflijk maar tegelijkertijd ook wel een beetje slaapverwekkend op den duur. Iets te veel lieflijkheid hoeft ook niet altijd goed te zijn.
Sacrifice is wederom sober van opzet en is een 'kaal nummer'. Ik weet niet goed hoe ik het anders moet omschrijven. De meerstemmige zang begint me hier wat tegen te staan. Geen gekoer of gejengel dat me ergert maar een hoop zanglagen die me beginnen te vervelen. Er moet blijkbaar iets zijn waardoor Björk nooit mijn grote vriendin zal gaan worden; wel een aangename omslag halverwege het nummer dat slechts even duurt om daarna nog een keer terug te keren.
Mutual Core doet me ook niet zo veel. Alsof ik op een verdwaalde middag onverwachts een kerk bezoek waar een eenzame organist aan het oefenen is voor de eerstvolgende mis. Gelukkig slaat dat beeld na ruim 2 minuten helemaal om en ontstaat er een boeiend nummer. Mooi kan ik het niet vinden. Intrigrerend wel. Maar voordat je beseft dat er iets gebeurt is het de eenzame organist weer die de boel heeft overgenomen. Heb jij wat gehoord dan? Ik dacht even van wel. Kan me vergist hebben. Nee toch niet, want het truukje wordt gewoon nog een keer herhaald. Gelukkig maar.
Solstice mag dit nieuwe Björk avontuur afsluiten en doet dat op prima wijze want het lijkt hiermee of we weer terug zijn bij start. De cirkel is rond en het avontuur kan opnieuw van start gaan. Jammer dat dit nummer als een nachtkaarsje uitgaat.
Ook nu is dit niet hap-slik-weg en vraagt het om enige inleving van de luisteraar. Biophilia heeft er in elk geval niet voor gezorgd dat ik een enorme Björk-fan ben geworden. Het zal ook nooit gebeuren.
Ik draai Debut of Post nog maar eens voor de lekkere (toegankelijke) nummers en als ik zin heb in moeilijker dingen dan mag dit wel gedraaid worden. Het zal hoe dan ook inspanning blijven voor mij en daarmee kan en zal ik dit nieuwe album nooit helemaal vol in de armen sluiten.
Toch denk ik dat anderen hier heel wat meer mee kunnen en waarschijnlijk enthousiaster zullen zijn dan over Volta. Enthousiaster ook dan ik dat ben maar dat lijkt onderhand haast vanzelfsprekend
Dat ik eigenlijk alleen de eerste twee albums continue kan beluisteren?
Informatie die menigeen ondertussen al eerder van mij had kunnen vernemen. Zou het deze keer meevallen of is er toch weer die ergernis?!
Laten we eerlijk wezen: madam mag het allemaal wel heel interessant brengen maar ergens erger ik me er al weer aan zonder ook maar iets gehoord te hebben. Vraag me niet waarom want het is en blijft spannend wat ze doet.
Spannend vind ik opener Moon niet echt. Intrigrerend wel. Pluk pluk aan de harp en wederom lekker jengelen. Ik krijg al weer Joanna Newsom oude stijl rillingen en de Bjork-jeuk zet al op.
En toch weet ze me ook te triggeren. Op een vreemdsoortige wijze brengt ze me in een soort trance waardoor ik niet afhaak. Toverfeetje of gemeen trolletje? Wie het weet mag het zeggen.
Thunderbolt mag het als tweede nummer gaan proberen en ik kan gelijk zeggen dat de trance voortduurt. Het klinkt vrij sober allemaal. Weinig toeters en bellen. Heel minimaal. Zo volgepropt als Volta soms was, zo kaal klinkt dit. Qua zang komt er wat Medúlla om de hoek kijken (niet mijn favoriete album trouwens).
Dan volgt Crystalline, het nummer dat de meesten inmiddels wel kennen. Het sluit perfect aan op de eerste twee nummers: bezwerend en ondanks dat het getingeltangel in combinatie met haar gejengel erg vervelend kan zijn doorsta ik dit al een tijdje met verve en kan ik zeggen dat het me deze keer niet zo heel erg irriteert.
Cosmonogy heeft een lekker intro. Een klein sprookje ontvouwt zich met een soort van mooi zingende Björk..... het moet niet veel gekker worden! Prachtig nummer.
Dark Matter krijgt de ondankbare taak om de schoonheid te mogen voortzetten of weer af te breken. Het klinkt duister en is een sfeermoment. Wel een sfeermoment waar ik niet zo veel mee heb. Beetje ontwaken en terechtkomen van een mooi sprookje in een gruwelijk naargeestig verhaal. De tegenstelling kan haast niet groter zijn.
Hollow zet die naargeestige sfeer voort. Het heeft haast iets klassieks (knap gedaan dus om de sfeer van een orkest op deze manier geheel naar eigen hand te kunnen zetten). Maar of ik het dan ook mooi of goed vind is uiteraard een compleet ander verhaal. Mij te veel experimenteerdrift waar ik weinig mee heb. Ik snak eigenlijk naar een nummer met kop en staart. Voor avontuurlijk ingestelde muziekliefhebbers ongetwijfeld smullen geblazen.
Deze jongen hoopt dat Virus wat beter aanslaat. Het lieflijke geluid van bijvoorbeeld een Crystalline keert terug. Kristalhelder. Ochtenddauw en een ontwakende natuur is het beeld dat bij dit nummer boven komt. Het is lieflijk maar tegelijkertijd ook wel een beetje slaapverwekkend op den duur. Iets te veel lieflijkheid hoeft ook niet altijd goed te zijn.
Sacrifice is wederom sober van opzet en is een 'kaal nummer'. Ik weet niet goed hoe ik het anders moet omschrijven. De meerstemmige zang begint me hier wat tegen te staan. Geen gekoer of gejengel dat me ergert maar een hoop zanglagen die me beginnen te vervelen. Er moet blijkbaar iets zijn waardoor Björk nooit mijn grote vriendin zal gaan worden; wel een aangename omslag halverwege het nummer dat slechts even duurt om daarna nog een keer terug te keren.
Mutual Core doet me ook niet zo veel. Alsof ik op een verdwaalde middag onverwachts een kerk bezoek waar een eenzame organist aan het oefenen is voor de eerstvolgende mis. Gelukkig slaat dat beeld na ruim 2 minuten helemaal om en ontstaat er een boeiend nummer. Mooi kan ik het niet vinden. Intrigrerend wel. Maar voordat je beseft dat er iets gebeurt is het de eenzame organist weer die de boel heeft overgenomen. Heb jij wat gehoord dan? Ik dacht even van wel. Kan me vergist hebben. Nee toch niet, want het truukje wordt gewoon nog een keer herhaald. Gelukkig maar.
Solstice mag dit nieuwe Björk avontuur afsluiten en doet dat op prima wijze want het lijkt hiermee of we weer terug zijn bij start. De cirkel is rond en het avontuur kan opnieuw van start gaan. Jammer dat dit nummer als een nachtkaarsje uitgaat.
Ook nu is dit niet hap-slik-weg en vraagt het om enige inleving van de luisteraar. Biophilia heeft er in elk geval niet voor gezorgd dat ik een enorme Björk-fan ben geworden. Het zal ook nooit gebeuren.
Ik draai Debut of Post nog maar eens voor de lekkere (toegankelijke) nummers en als ik zin heb in moeilijker dingen dan mag dit wel gedraaid worden. Het zal hoe dan ook inspanning blijven voor mij en daarmee kan en zal ik dit nieuwe album nooit helemaal vol in de armen sluiten.
Toch denk ik dat anderen hier heel wat meer mee kunnen en waarschijnlijk enthousiaster zullen zijn dan over Volta. Enthousiaster ook dan ik dat ben maar dat lijkt onderhand haast vanzelfsprekend

Björk - Fossora (2022)

2,0
3
geplaatst: 29 september 2022, 18:24 uur
In 1994 zag ik Björk op Pinkpop, van een afstand, want ik stond al in de startblokken voor The Smashing Pumpkins.
Ik had niks met dat kirrende vrouwtje uit IJsland. Blergh. Geef mijn portie maar aan fikkie.
Toch bleef Debut me wel intrigeren en uiteindelijk kwam het helemaal goed met de liefde voor Björk. Artistiek erg interessant en met heerlijke nummers. Toen Post uitkwam was het dan ook gelijk raak. Homogenic en Vespertine vond ik soms wat lastig, maar ook daar had ik voldoende liefde voor over.
Het ging mis met Medúlla, waar ze wat mij betreft doorsloeg in ons een pretentieuze, vervelende brok muziek voor te schotelen. Muziek waar ik niks mee kon. Anderen weer wel en je zag de tegenstellingen onder haar luisteraars groeien.
Daarna bleef het kwakkelen met 3* of 3,5* albums (voor mij dan).
Helaas gaat het hier weer mis. Fossora is voor mij een lange, dreinerige, wederom pretentieuze bak gedoe. Want dat is het voor mij: gedoe.
Oh ja, hier zullen veel muziekliefhebbers helemaal warm voor lopen. Zo lekker niet toegankelijk, zo artistiek. Het zal vast wel, maar het is niet aan mij besteed. Ze zal ongetwijfeld diep gaan, maar bij mij komt het niet binnen.
Misschien ben ik lui en heb ik geen zin om moeite te doen haar te begrijpen. Het zal vast: ik vind het ronduit vermoeiend en dan helpt serpentwithfeet die ik best hoog heb zitten ook niet echt om het naar een hoger level te tillen, waar ik wel op hoopte. Ook hij kan soms wat doordraven op zijn eigen albums, maar weet het nog aangenaam te houden, zoals Björk dat op de vorige pakweg vier albums ook deed.
Björk doet waar ze zin in heeft, durft buiten de lijnen te kleuren en heeft schijt aan alles en iedereen. Bizar, vervreemdend, intrigerend, spannend: Fossora is het absoluut, alleen niet voor mij. De blazers en strijkers zijn bijzonder fraai en tegendraads verwerkt in het geheel, maar het laat me verder allemaal koud. En dat accentje met die rollende rrrr's begint me onderhand wel wat te irriteren.....
Van muziek wil ik kunnen genieten en dat doe ik hier simpelweg niet. Dan houdt het op. Ik zal niet de enige met deze mening zijn verwacht ik en ik denk ook dat mensen hier helemaal van in de hallelujah stemming zullen geraken. Het is en blijft Björk natuurlijk.
Ik had niks met dat kirrende vrouwtje uit IJsland. Blergh. Geef mijn portie maar aan fikkie.
Toch bleef Debut me wel intrigeren en uiteindelijk kwam het helemaal goed met de liefde voor Björk. Artistiek erg interessant en met heerlijke nummers. Toen Post uitkwam was het dan ook gelijk raak. Homogenic en Vespertine vond ik soms wat lastig, maar ook daar had ik voldoende liefde voor over.
Het ging mis met Medúlla, waar ze wat mij betreft doorsloeg in ons een pretentieuze, vervelende brok muziek voor te schotelen. Muziek waar ik niks mee kon. Anderen weer wel en je zag de tegenstellingen onder haar luisteraars groeien.
Daarna bleef het kwakkelen met 3* of 3,5* albums (voor mij dan).
Helaas gaat het hier weer mis. Fossora is voor mij een lange, dreinerige, wederom pretentieuze bak gedoe. Want dat is het voor mij: gedoe.
Oh ja, hier zullen veel muziekliefhebbers helemaal warm voor lopen. Zo lekker niet toegankelijk, zo artistiek. Het zal vast wel, maar het is niet aan mij besteed. Ze zal ongetwijfeld diep gaan, maar bij mij komt het niet binnen.
Misschien ben ik lui en heb ik geen zin om moeite te doen haar te begrijpen. Het zal vast: ik vind het ronduit vermoeiend en dan helpt serpentwithfeet die ik best hoog heb zitten ook niet echt om het naar een hoger level te tillen, waar ik wel op hoopte. Ook hij kan soms wat doordraven op zijn eigen albums, maar weet het nog aangenaam te houden, zoals Björk dat op de vorige pakweg vier albums ook deed.
Björk doet waar ze zin in heeft, durft buiten de lijnen te kleuren en heeft schijt aan alles en iedereen. Bizar, vervreemdend, intrigerend, spannend: Fossora is het absoluut, alleen niet voor mij. De blazers en strijkers zijn bijzonder fraai en tegendraads verwerkt in het geheel, maar het laat me verder allemaal koud. En dat accentje met die rollende rrrr's begint me onderhand wel wat te irriteren.....
Van muziek wil ik kunnen genieten en dat doe ik hier simpelweg niet. Dan houdt het op. Ik zal niet de enige met deze mening zijn verwacht ik en ik denk ook dat mensen hier helemaal van in de hallelujah stemming zullen geraken. Het is en blijft Björk natuurlijk.
Björk - Utopia (2017)

3,0
0
geplaatst: 19 november 2017, 13:26 uur
Debut, Post en Homogenic zijn voor mij een stevige Björk basis. Ik heb er niet altijd zin in maar de zin komt snel zodra ik er wat van hoor.
Met all albums daarna gaat het altijd een stuk moeizamer. Net iets too much voor mij. Iets te zweverig, arty of gewoon op mijn zenuwen werkend. De bekende haat-liefde verhouding.
Op Utopia zet dat door. Fluitjes, kwetterende vogeltjes. Alsof ik beland ben in de Efteling attractie Droomvlucht.
Yugh, daar is weer zo'n 'sprookjesvergelijking'. Gooi nog even met termen als bosnimf, trolletje of feetje en het feest is compleet.
Toch is het niet helemaal te vermijden voor mij. Björk zweeft er weer fijn op los. De fluit helpt er goed bij. Utopia zet de lijn van de voorgangers voort. Ik heb bewondering voor haar avontuur en lef. Ik zal me alleen nooit helemaal kunnen overgeven aan haar kunst. Waarschijnlijk toch te lastig voor mij. Dit album duurt ook te lang wat mij betreft en ik vind het bij tijd en wijlen wat vermoeiend allemaal.
Mooi? Jazeker, maar ik moet er wel voor in de stemming zijn, en dat is niet nieuw bij Björk. Ik vrees dat ik toch weer snel zal terecht zal komen bij Debut, Post en Homogenic. Het pure genieten doe ik dan wel van haar meer dan schitterende videos die sommige nummers van dit album begeleiden.
Met all albums daarna gaat het altijd een stuk moeizamer. Net iets too much voor mij. Iets te zweverig, arty of gewoon op mijn zenuwen werkend. De bekende haat-liefde verhouding.
Op Utopia zet dat door. Fluitjes, kwetterende vogeltjes. Alsof ik beland ben in de Efteling attractie Droomvlucht.
Yugh, daar is weer zo'n 'sprookjesvergelijking'. Gooi nog even met termen als bosnimf, trolletje of feetje en het feest is compleet.
Toch is het niet helemaal te vermijden voor mij. Björk zweeft er weer fijn op los. De fluit helpt er goed bij. Utopia zet de lijn van de voorgangers voort. Ik heb bewondering voor haar avontuur en lef. Ik zal me alleen nooit helemaal kunnen overgeven aan haar kunst. Waarschijnlijk toch te lastig voor mij. Dit album duurt ook te lang wat mij betreft en ik vind het bij tijd en wijlen wat vermoeiend allemaal.
Mooi? Jazeker, maar ik moet er wel voor in de stemming zijn, en dat is niet nieuw bij Björk. Ik vrees dat ik toch weer snel zal terecht zal komen bij Debut, Post en Homogenic. Het pure genieten doe ik dan wel van haar meer dan schitterende videos die sommige nummers van dit album begeleiden.
Björk - Volta (2007)

3,5
0
geplaatst: 26 april 2007, 21:06 uur
Al eerder schreef ik over Björk dat ik een haat-liefde verhouding met haar heb.
Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik niet verwachtte dat dit album daar verandering in zou brengen, maar de single Earth Intruders deed mij enorm opveren en liet een sprankje hoop over om daar nu eens verandering in te brengen. De meter zou wel eens dik in de afdeling liefde kunnen belanden.
En dan hoor je het album en weet je het weer: haat-liefde was het en haat-liefde zal het blijven.
Aan de ene kant bewonder ik haar als zijnde één van de meest vernieuwende en spannende artiesten van de laatste jaren. Ze durft en ze komt met boeiende dingen en lijkt lak te hebben aan alle wetten in de muziekwereld. Ik hou daar van. Ik vind dat geweldig.
Maar dan die 'haat'. Björk komt bij mij vaak over als zo'n verwend nest in de supermarkt. Zo'n nest dat een snoepje wil van mama. Maar dan weigert mama en gaat het kind drammen en dreinen. En dan is het zo'n monster dat op de grond gaat liggen en boos om zich heen trappen om toch haar zin te krijgen. Het is een associatie die me niet los laat en helaas ook niet op dit album. Dat naast die bewondering. Ik kan het gekoer, gekir en gehijg van mejuffrouw vaak niet velen. Dan denk ik 'doe nu maar weer normaal'. En dan tovert ze de prachtigste dingen uit haar hoge hoed en kan ik alleen maar 'wow' zeggen.
Het zal wel nooit veranderen denk ik (met de hulp van Antony of niet).
Het blijft natuurlijk opmerkelijk dat ik het gezeur van Rufus Wainwright geweldig vind, dat ik het gebibber van Antony waardeer, dat ik de cirkelzaag van Billy Corgan kan waarderen en dat ik de aanstelleritus van Björk regelmatig niet kan velen. Ik ben getraind genoeg als het gaat om lastige stemmen. Helaas blijft het bij deze dame behelpen voor mij.............
Ondanks dat kom ik wel uit op 3,5 en daarmee is het het derde album dat deze score weet te behalen: hoger zit er echt niet in voor welk album dan ook van de dame die mij uitermate weet te boeien en tegelijkertijd ontzettend weet te irriteren.
Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik niet verwachtte dat dit album daar verandering in zou brengen, maar de single Earth Intruders deed mij enorm opveren en liet een sprankje hoop over om daar nu eens verandering in te brengen. De meter zou wel eens dik in de afdeling liefde kunnen belanden.
En dan hoor je het album en weet je het weer: haat-liefde was het en haat-liefde zal het blijven.
Aan de ene kant bewonder ik haar als zijnde één van de meest vernieuwende en spannende artiesten van de laatste jaren. Ze durft en ze komt met boeiende dingen en lijkt lak te hebben aan alle wetten in de muziekwereld. Ik hou daar van. Ik vind dat geweldig.
Maar dan die 'haat'. Björk komt bij mij vaak over als zo'n verwend nest in de supermarkt. Zo'n nest dat een snoepje wil van mama. Maar dan weigert mama en gaat het kind drammen en dreinen. En dan is het zo'n monster dat op de grond gaat liggen en boos om zich heen trappen om toch haar zin te krijgen. Het is een associatie die me niet los laat en helaas ook niet op dit album. Dat naast die bewondering. Ik kan het gekoer, gekir en gehijg van mejuffrouw vaak niet velen. Dan denk ik 'doe nu maar weer normaal'. En dan tovert ze de prachtigste dingen uit haar hoge hoed en kan ik alleen maar 'wow' zeggen.
Het zal wel nooit veranderen denk ik (met de hulp van Antony of niet).
Het blijft natuurlijk opmerkelijk dat ik het gezeur van Rufus Wainwright geweldig vind, dat ik het gebibber van Antony waardeer, dat ik de cirkelzaag van Billy Corgan kan waarderen en dat ik de aanstelleritus van Björk regelmatig niet kan velen. Ik ben getraind genoeg als het gaat om lastige stemmen. Helaas blijft het bij deze dame behelpen voor mij.............
Ondanks dat kom ik wel uit op 3,5 en daarmee is het het derde album dat deze score weet te behalen: hoger zit er echt niet in voor welk album dan ook van de dame die mij uitermate weet te boeien en tegelijkertijd ontzettend weet te irriteren.
Black Francis - Nonstoperotik (2010)
Alternatieve titel: Non Stop Erotik

3,5
0
geplaatst: 11 april 2010, 00:37 uur
Voor Frank Black/Francis Black solo ben ik nooit zo heel erg warm gelopen op het solo-debuut na dan.
Wat het precies is durf ik niet te zeggen: het mist een 'magic touch' die er bij de Pixies blijkbaar wel is (en wat ze onlangs in de HMH nog maar eens dik onderstreepten met hun Doolittle tour).
Het is dan ook dat thebestfreaks me er op attendeerde dat ik dit nieuwe album toch maar eens een kans moest geven.
Dat heb ik dus gedaan met als eindresultaat een zeer kleine 3,5* wat ik eigenlijk ook wel een beetje verwacht had.
Het is allemaal best leuk, maar ik mis ook nu dat kleine beetje extra dat een album tot grotere hoogten weet te stuwen.
Er staan een paar fraai brokjes dynamiet op, maar die blijven toch te veel in de minderheid en het zijn nu ook weer niet van die enorme knallers die je op zich best van de man mag verwachten gezien zijn verrichtingen uit het verleden.
Het grappige is dat herman Pearl Jam er bij haalt en heel eerlijk gezegd ervaar ik dat soms ook wel zo: ik hoor het er wel een beetje in terug (soms nog meer dan Pixies).
Frank Black Francis heeft zijn beste tijd waarschijnlijk wel gehad en zal nooit meer van het Pixies-stempel afkomen en dat is niet zo heel erg als hij lekkere plaatjes als deze maakt. Met een beetje geluk weet hij de boel net nog even iets kruidiger te serveren en dan hebben we gewoon weer een knallend album. Nu doen we het (wederom) met een aardige solo verrichting.
Wat het precies is durf ik niet te zeggen: het mist een 'magic touch' die er bij de Pixies blijkbaar wel is (en wat ze onlangs in de HMH nog maar eens dik onderstreepten met hun Doolittle tour).
Het is dan ook dat thebestfreaks me er op attendeerde dat ik dit nieuwe album toch maar eens een kans moest geven.
Dat heb ik dus gedaan met als eindresultaat een zeer kleine 3,5* wat ik eigenlijk ook wel een beetje verwacht had.
Het is allemaal best leuk, maar ik mis ook nu dat kleine beetje extra dat een album tot grotere hoogten weet te stuwen.
Er staan een paar fraai brokjes dynamiet op, maar die blijven toch te veel in de minderheid en het zijn nu ook weer niet van die enorme knallers die je op zich best van de man mag verwachten gezien zijn verrichtingen uit het verleden.
Het grappige is dat herman Pearl Jam er bij haalt en heel eerlijk gezegd ervaar ik dat soms ook wel zo: ik hoor het er wel een beetje in terug (soms nog meer dan Pixies).
Frank Black Francis heeft zijn beste tijd waarschijnlijk wel gehad en zal nooit meer van het Pixies-stempel afkomen en dat is niet zo heel erg als hij lekkere plaatjes als deze maakt. Met een beetje geluk weet hij de boel net nog even iets kruidiger te serveren en dan hebben we gewoon weer een knallend album. Nu doen we het (wederom) met een aardige solo verrichting.
Black Rebel Motorcycle Club - Baby 81 (2007)

3,5
0
geplaatst: 18 maart 2007, 01:04 uur
Toen in 2001 B.R.M.C van Black Rebel Motorcycle Club verscheen sprak de pers over de terugkeer van de stofzuigersound van The Jesus and Mary Chain.
Toen ik dat hoorde spitste ik mijn oren, want Darklands van deze band is al jaren een zeer favoriet album van mij.
En ja hoor: het debuut van de rebellen vond ik geweldig.
Overweldigend en snoeihard was ook hun optreden op 1 maart 2002 in Nighttown. Degene met wie ik zou gaan werd ziek en ik meen dat Titan er niet naar toe ging (wat ik wel verwacht had), maar ik wilde ze persé live meemaken want deze band was samen met The White Stripes toch wel het meest hot op dat moment en live moest het geweldig zijn.
Dat was het dus ook (en dan vooral ook hard). En alleen genieten ging me ook goed af.
Opvolger Take Them On, On Your Own was wel heel veel meer van hetzelfde en dan net even minder pakkend.
Howl deed zijn naam eer aan, want ik vond het huilen met de pet op.
En nu dan hopelijk weer de terugkeer naar de stevige rock.....
Took Out a Loan brengt je al snel in de sfeer van de eerste twee albums. Het is de bekende, ietwat lome zang (mede door de manier van zingen: nergens lijken de heren voluit te gaan) en het klinkt lekker gruizig. We kunnen weer stof gaan zuigen!!!
Nee, niks nieuws wat de heren laten horen, maar ik moet nu niet gaan zeuren natuurlijk want het is geen tweede Howl op deze manier.
Berlin rockt lekker door. Een heerlijk voorstuwende drive zorgt er dan zeker ook voor dat de motoren van de club stevig blijven ronken. Daarnaast is het ook catchy en daar ben ik blij om want ik miste dat een beetje bij de openingstrack. Dit zijn de nummers die van het debuut zo'n succes maakten. En het is ook lekker puntig: hou ik wel van.
Weapon of Choice is ook lekker kort en daardoor krachtig. Geen oeverloos geneuzel, maar rechttoe rechtaan rock. Beetje smerig, maar dat hoort gewoon zo.
Niks op aan te merken dus. De heren komen overtuigend over: eerlijke muziek met ballen.
Het volgende nummer weet te verrassen. Window heeft iets Beatlesques. Minder vies en voos en wat minder rauwe rock. Uitstekende melodieën maar dan wel nog steeds herkenbaar Black Rebel Motorcycle Club.
Als we dan toch 'nieuwe' dingen willen uitproberen dan hoor ik dit liever dan de probeersels op Howl.
Cold Wind doet me heel erg aan Nirvana denken. En verrek: ik zie dat tondeman dat ook al hoorde.
Het ademt een beetje dezelfde sfeer als die van Nirvana (vooral het intro). Verderop is het toch meer de bekende BRMC-saus die het werk maakt wat het is.
Not What You Wanted is luchtiger van toon. Een prima combi van rock met ik zou bijna zeggen pop.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik wel vind dat ze op een nummer als dit iets te veel van hun eigen sound inleveren waardoor het misschien iets meer standaard klinkt, maar aan de andere kant vind ik het wel een catchy nummer en vind ik het geen gemis dat het nu eens wat minder als typisch BRMC klinkt, want daar ligt toch altijd het gevaar der eentonigheid op de loer.
Tot nu klinkt dit album erg afwisselend op deze manier.
666 Conducer gaat een tandje lager in tempo. Het gaat een beetje aan me voorbij moet ik zeggen. Er gebeuren niet zo heel veel spannende dingen in dit nummer; een euvel waar de band vaker last van heeft op hun albums.
Maar gelukkig opent All You Do Is Talk een heel stuk spannender. Het doet me in de verte een beetje denken aan de pathos van U2. Maar daar ben ik niet vies van. Sterker: ik vind dit een erg sterk nummer, misschien iets te veel richting stadion-stampers als die van U2 of Coldplay, maar er hangt nog genoeg gruis in de lucht om het in goede banen te lijden.
Lien On Your Dreams opent een beetje a la the Stones. Maar zodra de lijzige zang inzet ben ik dat gevoel snel al weer kwijt. Slepende gitaren, voortploeterende rock: we kennen het inmiddels wel maar het is lekker.
Need Some Air is wederom up-tempo voortjakkerende BRMC-rock. Ook hier kan ik me wel vinden in de opmerking van tondeman dat het meer van hetzelfde is. Hierdoor begint er een lichte vermoeidheid te ontstaan, maar toch zijn dit soort nummers wel heel 'cool' (ik ben niet zo van dit soort termen, maar bij deze band is het wel op zijn plaats).
Killing the Light doet me wat aan Soundgarden denken en ook die band heeft te kampen met hetzelfde euvel als deze band en dat is dat een heel album vaak net even too much is. Wederom donker, gruizig en slepend, maar dat kan ik bij elk nummer wel kwijt.
American X is een beetje een nummer waar je langzaam aan van in trance kunt raken. Nu kun je euforisch uit zo'n trance geraken of juist heel suf. Ik vond het een nogal lange zit van ruim 9 minuten. Voor mij is dat echt te veel van het goede en ik kom doodverveeld en na veel geworstel weer boven.
Nou ja, vooruit dan, toch nog een beetje Howl op Am I Only. Het is dat aan het eind de versterkers toch nog even worden opengezet, maar verder vind ik dit een saaie afsluiter.
Het album gaat dus goed afwisselend van start en doet glimlachen vanwege herkenning, maar dan zakt het af naar een wat saaier niveau. Been there, done that.
Voor mijn gevoel een terugkeer na het vorige album, maar de spanning en sensatie van het debuut hoor ik er niet meer in terug en als ik heel eerlijk naar mezelf toe ben moet ik concluderen dat die er van het debuut na die paar jaren ook wel minder op zijn geworden.
Toen ik dat hoorde spitste ik mijn oren, want Darklands van deze band is al jaren een zeer favoriet album van mij.
En ja hoor: het debuut van de rebellen vond ik geweldig.
Overweldigend en snoeihard was ook hun optreden op 1 maart 2002 in Nighttown. Degene met wie ik zou gaan werd ziek en ik meen dat Titan er niet naar toe ging (wat ik wel verwacht had), maar ik wilde ze persé live meemaken want deze band was samen met The White Stripes toch wel het meest hot op dat moment en live moest het geweldig zijn.
Dat was het dus ook (en dan vooral ook hard). En alleen genieten ging me ook goed af.
Opvolger Take Them On, On Your Own was wel heel veel meer van hetzelfde en dan net even minder pakkend.
Howl deed zijn naam eer aan, want ik vond het huilen met de pet op.
En nu dan hopelijk weer de terugkeer naar de stevige rock.....
Took Out a Loan brengt je al snel in de sfeer van de eerste twee albums. Het is de bekende, ietwat lome zang (mede door de manier van zingen: nergens lijken de heren voluit te gaan) en het klinkt lekker gruizig. We kunnen weer stof gaan zuigen!!!
Nee, niks nieuws wat de heren laten horen, maar ik moet nu niet gaan zeuren natuurlijk want het is geen tweede Howl op deze manier.
Berlin rockt lekker door. Een heerlijk voorstuwende drive zorgt er dan zeker ook voor dat de motoren van de club stevig blijven ronken. Daarnaast is het ook catchy en daar ben ik blij om want ik miste dat een beetje bij de openingstrack. Dit zijn de nummers die van het debuut zo'n succes maakten. En het is ook lekker puntig: hou ik wel van.
Weapon of Choice is ook lekker kort en daardoor krachtig. Geen oeverloos geneuzel, maar rechttoe rechtaan rock. Beetje smerig, maar dat hoort gewoon zo.
Niks op aan te merken dus. De heren komen overtuigend over: eerlijke muziek met ballen.
Het volgende nummer weet te verrassen. Window heeft iets Beatlesques. Minder vies en voos en wat minder rauwe rock. Uitstekende melodieën maar dan wel nog steeds herkenbaar Black Rebel Motorcycle Club.
Als we dan toch 'nieuwe' dingen willen uitproberen dan hoor ik dit liever dan de probeersels op Howl.
Cold Wind doet me heel erg aan Nirvana denken. En verrek: ik zie dat tondeman dat ook al hoorde.
Het ademt een beetje dezelfde sfeer als die van Nirvana (vooral het intro). Verderop is het toch meer de bekende BRMC-saus die het werk maakt wat het is.
Not What You Wanted is luchtiger van toon. Een prima combi van rock met ik zou bijna zeggen pop.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik wel vind dat ze op een nummer als dit iets te veel van hun eigen sound inleveren waardoor het misschien iets meer standaard klinkt, maar aan de andere kant vind ik het wel een catchy nummer en vind ik het geen gemis dat het nu eens wat minder als typisch BRMC klinkt, want daar ligt toch altijd het gevaar der eentonigheid op de loer.
Tot nu klinkt dit album erg afwisselend op deze manier.
666 Conducer gaat een tandje lager in tempo. Het gaat een beetje aan me voorbij moet ik zeggen. Er gebeuren niet zo heel veel spannende dingen in dit nummer; een euvel waar de band vaker last van heeft op hun albums.
Maar gelukkig opent All You Do Is Talk een heel stuk spannender. Het doet me in de verte een beetje denken aan de pathos van U2. Maar daar ben ik niet vies van. Sterker: ik vind dit een erg sterk nummer, misschien iets te veel richting stadion-stampers als die van U2 of Coldplay, maar er hangt nog genoeg gruis in de lucht om het in goede banen te lijden.
Lien On Your Dreams opent een beetje a la the Stones. Maar zodra de lijzige zang inzet ben ik dat gevoel snel al weer kwijt. Slepende gitaren, voortploeterende rock: we kennen het inmiddels wel maar het is lekker.
Need Some Air is wederom up-tempo voortjakkerende BRMC-rock. Ook hier kan ik me wel vinden in de opmerking van tondeman dat het meer van hetzelfde is. Hierdoor begint er een lichte vermoeidheid te ontstaan, maar toch zijn dit soort nummers wel heel 'cool' (ik ben niet zo van dit soort termen, maar bij deze band is het wel op zijn plaats).
Killing the Light doet me wat aan Soundgarden denken en ook die band heeft te kampen met hetzelfde euvel als deze band en dat is dat een heel album vaak net even too much is. Wederom donker, gruizig en slepend, maar dat kan ik bij elk nummer wel kwijt.
American X is een beetje een nummer waar je langzaam aan van in trance kunt raken. Nu kun je euforisch uit zo'n trance geraken of juist heel suf. Ik vond het een nogal lange zit van ruim 9 minuten. Voor mij is dat echt te veel van het goede en ik kom doodverveeld en na veel geworstel weer boven.
Nou ja, vooruit dan, toch nog een beetje Howl op Am I Only. Het is dat aan het eind de versterkers toch nog even worden opengezet, maar verder vind ik dit een saaie afsluiter.
Het album gaat dus goed afwisselend van start en doet glimlachen vanwege herkenning, maar dan zakt het af naar een wat saaier niveau. Been there, done that.
Voor mijn gevoel een terugkeer na het vorige album, maar de spanning en sensatie van het debuut hoor ik er niet meer in terug en als ik heel eerlijk naar mezelf toe ben moet ik concluderen dat die er van het debuut na die paar jaren ook wel minder op zijn geworden.
Black Rebel Motorcycle Club - Beat the Devil's Tattoo (2010)

3,0
0
geplaatst: 24 februari 2010, 15:38 uur
Gooi B.R.M.C. , Take Them On, on Your Own, Howl, en Baby 81 op een grote hoop, doe er met een beetje fantasie wat Kasabian bij in de uptempo songs, lekker mengen en je hebt Beat the Devil's Tattoo.
Was er dan zoveel verschil tussen de onderlinge albums? Nee natuurlijk. Het ruige, vuige geluid horen we terug en ook de wat akoestischer, haast country-achtige feel van Howl.
De mannen ploeteren stug door en komen met weinig nieuws op de proppen en toch lukt het ze wel om soms een glimlach op mijn gezicht te toveren, zeker als het gaat om de lekker raggende nummers (Conscience Killer, Mama Taught Me Better). De Howl-achtige nummers (Sweet Feeling, The Toll) doen me net als bij dat album indertijd vrij weinig.
Hoe dan ook: het debuut vond ik geweldig en in die tijd was die cd niet uit mijn speler te branden en daarnaa werd het al snel minder.
Beat the Devil's Tattoo is best een aardig album maar weet zich niet goed te onderscheiden van de voorgangers die ook al erg veel op elkaar leken met uitzondering van Howl.
Ander nadeel is ook wel dat de nummers maar voortgaan en dat het album gevoelsmatig best lang duurt: het sleept maar voort zeg maar (afsluiter Half-State gaat 10 minuten door en had best korter gemogen wat mij betreft).
Black Rebel Motorcycle Club is een beetje een bandje geworden dat het goed doet in mijn iPod shuffle stand: af en toe een nummer voorbij horen komen geeft nog steeds een boost. Een heel album achter elkaar uitzitten gaat mij ondertussen te snel vervelen. Ik denk dat ik gewoon klaar ben met de mannen, maar ergens is er toch iets in mij dat telkens weer terugkomt van die gedachte. Misschien luister ik de laatste tijd wel veel te weinig naar dit soort 'vuile rock' en is het de afwisseling op de rest waar ik momenteel naar luister die het hem dan toch nog weet te doen.
Beat the Devil's Tattoo is niet slecht, maar waarschijnlijk wel wat overbodig geworden en voornamelijk voer voor de grote fans. Om die reden ga ik nu toch een halfje lager zitten dan bij de voorgangers. Heb je er al wat van in huis dan is dit meer van hetzelfde. Heb je er nog nooit wat van gehoord luister dan gewoon naar hun debuut.
Was er dan zoveel verschil tussen de onderlinge albums? Nee natuurlijk. Het ruige, vuige geluid horen we terug en ook de wat akoestischer, haast country-achtige feel van Howl.
De mannen ploeteren stug door en komen met weinig nieuws op de proppen en toch lukt het ze wel om soms een glimlach op mijn gezicht te toveren, zeker als het gaat om de lekker raggende nummers (Conscience Killer, Mama Taught Me Better). De Howl-achtige nummers (Sweet Feeling, The Toll) doen me net als bij dat album indertijd vrij weinig.
Hoe dan ook: het debuut vond ik geweldig en in die tijd was die cd niet uit mijn speler te branden en daarnaa werd het al snel minder.
Beat the Devil's Tattoo is best een aardig album maar weet zich niet goed te onderscheiden van de voorgangers die ook al erg veel op elkaar leken met uitzondering van Howl.
Ander nadeel is ook wel dat de nummers maar voortgaan en dat het album gevoelsmatig best lang duurt: het sleept maar voort zeg maar (afsluiter Half-State gaat 10 minuten door en had best korter gemogen wat mij betreft).
Black Rebel Motorcycle Club is een beetje een bandje geworden dat het goed doet in mijn iPod shuffle stand: af en toe een nummer voorbij horen komen geeft nog steeds een boost. Een heel album achter elkaar uitzitten gaat mij ondertussen te snel vervelen. Ik denk dat ik gewoon klaar ben met de mannen, maar ergens is er toch iets in mij dat telkens weer terugkomt van die gedachte. Misschien luister ik de laatste tijd wel veel te weinig naar dit soort 'vuile rock' en is het de afwisseling op de rest waar ik momenteel naar luister die het hem dan toch nog weet te doen.
Beat the Devil's Tattoo is niet slecht, maar waarschijnlijk wel wat overbodig geworden en voornamelijk voer voor de grote fans. Om die reden ga ik nu toch een halfje lager zitten dan bij de voorgangers. Heb je er al wat van in huis dan is dit meer van hetzelfde. Heb je er nog nooit wat van gehoord luister dan gewoon naar hun debuut.
Black Rebel Motorcycle Club - Howl (2005)

2,5
0
geplaatst: 11 augustus 2005, 17:06 uur
Nou gaat ie dan;
Opener Shuffle Your Feet toont al gelijk aan dat dit andere koek is. Een traag country-getint nummer dat iets te lang doordreint naar mijn smaak.
Titelsong Howl klinkt op zich best fraai, maar ook daar moet ik op den duur een grote gaap onderdrukken. Doorsukkelen naar Devil's Waitin' dan maar. Dit nummer valt op door het gospelachtige zang aan het einde. Beetje Springsteen invloeden ook.
Bij de single Ain't No Easy Way schreef ik al eerder dat ze me daar niet mee wisten te overtuigen. Als ik dit nummer dan na de vorige numers beluister moet ik zeggen dat het het eerste nummer is waar ik nog enigzins bij opveer. Maar de mening blijft: echt overtuigend vind ik het niet.
Still Suspicion Holds You Tight klinkt dan weer als een opvullertje. Het gaat maar door en gaat maar door. Country-invloedje hier, mondharmonica erbij, maar echt spannend wil het maar niet worden.
Fault Line volgt. Mooi rustig gitaarspel, dat wel (maar dat hoor je continue op dit album). En hey, daar komt de mondharmonica weer tevoorschijn. Ik moet wel zeggen dat de zang goed overkomt in dit nummer. Maar helaas al weer een nummer dat niet echt blijft hangen bij mij. Voor je het weet is het dan ook al weer voorbij.
Kunnen we verder met Promise Hier horen we piano voorbijkomen. Dit neigt naar soul. Verwacht ook hier geen tempo-verhoging. Wel uitstekende zang (wederom).
Weight of the World begint lekker. Op de een of andere manier moest ik aan Starsailor denken. Een nummer dat het gemiddelde van dit album weer een beetje omhoog kan trekken.
De akoestische gitaar zet weer in op het country-getinte Restless Sinner. Maar ook hier weer slaat de dreinerigheid toe op den duur. Het kabbelt zo zoetjes voort.
We hoorden al wat gospel-invloeden voorbij komen, maar hier is dan de song met als titel Gospel Song. Jazeker. Een zacht en lieflijk meedeinnummertje, dat na zo'n anderhalve minuut wat pit krijgt. Het zit allemaal erg goed in elkaar, maar u begrijpt het al: het doet mij wederom niet erg veel.
Complicated Situation bevat weer een portie mondharmonica. Ondanks dat het behoorlijk akoestisch is heeft het toch een rauw randje.
Het nummer is voorbij voordat je het doorhebt.
Dan volgt Sympathetic Noose. Wederom goed uitgevoerd nummer. een van de betere op dit album, althans een van mijn "favorieten".
The Line vormt de afsluiter van dit 3e BRMC album. Zouden ze met dit nummer dan flink de pan uit gaan swingen? Nee, uiteraard niet.
Rustig luiden ze deze cd uit met een nummer dat langzaam onder je huid kruipt.
Dan moet er dus een soort van eindconclusie komen. Het is wel duidelijk dat dit album me niet echt heeft weten te boeien tot nu toe. Inderdaad tot nu toe, want ik heb mijn twijfels. Is dit dan misschien zo'n plaat die je gewoon nog heel veel meer moet gaan horen? Maar heb ik daar dan zin in? Nu vind ik het voornamelijk vervelend gedrein.
Ik weet het gewoon niet.
Natuurlijk blonken de 2 vorige albums ook niet uit in speciale, creatieve vondsten. Maar wat rockten die albums heerlijk en wat kwam dat live extra goed over.
Met dit album kunnen ze een compleet nieuw publiek aanboren en dat verdienen ze ook. Het verdient een enorme pluim als je zo'n koerswijziging durft te ondergaan. Daarnaast is het ook erg goed gedaan. Maar ja dan bij mijzelf terugkomend: ik kan er niet veel mee. Ik haak af heet dat dan.
Opener Shuffle Your Feet toont al gelijk aan dat dit andere koek is. Een traag country-getint nummer dat iets te lang doordreint naar mijn smaak.
Titelsong Howl klinkt op zich best fraai, maar ook daar moet ik op den duur een grote gaap onderdrukken. Doorsukkelen naar Devil's Waitin' dan maar. Dit nummer valt op door het gospelachtige zang aan het einde. Beetje Springsteen invloeden ook.
Bij de single Ain't No Easy Way schreef ik al eerder dat ze me daar niet mee wisten te overtuigen. Als ik dit nummer dan na de vorige numers beluister moet ik zeggen dat het het eerste nummer is waar ik nog enigzins bij opveer. Maar de mening blijft: echt overtuigend vind ik het niet.
Still Suspicion Holds You Tight klinkt dan weer als een opvullertje. Het gaat maar door en gaat maar door. Country-invloedje hier, mondharmonica erbij, maar echt spannend wil het maar niet worden.
Fault Line volgt. Mooi rustig gitaarspel, dat wel (maar dat hoor je continue op dit album). En hey, daar komt de mondharmonica weer tevoorschijn. Ik moet wel zeggen dat de zang goed overkomt in dit nummer. Maar helaas al weer een nummer dat niet echt blijft hangen bij mij. Voor je het weet is het dan ook al weer voorbij.
Kunnen we verder met Promise Hier horen we piano voorbijkomen. Dit neigt naar soul. Verwacht ook hier geen tempo-verhoging. Wel uitstekende zang (wederom).
Weight of the World begint lekker. Op de een of andere manier moest ik aan Starsailor denken. Een nummer dat het gemiddelde van dit album weer een beetje omhoog kan trekken.
De akoestische gitaar zet weer in op het country-getinte Restless Sinner. Maar ook hier weer slaat de dreinerigheid toe op den duur. Het kabbelt zo zoetjes voort.
We hoorden al wat gospel-invloeden voorbij komen, maar hier is dan de song met als titel Gospel Song. Jazeker. Een zacht en lieflijk meedeinnummertje, dat na zo'n anderhalve minuut wat pit krijgt. Het zit allemaal erg goed in elkaar, maar u begrijpt het al: het doet mij wederom niet erg veel.
Complicated Situation bevat weer een portie mondharmonica. Ondanks dat het behoorlijk akoestisch is heeft het toch een rauw randje.
Het nummer is voorbij voordat je het doorhebt.
Dan volgt Sympathetic Noose. Wederom goed uitgevoerd nummer. een van de betere op dit album, althans een van mijn "favorieten".
The Line vormt de afsluiter van dit 3e BRMC album. Zouden ze met dit nummer dan flink de pan uit gaan swingen? Nee, uiteraard niet.
Rustig luiden ze deze cd uit met een nummer dat langzaam onder je huid kruipt.
Dan moet er dus een soort van eindconclusie komen. Het is wel duidelijk dat dit album me niet echt heeft weten te boeien tot nu toe. Inderdaad tot nu toe, want ik heb mijn twijfels. Is dit dan misschien zo'n plaat die je gewoon nog heel veel meer moet gaan horen? Maar heb ik daar dan zin in? Nu vind ik het voornamelijk vervelend gedrein.
Ik weet het gewoon niet.
Natuurlijk blonken de 2 vorige albums ook niet uit in speciale, creatieve vondsten. Maar wat rockten die albums heerlijk en wat kwam dat live extra goed over.
Met dit album kunnen ze een compleet nieuw publiek aanboren en dat verdienen ze ook. Het verdient een enorme pluim als je zo'n koerswijziging durft te ondergaan. Daarnaast is het ook erg goed gedaan. Maar ja dan bij mijzelf terugkomend: ik kan er niet veel mee. Ik haak af heet dat dan.
Black Sun Productions - operettAmorale (2005)

3,5
0
geplaatst: 26 april 2010, 19:18 uur
SEX!
Nee dit is niet bedoeld om de aandacht te trekken maar kan totaal niet los gezien worden van Black Sun Productions.
Het begint al bij de hoes die nogal confronterend is zullen we maar zeggen (een of andere alien die aan het penetreren is).
Sla je het boekje open dan zien we al aardig wat fallussen getekend en pijpende kerels en vervolgens komen er nog wat semi-naaktfoto's voorbij van het duo en zien we ook Lydia Lunch en Coil terug.
Pierce en Massimo leerden elkaar in 2001 als begin dertigers kennen en voelden een sterke verwantschap doordat ze beiden in de prostitutie zaten. Het was Coil die hen tesamen bracht en er voor zorgde dat de mannen erachter kwamen dat hun levens heel erg op elkaar leken zonder dat ze elkaar kenden. Allebei waren ze ook groot liefhebber van Bertolt Brecht; Pierce zong nummers van hem als tiener en Massimo speelde toen zijn toneelstukken.
Door hun kennismaking verdween hun werk in de prostitutie en gingen ze zich op andere vlakken uitten waaronder muziek. Sex bleef wel met grote hoofdletters aanwezig en op het podium waren ze nogal shockerend bezig af en toe.
Muziek is een uiting van hun male-bonding en dat willen ze maar wat graag uitstralen. Het is Black Sun Productions aardig gelukt. Misschien is hun fan-zijn van Virgin Prunes, Coil en Marc Almond daar ook wel een reden van. Overigens heb ik dit duo niet leren kennen door mijn liefde voor Almond.
Dit album zelf opent schitterend met Brothel Tango en gaat daarna allerlei kanten op. Soms ongrijpbaar, soms beangstigend en vooral niet alledaags. Coil-fans zullen er vast wat mee kunnen. Voor mij is het soms een beetje overweldigend en kan ik er niet helemaal inkomen; duidelijk gaan de heren dan een tandje te hoog voor mijn kunnen.
Boeiend is het zeer zeker en leuk om Julia Kent op cello hier terug te horen.
Nee dit is niet bedoeld om de aandacht te trekken maar kan totaal niet los gezien worden van Black Sun Productions.
Het begint al bij de hoes die nogal confronterend is zullen we maar zeggen (een of andere alien die aan het penetreren is).
Sla je het boekje open dan zien we al aardig wat fallussen getekend en pijpende kerels en vervolgens komen er nog wat semi-naaktfoto's voorbij van het duo en zien we ook Lydia Lunch en Coil terug.
Pierce en Massimo leerden elkaar in 2001 als begin dertigers kennen en voelden een sterke verwantschap doordat ze beiden in de prostitutie zaten. Het was Coil die hen tesamen bracht en er voor zorgde dat de mannen erachter kwamen dat hun levens heel erg op elkaar leken zonder dat ze elkaar kenden. Allebei waren ze ook groot liefhebber van Bertolt Brecht; Pierce zong nummers van hem als tiener en Massimo speelde toen zijn toneelstukken.
Door hun kennismaking verdween hun werk in de prostitutie en gingen ze zich op andere vlakken uitten waaronder muziek. Sex bleef wel met grote hoofdletters aanwezig en op het podium waren ze nogal shockerend bezig af en toe.
Muziek is een uiting van hun male-bonding en dat willen ze maar wat graag uitstralen. Het is Black Sun Productions aardig gelukt. Misschien is hun fan-zijn van Virgin Prunes, Coil en Marc Almond daar ook wel een reden van. Overigens heb ik dit duo niet leren kennen door mijn liefde voor Almond.
Dit album zelf opent schitterend met Brothel Tango en gaat daarna allerlei kanten op. Soms ongrijpbaar, soms beangstigend en vooral niet alledaags. Coil-fans zullen er vast wat mee kunnen. Voor mij is het soms een beetje overweldigend en kan ik er niet helemaal inkomen; duidelijk gaan de heren dan een tandje te hoog voor mijn kunnen.
Boeiend is het zeer zeker en leuk om Julia Kent op cello hier terug te horen.
Blackfield - Blackfield (2004)

4,0
0
geplaatst: 21 maart 2007, 18:05 uur
Melancholische gitaarrock is wel aan mij besteed. Dus Blackfield moest er ook eens een keer aan geloven.
Ik had echt geen idee wat ik er van moest gaan verwachten en ben er heel erg blanco in gegaan. Of me dat bevallen is zal ik hier proberen te omschrijven.
Opener Open Mind zegt het al: gewoon met een open mind en lekker onbevangen deze band over je heen laten komen. Dat lukt heel aardig met het akoestische begin en als er dan na 1 minuut vol gas gegeven gaat worden op lekker bombastische/symfonische wijze begint het vermoeden als snel te rijzen dat dit wel eens een heel leuk plaatje zou kunnen gaan worden. De eerste klap is een daalder waard nietwaar?!
Blackfield heeft een mooi piano-intro. Voor piano's heb ik altijd wel een zwak. Zeker als dit gegoten is in een vooral erg mooi nummer als dit. Het orgeltje na ruim 3 minuten is overigens ook niet te versmaden. Pompeus? Ja, misschien een beetje, maar met kwalitatieve pompeusheid is helemaal niks mis mee.
Glow heeft wat zweverigs. Melancholie ten top ook. En goed te horen dat het een leuke twist kent na verloop van tijd, hierdoor zakt het niet weg in een niemandalletje maar is het gewoon een ijzersterk nummer.
Scars heeft een wat afwijkender ritme terwijl het toch netjes voortborduurt op de stijl van de eerdere songs op het album. Ik vind de oplevingen in het nummer uiterst aangenaam en het heeft wel wat meeslepends.
Lullaby opent al weer erg goed. Voeg daarbij de ietwat zweverige zang en het plaatje is af. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de zang me niet naar de keel weet te grijpen en dat ik de instrumentatie graag wat echter had willen hebben hier en daar (ik wil een echte cello of strijkers horen potdomme).
Pain is wederom een goed in elkaar zittend nummer. De zang is hier en daar op het randje en blijft een beetje de zwakke schakel, maar echt storend vind ik dat niet, zeker ook omdat ik dit een enorm mooi nummer vind. Maar eerlijk is eerlijk, het bevat ook een zekere vlakheid waardoor het net niet genoeg naar mijn strot weet te grijpen.
Summer is ook een prima nummer met een hemels sfeertje. De scherpe randjes mis ik wederom een klein beetje (ik had het al over vlakheid), want waren die er wel dan was dit album echt een absolute klassieker.
Maar ja echt veel te klagen heb ik nu ook weer niet want het album gaat door met Cloudy Now en dat is zeker geen verkeerde song. Het bevat iets ingehoudends en dat maakt het wel zo spannend.
The Hole in Me heeft een Kate Bush achtig sfeertje (Army Dreamers???). En dan kan je bij mij niet meer stuk. Ik vind het een van de betere nummers van de cd.
Grappig om je album af te sluiten met Hello. En Hello was mijn kennismaking met dit album zeer zeker. Want van begin tot eind is het een aangename luistertrip geworden.
Ik laat de bonus cd even onbesproken, maar deze 10 nummers hebben zeker weten klasse.
Ik had echt geen idee wat ik er van moest gaan verwachten en ben er heel erg blanco in gegaan. Of me dat bevallen is zal ik hier proberen te omschrijven.
Opener Open Mind zegt het al: gewoon met een open mind en lekker onbevangen deze band over je heen laten komen. Dat lukt heel aardig met het akoestische begin en als er dan na 1 minuut vol gas gegeven gaat worden op lekker bombastische/symfonische wijze begint het vermoeden als snel te rijzen dat dit wel eens een heel leuk plaatje zou kunnen gaan worden. De eerste klap is een daalder waard nietwaar?!
Blackfield heeft een mooi piano-intro. Voor piano's heb ik altijd wel een zwak. Zeker als dit gegoten is in een vooral erg mooi nummer als dit. Het orgeltje na ruim 3 minuten is overigens ook niet te versmaden. Pompeus? Ja, misschien een beetje, maar met kwalitatieve pompeusheid is helemaal niks mis mee.
Glow heeft wat zweverigs. Melancholie ten top ook. En goed te horen dat het een leuke twist kent na verloop van tijd, hierdoor zakt het niet weg in een niemandalletje maar is het gewoon een ijzersterk nummer.
Scars heeft een wat afwijkender ritme terwijl het toch netjes voortborduurt op de stijl van de eerdere songs op het album. Ik vind de oplevingen in het nummer uiterst aangenaam en het heeft wel wat meeslepends.
Lullaby opent al weer erg goed. Voeg daarbij de ietwat zweverige zang en het plaatje is af. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de zang me niet naar de keel weet te grijpen en dat ik de instrumentatie graag wat echter had willen hebben hier en daar (ik wil een echte cello of strijkers horen potdomme).
Pain is wederom een goed in elkaar zittend nummer. De zang is hier en daar op het randje en blijft een beetje de zwakke schakel, maar echt storend vind ik dat niet, zeker ook omdat ik dit een enorm mooi nummer vind. Maar eerlijk is eerlijk, het bevat ook een zekere vlakheid waardoor het net niet genoeg naar mijn strot weet te grijpen.
Summer is ook een prima nummer met een hemels sfeertje. De scherpe randjes mis ik wederom een klein beetje (ik had het al over vlakheid), want waren die er wel dan was dit album echt een absolute klassieker.
Maar ja echt veel te klagen heb ik nu ook weer niet want het album gaat door met Cloudy Now en dat is zeker geen verkeerde song. Het bevat iets ingehoudends en dat maakt het wel zo spannend.
The Hole in Me heeft een Kate Bush achtig sfeertje (Army Dreamers???). En dan kan je bij mij niet meer stuk. Ik vind het een van de betere nummers van de cd.
Grappig om je album af te sluiten met Hello. En Hello was mijn kennismaking met dit album zeer zeker. Want van begin tot eind is het een aangename luistertrip geworden.
Ik laat de bonus cd even onbesproken, maar deze 10 nummers hebben zeker weten klasse.
Blackfield - Blackfield II (2007)

4,0
0
geplaatst: 21 maart 2007, 19:56 uur
Wat als een debuut eigenlijk best goed bevalt? Heel simpel: dan ben je uitermate nieuwsgierig naar het vervolg daarop.
Blackfield geeft die kans met een tweede album zonder noemenswaardige titel. Het geeft dan te denken: zou het een logisch en vooral naadloos vervolg gaan worden op dat debuut? En vind ik dat dan ook leuk? Vragen die onbeantwoord blijven als je het niet gaat uitproberen en zo geschiedde.
De toon wordt al gezet (eh getikt) op Once. De zang vind ik net als op het debuut wat vlakjes, maar hey het lijkt wel of de randjes een ietsiepietsie scherper zijn. Of is dat verbeelding?
Dat doet er eigenlijk niet eens zo veel toe: het is gewoon een uitstekende opener (die de voorganger toen ook had) en het zorgt er voor dat ik lekker door wil.
En dat kan uiteraard. 1,000 People is het nummer waarop ik de muzikale Blackfield-trip mee voort kan zetten. En mmmm dat gaat wel erg lekker van start zeg. Heerlijk: alsof het bad helemaal vol is gelopen met warm water, sopje erbij en daar dan vervolgens heerlijk in wegglijden. Heerlijke momenten zijn dat en dit is zo'n heerlijk muzikaal moment. Prachtige orkestratie, melancholisch, melodieus. Mooi mooi mooi.
Miss U is na het vorige nummer dan de warme toevoegende straal water als je bad wat afkoelt. De boel moet immers op temperatuur gehouden worden. Wederom kun je heerlijk genieten en wegdromen. Jezelf mee laten voeren op klanken is toch zo mooi voor ons muziekliefhebbers!
Christenings klinkt eigenlijk behoorlijk toegankelijk en er moet toch haast wel een groot publiek voor zijn. Ik bedoel maar: als velen dol zijn op bands als Keane en Coldplay (en pas op mensen: daar vergelijk ik ze zeker niet mee!!!) dan moet dat hier toch ook kunnen.
Goed in elkaar zittende pop-rock met een flinke scheut melancholie doet het immers altijd goed. Bij mij zeker, want ik geniet stilletjes door tijdens dit nummer.
En doorgenieten is het ook van de dwarrelende gitaarsound op This Killer. Waar ik me op het debuut soms ongemakkelijk voelde bij de vlakke zang daar heb ik er nu eigenlijk geen last van. Het klinkt op dit nummer allemaal heel o.k.
Epidemic heeft de piano als belangrijk middelpunt. Ik zei het al bij het debuut: als er piano wordt toegevoegd ben ik van de partij om het al snel mooi te vinden. De omlijsting / inkleuring van het geheel gebeurt hier ook heel subtiel, en hoe heerlijk is dan de opbouw van het nummer. Het zijn maar kleine dingen, maar als je goed oplet ontdek je een hoop moois. Absoluut een topnummer dit Epidemic.
My Gift of Silence is zeker een kadootje. Het weet je hogerop mee te voeren in een sfeertje waar het heerlijk vertoeven is. Hallo allemaal: ik ben even weg van de wereld, geef me even 4 minuten en dan ben ik daarna weer bij jullie. Laat je meenemen door Geffen en Wilson en geniet..............
Some Day brengt me op de een of andere manier weer met beide benen op de grond. Maar ook hier gaat weer op dat we te maken hebben met een uitstekende compositie. Nergens een noot te veel of te weinig en het is vakmanschap wat hier overheerst.
Where Is My Love? heeft een meeslepende flow. Nergens plamuren ze de boel dicht en toch klinkt het heel vol. Het blijft luchtig en het is knap als je dat voor elkaar krijgt want de boel dichtsmeren of wat bombast aanbrengen kan soms verkeerd uitpakken. Gelukkig is daar hier geen sprake van.
Waar wel sprake van is is het feit dat het laatste nummer er aan zit te komen, nl. End of the World. Hoe moeilijk is het om nog met een nieuwe opmerking te komen als je al 9 keer lovende woorden uit de kast hebt getrokken.
Waar het op de vorige cd net niet lukte om me bij de strot te grijpen, daar lukt het op een nummer als dit dan weer net wel. Hier is sprake van een emotionele en vooral pakkende afsluiter.
Al met al vind ik dit album net even wat sterker dan de voorganger met dat verschil dat hier de verrassing dan weer minder is.
Waar ik de vorige keer een magere 4 uitdeelde daar kan ik nu een volvette 4 geven, met dat verschil dat dit in de toekomst potentie heeft er een halfje bij te krijgen.
Mooie cd!
Blackfield geeft die kans met een tweede album zonder noemenswaardige titel. Het geeft dan te denken: zou het een logisch en vooral naadloos vervolg gaan worden op dat debuut? En vind ik dat dan ook leuk? Vragen die onbeantwoord blijven als je het niet gaat uitproberen en zo geschiedde.
De toon wordt al gezet (eh getikt) op Once. De zang vind ik net als op het debuut wat vlakjes, maar hey het lijkt wel of de randjes een ietsiepietsie scherper zijn. Of is dat verbeelding?
Dat doet er eigenlijk niet eens zo veel toe: het is gewoon een uitstekende opener (die de voorganger toen ook had) en het zorgt er voor dat ik lekker door wil.
En dat kan uiteraard. 1,000 People is het nummer waarop ik de muzikale Blackfield-trip mee voort kan zetten. En mmmm dat gaat wel erg lekker van start zeg. Heerlijk: alsof het bad helemaal vol is gelopen met warm water, sopje erbij en daar dan vervolgens heerlijk in wegglijden. Heerlijke momenten zijn dat en dit is zo'n heerlijk muzikaal moment. Prachtige orkestratie, melancholisch, melodieus. Mooi mooi mooi.
Miss U is na het vorige nummer dan de warme toevoegende straal water als je bad wat afkoelt. De boel moet immers op temperatuur gehouden worden. Wederom kun je heerlijk genieten en wegdromen. Jezelf mee laten voeren op klanken is toch zo mooi voor ons muziekliefhebbers!
Christenings klinkt eigenlijk behoorlijk toegankelijk en er moet toch haast wel een groot publiek voor zijn. Ik bedoel maar: als velen dol zijn op bands als Keane en Coldplay (en pas op mensen: daar vergelijk ik ze zeker niet mee!!!) dan moet dat hier toch ook kunnen.
Goed in elkaar zittende pop-rock met een flinke scheut melancholie doet het immers altijd goed. Bij mij zeker, want ik geniet stilletjes door tijdens dit nummer.
En doorgenieten is het ook van de dwarrelende gitaarsound op This Killer. Waar ik me op het debuut soms ongemakkelijk voelde bij de vlakke zang daar heb ik er nu eigenlijk geen last van. Het klinkt op dit nummer allemaal heel o.k.
Epidemic heeft de piano als belangrijk middelpunt. Ik zei het al bij het debuut: als er piano wordt toegevoegd ben ik van de partij om het al snel mooi te vinden. De omlijsting / inkleuring van het geheel gebeurt hier ook heel subtiel, en hoe heerlijk is dan de opbouw van het nummer. Het zijn maar kleine dingen, maar als je goed oplet ontdek je een hoop moois. Absoluut een topnummer dit Epidemic.
My Gift of Silence is zeker een kadootje. Het weet je hogerop mee te voeren in een sfeertje waar het heerlijk vertoeven is. Hallo allemaal: ik ben even weg van de wereld, geef me even 4 minuten en dan ben ik daarna weer bij jullie. Laat je meenemen door Geffen en Wilson en geniet..............
Some Day brengt me op de een of andere manier weer met beide benen op de grond. Maar ook hier gaat weer op dat we te maken hebben met een uitstekende compositie. Nergens een noot te veel of te weinig en het is vakmanschap wat hier overheerst.
Where Is My Love? heeft een meeslepende flow. Nergens plamuren ze de boel dicht en toch klinkt het heel vol. Het blijft luchtig en het is knap als je dat voor elkaar krijgt want de boel dichtsmeren of wat bombast aanbrengen kan soms verkeerd uitpakken. Gelukkig is daar hier geen sprake van.
Waar wel sprake van is is het feit dat het laatste nummer er aan zit te komen, nl. End of the World. Hoe moeilijk is het om nog met een nieuwe opmerking te komen als je al 9 keer lovende woorden uit de kast hebt getrokken.
Waar het op de vorige cd net niet lukte om me bij de strot te grijpen, daar lukt het op een nummer als dit dan weer net wel. Hier is sprake van een emotionele en vooral pakkende afsluiter.
Al met al vind ik dit album net even wat sterker dan de voorganger met dat verschil dat hier de verrassing dan weer minder is.
Waar ik de vorige keer een magere 4 uitdeelde daar kan ik nu een volvette 4 geven, met dat verschil dat dit in de toekomst potentie heeft er een halfje bij te krijgen.
Mooie cd!
Blackfield - Welcome to My DNA (2011)

3,5
0
geplaatst: 25 maart 2011, 18:11 uur
Melancholische rock deel 3.
De combinatie tussen Aviv Geffen en Steven Wilson werkt al twee albums uitstekend. Solo vind ik Aviv Geffen ook prima, maar dat gemekker van hem werkt soms wat op de zenuwen en Steven Wilson levert ook altijd fijn werk af met zijn bands.
Een derde album is wat mij betreft een welkome aanvulling en zeker als het ook echt wat is en aanvullend werkt.
Oei, daar begint de schoen nu toch wat te wringen: beetje meer van hetzelfde, maar ook ietwat bleker, fletser. Prima nummers, daar niet van van, maar het lijkt of ik deze keer de betovering niet weet te vinden of de betovering mij niet hoe graag ik ook wil.
Het is nog steeds mooie, melancholische, softe rock, maar echt pakken doet het vooralsnog niet en dat gebeurde op de twee voorgangers wel
Misschien is het een soort Blackfield-moeheid, misschien zijn twee albums genoeg en is de 'formule' wat uitgewerkt.
Ik ben nog steeds dol op de instrumentatie zoals ie te horen is in Dissolving with the Night, en het licht oosterse rocktintje in Blood bevalt me ook prima, maar ik mis iets en ik weet alleen niet wat.
Blackfield is altijd wel het brave jongentje in de rockklas geweest, maar dat heeft me nooit zo gestoord. Helaas begint dat nu een beetje te gebeuren.
Nogmaals: het is geen slecht album, integendeel. De heren slagen er wederom in om mooi verzorgde nummers ten gehore te brengen, maar de volgende keer toch graag een koerswijziging, meer peper in de kont of net iets pakkender nummers.
De combinatie tussen Aviv Geffen en Steven Wilson werkt al twee albums uitstekend. Solo vind ik Aviv Geffen ook prima, maar dat gemekker van hem werkt soms wat op de zenuwen en Steven Wilson levert ook altijd fijn werk af met zijn bands.
Een derde album is wat mij betreft een welkome aanvulling en zeker als het ook echt wat is en aanvullend werkt.
Oei, daar begint de schoen nu toch wat te wringen: beetje meer van hetzelfde, maar ook ietwat bleker, fletser. Prima nummers, daar niet van van, maar het lijkt of ik deze keer de betovering niet weet te vinden of de betovering mij niet hoe graag ik ook wil.
Het is nog steeds mooie, melancholische, softe rock, maar echt pakken doet het vooralsnog niet en dat gebeurde op de twee voorgangers wel
Misschien is het een soort Blackfield-moeheid, misschien zijn twee albums genoeg en is de 'formule' wat uitgewerkt.
Ik ben nog steeds dol op de instrumentatie zoals ie te horen is in Dissolving with the Night, en het licht oosterse rocktintje in Blood bevalt me ook prima, maar ik mis iets en ik weet alleen niet wat.
Blackfield is altijd wel het brave jongentje in de rockklas geweest, maar dat heeft me nooit zo gestoord. Helaas begint dat nu een beetje te gebeuren.
Nogmaals: het is geen slecht album, integendeel. De heren slagen er wederom in om mooi verzorgde nummers ten gehore te brengen, maar de volgende keer toch graag een koerswijziging, meer peper in de kont of net iets pakkender nummers.
Blaudzun - Heavy Flowers (2012)

4,5
0
geplaatst: 4 januari 2012, 22:32 uur
Of ik zin had om mee te gaan naar Blaudzun. Dat was ergens in het begin van 2010.
Ja ik had wel van hem gehoord maar was nog niet echt in zijn werk gedoken maar vooruit ik ga mee; goede verhalen over de man gehoord.
In mijn geval staan de cd's dan al zeer snel in de kast en ik raakte er behoorlijk verslaafd aan. Blaudzun vertegenwoordigde toch wel datgene in muziek waar ik altijd een zwak voor heb: theatraal, klagerig en vooral van die heerlijke volle melodieën: pathos op en top. Minder rauw dan 16 Horsepower (een naam die regelmatig valt), een beetje Starsailor, Suede en Buckley. Namen konden genoeg gestrooid worden en live maakte Johannes Sigmond (herken ik nu ook cartoon psychiater Sigmund uit de VK in deze zanger?!) het helemaal waar.
Laten we bij dit album maar gelijk Arcade Fire erbij halen en dan hebben we het namedroppen ook weer gehad.
De pathos is weer terug en dat etaleert Blaudzun volop in opener Flame in My Head om ons vervolgens weer in stilte achter te laten bij de Nocturne-versie van Elephants.
Onderweg hebben we smachtende songs voorbij horen komen, meeslepend maar soms ook opzwepend als in het op Arcade Fire (doe ik het toch weer) lijkende Le Chant des Cigales.
Het is niet voor iedereen weggelegd. Niet iedereen is dol op theatrale gebaren in muziek maar man man man wat kan ik daar maar geen genoeg van krijgen.
Met Heavy Flowers heeft Blaudzun mij in elk geval weer in zijn emotionele greep en mag hij me daar volop blijven vasthouden. On-nederl.... nee dat ga ik niet zeggen.
Dit is gewoon een schitterend album en Blaudzun is een artiest waar we trots op mogen zijn. Heavy Flowers is na het titelloze debuut en Deadrift Soundmachine drie keer vol in de roos.
Ja ik had wel van hem gehoord maar was nog niet echt in zijn werk gedoken maar vooruit ik ga mee; goede verhalen over de man gehoord.
In mijn geval staan de cd's dan al zeer snel in de kast en ik raakte er behoorlijk verslaafd aan. Blaudzun vertegenwoordigde toch wel datgene in muziek waar ik altijd een zwak voor heb: theatraal, klagerig en vooral van die heerlijke volle melodieën: pathos op en top. Minder rauw dan 16 Horsepower (een naam die regelmatig valt), een beetje Starsailor, Suede en Buckley. Namen konden genoeg gestrooid worden en live maakte Johannes Sigmond (herken ik nu ook cartoon psychiater Sigmund uit de VK in deze zanger?!) het helemaal waar.
Laten we bij dit album maar gelijk Arcade Fire erbij halen en dan hebben we het namedroppen ook weer gehad.
De pathos is weer terug en dat etaleert Blaudzun volop in opener Flame in My Head om ons vervolgens weer in stilte achter te laten bij de Nocturne-versie van Elephants.
Onderweg hebben we smachtende songs voorbij horen komen, meeslepend maar soms ook opzwepend als in het op Arcade Fire (doe ik het toch weer) lijkende Le Chant des Cigales.
Het is niet voor iedereen weggelegd. Niet iedereen is dol op theatrale gebaren in muziek maar man man man wat kan ik daar maar geen genoeg van krijgen.
Met Heavy Flowers heeft Blaudzun mij in elk geval weer in zijn emotionele greep en mag hij me daar volop blijven vasthouden. On-nederl.... nee dat ga ik niet zeggen.
Dit is gewoon een schitterend album en Blaudzun is een artiest waar we trots op mogen zijn. Heavy Flowers is na het titelloze debuut en Deadrift Soundmachine drie keer vol in de roos.
Blaudzun - Promises of No Man's Land (2014)

4,5
0
geplaatst: 2 maart 2014, 00:44 uur
Is het de euforie van het zojuist bijgewoonde concert in Rotown? Het plezier om Blaudzun vanaf vinyl te draaien (tijdelijk op gekleurd vinyl en bij de concerten een week voor release al te koop)? Of is dit album gewoon echt zo sterk?!
Het zal een combinatie zijn van alles hier genoemd. Blaudzun gaat verder waar hij gebleven was op Heavy Flowers. Waar ik op het debuut wat Radiohead invloeden hoorde daar is dat nu langzaam opgeschoven richting Arcade Fire (op zijn vorige album eigenlijk al) maar daar doe je Blaudzun dan wel enig onrecht mee denk ik want de man is met zijn band zeker live erg sterk en steekt duidelijk met kop en schouders boven de hedendaagse concurrentie in Nederland uit (misschien ook wel letterlijk want zo klein is Johannes Sigmond zeker niet).
Het album klinkt erg gelaagd en kent een rijke instrumentatie wat het geheel een vol geluid geeft zonder dat het dichtgesmeerd klinkt of te veel bombast kent.
Alles valt perfect op z'n plek waardoor je van het ene naar het andere hoogtepunt gaat. Vraag mij dus niet wat nu het beste nummer is. Zelfs de wals Ocean Floor vind ik geweldig.
Enige minpuntje wellicht is het ontbreken van kleine, breekbare liedjes; iets waar Blaudzun ook goed in is.
We mogen erg trots zijn op deze artiest van eigen bodem en Promises of No Man's Land is gewoon een ijzersterk album geworden. Misschien wel zijn beste tot nu toe.
Het zal een combinatie zijn van alles hier genoemd. Blaudzun gaat verder waar hij gebleven was op Heavy Flowers. Waar ik op het debuut wat Radiohead invloeden hoorde daar is dat nu langzaam opgeschoven richting Arcade Fire (op zijn vorige album eigenlijk al) maar daar doe je Blaudzun dan wel enig onrecht mee denk ik want de man is met zijn band zeker live erg sterk en steekt duidelijk met kop en schouders boven de hedendaagse concurrentie in Nederland uit (misschien ook wel letterlijk want zo klein is Johannes Sigmond zeker niet).
Het album klinkt erg gelaagd en kent een rijke instrumentatie wat het geheel een vol geluid geeft zonder dat het dichtgesmeerd klinkt of te veel bombast kent.
Alles valt perfect op z'n plek waardoor je van het ene naar het andere hoogtepunt gaat. Vraag mij dus niet wat nu het beste nummer is. Zelfs de wals Ocean Floor vind ik geweldig.
Enige minpuntje wellicht is het ontbreken van kleine, breekbare liedjes; iets waar Blaudzun ook goed in is.
We mogen erg trots zijn op deze artiest van eigen bodem en Promises of No Man's Land is gewoon een ijzersterk album geworden. Misschien wel zijn beste tot nu toe.
Blick Bassy - 1958 (2019)

4,0
1
geplaatst: 31 maart 2019, 22:33 uur
Als ik luister naar het nieuwe album van Blick Bassy moet ik denken aan die release van Geoffrey Gurrumul Yunupingu in 2008. Ik krijg er eenzelfde gevoel bij.
Het gaat alleen om het gevoel, want de albums lijken verder niet op elkaar en beide artiesten komen uit compleet verschillende werelddelen. Toch voel ik een soort throwback naar dat jaar omdat ik eenzelfde bijna gelukzalige ervaring heb bij het beluisteren van dit soort muziek.
Een album waar folk en pop een heerlijke 'wereld-saus' overheen gegoten krijgt, maar waar nu ook eens een licht klassiek geluid aan toegevoegd wordt in de vorm in de vorm cello en blaasinstrumenten.
Hier en daar een snik Benjamin Clementine of Sufjan Stevens (er moeten toch in elk geval wat namen genoemd worden om de aandacht te trekken).
Bassy draait zijn hand niet om voor enorm veel stijlen en weet ze op aangename manier met elkaar te vermengen: Afrikaans, Latin en Amerikaans. Het kan allemaal en klinkt zo natuurlijk als wat. Zijn soulvolle zang maakt het af; een aangenaam strelend geluid voor onze oren.
Ik vind 1958 een zeer aangename verrassing. Het is inventief zonder geforceerd over te komen en het geeft me een soort rust zoals ik ervaar bij een duo als Kings of Convenience en de eerder aangehaalde Geoffrey Gurrumul Yunupingu.
Een pareltje dat best door meer mensen ontdekt mag worden wat mij betreft!
Het gaat alleen om het gevoel, want de albums lijken verder niet op elkaar en beide artiesten komen uit compleet verschillende werelddelen. Toch voel ik een soort throwback naar dat jaar omdat ik eenzelfde bijna gelukzalige ervaring heb bij het beluisteren van dit soort muziek.
Een album waar folk en pop een heerlijke 'wereld-saus' overheen gegoten krijgt, maar waar nu ook eens een licht klassiek geluid aan toegevoegd wordt in de vorm in de vorm cello en blaasinstrumenten.
Hier en daar een snik Benjamin Clementine of Sufjan Stevens (er moeten toch in elk geval wat namen genoemd worden om de aandacht te trekken).
Bassy draait zijn hand niet om voor enorm veel stijlen en weet ze op aangename manier met elkaar te vermengen: Afrikaans, Latin en Amerikaans. Het kan allemaal en klinkt zo natuurlijk als wat. Zijn soulvolle zang maakt het af; een aangenaam strelend geluid voor onze oren.
Ik vind 1958 een zeer aangename verrassing. Het is inventief zonder geforceerd over te komen en het geeft me een soort rust zoals ik ervaar bij een duo als Kings of Convenience en de eerder aangehaalde Geoffrey Gurrumul Yunupingu.
Een pareltje dat best door meer mensen ontdekt mag worden wat mij betreft!
Bloc Party - A Weekend in the City (2007)

3,5
0
geplaatst: 14 november 2006, 17:53 uur
Met Song For Clay (Disappear Here) opent het album erg sterk. Een intieme zangpartij die langzaamaan naar een prachtig haast Muse-achtig uptempo bombast gaat. Het doet me een beetje aan de zang van Jarvis Cocker denken. Jarvis goes Muse...........zoiets..........
Goed nummer om mee te beginnen!
Even de radio tunen op Hunting For Witches en we krijgen vervolgens een lekker wat tegendraads nummer (soms hoor ik er Pixies ten tijde van Trompe Le Monde in).
Hier bouwt Bloc Party zijn geluid duidelijk uit. Meer toeters en bellen, maar daar ben ik nog nooit vies van geweest.
Wederom een sterk nummer.
Waiting For The 7.18 lijkt aanvankelijk een mid-tempo song te worden, maar dat verandert na ruim 2 minuten. Dan gaat het gaspedaal naar beneden en krijgen we de heren te horen zoals we dat ook op het debuut mochten beleven.
The Prayer is ook weer zo'n nummer met een geweldige opbouw. Het opent best opvallend om vervolgens langzaam te ontpoppen als een beetje tegendraads gitaar-bandje. Ook hier gaat de band dus weer een stapje verder als op het debuut zonder hun geluid echt te verliezen. En lijkt het nu zo of de zang wat minder opvalt als op het eerste album? Of ligt dat aan mij?
Uniform had op het debuut kunnen staan en is het eerste nummer waar ik weer terugzak in mijn stoel zeg maar. Het pakt me nog niet echt.
On opent weer apart en doet me opveren. Gaat dit weer zo'n goed nummer worden? Ja. Het heeft dus wederom een spanningsboog die mijn aandacht goed weet vast te houden (iets wat niet alle songs van deze band op het debuut wisten te doen).
Dan is daar Where Is Home?. Een nummer waarin de drumpartij mij nogal opvalt. Uitstekend nummer, valt niet veel op aan te merken.
Kreuzberg is ook zo'n nummer dat er niet gelijk inhakt, maar die rustig van start gaat. Heel in de verte doet het me soms een beetje aan U2 denken. Maar niet genoeg om het als een U2-achtige song te kenmerken.
Bij I Still Remember heb ik hetzelfde gevoel als bij Kreuzberg. Een lekker vol en vet gitaargeluid; aanstekelijke rock.
Sunday gaat op drums van start en het is nummer 3 op rij waar U2 heel in de verte doorklinkt. Nu weet ik dat dit een gevaarlijke vergelijking is en misschien voor velen zelfs een reden om ongerust te worden. Maar dat zou niet terecht zijn. Dit nummer wordt nergens episch. Het blijft netjes tussen de lijntjes.
Afsluiter SXRT blijft ruim 2 minuten lang een rustig nummer en als je denkt 'ha een down-tempo afsluiter' blijk je het na 3 minuten toch mis te hebben: dan begint het dus wat bombastisch te worden, maar ook weer op een goede manier. Nergens krijg ik er een vervelend gevoel bij.
Dit is een prima afsluiter die in de laatste seconden weer intiem eindigt.
Heel opmerkelijk is dat ik eigenlijk helemaal niet zat te wachten op een tweede Bloc Party, hoe goed ik die eerste ook vond en nog steeds vind. Voor mijn gevoel was één cd genoeg.
Maar nu ik deze gehoord heb moet ik toch anders concluderen. Deze band toont groei en weet te verrassen en tegelijkertijd niet te vervreemden.
We kunnen dus gaan zeggen dat één van de eerste 2007 releases gelijk al een ijzersterke is!

Goed nummer om mee te beginnen!
Even de radio tunen op Hunting For Witches en we krijgen vervolgens een lekker wat tegendraads nummer (soms hoor ik er Pixies ten tijde van Trompe Le Monde in).
Hier bouwt Bloc Party zijn geluid duidelijk uit. Meer toeters en bellen, maar daar ben ik nog nooit vies van geweest.
Wederom een sterk nummer.
Waiting For The 7.18 lijkt aanvankelijk een mid-tempo song te worden, maar dat verandert na ruim 2 minuten. Dan gaat het gaspedaal naar beneden en krijgen we de heren te horen zoals we dat ook op het debuut mochten beleven.
The Prayer is ook weer zo'n nummer met een geweldige opbouw. Het opent best opvallend om vervolgens langzaam te ontpoppen als een beetje tegendraads gitaar-bandje. Ook hier gaat de band dus weer een stapje verder als op het debuut zonder hun geluid echt te verliezen. En lijkt het nu zo of de zang wat minder opvalt als op het eerste album? Of ligt dat aan mij?
Uniform had op het debuut kunnen staan en is het eerste nummer waar ik weer terugzak in mijn stoel zeg maar. Het pakt me nog niet echt.
On opent weer apart en doet me opveren. Gaat dit weer zo'n goed nummer worden? Ja. Het heeft dus wederom een spanningsboog die mijn aandacht goed weet vast te houden (iets wat niet alle songs van deze band op het debuut wisten te doen).
Dan is daar Where Is Home?. Een nummer waarin de drumpartij mij nogal opvalt. Uitstekend nummer, valt niet veel op aan te merken.
Kreuzberg is ook zo'n nummer dat er niet gelijk inhakt, maar die rustig van start gaat. Heel in de verte doet het me soms een beetje aan U2 denken. Maar niet genoeg om het als een U2-achtige song te kenmerken.
Bij I Still Remember heb ik hetzelfde gevoel als bij Kreuzberg. Een lekker vol en vet gitaargeluid; aanstekelijke rock.
Sunday gaat op drums van start en het is nummer 3 op rij waar U2 heel in de verte doorklinkt. Nu weet ik dat dit een gevaarlijke vergelijking is en misschien voor velen zelfs een reden om ongerust te worden. Maar dat zou niet terecht zijn. Dit nummer wordt nergens episch. Het blijft netjes tussen de lijntjes.
Afsluiter SXRT blijft ruim 2 minuten lang een rustig nummer en als je denkt 'ha een down-tempo afsluiter' blijk je het na 3 minuten toch mis te hebben: dan begint het dus wat bombastisch te worden, maar ook weer op een goede manier. Nergens krijg ik er een vervelend gevoel bij.
Dit is een prima afsluiter die in de laatste seconden weer intiem eindigt.
Heel opmerkelijk is dat ik eigenlijk helemaal niet zat te wachten op een tweede Bloc Party, hoe goed ik die eerste ook vond en nog steeds vind. Voor mijn gevoel was één cd genoeg.
Maar nu ik deze gehoord heb moet ik toch anders concluderen. Deze band toont groei en weet te verrassen en tegelijkertijd niet te vervreemden.
We kunnen dus gaan zeggen dat één van de eerste 2007 releases gelijk al een ijzersterke is!

Bloc Party - Hymns (2016)

3,0
0
geplaatst: 26 januari 2016, 19:00 uur
Bloc Party of toch Kele solo dit Hymns?!
De scherpe randen zijn volledig verdwenen en daarvoor in de plaats is het nu pop met een dance randje, of dance met een poprandje. Rock? Moeten we ons best voor doen om dat te horen.
Op zich prima, maar daarvoor hebben we toch al die solo albums van Kele, en waren die dan zo geweldig?
Met de beginperiode van de band heeft dit niet veel te maken.
Nummers als Only He Can heal Me zijn ronduit irritant. Op The Good News proberen ze een Damon Albarn te doen..... of zoiets.... en Fortress lijkt nog mee te willen liften op deuntjes die we nu onderhand wel kennen (Jamie Woon en consorten).
En Exes?! Lijkt wel een Chris Martin deuntje voor de laatste Coldplay platen....
Niks mis met een koerswijziging, maar deze snap ik niet helemaal door de al eerder aangehaalde solo-projecten, maar ook de wat zoutloze deuntjes.
Als je je verstand op nul zet is het misschien wel aardige achtergrondmuziek in de auto of zo, maar of je daar je album mee kunt verkopen valt ernstig te betwijfelen.
Ik zou zeggen: doorploeteren met die solo-albums Kele. Bloc Party is nu wel klaar.
De scherpe randen zijn volledig verdwenen en daarvoor in de plaats is het nu pop met een dance randje, of dance met een poprandje. Rock? Moeten we ons best voor doen om dat te horen.
Op zich prima, maar daarvoor hebben we toch al die solo albums van Kele, en waren die dan zo geweldig?
Met de beginperiode van de band heeft dit niet veel te maken.
Nummers als Only He Can heal Me zijn ronduit irritant. Op The Good News proberen ze een Damon Albarn te doen..... of zoiets.... en Fortress lijkt nog mee te willen liften op deuntjes die we nu onderhand wel kennen (Jamie Woon en consorten).
En Exes?! Lijkt wel een Chris Martin deuntje voor de laatste Coldplay platen....
Niks mis met een koerswijziging, maar deze snap ik niet helemaal door de al eerder aangehaalde solo-projecten, maar ook de wat zoutloze deuntjes.
Als je je verstand op nul zet is het misschien wel aardige achtergrondmuziek in de auto of zo, maar of je daar je album mee kunt verkopen valt ernstig te betwijfelen.
Ik zou zeggen: doorploeteren met die solo-albums Kele. Bloc Party is nu wel klaar.
Blood Orange - Freetown Sound (2016)

4,0
0
geplaatst: 29 juni 2016, 22:19 uur
Falling Off the Lavender Bridge (onder de naam Lightspeed Champion) is nooit erg goed geland bij mij en daarom bleef het daarbij en heb ik Dev Hynes gelaten voor wat het was.
Totdat de interesse ontstond voor dit nieuwe album vanwege de single Augustine en de indrukwekkende rij gast vocalisten zoals Debby Harry, Carly Rae Jespen en Nelly Furtado (dan heb ik ze nog niet eens allemaal genoemd).
Er staat zelfs een sample op van een transgender die een monoloog voert zoals te horen in de documentaire Paris Is Burning uit 1990.
But You doet em zelfs een beetje aan Michael Jackson denken.
Ook is het moeilijk te duiden in welke hoek we dit album moeten zoeken. Is het pop? disco? soul? indie? het zweeft er allemaal heel licht tussendoor en dat maakt het een aangename luistertrip.
Hoog tijd om die eerste maar weer eens te draaien en opnieuw te oordelen. Dit album bevalt me namelijk heel goed.
Totdat de interesse ontstond voor dit nieuwe album vanwege de single Augustine en de indrukwekkende rij gast vocalisten zoals Debby Harry, Carly Rae Jespen en Nelly Furtado (dan heb ik ze nog niet eens allemaal genoemd).
Er staat zelfs een sample op van een transgender die een monoloog voert zoals te horen in de documentaire Paris Is Burning uit 1990.
But You doet em zelfs een beetje aan Michael Jackson denken.
Ook is het moeilijk te duiden in welke hoek we dit album moeten zoeken. Is het pop? disco? soul? indie? het zweeft er allemaal heel licht tussendoor en dat maakt het een aangename luistertrip.
Hoog tijd om die eerste maar weer eens te draaien en opnieuw te oordelen. Dit album bevalt me namelijk heel goed.
Bloody Beach - Boys (2017)

4,0
0
geplaatst: 13 augustus 2017, 14:35 uur
Wist u dat flamingos helemaal hip zijn deze zomer? De flamingo zwembanden vliegen ons om de oren op de stranden, een leuke flamingo in de tuin en u hoort erbij, plus wat geinige flamingo-printjes op de kleding zijn het helemaal in 2017.
Zet dus flamingos op de hoes en noem je tweede album Boys. Ga vervolgens googelen op Bloody Beach - Boys, en je komt uit bij dat bandje waar ik persoonlijk niet zo veel mee kan. Die van het surfen zeg maar. Bloody Beach Boys... snapt u wel? Geinig!
Of het opzet is weet ik niet. Gek genoeg wist de hoes toch mijn aandacht te trekken eens wat meer over deze band te weten te komen. Het blijken Noren uit de regenstad Bergen te zijn. Ze maken een aangename mix van (psychedelische) pop, rock, dub en afrobeat. De oprichters van de band vonden dat hun druilerige stad wel wat nieuws kon gebruiken en zo werd de term "tropidelica" geboren.
Laten we eerlijk zijn: flamingos associeer je niet met de stad Bergen. Maar maken Arne, Chris, Anders, Kim en Erlend het ook waar?
Jazeker: lekkere poprock met de genoemde randjes er doorheen gemengd. Ietwat zagerige zang die me af en toe een beetje aan The Strokes doen denken. Psychedelisch, maar niet te dik erop en dat geldt voor alle genres die terug te horen zijn. Daardoor geen bonte toverbal, maar redelijk strakke nummers die aangenaam in het gehoor liggen. Beetje zweverig, maar zeker niet té waardoor je je een hippie voelt.
Muziek waar de zoals altijd tegenvallende zomer een fijne oppepper van krijgt.
Zomers, maar niet heppiedepeppie zomers, losjes, maar strak genoeg om niet uit de baan te vliegen.
Lekker en leuk. Nu maar hopen dat flamingos nog even hip blijven en dat de muziek na de zomer ook nog weet te beklijven. Tot nu toe gooi ik Boys nog even op repeat.
Zet dus flamingos op de hoes en noem je tweede album Boys. Ga vervolgens googelen op Bloody Beach - Boys, en je komt uit bij dat bandje waar ik persoonlijk niet zo veel mee kan. Die van het surfen zeg maar. Bloody Beach Boys... snapt u wel? Geinig!
Of het opzet is weet ik niet. Gek genoeg wist de hoes toch mijn aandacht te trekken eens wat meer over deze band te weten te komen. Het blijken Noren uit de regenstad Bergen te zijn. Ze maken een aangename mix van (psychedelische) pop, rock, dub en afrobeat. De oprichters van de band vonden dat hun druilerige stad wel wat nieuws kon gebruiken en zo werd de term "tropidelica" geboren.
Laten we eerlijk zijn: flamingos associeer je niet met de stad Bergen. Maar maken Arne, Chris, Anders, Kim en Erlend het ook waar?
Jazeker: lekkere poprock met de genoemde randjes er doorheen gemengd. Ietwat zagerige zang die me af en toe een beetje aan The Strokes doen denken. Psychedelisch, maar niet te dik erop en dat geldt voor alle genres die terug te horen zijn. Daardoor geen bonte toverbal, maar redelijk strakke nummers die aangenaam in het gehoor liggen. Beetje zweverig, maar zeker niet té waardoor je je een hippie voelt.
Muziek waar de zoals altijd tegenvallende zomer een fijne oppepper van krijgt.
Zomers, maar niet heppiedepeppie zomers, losjes, maar strak genoeg om niet uit de baan te vliegen.
Lekker en leuk. Nu maar hopen dat flamingos nog even hip blijven en dat de muziek na de zomer ook nog weet te beklijven. Tot nu toe gooi ik Boys nog even op repeat.
Blue Guitars - While Away the Time: 1990-1994 (2017)

4,0
0
geplaatst: 9 december 2017, 18:07 uur
Shellfish blijf ik één van de beste platen van eigen bodem vinden. Helaas niet verkrijgbaar op vinyl, maar gelukkig kan ik mijn cd ook nog koesteren.
Wel op vinyl is deze verzamelaar waar ze een cd aan toegevoegd hebben met 3 bonustracks: een Bowie-cover en twee Nederlandstalige nummers onder de naam Blauwe Gitaren.
Ook nu weer weten ze me te verwonderen hoe goed dit allemaal nog steeds klinkt. Die heerlijk kristalheldere gitaarpartijen en de ietwat zeurderige zang. Zo lekker allemaal.
Sommige nummers kan ik wel dromen, de nummers van het debuut kende ik nog niet (het enige album die ik nooit gehoord heb van de drie).
Blue Guitars was ooit een goed bewaard geheim uit Deventer en ik denk dat ze dat nog steeds wel zijn, maar mogen ze daar met deze verzamelaar dan eindelijk eens verandering in gaan brengen?
Wel op vinyl is deze verzamelaar waar ze een cd aan toegevoegd hebben met 3 bonustracks: een Bowie-cover en twee Nederlandstalige nummers onder de naam Blauwe Gitaren.
Ook nu weer weten ze me te verwonderen hoe goed dit allemaal nog steeds klinkt. Die heerlijk kristalheldere gitaarpartijen en de ietwat zeurderige zang. Zo lekker allemaal.
Sommige nummers kan ik wel dromen, de nummers van het debuut kende ik nog niet (het enige album die ik nooit gehoord heb van de drie).
Blue Guitars was ooit een goed bewaard geheim uit Deventer en ik denk dat ze dat nog steeds wel zijn, maar mogen ze daar met deze verzamelaar dan eindelijk eens verandering in gaan brengen?
Blue Hawaii - Untogether (2013)

3,5
0
geplaatst: 25 februari 2013, 19:40 uur
Na een Blooming Summer is Blue Hawaii (Raphaelle Standell-Preston en Alex Cowan) blijkbaar Untogether.
Ze spelen qua hoes in elk geval fijn leentjebuur bij Placebo en beelden het thema goed uit.
Muzikaal hebben ze verder weinig van doen met de androgene rock van Placebo.. Blue Hawaii staat voor kabbelende golfjes aanspoelend op een zonovergoten strand.
De lucht is blauw, het zonnetje warm en het strand verlaten. Een beetje mijmerend met je blote voeten door het iets te warme zand in een loom tempo op weg naar niets.
Het heeft allemaal wat tropisch zoals een bandje als jj dat ook heeft. Opvallend dat de landen waar beide duo's daar eigenlijk maar weinig mee van doen hebben. Ze staan in elk geval niet bekend als plezierige zomeroorden.
Untogether is luchtige pop met een flinke portie electronische bliepjes. Niets voor echte electro-fans denk ik en best pittig voor de verstokte pop-liefhebber.
Maar wie wel wat kan met chillwave en aanverwanten zal aan Blue Hawaii zeker geen verkeerde hebben: lieve muziek voor lieve mensjes.
Zet de bloemetjes maar op tafel en doe een huppeldansje. Het mag. Het kan. Ik huppel vrolijk mee
Ze spelen qua hoes in elk geval fijn leentjebuur bij Placebo en beelden het thema goed uit.
Muzikaal hebben ze verder weinig van doen met de androgene rock van Placebo.. Blue Hawaii staat voor kabbelende golfjes aanspoelend op een zonovergoten strand.
De lucht is blauw, het zonnetje warm en het strand verlaten. Een beetje mijmerend met je blote voeten door het iets te warme zand in een loom tempo op weg naar niets.
Het heeft allemaal wat tropisch zoals een bandje als jj dat ook heeft. Opvallend dat de landen waar beide duo's daar eigenlijk maar weinig mee van doen hebben. Ze staan in elk geval niet bekend als plezierige zomeroorden.
Untogether is luchtige pop met een flinke portie electronische bliepjes. Niets voor echte electro-fans denk ik en best pittig voor de verstokte pop-liefhebber.
Maar wie wel wat kan met chillwave en aanverwanten zal aan Blue Hawaii zeker geen verkeerde hebben: lieve muziek voor lieve mensjes.
Zet de bloemetjes maar op tafel en doe een huppeldansje. Het mag. Het kan. Ik huppel vrolijk mee

Blue Note Plays Prince (2005)

2,0
0
geplaatst: 2 juli 2007, 22:33 uur
Reijersen zou me vertellen of het de moeite waard was. Nu is Reijersen wel vaker slecht te peilen op de site en zo lag daar opeens post op de musicmeter-deurmat: een kadootje om uit te pakken zeg maar. Of hij daarmee wilde zeggen dat het inderdaad goed was durf ik niet te zeggen. De wegen van Reijersen zijn soms ondoorgrondelijk 
Uiteraard gelijk uitgepakt en gedraaid. Na de eerste beluistering (op moment van schrijven ben ik aan de tweede beurt begonnen) durf ik het toch wel aan om er meer over te zeggen en daarmee de nieuwsgierigheid van EVANSHEWSON en eventueel andere users te bevredigen.
Bij de eerste tonen van When Doves Cry vroeg ik mijn partner of hij dit herkende. Nee, was het antwoord. Wel sloeg het aan geloof ik maar dat kan komen door het wat glibberige klarinet-geluid à la Kenny G. Oei, wat zeg ik nu? Ja Kenny G: glad, glibberig en niet voor mijn oren bestemd. Jammer, want Cassandra Wilson vind ik zo slecht nog niet. Toen ik vertelde dat het een Prince-cover-album was kreeg ik als antwoord slechts 'O' (m.a.w. lekker belangrijk).
Het instrumentale Venus De Milo is een opmerkelijke keuze gezien het feit het ook een instrumentaal 'tussendoortje' op Parade is. De cover is redelijk herkenbaar en heeft een beetje hetzelfde zoete geluid als het origineel. Ik voel me een beetje zitten in een goedkoop restaurant dat zich beter wil voordoen dan het is. Of loop ik nu juist in een woonmall op zoek naar die ene hippe bank?
Diamonds and Pearls is het favoriete nummer van partner aERo en dit werd wel gelijk opgepikt. Maar ja Phil Perry & Everette Harp zijn geen Prince & Rosie Gaines en jakkes daar is die glibberige klarinet weer. Dus ik natuurlijk vragen: hoe vind je dit? Antwoord: Niks. Duidelijk lijkt me...
Het is niet allemaal kommer en kwel op dit album. 1999 is hier een instrumentaal nummer geworden. Prince zelf zou het live zo kunnen brengen in één van zijn vele aftershows. Het swingt als een tierelier en het funkt alle kanten op door de blazers; lekker jazzy gitaartje erdoorheen en dit kan mijn goedkeuring dan weer wel krijgen.
Purple Rain wordt er een beetje doorheen gejast (het is hier ook beduidend korter in lengte). Noem het een beetje Norah Jones-achtige popjazz. Niet echt slecht, maar het voegt bitter weinig toe aan het origineel.
Kiss krijgt een sleazy tintje mee. Weg met die originele kale arrangementen moeten ze gedacht hebben. Het heeft wel wat moet ik zeggen. Jazz? Jazzy (met een klein snufje hip-hop). Meer niet.
Electric Chair schuurt dicht tegen het origineel aan. Ook hier is het een instrumentaal nummer geworden dat heel vaag doet denken aan de late Miles Davis. Electronische rock-jazz of iets dergelijks.
Van alle nummers vond ik zelf The Ballad of Dorothy Parker het slechtst te herkennen. Dit nummer heeft een grondige verbouwing gekregen. Het is een beetje een nerveus nummer geworden waar ik bepaald niet rustig van word. Bedenk daarbij dat ik het origineel hoog heb zitten en dan is het lastig, erg lastig om goed mee uit de verf te komen.
The Question of U is dan weer beter geslaagd in mijn beleving. Zwoele nachtclub-jazz en prima gezongen. Iets warmer misschien dan het origineel, alleen is dat origineel wel een enorme Prince-favoriet van mij dus het is lastig concurreren, maar vooruit: ik kan dit wel geslaagd noemen.
Power Fantastic is lang een bekend nummer in het bootleg-circuit geweest eer het terecht kwam op de verzamelaar The Hits/The B-Sides. Bekend, omdat men dacht dat het een samenwerking tussen Prince en Miles Davis was. Dat was uiteraard een hoop eer voor Atlanta Bliss die in werkelijkheid de trompet voor zijn rekening nam. En deze cover? Een hoop geneuzel waar ik niet veel mee kan. Het werkt me (wederom) op mijn zenuwen.
Conclusie? Leuk om zo te horen, verstandig om tijdens een tweede draaibeurt al te voorzien van mijn mening, want ik verwacht niet dat ik dit nog vaak voor mijn plezier ga opzetten. Echt beroerd is het allemaal niet, maar mijn stukje taart is het zeker niet.

Uiteraard gelijk uitgepakt en gedraaid. Na de eerste beluistering (op moment van schrijven ben ik aan de tweede beurt begonnen) durf ik het toch wel aan om er meer over te zeggen en daarmee de nieuwsgierigheid van EVANSHEWSON en eventueel andere users te bevredigen.
Bij de eerste tonen van When Doves Cry vroeg ik mijn partner of hij dit herkende. Nee, was het antwoord. Wel sloeg het aan geloof ik maar dat kan komen door het wat glibberige klarinet-geluid à la Kenny G. Oei, wat zeg ik nu? Ja Kenny G: glad, glibberig en niet voor mijn oren bestemd. Jammer, want Cassandra Wilson vind ik zo slecht nog niet. Toen ik vertelde dat het een Prince-cover-album was kreeg ik als antwoord slechts 'O' (m.a.w. lekker belangrijk).
Het instrumentale Venus De Milo is een opmerkelijke keuze gezien het feit het ook een instrumentaal 'tussendoortje' op Parade is. De cover is redelijk herkenbaar en heeft een beetje hetzelfde zoete geluid als het origineel. Ik voel me een beetje zitten in een goedkoop restaurant dat zich beter wil voordoen dan het is. Of loop ik nu juist in een woonmall op zoek naar die ene hippe bank?
Diamonds and Pearls is het favoriete nummer van partner aERo en dit werd wel gelijk opgepikt. Maar ja Phil Perry & Everette Harp zijn geen Prince & Rosie Gaines en jakkes daar is die glibberige klarinet weer. Dus ik natuurlijk vragen: hoe vind je dit? Antwoord: Niks. Duidelijk lijkt me...
Het is niet allemaal kommer en kwel op dit album. 1999 is hier een instrumentaal nummer geworden. Prince zelf zou het live zo kunnen brengen in één van zijn vele aftershows. Het swingt als een tierelier en het funkt alle kanten op door de blazers; lekker jazzy gitaartje erdoorheen en dit kan mijn goedkeuring dan weer wel krijgen.
Purple Rain wordt er een beetje doorheen gejast (het is hier ook beduidend korter in lengte). Noem het een beetje Norah Jones-achtige popjazz. Niet echt slecht, maar het voegt bitter weinig toe aan het origineel.
Kiss krijgt een sleazy tintje mee. Weg met die originele kale arrangementen moeten ze gedacht hebben. Het heeft wel wat moet ik zeggen. Jazz? Jazzy (met een klein snufje hip-hop). Meer niet.
Electric Chair schuurt dicht tegen het origineel aan. Ook hier is het een instrumentaal nummer geworden dat heel vaag doet denken aan de late Miles Davis. Electronische rock-jazz of iets dergelijks.
Van alle nummers vond ik zelf The Ballad of Dorothy Parker het slechtst te herkennen. Dit nummer heeft een grondige verbouwing gekregen. Het is een beetje een nerveus nummer geworden waar ik bepaald niet rustig van word. Bedenk daarbij dat ik het origineel hoog heb zitten en dan is het lastig, erg lastig om goed mee uit de verf te komen.
The Question of U is dan weer beter geslaagd in mijn beleving. Zwoele nachtclub-jazz en prima gezongen. Iets warmer misschien dan het origineel, alleen is dat origineel wel een enorme Prince-favoriet van mij dus het is lastig concurreren, maar vooruit: ik kan dit wel geslaagd noemen.
Power Fantastic is lang een bekend nummer in het bootleg-circuit geweest eer het terecht kwam op de verzamelaar The Hits/The B-Sides. Bekend, omdat men dacht dat het een samenwerking tussen Prince en Miles Davis was. Dat was uiteraard een hoop eer voor Atlanta Bliss die in werkelijkheid de trompet voor zijn rekening nam. En deze cover? Een hoop geneuzel waar ik niet veel mee kan. Het werkt me (wederom) op mijn zenuwen.
Conclusie? Leuk om zo te horen, verstandig om tijdens een tweede draaibeurt al te voorzien van mijn mening, want ik verwacht niet dat ik dit nog vaak voor mijn plezier ga opzetten. Echt beroerd is het allemaal niet, maar mijn stukje taart is het zeker niet.
Blur - Blur (1997)

3,5
0
geplaatst: 19 februari 2007, 14:36 uur
Na The Great Escape was ik een beetje uitgekeken op Blur. Aanvankelijk vond ik dat een heerlijk album, maar de sjeuigheid ging er op een gegeven moment gewoon van af.
Later is dat weer bijgetrokken en toen vond ik het ook wel tijd worden om dit album eens te gaan beluisteren (die ik ten tijde van uitkomen links liet liggen).
Uiteraard kende ik de singles wel: Beetlebum vond ik gewoon Blur op zijn best en over het schreeuwerige Song 2 kon ik me maar geen mening vormen. Was dit nu leuk of was dit nu pure rubbish. Eigenlijk ben ik daar nog steeds niet helemaal uit.
Verder is dit een album waar ik net als bij The Great Escape een beetje op twee gedachten hink. Aan de ene kant staan er pakkende nummers op, maar aan de andere kant gaat het wat langs me heen.
Wat dat aan gaat vond ik het hierna allemaal wat spannender worden. Ik zie dit album dan ook een beetje als schakelmoment in de discografie van de band.
Later is dat weer bijgetrokken en toen vond ik het ook wel tijd worden om dit album eens te gaan beluisteren (die ik ten tijde van uitkomen links liet liggen).
Uiteraard kende ik de singles wel: Beetlebum vond ik gewoon Blur op zijn best en over het schreeuwerige Song 2 kon ik me maar geen mening vormen. Was dit nu leuk of was dit nu pure rubbish. Eigenlijk ben ik daar nog steeds niet helemaal uit.
Verder is dit een album waar ik net als bij The Great Escape een beetje op twee gedachten hink. Aan de ene kant staan er pakkende nummers op, maar aan de andere kant gaat het wat langs me heen.
Wat dat aan gaat vond ik het hierna allemaal wat spannender worden. Ik zie dit album dan ook een beetje als schakelmoment in de discografie van de band.
Blur - Modern Life Is Rubbish (1993)

4,0
0
geplaatst: 19 februari 2007, 15:49 uur
Hoogstaande Britpop.
In dit jaar begon het bij mij wat te broeien. Grunge en andere aanverwante Amerikaanse rock had ik nu wel een beetje gehoord. Ik wilde meer en vooral wat anders...
Het debuut-album van Suede en dit Modern Life is Rubbish van Blur waren de eerste voortekenen dat die veranderingen er aan zaten te komen (pas in de 2 jaren hierna begon het pas echt goed los te barsten).
Hier klinkt Blur lekker fris en puur. Geen probeersels of rare fratsen (die ik op de laatste albums overigens wel waardeer), maar gewoon puntige Britpop.
Leuk om zo af en toe nog eens op te zetten en even terug te denken aan die 'woelige Britpoptijd' (soms is overdrijven ook wel eens leuk).
In dit jaar begon het bij mij wat te broeien. Grunge en andere aanverwante Amerikaanse rock had ik nu wel een beetje gehoord. Ik wilde meer en vooral wat anders...
Het debuut-album van Suede en dit Modern Life is Rubbish van Blur waren de eerste voortekenen dat die veranderingen er aan zaten te komen (pas in de 2 jaren hierna begon het pas echt goed los te barsten).
Hier klinkt Blur lekker fris en puur. Geen probeersels of rare fratsen (die ik op de laatste albums overigens wel waardeer), maar gewoon puntige Britpop.
Leuk om zo af en toe nog eens op te zetten en even terug te denken aan die 'woelige Britpoptijd' (soms is overdrijven ook wel eens leuk).
Blur - The Ballad of Darren (2023)

4,0
1
geplaatst: 19 juli 2023, 10:36 uur
Na al die projecten van Damon Albarn is een nieuwe Blur toch best wel weer verrassend. Het is immers al weer wat jaartjes geleden toen The Magic Whip het licht zag.
In de jaren '90 deed Blur me meer dan hoe Think Tank of The Magic Whip bij me aankwamen. Toch lopen mijn beoordelingen niet erg uiteen. De beleving is denk ik wat veranderd in de loop der jaren en dat is nu bij The Ballad of Darren niet heel veel anders. Of toch wel?! Het lijkt of dit album qua plezier bij mij als luisteraar en ongetwijfeld ook bij de band zelf meer richting die van de jaren '90 gaat. Het klinkt wat losser, niet zo geforceerd. Toch de invloed van Graham Coxon?!
Wederom een album met uiteenlopende nummers: wat ruiger (St. Charles Square), de triestige ballad (The Everglades (For Leonard)), wat meer pop, maar altijd typisch Blur. Vooral nummers met een kop en staart. Nummers die me goed smaken en ik zag dit niet eens als een release om enorm naar uit te kijken. Dat zijn meestal dan toch de leuke verrassingen als blijkt dat het leuker is dan verwacht. Dat ik eigenlijk totaal niet meer verrast word en dat ik bepaalde melodie lijntjes wel erg herkenbaar vind (Goodbye Albert) doet niks af aan de plezierbeleving.
In Barbaric zingen ze 'We have lost that feeling that we never thought we’d lose' en zo is het maar net als je The Ballad of Darren beluistert.
De zomer is nog in volle gang en daar past dit album heel goed bij. Kort, maar krachtig. Weer even terug in de jaren '90: welkom terug Blur!
In de jaren '90 deed Blur me meer dan hoe Think Tank of The Magic Whip bij me aankwamen. Toch lopen mijn beoordelingen niet erg uiteen. De beleving is denk ik wat veranderd in de loop der jaren en dat is nu bij The Ballad of Darren niet heel veel anders. Of toch wel?! Het lijkt of dit album qua plezier bij mij als luisteraar en ongetwijfeld ook bij de band zelf meer richting die van de jaren '90 gaat. Het klinkt wat losser, niet zo geforceerd. Toch de invloed van Graham Coxon?!
Wederom een album met uiteenlopende nummers: wat ruiger (St. Charles Square), de triestige ballad (The Everglades (For Leonard)), wat meer pop, maar altijd typisch Blur. Vooral nummers met een kop en staart. Nummers die me goed smaken en ik zag dit niet eens als een release om enorm naar uit te kijken. Dat zijn meestal dan toch de leuke verrassingen als blijkt dat het leuker is dan verwacht. Dat ik eigenlijk totaal niet meer verrast word en dat ik bepaalde melodie lijntjes wel erg herkenbaar vind (Goodbye Albert) doet niks af aan de plezierbeleving.
In Barbaric zingen ze 'We have lost that feeling that we never thought we’d lose' en zo is het maar net als je The Ballad of Darren beluistert.
De zomer is nog in volle gang en daar past dit album heel goed bij. Kort, maar krachtig. Weer even terug in de jaren '90: welkom terug Blur!
Blur - The Magic Whip (2015)

4,0
0
geplaatst: 20 april 2015, 22:15 uur
Twaalf jaar wachten en ondertussen getrakteerd op solo-werk, Gorillaz enzovoort.
Liefhebbers van Damon Albarn hadden in principe niks te klagen, maar niks zo leuk als een nieuwe Blur natuurlijk en ook al werd er regelmatig op gezinspeeld, het leek alsof het telkens in de koelkast verdween om er nooit uit te komen. Maar zie: we worden op een koud ijsje getrakteerd! The Magic Whip is nu gewoon een feit.
Het is een redelijk relaxed album geworden met genoeg spannende dingen zoals we van Albarn en de mannen gewend zijn. Hij neemt z'n bagage van alle andere projecten wel degelijk mee, maar nergens voert dat de boventoon. Het is zeer zeker geen 'zie mij eens een hoop gedaan hebben en dat pas ik nu eens toe'.
Heel subtiel hoor je wel wat elementen terug, maar The Magic Whip is toch echt heel duidelijk een Blur album als je het mij vraagt en ik moet onwillekeurig aan The Great Escape denken.
Misschien niet heel opwindend als in 'flinke uitspattingen'. Het klinkt allemaal redelijk bedaard maar beslist niet saai. I Broadcast is zelfs ouderwetse Blur fun en schroeft het tempo wat omhoog en ik vind veel nummers een warm geluid hebben. Als ik dan toch een lekker cliché mag gebruiken: dit is zo'n lekker fris zomerbriesje op één van de eerste aarzelende zomerdagen. Daarmee zeg ik niet dat we een 'tropisch geluid' of iets dergelijks voorgeschoteld krijgen. Dit lijkt me een zeer fijne soundtrack te gaan worden voor het begin van de zomer waar alles nog lekker pril is en we nog een hoop moois voor de boeg hebben. Althans, dat is telkens weer de hoop.
The Magic Whip is zoiets. Typisch Blur: genoeg om eens lekker te gaan ontdekken de komende tijd en als dat dan een beetje gelukt is kan er rustig genoten gaan worden van een band die z'n sporen al lang en breed verdiend heeft maar zeker nog meetelt in het huidige muzieklandschap.
The Magic Whip is een mooie aanvulling op hun discografie. Jammer dat de vinyl-versie zo ongelooflijk duur is.
Liefhebbers van Damon Albarn hadden in principe niks te klagen, maar niks zo leuk als een nieuwe Blur natuurlijk en ook al werd er regelmatig op gezinspeeld, het leek alsof het telkens in de koelkast verdween om er nooit uit te komen. Maar zie: we worden op een koud ijsje getrakteerd! The Magic Whip is nu gewoon een feit.
Het is een redelijk relaxed album geworden met genoeg spannende dingen zoals we van Albarn en de mannen gewend zijn. Hij neemt z'n bagage van alle andere projecten wel degelijk mee, maar nergens voert dat de boventoon. Het is zeer zeker geen 'zie mij eens een hoop gedaan hebben en dat pas ik nu eens toe'.
Heel subtiel hoor je wel wat elementen terug, maar The Magic Whip is toch echt heel duidelijk een Blur album als je het mij vraagt en ik moet onwillekeurig aan The Great Escape denken.
Misschien niet heel opwindend als in 'flinke uitspattingen'. Het klinkt allemaal redelijk bedaard maar beslist niet saai. I Broadcast is zelfs ouderwetse Blur fun en schroeft het tempo wat omhoog en ik vind veel nummers een warm geluid hebben. Als ik dan toch een lekker cliché mag gebruiken: dit is zo'n lekker fris zomerbriesje op één van de eerste aarzelende zomerdagen. Daarmee zeg ik niet dat we een 'tropisch geluid' of iets dergelijks voorgeschoteld krijgen. Dit lijkt me een zeer fijne soundtrack te gaan worden voor het begin van de zomer waar alles nog lekker pril is en we nog een hoop moois voor de boeg hebben. Althans, dat is telkens weer de hoop.
The Magic Whip is zoiets. Typisch Blur: genoeg om eens lekker te gaan ontdekken de komende tijd en als dat dan een beetje gelukt is kan er rustig genoten gaan worden van een band die z'n sporen al lang en breed verdiend heeft maar zeker nog meetelt in het huidige muzieklandschap.
The Magic Whip is een mooie aanvulling op hun discografie. Jammer dat de vinyl-versie zo ongelooflijk duur is.
