MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bedroom Eyes - The Long Wait Champion (2010)

poster
3,5
Categorie: 'baroque pop'.

Iedereen die mij de afgelopen tijd een beetje heeft gevolgd weet dat ik dan ongetwijfeld rechtop ga zitten en dat de oren gespitst gaan worden. Doet u mij nog maar een portie baroque! Het kan niet zwierig genoeg wat mij betreft.
Maar in het grote aanbod releases is het toch ook een weg zoeken en dan biedt MySpace altijd wel een beetje richting: koortjes, viooltje, beetje rammel pop-rock en dan weet ik genoeg. Bedroom Eyes krijgt een grote kans, want als mijn gevoel na zo'n MySpace bezoekje zegt dat Belle and Sebastian-achtige pop wel eens mijn deel zou kunnen zijn als ik het hele album beluister dan is dit een must-have met achteraf hopelijk een aERo-proof sticker en daarmee een tip voor de andere zwieresque liefhebbers of mensen die genieten van indie popliedjes met een lichte rammeligheid die het allemaal spannend weten te houden.
De Zweedse Jonas Jonsson is de naam achter Bedroom Eyes en levert met The Long Wait Champion een heerlijk lentefris album af waar aardig wat afgetokkeld wordt door de strijkers die ook menigmaal van zich laten horen door net even dat extra strijkje te leveren dat albums als deze zo charmant maken; want charmant is het!
Het is knap als je weet op te vallen in het enorme indie-spelersveld waar artiesten gebruik maken van authentieke, klassiek getinte instrumenten (want naast strijkers horen we ook blazers terug). Er zijn er namelijk zoveel van en het klinkt allemaal niet bepaald vernieuwend. Dat hoeft ook niet: als het fijn in je oren klinkt dan is het goed. Wat ik dan wel weer jammer vind is dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat deze release net een paar maanden te laat plaatsvindt. Dit is zoals gezegd echt een lente-plaatje in mijn oren terwijl als ik naar buiten kijk ik toch echt constateer dat de herfst al staat te trappelen (ja, vroeg dit jaar, maar helaas is het zo). De hoes werkt dit gevoel natuurlijk extra in de hand.

Misschien dat dit album een beetje snel in de vergetelheid gaat raken door een verkeerde timing? Of is dit flauwekul? Albums moeten toch een heel jaar kunnen aanslaan? Jazeker. Maar dan zijn dat ook wel de echt grote releases. Blijvertjes. Dat weet ik zo net nog niet bij Bedroom Eyes. Ik zie hem nog niet zo 1-2-3 een Belle and Sebastian-achtige status verwerven. Ik ervaar trouwens ook een beetje een Jens Lekman gevoel.
Hoe dan ook is dit voor nu een leuk album dat prettig in het gehoor ligt en dan zien we later wel weer of het een blijvertje is ja of nee.

Before You Die… - Spastic Dance (2010)

poster
3,5
Wat als 16 Horsepower naar Zweden zou afreizen en daar Nick Cave plus Kaizers Orchestra zou uitnodigen inclusief wat jonge hippe folkbandjes van nu (Mumford & Sons en consorten om eens iets te noemen)?
Dan krijg je misschien iets in de trant van deze Spastic Dance waar de banjo weer eens een grote hoofdrol krijgt.
*Zucht* zal nu door menig huiskamer klinken en eerlijk gezegd had ik dat ook wel een beetje. Zeker ook omdat we niks nieuws horen op dit album en Before You Die… niet echt iets weet toe te voegen aan het muzikale landschap.
Toch is het zo'n slecht album nog niet. Je zou toch echt gaan twijfelen of het land Zweden wel klopt maar dat is toch echt zo! Gothenburg is de basisstad van dit gezelschap dat folk een klein beetje mengt met blues.
Nogmaals: weinig nieuws onder de horizon maar het is goed gebracht en dat is tegenwoordig ook wel wat waard.

Beirut - Gallipoli (2019)

poster
3,5
Gulag Orkestar was in 2006 een heerlijke kennismaking met Zach Condon, ofwel Beirut. Het had iets verfrissends en paste zeker qua opvallende zang helemaal in mijn voorkeursstraatje.
Een jaar later was het wederom raak met The Flying Club Cup.

En eigenlijk was alles wat daarna verscheen (inclusief EP's) meer dan de moeite waard, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik daar nauwelijks nog naar luister, in tegenstelling tot de eerste twee albums.

De titeltrack Gallipoli wist mijn aandacht in elk geval voldoende te vangen om toch wel uit te kijken naar de release van dit vijfde album alweer. Deze keer klokt het niet een half uur zoals de vorige twee, maar drie kwartier. Genoeg om te blijven boeien. Te veel Beirut is en blijft ook wel weer een soort opgave.

Gallipoli blijkt een uitstekend album, maar weet me niet echt te verrassen. De sound is inmiddels zo herkenbaar. En gek genoeg weet het me vooralsnog ook nog niet helemaal in een enorme hoera stemming te brengen, iets wat ik vooraf wel verwacht had. Misschien toch een beetje Beirut-verzadiging?! Het zou kunnen natuurlijk. Of misschien moet ik dit gewoon echt heel veel gaan draaien. Het kan ook liggen aan het feit dat ik er wat vullers op ontwaar. Niet alles is even schitterend als de titeltrack of I Giardini (prachtnummer!).

Het is zeker een mooie aanvulling op al zijn voorgaande albums, maar de nieuwigheid is er een beetje vanaf en daarmee ook de betovering. Desondanks is het zeker wel genieten en blijft Beirut een bijzonder apart geluid hebben waar je wat mee hebt of niet.

Beirut - The Flying Club Cup (2007)

poster
4,0
Goed. Beirut......

Ik heb er al het een en ander over vermeld en na toch best al wat draaibeurten begin ik het album nu steeds beter te kennen.
In A Call To Arms hebben we slechts een appetizer te pakken: even opletten allemaal Condon neemt een aanloopje van 18 seconden richting zijn nieuwe album dat pas echt van start gaat met Nantes. Horen we een nieuwe richting? Kunnen de Gulag Orkestar-haters het nog een keer proberen. Nee, niet bepaald. We horen weer die kenmerkende zweverige klaagzang met wat oosterse geluiden gevormd door de trompet, accordeon en wat al niet meer, ook te horen op de vorige cd. Ik had het al over een zeer licht, nieuw toegevoegd tintje en ik noemde dat Joie de Vivre. Tja, een beetje Parijs in de Balkan zo stel ik me dat voor. Iets minder platteland, iets meer stads. Een vriendelijk nummer dat qua vriendelijkheid overtroffen wordt door het zwierige walsje genaamd A Sunday Smile. Vraag je geliefde ten dans en maak de dansvloer op beschaafde manier onveilig. Het orkest wiegt vrolijk met je mee, de massa verdwijnt naar de achtergrond en wordt één met de bewegingen. Een heerlijke roes is je deel.
Op Guyamas Sonora is het dan wel gedaan lijkt het. Iedereen weer terug naar zijn/haar plaats om heel voorzichtig toch weer op te starten en al snel weer het ritme te hervatten. De blazers vormen een grote hoofdrol en de tamboerijn is volop van de partij. Het tempo wordt naarmate het nummer vordert steviger en het geluid voller.
La Banlieu opent met een geluidsband gevolgd door een bel waardoorheen de accordeon en blazers het overnemen. Het klinkt allemaal iets strakker dan op Gulag Orkestar. Ook hier weer de neiging om Parijs naar voren te halen in mijn geheugen. Het zijn nummers als deze die een lichte koerswijziging aangeven.
Ook Cliquot krijgt een frans tintje door met name die accordeon. Hier zingt Condon ook wat minder zweveriger en een heel stuk helderder. Het is een lekkere wals met fantastisch vioolspel.
Het op banjo openende The Penalty doet een beetje aan Sufjan Stevens denken. Toch is het geluid van Beirut zo herkenbaar dat hij die vergelijking moeiteloos weer van tafel kan vegen. Het is dat unieke geluid waarmee hij velen het hart wist te veroveren en hier doet hij dat ook weer. Ja, de verrassing is echt weg, dat dan weer wel. Maar ik denk dat velen het niet eens erg zullen vinden en blij zijn een nieuwe dosis Beirut op hun bordje te krijgen.
Forks And Knives (La Fête) heeft ook iets minder 'balkan-achtigs' (alhoewel het er zeker nog is). Zoals ik al vermelde lijkt de muziek zich nu wat meer in de stad af te spelen, althans het klinkt net even wat stadser. Geen boerenbruiloften maar feestjes in grand-cafées.
In The Mausoluem heeft een helder geluid en klinkt opeens heel fris en fruitig. Als ik dit zo hoor vind ik het toch wel wat jammer dat Beirut de stapjes voorwaarts toch nog redelijk klein heeft gehouden. Hier vind ik namelijk wel dat de stap groter en gedurfder is. Nadeel is misschien wel dat het wat toegankelijker lijkt te klinken. Zelf wil ik het geen nadeel noemen want ik heb daar geen moeite mee, maar ik kan me voorstellen dat Gulag Orkestar-liefhebbers dat wel een beetje hebben. Voor mij is dit nummer een groeier: viel het de eerste luisterbeurten nog niet echt op, daar is dit langzamerhand wel een favoriet gaan worden.
Un Dernier Verre (Pour la Route) klinkt een stuk kleiner en daardoor erg goed. Minder fratsen en frutsels. Kaler en daardoor laat het wel zijn schoonheid goed horen. Een prachtig klein straatje in Parijs, en schuin boven dat grand-café is een woning waar het raam openstaat en de klanken van een jongeman op piano te horen zijn. En hoor: halverwege start de muziek in het café er onder en versmelten de klanken tot een prachtig geheel.
Cherbourg heeft de accordeon ook wat meer op de voorgrond, maar de blazers blijven in de buurt evenals de klagerige zang. Bij dit nummer wil ik soms mijn aandacht wel eens verliezen maar ook hier geldt: veel luisteren doet wonderen (het klokkenspel weet mijn aandacht toch weer snel te vangen).
De banjo opent St. Apollonia en de trompet begeleidt zwoel, klaaglijk en troostrijk tegelijk. Condon zet in en de toon wordt er niet vrolijker door. Maar ja, zoals te verwachten zet ook hier het orkest weer grandioos in en blijkt er na de bekende regen die o zo bekende zonneschijn te komen. Met in de verte een Amélie-echo komt het dan toch weer goed.
Het Sufjan Stevens-achtige The Flying Club Cup weet het album op vrolijke wijze tot een goed einde te brengen. Het fliedert en fladdert allemaal flink in de rondte en het doet een mens glimlachen.
Ik geef toe dat de eerste draaibeurten niet zo veel deden bij mij: meer van hetzelfde is het eerste wat ik dacht. De koerswijziging is ook niet al te groot (het had van mij groter mogen wezen), maar op de een of andere manier kwam ik er achter dat ik alweer naar dit album zat te luisteren en nog een keer en nog een keer en eigenlijk vond ik het steeds lekkerder worden.
Hopelijk blijft dit zo, want in dat geval hebben we toch een zeer grootse najaarsrelease te pakken en zal het ongetwijfeld weer voer voor vele jaarslijstjes gaan worden. Ook die van mij? Daar durf ik nu nog geen uitspraak over te doen: daarvoor duurt het jaar nog iets te lang.

Beirut - The Rip Tide (2011)

poster
4,0
Ruim een half uur nieuwe Beirut. Het is niet veel maar het lijkt wel of steeds meer artiesten afstappen van lange albums die maar blijven gaan en kiezen voor kort maar krachtig.
En dat is The Rip Tide toch wel (overigens waren de eerste twee albums ook niet zo lang). Ook de hoes is er eentje van 'laten we het simpel houden', iets wat we vaker tegenkomen de laatste tijd lijkt het wel.
Over het gebodene kan ik kort zijn: het sluit prima aan op de voorgangers maar om nu te zeggen dat het nog verrast. Nee.

Het is meer van hetzelfde en het lijkt of de stekeligheden er een beetje uit zijn. Dat is niet erg, want het zijn stuk voor stuk mooie liedjes en ik ben blij dat het album kort is omdat het daardoor zijn charme wat beter weet te behouden. Die lengte maakt zelfs de kracht deze keer.

Met The Rip Tide laat Beirut zien een gevestigde naam te zijn en blijven en zal hij er niet veel nieuwe zieltjes mee winnen maar er ook niet veel verliezen denk ik.

De versies die nu op het net rondgaan laten vaak het nieuwe nummer 'Port of Call' horen i.p.v. 'Cuixmala'. Op dit moment is mij nog niet helemaal duidelijk hoe dat nu zit maar daar zullen we snel achter komen denk ik zo.
Ook de hoes zie je terugkomen in verschillende kleurstellingen (groenig en bruinig). Voorlopig gaan we maar uit van de versie die de site van Beirut zelf aangeeft (maar waar ik het lettertype minder scherp vind uitkomen, dat terzijde). Dat geldt ook voor de verwarring rondon Cuixmala / Port of Call (of zou het gewoon hetzelfde nummer zijn?).

Fijn plaatje, leuk om weer wat nieuwe nummers aan de collectie toe te voegen en meer niet. Ik ben nog niet uitgekeken op Beirut leert deze nieuwe worp me in elk geval.

Bell Orchestre - As Seen Through Windows (2009)

poster
3,0
Het vorige album van Bell Orchestre draai ik nooit meer.
Heel eerlijk gezegd ben ik het indertijd gaan draaien door de connectie met The Arcade Fire en hun optreden in Nighttown.
Maar ondanks het feit dat ik het een prima album vond is het blijkbaar niet blijven hangen.
Toch bood myspace genoeg voer om dit nieuwe album een kans te geven.

Stripes is al een intrigrerende opener. Wat is dit eigenlijk? Noise, onheilspellende klanken met ver op de achtergrond toch wat symfonische muziek? Ik vind het vrij ondefinieerbaar maar daardoor is het wel een prima lokkertje om er eens even voor te gaan zitten allemaal.
Alsof we ons in een warzone bevinden zo opent Elephants. Vervolgens lijken we wel mee gevoerd te worden op een stadsjungle. Stap voor stap is het doorploeteren onder begeleiding van stampende blazers en felle strijkers die op hun viool harken; ze lijken wel woedend af en toe. De enige vocalen zijn een op de achtergrond meegalmend koortje die meer als instrument fungeren en vaak onderbroken worden door allerhande noise voortgebracht door drums en flageolet spelende viool. Het lijkt totale chaos en toch klinkt het strak. Soms oerlelijk, soms erg mooi.
Icicles / Bicycles gaat desolaat van start. De viool straalt eenzaamheid uit in deze soms zo lelijke wereld. Het nummer komt op mij wat naargeestig en donker over en is wel een stuk rustiger dan het vorige. Vrolijk kan ik er niet van worden maar ook dit weet me wel te boeien. Pas aan het einde lijkt er een flinterdun zonnestraaltje door te breken maar dan is het al te laat om mijn gemoed te doen omslaan want Water / Light / Shifts neemt het over. Dit lijkt haast wel een ruim drie minuten durend intermezzo. Het heeft in elk geval meer een bindende functie dan dat het op mij overkomt als een op zichzelf staand nummer.
Bucephalus Bouncing Ball gaat dan ook naadloos door en is wat experimenteel met het potten & pannen geluid dat het uitstraalt. Mij doet dit nummer eigenlijk bitter weinig. Het zal best wel experimenteel zijn maar ik vind de begeleidende melodietjes die om het gerammel heen gedrapeerd zijn eigenlijk het enige echt interessante hieraan.
As Seen Through Windows duurt een ruime 8 minuten en doet me in het intro een beetje aan de laatste Björk denken. Bij dit nummer begint mijn aandacht te veel te verslappen en hoor ik een herhaling van zetten. Altijd gevaarlijk op albums als deze want dit moet snel rechttrekken wil je verder nog iets met zo'n album aankunnen.
The Gaze moet het album dus redden van een ondergang en gelukkig gaat het al energiek van start. Alsof Beirut door een kudde olifanten achterna wordt gezeten zo opzwepend klinkt het en er zijn in de verte wel wat van die balkan geluiden hoorbaar. Lekker nummer en hieruit blijkt wel weer dat het allemaal niet zo lang hoeft te duren: kort maar krachtig doet het hier uitstekend.
Dark Lights start jazzy met dank aan de bas. Dat jazz-gevoel blijft eigenlijk het hele nummer wel hangen en het bevalt me wel. Tegen het eind gaat het nummer bijna weer even op hol maar deze keer wordt er snel op de rem gestapt.
Slotnummer Air Lines / Land Lines klinkt weer als modern klassiek strijkkwartet en is met zijn ruime 11 minuten het langste nummer van dit album.
Ook hier treedt er na verloop van tijd een flinke versnelling in doordat er flink gas gegeven wordt. Het doet het nummer goed want het blijft er speels door en heeft een lekker einde op deze manier.
Het hele album is wel speels te noemen maar als ik dat woord zie denk ik ook gelijk aan licht en luchtig en dat is het zeker niet. Het is best een zit en je kunt dit niet op elk moment 'eventjes opzetten'.
Avontuurlijk is het zeer zeker en dat zorgt er voor dat ik geboeid weet te blijven.

Belle and Sebastian - Belle and Sebastian Write About Love (2010)

Alternatieve titel: Write About Love

poster
4,0
Belle and Sebastian Write About Love.....

Belle and Sebastian is vrolijkheid ten top.....

Belle and Sebastian is melancholie.....

Belle and Sebastian is pop met een warme gloed.....

Belle and Sebastian is 'de plaatselijke muziekschool in actie'..... (o nee, die is niet van mij, maar hoorde ik ooit als opmerking en is me altijd bijgebleven).

Velen betreurden het vertrek van Isobel Campbell en vonden dat hoorbaar aan de kwaliteit. Velen vonden de laatste albums een slag minder dan de eerste. Zelf beschouw ik Dear Catastrophe Waitress nog steeds als mijn favoriet, dus ik wijk daar wat van af blijkbaar, alhoewel ik de eerste albums ook zeer hoog heb zitten.
Eigenlijk heb ik heel Belle and Sebastian hoog zitten en ik was ook aangenaam verrast door het project God Help the Girl dat ik kwalitatief behoorlijk goed vond.
Toen bekend werd dat dit album eraan zat te komen was ik benieuwd of ze terug zouden gaan naar hun 'oude sound' of dat ze toch dicht bij de latere albums in de buurt zouden blijven.
Nu ik Write About Love gehoord heb vind ik dat een moeilijk te beantwoorden vraag. Ik hoor beiden er wel in eigenlijk. Ook hoor ik dat er eigenlijk maar bitter weinig is veranderd. Belle and Sebastian lijkt onderhand een genre op zichzelf geworden en Write About Love bevestigt dat alleen maar.
Eerlijk is eerlijk: het is gewoon meer van hetzelfde en misschien dat het daardoor ook wat minder fris overkomt dan de eerste albums die in die tijd heel bijzonder waren. Stuart Murdoch en zijn gezelschap staan nog steeds garant voor uitstekende nummers en ik kan me voorstellen dat er verzadiging aan het optreden is voor veel fans. Als dan ook Norah Jones meedoet zullen er misschien wel extra wenkbrauwen gefronst worden (want Norah is inmiddels wel erg mainstream geworden). Overigens staat Little Lou, Ugly Jack, Prophet John ook op haar 'nieuwe' album genaamd Featuring...

Voor mij is dit nieuwe album een prettige aanvulling op de rest van de discografie en ben ik vooral blij dat er überhaupt een nieuw album is verschenen want ik kreeg op een gegeven moment het gevoel dat het vorige album The Life Pursuit misschien wel eens hun laatste zou zijn.
Dat is gelukkig niet zo en daardoor kunnen we genieten van heerlijke songs als Calculating Bimbo, I Want the World to Stop, The Ghost of Rockschool en Read the Blessed Pages om er maar eens een paar te noemen.
Misschien dat een aantal nummers wat veel lijken op ouwetjes van de band, maar dat neem ik wel voor lief.

Ik ben weer helemaal 'in love' en daar mag Belle and Sebastian zeker over schrijven!

En die 'plaatselijke muziekschool in actie'?! Dat heb ik altijd een achterlijke opmerking gevonden

Belle and Sebastian - Girls in Peacetime Want to Dance (2015)

poster
4,5
Belle and Sebastian Write About Love, het vorige wapenfeit, bleek een leuk plaatje, maar er ontstond toch ook wel wat verzadiging. Meer van hetzelfde en misschien ook wel niet sterk genoeg om zich te kunnen meten met de eerste albums.
Nu lukt dat nog maar heel weinig artiesten dus misschien moeten we dat bij Belle and Sebastian ook maar eens loslaten.

En toen verscheen The Party Line, die gedurfd anders klonk, en of dat nu wel bevalt of niet: het valt wel te prijzen.
Het tweede nummer dat het levenslicht zag was Nobody's Empire, hier de opener van het album, en daar horen we toch weer de o zo vertrouwde sound.
En als ik dit nummer het album hoor openen besef ik toch wel dat dit de sound is waar ik ooit zo van ben gaan houden. 'Alsof ik naar een groepje van de lokale muziekschool zit te kijken' hoorde ik ooit van iemand die niets op had met Stuart Murdoch en companen.
Ik vond het beledigend want als iemand lieflijke, pakkende en vooral warme liedjes weet te schrijven...

Dan blijft toch de vraag wat de andere nummers gaan doen op dit nieuwe album.

Allie is misschien een goed signaal: wat rauwere gitaren die vermengd worden in de bekende sound. Een wat druk liedje ook wel maar man hier wordt een mens toch wel weer vrolijk van. Lentemuziek bij uitstek terwijl we op die lente nog lang op zullen moeten wachten.

The Party Line vaart een andere koers, een koers die ik wel spannend vind ook al mis ik het lieflijke wel een beetje. De reacties op dit nummer waren dan ook gemengd. Ik sluit me aan bij de voorstanders. Dit swingt lekker de pan uit en die discosaus geeft het nummer net dat beetje nodige pit waar het heel soms wel een beetje aan ontbreekt bij B&S en zeker ten tijde van hun vorige album.

The Power of Three dan. Het borduurt voort op het geluid van The Party Line. Een wat cheesy jaren '70 discogeluid alsof damesduo Baccara herrezen is. Misschien komt het door de vrouwelijke vocalen (Emily Browning van God Help the Girl wellicht?! Of toch gewoon Sarah Martin... hopelijk geeft de hoes met info straks uitkomst).

Tijdens The Cat with the Cream blijf ik me doorlopend afvragen op welk oud B&S nummer dit nu toch lijkt? Murdoch neemt de vocalen weer over in dit zoete liedje dat vol details zit. Aardig wat lagen in een op het eerste gehoor wat simpel lijkend nummer.

En ja hoor: daar is de foute jaren '70 pop/disco weer terug op Enter Sylvia Plath en wat vind ik dit dan toch lekker, hoe fout ook! He is misschien even wennen allemaal maar ik prijs Murdoch enorm door deze switch. Het helpt natuurlijk wel dat ik niet vies ben van een beetje foute pop

The Everlasting Muse start als een zeer mooi indie popliedje maar vindt het blijkbaar nodig om na 2 minuten in een soort BZN-achtige cadans over te gaan om vervolgens na 30 seconden te doen alsof er niets aan de hand is. BZN? Ja u leest het goed. Had deze band het gedaan dan we hadden onze neus ervoor opgehaald, laat Murdoch het doen en er ontstaat een mooi nummer waar trompet en mandoline (?) een grote rol krijgen die zorgen voor een bijzonder nummer in de discografie van deze band. Potdomme, zo fout als de neten en toch totaal verantwoord. Hoe doen ze dit toch?

Perfect Couples gaat in het intro op de tropische toer. Toch ook wel onontgonnen terrein voor B&S en opeens besef je dat hier de invloed van Talking Heads zijn werk doet, althans dat ga je wel geloven als je dit nummer hoort. Hoekige ritmes, een beetje van de tropische sound die we hoorden ten tijde van de latere Talking Heads en behoorlijk dansbaar. U wilde een andere koers? U krijgt een andere koers!

Ever Had a Little Faith? is B&S pur sang. Dromerig zoals we ze kennen. Misschien om de oude fans toch nog wat te vriend te houden?

Play for Today heeft niets te maken met dat nummer van The Cure. Dit is dan ook heel wat luchtiger. Ik heb de term cheesy al eerder laten vallen dat gaat zeker ook op voor dit nummer. Het is dansbaar en herbergt synths die zorgen voor het hoge cheesy gehalte. Het grappige is dat ik het van deze band wel pik maar weet zeker dat als ditzelfde nummer door een onbekende band gebracht zou worden ik er niet veel van moet hebben. Hypocriet? Ja natuurlijk! Maar ik weet dat dit B&S is, ik herken de stem van Murdoch in combinatie met de vrouwelijke vocalen uit duizenden en het is daarbij ook erg catchy. En die sound: hoe anders ook, je herkent het wel! Maar ik geef het toe: het is van mijn kant wel wat hypocriet om het nu wel goed te vinden. Toch hangt hier ook wel een nadeel aan: het duurt wat te lang. Dit had best in 4 minuten afgerond kunnen worden (want zitten we echt op die percussie in de laatste minuten te wachten?), en daarmee beschouw ik dit vooralsnog toch als een wat minder nummer van Girls in Peacetime Want to Dance.

The Book of You is wederom een dansbaar nummer en Stuart neemt hier minder de hoofdrol. De gitaren geven het nummer een wat gruiziger tintje maar dat is verder relatief te noemen want het valt vooral op in vergelijk met de andere nummers op dit album (jammer van die fade-out).

Today (This Army's for Peace) eindigt de cd en de 2Lp-versie. Het is een wat zwoel klinkend nummer die dit nieuwe album waardig weet af te sluiten.

Een opvallend album ook: mensen gaan hier van gruwen en rennen gillend weg (als ze dat toch al niet voor deze 'muziekschoolband' deden) of ze omarmen het nieuwe geluid. Geen idee hoe het balletje zal gaan rollen voor Girls In Peacetime Want To Dance.
Zelf dacht ik bij de eerste tonen 'dit gaat een 4,5* worden' om daarna toch weer wat te relativeren en er vooralsnog 4* van te maken.
Ook voor mij kan dit nog alle kanten op stuiteren. Of ik ga dit echt helemaal te gek vinden of dit gaat me snel tegenstaan.

Voor de vinyl-liefhebbers onder ons verschijnt er een limited edition met extra tracks. De volgorde van de nummers is hier flink door elkaar gegooid. Aan de prijzige kant maar liefhebbers weten de goedkopere kanalen wel te vinden op dat vlak

Disk: 1
1. The Party Line
2. The Everlasting Muse
3. The Power Of Three
4. Today(This Army's For Peace)
Disk: 2
1. Enter Sylvia Plath
2. Born To Act
3. Two Birds
4. Ever Had A Little Faith?
Disk: 3
1. Play For Today
2. Nobody's Empire
3. Piggy In The Middle
4. The Book Of You
Disk: 4
1. Perfect Couples
2. Allie
3. A Politician's Silence
4. The Cat With The Cream

Belle and Sebastian - How to Solve Our Human Problems [Pt. 1] (2017)

poster
3,5
Voor het eerst dat ik niet erg enthousiast kan worden van een B&S nummer. Opener Sweet Dew Lee is me toch echt te cheesy.

We Were Beautiful kennen we al sinds deze zomer. Niet behorend tot hun beste werk, maar op zich best een prima nummer ook al heeft het in de loop van de afgelopen maanden al wel aan kracht verloren.

Fickle Season is een lieflijke ballade zoals we ze kennen van de band, geheel gezongen door Sarah.

The Girl DoesnÂ’'t Get It lijkt allemaal wat automatische piloot. Leuk hoor, maar weinig memorabel.

Vervolgens krijgen we nog een instrumentale afsluiter in de vorm van Everything Is Now. Nou ja, er wordt nog wel enigszins op gezongen (de titel); het stelt niet alleen niet zo veel voor.

Tja, wat zal ik er van zeggen. Belle and Sebastian zal nooit echt fout kunnen doen bij mij, of ze moeten het heel bont maken. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat deze EP gezien kan worden als een leuk extraatje, niet meer of minder. Benieuwd hoe de volgende volumes gaan uitpakken.

Belle and Sebastian - How to Solve Our Human Problems [Pt. 2] (2018)

poster
4,0
En de EP serie gaat verder met deel twee.

Show Me the Sun is toch een stuk steviger dan we van de band gewend zijn. Steviger als in een vollere productie, scheller gitaargeluid en het lieflijke is er een beetje vanaf. Meer pop. En ondanks dat toch best boeiend en dat terwijl het 'nanana' eigenlijk best iets irritants heeft.

Maar dan volgt The Same Star en keert het lieve geluid terug met Sarah Martin in de hoofdrol. Een beetje schwung met soulinvloeden maakt het best een aangenaam nummer.

I'll Be Your Pilot is een beetje B&S op de automatische piloot. De dromerige zang van Stuart klinkt wel oud en vertrouwd. Gewoon een mooi liedje zoals ze er zoveel hebben geschreven. Misschien is dat ook wel een beetje het probleem met de band. Ze verrassen niet echt meer, maar het blijft wel aangenaam. Het begint dan ook steeds lastiger te worden om het allemaal te onderscheiden. De impact van het vroege werk blijft sterk hangen, de latere nummers een stuk minder terwijl ze echt zo beroerd niet zijn. Maar ja.... iets met automatische piloot of zo. Hoe dan ook: ondanks alles een lekker nummer.

Cornflakes doet z'n naam eer aan. Beetje bubblegum B&S, alsof de latere versie van Arcade Fire zich ermee heeft lopen bemoeien. Maar au die zang van Stevie Jackson is toch echt tegen het randje.

A Plague on All Other Boys is old school B&S en zo hoor ik ze toch wel graag. Ze kunnen het dus echt nog wel. Het is alleen niet genoeg om deze EP naar heel grote hoogtes te stuwen, maar dit mag absoluut het hoogtepunt genoemd worden. Heerlijk!

Het lijkt wel of iedereen in de band op deze EP serie heeft mogen losgaan. We doen eens gek en waar we zin in hebben. Dat valt te prijzen, maar daardoor is het allemaal wel wat chaotisch. Op een prettige manier wel, maar ik kom er zo niet echt goed in. Wel iets beter dan part one, maar in sterren kan ik dat net (nog) niet tot uitdrukking brengen.

Belle and Sebastian - How to Solve Our Human Problems [Pt. 3] (2018)

poster
4,0
En dan is het nu tijd voor het slotstuk van de serie EP's onder de naam How to Solve Our Human Problems.

De voorgaande twee EP's waren leuk, maar vertegenwoordigen niet het beste wat de band heeft afgeleverd. Fans konden drie verschillende EP's kopen en kunnen nu ook voor een box kiezen (je betaalt alleen wel extra voor een stuk karton dus ik hou het wel bij de drie losse exemplaren).

Poor Boy heeft een lichte disco-saus. Leuk nummertje, maar wel lichtgewicht Belle and Sebastian. Past goed in de hele lijn van deze EP-serie.

Op EP 1 stond een voornamelijk instrumentale versie van Everything Is Now, hier keert het terug als een versie met meer zang. Zang van Stuart die zo kenmerkend is voor deze band inclusief koortje van de dames. Herkenbaarheid troef. Het gaat ook weer terug naar oude tijden. Geen gestoei met een moderner geluid, maar puur B&S, zoals het hoort zou ik bijna zeggen. Duidelijk het beste nummer van EP 3.

Too Many Tears is vrij luchtig en heeft een lichte soul-invloed. De samenzang is prima op dit nummer. De dames vormen echt een meerwaarde hier.

Het akoestisch getinte There Is an Everlasting Song is er eentje in de categorie 'fijn nummer, maar enigszins inwisselbaar'. Het gaat vrolijk voort, maar maakt geen enorme indruk.

Best Friend sluit af. Het zou zomaar een nummer van Duffy kunnen zijn. Soul met een jaren '80 sausje. De inbreng van Stuart is hier in de vorm van achtergrondzang. Sarah heeft hier de hoofdrol.

De eindconclusie is simpel: ook deze EP is niet het beste wat de band te bieden heeft, maar nog steeds zeer vermakelijk. Deel 1 is duidelijk het mindere deel. De twee daaropvolgende EP's zijn gewoon prima, alleen moet je geen hemelbestormend nieuw werk van de band verwachten.

Hoe dan ook blijft dit gezelschap altijd wel een speciaal plekje in mijn muzikale hart houden.

Belle and Sebastian - Late Developers (2023)

poster
4,0
Dat is nog eens een verrassing. Het kan anno nu nog blijkbaar: iets geheim houden en dan binnen enkele dagen een nieuw album kant en klaar uitbrengen. Zelfs de cd's en lp's liggen morgen gewoon in de winkel.

En is het wat?

Ach, het is Belle and Sebastian volgens het boekje eigenlijk. En dan vooral de laatste boekjes.

De verrassing is er al lang niet meer, de ontroering ook niet. Maar het zijn gewoon fijne indie-popliedjes. Niks meer of minder.

Beter of slechter dan de voorganger? Geen van beiden.

Ik ben blij met weer zo'n ouderwetse B&S hoes, dus extra fijn op vinyl dit weekend en verder zie ik dit als een leuke aanvulling op al het bestaande van de band, maar heel erg opgewonden kan ik er niet meer van raken. Dat is niet erg. Dan ben ik al blij genoeg met degelijk werk.

Belle and Sebastian - Live 2015 (2015)

Alternatieve titel: Live at the SECC Hydro, Glasgow

poster
3,5
Ik ben een enorm fan van B&S. Ik heb ze live meegemaakt en dat was een feest van jewelste. Het album the BBC Sessions vind ik goed te doen (ook al ben ik nooit echt een live album liefhebber) maar met Live 2015 heb ik toch iets meer moeite.

Het is vrij direct opgenomen, wat alleen maar een pré is voor een live album, instrumentaal ijzersterk, maar de zang van Stuart irriteert me soms een beetje. Het is een zanger die ik blijkbaar liever op studio platen hoor. Dat, in combinatie met het feit dat ik geen groot fan ben van live opnames (je moet er namelijk gewoon bij zijn of het moet een leuk aandenken zijn aan een optreden waar je bij was) zorgt ervoor dat er eens een B&S album onder de 4* duikt. Het is dat de nummers sterk blijven en het instrumentaal goed gebracht wordt.

Belle and Sebastian - The BBC Sessions (2008)

poster
4,0
Oei, dit vind ik eigenlijk een moeilijk te beoordelen album voor een band die zeer regelmatig een 4,5* score haalt bij mij. Waarom moeilijk? Dit is toch een soort van verzamelaar in ietwat andere versies. Ja, ietwat anders, want ik vind hun werk toch al een akoestische live-feeling hebben op de studio-versies (zeker hun eerste albums). Heel erg toevoegend vind ik dit album dan ook weer niet.
Maar toch, als ik dit allemaal weer voorbij hoor komen, bloeit mijn B&S hart toch wel weer open. En die 'nieuwe nummers' zijn natuurlijk meer dan welkom.
Laat ik het maar op een stevige 4* houden en daarmee voor de veilige weg kiezen: een heerlijke cd, zeer geschikt voor de fans, minder voor de gewone luisteraar. Die raad ik liever één van de studioalbums aan en voor mijn part het geweldige Push Barman to Open Old Wounds.
Daarbij is Belle & Sebastian vooral een band die je live moet meemaken dat geeft ze net even wat meerwaarde dan een 'live-album' als dit thuis op je bank beluisteren.

Belle and Sebastian - The Life Pursuit (2006)

poster
4,0
Toine Rorije schreef:
Jij bent dus ook al zo'n harteloos persoon.


Eigenlijk niet echt: ik download nooit, en koop me te pletter aan cd's. Hooguit een enkele keer een album waar ik niet op kan wachten (zoals bij dEUS en Yonderboi) en die ik 100% zeker weten koop.

Een eerste rondje doen? (Met de mededeling dat ik nog van mening kan veranderen):

Act of the Apostle part 1 is wat zweverig en klinkt toch wel even anders. Geen slecht nummer. Travis? Misschien een heel klein beetje dan. Wel Britpop-achtig. Ook een beetje overgeproduceerd (iets wat ik van het hele album wel een beetje vind)
Another Sunny Day is bekende B&S uptempo pop. In dit geval met een country-achtige inslag.
Een lekker poppy nummer vind ik wel, maar haalt het net niet bij ouder werk.
White Collar Boy gaat door op de weg die ze al insloegen op de voorganger Dear Catastrophe Waitress: meer synths. Ook weer een up-tempo popsong, maar ook hier ben ik vooralsnog niet compleet van ondersteboven. Het komt wat niemanddallerig over en dan opeens een gitaarsolo?! Ik weet het zo net nog niet. Het is bijna camp!!!
The Blues Are Still Blue heeft een jaren '70 glam-rock vibe. Hierdoor komt het wat oubollig over, en bijna ga ik denken dat ze het op deze cd allemaal niet zo serieus meer nemen. Want dit soort nummers ben ik toch echt niet van ze gewend. Een nummer als dit is leuk in een truckers-café; maar wil ik die ook horen? De verwarring slaat dus steeds meer toe bij mij.
Dress Up in You klinkt gelukkig wat vertrouwder. Het is een wat rustiger nummer waar de kenmerkende stem van Stuart Murdoch weer de hoofdrol vertolkt. Gewoon weer een ouderwets mooi B&S nummer. De hemel zij geprezen: ze kunnen het nog. En als het trompetje zijn solo inzet is deze jongen weer helemaal tevreden.
Sukie in the Graveyard is weer wat swingender. Op de een of andere manier vind ik dit dan weer wel een lekker nummer, ook al is het een andere stijl dan we van ze gewend zijn. Heel raar misschien, maar ik moest heel snel denken aan nummers op het laatste album van Devendra Banhart (en dan heb ik het over de toegankelijke nummers op zijn album Cripple Crow). Prima nummer, maar wederom niet behorend tot het allerbeste van deze band: wel een persoonlijke favoriet (ik ben wel dol op dat funky Prince-achtige orgeltje in dit nummer en ook de baspartij is lekker vet).
We Are the Sleepyheads is ook weer een nummer met meer pit. De ritme-gitaar huppelt er wat achteraan en geeft het nummer wel een apart sfeertje. Maar dan komt er weer zo'n vervelende solo, gelukkig snel gevolgd door een break (later komt die gitaarsolo nog eens terug). Het kan nog 2 kanten opgaan bij mij: of ik ga dit nummer nog erg leuk vinden, of het gaat me vreselijk irriteren. We zien wel.
Song for Sunshine: Funky! Disco! Soul! Zij ook al? Blijkbaar. De 70's are back again en B&S doet dat in deze song. En wederom weet de band mij te verwarren en te verrassen. Maar ook de vraag hoe serieus ik het allemaal moet nemen blijft maar rondspoken in mijn hoofd. Ik krijg de indruk dat Murdoch gewoon eens lol wilde maken en dat muzikaal vast wilde leggen.
Funny Little Frog, de eerste single van dit album, is inderdaad geen hoogvlieger. Een beetje een kleurloos nummer dat mij tot nu toe totaal niet weet te pakken. Beetje gemakzuchtige compositie. Maar toch zou het me niet verbazen als dit me na verloop van tijd toch heel geniepig te pakken heeft gekregen. Nu is daar vooralsnog geen sprake van.
To Be Myself Completely is een beetje van hetzelfde laken een pak als het vorige nummer. Een beetje een huppel*#@-nummer. De viool vind ik hier niet echt mooi opgenomen. Het nummer lijkt niet af.
Act of the Apostle part 2 is wel grappig. Ik heb wel wat meer moeite met de stem van Murdoch in dit nummer. Iets wat ik wel vaker heb (ook op oudere albums).
Na 3 minuten slaat het nummer wat om: het geluid is dan voller en vetter (komt toch het wat overgeproduceerde om weer om de hoek kijken).
For the Price of a Cup of Tea hoort weer in de categorie "swingende songs". Een leuk pop-nummer. Punt. Niet slecht, niet heel goed. Leuk. Nogmaals punt. De leuke loopjes aan het einde doen in de verte denken aan Sufjan Stevens, maar een echte vergelijking is te veel eer voor B&S vrees ik.
Mornington Crescent sluit het album wat rustiger af. Een beetje weeïg is het wel.

Na 2 (bijna 3) luisterbeurten kan ik al redelijk een oordeel vellen. Dat dit album bij mij niet zo aanslaat als voorganger Dear Catastrophe Waitress is duidelijk. Het nivo van de eerste 3 albums halen ze zeker ook niet.
Ik moet wel zeggen dat ik het goed vind dat ze andere wegen ingeslagen zijn. Er straalt een hoop lol van dit album af, alleen ben ik duidelijk een groter liefhebber van de oudere albums.
Meer van hetzelfde zou zeker niet goed geweest zijn, dus die andere richting was wel nodig, maar nogmaals: ik vind het tot nu toe nog maar zo zo. Iets te happy-joy-joy naar mijn smaak (misschien ben ik er nog niet voor in the mood, kan natuurlijk ook ).

Ik geef het album voorlopig 3,5* (mijn laagste waardering ooit voor een B&S-album), met het idee dat dit na meerdere draaibeurten nog wel 4* zou kunnen gaan worden. Maar de kans dit dit uitgroeit tot mijn favoriet lijkt me uitgesloten. Alhoewel je het nooit zeker weet. Heel veel draaien kan wonderen verrichten

Ben Kunder - Searching for the Stranger (2020)

poster
3,5
Ben Kunder is een voor mij onbekende naam. Toch is Searching for the Stranger al weer zijn derde album.

Geen idee wat mijn aandacht trok: misschien de zwart-wit hoes of het baardje. Dan weet je eigenlijk al zonder iets gehoord te hebben wat je zou kunnen verwachten met een label als singer-songwriter. We hebben er al ontelbare gehoord en we zullen er nog ontelbare gaan horen.

Waarom dan toch beginnen te luisteren? Ach, soms heb je er bij die er net even bovenuit weten te springen. Het mag dan wel niet origineel meer zijn, meestal klinkt het nog erg lekker. Zeker op herfstachtige zaterdagen als deze. De vraag is dus wat Searching for the Stranger zou gaan doen.

Nou inderdaad wat ik verwacht had: wat licht, zijdeachtige zang. Sympathieke liedjes die mooi ingekleurd zijn. Fraai, maar nergens echt bijzonder.

Soms lukt het dit soort albums erbovenuit te stijgen. Of dat hier ook gaat gebeuren? Ik betwijfel het een beetje, maar met de herfst in volle gang zou het me ook weer niet verbazen als dit er eentje is waar ik vaak naar terug ga grijpen en waarmee het toch een lievelingetje kan gaan worden.

Het mag af en toe best puur en eenvoudig zijn en een beetje muzikaal warm comfort kan geen kwaad nu de kou en nattigheid zijn intrede gaat doen.

Ben Platt - Honeymind (2024)

poster
4,0
Honeymind is Platt's derde album en de hoes zegt al genoeg: Platt is gelukkig met zijn toekomstige man Noah Galvin. 'He's out and proud' en dat is wel duidelijk op dit album.

Het is niet alleen zijn huidige relatie die hij bezingt: ook voormalige relaties komen aan bod, dus het is niet alleen maar de vrolijke kant van het leven die bezongen wordt.
Maar dat mensen die onderdeel vormen van de steeds verder uitdijende letterbak zich er wellicht beter in kunnen herkennen is wel duidelijk.

Wat mij vooral opvalt is dat hij op dit album volwassener overkomt als in liedjes die wat meer ademen en een wellicht nog betere productie. Ondanks het feit dat ik zijn debuut enorm in mijn hart gesloten heb (mede vanwege persoonlijke ervaringen) voelt dit wel als zijn meest solide van de drie.
Platt heeft inmiddels natuurlijk ook wel een bak ervaring als zanger.

Op Honeymind komt Ben Platt zelfverzekerd over en hij zit goed in zijn vel. Dat levert niet altijd de beste albums van een artiest op, maar hier zou dit juist wel een uitzondering op de regel kunnen zijn.
Dromerig, volwassen, meer akoestisch en vooral een zeer fijn popalbum. En ja, het is queer, wat ongetwijfeld een hoop popliefhebbers niet echt al aantrekken.
Ik zou zeggen kijk daar eens aan voorbij, queers hebben het ook lang moeten doen met de andere variant en doen dat nog steeds

Ben Platt - Reverie (2021)

poster
4,0
Zo af en toe wijk ik graag af van mijn 'normale portie muziek'. Ik kwam in het verleden uit bij artiesten als Sarah Brightman of Josh Groban. Überkitsch, ik weet het, maar soms is dat best wel lekker.

Maar zoals met alle zoetigheid komt er een moment dat het tegen gaat staan, en zo kunnen Sarah en Josh mij niet meer zo beroeren als weleer.

Ben Platt nam in 2019 hun plek in met zijn debuut Sing to Me Instead. Sentimentele pop, waar ook nog wat persoonlijke herinneringen bijhoren, herinneringen die altijd zullen blijven hoe dat album de tand des tijds ook gaat overleven.

Ik keek dus wel uit naar het vervolg in de vorm van Reverie. Later dit jaar komt de verfilming van de musical Dear Evan Hansen met Ben in de hoofdrol uit, een mooi Ben Platt jaartje.
Maar de twijfel sloeg wat toe toen ik de singles hoorde. Ik mis het lekker zwelgen en hoorde wat platte, vrij lelijke pop. En als je dan gaat roepen hoe belangrijk dit album wel niet voor je is en als het neerkomt op het beste wat je gemaakt hebt gaan bij mij alarmbellen rinkelen.

Die bellen rinkelden nog harder bij het horen van opener king of the world, pt. 1 (met kleine letters geschreven want dat is ook zo hip)... die vreselijke vocoder. Ben heeft dat helemaal niet nodig! En ja, dit nummer krijgt nog een vervolg in het midden en aan het einde van het album.

Maar goed, Reverie het album. Ach best prima popliedjes hoor, maar hoezeer het debuut me wist te grijpen, daar vind ik deze opvolger toch echt een heel stuk minder. Herinneringen gaan hier sowieso niet mee opgebouwd worden. Veel nummers hebben een lelijke sound, er wordt mij net iets te vaak met zijn vocalen gerommeld en ondanks dat het debuut dat ook wel was vind ik dit echt te gladjes.

Teleurstelling? Ja, best wel. Erg? Welnee. Typisch zo'n album dat in de auto gedraaid kan worden. Verstand op nul en draaien maar. En dat debuut blijf ik om diverse redenen toch wel koesteren.

Benjamin Clementine - And I Have Been (2022)

poster
4,0
Even leek het er op dat we niet veel meer zouden horen van Benjamin Clementine. Er zou een project met zijn vrouw komen, maar daar werd niet veel meer van vernomen. Na vijf jaar is er dan toch zijn derde album verschenen, And I Have Been genaamd.

Dat Benjamin een nogal eigengereide artiest is weten we onderhand wel. Zo stonden er bij het eerste concert dat ik mee mocht maken overal bordjes dat we geen foto's mochten maken en stil moesten zijn. Eenmaal blootvoets op het podium maakte hij daar een opmerking over. Hij vond het maar raar dat iedereen zo ongelooflijk stil was. Ehm?!
Over mijn tweede live ervaring gingen indertijd de voor- en tegenstanders flink met elkaar in discussie. Van arrogante kwal tot briljante performance. Die discussie moeten we niet nog eens gaan voeren. Laten we het er maar op houden dat Benjamin bijzonder is en bijzondere artiesten maken vaak goede muziek.

Op de hoes van zijn nieuwe album kijkt hij ons streng aan: waag het eens negatief te zijn. Nou Benjamin ik zou niet durven, maar het is ook niet nodig om negatief te zijn. Integendeel. Wat een magistraal album is dit weer geworden. Ja, ik moet me even over die vervelende botsing in De Doelen Rotterdam heenzetten, maar veel van mijn grote favoriete artiesten zijn apart, eigengereid, vervelend, naar. Dus zoals ik al zei: hij is bijzonder en bijzondere mensen moeten we koesteren.

Zo kunnen we And I Have Been ook gaan koesteren. Van de geweldige opener Residue tot Recommence. Wat een briljant avontuur is het toch geworden. Dit album bevat alle ingrediënten waar ik helemaal van kan genieten. Gekke koortjes, strijkers, tegendraadse melodieën en toch toegankelijk. En dan die oh zo opvallende zang van Clementine. Om te janken zo mooi allemaal.

Hij is er gewoon weer in geslaagd om ons te betoveren. Dat is knap, want helemaal verrassen doet hij ons niet meer met zijn muziek. We weten waar hij toe in staat is en toch smaakt dit weer anders. Voor mijn gevoel heeft hij zijn tweede overtroffen en komt hij akelig dicht bij zijn debuut in de buurt. Ik denk zelfs dat dit gewoon nog beter is dan die eerste. Maar laat ik mijn enorme enthousiasme nog even temperen en het album nog wat laten rijpen, maar dat dit eindejaarslijstjesvoer is moge duidelijk zijn.

Laat ik de maffe performance in De Doelen gewoon even vergeten en laat ik me maar helemaal onderdompelen in dit muzikale geweld. Maf, avontuurlijk geweld zoals alleen Clementine dat kan. Drie albums op hoogstaand niveau... vooruit dan mag je van mij ook wel gek gedrag vertonen.

Als ik één minpuntje mag noemen dan zijn dat enkele fade-outs die me een beetje storen, maar verder: een ongelooflijk goed, rijk en spannend album!!!

Benjamin Clementine - At Least for Now (2015)

poster
5,0
Iedereen kent het verhaal onderhand wel: de in Londen geboren Benjamin Clementine (met ouders uit Ghana) vertrok naar Parijs en leefde daar een tijd als straatmuzikant in de metrostations.
Hij werd ontdekt en binnen zeer korte tijd werd Clementine een belofte waar je u tegen zegt. Zijn optreden bij Jools Holland droeg daar flink aan bij.

Ook Nederland kent zijn eigen verhaal met deze wat excentrieke artiest die altijd op blote voeten optreedt: hij kwam niet opdagen op het North Sea Jazz Festival omdat hij uit de trein werd gezet en toen maar ging lopen. Ja, dat ga je dan niet redden.

Een bijzondere man dus, en dat bleek recentelijk ook toen ik hem aan het werk zag in een muisstil LantarenVenster in Rotterdam dat helemaal uitverkocht was (een dag later was dat ook het geval in de grote zaal van Paradiso).
Een vleugel, een in zichzelf gekeerde, opmerkelijke verschijning op blote voeten en een spotje.... meer bleek niet nodig voor mij om anderhalf uur lang in een soort trance te geraken en achteraf te concluderen bij een zeer bijzonder optreden aanwezig te zijn geweest.

Twee EP's en één single waren z'n enige wapenfeiten en nu mag daar dan eindelijk zijn debuutalbum aan toegevoegd worden. En wat voor album is het geworden! Ja, een groot deel is ook te horen op die EP's dus helemaal verrassend is het wellicht niet, maar nu alles zo bij elkaar gebundeld is kan er volop genoten worden van 11 schitterende nummers waar de opmerkelijke stem van Clementine (ja, Nina Simone als vergelijk is terecht) centraal staat alsmede zijn pianospel. Er zijn ook nog 2 bonustracks die ook op de EP Glorious You te vinden zijn.

Van de bezwerende opener Winston Churchill's Boy tot afsluiter Gone: dit is huiveringwekkend goed. Een uur lang kippenvel en daarmee zo'n droomdebuut dat slechts heel af en toe eens het levenslicht ziet. Nu dus weer.
Dit voelt als Antony & the Johnsons..... ademloos neem je dit tot je om je er vervolgens helemaal in te laten onderdompelen.

Met minimale middelen (strijkers ondersteunen zijn werk hier en daar, net als een drumcomputer) weet hij het uiterste eruit te halen door zich volledig over te geven aan zijn nummers. Clementine = muziek. Dat voelde die muziekagent in Parijs dondersgoed aan, en wij als luisteraar ervaren dat ook zo.

Toch is Clementine ook niet vies van een kleine portie dramatiek hier en daar. Neem bijvoorbeeld het einde van Then I Heard A Bachelor's Cry..... je ziet zo de opera van Parijs voor je.
Overigens heeft Clementine sowieso wat meer toegevoegd. Zo klinkt London nu een stuk voller en zwaarder. Ik twijfel nog een beetje of het nu een verbetering is of niet, maar als liefhebber van bombast slaat de balans vooralsnog de goede kant op in deze.

En zo neemt Clementine je mee op een wonderlijke reis. Een reis die mij zo goed bevalt dat ik er helemaal stil van ben geworden.
Na die geweldige release van de nieuwe Asaf Avidan een paar dagen hiervoor voel ik me genoodzaakt om weer hetzelfde te doen: 5*..... omdat dat moet, omdat ik dat zo voel, omdat ik enorm ben gaan houden van Benjamin Clementine!

Benjamin Clementine - I Tell a Fly (2017)

poster
4,5
Toen ik Benjamin Clementine begin 2014 ontdekte wist ik al gelijk dat deze bijzondere artiest wel eens een heel grote belofte voor de toekomst zou kunnen zijn. Hij wist op te vallen met een zeer eigen geluid en het verhaal van de in de metro zingende straatartiest die uiteindelijk de studio indook voor opnames van zijn eigen nummers was een bijzondere.
Tel daar de latere verhalen bij op over o.a. het missen van een concert doordat hij maar ging lopen, en je weet: deze artiest is er eentje om te koesteren.

Debuut At Least for Now wist alle hooggespannen verwachtingen met gemak in te lossen. En dan komt er een tweede album aan, voorafgegaan door een paar prachtnummers. Dan stijgt de spanning en is er de hoop een tweede keer enorm verrast te gaan worden.

Nou dat lukt al aardig op opener Farewell Sonata, waar klassiek verwrongen voor het voetlicht wordt geworpen en een flinke scheut chaos meekrijgt. Zijn zang zit tergend tegen het randje aan. Mooi? Lelijk? Geniaal? Wie het weet mag het zeggen. Je wordt gelijk al wakker geschud.

God Save the Jungle ging het album al vooraf en is net zo excentriek, spookachtig haast. Hier verkent Clementine duidelijk nieuwe wegen. In een At Least for Now part two heeft hij duidelijk geen zin. Opvallend is het gebruik van het koor (Clementine in meervoud) en de klavecimbel dat het nummer iets heel authentieks geeft in een verder moderne omgeving. Dat dit nummer over de situatie met vluchtelingen in Calais gaat moge duidelijk zijn. Een vette knipoog naar God Save the Queen.

Het tempo ligt hoog want ongemerkt gaat het nummer over in Better Sorry Than a Safe, dat behoorlijk bombastisch klinkt. Alsof Queen is teruggekeerd in 2017, en nee, niet de Queen die met andere zangers nog eens flink de klassiekers uitkauwt. Dit zou Queen anno nu kunnen zijn mocht Freddie nog geleefd hebben (de zang van Clementine lijkt in de verste verte niet op die van Mercury moet ik er wel bij vermelden, maar dat vermoedde u vast al wel). Het gevoel voor drama en grootste gebaren is de grote gemene deler. Dit boeit mij enorm, maar ik kan me ook voorstellen dat dit voor veel mensen echt too much is.

Phantom of Aleppoville was het eerste teken van I Tell a Fly en dat nummer is, hoe complex ook, een juweel van jewelste. Het is bijna ongelooflijk wat hij allemaal in één nummer weet te stoppen. Een muzikaal avontuur waar je u tegen zegt. De Bohemian Rhapsody van 2017?!

En dan volgt Paris Cor Blimey. Het lijkt wel of Carnival des Animaux van Camille Saint-Saëns op wordt gezet. Klassiek getint met de kenmerkende zang van Clementine eroverheen met wederom de klavecimbel in de hoofdrol in duel met de piano. Parijs speelt nog steeds een grote rol in het leven van Benjamin Clementine. Spookachtig, alsof de Phantom of the Opera een nieuw nummer heeft gekregen.

Jupiter is gelijk een stuk liever. Lichter van klankkleur ook. Haast poppy, maar pop kunnen we dit toch ook weer niet noemen. Het nummer lijkt op het eerste gehoor vrij eenvoudig, zeker als je het afzet tegen de voorgangers op dit album, maar verbergt vele kleine laagjes die het spannend maken.

Ode from Joyce heeft iets bezwerends in zich. Ook dit nummer is wat lichter van kleur, maar heeft vooral dankzij die ietwat 'gekke koortjes' iets heel aparts en het lukt Clementine zonder ook maar enige moeite mijn aandacht te vangen. Alsof hij een betoverende spreuk over ons heeft uitgesproken.

Als die spreuk nog werkt is One Awkward Fish dan wel de donkere uitwerking ervan. Klavecimbel met drum and bass invloeden. Dan de donkere zang eroverheen en galmende koortjes. Bowie deed het ooit ook eens en ik moest erg wennen aan die stijl. Ik denk dat het hier niet anders is. Een nummer waar ik vooralsnog niet lekker in kan komen, maar waar ik verwacht dat dit tijd nodig zal hebben.

By the Ports of Europe lijkt wat vrolijker. Maar voor het eerst heb ik wat moeite met zijn zang. Ik weet heus wel dat dit zijn stijl is, maar ik vind dit net te vaak op het randje zitten. Daarentegen is dit compositorisch wel weer heel bijzonder zoals Phantom of Aleppoville. Eigenlijk best een gek nummer, maar ongelooflijk spannend. Alleen die zang... ik weet het niet hier.

Door met Quintessence dan maar. Dit nummer wordt een heel stuk kleiner gehouden. De oplettende luisteraar heeft dit ook al eerder gehoord als opwarmer voor I Tell a Fly. Zodra Clementine intiem wordt komt zijn kracht naar boven. Eigenlijk heeft hij aan alleen een piano al genoeg om iedereen in zijn greep te krijgen, zeker live. Ik heb ooit adembenemend een kleine twee uur aan zijn lippen gehangen. Piano in de spotlights en spelen maar. Op dit nummer maakt hij de vertaalslag van het podium naar de plaat. Prachtig.

Ave Dreamer eindigt het avontuur dat I Tell a Fly absoluut is. Koortjes en klavecimbel openen het nummer dat wederom alle kanten opgaat. Misschien is less more, want het is best een pittig einde dat een beetje vermoeiend kan werken. Een genadeklap die hij ons nog even toedient. En toch boeit het en weet het me een glimlach te bezorgen. Is dit geniaal of gewoon gekte? Ja? Is I Tell a Fly geniale gekte?!

Hier krijgen we geen hapklare brokken toegeworpen. I Tell a Fly vraagt veel van de luisteraar en kan uitputtend werken. Benjamin Clementine doet waar hij zin in heeft en is nog steeds die bijzondere artiest die hij altijd al was en dat vertaalt zich nu sterker dan ooit in zijn muziek.
Clementine blijft ongrijpbaar: neemt hij nu een loopje met ons? Of is hij echt zo apart en bijzonder? Waar is het echt en waar begint de opvoering? Ik weet het niet bij hem. Dat maakt hem boeiend, dat zorgt voor irritatie en dat geeft ons vragen mee. Clementine schuurt en of dat lekker is daar ben ik nog niet helemaal achter. Maar misschien anderen wel. I Tell a Fly is in elk geval voor mij een zeer bijzondere luistertrip geworden.

Benjamin Gustafsson - The Nature Within (2023)

poster
3,5
Een fraaie hoes en een debuut. Dat wekt mijn interesse.

Als ik opener Home Again voor het eerst hoor twijfel ik even: is het nu een vrouw of man die hier zingt? Maar ja Benjamin is toch echt een man.

Een man uit Malmö die zich maanden teruggetrokken heeft in de bossen om daar in zijn eentje dit akoestisch getinte album op te nemen. Wat dat aan gaat is de titel goed gekozen.

Dat hoor je al op het tweede instrumentale nummer, Nature, waar hij de natuur vertaalt naar muziek.

Het is niet vreemd dat er een Nick Drake cover te vinden is op dit album (Which Will). De muziek van Gustafsson is er qua sfeer enigszins wel mee vergelijkbaar alhoewel ik ook wel besef dat die vergelijking al snel gemaakt kan worden zodra het akoestisch getint is.

Meer opvallend vind ik dan de Avicii cover van Wake Me Up dat hier een zeer fraai nummer is geworden.

Rustige nummers waar de zachte zang van Benjamin te horen valt worden afgewisseld met instrumentale. Het stoort zeker niet, het past wel.

Blijkbaar zijn z'n mentale problemen aanleiding geweest om het om te zetten in muziek en wat er dan verder mee gebeurt is aan de wereld. En die wereld krijgt daarmee een fraai album, maar wel eentje waar er al zoveel van zijn gemaakt en waar het lastig mee opvallen is in deze snelle muziekwereld.

Ik gun hem alle moois, maar vrees ondanks alle pracht toch wel dat dit snel in de vergetelheid zal raken, ook bij mij. Zonde? Zeker, maar dat overkomt heel veel andere muziek ook.

Beth Gibbons - Lives Outgrown (2024)

poster
4,5
De drie Portishead albums zijn van een ongelooflijke pracht dat je je afvraagt of die ooit nog te overtreffen zijn.

Toen Beth Gibbons haar album met Rustin Man uitbracht ervaarde ik die euforie een stuk minder. Een mooi album, zeker, maar ik miste toch net dat kleine beetje extra wat ik wel vond op de Portishead albums.

Aanvankelijk keek ik dan ook een beetje de kat uit de boom toen bekend werd dat Beth Lives Outgrown zou gaan uitbrengen, een album geheel onder haar eigen naam.
Maar daar brachten de singles wel verandering in: wat een mooie nummers zijn Floating on a Moment, Reaching Out en Lost Changes toch. Magisch bijna. Vanaf dat moment was het wel uitkijken naar dit album, en niet zo'n beetje ook.

Lives Outgrown lost die hoge verwachting gelijk al in met het openingsnummer Tell Me Who You Are Today dat iets sprookjesachtig kent. Daarna wordt het al wat donkerder en somberder op de eerst vrijgegeven Floating on a Moment waar ik soms een beetje het duo Air in ontwaar. Rewind is ook al zo'n opwindend avontuur: de term filmisch is hier wel op z'n plaats.

Het hele album slingert je alle kanten op en daar heeft Gibbons eigenlijk alleen maar haar stemgeluid voor nodig; de muzikale inkleuring maakt het vervolgens alleen maar mooier.

Breekbaar, mysterieus, ongrijpbaar en tegelijk aards en doorleefd. Ze is de jongste niet meer (volgend jaar wordt Beth Gibbons zestig) en dat hoor je terug. Het lijkt wel of Beth met het ouder worden alleen maar krachtiger en avontuurlijker overkomt.

Lives Outgrown geeft mij de spanning die Kate Bush ook bij mij weet op te roepen. Op geheel andere wijze wellicht, maar wel met een zelfde kracht en betovering (die strijkers!).

En als je een nummer als Lost Changes uitbrengt dan kan ik niet anders dan gewoon de volle mep uitdelen, want ook de rest doet er nauwelijks voor onder.

Wat een schitterend album!

Beth Jeans Houghton & The Hooves of Destiny - Yours Truly, Cellophane Nose (2012)

poster
3,5
Dit is absoluut een aangename verrassing: zwierige pop met een bite. Dromerig, folky (horen we daar invloed van Joni Mitchell?) en vol leuke wendingen.
Misschien ietwat over the top op sommige momenten maar dan ben je bij mij juist aan het goede adres.
Qua zang gaat het hoog, erg hoog soms en dat kan sommigen misschien irriteren. Daar heb ik persoonlijk geen last van.
Dit is glorieuze muziek in volle bloei en ik ben er keihard voor gevallen. En oh wat ben ik verliefd geworden op een nummer als Liliputt. Hoe creepy is de video daarvan als enorme tegengestelde van het haast engelachtige dat in dit nummer geboden wordt.

Yours Truly, Cellophane Nose is een opvallend album dat op mij wel indruk heeft gemaakt en op dit moment hoog in mijn nog prille 2012 lijstje genoteerd staat en heel in de verte krijg ik er een beetje een gevoel bij wat ik ook bij The Irrepressibles had (weliswaar in een wat zwakkere vorm): het zal het barokke wel zijn dat dit album behoorlijk ademt.

Bifrost Arts - Come O Spirit! (2009)

Alternatieve titel: Anthology of Hymns and Spiritual Songs, Volume 1

poster
4,0
Dit initiatief leerde ik pas zeer recentelijk kennen in de vorm van het meer dan schitterende kerstalbum Salvation Is Created.
De toon hiervan is ronduit christelijk en dat gaat dus ook voor dit album op.
Dat is dus even slikken voor deze jongen want ik ben totaal niet religieus, maar mooie muziek is mooie muziek nietwaar.
Ik heb Prince overleefd tijdens zijn gepreek bij live-optredens, ik kan Sufjan Stevens waarderen en tevens zijn project The Welcome Wagon waar er nog een schepje bovenop werd gedaan.
Laat The Welcome Wagon nu juist terugkeren op dit album met het nummer He Never Said a Mumblin' Word dat ook te vinden is op hun eigen cd.
Die kerst-cd zit inmiddels al dicht tegen de 4,5* aan en deze cd is van eenzelfde schoonheid. Een ruime 4* dus.
De teksten komen nergens opdringerig over en weet ik aardig te negeren indien nodig; de muziek daarentegen is om je vingers bij af te likken.
Zeer geschikt voor liefhebbers van de betere folk en ook Sufjan Stevens adepten kunnen hier misschien wat mee: het is minder frivool en zou daarom zelfs een wat breder publiek moeten kunnen bereiken.

Bifrost Arts - Salvation Is Created (2009)

Alternatieve titel: A Christmas Record from Bifrost Arts

poster
4,0
Als niet-gelovige moet ik zeggen dat deze cd me enorm kan bekoren.
Bifrost Arts (een 'non-profit organisatie') heeft een duidelijk christelijke inslag zoals ook een Sufjan Stevens die heeft en het project The Welcome Wagon.
Bifrost is in de scandinavische mythologie dan ook de brug tussen hemel en aarde.
Maar wat is dit een ongelooflijk mooi album! Integer, betoverend en vooral hartverwarmend.
Als er dan toch een kerst-cd beluisterd moet worden dan is dit degene dit jaar en geen andere: schitterende instrumentatie (die strijkers!), hemelse zang en nergens ook maar een beetje klefheid te bespeuren.
Kerst = nepperigheid? Zal best, maar als ik dit hoor proef ik de puurheid in de muziek en kan ik heel goed alle gedoe er omheen wegdenken.
Voor wie de Sufjan EP's inmiddels iets te veel gehoord heeft als heerlijk alternatief is er nu een nieuwe naam: Bifrost Arts!!!!
Dank je archangel9 voor het tippen van deze cd: of ik kerst cd's kan waarderen? Nou, deze zekers te weten! Zelfs tot ver na de kerstdagen denk ik zo.

Big Country - The Crossing (1983)

poster
4,0
Wat was ik indertijd verslaafd aan mijn LP The Seer (later dan ook op cd vervangen). Het was dan ook logisch dat ook dit album toen beluisterd moest worden, maar op de een of andere manier is het nooit verder gekomen dan een cassettebandje (we praten over tiener aERo in de jaren '80) en na het lezen van orbits recensie leek het me wel een goed plan om het voorlopig maar eens te vervangen op mp3 (en binnenkort op cd).
Al bij opener In a Big Country bloeit mijn liefde weer op: hoe catchy is dit toch, niet voor niets een hitje denk ik dan maar. En terwijl ik dit hoorde besefte ik dat ik deze band in de jaren '90 heb zien optreden in de Kuip als voorprogramma van de Rolling Stones. Het kwam daar totaal niet over weet ik nog: typisch een band die je in kleinere omgeving moet zien optreden. Associaties met een Schotse kroeg zijn niet te vermijden.
Inwards heb ik altijd een wat minder nummer gevonden en mijn geheugen laat me niet in de steek want ook bij herbeluistering, na vele jaren, pakt dit me toch wat minder dan de opener.
Chance maakt dit ruimschoots goed: het melancholieke geluid van Big Country komt hier weer sterk naar voren en wat is dat gitaargeluid toch machtig mooi. Dit is een plaatje van een song en blijft fier overeind staan door de jaren heen. Een stoer kasteel in het schotse landschap, weer en wind trotserend, dat is Chance.
A Thousand Stars dendert flink door: de machine is hier goed geolied en zo hoort het.
Hoe mooi klinkt dan het intro op The Storm: een brok-in-de-keel momentje op dit album. Ook als het nummer vordert slingert het je heen en weer tussen allerlei emoties, met recht het prijsnummer van dit album.
Op Harvest Home snijdt het gitaargeluid weer door je ziel en de samenzang klinkt als een klok. Hier is het goed feestjes op bouwen maar vergeet ondertussen niet te luisteren naar de schitterende één-tweetjes tussen gitaar en drums.
Lost Patrol heeft ook mooie gitaarlijnen (de kracht van deze band) en tegelijkertijd is het een stoer nummer: kin omhoog, borst vooruit en marcheren maar.
Close Action is me nooit zo opgevallen maar doet dat nu veel meer: ademloos luister ik naar de schitterende solos en de heerlijke galm van Stuart.
Fields of Fire straalt wederom fierheid uit: trots zijn ze en dat krijgen we te horen. Of dat zo is weet ik natuurlijk niet, maar dit nummer straalt veel zelfverzekerdheid uit. O ja, had ik al gezegd dat ik de gitaren zo geweldig vind?
Porrohman vind ik een perfecte afsluiter van dit album: avontuurlijk en het doet me nu terug zwijmelen naar mijn bezoek aan Schotland bijna 2 jaar terug. En dat is het mooie van muziek. Dat cassettebandje had dit soort herinneringen nog helemaal niet, maar nu ik het na jaren weer terughoor is een jarenlang gewenst bezoek aan Schotland inmiddels vervuld en dan staat zo'n nummer gelijk in een ander daglicht.
Op de latere releases zijn nog wat extra tracks toegevoegd als daar zijn het opzwepende Angle Park, All of Us, de titeltrack van dit album The Crossing en Heart and Soul. Prima aanvullingen maar zoals altijd vind ik ze nooit zo nodig.
Heerlijk om dit na jaren weer terug te horen!

Bill Wells Trio - Also in White (2002)

poster
4,0
Het Domino-label heeft dus ook jazz in de aanbieding. Hier in de vorm van de Schotse Bill Wells (bekend van o.a. Belle & Sebastian).

De Schotse jazzpianist Bill speelt op dit album erg kalm piano. Zo duurt openingsnummer Presentation Piece #1 bijna tien minuten: het blijft er vrij neutraal aan toe gaan, blijkbaar zonder enige intentie echt te gaan veranderen. Erg relaxed.
Dan mag op het 2e nummer Record Collectors mondharmonicaspeler Stevie Jackson aan de bak. Stevie Jackson? Je zou zweren dat Thoots Tielemans mee mag doen Het is alweer voorbij voor je er erg in hebt.
In Singleton spelen een akoestische en elektronische piano continue dezelfde patronen: een prachtig nummer!
Ook Jab the Chemistry Teacher doet de rillingen over je rug lopen door de pianoklanken vermengd met de mondharmonica die een droevig duet aangaat met de trompet van Robert Henderson.
The Last Guitar Lesson heeft iets meer een rock-vibe door het gitaargeluid. Ook hier weer een hoofdrol voor Stevie Jacksons mondharmonica en de trompet van Henderson. Het is de eenvoud die siert op dit nummer.
New Ascending Staircase is een spannend nummer, dat tergend langzaam vooruitkruipt, terwijl het toch maar een korte tijdsduur heeft: het had van mij veel langer mogen duren.
Titelsong Also in White is een droevig nummer dat zijn kracht ontleent aan het trieste mondharmonica geluid.
Inappropriate Behaviour is weer zo'n kort nummer: lief, klein en tja....... te kort!
Euphonia vind ik weer zo'n hoogtepunt op dit album.
Hoe eenvoudig kan het zijn: trompet samen met piano, maar potverdikke wat begint het dan extra mooi te worden als die mondharmonica weer om de hoek komt kijken (en geloof me: ik ben niet zo'n mondharmonica-liefhebber).
Afsluiter D.A.D.E. (de bonustracks ken ik niet) is een waardig slot. En er komt zowaar zang bij kijken, alhoewel: de menselijke stem wordt hier ingezet als instrument en maakt het geheel een beetje zwoel. Er is hier dus geen sprake van een lied. De Belle & Sebastian-feel komt hier duidelijk naar boven.

Het klinkt allemaal erg eenzaam en desolaat op deze cd, zonder dat het kil of afstandelijk gaat worden.
Ik denk dan ook dat dit "jazz-album" makkelijk de weg naar de pop/rock liefhebber zou kunnen vinden.
Sterker: ik vind dat velen hier dit album maar eens moeten gaan uitproberen!

Een veelzijdig man dus, deze Bill Wells, getuige ook zijn andere albums die weer een compleet andere sfeer uitdragen.
Op 19 februari zal ik het live ook eens mogen meemaken en dan ben ik erg benieuwd welke kant we van de man gaan zien en horen.

Billie Eilish - Hit Me Hard and Soft (2024)

poster
3,5
Een groot liefhebber zal ik mezelf niet noemen, maar toch vond ik haar voorgaande werk best pakkend en ik kan er prima naar luisteren.

Op Hit Me Hard and Soft neemt Eilish vooral aan het begin van het album gas terug. Wat minder gekkigheid, en daardoor ook minder spannend wat mij betreft. Daarvoor in de plaats is het meer sfeervol, waar ik niks op tegen heb.

Een nummer als L’Amour de Ma Vie zou zo voor Amy Winehouse geschreven kunnen zijn (denk dat die hier wel een geweldig nummer van had kunnen maken), totdat het na bijna 4 minuten ineens omslaat en we toch iets verrassends krijgen en dat houdt ze vast. Een breekpunt op Hit Me Hard and Soft.

Nummers waar zelfreflectie in doorklinkt, misschien ook wel logisch na haar gedwongen coming-out, en aan het einde keert toch weer een beetje de kenmerkende Eilish sound terug met grappige twists.

Het is misschien een beetje wennen voor de fans (of die slikken alles wel, kan ook): ik beluister het allemaal wat neutraler en constateer dat het een aardige popplaat is geworden waar uptempo of spanning in de meeste nummers (vooral de eerste helft) niet aan de oppervlakte liggen maar waar je het meer in de diepte zal moeten gaan zoeken. Voor wat meer spanning moet je bij het einde zijn.

Billie Eilish - WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? (2019)

poster
3,5
Soms leef ik onder een enorme muzikale steen. Dat krijg je als je echt nooit naar de radio luistert. Compleet in je eigen muzikale wereldje leeft. Dé reden dat de naam Billie Eilish me niet veel zei. Wel zag ik haar veelvuldig voorbij komen op internetpagina's die ik volg. Vervolgens hier op de hoofdpagina en dan ga je eens lezen wat er geschreven wordt.

Aha, een hype dus. Snel wat clipjes opgezocht en dat klonk best leuk allemaal. Ik moest heel af en toe een beetje aan SOPHIE denken, maar dan een radio-vriendelijker versie. Muziek waar ik altijd het gevoel krijg dat het wat geforceerd klinkt. Ongetwijfeld vernieuwingsdrang genoemd door anderen. Alleen alweer dat gedoe met hoofdletters. Verzin eens wat nieuws zeg. Lana Del Rey is ook een naam waar ik af en toe aan moet denken trouwens.

Maar goed, Billie is nog jong naar het schijnt, dus vooruit. In dat geval toch best petje af als je dit voor elkaar krijgt op die leeftijd, welk team ze ook achter haar heeft mogen staan.

When We All Fall..... ehm WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? (het moet blijkbaar schreeuwerig) is best een spannend popplaatje. Soms vind ik de effecten een beetje too much, onnodig zelfs, maar het klinkt verder allemaal prima in mijn oren. Niet bepaald muziek waar ik normaliter veel naar luister, maar dit kan toch ook wel weer zo'n soort afwijkende verslaving gaan worden, want dit album heeft iets dat er bij mij voor zorgt om het nog eens te willen horen en daarna nog een keer.

Volgende keer graag wat minder van die storende effecten toevoegen, wat minder van die gesproken stukjes, en dan is het net wat aangenamer allemaal.
Ik had een vreselijk album verwacht afgaande op de berichten hier, maar het valt best wel mee.