MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Deep Purple - Machine Head (1972)

poster
4,5
Ik las ergens dat Led Zeppelin II, Paranoid en dít album worden beschouwd als de heilige drie-eenheid die aan de basis van de hardrock stond, en Machine head is op MusicMeter ook de hoogst gewaardeerde Purple-studioplaat. Van de albums die ik van ze ken (tot en met Stormbringer) heb ik dit zelf ook altijd de beste gevonden, maar tegenwoordig vind ik eigenlijk In rock toch iets beter, wellicht omdat, zoals Jon Lord het zegt, "Machine head is a very dry, dark sort of album, it doesn't sparkle like you remember it doing. It's very serious and down-the-line." Misschien prefereer ik toch het overdonderende exces van In rock boven de strakke efficiëntie van Machine head.
        Neemt niet weg dat dit een uitstekend album is; hoewel veel nummers hiervan misschien in de schaduw van hun Japanse versies zijn komen te staan vind ik de studioversies ook nog altijd lekker puntig en fris, en When a blind man cries is een superbe aanvulling. Geweldige plaat.
  

Deep Purple - Made in Japan (1972)

poster
5,0
Ik ben niet per se een liefhebber van hardrock of van liveplaten, maar dit is toch één van de beste live-albums die ik ken. Opener Highway star vind ik in deze versie zelfs het essentiële Deep Purple-nummer: er gebeurt van alles, elk instrument vecht om van de groeven los te komen, elke solo jaagt het nummer op, alles leeft en gaat los – en bij die aanzet van Blackmore's solo staat mijn hart even stil. Ook daarna blijft dit een briljante plaat, tot en met de prachtige soundscapes van Space truckin' (dat slotnummer had best iets langer mogen doorgaan dan de 5 of 6 minuten die het nú lijkt te duren), en die saaie drumsolo van The mule neem ik dan maar voor lief, want minder dan de volle mep kan en wil ik toch niet voor dit album geven.
        Twee vragen aan de medegebruikers. Zelf kende ik de live-versie van Smoke on the water eerder dan de studioversie; inmiddels ben ik er wel aan gewend, maar de eerste keren dat ik Machine head draaide kon ik er maar niet aan wennen dat Ian Gillan bij de refreinregel van Smoke elke keer weer te vroeg inviel. Zijn er mensen die de studioversie eerder kenden en die er vervolgens erg aan moesten wennen dat hij op de liveversie steeds iets te laat invalt? En mijn tweede vraag: op Child in time hoor je na ongeveer 9:42 (tijdens het begin van Gillans tweede woordloze zangpassage) een vreemd geluid; ik associeer het altijd met een dichtvallende traliedeur (alsof de "you" die "bad" is geweest de cel in moet?), maar weet iemand wat dat geluid precies is of moet voorstellen?
 

Deep Purple - Shades of Deep Purple (1968)

poster
3,5
Graag zou ik dit album nóg leuker willen vinden, want sommige stukken hiervan zijn echt geweldig: And the address is een ijzersterke opener met een heerlijk Hammondorgel, Hush is een lekkere single, Mandrake root is een eveneens geweldig nummer met een pompende bas en een fraai instrumentaal stuk dat me een beetje aan The Nice doet denken, en de intro's van Happiness / I'm so glad en Hey Joe smaken naar meer (Blackmore's gitaarloopjes op dat laatste nummer passen niet alleen goed bij het Bolero-motief van de muziek, maar ook bij de spaghettiwesternsfeer van de vlucht van de hoofdpersoon "way down South... maybe I'll try Mexico way").
        Maar wat ik niet begrijp: als je al zoveel covers op je plaat zet, waarom gebruik je daar dan zulke bekende nummers voor? Wat is je gedachtengang daarachter? "We gaan iedereen eens laten zien hoeveel we aan die nummers toe kunnen voegen"? "Die nummers hebben zichzelf in kwalitatief opzicht al bewezen, dus als wij ze op onze plaat zetten vinden mensen die plaat automatisch ook goed"? Wat Purple aan de originelen toevoegt is buiten de intro's in ieder geval niet zo veel; gelukkig zijn de versies van I'm so glad en Hey Joe absoluut niet slecht en doen ze het hier prima, maar de cover van Help is echt totaal overbodig en bevat bovendien een vreselijke gitaarsolo. Ook One more rainy day en Love help me blijven net als Shadows een beetje teveel in sixties-pop hangen en zijn niet heel bijzonder, zodat ik overblijf met drie 100% sterke nummers en twee tracks die 75% scoren.
        Bovenal echter waardeer ik dit debuut als een heerlijke Hammondorgel-plaat: wie benieuwd is waartoe dat instrument in staat is en hoe je het heavy en toch elegant kan laten klinken, kan aan dit album z'n hart ophalen. Ritchie Blackmore moet nog even z'n draai vinden, maar Jon Lord is hier al helemaal in z'n element, en die majestueuze orgelsound maakt dit album een genot voor de oren.
        (Grappig trouwens dat het boekje van de geremasterde versie aan Kula Shaker anno 1997 refereert, want nu ik dat orgelwerk van Jon Lord op Hush hoor komt mij persoonlijk vooral de sound van het debuut van de Charlatans [UK] Some friendly uit 1990 opeens heel bekend voor.)

Deep Purple - The Book of Taliesyn (1969)

poster
3,0
Een uitermate frustrerende plaat. De eigen composities zijn van hoog niveau; de opener is nog een beetje richtingloos met een refrein dat minder interessant is dan de rest van het nummer doet hopen, maar Wring that neck is een lekker springerige rocker, Exposition is in z'n eentje al een volwaardig nummer, The shield is prachtig mysterieus en Anthem (fraai mellotron) ontroerend mooi, en als ze een hele plaat vol nummers van dergelijke kwaliteit hadden gemaakt was dit een klassieker geweest. Maar helaas wordt daarnaast bijna de helft van de speelduur gevuld met covers waar ik maar heel weinig goeds over kan zeggen – Kentucky woman is een zouteloze cover die dan tenminste nog een paar leuke solo's heeft, We can work it out is totaal overbodig (en daar kunnen ook Blackmore's fills en die poppy tamboerijn niets aan verhelpen) en River deep mountain high met dat machteloze hoge koortje is gewoon lelijk (en is ook de slechtst denkbare cover gezien het grote verschil tussen Tina Turners oerbrul en Rod Evans' vlakke rockstem). Shades had ook een contingent covers, maar daar zaten dan nog een paar geslaagde versies bij; de opvolger daarentegen is, zoals gezegd, een frustrerende mix van uitstekende originals en nietszeggende covers die teveel speelminuten opeisen om hier een echt hoge score aan toe te kennen.

Deep Purple - Who Do We Think We Are (1973)

poster
3,0
In een goede bui kan ik dit nog wel aardig vinden, maar op mindere dagen hoor ik hier toch teveel nummers die zijn opgebouwd rond gitaarlicks en drumfills zonder sterke hooks of melodieën. Rat bat blue is een goed voorbeeld: qua titel doet het denken aan Flight of the rat, eveneens een lang en heavy nummer dat de tweede vinylkant van een Purple-album opent, maar waar dát nummer majestueus en spannend was gebeurt er híér eigenlijk maar bitter weinig (om nog maar te zwijgen van die nietszeggende refreinregel: “Rat bat bat bat blue / Woo-hoo, rat bat blue, rat bat blue”, volgens het boekje “a song title based on a drum fill”). Woman from Tokyo met z'n heerlijke riff en fraaie dromerige brug is wat mij betreft boven elke kritiek verheven, en Mary Long heeft een erg grappige tekst (“When the nation knew you’d had children / It came as such a surprise / We really didn’t know you’d had it in you / How you did it we can only surmise”), maar nummers die de hele speelduur lang sterk blijven staan er verder niet op, en met die merkwaardige afsluiter kan ik echt helemaal niets. Het is dat de gecombineerde instrumenten van deze bezetting een totaalsound opleveren waar ik geen genoeg van kan krijgen, en Jon Lord doet zoals altijd flink z'n best om de nummers hier en daar van wat broodnodige energie te voorzien, maar verder geeft deze plaat bij mij maar weinig vonken af. (Maar ja, nu heb ik "Mk. 2" compleet, en dat is ook wat waard.)

Depeche Mode - A Broken Frame (1982)

poster
3,5
Als opening een geweldig kwartet, daarna vier aanzienlijk mindere nummers, dan twee geweldige slotnummers – ik heb dit altijd een nogal onevenwichtige plaat gevonden. Die zes goede nummers zorgden ervoor dat ik deze plaat veel heb gedraaid, die vier mindere bewerkstelligden dat ik de band hierna eigenlijk niet meer heb gevolgd, althans totdat Violator acht jaar later verscheen. Met name het openingsnummer van deze plaat overtuigde mij dat het goed mogelijk is om met niets dan synthesizers toch een warme en "breed" geluid om een serieuze compositie heen te creëren. Prachtige hoes ook trouwens.
        Ofwel had de vriend via wie ik dit album op een cassettebandje leerde kennen een onduidelijk handschrift, ofwel had hij de titel van het nummer niet goed gelezen, maar een tijdlang vond ik dat het instrumentale vierde nummer wel mooi weergaf hoe het aanvoelde om voor een klerenkast te staan en niet te weten wat je moest aantrekken. Pas toen ik een weekje later de plaat zelf kocht ontdekte ik dat dat nummer Nothing to Fear heet, en dus niet Nothing to Wear.

Depeche Mode - Violator (1990)

poster
4,5
Stephen Thomas Erlewine in de papieren versie van de All Music Guide (tweede editie, 1997): "for the most part Violator is a dull, tedious drag." Toch nog 3 sterren vanwege de incidentele "catchy hooks", met name op de singles. Daarentegen de eerste en laatste zinsnedes van de huidige on-line-recensie van AMG, door Ned Raggett: "In a word, stunning. [...] astounding heights indeed." Vijf sterren. Natuurlijk, zoveel hoofden zoveel zinnen, en er zit ook bijna twintig jaar tussen, een periode die aanleiding kan hebben gegeven tot een kritische herwaardering enzovoorts, maar dit is toch wel een schrijnend verschil.
        Persoonlijk kan ik niet te lang naar Depeche Mode luisteren, daarvoor gaat de stem van Dave Gahan me te gauw tegenstaan, maar muziek, teksten, arrangementen en sfeer op deze plaat zijn zó sterk dat ik Violator toch wel als noodzakelijk in mijn collectie voel. Een perfecte combinatie van synthesizers, drumcomputers en echte (of in ieder geval als echt klinkende) instrumenten, veel prachtige achtergrondgeluidjes die "texture" brengen (vooral in het ontroerende Waiting for the night), de zeer unieke tweede stem van Martin Gore, teksten die altijd wat te melden hebben, en bovenal geen enkele missers bij de negen ijzersterke nummers, dat levert samen een absolute topplaat op. De band als geheel is niet mijn kopje thee, maar dit album is wel boven alle kritiek verheven.

Derek and The Dominos - Layla and Other Assorted Love Songs (1970)

poster
5,0
Bij de Favorieten staan ze heel gewoon in de middenmoot, maar als ik zelf een top-14 van de nummers van dit album opstel staan de vijf covers toch wel met z'n allen stijf onderaan. Met name de drie lange en tamelijk traditionele bluesnummers die de eerste drie vinylkanten besluiten (4, 7 en 10) klinken bijna belegen naast de passie en de intensiteit van bijvoorbeeld Bell bottom blues, Anyday en Why does love got to be so sad, en waarom ze de intimiteit van Hendrix' origineel ooit hebben opgeblazen tot de bombast van deze versie van Little wing is mij altijd een raadsel geweest. De negen oorspronkelijke composities op dit album zijn niet kapot te krijgen, maar de vijf covers vind ik persoonlijk daar het niveau absoluut niet van halen.
        Overigens speel ik nu mijn CD (in de Eric Clapton Remasters-serie, geremasterd door Joseph M. Palmaccio, geen jaartal) voor het eerst op mijn PC af, en daarbij haalt Windows Media Player een heel merkwaardige tracklisting op: 1 Artiest onbekend, 2 I looked away, 3 Artiest onbekend, 4 Bell bottom blues, 5 Keep on growing, 6 en 7 Artiest onbekend, 8 Nobody knows you when you're down and out, 9 I am yours, 10 en 11 Artiest onbekend, 12 Anyday, 13 Key to the highway en 14 Artiest onbekend. Kent iemand een release van dit album waarbij de tracks zo belachelijk door elkaar gegooid zijn?

dEUS - In a Bar, Under the Sea (1996)

poster
3,0
Infuriating, ik weet niet of daar een goede Nederlandse vertaling voor is? Des duivels, of razend makend, in ieder geval doet deze plaat mij dat, want het komt toch maar zelden voor dat ik de éne helft van een album zeldzaam mooi vind terwijl de andere helft me maar nauwelijks kan raken.
        Het begin bijvoorbeeld : openen met een lekker wild en stuurloos stukje, dan een Jon Spencer Blues Explosion-achtig schreeuwnummer met vrije vorm en apart ritme, gevolgd door een kleiner nummer met twee partijen tegen elkaar in gezongen, drie zeer eigenzinnige nummers die interessant van opbouw zijn maar mij gewoon niet pákken – te vrijblijvend? te vergezocht? geen pakkende melodie? En dan begint opeens Theme from Turnpike met dat onheilspellende ritme en die broeierige blazers en die spannende twang-gitaar, en dan na drie minuten de eerste break... kortom bijna zes minuten waarin elke noot en elke seconde en elke nuance tellen, precies een groot experimenteel canvas, en direct daarna een ingetogen klein liefdesliedje met subtiele Smiths-gitaar, een mooi meeslepend slot en bijna onverdraaglijk kwetsbare en intieme zang van Tom Barman waar ik elke keer weer een brok van in mijn keel krijg – wat een contrast met de eerste drie nummers qua impact!
        De twee genoemde nummers, Little serpentine en het briljante slottrio (inclusief het ultieme epos Disappointed in the sun en het wederom zo kwetsbare Wake me up before I sleep) vormen samen een prachtig half dozijn waar ik geen genoeg van kan krijgen (is het een toeval dat deze zes nummers allemaal behoren tot het zevental dat de band zelf verkoos voor hun Selected songs 1994-2014-compilatie?), maar bij de overige nummers mis ik steeds de pakkende melodie en het interessante arrangement. Nou vooruit, van Gimme the heat en Guilty pleasures onderken ik de kwaliteit zonder dat het me echt bij de lurven grijpt, maar bij de overige nummers hoor ik telkens wel dat het gaat om interessante pogingen die overlopen van de intrigerende ideeën, maar de bijbehorende muziek kan me nergens (lang) boeien.
        Piekfijn geproduceerd door voormalig Magic Band-lid Eric Drew Feldman, gestoken in een zeldzaam mooie hoes en met oogstrelend binnenwerk inclusief prachtige belettering – ja, met de vorm is niets mis, maar de muziek kan ik maar niet over de hele linie goed vinden, hoe graag ik dat ook zou willen. Nee, ik begrijp het zelf inderdaad ook niet.

Dexter Gordon - Our Man in Paris (1963)

poster
3,5
Als redelijke noviet weet ik natuurlijk niet of dit een mooie plaat is om de jazzvijver mee in te duiken, maar hij is in ieder geval sober en strak genoeg om me niet af te schrikken. Het losse Scrapple from the apple kan me niet altijd bekoren vanwege de afwezigheid van enig hoorbaar bed van melodische begeleiding (maar dat ligt misschien aan mijn onervaren oren), en van die kijk-eens-wat-ik-allemaal-kan-op-mijn-blaasinstrument-free-jazz-achtige-riedeltjes waar Gordon zich op A night in Tunisia vanaf 2:35 een minuut of wat aan overgeeft gruw ik, maar het meer lyrische geluid van Willow weep for me vind ik dan weer prachtig. Eerdere en helaas niet meer actieve gebruikers hebben het over "niet de meest avontuurlijke saxspeler, zijn spel klinkt bijna te gemakkelijk" (pretfrit), "Niets bijzonders, lekker mainstream, makkelijk luisterbaar" (Hammondb200) en "allemaal netjes gespeeld, echter ook nergens erg opmerkelijk" (voltazy), maar misschien is dat juist wel goed om mee te beginnen. O, en het heeft natuurlijk niets met de muziek te maken (en ik laat het ook niet meewegen in mijn beoordeling), maar die hoes, die is toch wel bijzonder prachtig, die combinatie van die prachtige kop van Gordon in zwart-wit-grijs met die rode en blauwe letters, daar kan ik uren naar kijken.

Diana Ross and The Supremes - 20 Greatest Hits (1984)

Alternatieve titel: Compact Command Performances

poster
4,5
Wat ThisCharmingMan hierboven opmerkt over The happening was mij ook al opgevallen. Ik dacht dat het misschien was omdat het het themanummer van een (gelijknamige) film was en dat er dus licensing-problemen zouden kunnen zijn, maar als single verscheen het gewoon op het Motown-label, en op andere Supremes-compilaties is het wèl te vinden, dus het blijft onduidelijk waarom het hier ontbreekt. Maakt niet uit, er blijft nog een heleboel geweldige muziek over, waaronder 11 andere Amerikaanse nummer-1-hits. Een uitstekende verzameling van de meest succesvolle Amerikaanse singlesact van de sixties.
 

Dido - Life for Rent (2003)

poster
2,0
*zucht* Denk je dat het album is afgelopen... moet je nog twee minuten wachten op dat extraatje aan het einde van de elfde track... wat een vervelende gimmick is dat toch... *zucht*
        Verder in mijn oren een variant op het debuut, met een prachtige opener, af en toe wat organischer arrangementen (hoera), minder degelijke composities (of misschien gaat het allemaal inmiddels wel wat te veel op elkaar lijken), en opnieuw veel en veel te melig naar mijn smaak.

Dido - No Angel (1999)

poster
2,5
Ik trek dit toch niet, hoor. Er zitten best mooie nummers tussen (met name het openingstrio), en van Thankyou krijg ik nog altijd een frisson vanwege Stan, maar dat constante pseudo-geëmotioneerde overslaan van haar stem gaat me al snel op de zenuwen werken. Een ontzettend vervelend trucje dat ze te pas en te onpas gebruikt, eigenlijk zelfs zó vaak dat je het niet eens meer een trucje maar eerder een stijlkenmerk mag noemen, maar dat maakt de gekunsteldheid en de dramatiek ervan niet minder onverdraaglijk. In combinatie met haar zeer beperkte stembereik en –gebruik (de All Music Guide noemt haar stem "engelachtig" en "etherisch", net zoals die van Sinead O'Connor, maar ik vind zelf "iel" en "krachteloos" betere omschrijvingen) en de synthetische arrangementen (die sloffende drumcomputer!) levert dit een plaat op waar ik halverwege al niet meer tegen kan – jammer van die paar mooie composities.

Dillard & Clark - The Fantastic Expedition of Dillard & Clark (1968)

poster
4,5
Als je je muziek leert kennen in een tijd waarin je niet in een handomdraai met internet, popencyclopedieën en biografieën de discografie van een favoriete artiest precies kunt reconstrueren, dan moet je het doen met wat je tegenkomt, zodat ik indertijd (op basis van Clarks solowerk) het enige kocht wat ik van dit duo kon vinden: de C&D-verzamelelpee (die met dat geschilderde bos- en riviertafereeltje op de hoes). Dus toen ik jaren later hun complete werk op de A&M-2-on-1-CD kocht bleek ik van elk van hun beide albums precies vijf nummers te kennen, zonder vooraf onderscheid te kunnen maken welk nummer van welke plaat kwam en hoe de kwaliteit onderling verdeeld was. Vandaar dat de albums voor mij eigenlijk een beetje "in elkaar overlopen" en min of meer één geheel vormen.
        Maar ja, inmiddels deel ik de mening van de meesten hier dat de debuutplaat toch wel een stukje sterker is dan de opvolger. In ieder geval staat hier het absolute hoogtepunt van hun oeuvre op, het prachtige The radio song, dat me elke keer weer een rilling van eenzaamheid bezorgt wanneer Clark zingt: "Fifteen miles from Memphis, I think that was the sign…...." Mooie afwisselingen in de bluegrass van Don't come rollin' en Git it on brother. En Train leaves here this morning blijft ijzersterk, zonder dat de ingetogen versie van de Eagles (die ik overigens eerder kende) daardoor aan glans verliest. Prachtige plaat.
        P.S. Hoor ik dat nou goed, of ligt dat aan mijn CD-versie? Zitten daar nou in Lyin' down the middle tussen 1'35 en 1'40 een paar tikken?
 

Dillard & Clark - Through the Morning, Through the Night (1969)

poster
3,5
Stijn_Slayer schreef:
deze plaat klinkt inderdaad niet fris. Oubollig is wel een treffende omschrijving. Als achtergrondmuziek is het vaak best sfeervol. 'Roll in My Sweet Baby's Arms' is bijvoorbeeld gewoon leuk, maar erg aandachtig luister ik liever niet naar dit album.

De spijker op de kop. Het album begint nog uitstekend met twee geweldige nummers, maar zakt dan ernstig door de hoeven: Rocky Top is verschrikkelijk, So sad haalt het voor mij echt niet bij het Everlys-origineel (excuses Martin), Corner street bar is wel grappig maar valt uit de toon, en voor I bowed my head and cried Holy buig ook ik mijn hoofd maar niet in deemoed. Vinylkant 2 is gelukkig wat sterker, met twee uitstekende openingsnummers (Kansas City Southern kende ik trouwens eerst in de hardere versie van Clarks Two sides to every story van acht jaar later) en daarna nog drie nummers die redelijk zijn maar ook niet meer dan dat – Don't let me down is een aparte cover, maar mijns inziens niet erg geslaagd of goed. Al met al een aardige plaat die ik niet zou willen missen (zoals praktisch alles waar Gene Clark op te horen is) maar die toch te wisselvallig is om het niveau van het debuut te halen.
 

Dinosaur Jr - Green Mind (1991)

poster
4,5
Niet de eerste Dinosaur Jr-plaat die ik leerde kennen, ook niet de eerste die ik goed vond, maar wel de eerste die bij mij van haver tot gort doordrong en waarvan ik me van de impact van elke seconde bewust werd. De overstuurde noise van You're living all over me en Bug heeft hier plaatsgemaakt voor een veelgelaagd geluid met overal stiekeme riffs en extra akoestische gitaren die de sound voller maken zonder dat je precies doorhebt naar welke rijkheid je eigenlijk aan het luisteren bent. De zang is helderder en meer vooraan in de mix, de songstructuren zijn duidelijker en het instrumentarium is uitgebreid (akoestische gitaren, een tweede stem, de ijle produktie van Flying cloud, de mellotron op Thumb, maar ook bijvoorbeeld die "gitaarspiraal" omhoog tijdens de break van Puke + cry op 3:34), zodat het des te harder aankomt wanneer Mascis losgaat op scheurgitaar op bijvoorbeeld I live for that look en How'd you pin that one on me. Het resultaat is een enorm warme en emotionele plaat die ik tot Mascis' beste reken, met het mysterieuze Water als absoluut hoogtepunt.

Dinosaur Jr - Hand It Over (1997)

poster
5,0
Vijf platen terug zat ik in de modderpoel van You're living all over me ; tien jaar later hoor ik een totaal andere plaat die toch duidelijk van dezelfde band is. Zo is J Mascis geëvolueerd: de knetterende gitaren zijn er (gelukkig) nog altijd, maar het geluid is nu niet alleen maar hard maar ook helder, de gitaarpartijen zijn veelgelaagd, de arrangementen zijn zorgvuldig uitgedacht, het instrumentarium is uitgebreid (mellotron, trompet, strijkers, achtergrondzang, piano, banjo, brushes, een soort melodica), en (de belangrijkste troef) de composities zijn zonder uitzondering zeer goed gestructureerd (met pop, rock en melancholie in gelijke delen in de mix) en bovendien uiterst afwisselend. You're living all over me was geweldig, en ik heb er geen seconde naar terugverlangd.
        De recensie van galleryplay hierboven (11-3-2017) slaat diverse spijkers op hun respectieve koppen en is wat mij betreft nagenoeg perfect. (In 2019 is hier een deluxe-dubbel-CD van verschenen, maar toen ik hem ten tijde van de release kocht zat er een bonus-CD Take a run at the sun bij.)

Dinosaur Jr - Jayloumurph (1993)

poster
3,0
Volgens het minimale hoesje "recorded live in N.Y.C. 1988 for Torino Radio, Italia" en oorspronkelijk verschenen op het Ciao, Bella-label. De titel maakt al duidelijk in welke (oer)bezetting de band hier speelt, en we horen dus materiaal van de eerste drie albums, met de nadruk op Bug dat de helft van de nummers levert. Het geluid houdt niet over, maar zang en gitaar (en incidenteel de bas) komen redelijk goed door, en wie opveert bij de mogelijkheid om dit trio in deze "klassieke" periode live te horen zal zich wel over de matige geluidskwaliteit heen kunnen zetten. Volgens ene Cancon op rateyourmusic "there is not much point in attaining this unless you're one of those gotta-have-everything-by-Dinosaur Jr. kind of people, and frankly, I do not think those people even exist, as good as this band was." Nou, die mensen bestaan dus wel degelijk.
        Wat wel storend is is dat vrijwel èlk nummer gevolgd wordt door 30 tot 60 seconden waarin we getrakteerd worden op afwisselend (of door elkaar) gitaar-feedback, een stem die steeds "Thank you... thank you..." herhaalt, en ver op de achtergrond fragmenten van nummers van de Beach Boys (alsof de barman achterin de zaal maar op eigen houtje wat vrolijks heeft opgezet om de herrie van op het podium te compenseren). Wie handig is met audiobewerkings-software kan best al die ruis van de nummers afknippen en een afgeslankte versie van dit concert op een eigen CD branden.
        En voor alle duidelijkheid: het tweede nummer heet volgens het hoesje Doubt maar is eigenlijk The lung, de volledige titel van het vierde nummer is Bulbs of passion, het zevende nummer heet niet Faith maar Tarpit, het achtste nummer heet niet Pull it maar Yeah we know, het negende nummer heet niet Big chunks maar gewoon Chunks (een cover van de Last Rights, een hardcore-band uit Boston, zo te horen gezongen –of liever geschreeuwd– door Barlow), het éénnalaatste nummer is een melige inleiding op het laatste nummer, en dat laatste nummer heet niet Why maar Don't (hoewel die laatste fout begrijpelijk is aangezien de complete tekst van dat nummer "Why, why don't you fuck me?" luidt).

Dinosaur Jr - Take a Run at the Sun (1997)

poster
4,0
Ook ik heb dit als bonus-CD bij Hand it over, en het inlegvelletje vertelt me dat dit drie nummers zijn van de soundtrack van de film Grace of my heart van Alison Anders. Die film (die ik niet heb gezien) zou gaan over de relatie tussen "a-guy-who-is-similar-to-but-is-definitely-not-Brian-Wilson" en "a-gal-who-is-similar-to-but-is-definitely-not-Carole-King", en deze drie nummers zouden drie verschillende fasen in de muzikale ontwikkeling van "not-Wilson" illustreren. Hoe de nummers in de film passen weet ik dus niet, maar op zichzelf zijn het perfecte sixties-briljantjes, half pastiches half liefdevolle herscheppingen van wat dat zonovergoten decennium zo speciaal maakte, inclusief een twang-gitaar, oe-oe-koortjes, een orgel, een steelgitaar, een klavecimbel, een mondharp en een theremin. Inderdaad heeft dit niets met Dinosaur Jr te maken, maar als wonderbaarlijk voorbeeld van J Mascis' veelzijdigheid is het op zichzelf gewoon heerlijk.

Dinosaur Jr - Whatever's Cool with Me (1991)

poster
3,5
Tja, mijn eigen oorspronkelijke CD-single van Whatever's cool with me bevatte slechts vier nummers, te weten 1, 2, 7 en 8 (dus het titelnummer, Sideways en de liveversies van Thumb en Keep the glove), maar er bestaat ook een Japanse versie met ook nog The lung en The post, en de nummers 3 tot en met 6 staan dan in verschillende combinaties op verschillende versies van de CD-single van The wagon... kortom de platenmaatschappij lijkt de completist zoveel mogelijk in de weg te leggen c.q. zijn portemonnee te laten trekken.
        Hoe dan ook, het titelnummer is een prima Dinosaur Jr-rocker, Sideways is prachtig met die combinatie van akoestische gitaar en xylofoon, Not you again doet wel erg veel denken aan Freak scene, The little baby bevat dan weer flink wat noise terwijl Keep the glove enigszins te lijden heeft onder een valse tweede stem – kortom, een wonderlijke maar niet oninteressante verzameling waar iedere Dino-fan wel iets van zijn gading zal vinden en met Thumb als gedreven hoogtepunt.

Dinosaur Jr - Where You Been (1993)

poster
5,0
Toegankelijk vind ik altijd een moeilijk woord om voor deze muziek te gebruiken, want hoewel er op Where you been wat minder noise en vervorming staat dan op bijvoorbeeld You're living all over me, is het dankzij het enorme volume en de eeuwigdurende maar nog altijd te korte gitaarsolo's nog steeds niet een plaatje om tijdens een etentje met je schoonouders op te zetten. Wel is dit dankzij een gefocuste produktie, uitstekend songmateriaal en een ideale want massieve maar toch heldere sound één van mijn favoriete platen van deze band, met in het openingsnummer, Get me en Drawerings (en ik val weer in herhaling:) de perfecte mix van melancholie en herrie. Enige uitzondering is Not the same, dat wel een dappere poging is om iets anders te brengen, maar dat ik echt echt echt niet mooi vind, met die geforceerde maar uiterst kinderlijk aandoende falset, die quasi-gevoelige tremolo-gitaar en die plechtige pauken – het is gewoon teveel van het theatrale en te weinig van het gewoon mooie. Maar voor de rest is dit een perfecte Dinosaur Jr-plaat die wat mij betreft ook bij de laatste twee (ook weer aparte) nummers verder geen steken laat vallen, en die ik bovendien ook op elk moment van de dag kan draaien. (Bijvoorbeeld op deze zaterdagochtend, waar ik begon met een score van "slechts" 4½* vanwege Not the same maar nu eindig met 5* vanwege de rest.)

Dinosaur Jr - Without a Sound (1994)

poster
3,5
Ik vind het heel moeilijk om dit album een waardering in sterren te geven. Toen het uitkwam was Dinosaur Jr mijn favoriete band, dus ik kocht het ongezien op de dag dat het uitkwam, gerustgesteld door het feit dat het net als bijna al z'n voorgangers zo'n fantastisch onaantrekkelijke hoes had. Maar met name de eerste helft van de plaat is ongekend wisselvallig: dat gehaaste ritme en die zichzelf-over-de-kop-hollende breaks van Feel the pain liggen me totaal niet, maar het daaropvolgende I don't think so is dan weer een superbe ballade met een fraaie akoestische gitaar en lekkere solo's. Dan komt het vervelende Yeah right met die lelijke tweede stem van Thalia Zedek; ik weet niet of zij echt vàls zingt, maar haar stem gaat in ieder geval absoluut niet samen met die van Mascis (bijvoorbeeld dat onwelluidende "So I can't live without it"), maar dat nummer wordt dan weer gevolgd door het werkelijk ontroerende Outta hand met die prachtige theremin (string-synth? mellotron?). Prompt komt er dan weer zo'n overhaast nummer Grab it met die lelijke tweede stem van Zedek, en dat wordt dan weer gevolgd door zo'n heerlijk gekwelde ultieme Dinosaur Jr-song Even you. Zo zit ik na zes nummers op drie missers en drie nummers uit de hoogste categorie...
        Gelukkig is de tweede helft een stuk consistenter. Er zit in ieder geval geen slechte track meer bij, On the brink is heerlijk klinkende melancholie, Over your shoulder is een perfecte afsluiter, en het briljante intro van Get out of this is de inleiding tot opnieuw zo'n ultiem gekwelde Dinosaur Jr-nummer dat zó goed is dat zelfs die tweede stem van Zedek daar niets aan kan veranderen. Alles zo op een rijtje zettend is dit een wisselvallige plaat die mij toch dierbaar is omdat de hoogtepunten ervan zo aangrijpend en ontroerend zijn en mij zoveel jaren "begeleid" hebben, en dan neem ik de rest maar voor lief – maar dit is wel de eerste Dinosaur Jr-plaat die ik eerder "geprogrammeerd" dan in z'n geheel draai.

Dinosaur Jr. - Beyond (2007)

poster
2,5
Leuk dat de klassieke line-up weer in ere is hersteld, maar als ik eerlijk ben heb ik Barlow nooit echt gemist, noch bij Dinosaur Jr vanaf Green mind noch bij The Fog, dus dit is voor mij eigenlijk gewoon de tiende plaat van J Mascis in samenwerking met wie er dan ook maar per album tot zijn band (lees: begeleidingsgroep) behoorde. Los daarvan kan ik niet erg warm lopen voor dit album, om de eenvoudige reden dat ik niet genoeg echt goede melodieën en pakkende composities hoor. Er staat niets op waar iemand zich voor zou hoeven te schamen, maar er zitten ook maar weinig nummers bij die de intensiteit van bijvoorbeeld Where you been en Hand it over benaderen, en waar de composities en de akkoordenreeksen niet zo spannend zijn doen ook J's gitaarsolo's me niet zo veel. Uitzonderingen zijn de fraaie klassieke Mascis-midtempo-rockers (of -uptempo-ballades) This is all I came to do en We're not alone, maar het absolute hoogtepunt voor mij is Pick me up, dat redelijk neutraal begint maar eindigt met een heerlijke fuzz-solo die op het einde door het gebruik van een "stofzuiger" en een extra geluidsmuur nog even next level gaat. De twee bijdrages van Barlow zijn niet slecht maar hebben nogal onder zijn monotone stem en kleurloze voordracht te lijden. Al met al een plaat die me verrassend genoeg vrij koud laat, eigenlijk de eerste sinds het debuut waarbij me dat overkomt.

Dinosaur Jr. - Bug (1988)

poster
4,5
De eerste plaat van Dinosaur Jr die ik leerde kennen, en hoewel ik dit niet (meer) hun beste vind heeft hij altijd een warm plaatsje in mijn hart gehouden. Ik weet zelfs nog precies op welk moment het kwartje viel: het intro van No bones, die korte hoge fluittoon, dan de riff van de ritmegitaar, en dan (daar gebeurde het) dat loopje van vijf noten dat dwars door mijn ziel sneed, de ultieme noise-melancholie, even later nog gesteund door de zware bas, en wie goed luistert hoort op de achtergrond een akoestische gitaar die een subtiele "zachte" laag aanbrengt... Verderop in het nummer neemt een zware solo het over, en als coda horen we dan (min of meer) het steeds herhaalde loopje onder een bak noise en een zware baspartij terwijl Murph onverstoorbaar verder gaat en Mascis nog maar eens treurt om "the vast expanses" (voor zover ik het tenminste kan verstaan).
        De rest van de plaat doet daar weinig voor onder, en als tweede favoriet heb ik The post aangekruist, ook weer dankzij zo'n structuur die precies raak is: een aarzelend couplet ("paste it, traced it, erased it...") gevolgd door een scheurend refrein waarin Mascis zijn eigen onvermogen uitbrult: "She's my post to lean on, and I just cut her down..." Maar nee, hij brúlt het eigenlijk niet, het is meer een fluister op hoog volume, want hoe hard en gewelddadig de muziek soms ook is, de algemene indruk blijft er toch een van ingekeerdheid, introspectie en kwetsbaarheid, mede dankzij die stem. "Sometimes I don't thrill you / Sometimes I think I"ll kill you / Just don't let me fuck up will you / 'Cause when I need a friend it's still you... what a mess..."

Dinosaur Jr. - Dinosaur (1985)

poster
2,5
Proto-Dinosaur Jr : ik hoor al waar ze heen willen, het gevoel voor melodie en de onder de oppervlakte borrelende geluidsexplosies zijn al te horen of op z’n minst te vermóéden, en ook zien we hier al de voor deze band zo karakteristieke DIY-goedkoop-ogende hoes, maar het is het allemaal nog nèt niet. Dit debuut valt een beetje tussen de Cure-wal en het Hüsker Dü-schip, op zich geen verkeerde voorbeelden, maar de slechte en onprofessionele sound zit de band echt in de weg. Wanneer ik latere platen met de koptelefoon beluister ontdek ik altijd dat er onder Mascis’ fuzzgitaar vaak nog meerdere gitaarpartijen of andere versierselen zitten die je niet bewust oppikt maar die op een “lager” niveau de muziek op subtiele manier verrijken, maar bij dít album lijkt het wel of ik alle instrumenten meteen allemaal hoor, en dan opgenomen met uiterst goedkope apparatuur zonder enige diepte, zodat wat ik op het eerste gezicht hoor ook meteen identiek is aan wat ik na tien keer luisteren hoor.
        Maar op het einde van het album gaat het niveau opeens omhoog: Severed lips heeft al die ondraaglijke snik in de melodie waar Mascis later het patent op zou krijgen (een vooruitblik: “She’s my post to lean on...”), Quest is een frêle ballade waar Mascis na anderhalve minuut prachtig speelt met de dynamiek van zacht en hard, en Bulbs of passion is in feite al vintage-Dinosaur Jr. Niet toevallig worden deze drie nummers ook allemaal gezongen door Mascis, want van Barlows zang ben ik nooit een liefhebber geweest, zeker niet wanneer hij zo’n infantiele oerbrul als op het einde van Mountain man probeert. Deze drie nummers vormen samen een geweldig trio waaraan ik al af kan horen waarom Dinosaur Jr mijn favoriete band van de jaren 90 zou worden, maar door de onbeholpenheid van diverse nummers en de goedkope sound kan ik deze plaat toch niet anders dan als de zwakke voorloper van een geweldig oeuvre beschouwen.
        Beetje moeilijke geschiedenis met de tracklisting trouwens. Oorspronkelijk bestond dit vinyl-album uit 10 nummers, maar toen het op CD uitkwam werd Bulbs of passion (het B-kantje van de single Repulsion) er als laatste nummer aan toegevoegd, en bij de re-release in 2005 werd dat zelfs helemaal vóóraan het album gezet, volgens de Engelse wikipedia op Mascis’ eigen verzoek,”because [that song] gave our new direction – it felt like we were our own sound.” En daarin heeft hij natuurlijk wel gelijk, maar dat gevoel had ik ook al toen ik dat nummer als laatste hoorde op de CD-versie waarmee ik vertrouwd ben.

Dinosaur Jr. - You're Living All over Me (1987)

poster
5,0
Na het lo-fi maar knullig klinkende debuut nu de lo-fi maar perfect klinkende opvolger waarop meteen al te horen valt waarom Dinosaur Jr gedurende de negentiger jaren mijn favoriete band was. Ik heb ze op de voet gevolgd tot en met Beyond (en nee, ik vond de platen zonder Barlow echt niet slechter), daarna ben ik ze kwijtgeraakt toen er andere bands en stromingen "overheen" kwamen, maar al na één keer opnieuw draaien van You're living all over me weet ik weer waarom deze band mij toentertijd zo dierbaar was: melancholie verpakt in herrie die op de een of andere manier precies aansloot bij mijn levensgevoel van toen. Eindeloze gitaarsolo's die mij niet lang genoeg konden duren, bakken vol noise die bijna gewoon mooi te noemen waren, een kwetsbare stem waarbij ik maar kort "last" had van de gelijkenis met die van Neil Young, en steeds pakkende nummers die het midden hielden tussen pop en alternatief. Het klinkt ook alsof het in één keer in een emotionele bui is geschreven en toen zo snel en rauw mogelijk op de band is gekwakt, maar volgens mij is er heel goed nagedacht over welk effect bereikt moest worden en met welke middelen dat moest worden gedaan, anders zou deze plaat niet misschien wel honderd luisterbeurten en 33 jaar hebben overleefd. 33 jaar... zo lang geleden alweer, maar omdat deze plaat tijdloos klinkt lijkt het op muziek van gisteren of vandaag.
        Ik leerde Mascis c.s. kennen via Bug, Green mind was de eerste plaat die ik echt helemaal doorgrondde, en Where you been is misschien de plaat die mij het dierbaarst is, maar wie vindt dat You're living all over me het onbetwijfelbare hoogtepunt in hun oeuvre is kan ik ook geen ongelijk geven. Geen enkel zwak nummer, met Sludgefeast en Tarpit aangevinkt als favorieten omdat daarin de formule van gitaar + melodie + noise zo ultiem wordt uitgewerkt. Maar, zoals gezegd, geen enkel zwak nummer, ook Barlows experimentele Poledo niet. En dat dit album zou eindigen met Just like Heaven is bizar, voor mij hoort Show me the way gewoon het laatste nummer te zijn, een melig nummer van Peter Frampton dat in de handen van J Mascis opeens een heerlijke en opbeurende noiserocker wordt (hoewel Frampton op het einde "I watch you when you're sleeping / And then I want to take your love" zong en niet "And then I want to slap your face" zoals Mascis).

Dire Straits - Dire Straits (1978)

poster
3,0
Er moet een naam zijn voor dit soort albums. Je ziet ze opeens in de kast staan, je denkt: hee, waarom heb ik die al zo'n tijd niet meer gedraaid, eigenlijk is dat toch een geweldige plaat, waarom draai ik die niet veel vaker en waarom heb ik niet nog veel meer platen van die band? En dan zet je de plaat weer op, en van de eerste tonen krijg je inderdaad het verwachte kippevel. Geweldige plaat!
        ...totdat je halverwege het tweede nummer plotseling merkt dat je aandacht niet meer bij de plaat ligt maar bij een rondslingerend tijdschrift of je mobiel of de ramen die eigenlijk al een hele tijd gelapt moeten worden, niet omdat dat tijdschrift zo boeiend is of omdat je een nieuw bericht op je mobiel zou hebben (laat staan dat die ramen je interesseren) maar omdat de plaat ondanks alle evidente kwaliteiten enigszins langs je heen dreinst: het is mooie, elegante en degelijke muziek, maar het blijft de hele tijd op hetzelfde spoor, het kleurt allemaal binnen de lijntjes en het spettert nergens in je gezicht.
        Klassiek voorbeeld: het debuutalbum van de Dire Straits. Geen kwaad woord erover, heerlijke sound, superbe solo's, uitstekende composities, geen probleem met de stem, teksten die tenminste niet alleen maar over de liefde gaan maar soms echte verhaaltjes vertellen en met als ideaal uithangbord een fantastische single, maar de plaat weigert koppig om tot leven te komen, boven zichzelf uit te stijgen, af en toe eens wat sfeerbedervends op te dissen en me zo op te schudden en enthousiast te maken. Toegegeven, het zit allemaal tussen de oren, en ik kan dus helemaal niets op deze plaat aanmerken, maar áls ik hem dan weer eens tegenkom haal ik toch maar zelden het laatste nummer. Hoe noem je zo'n album?

Discipline. - Unfolded Like Staircase (1997)

poster
3,5
Een visionaire tekstschrijver en multi-instrumentalist met grenzeloze ambitie, omringd door uitstekende muzikanten, en de incidentele echo's van King Crimson en vooral Tony Banks storen me absoluut niet, maar vijf sterren kan ik hier toch niet aan kwijt. Ten eerste gaat die knauwende stem me af en toe behoorlijk op de zenuwen werken, net zoals ik nooit aan Hammill heb kunnen wennen, en ten tweede maken sommige composities toch een beetje de indruk dat ze zijn gebaseerd op aparte tekstfragmenten waar later melodieën en arrangementen omheen zijn gevlochten zonder dat het resultaat daarmee echt een muzikale eenheid is geworden. Met name Crutches met z'n matige zangmelodieën heeft daaronder te lijden, en hetzelfde zou je kunnen zeggen van het lange Into the dream, maar de dromerige en tegelijkertijd benauwende tekst daarvan is zó sterk dat die het nummer nog grotendeels bijeenhoudt. Alle respect voor Matthew Parmenter, en het openingsnummer en het After the storm-duo zijn geweldig, maar de tussenliggende 35 minuten zijn voor mijn oren vaak te fragmentarisch om mij vast te kunnen houden.
        Een laatste punt: op de hoesfoto hierboven, maar ook op bijvoorbeeld Progarchives, staat de bandnaam met een punt erachter, maar op de uitgave die ik hier voor me heb (de 2022-versie) is de punt op een duidelijk zo bedoelde wijze afwezig. Heeft de band die punt inmiddels geschrapt omdat dat bijvoorbeeld in internet-links voor problemen zorgde?

DJ Tiësto - In My Memory (2001)

poster
3,5
Nog altijd lekker om naar te luisteren vanwege de vette sound en de gepolijstheid, maar toch niet meer zo meeslepend als vroeger. De twee ballades Close to you en In my memory blijven prachtig, en Magik journey, Lethal industry en het slotnummer hebben killer-riffs die het nummer voorbeeldig dragen, maar op andere momenten gebeurt er gewoon te weinig – in de langere tracks zoals Obsession, Flight 643 en toch ook het openingsnummer gaat de begeleiding soms zó lang "kaal" door dat ik verveeld raak in plaats van in de trance meegezogen te blijven. Maar ja, eventuele bedenkingen verdwijnen bij het slotnummer als sneeuw voor de zon.

Don McLean - American Pie (1971)

poster
5,0
Ik heb inmiddels de geremasterde versie aangeschaft, en ik kan er erg tevreden mee zijn: mooi boekje, aardig essaytje, leuk dat ze de moeite hebben genomen om McLeans eigen licht over de teksten te laten schijnen, en de muziek klinkt helder en warm. Maar toch... als ik mijn favoriete nummer Crossroads met de koptelefoon op beluister valt er na het allereerste pianoakkoord onmiddellijk een dot ruis waar ik niet blij van word. Kennelijk is dat bij sommige oude muziek toch niet mooi "uit te vegen", bij het gitaarintro van The weight op Music from Big Pink van The Band heb je dat bijvoorbeeld ook.

Maar goed, ik zal er mee leren leven, gewoon maar niet met de koptelefoon beluisteren deze plaat. En waar het uiteindelijk om gaat: de muziek blijft onsterfelijk. Al van jongs af aan vind ik dit een "9-1"-plaat, met negen sterke nummers en één belabberde, maar ja, als een op zich toch ook al leuk nummer als Everybody loves me baby nota bene als slechtste nummer geldt hebben we toch niks te klagen, nietwaar. Vinylkant 2 (nummers 5 t/m 10) is inderdaad zwakker dan vinylkant 1, maar dat komt eigenlijk alleen maar omdat de eerste vier nummers zo ijzersterk zijn; op hun eigen merites beoordeeld zijn de overige nummers toch ook erg fraai.

Jammer dat in het boekje nergens wordt gememoreerd dat McLean al vele malen miljonair had kunnen zijn: zodra het titelnummer succes kreeg stonden de taartenbakkers op de stoep om te vragen of ze (uiteraard tegen ruime vergoeding) een lekkernij met de naam "American Pie" op de markt mochten gaan brengen en meteen bij de reclame zijn nummer mochten gebruiken...