MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

A. Savage - Several Songs About Fire (2023)

poster
4,5
Parquet Courts heb ik altijd een topband gevonden, met een aantal uiterst puike platen die toch ook altijd wel enige mindere momenten bevatten. Aangenaam verrast was ik door Thawing Dawn, de vorige soloplaat van A. Savage. Alles wat zijn band zo goed maakt komt daarop terug, maar dan zoveel relaxter en (voor mij althans) consistenter. Tijdlozer ook wel. Dit vervolg bewijst dat die plaat geen toevalstreffer was, deze is namelijk nóg een stukje sterker. De arrangementen vallen me hier aangenaam op, vol stijlvolle details binnen een simpel traditioneel geluid, die samen met Savage' observationele teksten en droogkomische voordracht de nodige schwung brengen. Ik was hoogst verbaasd hoe weinig aandacht Thawing Dawn kreeg, hopelijk is Several Songs About Fire een beter lot beschoren. Want wát een plaatje is dit zeg; misleidend simpel en weergaloos aanstekelijk, om vol bravoure bij weg te dromen.

Adrianne Lenker - Bright Future (2024)

poster
4,5
Adrianne kan weinig fout doen bij mij. Zag weer enorm uit naar dit album, eergisteren ging ik er eens goed voor liggen om met gesloten ogen en een pot dampende kruidenthee haar klanken en teksten over me heen te laten komen. Bij wijze van 'voorgerechtje' heb ik eerst deze opgezet en dat sloot natuurlijk uitstekend op elkaar aan. Gaat ze daarop nog een stapje verder door nummers te spelen die ze ter plekke uit de lucht grijpt, hier voel je toch ook aan alles dat er niet veel tijd gezeten zal hebben tussen conceptie en uitvoering. Ik vind 'ongepolijst' een wat lelijk woord, maar zo voelt het toch en dan wel op de beste manier denkbaar, terwijl de arrangementen toch behoorlijk verfijnd in elkaar steken. Een intrigerende combinatie van rauwheid en verfijning dus, die bij deze artieste volledig vanzelfsprekend voelt.

Het instrumentarium is uitgebreid met naast haar kenmerkende gitaarspel ditmaal ook heerlijk valse pianoklanken, die een dromerige sfeer oproepen. Sommige nummers op deze plaat zijn nog een stuk kaler dan voorganger Songs, daarbij soms de bevreemdende lo-fi-esthetiek van bands als The Microphones en Sparklehorse in herinnering roepend, maar ook regelmatig de nonchalante huislijke nijverheid van een Dylan of Young in de jaren zestig en zeventig. Als ik sommige van haar nummers Dylanesque noem (op haar vorige had ik die associatie sterk bij een aantal nummers, zowel in de melodieën als in de manier waarop ze haar teksten brengt, en nu weer bij een paar), doet dat niets af aan Adrianne's eigenheid maar is daar eerder een bevestiging van: in tegenstelling tot zijn vele epigonen probeert zij hem namelijk geenszins na te doen, maar lijkt het alsof iets van zijn 'spirit' haast terloops bezit van haar heeft genomen, net zoals zij op momenten Thom Yorke wist te 'channelen' op het hypnotiserende Abysskiss. Toch voelen al deze vergelijkingen ook wat vreemd, want Adrianne Lenker is vooral zo Adrianne Lenker, waarbij het haast bijzaak lijkt wat haar benadering elke keer is omdat het uiteindelijk toch alleen als haar kan klinken.

En zoals nummers van Abysskiss ook weer terecht kwamen op U.F.O.F., zo voelt het volstrekt logisch dat Big Thief-nummer Vampire Empire hier weer een solo-incarnatie krijgt. Het maakt immers allemaal deel uit van hetzelfde universum, waar alles door elkaar heen kan vloeien. En deze plaat is daar weer zo'n prachtige toevoeging aan. Kan niet wachten om het live in het Concertgebouw te horen, zoals ik hier wel eens eerder schreef behoort haar solo-optreden van een jaar of vijf geleden in de Tolhuistuin tot de drie mooiste concerten die ik ooit heb mogen bijwonen. Tot die tijd de teksten, melodieën en algehele sfeer van dit album steeds dieper in mijn hart sluiten. Haar zoveelste meesterwerkje op rij en het bijzonderste daarvan is misschien nog wel dat je het bijna normaal zou gaan vinden.

Adrianne Lenker - I Won​'t Let Go of Your Hand (2024)

poster
4,0
Wonderschoon, Adrianne die in je woonkamer een potje zit te improviseren. Of 'improviseren' is eigenlijk niet het juiste woord, dan denk ik eerder aan eindeloos meanderend getokkel, wat in haar geval ook prachtig kan zijn, zie Instrumentals. Maar dit zijn daadwerkelijk songs met een kop en een staart (of nou ja, toch behoorlijk kop-en-staart-achtig) die ter plekke 'ontstaan' en niet eens zo heel veel verschillen van haar laatste paar reguliere soloplaten, daarbij het vermoeden bevestigend dat die slechts een aantal takes na hun 'conceptie' op tape zijn gekwakt. Dit gaat dus nog een stapje verder. Bij menig artiest zou zo'n benadering zelfgenoegzaam kunnen overkomen, maar van Adrianne pik je het zonder meer omdat bij haar de magie altijd grotendeels bestaan heeft uit wat het moment aandient en haar hypersensitieve openheid naar dat moment. Zeker wie haar live aan het werk heeft gezien (met Big Thief, maar nog vele malen meer in haar uppie) kan dat alleen maar bevestigen. Eergisteravond vormde deze EP voor mij ieder geval een prima 'voorgerechtje' op haar nieuwe album, het eerste nummer daarvan sloot zo mooi aan op het laatste nummer van deze dat het bijna zo bedoeld leek. Ten slotte natuurlijk fantastisch dat zij dit maakt voor zo'n goed doel. Het verbijstert me best wel hoe weinig artiesten zich durven uit te spreken tegen de genocide in Gaza, maar zoals ook uit dit interview blijkt is zij een persoon die niet alleen kritisch naar de wereld kijkt maar ook naar haar plek hierin. Al met al een bijzonder toffe toevoeging dit aan haar betoverende oeuvre.

Adrianne Lenker - Instrumentals (2020)

poster
4,0
Al worden ze op vinyl als dubbelaar uitgebracht, vind ik het wel ontzettend sterk dat ze op de streaming media gescheiden blijven. Bij songs schreef ik net al een stukje. Ik verwacht dat ik instrumentals weliswaar aanzienlijk minder vaak op zal zetten, maar om bijvoorbeeld een boek bij te lezen of lichtjes op te mediteren is dit wel echt heel geschikte muziek, het roept echt een zeer speciale sfeer op om in weg te zakken. Het voelt afwisselend alsof ze bij jou in een hoekje van de kamer de prachtigste akkoorden uit haar gitaar zit te plingelen, dan wel alsof je kamer haast vanzelfsprekend verandert in de hut waar ze dit opnam. Alle omgevingsgeluiden, zoals de regen etcetera, dragen uiteraard bij aan dat gevoel. Alleen de windchimes op de tweede helft, al waarschuwt de titel je er natuurlijk al voor, nemen op zeker moment naar mijn smaak net iets teveel de overhand. Maar dat is dan ook het enige smetje op deze plaat, die zowel een prachtige toevoeging aan een weergaloos album, als een bijzonder op zichzelf staand werkje genoemd kan worden.

Adrianne Lenker - Live at Revolution Hall (2025)

poster
4,5
‘De beste band van de afgelopen tien jaar,’ zo omschrijf ik Big Thief toch wel met grote regelmaat. En solo is frontvrouw Adrianne Lenker misschien wel nóg beter. Twee keer zag ik haar zonder haar band, de eerste keer in de Tolhuistuin in 2019 toen ze trillend van de zenuwen al haar toehoorders aan het janken wist te brengen, vorig jaar in het Concertgebouw toen ze relaxt en zelfs wat nonchalant overkwam maar ook nu weer in haar uppie (alleen ditmaal zo nu en dan vergezeld door een toetsenist) iedereen in de wonderlijke greep van haar liedjes hield. Van die laatste tour is nu een registratie uitgebracht, Live at Revolution Hall. Naast de pianist speelt hier ook een violist op mee, maar uiteraard staan Lenkers stem en gitaarspel centraal. Over het algemeen ben ik niet zo’n liefhebber van live-albums, ze geven toch vaak het gevoel dat ‘je erbij had moeten zijn’. Deze liveplaat is echter zo pretentieloos, het klinkt haast als een haastig in elkaar gedraaide bootleg, en van de ruim twee uur gaat de nodige tijd op aan foutjes, grapjes en gegiechel. Door prachtlied Indiana zit de hele tijd iemand heen te niezen (en is op de tracklist dan ook omgedoopt tot ‘Indiana & Sneezing’). Maar dat er geen enkele moeite in gestoken lijkt om het ‘je had erbij moeten zijn’-gevoel te verdoezelen, zorgt paradoxaal genoeg juist voor een gevoel van nabijheid. Alsof Adrianne bij mij in de kamer zit te pingelen, en om de haverklap, haast tot haar eigen ongeloof, zo’n wonderschoon liedje uit haar mouw weet te schudden. Symbol vind ik misschien wel haar wonderschoonste lied, de studioversie grenst aan perfectie, maar deze live-uitvoering blaast het een geheel nieuw leven in.

KvKas: Mei 25 — Kasper van Royen - kaspervanroyen.com

Adrianne Lenker - Songs (2020)

poster
5,0
Het optreden dat ik afgelopen maart van Big Thief zag zou onder alle omstandigheden als waanzinnig goed in mijn hoofd gegrift blijven, maar deze herinnering is nog eens extra indringend omdat het het laatste concert was dat ik meemaakte voordat de wereld zich opsloot. Toch nog vele malen mooier was het optreden dat ik vorig jaar van Adrianne in een piepklein zaaltje zag. Helemaal in haar uppie, lichtelijk verlegen, maar tegelijk met een enorme kracht waarmee ze het publiek onder hypnose van haar liedjes hield. Werkelijk iedereen die ik na afloop sprak zei dat hij/zij van de eerste tot de laatste noot had zitten janken. En hoe zeer ik ook van Big Thief houd, mijn favoriete album is haar solowerk Abysskiss. De zeer subtiele spookachtige productie van Luke Temple (Here We Go Magic) voorzag haar prachtige liedjes van nog wat extra gloed. Was die plaat al vrij kaal, voor Songs (en ook Instrumentals) geldt dat helemaal. Haar liedjes zijn nog een stuk folkieër geworden en doen bij vlagen wel wat aan de vroege Dylan denken, het meest duidelijk is dit in Zombie Girl te horen. De liedjes zitten vol hartenpijn, maar ze overstijgt de ellende door zichzelf met deze liederen te troosten. En daarmee verdriet en troost bij haar luisteraars op te roepen. Mijn verwachtingen voor deze plaat waren al hoog, maar ik denk dat-ie zelfs Abysskiss overtreft en dat had ik nou ook weer niet voor waarschijnlijk gehouden. Dit lijkt me nou echt zo'n album waar met iedere luisterbeurt een ander liedje eruit blijft steken en waar je dus niet snel op uitgeluisterd raakt (en dat instrumentals is ook wel echt bijzonder, daar schreef ik dit stukje bij). Echt een van de bijzonderste artiesten van onze tijd en ik hoop dat ze, zowel solo als met haar band, ons mee blijft nemen op haar dwaaltochten.

Air - Love 2 (2009)

poster
4,0
Nicolas Godin and Jean-Benoît Dunckel uit Versailles vormen al vijftien jaar Air, een van de beste en meest invloedrijke acts van de electronische popmuziek. Hun tweede plaat, Moon Safari uit 1998, staat bekend als een mijlpaal; een plaat die als voorbeeld heeft gediend en vermoedelijk zal blijven dienen voor vele artiesten in het genre. De kenmerkende dromerig-erotische mix van lounge, lichte jazz, easy-listening en filmmuziek is niet meer weg te denken uit het muzikale landschap. Het Franse duo onderscheidde zich op dit album echter van zijn tijdgenoten en volgelingen doordat het op de eerste plaats zulke beklijvende popliedjes schreef, denk maar aan Kelly Watch The Stars en All I Need. Air was te emotioneel gelaagd, te menselijk, om tot het vlakke escapisme van de lounge-trend van eind jaren negentig gerekend te kunnen worden. Toch lijkt Air voor altijd min of meer geassocieerd te worden met dit soort veredelde muzak. Een nieuwe Air wordt in recensies steevast met Moon Safari vergeleken, alsof dat hun enige echt goede plaat zou zijn. Persoonlijk heb ik juist veel meer met het werk van na dat al dan niet terecht zo bejubelde meesterwerk. De soundtrack voor Sofia Coppola's The Virgin Suicides uit 2000 is ontroerend mooi, het album 10.000 Hz Legend uit 2001 doet in meeslepende epiek niet onder voor Radiohead en Pink Floyd (het wordt niet voor niets weleens 'de Dark Side of The Moon van de electronica' genoemd) en mijn favoriete Air-plaat Talkie Walkie uit 2004 is een van de allerfijnste drugs-platen ooit gemaakt. In 2007 probeerde Air op Pocket Symphony haar twee kanten (de relaxtheid van het oudere werk en de intensiteit van de latere albums) te verenigen en naar mijn smaak resulteerde dit in vleesch noch visch. Op het vorige week verschenen Love 2 wordt de hybride doorgezet, maar komt deze vele malen beter uit de verf dan op zijn voorganger. Menigeen zal blij zijn om te merken dat Air op deze plaat meer dan ooit teruggrijpt naar de sound van Moon Safari. De prettige lulligheid is helemaal terug, luister maar naar die grappige valse blokfluitjes op het broeierige Tropical Disease en het kinderlijke niks-aan-de-handa van Sing Sang Sung. Tegelijk is bijvoorbeeld opener Do The Joy zeer psychedelisch en Be A Bee kan zelfs onheilspellende rock 'n' roll genoemd worden (en doet sterk denken aan Pink Floyd's Lucifer Sam). Love 2 (stomme titel trouwens) is te onsamenhangend om als geheel te kunnen beklijven, maar telt wel uitsluitend sterke tracks en is een mooie toevoeging aan het oeuvre van deze eigenzinnige Fransozen. Goede koptelefoon-muziek voor in een nachttrein, of op een intieme after-party.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Alamo Race Track - Greetings from Tear Valley and the Diamond Ae (2023)

poster
4,0
Wat een bijzonder bandje blijft dit toch. Zo'n onweerstaanbaar gevoel voor melodie, met een immer aanstekelijke en licht bedwelmende dwarsheid. En in alle imponerende veelzijdigheid toch altijd meteen herkenbaar. Op deze plaat hoor je invloeden uiteenlopend van Beach Boys tot Velvet Underground en toch had het allemaal alleen door Alamo Race Track gemaakt kunnen zijn. Vijf platen in twintig jaar tijd verdient wellicht niet de productiviteitsprijs, maar als ze alle vijf zo consistent sterk zijn is elke toevoeging aan dit oeuvre ook meteen iets dat er moest zijn. De eerste helft van dit album vind ik met gemak tot het beste werk van de band behoren. De tweede helft vind ik net iets minder, maar alsnog hoogst genietbaar. En wie weet gaat het nog voor mij groeien, want zo werkt het vaker met de klanken van deze band. Op het eerste gehoor klinkt het allemaal niet zo gelaagd, maar er blijft een zekere ongrijpbaar inzitten waardoor het onmogelijk kan gaan vervelen en de liedjes zich steeds meer gaan vasthechten in je ziel. Ik merk dat nu al bij deze plaat, een verliefdmakend proces om hem steeds meer op z'n plek te laten vallen. Waar die uiteraard nooit hélemaal valt, dat is nou juist het geheim. En daarom maakt het niet uit hoe bescheiden het oeuvre blijft, je raakt er toch nooit op uitgeluisterd.

Alamo Race Track - Unicorn Loves Deer (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Aldous Harding - Warm Chris (2022)

poster
4,0
Ik vind Aldous Harding een fascinerende artiest. Er zit een intrinsieke subtiele gekte in alles wat ze doet, maar tegelijk ligt haar muziek uiterst warm in het gehoor en in dat contrast tussen subtiele gekte en muzikale warmte gebeurt iets heel erg onderscheidends en prikkelends. Het is ook heel duidelijk dat ze op deze plaat verschillende karakters speelt. Misschien was dat altijd al zo, maar hier komt het explicieter naar voren. Soms channelt haar stem voor mij één-op-één andere zangeressen - soms slechts voor de duur van enkele frasen, maar toch - zo hoor ik onder meer Vashti Bunyan, Joanna Newsom, Marianne Faithfull, Patti Smith en PJ Harvey voorbijkomen. Ik bedoel niet zozeer dat ze deze uiteenlopende stemmen imiteert - en het zal vast ook niet zo letterlijk bedoeld zijn als hoe ik het nu stel - maar het is voor mij echt alsof ik bij bijna elk nummer naar iemand anders luister en dat heeft wel iets betoverends. Omdat de muziek daarentegen juist wel behoorlijk consistent is, vormt dat tezamen een kaleidoscopische eenheid. Na enkele luisterbeurten - dus uiteraard kan dat nog veranderen - denk ik dat Warm Chris voor mij minder duidelijke uitschieters heeft dan haar vorige werken, maar als geheel Aldous' meest onderscheidende en krachtigste werk tot dusverre is.

Alela Diane - About Farewell (2013)

poster
5,0
Hoppakee, 5 sterren. Waarom? Ten eerste hield ik al zielsveel van Alela Diane, al waren mijn verwachtingen voor deze nieuw plaat niet bijzonder hoog, want haar vorige (met Wild Divine) vond ik een behoorlijke domper. Ze ging daarop duidelijk voor een andere sound, een stuk gelikter en gemoedelijker, en ik was even bang dat ze haar magie voorgoed kwijt zou zijn geraakt. Ik hoopte stiekem dat er toch nog iets van de schoonheid van The Pirate's Gospel en To Be Stil op deze nieuwe door zou klinken. Dat-ie misschien nog wel genialer is dan die twee platen, had ik dus echt nooit durven dromen. Ten tweede spreekt de thematiek mij bijzonder aan. Het is een echte 'echtscheidingsplaat', in de traditie van bijvoorbeeld Dylan's Blood On The Tracks en Beck's Sea Change. Diane zingt, met die duizelingwekkend mooie stem van haar, een enorm groot verdriet van haar af en het razend knappe is dat zij haar woorden met precisie kiest zonder in clichés te vervallen. En ten derde zijn de melodieën wonderschoon en de arrangementen weelderig, pastoraal, mysterieus, sprookjesachtig, maar nooit overdadig. Elk nummer is een pareltje, dat zich een weg snijdt door je hart. Vergeef mij deze lelijke beeldspraak, maar woorden die zoveel schoonheid willen vangen klinken bij voorbaat stompzinnig. Het is een tijdje terug dat ik heb zitten janken door muziek, - ben sowieso niet zo'n jankerd - maar dit album weet van de eerste tot en met de laatste noot werkelijk alle sluizen bij mij open te breken. Wát een plaat!

Alela Diane - Looking Glass (2022)

poster
4,5
Alela Diane is typisch zo’n artiest die zich niet per se hoeft te ontwikkelen. Haar stijl is al zo persoonlijk van zichzelf, vrij traditioneel maar hoogst melodieus, en met haar troostende stem als hartverwarmende constante. Niemand zou klagen als zij steeds dezelfde plaat zou maken, maar toch doet ze dat niet. Dit album is minder folky dan we van haar gewend zijn, en op momenten verrassend feeëriek. Zo excentriek of theatraal als bij haar oude vriendin Joanna Newsom (ze groeiden samen op in hetzelfde gehucht) wordt het nooit, maar toch moet ik op momenten wel degelijk aan haar denken. Geforceerd voelt dat gelukkig niet, bijzonder genoeg voelt elk liedje toch meteen als een Alela Diane-nummer. Haar grootste kracht is dan misschien ook wel hoe ze alles zo volstrekt vanzelfsprekend laat klinken, terwijl zoveel schoonheid toch nooit voor zich mag spreken.

Alela Diane - To Be Still (2009)

poster
4,5
Eind vorig jaar schreef ik over de plaat The Silence Of Love van Headless Heroes, waar bijzondere covers van Nick Cave, Vashti Bunyan, I Am Kloot, The Jesus & Mary Chain en Daniel Johnston op stonden. De zangeres van Headless Heroes, Alela Diane uit Nevada, heeft daarnaast onder haar eigen naam twee albums gemaakt waarvan zij zelf de nummers schreef. De eerste heet The Pirate's Gospel en komt uit 2006. Recent kwam haar tweede solo-album uit, getiteld To Be Still. Het zijn beide prachtige tijdloze folk-album, waar haar gitaarspel en bedwelmende stem met country-snik op de voorgrond staan. Soms wordt ze begeleid door een slide-gitaar, banjo of viool en zachte percussie. Het is muziek waar veel lucht en stilte in zit. Het is geen muziek die overdondert, maar Diane's melodieën kabbelen verleidelijk je hoofd binnen en wiegen je mee naar een geisoleerde plek van pure schoonheid, ongerepte natuur en mysterieuze vertellingen.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Altın Gün - Yol (2021)

poster
4,5
Vind dit hun fijnste plaat tot dusverre, ieder geval degeen die ik het vaakst op zal zetten. On en Gece blijven natuurlijk ook ontzettend tof, maar zie ik meer als studio-vertalingen van wat een waanzinnige liveband dit is. Yol staat veel meer op zichzelf en is niet alleen aanstekelijk, maar ook sfeervol, gelaagd en subtiel, met een heerlijke sound die droog en ruimtelijk tegelijk is.

Hier een inzichtelijk filmpje over het ontstaan van deze plaat: De derde Altın Gün, van platenkast tot drumcomputer - YouTube

Andy Shauf - Norm (2023)

poster
4,0
Wat een heerlijke plaat is dit! Ik had altijd een beetje een haatliefdeverhouding met zijn stem en ook wel met zijn teksten (op zijn solowerk dan, bij Foxwarren gek genoeg geheel geen last van) maar juist omdat hij hier ook wel een beetje de creepy stalker speelt valt het ongemakkelijke geneuzel helemaal op z'n plaats. Daarnaast vind ik hem melodieus nog sterker dan voorheen, de weeïge lichtheid van de dromerige klanken maakt het misleidend muzakkerig en daarmee een des te effectiever contrast met de thematische tristesse. Een plaatje om niet snel op uitgeluisterd te raken!

Animal Collective - Centipede Hz (2012)

poster
4,5
Wow, wat een plaat zeg! Totaal anders dan z'n voorganger, maar dat mag je bij deze band wel verwachten. Hij is heftig, duister, grillig, en toch ook weer heel aanstekelijk. Het klinkt soms ondoordringbaar, maar er blijft per luisterbeurt steeds meer hangen, tot je hele hoofd er vol mee zit. Soms wordt het dan teveel, maar juist van dat teveel is het moeilijk genoeg te krijgen. En per luisterbeurt gaat deze plaat meer op zichzelf staan, ontpopt het zich als een behekste flipperkast uit een andere dimensie waar alle menselijke emoties in gevangen zijn. Het is moeilijk om over deze band te spreken zonder in vage beeldspraak te vervallen, dus misschien dat u niks met deze beschrijving kan, maar dat is hoe ik het voel. Hoe dan ook hebben ze het 'm alwéér geflikt, zoveelste meesterwerk op rij.

Animal Collective - Isn't It Now? (2023)

poster
4,0
Hun vorige album, Time Skiffs, vond ik de beste AnCo in jaren; en dus kon ik m'n geluk niet op dat er zo snel alweer een opvolger zou verschijnen. De singles waren meteen ook veelbelovend. Toch blijkt dit wel een heel ander type plaat te zijn. Waar Time Skiffs voor AnCo-begrippen behoorlijk toegankelijk is - zonder echt de poppy kant op te gaan, zoals ze op Merriweather wel deden, al bleven ze ook daar volstrekt ongrijpbaar - is Isn't It Now echt een album waarvoor je maar net in de juiste headspace moet verkeren. De plaat klinkt op momenten erg aanstekelijk, maar ook die momenten kunnen zomaar vervliegen als je er niet helemaal met je hoofd bij bent. Voor de goede orde: dat is allerminst kritiek. Dit soort platen moet er ook zijn. Alleen is het daardoor wel wat lastiger te beoordelen. Toen ik hem eergisteren voor het eerst beluisterde, wilde het kwartje niet vallen. Defeat, wat als los nummer mij in z'n epische greep hield, vond ik zo in het midden van dit album maar de vaart eruit halen. Maar meteen bij de tweede keer draaien zat ik er wél helemaal in, en vond ik juist die schijnbaar merkwaardige opbouw - met Defeat als scharnierpunt - daartoe bijdragen. Waarschijnlijk zou het als slotnummer ook minder beklijven, terwijl er op subtiele wijze zó ontzettend veel in gebeurt. Het vormt een meditatie-oase na die geflipte rockopera ervoor, Magicians From Baltimore; het steekt allemaal behoorlijk doordacht in elkaar. De zwakte van de plaat zit momenteel in de staart voor mij, daar vervalt dit geluidenuniversum net iets teveel in een bonte brij. Maar wie weet zullen die nummers zich bij verdere beluisteringen meer van elkaar onderscheiden en het album als geheel (dat toch ook bijna twintig minuten langer dan de voorganger is en daarom vast ook, vrij letterlijk, meer tijd nodig zal hebben) verder laten groeien. Ik zie ernaar uit om daar achter te komen!

Animal Collective - Time Skiffs (2022)

poster
4,5
Moeilijk te zeggen wat er mis was met die vorige rits platen, ze klonken niet per se radicaal anders dan waar deze band groot mee werd. En toch voelden ze wat mat, een beetje zielloos zelfs, en wisten bepaald niet te beklijven. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik mijn interesse in dit gezelschap wat kwijt aan het raken was. Dat is niet erg, zo gaan die dingen. Op een plaat als deze had ik ieder geval zeker niet meer gerekend. Hier hoor ik weer hoe zij mij ooit zo wisten te betoveren, omdat ze dat doodleuk weer eens helemaal flikken. Ik ben opnieuw volledig in de ban van dat bizarre maar heerlijke geluidenpallet. Het klinkt zowel spannend als ontspannend, het klopt van geen kant en toch klopt het helemaal. En het is vertrouwd, maar wel fris. Ze doen waar ze ooit zo goed in waren, maar net een tikkie anders. Dit album mag dan ‘typisch anco’ klinken, het staat toch echt op zichzelf. Hier zal ik voorlopig niet uitgeluisterd op raken!

Arab Strap - I'm Totally Fine with It 👍 Don't Give a Fuck Anymore 👍 (2024)

poster
4,5
Dit album is wel aanzienlijk minder verrassend dan de voorganger, want alles waarmee de band hun lange stilte daarop doorbrak komt hierop terug. Qua uitwerking echter is deze plaat minstens zo briljant; een perfectionering van wat al zo perfect leek. De thematiek van de existentiële leegtes die het informatie-/smartphonetijdperk met zich meebrengt is op zich niet zo origineel te noemen, maar doorgaans wordt daar op een meer sardonisch/tragedische wijze over gezongen (Father John Misty's Pure Comedy bijvoorbeeld) of met een melancholische bevreemding (Damon Albarn's Everyday Robots), maar wat deze plaat-met-heerlijke-titel zo fucking uniek maakt: de pijnlijk herkenbare fysieke walging zoals Moffat dit als geen ander kan verwoorden en samen met Middleton op zulke eigenzinnig bezwerende klanken weet te zetten die je opslokken en weer uitspugen. Het leed van de moderniteit verwordt daarmee tot iets tijdloos primitiefs. Waanzinnig consistent vormgegeven ook, met alle lyrics als whatsappberichten. Deze band weet altijd zo sterk tegenstrijdige emoties over te brengen en op deze plaat nog wel meer dan ooit: bijzonder benauwend indringend maar toch ook altijd met net voldoende lucht en humor, zodat de schoonheid van dit alles des te harder binnenkomt. Een plaat om je door te laten verzwelgen.

Arcade Fire - Pink Elephant (2025)

poster
2,5
Om maar positief te beginnen: Ik vond Year Of The Snake wel een verleidelijke eerste single, met een intrigerend soundje. Zou het dan toch... Maar nee. Hun gevoel voor melodie zijn Win en Régine nog zeker niet kwijt, zo bewijzen ook een aantal andere nummers op deze plaat. Wat ontbreekt zijn alle elementen die die melodieën ooit vleugels gaven en deze band zo bijzonder maakte: de eigenzinnige arrangementen, het spannende samenspel, de overrompelende overtuigingskracht.

Dat ze hier kiezen voor een heel andere benadering, is op zich prima. Reflektor klonk toch ook totaal anders dan The Suburbs, maar wat beide platen gemeen hadden was die collectieve zoektocht, iets wat Win en Régine oversteeg en vooral zo krachtig en meeslepend bleef. Op Pink Elephant lijkt de band nagenoeg verdwenen. De sound die ervoor in de plaats komt klinkt grotendeels bestudeerd en afstandelijk, gezocht en vermoeid. Win en Régine klinken ook gezocht en vermoeid, alsof ze iets brengen waar ze zelf niet meer in kunnen geloven. Ze proberen zichzelf krampachtig te overtuigen, maar zelfs dat lukt maar niet, laat staan dat de luisteraar erin mee kan gaan. Everything Now en We waren al behoorlijk wisselvallige platen vergeleken met de eerste vier klassiekers, maar dit is een ware draak.

Het is onmogelijk Wins praktijken niet te betrekken in de perceptie hiervan, dat is nu eenmaal de roze olifant in de kamer waar niet aan gedacht mag worden. Doorgaans ben ik wel een voorstander van het scheiden van kunst en kunstenaar, maar met titels als 'Circle Of Trust' refereren ze zelf openlijk naar deze periode. Dat lijkt dapper, maar tegelijk is het allemaal zo extreem vagelijk dat het niet veel meer lijkt uit te halen dan wat gewrijf in een nare vlek.

Deze band heeft ons zoveel fantastische muziek gegeven, dat een paar mindere platen best te vergeven zijn. Mijn verwachtingen waren realistisch laag, maar dit nieuwe dieptepunt is wel van een zeldzame pijnlijkheid. Dit uitgebluste duo mag zich hoogstens nog Arcade Waakvlammetje noemen.

Arcade Fire - The Suburbs (2010)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vorige week dit album besproken, beluister het hier.

Arcade Fire - WE (2022)

poster
3,5
Ik geloof dat ik een stuk enthousiaster over deze plaat ben dan de meesten hier, maar ja, mijn verwachtingen waren dan ook wel écht heel laag. Maar zowaar: ik vind het denk ik wel hun meest consistente plaat sinds The Suburbs. Reflektor kende weliswaar duidelijkere hoogtepunten, waar de hoogtepunten van dit album niet de schaduw van mogen staan. Maar er stonden ook enkele ergerlijke nummers tussen, om van Everything Now (één brok ergerlijkheid) nog maar te zwijgen. Gezien de songtitels en het hele (zelfs voor hun doen, dat zegt wel wat!) pompeuze concept, had ik me erop ingesteld me aan WE (die kapitalen alleen al) weer een heerlijk potje te gaan zitten ergeren. Maar de pretenties ervaar ik ditmaal eerder als ontwapenend en de muziek als gefocust en meeslepend. Ze ballen in veertig minuten (het geklaag hier over die lengte begrijp ik niet zo, vind dat nu juist krachtig) alle kanten van hun oeuvre samen en vernieuwend is dat dus niet bepaald, maar het weet mij toch wel echt in z'n greep te houden en mijn hartje te verwarmen. Op momenten heerlijk sardonisch over-the-top, maar vaak genoeg ook vol oprechte bezieling. En mede dankzij de (voor Godrichs doen verrassend subtiele) productie, gehuld in een aparte gloed die, ondanks het gebrek aan vernieuwingen, WE toch een duidelijk opzichzelfstaande eenheid laat zijn. Nee, in de algehele consensus dat deze band z'n beste dagen definitief achter zich heeft liggen, kan ik me zeker wel vinden - maar ach, de meeste bands komen nu eenmaal op zeker moment op zo'n punt - maar als het albums als dit op blijft leveren, valt er wat mij betreft toch echt niet al teveel te klagen.

Arctic Monkeys - Humbug (2009)

poster
3,5
Je zal maar Alex Turner heten. Een van de meest bejubelde songschrijvers van je generatie zijn, drie meesterwerken met twee totaal verschillend klinkende bands hebben uitgebracht (post-punk en garagerock met Arctic Monkeys, zwaar georkestreerde sixties-pop met The Last Shadow Puppets) en dan nog maar drieëntwintig lentes jong zijn. Jaloersmakend. En nu is er dan zijn vierde album, de derde met de 'poolapen'. De plaat heet Humbug, een woord dat veelvuldig gebezigd werd door Dickens' Scrooge en zoveel betekent als 'wat een nonsens!'. Scrooge zei het over Kerstmis. Waar zegt Turner het over? Misschien wel over de verwachting een plaat te moeten maken die van alle kanten klopt. Want in tegenstelling tot zijn voorgangers klopt Humbug eigenlijk van geen kanten. En dat werkt opmerkelijk verfrissend. Als Turner iets goed kan is het immers toch wel liedjes schrijven die klinken alsof je ze altijd gekend hebt. En dat soort perfecte songs zijn nauwelijks aanwezig op de nieuwe plaat. Waarschijnlijk had Turner zoiets van: 'Laat ik op zoek gaan naar wat nieuwe geluiden en invalshoeken, ook al betekent het wellicht dat mijn nieuwe album voor de verandering eens niet overal met schreeuwerig enthousiasme de hemel in geprezen wordt.' En het joch heeft natuurlijk gelijk. Josh Homme mocht het werkstuk produceren en zijn invloed is duidelijk terug te horen in de broeierige sfeer, de zompige zanglijnen en het lompe gitaarwerk. Soms klinken de nummers zelfs als een merkwaardige hybride tussen Arctic Monkeys en Queens Of The Stone Age. Opvallend genoeg blijken de twee sterkste songs van de plaat bij de drie enige tracks te behoren die juist níet door Homme, maar door vaste kracht James Ford geproduceerd zijn. Die nummers, Secret Door en Cornerstone, klinken al vanaf de eerste beluistering als heuse britpop-klassiekers, met prachtige melancholische melodieën en ijzersterke teksten. Het ene liedje heeft een hoog Morrissey-gehalte en het andere liedje doet aan de vroege Bowie denken. Geen verkeerde referenties lijkt me zo. Ze herinneren ons eraan wat een groots songschrijver die Turner toch is, voor het geval we dat even mochten vergeten. De rest van het album is onderhoudend, op momenten erg spannend en sfeervol, maar nergens echt beklijvend. Dat geeft niet. Deze artiest mag de tijd nemen zich verder te ontwikkelen, hij heeft immers nog een heel leven aan sterke platen voor zich. Het is mooi om getuige te mogen zijn van het groeiproces van zo'n sympathiek talent.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Arctic Monkeys - Suck It and See (2011)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Arctic Monkeys - The Car (2022)

poster
4,5
Die vorige plaat wilde ik zo graag goed vinden, in theorie zou het echt iets voor mij moeten zijn, ik hou immers ook zo zielsveel van die Last Shadow Puppets-sound (hun eerste plaat dan tenminste, die tweede was een fikse tegenvaller). Maar het kwartje bij Tranquility Base wilde bij mij maar niet vallen. Deze vind ik echter meteen van begin tot eind grandioos goed. Waar hem het verschil in zit weet ik niet zo goed, het lijkt er toch behoorlijk op aan te sluiten, al kan ook best het moment zijn. Maar wat een stem, wat een teksten, wat een atmosfeer! Zo mogen Alex en co wat mij betreft nog wel een tijdje door gaan. Grandioze spionnenbarok.

Arooj Aftab - Night Reign (2024)

poster
4,5
Wonderlijk om te zien dat ik hier nog geen berichtje had geplaatst, terwijl dit toch al geruime tijd waarschijnlijk wel de meest gedraaide plaat van het moment is bij mij thuis. Niet alleen omdat dit een steengoede plaat is, maar ook omdat het bijzonder geschikt blijkt voor zo'n beetje elk moment. Dat verbaasde me wel, want ik associeerde Arooj meer met muziek die je juist bewaart voor bijzondere momenten, die teveel een eigen sfeer heeft om zomaar op te zetten. Die sfeer is op dit album net zo eigen als voorheen, maar minder indringend, of misschien beter gezegd: subtieler indringend.

Aanvankelijk stoorde ik mij wat aan schijnbare hippigheden zoals de experimenten met autotune en spoken word, en ook de deels relatief conventionelere songstructuren vond ik mild teleurstellend; je zou kunnen zeggen dat deze zaken Night Rein een minder tijdloze, in haar-eigen-universum bestaande, plaat maken dan Vulture Prince en Love In Exile dat zijn. Nu vind ik juist de manier waarop hiermee het universum van Arooj meer verweven raakt met de onze, haar bijzonderheid in zekere zin alleen maar verder onderstrepen.

Deze plaat kan je blijven draaien en blijft steeds meer onder de huid kruipen. Mijn geliefde, die misschien wel een nog groter liefhebber is dan ik en zeker sinds we Arooj vorig jaar met Vijay Iyer en Shahzad Ismaily in de Tivoli zagen, blijft dit album maar uit de kast trekken. Deze klanken veranderen onze huiskamer in een ambiance waar het heerlijk toeven is, waar je net zo prima een goed boek bij kan lezen als de administratie bijwerken of helemaal (alleen of samen) wegdromen.

Toen ik hem pas voor de verandering eens onderweg op wilde zetten, kwam ik er wel achter dat de volgorde op Spotify compleet anders is. Mijn autistische brein kan dat soort verschillen nooit zo goed aan (ik ben een ware albumfetisjist en vind shuffelen na moord en overspel de grootste zonde) maar het was ook wel weer een geinige manier om een inmiddels zo vertrouwde plaat opnieuw te leren kennen.

De kracht van Arooj's stem is dat zij klinkt als een eeuwenoude ziel, maar de subtiele veranderingen op dit album geven het gevoel dat zij nog maar aan het begin van een grootste ontdekkingstocht staat. We mogen bijzonder vereerd zijn om mee te gaan maken wat voor wonderschoons dat nog meer allemaal op zal gaan leveren...

Art Feynman - Be Good the Crazy Boys (2023)

poster
4,5
Luke Temple is een artiest met vele gezichten en even zovele namen. Onder zijn eigen naam maakt hij folky pop, doorgaans vederlicht en een enkele keer topzwaar. Als Here We Go Magic maakt hij psychedelische indiepop met flarden ambient en shoegaze. Als Art Feynman maakt hij een bevreemdend funky mix van afrobeat en krautrock, en dat doet hij op dit derde album onder die naam overtuigender dan ooit. Zijn hypnotiserende fluisterstem is wat eigenlijk al zijn projecten met elkaar verbindt, en natuurlijk zijn aanstekelijke gevoel voor melodie en verslavende ritmes. Deze plaat - bij hoge uitzondering opgenomen met een band in plaats van in zijn multi-instrumentele uppie - is van begin tot eind genieten geblazen en bezorgt bij mij een instant huppelend lentegevoel om de winterdagen mee door te komen.

Atlas Sound - Logos (2009)

poster
3,5
Er vallen twee dingen op aan Bradford Cox. Ten eerste dat hij een raar lichaam heeft. Hij lijdt aan het Syndroom van Marfan, een aangeboren afwijking van bindweefsel dat ervoor zorgt dat hij graatmager is en hele lange armen, benen en vingers heeft. Dapper dus om voor de cover van zijn nieuwe plaat naakt te poseren. Aan de andere kant hoeft hij zich er niet voor te schamen, want Abraham Lincoln, Sergej Rachmaninov, Robert Johnson en Joey Ramone zijn zomaar wat namen van illustere voorgangers die aan deze ziekte leden. Hij bevindt zich dus ieder geval in goed gezelschap. Het tweede wat opvalt aan Cox en wat natuurlijk veel belangrijker is dan het eerste punt, is dat hij een van de meest productieve muzikanten is van dit moment. Zo bracht hij vorig jaar maar liefst drie albums uit. Twee met zijn band Deerhunter (Microcastle en Weird Era Cont.) en een met z'n solo-project Atlas Sound (het prachtig getitelde Let The Blind Lead Those Who Can See But Cannot Feel). Dit jaar werden we vervolgens verblijd met de hele mooie Deerhunter-EP Rainwater Cassette Exchange, die bij concerten van de band op het hartverwarmende medium cassettebandje gekocht kon worden. En nu is er dan weer een nieuwe langspeler onder de naam Atlas Sound. Althans, nieuw?

Een embryonale versie van Logos, want zo heet het album, lekte vorig jaar reeds tot veel geluk van de fans. Tot minder geluk van Cox zelf, dat dan weer wel. De arme stumperd had op wat verkeerde knopjes van zijn kompjoeter gedrukt en daarmee per abuis het project waaraan hij op dat moment met ziel en zaligheid bezig was de wereld in verzonden. Hij ontstak vervolgens op zijn blog in een felle tirade en zwoer zelfs het album in definitieve vorm nu nooit meer uit te zullen gaan brengen. Ik wilde me graag solidair verklaren en besloot het dan maar niet te downloaden, al was ik bang dat ik dit album nu nooit meer zou horen. Gelukkig komt Logos er nu dan echt, in oktober om precies te zijn. Het album lekte vorige week opnieuw, zoals dat tegenwoordig nu eenmaal gaat. Maar dit keer mocht ik het wél van mezelf downloaden, aangezien het hier immers de 'real deal' betrof. Vanzelfsprekend koop ik de plaat zo gauw hij in de winkel komt te liggen, al was het maar om de collectie compleet te houden.

Productiviteit staat natuurlijk niet garant voor constante kwaliteit. Ik vind Bradford Cox een van de bijzonderste songschrijvers en muzikanten van de afgelopen jaren, maar het is vooral Deerhunter waar ik veel mee heb. De sterke popsongs die deze band verpakt in spannende sferische shoegaze spreken tot de verbeelding, ze nemen je mee naar plekken die tegelijk hemels en benauwend kunnen zijn, escapistisch en confronterend. Atlas Sound streeft een andere esthetiek na. Minder groots, minder meeslepend. Het overrompelt nergens, maar nestelt zich op de beste momenten in het deel van je schedelpan dat tussen waken en slapen briljante gedachten mogelijk maakt. Op de mindere momenten is het niet meer dan aangename achtergrondmuziek. En die lijn lijkt soms aardig dun.

Er staan een aantal fantastische songs op Logos. Van de single Walkabout is het goed te begrijpen dat Cox aan Panda Bear heeft gevraagd de vocalen op zich te nemen, dit zomerse liedje is hem namelijk op het lijf geschreven. Ook de gastbijdrage van Stereolab-zangeres Lætitia Sadier op Quick Canal is zeer passend. Dit lange nummer met fijne oceaan-geluiden en funky bas is bijna 'lounge' te noemen, maar dan in de betere zin des woords. De twee beste songs van het album worden echter gezongen door Cox himself: het folky Attic Lights en het sixties-psychedelische Shelia. Het zijn melodieus sterke nummers, met erg mooie - vergeef mij het woord! - 'wendinkjes'. Ook het melancholische Criminals, het spannende Kid Klimax en het bezwerende My Halo mogen er wezen. Veel goede nummers op deze plaat dus. Maar als geheel toch ook nét iets teveel tracks die nogal richtingloos voortkabbelen. Die teveel storende elementen bevatten om 'ambient' te mogen worden genoemd, maar tegelijk te weinig bieden om als popsong interessant te kunnen zijn. Logos is een moeilijke plaat, maar van Bradford Cox zijn we voorlopig nog niet af. Ik kan niet wachten op de volgende Deerhunter! Hem kennende zal het wel niet al te lang meer duren.


Bron: http://kasblog.punt.nl/

Atlas Sound - Parallax (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik deze week dit album besproken, beluister het hier.

Avey Tare - Down There (2010)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik afgelopen donderdag dit album besproken, beluister het hier.

Avi Buffalo - At Best Cuckold (2014)

poster
4,5
Zeer aangename verrassing dit. Het debuut klonk als een vakantieliefde om af en toe met weemoed aan terug te denken, maar het vooruitzicht op een nieuwe ontmoeting maakte maar zenuwachtig. Zou dat charmante hoopje dons in de afgelopen vier jaar niet zijn uitgegroeid tot een saaie zwaan? Gelukkig blijkt elke angst ongegrond te zijn: het nieuwe album mag weliswaar 'volwassener' klinken (net wat gelikter en stukken gelaagder), dat zweverige gevoel van een adolescente nazomer waarin melancholie en euforie samensmelten is gebleven, evenals de prachtige net-niet-valse samenzang en bittergeile teksten, en levert over de gehele linie ook nog eens een hoger pecentage songs op die in een rechtvaardiger universum wereldhits zouden zijn. She Is Seventeen is mijn persoonlijke favoriet: glampop zonder oogschaduw. Maar de hele plaat is van begin tot eind genieten geblazen. Nu maar hopen dat het niet weer vier jaar wachten wordt voor een derde date.