MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Them Crooked Vultures - Them Crooked Vultures (2009)

poster
3,0
Supergroepen werden vaak in een adem genoemd met Cream, The Jimi Hendrix Experience, Blind Faith en Focus.
Vaak moesten supergroepen uit de jaren 60, jaren 70 het voornamelijk hebben van goed gespeelde grooves en uitgebalanceerde jamsessies.
Vaak viel dit goed uit, maar ook regelmatig ging dit totaal de mist in.
Muzikanten die goed op elkaar ingespeeld zijn, maar vanwege het grote commerciële succes worden ze vaak niet gezien als supergroep.
Toch zijn dit allemaal bands die bleven vernieuwen, en waarbij de kwaliteit meestal niet minder werd.
Bands waarbij het resultaat over het algemeen erg goed was zijn Fleetwood Mac, Queen, Pink Floyd en Led Zeppelin.
Van laatste band speelt John Paul Jones een aardige rol in Them Crooked Vultures.
Dave Grohl is natuurlijk al bekend vanwege zijn strakke drumpartijen.
Toch mis ik hier zijn kracht die bij Nevermind en Songs for the Deaf wel zeker aanwezig is.
Them Crooked Vultures blijft het project van Josh Homme.
Beter dan Eagles of Death Metal, minder dan Kyuss en Queens of the Stone Age.
Een nummer als Dead End Friends zou het prima doen als track op een Queens of the Stone Age album, maar die momenten zijn onvoldoende aanwezig om echt te spreken van een geslaagde samenwerking.
Elephants heeft wel wat weg van een Jimmy Page achtige riff, maar mist kop en staart.
Om eerlijk te zijn heb ik persoonlijk niet het gevoel dat dit album genoeg inspiratie opleverde voor …Like Clockwork, maar daar zijn de meningen over verdeeld.
Ik wacht alweer bijna 10 jaar op de volgende meesterzet van Homme.

Therapy? - Cleave (2018)

poster
3,0
Bij het vorige album Disquiet was ik niet echt enthousiast, maar Therapy? Is zo’n band die ik elke nieuwe release weer een kans wil geven, zo ook deze.
Nou, hij hakt er wel in; je hoort hun kenmerkende sound gelijk terug in Wreck It Like Beckett, maar het is wel flink hard, een beetje in de lijn van Helmet.
Net als bij het vorige album vond ik de zang van Andy Cairns een stuk minder geworden, en ook hier is dit zeker niet hun sterkste kant.
Vroeger had de sound ook wat meer het verfrissende gevoel, ergens scheen er nog licht aan het einde van de tunnel.
Hier is het vooral duisternis; soms zelfs richting een Slipknot.
Callow gaat echter weer meer de Manic Street Preachers kant op, en is weer net wat rustiger.
Vervolgens krijg je wel steeds meer het gevoel van vroeger terug, maar het is me net te gefrustreerd allemaal; niet meer de boosheid die om te buigen was tot hoop, meer de boosheid die leidt tot teleurstelling.
De mooie afsluiter No Sunshine is echter een kant die ik nog niet van Therapy? Kende; mooie opbouw, en hier zijn de emoties weer helemaal in evenwicht, ondanks de zwaardere ondergrond; sterker nog, dit is misschien wel een van de mooiste nummers die ze ooit gemaakt hebben; wel totaal anders als het werk van Troublegum, daar zou deze weer totaal niet op passen, wel het hoge niveau wordt bij deze track gehaald
Absoluut een vooruitgang ten opzichte van Disquiet, maar Cleave haalt het op een uitzondering na niet bij hun topperiode in de jaren 90.

Therapy? - Disquiet (2015)

poster
3,0
Still Hurts opent vergelijkbaar als Knives van Troublegum.
Gefluister om vervolgens een genadeslag toe te dienen.
Heftige hoes trouwens.
Therapy? Weet daarmee in ieder geval wel te shockeren.
Disquiet ligt muzikaal gezien zeker in het verlengde van Troublegum, maar de overtuigingskracht is een stuk minder.
Daar hoorde je nog een jonge strijdlustige zanger, die tot bloedens toe zijn tanden vermorzelde.
Dit is een oudere, afgezwakte licht dementerende man met een goed passend kunstgebit.
Ook bij Andy Cairns zijn de jaren gaan tellen.
Waarschijnlijk leeft een popmuzikant regelmatig zo op het randje, waardoor de slijtage eerder toe treed.
Therapy? Klinkt hier als de Green Day van de laatste jaren.
Uitgeblust.
Jammer, want de intensiteit is volgens mij wel aanwezig.

Therapy? - Troublegum (1994)

poster
5,0
My Girlfriend Says That I Need Help My Boyfriend Says I’d Be Better Off Dead.
Oei, zware kost.
En dan die hoes. Een Prullenbak die gevuld is met condooms, spuiten en pornoblaadjes.
Welkom in de donkere ziel van Andy Cairns; zullen we maar zeggen.

I Think I’ve Gone Insane I Can’t Remember My Own Name.
Gewoon een flinke kater, een paar kopjes zwarte koffie, en je voelt je alweer een totaal ander mens.

Ik heb Therapy? in deze periode vaak live gezien, en ik moet denken aan nat geregende vieze festival weides. Waar een goedlachse Andy Cairns zijn krankzinnige, boze teksten over de velden laat galmen.
Met langs hem een heen en weer stuiterende Michael McKeegan op basgitaar.
De geloofwaardigheid van Troublegum was hierdoor wel bijna tot een nulpunt terug gebracht, maar wat kon je heerlijk meezingen met de nummers.
Dat gevoel had ik trouwens ook bij Skunk Anansie; het was allemaal een beetje gespeeld.
Verder werd er een verantwoorde bezoekersvriendelijke pogo dans onder het publiek uit gevoerd, waar jong en oud aan mee kon doen.
Leuk; met een gebalde vuist in de lucht.

En toch blijft dit een zeer geslaagd album. Nog steeds kan ik genieten van nummers als Screamager, Nowhere, Die Laughing en Lunacy Booth.
Voor de een zal dit een gedateerd albumpje zijn, voor andere een heerlijke trip terug naar de gitaarrock uit de jaren 90.
Ik hoor bij die laatste groep.

THIS IS SHIT - /// (2020)

poster
3,0
Als hedendaagse techno act moet je ervaren hoe je het verschil kan maken. Het lijkt allemaal zo eenvoudig. Een pakkende opbouw die stap voor stap toewerkt naar een explosieve climax. Al jaren maken grote dance namen niet alleen de clubs onveilig, maar richten ze zich uiteraard ook op het festivalpubliek. Hier wil TH/S /S SH/T graag bij aansluiten.

TH/S /S SH/T heeft eerder met vier EP’s al een paar kleine stroomstootjes gegeven voordat ze uiteindelijk met een volwaardige plaat aan komen zetten. Perfect gecast om rondstreeks het buitenseizoen te verschijnen. Helaas loopt het allemaal anders en was het te verwachten dat de release ver naar voren wordt geschoven. Toch denken de drie Parijzenaren daar anders over, en knalt /// uit de speakers, terwijl de buren op gepaste afstand mee mogen luisteren.

Overduidelijk zoeken ze aansluiting bij de Breakbeat die zich vooral vanuit de Britse ravescene en Acid House vanaf begin jaren negentig omhoog werkten. Hard, rauw en vooral agressief. Met de verwerkte gitaarakkoorden in openingstrack /// laten ze al horen dat ze veel breder georiënteerd zijn. Ze hebben er totaal geen moeite mee om de gelijktijdige in opkomst zijnde Britpop met hun zweverige orgelpartijen een plek in het geheel te geven.

Het is meer dan een geluidscollage, omdat veel van de instrumenten echt live worden ingespeeld, en dat hoor je niet alleen, dat voel je ook. In Ecstasy staat de drum echter te hard opgesteld en zitten er net als in de openingstrack kleine schoonheidsfoutjes tussen, die vreemd genoeg niet verwijderd zijn. De enthousiaste metal en mathrock invloeden pushen het de harde psychedelisch richting op en geeft ze meer mogelijkheden om zich op het podium als volwaardige band te laten zien. De krachtsexplosie op het zwaar industriële Transition 1.4 gaat daar nogmaals vet overheen, maar ook hier zit de beat net verkeerd in de mix.

Bij Hemp maken ze wel een pijnlijke misstap door heel nadrukkelijk te shoppen in de The Prodigy catalogus, zeker nadat ze eerder al hebben laten horen waartoe ze zonder enige hulp toe in staat zijn. Of ze zijn zo’n grote bewonderaars dat ze op deze manier het respect willen uitdragen. Wat dus wel goed werkt is de cyberpunk opgefoktheid van Amphetamine, die tegengas krijgt van orkestrale strijkers en een fiks portie aan new wave space geluiden. De voorliefde die de Franse elektro nerds hebben voor de soundtracks van Japanse jaren zeventig animatiefilms komt sterk naar voren in Transition 1.3. Ook hierin domineert die lekkere oldschool future sound.

TH/S /S SH/T, maar niet The Real Shit. Iets te vaak schuiven ze als onuitgenodigde gasten aan tafel bij de pioniers van de elektronische dance muziek. Lekker een hapje mee eten om er vervolgens een eigen drol van te draaien.

TH/S /S SH/T - /// | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

This Is the Kit - Careful of Your Keepers (2023)

poster
4,0
Je kan het verleden niet meer veranderen of terugdraaien, en zelfs de toekomst is niet volledig naar eigen wensen in te vullen. In een samenleving kan je hooguit van je gemaakte fouten leren, door hier in de toekomst beter over na te denken, en keuzes bewust te overwegen. Het impulsief handelen zit in het aard van het beestje, helemaal uitroeien is onmogelijk. Op grote sociale schaal leiden misstanden tot onenigheden. Met haar dromerige folk uitstraling, verzacht de Bristolse Kate Gruff het aangedane leed. Deze maatschappelijke vredelievende invalshoek vraagt om een producer met een soortgelijke gedachtegang, en dan kom je al snel bij voormalige Super Furry Animals frontman Gruff Rhys uit.

De band bestaat verder nog steeds uit bassist Rozi Leyden, gitarist Neil Smith en drummer Jamie Whitby-Coles. De band is opnieuw aan Jesse D Vernon gekoppeld, die hier de verantwoording over het subtiele hoornblazerskwartet draagt. Careful of Your Keepers is meer basic dan de voorganger. Scabby Head and Legs flirt met jazzstructuren briesjes, het avondschemerige Careful of Your Keepers titelstuk duikt er zelfs nog dieper in. Careful of Your Keepers is het zesde hoofdstuk in het This Is The Kit herhaal, en een sober gestemde voortzetting van het in 2020 verschenen Off Off On waar de gehoopte postpandemie doorstart centraal staat. Nu bekritiseren we de gevolgen. Wat brengt deze nare tijd ons, en wat leren we ervan.

De wereld is in de oude modus gereset, en ook This Is The Kit pakt die pure grondbeginselen terug. Careful of Your Keepers; we houden ons amper staande en grijpen alle strohalmen vast, totdat deze verdort uit onze handen wegglippen. Pas op, er is een alles vervagende vervolgstorm op komst. Deze Doomed or More Doomed vloek markeert onze denkwijze. We slikken alle uitstortende Inside Out ellende die ons wordt aangedaan en spugen de onverteerbare resten uit. Uiteindelijk leidt deze angstaanjagende nachtmerrie niet tot verbetering en verandering, en vervolgen we met afgewende blik dezelfde doodlopende weg. De ontstemde gitaren geven op het einde voldoende tegengas om de noodlottige donderwolken te ontwaken.

This Is The Kit speelt met dit gegeven, maar offert daar de toegankelijkheid van de albumtracks niet voor op. In de dromerige Goodbye Bite verhaalvertelling schuilt de jaren negentig erfenis van een breed scala aan zelfverzekerde indie pop singer-songwriters. Ondanks de avondrode kampvuur instrumentatie zijn het toch die arriverende donkere toeterpartijen die zoveel passionele charme aan het geheel toevoegen. Toch getuigt Kate Stables van een overdosis aan grimmige zelfverzekerdheid die het saneringskrediet van de aarde opkoopt en de schuld op zich neemt. Die bewuste natuurbeleving zit hem ook in de banjo partijen waarmee Kate Gruff het fraaie innemende moederlijke Take You to Sleep opsiert.

De tweejarige opgedrongen passieve winterslaap is voorbij, men heeft behoefte aan liefde en zekerheid. Juist die voortdragende rusteloze zang bevestigd de wanhoop. Het veilige thuisfront wankelt, het fundament is broos en onstabiel. De blazers houden gespannen hun adem in totdat Jesse D Vernon ze lamgeslagen angstig het slagveld in dirigeert. De vele veranderingen leiden in het optimistisch gestemde More Change een nieuwe progressieve levensfase in. We begraven de resten van het verleden om een optimistische doorstart te maken. We claimen in het zalvende Dibs onze liefdespartners, maar maken er relationeel een gigantische puinhoop van.

Het zware This Is When the Sky Gets Big lagedrukgebied is echter weer claustrofobisch verstikkend. In het bijna stotterend oplezende Stuck in a Room, heeft de opgekropte lichte paranoia een oprechte komische ondertoon. Dat This Is The Kit weldegelijk gevoel voor humor heeft bewijzen ze wel in die prachtige vormgegeven More Change clip. Die lichtere kant zorgt voor het evenwicht. This Is The Kit overbrugt de festivalzomer, maar in de herfst zijn te in ieder geval voor een tweetal concerten in Nederland aanwezig.

This Is the Kit - Careful of Your Keepers | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

This Mortal Coil - It'll End in Tears (1984)

poster
4,5
Muziek voor in de nacht.
Voor degene die het daglicht niet kunnen verdragen omdat de te felle zonnestralen hun onbewust doen glimlachen.
Voor degene die als de duisternis is toe getreden pas hun ware aard durven te onthullen in hun spiegelbeeld.
Voor degene die zich schaamt voor zijn uiterlijk, en elk contact vermijd.
Voor degene die dan het bos in trekt om heerlijk van de rust te genieten; badend in een plaatselijk meertje.
Voor degene die de drang heeft om in de nacht te gaan werken, genietend van de lichtgevende wijzers van de plaatselijke kerktoren.
Om twaalf uur denkend aan het meisje, welke haar glazen muiltje verliest op de terugweg naar huis.
Durf te dromen.
Durf jezelf te zijn.
Durf de strijd met de eenzaamheid aan te gaan.
Durf jezelf te verliezen.
Geloof in sprookjes.
Als de realiteit te hard is.

Thom Smith - Back to Outland (2013)

poster
2,5
Back to Outland begint als een kruistocht.
Filmmuziek waarbij slaven aangevoerd door een grote trom een schip in beweging brengen.
Op zoek naar te hervormen gebieden.
Thom Smith is een ontdekkingsreiziger.
Hij neemt ons mee in zijn exotisch regenwoud.
We slaan ons een weg omgeven door vreemde beluiden.
Op het moment dat je lijkt weg te trippen bij Living in the Wild wordt je wakker geschud.
Vervolgens wordt het allemaal een stuk duisterder.
Het eiland heeft je in bezit genomen.
Een soort van Middeleeuwse variant op de serie Lost.
Het geheel doet mij wel wat denken aan de soundtrack van Until the End of the World.
Living in the Wild en Sharp Edges spreken mij het meeste aan, lekker duister.
Die stem door End of Time gemixt vind ik minder.
Verder een mooi verrassend geheel, al hoor ik de Hip-Hop niet echt terug.

Thom Yorke - ANIMA (2019)

poster
4,5
De tijd dat Radiohead zich ontwikkeld heeft tot experimentele vooruitstrevende band ligt ondertussen alweer een langere periode achter ons. Ze zitten gevangen in het publiekelijke omarmde verwachtingspatroon, waardoor zelfs elke vernieuwingsdrang van deze grootheden al mainstream geworden is. Niet dat ze links en rechts door de tijd ingehaald worden, het eigenzinnige karakter blijft onnavolgbaar. Het is meer het ontbreken van spontaniteit, omdat er zolang aan een track gesleuteld wordt, waardoor dit essentiële onderdeel gemist wordt.

Niet dat Thom Yorke ons met zijn soloprojecten gemakkelijk te behappen werkstukken voorschotelt, integendeel. Toch spat hier veel meer het speelplezier van af. Daar weet hij het geheel te verpakken in sterk in elkaar verweven elektronica, waarbij de muziekliefhebber elke luisterbeurt getriggerd wordt om opnieuw op ontdekkingstocht te gaan. ANIMA is niet het logische vervolg op Suspiria, al is Yorke ook nu een meester in het scheppen van filmische geluidscollages. Zijn gedachtegang blijft die van een lastige op hoog niveau op te lossen cryptogram, waar zelfs de meest geschoolde kunstpuristen zich beter niet aan kunnen wagen.

Nog steeds lijkt hij nog niet in het reine met zichzelf te zijn gekomen. Op A Moon Shaped Pool laat hij al woordelijk de luisteraar binnen in zijn ziel, waar de oorsprong van zijn paniekaanvallen ligt. Nu krijgt zijn manisch depressieve uitingen meer kleur door een mooi scala aan ingewikkelde geluidsinterrupties en hypnotiserend schizofreen klankenspel. De onnatuurlijke ritmestoornis van de muzikant blijft het kloppende hart van de plaat. Door juist zijn neurotische aanleg te overprikkelen weet de control freak in hem tot rust te komen. Deze tegenstrijdige benadering openbaart zich in een niet eerder vergelijkbare behandeling van het begrip muziek.

In de gelijknamige rolprent wordt een groep dansers gevolgd, waarvan de zanger er zelf een is. Ze beelden een cultuurverschijnsel uit van een continu in beweging en ontwikkeling zijnde maatschappij, waarin de mens centraal staat. De hectiek van de oncontroleerbare wereld met daarin verwerkt het conflict tussen de Verenigde Staten en Mexico vorm krijgt in een onbeklimbare muur, die tevens symbool lijkt te staan door de afstomping van de Brexit problematiek.

ANIMA is de remedie tegen het dromerige karakter van oude Radiohead songs. Het roept de creativiteit van de slapeloosheid op. Grenzen verleggen door er simpelweg overheen te stappen. Traffic is kortsluiting in de hersenen, omdat alle gevoelsstemmingen op hetzelfde kruispunt samen komen. De ritmes zijn spaarzaam en de bas is wispelturig en onvoorspelbaar. Daar doorheen bewandeld Yorke zijn doodlopende weg als een gevangene in een zelf gecreëerde vicieuze cirkel.

Met de bedrieglijke rust in Last I Heard (…He Was Circling the Drain) gaat hij het gevecht aan met anders denkenden, om dagelijks met lood aan zijn voeten opgedrongen tegen de stroming in te zwemmen. De schuchterheid van iemand die vanuit zijn rol als creep en weirdo is opgeklommen tot de status van publieke held. Een status waar hij dagelijks mee moet dealen.

In Twist weet hij de balans tussen dance en new wave op te zoeken. Met zijn kenmerkende engelachtige kopstem probeert hij de verstrengelde demonen in zijn hoofd te verjagen. Prachtig hoe het geluidslandschap dwingt tot innerlijke stilte. Het hier perfect op aansluitende vragende Dawn Chorus zoekt naar antwoorden. Als ANIMA voor ziel staat, dan is dit wel de meest donkere kant die er belicht wordt. Zo deprimerend en zwaar klinkt de poëet zelden. Zelf roemde hij het ook al toen deze nog in het stadium van afronding verkeerde. De geboorte van een ongelukkig maar geliefd kindje.

I Am a Very Rude Person vat het confronterend samen. Zelfvernietiging en haat als basisbeginselen om tot opbouw te komen. Hoe hard en treffend weet hij het in kalme omlijsting te verwoorden. De wederopstanding zet zich voort in het opbeurende Not the News. Het is allemaal luchtiger en losser gespeeld, al blijft het onverwachte terug komen in de orkestrale samplers. Het is weer allemaal zo geniaal doordacht. Hij weet het tot in perfectie over te laten lopen in het wonderschone The Axe, waar de twijfel hem weer overmeesterd. Zijn stem raakt weer meer de voorgrond en dwingt de elektronische collages om een stap terug te doen. Die macht heeft hij simpelweg als er niet in groepsverband geopereerd wordt.

Zo bezit hij ook de vrijheid om er zelfs een reggaebeat tussen te gooien in het swingende hoogtepunt van ANIMA. Impossible Knots heeft nog alle eigenschappen in zich om tot een heuse popsong tot groei te komen. Hoe pompend de bas hier als een hippe dirigent het prettig ritmisch verantwoord laat doordreunen tot de toegankelijkste track van het album. Bij Runwayaway is daar totaal onverwachts weer ruimte voor traditioneel gitaarspel. Ondanks dat het niet gemist werd bij latere projecten van York en zijn mannen, is het een verademing dat deze nu weer een rol mag vervullen. Met donkere onweerswolken wordt deze als een opkomende zomerbries in toom gehouden.

Thom Yorke laat nogmaals goed horen dat zijn veerkrachtigheid verder rijkt dan die van zijn overige muzikale partners. Zolang die vernieuwingsdrang tot dit soort resultaten leidt mag je jezelf gelukkig prijzen. Hopelijk hervind hij dit geluk ook in zijn privésfeer.

Thom Yorke - ANIMA | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Thomas Azier - Love, Disorderly (2020)

poster
4,5
Thomas Azier maakt het in het verleden mogelijk om toe te werken naar een ultiem toegankelijk droomgeluid, met daaronder nog steeds die trieste ondertoon. Hij blijft daarbij trouw aan zijn basis in de eighties synthpop, met het twee jaar geleden verschenen Stray als voorlopige eindpunt. Opgegroeid in Friesland, zoekt de muzikant op jonge leeftijd al zijn bredere groeikansen op in het buitenland. In België komt hij in contact met Stromae en werkt mee aan zijn doorbraak album Racine Carrée, terwijl hij voor Hylas vooral de inspiratie haalt de Duitse Krautrock hoofdstad Berlijn.

Strakke techno invloeden worden vermengd met industriële uitspattingen. Hierdoor is dit wonderkind nog het beste te plaatsen onder de alternatieve Mute Records scene uit de jaren tachtig. Juist naar die roots is Thomas Azier op zoek gegaan. Ondertussen is hij zover gegroeid in het proces, dat zijn intense zang tot een functioneel minimum beperkt is gebleven. De kracht zit hem nu voornamelijk in de overstuurde elektronica.

Dromerige ambient klanken van Love, Disorderly worden al snel weggevaagd door indringende drones en een soort van dierlijke oerkreet van een in doodstrijd verkerend wezen. Het mag direct duidelijk zijn dat hiermee een ander soort publiek opgezocht wordt. Deze avant-garde aanpak scheurt de krochten van de bloedende ziel helemaal open, om op zoek te gaan naar het meest zwarte wat daarin verborgen zit; de innerlijke angst met de emotionele pijn als kwelgeest.

De aanpak is beeldend, mede door het gebruik maken van een strijkersorkest krijgt het een filmisch karakter. Juist deze interactie zorgt ervoor dat het een te bevatten geheel wordt, en dat je jezelf staande houdt in deze flipperkast van onheilspellende emoties. Sterker nog, hij voegt er een euforisch gevoel aan toe waardoor het zelfs nog in clubs te presenteren valt. Het indrukwekkende titelstuk valt prima te rijmen met een hoogstaande deep house track.

Denk de gitaaruitbarstingen en het uitmuntige drumwerk van de seventies symfonische progrock weg, zodat je alleen de grootse keyboardpartijen over houdt, en je bevindt jezelf in de basis van Hold On Tight. Deze retro tonen krijgen antwoord van zware strijkers die er een deprimerend klanktapijt overheen leggen, welke enkel verstoord wordt door de desperate zang van Thomas Azier. De zang is niet zozeer de steunpilaar van het geheel meer, maar geeft eerder de fragiele kwetsbare breekbaarheid van de menselijke draagkracht weer.

De switcht naar dit minimale geluid plaatst hem tussen de eigenzinnige artiesten die eind jaren tachtig de popkant vaarwel zegden om zich volledig te richten op duistere sfeermuziek. Een gedurfde omschakeling die ze in het begin zeker niet in dank werd afgenomen, maar wat voor de luisteraar een veel interessantere plaat oplevert. Door de dichtgesmeerde dieptes ben je genoodzaakt om op zoek te gaan naar de donkere lagen daarachter. Zo heeft Concrete een structuur die vergelijkbaar is met de dream house, al is de softe ondertoon hierbij vervangen door een meer realistische kijk op de in beweging zijnde onzekere wereld.

Ondertussen wordt de dreiging verder opgevoerd in het opgefokte Entertainment, waarmee Thomas Azier zich plaatst tussen het destructieve industriële rockgeluid waarmee de militante Electric Body Music beats in de jaren negentig de strijd aangingen met de dominante gitaarbands. Het is net nog niet volmaakt, omdat de overgang van hard naar zacht die fineness mist.

Het stroperige If There’s A God heeft dat evenwicht dus wel. Hierbij grijpt Thomas Azier terug naar de hitgevoelige nummers van zijn vorige werk. De slagvaardige percussie uitspattingen leunen veel sterker tegen de uit de jaren tachtig beïnvloede coldwave aan.

For Tsoy heeft iets statigs in zich wat opgewekt wordt door de uitgerekte orgelpartijen en repeterende herhalende ritmes. Het werkt zich stapsgewijs naar een atmosferisch hoogtepunt toe met hemelse vocalen, die al echoënd na draven.

De donkerheid van Freed From Desire gaat richting de stevigere dansbare postpunk toe. De teksten worden gescandeerd, waarna er verrassend genoeg een bewerkte sample van het gelijknamige opzwepende nummer van Gala tussen wordt gestopt. Het zoveelste onverwachte hoogtepunt op deze bijzondere plaat.

Het hoopvolle Open Your Eyes laat je ontwaken uit de nachtmerrie waarin de aarde dagelijks steeds meer aan het veranderen is. Een berustend einde. Als je totaal niks met het toegankelijke geluid van de eerdere albums van Thomas Azier hebt, dan is Love, Disorderly een aanrader. Dit zit zoveel dieper dan alles wat hij eerder gemaakt heeft. Een geweldig geheel!

Thomas Azier - Love, Disorderly | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Thompson Twins - The Greatest Hits (2003)

poster
3,0
Deze band hoorde toch wel bij de grote drie uit de jaren 80.
De grote drie?
Jazeker.
Thompson Twins is samen met Kajagoogoo en A Flock Of Seagulls de top wat betreft de foutste kapsels uit deze periode.
Iets ging er gruwelijk verkeerd.
Maar deze band mocht wel op Live Aid optreden, waarbij Madonna ondersteund door tamboerijn als achtergrondzangeres voorbij kwam huppelen.
Ook qua succes huppelde ze deze band al snel voorbij.
Krijg je de kans om voor een miljarden publiek op te treden, iedereen volgt je op televisie, en wat doe je dan?
Je brengt een nog niet eens middelmatig te noemen uitvoering van Revolution van The Beatles te gehore.
Welke gelukkig niet op deze verzamelaar staat.
Je waagt je aan de grootste band ter wereld.
Iets wat U2 jaren later wel durft op Live 8, maar dan alleen met ondersteuning van Paul McCartney himself.
Voor Thomson Twins was het na Live Aid snel afgelopen, samen met acts als Adam zonder The Ants ( teveel drugs en een slechte uitvoering van Vive Le Rock) en Howard Jones ( een complexe versie van Hide & Seek).
Toch blijft Thompson Twins een prima band, met als lekkerste nummers Love on Your Side en Don't Mess with Doctor Dream.

Thousand Yard Stare - Hands On (1992)

poster
5,0
Favoriet album om op te werken.
Eindeloos gedraaid.
In de avond een krantenwijk.
Lange eenzame route.
Snel van start met O-O A.E.T. (No Score After Extra Time).
Kleine sprint om op gang te komen.
Heerlijke uptempo Britpop.
Vrolijk slingerend over straat tijdens Thisness.
Geen besef van de gevaarlijke verkeerssituaties.
De koptelefoon van mijn Walkman heeft geen verbinding met de buitenwereld.
Blindelings hetzelfde parcours.
Zes dagen in de week.
Comeuppance.
Het hoogtepunt.
Even een pauze voor de eerste sigaret.
Lichte stormvlagen blazen de vervelende as in mijn gezicht.
Toch eens stoppen met roken.
Cottager.
Snelheid verhogend.
Met de fiets stoeprand op en af.
Seasonstream.
Het vervelende eindeloze stuk.
Altijd wind tegen.
Stoppen om de krantentas dicht te snoeren.
Eindelijk weer klanten als Junketing passeert.
Wetend over de helft te zijn.
Tweede rustmoment.
Nonplussed.
Bang voor de hond aan de andere kant van de brievenbus.
Verscheurende nieuwskoppen.
Absentee.
Het laatste adres in zich.
Toepasselijk op De Eindstraat.
Regendruppels vallen aarzelend omlaag.
Gevolgd door hun gedurfde broeders.
Meezingen op Last Up First To Go.
Vergeet de weersomstandigheden.
Mijn te lange zwarte jas doorweekt.
Met Buttersmouth de thuisbasis in zicht.
Behoefte aan een kop koffie.
Afsluitende tonen van Wideshare.
Het ijzeren ros in de schuur geparkeerd.

Throbbing Gristle - 20 Jazz Funk Greats (1979)

poster
3,5
Hier weer eens aan gewaagd, Cabaret Voltare en Suicide werden genoemd, maar daar heb ik veel meer mee, ongelofelijk dat hier Coil en Chris & Cosey uit voort komen, die vind ik stukken beter.
Waarschijnlijk moet ik mij niet aan hun andere werk wagen.
Ik heb toch vaak het idee dat door het geniale werk van Coil, men 20 Jazz Funk Greats met terugwerkende kracht ook goed hoort te vinden.
Hot On The Heels Of Love klinkt wel goed, zit voor mijn gevoel meer in de richting van het latere Front 242, maar dan had de beat wat vetter en gevarieerder mogen klinken.

Throwing Muses - Red Heaven (1992)

poster
4,0
Ik zou vanmiddag alleen maar op zoek gaan naar een album van Kristin Hersh.
Dit simpele doel deed mij besluiten om de kou trotseren.
Via het nummer Listerine van Sunny Border Blue was mijn aandacht voor haar werk met 100% gestegen.
Al voldeed dat soloproduct verder niet aan mijn verwachtingen.
Vandaag zou het me gaan lukken.
Zelfs bij de kassa was ik daarvan niet afgeweten.
Alleen met Hips and Makers in mijn handen.
En dan komt het beruchte moment.
De eigenaar loopt naar het magazijn achter in de winkel.
Red Heaven van Throwing Muses.
Net tweedehands binnen gekregen.
Natuurlijk blijf ik ook nu gevoelig voor de verkoopgrage klantenbindende praatjes.
Waarbij het belang van het voortbestaan van de wat alternatieve platenzaak een grote rol speelt.
Het is de verslavingsdrang die bij deze voormalige koopzieke junk die weer opkomt.
Te stillen door mijn portemonnee te trekken.
De Rennie voor een terugkerende maagzweer.
Het zuur ingekapseld.
Met koortsige warme handen beland de cd in de speler.
Remedie voor het kloppende gehoor.
Voldoet aan de door mij opgestelde eisen.
Blijvend zwak voor het 4AD label.
Pixies, Throwing Muses, Dead Can Dance en Cocteau Twins.
Ze staan garant voor kwaliteitsmuziek.
Ook nu slaan ze weer toe.
Eigen geluid waarmee ze zich onderscheiden van het gitaaroverschot van de denkbeeldige uitmelkberg.
Kleine juweeltjes van zo’n 20 jaar geleden.
Met hier de zang van Hersh in een fraaie hoofdrol.

Throwing Muses - The Real Ramona (1991)

poster
4,0
Wat Pixies, The Sugarcubes, Siouxsie en sprankelend gitaarspel met de zang van Kristin Hersh, met Tanya Donelly in een ondersteunende rol.
Steeds meer de band van Hersh, waardoor het eigenlijk logisch was, dat Donelly de band zou verlaten.
Volgens mij was Donelly wel bepalend voor de gekte, Throwing Muses heeft wel wat van The Breeders in zich, maar dan met echte muzikanten, en volgens mij ook zonder de dope.
The Real Ramona; dan moet ik weer aan Frank Black denken (I Heard Ramona Sing), zou het een ode zijn geweest aan Throwing Muses?
Dat weet je bij hem natuurlijk nooit.
Feit is dat de bands wel min of meer in elkaar verweven zijn.

Thurston Moore - By the Fire (2020)

poster
4,5
Na 30 jaar aan vooruitstrevende invloedrijke platen komt er in 2011 een einde aan Sonic Youth. Het lelijke eendje was uitgegroeid tot een mooie uitvliegende zwaan waarbij de schoonheid van de noise publiekelijk erkend is. De invloed op de ontwikkeling van de alternatieve rockscene werpt rond 1990 zijn vruchten af, waar zelfs Sonic Youth commercieel van profiteert. De keerzijde van de roem brengt bands aan het wankelen, terwijl de groep rond Thurston Moore zich juist afzijdig opstelt, en hun eigen pad bewandelde tot uiteindelijk die samenwerking stagneert omdat er definitief een einde aan het huwelijk van Thurston Moore en Kim Gordon komt.

Na de lastige te plaatsen vorig jaar verschenen voorstudie plaat Spirit Counsel mag By The Fire gerust gezien worden als het volwaardige vervolg op The Best Day en Rock N Roll Consciousness. Twee albums die in het verlengde liggen van het vertrouwde Sonic Youth geluid. Nog steeds heeft hij bassist Deb Googe , gitarist James Sedwards en voormalig Sonic Youth maatje Steve Shelley op drums om zich heen verzameld, al mogen daar nu de namen van Jon Leidecker van het elektronische Negativland en drummer Jem Doulton aan toegevoegd worden.

De huilende country prairieklanken op het overtuigende Hashish staan symbool voor het euforische druggy gevoel wat blinde verliefdheid met zich meebrengt. Een filmische hypnotiserende opener waarbij het kenmerkende emotionele drive van het gitaarspel een overdosering aan duistere David Lynch invloeden meekrijgt. Het ligt aardig in het verlengde van Sonic Youth, met als grote verschil dat de baspartijen van Deb Googe veel dromeriger overkomen dan de agressie die Kim Gordon in haar spel legt. Het aansluitende zwaar rockende Cantaloupe zuigt als een stoffige stoner track, en gooit er de nodige verbazende exploderende bluesy gitaarsalvo’s doorheen, waardoor blijkt dat Thurston Moore zijn muzikale grenzen flink verbreed heeft.

Het dromerige Breath ontwikkelt zich tot een ware woeste vernietigende orkaan, een typerende Sonic Youth opbouw , die hier wel een flinke lading aan post-rock dynamiek over zich heen krijgt. Dat ontbreekt op het vlakkere Siren waarbij er te lang naar een spanningsboog gezocht voordat het ontaard in een helder puinruimend slagveld . Dan mis je die geroutineerde oud-collega’s wel die de stagnerende hartslag reanimerend weer op gang kunnen brengen. Ook de sixties psychedelica van het ruwere Calligraphy gaat een beetje ten onder aan het gebrek van de eenheid die het gedurfde Sonic Youth uitstraalde. Maar wat wordt hier een geweldige inspirerende basis neergezet!

Met het door log ritme opstartende Locomotives revancheert hij zich sterk. De Europese invloeden lijken zich hier vooral te richten op de creatieve Berlijnse Station To Station periode van David Bowie waarbij zelfs een avantgardistisch demonisch Krautrock gevoel wordt opgeroepen. Al loopt hij hier ook het gevaar om zichzelf te verliezen in een door dreunende geluidsbrij, zeker als de noise in het tweede gedeelte als een ontspoorde trein voorbij dendert. Het duurt net te lang voordat die smerige gillende gitaren vol overtuiging invallen, maar wat is het dan wel weer prachtig.

Het zijn toch vooral de compactere songs die van begin tot einde weten te overtuigen. Dreamers Work is een wonderschoon afgewerkt juweeltje, waar er in alle rust naar de zangpartijen toegewerkt wordt. Het mag duidelijk zijn dat Thurston Moore dan op de toppen van zijn kunnen functioneert. Bij het baldadige They Believe in Love (When They Look at You) lijkt de tegendraadsheid van de freejazz zijn vruchten af te werpen. Het schrikaanjagende Venus is een universele ontdekkingsreis waarbij die vervreemdende gewichtsloosheid juist angst inboezemt. Een indrukwekkende loodzware eindsprint van By The Fire waarop een op dreef zijnde Thurston Moore laat horen dat hij zich toch alweer een kleine tien jaar lang met zijn nieuwe begeleidingsband behoorlijk goed staande houdt.

Thurston Moore - By the Fire | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Thurston Moore - Flow Critical Lucidity (2024)

poster
4,5
Hoe bijzonder is het dat het voormalige koppel Kim Gordon en Thurston Moore nog net zo jeugdig klinken als tijdens de opstart van Sonic Youth, ondertussen alweer bijna vijfenveertig jaar geleden. Kim Gordon verraste ons eerder dit jaar al met het sterk op hiphop leunende The Collective. En toen kon Thurston Moore niet achterblijven en hij trakteert ons op het net zo wonderschone Flow Critical Lucidity.

Het dromerige psychedelische New in Town is een terugkijk op de prachtjaren dat hij zijn blik verruimde en in New York concerten van hardcore punk grootheden als Minor Threat, Bad Brains en Fugazi bezocht. De Sonic Youth roots liggen dan wel in de no wave van Glenn Branca, het neemt niet weg dat het noiserock gezelschap altijd open stond voor vernieuwing en inspiratie en wel degelijk de scene rondom zich goed in de gaten hield. Vanuit dit standpunt moet je Flow Critical Lucidity over je heen laten komen. De plaat geeft inzicht in de stromingen die Thurston Moore verder vormden en waarmee hij zich vervolgens identificeert.

Flow Critical Lucidity is een duistere plaat die ergens tussen de vroegere postpunk en latere grunge balanceert. Wat misschien nog het meest opvallende is, is dat Thurston Moore de geluidsterreur zoveel mogelijk geminimaliseerd heeft en een heuse poging onderneemt om iets van een popalbum in elkaar te zetten. Sterker nog, op het album staan de meest toegankelijke stukken die hij ooit gemaakt heeft. Je komt tot de conclusie dat hij zich in de loop der jaren als een veelzijdige gitarist heeft ontwikkeld, waarbij zijn spel in alle kaalheid hier volledig tot zijn recht komt. Slechts het logge aangedreven Swans-achtige We Get High slagveld vormt een uitzondering op deze regel. Daar laat hij het instrument weer ouderwets los gaan, al is het veel meer gekanaliseerd dan we van hem gewend zijn.

New in Town zou zich met zijn tegenstrijdige ritmes van Jem Doulton prima tussen het baanbrekende geluid van triphop grootheden van Massive Attack kunnen nestelen. Het draagt dezelfde broeierige spanning met zich mee, is net zo loom verslavend en zelfs net zo dansbaar. Deb Googe van My Bloody Valentine hobbyt bij en neemt de holle baspartijen voor haar rekening. Verder is het net zo exotisch druggy als de geestverruimende sixties. En dan is het maar een kleine stap naar de flowerpower beweging.

De albumhoes vertoont overeenkomsten met de helm op de Full Metal Jacket filmposter, en het lieflijke zelfverzekerd gezongen Sans Limites kan je als een anti-oorlog song beschouwen. Thurston Moore benoemt geen standpunten om zijn mening te accentueren, geen voorkeuren of vijanden. Het is de zinloosheid die enkel slachtoffers opeist. Sans Limites ligt qua songstructuur in het verlengde van het meesterlijke Teenage Riot, de indirecte doorbraak van Sonic Youth. Het aandeel van Stereolab zangeres Laetitia Sadier is gepast op de achtergrond aanwezig en voegt er de nodige spiritualiteit aan toe.

Hoe grappig is het dat Thurston Moore vervolgens een stukje van het Smells Like Teen Spirit intro van Nirvana voor Shadow leent en er dus een illustratieve postpunk twist aan geeft. De aanpak ligt in het verlengde van de unplugged sessies uit de jaren negentig, duister, deprimerend en zwaar. Het epische Hypnogram is zeven en een halve minuut puur genot en bouwt zich rond een baken aan typische Thurston Moore gitaarakkoorden op. Het klinkt allemaal minder complex, maar hier zorgen de herhalende orgelsirene van James Sedwards en de elektronische snelwegen van Jon Leidecker voor de nodige verlichting.

In Rewilding leeft Jem Doulton zich heerlijk als een wicked Madchester drummer uit, en bevestigt nogmaals dat het gezelschap rondom Thurston Moore zich als een hecht op elkaar ingespeeld gezelschap presenteert. Flow Critical Lucidity voelt hoe dan ook als een echte groepsplaat aan. Het Oosterse The Diver heeft een jaren tachtig new wave soulglans en laat je tekstueel in de aardse schoonheid verdwalen. Thurston Moore levert zijn meest toegankelijke werk af en gaat nog steeds nieuwe uitdagingen aan. Sterker nog, hij bewijst met deze langspeler dat de bijna gepensioneerde muzikant nog jaren meekan en dat er van dagelijkse sleur en verveling nog lang geen sprake is.

Thurston Moore - Flow Critical Lucidity | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Thurston Moore - Rock N Roll Consciousness (2017)

poster
4,0
Vanwege de positieve reacties tijdens het Best Kept Secret optreden mij verdiept in dit album van Thurston Moore.
En het begint gelijk al veel belovend; Exalted roept de sfeer op van The Diamond Sea, met vervolgens een geweldig stuk gitaarwerk.
Halverwege gaat het over in een dronestuk in de stijl van de latere Swans en Godspeed You Black Emperor!
Als dan de zang ook nog invalt heb ik helemaal het wow! gevoel.
Dit kan zich meten met het beste Sonic Youth werk.
Behalve aan Washing Machine moet ik ook aan albums als Sister en Daydream Nation denken; voor mij wel behorende tot hun beste werk.
Bij Cusp moet ik aan U2 denken; het gitaarspel lijkt veel op dat van The Edge (het intro van Where The Streets Have No Name), en qua sfeer sluit het aan op hun The Unforgettable Fire album; net wat rauwer allemaal, maar behoorlijk toegankelijk te noemen.
Turn On begint met een heerlijk stuk Dreampop, met de versnelling gaat het vervolgens weer richting Sonic Youth, maar wat straalt Rock N Roll Consciousness een rust uit; eigenlijk is alles hier in evenwicht.
Dan krijgen we vervolgens zelfs nog een Santana achtig stuk gitaar, waar je het helemaal niet verwacht.
Steeds meer krijg ik het gevoel dat Moore toch wel de drijvende kracht bij Sonic Youth is geweest.
Smoke of Dreams heeft zelfs een heus blues intro. Ook hier hoor ik later invloeden van U2 terug (11 O, Clock Tick Tock). Nooit geweten dat Moore zo’n veelzijdige gitarist is, vaak overheerst de noise.
Bij afsluiter Aphrodite is de kenmerkende Sonic Youth sound nog het meest hoorbaar; de gitaar kronkelt onvoorspelbare hoeken in, en huilt als een geslagen hond.
Toch past het prima tussen de rest; zelfs dat abrupte einde stoort totaal niet.
Het is over het algemeen allemaal een stuk rustiger, maar zeker geen ouwe lullen muziek.

Tim Buckley - Starsailor (1970)

poster
3,5
Natuurlijk ken ik Tim Buckley als vader van Jeff en als de uitvoerder van Song To The Siren, later verdienstelijk gecoverd door This Mortal Coil en John Frusciante.
Ik had totaal andere muziek verwacht; dit is bijna duivels, en zit ergens tussen 16 Horsepower en Scott Walker (vooral het verwarrende titelnummer) in.
Soms heeft het ook wel dat cabaret gevoel van Marc Almond, maar dan gruwelijk verminkt aangezet.
Ook het hysterische van een band als At The Drive-In hoor ik in zijn zang terug.
De dramatiek van zijn zoon herken ik hier ook zeker in, hij klinkt net iets liever dan zijn vader.
Moulin Rouge is een rustpunt, dromerig, waarbij zijn veelzijdigheid nog meer op valt.
Song To The Siren blijft het onevenaarbare hoogtepunt, omdat je altijd naar de stem getrokken wordt (wat mij ook de opzet van het lied lijkt), vergeet je al snel het geweldige ondersteunende gitaarspel.
Het griezelige van dit alles vind ik nu dat het lijkt dat de geest van de vader de zoon naar zich toe lokt in zijn fatale zwempartij.
Luister naar de laatste zinnen:

Hear me sing, "Swim to me, swim to me, let me enfold you:
Here I am, here I am, waiting to hold you"


Waardoor het bijna een Hans Christian Andersen sprookje wordt, welke raakvlakken heeft met De Kleine Zeemeermin en Het Meisje Met De Zwavelstokjes.

Tim Holehouse - Come (2019)

poster
4,0
Gelukkig zijn de wegen van een artiest niet altijd voorspelbaar. Dat de beheerste singer-songwriter Tim Holehouse in een grijs verleden een belangrijke speler is geweest in de onnavolgbare doom drone band Naked Shit is totaal niet te rijmen met de heldere mierzoete songs die hij hedendaags maakt. De aangehouden contacten in dat donkere wereldje zorgen ervoor dat hij met producer Robert Hobson in zee gaat, die zich normaal meer bezig houdt met het stevige rockwerk. De snoeiharde jongens van metalband A Forest of Stars schuiven aan voor de zwaardere begeleiding en blijven trouw aan hun voordracht zonder de tedere strijkers in de weg te zitten.

De ondoorgrondbare Tim Holehouse lijkt zich nu evenwichtiger te presenteren. Voorheen switchte hij teveel tussen donkere uitgerekte songs en harde noise passages die hij afwisselde met Tom Waits achtige blues. Dit zal zeker meegespeeld hebben in de periode tussen de afronding in de zomer van 2017 en het uiteindelijk verschijnen twee jaar later. Voor de basis van de plaat gaat hij zelfs veel verder terug. Ruim vijf jaar lang heeft hij geschaafd en geschuurd aan nummers die lang in demo fase verkeerden en uiteindelijk op Come belanden.

Niet dat hij in deze periode stil gezeten heeft. Ruimschoots heeft hij gewerkt aan andere projecten en samenwerkingsverbanden. In een tijdsbestek van tien jaar zijn er zo’n 15 albums verschenen waar hij een grote stempel op drukte. Het heeft dus meer met een luxe probleem te maken dan met luiheid. Come is stukken toegankelijker dan wat hij voorheen liet horen. De uit het Britse Dorchester afkomstige muzikant klinkt nog steeds zo herkenbaar Amerikaans als het Stars and Stripes volkslied, en laat dan ook alleen in de titel van het slotakkoord London zijn Engelse roots doorsijpelen.

Normaal stelt een singer-songwriter zich bescheiden op, maar al gelijk op Numbers Game zorgen de krachtige slagen voor een harde regenval die neerklettert op het drumvel. Een cello schildert er een denkbeeldig geïllustreerd herfstlandschap bij en daaroverheen drapeert Tim Holehouse zijn passionele stem als warm zacht dekentje. De liefdevolle backing begeleidt hem trouw in dit proces. Nog meer zoekt hij de rootskant op, met een overschot aan traditionele instrumenten die het een compleet gevuld geluid mee geven.

De rauwe deprimerende afgerafelde randjes van zijn zangstijl zijn vervangen door een levendige invulling. Het is een ellenlange zoektocht geweest, waarbij Holehouse zichzelf hervonden heeft. Logisch dat dit eerst bij jezelf moet laten bezinken voordat je het aan de verwachtvolle wereld toont. Het laat een gevestigde artiest zien die oog heeft voor details, niet alleen in zijn slepende gitaarspel maar tevens belangstelling toont voor het aandeel van zijn bevriende muzikanten. Het amicale gebeuren zit zich voort in een plattelandsbeleving, waarbij inmenging met het natuurlijke element de boventoon voert.

Come is een ouderwets hoorspel. Met Holehouse als verteller die zich laat leiden door de sfeervolle entourage. Onbegrijpelijk dat hier zo lang aan gesleuteld is. Het heeft de bevlogenheid en het onbevangen gevoel van een etmaal in alle stilte aan een knus eindproduct werken. Alsof er maar een dag de mogelijkheid bestaat om gezamenlijk de studio te bezoeken. Er is duidelijk gekozen voor een folky country benadering, maar dan wel eentje waarbij flink wordt uitgepakt. In plaats voor subtiliteit wordt er gekozen voor een orkestrale aanpak, en waarom ook niet? Heel eventjes maar memoreert hij bij London naar zijn afgeschudde verleden met de overstuurde lawaai explosies.

Tim Holehouse heeft zich jarenlang gepresenteerd als een pessimistische gebroken nachtbraker, nu heeft hij zichzelf hervonden als een volwaardige aanwinst in het singer-songwriter gezelschap. Zou hij ervan geleerd hebben dat het vooral om kwaliteit in plaats van kwantiteit gaat. Geloof me, hij heeft nooit slecht werk afgeleverd, maar de rust nemen voor de uitwerking geeft zoveel meer moois. Een extra vermelding verdient zeker knoppenman Robert Hobson, want wat heeft hij er met al zijn geduld zoveel prachtige ervaringswijsheid in gestoken.

Tim Holehouse - Come | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Tim Schou - Hero / Loser (2021)

poster
3,0
Niks is zo vergankelijk als het Eurovisie Songfestival. Ondanks dat tijdens de happening half Europa aan de buis gekluisterd zit weet na een week bijna niemand meer te benoemen wie de derde plek heeft gehaald. Zo gaat er bij de boyband A Friend in London zeker geen lichtje branden, al eindigde de Deense band van Tim Schou met New Tomorrow in 2011 op een eervolle vijfde plek. Onze eigen 3Js stranden al in de voorrondes, België bereikte uiteindelijk met Witloof Bay de halve finale, en daarna hield het verhaal op. Een grote kans dus dat die hele toestand in Düsseldorf aan je neus voorbij is gegaan.

Nadat de band drie jaar later besluit om ermee te stoppen blijft het gehoopte Europese succesverhaal trekken bij Tim Schou. Door het hele gebeuren in Duitsland en het touren met New Kids on the Block en de Backstreet Boys heeft de zanger van dichtbij ervaren hoe eenvoudig het is om contact te leggen met artiesten uit andere landen. De interesse in verschillende culturen zal hierbij zeker een bijdrage geleverd hebben dat hij in 2014 zijn appartement verkoopt om de wijde wereld in te trekken. Niet alleen om op zoek te gaan naar zichzelf, maar voornamelijk om met genoeg inspiratie en muzikale beginselen huiswaarts te keren.

Tim Schou heeft de looks mee, en is zich er heus wel van bewust dat hij de uitstraling van een jeugdige David Beckham heeft. Uiterlijk verkoopt nou eenmaal gemakkelijk, en ondanks dat hij als een serieuze popartiest beoordeeld wil worden is HERO / LOSER toch echt wel gericht op het jeugdige publiek. Vergeet hierdoor niet dat deze sympathiek ogende gast gewoon een keihard werkende artiest is, die zeker voor perfectie wil gaan. Samen met bevriende singer-songwriters vult hij zijn bagage met honderden geschreven tracks. In de studio worden deze breeduit op tafel gegooid, en uitgepluisd tot er een elftal nummers over blijven.

Vervolgens schakelt hij co-schrijvers, co-producers, studiomuzikanten en grafische ontwerpers in om het eindproduct voltooid aan de man te brengen. De kracht van de geslaagde vaak best wel heftige persoonlijke teksten neemt hierdoor af, omdat het verhaal niet volledig tot zijn recht komt. Ondanks de hit-gevoeligheid was dit wel de eigenlijke opzet van HERO / LOSER. De begeleiding is sfeervol met het gebruik van inheemse beats, intiem pianospel, ritmisch geklap, een straataccordeon en soms een verdwaalde afro funk gitaar. De melodieën en refreinen blijven aardig hangen en de wereld roots vinden wel degelijk hun weg op de plaat.

De troefkaart The Tide opent met hemelse vocalen en gaat over in een relaxte zomerse reggae song, waarbij er stil wordt gestaan dat de levensklok erg snel voorbij raast. Eigenlijk moet je gewoon genieten van wat er om je heen gebeurd, en hou het zo klein mogelijk. HERO / LOSER is een zevenjarig verslag met de nodige ups en downs, al is de opzet wel om als winnaar uit de strijd te komen. Helaas wordt de zanger ondersneeuwt door externe factoren die hem kneden en tevens een stukje eigenheid ontnemen.

Het zou beter zijn geweest als hij in deze fase met een enkele medeschrijver aan de slag was gegaan en voor maar een producer kiest die zijn ideeën vorm geeft. Juist omdat hij zelf materiaal aan andere bands levert, bewijst Tim Schou overduidelijk dat hij die hele poespas niet nodig heeft. In het thuisland is de zanger hoe dan ook succesvol. Internationaal gezien moet hij zich nog verder ontplooien, al is het zeker een naam om in de gaten te houden. Nu blijft het Songfestival stigma teveel aan hem kleven.

Tim Schou - Hero / Loser | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Timber Timbre - Hot Dreams (2014)

poster
4,0
Dit zou inderdaad zo filmmuziek kunnen zijn.
Een beetje een moderne western of iets dergelijks.
Maar dan met drugsbaronnen in de buurt van de Mexicaanse grens.
Zeg maar een soort van Breaking Bad maar dan geschreven door David Lynch en Quentin Tarantino als uitvoerende producent.
Zoals bij geslaagde westernsoundtracks ook vaak het geval is, hoor je hier ook verschillende vage geluiden op de achtergrond.
Het is net geen Americana, net niet zo duister als 16 Horsepower en weer net niet zo depressief als Tindersticks.

Tin Fingers - Rock Bottom Ballads (2023)

poster
4,0
Antwerpen By Night, waar de liedjes in lange regenjassen binnendruppelen en de warmte opzoeken. De magie bij Tin Fingers zit hem in het feit dat de band de indruk opwekt dat ze niet zelf in de schrijverspen kruipen, maar dat de ideeën simpelweg aankloppen en deze enkel geboetseerd dienen te worden. Uiteraard is meesterbrein Felix Machtelinckx de hoofdleverancier van de Rock Bottom Ballads songs, maar er straalt een zelfverzekerde aura over de plaat uit waarmee Tin Fingers zichzelf ver boven het Groovebox Memories debuut plaatst.

Natuurlijk heeft zijn stemgeluid vergelijkingen met de neurotische zwijmelende kopstem van Thom Yorke in zijn meest kwetsbare periode. Natuurlijk liggen de maniakale tempowisselingen van het tevens uit Antwerpen afkomstige dEUS er dik bovenop. Toch zit er een natuurlijke diepgang in Rock Bottom Ballads waardoor het niet te gekunsteld aanvoelt, en ja, waarmee ze op het einde van het jaar nog een van de interessantste Belgische platen van dit moment afleveren.

We wanen ons ergens halverwege de jaren negentig, de laatste creatieve uitspattingen van voor de eeuwwisseling. Rock Bottom Ballads wentelt die dEUS en Radiohead erfenis dus in donkere postpunkpatronen en geeft er een jazzy nachtclub twist aan, Antwerpen By Night dus, maar dan wel met dat verdovende katergevoel van het nachtelijk stappen. Een beetje lui, een beetje laidback, het verdovende katergevoel maar dan zonder de hoofdpijn, enkel het doezelende nagenieten. Het is producer D. James Goodwin die als een vreemdeling het nachtelijke Antwerpen binnenstapt en in die hoedanigheid de stad observeert en zijn bevindingen kleur geeft. Soms een beetje flirten met de jaren tachtig waanzin in Little More dan weer met een dromerige verbeeldende jaren zeventig dancetwist in het heerlijk neuriënd pompende Hideout binnenstappen.

Misstep straalt een dubreggae sensualiteit uit. Gedurfde breaks die door de stoffige percussie van Marnix Van Soom afgedwongen tot rust komen. Durf fouten te maken, durf je buiten je comfortzone te plaatsen, ga die uitdaging aan en projecteer deze in de puurheid van de songziel. Geef de eenvoud een ingewikkelde wending en geef deze een naam mee. Misstep is de eerste Rock Bottom Ballads single, het herpakken van een nieuwe tijdszone, de overgangsfase tussen adolescentie en volwassenwording. De pandemie als de vervelende puberende egoïst, de toekomst als de zelfverzekerde oude man die van zijn imperfectie geleerd heeft. Misstep de eerste gewichtloze zalvende track van Rock Bottom Ballads.

Imperfectie, zo kan je de huilende afdwalende druggy zang van Felix Machtelinckx zeker beschouwen. Niet de mooiste zangstem, maar wel eentje die zich vanwege de oprecht geuite emoties met de luisteraar identificeert. Het aarzelende Lullabye for Losers begin ademt een herkenbaar vertrouwd gevoel van thuiskomen uit. Geen grote mannenrock, maar kleine sprankjes aan onzekerheden, zachtjes en dicht bij elkaar gehouden, dicht bij jezelf gehouden. De amicale kracht schuilt diep van binnen, je soulmates zijn die diepste gevoelens welke zich fragiel aan de buitenwereld openbaren. Goodnight Piano, Eine Kleine Nachtmusik melancholiek. Goodnight Piano buit zijn songwriters kwaliteiten volledig uit. Vanuit het niets schuifelen de overige muzikanten aan, vanuit het niets ontstaat een kamer vullend geluid.

Het jazzy Drumming, het haastige levensritme, met sexy baslijnen van Simen Wouters die aan het baanbrekende werk van Stef Kamil Carlens bij dEUS memoreren. De getemperde gekte, met de duivel op de hielen welke als leidende swingkoning een voorzichtig danspasje waagt. LSD pianotoetsen gaan het gevecht met de verslavingen aan. De zoete, stroperige verleidingsdrang krijgt door het gitaarspel van Quinten de Cuyper een energieke adrenalineboots. Het euforische overwinningsgevoel en de kwellende zachte verdovende noodlanding welke een dag later inzet. Tin Fingers speelt met de adoratie, maar eindigt in een realistische achtbaan zonder rem, zonder einde. Zeer sterk, het Not An Addict thema van K’s Choice in een hedendaags maatpak.

In het weemoedige mineur gestemde 5G zet Felix Machtelinckx zijn kopstem in een wanhopige hulpvraag modus. Het conflict met de innerlijke onrust welke zich met de net zo onstuimige maatschappij identificeert. 5G is de overslaande hartruis, de overspannen toegangswegen, de complexiteit van het bestaan in berustende aardetinten. De bijna reine evangelische Rock Bottom Ballad titeltrack zalving is een vorm van vrije improvisatie, waarbij Tin Fingers de leegte bewaart en bewaakt, maar waarbij er wel een vrijkaart naar de universele krautrock in het verschiet ligt. Uiteindelijk zijn we niks meer dan nietszeggende kleine deeltjes totdat we ons als klanken aan elkaar hechten.

Tin Fingers - Rock Bottom Ballads | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Tin Machine - Tin Machine (1989)

poster
3,5
De jaren 80 waren commercieel gezien voor David Bowie niet verkeerd.
Artistiek was het een heftige bloedarmoede.
Totaal uitgeblust.
Teren op oude successen.
Never Let Me Down als absoluut dieptepunt.
Nummers die voor Iggy Pop geschreven waren in een nieuw jasje gestoken.
Gelukkig probeerde hij eind van het decennia iets anders.
Hij begon een eigen band.
Soort van project om inspiratie op te doen.
Gemoedsvol de jaren 90 in.

Samen met Lou Reed ( New York) en Iggy Pop ( Brick By Brick) maakten ze albums over het verval van de grote stad.
Het broeierige Amerika als uitvalsbasis.
De adem van escalatie voelend in de nek.
Gewelddadige arrestatie van Rodney King als de zwarte verkoolde pagina.
Medeoorzaak aan de rellen in Los Angeles.
Draai vervolgens Under The God.
Luister naar de tekst.
Schrikbarende overeenkomsten.

Tin Machine is een geslaagde stap te noemen.
Bowie is op de juiste weg terug.
Al haalt het tweede album niet dit nivo.
Hij had het beter bij een eenmalig uitstapje kunnen houden.
Deze wederopstanding van Ziggy Stardust.
Met het liefdeslied Prisoner Of Love als hoogtepunt.

Tina Turner - Private Dancer (1984)

poster
3,0
Hallo, wakker worden!
Ik ben er nog!
Zo’n tien jaar geleden was ik de Acid Queen.
Ja, ik Tina Turner.
Het slechte huwelijk met Ike heb ik overleeft, en ik heb zelfs nog het lef om zijn naam te blijven dragen, na alles wat hij mij aangedaan heeft.
I Might Have Been Queen
Dankzij Mark Knopfler doe ik weer mee.
Als een soort van uitgerangeerd prostituee ben ik jullie Private Dancer.
Mijn lijf is dan aan het verouderen, maar mijn benen zijn zeker nog in staat om een lap Dance uit te voeren.
Private Investigation bezongen vanuit degene die het overspel veroorzaakt.

Opeens stond ze daar weer.
Misschien wel krachtiger dan ooit.
Tina Turner als de vrouwelijke variant op Frank Sinatra.
Een crooner die op een overtuigende manier de voor haar geschreven nummers of uitgezochtte covers op een eigen manier aan de man kan brengen.
Al Greens Let’s Stand Together ligt natuurlijk perfect in het verlengde van haar stijl, maar onderschat niet wat ze met Help van The Beatles doet, dit is vergelijkbaar met With A Little Help From My Friends van Joe Cocker.
Als je zo’n versie kunt neer zetten, dan mag je zelfs aan het werk van Lennon en Mc Cartney komen.
Wat jammer dat Marvin Gaye de release van dit album nooit heeft mogen mee maken.
Hij overleed een half jaar eerder.
Beide maakten namelijk een onverwachte comeback, en hun stemmen zouden perfect op elkaar aansluiten.
Een duet tussen beide veertig jaar na hun televisie optreden in Shindig zou een geweldig vervolg zijn geweest.

Tindersticks - The Waiting Room (2016)

poster
3,5
Follow Me begint bijna als Americana.
De mondharmonica roept het sfeertje op van Breaking Bad.
Veel zand, duistere praktijken, en nog meer zand.
Zouden we hier te maken hebben met een switch naar een minder Europees geluid.
Dat is niet het geval, zoals vervolgens blijkt in Second Chance Man.
Toch klinkt Stuart A. Staples hier soulvoller, maar dan op een breekbare manier zoals Greg Dulli ook vaak weet te klinken.
Helaas gaat vervolgens zijn stem weer meer de hoogte in bij Were We Once Lovers?, wat verder bijna als een dansbare discotrack klinkt.
Als je mij zou zeggen dat New Cool Collective de begeleidingsband op Help Youself zou zijn, dan zou ik het direct geloven.
Hey Lucinda is A Marriage Made In Heaven Part II, en dan vind ik het eerste deel toch overtuigender dan deze.
Het All Tomorrow’s Parties achtige This Fear of Emptiness is wel een mooi rustmoment, zo halverwege The Waiting Room, maar ook hier gebeurt eigenlijk weinig in.
How He Entered is saai, lijkt wat op Pulp en REM, al weten die meer spanning in hun muziek te leggen.
Ook het titelnummer The Waiting Room is mij te minimalistisch.
Planting Holes is slaapverwekkend.
Maar dan hoor je We Are Dreamers!, wat weer tot het beste werk van ze berekend kan worden.
De dreiging is er weer; heerlijk in combinatie met het mysterieuze stemgeluid van Stuart.
Ze kunnen het gelukkig nog steeds.
En het wordt zelfs nog mooier en beter vanaf het moment dat Jehnny Beth in valt.
David Lynch, als je ooit nog een song nodig hebt om een nieuwe film te dragen, vraag dan de rechten hiervan op.
Like Only Lovers Can is een sfeervolle Nick Cave achtige afsluiter, de pareltjes bevinden zich duidelijk op het einde.
Er wordt genoeg geflirt met verschillende muziekstijlen, wat wel tot gevolg heeft dat het wat stuurloos over komt.
De warmte, sfeer en diepte verdwijnen nu meer naar de achtergrond, jammer, want daar moet een band als Tindersticks het vooral van hebben.
Mooie hoes, dat wel, maakt mij alleen pijnlijk duidelijk dat het alweer bijna carnaval is.
Lekker hossen op de laatste van Tindersticks zal het wel niet worden.
Gelukkig maar.

Tiny Legs Tim - Call Us When It's Over (2020)

poster
3,5
Als artiest zijnde verlang je in deze tijd maar naar een ding; spelen en het liefst met zoveel mogelijk publiek erbij. Dat laatste wordt steeds lastiger, en als in de zomer het corona virus enigszins onder controle lijkt zoekt bluesgitarist Tim De Graeve bevriende muzikanten op om gewoon ouderwets te gaan jammen. Geen gedoe, lekker aan de gang met wat ouder werk en er nog een R.L. Burnside cover tegenaan gooien. Het levert ook nog twee nieuwe tracks op, maar de opzet lijkt mij vooral gericht om de ellende in de wereld eventjes te vergeten.

Het zijn dan ook niet de minste collega’s die dat laatste weekend van juni aansluiten. Normaal zoekt het gezelschap elkaar op in de Gentse blues club Missy Sippy om daar al improviserend aan de slag te gaan. De voormalige jazz gitarist Toon Vlerick speelt alweer een tijdje bij de indierockers van Absynthe Minded, contrabassist Mattias Geernaert is een stabiele factor op het invloedrijke jazzlabel W.E.R.F., en drummer Bernd Coene is tevens een veel gevraagde muzikant. Kortom een steady basis die elkaar feilloos aanvoelt en het zo eenvoudig mogelijk aanpakt met een Belgische vintage Faylon mengtafel en een verjaarde 24 sporen tape machine. Tiny Legs Tim is de naam, het alias van Tim De Graeve, afgeleid van het Charles Dickens A Christmas Carol personage Tiny Tim. Net als de gitarist een fragiel figuur die gebukt gaat onder een slechte lichamelijke conditie.

Call Us When It’s Over opent met de gloednieuwe track Love Come Knocking. Een heerlijke psychedelische hypnotiserende sixties getinte soulvolle blues song, welke oprecht gedateerd aanvoelt. Een compliment dus, voor dit viertal die perfect die oude sound weet op te roepen. Een geweldige opener waarmee hij verhalend ingaat op zijn broze breekbare verleden, de tijdelijke afwezigheid vanwege het Corona gebeuren en zijn liefde voor de muziek. Een stoffige woestijnrocker die niet zou misstaan op de soundtrack van de horrorthriller From Dusk Till Dawn. Tiny Legs Tim is opnieuw gegrepen door het blues fever.

De country slidegitaar rocker I Believe van zijn debuutplaat One Man Blues is in tempo sterk vertraagd om deze te herdopen tot een voortslepende gospel blues song. Ook het daarvan afkomstige Ocean is totaal gesloopt om dezelfde behandeling te ondergaan. Tim De Graeve heeft zijn ziel definitief aan de duivel verkocht en gooit er de meest prachtige voortjankende blues akkoorden uit. Van de tweede lichting blues legendes wordt R.L. Burnside geëerd, een icoon die zijn spel afkeek van zijn aangetrouwde neef Muddy waters. Tiny Legs Tim laat nu juist wel zijn slide gitaar spreken, en stopt er in het klassieke Going Down South de nodige ruwe swing in.

Ook het donkere One More Change wat op het vorig jaar verschenen Elsewhere Bound is onherkenbaar, maar liefdevol behandeld. De voodoo piano, huilende mondharmonica, de bigband blazers en Zuid Amerikaanse percussie zijn geëlimineerd waardoor er een kale basis overblijft. Met de nodige echoënde dubeffecten schuurt het zelfs rakelings langs de reggae op. Een voortreffelijke verbreding van het geluid. Het berustende sfeervolle It’s All Over Now mag het allemaal afsluiten. Ondanks dat het weinig binding heeft met de andere tracks vervult het zijn rol prima. Nu maar weer snel een volledige nieuwe plaat, het vuur daarvoor is aanwezig.

Tiny Legs Tim - Call Us When It's Over | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

TLC - CrazySexyCool (1994)

poster
2,5
Ik heb mijn albums op alfabetische volgorde in de kast staan; altijd al gedaan, gewoon een tik van mij.
Hierdoor viel mij altijd op als mijn jongere zus cd’s van mij had geleend, zonder dit te vragen.
Vrijwel altijd stonden die dan op de verkeerde plek.
Laatst nog met haar over gesproken, met de vraag of ik ooit een cd van haar had geluisterd, zonder dit te vragen.
Ja, CrazySexyCool van TLC.
Niet dat ik alles zo geweldig vond, maar Creep was heerlijk om je huiswerk bij te maken, en Waterfalls is gewoon erg sterk, zo zeker ook de clip hierbij.
Diggin' on You is zwoel, en vond een toenmalige vriendinnetje ook wel erg goed.
Verder ook niks mis met de Prince cover van If I Was Your Girlfriend; de dames hadden ook wel de uitstraling en het uiterlijk mee, waardoor het begrijpelijk zou zijn als ze ooit nog samen met Prince zouden werken.
Volgens mij is dat helaas nooit gebeurd.
Er waren een paar R&B girlbands die ik absoluut de moeite waard vond.
Salt 'N' Pepa, maar die bleef ik volgen na de Hip-Hop klassieker Push It, En Vogue, daarbij sloeg Hold On al gelijk in als een bom, en uiteraard TLC.
Een latere act als Destiny’s Child boeide mij totaal niet, maar het solowerk van Beyoncé weer wel.
TLC is dan niet zo veelzijdig als Salt 'N' Pepa en En Vogue, maar volgens mij wel een van de grondleggers van de huidige R&B.

Tolouse Low Trax - Jumping Dead Leafs? (2020)

poster
4,0
Om vanuit een politiek standpunt het opkomende rechtse extremisme te ontwrichten wordt in 1993 het uit Düsseldorf afkomstige anarchistische elektro gezelschap Kreidler opgericht. Al snel komt de nadruk meer op de muziek te liggen en minder op de tegendraadse artistieke kunstvormen, en verschuift het van vanuit de breed uitgerekte Krautrock klanken verder richting de klinische donkere kant van de new wave. Ondanks dat de band steeds open blijft staan voor nieuwe ontwikkelingen besluiten de bandleden toch om zich afzonderlijk van elkaar op soloprojecten te richten, al blijven ze ook als collectief gewoon actief. Hieruit ontstaat rond 2006 Tolouse Low Trax, het bastaardkindje van Detlef Weinrich.

De nadruk ligt hierbij op de abstracte mechanische ritmes. Na een overvloed aan EP’s en een paar volwaardige albums verschijnt nu het mysterieuze Jumping Dead Leafs?, waarbij de indrukwekkende industriële beats een begeleidende dance functie vervullen. Heel langzaam kruipen ze met inheemse rondcirkelende tribals en mechanische fluisterende bezwerende zang de spookachtige track Inverted Sea binnen om steeds meer een stukje domein op te eisen. Een universeel startmoment waarmee het wereldse karakter van de plaat wordt ingeluid. Detlef Weinrich laat op het toegankelijke Berrytone Souvenier de ambient geluiden dansen op hypnotiserende trance, uitdagende breaks en exotische staalplaten achtige percussie. De dreigende synthpop van The Incomprehensible Image doet daarentegen weer vertrouwd Oost Europees aan.

De industriestad Düsseldorf zelf zorgt al voor genoeg inspiratie, met de karakteriserende vintage postpunk in een mooie bijrol. De door psychedelische dub bliepjes aangestuurde stroperige ronkgeluiden in het titelstuk Jumping Dead Leafs lijken rechtstreeks uit zwaar geoliede machines te komen, en druipen de muzikaal doordrenkte ondergrond in, om als een verspreidende zwarte vlek een duidelijke handtekening achter te laten. Want dat is het waar Tolouse Low Trax daadwerkelijk voor staat. Hypnotiserend als een cement dikke brei je hersenen voeden, om vervolgens in de eenvoud van de herhaling toe te slaan.

Sales Pitch is een anti reactie op de commerciële uitbuiting van de mindfulness body scan meditatie om het lichaam en geest de rust te gunnen. Dit is juist een bewustwording om alert en wakker te blijven, de omgeving in je op te nemen en die ophitsende prikkelingen als aangenaam te ervaren. Tolouse Low Trax onderscheid zich van andere elektronische acts doordat Detlef Weinrich op Jumping Dead Leafs? een prettige milde kant van Electric Body Music laat horen, waarop genoeg experimenteerdrang aanwezig is om de veelvoudige ruimtes op te vullen met verwijzingen naar de kale minimalistische avant-garde, funkende electroclash overdubbing in Dawn Is Temporal en de broeierige triphop in Milk in Water. Dat het platenlabel Bureau B op dit moment hierin een pioniersrol vervult, mag zeker niet vergeten worden.

Tolouse Low Trax - Jumping Dead Leafs? | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Tom Petty and The Heartbreakers - Damn the Torpedoes (1979)

poster
3,5
Bon Jovi heeft zijn succes voor een groot gedeelte aan Tom Petty te danken.
Leg Refugee maar eens langs het werk van Bon Jovi.
Meesterlijk nummer.
Tom Petty kwam met dit album net iets eerder als Bruce Springsteen met The River, maar volgens mij hebben beide artiesten goed naar elkaars muziek geluisterd. De tweede stem in bijvoorbeeld Here Comes My Girl lijkt erg veel op die van Little Steven Van Zandt.
John Cougar deed het vervolgens met Jack & Diane dunnetjes over.
Och, ik hoor zelfs het stemgeluid van Ramones in Even the Losers.
Het klinkt allemaal een stuk frisser dan zijn latere werk, voor mij hoefde dat ouwe lullen clubje The Traveling Wilburys niet zo nodig.
Dit rauwere bevalt mij goed. Soms heeft het zelfs raakvlakken met het veel later opererende Dinosaur Jr.
De oude Rock n Roll sound vermengt met Country in Century City bevalt me goed, zo ook het eenvoudige pakkende nummer Don't Do Me Like That.
You Tell Me ligt weer in het verlengde van Bon Jovi (Refugee, dus), maar heeft ook wel iets van The Stones in zich.
Hoor in daar onze eigen Rock n Roll Junkie openen op piano bij What Are You Doin' In My Life?. Lijkt er anders verdacht veel op.
Dat rare begin bij Louisiana Rain had voor mij achterwege mogen blijven, maakt het nummer er niet beter op.