Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tom Smith - There Is Nothing in the Dark That Isn't There in the Light (2025)

3,0
0
geplaatst: 21 december 2025, 17:15 uur
Editors levert in de eerste decennia van deze eeuw een drietal zeer interessante albums af. Sterker nog, zonder deze pioniers van de tweede postpunkgolf zou dat muzikale klimaat er totaal anders uitzien. Natuurlijk hoop je dat het vlammetje nooit volledig gedoofd is, en stiekem schrijf je over de latere platen net wat te positief. Het is een hard gelag als deze voormalige helden van alle kanten ingehaald worden. Is er in deze wereld nog een plek voor een romanticus als Tom Smith?
De kracht van Editors ligt hem in de som der delen. In eerste instantie zeer gitaargericht, hard, scherp en doeltreffend. Vervolgens de gedurfde en zeker geslaagde overgang naar een meer synthpop georiënteerde sound. Ze komen er goed mee weg, al luidt In This Light and on This Evening wel de teloorgang in. Met Blanck Mass als vers teamlid jagen ze op EBM weer naar het avontuur. Het blijft echter vooral een zoektocht.
Na de vruchtbare samenwerking met Andy Burrows probeert Tom Smith het nu alleen. Helemaal op zijn eigen benen staat hij echter niet, daarvoor is de rol van producer Iain Archer net te groot. De oorspronkelijke opzet was om de nummers met zijn maatje Andy Burrows in een geschikte pasvorm te gieten. Misschien had hij dat ook beter kunnen doen, There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light heeft een stroeve aanloop. Gedurende de plaat maakt Tom Smith wel wat goed. De eerste indruk maak je toch met de openingstracks en die zijn niet zo bijzonder.
Bij de Deep Dive soul groeit de tragiek boven zijn hoofd uit. Hij deelt publiekelijk de wanhoop en het verdriet waardoor het niet eigen aanvoelt. Een hart moet bloeden en je moet alleen die strijd aangaan. Tom Smith kiest nu voor de gemakkelijke weg en maakt er ons probleem van. En dan verpakt hij dat probleem ook nog eens in goedkoop cadeaupapier. Hij laat je een popsong in de uitverkoop consumeren, en daar zit ik niet bepaald op te wachten. Een band als Kane zou er wellicht voor tekenen, maar Editors is geen Kane. Hoe toepasselijk is het om There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light op de dag dat we Sinterklaas vieren uit te brengen. Ook die goede man is ondertussen over zijn hoogtepunt en houdbaarheidsdatum heen.
How Many Times is net zo radiovriendelijk. Heerlijk wegmijmeren bij oude successen, zonder hier een nieuw boeiend hoofdstuk aan toe te voegen. Muziek als pijnbestrijding om je van die lichte mannenkwaaltjes te genezen. Het is wachten tot Souls, daar doorbreekt Tom Smith de sleur. Een veelbelovende track die hij beter voor Editors had kunnen bewaren. Stel je hierbij de juist afgestelde gitaren en het stuwende drumwerk voor, dan klopt het helemaal. Ergens moet er nog een goede Editors plaat inzitten.
There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light is behoorlijk op de Amerikaanse markt gericht. Die trappen waarschijnlijk eerder in die verhalende stadse Northern Line setting. Beschouw de winter als een overbruggingsperiode, die gelukkig behoorlijk mild begint. In de zomer van 2026 gaat de zanger weer met zijn Editors collega’s op stap, en is men There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light allang vergeten. Tom Smith geeft aan dat hij met deze plaat nu de kleine zaaltjes afgaat om het product aan de man te brengen. There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light is niet voor het grote publiek. Als je dat accepteert, dan valt er nog genoeg te genieten.
Tom Smith - There Is Nothing in the Dark That Isn't There in the Light | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De kracht van Editors ligt hem in de som der delen. In eerste instantie zeer gitaargericht, hard, scherp en doeltreffend. Vervolgens de gedurfde en zeker geslaagde overgang naar een meer synthpop georiënteerde sound. Ze komen er goed mee weg, al luidt In This Light and on This Evening wel de teloorgang in. Met Blanck Mass als vers teamlid jagen ze op EBM weer naar het avontuur. Het blijft echter vooral een zoektocht.
Na de vruchtbare samenwerking met Andy Burrows probeert Tom Smith het nu alleen. Helemaal op zijn eigen benen staat hij echter niet, daarvoor is de rol van producer Iain Archer net te groot. De oorspronkelijke opzet was om de nummers met zijn maatje Andy Burrows in een geschikte pasvorm te gieten. Misschien had hij dat ook beter kunnen doen, There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light heeft een stroeve aanloop. Gedurende de plaat maakt Tom Smith wel wat goed. De eerste indruk maak je toch met de openingstracks en die zijn niet zo bijzonder.
Bij de Deep Dive soul groeit de tragiek boven zijn hoofd uit. Hij deelt publiekelijk de wanhoop en het verdriet waardoor het niet eigen aanvoelt. Een hart moet bloeden en je moet alleen die strijd aangaan. Tom Smith kiest nu voor de gemakkelijke weg en maakt er ons probleem van. En dan verpakt hij dat probleem ook nog eens in goedkoop cadeaupapier. Hij laat je een popsong in de uitverkoop consumeren, en daar zit ik niet bepaald op te wachten. Een band als Kane zou er wellicht voor tekenen, maar Editors is geen Kane. Hoe toepasselijk is het om There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light op de dag dat we Sinterklaas vieren uit te brengen. Ook die goede man is ondertussen over zijn hoogtepunt en houdbaarheidsdatum heen.
How Many Times is net zo radiovriendelijk. Heerlijk wegmijmeren bij oude successen, zonder hier een nieuw boeiend hoofdstuk aan toe te voegen. Muziek als pijnbestrijding om je van die lichte mannenkwaaltjes te genezen. Het is wachten tot Souls, daar doorbreekt Tom Smith de sleur. Een veelbelovende track die hij beter voor Editors had kunnen bewaren. Stel je hierbij de juist afgestelde gitaren en het stuwende drumwerk voor, dan klopt het helemaal. Ergens moet er nog een goede Editors plaat inzitten.
There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light is behoorlijk op de Amerikaanse markt gericht. Die trappen waarschijnlijk eerder in die verhalende stadse Northern Line setting. Beschouw de winter als een overbruggingsperiode, die gelukkig behoorlijk mild begint. In de zomer van 2026 gaat de zanger weer met zijn Editors collega’s op stap, en is men There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light allang vergeten. Tom Smith geeft aan dat hij met deze plaat nu de kleine zaaltjes afgaat om het product aan de man te brengen. There Is Nothing in the Dark That Isn’t There in the Light is niet voor het grote publiek. Als je dat accepteert, dan valt er nog genoeg te genieten.
Tom Smith - There Is Nothing in the Dark That Isn't There in the Light | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Tom Tom Club - Tom Tom Club (1981)

3,0
0
geplaatst: 5 september 2018, 19:17 uur
Wordy Rappinghood is toch wel een klassieker, het absurde van Talking Heads vermengt met disco.
Dansmuziek voor mensen zonder enige vorm van ritmegevoel, volgens mij is het juist de bedoeling om hier tegendraads op te dansen, juist net uit de maat.
Gewoon een heel grappig deuntje, waarmee ze toch wel hun tijd ver vooruit waren, want eigenlijk is het zeker voor deze tijd heel vernieuwend.
Ik hou hier wel van, achteraf dus veel minder gedateerd dat veel uit die periode.
Genius of Love is nog meer Talking Heads met het vreemde funky geluid, je hoort wel degelijk Tina Weymouth terug in de bas.
Door het ontbreken van David Byrne klinkt het allemaal net wat speelser en minder neurotisch, en de singles waren behoorlijk succesvol.
Volgens mij bedoeld als leuk hobbyproject, wisten ze zelfs met die singles beter te scoren dan Talking Heads.
De hoes van de plaat doet wat Afrikaans aan, ik denk hierbij aan de CD’s die je bij het Afrika Museum ziet, gericht op een land of muziekstijl.
Dit is ook een soort van mengelmoes van stijlen, en ademt hierdoor ook wel die sfeer uit, L Elephant als duidelijk voorbeeld.
Het hoogtepunt voor mij blijft toch wel hun Reggae bewerking van Under The Boardwalk, de zang zit tegen het randje, maar dat heeft wel iets schattigs.
We zongen op straat toen Ik Wil Een Bokworst, vonden we grappig.
Ik dacht trouwens toen ik de eerste keer It Ain't What You Do (It's the Way That You Do It) van Fun Boy Three en Bananarama hoorde dat deze ook van de Tom Tom Club was, voor mij in dezelfde lijn.
Dansmuziek voor mensen zonder enige vorm van ritmegevoel, volgens mij is het juist de bedoeling om hier tegendraads op te dansen, juist net uit de maat.
Gewoon een heel grappig deuntje, waarmee ze toch wel hun tijd ver vooruit waren, want eigenlijk is het zeker voor deze tijd heel vernieuwend.
Ik hou hier wel van, achteraf dus veel minder gedateerd dat veel uit die periode.
Genius of Love is nog meer Talking Heads met het vreemde funky geluid, je hoort wel degelijk Tina Weymouth terug in de bas.
Door het ontbreken van David Byrne klinkt het allemaal net wat speelser en minder neurotisch, en de singles waren behoorlijk succesvol.
Volgens mij bedoeld als leuk hobbyproject, wisten ze zelfs met die singles beter te scoren dan Talking Heads.
De hoes van de plaat doet wat Afrikaans aan, ik denk hierbij aan de CD’s die je bij het Afrika Museum ziet, gericht op een land of muziekstijl.
Dit is ook een soort van mengelmoes van stijlen, en ademt hierdoor ook wel die sfeer uit, L Elephant als duidelijk voorbeeld.
Het hoogtepunt voor mij blijft toch wel hun Reggae bewerking van Under The Boardwalk, de zang zit tegen het randje, maar dat heeft wel iets schattigs.
We zongen op straat toen Ik Wil Een Bokworst, vonden we grappig.
Ik dacht trouwens toen ik de eerste keer It Ain't What You Do (It's the Way That You Do It) van Fun Boy Three en Bananarama hoorde dat deze ook van de Tom Tom Club was, voor mij in dezelfde lijn.
Tom Waits - Bad as Me (2011)

4,0
0
geplaatst: 27 mei 2016, 00:32 uur
Tom Waits heeft net als Nick Cave de pech dat ze nooit de erkenning bij het grote publiek gekregen hebben.
De een scoort een hit met een naamloze zwerver, de ander met een soapster.
Stel dat 2017 daadwerkelijk het jaar gaat worden van de Twin Peaks revival, laat David Lynch dan met Tom Waits in zee gaan, en verplicht elke aflevering twee nummers van hem hierin verwerken.
Want zelfs de achteruit pratende dwerg kan niet stil zitten bij Raised Right Men.
Ik zie hem al dansen in het rode licht, waarbij hij sensueel ondersteund wordt door Sherilyn Fenn.
Geef Waits zelf een rol in het geheel als Elvis imitator die Get Lost ten gehore brengt, alsof het een duivelse geheime opname van The King is.
Bad As Me heeft dat duistere, sensuele.
Bijna draaibaar als je ouders op bezoek zijn.
Voor Waits begrippen een redelijk toegankelijk album.
De een scoort een hit met een naamloze zwerver, de ander met een soapster.
Stel dat 2017 daadwerkelijk het jaar gaat worden van de Twin Peaks revival, laat David Lynch dan met Tom Waits in zee gaan, en verplicht elke aflevering twee nummers van hem hierin verwerken.
Want zelfs de achteruit pratende dwerg kan niet stil zitten bij Raised Right Men.
Ik zie hem al dansen in het rode licht, waarbij hij sensueel ondersteund wordt door Sherilyn Fenn.
Geef Waits zelf een rol in het geheel als Elvis imitator die Get Lost ten gehore brengt, alsof het een duivelse geheime opname van The King is.
Bad As Me heeft dat duistere, sensuele.
Bijna draaibaar als je ouders op bezoek zijn.
Voor Waits begrippen een redelijk toegankelijk album.
Tom Waits - Closing Time (1973)

4,0
1
geplaatst: 30 november 2010, 22:12 uur
The Place Where Everybody Knows Your Name.
Vrolijk bezongen in Cheers.
Het kroegleven is een groot feest.
Realiteitswaanzin.
Dit is zwaar drinken met Mickey Rourke en Faye Dunaway.
Zwalkend in de goot.
Barfly.
Een schuchtere jonge pianist ergens in een hoek weg gestopt.
Verborgen in bedwelmende rookwolken.
Nicotine doet zijn stem breken.
Speelt oude hits van Frank Sinatra.
Het enige muziekboek in zijn bezit.
Gekregen van zijn te vroeg gestorven vader.
Voormalig stamgast.
Menig uurtje hier door gebracht.
Terwijl het gezin hoopvol wachtte op zijn thuiskomst.
Barvrouw Martha.
Getekend door het leven.
Vorige week een vervelend bericht ontvangen.
Longkanker in terminale fase.
Zichzelf stiekem moed indrinken.
Jeneverfles verstopt onder de toonbank.
Haar gelaat zo geel als de muren.
Noodzakelijk bruin café.
Geldgebrek beperkt keuzes.
Geen likje verf.
Geen nieuw vloerbedekking.
Geur van pis en bier.
Verspreidend als een dodelijke ziektekiem.
Rosie, de tandloze prostituee.
Probeert nogmaals de pianist te versieren.
Bij gebrek aan klanten.
Zonder enig oogcontact speelt hij door.
Denkend aan vorig weekend.
Toen hij er in trapte.
Sinds toen hevige jeuk in de schaamstreek.
Niet het lef om de dokter te bezoeken.
Closing Time.
Maar we nemen er nog eentje.
Tegen de eenzaamheid.
Om te vergeten.
Barman Tom Waits.
Hij wacht op het speelgeld.
Zodat hij deze maand de huur weer kan betalen.
Van het kleine kamertje boven de neonlichten.
Een verdieping hoger.
Vrolijk bezongen in Cheers.
Het kroegleven is een groot feest.
Realiteitswaanzin.
Dit is zwaar drinken met Mickey Rourke en Faye Dunaway.
Zwalkend in de goot.
Barfly.
Een schuchtere jonge pianist ergens in een hoek weg gestopt.
Verborgen in bedwelmende rookwolken.
Nicotine doet zijn stem breken.
Speelt oude hits van Frank Sinatra.
Het enige muziekboek in zijn bezit.
Gekregen van zijn te vroeg gestorven vader.
Voormalig stamgast.
Menig uurtje hier door gebracht.
Terwijl het gezin hoopvol wachtte op zijn thuiskomst.
Barvrouw Martha.
Getekend door het leven.
Vorige week een vervelend bericht ontvangen.
Longkanker in terminale fase.
Zichzelf stiekem moed indrinken.
Jeneverfles verstopt onder de toonbank.
Haar gelaat zo geel als de muren.
Noodzakelijk bruin café.
Geldgebrek beperkt keuzes.
Geen likje verf.
Geen nieuw vloerbedekking.
Geur van pis en bier.
Verspreidend als een dodelijke ziektekiem.
Rosie, de tandloze prostituee.
Probeert nogmaals de pianist te versieren.
Bij gebrek aan klanten.
Zonder enig oogcontact speelt hij door.
Denkend aan vorig weekend.
Toen hij er in trapte.
Sinds toen hevige jeuk in de schaamstreek.
Niet het lef om de dokter te bezoeken.
Closing Time.
Maar we nemen er nog eentje.
Tegen de eenzaamheid.
Om te vergeten.
Barman Tom Waits.
Hij wacht op het speelgeld.
Zodat hij deze maand de huur weer kan betalen.
Van het kleine kamertje boven de neonlichten.
Een verdieping hoger.
Tom Waits - Mule Variations (1999)

4,0
1
geplaatst: 7 april 2016, 21:36 uur
What's He Building?
Alsof een door geflipte straatmuzikant een draaiorgel vakkundig uit elkaar haalt en deze vervolgens met de bezieling van de duivel weer in elkaar zet.
Tom Waits in de rol van gestoorde gefrustreerde genius.
Mule Variations ooit cadeau gegeven aan mijn schoonmoeder.
Ze heeft er een week slecht van kunnen slapen.
Alsof een door geflipte straatmuzikant een draaiorgel vakkundig uit elkaar haalt en deze vervolgens met de bezieling van de duivel weer in elkaar zet.
Tom Waits in de rol van gestoorde gefrustreerde genius.
Mule Variations ooit cadeau gegeven aan mijn schoonmoeder.
Ze heeft er een week slecht van kunnen slapen.

Tom Waits - Rain Dogs (1985)

5,0
0
geplaatst: 19 april 2010, 21:13 uur
Sommige artiesten hebben een bepaald stemgeluid.
Nick Cave, Janis Joplin en Captain Beefheart zijn oud geboren.
Tom Waits is volgens mij ook nooit jong geweest.
Het doorrookte, rauwe.
Hedendaagse blues.
Leven volgens de randbegrippen.
Aan de opiumpijp in Singapore.
Vervolgens een begrafenis bijwonen in de voodoo traditie in Cemetary Polka.
Zijn verwrongen uiterlijk maakt hem tot kermis attractie.
De pijn van de vrouw met de baard, de olifantenman.
Hij heeft ze allemaal gesproken.
In het riool van de samenleving.
Proberen ze als ratten te overleven.
Bang om weg gespoeld te worden met het vieze inktzwarte waswater.
Hedendaagse slachtoffers van de pest.
Verbannen uit het muzikale klimaat.
Gerangschikt op Rain Dogs.
Rain Dogs.
Hondenweer.
Smerige modderpoelen.
Het verhalende van Tom Waits.
Laat een leek dit horen, en hij ziet een beeld voor zich van een donkere blueszanger aan het eind van zijn leven.
Een vuilnisbak vol met levenservaringen.
Niet een blanke zanger van 35 jaar.
Die met Time al zijn testament vast legt.
Het mooiste album van Meneer Tom Waits.
Waar hij ondersteund wordt door een stuurloze fanfare.
De bijbel voor artiesten als Tom Barman van dEUS, David Eugene Edwards van 16 Horsepower en Finn Andrews van The Veils.
Zij volgden allemaal als misdienaars deze priester.
Verziekt door al wat ze onder zijn gewaad ervaarden.
Schatplichtig aan de meester zelf.
Nick Cave, Janis Joplin en Captain Beefheart zijn oud geboren.
Tom Waits is volgens mij ook nooit jong geweest.
Het doorrookte, rauwe.
Hedendaagse blues.
Leven volgens de randbegrippen.
Aan de opiumpijp in Singapore.
Vervolgens een begrafenis bijwonen in de voodoo traditie in Cemetary Polka.
Zijn verwrongen uiterlijk maakt hem tot kermis attractie.
De pijn van de vrouw met de baard, de olifantenman.
Hij heeft ze allemaal gesproken.
In het riool van de samenleving.
Proberen ze als ratten te overleven.
Bang om weg gespoeld te worden met het vieze inktzwarte waswater.
Hedendaagse slachtoffers van de pest.
Verbannen uit het muzikale klimaat.
Gerangschikt op Rain Dogs.
Rain Dogs.
Hondenweer.
Smerige modderpoelen.
Het verhalende van Tom Waits.
Laat een leek dit horen, en hij ziet een beeld voor zich van een donkere blueszanger aan het eind van zijn leven.
Een vuilnisbak vol met levenservaringen.
Niet een blanke zanger van 35 jaar.
Die met Time al zijn testament vast legt.
Het mooiste album van Meneer Tom Waits.
Waar hij ondersteund wordt door een stuurloze fanfare.
De bijbel voor artiesten als Tom Barman van dEUS, David Eugene Edwards van 16 Horsepower en Finn Andrews van The Veils.
Zij volgden allemaal als misdienaars deze priester.
Verziekt door al wat ze onder zijn gewaad ervaarden.
Schatplichtig aan de meester zelf.
Tom Waits - The Black Rider (1993)

4,0
0
geplaatst: 16 mei 2016, 15:58 uur
Tom Waits als een bijna overspannen klinkende kermisexploitant.
Smekend roept hij om publiek.
Met zweet onder de oksels bezoekt men zijn freakshow.
Ze zitten er allemaal; de siamese tweeling, de dame met de baard, de waarzegster en de reptielenman.
Een tent wordt vergrendeld, en als een rattenvanger van Hamelen ontvangt hij zijn bezoekers.
De lokroep komt niet vanuit een fluit, maar de demonische hypnotiserende stem van de zanger.
The Black Rider zou de soundtrack van Carnivale kunnen zijn.
Een nare droom waaruit je niet kan ontwaken.
Alsof er een kant en klaar muziekstuk 100 jaar lang in een kast ligt te versuffen.
Ontwaakt, en een eigen leven gaat leiden.
The Black Rider zou uit 1993 komen, maar de roots liggen volgens mij ergens in 1893.
Smekend roept hij om publiek.
Met zweet onder de oksels bezoekt men zijn freakshow.
Ze zitten er allemaal; de siamese tweeling, de dame met de baard, de waarzegster en de reptielenman.
Een tent wordt vergrendeld, en als een rattenvanger van Hamelen ontvangt hij zijn bezoekers.
De lokroep komt niet vanuit een fluit, maar de demonische hypnotiserende stem van de zanger.
The Black Rider zou de soundtrack van Carnivale kunnen zijn.
Een nare droom waaruit je niet kan ontwaken.
Alsof er een kant en klaar muziekstuk 100 jaar lang in een kast ligt te versuffen.
Ontwaakt, en een eigen leven gaat leiden.
The Black Rider zou uit 1993 komen, maar de roots liggen volgens mij ergens in 1893.
Tool - Ænima (1996)
Alternatieve titel: Aenima

3,5
0
geplaatst: 6 juli 2010, 23:57 uur
Tool is een beetje Rubiks kubus.
Het draait alle kanten op.
Uiteindelijk past het toch weer.
Vervolgens wordt alles weer door elkaar gegooid.
Om toch weer tot een goed eindresultaat te komen.
Emo zang van Maynard James Keenan.
Samen met At the Drive-In stonden ze aan de oorsprong.
Zelfs de Nu-Metal pikt zijn graantje mee.
Ik vergelijk ze vaak met Rage Against The Machine.
Daar ging het ook om het effect.
Alleen klinkt het hier geschoolder.
Geen uitbarstende boze zangpartijen.
Ingetogen kwaadheid.
Maar wel de opbouw naar een climax.
Of het nu een wegdraaiende baspartij is.
Percussie als inleiding.
Alles klinkt doordacht.
Ook wel de grootste struikelblok.
Een eerste luisterbeurt is een geweldige ervaring.
Maar een tweede maal blijft de aandacht er minder bij.
Al moet het live weer een mooie ervaring zijn.
Daar kan ik niet over mee praten.
Ook de clips zitten geniaal in elkaar.
Waardoor ik juist op de animaties ga letten.
Ten koste van de muziek.
Korte nummers die achterwege mogen blijven.
Die halen de angel eruit.
Weg snelheid.
Opnieuw weer proberen op te bouwen.
Stinkfist blijft de klassieker.
De rest is daar duidelijk ondergeschikt aan.
Het draait alle kanten op.
Uiteindelijk past het toch weer.
Vervolgens wordt alles weer door elkaar gegooid.
Om toch weer tot een goed eindresultaat te komen.
Emo zang van Maynard James Keenan.
Samen met At the Drive-In stonden ze aan de oorsprong.
Zelfs de Nu-Metal pikt zijn graantje mee.
Ik vergelijk ze vaak met Rage Against The Machine.
Daar ging het ook om het effect.
Alleen klinkt het hier geschoolder.
Geen uitbarstende boze zangpartijen.
Ingetogen kwaadheid.
Maar wel de opbouw naar een climax.
Of het nu een wegdraaiende baspartij is.
Percussie als inleiding.
Alles klinkt doordacht.
Ook wel de grootste struikelblok.
Een eerste luisterbeurt is een geweldige ervaring.
Maar een tweede maal blijft de aandacht er minder bij.
Al moet het live weer een mooie ervaring zijn.
Daar kan ik niet over mee praten.
Ook de clips zitten geniaal in elkaar.
Waardoor ik juist op de animaties ga letten.
Ten koste van de muziek.
Korte nummers die achterwege mogen blijven.
Die halen de angel eruit.
Weg snelheid.
Opnieuw weer proberen op te bouwen.
Stinkfist blijft de klassieker.
De rest is daar duidelijk ondergeschikt aan.
Tora - A Force Majeure (2021)

3,0
0
geplaatst: 10 december 2021, 13:49 uur
In 2015 trekt het Australische Tora met amper een tweetal EP’s op zak de aandacht van het Nederlandse clubcircuit. De chillende afterparty muziek heeft een positieve wisselwerking op het publiek. Door die interactieve aanpak ontstaan verschillende songs van het veelbelovende debuut Take A Rest in deze warme try-out concertreeks setting. Met deze avondvullende indie loungejazz soul verbreden ze hun werkveld, en een mooie rijke toekomst ligt voor het oprapen. Can’t Buy The Mood komt volgens hetzelfde principe tot stand. Live worden de onvoltooide nummers aan de toeschouwers gepresenteerd, die daardoor indirect zeer betrokken zijn bij het opnameproces.
Nederland voelt dus al als een tweede thuisbasis aan en vanuit daar zouden ze hoe dan ook aan hun Europese tour beginnen. Ondanks dat het voor het Australische Tora geen kwelling is dat ze vanwege corona genoodzaakt zijn om voor langere tijd in het zeer vertrouwde Amsterdam te bivakkeren, straalt A Force Majeure voornamelijk gemis en verdriet uit. De gastzangeressen Angie Hudson, Molly Nicholson en Asha Franco staan symbool voor het onvervangbare verlangen naar de liefde. Zoals de albumtitel al aangeeft, is er daadwerkelijk sprake van overmacht, maar in het geval van Tora levert het geen claustrofobische neurotische plaat op. De onderliggende treurnis en woede zit net verborgen onder het doorzichtige oppervlak, en weerspiegelt zich voornamelijk in de sprekende teksten die zo sterk in het Nu staan.
De intimiteit van een veredeld huiskamerproject, maakt de tracks kleiner en deprimerend minimalistisch van opzet. Het smeekende In Deeper huilt diep van binnenuit en geeft inzicht in de huidige situatie waarin de zwaar getroffen cultuursector in armoede dreigt af te sterven. We zakken weg in zinkend drijfzand en modderen wat voort om het hoofd boven water te houden. De corrupte machtslieden houden de touwtjes strak in handen, en straffen elke tot contact makende pogingen af. Het begrip voor de huidige situatie wordt overmand door de angst van verdeeldheid, welke de maatschappij wreed uiteen scheurt. Een bijtend jaren tachtig vernislaagje houdt de hoge white soul vocalen en bleke synthesizers bijeen.
We’re in the quicksand
Gripping to vices
We could understand
But we’re all divided
Tora zet zich demonstratief af tegen het nutteloos wachten op betere tijden. De rebelse houding vormt een gigantisch contrast met de pluche wollige zachtheid van de songs. De ingetogenheid broeit voort onder een flinke dosis aan ongeduldige beats, welke paraat staan om groots uit te pakken. Het bevriezende Why Won’t You Wait blust het temperamentvolle vuur van een onderkoeld geraakte lange afstandsrelatie. Een opoffering die hoe dan ook bepalend is voor het eenzame muzikantenleven, en welke versterkt wordt door onzekerheid en andere onvoorzienbare toekomstfactoren.
In het verleden heerste nog de angst dat robots de huidige wereld zouden overnemen, domineren en herformeren. Langzaamaan dringt het besef door dat wijzelf veranderd zijn in die blikken zielloze machines. Het egocentrische Put Down Your Phone haakt hier treffend op in. Onaantastbare vriendschap is herdefinieerd tot sociale media vluchtigheid en heeft in de maatschappij een meerwaarde ten opzichte van het fysieke contact en het tastbare knuffelen.
Tora - A Force Majeure | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Nederland voelt dus al als een tweede thuisbasis aan en vanuit daar zouden ze hoe dan ook aan hun Europese tour beginnen. Ondanks dat het voor het Australische Tora geen kwelling is dat ze vanwege corona genoodzaakt zijn om voor langere tijd in het zeer vertrouwde Amsterdam te bivakkeren, straalt A Force Majeure voornamelijk gemis en verdriet uit. De gastzangeressen Angie Hudson, Molly Nicholson en Asha Franco staan symbool voor het onvervangbare verlangen naar de liefde. Zoals de albumtitel al aangeeft, is er daadwerkelijk sprake van overmacht, maar in het geval van Tora levert het geen claustrofobische neurotische plaat op. De onderliggende treurnis en woede zit net verborgen onder het doorzichtige oppervlak, en weerspiegelt zich voornamelijk in de sprekende teksten die zo sterk in het Nu staan.
De intimiteit van een veredeld huiskamerproject, maakt de tracks kleiner en deprimerend minimalistisch van opzet. Het smeekende In Deeper huilt diep van binnenuit en geeft inzicht in de huidige situatie waarin de zwaar getroffen cultuursector in armoede dreigt af te sterven. We zakken weg in zinkend drijfzand en modderen wat voort om het hoofd boven water te houden. De corrupte machtslieden houden de touwtjes strak in handen, en straffen elke tot contact makende pogingen af. Het begrip voor de huidige situatie wordt overmand door de angst van verdeeldheid, welke de maatschappij wreed uiteen scheurt. Een bijtend jaren tachtig vernislaagje houdt de hoge white soul vocalen en bleke synthesizers bijeen.
We’re in the quicksand
Gripping to vices
We could understand
But we’re all divided
Tora zet zich demonstratief af tegen het nutteloos wachten op betere tijden. De rebelse houding vormt een gigantisch contrast met de pluche wollige zachtheid van de songs. De ingetogenheid broeit voort onder een flinke dosis aan ongeduldige beats, welke paraat staan om groots uit te pakken. Het bevriezende Why Won’t You Wait blust het temperamentvolle vuur van een onderkoeld geraakte lange afstandsrelatie. Een opoffering die hoe dan ook bepalend is voor het eenzame muzikantenleven, en welke versterkt wordt door onzekerheid en andere onvoorzienbare toekomstfactoren.
In het verleden heerste nog de angst dat robots de huidige wereld zouden overnemen, domineren en herformeren. Langzaamaan dringt het besef door dat wijzelf veranderd zijn in die blikken zielloze machines. Het egocentrische Put Down Your Phone haakt hier treffend op in. Onaantastbare vriendschap is herdefinieerd tot sociale media vluchtigheid en heeft in de maatschappij een meerwaarde ten opzichte van het fysieke contact en het tastbare knuffelen.
Tora - A Force Majeure | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Tori Amos - Little Earthquakes (1992)

4,5
1
geplaatst: 5 april 2010, 22:02 uur
Waar Madonna een groots opgezette show voor nodig heeft met verschillende attributen.
Lukt Tori Amos alleen achter haar piano.
Haar manier van wijdbeens plaats nemen laat mannenharten al sneller kloppen.
De ultieme rockbitch.
En dan verstilt wachten op de eerste tonen.
Het moment dat deze over vloeien in haar stem geluid.
Deze roodharige diva had zo het ontdeugend nichtje van Kate Bush kunnen zijn.
Al hebben beide dames bij beter beluisteren steeds minder overeenkomsten.
Kate is mysterieus.
Tori is extase.
Ze is zich meer bewust van haar seksuele flirt met het publiek.
Little Earhtquakes wordt vaak gezien als haar debuut.
Maar met Y Kant Tori Read huppelde ze als een soort van Tiffany of Debbie Gibson al rond.
Daar gebruikte ze de piano hoofdzakelijk om er over heen te kruipen.
Hier heeft ze de ervaring op gedaan om hem te bespelen.
Het is een liefdesspel.
Het ene moment zacht en teder.
Vervolgens hardhandig.
Deze combinatie is voor mij het best hoorbaar in Precious Things.
Eerst vluchtig klassiek geschoold.
Halverwege gaat ze totaal los.
Sex en Jezus als hoofdthema’s.
Adembenemend.
Natuurlijk ontroerd ze mij ook in de schoonheid van Winter en China.
Maar ik ga liever voor het totaal pakket.
Samen gebracht in die ene song.
Al blijft het vervolgwerk van hoog nivo.
En weet ze als een van de weinigen te overtuigen met een geslaagd cover album.
Precious Things was de eerste keer.
Het orgasme en de sigaret er na.
Dit gevoel krijg je maar een keer.
Lukt Tori Amos alleen achter haar piano.
Haar manier van wijdbeens plaats nemen laat mannenharten al sneller kloppen.
De ultieme rockbitch.
En dan verstilt wachten op de eerste tonen.
Het moment dat deze over vloeien in haar stem geluid.
Deze roodharige diva had zo het ontdeugend nichtje van Kate Bush kunnen zijn.
Al hebben beide dames bij beter beluisteren steeds minder overeenkomsten.
Kate is mysterieus.
Tori is extase.
Ze is zich meer bewust van haar seksuele flirt met het publiek.
Little Earhtquakes wordt vaak gezien als haar debuut.
Maar met Y Kant Tori Read huppelde ze als een soort van Tiffany of Debbie Gibson al rond.
Daar gebruikte ze de piano hoofdzakelijk om er over heen te kruipen.
Hier heeft ze de ervaring op gedaan om hem te bespelen.
Het is een liefdesspel.
Het ene moment zacht en teder.
Vervolgens hardhandig.
Deze combinatie is voor mij het best hoorbaar in Precious Things.
Eerst vluchtig klassiek geschoold.
Halverwege gaat ze totaal los.
Sex en Jezus als hoofdthema’s.
Adembenemend.
Natuurlijk ontroerd ze mij ook in de schoonheid van Winter en China.
Maar ik ga liever voor het totaal pakket.
Samen gebracht in die ene song.
Al blijft het vervolgwerk van hoog nivo.
En weet ze als een van de weinigen te overtuigen met een geslaagd cover album.
Precious Things was de eerste keer.
Het orgasme en de sigaret er na.
Dit gevoel krijg je maar een keer.
Tori Amos - Native Invader (2017)

3,0
0
geplaatst: 18 september 2017, 01:28 uur
Ik heb ze langere tijd met Kate Bush vergeleken, maar ondertussen heeft Tori Amos veel meer albums gemaakt.
Niet allemaal even sterk, maar bij Kate Bush zit ook wat minder werk tussen.
Tori heeft altijd een sensueel geluid gehad, maar met het verschuilen achter typetjes; zoals op de hoezen van Strange Little Girls en American Doll Posse heb ik minder; ook de mysterie achter de songs hoeft voor mij niet zo nodig.
Het puurste, en misschien ook wel hardste klonk ze op haar eerste twee albums (het rockprobeersel niet mee geteld); volgens mij was dat de echte Tori Amos.
Native Invader begint gewoon oké, ze is hier zeer goed bij stem.
Maar het gaat mij om het woord gewoon; dat zeg ik niet voor niets.
We weten wat ze kan, en daardoor komt het bij mij regelmatig wat inspiratieloos over.
Alsof er over een lekkere zak frites een overdaad aan zout is uitgestrooid.
Up The Creek vind ik toch wel het hoogtepunt, hier wijkt ze af van wat ze voorheen heeft gemaakt.
Vervolgens gaan we helaas weer door op de lijn die ze in het begin heeft ingezet.
Ik ben niet zo enthousiast; herfstplaat of mislukte zomerplaat; ik ben er nog niet helemaal uit.
Niet allemaal even sterk, maar bij Kate Bush zit ook wat minder werk tussen.
Tori heeft altijd een sensueel geluid gehad, maar met het verschuilen achter typetjes; zoals op de hoezen van Strange Little Girls en American Doll Posse heb ik minder; ook de mysterie achter de songs hoeft voor mij niet zo nodig.
Het puurste, en misschien ook wel hardste klonk ze op haar eerste twee albums (het rockprobeersel niet mee geteld); volgens mij was dat de echte Tori Amos.
Native Invader begint gewoon oké, ze is hier zeer goed bij stem.
Maar het gaat mij om het woord gewoon; dat zeg ik niet voor niets.
We weten wat ze kan, en daardoor komt het bij mij regelmatig wat inspiratieloos over.
Alsof er over een lekkere zak frites een overdaad aan zout is uitgestrooid.
Up The Creek vind ik toch wel het hoogtepunt, hier wijkt ze af van wat ze voorheen heeft gemaakt.
Vervolgens gaan we helaas weer door op de lijn die ze in het begin heeft ingezet.
Ik ben niet zo enthousiast; herfstplaat of mislukte zomerplaat; ik ben er nog niet helemaal uit.
TORRES - Thirstier (2021)

3,5
0
geplaatst: 5 augustus 2021, 10:12 uur
Met het vorig jaar verschenen Silver Tongue maakt Mackenzie Ruth Scott de beslissing om het opnameproces in eigen handen te nemen. Een gedurfde keuze waarmee ze afscheid neemt van een groot stukje zekerheid. Het levert de op universitair niveau Engelse literatuur afgestudeerde singer-songwriter een prima soloplaat op, maar nu de angel vakkundig is verwijdert wil het niet meer bijten en steken. TORRES, want daar hebben we het hier over, klopt een jaar later weer braaf bij oudgediende Rob Ellis aan.
Deze producer heeft zich in het verleden al ruimschoots als rechterhand van PJ Harvey bewezen, waarmee hij als mede bandlid al samenwerkte in Automatic Dlamini en waar ook John Parish deel van uitmaakt. Niet de minste gasten dus. Rob Ellis voegt een rauw stevig randje aan het geheel toe en roept al eerder ook bij Anna Calvi iets dierlijks op. Hij speelt met de fragiele emoties van deze duistere catwomen die hun nagels in de fluwelen songs zetten. Rob Ellis laat ze tot het uiterste spinnen, miauwen en blazen.
Toch is er wel wat veranderd in de verstandhoudingen tussen Rob Ellis en TORRES. De zangeres speelt een veel sterkere rol in het geluid waar het accent richting de kille dansbare synthpop kant verschoven is. Het blijkt weer eens dat een femme fatale hem uiteindelijk de baas is en die dominantie omzet in zelfverzekerde songs. De vijfde studioplaat Thirstier is bloedzuigend dorstig en op en top vrouwelijk. Nog meer in balans dan het eerder samen opgenomen aardedonkere Sprinter waar Portishead gitarist Adrian Utley ijzingwekkende mysterieuze lijnen aan toevoegt en het een tikkeltje overgeproduceerde zwaar elektronische Three Futures.
TORRES is de passagier in het feministische sensuele Drive Me, waar ze symbolisch plaats neemt achter Thelma & Louise die hun eeuwige vrijheid tegenmoet rijden. Thirstier is het najagen van idealistische dromen, een twijfelende zoektocht naar de liefde, inclusief het toelaten en ook het afstompen. Seksuele spanning tussen twee vrouwen, die na de daad fantasierijk rustig doorkabbelen over de dagelijkse gang van zaken. Girls Talk en Bedtime Stories. Beheerste romantiek en onbedwingbaar verlangen. Ze dwingt Rob Ellis af om zijn comfortzone te verlaten en de driedimensionale diepte in te duiken, de meerdere lagen te verkennen om deze te reproduceren in de gedachtegang van TORRES.
Thirstier schuurt, funkt en verzuipt in een wazig shoegazer moeras. Thirstier gooit tevens de deur open naar het jaren negentig tijdperk van de punkrock en de schoolse indie erotiek. Thirstier flirt publiekelijk in bijzijn van haar partner met trance, dance, hiphop beats en nachtclub extase. Thirstier is de hongerige drang om de lustgevoelens te beantwoorden als deze de lippen bevochtigen. Thirstier is het samenspel van al deze elementen.
Baby, keep me in your fantasies
Baby, keep your hands all over me
The more you look, the more you’ll see
As long as I’m around, I’ll be looking for nerves to hit
The more of you I drink, the thirstier I get
Baby, baby
En die hongerige drang is nog steeds niet gestild.
Deze producer heeft zich in het verleden al ruimschoots als rechterhand van PJ Harvey bewezen, waarmee hij als mede bandlid al samenwerkte in Automatic Dlamini en waar ook John Parish deel van uitmaakt. Niet de minste gasten dus. Rob Ellis voegt een rauw stevig randje aan het geheel toe en roept al eerder ook bij Anna Calvi iets dierlijks op. Hij speelt met de fragiele emoties van deze duistere catwomen die hun nagels in de fluwelen songs zetten. Rob Ellis laat ze tot het uiterste spinnen, miauwen en blazen.
Toch is er wel wat veranderd in de verstandhoudingen tussen Rob Ellis en TORRES. De zangeres speelt een veel sterkere rol in het geluid waar het accent richting de kille dansbare synthpop kant verschoven is. Het blijkt weer eens dat een femme fatale hem uiteindelijk de baas is en die dominantie omzet in zelfverzekerde songs. De vijfde studioplaat Thirstier is bloedzuigend dorstig en op en top vrouwelijk. Nog meer in balans dan het eerder samen opgenomen aardedonkere Sprinter waar Portishead gitarist Adrian Utley ijzingwekkende mysterieuze lijnen aan toevoegt en het een tikkeltje overgeproduceerde zwaar elektronische Three Futures.
TORRES is de passagier in het feministische sensuele Drive Me, waar ze symbolisch plaats neemt achter Thelma & Louise die hun eeuwige vrijheid tegenmoet rijden. Thirstier is het najagen van idealistische dromen, een twijfelende zoektocht naar de liefde, inclusief het toelaten en ook het afstompen. Seksuele spanning tussen twee vrouwen, die na de daad fantasierijk rustig doorkabbelen over de dagelijkse gang van zaken. Girls Talk en Bedtime Stories. Beheerste romantiek en onbedwingbaar verlangen. Ze dwingt Rob Ellis af om zijn comfortzone te verlaten en de driedimensionale diepte in te duiken, de meerdere lagen te verkennen om deze te reproduceren in de gedachtegang van TORRES.
Thirstier schuurt, funkt en verzuipt in een wazig shoegazer moeras. Thirstier gooit tevens de deur open naar het jaren negentig tijdperk van de punkrock en de schoolse indie erotiek. Thirstier flirt publiekelijk in bijzijn van haar partner met trance, dance, hiphop beats en nachtclub extase. Thirstier is de hongerige drang om de lustgevoelens te beantwoorden als deze de lippen bevochtigen. Thirstier is het samenspel van al deze elementen.
Baby, keep me in your fantasies
Baby, keep your hands all over me
The more you look, the more you’ll see
As long as I’m around, I’ll be looking for nerves to hit
The more of you I drink, the thirstier I get
Baby, baby
En die hongerige drang is nog steeds niet gestild.
Toto - Past to Present 1977-1990 (1990)

3,0
1
geplaatst: 13 juni 2010, 21:41 uur
Tot mijn vijftiende jaar heb ik bands als Toto prima gevonden.
Geef toe, Afrika en Rosanna zijn gewoon goede songs.
Maar rond die tijd kwam er een nare verandering in mijn leven.
Ik ging namelijk stappen, en daar hoorden die massale discotheken bij.
Je weet wel; twee kleine zaaltjes en een megahal.
Daar stond dan zo’n Top 40 bandje te spelen.
Vergelijk het maar met Volumia!
Een zanger met een te grote mond.
Flirtend naar een meisje van tien jaar jonger.
Waar jij toevallig net een oogje op had.
Twee prachtige achtergrondzangeressen die de hoge toontjes zingen.
Een gitarist met te lange geblondeerde krullen.
Samen met mama een permanentje laten zetten.
En altijd sluiten ze af met Music van John Miles.
Op de een of andere manier beland er altijd Toto in het repertoire.
Telkens die frontman die een stukje luchtgitaar mee speelt.
De eerste rij in het publiek dat volgt.
Gevolgd door een poging tot zingen.
Drumwerk omgezet tot teksten.
Hold The L-i-i-i-i-ne.
Boem boem pats boem.
Love Isn’t Always On Time.
Je hoopt dat Stop Loving You bespaard blijft.
Helaas passeert deze ook de revue.
Nog meer verliefde blikken uit de zaal.
De Xander De Buisonjé look-a-like heeft de dames voor het uitzoeken.
Weer zal ik hierdoor mis grijpen.
Dus eigenlijk heb ik helemaal geen hekel aan Toto.
Coverbandjes wagen zich gelukkig niet aan Afrika.
Als ze het proberen, zullen ze niet meer geboekt worden.
Hoge uithalen die onbereikbaar zijn.
Tenzij je vals gaat zingen.
Mijn anti houding heeft een oorsprong.
Ergens ver terug in de jeugdjaren.
Vrij snel de overstap gemaakt naar kleine alternatieve clubs.
Geen bardancing of partycentrum meer voor mij.
Geef toe, Afrika en Rosanna zijn gewoon goede songs.
Maar rond die tijd kwam er een nare verandering in mijn leven.
Ik ging namelijk stappen, en daar hoorden die massale discotheken bij.
Je weet wel; twee kleine zaaltjes en een megahal.
Daar stond dan zo’n Top 40 bandje te spelen.
Vergelijk het maar met Volumia!
Een zanger met een te grote mond.
Flirtend naar een meisje van tien jaar jonger.
Waar jij toevallig net een oogje op had.
Twee prachtige achtergrondzangeressen die de hoge toontjes zingen.
Een gitarist met te lange geblondeerde krullen.
Samen met mama een permanentje laten zetten.
En altijd sluiten ze af met Music van John Miles.
Op de een of andere manier beland er altijd Toto in het repertoire.
Telkens die frontman die een stukje luchtgitaar mee speelt.
De eerste rij in het publiek dat volgt.
Gevolgd door een poging tot zingen.
Drumwerk omgezet tot teksten.
Hold The L-i-i-i-i-ne.
Boem boem pats boem.
Love Isn’t Always On Time.
Je hoopt dat Stop Loving You bespaard blijft.
Helaas passeert deze ook de revue.
Nog meer verliefde blikken uit de zaal.
De Xander De Buisonjé look-a-like heeft de dames voor het uitzoeken.
Weer zal ik hierdoor mis grijpen.
Dus eigenlijk heb ik helemaal geen hekel aan Toto.
Coverbandjes wagen zich gelukkig niet aan Afrika.
Als ze het proberen, zullen ze niet meer geboekt worden.
Hoge uithalen die onbereikbaar zijn.
Tenzij je vals gaat zingen.
Mijn anti houding heeft een oorsprong.
Ergens ver terug in de jeugdjaren.
Vrij snel de overstap gemaakt naar kleine alternatieve clubs.
Geen bardancing of partycentrum meer voor mij.
Toto - Toto IV (1982)

3,5
0
geplaatst: 19 mei 2015, 16:20 uur
Ik woon in de buurt van Nijmegen, dus ook van Berg en Dal, waar zich het Afrika Museum bevind.
Een tip om naar toe te gaan met jonge schoolgaande kinderen, eigenlijk wel altijd maken ze gebruik van thema’s om deze doelgroep te bereiken.
Die ervaring heb ik al jaren.
Zo ook in 1982, toen ik zelf nog maar 9 jaar oud was, en Afrika van Toto een grote hit in Nederland was.
Over de problematiek in dit werelddeel vanwege de droogte en het gebrek aan voedsel, was bij mij nog niks bekend, maar daarin zou Bob Geldof spoedig verandering brengen.
Voor mij was het nog voornamelijk onschuld en romantiek, al wist ik op die leeftijd natuurlijk nog niet wat dit precies inhield.
En dan kom ik al snel bij de band Toto.
Toto is feel good muziek.
Er wordt op IV niet gekozen om dieper in te gaan op wereldse onderwerpen.
Ook bij deze band lijkt het alsof ze in een romantische, perfecte en onschuldige wereld leven.
Misschien is dat wel zo, maar onderschat het muzikale vermogen van deze band niet.
Vaak worden ze neer gezet als die groep met die sessie muzikanten, die er vooral op uit zijn om hits te scoren.
Natuurlijk hebben twee leden hun ervaringen opgedaan bij Steely Dan, maar de twee andere kernleden komen wel degelijk uit hun eigen vriendengroep.
Dus helemaal bij elkaar gezocht is het absoluut niet.
Ik had dan ook niet verwacht dat juist bij deze band een van de leden bijna ten onder zou gaan aan het drugsgebruik, en een ander helaas helemaal.
Past eigenlijk totaal niet bij de zoetsappigheid die ze uitstralen.
Natuurlijk blijft Afrika het hoogtepunt van IV, maar hun kwaliteiten zijn het beste hoorbaar in Rosanna.
Hierbij wordt moeiteloos van de ene muziekstijl over gegaan in de andere, waarbij elk bandlid in deze ruim 5 minuten laat horen waartoe hij in staat is.
Ik zeg wel moeiteloos, maar dat is het natuurlijk niet.
Eigenlijk is Rosanna geniaal te noemen, en eigenlijk is dit de perfecte popsong.
Het is natuurlijk een gelikte compositie, maar wel een welke elke plaatselijke Top 40 band in hun repertoire stopte, als ze in de een of andere plaatselijke tussen kroeg en discotheek functionerende zaal moesten optreden.
Waarom?
Vanwege het hoge meezinggehalte bij de vrouwen en de rol van de luchtgitaren bij de mannen?
Nee, dit is eigenlijk vooral een maatstaf voor de band, om te laten zien dat ze hun instrumenten goed beheersen.
De ultieme jamsessie voor het grote publiek.
Maar toch moet ik tot de conclusie komen dat Toto hierdoor ook de kracht wat mist om mij vaak te boeien.
Waarschijnlijk is deze band gewoon te volmaakt.
Een tip om naar toe te gaan met jonge schoolgaande kinderen, eigenlijk wel altijd maken ze gebruik van thema’s om deze doelgroep te bereiken.
Die ervaring heb ik al jaren.
Zo ook in 1982, toen ik zelf nog maar 9 jaar oud was, en Afrika van Toto een grote hit in Nederland was.
Over de problematiek in dit werelddeel vanwege de droogte en het gebrek aan voedsel, was bij mij nog niks bekend, maar daarin zou Bob Geldof spoedig verandering brengen.
Voor mij was het nog voornamelijk onschuld en romantiek, al wist ik op die leeftijd natuurlijk nog niet wat dit precies inhield.
En dan kom ik al snel bij de band Toto.
Toto is feel good muziek.
Er wordt op IV niet gekozen om dieper in te gaan op wereldse onderwerpen.
Ook bij deze band lijkt het alsof ze in een romantische, perfecte en onschuldige wereld leven.
Misschien is dat wel zo, maar onderschat het muzikale vermogen van deze band niet.
Vaak worden ze neer gezet als die groep met die sessie muzikanten, die er vooral op uit zijn om hits te scoren.
Natuurlijk hebben twee leden hun ervaringen opgedaan bij Steely Dan, maar de twee andere kernleden komen wel degelijk uit hun eigen vriendengroep.
Dus helemaal bij elkaar gezocht is het absoluut niet.
Ik had dan ook niet verwacht dat juist bij deze band een van de leden bijna ten onder zou gaan aan het drugsgebruik, en een ander helaas helemaal.
Past eigenlijk totaal niet bij de zoetsappigheid die ze uitstralen.
Natuurlijk blijft Afrika het hoogtepunt van IV, maar hun kwaliteiten zijn het beste hoorbaar in Rosanna.
Hierbij wordt moeiteloos van de ene muziekstijl over gegaan in de andere, waarbij elk bandlid in deze ruim 5 minuten laat horen waartoe hij in staat is.
Ik zeg wel moeiteloos, maar dat is het natuurlijk niet.
Eigenlijk is Rosanna geniaal te noemen, en eigenlijk is dit de perfecte popsong.
Het is natuurlijk een gelikte compositie, maar wel een welke elke plaatselijke Top 40 band in hun repertoire stopte, als ze in de een of andere plaatselijke tussen kroeg en discotheek functionerende zaal moesten optreden.
Waarom?
Vanwege het hoge meezinggehalte bij de vrouwen en de rol van de luchtgitaren bij de mannen?
Nee, dit is eigenlijk vooral een maatstaf voor de band, om te laten zien dat ze hun instrumenten goed beheersen.
De ultieme jamsessie voor het grote publiek.
Maar toch moet ik tot de conclusie komen dat Toto hierdoor ook de kracht wat mist om mij vaak te boeien.
Waarschijnlijk is deze band gewoon te volmaakt.
TOY - Happy In The Hollow (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 16:54 uur
Welkom in de kaleidoscope wereld van het shoegazende Toy waar alles in werking wordt gezet om de ultieme spacende trip op te roepen. Deze band uit Brighton probeert al vier albums lang het eindeloze genot vorm te geven op hun door stampende Krautrock doordrenkte psychedelica. Schemerige gitaar riffs in Last Warmth of the Day met een hoog cinematisch Tarantino gehalte worden afgewisseld met slangen bezwerende hypnotiserende orgelpatronen. Maar boven alles blijft het ritmisch terugkerende slagwerk de basis waarop met gemak retro disco vermengd wordt met starre monotone new wave. Waar andere bands ontiegelijk veel moeite ondernemen om aansluiting en acceptatie te vinden bij de populaire heersende stromingen, gaat Toy hier haaks tegen in.
De catchy gitaar riffs gaan terug naar de donkere beginselen van postpunk mouvement. De doodslaande beats van Happy in the Hollow vermorzelen het idee om er maar een enigszins gangbare geluid van te maken. Niet dat het alleen maar duisternis terug te horen is. Met fraaie repeterende synthesizers worden er lichte dromerige varianten aan toe gevoegd. Waar deze de overhand krijgen ontstaat juist een tegendraadse geheimzinnig naargeestig gevoel. Er zit iets dreigends in verborgen waardoor de onvoorspelligheid van het verloop je dwingt om de aandacht erbij te houden. Het is eigenlijk disco om de dansvloer mee leeg te krijgen.
Het geslaagdste hoogtepunt You Make Me Forget Myself worden weerspiegeld door spirituele soul, waarmee ze zich vasthechten aan de Britse scene van de jaren negentig. In plaats van in wijwater werd er toen flink gedoopt in lsd en andere genotsmiddelen. Het zijn vooral dit soort de momenten en het instrumentale Charlies House die met prachtig slide akkoorden het verschil weten te maken. Juist doordat de minder goed functionerende zanger geëlimineerd wordt ontstaat er ruimte voor geschikt sfeerwerk. Want daar zit dus de grootste zwakte. Met veel echo’s en vervaging wordt het mankement van het stemvermogen van Tom Dougall niet helemaal opgepoetst.
Toch hoort deze kenmerkende Britse onverschillige houding wel bij Toy. Ze belichamen de arrogantie die met een alles omver schoppende schijt aan de wereld houding wordt vorm gegeven. Dat hierdoor al meerdere grote muzikale voorbeelden ten onder zijn gegaan, mag de pret niet drukken. Een allegaartje van bij elkaar geraapte stijlen. Fraaie spooky old school keyboardaccenten, worden afgewisseld met de fucked up punkhouding van het bijna cyberpunk achtige Energy. Duivelse tempo verschillen waarbij op de achtergrond fragmentarische geluidseffecten de aandacht weten te trekken.
Het psychedelische avontuur hoort genoeg memorabele tracks op te leveren. Maar waar Phil Spector vroeger de bouwstenen afleverde voor The Wall Of Sound, lukt het een band als Toy om met datzelfde materiaal de boel vakkundig af te breken. Vaak levert deze aanpak de meest interessante albums op, waar later met veel plezier naar wordt terug gekeken. Het rammelt in ieder geval van alle kanten. Voor de schoonheidsprijs zullen ze zeker niet gaan, de oneffenheden maken juist de plaat af. Een eigenzinnige band met een gelikte sound die zichzelf scherp houdt door er mooie spanningsbogen aan toe te voegen.
TOY - Happy In The Hollow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De catchy gitaar riffs gaan terug naar de donkere beginselen van postpunk mouvement. De doodslaande beats van Happy in the Hollow vermorzelen het idee om er maar een enigszins gangbare geluid van te maken. Niet dat het alleen maar duisternis terug te horen is. Met fraaie repeterende synthesizers worden er lichte dromerige varianten aan toe gevoegd. Waar deze de overhand krijgen ontstaat juist een tegendraadse geheimzinnig naargeestig gevoel. Er zit iets dreigends in verborgen waardoor de onvoorspelligheid van het verloop je dwingt om de aandacht erbij te houden. Het is eigenlijk disco om de dansvloer mee leeg te krijgen.
Het geslaagdste hoogtepunt You Make Me Forget Myself worden weerspiegeld door spirituele soul, waarmee ze zich vasthechten aan de Britse scene van de jaren negentig. In plaats van in wijwater werd er toen flink gedoopt in lsd en andere genotsmiddelen. Het zijn vooral dit soort de momenten en het instrumentale Charlies House die met prachtig slide akkoorden het verschil weten te maken. Juist doordat de minder goed functionerende zanger geëlimineerd wordt ontstaat er ruimte voor geschikt sfeerwerk. Want daar zit dus de grootste zwakte. Met veel echo’s en vervaging wordt het mankement van het stemvermogen van Tom Dougall niet helemaal opgepoetst.
Toch hoort deze kenmerkende Britse onverschillige houding wel bij Toy. Ze belichamen de arrogantie die met een alles omver schoppende schijt aan de wereld houding wordt vorm gegeven. Dat hierdoor al meerdere grote muzikale voorbeelden ten onder zijn gegaan, mag de pret niet drukken. Een allegaartje van bij elkaar geraapte stijlen. Fraaie spooky old school keyboardaccenten, worden afgewisseld met de fucked up punkhouding van het bijna cyberpunk achtige Energy. Duivelse tempo verschillen waarbij op de achtergrond fragmentarische geluidseffecten de aandacht weten te trekken.
Het psychedelische avontuur hoort genoeg memorabele tracks op te leveren. Maar waar Phil Spector vroeger de bouwstenen afleverde voor The Wall Of Sound, lukt het een band als Toy om met datzelfde materiaal de boel vakkundig af te breken. Vaak levert deze aanpak de meest interessante albums op, waar later met veel plezier naar wordt terug gekeken. Het rammelt in ieder geval van alle kanten. Voor de schoonheidsprijs zullen ze zeker niet gaan, de oneffenheden maken juist de plaat af. Een eigenzinnige band met een gelikte sound die zichzelf scherp houdt door er mooie spanningsbogen aan toe te voegen.
TOY - Happy In The Hollow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Toy Dolls - Dig That Groove Baby (1983)

3,0
1
geplaatst: 8 augustus 2015, 14:45 uur
Punk werd van tevoren toch wel gezien als een serieuze stroming.
En dan heb je opeens Toy Dolls, die er een groot stuk typische Britse humor in stopt.
Ze ontstonden in dezelfde periode als de serie The Young Ones.
En ondanks dat ze op elk album vrijwel hetzelfde klinken, mag hun debuut wel gezien worden als klassieker.
Nee, dit is geen grap.
Nellie The Elephant is toch wel het startsein geweest voor de pretpunk.
Toen in de jaren 90 Green Day, NOXF en De Heideroosjes groot werden, draaide de gemiddelde discotheek ook regelmatig dit nummer tussendoor.
Ik denk dat er maar weinig publiek daar was, die wist dat dit nummer 10 jaar ouder was.
En eigenlijk klinkt Dig That Groove Baby tijdlozer dan de gemiddelde punkband uit die tijd.
Onderschat deze band live ook zeker niet.
Ooit ruim 20 jaar geleden live gezien op de Universiteit van Twente, en het was een energiek optreden, welke als een sneltrein voorbij daverde.
Natuurlijk kwam Nellie ook nog voorbij, die de figuurlijke porseleinkast in een totale chaos veranderde.
En dan heb je opeens Toy Dolls, die er een groot stuk typische Britse humor in stopt.
Ze ontstonden in dezelfde periode als de serie The Young Ones.
En ondanks dat ze op elk album vrijwel hetzelfde klinken, mag hun debuut wel gezien worden als klassieker.
Nee, dit is geen grap.
Nellie The Elephant is toch wel het startsein geweest voor de pretpunk.
Toen in de jaren 90 Green Day, NOXF en De Heideroosjes groot werden, draaide de gemiddelde discotheek ook regelmatig dit nummer tussendoor.
Ik denk dat er maar weinig publiek daar was, die wist dat dit nummer 10 jaar ouder was.
En eigenlijk klinkt Dig That Groove Baby tijdlozer dan de gemiddelde punkband uit die tijd.
Onderschat deze band live ook zeker niet.
Ooit ruim 20 jaar geleden live gezien op de Universiteit van Twente, en het was een energiek optreden, welke als een sneltrein voorbij daverde.
Natuurlijk kwam Nellie ook nog voorbij, die de figuurlijke porseleinkast in een totale chaos veranderde.
Toy Dolls - Twenty Tunes Live from Tokyo (1990)

2,5
0
geplaatst: 13 juli 2008, 20:45 uur
Mijn eerste kennismaking met Toy Dolls was op de universiteit van Enschede. Ze traden daar volgens mij toen vaker op.
Het voorprogramma was volgens mij een band die Big Boy Tometo heette; ook leuk, maar het ging natuurlijk om Toy Dolls.
Als 3 stripfiguren kwamen ze op, in kleurige pakjes die mijn moeder op enige naaiervaringen na (mijn zusje en ik) zo in elkaar kan zetten.
Het intro is een metalachtig rifje; waarna vervolgens een spervuur aan nummers de zaal in wordt geslingerd.
Dig That Groove Baby doet het altijd goed, en al pogo-end ervaar ik dat er een erg breed publiek rondhost. Ondertussen is mijn horloge al gesneuvelt, maar dat geeft niks.
Tijd om op adem te komen is er niet.
Blue Suede Shoes begint dan wel rustig, maar barst ook volledig los; en volgens mij was Nellie The Elephant
Vervolgens wezen stappen in danscafe Exit (wereldtent), en de dag later maar snel op zoek gegaan naar een live registratie van deze band; toen kwam ik al snel bij dit album uit, wat muzikaal vrij goed mijn ervaringen weer geeft; maar zoals bij elk live concert geld; je moet er bij zijn geweest.
Het voorprogramma was volgens mij een band die Big Boy Tometo heette; ook leuk, maar het ging natuurlijk om Toy Dolls.
Als 3 stripfiguren kwamen ze op, in kleurige pakjes die mijn moeder op enige naaiervaringen na (mijn zusje en ik) zo in elkaar kan zetten.
Het intro is een metalachtig rifje; waarna vervolgens een spervuur aan nummers de zaal in wordt geslingerd.
Dig That Groove Baby doet het altijd goed, en al pogo-end ervaar ik dat er een erg breed publiek rondhost. Ondertussen is mijn horloge al gesneuvelt, maar dat geeft niks.
Tijd om op adem te komen is er niet.
Blue Suede Shoes begint dan wel rustig, maar barst ook volledig los; en volgens mij was Nellie The Elephant
Vervolgens wezen stappen in danscafe Exit (wereldtent), en de dag later maar snel op zoek gegaan naar een live registratie van deze band; toen kwam ik al snel bij dit album uit, wat muzikaal vrij goed mijn ervaringen weer geeft; maar zoals bij elk live concert geld; je moet er bij zijn geweest.
Trace Mountains - Lost in the Country (2020)

3,5
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 21:57 uur
Het is geen groot geheim dat Dave Benton met zijn gedachtes allang niet meer bij LVL UP was toen deze hun bestaan in september 2018 afronden met het afscheidsconcert in thuisbasis New York. Sterker nog, onder de naam Trace Mountains verscheen eerder dat jaar al privé opnames uit 2014; Buttery Sprouts & Other Songs genaamd. Ook het eerste volwaardige album A Partner to Lean On ziet al eerder in dat jaar het licht. Vervolgens stagneert voor de buitenwereld de boel, stilletjes wordt er op de achtergrond weldegelijk gewerkt aan nieuw materiaal.
Trace Mountains is op Lost in the Country uitgegroeid tot een voltallige band waarbij vocalist Dave Benton zich voornamelijk bezighoudt met de gitaarpartijen, zang en teksten. Een alleskunner in hart en nieren, die de rest van de ruimte vrij laat voor gitarist Jim Hill, bassist Sean Henry, drummer Greg Rutkin en toetsenist Susannah Cutler. Tevens muzikale omnivoren die meerdere instrumenten en stijlen beheersen. Hierdoor is een stuk doordachter en perfecter uitgevoerd dan LVL UP, en juist dat ruwe rommelige wordt hier gemist.
Door de poriën heen ademt Rock & Roll nog genoeg vintage LVL UP rock uit. De vocalen vliegen alle kanten uit en worden strak gecorrigeerd en gearrangeerd door de baspartijen van Sean Henry. Het dromerige gitaarspel ligt net als titeltrack Lost in the Country in de lijn van de hedendaagse Amerikaanse indie scene, die er de nodige eighties uitlopen doorheen weven. Heel clean op de automatische piloot uitgespeeld. Werd deze stroming een aantal jaar geleden nog door het publiek omarmt, tegenwoordig zijn we genoeg verwend en wel toe aan wat meer afwisseling.
Met licht vibrerende Zuid Amerikaanse percussie, georkestreerde mellotronpartijen en aansluitend slide gitaarspel wordt er in Dog Country een open sfeer neergezet die zijn vervolg krijgt in het net zo serene Me & May. Het zijn allemaal doffe kralenogen juweeltjes; klein, schitterend en opgepoetst. De vertrouwde versterker moet er aan te pas komen voor een stevigere sound in I am Leaving You en Absurdity.
Cooper’s Dream wil nog spannend aftrappen met een waterkoker achtig geluid en het straaljagersspel van Jim Hill, maar bereikt niet het gehoopte kookpunt. De gemaakte stemmetjes in Benji zijn bloedirritant en de starteffecten bij het popgerichte Fallin’ Rain hadden ook achterwege gehouden mogen worden.
Lost in the Country wordt nergens slecht, de titel dekt de lading wel een beetje. Zoekende in het onuitputbare muzikale landschap, een speelweide met een overschot aan bruikbare materialen. Een mooie warme zomer is een geschikt uitgangspunt, zolang er maar die onverwachte verfrissende onweersbuien blijven. Hier is het alleen zonneschijn.
Trace Mountains - Lost in the Country | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Trace Mountains is op Lost in the Country uitgegroeid tot een voltallige band waarbij vocalist Dave Benton zich voornamelijk bezighoudt met de gitaarpartijen, zang en teksten. Een alleskunner in hart en nieren, die de rest van de ruimte vrij laat voor gitarist Jim Hill, bassist Sean Henry, drummer Greg Rutkin en toetsenist Susannah Cutler. Tevens muzikale omnivoren die meerdere instrumenten en stijlen beheersen. Hierdoor is een stuk doordachter en perfecter uitgevoerd dan LVL UP, en juist dat ruwe rommelige wordt hier gemist.
Door de poriën heen ademt Rock & Roll nog genoeg vintage LVL UP rock uit. De vocalen vliegen alle kanten uit en worden strak gecorrigeerd en gearrangeerd door de baspartijen van Sean Henry. Het dromerige gitaarspel ligt net als titeltrack Lost in the Country in de lijn van de hedendaagse Amerikaanse indie scene, die er de nodige eighties uitlopen doorheen weven. Heel clean op de automatische piloot uitgespeeld. Werd deze stroming een aantal jaar geleden nog door het publiek omarmt, tegenwoordig zijn we genoeg verwend en wel toe aan wat meer afwisseling.
Met licht vibrerende Zuid Amerikaanse percussie, georkestreerde mellotronpartijen en aansluitend slide gitaarspel wordt er in Dog Country een open sfeer neergezet die zijn vervolg krijgt in het net zo serene Me & May. Het zijn allemaal doffe kralenogen juweeltjes; klein, schitterend en opgepoetst. De vertrouwde versterker moet er aan te pas komen voor een stevigere sound in I am Leaving You en Absurdity.
Cooper’s Dream wil nog spannend aftrappen met een waterkoker achtig geluid en het straaljagersspel van Jim Hill, maar bereikt niet het gehoopte kookpunt. De gemaakte stemmetjes in Benji zijn bloedirritant en de starteffecten bij het popgerichte Fallin’ Rain hadden ook achterwege gehouden mogen worden.
Lost in the Country wordt nergens slecht, de titel dekt de lading wel een beetje. Zoekende in het onuitputbare muzikale landschap, een speelweide met een overschot aan bruikbare materialen. Een mooie warme zomer is een geschikt uitgangspunt, zolang er maar die onverwachte verfrissende onweersbuien blijven. Hier is het alleen zonneschijn.
Trace Mountains - Lost in the Country | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)

4,0
2
geplaatst: 3 oktober 2015, 18:47 uur
De auto als het ultieme ontsnappingsmiddel.
Vluchten van de harde werkelijkheid.
De mogelijkheid biedend om je vrij te voelen.
Bruce Springsteen bezong het al in The River.
Tracy Chapman doet het nog eens over in Fast Car.
Beide een stem van een genaratie.
Eigenlijk is er weinig veranderd.
Alsof ze in een spiegel kijken, en daar elkaar treffen.
Tracy wat onzekerder, Bruce zelfverzekerder.
Er zijn opnames dat ze samen My Hometown zingen.
Natuurlijk prachtig, maar een gemiste kans.
Graag had ik ze in de rol van stel gezien, samen in hun Fast Car.
Zoals Peter Gabriel en Kate Bush deden met Don’t Give Up.
De realiteit en zwaarte om te overleven in een verharde maatschappij.
Ondanks dit prachtige, gevoelige debuut lukt het Tracy Chapman niet om definitief door te breken.
Een overdosering aan vrouwelijke singer songwriters domineren even het tijdsbeeld.
Tanita Tikaram, Heather Nova, Suzanne Vega en zelfs Sinead O' Connor verdwijnen ook al snel weer naar de achtergrond.
Het sterrendom blijft vreemd genoeg voornamelijk een mannenwereld.
Vrouwen in een soort van onderdrukte positie.
Vluchten van de harde werkelijkheid.
De mogelijkheid biedend om je vrij te voelen.
Bruce Springsteen bezong het al in The River.
Tracy Chapman doet het nog eens over in Fast Car.
Beide een stem van een genaratie.
Eigenlijk is er weinig veranderd.
Alsof ze in een spiegel kijken, en daar elkaar treffen.
Tracy wat onzekerder, Bruce zelfverzekerder.
Er zijn opnames dat ze samen My Hometown zingen.
Natuurlijk prachtig, maar een gemiste kans.
Graag had ik ze in de rol van stel gezien, samen in hun Fast Car.
Zoals Peter Gabriel en Kate Bush deden met Don’t Give Up.
De realiteit en zwaarte om te overleven in een verharde maatschappij.
Ondanks dit prachtige, gevoelige debuut lukt het Tracy Chapman niet om definitief door te breken.
Een overdosering aan vrouwelijke singer songwriters domineren even het tijdsbeeld.
Tanita Tikaram, Heather Nova, Suzanne Vega en zelfs Sinead O' Connor verdwijnen ook al snel weer naar de achtergrond.
Het sterrendom blijft vreemd genoeg voornamelijk een mannenwereld.
Vrouwen in een soort van onderdrukte positie.
Tramhaus - The First Exit (2024)

4,0
0
geplaatst: 17 november 2024, 12:35 uur
Met slechts de novelty hit Make It Happen en een paar losse nummers op zak is Tramhaus de grote verrassing op het eerste Zeitgeist festival in Doornroosje. Ze bewonen daar het grote podium en krijgen binnen een mum van tijd het hele publiek in beweging. Er is iets bijzonders gaande. Dit is overduidelijk op nationaal vlak de meest spannende liveband van dit moment. De aanstekelijke energie van frontman Lukas Jansen beperkt zich niet enkel tot zijn eigen optreden, later in de avond staat hij vooraan bij de tevens uit Rotterdam afkomstige Iguana Death Cult. Zo is zelfs het sinds kort definitief doorgebroken Ierse Gurries hun voorprogramma en blijven beide bands trouw aan elkaar.
In die eigenzinnige hoek is Tramhaus dus te plaatsen. Als dan eindelijk The First Exit verschijnt, is het zoeken naar nummers als Make it Happen en het ook eerder verschenen I Don’t Sweat. Die staan er niet op, Tramhaus denkt namelijk vooruit en laat het verleden achter zich. Als je zoveel vertrouwen in jezelf legt, dan leg je de lat wel heel hoog, voor Tramhaus echter niet onbereikbaar hoog. Juist door de aftrap midden in de pandemie ervaren ze dat het flink werken is om zich te bewijzen. In het geval van Tramhaus halen ze daardoor het beste naar boven. Dat siert Rotterdam ook wel, die geharde arbeidersmentaliteit van de havenstad, niks komt zomaar aanwaaien.
Tramhaus bezit dezelfde dreiging als de hedendaagse postpunk krachtpatsers. Er zit ook heel veel hardcore jaren tachtig woede in hun overdracht. De variatie tussen harde en zachte passages is naar de jaren negentig gitaargolfbeweging te herleiden. Het onderscheidt zit hem in de Hollandse nuchterheid, met verwijzingen naar het laat jaren zeventig rockgeluid van bands als Golden Earring en Herman Brood & The Wild Romance.
Ook de typisch Nederlandse The First Exit albumhoes is uiteraard een vette knipoog naar De Film Van Ome Willem. Met een hoop kabaal en een jazzy inslag presenteert Edwin Rutten zich aan de afwachtende kinderen. Datzelfde kabaal zit ook in de sound van Tramhaus verweven, al is er op de eersteling ook ruimte voor rust en evenwicht. Hiermee onderscheiden ze zich dus van de uit Dublin en Londen afkomstige bands, Tramhaus heeft wel degelijk een eigen smoel. Net als bij Personal Trainer mag Tramhaus hun peilen gerust op het buitenland richten, daar begrijpen ze dit soort bands vaak beter dan hier.
Met blikkerig aftellend drumwerk trapt Jim Luijten af, waarna het vanaf The Cause helemaal los gaat. Lukas Jansen blaft zich letterlijk door de zinnen heen en blijft dicht bij die kenmerkende postpunk benadering waarmee Tramhaus zich live zo op de kaart zet. Het mediterende psychedelisch oriëntaalse middenstuk maakt het grote verschil. Tramhaus brengt hardcore punkrock, een antireactie op de kortzichtigheid en pijnigen de triggerpunten op het juiste moment. In alles is The First Exit een aanklacht tegen het hokjes gericht denken, het hokjes gericht handelen.
Een dwarsheid die zich in de gedurfde tegendraadse benadering van de twee gitaristen doorzet. Vraagt een nummer om een agressieve benadering, dan volgt een agressieve benadering. Een vleugje surfexotica? Check Ffleur Hari maar. Melodieuze retro new wave, ook prima. Onderschat Julia Vroegh niet, ze bewijst nogmaals dat vrouwen over het algemeen meesterlijke bassisten zijn. Op de momenten dat Lukas Jansen over de schreef gaat is daar Nadya van Osnabrugge die hem verbaal tempert en hem bijna therapeutisch bijstaat.
Misschien is therapeutisch wel de meest geschikte benaming voor The First Exit. Daarom is de plaat ook zo rauw en oprecht. Lukas Jansen houdt zich met moeite staande in het grote stadsbestaan waar homoseksualiteit nog steeds niet geaccepteerd wordt. Een gefrustreerde antireactie op een ongeschreven nultolerantie beleid. Zijn geaardheid past niet in zijn directe omgeving er is nog steeds sprake van een maatschappelijk onbegrip. Verboden achterkamer romantiek in Semiotics, de maagdelijke The Big Blowout verkenningsfase, seksuele uitbuiting, en onbevredigde begeerte.
En dan is het podium het perfecte platvorm om zijn coming out kenbaar te maken. De zanger gaat bij A Necessity het dialoog met zichzelf aan, de onzekerheid wordt hem aangepraat. In Past Me benadrukt hij nogmaals dat hij geen moraalridder is maar slechts de fobische paranoïde op een weegschaal legt. The First Exit is een statement, thematisch daar past de uitgesproken Make it Happen verveling niet tussen, al zou het qua albumlengte wel een aangename toevoeging zijn.
Tramhaus - The First Exit | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
In die eigenzinnige hoek is Tramhaus dus te plaatsen. Als dan eindelijk The First Exit verschijnt, is het zoeken naar nummers als Make it Happen en het ook eerder verschenen I Don’t Sweat. Die staan er niet op, Tramhaus denkt namelijk vooruit en laat het verleden achter zich. Als je zoveel vertrouwen in jezelf legt, dan leg je de lat wel heel hoog, voor Tramhaus echter niet onbereikbaar hoog. Juist door de aftrap midden in de pandemie ervaren ze dat het flink werken is om zich te bewijzen. In het geval van Tramhaus halen ze daardoor het beste naar boven. Dat siert Rotterdam ook wel, die geharde arbeidersmentaliteit van de havenstad, niks komt zomaar aanwaaien.
Tramhaus bezit dezelfde dreiging als de hedendaagse postpunk krachtpatsers. Er zit ook heel veel hardcore jaren tachtig woede in hun overdracht. De variatie tussen harde en zachte passages is naar de jaren negentig gitaargolfbeweging te herleiden. Het onderscheidt zit hem in de Hollandse nuchterheid, met verwijzingen naar het laat jaren zeventig rockgeluid van bands als Golden Earring en Herman Brood & The Wild Romance.
Ook de typisch Nederlandse The First Exit albumhoes is uiteraard een vette knipoog naar De Film Van Ome Willem. Met een hoop kabaal en een jazzy inslag presenteert Edwin Rutten zich aan de afwachtende kinderen. Datzelfde kabaal zit ook in de sound van Tramhaus verweven, al is er op de eersteling ook ruimte voor rust en evenwicht. Hiermee onderscheiden ze zich dus van de uit Dublin en Londen afkomstige bands, Tramhaus heeft wel degelijk een eigen smoel. Net als bij Personal Trainer mag Tramhaus hun peilen gerust op het buitenland richten, daar begrijpen ze dit soort bands vaak beter dan hier.
Met blikkerig aftellend drumwerk trapt Jim Luijten af, waarna het vanaf The Cause helemaal los gaat. Lukas Jansen blaft zich letterlijk door de zinnen heen en blijft dicht bij die kenmerkende postpunk benadering waarmee Tramhaus zich live zo op de kaart zet. Het mediterende psychedelisch oriëntaalse middenstuk maakt het grote verschil. Tramhaus brengt hardcore punkrock, een antireactie op de kortzichtigheid en pijnigen de triggerpunten op het juiste moment. In alles is The First Exit een aanklacht tegen het hokjes gericht denken, het hokjes gericht handelen.
Een dwarsheid die zich in de gedurfde tegendraadse benadering van de twee gitaristen doorzet. Vraagt een nummer om een agressieve benadering, dan volgt een agressieve benadering. Een vleugje surfexotica? Check Ffleur Hari maar. Melodieuze retro new wave, ook prima. Onderschat Julia Vroegh niet, ze bewijst nogmaals dat vrouwen over het algemeen meesterlijke bassisten zijn. Op de momenten dat Lukas Jansen over de schreef gaat is daar Nadya van Osnabrugge die hem verbaal tempert en hem bijna therapeutisch bijstaat.
Misschien is therapeutisch wel de meest geschikte benaming voor The First Exit. Daarom is de plaat ook zo rauw en oprecht. Lukas Jansen houdt zich met moeite staande in het grote stadsbestaan waar homoseksualiteit nog steeds niet geaccepteerd wordt. Een gefrustreerde antireactie op een ongeschreven nultolerantie beleid. Zijn geaardheid past niet in zijn directe omgeving er is nog steeds sprake van een maatschappelijk onbegrip. Verboden achterkamer romantiek in Semiotics, de maagdelijke The Big Blowout verkenningsfase, seksuele uitbuiting, en onbevredigde begeerte.
En dan is het podium het perfecte platvorm om zijn coming out kenbaar te maken. De zanger gaat bij A Necessity het dialoog met zichzelf aan, de onzekerheid wordt hem aangepraat. In Past Me benadrukt hij nogmaals dat hij geen moraalridder is maar slechts de fobische paranoïde op een weegschaal legt. The First Exit is een statement, thematisch daar past de uitgesproken Make it Happen verveling niet tussen, al zou het qua albumlengte wel een aangename toevoeging zijn.
Tramhaus - The First Exit | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Trash Kit - Horizon (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 17:04 uur
Het uit Londen afkomstige Trash Kit wil op hun vorige twee albums Trash Kit en Confidence nog erg gejaagd klinken. Met de snelheid van een gemiddelde punkband werken ze zich in hoog tempo door de nummers heen. Of deze met The Ex bevriende band tips heeft gekregen van deze ouwe rotten in het vak, of dat ze zelf het initiatief genomen hebben, is niet duidelijk. Wel hebben ze in het voorprogramma genoeg inspiratie op kunnen doen. Iets wat voor beide partijen zo goed is bevallen, dat The Ex ze ook nu weer heeft gevraagd als een van de support acts. Het gegeven dat het veertigjarige bestaan van deze van oorsprong oer punkers moet een gigantisch feest moet worden. Je hoort in alles op Horizon een bredere kijk op de wereldmuziek terug. Daarmee opereren ze op hetzelfde level als The Ex, die hedendaags ook verschillende culturele aspecten een plek in hun muziek geeft. De noise held Thurston Moore van Sonic Youth mogen ze ook tot hun bewonderaars rekenen.
Nog verder leiden de combinatie van Afrikaanse ritmes en ouderwetse postpunk invloeden tot songs met kop en staart. Niet dat Rachel Horwood nu stil achter haar drumstel zit. Ze is echter gegroeid in het structuur aanbrengen in haar experimentele slagwerk. De percussie wil steeds meer een sturende rol op zich nemen, waardoor Gill Partington met haar bas gemakkelijker aansluiting vind. Met deze basis komt het dromerige, hoekige gitaarspel van Rachel Aggs veel meer tot haar recht. De samenzang van de twee Rachels geeft het net wat extra’s, al is het de gitarist die de hoofdvocalen op zich neemt.
In openingssong Coasting hoor je dat direct al terug. Doordat het allemaal niet zo ingemetseld is, blijft er ruimte voor de sfeervolle cello van Coral Rose en het vioolspel van Emma Smith. Met het exotische werk van Rachel Aggs in Every Second ervaar je een meer geschoolde ontwikkeling. Als een traditionele zigeunerartiest werkt ze zich door het akoestische intro heen. Het grote verschil met de vrouwelijke bands van rond 1980 is dat Trash Kit niet feministisch en hysterisch klinkt. De zang ademt net wat meer liefde uit, en wil minder steken. Sterker nog, door minder tegenstrijdige beats, nodigt het daadwerkelijk uit om op te bewegen.
Prachtig om in een typisch Afrikaans nummer als Dislocate te ervaren dat Rachel Horwood waarschijnlijk in een grijs verleden verplicht piano lessen heeft moeten volgen. Een combinatie die minder vaak toegepast wordt, maar wel treffend in elkaar overloopt. Zo maakt Trash Kit een vluchtig uitstapje richting jazz, een genre die je ook terug hoort in het titelstuk Horizon. Ook door deze invulling krijgt het afsluitende Window dezelfde vrouwelijke toetsen massage.
Het meest verrassende blijft toch wel het instrumentale Disco. Ramt Trash Kit op hun debuut nog zeventien tracks in minder dan een half uur uit de speakers, hier wagen ze zich aan een song die ruim de zeven minuten aantikt. Vreemd genoeg wordt hier wel veel meer terug gegrepen naar het opgefokte karakter van de beginperiode. De saxofoon van Dan Leavers geeft net genoeg tegengas. Op het veel geprezen The Comet is Coming – Trust in the Lifeforce of the Deep Mystery is hij een van de grote smaakmakers achter de synthesizers en laat hij held Shabaka Hutchings de sax, als geen ander, bespelen maar hier laat hij zelf horen ook niet bepaald onverdienstelijk te spelen. Hij pompt Disco zowat tot ska bereikende hoogtes, om vervolgens bijna fluisterend meer de achtergrond in te duiken. Eerlijk is eerlijk, zonder Dan Leaves zou het allemaal een stuk minder overtuigen. Het trio heeft zich ontwikkeld tot een salsa van opzwepende en pittige ingrediënten. Live krijg je de komende tijd vijf keer de kans om dit in Nederland te ervaren.
Trash Kit - Horizon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Nog verder leiden de combinatie van Afrikaanse ritmes en ouderwetse postpunk invloeden tot songs met kop en staart. Niet dat Rachel Horwood nu stil achter haar drumstel zit. Ze is echter gegroeid in het structuur aanbrengen in haar experimentele slagwerk. De percussie wil steeds meer een sturende rol op zich nemen, waardoor Gill Partington met haar bas gemakkelijker aansluiting vind. Met deze basis komt het dromerige, hoekige gitaarspel van Rachel Aggs veel meer tot haar recht. De samenzang van de twee Rachels geeft het net wat extra’s, al is het de gitarist die de hoofdvocalen op zich neemt.
In openingssong Coasting hoor je dat direct al terug. Doordat het allemaal niet zo ingemetseld is, blijft er ruimte voor de sfeervolle cello van Coral Rose en het vioolspel van Emma Smith. Met het exotische werk van Rachel Aggs in Every Second ervaar je een meer geschoolde ontwikkeling. Als een traditionele zigeunerartiest werkt ze zich door het akoestische intro heen. Het grote verschil met de vrouwelijke bands van rond 1980 is dat Trash Kit niet feministisch en hysterisch klinkt. De zang ademt net wat meer liefde uit, en wil minder steken. Sterker nog, door minder tegenstrijdige beats, nodigt het daadwerkelijk uit om op te bewegen.
Prachtig om in een typisch Afrikaans nummer als Dislocate te ervaren dat Rachel Horwood waarschijnlijk in een grijs verleden verplicht piano lessen heeft moeten volgen. Een combinatie die minder vaak toegepast wordt, maar wel treffend in elkaar overloopt. Zo maakt Trash Kit een vluchtig uitstapje richting jazz, een genre die je ook terug hoort in het titelstuk Horizon. Ook door deze invulling krijgt het afsluitende Window dezelfde vrouwelijke toetsen massage.
Het meest verrassende blijft toch wel het instrumentale Disco. Ramt Trash Kit op hun debuut nog zeventien tracks in minder dan een half uur uit de speakers, hier wagen ze zich aan een song die ruim de zeven minuten aantikt. Vreemd genoeg wordt hier wel veel meer terug gegrepen naar het opgefokte karakter van de beginperiode. De saxofoon van Dan Leavers geeft net genoeg tegengas. Op het veel geprezen The Comet is Coming – Trust in the Lifeforce of the Deep Mystery is hij een van de grote smaakmakers achter de synthesizers en laat hij held Shabaka Hutchings de sax, als geen ander, bespelen maar hier laat hij zelf horen ook niet bepaald onverdienstelijk te spelen. Hij pompt Disco zowat tot ska bereikende hoogtes, om vervolgens bijna fluisterend meer de achtergrond in te duiken. Eerlijk is eerlijk, zonder Dan Leaves zou het allemaal een stuk minder overtuigen. Het trio heeft zich ontwikkeld tot een salsa van opzwepende en pittige ingrediënten. Live krijg je de komende tijd vijf keer de kans om dit in Nederland te ervaren.
Trash Kit - Horizon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Travis - The Invisible Band (2001)

4,0
3
geplaatst: 31 december 2021, 02:04 uur
Travis haakt op die typerende Schotse traditie in om regenachtige nummers te maken waarbij de grijze grauwheid en melancholica van het thuisfront sterk op de voorgrond staat. The Waterboys, Big Country, Simple Minds, Texas, The Blue Nile en zelfs The Jesus and Mary Chain gingen ze al voor en met Driftwood en Why Does It Always Rain on Me? van The Man Who vervolgt Travis die ingeslagen weg. Met deze plaat leggen ze de lat voor zichzelf wel erg hoog en nemen vervolgens een flinke aanloop om met een polsstoksprong over deze druilerige moerassound heen te springen. Daar worden ze in de hoogte ingehaald door Coldplay, die duidelijk geïnspireerd door de Schotten met Parachutes een megasucces aflevert. Sing wordt eind mei 2001 als single vooruitgeschoven, waarna twee weken later de intieme persoonlijke rockpopplaat The Invisible Band verschijnt.
Een stap vooruit, waarmee ze het verleden van het Britpop geluid dat op het debuut Good Feeling zo overheersend aanwezig was nog verder achter zich laten. De vernieuwde Travis benadrukt nogmaals dat ze niet uit Londen of Manchester afkomstig zijn, maar juist in de arbeiders havenstad Glasgow hun roots hebben, en dat siert ze. De bescheiden Fran Healy heeft zichzelf ondertussen een kleine komische hanenkam aangemeten, maar buiten dat moet hij niks van uiterlijk vertoon en publieke aandacht hebben. De frontman vermeldt zelfs Paul McCartney niet als co schrijver van Flowers in the Window. Stel je eens voor dat de pers hier vragen over gaat stellen, al is er op de toegevoegde plaat wel ruimte voor de George Harrison compositie Here Comes The Sun. Deze gewone man positie staat mijlenver verwijderd van de arrogantie die blijkbaar nodig is om albums aan de man te brengen. Fran Healy is een dromerige romanticus die zich steeds meer kwetsbaar in de luwte opstelt. Bewust, of onbewust? Heeft Travis het niet in zich om een grote band te worden, of kiezen ze daadwerkelijk voor die underdog positie?
The grass is always greener on the other side
The neighbour’s got a new car that you wanna drive
And when time is running out you wanna stay alive
We all live under the same sky
We all will live, we all will die
There is no wrong, there is no right
The circle only has one side
Side, side
En zo is het maar net. Voor Travis geen mediacircus, geen drugsuitspattingen of vetes uitvechten met concurrerende rivalen. Drummer Neil Primrose is een knappe verschijning die van zijn uiterlijk geen misbruik maakt. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Overwin die angst om te zingen, en verschuil je niet in een afgesloten dagboek. Geniet van het leven, maar buit het niet tot het uiterste uit. De mannen van Travis verwoorden de doodgewone man, die dagelijks de boodschappen bij de buurtsuper doet, in de plaatselijke kroeg iedereen bij naam kent, en die generatie na generatie in datzelfde dorp blijft wonen; Safe.
Dat deze familiare omgeving zijn duistere keerkanten kent, benoemd Fran Healy in het heftige zware Last Train. De hoofdpersoon beantwoordt de beklemmende sfeer door om zich heen schietende een eeuwige uitvlucht te zoeken. De depressieve grijsheid van Glasgow en het hoge werkeloosheidsgehalte onder de jongeren laat die onzichtbare schaduwkant zien, welke daar daadwerkelijk ook aanwezig is. Letterlijk en figuurlijk The Invisible Band en niet The Invincible Band, die het wantrouwen in het vertrouwen van het sober gehouden The Cage bloot stelt. Onopvallende perfecte liedjes, waarbij het met Radiohead kopstem gezongen Follow The Light er positief bovenuit schiet. Diezelfde invloed zit juist ook weer in het klein gehouden winterse Indefinitely.
Het semi akoestische Ring Out the Bell, de vrolijke country invloeden van You Don’t Know What I’m Like en de liefdesverklaring Beautiful werden al eerder als bonusmateriaal toegevoegd, en staan nu ook op de 20th Anniversary Reissue. Een fraaie uitbreiding van de catalogus die tevens een aantal persoonlijke favorieten een plekje geeft. Killer Queen van Queen begint als een geintje, om vervolgens bangelijk dicht bij het origineel van start te gaan. Wat komen ze hier goed mee weg zeg! Ook de licht psychedelische Bob Dylan compositie You’re A Big Girl Now blijft gevaarlijk vlakbij de oorspronkelijke versie. De stevige Mott the Hoople cover All the Young Dudes is net als Driftwood afkomstig van het Barrowlands optreden, en bewijst dat Travis zich prima staande houdt op de festivalweides.
Flowers In The Windows komt nog twee keer voorbij, akoestisch en vanuit de BBC studio, waar ook Sing werd gespeeld. Swing is de oorspronkelijke opzet van Sing, Dear Diary en Last Train zijn kale donkere demo versies. En dan blijft er nog een handvol aan restmateriaal over. Het wankele heen en weer zwalkende Ancient Train is een ontspoorde trein, de hemelse white soul van A Little Bit Of Soul had zich prima op The Invisible Band kunnen nestelen. Central Station rockt lekker, maar is net een tikkeltje te ruw en ongepolijst en ook de grappige vreemd echoënde sixties song No Sigar past niet helemaal. The Invisible Band 20th Anniversary Reissue voegt dus meer dan genoeg toe om de oude uitgave aan de plaatselijke second hand store te schenken en te vervangen voor deze gloednieuwe luxere versie.
Travis - The Invisible Band (20th Anniversary Reissue) | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Een stap vooruit, waarmee ze het verleden van het Britpop geluid dat op het debuut Good Feeling zo overheersend aanwezig was nog verder achter zich laten. De vernieuwde Travis benadrukt nogmaals dat ze niet uit Londen of Manchester afkomstig zijn, maar juist in de arbeiders havenstad Glasgow hun roots hebben, en dat siert ze. De bescheiden Fran Healy heeft zichzelf ondertussen een kleine komische hanenkam aangemeten, maar buiten dat moet hij niks van uiterlijk vertoon en publieke aandacht hebben. De frontman vermeldt zelfs Paul McCartney niet als co schrijver van Flowers in the Window. Stel je eens voor dat de pers hier vragen over gaat stellen, al is er op de toegevoegde plaat wel ruimte voor de George Harrison compositie Here Comes The Sun. Deze gewone man positie staat mijlenver verwijderd van de arrogantie die blijkbaar nodig is om albums aan de man te brengen. Fran Healy is een dromerige romanticus die zich steeds meer kwetsbaar in de luwte opstelt. Bewust, of onbewust? Heeft Travis het niet in zich om een grote band te worden, of kiezen ze daadwerkelijk voor die underdog positie?
The grass is always greener on the other side
The neighbour’s got a new car that you wanna drive
And when time is running out you wanna stay alive
We all live under the same sky
We all will live, we all will die
There is no wrong, there is no right
The circle only has one side
Side, side
En zo is het maar net. Voor Travis geen mediacircus, geen drugsuitspattingen of vetes uitvechten met concurrerende rivalen. Drummer Neil Primrose is een knappe verschijning die van zijn uiterlijk geen misbruik maakt. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Overwin die angst om te zingen, en verschuil je niet in een afgesloten dagboek. Geniet van het leven, maar buit het niet tot het uiterste uit. De mannen van Travis verwoorden de doodgewone man, die dagelijks de boodschappen bij de buurtsuper doet, in de plaatselijke kroeg iedereen bij naam kent, en die generatie na generatie in datzelfde dorp blijft wonen; Safe.
Dat deze familiare omgeving zijn duistere keerkanten kent, benoemd Fran Healy in het heftige zware Last Train. De hoofdpersoon beantwoordt de beklemmende sfeer door om zich heen schietende een eeuwige uitvlucht te zoeken. De depressieve grijsheid van Glasgow en het hoge werkeloosheidsgehalte onder de jongeren laat die onzichtbare schaduwkant zien, welke daar daadwerkelijk ook aanwezig is. Letterlijk en figuurlijk The Invisible Band en niet The Invincible Band, die het wantrouwen in het vertrouwen van het sober gehouden The Cage bloot stelt. Onopvallende perfecte liedjes, waarbij het met Radiohead kopstem gezongen Follow The Light er positief bovenuit schiet. Diezelfde invloed zit juist ook weer in het klein gehouden winterse Indefinitely.
Het semi akoestische Ring Out the Bell, de vrolijke country invloeden van You Don’t Know What I’m Like en de liefdesverklaring Beautiful werden al eerder als bonusmateriaal toegevoegd, en staan nu ook op de 20th Anniversary Reissue. Een fraaie uitbreiding van de catalogus die tevens een aantal persoonlijke favorieten een plekje geeft. Killer Queen van Queen begint als een geintje, om vervolgens bangelijk dicht bij het origineel van start te gaan. Wat komen ze hier goed mee weg zeg! Ook de licht psychedelische Bob Dylan compositie You’re A Big Girl Now blijft gevaarlijk vlakbij de oorspronkelijke versie. De stevige Mott the Hoople cover All the Young Dudes is net als Driftwood afkomstig van het Barrowlands optreden, en bewijst dat Travis zich prima staande houdt op de festivalweides.
Flowers In The Windows komt nog twee keer voorbij, akoestisch en vanuit de BBC studio, waar ook Sing werd gespeeld. Swing is de oorspronkelijke opzet van Sing, Dear Diary en Last Train zijn kale donkere demo versies. En dan blijft er nog een handvol aan restmateriaal over. Het wankele heen en weer zwalkende Ancient Train is een ontspoorde trein, de hemelse white soul van A Little Bit Of Soul had zich prima op The Invisible Band kunnen nestelen. Central Station rockt lekker, maar is net een tikkeltje te ruw en ongepolijst en ook de grappige vreemd echoënde sixties song No Sigar past niet helemaal. The Invisible Band 20th Anniversary Reissue voegt dus meer dan genoeg toe om de oude uitgave aan de plaatselijke second hand store te schenken en te vervangen voor deze gloednieuwe luxere versie.
Travis - The Invisible Band (20th Anniversary Reissue) | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Trevor Powers - Mulberry Violence (2018)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 08:29 uur
Als een artiest het lukt om gelijk al na een paar seconde van de openingstrack de aandacht te trekken, dan heeft hij al een flinke voorsprong opgebouwd. Deze indruk is van belang bij hoe je verder de plaat beleefd. Ga je er voor zitten, of is het achtergrondmuziek; arbeidsvitamine. Mulberry Violence valt onder de eerste categorie. Trevor Powers verruilt zijn werkveld van de dreampop gerichte Youth Lagoon naar meer toegankelijke avant garde onder zijn solo naam. Wetende dat Youth Lagoon al een eenmansproject was, blijft de uitvoerende hetzelfde. Vanuit San Diego in Californië weet hij ons ook nu te betoveren.
De kracht van XTQ Idol zit hem in de combinatie van abstracte klanken met vervreemde geluidseffecten op de stem. Het volgen van pianolessen op zeer jeugdige leeftijd blijkt zijn nut te hebben. De natuurlijke manier hoe hij zichzelf hierop begeleid getuigd van muzikale kunde. De ruis op het geheel roept geen irritatie op, maar laat je nieuwsgierig worden naar wat er allemaal nog volgt. Nergens komt het te moeilijk of gemaakt over. Op het laatste nog even de knipoog naar de dreampop om daarna de reis te vervolgen. Mijn aandacht heeft hij te pakken. Wat er vervolgens gehoopt werd blijkt in Dicegame daadwerkelijk uit te komen. De sound is somberder, Trevor duikt meer de diepte in. De gesamplede schreeuw laat je intense pijn en verdriet ervaren. Het sterke pianospel moet ook hier weer genoemd worden, alsof al de witte toetsen zijn vervangen door alleen maar zwarte, zo duister eindigt de track.
Het ritmische tussenstuk Pretend It’s Confetti wordt vervormd door obscure geluiden, er wordt zelfs de indruk gewekt dat er een hartmassage apparaat in verwerkt is. De duisternis staat ook centraal in het triphoppende soulvolle Clad in Skin, de nacht doet zijn intrede, de verlokkingen van een sensuele avond achter zich laten. De jazzy saxofoontonen versterken het zomerse karakter. Trevor Powers bewijst hiermee dat hij ook geslaagde popliedjes weet te produceren. Het mysterieuze Playwright krijgt de invulling die het verdiend. Rustgevende aanrakingen van een liefkozend instrument met hier en daar een industriële bevlieging. Zo hoor je een jeugdliefde te behandelen. Film It All wordt zwaarder en meer orkestraal ingezet. Het sfeertje is filmisch, zoals in de titel. Gecontroleerde drums die een grondige aanpak krijgen tot een opzwepende krachtige beat.
Zoveel harder wordt op ons gevoel ingespeeld met het ontoegankelijke industrial Squelch, avant garde, avant la lettre. Onverwachte wendingen met een trieste openbaring in het therapeutisch bestrijden van je nachtmerries. Om vervolgens zo toe te slaan met het speelse Ache, werkt hier vreemd genoeg prima. Ook roept het cineastische beelden op, maar in een publieksvriendelijke context. Plaster Saint is grimmig, het veelzijdige gebruik van stemcollages geeft het een vertekend beeld, alsof er met meerdere zangers wordt gewerkt. De zwerm van oorverdovende soundscapes die vervolgende intro zijn noodzakelijk om vervolgens het slepende dramatiek van Common Hoax te vervolgen. Uiteindelijk afsluiten in een meditatieve werking van het dromerig eindsignaal.
Trevor Powers - Mulberry Violence | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
De kracht van XTQ Idol zit hem in de combinatie van abstracte klanken met vervreemde geluidseffecten op de stem. Het volgen van pianolessen op zeer jeugdige leeftijd blijkt zijn nut te hebben. De natuurlijke manier hoe hij zichzelf hierop begeleid getuigd van muzikale kunde. De ruis op het geheel roept geen irritatie op, maar laat je nieuwsgierig worden naar wat er allemaal nog volgt. Nergens komt het te moeilijk of gemaakt over. Op het laatste nog even de knipoog naar de dreampop om daarna de reis te vervolgen. Mijn aandacht heeft hij te pakken. Wat er vervolgens gehoopt werd blijkt in Dicegame daadwerkelijk uit te komen. De sound is somberder, Trevor duikt meer de diepte in. De gesamplede schreeuw laat je intense pijn en verdriet ervaren. Het sterke pianospel moet ook hier weer genoemd worden, alsof al de witte toetsen zijn vervangen door alleen maar zwarte, zo duister eindigt de track.
Het ritmische tussenstuk Pretend It’s Confetti wordt vervormd door obscure geluiden, er wordt zelfs de indruk gewekt dat er een hartmassage apparaat in verwerkt is. De duisternis staat ook centraal in het triphoppende soulvolle Clad in Skin, de nacht doet zijn intrede, de verlokkingen van een sensuele avond achter zich laten. De jazzy saxofoontonen versterken het zomerse karakter. Trevor Powers bewijst hiermee dat hij ook geslaagde popliedjes weet te produceren. Het mysterieuze Playwright krijgt de invulling die het verdiend. Rustgevende aanrakingen van een liefkozend instrument met hier en daar een industriële bevlieging. Zo hoor je een jeugdliefde te behandelen. Film It All wordt zwaarder en meer orkestraal ingezet. Het sfeertje is filmisch, zoals in de titel. Gecontroleerde drums die een grondige aanpak krijgen tot een opzwepende krachtige beat.
Zoveel harder wordt op ons gevoel ingespeeld met het ontoegankelijke industrial Squelch, avant garde, avant la lettre. Onverwachte wendingen met een trieste openbaring in het therapeutisch bestrijden van je nachtmerries. Om vervolgens zo toe te slaan met het speelse Ache, werkt hier vreemd genoeg prima. Ook roept het cineastische beelden op, maar in een publieksvriendelijke context. Plaster Saint is grimmig, het veelzijdige gebruik van stemcollages geeft het een vertekend beeld, alsof er met meerdere zangers wordt gewerkt. De zwerm van oorverdovende soundscapes die vervolgende intro zijn noodzakelijk om vervolgens het slepende dramatiek van Common Hoax te vervolgen. Uiteindelijk afsluiten in een meditatieve werking van het dromerig eindsignaal.
Trevor Powers - Mulberry Violence | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Tricky - Fall to Pieces (2020)

3,5
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 15:27 uur
Na een eindeloze val in de diepte is Tricky helemaal klaar voor zijn muzikale comeback. De kenmerkende vechtersmentaliteit heeft een flinke deuk opgelopen met het overlijden van dochterlief Mazy Topley-Bird. Net als zijn moeder kiest ook zij ervoor om zelf uit het leven te stappen. De hel is de hoek omgewandeld en heeft een nieuw slachtoffer opgeëist. De macho houding wordt overschaduwd door een traumatische inktzwarte duisternis en in zijn typerende vocalen is de snijdende hartzeer voelbaar. Begrijpelijk dat de Poolse zangeres Marta Złakowska ingeschakeld wordt om het merendeel van de zangpartijen in te zingen. Want laten we eerlijk zijn, Tricky is op het beste als hij hulp krijgt van anderen. Dat was bij Maxinquaye en Nearly God al het geval, en daarin is helemaal niks veranderd. Het al reeds vorig jaar in Berlijn opgenomen Fall To Pieces is door de confronterende levenservaringen nog grimmiger geworden dan het overdonderende debuut, en heeft datzelfde verstikkende sfeertje als waarmee zijn oud-collega’s van Massive Attack naam maakten.
Donkere retro elektrobeats vallen vanuit de uitzichtloze lege duisternis hard omlaag om Adrian Thaws laatste ontdekking Marta Złakowska op Thinking Of te introduceren. Een persoonlijke muze die Tricky tijdens zijn Poolse tournee verder helpt als een andere gastzanger het plotseling laat afweten. Het zachte liefkozende vrouwelijke past perfect bij het verbitterende gebroken mannelijke van de uit Bristol afkomstige triphop legende. Het afgeknepen gezongen Close Now verbergt overduidelijk het verdriet wat blijft rondcirkelen in het hoofd van Tricky. Door maar krampachtig als een tragische mantra Don’t Let It Get You Down te herhalen hoopt hij zichzelf te brainwashen om geheel opgeladen de boksring te betreden. Een pijnlijke constatering die juist een averechts effect oplevert. Met een vastgelopen brok in je keel wordt je overmand door een koud treurig gevoel van medelijden.
Nog heviger openbaren de demonen zich die het leven verscheurd hebben zich in het emotionele Hate This Pain. Het is mooi hoe juist Marta Złakowska met een zalvende gemoedelijke stem Tricky hierin bijstaat. De spirituele geesten van zijn moeder en dochter lijken hierin samen te smelten. Het is prachtig dat Tricky de aandacht weet vast te houden met sfeervolle geluidscollages die de verbintenis tussen het tweetal alleen maar sterker lijken te maken. Vanaf Like A Stone bestrijden ze gezamenlijk de eenzaamheid en de ongelijkheid in de verdeling van levensvreugde in intieme diep ontroerende tegen de postpunk aantikkende verbittering, waarbij het dreigende Vietnam zich ontpopt tot een waardig afsluitend hoogtepunt.
Om de zangeres wat rust te gunnen in dit zware emotionele proces, is daar de uit Denemarken afkomstige Oh Land die in twee tracks voor de afwisseling zorgt. Ze geeft een barok klassiek tintje aan het afstompende Running Off, waarmee we al snel weer in de doodlopende krochten van de verdrongen ziel van Tricky belanden. Het stukken vrolijker klinkende I’m in the Doorway heeft een pakkend reggae ritme, en lijkt terug te gaan naar het verleden toen de donkere schaduw het gezinsleven nog niet overkoepelde met treurnis. Dit is dan ook het enige lichtpuntje op de gewaagde therapeutische terugkeer die Tricky al op een vroeg stadium inzet. Te snel? Zeker niet, de littekens die overwoekerd raken door het veelvoud aan blijvende tatoeages, zijn juist nu het beste zichtbaar.
Tricky - Fall to Pieces | Hiphop | Written in Music - writteninmusic.com
Donkere retro elektrobeats vallen vanuit de uitzichtloze lege duisternis hard omlaag om Adrian Thaws laatste ontdekking Marta Złakowska op Thinking Of te introduceren. Een persoonlijke muze die Tricky tijdens zijn Poolse tournee verder helpt als een andere gastzanger het plotseling laat afweten. Het zachte liefkozende vrouwelijke past perfect bij het verbitterende gebroken mannelijke van de uit Bristol afkomstige triphop legende. Het afgeknepen gezongen Close Now verbergt overduidelijk het verdriet wat blijft rondcirkelen in het hoofd van Tricky. Door maar krampachtig als een tragische mantra Don’t Let It Get You Down te herhalen hoopt hij zichzelf te brainwashen om geheel opgeladen de boksring te betreden. Een pijnlijke constatering die juist een averechts effect oplevert. Met een vastgelopen brok in je keel wordt je overmand door een koud treurig gevoel van medelijden.
Nog heviger openbaren de demonen zich die het leven verscheurd hebben zich in het emotionele Hate This Pain. Het is mooi hoe juist Marta Złakowska met een zalvende gemoedelijke stem Tricky hierin bijstaat. De spirituele geesten van zijn moeder en dochter lijken hierin samen te smelten. Het is prachtig dat Tricky de aandacht weet vast te houden met sfeervolle geluidscollages die de verbintenis tussen het tweetal alleen maar sterker lijken te maken. Vanaf Like A Stone bestrijden ze gezamenlijk de eenzaamheid en de ongelijkheid in de verdeling van levensvreugde in intieme diep ontroerende tegen de postpunk aantikkende verbittering, waarbij het dreigende Vietnam zich ontpopt tot een waardig afsluitend hoogtepunt.
Om de zangeres wat rust te gunnen in dit zware emotionele proces, is daar de uit Denemarken afkomstige Oh Land die in twee tracks voor de afwisseling zorgt. Ze geeft een barok klassiek tintje aan het afstompende Running Off, waarmee we al snel weer in de doodlopende krochten van de verdrongen ziel van Tricky belanden. Het stukken vrolijker klinkende I’m in the Doorway heeft een pakkend reggae ritme, en lijkt terug te gaan naar het verleden toen de donkere schaduw het gezinsleven nog niet overkoepelde met treurnis. Dit is dan ook het enige lichtpuntje op de gewaagde therapeutische terugkeer die Tricky al op een vroeg stadium inzet. Te snel? Zeker niet, de littekens die overwoekerd raken door het veelvoud aan blijvende tatoeages, zijn juist nu het beste zichtbaar.
Tricky - Fall to Pieces | Hiphop | Written in Music - writteninmusic.com
Tricky - Maxinquaye (1995)

5,0
0
geplaatst: 17 februari 2010, 15:12 uur
Je hebt natuurlijk wel lef om met dezelfde sampler te gebruiken als Glory Box van Portishead in Hell is Round the Corner.
Je hebt wel lef om als stoere hiphopper te poseren in een bruidsjurk.
Je hebt wel lef om van een hiphopklassieker als Black Steel van Public Enemy juist een rockversie te maken.
Is het lef, of is het gewoon tricky.
Als je leerschool bestaat uit Massive Attack, waar hij uiteindelijk besloot om niet het vierde lid te worden, dan heb je al genoeg bagage om het alleen te proberen.
Pluk je dan ergens van een middelbare school een talentvol zangeresje Martina Topley-Bird; dan heb je helemaal mazzel.
Mag het resultaat er uiteindelijk wezen?
Ja, hier staat toch wel een artiest die dan minder genoemd wordt als Portishead en Massive Attack, maar die hier wel een waardig debuut af levert.
Wat velen niet weten is dat hij hier ook op samen werkt met Alison Goldfrapp in het nummer Pumpkin. Zij zal zich vanaf 1999 ontwikkelen als frontvrouw van het ook niet misselijke Goldfrapp. Ze komt hier ook al goed uit de verf.
De titel Pumpkin is natuurlijk een ode aan Smashing Pumpkins; hun Suffer is duidelijk hoorbaar.
Dus behalve de eigenschap om voornamelijk alleen een goed eindproduct neer te zetten, heeft hij ook feeling voor talent.
Klinkt het album na al die jaren gedateerd?
Nee, voor mij past hij het beste in de lijn van Mezzanine van Massive Attack en Dummy van Portishead.
Deze album stralen een soort van duisternis uit, die het goed doen bij Rock, Wave en Hiphop liefhebbers.
Passend in het tijdsbeeld van de cross-over, maar duidelijk kiezend voor een afscheidende rol in het geheel.
Je hebt wel lef om als stoere hiphopper te poseren in een bruidsjurk.
Je hebt wel lef om van een hiphopklassieker als Black Steel van Public Enemy juist een rockversie te maken.
Is het lef, of is het gewoon tricky.
Als je leerschool bestaat uit Massive Attack, waar hij uiteindelijk besloot om niet het vierde lid te worden, dan heb je al genoeg bagage om het alleen te proberen.
Pluk je dan ergens van een middelbare school een talentvol zangeresje Martina Topley-Bird; dan heb je helemaal mazzel.
Mag het resultaat er uiteindelijk wezen?
Ja, hier staat toch wel een artiest die dan minder genoemd wordt als Portishead en Massive Attack, maar die hier wel een waardig debuut af levert.
Wat velen niet weten is dat hij hier ook op samen werkt met Alison Goldfrapp in het nummer Pumpkin. Zij zal zich vanaf 1999 ontwikkelen als frontvrouw van het ook niet misselijke Goldfrapp. Ze komt hier ook al goed uit de verf.
De titel Pumpkin is natuurlijk een ode aan Smashing Pumpkins; hun Suffer is duidelijk hoorbaar.
Dus behalve de eigenschap om voornamelijk alleen een goed eindproduct neer te zetten, heeft hij ook feeling voor talent.
Klinkt het album na al die jaren gedateerd?
Nee, voor mij past hij het beste in de lijn van Mezzanine van Massive Attack en Dummy van Portishead.
Deze album stralen een soort van duisternis uit, die het goed doen bij Rock, Wave en Hiphop liefhebbers.
Passend in het tijdsbeeld van de cross-over, maar duidelijk kiezend voor een afscheidende rol in het geheel.
Tröckener Kecks - Eén op Eén Miljoen (1987)

4,0
0
geplaatst: 2 mei 2010, 22:54 uur
Voor een band als Tröckener Kecks blijf ik een zwak houden.
Mijn eerste kennismaking was hun verzamelaar Hotel Nostalgia.
Hier werden oudere nummers in een nieuw jasje gestoken.
Mijn conclusie was duidelijk.
Zo snel mogelijk op zoek gaan naar de albums De Jacht en Een Op Een Miljoen.
Een Op Een Miljoen is wisselvallig.
Het is een combinatie tussen de gevoelens van Rick De Leeuw.
De eeuwige puber, op zoek naar echte liefde.
Zijn inspanningen tijdens de schooltijd.
En net als die andere band De Dijk; het nachtleven van Amsterdam.
De zelfkant van het leven.
Op Nu Of Nooit hoor je voor het eerst Frédérique Spigt in haar moerstaal zingen.
Gelukkig besluit ze om dit voort te zetten.
Er zijn twee nummers die er verder positief tussen uit springen.
Vannacht heeft dat geweldige dreigende sfeertje.
Als je het de eerste keer hoort wordt je al gepakt door de tekst.
Vanaf de eerste zin weet je dat dit nummer een vervelende wending zal krijgen.
De gevolgen van een aanslag worden hier goed vertaald.
De angst waar we ons de laatste paar jaren steeds meer bewust worden.
Hoe actueel kan een song blijven.
Achter Glas vind ik ook zeker een hoogtepunt.
De legende van Bleke Jet.
Een prostitué die om komt in de brand.
Aangestoken door een echtgenoot van een klant.
Als geest probeert ze mannen met de neiging tot vreemd gaan op het juiste pad te krijgen.
Muzikaal fraai omlijst.
Ze zijn helaas al weer een tijdje gestopt.
Rick De Leeuw is zijn pubertijd ontgroeit.
Binnen een paar jaar veranderd in een oude grijze wijze man.
Mijn eerste kennismaking was hun verzamelaar Hotel Nostalgia.
Hier werden oudere nummers in een nieuw jasje gestoken.
Mijn conclusie was duidelijk.
Zo snel mogelijk op zoek gaan naar de albums De Jacht en Een Op Een Miljoen.
Een Op Een Miljoen is wisselvallig.
Het is een combinatie tussen de gevoelens van Rick De Leeuw.
De eeuwige puber, op zoek naar echte liefde.
Zijn inspanningen tijdens de schooltijd.
En net als die andere band De Dijk; het nachtleven van Amsterdam.
De zelfkant van het leven.
Op Nu Of Nooit hoor je voor het eerst Frédérique Spigt in haar moerstaal zingen.
Gelukkig besluit ze om dit voort te zetten.
Er zijn twee nummers die er verder positief tussen uit springen.
Vannacht heeft dat geweldige dreigende sfeertje.
Als je het de eerste keer hoort wordt je al gepakt door de tekst.
Vanaf de eerste zin weet je dat dit nummer een vervelende wending zal krijgen.
De gevolgen van een aanslag worden hier goed vertaald.
De angst waar we ons de laatste paar jaren steeds meer bewust worden.
Hoe actueel kan een song blijven.
Achter Glas vind ik ook zeker een hoogtepunt.
De legende van Bleke Jet.
Een prostitué die om komt in de brand.
Aangestoken door een echtgenoot van een klant.
Als geest probeert ze mannen met de neiging tot vreemd gaan op het juiste pad te krijgen.
Muzikaal fraai omlijst.
Ze zijn helaas al weer een tijdje gestopt.
Rick De Leeuw is zijn pubertijd ontgroeit.
Binnen een paar jaar veranderd in een oude grijze wijze man.
Tune-Yards - Sketchy. (2021)

3,5
0
geplaatst: 2 april 2021, 18:26 uur
De anarchistische Merrill Garbus is geen groot liefhebber van het conservatieve hokjes denken. En waarom moet muziek aan regels gebonden zijn, terwijl deze artistieke uiting juist om creatieve vrijheid vraagt. De gezellige cross-over van Tune-Yards heeft veel weg van de improvisatiegekte die bepalende was in het doldwaze sketchprogramma In Living Colour. Een anti reactie op het brave We’re a Happy Family geluk van The Cosby Show. Deze satirische zelfblik op de Afro-Amerikaanse cultuur zorgde voor een soortgelijke frisheid die ook in het zomerse Sketchy terug te horen is. Het is allemaal net wat minder stoer dan het spierballen metal funk gefreak en leunt misschien nog wel meer tegen de zonnige hippie hiphop mengelmoes van het politiek correcte Arrested Development aan.
Toch ligt bij Tune-Yards de oorsprong wel degelijk bij de zuidelijke afro beat en die heerlijke lome funk die Nate Brenner uit zijn basgitaar tevoorschijn haalt. Op Whokill wordt daar de nodige freejazz blazers en lawaaierige ritmes aan toegevoegd, terwijl er op Nikky Nack veel meer de nadruk ligt op de new wave disco en militante reggae uit de jaren tachtig. De late night synthpop van I Can Feel You Creep Into My Private Life is futuristischer qua opzet en laat zelfs klassiekere filmische elementen toe.
Het bonte buitenbeentje op het 4AD label komt nu dus met hun vijfde studioplaat Sketchy aanzetten, die een onverwachte koerswending laat horen. Merrill Garbus haalt al gelijk op Nowhere, Man het maximale uit haar soulstem en zoekt direct die frontale hoogte op. Een metamorfose die haar neerzet als een hedendaagse Big Mama popdiva die ook nog eventjes dat grensgebied van de rap opzoekt. Heerlijke koortjes maken van Make It Right een duidelijk door Prince beïnvloedde track, waarbij de toonaangevende ritmes niet geheel van een verdrinkingsdood gered zijn. Lichtelijk verzopen werkt het duo zich door deze aanstekelijke stuiterende discofunk heen, waarbij de onverwachte wendingen de speelsheid van het oudere werk van Tune-Yards in herinnering roepen.
De psychedelische prettige stoorzender Homewrecker heeft iets rebels jeugdigs en is heerlijk onnavolgbaar, het hoeft ook allemaal niet zo moeilijk. Het springerige Silence Pt. 1 (When We Say “we”) ligt in het verlengde van de ADHD new wave van Devo, maar wordt hier van de vrouwelijke kant belicht. De belerende soulgospel van Hold Yourself komt door die toegankelijke popinslag misschien onbewust nog overtuigender over. Het is maar hoe je de boodschap verpakt en men is over het algemeen gevoeliger voor kleurig inpakpapier. Een averechts effect roept het swingende Under My Lip en het Donna Summer I Feel Love getinte refreintje van My Neighbor op, waarbij het keiharde huiselijke geweld en de onderschikte rol van de vrouw centraal staat.
De volwassenheid komt dus wel degelijk tot uiting in de teksten, waarbij de maatschappelijke tekortkomingen in de vrouwenrechten ter sprake komen. De geëmancipeerde frontvrouw van het gezelschap legt de nadruk op de machtpositie die ze als muzikanten hebben. Nowhere Man uit de onvrede over het feit dat zangeressen blijkbaar geen protestlied mogen zingen. Misschien wat kort door de bocht, waarbij ze namen als Joan Baez, Joni Mitchell en het punkboegbeeld Patti Smith passeert, maar dat is Merrill Garbus vergeven. Het draait om haar innerlijke boosheid en onmacht, en die voelt nou eenmaal zo.
Tune-Yards - Sketchy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Toch ligt bij Tune-Yards de oorsprong wel degelijk bij de zuidelijke afro beat en die heerlijke lome funk die Nate Brenner uit zijn basgitaar tevoorschijn haalt. Op Whokill wordt daar de nodige freejazz blazers en lawaaierige ritmes aan toegevoegd, terwijl er op Nikky Nack veel meer de nadruk ligt op de new wave disco en militante reggae uit de jaren tachtig. De late night synthpop van I Can Feel You Creep Into My Private Life is futuristischer qua opzet en laat zelfs klassiekere filmische elementen toe.
Het bonte buitenbeentje op het 4AD label komt nu dus met hun vijfde studioplaat Sketchy aanzetten, die een onverwachte koerswending laat horen. Merrill Garbus haalt al gelijk op Nowhere, Man het maximale uit haar soulstem en zoekt direct die frontale hoogte op. Een metamorfose die haar neerzet als een hedendaagse Big Mama popdiva die ook nog eventjes dat grensgebied van de rap opzoekt. Heerlijke koortjes maken van Make It Right een duidelijk door Prince beïnvloedde track, waarbij de toonaangevende ritmes niet geheel van een verdrinkingsdood gered zijn. Lichtelijk verzopen werkt het duo zich door deze aanstekelijke stuiterende discofunk heen, waarbij de onverwachte wendingen de speelsheid van het oudere werk van Tune-Yards in herinnering roepen.
De psychedelische prettige stoorzender Homewrecker heeft iets rebels jeugdigs en is heerlijk onnavolgbaar, het hoeft ook allemaal niet zo moeilijk. Het springerige Silence Pt. 1 (When We Say “we”) ligt in het verlengde van de ADHD new wave van Devo, maar wordt hier van de vrouwelijke kant belicht. De belerende soulgospel van Hold Yourself komt door die toegankelijke popinslag misschien onbewust nog overtuigender over. Het is maar hoe je de boodschap verpakt en men is over het algemeen gevoeliger voor kleurig inpakpapier. Een averechts effect roept het swingende Under My Lip en het Donna Summer I Feel Love getinte refreintje van My Neighbor op, waarbij het keiharde huiselijke geweld en de onderschikte rol van de vrouw centraal staat.
De volwassenheid komt dus wel degelijk tot uiting in de teksten, waarbij de maatschappelijke tekortkomingen in de vrouwenrechten ter sprake komen. De geëmancipeerde frontvrouw van het gezelschap legt de nadruk op de machtpositie die ze als muzikanten hebben. Nowhere Man uit de onvrede over het feit dat zangeressen blijkbaar geen protestlied mogen zingen. Misschien wat kort door de bocht, waarbij ze namen als Joan Baez, Joni Mitchell en het punkboegbeeld Patti Smith passeert, maar dat is Merrill Garbus vergeven. Het draait om haar innerlijke boosheid en onmacht, en die voelt nou eenmaal zo.
Tune-Yards - Sketchy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Turnover - Altogether (2019)

3,0
1
geplaatst: 6 oktober 2020, 14:16 uur
Het uit Virginia afkomstige drietal Turnover weet in 2013 al de boel flink wakker te schudden met een aangename mix van uptempo dreampunk en pakkende korte gitaarriffs. Magnolia laat een jeugdig eigen sound horen welke overstemd wordt door plezierig speelgenot. Ondanks dat ze vier jaar lang naar dit geluid toegewerkt hebben besluiten ze al snel om er een drastische draai aan te geven. De kunst van het weglaten, die hier nog een positieve wending oplevert.
Op Peripheral Vision is de punk helemaal geëlimineerd en blijft er alleen de dreampop over. Austin Getz richt zich veel meer op de zang en laat de enthousiaste drukte van het debuut ver achter zich. Die ietwat verlegen aandoenlijke intimiteit zet zich voort in het meer open zomerse Good Nature. Ze vervolgen hun weg door netjes om de twee jaar een album af te leveren, Altogether mag als vierde plaat bijgeschreven worden.
Het is weer een stuk gangbaarder geworden. Het rockelement is weg gefilterd en door de drab heen ontwikkelen zich flinterdunne cleane songs. Professioneel afgeschaafd voor de commerciële markt. Ze zoeken hiermee aansluiting bij de nietszeggende new wave uit de jaren tachtig. De Top 40 variant waarvan we blij en opgelucht afscheid namen in the nineties, en wegstoppen in een gesloten zolderkamertje in ons geheugen.
Blijkbaar vind Turnover het nodig om lekker te shoppen in deze veelkleurige snoepwinkel, en er een overdosering aan zoetigheid aan toe te voegen. Dat een te hoog suikergehalte ook slecht is voor de mentale gezondheid interesseert ze verder niks. Altogether is een muzikale milieu vervuilende plasticsoep, het doet allemaal te kunstmatig en veilig aan. Nergens wordt het echt slecht, maar het voelt allemaal zo inspiratieloos en leeg.
Turnover is een goede band, die steeds weer iets nieuws weet toe te voegen. Alleen leidt het hier tot vervlakking en stagnatie. Het is met name de mooie verpakking. Romantische liefdesstelletjes pop met een grote knalrode Valentijns strik er omheen. Te voorzichtig en met de veiligheidsriem te strak aangetrokken.
Valt er dan verder niks positiefs te melden? Natuurlijk wel! De baspartijen van Danny Dempsey zijn van een zeer hoog veelzijdig niveau. Zijn loopjes voegen een mooie gedempte funkende sfeer aan het gebeuren toe, en ook het weidse gitaarspel van Austin Getz laat een diepgaande groei horen. Als Casey Getz in Sending Me Right Back zijn drumstel inruilt voor de ritmische conga’s volgt er een tijdelijke opleving, die echter al snel als een vergeten echo ergens blijft hangen.
Turnover - Altogether | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Op Peripheral Vision is de punk helemaal geëlimineerd en blijft er alleen de dreampop over. Austin Getz richt zich veel meer op de zang en laat de enthousiaste drukte van het debuut ver achter zich. Die ietwat verlegen aandoenlijke intimiteit zet zich voort in het meer open zomerse Good Nature. Ze vervolgen hun weg door netjes om de twee jaar een album af te leveren, Altogether mag als vierde plaat bijgeschreven worden.
Het is weer een stuk gangbaarder geworden. Het rockelement is weg gefilterd en door de drab heen ontwikkelen zich flinterdunne cleane songs. Professioneel afgeschaafd voor de commerciële markt. Ze zoeken hiermee aansluiting bij de nietszeggende new wave uit de jaren tachtig. De Top 40 variant waarvan we blij en opgelucht afscheid namen in the nineties, en wegstoppen in een gesloten zolderkamertje in ons geheugen.
Blijkbaar vind Turnover het nodig om lekker te shoppen in deze veelkleurige snoepwinkel, en er een overdosering aan zoetigheid aan toe te voegen. Dat een te hoog suikergehalte ook slecht is voor de mentale gezondheid interesseert ze verder niks. Altogether is een muzikale milieu vervuilende plasticsoep, het doet allemaal te kunstmatig en veilig aan. Nergens wordt het echt slecht, maar het voelt allemaal zo inspiratieloos en leeg.
Turnover is een goede band, die steeds weer iets nieuws weet toe te voegen. Alleen leidt het hier tot vervlakking en stagnatie. Het is met name de mooie verpakking. Romantische liefdesstelletjes pop met een grote knalrode Valentijns strik er omheen. Te voorzichtig en met de veiligheidsriem te strak aangetrokken.
Valt er dan verder niks positiefs te melden? Natuurlijk wel! De baspartijen van Danny Dempsey zijn van een zeer hoog veelzijdig niveau. Zijn loopjes voegen een mooie gedempte funkende sfeer aan het gebeuren toe, en ook het weidse gitaarspel van Austin Getz laat een diepgaande groei horen. Als Casey Getz in Sending Me Right Back zijn drumstel inruilt voor de ritmische conga’s volgt er een tijdelijke opleving, die echter al snel als een vergeten echo ergens blijft hangen.
Turnover - Altogether | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Tuxedomoon - Holy Wars (1985)

4,0
0
geplaatst: 17 mei 2010, 14:30 uur
Experimentele variant op de New Wave.
Gebruik van blaasinstrumenten en afwijkende elektronica.
Duidelijk een band die zich onderscheid met een eigen geluid.
Redelijke commerciële instap om je verder in Avant-Garde te verdiepen.
The Waltz is het instrumentale geslaagde voorproefje.
Jazz met een herhalende riff er doorheen.
Goed geschoolde muzikanten.
Hun veelzijdigheid doet ze in dezelfde hoek als Wire plaatsen.
De zang op St-John doet me denken aan Gavin Friday en Peter Murphy.
Indirect aan David Bowie.
St-John opent toegankelijk, maar ontaard al snel in plak en knutsel werk.
Voorloper van de breaks.
Op Bonjour Tristesse is de zang zwaarder.
Zuid Amerikaanse geluiden met een Toots Thielemans achtig mondharmonica.
Toepasselijk, als je weet dat Brussel hier hun thuishaven was.
De gekte blijft echter aanwezig.
Lagere school muziekles.
Wie begon er niet op blokfluit.
Zo opent Hugging the Earth.
Kakofonie van instrumenten volgt.
Fragmentarisch geheel.
In A Matter Of Speaking was het onverwachte succes.
Voor mij ook het hoogtepunt.
De stijl van muziek maken heeft veel weg van onze eigen Nits.
Roept prettige vergelijkingen op met Nescio.
De tweede stem die er in een ander tempo inkomt.
Gedurfd, maar doeltreffend.
De bas is de basis van Some Guys.
Raakvlakken met Depeche Mode in de keyboard partijen.
Toegankelijk en sfeervol.
Onderbroken door een vluchtige Wals.
Holy Wars.
Weer herinneringen aan Depeche Mode.
Blasphemous Rumours.
Maar dan in bredere subtiele zin.
Het geloof in het algemeen.
Mick Jones ten tijden van Big Audio Dynamite in het stemgeluid.
Groots openen in Watching The Blood Flow.
Blazers die de kwaliteit van de bandleden weer geven.
Nogmaals, hier zijn personen met opleiding aan het werk.
Egypt heeft een mysterieuze opbouw.
Gestoorde filmmuziek.
Alsof ze een samenwerking met Ryuichi Sakamoto aan gaan.
De alternatieve soundtrack voor Merry Christmas, Mr. Lawrence.
Alleen David Sylvian ontbreekt.
Soma.
Het lichaam.
De kern van het geheel.
Zintuigen die geprikkeld worden.
Bewustwordingsproces.
Soma als een mantra er doorheen gevlochten.
Gebruik van blaasinstrumenten en afwijkende elektronica.
Duidelijk een band die zich onderscheid met een eigen geluid.
Redelijke commerciële instap om je verder in Avant-Garde te verdiepen.
The Waltz is het instrumentale geslaagde voorproefje.
Jazz met een herhalende riff er doorheen.
Goed geschoolde muzikanten.
Hun veelzijdigheid doet ze in dezelfde hoek als Wire plaatsen.
De zang op St-John doet me denken aan Gavin Friday en Peter Murphy.
Indirect aan David Bowie.
St-John opent toegankelijk, maar ontaard al snel in plak en knutsel werk.
Voorloper van de breaks.
Op Bonjour Tristesse is de zang zwaarder.
Zuid Amerikaanse geluiden met een Toots Thielemans achtig mondharmonica.
Toepasselijk, als je weet dat Brussel hier hun thuishaven was.
De gekte blijft echter aanwezig.
Lagere school muziekles.
Wie begon er niet op blokfluit.
Zo opent Hugging the Earth.
Kakofonie van instrumenten volgt.
Fragmentarisch geheel.
In A Matter Of Speaking was het onverwachte succes.
Voor mij ook het hoogtepunt.
De stijl van muziek maken heeft veel weg van onze eigen Nits.
Roept prettige vergelijkingen op met Nescio.
De tweede stem die er in een ander tempo inkomt.
Gedurfd, maar doeltreffend.
De bas is de basis van Some Guys.
Raakvlakken met Depeche Mode in de keyboard partijen.
Toegankelijk en sfeervol.
Onderbroken door een vluchtige Wals.
Holy Wars.
Weer herinneringen aan Depeche Mode.
Blasphemous Rumours.
Maar dan in bredere subtiele zin.
Het geloof in het algemeen.
Mick Jones ten tijden van Big Audio Dynamite in het stemgeluid.
Groots openen in Watching The Blood Flow.
Blazers die de kwaliteit van de bandleden weer geven.
Nogmaals, hier zijn personen met opleiding aan het werk.
Egypt heeft een mysterieuze opbouw.
Gestoorde filmmuziek.
Alsof ze een samenwerking met Ryuichi Sakamoto aan gaan.
De alternatieve soundtrack voor Merry Christmas, Mr. Lawrence.
Alleen David Sylvian ontbreekt.
Soma.
Het lichaam.
De kern van het geheel.
Zintuigen die geprikkeld worden.
Bewustwordingsproces.
Soma als een mantra er doorheen gevlochten.
TV Priest - My Other People (2022)

4,0
1
geplaatst: 30 juli 2022, 16:33 uur
Als er op dit moment een muzikale groepering bewijst dat het niet noodzakelijk is om overbodige studio draaiuren te maken is dat de (post)punkbeweging wel. Net als in de jaren tachtig knallen de grootheden er elk jaar een nieuwe plaat uit, en blijft de subtop er ploeterend achteraan worstelen. Om TV Priest nou direct tussen het snoeiharde agressieve IDLES, Ierse publiekslieveling Fontaines D.C., het geniale slopende Black Country New Road of het theatrale jazzy Black Midi te plaatsen is misschien iets te voorbarig. Toch liften de Londenaren succesvol mee, en blijven ze trouw aan die oorspronkelijke eighties rocksound. Was de postpunk niet vooral een anti reactie op de punk, geromantiseerd, hoopvol, met dat dubbele gevoel van twijfel en grimmigheid. Nou, dan zit je bij TV Priest wel op het juiste adres.
TV Priest is gedoseerd doordacht en heeft net wat minder een eigen smoel, maar is weer goed genoeg om die middenmoot te ontstijgen. My Other People heeft een veredelde amateuristische oefenruimte status. De plaat ligt niet geweldig in de mix, waardoor de drumslagen van Ed Kelland droog klinken en Charlie Drinkwaters zang minder prominent op de voorgrond aanwezig is. Alex Sprogis bespeelt zijn gitaar afgeremd krassend, pas op het krakkemikkig schurende Unravelling zet hij een eindsprint in, de finishlijn al in het zicht. Het is vooral Nic Bueth die met zijn duistere bas alles in beweging zet.
Heeft dit verdere vervelende gevolgen? Welnee, liever een hardwerkende krakende band, dan een gladgestreken geheel. My Other People is net een tikkeltje rauwer dan het Uppers debuut, primitiever en puurder. TV Priest neemt een stapje terug, overziet het belang van de band en elimineert het forcerende geluid. Al tonen ambitieuze uitspraken als we vermijden hier de boosheid om de liefde en de vreugde een kans te geven juist hun zwakte. TV Priest sprokkelt een gedocumenteerde ideologie bij elkaar om zich van andere bands te onderscheiden. Dit zijn geen zeven mijlsstappen, waardoor die achterstand met de heersende elite alleen maar toeneemt. TV Priest kent zijn begrenzingen en ontwijkt het gevecht om die opeisende koppositie over te nemen.
Verrassend dat dit typische Britse fenomeen al twee albums lang voor het Amerikaanse rock label Sub Pop kiest, en daarmee min of meer verraderlijk hun achtergrond verloochend. Het is echter dezelfde leegte, dezelfde onmacht, dezelfde verregende grijsheid en hetzelfde kansloze toekomstperspectief als de grunge generatie. De bizarre groepsnaam sluit uiteraard ook perfect bij die Amerikaanse droom gekte aan, waar je net als bij het Monopoliespel je kansen kan opkopen. Het draait om de bewegingsvrijheid, de ideologie en grijpbare potentie. Als TV Priest verwacht dat Sub Pop in mogelijkheden en niet in beperkingen denkt, prima, dan is het een stoere doordachte keuze om zich daarbij aan te sluiten.
I need to sleep
So very, very deeply
So very, very deeply
Can I sing for my supper?
Can I dance on a penny?
Vermoeide felheid, het gezeur, het gedoe, in stilte monddood gesmoord. One Easy Thing verbreekt het spreekverbod, de cultuursector rekt zich uit, likt de wonden en staat weer paraat op de barricades. Het is de drive, de aangezette motor, het vermogen en de macht. Maniakale spoken word, omgezet in vurige energiebronkanonnen. De geniale videoclip heeft een absurde Monty Python and the Holy Grail twist en overstijgt de ernst van de openingstrack.
But I am on the call
And I am waiting
Eenmaal die onderbroken winterslaap ontvlucht is er geen houden meer aan. Donker knarsend expressief explosief slaat Bury Me in My Shoes om zich heen. De vloer is lava, we dansen op een vulkaan. Gedoseerd zen versmelt het in de Limehouse Cut psychedelica, de schreeuwerige gefrustreerde I Have Learnt Nothing leegte, het nostalgische It Was Beautiful begeerte. Charlie Drinkwater is een weemoedige poëtische melancholicus, geen geharde criticus, en dat siert hem. Hij flirt met de magnetische Sunland aantrekkingskracht, waarin het hemellichaam amicaal dichterbij schuift, de vernietigende warmte uitstralende.
De gifbeker is niet halfvol, maar tot de allerlaatste druppel leeggedronken. The Breakers vriendschappen verkoelen, nieuwe vriendschappen dringen zich op, meeliftend op het succesverhaal. Zo zit de hedendaagse maatschappij nu in elkaar. TV Priest wint met My Other People geen nieuwe zieltjes, maar blijft voor de eigen parochie preken.
TV Priest - My Other People | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
TV Priest is gedoseerd doordacht en heeft net wat minder een eigen smoel, maar is weer goed genoeg om die middenmoot te ontstijgen. My Other People heeft een veredelde amateuristische oefenruimte status. De plaat ligt niet geweldig in de mix, waardoor de drumslagen van Ed Kelland droog klinken en Charlie Drinkwaters zang minder prominent op de voorgrond aanwezig is. Alex Sprogis bespeelt zijn gitaar afgeremd krassend, pas op het krakkemikkig schurende Unravelling zet hij een eindsprint in, de finishlijn al in het zicht. Het is vooral Nic Bueth die met zijn duistere bas alles in beweging zet.
Heeft dit verdere vervelende gevolgen? Welnee, liever een hardwerkende krakende band, dan een gladgestreken geheel. My Other People is net een tikkeltje rauwer dan het Uppers debuut, primitiever en puurder. TV Priest neemt een stapje terug, overziet het belang van de band en elimineert het forcerende geluid. Al tonen ambitieuze uitspraken als we vermijden hier de boosheid om de liefde en de vreugde een kans te geven juist hun zwakte. TV Priest sprokkelt een gedocumenteerde ideologie bij elkaar om zich van andere bands te onderscheiden. Dit zijn geen zeven mijlsstappen, waardoor die achterstand met de heersende elite alleen maar toeneemt. TV Priest kent zijn begrenzingen en ontwijkt het gevecht om die opeisende koppositie over te nemen.
Verrassend dat dit typische Britse fenomeen al twee albums lang voor het Amerikaanse rock label Sub Pop kiest, en daarmee min of meer verraderlijk hun achtergrond verloochend. Het is echter dezelfde leegte, dezelfde onmacht, dezelfde verregende grijsheid en hetzelfde kansloze toekomstperspectief als de grunge generatie. De bizarre groepsnaam sluit uiteraard ook perfect bij die Amerikaanse droom gekte aan, waar je net als bij het Monopoliespel je kansen kan opkopen. Het draait om de bewegingsvrijheid, de ideologie en grijpbare potentie. Als TV Priest verwacht dat Sub Pop in mogelijkheden en niet in beperkingen denkt, prima, dan is het een stoere doordachte keuze om zich daarbij aan te sluiten.
I need to sleep
So very, very deeply
So very, very deeply
Can I sing for my supper?
Can I dance on a penny?
Vermoeide felheid, het gezeur, het gedoe, in stilte monddood gesmoord. One Easy Thing verbreekt het spreekverbod, de cultuursector rekt zich uit, likt de wonden en staat weer paraat op de barricades. Het is de drive, de aangezette motor, het vermogen en de macht. Maniakale spoken word, omgezet in vurige energiebronkanonnen. De geniale videoclip heeft een absurde Monty Python and the Holy Grail twist en overstijgt de ernst van de openingstrack.
But I am on the call
And I am waiting
Eenmaal die onderbroken winterslaap ontvlucht is er geen houden meer aan. Donker knarsend expressief explosief slaat Bury Me in My Shoes om zich heen. De vloer is lava, we dansen op een vulkaan. Gedoseerd zen versmelt het in de Limehouse Cut psychedelica, de schreeuwerige gefrustreerde I Have Learnt Nothing leegte, het nostalgische It Was Beautiful begeerte. Charlie Drinkwater is een weemoedige poëtische melancholicus, geen geharde criticus, en dat siert hem. Hij flirt met de magnetische Sunland aantrekkingskracht, waarin het hemellichaam amicaal dichterbij schuift, de vernietigende warmte uitstralende.
De gifbeker is niet halfvol, maar tot de allerlaatste druppel leeggedronken. The Breakers vriendschappen verkoelen, nieuwe vriendschappen dringen zich op, meeliftend op het succesverhaal. Zo zit de hedendaagse maatschappij nu in elkaar. TV Priest wint met My Other People geen nieuwe zieltjes, maar blijft voor de eigen parochie preken.
TV Priest - My Other People | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
