Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Thao & The Get Down Stay Down - Temple (2020)

4,0
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 21:46 uur
Thao & The Get Down Stay Down is de naam van het gezelschap waarmee de pure folkzangeres Thao Nguyen vanaf 2003 samenwerkt. Solo heeft deze dame al indruk gemaakt met Like the Linen waardoor ze uitgenodigd wordt door Laura Veirs om het publiek alvast warm te maken, voordat die als hoofdact het podium betreed. Ook is ze in 2009 actief met Mirah Zeitlyn, wat een spannende indie popplaat oplevert. Ondertussen heeft ze er nu de afronding van de vijfde Thao & The Get Down Stay Down album er op zitten, die nog meer waanzin laat horen dan voorganger A Man Alive.
Temple gaat verder waar de documentaire Nobody Dies: A Film About a Musician Her Mom and Vietnam eindigt. Todd Krolczyk volgt moeder en dochter, die opzoek gaan naar de roots in het ontvluchte land met het heftige oorlogsverleden. Het titelnummer is een beangstigende verslaglegging van de gruwelijke verhalen die in het hoofd van haar moeder afspelen. Na een typisch Amerikaans country intro projecteert Thao de verschrikkingen op een onschuldig discodeuntje, toepasselijk omdat het einde van de oorlog samenvalt met het escapisme van het opkomende discotijdperk.
Androgyne hoge uithalen maken je nog nieuwsgieriger naar de persoon achter Thao Nguyen, die zich sterk met het potige Phenom op het nachtelijke uitgaansleven lijkt te richten. Een kick-ass tegen de zelfbewuste jongelingen die aan het schrijversfront melden. Deze dertiger houdt zich in topvorm prima staande tegenover de nieuwe hiphop generatie. Na het voortreffelijke skankende Lion on the Hunt en het met noisy synths opgeleukte Pure Cinema werkt Thao zich door het minder sterke Marauders heen. De stemkunstjes komen hier over als Pavlov achtige aangeleerde maniertjes. De discostamper How Could I is een voorzichtige stap terug.
Het experimentele Disclaim heeft ondanks de kinderlijke keyboardklanken een duister zwart postpunk randje welke ook aangenaam zit te vervelen bij het diep funkende Rational Animal. I’ve Got Something knettert van de herhalende geluidseffecten om vervolgens toe te slaan met gesampelde samenzang. Telefoonbliepjes kondigen Marrow aan, waarmee het duidelijk is dat de hoogtepunten zich niet in de kronkelende staart bevinden waar Thao zich al mauwend doorheen lijkt te wringen.
Temple is een stoere rockchickplaat geworden waarbij de folk duidelijk op een zijspoor is geplaatst. Het accent ligt op de verschillende achtergronden. Het gejaagde Westerse van de Verenigde Staten krijgt navolging van de Oosterse culturen en spiritualiteit. Al haar opgespaarde credit gooit ze overboord om vocaal bankroet vanuit de bodem de tracks opnieuw op te bouwen. Een herboren Thao laat haar muzikale verleden helemaal los, daarvoor in de plaats komt een experimentele donkere kant, waarbij ze op zoek gaat naar haar verborgen stemmogelijkheden.
Thao & The Get Down Stay Down - Temple | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Temple gaat verder waar de documentaire Nobody Dies: A Film About a Musician Her Mom and Vietnam eindigt. Todd Krolczyk volgt moeder en dochter, die opzoek gaan naar de roots in het ontvluchte land met het heftige oorlogsverleden. Het titelnummer is een beangstigende verslaglegging van de gruwelijke verhalen die in het hoofd van haar moeder afspelen. Na een typisch Amerikaans country intro projecteert Thao de verschrikkingen op een onschuldig discodeuntje, toepasselijk omdat het einde van de oorlog samenvalt met het escapisme van het opkomende discotijdperk.
Androgyne hoge uithalen maken je nog nieuwsgieriger naar de persoon achter Thao Nguyen, die zich sterk met het potige Phenom op het nachtelijke uitgaansleven lijkt te richten. Een kick-ass tegen de zelfbewuste jongelingen die aan het schrijversfront melden. Deze dertiger houdt zich in topvorm prima staande tegenover de nieuwe hiphop generatie. Na het voortreffelijke skankende Lion on the Hunt en het met noisy synths opgeleukte Pure Cinema werkt Thao zich door het minder sterke Marauders heen. De stemkunstjes komen hier over als Pavlov achtige aangeleerde maniertjes. De discostamper How Could I is een voorzichtige stap terug.
Het experimentele Disclaim heeft ondanks de kinderlijke keyboardklanken een duister zwart postpunk randje welke ook aangenaam zit te vervelen bij het diep funkende Rational Animal. I’ve Got Something knettert van de herhalende geluidseffecten om vervolgens toe te slaan met gesampelde samenzang. Telefoonbliepjes kondigen Marrow aan, waarmee het duidelijk is dat de hoogtepunten zich niet in de kronkelende staart bevinden waar Thao zich al mauwend doorheen lijkt te wringen.
Temple is een stoere rockchickplaat geworden waarbij de folk duidelijk op een zijspoor is geplaatst. Het accent ligt op de verschillende achtergronden. Het gejaagde Westerse van de Verenigde Staten krijgt navolging van de Oosterse culturen en spiritualiteit. Al haar opgespaarde credit gooit ze overboord om vocaal bankroet vanuit de bodem de tracks opnieuw op te bouwen. Een herboren Thao laat haar muzikale verleden helemaal los, daarvoor in de plaats komt een experimentele donkere kant, waarbij ze op zoek gaat naar haar verborgen stemmogelijkheden.
Thao & The Get Down Stay Down - Temple | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The 1975 - Being Funny in a Foreign Language (2022)

3,5
2
geplaatst: 18 december 2022, 23:09 uur
The 1975 is een oubollige vintage bandnaam, en past perfect bij het vierkoppige in Manchester gevestigde gezelschap. Maar ook achter het klantvriendelijke zichtbare gezichtsbedrog van Being Funny in a Foreign Language schuilt een zwaar over de datum zijnde kern. Het verrottingsproces heeft zijn sporen nagelaten en de mierzoete kristallen suiker laag brokkelt in vastgekoekte ader verstoppend leedvermaak af, al heeft Matty Healy zoals op Notes on a Conditional Form nu geen gefrustreerde Greta Thunberg milieukrachtbron ter beschikking om de teleurstellende boodschap te versterken.
Zoals telkens weer bij het voorgaande werk het geval is, opent de plaat ook nu met een The 1975 titelstuk. Een nieuwe eerste hoofdstuk alinea van een steeds maar dikker wordend muzikaal leesboek. Sprookjes beginnen nu eenmaal met Er Was Eens.. The 1975 voegt daar een kritische kanttekening aan toe. Matty Healy is een hedendaagse well-made yuppie, een gelegenheidsgebruiker en een apocalyptische romanticus die de schoonheid van het einde der tijden bewierookt in de illusies der naïviteit. The 1975 schetst een post corona scrapbook, waarin polaroid nostalgie de vergeelde pagina’s inkleuren, wachtende op een nieuwe bedekking aan hoop scheppende herinneringen.
Digitalisering en het kunstmatig ophemelen van een gekocht siliconenrijk plastic zelfbeeld. Opgeklopte perfectionering volgens het opgelegde idealisme, waar we ons achter een dikke laag aan nepnieuws en nep uiterlijk vertoon verschuilen. Het jaar 2022 is geen eenvoudige tijd om op te groeien en dat beseft The 1975 maar al te goed. The 1975 is maar een getal, een zinloos nummer, geen hoofdprijs uit de loterij. Inwisselbaar voor een andere openingstrack van een andere The 1975 plaat. The 1975 is niet alleen te herleiden tot een jaartal, maar staat tevens symbool voor een gemiddelde schoolgrootte of bedrijfssamenstelling.
Het The 1975 titelstuk is vintage high school dramatiek, opgeleukt door jazzsoul saxofoon vrijpartijen. De track schetst het hedendaagse bestaan door de ogen van een zeventienjarige scholier waarin sociale media een unheimische hoofdrol vertolkt. Manipulerende zelfhaat om maar aan dat opgelegde ideaalbeeld te voldoen. Vluchtige strijkers arrangementen geven Part of the Band een hedendaagse Glee popmusical glans mee.
De diepongelukkige folky When We Are Together heimwee song is in de New Yorkse Electric Lady studio opgenomen, en benadrukt nogmaals dat er geen betere plek als het vertrouwde thuisfront in Manchester bestaat. Happiness, wat is geluk anno 2022. Ben je gelukkig als iedereen in de omgeving je cool of aantrekkelijk vindt, of ben je gelukkig als je gewoon jezelf accepteert en uit jouw eigenaardigheden juist die positieve kracht haalt? Is Oh Caroline een lief onschuldig liefdesliedje of juist een laatste suïcidale noodkreet?
De onbevangenheid van het Club Tropicana vakantiebelevingsgevoel in een jaren tachtig cocktails mix met een vleugje jazzblazers onbezorgdheid. Looking for Somebody (To Love), de soundtrack van een foute tiener feelgood film. De Amerikaanse Droom met de wapenlegalisatie wetgeving, in een maatschappij waarin door middel van onderdrukking en verdrukking alles mogelijk is.
De bluesy avondsoulgospel van All I Need to Hear is lekker sentimenteel kerstdonker en het vreugdevolle Ed Sheeran achtige Wintering lift ook op dat jaargetijde mee. De keerzijde van de pandemie, soms is het heerlijk om volledig op je partner aangewezen te zijn, en geeft dat isolement juist wat extra intieme geborgenheid. Onder actief toezien van The Bad Seeds componist Warren Ellis hangt er een laagdrempelige shoegazer mist over About You heen en overstijgt deze het standaard beminnende niveau. Ondanks de talrijke zware onderwerpen is het observerende An Englishman in New York getinte Being Funny in a Foreign Language net te vrolijk om volledig te overtuigen.
The 1975 - Being Funny in a Foreign Language | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Zoals telkens weer bij het voorgaande werk het geval is, opent de plaat ook nu met een The 1975 titelstuk. Een nieuwe eerste hoofdstuk alinea van een steeds maar dikker wordend muzikaal leesboek. Sprookjes beginnen nu eenmaal met Er Was Eens.. The 1975 voegt daar een kritische kanttekening aan toe. Matty Healy is een hedendaagse well-made yuppie, een gelegenheidsgebruiker en een apocalyptische romanticus die de schoonheid van het einde der tijden bewierookt in de illusies der naïviteit. The 1975 schetst een post corona scrapbook, waarin polaroid nostalgie de vergeelde pagina’s inkleuren, wachtende op een nieuwe bedekking aan hoop scheppende herinneringen.
Digitalisering en het kunstmatig ophemelen van een gekocht siliconenrijk plastic zelfbeeld. Opgeklopte perfectionering volgens het opgelegde idealisme, waar we ons achter een dikke laag aan nepnieuws en nep uiterlijk vertoon verschuilen. Het jaar 2022 is geen eenvoudige tijd om op te groeien en dat beseft The 1975 maar al te goed. The 1975 is maar een getal, een zinloos nummer, geen hoofdprijs uit de loterij. Inwisselbaar voor een andere openingstrack van een andere The 1975 plaat. The 1975 is niet alleen te herleiden tot een jaartal, maar staat tevens symbool voor een gemiddelde schoolgrootte of bedrijfssamenstelling.
Het The 1975 titelstuk is vintage high school dramatiek, opgeleukt door jazzsoul saxofoon vrijpartijen. De track schetst het hedendaagse bestaan door de ogen van een zeventienjarige scholier waarin sociale media een unheimische hoofdrol vertolkt. Manipulerende zelfhaat om maar aan dat opgelegde ideaalbeeld te voldoen. Vluchtige strijkers arrangementen geven Part of the Band een hedendaagse Glee popmusical glans mee.
De diepongelukkige folky When We Are Together heimwee song is in de New Yorkse Electric Lady studio opgenomen, en benadrukt nogmaals dat er geen betere plek als het vertrouwde thuisfront in Manchester bestaat. Happiness, wat is geluk anno 2022. Ben je gelukkig als iedereen in de omgeving je cool of aantrekkelijk vindt, of ben je gelukkig als je gewoon jezelf accepteert en uit jouw eigenaardigheden juist die positieve kracht haalt? Is Oh Caroline een lief onschuldig liefdesliedje of juist een laatste suïcidale noodkreet?
De onbevangenheid van het Club Tropicana vakantiebelevingsgevoel in een jaren tachtig cocktails mix met een vleugje jazzblazers onbezorgdheid. Looking for Somebody (To Love), de soundtrack van een foute tiener feelgood film. De Amerikaanse Droom met de wapenlegalisatie wetgeving, in een maatschappij waarin door middel van onderdrukking en verdrukking alles mogelijk is.
De bluesy avondsoulgospel van All I Need to Hear is lekker sentimenteel kerstdonker en het vreugdevolle Ed Sheeran achtige Wintering lift ook op dat jaargetijde mee. De keerzijde van de pandemie, soms is het heerlijk om volledig op je partner aangewezen te zijn, en geeft dat isolement juist wat extra intieme geborgenheid. Onder actief toezien van The Bad Seeds componist Warren Ellis hangt er een laagdrempelige shoegazer mist over About You heen en overstijgt deze het standaard beminnende niveau. Ondanks de talrijke zware onderwerpen is het observerende An Englishman in New York getinte Being Funny in a Foreign Language net te vrolijk om volledig te overtuigen.
The 1975 - Being Funny in a Foreign Language | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
The 1975 - Notes on a Conditional Form (2020)

3,0
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 20:31 uur
Op 23 september 2019 maakt de jonge Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg veel indruk met haar harde woorden tijdens de klimaattop in New York. Haar anarchistische voordracht roept herinneringen op aan de new wave poëten en punkdichters die in de jaren tachtig van zich afbeten door hun kritische kijk op de onzeker toekomst van de maatschappij te betuigen. The 1975 boetseert haar voordracht zalvend en berustend in de openingstrack van Notes On A Conditional Form.
Vanuit de omgeving van Manchester lukt het deze schoolvrienden om al vier albums lang een strakke mix aan toegankelijk tienerpop met een aanstekelijk rockrandje voor te schotelen. Het is verrassend dat de albums in het thuisland zoveel beter worden opgepakt dan de singles.
Met de rauwheid van het overstuurde punkrocker People houden ze de aandacht vast en laten ze op compromisloze wijze de opgekropte energie vrij, die diep van binnen tot het kookpunt borrelt. Deze opgefokte houding dendert helaas niet verder door. Ze vervolgen met dromerige geluidslandschappen de moeilijke ontoegankelijke weg. Want laten we eerlijk zijn, om 80 minuten lang met 22 tracks de aandacht vast te houden is een lastige opgave.
Ritmische jungle begeleiding wordt afgewisseld met zomerregen verfrissing in het pop getinte Frail State of Mind, waarmee ze nogmaals duidelijk bewijzen dat hun muziek een universeel karakter heeft, waarmee ze elke liefhebber willen bereiken. Nog steeds lopen ze hiermee het risico om te vervlakken in de prachtige composities, waarbij elke vorm van zeggenschap is weggefilterd. Met een hoop passen en meten kom je tot de conclusie dat het wel een heel gewaagde stap is om je met zo’n lange plaatlengte op de markt te presenteren.
Met een hoop elektronisch gefröbel en tandenknarsende boyband zoetigheid redden ze het niet. Gelukkig staan daar nog tracks als het fraaie zweverige Then Because She Goes tegenover. Ook de evangelische folk melodieën van Jesus Christ 2005 God Bless America weet met de kampvuur onschuld diep te raken. Dat hierbij Phoebe Bridgers een glansrol vervult valt te verklaren omdat van haar juist nu het adembenemende overbluffende Punisher verschijnt, en dat dit een goed uitgekozen promotiestunt betreft.
Het soulvolle Nothing Revealed / Everything Denied blinkt uit vanwege de zwoele gitaarklanken die er tegen het einde een lekkere funky lick aan geeft. Uitgekiende meesterlijke momenten die verder veelal gemist worden. Tonight (I Wish I Was Your Boy) sluit hier hoopvol op aan, al walst daar al snel die hit formule aan teenpop maniertjes overheen. Het Raggamuffin geintje in Shiny Collarbone is vermakelijk, maar daar blijft het wel bij.
In diezelfde categorie valt de jaren tachtig synthpop If You’re Too Shy (Let Me Know). Lekker retro, inclusief saxofoonuithalen en met een hoge nostalgische waarde, maar verder niet echt indrukwekkend genoeg. Having No Head laat horen waar de jongens toe in staat zijn. Met minimale ambient slaapmuziek wordt er opgewerkt naar heerlijke door robotgeluiden geprogrammeerde electroclash.
Bij Notes On A Conditional Form is het duidelijk dat het accent weer eens verschoven is, minder rock en veel meer elektronica. Deze pretentieuze aanpak is net een stap te ver. Door de plaat te halveren en het overschot aan songs als bonusmateriaal op singles te gebruiken, hadden ze het de luisteraar een stuk minder lastig gemaakt. Het is tijd om keuzes te maken, en blijkbaar past het commerciële jasje ze echt beter. Jammerlijk genoeg een gemiste kans te noemen, juist dat avontuurlijke spreekt mij namelijk aan.
The 1975 - Notes on a Conditional Form | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Vanuit de omgeving van Manchester lukt het deze schoolvrienden om al vier albums lang een strakke mix aan toegankelijk tienerpop met een aanstekelijk rockrandje voor te schotelen. Het is verrassend dat de albums in het thuisland zoveel beter worden opgepakt dan de singles.
Met de rauwheid van het overstuurde punkrocker People houden ze de aandacht vast en laten ze op compromisloze wijze de opgekropte energie vrij, die diep van binnen tot het kookpunt borrelt. Deze opgefokte houding dendert helaas niet verder door. Ze vervolgen met dromerige geluidslandschappen de moeilijke ontoegankelijke weg. Want laten we eerlijk zijn, om 80 minuten lang met 22 tracks de aandacht vast te houden is een lastige opgave.
Ritmische jungle begeleiding wordt afgewisseld met zomerregen verfrissing in het pop getinte Frail State of Mind, waarmee ze nogmaals duidelijk bewijzen dat hun muziek een universeel karakter heeft, waarmee ze elke liefhebber willen bereiken. Nog steeds lopen ze hiermee het risico om te vervlakken in de prachtige composities, waarbij elke vorm van zeggenschap is weggefilterd. Met een hoop passen en meten kom je tot de conclusie dat het wel een heel gewaagde stap is om je met zo’n lange plaatlengte op de markt te presenteren.
Met een hoop elektronisch gefröbel en tandenknarsende boyband zoetigheid redden ze het niet. Gelukkig staan daar nog tracks als het fraaie zweverige Then Because She Goes tegenover. Ook de evangelische folk melodieën van Jesus Christ 2005 God Bless America weet met de kampvuur onschuld diep te raken. Dat hierbij Phoebe Bridgers een glansrol vervult valt te verklaren omdat van haar juist nu het adembenemende overbluffende Punisher verschijnt, en dat dit een goed uitgekozen promotiestunt betreft.
Het soulvolle Nothing Revealed / Everything Denied blinkt uit vanwege de zwoele gitaarklanken die er tegen het einde een lekkere funky lick aan geeft. Uitgekiende meesterlijke momenten die verder veelal gemist worden. Tonight (I Wish I Was Your Boy) sluit hier hoopvol op aan, al walst daar al snel die hit formule aan teenpop maniertjes overheen. Het Raggamuffin geintje in Shiny Collarbone is vermakelijk, maar daar blijft het wel bij.
In diezelfde categorie valt de jaren tachtig synthpop If You’re Too Shy (Let Me Know). Lekker retro, inclusief saxofoonuithalen en met een hoge nostalgische waarde, maar verder niet echt indrukwekkend genoeg. Having No Head laat horen waar de jongens toe in staat zijn. Met minimale ambient slaapmuziek wordt er opgewerkt naar heerlijke door robotgeluiden geprogrammeerde electroclash.
Bij Notes On A Conditional Form is het duidelijk dat het accent weer eens verschoven is, minder rock en veel meer elektronica. Deze pretentieuze aanpak is net een stap te ver. Door de plaat te halveren en het overschot aan songs als bonusmateriaal op singles te gebruiken, hadden ze het de luisteraar een stuk minder lastig gemaakt. Het is tijd om keuzes te maken, en blijkbaar past het commerciële jasje ze echt beter. Jammerlijk genoeg een gemiste kans te noemen, juist dat avontuurlijke spreekt mij namelijk aan.
The 1975 - Notes on a Conditional Form | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Aces - I've Loved You for So Long (2023)

3,5
1
geplaatst: 26 juli 2023, 01:45 uur
Niet altijd staat surrogaat liefde gelijk aan de schaarste van intiem lichamelijk contact, soms is die drijfveer er gewoon niet en zoekt men deze voldoening juist in het musiceren. Gitarist Cristal Ramirez groeit in het randgebied van het streng religieuze Utah op. Vanwege haar seksuele voorkeur voor vrouwen plaatst ze zichzelf daar buiten de maatschappij en bevredigt ze op jonge leeftijd haar behoeftes vooral om die ingehouden opgekropte emoties van zich af te schrijven. Die opgelegde uitlaatklep zekerheid wordt haar vertrouwde maatje, welke ze met haar drummende zusje Alisa Ramirez deelt. Niemand kan die door Cristal Ramirez geschreven songteksten beter formuleren en tot gehore brengen dan Cristal Ramirez zelf. Samen met de bevriende gitarist Katie Henderson en bassist McKenna Petty staan ze al drie albums voor puntige dromerige popsongs garant. Die feministische attitude ligt ondertussen minder sterk op de voorgrond. Het sociale politieke aspect is eerder reeds breed uitgesproken, de identiteitscrisis oorlog woedt nu vooral van binnen.
De I’ve Loved You for So Long romantiek staat voor die eeuwige betrouwbare liefde voor de muziek, maar is eerlijker en persoonlijker dan op het eerdere werk. Natuurlijk komen relaties wel aan bod, maar dan vooral als middel om juist via iemand anders je eigen schoonheden en innerlijke krachten te ontdekken. Een wisselwerking welke de grondbeginselen van een samenlevingsovereenkomst vormen. Ondanks de verschoppelingen positie behandelt I’ve Loved You for So Long tevens de geketende bakermat haat/liefde verhouding met Utah, waaraan Cristal Ramirez zich nooit wil en kan loskoppelen, want daar liggen de roots en de kernoorsprong van de lyrics. Staat voorganger Under My Influence nog volledig in de speelse funkende eighties synthpop gegrond, op I’ve Loved You for So Long is die serieuze ondertoon meer volwassen jaren negentig indierock gericht. Het zinloos aan huis gekluisterde Miserable is nog overduidelijk een Under My Influence outtake en straalt wel die onbezonnen jeugdigheid uit.
Het bombastische stuwende I’ve Loved You for So Long titelstuk leent desperate gitaarakkoorden van de postpunk beweging welke de melancholische invalshoek net dat extra zetje meegeeft. Toch wordt het aanstekelijke enthousiasme vooral door de vrolijk om zich heen slaande Alisa Ramirez gedragen, de katalysator van de ook al niet misselijke bijdrage van de baspartijen van McKenna Petty. Jammer dat de afronding van de track net wat rommelig kort door de bocht is, maar dat is ze vergeven. Een abrupte stoorzender waarin zeker winst te halen valt, ook bij Not The Same, Suburban Blues en Miserable trekken lomp roekeloos de stekker er te vroeg uit. Het opgefokte rauwe Girls Make Me Wanna Die is de wisselwerking tussen de onbereikbaarheid van een opgeofferde verboden liefde en het hierdoor vermoeid lopende fysieke contact. Uiteindelijk zitten we allemaal als een gebonden slachtoffer in onze deprimerende gemoedstoestand gevangen.
Het is allemaal zo troosteloos en bijna respectloos. Cristal Ramirez schreeuwt in de Attention aandachtarmoede om dat sprankje acceptatie. Als je in Solo de schuld bij anderen blijft leggen, sterf je uiteindelijk als een afgerukt muurbloempje aan een overvloed aan eenzaamheid af. Dat gevaar voor de aftakeling van de geestelijke gezondheid dragen ze in alle facetten uit. Tijden de tournee promoten ze de non-profitorganisatie Sound Mind, en gaat The Aces diepgaande gesprekken met fans aan om de kracht van muziek in positivisme om te zetten en die geamputeerde Stop Feeling anti sensitiviteit leegte te vermijden. Herkenbare tienerangsten conflicten welke door de ziekmakende godsdienstwaanzin en pijnlijke small town girl Suburban Blues van de conservatieve dorpelingen versterkt worden.
Die opgelegde paniekaanvallen ontstaan door de twijfel aan je eigen functioneren en de schaamte voor de weggestopte geaardheid. Always Get This Way distantieert zich van de daadwerkelijke persoonlijkheid die je wil uitdragen. In de zelfdestructieve boterzachte Person noise staat dan wel het individu centraal, het is de kunst om niet in egocentrisme te verzwakken. Not The Same, iedereen is anders, iedereen is uniek. Het ligt er bij de ik ben klein en jullie zijn groot en dat is niet eerlijk Younger afsluiter wel heel erg dik bovenop. I’ve Loved You for So Long maakt geen vuist en is zelfs amper in staat om voorzichtig de middelvinger uit te steken. Ik mis die fuck you pittigheid, waardoor ze mij niet voldoende overtuigen. Ik val dan ook buiten de doelgroep, dat speelt uiteraard ook een rol. I’ve Loved You for So Long is een aardig emotioneel tienerverdriet verslag welke zeker de nodige hoop kan bieden, ik voel het zelf dus minder.
The Aces - I've Loved You for So Long | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De I’ve Loved You for So Long romantiek staat voor die eeuwige betrouwbare liefde voor de muziek, maar is eerlijker en persoonlijker dan op het eerdere werk. Natuurlijk komen relaties wel aan bod, maar dan vooral als middel om juist via iemand anders je eigen schoonheden en innerlijke krachten te ontdekken. Een wisselwerking welke de grondbeginselen van een samenlevingsovereenkomst vormen. Ondanks de verschoppelingen positie behandelt I’ve Loved You for So Long tevens de geketende bakermat haat/liefde verhouding met Utah, waaraan Cristal Ramirez zich nooit wil en kan loskoppelen, want daar liggen de roots en de kernoorsprong van de lyrics. Staat voorganger Under My Influence nog volledig in de speelse funkende eighties synthpop gegrond, op I’ve Loved You for So Long is die serieuze ondertoon meer volwassen jaren negentig indierock gericht. Het zinloos aan huis gekluisterde Miserable is nog overduidelijk een Under My Influence outtake en straalt wel die onbezonnen jeugdigheid uit.
Het bombastische stuwende I’ve Loved You for So Long titelstuk leent desperate gitaarakkoorden van de postpunk beweging welke de melancholische invalshoek net dat extra zetje meegeeft. Toch wordt het aanstekelijke enthousiasme vooral door de vrolijk om zich heen slaande Alisa Ramirez gedragen, de katalysator van de ook al niet misselijke bijdrage van de baspartijen van McKenna Petty. Jammer dat de afronding van de track net wat rommelig kort door de bocht is, maar dat is ze vergeven. Een abrupte stoorzender waarin zeker winst te halen valt, ook bij Not The Same, Suburban Blues en Miserable trekken lomp roekeloos de stekker er te vroeg uit. Het opgefokte rauwe Girls Make Me Wanna Die is de wisselwerking tussen de onbereikbaarheid van een opgeofferde verboden liefde en het hierdoor vermoeid lopende fysieke contact. Uiteindelijk zitten we allemaal als een gebonden slachtoffer in onze deprimerende gemoedstoestand gevangen.
Het is allemaal zo troosteloos en bijna respectloos. Cristal Ramirez schreeuwt in de Attention aandachtarmoede om dat sprankje acceptatie. Als je in Solo de schuld bij anderen blijft leggen, sterf je uiteindelijk als een afgerukt muurbloempje aan een overvloed aan eenzaamheid af. Dat gevaar voor de aftakeling van de geestelijke gezondheid dragen ze in alle facetten uit. Tijden de tournee promoten ze de non-profitorganisatie Sound Mind, en gaat The Aces diepgaande gesprekken met fans aan om de kracht van muziek in positivisme om te zetten en die geamputeerde Stop Feeling anti sensitiviteit leegte te vermijden. Herkenbare tienerangsten conflicten welke door de ziekmakende godsdienstwaanzin en pijnlijke small town girl Suburban Blues van de conservatieve dorpelingen versterkt worden.
Die opgelegde paniekaanvallen ontstaan door de twijfel aan je eigen functioneren en de schaamte voor de weggestopte geaardheid. Always Get This Way distantieert zich van de daadwerkelijke persoonlijkheid die je wil uitdragen. In de zelfdestructieve boterzachte Person noise staat dan wel het individu centraal, het is de kunst om niet in egocentrisme te verzwakken. Not The Same, iedereen is anders, iedereen is uniek. Het ligt er bij de ik ben klein en jullie zijn groot en dat is niet eerlijk Younger afsluiter wel heel erg dik bovenop. I’ve Loved You for So Long maakt geen vuist en is zelfs amper in staat om voorzichtig de middelvinger uit te steken. Ik mis die fuck you pittigheid, waardoor ze mij niet voldoende overtuigen. Ik val dan ook buiten de doelgroep, dat speelt uiteraard ook een rol. I’ve Loved You for So Long is een aardig emotioneel tienerverdriet verslag welke zeker de nodige hoop kan bieden, ik voel het zelf dus minder.
The Aces - I've Loved You for So Long | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Afghan Whigs - 1965 (1998)

4,5
0
geplaatst: 18 februari 2011, 19:54 uur
1965; het geboortejaar van Dulli.
Verwijzing naar een zware bevalling.
Voor The Afghan Whigs waarschijnlijk wel.
Wetend dat hun frontman al bezig was om een ander project op te zetten.
Namelijk The Twilight Singers.
Is het dan ook daadwerkelijk hoorbaar?
In eerste instantie zou je zeggen van niet.
Goed luisteren kom ik tot een andere conclusie.
De Soul is nog steeds aanwezig.
Het geheel is een stuk opgejaagder.
Alsof het om een af te ronden snelklus ging.
Routinewerk.
Stel je Crazy eens voor.
Tempo net een stukje trager.
Hier klinkt het teveel als een gevonden oude liefdesbrief.
Soort van vergeten Valentijnskaart van 10 jaar geleden.
Niet een ode aan een net ontdekte nieuwe vriendin.
Bezongen in emoties.
Juist hierdoor is 1965 minder dan Gentlemen.
Dan liever de wankele, labiele Greg Dulli.
Onzeker over wat de toekomst hem brengt.
Vanwege boosheid en verdriet regelmatig uit de bocht vliegend.
Waardoor zijn stem breekbaar en onzuiver wordt.
Een man op de rand van de afgrond.
Bungeejumpend op zijn levenslijn.
Zoals hij hier enigszins bij het nummer 66 laat horen.
Al kan dit gezien worden als bewustwording.
Babyperiode afgesloten.
Hersencellen in ontwikkeling.
Moest hij zich als kind al bewijzen?
Waarom die ruimtevaarder op de albumhoes.
1965 was het jaar van Gemini.
Ruimtevluchten met bemanning.
Grote stap in de mensheid.
Al kun je hem ook anders interpreteren.
Met een slang verbonden aan de baarmoeder.
Ruimtepak als veilige moederkoek.
Waardoor het leven wordt gepompt.
Klaar om de eerste stappen te zetten.
Loskoppeling.
Helaas hoor ik dat te weinig terug in 1965.
Geen conceptalbum over onvoorwaardelijke moederliefde.
Geen Ground Control To Major Tom.
Natuurlijk zouden veel artiesten gelukkig zijn met dit eindresultaat.
Maar van Greg Dulli weet ik dat hij tot meer in staat is.
Verwijzing naar een zware bevalling.
Voor The Afghan Whigs waarschijnlijk wel.
Wetend dat hun frontman al bezig was om een ander project op te zetten.
Namelijk The Twilight Singers.
Is het dan ook daadwerkelijk hoorbaar?
In eerste instantie zou je zeggen van niet.
Goed luisteren kom ik tot een andere conclusie.
De Soul is nog steeds aanwezig.
Het geheel is een stuk opgejaagder.
Alsof het om een af te ronden snelklus ging.
Routinewerk.
Stel je Crazy eens voor.
Tempo net een stukje trager.
Hier klinkt het teveel als een gevonden oude liefdesbrief.
Soort van vergeten Valentijnskaart van 10 jaar geleden.
Niet een ode aan een net ontdekte nieuwe vriendin.
Bezongen in emoties.
Juist hierdoor is 1965 minder dan Gentlemen.
Dan liever de wankele, labiele Greg Dulli.
Onzeker over wat de toekomst hem brengt.
Vanwege boosheid en verdriet regelmatig uit de bocht vliegend.
Waardoor zijn stem breekbaar en onzuiver wordt.
Een man op de rand van de afgrond.
Bungeejumpend op zijn levenslijn.
Zoals hij hier enigszins bij het nummer 66 laat horen.
Al kan dit gezien worden als bewustwording.
Babyperiode afgesloten.
Hersencellen in ontwikkeling.
Moest hij zich als kind al bewijzen?
Waarom die ruimtevaarder op de albumhoes.
1965 was het jaar van Gemini.
Ruimtevluchten met bemanning.
Grote stap in de mensheid.
Al kun je hem ook anders interpreteren.
Met een slang verbonden aan de baarmoeder.
Ruimtepak als veilige moederkoek.
Waardoor het leven wordt gepompt.
Klaar om de eerste stappen te zetten.
Loskoppeling.
Helaas hoor ik dat te weinig terug in 1965.
Geen conceptalbum over onvoorwaardelijke moederliefde.
Geen Ground Control To Major Tom.
Natuurlijk zouden veel artiesten gelukkig zijn met dit eindresultaat.
Maar van Greg Dulli weet ik dat hij tot meer in staat is.
The Afghan Whigs - Do to the Beast (2014)

3,5
0
geplaatst: 7 april 2014, 19:26 uur
Do The Beast opent harder dan een gemiddelde Afghan Whigs album.
De demonen die Greg Dulli voorheen bezong lijken naar de achtergrond verdwenen.
Geen gekwelde geest die treurt om het verlies van de zoveelste geliefde, en zich bedrinkt in de zoveelste fles.
Parked Outside is opgefokt; een Fuck You houding.
Fuck de drankproblemen.
Fuck de mislukte relaties.
Fuck het verleden.
Hier staat een gehard persoon, waarbij de twijfel naar de achtergrond is verdrongen.
Vervolgens hoor je een Dulli in Matamoros die bijna zelfs aansluit bij een Nine Inch Nails van Trent Reznor.
Ik wil echter ontroerd worden, in tranen de een of andere hulplijn bellen.
Samen met Huub van der Lubbe van De Dijk mezelf bedrinken om het te grote hart van Greg Dulli.
Waarvan je voorheen dacht dat het ooit nog zijn dood zou worden.
Dit is een totaal andere Afghan Whigs als waarvan we eind jaren 90 afscheid namen.
De momenten zijn zeker nog aanwezig, maar dan meer als fragmentarische opvulling.
Niet meer overheersend.
Zoals Humberto Tan ooit tegen Edgar Davids zei over Thé Lau van The Scene.
Deze brother is oké, hij heeft soul.
Dat zou ik kunnen zeggen over Greg Dulli.
Alleen geeft hij zich op dit album niet helemaal bloot.
Toch is Do to the Beast absoluut geen minder album.
De kwaliteit om met slecht eindresultaat mij te verrassen bezit hij nog steeds niet.
Waarschijnlijk valt het later allemaal wel op zijn plek.
Gentlemen heeft zijn tijd ook nodig gehad.
De demonen die Greg Dulli voorheen bezong lijken naar de achtergrond verdwenen.
Geen gekwelde geest die treurt om het verlies van de zoveelste geliefde, en zich bedrinkt in de zoveelste fles.
Parked Outside is opgefokt; een Fuck You houding.
Fuck de drankproblemen.
Fuck de mislukte relaties.
Fuck het verleden.
Hier staat een gehard persoon, waarbij de twijfel naar de achtergrond is verdrongen.
Vervolgens hoor je een Dulli in Matamoros die bijna zelfs aansluit bij een Nine Inch Nails van Trent Reznor.
Ik wil echter ontroerd worden, in tranen de een of andere hulplijn bellen.
Samen met Huub van der Lubbe van De Dijk mezelf bedrinken om het te grote hart van Greg Dulli.
Waarvan je voorheen dacht dat het ooit nog zijn dood zou worden.
Dit is een totaal andere Afghan Whigs als waarvan we eind jaren 90 afscheid namen.
De momenten zijn zeker nog aanwezig, maar dan meer als fragmentarische opvulling.
Niet meer overheersend.
Zoals Humberto Tan ooit tegen Edgar Davids zei over Thé Lau van The Scene.
Deze brother is oké, hij heeft soul.
Dat zou ik kunnen zeggen over Greg Dulli.
Alleen geeft hij zich op dit album niet helemaal bloot.
Toch is Do to the Beast absoluut geen minder album.
De kwaliteit om met slecht eindresultaat mij te verrassen bezit hij nog steeds niet.
Waarschijnlijk valt het later allemaal wel op zijn plek.
Gentlemen heeft zijn tijd ook nodig gehad.
The Afghan Whigs - Gentlemen (1993)

5,0
0
geplaatst: 13 augustus 2008, 12:42 uur
deric raven schreef:
Het kwartje is gevallen.
Het kwartje is gevallen.
Ik kan me nog herinneren dat ik dit album kocht. Het was in de aanbieding en dit was mijn eerste kennismaking met The afghan Whigs. Het was tevens mijn eerste kennismaking met Levellers en Lemonheads (die waren ook in de aanbieding), en die maakten toen meer indruk; waardoor ik dit album links liet liggen.
Prima songs, maar het kon mij niet overtuigen.
Vervolgens ruim 10 jaar later vanwege de hoge waardering op deze site, het album anderhalf jaar geleden nog eens op gepakt. Was toen ook al benieuwd naar Twilight Singers; maar dan meer vanwege de bijdrage van Mark Lanegan. Van die band toen een concert gezien (wat was Lanegan briljant!!), en toch nog maar eens goed naar Gentlemen geluisterd; zit eigenlijk wel goed in elkaar; vooruit 4,5 **. Toch maar eens die verzamelaar van hun toevoegen.
En dan nu in Het Beste Per Album topic, tot de conclusie komen dat elk nummer eigenlijk wel heel goed is. Het punt was alleen, dat als ik een Top 100 van beste nummers ooit zou maken, dan zou er niks van dit album in komen; maar het kromme is gewoon dat hier geen slechte songs op staan. En het totaalplaatje staat als een huis! Hij verdient dus zeker de 5**
corn1holio1 schreef:
Nu nog die top 10 in !
Nu nog die top 10 in !
Daar hoort hij inderdaad; en door de tegenvallende derde van Portishead zakte hun eerste voor mij toch ook in waarde, dus die plek kwam vrij.
Greg Dulli, welkom in mijn Top 10. Koester die plek.
The Afghan Whigs - How Do You Burn? (2022)

4,0
2
geplaatst: 30 november 2022, 18:50 uur
Terwijl de een na de andere rockicoon uit de jaren negentig in het rock & roll slagveld sneuvelt, blijft Greg Dulli fier stevig overeind staan. Ook hij heeft jarenlang op dat destructieve randje geleefd, verslavingen overwonnen en met maniakaal ziekelijk liefdesverdriet en zijn agressieve houding in relaties, de nodige terugvallen meegemaakt. We aanbidden deze blufpoker spelende bedriegende volksheld en pikken het allemaal van hem. Zijn tragische blanke ziel doordrenkt door soul en blues, de pijn vindt zijn ultieme weerslag in het genadeloze Gentlemen zelfbeklag. Dit onovertroffen magnum opus krijgt een aangenaam vervolg in het donkere kwellende Black Love en het treurende 1965 afscheid. Exit The Afghan Whigs. De rusteloze rondzwervende Greg Dulli herpakt zich in The Twilight Singers, zoekt met Mark Lanegan het muzikale The Gutter Twins avontuur op en maakt met zijn oude bandleden een fraaie The Afghan Whigs comeback als ze in 2014 Do to the Beast aankondigen.
Zoveel verschilt het allemaal niet met elkaar, ze hadden er net zo goed een The Twilight Singers etiket op kunnen plakken. The Afghan Whigs verkoopt als naam gewoon stukken beter, ze worden voor de grotere festivals gevraagd en spelen op verzoek die oude hits weer. Na de In Spades afronding slaat het noodlot toe. Gitarist Dave Rosser die tevens een prominente rol op het The Gutter Twins project en de The Twilight Singers platen vervult, sterft aan darmkanker. Daarna zwijgt Greg Dulli. Die stilte wordt niet tijdens de pandemie doorbroken en als dan ook nog zijn maatje Mark Lanegan in februari overlijdt belandt Greg Dulli opnieuw in een gitzwarte periode. Hoe overwin je het verlies als al het houvast in as verandert? How Do You Burn? De zoveelste wederopstanding van de nagloeiende feniks, gevaarlijk ontvlambaar, gestigmatiseerd door de brandblaren op de ziel, met de profetische In Flames piano soulbiecht als slotakkoord.
Het persoonlijke How Do You Burn? moet het licht laten ontwaken. De zoveelste verwerkingsplaat voor de zoveelste traumatische ellende welke het Greg Dulli voortbestaan steeds verder verteert. De magnetische sensuele aantrekkingskracht voor de duistere verheerlijkende zelfkant van het leven kleeft aan hem, verstikt hem, maar levert ook de mooiste songs op. Was The Afghan Whigs voorheen nog het romantische buitenbeentje binnen het stevige gitaargeweld, de bulldozer opener I’ll Make You See God is een snoeiharde toetakelende punkrocksong met verdwalende gitaarriffs waar zelfs een Josh Homme van Queens of the Stone Age jaloers op zal zijn. Magere Hein nodigt zichzelf uit om de stervende ziel op te eisen. De corona slachtoffers, de krimpende vriendengroep en leeftijdsgenoten waarbij dodelijke ziektekiemen zichzelf volvreten om verzadigd het lichaam te verlaten. I’ll Make You See God, een genoodzaakte wake up call, duivelsexorcisme met een van zich afschreeuwende Greg Dulli.
Eigenlijk is het akoestisch kale Concealer een beter opstartpunt. Therapeutische strijkers halen weggestopte jeugdherinneringen op. De onschuld, de onervarenheid, reinheid, inclusief die heimelijke overlevingsdrang naar de eenzaamheid van het individualisme. Het is vreemd om Mark Lanegans echo op het psychedelische The Getaway terug te horen, al heeft het ook iets moois spiritueels. De schrapende grafstem uit het hiernamaals, een krachtige geestverschijning welke al spokend ronddoolt en die eeuwige rust nog even lijkt uit te stellen. Broederliefde en altijd voortdurende vriendschap totdat de dood ons scheidt. Afgeknepen blazers en bezwerende roffels maken het bij het uptempo Catch a Colt het verschil. Het accent ligt op de latere jaren tachtig rock en de hedendaagse Americana sfeervelden. Ook de groot uitgespeelde theatrale Messiasrol van het A Line of Shots sentiment en de zondes vergevende Take Me There gospel haken op dat tijdsbeeld in.
Warme orgelpartijen kondigen de vertrouwde Please, Baby, Please soul aan. Vintage The Afghan Whigs, met John Mayer achtige neonavondlicht gitaarlijnen. De kansloze gelukzoektocht zet zich in Domino and Jimmy voort. Een kippenvelmoment, al is het alleen maar vanwege die bijdrage van het bemoederende zorgelijke van Marcy Mays die in een grijs verleden zo schrijnend emotioneel het verbitterende My Curse naar zich toe weet te trekken. Het is grappig dat een oudere stem over het algemeen doorleefder en zwaarder klinkt, Greg Dulli grijpt juist die kans aan om jeugdiger en hoger te zingen, onherkenbaar bijna. Vrouwen halen nou eenmaal het slechtste maar ook het beste in hem naar boven. Het nachtelijke Jyja boottochtje prepareert zich voor die laatste enkele Viking reis naar de hel. Spokend woest walsend op de klotsende golven heen en weer wiegend. De aarde is niet rond maar eindigt abrupt aan de horizon skyline.
How Do You Burn? mag zeker bijgeschreven worden als de beste plaat uit de latere The Afghan Whigs periode, maar verbleekt bij de meesterwerken Gentlemen, Black Love, 1965 en zelfs bij de The Twilight Singers parels Powder Burns en Dynamite Steps. Greg Dulli verkoopt net als Bono en Jim Kerr zijn ongeëvenaarde eigenheid aan de duivel, die hem daarvoor in ruil een commerciële succesformule schenkt. Het bloed is gestold, het zweet is verdampt. Nog steeds overheerst de overtuigingskracht, maar de grote gebaar nummers mogen ze in het vervolg achterwege laten.
The Afghan Whigs - How Do You Burn? | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Zoveel verschilt het allemaal niet met elkaar, ze hadden er net zo goed een The Twilight Singers etiket op kunnen plakken. The Afghan Whigs verkoopt als naam gewoon stukken beter, ze worden voor de grotere festivals gevraagd en spelen op verzoek die oude hits weer. Na de In Spades afronding slaat het noodlot toe. Gitarist Dave Rosser die tevens een prominente rol op het The Gutter Twins project en de The Twilight Singers platen vervult, sterft aan darmkanker. Daarna zwijgt Greg Dulli. Die stilte wordt niet tijdens de pandemie doorbroken en als dan ook nog zijn maatje Mark Lanegan in februari overlijdt belandt Greg Dulli opnieuw in een gitzwarte periode. Hoe overwin je het verlies als al het houvast in as verandert? How Do You Burn? De zoveelste wederopstanding van de nagloeiende feniks, gevaarlijk ontvlambaar, gestigmatiseerd door de brandblaren op de ziel, met de profetische In Flames piano soulbiecht als slotakkoord.
Het persoonlijke How Do You Burn? moet het licht laten ontwaken. De zoveelste verwerkingsplaat voor de zoveelste traumatische ellende welke het Greg Dulli voortbestaan steeds verder verteert. De magnetische sensuele aantrekkingskracht voor de duistere verheerlijkende zelfkant van het leven kleeft aan hem, verstikt hem, maar levert ook de mooiste songs op. Was The Afghan Whigs voorheen nog het romantische buitenbeentje binnen het stevige gitaargeweld, de bulldozer opener I’ll Make You See God is een snoeiharde toetakelende punkrocksong met verdwalende gitaarriffs waar zelfs een Josh Homme van Queens of the Stone Age jaloers op zal zijn. Magere Hein nodigt zichzelf uit om de stervende ziel op te eisen. De corona slachtoffers, de krimpende vriendengroep en leeftijdsgenoten waarbij dodelijke ziektekiemen zichzelf volvreten om verzadigd het lichaam te verlaten. I’ll Make You See God, een genoodzaakte wake up call, duivelsexorcisme met een van zich afschreeuwende Greg Dulli.
Eigenlijk is het akoestisch kale Concealer een beter opstartpunt. Therapeutische strijkers halen weggestopte jeugdherinneringen op. De onschuld, de onervarenheid, reinheid, inclusief die heimelijke overlevingsdrang naar de eenzaamheid van het individualisme. Het is vreemd om Mark Lanegans echo op het psychedelische The Getaway terug te horen, al heeft het ook iets moois spiritueels. De schrapende grafstem uit het hiernamaals, een krachtige geestverschijning welke al spokend ronddoolt en die eeuwige rust nog even lijkt uit te stellen. Broederliefde en altijd voortdurende vriendschap totdat de dood ons scheidt. Afgeknepen blazers en bezwerende roffels maken het bij het uptempo Catch a Colt het verschil. Het accent ligt op de latere jaren tachtig rock en de hedendaagse Americana sfeervelden. Ook de groot uitgespeelde theatrale Messiasrol van het A Line of Shots sentiment en de zondes vergevende Take Me There gospel haken op dat tijdsbeeld in.
Warme orgelpartijen kondigen de vertrouwde Please, Baby, Please soul aan. Vintage The Afghan Whigs, met John Mayer achtige neonavondlicht gitaarlijnen. De kansloze gelukzoektocht zet zich in Domino and Jimmy voort. Een kippenvelmoment, al is het alleen maar vanwege die bijdrage van het bemoederende zorgelijke van Marcy Mays die in een grijs verleden zo schrijnend emotioneel het verbitterende My Curse naar zich toe weet te trekken. Het is grappig dat een oudere stem over het algemeen doorleefder en zwaarder klinkt, Greg Dulli grijpt juist die kans aan om jeugdiger en hoger te zingen, onherkenbaar bijna. Vrouwen halen nou eenmaal het slechtste maar ook het beste in hem naar boven. Het nachtelijke Jyja boottochtje prepareert zich voor die laatste enkele Viking reis naar de hel. Spokend woest walsend op de klotsende golven heen en weer wiegend. De aarde is niet rond maar eindigt abrupt aan de horizon skyline.
How Do You Burn? mag zeker bijgeschreven worden als de beste plaat uit de latere The Afghan Whigs periode, maar verbleekt bij de meesterwerken Gentlemen, Black Love, 1965 en zelfs bij de The Twilight Singers parels Powder Burns en Dynamite Steps. Greg Dulli verkoopt net als Bono en Jim Kerr zijn ongeëvenaarde eigenheid aan de duivel, die hem daarvoor in ruil een commerciële succesformule schenkt. Het bloed is gestold, het zweet is verdampt. Nog steeds overheerst de overtuigingskracht, maar de grote gebaar nummers mogen ze in het vervolg achterwege laten.
The Afghan Whigs - How Do You Burn? | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
The Afghan Whigs - In Spades (2017)

3,5
0
geplaatst: 5 mei 2017, 00:45 uur
Behoorlijk veel elektronica, wat bij een band als The Veils de emoties op hun laatste album versterkte, zwakt het bij The Afghan Whigs de boel wat af.
Greg Dulli verdiend een soulvolle begeleiding, en die mis ik hier toch wel.
Het belang van de instrumenten is waardevoller dan ik dacht, door deze benadering komt het wat nep over.
De zang was altijd erg sterk, en hier is deze meer naar de achtergrond verdrongen.
Greg Dulli verdiend een soulvolle begeleiding, en die mis ik hier toch wel.
Het belang van de instrumenten is waardevoller dan ik dacht, door deze benadering komt het wat nep over.
De zang was altijd erg sterk, en hier is deze meer naar de achtergrond verdrongen.
The Aints! - The Church of Simultaneous Existence (2018)

4,0
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 15:21 uur
De muzikale loopbaan van Ed Kuepper begint begin jaren 70 bij de Australische punkband The Saints die al vrij vroeg naamsbekendheid opbouwen met album en titeltrack (I’m Stranded). Kuepper is al jaren niet meer actief bij de band, en begint The Aints. De naam is afgeleid van een versleten drumvel, waar de S door veelvuldig gebruik niet meer zichtbaar is. Natuurlijk is dit een sneer naar oud teammaatje Chris Bailey, die als frontman nog steeds actief is bij The Saints, al klinken die tegenwoordig meer blues gericht, met in het verleden ook uitspattingen richting de folk. Kuepper bleef met The Aints meer het punkverleden trouw. Bleef zeg ik, want na actief te zijn geweest in de jaren 90, was het stil vanaf 1994, maar vorig jaar lieten ze opeens weer wat van zich horen, en nu is er dan ook een nieuwe plaat. Als The Aints!, ja met uitroepteken slaan ze sterk terug met The Church of Simultaneous Existence. Meer punk nog dan op hun vorige werk, waar de invloed van grunge een grote stempel drukte, is het nu een watermerk van waar het ooit mee begon als The Saints. Niet dat de tijd heeft stil gestaan, maar de beginselen hoor je absoluut terug.
Het verslag van Ed Kuepper in het albumhoesje verklaart waarom het oud aanvoelt. De oorsprong van het materiaal is terug te vinden in de periode toen Ed Kuepper in 1969 op de high school zat, en nog fantaseerde over het beginnen van een band, tot aan 1978, de eerste keer dat The Saints uit elkaar vielen, en hij een doorstart maakte met de band Laughing Clowns. Blijkbaar vond hij nu de tijd rijp om zijn oceaan gevuld met restafval te recyclen tot iets bruikbaars en nieuws. Informatie die je tegenwoordig niet meer terug kan vinden bij de hedendaagse streaming sites. Hij is zo aardig geweest om als bonus een cd toe te voegen waar het album als instrumentale versie op staat, een mooie toevoeging voor op een karaoke avond, maar hier wordt alleen stil gestaan bij de vocaal ondersteunende versie, want die is al indrukwekkend genoeg.
Red Ace trapt af met de sound van een bigband intro om vervolgens het rammelend punkgitaartje een geslaagde toevoeging te geven. Juist deze combinatie werkt erg verfrissend. Klinkt dit als een begin jaren 70 nummer? Nee, hier is echt wel langer over na gedacht, en heeft als goede wijn in de loop der jaren mogen rijpen, maar is wel representatief voor wat er nog meer in het vat zit. Titeltrack The Church Of Simultaneous Existence is redelijk toegankelijke licht psychedelische smeltkroes, garage rock met jaren tachtig Paisley Underground invloeden, de blazers vervullen ook hier een prettige white soul achtige rol.
Deze combinatie domineert ook bij het rustigere You’ll Always Walk Alone, waar er ook de prachtige donkere zang van Ed Kuepper domineert, om vervolgens op een gruizige manier te soleren op gitaar zoals alleen grootheden dat kunnen. Het up tempo swingende You Got The Answer laat weer een groot opgezet arrangement horen met onverwachte piano riedeltjes. Country Song In G is erg sfeervol, maar zeker geen standaard country nummer, mooi vorm gegeven door de gevoelige pianoklanken. De versnelling van het punkie Elevator ( A Song For Barking Lord Jeff) komt op het juiste moment, het start met een blues begin, waar de kenmerkende mondharmonica is vervangen door blazers, maar wat een soortgelijk resultaat oplevert, een heerlijke rauwe song.
Bij This Is Our Summer gaan we weer een stapje terug, geen gitaargeweld of opgefokte blazers. Winter’s Way heeft een old school swingend gevoel, en sluit misschien nog wel het beste aan bij de muziek die The Saints in de jaren 80 neer zette, vrij toegankelijk. Blijkbaar heeft Kuepper zijn oude maatje Bailey nooit definitief uit het oog verloren.
Het ruigere S-O-S ’75 heeft wel degelijk de punkroots, en zou zeker de oorsprong kunnen hebben gehad in het genoemde jaartal, blijkt weer eens dat The Saints er vroeg bij waren, maar zo wordt de waarde van Australische acts in de muziekgeschiedenis wel vaker onderschat. Demo Girl heeft die slome, lompe bas van Peter Oxley die al pompend als stropende lijm de boel aan elkaar heelt, Kuepper klinkt hier zelfs sensueel, bijna als een verleider. Jazz in de stijl die hij misschien wel vroeger thuis in de gezinshuiskamer heeft gehoord op de radio. De percussie van Paul Larsen Loughhead sluit het perfect af, al had zijn aandeel wat groter mogen zijn.
Goodnight Ladies (I Hear A Sound Without) is een oude logge locomotief die langzaam, maar zwaar op gang komt, en zich een weg baant door alles wat hij onderweg tegen komt. Het hypnotiserende psychedelische effect roept beelden op van garagebands die eind jaren zestig van zich lieten horen. Wrang en bitter. Een fijne trip van ruim zeven minuten met daarin ruimte voor de soulvolle folky invloeden van de blazers. The Rise And Fall Of James Hoopnoch Eefil is alweer de afsluiter, met zelfs wat voorzichtige ska invloeden, maar dan in het terugkomende souljasje. Het gefluit geeft het een vrolijke Monty Python achtige flow.
The Church Of Simultaneous Existence is een avontuurlijke plaat geworden, die gedomineerd wordt door het gitaarspel en zang van Ed Kuepper, maar het aandeel van Eamon Dilworth, Rafael Karlen en Kyrie Miskin met hun veelzijdige blaasinstrumenten is van even groot belang. Je hoort wel oude garage rock en punk terug, maar het is zeker niet alleen de afwerking van oude ideeën geweest, daarvoor klinkt het net te fris en hedendaags. Het is de soul die overheerst, blijkbaar zat er genoeg bezinning in de ziel van Kuepper, die hier eigenlijk terug grijpt naar een groot gedeelte uit zijn jeugd, die hier een plekje krijgt. Niks traumatisch, maar eerder ontstaan door het gebrek aan tijd door andere prioriteiten. Juist de veelzijdigheid spreekt aan. Wel qua comeback gezien de grote verrassing van 2018.
The Aints! - The Church of Simultaneous Existence | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het verslag van Ed Kuepper in het albumhoesje verklaart waarom het oud aanvoelt. De oorsprong van het materiaal is terug te vinden in de periode toen Ed Kuepper in 1969 op de high school zat, en nog fantaseerde over het beginnen van een band, tot aan 1978, de eerste keer dat The Saints uit elkaar vielen, en hij een doorstart maakte met de band Laughing Clowns. Blijkbaar vond hij nu de tijd rijp om zijn oceaan gevuld met restafval te recyclen tot iets bruikbaars en nieuws. Informatie die je tegenwoordig niet meer terug kan vinden bij de hedendaagse streaming sites. Hij is zo aardig geweest om als bonus een cd toe te voegen waar het album als instrumentale versie op staat, een mooie toevoeging voor op een karaoke avond, maar hier wordt alleen stil gestaan bij de vocaal ondersteunende versie, want die is al indrukwekkend genoeg.
Red Ace trapt af met de sound van een bigband intro om vervolgens het rammelend punkgitaartje een geslaagde toevoeging te geven. Juist deze combinatie werkt erg verfrissend. Klinkt dit als een begin jaren 70 nummer? Nee, hier is echt wel langer over na gedacht, en heeft als goede wijn in de loop der jaren mogen rijpen, maar is wel representatief voor wat er nog meer in het vat zit. Titeltrack The Church Of Simultaneous Existence is redelijk toegankelijke licht psychedelische smeltkroes, garage rock met jaren tachtig Paisley Underground invloeden, de blazers vervullen ook hier een prettige white soul achtige rol.
Deze combinatie domineert ook bij het rustigere You’ll Always Walk Alone, waar er ook de prachtige donkere zang van Ed Kuepper domineert, om vervolgens op een gruizige manier te soleren op gitaar zoals alleen grootheden dat kunnen. Het up tempo swingende You Got The Answer laat weer een groot opgezet arrangement horen met onverwachte piano riedeltjes. Country Song In G is erg sfeervol, maar zeker geen standaard country nummer, mooi vorm gegeven door de gevoelige pianoklanken. De versnelling van het punkie Elevator ( A Song For Barking Lord Jeff) komt op het juiste moment, het start met een blues begin, waar de kenmerkende mondharmonica is vervangen door blazers, maar wat een soortgelijk resultaat oplevert, een heerlijke rauwe song.
Bij This Is Our Summer gaan we weer een stapje terug, geen gitaargeweld of opgefokte blazers. Winter’s Way heeft een old school swingend gevoel, en sluit misschien nog wel het beste aan bij de muziek die The Saints in de jaren 80 neer zette, vrij toegankelijk. Blijkbaar heeft Kuepper zijn oude maatje Bailey nooit definitief uit het oog verloren.
Het ruigere S-O-S ’75 heeft wel degelijk de punkroots, en zou zeker de oorsprong kunnen hebben gehad in het genoemde jaartal, blijkt weer eens dat The Saints er vroeg bij waren, maar zo wordt de waarde van Australische acts in de muziekgeschiedenis wel vaker onderschat. Demo Girl heeft die slome, lompe bas van Peter Oxley die al pompend als stropende lijm de boel aan elkaar heelt, Kuepper klinkt hier zelfs sensueel, bijna als een verleider. Jazz in de stijl die hij misschien wel vroeger thuis in de gezinshuiskamer heeft gehoord op de radio. De percussie van Paul Larsen Loughhead sluit het perfect af, al had zijn aandeel wat groter mogen zijn.
Goodnight Ladies (I Hear A Sound Without) is een oude logge locomotief die langzaam, maar zwaar op gang komt, en zich een weg baant door alles wat hij onderweg tegen komt. Het hypnotiserende psychedelische effect roept beelden op van garagebands die eind jaren zestig van zich lieten horen. Wrang en bitter. Een fijne trip van ruim zeven minuten met daarin ruimte voor de soulvolle folky invloeden van de blazers. The Rise And Fall Of James Hoopnoch Eefil is alweer de afsluiter, met zelfs wat voorzichtige ska invloeden, maar dan in het terugkomende souljasje. Het gefluit geeft het een vrolijke Monty Python achtige flow.
The Church Of Simultaneous Existence is een avontuurlijke plaat geworden, die gedomineerd wordt door het gitaarspel en zang van Ed Kuepper, maar het aandeel van Eamon Dilworth, Rafael Karlen en Kyrie Miskin met hun veelzijdige blaasinstrumenten is van even groot belang. Je hoort wel oude garage rock en punk terug, maar het is zeker niet alleen de afwerking van oude ideeën geweest, daarvoor klinkt het net te fris en hedendaags. Het is de soul die overheerst, blijkbaar zat er genoeg bezinning in de ziel van Kuepper, die hier eigenlijk terug grijpt naar een groot gedeelte uit zijn jeugd, die hier een plekje krijgt. Niks traumatisch, maar eerder ontstaan door het gebrek aan tijd door andere prioriteiten. Juist de veelzijdigheid spreekt aan. Wel qua comeback gezien de grote verrassing van 2018.
The Aints! - The Church of Simultaneous Existence | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Alarm - Declaration (1984)

3,0
0
geplaatst: 17 april 2015, 01:06 uur
Toen U2 na de release van War echt groot aan het worden was, bleek er meer behoefte aan soort gelijke bands.
Mike Peters had wel een beetje de uitstaling van Bono, en ook wel een kapsel, welke in de verte wat van hem weg had.
Als de gitarist dan ook nog Dave Sharp heet, dan kom je natuurlijk als snel bij The Edge uit.
Ook The Alarm heeft een vergelijkbare samenzang tussen beide.
In het plaatselijke jeugdhuis werd The Alarm ook gemakkelijk na een album van U2 gedraaid, want beide bands hadden aardig wat raakvlakken.
Maar The Alarm is geen U2.
Ik ben er ook eventjes in getrapt, met vlagen meende ik U2 te horen, zoals in Third Light, weer een knipoog naar War, lijkt mij, daarop staat een nummer genaamd Red Light.
De drumpartijen bij Third Light lijken weer aardig op die van I Will Follow.
Aardig?
Gewoon letterlijk over genomen.
Sixty Eight Guns heeft bijna dat frisse, jonge lefgozers achtige, maar heeft het net niet helemaal.
Jammer dat The Alarm zich duidelijk al in het begin richtte op een bepaalde, niet te behalen status, waardoor ze continu niet konden voldoen aan de verwachtingen.
Had net als een Big Country gekozen voor een meer eigen geluid, en tevreden zijnde met een plek in de Eerste divisie.
En toch, ondanks deze terechte kritiek, vind ik het lekker om zo af en toe een plaatje van The Alarm te draaien.
Mike Peters had wel een beetje de uitstaling van Bono, en ook wel een kapsel, welke in de verte wat van hem weg had.
Als de gitarist dan ook nog Dave Sharp heet, dan kom je natuurlijk als snel bij The Edge uit.
Ook The Alarm heeft een vergelijkbare samenzang tussen beide.
In het plaatselijke jeugdhuis werd The Alarm ook gemakkelijk na een album van U2 gedraaid, want beide bands hadden aardig wat raakvlakken.
Maar The Alarm is geen U2.
Ik ben er ook eventjes in getrapt, met vlagen meende ik U2 te horen, zoals in Third Light, weer een knipoog naar War, lijkt mij, daarop staat een nummer genaamd Red Light.
De drumpartijen bij Third Light lijken weer aardig op die van I Will Follow.
Aardig?
Gewoon letterlijk over genomen.
Sixty Eight Guns heeft bijna dat frisse, jonge lefgozers achtige, maar heeft het net niet helemaal.
Jammer dat The Alarm zich duidelijk al in het begin richtte op een bepaalde, niet te behalen status, waardoor ze continu niet konden voldoen aan de verwachtingen.
Had net als een Big Country gekozen voor een meer eigen geluid, en tevreden zijnde met een plek in de Eerste divisie.
En toch, ondanks deze terechte kritiek, vind ik het lekker om zo af en toe een plaatje van The Alarm te draaien.
The Amazons - 21st Century Fiction (2025)

4,0
0
geplaatst: 19 mei 2025, 13:48 uur
Met de heilige grond van Reading als vestigingsplek kan het bijna niet anders dat The Amazons een festivalband bij uitstek is. Al zijn wij bij hun tweede studioplaat Future Dust gematigd positief en missen we daar een daadwerkelijke koers. We zijn ondertussen twee albums verder en op de poprock van 21st Century Fiction is dat evenwicht wel aanwezig. Nog steeds presenteren ze zich als een gezelschap dat gemakkelijk het familiegebeuren op een festival kan uitluiden, de sound is steviger, recht in je gezicht zelfs.
The Amazons schetst met het 21st Century Fiction-concept een soundtrack van het huidige tijdsbeeld, en ook dat is in alle opzichten steviger en recht in je gezicht. Eigenlijk ben ik vooral positief verrast. Het is net wat duisterder, en dan zit je al snel in de industriële en doom hoek. Ze verdienen het om grote concertzalen plat te spelen, en het glashelder geproduceerde 21st Century Fiction is de juiste stap in die richting.
Living a Lie is een soort van ambient gothic, waar Matt Thomson vervolgens een commerciële twist aangeeft. Living a Lie is het badend in zweet ontwaken. De wereld voldoet al een tijdje niet meer aan je ideaalbeeld, en we bestrijden dat idealisme met leugens. Ze nemen een duidelijk politiek standpunt in. Een boobytrap verpakt in feestuitrusting, gevaarlijk ondermijnend. Op vol volume trappen ze vervolgens de pedalen in bij het stevig rockende Night After Night. Het zijn de hemelse koortjes die er net de nodige luchtigheid overheen gooien.
De rockopera koorzang van (Panic) wordt slechts gebruikt om Pitch Black aan te kondigen. Matt Thomson beseft maar al te goed dat zijn ego hem soms gruwelijk in de weg zit. Als frontman sta je altijd aan, incasseer je die aandacht, omdat dit simpelweg van je verlangd wordt. Er zit heel veel Beatles in het rebelse Come Together-achtige tussenstuk. The Amazons bezitten nog steeds geen eigen geluid, ze maken alleen nu beter van die beperking gebruik.
Mike Kerr van Royal Blood werd gevraagd om My Blood te produceren en je verwacht dan ook een stevige rocker. Toch heeft de gothic rock van My Blood ook iets spiritueels, helends in zich. Het bezinnende Shake Me Down gaat feilloos over in het dansbare Wake Me Up. Een alarmering om de ogen te openen en niet af te wenden. Elke geleefde dag is winst. Een heerlijke potige rocker met heftig om zich heen slaand drumwerk en hardrock gitaarriffs.
Vol spanning werkt de filmmuzieksound van (Intermission) naar het zwaar industriële Joe Bought a Gun toe. Het is de opzet om verwarring te veroorzaken en op gewelddadige wijze een einde aan die innerlijke last te maken. De uptempo countrygospel van Love Is a Dog from Hell is een meer dan geslaagde poging om iets nieuws uit te proberen. Met de funk cross-over van The Heat! Pt.2 betreden we de jaren negentig.
De problematiek van de opwarming van de aarde stamt al uit een decennium eerder, maar is ook zeker nu actueel. Het apocalyptische Heaven Now is het verzoeningsoffer. Dan is de emotionele tragiek van de uit piano geboren jazzy Go All the Way het perfecte eindakkoord. Een band als The Amazons weet donders goed hoe ze klein moeten beginnen om grootst te eindigen. Een tikkeltje over de top, maar dat kenmerkt juist deze Britten. De muziek is op alle fronten doordacht, op de uitvoering valt niks op af te dingen.
The Amazons - 21st Century Fiction | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Amazons schetst met het 21st Century Fiction-concept een soundtrack van het huidige tijdsbeeld, en ook dat is in alle opzichten steviger en recht in je gezicht. Eigenlijk ben ik vooral positief verrast. Het is net wat duisterder, en dan zit je al snel in de industriële en doom hoek. Ze verdienen het om grote concertzalen plat te spelen, en het glashelder geproduceerde 21st Century Fiction is de juiste stap in die richting.
Living a Lie is een soort van ambient gothic, waar Matt Thomson vervolgens een commerciële twist aangeeft. Living a Lie is het badend in zweet ontwaken. De wereld voldoet al een tijdje niet meer aan je ideaalbeeld, en we bestrijden dat idealisme met leugens. Ze nemen een duidelijk politiek standpunt in. Een boobytrap verpakt in feestuitrusting, gevaarlijk ondermijnend. Op vol volume trappen ze vervolgens de pedalen in bij het stevig rockende Night After Night. Het zijn de hemelse koortjes die er net de nodige luchtigheid overheen gooien.
De rockopera koorzang van (Panic) wordt slechts gebruikt om Pitch Black aan te kondigen. Matt Thomson beseft maar al te goed dat zijn ego hem soms gruwelijk in de weg zit. Als frontman sta je altijd aan, incasseer je die aandacht, omdat dit simpelweg van je verlangd wordt. Er zit heel veel Beatles in het rebelse Come Together-achtige tussenstuk. The Amazons bezitten nog steeds geen eigen geluid, ze maken alleen nu beter van die beperking gebruik.
Mike Kerr van Royal Blood werd gevraagd om My Blood te produceren en je verwacht dan ook een stevige rocker. Toch heeft de gothic rock van My Blood ook iets spiritueels, helends in zich. Het bezinnende Shake Me Down gaat feilloos over in het dansbare Wake Me Up. Een alarmering om de ogen te openen en niet af te wenden. Elke geleefde dag is winst. Een heerlijke potige rocker met heftig om zich heen slaand drumwerk en hardrock gitaarriffs.
Vol spanning werkt de filmmuzieksound van (Intermission) naar het zwaar industriële Joe Bought a Gun toe. Het is de opzet om verwarring te veroorzaken en op gewelddadige wijze een einde aan die innerlijke last te maken. De uptempo countrygospel van Love Is a Dog from Hell is een meer dan geslaagde poging om iets nieuws uit te proberen. Met de funk cross-over van The Heat! Pt.2 betreden we de jaren negentig.
De problematiek van de opwarming van de aarde stamt al uit een decennium eerder, maar is ook zeker nu actueel. Het apocalyptische Heaven Now is het verzoeningsoffer. Dan is de emotionele tragiek van de uit piano geboren jazzy Go All the Way het perfecte eindakkoord. Een band als The Amazons weet donders goed hoe ze klein moeten beginnen om grootst te eindigen. Een tikkeltje over de top, maar dat kenmerkt juist deze Britten. De muziek is op alle fronten doordacht, op de uitvoering valt niks op af te dingen.
The Amazons - 21st Century Fiction | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Amazons - Future Dust (2019)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 18:53 uur
De uit Reading afkomstige The Amazons zitten erg dicht bij het naar hun geboorteplaats genoemde festival. Via de daar neergezette Dixie toiletten zullen de afvalstoffen zich wel in het plaatselijke grondwater vermengd hebben. Deze heavy indieband ademt het rock & roll gevoel in, welke zich vanuit de poriën al zwetend weet te presenteren aan het geamuseerde publiek. Met frontman Matt Thomson op gitaar en zang, gitarist Chris Alderton, bassist Elliot Briggs en op drums Joe Emmett gaan ze terug naar de basisopstelling van een rockband. Net als op het debuut, welke de groepsnaam draagt, wordt er flink geshopt tussen de invloedrijke andere acts. Niet geheel origineel dus, maar dat maakt geen bal uit, als het maar goed gespeeld wordt. Future Dust is de lastige tweede plaat, die voor de definitieve sterrenstatus en doorbraak moet zorgen. Met producer Alan Moulder achter de mengtafel moet dit principieel eenvoudig haalbaar zijn.
Mother knalt er direct lekker in. Gevoed door Oosterse druggy invloeden gaat het al snel de stoffige zompige stoner kant op. Het is de wat nette zang die verraad dat het hier geen stoere woestijncowboys betreft, maar een Britse jonge groep gestylde muzikanten. Neemt niet weg dat het gitaarwerk een aangenaam visitekaartje achter laat met al direct doordringend te zuigen en te soleren. Het is de stem van Matt Thomson die er een te toegankelijke sound aan toevoegt. Waardoor ze in Nederland al snel ondergebracht zouden worden in de Serious Talent hoek. Een koosnaam waar je hedendaags niet trots meer op hoeft te zijn, vanwege het mainstream karakter. Fuzzy Tree ramt er tevens compromisloos hard op los, stevige gitaarakkoorden dragen krachtig de lekkere track. Helaas passeren hier ook de toegankelijke tussenstukken, die daardoor het tempo drastisch omlaag schroeven.
Vanaf het swingende 25 wordt het avontuurlijke ruwe geluid naar de achtergrond verdrongen. Daarvoor in de plaats komt een brok toegankelijkheid, die perfect in evenwicht is met de vocalen van Matt Thomson. De heerlijke uitbarstingen zijn minder dominant op de voorgrond, maar ontbreken gelukkig niet. Ondanks het verrassend sterk gespeelde startpunt van Future Dust, is dit wel de richting die ze hopelijk vervolgen. Niet alles is uiteraard even goed. De vrolijke juichende zang van Dark Vision is net een te commerciële overtreffende stap. Daar tegenover staat wel de duistere postpunk vermengt die zich met lichte Nu Metal in het aangename Warning Sign. Met het symfonische hoogtepunt Georgia willen The Amazons nogmaals hun veelzijdigheid tonen. Erg mooi, maar in het vervolg verwacht ik een eenduidige richting. The Amazons leveren een puike plaat af voor de muziekliefhebber die gezellig met het hele gezin een zomerfestival wil bezoeken.
The Amazons - Future Dust | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mother knalt er direct lekker in. Gevoed door Oosterse druggy invloeden gaat het al snel de stoffige zompige stoner kant op. Het is de wat nette zang die verraad dat het hier geen stoere woestijncowboys betreft, maar een Britse jonge groep gestylde muzikanten. Neemt niet weg dat het gitaarwerk een aangenaam visitekaartje achter laat met al direct doordringend te zuigen en te soleren. Het is de stem van Matt Thomson die er een te toegankelijke sound aan toevoegt. Waardoor ze in Nederland al snel ondergebracht zouden worden in de Serious Talent hoek. Een koosnaam waar je hedendaags niet trots meer op hoeft te zijn, vanwege het mainstream karakter. Fuzzy Tree ramt er tevens compromisloos hard op los, stevige gitaarakkoorden dragen krachtig de lekkere track. Helaas passeren hier ook de toegankelijke tussenstukken, die daardoor het tempo drastisch omlaag schroeven.
Vanaf het swingende 25 wordt het avontuurlijke ruwe geluid naar de achtergrond verdrongen. Daarvoor in de plaats komt een brok toegankelijkheid, die perfect in evenwicht is met de vocalen van Matt Thomson. De heerlijke uitbarstingen zijn minder dominant op de voorgrond, maar ontbreken gelukkig niet. Ondanks het verrassend sterk gespeelde startpunt van Future Dust, is dit wel de richting die ze hopelijk vervolgen. Niet alles is uiteraard even goed. De vrolijke juichende zang van Dark Vision is net een te commerciële overtreffende stap. Daar tegenover staat wel de duistere postpunk vermengt die zich met lichte Nu Metal in het aangename Warning Sign. Met het symfonische hoogtepunt Georgia willen The Amazons nogmaals hun veelzijdigheid tonen. Erg mooi, maar in het vervolg verwacht ik een eenduidige richting. The Amazons leveren een puike plaat af voor de muziekliefhebber die gezellig met het hele gezin een zomerfestival wil bezoeken.
The Amazons - Future Dust | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Anomalys - Down the Hole (2024)

3,5
0
geplaatst: 3 oktober 2024, 15:53 uur
Of de Amsterdamse grachten en riolen nou de beste surf locatie zijn, betwijfel ik, al zouden de The Anomalys garagerockers daar het overschot aan toeristen wel verjagen. Het in 2010 verschenen gelijknamige The Anomalys presenteert harde blikkerige drums, straaljager rockgitaren, kraakpand romantiek, hardcore zang en een hoop do it yourself geklooi. Vervolgens laat het gezelschap ruim tien jaar weinig van zich horen, en benut deze tijd om flink aan het geluid te sleutelen.
Als dan vervolgens in 2022 Glitch verschijnt is er bar weinig veranderd. Het zijn nog steeds recht toe recht aan rocknummers, met een behoorlijk op dreef zijnde Bone, die zich als een soort van zingend boegbeeld presenteert. Net als Looch Vibrato speelt hij tevens gitaar en drummer Remy Pablo completeert het drietal. En de bassist? Een band die zo gevaarlijk op de rand van de Psychobilly balanceert heeft uiteraard ook een geweldige bassist! Nee, die is er dus niet, het leidt alleen maar af, en in principe is deze overbodig om een bak herrie te lanceren.
The Anomalys beseft dat het niet werkt om van een sabbatical te leven, en brengt vervolgens vrij snel na Glitch al op het Slovenly label Down The Hole uit. Oké, en het geluid is dus exact hetzelfde en inwisselbaar voor de twee eerder verschenen albums? Nee, nu gaan ze wel wat genuanceerder te werk. Het is een highway to hell roadmovie soundtrack, zonder passend einde, tenzij je de afgrond als passend einde beschouwt.
Anxiety rammelt nog steeds heerlijk als een gepensioneerd junkiegebit van alle kanten, maar heeft tevens smerige distortion elementen. Om het eenvoudig uit te leggen, het is meer Sonic Youth en minder The Cramps, maar dan met een flinke lading aan noiserock. Anxiety is beangstigend, zweterig beklemmend en lichtelijk bevreemdend. Logisch toch, anders zou je een track niet naar de opkomende symptomen van een paniekaanval noemen.
Oh dan gaat het destructieve om zich heen slaande Despair zeker over de wanhopige gevolgen in het hoofd, en is het flippende Go Away het vriendelijke verzoek om op te rotten? Zo simpel zal het toch niet zijn? Zo simpel is het dus wel. Waarom overal omheen draaien terwijl je het ook zo eenvoudig doeltreffend kan verwoorden. Flat Top is echter minder platvloers als wat de titel aangeeft. Het is een psychedelische trip met een hoop swingende fuzzy pedaleneffecten.
On My Way is net zo egocentrisch als Coke Head, al raak je bij On My Way de zelfcontrole niet kwijt. On My Way treft punk en postpunk op het kruispunt van de rockabilly, en heeft een duistere ondertoon. Dikke vette shit dus. Coke Head klinkt opgefokt drammerig, met hartslag versnellende drumpartijen, licht euforisch met een dansbare moshpit twist. Innocence is alles behalve onschuldig, het is een roodgloeiende versnelling die uiteindelijk de makke volgelingen naar het Slaughterhouse abattoir begeleiden. Nog eventjes links en rechts met de nodige klappen politiek uithalen en die onvrede uiten. Eigenlijk is er best veel behoefte aan orde verziekers als The Anomalys.
The Anomalys - Down the Hole | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Als dan vervolgens in 2022 Glitch verschijnt is er bar weinig veranderd. Het zijn nog steeds recht toe recht aan rocknummers, met een behoorlijk op dreef zijnde Bone, die zich als een soort van zingend boegbeeld presenteert. Net als Looch Vibrato speelt hij tevens gitaar en drummer Remy Pablo completeert het drietal. En de bassist? Een band die zo gevaarlijk op de rand van de Psychobilly balanceert heeft uiteraard ook een geweldige bassist! Nee, die is er dus niet, het leidt alleen maar af, en in principe is deze overbodig om een bak herrie te lanceren.
The Anomalys beseft dat het niet werkt om van een sabbatical te leven, en brengt vervolgens vrij snel na Glitch al op het Slovenly label Down The Hole uit. Oké, en het geluid is dus exact hetzelfde en inwisselbaar voor de twee eerder verschenen albums? Nee, nu gaan ze wel wat genuanceerder te werk. Het is een highway to hell roadmovie soundtrack, zonder passend einde, tenzij je de afgrond als passend einde beschouwt.
Anxiety rammelt nog steeds heerlijk als een gepensioneerd junkiegebit van alle kanten, maar heeft tevens smerige distortion elementen. Om het eenvoudig uit te leggen, het is meer Sonic Youth en minder The Cramps, maar dan met een flinke lading aan noiserock. Anxiety is beangstigend, zweterig beklemmend en lichtelijk bevreemdend. Logisch toch, anders zou je een track niet naar de opkomende symptomen van een paniekaanval noemen.
Oh dan gaat het destructieve om zich heen slaande Despair zeker over de wanhopige gevolgen in het hoofd, en is het flippende Go Away het vriendelijke verzoek om op te rotten? Zo simpel zal het toch niet zijn? Zo simpel is het dus wel. Waarom overal omheen draaien terwijl je het ook zo eenvoudig doeltreffend kan verwoorden. Flat Top is echter minder platvloers als wat de titel aangeeft. Het is een psychedelische trip met een hoop swingende fuzzy pedaleneffecten.
On My Way is net zo egocentrisch als Coke Head, al raak je bij On My Way de zelfcontrole niet kwijt. On My Way treft punk en postpunk op het kruispunt van de rockabilly, en heeft een duistere ondertoon. Dikke vette shit dus. Coke Head klinkt opgefokt drammerig, met hartslag versnellende drumpartijen, licht euforisch met een dansbare moshpit twist. Innocence is alles behalve onschuldig, het is een roodgloeiende versnelling die uiteindelijk de makke volgelingen naar het Slaughterhouse abattoir begeleiden. Nog eventjes links en rechts met de nodige klappen politiek uithalen en die onvrede uiten. Eigenlijk is er best veel behoefte aan orde verziekers als The Anomalys.
The Anomalys - Down the Hole | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
The Ballet - Matchy Matchy (2019)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 19:32 uur
The Ballet geeft ons een kijkje in het moderne hedendaagse homoseksuele leven in New York. De spanning van het uitgaansleven is totaal niet aanwezig. Eerder een vorm van truttige burgerlijkheid, alsof de emancipatie daar al eeuwen geleden zich voltrokken heeft. Schijn bedriegt uiteraard, de acceptatie is nog steeds geen gemeengoed. Op veel plekken in de wereld is de worsteling met de geaardheid waarschijnlijk een stuk lastiger, zelfs een dagelijkse strijd. Ondanks dat Matchy Matchy veel raakvlakken heeft met de homoseksuele synthbands uit de jaren tachtig, wordt hier veel minder een statement uitgedragen, en zijn ze ook niet uit om te provoceren. Het lijkt wel alsof het duo Greg Goldberg en Craig Willse op een roze wolk leven, ergens ver rijkend boven de rest van de wereld. Met hun muziek richten ze zich vooral tot “the incrowd”, hun eigen kleine groep volgelingen, die een soortgelijk leventje hebben opgebouwd. Al ligt de nadruk meer op het scheppen van een vrije maatschappij, waar geen onderscheid wordt gemaakt.
In principe veranderd er weinig in wat het duo hier laat horen, en borduren ze in handwerkpatronen voort op het knusse huis, tuin en keuken gevoel van hun vorige drie albums. En misschien is het juist wel goed zo. Door juist op deze manier de nadruk te leggen krijg je een totaal andere visie op hun leven. Met een hoog knuffelgehalte wordt de spanning bezongen van het eerste bezoek aan een ontmoetingsplaats in First Time in a Gay Bar. Het is voornamelijk een lieve plaat geworden, met een hoog speelse tederheid. Door de zangpartijen krijgt het ook iets zachts, nergens enige vorm van stemverheffing, om zichzelf krachtig te presenteren. De kilte van vroegere tijden ondergaat een verfrissende wasbeurt. Door een scala aan hedendaagse dance en trance bliepjes toe te voegen aan de degelijke gedateerde, maar oh zo herkenbare eighties basis, ontstaat een kindvriendelijke sound. Al moeten die toch regelmatig hun oren dicht houden, wat betreft de ontboezemingen van Greg Goldberg. Sporadisch weet hij er een mooi rauwer randje aan toe te voegen, zoals in het springerige But I’m A Top. Verder is het voornamelijk toegankelijke dreampop.
Als je goed luistert naar de verhalende voordracht, dan hoor je toch genoeg twijfel terug. Het is allemaal wat minder rooskleurig wat we hier voorgeschoteld krijgen. De verpakking is echter zo baby roze, waardoor je dit direct al vergeet. Ook wordt er genoeg stil gestaan bij de pioniers uit de New Wave periode in de heerlijke felle gitaarklanken die baden in het spetterende keyboard golfslagbad. Alles zo veilig mogelijk. Pas echt los gaan ze bij het afsluitende You’re Mine. Met flinke doorhakkende gitaren hoor je opeens een totaal andere sound. Eerlijk gezegd, had ik gehoopt op meer van dit soort aangename explosies. Dat de sympathieke zweverige vocalen hier ook aansluiting bij vinden, is verrassend en een verademing. Matchy Matchy is een slaapkamerplaat, maar dan eentje om rustig bij weg te dromen. Verwacht geen opgewonden nachten, maar vooral lekker met het duimpje in de mond vredig de oogjes sluitende onschuldigheid.
The Ballet - Matchy Matchy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
In principe veranderd er weinig in wat het duo hier laat horen, en borduren ze in handwerkpatronen voort op het knusse huis, tuin en keuken gevoel van hun vorige drie albums. En misschien is het juist wel goed zo. Door juist op deze manier de nadruk te leggen krijg je een totaal andere visie op hun leven. Met een hoog knuffelgehalte wordt de spanning bezongen van het eerste bezoek aan een ontmoetingsplaats in First Time in a Gay Bar. Het is voornamelijk een lieve plaat geworden, met een hoog speelse tederheid. Door de zangpartijen krijgt het ook iets zachts, nergens enige vorm van stemverheffing, om zichzelf krachtig te presenteren. De kilte van vroegere tijden ondergaat een verfrissende wasbeurt. Door een scala aan hedendaagse dance en trance bliepjes toe te voegen aan de degelijke gedateerde, maar oh zo herkenbare eighties basis, ontstaat een kindvriendelijke sound. Al moeten die toch regelmatig hun oren dicht houden, wat betreft de ontboezemingen van Greg Goldberg. Sporadisch weet hij er een mooi rauwer randje aan toe te voegen, zoals in het springerige But I’m A Top. Verder is het voornamelijk toegankelijke dreampop.
Als je goed luistert naar de verhalende voordracht, dan hoor je toch genoeg twijfel terug. Het is allemaal wat minder rooskleurig wat we hier voorgeschoteld krijgen. De verpakking is echter zo baby roze, waardoor je dit direct al vergeet. Ook wordt er genoeg stil gestaan bij de pioniers uit de New Wave periode in de heerlijke felle gitaarklanken die baden in het spetterende keyboard golfslagbad. Alles zo veilig mogelijk. Pas echt los gaan ze bij het afsluitende You’re Mine. Met flinke doorhakkende gitaren hoor je opeens een totaal andere sound. Eerlijk gezegd, had ik gehoopt op meer van dit soort aangename explosies. Dat de sympathieke zweverige vocalen hier ook aansluiting bij vinden, is verrassend en een verademing. Matchy Matchy is een slaapkamerplaat, maar dan eentje om rustig bij weg te dromen. Verwacht geen opgewonden nachten, maar vooral lekker met het duimpje in de mond vredig de oogjes sluitende onschuldigheid.
The Ballet - Matchy Matchy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Beach Boys - Greatest Hits (2012)

3,5
0
geplaatst: 16 november 2012, 14:10 uur
Ooit een ingeslapen verjaardagsfeestje kunnen reanimeren met Surfin’ U.S.A.
Je moet wat als er alleen maar albums van Koos Alberts en de Havenzangers liggen.
De oogjes gingen al open bij California Girls, maar bij Surfin’ U.S.A. werd iedereen wakker.
Degene die het sprookje van De Dansende Waterlelies van koningin Fabiola kennen, weten waarschijnlijk wel wat ik bedoel.
Ook daar komt het bij de Efteling langzaam op gang om vervolgens helemaal los te gaan.
Vervolgens gaan de elfjes weer slapen.
Dat gevoel heb ik dan weer bij God Only Knows; misschien wel het sufste lied van The Beach Boys.
Gelukkig staan hier genoeg pareltjes op; waarschijnlijk ben ik een van de weinigen die een duidelijke voorkeur heeft voor de snellere surfliedjes van de beginperiode.
Je moet wat als er alleen maar albums van Koos Alberts en de Havenzangers liggen.
De oogjes gingen al open bij California Girls, maar bij Surfin’ U.S.A. werd iedereen wakker.
Degene die het sprookje van De Dansende Waterlelies van koningin Fabiola kennen, weten waarschijnlijk wel wat ik bedoel.
Ook daar komt het bij de Efteling langzaam op gang om vervolgens helemaal los te gaan.
Vervolgens gaan de elfjes weer slapen.
Dat gevoel heb ik dan weer bij God Only Knows; misschien wel het sufste lied van The Beach Boys.
Gelukkig staan hier genoeg pareltjes op; waarschijnlijk ben ik een van de weinigen die een duidelijke voorkeur heeft voor de snellere surfliedjes van de beginperiode.
The Beach Boys - Pet Sounds (1966)

3,0
0
geplaatst: 21 oktober 2010, 08:36 uur
Happy Days.
Stoere Fonzie en de rest.
The Beach Boys zijn de rest.
Christelijke, maagdelijke schooljongetjes.
Weg is het verlangen naar de jeugd.
Geen Surfin' U.S.A., California Girls en Fun, Fun, Fun meer.
Surfplank verkocht voor literatuur.
Filosoferen op het strand.
Dagdromen over de toekomst.
Huisje, boompje, beestje.
Kinderlijke onschuld.
Gezamenlijk naar de kinderboerderij.
Bokjes voeren met brokjes die voor 2 cent te koop zijn bij de plaatselijke kiosk.
Schaapscheerderfeesten.
Geitenwollen sokken cultuur.
Breipatronen bij de Magriet.
Zwembroek maakt plaats voor warme koltrui.
Ik heb de genialiteit van Pet Sounds nooit begrepen.
Juist de zomerse wat opgejaagde muziek sprak mij aan.
Niet de samenzang.
Voor mij hoorden ze nu thuis tussen The Hollies en The Monkees.
Het nivo van The Byrds of The Mamas & The Papas is onbereikbaar.
Prijsnummers zijn hier Wouldn’t Be Nice en I Know There’s An Answer.
God Only Knows is me teveel KRO.
Jongerenkoor op een zondagochtend.
Gedoucht, haartjes in een scheiding.
Vleugje parfum uit vaders badkamerkastje.
Liever de zoute zweetlucht.
Middagje op de golven.
Sex op het strand.
Biecht overslaan.
Vanwege slapenloze nachten en een flinke kater.
Stoere Fonzie en de rest.
The Beach Boys zijn de rest.
Christelijke, maagdelijke schooljongetjes.
Weg is het verlangen naar de jeugd.
Geen Surfin' U.S.A., California Girls en Fun, Fun, Fun meer.
Surfplank verkocht voor literatuur.
Filosoferen op het strand.
Dagdromen over de toekomst.
Huisje, boompje, beestje.
Kinderlijke onschuld.
Gezamenlijk naar de kinderboerderij.
Bokjes voeren met brokjes die voor 2 cent te koop zijn bij de plaatselijke kiosk.
Schaapscheerderfeesten.
Geitenwollen sokken cultuur.
Breipatronen bij de Magriet.
Zwembroek maakt plaats voor warme koltrui.
Ik heb de genialiteit van Pet Sounds nooit begrepen.
Juist de zomerse wat opgejaagde muziek sprak mij aan.
Niet de samenzang.
Voor mij hoorden ze nu thuis tussen The Hollies en The Monkees.
Het nivo van The Byrds of The Mamas & The Papas is onbereikbaar.
Prijsnummers zijn hier Wouldn’t Be Nice en I Know There’s An Answer.
God Only Knows is me teveel KRO.
Jongerenkoor op een zondagochtend.
Gedoucht, haartjes in een scheiding.
Vleugje parfum uit vaders badkamerkastje.
Liever de zoute zweetlucht.
Middagje op de golven.
Sex op het strand.
Biecht overslaan.
Vanwege slapenloze nachten en een flinke kater.
The Beach Boys - Surfin' U.S.A. (1963)

3,0
0
geplaatst: 8 augustus 2015, 15:55 uur
Persoonlijk hou ik het meeste van deze periode van The Beach Boys.
Het straalt nog de frisheid uit van een zomerse dag op het strand.
Zo’n transistorradio erbij, gespierd, sportief lichaam, gebruind door de zon.
Je laten mee voeren door de golven, staande op een surfplank.
En dan vervolgens heerlijk uit rusten op een handdoek, terwijl een mooi lief vrouwtje in bikini je lekker opwarmt.
Och, dat gespierde lichaam heb ik nooit gehad, surfen kan ik niet, ik ben blij dat ik wat baantjes kan zwemmen, en mijn vriendinnen hadden altijd een goed afsluitend badpak aan.
Maar toch hou ik van deze muziek.
De bekende samenzang is al aanwezig, en ook de instrumentale stukken zijn om te genieten.
Deze Miserlou is echt niet veel minder dan die van Dick Dale.
Lonely Sea laat al horen welke kant ze later op zullen gaan.
Ik heb minder met de latere tijd.
De spontaniteit is bijna niet meer aanwezig; er wordt te veel tijd in de studio door gebracht, waardoor de gezonde bruine kleur vervaagd tot iets wits en ongezonds.
En door gebruik van drugs worden de grenzen van inspiratie opgezocht.
Ben je een liefhebber van Pet Sounds, probeer dan ook eens hun 2e album Surfin' U.S.A., en kom tot de conclusie dat dit helemaal niet verkeerd klinkt.
Het straalt nog de frisheid uit van een zomerse dag op het strand.
Zo’n transistorradio erbij, gespierd, sportief lichaam, gebruind door de zon.
Je laten mee voeren door de golven, staande op een surfplank.
En dan vervolgens heerlijk uit rusten op een handdoek, terwijl een mooi lief vrouwtje in bikini je lekker opwarmt.
Och, dat gespierde lichaam heb ik nooit gehad, surfen kan ik niet, ik ben blij dat ik wat baantjes kan zwemmen, en mijn vriendinnen hadden altijd een goed afsluitend badpak aan.
Maar toch hou ik van deze muziek.
De bekende samenzang is al aanwezig, en ook de instrumentale stukken zijn om te genieten.
Deze Miserlou is echt niet veel minder dan die van Dick Dale.
Lonely Sea laat al horen welke kant ze later op zullen gaan.
Ik heb minder met de latere tijd.
De spontaniteit is bijna niet meer aanwezig; er wordt te veel tijd in de studio door gebracht, waardoor de gezonde bruine kleur vervaagd tot iets wits en ongezonds.
En door gebruik van drugs worden de grenzen van inspiratie opgezocht.
Ben je een liefhebber van Pet Sounds, probeer dan ook eens hun 2e album Surfin' U.S.A., en kom tot de conclusie dat dit helemaal niet verkeerd klinkt.
The Beatles - Abbey Road (1969)

3,5
0
geplaatst: 2 augustus 2015, 16:46 uur
Oasis zal jaren later dezelfde weg afleggen.
Lopen The Beatles nog netjes over het zebrapad; Oasis gaat lekker tegen de keer in, bewust net niet over de gemarkeerde oversteekplaats.
Vind ik dit album echt zo geniaal?
Nee, dat niet, The Beatles klinken vooral op de a-kant niet altijd zeer overtuigend, dat piepje in Maxwell's Silver Hammer is zelfs irritant te noemen.
Verder heeft het bijna de opzet van een Madness nummer.
Come Together is geweldig; en heeft een heerlijke groove, zo heeft Something ook zijn kracht.
Oh! Darling is zoetsappig, en waarschijnlijk heeft 10cc er met Donna een parodie op gemaakt, het zou ook prima op het musicalalbum Grease passen.
Octopus’s Garden is te gewoontjes.
I Want You is gelukkig een stuk sterker, al vraagt dit nummer om een Fleetwood Mac achtig gitaarspel.
Toch gaat dit te lang door, zou het dan inderdaad de opzet zijn om een nieuwe Oh Well te maken, of iets in de stijl van The Doors?
Het instrumentale gedeelte op het einde is echter prachtig, lijkt zelfs op het jaren later gemaakte Sour Times van Portishead.
Maar waarom geen fatsoenlijk einde aan dit nummer maken?
Dan de bejubelde b-kant.
Here Comes The Sun laat een Harrison in topvorm horen.
De backings hebben een Beach Boys achtig sfeertje.
Because gaat helemaal in deze lijn door; alsof we hier te maken hebben met een ode aan Pet Sounds.
Toch lijkt het refrein ook opvallend veel op We Can Work It Out.
You Never Give Me Your Money is bijna Alan Parsons achtig te noemen.
En wie zat er ook in de studio als technici?
Precies!
Die klokken op het einde zou ook zo van zijn hand kunnen zijn geweest.
Het begint als een McCartney lied, maar dat hoor je al snel niet meer terug.
Sun King kende ik nog niet, maar dit is wel weer een mooi nummer, maar ook hierbij moet ik weer aan The Beach Boys denken.
Mean Mr. Mustard is een vreemde overgang; beetje Kinks achtig, maar ook Blur ten tijden van The Great Escape.
Bij Polythene Pam gaat het tempo weer omhoog, mooie solo, maar al met al vind ik het rommelig; She Came In Through The Bathroom Window en Golden Slumbers en volgen in snel tempo.
Te snel, waardoor het mij niet helemaal wil pakken.
Carry That Weight is het mooie rustpunt.
Oasis heeft hier zeker naar geluisterd bij het componeren van Don’t Look Back In Anger.
Ringo Star laat vervolgens in The End horen waarom hij in The Beatles speelt, en wel degelijk zijn kwaliteiten heeft; gevolgd door een geweldige gitaarsolo.
Her Majesty is een McCartney grapje.
Nee, voor mij is dit niet het meesterwerk wat velen er in zien, maar er staan wel een aantal mooie nummers op.
Lopen The Beatles nog netjes over het zebrapad; Oasis gaat lekker tegen de keer in, bewust net niet over de gemarkeerde oversteekplaats.
Vind ik dit album echt zo geniaal?
Nee, dat niet, The Beatles klinken vooral op de a-kant niet altijd zeer overtuigend, dat piepje in Maxwell's Silver Hammer is zelfs irritant te noemen.
Verder heeft het bijna de opzet van een Madness nummer.
Come Together is geweldig; en heeft een heerlijke groove, zo heeft Something ook zijn kracht.
Oh! Darling is zoetsappig, en waarschijnlijk heeft 10cc er met Donna een parodie op gemaakt, het zou ook prima op het musicalalbum Grease passen.
Octopus’s Garden is te gewoontjes.
I Want You is gelukkig een stuk sterker, al vraagt dit nummer om een Fleetwood Mac achtig gitaarspel.
Toch gaat dit te lang door, zou het dan inderdaad de opzet zijn om een nieuwe Oh Well te maken, of iets in de stijl van The Doors?
Het instrumentale gedeelte op het einde is echter prachtig, lijkt zelfs op het jaren later gemaakte Sour Times van Portishead.
Maar waarom geen fatsoenlijk einde aan dit nummer maken?
Dan de bejubelde b-kant.
Here Comes The Sun laat een Harrison in topvorm horen.
De backings hebben een Beach Boys achtig sfeertje.
Because gaat helemaal in deze lijn door; alsof we hier te maken hebben met een ode aan Pet Sounds.
Toch lijkt het refrein ook opvallend veel op We Can Work It Out.
You Never Give Me Your Money is bijna Alan Parsons achtig te noemen.
En wie zat er ook in de studio als technici?
Precies!
Die klokken op het einde zou ook zo van zijn hand kunnen zijn geweest.
Het begint als een McCartney lied, maar dat hoor je al snel niet meer terug.
Sun King kende ik nog niet, maar dit is wel weer een mooi nummer, maar ook hierbij moet ik weer aan The Beach Boys denken.
Mean Mr. Mustard is een vreemde overgang; beetje Kinks achtig, maar ook Blur ten tijden van The Great Escape.
Bij Polythene Pam gaat het tempo weer omhoog, mooie solo, maar al met al vind ik het rommelig; She Came In Through The Bathroom Window en Golden Slumbers en volgen in snel tempo.
Te snel, waardoor het mij niet helemaal wil pakken.
Carry That Weight is het mooie rustpunt.
Oasis heeft hier zeker naar geluisterd bij het componeren van Don’t Look Back In Anger.
Ringo Star laat vervolgens in The End horen waarom hij in The Beatles speelt, en wel degelijk zijn kwaliteiten heeft; gevolgd door een geweldige gitaarsolo.
Her Majesty is een McCartney grapje.
Nee, voor mij is dit niet het meesterwerk wat velen er in zien, maar er staan wel een aantal mooie nummers op.
The Beatles - Revolver (1966)

3,0
0
geplaatst: 14 januari 2016, 17:13 uur
Dankzij Spotify nu ook mij eens in Revolver kunnen verdiepen, volgens mij stonden er tot vorig jaar hier geen albums van The Beatles op.
Wow! Wat heeft Taxman een heerlijk funky loopje.
En de jaren 70 moesten nog beginnen.
Ja, hiermee liepen ze toch behoorlijk voor in deze periode.
Eigenlijk hoor ik dat jaren later ook duidelijk terug bij de beginperiode van dEUS; is mij dus nooit eerder opgevallen.
Eleanor Rigby is een rockopera, samen gevat in twee minuten; later kwamen er volledige conceptalbums, maar dit is een geslaagde samenvatting.
I'm Only Sleeping past wel echt in deze periode, The Golden Earrings (want zo heten ze nog in hun beginperiode) en veel bands van het Excelsior label zijn duidelijk door dit soort nummers beïnvloed.
Wel een stuk eenvoudiger qua opzet dan de eerste nummers; op het vreemd gemixte gitaarspel na, wat volgens mij er achterstevoren doorheen wordt verwerkt.
Love You To heeft muzikaal gezien aardig wat raakvlakken met The End van The Doors.
Laatst genoemde band hier altijd origineel in gevonden, maar Love You To is toch echt ouder.
Here, There and Everywhere klinkt lief en lijkt bij sommige gedeeltes wel wat op Help, en ondanks dat ik tot de conclusie kom dat het muzikaal allemaal sterk klinkt, blijf ik een afkeer houden voor die zoete zang en achtergrondkoortjes.
Yellow Submarine heeft voor mij iets typisch Brits, en waarbij de gedachtes naar het lompe, soms ongeorganiseerde Monty Python glimlachend in mij op komt, qua band zou dit volgens mij ook zo een nummer van The Kinks kunnen zijn.
She Said, She Said heeft ook wel de door mij vaak gehate samenzang, maar hierbij werkt het dus wel.
Met deze sound zou een band als Oasis jaren later ook weten te scoren, net wat minder binnen de lijntjes.
De beats zouden zo in de jaren 90 door Chemical Brothers gebruikt kunnen worden.
Good Day Sunshine is weer een van de bekendste liedjes op Revolver, zo glad als een balletvoorstelling, ik heb hier weinig mee.
And Your Bird Can Sing is weer wat sneller, maar weet mij ook niet te overtuigen, al is de bas wel heerlijk hierbij, je moet er wel echt je aandacht op richten, omdat hij ver op de achtergrond klinkt.
For No One is mooi verhalend, en door de blazers moet ik aan het latere Sowing The Seeds Of Love van Tears For Fears denken; bijna treurig.
Doctor Robert heeft dat opzwepende wat ik ook bij Taxman hoorde, voor mij weer een hoogtepunt.
I Want to Tell You heeft een mooi begin, maar dan komt die samenzang weer, waar ik minder mee heb.
Got to Get You into My Life heeft de vrolijkheid en lengte van een geschikt songfestivalnummer, en dat is absoluut niet negatief bedoeld; wetende dat er vroeger echt wel goede liedjes in dat genre verschenen, en het toen nog echt om de liedjes draaide.
Tomorrow Never Knows heeft weer dat Chemical Brothers achtige sfeertje; de beats en de overige geluidjes.
Nu begrijp ik ook waarom nummers als Setting Sun en Let Forever Be zo goed werkten.
Noel Gallagher komt met zijn stem aardig in de buurt van de sound die The Beatles in een paar songs op Revolver neer zetten.
Prima album, al vind ik later werk, op een paar uitzonderingen na, wel wat beter.
Wow! Wat heeft Taxman een heerlijk funky loopje.
En de jaren 70 moesten nog beginnen.
Ja, hiermee liepen ze toch behoorlijk voor in deze periode.
Eigenlijk hoor ik dat jaren later ook duidelijk terug bij de beginperiode van dEUS; is mij dus nooit eerder opgevallen.
Eleanor Rigby is een rockopera, samen gevat in twee minuten; later kwamen er volledige conceptalbums, maar dit is een geslaagde samenvatting.
I'm Only Sleeping past wel echt in deze periode, The Golden Earrings (want zo heten ze nog in hun beginperiode) en veel bands van het Excelsior label zijn duidelijk door dit soort nummers beïnvloed.
Wel een stuk eenvoudiger qua opzet dan de eerste nummers; op het vreemd gemixte gitaarspel na, wat volgens mij er achterstevoren doorheen wordt verwerkt.
Love You To heeft muzikaal gezien aardig wat raakvlakken met The End van The Doors.
Laatst genoemde band hier altijd origineel in gevonden, maar Love You To is toch echt ouder.
Here, There and Everywhere klinkt lief en lijkt bij sommige gedeeltes wel wat op Help, en ondanks dat ik tot de conclusie kom dat het muzikaal allemaal sterk klinkt, blijf ik een afkeer houden voor die zoete zang en achtergrondkoortjes.
Yellow Submarine heeft voor mij iets typisch Brits, en waarbij de gedachtes naar het lompe, soms ongeorganiseerde Monty Python glimlachend in mij op komt, qua band zou dit volgens mij ook zo een nummer van The Kinks kunnen zijn.
She Said, She Said heeft ook wel de door mij vaak gehate samenzang, maar hierbij werkt het dus wel.
Met deze sound zou een band als Oasis jaren later ook weten te scoren, net wat minder binnen de lijntjes.
De beats zouden zo in de jaren 90 door Chemical Brothers gebruikt kunnen worden.
Good Day Sunshine is weer een van de bekendste liedjes op Revolver, zo glad als een balletvoorstelling, ik heb hier weinig mee.
And Your Bird Can Sing is weer wat sneller, maar weet mij ook niet te overtuigen, al is de bas wel heerlijk hierbij, je moet er wel echt je aandacht op richten, omdat hij ver op de achtergrond klinkt.
For No One is mooi verhalend, en door de blazers moet ik aan het latere Sowing The Seeds Of Love van Tears For Fears denken; bijna treurig.
Doctor Robert heeft dat opzwepende wat ik ook bij Taxman hoorde, voor mij weer een hoogtepunt.
I Want to Tell You heeft een mooi begin, maar dan komt die samenzang weer, waar ik minder mee heb.
Got to Get You into My Life heeft de vrolijkheid en lengte van een geschikt songfestivalnummer, en dat is absoluut niet negatief bedoeld; wetende dat er vroeger echt wel goede liedjes in dat genre verschenen, en het toen nog echt om de liedjes draaide.
Tomorrow Never Knows heeft weer dat Chemical Brothers achtige sfeertje; de beats en de overige geluidjes.
Nu begrijp ik ook waarom nummers als Setting Sun en Let Forever Be zo goed werkten.
Noel Gallagher komt met zijn stem aardig in de buurt van de sound die The Beatles in een paar songs op Revolver neer zetten.
Prima album, al vind ik later werk, op een paar uitzonderingen na, wel wat beter.
The Beatles - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967)

3,5
0
geplaatst: 18 januari 2011, 22:13 uur
I Heard The News Today, Oh Boy.
Eigenlijk was het toen al klaar.
Meer zinnen hoefden niet aan A Day In The Life besteed te worden.
John Lennon met een vreemd toekomstvisioen.
Zichzelf dodelijk verwond zien liggen op de stoep.
Ergens in New York.
Neergeschoten door een gestoorde fan.
A Day In A Life heeft iets dramatisch en chaotisch.
Het Donny Darko effect.
Drumpartijen als een op hol geslagen klok.
Alice In Wonderland die de tijd probeert in te halen.
Of juist te stoppen.
Je kunt dan wel onsterfelijk verklaard worden.
Uiteindelijk ga je gewoon ooit dood.
Zelfs God John Lennon.
Ondanks de eeuwige roem.
I Heard The News Today, Oh Boy.
Die openingszin 10x achter elkaar gedraaid.
Het hoogtepunt van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band.
It was twenty years ago today.
8 December 2000.
De dag dat iedereen even stil moest staan.
Maar de klok raasde als een bezetene door.
The Beatles openen braaf.
Gelach vanuit de zaal.
Alsof ze optreden in een uitverkochte concertzaal.
Blazers van het huisorkest die aanschuiven.
Vervolgens Ringo Star die eventjes de popster mag uithangen.
Whit A Little Help From My Friends past prima tussen de voornamelijke Lennon/McCartney composities.
Zouden The Beatles aan de LSD gezeten hebben?
De titel Lucy In The Sky With Diamonds zou er op duiden.
Foei toch!!
Deed dan ook niemand in de jaren zestig.
Wat John Lennon later in zijn Lost Weekend uit spookte.
En zijn heroïne verslaving; gezongen in Cold Turkey gingen een flinke stap verder.
Dit is een prima popalbum.
Commercieel verantwoord, ondanks het geëxperimenteer.
Verbreding van het publiek.
Intellectueel langs tienermeisje.
Ouders die hem zonder probleem kunnen draaien.
Ondanks dat het langharig tuig is.
Een albumhoes met daarop The Beatles als wassen beelden.
Marionetten waar de ziel uit verdwenen is.
Ondersteund door andere kandidaten van Madame Tussauds.
Vervolgens in het midden een fris kleurrijk ogende the Beatles.
Artiesten die het spelgenot weer hebben hervonden.
Ondanks de onheilspellende eerste woorden van A Day In The Life.
I Heard The News Today, Oh Boy.
Zelfs ik kan me dat moment nog goed voor de geest halen.
Ik was zeven jaar oud, bijna acht.
Op die bewuste ochtend in December; 1980.
Eigenlijk was het toen al klaar.
Meer zinnen hoefden niet aan A Day In The Life besteed te worden.
John Lennon met een vreemd toekomstvisioen.
Zichzelf dodelijk verwond zien liggen op de stoep.
Ergens in New York.
Neergeschoten door een gestoorde fan.
A Day In A Life heeft iets dramatisch en chaotisch.
Het Donny Darko effect.
Drumpartijen als een op hol geslagen klok.
Alice In Wonderland die de tijd probeert in te halen.
Of juist te stoppen.
Je kunt dan wel onsterfelijk verklaard worden.
Uiteindelijk ga je gewoon ooit dood.
Zelfs God John Lennon.
Ondanks de eeuwige roem.
I Heard The News Today, Oh Boy.
Die openingszin 10x achter elkaar gedraaid.
Het hoogtepunt van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band.
It was twenty years ago today.
8 December 2000.
De dag dat iedereen even stil moest staan.
Maar de klok raasde als een bezetene door.
The Beatles openen braaf.
Gelach vanuit de zaal.
Alsof ze optreden in een uitverkochte concertzaal.
Blazers van het huisorkest die aanschuiven.
Vervolgens Ringo Star die eventjes de popster mag uithangen.
Whit A Little Help From My Friends past prima tussen de voornamelijke Lennon/McCartney composities.
Zouden The Beatles aan de LSD gezeten hebben?
De titel Lucy In The Sky With Diamonds zou er op duiden.
Foei toch!!
Deed dan ook niemand in de jaren zestig.
Wat John Lennon later in zijn Lost Weekend uit spookte.
En zijn heroïne verslaving; gezongen in Cold Turkey gingen een flinke stap verder.
Dit is een prima popalbum.
Commercieel verantwoord, ondanks het geëxperimenteer.
Verbreding van het publiek.
Intellectueel langs tienermeisje.
Ouders die hem zonder probleem kunnen draaien.
Ondanks dat het langharig tuig is.
Een albumhoes met daarop The Beatles als wassen beelden.
Marionetten waar de ziel uit verdwenen is.
Ondersteund door andere kandidaten van Madame Tussauds.
Vervolgens in het midden een fris kleurrijk ogende the Beatles.
Artiesten die het spelgenot weer hebben hervonden.
Ondanks de onheilspellende eerste woorden van A Day In The Life.
I Heard The News Today, Oh Boy.
Zelfs ik kan me dat moment nog goed voor de geest halen.
Ik was zeven jaar oud, bijna acht.
Op die bewuste ochtend in December; 1980.
The Best of Brit Pop (1996)

4,5
0
geplaatst: 18 augustus 2016, 17:47 uur
Misschien valt wel niet alles onder Britpop, ik stoor mij daar niet zo aan.
Dit was de periode van het stront naar elkaar gooien van Blur en Oasis.
Die bands staan er dus niet op, zoals op veel van die verzamelaars.
Grunge zonder Nirvana , Postpunk zonder Joy Division, Hip Hop zonder Public Enemy.
Wel veel bands door dit album meer gaan waarderen.
Dit was de periode van het stront naar elkaar gooien van Blur en Oasis.
Die bands staan er dus niet op, zoals op veel van die verzamelaars.
Grunge zonder Nirvana , Postpunk zonder Joy Division, Hip Hop zonder Public Enemy.
Wel veel bands door dit album meer gaan waarderen.
The Beta Band - Hot Shots II (2001)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 15:24 uur
Op het tweede album van The Beta Band is duidelijk gekozen om de lange nummers te schrappen. Voor mij een reden om geconcentreerder de aandacht er bij te houden. Buiten dat hoor je op Hot Shots II ook een verrijking van het geluid, al gaat dit wel ten koste van de kenmerkende humor die er duidelijk op hun eerste plaat The Beta Band was. Het toegankelijke Squares wordt pas een song als deze na een minuutje over gaat in de betere triphop recycling proces, maar er net niet volledig door overgenomen wordt. Zelfs de rommelige pianotoetsen krijgen een frisse oppoets behandeling, dan pas is het klaar om getoond te worden. En nu ben je al snel niet meer dat eigenzinnige grappige bandje. Geen vreemde wengingen maar een logische overgang naar Al Sharp, er wordt door middel van echo’s en Indiase invloeden hetzelfde dromerige effect opgeroepen. Een duistere dagdroom die afgesloten wordt met een mantra.
Human Being zit erg sterk in elkaar. In eerste instantie gaat het door met het geschepte geluid, op de achtergrond een gitaartje. Dan komt er ruimte vrij voor beat, drum, en trompet. Al heel mooi natuurlijk, maar het wordt nog stukken beter. Tegen het einde gaat het langzaam aan ook weer de donkere kant op, met geweldige begeleiding en een heel vol geluid. Het orgeltje gaat ook nog volledig los, op het debuut zou dit ontaarden in totale anarchie, hier maakt het de song alleen maar sterker. De structuur wordt niet aangetast, maar blijft overheersend staan. Met gemak worden we de diepte in gezogen met Gone. Net als bij de voorganger zijn de teksten een stuk directer en persoonlijker. Nu worden gevoelens niet meer gemakkelijk weg gelachen, maar is er twijfel en onzekerheid. Het lollige karakter is blijkbaar een veilig schild, welke nu pas van zich af geworpen wordt. En dan behoor je dus al snel tot de gemiddelde doorsnee Britpop band. Het publiek slikt het allemaal wel, maar je bent nu een meer onzichtbare speler geworden. Het neigt zelfs heel erg naar de zware kant. Muzikaal staat het zeker weer als een huis.
Het zompige Dragon met de dance invloeden heeft wel wat van die fuck you houding, maar meer in de trant van arrogantie. Wat andere bands klaar spelen, kunnen wij net zo goed, of nog beter. Nee, dan hou ik op dit vlak meer naar de fuck you houding die ze hiervoor hadden. Bij elke muziekregel lieten ze zien dat deze niet heilig was, en de code met gemak gebroken kon worden. Toch zijn de tracks nu stukken beter uitgewerkt, en ontstaan er meerdere lagen die hier over elkaar heen lopen, en niet langs elkaar. Broke gaat heel sterk de avontuurlijke, zeg maar gerust spannende elektronische kant op met de daarbij aansluitende vette percussie, blieps en overige geluiden. De beatboxer staat langs de zijlijn te trappelen om in te vallen, maar coach Steve Mason kiest er uiteindelijk voor om hem geen rol in het geheel te geven.
Die heeft al lang zijn zinnen gezet op het oppeppende Quiet, waar met hallucinerende sfeertjes de geluidsbarrière wordt getrotseerd. Daardoor roept het sterk herinneringen op aan hun eerste album. Al is hier de gekte gedrogeerd door kalmerende middelen. Geen scherpe kantjes meer, maar heel erg doordacht allemaal. Het resulteert echter wel in een lekkere track met op het einde die swingende versnelling. Alleged zit ergens op de scheidingslijn tussen funk en psychedelica. Omdat hier geen duidelijke voorkeur te bekennen valt vervolgen we na een kleine pauze in erotische zwoele Franse dance, en hier hoor je de ontwikkeling misschien nog wel het beste terug. De bruggetjes die voorheen ontspoorden zijn nu in bezit van de juiste passende bouwstenen. Dat er dan een enkel ander kleurig blokje tussen zit, maakt niks uit. Als het maar past in het geheel.
Als een stoomwals kondigt het kolossale Life zich aan. Hier maken ze het verschil door de samenzang, maar het blijft wel een zwakke broeder in het geheel. Een stuk maatschappij kritischer. Blijkbaar moet deze hippie achtige boodschap geuit worden, al zijn de fans van het eerste uur hier er kennelijk niet de juiste doelgroep voor. Bij Eclipse willen ze de filosofische kant opzoeken met wel een tekst die tot denken oproept. Goed over nagedacht, maar wie zit hier op te wachten?
Met de structuur van de songs hebben ze een flinke stap vooruit gezet. De teksten zijn van een prima volwassen niveau, Daar ligt het niet aan. De knulligheid en bravoure waarmee ze met ons kennis lieten maken, ontbreekt hier. Het gemis maakt het allemaal een stuk minder bijzonder.
The Beta Band - Hot Shots II | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Human Being zit erg sterk in elkaar. In eerste instantie gaat het door met het geschepte geluid, op de achtergrond een gitaartje. Dan komt er ruimte vrij voor beat, drum, en trompet. Al heel mooi natuurlijk, maar het wordt nog stukken beter. Tegen het einde gaat het langzaam aan ook weer de donkere kant op, met geweldige begeleiding en een heel vol geluid. Het orgeltje gaat ook nog volledig los, op het debuut zou dit ontaarden in totale anarchie, hier maakt het de song alleen maar sterker. De structuur wordt niet aangetast, maar blijft overheersend staan. Met gemak worden we de diepte in gezogen met Gone. Net als bij de voorganger zijn de teksten een stuk directer en persoonlijker. Nu worden gevoelens niet meer gemakkelijk weg gelachen, maar is er twijfel en onzekerheid. Het lollige karakter is blijkbaar een veilig schild, welke nu pas van zich af geworpen wordt. En dan behoor je dus al snel tot de gemiddelde doorsnee Britpop band. Het publiek slikt het allemaal wel, maar je bent nu een meer onzichtbare speler geworden. Het neigt zelfs heel erg naar de zware kant. Muzikaal staat het zeker weer als een huis.
Het zompige Dragon met de dance invloeden heeft wel wat van die fuck you houding, maar meer in de trant van arrogantie. Wat andere bands klaar spelen, kunnen wij net zo goed, of nog beter. Nee, dan hou ik op dit vlak meer naar de fuck you houding die ze hiervoor hadden. Bij elke muziekregel lieten ze zien dat deze niet heilig was, en de code met gemak gebroken kon worden. Toch zijn de tracks nu stukken beter uitgewerkt, en ontstaan er meerdere lagen die hier over elkaar heen lopen, en niet langs elkaar. Broke gaat heel sterk de avontuurlijke, zeg maar gerust spannende elektronische kant op met de daarbij aansluitende vette percussie, blieps en overige geluiden. De beatboxer staat langs de zijlijn te trappelen om in te vallen, maar coach Steve Mason kiest er uiteindelijk voor om hem geen rol in het geheel te geven.
Die heeft al lang zijn zinnen gezet op het oppeppende Quiet, waar met hallucinerende sfeertjes de geluidsbarrière wordt getrotseerd. Daardoor roept het sterk herinneringen op aan hun eerste album. Al is hier de gekte gedrogeerd door kalmerende middelen. Geen scherpe kantjes meer, maar heel erg doordacht allemaal. Het resulteert echter wel in een lekkere track met op het einde die swingende versnelling. Alleged zit ergens op de scheidingslijn tussen funk en psychedelica. Omdat hier geen duidelijke voorkeur te bekennen valt vervolgen we na een kleine pauze in erotische zwoele Franse dance, en hier hoor je de ontwikkeling misschien nog wel het beste terug. De bruggetjes die voorheen ontspoorden zijn nu in bezit van de juiste passende bouwstenen. Dat er dan een enkel ander kleurig blokje tussen zit, maakt niks uit. Als het maar past in het geheel.
Als een stoomwals kondigt het kolossale Life zich aan. Hier maken ze het verschil door de samenzang, maar het blijft wel een zwakke broeder in het geheel. Een stuk maatschappij kritischer. Blijkbaar moet deze hippie achtige boodschap geuit worden, al zijn de fans van het eerste uur hier er kennelijk niet de juiste doelgroep voor. Bij Eclipse willen ze de filosofische kant opzoeken met wel een tekst die tot denken oproept. Goed over nagedacht, maar wie zit hier op te wachten?
Met de structuur van de songs hebben ze een flinke stap vooruit gezet. De teksten zijn van een prima volwassen niveau, Daar ligt het niet aan. De knulligheid en bravoure waarmee ze met ons kennis lieten maken, ontbreekt hier. Het gemis maakt het allemaal een stuk minder bijzonder.
The Beta Band - Hot Shots II | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Beta Band - The 3 E.P.'S (1998)

3,5
1
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:03 uur
Een goede platenzaak kent zijn klanten. Het is de kunst om in een aardig gevulde winkel een album te draaien, en die vervolgens ook nog te verkopen. Je hebt helemaal een goede dag als het je lukt om er zelfs meerdere exemplaren van te verkopen. Iedere muziekliefhebber is wel eens met plaat naar buiten gestapt, waarvoor het bezoekje eigenlijk niet bedoeld was. En over het algemeen zijn dit geen miskopen. Het bestaansrecht van dit soort shops is hiervan grotendeels afhankelijk. Vroeger hoorde daar nog een volle asbak met sigarettenpeuken bij. Tegenwoordig sporadisch nog een flinke kop koffie. En zo hoort het dus ook te zijn. Geen streamingsites, maar met een aantal albums naar de kassa luisteren, zelf handmatig skippen naar de volgende track, of voorzichtig de naald verplaatsen. Uiteindelijk tevreden weer huiswaarts keren. High Fidelity is een liefdesverhaal, of eigenlijk net geen liefdesverhaal. De hoofdrolspeler is een slimme verkoper in een soortgenoemde winkel. Het neurotische zich verheven voelen met muziekkennis boven de klant staat centraal. Verder veel gesnuffel in platenbakken en de nodige Top 5 lijstjes die de revue passeren. Een cultfilm met idem soundtrack. Liefhebbers kennen letterlijk elke conservatie uit de film. Zo ook die waar er binnen een korte tijd gepoogd wordt om een EP van een relatief onbekende band aan de man te brengen. De naam van de song; Dry The Rain. De naam van de band: The Beta Band. Toepasselijk uitgezocht voor op het witte scherm. Nick Hornby schreef het verhaal al voordat The Beta Band zich aandiende. Het was een treffende poging om ze onder de aandacht te brengen. Na drie geslaagde EP’s verslapte de aandacht bij het iets wat tegenvallende debuut. Met terugwerkende kracht wordt The 3EP’s beschouwd als hun eersteling. Meer dan terecht. Is het een geniale zet geweest, of gewoon domme pech?
Champion Versions:
Beter hadden ze zichzelf niet kunnen introduceren. Het genoemde Dry The Rain mag openen. Door de lazy benadering zoekt het nog meer aansluiting bij de crusties beweging dan bij de Britpop. Vies en lui zijn de sleutelwoorden. Dat deze het in de Verenigde Staten goed deed is niet zo vreemd, de lo-fi sound van een Beck is meer terug te horen. De overgang naar het vollere geluid maakt het wel af, gelijk klinkt het een stuk soulvoller. Ritmisch gezien gaat I Know meer de Madchester kant op, al wordt er hierbij veel minder gebruik gemaakt van dub. Net zo dromerig vervolgen we met B + A, duidelijk bedoeld aan aangename trippende opvuller. Om dan vervolgens zo sfeervol af te sluiten met Dogs Got A Bone verwacht je weer niet. Al zwiert het koortje alle kanten uit, en verwacht ik dat de nodige bedwelmende dampen de studio hier bevolken. Wat zal de schoonmaker er de volgende dag een flinke dagtaak aan overhouden om de puinzooi op te ruimen. Het resulteert wel in een aangenaam geheel.
The Patty Patty Sound:
De tweede EP laat een verandering van het geluid horen. Met de nodige psychedelische invalshoeken wordt er binnen getreden in een meer experimenteel kamertje. Inner Meet Me heeft een volle sound met een ritmisch gitaartje en gesamplede bliepjes die spaarzaam begeleid worden met eenvoudige percussie. Het is voornamelijk de ongedwongen uitstraling waar kracht uit gehaald wordt. Een soortgelijke speelsheid vergezeld ook The House Song, al wil het net te traag opstarten. De discotrack die er in verscholen zit werkt wel op de steeds soepele wordende benen. De baslijn helpt ons als een partner de dansvloer op. Het rapgedeelte had achterwege mogen blijven, hierdoor krijg je net teveel onprettige boyband associaties. De Britten bezitten wel de nodige soul, maar ze missen de flow om als een hiphopper aan de gang te gaan. Liever vijf Britpoppers vet onder invloed die proberen te zingen, dan eentje die zichzelf The King Of Rapmusic waant. De Zuid Amerikaanse invloeden in Monolith zijn lekker, maar waarom steeds dat gehakketak in dit nummer. Op het ene moment zit je midden in een oerwoud, dan weer vast in het verkeer van een wereldstad. Natuurlijk kun je een track als een restje pindakaas uitsmeren over twee boterhammen. Alles wordt geraakt, maar de smaaksensatie is tot een minimum gebracht. Deze jamsessie had de studio niet mogen verlaten. Compactheid leid tot mooier resultaat, zoals in het sterke She’s the One. Hier weet de zweverigheid wel te overtuigen. De pimpende zang is zelfverzekerd en stoer. De switch halverwege wordt logisch ingeleid. Om dan nog overtuigend te finishen in retro sixties expressies is een aangenaam gegeven.
Los Amigos del Beta Bandidos:
Nog steeds zoekende naar wat uiteindelijk hun kenmerkende eigenwaarde zal worden horen we weer iets nieuws in Push It Out. Je weet weer niet hoe het zich zal ontwikkelen. En dat is bepalend voor The Beta Band. ze leggen zichzelf geen regeltjes op door het experiment uit de weg te gaan. Een gegeven wat de stempel zal worden op al hun producties. Dat dit niet altijd goed uitpakt, kan ze weinig schelen. Door deze vrijheid levert het interessante brokken muziek op. Helemaal niet vreemd om een jazzy basgitaar te horen in It’s Over. Het zijn dan ook helemaal geen verkeerde muzikanten. Tussen de ongein hoor je tevens geschoolde kwaliteiten terug. Nonchalant wordt John Lennon van de pianokruk geduwd op Dr. Baker. En dan verwacht je een peace and happiness protestsong, maar het blijft bij simplistisch gepingel. Meer druggy sluiten ze af met het meer dan geslaagde Needles in My Eyes. Een groep welke collega’s oproept om zichzelf niet te serieus te nemen, en dat siert ze.
The Beta Band - The 3 E.P.'S | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Champion Versions:
Beter hadden ze zichzelf niet kunnen introduceren. Het genoemde Dry The Rain mag openen. Door de lazy benadering zoekt het nog meer aansluiting bij de crusties beweging dan bij de Britpop. Vies en lui zijn de sleutelwoorden. Dat deze het in de Verenigde Staten goed deed is niet zo vreemd, de lo-fi sound van een Beck is meer terug te horen. De overgang naar het vollere geluid maakt het wel af, gelijk klinkt het een stuk soulvoller. Ritmisch gezien gaat I Know meer de Madchester kant op, al wordt er hierbij veel minder gebruik gemaakt van dub. Net zo dromerig vervolgen we met B + A, duidelijk bedoeld aan aangename trippende opvuller. Om dan vervolgens zo sfeervol af te sluiten met Dogs Got A Bone verwacht je weer niet. Al zwiert het koortje alle kanten uit, en verwacht ik dat de nodige bedwelmende dampen de studio hier bevolken. Wat zal de schoonmaker er de volgende dag een flinke dagtaak aan overhouden om de puinzooi op te ruimen. Het resulteert wel in een aangenaam geheel.
The Patty Patty Sound:
De tweede EP laat een verandering van het geluid horen. Met de nodige psychedelische invalshoeken wordt er binnen getreden in een meer experimenteel kamertje. Inner Meet Me heeft een volle sound met een ritmisch gitaartje en gesamplede bliepjes die spaarzaam begeleid worden met eenvoudige percussie. Het is voornamelijk de ongedwongen uitstraling waar kracht uit gehaald wordt. Een soortgelijke speelsheid vergezeld ook The House Song, al wil het net te traag opstarten. De discotrack die er in verscholen zit werkt wel op de steeds soepele wordende benen. De baslijn helpt ons als een partner de dansvloer op. Het rapgedeelte had achterwege mogen blijven, hierdoor krijg je net teveel onprettige boyband associaties. De Britten bezitten wel de nodige soul, maar ze missen de flow om als een hiphopper aan de gang te gaan. Liever vijf Britpoppers vet onder invloed die proberen te zingen, dan eentje die zichzelf The King Of Rapmusic waant. De Zuid Amerikaanse invloeden in Monolith zijn lekker, maar waarom steeds dat gehakketak in dit nummer. Op het ene moment zit je midden in een oerwoud, dan weer vast in het verkeer van een wereldstad. Natuurlijk kun je een track als een restje pindakaas uitsmeren over twee boterhammen. Alles wordt geraakt, maar de smaaksensatie is tot een minimum gebracht. Deze jamsessie had de studio niet mogen verlaten. Compactheid leid tot mooier resultaat, zoals in het sterke She’s the One. Hier weet de zweverigheid wel te overtuigen. De pimpende zang is zelfverzekerd en stoer. De switch halverwege wordt logisch ingeleid. Om dan nog overtuigend te finishen in retro sixties expressies is een aangenaam gegeven.
Los Amigos del Beta Bandidos:
Nog steeds zoekende naar wat uiteindelijk hun kenmerkende eigenwaarde zal worden horen we weer iets nieuws in Push It Out. Je weet weer niet hoe het zich zal ontwikkelen. En dat is bepalend voor The Beta Band. ze leggen zichzelf geen regeltjes op door het experiment uit de weg te gaan. Een gegeven wat de stempel zal worden op al hun producties. Dat dit niet altijd goed uitpakt, kan ze weinig schelen. Door deze vrijheid levert het interessante brokken muziek op. Helemaal niet vreemd om een jazzy basgitaar te horen in It’s Over. Het zijn dan ook helemaal geen verkeerde muzikanten. Tussen de ongein hoor je tevens geschoolde kwaliteiten terug. Nonchalant wordt John Lennon van de pianokruk geduwd op Dr. Baker. En dan verwacht je een peace and happiness protestsong, maar het blijft bij simplistisch gepingel. Meer druggy sluiten ze af met het meer dan geslaagde Needles in My Eyes. Een groep welke collega’s oproept om zichzelf niet te serieus te nemen, en dat siert ze.
The Beta Band - The 3 E.P.'S | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Beta Band - The Beta Band (1999)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:57 uur
De Britten staan veelal bekend om hun goed getimede iet wat absurde humor. Dit is ook met regelmaat in hun muziek terug te horen. The Beta Band Rap is zo’n vreemd voorbeeld. Een hoop muzikale ongein waar tussendoor het ontstaan van de band op een komische manier wordt verteld. Je waant jezelf in een vooroorlogse pub waar toekomstige Korsakov patiënten dit klakkeloos meezingen. Heeft het enige inhoud? Zeker niet! Is dat dan belangrijk? Welnee! Het lo-fi gedeelte met slechte raps kan niet anders gezien worden als een goed geslaagde parodie op het genre. Zo ook de Elvis imitator die vervolgens deze Saturday Night karaoke tot een goed einde probeert te brengen. De straal bezopen plaatselijke dorpsgek krijgt een mondharmonica toe gestopt, welke hij vervolgens niet meer terug geeft. Dit allemaal in een nummer. Toch hoop je niet dat dit vervolgens nog negen tracks zo door rammelt. Het herhalende ritme van It’s Not Too Beautiful doet dit in eerste instantie wel vermoeden. Toch is de zang hier wel een mooie verwelkoming. Het is behoorlijk spacy en experimenteel. De kakafonie van oorlogssoundtracks of andere groots opgezette films voegt niet zozeer iets toe, maar storend is het ook niet. Het is wel allemaal te langdradig, en of ik dit als iets serieus moet ervaren, betwijfel ik. Het is een lange trip, die knipoogt naar de grote jaren zestig acts, die door toedoen van drugs de weg aardig aan het kwijtraken waren. Mei in de hoofdrol Sergeant Pepper die verdwaasd op een kinderboerderij de geitjes aan het voeren is.
Simple Boy is een kort liedje gesteund door een enkele bastoon en net zo minimale elektronische hi-hat. Het toppunt van totale verveling heet hier Round The Bend. Een verslag van grote plannen hebben, maar daadwerkelijk niet verder komen dan de plaatselijke supermarkt om drank en eten in te slaan, en vervolgens uit verveling maar een plaat op te zetten. Teksten die vroeger als geniaal werden betiteld worden hier door kleine aanpassingen weg gezet als heuse draken. Dat ze wel degelijk muzikaal tot iets in staat zijn blijkt wel uit het drumwerk met daar doorheen een lekkertje orgeltje. Om vervolgens dit weer totaal opzij te gooien, en ongeorganiseerd verder te gaan. De diepe vervormde zang van Dance O’Er the Border gaat verder in de jaren zeventig. Disco Rules, en de grootheden van de P-Funk murmelen hier wat doorheen. Go With The Flow. Ritmisch loopt het voor geen meter, ondanks dat de juiste samplers wel aanwezig zijn. Het gefluit en de beatbox zijn lachwekkend, zoals het bedoeld moet zijn.
Brokenupadingdong is heel sterk met die lekkere percussie. Mooi dromerig qua opbouw en hierdoor in de lijn van het Madchester gebeuren rond 1990. Maar The Beta Band zou The Beta Band niet zijn als ze hier niet op het laatst nog een rommelig einde aan toe voegen. Dat ze in staat zijn om goed te spelen, dat weet je ondertussen wel, maar ze doen er ook echt alles aan om niet serieus genomen te worden. Er wordt flink gestoeid met psychedelica, dub en Caribische instrumenten in Number 15, welke handelt over een niet houdbare relatie, vol met kleine irritaties, welke uiteindelijk groot weten uit te vallen. De opbouw naar het ritmische goed in het gehoor liggende Smiling is so jaren negentig. We stappen hier binnen in de magische wereld van Feel Good dance, waar blijkbaar goedkeurend van collega’s gejat wordt. Misschien is het wel omdat ze hierin niemand lijken te vergeten, dat het ze vergeven wordt. Het komt allemaal zo onschuldig en goed bedoeld over.
The Hard One neemt Totally Eclipse Of The Heart van Bonnie Tyler onder handen. Met de nodige bliepjes trippen we terug naar de jaren tachtig. De diva zelf zal zich hier niet zo druk over maken, lijkt mij. Het levert in ieder geval nog genoeg zakgeld op om haarlak te kopen voor haar kenmerkende haardos. Vervolgens worden alle mogelijkheden van de elektronica getest, en gaan we ongestoord verder waar ze waren gebleven met de nodige The Beatles invloeden die zich vreemd genoeg prima bij passen. Zelfs schrijver en componist Jim Steinman deed niet moeilijk over het gebruik van elementen van de track, wat uiteraard een hoop rompslomp scheelde. Overrompeld in effecten gaat The Cow’s Wrong net niet ten onder. Eigenlijk lijkt het zelfs nog enigszins een serieuze ondertoon te hebben, maar bij The Beta Band blijft dit lastig te beoordelen. Wel schudden ze met hun debuut de Britse muziekscene wakker, door de nadruk te leggen op dat in een band spelen vooral leuk moet zijn.
Deze Schotten uit Edinburgh hebben lak aan alle muzikale regeltjes, en doen gewoon waar ze zin in hebben. Juist dit gebrek aan structuur werkt erg in hun voordeel. Zelfs hun serieuze collega’s uit deze periode bejubelen hun aanpak. De langdradigheid en het oeverloos ploeteren heeft zeker zijn charme, maar begint ook wel teveel in hun nadeel te werken. Met wat minder tijdsverspilling had de gimmick nog meer effect gehad.
The Beta Band - The Beta Band | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Simple Boy is een kort liedje gesteund door een enkele bastoon en net zo minimale elektronische hi-hat. Het toppunt van totale verveling heet hier Round The Bend. Een verslag van grote plannen hebben, maar daadwerkelijk niet verder komen dan de plaatselijke supermarkt om drank en eten in te slaan, en vervolgens uit verveling maar een plaat op te zetten. Teksten die vroeger als geniaal werden betiteld worden hier door kleine aanpassingen weg gezet als heuse draken. Dat ze wel degelijk muzikaal tot iets in staat zijn blijkt wel uit het drumwerk met daar doorheen een lekkertje orgeltje. Om vervolgens dit weer totaal opzij te gooien, en ongeorganiseerd verder te gaan. De diepe vervormde zang van Dance O’Er the Border gaat verder in de jaren zeventig. Disco Rules, en de grootheden van de P-Funk murmelen hier wat doorheen. Go With The Flow. Ritmisch loopt het voor geen meter, ondanks dat de juiste samplers wel aanwezig zijn. Het gefluit en de beatbox zijn lachwekkend, zoals het bedoeld moet zijn.
Brokenupadingdong is heel sterk met die lekkere percussie. Mooi dromerig qua opbouw en hierdoor in de lijn van het Madchester gebeuren rond 1990. Maar The Beta Band zou The Beta Band niet zijn als ze hier niet op het laatst nog een rommelig einde aan toe voegen. Dat ze in staat zijn om goed te spelen, dat weet je ondertussen wel, maar ze doen er ook echt alles aan om niet serieus genomen te worden. Er wordt flink gestoeid met psychedelica, dub en Caribische instrumenten in Number 15, welke handelt over een niet houdbare relatie, vol met kleine irritaties, welke uiteindelijk groot weten uit te vallen. De opbouw naar het ritmische goed in het gehoor liggende Smiling is so jaren negentig. We stappen hier binnen in de magische wereld van Feel Good dance, waar blijkbaar goedkeurend van collega’s gejat wordt. Misschien is het wel omdat ze hierin niemand lijken te vergeten, dat het ze vergeven wordt. Het komt allemaal zo onschuldig en goed bedoeld over.
The Hard One neemt Totally Eclipse Of The Heart van Bonnie Tyler onder handen. Met de nodige bliepjes trippen we terug naar de jaren tachtig. De diva zelf zal zich hier niet zo druk over maken, lijkt mij. Het levert in ieder geval nog genoeg zakgeld op om haarlak te kopen voor haar kenmerkende haardos. Vervolgens worden alle mogelijkheden van de elektronica getest, en gaan we ongestoord verder waar ze waren gebleven met de nodige The Beatles invloeden die zich vreemd genoeg prima bij passen. Zelfs schrijver en componist Jim Steinman deed niet moeilijk over het gebruik van elementen van de track, wat uiteraard een hoop rompslomp scheelde. Overrompeld in effecten gaat The Cow’s Wrong net niet ten onder. Eigenlijk lijkt het zelfs nog enigszins een serieuze ondertoon te hebben, maar bij The Beta Band blijft dit lastig te beoordelen. Wel schudden ze met hun debuut de Britse muziekscene wakker, door de nadruk te leggen op dat in een band spelen vooral leuk moet zijn.
Deze Schotten uit Edinburgh hebben lak aan alle muzikale regeltjes, en doen gewoon waar ze zin in hebben. Juist dit gebrek aan structuur werkt erg in hun voordeel. Zelfs hun serieuze collega’s uit deze periode bejubelen hun aanpak. De langdradigheid en het oeverloos ploeteren heeft zeker zijn charme, maar begint ook wel teveel in hun nadeel te werken. Met wat minder tijdsverspilling had de gimmick nog meer effect gehad.
The Beta Band - The Beta Band | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Bevis Frond - Focus on Nature (2024)

4,0
1
geplaatst: 24 maart 2024, 16:46 uur
Nick Saloman blijft een einzelgänger die zich gemakkelijk van de buitenwereld afsluit om in alle rust liedjes te schrijven. Maar als deze kenmerkende manier van componeren een noodzaak wordt, zorgt dat voor de nodige onrust in zijn hoofd. Normaal krijgen de The Bevis Frond nummers een herziening van zijn maatje Paul Simmons die er nog wat aan schaaft en schuurt. Een soort van vier ogen beleid, bij goedkeuring verlaten de songs de studio en belanden ze in de handen van de luisteraars.
Dit verhaal gaat echter niet op voor het tijdens de pandemie tot stand gekomen Little Eden. Het werkterrein beperkt zich tot de huiselijke sfeer waar de plaat tot stand komt. Het kleine paradijs in de boze tot stilstand gekomen dwaze wereld waar wij ons op dat moment in bevinden. Het leven neemt letterlijk in de I Can’t Breathe gitaarballad wendingen die niet te plannen zijn. Maybe We Got It Wrong en zien we het allemaal verkeerd en kijken we positiever tegen de toekomst aan.
Dus gelukkig hebben we deze ongemakkelijke periode reeds afgesloten en maakt Nick Saloman weer aangenaam gebruik van de mogelijkheden die een bredere bandsamenstelling hem biedt. Niet alleen gitaristen Paul Simmons en Bari Watts maar ook bassist Louis Wigett en drummer Dave Pearce zijn weer van de partij en dochterlief Debbie Saloman verzorgt de achtergrondzang. Een rijkelijk voorrecht dat je vooral in het speelplezier terug hoort. Nick Saloman is een gitaargenie dat het liefste zijn instrument solerend laat spreken.
Een muziekdeskundige die zich in het spel van grootheden als Carlos Santana, Neil Young, Greg Sage en J Mascis verdiept en deze huilerige, eigenzinnige smerige wijze van uitvoeren in zijn eigen spel verwerkt. Op Focus on Nature richt Nick Saloman zijn focus meer dan ooit op gitaargod Jimi Hendrix, en komt daar goed mee weg. Het gezelschap leeft zich heerlijk in de ruim acht minuten durende alternatieve Mr. Fred’s Disco progrocker uit, waardoorheen de psychedelische Pink Floyd adem en door Neil Young geïnspireerde gitaarlijnen voor een verfrissende wind zorgen.
De paardenbloem op de albumhoes symboliseert zijn staat van dienst, de weelderige bloeidagen zijn voorbij maar nog steeds levert hij aangename rocksongs af die zich als stofdeeltjes door de wind laten meevoeren, waaruit weer nieuwe songs ontplooien. De teksten staan zoals altijd bij de waanzin van de dag stil, The Bevis Frond klinkt jeugdiger dan ooit. En dat is bijzonder, zeker met een frontman die inmiddels zijn zeventigste levensjaar gepasseerd is.
Toch blijft Nick Saloman trouw aan de punkrockbasis en zijn de tracks inwisselbaar voor het vroeg jaren negentig tijdsbeeld op het indierock antwoord van het meer toegankelijke Jack Immortal. Net als in het pijnlijke stevige Hung on a Wire en de Hairstreaks sixties staat daarbij de sterfelijkheid centraal al legt die laatste juist het accent op het onvermijdelijke ouder worden. De prachtige Brocadine folk blijft tevens in dit decennium steken en benadrukt nogmaals de veelzijdigheid van The Bevis Frond.
Nick Saloman introduceert de plaat met een heerlijk schurend hardrock intro, waarna hij gelijk zijn ontevredenheid uitschreeuwt. Hij geeft de samenleving direct in Heat een kritische trap na en benadrukt als songsmid dat hij nog steeds dat anarchistische punkhart bezit. De aarde is een oververhitte planeet, niet alleen door de klimaatschommelingen maar vooral vanwege het wanbeleid waarbij het om geld en macht draait. De hulpeloze volgende generatie zit met deze puinhopen opgescheept, het verstopte rioolputje waar de drek als een parasietenvirus uit kruipt.
Hebben we dan niks geleerd? Blijkbaar niet. Het zwarte Happy Wings fastfood tijdsbeeld stelt de bio-industrie en massaproductie aan de kaak. Laaghangende Big Black Sky depressies vervuilen het luchtruim. Pandemie naweeën denderen nog in de emotionele gelatenheid van het uitgestorven Leb Off door. Een bijna intiem vader dochter momentje met de overige bandleden als toeschouwers.
Gelukkig is er ook nog ruimte voor zijn typerende sarcastische zelfspot. De luchtige relativerende Wrong Way Round powerpop geeft inzicht in het dwarse naïeve anders denken. The Hug vraagt om respect voor zijn baanbrekende werk als muzikant. In het mijmerende Vitruvian Man herplaatst hij zich in de perfecte Messias rol van rockidool, al blijft hij voor de omgeving die gevaarlijk uitziende buitenstaander waar in het verleden Nirvana (Smells Like Teen Spirit) en Radiohead (Creep) al over gezongen hebben.
De troosteloosheid van de piano voegt er de nodige neerslachtigheid aan toe. Ook Here for the Other One staat bij die outsider positie stil, het eeuwige voorprogramma waar een enkeling voor komt, al weten deze de naam van die band niet eens te noemen. Een pijnlijke constatering, die helaas vaak wel kloppend is.
We vervoeren ons als een razende grunge garage noise orkaan met reserve brandstof door de Empty tekortkomingen heen. Het Focus on Nature titelstuk benadrukt nogmaals dat we op aarde te gast zijn. We herbouwen ons isolement en bewonen onze veilige aurabubbel. Het pijnlijke Gods’ Gift bevestigt nogmaals dat we geen oog voor de omgeving hebben en slechts blinde zoekers in het paradijs zijn. Zelfs deze confronterende recht in je gezicht rocksong verandert daar niks aan.
In het psychedelische Mirror leeft bassist Louis Wigett zichzelf uit. Nick Saloman identificeert zich niet met de maatschappij, maar houdt deze slechts een spiegel voor. Focus on Nature benoemt de corona nasleep en het aardse verval maar staat tevens bij persoonlijke thema’s als de sterfelijkheid en uitgerangeerde rockartiesten sterrendom stil. Focus on Nature overtreft het meesterlijke Little Eden en geeft treffend aan dat Nick Saloman het beste in groepsverband functioneert.
The Bevis Frond - Focus on Nature | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Dit verhaal gaat echter niet op voor het tijdens de pandemie tot stand gekomen Little Eden. Het werkterrein beperkt zich tot de huiselijke sfeer waar de plaat tot stand komt. Het kleine paradijs in de boze tot stilstand gekomen dwaze wereld waar wij ons op dat moment in bevinden. Het leven neemt letterlijk in de I Can’t Breathe gitaarballad wendingen die niet te plannen zijn. Maybe We Got It Wrong en zien we het allemaal verkeerd en kijken we positiever tegen de toekomst aan.
Dus gelukkig hebben we deze ongemakkelijke periode reeds afgesloten en maakt Nick Saloman weer aangenaam gebruik van de mogelijkheden die een bredere bandsamenstelling hem biedt. Niet alleen gitaristen Paul Simmons en Bari Watts maar ook bassist Louis Wigett en drummer Dave Pearce zijn weer van de partij en dochterlief Debbie Saloman verzorgt de achtergrondzang. Een rijkelijk voorrecht dat je vooral in het speelplezier terug hoort. Nick Saloman is een gitaargenie dat het liefste zijn instrument solerend laat spreken.
Een muziekdeskundige die zich in het spel van grootheden als Carlos Santana, Neil Young, Greg Sage en J Mascis verdiept en deze huilerige, eigenzinnige smerige wijze van uitvoeren in zijn eigen spel verwerkt. Op Focus on Nature richt Nick Saloman zijn focus meer dan ooit op gitaargod Jimi Hendrix, en komt daar goed mee weg. Het gezelschap leeft zich heerlijk in de ruim acht minuten durende alternatieve Mr. Fred’s Disco progrocker uit, waardoorheen de psychedelische Pink Floyd adem en door Neil Young geïnspireerde gitaarlijnen voor een verfrissende wind zorgen.
De paardenbloem op de albumhoes symboliseert zijn staat van dienst, de weelderige bloeidagen zijn voorbij maar nog steeds levert hij aangename rocksongs af die zich als stofdeeltjes door de wind laten meevoeren, waaruit weer nieuwe songs ontplooien. De teksten staan zoals altijd bij de waanzin van de dag stil, The Bevis Frond klinkt jeugdiger dan ooit. En dat is bijzonder, zeker met een frontman die inmiddels zijn zeventigste levensjaar gepasseerd is.
Toch blijft Nick Saloman trouw aan de punkrockbasis en zijn de tracks inwisselbaar voor het vroeg jaren negentig tijdsbeeld op het indierock antwoord van het meer toegankelijke Jack Immortal. Net als in het pijnlijke stevige Hung on a Wire en de Hairstreaks sixties staat daarbij de sterfelijkheid centraal al legt die laatste juist het accent op het onvermijdelijke ouder worden. De prachtige Brocadine folk blijft tevens in dit decennium steken en benadrukt nogmaals de veelzijdigheid van The Bevis Frond.
Nick Saloman introduceert de plaat met een heerlijk schurend hardrock intro, waarna hij gelijk zijn ontevredenheid uitschreeuwt. Hij geeft de samenleving direct in Heat een kritische trap na en benadrukt als songsmid dat hij nog steeds dat anarchistische punkhart bezit. De aarde is een oververhitte planeet, niet alleen door de klimaatschommelingen maar vooral vanwege het wanbeleid waarbij het om geld en macht draait. De hulpeloze volgende generatie zit met deze puinhopen opgescheept, het verstopte rioolputje waar de drek als een parasietenvirus uit kruipt.
Hebben we dan niks geleerd? Blijkbaar niet. Het zwarte Happy Wings fastfood tijdsbeeld stelt de bio-industrie en massaproductie aan de kaak. Laaghangende Big Black Sky depressies vervuilen het luchtruim. Pandemie naweeën denderen nog in de emotionele gelatenheid van het uitgestorven Leb Off door. Een bijna intiem vader dochter momentje met de overige bandleden als toeschouwers.
Gelukkig is er ook nog ruimte voor zijn typerende sarcastische zelfspot. De luchtige relativerende Wrong Way Round powerpop geeft inzicht in het dwarse naïeve anders denken. The Hug vraagt om respect voor zijn baanbrekende werk als muzikant. In het mijmerende Vitruvian Man herplaatst hij zich in de perfecte Messias rol van rockidool, al blijft hij voor de omgeving die gevaarlijk uitziende buitenstaander waar in het verleden Nirvana (Smells Like Teen Spirit) en Radiohead (Creep) al over gezongen hebben.
De troosteloosheid van de piano voegt er de nodige neerslachtigheid aan toe. Ook Here for the Other One staat bij die outsider positie stil, het eeuwige voorprogramma waar een enkeling voor komt, al weten deze de naam van die band niet eens te noemen. Een pijnlijke constatering, die helaas vaak wel kloppend is.
We vervoeren ons als een razende grunge garage noise orkaan met reserve brandstof door de Empty tekortkomingen heen. Het Focus on Nature titelstuk benadrukt nogmaals dat we op aarde te gast zijn. We herbouwen ons isolement en bewonen onze veilige aurabubbel. Het pijnlijke Gods’ Gift bevestigt nogmaals dat we geen oog voor de omgeving hebben en slechts blinde zoekers in het paradijs zijn. Zelfs deze confronterende recht in je gezicht rocksong verandert daar niks aan.
In het psychedelische Mirror leeft bassist Louis Wigett zichzelf uit. Nick Saloman identificeert zich niet met de maatschappij, maar houdt deze slechts een spiegel voor. Focus on Nature benoemt de corona nasleep en het aardse verval maar staat tevens bij persoonlijke thema’s als de sterfelijkheid en uitgerangeerde rockartiesten sterrendom stil. Focus on Nature overtreft het meesterlijke Little Eden en geeft treffend aan dat Nick Saloman het beste in groepsverband functioneert.
The Bevis Frond - Focus on Nature | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Bevis Frond - Little Eden (2021)

4,0
1
geplaatst: 13 september 2021, 14:09 uur
Nick Saloman leeft van en voor de muziek. Hij is de eigenaar van de in Bexhill gelegen ouderwets stoffige tweedehands vinylzaak Platform One Records. Verder verzorgde hij wekelijks met Paul Simmons op het door studenten gerunde radio station WMBR het alternatieve rockprogramma The Scene. Hierbij staat hun voorliefde voor de periode van begin jaren zestig tot het einde van de jaren tachtig centraal. Tussendoor maakt het duo ook nog tijd vrij om muziek te maken. Het gitaar spelende tweetal vormt van oorsprong de kern van The Bevis Frond, die alweer hun zesentwintigste plaat aflevert. Met deze bagage en interesses is het niet vreemd dus dat er flink geshopt wordt in de popencyclopedie der eeuwigheid en dat ze het iconisch neergezette symfonische geluid van een grootheid als David Gilmour afgewisselen met de ruwe schetsen die aan de legendarische Wipers cultheld Greg Sage memoreren.
De band is ondertussen behoorlijk uitgedund, en mag gezien worden als het eenmansproject van Nick Saloman die buiten zijn geniale gitaarpartijen ook grotendeels verantwoordelijk is voor de bas, de drums en de keyboardpartijen. Little Eden volgt het verrassende sterke We’re Your Friends, Man op, en ook nu zitten ze op dit dubbelalbum rond de speelduur van een kleine anderhalf uur. Met het grijze langharige hippie uiterlijk lijkt Nick Saloman op de overzeese verre neef van Joseph Mascis, de frontman van Dinosaur Jr. En misschien is de muziek van het Britse The Bevis Frond nog het beste bij die Amerikaanse rockscene onder te brengen. Net wat minder gruizig en punk, maar wel met die heerlijke melodieuze gitaarlijnen. Ondanks dat beide bands geassocieerd worden met het grunge gebeuren, liggen hun roots al halverwege de jaren tachtig en behoren ze tot de oudere garde punkrockers.
Het in verval geraakte flatgebouw op de albumhoes wacht op een doorstart. Afbreken om vervolgens weer opnieuw op te bouwen. Een vette knipoog naar het afgesloten verleden. Het situeert de huidige stagnatie van Groot Brittannië door het beeld te schetsen van de leegstand van verlaten spooksteden. De kolossale stenen reuzen staan in verregaande staat van ontbinding te wachten op het vernietigende eindoordeel van de sloophamer. De rusteloosheid van een onzeker toekomstperspectief wordt ingehaald door vintage agressieve gitaarexplosies.
Nick Saloman is een oude ervaren man die zijn wijsheden projecteert in teksten die bol staan van hoop, liefde en vertrouwen. De urgentie om een nieuw geluid te creëren ontbreekt, dit laat de zestiger aan de nieuwe generatie anarchistische doemdenkers en bevlogen idealisten over. Grenzeloos denken en ongebonden zijn aan de tracklengte. Puntige punksongs maar ook pakkende popsongs. Korte stekende riffs langs de melodieuze hemelse mijlenlange gitaarlijnen van de beide albumafsluiters As I Lay Down to Die en Dreams of Flying. Little Eden is een prachtig voltooid verleden tijdsmonument, korrelig en puur.
The Bevis Frond - Little Eden | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De band is ondertussen behoorlijk uitgedund, en mag gezien worden als het eenmansproject van Nick Saloman die buiten zijn geniale gitaarpartijen ook grotendeels verantwoordelijk is voor de bas, de drums en de keyboardpartijen. Little Eden volgt het verrassende sterke We’re Your Friends, Man op, en ook nu zitten ze op dit dubbelalbum rond de speelduur van een kleine anderhalf uur. Met het grijze langharige hippie uiterlijk lijkt Nick Saloman op de overzeese verre neef van Joseph Mascis, de frontman van Dinosaur Jr. En misschien is de muziek van het Britse The Bevis Frond nog het beste bij die Amerikaanse rockscene onder te brengen. Net wat minder gruizig en punk, maar wel met die heerlijke melodieuze gitaarlijnen. Ondanks dat beide bands geassocieerd worden met het grunge gebeuren, liggen hun roots al halverwege de jaren tachtig en behoren ze tot de oudere garde punkrockers.
Het in verval geraakte flatgebouw op de albumhoes wacht op een doorstart. Afbreken om vervolgens weer opnieuw op te bouwen. Een vette knipoog naar het afgesloten verleden. Het situeert de huidige stagnatie van Groot Brittannië door het beeld te schetsen van de leegstand van verlaten spooksteden. De kolossale stenen reuzen staan in verregaande staat van ontbinding te wachten op het vernietigende eindoordeel van de sloophamer. De rusteloosheid van een onzeker toekomstperspectief wordt ingehaald door vintage agressieve gitaarexplosies.
Nick Saloman is een oude ervaren man die zijn wijsheden projecteert in teksten die bol staan van hoop, liefde en vertrouwen. De urgentie om een nieuw geluid te creëren ontbreekt, dit laat de zestiger aan de nieuwe generatie anarchistische doemdenkers en bevlogen idealisten over. Grenzeloos denken en ongebonden zijn aan de tracklengte. Puntige punksongs maar ook pakkende popsongs. Korte stekende riffs langs de melodieuze hemelse mijlenlange gitaarlijnen van de beide albumafsluiters As I Lay Down to Die en Dreams of Flying. Little Eden is een prachtig voltooid verleden tijdsmonument, korrelig en puur.
The Bevis Frond - Little Eden | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Bevis Frond - We're Your Friends, Man (2018)

4,0
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 22:33 uur
Soms heb je als band de pech dat je op het juiste moment op het verkeerde continent woont. Als heel de wereld de grunge en gitaarrock uit de Verenigde Staten massaal omarmt, pakt vrijwel niemand de Britse The Bevis Frond op. Terwijl je tijdens de hype begin jaren 90 al een aantal stevige rockplaten op je naam hebt staan. Zelfs als de grunge tot het uitstervend ras behoord, en de geschiedenisboeken ingaat als een gedateerde stroming, blijft frontman Nick Saloman stug door gaan met het schrijven van heerlijke popdeuntjes. We’re Your Friends, Man is een jubileum plaat geworden, het 25e studio album. Dat wordt grootst gevierd met maar liefst 20 tracks en een speelduur die dicht bij het anderhalf uur ligt. Eigenlijk komt die eer alleen Nick Saloman toe, hij is gedurende de jaren verantwoordelijk voor de teksten en tevens het muzikale gedeelte. Zelf speelt hij de basis in op gitaar, bas, drums en keyboard. Vervolgens komen de overige bandleden erbij ter ondersteuning in de studio, of als veredelde sessie muzikanten tijden het touren. Niet overbodig om te vermelden is het punt dat hij samen met oud bandlid Ade Shaw het label Woronzow Records, waar het merendeel van zijn werk vanaf de start in 1987 is verschenen heeft opgestart. Geheel toevallig ziet het laatste wapenfeit het licht bij Fire Records.
Saloman klinkt hier een stuk gevoeliger dan op het oudere werk, het heeft iets studentikoos en intellectueels. De rauwheid is vervangen door een intense gevoeligheid, en de zang klinkt ook een stuk Britser dan voorheen. Toch is het geen routineklus, daarvoor klinkt het te fris. Bij We’re Your Friends werd maar liefst 3 jaar! lang de oefenruimtes bestookt met ideeën en kant en klare tracks. Voorheen kwam er onderhand elk jaar wel wat nieuws uit, zelfs na de langere pauze tussen 2004 en 2011 werd deze lijn voortgezet. De verwachting is niet dat nu dan wel de grote doorbraak zal volgen, dan had het eerder al moeten lukken. Dit is een melodieuze popplaat geworden met overheersend de meer rustige Paisley Underground sound uit de jaren 80 als basis. Minder psychedelica, maar wel ruimte voor stevige in the sixties georiënteerd gesoleer op de gitaar. Verder sluit het aan bij de rockmuziek die men na de doorbraak van de grootheden uit de jaren 90 een plek in de popgeschiedenis gaf. Wat vooral aanspreekt is de combinatie van licht sentimentele zang, ondersteund door de hard opgenomen geluidsgolven uit de versterker van het ruige gitaarspel.
Introductie Enjoy heeft het jonge honden rockgevoel, terwijl titelsong We’re Your Friends, Man zeer psychedelisch klinkt. Pheromones gaat weer los als een punksong. De eerste echte solo uitbarsting hoor je bij Lead On. En zijn Little Orchestras, samen met Mad Love de sentimentele tearjerkers van de plaat. Venom Drain haakt in op de unplugged rage uit de jaren 90. Bij I Was A Bird heeft de drum een net zo grote rol als het verder dominerend prachtige gitaarwerk. De smerigste track When You Cast Me Out heeft wat weg van de grootse Arenarock opkomende in de jaren zeventig. And Relax start met een Oosters psychedelisch intro om zich vervolgens van de meest duistere kant te laten zien. Gun de plaat dan ook in deze snelle zappende tijd een volledige luisterbeurt, het beste staat dus wel degelijk ergens tegen het einde. Geweldig hoe twee gitaren hier de strijd met elkaar aan gaan. De ene puur en begeleidend, de andere de hoogte in verdwijnend. The Bevis Frond mag weer een mooi resultaat in hun omvangrijke oeuvre bijschrijven.
The Bevis Frond - We're Your Friends, Man | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Saloman klinkt hier een stuk gevoeliger dan op het oudere werk, het heeft iets studentikoos en intellectueels. De rauwheid is vervangen door een intense gevoeligheid, en de zang klinkt ook een stuk Britser dan voorheen. Toch is het geen routineklus, daarvoor klinkt het te fris. Bij We’re Your Friends werd maar liefst 3 jaar! lang de oefenruimtes bestookt met ideeën en kant en klare tracks. Voorheen kwam er onderhand elk jaar wel wat nieuws uit, zelfs na de langere pauze tussen 2004 en 2011 werd deze lijn voortgezet. De verwachting is niet dat nu dan wel de grote doorbraak zal volgen, dan had het eerder al moeten lukken. Dit is een melodieuze popplaat geworden met overheersend de meer rustige Paisley Underground sound uit de jaren 80 als basis. Minder psychedelica, maar wel ruimte voor stevige in the sixties georiënteerd gesoleer op de gitaar. Verder sluit het aan bij de rockmuziek die men na de doorbraak van de grootheden uit de jaren 90 een plek in de popgeschiedenis gaf. Wat vooral aanspreekt is de combinatie van licht sentimentele zang, ondersteund door de hard opgenomen geluidsgolven uit de versterker van het ruige gitaarspel.
Introductie Enjoy heeft het jonge honden rockgevoel, terwijl titelsong We’re Your Friends, Man zeer psychedelisch klinkt. Pheromones gaat weer los als een punksong. De eerste echte solo uitbarsting hoor je bij Lead On. En zijn Little Orchestras, samen met Mad Love de sentimentele tearjerkers van de plaat. Venom Drain haakt in op de unplugged rage uit de jaren 90. Bij I Was A Bird heeft de drum een net zo grote rol als het verder dominerend prachtige gitaarwerk. De smerigste track When You Cast Me Out heeft wat weg van de grootse Arenarock opkomende in de jaren zeventig. And Relax start met een Oosters psychedelisch intro om zich vervolgens van de meest duistere kant te laten zien. Gun de plaat dan ook in deze snelle zappende tijd een volledige luisterbeurt, het beste staat dus wel degelijk ergens tegen het einde. Geweldig hoe twee gitaren hier de strijd met elkaar aan gaan. De ene puur en begeleidend, de andere de hoogte in verdwijnend. The Bevis Frond mag weer een mooi resultaat in hun omvangrijke oeuvre bijschrijven.
The Bevis Frond - We're Your Friends, Man | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Birthday Party - Junkyard (1982)

4,0
0
geplaatst: 15 mei 2010, 21:50 uur
Nooit eerder geweten dat Junkyard autokerkhof betekende.
Altijd gedacht dat dit een begraafplaats voor verslaafden was.
Gestorven aan een overdosis.
Op zich niet zo’n vreemde gedachten.
The Birthday Party balanceerden dan ook op de rand van de dood.
In een paar jaar tijd waren de leden lichamelijk geruïneerd.
Jonge wrakken; getekend door hun heftige levenswijze.
Totale wanorde.
De ondergang in het vizier.
Russisch roulette.
Wie zou de trekker over halen.
Het eerste bezwijken aan de drugs.
Stadscowboy Tracy Pew zou zeer spoedig voor een laatste keer een lasso om zijn arm werpen.
Een dodelijke epileptische aanval tot gevolg.
Eenzame weg naar de eeuwige jachtvelden.
Ondanks die totale ondergang.
Leverde het muzikaal prachtige producten op.
Het nummer Junkyard is nog steeds een hoogtepunt in het repertoire van De Grottenman.
Kenmerkend is de stem van Nick Cave.
Met zijn zwakke lichamelijke gesteldheid een zeer groot bereik.
De dood en het verderf niet alleen overheersend in de teksten.
Uitgebluste ogen die staarden zonder uitdrukking.
Zegt meer dan genoeg.
Gelijk met The Cramps in opkomst.
Ondanks dat die hun roots in de Rockabilly hebben.
Voor mij komen ze uit hetzelfde vieze steegje.
Scoren bij de dealer, en in een trip een straathoertje oppikken.
Het roept vergelijkingen op met het smerige Garage sound van The Stooges.
Zo ook het destructief gedrag van de frontman.
Iggy Pop was ook geen lieverdje.
Beide familie van de katachtigen.
Vanwege de negen levens.
The Boatman’s Call en No More Shall we Part zijn ook werkstukken met Nick Cave.
Onbegrijpelijk.
Contrast kan niet groter worden.
Altijd gedacht dat dit een begraafplaats voor verslaafden was.
Gestorven aan een overdosis.
Op zich niet zo’n vreemde gedachten.
The Birthday Party balanceerden dan ook op de rand van de dood.
In een paar jaar tijd waren de leden lichamelijk geruïneerd.
Jonge wrakken; getekend door hun heftige levenswijze.
Totale wanorde.
De ondergang in het vizier.
Russisch roulette.
Wie zou de trekker over halen.
Het eerste bezwijken aan de drugs.
Stadscowboy Tracy Pew zou zeer spoedig voor een laatste keer een lasso om zijn arm werpen.
Een dodelijke epileptische aanval tot gevolg.
Eenzame weg naar de eeuwige jachtvelden.
Ondanks die totale ondergang.
Leverde het muzikaal prachtige producten op.
Het nummer Junkyard is nog steeds een hoogtepunt in het repertoire van De Grottenman.
Kenmerkend is de stem van Nick Cave.
Met zijn zwakke lichamelijke gesteldheid een zeer groot bereik.
De dood en het verderf niet alleen overheersend in de teksten.
Uitgebluste ogen die staarden zonder uitdrukking.
Zegt meer dan genoeg.
Gelijk met The Cramps in opkomst.
Ondanks dat die hun roots in de Rockabilly hebben.
Voor mij komen ze uit hetzelfde vieze steegje.
Scoren bij de dealer, en in een trip een straathoertje oppikken.
Het roept vergelijkingen op met het smerige Garage sound van The Stooges.
Zo ook het destructief gedrag van de frontman.
Iggy Pop was ook geen lieverdje.
Beide familie van de katachtigen.
Vanwege de negen levens.
The Boatman’s Call en No More Shall we Part zijn ook werkstukken met Nick Cave.
Onbegrijpelijk.
Contrast kan niet groter worden.
The Black Crowes - $hake Your Money Maker (1990)
Alternatieve titel: Shake Your Money Maker

3,5
0
geplaatst: 22 mei 2015, 16:05 uur
Je gooit Exile on Main St. en Let It Bleed van The Rolling Stones samen met Fire and Water van Free in de blender; voeg daarbij nog wat vleugjes Jimmy Page riedeltjes toe, en je hebt een nieuw product; genaamd The Black Crowes.
Zelfs op de albumhoes zien de leden er uit als The Stones in hun drugsrijke periode; alleen gitarist Rich Robinson niet; die is een exacte kopie van Paul Kossoff van Free.
Jealous Again heeft precies dezelfde piano als Honky Tonk Women.
Maar is dit erg?
Nee, ik stoor mij hier niet zo aan.
Het scoorde prima, en bij de opvolger zou wel wat meer van de eigen sound hoorbaar zijn.
Verder is het allemaal prima gespeeld, en kwalitatief gezien dik in orde.
Alleen de originaliteit is ver te zoeken.
Zelfs op de albumhoes zien de leden er uit als The Stones in hun drugsrijke periode; alleen gitarist Rich Robinson niet; die is een exacte kopie van Paul Kossoff van Free.
Jealous Again heeft precies dezelfde piano als Honky Tonk Women.
Maar is dit erg?
Nee, ik stoor mij hier niet zo aan.
Het scoorde prima, en bij de opvolger zou wel wat meer van de eigen sound hoorbaar zijn.
Verder is het allemaal prima gespeeld, en kwalitatief gezien dik in orde.
Alleen de originaliteit is ver te zoeken.
