MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Veils - Total Depravity (2016)

poster
4,0
Non-Stop Erotic Cabaret.
Total Depravity is sensueel, vergelijkbaar met het laatste album van Arctic Monkeys.
Muziek voor in een luxe nachtclub, met veel rood fluweel en belachelijke dure drankjes.
De electronica geeft een mooie aanvulling aan het nieuwe album van The Veils.
Wat lijkt het mij een genot om ze weer eens live te aanschouwen, waar een heupwiegende Sophia Burn het liefdesspel aan gaat met haar basgitaar, gekleed in de een of andere bloemetjesjurk.

The Velvet Underground - The Velvet Underground & Nico (1967)

poster
4,0
Terwijl Andy Warhol gezellig met God aan het bellen was, en iedereen zijn vijftien minuten vol roem beloofde, leek Velvet Underground in eerste instantie aan gebrek daarvan ten onder te gaan.
Terwijl tijdsgenoten als The Doors wel succes boekte met shockerende teksten.

Sunday Morning opent dan ook als een soort van slaapliedje.
Dromerig ergens eind van de ochtend ontwaken, of juist dan pas gaan slapen.

De toon van I’m Waiting For My Man is anders.
Een nerveuze Lou Reed die wacht op drugs.
Koortsig gezongen alsof de Cold Turkey al bijna zijn leven binnen stapt.

Femme Fatale, Nico laat voor het eerst van zich horen.
Een model met hier nog weinig zangkwaliteiten.
Ze is wel een soort van sleutelfiguur.
Mascotte van de band.
Geleverd door Warhol.
Doet de titel van dit nummer eer aan.
Niet alleen veroorzaakt ze wrijvingen tussen Cale en Reed.
Ze is ook in de kringen rond Brian Jones, Bob Dylan en Jim Morrisson bekend.

Het hoogtepunt Venus In Furs is niet alleen goed vanwege de mooie tekst met een SM tintje.
Het is tevens een psychedelische trip.
Maar het grootste belang is de toevoeging van viool.
Zonder Venus In Furs zou dEUS en het latere werk van Nick Cave totaal anders hebben geklonken.
John Cale schaamde zich als rockster niet voor zijn klassieke achtergrond.
Hij maakt er zelfs zinvol gebruik van.

Run, Run, Run heeft zijn roots in de Rock ’n Roll.
Helaas staat het gitaarwerk teveel op de achtergrond.
Chaotisch gespeeld, al raakt Reed nergens het overzicht kwijt.
Sonic Youth zou er hun handelsmerk van maken.

Bij All Tomorrow’s Parties lijkt het er op dat de rust is wedergekeerd.
Wie goed luistert hoort duidelijk het rommelige gitaarwerk er doorheen.
Maar ook hier lijkt het alsof het allemaal doordacht is.
Nico komt hier beter uit de verf dan bij Femme Fatale.
Trouwens nog geweldig gecoverd door Japan en Nick Cave.

De opbouw van Heroin doet denken aan de langere nummers bij The Doors (Light My Fire, The End, When The Music’s Over).
Drums als pulserende aders.
De hartslag verhogend nadat het goedje wordt in gespoten.
Lou Reed die langzaam weg zweeft op een vliegend tapijt dat in beweging wordt gezet door de klanken van de viool.

There She Goes Again heeft de toegankelijkheid van R.E.M.
Lou zijn manier van zingen is een vreemde combinatie tussen Van Morrisson, Bob Dylan en Mick Jagger.

I’ll Be Your Mirror is wat vlakker, al is de muzikale omlijsting weer prachtig.
Ik ben gewoon geen grote liefhebber van Nico.
Sterker nog, als ze muzikaal afwezig was geweest, en alleen als muze in de studio had gezeten, was dit album waarschijnlijk niet zwakker geworden.

De jachtigheid van The Black Angel’s Death Song roept vergelijkingen op met Unknown Pleasures van Joy Division.
Met in de hoofdrol het samenspel tussen Reed en Cale.

De afsluiter European Son begint vrij onschuldig, maar ook hier komt opeens een bak herrie over je heen.
Dan weer eventjes de rem er op, vervolgens weer totaal los gaan.

Kortom, een sterk album.
Al blijf ik de zang over het algemeen het minpunt vinden.

The Velvet Underground - White Light / White Heat (1968)

poster
4,0
White Light / White Heat is de banaan die te lang op de fruitmand heeft gelegen; rottend en stinkend; ongedierte aantrekkend.
Een smerige, slijmerige suspensie, die als sappig sperma een weg naar buiten vind vanuit het vrouwelijk geslacht.
De bezongen drugs van het debuut hebben hier hun sporen achter gelaten.
Ik denk dat David Bowie na het horen van het titelnummer White Light / White Heat graag met Lou Reed wil werken.
Vergeet het rommelige einde, maar concentreer je vooral op het begin; die piano en de manier van zang is kenmerkend voor zijn latere werk.
Ikzelf vind het verhalende dat volgt in The Gift een stuk sterker; zou echter de muzikale begeleiding weg gelaten worden, dan blijft er weinig over; de combinatie geeft het een hypnotiserend effect, en veel kracht.
Lady Godiva’s Operation is voornamelijk door de zang verworden tot een gigantische puinhoop; zou het de opzet zijn geweest om alle schoonheid van dit nummer te vernietigen?
Here She Comes Now heeft nog het meeste weg van een echt lied, maar de slepende zang verraad de drugs die het bijna om zeep brengen.
Bij I Heard Her Call My Name werkt het weer wel goed, en laat weer het typerende gitaargeluid horen wat toch wel tot het hoogtepunt van het album hoort, ook hier zijn latere Bowie invloeden hoorbaar in de voordracht.
Sister Ray kende ik van Joy Division, maar hun live versie staat ver in de schaduw van het origineel. Door het gebruik van het orgeltje moet ik ook hier aan The Doors denken; Light My Fire en The End.
Toch zou het album sterker zijn geweest als ze een van de lange stukken (The Gift of Sister Ray) hadden weg gelaten.
Bij een band als The Doors werkt het perfect; die hadden bij hun eerste twee albums een lange afsluiter, The Velvet Underground had daar ook voor kunnen kiezen, neemt niet weg dat het gewoon sterke stukken zijn.
Het andere gemis vind ik de bijdrage van John Cale; bij het debuut wist hij er duidelijk met zijn viool er een stempel op te drukken; hier is hij bijna onzichtbaar.
Dat Nico niet aanwezig is heb ik geen probleem mee; voor mij was ze op het debuut al de zwakste schakel.

The Verve - Urban Hymns (1997)

poster
4,0
'Cause it's a bittersweet symphony this life.
Trying to make ends meet, you're a slave to the money then you die.
Profetische woorden.
Richard Ashcroft in de waarzeggerrol.
Vervelende rechtszaak tot gevolg.
Vanwege een sampler die gebruikt werd.
Ironisch genoeg was ook dat weer een bewerking.
The Last Time van Rolling Stones.
Goedkeuring van Jagger en Richards.
Zakenman Allen Klein die moeilijk deed.

Bitter Sweet Symphony.
Geweldige clip.
Die ene glimp van dat meisje.
Gehaakt blauw vestje met zwart jurkje.
Heerlijke arrogante uitstraling.
Mijn voorliefde voor foute vrouwen.
Altijd aanwezig in het onderbewuste.
Dat Richard Ashcroft gewoon blijft door lopen.
Onmogelijk.
Als man zijnde moet je dan toch wel omkijken.
Juist op dat moment zit er een stilte in het nummer.
Zodat wel de mogelijkheid bestaat om eventjes te slikken.

The Drugs Don’t Work.
Verdoofd door een ongepland afscheid.
Einde van een relatie.
Troost en vergeten.
Terug grijpen naar genotsmiddelen.
Tot de conclusie komen dat gevoelens niet vervagen.
Liefde is de sterkste verslaving.
Ongewild moeten afkicken.
Cold Turkey met een gebroken hart.
Zwaktes openbaar stellen.
Delen met de buitenwereld.

The Verve hoort thuis tussen de volgende Britse bands.
The Smiths, Stone Roses, Blur, Oasis en Suede.
Ten ondergaand aan conflicten.
Twee te grote ego’s.
Zanger en gitarist.
Beide met overcapaciteit.
Waardoor samenwerking stagneert.
Verstandhoudingen die zakelijk gezien onhaalbaar blijken.
Typerend geheel.

The Vices - Before It Might Be Gone (2025)

poster
4,0
Succes is een relatief begrip en dat kan je het beste volledig uitbuiten. The Vices werkt er vanaf hun debuut Looking for Faces hard aan om hun underground status te ontvluchten. Gelukkig blijft de zelf reflecterende Floris van Luijtelaar met beide benen goed geaard op de grond staan; daar gaat het bij de Nederlandse artiesten vaak fout. Door een arrogante attitude tegenover het publiek laat het publiek een band dan hard vallen. De nuchtere Groningers beseffen dat ze van het publiek afhankelijk zijn. Door die open houding neemt niemand het hen kwalijk dat ze rond de releasedatum naar de Verenigde Staten vertrekken. Of zoals ze het zelf treffend in Gold verwoorden, als het op papier klopt, dan kan je voor het meest haalbare gaan. Voordat je het weet staat er weer een andere hype klaar waar de ogen op gericht zijn; alleen door hard te werken houd je dat constante niveau vast.

Het gaat goed met de indierockers. De interesse vanuit het buitenland is na het verschijnen van hun tweede album Unknown Affairs alleen maar toegenomen. Ze flikken het voor de derde keer, The Vices is een band waar we behoorlijk trots op mogen zijn. Nederlanders hebben over het algemeen een aversie tegen roem, dus laat ik het afzeiken maar eens zijn. Ja, die gunfactor is van groot belang, en het is mooi dat we over de grenzen meetellen. Geen wijzend prekend vingertje meer, zullen we dat afspreken? The Vices haalt het beste uit de gouden indiepop jaren naar boven en met Charlie Andrew van Alt-J als producer kan er weinig mis gaan. Dus alles loopt op rolletjes? Nou, dat is ook weer niet het geval. Unknown Affairs komt door een strak concept tot stand, doordacht en uitgewerkt. Hierdoor verdwijnt de spontaniteit wat naar de achtergrond en het is vooral de opzet om nu weer wat losser te spelen.

Dat ze stevig kunnen rocken weet men ondertussen wel, de winst zit ’em in het minder doordachte. En toch voegen ze weer genoeg nieuwe verbredende dimensies aan hun geluid toe. Het bewijs leveren ze direct al bij opener en titelstuk Before It Might Be Gone. Na het dromerige hallucinerende intro schakelen ze met gemak naar het bekende The Vices geluid over, blijft Jonathan Kruizenga lekker psychedelisch soleren en zorgt Simon Bleeker met zijn stuwende bas voor een onderhuids funkavontuur. Verwacht ook zeker niet dat Mathijs Louwsma zijn complexe drumpartijen afzweert, die eigenzinnige drive staat nog steeds op de voorgrond.

Dromerig, ja je leest het goed. Vooral in deze tijd is het fijn om te blijven dromen en om die dromen te verwezenlijken. Het funkende The Vices durft zwoel funky te zijn. Wat is Gold toch weer een heerlijke gejaagde postpunk track? De sexy koortjes die ook in de laidback sound van How Does It Feel zo domineren maken het verschil. Noem het gerust slaapkamerrock en dat mogen ze best als een groot compliment oppakken. De liefde doet het altijd goed en The Vices is zo’n typische band die alles in het werk stelt om ook de vrouwelijke luisteraar tevreden te stellen. Lovers Eyes werkt niet naar een hoogtepunt toe, maar blijft lief teder en beminnend.

Mannen houden in het algemeen van het hardere stevige werk en ook die komen zeker niks tekort. Wrong Ones is een stuiterende adrenalinekick en ook Shaking Shoulder tast het maximale vermogen van de versterkers af. Het How Does It Feel falen in de liefde is vergelijkbaar met het falen in de muziek. Het is een kwestie van compromissen afsluiten, elkaar in de waarde te laten. Daarom klinken de The Vices platen ook zo gevarieerd. Zonder wederzijds respect geen groei, zonder een veelzijdige inbreng geen eigen identiteit. Maar eerst Amerika volledig plat spelen, daar ligt nu de eerste prioriteit.

The Vices - Before It Might Be Gone | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

The Vices - Looking for Faces (2021)

poster
4,0
Is het brutaal om je gelijk al met de debuutalbum op de internationale markt te richten? Wel nee! Die jongens van The Vices hebben het gewoon prima begrepen. De radio ervaring die ze de afgelopen twee jaar opgedaan hebben is natuurlijk een mooie leerervaring, maar tegenwoordig speelt dat medium nog amper een rol om je in de kijker te spelen. Presenteer jezelf niet als dat schattige bandje uit Groningen, maar juist als een nieuwe indie sensatie. Denk groot en zet ook grote lijnen uit. Investeer in clips en aankleding. De laatste vijftien jaar bouw je door sociale media en streamingssites een gigantisch bereik op waarbij de landsgrens allang niet meer meetelt. Het ziet er naar uit dat boegbeeld Floris van Luijtelaar het allemaal verrekte goed door heeft.

Kom ook niet aanzetten met het begrip on-Nederlands goed! Want dat is al jaren lang niet meer hip en cool, zelfs de nieuwste hype klinkt al zo gedateerd. Hier geen excuses dat er vanwege de pandemie niet aan songs gesleuteld kan worden. Juist die tijd volledig benutten. En die naam The Vices? Ja, die blijft wel hangen. Eenvoudig en pakkend. Maar waarom klinkt het dan zo Brits? Omdat het daar nog steeds the place to be is, en dat ze dat daar al de afgelopen zestig jaar bewezen hebben. De invloeden beperken zich dus niet tot een bepaalde periode, maar zijn in dat opzicht stukken breder te plaatsen.

Geen gezeur, jezelf netjes introduceren met de EP’s Life Grows en het daarop aansluitende Good Morning City, Now Let Me Sleep… Een bezwerende Tarantino From Dusk Till Dawn verleidingsdans, welke keihard ontaard in een potige knaller en ook op het debuut Looking for Faces terug te vinden is. Net als de hitgevoelige single Boy, die met het reggae ritme en het flashback 2 Tone ska orgeltje er een aangename retro begin jaren tachtig flow aan toevoegt. Van datzelfde kaliber is het vergelijkbare The Neighbour Is a Bitch, al heeft die juist die twist in dat duistere randje.

Het moet zo bevrijdend werken om die speels bijtende jonge honden mentaliteit om te zetten in het lichtelijke nonchalante titelstuk Looking for Faces. Heerlijke Ibiza nineties Britpop. Volgevreten op vakantie de raves en house party’s wegspoelen volgens het all inclusive principe. Jezelf volgieten met champagne en totaal lam weer naar huis terugkeren. De zoete nasmaak van de Second Summer Of Love. Fel freakend gitaarspel met hard binnenkomende drums en daaroverheen die alles weg dreunende bas van Simon Bleeker. Het is juist zo charmant dat het slagwerk van Mathijs Louwsma nog wat blikkerig klinkt, en niet perfect afgemixt is.

Just Like with Lou is met zijn zolderkamer lo-fi zo klein mogelijk gehouden, terwijl er bij het daarop aansluitende Trouble uitbundig trippend geëxperimenteerd wordt en er de nodige lange seventies rocksolo’s van Jonathan Kruizenga voorbij komen. Dus niet zomaar een simpel gitaarbandje, die maar wat heen klooit. De Elliot Smith cover Between the Bars is eigenlijk met de treurende strijkers wel een mooi waardig eerbetoon, maar mist door het snelle tempo wel die emotie die er gevraagd wordt. Ze stoppen er in ieder geval wel wat eigens in, dus dat is ze vergeven.

Dromerige jammerende gitaarakkoorden maken van Before Your Birth een filmische track, waar zelfs nog ruimte is voor dub en voort marcherende rebels postpunk getrommel. In and Out bevind zich in het late uitgaanscircuit met dansbare nachtelijke beats en een flinke dosis aan egocentrische silent disco klanken. De Generatie Zero waarbij het individualisme een steeds grotere rol speelt. Het is zowat een standaard gegeven dat je moet afsluiten met een dromerige ballad, al springt All That I Know ook nog eventjes eigenwijs de Twin Peaks kant op. Ik wordt zo blij van dit soort energieke feel good platen. Het kan dus nog gewoon; zelfs nu!

The Vices - Looking for Faces | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

The Vices - Unknown Affairs (2023)

poster
4,5
We hebben het min of meer al voorspeld, The Vices richten zich vanaf het eerste wapenfeit Looking for Faces al op die internationale markt. En het is aan de Groningers om dit waar te maken. Betreden ze met Unknown Affairs onbekend terrein? Vast niet! De wereld ligt binnen handbereik en ze grijpen alle kansen aan om zich live te presenteren. En zo werkt het in de praktijk ook. Elke kleine strategisch liggende zaal is te veroveren. Elk optreden is een winst winnende ervaring rijker. Je kan ook lui onderuitgezakt thuis achter de laptop het gebeuren van een afstand bekijken, en hopen dat de streamingsites de plaat oppakken, dat kan ook. Werkt dat? Nee, natuurlijk niet. Waarom zijn The Vices in staat om twee jaar later de verwachte beloftes in te lossen? Omdat ze op elkaar ingespeeld zijn, en alle kansen benutten om ook in het buitenland op te treden, zo werk je aan die naamsbekendheid.

Hard werken dus, ik kan het niet vaker benoemen. De overheersende Britse impact is ongetwijfeld nog steeds aanwezig, maar op Unknown Affairs hoor je nu voornamelijk het The Vices geluid terug. Een jonge band die een forse groei doormaakt, een ware aardbeving veroorzaakt, al blijft dat zinsdeel gevoelig, maar zo voelt het wel. De hondsdolle jonge puppy’s mentaliteit is nog steeds gretig hongerig en dorstig. Deze tweede plaat wekt nog steeds dat gevoel van een veelbelovend debuut op, en misschien moet je op die manier de markt wel warm houden en de aandacht blijven trekken. Telkens weer vanuit die onbezorgde frisheid te werk gaan.

De muzikale voorkeuren van de bandleden zijn zo divers, en ze vinden het heerlijk om elkaar hiermee op te naaien. Zo is drummer Mathijs Louwsma een groot Toto liefhebber, en maakt de rest van The Vices hem daarom een beetje belachelijk. Och, je kan zeggen wat je wil, maar Jeff Porcaro behoorde wel tot de wereldtop, sterker nog, was misschien wel de meest steady drummer van zijn tijd. Bassist Simon Bleeker loopt met Red Hot Chili Peppers weg, ook begrijpelijk met zo’n gewelddadige geweldige snarenplukker als Flea. Over Cage the Elephant, Mac Miller en The Strokes (luister maar goed naar At Least That’s What They’re Saying) zijn ze het unaniem eens, allemaal voortreffelijke muzikanten. Maar hoor je die invloeden allemaal overduidelijk op Unknown Affairs terug? Zeker niet alles, het is een overvolle koffer gevuld met uitpuilende muziekbagage. Het is de kunst om deze zorgvuldig te ordenen, en dat lukt dit viertal wel.

Het muzikantenbestaan is investeren maar ook fouten maken. De ontspannen praat zingende Floris van Luijtelaar heeft het allemaal goed door. Om dromen waar te maken moet je eerst de roze wolken doorprikken. At Least That’s What They’re Saying, de liefde voor de muziek gaat niet over rozen, maar heeft ook zijn stekende kanten. Strange Again, al het vertrouwde is nieuw en knalt er heerlijk in. Laat je niet verleiden door verkooppraatjes van grote kapitalistische platenmaatschappijen, maar stippel effectief je eigen wegen uit. Het is een mijnenveld gevuld met onzichtbare boobytraps, lastig te ontwijken, gevaarlijk en doeltreffend. Thousand Faces is een excuusbrief naar de trouwe fans. Het muzikantenleven is zo vluchtig en gehaast, dat gezichten niet altijd bijblijven en dit heeft feitelijk niks met arrogantie te maken.

Het dromerige zelfverzekerde nachtclubrode Never Had to Know duikt de onzekere donkere diepte in. De angst voor het definitieve vaarwel, kwetsbaar en ontroerend. Nog steeds offert Floris van Luijtelaar zijn hese emotionele schreeuw op, prachtig. het orkestrale Disney getinte Fooled Away strijkerstreurnis dweept met overgevoeligheid allergieën, en is bijna over de top. Is dit erg? Zeker niet, het misstaat absoluut niet op Unknown Affairs, maar is voor mij het zwakke broertje tussen de sterkere zustertracks. De Tomorrow I’ll Be pianosong is gemeend somber, en raakt dus wel. Kansen zijn niet meer terug te draaien, kansen zijn er dagelijks weer, maar kansen worden ook dagelijks vooruit geschoven. Tja, dat is helaas wel waar.

Het zonovergoten Better Days is een voorbode voor een festivalrijke zomer. De ontlading na een slopende vermoeiende periode. In welk opzicht? Vul zelf maar in. Het croonende Lay Down Stay Down swingt letterlijk met zijn blikken percussie de pan uit. Een vleugje gepeperde ska gekte? Prima, start het I Had a Name ego maar op. Fata Morgananisch gezichtsbedrog, leg maar een filtertje over For My Mind heen. Iedereen houdt elkaar voor de gek, waarom hier niet geamuseerd op inhaken. Ondanks de bevredigende hypnotiserende werking stelen de gloedwarme kapot gespeelde gitaarpartijen van Jonathan ‘Jones’ Kruizenga hier toch wel de show. Had ik al aangegeven dat er in het The Vice gezelschap meesterlijke muzikanten schuilgaan. Sorry, bij deze trek ik dat eventjes recht. Wat een geweldige wegblazende solo!

Memoreert op Looking for Faces de griezelige bezwerende From Dusk Till Dawn Good Morning City, Now Let Me Sleep… paringsdans nog naar het nouvelle violence Tarantino werk, hier is die (film)rol voor de surfrockende The Spell That Made a Dolphin eindsong weggelegd. En dat zijn er onbewust alweer veertig minuten aan muziekvermaak verstreken, en betrap ik mijzelf erop dat ik vervolgens weer netjes vooraan met het punkende Strange Again begin. Lastige tweede? Kom op zeg! Dat noemen we in de volksmond gebrek aan zelfvertrouwen. Heeft The Vices daar last van? Verwacht je nu echt een zinnig antwoord?! Topplaat!

The Vices - Unknown Affairs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

The Vision of Johanna - Timerebel (2023)

poster
3,5
Hoe treffend kan je jezelf introduceren. Bij de eerste tonen van All The World Is Green maak ik kennis met de diepbruine rockende soulblues stem van Hanneke van Andel. Deze Brabantse toetsenist komt uit een muzikaal nest voort. Trots volgt ze op jeugdige leeftijd al haar vader Hans, die als zanger en gitarist al de nodige podiumervaring opbouwd. Ook haar bassende broer Tim is als muzikant actief. Het Bergen Op Zoomse The Vision of Johanna is dus haar kindje, waarmee ze samen met bassist Arjan van Diepingen in 2006 al de eerste stappen zet. In 2011 verschijnt het meer piano gerichte soulfunk Mindrunning debuut waar Hanneke met regelmaat vocaal de hoogte in gaat. Na de nodige stoelendans bezetting wisselingen is Pascal Vermeulen vanaf 2015 de drummende zekerheid waarmee ze de Little Sister EP opnemen. Hier ligt het accent veel sterker op een algemeen popliedjes resultaat. De jaren tachtig new wave is niet ver weg, al blijven ze die soulbinding houden. Ook in de privésfeer is er aardig wat veranderd. Hanneke van Andel en Arjan van Diepingen gaan ondertussen als getrouwd stel door het leven.

Daarna volgt er een hiaat. Het echtpaar sticht een gezinnetje en de prioriteiten komen op andere vlakken te liggen. Je hebt een leven voor het ouderschap, en een totaal andere invulling als de kinderen komen, niet met elkaar te vergelijken. Toch blijft het muzikantenbestaan trekken. Gitarist Pieter De Jongh voltooit het gezelschap en in die hoedanigheid wordt er aan Timerebel gewerkt. De inspiratie haalt Hanneke uit het De Goede Voorouder boek van Roman Krznaric waar essentiële levensvragen centraal staan. Hoe houden we de aarde leefbaar en wat schenken we ons nageslacht. De erfenis van het zorgelijke moederlijke, wat de kijk op het leven verandert. Het is allemaal niet zo zweverig spiritueel, juist het rationele lange termijn denken staat hierbij centraal. Om dromen te verwezenlijken sluit Hanneke van Andel haar ogen en stelt ze zich een betere natuurlijke zuurstofrijke wereld voor. All the World Is Green, de aftrap van de Timerebel EP.

Hanneke van Andel klinkt warmer, gerijpt, volwassener, kritischer. Bewuster van haar persoonlijke huiselijke liefde, bewuster van de wereld om haar heen, het milieu, het nalatenschap. The Vision Of Johanna draagt een visie uit, muziek maken is een noodzaak, een essentiële levensbehoefte. Natuurlijk speelt het mee dat ze anders in het leven staat, de levenservaringen maken haar ouder, wijzer en verbreden de blik van de zangeres. De fase van catchy popliedjes ligt ondertussen ver achter haar, al linkt ze er in het refrein wel naar terug. Pieter De Jongh wacht geduldig zijn moment af, halverwege All the World Is Green knalt zijn geladen gitaarspel uit de speakers. Op Dust and Bones is het vertrouwde toetsenwerk van Hanneke weer aanwezig. Zo voelt het ook aan, het vertrouwelijke Cheers gevoels setting uit de jaren tachtig. Bekend, vertrouwd als een amicale teruggekeerde vriend. The Vision Of Johanna is thuis, teruggekeerd en schuift weer aan. Alles blijft hetzelfde, maar ook alles is vergankelijk; Dust and Bones, alleen de muziek overleeft.

De nostalgische Electric Sound single is weer ouderwets vintage The Vision Of Johanna werk, met een hoog swingend zomers jaren tachtig funk gehalte. Een cadeautje voor de trouwe fans die ze al vanaf het begin volgen, en is hier in twee verschillende edities aanwezig. Geweldig hoe ze hier de link met het kostbare tijdsbesef leggen, waardoor het weer allemaal mooi in het Timerebel concept past. Bij het berustende eindduel gaat het sobere Hanneke van Andel stemgeluid de strijd met het overdonderend gitaargeweld van Pieter De Jongh aan. Deze verwilderde uitloop ontbreekt op de puntige singleversie. Het ophitsende samenspel tussen een op dreef zijnde drummer Pascal Vermeulen en de down to earth baspartijen van Arjan van Diepingen luiden The Mess We’re In in, en is een fictieve schets van een chaotische thuissituatie van een stel die elkaar dreigt kwijt te raken. Verander de wereld en begin bij jezelf, ruim je eigen rotzooi op voordat je met een wijzend vingertje een ander beschuldigt. Samen komen we er wel uit, samen komen we er zelfs sterker uit. Het donker rockende Truth benadrukt de trieste kille dieronvriendelijke situatie van de bio-industrie, waarbij een angstig varkentje hulpeloos gevangen met haar onwetende biggetjes op een betonnen koude vloer, binnen vier betonnen koude muren leeft. The Vision Of Johanna laat terecht weer van zich horen, een fraaie comeback.

The Vision Of Johanna - Timerebel | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

The WAEVE - The WAEVE (2023)

poster
4,5
Het blijft eeuwig zonde dat Blur in bandverband al een hele tijd geen nieuw materiaal uitbrengt. Natuurlijk verleggen ze de aandacht naar de reünieconcertreeks later dit jaar. Dat de leden afzonderlijk van elkaar niet stil hebben gezeten, benadrukken ze wel met de solo releases waarmee ze 2023 opstarten. Het is dat bassist Alex James zich nog als buitenbeentje op zijn kaasboerderij afzondert, de overige drie leden zijn lekker productief bezig. Drummer Dave Rowntree geeft zijn jeugdjaren een plek op het politiekmaatschappelijke Radio Songs, Damon Albarn brengt later deze maand een nieuw album met zijn Gorillaz project uit en Graham Coxon heeft in alle stilte met zijn huidige partner Rose Elinor Dougall het The Waeve debuut afgerond. Rose Elinor Dougall is in de muziekwereld geen onbekende, al staat haar voormalige indie girlpop band The Pipettes nog niet eens in de schaduw van Blur. Solo heeft ze ondertussen een drietal platen op haar naam staan, en op het breed opgezette Record Collection van Mark Ronson vervult ze een prominente gastrol.

Het is bijzonder dat de leden van Blur net als Radiohead die verworven status kwijtschelden om nieuwe experimentele wegen te bewandelen, en daar ontzettend goed mee uit de voeten kunnen. De geliefden sluiten een compromis af, waarbij Rose Elinor Dougall zich vooral op het mystieke theatrale voordracht richt en Graham Coxon met zijn noemenswaardige ontwikkeling als jazzsaxofonist de nodige indruk achterlaat. Toch zijn het vooral de momenten waarin hij Rose Elinor Dougall laat stralen dat de gitarist het verschil maakt. Dit komt misschien nog wel het treffendste in het folk drone speelveld van All Along tot uiting, waarbij hij de traditionele middeleeuwse cittern (soort van luit) bespeelt. De zangeres is bijna doorzichtig als een dolende Witte Wieven ziel aanwezig. Ondanks de ondergeschikte rol, bevriest ze je gedachtegang tot stilstand. Hoe koud kan het verlangen zijn, hoe eenzaam kan liefde aanvoelen. Het filmische naargeestige einde laat hierbij een beklemmende indruk achter.

De saxofoonuitspattingen memoreren naar het latere David Bowie werk, verbaal en qua opzet leunt de futuristische Alone and Free spacerock erg tegen het Space Oddity, Ashes To Ashes en Blackstar drieluik aan. Dat hierbij de seventies symfonische rock van Pink Floyd zich tevens aandient is een mooi gegeven. The Dark Side Of The Moon bedekt de hemelse Blackstar sterrentocht met een eeuwig goudkleurige aura. Och het zijn maar twee composities die er niet eens zo uitspringen, de hele plaat houdt dat hoge niveau continu vast, dus laat ik maar netjes bij het begin beginnen. De romantiek is de bindende factor, en het prille geluk levert twee liefdesbaby’s af, een dochter en het The WAEVE debuut. Is dat belangrijk om te vermelden? Absoluut, want als je al in zo’n vroeg stadium zoveel lief en leed met elkaar deelt, is er nog weinig ruimte voor onenigheid over, en smelten twee opofferende zielen letterlijk en figuurlijk samen. Heel cliché allemaal, maar wel de kern van het The WAEVE verhaal.

I’m tired of being in love, I’m sick of being in pain
Won’t you just kiss me, then kiss me again?
I feel my heart, it dies in me
That’s what they call atrophy

In een triphop spanningsveld ontplooit Can I Call You zich als een verboden geheime liefde. Schijnbaar ligt daar tevens de basis van het heimelijke verlangen. Na het ingehouden begin ejaculeert Graham Coxon zijn ontremde vurige gepassioneerde gitaaruithalen lava over de track heen. Toch zijn het de jazzy saxofoon zelfverzekerdheden die op het einde deze onbedwingbare uitspattingen correct verantwoordt goedpraten. De zalvend zingende Rose Elinor Dougall en haar piano zachtheid dringt het bloedende littekenweefsel binnen en hecht zich aan de giftige bijtende dampen vast. Nadat Graham Coxon de gillende saxofoon beheerst onder controle heeft, neemt hij de verantwoording voor de zangpartijen van Kill Me Again op zich. Net als Dave Rowntree bevindt hij zich hier verrassend overtuigend in Damon Albarns territorium. Hoe fraai is het dat de saxofoon die maniakale gekte versterkt en Rose Elinor Dougall als dominante ijskoningingeest het laatste beetje leven uit Graham Coxon zuigt.

Het dromerig Drowning kinderspel neemt de beklemmende angst niet weg. Als dan de saxofoon zich ook nog als een huilende mondharmonica opdringt is het overzicht helemaal verdwenen. Sprookjes verbloemen de innerlijke nachtmerries en scheppen een onrealistische ideaalwereld. De licht croonende Graham Coxon neemt de rol van duisternis gastheer op zich en dirigeert het geheel naar de schetterende eeuwige postpunk velden toe. Dat Graham Coxon niet de enige kameleon van het tweetal is, bewijst Rose Elinor Dougall wel als ze bij Someone Up There in de gedaante van een voorgeprogrammeerde robotcyberpunker kruipt. Kil, gevoelloos, dominant, exotisch.

Maar zoals ik al eerder aangeef is The WAEVE vooral een hartstochtelijke vertelling. Onzeker wankelend in het vintage Over and Over verslavende liefdesroes. Wegzweven in die eeuwigdurende hunkering naar elkaar, waarvan het uitgebreide Undine een meer sentimentele zwoele verslaglegging is. Hier passeert vervreemdende psychedelica het tweetal die zich in volle overgave in de klanken van het vlechtende schouwspel laten wegcijferen. Die sensuele trip vervolgt zich in de theatrale droomtoestand van de harmonieuze synthesizer Sleepwalking uitademingen. De saxofoon laat hierbij het weemoedige pastorale jaren tachtig wave tijdperk herleven, al zetten de kloppende ritmes en brommende bas genoeg pompende tegendruk om die verstilling op te voeren. The WAEVE eindigt met een goedmakend feel good gevoel. You’re All I Want to Know is een klassieke jaren vijftig doo wop wals met on-Engelse Hollywood strijkers en sprankelende heldere uitlopen. De liefde hangt laag in de mistige lucht.

The WAEVE - The WAEVE | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

The Walkabouts - Berlin (2012)

poster
4,0
Ik denk dat het publiek bij een band als The Walkabouts de moeite neemt om stil te zijn tijdens de performance.
Geen gepraat over de nieuwe schoenen die in de aanbieding waren, of het hardop stoere mannen gelul over het te versieren buurmeisje in de studentenflat.
Ook mij viel op hoe mooi dit allemaal klinkt; alsof je er zelf aanwezig bent; ik heb Chris & Carla ooit live gezien, dus weet waarover ik praat.
De drum klinkt wat blikkerig, maar heeft wel de juiste vibe.
Vaak wordt zelfs een live album overgeproduceerd, waardoor je een steriel, clean geluid krijgt, of juist het tegenover gestelde, geen goede productie, waardoor een modderig geheel.
Ik heb ook het live album Prague in bezit, maar sta meer achter de keuze van nummers waarvoor bij Berlin voor gekozen is.
Hoogtepunt blijft natuurlijk het prachtige The Light Will Stay On, hier terecht aanwezig, helaas niet op Prague.

The Walkabouts - Devil's Road (1996)

poster
4,0
Nee, het is niet Stand By Me wat je hoort als het intro begint, maar voor mij toch wel het beste nummer van The Walkabouts The Light Will Stay On wat heel erg duidelijk gaat over het afscheid nemen van dierbare personen. Carla Torgerson brengt dit nummer op een zeer respectvolle manier. Kippevel.
I Go To Sleep,
Before The Devil Wakes
And I Wake Up,
Before The Angels Take

Als DELA slim is, dan koopt ze de rechten van dit nummer. Echt een aanstekelijk nummer voor in het crematorium.

Vervolgens wordt er met Rebecca Wild een stuk dreiging op geroepen wat qua instrumenten zo door Nick Cave's begeleidingsband The Bad Seeds gespeeld had kunnen zijn.
Het hoge nivo wordt duidelijk voort gezet.

Over Nick Cave gesproken,
die lijn wordt duidelijk muzikaal voort gezet in The Stopping-Off Place, nu hoor je voor het eerst Chris Eckman als leadzanger.
Het had zo op Murder Ballads gepast. Ook de tekst is tegen het lugubere aan. De stem van Chris leunt tegen die van Cave aan.

Bij Cold Eye toont hij zich van de gevoelige kant. Maar ook dan klinkt het heerlijk sfeervol met op het eind het heerlijke gitaarwerk van Chris.
Dit nummer is de warme das tegen de koude winterwind.

Mooi die afwisseling in de zang. Bij Christmas Valley neemt Carla de zang weer voor haar rekening. Het is zo duidelijk hoorbaar dat dit (gescheiden) echtpaar elkaar feilloos aan voelt. Al kan ik me bij deze song ook goed een voorstelling maken met Chris op leadzang.

Bij Blue Head Flame is weer een grotere rol weg gelegd voor het gitaarwerk, wat op zich wel prettig is, want qua zang is dit toch wel het minste nummer, die had krachtiger gemogen en meer op de voorgrond.
Maar de muziek maakt alles goed.

Leuk orgeltje waar When Fortune Smiles mee opent, weer net wat luchtiger allemaal. Een mens moet ook op adem kunnen komen. Mooie opbouw van instrumenten.
Verder is het knap dat Chris alle nummers schrijft, maar dat het bij de uitvoering van Carla klinkt alsof ze autobiografisch zijn.

All For This heeft die dreiging weer, en ligt erg in het verlengde van Rebecca Wild.

Fairground Blues klinkt als Nick Cave met zijn Grinderman project, al ligt het ook in het verlengde van Abattoir Blues / The Lyre of Orpheus.
Het best bewaarde geheim uit Seattle klinkt weer lekker rauw, maar blijft tevens toegankelijk.

The Leaving Kind begint met een Warren Ellis (Nick Cave, Dirty Three) achtig vioolspel, wat de rest van het nummer als zich als een worm in een appel een weg naar het klokkenhuis baant. Dit blijkt dus Dickon Hinchliffe te zijn van Tindersticks.
Laat weer eens horen dat we hier met top muzikanten te maken hebben.

Vervolgens wordt het album al weer af gesloten door de mooie samenzang in Forgiveness Song. Waardige afsluiter.

Dit album heeft terecht een plekje in mijn Top 10 verovert, en zal daar waarschijnlijk nog lang blijven staan.

The Walkabouts - New West Motel (1993)

poster
4,5
New West Motel.

Een Amerikaans motel roept veelal het beeld op van series als Miami Vice, Breaking Bad en een film als From Dusk Till Dawn met een gestoorde rol van Quentin Tarantino.
Een plek van drugsdeals, ontvoeringen, illegale prostitutie, kinderhandel.

Opener Jack Candy voldoet aan dit beeld.
Jack Candy is zo’n vieze oude smeerlap die zich met dit soort zaakjes bezig houdt.
The Walkabouts hebben zelden zo hard en wrang geklonken als bij dit nummer.

Sundowner doet mij denken aan zo’n vergeten hitje uit de jaren 80, namelijk Seven Into The Sea van In Tua Nua.
Het zal die combinatie van de viool met het ruige gitaarspel wel zijn, maar het sluit prima aan.

Vervolgens neemt Chris de hoofdzang in Grand Theft Auto van Carla over, en gaat het weer meer naar Neil Youngs Keep On Rockin’In The Free World.
Een nummer welke een andere band uit Seattle live verschillende malen live op een geslaagde manier onder handen nam; inderdaad Pearl Jam.

En The Walkabouts worden over het algemeen gezien als een wat meer Christelijk bandje, dat toevallig ook hun albums op het Grunge label Sub Pop uit brengen.
Toch laat New West Motel wel degelijk horen hier prima tussen te passen.
Ook hier hoor je de pijn, de verslavingen, depressies en het uitzichtloze bestaan terug.
Bands als Nirvana, Pearl Jam, Soundgarden en Alice in Chains laten horen dat ze buiten hun hardere werk ook gevoelige nummers kunnen brengen.
The Walkabouts doen juist het tegenover gestelde.
Vaak lief en rustig, maar ook zeker hun hardere uitspattingen.

Break It Down Gently heeft ook dat dreigende; donkere donderbuien spannen zich samen.

” Black Rain Will Come”

Zou prima voor Tupelo van Nick Cave passen, daar breekt vervolgens de hel helemaal open.

Carla klinkt meestal als iemand in de slachtofferrol, zo ook in Your Hope Shine, in haar stem hoor ik meestal iemand terug met een zwaar, geleefd verleden achter zich.
Littekens in de ziel achter gelaten.

Chris gaat op een verzachtende toon verder in Murdering Stone, en telkens vraag ik mij af of de inspiratie van Where The Wild Roses van Nick Cave afkomt, waar hij ook met een steen Kylie op een lieflijke toon koelbloedig voor eeuwig het zwijgen oplegt.
Dit is gewoon ook een Murder Ballad met een zwart Country randje.

Sweet Revenge heeft die mooie muzikale begeleiding, welke ook een Bad Seeds, Band Of Horses, 16 Horsepower en Willard Grant Conspiracy op een soortgelijke manier een mooie invulling aan het geheel geven.
Een mooie, passende rol is halverwege weg gelegd voor de gitaar; echt zo’n nummer waarbij je live helemaal los kunt gaan.

De overgang naar Glad Nation's Death Song is wat minder geslaagd, maar ik denk dat Sweet Revenge op de LP versie de afsluiter van de A kant zal zijn geweest, dan kan het natuurlijk wel allemaal.

Glad Nation’s Death lijkt een ode aan de Generation X; de Verloren Generatie met de werkeloosheid en onvrede in het leven.
Een jaar later zou een idool van deze generatie, en kopstuk uit Seattle; Kurt Cobain komen te overlijden.
Alsof The Walkabouts vanuit een glazen bol in de toekomst hebben gekeken.

Long Time Here heeft het slepende van het later te verschijnen Sand & Gravel van Setting the Woods on Fire.
Als je Long Time Here mooi vind, dan moet je zeker de moeite nemen om ook naar Sand & Gravel te luisteren.
Maar wat past het Neil Young achtige gitaarspel hier weer heerlijk bij.

Wondertown (part 1) is een klein liedje, prima tussendoortje, maar ook niet veel meer dan dat.
Geef mij dan maar het vervolg van een Drag This River, waar The Walkabouts er voor hun doen weer lekker hard inhakken, al blijft het typische ingetogene altijd op de loer.
Het ligt ze goed, van mij hadden zelfs de zachtere nummers op New West Motel vervangen mogen worden door het wat stevigere werk.
Voor mij zijn dat wel de hoogtepunten op het album.

Ik denk dat ik over het algemeen ook liever naar Chris luister, want wat klinkt hij weer fel op Snake Mountain Blues, waarbij ik bij het gitaar uitspattingen moet denken aan Lindsey Buckingham van Fleetwood Mac.

Grappig dat mijn drie favoriete The Walkabouts nummers wel door Carla gedragen worden, namelijk The Light Will Stay On, Jack Candy en Sand & Gravel.
Ze vullen elkaar aan.

De opbouw in Findlay’s Motel zit weer vol met van die magische momenten, maar daarvoor moet je het wel een aantal keren gehoord hebben.
Elke luisterbeurt ontdek ik er weer wat nieuws in.
Je voelt gewoon dat er iets gaat gebeuren, en na de 4 minuten begint het langzaam aan te stormen.
Vervolgens valt de stilte in, en krijg je een dramatisch verloop in de vertelling van Chris.
En als ik naar buiten kijk, zie ik dat ook hier de duisternis zijn intrede doet.

Unholy Dreams is een echte afsluiter, niet bijzonder, maar ook niet slecht.
Beetje Carly Simon achtig.

The War on Drugs - A Deeper Understanding (2017)

poster
3,0
Zo klinkt het bij ons thuis ook regelmatig.
De kinderen zijn wat aan het klooien op de keyboard, en als ik het zat ben, dan gooi ik er een ander muziekje doorheen.
Kate Bush met Running Up That Hill zou een prima optie zijn.
Dat is wat Up All Night in mij oproept.
Een nieuwe The War On Drugs.
Meer ruimte voor de beats, Pain heeft wat Big Love van Fleetwood Mac achtigs, ook Cock Robin hoor je in de drum terug.
Verder is het vergelijkbaar met het vorige album, veel jaren 80 Roxy Music, en Bruce Springsteen.
Gewoon net zo goed als Lost in the Dream, dus eigenlijk wel een 4 sterren album.
Maar als ik eerlijk ben, hoor ik weinig ontwikkeling terug.
Een uitgebreide recensie is overbodig, want dan zou ik net als Adam Granduciel teveel in herhaling vallen.

The War on Drugs - Live Drugs (2020)

poster
4,0
In de periode dat Americana en folk steeds meer beginnen te rommelen met elektronica en hiermee een verbreding van het jonge publiek opzoekt, doet Adam Granduciel iets wat tot dan toe weinig wordt toegepast. In plaats van een futuristische plaat af te leveren, zoekt hij met Lost In The Dream de heimwee van vroeger op. Door Amerikaanse muzikale helden te koppelen aan wat er op dat moment aan de andere kant van de oceaan gaande is, weet hij het nostalgische gevoel van zijn leeftijdsgenoten op te roepen.

Hiermee bevindt hij zich op het pad van de veramerikaniserende Fleetwood Mac, wiens Tango In The Night in alle opzichten terug te horen is. De emotie beperkt zich niet alleen tot die doelgroep, maar raakt ook de bezitter van die oude met Roxy Music, Dire Straits en Bruce Springsteen gevulde vinyl platenkast. Hij brengt twee generaties muziekliefhebbers dichter bij elkaar, waardoor deze elkander beter leren te begrijpen. Voor de een is het retro eighties, voor de ander is het de muziek waarmee hij is opgegroeid.

Juist dat onderscheid verwatert als hij vervolgens A Deeper Understanding in elkaar zet. Hierop experimenteert hij dus wel, al is het in lichte mate, met elektronische snufjes. Het is net wat minder puur en organisch. Ondanks dat het album verder prima aansluit op de voorganger, is het een forse stap terug. Dat de songs verder uitstekend in elkaar zitten bewijst hij nu wel op Live Drugs.

De nadruk ligt hier vooral op het succes van Lost In The Dream, al vormen de latere tracks nu veel meer een geheel en revancheert The War on Drugs zich hiermee voortreffelijk. Het verlangen naar andere tijden krijgt nu een extra dimensie vanwege het hele Corona gebeuren. Dat we een klein jaar geleden nog probleemloos en niets vermoedend concerten konden bezoeken lijkt ondertussen al een eeuwigheid geleden. Een ingecalculeerde tactische zet die de armoede van een festival loos jaar enigszins goed maakt.

Door het opzwepende drumintro van Charlie Hall in An Ocean Between The Waves besef je des te meer dat The War on Drugs veel meer is dan het magistrale lang uitgerekte gitaarwerk van Adam Granduciel. Live komt de band beleving veel meer tot zijn recht. Ook bassist David Hartley staat dan op gelijkwaardige hoogte met de schuchter zingende frontman. Het publiek wordt tekstueel direct geconfronteerd met de opoffering die het rondreizende muzikantenbestaan met zich meebrengt.

Run away, I’m a traveling man
Been working every day

Dit wordt later nog vervolgd door de eenzaamheid van koude hotelkamers, en de condens van de achter een beslagen raam verschuilende maan die zich steeds weer op een andere plaatst als stille toeschouwer opdringt. De kern van een liveregistratie samengevat in een paar toepasselijke zinnen.

Adam Granduciel weet een minder diepe emotie op te roepen met Accidentally Like A Martyr dan de croonende eigenaar Warren Zevon, en geeft er zowat een gospeltwist aan. Gelukkig doet hij hiermee geen afbreuk aan de oorspronkelijke versie door er juist voor te kiezen om niet krampachtig het origineel te benaderen. Toch valt deze wat uit de toon tussen de veel sterkere eigen composities.

De treurende saxofoon van Jon Natchez in Strangest Thing is nog een voorbode van wat je kan verwachten. Gezamenlijk met de desperate mondharmonicaklanken verzorgen ze het verstillende outro van Thinking of a Place. Op het ultieme hoogtepunt Eyes to the Wind introduceert Adam Granduciel zijn eigen E Street Band, een vergelijking welke zeker op gaat in het technisch in perfectie gespeelde eindresultaat waarbij die kenmerkende saxofoonblazen en harmonicapartijen van werelds beroemdste begeleidingsband hun stempel drukken.

Ondanks dat het opnames van verschillende concerten betreft, loopt het allemaal feilloos in elkaar over. Tegen het einde aan klinkt het productioneel allemaal wel veel helderder en krachtiger. Zo hebben Under The Pressure en In Reverse met de zwaar echoënde gitaren absoluut raakvlakken met de sound waarmee Bruce Lampcov Simple Minds trakteert op hun jaren tachtig monument Live In The City Of Light. Juist deze spannende aanpak zorgt ervoor dat de aandacht tot aan het einde toe gewaarborgd blijft. Een mooi staaltje aan vakmanschap van Adam Granduciel en Dominic East.

The War on Drugs - Live Drugs | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

The War on Drugs - Lost in the Dream (2014)

poster
3,5
Opener Under The Presure klinkt heel erg jaren 80.
Voornamelijk de Roxy Music ten tijden van Avalon in het dromerige gitaarwerk vermengd met het ritme van Fleetwood Mac wat ze hadden bij Tango In The Night.
Gedurfde opener trouwens; ik zou niet gekozen hebben om een album gelijk met zo’n lang nummer te beginnen.
De aandacht blijft er zeker wel bij, maar dit is meer een afsluiter.
Het einde is dan ook echt aan de te lange kant.

Red Eyes is meer een geschikt nummer hiervoor, geen wonder dat deze als single is gekozen, en de vaak genoemde invloeden van Bruce Springsteen hoor je nu wel terug; maar ook hier meer de jaren 80 periode, dezelfde soort ingetogenheid als bij I’m On Fire.
Adam Granduciel is niet zo krachtig in de zang als Springsteen, en de galm die er over zijn stem wordt gelegd vind ik niet echt een toevoegende waarde, die had kaler mogen zijn.
Wel prettig is die onverwachte schreeuw, die mij telkens aan Frankie Teardrop van Suicide doet denken, waarna de versnelling er eventjes in gaat.
Dit nummer pakt mij wel, al kan ik niet geheel benoemen, wat mij zo mee voert.
Het is geen meezinger, die in je hoofd blijft hangen, maar het heeft iets prettigs.
De lente, las ik terug bij een andere recensie, misschien is dat wel zo.
Vergelijkbaar met Noah and the Whale - The First Days of Spring misschien?

Bij Suffering is de galm weg, en ergens klinkt de grootmeester Neil Young door, maar dan wel met een stuk meer geklooi met effecten om het gitaarspel enigszins proberen te evenaren.
Dit lukt ze niet, maar dat kan ik ze vergeven, onmogelijke opgave.

Waarom de sterke New Order achtige drumpartijen bij An Ocean in Between the Waves gelijk zo naar de achtergrond verdreven worden, is mij een raadsel.
Halverwege komen ze op een vreemde manier weer terug, beetje raar gemixt, lijkt wel dat de volumeknop eventjes omhoog wordt gezet, en daar blijft het dan bij, zonde.
Wat is die gitaar vervolgens prachtig, wel weer komt Fleetwood Mac (Big Love) in mij op, maar oh zo heerlijk.
Mark Knopfler, maar dan zonder het suffe imago, die zou ik ook kunnen noemen, maar wat heeft dit mooie geheel een klote eind.

Disappearing heeft iets romantisch in zich; kampvuurtje met gitaartje, maar hier past een ander soort begeleiding bij.
Drum en bas lijken van een ander geheel te komen.
Het Cock Robin huppeltje mag van mij ook een stuk korter; The Promise You Made gebeurde wat meer in.
Vreemd dat het mooie Lost In The Dream zulke misstappen heeft, het had nog zoveel beter kunnen zijn.

De piano in Eyes In The Wind zorgt wel voor afwisseling, en het verhalende doet mij denken aan de typerende Schotse voordracht van Mike Scott van The Waterboys, maar dit is de schuchtere variant met een vleugje Bob Dylan.
De saxofoon die de laatste adem uitblaast, wordt te weinig benut.

Je verwacht vanwege de lengte van The Haunting Idle een echt pakkend liedje, maar dit stelt mij teleur, teveel effecten, zonder dat het echt ergens naar toe gaat.
Pink Floyd nadoen, zonder echt einddoel?
Ik weet het niet.

Burning zou net als Red Eyes goed kunnen scoren, de Bruce Springsteen van de jaren 80 is weer aanwezig, en dit klinkt commercieel genoeg om een groot succes te kunnen worden.
Als The Cure liefhebber vind ik dit prachtig, want nu hoor je niet Knopfler of Buckingham gitaar spelen, maar een Robert Smith.

Het titelnummer Lost In The Dream is misschien wel het sterkste nummer, weer Bruce Springsteen, passend op Tunnel of Love, maar dan als hoogtepunt.

In Reverse is zeker ook een geschikte afsluiter, bijna Bijbels als 40 van U2 hoe dit begin wordt voor gedragen, helaas komen vervolgens weer de overheersende Fleetwood Mac, Bruce Springsteen, Roxy Music en Cock Robin elementen de boel een beetje verzieken

Het klinkt misschien allemaal wat negatief, maar er zit meer dan genoeg schoonheid in het geheel.
Voor mij is het totaal geluid nog niet af, hopelijk is dit een soort van sleutelplaat, om hierna met een definitief eigen geluid te komen, want die eigenheid zit er wel in, maar komt voor mij nog te weinig naar voren.
De wereld is wel toe aan een band met een mooi verfrissend geluid, en The War on Drugs zou dit zeker kunnen bieden.

The Waterboys - Fisherman's Blues (1988)

poster
3,5
Dat The Waterboys de overstap maakten van een meer Keltisch postpunk geluid naar een meer folk gericht album, daar was ik toen helemaal niet blij mee.
Ik was in 1988 net 15 jaar, en had net een paar jaar me verdiept in de meer duister klinkende acts.
Kom op zeg, ik was al te jong om de hele opkomst eind jaren 70 bewust mee te maken, en dan moeten bands perse een nieuwe richting in slaan.
Einde verhaal.
Ik bleef lekker stijf met mijn benen op de grond staan, en vertikte het om een stap naar voren te zetten.
Ik ga mijn zwarte doodgraverspak niet verruilen, voor een naar schaapsherders ruikende muffe wollen trui.
Dan maar conservatief, ik had totaal geen behoefte aan vernieuwing.
Natuurlijk hebben al die Schotse acts liederen, waarin hun trotsheid naar voren komt.
In iedere zanger daar schuilt een Braveheart, iemand die op de voorgrond treed, en een stukje geschiedenis wil laten ervaren.
Simple Minds, Fish, Lloyd Cole and the Commotions, The Blue Nile, Big Country, en ga zo maar door.
Voor mij voorlopig geen nieuwere albums van The Waterboys meer.
Maar toen kwamen de jaren 90.
Nirvana, The Stone Roses en Portishead verbreden mijn muzikale scala.
En ook een band als Levellers werd hieraan toe gevoegd.
Zo kom je uiteindelijk ook bij een album als Fisherman’s Blues terecht.
Wat mij opvalt, is dat het beter aansluit aan het geweldige drietal platen die voor gingen.
Zo bijzonder groot is de overstap nou ook weer niet.
Gewoon een echt The Waterboys plaat.

The Waterboys - Modern Blues (2015)

poster
3,5
Bij het begrip Modern Blues is het maar een kleine stap om bij Americana uit te komen.
Wat zo kenmerkend was van The Waterboys in de jaren 80 was het Britse dan wel Ierse gevoel dat ze opriepen.
Ook al klinkt Mike Scott hier steeds meer als de zanger van Levellers, opener Destinies Entwined heeft voor mij weinig raakvlakken met de sound van hun begin periode.
November Tale heeft dat iets meer, maar de combinatie van viool en orgel bevalt mij minder.
Het is mij te netjes, ik mis de uitbarstingen.
Om dan vervolgens een Gary Moore Blues nummer in te zetten met Still a Freak, welke mij ook aan Ik Ben Een Gokker van Hazes doet denken.
Nee, tot nu toe is er niks van de magie van vroeger terug te horen.
Natuurlijk wordt er prima gitaar gespeeld, maar als ik blues wil horen dan pak ik wel een cd van BB King.
Het begin van I Can See Elvis lijkt wel veel op A Miracle Of Love van Eurythmics, en ook dit nummer heeft geen geweldig vervolg.
Die Doo-Wops vind ik ook weinig toe voegen.
Blijkbaar heeft Scott veel behoefte om zijn zeker niet misselijke gitaarspel te laten horen, maar breng dan een solo album uit, en niet onder de naam The Waterboys.
Natuurlijk is Mike Scott The Waterboys, maar bij deze groepsnaam verwacht je een bepaalde sound, die ik niet terug hoor, hoe goed ik ook mijn best doe.
The Girl Who Slept for Scotland ligt in het verlengde van November Tale, en wat ik daarbij geschreven heb geld ook hier; te netjes, en het orgeltje wil maar niet pakken.
Ik ben ondertussen tot de conclusie gekomen dat Rosalind (You Married the Wrong Guy) perfect op dit album past, sluit allemaal goed aan bij de rest.
Voor mij echter weinig boeiends.
Beautiful Now is een beetje Dire Straits achtig, hoor er ook wel wat Soul Asylum in.
Die orgel klinkt helaas wat tegen het overspannen aan.
En daarom past Nearest Thing to Hip hier goed achter, ook wat Dire Straits maar dan hoor ik ook Bruce Springsteen en Tom Petty er in terug.
Misschien blaast de afsluiter mij totaal weg, dat kan natuurlijk.
Long Strange Golden Road is in ieder geval het beste lied van Modern Blues.
Prima Neil Young achtig einde, met pakkend gitaarspel.
Eigenlijk is dit geen slecht album, maar ik verwachtte een nieuwe van The Waterboys, en dat is deze voor mij niet.
Een plaat die zich vooral richt op de Verenigde Staten.
Als The Traveling Wilburys ooit een doorstart willen maken, dan is dit een mooie sollicitatie van Mike Scott als vervanger van George Harrison.

The Waterboys - This Is the Sea (1985)

poster
5,0
De trompet tijdens het begin van Don't Bang The Drum kondigt het al aan.
Dit is geen gewoon New Wave album.
Een intro wat niet lang genoeg duurde.
Don't Bang The Drum.
Don't Bang The Drum.
Hoe hard Mike Scott ook roept, het mag niet baten.
Zijn mond wordt gesnoerd.
Door het ritmisch getrommel.
Vervolgens ook nog de boel afsluiten met een saxofoonsolo.
De toon is gezet.

Ondanks dat we van oorsprong te maken hebben met een Britse band zitten er ook Ierse en Schotse leden in The Waterboys.
Een smeltkroes van folk, rock en wave is het gevolg.
Het gevoel tot verbroedering.
Scott zat in een vruchtbare creatieve periode die zo’n veertig songs op leverde.
Er werd gekozen voor een album met negen nummers.
Waaronder de hoogtepunten The Whole Of The Moon en The Pan Within.

Hij dirigeerde het geheel tot This Is The Sea.
Een spirituele ontdekkingstocht door zijn gevoelswereld.
Gedragen door een breed assortiment aan instrumenten.
Veelzijdige muzikanten waarvan het speelplezier de sfeer bepaald.
Vioolpartijen naast rockende gitaren.

Ik hou van deze sound.
Je hoort het ook terug in In Tua Nua en New Model Army.
Gelijkertijd in opkomst.
Maar het beste voorbeeld is Levellers.
Old England zou met zijn problematiek zo in hun repertoire passen.
Hun geluid is duidelijk hierdoor beïnvloed.
Alsof er een LOI cursusboek bestaat.
Mike Scotts beginselen van de Folkrock Deel 1.
Het tijdsloze document van The Waterboys.
Spiritualiteit met een vleugje romantiek.

The White Stripes - The White Stripes (1999)

poster
3,5
Laat ik proberen om onbevooroordeeld naar het debuut van The White Stripes te luisteren, maar dat gaat mij gewoon niet lukken, daarvoor is de zang en het gitaarwerk van Jack White te typerend.
Zoals velen ben ik pas ingestapt nadat ik voor de eerste keer de geweldige single Seven Nation Army hoorde, maar heb vervolgens Jack White wel gevolgd.
Wat ik hoor is een jaren 60 klinkende opener; inclusief schreeuwerige zang; het drumwerk is simpel, maar de gitaar laat wel al de kwaliteiten van Jack White horen.
De sound is rauw, en het geheel komt bij mij over als een geslaagde demo, maar mij spreekt het meer gepolijste latere geluid net wat meer aan.
De meer Led Zeppelin getinte sound hoor ik jaren later terug in The Raconteurs, maar daar is het meer bewerkt.
Cannon heeft weer raakvlakken met Black Sabbath, net wat duisterder allemaal.
Het debuut is meer het maximaal benutten van de beschikbare middelen, en ik heb hierbij een beeld voor ogen waar Jack White in zijn handen klappend het ritme aangeeft welke Meg White moet volgen, want dat klinkt vooral hier nog heel amateuristisch.
Toch heeft het wel zijn charme, het verveeld geen minuut, en Jack White is natuurlijk een meesterlijke muzikant.

The Who - Tommy (1969)

poster
4,0
Tommy komt voor mij over als verhaal over een kind welk gebukt gaat onder de nodige psychische druk en geestelijke dan wel lichamelijke mishandeling.
Hij is de persoon die juist wel zintuigelijk waarneemt, maar de wereld rondom hem heen sluit de ogen voor het duidelijke zichtbare leed wat hem wordt aangedaan.
Tommy is de schuchtere jongen die zich steeds meer afsluit van de buitenwereld en een muur rondom zichzelf bouwt.
Tot hier lijkt de verhaallijn aardig op The Wall van Pink Floyd, de hoofdpersoon hier heeft tevens te maken met het ontbreken van een vaderfiguur in zijn eerste levensjaren.
Net als bij Pink Floyd wordt er flink geëxperimenteerd met de nodige drugs, al worden ze hier meer open in het verhaal verwerkt.
Maar dan komt de omslag; vanwege een bepaald talent of gave ziet men de hoofdpersoon opeens wel staan en wordt hij als een soort van Jezus neer gezet.
Of dit autobiografisch is, weet ik niet.
Daarvoor ben ik te onbekend met de achtergrond van Pete Townshend.
Ik kan mij wel een voorstelling maken van een schuchter, getreiterde jongen die zich vanwege zijn gitaarspel en podiumpresentatie ontwikkeld als held.
Tijdsgenoten The Beatles en Eric Clapton werden vergeleken met God of Jezus, dus die link met de Messias en zijn volgelingen is ook te verklaren.
Helaas moet ik hierdoor wel net te vaak aan Life of Brian van Monty Python denken, maar dat is mijn probleem.
Feit is wel dat ik Tommy meer een geheel vind als The Wall, en daardoor prettiger te beluisteren, zonder skipmomenten.
Pink Floyd had al een aantal legendarische albums op hun naam staan, en ik heb altijd het idee gehad, dat hij daarom zo succesvol was.
Tommy is een ander verhaal.
Tommy heeft de hippiecultuur, maar ook de angst voor dreigende oorlogen in zich.
Tevens wordt het gevaar van het massaal volgen van een groot leider in de verhaallijnen benoemd.
Helaas probeert Townshend later in interviews het geheel uit te leggen met de nodige aanpassingen, had voor mij niet gehoeven, de fantasie van de luisteraar mag ook geprikkeld worden.
En dan het muzikale gedeelte.
The Who weet vooral live goed hard uit te pakken met de nodige vernielingen om het effect te benadrukken; hier op Tommy zit het allemaal precies tussen de lijntjes, maar de kracht zit hem in de wel hoorbare dreiging.
Je wacht op de explosie, die maar niet wil komen.
Het uitstellen van klaarkomen.
Vaak werkt het niet, maar juist hier is dat wel het geval, The Who weet hun muzikaliteit te benutten zonder de voorheen aanwezige poespas.
Mooi album.
Boudewijn de Groot heeft deze ook thuis in zijn verzameling, al zal hij het natuurlijk ontkennen, maar luister eens naar het begin van Sparks, en leg dit langs zijn hit Jimmy, en je weet wat ik bedoel.

The Wirtschaftswunder - The Wirtschaftswunder (1982)

poster
4,0
Als Limburger ben ik uiteraard op de hoogte dat het Belgische grensgebied exact dezelfde naam draagt. Maar dat er tevens een Duits Limburg bestaat is nieuw voor mij. In deelstaat Hessen ligt de gemeente Limburg an der Lahn, waar het progressieve The Wirtschaftswunder zijn oorsprong heeft. Dit funkend multiculturele postpunk gezelschap staat haaks op de Neue Deutsche Welle stroming. Niet vreemd trouwens, wetende dat enkel drummer Jürgen Beuth van oorsprong uit Duitsland afkomstig is. Vocalist Angelo Galizia heeft Italiaanse roots, bij Tom Dokoupil is de geboortegrond Tsjecho-Slowakije en toetsenist Mark Pfurtscheller heeft zijn verleden in Canada opgebouwd.

In 1980 krijgen ze enige naamsbekendheid met hun Der Kommissar undergroundhit. Een jaar later scoort Falco zijn eerste megasucces met een gelijknamige track, maar daar houden de vergelijkingen op. The Wirtschaftswunder versieren hun minimaal gesproken versie met een griezelig ska ritme en overtuigen hiermee al direct dat ze zich van de opkomende Duitse new wave romantici distantiëren. The Wirtschaftswunder is hoekiger, tegendraads en eigenzinnig. Uniek in hun sound, dwars als de punk, strak als de puntige Erste Hilfe postpunk, avantgardistisch met een vleugje krautrock elektronica. Ze liggen eerder in het verlengde van de later opererende ophitsende chanson punkers als Manu Negra en de Les Négresses Vertes smeltkroes, echter dan door shockerende Virgin Prunes bastaardbroertjes uitgevoerd. Vluchtige La Belle et La Bête straatmuzikanten elektronica exotica.

De eerste Salmobray langspeelplaat van deze theatrale verschijning verschijnt op het Pop-Import label. Deze werken hun overstap naar het grotere Polydor tegen. Er volgt een hoop gerechtelijk touwtrekkerij, welke uiteindelijk nadelig voor The Wirtschaftswunder uitvalt. The Wirtschaftswunder is net zo vooruitstrevend als de gelijk opkomende muterende Einstürzende Neubauten schroothoop idealisten. Hierdoor krijgt het tweede wapenfeit, het naar de band genoemde The Wirtschaftswunder niet de positief gehoopte aandacht. Tapete besteedt veertig jaar naar dato de nodige moeite in deze vergeten klassieker om dit recht te trekken. The Wirtschaftswunder is een compacte militante clusterbom, welke in kleine explosieve projectielen uiteenvalt, een brok dynamiet.

Kakofonische Mutter und Vater tribal funkgekte geeft The Wirtschaftswunder perfect weer. Gedurfd, experimenteel, maar toch nog behoorlijk aanstekelijk, woest dansbaar zelfs. Dominante man/vrouw scheefverhoudingen welke tevens bij Rate Mal de nodige vragen oproepen. Die angst domineert ook in de Der Große Mafioso dictator machtspositie. Niet de meest gemakkelijke song om als single uit te brengen, waardoor deze amper het publiek bereikt. Kopfgeldjäger bekritiseert het onzinnige van oorlog voeren. Onnodig bloedvergiet, waar corrupte premiejagers zich niet om onschuldige slachtoffers bekommeren. In Big Men richt de gewone eenvoudige werkman zich tot de wereldleiders. Simpele vragen waarop men al een vernietigend antwoord krijgt. Vergeet niet dat dit soort onderwerpen in een Duitsland anno 1982 zeer gevoelig liggen.

Ook het confronterende cyber punkende Die Parade electronic body music is zijn tijd ver vooruit. In dit soort van politiek correct absurdisme pas tevens het kitscherig Mach Dir das Leben Schön kermisorgel deuntje en de directe Das Weiße Pferd The Man·Machine weerwoord humor. Levend organisme wint het qua vertrouwen altijd van de in fabrieken gemonteerde luxe productie. Het woest om zich heen slaande Italiaanse uitheemse Tapetto Magico Burundi drums voodoo is een verschrikte vogelvlucht over Duitsland, gezien door de ogen van arbeidsgastarbeiders, politieke vluchtelingen en buitenlandse gelukzoekenden. Met de hoogdravende Madame X bigband jazz bewandelen ze het vintage Berlijnse cabaret verleden. Het bevreemdende naargeestige Wildes Tier misstaat niet in de actuele Rammstein catalogus. Met het dwarse Junge Leute bekritiseren ze in een felle anti reactie de opgelegde mode normalisatie. Het zeker niet gedateerde onbegrepen The Wirtschaftswunder is zelfs nu amper in het heden te herplaatsen. Een prachtig vooruitstrevend tijdsmonument.

The Wirtschaftswunder - The Wirtschaftswunder | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

The Wombats - Fix Yourself, Not the World (2022)

poster
3,5
Verander de wereld, begin bij jezelf. De boodschap is zo kort en bondig, maar helemaal waar. The Wombats, dat leuke bandje met die dansbare Let’s Dance to Joy Division cult hit, zijn ondertussen al aan hun vijfde studioplaat toe. Genoodzaakt in afzonderlijk geamputeerde lockdown modus werken ze in Oslo, Los Angeles en Londen aan nieuw materiaal. Niet zeuren, het is gewoon niet anders. Levert dit dan een deprimerende eindplaat op? Integendeel! Ze resetten het negatieve doemdenken tot iets positiefs. Fix Yourself, Not the World is ouderwets springerig, gevuld met doordachte woordgrappen en helemaal volgens de tragikomische spirit van dit trio tot stand gekomen. Minder postpunk georiënteerd dan het oudere werk, genoeg ruimte voor een meer retro disco aanpak.

Frontman Matthew Murphy doet er niet zo moeilijk over. Het bijzondere opnameproces heeft voldoende moois afgeleverd, dus waarom daar op afreageren. Uiteindelijk gaat het toch om het resultaat, en daarover is hij dik tevreden. Probeer zoveel mogelijk uit het leven te halen, de opslokkende sterfelijkheid ligt voor iedereen op de loer, daar ontkom je niet aan. Ondanks de zware titel is een song als Everything I Love Is Going to Die juist een aanmoediging om grenzen te verleggen. Durf net als Icarus naar de zon te vliegen, je vleugels te schroeien en met een ervaring rijker down to earth te belanden. We creëren onze eigen droomwereld, digitaliseren deze en proppen hem vol met stompzinnigheden. Exact hetzelfde vormgegeven als op de fraaie albumhoes, waarbij in eerste instantie vooral de kleurigheid opvalt, maar welke in principe overwoekerd wordt door de behoefte aan eenzaamheid bestrijdend contact.

Flip Me Upside Down heeft een heerlijke met Land Of 1000 Dances vergelijkbare vibe, maar dan in een stuiterend gezond druivensuiker jasje. Heel veel licht verteerbare seventies psychedelica met een vleugje flipperkast elektronica. De tekstuele wanorde geeft inzicht in de rommelige leefstijl van een ongestructureerde Matthew Murphy. Een beetje gezonde gekte is nooit verkeerd, al moet je wel het lef hebben om dit uit te dragen. This Car Drives All By Itself staat voor het individualisme van de dagelijkse sleur inclusief de dagelijks terugkomende The Office werkvloergrappen. Fix Yourself, Not the World is typisch Brits. De ingehaalde generatie is uitgefeest en heeft het party eiland Ibiza verruild voor de normalisering en zekerheden van een netjes afgekocht woonhuis en saaie kantoorbaan.

Work Is Easy, Life Is Hard. Ook de zelfspottende Matthew Murphy verdwijnt in de nietszeggende menigte en verruilt die puberale dwaasheid voor het prille familiegeluk in zijn nieuwgekozen rol als familieman. If You Ever Leave, I’m Coming with You, principeloos met verlatingsangst zich onderdanig opstellend om aan de belangen, wensen en overige grillen van zijn partner te voldoen. Daarom is Fix Yourself, Not the World ook zo’n leuke plaat. The Wombats groeien mee met het publiek, ondergaan dezelfde herkenbare worstelingen om uiteindelijk volwassen uit de strijd te komen. Zolang ze hiervoor niet dat kenmerkende gevoel voor humor opofferen, kan ik er prima mee leven. Fix Yourself, Then the World, precies dat ene woordje in de afsluitende track maakt het verschil.

The Wombats - Fix Yourself, Not the World | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

The Wreckery - Fake Is Forever (2023)

poster
4,0
Na de ondergang van The Birthday Party keert Nick Cave in 1983 naar Australië terug om een doorstart met The Bad Seeds te maken. Tussen die eerste lichting muzikanten bevindt zich ook de jonge twintiger Hugo Race. Deze gitarist is gevoelig voor het destructieve karakter van de band en heeft moeite om de verlokkingen van drank en drugs te weerstaan. Nadat hij zijn bijdrage aan de novelty hit From Her to Eternity heeft afgeleverd, kiest hij voor een iets veiligere voortgang van het bestaan en start hij de legendarische alternatieve bluesrockband The Wreckery op.

The Wreckery bestaat verder uit toetsenist Robin Casinader, gitarist Edward Clayton-Jones, bassist Nick Barker, drummer Frank Trobbiani en Charles Todd op saxofoon. The Wreckery heeft het stoere sexy karakter van The Birthday Party, het maniakale croonende van Hugo Race, repeterende gitaarriffs, duistere romantiek en een vleugje honky tonk pianospel. Deze korte vruchtbare periode levert slechts twee albums op; Here At Pains Insistence verschijnt in 1987, Laying Down Law komt een jaar later uit. Bang dat The Wreckery hetzelfde lot als The Birthday Party te wachten staat en geveld door de nodige gezondheidsproblemen, zetten ze er vervolgens een punt achter.

Door die geconserveerde mythische cultstatus grijpt Hugo Race de mogelijkheid aan om zijn geluk in Europa te beproeven. Hugo Race and the True Spirit is niet echt een succesverhaal, op kleinschalig vlak blijven de aanhangers hem echter wel trouw. Toch zet hij uiteindelijk zijn zinnen op het thuisfront en reanimeert hij samen met Robin Casinader The Wreckery. De verlokkingen van de wereld overwonnen en met de nodige levenservaringen trappen ze met Smack Me Down af. Fake is Forever gaat op de plek verder waar Laying Down Law punten liet liggen. Daar waar de gezonde spanning in een ziekelijk slopend proces overgaat. Ondanks het feit dat ze al vanaf 2008 voorzichtig optreden, duur het nog zeker vijftien jaar voordat Fake is Forever verschijnt. Het nieuwe nu waar nepnieuws regeert en botox domineert.

De uptempo Smack Me Down heeft door de in passie gegoten swingende soulsaxofoon partijen een stoere jaren vijftig vibe. Het is de wederkomst van de verloren zoon, die als een kamikazepiloot direct het gevaar opzoekt. Nog steeds staan roekeloze songs over de zelfkant van het bestaan centraal. Het romantische The Devil In You handelt over een verboden liefde met een minderjarige vrouw. Deze femme fatale jaagt op de begeerte van Hugo Race. Eeuwige liefde is niet aan leeftijd gebonden, slechts aan een gevoel. Het uptempo Stole It From Alpha Ray ademt vintage The Wreckery en heeft het slepende van een murder ballad. Het staat stil bij de moord op John F. Kennedy; het bekende Kill Your Idols verhaal. Het met subtiele pianotoetsen opgesierde Whistle Clean en ook Garbage Juice maken schoon schip en begraven de geesten uit het verleden. De verlokkingen liggen niet langer op de loer, maar verstoffen in de hoeken van hotel Nostalgia.

Get A Name heeft dezelfde gejaagdheid als Smack Me Down en functioneert hier als psychedelische zustertrack. Het is een aanklacht tegen de Amerikaanse droom, het hoop scheppen uit het geloof en het nutteloos achter de kudde aansjokken. Het beangstigende Evil Eye is filmisch donker, een spokende Big Brother Is Watching You aanklacht tegen de gestoordheid van de maatschappij. Uiteindelijk zijn we allemaal slachtoffers van een gecontroleerd bestaan. Hugo Race betreedt hier de verbale nalatenschap van Mark Lanagan. Hij is net wat minder brommerig, verder is de vergelijking wel kloppend.

Als je ego te hoog vliegt, dan heb je een grotere kans om te verbranden. Dragon Fly offert deze schoonheid op en is als een kansloze hoogmoedsvlucht van Icarus om de zon te trotseren. Young People proberen te overleven door hun neus vol cocaïne te stoppen. Het ideaalbeeld versterkt door kunstmatig egocentrisme. Daar achter gaat een wereld van twijfel, onvrede en onzekerheid schuil. Het is de bewustwording dat leeftijdsgenoten sneuvelen en niet het maximale uit het leven halen. Ondanks de geslaagde doorstart voelt Fake is Forever ook zo aan. Het mist die maniakale duivelse blues gekte en het dwarse van het oudere werk. Hugo Race laat nog niet het achterste van zijn tong zien. Het vat is half leeg, de kater zal snel volgen. Fake is Forever levert vooral voor de zanger voldoening op.

The Wreckery – Fake Is Forever | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

The xx - I See You (2017)

poster
3,0
Steeds meer een Jamie XX project, maar dan met gastzangers.
Wat minder kil, en meer up-tempo.
Soms doet het mij aan Anne Clark denken; in eerste instantie was ik minder positief, maar nu vind ik het toch wel steeds beter klinken.

The xx - xx (2009)

poster
5,0
Momenten pakken.
Sfeer creëren.
Vanaf het eerste nummer.
Eenvoudig Intro genoemd.
Minder is meer.
Eerste kennismaking.
Kusjes van The XX.

Afsluiting van een liefdesbrief.
Groot gemis.
Berichten aan een onbereikbare geliefde.
Telkens afsluitend met XX.
Tieners met innig verdriet.
Schaamte voor hun gevoelens.

Vandaar de schuchterheid.
Aarzeling in de zangpartijen.
Ziel bloot durven te leggen.
Vervolgens het hoofd gebogen.
Gewoon door spelen.
Niks aan de hand houding.

Onverwacht succesvol.
Omgang met idolen status.
Spijt van deze openbaring.
De wereld die je diepste ego kent.

Daar ligt schijnbaar de kracht.
We willen weer lekker puberen.
Kleine problemen voor groot aanzien.
Deze band vastpakken.
Lekker knuffelen.
Aai over de bol geven.
Onschuld in de puurste vorm.

The Young Gods - Data Mirage Tangram (2019)

poster
4,0
The Young Gods wisten hier erg veel indruk te maken met het zwaar onderschatte T.V. Sky, waar ze de elektronische noise mixen met Industrial soundscapes. Net een stukje minder opgefokt dan hun tijdsgenoten, en misschien juist wel daardoor een stuk interessanter. Met de lang gerekte songs leunden ze tegen de jaren zestig psychedelica aan. Helaas hadden ze de pech dat op dat moment alles gedomineerd werd door de Amerikaanse grunge en andere hardere gitaarbands. De eigenzinnigheid van de Zwitsers werd wel algemeen gewaardeerd, maar ze bleven steken in de achterhoede. Opvolger Only Heaven gooide er nog meer dance invloeden tussen, maar vervolgens werd de aandacht voor dit drietal steeds minder. Na een stilte van bijna tien jaar zijn ze nu weer terug aan het front met het overtuigende Data Mirage Tangram. Natuurlijk zijn ze een stuk ouder geworden, en werden er in het verleden meer compacte nummers tussen gestopt. Hedendaags is de aandacht meer gericht op de opbouw, waar er langzamer naar een climax wordt toegewerkt. Het op korte termijn explosief willen knallen is er niet meer bij; verwacht geen hitgevoelige tracks als Our House, Gasoline Man en Skinflowers. Wat hebben ze dan anno 2019 te bieden?

Nou, meer dan genoeg! Zeer overtuigend worden we mee gevoerd met de opbouwende ambient soundscapes van Entre en Matière. De evolutie van The Young Gods gaat terug naar de meer aardse klanken, en daaruit volgt het scheppingsverhaal van deze Zwitserse Goden. Waar God er blijkbaar zeven dagen voor nodig had, voldoet hier hetzelfde aantal minuten. Zorgvuldigheid is hier het codewoord, en wat zou dit met de juiste belichting live een prettige trippende ervaring zijn. De fluisterende vocalen van Franz Treichler laten al direct zijn gebleven veerkracht horen, die gevolgd wordt door de aangename kenmerkende gitaarsamplers. Door het trage verloop is er meer ruimte voor de dreiging, die zich sluipend openbaart. De beats van drummer Bernard Trontin lijken het over te nemen, maar de interruptie maakt daar vervolgens onverwacht een einde aan. Een warmmakertje voor wat zal volgen?

In ieder geval nog niet bij Tear Up the Red Sky. Als een net geoliede machine lijkt deze met fusion voedende track op gang te komen. Stroperig als een nog niet voltooid in ontwikkeling zijnde proces. En dan na drie minuten begint het gewelddadig goed te lopen. Het geknetter van metaal op metaal geeft aan dat ze zeker nog niet afgeschreven zijn. Maar waarom vervolgens weer die rem er op? Zo heerlijk als ze tegen het eind weer vol in de versnelling gaande in het rood belanden. Dit is het geluid waarop de liefhebber hoopt, al laten ze die kant nog maar minimaal horen. De donkerheid van Figure Sans Nom roept door de zware bas en lichte synth klanken van Cesare Pizzi de sfeer op van de pompende licht pulserende postpunk van de jaren tachtig. Treichler lijkt zich op de achtergrond warm te lopen met slecht verstaanbare spirituele vocalen. Als een boxer die voorbereid is om de ring te betreden. Hopelijk kan hij een flinke linkse hoekslag uitdelen en het muzikale geweld nog incasseren. Hier lijkt daadwerkelijk iets te gebeuren, maar wanneer is dat moment er?

De rommelige overgang naar Moon Above krijgt een vervolg van een log optredende Trontin, die moeite lijkt te hebben met het treffend raken van zijn drums. Als een cyber western vervolgen de geluidscollages die rond zweven zonder zich ergens aan te kunnen hechten. Maar het gitzwarte gevoel waarin de band lijkt opgesloten wil wel triggeren. Werd er voorheen erg terug gegrepen naar de psychedelica van The Doors bij All My Skin Standing hoor je meer het experimentele van Pink Floyd en krautrockers Can terug. De sound is moddervet als een bedwelmend moeras, en hier weet het vanaf de eerste secondes volledig mijn aandacht te trekken. Op het moment dat je dreigt weg te zinken in een eindeloze trip, wordt je wakker geschud door de harde scheurende gitaarsamplers. Dit weet zelfs het geweldige Summer Eyes te evenaren, en op langere termijn waarschijnlijk zelfs te overtreffen. Dit is de reden waarom The Young Gods nog steeds mee telt. Dit geeft hun eigenzinnige genialiteit aan. Het was eventjes afwachten, maar dan wordt je ook rijkelijk beloond. En dan zelfs zonder de aanwezigheid van de vocalist.

Nog nagenietend van deze aangename shocktherapie, ben je nog niet helemaal klaar voor het verdere verloop. Het zweverige You Gave Me a Name gunt je wel de kans om hier volledig van te herstellen, en net als bij Figure Sans Nom lijkt de inspiratiebron in de wave van de jaren tachtig te liggen. Zeker als hier nog de gejaagde felle gitaarakkoorden aan toe gevoegd worden. De spanning die in het eerste gedeelte van de plaat pijnlijk gemist wordt, is in het tweede stuk helemaal terug. Ook de onvoorspelbaarheid van Everythem, die je opzuigt als een defect zuurstof apparaat mag hier aangenaam op aansluiten. De adembenemende hoogtes van het Zwitserse landschap met de dodelijke kou en verborgen sneeuwwitte dieptes zouden hiervoor centraal kunnen staan. Ergens in de verte is het gevaar van overspelbare lawines aanwezig. Ondanks de vele vraagtekens die de eerste tracks oproepen, weten deze pioniers nog steeds te komen tot indrukwekkende resultaten. De extra lagen laten zich bij meerdere luisterbeurten pas goed openbaren.

The Young Gods - Data Mirage Tangram | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

The Young Gods - T.V. Sky (1992)

poster
4,5
Voor mij zit The Young Gods in dezelfde hoek als Nine Inch Nails, alleen heeft het een minder destructief karakter.
Dit album ooit blind gekocht, lag ergens tussen Primus en Mudhoney verstopt in een bak met alternatieve muziek, maar dan voor een leuk prijsje.
De naam stond mij wel aan, dus ik was wel benieuwd naar de muziek.
Volgens mij werd deze voluit gedraaid toen ik in 1992 naar Pinkpop ging.
De uitspraak is dan niet zo geweldig, maar wat is dit een heerlijke trip.
Summer Eyes is een soort van elektronische variant op The Doors, zou prima na The End gedraaid kunnen worden.
Heerlijk adrenaline opwekkend album.

Thee More Shallows - Dad Jams (2021)

poster
3,0
Een 24 uurs baan. Slapeloze nachten, huilende baby’s en het gepuzzel met haardracht en kleding. Er is geen opleiding te volgen waarbij er geleerd wordt om met het ouderschap om te gaan en voordat je het in de gaten hebt ben je alweer tien jaar ouder. Grijs, met wallen onder de ogen. Dee Kesler zit op de promotiefoto’s met vermoeide blik tussen zijn spelende kinderen. Onmogelijk om zich met muziek bezig te houden. Toch heeft hij tijd vrij kunnen maken om aan de slag te gaan en nieuw Thee More Shallows materiaal te schrijven, want daar hebben we het hier over. Dit experimentele indierock gezelschap uit San Francisco last in 2007 voor onbepaalde periode een pauze in te lassen om zich te richten op het gezinsbestaan. Een pauze welke bijna 15 jaar in beslag neemt.

De impact die dit op je leven heeft is aan een on ervaren buitenstaander lastig uit te leggen. Natuurlijk is vaderschap het mooiste wat je kan overkomen, en het gevoel van trots en liefde is onevenaarbaar en onvervangbaar. Toch is het goed om na verloop van tijd die dreigende postnatale depressie enigszins te ontvluchten en ook uren in te plannen voor hobby’s, ambities en vooral ook voor jezelf. Op Dad Jams komt het allemaal samen. De hartstochtelijke band met zijn twee zonen, de innerlijke bezorgdheid en het uitgeblust doelloos op de bank belanden nadat de kinderen in de avond naar bed gebracht zijn. Jason Gonzales wordt opgetrommeld om weer achter het drumstel plaats te nemen. Chavo Fraser ontbreekt verder in het vervolgverhaal. Maar wees eerlijk, ik heb nooit helemaal begrepen waarom het trio van het hysterische slowpop gezelschap Thee More Shallows uit twee percussionisten en een zingende multi-instrumentalist bestaat.

Het gejaagde Ancient Baby volgt het chaotische dagverslag van een hyperactieve vader die dwaas en behoorlijk hulpeloos als een gehandicapte Superman op de automatische piloot een kamikaze duikvlucht naar beneden maakt. Zonder enige controle sprint hij recht op zijn doel af. Een wedstrijd zonder winstbelang die vervolgens op de herhaalstand gezet wordt. Die manische fase komt samen in A Mummy at the Lake. Het moment van uitzichtloosheid, een herkenbare hulpvraag met komische wendingen. Absurde tragikomische verhaaltjes voor het slapen gaan, verteld door een overspannen geest. Het grijze schemergebied waarin je gedachtes vanwege het chronische slaaptekort uiteenvallen in fantasierijke triphop (Copy Body) en harde realiteit in de writers-block overwinnende pianoballad Wizard Wednesdays.

Natuurlijk weet iedereen dat hij niet eeuwig jong zal blijven, maar de slopende eerste jaren van het vaderschap hakken er bij het stuiterende Boogie Woogie wel in. Als 43 jarige ben je niet trendy en hip meer maar oud en versleten. De vrouwen verslindende danspasjes blijken gedateerd en oubollig te zijn. De omgeving lacht je uit omdat de wereld doordraaide in die verspilde jaren dat je zelf in stilstand staat. Eigenlijk vormt deze constatering wel de leidraad in Dad Jams, de songs zijn achterhaald, maar toch roept het een brede glimlach op. Gelukkig is het allemaal niet zo vrolijk en voorspelbaar, de duistere georkestreerde synthpop van Cold Picture, het mysterieuze psychedelische hippielied Hocus Pocus en het nostalgische dronkenmanslaapmutsje Drinking Tang zorgen voor de nodige afwisseling.

Juist alles waar je vroeger bang voor was is dus waarheid geworden. Dee Kesler is dat nietszeggende emotionele wrak met maatschappelijk aanpassingsvermogen die stilletjes overeind krabbelt. De ups en downs van het ouderschap, heerlijk herkenbaar allemaal. Een zoektocht naar inspiratie met een eerlijke start. Meer kun je nog niet verlangen, en meer zit er dus ook nog niet in.

Thee More Shallows - Dad Jams | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Thelonious Monster - Beautiful Mess (1992)

poster
4,0
Vrijwel niemand kent Bob Forrest.
Maar velen zullen het optreden van hem op Pinkpop in 1993 herinneren.
Hij klom naar boven op het podiumdak.
Hulpeloos naar beneden kijkend.
Te ver onder invloed om te weten wat hij daar deed.
Dat duidelijk uitstralend.
Gelach vanuit de weide.
Grappige, domme meneer.
Niet het uiterlijk hebbend van een grote popster.
Meer dat van een karakter uit de Beavis & Butthead.
Gevraagd omdat hij vriendjes met de Red Hot Chili Peppers was.
Die laatste waren ondertussen te bekend en te duur voor Jan Smeets.
Dan maar het verslaafde, zielige buurjongetje.

Tijden veranderen.
Tegenwoordig geeft hij als een soort van Keith Bakker voorlichting aan verslaafde jongeren.
Als ervaringsdeskundige.
Volledig afgekickt.
Al blijft die wazige blik in zijn ogen het tegendeel vermoeden.

Eigenlijk is Beautiful Mess van Thelonious Monster zo slecht nog niet.
De zelfspot van iemand die van zijn leven een gigantische puinhoop heeft gemaakt.
Regelmatig moet ik glimlachen.
Jammer dat dit album niet 10 jaar later werd gemaakt.
Belevenissen van Bob Forrest zouden mooie Real Life televisie opleveren.
Humor, ontroering en de nodige shockeffecten.
Die loser van school die ook nog eens aan de drugs raakt.

Ondanks hij tijdens Adios Lounge als Bon Jovi klinkt, durft Tom Waits het aan.
Samen verzorgen ze een mooi duet over twee vrienden, laat aan het zuipen.
De tragiek van het touren.
Jezelf bijna dood drinken in lege hotelkamers.

Body And Soul?
Het kansloze luie bestaan.
Hangend voor de televisie.
Plaatselijke Pizza koerier bellend.
Om je toch maar enigszins op de been te houden.
Lege bierblikjes op de grond.
Totaal uitzichtloos.

De zelfkant van het leven.
Slackers en Generation X.
De trieste jaren 90.
Ondergang van idolen.
Verdwalend in het verworven sterrendom.
Eenzaamheid, verslavingen en de dood tot gevolg.
Bittere toppunt van zelfspot.

Thelonious Monster - Oh That Monster (2020)

poster
4,0
Door de dramatische houding op Pinkpop in 1993 zal Bob Forrest altijd gekoppeld worden als de aan lager wal geraakte zanger die onder invloed van drank en drugs de een na de andere gevaarlijke capriool uithaalt om de aandacht op zich te richten. De gehoopte sterrenstatus heeft hij hiermee niet verdiend. Hij blijft de zielige trieste persoon die zich kleineert tegenover een groot toegetreden publiek.

Wat een teleurstelling van een boegbeeld die zichzelf net aardig in the picture speelde met het wervelende Beautiful Mess waarvan Body and Soul? de cultstatus zelfs aan het ontgroeien was en regelmatig op de radio voorbij kwam. Misschien nog beeldender was het adembenemende barfly-duet Adios Lounge dat hij samen met drinkebroer Tom Waits op de plaat zette. Een geslaagde poging om toch nog door drie lagen dik kogelvrij glas keihard je eigen ruiten in te gooien. Een gemiste kans die tevens het einde betekende voor een veelbelovende carrière.

De aanwezigheid bij de fatale overdosis van River Phoenix liet hem ontwaken uit de jarenlange roes waarin hij verkeerde. Bob Forrest trekt zich terug uit de scene, kickt af, en gaat als veredeld sociaal werker aan de slag om verslaafden te rehabiliteren zodat ze weer deel kunnen nemen in de maatschappij. De muziekwereld heeft Bob allang vaarwel gezegd, waardoor hij niet het risico loopt om snel terug te vallen in het destructieve gedrag. Eens een verslaafde, altijd vatbaar voor de verlokkingen. Een verstandige keuze van een wijze oudere man.

Terwijl het mediacircus rondom de verkiezingscampagnes van Biden en Trump in volle gang aan de gang is en de gekte in de Verenigde Staten alleen maar aanscherpt, kiest Bob Forrest ervoor om op het hoogtepunt van de doldwaze dagen Oh That Monster uit te brengen. Al vrees ik ervoor dat niemand er op de presidential election day bij stil staat dat Thelonious Monster weer helemaal terug is.

De stevige zware punkrocker Disappear staat mijlenver verwijderd van het aangemeten geitenwollen imago van de filosofische hippie. Een herboren sociaal betrokken Bob Forrest stapt nu nuchter die zijlijn over om zich weer in het artiestencircuit te mengen, al is het voorruitzicht om op te treden er in deze corona-tijd voorlopig nog niet. Dat geïsoleerde leventje heeft in ieder geval genoeg mooi materiaal opgeleverd om de wereld mee wakker te schudden. En de sound? Ja, die is stukken harder dan wat we van Thelonious Monster gewend zijn.

Disappear trapt af in het jaar 1992. Los Angeles staat in brand en overal zijn politiesirenes hoorbaar. De gewelddadige arrestatie van Rodney King versterkte de haat tegen het hard optredende politieregiem. Het is niet anders denkbaar dat de déjà vu met de dood van George Floyd zoveel binnengehouden razernij bij Bob Forrest heeft opgeroepen dat hij de Black Lives Matters beweging steunt door zelf getriggerd te raken en sinds tijden weer eens van zich laat horen. Een heldendaad met een onderbouwd politiek statement? Zeker wel.

De angst dat men zelf het recht in handen neemt wordt verwoord in de eenvoud van hoe gemakkelijk wapens aan te schaffen zijn in de luchtig gespeelde skapunk van Buy Another Gun. De chaos in het hoofd van Bob Forrest vindt zijn evenbeeld in de neergaande negatieve spiraal die zich als een levensbedreigende ziekte verspreidt over de Verenigde Staten. Een ongelofelijk naar waarheid uitgeschreven filmscript welke zich probleemloos laat verkopen in het surrealistische thuisfront Hollywood. De Amerikaanse Droom is afgebrokkeld tot een levensechte verharde nachtmerrie.

De zonovergoten achtergrond van Los Angeles benoemt in Falling Behind de relativiteit van een uitgerangeerde generatie die links allang is ingehaald door vernieuwende ideeën. Een pijnlijke constatering waar de zanger zich absoluut van bewust is. Door zijn lakse en vooral dwarse puberale slacker gedrag heeft hij zoveel nooit meer in te halen tijd verspild, waardoor Bob zelfs nu nog achter de feiten aanhobbelt.

Als je leven zich veelal in de buurt van het strand heeft afgespeeld is het onmogelijk om die roots te negeren. Met de ruwe surfsound van Elijah wordt confronterend herinnerd aan de broeierige psychedelische zomers, met jazeker, toch wel eventjes dat vernietigende drugsklimaat. De duistere lichtgrijze straatjazz van het hysterisch demonische Sixteen Angels memoreert ook in alle opzichten aan het laat in de avond nog even koortsig scoren om de nachten high door te brengen.

Met de cross-over funkbas in La Divorce, de karakteriserende unplugged sessies in Day After Day en het veelzijdige psycho country getinte The Faraway hoor je de invloedrijke jaren negentig terug. Is een plaat als Oh That Monster nu nog relevant? Nee, dat niet, maar het maakt het leven wel stukken aangenamer.

Thelonious Monster - Oh That Monster | Rock | Written in Music - writteninmusic.com