Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ric Ocasek - Quick Change World (1993)

3,5
0
geplaatst: 14 mei 2023, 14:03 uur
Volgens de Engelse wikipedia wilde Ric Ocasek oorspronkelijk een dubbel-CD getiteld Negative theater met meer experimentele muziek en een dichtbundel uitbrengen, maar onder druk van de platenmaatschappij werden zeven nummers van dat project aangevuld met zeven wat conventionelere nummers onder produktionele leiding van Mike Shipley, waarna het geheel werd uitgebracht als Ocaseks vierde soloplaat Quick change world. Die hele ontstaansgeschiedenis was mij onbekend, en als ik met de kennis van nu de tracklisting bekijk valt me wel op dat de "Left Side" net iets meer afwijkend materiaal bevat qua spoken-word, soundscapes en muzikale hektiek, maar het verschil is toch ook weer niet zó groot dat me eerder een zekere tweedeling was opgevallen.
Hoe dan ook is dit toch weer een typisch Ocasek/Cars-produkt, met een paar extreem catchy nummers (met name Don't let go en She's on), een enkele slimme ballades (A little closer, Feeling's got to stay) en een aantal nummers die daar tussenin zitten, zoals aan de ene kant de rocker Riding shotgun en aan de andere kant het mid-tempo-titelnummer. Wel is het album wat onevenwichtiger dan ik van Ocasek gewend ben, met het saaie Hard times als dieptepunt, maar als ik dan toch eens let op de meer experimentele kant staan daar hypernerveuze nummers als Come alive en Hopped up tegenover, en daarmee houdt Ocasek toch voldoende de aandacht vast. Iets meer maatschappijkritiek misschien ook, getuige nummers als The big picture, What's on t.v., Help me find America en het titelnummer, maar bij deze man weet ik eigenlijk nooit precies hoe serieus ik het allemaal moet nemen, dus ik geniet maar van de hoogtepunten, laat de mindere nummers voor wat ze zijn, en ga op de teksten niet al te diep in. Zoals gezegd een wat wisselvallige plaat, maar zeker niet slecht of oninteressant.
Dit album telt volgens bovenstaande tracklisting 13 nummers, maar het al genoemde wikipedia-artikel heeft het dus over 7 + 7 = 14 nummers. Mijn eigen CD heeft er 13, maar als ik dit album via Spotify draai merk ik dat daar het allerlaatste nummer geen 3:55 duurt maar 5:30: na het einde van het eigenlijke Help me find America valt er een korte pauze, en daarna komt nog de "ghost track" Telephone again, speelduur ongeveer 1 minuut, aantal tekstregels precies 4. Ik kan niet zeggen dat ik daar al die jaren veel aan heb gemist.
Hoe dan ook is dit toch weer een typisch Ocasek/Cars-produkt, met een paar extreem catchy nummers (met name Don't let go en She's on), een enkele slimme ballades (A little closer, Feeling's got to stay) en een aantal nummers die daar tussenin zitten, zoals aan de ene kant de rocker Riding shotgun en aan de andere kant het mid-tempo-titelnummer. Wel is het album wat onevenwichtiger dan ik van Ocasek gewend ben, met het saaie Hard times als dieptepunt, maar als ik dan toch eens let op de meer experimentele kant staan daar hypernerveuze nummers als Come alive en Hopped up tegenover, en daarmee houdt Ocasek toch voldoende de aandacht vast. Iets meer maatschappijkritiek misschien ook, getuige nummers als The big picture, What's on t.v., Help me find America en het titelnummer, maar bij deze man weet ik eigenlijk nooit precies hoe serieus ik het allemaal moet nemen, dus ik geniet maar van de hoogtepunten, laat de mindere nummers voor wat ze zijn, en ga op de teksten niet al te diep in. Zoals gezegd een wat wisselvallige plaat, maar zeker niet slecht of oninteressant.
Dit album telt volgens bovenstaande tracklisting 13 nummers, maar het al genoemde wikipedia-artikel heeft het dus over 7 + 7 = 14 nummers. Mijn eigen CD heeft er 13, maar als ik dit album via Spotify draai merk ik dat daar het allerlaatste nummer geen 3:55 duurt maar 5:30: na het einde van het eigenlijke Help me find America valt er een korte pauze, en daarna komt nog de "ghost track" Telephone again, speelduur ongeveer 1 minuut, aantal tekstregels precies 4. Ik kan niet zeggen dat ik daar al die jaren veel aan heb gemist.
Ric Ocasek - This Side of Paradise (1986)

5,0
2
geplaatst: 8 mei 2023, 13:51 uur
Wat merkwaardig, nog geen enkel bericht hierbij – daar gaan we eens even wat aan doen. Dit is Ocaseks tweede soloplaat, duidelijk minder elektronisch georiënteerd dan Beatitude dankzij zwaardere arrangementen, het gebruik van een echte drummer (Chris Hughes) en de bijdragen van Billy Idols gitarist Steve Stevens. Over de waarde van Hughes' take no prisoners-benadering kun je discussiëren, maar Stevens is echt een gouden greep, want doordat hij de vrije hand krijgt kan hij met zijn wilde spel de nummers naar een hoger niveau van intensiteit tillen en Ocaseks popnummers van een onverwacht smerig randje voorzien, getuige zijn gierende solo's op Keep on laughin', Look in your eyes, Coming for you en Hello darkness (maar ook zijn prachtige akoestische solo op Spaanse gitaar op True love).
De andere essentiële medewerker hier is Greg Hawkes, Ocaseks collega bij The Cars die hij niet voor niets op al zijn soloplaten gebruikte, want Hawkes is echt een meester in het vinden van de juiste opvulmelodietjes, de juiste keyboards en vooral precíés de juiste klankkleuren voor elk nummer, echt onbetaalbaar. (En dan speelt hij ook nog even bas op alle tracks, en ook nog eens klarinet, mondharmonica en achtergrondzang hier en daar – het is allemaal niet eerlijk verdeeld op deze wereld.)
Ach ja, die nummers... Ik heb het al vaker gezegd, maar Ocasek heeft er een handje van om vrij eenvoudige nummers met niet altijd even diepzinnige teksten te schrijven die dan door de gitaarlijntjes, toetsentapijtjes en koortjes van zijn medewerkers (Hawkes voorop) worden getransformeerd tot extreem catchy liedjes waar ik maar geen genoeg van kan krijgen, en dan vooral op de laatste twee Cars-platen en This side of paradise. Niet alles hierop is uitzonderlijk (hoewel er ook niets slechts op staat), maar Keep on laughin', True to you, Look in your eyes en Hello darkness kan ik letterlijk tientallen malen achter elkaar horen, vooral dat openingsnummer afgewisseld met Play in the sunshine van Prince, zulke zomers waren dat. Hoe dan ook, dit album is een ultiem voorbeeld van hoe Ocasek en de Cars op de één of andere manier exact kunnen inpluggen op Boy's muzikale poort.
Overigens, voor wat het waard is: ik kocht deze CD vrij snel na de release, en bij mijn exemplaar staan er weliswaar 10 titels op het hoesje, maar het plaatje zelf is onderverdeeld in 12 tracks: de eerste 38 seconden van het eerste nummer en de laatste 2 minuten en 10 seconden van het slotnummer hebben eigen tracknummers gekregen.
De andere essentiële medewerker hier is Greg Hawkes, Ocaseks collega bij The Cars die hij niet voor niets op al zijn soloplaten gebruikte, want Hawkes is echt een meester in het vinden van de juiste opvulmelodietjes, de juiste keyboards en vooral precíés de juiste klankkleuren voor elk nummer, echt onbetaalbaar. (En dan speelt hij ook nog even bas op alle tracks, en ook nog eens klarinet, mondharmonica en achtergrondzang hier en daar – het is allemaal niet eerlijk verdeeld op deze wereld.)
Ach ja, die nummers... Ik heb het al vaker gezegd, maar Ocasek heeft er een handje van om vrij eenvoudige nummers met niet altijd even diepzinnige teksten te schrijven die dan door de gitaarlijntjes, toetsentapijtjes en koortjes van zijn medewerkers (Hawkes voorop) worden getransformeerd tot extreem catchy liedjes waar ik maar geen genoeg van kan krijgen, en dan vooral op de laatste twee Cars-platen en This side of paradise. Niet alles hierop is uitzonderlijk (hoewel er ook niets slechts op staat), maar Keep on laughin', True to you, Look in your eyes en Hello darkness kan ik letterlijk tientallen malen achter elkaar horen, vooral dat openingsnummer afgewisseld met Play in the sunshine van Prince, zulke zomers waren dat. Hoe dan ook, dit album is een ultiem voorbeeld van hoe Ocasek en de Cars op de één of andere manier exact kunnen inpluggen op Boy's muzikale poort.
Overigens, voor wat het waard is: ik kocht deze CD vrij snel na de release, en bij mijn exemplaar staan er weliswaar 10 titels op het hoesje, maar het plaatje zelf is onderverdeeld in 12 tracks: de eerste 38 seconden van het eerste nummer en de laatste 2 minuten en 10 seconden van het slotnummer hebben eigen tracknummers gekregen.
Richard Hell & The Voidoids - Blank Generation (1977)

4,0
0
geplaatst: 28 december 2014, 12:29 uur
Ha, dat is beter, deze hoes... En wat de plaat zelf betreft, kant 1 met al die dynamietstaafjes van nummers is ijzersterk, en het begin van kant 2 zo mogelijk nog beter, met het fantastische titelnummer en de prima cover van Walk on the water (dat ik in deze versie voor het eerst hoorde), maar de afsluitende twaalf minuten duren me toch wat te lang, daar verliest de plaat een beetje z'n vaart en daarmee z'n impact.
Johnny Thunders! Waarom waarschuwt niemand hier mij dat ik daar nog niet op gestemd heb?... [gestommel in de richting van de T-plank van platenkast]
Johnny Thunders! Waarom waarschuwt niemand hier mij dat ik daar nog niet op gestemd heb?... [gestommel in de richting van de T-plank van platenkast]
Richard Lloyd - Alchemy (1979)

2,0
0
geplaatst: 31 mei 2011, 21:33 uur
Na Lloyds geweldige spel op de twee albums van Television had ik hier hoge verwachtingen van, maar die werden hier absoluut niet ingelast. Matige composities en saaie zang doen deze plaat wat mij betreft de das om. Het titelnummer is nog wel fraai.
Rick Nelson - Greatest Hits (2002)

3,0
0
geplaatst: 26 september 2021, 23:20 uur
De carrière van Rick(y) Nelson volgt min of meer het standaardpatroon van alle heartthrobs die in de jaren 50 in de schaduw van Elvis opkwamen en in de vroege jaren 60 door de Britse Invasie vakkundig buitenspel werden gezet, met drie afwijkingen: hij hield het net iets langer vol dan gelijksoortige collega's, hij wilde zijn romantische pop nog wel eens afwisselen met wat swingende rockabilly inclusief springerige solo's, en in de jaren 70 maakte hij een verrassende en vrij "introspectieve" comeback.
Dit album bevat praktisch al zijn Amerikaanse top-10-hits van tussen 1957 en 1963 (inclusief de nummers 1 Poor little fool en Travelin' man en het overbekende Hello Mary Lou), plus twee nummers uit zijn country-periode van begin jaren 70 waaronder het door hemzelf geschreven autobiografische Garden party (zijn laatste hit). Het boekje bevat een aardige tekst over Nelsons levensloop en een degelijke annotatie bij de nummers, en het geremasterde geluid is prima.
Dat gezegd hebbende kan ik me niet helemaal vinden in de ronkende loftuitingen van James Ritz in het boekje bij deze CD. DIt repertoire is allemaal prima beluisterbaar en wekt bij mij eigenlijk alleen bij het extreem melige Sweeter than you echte gaapneigingen, maar aan de andere kant is het ook maar zelden echt speciaal: de composities zitten vaak keurig in het voorspelbare fifties-pop-idioom, de arrangementen sprankelen niet echt (afgezien van incidentele solo's van James Burton) en Nelsons stem is feitelijk niet zo bijzonder – hij zingt alles adekwaat, maar ik krijg alleen bij de laatste twee nummers echt een klik met zijn voordracht.
Het venijn zit een beetje in de staart: Teenage idol is een voor die tijd en voor zo'n popidool opmerkelijk openhartig verslag van alle nadelen die er aan roem kleven, op Fools rush in en For you probeert hij iets meer in de richting van de "beatmuziek" te gaan (inclusief een hardere gitaar en een stevig orgeltje – helaas wordt zijn stem daarbij zódanig "double-tracked" opgenomen dat alle expressiviteit daardoor uit zijn zang verdwijnt), She belongs to me is een acceptabele (zij het niet spectaculaire) Dylan-cover, en Garden party is een sublieme onderkoelde afsluiter. Zo krijgt deze compilatie op het einde nog een beetje kleur, maar uiteindelijk is dat toch niet voldoende om mij te doen begrijpen waarom deze jongen/man indertijd zo'n grote ster was.
Dit album bevat praktisch al zijn Amerikaanse top-10-hits van tussen 1957 en 1963 (inclusief de nummers 1 Poor little fool en Travelin' man en het overbekende Hello Mary Lou), plus twee nummers uit zijn country-periode van begin jaren 70 waaronder het door hemzelf geschreven autobiografische Garden party (zijn laatste hit). Het boekje bevat een aardige tekst over Nelsons levensloop en een degelijke annotatie bij de nummers, en het geremasterde geluid is prima.
Dat gezegd hebbende kan ik me niet helemaal vinden in de ronkende loftuitingen van James Ritz in het boekje bij deze CD. DIt repertoire is allemaal prima beluisterbaar en wekt bij mij eigenlijk alleen bij het extreem melige Sweeter than you echte gaapneigingen, maar aan de andere kant is het ook maar zelden echt speciaal: de composities zitten vaak keurig in het voorspelbare fifties-pop-idioom, de arrangementen sprankelen niet echt (afgezien van incidentele solo's van James Burton) en Nelsons stem is feitelijk niet zo bijzonder – hij zingt alles adekwaat, maar ik krijg alleen bij de laatste twee nummers echt een klik met zijn voordracht.
Het venijn zit een beetje in de staart: Teenage idol is een voor die tijd en voor zo'n popidool opmerkelijk openhartig verslag van alle nadelen die er aan roem kleven, op Fools rush in en For you probeert hij iets meer in de richting van de "beatmuziek" te gaan (inclusief een hardere gitaar en een stevig orgeltje – helaas wordt zijn stem daarbij zódanig "double-tracked" opgenomen dat alle expressiviteit daardoor uit zijn zang verdwijnt), She belongs to me is een acceptabele (zij het niet spectaculaire) Dylan-cover, en Garden party is een sublieme onderkoelde afsluiter. Zo krijgt deze compilatie op het einde nog een beetje kleur, maar uiteindelijk is dat toch niet voldoende om mij te doen begrijpen waarom deze jongen/man indertijd zo'n grote ster was.
Rick Roberts - She Is a Song (1973)

4,0
0
geplaatst: 15 mei 2014, 21:26 uur
Deze plaat kocht ik in een tijd dat er op Californische platenhoezen nog wel eens een sticker zat met daarop de tekst "Look for all the great musicians on this album" of woorden van gelijke strekking. En omdat op deze plaat inderdaad het neusje van de Californische zalm meespeelde en omdat Rick Roberts een half-bekende naam was besloot ik maar de vereiste vijf gulden (echt waar) op de toonbank te leggen.
Tot mijn teleurstelling vond ik dit echter een tamelijk middelmatige plaat van een niet meer dan verdienstelijke artiest uit de B-categorie, en ik denk dat ik hem na een keer of tien gedraaid te hebben al zeker dertig jaar niet meer gehoord heb. Dus toen ik de redelijk positieve recensie van Stijn hierboven las maakte ik me op om een kritisch tegengeluid te laten horen, maar nu ik het album weer hoor merk ik tot mijn verbazing dat ik vrijwel elk nummer nog kan meeneuriën en in de meeste gevallen zelfs de tekst nog woordelijk ken.
Dit komt vooral omdat het eigenlijk een verzameling uitstekende composities is, uiteraard superieur vormgegeven door voornoemde topmuzikanten in afwisselende en verrassende arrangementen, met steelgitaar, fluit, synthesizer, dobro en slidegitaar broederlijk naast elkaar, dikwijls warm en kleurrijk.
Hoogtepunten zijn voor mij het door Stijn al genoemde Four days gone en vooral het prachtige ingetogen Old songs. De dieptepunten daarentegen bevinden zich aan het begin van vinylkant 2 : de matige rocker Sweet Maria (hoewel Roberts toch duidelijk "Sweet Marie " zingt) en het bijzonder melige The captain, waarvan de serviele religiositeit mij nogal tegen de borst stuit : "He is my Captain, I am his crew / I weigh the anchor, he sails me through / And when we are gathered on that further shore / The Captain will call me to walk through that door." (En dan zit er ook nog een kapitein in Lights, maar dat zal wel een andere zijn: "I want to see lights across the bay, lights across the water / Making plans to steal away with the captain's daughter.")
Een erg leuke plaat dus eigenlijk. Waarom vond ik het indertijd dan zo'n draak? Wel, ik denk toch dat ik mijn oordeel te sterk heb laten kleuren door wat ik nog altijd het grote nadeel van dit album vind: Roberts' dunne, ietwat karakterloze en krachteloze stem, die soms "double-tracked" lijkt te zijn om hem wat meer kracht te laten uitstralen maar die zeker in de hoge registers wat mij betreft op onaangename wijze tekortschiet.
Wellicht stoort hij me na al die jaren wat minder en kan ik er wat beter tegen. Een echt grote fan van zijn zangstem zal ik wel nooit worden, maar hij verhindert me gelukkig niet (meer) heel erg om van deze behoorlijk leuke plaat te genieten. (Twee berichten en vijf stemmen in de ruim vier jaren dat deze plaat op MusicMeter staat - zó obscuur is deze man nou toch óók weer niet?)
Tot mijn teleurstelling vond ik dit echter een tamelijk middelmatige plaat van een niet meer dan verdienstelijke artiest uit de B-categorie, en ik denk dat ik hem na een keer of tien gedraaid te hebben al zeker dertig jaar niet meer gehoord heb. Dus toen ik de redelijk positieve recensie van Stijn hierboven las maakte ik me op om een kritisch tegengeluid te laten horen, maar nu ik het album weer hoor merk ik tot mijn verbazing dat ik vrijwel elk nummer nog kan meeneuriën en in de meeste gevallen zelfs de tekst nog woordelijk ken.
Dit komt vooral omdat het eigenlijk een verzameling uitstekende composities is, uiteraard superieur vormgegeven door voornoemde topmuzikanten in afwisselende en verrassende arrangementen, met steelgitaar, fluit, synthesizer, dobro en slidegitaar broederlijk naast elkaar, dikwijls warm en kleurrijk.
Hoogtepunten zijn voor mij het door Stijn al genoemde Four days gone en vooral het prachtige ingetogen Old songs. De dieptepunten daarentegen bevinden zich aan het begin van vinylkant 2 : de matige rocker Sweet Maria (hoewel Roberts toch duidelijk "Sweet Marie " zingt) en het bijzonder melige The captain, waarvan de serviele religiositeit mij nogal tegen de borst stuit : "He is my Captain, I am his crew / I weigh the anchor, he sails me through / And when we are gathered on that further shore / The Captain will call me to walk through that door." (En dan zit er ook nog een kapitein in Lights, maar dat zal wel een andere zijn: "I want to see lights across the bay, lights across the water / Making plans to steal away with the captain's daughter.")
Een erg leuke plaat dus eigenlijk. Waarom vond ik het indertijd dan zo'n draak? Wel, ik denk toch dat ik mijn oordeel te sterk heb laten kleuren door wat ik nog altijd het grote nadeel van dit album vind: Roberts' dunne, ietwat karakterloze en krachteloze stem, die soms "double-tracked" lijkt te zijn om hem wat meer kracht te laten uitstralen maar die zeker in de hoge registers wat mij betreft op onaangename wijze tekortschiet.
Wellicht stoort hij me na al die jaren wat minder en kan ik er wat beter tegen. Een echt grote fan van zijn zangstem zal ik wel nooit worden, maar hij verhindert me gelukkig niet (meer) heel erg om van deze behoorlijk leuke plaat te genieten. (Twee berichten en vijf stemmen in de ruim vier jaren dat deze plaat op MusicMeter staat - zó obscuur is deze man nou toch óók weer niet?)
Rick Wakeman - 1984 (1981)

2,5
0
geplaatst: 14 mei 2020, 22:00 uur
Matig. Een paar aardige thema's en stevig toetsenwerk op een paar nummers, maar verder staan hierop teveel nietszeggende songs (Hymn, The proles) en flauwe instrumentals (dat Richard Clayderman-pianootje op Sorry !) om er een degelijke plaat van te maken. De eerste helft is nog sterk, de tweede helft kakt echt in, en het slotstuk is eigenlijk niet meer dan een herhaling van thema's zoals het een conceptplaat of rockopera (of hoe je het verder ook wilt noemen) betaamt, maar aangezien die thema's inmiddels niet erg fris meer zijn maakt dat slotnummer nog niet half zoveel indruk als de Overture. Het voornaamste pluspunt van dit album is eigenlijk de stem van Chaka Khan, want die tilt de drie nummers waarop ze aanwezig is eigenhandig naar een hoger niveau – nooit geweten dat ze zo mooi en ingetogen kon zingen als op Julia, en haar fantastische zangpartij op Robot man knalt bijna de speakers uit.
En na afloop blijf ik toch zitten met de honderdduizend-euro-vraag: waarom zou je aan 1984 een plaat willen wijden als Bowie dat zeven jaar eerder ook al (en succesvol) heeft gedaan? Onbegrijpelijk.
En na afloop blijf ik toch zitten met de honderdduizend-euro-vraag: waarom zou je aan 1984 een plaat willen wijden als Bowie dat zeven jaar eerder ook al (en succesvol) heeft gedaan? Onbegrijpelijk.
Rick Wakeman - Criminal Record (1977)

3,5
0
geplaatst: 28 april 2020, 13:19 uur
Een plaat die me af en toe doet denken aan Six wives, niet alleen omdat hier ook zes (praktisch) instrumentale nummers op staan, maar vooral ook omdat dit album net zo kleurrijk is en Wakeman net zoveel gelegenheid biedt om zijn complete arsenaal aan keyboards en geluidskleuren tentoon te spreiden. En daarvan maakt hij optimaal gebruik, meer nog dan op Six wives, zeker als je hoort hoe hij op de plaatopener tekeer gaat. Ik moet wel zeggen dat ik daarbij de eerste helft het sterkst vind, ook vanwege het stevige fundament van Squire en White; nummers vier en vijf zijn minder pakkend, en Judas Iscariot is wat te ongestructureerd voor mij, met een overdaad aan ideeën waar ik op een gegeven moment een beetje in verdwaal. Desalniettemin als geheel toch wel een sterke en rijke plaat.
Rick Wakeman - Journey to the Centre of the Earth (1974)

4,5
0
geplaatst: 8 maart 2020, 11:21 uur
Bij de recensie van dit album op allmusic staat ook een "user review" van iemand die zich zeer "sophisticated" voelde toen hij als zestienjarige aanwezig was bij de live-opname van dit album en die daarna ook de plaat kocht, "and like the show itself I pretended to be into it, at least until the next Bad Company album came out." Ruim 40 jaar later bevestigt een nieuwe draaibeurt wat hij stiekem eigenlijk altijd al had geweten – "it's a load of old pretentious twaddle" waarvan het enige belang ligt in het feit dat het nú als historisch artefact iets is dat het indertijd niet was: "Fun!"
Zo er íéts "twaddle" is, dan is het wel de mening dat dit album "pretentious" is, want als er ooit een progplaat níét pretentieus en wèl bijzonder "fun" is, is het Journey to the centre of the earth wel. Ik ken dit album zelf eveneens vanaf mijn zestiende, en na al die jaren draai ik het nog steeds met evenveel plezier. Een plot vol avontuur, veel afwisselende stukken, een behoorlijk hoog tempo, mooie en toegankelijke melodieën, een orkestraal arrangement dat regelmatig opwinding aan de rockband toevoegt, een dreigend koor, spannende voordracht van David Hemmings ("They called the stream... the Hansbach") die nergens zó lang doorgaat dat hij de flow van de plaat verstoort, en natuurlijk Wakemans extravagante toetsen die zoals altijd veel variatie kennen en steeds nieuwe kleuren aan de muziek toevoegen – als dat allemaal geen fun is weet ik het ook niet meer. Ik ken eigenlijk geen enkel progalbum dat zo makkelijk wegluistert en met zoveel plezier gemaakt is, en de enige reden waarom ik hier geen 5* aan geef is de zang van Ashley Holt. Met veel matige zangers heb ik problemen die na verloop van tijd "oplossen" in de algemene waardering voor de muziek van hun band (James LaBrie, Andy Latimer, Wishbone Ash), maar Holts grove en ongenuanceerde brul blíjf ik na al die jaren verschrikkelijk vinden (ik ben altijd blij wanneer het de beurt van zijn "dromerige" kompaan Gary Pickford-Hopkins is). Los daarvan: veertig fun-minuten.
Zo er íéts "twaddle" is, dan is het wel de mening dat dit album "pretentious" is, want als er ooit een progplaat níét pretentieus en wèl bijzonder "fun" is, is het Journey to the centre of the earth wel. Ik ken dit album zelf eveneens vanaf mijn zestiende, en na al die jaren draai ik het nog steeds met evenveel plezier. Een plot vol avontuur, veel afwisselende stukken, een behoorlijk hoog tempo, mooie en toegankelijke melodieën, een orkestraal arrangement dat regelmatig opwinding aan de rockband toevoegt, een dreigend koor, spannende voordracht van David Hemmings ("They called the stream... the Hansbach") die nergens zó lang doorgaat dat hij de flow van de plaat verstoort, en natuurlijk Wakemans extravagante toetsen die zoals altijd veel variatie kennen en steeds nieuwe kleuren aan de muziek toevoegen – als dat allemaal geen fun is weet ik het ook niet meer. Ik ken eigenlijk geen enkel progalbum dat zo makkelijk wegluistert en met zoveel plezier gemaakt is, en de enige reden waarom ik hier geen 5* aan geef is de zang van Ashley Holt. Met veel matige zangers heb ik problemen die na verloop van tijd "oplossen" in de algemene waardering voor de muziek van hun band (James LaBrie, Andy Latimer, Wishbone Ash), maar Holts grove en ongenuanceerde brul blíjf ik na al die jaren verschrikkelijk vinden (ik ben altijd blij wanneer het de beurt van zijn "dromerige" kompaan Gary Pickford-Hopkins is). Los daarvan: veertig fun-minuten.
Rick Wakeman - The Myths and Legends of King Arthur and the Knights of the Round Table (1975)

5,0
1
geplaatst: 13 maart 2020, 18:18 uur
Een soort ultieme romantische plaat, overdadig gearrangeerd en georkestreerd, maar dat mag ook wel als je zulke legendarische mythische personages tot het onderwerp van je teksten maakt. "een soort moderne soundtrack voor een middeleeuws theaterstuk" noemt Stijn_Slayer dit op 22-8-2010, en dat is wel een treffende omschrijving, hoewel Wakeman niet alleen in zijn teksten maar ook in de muziek associaties met een ver verleden oproept door het gebruik van dat zware koor, de blazers (waardoor ik aan herauten moet denken) en vooral het gebruik van een klavecimbel of spinet (of –achtige synthesizer, heel sfeervol gebruikt op het openingsnummer). Ja, het is soms extreem intens en over-the-top, maar door de afwisseling, de effectieve inzet van het orkest en de enorme rijkheid van de melodieën vliegt het nergens uit de bocht, ook niet als er in Merlin the Magician elementen van Gershwin en jazz-age-swing weerklinken. Ik heb zelfs geen problemen met die vervelende stem van Ashley Holt, die ik warempel prima vind passen bij de hektische passages van Sir Lancelot and the Black Knight en Sir Galahad. En van die meeuwen en die subtiele piano tijdens de overgang van Sir Galahad naar The last battle krijg ik nog altijd een brok in mijn keel, net als bij de voordracht na zes minuten op dat slotnummer. Ooit hoorde ik over iemand die deze muziek op zijn begrafenis wilde laten horen, en daar kan ik me wel wat bij voorstellen.
Rick Wakeman - The Six Wives of Henry VIII (1973)

4,5
1
geplaatst: 28 februari 2020, 21:52 uur
Zo afwisselend als een "toetsenplaat" maar kan zijn, met Wakeman die zo ongeveer het hele spectrum van keyboards en geluidskleuren en emoties bestrijkt en leden van Yes en de Strawbs die hem perfect ondersteunen. Over de verschillende vrouwen weet ik alleen maar dat één van hen in een James Bond-film zat te patiencen, dus ik luister de nummers als op zichzelf staande composities, en eigenlijk zijn ze stuk voor stuk pakkend en gevarieerd genoeg om de volle speelduur te boeien (hoewel ik af en toe wel genoeg krijg van dat dominante kerkorgel tijdens Jane Seymour, net zoals ik het kerkorgel op Parallel lines van Yes' Going for the one wat te "aanwezig" vond). Zo is dit een plaat die opmerkelijk fris klinkt, die eigenlijk voor alle stemmingen geschikt is en die ik dan ook heel frequent draai. Soms uiterst herkenbaar "des Wakemans" (bijvoorbeeld dat "wieuw-wieuw"-synthesizergeluid op Catherine Howard, of die "waterige" piano aan het begin van Catherine Parr die mij doet denken aan Guinevere van King Arthur twee jaar later), soms herinneringen oproepend aan Keith Emerson (bijvoorbeeld die Hammondsolo's op het slotnummer), maar altijd sterk en geïnspireerd.
Hilarisch dat sommige mensen dit niet Wakemans debuutplaat noemen: volgens hen gaat die eer naar Piano vibrations, een plaat met covers die hij als sessiemuzikant in 1971 met het orkest van John Schroeder opnam. Paar nummers van beluisterd, zet Henry VIII in de schaduw. (Not.)
Hilarisch dat sommige mensen dit niet Wakemans debuutplaat noemen: volgens hen gaat die eer naar Piano vibrations, een plaat met covers die hij als sessiemuzikant in 1971 met het orkest van John Schroeder opnam. Paar nummers van beluisterd, zet Henry VIII in de schaduw. (Not.)
Ritual - The Hemulic Voluntary Band (2007)

4,0
1
geplaatst: 14 juli 2023, 22:54 uur
Ontzettend leuke plaat die in de eerste maten een kruising lijkt tussen King Crimson ten tijde van Discipline en vroege Yes, maar al na een halve minuut ben ik die associaties kwijt en ontrolt zich een half folky, half rock-geluid met opmerkelijke rollen voor clavinet en harmonium. Extra pluspunt zijn de sfeervolle en grappige teksten met leuke personages waarvoor ik de verhalen van Tove Jansson niet hoef te hebben gelezen, want de teksten zelf en de fraaie illustraties in het boekje zeggen al genoeg (hoewel de tekst van het titelnummer me af en toe wat te veel aan Lewis Carroll doet denken). Late in November is wat rustiger dan de rest, en Waiting by the bridge wat poppier met die semi-reggae-invloed, maar kwalitatief valt eigenlijk niets uit de toon, met het lange titelnummer inclusief diverse sterke melodieën als hoogtepunt. De totaalscore voor dit album zou nog hoger zijn uitgevallen als de stem van Patrik Lundström wat minder schel was geweest; op de kwaliteit van zijn zang valt niets af te dingen, maar ik vind zijn stem gewoon niet zo passen bij deze muziek (net als bij Kaipa trouwens). Maar dat is slechts een kleine kanttekening bij een verder zeer onderhoudende en vrolijk stemmende plaat.
Rivers Cuomo - Alone II (2008)
Alternatieve titel: The Home Recordings of Rivers Cuomo

3,0
0
geplaatst: 28 maart 2013, 14:20 uur
Sinds het jachtseizoen hierop werd geopend (zie het vorige bericht) is er al vier en een half jaar niets meer bij dit album geschreven. Was dit zo teleurstellend? Toch vind ik het niet zoveel slechter (of zoveel minder interessant) dan deel 1, met wederom een aardige mix van succesvolle kleine liedjes, veelbelovende aanzetten en bizarre geluidsexperimenten. Ook leuk dat er twee demo's opstaan van nummers die een jaar later in hun definitieve versie op Ratitude zouden verschijnen (Can't stop partyin', hier nog zonder de gewraakte rap van Lil Wayne, en I don't want to let you know dat hier wel een verloren Beach Boys-juweeltje lijkt). Hoogtepunt is het werkelijk prachtige Walt Disney, echt zonde dat dat nooit een definitieve Weezer-release gehaald heeft. Uiteraard kan dit niet een volwaardig Weezer-album vervangen, maar voor Rivers Cuomo-watchers is het zeker een leuke plaat.
O, en het is dat ik geen sterren voor hoezen geef, maar anders was mijn waardering voor deze plaat through the roof gegaan…
O, en het is dat ik geen sterren voor hoezen geef, maar anders was mijn waardering voor deze plaat through the roof gegaan…
Riverside - Acoustic Session (2019)

2,5
0
geplaatst: 5 augustus 2020, 21:52 uur
Een sessie met Mariusz Duda op akoestische gitaar en zang en Michał Łapaj op piano uit januari 2019, met twee klassieke oudere tracks, mijn twee favoriete nummers van Wasteland en een "live intro" voor Wasteland "created by Michał Łapaj". Op zich allemaal niets mis mee, maar het klinkt niet alsof er veel aandacht aan een nieuw of alternatief akoestisch arrangement is geschonken, waardoor het allemaal een beetje simpel en ondoordacht klinkt. Bovendien speelt Duda hier veel slaggitaar die ook nog eens vrij achterin de mix zit, zodat de melodieuze begeleiding voornamelijk op Łapaj neerkomt, en dan hoor je toch wel dat deze muziek oorspronkelijk werd geschreven met een elektrische bandbezetting in het achterhoofd. De eerste vier nummers zijn sterk genoeg om ook op dit kleinere canvas boeiend te blijven, en het lange slotnummer lijkt een soort auditieve uitbeelding van de apocalyptische thematiek van het moederalbum te zijn, inclusief desolate wind, krassende kraaien, losse muzieknoten, aarzelende voetstappen, incidenteel gekuch en eenzame viool – interessant en sfeervol, maar misschien niet voor elke dag. Aardig maar niet geweldig. (Nu ook verkijgbaar via de 2CD+1DVD-release van Wasteland uit 2019.)
Riverside - Anno Domini High Definition (2009)

4,0
0
geplaatst: 3 augustus 2015, 17:46 uur
Goede plaat, maar over de hele linie voor mij toch niet 100% geslaagd. De zangmelodieën op de eerste twee nummers vind ik bijvoorbeeld niet bijzonder memorabel, en de riffs daarvan komen ook niet echt los. Bij Egoist hedonist komt alles echter ineens samen, een mooie echoënde gitaarlick, een vette synthesizer-riff, een vaag Pink Floyd-sfeertje, verrassende blazers en de krachtige refreinmelodie van "Just let me live without your pain", en dan staan zowel sound als nummer opeens als een huis. En de lat blijft daarna hoog liggen, eerst met dat trieste basloopje en die "uplifting" gitaarriff van Left out, daarna het fraaie Hybrid times met dat sfeervolle semi-instrumentale slot. Kortom, een plaat met twee gezichten voor mij – wanneer de stuurloze metal plaats maakt voor (of beter gezegd geïntegreerd wordt in) kleurige en melodieuze prog vliegt de kwaliteitscurve omhoog, en dan geef ik hem qua aantal sterren toch maar het voordeel van de twijfel.
Riverside - ID.ENTITY (2023)

3,5
0
geplaatst: 27 juli 2023, 22:33 uur
Muzikaal prima in orde, uitstekend geproduceerd met een strakke sound en een band die gedreven klinkt, hoewel gitarist Maciej Meller mij nog niet helemaal overtuigt (met uitzondering van zijn werk op Big tech Brother en het slotnummer). In tegenstelling tot meerdere gebruikers hier ben ik over de teksten ook wel positief, want het is toch altijd leuk als iemand zijn nek uitsteekt en stelling neemt tegen wat hij ziet als vervlakking en uitbuiting, en bovendien denk ik dat Duda's thema's hier (muzikale imitatoren, Big Brother-surveillance en spyware, ongelijke relaties die maatschappelijke misstanden weerspiegelen, mensen die je willen vertellen hoe je je leven moet leiden, het conflict tussen je terugtrekken uit de wereld en het toch op de hoogte willen blijven) toch urgent blijven, ook al zou dit niet de eerste keer zijn dat ze aan bod komen. Melodisch vind ik het helaas niet allemaal even sterk, met coupletten en refreinen die niet steeds blijven hangen, maar met name Michal Lapaj heeft de goede gewoonte om oneffenheidjes in de composities op te vangen met zijn afwisselende keyboards en slimme loopjes, zodat ik uiteindelijk toch meer dan positief ben. Ik weet echter niet of mijn score in de loop van de tijd nog verhoogd gaat worden, zoals bij de betere prog vaak het geval is wanneer die zich in mijn muzikale brein nestelt.
De twee instrumentale tracks op de bonus-CD zijn niet slecht, met op de eerste meer een hoofdrol voor de gitaar en op de tweede meer voor de keyboards, maar zijn voor mij uiteindelijk toch net te vrijblijvend om een wezenlijke bijdrage aan de waardering van de eerste CD te leveren.
De twee instrumentale tracks op de bonus-CD zijn niet slecht, met op de eerste meer een hoofdrol voor de gitaar en op de tweede meer voor de keyboards, maar zijn voor mij uiteindelijk toch net te vrijblijvend om een wezenlijke bijdrage aan de waardering van de eerste CD te leveren.
Riverside - Lost 'N' Found (2017)
Alternatieve titel: Live in Tilburg

4,0
0
geplaatst: 7 januari 2022, 12:28 uur
Ik was er ook bij, op die avond in Tilburg, en ik was flink onder de indruk, zodanig zelfs dat ik ter plekke hun live-DVD Reality dream (opgenomen in 2008 in het Poolse Lodz) aanschafte. De op deze plek besproken audioweergave van die avond in Tilburg klinkt uitstekend, maar is minder indrukwekkend dan ik had gehoopt: wat ik me van dat concert vooral herinner was hoezeer drummer Piotr Kozieradski met allemaal kleine subtiele dingetjes de sound ongemerkt vervolmaakte en hoezeer gitarist Piotr Grudzinski met zijn sublieme gitaarspel de nummers stuurde (echt zo iemand van wie de andere bandleden achter zijn rug zouden kunnen zeggen: "jongens, zeg het hem niet in zijn gezicht want dan gaat hij misschien naast zijn schoenen lopen, maar híj is het magische element dat deze band van goed in groots verandert, we moeten in onze handjes knijpen dat hij in onze band wil spelen!").
Maar goed, voor dat drumwerk hebben we de beelden van de bijbehorende (prachtige) DVD, en muzikaal is het verder natuurlijk ook absoluut niet slecht, want het is geweldig repertoire (van maar liefst zes verschillende albums), Duda is uitstekend bij stem, en het klinkt allemaal als een klok. Misschien ligt het ook wel aan mij en waren mijn verwachtingen te hoog: het overkomt mij wel vaker dat in mijn beleving een liveplaat de muzikanten (en daarmee mijzelf) niet boven zichzelf uit doet stijgen. Grudzinski is in ieder geval duidelijk aanwezig: zijn gitaarwerk op bijvoorbeeld Conceiving you, Under the pillow en The depth of self-delusion benadert zowel qua spel als qua sound de perfectie in en voor mijn oren.
Maar goed, voor dat drumwerk hebben we de beelden van de bijbehorende (prachtige) DVD, en muzikaal is het verder natuurlijk ook absoluut niet slecht, want het is geweldig repertoire (van maar liefst zes verschillende albums), Duda is uitstekend bij stem, en het klinkt allemaal als een klok. Misschien ligt het ook wel aan mij en waren mijn verwachtingen te hoog: het overkomt mij wel vaker dat in mijn beleving een liveplaat de muzikanten (en daarmee mijzelf) niet boven zichzelf uit doet stijgen. Grudzinski is in ieder geval duidelijk aanwezig: zijn gitaarwerk op bijvoorbeeld Conceiving you, Under the pillow en The depth of self-delusion benadert zowel qua spel als qua sound de perfectie in en voor mijn oren.
Riverside - Love, Fear and the Time Machine (2015)

5,0
0
geplaatst: 19 november 2018, 15:20 uur
Naar de volle ***** verhoogd, want de emotionele ondertoon, de grote variatie en vooral de enorme melodieuze rijkdom zorgen ervoor dat ik dit ook meer dan drie jaar na de release nog altijd blijf draaien. Echt een prachtige plaat, met Time travellers voor mij als hoogtepunt.
Riverside - Memories in My Head (2011)

4,5
0
geplaatst: 14 augustus 2015, 12:14 uur
Superbe, kwalitatief gewoon een volwaardig album. Ach ja, die korte speelduur, in het vinyltijdperk zijn er ook wel diverse serieuze elpees van grote artiesten (Dylan, Creedence, Simon & Garfunkel) geweest die nog geen 30 minuten op de klok brachten... Het openingsnummer is mooi melancholiek met fraaie instrumentale passages, en het slotnummer is zeldzaam krachtig met een briljante tekst die hard kan aankomen bij wie gevoelig is voor de weemoed van het verloren verleden: "Look at this field my son / Deserted, empty places / Where the dead silence feeds on lost whispers", maar mijn persoonlijke favoriet is toch Living in the past. Geweldig hoe er in het begin opeens een verrassende driekwartsmaat in komt zetten, en als dan de gitaar invalt krijg ik spontaan een brok in mijn keel. Ook verder is dit nummer precies zoals ik mijn prog het liefste heb: voorspelbaar qua heerlijke orgel- en gitaarpartijen, onvoorspelbaar voor de rest, energiek en kwetsbaar tegelijkertijd, hoe zeg je zoiets, en met op het einde (11:25-11:32) een orgel-en-gitaar-loopje waar ik elke keer weer een brede glimlach van op mijn gezicht krijg – dat wordt mijn nieuwe ringtone.
Invloeden van Pink Floyd zijn natuurlijk onmiskenbaar, maar als deze mannen al bij Waters & Gilmour zouden hebben afgekeken hoe een bepaalde sfeer een hele plaat lang vast te houden, dan hebben ze die les hier wel summa cum laude in praktijk gebracht. Bovendien is het ook wel een passend eerbetoon, want de onverstoorbaar doormarcherende tijd van The dark side of the moon ("And then one day you find, ten years have got behind you") is natuurlijk precies de voorhamer die het koninkrijk van Forgotten land tot stof heeft doen wederkeren. En bij het intro van dat nummer moest ook ik meteen denken aan Cygnus X-1 van Rush (vanaf 1:45), maar het totaal van Memories in my head is toch zo subtiel, zo getuigend van een eigen identiteit en kwalitatief zo hoogstaand dat eventuele imitatio hier toch duidelijk emulatio is geworden. In oktober ga ik deze band voor het eerst live zien – het kan bijna alleen maar tegenvallen. Bijna.
Invloeden van Pink Floyd zijn natuurlijk onmiskenbaar, maar als deze mannen al bij Waters & Gilmour zouden hebben afgekeken hoe een bepaalde sfeer een hele plaat lang vast te houden, dan hebben ze die les hier wel summa cum laude in praktijk gebracht. Bovendien is het ook wel een passend eerbetoon, want de onverstoorbaar doormarcherende tijd van The dark side of the moon ("And then one day you find, ten years have got behind you") is natuurlijk precies de voorhamer die het koninkrijk van Forgotten land tot stof heeft doen wederkeren. En bij het intro van dat nummer moest ook ik meteen denken aan Cygnus X-1 van Rush (vanaf 1:45), maar het totaal van Memories in my head is toch zo subtiel, zo getuigend van een eigen identiteit en kwalitatief zo hoogstaand dat eventuele imitatio hier toch duidelijk emulatio is geworden. In oktober ga ik deze band voor het eerst live zien – het kan bijna alleen maar tegenvallen. Bijna.
Riverside - Out of Myself (2004)

4,0
0
geplaatst: 9 oktober 2015, 13:58 uur
Memo aan mezelf : lijstje opstellen van bands waarbij je voor een latere plaat bent gevallen, om vervolgens terug te werken en dan bij het debuutalbum te schrikken van de lage kwaliteit óf de totaal andere muziek die daarop te vinden is. Voorbeelden: Genesis, ELO, Pulp, Alice Cooper, Moody Blues, Deep Purple, Pink Floyd, de Cure, Prince, en (het ultieme voorbeeld?) Bowie.
Memo 2 : lijstje maken van bands die er met hun eerste plaat meteen al in kletsen en waaraan je absoluut niet kunt horen dat ze bezig waren met een debuut. Schoolvoorbeeld : Riverside – bij Out of myself (de laatste plaat van ze die ik nog moest leren kennen) krijg ik gewoon het idee dat deze mannen qua zelfvertrouwen, uitstraling en professionaliteit al jaren bezig zijn. Mooie mix van hard en zacht, agressief en kwetsbaar, gitaren en toetsen, sterke melodieën en instrumentaal geweld. Meteen beginnen met een nummer van 12 minuten dat je intenties duidelijk maakt en je aanwezigheid op de kaart zet, en dat niveau dan gedurende het hele album vasthouden of in ieder geval niet onder de streep laten zakken, petje af.
Memo 3 : het is misschien onvermijdelijk dat de meeste aandacht uitgaat naar zanger / tekstschrijver / frontman Mariusz Duda, maar toch ook niet vergeten hoezeer gitarist Piotr Grudzinski het geluid kleurt met zijn stevige maar warme solo's en zijn subtiele begeleidingswerk.
Memo 2 : lijstje maken van bands die er met hun eerste plaat meteen al in kletsen en waaraan je absoluut niet kunt horen dat ze bezig waren met een debuut. Schoolvoorbeeld : Riverside – bij Out of myself (de laatste plaat van ze die ik nog moest leren kennen) krijg ik gewoon het idee dat deze mannen qua zelfvertrouwen, uitstraling en professionaliteit al jaren bezig zijn. Mooie mix van hard en zacht, agressief en kwetsbaar, gitaren en toetsen, sterke melodieën en instrumentaal geweld. Meteen beginnen met een nummer van 12 minuten dat je intenties duidelijk maakt en je aanwezigheid op de kaart zet, en dat niveau dan gedurende het hele album vasthouden of in ieder geval niet onder de streep laten zakken, petje af.
Memo 3 : het is misschien onvermijdelijk dat de meeste aandacht uitgaat naar zanger / tekstschrijver / frontman Mariusz Duda, maar toch ook niet vergeten hoezeer gitarist Piotr Grudzinski het geluid kleurt met zijn stevige maar warme solo's en zijn subtiele begeleidingswerk.
Riverside - Rapid Eye Movement (2007)

3,0
0
geplaatst: 26 juli 2015, 17:02 uur
Mooie nummers, goed gemusiceerd, zorgvuldig geproduceerd, allemaal niets mis mee, maar er zit weinig bite in, weinig melodische of instrumentale verrassing, het overdondert nergens, het sleept niet voldoende mee (en het gaat via het slotnummer ook nog eens minuten te lang door). Alleen het openingsnummer en Schizophrenic prayer springen er voor mij echt uit. Kortom, ik onderschrijf mijn voorganger.
De bonus-CD kan me maar matig boeien, het klinkt teveel naar een vrijblijvende versie van het vroege Porcupine Tree-werk of de spacy gitaar-workouts van Gong op You. En dat Shine on-stukje is wel grappig, maar als ik dat lange slotnummer hoor denk ik: zouden ze ook The bogus man van Roxy Music (van hun tweede album For your pleasure) kennen?
De bonus-CD kan me maar matig boeien, het klinkt teveel naar een vrijblijvende versie van het vroege Porcupine Tree-werk of de spacy gitaar-workouts van Gong op You. En dat Shine on-stukje is wel grappig, maar als ik dat lange slotnummer hoor denk ik: zouden ze ook The bogus man van Roxy Music (van hun tweede album For your pleasure) kennen?
Riverside - Second Life Syndrome (2005)

5,0
0
geplaatst: 24 september 2015, 18:24 uur
In het kader van het komende concert in 013 (als nieuwkomer wordt dat mijn eerste optreden van Riverside) dit album voor het eerst sinds tijden weer eens gedraaid, enigszins huiverig want ik herinner me dit als een geweldige plaat... en gelukkig staat hij nog steeds als een huis. Afwisselend, geïnspireerd, lekker stevig en zeer kleurrijk, geweldige melodieën, superbe gitaarwerk (die laatste minuten van het titelnummer!), meeslepend van de eerste tot de laatste minuut, met de eerste vier nummers van het album als hoogtepunt maar in de laatste vijf verder geen zwakke momenten. Voor mij een hoogtepunt binnen hun oeuvre.
Riverside - Shrine of New Generation Slaves (2013)

4,5
0
geplaatst: 24 september 2015, 20:45 uur
Sterk en bijzonder consistent album waarbij mijzelf vooral de jaren-70-rock-invloeden opvallen (met name op Celebrity touch en Escalator shrine), terwijl toch ook de rustiger nummers (We got used to us en vooral Deprived) veel indruk maken. Als ik hier niet het maximum aantal sterren aan geef komt dat doordat ik hiervóór het briljante Second life syndrome heb gedraaid, maar Shrine zit daar niet ver achter.
Riverside - Voices in My Head (2005)

4,0
0
geplaatst: 16 juli 2015, 13:41 uur
Mooi, bedwelmend, spannend en ontspannen tegelijkertijd. Na twee albums waar ik erg enthousiast over ben (Second life syndrome en Shrine of new generation slaves) ben ik nu ook hun andere werk aan het ontdekken als voorbereiding op hun concert in 013 op 18 oktober – en wàt een ontdekking.
Riverside - Wasteland (2018)

3,5
0
geplaatst: 5 augustus 2020, 21:23 uur
Ik durfde hier lange tijd niet aan te beginnen, zó groot vond ik de invloed van Piotr Grudzinski's gitaarspel op de sound van Riverside band (en dus ook: zó goed vond ik zijn spel). Gelukkig heeft de band geen pas op de plaats gemaakt en zijn ze vol ambitie verder gegaan; Duda is nog steeds goed bij stem en gebruikt hier ook heel effectief een lager register waardoor hij soms zelfs aan Leonard Cohen doet denken, en het idee om de gitaarpartijen over drie verschillende muzikanten te verdelen is op zich helemaal niet verkeerd. Helaas wringt daar ook juist de schoen, want in teveel nummers krijg ik vervelende en weinig inventieve metal-riffs te horen; in Vale of tears bijvoorbeeld zit er een vrij saaie riff onder het couplet, en vlak vóór het laatste refrein zit een tweede saaie riff met daaroverheen een gitaarsolo waar ik ook niet warm of koud van kan worden. En dat is des te jammerder omdat er op deze plaat tegelijkertijd diverse prachtige refreinen staan die echt behoren tot het beste en meest melodieuze dat Duda en Riverside op de plaat hebben gezet: "Living a distorted day, distorted life", "Wading through the desert", "Father will you take me away", "Linger beside me, you're all I have left" – allemaal prachtige momenten, en de post-apocalyptische teksten geven de plaat in samenwerking met het sfeervolle boekje een krachtige emotionele eenheid, zodat ik echt graag had gehoord dat de rest van de composities interessanter waren. Aan goede ideeën is op deze plaat in ieder geval geen gebrek, en de toekomst ligt open.
Robbie Robertson - How to Become Clairvoyant (2011)

4,5
0
geplaatst: 12 mei 2011, 13:33 uur
Plaat een aantal keren gedraaid. Niet slecht maar ook niet echt goed. Beetje gewoontjes. Klaar.
Een paar dagen later loop ik op straat, en opeens hoor ik van binnen een melodieflard die me bij de keel grijpt. Ik heb dat muziekje al veel vaker gehoord, maar nú ontroert het me opeens, alsof ik er nú pas de impact van kan voelen. Ik kan helaas zo snel niet thuisbrengen uit welk nummer die melodie komt, wel iets recents, maar welk nummer of welke artiest...
Thuisgekomen zoek ik bij mijn recente aanwinsten. Nee, dàt is het niet, nee, dàt óók niet... En opeens herken ik She's not mine.
Ik had het moeten weten, die vervelende vent heeft immers wel vaker zijn albums gevuld met ogenschijnlijk simpele nummers die hun ware emotionele lading pas na verloop van tijd prijsgeven. Caledonia mission, The unfaithful servant, The rumor, Rags and bones, Sonny got caught in the moonlight, Night parade, Day of reckoning – niet voor niets staat The Band bij mij zo hoog aangeschreven.
Koester deze man, en koester deze plaat.
O ja, in eerdere berichten werd wel gesuggereerd dat Robertson een ouwe lul is die niets meer te zeggen heeft en daarom maar beter achter de geraniums kan gaan zitten. Me dunkt dat iemand die de zelfbeheersing kan opbrengen om in de periode sinds zijn vertrek uit The Band slechts vier (nu dus vijf) albums in 35 jaar uit te brengen wel het voordeel van de twijfel verdient.
Een paar dagen later loop ik op straat, en opeens hoor ik van binnen een melodieflard die me bij de keel grijpt. Ik heb dat muziekje al veel vaker gehoord, maar nú ontroert het me opeens, alsof ik er nú pas de impact van kan voelen. Ik kan helaas zo snel niet thuisbrengen uit welk nummer die melodie komt, wel iets recents, maar welk nummer of welke artiest...
Thuisgekomen zoek ik bij mijn recente aanwinsten. Nee, dàt is het niet, nee, dàt óók niet... En opeens herken ik She's not mine.
Ik had het moeten weten, die vervelende vent heeft immers wel vaker zijn albums gevuld met ogenschijnlijk simpele nummers die hun ware emotionele lading pas na verloop van tijd prijsgeven. Caledonia mission, The unfaithful servant, The rumor, Rags and bones, Sonny got caught in the moonlight, Night parade, Day of reckoning – niet voor niets staat The Band bij mij zo hoog aangeschreven.
Koester deze man, en koester deze plaat.
O ja, in eerdere berichten werd wel gesuggereerd dat Robertson een ouwe lul is die niets meer te zeggen heeft en daarom maar beter achter de geraniums kan gaan zitten. Me dunkt dat iemand die de zelfbeheersing kan opbrengen om in de periode sinds zijn vertrek uit The Band slechts vier (nu dus vijf) albums in 35 jaar uit te brengen wel het voordeel van de twijfel verdient.
Robbie Robertson - Robbie Robertson (1987)

4,5
0
geplaatst: 10 augustus 2011, 15:25 uur
Stijn_Slayer schreef:
Lanois, Gabriel en U2 passen in geen enkel opzicht bij The Band.
Lanois, Gabriel en U2 passen in geen enkel opzicht bij The Band.
Volgens Barney Hoskyns (die Robertsons solowerk haat) vormt dit album met al z'n moderne geluidstechnologie en dure gastmuzikanten "the absolute opposite of everything The Band had stood for." (Citaat uit Hoskyns' Band-biografie Across the great divide.) En dat klopt ook wel, want muzikaal zit er een wereld van verschil tussen Fallen angel en The weight.
Eigenlijk is het enige wat The Band en Robertson-solo met elkaar gemeen hebben de kwaliteit, want ook Robertsons soloplaten bevatten goed geconstrueerde liedjes met teksten die vaak een verrassend of bizar verhaal vertellen. En juist dat is misschien toch een reden om zijn solowerk een kans te geven: verwacht geen The Band Part II, maar de visie van iemand die er bewust voor gekozen om in muzikaal opzicht een andere richting op te gaan en daarbij (toch ook) een hoog niveau haalt.
Voor alle duidelijkheid: ik ben een enorm groot liefhebber van The Band (in mijn huidige lijstje van "favoriete artiesten aller tijden" staan ze op de derde plaats), maar ook van Robbie Robertson (zonder dat zijn solowerk nou meteen óók in mijn top-10 staat). En Sweet fire of love is naar mijn mening het minste (want "opgeblazenste") en enige slechte nummer van deze plaat.
Robbie Robertson - Storyville (1991)

4,0
0
geplaatst: 7 mei 2011, 14:06 uur
Had nogal een tijdje nodig, maar uiteindelijk toch een fraaie plaat. Day of reckoning is het emotionele hoogtepunt, What about now een onderschatte single, en Sign of the rainbow de enige echte mislukking met dat pseudo-hemelse koor. De lijst met gastmuzikanten is bijna langer dan het tekstvel.
Robert Cray - I Was Warned (1992)

2,5
0
geplaatst: 5 augustus 2015, 15:35 uur
Hoewel ik Robert Cray al ken sinds Strong persuader ben ik hem pas de laatste paar jaar echt gaan waarderen. Het lijkt er soms op alsof zijn werk zó sterk als vrijblijvend en gelikt wordt ervaren dat zijn kwaliteiten (ambachtelijk degelijke platen, melodieuze composities, een soulvolle stem en puntig gitaarwerk) daardoor miskend worden, en dat is jammer, want binnen de grenzen die hij zelf stelt heeft hij toch een paar prima platen gemaakt. Graag zou ik dan ook vol bravoure melden dat mijn twee voorgangers het bij het verkeerde eind hebben en dat I was warned eigenlijk een superieur album is, maar helaas is deze plaat in vele opzichten "devoid of any kind of dirt" (zoals de All Music Guide het zo treffend formuleert) en ontbeert hij de peper die doorsnee-composities als Just a loser en A whole lotta pride tot leven zou kunnen schoppen. Spijtig, want de onvermijdelijke hoogtepunten zijn niet mis: I'm a good man heeft een heerlijk gitaarloopje, The price I pay is een triestig liefdesliedje waar de eenzaamheid vanaf druipt, en op de slotsolo van het titelnummer stapt Cray gedecideerd uit z'n comfort zone en komt hij op de proppen met een lange en lekker overspannen gitaarsolo die zelfs het cheesy 80's-orgeltje doet vergeten. Het contrast met de rest van de plaat is echter te groot om het geheel naar een hoger plan te trekken, en dan heb ik het nog niet eens over dat verschrikkelijke He don't live here anymore – om een dergelijk emotioneel verhaal over de vervreemding tussen een zoon en een vader overtuigend te brengen moet je toch wat meer geloofwaardigheid aandragen dan Cray heeft, en misschien is dát wel de vrijblijvendheid waarvan eerder sprake was... Omdat ik graag aardig gevonden wil worden pers ik er voor dit album nog een drietal sterren uit, maar zonder dat zweterige en mooi suggestief gezongen slotnummer was ik daar niet eens aan toegekomen.
Robert Cray - Strong Persuader (1986)

4,5
0
geplaatst: 20 januari 2011, 18:26 uur
Ik herinner me iemand die toentertijd helemaal in de blues was en Robert Cray daarom verontwaardigd als "een verrader van zijn ras" omschreef. Geniaal! Feit is dat dit nog altijd klinkt als een klok, heerlijk helder en soepel, loopt als een trein. Geen meesterwerk, geen "echte" blues, gewoon een lekkere popplaat zonder pretenties. Misschien wel mijn meest gedraaide CD aller tijden: zal nooit in mijn top-10 of zelfs maar top-387 verschijnen, maar is gewoon altijd draaibaar. De eerste maten van Smoking gun bezorgen me nog altijd kippevel.
