MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Flying Colors - Third Degree (2019)

poster
4,0
Vorig jaar kwam ik bij de nieuwe Deep Purple een enkele opmerking tegen dat Steve Morse werd gemist. Wel, vanaf eind maart ben ik door zijn discografie (minus Purple en Kansas) gereisd, te beginnen met Dixie Dregs' Free Fall uit 1977. In totaal 31 albums, inclusief vier livealbums en twee compilaties met daarop bovendien werk dat hij bij anderen speelde. Degenen die meer van hem willen horen, hebben keuze genoeg!

In vergelijking daarmee is opvallend hoe anders zijn werk bij Flying Colors klinkt. Andere harmonieën, andersoortige solo's; het kan niet anders of de chemie met de anderen zorgde daarvoor.
Opvallend aan dit Third Degree is dat de groep iets traditioneler klinkt in de sfeer van de jaren '70, echter zonder retro te worden. Opener The Loss Inside is een voorbeeld daarvan, mede dankzij de gitaar- en toetsensolo.
Gelijkenissen met Muse zijn minder prominent dan voorheen, maar met de elastieken stem en zanglijnen van Casey McPherson in combinatie met sommige baslijnen en -effecten van Dave LaRue nog altijd daar. Vooral in More, dat een kleurige videoclip kreeg.

Cadence is voor mij hét hoogtepunt van het album, omdat melodie en prog hier zo fraai samenkomen met een enkele hint naar Kansas.
Met Guardian meer buitencategorie en lichte progrock, mede dankzij tempo- en maatwisselingen, soms in oneven maatsoort én Morse die práchtige lange noten uit zijn gitaar haalt, waarna LaRue een shreddende bassolo neerzet.
De jaren '70-sfeer van symfonische rock keert terug met Last Train Home.
Funkrock in Geronimo, waarbij het mede door de zang wel iets wegheeft van Steely Dan; BoyOnHeavenHill had dat ook. Morse doet iets wat ik niet eerder bij hem hoorde, namelijk een wegstervend akkoord én er is een whohohokoortje. Een vreemde cocktail die groeit bij vaker draaien.

Verrassenderwijs volgen dan twee nummers met pure pop: ballade You Are Not Alone (mét clip) is weliswaar muzikaal niet spannend, maar met de ingetogenheid hoor ik opeens het hese randje in de stem van McPherson en bovendien is daar een hart-onder-de-riem-tekst.
Tweede popnummer Love Letter is uptempo en bevat een doo-wopkoortje (?!), een noviteit bij de Colorsn. Met Crawl wordt in toegankelijke progrocksfeer afgesloten, zoals de groep vanaf het prille begin in 2012 beoogde.
Ook leuk is dat het mannetje op de hoes van het debuut terugkeert, de groepsnaam verbeeldend.

In 2020 en '21 bracht Morse albums uit met Deep Purple, in juli '22 verliet hij die groep om voor zijn zieke vrouw te zorgen: lange tournees waren niet langer mogelijk. Wel worden Dixie Dregs en de Steve Morse Band weer uit de koelkast gehaald, waarmee korte tours worden gedaan.
In april 2024 deed hij een uitgebreid interview in vlog Sea of Tranquility, waarbij een kijker terecht noteerde: "This man absolutely saved Deep Purple. His playing was incredible and his presence seems to have brought out the best in everyone else in the band. Most importantly he always comes across as a humble gentleman." Van dat interview vond ik een korte, geschreven weergave.

In het interview vertelt hij ook over - nog niet concrete - plannen voor nieuw werk van de Dregs en de Steve Morse Band, met daarin nog altijd LaRue en drummer Van Romaine. En ja, ook ik hoop dat de heren van Flying Colors nog eens tijd vinden voor een vierde album!

Fokofpolisiekar - Dans Deur die Donker (2023)

poster
4,5
Knallende punk in de Afrikaanse taal, die sterk op het Nederlands lijkt maar pittig genoeg is om verkeerd te begrijpen. Hoe kom ik bij Fokofpolisiekar uit de regio Kaapstad en Dans deur die donker?

Kerst 2015 was ik in Zuid-Afrika, waar een snikhete en ongekend droge zomer bezig was. Ik las daar het boek 'Rigtingbedonnerd' (Nederlandse titel 'Richting bedonderd') van de Nederlander Fred de Vries. Hij beschrijft in een reeks interviews met de meest uiteenlopende mensen hoe het het witte volksdeel van het land verging na het verdwijnen van apartheid.
Wat ik onder meer leerde: de situatie daar is véél gecompliceerder dan blank tegenover zwart, zoals ik voordien had begrepen. Na de dood van Mandela ging het nodige mis. Tribale kwesties tussen zwarten onderling en de grote groep kleurlingen maken dat het segregatieprobleem van de Verenigde Staten vergeleken hierbij eenvoudig is, en dan is er ook een grote groep inwoners van Indiase afkomst, plus omvangrijke corruptie en xenofobie tegen immigranten uit vooral Zimbabwe én de tweestrijd tussen ANC en EFF. Dan is er generaties lang de tweedeling tussen hen van boeren- en Britse afkomst en bovendien hadden óók witten te lijden onder het rechtse apartheidsregime: wie daarop kritiek had, kon worden weggestopt in een psychiatrische kliniek, zo las ik over folkzanger Koos Kombuis.
Maar er is ook cultuur in de breedste zin van het woord, bij alle bevolkingsgroepen. Luid moest ik lachen toen ik de groepsnaam Fokofpolisiekar tegenkwam. Begonnen als een grap op de weg, toen één van de leden zich ergerde: "Fok of familiekar!". Bij nader beraad vonden ze 'polisie' net wat steviger klinken en voilá, een pionierpunkband was geboren. De groep is bij conservatieve Zuid-Afrikaners omstreden: zanger Francois van Coke gebruikt zijn pseudoniem mede op verzoek van zijn vader, een dominee welke rond de start van de groep in 2003 door bezorgde mensen werd aangesproken op muziek en teksten van zoonlief.

De groep bestaat nu twintig jaar en de broekies van toen zijn mannen geworden. Wat klinkt is melodieuze, veelal snelle punk, waarbij in een half uur tien nummers voorbij komen. Het blijkt een groei-album. Sinds ik op streaming ontdekte dat Dans deur die donker op 8 december verscheen, draaide ik het dagelijks minimaal tweemaal. Waar ik het eerst met schoolcijfer 7 beoordeelde, leidden het gevarieerde gitaarwerk en dito composities ertoe dat ik inmiddels voor de volle 9 ga. Een groeibriljantje.
De stem van Van Coke bevalt goed: niet het geforceerde wat ik soms bij internationale genregenoten hoor, maar naturel; hij klinkt bijna lief maar de muziek lijkt om zijn stem heen geschreven. Geen schreeuwen laat staan grunten, maar pakkende melodielijntjes in zowel zang als gitaarwerk en een ritmesectie die de boel van een explosieve bodem voorziet.

Favoriete nummers aanwijzen is lastig, het werden er steeds meer. In eerste instantie viel ik voor de hardste en snelste nummers: opener Ctrl+Alt+Delete, de hakkende riff van Word wakker word groot, het extra melodieuze Dans deur die donker, het snelle, met flitsende metalgitaarlijnen opgemaakte Fok rond en de nog snellere delen van Oorgestimuleer (overprikkeld).
Akoestische gitaren klinken in Die goeie ou dae (de goede oude dagen) en het verstilde pareltje Die einde. De overige nummers groeiden eveneens bij herhaald afspelen. Met daarbij kritiek op lege buitenkanten (Goue drol oftewel gouden drol) en het hart-onder-de-riem in Dis Nie Nodig om My Polse te Sny Nie. Ik benoem niet alle titels, maar een zwak nummer ontbreekt.

Op de Engelstalige site Galore SA geeft gitarist Hunter Kennedy zijn samenvatting wat betreft de teksten en wederom blijkt afwisseling troef. Ook wat dat betreft een dikke 9.

Fontaines D.C. - A Hero's Death (2020)

poster
4,5
Met A Hero's Death verraste Fontaines D.C. mij toch weer. Waar het ijzersterke debuut Dogrel zo goed beviel, herhaalden ze dat kunstje zonder in mindere kopieën van het debuut te vervallen. De altijd pakkende stem van Grian Chatten, de heerlijke gitaarlicks, de vaak pompende ritmes... Weer even goed.

Naar het einde toe is er meer dan herhaling van het postpunkkunstje (een KNAP kunstje, ik bedoel dat woord 'kunstje' niet neerbuigend, integendeel!). Het wordt rustiger in Sunny, waar een vrouwenstem en sobere strijkers voor nieuwe impulsen zorgen. Wat dat betreft had ik wel zonder slotlied No gekund, zelfs al is dat een prima nummer; misschien had het eerder op de plaat gemoeten?

Ach, dat zijn details, gezeur van een stuurman aan wal. Opnieuw een sterke plaat zonder één zwak moment.

Fontaines D.C. - Dogrel (2019)

poster
5,0
Veel berichten in de media die de "betere pop" volgen over de nieuwe Fontaines DC, maar hier bij het debuut is het al meer dan twee jaar stil.
Ik houd van postpunk en dus ook van dit (h)eerlijke Dublinse plaatje. Alsof het weer 1980 is en tegelijkertijd helemaal eigentijds. Sterk gezongen, heerlijke composities, lekkere gitaartjes; lekker uptempo en stevig, vandaar.

Toen ik twee jaar geleden een afspeellijst maakte met hun beste nummers, belandden van Dogrel alle nummers daarop, uitgezonderd The Lotts. Slechts drie favorietjes kunnen kiezen is dan ook lastig. Tja, hoe logisch is het dan om vijf sterren te geven...

Fontaines D.C. - Romance (2024)

poster
4,0
Rainmachine schreef op 7 september:
Heeft ook niets met post-punk te maken zoals overal wordt gescandeerd.


Overal? Echt niet. Moest bijvoorbeeld afgelopen augustus grinniken toen ik in Oors zomernummer in de rubriek 'Oor in' op p. 6 las dat Grian Chatten "opgelucht" was, waarna in een goed opgebouwd artikeltje eerst de redenen worden opgesomd die daar NIET de reden voor zijn, om op 2/3 de oorzaak van zijn "Thank God" te onthullen. Het blad uitte namelijk ten aanzien van Romance dat je dit geen postpunk meer kunt noemen. Een uitspraak waar Chatten dus vrolijk van werd. In mijn beleving: post-postpunk.

Los van wat anderen vinden: ik hou van de eerste twee van de Fontaines en ook Chattens soloplaat mag er zijn; Skinty Fia bevond ik een keurige 7, als geheel te traag. Ik hoor daarbij graag de zanglijnen en -stijl, de manier waarop Chatten de woorden eruit gooit. Op Romance klinken de alternatieve jaren '90 terug, waar ik normaliter weinig mee heb.
Hier echter komen de nodige fijne liedjes voorbij: mooie melodietjes en lekkere gitaarlijntjes of andere kekke details, uitnodigend om opnieuw op te zetten. Het waren fijne fietstochtjes naar en van de zaak met dit op de koptelefoon.

Mijn favorieten zijn vooral uptempo, waar ik nu eenmaal "van ben": het stotende Starbuster met Chatten in het refrein in pseudo-ademnood (wat doet-ie nou?), de weemoed van The Modern World, in Bug een aangename associatie met Smashing Pumpkins - desondanks niet een groep waarvan ik albums bezit, meer melancholie in Sundowner, Death Kink is bescheiden stevig en met Favourite klinkt Fontaines D.C. vrolijker dan ooit tevoren, (desondanks?) een heul lekker liedje. Ook fijn: met z'n ruim 36 minuten duurt Romance precies lang genoeg.

En nu krijg ik zin in steviger werk. Postpunk. Beholder van The Blinders.

Fontaines D.C. - Skinty Fia (2022)

poster
3,5
Skinty Fia. Alsof Fontaines D.C. de langzamere en ingetogener nummers opspaarde voor dit album, in plaats van die op de twee voorgangers te zetten. Alsof de groep eerst over de snelweg knalde en nu 80, soms 90 kilometer per uur over een provinciale weg rijdt. Maar postpunk blijft het.

Een relatief rustig, weemoedig begin met In ár gCroíthe Go Deo met fraaie gitaar-dubeffecten en sterk drumspel van Tom Coll, gevolgd door het wat lome Big Shot dat groeit bij vaker draaien en hetzelfde geldt voor het trage How Cold Love Is. Niet de vrolijkste nummers.
Toch schiet ik voor het eerst overeind bij Jackie Down the Line, ik houd immers van uptempo muziek. Bloomsday pakte me nooit; Roman Holiday, uptempo, open productie en mooie melodie wél.

Om een accordeon in te zetten is een leuk idee, maar de zanglijn die in The Couple Across the Way parallel aan de vier akkoorden meeloopt is mij te monotoon en de bijna vier minuten voelen als acht. Verrassend én effectief is om dit door het titelnummer met zijn bigbeats te laten volgen, de melodie is me echter opnieuw te mager. Die van I Love You pakt me wel, uptempo met net als elders op de plaat die mooie open productie.

We zagen het vaker, groepen die na pittige eerste platen gas terugnamen. Het resultaat wordt door de meesten als verdiepend aangemerkt, ik echter mis dan vaak de energie van voorheen. Bij Skinty Fia keert daarvoor te weinig (melodie) terug, al zijn de teksten altijd weer interessant en stem, accent plus vertolking van Grian Chatten maken dat een heerlijk Iers sausje over de muziek wordt gewaarborgd.

Volgende verrassing was dat hij het jaar erop een soloplaat uitbracht. Op weg daarnaartoe.

Foreigner - 4 (1981)

poster
3,5
Had me nooit gerealiseerd dat de albumtitel 4 niet alleen op Foreigners vierde album slaat, maar ook op het feit dat toetsenisten Al Greenwood en Ian McDonald (de laatste tevens tweede gitarist) de band hadden verlaten, daarmee de band tot een kwartet reducerend. Dit omdat bandleider Mick Jones het schrijven van de liedjes slechts met zanger Lou Gramm wilde delen, aldus Wikipedia.
Het leidde ertoe dat toetsenist Thomas Dolby "vanuit de coulissen" is te horen op dit album, iemand van de volgende generatie met nieuwe synthesizers en programma’s. Het jaar erop startte hij een succesvolle solocarrière en scoorde een hitje met de computerbliepjes van She Blinded me with Science. Het illustreert dat de opmerkingen van Casartelli bij Foreigners vorige album Head Games terecht waren, in tegenstelling tot wat anderen vervolgens stelden. Foreigner liep voorop in de vernieuwing van adult oriented rock.

Op 4 klinken namelijk opnieuw de nieuwste mogelijkheden op het gebied van productie en techniek. Het album klinkt daardoor voller en digitaler, wat toen enorm opviel. Met Jones en producer Mutt Lange achter de knoppen was goed nagedacht over een eigentijdse brug tussen (hard)rock en pop.
De plaat opent conventioneel met aangenaam rockertje Night Life, waarna Thomas Dolby het eerste deel van Juke Box Hero bepaalt: een “analoge rocker” wordt voorafgegaan door zijn nieuwe klanken anno 1981. Break it Up is een fijne compositie die op de vorige albums had kunnen staan, Waiting for a Girl Like You vind ik echter nog steeds te glad. Bovendien indertijd veel te vaak op de radio en elders gehoord: menig tiener zwijmelde erbij. Bewijst echter wel dat het een sterk popliedje is en ik een knorrige man ben. De A-kant sluit af met de melodieuze rock van Luanne.

De saxofoon in Urgent beviel mij maar matig, maar de compositie en productie zijn wederom helemaal raak. Na het slome I’m Gonna Win (het lijkt Def Leppard in die dagen wel, gaap) volgt het iets sterkere Woman in Black.
Enthousiaster word ik op deze tweede helft pas bij Girl on the Moon, waar toetsen en gitaar fraai samengaan. In afsluiter Don’t Let Go klinkt in de beste aor-traditie naast een stevige gitaar een pakkend koortje.

Het album was niet alleen een immens verkoopsucces, de invloed van de band op andere hardrock- en symfobands was eveneens enorm. De meesten gingen vroeg of laat voor kortere liedjes die meezingbaar waren.
Dat gold niet alleen voor “oudjes” als Genesis, Kansas, Ozzy Osbourne, Rainbow, Uriah Heep en Yes. Ook jonge gitaarvreters als Def Leppard (waar dezelfde Mutt Lange produceerde), Saxon en Tygers of Pan Tang wilden/moesten onder druk van tijdgeest en platenmaatschappij toegankelijker klinken.
Voeg daarbij de nieuwe zenders Sky Channel en MTV: de videoclip werd bepalend en de transitie was compleet. Later dat decennium verscheen hair-/glammetal, waar het uiterlijk belangrijker werd dan de liedjes en ik steeds vaker aftaaide als fan van scheurende gitaren. Gelukkig voor mij was er een tegenbeweging op komst met thrashmetal.

Maar dat alles wist ik in februari 1982 nog niet, toen Waiting for a Girl like You #13 in de Nationale Hitparade haalde en de jaren erna regelmatig vanuit de kamers van mijn broertje en zusje schalde…

Foreigner - Agent Provocateur (1984)

poster
3,5
De vijfde van Foreigner was tevens de eerste die door mijn zusje werd opgepikt. Aangezien haar kamer op de overloop van het ouderlijk huis lag, tegenover de badkamer, heb ik Agent Provocateur menigmaal daarvandaan gehoord. Vooral de A-zijde, die het meest popgericht is, het resultaat van drie jaar studionijverheid. Hierbij enkele achtergrondzangers, inclusief wavetrio Thompson Twins.

De plaat begint stevig met een groot drumgeluid. De jaren '80 lieten qua synthpopsound hun invloed gelden, al is het drummer Dennis Elliot die effectief en sober zijn partijen speelt, om te beginnen in het sterke en uptempo Tooth and Nail (later eveneens de naam van een sympathiek punklabeltje, maar laat ik terzake blijven).
Vervolgens legt Mick Jones zijn gitaar in een keukenkastje en richt zich drie nummers lang op toetsen; de twee oorspronkelijke klavierenmannen waren immers vertrokken. Hij bespeelde ze zelf, ondersteund door zeven (!) sessiemusici.
Te beginnen met That Was Yesterday (#19 in mei 1985 in de Nationale Hitparade, in Vlaanderen #25), waarna de vorige hit volgt: ballade I Want to Know what Love Is. Het gospelkoor erbij hielp de single naar #1 in het VK en de VS, in Nederland vanaf half december 1984 in de hitlijst, een kersthit op onze overloop, om pas in maart '85 op #5 te pieken, in Vlaanderen in februari op #6.
Eveneens dominante toetsen in Growing up the Hard Way, ook een favoriet van zuslief, waarna ein-de-lijk weer eens gitaren klinken in de afsluiter van de A-zijde, het vierkante Reaction to Action.

Met hetzelfde laken van een pak opent de B-kant: Stranger in my own House rockt opnieuw te log, ondanks Lou Gramms prachtige vocalen. Wat een heerlijke stem toch...
Pas met A Love in Vain komen toetsen en gitaar samen. Samen. Dus niet ófwel toetsen ófwel gitaar, maar... Juist. U leest mijn moeite met het gespleten karakter van dit album; het nummer is bovendien een sterke compositie, mijn tweede favoriet.
Hierna volgt toetsenballade Down on Love, een favootje van mijn zus, waarna Two Different Worlds wat saai begint maar een ijzersterk refrein kent, zodat het opeens goed werkt.
Op het uptempo She's too Tough domineert de gitaar, een toetsenlijn danst echter prominent mee.

Mijn zus ging voor de A-zijde met vooral popliedjes. Niet veel later zou ze de nieuwe hits van Heart en Europe omarmen, Foreigner had de weg geplaveid.
Voor mij is dit een enigszins schizofreen album, waarbij ik een voorkeur voor de steviger B-kant heb, waar toetsen en gitaren gelijktijdig worden ingezet.
Oftewel: de band had een (vaste) toetsenist nodig om hun muziek te doen floreren. Gebeurt dat niet, dan klinkt enerzijds lompe hardrock of anderzijds gladde toetsenpop. Gaan ze samen, dan winnen melodie en compositie. Met een zanger die er sowieso steeds het beste van maakt.

Foreigner - Best Of Live (1993)

Alternatieve titel: Classic Hits Live

poster
4,5
In 1992 verschenen er twee compilatie-cd's van Foreigner (The Very Best... and Beyond en The Very Best of), een jaar later deze live-cd. Dat niet alleen om nog eens inkomsten te genereren. Op deze wijze werden de fans warm gemaakt voor de comeback van Lou Gramm bij Foreigner en wel op het album dat het jaar erop zou verschijnen: Mr. Moonlight. Althans, dat was de bedoeling, maar die studioplaat flopte.

Een dikke dertig jaar later is Best of Live nog altijd slechts op cd verkrijgbaar. Ik luister via streaming en desondanks: hier voel ik de opwinding die ik bij Mr. Moonlight mis.
De productie van de mij onbekende Bud Prager is helemaal prima en ook al is het een aaneenschakeling van opnamen van diverse concerten van 1977 tot 1985, het klinkt als één geheel. Vijf kwartier genieten. Mijn grootste favorietjes zijn die uit de eerste jaren, maar ook Waiting for a Girl like You staat er in een spetterende uitvoering op. Of hoor eens hoe Juke Box Hero luid knalt en in Urgent Mark Rivera zijn sax heerlijk buiten de lijntjes kleurt. Foreigner bewijst hier simpelweg een ijzersterke livegroep te zijn (geweest?).

Onverwacht zijn de covers. Eerst die van Buddy Holly's Not Fade Away en zoals Gramm zelf na afloop meldt, het werkt ook nog; idem knallend is Lovemaker, oorspronkelijk (1973) van soulzangeres Betty Wright.
Mocht ik Best of Live fysiek tegenkomen, dan schaf ik 'm aan, tenzij ie voor een exorbitante prijs weg moet. Want het is enorm genieten. Eigenlijk had dit gewoon in de jaren '80 moeten verschijnen met een klaphoes en op de binnenhoezen allerlei livefotootjes. Gewoon zoals de traditie voorschrijft.

Foreigner - Can't Slow Down (2009)

poster
3,0
Overmorgen, vrijdag, begint de afscheidstournee van Foreigner, die vooralsnog slechts in Noord-Amerika valt te bezoeken. Een tour met Styx, dat eveneens na afloop pensionado wordt.

Opvallend dat de laatste twee studioplaten van Styx (The Mission uit 2017 en Crash of the Crown uit 2021) stukken spannender en geïnspireerder zijn dan het laatste studiowerk van Foreigner uit 2009, in 2010 bovendien op elpee verschenen.
Can't Slow Down is namelijk een keurig plaatje, waar weinig aan mankeert behalve dat de composities zo ontiegelijk middelmaat zijn met karige variatie in instrumentatie: de elektrische gitaar domineert totaal en biedt keurige hardrock. Toetsen verblijven in de marge en de akoestische gitaar is opgeborgen. Ooit echter handelsmerken van Foreigner dat het nog jonge genre van adult oriented rock naar een hoger plan tilde. En al is de elektrische gitaar dominant, een echt stevige, uptempo rocker ontbreekt eveneens.
Kortom, verdwenen zijn de contrasten en wat resteert is een keurig, braaf plaatje dat nergens onder de maat is maar tegelijkertijd eenvormig. Kort gezegd: het wordt sáái.

Dat vermoedde ik niet bij de sterke opener Can't Slow Down, die heerlijk aftrapt. Tweede nummer Pieces is een midtempo semiballade. Op zich aardig maar pakkend is het evenmin en dit nummer wordt bovendien gemakzuchtig weggedraaid. Als goedkope kauwgum die te snel zijn smaak verliest; derde nummer When It Comes to Love lijdt daar nog meer aan.
Dan wordt het steviger en vlotter bij Living in a Dream, het tweede sterke nummer van de schijf, waarin trompetten het refrein versieren. I Can't Give up is vervolgens een dertien-in-een-dozijn-ballade met saaie piano op de hele tel.

Ik kan doorgaan, maar doe dat niet. Genoeg gezeurd. Nummers waar ik nog lichtelijk van opveer: Ready is lekker vlot, Give Me a Sign is fijn maar verdient een sterkere climax (het enige moment dat ik de zang vind tekortschieten), Too Late doet de oude tijden lichtjes herleven met goede balans tussen toetsen en gitaar, Lonely mist ondanks het sterke refrein een deel dat de boel even stillegt om vervolgens een climax te maken; in plaats daarvan wordt het lafjes weggedraaid. Oeps, ging ik toch weer mopperen. Slotlied Fool for You Anyway heeft mijn sympathie door de soulblazers.

De buurman noteerde hierboven: "Sommige platen moet je vaker luisteren voordat je ze echt op waarde kunt inschatten. Dat geldt zeker voor deze, maar ook voor Mr. Moonlight bijvoorbeeld." Die eerste zin is helemaal waar, ik vind beide albums daarentegen saaier worden bij vaker draaien. Foreigner vermeed de contrasten in zijn eigen muziek wat resulteert in keurige albums die tevens een lange zit worden.
Dat velen dat met mij oneens zijn, blijkt uit de verkopen: in de VS haalde het album #29, in het VK #26 en in Duitsland #16. Dat is veel beter dan voorgangers Unusual Heat (1991) en Mr. Moonlight (1994).

Tenslotte: u heeft mij op één keer na niet horen mopperen over zanger Marti Frederiksen, die een prima stem heeft in de lijn van zijn voorgangers. Het probleem zit 'm in de eenvormigheid van de composities. Iets wat Styx op hun laatste twee platen juist zo ontiegelijk goed deed...

Foreigner - Double Vision (1978)

poster
3,5
Bij deze beoordeling kan ik het kort houden. Van dit album kwamen geen hitsingles in Nederland, het ging dan ook in 1978 geruisloos aan mij voorbij. Wel leerde ik Hot Blooded en de titelsong enkele jaren later via de verzamelaar Records kennen.

Echte uitschieters ontbreken, afgezien misschien van het afsluitende Spellbinder. Niet dat de rest van de muziek per se slecht is, maar dat ik met moeite 3,5 sterren geef en eigenlijk een 6,5 als schoolcijfer, zegt voldoende. De twee livebonussen die ik op streaming tegenkom, klinken meteen een stuk vetter dan de plaat, waar het iedere keer nét te mat is.
De stem van Lou Gramm blijft net als bijvoorbeeld die van genregenoot John Waite een klasse apart, waar ook de mindere nummers van profiteren.
Drie maal haak ik af: de ballade You’re All I Am en de twee met Mick Jones als eerste zanger, te weten Back Where You Belong and I Have Waited So Long. Daarentegen de sterkste nummers in mijn bubbeltje: naast Spellbinder tevens Blue Morning, Blue Day, Double Vision (vroeger háátte ik de blazers daarin, dat is niet meer zo) en het instrumentale Tramontane dat klinkt als muziek bij een politieserie.

Zoals bij zoveel bands viel de tweede plaat tegen ten opzichte van het debuut, omdat daarvoor de beste composities waren gebruikt. Dat Jones & co echter goede songsmeden zijn, zouden de opvolgers bewijzen.

Foreigner - Extended Versions (2005)

poster
4,0
Nee, Extended Versions is geen verzamelaar zoals ik dacht toen ik de hoes zag, maar een livealbum. En om het nog onoverzichtelijker te maken: het is dezelfde als Live in '05 (2006) én Greatest Hits Live (2015). Die verschenen in zowel de Verenigde Staten als Europa, Extended Versions alleen in de Verenigde Staten.
Gitarist Mick Jones heeft dan inmiddels een compleet nieuw Foreigner om zich heen verzameld. Op zang Kelly Hansen, Thom Gimbel op slaggitaar en blaasinstrumenten, Jeff Jacobs is toetsenist, Jeff Pilson (ex-Dokken en -Dio) speelt de bas en de drummer die je van zijn werk bij vele andere namen zou kunnen kennen heet Jason Bonham. Jones is daarbij de zanger van het oudje Starrider.

Enkele nummers verschenen in 2008 op de compilatie No End in Sight. Nu ik weet dat dit live is, is het wellicht toch iets om aan te schaffen, mits voor een schappelijk prijsje. Die Kelly Hansen is namelijk gewoon góéd en hetzelfde geldt voor de overige leden.
In 2024 is Foreigner op afscheidstournee met Jones, Hansen en Pilson nog altijd in de bezetting plus vier nieuwe namen. Dit echter alleen in Noord-Amerika. Jammerrr... Zou ik best willen zien!

Foreigner - Foreigner (1977)

poster
4,0
In de herfst van 1976 ging ik fanatiek naar popmuziek luisteren met een van mijn ouders geleend transistorradiootje. Het was in dat najaar dat in Londen punk losbrak, wat afgezien van enkele ronkende stukjes in (pop)media nog weinig effect in Nederland had. Veel onopvallender ontstond tegelijkertijd een ander genre: AOR, adult oriented rock. Daar merkte deze beginnende puber het jaar erop meer van op de enige popzender Hilversum 3 én op tv bij Toppop.

Ik maakte wekelijks een eigen Top 15. Deze noteerde ik in een oude agenda van mijn vader, luisterend naar de Nationale Hitparade op vrijdagmiddag met dj Felix Meurders. Mijn favorieten in 1977 waren de eurodisco van Boney M en de hese meezingpop van Smokie. Maar al spoedig begon ik scheurende gitaren ook interessant te vinden. En zo noteerde in dat jaar namen als Boston, The Babys en Foreigner.
Vanaf augustus 1977 klonk Cold as Ice op de radio en ik was meteen verkocht. Prachtig intro (nog altijd!), bescheiden scheurende gitaren en veel melodie, gedragen door de vol-emotionele stem van Lou Gramm. De single haalde in oktober #10.
Aangezien ik was gericht op radio en hitparade, ging de elpee aan mij voorbij. Bovendien haalde deze in ons land niet de albumlijst.
Rond 1983 zou ik uit de bieb de Foreignerverzamelaar Records lenen. Hierop staan onder andere de eerste single van dit album Feels Like the First Time (voorjaar 1977 Tipparade in Nederland, te horen op de vroege vrijdagmiddag bij de NCRV, het liedje had ik gemist) en de met blazers opgeluisterde derde single Long, Long Way From Home, die in Nederland zelfs de Tipparade niet had gehaald.

Was Foreigner indertijd mijn springplank naar steeds harder scheurende gitaren, de laatste jaren herwaardeer ik veel popmuziek uit de tweede helft van de jaren ’70. Aangezien het met streaming makkelijk is om die tijdreis te maken, kwam dit album vanzelfsprekend aan de beurt.
Het is een sterk album. Buiten de genoemde liedjes valt er veel meer te genieten. Zoals Starrider en Woman oh Woman, beiden deels door gitarist en bandbaas Mick Jones gezongen en gedrenkt in die typisch warme jaren ’70-sound met knusse koortjes. Ook The Damage is Done, At War with the World en I Need You (B-kant van single Cold as Ice) worden bij iedere draaibeurt beter, hier en daar klinkt een uitgebreide gitaarsolo.
De overige tracks zijn meer popgericht en nog altijd op niveau. Troeven van het album zijn naast die heerlijke stem van Gramm ook de toetsenpartijen met hun typische jaren ’70-geluiden. Ja duhuh, 1977, alleen de hoes al! Een groeiplaatje. Hoe vaker ik 'm afspeel, hoe beter hij wordt.

Het genre werd indertijd niet altijd begrepen: recensenten vonden de instrumentale stukken soms te beperkt. Maar dit was geen hard- of symfonische rock met muzikale spierballerij, het draait hier om de liedjes, de melodieën. Herkenbaarheid met een rockend randje. Ik vind het (weer) heerlijk.

Foreigner - Greatest Hits Live (2015)

poster
4,0
Nou beste De buurman, het blijkt dus wel bij te houden ontdekte ik vanmiddag en vanavond. Maar wat een gepuzzel! In 2005 verscheen dit album als Extended Versions, maar dan met twee tracks minder. Vervolgens in 2006 als Live in '05, dat inmiddels twaalf tracks kende met als toegevoegde nummers That Was Yesterday en Blue Morning. Dezelfde opnamen als op dit Greatest Hits Live.

Als je niet oplet schaf je deze cd dus dubbel aan. Verschil is dat deze editie als enige op streaming is te vinden. Verder een meer dan prima livealbum en ik vind die Kelly Hansen he-le-maal prima als zanger. Een waardige vervanger voor Lou Gramm.
Op 1 maart begint hun afscheidstournee, samen met Styx dat daarna eveneens de gitaren aan de muur zal hangen. Alhoewel: Slayer keert na vijf jaar terug, zo las ik van de week. Misschien is dat t.z.t. ook wel iets voor Foreigner en Styx - al zijn hun leden echt wel ouder dan de thrashers.

Foreigner - Head Games (1979)

poster
4,5
Eind februari 1980 kwam Love on the Telephone de Nationale Hitparade binnen, om in maart op een bescheiden #34 te pieken. Ik had net een platenspeler aangeschaft, betaald van mijn krantenwijk en daarbij twee elpees in bezit: Live van Status Quo en Sinterklaas gaf mij Lachen en Laten Lachen van Herman Berkien. Voor de fonotheek was ik nog net te jong.
Zodoende was ik nog vooral aangewezen op mijn Philips radiocassettespeler, waarmee ik mijn favoriete liedjes opnam. Als er dan zomaar een ronkend plaatje in de hitlijst verscheen, leidde dat altijd tot enige opwinding.
Love on the Telephone hoorde onmiddelijk bij mijn favorieten. Net als hun eerste hit Cold as Ice heeft het een intro dat me onmiddellijk bij de lurven greep: eerst sferische keyboardklanken, dan bijna dreigende pianoakkoorden en nadat de anderen losbarstten met scheurende gitaren en spetterende bekkens zat ik gekluisterd aan de radio.

Helaas ontbrak het lied op de verzamelaar Records, die ik zo'n drie jaar later uit de fonotheek leende. Pas jaren later hoorde ik Head Games volledig. Het bleek een klassiekertje: zwakke liedjes staan er niet op, waarbij ik de A-kant de beste vond.
Meestal wordt er stevig gerockt, zoals in Dirty White Boy en Seventeen. Hier en op andere nummers klinken riffs en koortjes zoals AC/DC dat ook deed, maar waar ik bij de Australiërs pils ruik, hangt bij Foreigner de lucht van een duurdere wijn; het is wat meer “sophisticated”.
Leuke details: het funky deel bij de zin “Women in a disco” in Women, of de akoestische basis van Do What You Like dat tot een aangenaam popliedje uitgroeit. Opvallend is ook dat ik de eerste ballade pas op de B-zijde tegenkwam; Blinded by Science mag er zijn.

Vijftien jaar geleden ontstond op MuMe bij dit album enige verwarring toen Casartelli de begrippen new wave en new romantics liet vallen, maar ik begrijp hem wel. Foreigner ontdoet zich hier namelijk qua productie én toetsengeluiden van de jaren ’70 en start met een nieuwe set synthesizers en een modernere productie. Een geluid dat eerder al bij pioniers als Gary Numan klonk, maar inmiddels bij Foreigner in een stevig aor-jasje. In datzelfde 1979 kozen The Stranglers eveneens voor een nieuw toetsengeluid, wat een nieuw hoofdstuk opende; de technische ontwikkelingen gingen snel in die jaren, hetgeen ook Foreigners Al Greenwood niet was ontgaan.

Over de ietwat omstreden hoes vind ik op Wikikpedia meer omtrent de gedachte erachter én dat het meisje daarop actrice en producente Lisanne Falk is. Ach, ik vond het indertijd een mooie hoes maar dacht daar niet echt over na. Wat telde was de muziek en die is goed: Head Games is een best-of op zichzelf, vind ik nog altijd.

Foreigner - Inside Information (1987)

poster
4,5
Bij verschijning leende ik deze plaat met z'n klaphoes (statusdingetje voor een groep) uit de bieb voor mijn zusje. Zij vond 'm te gek, maar ik betwijfel of ik 'm zelf op mijn kamer heb gedraaid, zo weinig was ervan blijven hangen. Dat lag niet aan de muziek en ook niet aan single Say You Will, die ik best aardig vond. Ik was op dat moment qua hardrock en metal meer bezig met heavier bands, denk ik.
Een jaar geleden noemde een vriend Foreigner om een top 10 hun beste nummers te maken, die we dan na één á twee weken deelden via streaming. Toen ben ik de discografie weer eens doorgeploegd. Inside Information bleek verrassend sterk.

De productie met alle toetsen is heerlijk jaren '80. Toetsen die overigens veel lekkerder geluiden bevatten dan op voorganger Agent Provocateur. Het mag gedateerd zijn, ik vind sommige automodellen uit die periode ook fraai. Wat vooral opvalt is dat hier niet meer een tweedeling is van toetsen- en gitaarnummers én dat er diverse sterke nummers zijn te vinden.

Bij de eerste akkoorden van opener Heart Turns to Stone is mijn associatie die met Shot in the Dark van een jaar eerder van Ozzy Osbourne, al gaat het bij Foreigner al rap een andere kant op. Bij beiden een sterk nummer en met terugwerkende kracht denk ik dat de madman enkele aor-invloeden á la Foreigner in zijn muziek integreerde. Het is af en toe behoorlijk popachtig bij hem, iets wat Foreigner al vanaf 1977 zo sterk deed in hun hardrock. In ieder geval in deze ijzersterke aftrap.
We vervolgen langzamer met opnieuw toetsen en gitaren die sterk samengaan in Can't Wait, waarna single Say You Will (#12 bij de NOS in januari 1988, in Vlaanderen diezelfde maand #24) met die pakkende stem van Lou Gramm.
Ballade I Don't Want to Live Without You (#16 in juni '88 en #25 in Vlaanderen) was een favoriet van mijn zusje en ik begrijp waarom; je zou er bovendien een soulversie van kunnen maken. Degelijk rockend is het met Counting Every Minute dat kant 1 afsluit.

Kant 2 begint met het titelnummer, waar een telefoongesprek en drumcomputer aftrappen om over te gaan in powerpop-met-funkbeat. Niet helemaal mijn ding, maar Gramm redt veel; was niet alleen bij mijn zus maar ook bij mijn broer een favoriet.
Akoestische gitaren in het intro van The Beat of My Heart, waarna een ongewone riff begint, die desondanks in de vierkwartsmaat past. Stevig, swingend rockend én een tikkeltje vreemd: voor mij het beste nummer van de plaat.
Meer uptempo werk volgt met Face to Face, alweer prettig maar nu met meer toetsen. Bandleider Mick Jones en Gramm hadden voor dit album véél inspiratie met alle pakkende nummers, zoveel staat halverwege de tweede helft vast.
Nummer 4, daar móét dan een volgende ballade komen. En jawel, met Out of the Blue is er daar eentje die ik liever hoor dan I Want to Know What Love Is, al zal ik daarin één van de weinigen zijn. A Night to Remember sluit uptempo rockend af met lekkere slaggitaren. Het nummer en album kent dan wel een eigenaardig synthesizerslot, alsof een nieuw nummer begint.

De voorganger haalde in 1985 #12, deze haalde dezelfde hoogte maar stond veel korter genoteerd in de Nederlandse albumlijst. Mijn voorkeur gaat uit naar Inside Information: mijn zus had gelijk.
Ondertussen was Gramm ook solo actief, op naar Ready or Not; hij verliet de groep maar met zijn vervanger kwam Foreigner vier jaar later prima terug.

Foreigner - Live in '05 (2006)

poster
4,0
Live in '05 is bijna hetzelfde livealbum als Extended Versions, maar dan met twee extra nummers: That Was Yesterday en Blue Morning staan er hier wél op, vandaar twaalf tracks in plaats van tien.
En twaalf tracks telt ook Greatest Hits Live (2015), dat dus in feite hetzelfde album is als dit Live in '05. Snappu het nog?

Meest in het oor springende bijdragen zijn die van nieuwe zanger Kelly Hansen, die een prima prestatie neerzet. Ik mis Lou Gramm niet eens! Tjonge, kwam de groep maar naar Europa voor hun afscheidstournee, tot dusver zijn alleen data in de Verenigde Staten en Canada geboekt. Wel vreemd voor een Engels-Amerikaanse groep, destijds de reden dat de groep Foreigner ging heten.

Verkrijgbaar in diverse hoezen, soms vergezeld door een dvd. Onder de titel Greatest Hits Live op streaming te vinden.

Foreigner - Mr. Moonlight (1994)

poster
3,5
1994. Grunge had vanaf eind '91 voor een ommezwaai in rockland gezorgd, aor was passé. Dat kan voor MTV hebben gegolden, maar waar waren de fans van melodieuze hardrock en adult oriented rock gebleven? Inmiddels te druk met een volgende levensfase, huis-kat-kinderen? En zou de overgang naar cd (Mr. Moonlight verscheen tot op de dag van vandaag slechts op cd en cassette) de muziekbeleving van de oude fans hebben beïnvloed?

Lou Gramm keerde voor dit album terug bij Foreigner, de groep die in de Verenigde Staten al sinds 1977 zo succesvol was. Hij nam zijn maatje mee, de getalenteerde Bruce Turgon uit Shadow King, die niet alleen de vertrokken bassist Rick Wills verving maar ook de derde hoofdcomponist van de groep werd. Eveneens nieuw is drummer Mark Schulman.

Dat alles hielp dus niet: kwam voorganger Unusual Heat (1991) in de Verenigde Staten al niet verder dan #117 in albumlijst BIllboard 200, Mr. Moonlight haalde #136, Foreigners slechtst verkopende studioalbum ooit. Waarom renden de fans uit de jaren '70 en '80 niet naar de platenwinkel, los van de redenen die ik aan het begin noemde?

Ten eerste omdat een groots popnummer van het kaliber I Want to Know What Love Is en Waiting for a Girl like You ontbreekt, één kleine uitzondering daargelaten.
Ten tweede mist een rockend nummer dat je bij de lurven grijpt, zoals ooit Cold as Ice. Ten derde omdat de groep niet meer speelt met variatie tussen toetsen en gitaar. Dit is vooral een gitaaralbum. Voor de klavieren is slechts een bescheiden bijrol gereserveerd.
Dit alles brengt mij vanzelf bij bezwaarpunt 4: een gelijkmatig, evenwichtig maar ook wat saai album, zelfs als er geen slecht nummer is te vinden.

Dan echter ga ik mijzelf weerspreken. De eerste helft (volgorde van streaming dus anders dan de reguliere cd): opener en single White Lie zingt lekker mee, maar de tekst (een leugentje om bestwil moet kunnen in een relatie) pakte kennelijk te weinig radiostations en dus singlekopers. Rain en All I Need to Know hadden ook als single gekund, poprock in het straatje van John Waite, maar uit de mode in 1994.
Until the End of Time is een ballade die eventueel een poppubliek had kunnen aanspreken, drijvend op een te dun laagje toetsen. Running the Risk heeft een heerlijk meezingrefrein, maar de stijl was uit de mode.

De eerste helft is dus eigenlijk best goed. Waarom ervaar ik 'm dan toch als gewoontjes?

Wel, op de tweede helft zijn zowel ballade Real World (waarom zo weinig gedaan met de toetsenlijn kort voor de gitaarsolo, die springt eruit!) als het lomp rockende, het van een vervormde spreekstem voorziene buitenbeentje Big Dog niet pakkend. Midtempo liefdesliedje Hole in My Soul is beter, maar het arrangement (gitaarliedje) is te mager voor deze melodieuze hardrock/aor-groep. Ze halen de vaart uit Mr. Moonlight.

En dan hervindt Foreigner de vorm weer. I Keep Hoping is een ijzersterke ballade. En dat schrijft iemand die daar meestal niet weg van is. Meer hierover in het slot. Under the Gun is rockend als Foreigner in de beginjaren met een riff á la AC/DC. Bovendien sterke koortjes: lekker! Met Hand on My Heart wordt te veilig afgesloten.

In december las ik dubbel nieuws over Foreigner. De groep gaat in 2024 op afscheidstournee in de Verenigde Staten met het eveneens afzwaaiende Styx, waarbij John Waite als 'special guest' fungeert.
En bandleider Mick Jones tekende een publishing deal. Ik weet niet of het mogelijk is, maar als ik hem was zou ik Mr. Moonlight een 2.0-versie gunnen.

Breng 'm uit op vinyl en doe dingen die in de indie-/grungejaren '90 verboden waren. Oftewel, breng meer variatie aan ten koste van de dominante gitaar en wissel die af met klavieren.
Twee nummers vragen om een grote verbouwing. De toetsenlijn die in Real World klinkt van 4'22" tot 4'33": die is zo sterk dat hij al in het intro en tussen de coupletten zou moeten. En haal voor Keep Hoping een koor erbij. Ja, ze zullen je verwijten dat je een trucje herhaalt, maar het nummer vráágt erom. En het rockende bonusnummer Crash and Burn mag er dan wel standaard bij, eventueel ten koste van Big Dog.

Er zit veel meer in Mr. Moonlight dan ik aanvankelijk dacht. Het komt er alleen niet zo uit.

Foreigner - No End in Sight (2008)

Alternatieve titel: The Very Best Of

poster
4,0
Met een lange carrière als die van Foreigner kun je op een 2cd veel klassiekertjes kwijt. Dat is dan ook volop gelukt.
Deze verzamelaar werd vooral gebruikt om nieuwe zanger Kelly Hansen te introduceren, al was dat eigenlijk al gebeurd op een live-cd van drie jaar eerder genaamd Extended Versions, het jaar erop met twee extra nummers als Live in '05 verschenen en in 2015 als Greatest Hits Live.

Echt nieuw was indertijd alleen Too Late, dat het jaar erop eveneens op het nieuwe studioalbum Can't Slow Down was te vinden. De livenummers die cd 2 afsluiten zijn ook met Hansen en tevens te vinden op genoemde live-cd's. Groepsleider Mick Jones doet de leadzang op Starrider, net als in 1977 op het debuut gebeurde.

Een leuke dubbelaar om jezelf of een ander cadeau te doen.

Foreigner - Records (1982)

poster
4,0
gaucho is enigszins nostalgisch, maar wie de elpeeversie van Records kent, weet dat dit terecht is! Prachtige schuifhoes, indertijd uit de biebbak gevist en ja, die wil ik veertig jaar verder nog steeds aanschaffen, maar ik kwam 'm in de bakken met tweedehands vinyl nog niet tegen.

Bovendien een sterke samenvatting van Foreigner tot dan toe, waarbij ook ik Love on the Telephone mis. Latere verzamelaars waren completer, met streaming heb ik inmiddels mijn eigen compilatie geknutseld.

Maar niets kan op tegen een hoes als deze!

Foreigner - The Very Best... and Beyond (1992)

poster
3,5
Lou Gramm was terug bij Foreigner en omdat het zonder hem opgenomen Unusual Heat was geflopt, kon het marketingtechnisch geen kwaad om de hereniging met twee verzamelaars onder de aandacht te brengen. Daarbij bevat deze The Very Best... and Beyond ook nieuw werk. Vooral het ronkende Prisoner of Love maakt van dat nieuwelingentrio indruk.

Verder een verzamelaar zoals die er nu eenmaal zijn: lekker maar niet perfect, omdat je nummers mist. Die andere compilatie is inderdaad completer, zoals Casartelli in 2007 al constateerde en u hierboven kunt nalezen. Maar ja, de opener van deze cd is wel degelijk een heerlijke aanwinst op Foreigners lijst met klasseliedjes en die andere twee nieuwe composities zijn dik in orde...

Foreigner - Unusual Heat (1991)

poster
4,0
Bij het verschijnen van Unusual Heat in 1991 was ik Foreigner uit het oor verloren. In '22 had ik met een vriend de opdracht om een top 10 van hun werk te maken, waarbij ik hun werk ná Inside Information ben gaan ontdekken.

Er wordt hier nogal wat gemopperd over de kwaliteit van de composities, waar ik niet in meega. Nu nog een gemiddelde onder de 3? Ik geef er mákkelijk vier sterren voor!
Om te beginnen nieuwe zanger Johnny Edwards. Hij doet het prima. Zijn stem is geen kloon van die van zijn voorganger, tegelijkertijd prima passend bij die van Foreigner.

Opvallend genoeg hebben de eerste twee nummers een vleugje blues in de gitaarlicks, vooral Only Heaven Knows is erg sterk. I'll Fight for You is de sterke powerballade met een beresterk refrein, waarna Moment of Truth een riff in de stijl van AC/DC heeft om in het refrein de kenmerkende meezingkwaliteit van Foreigner te halen met zo'n typisch krachtig koortje, waarna hetzelfde geldt voor het eveneens rockende Mountain of Love.

De tweede plaatkant begint met de akoestische gitaar van Ready for the Rain, waarna een midtempo en stevig nummer zich ontvouwt. Pas hier valt me op dat in vergelijking met de succesalbums van de jaren '80 minder ruimte is voor toetsen: de gitaar is dominant.
Zelfs When the Night Comes Down, dat met piano begint, drijft al spoedig op een stevige gitaar, waarna een langzame start tot een uptempo nummer leidt en alwéér zo'n pakkend refrein. Meer elektrische piano in het intro van Safe in my Heart, een nummer dat makkelijk op één van de grote succesalbums had kunnen staan. In de jaren '80 was dit een hit geweest, mede omdat voor het eerst de gitaar naar de marge is verbannen.

No Hiding Place is een midtempo en massief rocknummer zoals ze op ieder album van de groep staan. Ik ben daar bij Foreigner nooit een liefhebber van geweest. Dan liever het vlottere en eveneens stevige Flesh Wound met fraai scheurende gitaar en sterk refrein.
Het titelnummer sluit Unusual Heat af en had qua geluid net als Safe in My Heart op één van de succesplaten kunnen staan.

Het was het laatste album met drummer Dennis Elliot, die zich op houtbewerking wierp, zoals te zien is op zijn website. Ook Edwards vertrok, mogelijk omdat het album flopte. De tijden en mode waren veranderd... Desalniettemin een album waar ik bij acht nummers vrolijk word: ze kunnen zich meten met Foreigners betere of zelfs beste werk.

Fortress - Hands in the Till (1981)

poster
4,0
Eind jaren '80 kwam Hands in the Till tweedehands van de bieb met stickers er nog op geplakt in mijn collectie. Niet mooi natuurlijk, maar ik was nieuwsgierig. In diezelfde periode volgde ik vooral de heftiger metalsoorten van dat moment, dus thrash- en deathmetal, grindcore en aanverwanten. Eigenlijk was ik niet meer zo in de stemming voor de oudeschool-hardrock van Fortress. Ook al vond ik het aardig, later heb ik 'm weggegeven. Toen ik 'm echter vorige week bij Wim's Muziekkelder in Doetinchem tegenkwam, schoten me bij het zien van de songtitels onmiddellijk de melodieën van enkele nummers te binnen. En ja, als een album je roept...

Hands in the Till verscheen in 1981 maar was toen al wat ouderwets. Stevige jaren '70 hardrock in Amerikaanse stijl; de groep hanteerde een contactadres in Sun Valley, Californië en twee van de leden werkten eerder samen in Tampa, Florida.
Als een kruising tussen de eerste platen van Y&T/Yesterday & Today en het Uriah Heep met zanger John Lawton. Met de redelijk rauwe stem van Jim West en koortjes van de getalenteerde gitarist Eric Turner met bassist Charlie Souza. Drummer Donny Vosburgh zet af en toe zijn dubbele basdrum in (How Do I Exist), waarbij gastmusici voor spaarzame toetsen en akoestische gitaar zorgden.

De hoes vermeldt de nummers op een andere volgorde dan ze op plaat staan. Geen probleem. Albumtitel en tekening op de achterzijde verraden al dat het in de teksten iets dieper kan gaan dan bij tijdgenoten. Een nummer als Requiem (for a rock 'n' roll star) bijvoorbeeld is kritisch op roem. Er staat slechts één ballade op: Kisses sluit kant 1 af en zelfs die kan ik goed hebben, Turner strooit wederom kwistig met lekkere licks, solo's en loopjes. Helemaal volgens het boekje en tegelijkertijd zó lekker getimed en gespeeld.

Bovendien koester ik Hands in the Till vanwege het groen-oranje-zwarte label van Atlantic in het midden van de elpee én de bruine binnenhoes met het labellogo erop. Classic!
Aanbevolen voor hen die - behalve de genoemde groepen - houden van het stevige werk van tijdgenoten April Wine, Blackfoot, The Godz, Kiss, Frank Marino & The Mahogany Rush, Molly Hatchet, Mother's Finest, Ted Nugent, Ram Jam, Styx en Triumph.
Hoe komt het dat dit album zo onbekend bleef? Wel, ik vermoed dat een opvolger werd verhinderd omwille van zakelijke/praktische redenen en/of de verschuiving van hardrock naar metal in die periode. In 2008 en 2014 verschenen heruitgaven, de laatste bij Rock Candy met een informatief cd-boekje.

Laat de waan van die dagen weg en je hebt gewoon een heerlijk hardrockend album waar alles goed samenvalt. Niet spectaculair maar meer dan aangenaam, hoorbaar met liefde en vakmanschap gemaakt en met oor voor detail. Waar ik er in 1989 een zes(je) voor gaf, ga ik nu voor de volle 8.

Fortune - Fortune (1985)

poster
3,5
Het is door het bericht hierboven dat ik bij Fortune beland. Een groep die ik niet kende en die kennelijk in '85 niet nadrukkelijk op mijn radar verscheen. Van de Amerikaanse gebroeders Mick (drums) en Richard (gitaar) Fortune begrijp ik, vandaar de groepsnaam. Ze debuteerden in 1978 met Fortune en deze opvolger van zeven jaar later had dezelfde titel maar een andere stijl en bezetting.

Een hoes in de stijl van landgenoten Autograph of Streets, klinkt op de eerste twee nummers lekkere aor, gevolgd door poprockballade Stacy. Met de saxofoon in dat nummer (door bassist Bobby Birch) is het alsof ik vanavond op tv de serie Hill Street Blues of Cheers ga kijken: ben meteen helemaal terug in die tijd.

Op de rest van het album klinkt meer adult oriented rock in de stijl van de twee openers: melodieus en beschaafd rockend met de toetsen van Roger Scott Craig en de aangename, licht-rauwe stem van Larry Greene. Het zit degelijk in elkaar met prima composities, lekkere toetsen- en gitaarlijntjes (Lonely Hunter bijvoorbeeld) en dito productie van een specialist in het genre, Kevin Beamish. Amerikaanse FM-hardrock volgens het boekje, om luid af te spelen in je cabrio terwijl je langs een strand met palmbomen rijdt. Dat plaatje.
De rest van de nummers is wederom uptempo, tot zich met Stormy Love de tweede ballade aandient, deze maal zonder sax maar wél aangenaam.

In 2011 verscheen bij het Amerikaanse Gypsy Rock een geremasterde versie met drie bonusnummers waarvan twee live, gelijktijdig met een Duitse heruitgave op AOR Heaven met slechts de (overigens prima) studiobonus Home Free. De Amerikaanse is de editie die ik op streaming aantrof.
Eind 2022 overleed Greene op 72-jarige leeftijd. Meer over hem is te koeklen op zijn artiestennaam L.A. Greene, waaruit blijkt dat hij ook een tijdje zanger was bij oerhardrockers Steppenwolf.

Fortune is bepaald niet wereldschokkend (geweest, ook toen niet), maar het werd wél nauwgezet gecomponeerd, uitgevoerd en geproduceerd.

Funky Junction - Play a Tribute to Deep Purple (1973)

poster
2,5
Bij het lezen van Cowboy Song (2016) van Graeme Thomson, een biografie over Thin Lizzy, ontdekte ik dat deze band onder de schuilnaam Funky Junction een album met covers van Deep Purple had gemaakt. Een formule om snel geld te verdienen en er moest snél worden verdiend: ook Lizzy’s tweede album was geflopt, ondanks een tournee in het voorprogramma van Slade, op dat moment de absolute Britse top. De plaat verscheen in januari 1973.

Hij is tegenwoordig op YouTube te vinden en omdat ik te nieuwsgierig was, heb ik ‘m op vinyl aangeschaft. In de Duitse versie, waar de band The Rock Machine heet en de hoes compleet anders oogt.
Omdat het uiteindelijk om de muziek gaat, was ik vooral benieuwd hoe Eric Bell de partijen van Ritchie Blackmore zou aanpakken. Zou hij zich laten verleiden tot snarenracerij in diens stijl?

Hierboven vertelt lebowski over de bezetting op de plaat. De niet-Lizzyanen eerst: Benny White zingt verdienstelijk, zijn stem doet denken aan die van de eerste zanger van Purple, Rod Evans. Toetsenist Dave Lennox slooft zich behoorlijk uit en blijft dichtbij het werk van Jon Lord.
Dan de drie van Thin Lizzy: Brian Downey laat weer eens horen hoe goed hij kan drummen, zijn spel kan zich meten met dat van Ian Paice. Het basspel van Phil Lynott staat vrij vooraan in de mix, hij speelt degelijk.

Eric Bell houdt er hoorbaar niet van om Ritchie Blackmore na te doen: op de Purplenummers hoor je niet of nauwelijks solo’s en bovendien staat de gitaar lager in de mix. In de overige nummers heeft hij meer vrijheid, die hij af en toe pakt. In Dan, een elektrische versie van traditional Danny Boy, biedt hij een vooruitblik op het Lizzy ten tijde van Black Rose (1979), met Gary Moore in de band. Scheurende folkrock. Op tweede instrumentaal Palamatoon wordt vooral op toetsen gefreakt, verdienstelijk ondersteund door Bell.
Op de B-kant is Rising Sun hun plichtmatige cover van House of the Rising Sun van The Animals. Corina sluit de plaat af: bluesrock mét zang, klinkend als een dampende livejam. Tot mijn verbazing zie ik dat het liedje in 2021 in Japan op cd-single is verschenen. Geinig, toch?

Een aardig coveralbum met z'n goede momenten. Geen hoogvlieger, maar voor degenen die het Thin Lizzy van de triofase kunnen waarderen, is ie minimaal interessant. Hetzelfde geldt voor fans van het Purple van die periode.

Future Islands - People Who Aren't There Anymore (2024)

poster
3,0
Future Islands is voor mij als snoepgoed. Licht verteerbaar en de eersten zijn de lekkersten, maar eigenlijk ben je daarna alweer snel verzadigd. Toch eet je nog even door.

Ook voor mij is People Who Aren't There Anymore als album een lange zit, maar enkele afzonderlijke tracks zijn heerlijk. Opener King of Sweden bijvoorbeeld, in iets mindere mate Say Goodbye en vooral Give Me the Ghost Back en het enige langzamere nummer dat me pakt, The Sickness, dat met zijn lange gitaarlijnen me terugbrengt naar de Berlijntrilogie van David Bowie. Als de basgitaar een enkele maal in hogere regionen komt, is er de aangename associatie met New Order.

En verder mis ik spanning, afwisseling en avontuur. Lekkere snoepjes, dát wel, die ieder afzonderlijk goed smaken. Als album teveel van hetzelfde, als een verzameling newwavesynthesizersingles.