MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fad Gadget - Fireside Favourites (1980)

poster
3,5
Vandaag reis ik terug van 1983 (The Hurting van Tears for Fears) naar 1980 met dit debuut van Fad Gadget. Iemand die ik slechts van naam kende, maar voor de synthesizerwave wel een relevante factor.
Zelfs zijn naam had ik niet paraat, maar dankzij het informatieve retrospectieve forum Oordelen duikt hij op uit mijn vergetelheid. In Oor was Swie Tio namelijk positief (even scrollen voor een fragment van zijn recensie).

Opvallend is het verschil qua synthgeluiden: op Fireside Favourites klinkt nog de eerste generatie met “primitieve” geluiden en drumcomputers. Zowel technologie als genre zijn in die drie jaren sterk gegroeid. Terug naar af dus. Af en toe klinkt een stevige basgitaar, die de muziek van extra gewicht voorziet.
Naar de basis met pure new wave, somber als Engelse (of Nederlandse) grijze regendagen, halverwege Joy Division en de vroege Human League. Of het album Nosferatu, een uitstapje van Stranglers’ Hugh Cornwell uit het jaar ervoor.

Dit is geen briljant album, maar te goed om over te slaan. Enerzijds typisch Brits en een goed voorbeeld van wat new wave in die dagen inhield. Anderzijds beklijven de melodieën niet altijd en zijn de teksten soms plat (het titelnummer) of wat oversimpel (Newsreel ).
Dat laatste nummer blijft qua muziek overeind met een pakkende baslijn en digitale percussie. Soms werkt het namelijk goed. Voor mij geldt dat verder voor opener Pedestrian met daarin naast de synthesizers een kleine rol voor gitaar, het uptempo Salt Lake City Sunday over de stad met zijn mormoonse religieuzen, het grimmige Pesticide, het depressieve maar uptempo The Box en vooral het afsluitende, sferische en instrumentale Arch of the Aorta met zijn vervormde spreekstemmen.
Met zijn 35 minuten duurt het album niet te lang, precies goed zelfs. Een kwaliteit die veel huidige albums ontberen, waar kwantiteit het van kwaliteit wint. Maar dat is een andere discussie...

Fad Gadget - Incontinent (1981)

poster
3,5
Waar het debuut van Fad Gadget nog klonk als een (weliswaar kwaliteitsvolle) demo, bij opvolger Incontinent is de productie verbeterd. De hoesfoto van Anton Corbijn doet denken aan videoclips die de Nederlander later zou maken. Net als Peter Gabriel in diens jaren bij Genesis draagt Gadget daarop een theatraal pak, te weten dat van Punch oftewel Jan Klaassen van de poppenkast.

Wederom hoor ik muziek als een kruising tussen de synthwave van de vroege Human League en, dankzij Gadgets zware stem, de donkerte van Joy Division.
Het instrumentarium van Gadget is ugroter. Waar hij ooit letterlijk begon met een bandrecorder in een keukenkastje, horen we hier nieuwe synthesizers. De rauwe synths van het debuut krijgen daardoor lichtvoetiger geluiden als gezelschap, met bovendien enkele traditionele instrumenten.
Daarbij klinkt bijtende maatschappijkritiek, zoals in Blind Eyes over het wegkijken van kwaad; in de driekwartsmaat van Saturday Night Special gaat het over wapens en geweld, met schier sacrale zang van zijn eega Barbara Frost.

De muziek is niet gemaakt voor de hitlijsten en die werden dan ook niet gehaald. Het titelnummer bijvoorbeeld, een semi-instrumentaal nummer met ruimte voor steeldrums (!) en scatgeluiden, wordt gevold door Manual Dexterity, dat de B-kant aftrapt; een soortgelijk nummer met laag-vervormde “paddenstem”.
Innocent Bystander is qua muziek weliswaar lichter, maar de tekst over toeschouwers die ooggetuigen zijn van een bloederig ongeval op straat stemt niet bepaald vrolijk. Hetzelfde geldt voor King of Flies, waarin de ik-persoon zichzelf aantreft op de koudstenen vloer van een cel. Diminished Responsibility is het derde bijna-instrumentale nummer met getormenteerde geluiden, waarna verrassenderwijs in afsluiter Plain Clothes een elektrische gitaar klinkt; hier is de associatie met Joy Division het sterkst.

Synthwave met moeilijker toegankelijke muziek dan op het debuut, ondanks de grotere variatie aan al dan niet digitale instrumenten. Teksten die een blik werpen op de zelfkant van de maatschappij, bedoeld om de luisteraar te confronteren met de lelijkheid daarvan. Muziek niet ter vermaak maar als kunst. Zoals Rogier van Bakel terecht in Oor noteerde: “Een album vol bruuske contrasten”.

Fad Gadget - Under the Flag (1982)

poster
3,5
De derde van Fad Gadget is zijn meest toegankelijke tot dan toe. Het debuut leek qua geluid op een veredelde undergrounddemo, de opvolger was weliswaar toegankelijker qua geluiden maar bevatte drie moeilijk te grijpen nummers; met Under the Flag is het beter toegankelijk. Er klinken liedjes die zijn gelardeerd in melodieuze, frisse synthesizers die het voor een breder publiek toegankelijk maken.
Alhoewel... op kant 2, vanaf Cipher, slaat de donkere kant toch weer toe met moeilijker te bevatten muziek. Gebleven is zijn zeer kritische blik op de wereld, in de dagen waarin het Verenigd Koninkrijk werd geregeerd door de Conservatieve Partij van ijzeren dame Margaret Thatcher.

Desondanks een luchtiger geluid, versterkt door de stem van Alison Moyet en onbekendere dames. Mijn favoriete Gadget tot dusver, op naar nummer vier.

Far Corporation - Division One (1985)

poster
3,0
Leuke discussie hierboven over Stairway to Heaven. Ik vind - tip van gaucho - de Boney M-stem halverwege grappig. En om de drumsound op z'n Phil Collins moet ik ook grinniken. Heerlijk jaren '80, voor een keertje best aardig.

Bobby Kimball en Robin McAuley zijn voor mij de troeven, twee prima zangers met een stem geknipt voor dit werk. Andere hoogtepuntjes zijn Live Inside Your Dreams, een lekker poprocknummer, of is het aor? In Fire and Water een stampende synth-rockbeat, dankzij Rock 'n' Roll Connection krijg ik zin om weer eens een Top Gun te bekijken.

Om terug te komen op het coveren van Stairway; kent iemand de versie van Heart? Magistraal.

Far Corporation - Solitude (1994)

poster
3,5
Wel gaucho, las je bericht bij Alive van Robin McAuley vlak voor ik naar huis ging fietsen en onderweg deze Far Corporation op de koptelefoon gehad. Ik vond het voor 1994 wel erg 1984 klinken, maar eenmaal thuis snapte ik het waarom: hun eerste stamde uit '85 en dit is de voortzetting.

Onderweg realiseerde ik me dat ik de naam Far Corporation destijds wel degelijk ben tegengekomen - maar heb er nooit iets mee gedaan. Indertijd noemden we dit pomp rock of L.A. rock, benamingen die in onbruik zijn geraakt. Muziek waar Wim van Putten van de elpee- en later cd-show wel van hield, een programma op de TROS-donderdagavond dat ik meestal oversloeg.
Heb onderweg best genoten van Solitude, zonder te denken dat ik dit ooit nogmaals zal opzetten. Daarvoor is het me te glad. Ik wist dat ik Rikki Don't Lose That Number zou gaan horen, maar had niet gezien dat Sebastian van Steve Harley & Cockney Rebel of Stairway to Heaven van Led Zep ook op de menukaart stonden. Ondertussen was het best genieten van de stemmen van Bobby Kimball en Robin McAuley. En dat intro van You Never Have to Say You Love Me; ik dacht dat ik Status Quo's Junior's Wailing in een remake ging horen! Daarna gaat het liedje een beetje de kant van ZZ Top in de jaren '80 op.
Dan zie ik dat Scott Gorham ook meedoet, de voormalige gitarist van Thin Lizzy. Had 'm er niet uitgepikt, maar leuk feitje is het wél.

Deze Solitude staat op streaming, aanbevolen voor fans van Toto én de liefhebber van toegankelijke rock met typische jaren '80-geluiden. Inmiddels speel ik de eerste van Far Corporation af, later vanavond daar nog wat bij noteren. Leuke tips, heer gaucho!

Feargal Sharkey - Feargal Sharkey (1985)

poster
4,0
Feargal Sharkey kende ik als zanger van The Undertones, waarvan ik wist dat het de favogroep van BBC-dj John Peel was. Gezien de singles Teenage Kicks, My Perfect Cousin en Here Comes the Summer die ik wel eens op de radio had gehoord (hits werden het in Nederland niet), kon ik dat wel begrijpen. Wat vooral opviel: de opvallend "dunne" stem van de zanger.
Die liet voor zijn solocarrière zijn punkwortels voor wat ze waren en integreerde blue eyed soul in zijn pop. Voilá: Nederlands hitsucces. A Good Heart, geschreven door Maria McKee van Lone Justice zoals je herhaaldelijk hoorde en las, werd in januari 1986 zelfs #2 in de Nationale Hitparade, met Elton Johns Nikita op #1. Prachtige, originele tekst, impliciet een oproep om betrouwbaar en integer te zijn. Vond ik mooi.
Tweede hit was het van een opvallend intro voorziene You Little Thief, dat in maart nog eens op #10 piekte. Geen wonder dat dit titelloze solodebuut goed verkocht: februari '86 bereikte het zijn hoogtepunt met een zesde plek. Vorig jaar heb ik deze elpee en opvolger Wish bij elkaar gesprokkeld op tweedehands vinyl.

Opvallend is dat op de binnenhoes de zinnen doorlopen van de voorzijde naar de achterzijde en weer terug. Om de teksten en liner notes te lezen, moet je deze dus continu omdraaien. Grappig, nooit eerder gezien. Het album werd geproduceerd door Dave Stewart van The Eurythmics, die erin slaagde een hippe jaren '80-productie (veel toetsen) te laten samengaan met warme geluiden. De zwoele jazztrompet in Ghost Train bijvoorbeeld, erg lekker.

Anders dan bovenstaande bijdrage vind ik dit een evenwichtig album, waarbij voldoende variatie is onder de prima liedjes. Ook in deze blanke (witte) soul doet die gekke stem van Sharkey het prima en hij vertolkt de teksten overtuigend. Met alle instrumenten is de afwisseling groot en klinken minimaal aardige popliedjes. Enkele voorbeelden van de B-zijde.
Fijn zijn bijvoorbeeld de strijkers in Someone to Somebody, dat bovendien een saxsolo bevat. Don't Leave It to Nature begint met een mondharmonicasolo, sterk liedje. Ook fijn: de dames in het achtergrondkoortje, misschien voorspelbaar maar wel effectief. Love and Hate is swingend, één van de sterkste nummers op de plaat waarop de saxofoon een heerlijk solootje krijgt. Misschien bevat het wel zoveel sfeer omdat het werd opgenomen in The Church Studios in Londen, die nog altijd bestaan. Wat een omgeving om in op te nemen!

Een goede cover doet iets anders met het origineel. Dat is gelukt met het afsluitende It's All Over Now, dat ik ken in de versie van de Rolling Stones. Bij Sharkey is het langzamer, digitaler en tegelijkertijd warm met een lekker pianootje. Goed gezongen wederom.

In 2006 beklaagde user fredpit zich over de waardering van 2,18. Veel te laag, vond hij terecht. Vanochtend stond het een stuk hoger, namelijk 2,80 ster en als ik mijn waardering op 4 zet (want: fijn popalbum dat geen moment verveelt) gaat ie naar een 2,82. Op naar de 3,5? Vind ik een passender gemiddelde voor een meer dan degelijke popplaat met soulinvloeden.

Feargal Sharkey - Wish (1988)

poster
4,0
Vanochtend trof ik bij dit Wish tien stemmen aan met een gemiddelde score van 2,85. In schoolcijfer is dat een 5,7. Van dit album werden geen hits getrokken en onbekend maakt onbemind. Toch is een 5,7 véél te laag voor dit album vol kwaliteitspop. #Dattuhetmaarweet.

Net als op de voorganger klinkt een mix van jaren '80 pop en soul, die in prima liedjes zijn gegoten. Out of My System bijvoorbeeld, een heerlijk midtempo liedje, of het snellere Strangest Girl in Paradise en If This is Love. Bovendien is de muziek niet overgeproduceerd, wordt er gebruik gemaakt van echte blazers en figureert een keur aan bekende en geroutineerde sessiemuzikanten, zoals gitarist Waddy Wachtel, toetsenist David Paich, bassist Leland Sklar en drummer Steve Jordan. Met producer Danny Kortchmar werd het zo een sterk album, waar op afsluiter Safe to Touch zelfs een sitar opduikt.

En zo is het al luisterend genieten. Ik krijg zin in wijn of een witbier, maar moet nog rijden en houd het bij koffie en water, me verbazend dat een Nederlandse hit van dit Wish ontbrak. In zijn VK ging het overigens niet veel beter: More Love werd daar in februari '86 slechts #44.
Een aangename popplaat die ik niet vind onderdoen voor zijn veel succesvollere debuut. Ongegeneerd noteer ik vier sterren voor deze blue eyed '80's soul.

Hierna maakte hij nog één album, het mij onbekende Songs from the Mardi Gras (1991), waarmee iets meer hitsucces was in Brittannië. Vervolgens ging hij zich inzetten voor muzikantenrechten en werd voorvechter van schone zeeën, waar de Noord-Ier kennelijk veel binding mee heeft.
Dat klinkt als een man die betrokken is bij mens en natuur. Hierin echoot iets van zijn punkdagen met The Undertones, een genre dat onder meer stond voor een rechtvaardige wereld. Vijf dagen geleden werd hij 65, maar ik vermoed dat hij niet zijn begonia's gaat zitten bestuderen.

Fehlfarben - Monarchie und Alltag (1980)

poster
4,5
Fehlfarben kwam voort uit de as van Mittagspause, waarbij de muziek toegankelijker is geworden.
Daarbij kun je bij deze Düsseldorfers vergelijkingen maken met andere namen. Zo moet ik met het felle gitaarspel in opener Hier und Jetzt denken aan Paul Weller (bij The Jam) en Wilko Johnson (o.a. Dr. Feelgood), terwijl zanger Peter Hein rauw zingt, op het boze af. Verslavend lekker is Grauschleier met het refrein dat Grootfaas vijftien jaar geleden al citeerde. Bovendien een saxsolo, die de gedreven muziek extra diepte geeft.

In Das sind Geschichten kun je qua gitaarriff en groove aan The Cure denken, maar de zang maakt dat dit onmiskenbaar Fehlfarben is. Hetzelfde gebeurt met (het verder Duitstalige) All that Heaven Allows met opnieuw de sax van Frank Fenstermachter. Dan keert de vinnigheid terug in Gottseidank nicht in England, waarna een gereviseerde versie van Millitürk kant 1 afsluit. Het nummer stond in geheel ander jasje op het album van Mittagspause, eigenlijk doen alleen zang en tekst nog aan het origineel denken; de muziek is nu dansbaar als bij Talking Heads.

Een pulserende synthbeat opent kant 2 via Apokalyps, waaraan Tomas Schwebel zijn hakkende gitaarlicks toevoegt. Bekendste nummer is Ein Jahr (Es geht voran), de enige waar ik weinig mee kan. Dat komt door de grote flirt met funk/disco, compleet met de oeiw-oeiwgeluiden. Doet me denken aan In de disco van Noodweer, bij de Duitse collega's is de tekst serieuzer.
Met Angst weer snelle gitaarwave, geen hoogvlieger ondanks de sax die de boel opleukt, met Das war vor Jahren is de wave iets wilder. Afsluiter Paul ist tot draait om een monotone synthlick, ondersteund door saxofoon. Je kunt weer aan The Cure denken, maar ook aan O.M.D. en vooral aan Fehlfarben: de groep trekt ook nu weer de muziek naar zich toe.

Al in 2000 verscheen een uitgebreide en opgepoetste editie van dit album, dat echter een hoes van zo'n kwaliteit heeft dat je de elpee zou moeten willen.

Mijn reis door de new wave van oktober 1980 kwam van Amok Koma van Abwärts, waarna ik diverse Engelstalige albums al bleek te hebben besproken, zodat ik hier uitkwam.
Volgende nummer op mijn afspeellijst met new wave is An Cat Dubh van U2, maar omdat ik het bijbehorende Boy al eerder besprak, kom ik bij een andere klassieker: Remain in Light van Talking Heads.

FFS - FFS (2015)

poster
4,0
Op 14 juni staat Sparks in Vredenburg en in aanloop daar naartoe heb ik met een vriend afgesproken dat we ieder een top 10 van de groep maken. Komende maandag moet ik die delen en ik ben qua discografie pas bij 2015, oftewel hun 23e studioalbum; voor Franz Ferdinand was het hun 5e.
Twee generaties die elkaar vinden, wat niet alleen voor deze muzikanten geldt maar ook voor de luisteraars. In bovenstaande berichten lees ik vooral bij de fans van de Schotse groep enige verwarring: Sparks? Wie? Daarbij vermoedde MDekens dat een jaar later niemand het nog over deze ongewone samenwerking zou hebben. Dat valt anno 2023 dus mee.

Op Wikipedia valt het nodige te lezen over de aanloop naar FFS. In Nederland betekende het dat Sparks voor het eerst sinds 1975 (album Indiscreet) in de albumlijst terugkeerde: juni 2015 haalde FFS #13 in Nederland, in Vlaanderen diezelfde maand op #44 piekend.
Beluistering leert dat Franz Ferdinand zich vooral ten dienste stelde van de gebroeders Ron en Russell Mael, zodat je kunt beweren dat het duo Sparks voor het eerst sinds Music That You Can Dance To (1986) met een volledige groep werkte. Tegelijkertijd is goed te horen dat dit niet zomaar een begeleidsgroepje was: hun eigen, soms staccato stijl is heel goed herkenbaar.

Uiteindelijk gaat het om de liedjes. De humor van Sparks en het vakmanschap van Franz Ferdinand werken het beste in Dictator’s Son dat een lekker pianothema combineert met de hakkende stijl van de Schotten, de synthpop in het dansbare So Desu Ne, The Man without a Tan met de herkenbare basgroove van Bob Hardy. Het ietwat vreemd rockende The Power Couple is mijn favoriet; en tenslotte de middelvinger van Piss Off, maar dan zonder clichéboosheid; het is hier zelfs vrolijk en vriendelijk. Dit dankzij het absurdisme van de Californiërs, die hier bijna 70 (Ron) en 67 jaar (Russell) oud waren.

De dertigers en veertiger van Franz Ferdinand hadden er hoorbaar plezier in, wat over alle zestien nummers is te horen. Het toetsenwerk van Ron is als altijd virtuoos, energiek en creatief en Russells stem nog steeds lenig als een turner. Hun stijl past wonderwel bij die van Franz Ferdinand. Ik hoop dat Sparks er in Utrecht een nummertje van wil spelen, maar met hun lange discografie is die kans klein, vermoed ik…
Dit was het laatste album waarop gitarist Nick McCarthy bij Franz Ferdinand speelde. Bij Sparks ging het oude bloed van een eigen band met gitaar-bas-drums weer stromen.

Fischer-Z - Building Bridges (2017)

poster
4,0
Vanaf 2015 ging John Watts met This Is My Universe weer onder de vlag van Fischer-Z werken. Dat album kan ik niet op streaming vinden en is daarom in bestelling; zodoende vervolg ik de reis met Burning Bridges.
De band bestond hier uit John Watts (zang, gitaar en toetsen) plus drummer James Bush. Wie bas speelde, vermeldt de hoes vreemd genoeg niet.

Dit album was in 2017 de reden dat Fischer-Z weer op mijn radar kwam. Dit door Damascus Disco. Met de rest van het album ben ik eveneens zeer content. Wat objectief opvalt: Watts stem is wat lager en "bruiner" en de gitaren scheuren stevig. Dat gebeurde eerder, namelijk op Stream (1995), maar toen klonk het in jaren '90-sfeer en hier hoor ik een jaren '70/'80-stijl, met de simplistische riff op Shrink zelfs naar punk uit de oerdagen van '76-'78 knipogend.
Een enkele keer kom ik de cd in winkels tegen. De volgende keer laat ik me verleiden 'm te kopen. Wat hem namelijk extra sterk maakt, is dat de melodieën zo sterk zijn.

De albumtitel geeft al aan wat deze beroepscriticus deze keer voor boodschap heeft. Zoals de hoes vermeldt: "Building bridges is the title of this album, but it could also be the key to solving international problems as opposed to policies of protecionism, isolation, ignorance and fear."
Favorieten kiezen is moeilijk. Ik ga maar voor So Close, waarin de sfeer breekbaar is en Umberella dat met rollende toms meteen fel inzet. Zwakke nummers kon ik niet ontdekken: heerlijk plaatje!

Fischer-Z - Destination Paradise (1992)

poster
3,0
Deze week hoop ik naar één van de optredens van Fischer-Z / John Watts in de Lage Landen te gaan, waarin hij solo Red Skies over Paradise speelt. Ben daarom zijn discografie aan het doorwerken, ook al zullen die andere albums waarschijnlijk niet of nauwelijks aan bod komen.

De jaren '80 waren voorbij en Watts heeft de groepsleden van zijn vorige twee albums losgelaten, op drummer Steve Kellner na. Eveneens verdwenen is de mij zo geliefde new wave. Op Destination Paradise (qua thematiek wellicht een vervolg op Ho Ho Ho van voorganger Fish's Head, waarin het al over zo'n eiland ging) is hij vooral een singer-songwriter met begeleiders. De hoes toont een tekening als uit een prentenboek maar het beeld is dat van een oorlogsschip.
Veel liedjes hebben een akoestische basis en ook al is dit album alweer 31 jaar geleden verschenen, tóch is het wennen aan deze andere stijl. Al zal hij het zelf waarschijnlijk als een volkomen natuurlijke ontwikkeling hebben beleefd.

Welkom in oktober 1992, als Watts op vaak rustiger en akoestische toon de wereld kritisch beschouwt. De zanglijnen liggen nogal eens lager dan voorheen; ook wat dat betreft is het bedaagder. Ik vind het moeilijk om favorieten uit te kiezen, weet eigenlijk geen nummer te noemen dat er echt bovenuit springt.
Met enige moeite vind ik toch werk waar iets van de wave uit de jaren '80 doorklinkt: het keyboardje in Saturday Night en het heel lichte reggaesausje in Count to Ten. Daar heb ik instinctief meer mee.
Wel wordt vaker draaien beloond. Tightrope heeft een pakkende melodie, de "Amerikaanse" uptempo drive van Say When is aangenaam en in het uptempo So Hard is het gitaargeluid zo lekker.
Toch mis ik dynamiek in de muziek, de akoestische basis pakt me bij Watts niet zo. Met enige moeite een dikke 6 als schoolcijfer, vertaald in drie sterren. De peper van voorheen is overigens wél in de teksten te vinden.

Tenslotte: in maart 2013 schreef dazzler bij dit album: "Om dat hard te maken moet ik hier een recensie schrijven. Ik beloof dat het er deze week van zal komen." Wel, ik ben benieuwd of je dat wellicht deze week kunt doen.

Fischer-Z - Ether (2002)

poster
2,0
Een uurtje muziek van "de groep" Fischer-Z die hier echter als een soloproject op zolder klinkt. Thuis- en onderwegvlijt van John Watts met een sobere drumcomputer, akoestische gitaar en vooral ingetogen liedjes.

Na het album Stream (1995) maakte hij drie soloalbums, die ik later wil ontdekken. Ook dit Ether klinkt als een solodingetje; als demo's die in de aanloop naar een volwaardig album werden opgenomen; als een tussendoortje. Het fungeerde tevens als soundtrack bij zijn gelijknamige roadmovie waarin "New York en half Europa" zijn te zien, zoals Watts het in de clip noemt; gefilmd door Sarah Vermeersch.

Zelfs de twee betere nummers zijn vrij vlak: Famous over Andy Warhol en het knusse Promenaders. Voor de rest geldt dat zelfs als een idee aardig is, de knullige drumgeluidjes de boel platslaan. Een krappe dubbele ster.

Fischer-Z - Fish's Head (1989)

poster
3,5
"...an original and thoroughly enjoyable pop album." schreef recensent Neville Farmer in 1989 in het Amerikaanse magazine Hi-Fi News & Record Review. De tweede van Fischer-Z na de "comeback" van de groep, in feite voortzetting van de solocarrière van frontman John Watts. Op de bandsite noemt hij Fischer-Z "a political new wave band" en op Fish's Head is dat een terechte omschrijving.
Muziek in de lijn van de voorganger met minder (gast)musici. Gebleven zijn Ian Porter op bas en toetsen, Jennie Cruse op zang (op Spaanse tv playbackte ze achter een keyboard) en drummer Steve Kellner.

De plaat opent sterk met het politiek geladen Say No, waarvan de videoclip niet mocht worden gebruikt wegens de veiligheid van medewerkers van de platenmaatschappij, zo schrijft Wikipedia zonder bronvermelding. Dat zit 'm niet in de beelden, maar in de tekst waarin Watts slechte leiders in politiek en kerk ter verantwoording roept. Op Masquerade doet hij dat op reggaeritme nogmaals.
Lichter qua sfeer maar minder pakkend wordt het op de twee navolgende nummers, waarvan It Could Be You bijna jolig is. In Huba sluit een lieflijke driekwartsmaat de eerste helft af als was het de herkenningstune van een knusse tv-serie voor het hele gezin. Schijn bedriegt, getuige de tekst: Huba blijkt een "rotten brother" te zijn over wie meer onaangenaams wordt verteld.

Muzikaal venijnig start de tweede helft af met Oh Mother, waarin Watts zijn moedertje (?) voorhoudt dat haar leven ijskoud is. Eveneens problemen in Just Words met de geliefde: "This is the story of the one I love. It isn't only for my protection, An iron fist in a velvet glove."
De recensent van Hi-Fi News vroeg zich af of It's Only a Hurricane is geschreven naar aanleiding van de talrijke tornado's die er dat jaar waren; je hoort inderdaad de windeffecten in het prettige, uptempo nummer.
She Said is langzamer en pakt me niet, afsluiter Ho Ho Ho gaat niet over de kerstman maar Watts bezingt de mensen die hun ogen sluiten voor onrecht en vooral comfortabel willen leven - denk ik, want hij verwoordt het poëtisch.

De komende week is Watts op solotournee in Nederland, zij het onder de vlag van Fischer-Z. Ik zal daar eens extra op de teksten letten.

Fischer-Z - Going Deaf for a Living (1980)

poster
4,0
Toen vanaf de jaren '90 veel mensen hun vinyl gingen dumpen ten faveure van de cd, kon ik voor prikkies de eerste drie platen van Fischer-Z op de kop tikken. Going Deaf for a Living, de tweede van de heren, behoort sindsdien tot de platen die ik regelmatig met veel plezier draai.

Immers, wat een heerlijke nummers staan erop! Room Service met z'n ontwapenende tekst over dat stuntelende kamermeisje, de hit So Long (alleen te vaak gehoord, lijdt aan enige slijtage), Crazy Girl, de titelsong, Crank met z'n foute tekst en het prettig gestoorde Limbo.

Ik hoor de band graag als er ska in de muziek sluipt, omdat dit steevast wordt gecombineerd met de dunne keyboardsound van Steve Skolnik en de dragende baslijnen van David Graham. Gelukkig voor mij is dat op deze plaat frequent het geval.
Maar ook de uptempo, punkachtige songs smaken nog altijd heerlijk. Dat Steve Liddle de boel strak en sober aaneen mept onderscheidt hen niet alleen van genregenoten The Police (vanwege de combi reggae / ska / wave vind ik die nogal verwant), maar maakt ook dat de band die herkenbare 'do it yourself' new wavesound heeft. John Watts zingt afwisselend laag (in de opener), droevig-hoog (So Long) en blij-hoog (Limbo). Heerlijke stem in alle gevallen.

Dat nog de constatering dat de cover een bescheiden monumentje is in combinatie met de albumtitel, bovendien uit duizenden herkenbaar in de platenbakken. Een bescheiden waveklassiekertje naar mijn onbescheiden mening.
Volgende week staat de band (nou ja, Watts is al sinds jaar een dag het enig overgebleven lid) in Nederland op de planken, ik vermoed dat ik daar maar eens een biertje ga drinken!

Fischer-Z - Going Red for a Salad (1990)

Alternatieve titel: The UA Years

poster
4,0
Afgelopen woensdag was ik in Tivoli bij het concert van Fischer-Z, waar een ontspannen en gedreven John Watts met zijn band een bevlogen concert gaf. Uitgesproken was hij in de praatjes tussen de liedjes over de oorlogen die momenteel het nieuws halen en over het Nederlandse publiek dat bij een akoestisch deel druk blijft praten (maar met vriendelijke ondertoon).
Complimenteus naar zijn groepsgenoten (die gedurende het concert wel drie maal werden voorgesteld) en grapjes links en rechts (bij Man in Someone Else's Skin wordt het laatste woord in de aankondiging in "trousers"), tot en met het expres voor de tweede maal in de set inzetten van Room Service, om dat met een vrolijk "Ha!" af te kappen en vervolgens een ander nummer in te zetten.
Maar ook serieus: de tourmanager moest de tekst van het nieuwe lied Berta halen, zodat hij dit lied over een vrouw die zich ten koste van haar eigen leven verzette tegen milieumisstanden, kon voordragen. Het nummer is te vinden op Fischer-Z's nét verschenen nieuwe album Triptych, nog niet op MuMe aanwezig en ook nog niet in de reguliere (online) platenzaak.
Vergelijk ik dit Going Red for a Salad met de setlist van Vredenburg, dan werden er elf nummers van deze verzamelaar gespeeld, wat laat zien hoe belangrijk ze zijn voor het Fischer-Z in de decennia die volgden.

Rond 2016 kocht ik Going Red for a Salad omdat ik heimwee kreeg naar de oude nummers van de groep. De jaren erna kocht ik menig album, waaronder de eerste drie op vinyl - die was ik ergens op mijn levensroute kwijtgeraakt.
Zoals met elke verzamelaar zijn er nummers die je mist of juist liever niet had gehoord. Bij mij echter groeide door de tracklist de drang om het werk van Watts verder te verkennen. Op mijn cd-editie staan vier solonummers van Watts en dat maakte nieuwsgierig naar meer: vorig jaar volgde een reis door zijn hele discografie, waarbij het nodige werd aangeschaft.

Niet alleen een heerlijk album om (opnieuw) kennis te maken met het toen kersverse Fischer-Z, dat met de reggae-invloeden hoorbaar uit hetzelfde vat tapte als de tijdgenoten van The Police.
Nee, de tracklist biedt een goed audiobeeld van de oorspronkelijke bezetting, dat met toetsenist Steve Skolnik, bassist David Graham en drummer Steve Liddle een ander geluid had dan de latere incarnaties van de groep. Meer reggae, meer new wave en Watts' zang hoger dan hij tegenwoordig doet.
Going Red for Salad (briljante compilatietitel!) sluit af met het opzwepende Limbo, een charmant buitenbeentje in het oeuvre van de groep. Toen al.

Fischer-Z - Kamikaze Shirt (1993)

poster
4,0
Hmmm, daar zit ik anders in... Wat mij verbaast is dat Fischer-Z hier zo anders klinkt dan op voorganger Destination Paradise van slechts één jaar eerder, terwijl hij met dezelfde band werkt.
Het zit 'm in de manier van schrijven. Verdwenen is de solobasis van akoestische gitaar, die ik in het geval van John Watts matigjes vond. Op Kamikaze Shirt klinken veel vlotte elektrische groepsliedjes met de nodige toetsenpartijen van Dr. Smith, die veel meer mag dan op de voorganger. Heerlijk! Het is alsof new wave in een jaren '90-jasje is gestoken.

De liedjes bevatten simpelweg veel meer energie. Genieten doe ik tijdens de eerste helft vooral bij de enigszins melancholieke opener The Peaches and Cream (lekker koortje en een eenmalig drumcomputertje dat verrassend goed werkt), het felle Marlon (mooie melodie, lekkere toetsenlijn, hier livedrums, Strangleriaans), het rammelgitaartje in Kamikaze Shirt met dat kekke toetsensolootje, in het boze Polythene klinken Watts' kritiek op en sarcasme naar politici.
Op de tweede helft bevat de groove van Human Beings zo'n "1993-geluid" met opnieuw boze lyrieken, met het afwisselend mid- én uptempo Stripper in the Mirror observeert hij de uitzichtloze situatie van de dame in kwestie, Blue Anemone bevat een heerlijk pompende kwaliteitspop met mooi verhaal en een dito melodie en in Radio K.I.L.L. hoor je (spoileralert) hoe een dj aan zijn einde komt omdat een gefrustreerde minnaar door hem zijn meisje is verloren.

Bij de nummers die ik niet noem zit bovendien niets wat onder de maat is, een dikke 8 is mijn schoolcijfer!

Fischer-Z - Punkt! (2025)

poster
2,5
Punkt! Verschenen in september en deze fan van Fischer-Z is er zeker in geïnteresseerd. Tot dusver kwam ik hem niet in fysieke vorm tegen, tenzij ik online ging winkelen. Groepsbaas John Watts legt op de site van de groep uit hoe het zit: "PUNKT! is not just music; it includes a collection of 10 artworks and a short film. The music will initially be released as series of limited edition bespoke vinyl records."

Wel, voor de elpee moet je 55 euro neertellen. Ik frons de wenkbrauwen. Toch maar eens via streaming gaan luisteren. Punkt! klinkt vervolgens als solowerk van Watts met uiteenlopende stijlen en sferen. Soms scheurt het stevig, soms domineren etherische toetsentapijten.
Normaliter houd ik wel van die variatie, hier echter wil het te vaak niet beklijven. Drie keer lukt dat wel: Wonder, 100 Wised up Monkeys en Too Much zijn mijn favorietjes.

De overige hebben kennelijk nodig dat de kunstwerken erbij worden getoond, willen ze beter doordringen. De gebrekkige distributie en absurd hoge prijs helpen daarbij niet: met een fysiek exemplaar in handen zou ik wellicht positiever gestemd raken.
Hopelijk komt dit soort-van-tussendoortje later alsnog redelijk geprijsd uit en anders heb ik pech. Want meer dan vijf euro per liedje betalen voor een verzameling van 36 minuten die te vaak te mager is, dat is te veel. Dan veel liever een leuk concert van Fischer-Z, een groep (sinds 1987 eigenlijk het soloproject van Watts) die immers veel moois heeft gebracht.

Fischer-Z - Red Skies over Paradise (1981)

poster
4,5
Iedere elpee die Fischer-Z uitbracht, leverde in Nederland een hitsingle op. Hun derde hitsingle was Marliese en omdat het uptempo was met scheurende gitaren vond ik het een heerlijk liedje, dat ik in het voorjaar van 1981 opnam van de radio met mijn cassettespelertje. Het liedje werd frequent op Hilversum 3 gedraaid, omdat de top 10 werd gehaald.

Pas toen ik in de jaren ’90 de elpee op de kop tikte, drong tot mij door hoezeer de band meer was dan romantiek. Hier draait het vaak om de dreiging van een atoomoorlog en bovendien echoën de recessie en werkeloosheid van het Engeland van die dagen mee. In combinatie met de vaak vlotte muziek, waarin ska en reggae zijn gemixt met punkenergie, levert dit een plaatje op dat mij nooit verveelt.
Anno 2022 zijn de teksten weer akelig relevant: met de huidige dreiging van Rusland op (vooral oostelijk) Europa zijn de teksten helemaal actueel: de wereld is níet veilig en de drie van Fischer-Z verklankten dat meesterlijk.

De band had in deze bezetting een karakteristiek geluid, waarin de falsetto zangstijl van John Watts heerlijk ronddartelde, soms zacht, vaker snijdend. Wat me ook vandaag weer opvalt: als hij lager zingt, wordt de sfeer onmiddellijk dreigend.
Soms begin ik met de B-kant, dus vanaf Song and Dance Brigade. Waar veel bands de mindere liedjes nogal eens op die tweede helft “verstopten”, valt hier op dat de liedjes sterk blijven. Af en toe ondersteund door toetsen, zoals op Cruise Missiles, blijven variatie en kwaliteit van hoog niveau.

Voor mij één van de beste platen die de new wave in die dagen opleverde, een periode waarin de productie en kwaliteit toch al bizar hoog waren. Bijna alle liedjes vind ik goed tot heel goed; dat nu al zovele jaren…

Fischer-Z - Reveal (1987)

poster
3,5
Komende maandag begint het Nederlandse deel van de solotournee van John Watts van Fischer-Z. Dit met zes concerten, waarna van 4 tot en met 8 oktober Vlaanderen aan de beurt is met nog eens vier shows. Hierin zal hij Red Skies over Paradise uitgebreid in de schijnwerpers zetten. Ik ga hem op één van de avonden zien en daarom is het de hoogste tijd om weer eens verder te gaan in zijn discografie.

Reveal is de comebackplaat van Fischer-Z na zes jaar. Nou ja... Eigenlijk betreft het de voortgezette solocarrière van John Watts, die na rijp beraad toch maar de naam gebruikte waarmee hij van 1979 - 1981 het meest succesvol was. De eigenwijze reggae en ska van voorheen hebben plaatsgemaakt voor pop met veel digitale toetsen, die echter iets eigenwijzer is dan de voorganger die hij onder de vlag van The Cry maakte.

Genieten is het van opener The Perfect Day, de ironie (of is het sarcasme?) van Leave It to Businessmen to Die Young, de bijna symfopop á la Marillion van I Can't Wait That Long, het huiskamerstrijkje van Realistic Man en de powerpop van Big Drum.
Niet alles beklijft, zeker niet naar het einde toe: de popreaggae van It Takes Love is me te glad, net als de relaxte reggae in So Far en het zomerse Marguerite.
Belangrijke rollen zijn er voor toetsenisten en programmeurs Ian Porter en Denis Haines, alsmede zangeres Jennie Cruse, wier achtergrondzang soms heerlijk naar de voorgrond dringt.

Het waren de dagen van Talk Talk en Tears for Fears; soortgelijke geluiden en sferen kom ik hier tegen. Het verschil blijft echter de stem van Watts, die zijn kopstem frequent gebruikt. De felheid van voorheen is desondanks weg, afgezien van een enkele lyriek. Wat resteert is aangename kwaliteitspop.

Fischer-Z - Stream (1995)

poster
3,0
In platenzaken kom ik van Fischer-Z eigenlijk alleen maar de eerste drie albums tegen, plus de eerste twee soloplaten van John Watts en de ene die hij onder de naam The Cry maakte. Het suggereert dat Nederland de man rond 1987 was vergeten, maar gezien de talrijke optredens die hij in de lage landen is blijven doen, kan dat niet kloppen.
Daar stopt hij allerminst mee, ook niet nu hij inmiddels 68 is. Deze en volgende week bijvoorbeeld tourt hij solo door Nederland en Vlaanderen met alle aandacht voor Red Skies over Paradise.

In 1995 was daar Stream, waarbij de hoes afwijkend is van de Fischer-Z's daarvoor. Een foto van een jurk, die uitgespreid op een nat strand ligt. Wat is er met de eigenaresse gebeurd? Het suggereert dat er iets vreselijk is misgegaan. Als altijd even extra goed luisteren naar de teksten, die bij Watts nooit afgeraffeld zijn.
Het tweede wat opvalt is de muziek die door een nieuwe band wordt gemaakt. In de eerste twee nummers is het namelijk de scheurende gitaar van Hadji (echte naam Nick Bunker) die opvalt en de indruk geeft dat de invloed van grunge tot de Britse groep is doorgedrongen. Of is het de alternatieve gitaarpop zoals R.E.M. die vanaf de jaren '80 bracht om er in de jaren '90 tot grote populariteit mee te stijgen? Trendgevoelig, maar voor mij niet pakkend. Iets dergelijks hoorde ik indertijd wél geslaagd doen door King's X, dat met het harde Dogman (1994) stevige jaren '90 gitaren integreerde in hun eigenzinnige (hard)rock.

Bij Protection spits ik echter dubbel de oren. Minder gitaar, een sterke melodie en een aangrijpende tekst over een kwetsbaar meisje in een boze wereld van misbruik. Watts blijft de man die onrecht wil duiden en doet dat met zijn kenmerkende stem, die hij hier hoog laat klinken.
De scheurende gitaren klinken in de daarop volgende drie nummers terug; de melodie van Buffalo Heart is sterk en in de tekst ("There's only one thing wrong: no justice in this world") laat opnieuw de geëngageerde Watts horen.
You Never Cross the Same River Twice heeft een heerlijke groove, deze keer over een geliefde die is vertrokken. Magic Moon is dan weer zo'n stevig gitaarlied en de ballade (Wát? Ja echt!) No Strings vind ik nog minder.
In Goldrush Town scheurt het weer, maar deze keer pakt het me wel. Wat helpt is de tekst, als een fascinerende sfeerreportage van een vervallen oost-Duits stadje na de val van de muur. De voormalige DDR blijkt hier al een bron van inspiratie, net als op Fischer-Z's laatste album tot dusver, Til the Oceans Overflow (2021). Here and Now sluit met swingende Hendrixgitaar af, wat ik dus niet bij Fischer-Z vind passen.

Tegelijkertijd is het juist leuk dat Watts niet bang was om nieuwe paden te verkennen. Drie sterren van mij, wie wat heeft met jaren '90 guitar-USA zal dit ongetwijfeld hoger waarderen.
Het verhaal achter de hoesfoto heb ik niet kunnen ontdekken, iemand die meer weet?

Hierna vervolgde hij zijn solocarrière als J.M. Watts met Thirteen Stories High, maar ik ga eerst verder met het verhaal van Fischer-Z en Ether uit 2002.

Fischer-Z - Swimming in Thunderstorms (2019)

poster
3,5
Met een hoes in dezelfde tekenstijl als voorganger Building Bridges nam ik aan dat dit album van Fischer-Z in hetzelfde stramien zou klinken. Fout.

Op Swimming in Thunderstorms scheuren de gitaren veel minder, al is de boel vérre van ingekakt. Het is een beetje als Watts variant op het album Night and Day van Joe Jackson; in Watts' geval was Building Bridges de luidruchtige dagkant en deze opvolger vertegenwoordigt de ingetogener avond- en nacht.
Fischer-Z is al sinds 1987 in feite één van de soloprojecten van zanger en gitarist John Watts; de bezetting wil nogal eens wisselen. Hier is de Britse groep in een internationale bezetting met naast toetsenist Adrien Rodes en bassist David Purdye de Duitse gitarist Marian Menge en de Kroatische drummer Siniša Banović.

Beste nummers zijn voor mij het waveachtige openingsnummer Big Wide World met ijle toetsen, melancholieke The Heaven Injection waarin Watts' stem zo mooi hees klinkt en hij in het refrein de hoogte ingaat, Films with Happy Endings is uptempo en kent diezelfde weemoed, Stolen met zijn reggae en Prime met zijn Afrikaanse swing en het langzame titelnummer.
Het is meer dan een groepsalbum: op No Bohemia zorgen enkele gastmusici voor een compleet andere sfeer met onder andere accordeon en trompet; Cardboard Street kent zelfs een brassband in kerstsfeer.

Op Swimming in Thunderstorms horen we de ingetogener kant van John Watts; liever hoor ik het tumult van de voorganger, wat niet wegneemt dat dit gewoon een fijn album is.

Fischer-Z - This Is My Universe (2015)

poster
4,0
Na zeven jaar stilte op MuMe rond dit album ga ik roepen dat dit een lekker plaatje is. DIT IS EEN LÉKKER PLAATJE! Zoals hierboven vermeld eigenlijk een soloplaat van Watts, wat geldt voor ieder album van de groep dat vanaf 1987 werd uitgebracht, te beginnen met Reveal.
Alhoewel de stem van John Watts enigszins gebruind is bij het ouder worden, is daarin wél een aangenaam hees randje gerijpt. De hoge stem van voorheen klinkt desondanks een enkele keer terug en je herkent onmiddellijk dat dit dezelfde is als die van de vermaarde eerste drie Fischer-Z's. De band is echter compleet anders dan toen: toetsenist Matthew Gest, bassist en achtergrondzanger Matthew Waer en drummer Sinisa Banovic.

Nadat ik Fischer-Z in 2017 weer op mijn radar kreeg toen via YouTube opvolger Building Bridges verscheen, ontdekte ik via datzelfde platform dit This Is My Universe. Althans, de verpletterend mooie single Just-a-Man. Autobiografisch? Begrijp ik goed dat hier de pijn van een echtscheiding klinkt? Ik vond en vind het een ontzagwekkend mooi liedje.
Op de de eerste helft van This Is My Universe klinkt sowieso het ene na het andere lekkere gitaarnummer. Net als bij het vorige album dat ik de afgelopen weken van hem beluisterde, het als J.M. Watts uitgebrachte Thirteen Stories High uit 1997.
De tweede helft had meer draaibeurten nodig, maar pakte me vervolgens wél. De muziek is er rustiger met meer ruimte voor toetsen; Watts trapt niet meer het scheurgitaareffect in of hervond zelfs zijn akoestische gitaar. Ook dat wérkt. Martha Thargill bijvoorbeeld dwong me achter het stuur tot meezingen en de stem van Watts is er fraai breekbaar.

Ik heb de cd+dvd-editie, met op dvd een concert voor Studio Nord in Bremen, opgenomen in 2015. Na vier nummers van dit album volgen de klassiekers Red Skies over Paradise, Pretty Paracetamol, The Worker, Berlin en Marliese. De hoge noten haalt hij daarin nog steeds. Heerlijke bonus!

Maar ook zonder de dvd een heel aangenaam album. Dat Fischer-Z inmiddels eigenlijk een verkapte naam voor meer John Watts-solo is, maakt niet ongedaan dat hij me opnieuw raakt, ontroert, vermaakt en ontspant.

Fischer-Z - Til the Oceans Overflow (2021)

poster
4,0
Afgelopen april bezocht ik het uitgestelde concert van Fischer-Z in de grote zaal van Fluor in Amersfoort. Die was volgepakt met vooral fans uit de hitparadedagen van de band, 1979 – 1981. De nummers die het meeste bijval kregen, zijn zij die herkenning oproepen aan die dagen, maar aan de setlist was te merken dat enig oorspronkelijk bandlid John Watts niet bij het verleden wil blijven steken. Net als in ’82 op zijn eerste soloplaat, toen hij niet zijn vorige drie platen met Fischer-Z kopieerde. Toen al.
Dat neemt niet weg dat hij op hun laatste album Til the Oceans Overflow terugblikt. Op de cover zien we oude foto’s van (Oost-)Berlijn, met name de Alexanderplatz met de Brunnen der Völkerfreundschaft en daarachter de iconische televisietoren. Een jonge John Watts (?) ziet hoe golven op het punt staan de argelozen te overspoelen.

Op de achterzijde van het cd-boekje legt Watts uit hoe het album tijdens de coronapandemie tot stand kwam: oorspronkelijk wilde hij een soloalbum én een bandalbum opnemen, maar door de lockdowns werd dit tot één plaat. Omdat de band een internationale bezetting kent, werden de thuisopnamen verzonden tussen Berlijn, Brighton en Parijs. Aan zelfspot geen gebrek als hij noteert dat hij qua mixen “eindelijk in het reine kwam qua het professioneel opnemen met de computer”.
Watts schrijft ook in het boekje dat het bandalbum moest samenvallen met de veertigste verjaardag van Fischer-Z’s Red Skies over Paradise. Ik heb geen studie gemaakt van welke nieuwe liedjes terugslaan op liedjes van dat album, maar bij herhaalde draaibeurten valt wel één en ander op.
Eerst over de muziek: er wordt vaker gebruik gemaakt van drumcomputer (live was er wel degelijk een drummer). De liedjes hebben een ernstige toon, waarbij Watts rustiger en lager zingt dan in zijn jonge jaren. Ook de gitaar speelt een minder prominente rol, waardoor er meer ruimte is voor digitale geluiden. De plaat opent bombastisch, maar na het tweede nummer, het uptempo Brian, bepalen midtempo songs de sfeer.

De dreiging is gebleven. In 1981 ging het deels over een atoomoorlog, nu een milieucatastrofe; dit in opener Choose en de titelsong.
Track 8 is Narcissus, in het boekje als nummer 10 gezet. Een heftige tekst over niet gekend zijn door degenen die je het meest lief zijn. Dit blijkt een tweede rode draad in de teksten: liefdeloosheid, juist ook bij hemzelf. Ja, over de teksten valt wel een apart boekje te schrijven.
Eén keer is meteen zonneklaar naar welk liedje hij verwijst: in Oh Compassion wordt Marliese bij naam genoemd. Ze is op leeftijd gekomen, ook zichtbaar aan de tekening in het boekje, maar de ontmoeting maakt wederom indruk op Watts.
De laatste twee nummers zijn qua instrumenten vooral digitaal. Dystopia's Here en A.I. Owns U. behandelen de digitale wereld, als een update op George Orwells boek 1984. Op dit laatste lied gaat het tempo omhoog, een gitaartje doet de boel “rocken” en Watts slingert op humoristische wijze enkele digitermen de wereld in. Op streaming staat bonustrack Same Boat, een alleraardigst popliedje met een retro toetsensound, akoestische gitaren en een refrein dat je doet meezingen. De man vertelt zelf meer over de plaat in dit interview.

Ik kocht de cd bij de bandstand, samen met een handige sleutelhanger annex flesopener-met-bandlogo. Voor mij een effectief middel om Watts’ platen vaker te draaien…

Fischer-Z - Triptych (2024)

poster
5,0
Met GROTE dank aan erwinz ontving ik de cd van Triptych, die om onbekende reden nog altijd niet in de winkels ligt. Bij het sterke concert van de groep in Vredenburg, afgelopen april, kwamen diverse nummers hiervan langs, al dan niet eerder uitgegeven als de Triptych EP delen I en II.
Met het klimmen der jaren (Watts hoopt in december zeventig te worden) zijn de liedjes niet alleen energiek gebleven, ze worden bovendien steeds pakkender. Wat namelijk voorbijkomt is een twaalftal sterke nummers. Daarbij ook het kleinood Berta over een milieuactiviste die haar strijd met haar leven moest betalen, waarvoor Watts in Utrecht de tekst uit zijn kleedkamer liet halen - hij wilde het per se spelen, maar had kennelijk de woorden niet paraat.
Opgenomen in Studio Vega in het Zuid-Franse Carpentras, begint Triptych verrassend met een latinachtig ritme in Nevertete. Het pakt sterk uit. Eenzelfde sfeer keert negen tracks later terug in The Hamburg Beat.

En verder het ene na het andere sterke nummer. Niets wordt nodeloos gerekt, de melodieën zijn sterk en de muziek afwisselend, waardoor het de voorbije weken keer na keer in de speler belandde zonder ooit te vervelen. Gitaarliedjes met die prachtige stem van John Watts, die uiteraard niet meer zo hoog zingt als op de eerste drie van Fischer-Z, maar wél over een heerlijk hees randje op zijn stembanden beschikt. Daarnaast bescheiden toetsen, een strakke ritmesectie en soms de tweede stem van (dochter?) Leila Watts.

Een nummer-voor-nummerbespreking zou het veel te lang maken, maar iedereen die van frisse gitaarpop met een alternatief gevoel houdt, zal hier vrolijk van worden. Iedere keer weer ben ik verbaasd over de variatie en toegankelijkheid van de muziek, zonder dat het te gemakkelijk wordt. Poëtische teksten die soms grappig, dan weer ernstig zijn.
Dit alles in een fraai kartonnen klaphoesje met daarin een tekstboekje inclusief bandfoto. Bij musiczine vond ik dit recente interview, waarin Watts de albumtitel verklaart en meer over de achtergronden vertelt.

Dan resteert de vraag: wanneer ligt Triptych na de officiële releasedatum van 26 april nou eindelijk écht in de (betere) platenzaken? Dit is namelijk te mooi om alleen te streamen... Nogmaals dank, Erwin!

Fischer-Z - Triptych EP 1 (2023)

poster
4,0
Via streaming attendeerde Fischer-Z mij vorige week op een nieuwe EP, die gezien de titel een vervolg gaat krijgen. Triptych EP1 is op 10" vinyl verkrijgbaar, vast ook in april als ze naar Utrecht komen.

Wat klinkt zijn vier heel aangename liedjes op akoestische basis. Ze maken me vrolijk en ontspannen. Ik houd van de hese stem van John Watts en hij van Hamburg, waar het eerste liedje zich afspeelt; het kreeg zelfs een videoclip.
Na het relaxte Hamburg Beat volgt het intensere This Woman and I, waarin hij af en toe die kopstem van vroeger terughaalt terwijl in het refrein trompetjes meeblazen.
Op de B-kant swingt het met Nefertete over een fascinerende dame die de ik-persoon deed dansen, om net iets rustiger af te sluiten met Man Man Man, alweer over een meisje. Met een heerlijk refrein en Leila Watts die de prachtige tegenstem zingt.

Maar vier nummers en toch heb ik moeite om mijn twee favorieten te kiezen...

Fischer-Z - Triptych EP 2 (2024)

poster
4,0
Deze EP stond korte tijd op streaming. Ik wilde hem bij het concert van FischerZ in Utrecht op 24 april kopen, maar trof hem daar niet bij de merchandisestand aan.
Had EP2 zo'n acht weken daarvoor online beluisterd en was enthousiast, net als bij EP1 het geval was:

Alle. Liedjes. Goed.

En nu wacht ik geduldig tot ik de langspeler Triptych fysiek te koop is. Met geduld, dat lukt mij. Ik kan het. Ik kan wachten. Echt hoor. Toch?

Fischer-Z - Word Salad (1979)

poster
4,0
Als puber was ik altijd blij met de hits die Fischer-Z in Nederland scoorde, ieder afkomstig van een ander album. The Worker beet de spits af en deed met de reggae-invloeden aan The Police denken, maar dan weer heel anders.

Ik kan me herinneren hoe ik zo'n vijf jaar later op een koude winterochtend wakker werd, de radio aanzette en iedere keer het moment uitstelde waarop ik eruit moest. Toen kwam dit liedje voorbij: ik was meteen klaarwakker. Hoe mooi was dit, al lang niet gehoord. Bovendien sloeg het op de situatie waarin ik verkeerde: de plicht riep, maar de kou grimlachte mij tegemoet. Het hielp me om onder de koude dekens vandaan te kruipen en moedig de dag in te stappen. Jaren later zond de NPO deze minidocu uit, ik bleek het voor één keer goed te hebben aangevoeld.

Ook bijna 45 jaar later blijf ik dit een heerlijke plaat vinden. Elastische, soms nerveuze new wave met als speerpunten de venijnige (kop)stem van John Watts, de ranke toetsenklanken van Steve Skolnik en de frequente reggae-invloeden. De ritmesectie houdt de boel strak bij elkaar, onopvallend en knap tegelijk smeden Dave Graham en Steve Liddle de muzikale invloeden tot één geheel. De buiten- en binnenhoes zijn ook fraai en passend bij een plaat als deze.

De A-kant is de beste, met het ene na het andere hoogtepunt en bovendien veel variatie in stijlen en tempo’s. Lekker geproduceerd door Mike Howlett, die met dit knoppendebuut meteen een toonaangevende producer werd in de wave. Het einde van The Worker bijvoorbeeld blijft magistraal: eerst het liedje wegfaden om het vervolgens nog even te laten terugkomen.

De hoogtepunten van de B-kant: op Lies hoor ik eigenwijze toetsenpartijen die aan The Stranglers doen denken. Zou die band van invloed zijn geweest?
Bij Wax Dolls zing ik hier en daar Kids in America van Kim Wilde mee, wat niet de bedoeling zal zijn geweest maar de akkoordenprogressie lijkt erop. Vrolijk en energiek, twee van de sferen op dit album en opnieuw heerlijke keyboardlijnen. Ook Nice to Know vind ik nog altijd erg lekker, mede omdat Watts hier dreigend-laag zingt. Afsluiter Lemmings groeit met zijn afwisseling bij elke draaibeurt.

Anno 2022 zou je de muziek kunnen omschrijven als het kind dat The Stranglers en The Police samen kregen. Biologische en historische nonsens natuurlijk, maar deze tijdgenoten maakten met Word Salad (mooie titel!) een heerlijke semi-klassieker.

Flash and the Pan - Flash and the Pan (1978)

poster
4,0
In 1977 werd dit bestempeld als new wave en als piepjonge luisteraar van Hilversum 3 nam ik dat voetstoots aan. Maar new wave was eigenlijk het lichtere zusje van punk: korte liedjes met alternatieve inslag van jonge muzikanten. Zoals hierboven valt te lezen, is van dat laatste bepaald geen sprake.

En toch! Hey, St. Peter haalde in de warme zomer van 1977 niet alleen #7 in de Nationale Hitparade (augustus), het was ook het nummer dat in mijn persoonlijke top 15, wekelijks in een oude agenda van mijn vader genoteerd, Ma Baker van Boney M van de eerste plaats verdreef en daar vier weken bleef staan.
Flash and the Pan was lang een ééndagsvlieg, zeker voor een jonge tiener met slechts een radio-cassettespeler om muziek mee af te spelen. Van elpees had ik nog weinig benul en bovendien verscheen de bijbehorende titelloze langspeler hier pas twee jaar later, waarmee het momentum voorbij was voor een notering in de albumlijst. Het wekt de indruk dat de heren werden overvallen door dit succes.
Ik wist evenmin dat dit dezelfde mensen waren als de producers achter AC/DC en nóg een prille favoriet van me, John Paul Young. Pas zes jaar later volgde hun tweede hit, Waiting for a Train en toen was mijn smaak veranderd.

De voorbije dagen beluisterde ik het album op mijn reis door de albums achter mijn afspeellijst met punk en new wave. Mijn vorige station was overigens ook al een vreemde eend in die bijt, namelijk het debuut van The Rubinoos.
In tegenstelling tot die plaat maakten de "oude mannen" van Flash and the Pan muziek die wél passend is bij new wave. Sterker nog, met z'n nadruk op de nieuwste synthesizers van 1977 klinkt muziek die klinkt als een voorloper van bijvoorbeeld Tubeway Army/Gary Numan, The Human League, A Flock of Seagulls en Duran Duran. Is dit een trendsetter geweest? De eerste echte synthplaat in de new wave? In die termen las ik nooit over hen, wellicht dat anderen dit kunnen duiden?

De praatzang - is dat Harry Vanda of George Young? - maakt een sfeer die koeltjes is. Die wordt gecombineerd met enkele ijzersterke gezongen refreinen en pakkende, melodierijke toetsenpartijen met hun kristalheldere geluid. Het resultaat is een album dat op z'n sterkst is zolang het uptempo is.
Dat betekent dat ik de eerste vier nummers heerlijk vind, en vervolgens Lady Killer dat kant 2 opent. Iets verderop wordt ik gepakt door juweeltje Down Among the Dead Men dat warempel weg heeft van MacArthur Park, vooral in de schitterende versie van Donna Summer.

Deze moet ik maar eens op vinyl zien te scoren. En nu door naar de volgende plaat: single This Perfect Day van het eveneens Australische The Saints, te vinden op Eternally Yours.

Flying Colors - Flying Colors (2012)

poster
4,5
Net als OzzyLoud heb ik het niet zo op "supergroepen": de uitkomst is in de meeste gevallen minder dan het meeste materiaal van de leden bij hun andere bezigheden. Van tevoren had ik dus géén zin in Flying Colors (mooie groepsnaam, slaat ongetwijfeld op hun ontstaan) en hun gelijknamige debuut.

Beluistering leert echter onmiddellijk dat het geen album is geworden van "kijk eens hoe virtuoos we zijn", maar eentje waarin de individuele capaciteiten steevast ten dienste staan van het liedje en dán heb je me.

Daar komt bij dat de mij onbekende Casey McPherson een lenige stem heeft, niet zo opvallend maar uitermate geschikt voor deze melodieuze hardrock met een randje van progrock. De genrenaam adult oriented rock die Broem in 2012 liet vallen, klopt. Net als zijn constatering "deze heren kunnen meer dan ze laten horen." In mijn beleving valt dat juist goed uit. Wel verraden de gitaarsolo's en details in toetsen, bas en drums dat de vijf klasbakken zijn.
Om nog een andere reden is dit album opvallend: na jaren van dominantie van de cd, verscheen Flying Colors gelijktijdig op cd en vinyl. De getijdenwisseling was ingezet.

Zwakke nummers kom ik niet tegen. De stevige opener Blue Ocean start verrassend met de pratende heren bij aanvang van de opname; oftewel, een album dat in takes is opgenomen en niet in afzonderlijke lagen met eerst drums, dan bas, dan... etcetera.
Hierna verstrengelt Shoulda Coulda Woulda op dezelfde wijze energie en melodie. Uit details blijkt de voorliefde voor progrock, maar het blijft toegankelijk. Kayla opent akoestisch om uptempo te vervolgen waarbij alweer een pakkend refrein volgt met soms zingende gitaarlijnen.
Symfonische bombast in The Storm. Misschien is dát wel de juiste muzikale term: niet aor maar symfonische (hard)rock, toegankelijker dan we tegenwoordig onder progrock verstaan. Het nodige slappende baswerk van Dave LaRue in het rockende Forever in a Daze en met de pianoklanken van Neal Morse (leuk, de twee Morses bij elkaar, geen familie geloof ik) in het intro van Love Is What I’m Waiting for volgt edelpop, alsof dit 10CC of Muse is. Vergelijkingen die TheInvisibleMan meteen in 2012 terecht maakte.

Melancholie klinkt in Everything Changes, een onverwacht pareltje met nogmaals warme jaren '70-sfeer, mede dankzij de (bijna) Moogklanken die (door gasttoetsenist Brian Moritz?) uit het klavier worden getoverd.
Better than Walking Away is verrassend klein en brengt daarmee een rustpunt; voor een ballade best lekker, sterker nog, de melodie blijft zo hangen, waarna ik met de dubbele basdrums van All Falls Down overeind veer, waarbij dat nummer iets van Muse wegheeft.
Daarna overkomt me met Fool in My Heart wat in de beschrijving van OzzyLoud staat: "wel wat aan de veilige kant en had wat meer progressiviteit verwacht en gehoopt". Voor de 3'48" die het duurt is het nummer echter nog altijd okay. Zeker als vervolgens Infinite Fire het album sterk besluit, dat pas echt op gang komt bij de gitaar- en toetsensolo. Fraai opgebouwd, deze 12 minuten die desondanks pakkend blijven.

Op reis door het oeuvre van Steve Morse is het lekker om de man na Dixie Dregs en al zijn instrumentale solowerk eens met een vocalist aan het werk horen, wat bij zijn vorige project Angelfire met de piepjonge zangeres Sarah Spencer ook al het geval was. Zijn werk met Kansas en Deep Purple laat ik deze weken buiten beschouwing en dan kom je eenvoudigweg vooral instrumentaal werk tegen.
Ben benieuwd of MuMensen als vielip en gaucho dit album kennen, dit past wellicht in hun smaak. Zo ja, wat vinden jullie ervan?

Een jaar later bracht Morse met Deep Purple het sterke Now What?! uit en het jaar dáárop was er al de tweede Flying Colors.

Flying Colors - Second Nature (2014)

poster
4,5
...al begrijp ik wél wat BoyOnHeavenHill bedoelt. Het is illustratief voor de kracht van melodieën en (gitaar)harmonieën in de muzikale wereld van Flying Colors.
Ik kom hier terwijl ik de carrière van Steve Morse buiten Kansas en Deep Purple volg; dan valt op dat hij bij Flying Colors andere dingen doet dan solo. In deze groep wordt hij op nieuwe manieren uitgedaagd, waarbij het plezier ervanaf spat.

Wat ik aantrekkelijk vond aan het debuut was dat melodie en complexiteit in fraai evenwicht bleven, wat Kansas ook zo goed kon/kan, één van mijn meest favoriete groepen ooit. Hierboven al diverse malen opgemerkt: op Second Nature is de muziek iets gecompliceerder, terwijl het op andere momenten juist emotioneler is. Diverse MuMensen werden erdoor geraakt, meldden zij. Mooi om te lezen!

Met de 12 minuten van Open up Your Eyes is er meteen die balans tussen complexere progrock en toegankelijke melodie. In Mask Machine hoor ik dankzij het scheurende effect op de dansende basgitaar van Dave LaRue en de lenige, cleane stem van Casey McPherson overeenkomsten met Muse; de drumbreaks van Mike Portnoy halverwege verraden iets van diens progachtergrond in een verder pompend rocklied.

Bombs Away is langzaam met een licht funkende baslijn en dankzij gastviolist Shane Borth denk ik aan Dixie Dregs en Kansas. Met het intro van The Fury of My Love zou je een fan van Queen kunnen verrassen, wederom echter duiken daarna elementen uit progrock op. En wát een refrein!
Het stomende A Place in Your World heeft iets weg Kansas/Kerry Livgren, iemand die oorspronkelijk één van de kandidaten was voor Flying Colors maar door diens beroerte moest afhaken, aldus toetsenist en soms tweede leadzanger Neal Morse in een interview met Prog Magazine in 2012.

De tweede helft begint met drums en piano, waarna toetsen en bas bijvallen voor het ontspannen Lost Without You, waar de popkant van de groep prevaleert met opnieuw een ijzersterk refrein. Portnoy drumt in dienst van het nummer en groovet zo meer dan aantrekkelijk.
De accordeon (?) in One Love Forever brengt enige Keltische folk in combinatie met "Emerson, Lake and Palmer", volgens Steve Morse in deze toelichting op YouTube. Rustpuntje is het toepasselijk getitelde Peaceful Harbor, waar Neal Morse uit zijn persoonlijke leven lijkt te delen. Fraai opgebouwd naar de finale met daarin verrassend (spoiler) het vijfhoofdige koor van The McCrary Sisters, dat me bij de lurven greep.

De eerste minuut van Cosmic Symphony doet aan werk van Coldplay of Keane denken. Is dit vloeken in progkringen? Echter met McPhersons stem, de bassolo na anderhalve minuut en de navolgende opbouw - de gevarieerde compositie duurt bijna 12 minuten en groeit en groeit - is dit zwaar genieten. Het vormt geen muzikale maar wel een emotionele climax, zoals user Mindscapes in 2014 en '15 diverse malen benadrukte.

Op streaming staan bovendien twee bonussen; Peaceful Harbor en The Fury of My Love werken ook akoestisch, waarbij de finale in eerstgenoemd nummer is gebleven.

Van liefhebbers van progrock begreep ik dat zij vaak teleurgesteld waren in Flying Colors, dat hen te weinig gecompliceerd was. Een bewuste keuze van de groep die mij juist goed bevalt. Bovendien afwijkend van Steve Morses werk, wiens oeuvre ik op chronologische volgorde beluister.

Volgende album dat de gitarist uitbracht is het twee jaar later verschenen The Sessions.