Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Morning Dew - Morning Dew (1970)

4,0
0
geplaatst: 18 oktober 2023, 12:04 uur
Ik kom hier omdat ik de discografie van Kansas en hun afzonderlijke groepsleden beluister. Vijf jaar voordat die groep debuteerde (1974) schreef Kerry Livgren met huisgenoot Mal Robinson, zanger/gitarist van Morning Dew, het nummer Save Me en daarmee is deze plaat de eerste waarop diens naam staat vermeld. Maar ook zonder die connectie is dit een fijne plaat.
Het gehele album is hier te beluisteren. In mijn geval een onverwacht leuke bijvangst! Passend bij de psychedelische rock die in die dagen gangbaar was, waarbij melancholie welig tiert. Het leidt tot mooie melodieën en soms pittige slaggitaren zoals in Crusader's Smile, fel klinkend als de Britse gitaarnewwave vanaf 1976. Upon Leaving is deels ingetogen maar kent een stevig deel. Stevig drumwerk in het intro van Young Man, een heerlijk knallend nummer in de traditie van de Britse r&b-golf van de jaren '60.
Kant 2 start met Gypsy luid als bij tijdgenoten Iron Butterfly, met als contrast de bijna folkrock van Something You Say, gevolgd door het vrolijke uptempo Country Boy met daarin mondharmonica. Save Me is een aardig nummer, in niets lijkend op de complexe muziek van Livgren. Dan liever het bijzonder in elkaar geknutselde drieluik Epic- The Mann-Death Is a Dream dat de plaat afsluit.
In 1995 verscheen een retrospectief album van de groep, Second Album genaamd. Wie wil lezen hoe de rivalen van Kansas begin jaren '70 klonken, kan hier terecht.
Het gehele album is hier te beluisteren. In mijn geval een onverwacht leuke bijvangst! Passend bij de psychedelische rock die in die dagen gangbaar was, waarbij melancholie welig tiert. Het leidt tot mooie melodieën en soms pittige slaggitaren zoals in Crusader's Smile, fel klinkend als de Britse gitaarnewwave vanaf 1976. Upon Leaving is deels ingetogen maar kent een stevig deel. Stevig drumwerk in het intro van Young Man, een heerlijk knallend nummer in de traditie van de Britse r&b-golf van de jaren '60.
Kant 2 start met Gypsy luid als bij tijdgenoten Iron Butterfly, met als contrast de bijna folkrock van Something You Say, gevolgd door het vrolijke uptempo Country Boy met daarin mondharmonica. Save Me is een aardig nummer, in niets lijkend op de complexe muziek van Livgren. Dan liever het bijzonder in elkaar geknutselde drieluik Epic- The Mann-Death Is a Dream dat de plaat afsluit.
In 1995 verscheen een retrospectief album van de groep, Second Album genaamd. Wie wil lezen hoe de rivalen van Kansas begin jaren '70 klonken, kan hier terecht.
Mother's Finest - Another Mother Further (1977)

4,0
6
geplaatst: 6 februari 2023, 18:09 uur
Eén van de bands die Alfred Lagarde in zijn Betonuur fanatiek promootte was Mother’s Finest. Zwarte jongens, op de gitarist én een meisje met een strot van hier tot gunder na. Legendarisch is het verhaal hoe Lagarde de band ophaalde van Schiphol in zijn Amerikaanse auto, whiskey onder de autostoel.
Jarenlang heb ik gedacht dat Another Mother Further hun debuutelpee was en in zekere zin klopte dat. Buiten de Verenigde Staten waren ze namelijk bij het uitkomen ervan nog onbekend, maar dankzij Lagardes steun haalde single Piece of the Rock in juli 1978 #7 en het album diezelfde maand #13. In de BRT Top 30 haalde Piece bovendien in augustus #27. Dit dankzij één enthousiasteling, die ervoor zorgde dat Mother’s Finest enkele maanden na de uitgave van het album in Amerika ook voet aan wal in Europa kreeg.
Ik kocht indertijd tijdschrift Hitkrant, waarin Ferry Maat van de TROS Soulshow een rubriek had. Hij schreef daarin dat hij na enig nadenken de hit had toegelaten tot zijn eigen lijst. Het is een echo van de verwarring die de band in Amerika vaak tegenkwam: is dit soul/funk of (hard)rock?
Was Lagardes enthousiasme terecht? Ja, luidt mijn oordeel 45 jaar later. De plaat van nog geen 35 minuten staat vol eigenzinnige muziek. Hier staan namelijk niet de gitaren vooraan in de mix, maar de bas en toetsen, die laatste twee heel intens riffs spuwend. Je zou het kunnen vergelijken wat The Stranglers ongeveer gelijktijdig lieten horen: een vette bas is óók een geluidsmuur.
De muziek is een mix van soul, funk en hardrock, waarbij de zang van Baby Jean Kennedy en Doc Murdock soms bijna als uitzinnige gospel klinkt. De rol van gitarist Moses Mo is relatief bescheiden maar uiterst passend: hij scheurt op de juiste momenten.
Daarbij valt op dat de grooves zó ontzettend belangrijk zijn. En lekker! Naast de single werden Baby Love en Burning Love radiohits. Maar ook Truth’ll Set You Free met zijn briljante ritme en de knipogen naar disco in Dis Go Dis Way, Dis Go Dat Way en de wereld van heavy gitaren in Hard Rock Lover maken indruk.
Op de A-kant staat de semiballade Thank You for the Love, waarop vooral soul klinkt; een lekker nummer, zij het dat het me met zijn dikke 5 minuten net iets te lang duurt.
In de podcast over Alfred Lagarde hoor je in aflevering 6, 'Koekiemonster bij Yab Yum', op 30’50” een fraai voorbeeld van Lagardes gastvrijheid voor bassist Jerry Wyzard Seay en diens vrouw. De man vertelt met veel gevoel over die periode, waarin Lagarde zijn Haagse woning uitleende.
Another Mother Further klinkt in de productie van Tom Werman nog altijd warm en bijtend tegelijk, een perfecte synthese tussen muzikale uitersten. Is dit funk of hardrock? Het is het allebei, waarbij de groep een verre voorloper werd van groepen als 24/7 Spyz en andere crossoverbands.
Jarenlang heb ik gedacht dat Another Mother Further hun debuutelpee was en in zekere zin klopte dat. Buiten de Verenigde Staten waren ze namelijk bij het uitkomen ervan nog onbekend, maar dankzij Lagardes steun haalde single Piece of the Rock in juli 1978 #7 en het album diezelfde maand #13. In de BRT Top 30 haalde Piece bovendien in augustus #27. Dit dankzij één enthousiasteling, die ervoor zorgde dat Mother’s Finest enkele maanden na de uitgave van het album in Amerika ook voet aan wal in Europa kreeg.
Ik kocht indertijd tijdschrift Hitkrant, waarin Ferry Maat van de TROS Soulshow een rubriek had. Hij schreef daarin dat hij na enig nadenken de hit had toegelaten tot zijn eigen lijst. Het is een echo van de verwarring die de band in Amerika vaak tegenkwam: is dit soul/funk of (hard)rock?
Was Lagardes enthousiasme terecht? Ja, luidt mijn oordeel 45 jaar later. De plaat van nog geen 35 minuten staat vol eigenzinnige muziek. Hier staan namelijk niet de gitaren vooraan in de mix, maar de bas en toetsen, die laatste twee heel intens riffs spuwend. Je zou het kunnen vergelijken wat The Stranglers ongeveer gelijktijdig lieten horen: een vette bas is óók een geluidsmuur.
De muziek is een mix van soul, funk en hardrock, waarbij de zang van Baby Jean Kennedy en Doc Murdock soms bijna als uitzinnige gospel klinkt. De rol van gitarist Moses Mo is relatief bescheiden maar uiterst passend: hij scheurt op de juiste momenten.
Daarbij valt op dat de grooves zó ontzettend belangrijk zijn. En lekker! Naast de single werden Baby Love en Burning Love radiohits. Maar ook Truth’ll Set You Free met zijn briljante ritme en de knipogen naar disco in Dis Go Dis Way, Dis Go Dat Way en de wereld van heavy gitaren in Hard Rock Lover maken indruk.
Op de A-kant staat de semiballade Thank You for the Love, waarop vooral soul klinkt; een lekker nummer, zij het dat het me met zijn dikke 5 minuten net iets te lang duurt.
In de podcast over Alfred Lagarde hoor je in aflevering 6, 'Koekiemonster bij Yab Yum', op 30’50” een fraai voorbeeld van Lagardes gastvrijheid voor bassist Jerry Wyzard Seay en diens vrouw. De man vertelt met veel gevoel over die periode, waarin Lagarde zijn Haagse woning uitleende.
Another Mother Further klinkt in de productie van Tom Werman nog altijd warm en bijtend tegelijk, een perfecte synthese tussen muzikale uitersten. Is dit funk of hardrock? Het is het allebei, waarbij de groep een verre voorloper werd van groepen als 24/7 Spyz en andere crossoverbands.
Motherlode - The Sanctuary (1986)

3,5
0
geplaatst: 9 juni 2024, 12:50 uur
Het Zweedse Motherlode bracht in 1986 The Sanctuary uit. Een elpee die ik rond '88 voor een verlaagde prijs kocht in de Grote Stad, alleen al vanwege de fantastische hoes van Rodney Matthews én omdat Sonny Larsson daar op zong. Diens stem kende ik van deze soloplaat van gitarist Björn Stigsson. Niet alles was even goed, maar al met al smaakte de melodieuze hardrock me goed. Bovendien in sterke, transparante productie van Engelsman Kit Woolven.
Zo'n tien jaar later de plaat weggegeven aan een vriend, omdat mijn smaak was veranderd. Het was me niet stevig genoeg en té jaren '80; ik draaide 'm nooit meer. En dan ben ik 25 jaar later toch benieuwd hoe The Sanctuary nou klonk... Hoera, hij staat op streaming.
Voor wilde hardrock moet je hier niet zijn, maar evenmin is het popachtige aor. Nee, Motherlode biedt een eigen geluid binnen de wereld van de melodieuze hardrock. Met gitarist Tom Nilsson, toetsenist Johan Lindström, bassist Peter Rundström en drummer Martin Hedberg hoor ik een hechte en bekwame groep muzikanten, zowel individueel als collectief.
Naast de kristalheldere stem van Larsson viel ik vooral voor de akoestische gitaardelen; de klassieke invloeden druipen van Nilssons spel af. In Downtown klinkt de invloed van Thin Lizzy, maar ook hier vooral de eigen stijl.
Mijn favorietjes: op kant 1 opener Moving Emotion, al heeft dat voor een eerste nummer van een plaat tijd nodig om op gang te komen. Wise Man bevat de eerste akoestische gitaar, vergezeld door ijle toetsen en de heldere stem van Larsson. Ik moet hierbij aan het Uriah Heep van midden jaren '70 denken, toen de groep sferisch kon zijn met invloeden vanuit symfonische rock. The Rock of Ages begint met heerlijke klassieke gitaar, waarna het op hoger uptempo vervolgt.
Kant 2 start sterk met dansende gitaarlijnen in het afwisselende Line of Thought. Bijna 8 minuten duurt Father of Lies en waar ik normaliter niet zo van langere nummers ben, pakt Motherlode me hier bij de haren: eerst uptempo met afwisseling tussen akoestische en elektrische gitaardelen, waarna het stilvalt met akoestische gitaar, het midtempo-stevig vervolgt en dan weer terug naar het eerste thema. Meer hemelse klassieke gitaar in het instrumentale The Sanctuary.
Voor het overige klinkt degelijke melodierijke hardrock, nergens massief, wél lenig. Ik liet al de namen van Uriah Heep en Thin Lizzy vallen; invloeden die zijn omgezet in een eigen, unieke stijl en een bekwame productie. Of is de naam van Ritchie Blackmore ook passend, zij het dan diens renaissancemuziek? Wat ook opvalt is dat de groep onverbloemd een christelijke boodschap heeft. Niet in elk nummer, wel meerdere malen.
In 2021 postte drummer Hedberg na deze recensie de volgende reactie: "We did break up but it took uptil 89, and then we reformed 91-96. After this Tom and Sonny started all over again 2000 and kept going til 2014, when Motherlode was put to sleep. We started Stoneface 2014, with the core of Motherlode, and recorded 2 albums. Tom passed away in cancer 2020, and Stoneface is not active. I still work on old material from Motherlode, stuff we demoed in 1988. It might be recorded this fall, with Rob Marcello on guitars."
Anno 2024 heb ik spijt dat ik deze langspeler heb weggedaan. Alleen al om de hoes... Maar de nieuwe eigenaar heeft er ongetwijfeld veel meer plezier aan beleefd, houd ik mezelf dan voor. Joe, als je dit leest: ben benieuwd!
Zo'n tien jaar later de plaat weggegeven aan een vriend, omdat mijn smaak was veranderd. Het was me niet stevig genoeg en té jaren '80; ik draaide 'm nooit meer. En dan ben ik 25 jaar later toch benieuwd hoe The Sanctuary nou klonk... Hoera, hij staat op streaming.
Voor wilde hardrock moet je hier niet zijn, maar evenmin is het popachtige aor. Nee, Motherlode biedt een eigen geluid binnen de wereld van de melodieuze hardrock. Met gitarist Tom Nilsson, toetsenist Johan Lindström, bassist Peter Rundström en drummer Martin Hedberg hoor ik een hechte en bekwame groep muzikanten, zowel individueel als collectief.
Naast de kristalheldere stem van Larsson viel ik vooral voor de akoestische gitaardelen; de klassieke invloeden druipen van Nilssons spel af. In Downtown klinkt de invloed van Thin Lizzy, maar ook hier vooral de eigen stijl.
Mijn favorietjes: op kant 1 opener Moving Emotion, al heeft dat voor een eerste nummer van een plaat tijd nodig om op gang te komen. Wise Man bevat de eerste akoestische gitaar, vergezeld door ijle toetsen en de heldere stem van Larsson. Ik moet hierbij aan het Uriah Heep van midden jaren '70 denken, toen de groep sferisch kon zijn met invloeden vanuit symfonische rock. The Rock of Ages begint met heerlijke klassieke gitaar, waarna het op hoger uptempo vervolgt.
Kant 2 start sterk met dansende gitaarlijnen in het afwisselende Line of Thought. Bijna 8 minuten duurt Father of Lies en waar ik normaliter niet zo van langere nummers ben, pakt Motherlode me hier bij de haren: eerst uptempo met afwisseling tussen akoestische en elektrische gitaardelen, waarna het stilvalt met akoestische gitaar, het midtempo-stevig vervolgt en dan weer terug naar het eerste thema. Meer hemelse klassieke gitaar in het instrumentale The Sanctuary.
Voor het overige klinkt degelijke melodierijke hardrock, nergens massief, wél lenig. Ik liet al de namen van Uriah Heep en Thin Lizzy vallen; invloeden die zijn omgezet in een eigen, unieke stijl en een bekwame productie. Of is de naam van Ritchie Blackmore ook passend, zij het dan diens renaissancemuziek? Wat ook opvalt is dat de groep onverbloemd een christelijke boodschap heeft. Niet in elk nummer, wel meerdere malen.
In 2021 postte drummer Hedberg na deze recensie de volgende reactie: "We did break up but it took uptil 89, and then we reformed 91-96. After this Tom and Sonny started all over again 2000 and kept going til 2014, when Motherlode was put to sleep. We started Stoneface 2014, with the core of Motherlode, and recorded 2 albums. Tom passed away in cancer 2020, and Stoneface is not active. I still work on old material from Motherlode, stuff we demoed in 1988. It might be recorded this fall, with Rob Marcello on guitars."
Anno 2024 heb ik spijt dat ik deze langspeler heb weggedaan. Alleen al om de hoes... Maar de nieuwe eigenaar heeft er ongetwijfeld veel meer plezier aan beleefd, houd ik mezelf dan voor. Joe, als je dit leest: ben benieuwd!
Motherlode - Tomorrow Never Comes (2010)

3,5
0
geplaatst: 30 juni 2024, 12:43 uur
24 jaar na hun debuut The Sanctuary bracht het uit Örebro, Zweden, afkomstige Motherlode hun tweede album uit. In de tussentijd was Sonny Larsson onder andere zanger van XT, waarmee hij drie albums opnam. In 2000 keert Motherlode terug met één nummer op A Tribute To Grand Funk Railroad, het jaar erop gevolgd door een nummer op compilatie The Spirit Of The Black Rose - A Tribute To Philip Parris Lynott.
Weer eens 9 jaar verder volgt dan dit album, waarop Larsson met gitarist Tom Nilsson wordt herenigd. Juist deze twee waren belangrijk voor het geluid op het debuut: enerzijds Larssons heldere stem, anderzijds de klassieke invloeden van Nilsson, die nogal eens de akoestische gitaar pakte.
Qua stijl klinkt op Tomorrow Never Comes echter op Amerikaanse leest geschoeide hardrock met de wortels in blues, anders dan het Europees klinkende debuut. Wat is gebleven zijn de rijke melodieën, die veel massiever worden ondersteund dan in '86 het geval was.
Enkele hoogtepunten: de uptempo opener Predators met zijn wahwahgitaar, in Tomorrow Never Comes mede door de 7/4-maat een wat geheimzinnige sfeer, mijn favoriet van dit album. In het slepende Crying wederom zo'n sterk refrein én een akoestische gitaarsolo.
Icecream Man is géén cover van Van Halen, maar heeft wel een slimme riff en subtiele koortjes. Slepend en vrij somber met subtiele toetsen is Crawling Through the Desert, de melodie van het eveneens langzame I Don't Know is juist weer vrolijk.
Tweede topfavoriet is Eaten by the Pigs dat met akoestische gitaar begint, die veel minder klinkt dan op het debuut. Slepend, zwaar en melodieus. You is alweer uit hetzelfde hout gesneden.
Waar de muziek sneller wordt, klinkt soms enige funk in de stevige riffs door, waar ik minder van houd. Wie dat beter waardeert, zou hier een pareltje in kunnen horen, ik mis echter het Europese / klassieke gevoel uit 1986.
Al met al een overtuigende comeback waarbij de melodieën groeien bij vaker afspelen. Hier een interview door AOR-Europe met Larsson bij het verschijnen. Na 2010 werd het opnieuw stil om Motherlode, al hintte oorspronkelijke drummer Martin Hedberg in 2021 op een nieuwe release, gebaseerd op demo's uit 1988. Nilsson is dan inmiddels overleden.
Weer eens 9 jaar verder volgt dan dit album, waarop Larsson met gitarist Tom Nilsson wordt herenigd. Juist deze twee waren belangrijk voor het geluid op het debuut: enerzijds Larssons heldere stem, anderzijds de klassieke invloeden van Nilsson, die nogal eens de akoestische gitaar pakte.
Qua stijl klinkt op Tomorrow Never Comes echter op Amerikaanse leest geschoeide hardrock met de wortels in blues, anders dan het Europees klinkende debuut. Wat is gebleven zijn de rijke melodieën, die veel massiever worden ondersteund dan in '86 het geval was.
Enkele hoogtepunten: de uptempo opener Predators met zijn wahwahgitaar, in Tomorrow Never Comes mede door de 7/4-maat een wat geheimzinnige sfeer, mijn favoriet van dit album. In het slepende Crying wederom zo'n sterk refrein én een akoestische gitaarsolo.
Icecream Man is géén cover van Van Halen, maar heeft wel een slimme riff en subtiele koortjes. Slepend en vrij somber met subtiele toetsen is Crawling Through the Desert, de melodie van het eveneens langzame I Don't Know is juist weer vrolijk.
Tweede topfavoriet is Eaten by the Pigs dat met akoestische gitaar begint, die veel minder klinkt dan op het debuut. Slepend, zwaar en melodieus. You is alweer uit hetzelfde hout gesneden.
Waar de muziek sneller wordt, klinkt soms enige funk in de stevige riffs door, waar ik minder van houd. Wie dat beter waardeert, zou hier een pareltje in kunnen horen, ik mis echter het Europese / klassieke gevoel uit 1986.
Al met al een overtuigende comeback waarbij de melodieën groeien bij vaker afspelen. Hier een interview door AOR-Europe met Larsson bij het verschijnen. Na 2010 werd het opnieuw stil om Motherlode, al hintte oorspronkelijke drummer Martin Hedberg in 2021 op een nieuwe release, gebaseerd op demo's uit 1988. Nilsson is dan inmiddels overleden.
Motörhead - Another Perfect Day (1983)

4,0
2
geplaatst: 3 januari 2024, 16:00 uur
Het album waar Motörhead wordt gekruist met Thin Lizzy. Hetzelfde geldt voor de publieksreacties, die hierboven o zo herkenbaar zijn. De fans van Motörhead vinden het vaak te melodieus, die van Thin Lizzy vinden het wel lekker.
Alhoewel ik de groepen ongeveer tegelijkertijd leerde kennen (rond '78, '79 denk ik), gaat mijn voorkeur uit naar Lizzy. Juist daarom vond ik dit een frisse combinatie, waarna ik het betreurde dat Brian Robertson alweer zo snel was vertrokken: wat mij betreft smaakte dit naar meer.
Wel vond ik het jammer dat hij zo raar deed met de kortgeknipte haartjes. Het tutuverhaal dat Lonesome Crow hierboven deelde, is veelzeggend. Weet nog dat ik me indertijd afvroeg waarom Robbo altijd zo dwars moest zijn. Vast de aard van het het beestje.
Daarbij vind ik het moddervette basgeluid van Lemmy, zijn denderende baslijnen en grommende zang heerlijk in contrast met Robertsons gitaarspel, dat zowel melodieus, energiek als dynamisch is.
Bovendien is het weer genieten van het drumwerk van Phil Taylor, die als kind de beginselen leerde in een drumband. Met hulp van zijn vader begon hij met het spelen van marsmuziek, zo herinner ik uit een interview met hem. In mijn oren is zijn marsspel enigszins stug maar wel herkenbaar; Taylor is dé grondlegger van de moderne metaldrumstijl.
Mijn favorieten van Another Perfect Day zijn Back at the Funny Farm, Shine en vooral I Got Mine met een prach-ti-ge riff plus tekst waarin Lemmy... gevoelig uit de hoek komt.
"Come on, babe, stay close to me
You got me falling out my tree
Be my lover, the only one
Be anything but don't be gone"
Poëtisch toch? Al snap ik dat de doorsnee Motörheadfan hier niet op zat te wachten.
Alhoewel ik de groepen ongeveer tegelijkertijd leerde kennen (rond '78, '79 denk ik), gaat mijn voorkeur uit naar Lizzy. Juist daarom vond ik dit een frisse combinatie, waarna ik het betreurde dat Brian Robertson alweer zo snel was vertrokken: wat mij betreft smaakte dit naar meer.
Wel vond ik het jammer dat hij zo raar deed met de kortgeknipte haartjes. Het tutuverhaal dat Lonesome Crow hierboven deelde, is veelzeggend. Weet nog dat ik me indertijd afvroeg waarom Robbo altijd zo dwars moest zijn. Vast de aard van het het beestje.
Daarbij vind ik het moddervette basgeluid van Lemmy, zijn denderende baslijnen en grommende zang heerlijk in contrast met Robertsons gitaarspel, dat zowel melodieus, energiek als dynamisch is.
Bovendien is het weer genieten van het drumwerk van Phil Taylor, die als kind de beginselen leerde in een drumband. Met hulp van zijn vader begon hij met het spelen van marsmuziek, zo herinner ik uit een interview met hem. In mijn oren is zijn marsspel enigszins stug maar wel herkenbaar; Taylor is dé grondlegger van de moderne metaldrumstijl.
Mijn favorieten van Another Perfect Day zijn Back at the Funny Farm, Shine en vooral I Got Mine met een prach-ti-ge riff plus tekst waarin Lemmy... gevoelig uit de hoek komt.
"Come on, babe, stay close to me
You got me falling out my tree
Be my lover, the only one
Be anything but don't be gone"
Poëtisch toch? Al snap ik dat de doorsnee Motörheadfan hier niet op zat te wachten.
Motörhead - No Sleep 'til Hammersmith (1981)

4,0
3
geplaatst: 29 juni 2022, 18:02 uur
Mei 1982. Ik viel op mijn zolderkamer in slaap, terwijl No Sleep ‘Til Hammersmith op 10 door de kamer denderde. Raar.
We waren met de klas op werkweek geweest en tijdens de laatste nacht hadden we in onze stacaravan niet geslapen, maar gekaart, gekletst en gegeind. Hartstikke onschuldig allemaal, maar ik was na afloop wel wat moe. Bovendien had ik drie dagen enthousiaste verhalen van enkele klasgenotes over Doe Maar moeten aanhoren. Bij thuiskomst dus snel douchen en daarna Motörhead draaien, de liveplaat die ik uit de bieb had geleend. De hárdste plaat ooit gemaakt, zoals ie werd gepromoot.
Motörhead werd ingedeeld bij metal, maar Lemmy noemde zijn muziek altijd rock ‘n’ roll en dat klopt helemaal. Vooral qua gitaarwerk leunt de band meer op rock dan op metal, je proeft de blues erin. Maar dan wél met de volumeknop op 11: wie op zijn basgitaar akkoorden speelt en een drummer als een mitrailleur heeft, zorgt voor een bak energie waar zelfs die vermaledijde punks van onder de indruk waren. De band werd daarmee dubbel invloedrijk.
Mede dankzij deze plaat werd hun invloed op punk groot, waardoor hardcorebands als GBH en Exploited het genre een schop onder de bips gaven; het driemanschap Kilmister, Clarke en Taylor sloeg echter niet alleen een brug tussen beide stromingen, ze stonden zo ook aan de basis van de Grote Stroomversnelling, zo leerde ik uit Oor. Het hielp mede aan de doorbraak van de new wave of British heavy metal. Dit genre baande op zijn beurt de weg voor het alweer snellere thrash metal.
Net als bij de Ramones, die ongeveer tegelijk begonnen, hoor je hoe rock ‘n’ roll tot op het bot is uitgekleed en vervolgens onder stroom gezet. High voltage rock 'n' roll, zoals ene Bon Scott ons enkele jaren eerder toezong.
In de biografie Lemmy (2016) van Mick Wall wordt verteld dat de band kort ervoor met de meisjes van Girlschool in Top of the Pops had gestaan; dit leidde er mede toe dat No Sleep op #1 binnenkwam in de Britse albumlijst. De briljante titel is verzonnen door één van hun tourchauffeurs, die de tekst op de voorkant van zijn truck had gekalkt, omdat ze 52 optredens in 54 dagen moesten doen met de Londense Hammersmith als eindstation.
Ondanks het hoge volume en de sterke albumtitel viel ik dus in slaap. Een nacht overslaan was kennelijk sterker dan beukers als Ace of Spades, Overkill en Bomber, nog altijd mijn favorieten en niet geheel toevallig de snelste nummers. Een dikke veertig jaar later vind ik ‘m nog altijd fris klinken, inclusief de openingstune en de sirene aan het einde. Heerlijk! Op streaming staat de bonusversie met daarop meer interessants. Een klassieker.
We waren met de klas op werkweek geweest en tijdens de laatste nacht hadden we in onze stacaravan niet geslapen, maar gekaart, gekletst en gegeind. Hartstikke onschuldig allemaal, maar ik was na afloop wel wat moe. Bovendien had ik drie dagen enthousiaste verhalen van enkele klasgenotes over Doe Maar moeten aanhoren. Bij thuiskomst dus snel douchen en daarna Motörhead draaien, de liveplaat die ik uit de bieb had geleend. De hárdste plaat ooit gemaakt, zoals ie werd gepromoot.
Motörhead werd ingedeeld bij metal, maar Lemmy noemde zijn muziek altijd rock ‘n’ roll en dat klopt helemaal. Vooral qua gitaarwerk leunt de band meer op rock dan op metal, je proeft de blues erin. Maar dan wél met de volumeknop op 11: wie op zijn basgitaar akkoorden speelt en een drummer als een mitrailleur heeft, zorgt voor een bak energie waar zelfs die vermaledijde punks van onder de indruk waren. De band werd daarmee dubbel invloedrijk.
Mede dankzij deze plaat werd hun invloed op punk groot, waardoor hardcorebands als GBH en Exploited het genre een schop onder de bips gaven; het driemanschap Kilmister, Clarke en Taylor sloeg echter niet alleen een brug tussen beide stromingen, ze stonden zo ook aan de basis van de Grote Stroomversnelling, zo leerde ik uit Oor. Het hielp mede aan de doorbraak van de new wave of British heavy metal. Dit genre baande op zijn beurt de weg voor het alweer snellere thrash metal.
Net als bij de Ramones, die ongeveer tegelijk begonnen, hoor je hoe rock ‘n’ roll tot op het bot is uitgekleed en vervolgens onder stroom gezet. High voltage rock 'n' roll, zoals ene Bon Scott ons enkele jaren eerder toezong.
In de biografie Lemmy (2016) van Mick Wall wordt verteld dat de band kort ervoor met de meisjes van Girlschool in Top of the Pops had gestaan; dit leidde er mede toe dat No Sleep op #1 binnenkwam in de Britse albumlijst. De briljante titel is verzonnen door één van hun tourchauffeurs, die de tekst op de voorkant van zijn truck had gekalkt, omdat ze 52 optredens in 54 dagen moesten doen met de Londense Hammersmith als eindstation.
Ondanks het hoge volume en de sterke albumtitel viel ik dus in slaap. Een nacht overslaan was kennelijk sterker dan beukers als Ace of Spades, Overkill en Bomber, nog altijd mijn favorieten en niet geheel toevallig de snelste nummers. Een dikke veertig jaar later vind ik ‘m nog altijd fris klinken, inclusief de openingstune en de sirene aan het einde. Heerlijk! Op streaming staat de bonusversie met daarop meer interessants. Een klassieker.
Motörhead - Under Cöver (2017)

4,0
0
geplaatst: 22 maart 2024, 00:38 uur
Aangenaam dit Under Cöver, waarbij je al aan de titel ziet dat het Motörhead is. Opnames van verschillende sessies en uit diverse jaren, met als persoonlijke favorieten God Save the Queen, Heroes, Starstruck en Whiplash.
Op streaming slechts incompleet te vinden, laat de volledige lijst horen wie wortels en bevriende collega's waren van de groep, inclusief de bijdrage van Biff Byford van Saxon op Starstruck. Toch is vooral opvallend hoe de heren de covers naar zichzelf toetrekken, zelfs al is soms hoorbaar dat dit niet een project is dat in één studio is opgenomen. Maar Heroes is zó fraai heavy bijvoorbeeld...
Zoals Nouvelle Vague onlangs weer met heerlijke loungeversies van originelen kwam van onder meer The Clash, zo wist Motörhead wel raad met Sex Pistols, David Bowie, Rainbow, tweemaal Rolling Stones, Ted Nugent, Metallica en meer. Je hoort de lol die de groep hierbij had en bovendien waren dit strak spelende mannen met een heerlijk robuust geluid.
Op streaming slechts incompleet te vinden, laat de volledige lijst horen wie wortels en bevriende collega's waren van de groep, inclusief de bijdrage van Biff Byford van Saxon op Starstruck. Toch is vooral opvallend hoe de heren de covers naar zichzelf toetrekken, zelfs al is soms hoorbaar dat dit niet een project is dat in één studio is opgenomen. Maar Heroes is zó fraai heavy bijvoorbeeld...
Zoals Nouvelle Vague onlangs weer met heerlijke loungeversies van originelen kwam van onder meer The Clash, zo wist Motörhead wel raad met Sex Pistols, David Bowie, Rainbow, tweemaal Rolling Stones, Ted Nugent, Metallica en meer. Je hoort de lol die de groep hierbij had en bovendien waren dit strak spelende mannen met een heerlijk robuust geluid.
MSG - Don't Sell Your Soul (2025)

3,5
3
geplaatst: 14 oktober 2025, 22:47 uur
Qua gitaarspel is het weer smullen op deze nieuwe Michael Schenker Group met de zang van respectievelijk Erik Grönwall (vijfmaal), Michael Voss (driemaal), Robin McAuley (tweemaal) en de mij onbekende Roberto Dimitri Liapakis (eenmaal).
Hier op MuMe kwam ik bij UFO nogal eens tegen dat die groep alleen wat voorstelde met Schenker in de gelederen. Daarbij valt op dat zijn terugkeer bij de groep in de jaren '90 en '00 op minder enthousiasme kan rekenen van diezelfde fans, die al helemaal stil blijven bij het nodige solowerk van Der Michael. Er staan hier op MuMe diverse albums van Schenker waarbij je nauwelijks berichten leest of stemmen vindt. Zijn de fans van UFO's illustere albums uit de jaren '70 lichtelijk afgehaakt? En kan dit plaatje die tendens ombuigen?
Qua composities is het minder spannend. Coupletje, refreintje, een kunst die de gitarist aanvankelijk nog niet meester was, wat vijftig jaar geleden leidde tot onconventioneler werk als Rock Bottom en Love to Love. Nu schrijft hij keurig in dit format, waarmee het wat voorspelbaar is.
Laat onverlet dat ik geniet van de compositie Danger Zone met Grönwall, de bijdragen van McAuley, het (opnieuw een voormalige groep van Schenker) Scorpionsachtige I Can't Stand Waiting had een single kunnen zijn in de jaren '80, heerlijk! - en het fellere Sign of the Times.
Waar je speciaal voor moet gaan zitten, is het spel van de meester zelf. Je concentreren op diens loopjes en solo's. Verrassend is het enerzijds niet, maar de liefde voor de gitaar druipt van zijn spel af, net als zijn gevoel voor melodie en een warm geluid. Dan blijkt dat Don't Sell Your Soul, dat ik aanvankelijk te mak vond, toch aan glans wint.
Hier op MuMe kwam ik bij UFO nogal eens tegen dat die groep alleen wat voorstelde met Schenker in de gelederen. Daarbij valt op dat zijn terugkeer bij de groep in de jaren '90 en '00 op minder enthousiasme kan rekenen van diezelfde fans, die al helemaal stil blijven bij het nodige solowerk van Der Michael. Er staan hier op MuMe diverse albums van Schenker waarbij je nauwelijks berichten leest of stemmen vindt. Zijn de fans van UFO's illustere albums uit de jaren '70 lichtelijk afgehaakt? En kan dit plaatje die tendens ombuigen?
Qua composities is het minder spannend. Coupletje, refreintje, een kunst die de gitarist aanvankelijk nog niet meester was, wat vijftig jaar geleden leidde tot onconventioneler werk als Rock Bottom en Love to Love. Nu schrijft hij keurig in dit format, waarmee het wat voorspelbaar is.
Laat onverlet dat ik geniet van de compositie Danger Zone met Grönwall, de bijdragen van McAuley, het (opnieuw een voormalige groep van Schenker) Scorpionsachtige I Can't Stand Waiting had een single kunnen zijn in de jaren '80, heerlijk! - en het fellere Sign of the Times.
Waar je speciaal voor moet gaan zitten, is het spel van de meester zelf. Je concentreren op diens loopjes en solo's. Verrassend is het enerzijds niet, maar de liefde voor de gitaar druipt van zijn spel af, net als zijn gevoel voor melodie en een warm geluid. Dan blijkt dat Don't Sell Your Soul, dat ik aanvankelijk te mak vond, toch aan glans wint.
MSG - One Night at Budokan (1982)

4,5
4
geplaatst: 7 november 2022, 22:37 uur
Dit album brengt me onmiddellijk terug naar de kamer van mijn schoolmaatje. Enthousiast als altijd liet hij me One Night at Budokan horen. Een hele zit zo’n dubbelaar, maar bij deze Schenker was ik het volledig met hem eens: dit was fantastisch!
Dankzij de introtape was dit tevens mijn eerste kennismaking met werk van de componist Wagner. Overdonderend begin. Daarna volgt het ene na het andere hoogtepunt, waarbij onmiddellijk opviel dat de drumsound na die eerste twee studioplaten eindelijk in orde was. Dit was dezelfde Cozy Powell die mij in diezelfde jaren (met terugwerkende kracht) overdonderde met zijn werk bij Rainbow. Welk een weelde!
We vergeleken dit album geen moment met Schenkers vorige livealbum, UFO’s Strangers in the Night. Daarvoor waren zowel het geluid van Powell als dat van zanger Gary Barden te verschillend. Onze beleving was exact als Sir Spamalot in december 2007 omschreef: een perfecte samenvatting van Schenkers eerste twee soloplaten. Bovendien was dan eindelijk de productie in orde met alle instrumenten in balans. Iets wat Kees Baars al had geconcludeerd in Oor.
Gelukkig is Baars’ sombere verwachting uit dat vroege voorjaar van 1982 niet uitgekomen; sterker nog, Schenkers drankjaren liggen achter hem en hij is de laatste jaren actief als een malle.
Vanavond genoot ik opnieuw met de speakers luid van dit livealbum, alweer veertig jaar oud, waarop Schenker nog meer excelleert dan in de studio. Dit ondanks Bardens gezwoeg bij de hoge noten. Wat is zijn stem in de lagere regionen toch mooi, zoals in Never Trust a Stranger.
Slechts één nieuw nummer hoorden we, waarbij ik als altijd op de enige stoel in de kamer zat en mijn maat op zijn bed, een camouflagenet boven ons: Courvoisier Concert was een heerlijk instrumentaal krachtpatserijtje, tegelijkertijd ingetogen zonder bas en drums. Het vormde de opmaat naar het favoriete nummer van mijn maat: Lost Horizons, dat met zijn lange stiltes de spanning nog eens extra opbouwt naar die prachtige melodie, waar Barden schittert en Schenker de plinten van de muren soleert.
Kort voor het einde de UFO-klassieker Doctor Doctor met het heerlijke pianointro van Paul Raymond, dezelfde als die van die andere liveplaat; dat vervolgens ter variatie de stem van Barden klinkt vonden we helemaal lekker. Dan nog lekker knallen met die riff van Are You Ready to Rock, dat live wél werkte, ondanks het verplichte meezingblokje.
Allemaal fijn op die middag na school. Tevreden fietste ik naar huis, waar mijn moeder het eten bijna klaar had en ik het huiswerk weer eens zal hebben uitgesteld.
Kortom, dat Sir Spamalot het album tien jaar na zijn eerste bericht inmiddels drievuldig in bezig heeft, is helemaal te begrijpen. Jammer vond ik in ’82 dat er geen bedrukte binnenhoezen bij zaten, de buitenhoes met alle foto’s vonden we echter prachtig. Mocht mijn maat nog hebben geleefd, dan had hij vast een geremasterde en expanded editie gekocht.
Streaming is leuk, maar ik mis de hoes. Gek toch dat ik deze plaat nooit in tweedehandsvinylwinkels tegenkom. Warempel op één avond opgenomen, dat is extra knap, zeker als je weet hoe dat bij veel collegabands anders was met bovendien de nodige reparaties aan het geluid. One Night at Budokan laat horen hoe het ook kan.
Dankzij de introtape was dit tevens mijn eerste kennismaking met werk van de componist Wagner. Overdonderend begin. Daarna volgt het ene na het andere hoogtepunt, waarbij onmiddellijk opviel dat de drumsound na die eerste twee studioplaten eindelijk in orde was. Dit was dezelfde Cozy Powell die mij in diezelfde jaren (met terugwerkende kracht) overdonderde met zijn werk bij Rainbow. Welk een weelde!
We vergeleken dit album geen moment met Schenkers vorige livealbum, UFO’s Strangers in the Night. Daarvoor waren zowel het geluid van Powell als dat van zanger Gary Barden te verschillend. Onze beleving was exact als Sir Spamalot in december 2007 omschreef: een perfecte samenvatting van Schenkers eerste twee soloplaten. Bovendien was dan eindelijk de productie in orde met alle instrumenten in balans. Iets wat Kees Baars al had geconcludeerd in Oor.
Gelukkig is Baars’ sombere verwachting uit dat vroege voorjaar van 1982 niet uitgekomen; sterker nog, Schenkers drankjaren liggen achter hem en hij is de laatste jaren actief als een malle.
Vanavond genoot ik opnieuw met de speakers luid van dit livealbum, alweer veertig jaar oud, waarop Schenker nog meer excelleert dan in de studio. Dit ondanks Bardens gezwoeg bij de hoge noten. Wat is zijn stem in de lagere regionen toch mooi, zoals in Never Trust a Stranger.
Slechts één nieuw nummer hoorden we, waarbij ik als altijd op de enige stoel in de kamer zat en mijn maat op zijn bed, een camouflagenet boven ons: Courvoisier Concert was een heerlijk instrumentaal krachtpatserijtje, tegelijkertijd ingetogen zonder bas en drums. Het vormde de opmaat naar het favoriete nummer van mijn maat: Lost Horizons, dat met zijn lange stiltes de spanning nog eens extra opbouwt naar die prachtige melodie, waar Barden schittert en Schenker de plinten van de muren soleert.
Kort voor het einde de UFO-klassieker Doctor Doctor met het heerlijke pianointro van Paul Raymond, dezelfde als die van die andere liveplaat; dat vervolgens ter variatie de stem van Barden klinkt vonden we helemaal lekker. Dan nog lekker knallen met die riff van Are You Ready to Rock, dat live wél werkte, ondanks het verplichte meezingblokje.
Allemaal fijn op die middag na school. Tevreden fietste ik naar huis, waar mijn moeder het eten bijna klaar had en ik het huiswerk weer eens zal hebben uitgesteld.
Kortom, dat Sir Spamalot het album tien jaar na zijn eerste bericht inmiddels drievuldig in bezig heeft, is helemaal te begrijpen. Jammer vond ik in ’82 dat er geen bedrukte binnenhoezen bij zaten, de buitenhoes met alle foto’s vonden we echter prachtig. Mocht mijn maat nog hebben geleefd, dan had hij vast een geremasterde en expanded editie gekocht.
Streaming is leuk, maar ik mis de hoes. Gek toch dat ik deze plaat nooit in tweedehandsvinylwinkels tegenkom. Warempel op één avond opgenomen, dat is extra knap, zeker als je weet hoe dat bij veel collegabands anders was met bovendien de nodige reparaties aan het geluid. One Night at Budokan laat horen hoe het ook kan.
MSG - Universal (2022)

3,0
2
geplaatst: 21 augustus 2022, 09:38 uur
Mijn muziekmaatje op de middelbare school was een groot fan van Michael Schenker. Wie tegen 1980 in de heavy rock rolde, kon ook niet om deze gitarist heen. UFO’s liveplaat Strangers in the Night (1979) had zijn status definitief gevestigd.
Hij kocht dan ook de platen die Schenker vervolgens met MSG maakte en ik luisterde mee. De gitarist was de crème de la crème van de sologitaristen met zijn vingervlugge maar ook melodieuze stijl, wat hem onderscheidde van alle andere gitaristen.
De vriend is helaas helaas niet meer onder ons. Naar Schenker luisteren verbindt mij altijd weer een beetje met hem. Ik voel me zelfs een soort van verplicht om de carrière van de Duitse gitarist te volgen. Maar ook uit eigen interesse: hoe vergaat het dit voormalige wonderkind?
Er valt een interessante biografie over hem te schrijven, de man maakte vele ups en downs mee. De laatste jaren wil hij bij zijn passies blijven: muziek maken met vrienden. Dat hij er veel heeft en dat ze veel talent hebben, blijkt ook op Universal, de laatste van de Michael Schenker Group. Alhoewel het tevens Schenker en vrienden betreft, is wel degelijk sprake van een vaste band, met onder andere de Nederlandse bassist Barend Courbois. Dat had mijn muziekmaatje mooi gevonden!
Het album bevat stuk voor stuk sterke songs, ingebed in de traditionele songstructuren. Verrassend is het zelden, maar hij soleert nog steeds als de beste, daar zit geen enkele sleet op.
Goede songs, prachtig soleerwerk vol melodie en snelheid, maar desondanks zal ik deze plaat weinig tot niet draaien. De oorzaak hiervan is de stem van Ronnie Romero. Beste en zeer gewaardeerde Ritchie Blackmore, Adriaan van den Berg, Michael Schenker en anderen die deze getalenteerde uitzendzanger inhuurden: deze nederige maar eigenwijze fan heeft helemaal níets met de klankkleur van de man. Geforceerd rauw, het werkt op mijn zenuwen.
Dan wordt het lastig luisteren naar Universal. Gelukkig voor mij zijn er dan vrienden van Michael. Op A King has Gone zingt Michael Kiske, op The Universe deels Gary Barden, op Wrecking Ball Ralf Scheepers. Opeens trek ik het wél, sterker nog, het is zwaar genieten!
Helemaal fijn is dat toetsenist Tony Carey ook een vriend van Michael is, hij speelt op twee nummers. Goed om de Amerikaan te horen die op Rainbows klassieker Rising (1976) speelde, nu wederom in een fraai instrumentaaltje dat doet denken aan de kleine twee introminuten van die plaat.
Dan mag ik sterren geven. Oei. Het worden er drie. Wie geen last heeft van Romero-allergie kan daar rustig één of meer aan toevoegen.
Hij kocht dan ook de platen die Schenker vervolgens met MSG maakte en ik luisterde mee. De gitarist was de crème de la crème van de sologitaristen met zijn vingervlugge maar ook melodieuze stijl, wat hem onderscheidde van alle andere gitaristen.
De vriend is helaas helaas niet meer onder ons. Naar Schenker luisteren verbindt mij altijd weer een beetje met hem. Ik voel me zelfs een soort van verplicht om de carrière van de Duitse gitarist te volgen. Maar ook uit eigen interesse: hoe vergaat het dit voormalige wonderkind?
Er valt een interessante biografie over hem te schrijven, de man maakte vele ups en downs mee. De laatste jaren wil hij bij zijn passies blijven: muziek maken met vrienden. Dat hij er veel heeft en dat ze veel talent hebben, blijkt ook op Universal, de laatste van de Michael Schenker Group. Alhoewel het tevens Schenker en vrienden betreft, is wel degelijk sprake van een vaste band, met onder andere de Nederlandse bassist Barend Courbois. Dat had mijn muziekmaatje mooi gevonden!
Het album bevat stuk voor stuk sterke songs, ingebed in de traditionele songstructuren. Verrassend is het zelden, maar hij soleert nog steeds als de beste, daar zit geen enkele sleet op.
Goede songs, prachtig soleerwerk vol melodie en snelheid, maar desondanks zal ik deze plaat weinig tot niet draaien. De oorzaak hiervan is de stem van Ronnie Romero. Beste en zeer gewaardeerde Ritchie Blackmore, Adriaan van den Berg, Michael Schenker en anderen die deze getalenteerde uitzendzanger inhuurden: deze nederige maar eigenwijze fan heeft helemaal níets met de klankkleur van de man. Geforceerd rauw, het werkt op mijn zenuwen.
Dan wordt het lastig luisteren naar Universal. Gelukkig voor mij zijn er dan vrienden van Michael. Op A King has Gone zingt Michael Kiske, op The Universe deels Gary Barden, op Wrecking Ball Ralf Scheepers. Opeens trek ik het wél, sterker nog, het is zwaar genieten!
Helemaal fijn is dat toetsenist Tony Carey ook een vriend van Michael is, hij speelt op twee nummers. Goed om de Amerikaan te horen die op Rainbows klassieker Rising (1976) speelde, nu wederom in een fraai instrumentaaltje dat doet denken aan de kleine twee introminuten van die plaat.
Dan mag ik sterren geven. Oei. Het worden er drie. Wie geen last heeft van Romero-allergie kan daar rustig één of meer aan toevoegen.
MSG - Unplugged Live (1992)

3,5
0
geplaatst: 7 maart 2025, 19:38 uur
Najaar 1991 schakelde MTV Amerika over van metal naar grunge. Een belangrijk podium voor deze groepen verdween. Dat betekende dat de talrijke groepen in de hardrock en metal moeilijk aan de bak kwamen, zeker wat betreft de melodieuzere varianten. Zo kwam ik anderhalf jaar geleden bij Jet Red tegen dat zij hierdoor in 1992 de handdoek in de ring moesten gooien.
Later hoorde ik een Amerikaan uit het wereldje vertellen dat de rage rond unplugged ertoe bijdroeg dat menig groep desondanks op de been bleef, of in ieder geval langer kon doorgaan.
Mij is onbekend of de veranderde programmering bij MTV ook voor de McAuley Schenker Group negatieve gevolgen had; logischerwijs heeft dat een rol gespeeld. Evenmin weet ik of dat de reden was voor het opnemen van dit Unplugged Live, wel weten we dat dit de zwanenzang van de groep zou blijken.
Ben niet zo van unplugged volgens de MTV-formule (elektrische groepen gaan akoestisch), toch ben ik aangenaam verrast. Dat gitarist Michael Schenker ook op de akoestische gitaar uit de voeten kan is geen verrassing, wel lijkt het alsof de stem van Robin McAuley het hierbij nog beter doet en de twee zetten een energieke set neer, adequaat ondersteund door Spencer Sercombe.
Extra leuk is dat er viermaal werk in akoestisch jasje uit Schenkers jaren bij UFO langskomt, iets wat die groep nooit deed. Ik had wat dat betreft ook wel werk van de eerste vier studioplaten van MSG willen horen, nu komt alleen Perrier/Courvoisier langs en blijkens setlist fm is de bonusversie van dit album het volledige concert.
Het publiek in Anaheim (Duitse wortels van deze stad in Californië?) was dolenthousiast en iets daarvan straalt uit naar de geluidsdrager. Toch was dit het einde van dit hoofdstuk, waarover ik op internet tegenkom dat McAuley ging trouwen en zich voor enkele jaren terugtrok uit de muziekwereld. In 1993 bracht Michael Schenker zijn eerste soloalbum uit dat hij Thank You noemde. Datzelfde jaar keerde hij terug bij UFO, dat twee jaar later met hem in de gelederen Walk on Water uitbracht.
Die overige albums van Schenker, het zijn er heel wat, ga ik ook eens langs. Dit in de wetenschap dat McAuley in 1999 terugkeerde met de slechts in Japan verschenen solo-cd Business as Usual (nog niet op MuMe vermeld) en in 2006 weer bij Schenker zou opduiken. Nu echter ga ik op aanraden van milesdavisjr naar Black Swan en hun Shake the World, met in de gelederen diezelfde Ier.
Later hoorde ik een Amerikaan uit het wereldje vertellen dat de rage rond unplugged ertoe bijdroeg dat menig groep desondanks op de been bleef, of in ieder geval langer kon doorgaan.
Mij is onbekend of de veranderde programmering bij MTV ook voor de McAuley Schenker Group negatieve gevolgen had; logischerwijs heeft dat een rol gespeeld. Evenmin weet ik of dat de reden was voor het opnemen van dit Unplugged Live, wel weten we dat dit de zwanenzang van de groep zou blijken.
Ben niet zo van unplugged volgens de MTV-formule (elektrische groepen gaan akoestisch), toch ben ik aangenaam verrast. Dat gitarist Michael Schenker ook op de akoestische gitaar uit de voeten kan is geen verrassing, wel lijkt het alsof de stem van Robin McAuley het hierbij nog beter doet en de twee zetten een energieke set neer, adequaat ondersteund door Spencer Sercombe.
Extra leuk is dat er viermaal werk in akoestisch jasje uit Schenkers jaren bij UFO langskomt, iets wat die groep nooit deed. Ik had wat dat betreft ook wel werk van de eerste vier studioplaten van MSG willen horen, nu komt alleen Perrier/Courvoisier langs en blijkens setlist fm is de bonusversie van dit album het volledige concert.
Het publiek in Anaheim (Duitse wortels van deze stad in Californië?) was dolenthousiast en iets daarvan straalt uit naar de geluidsdrager. Toch was dit het einde van dit hoofdstuk, waarover ik op internet tegenkom dat McAuley ging trouwen en zich voor enkele jaren terugtrok uit de muziekwereld. In 1993 bracht Michael Schenker zijn eerste soloalbum uit dat hij Thank You noemde. Datzelfde jaar keerde hij terug bij UFO, dat twee jaar later met hem in de gelederen Walk on Water uitbracht.
Die overige albums van Schenker, het zijn er heel wat, ga ik ook eens langs. Dit in de wetenschap dat McAuley in 1999 terugkeerde met de slechts in Japan verschenen solo-cd Business as Usual (nog niet op MuMe vermeld) en in 2006 weer bij Schenker zou opduiken. Nu echter ga ik op aanraden van milesdavisjr naar Black Swan en hun Shake the World, met in de gelederen diezelfde Ier.
