MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Porridge Radio - Clouds in the Sky They Will Always Be There for Me (2024)

poster
4,5
Dana Margolin komt uit een familie van workaholics, voor haar is het touren en songs schrijven meer dan een normaal arbeidsproces. Het is de drang om continu in beweging te blijven, continu gevoelens te delen en continu met zichzelf in conflict te gaan. Met haar licht overspannen neurotisch stemgeluid roept ze iets van medelijden op, iets wat nogmaals versterkt wordt als in de aanloop naar het Clouds in the Sky They Will Always Be There for Me opnameproces de zoveelste relatie stuk loopt.

Genoeg inspiratiebronnen voor iemand die gedoemd is om in de duisternis te leven, gedoemd is om alleen te leven, gedoemd is om te mislukken, maar zich hier telkens weer krachtig uitvecht. Daarbij komt ook nog het feit dat bassist Maddie Ryall net rond deze tijd het Porridge Radio indiepop gezelschap vaarwel zegt, maar dat Dan Hutchins gelukkig een waardige opvolger schijnt te zijn. Het is de taak van Dom Monks om die emoties vast te leggen en het geluid groter georkestreerd te maken.

Dat hij hier de geschikte persoon voor is blijkt al bij zijn recente rol als producer bij de laatste Laura Marling en Big Thief albums. De uiterlijke metamorfose van de leadzangeres past ook bij het volwassen stemgeluid. De puntige feministische look is verdwenen, Dana Margolin presenteert zich tegenwoordig als een prachtige alternatieve femme fatale. Het verdriet is er echter nog steeds, zo ook die boosaardige snik.

Anybody bouwt vanuit de leegte op, om vervolgens dat gemis aan leegte te accentueren. Dana Margolin hunkert naar de liefde, het delen, het samenzijn. Je incasseringssvermogen krijgt een flinke dreun te verduren als je telkens weer gedumpt wordt. Vermijdt ze op Birthday Party van Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky nog relaties vanwege de angst om zich aan een ander te binden, op Clouds in the Sky They Will Always Be There for Me overheerst wel die behoefte aan genegenheid. Dom Monks beseft dat die frontale aanval niet werkt, en bouwt juist het Dana Margolin personage uit, geeft haar stem een diepgaand karakter mee. Dronken van verlangen gaat ze op het einde van Anybody helemaal los.

Niet alleen Dana Margolin is gegroeid. Drummer Sam Yardley neemt het ritmische Hole in the Ground intro zodanig onder handen, waarna dit vloeiend in een zwaarmoedig slaapliedje wals over gaat. Dan Hutchins dempt de stemming met zijn zware baspartijen en geeft er een old-school postpunk twist aan. Dana Margolin bezit dat theatrale kunstzinnige van een Amanda Palmer, die in een grijs verleden als The Dresden Dolls boegbeeld voor de nodige opschudding zorgt.

Ze draagt de nummers als een gepijnigd slachtoffer en kiest bewust haar bijna gesproken voordracht uit. Lavender, Raspberries omlijst de bloedrode kleur van de liefde met een paars raamwerk. Ondergedompeld in een begrafenis mineurstemming raakt de zangeres haar eigenwaarde nog meer kwijt. Een afscheidsbrief van een radeloze ziel, die zich amper staande houdt.

In deze manisch-depressieve drift zoekt Dana Margolin vooral naar verlossende antwoorden. Antwoorden die haar bevredigen en de wanhoop verklaren. Dan pas zal de vocalist gelukkig zijn. Hoe kan je de honger stillen als je niet weet met welke voedingssupplementen je moet voeden? In het met treurstrijkers vormgegeven God of Everything Else vraagt ze zichzelf af of het beter is om haar zelfbeeld op te offeren, en zich anders voor te doen.

Dit alles om een partner tevreden te stellen, welke haar vervolgens door dat gebrek aan zelfrespect juist laat vallen. Het is de terugkerende paradox van het leven, de voorwaardes van het bestaan. Kan je nog dieper wegzinken, of schijnt er toch nog een glimpje licht door de kieren van de oneindige tunnel door? Bij Porridge Radio is dat laatste zeker het geval, er volgt namelijk een verrassende wending.

Het minimalistisch opbouwende gedoseerde Sleeptalker breekpunt is stukken luchtiger van toon. En toch is het heerlijk als het gitaargeweld de blazers wegblazen en er een overweldigende twist aan geven. Hier drukt Dom Monks er eventjes zijn folk verleden tussendoor wat een verbazende sterke uitwerking heeft. Ook You Will Come Home blijft in die hoek rondcirculeren, en ligt in hetzelfde vaarwater als het post Isaac Wood werk van Black Country, New Road.

Met het sensuele en zeer sterk gezongen Wednesday bewijst Dana Margolin nogmaals dat ze die nieuwwassen vrouwelijke kant goed aankan. Uiteraard ligt het sentiment er net te dik bovenop, en neemt dat het halverwege eventjes over, waarna die heerlijke noiserock gitaargeweld uitglijder het aangedikt uitluidt. Het prachtig gezongen In a Dream I’m a Painting leunt volledig op de vocale kunsten van Dana Margolin, al zorgt de instrumentatie wel voor de nodige dreiging en het daarop aansluitende rustmoment.

I Got Lost is de bezinnende fase, bijna spiritueel verlossend. Jezelf vinden, nadat je jezelf voor langere tijd kwijt bent. Hier is het Dom Monks die met het melancholische trompetgeschal de juiste snaar raakt, en zeer serieus gepassioneerd met zijn arbeiderstaak omgaat. Misschien is zijn aandeel zelfs zo groot dat hij de overige bandleden wegzet. Ook bij Pieces of Heaven handelt het om het samenspel tussen Dom Monks en Dana Margolin. Fijn als twee zielen elkaar feilloos aanvoelen.

Juist die ondergeschikte positie van de overige Porridge Radio bandleden geeft nogmaals de opwaartse ontwikkeling aan. Beter worden door je plek te kennen, erkennen. De Sick of the Blues punkrocker is een laatste poging om de ellende te vergeten en zich op een betere toekomst te richten. In het reine met jezelf komen, en dit accepteren. Juist die bewustwording staat centraal op het alles overtreffende Clouds in the Sky They Will Always Be There for Me. Het kan alleen nog maar beter worden, al stijgt Dana Margolin hier wel ver boven Porridge Radio uit.

Porridge Radio - Clouds in the Sky They Will Always Be There for Me | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky (2022)

poster
4,5
Onbeantwoorde liefde, huiselijke overspannen prikkelbaarheid en op functionerend standje nervous breakdown die de irritatiegrens ruim in het rood overschrijden. Kan het nog erger, natuurlijk kan het erger. Met een succesvolle tweede albumrelease op zak wordt er hoopvol aan een tournee begonnen, de coronapandemie zorgt voor een abrupt einde. Het is onbegrijpelijk dat Dana Margolin zich staande houdt, en niet huilend wegteert in een achteraf studentenkamertje. Zichzelf met goede moed volgezogen gaat ze samen met de indie postpunkers van Porridge Radio aan de slag om de opvolger van Every Bad te voltooien.

Het toekomstperspectief is nog steeds zo onzeker donker als de pest, maar de vrijgekomen kleinschalige clubtour ruimte wordt volledig benut waardoor men ook in Nederland al eind maart en begin april van de gloednieuwe Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky songs kan genieten. Muzikaal gezien zeker geen vrolijke boel, en ondanks dat het emotioneel labiele wrakhout Dana Margolin zeker niet het zonnestraaltje in huis is, geeft ze met die drang tot zelfspot en zelfrelativering een ontsluierende glimlach cadeau. Hoe schattig kan het zijn als het aanwezige publiek voorzichtig de I don’t wanna be loved kernzin van Birthday Party meezingt. Och wat hou ik toch van deze theatrale uitlokkende wanhoopsdaad.

Maar goed, omdat ik zelf het voorrecht heb om de albumtracks al vanaf eind februari te luisteren, kan ik deze rond de releasedatum van 20 mei al volledig meezingen. Geen pretentieus gezwam over een groeiplaat dus. Porridge Radio komt gelijk aandachtpakkend binnen, de melodielijnen houden je wakker en zijn zelfs nog bij het ontwaken in je hoofd aanwezig. Missie geslaagd, nu nog de deprimerende zwartdenkende emo-vertrouwelingen overtuigen, de navelstaarders welke in depressed mode modus het gelijkwaardige tranentrekkende gevoel van Dana Margolin delen.

I don’t wanna be loved, stiekem wil iedereen dit uiteraard wel.

De verbitterende zangeres blijft in de zwaarmoedigheid van de uitzichtloze grauwe No Future punk mentaliteit hangen, ingehaald door sprankelende kleurige New Romantics wave keyboardakkoorden van de naïeve kinderlijk meezingende Georgie Stott. De anticlimax, het natuurlijke redmiddel tegen de kwalen bestrijdende antidepressiva. Er heerst zoveel evenwicht in Porridge Radio, Maddie Ryall is de zelfverzekerde coole bassist, en Sam Yardley, zit veilig achter zijn drumstel opgesteld en doet geen enkele moeite om zich binnen het vrouwengezelschap op te dringen. Porridge Radio is echter geen boze feministische band, de frustrerende onvrede is gewoon gelijkwaardig met die van hun mannelijke collega’s.

Aangenaam ruisend introduceert Back To The Radio zichzelf. Flarden aan mistige gitaarnoise explosies en de evenwichtigheid van Maddie Ryalls baspartijen geven Dana Margolin alle ruimte om haar klaagzang hysterie met ingehouden dominante precisie op de voorgrond te plaatsen. Onbeantwoorde vastgelopen relatiestiltes, de neergaande afgrondspiraal. Klaar met het eeuwige gezeur, klaar met die onwenselijke reddingsboeipogingen. Ruimte vullende onzinnigheid, gevolgd door het pijnlijke voor altijd op elkaar uitgekeken moment. Klaar met dit alles, en wees eens eerlijk, de alsmaar in mineur stemming doorratelende Dana Margolin mist die bijtende strijdersuitstraling, maar weet zich verdomd sterk te verwoorden. De schor gezongen achterlatende Back to the Radio leegte, hoe vul je dit nog verder op? Dit is namelijk nog maar de openingstrack.

And I miss what we were but you’ve closed yourself off to me
We sit here together, the same as we’ve always been
Laughing and talking but I want to cry to you

Het melodramatische Birthday Party, de verjaardagsfeest verziekende gast die als jonge oude vrijster haar resterende jaren telt. Angst voor de ouderdom, angst voor de eenzaamheid, angst voor een kinderloos bestaan, bloedirritant oprecht. Zo’n figuur welke per ongeluk uit medelijden een uitnodiging binnen vist en met ontremde driftbuien haar gelijk probeert te halen. Zo herkenbaar, het anti ego waarmee niemand geïdentificeerd wenst te worden. Het heerlijke naar de maan huilende zelfsentiment in de kerkelijke orgeltriestheid van End of Last Year, randje onbeheerst manisch.

Het pijn loslatende Splintered is een stigmatiserend een met zich meedragende zwerende splintergezwel. Avondzon tegemoet rijdende desperate gitaarlijnen, horizon trotserend weemoedige diepgang toevoegend. Rotten zielenpijn laat de onzichtbare littekens van binnenuit hevig in de hemel werende bekoeling bloeden. Aards dromerig met een vleugje engelenzang. Prachtig hoe Dana Margolin zich hier berustend herpakt, op adem komt om de aandacht naar het vervolg van Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky te verleggen. Die wederopstanding vindt plaats in de gospelbiecht van het overwinnend sterke U Can Be Happy If U Want to, waar de krachtige tweede stem van Georgie Stott in het geweten van de na-echoënde voorgangersrol kruipt. De opwaartse triomftocht, ritmisch slagveld beukend, met Sam Yardley als strategische koersbepaler.

Emotiedronken lalt Dana Margolin zich door Trying heen. Liefdesverdriet met nieuw betrouwbaar gezelschap vierend. Bodemloze put romantiek en lege wijnfles vriendschap. Eenzaam onder een warm dekentje in foetushouding de treurnis wegdrinkend. De uitzichtloosheid van een gegronde relatie waarbij de voedende bodem geen energiebronnen meer oppakt en opwekt. Deze confronterende diepgang symboliseert de innemende Flowers pianoballad, het pijnlijke relaas van een doodlopende weg liefdesrelatie, verdrinkend in verdriet en tranen. Heerlijk hoe daar de pathetische glamrock zangpartijen het verhaal rond maken.

I don’t wanna be loved

Flarden aan oprispende breakbeats bewateren juist het misselijkmakende Jealousy gevoel van overbodig zijn en jezelf wegcijferen in begripvolle treurnis, wrang, bitter en zuur. Dansbare I Hope She’s Okay 2 eenvoud als het lastige verwerkingsproces met het duellerende onbegrip richting de tegenpartij. Apathisch wegschreeuwende The Rip ochtendgym escapisme. Het volgende startpunt ligt ergens in het midden van het zwijgzame Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky titelstuk, geen begin zonder een einde, geen einde zonder een begin. Lyrische woorden die de herkenbaarheid van de problematiek omarmen, wat is Porridge Radio toch een bevlogen gepassioneerde band.

Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder to the Sky | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Portishead - Dummy (1994)

poster
5,0
De eerste keer Portishead horen is na afloop verbaasd achter blijven.
De kunst om mij direct bij de laatste tonen terug verlangen naar het gevoel.
Terwijl tijdens de luisterervaring dat niet ervaren wordt.
Sour Times heb ik waarschijnlijk gewoon op de radio gehoord.
Vervolgens bleef de melodie en zang wekenlang ergens in mijn hoofd hangen.
Wat was dat precies?
Zou ik het dan toch gedroomd hebben?

Pas toen ik maanden later Glory Box hoorde, wist ik het zeker.
Dit was de band van het liedje dat een langere periode mijn gedachtes terroriseerden.
Vreemd genoeg deed het mij in eerste instantie aan Julee Cruise denken; indirect dus ook aan de Twin Peaks serie.
Alsof er een schizofrenie zangeres ergens in een rokerig café onthult dat ze de moordenaar van Laura Palmer is.
Verder had de sfeer raakvlakken met de muziek en uitstraling van Vaya Con Dios.
De term Triphop bestond nog niet.
En dat werkte toen nog in het voordeel.

Het spookachtige waarmee Mysterons opent doet mij verlangen naar foute kwetsbare vrouwen.
Ik ben geneigd om een sigaret aan te steken; terwijl ik al jaren gestopt ben.
De drum als marcherende soldaten.

Vervolgens het western geluid van Sour Times.
Stoffige laarzen in de woestijn.
Fel verbrande bruine gezichten.
Aangetast door nicotine.
De plaatselijke hoerenmadam op zoek naar liefde.

Strangers; Assepoester in het concertgebouw.
Haar 15 minuten van roem.
Zittend op een VIP plaats; ondertussen de klokwijzers in de gaten aan het houden.
De sampler tussendoor klinkt als een aflopend wekker alarm.

It Could Be Sweet doet me verdrinken in de jaren 80 soul van Sade.
Heerlijk cocktailsausje op het neusje van de zalm.
Beth Gibbons misschien wel niet in haar meest herkenbare vorm.
Wel weer groots gezongen.

Wandering Star is een weg gedoken jong meisje.
Stiekem in de nacht op zolder aan het zingen.
Nog onzeker en voorzichtig.
Hopend dat niemand haar zal horen.
De toevoeging van de samplers geeft het de sfeer van een rituele begrafenis ergens in Midden Amerika.

It’s A Fire is de vreugde van het ouderschap.
Een brandend nieuw licht in je leven.
Al het andere is opeens onbelangrijk.
Het draait uiteindelijk maar om een ding; liefde.

Met Numb zitten we opeens na sluitingstijd op de kermis.
De geruchten van een verdwenen verliefd stelletje in het spookhuis.
De inbraak, en het nooit meer weder keren.
Beth als verhalenverteller in een jazz club.

Voor mij is Roads ook een van de hoogtepunten.
Je hoort het verdriet in de zangpartijen.
Een gebroken bedrogen vrouw, die zich voor de buitenwereld groot houdt.
Elke avond verbitterde tranen in teveel glazen rode wijn.

Pedastal is met het Miles Davis achtige trompetgeluid af.
Van mij mag Geoff Barrow zich best eens wagen aan zijn Kind of Blue.
Hij zou een gewaagde versie hiervan kunnen maken.
Al zullen puristen het vervloeken als hij zich daarin zou verdiepen.

Bij Biscuit moet ik denken aan een trip met een onbekende drug.
De omgeving veranderd telkens waardoor een wanhopige Beth naar de uitgang zoekt.
Alice In Wonderland.
Bang om opgeslokt te worden door de waterpijp rokende rups.

Glory Box is bijna even sterk als Sour Times.
De veel gebruikte sampler van Isaac Hayes Ike’s Rap III.
Ook door Tricky treffend gebruikt in Hell Is Round The Corner.
De kracht in het nummer zit zich wel in de psychisch gestoorde uithalen van Gibbons.
Je voelt ze de controle verliezen.
Om uiteindelijk helemaal los te gaan.
Overgave aan totale waanzin.

Portugal. The Man - Oregon City Sessions (2021)

poster
4,0
Eigenlijk voorspelde men het tien jaar geleden ten tijden van In The Mountain In The Cloud al. Portugal. The Man heeft genoeg potentie om een grote band te worden. Alleen was 2011 niet het verwachte jaar, maar zorgde het gelikte Feel It Still van Woodstock zes jaar later voor die gigantische doorbraak. De met kopstem gezongen single domineerde op de (semi) alternatieve radiozenders en kreeg ook nog extra airplay vanwege het veelvoudig gebruik in televisiereclames.

Toch volgde daarna een lange stilte van vier non-productieve jaren. En zelfs nu wordt er teruggegrepen naar oud werk. Het gearchiveerde Oregon City Sessions is een zoethoudertje, een jammende concertregistratie die vanaf december 2008 op de plank is blijven liggen. Behoorlijk bevooroordeeld en met lichte tegenzin stort ik mij op deze goedkope doordachte manier om de aandacht op Portugal. The Man te richten. Maar ik moet mijn mening al snel herzien, hier speelt namelijk een strakke band in bloedvorm. Rauw, hard en gepassioneerd, in de lijn van The Black Keys en Jack White in hun hoogtijdagen.

Er is bewust niet geknipt in de opnames om het zo puur mogelijk te houden. Anderhalf uur aan gitaargeweld en een veelvoud aan uitbarstingen in maniakale doordravende drums en gepassioneerde zang. John Gourley krijst, gilt en zingt, zonder een moment te verzwakken. Het stemvermogen is onnatuurlijk groot en hiermee evenaart hij zelfs bijna een Robert Plant in zijn toptijd bij Led Zeppelin. Dat jaren zeventig gevoel domineert ook hier, Portugal. The Man soleert als een malle en laat de gitaren als getemde monsters huilen en gooit er de nodige regenachtige orgelpartijen doorheen.

Al vrij in het begin beland je halverwege het heerlijk breed uitgesmeerde Horse Warming Party in een psychedelische trip, en verwacht je dat dit niet meer te overtreffen is. Vergeet het maar! Het heftige AKA M80 The Wolf ondergaat diezelfde hypnotiserende schoonheidsbehandeling. Oregon City Sessions is meesterlijk en laat de band in hun meest interessante periode horen.

Hoe eenvoudig kan het zijn, subtiele kleine aanpassingen met een immens resultaat. Portugal. The Man creëert een broeierig zomers sfeertje met flink wat witwasserij van hun stevige rocksongs. Als cleane laidback reggae nummers verlaten tracks als het emotionele pronkstuk My Mind / The Home, de echo op de dubgitaar van 1989 en de straataccordeon in New Orleans de studio. Die laatste schakelt perfect over in een schurende versie van het nog dreigendere Bellies Are Full, waarbij de drum keihard als een oorverdovende bliksemflits inslaat.

Het uitgekiende Lay Me Back Down begint met een allesvernietigende massa-aanslag op de roerloze versterkers, en gaat vervolgens heerlijk de glamrock kant op. Het noisy rockende Chicago blijft verrassend dicht bij het origineel en laat de doorbuigende instrumenten roodgloeiend in rokende toestand achter waarna de orgelpartijen het nog enigszins recht weten te trekken. Dat sobere gespeelde toetsengevoel houden ze vast in het slepende And I waarmee ze proberen om Pink Floyd van de troon te stoten.

Tegen het einde wordt er nog eventjes heerlijk gefreakt met het drieluik Marching With 6 / Elephants / Sit Back And Dream, want als je dan toch die mogelijkheid hebt om totaal los te gaan, moet je die uiteraard ook volledig benutten. Door de meer gedragen versie van Tommy komen de teksten nog meer tot zijn recht en wat is het dan heerlijk om af te sluiten met die Beatles klassieker Helter Skelter. Oregon City Sessions is niet zozeer gemaakt voor de liefhebbers van het pakkende Feel It Still, maar een aangename aanvulling op die vrijwel kansloze eerste cyclus, toen de rockmachine nog niet op batterijen werkte maar onbewerkte olie ademde.

Portugal. The Man - Oregon City Sessions | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Portugal. The Man - SHISH (2025)

poster
4,5
Met de doorbraaksingle Feel It Still tekende Portugal. The Man voor het grote succes. Het album Woodstock werd vervolgens massaal aangeschaft. Verwachtte je een hoop gelijksoortige hitgevoelige deuntjes, dan viel dit album behoorlijk tegen. Ging je voor een meer avontuurlijke insteek, dan was dit een prima model. In Nederland krijgen dit soort muzikanten al snel het etiket ‘eendagsvlieg’ mee. Onterecht, want Woodstock behoort niet eens tot de hoogtepunten van dit uit Alaska afkomstige gezelschap. Dan geeft bijvoorbeeld een liveplaat als Oregon City Sessions een beter beeld.

Eigenlijk is hun sound het beste met The Black Keys te vergelijken. Rauwe funk, met een vleugje glamdisco, sixties psychedelica, blues-akkoorden en heel veel garagerock. SHISH is ondertussen de tiende schijf van het gezelschap rondom John Gourley. Als ouder van een zorgenkindje dat aan een ernstige vorm van Parkinsonisme lijdt is het prettig om dicht bij huis te werken. Uit noodzaak verbrak de frontman de banden met het grote Atlantic Recordings label en richtte hij het kleinschalige KNIK Records op. De distributie van SHISH ligt in handen van Thirty Tigers.

De hoes van SHISH laat een bloederig tafereel zien. Het beeld van die misselijkmakende zeehondenjacht zal zeker niet bij iedereen goed vallen. Het schept wel een realistisch beeld van het bestaan van de inwoners van Alaska, die grotendeels van deze vangsten afhankelijk zijn. De band met voormalig teamlid Kane Ritchotte werd voor dit album hersteld en samen werkten men de flarden aan ideeën verder uit. Bijzonder, omdat de drummer alleen in de periode rond de release van Evil Friends een volwaardig lid van Portugal. The Man was. Pas tijdens de afrondende fase sloot de rest van het team huidige tourmuzikanten aan, en was er weer sprake van een heuse bandeenheid. Die chemie zorgde voor het spraakzame SHISH, waar niks op af te dingen valt, wat een wereldplaat is dit toch!

SHISH is een ode aan Alaska, waarbij de songtitels tot plekken in Alaska te herleiden zijn. Verwacht geen rustige back to basic plaat, met een minimum aan instrumentatie. Het omliggende ijs zal bij de eerste klanken van Denali de nodige barsten vertonen. Een stevige rocker met scheurende vintage hardrock gitaarriffs, futuristische wave-bliepjes en kletterende percussie. Zo hoor ik Portugal. The Man in ieder geval het liefste. Heb je moeite met dit geluid, sla dan de dreigende hardcore punk en deathmetal van het donkere Pittman Ralliers ook maar over. Dit is in de verste verte niet met Feel It Still te vergelijken.

Dan is de ritmische folk van Angoon een totaal ander verhaal, ook dit verhaal moet verteld worden. Al snel gaat dit over in een duistere cross-over noise met die kenmerkende hoge smekende kopstem van John Gourley. Het zijn de weggestopte legendes van Alaska, dat een ondergeschikte rol in de Amerikaanse geschiedenis speelt. In principe zijn ook de oorspronkelijke inwoners van deze staat door de Verenigde Staten onderdrukt en toegeëigend. Het verklaart nogmaals de confronterende hardheid van de frontfoto van SHISH, die na de walging steeds meer begrip en respect oproept. Het volk is afhankelijk van de jacht om in hun bestaan te voorzien.

Onder de sneeuwberg ligt een pak aan emoties verborgen. Het is de harde realiteit die in het huidige rechtsklimaat bepaald geen een rooskleurige toekomst voorspelt. De postpunk van Knik, met symfonische metalgitaar-uithalen versterkt dit beeld. Fraai hoe hier weer die hardrockgitaar-capriolen er een onverwachte pure en eerlijke twist aan geven. Het is een mooie overgang naar de industriële beats van de Shish garagepunkrocker met de nodige kitscherige glamrock-uitspattingen. Het puntige Mush is tevens een bastaardkind van dit punk subgenre, al is de benadering net een tikkeltje toegankelijker.

Met het nostalgische, uptempo en dansbare Tyonek lachen ze de strijdbare historie van hun voorouders weg. Hoe een zwarte pagina in het ontstaan van de VS tot absurdisme wordt herschreven. In het aan The Beatles memorerende Kokhanockers etaleert John Gourley nogmaals zijn schrijverstalent om een pakkende, maatschappelijk correcte tekst aan een gelikte song te koppelen. Net zo relevant als de hippie-vredesliederen uit de jaren zestig of de new wave slaapkamerdepressies uit de jaren tachtig.

Samenhang ontbreekt op SHISH. Iets waar ik mij normaal flink aan stoor. Bij Portugal. The Man ligt daar echter juist het grootste gedeelte van hun kracht. Thematisch grijpt John Gourley naar zijn roots terug, in de praktijk is het een regelrechte aanval op het hedendaagse Amerikaanse regime. Tanana benadrukt nogmaals dat we massaal voor de gek gehouden worden. Een psychedelisch hoogtepuntje, waar het broeierige For What It’s Worth van Buffalo Springfield een belangrijke rol als basis in vervult. Hoe kun je een anti-oorlogssong beter hergebruiken om hierna met de crossover-funk van Father Gun te eindigen? We begraven onze helden om nieuwe idolen geboren te laten worden. Denk daar maar eens over na.

Portugal. The Man - SHISH | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Pose Dia - Front View (2020)

poster
3,5
Het Hamburgse gelegenheidsduo Shari Vari bestaande uit Helena Ratka en Sophia Kennedy hebben gezamenlijk al als beeldende kunstenaars gewerkt aan een project over een fictieve superster voordat ze hun krachten bundelen in de muziek. Met de minimalistische soulvolle synthpop van het vorig jaar verschenen Now richten ze zich vooral op het clubpubliek die na een avond stappen heerlijk wil relaxen in de daarvoor ingerichte cooling down ruimtes.

Stilstand leidt tot achteruitgang en is dodelijk in het kunstenaarswereld. Niet vreemd dus dat Helena Ratka nu als solo artiest reeds haar volgende stap gezet heeft en onder de naam Pose Dia van zich laat horen. Front View is een schetsmatig muzikaal aantekeningenboek, waarbij Helena Ratka de omgeving observeert en vervolgens reproduceert in een twaalftal filmische elektro songs.

Het thematische uitgangspunt hierbij is het moment dat het neergaande zonlicht zich ondergeschikt opstelt aan de hete zomerse stapavond. Een magnetisch spanningsveld welke de aantrekkelijkheid van de nacht oproept. Flexibele springende beats, berustende Krautrock, haastige xylofoonpartijen en orkestrale strijkers domineren op het New Wave gebaseerde avantgardistische At The Beach. Een gemiddelde drukke zomerdag op het strand waarbij een kakofonie aan geluiden de broeierigheid van een oplopende zonnesteek en een hitsige Helena Ratka weergeven.

Door haar gebrekkige uitspraak verliest ze zichzelf in het schemerige jazzy Smoz Opera en is ze een passieve ingestelde vreemdeling die zich weerspiegelt in haar eigen songs. De denkbeeldige overvolle autowegen doorkruizen het roodgloeiende digitale netwerk in het metaforische Scanner, waarbij mooi effectief gebruik wordt gemaakt van overstuurde elektronica en de sirene rust van de Krautrock. Het negatieve voorgeprogrammeerde effect van internet wordt later nogmaals bekritiseerd in het stampende Infinity Pool.

Het tweede gedeelte van Front View is vooral dansbaar en erg vintage eighties disco gericht. Futuristische new wave met een hoog postpunk gehalte. In de Electric Body Music van het poëtische Walking Running wordt de dagelijkse sleur ontvlucht die de haastige maatschappij van het monotone leven in Hamburg oproept.

Dat Helena Ratka in het verleden bijbeunde als actieve diskjockey mag hierbij als basis beschouwd worden. Haar werkplek in De Golden Pudel Club bevind zich aan de rand van de beruchte Reeperbahn. Een deprimerende omgeving die verscholen tussen de felle neonlichten voornamelijk wanhoop uitstraalt. Die zelfkant van het leven overheerst in de destructieve escapisme van Spacerine waarbij ze als overheersende meesteres de luisteraar laat verdwalen in een labyrint gevuld met donkere achteraf kamertjes.

Het zangrijke Pose Dia is een verademing tussen de veelal instrumentale acts op het Bureau B label. De pulserende beats krijgen hierdoor een organische toevoer en leiden niet tot bloedarmoede waarbij de tracks afsterven tot wezenloze objecten.

Pose Dia - Front View | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Preoccupations - Preoccupations (2016)

poster
4,0
Zo die hakt er in!!
Na dat mysterieuze begin krijg je een nog heerlijkere warme douche van een bak noise gedompeld in postpunk over je heen.
Ik had nog nooit van Preoccupations gehoord, en door het gedoe rondom hun vorige naam Viet Cong, werd ik toch wel nieuwsgierig naar deze band.
Nadat tegenwoordig de postpunk bandjes steeds meer hetzelfde gingen klinken, verslapte bij mij de aandacht op dit gebied steeds meer.
Dan greep ik steeds meer terug naar de oorsprong; veel eind jaren 70; begin jaren 80 spul.
Maar dit is wel een verfrissende kijk op het hele gebeuren.
Muzikaal ligt het enigszins in het verlengde van A Place to Bury Strangers; maar Preoccupations is net wat toegankelijker.
Het Roxy Music achtige Memory als duidelijk voorbeeld, al gaat die halverwege een totaal andere richting op.
De zang heeft het geleefde en rauwe van de punk, wat zich hier prima bij aansluit.
Geen New Wave, maar eerder een snoeiharde tsunami.

Pretenders - Pretenders (1980)

poster
3,5
Pretenders is natuurlijk gewoon het Britse antwoord op Blondie.
Gelikte Top 40 muziek met hier en daar wat punk invloeden.
Alleen heeft Chrissie Hynde niet de sensuele uitstraling van een Debby Harry.
Muzikaal heeft het ook raakvlakken met de eerste twee Stranglers albums.
Net zo strak gespeeld.
En de zang moet zeker een inspiratiebron zijn geweest voor een PJ Harvey.
Dit zou het begin van een succesverhaal kunnen zijn.
Helaas liep het wel wat anders.
Vanwege een goed verkopend debuut, en een paar grote hits als Stop Your Sobbing en
Brass in Pocket, gaat er een nieuwe wereld voor je open.
De verleidingen van drugs worden steeds groter, en dat dit niet zo geweldig is voor je gezondheid, ondervinden twee leden op een fatale manier.
Natuurlijk hebben Pretenders later ook nog hun momenten, maar dankzij UB40 ook de nodige dieptepunten.
Nee, de samenstelling van de eerste twee albums, blijkt achteraf gezien wel de meest geslaagde.
Helaas zie je dit album weinig terug in de lijstjes, maar wat is dit eigenlijk een goed debuut.

Pretenders - Relentless (2023)

poster
Na het onwaarschijnlijke succesverhaal van het debuut van Pretenders en een succesvolle opvolger zakt de band in een doorgeslagen drugswaanzin weg, met de onvermijdelijke dood van de geweldige gitarist James Honeyman-Scott en bassist Pete Farndon tot gevolg. Chrissie Hynde hergroepeert de band, maar ondanks de vele hits is de doorstart slechts een tamme vertoning van waarvoor de dromerige rock and roll band ooit voor staat. Haar turbulente leven documenteert ze in de Reckless, my Life as a Pretender biografie waarin ze de mooie kanten maar zekere ook de duistere keerzijde van het rockbestaan toelicht. Het verslag van hoe een Amerikaans meisje in het Londense punkverval terecht komt en hier bijna aan onderdoor gaat. Dit boek valt vrijwel samen met haar Stockholm solorelease, waarna ze de zoveelste doorstart met Pretenders maakt. Relentless is na Alone en Hate for Sale daarvan het derde resultaat. Relentless staat voor genadeloos, zelfs drummend oerlid Martin Chambers is ondertussen met de stille trom vertrokken, de eenzaamheid van het onzekere muzikantenbestaan.

Toch heeft Relentless nog steeds dat herkenbare Chrissie Hynde geluid. Een zeventiger die samen met Patti Smith en zeker Debbie Harry met een punkende Iggy Pop Vainglorious ijdelheid tot de last woman standing van de rockscene behoort. Relentless blikt op de hardheid van het leven terug, met heel veel nemen, en nog meer geven, maar geeft ook de gloriedagen een plek. Gitarist James Walbourne is haar partner in crime, een muzikant die ze als begeleidingsbandlid bij haar toenmalige man Ray Davies leert kennen, en waarmee ze eerder al Hate for Sale uitschrijft. Doordat Chrissie Hynde een groot deel van haar bestaan in een verdovende roes doorbrengt, heeft ze nooit de kans benut om het persoonlijke leed en het daarop volgende verdriet te verwerken. Met de energie van Relentless onderneemt ze een behoorlijk geslaagde poging om dit recht te zetten, al komt ze hierbij tot de conclusie dat er bij het dichten van oude wonden zich nieuwe scheuren openbaren.

Het forever young sprookje met de fatale afloop. De sterfelijkheid van de onsterfelijkheid. Chrissie Hynde wordt weldegelijk ouder. Haar sensorische waarneming verzwakt en ook haar wijze van observatie verandert. Een mentale aftakeling met de vervreemdende angst om het grip over het geheugen kwijt te raken. De grimmige Losing My Sense of Taste ruis van het verliezen, de vroeg dementerende fase. Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn. Just Let It Go oud zeer. Relentless is het testament van de liefde, de nalatenschap van het houden van. Het is zeker niet haar opzet om zich als een oude wijze vrouw te presenteren, daardoor heeft ze zelf net te roekeloos die fastlane bereden. Het is weldegelijk de angst voor het definitieve einde, het moment dat de dagen gaan tellen, gaan aftellen. Het is geen verwijt naar de vroegere Merry Widow minnaars die haar laten vallen, geen wraakgevoelens naar de oneerlijke muziek business. Het is slechts een overzichtelijke constatering.

Vrienden komen en vrienden gaan. Jonny Greenwood van Radiohead behoort tegenwoordig tot de huidige amicale lichting die Chrissie Hynde een vriendendienst bewijst en de afsluitende I Think About You Daily herfsttrack van een strijkersarrangement voorziet. Het dromerige A Love rekent met de innerlijke demonen af, die het haar lastig maken om zich normaal te socialiseren. De onbereikbare liefde die wel in de songs zijn weg vindt, maar welke nooit in het echt haar pad kruist. Ze zoekt antwoorden in de helende Domestic Silence gospel psychedelica van de verlatingsangst als haar fysieke omgeving door overlijdens en geestelijke disorder inkrimpt. Berusting in de The Copa surfrock stilte. Bij The Promise of Love vindt ze aansluiting bij soulvolle zielsverwanten als Dusty Springfield en Joni Mitchell, verhalenvertellers die zich in het verleden reeds bewezen hebben.

Songs als Look Away en Your House Is on Fire overstijgen haar persoonlijke ellende. Als grootmoeder (ja, zelfs rockchicks krijgen kinderen) gunt ze haar nageslacht een vreedzame wereld, niet een aarde die in brand staat. Geen helend doekje om die brandblaren dicht te schroeien, maar juist een leefbare toekomst. Relentless is geen wereldschokkende goede plaat. Het is eerder een ontroerende vertelling van de keerzijde van het ouder worden, de keerzijde van het muzikantenbestaan, de keerzijde van het leven, maar dan wel met dat sprankje houvast aan oprechte liefde.

Pretenders - Relentless | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Primal Scream - Give Out But Don't Give Up (1994)

poster
3,5
Het lijkt wel alsof Keith Richard aan Bobbie Gillespie de sleutel van Villa Nellcôte heeft gegeven.
Daar in de kelder namen The Rolling Stones hun Exile On Main St. op.
Dit zie ik als het Primal Scream album dat daarbij het dichtste in de buurt komt.
Dat Gillespie een voorliefde heeft voor de jaren 60 en 70 was al hoorbaar op Screamadelica.
Hier betreft het een overtreffende stap.
Je proeft de drugs door het album heen, net als bij het Stones album geeft het een relaxt effect.
Alsof ze zich voor een langere periode voor de buitenwereld hebben afgesloten en hun eigen Utopia creëren.
De lijst van meewerkende artiesten is lang, maar toch ademt het album een gemoedelijke sfeer uit.
De deuren zijn voor ieder geopend; schroom je niet om binnen te komen en een aandeel te leveren.
Geniet van de gastvrijheid, en maak het u comfortabel.
Een hippie commune in de jaren 90.
Natuurlijk was het in deze periode hip om terug te grijpen naar de jaren 70.
Lenny Kravitz en The Black Crowes waren ook behoorlijk retro.
Het verschil zit zich in de nuances.
Deze bands kleurden hun muzikale palet vooral in met de paarse gitaarrock; Primal Scream met diepblauwe soul.

Primal Scream - More Light (2013)

poster
3,5
Als je als band zijnde een album opent met een erg lang nummer, welke meestal de plek als afsluiter inneemt, dan neem je een gigantisch groot risico.
Kijk maar bij het 2e The Stone Roses album, die openden met Breaking into Heaven.
Ondanks dat het eigenlijk een prima album is, haakte ik vaak halverwege het eerste nummer al af.
Primal Scream komt er met 2013 prima mee weg, en toevallig hebben ze alweer een tijdje gebruik gemaakt van bassist Mani, die zijn oorsprong heeft bij The Stone Roses.
Blijkbaar heeft hij ondertussen Primal Scream alweer verlaten, iets wat totaal langs mij heen is gegaan.
Maar goed, weer terug naar 2013 van More Light.
Bobby Gillespie heeft altijd gedaan waar hij zin in had, flink experimenteren met muziek en drugs; de ene keer valt het goed uit, maar soms ook minder.
Nu heeft hij wel zijn vorm, de blazers van 2013 geven het geheel een jaren 80 sfeertje; ik moet tenminste aan Pigbag denken, en eigenlijk valt het mij op hoe snel het nummer eigenlijk voorbij raast.
Wordt het nivo vast gehouden?
Rivers Of Dream heeft het fluisterende van Tom Barman van dEUS, dus deze kan bij mij ook al niet meer stuk.
Muzikaal lekker mellow, en ook hierbij komt de naam The Stone Roses weer in mij op; de clips van hun hitsingles werden in een woestijnachtige achtergrond opgenomen, iets wat dit ook wel oproept.
Toch heb ik hierbij weer wel het gevoel dat het middenstuk iets teveel wordt opgerekt, wat bij 2013 niet het geval was.
Het orkestrale latere gedeelte is weer wel geweldig.
We blijven Floating In Space; ook met Culturecide, waar een soort van Chemical Beat voorbij komt. Screamadelica komt even voorbij, en pas nu het besef dat een band als Stereo Mc’s ook duidelijk naar Primal Scream heeft geluisterd.
De fluit die voorbij komt, zou ook prima op een Ozric Tentacles album passen.
Hit Void heeft de energie van een Miss Lucifer, maar ook hier hoor je Gillespies eerste band The Jesus And Mary Chain in terug.
Maar zou je het mij gewoon laten horen, dan zou ik eerder denken dat dit een Sonic Youth song zou zijn, en dat bedoel ik als groot compliment, ook hier weer die blazers, en weer voegen ze daadwerkelijk iets toe.
Tenement Kid heeft qua sfeer aardig wat weg van bands als Future Sound Of London, The Orb en Orbital.
Invisible City is wat meer retro glamrock, bijna kitsch, zoals ook een Goldfrapp het kan brengen.
Ze weten de invloeden wel te verwerken in hun sound, zonder hun eigen identiteit te verliezen natuurlijk, het zal niemand verbazen dat ik bij Goodbye Johnny aan Damon Albarn (Blur ) moet deken, en voor de 3e keer vallen de blazers positief op.
Sideman moet je wat harder draaien, dan valt het spookhuis sfeertje wat meer op, in eerste instantie vond ik hem wat minder, maar hij heeft wel een goede drive, en blijft daardoor ook goed hangen.
Elimination Blues is bijna Gospel, Soulsavers met een pretpilletje op.
Turn Each Other Inside Out is een prettige jamsessie met de funk invloeden welke regelmatig begin jaren 80 bij een gemiddelde postpunk band te horen waren.
Relativity heeft een Joy Division/New Order achtig gitaartje, al heeft het verder helemaal geen raakvlakken met deze bands; heerlijk hoe het vervolgens weer helemaal los gaat.
Walking with the Beast is de Schotse Hooglanden, waarbij de roots voelbaar zijn.
It’s Alright, It’s OK is misschien wel het meest typische Primal Scream nummer van More Light; Screamadelica, maar ook een album als Give Out But Don’t Give Up hoor ik terug. Primal Scream op de zonnige toer.
Er zit totaal geen lijn in More Light, elk nummer is weer totaal anders.
Ze jatten alles bij elkaar, maar wat komen ze er goed mee weg.

Primal Scream - Screamadelica (1991)

poster
4,0
He was just the drummer of the band.
Het eeuwige Ringo Starr syndroom.
Je hebt The Beatles; John, Paul, George en die vent achter het drumstel.
Die toevallig niet eens aanwezig was bij het enige optreden in Nederland.
Met dat laatste zal Bobby Gillespie waarschijnlijk geen last van hebben, maar wat zal hij zich kotsmisselijk hebben gevoeld.
The Jesus and Mary Chain; de grote vernieuwers met hun stofzuiger geluid.
Met de broertjes Reid die overal gevolgd werden.
Zelfs een scheet van hun moest onderhand vastgelegd worden in de muzikale geschiedenisboeken.
Bobby mocht zich binnen in de hoes van Psycho Candy ergens op een foto in de achtergrond plaatsen.
Ik sta er niet van te kijken dat hij tevens als roadie gebruikt werd door de broertjes om het podium op te bouwen.
Bobby die ook zijn dromen had.
Wat zou het geweldig zijn om de bekende popster uit te hangen.
Lekker onverschillig je eigen gang gaan, onder genot van de nodige drugs.
En dan toch nog de voorpagina van The Sun halen.
Eerst therapeutisch aan de slag.
Zelfbeeld opkrikken en assertiviteitstraining.
Primal Scream is een feit.
Het succes lacht hem eindelijk toe.
Ironisch genoeg blijt bij de eerste hitsingle zijn zang zo naar de achtergrond verbannen dat zijn rol minimaal is.
Loaded was een bewerking van I'm Losing More than I'll Ever Have; alleen dan zonder de zang.
Buiten het Verenigde Koninkrijk werd dit ook een redelijke hit.
In Nederland zelfs bewerkt door Rob Stenders en Jeroen van Inkel als Buffalo Bob and the Rinkelstars tot Sympathy For The Devil.
Maar wij kennen Bobby Gillespie dus vooral als de man met de tamboerijn in de clip van Loaded.
Maar nu even terug naar Screamadelica.
Prima album met de nodige soul invloeden.Persoonlijk blijf ik het zien als een soort van missing link tussen The Stone Roses en Stereo MC’s.
Om de songs wat meer kracht te geven werd er hulp gevraagd van The Orb, Denise Johnson en Jah Wobble.
Ondanks dat Gillespie zich wel het brein mag noemen, is zijn zang wel de zwakste schakel op het album.
Bij opvolger Give Out But Don't Give Up pakt het voor hem een stuk voordeliger uit, al is dat album in zijn totaliteit wel minder dan Screamadelica.
Feit is dat je hier een band hoorde die vervolgens in ontwikkeling zou blijven, en zichzelf een aantal keren opnieuw uitvond.
Met voor mij de single Miss Lucifer als persoonlijk hoogtepunt.
Voor mij zal Screamadelica nooit als klassieker beschouwd worden, daarvoor had Primal Scream ons nog te veel te brengen.
Duidelijk een plaat van een band die hun definitieve vorm nog aan het zoeken is.
Of ze deze nu uiteindelijk gevonden hebben?
Ik weet het niet, daarvoor is Primal Scream teveel een band die blijft verrassen.

Primal Scream - Sonic Flower Groove (1987)

poster
3,5
Elke band heeft zijn oorsprong, en die van Primal Scream ligt dus niet bij Screamadelica.
Ik dacht lang dat deze hun debuut was.
Na het avontuur van Bobby Gillespie bij The Jesus And The Mary Chain, sloot dat album qua psychedelica prima aan bij hun sound.
Sonic Flower Groove klinkt luchtiger, misschien zelfs een stuk gelikter en cleaner.
Meer toegankelijkere jaren 60 invloeden, de zang is zelfs lief en vrolijk te noemen.
Wel hoor je het tegen het valse aanklinkende terug, waar bands aan The Stone Roses en Charlatans later flink mee weten te scoren.
Alleen is het bij hun vooral onverschilligheid, hier denk ik dat Gillespie echt zijn best doet om goed te zingen.
Een stuk minder stoerder en met een mindere houdbaarheidsfactor dan het latere werk.
Misschien maar goed ook, anders zou een band als Primal Scream een vergeten bandje zijn geworden.
Ach, die drummer wilde ook eens wat proberen.
Gelukkig liep het anders.

Primal Scream - Xtrmntr (2000)

poster
3,5
De eerste luisterbeurt van XTRMNTR was voor mij toch wel schrikken.
Met periodes volgde ik Primal Scream, en kon me goed vinden in het slome dansbare Loaded, en het duidelijk door Rolling Stones beïnvloedde Rocks.
Toch wel nummers die duidelijk in het tijdsbeeld pasten.
Op XTRMNTR hebben ze naar bands als Chemical Brothers en The Prodigy geluisterd, maar gingen ze net een stap verder.
Titels als Swastika Eyes en Kill All Hippies sluiten aan bij Smash My Bitch Up, maar het album kon mij toen niet overtuigen. Te veel gericht op het Shock element.

Tot gisteren.

Vanwege de hoge waardering van het blad NME als beste albums van de laatste 10 jaar deze toch nog maar eens gedraaid.
Hier hoor je dus wel een band die moeiteloos van Gitaarrock over kan schakelen naar Elektronica, en zo ook weer andersom.
De invloeden zijn later duidelijk hoorbaar bij een band als Kasabian; wat blijkbaar meer een copie is van wat je hier hoort.
Het hele Electroclash gebeuren zou zich zonder dit album misschien wel totaal anders ontwikkeld hebben.

Bobbie Gillepsie had voor Primal Scream al zijn sporen verdiend bij Wave band The Wake, leverde een belangrijke bijdrage bij de schoenenstarende stofzuigers van The Jesus and Mary Chain voordat hij zijn draai vond bij Primal Scream.
Hij is niet eens een groot zanger, maar wel een belangrijk figuur in de ontwikkeling van de Britse muziekscene; iets wat NME nu nog eens benadrukt.

Primus - Frizzle Fry (1990)

poster
5,0
Primus vervulde in 1991 op een dag twee festival optredens.
Namelijk op Pinkpop en Dynamo Open Air.
De geflipte cross-over van Les Claypool en zijn mede bandleden sprak een groot publiek aan.
Op die dag zou bij mij het kwartje (iets meer dan 10 Eurocent) nog niet vallen.
Een bassist met van die rare loopjes.
Waarbij ik niet alleen op het muzikale spel doel.
Motorisch ook meer dan gestoord.
Met zijn manier van zingen wist ik me ook nog geen raad.
Parodie op de rednecks en truckers?
De humor in de teksten snapte ik niet.
Zijn kleding van een te wijde broek, houthakkersbloes en legerpetje sloeg nergens op.
Voor mij een rustmoment op Pinkpop.
Mentaal voorbereiden op Living Colour.
De combinatie van funk en metal die later zou volgen.
Een betere balans.

Tot dat ik een paar jaar later dit album in bezit kreeg.
Werkzaam bij een grote Vrije Markt, ergens in Nederland.
De afkomst van het plaatje Frizzle Fry was een grote gok.
Blijkbaar waren vrachtwagens toen nog niet goed af gesloten.
Door te hard rijden op snelwegen viel er regelmatig wat van af.
Toevallig zond de VPRO rond die tijd de 25 hoogtepunten uit van het programma Onrust.
Primus was vertegenwoordigd met Too Many Puppies en Mr. Knowitall.

Hoe geniaal Les Claypool was viel me op televisie pas op.
Zijn vingers gingen als een opgevoerde Puch Maxi over de bas.
Het spel was bijna niet te volgen.
Geen moment van stilte.
Helaas werd ik pas te laat gepakt.
En ben ik ondanks mijn aanwezigheid een mooi concert mis gelopen.
Opvolger Sailing the Seas of Cheese sprak mij ook nog aan.
Vervolgens werd het allemaal te complex en moeilijk.
Ik haakte af.
Al blijft de tune van South Park genieten.

Primus - Suck on This (1989)

poster
3,5
Primus is voor mij het muzikale antwoord op het programma Lava van Kamagurka.
Absurde humor waarbij men schijt heeft aan alle regels.
Welke band brengt er anders eerst een live album uit, om vervolgens pas een studioplaat te maken.
En het klinkt trouwens gelijk al strak; alsof de band vanaf hun bestaan inderdaad 5 jaar lang aan de nummers heeft gesleuteld, en ze dan pas naar buiten brengt.
Geniale perfectie, al zullen vele het een ongecontroleerd zootje vinden.

Prince - 1999 (1982)

poster
4,0
1999 is een feestalbum.
Dit is hoe Prince tegen de toekomst aankijkt.
Rond de eeuwwisseling zal dansbare muziek weer heersen.
En hij heeft het absoluut niet verkeerd ingeschat.
House en Dance doen het goed, en dit zal zich ook na het jaar 2000 verder ontwikkelen.
Uiteraard klinkt het nummer 1999 zo’n 17 jaar later gedateerd en minder futuristisch als verwacht, en is de single versie een stuk korter en krachtiger dan de albumversie, sorry puristen, maar dit is mijn mening.
Ik ben ook meer een liefhebber van de kortere Prince nummers.
Het grote probleem op 1999 vind ik dus over het algemeen de lengte van de songs.
Vaak mond het uit op een soort van jamsessie, en voorbeelden als Sly Stone en George Clinton komen daar prima mee weg.
Nee, dan hoor ik liever Prince in zijn compactheid van ander voorbeeld Rick James, tenzij hij mij omver blaast in een geweldige gitaarsolo zoals in Purple Rain.
Ik sluit ook met dat album af.
Opener Let’s Go Crazy lag nog aardig in de lijn van het niks aan de hand gevoel 1999.
Vervolgens liet hij ook een meer gevoelige Prince zien aan een groter publiek, en werd hij een heel stuk succesvoller.
Toch knap, hoe deze normaal zo gesloten, kleine man zich durft open te stellen als een groot meester.

Prince - HitnRun: Phase Two (2015)

poster
3,0
Via een ander topic (bedankt aERo!) kennis gemaakt met een aantal Prince nummers die ik nog niet kende.
Zo eerst The Rainbow Children op waarde leren schatten, en vervolgens kwamen een aantal songs van HitnRun Phase Two voorbij.
Deze wordt uitgebracht onder de naam Prince & the New Power Generation, maar klinkt minder chaotisch als zijn werk met deze band zo rond de jaren 90.
De eerste keer stoorde ik mij aan zijn knipogen met Kiss (Stare) en Take Me With You Rocknroll Loveaffair), nu vind ik het juist wel passen.
Een eerste luisterbeurt had ik ook meer het gevoel dat hij zijn kluis met (half) afgemaakte producties aan het leeg plunderen is, vervolgens verdween dit argument al snel naar de achtergrond.
Na de meer Funk gerichte platen is dit dus gewoon een echt popalbum.
En Stare dan??
Stare heeft een Funk vibe, maar is absoluut geschikt voor het grote publiek.
Voor mijn gevoel is er meer ruimte voor de overige muzikanten, waardoor het meer rust uitstraalt.
Het ademt meer, niet elk vlakje is vol gekladderd met verschillende tinten paars, waardoor het verstikkend zou kunnen gaan werken.
De variatie blijft aanwezig; ikzelf ben een groot liefhebber van het Lenny Kravitz achtige Screwdriver.
Voor mij is dit een meer dan waardig afscheid van een held die het blijkbaar tot het einde in zich had om mooie resultaten af te leveren.
Jammer dat ik dat nu pas ontdek.

Prince - Sign 'O' the Times (1987)

Alternatieve titel: Sign “☮” the Times

poster
4,5
Wat moest ik wennen toen ik de eerste keer het nummer Sign ‘O’ The Times hoorde.
Kon hier helemaal niks mee.
Vond het zelfs gruwelijk saai.
Nam dan ook helemaal niet de moeite om de diepere muzikale lagen te ontdekken.
Prince blies mij omver met het album Purple Rain, zag Sign ‘O’ The Times toch wel als ultieme dieptepunt.
Hoe kan een mens zich vergissen.
De volgende singles U Got The Look en I Could Never Take The Place Of Your Man hadden genoeg overtuigingskracht.
If I Was Your Girlfriend is zelfs briljant te noemen.
Dan krijg je van een klasgenoot een cassettebandje in handen, met daarop het hele album, waardoor je toch een poging onderneemt.
Met The Cross had ik al snel een favoriet erbij.
Toevallig net Thea Beckmans Kruistocht In Spijkertocht gelezen, dit ervaar ik als de ultieme soundtrack van het boek.
Telkens weer bemerk ik de verslavende werking hiervan, alsof ik onbewust aansluiting zoek bij de een of andere vage sekte, en voordat ik me er bewust van ben, zelf het geloof verkondig op straat.

En daar ben ik opeens bij de kern van het geheel.
Sign ‘O’ The Times is het leven op de straat, ergens in een overvolle metropool in de Verenigde Staten.
Housequake zijn de forensen, onderweg naar het werk.
Files en open ramen, waaruit een kakofonie van verschillende radiostations weerklinkt.
I Could Never Take The Place Of Your Man is het verslag van een hoerenloper, die dagelijks betaald, maar nooit de plek van de pooier kan innemen.
Een prostituee die ondanks twee ongeplande zwangerschappen de straat blijft opgaan.
Opdringerige crack rokende verslaafden afgewisseld door irritante Jehova getuigen.
Het mooie studentje wat zich met haar te strakke Save The World shirtje onbedoeld lid maakt van Greenpeace.
Uiteindelijk blijken we allemaal uniek, maar dan wel passend in een opgelegd regime, waarbij zeggenschap steeds minder wordt.
Verdoofd door de felle neonreclame laten we ons als blinden leiden aan de hand van een intelligent ogende Prince.
Waarbij hij ons trekt naar het duistere concertzaaltje onder de sterrenhemel.
Uiteindelijk willen we er gewoon bij zijn.
De Melkweg in Amsterdam.

En dan ben je die medeleerling toch wel dankbaar.
Bedenk me trouwens nu dat hij die tape nooit heeft terug gekregen.

Prince & 3rdEyeGirl - Plectrumelectrum (2014)

poster
3,0
Hier wel benieuwd naar, ik ben wel een liefhebber van zijn gitaarwerk.
Wow opent prettig, het gitaarspel doet mij aan Smashing Pumpkins denken, Prince al gelijk in vorm.
3 vrouwen in de ondersteunende begeleidende rol, doet mij wat aan Sheila E, Wendy & Lisa denken.
Toch wel sterke persoonlijkheden, die zich ook redelijk zonder Prince konden redden.
Pretzelbodylogic sluit hier prima op aan, wat meer richting hardrock, waarbij ik al snel aan de samenwerking van Slash met Lenny Kravitz moet denken, en al snel vergeet dat Prince zelf natuurlijk een meesterlijk gitarist is, dit moet ik blijven benadrukken.
Aintturninround heeft ook die prettige gitaar, en is vervolgens meer uptempo, met zelfs ska achtige stukjes, om vervolgens helemaal los te gaan in een meesterlijke solo.
Plectrumelectrum met uiteraard ook de hoofdrol voor de gitaar, misschien iets te lang, waardoor het als een jam klinkt, maar dat deed een Jimi Hendrix ook voornamelijk.
Bij Whitecaps gaat het tempo wat omlaag, als hij dit nummer jaren eerder had gemaakt, dan had hij deze cadeau aan Michael Jackson kunnen geven, was die ook gelukkig geweest. Op dit album is het een minder nummer.
Bij Fixurlifeup gaat het gelukkig weer helemaal los, en dat hoor ik uiteraard liever, mooi hoe die opbouw zich ontwikkeld met die kenmerkende Red Hot Chili Peppers achtige funk.
Boytrouble is voor mij wel een stapje terug; beetje TLC achtig.
Het is mij duidelijk dat het album na het sterke begin behoorlijk inzakt, Stopthistrain is een niemands dalletje, met een Snoop Dogg achtig riedeltje.
Anotherlove opent wat zwakker, maar gelukkig komt daar wel verandering in, mede door die Fleetwood Mac (Big Love) achtige solo aan het einde.
Tictactoe is helaas te zoet, en past totaal niet tussen de rest.
Bij Marz gaat het tempo goed omhoog, en is bijna een (electro)punk nummer te noemen.
Funknroll met de knipoog naar Metallica in het begin (Master of Puppets) is daardoor grappig, lijkt hierdoor wel weer op een aanklacht bij de grote platenfirma’s, mede door 2 albums gelijk uit te brengen , verder prima funk.
Plectrumelectrum klinkt als een echt album, waarbij ik niet het idee heb dat er nu niet uit de schatkist met oud werk wordt geplunderd, en stukken bewerkt worden, dat gevoel heb ik namelijk wel vanaf The Gold Experience, met uitzondering van The Rainbow Children.
Niet alles is even sterk, maar het klinkt wel als een geheel.

Prince and the Revolution - Around the World in a Day (1985)

poster
3,5
Laat ik maar eerlijk zijn, Around the World in a Day vond ik een behoorlijke tegenvaller na het rockende Purple Rain.
De singles waren een stuk minder pakkend, en al snel verzwakte de aandacht voor zijn werk.
Toch begint het album wel sterk, met het exotische titelnummer, waarbij ik gelijk aan Eldorado van Drum Theatre moest denken; toevallig ook uit 1985.
Toen was deze sound nog wat vreemd, later gebruikte Prince dit wel vaker; Thieves In The Temple is misschien wel het bekendste voorbeeld.
Het einde van het nummer is nog even een vette knipoog naar zijn vorige twee albums.
Paisley Park is de geflopte single, en dat is voor mij best begrijpelijk.
Eigenlijk rockte alles op Purple Rain meer, en dit is een beetje een vertraagde versie van wat op dat album staat, waardoor het kracht mist.
De conclusie was na twee nummers al duidelijk.
Prince is een artiest die gewoon doet waar hij zelf zin in heeft, en niet alleen profiteert van zijn net opgebouwde sterrenstatus.
Around the World in a Day is een wereldreis, met het exotische zuiden, maar ook het verkilde westen, zoals de opbouw van Condition of the Heart.
Raspberry Beret overtuigde mij echter nog het meeste.
Het straalt onbevangen vrolijkheid uit, maar bleef voor mij in de schaduw staan van het al eerder genoemde vorige werk.
In de loop van tijd heeft deze zijn credits alsnog verdiend.
Tamborine heeft die slappende Funksound, zoals later vaker terug te horen is, maar waarmee we in deze periode nog niet zo van hem gewend waren.
America zou nog zeker wel op Purple Rain gepast hebben; een beetje in de stijl van Baby I’m A Star, en een mooie invallende rol van de gitaar.
Pop Life heeft de vibe van Take Me With You, maar die was net iets sensueler.
The Ladder begint met iets wat op het outro lijkt van Purple Rain, en zou alleen daarom al eerder als eerste nummer op dit album gepast hebben, het titelnummer zou dan naar het einde verplaatst kunnen worden.
Hier hoor je de saxofoon terug, die later een grotere rol zou gaan spelen, en onze eigen Candy Dulfer van een mooi extra zakgeldje zou voorzien.
Temptation is Darling Nikki, maar dan in een langere uitvoering, waarbij de tekst nu voor 16 jaar en ouder is; in plaats van 18 jaar en ouder.
Die overgang rond de 5 minuten begrijp ik niet helemaal, dit klinkt als een ander nummer, en ook niet helemaal af.
Maar wat kon dat kleine kereltje gitaar spelen; ongelofelijk!
Voor zijn carrière is heeft dit album een minder grote rol gespeeld, maar ik denk wel dat het voor hemzelf boeiender was dan Purple Rain, getuige het latere gebruik van elementen die hierop voor het eerst overtuigend te horen zijn.

Prince and the Revolution - Parade (1986)

Alternatieve titel: Under the Cherry Moon

poster
3,5
Eigenlijk altijd Prince beschouwd als Wonder Boy, en natuurlijk is hij dat ook, het gevoel voor ritme, en zijn manier van gitaar spelen is van wereld klasse.
Toch valt mij in het lezen van zijn biografie op hoeveel invloed Wendy Melvoin en vooral Lisa Coleman op de muziek hebben gehad.
Lisa was ook geïnteresseerd in klassieke muziek, en maakte op piano veel stukken die later door Prince gebruikt werden.
Voor mij was het ook totaal nieuw dat deze dames samen een relatie hadden.
Waarschijnlijk is hun invloed terug te horen in de zachtheid en sensuele van Under the Cherry Moon.
Parade is het laatste album met The Revolution en Girls and Boys laat al horen welke kant hij op zou gaan; meer funk en een grotere rol voor de blazers.
Misschien waren de latere muzikanten geschoolder; de spirit verdween wel steeds meer.
Vroeger vond ik het merendeel van zijn werk opgewekt, en zeer dansbaar.
Vreemd genoeg hoor ik tegenwoordig vaak soberheid, en zelfs treurnis terug.
Op de een of andere manier voel ik dat ook bij Parade; alsof de bandleden aanvoelen dat dit waarschijnlijk hun laatste samenwerking zal zijn.
Toch vind ik Parade een van zijn betere albums; vooral Girls and Boys, Kiss, Mountains en Sometimes It Snows in April steken er ver boven uit.
Al heb ik die laatste pas echt ontdekt na zijn overlijden.
Parade heeft gewoon de pech gehad dat deze ondersneeuwt werd door de mindere film Under the Cherry Moon.
Bij Purple Rain was de film en soundtrack veel meer in balans.
Zoals ik al vermelde, de laatste met The Revolution; het gemis werd na Sign of the Times steeds duidelijk hoorbaar, op dat album stonden nog aardig wat stukken die hun oorsprong hadden in The Revolution.
Is niemand opgevallen dat op de albumhoes Prince and the R staat, en onderaan Evolution/Parade?
Al een hint naar een nieuwe fase?

Prince and the Revolution - Purple Rain (1984)

poster
5,0
Natuurlijk waren we al bekend geraakt met 1999.
Maar de combinatie van muziek en clip van When Doves Cry sloeg in als een bom.
Die gitaarsolo als introductie voor de komende beelden.
Countdown met de smakelijke stukken uit Purple Rain.
Prince was opeens een held.
Ondanks zijn vrouwelijke laarsjes met te hoge hakken.
Waardoor het voor deze kleine mens mogelijk was om op een te grote motor weg te rijden.
Ik vergeef het hem allemaal.
Die film moest ik zien, en de soundtrack hoorde uiteraard in mijn bezit.
Met dat laatste gingen mijn ouders wel akkoord.
Voor dat eerste heb ik nog twee jaar moeten wachten.
Tweede klas Mavo onder muziekles met 25 pubers naar een wippende Prince en Apollonia kijken.
De leraar met rode oortjes, want die had geen besef wat hij had mee genomen.
En dan nog die vertaling van Darling Nikki.
Die goede man had het eventjes moeilijk.
Ondanks dat de nummers perfect op het witte doek tot zijn recht komen, heeft het album dit niet nodig.
Hier hoor je de veelzijdigheid al van een groot artiest.
En deze kant van Prince bevalt mij het beste.
Natuurlijk zijn de latere funkplaten van hoog nivo.
Laat mij maar een meer rock georiënteerde Prince horen.
Waarbij zijn eigenzinnige gitaarspel het meeste opvalt.
Geen zoetsappig eindresultaat.
Zelfs de ballades The Beautiful Ones en Purple Rain kennen hun uitbarstingen.
Helaas werd dit wel gevolgd door een overdosering uit de Prince stal.
Sheila E, Sheena Easton, The Time en Wendy and Lisa moesten het allen van hetzelfde typerende drumgeluid hebben.

Princess Thailand - And We Shine (2020)

poster
4,0
Het uit Thoulouse afkomstige Franse zestal van Princess Thailand zit gevangen in een tijdscapsule die ergens in de jaren tachtig is blijven steken. Al dolende door een deprimerend labyrint van verstikkende geluiden worstelen ze zich door het voortreffelijke gelijknamige debuut heen. Ondanks de stevige dream explosies ligt de basis overduidelijk in het retro postpunkgeluid. Met de keuze om het accent daar zwaar op te verleggen ontstaat er op And We Shine een dynamische ontwikkeling waarbij de band de mysterieuze horror dreigingen met ethische invloeden achter zich laat. Het slachtveld gevuld met explosieve vernietigingsdrang wordt vakkundig opgeruimd. De overgebleven fundamenten vormen de bouwstenen voor het meer abstracte melodieuze vervolg.

Het Franse A Tant Rêver du Roi label is hierbij de perfect aangewezen compagnon. De vrijheid die ze Princess Thailand toekennen levert een plaat af waarbij die statige controle overheerst en ze koelbloedig een scala aan donkere moeraszwerftochten presenteren. Met First Time wordt er gekneed in aardezwarte dreampop accenten waar dwars doorheen de gothic echo vocalen van catwoman Aniela Bastide heen galmen. Deze excentrieke zangeres voelt zich totaal in haar element tussen de vintage jaren tachtig illustraties, die de wereld rondom haar nog duisterder kleuren.

De stortvloed aan ruizende noise waarmee Sonar opent roept nog eventjes herinneringen op aan het debuut, waarna er ritmisch met zevenmijlsstappen overgeschakeld wordt naar de logge ijzige doom en sfeervolle dromerige gitaarakkoorden. De rommelige blazers aan het begin van In This Room werken niet in het voordeel, en lijken los te staan van die heerlijke twijfelende engelenzang van Aniela Bastide. Met de stevige rocksound van Now Where gooien ze eventjes de poort open naar de jaren negentig waarbij de gitaar en bas de synths in verdrukking brengen.

Ingeleid door de bezwerende sabeldans gekletter in We Shine schakelen ze over in de klagende rust modus waar de melancholiek vanaf druipt. Door het tempo flink op te schroeven raak je zowat in een gabber achtige trance. Na de kerkelijke klokslagen en dito koorzang wordt er vervolgens diep aan de industriële hoek getrokken in het sinistere hevig rockende Night After Day.

De pompende bas en ingehouden geluidssamplers van Into Her Skin jagen je steeds meer richting een dansbare climax op die zich helaas niet openbaart, maar eindigt in een poging om de track te reanimeren. Och, het is een van de weinige smetplekken op de verder intrigerende plaat.

Kortom, And We Shine is een totaal nieuw hoofdstuk in het muzikale boekwerk van deze Franse muzikanten. Met dezelfde energieke houding als haar vrouwelijke voorbeelden lukt het Aniela Bastide om de band op sleeptouw te nemen, en als zware bagage met haar mee te sleuren. Ondanks de zeer strak spelende muzikanten is het overduidelijk wie hier de alles overheersende factor in het geheel is. Aniela Bastide is een ware dominante meesteres. Wat hou ik ervan als die geheimzinnige sensualiteit met hoge hakken de ziel flink pijnigt. Een geslaagd vervolg op de verrassende eersteling.

Princess Thailand - And We Shine | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Propaganda - A Secret Wish (1985)

poster
4,0
Ik kan me wel in jullie beiden vinden.

Aan de ene kant sluit Propaganda aan bij act zoals Frankie Goes To Hollywood met zijn bombastische geluid en voel je de hand van Trevor Horn. Het kan zeker gedateerd aan voelen.
Inderdaad, de juiste plaat op het juiste moment.

Anderszijds heb je hier met een band te maken die een geweldige zangeres in hun midden heeft (en die na dit album weer verdween), mooie teksten heeft. En natuurlijk een geweldige presentatie onder andere door Anton Corbijn.
Verder werken Steve Howe (Yes), David Sylvian (Japan), Steward Copeland (Police), Glenn Gregory (Heaven 17), Ian Mosley (Marillion)

Maar om bij FGTH terug te komen. Bij hun vond ik eigenlijk alleen de singles sterk; hier heb je meer te maken met een heel album.

Dream Within A Dream is dromerig en sfeervol. Ook vanwege de mooie toevoeging van blazers, die later over gaan in gitaarwerk.
Je wordt nieuwsgierig en prettig geprikkeld, en het nodigt uit om verder te luisteren.
The Murder Of Love is overduidelijk Trevor Horn, en toch een van de minst spannende nummers. De sound leunt tegen Simple Minds (Once Upon A Time periode).
Jewel is dus gewoon Duel, alleen is die laatste meer dan geweldig. De eerste is gewoon een snellere zwaardere aanloop er naar toe.
Overbodig nummer.
Vervolgens komt dus Duel, wat ik persoonlijk een van de mooiste nummers uit de jaren 80 vind. De stem van Claudia Brücken is niet met iemand anders te vergelijken. Ze heeft een bepaalde scherpte wat in combinatie met het Duitse accent erg mooi uit komt.
Frozen Faces klinkt een beetje als Anne Clark die een samenwerking aan gaat met Front 242. Spannend nummer met de nodige Electric Body Music elementen, waar natuurlijk de kenmerkende Trevor Horn fragmenten in zitten.
Het krachtige P-Machinery is na Dream Within A Dream en Duel het derde hoogtepunt van dit album. Als je goed luistert hoor je verschillende lagen in de keyboard partijen. Volgens mij gebruikte Veronica het toen ook regelmatig bij aankondiging van programma’s.
Babylon Zoo heeft de oplopende stemmen bij Spaceman duidelijk hier af gekeken.
Sorry For Laughing heeft een mooie opbouw; lekkere doem, naar toegankelijke popdeuntjes.
Dan klinkt The Chase weer een stuk luchtiger, voor mij iets te. Samen met The Murder Of Love duidelijk de minste nummers van A Secret Wish, al is het einde wel weer hoopvol.
De afsluiter Dr. Mabuse heeft elementen van Depeche Mode, maar ook van Maria Magdalena van Sandra. Toch is het een van de betere nummers, vooral halverwege. Geweldig die synthdrum. Duidelijke elementen van de latere house met samplers van klassieke muziekstukken. Beetje Art Of Noise.

P.S. Dr. Mabuse duurt wel veel langer dan de 5 minuten die hier aan gegeven worden. Hou het op ruim het dubbele.

Propaganda - Propaganda (2024)

poster
3,0
Dream Within a Dream, met dit sensuele synthpopnummer opende Propaganda hun debuut A Secret Wish. Propaganda had dat typische ZTT Records geluid, aangedikt door alleskunner Trevor Horn, die het in een hedendaagse blikken Wall Of Sound veranderde. Voeg daarbij nog hun Duitse roots, de krautrockerfenis en de postpunkbeweging toe en je komt bangelijk dicht bij een omschrijving van Propaganda in de buurt. Na een drietal successingles valt het gezelschap uit elkaar en maken ze met 1234 een minder geslaagde doorstart. Voormalige Tears For Fears en Simple Minds bandleden bemoeien zich met het proces, en de dames Claudia Brücken en Susanne Freytag worden vervolgens schaamteloos aan de kant geschoven.

Er speelt op relationele vlak de nodige pijn mee, waar ik hier niet uitgebreid op inga. Na de zoveelste poging om het gezelschap te lijmen, brachten Claudia Brücken en Susanne Freytag onder het xPropaganda vlaggenschip twee jaar geleden The Heart Is Strange uit. Aan het moddergooien komt nog geen einde, nu Ralf Dörper en Michael Mertens met een gelijknamige nieuwe Propaganda plaat revanche nemen. Zangeres Thunder Bae moet ons dat venijnige boosaardige van Claudia Brücken laten vergeten. Een onmogelijke opgave, omdat ze met haar stem toch wel een imposante stempel op het Propaganda geluid drukte. Dan rijst de vraag, wat heeft het afgesplitste Propaganda ons in 2024 nog te bieden? Dream Within a Dream, of een regelrechte nachtmerrie?

De charme van A Secret Wish zit hem vooral in het strenge, die herkenbare Duitse tongval in de zangpartijen van Claudia Brücken. De Britse Thunder Bae heeft dit uiteraard niet, waardoor het een stijlbreuk is die wat onwennig overkomt. They Call Me Nocebo haakt op het in Duitsland zo geliefde coldwave in, een stroming die de hoogtijdagen ergens voorin de jaren negentig had. Ondanks het vergelijkbare voorgeprogrammeerde karakter van de klassieker p:Machinery, mis je hier de hand van Trevor Horn, de architect die de lijnen stevig aandikte en het zwaar aangezette jaren tachtig accent toevoegde. p:Machinery had een ziel die zich naar buiten vocht bij They Call Me Nocebo is deze ziel gemarmerd, en voorzien van slechte voeding. Het is wat kort door de bocht, maar ik voel het niet. Thematisch beantwoordt de track het wantrouwen in de oorspronkelijke zangeres, een zakelijke kwestie die hier nog even uitgespeeld wordt.

Gelukkig herstellen ze zich sterk met de elektro-reggae van Purveyor of Pleasure. Daar is die hang naar het verleden wel aanwezig. Purveyor of Pleasure hint naar het Loser or Winner zinsdeel van de krachtige wraaksong Duel (Eye to Eye). Ervaringen rijker, doordrenkt door schuldgevoelens. Ralf Dörper en vooral Michael Mertens stellen zich prominent op de voorgrond op en willen de luisteraar overtuigen dat ze zich ook zonder een overmacht aan gastmuzikanten staande houden. Dream Within a Dream in een mineurstemming, dromen zijn uitgekomen en vervolgens afgezwakt. Distant benoemt nogmaals de afstand tussen de vier kernleden, de vervreemding als het torenhoge kaartenspel uit elkaar valt.

Vicious Circle is een herbewerking van de 1234 openingstrack. Het dreigbare spanningsveld wordt nu door harde beats en subtiel klassiek toetsenwerk gedomineerd. Een geslaagde remake die de oude versie in waarde laat en er slechts een herzienende blik op loslaat. Maar moet je een middelmatige track na bijna vijfendertig jaar wel opnieuw editen? Het duidt een beetje op ideeënarmoede. Wenn Ich Mir Was Wünschen Dürfte is dan wel een Marlene Dietrich cover, ze gaan er respectvol mee om. Een vette knipoog naar Moments in Love van The Art of Noise, het paradepaardje van ZTT-records. Een duidelijk voorbeeld dat dit ook in het voordeel kan uitvallen.

Tipping Point bewijst dat techno en new age prima samengaan. Het is dezelfde zure regen-milieu-angst als in de jaren tachtig, hetzelfde groene aarde-vraagstuk en hetzelfde bewuste keerpunt. Love:craft is een waardig eerbetoon aan de horrorschrijver wiens leven net zo’n lugubere wending als zijn griezelverhalen kreeg. Michael Mertens richt zich de laatste jaren vooral op het soundtrackwerk voor televisie en film en verzorgde bij Love:craft de beklemmende naargeestige twist. Heel fraai, maar het is geen Propaganda. Hij is tevens het brein achter Dystopian Waltz,  waar nachtelijke suspense zich aan Enigma mystiek hecht. Eigenlijk voegt 1234 al weinig aan A Secret Wish toe en voor Propaganda geldt in principe hetzelfde. De chemie van het debuut is na bemoeienis van buitenaf verdwenen, en ook de hedendaagse touwtrekkerij levert te weinig op om echt enthousiast van te worden.

Propaganda - Propaganda | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Protomartyr - Formal Growth in the Desert (2023)

poster
4,5
Hoe is het mogelijk om angstprikkels te ervaren wanneer emoties gevoelloos verdoofd zijn. Het is de bewuste keuze van het lichaam om deze in paniekaanvallen om te zetten. Bewapen je tegen fatalistische dreiging en duik kansloos de verdediging in. Wanhoop als absorberende voedingsbron. Postpunkband spelen op dit machteloze sentiment in, door hier zwaarbeladen destructieve noise op los te laten. Die onwetendheid van het toekomstperspectief zuigt tijdens het Ultimate Success Today opnameproces alle energie uit Joe Casey, de verhalende frontman van Protomartyr weg. Wat blijft er over als je totaal opgebrand alles gegeven hebt. Niks meer dan leegte toch?

Formal Growth in the Desert staat voor de afgestorven onvruchtbare woestijnvlakte. De fase van na het verval, leven in het niets. De mensheid is een stuurloze mierenkolonie, zonder een daadkrachtige regerende koningin. Levenloze zielen in spookstad Detroit City. Het monddode geweten, Joe Casey is een spreekbuis die deze nietszeggendheid snoeihard verwoordt. Formal Growth in the Desert gaat van de onverwachte wendingen uit. De destructieve kracht laat zijn sporen achter. Hoe we de rotzooi overleven is niet langer meer de vraag. Die puinhoop vormt de nieuwe uitzichtloze bestaansbodem. Zonder muziek is er tijdens de pandemie geen bestaansrecht, de dood wacht zijn moment af om Protomartyr definitief op te eisen. Het voortbestaan van de band hangt aan een afgerafeld draadje, met de onverwoestbare wilskracht van de frontman tot een verstikkende strop bijeengebonden. De stroperige baspartijen van Scott Davidson vervangen de loslatende lijmresten uit het verleden door een nieuw laagje troost.

Joe Casey houdt zich verbeten in, wacht geduldig af om zijn onverwerkte trauma’s aan de maatschappij tentoon te stellen, en het zinloze een zin te schenken. De tekstschrijver speelt met bewustwording, en haalt nog steeds de winst uit de confrontatie. Joe Casey beseft des te meer dat hij hiervoor die innerlijke onrust niet volledig ten koste van zichzelf op de weegschaal moet leggen. Privé heeft hij hoe dan ook de nodige deuken opgelopen. Door het overlijden van zijn dementerende moeder komt dat besef van sterfelijkheid wel heel dichtbij. Die onvervangbare zwaartelast krijgt door de slagvaardige percussieregen van Alex Leonard in het loeizware Graft vs. Host een afsluitende grafbestemming. Vanwege deze tekortkoming is die mantelzorgerrol geen issue meer, en verlaat Joe Casey het ouderlijke huis om zich te ontketen. Je boekt alleen maar winst door verlies en teleurstellingen te aanvaarden. Een nieuwe levensfase in het voorruitzicht.

Met eigenzinnige kromtrekkende gitaarsnaren die zich amper laten stemmen trappen ze in het dwarse Make Way af. Ze ontkrachten tevens de mogelijkheid om een heuse dessert ballad te construeren. Ergens doolt er nog een sensuele rusteloze slidegitaar rond. Vol overgave eist de zanger zijn plek op, om genadeloos toe te slaan. Het vermorzelende opruiende For Tomorrow ontplooit zich tot een punkrock song als Greg Ahee met zijn duivels gitaarspel, de erfenis van het verval in decadente laaghangende geluidswolken een plaats gunt. Gevolgd door de ondraaglijke Elimination Dances spoken waarbij men kansen zorgvuldig liquideert omdat de verspilde tijd het onmogelijk maakt om deze zinvol te benutten. We tekenen ons eigen toekomstperspectief op papier uit. The Author verwezenlijkt de Amerikaanse Droom in een nachtmerrie doemscenario.

Verontrustende We Know the Rats shoegazer misvormingen hechten zich als parasieten aan de noise beginselen vast. En dan kom je tot de ontdekking dat deze wereld niet meer jouw wereld is. Onherkenbaar vervaagd, en de scheefhoudingen tuimelen in het voordeel van de kapitalisten als goudmassa van de weegschaal af. Let’s Tip the Creator. Bundel je woede en frustraties en creëer je eigen tikkende tijdbom. Op Ultimate Success Today klinkt een gedesillusioneerde oververmoeide Joe Casey als een hardnekkige depressie. Formal Growth in the Desert is de ongewilde realistische antireactie en trekt de kromgetrokken waanzin van de voorganger recht. Het is de slepende lijdensweg naar het verlossende Rain Garden kruispunt. Poëet Joe Casey treedt hier in de voetsporen van klaagzang romanticus Morrissey. The World Won’t Listen.

Protomartyr - Formal Growth in the Desert | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Protomartyr - Ultimate Success Today (2020)

poster
4,5
De wankelende wereld staat op het punt van instorten, waarom er niet glimlachend een brok dynamiet onder plaatsen. Het korte lontje van voorganger Joe Casey is al bijna uitgebrand, het is eenvoudig wachten tot hij dat explosieve duwtje krijgt. Het zijn serieuze knapen, die mannen van Protomartyr. Bloedserieus zelfs.

Och wat zijn de andere postpunk bandjes romantische lieverdjes vergeleken met dit uit Detroit afkomstige duister rockende gezelschap. De diepgallige zang wordt zwaar onderschept door treurige blaasinstrumenten, die hun laatste adem als een nevelige jazzwolk over het geheel heen monteren.

De sterk improviserende Jemeel Moondoc gooit er de nodige dwarse altsax partijen doorheen, terwijl Izaak Mills onwaarschijnlijke noten uit zijn klarinet tevoorschijn haalt die het toch al niet misselijke Processed By The Boys dreigend van een klaagmuur aan mysterieuze galmende misthoorn achtige geluiden voorziet. Ook de indrukwekkende gestalte Fred Lonberg-Holm neemt plaats achter zijn cello om op Ultimate Success Today te imponeren.

Want daar hebben we het hier over; Ultimate Success Today, het vijfde plaatwerk van dit onheilspellende Protomartyr. Met hun derde album The Agent Intellect lieten ze mij al verschrikt maar voldaan kennis maken met hun ruwe variant op de postpunk. Een geluid die veel dieper terug gaat naar de kern van de innerlijke aangetaste ziel.

Zeker nu Joe Casey het gevecht met de niet af te remmen ouderdom aangaat, en hier zelfs bijna aan ten onder dreigt te gaan. Want zo staat hij op dit moment in het leven, met een in verval rakend lichaam wat zich vervreemd van zijn ik persoon, en het gestreden lege omhulsel verlammend achter laat. Het burn-out gevoel van een veertiger, die de balans van zijn bestaan opmaakt. Dat beklemmende uit zich in stress gerelativeerde fysieke kwalen met een psychische grondslag, versterkt door een realistisch onzeker toekomstbeeld.

Het is weer allemaal loeizwaar. Nadat de bas er subtiel een strakke basis heeft neergelegd, mogen de blazers er voorzichtig in Day Without End al hun sierlijke kunsten doorheen weven. Een mooie toevoeging, maar het zijn toch zeker wel die typerende lawaaierige gitaarsalvo’s die destructief te werk gaan. Ze zaaien onrust, een verdervende rottende sfeer die perfect aansluit bij de moordende gedachtenspinsels van de in wanhoop badende verhalende vocalist.

Hoe moeilijk en lastig kan je het jezelf maken, als de jaren als een herhalende vervelende trip down memory lane voorbij gaan, en een nieuwe zomer als een straf ervaren wordt. Het vluchtgedrag wordt geadoreerd in het verlangen naar rust in Tranquilizer, zichzelf bewust in quarantaine plaatsend in het ontmoedigende Modern Business Hymns. Zelfs de enigszins opbeurende dromerige zang van Nandi Rose in June 21 wordt hardhandig de kop ingedrukt door explosieve oorverdovende gitaaruithalen die het onmogelijke van de versterkers verlangen. Een mooie warme zonnige dag, dermate geschikt om je testament zorgvuldig samen te stellen.

Ondanks dat Joe Casey oververmoeid de pessimistische woorden eruit perst, is Ultimate Success Today een verademing om naar te luisteren. De diepgang en slopende omlijsting delft de reeds lang overleden ronkende stroeve doodgravers sound opnieuw op, om deze in vergaande staat van ontbinding tentoon te stellen naast de zalvende hoopvolle collega’s. De pijn van het uitkermende Ultimate Success Today laat onuitwisbare sporen achter. Alleen Worm in Heaven kan de opkomende zonnestralen verdragen op deze aardedonkere prachtige plaat.

Protomartyr - Ultimate Success Today | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Psychedelic Porn Crumpets - Fronzoli (2023)

poster
3,5
Psychedelic Porn Crumpets, een beetje vreemd en afwijkend, maar wel lekker. Een naam waarmee je eigenwijs tegen de heilige huisjes aanschopt en waarmee je in principe de bandgekte perfect mee samenvat. Een smakelijke muzikale delicatesse, gestoord uitdagend met de nodige crossover freakcore uitstapjes. Een band waarvan er beweert wordt dat ze elkaar via de plaatselijke drugsdealer leren kennen. Bij Psychedelic Porn Crumpets sta je er niet van te kijken als dit daadwerkelijk het geval is. Ergens moet deze hallucinerende stonertrip zijn oorsprong hebben.

Op Fronzoli zijn de seventies bluesrock invloeden tot een minimum genivelleerd, en klinkt de van oorsprong Britse Jack McEwan Britser dan ooit eerder. Waar Arctic Monkeys een kleine stappen naar die experimentele dwaasheid toewerkt, lukt het Jack McEwan om zich met gemak zo gelikt en clean identiek als Alex Turner te presenteren. Hij blijft die croonende gentlemen, bewapend met de nodige absurde humor. Dat zelfs limiet loze gestoordheid zijn grenzen kent, bewijzen ze wel op het realistische stigma dragende Night Gnomes. Verzetten ze zich daar nog tegen de gekte van een sterrenstatus, op Fronzoli zijn we weer terug bij af. Al die moeite voor niks gedaan of past dit maatpak simpelweg beter.

Nootmare (K.I.L.L.I.N.G) Meow! is een paraderende optocht naar de rand van de platte aarde, waarna ze met een duwtje in het hedendaagse Verenigd Koninkrijk belanden. Toch past deze breed denkende serieuze visie niet helemaal bij de Australische feestbeesten, of ligt er daar een onderliggende gedachte achter. Fronzoli is weer ouderwets onnavolgbaar, en op Nootmare (K.I.L.L.I.N.G) Meow! lanceren ze weer de nodige complexe hoogspanning gitaar riffs. Funkrock crossover volgens de punk hardcore principes. Nootmare (K.I.L.L.I.N.G) Meow! bekijkt van een gepaste afstand de Brexit gevolgen. Vergeet niet dat Australië zich nooit geheel van het Verenigd Koninkrijk heeft laten amputeren, en dat die binding er nog steeds is.

Door de invloed van sociale media, Netflix en sitcoms, injecteren we de ongeboren vrucht al met de nodige nutteloze berichtgevingen waardoor deze met een beschadigde aantasting van het intellectueel de wereld begroet. (I’m a Kadaver) Alakazam, we zijn de dansende levende doden, een leeg karkas met een veelvoud aan non informatie. Psychedelic Porn Crumpets flirt met popkoortjes, eighties new wave, glitterballen disco en identieke retro glamrock. Een georganiseerde warboel met een veelvoud aan onverwachte wendingen. Ontvluchten we de menselijke starheid nu er bijna snoepreisjes naar Mars gerealiseerd worden.

Creëren we daar ons eigen welvarende jaren negentig Utopia? Dilemma Us from Evil maakt deze dromen waar. Een reclamefolder om aan deze behoeftes te voldoen. Geluk kan je inkopen, ongeluk afkopen, het zijn niet meer dan mijmerende Illusions of Grandeur toekomstperspectieven. En nogmaals concludeer ik dat het onnavolgbare Psychedelic Porn Crumpets een weerspiegeling van de huidige maatschappij is. De Cpt. Gravity Mouse Welcome spaceglam is slechts een verzilvering van dat heimelijke kosmische verlangen.

De All Aboard the S.S. Sinker funkrock, de oerknal van het nieuwe nu. We verdringen elkaar om opgefokt de geschepte uitvluchten te verzieken. Het is de nalatige eigenschap van de mensheid om een spoor aan vernieling achter te laten. Al thrashend werken we ons in aanvalsmodus door de track heen. We lachen de ellende in onze persoonlijke Hot! Heat! Wow! Hot! reality soap weg. Heerlijke dragende The Strokes energie waarbij Jack McEwan zijn longen kapot zingt. Het leven is een groot drama, waarom deze niet gedocumenteerd voor het nageslacht wegleggen. Scoren is immers synoniem aan winst toch?

We halen de echte grijze Sierra Nevada grunge naar ons toe en kleuren deze met een fotoshop programma opnieuw in. De lucht is helderder, de rivieren blauwer, de bergen sneeuwwitter. Het ongeduldige chaotische Pillhouse (Papa Moonshine) eist een explosief stukje futurisme op. We hebben jarenlang belasting betaald om die nadagen te waarborgen en laten ons dat niet meer afnemen. We hebben die bunker veiligheid financieel afgedwongen. Mr. & Mrs. Misanthrope heeft de complexiteit van het betere The Smiths en Radiohead werk en maakt snoeihard een einde aan dit ideaalbeeld. Nee, de Psychedelic Porn Crumpets Britpop singers zijn niet zo grappig meer als voorheen. Wat een opluchting! Wat een vreugde!

Psychedelic Porn Crumpets - Fronzoli | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Psychedelic Porn Crumpets - Night Gnomes (2022)

poster
4,0
In een kleurrijk bloemenveld staan ze breed lachend opgesteld, de Psychedelic Porn Crumpets Night Gnomes kaboutertjes. In het holst van de nacht gaan ze helemaal los op buitenhuwelijkse seks, ongeremd drugsmisbruik en liters aan sterke Pisco drank. De psychedelische pornoverslaafde schuimbollen zijn weer helemaal terug. Die toverdrankketel is blijkbaar nog niet helemaal leeg gedronken. Amper een jaar na SHYGA! The Sunlight Mound vervolgt Psychedelic Porn Crumpets hun onderdompelende trip met meer zonnesteek psychedelica, pepvitamines en mediterende gezondheidsgoeroe’s programmeringen.

De stonerriffs zijn nog verslavender, nog gortdroger en nog duisterder maar vooral verrassend evenwichtig. Minder bijtende scherpte, minder gitaargeweld, maar wel bijna kindersprookjes dromerigheid met mellow sixties invloeden. Repelsteeltje wezentjes, zichzelf nachtelijk vermakend in rituele demonische dance moves, gouden rocksongs wevende. Folklore volgens de ondoordringbare mythes en sages principes, met genoeg pompeuze gekte, verdwalende doodlopende kronkelingen en een overvloed aan vervagende illusies en vloeibare suspensies. Was het drugsgebruik voorheen nog een onschuldig vermaak, tegenwoordig is het een elitaire vorm van escapisme.

Het elektronische straaljager spanningsveld Terminus, the Creator gooit alle grenzen open, de hergeboorte van het explosieve Australische Psychedelic Porn Crumpets geluid. Een wervelwind aan rondcirculerende geluiden. Siervogels gekooid gevangen, de vleugels te pletter slaande tegen de tralies, om net als Icarus de vrijheid tegemoet te vliegen. Danny Caddy als rustgevende steunpillaar, de drumpartijen klaren de lucht waarna Jack McEwan als een bovenaardse heerser zijn verontrustende toekomstverwachtingen deelt. De toonzetting is serieus ernstig, volwassen zelfs.

Het Lava Lamp Pisco druivendrank oogstseizoen, sterker dan wijn, hallucinerend volgens de wegzwevende jaren aan vliegend tapijt rijvaardigheidservaringen. Het genot, het gevaarlijk balancerend kopje onder gaan, het destructieve karakter en de slopende naweeën. Roekeloos blindelings met de nodige stevige hypnotiserende fuzzy smeekgitaren. Het fluitende startsein van de blues mondharmonica, de reis gaat hier daadwerkelijk van start. Een imaginerende Willy Wonka chocoladereep track met een gouden randje, om van te smullen zo heerlijk.

Nooit eerder klonken ze zo slacker hippie nonchalant als op het orkestrale sprookjesachtige Dread & Butter, waarin kindertijdherinneringen de rode draad vormen. Een stukje nostalgische veiligheid? Doorgekraste onlogische kamikaze keuzes worden weggummen en voor de buitenwereld weer inzichtelijk gangbaar gemaakt. Bezinning, eeuwigheidsbeloftes en rust in kampvuur romantiek. De levensvisie ideologie is een opgeblazen kauwgumluchtballon, gevuld met vies kleverig Bubblegum Infinity zoetigheid en een hoop valse lucht. Inhaleren en exhaleren, een vluchtige massa brei aan inspirerende drugsdampen wegwerkende.

Het ouderwets freakende Sherbet Straws en het open solerende Acid Dent zijn ritmische sneltrein jamsessies met LSD als brandstof, giftige roze rookwolken producerende. Zelf reflecterend besef dat drugs de zintuigelijke schoonheid van het realisme vervagen. Je bent niet meer dan een parasiterende passagier, voedende met een genezende overdosis aan Psychedelic Porn Crumpets gekte. Het folky Night Gnomes thuistuinier titelnummer is een vrolijke reisgidssong, ontfermende over al het mooie wat de natuur te bieden heeft, ondeugend verwildert onkruid, en helende grondproducten. Pas tegen het einde zijn daar die kenmerkende metal gitaargeweld uitbarstingen weer, die verder gemist worden, maar waarvan de noodzaak op Night Gnomes tot een drastisch minimum is teruggebracht.

Het leven is geen verspeeld risicoloos kansspel meer. Bob Holiday vecht met de cold turkey drang. De repeterende helende bezwerende kracht bots tegen de verdovende roeswaarneming. Het afkicken is problematisch, zeker als de geestelijke en lichamelijke noodzaak zo hoog is dat de wijze levensles een onverschillig einde heeft. Het coronavraagstuk passeert in Microwave Dave; thuiswerknormalisatie en televisie afhankelijkheid. De level verslappende aandacht voor realisme met surrealisme als de nieuwe waarheid.

In Dream, Out, dobbert tegen de stroom in om plaats te maken voor het beangstigende vragende Slinky / Holy Water. De veranderende onbetrouwbare wereld, bezichtigend vanuit de waterige condens van het slaapkamerraam. Het hallucinerende slaaptekort laat de Night Gnomes ontwaken, al kunnen deze met hun tuingereedschap de aarde niet herordenen. Night Gnomes is stukken volwassener en zwarter dan het eerdere Psychedelic Porn Crumpets werk.

Psychedelic Porn Crumpets - Night Gnomes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com