Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Cure - Disintegration (1989)

4,0
0
geplaatst: 12 juli 2008, 13:12 uur
DISINTEGRATION
is een album gevuld met tranen als regendruppels.
Tranen van verdriet en spijt, maar ook tranen van hemels geluk.
Soms vind ik de nummers te lang, wat intregraal beluisteren verzwaart.
Een plaat boordevol "rainsongs" ... het water staat tot aan Roberts lippen.
Plainsong is als een processie zwangere regenwolken.
Ik hoor voortdurend het thema van A Thousand Hours echoën.
Pictures of You is voor mij één van de meest aangrijpende Cure songs.
Met een tekst die zo mooi is omdat hij zo herkenbaar waar is.
Closedown maakt volgens mij het duidelijkst de link met Pornography.
Een donkere compositie met holle drums, maar lichtere synths.
Love Song is een 18 karaatse Cure klassieker.
En heeft een subtiele, jazzy ondertoon: Fly Me to the Moon ...
Last Dance viel weg op de vinyl versie van Disintegration.
Voor mij is het ook een wat te lange sfeerschepping: bijna saai.
Lullaby is een zeer pientere, sluipende singel.
Het nummer probeert je te vangen in een web van suspens.
Fascination Street hoor ik het liefst in zijn knallende, extended versie.
Het is inderdaad een briljante opener voor een avondje Cure.
Prayers for Rain bidt voor een heilzame regenbui.
De verbeten vocalen banen zich een weg door de ellende.
The Same Deep Water as You is een plensbui van emoties.
Maar met die 9.18 minuten word je wel door en doornat.
Disintegration laat het album weer even grollen.
Zo wordt verhinderd dat deze plaat dreigt te verregenen.
Homesick is een ballad met een fijne piano (en een pietsie "dumdum").
Maar het wazige gitaarspel doet de track toch weer verwateren ...
Untitled is nuchter, redt de luisteraar van de verdrinkingsdood
en brengt ons terug met beide voeten op het droge.
De troeven van het album zitten volgens mij
in de diepe, zangerige gitaarlijnen en de synthwolken.
Ze vormen een tegengewicht voor de donkere bas
en de vaak zwaarmoedige teksten.
In zijn vinyl versie beter verteerbaar dan op CD, vind ik.
De b-kanten komen later aan bod.
is een album gevuld met tranen als regendruppels.
Tranen van verdriet en spijt, maar ook tranen van hemels geluk.
Soms vind ik de nummers te lang, wat intregraal beluisteren verzwaart.
Een plaat boordevol "rainsongs" ... het water staat tot aan Roberts lippen.
Plainsong is als een processie zwangere regenwolken.
Ik hoor voortdurend het thema van A Thousand Hours echoën.
Pictures of You is voor mij één van de meest aangrijpende Cure songs.
Met een tekst die zo mooi is omdat hij zo herkenbaar waar is.
Closedown maakt volgens mij het duidelijkst de link met Pornography.
Een donkere compositie met holle drums, maar lichtere synths.
Love Song is een 18 karaatse Cure klassieker.
En heeft een subtiele, jazzy ondertoon: Fly Me to the Moon ...
Last Dance viel weg op de vinyl versie van Disintegration.
Voor mij is het ook een wat te lange sfeerschepping: bijna saai.
Lullaby is een zeer pientere, sluipende singel.
Het nummer probeert je te vangen in een web van suspens.
Fascination Street hoor ik het liefst in zijn knallende, extended versie.
Het is inderdaad een briljante opener voor een avondje Cure.
Prayers for Rain bidt voor een heilzame regenbui.
De verbeten vocalen banen zich een weg door de ellende.
The Same Deep Water as You is een plensbui van emoties.
Maar met die 9.18 minuten word je wel door en doornat.
Disintegration laat het album weer even grollen.
Zo wordt verhinderd dat deze plaat dreigt te verregenen.
Homesick is een ballad met een fijne piano (en een pietsie "dumdum").
Maar het wazige gitaarspel doet de track toch weer verwateren ...
Untitled is nuchter, redt de luisteraar van de verdrinkingsdood
en brengt ons terug met beide voeten op het droge.
De troeven van het album zitten volgens mij
in de diepe, zangerige gitaarlijnen en de synthwolken.
Ze vormen een tegengewicht voor de donkere bas
en de vaak zwaarmoedige teksten.
In zijn vinyl versie beter verteerbaar dan op CD, vind ik.
De b-kanten komen later aan bod.
The Cure - Faith (1981)

4,0
0
geplaatst: 1 juli 2008, 11:38 uur
FAITH
Dit album is toch net iets meer dan een kopie van Seventeen Seconds.
Het is het consolideren van een eigen geluid, een eigen Cure sound.
Al zijn de invloeden van Joy Division nooit veraf, toch vind ik
dit album minder zwaar op het gemoed wegen dan Pornography.
The holy Hour heeft een heerlijke "onderwater" basgeluid.
En eigenlijk word je op dit album ook ondergedompeld in weltschmerz.
Primary is A Forest nog eens dunnetjes (maar sneller) over.
Maar vergis je niet, er zit behoorlijk wat venijn in de knappe tekst.
Other Voices is een van mijn favorieten hier.
Een bijzonder sfeervol nummer met heerlijke bas en spooky vocalen.
All Cats are grey heeft een intrigerend drumpatroon.
Een voorstudie van wat ik graag een Curiaanse "rainsong" noem.
Een Curiaanse "rainsong" is omgeven door een regen van synths.
Het ritme is traag, de bas is loom en de vocalen galmen.
Op Pornography (Cold) geperfectioneerd en later meermaals
terug te vinden op bijvoorbeeld Disintegration.
The Funeral Party heeft ook zo'n regenachtige synthakkoorden.
Van deze tekst wordt beweerd dat hij naar de pas overleden Ian Curtis verwijst.
Doubt doorbeekt op gepaste wijze de monotomie van de vorige tracks.
Jammer echter dat het vooral in de vocalen te veel op Primary lijkt.
The drowning Man is een juweeltje van een akkoordenschema.
Een bijzonder op het gemoed werkend klanktapijt met een sterke tekst.
Faith neigt misschien nog het meest naar het Seventeen Seconds album.
Die korte, droge drumslagen begeleiden een bijna minimalistische compositie.
Descent is een b-kant pur sang.
Een experimenteel duet tussen bas en gitaar in de sfeer van het album.
Charlotte sometimes markeert wondermooi de overgang van Faith naar Pornography.
Maar de hitpotentie van het lied brengt mij ook bij het werk op Japanese whispers.
Splintered in her Head ligt in de lijn van Descent.
Dit keer zijn het bas en drums die een experimenteel gevecht met elkaar aangaan.
Carnage Visors hoorde ik tot nog toe slechts één maal.
Ik herinner me dat het klonk als een soundtrack in de albumstijl.
Jammer genoeg is Carnage Visors het enige nummer van de Cure
dat ik (samen met de twee recentste albums) niet in mijn collectie heb.
Maar ik twijfel om de deluxe versie van Faith aan te schaffen.
Ik hou niet zo van al die bonus live- en demoversies.
Wel leuk om eens te horen, maar niet om daarna nog vaak te herhalen.
Dit album is toch net iets meer dan een kopie van Seventeen Seconds.
Het is het consolideren van een eigen geluid, een eigen Cure sound.
Al zijn de invloeden van Joy Division nooit veraf, toch vind ik
dit album minder zwaar op het gemoed wegen dan Pornography.
The holy Hour heeft een heerlijke "onderwater" basgeluid.
En eigenlijk word je op dit album ook ondergedompeld in weltschmerz.
Primary is A Forest nog eens dunnetjes (maar sneller) over.
Maar vergis je niet, er zit behoorlijk wat venijn in de knappe tekst.
Other Voices is een van mijn favorieten hier.
Een bijzonder sfeervol nummer met heerlijke bas en spooky vocalen.
All Cats are grey heeft een intrigerend drumpatroon.
Een voorstudie van wat ik graag een Curiaanse "rainsong" noem.
Een Curiaanse "rainsong" is omgeven door een regen van synths.
Het ritme is traag, de bas is loom en de vocalen galmen.
Op Pornography (Cold) geperfectioneerd en later meermaals
terug te vinden op bijvoorbeeld Disintegration.
The Funeral Party heeft ook zo'n regenachtige synthakkoorden.
Van deze tekst wordt beweerd dat hij naar de pas overleden Ian Curtis verwijst.
Doubt doorbeekt op gepaste wijze de monotomie van de vorige tracks.
Jammer echter dat het vooral in de vocalen te veel op Primary lijkt.
The drowning Man is een juweeltje van een akkoordenschema.
Een bijzonder op het gemoed werkend klanktapijt met een sterke tekst.
Faith neigt misschien nog het meest naar het Seventeen Seconds album.
Die korte, droge drumslagen begeleiden een bijna minimalistische compositie.
Descent is een b-kant pur sang.
Een experimenteel duet tussen bas en gitaar in de sfeer van het album.
Charlotte sometimes markeert wondermooi de overgang van Faith naar Pornography.
Maar de hitpotentie van het lied brengt mij ook bij het werk op Japanese whispers.
Splintered in her Head ligt in de lijn van Descent.
Dit keer zijn het bas en drums die een experimenteel gevecht met elkaar aangaan.
Carnage Visors hoorde ik tot nog toe slechts één maal.
Ik herinner me dat het klonk als een soundtrack in de albumstijl.
Jammer genoeg is Carnage Visors het enige nummer van de Cure
dat ik (samen met de twee recentste albums) niet in mijn collectie heb.
Maar ik twijfel om de deluxe versie van Faith aan te schaffen.
Ik hou niet zo van al die bonus live- en demoversies.
Wel leuk om eens te horen, maar niet om daarna nog vaak te herhalen.
The Cure - In Between Days (1985)

0
geplaatst: 1 februari 2016, 14:34 uur
IN BETWEEN DAYS
12" single die aan het album The Head on the Door vooraf ging.
In Between Days in zijn gewone album of 7" versie
aangesterkt met twee van de allerbeste Cure b-kantjes.
Ze hadden zomaar op het album gekund.
The Exploding Boy klinkt met een sax in de hoofdrol als het extraverte neefje van In Between Days.
De synthesizers in A Few Hours After This doen me aan de albumtrack Six Different Ways denken.
12" single die aan het album The Head on the Door vooraf ging.
In Between Days in zijn gewone album of 7" versie
aangesterkt met twee van de allerbeste Cure b-kantjes.
Ze hadden zomaar op het album gekund.
The Exploding Boy klinkt met een sax in de hoofdrol als het extraverte neefje van In Between Days.
De synthesizers in A Few Hours After This doen me aan de albumtrack Six Different Ways denken.
The Cure - Japanese Whispers (1983)
Alternatieve titel: The Singles Nov 82 : Nov 83

4,0
0
geplaatst: 1 juli 2008, 11:11 uur
Robert Smith zat na Pornography op een dood spoor.
Hoe moest het verder na de "zondvloed"?
De drie singels na dit album lijken dan ook vingeroefeningen.
Let's go to Bed en The Walk liggen wat dat betreft in elkaars verlengde.
Smith zocht naar de balans tussen doem en pop.
The Lovecats is een meer gedurfde koerswijziging
die Robert Smith uiteindelijk bij de folkwave van The Top
en de popwave van The Head on the Door zal brengen.
De Japanese Whispers mini-verzamelaar
heb ik altijd net iets te fragmentarisch gevonden.
Het is in mijn ogen dan ook geen volwaardige Cure elpee.
The Lovecats sluit veel beter aan bij The Top.
En daarom verbind ik de twee andere singels met Pornography.
Ook omdat dat album op zich mij net iets minder aanspreekt.
Ik heb een vinylversie van het album en daarop tref ik
de extended versie (een minuutje langer) van The Lovecats aan.
Op CD staat echter de gewone singel versie.
Jammer trouwens dat Mr. Pink Eyes ontbreekt.
Hoe moest het verder na de "zondvloed"?
De drie singels na dit album lijken dan ook vingeroefeningen.
Let's go to Bed en The Walk liggen wat dat betreft in elkaars verlengde.
Smith zocht naar de balans tussen doem en pop.
The Lovecats is een meer gedurfde koerswijziging
die Robert Smith uiteindelijk bij de folkwave van The Top
en de popwave van The Head on the Door zal brengen.
De Japanese Whispers mini-verzamelaar
heb ik altijd net iets te fragmentarisch gevonden.
Het is in mijn ogen dan ook geen volwaardige Cure elpee.
The Lovecats sluit veel beter aan bij The Top.
En daarom verbind ik de twee andere singels met Pornography.
Ook omdat dat album op zich mij net iets minder aanspreekt.
Ik heb een vinylversie van het album en daarop tref ik
de extended versie (een minuutje langer) van The Lovecats aan.
Op CD staat echter de gewone singel versie.
Jammer trouwens dat Mr. Pink Eyes ontbreekt.
The Cure - Kiss Me, Kiss Me, Kiss Me (1987)

4,0
0
geplaatst: 9 juli 2008, 23:33 uur
KISS ME KISS ME KISS ME
doet me eraan denken dan ik de remaster
met Hey You erop dringend moet aanschaffen.
Lang geleden dat ik dit album integraal beluisterde.
The Kiss is een logge intro op de dubbelelpee.
Dit is een Cure die ik minder graag hoor (Pornography-esque).
Catch is een ... tja, catchy singel met een lieflijke tekst.
Vanaf The Head on the Door schrijft Smith soms ook "dumdum" liedjes.
Torture is weer zo'n loodzware Curesong die mijn spijsvertering kwelt.
Samen met The Kiss en Shiver and Shake een van de minder leuke nummers.
If Only Tonight We Could Sleep is een duizend-en-één nachten sprookje.
Hier heb ik in jongere jaren ooit nog de liefde op bedreven.
Why Can't I Be You is een vlotte klassesingel (bijna rock & roll).
Net als Close To Me existentialistisch in het kwadraat.
How Beautiful You Are wordt vaak als lieveling getipt.
Ik struikel altijd over de bizarre tekst ... ook nu weer eigenlijk.
The Snakepit vind ik heerlijk toeven (Wailing Wall deel 2 eigenlijk).
Wie zijn best doet kan hier zelfs Dead Can Dance in terughoren.
Hey You heb ik voorlopig alleen maar in de Join the Dots extended versie.
Ik kom hier dan ook met graagte later op terug.
Just Like Heaven is Roberts persoonlijke lieveling.
Ik vind het ook best een sterke singel met een heerlijke regenbooggitaar.
All I want is behoorlijk distorted, maar dat vind ik wel okee.
Opnieuw hoor je tussen de gitaar- en synthlijnen New Order (Brotherhood).
Hot! Hot! Hot! was een behoorlijke discostunt van de Cure.
Zeker twintig keer zo shaky in zijn onvolprezen extended (Mixed Up) versie.
One More Time is de enige, zij het hemelsmooie, "rainsong" van de plaat.
Zo'n Cure nummer waarbij de pluviometers van het gemoed meteen vol lopen.
Like Cockatoos vind ik een van de allerbeste nummers hier.
Eindelijk nog eens een nieuw en geslaagd geluid. (Over de kapsels van de band?)
Icing Sugar doet The Baby Screams nog eens geraffineerd over.
De saxofoon in de misschien iets te lange intro, maakt het verschil.
The Perfect Girl is een zorgeloos happy "dumdum" liedje.
Misschien net iets te kort en dus geen singel, maar hitpotentie zat.
A Thousand Hours was lang een van mijn Cure favorieten.
Die zachte piano en die tekstflarden: for how much longer must I howl into this wind.
Shiver and Shake is weer gevaarlijk donker van kleur.
Een huilende gitaarmuur waar mijn oren moeilijk doorheen breken.
Fight is gelukkig wel weer een muzikale opsteker.
Vocaal maakt Smith het hier zich volgens mij iets te makkelijk.
Dit was een hele boterham.
Soms met een dikke laag choco of gesuikerde jam,
dan weer met een plak belegen kaas of gerookte ham.
Een flauwe vergelijking om aan te geven dat het in de eerste plaats
een zeer gevarieerd album is, waarop zowel de zwaarmoedige
als de opgewekte zijde van Robert Smiths begenadigde
songschrijversschap aan de oppervlakte komen.
Is het okee als ik de b-kanten even opspaar, want die
heb ik eigenlijk nog nooit met de volle aandacht beluisterd?
doet me eraan denken dan ik de remaster
met Hey You erop dringend moet aanschaffen.
Lang geleden dat ik dit album integraal beluisterde.
The Kiss is een logge intro op de dubbelelpee.
Dit is een Cure die ik minder graag hoor (Pornography-esque).
Catch is een ... tja, catchy singel met een lieflijke tekst.
Vanaf The Head on the Door schrijft Smith soms ook "dumdum" liedjes.
Torture is weer zo'n loodzware Curesong die mijn spijsvertering kwelt.
Samen met The Kiss en Shiver and Shake een van de minder leuke nummers.
If Only Tonight We Could Sleep is een duizend-en-één nachten sprookje.
Hier heb ik in jongere jaren ooit nog de liefde op bedreven.
Why Can't I Be You is een vlotte klassesingel (bijna rock & roll).
Net als Close To Me existentialistisch in het kwadraat.
How Beautiful You Are wordt vaak als lieveling getipt.
Ik struikel altijd over de bizarre tekst ... ook nu weer eigenlijk.
The Snakepit vind ik heerlijk toeven (Wailing Wall deel 2 eigenlijk).
Wie zijn best doet kan hier zelfs Dead Can Dance in terughoren.
Hey You heb ik voorlopig alleen maar in de Join the Dots extended versie.
Ik kom hier dan ook met graagte later op terug.
Just Like Heaven is Roberts persoonlijke lieveling.
Ik vind het ook best een sterke singel met een heerlijke regenbooggitaar.
All I want is behoorlijk distorted, maar dat vind ik wel okee.
Opnieuw hoor je tussen de gitaar- en synthlijnen New Order (Brotherhood).
Hot! Hot! Hot! was een behoorlijke discostunt van de Cure.
Zeker twintig keer zo shaky in zijn onvolprezen extended (Mixed Up) versie.
One More Time is de enige, zij het hemelsmooie, "rainsong" van de plaat.
Zo'n Cure nummer waarbij de pluviometers van het gemoed meteen vol lopen.
Like Cockatoos vind ik een van de allerbeste nummers hier.
Eindelijk nog eens een nieuw en geslaagd geluid. (Over de kapsels van de band?)
Icing Sugar doet The Baby Screams nog eens geraffineerd over.
De saxofoon in de misschien iets te lange intro, maakt het verschil.
The Perfect Girl is een zorgeloos happy "dumdum" liedje.
Misschien net iets te kort en dus geen singel, maar hitpotentie zat.
A Thousand Hours was lang een van mijn Cure favorieten.
Die zachte piano en die tekstflarden: for how much longer must I howl into this wind.
Shiver and Shake is weer gevaarlijk donker van kleur.
Een huilende gitaarmuur waar mijn oren moeilijk doorheen breken.
Fight is gelukkig wel weer een muzikale opsteker.
Vocaal maakt Smith het hier zich volgens mij iets te makkelijk.
Dit was een hele boterham.
Soms met een dikke laag choco of gesuikerde jam,
dan weer met een plak belegen kaas of gerookte ham.
Een flauwe vergelijking om aan te geven dat het in de eerste plaats
een zeer gevarieerd album is, waarop zowel de zwaarmoedige
als de opgewekte zijde van Robert Smiths begenadigde
songschrijversschap aan de oppervlakte komen.
Is het okee als ik de b-kanten even opspaar, want die
heb ik eigenlijk nog nooit met de volle aandacht beluisterd?
The Cure - Mixed Up (1990)

4,0
0
geplaatst: 10 mei 2012, 13:02 uur
MIXED UP 1990
Staat dit album op zijn plaats tussen de verzamelalbums?
Daar kan je over discussiëren aangezien tracks 1, 3, 5, 8 en 9
eerder al op 12" verschenen. De andere remixen zijn echter nieuw.
Op de 12" single van Never Enough vind je Let's Go to Bed [Milk Mix].
En op de 12" van Close to Me [Closer Mix] kan je met Just Like Heaven [Dizzy Mix]
en Primary [Red Mix] nog drie eclusieve, herziene versies van Cure klassiekers vinden.
En wie weet wat er nog in de kluizen op ons ligt te wachten?
Killing an Arab [Desert Storm Mix] ... stel je voor.
De uitgebreide versie van Fascination Street is voor mijn part de definitieve.
Maar ook Lullaby (erg gebaat bij een uitgesponnen mix) en Lovesong staan als een huis.
De dub mix van Pictures of You is okee, maar ik vind de albumversie uiteindelijk toch de beste.
Hot Hot Hot!!! is een erg knappe disco met toeters adapatie, beter dan het origineel.
Van Why Can't I Be You? hoor je duidelijk dat het om een mid 80s extended versie gaat.
Die gaan vaak gebukt onder hoorbaar knip en plakwerk ... ontbreekt op de cd.
Never Enough vond ik altijd een erg goeie single. The Cure slaagt er volgens mij in
om een anno 1990 bijzonder hip en eigentijds geluid neer te zetten. Met dat hakkende ritme.
De oude songs in een nieuw jasje vind ik best aardig om te horen.
Het wordt tijd dat men dit plaatje eens deftig heruitbrengt (een deluxe editie?)
met daarop om te beginnen Why Can't I Be You? [Extended Mix] dat op de vinyl release stond.
En dan kunnen die hierboven vermelde bonustracks er natuurlijk ook eindelijk eens bij.
En waarom niet alle gewone, oude 12" versies?
Let's Go to Bed, The Lovecats, Inbetween Days en Close to Me bijvoorbeeld.
En mij lijkt er dan nog ruimte voor de 12" versies van de Wish singles.
Als laatste stap in de deluxe edities soap, zou ik dan Wish nog eens willen beluisteren
in digitaal opgepoetste versie. Want het schijfje uit 1992 begint een beetje slijtage te vertonen.
En waarom die release niet vergezellen van de live-tweeling Show en Paris op dvd?
ps. Er bestaat volgens mij ook een deluxe cd release uit 1990
doe zich presenteert als een vinyl album en waarop Why Can't I Be You! wel staat.
Staat dit album op zijn plaats tussen de verzamelalbums?
Daar kan je over discussiëren aangezien tracks 1, 3, 5, 8 en 9
eerder al op 12" verschenen. De andere remixen zijn echter nieuw.
Op de 12" single van Never Enough vind je Let's Go to Bed [Milk Mix].
En op de 12" van Close to Me [Closer Mix] kan je met Just Like Heaven [Dizzy Mix]
en Primary [Red Mix] nog drie eclusieve, herziene versies van Cure klassiekers vinden.
En wie weet wat er nog in de kluizen op ons ligt te wachten?
Killing an Arab [Desert Storm Mix] ... stel je voor.
De uitgebreide versie van Fascination Street is voor mijn part de definitieve.
Maar ook Lullaby (erg gebaat bij een uitgesponnen mix) en Lovesong staan als een huis.
De dub mix van Pictures of You is okee, maar ik vind de albumversie uiteindelijk toch de beste.
Hot Hot Hot!!! is een erg knappe disco met toeters adapatie, beter dan het origineel.
Van Why Can't I Be You? hoor je duidelijk dat het om een mid 80s extended versie gaat.
Die gaan vaak gebukt onder hoorbaar knip en plakwerk ... ontbreekt op de cd.
Never Enough vond ik altijd een erg goeie single. The Cure slaagt er volgens mij in
om een anno 1990 bijzonder hip en eigentijds geluid neer te zetten. Met dat hakkende ritme.
De oude songs in een nieuw jasje vind ik best aardig om te horen.
Het wordt tijd dat men dit plaatje eens deftig heruitbrengt (een deluxe editie?)
met daarop om te beginnen Why Can't I Be You? [Extended Mix] dat op de vinyl release stond.
En dan kunnen die hierboven vermelde bonustracks er natuurlijk ook eindelijk eens bij.
En waarom niet alle gewone, oude 12" versies?
Let's Go to Bed, The Lovecats, Inbetween Days en Close to Me bijvoorbeeld.
En mij lijkt er dan nog ruimte voor de 12" versies van de Wish singles.
Als laatste stap in de deluxe edities soap, zou ik dan Wish nog eens willen beluisteren
in digitaal opgepoetste versie. Want het schijfje uit 1992 begint een beetje slijtage te vertonen.
En waarom die release niet vergezellen van de live-tweeling Show en Paris op dvd?
ps. Er bestaat volgens mij ook een deluxe cd release uit 1990
doe zich presenteert als een vinyl album en waarop Why Can't I Be You! wel staat.
The Cure - Pornography (1982)

4,0
0
geplaatst: 30 juni 2008, 18:07 uur
PORNOGRAPHY
Mijn eigen CDversie nog eens beluisterd en gewogen.
One hundred Years heeft meer hitpotentie dan The hanging Garden.
Het nummer sluit bijzonder goed aan bij de vorige singel Charlotte sometimes.
A short Term Effect is zeer kenmerkend voor het Pornography geluid.
Holle drums, botte bas, ijlende gitaren, hallucinerende synths en huilende vocalen.
The hanging Garden werd de singel, een van de minst succesvolle.
Een bijzonder sterk nummer, dat wel, maar te broeiërig om te scoren.
Siamese Twins toont het oosters klanktapijt van de Cure.
Maar veel meer dan een interessant ritmepatroon is dit nummer niet.
The Figurehead vond ik altijd een moeilijk verteerbare compositie.
Hier moet je van houden, zoniet word je zelf haast een beetje onwel.
A strange Day knipoogt met zijn titel naar Truth van New Order.
Het nummer wordt van z'n eigen ondergang gered door de prachtige gitaarpartij.
Cold is de eerste definitieve "rainsong" van de Cure.
Het nummer dat de connectie zal maken met Disintegration uit 1989.
Pornography is niet aan mij besteed.
Hier verzandt de groep muzikaal in haar eigen zieleroerselen.
Let's go to Bed past perfect na Pornography op mijn CD (ook eens proberen).
De lichtvoetige pop van deze singel countert de zwaarmoedigheid van het album.
Just one Kiss klinkt gek genoeg als een b-kant van The Walk.
Een periode waarin Robert Smith het evenwicht zoekt tussen doem en pop.
The Walk vergelijk ik graag met Blue Monday.
Net als zijn idolen van New Order verkent Smith hier de sequencer.
The Dream vind ik dan weer klinken als de b-kant van Let's go to Bed.
Wellicht zijn deze 6 bonustracks met dezelfde middelen tot stand gekomen.
Lament laat een heel wat lichtere Cure horen.
Voor de kenners: dit nummer klinkt als vroege Cocteau Twins.
The upstairs Room had misschien wel een singel kunnen zijn.
Maar allicht komt het toch net iets te dicht bij The Walk.
Pornograpy is niet mijn favoriete Cure plaat.
Daarvoor is ze te donker, te broeiërig en te ijl.
Maar met Let's go to Bed, The Walk en de bijhorende bonustracks
krijgt het album voldoende tegengewicht om met "plezier" naar te luisteren.
Daarom (en vooral daarom) toch opgewaardeerd naar 4 sterren.
Mijn eigen CDversie nog eens beluisterd en gewogen.
One hundred Years heeft meer hitpotentie dan The hanging Garden.
Het nummer sluit bijzonder goed aan bij de vorige singel Charlotte sometimes.
A short Term Effect is zeer kenmerkend voor het Pornography geluid.
Holle drums, botte bas, ijlende gitaren, hallucinerende synths en huilende vocalen.
The hanging Garden werd de singel, een van de minst succesvolle.
Een bijzonder sterk nummer, dat wel, maar te broeiërig om te scoren.
Siamese Twins toont het oosters klanktapijt van de Cure.
Maar veel meer dan een interessant ritmepatroon is dit nummer niet.
The Figurehead vond ik altijd een moeilijk verteerbare compositie.
Hier moet je van houden, zoniet word je zelf haast een beetje onwel.
A strange Day knipoogt met zijn titel naar Truth van New Order.
Het nummer wordt van z'n eigen ondergang gered door de prachtige gitaarpartij.
Cold is de eerste definitieve "rainsong" van de Cure.
Het nummer dat de connectie zal maken met Disintegration uit 1989.
Pornography is niet aan mij besteed.
Hier verzandt de groep muzikaal in haar eigen zieleroerselen.
Let's go to Bed past perfect na Pornography op mijn CD (ook eens proberen).
De lichtvoetige pop van deze singel countert de zwaarmoedigheid van het album.
Just one Kiss klinkt gek genoeg als een b-kant van The Walk.
Een periode waarin Robert Smith het evenwicht zoekt tussen doem en pop.
The Walk vergelijk ik graag met Blue Monday.
Net als zijn idolen van New Order verkent Smith hier de sequencer.
The Dream vind ik dan weer klinken als de b-kant van Let's go to Bed.
Wellicht zijn deze 6 bonustracks met dezelfde middelen tot stand gekomen.
Lament laat een heel wat lichtere Cure horen.
Voor de kenners: dit nummer klinkt als vroege Cocteau Twins.
The upstairs Room had misschien wel een singel kunnen zijn.
Maar allicht komt het toch net iets te dicht bij The Walk.
Pornograpy is niet mijn favoriete Cure plaat.
Daarvoor is ze te donker, te broeiërig en te ijl.
Maar met Let's go to Bed, The Walk en de bijhorende bonustracks
krijgt het album voldoende tegengewicht om met "plezier" naar te luisteren.
Daarom (en vooral daarom) toch opgewaardeerd naar 4 sterren.
The Cure - Seventeen Seconds (1980)

4,0
0
geplaatst: 5 juli 2008, 15:05 uur
SEVENTEEN SECONDS
Wat een koerswijziging met hun debuut.
De Cure zocht en vond haar eigen geluid op Seventeen Seconds.
A Reflection is een sfeervolle opener die de mistige toon zet.
De gitaren van Smith klinken tegelijk apart en herkenbaar.
Play for Today grijpt nog even terug naar de oude formule.
Maar het arrangement is verzorgder, mooier uitgebalanceerd.
Secrets is een van mijn absolute Cure favorieten.
De gitaar klinkt als een muzikale mantra doorheen het nauwelijks gezongen lied.
In your House is een staalkaart van deze nieuwe Cure sound.
De onderwater bas van Gallup en de bijna mechanische drumklik van Tolhurst.
Three doet me denken aan de hoes.
Een door regen beslagen raam op de wereld.
The final Sound is niet veel meer dan een muzikale impressie.
Een nummer dat er geen is, maar toch een accent legt tussen de langere tracks.
A Forest is zonder twijfel een van de sterkste new wave nummers ooit.
Het (regen)woud als metafoor van een door vervreemding geteisterde wereld.
Ik zie een dansvloer met onbeweeglijke lichamen.
Bij elk synthesizer akkoord in de intro gaat een spot branden.
Van zodra bas en drums invallen beginnen de lichamen te dansen.
Lichamen als bomen en daartussen de ik-figuur
die op zoek gaat naar dat ene, onbereikbare meisje.
M was Roberts ode aan vriendin Marian.
Mooie gitaar riff en dat typische, vocale snauwen van Smith.
At Night zit qua sound heel dicht in het vaarwater van Joy Division.
Klinkt als een uitgemergelde Dead Souls, maar herkenbaar door de drums.
Seventeen Seconds is als een geeuwende metronoom.
Als ik deze plaat voor bedtijd draai, val ik hier gegarandeerd in slaap.
Schitterende plaat, deze Seventeen Seconds.
En het klopt wat Funk Star hieronder over het begrip "leegte" schrijft.
Another Journey by Train huppelt wat onwennig
tussen Three Imaginary Boys en Seventeen Seconds.
Jumping someone else's Train ... Another Journey by Train.
De Cure zocht en vond een eigen spoor, een eigen richting, een nieuw geluid.
Omdat ik mijn eigen CDtjes brand met bonustracks
en er zoveel extra nummers bestaan uit hun beginperiode,
besloot ik de drie fameuze Hansa sessions tracks hier toe te voegen.
Plastic Passion was de b-kant van Boys don't cry.
Een kort snoepje boordevol lekkere hooks.
Pillbox Tales is een behoorlijk noisy nummer.
Een van de weinig keren dat de Cure mainstream punk klinkt.
Do the Hansa is een leuke grap met dat gemaakte Duitse taaltje.
Een opgestoken middelvinger richting Hansa, heel even hun platenlabel.
Wat een koerswijziging met hun debuut.
De Cure zocht en vond haar eigen geluid op Seventeen Seconds.
A Reflection is een sfeervolle opener die de mistige toon zet.
De gitaren van Smith klinken tegelijk apart en herkenbaar.
Play for Today grijpt nog even terug naar de oude formule.
Maar het arrangement is verzorgder, mooier uitgebalanceerd.
Secrets is een van mijn absolute Cure favorieten.
De gitaar klinkt als een muzikale mantra doorheen het nauwelijks gezongen lied.
In your House is een staalkaart van deze nieuwe Cure sound.
De onderwater bas van Gallup en de bijna mechanische drumklik van Tolhurst.
Three doet me denken aan de hoes.
Een door regen beslagen raam op de wereld.
The final Sound is niet veel meer dan een muzikale impressie.
Een nummer dat er geen is, maar toch een accent legt tussen de langere tracks.
A Forest is zonder twijfel een van de sterkste new wave nummers ooit.
Het (regen)woud als metafoor van een door vervreemding geteisterde wereld.
Ik zie een dansvloer met onbeweeglijke lichamen.
Bij elk synthesizer akkoord in de intro gaat een spot branden.
Van zodra bas en drums invallen beginnen de lichamen te dansen.
Lichamen als bomen en daartussen de ik-figuur
die op zoek gaat naar dat ene, onbereikbare meisje.
M was Roberts ode aan vriendin Marian.
Mooie gitaar riff en dat typische, vocale snauwen van Smith.
At Night zit qua sound heel dicht in het vaarwater van Joy Division.
Klinkt als een uitgemergelde Dead Souls, maar herkenbaar door de drums.
Seventeen Seconds is als een geeuwende metronoom.
Als ik deze plaat voor bedtijd draai, val ik hier gegarandeerd in slaap.
Schitterende plaat, deze Seventeen Seconds.
En het klopt wat Funk Star hieronder over het begrip "leegte" schrijft.
Another Journey by Train huppelt wat onwennig
tussen Three Imaginary Boys en Seventeen Seconds.
Jumping someone else's Train ... Another Journey by Train.
De Cure zocht en vond een eigen spoor, een eigen richting, een nieuw geluid.
Omdat ik mijn eigen CDtjes brand met bonustracks
en er zoveel extra nummers bestaan uit hun beginperiode,
besloot ik de drie fameuze Hansa sessions tracks hier toe te voegen.
Plastic Passion was de b-kant van Boys don't cry.
Een kort snoepje boordevol lekkere hooks.
Pillbox Tales is een behoorlijk noisy nummer.
Een van de weinig keren dat de Cure mainstream punk klinkt.
Do the Hansa is een leuke grap met dat gemaakte Duitse taaltje.
Een opgestoken middelvinger richting Hansa, heel even hun platenlabel.
The Cure - Songs of a Lost World (2024)

3,0
5
geplaatst: 28 november 2024, 13:31 uur
SECOND THOUGHTS
Ik heb het album gisteren opnieuw beluisterd omdat het de debatten blijft beheersen. The Cure is altijd één van mijn favoriete bands geweest maar ik heb veel van mijn helden niet meer tot op heden gevolgd. Bloodflowers was voor mij de plaat waarna ik afhaakte. Wild Mood Swings was al geen winnaar gebleken maar ik wilde Smith en co nog een tweede kans gunnen. Misschien nodigt Songs Of A Lost World me wel uit om meer te investeren in het latere werk van The Cure. Maar waar ik bij een eerste beluistering niet zo veel last scheen te hebben van de kritische punten die onder dit album door andere fans werden aangehaald, voelde ik toch meer weerstand tijdens die tweede draaibeurt. De beste nummers zijn voor mij na twee draaibeurten Alone en And Nothing Is Forever enerzijds en All I Ever Am en Endsong anderzijds. Het viel me dit keer meer op hoeveel strijkers er in de arrangementen zitten. En ook de piano is nadrukkelijker aanwezig dan we van The Cure gewoon zijn. Ten koste van de bas, vind ik nog steeds. Ik hoor dat specifieke, melodische spel van Simon Gallup veel minder goed. En dat kan deels door de mix komen: Songs Of A Lost World is toch wel een behoorlijk drukke plaat, vind ik nu. Warsong en Drone: Nodrone worden me net iets te veel opgesmukt door productionele elementen. Daar stoorde ik me dit keer aan. A Fragile Thing is op dit moment het nummer dat me het minst kan bekoren. En I Can Never Say Goodbye vond ik bij momenten gewoon saai. Ik heb ook meer naar de teksten geluisterd en er wordt me toch iets te veel gejammerd, vind ik. Er zit weinig licht of hoop in deze plaat. Wat dat betreft leunt de nieuwste dichter aan bij Pornography dan bij Disintegration. En sommige intro's of songs duren ook gewoon te lang. Ik vraag me af of Alone, And Nothing Is Forever en Endsong niet krachtiger hadden kunnen zijn door ze wat compacter te presenteren. Niets mis met een uitgesponnen, instrumentale opbouw maar soms gaat het na de opbouw nog een tijdje door voor Smith begint te zingen. Ik ben het tenslotte eens met zij die beweren dat je dit nieuwe Cure album niet moet zitten vergelijken met het oudere werk. Smith en co staan in levenswijsheid en muzikale ervaring mijlenver van die succesperiode verwijderd. Ik moest om die redenen tijdens het luisteren aan Voyage van ABBA denken. Probeer de plaat te zien als een muzikale neerslag van waar de artiest(en) vandaag voor staan.
Ik heb mijn score naar drie sterren verlaagd. Ik ben nog steeds van mening dat deze plaat beter is dan zijn vier voorgangers. Maar boven Wish en alles wat The Cure voorheen uitbracht (misschien uitgezonderd het debuut) gaat Songs Of A Lost World voor mij toch niet eindigen, vrees ik. Ik gun de plaat binnen een paar weken nog een derde draaibeurt en kijk dan of ik bij 3 sterren blijf of terug naar 4 sterren keer. 3.5 ligt voor de hand maar ik heb de gewoonte van mijn scores af te ronden op volle sterren. Dus wie 3 sterren te weinig vind, mag daar 3.5 sterren bij denken. 3 sterren wil in mijn woordenboek zeggen: goed maar de kans dat ik de plaat nog vaak zal draaien, lijkt me eerder klein. 4 sterren wil zeggen: een blijver.
Ik heb het album gisteren opnieuw beluisterd omdat het de debatten blijft beheersen. The Cure is altijd één van mijn favoriete bands geweest maar ik heb veel van mijn helden niet meer tot op heden gevolgd. Bloodflowers was voor mij de plaat waarna ik afhaakte. Wild Mood Swings was al geen winnaar gebleken maar ik wilde Smith en co nog een tweede kans gunnen. Misschien nodigt Songs Of A Lost World me wel uit om meer te investeren in het latere werk van The Cure. Maar waar ik bij een eerste beluistering niet zo veel last scheen te hebben van de kritische punten die onder dit album door andere fans werden aangehaald, voelde ik toch meer weerstand tijdens die tweede draaibeurt. De beste nummers zijn voor mij na twee draaibeurten Alone en And Nothing Is Forever enerzijds en All I Ever Am en Endsong anderzijds. Het viel me dit keer meer op hoeveel strijkers er in de arrangementen zitten. En ook de piano is nadrukkelijker aanwezig dan we van The Cure gewoon zijn. Ten koste van de bas, vind ik nog steeds. Ik hoor dat specifieke, melodische spel van Simon Gallup veel minder goed. En dat kan deels door de mix komen: Songs Of A Lost World is toch wel een behoorlijk drukke plaat, vind ik nu. Warsong en Drone: Nodrone worden me net iets te veel opgesmukt door productionele elementen. Daar stoorde ik me dit keer aan. A Fragile Thing is op dit moment het nummer dat me het minst kan bekoren. En I Can Never Say Goodbye vond ik bij momenten gewoon saai. Ik heb ook meer naar de teksten geluisterd en er wordt me toch iets te veel gejammerd, vind ik. Er zit weinig licht of hoop in deze plaat. Wat dat betreft leunt de nieuwste dichter aan bij Pornography dan bij Disintegration. En sommige intro's of songs duren ook gewoon te lang. Ik vraag me af of Alone, And Nothing Is Forever en Endsong niet krachtiger hadden kunnen zijn door ze wat compacter te presenteren. Niets mis met een uitgesponnen, instrumentale opbouw maar soms gaat het na de opbouw nog een tijdje door voor Smith begint te zingen. Ik ben het tenslotte eens met zij die beweren dat je dit nieuwe Cure album niet moet zitten vergelijken met het oudere werk. Smith en co staan in levenswijsheid en muzikale ervaring mijlenver van die succesperiode verwijderd. Ik moest om die redenen tijdens het luisteren aan Voyage van ABBA denken. Probeer de plaat te zien als een muzikale neerslag van waar de artiest(en) vandaag voor staan.
Ik heb mijn score naar drie sterren verlaagd. Ik ben nog steeds van mening dat deze plaat beter is dan zijn vier voorgangers. Maar boven Wish en alles wat The Cure voorheen uitbracht (misschien uitgezonderd het debuut) gaat Songs Of A Lost World voor mij toch niet eindigen, vrees ik. Ik gun de plaat binnen een paar weken nog een derde draaibeurt en kijk dan of ik bij 3 sterren blijf of terug naar 4 sterren keer. 3.5 ligt voor de hand maar ik heb de gewoonte van mijn scores af te ronden op volle sterren. Dus wie 3 sterren te weinig vind, mag daar 3.5 sterren bij denken. 3 sterren wil in mijn woordenboek zeggen: goed maar de kans dat ik de plaat nog vaak zal draaien, lijkt me eerder klein. 4 sterren wil zeggen: een blijver.
The Cure - Standing on a Beach (1986)
Alternatieve titel: Staring at the Sea

5,0
1
geplaatst: 24 september 2011, 23:06 uur
STANDING ON A BEACH / STARING AT THE SEA - THE SINGLES 1985
Weinig new wave bands kunnen naast een reeks ijzersterke albums
een volledig compilatie overzicht met briljante singles voorleggen.
The Cure deed het in 1985 met zijn eerste, echte verzamelaar.
Je haalt zeven (van de dertien) singles in huis die niet op een regulier album verschenen.
En ja, dan rekenen we Boys Don't Cry (1980) en Japanese Whispers (1983) eventjes niet mee.
Het begint al met Killing an Arab waarvan de eerste verzen de titels schonken
aan zowel de vinyl als compact disc versie van deze collectie. De cassette editie had
op de b-kant een selectie single b-kantjes en werd daarom lang gekoesterd door fans.
Killing an Arab is notabene de enige Cure single die tot dusver nooit geremasterd werd.
De song valt zelfs nergens te bespeuren op de deluxe box van Three Imaginary Boys (1979).
Naar het schijnt maakt Robert Smith zelf problemen over zijn eersteling naar aanleiding van 9/11.
Dan is er Boys Don't Cry dat ook opnieuw op single verscheen met een nieuwe vocal take.
Voor mij nog steeds één van de allerbeste Cure singles met een erg treffende tekst..
De derde single die verscheen in de oude stijl was Jumping Someone Elses Train
waarin Smith de vele bandjes hekelde die anno 1979 op de ska trein sprongen.
Dan heb je A Forest dat in zijn oorspronkelijk single versie een fade out had.
Gelukkig eindigt deze klassieker hier wel zoals het hoort, al had ik ook in de intro
toch liever die aanzwellende akkoorden gehoord van de 17 Seconds (1980) versie.
Primary van Faith (1981) klinkt als een opgejaagd broertje van A Forest.
Misschien toevallig, maar minder toevallig was de single keuze zelf wellicht.
Het broeierige Charlotte Sometimes uit dezelfde periode blijft na al die jaren
beter overeind als single release. Alweer een klassieker op het repertoire.
The Hanging Garden vertegenwoordigt Pornography (1982).
Misschien het minst zware nummer van de set en daarom de single.
Toch denk ik dat One Hundred Years een beter idee was geweest.
Let's Go to Bed markeert de koerswijziging richting popmuziek.
Met The Walk laat Smith zich hoorbaar beïnvloeden door zijn helden van New Order.
En met The Lovecats heeft The Cure eindelijk zijn eerste UK top 10 hit te pakken.
Dat jazzy uitstapje doet Robert nog eens dunnetjes over met The Caterpillar.
Met die aandoenlijke viool en die fladderende vocalen de single van The Top (1984).
Deze Cure verzamelaar kwam op de markt omdat de groep
met The Head on the Door (1985) was komen aankloppen bij een groter publiek.
De klassiekers Inbetween Days en Close to Me haalden de hitparades buiten de UK.
De CD editie voegt een viertal bonustracks. Men koos drie keer voor een track
uit een album dat niet zo sterk vertegenwoordigd was door de aanwezige singles.
10:15 Saturday Night (b-kant van Killing an Arab) stond wel op Three Imaginary Boys.
Play for Today voegde een nummer van 17 Seconds toe en Other Voices kwam van Faith.
Merkwaardig is de toevoeging van A Night Like This als 3de track van The Head on the Door.
Als men die laatste had vervangen door One Hundred Years en Shake Dog Shake
dan telde de CD versie 18 nummers die evenwichtig uit zes reguliere albums citeerden.
Weinig new wave bands kunnen naast een reeks ijzersterke albums
een volledig compilatie overzicht met briljante singles voorleggen.
The Cure deed het in 1985 met zijn eerste, echte verzamelaar.
Je haalt zeven (van de dertien) singles in huis die niet op een regulier album verschenen.
En ja, dan rekenen we Boys Don't Cry (1980) en Japanese Whispers (1983) eventjes niet mee.
Het begint al met Killing an Arab waarvan de eerste verzen de titels schonken
aan zowel de vinyl als compact disc versie van deze collectie. De cassette editie had
op de b-kant een selectie single b-kantjes en werd daarom lang gekoesterd door fans.
Killing an Arab is notabene de enige Cure single die tot dusver nooit geremasterd werd.
De song valt zelfs nergens te bespeuren op de deluxe box van Three Imaginary Boys (1979).
Naar het schijnt maakt Robert Smith zelf problemen over zijn eersteling naar aanleiding van 9/11.
Dan is er Boys Don't Cry dat ook opnieuw op single verscheen met een nieuwe vocal take.
Voor mij nog steeds één van de allerbeste Cure singles met een erg treffende tekst..
De derde single die verscheen in de oude stijl was Jumping Someone Elses Train
waarin Smith de vele bandjes hekelde die anno 1979 op de ska trein sprongen.
Dan heb je A Forest dat in zijn oorspronkelijk single versie een fade out had.
Gelukkig eindigt deze klassieker hier wel zoals het hoort, al had ik ook in de intro
toch liever die aanzwellende akkoorden gehoord van de 17 Seconds (1980) versie.
Primary van Faith (1981) klinkt als een opgejaagd broertje van A Forest.
Misschien toevallig, maar minder toevallig was de single keuze zelf wellicht.
Het broeierige Charlotte Sometimes uit dezelfde periode blijft na al die jaren
beter overeind als single release. Alweer een klassieker op het repertoire.
The Hanging Garden vertegenwoordigt Pornography (1982).
Misschien het minst zware nummer van de set en daarom de single.
Toch denk ik dat One Hundred Years een beter idee was geweest.
Let's Go to Bed markeert de koerswijziging richting popmuziek.
Met The Walk laat Smith zich hoorbaar beïnvloeden door zijn helden van New Order.
En met The Lovecats heeft The Cure eindelijk zijn eerste UK top 10 hit te pakken.
Dat jazzy uitstapje doet Robert nog eens dunnetjes over met The Caterpillar.
Met die aandoenlijke viool en die fladderende vocalen de single van The Top (1984).
Deze Cure verzamelaar kwam op de markt omdat de groep
met The Head on the Door (1985) was komen aankloppen bij een groter publiek.
De klassiekers Inbetween Days en Close to Me haalden de hitparades buiten de UK.
De CD editie voegt een viertal bonustracks. Men koos drie keer voor een track
uit een album dat niet zo sterk vertegenwoordigd was door de aanwezige singles.
10:15 Saturday Night (b-kant van Killing an Arab) stond wel op Three Imaginary Boys.
Play for Today voegde een nummer van 17 Seconds toe en Other Voices kwam van Faith.
Merkwaardig is de toevoeging van A Night Like This als 3de track van The Head on the Door.
Als men die laatste had vervangen door One Hundred Years en Shake Dog Shake
dan telde de CD versie 18 nummers die evenwichtig uit zes reguliere albums citeerden.
The Cure - The Head on the Door (1985)

4,0
0
geplaatst: 27 juni 2008, 21:40 uur
THE HEAD ON THE DOOR
Inbetween Days is Dreams never end van New Order.
Maar dan wel een pak luchtiger, doorleefder en bevrijdender.
Kyoto Song is de Cure doing their eastern thing.
Ik hou enorm van die half Arabische-half Aziatische sferen.
The Blood vond ik altijd een beetje op het randje.
Muzikaal is het allemaal ok, maar tekstueel een beetje goedkoop.
Six different Ways is voor mij het verborgen pareltje.
Mooi evenwicht tussen die kinderlijke Smithmelodie en de orchestratie.
Push is als een welgemikte vuist in je gezicht.
Een wat zwaardere gitaarmuur als tegengewicht voor de pop op kant één.
The Baby screams is net zoals The Walk
een vette knipoog naar Blue Monday etc van New Order.
Close to me is duizend keer sterker in zijn singel mix.
Het koper is de kers op de taart en wij maar lekker swingen.
A Night like this is net zoals Push een down to earth song.
Mooie tekst waarin hoop nu eens meer dan een illusie blijkt.
Screw is een nummer dat je normaal op een b-kant zet.
Tenzij je het album echt gevarieerd wil doen klinken: leuke gimmick.
Sinking lijkt wel een verre prelude op Disintegration.
Noem het maar zo'n typsiche rainsong van Robert Smith.
The exploding Boy (wat een heerlijke sax) is een van de allerbeste b-kantjes ooit.
Niet op het album, want te veel de tweelingbroer van Inbetween Days.
A few Hours after this is al net zo briljant.
Niet op het album, want te veel de tweelingzus van Six different Ways.
A Man inside my Mouth is sterker dan Screw.
Even tegendraads en misschien beter toch op het album in plaats van ...
Stop Dead doet me wat denken aan Never enough.
Een chaossong waarin je oor moet zoeken naar de melodie.
Ik heb er lang over nagedacht, maar ik ben er eindelijk uit.
The Head on the Door is voor mij de beste schijf van de Cure,
maar dan moet je de 4 b-kantjes mee opnemen in het plaatje.
Deze 14 tracks tonen de vele facetten van Roberts popsmeedkunst.
Toch jammer dat ze niet op de deluxe versie staan,
want eerlijk gezegd kunnen live versies me gestolen worden.
Ik wou dat ik weer 15 was en deze plaat voor het eerst beluisterde.
Vijf sterren en daarmee basta.
Inbetween Days is Dreams never end van New Order.
Maar dan wel een pak luchtiger, doorleefder en bevrijdender.
Kyoto Song is de Cure doing their eastern thing.
Ik hou enorm van die half Arabische-half Aziatische sferen.
The Blood vond ik altijd een beetje op het randje.
Muzikaal is het allemaal ok, maar tekstueel een beetje goedkoop.
Six different Ways is voor mij het verborgen pareltje.
Mooi evenwicht tussen die kinderlijke Smithmelodie en de orchestratie.
Push is als een welgemikte vuist in je gezicht.
Een wat zwaardere gitaarmuur als tegengewicht voor de pop op kant één.
The Baby screams is net zoals The Walk
een vette knipoog naar Blue Monday etc van New Order.
Close to me is duizend keer sterker in zijn singel mix.
Het koper is de kers op de taart en wij maar lekker swingen.
A Night like this is net zoals Push een down to earth song.
Mooie tekst waarin hoop nu eens meer dan een illusie blijkt.
Screw is een nummer dat je normaal op een b-kant zet.
Tenzij je het album echt gevarieerd wil doen klinken: leuke gimmick.
Sinking lijkt wel een verre prelude op Disintegration.
Noem het maar zo'n typsiche rainsong van Robert Smith.
The exploding Boy (wat een heerlijke sax) is een van de allerbeste b-kantjes ooit.
Niet op het album, want te veel de tweelingbroer van Inbetween Days.
A few Hours after this is al net zo briljant.
Niet op het album, want te veel de tweelingzus van Six different Ways.
A Man inside my Mouth is sterker dan Screw.
Even tegendraads en misschien beter toch op het album in plaats van ...
Stop Dead doet me wat denken aan Never enough.
Een chaossong waarin je oor moet zoeken naar de melodie.
Ik heb er lang over nagedacht, maar ik ben er eindelijk uit.
The Head on the Door is voor mij de beste schijf van de Cure,
maar dan moet je de 4 b-kantjes mee opnemen in het plaatje.
Deze 14 tracks tonen de vele facetten van Roberts popsmeedkunst.
Toch jammer dat ze niet op de deluxe versie staan,
want eerlijk gezegd kunnen live versies me gestolen worden.
Ik wou dat ik weer 15 was en deze plaat voor het eerst beluisterde.
Vijf sterren en daarmee basta.
The Cure - The Top (1984)

4,0
0
geplaatst: 28 juni 2008, 18:57 uur
THE TOP
Hun flower power album, hun folk album ...
Een iets experimentelere blauwdruk van The Head on the Door.
Want op The Top zijn de heerlijke melodietjes al hoorbaar aanwezig.
Shake Dog shake is een sterke albumopener, vind ik.
Thematisch nog aanleunend bij Pornography, maar muzikaal rijker.
Birdmad Girl is een echte folksong: leve de tamboerijn.
Een liefdesliedje zoals er op Kiss me kiss me kiss me nog zouden volgen.
Wailing Wall vind ik nochtans een schitterend nummer.
Je waant jezelf inderdaad per kameel op pelgrimstocht naar het beloofde land.
Give me it is snoeihard en zelfs niet te vergelijken met vroeger materiaal.
Het is alsof je gevoelens te pletter slaan.
Dressing up is dan ook het perfecte tegengewicht.
Een bijna verleidelijk buikdans met een heerlijk smachtende Robert.
The Caterpillar is een complexere opvolger van The Love Cats.
Geen verwrongen jazzmuziek, maar verknipte folkmuziek.
Piggy in the Mirror vind ik onderling inwisselbaar met Bananafishbones.
Beide heerlijke albumtracks met onweerstaanbare vocale vondsten.
The empty World roffelt als een mars door je hoofd.
Alsof je net als het bezongen meisje even buiten de wereld staat.
Bananafishbones vind ik onderling inwisselbaar met Piggy in the Mirror.
Beide heerlijke albumtracks met een zeer kleurrijk arrangement.
The Top herneemt het walsritme en die fietspomp aan het eind is te gek.
Een heerlijke trip ... geen flauw idee waarover het gaat echter ...
Happy the Man is zo'n heerlijk scheefgetrokken Cureliedje.
Of hoe vals zingen uiteindelijk toch tot een zekere schoonheid kan leiden.
Throw your Foot is om op te dansen, volgens mij.
Dansen of "zijn voet gooien" ... op The Top nodigt Smith uit ten volksdans.
Maar voor mij is het verhaal hiermee nog niet uit.
Ik hou ervan om ook The Love Cats mee op te nemen in deze selectie.
The Love Cats is Cure-jazz. (Everybody wants to be a "cool" cat ...)
Vanaf dit nummer durfde Smith over de grenzen van zijn eigen doemsound kijken.
Speak my Language lijkt op Happy the Man, maar is vlotter.
Alsof je plaat niet in het midden van de draaitafel ligt: tenenkrullende jazz.
Mr. Pink Eyes sluit dit jazztrio met mondharmonica af.
Jazzpunk ... alsof the Pogues plots jazzfolk gaan spelen.
Al deze nummers hebben bijzonder kleurrijke arrangementen.
Van het jazzpianootje tot de kriepende viool,
van de roffelende drums tot de snoeiharde gitaarmuren.
Bijna een plaat zonder basgitaar.
Robert Smith waant zich in een semi-akkoestische speelgoedwinkel.
The Top is de Cure unplugged (be sure to wear some flowers in your hair).
Ik zal mild zijn vandaag en ook 5 sterren uitdelen.
Dit album was mijn eerste kennismaking met de Cure.
En oude liefdes roesten niet ...
Hun flower power album, hun folk album ...
Een iets experimentelere blauwdruk van The Head on the Door.
Want op The Top zijn de heerlijke melodietjes al hoorbaar aanwezig.
Shake Dog shake is een sterke albumopener, vind ik.
Thematisch nog aanleunend bij Pornography, maar muzikaal rijker.
Birdmad Girl is een echte folksong: leve de tamboerijn.
Een liefdesliedje zoals er op Kiss me kiss me kiss me nog zouden volgen.
Wailing Wall vind ik nochtans een schitterend nummer.
Je waant jezelf inderdaad per kameel op pelgrimstocht naar het beloofde land.
Give me it is snoeihard en zelfs niet te vergelijken met vroeger materiaal.
Het is alsof je gevoelens te pletter slaan.
Dressing up is dan ook het perfecte tegengewicht.
Een bijna verleidelijk buikdans met een heerlijk smachtende Robert.
The Caterpillar is een complexere opvolger van The Love Cats.
Geen verwrongen jazzmuziek, maar verknipte folkmuziek.
Piggy in the Mirror vind ik onderling inwisselbaar met Bananafishbones.
Beide heerlijke albumtracks met onweerstaanbare vocale vondsten.
The empty World roffelt als een mars door je hoofd.
Alsof je net als het bezongen meisje even buiten de wereld staat.
Bananafishbones vind ik onderling inwisselbaar met Piggy in the Mirror.
Beide heerlijke albumtracks met een zeer kleurrijk arrangement.
The Top herneemt het walsritme en die fietspomp aan het eind is te gek.
Een heerlijke trip ... geen flauw idee waarover het gaat echter ...
Happy the Man is zo'n heerlijk scheefgetrokken Cureliedje.
Of hoe vals zingen uiteindelijk toch tot een zekere schoonheid kan leiden.
Throw your Foot is om op te dansen, volgens mij.
Dansen of "zijn voet gooien" ... op The Top nodigt Smith uit ten volksdans.
Maar voor mij is het verhaal hiermee nog niet uit.
Ik hou ervan om ook The Love Cats mee op te nemen in deze selectie.
The Love Cats is Cure-jazz. (Everybody wants to be a "cool" cat ...)
Vanaf dit nummer durfde Smith over de grenzen van zijn eigen doemsound kijken.
Speak my Language lijkt op Happy the Man, maar is vlotter.
Alsof je plaat niet in het midden van de draaitafel ligt: tenenkrullende jazz.
Mr. Pink Eyes sluit dit jazztrio met mondharmonica af.
Jazzpunk ... alsof the Pogues plots jazzfolk gaan spelen.
Al deze nummers hebben bijzonder kleurrijke arrangementen.
Van het jazzpianootje tot de kriepende viool,
van de roffelende drums tot de snoeiharde gitaarmuren.
Bijna een plaat zonder basgitaar.
Robert Smith waant zich in een semi-akkoestische speelgoedwinkel.
The Top is de Cure unplugged (be sure to wear some flowers in your hair).
Ik zal mild zijn vandaag en ook 5 sterren uitdelen.
Dit album was mijn eerste kennismaking met de Cure.
En oude liefdes roesten niet ...
The Cure - Three Imaginary Boys (1979)

3,0
0
geplaatst: 5 juli 2008, 22:59 uur
THREE IMAGINARY BOYS is de Cure prematuur.
Enkele sterke nummers, een paar wisselvallige tracks
en gek genoeg geen enkele singel (weer goed gemaakt op Boys don't cry).
Sta me toe om hier mijn zelf gekozen trackorde te volgen.
Killing an Arab was als debuutsingel meteen ook een statement.
Muzikaal op een kameel en tekstueel flirtend met het existentialisme van Camus.
10.15 saturday Night was de b-kant (zeg maar dubbele a-kant) van Killing an Arab.
Als albumopener ook meteen de meest tijdloze song van de plaat.
Accuracy vind ik een best te doene albumtrack.
Ik ben er niet wild van, al plakt hij wel lekker tegen Saturday Night.
Grinding Halt is een tweede hoogtepuntje.
Met een bijzonder catchy en dansbaar haakje in de gitaarmelodie.
Another Day vind ik weinig overtuigend, al hoor ik wel al dat typische ritme.
Het lied sleept zich echter ongeïnteresseerd door de groeven van de plaat.
Subway Song is dan wel een merkwaardig experiment.
Mondharmonica, jazzy moods en een huivereingwekkend slot.
Boys don't cry is een onbetwiste klassieker.
Een briljante tekst in een onweerstaanbaar dansbaar popjasje.
Meat Hook klinkt als een grappig b-kantje.
Het nummer doet zijn titel alle eer aan door de funny hooks.
So what vind ik opnieuw een interessanter nummer.
De groep durft hier een meer eigen interpretatie aan de song te geven.
Fire in Cairo is wellicht het meest op de toekomst anticiperende nummer.
Zit zelfs zo vlot in elkaar dat het gerust een singel had kunnen zijn.
Jumping someone else's Train is muziekkritiek in een drie minuten popsong.
In tegenstelling tot anderen wil de groep graag een eigen geluid ontwikkelen.
Three imaginary boys zit al helemaal in het ritme van Seventeen Seconds.
Geen ijzersterk nummer, maar wel met de blik vooruit vorm gegeven.
Tot hier mijn eigen versie van het album.
Hieronder de ontbrekende tracks die het plaatje vervolledigen.
Foxy Lady van Jimmy Hendrix lijkt een beetje misplaatst.
De enige Cure cover die ooit een album haalde.
Object is meer rechttoe rechtaan, zeg maar mainstream punk.
Wel een beetje heavy voor dat iele stemmetje van de nog jonge Robert.
It's not you ligt in het verlengde van Object.
Doordeweekse punk die te weinig de eigen stempel van de groep draagt.
World War stond aanvankelijk alleen op de vinylversie van het Boys don't cry album.
Sinds 2004 ook op de deluxe editie van Three Imaginary Boys, maar mij onbekend.
I'm cold (b-kant Jumping someone else's Train) is een dreun van een compositie.
Een wat driftig zoekexperiment naar een eigen geluid.
The weedy Burton is het ongetitelde codaatje van het originele album.
De Cure klinkt hier grappig genoeg als het eerste het beste ballroom orkestje.
Enkele sterke nummers, een paar wisselvallige tracks
en gek genoeg geen enkele singel (weer goed gemaakt op Boys don't cry).
Sta me toe om hier mijn zelf gekozen trackorde te volgen.
Killing an Arab was als debuutsingel meteen ook een statement.
Muzikaal op een kameel en tekstueel flirtend met het existentialisme van Camus.
10.15 saturday Night was de b-kant (zeg maar dubbele a-kant) van Killing an Arab.
Als albumopener ook meteen de meest tijdloze song van de plaat.
Accuracy vind ik een best te doene albumtrack.
Ik ben er niet wild van, al plakt hij wel lekker tegen Saturday Night.
Grinding Halt is een tweede hoogtepuntje.
Met een bijzonder catchy en dansbaar haakje in de gitaarmelodie.
Another Day vind ik weinig overtuigend, al hoor ik wel al dat typische ritme.
Het lied sleept zich echter ongeïnteresseerd door de groeven van de plaat.
Subway Song is dan wel een merkwaardig experiment.
Mondharmonica, jazzy moods en een huivereingwekkend slot.
Boys don't cry is een onbetwiste klassieker.
Een briljante tekst in een onweerstaanbaar dansbaar popjasje.
Meat Hook klinkt als een grappig b-kantje.
Het nummer doet zijn titel alle eer aan door de funny hooks.
So what vind ik opnieuw een interessanter nummer.
De groep durft hier een meer eigen interpretatie aan de song te geven.
Fire in Cairo is wellicht het meest op de toekomst anticiperende nummer.
Zit zelfs zo vlot in elkaar dat het gerust een singel had kunnen zijn.
Jumping someone else's Train is muziekkritiek in een drie minuten popsong.
In tegenstelling tot anderen wil de groep graag een eigen geluid ontwikkelen.
Three imaginary boys zit al helemaal in het ritme van Seventeen Seconds.
Geen ijzersterk nummer, maar wel met de blik vooruit vorm gegeven.
Tot hier mijn eigen versie van het album.
Hieronder de ontbrekende tracks die het plaatje vervolledigen.
Foxy Lady van Jimmy Hendrix lijkt een beetje misplaatst.
De enige Cure cover die ooit een album haalde.
Object is meer rechttoe rechtaan, zeg maar mainstream punk.
Wel een beetje heavy voor dat iele stemmetje van de nog jonge Robert.
It's not you ligt in het verlengde van Object.
Doordeweekse punk die te weinig de eigen stempel van de groep draagt.
World War stond aanvankelijk alleen op de vinylversie van het Boys don't cry album.
Sinds 2004 ook op de deluxe editie van Three Imaginary Boys, maar mij onbekend.
I'm cold (b-kant Jumping someone else's Train) is een dreun van een compositie.
Een wat driftig zoekexperiment naar een eigen geluid.
The weedy Burton is het ongetitelde codaatje van het originele album.
De Cure klinkt hier grappig genoeg als het eerste het beste ballroom orkestje.
The Human League - Credo (2011)

2,0
1
geplaatst: 4 oktober 2012, 10:21 uur
CREDO 2011
Toen ik de eerste single van dit album in preview hoorde liep ik gillend de kamer uit.
Night People bleek niet meer dan een pijnlijke dreun. Weg waren de hoge verwachtingen.
Ik beluister dit album dus met enige vooringenomenheid. Mijn kleine teen
fluistert me namelijk in dat Credo wel eens ongelooflijk zwak zou kunnen zijn.
Het album begint met de tweede single Never Let Me Go.
Als bands op een comeback plaat de stemvervormer gaan inzetten,
weet je als luisteraar al gauw hoe laat het is: vijf voor twaalf dus.
Never Let Me Go is een vervelend nummer zelfs en de hitpotentie ontgaat me compleet.
Terug naar Night People, hier in zijn wat minder opdringerige albumversie.
Maar ook nu overheerst de dreun en de stemmen zijn zo dood als een pier.
In het refrein krijgen we toch even een glimp van de kenmerkende vocale blend.
Toch blijft de comeback single Night People een gedrocht.
Slechter dan OMDs comeback misser If You Want It zelfs.
Sky laat een voorzichtig lichtje schijnen over dit dubieuze album.
Hier wordt de song wel gedragen door Phil Oakey, maar geen topper.
Into the Night dringt zich op, maar rijdt zich weer vast in een saaie dreun.
Het mag duidelijk zijn dat niet alle songwriters uit de hoogtijdagen present zijn.
Matige tot zwakke composities kenmerkten ook al eerdere comeback pogingen.
Egomaniac gaat verder waar Into the Night eindigde.
Phil Oakey zoekt de bariton weer op, zijn twee vriendinnen blijven op de achtergrond.
Ik heb toch de indruk dat de stemmen van Susanne en Johanne wat meer versleten zijn.
The Human League profileerde zich na Hysteria (1984) steeds nadrukkelijker als trio.
En de samenzang werd hun handelsmerk, maar komt op Credo beduidend minder uit de verf.
De outro van Egomaniac behoort tot de schaarse hoogtepuntjes van de plaat.
Single Minded start beloftevol, maar hinkt op twee benen.
Dat van de donkere Human League song en dat van de lichtvoetige pophit.
Het refreintje knipoogt naar de hitparade, maar maakt al bij al niet zo veel indruk.
Electric Shock durft de inmiddels platgetreden paden verlaten.
Maar de gimmick van de semi-live opgenomen clubtrack doet te veel denken
aan Bjorks There's More to Life Than This. Toch één van de betere nummers hier.
En dan is daar plots Get Together, gewoon een goed nummer dus.
De dreun ruimt dit keer plaats voor een volwaardig synthpop arrangement.
Het refrein mist dat beetje extra om er lekker hitparade voer van te maken.
Maar de vreugde is van korte duur want Privilege is de zoveelste uitschuiver.
Je hoort dat The Human League hier probeert terug te keren naar hun oergeluid.
Maar enkel de verpakking kan echt bekoren: compositorisch een lege doos.
Credo van The Human League is een confronterend voorbeeld van willen maar niet kunnen.
Het beste kruit werd verschoten in de periode 1981-1984. Op Crash (1986) werkte de groep
niet toevallig met externe songwriters wat hen met Human een laatste klassieker opleverde.
De sublieme radiohit Tell Me When uit 1994 was een aangename verrassing,
maar daarna ging het van kwaad naar erger. De compositorische kruisbestuiving
tussen Phil Oakey en de bandleden zorgde in hun succesperiode voor vuurwerk.
Als op Credo het heilige vuur nog even smeult, is het op songs als Breaking the Chains
die eigenlijk de oude succesformule nog eens heel dunnetjes overdoen. Geen slechte track.
Het draakje When the Stars Start to Shine gaat warempel lichtjes de musical tour op.
2 sterren voor dit teleurstellende Credo. Ik geloof niet langer in Het Humanistisch Verbond.
Toen ik de eerste single van dit album in preview hoorde liep ik gillend de kamer uit.
Night People bleek niet meer dan een pijnlijke dreun. Weg waren de hoge verwachtingen.
Ik beluister dit album dus met enige vooringenomenheid. Mijn kleine teen
fluistert me namelijk in dat Credo wel eens ongelooflijk zwak zou kunnen zijn.
Het album begint met de tweede single Never Let Me Go.
Als bands op een comeback plaat de stemvervormer gaan inzetten,
weet je als luisteraar al gauw hoe laat het is: vijf voor twaalf dus.
Never Let Me Go is een vervelend nummer zelfs en de hitpotentie ontgaat me compleet.
Terug naar Night People, hier in zijn wat minder opdringerige albumversie.
Maar ook nu overheerst de dreun en de stemmen zijn zo dood als een pier.
In het refrein krijgen we toch even een glimp van de kenmerkende vocale blend.
Toch blijft de comeback single Night People een gedrocht.
Slechter dan OMDs comeback misser If You Want It zelfs.
Sky laat een voorzichtig lichtje schijnen over dit dubieuze album.
Hier wordt de song wel gedragen door Phil Oakey, maar geen topper.
Into the Night dringt zich op, maar rijdt zich weer vast in een saaie dreun.
Het mag duidelijk zijn dat niet alle songwriters uit de hoogtijdagen present zijn.
Matige tot zwakke composities kenmerkten ook al eerdere comeback pogingen.
Egomaniac gaat verder waar Into the Night eindigde.
Phil Oakey zoekt de bariton weer op, zijn twee vriendinnen blijven op de achtergrond.
Ik heb toch de indruk dat de stemmen van Susanne en Johanne wat meer versleten zijn.
The Human League profileerde zich na Hysteria (1984) steeds nadrukkelijker als trio.
En de samenzang werd hun handelsmerk, maar komt op Credo beduidend minder uit de verf.
De outro van Egomaniac behoort tot de schaarse hoogtepuntjes van de plaat.
Single Minded start beloftevol, maar hinkt op twee benen.
Dat van de donkere Human League song en dat van de lichtvoetige pophit.
Het refreintje knipoogt naar de hitparade, maar maakt al bij al niet zo veel indruk.
Electric Shock durft de inmiddels platgetreden paden verlaten.
Maar de gimmick van de semi-live opgenomen clubtrack doet te veel denken
aan Bjorks There's More to Life Than This. Toch één van de betere nummers hier.
En dan is daar plots Get Together, gewoon een goed nummer dus.
De dreun ruimt dit keer plaats voor een volwaardig synthpop arrangement.
Het refrein mist dat beetje extra om er lekker hitparade voer van te maken.
Maar de vreugde is van korte duur want Privilege is de zoveelste uitschuiver.
Je hoort dat The Human League hier probeert terug te keren naar hun oergeluid.
Maar enkel de verpakking kan echt bekoren: compositorisch een lege doos.
Credo van The Human League is een confronterend voorbeeld van willen maar niet kunnen.
Het beste kruit werd verschoten in de periode 1981-1984. Op Crash (1986) werkte de groep
niet toevallig met externe songwriters wat hen met Human een laatste klassieker opleverde.
De sublieme radiohit Tell Me When uit 1994 was een aangename verrassing,
maar daarna ging het van kwaad naar erger. De compositorische kruisbestuiving
tussen Phil Oakey en de bandleden zorgde in hun succesperiode voor vuurwerk.
Als op Credo het heilige vuur nog even smeult, is het op songs als Breaking the Chains
die eigenlijk de oude succesformule nog eens heel dunnetjes overdoen. Geen slechte track.
Het draakje When the Stars Start to Shine gaat warempel lichtjes de musical tour op.
2 sterren voor dit teleurstellende Credo. Ik geloof niet langer in Het Humanistisch Verbond.
The Human League - Dare (1981)
Alternatieve titel: Dare!

5,0
0
geplaatst: 25 november 2008, 23:00 uur
DARE 1981
Het Humanistisch Verbond sloeg toe in 1981.
In hun tweede en hitpotente line-up kregen ze de wereld op haar knieën.
Heaven 17 heeft er voor mijn part nooit echt veel van gebakken.
Herkenbare stemmen zijn altijd een troef in hitparadeland.
De sequencers van The League kregen de poppen aan het dansen.
De eerste single The Sound of the Crowd was de voorzet.
Goedkope disco en daarom het minst interessante nummer.
Mix hierbij het warme gebrom van de bassynthesizer en modulerende
melodietjes die de gitaarpartijen simuleren en je krijgt een heerlijke coctail.
I Was Working as a waitress in a cocktail bar ... That much is true.
Don't You Want Me werd de beste verkochte single van 1981 in de UK.
Het album Dare zou de eerste helft van 1982 de wereld veroveren.
Liefst vier singles haalden de Britse (en internationale) lijsten.
Eerst was het wachten op de tweede single Love Action.
Die deed niets in de Benelux, maar haalde de top 3 in Engeland.
Klonk tekstueel als een beginselverklaring van het humanisme.
Daarna donderde Open Your Heart de boxen uit.
Weer een hit in de UK en een gemiste kans in de Benelux.
Na het succes van Don't You Want Me goed voor een herkansing.
Het was dus die vierde single die de groep onsterfelijk maakte.
Grijsgedraaid en daarom misschien verguisd door menig luisteraar.
Maar de toverkracht zit in het vocale duet ... op die manier wordt
de dansvloer een ontmoetingsplaats voor hem en haar.
En er stonden nog meer potentiële hits op Dare.
De ijzersterke albumopener The Things That Dreams Are Made of
bijvoorbeeld ... een perfecte staalkaart van de Human League sound.
Of het huppelende Do or Die dat opnieuw heerlijke vocalen
paart aan een zeer dansbare beat ... voer voor deejays.
Get Carter wijzigt even de teneur van het album.
Drie nummers laten een weemoediger geluid horen,
en echoën op die manier het new wave verleden van de band.
Het met suspens geladen Seconds, de Weltschmerz in Darkness
en I Am the Law dat nog het meest naar het oude experiment ruikt.
De b-kantjes Hard Times en Non Stop staan jammer genoeg
niet in hun originele versie op de Britse remaster ... daar vond men
het nodig om het volkomen overbodige (en anders ook onverkoopbare)
instrumentale remix album League Unlimited Orchestra toe te voegen.
Een heel jaar lang zou de groep teren op het succes van Dare.
Slechts één single werd in laatste maanden van 1982 een hit.
Het onvolprezen Mirror Man / You Remind me of Gold.
Daarna zou het nooit meer hetzelfde worden ...
Het Humanistisch Verbond sloeg toe in 1981.
In hun tweede en hitpotente line-up kregen ze de wereld op haar knieën.
Heaven 17 heeft er voor mijn part nooit echt veel van gebakken.
Herkenbare stemmen zijn altijd een troef in hitparadeland.
De sequencers van The League kregen de poppen aan het dansen.
De eerste single The Sound of the Crowd was de voorzet.
Goedkope disco en daarom het minst interessante nummer.
Mix hierbij het warme gebrom van de bassynthesizer en modulerende
melodietjes die de gitaarpartijen simuleren en je krijgt een heerlijke coctail.
I Was Working as a waitress in a cocktail bar ... That much is true.
Don't You Want Me werd de beste verkochte single van 1981 in de UK.
Het album Dare zou de eerste helft van 1982 de wereld veroveren.
Liefst vier singles haalden de Britse (en internationale) lijsten.
Eerst was het wachten op de tweede single Love Action.
Die deed niets in de Benelux, maar haalde de top 3 in Engeland.
Klonk tekstueel als een beginselverklaring van het humanisme.
Daarna donderde Open Your Heart de boxen uit.
Weer een hit in de UK en een gemiste kans in de Benelux.
Na het succes van Don't You Want Me goed voor een herkansing.
Het was dus die vierde single die de groep onsterfelijk maakte.
Grijsgedraaid en daarom misschien verguisd door menig luisteraar.
Maar de toverkracht zit in het vocale duet ... op die manier wordt
de dansvloer een ontmoetingsplaats voor hem en haar.
En er stonden nog meer potentiële hits op Dare.
De ijzersterke albumopener The Things That Dreams Are Made of
bijvoorbeeld ... een perfecte staalkaart van de Human League sound.
Of het huppelende Do or Die dat opnieuw heerlijke vocalen
paart aan een zeer dansbare beat ... voer voor deejays.
Get Carter wijzigt even de teneur van het album.
Drie nummers laten een weemoediger geluid horen,
en echoën op die manier het new wave verleden van de band.
Het met suspens geladen Seconds, de Weltschmerz in Darkness
en I Am the Law dat nog het meest naar het oude experiment ruikt.
De b-kantjes Hard Times en Non Stop staan jammer genoeg
niet in hun originele versie op de Britse remaster ... daar vond men
het nodig om het volkomen overbodige (en anders ook onverkoopbare)
instrumentale remix album League Unlimited Orchestra toe te voegen.
Een heel jaar lang zou de groep teren op het succes van Dare.
Slechts één single werd in laatste maanden van 1982 een hit.
Het onvolprezen Mirror Man / You Remind me of Gold.
Daarna zou het nooit meer hetzelfde worden ...
The J. Geils Band - Bloodshot (1973)

5,0
0
geplaatst: 23 juni 2008, 22:27 uur
Ik denk dat het hoog tijd wordt dat deze groep wordt opgewaardeerd.
BLOODSHOT staat in mijn all time top 10.
Het is het meest complete J. Geils Band album.
Negen stomende tracks tussen rock & roll en rhythm & blues.
Negen verschillende invalshoeken van een band die technisch
zo sterk was dat ze vele covers beter speelden dan het origineel.
Op dit album slechts twee covers en allemaal eigen werk.
Zelden klonk Jerome Geils' zangerige gitaar zo overtuigend.
Vaak is geprobeerd om de wervelende live-sound
van de groep vast te leggen op studio vinyl.
Bloodshot slaagt daarin.
HOUSE PARTY blaast meteen het dak eraf.
Een binnenkomer van formaat die je op het plafond doet dansen.
MAKE UP YOUR MIND is een softe college rocker
die je meevoert naar het einde van de jaren 50: Paul Anka revisited.
BACK TO GET YA is stomende funk
die James Brown een poepje van eigen deeg laat ruiken.
STRUTTIN' WITH MY BABY is pure blues.
Perfect ingespeeld zoals alleen de J. Geils Band dat kon.
DON'T TRY TO HIDE is hillarische dronkenmans pubrock.
Een knipoog naar Bob Dylan en met de groeten van de fanfare.
SOUTHSIDE SHUFFLE was een singel
en toont ons een zelfbereide shuffle die klinkt als een evergreen.
HOLD YOUR LOVING is onvervalste rockabilly.
Weg met Elvis Presley, Jerry Lee Lewis of de Stray Cats.
START ALL OVER AGAIN is een pijnlijk mooie ballad.
Met een huilende Peter Wolf en sweet backing vocals.
GIVE IT TO ME was de grootste hit van de plaat.
Een mix van reggae en funk: klinkt als Kool & Gang (let's go dancing).
Als je deze plaat ooit op de kop kan tikken: toeslaan.
En als hij minder dan 4 sterren waard is, geef ik je geld terug.
BLOODSHOT staat in mijn all time top 10.
Het is het meest complete J. Geils Band album.
Negen stomende tracks tussen rock & roll en rhythm & blues.
Negen verschillende invalshoeken van een band die technisch
zo sterk was dat ze vele covers beter speelden dan het origineel.
Op dit album slechts twee covers en allemaal eigen werk.
Zelden klonk Jerome Geils' zangerige gitaar zo overtuigend.
Vaak is geprobeerd om de wervelende live-sound
van de groep vast te leggen op studio vinyl.
Bloodshot slaagt daarin.
HOUSE PARTY blaast meteen het dak eraf.
Een binnenkomer van formaat die je op het plafond doet dansen.
MAKE UP YOUR MIND is een softe college rocker
die je meevoert naar het einde van de jaren 50: Paul Anka revisited.
BACK TO GET YA is stomende funk
die James Brown een poepje van eigen deeg laat ruiken.
STRUTTIN' WITH MY BABY is pure blues.
Perfect ingespeeld zoals alleen de J. Geils Band dat kon.
DON'T TRY TO HIDE is hillarische dronkenmans pubrock.
Een knipoog naar Bob Dylan en met de groeten van de fanfare.
SOUTHSIDE SHUFFLE was een singel
en toont ons een zelfbereide shuffle die klinkt als een evergreen.
HOLD YOUR LOVING is onvervalste rockabilly.
Weg met Elvis Presley, Jerry Lee Lewis of de Stray Cats.
START ALL OVER AGAIN is een pijnlijk mooie ballad.
Met een huilende Peter Wolf en sweet backing vocals.
GIVE IT TO ME was de grootste hit van de plaat.
Een mix van reggae en funk: klinkt als Kool & Gang (let's go dancing).
Als je deze plaat ooit op de kop kan tikken: toeslaan.
En als hij minder dan 4 sterren waard is, geef ik je geld terug.
The J. Geils Band - Blow Your Face Out (1976)
Alternatieve titel: Live

4,0
0
geplaatst: 25 juni 2008, 21:34 uur
BLOW YOUR FACE OUT
was oorspronkelijk een 2LP,
maar werd door Rhino op 1 CD uitgebracht.
Wel een behoorlijk lange rit met veel ups en weinig downs.
De tracks die ik hier in hun live uitvoering wat minder sterk vind,
zijn So Sharp, Sno-Cone en Wait (uit hun twee eerste albums).
Tracks die alleen op dit live album verschenen
en de plaat op die manier een extra bonus waarde geven,
zijn Shoot Your Shot, Truck Drivin' Man en Raise Your Hand.
Where Did Our Love Go was een non-album studio singel.
Track 8 (de intro van Lookin' for a Love) is wat misplaatst.
was oorspronkelijk een 2LP,
maar werd door Rhino op 1 CD uitgebracht.
Wel een behoorlijk lange rit met veel ups en weinig downs.
De tracks die ik hier in hun live uitvoering wat minder sterk vind,
zijn So Sharp, Sno-Cone en Wait (uit hun twee eerste albums).
Tracks die alleen op dit live album verschenen
en de plaat op die manier een extra bonus waarde geven,
zijn Shoot Your Shot, Truck Drivin' Man en Raise Your Hand.
Where Did Our Love Go was een non-album studio singel.
Track 8 (de intro van Lookin' for a Love) is wat misplaatst.
The J. Geils Band - Flashback (1985)
Alternatieve titel: The Best Of

4,0
0
geplaatst: 25 juni 2008, 21:19 uur
FLASHBACK
Goede, maar veel te korte verzamelaar.
Love Stinks, Come Back zijn singel edit versies.
I Do en Land of a Thousand Dances zijn live versies.
Flamethrower en Wild Man verschenen niet overal op singel.
De ontbrekende singels van deze periode zijn Take it Back en Angel in Blue.
Goede, maar veel te korte verzamelaar.
Love Stinks, Come Back zijn singel edit versies.
I Do en Land of a Thousand Dances zijn live versies.
Flamethrower en Wild Man verschenen niet overal op singel.
De ontbrekende singels van deze periode zijn Take it Back en Angel in Blue.
The J. Geils Band - Freeze-Frame (1981)

4,0
1
geplaatst: 24 juni 2008, 20:26 uur
FREEZE FRAME
Die Seth Justman is een gevaarlijk mannetje.
Hij producete met succes de vorige plaat Love Stinks (1980).
Nu gaat hij nog een stap verder: hij stelt op Freeze Frame
vijf nummers voor die hij alleen (zonder Peter Wolf) schreef.
FREEZE FRAME is zo'n nummer waarvan je zeker weet: dit wordt een hit.
Dit lied op de radio horen, was voor mij de start als muziekverzamelaar.
RAGE IN THE CAGE is een heerlijk spannend nummer.
Er gebeurt zoveel leuks in het arrangement dat het nooit verveelt.
CENTERFOLD werd de eerste en laatste Amerikaanse nummer 1 hit.
En eindelijk werd Europa dan toch wakker: de doorbraak.
DO YOU REMEMBER WHEN is een bijzonder sfeervolle ballad.
Eén van de vier nummers waaraan Peter Wolf meeschreef.
INSANE INSANE AGAIN is Seth Justman in overdrive.
Hier gebeurt te veel in de productie: te gek is nooit goed.
FLAMETHROWER opent kant 2 met mondharmonica sirenes.
Ook boordevol productionele gags, maar de song blijft wel overeind.
RIVER BLINDNESS loopt over van goede wil.
De compositie grijpt terug naar Monkey Island, maar is te clean.
ANGEL IN BLUE wordt in sommige landen de derde singel.
Een akkoestische ballad die balanceert tussen soft en mellow.
PISS ON THE WALL is het bisnummer.
Een dronkenmanslied dat soms onuitwisbare sporen nalaat.
Freeze Frame is zeker een knaller van een plaat.
Heel wat hitpotentie, maar toch bijna overgeproducet.
En het succes van deze plaat had ook een keerzijde.
Seth Justman trok te veel van het laken naar zich toe.
Een handvol solo-composities, volledige controle over de productie
en de intentie om met zijn Centerfoldformule opnieuw te scoren.
Peter Wolf wilde het graag een beetje meer "back to the roots".
En op een doodgewone repetitiedag in 1983 werd het hem duidelijk.
De groep ging liever door zonder Peter Wolf.
Het begin van het einde.
ps. Mijn broers moesten steevast lachen met die gekke hoes.
Die Seth Justman is een gevaarlijk mannetje.
Hij producete met succes de vorige plaat Love Stinks (1980).
Nu gaat hij nog een stap verder: hij stelt op Freeze Frame
vijf nummers voor die hij alleen (zonder Peter Wolf) schreef.
FREEZE FRAME is zo'n nummer waarvan je zeker weet: dit wordt een hit.
Dit lied op de radio horen, was voor mij de start als muziekverzamelaar.
RAGE IN THE CAGE is een heerlijk spannend nummer.
Er gebeurt zoveel leuks in het arrangement dat het nooit verveelt.
CENTERFOLD werd de eerste en laatste Amerikaanse nummer 1 hit.
En eindelijk werd Europa dan toch wakker: de doorbraak.
DO YOU REMEMBER WHEN is een bijzonder sfeervolle ballad.
Eén van de vier nummers waaraan Peter Wolf meeschreef.
INSANE INSANE AGAIN is Seth Justman in overdrive.
Hier gebeurt te veel in de productie: te gek is nooit goed.
FLAMETHROWER opent kant 2 met mondharmonica sirenes.
Ook boordevol productionele gags, maar de song blijft wel overeind.
RIVER BLINDNESS loopt over van goede wil.
De compositie grijpt terug naar Monkey Island, maar is te clean.
ANGEL IN BLUE wordt in sommige landen de derde singel.
Een akkoestische ballad die balanceert tussen soft en mellow.
PISS ON THE WALL is het bisnummer.
Een dronkenmanslied dat soms onuitwisbare sporen nalaat.
Freeze Frame is zeker een knaller van een plaat.
Heel wat hitpotentie, maar toch bijna overgeproducet.
En het succes van deze plaat had ook een keerzijde.
Seth Justman trok te veel van het laken naar zich toe.
Een handvol solo-composities, volledige controle over de productie
en de intentie om met zijn Centerfoldformule opnieuw te scoren.
Peter Wolf wilde het graag een beetje meer "back to the roots".
En op een doodgewone repetitiedag in 1983 werd het hem duidelijk.
De groep ging liever door zonder Peter Wolf.
Het begin van het einde.
ps. Mijn broers moesten steevast lachen met die gekke hoes.
The J. Geils Band - Hotline (1975)

4,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 16:33 uur
HOTLINE
probeert opnieuw de live sensatie van de band te vangen
in opzwepende studiopnames (inclusief een aantal covers).
De tracks gaan lichtjes in elkaar over zodat
de muziek een heerlijke stroom rhythm & blues wordt.
LOVE-ITIS werd de bescheiden hitsingel.
Een cover die overtuigend in een J. Geils Band jasje wordt geholpen.
EASY WAY OUT is een aardige albumtrack
met een leuk refrein dat uitnodigt om te dansen.
THINK IT OVER is weer zo'n zalige J. Geils Band ballad.
Hun teksten zijn vaak ook lekker plastisch in de metaforen.
BE CAREFUL is rhythm & blues van de bovenste plank.
Met een hoofdrol voor verschillende instrumentale solo's.
JEALOUS LOVE is een nummer met hitpotentie.
Helaas werd het toch geen singel ... zoals wel vaker bij deze band.
MEAN LOVE is een venijnige compositie.
Misschien iets te gecompliceerd om echt te beklijven.
ORANGE DRIVER is een mooie blues cover.
En weer slaagt de band erin om het lied puur te brengen.
BELIEVE IN ME is een aanstekelijke cover, en zoals wel vaker
eigent de groep zich het nummer zodanig toe dat het echt van hen lijkt.
FANCY FOOTWORK richt zich naar de dansvloer.
Maar zoals de titel suggereert alleen voor intelligentere voetwerk.
Wat het geluid van deze J. Geils Band zo uniek maakt
is de manier waarop mondharmonica en gitaar elkaar versterken.
Soms gaat een harmonicasolo onmerkbaar over in een gitaarsolo.
Beide instrumenten zijn de essentiële pijlers van de sound.
Vanaf de jaren 80 krijgen de toetsen van Seth Justman,
die aanvankelijk inkleurden, een prominentere rol.
In 1976 verscheen ook een studio opname van de Supremes cover
WHERE DID OUR LOVE GO op singel (live versie op Blow your Face out).
probeert opnieuw de live sensatie van de band te vangen
in opzwepende studiopnames (inclusief een aantal covers).
De tracks gaan lichtjes in elkaar over zodat
de muziek een heerlijke stroom rhythm & blues wordt.
LOVE-ITIS werd de bescheiden hitsingel.
Een cover die overtuigend in een J. Geils Band jasje wordt geholpen.
EASY WAY OUT is een aardige albumtrack
met een leuk refrein dat uitnodigt om te dansen.
THINK IT OVER is weer zo'n zalige J. Geils Band ballad.
Hun teksten zijn vaak ook lekker plastisch in de metaforen.
BE CAREFUL is rhythm & blues van de bovenste plank.
Met een hoofdrol voor verschillende instrumentale solo's.
JEALOUS LOVE is een nummer met hitpotentie.
Helaas werd het toch geen singel ... zoals wel vaker bij deze band.
MEAN LOVE is een venijnige compositie.
Misschien iets te gecompliceerd om echt te beklijven.
ORANGE DRIVER is een mooie blues cover.
En weer slaagt de band erin om het lied puur te brengen.
BELIEVE IN ME is een aanstekelijke cover, en zoals wel vaker
eigent de groep zich het nummer zodanig toe dat het echt van hen lijkt.
FANCY FOOTWORK richt zich naar de dansvloer.
Maar zoals de titel suggereert alleen voor intelligentere voetwerk.
Wat het geluid van deze J. Geils Band zo uniek maakt
is de manier waarop mondharmonica en gitaar elkaar versterken.
Soms gaat een harmonicasolo onmerkbaar over in een gitaarsolo.
Beide instrumenten zijn de essentiële pijlers van de sound.
Vanaf de jaren 80 krijgen de toetsen van Seth Justman,
die aanvankelijk inkleurden, een prominentere rol.
In 1976 verscheen ook een studio opname van de Supremes cover
WHERE DID OUR LOVE GO op singel (live versie op Blow your Face out).
The J. Geils Band - Icon (2014)

5,0
0
geplaatst: 26 april 2014, 11:09 uur
THE J. GEILS BAND
Het vaak bejubelde sextet uit Boston nam vijf albums op voor EMI.
De bekendste nummers werden verzameld op deze zacht geprijsde collectie.
De radiohit One Last Kiss en het titelnummer Sanctuary
vertegenwoordigen de onderschatte langspeler Sanctuary (1978).
Single-kandidaten Take It Back en Wild Man werden niet geselecteerd.
Van het US succes Love Stinks (1980)
zijn alle singles aanwezig: Come Back, Love Stinks en Just Can't Wait.
De twee eerste wel in hun 7" edit.
De Europese doorbraak kwam er pas in 1982 met Freeze Frame (1981).
Ook daarvan werden alle singles gebruikt: Centerfold, Freeze Frame, Angel in Blue
en (in sommige landen) Flamethrower. Completer kan niet.
Afsluiten doet deze collectie met de twee singles (ook in 7" edit)
van de onvolprezen live-sensatie Showtime! (1982).
Van het laatste EMI album (zonder zanger Peter Wolf) werden geen nummers weerhouden.
You're Gettin' Even While I'm Gettin' Odd (1984)
Mocht je mij vragen om deze periode van de band in 11 songs samen te vatten,
dan zou ik dat wellicht op exact dezelfde manier gedaan hebben. Hebbeding dus.
Het vaak bejubelde sextet uit Boston nam vijf albums op voor EMI.
De bekendste nummers werden verzameld op deze zacht geprijsde collectie.
De radiohit One Last Kiss en het titelnummer Sanctuary
vertegenwoordigen de onderschatte langspeler Sanctuary (1978).
Single-kandidaten Take It Back en Wild Man werden niet geselecteerd.
Van het US succes Love Stinks (1980)
zijn alle singles aanwezig: Come Back, Love Stinks en Just Can't Wait.
De twee eerste wel in hun 7" edit.
De Europese doorbraak kwam er pas in 1982 met Freeze Frame (1981).
Ook daarvan werden alle singles gebruikt: Centerfold, Freeze Frame, Angel in Blue
en (in sommige landen) Flamethrower. Completer kan niet.
Afsluiten doet deze collectie met de twee singles (ook in 7" edit)
van de onvolprezen live-sensatie Showtime! (1982).
Van het laatste EMI album (zonder zanger Peter Wolf) werden geen nummers weerhouden.
You're Gettin' Even While I'm Gettin' Odd (1984)
Mocht je mij vragen om deze periode van de band in 11 songs samen te vatten,
dan zou ik dat wellicht op exact dezelfde manier gedaan hebben. Hebbeding dus.
The J. Geils Band - Ladies Invited (1973)

3,0
0
geplaatst: 23 juni 2008, 22:46 uur
LADIES INVITED
is een van de meest vergeten albums van de band.
Na het succes van Bloodshot (goud in Amerika) kwam
de groep al vrij snel met een opvolger boordevol eigen nummers.
Accent lag deze keer op het zoeken naar een eigen geluid.
Ladies Invited toont een band die experimenteert met uitdagende ritmes,
gewaagde tempowisselingen en speelse arrangementen.
DID YOU NO WRONG klinkt als J. Geils anno jaren 80.
Het nummer was dan ook de (enige) onvermijdelijke singel.
I CAN'T GO ON struikelt bijna over zijn eigen complexe ritme.
Maar de virtuoziteit van de band en het stevige refrein houden het overeind.
LAY YOUR GOOD THING DOWN spreekt het minst tot de verbeelding.
Hier slaagt de groep er niet in om boven de middelmaat uit te stijgen.
THAT'S WHY I'M THINKING OF YOU is de ballad.
Boordevol hartzeer ... haal die zakdoeken maar boven ...
NO DOUBT ABOUT IT is een leuk fuifnummer.
Funky opbouw en een hard rockend refrein: bang that head.
THE LADY MAKES DEMAND is het prijsnummertje van de plaat.
Begint als een ballad, maar schakelt dan over in een lekkere versnelling.
MY BABY DON'T LOVE ME is blues in modderige waters.
Met een huiverende gitaar die dwars door je hart snijdt.
DIDDYBOPPIN' klinkt sneller dan het is.
Een nummer dat zich verslikt in een nochtans intrigerend ritmepatroon.
TAKE A CHANCE is behoorlijk mainstream in vergelijking met de rest.
Een leuk albumnummer dat het niveau van het album opkrikt.
CHIMES is een mistige ballad met Seth Justman in de hoofdrol.
Doet daarom denken aan de latere sound op bijvoorbeeld Monkey Island.
Ladies Invited is niet het album waarmee je begint.
Samen met Monkey Island alleen voor gevorderden.
is een van de meest vergeten albums van de band.
Na het succes van Bloodshot (goud in Amerika) kwam
de groep al vrij snel met een opvolger boordevol eigen nummers.
Accent lag deze keer op het zoeken naar een eigen geluid.
Ladies Invited toont een band die experimenteert met uitdagende ritmes,
gewaagde tempowisselingen en speelse arrangementen.
DID YOU NO WRONG klinkt als J. Geils anno jaren 80.
Het nummer was dan ook de (enige) onvermijdelijke singel.
I CAN'T GO ON struikelt bijna over zijn eigen complexe ritme.
Maar de virtuoziteit van de band en het stevige refrein houden het overeind.
LAY YOUR GOOD THING DOWN spreekt het minst tot de verbeelding.
Hier slaagt de groep er niet in om boven de middelmaat uit te stijgen.
THAT'S WHY I'M THINKING OF YOU is de ballad.
Boordevol hartzeer ... haal die zakdoeken maar boven ...
NO DOUBT ABOUT IT is een leuk fuifnummer.
Funky opbouw en een hard rockend refrein: bang that head.
THE LADY MAKES DEMAND is het prijsnummertje van de plaat.
Begint als een ballad, maar schakelt dan over in een lekkere versnelling.
MY BABY DON'T LOVE ME is blues in modderige waters.
Met een huiverende gitaar die dwars door je hart snijdt.
DIDDYBOPPIN' klinkt sneller dan het is.
Een nummer dat zich verslikt in een nochtans intrigerend ritmepatroon.
TAKE A CHANCE is behoorlijk mainstream in vergelijking met de rest.
Een leuk albumnummer dat het niveau van het album opkrikt.
CHIMES is een mistige ballad met Seth Justman in de hoofdrol.
Doet daarom denken aan de latere sound op bijvoorbeeld Monkey Island.
Ladies Invited is niet het album waarmee je begint.
Samen met Monkey Island alleen voor gevorderden.
The J. Geils Band - Love Stinks (1980)

5,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 20:11 uur
LOVE STINKS
Het probleem van de productie werd vakkundig opgelost.
Toetsenist Seth Justman neemt zelf de touwtjes in handen.
Dat betekent echter ook dat hij zijn eigen synths op de voorgrond mixt.
Maar die elektronische injectie zorgt wel voor een up to date geluid.
JUST CAN'T WAIT wordt de derde singel van Love Stinks.
Een heerlijke song die je zo meezingt met de radio.
COME BACK doet denken aan I was made for loving you van Kiss.
Discorock, maar dan in tegenstelling tot Kiss met de klemtoon op rock.
TAKIN' YOU DOWN breekt gepast de discobeat.
Een sfeervol nummer dat
NIGHT TIME is een cover die wild om zich heen stampt.
En laat dat nu het enige minpuntje zijn: deze plaat hoefde geen cover.
NO ANCHOVIES PLEASE is een mini-hoorspel.
Eindelijk durft de groep ook een hilarisch verhaaltje in de studio aan.
LOVE STINKS was de tweede singel.
Lekkere laid back rock, maar misschien iets te loom in het ritme.
TRYIN' NOT TO THINK ABOUT IT start met hardrock gitaren.
Dit langere lied toont perfect hoe de groep haar nieuwe sound beheerst.
DESIRE is de enige ballad op de plaat.
Dankzij het meeslepende refrein klinkt het als een evergreen.
TILL THE WALLS COME TUMBLIN' DOWN is het bisnummer.
Met het onversneden advies: You've got to brush your teeth with rock & roll.
Geen enkel slecht nummer, al hoefde die cover niet.
Een gevarieerde plaat die de groep op Pinkpop bracht.
Zou Europa dan toch nog zwichten voor de Amerikaanse Stones?
Het probleem van de productie werd vakkundig opgelost.
Toetsenist Seth Justman neemt zelf de touwtjes in handen.
Dat betekent echter ook dat hij zijn eigen synths op de voorgrond mixt.
Maar die elektronische injectie zorgt wel voor een up to date geluid.
JUST CAN'T WAIT wordt de derde singel van Love Stinks.
Een heerlijke song die je zo meezingt met de radio.
COME BACK doet denken aan I was made for loving you van Kiss.
Discorock, maar dan in tegenstelling tot Kiss met de klemtoon op rock.
TAKIN' YOU DOWN breekt gepast de discobeat.
Een sfeervol nummer dat
NIGHT TIME is een cover die wild om zich heen stampt.
En laat dat nu het enige minpuntje zijn: deze plaat hoefde geen cover.
NO ANCHOVIES PLEASE is een mini-hoorspel.
Eindelijk durft de groep ook een hilarisch verhaaltje in de studio aan.
LOVE STINKS was de tweede singel.
Lekkere laid back rock, maar misschien iets te loom in het ritme.
TRYIN' NOT TO THINK ABOUT IT start met hardrock gitaren.
Dit langere lied toont perfect hoe de groep haar nieuwe sound beheerst.
DESIRE is de enige ballad op de plaat.
Dankzij het meeslepende refrein klinkt het als een evergreen.
TILL THE WALLS COME TUMBLIN' DOWN is het bisnummer.
Met het onversneden advies: You've got to brush your teeth with rock & roll.
Geen enkel slecht nummer, al hoefde die cover niet.
Een gevarieerde plaat die de groep op Pinkpop bracht.
Zou Europa dan toch nog zwichten voor de Amerikaanse Stones?
The J. Geils Band - Sanctuary (1978)

4,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 19:55 uur
En dan is er de overstap van Atlantic naar EMI.
Met een nieuwe producer en met frisse moed de studio's in.
SANCTUARY
Dit keer staan de songs (geen enkele cover) er gelukkig wel.
De productie mist wat power, maar de gitaren zitten op de eerst rij.
I COULD HURT YOU is een lekkere binnenkomer.
Met die leuke zin: I could hurt you baby, but I ain't gonna do it to you.
ONE LAST KISS was de grootste hit en bracht de band weer op de radio.
Met een prachtig zingende gitaar van Jerome Geils.
TAKE IT BACK had best een hitje kunnen zijn.
Heel radiovriendelijke, catchy song met Magic Dick in de hoofdrol.
SANCTUARY heeft iets van de Rolling Stones.
Meest stomende track van de plaat, maar nog beter live op Showtime (1982).
TERESA toont de groep op haar kwetsbaarst.
Simpele piano en een ontroerende, smekende Peter Wolf.
WILD MAN doet de titel alle eer aan.
Het meest heavy nummer van de plaat ... staat als een man.
I CAN'T BELIEVE YOU is het zoveelste nummer met hitpotentie.
Vreemd toch dat dit album wel in Amerika, maar nog niet in Europa aansloeg.
I DON'T HANG AROUND MUCH ANYMORE is weer een voltreffer.
Weer een ballad in die oerdegelijke J. Geils Band traditie.
JUST CAN'T STOP ME lijkt wel op een live bisnummer.
De meest rockende track van het naar pop neigende album.
De groep trok definitief de "pop" kaart,
en slaagt erin om zichzelf opnieuw te definiëren.
Er staat werkelijk geen enkel ondermaats nummer op Sanctuary.
Enige minpuntje is de wat vlakke productie.
Met een nieuwe producer en met frisse moed de studio's in.
SANCTUARY
Dit keer staan de songs (geen enkele cover) er gelukkig wel.
De productie mist wat power, maar de gitaren zitten op de eerst rij.
I COULD HURT YOU is een lekkere binnenkomer.
Met die leuke zin: I could hurt you baby, but I ain't gonna do it to you.
ONE LAST KISS was de grootste hit en bracht de band weer op de radio.
Met een prachtig zingende gitaar van Jerome Geils.
TAKE IT BACK had best een hitje kunnen zijn.
Heel radiovriendelijke, catchy song met Magic Dick in de hoofdrol.
SANCTUARY heeft iets van de Rolling Stones.
Meest stomende track van de plaat, maar nog beter live op Showtime (1982).
TERESA toont de groep op haar kwetsbaarst.
Simpele piano en een ontroerende, smekende Peter Wolf.
WILD MAN doet de titel alle eer aan.
Het meest heavy nummer van de plaat ... staat als een man.
I CAN'T BELIEVE YOU is het zoveelste nummer met hitpotentie.
Vreemd toch dat dit album wel in Amerika, maar nog niet in Europa aansloeg.
I DON'T HANG AROUND MUCH ANYMORE is weer een voltreffer.
Weer een ballad in die oerdegelijke J. Geils Band traditie.
JUST CAN'T STOP ME lijkt wel op een live bisnummer.
De meest rockende track van het naar pop neigende album.
De groep trok definitief de "pop" kaart,
en slaagt erin om zichzelf opnieuw te definiëren.
Er staat werkelijk geen enkel ondermaats nummer op Sanctuary.
Enige minpuntje is de wat vlakke productie.
The J. Geils Band - Showtime! (1982)
Alternatieve titel: Historic Live Album!

5,0
1
geplaatst: 25 juni 2008, 21:30 uur
SHOWTIME
Schitterende live verzameling boordevol winnaars.
Er bestaat geen twijfel: geen enkel nummer
moet onder doen voor de studio versie ... integendeel.
Wie de drie live platen van de groep in huis heeft,
mist hier en daar een hitsingel (Freeze Frame of One Last Kiss bv).
Maar je hebt van bijna alle andere tracks wel de definitieve versie in huis.
Schitterende live verzameling boordevol winnaars.
Er bestaat geen twijfel: geen enkel nummer
moet onder doen voor de studio versie ... integendeel.
Wie de drie live platen van de groep in huis heeft,
mist hier en daar een hitsingel (Freeze Frame of One Last Kiss bv).
Maar je hebt van bijna alle andere tracks wel de definitieve versie in huis.
The J. Geils Band - The J. Geils Band (1970)

3,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 17:41 uur
De twee eerste platen van the J. Geils Band zijn terreinverkenningen.
Een mix van door de band geliefdkoosde covers en het eerste eigen werk.
THE J. GEILS BAND
is een aanstekelijke collectie nummers.
Het debuut toont een muzikaal bijzonder onderlegde band.
De productie is echter te vlak om een vuist te maken.
WAIT komt het dichtst in de buurt bij de latere sound van de band.
Een nummer met hitpotentie en tweede singel van dit album.
ICE BREAKER is een instrumentale ode aan the Big M.
Het enige nummer dat gitarist Jerome Geils ooit zelf schreef.
CRUISIN' FOR A LOVE is van Juke Joint Jimmy.
Bijzonder hitgevoelige rhythm & blues en op singel gekoppeld aan Wait.
HARD DRIVIN' MAN was live een knaller.
Een opgefokt nummer met een briljante Geils in de hoofdrol.
SERVES YOU RIGHT TO SUFFER van John Lee Hooker.
Gewaagde, maar geslaagde cover.
HOMEWORK is weer een cover naar de hand van de groep.
Trager dan de live versie, maar desalniettemin een schot in de roos.
FIRST I LOOK AT THE PURSE van Smokey Robinson.
Samen met Homework een sterk singel duo en een hitje.
WHAT'S YOUR HURRY is het vierde nummer van de band.
Een smartelijke ballad zoals de groep er nog veel zou schrijven.
ON BORROWED TIME is ook van het duo Wolf - Justman.
Een slow, een plakker een bluesy tearjerker van formaat.
PACK FAIR AND SQUARE is pure rock & roll.
Met een onnavolgbare Magic Dick in de hoofdrol.
SNO-CONE is een verslavende instrumental.
Met de rollende drums van Stephen Jo Bladd op de voorgrond.
First I look at the Purse, Homework, Pack fair and square,
Hard drivin' Man, Serves you Right to suffer en Cruisin' for a Love
staan alle zes in een sterker versie op de eerste live plaat: Full House (1972).
Sno-cone is ook live terug te vinden op Blow your Face out (1976).
Dat maakt dit debuutalbum lichtjes overbodig: enkel voor fans dus.
Een mix van door de band geliefdkoosde covers en het eerste eigen werk.
THE J. GEILS BAND
is een aanstekelijke collectie nummers.
Het debuut toont een muzikaal bijzonder onderlegde band.
De productie is echter te vlak om een vuist te maken.
WAIT komt het dichtst in de buurt bij de latere sound van de band.
Een nummer met hitpotentie en tweede singel van dit album.
ICE BREAKER is een instrumentale ode aan the Big M.
Het enige nummer dat gitarist Jerome Geils ooit zelf schreef.
CRUISIN' FOR A LOVE is van Juke Joint Jimmy.
Bijzonder hitgevoelige rhythm & blues en op singel gekoppeld aan Wait.
HARD DRIVIN' MAN was live een knaller.
Een opgefokt nummer met een briljante Geils in de hoofdrol.
SERVES YOU RIGHT TO SUFFER van John Lee Hooker.
Gewaagde, maar geslaagde cover.
HOMEWORK is weer een cover naar de hand van de groep.
Trager dan de live versie, maar desalniettemin een schot in de roos.
FIRST I LOOK AT THE PURSE van Smokey Robinson.
Samen met Homework een sterk singel duo en een hitje.
WHAT'S YOUR HURRY is het vierde nummer van de band.
Een smartelijke ballad zoals de groep er nog veel zou schrijven.
ON BORROWED TIME is ook van het duo Wolf - Justman.
Een slow, een plakker een bluesy tearjerker van formaat.
PACK FAIR AND SQUARE is pure rock & roll.
Met een onnavolgbare Magic Dick in de hoofdrol.
SNO-CONE is een verslavende instrumental.
Met de rollende drums van Stephen Jo Bladd op de voorgrond.
First I look at the Purse, Homework, Pack fair and square,
Hard drivin' Man, Serves you Right to suffer en Cruisin' for a Love
staan alle zes in een sterker versie op de eerste live plaat: Full House (1972).
Sno-cone is ook live terug te vinden op Blow your Face out (1976).
Dat maakt dit debuutalbum lichtjes overbodig: enkel voor fans dus.
The J. Geils Band - You're Gettin' Even While I'm Gettin' Odd (1984)

3,0
0
geplaatst: 19 augustus 2008, 22:02 uur
YOU'RE GETTIN' EVEN WHILE I'M GETTIN' ODD
is de eerste en de laatste J. Geils Band plaat zonder Peter Wolf.
Toetsenist Seth Justman was de auteur van Centerfold.
Als het aan Seth lag, zou de band meer hits scoren.
Als het aan Peter lag, zou de band zijn roots trouw blijven.
En gek genoeg werd de zanger bedankt voor bewezen diensten.
En laat nu net de zang het grootste probleem zijn op dit album.
Seth Justmans stem is te licht; Stephen Jo Bladd en Magic Dick
zijn behoorlijke achtergrond zangers, maar geen lead zangers.
CONCEALED WEAPONS was het radiohitje
en een fijne doorslag van de Freeze Frame hit uit 1982.
HEAVY PETTING is niet zo heavy als het lijkt.
Te veel Justman clichees op een rijtje ... slecht gezongen.
WASTED YOUTH is radiovriendelijker en iets beter.
Ook hier weegt de zang licht, maar de gitaren snijden meer hout.
EENIE MEENIE MINIE MOE is een flauw aftelrijmpje.
Goed voor een te slechte tweede singel van het album.
Let wel op: Seth Justman is meesterlijk arrangeur
die heel veel lekkers uit de knoppen tovert, maar soms
is te zoet slecht voor je rock and roll tanden.
TELL 'EM JONESY is een avondlijke thriller van een ballad.
Prima bas en dit keer vertolkt de fluisterstem perfect haar rol.
YOU'RE GETTIN' EVEN WHILE I'M GETTIN' ODD
is het prijsnummer van het album ... een uitgesponnen compositie
die leunt op de (akkoestische) gitaren van Geils en de fretlas bas van Klein.
THE BITE FROM INSIDE is een behoorlijke albumtrack.
Instrumentaal sterk ingekleurd, maar weer met matige vocalen.
CALIFORNICATIN' toont de doortrapte zijde van de J. Geils Band.
Een supersnel en opgefunkt fuifnummer ... humor van de bovenste plank.
I WILL CARRY YOU HOME laat een gospel koor aanrukken.
Een heel Amerikaanse afsluiter met "Up With People" allures.
In 1985 zou de groep nog het titelnummer voor de film Fright Night
opnemen (meteen een van hun slechtste songs) ... en dan was het uit.
In 1999 komt er eindelijk een eenmalig reünieconcert,
maar dan wel jammer genoeg zonder de originele drummer.
Dit album is alleen in Japan op CD uitgegeven en dus moeilijk te vinden.
Aangezien het album flopte, zijn er genoeg vinyl exemplaren in omloop.
Freeze Frame fans hoeven niet te twijfelen: hij kan er net mee door.
is de eerste en de laatste J. Geils Band plaat zonder Peter Wolf.
Toetsenist Seth Justman was de auteur van Centerfold.
Als het aan Seth lag, zou de band meer hits scoren.
Als het aan Peter lag, zou de band zijn roots trouw blijven.
En gek genoeg werd de zanger bedankt voor bewezen diensten.
En laat nu net de zang het grootste probleem zijn op dit album.
Seth Justmans stem is te licht; Stephen Jo Bladd en Magic Dick
zijn behoorlijke achtergrond zangers, maar geen lead zangers.
CONCEALED WEAPONS was het radiohitje
en een fijne doorslag van de Freeze Frame hit uit 1982.
HEAVY PETTING is niet zo heavy als het lijkt.
Te veel Justman clichees op een rijtje ... slecht gezongen.
WASTED YOUTH is radiovriendelijker en iets beter.
Ook hier weegt de zang licht, maar de gitaren snijden meer hout.
EENIE MEENIE MINIE MOE is een flauw aftelrijmpje.
Goed voor een te slechte tweede singel van het album.
Let wel op: Seth Justman is meesterlijk arrangeur
die heel veel lekkers uit de knoppen tovert, maar soms
is te zoet slecht voor je rock and roll tanden.
TELL 'EM JONESY is een avondlijke thriller van een ballad.
Prima bas en dit keer vertolkt de fluisterstem perfect haar rol.
YOU'RE GETTIN' EVEN WHILE I'M GETTIN' ODD
is het prijsnummer van het album ... een uitgesponnen compositie
die leunt op de (akkoestische) gitaren van Geils en de fretlas bas van Klein.
THE BITE FROM INSIDE is een behoorlijke albumtrack.
Instrumentaal sterk ingekleurd, maar weer met matige vocalen.
CALIFORNICATIN' toont de doortrapte zijde van de J. Geils Band.
Een supersnel en opgefunkt fuifnummer ... humor van de bovenste plank.
I WILL CARRY YOU HOME laat een gospel koor aanrukken.
Een heel Amerikaanse afsluiter met "Up With People" allures.
In 1985 zou de groep nog het titelnummer voor de film Fright Night
opnemen (meteen een van hun slechtste songs) ... en dan was het uit.
In 1999 komt er eindelijk een eenmalig reünieconcert,
maar dan wel jammer genoeg zonder de originele drummer.
Dit album is alleen in Japan op CD uitgegeven en dus moeilijk te vinden.
Aangezien het album flopte, zijn er genoeg vinyl exemplaren in omloop.
Freeze Frame fans hoeven niet te twijfelen: hij kan er net mee door.
The Listening Pool - Still Life (1994)

3,0
0
geplaatst: 18 december 2022, 20:42 uur
Net eens beluisterd. Aardige maar tegelijk ook slappe hap van Humphreys. Toch merkwaardig dat Cooper en Holmes hem volgden en McCluskey mee de rug toekeerden. Where Do We Go From Here vind ik het beste nummer. Was al de b-kant van Oil For The Lamps Of China, de single die in 1993 Still Life voorafging. Het stilleven op de hoes is van amateurschilder Martin Cooper. Er zit te weinig leven in dit album.
Ik zette ook een sterretje bij Somebody Somewhere en de instrumentale afsluiter Hand Me That Universe.
Ik zette ook een sterretje bij Somebody Somewhere en de instrumentale afsluiter Hand Me That Universe.
The Monkees - The Monkees (1966)

3,0
0
geplaatst: 16 november 2022, 14:07 uur
THE MONKEES 1966
Spring de wereld in! Ik moet aan de Studio 100 reeks Spring denken. Televisiereeksen als springplank voor een muzikale carrière. Toch liep The Monkees maar twee luttele seizoenen. Twee albums lang waren The Monkees in de States even beroemd als de Beatles, de Stones en de Beach Boys. Een soort boysband van de 60's met apenstreken. Het valt me op hoe kort deze plaat duurt met songs die evengoed rond de twee dan rond de drie minuten schommelen. De elpee begint met het themalied van de sitcom en halverwege komen we Last Train To Clarksville tegen. Eindigen doen The Monkees met een grappig studio onderonsje. Daartussen krijgen we hapklare muziek die helemaal in het verlengde ligt van wat de Britse beat destijds groepen brachten. En met wat goede wil hoor je ook Amerikaanse invloeden zoals je die van groepen uit het land van Simon & Garfunkel en zelfs Creedence Clearwater Revival zou verwachten. Een vleugje blues, country en skiffle. Vleugjes zijn misschien voldoende in de wereld van The Monkees. Maar niet om mijn muzikale honger mee te stillen. Monkey business. Niet meer dan leuk.
Spring de wereld in! Ik moet aan de Studio 100 reeks Spring denken. Televisiereeksen als springplank voor een muzikale carrière. Toch liep The Monkees maar twee luttele seizoenen. Twee albums lang waren The Monkees in de States even beroemd als de Beatles, de Stones en de Beach Boys. Een soort boysband van de 60's met apenstreken. Het valt me op hoe kort deze plaat duurt met songs die evengoed rond de twee dan rond de drie minuten schommelen. De elpee begint met het themalied van de sitcom en halverwege komen we Last Train To Clarksville tegen. Eindigen doen The Monkees met een grappig studio onderonsje. Daartussen krijgen we hapklare muziek die helemaal in het verlengde ligt van wat de Britse beat destijds groepen brachten. En met wat goede wil hoor je ook Amerikaanse invloeden zoals je die van groepen uit het land van Simon & Garfunkel en zelfs Creedence Clearwater Revival zou verwachten. Een vleugje blues, country en skiffle. Vleugjes zijn misschien voldoende in de wereld van The Monkees. Maar niet om mijn muzikale honger mee te stillen. Monkey business. Niet meer dan leuk.
The Nits - Adieu, Sweet Bahnhof (1984)

4,0
0
geplaatst: 26 oktober 2009, 21:24 uur
ADIEU SWEET BAHNHOF 1984
Aan het eind van 1984 verscheen het laatste Nits album
met gitarist Michiel Peters in de gelederen. Michiel was het
drukke tourschema beu, zou sociologie gaan studeren en zich
een burgerleven toeëigen dat hij altijd al zo fijnbesnaard
bezongen had in zijn werkelijk prachtige liedjes ...
Villa Homesick ... een door strijkers verfraaide
treurzang over een vogel in een gouden kooitje.
Of het wild om zich heen laaiende Silly Fool
waarin boeken verbrand worden ... een aanklacht
tegen elke vorm van fascisme en kortzichtigheid.
Het b-kantje Mountains in Minutes heeft een zelfde rockgehalte.
Of het poreuze, biografische meesterwerkje The Infant King
(in 1989 zou Michiel solo weerkeren met een gelijknamig album).
Michiel Peters - Infant King (1988)
Echt adembenemend hoe je hier de trein door de nacht
hoort rijden. En hoe de ik-figuur zijn eigen gezicht en bijhorend
levensverhaal gespiegeld ziet in de ramen van het voertuig.
Adieu Sweet Bahnhof ... opnieuw met de trein in de hoofdrol.
De metaforen "trein" en "hotel" zijn in het Nitsiaans geladen beelden.
De trein staat voor het onderweg zijn, het reizen, het vlieden van de tijd.
En hotel staat dan weer voor de thuishaven en het rustpunt.
YouTube - Nits - Adieu Sweet Bahnhof
Werkelijk prachtig hoe het landschap en het hotel beschreven worden.
De teksten van Hofstede worden steeds rijker, steeds doorleefder.
De eerste single van het album was het niet zo bijzondere Mask.
De tekst is wel zeer tekenend, maar muzikaal mist het nummer
de nodige drive om de hitparades in de verleiding te brengen.
YouTube - Nits - Mask
Opvolger Vah Hollanda Seni Seni heeft dan wel
zijn politiek correcte boodschap van verdraagzaamheid en
vertelt net zoals Cous Cous Kreten (1982) van de Vlaamse Kreuners
het verscheurde verhaal van allochtone jongeren in het vreemde Europa.
Inclusief een hele stuk liedtekst in het Turks. Maar als single te braaf.
Betere single kandidaten waren volgens mij de titelsong
(pas als derde single uitgebracht) en het gladde Woman Cactus.
Maar dat nummer heeft iets te veel geluisterd naar Sukiyaki,
een grote hit voor de Japanner Kyu Sakamoto in 1963.
Productie van het album is in handen van Jaap Eggermont,
de man die ook Shocking Blue en de Stars on 45 gouden platen schonk.
Daarmee kreeg het album toch een iets te blinkend glazuurlaagje.
Mindere songs zijn volgens mij Think It over van Stips,
The Tender Trap (een Joe Jackson imitatie) en het met een overbodige
gastrol van Frank Boeijen verfraaide The Ballroom of Romance.
Eindigen doe ik graag met twee juweeltjes uit Stips' muziekdoos.
De fijne instrumental Fanfare (een b-kantje) en het werkelijk subliem
gearrangeerde Poor Man's Pound (over de kloof tussen arm en rijk).
Enigszins sociaal bewogen mag deze plaat genoemd worden.
Adieu Sweet Bahnhof ... het gekke is dat ik bij de albumtitel altijd
meteen moet denken aan Who Ist der Bahnhof?, de geweldige
Koot & Bie sketch over de gebroeders Arie en Gé.
De kleine helden van het vlakke Nederland ...
Aan het eind van 1984 verscheen het laatste Nits album
met gitarist Michiel Peters in de gelederen. Michiel was het
drukke tourschema beu, zou sociologie gaan studeren en zich
een burgerleven toeëigen dat hij altijd al zo fijnbesnaard
bezongen had in zijn werkelijk prachtige liedjes ...
Villa Homesick ... een door strijkers verfraaide
treurzang over een vogel in een gouden kooitje.
Of het wild om zich heen laaiende Silly Fool
waarin boeken verbrand worden ... een aanklacht
tegen elke vorm van fascisme en kortzichtigheid.
Het b-kantje Mountains in Minutes heeft een zelfde rockgehalte.
Of het poreuze, biografische meesterwerkje The Infant King
(in 1989 zou Michiel solo weerkeren met een gelijknamig album).
Michiel Peters - Infant King (1988)
Echt adembenemend hoe je hier de trein door de nacht
hoort rijden. En hoe de ik-figuur zijn eigen gezicht en bijhorend
levensverhaal gespiegeld ziet in de ramen van het voertuig.
Adieu Sweet Bahnhof ... opnieuw met de trein in de hoofdrol.
De metaforen "trein" en "hotel" zijn in het Nitsiaans geladen beelden.
De trein staat voor het onderweg zijn, het reizen, het vlieden van de tijd.
En hotel staat dan weer voor de thuishaven en het rustpunt.
YouTube - Nits - Adieu Sweet Bahnhof
Werkelijk prachtig hoe het landschap en het hotel beschreven worden.
De teksten van Hofstede worden steeds rijker, steeds doorleefder.
De eerste single van het album was het niet zo bijzondere Mask.
De tekst is wel zeer tekenend, maar muzikaal mist het nummer
de nodige drive om de hitparades in de verleiding te brengen.
YouTube - Nits - Mask
Opvolger Vah Hollanda Seni Seni heeft dan wel
zijn politiek correcte boodschap van verdraagzaamheid en
vertelt net zoals Cous Cous Kreten (1982) van de Vlaamse Kreuners
het verscheurde verhaal van allochtone jongeren in het vreemde Europa.
Inclusief een hele stuk liedtekst in het Turks. Maar als single te braaf.
Betere single kandidaten waren volgens mij de titelsong
(pas als derde single uitgebracht) en het gladde Woman Cactus.
Maar dat nummer heeft iets te veel geluisterd naar Sukiyaki,
een grote hit voor de Japanner Kyu Sakamoto in 1963.
Productie van het album is in handen van Jaap Eggermont,
de man die ook Shocking Blue en de Stars on 45 gouden platen schonk.
Daarmee kreeg het album toch een iets te blinkend glazuurlaagje.
Mindere songs zijn volgens mij Think It over van Stips,
The Tender Trap (een Joe Jackson imitatie) en het met een overbodige
gastrol van Frank Boeijen verfraaide The Ballroom of Romance.
Eindigen doe ik graag met twee juweeltjes uit Stips' muziekdoos.
De fijne instrumental Fanfare (een b-kantje) en het werkelijk subliem
gearrangeerde Poor Man's Pound (over de kloof tussen arm en rijk).
Enigszins sociaal bewogen mag deze plaat genoemd worden.
Adieu Sweet Bahnhof ... het gekke is dat ik bij de albumtitel altijd
meteen moet denken aan Who Ist der Bahnhof?, de geweldige
Koot & Bie sketch over de gebroeders Arie en Gé.
De kleine helden van het vlakke Nederland ...
