Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Nits - Hat (1988)

5,0
0
geplaatst: 2 december 2009, 16:40 uur
HAT 1988
Het was weer Kilo (1983) tijd, blikt de groep terug.
Net als na het grote nationale succes van Omsk (1983)
brengen The Nits na de internationale doorbraak met Mountains (1987)
een mini-album met zes nieuwe tracks uit. Hat (1988) is de naam.
Een meesterwerkje met slechts twee minder opvallende nummers.
Dat zijn de intimistische afsluiter The House en het woordenspel Blue.
Dat laatste nummer maakt van het woord blue de kleur blauw.
Ik kan het niet anders uitleggen ... maar The Nits schilderen
nu eenmaal met metaforen, met woorden en klanken.
Titelsong The Hat is een fragment uit een minutenlange
studiojam. Henk toonde geschilderde afbeeldingen en de groep
speelde al musicerend in op de getoonde begrippen of voorwerpen.
Henk zong daar dan een geïmproviseerd verhaal bij ... met resultaat.
Blijven over de drie juweeltjes van Hat.
De twee singles The Dream met een sterk metaforische Hofstede tekst
en The Train (altijd een beeld voor de levensweg van de ik-figuur).
Zelfreflectie troef op Hat en zo belanden we bij The Bauhaus Chair.
Eén van de alleroudste Nits composities die uit de lade werd gehaald.
Gek genoeg handelt de tekst ook over het terugblikken op vroeger.
Op de tijd met bassist Alex Roelofs en gitarist Michiel Peters.
Laat nu net die laatste in 1989 terugkomen met een éénmalig solo-album
boordevol kwetsbare miniatuurtjes over het (klein)bugerlijke bestaan.
Over het kind dat die in elk van ons blijft ronddolen.
Michiel Peters - Infant King (1988)
Een album dat ondertussen een collector'sitem werd.
Het was weer Kilo (1983) tijd, blikt de groep terug.
Net als na het grote nationale succes van Omsk (1983)
brengen The Nits na de internationale doorbraak met Mountains (1987)
een mini-album met zes nieuwe tracks uit. Hat (1988) is de naam.
Een meesterwerkje met slechts twee minder opvallende nummers.
Dat zijn de intimistische afsluiter The House en het woordenspel Blue.
Dat laatste nummer maakt van het woord blue de kleur blauw.
Ik kan het niet anders uitleggen ... maar The Nits schilderen
nu eenmaal met metaforen, met woorden en klanken.
Titelsong The Hat is een fragment uit een minutenlange
studiojam. Henk toonde geschilderde afbeeldingen en de groep
speelde al musicerend in op de getoonde begrippen of voorwerpen.
Henk zong daar dan een geïmproviseerd verhaal bij ... met resultaat.
Blijven over de drie juweeltjes van Hat.
De twee singles The Dream met een sterk metaforische Hofstede tekst
en The Train (altijd een beeld voor de levensweg van de ik-figuur).
Zelfreflectie troef op Hat en zo belanden we bij The Bauhaus Chair.
Eén van de alleroudste Nits composities die uit de lade werd gehaald.
Gek genoeg handelt de tekst ook over het terugblikken op vroeger.
Op de tijd met bassist Alex Roelofs en gitarist Michiel Peters.
Laat nu net die laatste in 1989 terugkomen met een éénmalig solo-album
boordevol kwetsbare miniatuurtjes over het (klein)bugerlijke bestaan.
Over het kind dat die in elk van ons blijft ronddolen.
Michiel Peters - Infant King (1988)
Een album dat ondertussen een collector'sitem werd.
The Nits - Henk (1986)

4,0
2
geplaatst: 12 november 2009, 11:57 uur
HENK 1986
Na het vertrek van gitarist en miniaturist Michiel Peters
(wat een prachtige, kleine liedjes schreef hij toch) zijn The Nits een trio.
Een creatieve herbronningsfase wordt ingelast en uiteindelijk
besluiten Henk, Rob en Robert-Jan met z'n drietjes door te gaan.
Henk is toevallig Fins voor adem.
En die hervonden adem staat op een langspeler uit 1986.
De hoesfoto is een collage van de gezichten van de drie makers.
Vanaf nu dragen alle songs de credits van de hele band.
Natuurlijk ligt er na het vertrek van een gitarist
meer klemtoon op de synthesizers. Natuurlijk worden
na het vertrek van een mede-vocalist backing vocals gezocht.
Een van die achtergrondzangeressen heet Joke Geraets
en zal tussen 1987-1989 bassiste en vierde groepslid worden.
Henk is het meest gedateerd klinkende album van The Nits.
Eerste generatie digitale productie en een overdaad aan synths
zijn daarvoor verantwoordelijk. Het is hen bij deze vergeven.
De drie singles hebben gek genoeg de tand des tijds
minder doorstaan dan enkele sterkere albumtracks.
Het begon met Sleep ... een nachtelijke ballade
met puntige synthesizers en een Duits poëzie citaat.
Filmisch bijna, zoals vele tracks op Henk.
Daarna kwam Typist of Candy, de meest geslaagde single.
Het hoofdpersonage is de vrouw uit Hoppers schilderij Office at Night
(op zich al de titel van een Nits compositie uit 1980).
http://www.sauer-thompson.com/junkforcode/archives/2009/01/12/HopperOfficeatNight.jpg
Typist of Candy heeft een tekst die doet wat Hopper met verf doet.
Namelijk een spanning suggereren tussen de verstilde figuren op doek.
Is deze typiste heimelijk verliefd op haar onverstoord werkende baas?
Volgens The Nits tikt ze haar blad wanhopig vol vraagtekens.
Cabins is te gemakkelijk. Een synthpop niemandalletje
dat naar Nitsmaatstaven veel te licht weegt. OMD achterna.
Tegenover de singles staat een trits ijzersterke albumtracks.
Bike in Head, Home before Dark en Under a Canoe.
Bike in Head fiets letterlijk door de speakers.
Een heerlijke zonnige trip doorheen de dierentuin van The Nits.
Een fiets is in Hofstedes teksten altijd een metafoor voor de jeugd.
Een auto (Cars and Cars) symboliseert de volwassenheid.
Een soortgelijke woordenmetaforiek hanteert Henk bij boom
(Boy in a Tree) voor jeugd en huis (House on the Hill) voor volwassenheid.
Bike in Head munt uit in zijn gelaagd geluidsarrangement
dat nergens echt bombastisch of vervelend is ... enkel sprankelend.
Het zou alsnog op single verschijnen nav de verzamelaar Nest (1994).
Home before Dark baseerst zich op nog een schilderij van Hopper.
Op Gas ziet de kijker een verlaten bezinestation ... in gedachten
mijmert de pompbediende zich dapper door de nacht.
http://www.softwarearchitectures.com/blog/uploaded_images/hopper_gas_4-799371.jpg
De live versie van Home before Dark op Urk (1989) is de ultieme versie.
Under a Canoe is instrumentaal een openbaring.
Ook hier valt de naam OMD als referentie, maar dan
de meer experimentele zijde van de Liverpoolse formatie.
Resten ons nog het stampende Port of Amsterdam
(dat net iets harder dan de rest lijdt onder de steriele productie),
het tussendoortje The Singing Telegram, de omgekeerde jam Erom On
(No More), het zoute Pillow Talk en het mechanische Crane Driver.
5 Hammering Men is een samensmelting
van drie aparte, korte instrumentale motiefjes.
Omdat dit album op CD gevolgd wordt door het mini-album Kilo,
staan er geen bonustracks uit de Henk sessies op. Daarvoor moet je
de collectors rarities verzamelaar Quest zien te bemachtigen.
Daarop Van Goghs The Potato Eaters (b-kant van Sleep), het verwarde Stay
en een langere versie van The Singing Telegram (beide unreleased before).
Niet op Quest is Her Second Office, een ware kakofonie
van geluiden en b-kant van Typist of Candy. De b-kant van Cabins
was een live versie van hetzelfde nummer.
Na het vertrek van gitarist en miniaturist Michiel Peters
(wat een prachtige, kleine liedjes schreef hij toch) zijn The Nits een trio.
Een creatieve herbronningsfase wordt ingelast en uiteindelijk
besluiten Henk, Rob en Robert-Jan met z'n drietjes door te gaan.
Henk is toevallig Fins voor adem.
En die hervonden adem staat op een langspeler uit 1986.
De hoesfoto is een collage van de gezichten van de drie makers.
Vanaf nu dragen alle songs de credits van de hele band.
Natuurlijk ligt er na het vertrek van een gitarist
meer klemtoon op de synthesizers. Natuurlijk worden
na het vertrek van een mede-vocalist backing vocals gezocht.
Een van die achtergrondzangeressen heet Joke Geraets
en zal tussen 1987-1989 bassiste en vierde groepslid worden.
Henk is het meest gedateerd klinkende album van The Nits.
Eerste generatie digitale productie en een overdaad aan synths
zijn daarvoor verantwoordelijk. Het is hen bij deze vergeven.
De drie singles hebben gek genoeg de tand des tijds
minder doorstaan dan enkele sterkere albumtracks.
Het begon met Sleep ... een nachtelijke ballade
met puntige synthesizers en een Duits poëzie citaat.
Filmisch bijna, zoals vele tracks op Henk.
Daarna kwam Typist of Candy, de meest geslaagde single.
Het hoofdpersonage is de vrouw uit Hoppers schilderij Office at Night
(op zich al de titel van een Nits compositie uit 1980).
http://www.sauer-thompson.com/junkforcode/archives/2009/01/12/HopperOfficeatNight.jpg
Typist of Candy heeft een tekst die doet wat Hopper met verf doet.
Namelijk een spanning suggereren tussen de verstilde figuren op doek.
Is deze typiste heimelijk verliefd op haar onverstoord werkende baas?
Volgens The Nits tikt ze haar blad wanhopig vol vraagtekens.
Cabins is te gemakkelijk. Een synthpop niemandalletje
dat naar Nitsmaatstaven veel te licht weegt. OMD achterna.
Tegenover de singles staat een trits ijzersterke albumtracks.
Bike in Head, Home before Dark en Under a Canoe.
Bike in Head fiets letterlijk door de speakers.
Een heerlijke zonnige trip doorheen de dierentuin van The Nits.
Een fiets is in Hofstedes teksten altijd een metafoor voor de jeugd.
Een auto (Cars and Cars) symboliseert de volwassenheid.
Een soortgelijke woordenmetaforiek hanteert Henk bij boom
(Boy in a Tree) voor jeugd en huis (House on the Hill) voor volwassenheid.
Bike in Head munt uit in zijn gelaagd geluidsarrangement
dat nergens echt bombastisch of vervelend is ... enkel sprankelend.
Het zou alsnog op single verschijnen nav de verzamelaar Nest (1994).
Home before Dark baseerst zich op nog een schilderij van Hopper.
Op Gas ziet de kijker een verlaten bezinestation ... in gedachten
mijmert de pompbediende zich dapper door de nacht.
http://www.softwarearchitectures.com/blog/uploaded_images/hopper_gas_4-799371.jpg
De live versie van Home before Dark op Urk (1989) is de ultieme versie.
Under a Canoe is instrumentaal een openbaring.
Ook hier valt de naam OMD als referentie, maar dan
de meer experimentele zijde van de Liverpoolse formatie.
Resten ons nog het stampende Port of Amsterdam
(dat net iets harder dan de rest lijdt onder de steriele productie),
het tussendoortje The Singing Telegram, de omgekeerde jam Erom On
(No More), het zoute Pillow Talk en het mechanische Crane Driver.
5 Hammering Men is een samensmelting
van drie aparte, korte instrumentale motiefjes.
Omdat dit album op CD gevolgd wordt door het mini-album Kilo,
staan er geen bonustracks uit de Henk sessies op. Daarvoor moet je
de collectors rarities verzamelaar Quest zien te bemachtigen.
Daarop Van Goghs The Potato Eaters (b-kant van Sleep), het verwarde Stay
en een langere versie van The Singing Telegram (beide unreleased before).
Niet op Quest is Her Second Office, een ware kakofonie
van geluiden en b-kant van Typist of Candy. De b-kant van Cabins
was een live versie van hetzelfde nummer.
The Nits - In the Dutch Mountains (1987)

5,0
0
geplaatst: 30 november 2009, 16:49 uur
IN THE DUTCH MOUNTAINS 1987
Na het compleet in de studio gefabriceerde Henk
promoveerden Rob, Robert-Jan en Henk gastvocaliste
Joke Geraets tot vierde, ontspannen bassende Nitlid.
Waarom dit keer eens geen live in de studio sessies?
Zouden de poptechneuten dit aandurven op hun nieuwe langspeler.
Songmateriaal was genoeg en Henk had heel wat zitten schaven
aan de semi-autobiografisch teksten die hem terugvoerden naar zijn jeugd.
In the Dutch Mountains zetten The Nits definitief
op de (internationale) wereldkaart. Omsk werd overtroffen.
Daarna vervolledigden het mini-album Hat en de live set Urk
het trio platen dat deze Nederlandse geschiedenis deed schrijven.
Albumopener en titelsong In the Dutch Mountains
is één van hun beste (zoniet allerbeste) nummers.
De surrealistische tekst, de prachtige clip ... alles werkte.
JOS Days huppelde daar al dribbelend achteraan.
Snoepgoed voor op de radio. Nog nooit klonken The Nits
zo country, zo Amerikaans eigenlijk als op dit album.
Holland zat dit keer minder in de muziek, maar des te meer in de teksten.
Het kakelende Pelican and Penguin (over de pocketboekenreeks
die bij Henks oom en tante op de boekenplank stond) is een voorbeeld.
Of The Panorama Man (de derde single) over de wonderbaarlijke
leesavonturen die de jonge Henk te beurt vielen in de wekelijkse leesportefeuille.
In a Play (een single in Duitsland) is onweerstaanbaar. Jazzy haast.
En altijd doorweven met die heerlijke piano arrangementen van Stips.
Ook in het briljante The Swimmer.
Hoe je in je kinderlijke fantasie de wastrommel instapt
om dan in een wervelwind van kledingstukken door de kamer
te zwemmen nadat het toestel zich heeft geopend ...
Het van een ongekende tederheid getuigende Two Skaters.
Volgens mij zit het nummer net iets te vroeg in de tracklijst
om er de nodige tijd en geduld voor op te brengen.
Mountain Jan (lijkt wel over de steeds bepalendere stempel
die Stips op de sound van de groep drukt te gaan) en One Eye Open
vind ik de minste nummers van het album. Oom-pah-pah en Good Night
zijn twee kortere, oorspronkelijke plaatkantafsluiters.
Dromerige beschouwingen vanuit het kinderbed.
An Eating House is de meest intrigerende song.
Een haast onafgewerkte jazz jam met een geïmproviseerd verhaal.
De familie gaat uit eten, maar het eethuis in kwestie is uit
op een revanche en eet het hele gezin op ... lekkere muziek.
Op CD stonden drie bonustracks
die eigenlijk vooral dat jammende en die jazztoets beklemtonen.
Nummers die thematisch wat buiten het concept van het album vielen.
Yksy Kaksi Kolme (Fins en b-kant JOS Days)
en The Magic of Lassie II (zie Quest) ontbreken echter.
Dit is een 5 sterrenplaat die elke Nederlander trots
op handen zou moeten dragen. Zeg dat een Vlaming het gezegd heeft.
Na het compleet in de studio gefabriceerde Henk
promoveerden Rob, Robert-Jan en Henk gastvocaliste
Joke Geraets tot vierde, ontspannen bassende Nitlid.
Waarom dit keer eens geen live in de studio sessies?
Zouden de poptechneuten dit aandurven op hun nieuwe langspeler.
Songmateriaal was genoeg en Henk had heel wat zitten schaven
aan de semi-autobiografisch teksten die hem terugvoerden naar zijn jeugd.
In the Dutch Mountains zetten The Nits definitief
op de (internationale) wereldkaart. Omsk werd overtroffen.
Daarna vervolledigden het mini-album Hat en de live set Urk
het trio platen dat deze Nederlandse geschiedenis deed schrijven.
Albumopener en titelsong In the Dutch Mountains
is één van hun beste (zoniet allerbeste) nummers.
De surrealistische tekst, de prachtige clip ... alles werkte.
JOS Days huppelde daar al dribbelend achteraan.
Snoepgoed voor op de radio. Nog nooit klonken The Nits
zo country, zo Amerikaans eigenlijk als op dit album.
Holland zat dit keer minder in de muziek, maar des te meer in de teksten.
Het kakelende Pelican and Penguin (over de pocketboekenreeks
die bij Henks oom en tante op de boekenplank stond) is een voorbeeld.
Of The Panorama Man (de derde single) over de wonderbaarlijke
leesavonturen die de jonge Henk te beurt vielen in de wekelijkse leesportefeuille.
In a Play (een single in Duitsland) is onweerstaanbaar. Jazzy haast.
En altijd doorweven met die heerlijke piano arrangementen van Stips.
Ook in het briljante The Swimmer.
Hoe je in je kinderlijke fantasie de wastrommel instapt
om dan in een wervelwind van kledingstukken door de kamer
te zwemmen nadat het toestel zich heeft geopend ...
Het van een ongekende tederheid getuigende Two Skaters.
Volgens mij zit het nummer net iets te vroeg in de tracklijst
om er de nodige tijd en geduld voor op te brengen.
Mountain Jan (lijkt wel over de steeds bepalendere stempel
die Stips op de sound van de groep drukt te gaan) en One Eye Open
vind ik de minste nummers van het album. Oom-pah-pah en Good Night
zijn twee kortere, oorspronkelijke plaatkantafsluiters.
Dromerige beschouwingen vanuit het kinderbed.
An Eating House is de meest intrigerende song.
Een haast onafgewerkte jazz jam met een geïmproviseerd verhaal.
De familie gaat uit eten, maar het eethuis in kwestie is uit
op een revanche en eet het hele gezin op ... lekkere muziek.
Op CD stonden drie bonustracks
die eigenlijk vooral dat jammende en die jazztoets beklemtonen.
Nummers die thematisch wat buiten het concept van het album vielen.
Yksy Kaksi Kolme (Fins en b-kant JOS Days)
en The Magic of Lassie II (zie Quest) ontbreken echter.
Dit is een 5 sterrenplaat die elke Nederlander trots
op handen zou moeten dragen. Zeg dat een Vlaming het gezegd heeft.
The Nits - Kilo (1983)

5,0
1
geplaatst: 26 oktober 2009, 16:53 uur
KILO (1983)
Op de valreep van 1983 en dus in het verlengde van 1984
treden The Nits uit hun eigenzinnige keurslijf en trakteren ons
op een melancholisch mini-album met singer songwriter aspiraties.
Hoewel de credits nog min of meer gescheiden blijven,
begint de groep steeds meer als een eenheid te componeren.
De gouden opener Sketches of Spain is van Hofstede en Stips.
Dit prachtig gearrangeerde portret van de Spaanse burgeroorlog
kijkt al ver vooruit. Naar de weemoed van Hat (1988) en nog verder,
naar de kamerpopmuziek van het onvolprezen Ting (1992).
YouTube - Nits - Sketches of Spain
Bild Am Sonntag van gitarist Michiel Peters is
als een gezongen foto van kapotgeschoten huizen.
Littekens van de waanzin die een oorlog altijd is.
Dapper Street, een ode aan de oud-Hollandse gezelligheid.
Over Jan met de pet die moet roeien met de riemen die hij heeft
en creatief zijn miserie weet om te buigen in een zacht optimisme.
Met die onsterfelijke quote: The clouds are framed by attic windows ...
Aan het einde van het lied roept een marktkramer:
"een guldentje de kilo" ... een zinsnede die mee op de band kwam.
De groep besloot het niet te wissen omdat het perfect paste
in de sfeer van Dapper Street. En zo kwam dit album aan zijn naam.
Als Robert-Jan Stips daarna achter zijn geliefde vleugel kruipt
voor een intimistisch gezongen ballad als Memories Are New III
dan vlieg ik meteen mee weg in een droom ... wat en mooie kleuren.
Kleuren zoals de hoes suggereren: warm en weemoedig tegelijk.
Acres of Tintoretto (een ode aan de Italiaanse schilder)
en het naar Nits maatstaven gierend door de bocht scheurende
Your Next Tyres zijn net iets minder beklijvend, maar blijven overeind.
Op de valreep van 1983 en dus in het verlengde van 1984
treden The Nits uit hun eigenzinnige keurslijf en trakteren ons
op een melancholisch mini-album met singer songwriter aspiraties.
Hoewel de credits nog min of meer gescheiden blijven,
begint de groep steeds meer als een eenheid te componeren.
De gouden opener Sketches of Spain is van Hofstede en Stips.
Dit prachtig gearrangeerde portret van de Spaanse burgeroorlog
kijkt al ver vooruit. Naar de weemoed van Hat (1988) en nog verder,
naar de kamerpopmuziek van het onvolprezen Ting (1992).
YouTube - Nits - Sketches of Spain
Bild Am Sonntag van gitarist Michiel Peters is
als een gezongen foto van kapotgeschoten huizen.
Littekens van de waanzin die een oorlog altijd is.
Dapper Street, een ode aan de oud-Hollandse gezelligheid.
Over Jan met de pet die moet roeien met de riemen die hij heeft
en creatief zijn miserie weet om te buigen in een zacht optimisme.
Met die onsterfelijke quote: The clouds are framed by attic windows ...
Aan het einde van het lied roept een marktkramer:
"een guldentje de kilo" ... een zinsnede die mee op de band kwam.
De groep besloot het niet te wissen omdat het perfect paste
in de sfeer van Dapper Street. En zo kwam dit album aan zijn naam.
Als Robert-Jan Stips daarna achter zijn geliefde vleugel kruipt
voor een intimistisch gezongen ballad als Memories Are New III
dan vlieg ik meteen mee weg in een droom ... wat en mooie kleuren.
Kleuren zoals de hoes suggereren: warm en weemoedig tegelijk.
Acres of Tintoretto (een ode aan de Italiaanse schilder)
en het naar Nits maatstaven gierend door de bocht scheurende
Your Next Tyres zijn net iets minder beklijvend, maar blijven overeind.
The Nits - New Flat (1980)

4,0
0
geplaatst: 29 oktober 2008, 21:23 uur
NEW FLAT 1981
Bobby Solo is de enige 7" single van The Nits
die ontbreekt in mijn collectie ... nooit gezien op een beurs,
nooit ontmoet op ebay of andere 2de hands verkoopsites.
New Flat was een van de weinige Nits platen die ontbrak
in de discotheek van Herentals. Ik heb het album pas leren kennen
in 1987, toen ik als student naar Leuven trok en het daar midprice kocht.
Dit blauwe album is ontegensprekelijk het new wave album van The Nits.
Gitaren scheuren harder, drums klinken matter, vocalen worden scherper.
En er wordt op een heel andere manier gebruik gemaakt van de synths.
Minder melodieus, meer zoeken naar een gepast geluidsdecor.
Er zijn naar Nits normen een paar behoorlijke uptempo songs.
Het staccato New Flat (de eerste, geflopte single), het zich als een sidderaal
door de versterkers glibberende Saragossa overtuigen het meest.
Bobby Solo (de tweede en dus onvindbare single) wil te graag
het Italiaanse succes van Tutti Ragazzi overdoen met harmonica.
Het nummer met de meeste hitpotentie was echter Holiday on Ice.
Hier weet de groep haar blauwe wave geluid te koppelen aan het talent
om kleine miniatuurtjes van liedjes te schrijven ... tekstueel à point.
De albumtitel New Flat is op zich (net zoals de hoes) een vervolg
op het debuut Tent ... The Nits hebben aan uitbreiding gedaan, willen
minder beknot en dus ruimer klinken (hier en daar galmen).
New Flat is vooral het sterkst in de meer beschouwende nummers.
Daarin schilderen Hofstede en Peters de vervreemding zeer letterlijk.
Niet met de veelkleuige vlakken van Piet Mondriaan,
maar met het verstilde penseel van Edward Hopper.
On the corner at night
There's a bar with some tables
Near the window
Coloured squares where the
Nighthawks meet
Creeping out of the dark street
On the corner at night
And the light falls through
The windows on the sidewalks
http://getsustainable.net/blogfiles/uploaded_images/Hopper-721611.jpg
http://faculty.evansville.edu/rl29/art105/img/hopper_nighthawks.jpg
De tekst van Office at Night integreert minstens twee werken van Hopper.
In Statue wordt zelfs geknipoogt naar Le Rhinoceros van Ionesco.
Het plaatje wordt duidelijker: deze luizen zijn een beetje arty farty.
En ik hou daar wel van ... het hoofd wil af en toe ook wat.
Verder noteren we de steeds toenemende drang naar experiment.
Een kenmerk dat het hele Nits oeuvre zal doorweven als een rode draad.
Luister bijvoorbeeld maar naar DIfferent Kitchen, Zebra of Aloha Drums.
Vooral die twee laatste nummers zijn een oorvriendelijk avontuur.
14 songs op één album ... niet alle liedjes zijn even sterk.
Maar samen vormen ze wel een "blauw"druk van de vroege Nits.
Experimentele, arty wave pop ... op de eerste drie platen gaan
The Nits mee met hun tijd en interpreteren ze op eigen wijze
de muziek van de vroege jaren 80 ... klare lijn miniatuurtjes.
Bobby Solo is de enige 7" single van The Nits
die ontbreekt in mijn collectie ... nooit gezien op een beurs,
nooit ontmoet op ebay of andere 2de hands verkoopsites.
New Flat was een van de weinige Nits platen die ontbrak
in de discotheek van Herentals. Ik heb het album pas leren kennen
in 1987, toen ik als student naar Leuven trok en het daar midprice kocht.
Dit blauwe album is ontegensprekelijk het new wave album van The Nits.
Gitaren scheuren harder, drums klinken matter, vocalen worden scherper.
En er wordt op een heel andere manier gebruik gemaakt van de synths.
Minder melodieus, meer zoeken naar een gepast geluidsdecor.
Er zijn naar Nits normen een paar behoorlijke uptempo songs.
Het staccato New Flat (de eerste, geflopte single), het zich als een sidderaal
door de versterkers glibberende Saragossa overtuigen het meest.
Bobby Solo (de tweede en dus onvindbare single) wil te graag
het Italiaanse succes van Tutti Ragazzi overdoen met harmonica.
Het nummer met de meeste hitpotentie was echter Holiday on Ice.
Hier weet de groep haar blauwe wave geluid te koppelen aan het talent
om kleine miniatuurtjes van liedjes te schrijven ... tekstueel à point.
De albumtitel New Flat is op zich (net zoals de hoes) een vervolg
op het debuut Tent ... The Nits hebben aan uitbreiding gedaan, willen
minder beknot en dus ruimer klinken (hier en daar galmen).
New Flat is vooral het sterkst in de meer beschouwende nummers.
Daarin schilderen Hofstede en Peters de vervreemding zeer letterlijk.
Niet met de veelkleuige vlakken van Piet Mondriaan,
maar met het verstilde penseel van Edward Hopper.
On the corner at night
There's a bar with some tables
Near the window
Coloured squares where the
Nighthawks meet
Creeping out of the dark street
On the corner at night
And the light falls through
The windows on the sidewalks
http://getsustainable.net/blogfiles/uploaded_images/Hopper-721611.jpg
http://faculty.evansville.edu/rl29/art105/img/hopper_nighthawks.jpg
De tekst van Office at Night integreert minstens twee werken van Hopper.
In Statue wordt zelfs geknipoogt naar Le Rhinoceros van Ionesco.
Het plaatje wordt duidelijker: deze luizen zijn een beetje arty farty.
En ik hou daar wel van ... het hoofd wil af en toe ook wat.
Verder noteren we de steeds toenemende drang naar experiment.
Een kenmerk dat het hele Nits oeuvre zal doorweven als een rode draad.
Luister bijvoorbeeld maar naar DIfferent Kitchen, Zebra of Aloha Drums.
Vooral die twee laatste nummers zijn een oorvriendelijk avontuur.
14 songs op één album ... niet alle liedjes zijn even sterk.
Maar samen vormen ze wel een "blauw"druk van de vroege Nits.
Experimentele, arty wave pop ... op de eerste drie platen gaan
The Nits mee met hun tijd en interpreteren ze op eigen wijze
de muziek van de vroege jaren 80 ... klare lijn miniatuurtjes.
The Nits - Omsk (1983)

5,0
0
geplaatst: 26 oktober 2009, 15:05 uur
OMSK 1983
Vanaf Omsk is Robert-Jans Stips meer dan de producer.
Hij is volwaardig Nit-(wit) omdat bassist Alex Roelofs ophoudt.
Stips levert met Springtime Coming Soon en Walter and Conny
twee kant en klare, heel typische Stips strips. Naar eigen zeggen
toch wat geforceerd in typische Nitsstijl geschreven. Want The Nits
blijven ook op Omsk de pleitbezorgers van de klare lijn in de pop.
Ga trouwens ook eens op zoek naar dit zeldzaam album uit 1982 (?),
waarop een paar Nits meemusiceren en Stips de synthpop toer opgaat.
Robert-Jan Stips - U.P. (1981)
Op Omsk durven de voormalige kunstschool studenten
voluit het palet van de popschilder gebruiken. Een arsenaal
minder voor de hand liggende instrumenten en dito geluiden
doen hun intrede. Indoor Painting (Outdoor Sketching)
is het ultieme voorbeeld: een ode aan Rene Magritte.
Surrealisme in de metaforen.
Een troef die mij tot groot Nits fan bracht.
Clean Shirt in Paris (b-kant van Vermillion Pencil)
is een persiflage op I've Seen That Face before van Grace Jones
(dat op zijn beurt een persiflage was van Astor Piazzolla's Libertango).
Het werkelijk sublieme Man of Straw (zomaar een b-kantje van Nescio)
toont het onvolprezen songwritersschap van gitarist Michiel Peters.
Een vogelverschrikker bezingt zijn levenslot terwijl koperblazers
om hem heen klapwieken als overmoedige kraaien.
Het album begint met een ode aan twee kunstenaars.
Sculpteur Henri Moore en Barbara Hepworth worden bezongen
in een zeer mechanisch, naar synthwave neigende doowop compositie.
Het nummer zal lang op de playlist van hun concerten blijven staan.
A reclining figure made of brass and steel
It's a perfect mixture of how I think and feel
Unpleasant Suprise is een lichtgewichtje op dit album.
Eén van de weinige songs van Peters die me niet kan verrassen.
Dat doet Spirits Awake wel, met zijn akoestische inkleuring.
Een Oosters aandoende melodie ... Fay Lovsky achterna.
Fay Lovsky en Mathilde Sainting zijn hier trouwens present
als backing vocalisten op het werkelijk schitterende Jardin D'Hiver.
Tombe la Neige van Adamo is de inspiratiebron, maar ik las flarden
van deze tekst ook terug in een gedicht van Herman De Coninck.
Jardin d'hiver. In the middle of winter.
Winter garden. Tu ne viendras pas ce soir.
En de "bundel of light between buildings" is vakkundig
van een schilderij van Edward Hopper geplukt.
Het korte Shadow of a Doubt (eigenlijk een eenvoudige pianomelodie)
bezingt in enkele rake metaforen de insomnia van de kunstenaar.
Achter de vleugel bij het krieken van de zondagochtend.
In the wee small hours of a sunday morning
I am undecided - what I'm going to do now
Een echo van die andere titel Nescio ...
Live (zie Urk) maakte de groep er een drie minuten song van.
Walls Have Ears (een sneer naar de poprecensenten)
en de Tons of Ink (een ware synth operette) maken indruk
door hun rijk georchestreerde arrangementen en in Tons of Ink
schijnt zelfs een straaltje Italiaanse zon. Henk Hofstede had dit nummer
samen met Nescio op demo klaar na een reis in de laars van Europa.
In books you can sit beside everyone.
In deckchairs travel an ocean.
Nescio op Avro's Toppop in 1983.
Ik zei tegen mijn broers voor de beeldbuis: kijk wat
een groepje artyfarty aanstellers. Wat een patserig gedoe.
YouTube - Nits - Nescio
Nog voor 1983 voorbij was, was ik in de ban van Sketches of Spain
(van het mini-album Kilo). Work (1981) werd mijn eerste langspeler.
En sedertdien is de liefde nooit overgegaan.
The vermillion pencil is in the right hand
The colours I like I understand
Vermillion Pencil ... het penseel van de popschilder.
Muziek in klare lijn. De Herge link. Surrealisme in de metaforen.
De Magritte link ... Ceci n'est pas une pipe, luidt het in Indoor Painting
(Outdoor Sketching). Een bonustrack die enkel op cassette verscheen.
Wellicht omdat er geen derde single van het album meer kwam.
The best surprise is no surprise ...
Het coda is voor het verstilde The Cold Eye.
Coldwave op de grand piano. Een beschouwing van Michiel Peters.
Omsk is gestilleerde creativiteit. Een overtuigend statement van een groep
met een volstrekt eigen muzikaal palet. Kunstminnend in het kwadraat.
And there is more to it ... than meets the eye knew it
Ik ben al 25 jaar overtuigd. Probeer zelf ook eens.
Vanaf Omsk is Robert-Jans Stips meer dan de producer.
Hij is volwaardig Nit-(wit) omdat bassist Alex Roelofs ophoudt.
Stips levert met Springtime Coming Soon en Walter and Conny
twee kant en klare, heel typische Stips strips. Naar eigen zeggen
toch wat geforceerd in typische Nitsstijl geschreven. Want The Nits
blijven ook op Omsk de pleitbezorgers van de klare lijn in de pop.
Ga trouwens ook eens op zoek naar dit zeldzaam album uit 1982 (?),
waarop een paar Nits meemusiceren en Stips de synthpop toer opgaat.
Robert-Jan Stips - U.P. (1981)
Op Omsk durven de voormalige kunstschool studenten
voluit het palet van de popschilder gebruiken. Een arsenaal
minder voor de hand liggende instrumenten en dito geluiden
doen hun intrede. Indoor Painting (Outdoor Sketching)
is het ultieme voorbeeld: een ode aan Rene Magritte.
Surrealisme in de metaforen.
Een troef die mij tot groot Nits fan bracht.
Clean Shirt in Paris (b-kant van Vermillion Pencil)
is een persiflage op I've Seen That Face before van Grace Jones
(dat op zijn beurt een persiflage was van Astor Piazzolla's Libertango).
Het werkelijk sublieme Man of Straw (zomaar een b-kantje van Nescio)
toont het onvolprezen songwritersschap van gitarist Michiel Peters.
Een vogelverschrikker bezingt zijn levenslot terwijl koperblazers
om hem heen klapwieken als overmoedige kraaien.
Het album begint met een ode aan twee kunstenaars.
Sculpteur Henri Moore en Barbara Hepworth worden bezongen
in een zeer mechanisch, naar synthwave neigende doowop compositie.
Het nummer zal lang op de playlist van hun concerten blijven staan.
A reclining figure made of brass and steel
It's a perfect mixture of how I think and feel
Unpleasant Suprise is een lichtgewichtje op dit album.
Eén van de weinige songs van Peters die me niet kan verrassen.
Dat doet Spirits Awake wel, met zijn akoestische inkleuring.
Een Oosters aandoende melodie ... Fay Lovsky achterna.
Fay Lovsky en Mathilde Sainting zijn hier trouwens present
als backing vocalisten op het werkelijk schitterende Jardin D'Hiver.
Tombe la Neige van Adamo is de inspiratiebron, maar ik las flarden
van deze tekst ook terug in een gedicht van Herman De Coninck.
Jardin d'hiver. In the middle of winter.
Winter garden. Tu ne viendras pas ce soir.
En de "bundel of light between buildings" is vakkundig
van een schilderij van Edward Hopper geplukt.
Het korte Shadow of a Doubt (eigenlijk een eenvoudige pianomelodie)
bezingt in enkele rake metaforen de insomnia van de kunstenaar.
Achter de vleugel bij het krieken van de zondagochtend.
In the wee small hours of a sunday morning
I am undecided - what I'm going to do now
Een echo van die andere titel Nescio ...
Live (zie Urk) maakte de groep er een drie minuten song van.
Walls Have Ears (een sneer naar de poprecensenten)
en de Tons of Ink (een ware synth operette) maken indruk
door hun rijk georchestreerde arrangementen en in Tons of Ink
schijnt zelfs een straaltje Italiaanse zon. Henk Hofstede had dit nummer
samen met Nescio op demo klaar na een reis in de laars van Europa.
In books you can sit beside everyone.
In deckchairs travel an ocean.
Nescio op Avro's Toppop in 1983.
Ik zei tegen mijn broers voor de beeldbuis: kijk wat
een groepje artyfarty aanstellers. Wat een patserig gedoe.
YouTube - Nits - Nescio
Nog voor 1983 voorbij was, was ik in de ban van Sketches of Spain
(van het mini-album Kilo). Work (1981) werd mijn eerste langspeler.
En sedertdien is de liefde nooit overgegaan.
The vermillion pencil is in the right hand
The colours I like I understand
Vermillion Pencil ... het penseel van de popschilder.
Muziek in klare lijn. De Herge link. Surrealisme in de metaforen.
De Magritte link ... Ceci n'est pas une pipe, luidt het in Indoor Painting
(Outdoor Sketching). Een bonustrack die enkel op cassette verscheen.
Wellicht omdat er geen derde single van het album meer kwam.
The best surprise is no surprise ...
Het coda is voor het verstilde The Cold Eye.
Coldwave op de grand piano. Een beschouwing van Michiel Peters.
Omsk is gestilleerde creativiteit. Een overtuigend statement van een groep
met een volstrekt eigen muzikaal palet. Kunstminnend in het kwadraat.
And there is more to it ... than meets the eye knew it
Ik ben al 25 jaar overtuigd. Probeer zelf ook eens.
The Nits - Tent (1979)

4,0
0
geplaatst: 28 oktober 2008, 22:19 uur
TENT 1979
De gekleurde vlakken van Mondriaan. De klare lijn van Hergé.
The Nits maken hoekige popmuziek ... een beetje Joe Jackson.
Vier hoeken, net zoals hun albumtitels vaak vier letters tellen.
Dit officiële debuut (eigen beheer plaatje niet meegerekend)
klinkt vandaag gedateerd ... maar daar is verder niets mis mee.
Want deze deuntjes uit de oude doos zijn een avontuur.
Here comes the young reporter in his overcoat.
I'm on the taperecorder in his motorboat.
http://nl.youtube.com/watch?v=VLjc-gGP-9o
The Nits introduceren zichzelf op vinyl als in een stripverhaal.
Kuifje is The Young Reporter en de muziekwereld is het avontuur.
Black car / Dark street / Red light / High speed ...
Tent opent en sluit het originele album in Devo draf.
En zoals dat in gedichten van Paul Van Ostaijen ook gebeurt,
komen voorwerpen bij The Nits steevast tot leven.
Camping gas / Can can vas / Pins and poles / Tins in holes
http://nl.youtube.com/watch?v=VqiWGtJiMT4
Ander favorieten op dit overtuigende album zijn
de new wave danser Out of Suburbia en Umbrella,
de romantische single die het album vooraf ging.
I'm not really interested in a pretty parasol
For our love would not have lasted in the rain and fall
Naast de hoekige popsongs is er ook al ruimte
voor meer uitgewerkte nummers zoals Hook of Holland.
Hier lichten The Nits een tip van de sluier over wat komen gaat.
http://nl.youtube.com/watch?v=9cosypHxvdM
Muzikaal een ontdekking ... Tekstueel een juweel ...
Cabin 80
Cabin 80 to way out
I am waiting
Did you see me in the crowd
Hook of Holland 6 AM
Someone shouted tell me where I am
Hook of Holland trains and boats
Someone said it's raining overcoats
See the man on
See the man on the quay
There's a girl from Switzerland
In the same compartment
Humming trains and boats and planes
On a street in Rotterdam
Back in 1925
There's a woman and a man
Black and white a photograph
Wonder if they're still alive
Wonder if they're still alive
O ja, en Tutti Ragazzi dan?
Vreemd genoeg vind ik dat hun minst originele single.
Het liedje jaagt te veel op het effect van het antieke keyboard.
Het doet soms wat denken aan ... luister, ze zeggen het je zelf.
http://nl.youtube.com/watch?v=0B0hmevx1R8
De gekleurde vlakken van Mondriaan. De klare lijn van Hergé.
The Nits maken hoekige popmuziek ... een beetje Joe Jackson.
Vier hoeken, net zoals hun albumtitels vaak vier letters tellen.
Dit officiële debuut (eigen beheer plaatje niet meegerekend)
klinkt vandaag gedateerd ... maar daar is verder niets mis mee.
Want deze deuntjes uit de oude doos zijn een avontuur.
Here comes the young reporter in his overcoat.
I'm on the taperecorder in his motorboat.
http://nl.youtube.com/watch?v=VLjc-gGP-9o
The Nits introduceren zichzelf op vinyl als in een stripverhaal.
Kuifje is The Young Reporter en de muziekwereld is het avontuur.
Black car / Dark street / Red light / High speed ...
Tent opent en sluit het originele album in Devo draf.
En zoals dat in gedichten van Paul Van Ostaijen ook gebeurt,
komen voorwerpen bij The Nits steevast tot leven.
Camping gas / Can can vas / Pins and poles / Tins in holes
http://nl.youtube.com/watch?v=VqiWGtJiMT4
Ander favorieten op dit overtuigende album zijn
de new wave danser Out of Suburbia en Umbrella,
de romantische single die het album vooraf ging.
I'm not really interested in a pretty parasol
For our love would not have lasted in the rain and fall
Naast de hoekige popsongs is er ook al ruimte
voor meer uitgewerkte nummers zoals Hook of Holland.
Hier lichten The Nits een tip van de sluier over wat komen gaat.
http://nl.youtube.com/watch?v=9cosypHxvdM
Muzikaal een ontdekking ... Tekstueel een juweel ...
Cabin 80
Cabin 80 to way out
I am waiting
Did you see me in the crowd
Hook of Holland 6 AM
Someone shouted tell me where I am
Hook of Holland trains and boats
Someone said it's raining overcoats
See the man on
See the man on the quay
There's a girl from Switzerland
In the same compartment
Humming trains and boats and planes
On a street in Rotterdam
Back in 1925
There's a woman and a man
Black and white a photograph
Wonder if they're still alive
Wonder if they're still alive
O ja, en Tutti Ragazzi dan?
Vreemd genoeg vind ik dat hun minst originele single.
Het liedje jaagt te veel op het effect van het antieke keyboard.
Het doet soms wat denken aan ... luister, ze zeggen het je zelf.
http://nl.youtube.com/watch?v=0B0hmevx1R8
The Nits - Work (1981)

5,0
1
geplaatst: 29 oktober 2008, 22:32 uur
WORK 1982
was voor mij de eerste kennismaking met een Nits album.
Een unieke ervaring die ik dan ook nooit meer zal vergeten.
Jongens, wat viel er veel te ontdekken op hun derde elpee.
Stond New Flat blauw van de koude, strakke, bijna analytische new wave,
dan serveren The Nits met Work een veel warmer, origineler en opener geluid.
Dat komt hoofdzakelijk door de toevoeging van akoestische instrumenten
zoals de dito gitaar, de vleugel, de hobo en de klarinet ... een likje jazz.
Vooral de vrolijk huppende single Slip of the Tongue plukt hiervan de vruchten.
Al was het die andere single Red Tape die The Nits in de top 40 bracht.
Een atmosferisch stukje wave pop met een sublieme tekst was dat.
Work is tekstueel bijzonder sterk: 13 kleine observaties
van het doordeweekse leven van doordeweekse mensen.
Een scheutje suspense in het Hitchcockiaanse The Lodger,
een vleugje surrealisme in Tables and Chairs, Edward Hopper
die langsfietst in Empty Room (zie link) en een koude nacht
op een ver perron in Rome (Hands of the Watch).
http://www.homeaccentstoday.com/articles/blog/1960000396/20080612/edward-hopper-sun-in-empty-room.jpg
I opened the window
You opened the door
This room needs some air
This room needs a new broom
Sun in an empty room
Sun in an empty room on the wall
Er was duidelijk "work" aan de winkel in Nitsland.
De "tent" werd een "new flat", maar die (boven)kamer moest opgeruimd.
Empty Room is de sleutelsong tot de nieuwe identiteit van de groep,
al is het ironisch genoeg het enige (en laatste) nummer met scheurgitaar.
Gitarist Michiel Peters (ik ben een groot fan) draagt op dit album
(bonustracks 14 en 15 meegerekend) 7 composities aan: een record.
Alle 7 zijn het miniatuurtjes over kleine mensen en de vervreemding.
Er is Hobbyland, een bijna authistisch lied over een man
die liever met legolandertjes praat dan met echte mensen.
Of het sublieme Umbrella Army waarin je een leger paraplu's
naar hun nine to five job ziet vertrekken en weer hoort thuis komen.
Met maar één droom in het achterhoofd: een reis naar de zon.
Die reis naar de zon komt er in het werkelijk prachtige Oriental Skies.
Ik zie Paul Van Ostaijens boot onder de maan naar zee schuiven.
Under oriental skies
A yellow sun is shining
Under oriental skies
A bloodred sun is dying
Where will it go
Where will it take me
Where will it go
Where will it take me to
You'll never get to the heart
The heart of the matter
You'll never get to the point
You only scratch the surface
Why can't you see
Why can't you see it
Why can't you see it clear
Down by the river a thousand
Red flowers in bloom
A woman is silently rowing her
Boat to the sea
Tomorrow there will be
Another beautiful day
Melopee ... slaapwel ...
was voor mij de eerste kennismaking met een Nits album.
Een unieke ervaring die ik dan ook nooit meer zal vergeten.
Jongens, wat viel er veel te ontdekken op hun derde elpee.
Stond New Flat blauw van de koude, strakke, bijna analytische new wave,
dan serveren The Nits met Work een veel warmer, origineler en opener geluid.
Dat komt hoofdzakelijk door de toevoeging van akoestische instrumenten
zoals de dito gitaar, de vleugel, de hobo en de klarinet ... een likje jazz.
Vooral de vrolijk huppende single Slip of the Tongue plukt hiervan de vruchten.
Al was het die andere single Red Tape die The Nits in de top 40 bracht.
Een atmosferisch stukje wave pop met een sublieme tekst was dat.
Work is tekstueel bijzonder sterk: 13 kleine observaties
van het doordeweekse leven van doordeweekse mensen.
Een scheutje suspense in het Hitchcockiaanse The Lodger,
een vleugje surrealisme in Tables and Chairs, Edward Hopper
die langsfietst in Empty Room (zie link) en een koude nacht
op een ver perron in Rome (Hands of the Watch).
http://www.homeaccentstoday.com/articles/blog/1960000396/20080612/edward-hopper-sun-in-empty-room.jpg
I opened the window
You opened the door
This room needs some air
This room needs a new broom
Sun in an empty room
Sun in an empty room on the wall
Er was duidelijk "work" aan de winkel in Nitsland.
De "tent" werd een "new flat", maar die (boven)kamer moest opgeruimd.
Empty Room is de sleutelsong tot de nieuwe identiteit van de groep,
al is het ironisch genoeg het enige (en laatste) nummer met scheurgitaar.
Gitarist Michiel Peters (ik ben een groot fan) draagt op dit album
(bonustracks 14 en 15 meegerekend) 7 composities aan: een record.
Alle 7 zijn het miniatuurtjes over kleine mensen en de vervreemding.
Er is Hobbyland, een bijna authistisch lied over een man
die liever met legolandertjes praat dan met echte mensen.
Of het sublieme Umbrella Army waarin je een leger paraplu's
naar hun nine to five job ziet vertrekken en weer hoort thuis komen.
Met maar één droom in het achterhoofd: een reis naar de zon.
Die reis naar de zon komt er in het werkelijk prachtige Oriental Skies.
Ik zie Paul Van Ostaijens boot onder de maan naar zee schuiven.
Under oriental skies
A yellow sun is shining
Under oriental skies
A bloodred sun is dying
Where will it go
Where will it take me
Where will it go
Where will it take me to
You'll never get to the heart
The heart of the matter
You'll never get to the point
You only scratch the surface
Why can't you see
Why can't you see it
Why can't you see it clear
Down by the river a thousand
Red flowers in bloom
A woman is silently rowing her
Boat to the sea
Tomorrow there will be
Another beautiful day
Melopee ... slaapwel ...
The Pogues - Hell's Ditch (1990)

4,0
0
geplaatst: 12 september 2008, 22:53 uur
HELL'S DITCH
is de plaat waarop MacGowan weer even uit de goot kruipt.
Met producer Joe Strummer in de gelederen, klinkt dit album
weer een pak zelfverzekerder dan de voorganger Peace & Love.
Sunny Side of the Street zet de ramen open en laat de zon binnen.
Een heerlijk, swingende Pogues song zoals we het graag horen.
Sayonara trekt de sterke lijn meteen door.
Een nummer met hitpotentie, dat echter geen single werd.
Summer in Siam was de eerste, wat ongewone single.
Een bijna minimalistisch sfeerstukje met bijzonder veel charme.
De piano speelt een watervalletje dat aan Riders on the Storm doet denken.
Rain Street hakt er weer gezellig in, maar hoe aanstekelijk ook,
het nummer balanceert net iets te lang op één enkel akkoord.
House of the Gods heeft opnieuw die sterke melodie
die we van de allereerste Pogues platen gewoon waren.
En ook de overige albumtracks zijn behoorlijk aardig.
Op Whiskey in the Jar en Jack's Heroes zijn de Dubliners weer van de partij.
Rainy Night in Soho is een single remix uit 1991 van één van de meest
ontroerende Pogues nummers (origineel op Poguetry in Motion).
is de plaat waarop MacGowan weer even uit de goot kruipt.
Met producer Joe Strummer in de gelederen, klinkt dit album
weer een pak zelfverzekerder dan de voorganger Peace & Love.
Sunny Side of the Street zet de ramen open en laat de zon binnen.
Een heerlijk, swingende Pogues song zoals we het graag horen.
Sayonara trekt de sterke lijn meteen door.
Een nummer met hitpotentie, dat echter geen single werd.
Summer in Siam was de eerste, wat ongewone single.
Een bijna minimalistisch sfeerstukje met bijzonder veel charme.
De piano speelt een watervalletje dat aan Riders on the Storm doet denken.
Rain Street hakt er weer gezellig in, maar hoe aanstekelijk ook,
het nummer balanceert net iets te lang op één enkel akkoord.
House of the Gods heeft opnieuw die sterke melodie
die we van de allereerste Pogues platen gewoon waren.
En ook de overige albumtracks zijn behoorlijk aardig.
Op Whiskey in the Jar en Jack's Heroes zijn de Dubliners weer van de partij.
Rainy Night in Soho is een single remix uit 1991 van één van de meest
ontroerende Pogues nummers (origineel op Poguetry in Motion).
The Pogues - If I Should Fall from Grace with God (1988)

5,0
0
geplaatst: 12 september 2008, 21:50 uur
IF I SHOULD FALL FROM GRACE WITH GOD
betekende de internationale doorbraak voor the Pogues.
Producers Steve Lillywhite liet de groep klinken als een rockband.
Gesmeerd album met goede nummers en enkele klassiekers.
Lillywhite mixt uiteraard bas en drums op de voorgrond,
ten nadele van de accordeon en vooral van de thin whistle.
Niet zo folky meer, maar rocken doet het zeker ...
If I Should Fall from Grace with God klinkt als hun lijflied.
Het nummer doet ook wat denken aan Streams of Whiskey.
Turkish Song of the Damned had op single gemogen.
Een van de beste tracks hier: perfecte mix van folk, punk en rock.
Bottle of Smoke is een onstuimig niemandalletje.
Het gallopeert met briesende neusgaten doorheen de kamer.
Fairytale of New York is met recht een kerstklassieker.
Zelden was Kerstmis zo authentiek: nodig eens een eenzame uit.
Lillywhite's vrouw Kirsty MacColl duetteert met de ontwapenende MacGowan.
Metropolis zou je zonder veel moeite als jazzfolk kunnen omschrijven.
Nog een nieuwe aanwinst op dit album: scheurende koperblazers.
Thousands Are Sailing is weer zo'n sterk stukje Pogues proza.
Het verhaal van de eerste Amerikaanse kolonisten ... klassefolk.
Fiesta bracht de Pogues opnieuw bij het grote publiek.
Een kermistoeter van een hit ... leuk, maar wat naast het album.
Medley ... combineert drie folk traditionals.
Rode draad is het soldatenepos ... met overtuiging gebracht.
Streets of Sorrow / Birmingham Six combineert twee eigen nummers.
Sterk dat er op dit album ruimte was voor maatschappijkritiek.
Lullaby of London is één van mijn grote favorieten.
Poëzie als een zoete avondbries ... slaap zacht mijn kind.
Sit Down by the Fire doet wat denken aan Bottle of Smoke.
Rommelig en vingervlug ratelt het nummer uit de stereoboxen.
The Broad Majestic Shannon heeft een juweel van een tekst,
maar het muzikale thema ligt heel dicht bij Fairytale of New York.
Worms is een conversatie tussen de pieren
die aan je doodskist knagen ... knibbel knabbel knuisje.
Van de b-kantjes vallen vooral de instrumentals op.
The Battle March Medley lijkt weggeplukt uit Kubrick's Barry Lyndon
en Sketches of Spain is een kleine knipoog naar Miles Davis.
Shanne Bradley kabbelt voorbij als een herfstige rivier.
De traditional South Australia roept iedereen
nog een laatste keer ten dans: hup met de beentjes.
The Irish Rover en Moutain Dew zijn een collaboratie
met de onsterfelijke Dubliners ... en vooral die Ierse Rover
lust wel een paar vaten Guinness ... een dansvloerkiller.
betekende de internationale doorbraak voor the Pogues.
Producers Steve Lillywhite liet de groep klinken als een rockband.
Gesmeerd album met goede nummers en enkele klassiekers.
Lillywhite mixt uiteraard bas en drums op de voorgrond,
ten nadele van de accordeon en vooral van de thin whistle.
Niet zo folky meer, maar rocken doet het zeker ...
If I Should Fall from Grace with God klinkt als hun lijflied.
Het nummer doet ook wat denken aan Streams of Whiskey.
Turkish Song of the Damned had op single gemogen.
Een van de beste tracks hier: perfecte mix van folk, punk en rock.
Bottle of Smoke is een onstuimig niemandalletje.
Het gallopeert met briesende neusgaten doorheen de kamer.
Fairytale of New York is met recht een kerstklassieker.
Zelden was Kerstmis zo authentiek: nodig eens een eenzame uit.
Lillywhite's vrouw Kirsty MacColl duetteert met de ontwapenende MacGowan.
Metropolis zou je zonder veel moeite als jazzfolk kunnen omschrijven.
Nog een nieuwe aanwinst op dit album: scheurende koperblazers.
Thousands Are Sailing is weer zo'n sterk stukje Pogues proza.
Het verhaal van de eerste Amerikaanse kolonisten ... klassefolk.
Fiesta bracht de Pogues opnieuw bij het grote publiek.
Een kermistoeter van een hit ... leuk, maar wat naast het album.
Medley ... combineert drie folk traditionals.
Rode draad is het soldatenepos ... met overtuiging gebracht.
Streets of Sorrow / Birmingham Six combineert twee eigen nummers.
Sterk dat er op dit album ruimte was voor maatschappijkritiek.
Lullaby of London is één van mijn grote favorieten.
Poëzie als een zoete avondbries ... slaap zacht mijn kind.
Sit Down by the Fire doet wat denken aan Bottle of Smoke.
Rommelig en vingervlug ratelt het nummer uit de stereoboxen.
The Broad Majestic Shannon heeft een juweel van een tekst,
maar het muzikale thema ligt heel dicht bij Fairytale of New York.
Worms is een conversatie tussen de pieren
die aan je doodskist knagen ... knibbel knabbel knuisje.
Van de b-kantjes vallen vooral de instrumentals op.
The Battle March Medley lijkt weggeplukt uit Kubrick's Barry Lyndon
en Sketches of Spain is een kleine knipoog naar Miles Davis.
Shanne Bradley kabbelt voorbij als een herfstige rivier.
De traditional South Australia roept iedereen
nog een laatste keer ten dans: hup met de beentjes.
The Irish Rover en Moutain Dew zijn een collaboratie
met de onsterfelijke Dubliners ... en vooral die Ierse Rover
lust wel een paar vaten Guinness ... een dansvloerkiller.
The Pogues - Peace and Love (1989)

3,0
0
geplaatst: 12 september 2008, 22:39 uur
PEACE & LOVE
was eigenlijk een groepsalbum.
Frontman Shane MacGowan schreef de helft van de nummers,
en maakt op dit album zowel letterlijk als figuurlijk een afwezige indruk.
Opnieuw in een productie van Steve Lillywhite,
maar ironisch genoeg (zie hoes) kan dit album niet dezelfde vuist maken
als haar overtuigende voorganger If I Should Fall from Grace with God.
De andere bandleden dragen dus zelf nummers aan
die meer baat hadden gehad met een meer akkoestische productie.
Dit album klinkt te electronisch, te rocky om echt mooi te zijn.
De single Yeah Yeah Yeah Yeah Yeah klinkt als de doodsreutel
van MacGowan, al vind ik de fijne traditional The Limercik Rake
en de Stones cover Honky Tonk Women zeer geslaagde tracks.
Het album zelf, dat daarop volgde, telde maar twee singles.
Misty Morning Albert Bridge was een te nadrukkelijke kopie van
Fairytale of New York en White City rockte wel, maar miste
een muzikaal brugje om hitpotent uit de hoek te komen.
Van de overige albumtracks onthoud ik het liefst
Young Ned of the Hill, die als een legendarische held
de groene heuvels bestijgt, het bijna bluesy USA, waarin
MacGowan als Arno kreunt en het nachtelijke Tombstone.
Blue Heaven kondigt zich aan als een vrolijke single,
maar werd het niet en ook Boat Train, dat nog even de sfeer
van de grote dagen wil oproepen zit tussen twee stoelen.
Eigenlijk beschrijft de typmachine in Down All the Days
nog het best hoe Shane MacGowan zich tijdens de opnames voelde.
was eigenlijk een groepsalbum.
Frontman Shane MacGowan schreef de helft van de nummers,
en maakt op dit album zowel letterlijk als figuurlijk een afwezige indruk.
Opnieuw in een productie van Steve Lillywhite,
maar ironisch genoeg (zie hoes) kan dit album niet dezelfde vuist maken
als haar overtuigende voorganger If I Should Fall from Grace with God.
De andere bandleden dragen dus zelf nummers aan
die meer baat hadden gehad met een meer akkoestische productie.
Dit album klinkt te electronisch, te rocky om echt mooi te zijn.
De single Yeah Yeah Yeah Yeah Yeah klinkt als de doodsreutel
van MacGowan, al vind ik de fijne traditional The Limercik Rake
en de Stones cover Honky Tonk Women zeer geslaagde tracks.
Het album zelf, dat daarop volgde, telde maar twee singles.
Misty Morning Albert Bridge was een te nadrukkelijke kopie van
Fairytale of New York en White City rockte wel, maar miste
een muzikaal brugje om hitpotent uit de hoek te komen.
Van de overige albumtracks onthoud ik het liefst
Young Ned of the Hill, die als een legendarische held
de groene heuvels bestijgt, het bijna bluesy USA, waarin
MacGowan als Arno kreunt en het nachtelijke Tombstone.
Blue Heaven kondigt zich aan als een vrolijke single,
maar werd het niet en ook Boat Train, dat nog even de sfeer
van de grote dagen wil oproepen zit tussen twee stoelen.
Eigenlijk beschrijft de typmachine in Down All the Days
nog het best hoe Shane MacGowan zich tijdens de opnames voelde.
The Pogues - Red Roses for Me (1984)

4,0
0
geplaatst: 12 september 2008, 17:59 uur
RED ROSES FOR ME
Ik zag ze in 1984 op The Tube en was meteen verkocht.
Het duurde nog een tijdje voor ik een plaat van hen te pakken kreeg.
Op het debuut nog rauwe punkfolk, later poëtischer van aanpak.
Transmetropolitan, The Battle of Brisbane, Waxie's Dargle,
Boys from the County Hell, Streams of Whiskey, Poor Paddy,
Dingle Regatta, Greenland Whale Fisheries en Kittty.
Stuk voor stuk adrenaline stimulerende interpretaties.
Heel wat covers nog, een paar eigen songs ...
De eerste single Dark Streets of London vind ik één van de minste nummers.
The Auld Triangle is meesterlijk en blikt al vooruit op hun latere sound.
Sea Shanty huppelt als een rotte kies en Down in the Ground
Where the Dead Men Go is jaagt je de spoken op het lijf.
De instrumentale b-kant Repeal of the Licensing Laws
is uit dezelfde sessies als het album.
Deze remaster verzamelt alle bonustracks uit de beginperiode.
De matte productie van het album weerhoudt me om een 5 te geven.
Ik zag ze in 1984 op The Tube en was meteen verkocht.
Het duurde nog een tijdje voor ik een plaat van hen te pakken kreeg.
Op het debuut nog rauwe punkfolk, later poëtischer van aanpak.
Transmetropolitan, The Battle of Brisbane, Waxie's Dargle,
Boys from the County Hell, Streams of Whiskey, Poor Paddy,
Dingle Regatta, Greenland Whale Fisheries en Kittty.
Stuk voor stuk adrenaline stimulerende interpretaties.
Heel wat covers nog, een paar eigen songs ...
De eerste single Dark Streets of London vind ik één van de minste nummers.
The Auld Triangle is meesterlijk en blikt al vooruit op hun latere sound.
Sea Shanty huppelt als een rotte kies en Down in the Ground
Where the Dead Men Go is jaagt je de spoken op het lijf.
De instrumentale b-kant Repeal of the Licensing Laws
is uit dezelfde sessies als het album.
Deze remaster verzamelt alle bonustracks uit de beginperiode.
De matte productie van het album weerhoudt me om een 5 te geven.
The Pogues - Rum Sodomy & the Lash (1985)

5,0
0
geplaatst: 12 september 2008, 18:30 uur
RUM SODOMY & THE LASH
was de eerste Pogues plaat die ik te pakken kreeg.
Productie is van Elvis Costello en hij slaagt erin om de folkpunk
van de groep een aantal eeuwen terug te voeren in de tijd.
Een zeeroversplaat die bijt, spuwt en ontroert ...
The Sick Bed of Chuchulainn zijn de Pogues op hun best.
Een koortsige strofe wordt gecounterd door een bezeten refrein.
The Old Man Drag schopt de luisteraar in de ballen.
Het tragische relaas van een verstoten jongeling.
Wild Cats of Kilkenny klauwt krijsend om zich heen.
Een instrumental die je nekharen doet rechtop staan.
I'm a Man You Don't Meet Every Day is een mystery song.
Prachtig gezongen door de bassiste (later de vrouw van Costello).
A Pair of Brown Eyes neemt je mee in de bruine zeemanskroeg.
Malle Babbe uit de 17de eeuw serveert wildschuimend bier.
Sally MacLennane is een van de weinige nummers hier
die onverdroten teruggrijpen naar de noeste folkdans van het debuut.
Dirty Old Town is een gouden cover, want wanneer een band
erin slaagt een minder bekend nummer op de wereldkaart te zetten,
dan moet de luisteraar deemoedig en vol respect zijn hoed af doen.
Componist is Ewan MacColl, vader van wijlen Kirsty ...
Jesse James is een duivels dansje met de tin whistle in de hoofdrol.
Of hoe de link tussen Ierse folk en cowboy muziek gelegd kan worden.
Navigator is een heel onderhoudende albumtrack.
Ook hier hoor je het getouw van het piratenschip kraken.
Billy's Bones is pogoën tot je botten breken.
Een kort verhaaltje over hoe je zo snel mogelijk je graf in danst.
The Gentleman Soldier is een bekende traditional.
Hilarische stemmetjes en een batterij drummende kanons.
The Band Played Waltzing Matilda moet je beluisteren met tekstvel.
Een rauwe registratie van de waanzin van de oorlog ... tot tranenstoe.
Tracks 14 tot 17 zijn afkomstig van de Poetry in Motion EP.
Opnieuw meesterlijk geproducet door Elivs Costello en met
de vergeten parel Rainy Night in Soho ... wat een smartlap.
Of hoe Shane MacGowan je na al die dronken punkfolk
plotsklaps met zijn poëtische ontboezemingen weet te raken.
Voor mij de allerbeste Pogues plaat, zeker met de bonus tracks erbij.
was de eerste Pogues plaat die ik te pakken kreeg.
Productie is van Elvis Costello en hij slaagt erin om de folkpunk
van de groep een aantal eeuwen terug te voeren in de tijd.
Een zeeroversplaat die bijt, spuwt en ontroert ...
The Sick Bed of Chuchulainn zijn de Pogues op hun best.
Een koortsige strofe wordt gecounterd door een bezeten refrein.
The Old Man Drag schopt de luisteraar in de ballen.
Het tragische relaas van een verstoten jongeling.
Wild Cats of Kilkenny klauwt krijsend om zich heen.
Een instrumental die je nekharen doet rechtop staan.
I'm a Man You Don't Meet Every Day is een mystery song.
Prachtig gezongen door de bassiste (later de vrouw van Costello).
A Pair of Brown Eyes neemt je mee in de bruine zeemanskroeg.
Malle Babbe uit de 17de eeuw serveert wildschuimend bier.
Sally MacLennane is een van de weinige nummers hier
die onverdroten teruggrijpen naar de noeste folkdans van het debuut.
Dirty Old Town is een gouden cover, want wanneer een band
erin slaagt een minder bekend nummer op de wereldkaart te zetten,
dan moet de luisteraar deemoedig en vol respect zijn hoed af doen.
Componist is Ewan MacColl, vader van wijlen Kirsty ...
Jesse James is een duivels dansje met de tin whistle in de hoofdrol.
Of hoe de link tussen Ierse folk en cowboy muziek gelegd kan worden.
Navigator is een heel onderhoudende albumtrack.
Ook hier hoor je het getouw van het piratenschip kraken.
Billy's Bones is pogoën tot je botten breken.
Een kort verhaaltje over hoe je zo snel mogelijk je graf in danst.
The Gentleman Soldier is een bekende traditional.
Hilarische stemmetjes en een batterij drummende kanons.
The Band Played Waltzing Matilda moet je beluisteren met tekstvel.
Een rauwe registratie van de waanzin van de oorlog ... tot tranenstoe.
Tracks 14 tot 17 zijn afkomstig van de Poetry in Motion EP.
Opnieuw meesterlijk geproducet door Elivs Costello en met
de vergeten parel Rainy Night in Soho ... wat een smartlap.
Of hoe Shane MacGowan je na al die dronken punkfolk
plotsklaps met zijn poëtische ontboezemingen weet te raken.
Voor mij de allerbeste Pogues plaat, zeker met de bonus tracks erbij.
The Pogues - The Best Of (1991)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2008, 12:01 uur
Eerste luik van de eerste compilatie van the Pogues.
De tracklijst werd democratisch door de 8 bandleden bepaald
en geselecteerd uit de 5 albums met Shane MacGowan.
Het eindresultaat is divers, maar met 14 tracks ook wat kort.
Fairytale of New York, Sally MacLennane, Dirty Old Town,
The Irish Rover (met the Dubliners), A Pair of Brown Eyes,
Rainy Night in Soho (single remix), Fiesta, Misty Morning Albert Bridge
en White City zijn allemaal eerder op single verschenen.
Streams of Whiskey is het enige nummer van het debuut Red Roses for Me.
Rain Street is de enige selectie uit het vijfde album Hell's Ditch.
Body of an American komt (net als de oorspronkelijke versie
van Rainy Night in Soho) uit de 4track EP Poguetry in Motion.
Thousands Are Sailing en The Broad Majestic Shannon zijn sterke
nummers uit het succesalbum If I Should Fall from Grace with God.
ps. Ik bezat ooit een exemplaar waarop tracks 2 en 5 live versies waren.
De tracklijst werd democratisch door de 8 bandleden bepaald
en geselecteerd uit de 5 albums met Shane MacGowan.
Het eindresultaat is divers, maar met 14 tracks ook wat kort.
Fairytale of New York, Sally MacLennane, Dirty Old Town,
The Irish Rover (met the Dubliners), A Pair of Brown Eyes,
Rainy Night in Soho (single remix), Fiesta, Misty Morning Albert Bridge
en White City zijn allemaal eerder op single verschenen.
Streams of Whiskey is het enige nummer van het debuut Red Roses for Me.
Rain Street is de enige selectie uit het vijfde album Hell's Ditch.
Body of an American komt (net als de oorspronkelijke versie
van Rainy Night in Soho) uit de 4track EP Poguetry in Motion.
Thousands Are Sailing en The Broad Majestic Shannon zijn sterke
nummers uit het succesalbum If I Should Fall from Grace with God.
ps. Ik bezat ooit een exemplaar waarop tracks 2 en 5 live versies waren.
The Pogues - The Rest of the Best (1994)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2008, 12:10 uur
Aanvullende compilatie op The Best of the Pogues uit 1991.
Deze 16 tracks kunnen het best omschreven worden als zeer
waardige albumtracks en aanvullers op de eerste compilatie.
Toch staan er nog een paar singletjes op:
If I Should Fall from Grace with God, Boys from the County Hell,
Dark Streets of London, Yeah Yeah Yeah Yeah Yeah en Summer in Siam.
The Auld Triangle is van het eerste album Red Roses for Me.
Repeal of the Licensing Laws was een b-kantje uit dezelfde sessies.
The Sick Bed of Cuchulainn en The Old Main Drag
zijn ijzersterke albumtracks van Rum Sodomy & the Lash.
Turkish Song of the Damned en Lullaby of London horen opnieuw
bij de beste albumtracks van If I Should Fall from Grace with God.
London Girl is afkomstig van de Poguetry in Motion EP.
Honky Tonk Women (de Stones cover) was een b-kantje.
Young Ned of the Hill is een topper van het Peace & Love album.
En The Sunny Side of the Street en Hell's Ditch zijn van Hell's Ditch.
Beide compilaties uit 1991 en 1994 hebben geen enkele overlapping
en met deze twee haal je dus echt het allerbeste van the Pogues in huis.
Deze 16 tracks kunnen het best omschreven worden als zeer
waardige albumtracks en aanvullers op de eerste compilatie.
Toch staan er nog een paar singletjes op:
If I Should Fall from Grace with God, Boys from the County Hell,
Dark Streets of London, Yeah Yeah Yeah Yeah Yeah en Summer in Siam.
The Auld Triangle is van het eerste album Red Roses for Me.
Repeal of the Licensing Laws was een b-kantje uit dezelfde sessies.
The Sick Bed of Cuchulainn en The Old Main Drag
zijn ijzersterke albumtracks van Rum Sodomy & the Lash.
Turkish Song of the Damned en Lullaby of London horen opnieuw
bij de beste albumtracks van If I Should Fall from Grace with God.
London Girl is afkomstig van de Poguetry in Motion EP.
Honky Tonk Women (de Stones cover) was een b-kantje.
Young Ned of the Hill is een topper van het Peace & Love album.
En The Sunny Side of the Street en Hell's Ditch zijn van Hell's Ditch.
Beide compilaties uit 1991 en 1994 hebben geen enkele overlapping
en met deze twee haal je dus echt het allerbeste van the Pogues in huis.
The Police - Synchronicity (1983)

3,0
0
geplaatst: 12 oktober 2008, 23:09 uur
SYNCHRONICITY 1983
heb ik altijd een merkwaardige plaat gevonden.
Voor mij zijn de twee eerste singles Every Breath You Take
en Wrapped Around Your Fingers de hoogtepunten.
Every Breath You Take is jammer genoeg grijsgedraaid.
Al blijft het na al die jaren wel tot de verbeelding spreken: klassieker.
Nog subtieler vind ik Wrapped Around Your Finger.
Zeer geraffineerd arrangement en overladen met mystiek.
King of Pain vind ik teveel aan elkaar hangen van Police clichees.
Dit is echt zo'n lied waarvan je denkt: Sting schreef een hit op bestelling.
Ik heb nooit begrepen waarom Synchronicity II een single was.
Dit scheurende nummer strijkt zo tegen de haren van het album in
dat ik het samen met Mother en Miss Gradenko lichtjes misplaatst vind.
Die verplichte nummertjes van Summers en Copeland
waren er op dit laatste groepsalbum echt te veel aan.
Walking in Your Footsteps, Tea in the Sahara en de op CD
van de ondergang geredde b-kant van Every Breath You Take,
Murder by Numbers zijn de meest overtuigende albumtracks.
Volgens mij durfde men Tea in the Sahara niet op single
uitbrengen omdat het nummer te breekbaar is, maar vermits
kant 2 de drie andere singles bevat, ben ik altijd geneigd
te denken dat het wel als single bedoeld was ...
conclusie: slappe hap op kant 1 (met uitzondering van track 2)
en puur goud op kant 2 (met een prima, jazzy bonustrack op de koop toe)..
heb ik altijd een merkwaardige plaat gevonden.
Voor mij zijn de twee eerste singles Every Breath You Take
en Wrapped Around Your Fingers de hoogtepunten.
Every Breath You Take is jammer genoeg grijsgedraaid.
Al blijft het na al die jaren wel tot de verbeelding spreken: klassieker.
Nog subtieler vind ik Wrapped Around Your Finger.
Zeer geraffineerd arrangement en overladen met mystiek.
King of Pain vind ik teveel aan elkaar hangen van Police clichees.
Dit is echt zo'n lied waarvan je denkt: Sting schreef een hit op bestelling.
Ik heb nooit begrepen waarom Synchronicity II een single was.
Dit scheurende nummer strijkt zo tegen de haren van het album in
dat ik het samen met Mother en Miss Gradenko lichtjes misplaatst vind.
Die verplichte nummertjes van Summers en Copeland
waren er op dit laatste groepsalbum echt te veel aan.
Walking in Your Footsteps, Tea in the Sahara en de op CD
van de ondergang geredde b-kant van Every Breath You Take,
Murder by Numbers zijn de meest overtuigende albumtracks.
Volgens mij durfde men Tea in the Sahara niet op single
uitbrengen omdat het nummer te breekbaar is, maar vermits
kant 2 de drie andere singles bevat, ben ik altijd geneigd
te denken dat het wel als single bedoeld was ...
conclusie: slappe hap op kant 1 (met uitzondering van track 2)
en puur goud op kant 2 (met een prima, jazzy bonustrack op de koop toe)..
The Shamen - En-Tact (1990)

4,0
0
geplaatst: 6 februari 2014, 13:42 uur
Twinpeaks schreef:
Ik heb een andere versie van de cd .
Geen Move Any Mountain dus,maar die heb ik nog op Maxi single
Ik heb een andere versie van de cd .
Geen Move Any Mountain dus,maar die heb ik nog op Maxi single
Je moet eens goed naar Progen (track 2) van jou cd luisteren.
Dat is namelijk net hetzelfde nummer als dat van je maxi single.
De tracklijst op MuMe is gebaseerd op die van het vinyl album, aangevuld met cd-bonustracks.
Door het succes van Move Any Mountain (aka Progen) verschenen er afwijkende cd-releases van En-Tact.
The Sisters of Mercy - First and Last and Always (1985)

4,0
0
geplaatst: 26 december 2008, 23:17 uur
FIRST AND LAST AND ALWAYS
De eerste volwaardige langspeler van The Sisters of Mercy.
Het was wachten op het songwriters talent van nieuwe gitaris
Wayne Hussey, vooraleer de groep zich hieraan waagde.
Dit album staat terecht geboekstaafd als een klassieker.
Hussey zou samen met bassist Craig Adams en medestichter
Gary Marx de groep verlaten en na enig juridisch getrouwtrek
weer opduiken als The Mission en Ghost Dance.
First and Last and Always verscheen aanvankelijk op CD
in een alternatieve mix ten opzichte van de vinyl mix ... maar de
Rhino remaster van 2006 maakte opnieuw gebruik van de originele
vinyl mix en voegde er terecht 6 bonustracks aan toe.
De absolute meerwaarde van dit album, zowel ten opzichte
van het vroege ep en single werk en het latere, nog succesvollere
hitmateriaal van The Sisters of Mercy is het veelvuldig gebruik
van zowel elektrische alsook akoestische gitaren.
Het album valt eigenlijk uiteen in twee helften.
Het songmateriaal dat van enerzijds van gitarist Marx is
en de composities die door nieuweling Hussey geschreven zijn.
Tracks 1, 2, 4, 5 en 13 zijn van Wayne Hussey.
Het apocalyptische Black Planet, het hitpotente Walk Away,
het poppy A Rock and a Hard Place, de inktzwarte lovesong Marian
en het de kreet Blood Money zijn stuk voor stuk pareltjes.
Tracks 6, 8, 9, 10 en 11 zijn van Gary Marx.
De barokke titelsong The First and Last and Always,
het bloedmooie Nine While Nine, het iets meer naar het oude
pathos van de band neigende Amphetamine Logic, het door fans
zwaar bejubelde epos Some Kind of Stranger (volgens critici schatplichtig
aan het akoordenschema van Joy Divisions New Dawn Fades)
en het iets minder overtuigende b-kantje Poison Door.
Opperzuster Andrew Eldritch houdt zich opvallend op de achtergrond.
Zijn vocalen en wellicht ook teksten zijn echter bijzonder sterk.
Eldritch zelf tekent voor de nummers die het meest in het verlengde
liggen van het oudere werk: het heel hard op Joy Division lijkende
Possession, het naar bandnaam inspirator Leonard Cohen
verwijzende On the Wire en de grafzerk Bury Me Deep.
Het meest bekende lied en voor mij ook het sterkste nummer
No Time to Cry wordt aan heel de band toegeschreven ...
Dit nummer verdient een plaats in de new wave top 100 allertijden.
De CD remaster voegt nog een demoversie van de afsluiter toe,
alsook Long Train dat in een ingekorte versie (Train) verscheen
op de nog nooit op CD verschenen EP Body and Soul uit 1984.
Wie The Sisters of Mercy te bombastisch op het latere werk
of te androgeen op het oudere werk vindt klinken, moet dit album
toch eens een kans geven: hier klinken ze als een volwaardige
new wave band ... een perfect mix van The Sisters en The Mission.
De eerste volwaardige langspeler van The Sisters of Mercy.
Het was wachten op het songwriters talent van nieuwe gitaris
Wayne Hussey, vooraleer de groep zich hieraan waagde.
Dit album staat terecht geboekstaafd als een klassieker.
Hussey zou samen met bassist Craig Adams en medestichter
Gary Marx de groep verlaten en na enig juridisch getrouwtrek
weer opduiken als The Mission en Ghost Dance.
First and Last and Always verscheen aanvankelijk op CD
in een alternatieve mix ten opzichte van de vinyl mix ... maar de
Rhino remaster van 2006 maakte opnieuw gebruik van de originele
vinyl mix en voegde er terecht 6 bonustracks aan toe.
De absolute meerwaarde van dit album, zowel ten opzichte
van het vroege ep en single werk en het latere, nog succesvollere
hitmateriaal van The Sisters of Mercy is het veelvuldig gebruik
van zowel elektrische alsook akoestische gitaren.
Het album valt eigenlijk uiteen in twee helften.
Het songmateriaal dat van enerzijds van gitarist Marx is
en de composities die door nieuweling Hussey geschreven zijn.
Tracks 1, 2, 4, 5 en 13 zijn van Wayne Hussey.
Het apocalyptische Black Planet, het hitpotente Walk Away,
het poppy A Rock and a Hard Place, de inktzwarte lovesong Marian
en het de kreet Blood Money zijn stuk voor stuk pareltjes.
Tracks 6, 8, 9, 10 en 11 zijn van Gary Marx.
De barokke titelsong The First and Last and Always,
het bloedmooie Nine While Nine, het iets meer naar het oude
pathos van de band neigende Amphetamine Logic, het door fans
zwaar bejubelde epos Some Kind of Stranger (volgens critici schatplichtig
aan het akoordenschema van Joy Divisions New Dawn Fades)
en het iets minder overtuigende b-kantje Poison Door.
Opperzuster Andrew Eldritch houdt zich opvallend op de achtergrond.
Zijn vocalen en wellicht ook teksten zijn echter bijzonder sterk.
Eldritch zelf tekent voor de nummers die het meest in het verlengde
liggen van het oudere werk: het heel hard op Joy Division lijkende
Possession, het naar bandnaam inspirator Leonard Cohen
verwijzende On the Wire en de grafzerk Bury Me Deep.
Het meest bekende lied en voor mij ook het sterkste nummer
No Time to Cry wordt aan heel de band toegeschreven ...
Dit nummer verdient een plaats in de new wave top 100 allertijden.
De CD remaster voegt nog een demoversie van de afsluiter toe,
alsook Long Train dat in een ingekorte versie (Train) verscheen
op de nog nooit op CD verschenen EP Body and Soul uit 1984.
Wie The Sisters of Mercy te bombastisch op het latere werk
of te androgeen op het oudere werk vindt klinken, moet dit album
toch eens een kans geven: hier klinken ze als een volwaardige
new wave band ... een perfect mix van The Sisters en The Mission.
The Smiths - Meat Is Murder (1985)

3,0
0
geplaatst: 27 september 2013, 10:22 uur
MEAT IS MURDER 1985
Waarom struikel ik toch steeds over dit gevierde album van The Smiths?
Toegegeven, ik vind ze op single (alle lekkere b-kantjes ingebrepen) sterker dan op album.
Maar The Queen Is Dead (1986) en Strangeways Here We Come (1987) zijn beste goeie platen.
Is het de verstokte carnivoor in mij die klamme handjes krijgt bij het lezen van de tracklijst?
Of is het de criticus die moeite heeft met Morrisseys te nadrukkelijke tegendraadsheid in deze.
Meat is Murder
Zo'n anti-militaristisch standpunt vlak na Tatchers Falkland avontuur gaat er bij mij wel in.
En ik wil de vegetariërs onder ons best hun forum gunnen. Slachten kan heus diervriendelijker.
Maar beide vormen van bloedvergieten sarcastisch aan elkaar koppelen, gaat mij een brug te ver.
Maar laten we het vooral over de muziek hebben van dit tweede Smiths album
dat wellicht omwille van de militante stellingname weinig tot geen hitsingles telt.
The Headmaster Ritual hakt er meteen stevig in.
En ik begrijp dat het meer rockende geluid van Meat Is Murder
een belangrijke verklaring biedt voor de successtatus van deze langspeler.
Toch hoor ik op het latere werk een betere symbiose tussen gitaarcompositie en vocalen.
Deze album opener probeert twee erg aparte werelden (die van snaarmeester Marr enerzijds
en die van klaagprofeet Morrissey anderzijds) zo optimaal mogelijk met elkaar te verzoenen.
Rusholme Ruffians vind ik muzikaal een stuk interessanter dan de galm van daarnet.
Ook hier hoor je hoe Morrissey nadien zijn teksten op de instrumentale basistrack heeft gelegd.
Wellicht heb je de teksten nodig om de kracht van dit album volledig naar waarde te schatten.
Van zo'n titel als I Want the One I Can't Have krijg ik spontaan jeugdpuistjes.
Als Morrissey kont-schuddend met een bos gladiolen in de achterzak het narcisme bedrijft,
blijf ik liever op een afstand. Muzikaal best onderhoudend, maar dat gejammer gaat snel vervelen.
Het rockelement waarover ik het al even had ontspint zich nadrukkelijker in What She Said.
Mijnheer Morrissey, op later werk toch meer een echte zanger, jaagt me hier de gordijnen in.
That Joke Isn't Funny Anymore verscheen uiteindelijk wel op single.
Maar het nummer mist node de poppy drive of de bezielde melodie van de eerdere singles.
Misschien wel het meest radiovriendelijke nummer van deze plaat, maar toch echt geen evergreen.
Laat ons veronderstellen dat de echte troeven van deze plaat zich op de tweede plaathelft bevinden.
Nowhere Fast mag weer vrijuit rocken en laat een vlotte Smiths horen die mij meer bevalt.
Toch vraag ik me geregeld af hoe zo'n gitaarstukje van Johnny Marr zou klinken zonder vocalen.
Well I Wonder blikt al wat meer naar het geluid dat komen gaat op de volgende singles en albums.
Een mooie, instrumentale basis met daarop een wat meer, weliswaar dromerig zingende Morrissey.
Ik durf bijna schrijven dat ik dit tot hiertoe het beste nummer van Meat Is Murder vind.
En warempel, Barbarism Begins at Home maakt plots de vuist waarop ik zat te wachten.
Dit nummer weet mijn oren wel degelijk te spitsen. Eindelijk heeft deze plaat me bij het nekvel.
De compositie duurt lang, maar men doet wel degelijk zijn best om het onderhoudend te maken.
Met wat extra achtergrondkreten en en een erg prominente Duran Duran-achtige baspartij.
Meat Is Murder wil ons met de neus op de feiten drukken.
Nu worden waarheden vaker als koeien verhandeld. Maar kan ik de kritische sneer
op Barbarism Begins at Home wel degelijk hebben, dan mist de titeltrack overredingskracht.
Daar zit dat slome arrangement ongetwijfeld voor een groot deel tussen.
Ik onthoud een paar sterke nummers, maar voor de rest toch iets te veel probeersels
die me muzikaal meer kunnen bekoren dan vocaal. Morrissey is zoveel beter als hij slaat en zalft.
Als hij begint te mekkeren, duiken beelden van een naar de slachtbank gedreven kalf in me op.
En dat kan gezien het opzet van deze langspeler toch echt niet de bedoeling zijn.
Op de oude CD release gooide men er de integrale cult-klassieker How Soon Is Now? tussen.
Dat nummer zit hier, om in de juiste beeldspraak te blijven, een beetje als een tang op een varken.
Door mij best gesmaakt, maar tegelijk jammer dat het op deze site vaak als allerbeste Smiths song
bovenaan prijkt. Net dat nummer waarin Marrs wonderlijke gitaar op de achtergrond blijft.
How Soon Is Now was aanvankelijk de b-kant van William It Was Really Nothing.
Een prachtsingle als je het mij vraagt waarin gitaarspinsels en woordenvloed perfect in evenwicht zijn.
En ook die andere bonustrack Please Please Please Let Me Get What I Want is voor mij zoveel mooier
dan de meeste nummers op Meat Is Murder. Morrissey tovert het geweeklaag hier om in een verzuchting.
En in het muzikale arrangement beslist een pareltje. Mooie liedjes hoeven niet lang te duren.
Toen How Soon Is Now dan een eigen leven ging leiden als 12" single a-kant,
werd het nummer vergezeld van Well I Wonder (de betere Meat Is Murder albumtrack)
en het instrumentale Oscillate Wildly, een wat knullige woordspeling op de Ierse auteur.
En ook de razende single Shakespeare's Sister mag gelinkt worden aan dit album
dankzij de bonustrack What She Said. Niet hun beste single, maar voor mij sterk genoeg
om de vergelijking met Meat Is Murder te doorstaan. Een single die met Stretch Out and Wait
een soort Please Please Please Let Met Get What I Want (deel 2) ambieert. Minder verrassend.
Drie sterren voor Meat Is Murder is karig. Maar mijn hartje gaat er niet sneller van slaan.
Waarom struikel ik toch steeds over dit gevierde album van The Smiths?
Toegegeven, ik vind ze op single (alle lekkere b-kantjes ingebrepen) sterker dan op album.
Maar The Queen Is Dead (1986) en Strangeways Here We Come (1987) zijn beste goeie platen.
Is het de verstokte carnivoor in mij die klamme handjes krijgt bij het lezen van de tracklijst?
Of is het de criticus die moeite heeft met Morrisseys te nadrukkelijke tegendraadsheid in deze.
Meat is Murder
Zo'n anti-militaristisch standpunt vlak na Tatchers Falkland avontuur gaat er bij mij wel in.
En ik wil de vegetariërs onder ons best hun forum gunnen. Slachten kan heus diervriendelijker.
Maar beide vormen van bloedvergieten sarcastisch aan elkaar koppelen, gaat mij een brug te ver.
Maar laten we het vooral over de muziek hebben van dit tweede Smiths album
dat wellicht omwille van de militante stellingname weinig tot geen hitsingles telt.
The Headmaster Ritual hakt er meteen stevig in.
En ik begrijp dat het meer rockende geluid van Meat Is Murder
een belangrijke verklaring biedt voor de successtatus van deze langspeler.
Toch hoor ik op het latere werk een betere symbiose tussen gitaarcompositie en vocalen.
Deze album opener probeert twee erg aparte werelden (die van snaarmeester Marr enerzijds
en die van klaagprofeet Morrissey anderzijds) zo optimaal mogelijk met elkaar te verzoenen.
Rusholme Ruffians vind ik muzikaal een stuk interessanter dan de galm van daarnet.
Ook hier hoor je hoe Morrissey nadien zijn teksten op de instrumentale basistrack heeft gelegd.
Wellicht heb je de teksten nodig om de kracht van dit album volledig naar waarde te schatten.
Van zo'n titel als I Want the One I Can't Have krijg ik spontaan jeugdpuistjes.
Als Morrissey kont-schuddend met een bos gladiolen in de achterzak het narcisme bedrijft,
blijf ik liever op een afstand. Muzikaal best onderhoudend, maar dat gejammer gaat snel vervelen.
Het rockelement waarover ik het al even had ontspint zich nadrukkelijker in What She Said.
Mijnheer Morrissey, op later werk toch meer een echte zanger, jaagt me hier de gordijnen in.
That Joke Isn't Funny Anymore verscheen uiteindelijk wel op single.
Maar het nummer mist node de poppy drive of de bezielde melodie van de eerdere singles.
Misschien wel het meest radiovriendelijke nummer van deze plaat, maar toch echt geen evergreen.
Laat ons veronderstellen dat de echte troeven van deze plaat zich op de tweede plaathelft bevinden.
Nowhere Fast mag weer vrijuit rocken en laat een vlotte Smiths horen die mij meer bevalt.
Toch vraag ik me geregeld af hoe zo'n gitaarstukje van Johnny Marr zou klinken zonder vocalen.
Well I Wonder blikt al wat meer naar het geluid dat komen gaat op de volgende singles en albums.
Een mooie, instrumentale basis met daarop een wat meer, weliswaar dromerig zingende Morrissey.
Ik durf bijna schrijven dat ik dit tot hiertoe het beste nummer van Meat Is Murder vind.
En warempel, Barbarism Begins at Home maakt plots de vuist waarop ik zat te wachten.
Dit nummer weet mijn oren wel degelijk te spitsen. Eindelijk heeft deze plaat me bij het nekvel.
De compositie duurt lang, maar men doet wel degelijk zijn best om het onderhoudend te maken.
Met wat extra achtergrondkreten en en een erg prominente Duran Duran-achtige baspartij.
Meat Is Murder wil ons met de neus op de feiten drukken.
Nu worden waarheden vaker als koeien verhandeld. Maar kan ik de kritische sneer
op Barbarism Begins at Home wel degelijk hebben, dan mist de titeltrack overredingskracht.
Daar zit dat slome arrangement ongetwijfeld voor een groot deel tussen.
Ik onthoud een paar sterke nummers, maar voor de rest toch iets te veel probeersels
die me muzikaal meer kunnen bekoren dan vocaal. Morrissey is zoveel beter als hij slaat en zalft.
Als hij begint te mekkeren, duiken beelden van een naar de slachtbank gedreven kalf in me op.
En dat kan gezien het opzet van deze langspeler toch echt niet de bedoeling zijn.
Op de oude CD release gooide men er de integrale cult-klassieker How Soon Is Now? tussen.
Dat nummer zit hier, om in de juiste beeldspraak te blijven, een beetje als een tang op een varken.
Door mij best gesmaakt, maar tegelijk jammer dat het op deze site vaak als allerbeste Smiths song
bovenaan prijkt. Net dat nummer waarin Marrs wonderlijke gitaar op de achtergrond blijft.
How Soon Is Now was aanvankelijk de b-kant van William It Was Really Nothing.
Een prachtsingle als je het mij vraagt waarin gitaarspinsels en woordenvloed perfect in evenwicht zijn.
En ook die andere bonustrack Please Please Please Let Me Get What I Want is voor mij zoveel mooier
dan de meeste nummers op Meat Is Murder. Morrissey tovert het geweeklaag hier om in een verzuchting.
En in het muzikale arrangement beslist een pareltje. Mooie liedjes hoeven niet lang te duren.
Toen How Soon Is Now dan een eigen leven ging leiden als 12" single a-kant,
werd het nummer vergezeld van Well I Wonder (de betere Meat Is Murder albumtrack)
en het instrumentale Oscillate Wildly, een wat knullige woordspeling op de Ierse auteur.
En ook de razende single Shakespeare's Sister mag gelinkt worden aan dit album
dankzij de bonustrack What She Said. Niet hun beste single, maar voor mij sterk genoeg
om de vergelijking met Meat Is Murder te doorstaan. Een single die met Stretch Out and Wait
een soort Please Please Please Let Met Get What I Want (deel 2) ambieert. Minder verrassend.
Drie sterren voor Meat Is Murder is karig. Maar mijn hartje gaat er niet sneller van slaan.
The Smiths - Strangeways, Here We Come (1987)

4,0
0
geplaatst: 1 februari 2010, 10:54 uur
STRANGEWAYS HERE WE COME 1987
Het laatste album. De zwanenzang van The Smiths.
En op deze kermende wijze sleept Morrissey zich doorheen
de opmerkelijk frisse albumopener.
A Rush and a Push and the Land Is Ours
had volgens mij gemakkelijke een single kunnen zijn.
Ik hoor in de muziek van Johnny Marr vaak folkelementen doorschemeren.
Strangeways Here We Come, het album met de lange titel
en met songs met zo mogelijk nog langere titels.
I Started Something I Couldn't Finish heeft venijn in de gitaren.
Bijna een uitzondering op een album met vooral tragere en rustige songs.
Death of a Disco Dancer is een beauty.
Een song die ik ook singlepotentie zou willen toedichten.
Slepend, kermend en muzikaal zeer onderhoudend.
Maybe in the next world ...
Girlfriend in a Coma was het hitje.
Huppeldepup lovesong met een heel giftig randje.
Kort genoeg ook geen klap in je gezicht te krijgen tijdens het dansen
van het meisje dat je in deze voor ogen had.
Stop Me If You Think You've Heard This One Before
heeft een gevaarlijke titel. Het aantal Morrissey haters
in de vriendenkring nam met de jaren toe. En met zo'n song
vraag je natuurlijk om een reactie. Luister ook eens naar de muziek.
Zit kant 1 perfect en logisch in elkaar,
dan vind ik kant 2 wat ongelukkig samengesteld.
Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me vind ik
een vervelend nummer. Nochtans op single. Maar hier gaat de zanger
ons weer mateloos irriteren met zijn zelfgezocht vrijgezellen bestaan.
Unhappy Birthday is aardig.
Maar niet veel meer dan een aardigheidje.
Het sarcasme van Morrissey kan ik zoveel beter smaken
dan zijn pedante zelfbeklag.
Paint a Vulgar Picture is de overbekende sneer
naar de muziekindustrie. Maar zijn dat eigenlijk onze zaken wel.
Mochten The Smiths niet alles zomaar op single gooien
(zie hieronder), op 33 toeren permitteerden zij zich wel meer.
Death at One's Elbow rockt weer als een oude Smithssong.
Maar weer zo kort van stof dat het nummer me niet weet te grijpen.
Soms krijg je de indruk dat The Smiths hun beste nummers bewaarden
voor de singles en hun albums de opvullers kregen.
I Won't Share You lijkt me het zwakste nummer van de plaat.
Een raar nummer om mee te eindigen. Een afscheidsbriefje ... (ook aan de fans?)
Allemaal iets te pathetische en melodramatisch naar mijn smaak.
Ik heb op mijn zelf gemaakte exemplaar de volgende bonustracks toegevoegd.
11. You Just Haven't Earned It Yet Baby
Dit is de gewraakte single waarnaar zelfs letterlijk verwezen wordt
in Paint a Vulgar Picture. Omdat Rough Trade het niet op single wou,
verscheen het nummer wel als bonus en extra teaser op de onvolprezen
verzamelaar The World Won't Listen (en ook op Louder Than Bombs).
12. Shoplifters of the World
13. London
14. Half a Person
Een single met drie non-album tracks die in de plaats
van het voorgaande nummer werd uitgebracht. Minder hitpotent.
Shoplifters of the World is niet zo catchy als eerdere singles.
Wel een goed nummer. London heeft gierende gitaren en een stevig
rockende beat en vormt zo het perfecte tegengewicht voor Half a Person,
een downsong waarin de slepende zang van Morrissey me wel kan bekoren.
15. Sheila Take a Bow
16. Is It Really So Strange
17. Sweet and Tender Hooligan
Nog een single die tussen The Queen Is Dead en Strangeways uitkwam.
Heel mooie a-kant. Sheila Take a Bow opent zowaar met een fanfare.
Ook tekstueel ene leuke invalshoek: meester vrijgezel ontfermt
zich over de mislukte liefdes zoektochten van een meisje.
De twee andere tracks zijn rechtstreeks van de Peel Sessies geplukt.
Interessant omdat deze nummers nooit meer hernomen zijn in de studio.
Twee stevige songs ook, die de klemtoon minder op de jammerklacht
van de zanger leggen, maar meer op de muzikale competentie van de band.
18. Work Is a Four-Letter Word
19. I Keep Mine Hidden
De b-kanten van Girlfriend in a Coma zijn moeilijk te vinden op CD.
Je hebt er eigenlijk de zeldzame CD single voor nodig. Maar eigenlijk mis je weinig.
Ik vind het met stip twee van de zwakkere Smiths songs. Echt overschotjes.
Het laatste album. De zwanenzang van The Smiths.
En op deze kermende wijze sleept Morrissey zich doorheen
de opmerkelijk frisse albumopener.
A Rush and a Push and the Land Is Ours
had volgens mij gemakkelijke een single kunnen zijn.
Ik hoor in de muziek van Johnny Marr vaak folkelementen doorschemeren.
Strangeways Here We Come, het album met de lange titel
en met songs met zo mogelijk nog langere titels.
I Started Something I Couldn't Finish heeft venijn in de gitaren.
Bijna een uitzondering op een album met vooral tragere en rustige songs.
Death of a Disco Dancer is een beauty.
Een song die ik ook singlepotentie zou willen toedichten.
Slepend, kermend en muzikaal zeer onderhoudend.
Maybe in the next world ...
Girlfriend in a Coma was het hitje.
Huppeldepup lovesong met een heel giftig randje.
Kort genoeg ook geen klap in je gezicht te krijgen tijdens het dansen
van het meisje dat je in deze voor ogen had.
Stop Me If You Think You've Heard This One Before
heeft een gevaarlijke titel. Het aantal Morrissey haters
in de vriendenkring nam met de jaren toe. En met zo'n song
vraag je natuurlijk om een reactie. Luister ook eens naar de muziek.
Zit kant 1 perfect en logisch in elkaar,
dan vind ik kant 2 wat ongelukkig samengesteld.
Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me vind ik
een vervelend nummer. Nochtans op single. Maar hier gaat de zanger
ons weer mateloos irriteren met zijn zelfgezocht vrijgezellen bestaan.
Unhappy Birthday is aardig.
Maar niet veel meer dan een aardigheidje.
Het sarcasme van Morrissey kan ik zoveel beter smaken
dan zijn pedante zelfbeklag.
Paint a Vulgar Picture is de overbekende sneer
naar de muziekindustrie. Maar zijn dat eigenlijk onze zaken wel.
Mochten The Smiths niet alles zomaar op single gooien
(zie hieronder), op 33 toeren permitteerden zij zich wel meer.
Death at One's Elbow rockt weer als een oude Smithssong.
Maar weer zo kort van stof dat het nummer me niet weet te grijpen.
Soms krijg je de indruk dat The Smiths hun beste nummers bewaarden
voor de singles en hun albums de opvullers kregen.
I Won't Share You lijkt me het zwakste nummer van de plaat.
Een raar nummer om mee te eindigen. Een afscheidsbriefje ... (ook aan de fans?)
Allemaal iets te pathetische en melodramatisch naar mijn smaak.
Ik heb op mijn zelf gemaakte exemplaar de volgende bonustracks toegevoegd.
11. You Just Haven't Earned It Yet Baby
Dit is de gewraakte single waarnaar zelfs letterlijk verwezen wordt
in Paint a Vulgar Picture. Omdat Rough Trade het niet op single wou,
verscheen het nummer wel als bonus en extra teaser op de onvolprezen
verzamelaar The World Won't Listen (en ook op Louder Than Bombs).
12. Shoplifters of the World
13. London
14. Half a Person
Een single met drie non-album tracks die in de plaats
van het voorgaande nummer werd uitgebracht. Minder hitpotent.
Shoplifters of the World is niet zo catchy als eerdere singles.
Wel een goed nummer. London heeft gierende gitaren en een stevig
rockende beat en vormt zo het perfecte tegengewicht voor Half a Person,
een downsong waarin de slepende zang van Morrissey me wel kan bekoren.
15. Sheila Take a Bow
16. Is It Really So Strange
17. Sweet and Tender Hooligan
Nog een single die tussen The Queen Is Dead en Strangeways uitkwam.
Heel mooie a-kant. Sheila Take a Bow opent zowaar met een fanfare.
Ook tekstueel ene leuke invalshoek: meester vrijgezel ontfermt
zich over de mislukte liefdes zoektochten van een meisje.
De twee andere tracks zijn rechtstreeks van de Peel Sessies geplukt.
Interessant omdat deze nummers nooit meer hernomen zijn in de studio.
Twee stevige songs ook, die de klemtoon minder op de jammerklacht
van de zanger leggen, maar meer op de muzikale competentie van de band.
18. Work Is a Four-Letter Word
19. I Keep Mine Hidden
De b-kanten van Girlfriend in a Coma zijn moeilijk te vinden op CD.
Je hebt er eigenlijk de zeldzame CD single voor nodig. Maar eigenlijk mis je weinig.
Ik vind het met stip twee van de zwakkere Smiths songs. Echt overschotjes.
The Smiths - The Queen Is Dead (1986)

4,0
0
geplaatst: 21 januari 2010, 09:55 uur
THE QUEEN IS DEAD 1986
Ik heb het album onlangs nog eens onder de loep genomen.
En het valt me niet gemakkelijk om de 4 sterren te handhaven.
The Smiths kunnen me mateloos intrigeren op 45 toeren
met hun puntige a-kanten en fraaie b-kanten en bonus tracks.
Maar in 33 toeren formaat bekoren ze me vaak minder.
The Queen Is Dead is een afwisselend album.
I Know It's over en Never Had No One Ever zijn voor mij
typsiche voorbeelden van een ijlende en kwijlende Morrissey.
Het zijn slome, zich voortslepende odes aan het zelfbeklag.
Nooit mijn ding geweest en ook anno 2010 skippers.
Frankly Mr Shankly en VIcar in a Tutu zijn aardig.
In mijn oren Johnny Marr afdankertjes die geen extra sterren opleveren.
Tot daar mijn striemende kritiek.
Wat overblijft zijn sterke songs en een guilty pleasure.
Some Girls Are Bigger Than Others is muzikaal een flauwe kopie
van track 9. Maar omwille van de het sarcasme in de tekst een prima deal.
The Queen Is Dead opent (hoe kan het anders) majestueus.
Een compositie die de toon zet voor een album waarin de bijtende
politieke stellingname van Morrissey (zie Meat Is Murder) zich aankondigt.
Maar het album brengt daarna te veel vrijblijvende liedjes.
Toch is de album opener een standout track in hun oeuvre.
Een song die bij mij meteen associaties oproept met Morrissey's
eerste solo-album Viva Hate, waarop hij wel weer scherp uithaalt.
Bigmouth Strikes Again en The Boy with the Thorn in His Side
zijn bloedmooie singles. De voornaamste reden waarom ik van
deze band stilletjes kan genieten. Het frivole, uptempo gitaarspel
van Marr is het perfecte tegengewicht voor Morrissey's declamaties.
En in zulke songs hou ik wel enorm van dat klagerige stemgeluid.
Cemetry Gates toont ook de meesterlijke gitaarhand van Marr,
al blijft het lied op zich minder hangen. Staat het minder overeind.
Top of the bill is en blijft voor mij (en vele anderen)
There Is a Light That Never Goes out. Het Smiths anthem bij uitstek.
Hier is niet alleen alles in ballans, hier wordt je als luisteraar
en muziekliefhebber zelfs naar grotere hoogten opgetild.
Coole bas ook en sarcasme als verlichting.
4 sterren dus, omwille van die vijf oerdegelijke nummers.
Die enkele missers en aardige albumvullers ten spijt.
Maar in dit mp3 tijdperk stel ik natuurlijk mijn eigen CD samen.
En ik maak van The Queen Is Dead een 18 track expanded versie.
11. Rubber Ring
12. Asleep
Twee b-kanten van The Boy with the Thorn in His Side.
Mooi muzikaal arrangement in Rubber Ring en met Asleep
een nummer dat voor mij meteen naast There Is a Light
That Never Goes out mag staan. Klasse lullaby.
Huiveringwekkend melancholisch met die piano
en met Morrissey's vocalen in een glansrijke hoofdrol.
13. Money Changes Everything
14. Unloveable
De b-kanten van Bigmouth Strike Again (wat een toepasselijke titel ook).
Money Changes Everything is een wat langer uitgesponnen compositie
met klemtoon op de instrumentatie. En Unloveable een zoveelste
jammerklacht, maar eentje die nu eens niet gaat vervelen.
15. Panic
16. The Draize Train
24 karaatse popsingle. The Smiths op hun best in Panic.
Naast het reeds op het album aanwezige Vicar in a Tutu is
er hier het instrumentale en wat meer rockende The Draize Train.
Met sequencers die aan How Soon Is Now doen denken. Sterk.
17. Ask
18. Golden Lights
Nog zo'n leuke single is Ask. Dansen op de bom.
En natuurlijk het lieve Golden Lights met gastvocalen van Kirsty MacColl.
Cemetry Gates is hier de eveneens aanwezige albumtrack.
Kijk, met die 8 extra nummers erbij,
ben ik die mindere albumtracks al weer snel vergeten.
The Smiths zijn muzikaal meer dan het ontdekken waard.
En wie niet tegen Morrissey's geneuzel kan, luistert
maar eens extra goed naar Marrs gitaarspel.
Ik heb het album onlangs nog eens onder de loep genomen.
En het valt me niet gemakkelijk om de 4 sterren te handhaven.
The Smiths kunnen me mateloos intrigeren op 45 toeren
met hun puntige a-kanten en fraaie b-kanten en bonus tracks.
Maar in 33 toeren formaat bekoren ze me vaak minder.
The Queen Is Dead is een afwisselend album.
I Know It's over en Never Had No One Ever zijn voor mij
typsiche voorbeelden van een ijlende en kwijlende Morrissey.
Het zijn slome, zich voortslepende odes aan het zelfbeklag.
Nooit mijn ding geweest en ook anno 2010 skippers.
Frankly Mr Shankly en VIcar in a Tutu zijn aardig.
In mijn oren Johnny Marr afdankertjes die geen extra sterren opleveren.
Tot daar mijn striemende kritiek.
Wat overblijft zijn sterke songs en een guilty pleasure.
Some Girls Are Bigger Than Others is muzikaal een flauwe kopie
van track 9. Maar omwille van de het sarcasme in de tekst een prima deal.
The Queen Is Dead opent (hoe kan het anders) majestueus.
Een compositie die de toon zet voor een album waarin de bijtende
politieke stellingname van Morrissey (zie Meat Is Murder) zich aankondigt.
Maar het album brengt daarna te veel vrijblijvende liedjes.
Toch is de album opener een standout track in hun oeuvre.
Een song die bij mij meteen associaties oproept met Morrissey's
eerste solo-album Viva Hate, waarop hij wel weer scherp uithaalt.
Bigmouth Strikes Again en The Boy with the Thorn in His Side
zijn bloedmooie singles. De voornaamste reden waarom ik van
deze band stilletjes kan genieten. Het frivole, uptempo gitaarspel
van Marr is het perfecte tegengewicht voor Morrissey's declamaties.
En in zulke songs hou ik wel enorm van dat klagerige stemgeluid.
Cemetry Gates toont ook de meesterlijke gitaarhand van Marr,
al blijft het lied op zich minder hangen. Staat het minder overeind.
Top of the bill is en blijft voor mij (en vele anderen)
There Is a Light That Never Goes out. Het Smiths anthem bij uitstek.
Hier is niet alleen alles in ballans, hier wordt je als luisteraar
en muziekliefhebber zelfs naar grotere hoogten opgetild.
Coole bas ook en sarcasme als verlichting.
4 sterren dus, omwille van die vijf oerdegelijke nummers.
Die enkele missers en aardige albumvullers ten spijt.
Maar in dit mp3 tijdperk stel ik natuurlijk mijn eigen CD samen.
En ik maak van The Queen Is Dead een 18 track expanded versie.
11. Rubber Ring
12. Asleep
Twee b-kanten van The Boy with the Thorn in His Side.
Mooi muzikaal arrangement in Rubber Ring en met Asleep
een nummer dat voor mij meteen naast There Is a Light
That Never Goes out mag staan. Klasse lullaby.
Huiveringwekkend melancholisch met die piano
en met Morrissey's vocalen in een glansrijke hoofdrol.
13. Money Changes Everything
14. Unloveable
De b-kanten van Bigmouth Strike Again (wat een toepasselijke titel ook).
Money Changes Everything is een wat langer uitgesponnen compositie
met klemtoon op de instrumentatie. En Unloveable een zoveelste
jammerklacht, maar eentje die nu eens niet gaat vervelen.
15. Panic
16. The Draize Train
24 karaatse popsingle. The Smiths op hun best in Panic.
Naast het reeds op het album aanwezige Vicar in a Tutu is
er hier het instrumentale en wat meer rockende The Draize Train.
Met sequencers die aan How Soon Is Now doen denken. Sterk.
17. Ask
18. Golden Lights
Nog zo'n leuke single is Ask. Dansen op de bom.
En natuurlijk het lieve Golden Lights met gastvocalen van Kirsty MacColl.
Cemetry Gates is hier de eveneens aanwezige albumtrack.
Kijk, met die 8 extra nummers erbij,
ben ik die mindere albumtracks al weer snel vergeten.
The Smiths zijn muzikaal meer dan het ontdekken waard.
En wie niet tegen Morrissey's geneuzel kan, luistert
maar eens extra goed naar Marrs gitaarspel.
The Smiths - The World Won't Listen (1987)

5,0
0
geplaatst: 28 september 2011, 12:33 uur
THE WORLD WON'T LISTEN 1987
Een heel interessante en welgekomen verzamelaar in 1987
die zich concentreerde op het 7" werk uit de periode 1985-1986.
Welgekomen omdat de meeste Smiths singles los van de albums staan.
De oudste single op deze compliatie is Shakespeare's Sister.
Stretch and Wait is de bijhorende 12" b-kant. What She Said ontbreekt.
That Joke Isn't Funny Anymore was de enige single van Meat Is Murder (1985).
De b-kanten waren live versies van Smiths songs en ontbreken logischerwijze.
Dan volgen de beide singles van The Queen Is Dead (1986).
The Boy with the Thorn in His Side en Bigmouth Strikes Again.
De eerste had als extra nummers Rubber Ring en Asleep,
de tweede Money Changes Everything en Unlovable.
Deze vier nummers staan allemaal op The World Won't Listen
(al ontbreekt Money Changes Everything op de vinyl versie).
There Is a Light That Never Goes Out was oorspronkelijk geen single,
al wordt deze Smiths klassieker graag als dusdanig behandeld en mocht hij
bijgevolg niet ontbreken. In 1995 wel op single gezet nav The Singles compilatie.
In 1986 brachten The Smiths nog twee non-album singles uit.
Panic en Ask. Beide singles hadden een nummer van The Queen Is Dead als b-kant.
The Draize Train (een Marr instrumental en extra op de 12" van Panic) ontbreekt.
De extra song op de 12" van Ask staat enkel op de CD versie: Golden Lights.
Begin 1987 verscheen de single Shoplifters of the World.
London en Half a Person waren de bonus nummers.
Blijven over: Oscillate Wildly van de 12" How Soon Is Now uit 1985
en You Just Haven't Earned It Yet Baby dat eigenlijk bedoeld was om als single
deze compilatie te trekken, maar op een veto van de platenmaatschappij botste.
Na The World Won't Listen (1987) verscheen de single Sheila Take a Bow,
waarvan je de b-kanten moet zoeken op de US verzamelaar Louder Than Bombs (1987).
De singles die bij Strangeways Here We Come horen vind je enkel op latere compilaties terug.
Een heel interessante en welgekomen verzamelaar in 1987
die zich concentreerde op het 7" werk uit de periode 1985-1986.
Welgekomen omdat de meeste Smiths singles los van de albums staan.
De oudste single op deze compliatie is Shakespeare's Sister.
Stretch and Wait is de bijhorende 12" b-kant. What She Said ontbreekt.
That Joke Isn't Funny Anymore was de enige single van Meat Is Murder (1985).
De b-kanten waren live versies van Smiths songs en ontbreken logischerwijze.
Dan volgen de beide singles van The Queen Is Dead (1986).
The Boy with the Thorn in His Side en Bigmouth Strikes Again.
De eerste had als extra nummers Rubber Ring en Asleep,
de tweede Money Changes Everything en Unlovable.
Deze vier nummers staan allemaal op The World Won't Listen
(al ontbreekt Money Changes Everything op de vinyl versie).
There Is a Light That Never Goes Out was oorspronkelijk geen single,
al wordt deze Smiths klassieker graag als dusdanig behandeld en mocht hij
bijgevolg niet ontbreken. In 1995 wel op single gezet nav The Singles compilatie.
In 1986 brachten The Smiths nog twee non-album singles uit.
Panic en Ask. Beide singles hadden een nummer van The Queen Is Dead als b-kant.
The Draize Train (een Marr instrumental en extra op de 12" van Panic) ontbreekt.
De extra song op de 12" van Ask staat enkel op de CD versie: Golden Lights.
Begin 1987 verscheen de single Shoplifters of the World.
London en Half a Person waren de bonus nummers.
Blijven over: Oscillate Wildly van de 12" How Soon Is Now uit 1985
en You Just Haven't Earned It Yet Baby dat eigenlijk bedoeld was om als single
deze compilatie te trekken, maar op een veto van de platenmaatschappij botste.
Na The World Won't Listen (1987) verscheen de single Sheila Take a Bow,
waarvan je de b-kanten moet zoeken op de US verzamelaar Louder Than Bombs (1987).
De singles die bij Strangeways Here We Come horen vind je enkel op latere compilaties terug.
The Stranglers - Aural Sculpture (1984)

4,0
0
geplaatst: 17 juni 2008, 20:46 uur
AURAL SCULPTURE
Hun tweede voor Epic liep niet van een leien dakje. Twee verschillende opnamesessies: een zonder en een met producer Laurie (Paul Young) Latham. Resultaat is een mix van sterke en minder overtuigende songs, verspreid over zowel het album als de bonustrack lijst. Dit is het eerste album waarop de Stranglers gastmuzikanten toelieten (achtergrondzang en blazers).
Ice Queen opent op glad ijs. Mooie metaforen in de tekst en zeer aanstekelijk arrangement: glijdende bas en blazers. Het nummer vriest zich vast in je hoofd.
Skin deep is zonder meer een klassieker met een mooi vocaal arrangement. Een juweeltje van een singel die veel te weinig deed in de hitparades.
Let me down easy vind ik op het randje. Hier zijn het de vocalen (Paul Youngs achtergrondkoor) die het nummer redden van de ondergang. Hypnotiserend wel.
No Mercy is een grapje volgens mij. Stranglers go motown. Met fraaie koperblazers (eigenlijk gewoon synths op dit nummer) en een tekst met weerhaakjes.
Uptown is misschien het enige nummer dat wat doet denken aan de Stranglers oude stijl: wurgende aanpak, maar gladde productie anno 1984.
Spain vind ik een knaller van een song. Fraaie Spaanse vrouwenstem en vooral heel catchy gitaarwerk. Had een singel kunnen zijn ipv Let me down easy.
Laughing vloeit geruisloos verder uit Spain en verwijst in de tekst naar de pas vermoorde Marvin Gaye (met een hint naar Sexual Healing). Prachtlied.
7 tracks van de 11 selecteren is geen gemakkelijke opdracht. Punch & Judy vind ik eigenlijk behoorlijk slecht (zeg ik niet gauw van een Stranglers song). Souls lijkt me net iets te veel een vingeroefening en sluit beter aan bij hun DREAMTIME album. Mad Hatter is een grappige afsluiter (Madness meets Paul Young), maar weegt te licht. En jammer genoeg sneuvelde ook North Winds (de enige track met JJ Burnell op vocals) omdat het net als Souls een beetje naast het album valt van sfeer.
voetnoot: de remaster met bonustracks heeft een kortere versie van Souls (onder de 2 minuten): een slordigheid van de platenmaatschappij. En ook voor Hot Club werd niet voor de originele mix gekozen. In one Door en Achilles Heel zijn aanraders.
Hun tweede voor Epic liep niet van een leien dakje. Twee verschillende opnamesessies: een zonder en een met producer Laurie (Paul Young) Latham. Resultaat is een mix van sterke en minder overtuigende songs, verspreid over zowel het album als de bonustrack lijst. Dit is het eerste album waarop de Stranglers gastmuzikanten toelieten (achtergrondzang en blazers).
Ice Queen opent op glad ijs. Mooie metaforen in de tekst en zeer aanstekelijk arrangement: glijdende bas en blazers. Het nummer vriest zich vast in je hoofd.
Skin deep is zonder meer een klassieker met een mooi vocaal arrangement. Een juweeltje van een singel die veel te weinig deed in de hitparades.
Let me down easy vind ik op het randje. Hier zijn het de vocalen (Paul Youngs achtergrondkoor) die het nummer redden van de ondergang. Hypnotiserend wel.
No Mercy is een grapje volgens mij. Stranglers go motown. Met fraaie koperblazers (eigenlijk gewoon synths op dit nummer) en een tekst met weerhaakjes.
Uptown is misschien het enige nummer dat wat doet denken aan de Stranglers oude stijl: wurgende aanpak, maar gladde productie anno 1984.
Spain vind ik een knaller van een song. Fraaie Spaanse vrouwenstem en vooral heel catchy gitaarwerk. Had een singel kunnen zijn ipv Let me down easy.
Laughing vloeit geruisloos verder uit Spain en verwijst in de tekst naar de pas vermoorde Marvin Gaye (met een hint naar Sexual Healing). Prachtlied.
7 tracks van de 11 selecteren is geen gemakkelijke opdracht. Punch & Judy vind ik eigenlijk behoorlijk slecht (zeg ik niet gauw van een Stranglers song). Souls lijkt me net iets te veel een vingeroefening en sluit beter aan bij hun DREAMTIME album. Mad Hatter is een grappige afsluiter (Madness meets Paul Young), maar weegt te licht. En jammer genoeg sneuvelde ook North Winds (de enige track met JJ Burnell op vocals) omdat het net als Souls een beetje naast het album valt van sfeer.
voetnoot: de remaster met bonustracks heeft een kortere versie van Souls (onder de 2 minuten): een slordigheid van de platenmaatschappij. En ook voor Hot Club werd niet voor de originele mix gekozen. In one Door en Achilles Heel zijn aanraders.
The Stranglers - Black and White (1978)

4,0
0
geplaatst: 18 februari 2009, 23:53 uur
BLACK & WHITE 1978
Ik heb gisteren nog eens met grote voldoening
naar het derde Stranglers album geluisterd.
Het laatste album met hun rauwe punkgeluid,
al sijpelen de keyboards steeds nadrukkelijker op de voorgrond
en worden de cynische teksten subtieler ... kijk uit voor dubbele bodems.
Tank rijdt meteen je deur plat. Een gepantserd nummer.
I can drive my very own tank ... soldaatje spelen, de man in zijn piemel gezet.
Nice 'N" Sleazy borduurt op de succesformule van Peaches.
Stranglers reggae met wurgende bas en pruttelende keyboards.
De enige single van het 12 nummers tellende album.
Outside Tokyo doet me denken aan het schilderij van Dali
met de smeltende horloges ... een dronken wals die cynisch
het einde ter "tijden" inluidt ... op hol geslagen kapitalisme.
Sweden was een singlekandidaat, maar geraakte nooit verder
dan een videoclip en een Zweedse variant (bonustrack 16).
Ongemeen hitpotent en een zoetzure ode aan het land
waarin Hugh Cornwell nog even biologiestudent was.
Track 4 en 5 zijn op de CDversies van dit album trouwens omgewisseld.
Een foutje van de digitaliseerders dat nadien nooit werd rechtgezet.
Hey! (Rise of the Robots) is overduidelijk een ode aan Devo.
Ook Rok it to the Moon (b-kant van de single die Black & White
vooraf ging) heeft dat mechanische arrangement ...
Ruik ik hier een sneer richting Kraftwerk?
Toiler on the Sea wordt door menig fan (zie wat mijn voorgangers schreven)
als één van de meest onsterfelijke Stranglers songs beschouwd (een live sensatie).
En probeer deze mensen eens ongelijk te geven: sprankelend samenspel tussen keyboard, bas en gitaren ... opspattend water voor de boeg van de drakar.
Oorspronkelijk zou kant 1 uitsluitend nummers van gitarist
Hugh Cornwell bevatten en kant 2 nummers van bassist Burnel.
Maar die laatste had altijd wat meer tijd nodig om met meer
dan een basisriff of thematische inval te komen ...
Curfew is een produkt van toetsenist Greenfield.
Altijd goed voor een satanische grijns in de stembanden.
Net als Tank een stevige, zij het iets meer gewrochte song.
Het refrein wordt door de hele groep meegezongen.
Threatened is van Burnel, maar meteen het zwakste nummer
van het album ... het heeft wel iets aantrekkelijks in de geschifte manier
van zingen, maar muzikaal beklijft het nummer niet genoeg.
In the Shadows is andere koek ... het nummer verscheen een jaar
eerder al als b-kant van de No More Heroes single, maar laat paradoxaal
genoeg een sound horen die de groep vooral op de twee volgende albums
(The Raven en The Meninblack) zou ontwikkelen: experimenteler,
met klemtoon op de sfeerzetting, spelen met de vormgeving.
Do You Wanna en Death and Night and Blood horen samen.
Beide nummers associeer ik onverwijld met de zwart wit beelden
van de film Rumble Fish (met Matt Dillon en Mickey Rourke).
Vechtersbazen op oorlogspad: Greenfield en Burnel.
Enough Time gaat opnieuw richting The Raven.
Met als hoofdingrediënten de stemvervorming (The Meninblack)
en een heel ijle, geïmprovisteerde keyboard melodie (Ice en Sha Sha a Go Go).
De bonustracks op de 2001 remaster zijn echt de moeite.
Mean to Me en Shut Up zijn uptempo rockers uit het vuistje.
Old Codger en Walk on By verraden als nooit tevoren dat de wortels
van deze ouwe ratten onder de punkers eigenlijk in de 60s lagen.
Walk on By zat samen met Mean to Me en Tits als gratis bonus single
bij de eerste Britse persing van het album. De Bacharach cover slaagde er zelfs in
om in datzelfde jaar, als single A-kant heruitgebracht, de Britse top 10 te halen.
Tits, hier in een los uit de pols live uitvoering met introductie
van de daarna solerende bandleden, eindigt zelfs met de volgende quote:
Now you know why nobody wanted to watch us play two years ago ...
Of hoe het viertal het punkmasker op dit album afgooit
om zich te ontpoppen als een schalkse rockgroep met wortels.
Producer Martin Rushent had er genoeg van en zou afhaken
tijdens de opnamesessies van The Raven ("too much synths")
om in 1981 doodleuk Dare! van The Human League te producen.
Ik heb gisteren nog eens met grote voldoening
naar het derde Stranglers album geluisterd.
Het laatste album met hun rauwe punkgeluid,
al sijpelen de keyboards steeds nadrukkelijker op de voorgrond
en worden de cynische teksten subtieler ... kijk uit voor dubbele bodems.
Tank rijdt meteen je deur plat. Een gepantserd nummer.
I can drive my very own tank ... soldaatje spelen, de man in zijn piemel gezet.
Nice 'N" Sleazy borduurt op de succesformule van Peaches.
Stranglers reggae met wurgende bas en pruttelende keyboards.
De enige single van het 12 nummers tellende album.
Outside Tokyo doet me denken aan het schilderij van Dali
met de smeltende horloges ... een dronken wals die cynisch
het einde ter "tijden" inluidt ... op hol geslagen kapitalisme.
Sweden was een singlekandidaat, maar geraakte nooit verder
dan een videoclip en een Zweedse variant (bonustrack 16).
Ongemeen hitpotent en een zoetzure ode aan het land
waarin Hugh Cornwell nog even biologiestudent was.
Track 4 en 5 zijn op de CDversies van dit album trouwens omgewisseld.
Een foutje van de digitaliseerders dat nadien nooit werd rechtgezet.
Hey! (Rise of the Robots) is overduidelijk een ode aan Devo.
Ook Rok it to the Moon (b-kant van de single die Black & White
vooraf ging) heeft dat mechanische arrangement ...
Ruik ik hier een sneer richting Kraftwerk?
Toiler on the Sea wordt door menig fan (zie wat mijn voorgangers schreven)
als één van de meest onsterfelijke Stranglers songs beschouwd (een live sensatie).
En probeer deze mensen eens ongelijk te geven: sprankelend samenspel tussen keyboard, bas en gitaren ... opspattend water voor de boeg van de drakar.
Oorspronkelijk zou kant 1 uitsluitend nummers van gitarist
Hugh Cornwell bevatten en kant 2 nummers van bassist Burnel.
Maar die laatste had altijd wat meer tijd nodig om met meer
dan een basisriff of thematische inval te komen ...
Curfew is een produkt van toetsenist Greenfield.
Altijd goed voor een satanische grijns in de stembanden.
Net als Tank een stevige, zij het iets meer gewrochte song.
Het refrein wordt door de hele groep meegezongen.
Threatened is van Burnel, maar meteen het zwakste nummer
van het album ... het heeft wel iets aantrekkelijks in de geschifte manier
van zingen, maar muzikaal beklijft het nummer niet genoeg.
In the Shadows is andere koek ... het nummer verscheen een jaar
eerder al als b-kant van de No More Heroes single, maar laat paradoxaal
genoeg een sound horen die de groep vooral op de twee volgende albums
(The Raven en The Meninblack) zou ontwikkelen: experimenteler,
met klemtoon op de sfeerzetting, spelen met de vormgeving.
Do You Wanna en Death and Night and Blood horen samen.
Beide nummers associeer ik onverwijld met de zwart wit beelden
van de film Rumble Fish (met Matt Dillon en Mickey Rourke).
Vechtersbazen op oorlogspad: Greenfield en Burnel.
Enough Time gaat opnieuw richting The Raven.
Met als hoofdingrediënten de stemvervorming (The Meninblack)
en een heel ijle, geïmprovisteerde keyboard melodie (Ice en Sha Sha a Go Go).
De bonustracks op de 2001 remaster zijn echt de moeite.
Mean to Me en Shut Up zijn uptempo rockers uit het vuistje.
Old Codger en Walk on By verraden als nooit tevoren dat de wortels
van deze ouwe ratten onder de punkers eigenlijk in de 60s lagen.
Walk on By zat samen met Mean to Me en Tits als gratis bonus single
bij de eerste Britse persing van het album. De Bacharach cover slaagde er zelfs in
om in datzelfde jaar, als single A-kant heruitgebracht, de Britse top 10 te halen.
Tits, hier in een los uit de pols live uitvoering met introductie
van de daarna solerende bandleden, eindigt zelfs met de volgende quote:
Now you know why nobody wanted to watch us play two years ago ...
Of hoe het viertal het punkmasker op dit album afgooit
om zich te ontpoppen als een schalkse rockgroep met wortels.
Producer Martin Rushent had er genoeg van en zou afhaken
tijdens de opnamesessies van The Raven ("too much synths")
om in 1981 doodleuk Dare! van The Human League te producen.
The Stranglers - Dreamtime (1986)

3,0
0
geplaatst: 21 juni 2008, 14:53 uur
DREAMTIME
De laatste plaat van de Stranglers die ik kan smaken. Opvolger 10 zou een brug te ver zijn en Hugh Cornwell zou dan ook zijn conclusies trekken en opkrassen. Dreamtime is fragmentarisch: het album telt enkele juweeltjes, maar ook enkele teleurstellingen.
Opnieuw met blazerssectie, maar in een net iets te gepolijste productie. Het album kwam moeizaam tot stand.
Always the Sun is één van de allerbeste Stranglerstracks ooit. Onbegrijpelijk dat dit nummer geen hit werd. Die spaarzame gitaarlikjes zijn goud waard.
Dreamtime is gewoon een leuk nummer, waarin het vage concept achter het album wordt blootgelegd: een ode aan de zon van aboriginal tot maya-cultuur.
Was it You is het enige lied dat nog enigszins teruggrijpt naar de oersound van de band. Maar de gladde productie doet het lied onrecht aan.
Ghost Train vind ik een interessant nummer. Je waant je echt op een spooktrein. Die trein staat echter symbool voor de langzaam ontsporende groepsdynamiek.
Nice in Nice is een sfeervolle singel. JJ Burnell fluistert het nummer bijna. Hier tilt de productie het lied wel op boven de middelmaat.
Shakin' Like a Leaf dateert nog uit de Aural Sculpture dagen en dat hoor je een beetje. Een uptempo rocker uit de oude doos. One two three four ...
Mayan Skies is een bijzonder sfeervolle song die een vervolg breidt op Souls van Aural Sculpture. Beide songs beschrijven een reiservaring in Latijns Amerika.
You'll Always Reap What You Sow is geen slecht nummer, maar ik vind het qua sound wat naast het album vallen. Big in Amerika is een draak van een lied, voor mijn part hun slechtste singel ooit. Too Precious is een wat complexere afsluiter die meer luisterbeurten vraagt dan de rest van het album. De bonustracks zijn minder interessant dan op vorige rereleases. Since You Went Away heeft een orgeltje dat improviseert op Midnight Summer Dream. Was it you werd uiteindelijk nooit op singel uitgebracht. Al bestaat er zelfs een 12" versie van.
De laatste plaat van de Stranglers die ik kan smaken. Opvolger 10 zou een brug te ver zijn en Hugh Cornwell zou dan ook zijn conclusies trekken en opkrassen. Dreamtime is fragmentarisch: het album telt enkele juweeltjes, maar ook enkele teleurstellingen.
Opnieuw met blazerssectie, maar in een net iets te gepolijste productie. Het album kwam moeizaam tot stand.
Always the Sun is één van de allerbeste Stranglerstracks ooit. Onbegrijpelijk dat dit nummer geen hit werd. Die spaarzame gitaarlikjes zijn goud waard.
Dreamtime is gewoon een leuk nummer, waarin het vage concept achter het album wordt blootgelegd: een ode aan de zon van aboriginal tot maya-cultuur.
Was it You is het enige lied dat nog enigszins teruggrijpt naar de oersound van de band. Maar de gladde productie doet het lied onrecht aan.
Ghost Train vind ik een interessant nummer. Je waant je echt op een spooktrein. Die trein staat echter symbool voor de langzaam ontsporende groepsdynamiek.
Nice in Nice is een sfeervolle singel. JJ Burnell fluistert het nummer bijna. Hier tilt de productie het lied wel op boven de middelmaat.
Shakin' Like a Leaf dateert nog uit de Aural Sculpture dagen en dat hoor je een beetje. Een uptempo rocker uit de oude doos. One two three four ...
Mayan Skies is een bijzonder sfeervolle song die een vervolg breidt op Souls van Aural Sculpture. Beide songs beschrijven een reiservaring in Latijns Amerika.
You'll Always Reap What You Sow is geen slecht nummer, maar ik vind het qua sound wat naast het album vallen. Big in Amerika is een draak van een lied, voor mijn part hun slechtste singel ooit. Too Precious is een wat complexere afsluiter die meer luisterbeurten vraagt dan de rest van het album. De bonustracks zijn minder interessant dan op vorige rereleases. Since You Went Away heeft een orgeltje dat improviseert op Midnight Summer Dream. Was it you werd uiteindelijk nooit op singel uitgebracht. Al bestaat er zelfs een 12" versie van.
The Stranglers - Feline (1983)

5,0
0
geplaatst: 9 december 2011, 12:16 uur
FELINE 1983
Hun eerste voor Epic. Sinister, zwart en zwoel. Zoals de panter op de hoes.
Ik vind het hun beste Epic album en de remaster bevat uitstekende bonustracks .
Toen The Stranglers aan Feline begonnen, concentreerden ze zich op drie trefwoorden.
* Golden Brown: met dat meer pastorale, haast rustieke geluid werd een hit gescoord.
* akoestische gitaren: geïntroduceerd op Cruel Garden, de b-kant van Strange Little Girl.
* Europa: met Fransman Burnell en opname sessies in Italië in het achterhoofd.
Midnight Summer Dream is een klassieker. Een haast symfonische opener
met synths om bij weg te smelten en die heerlijke parlando van Hugh Cornwell.
Het nummer werd pas als tweede single uitgebracht, maar in een verminkte remix.
It's a Small World heeft een wat belerende, filosofische tekst.
Het komt erop neer dat wat we doen vroeg of laat op ons terugkeert.
Interessant omwille van het muzikale palet met de zachtjes brommende bas
en het klikken van de elektronische drumkit. Jet Black was er wild van.
Het schril contrast tussen Jet Blacks elektronische drums
en de akoestische of symfonische benadering van de andere groepsleden
zorgt op Feline voor een extra luisterdimensie. Er bestond bij fans en de groep
enige aversie tegenover Blacks weigering om akoestisch te drummen.
Ik vind dat het contrast toch een meerwaarde biedt aan het album.
Ships That Pass in the Night brengt een fraai stukje akoestisch gitaarwerk.
Zuiders gekruid en zo mysterieus en donker als de nachtelijke wateren.
Feline is een album waarop het spelplezier hoorbaar primeert.
The European Female was de eerste singel (UK top 10).
Een nummer met bassist Jean Jacques Burnel op fluister vocalen.
Ademt zoals heel het album een opvallend Europese sfeer uit.
Let's Tango in Paris is echt te gek.
Na de gebroken wals van Golden Brown, nu een tango
inclusief hun vocale trucje "tan-go inpa-ris" (ne-ver a frown).
Het mag opvallen dat Hugh Cornwell graag met bekende titels speelt.
Het toneelstuk Midsummer Night Dream wordt Midnight Summer Dream
en de film Last Tango in Paris is het vertrekpunt van Let's Tango in Paris.
Paradise is opnieuw van Burnel (die op de tippen van zijn tenen zingt).
Paris, London, glamour and despair ... smakelijke vrouwenstemmen parfumeren.
Flopte als derde singel, want eerder sfeervol dan echt catchy.
All Roads lead to Rome werd op de valreep aan het album toegevoegd
in plaats van Savage Breast. Een voltreffer die op 7" had moeten verschijnen.
Het up tempo nummer heeft behoorlijk wat hitpotentie en geweldige keyboards.
Blue Sister blijft het minst plakken. Een vluchtig nummer
dat in de arrangementen het album concept wel trouw blijft.
Never Say Goodbye is een ode aan de vriendschap.
Flamenco gitaren en de inktzwarte stem van Cornwell.
Een waardige encore met iets te veel klemtoon op de bas.
Feline beluister je het best op een Provencaalse zomeravond,
met een glas rode wijn nagenietend van een heerlijke barbecue.
Een kampvuurtje werpt schaduwen op de ruines die verwijzen
naar een verleden van Romeinen en katharen.
Op de achtergrond het gesjirp van krekels.
Savage Breast ligt qua timbre dicht bij Let's Tango in Paris
en verhuisde naar de b-kant van European Female.
Bij het album zat een eenzijdige, gratis single. Je hoort een symfonische,
instrumentale basis, ontsproten uit de koker van klank professor Greenfield,
waarop Hugh Cornwell zijn hoogdravende Aural Sculpture Manifesto voordraagt.
De tekst hiervan staat ook afgedrukt op de binnenhoes van Aural Sculpture (1984).
De b-kant van Midnight Summer Dream is het eerste deel van een zesluik
over de hilarische, druggerelateerde lotgevallen van het Russische Vladimir & Olga.
Drie van de volgende delen zijn op latere singles terug te vinden. De twee andere delen
moet je gaan zoeken in het latere solo-werk van bedenkers Burnell en Greenfield.
De geflopte single Feline had nog twee prijsnummers op de 12" release.
Het hallucinante Pawsher met een hypnotiserende beat en bezwerende vocalen.
En het jazzy Permission, waarop ritme en gitaar om elkaar heen kronkelen.
Twee tracks die in de loop van 1983 na de Feline sessies tot stand kwamen.
Bij wijze van apotheose biedt de spotgoedkope remaster
ook nog een schitterende live versie uit 1985 van de twee bekendste nummers
van dit album. Midnight Summer Dream gaat in één sequens over in European Female.
Qua sfeerschepping een onovertroffen plaat.
Compositorisch onderhoudend genoeg en met Midnight Summer Dream
één van hun allerbeste nummers aan boord. Feline is voer voor fijnproevers.
Hun beste album voor Epic en boordevol duistere parels. Aan u om te ontdekken.
Hun eerste voor Epic. Sinister, zwart en zwoel. Zoals de panter op de hoes.
Ik vind het hun beste Epic album en de remaster bevat uitstekende bonustracks .
Toen The Stranglers aan Feline begonnen, concentreerden ze zich op drie trefwoorden.
* Golden Brown: met dat meer pastorale, haast rustieke geluid werd een hit gescoord.
* akoestische gitaren: geïntroduceerd op Cruel Garden, de b-kant van Strange Little Girl.
* Europa: met Fransman Burnell en opname sessies in Italië in het achterhoofd.
Midnight Summer Dream is een klassieker. Een haast symfonische opener
met synths om bij weg te smelten en die heerlijke parlando van Hugh Cornwell.
Het nummer werd pas als tweede single uitgebracht, maar in een verminkte remix.
It's a Small World heeft een wat belerende, filosofische tekst.
Het komt erop neer dat wat we doen vroeg of laat op ons terugkeert.
Interessant omwille van het muzikale palet met de zachtjes brommende bas
en het klikken van de elektronische drumkit. Jet Black was er wild van.
Het schril contrast tussen Jet Blacks elektronische drums
en de akoestische of symfonische benadering van de andere groepsleden
zorgt op Feline voor een extra luisterdimensie. Er bestond bij fans en de groep
enige aversie tegenover Blacks weigering om akoestisch te drummen.
Ik vind dat het contrast toch een meerwaarde biedt aan het album.
Ships That Pass in the Night brengt een fraai stukje akoestisch gitaarwerk.
Zuiders gekruid en zo mysterieus en donker als de nachtelijke wateren.
Feline is een album waarop het spelplezier hoorbaar primeert.
The European Female was de eerste singel (UK top 10).
Een nummer met bassist Jean Jacques Burnel op fluister vocalen.
Ademt zoals heel het album een opvallend Europese sfeer uit.
Let's Tango in Paris is echt te gek.
Na de gebroken wals van Golden Brown, nu een tango
inclusief hun vocale trucje "tan-go inpa-ris" (ne-ver a frown).
Het mag opvallen dat Hugh Cornwell graag met bekende titels speelt.
Het toneelstuk Midsummer Night Dream wordt Midnight Summer Dream
en de film Last Tango in Paris is het vertrekpunt van Let's Tango in Paris.
Paradise is opnieuw van Burnel (die op de tippen van zijn tenen zingt).
Paris, London, glamour and despair ... smakelijke vrouwenstemmen parfumeren.
Flopte als derde singel, want eerder sfeervol dan echt catchy.
All Roads lead to Rome werd op de valreep aan het album toegevoegd
in plaats van Savage Breast. Een voltreffer die op 7" had moeten verschijnen.
Het up tempo nummer heeft behoorlijk wat hitpotentie en geweldige keyboards.
Blue Sister blijft het minst plakken. Een vluchtig nummer
dat in de arrangementen het album concept wel trouw blijft.
Never Say Goodbye is een ode aan de vriendschap.
Flamenco gitaren en de inktzwarte stem van Cornwell.
Een waardige encore met iets te veel klemtoon op de bas.
Feline beluister je het best op een Provencaalse zomeravond,
met een glas rode wijn nagenietend van een heerlijke barbecue.
Een kampvuurtje werpt schaduwen op de ruines die verwijzen
naar een verleden van Romeinen en katharen.
Op de achtergrond het gesjirp van krekels.
Savage Breast ligt qua timbre dicht bij Let's Tango in Paris
en verhuisde naar de b-kant van European Female.
Bij het album zat een eenzijdige, gratis single. Je hoort een symfonische,
instrumentale basis, ontsproten uit de koker van klank professor Greenfield,
waarop Hugh Cornwell zijn hoogdravende Aural Sculpture Manifesto voordraagt.
De tekst hiervan staat ook afgedrukt op de binnenhoes van Aural Sculpture (1984).
De b-kant van Midnight Summer Dream is het eerste deel van een zesluik
over de hilarische, druggerelateerde lotgevallen van het Russische Vladimir & Olga.
Drie van de volgende delen zijn op latere singles terug te vinden. De twee andere delen
moet je gaan zoeken in het latere solo-werk van bedenkers Burnell en Greenfield.
De geflopte single Feline had nog twee prijsnummers op de 12" release.
Het hallucinante Pawsher met een hypnotiserende beat en bezwerende vocalen.
En het jazzy Permission, waarop ritme en gitaar om elkaar heen kronkelen.
Twee tracks die in de loop van 1983 na de Feline sessies tot stand kwamen.
Bij wijze van apotheose biedt de spotgoedkope remaster
ook nog een schitterende live versie uit 1985 van de twee bekendste nummers
van dit album. Midnight Summer Dream gaat in één sequens over in European Female.
Qua sfeerschepping een onovertroffen plaat.
Compositorisch onderhoudend genoeg en met Midnight Summer Dream
één van hun allerbeste nummers aan boord. Feline is voer voor fijnproevers.
Hun beste album voor Epic en boordevol duistere parels. Aan u om te ontdekken.
The Stranglers - La Folie (1981)

3,0
0
geplaatst: 8 december 2011, 12:58 uur
LA FOLIE 1981
How to find true love and hap penis in the present day?
Afgezien van deze naughty pun is track 10 een kutsong.
En die kritiek gaat verder op voor nagenoeg het volledige album.
Mocht Golden Brown er niet op staan, het zou amper stemmen halen.
Wat was er aan de hand met de voormalige wurgers uit Guildford?
Hun muzikaal sterkste product The Raven (1979) en hun tot op heden
zwaar onderschatte meesterwerk The Meninblack (1981) scoorden matig.
Slaagde The Clash er nog in om na de punk door te groeien
tot een door pers en publiek gewaardeerde rockband met inhoud,
dan bleven The Stranglers hangen aan hun vieze mannen imago.
Liberty (voorheen UA, nu EMI) wilde brood op de plank: hits en verkoopcijfers.
Valt The Raven vandaag te beluisteren als een virtuoos hoogstaande langspeler
die tekstueel zelfs als politiek tijdsdocument kan worden gezien, en is The Meninblack
een meesterlijke soundtrack bij een al even fascinerend science fiction verhaal,
dan is La Folie een album met eerder oppervlakkige love songs.
Die oppervlakkigheid is vooral muzikaal storend.
Om Burnells bas te horen grommen moet je echt de oren spitsen.
Om Cornwells gitaar te horen jeuken, moet je even krabben.
In plaats daarvan krijg je heel wat 80s synthwerk van Greenfield.
De catchy openers Non Stop en Pin Up wegen zo licht dat je haast vergeet
dat je naar een plaat van The Stranglers luistert. Non Stop had single potentie.
Maar Liberty koos voor Let Me Introduce You to the Family.
Een song waarin de familietrouw der maffiosi wordt belicht.
Het enige nummer dat nog vaag herinnert aan de punk dagen.
Ain't Nothin to It en It Only Takes Two to Tango klinken als muzikale leftovers
uit de Meninblack sessies. De eerste song heeft literaire ambities, de tweede track
zet Reagan en Brezjnev tegenover elkaar. Geef mij maar Two Tribes van Frankie.
Ook The Man They Love to Hate van Burnell kan me niet bekoren.
En zelfs met Tramp, één van de betere songs en vaak live gebracht,
kan ik me moeilijk verzoenen. Een wat a-typisch Stranglers nummer.
Wat overblijft is de tweede single. Golden Brown is het enige goudhaantje van deze plaat.
Het nummer ontstond al tijdens de Meninblack Sessies. Greenfields instrumentale brug
voor het nummer Second Coming werd weerhouden en omgebouwd tot Golden Brown.
Een tophit met een klavecimbel ... een unicum in de popgeschiedenis.
Als derde single koos men gek genoeg voor de titelsong La Folie
waarop karatekid Burnell in zijn Franse moedertaal het (bestaande) verhaal brengt
van een psychopaat die zijn smakelijke geliefde letterlijk met huid en haar opvrat.
De paar exemplaren die van die single in de UK verkocht zijn, werden in huis gehaald
omdat kijkers het b-kantje Waltzinblack (uit The Meninblack) herkenden van een tv-reeks.
De platenbonzen van Liberty oordeelden streng: exit Stranglers.
Er zou nog een compilatie album verschijnen met daarop natuurlijk Golden Brown
als enige getuige van dit album (en Waltzinblack, het b-kantje van La Folie).
Er werd ook een nieuw nummer opgenomen.
Nou, Strange Little Girl dateert uit de beginperiode van de band.
Een song die al in 1974 op demo stond, toen punk nog niet bestond.
Het lekkere b-kantje Cruel Garden introduceerde akoestische jazz gitaren.
Of neem Love 30, de b-kant van Golden Brown, waarop verslag gedaan wordt
van een tenniswedstrijd. Alles muzikaal ingekaderd door achteruitlopende instrumenten.
De remaster van dit album is het interessants in zijn bonustracks.
Vietnamerica was een song die de Meninblack sessies voorafging,
en enkel op een US sampler verscheen met nummers uit The Raven
aangevuld met enkele losse singles. De song sluit beter aan bij die albums.
Neen, La Folie (1981) is verre van het beste Stranglers album.
Al zijn er ook op deze site heel wat mensen die dit album in huis haalden
omwille van Golden Brown. Begrijpelijk, maar ook jammer als ze op basis hiervan
een oordeel zouden vellen over het werk van The Stranglers na hun punk successen.
Everybody Loves You When You're Dead vind ik nog de beste album track.
De ironie van dit nummer ging het succes van Golden Brown vooraf,
maar dat succes bevestigde ook meteen de titel van de song.
Toen The Stranglers met Golden Brown en Strange Little Girl (UK top 10)
weer in de belangstelling stonden was hun contract met Liberty dode letter.
Everybody loves you when you're dead ... indeed.
De groep tekende bij Epic om daar in de jaren 80 nog een paar mooie dingen te maken.
Twee voetnoten.
* Cocktail Nubiles is een studio outtake en een lounge remake van Bring on the Nubiles.
In smoking met vlinderdas herhaalt Cornwell het refrein: let me let me fuck you fuck you ...
* Met the key of my love (uit de leftover met die titel) wordt poëtisch de penis bedoeld
waarmee deze recensie begon. Op La Folie klinken The Stranglers als ouwe lullen.
How to find true love and hap penis in the present day?
Afgezien van deze naughty pun is track 10 een kutsong.
En die kritiek gaat verder op voor nagenoeg het volledige album.
Mocht Golden Brown er niet op staan, het zou amper stemmen halen.
Wat was er aan de hand met de voormalige wurgers uit Guildford?
Hun muzikaal sterkste product The Raven (1979) en hun tot op heden
zwaar onderschatte meesterwerk The Meninblack (1981) scoorden matig.
Slaagde The Clash er nog in om na de punk door te groeien
tot een door pers en publiek gewaardeerde rockband met inhoud,
dan bleven The Stranglers hangen aan hun vieze mannen imago.
Liberty (voorheen UA, nu EMI) wilde brood op de plank: hits en verkoopcijfers.
Valt The Raven vandaag te beluisteren als een virtuoos hoogstaande langspeler
die tekstueel zelfs als politiek tijdsdocument kan worden gezien, en is The Meninblack
een meesterlijke soundtrack bij een al even fascinerend science fiction verhaal,
dan is La Folie een album met eerder oppervlakkige love songs.
Die oppervlakkigheid is vooral muzikaal storend.
Om Burnells bas te horen grommen moet je echt de oren spitsen.
Om Cornwells gitaar te horen jeuken, moet je even krabben.
In plaats daarvan krijg je heel wat 80s synthwerk van Greenfield.
De catchy openers Non Stop en Pin Up wegen zo licht dat je haast vergeet
dat je naar een plaat van The Stranglers luistert. Non Stop had single potentie.
Maar Liberty koos voor Let Me Introduce You to the Family.
Een song waarin de familietrouw der maffiosi wordt belicht.
Het enige nummer dat nog vaag herinnert aan de punk dagen.
Ain't Nothin to It en It Only Takes Two to Tango klinken als muzikale leftovers
uit de Meninblack sessies. De eerste song heeft literaire ambities, de tweede track
zet Reagan en Brezjnev tegenover elkaar. Geef mij maar Two Tribes van Frankie.
Ook The Man They Love to Hate van Burnell kan me niet bekoren.
En zelfs met Tramp, één van de betere songs en vaak live gebracht,
kan ik me moeilijk verzoenen. Een wat a-typisch Stranglers nummer.
Wat overblijft is de tweede single. Golden Brown is het enige goudhaantje van deze plaat.
Het nummer ontstond al tijdens de Meninblack Sessies. Greenfields instrumentale brug
voor het nummer Second Coming werd weerhouden en omgebouwd tot Golden Brown.
Een tophit met een klavecimbel ... een unicum in de popgeschiedenis.
Als derde single koos men gek genoeg voor de titelsong La Folie
waarop karatekid Burnell in zijn Franse moedertaal het (bestaande) verhaal brengt
van een psychopaat die zijn smakelijke geliefde letterlijk met huid en haar opvrat.
De paar exemplaren die van die single in de UK verkocht zijn, werden in huis gehaald
omdat kijkers het b-kantje Waltzinblack (uit The Meninblack) herkenden van een tv-reeks.
De platenbonzen van Liberty oordeelden streng: exit Stranglers.
Er zou nog een compilatie album verschijnen met daarop natuurlijk Golden Brown
als enige getuige van dit album (en Waltzinblack, het b-kantje van La Folie).
Er werd ook een nieuw nummer opgenomen.
Nou, Strange Little Girl dateert uit de beginperiode van de band.
Een song die al in 1974 op demo stond, toen punk nog niet bestond.
Het lekkere b-kantje Cruel Garden introduceerde akoestische jazz gitaren.
Of neem Love 30, de b-kant van Golden Brown, waarop verslag gedaan wordt
van een tenniswedstrijd. Alles muzikaal ingekaderd door achteruitlopende instrumenten.
De remaster van dit album is het interessants in zijn bonustracks.
Vietnamerica was een song die de Meninblack sessies voorafging,
en enkel op een US sampler verscheen met nummers uit The Raven
aangevuld met enkele losse singles. De song sluit beter aan bij die albums.
Neen, La Folie (1981) is verre van het beste Stranglers album.
Al zijn er ook op deze site heel wat mensen die dit album in huis haalden
omwille van Golden Brown. Begrijpelijk, maar ook jammer als ze op basis hiervan
een oordeel zouden vellen over het werk van The Stranglers na hun punk successen.
Everybody Loves You When You're Dead vind ik nog de beste album track.
De ironie van dit nummer ging het succes van Golden Brown vooraf,
maar dat succes bevestigde ook meteen de titel van de song.
Toen The Stranglers met Golden Brown en Strange Little Girl (UK top 10)
weer in de belangstelling stonden was hun contract met Liberty dode letter.
Everybody loves you when you're dead ... indeed.
De groep tekende bij Epic om daar in de jaren 80 nog een paar mooie dingen te maken.
Twee voetnoten.
* Cocktail Nubiles is een studio outtake en een lounge remake van Bring on the Nubiles.
In smoking met vlinderdas herhaalt Cornwell het refrein: let me let me fuck you fuck you ...
* Met the key of my love (uit de leftover met die titel) wordt poëtisch de penis bedoeld
waarmee deze recensie begon. Op La Folie klinken The Stranglers als ouwe lullen.
The Stranglers - No More Heroes (1977)
Alternatieve titel: Stranglers IV No More Heroes

3,0
0
geplaatst: 7 december 2011, 21:46 uur
NO MORE HEROES 1977
Eind 1976 deden The Stranglers hun toenmalige live-set over in de studio.
Van de 16 songs werden er 9 op het debuut gezet en 2 als bonus bij de singles.
Bleven over.
Something Better Change, Straighten Out, Bitching, Peasant in the Big Shitty en School Mam.
Hun derde single Something Better Change behoort ongetwijfeld
tot één van de sterkste wapenfeiten van bassist Jean Jacques Burnell.
Legt tekstueel de vinger op de wonde als punk statement anno 1977.
Net als Peaches was deze single een dubbele a-kant release.
En net als Go Buddy Go stond het korte venijn van Straighten Out niet op album.
De vierde single (tweede van dit album) wordt hun derde UK top 10 hit.
Het klimaat is gunstig en The Stranglers zijn hot. No More Heroes schopt het
tot klassieker en is bijgevolg op menige punk verzamelaar terug te vinden.
De rest van het album brengt vooral meer van hetzelfde.
Maar een echte Rattus Norvegicus (Part 2) wordt het niet echt.
Daarvoor was het debuut volgens mij iets sterker en gevarieerder.
Het viriele Bitching en wegwerp songs als Burning Up Time
of English Towns blijven ondanks de puntige riffs onvoldoende hangen.
Gek toch dat dit album het op deze site bijna even goed doet als het debuut.
Dagenham Dave is een ode aan een trouwe, maar betreurde fan.
School Man was een live gimmick die eindigde in een nep orgasme.
Cornwell masturbeerde zijn hals en spuwde lichaamssappen de zaal in.
Voor het interessantere werk moeten we bij de twee nummers zijn
die progrock toetsenist Dave Greenfield als zanger op de voorgrond brengen.
Het maniakale Dead Ringer bijvoorbeeld of het geschifte Peasants in a Big Shitty,
een leftover van de vorige sessies, maar hier gelukkig wel op het album gezet.
No More Heroes was zeer zeker een album dat stof deed opwaaien.
Met de album opener onder meer waarin een voor joden gevoelige term gebruikt werd.
I Feel Like a Wog valt ook op door het krankzinnige metrum. Flirten met jazz schema's.
En uiteraard Bring on the Nubiles, waarop de vier vetzakken het andere geslacht
op de korrel nemen. Let me let me fuck you fuck you ... Het vrouwonvriendelijke imago
zouden ze nog een tijdje clever blijven uitbuiten. Met strippers tijdens een outdoor live gig
en bijhorend politie optreden bijvoorbeeld. Er werd een tijdje verbroederd met Hells Angels.
Toen Burnell vijf minuten na een inbraak in zijn flat arriveerde sloegen de stoppen door.
Mocht de bijbesnaarde, maar wurglustige karatekid de dader iets vroeger betrapt hebben
dan geeft de non-album single 5 Minutes een idee waaraan de arme boef nipt ontsnapt is.
De b-kant heette Rok It to the Moon en knipoogde naar de hoekige punkwave van Devo.
Het Doors orgeltje van Greenfield ruimt stilaan baan voor echte synthesizers.
Eind 1976 deden The Stranglers hun toenmalige live-set over in de studio.
Van de 16 songs werden er 9 op het debuut gezet en 2 als bonus bij de singles.
Bleven over.
Something Better Change, Straighten Out, Bitching, Peasant in the Big Shitty en School Mam.
Hun derde single Something Better Change behoort ongetwijfeld
tot één van de sterkste wapenfeiten van bassist Jean Jacques Burnell.
Legt tekstueel de vinger op de wonde als punk statement anno 1977.
Net als Peaches was deze single een dubbele a-kant release.
En net als Go Buddy Go stond het korte venijn van Straighten Out niet op album.
De vierde single (tweede van dit album) wordt hun derde UK top 10 hit.
Het klimaat is gunstig en The Stranglers zijn hot. No More Heroes schopt het
tot klassieker en is bijgevolg op menige punk verzamelaar terug te vinden.
De rest van het album brengt vooral meer van hetzelfde.
Maar een echte Rattus Norvegicus (Part 2) wordt het niet echt.
Daarvoor was het debuut volgens mij iets sterker en gevarieerder.
Het viriele Bitching en wegwerp songs als Burning Up Time
of English Towns blijven ondanks de puntige riffs onvoldoende hangen.
Gek toch dat dit album het op deze site bijna even goed doet als het debuut.
Dagenham Dave is een ode aan een trouwe, maar betreurde fan.
School Man was een live gimmick die eindigde in een nep orgasme.
Cornwell masturbeerde zijn hals en spuwde lichaamssappen de zaal in.
Voor het interessantere werk moeten we bij de twee nummers zijn
die progrock toetsenist Dave Greenfield als zanger op de voorgrond brengen.
Het maniakale Dead Ringer bijvoorbeeld of het geschifte Peasants in a Big Shitty,
een leftover van de vorige sessies, maar hier gelukkig wel op het album gezet.
No More Heroes was zeer zeker een album dat stof deed opwaaien.
Met de album opener onder meer waarin een voor joden gevoelige term gebruikt werd.
I Feel Like a Wog valt ook op door het krankzinnige metrum. Flirten met jazz schema's.
En uiteraard Bring on the Nubiles, waarop de vier vetzakken het andere geslacht
op de korrel nemen. Let me let me fuck you fuck you ... Het vrouwonvriendelijke imago
zouden ze nog een tijdje clever blijven uitbuiten. Met strippers tijdens een outdoor live gig
en bijhorend politie optreden bijvoorbeeld. Er werd een tijdje verbroederd met Hells Angels.
Toen Burnell vijf minuten na een inbraak in zijn flat arriveerde sloegen de stoppen door.
Mocht de bijbesnaarde, maar wurglustige karatekid de dader iets vroeger betrapt hebben
dan geeft de non-album single 5 Minutes een idee waaraan de arme boef nipt ontsnapt is.
De b-kant heette Rok It to the Moon en knipoogde naar de hoekige punkwave van Devo.
Het Doors orgeltje van Greenfield ruimt stilaan baan voor echte synthesizers.
The Stranglers - Off the Beaten Track (1986)

4,0
0
geplaatst: 22 februari 2009, 14:04 uur
Toen The Stranglers het medio jaren 80 beter deden in Europa
dan in de UK met singles als European Female, Skin Deep, No Mercy
en Always the Sun, bracht hun vorige platenlabel een verzamelaar
met diverse, maar lekkere b-kantjes op de markt.
Het was een van de eerste platen die ik als pril student anno 1987
kocht in Leuven, en ik heb deze plaat echt grijs gedraaid. Ik had heel
wat albums van dit viertal in de collectie (of op cassette), maar dit
album bracht 13 tracks die ik (op 8 na) nog nooit gehoord had.
Het enige minpunt van deze collectie is dat ze op drie nummers na
compleet is: Choosey Susie, Straigten out en Fools Rush out zijn
de enige afwezigen (b-kanten die nooit op elpee verschenen).
Walk on By stond wel al op The Collection 1977-1982.
En precies met die verzamelaar, vormt deze collectie b-kantjes en rarities
een perfecte tegenhanger omdat het over dezelfde periode gaat.
Het ontbrekende Choosey Susie was een gratis single
bij de eerste zoveel exemplaren van het debuut Rattus Norvegicus.
Go Buddy Go (en het ontbrekende Straigten out) waren dubbele a-kanten.
De eerste van Peaches (en de tweede van Something Better Change).
5 Minutes was een single tussen de albums No More Heroes (1977)
en Black & White (1978) en Rok it to the Moon was de b-kant.
Shut Up is de kortste Stranglers track en b-kant van Nice 'n' Sleazy.
Mean to Me en Walk on By zaten als gratis bonus single bij Black & White (1978).
Het derde nummer van deze single Tits (een live jam) onbreekt.
Old Codger, met gastvocalen van George Melly, was de b-kant van Walk on By
dat in verkorte vorm ook naast het album op single verscheen.
Het ontbrekende Fools Rush out hoorde bij Duchess.
En Yellowcafe UF6 was de achterkant van Nuclear Divice.
Beide nummers stammen uit de sessies van het album The Raven (1979).
Het geheimzinnige Top Secret en Maninwhite, een knipoog
naar Paus Johannes Paulus II hoorden bij Thrown Away en Just
Like Nothing on Earth, de singles van The Meninblack (1981).
Eindigen doen we met Vietnamerica (b-kant Let Me Introduce You
to the Family), Love 30 (een impressie van een tennisgame als flipside
van Golden Brown) en het jazzy Cruel Garden (b-kant van Strange Little Girl).
dan in de UK met singles als European Female, Skin Deep, No Mercy
en Always the Sun, bracht hun vorige platenlabel een verzamelaar
met diverse, maar lekkere b-kantjes op de markt.
Het was een van de eerste platen die ik als pril student anno 1987
kocht in Leuven, en ik heb deze plaat echt grijs gedraaid. Ik had heel
wat albums van dit viertal in de collectie (of op cassette), maar dit
album bracht 13 tracks die ik (op 8 na) nog nooit gehoord had.
Het enige minpunt van deze collectie is dat ze op drie nummers na
compleet is: Choosey Susie, Straigten out en Fools Rush out zijn
de enige afwezigen (b-kanten die nooit op elpee verschenen).
Walk on By stond wel al op The Collection 1977-1982.
En precies met die verzamelaar, vormt deze collectie b-kantjes en rarities
een perfecte tegenhanger omdat het over dezelfde periode gaat.
Het ontbrekende Choosey Susie was een gratis single
bij de eerste zoveel exemplaren van het debuut Rattus Norvegicus.
Go Buddy Go (en het ontbrekende Straigten out) waren dubbele a-kanten.
De eerste van Peaches (en de tweede van Something Better Change).
5 Minutes was een single tussen de albums No More Heroes (1977)
en Black & White (1978) en Rok it to the Moon was de b-kant.
Shut Up is de kortste Stranglers track en b-kant van Nice 'n' Sleazy.
Mean to Me en Walk on By zaten als gratis bonus single bij Black & White (1978).
Het derde nummer van deze single Tits (een live jam) onbreekt.
Old Codger, met gastvocalen van George Melly, was de b-kant van Walk on By
dat in verkorte vorm ook naast het album op single verscheen.
Het ontbrekende Fools Rush out hoorde bij Duchess.
En Yellowcafe UF6 was de achterkant van Nuclear Divice.
Beide nummers stammen uit de sessies van het album The Raven (1979).
Het geheimzinnige Top Secret en Maninwhite, een knipoog
naar Paus Johannes Paulus II hoorden bij Thrown Away en Just
Like Nothing on Earth, de singles van The Meninblack (1981).
Eindigen doen we met Vietnamerica (b-kant Let Me Introduce You
to the Family), Love 30 (een impressie van een tennisgame als flipside
van Golden Brown) en het jazzy Cruel Garden (b-kant van Strange Little Girl).
The Stranglers - Peaches (2002)
Alternatieve titel: The Very Best Of

4,0
0
geplaatst: 11 maart 2010, 12:29 uur
Geen slechte verzamelaar dit, maar omdat het bekendste werk
verspreid zit over twee labels (EMI en Sony) is het altijd behelpen.
Hier ligt dus de klemtoon op het EMI (of Capitol) werk.
De periode 1977-1982 maw en die is vrij compleet vertegenwoordigd.
Enkel jammer dat (Get a) Grip (on Yourself) er in zijn 1989 overdub versie op staat.
Daar gaan mijn kloten altijd zo van jeuken (excusez moi la langue Stranglerienne).
Van de Sony periode (1983-1990) verzamelde men alsnog
European Female, Skin Deep, Always the Sun, All Day and All of the Night,
en 96 Tears. Geen No Mercy of Nice in Nice bijvoorbeeld ...
Daarvoor moet je dan weer te raden gaan bij deze compilatie van Sony
uit hetzelfde jaar ... The Stranglers - Sweet Smell of Success (2003)
verspreid zit over twee labels (EMI en Sony) is het altijd behelpen.
Hier ligt dus de klemtoon op het EMI (of Capitol) werk.
De periode 1977-1982 maw en die is vrij compleet vertegenwoordigd.
Enkel jammer dat (Get a) Grip (on Yourself) er in zijn 1989 overdub versie op staat.
Daar gaan mijn kloten altijd zo van jeuken (excusez moi la langue Stranglerienne).
Van de Sony periode (1983-1990) verzamelde men alsnog
European Female, Skin Deep, Always the Sun, All Day and All of the Night,
en 96 Tears. Geen No Mercy of Nice in Nice bijvoorbeeld ...
Daarvoor moet je dan weer te raden gaan bij deze compilatie van Sony
uit hetzelfde jaar ... The Stranglers - Sweet Smell of Success (2003)
