MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Joanna Newsom - Have One on Me (2010)

poster
4,5
Hoe open je een stuk over een zangeres die je tot voor kort verafschuwde om haar stemgeluid?
Lelijk eendje wordt een mooie zwaan? Kate Bush is dichterbij dan ooit? Jengelend kind nu een volwassen vrouw?
Kan ik mezelf geloofwaardig neerzetten als je mijn beoordelingen van de albums naast elkaar gaat leggen?
Want laten we eerlijk zijn: Have One on Me blijkt een album waar de liefhebbers van het debuut redelijk mee uit de voeten kunnen, de liefhebbers van Ys des te meer en nieuwe bewonderaars als ikzelf misschien nog wel het meest. Ongetwijfeld gaan er opmerkingen als 'minder spannend' komen of 'knieval naar een groter publiek'. Puristen van een eerste uur zullen wel vaker komen met dit soort opmerkingen.
Toch denk ik dat deze groep relatief klein zal blijven en dat de kracht van Have One on Me juist is dat ze nu meer mensen zal aanspreken omdat haar zang anders is; beheerster en vooral veel mooier. In ieder geval in mijn oren. Weg is het jengelende kind, terug is een volwassen vrouw die weet hoe je mensen moet betoveren; iets wat mijn grote heldin Kate Bush ook zo goed doet.
Kate Bush, een naam die vaker zal gaan vallen. Ik kan me goed voorstellen wat een impact Joanna moet hebben op jongere mensen die niet zijn opgegroeid met grande dame Bush. Kate deed iets heel bijzonders met me als 8-jarig jongentje die Wuthering Heights voor het eerst bij Top Pop zag. Joanna doet het weer bij een 40-jarige muziekliefhebber waar diep van binnen misschien nog steeds dat 8-jarige jongentje verstopt zit.....
Natuurlijk zal het veel mensen niet verrassen dat ik dit een mooi album vind: waar Joanna en Antony voorheen in de freakfolk hoek geduwd werden daar zijn beiden uitgegroeid tot artiesten die weten hoe je verstilde klanken aan de man kunt brengen (Joanna solo met haar harp) en hoe je orkestrale klanken verwerkt in je nummers.
Maar die stem mensen, die stem...... wat een hinderpaal was dat (en ja, heel vreemd dat ik een Antony of Rufus Wainwright om er maar eens twee te noemen, wel kan hebben).
Goed, laat ik het daar niet meer over hebben. Dat is verleden tijd. Have One on Me is nu, en hoe!
De Kate Bush-link is misschien wel het best te horen in opener Easy. Let vooral op hoe ze haar stem gebruikt: dat komt toch echt heel aardig overeen dacht ik zo.
Het zijn vooral dit soort nummers die het erg goed doen bij mij. Good Intentions Paving Company is er ook zo eentje: avontuurlijk en kleurrijk of wat te denken van het wonderschone Kingfisher.
Maar deze keer doet Joanna met harp het ook uitstekend: '81 is al aardig vaak de revue gepasseerd en weet telkens weer te ontroeren. Minimaal tegenover orkestraal dus en het kan ook goed bij elkaar komen bewijst een prachtig nummer als Baby Birch wel.
Zelf het ruim 8 minuten durende Go Long gaat nergens vervelen.
Het is erg moeilijk hoogtepunten aanwijzen op dit album dat vol staat met lang uitgesponnen nummers. Have One on Me is een schitterend titelnummer, maar die term kan op zoveel nummers toegepast worden. Ik krijg heel af en toe zelfs een soort Kate & Anna McGarrigle gevoel bij You And Me, Bess dat ook al zo ongelooflijk sterk is. In California doet me in de uithalen aan het einde van het nummer een beetje denken aan de sfeer die Tori Amos met haar stem weet neer te zetten. Een lekker en lang nummer!
Misschien dat daar dan een puntje van kritiek zou kunnen liggen: is het nodig om die nummers zo lang uit te rekken? Laat ik daar zelf maar gelijk het antwoord op geven: ja, dat is nodig. Elk nummer is een avontuur op zichzelf en daar wordt geen noot te veel gespeeld.
Drie albums overdreven dan? Nee, gevaarlijk misschien, want artiesten overschatten zichzelf hier vaak in en hadden beter kunnen snijden in het aantal of de lengte maar ook daar kan ik niks negatiefs over melden omdat ik nergens een grote zwakte kan ontdekken.

Kom ik terug bij mijn eerste opmerkingen en dan vooral die van dat lelijke eendje dat een mooie zwaan werd.
Uiteraard gaat dit op voor mij als luisteraar; een luisteraar die niks heeft met de koerende en kirrende Joanna maar die des te meer gegrepen wordt door de emotie die ze anno 2010 wel weet over te brengen door een wijziging in stemgebruik die misschien niet eens zo heel erg drastisch anders is en dat maakt dit album zo ongelooflijk boeiend en de mening van mij misschien wel des te opvallender.
Hoe is het namelijk mogelijk om het debuut zo vreselijk te vinden, de tweede nooit helemaal uit te kunnen zitten en dan opeens gaan roepen dat we hier ongetwijfeld één van de mooiste releases van 2010 mogen beluisteren.
Ja, zo denk ik op dit moment over Have One on Me: dit is van een ongekende schoonheid en ik raad al mijn collega's die net als ik niks konden met Joanna Newsom aan om dit in elk geval een kans te geven. Zeker degenen die net als ik dol zijn op het sprookjesachtige van een Kate Bush. Vind je die artiest ook drie keer niks dan zal het echt wel nooit wat gaan worden maar ik denk dat Joanna er in geslaagd is veel nieuwe liefhebbers voor zich te winnen en er heel weinig af te stoten.
De verafgoding van Newsom stond me altijd wat tegen maar ik moet me nu toch echt gaan aansluiten in de lange rij.

Ik vind het nog moeilijk om zinnen als 'hemel op aarde' uit mijn strot te krijgen (ik heb ze al veelvuldig voorbij zien komen) dus daarom zeg ik voorlopig:
Have One on Me is SCHITTEREND

Joanna Newsom - The Milk-Eyed Mender (2004)

poster
2,5
Je kent dat wel: 'klein kind wil in de supermarkt een snoepje en mama weigert. Kind gaat dreinen en jengelen om mama onder druk te zetten. Uiteindelijk zwicht mama om het gejengel niet te laten ontsporen in hysterisch gekrijs en gerol over de vloer'.

Zo komt Joanna over op mij als ze haar mond open doet.
En dat is heel erg jammer, omdat The Milk-Eyed Mender verder aan heel veel eisen voldoet om hoog te scoren bij mij (bij opvolger Ys heb ik dat zelfs nog veel meer omdat ik dat muzikaal nog veel spannender vind).
Het sprookjesachtige wordt dus minder sprookjesachtig zodra Newsom zingt en een engel hoor ik er al helemaal niet in.

Nu zwicht de mama uit het voorbeeld voor haar kind. Ik ben nooit helemaal om gegaan voor deze cd.
Ondanks dat is dit wel zo'n artieste die me intrigreert en die ik ondanks alles toch in de gaten blijf houden omdat ik voel dat er ooit een klik zou kunnen ontstaan en wel als ze haar stem wat anders gaat inzetten.
Ik hoop dat dit het geval gaat zijn op haar nieuw te verschijnen album Have One on Me. Love-or-hate stem is een term die absoluut opgaat in dit geval en dat blijkt ook wel uit de reacties hierop.
Bij mij hierdoor een gevalletje jammer, met de absolute erkenning dat we wel te maken hebben met een bijzonder talent.

Jobriath - Jobriath (1973)

poster
4,0
frank vlb schreef:
In 1973 lanceert de amerikaanse platemaatschappij Elektra de nieuwe ster Jobriath

Zijn vriend en tevens manager droeg hier ook behoorlijk aan bij. Jerry Brandt was arrogant genoeg om een enorm billboard op Times Square te plaatsen van een naakte Bruce Campbell voordat iemand ook maar iets van deze artiest gehoord had.
Uiteraard werkte het succes van Bowie tegen hem. Ongetwijfeld ook dat hij zo openlijk homo was wat in die tijd natuurlijk 'not done' was. Een rockfairy; daar konden ze niks mee. De toen nog homofobische muziekpers maakte hem met de grond gelijk: "the fag end of glam rock" aldus de NME.
Een half jaar na dit debuut verscheen de opvolger al en Jobriath was ondertussen verlaten door zijn manager/vriend. Al snel hierna verdween Jobriahth in de anonimiteit.

Zanger Morrissey is een groot liefhebber en noemt dit album tot één van zijn favoriete. Waarschijnlijk is het dan ook van invloed op zijn eigen werk.

Zelf vind ik het niet geheel onaardig maar is de Bowie-link ook voor mij iets te nadrukkelijk aanwezig en met die zanger ben ik nu eenmaal veel beter bekend en dat werkt in het nadeel van Jobriath.
Absoluut een leuke glamrock plaat met een hoop dramatiek, maar daar blijft het verder dan ook wel bij wat mij betreft.

Jockstrap - I Love You Jennifer B (2022)

poster
4,0
Bij deze eerste nummers van dit album was mijn eerste gedachte 'alweer zo'n arty farty plaat die door iedereen natuurlijk bejubeld gaat worden'. Ik word er onderhand een beetje moe van. Zo geforceerd allemaal, of ik begrijp het gewoon niet. Kan ook.

Toch weet de zang mijn aandacht tijdens dat begin wel te boeien: die is gewoon heel fraai. En ik hoor ook wel dat het best spannend klinkt, dus vooruit even doorzetten dan maar.

En dan ontvouwt zich toch een ietwat ander album dan verwacht. Soul II Soul is ook wat mij te binnenschiet, of The Avalanches. Hoe is het mogelijk dat dit allemaal op één album geperst wordt. Dat wekt verbazing, maar ook verwondering.Plotsklaps vergeet ik de start, vergeet ik de soms wat geforceerde wendingen die ik dan helemaal niet meer als dusdanig ervaar. Het wordt helemaal apart als mierzoete strijkers er een soort 60's popsound aan gaan geven. Ver weg van de openingstracks en toch klopt het.

Ik kan nu nog niet goed bepalen of dit album het goed gaat doen op de lange termijn, of dat het voor nu het snoepje van de week is. Het debuut van Massive Attack heeft er bijvoorbeeld ook even over gedaan eer ik het op waarde kon schatten, en dit voelt een beetje aan als dat album.

Joe Worricker - Joe Worricker Ep (2010)

poster
3,5
Joe Worricker heeft nog geen album uit maar wordt al aardig gehyped in het Verenigd Koninkrijk.
Daar zijn ze nogal goed in dus je kunt er je schouders over ophalen natuurlijk.
Is dat terecht? Daar valt natuurlijk niet echt een antwoord op te geven. Wel kunnen we stellen dat deze 22-jarige zanger uit Essex een mooie, warme stem heeft en dat hij pop vermengt met wat lichte soul-invloeden. Ik kan me voorstellen dat we na alle soulvolle dames in de categorie Amy Winehouse wel weer eens een 'fris' tegengeluid willen horen en dat kan dan mooi in de vorm van Joe Worricker.
Ik verwacht dan ook wel dat deze jongen snel groot zal worden als zijn debuut, dat bijna af is, verschijnt en waar o.a. Scritti Politti's Green Gartside aan meedoet.

We Hug in Bed kreeg als omschrijving mee: 'Amy Winehouse after a night on the fags and the lash' en ook Antony wordt wel eens genoemd. Als je z'n stem op Littleman hoort kan ik daar een heel klein beetje inkomen, ware het niet dat Worricker er geenvibrato in gooit en toch wat toegankelijker klinkt. Verder zie ik weinig overeenkomsten met deze grootse zanger, buiten het feit dat beiden gay zijn. Zelf hoor ik er soms een beetje Boy George in terug.

Hoe dan ook: het is en blijft vaak een hoop geschreeuw en weinig wol vanaf dat hyperige eiland, maar soms komen er ook echt leuke nieuwe ontdekkingen vandaan. Joe Worricker zou er wel eens eentje kunnen zijn.

Joel Alme - Waiting for the Bells (2010)

poster
3,0
Terug in de tijd met Joel Alme............. geen idee hoe het in het zweeds klinkt eigenlijk.
Alme zingt vol overgave en het romantische gehalte wordt flink opgekrikt door de strijkers en blazers: passie en soul spatten de boxen uit. Een beetje Van Morrisson en een beetje Bob Dylan en laten we heel voorzichtig dan ook de naam Bruce Springsteen maar laten vallen.
En toch weet Alme me niet helemaal te raken zoals hij dat wel zou moeten doen en ongetwijfeld bij velen ook doet. Maar hoe toevallig heb ik hetzelfde probleem bij Van Morrisson en iets minder bij Bob Dylan. Alme heeft in mijn oren geen geweldige stem maar dat zou geen probleem hoeven zijn omdat meer favoriete artiesten dat niet hebben, verre van zelfs. Maar als een minder geweldige stem je ook niet in zijn greep weet te krijgen wordt het al wat problematischer; dan kan de schitterende instrumentatie en de flinke dosis nostalgie dat verder ook niet voldoende meer opkrikken helaas.
Had er een andere zanger gezongen, had ik iets minder een Van Morrisson-gevoel gehad (die ik maar zelden echt kan waarderen helaas) dan was de waardering misschien hoger uitgevallen.
Nu is het categorie: prima plaatje en verder niks waar ik overigens nu nog niet van plan ben helemaal mee te kappen. Ik wil dit nog wel een aantal keer horen om te kijken of ik er toch niet naast zit want ergens ben ik altijd wel te porren voor muziek met een kitschrandje (wat hier komt door het gebruik van de strijkers en blazers).
Benieuwd hoe anderen hier tegenover staan want ik denk wel dat ik een minderheid hier in ben.

Joesef - Permanent Damage (2023)

poster
3,5
Interessante hoes. Wat zou erachter zitten? Indiepop. Kan interessant zijn. Uitproberen dan maar.

Beetje info opzoeken over de artiest en het zal eens niet zo zijn. Weer kom ik uit bij een queer artiest terwijl ik er niet naar op zoek ben. Maar ja, dan zie ik wie het toegevoegd heeft en had ik het ook kunnen weten

Deze Schot maakt wat mij betreft geen indiepop. Dit gaat veel meer de hedendaagse r&b kant op (het label op deze site is dus veel terechter).

Uiteraard zingt hij over het opgroeien als 'queer kid' (het lijkt wel of ze tegenwoordig niet meer homo zijn... andere discussie zullen we maar zeggen). Joesef is bevriend geraakt met schrijver Douglas Stuart (wiens boeken ik gelezen heb) en er zijn raakvlakken. Geen fraaie omdat Joesef zich kan vereenzelvigen met de hoofdpersoon Suggie Bain uit het boek van Stuart. En als je de boeken niet kent: neem van mij aan dat het geen makkelijke jeugd is geweest en de omgeving niet bepaald vriendelijk.

Andersom herkent Stuart veel in de muziek van Joesef en dan vooral de inhoud ervan.

Genoeg voer voor mij om er serieus naar te luisteren. Als ik echt moet kiezen ga ik voor de boeken van Stuart, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik gewoon niet zo heel erg veel heb met hedendaagse r&b, maar ik herken zeker de rauwe randjes en die zorgen ervoor dat het voor mij interessant genoeg blijft.

De tijd zal leren of dit album nog lang blijft hangen of dat dit er eentje is waar ik aan het einde van het jaar bij het opmaken van de lijstjes denk 'wat was dit ook alweer?'.

Joey Walker - Supersoft (2019)

poster
4,0
Ja hoor, ik kom bij een album uit, ga er onbevangen in en dan blijkt het om een 'queer-zanger' te gaan. Echt, het lijkt wel of ik ze uitzoek, maar elke keer is het weer toeval. Of toch niet?! In elk geval wist ik niet dat de voorganger van Supersoft ook daadwerkelijk Queer heet.

Zijn het de emoties die hier op dit album een rauw randje krijgen wat het interessant maakt? Spannende indie-pop? De vele laagjes die je ontdekt en waar je avontuurlijk doorheen moet gaan? Het zou zomaar kunnen.

Joe Walker zet zichzelf neer als de maker van 'twink-rock'. Ik vind dat een beetje een raar etiket. Supersoft is in mijn oren namelijk een behoorlijk volwassen klinkend album. In een interview maakt hij duidelijk dat het een grap is. Niet al te serieus nemen dus.

Het doet me een beetje denken aan het debuut van Patrick Wolf indertijd. Niet qua inhoud, maar het gevoel dat je er toen bij kreeg en nu weer opnieuw bij krijgt. Hier is iets aan de hand. Deze artiest heeft iets bijzonders waar je je vinger niet op kunt leggen. Qua teksten is Walker heel open en dat geeft soms best een naar gevoel. Op een nummer als On Top is dat goed voelbaar.

Opener Frank is ontstaan toen Walker Tom Waits voor het eerst hoorde.

Dit tweede album is een opwindend en vooral kort avontuur van een veelbelovend artiest. Supersoft gaat om ' sex is sin, sex is win' aldus Walker. Dat u het weet.

Johan - 4 (2009)

Alternatieve titel: Four

poster
4,0
Hoe Johan live klinkt weet ik niet. Ze zouden ooit optreden met Daryll Ann en dat was voor mij een mooie dubbelklapper. Maar helaas ging het Johan gedeelte van de avond niet door wegens ziekte en ben ik bij Daryll Ann voortijds naar huis gegaan omdat ik zelden zo'n saai optreden had gezien (en het wil echt wel wat zeggen als ik eerder weg ga bij een concert, want volgens mij heb ik dat verder nog nooit gedaan).
Later zou ik naar een ander Johan-optreden gaan en ook daar was wat mee aan de hand waardoor ik het verder maar opgegeven heb en als ik de bovenstaande reacties lees is het ook niet echt een gemis.
Deze anekdote illustreert wel een beetje mijn verhouding met deze band van eigen bodem. Ik ben geen extreem groot liefhebber, maar koop wel trouw hun plaatjes en vind dat we trots op ze mogen zijn maar om nu te zeggen dat ik de cd's helemaal stuk draai laat staan dat de nummers in mijn hoofd gebeiteld zitten.....nee. Opgeven zoals bij de concerten zal ik niet doen voor wat betreft hun albums.
Toen ik wist dat 4 uit zou komen haalde ik er toch wel wat mijn schouders over op en besefte toen dat dit ook wel wat vreemd was want ik ken de voorgangers immers ook allemaal.
4 Moest dus simpelweg toegevoegd worden aan de nummers 1, 2 en 3 en net als bij die albums ervaar ik nu wederom dat dit gewoon een sterk album is van een bandje waar we trots op mogen blijven.
De luistertrip beviel me goed en ik ontdekte al snel wat erg mooie nummers (Maria o.a.).
Hoe dit op lange termijn gaat vallen? Waarschijnlijk kan ik dit hele stuk copy-pasten als album nummer 5 uit is
Nu moet ik er mijn petje voor af nemen en heb ik het gevoel dat dit wel eens mijn favoriete Johan album zou kunnen gaan worden (wat ik dus ook bij Thx Johan en Pergola dacht).

Johan Borger - Sometimes (2011)

poster
4,0
Johan Borger is een Nederlandse muzikant: dat is toch alvast een plusje (enig chauvinisme kan geen kwaad). Tweede plusje is er al bij het zien van de hoes: als bij de oude folktroubadours van vroegere tijden een stemmige foto, het hoofd ietwat gebogen, één met de muziek en titels op de voorkant.
Had gezegd dat we te maken hebben met een album uit de jaren '60 en je zou het bijna geloven. Toch hoor je aan de heldere productie dat dit niet het geval is.
Johan Borger staat met beide nuchtere Nederlandse benen op eigen bodem en is zowel tijdloos als nu.

Bescheidenheid siert de mens en in dit geval de muziek. Hier is sprake van één lange lentebries, alhoewel een herfstbries ook niet zou misstaan. Een storm is het in elk geval niet.
Melancholiek liggen we in het gras, kijkend naar de wolken die voorbij drijven, af en toe onderbroken door een zonnetje. Sometimes ervaar ik vooral als één geheel, een rustgevend verhaal bij het haardvuur, die mijmering in het gras en komt op mij zo Hollands over als wat.

Is dat niet vreemd? Is dit nu juist niet muziek die we vooral als Amerikaans moeten bestempelen? Misschien wel, maar ik krijg hier een bepaald gevoel bij dat heel erg gelinieerd is aan ons eigen kikkerlandje. Hetzelfde gevoel dat ik jaren geleden ervaarde met de band The Serenes.
Dat is een groot compliment, maar wel gemeend. Hoe knap is het als je deze folk-melancholie van een hedendaagse troubadour genaamd Johan Borger kunt vertalen naar oerhollandse beelden? Dan doe je toch iets goed.
Alles klopt dan ook aan dit album: verzorgde productie, goede teksten, mooie instrumentatie waar geen noot te veel is, laat staan een instrument en toch nergens saai worden.

Vooruit, ik zeg 'alles' en dat is niet waar. Er is toch wel een puntje van kritiek. En als ik heel eerlijk ben is dat zelfs een punt: de uitspraak. Soms hoor ik toch iets te duidelijk dat we een Nederlander engels horen zingen. Zodra er 'th' in het spel komt wordt het lastig (ik las dit volgens mij ook in een andere recensie en het viel me gelijk bij het eerste nummer al op).
Het is iets waar niet veel aan te doen is vrees ik en ik kan er wel langsheen luisteren, maar toch betrap ik mezelf er op dat ik er soms op ga letten en dat is jammer. Misschien zorgt het zelfs wel voor een klein halfje eraf.
Voorlopig......

.....want dat dit een prachtwerkje is van eigen bodem is iets waar we trots op mogen zijn. Waar Woody trots op mag zijn door hier een bijdrage aan te hebben geleverd en waar vooral Johan Borger zelf trots op mag zijn. Ik hoop voor hem dat hij er in slaagt dit muzikale avontuur te kunnen voortzetten zodat we nog veel van hem gaan horen.
Op de luisterpaal zien te krijgen? Lijkt me een goed plan en verover dan verder dit landje door in de bekende tv programma's te gaan staan. Het zou moeten lukken, want wie niet valt voor dit soort schitterende, gevoelige liedjes heeft zijn hart misschien wel niet op de juiste plaats

De Verenigde Staten heeft Ray LaMontagne: wij hebben Johan Borger!

Voor liefhebbers van: Ray LaMontagne, Amos Lee, Thomas Dybdahl, Lambchop, Josh Ritter

Johan Borger - Wild Geese Calling (2012)

poster
4,5
Johan Borger werd vorig jaar geplugd door user Woody. Niet zo verwonderlijk omdat label Cane Goose toch wel het kindje genoemd mag worden van Woody.
Niks mis met pluggen en zeker niet als je het vermoeden hebt dat je tip ook nog wel eens kan aanslaan bij ondergetekende. En zo gebeurde. Sometimes bleek een album met een behoorlijke houdbaarheid. Wat zeg ik? Tijdloze pracht van eigen bodem. Een sympathiek album van een integere artiest.
Nu de grotere bekendheid nog. Niet makkelijk in dit kleine kikkerlandje en al helemaal niet als je invloeden komen uit de Amerikaanse singer-songwriters hoek.

Een kleine 2 jaar later is daar dan de opvolger Wild Geese Calling. Een album met een voor mij compleet andere aanloop. Johan Borger is een artiest geworden waar ik sympathie voor heb gekregen met een album op zak die ik nu goed ken en waardeer.
Dan krijg je het bekende 'uitkijken naar', een uitkijken dat eindelijk beloond is met een cd in de brievenbus (ik heb helaas geen platenspeler, sorry Johan) met twee begeleidende briefjes inclusief een foto. Dat zijn altijd weer de leuke kadootjes die je dan op een mooie herfstdag als vandaag in je brievenbus aantreft.

Wild Geese Calling, tevens de titel van een film uit 1941 met o.a. Henry Fonda, opent met de titelsong. Zodra je deze hoort weet je dat het een soort van thuiskomen is.
De warme stem van Johan galmt door de boxen en straalt rust uit. Geborgenheid zo u wilt.
Het album Sometimes werd opgenomen in een huiskamer, Wild Geese Calling in een boerderij uit 1867. Hierdoor kon het album live opgenomen worden met de hele band. Een andere aanpak: directer en spontaner.
Je zou denken dat Sometimes dat dan niet was maar dat ervaar ik niet zo. Ondanks dat de aanpak zo enorm verschilt blijft het gevoel hetzelfde wat mij betreft. Melancholie gaat hand in hand met een glimlach.
De stijl van Johan is ook op alle andere nummers zeer herkenbaar, zeker nu ik zijn werk wat beter begin te kennen door verwend te worden met alweer twee albums.

Op Wild Geese Calling gaat Johan verder waar hij op Sometimes gebleven is. Alsof de wereld even stilstaat. De perfecte herfstplaat ook wel (Sometimes verscheen wat dat betreft in het verkeerde jaargetijde).
Ondanks dat ik dit album nog helemaal moet gaan ontdekken en verkennen durf ik al te zeggen dat dit van een dusdanige schoonheid is waar ik mezelf helemaal in kan verliezen. Het is een gave van een artiest om dat te kunnen.
Johan laat muziek zonder opsmuk horen. Dit is wat het is. Eerlijke muziek met z'n wortels weliswaar stevig verankerd in de beste Amerikaanse traditie maar het knappe is dat ik dat niet eens zo voel. Ik zie die typisch Hollandse boerderij voor me. Bomen op z'n mooist in de herfst zoals wij ze hier zo goed kennen. Geen bergen of woestijnen maar Nederlandse polders en weilanden. Ik ervaar dat echt zo als ik naar dit album luister.
Het is een vertaling naar dat wat wij zo goed kennen. Ongetwijfeld geen bewuste keuze van de artiest en daardoor juist zo bijzonder.
Wild Geese Calling is als het laatste herfstblaadje dat nog stevig aan de boom verankerd zit wetende dat ook deze het eens zal moeten opgeven en loslaten zodat de winter echt kan beginnen.

Zelf zegt Johan er het volgende over: "Voor mij zit de kern van het album in het moment. Gewoon een stel muzikanten met hun instrumenten die muziek maken. Niets meer maar zeker ook niets minder".
Beste Johan: je had dit schrijven achterwege mogen laten. Ik als luisteraar ervaar dat ook zo. Dit is gewoon erg mooi, je muziek heeft het woord al voor je gevoerd. Hollandse nuchterheid? Vast wel, maar wat houd ik daar toch van.

Wild Geese Calling is het juweeltje waar ik op hoopte met hier en daar toch ook wel een wat ander geluid (luister naar het donkere maar o zo geweldige Goodnight My Friend`). Ik hoor een groei ten opzichte van het debuut, ik hoor schitterende liedjes maar bovenal hoor ik een album waar Nederland trots op mag zijn. Nu moet Nederland in elk geval nog even meer overtuigd worden.
Op dit moment te vinden op de luisterpaal van 3voor12 dus doe het nu zou ik zeggen en hopelijk sta ik niet alleen in mijn bevindingen.

Ik zet in op 4* wetende dat dit wel eens zou kunnen uitlopen naar 4,5* (want nu al weet ik dat ik dit album net even mooier vind dan Sometimes).

Jóhann Jóhannsson - Englabörn (2002)

poster
4,0
The Scientist schreef:
En laten strijkers, vooral viool en cello, nou net mijn favoriete instrumenten zijn

Vertel mij wat: ik heb zelf viool gespeeld en man man man wat had ik ook graag cello willen leren spelen (een mens kan niet alles tegelijk helaas).

Maar laat ik dan ook mededelen dat jouw recensie geheel aan me voorbij is gegaan terwijl alleen deze ene zin al genoeg is om voor een enorme wake-up call te zorgen.

Vervolgens is opener Odi et Amo al meer dan genoeg om zeker te weten dat ik blijf bij mijn voorkeur qua instrumenten.
De muziek alleen al zorgt voor rust, puurheid en weet me te raken. De zang zorgt voor zeer lichte vervreemding maar weet weg te blijven uit de hoek 'laten we eens lekker tegendraads doen' en haalt het ook weer een beetje weg uit de 'klassieke wereld' en dat weet ik goed te waarderen.
Klassiek ligt wel erg op de loer in het titelnummer Englabörn maar dan niet van het zware soort. Ontroering veroorzaakt het in elk geval zeker. Als op Jól & Karen de piano ook nog eens een rol toebedeeld krijgt kan ik mezelf een tevreden luisteraar gaan noemen.
Ik kan me voorstellen dat mensen dit eentonig gaan vinden zoals The Scientist ook al opmerkte. Want op Thetta gerist a bestu baejum ga je dat gevoel enigszins krijgen ook al heb ik daar zelf niet zo'n last van als ik de vibe goed te pakken heb.
De ritmesectie op Sálfræthingur zorgt er in elk geval voor dat de aandacht behouden weet te blijven en hoe heerlijk triest weet de viool toch te blijven ondanks dit op het eerste gehoor best vrolijk aandoende nummer.
"Eg Sleppi þÉr Aldrei" komt wat dreigender over en lijkt een omslag te gaan vormen want Sálfræthingur Deyr klinkt een stuk zwaarder door de cello en krijgt hiermee een aardig donker randje alsof de zon langzaam verdrongen is door een grote, donkere wolk.
Als vervolgens op Bað de eerste druppels uit de hemel vallen weet je dat dit album eigenlijk behoorlijk avontuurlijk te noemen valt.
"Eg Heyrði Allt Án þEss Að Hlusta" weet een schitterende melancholie te creëeren en op nummers als deze besef ik weer goed dat strijkers zo ongelooflijk veel bij mij los kunnen maken: schitterend. Na deze 2 minuten ben ik telkens helemaal stil en die stilte zet zich op de een of andere manier voort op Karen Býr Til Engil . Als klein jongentje raakte ik altijd in trance als ik door de Eftelings Diorama wandelde: het miniatuurwereldje waar de treintjes doorheen raasden. Telkens als ik dit nummer hoor moet ik daar aan denken en hoop ik dat ik die beleving als 38-jarige weer even weet te vangen. Ook op Englabörn - Tilbrigthi lukt me dat aardig want ik hoor de treintjes hier lekker doordenderen. Wat dat aan gaat is dit behoorlijk beeldende muziek voor mij.
Eg Átti Gráa Æsku" is dan het knipperen met de ogen als je die donkere Diorama-wereld uitstapt regelrecht de zon in. Alles komt weer tot leven en je bent weer onder de mensen. Het is een uiterst sfeervol stukje muziek.
Dat het niet allemaal fleurig en vrolijk is bewijst Krókódíll dan wel weer: pure melancholie die uit je boxen druipt. Tergend langzaam kruipt het je hele lijf en leden binnen.
"Ef Ég Hefði Aldrei..." weet dat moment goed vast te houden om vervolgens op ...Eins Og Venjulegt Fólk toch iets hoopvols ten gehore te brengen hoe somber het nog steeds ook klinkt.
Wat dat aan gaat is Odi et Amo - Bis een duidelijk eindsignaal. Tevens een signaal dat er nog altijd vreselijk mooie muziek gemaakt kan worden. Je moet er voor in de stemming zijn en het is zeker niet voor iedereen weggelegd maar nergens is dit ontoegankelijk en voor mij persoonlijk ook nergens saai.
Het heeft even geduurd voor de boodschap bij mij aankwam maar uiteindelijk heb je wel wat. Misschien ben jij de volgende? Over twee jaar misschien weer iemand hier die zijn lofzang uit?

Jóhann Jóhannsson - Fordlândia (2008)

poster
4,0
Het zal het weer wel zijn: harde wind, voorbij razende sneeuwvlokken........... ik was vandaag wel in de stemming om 'ijzige' muziek te draaien.
Aangezien ik al 2 albums van Jóhann Jóhannsson ken was het niet moeilijk om dit met een gerust hart te gaan beluisteren. En ja, het vermoeden kwam al snel uit: dit is wederom sprookjesachtig mooie muziek die wel heel erg dicht tegen klassieke muziek aanschuurt. Niet overal trouwens: Melodia (Guidelines for a Space Propulsion Device Based on Heim's Quantum Theory) bijvoorbeeld.
Qua sfeer is het niet erg afwijkend van de andere albums maar toch is dit net even anders. Ik moest onwillekeurig denken aan de film The Piano, ook al heeft het daar niets mee te maken (ook muzikaal niet). Misschien komt dit omdat ik hier weinig sneeuw of ijs bij zie (ja uit mijn raam) en eerder verlaten stranden en woeste zee in de winter.
Ach, misschien was het vandaag gewoon de juiste dag om deze cd te beluisteren want dit is niet een artiest waar ik regelmatig naar grijp maar als ik het dan opzet en het blijkt het juiste tijdstip dan heb je wel oorstrelende muziek gehoord en wie wil dat nu niet van tijd tot tijd?!

Jóhann Jóhannsson - IBM 1401, A User's Manual (2006)

poster
4,0
Een mens heeft niet altijd veel nodig om even heel gelukkig te zijn: het geheim zit in een zilveren schijfje waar een verdeling in 5 stukken het hoogstnodige is.
Kleur die stukken vervolgens een d.m.v. een subtiel opbouwend klankenpallet (dankuwel langzaam opkomend en neergaand orkest).
Geef het een handleiding mee onder noemer IBM 1401 en besef dat je Jóhann Jóhannsson dankbaar mag zijn voor het feit dat hij je zojuist ruim 42 minuten gelukzaligheid heeft weten te bezorgen.

Klinkt dit eng klef? Besef dan dat dit slechts de ontoereikende woorden op een beeldscherm zijn van een muziekliefhebber die anders ook niet weet hoe hij dit aan de man moet brengen en die de andere 25 liefhebbers voor hem wil bijstaan in hun waardering hopend op nog eens 25 users (of meer) na hem.

John Frusciante - The Empyrean (2009)

poster
3,5
John Frusciante solo heeft me nooit echt getrokken en heb ik dan ook aan me voorbij laten gaan.
Bij dit album was er iets in mij dat zei dat ik dat nu maar eens niet moest doen en voor ik het wist zat ik te luisteren naar de psychedelische opener Before the Beginning. Aan de ene kant ben ik niet vies van een portie psychedelica maar het nadeel ervan is toch dat ik het allemaal wat te lang vind duren. In elk geval een gewaagd begin want de kans op voortijdig afhaken kan groot zijn en dat was bij mij niet het geval.
Song to the Siren is wat mij betreft onsterfelijk gemaakt door de cover van This Mortal Coil (ik vind die versie mooier dan het origineel van Tim Buckley). Valt daar nog overheen te komen? Nee, dat is voor mij denk ik onmogelijk maar ik moet zeggen blij verrast te zijn door deze versie die ik ook ongelooflijk mooi vind. Hij weet er zijn hele ziel en zaligheid in te leggen en de sfeer van het nummer is prachtig zonder klef te worden.
Ik heb al meerdere malen opmerkingen gelezen over het stemgeluid van Frusciante en daar ben ik het mee eens: dat blijft een zwak punt. Toch vind ik het ook niet storen omdat het wel bij zijn muziek past zoals ook in Unreachable, een nummer dat wel iets pakkends heeft. Het rauwe randje wordt mooi verpakt door de instrumentatie waardoor het een mooi contrast krijgt terwijl het één geheel weet te blijven. Heerlijk gitaarspel trouwens op dit nummer met een climax die ik in de opener van dit album een beetje miste.
God opent wat mysterieus (mag ook wel met zo'n titel) en wordt dan al snel een rocknummer met een voor mijn gevoel gospelachtige ondergrond. Toch weet het me niet echt te raken ondanks het zg. even uit de band springen met zijn stem, simpelweg omdat hij nu eenmaal geen sterk zanger is.
Op Dark/Light begint de stemvervorming me voor het eerst wat te irriteren. Is dit de manier om te verdoezelen dat je eigenlijk niet goed kunt zingen? Ik heb dan liever een naturel, matig zingende zanger. Het begint verdorie best mooi met die piano maar al die vervormers verpesten de sfeer volledig voor mij; dat is jammer, en dan opeens komt er een twist en krijgen we een luchtig haast cabaretesque gedeelte. Mr. Bungle bijvoorbeeld is daar goed in, Frusciante slaagt er maar half in mij hierin te overtuigen zeker ook omdat het tweede gedeelte van de song gewoon te lang duurt.
Na God een donker en licht gedeelte om te belanden in de hemel. Maar is Heaven ook een hemels nummer? Het orgeltje geeft het wel wat schwung (en toch ook weer een beetje dat gospelgevoel). In elk geval vind ik zijn zang hier een heel stuk beter te pruimen maar dat krijg je als je er niet mee gaat zitten rotzooien. Ja, dit is best een lekker nummer.
Dan eens luisteren of Johnny Marr nog toegevoegde waarde heeft. Hij doet in elk geval mee op Enough of Me. Dit nummer sluit goed aan op Heaven. Hier hoor ik toch wel dat Frusciante in de Peppers speelt. Ook dit nummer kan ik best waarderen en hier duurt het uiteinde nu eens niet te lang (wat wel had kunnen gebeuren).
Dan het veelgenoemde Central. Als je zo alle opmerkingen leest moet dit het hoogtepunt van het album zijn................... en dat is het ook! Het weet van begin tot einde te boeien: een uitstekend muzikaal avontuur waar Frusciante je bij de hand neemt om je vervolgens mee te nemen naar een bijzonder oord (de hoes?).
Heb je Enough of Me gehad krijg je One More of Me. En wat dat inhoudt? Een zwaar zingende Frusciante. Wat ie hier nu precies mee wil weet ik niet: het is precies datgene waardoor ik nooit echt aan zijn solowerk begonnen ben. Toch is er iets dat dit nummer wel weet te redden en dat zijn de strijkers. Maar ja daar ben ik altijd al erg gevoelig voor dus dan weet je al een hoop goed te doen bij mij en neem ik de geforceerde zang op de koop toe (inclusief hees schreeuwende Terence Trent d'Arby-kreet zo tegen het einde).
Op After the Ending moet er weer een stemvervormer aan te pas komen. Nu lijkt het alsof ik daar een gruwelijke hekel aan heb maar dat is niet helemaal het geval (er is muziek waar ik het wel bij vind passen): toch krijg ik hier weer dat beklemmende gevoel dat er iets verdoezelt moet worden. Dit nummer zou in een puurdere versie vele malen meer effect op mij gehad hebben: het is dramatisch en het zwelgt zo lekker maar die vervormer weet een hoop om zeep te helpen en pakt mij totaal niet.

Al met al viel mijn eerste echte serieuze solo-ervaring nog best wel mee. Ik was er vrij neutraal in gestapt en heb er zeker geen spijt van. Het album hinkt soms te veel op twee gedachten en weet me op sommige momenten goed te pakken en op andere laat het me koud.

John Grant - Boy from Michigan (2021)

poster
4,0
John Grant behoort al wat jaartjes tot mijn grote favorieten. Ook live altijd van hem kunnen genieten. Ik waardeer zijn constante 'vernieuwingsdrang' in zijn eigen muziek, ook al vind ik niet alles altijd even geslaagd.

Zo mooi als Queen of Denmark wordt het nooit meer denk ik, maar is dat niet vaker het geval met inmiddels gesettelde artiesten?! Bijna al mijn mijn grote helden evenaren die ene (of paar) klappers niet echt meer, zo ook John niet.

Ik verwachtte dan ook geen Queen of Denmark part 2. Maar de richting van Pale Green Ghosts zou ook heel mooi wezen. En eigenlijk denk ik wel dat het een beetje die kant op gaat.
De elektronische snufjes zijn aanwezig, de wat oudere jaren '80 sound ook, maar de gekte op dat vlak lijkt iets minder dan op de twee voorgangers. Minder geforceerd en dat vond ik op Pale Green Ghosts ook niet het geval, waardoor ik dat album heel hoog heb zitten.

Toch hou ik het qua waardering gelijk aan Love Is Magic en Grey Tickles, Black Magic. Niet omdat ik moeite heb met de wat mindere magie door de jaren '80 popsound, maar omdat de nummers iets minder pakken of raken.
Het is ook gewoon zo dat Grant zoals bijna al mijn helden voortborduurt op wat al gedaan is. Dan merk je toch een beetje dat de spanning en opwinding weg is. Wel kan ik nu al wel zeggen dat dit voor mij op de derde plaats zou eindigen qua John Grant albums.

Is dat erg? Welnee! Het is nu gewoon elke keer hopen dat het degelijk is en dat je er met plezier naar kunt luisteren, en dat is hier zeer zeker het geval.
Boy from Michigan is wat je mag verwachten van deze sympathieke artiest en we hebben er gewoon weer een aantal fijne nummers bij gekregen op deze manier.

De minpuntjes? De lelijke hoes, en de nummers hadden best wat korter gemogen wat mij betreft.

John Grant - Grey Tickles, Black Pressure (2015)

poster
4,0
Muziekhelden komen en muziekhelden gaan. Sommige vergezellen me al vanaf mijn jongste jaren en andere zijn wat recenter maar wel degelijk helden die blijven. Rufus, Sufjan en daar hoort John zeker ook bij.

Hij stal mijn muzikale hart de eerste keer dat ik hem live zag: slechts één begeleider, maar wat ontroerend was dat optreden in Rotown. De dag erna liep ik hem toevallig tegen het lijf in een Rotterdamse boekenwinkel. Een vriendelijk 'waanzinnig optreden' van mijn kant werd nog veel vriendelijker beantwoord. Hij vond het leuk dat ik hem er op aansprak. Ik liet hem verder met rust en toch kwam ik op Facebook wel eens met hem in aanraking omdat hij foto's ging liken die ik daar postte van schitterende gebouwen waar hij wel wat mee had. Dat zijn de leuke dingen in het leven van een muziekliefhebber pur sang.

Een nieuwe release van de man is dus ook een enorm feest voor mij.

De titeltrack keert terug naar het debuut en zet gelijk al een heerlijke toon (er gaat nog een intro aan vooraf). Als Slug Snacks van start gaat weet je het al: dit gaat net als de voorganger Pale Green Ghosts een album worden waar hij ook zijn andere kant graag laat zien: de elektronische welteverstaan.
Daar was niet iedereen toen even blij mee. Ik wel. Sterker: hij had een album compleet met die electronica mogen uitbrengen. Mijn kleine puntje van kritiek was dat ik het gevoel kreeg hij de fans van het debuut nog tegemoet wilde komen.

Dat doet hij op dit album dus eigenlijk weer (Global Warning). Maar ik kan me voorstellen dat hij een hoop mensen kwelt met nummers als Slug Snack. Een nummer dat me ergens aan doet denken maar ik kan er vooralsnog niet opkomen waaraan.

De electronica zoals we het hier horen is wel anders dan op Pale Green Ghosts. De experimenteerdrift lijkt ietsje groter, de nummers rafeliger en rauwer (hij mengt er soms wat grauwe rock doorheen, waardoor er een soort industrial sausje overheen gaat). Hierdoor is het contrast met de wat meer gedragen songs behoorlijk groot.
Helaas voor de liefhebbers van het debuut neigt dit album ook meer naar die electronic nummers dan de voorganger waar het ongeveer 50-50 was.

Toch zou ik willen adviseren: geef niet op. Dit bonte palet aan nummers biedt zoveel moois. Zo hoor ik in Down Here een beetje Bowie en is de discofunk op Voodoo Doll aanstekelijk. En wat te denken van de al eerder verschenen single Disappointing een lekker duet met Tracey Thorn?!
Bij het intro van No More Tangles moet ik onwillekeurig denken aan Queen ten tijde van I Want to Break Free, alhoewel het nummer daar verder niet echt op lijkt.

Hoe dan ook: John Grant maakt het zijn luisteraars op dit derde solo-album misschien wel moeilijker dan ooit. Mensen gaan hier afhaken. Ongetwijfeld. Hopelijk wint hij er wel nieuwe liefhebbers bij. Zo niet? Dan heeft ie mij toch nog!

John Grant - Love Is Magic (2018)

poster
4,0
Waarom is het toch dat ik zoveel gay-artiesten tot mijn favorieten reken? Niet omdat ze dat zijn, want bij een aantal van die favorieten wist ik het eerst niet eens. De teksten? Niet allemaal schrijven ze er zo open over.
Is er dan toch iets als een muzikale gaydar? Gevoel voor het theatrale, het behoren tot een minderheid wat het beste in artiesten naar boven haalt? Toch een soort onderlinge connectie?! Echt, ik kan het niet verklaren.

John Grant is dus zo'n artiest die ik heel hoog heb zitten. Een sympathieke kerel ook. Ik kwam hem ooit daags na zijn concert tegen in een boekhandel in Rotterdam. En aangezien ik hem graag met rust wilde laten gaf ik hem snel een compliment over het magische optreden (nog steeds één van de mooiste die ik meegemaakt heb) en gelijk knoopte hij een praatje aan en probeerde er wat Nederlandse woorden doorheen te strooien. De man is dol op talen. Hij nam gewoon even de tijd, terwijl ik die helemaal niet van hem verlangde.

En dan zijn albums. Queen of Denmark is een juweel die ik altijd zal blijven koesteren. Wat een mooi album is en blijft dat toch. Tijdloos.
Opvolger Pale Green Ghost vond ik ook te gek, alleen had ik daar iets meer elektronica zoals het titelnummer willen horen en wat minder het hinken op twee gedachten (oude stijl, nieuwe stijl). Grey Tickles, Black Pressure ging net een paar stapjes verder qua gekte en is een album dat ik soms moeizaam kan beluisteren en andere momenten helemaal geniaal vind.
De vraag is dus: gaat hij daar nu op door of is het terug naar de basis zoals in zijn tijd met The Czars en zijn solo-debuut?

Hij maakt het je niet makkelijk in opener Metamorphosis dat zo op de voorganger had kunnen staan. Het stuitert alle kanten op, ook tekstueel.

In de titeltrack Love Is Magic horen we toch wel weer de oude, vertrouwde sfeervolle John Grant, maar wel met meer elektronica. Dramatiek is hem hier niet vreemd (zou dat dan toch dat gay-randje zijn?!). Ondanks alle toevoegende 'bliepjes' straalt het nummer een soort warme gloed uit. Heel fraai.

Tempest start alsof ik naar Boards of Canada luister. Het is wel duidelijk waar Grant's muzikale hart ligt. Ik moet ook gelijk aan de film Weekend denken waar zijn nummer Marz gebruikt werd bij de aftiteling. Het wat mistroostige, sombere sfeertje. Melancholisch ligt hier vlak naast naargeestig. Het is allemaal verpakt in een ruime zes minuten.

Preppy Boy klinkt gelijk een stuk gezelliger. Uptempo, dansbaar, de voetjes mogen van de vloer maar dan wel op een tekst waar Grant ervan droomt het met een lekkere gozer van de middelbare school aan te leggen die hem in die tijd treiterde om zijn homo-zijn: 'Come on now, preppy boy. If you’ve got an opening then I am unemployed. I’m so sick and tired of waiting in line. Call me up if you’re down and you got the time'. Het lijkt wel een smachtende puber. Uiteraard genoeg Grant humor in dit nummer.

Smug Cunt bevat donkere elektronica. Je zou zeggen jaren '80, maar dat weet hij dan wel heel erg goed naar het nu te halen. Dit is zeer zeker geen retro. In combinatie met zijn donkere, warme stem een voltreffer. Het gaat over een 'little boy masturbating with expensive toys'. Een sneer naar Trump?!

He's Got His Mother's Hips is alleen al leuk vanwege de tekst. Hoe krijgt hij het toch verzonnen?! Een heerlijk, dansbaar nummer dat wederom erg leunt op de jaren '80.

In Diet Gum, het langste nummer van Love Is Magic, blijkt Grant de valse nicht in zich naar boven te kunnen laten komen. De manier waarop hij zijn ex afbrandt is niet fraai, maar voor ons luisteraars wel erg vermakelijk. Het is meer gesproken dan gezongen en daarmee vooral een verhaal op muziek. De manier waarop hij dat doet is best nichterig, maar dat maakt het juist leuk.
Ik krijg hier een beetje een Adam Ant gevoel bij, een naam die ik nog nergens genoemd heb zien worden, maar ik vind het er behoorlijk wat van weg hebben. Laat ik nu net een Adam Ant liefhebber zijn!

Is He Strange is een terugkeer naar zijn 'oude stijl'. Hoe leuk ik alle elektronische toevoegingen ook vind; het is toch wel weer fijn om dit terug te horen. Prachtig. Kan zich meten met de betere nummers op Queen of Denmark.

The Common Snipe, inclusief gesproken teksten in het IJslands, geeft je hetzelfde gevoel. Een juweeltje zoals alleen Grant ze kan maken. Wat me dan gelijk opvalt, net als bij het vorige album, is dat de verschillende stijlen die Grant op één album doorvoert elkaar niet bijten. In dit nummer vloeien die stijlen overigens perfect samen.

Afsluiter Touch and Go is een ode aan Chelsea Manning, u allen bekend als de man Bradley die klokkenluider was in de VS en daarvoor gevangenisstraf kreeg en vervolgens als Chelsea door het leven is gegaan.

Love Is Magic gaat dus verder waar Grey Tickles, Black Pressure is gebleven, zeker geen terugkeer naar Queen of Denmark. Een avontuurlijk album, waar niet iedereen even makkelijk doorheen zal kunnen komen.
Ik blijf Grant nog wel even trouw. Alleen al die hilarische foto's die dit album vergezellen! Een unieke artiest om te koesteren.

John Grant - Pale Green Ghosts (2013)

poster
4,5
Het eerste soloalbum van John Grant, Queen of Denmark, was een voltreffer. Midlake gaf er een fijne jaren '70 schwung aan en toen ik John eenmaal in Rotown live had zien optreden was ik helemaal om en moest het gewoon wel de volle 5* worden. Dat ik hem een dag erna in boekhandel Donner tegen het lijf liep was een leuk extraatje en dat hij op Facebook soms reageert op mijn berichten of foto's geeft het geheel net even wat meer maar heeft geen invloed op mijn waardering voor dat album.
Nee, dan de film Weekend waar zijn muziek gebruikt werd......... extra sfeerverhogend en het deed me weer eens beseffen hoe goed dat album is. Een terechte 5*.

En dan de opvolger die nu dan bijna verkrijgbaar is inclusief een bijbehorend optreden in Paradiso (hij staat ook in Rotterdam op het Motel Mozaique Festival).
Pale Green Ghosts zou dansbaar worden en meer electro-invloeden krijgen. Niet zo vreemd met de hulp van Biggi Veira (Gus Gus).

Titeltrack Pale Green Ghosts ademt behoorlijk de sfeer van het laatste Gus Gus album Arabian Horse en dat vind ik een geweldig album. Dit nummer dat uiteraard gewoon van de hand van John is vond ik zo mogelijk nog geweldiger. Wat een magistrale compositie is dit toch. Ik werd er spontaan verliefd op en die liefde blijft voortduren. Eens in de zoveel tijd leer je een nummer kennen dat veel met je doet. Dit is er zo eentje. Niet de pure emoties die ik ervaar met de nummers van Queen of Denmark maar een geheel andere sensatie.

Blackbelt liet John ons daarna kennen. Wederom horen we de Gus Gus invloed en het werd mij wel duidelijk: dit zou inderdaad een dansbaar album gaan worden. De reacties waren wisselend. Veel mensen vonden dit maar bedenkelijk. Ik juichte het toe: dit zou te gek gaan worden. van mij mag hij.

De echte nieuwsgierigheid ging uit naar nummer drie van dit album, GMF genaamd. En wat blijkt? Dit had zo op Queen of Denmark gekund. 'The Greatest Motherfucker that you ever gonna meet'. Right John: daar had je iedereen even tuk. Ik hoor hier de vibe van It's Easier, een hoogtepunt van de voorganger. Niks dansnummer maar wederom een kippenvel song. Wat een mooi nummer is dit zeg. Dit kan ik heel wat keren achter elkaar beluisteren en het is niet moeilijk dit snel mee te galmen. Dat Sinéad O' Connor meedoet is fijn maar haar rol is bescheiden zoals dat ook blijkt te zijn op andere tracks waar ze de backing vocals verzorgt.

Vietnam krijgt een licht electronische beat mee. Een nummer dat al op het live-menu stond en dat ook prima met één been past op Queen of Denmark maar door het ietwat cheesy synthesizer geluid en die genoemde electronische beat staat het met het andere been stevig op Pale Green Ghosts. De strijkers geven het geheel een melancholische lading mee. De sceptici onder u hoeven niet te vrezen voor dit nummer.

It Doesn't Matter to Him kent het spacey geluid van het debuut en raakt me wederom vol in mijn muzikale hart zoals Queen of Denmark dat deed (met dank aan McKenzie Smith, Paul Alexander en ook Sinéad).

Why Don't You Love Me Anymore is wat soberder en kent iets dreigends. Onderkoelds wellicht. Een wat sferischer track. Misschien dat de IJsland-invloed hier wat meer naar voren komt. Sinéad is hier op de achtergrond duidelijk aanwezig maar eist totaal de hoofdrol niet op wat een mooie mix veroorzaakt tussen deze twee geweldige vocalisten. Het nummer kent een heftig electronisch outro.

You Don't Have To klinkt alsof het afkomstig is van de voorganger maar door de electronische begeleiding besef je dat dit toch echt John Grant anno nu is. Toch ligt de Gus Gus sound er niet al te dik bovenop en dat vind ik wel een verdienste van Biggi Veira. Het album blijft hierdoor ademen en wordt geen Gus Gus featuring John Grant, dat heeft Grant ook helemaal niet nodig. Dit nummer kwam tijdens de 2011 concerten al eens voorbij maar heeft nu dus een make-over gekregen wat wonderwel uitpakt. Alsof er diverse stijlen in de blender zijn gegooid met als resultaat een sfeervol melancholisch nummer met rustige electro geluiden en een jaren '70 saus. Erg fraai gedaan.

Sensitive New Age Guy is dan eindelijk weer een dance track. Behoorlijk electro-new wave. Mensen die de bonustracks van Queen of Denmark kennen zullen niet verrast opkijken als ze dit horen. De zang is ook wat anders zoals indertijd ook het geval op b.v. That's the Good News.
Als ik dit zo hoor vind ik het ergens wel jammer dat dit niet vaker gebeurt op Pale Green Ghosts. Heerlijk vind ik dit maar ik snap heel goed dat velen dit juist niet van hem willen horen en dit misschien als skipnummertje gaan zien.

Ernest Borgnine is heftige kost. Niet door de sax van Óskar Gudjónsson maar meer door de inhoud ervan.
Grant kwam tijdens het London Meltdown Festival in juni 2012 een tweede keer uit de kast maar nu over zijn Hiv-status. Iets waar hij lang mee geworsteld had om dit nu wel of niet naar buiten te brengen. Hij zong toen een nummer I Tried to Talk to You dat daar over ging en het voelde niet goed dat hij erover zweeg het zelf te hebben. Aangemoedigd door Andy Butler van Hercules and Love Affair deed hij het dan toch tegenover het publiek. Hij wilde erover praten omdat hij er zo mee worstelde. Een heldhaftige stap omdat het immers nog steeds taboe is. In dit nummer behandelt hij dit onderwerp nu ook om zo misschien het taboe wat te doorbreken. Daarnaast komt religie hier ook (weer) om de hoek kijken en wat dat met hem doet.

I Hate This Town gaat ongetwijfeld niet over Reykjavik waar Grant sinds kort woont en wat een gewaagde stap was zo op zijn 43e.
De toon is wat luchtiger in de stijl van Chicken Bones. Ook dat kan hij blijkbaar nog. Wel is dit nummer iets droeviger van toon ondanks de wat vrolijker uptempo gedeeltes: een bijzondere combinatie!

Afsluiter Glacier is met een ruime 7 minuten het langste nummer van dit album en sluit naadloos aan op het vorige nummer. Tourmaatje Chris Pemberton krijgt hier een grote rol toebedeeld. Het is een epische afsluiter met een schitterende opbouw waar wederom die warme stem zo goed naar voren komt. Ik vind het een emotionele tour de force die ik nu al koester. Ook hier voel ik de emoties die ik voel op het debuut. Soms doet dit nummer haast klassiek aan.

Hiermee kan ik Pale Green Ghosts toch behoorlijk verrassend noemen. Niet de dansplaat waar ik een beetje op hoopte na het horen van de titeltrack maar een wonderschone, gedoseerde mengeling van zijn vorige album met een wat hedendaagser geluid waar we af en toe zeker de stijl van Gus Gus herkennen maar zo minimaal dat we dit eigenlijk best wat kunnen verwaarlozen als we naar het grote geheel luisteren. Een groots geheel wat mij betreft.
Ik hoopte op een klapper en wist dat het moeilijk zou worden om wederom een 5* album voorgeschoteld te krijgen.
Ik denk dat dit wel degelijk gebeurt is maar dat ik dit album net als Queen of Denmark nog even op me in zal moeten laten werken. Een concert om dat gevoel te versterken gaat in April nog komen en of ik hem weer bij toeval tegen het lijf loop valt te bezien (evenals of hij nog tijd over heeft om op mijn Facebook berichtjes te reageren ).

Pale Green Ghosts heeft me verrast op een manier die ik niet verwacht had maar oh wat ben ik er gelukkig mee. Die 5* zal er waarschijnlijk op termijn nog wel van gaan komen.
John is absoluut tot mijn topfavorieten van dit moment gaan behoren!

John Grant - Queen of Denmark (2010)

poster
5,0
Deze cd was me al opgevallen en toch terzijde gelegd. Door een simpele pm van Martin Visser werd ik er toch weer even op gewezen dit weer snel tevoorschijn te toveren en daar ben ik blij om want wat zou het erg zijn geweest om hier aan voorbij te gaan!

Dat de invloed en aanwezigheid van Midlake enorm is moge duidelijk zijn, maar dat er hetzelfde Midlake-gevoel kan onstaan als ten tijde van hun The Trials of Van Occupanther had ik niet verwacht.
Misschien is het de heerlijke lentezon van de laatste tijd die er voor zorgt dat dit inslaat als een bom.
John Grant gaat soms Rufiaans te werk (lees: Rufus Wainwright) op bijvoorbeeld Where Dreams Go to Die dat klinkt als een kruising tussen Midlake en jawel Rufus Wainwright.
En als ik dan toch een linkje met deze man ga maken dan kunnen we zeker ook niet heen om het openlijk homo zijn van Grant, wat al te horen is in de heerlijke opener TC and Honeybear. Wat dat aan gaat hoeft er niet geschrokken te worden of een titel als JC Hates Faggots wel door de beugel kan. Uiteraard pakt hij hier de hypocrosie rondom dit onderwerp keihard aan. En dat mag ook wel eens, want homo's schijnen volgens de RK kerk nog steeds verantwoordelijk te zijn voor heel wat ellende in deze wereld. Grant weet waar hij het over heeft omdat hij als gay-jongentje moest opgroeien in een zwaar religieuze omgeving.
En is het heel raar als ik in Chicken Bones bijna een soort Scissor Sisters hoor die zeer verantwoord bezig zijn in plaats van te balanceren op het randje van de kitsch.
Silver Platter Club doet me heel in de verte een beetje denken aan Save Your Kisses for Me, een songfestival-winnaar van Brotherhood of Man uit 1976. Ik kan me dan ook wel vinden in de opmerking van iemand anders hier dat dit nummer niet zo geweldig is. Mij pakt het ook niet helemaal, maar zorgt ondanks dat wel voor de nodige afwisseling die de laatste cd van Midlake zelf juist ontbreekt en daardoor een beetje zwaar maakt en dat is iets wat Queen of Denmark heel goed weet te vermijden.
Het is een fantastisch album dat bij mij weer de emoties weet op te roepen dat The Trials of Van Occupanther indertijd ook deed.
Het is een album vol emotie en passie en dat mij soms echt een beetje week maakt, en dat zijn de albums die je natuurlijk wilt horen: dit is het mooie van muziek. Vooral de eerste drie nummers zijn voor mij van een onvoorstelbare pure schoonheid.
John Grant krijgt het voor elkaar en zorgt ervoor dat ik deze man zeer zeker in de gaten blijf houden. Kijken of hij het later ook zonder dat Midlake-stempel voor elkaar weet te krijgen!

John Grant - The Art of the Lie (2024)

poster
4,0
Bij John Grant is het altijd afwachten waar hij nu weer mee komt. Krijgen we de schitterende melodieën zoals ze stonden op The Queen of Denmark of gaan we wat meer elektronische dance-tracks krijgen.

Opener All That School for Nothing laat weten dat er (weer) gedanst mag worden en deze keer krijgt het nummer een funky saus. Maar blijft dat op de volgende nummers ook zo?

Marbles is namelijk een stuk broeieriger en ademt meer de sfeer van The Queen of Denmark, en toch is het dan weer anders.

Daarmee hebben we gelijk het hele album wel te pakken: het gaat telkens twee kanten op. De elektronische, knisperende uitlatingen (Father) en de meer stemmige nummers zoals Mother and Son en Daddy. Maar de elektronica blijft wel prominent aanwezig en daarmee borduurt John dan toch vooral voort op de laatste albums, maar voor mijn gevoel doet hij dit wel wat meer gebalanceerd en hij neemt er meer rust voor om de nummers te laten uitkristalliseren, wat al te zien is aan de lengte van een aantal nummers.

En op The Art of the Lie wordt er net wat meer funk aan toegevoegd (It's a Bitch), waardoor we toch weer een andere hoek omgaan met John Grant, maar dan wel op inmiddels vertrouwde wijze. En wat lekker om in Meek AF een klein beetje een Pale Green Ghosts gevoel te krijgen.

Het artwork is bijzonder voor John en dan vooral het lettertype dat gebruikt is. Kristin Hersh is er verantwoordelijk voor. Hoe hij daarover vertelt is John zoals hij op mij altijd wel overkomt: spontaan en het kinderlijke enthousiasme komt in hem naar boven.

Prachtige kerel, die wederom een bijzonder album heeft afgeleverd.

John Harle and Marc Almond - The Tyburn Tree (2014)

Alternatieve titel: Dark London

poster
4,0
Van Marc Almond kun je onderhand alles wel verwachten: vaudeville, pop, Russische nummers, avant-garde, je kunt het zo gek niet bedenken of hij heeft er wel iets mee gedaan.
Het project The Tyburn Tree in samenwerking met John Harle (er volgen ook concerten in de UK dit jaar) is weer geheel iets anders...

De donkere, grimmige kant van Londen, jaren terug, komt tot leven op dit bijzondere album. U weet wel: de dagen van Jack the Ripper. Duistere steegjes, smoezelige mensen, ongure types, dreigende cafeetjes waar je niet graag vrijwiliig heen zal gaan.
Almond en Harle nemen je er wel mee naar toe. Moord en doodslag zal het zijn op The Tyburn Tree dat aan een musical doet denken maar dan van de minder zoetsappige soort; een gruwelijk donker en angstaanjagend sprookje.

Almond's fascinatie voor dit tijdperk zorgde ervoor dat hij een aantal teksten schreef op muziek van John Harle en het levert een zeer boeiend album op dat niet voor iedereen is weggelegd. Ook horen we teksten terug van William Blake (Fortress en Jerusalem), Tom Pickard (My Fair Lady, een bewerking van London Bridge is Falling Down) en John Dee (Dark Angel).

Zoals ik al zei niet voor iedereen weggelegd: duistere teksten vermengd met hedendaagse muziek die zeer duidelijk aan een musical doen denken. Nee, dit gaat geen hitsucces worden.
Kunnen Almond fans er wel wat mee? Dat zal ook nog een lastige worden want dit is duidelijk weer een ander straatje dat Almond hier bewandelt. Gothic decadentie zal niet iedereen aanspreken.

En ondergetekende Almond fan? Die vindt het een bijzonder album dat alle kanten heen en weer slingert. The Tyburn Tree is best een intensieve plaat, een ware tour de force waar je zin in moet hebben en dat niet als hap-slik-weg klinkt.
Het album klinkt erg sterk en uitgebalanceerd met dank aan de uitvoerende muzikanten en ongetwijfeld John Harle zelf.
Ben je gek op de donkere theatrale Almond-kant dan moet je dit zeker beluisteren. Hou je meer van zijn chansons of synthpop nummers dan is dit misschien geen goede tip.
Voor mij weer een uitstekende aanvulling op de alsmaar uitdijende collectie en Almond stelt met zijn maatje Harle zeker niet teleur maar zal zeker ook niet tot de favoriete albums gaan behoren want daarvoor ligt het me toch iets te zwaar op de muzikale maag.

John Legend - My Favorite Dream (2024)

poster
3,5
John Legend kreeg het onlangs zwaar te verduren toen hij het waagde om tijdens de Democratische Nationale Conventie in Chicago Let's Go Crazy van Prince te zingen met Sheila E., een artiest die dicht bij Prince stond maar momenteel ook niet goed ligt bij fans en andere voormalige Prince protegés.

En dan komt ie nu met een album vol kinderliedjes. Oei, als dat maar goed gaat zou je denken. Nou dames en heren: Sufjan Stevens heeft zich er mee bemoeid en dat is heel goed hoorbaar ook. Kinderliedjes? Zal best, maar volwassenen kunnen dit zeker ook wel waarderen lijkt me zo en anders is het het kind in mij die dit leuk vind, want My Favourite Dream is gewoon een lief, leuk album vol 'Sufjan liedjes gezongen door John'. Nieuwe nummers, covers en drie bonustracks in de vorm van Fisher-Price liedjes.

Ik vind het vooral een lekker zomers plaatje en in dat opzicht is de release wel een beetje laat zou je zeggen. Dit concept mag misschien niet aantrekkelijk klinken, maar het valt echt wel mee moet ik zeggen. Waarschijnlijk gaan papa en mama dit nog leuker vinden dan de kinderen.

John Vanderslice - White Wilderness (2011)

poster
3,5
Het regent de laatste tijd korte albums van zo'n half uur. Voor mij meestal geen reden tot gezeur, want liever kort maar krachtig dan albums die maar doorgaan waardoor de glans duidelijk minder wordt.
John Vanderslice heeft al aardig wat albums op naam staan en ik had er tot op heden nog nooit van gehoord. White Wilderness zou mijn aandacht ook niet getrokken hebben als er geen toevoeging op had gestaan, namelijk 'with the Magik*Magik Orchestra'.
Negentien leden van dit gezelschap, o.l.v. Minna Choi, namen dit album in 3 dagen live op samen met Vanderslice.
De wat zachte croonerstem van John Vanderslice bevalt me goed (ik heb wel wat met deze stijl) en dan ook nog eens ondergedompeld in het warme bad waar Choi verantwoordelijk voor is......tja, dan mag de term 'zwieresque' (ooit zo leuk gevonden door musicfriek) weer van stal gehaald worden en laat dat nu een genre zijn waar ik al een behoorlijke tijd erg warm voor loop en wat maar niet verveelt.
Het album doet me erg denken aan The Divine Comedy en dat is wederom een pluspunt. Ook Badly Drawn Boy schiet een enkele keer door mijn hoofd.

White Wilderness is een elegante plaat: liefdevol, hartverwarmend en zeer aangenaam om naar te luisteren.
Hiermee is de eerste verrassing dit jaar voor mij een feit. Niet zo overdonderend als vorig jaar The Irrepressibles, maar wel een blijvertje vermoed ik zo

Johnny Marr - Call the Comet (2018)

poster
4,0
Dat The Smiths een favoriet bandje van me is mag een understatement genoemd worden. Ook Morrissey scoort nog steeds torenhoog en behoort tot mijn allergrootste favorieten.

Dat is Johnny Marr niet gelukt. The Messenger en Playland wisten me niet echt te overtuigen. Boomslang vond ik nog wel te doen, maar hapt inmiddels flinke lagen stof.

Toen ik de drie singles van Call the Comet voor het eerst hoorde vormde zich een omslag. Hi Hallo misschien wel de grootste, en laat dat nu net wel heel erg veel op There Is a Light That Never Goes Out lijken. Het zou zo een nummer van The Smiths kunnen zijn!

Call the Comet blijkt een behoorlijk divers album geworden te zijn. Qua zang blijft Morrissey toch wel van een andere orde (Marr is gewoon te onopvallend), maar qua nummers zit het hier best wel goed eigenlijk.
Een album dat stevig verankerd lijkt te staan in een rijke britpop geschiedenis. Het zal zelf niet tot de klassiekers gaan behoren, maar mag er best wezen. Voor het eerst dat ik een beetje enthousiast kan worden over een album van Johnny Marr. Misschien toch maar eens vriendjes met Morrissey worden Johnny?!

Johnny Marr - The Messenger (2013)

poster
3,0
The Messenger vind ik een leuk nummer en maakte me nieuwsgierig naar dit nieuwe album van Marr.
Rocker Upstarts deed me al een stuk minder.

Laat ik zeggen dat The Messenger net als Boomslang een prima rockplaatje is maar een lichte teleurstelling kan ik niet onderdrukken.
Smiths-liefhebbers hebben hier weinig te zoeken door het ontbreken van de zang van Morrissey (Marr is nu eenmaal geen sterke zanger) en de dwarrelende, scherpe gitaarlijnen die hij daar liet horen.

The Messenger is een Britpop rockplaatje. Niks meer of minder. Upstarts is wat dat aan gaat wel een goed voorbeeld voor dit album dat uit veel wat jachtige rocknummers met een flinke poptwist bestaat.
Daar is uiteraard niks mis mee maar juist bij Johnny Marr heb je toch de hoop op net even dat beetje meer. Aan de andere kant had ik het wel kunnen weten door een album als Boomslang waar ik hetzelfde gevoel bij heb.

Zoekt u weer eens een aardig Britpop album en bent u liefhebber van bands als Oasis maar vind u die echt te slap dan is dit misschien wel wat. Zo niet dan kan dit links gelegen laten worden want heel veel nieuwe, spannende of mooie dingen zijn op The Messenger niet te ontdekken.
Het zou ook geen slecht idee zijn als Marr een andere zanger zoekt. Ik weet er trouwens wel eentje

Johnny Parry Chamber Orchestra - Fields & Birds & Things (2012)

poster
4,0
Elk jaar weer heb je op de valreep van die albums die je ontdekt en waarvan je twijfelt of dit hoog lijstjesvoer is of dat je toch even je beginnersenthousiasme moet temperen.

Johnny Parry Chamber Orchestra is zoiets met het album Fields & Birds & Things.
Zeg strijkers en ik ben één en al oor. Mede-liefhebbers moeten nu ook op gaan letten.
Dit gezelschap uit het Verenigd Koninkrijk is het antwoord op Sufjan Stevens en heeft invloeden van Nick Cave, Tom Waits en een beetje The National.
Dit hoor je al tijdens de opener Keep Kicking & Screaming waar de strijkers goed van zich laten horen en samenzang de boventoon voert.
Hemelse koortjes, donkere sfeertjes, fijne samenzang en vooral veel orkestrale uitspattingen.
Een Little Prayer No.14 of Men Will Hang Again klinken erg Sufiaans, de laatste vooral door de koortjes.
Waits hoor ik dan weer terug in Lucy Isabella & I.

Het album eindigt met Find Your Way Home dat een schitterende muzikale begeleiding kent en waarvan de eerste minuten bestaan uit snippets met diverse talen.
Bijna een uur lang muzikaal avontuur voor de liefhebber. Een interessant album van een interessant gezelschap. Voer voor mijn eindejaarslijstje? Altijd vervelend als je het zo laat in het jaar ontdekt maar het zou me niet verbazen. Eerst maar eens flinke rotatie in huize aERo en dat zal zeker geen probleem zijn.

Jon Batiste - Hollywood Africans (2018)

poster
4,0
Een simpele, maar doeltreffende foto als artwork. Het wist ervoor te zorgen dat ik ben gaan luisteren. Het label jazz maakt het dan extra boeiend.

Jon Batiste is voor mij nog een onbekende artiest. Schijnbaar zou dat vreemd moeten zijn omdat hij toch wel bekend is. Allereerst is het een talent die verschillende instrumenten bespeelt en ook zingt. Op jonge leeftijd bracht ie zijn eerste album uit en hij heeft gejamd met o.a. Prince (hallo aERo, wakker worden) en Lenny Kravitz. Ook namen als Stevie Wonder, Willie Nelson en Mavis Staples komen voorbij. En er staat veel meer op zijn uitgebreide cv zoals debuteren op twintigjarige leeftijd in het Concertgebouw.

Een veelzijdig talent dus en dat is terug te horen op dit album dat van start gaat met frivole boogie woogie Kenner Boogie genaamd. Dat gaat over in een soulvolle cover van What a Wonderful World. Geen krakerige Louis Armstrong versie, maar een warme soulvolle piano ballade.
Vervolgens krijg je het bijna klassieke Chopinesque en dan weet je al genoeg. Dit vliegt alle kanten op.

Dat kan vervelend uitpakken, maar is niet het geval. Het klinkt allemaal gedisciplineerd, telkens heel herkenbaar en toch weet Batiste er zijn eigen stempel op te drukken.
Opgenomen in een kerk in New Orleans, slechts zijn piano en af en toe zijn stem of op de achtergrond de toevoeging van strijkers (zoals op Green Hill Zone), drums (Mr. Buddy) of een gospelkoortje (Is It Over) en daardoor komt het intiem over. Een beetje zoals Chet Baker met zijn trompet kon.

Hollywood Africans is niet wereldschokkend en zal veel niet-jazzliefhebbers best goed kunnen bevallen vanwege de soul-invloeden. De hoes verklapt de inhoud van het album al goed. Sereen, romantisch en intiem. Gewoon een mooi album.

Jon Batiste - WE ARE (2021)

poster
4,0
Een titel in hoofdletters, en ook de nummers zelf staan vermeld met de caps lock aan.

Jon Batiste wil duidelijk aandacht voor zijn nieuwe album, een album welke een andere richting opgaat, wat al viel op te maken aan de eerder verschenen singles.
Het jazz-pad is niet meer de hoofdweg, het is nu van alles wat: soul, rhythm and blues, funk, pop en nog een restje jazz. We horen voor het eerst zelfs raps terug op een Batiste album WHATCHUTALKINBOUT en BOY HOOD met PJ Morton en Trombone Shorty).

Alsof Jon de gehele zwarte muziekgeschiedenis in één album wil gieten. Dat gaat dus niet lukken in 38 minuten en daarmee is WE ARE ook wel een bonte toverbal geworden waar weinig echte lijn in te ontwaren valt.

Maar is dat erg? Welnee! WE ARE is een heerlijke trip met nummers die telkens vertrouwd aanvoelen en mij een heerlijk gevoel geven. Even dat straaltje zonlicht waar we zo naar snakken.

Of het nu gaat om de grootste opener WE ARE met koor en stevig blaaswerk, de relaxte soul van CRY, de piano-jazz op MOVEMENT 11' of het uiterst vrolijke I NEED YOU (alleen van die clip al kan een mens blij worden): het is allemaal goed gedaan.

Ik had Jon Batiste al in mijn hart gesloten met zijn vorige albums, en daar druk ik hem nu gewoon nog wat dichter tegenaan. Ik had deze plaat op dit moment gewoon even nodig.

Op de hoes lezen we: dedicated to the dreamers, seers, griots and truth tellers who refuse to let us fully descend into madness.

Fuck corona, vier het leven! is mijn gevoel bij het beluisteren van de nieuwe Jon Batiste.

Jon Batiste - World Music Radio (2023)

poster
3,0
Conceptalbums vind ik vaak nogal hoogdravend dus ik hield mijn hart vast toen bekend werd dat dit album zou gaan over het alter ego van Jon: DJ Billy Bob Bo Bob en dan ook nog eens heel veel gastartiesten.
Ik ben vooral liefhebber van zijn jazz-kant maar op zich was WE ARE best goed te doen.

En dan ineens zie ik Kenny G staan.... alleen al van die naam krijg ik het Spaans benauwd.

World Music Radio is waar ik al een beetje bang voor was: pretentieus, hoogdravend en te veel tegelijk willen waardoor het verzandt in een potpourri van stijlen en teksten die ik soms ietwat pusherig vind.

Op zich best een leuke zomerplaat, maar van die zomer hebben we de laatste weken niet veel gemerkt en inmiddels klopt de herfst al een heel beetje op onze deuren. Komende dagen nog wat zomers weer? Laat maar zitten, nu hoeft het niet meer. Jon Batiste door de speakers om me zomerse vrolijkheid te bieden? Nu even niet, misschien later ooit nog eens.

Waar WE ARE door de kortere lengte leuk was, daar hoor ik hier een glijdende schaal naar beneden en Batiste is hier gewoon echt wat te hoogdravend en gelikt bezig (en dan hoor ik hier thuis: 'wat is dit voor lekkere muziek?'..... tja, gelikt dus......)..

Derhalve 3*.