MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Ronald5150 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Police - Synchronicity (1983)

poster
3,5
Het laatste studioalbum van The Police is een prima plaat. ”Synchronicity” zal de zwanenzang blijken van een van de populairste bands van eind jaren 70 en begin jaren 80. Of de hoes, waarop de bandleden apart staan afgebeeld, exemplarisch is voor de verhoudingen binnen de band vind ik lastig te zeggen, ik ben net geen insider. Of het ook muzikaal tot uiting komt vind ik nog lastiger te duiden. Zeker omdat ”Synchronicity” uitstekende liedjes bevat. Met name de tweede helft van het album is zeer sterk. Daar staat helaas wel een zwakkere eerste helft tegenover. Liedjes als ”O My God” en ”Miss Gradenko” vind ik maar matig. En nog maar niet te spreken van ”Mother”. Echt een draak van een liedje. Het feit dat deze drie nummers elkaar opvolgen zorgt toch voor een behoorlijke dip in mijn albumbeleving van ”Synchronicity”. Maar goed, de tweede helft compenseert veel. Muzikaal mis ik wel een beetje de ska en reggae groove van hun eerste albums. ”Synchronicity” is over het geheel een waardig afscheid, maar voorlopig blijft ”Outlandos D’Amour” mijn favoriete album van The Police.

The Presidents of the United States of America - The Presidents of the United States of America (1995)

poster
4,0
Dit album gaat dus helemaal nergens over. Maar het is verpakt in zulke catchy, aanstekelijke en energieke muziek dat het juist daardoor heel erg leuk wordt. Nummers als "Lump", "Boll Weevil", "Peaches" en "Kick out the Jams" zijn zo onweerstaanbaar dat je wordt meegezogen in het enthousiasme van PUSA. Met dit ene album hebben PUSA zich ook direct overtroffen. Op de een of andere manier werkt dezelfde aanstekelijkheid van dit album minder op andere albums van de heren. Toch gek, want de formule hebben ze nooit echt veranderd. Misschien toch de magie van de frisheid van dit album. Elke keer als ik PUSA hoor krijg ik een glimlach op mijn gezicht en wil ik het album nog een keer horen, en nog een keer, en…

The Raconteurs - Broken Boy Soldiers (2006)

poster
3,0
Jack White en Brendan Benson slaan de handen ineen en vormen The Raconteurs en leveren met "Broken Boy Soldiers" een aardig album af. Af en toe hoor je nog wat flarden van The White Stripes, maar Jack White speelt in dienst van de band en het liedje. Daarnaast zorgt liedjessmit Benson toch voor een wat andere stijl dan wat ik van Jack White gewend ben. Dit levert een album op dat lekker in het gehoor ligt, maar niet de boeken ingaat als een meesterwerk of klassieker. Voor mij springen er drie nummers uit: opener "Steady As She Goes" heeft een heerlijke hook en nestelt zich tussen je oren om je niet meer los te laten. Verder heeft het stuwende "Level" dat typische Jack White stempel. Maar absoluut hoogtepunt is de adembenemende en prachtige afsluiter "Blue Veins". Helaas kunnen de andere songs hier niet aan tippen, waardoor het geheel voor mij niet verder komt dan aardig en genietbaar.

The Red Devils - King King (1992)

poster
4,5
"King King" is een dampende, stampende, rauwe, vuige live bluesplaat van The Red Devils. Deze band wordt aangevoerd door harmonicagrootmeester Lester Butler. Hij draagt dan ook "King King" van begin tot eind met zijn harmonicaspel en stem. De band is hier volledig ondersteunend aan. Energie is en intensiteit zijn de sleutelwoorden van "King King". Vooral in de wat langzamere nummers, de slowblues, bijvoorbeeld "Cross My Heart", "Devil Woman" en "Quarter To Twelve" gaat het door merg en been. Dit is blues zoals blues hoort te zijn, blank of zwart, maakt geen donder uit. Als ik luister naar "King King" dan waan ik mezelf in een afgelegen, donkere, rokerige, groezelige juke joint. Blues gaat om verbeeldingskracht, het vertalen van de tonen naar beelden en gevoel. "King King" doet dat met een verve. Fantastische belevenis!

The Red Hot Chili Peppers - One Hot Minute (1995)

poster
3,0
"One Hot Minute" is het eerste en enige album met gitarist Dave Navarro na het vertrek van John Frusciante. Opmerkelijk genoeg drukt Navarro direct een behoorlijke grote stempel op het geluid van Red Hot Chili Peppers op "One Hot Minute". Het geluid klinkt harder en is meer rock georiënteerd. Niet zo gek natuurlijk, gezien Navarro's achtergrond bij Jane's Addiction. Wel vind ik dat Navarro een originele benadering kiest in zijn gitaarspel. Dat maakt "One Hot Minute" experimenteler dan dat ik van Red Hot Chili Peppers gewend ben. Levert dit dan ook een goed album op? Ja en nee als je het mij vraagt. Ja, omdat "One Hot Minute" gedurfd en intrigerend klinkt. Ik heb nergens de neiging om te skippen of om te stoppen met luisteren. Maar aan de andere kant vind ik het totaalgeluid minder aantrekkelijk dan op andere Red Hot Chili Pepper albums. Ik vind het lastig om te verwoorden, maar mijn punt is dit: de funk funkt minder dan met John Frusciante op gitaar. Navarro's geluid leent zich zeker voor Red Hot Chili Peppers, maar het klanktapijt van Frusciante bevalt me gewoon beter. Dat is een kwestie van smaak en de kwaliteiten van Navarro staan buiten kijf. "One Hot Minute" is zeker geen slechte plaat, er staan een aantal prima nummers op, waarvan ik "Aeroplane" en "My Friends" het mooist vind. Maar ook "Coffee Shop" en "Shallow Be Thy Game" klinken erg lekker. Uiteindelijk vind ik "One Hot Minute" een prima genietbaar album, en misschien, heel misschien hadden ze nog een tweede album moeten maken met Dave Navarro. Nu zullen we nooit weten hoe dat had uitgepakt.

The Rhythm Chiefs - Ships of Wonder (2008)

poster
4,0
Deze Nederlandse jonge honden leveren met ”Ships of Wonder” een heerlijke retro album af vol met blues en roots. Dat deze gasten nog nat zijn achter de oren is absoluut niet aan te horen. De instrumentbeheersing is bewonderenswaardig. Vooral gitarist en zanger Dusty Ciggaar imponeert. Hij behoort met zijn leeftijd nu al, wat mij betreft, tot de beste gitaristen van Nederland, zeker in het bluesgenre. Zijn gitaarspel doet me bij tijd en wijlen denken aan Stevie Ray Vaughan, zonder dat Ciggaar overigens doet aan imiteren. Zijn vingervlugheid en gevoel voor ritme laat hij horen op het instrumentale ”Tribute to Jimmy B.”. Maar onderschat de ritmesectie niet, want die grooved van begin tot eind en zorgt voor een heerlijke jazzy touch. De titeltrack is een langzaam meeslepend nummer met ingetogen, maar prachtig gitaarspel. Dit trio sluit ”Ships of Wonder” af met het klapstuk van dit album. ”Chiefs” is de ultieme mix tussen blues en rockabilly. Ook hier weer steelt Dusty Ciggaar de show. Ik heb deze jongens een paar keer live gezien en op het podium is het nog indrukwekkender wat de heren ten toon spreiden. Een nieuw album mag er zo langzamerhand wel komen, maar ik krijg de indruk dat ze het te druk hebben met spelen. Niet alleen onder hun eigen naam, maar meer dan regelmatig als begeleidingsband van gerenommeerde namen in de bluesscene. Onlangs vergezelden ze Ian Siegal nog op zijn tour door Nederland en de UK. ”Ships of Wonder” is een overdonderend debuut van dit geweldige trio en een hoopvol teken dat de blues met deze generatie in goede handen is.

The Rides - Can't Get Enough (2013)

poster
4,0
Dit samenwerkingsverband tussen Stephen Stills, Kenny Wayne Shepherd en Barry Goldberg bevalt me uitermate goed. Als The Rides leveren deze heren een hele fijne bluesplaat af. Vooral omdat ik op "Can't Get Enough" Kenny Wayne Shepherd hoor gitaarspelen zoals ik dat graag hoor: bluesy. Op zijn laatste soloalbum "How I Go" krijg ik toch het gevoel dat hij moet kiezen tussen pop, rock en blues. Bij The Rides klinkt Shepherd warm en intens tegelijk. Heerlijke bluesklanken komen uit zijn vintage Fender strat. Het verschil in gitaarspel tussen Shepherd en Stills is overigens erg duidelijk. In ieder geval qua toon. Waar Shepherd dus warm en gloedvol klinkt, zijn de gitaarpartijen van Stills voornamelijk fel, puntig en scheller. Of het beter is komt denk ik aan op smaak. Ik vind het in ieder geval niet storend, maar vooral ook omdat Shepherd vaak het voortouw neemt. Ondanks dat "Can't Get Enough" een bluesalbum is, staan er met "Search & Destroy", "Rockin' in the Free World" en het afsluitende "Word Game" toch echt een drietal onvervalste rocknummers op dit album. De covers stoor ik me allerminst aan. Ze zijn allen smaakvol uitgevoerd en doen recht aan het origineel. Ook de verse van "Rockin' in the Free World" klinkt retestrak, al zullen de echte Neil Young fans daar wellicht anders over denken. Hoogtepunt vind ik de bluesklassieker "Honey Bee". Niet alleen vanwege het gitaarspel, maar ook vanwege het heerlijke toetsenspel van Barry Goldberg. Eerst die heerlijke pianoriedel die halverwege het nummer overgaat in een dampende, stomende hammond orgel solo. De vocalen op dit album worden door Stills en Shepherd afgewisseld. Vooral over de zang van Shepherd verbaas ik me, omdat hij op zijn soloalbums zich voornamelijk concentreert op zijn gitaarspel en de vocalen aan zijn vaste zanger overlaat. Shepherd is geen uitzonderlijke zanger, maar ik vind het prima passen bij deze liedjes. Stephen Stills overschreeuwt zich her en daar wellicht een beetje, maar er zit toch wel een lekker rauw randje aan. "Can't Get Enough" is nergens vernieuwend of vooruitstrevend, maar eerlijk gezegd boeit me dat geen moment, want dit is een bijzonder lekker album.

The Robert Cray Band - In My Soul (2014)

poster
4,5
Het aantal kilometers op de teller voor Robert Cray loopt gestaag op en Cray mag zal al een veteraan noemen in de blueswereld. Binnen die wereld heeft Cray een volstrekt eigen geluid weten te creëren. De hele wereld maakte hier kennis mee door de hit ”Right Next Door (Because of Me)” van het album ”Strong Persuader” uit 1986. Robert Cray maakte de blues toegankelijk voor het grote publiek. Cray slaagt erin de intensiteit van de blues in ere te houden, zonder de mensen af te schrikken. De bluespuristen zullen dit wellicht verafschuwen, maar persoonlijk vind ik dat Robert Cray een smaakvol bluesgeluid neerzet die vooral erg warm en gloedvol is. Naast de blues is de muziek van Robert Cray doorspekt met een flinke donder soul. Vooral de man’s geweldige stem is een blikvanger. In combinatie met zijn geweldige gitaarspel zet Robert Cray een wat milder bluesgeluid neer, maar in termen van passie, gevoel en intensiteit is dat in mijn ogen nergens een diskwalificatie.

Robert Cray heeft met bovenstaande koers een imposante reeks (gemiddeld elke 2 jaar een nieuwe release) albums afgeleverd. Stuk voor stuk prima albums die zijn handelsmerk keer op keer benadrukken. Ondanks dat Robert Cray een vaste schare fans heeft, zorgde het album ”Nothin’ But Love” uit 2012 voor een kleine opleving. Hiervoor vroeg Cray Kevin Shirley (bekend van o.a. Joe Bonamassa) als producer. De hand van Shirley zorgde voor een klein, maar duidelijk waarneembaar, rauw randje aan het geluid van Robert Cray. ”Nothin’ But Love” vind ik met name daarom zeker een van de beste albums van Robert Cray, zeker van de laatste jaren. En dan is daar met ”In My Soul” wederom een nieuw album van Robert Cray en zijn band, die hem al jaren trouw is.

”In My Soul” is geen herhalingsoefening van ”Nothin’ But Love”. Sterker nog, ”In My Soul” is een album waarop Robert Cray, zonder zijn kenmerkende sound te verliezen, wat meer uitwaaiert binnen de blues en soul, en zelfs invloeden uit de jazz en funk toelaat. Opener ”You Move Me” heeft een vertrouwd geluid. Het nummer swingt en laat mooi gelaagd gitaargeluid horen. Duidelijk is en blijft dat Cray zowel ritmisch als in de lead een geweldige gitarist is. Over swingen gesproken, het tweede nummer is een bewerking van de Otis Redding klassieker ”Nobody’s Fault But Mine”. Dit is een warme uitvoering, waarbij de blaaspartijen opvallen. Op dit liedje is de eerste invloed van de producer merkbaar. Op ”In My Soul” zit Steve Jordan achter de knoppen. Deze multi-(jazz)instrumentalist trekt een breed palet aan invloeden open en zorgt voor een gevarieerd geluid, maar wel binnen de kaders die Robert Cray al zijn gehele carrière hanteert.

Op ”Fine Yesterday” en ”Your Good Thing is About to End” (van Isaac Hayes) gaat het tempo drastisch naar beneden. Deze liedjes zijn het beste te omschrijven als een soort van slow blues meets jazz. De blues komt vooral van Cray’s gitaarwerk dat opvallend fel en puntig is (luister naar het begin van de gitaarsolo in ”I Guess I’ll Never Know”), zonder de warmte te verliezen. De stemmige blazers, die smaakvol als basis dienen, zorgen voor de donkere jazz sfeer. Bij de eerste luisterbeurten is dit even wennen, maar wordt steeds intenser en verslavender.

De tweede helft van ”In My Soul” begint ingetogen met ”Hold On”. Een onvervalste soul ballad, waarbij de vocalen van Cray door je ziel snijden. Daarnaast hoor je subtiel pianowerk, aangevuld met een zacht ronkend orgeltje dat zorgt voor net dat beetje extra emotie. Nog meer soul komt voorbij op ”What Would You Say”, maar deze keer wat luchtiger; althans qua instrumentatie. Weer zo’n prachtige gitaarsolo met korte, scherpe tonen. ”Hip Tight Onions” is een regelrechte verwijzing naar Booker T and the MG’s. Deze instrumental funkt van begin tot eind met groovend orgel- en gitaarspel. De afsluitende liedjes ”You’re Everything” en ”Deep In my Soul” zijn regelrechte pareltjes. Langzamer van tempo, maar daarom des te intenser. Geweldig gespeeld en al evenzo geweldig gezongen. Robert Cray wisselt ritmepartijen en licks en solo’s zo mooi af, en vult dat dan weer aan met zijn warme soulvolle stem. Instant kippenvel.

”In My Soul” is misschien wel mijn favoriete album van Robert Cray. Ik denk juist door het bredere scala aan invloeden, maakt dat ”In My Soul” een geweldige luisterervaring is. Robert Cray blijft trouwe aan zichzelf, maar durft, weliswaar met kleine stapjes, buiten zijn eigen paden te treden. Wat dat betreft hulde aan producer Steve Jordan. Robert Cray heeft met ”In My Soul” een geweldig album afgeleverd, dat niet alleen bol staat van de muzikaliteit, maar met name passie en beleving laat horen. Daarnaast is de hoes prachtig en stijlvol. ”In My Soul” is daarmee een prachtige en complete muzikale belevenis.

The Rolling Stones - Live Licks (2004)

poster
4,0
Bijzonder genietbare liveregistratie van The Rolling Stones, waarbij met name de tweede cd heel fraai is. Voornamelijk omdat er voor mij persoonlijk een aantal onbekende nummers worden gespeeld. Daarnaast heeft het tweede gedeelte van deze set ook een wat meer bluesy gehalte. In het geheel komen er ook voldoende nummers voorbij van de grote vier studioalbums. Ik zal namelijk direct toegeven dat mijn kennis van The Rolling Stones (met uitzondering van de bekende singles/hits natuurlijk) zich vooral beperkt tot "Beggars Banquet", "Let it Bleed", "Sticky Fingers" en "Exile on Main St." De stem van Jagger kan me niet altijd bekoren, maar het vakmanschap en spelplezier van de band als geheel zorgt ervoor dat ik me er nauwelijks aan stoor. De gitaartandem Keith Richards en Ronny Wood werkt uitstekend en de heren wisselen smaakvol de gitaarpartijen af. Het toevoegen van blazers en een zangeres zorgen voor een voller en warmer geluid en heeft af en toe wel iets soulvols. "Live Licks" vind ik daarom over het geheel gezien een erg lekkere luisterervaring. Ik kan het niet afzetten tegen veel andere Stones liveplaten, aangezien ik die gewoon niet ken, maar "Live Licks" stelt me niet teleur.

The Rolling Stones - Love You Live (1977)

poster
3,5
"Love You Live" begint met een ontzettende lome (in de positieve zins des woords) en bluesy versie van "Honky Tonk Woman", dus dat belooft veel goeds. De daarna gespeelde nummers komen helaas toch een beetje rommelig op me over en dreig ik mijn aandacht te verliezen. Maar dan komt er weer zo'n heerlijk loom bluesnummer voorbij: "You Gotta Move". Direct ben ik weer bij de les en die aandacht wordt vastgehouden in een gedreven gespeelde "You Can't Always Get What You Want". Jagger laat tevens horen een woordje Frans te kunnen spreken en de interactie met het publiek draagt bij aan de beleving van dit nummer. "Met Mannish Boy" klimmen de heren nog een treetje verder de bluesladder op. Dat niveau wordt de daaropvolgende nummers vastgehouden en dat maakt dat de tweede helft van deze dubbelaar voor mij persoonlijk veel genietbaarder is dan de eerste. Dus na een voor mij stroeve start herpakken The Rolling Stones zich uitstekend op "Love You Live".

The Rolling Stones - Sticky Fingers (1971)

poster
4,5
Tjonge Tjonge wat een heerlijk album is dit zeg! ”Sticky Fingers” is The Rolling Stones op z’n best. Ik ben niet bekend met alle albums van The Rolling Stones, maar de algemeen bekende grote vier ken ik maar al te goed. ”Sticky Fingers” is de derde in die rij. Opener ”Brown Sugar” heeft die heerlijke klassieke gitaarrif. Over riffs gesproken, er staan een aantal magistrale op ”Sticky Fingers”. Naast het eerder genoemde ”Brown Sugar” zijn ook de riffs van ”Can’t You Hear Me Knocking” en ”Bitch” fantastisch. Het instrumentale tweede gedeelte van ”Can’t You Hear Me Knocking” is trouwens om je vingers bij af te likken. Dat The Stones hun roots ontlenen aan de blues mag duidelijk zijn. De heerlijke lome bewerking van bluesklassieker ”You Gotta Move” mag er dan ook wezen. Er zijn al ontelbare versies van dit liedje opgenomen, maar de uitvoering op ”Sticky Fingers” vind ik een hele mooie. Dit geldt ook voor het ingetogen ”I Got the Blues”, waar vooral de orgelsolo me kippenvel bezorgd. Alle nummers op ”Sticky Fingers” hebben een bepaalde aantrekkingskracht. ”Sister Morphine” is heerlijke meeslepend, ”Dead Flowers” flirt met country, maar niet op een clichématige manier en de rustige afsluiter ”Moonlight Mile” bevat zelfs strijkers. Van begin tot eind is ”Sticky Fingers” alles wat The Rolling Stones tot een legendarische band maakt: vuige rock & roll, blues, roots, noem het maar op en dan uiteraard die onmiskenbare attitude. Samen met ”Let It Bleed” reken ik ”Sticky Fingers” tot mijn favoriete albums van The Rolling Stones.

The Scene - Blauw (1990)

poster
4,0
Geweldige plaat van een van Nederland's beste bands. The Lau is een uitstekende tekstschrijver, wellicht niet de allerbeste zanger, maar dat stoort me in het geheel niet. De muziek zit goed in elkaar. Deze plaat bevat een paar van de beste Nederlandstalige nummers: "Iedereen is van de Wereld" (die intro en riff), "De Stem die Fluistert in de Nacht" (lekkere funky wah-wah gitaar) en "Geloof" (kippevel als die hammond orgel wordt ingezet bij het refrein). Het nummer "Rigoreus" is tekstueel hoogstaand en heeft een mooie dreigende opbouw. Deze plaat is met recht een Nederpopklassieker.

The Shins - Chutes Too Narrow (2003)

poster
3,0
James Mercer heeft weer een prima setje liedjes geschreven. Op "Chutes too Narrow" brengen The Shins weer mooie popliedjes ten gehore. Zomers, fris en aanstekelijk zijn woorden die me altijd direct te binnen schieten. Sterk is het feit dat de liedjes niet altijd het geijkte patroon volgen, maar dat er vaak verrassende wendingen in zitten. Het is niet zo dat "Chutes too Narrow" een plaat is die ik heel vaak draai, maar die keren dat ik ernaar luister vind ik het toch allemaal erg prettig. Vaak gaat die dan toch even op de repeat.

The Smashing Pumpkins - Mellon Collie and the Infinite Sadness (1995)

poster
3,0
Ik ben geen grote fan van Billy Corgan's stem. Het punt is echter dat de man bijzonder goede composities ten gehore heeft gebracht, muzikaal dan, want vocaal trek ik het niet altijd. "Mellon Collie and the Infinite Sadness" is dan ook een intrigerend album en een ambitieus project van Corgan en de zijnen. Achtentwintig nummers verdeeld over twee cd's. Het album kent een goede balans tussen hard en zacht, waarbij van de harde nummers "Bullet with Butterfly Wings" mijn favoriet is en van de zachte nummers ik "1979" heel mooi vind. Gitarist James Iha laat overigens horen dat hij een uitstekende snarenplukker is die samen met Corgan hele fijne riffs produceert. Dus ondanks dat de stem van Corgan me regelmatig tegenstaat vind ik "Mellon Collie and the Infinite Sadness" best genietbaar en ik snap dat liefhebbers/fans van The Smashing Pumpkins dit album een warm hart toedragen.

The Smiths - The Queen Is Dead (1986)

poster
4,0
Er is iets met The Smiths. Als ik namelijk de componenten van The Smiths apart beoordeel ben ik helemaal niet onder de indruk. De stem van Morrisey vind ik op zichzelf behoorlijk vlak en saai en ik betwijfel of ik het wel echt mooi vind. Het gitaargeluid van Johnny Marr is op het eerste gehoor helemaal niet zo bijzonder. Maar er gebeurt iets magisch als je het geheel bij elkaar voegt. Op de een of andere manier is de som der delen vele malen beter dan de individuele componenten. De sarcastische, venijnige en van zwarte humor doorspekte teksten van Morrisey worden ineens prachtig omlijst door de diep melodieuze en melancholische gitaarpartijen van Johnny Marr. De vlakke stem van Morrisey is dan eigenlijk ook geen bezwaar meer. Ook de ritmesectie valt dan ineens op: hypnotiserend is het gevoel dat bij me opkomt. Bij elke luisterbeurt gaan de liedjes van "The Queen is Dead" verder onder je huid zitten. Wat dat betreft is dit album voor mij echt een groeialbum gebleken. The Smiths zijn voor mij het ultieme voorbeeld van synergie. Marr en Morrisey zijn een magisch duo die elkaar tot grote hoogte weten te stuwen. "The Queen is Dead" is daarmee een meeslepend en verslavend album geworden.

The Sojourners - The Sojourners (2010)

poster
4,0
Het titelloze album van The Sojourners is gospel van de bovenste plank gegoten in een muzikale omlijsting van blues en soul. Will Sanders, Ron Small en Marcus Mosely vormen een geweldige vocale drie-eenheid. ”The Sojourners” is een swingend gospelalbum met een paar rustpuntjes. De teksten zijn zeer religieus getint. Hoewel ik zelf niet gelovig ben, stoor ik me er toch niet aan. Religieuze muziek heeft altijd iets intrigerends en vaak is het hoopvol en draagt het een positieve boodschap uit. Daarnaast is de muzikale begeleiding er eentje om in te lijsten. De Hammond B3 orgel ronkt heerlijk en al het gitaarwerk van meesterinstrumentalist Steve Dawson is om je vingers bij af te likken. Favorieten zijn de opener ”Nobody Can Turn Me Around”, ”Great Day” en het absolute hoogtepunt ”Death Don’t Have Mercy”. Ook popklassieker ”The Neighborhood” krijgt een mooie gloedvolle bewerking. Uiteindelijk draait het om de stemmen van The Sojourners en die verdienen alle lof, want de heren Sanders, Small en Mosely leveren vocaal een topprestatie!

The Statesboro Revue - Different Kind of Light (2009)

poster
4,0
Wat is dit een heerlijke plaat zeg! Ik was totaal onbekend met Statosboro Revue. Achteraf niet zo gek, want "Different Kind of Light" is hun debuutplaat. Dit is een Southern rock plaat in de traditie van The Allman Brothers, Lynyrd Skynyrd, Drive-By Truckers en The Black Crowes. Het is geen exacte kopie van eerder genoemde bands, maar in de muziek op "Different Kind of Light" vindt je elementen ervan terug. De zanger heeft een flinke donder soul in zijn stem, en in combinatie met de op rock, country, blues en americana gebaseerde muziek vormt "Different Kind of Light" een zeer aangename muzikaal palet aan liedjes. Niet alleen de muziek is prima in orde, maar de liedjes zitten tekstueel ook nog eens prima in elkaar. Het is niet baanbrekend wat Statosboro Revue hier laat horen, maar het klinkt verdomd lekker. Met zulke bands is de toekomst van de Southern Rock gegarandeerd. Veelbelovend!

The Steve Miller Band - Bingo! (2010)

poster
4,0
Uitstekende comeback plaat van Steve Miller. Op deze bluesgeoriënteerde plaat keert Steve Miller terug naar zijn roots. En dat doet hij niet onverdienstelijk. Muzikaal zit het allemaal uitstekend in elkaar, en Miller speelt meer dan uitstekend gitaar en perst smaakvolle solo's uit zijn instrument. Ook de dubbele zang werkt uitstekend. De gekozen covers zijn weliswaar niet de meest spannende uit het bluesgenre, maar Miller weet er toch iedere keer zijn eigen draai aan te geven, zonder het respect voor het origineel te verliezen. De arrangementen liggen grotendeels dicht bij de oerversies van de nummers, maar op details en nuances voegt Miller een mooie dimensie toe. Daarnaast is het een energiek album geworden, waar duidelijk op te horen is dat Miller en zijn band gedreven zijn en er plezier in hebben. Dit straalt uit op de muziek. Lof en hulde voor The Joker!

The Stone Roses - Second Coming (1994)

poster
3,5
The Stone Roses stonden voor een hele opgave na de release van hun geweldige debuut. Hoe overtref je dat? Het is dan ook moeilijk om naar ”Second Coming” te luisteren zonder het debuut als referentiekader (als je het kent natuurlijk) te hanteren. ”Second Coming” heeft in ieder geval een ander geluid dan het eerste album. Om dan je tweede album ook nog eens te openen met een liedje van ruim elf minuten getuigt van lef, maar is ook een risico. Het intro van ”Breaking into Heaven” duurt behoorlijk lang, maar toch heb ik niet de neiging om te skippen. Na een minuut of vijf gaat het los en ontpopt het tot een heerlijk nummer. Ook het tweede liedje ”Driving South” is een goede. Op ”Second Coming” heeft de gitaar van John Squire wat meer de overhand in vergelijking met het debuut. Het is gevoelsmatig dan ook wat meer rock georiënteerd. Toch bevat ”Second Coming” ook echt wat mindere broeders. Op die liedjes komt de stem van Ian Brown in mijn beleving minder goed tot zijn recht wat negatief is voor de beleving van die liedjes. Muzikaal blijft het allemaal dik in orde, waarbij met name het gitaarwerk van Squire om van te smullen is. Uiteindelijk is ”Second Coming” een prima genietbaar album. Al is het alleen maar door de absolute uitschieter ”Love Spreads”. Wat een heerlijk nummer is dat zeg. Wellicht een van de beste liedjes van de jaren 90 naar mijn smaak. The Stone Roses halen wat mij betreft met ”Second Coming” niet het niveau van hun debuut, maar ik vind het ondanks de wisselvalligheid gewoon een ruime voldoende.

The Stone Roses - The Stone Roses (1989)

poster
4,0
Het gelijknamige album van The Stones Roses is niet eentje die direct in mijn muzikale straatje past, maar het is er wel eentje die me uitstekend bevalt. Vooral de muzikaliteit valt me op. De zang van Ian Brown vind ik eigenlijk niet zo heel bijzonder, zelfs middelmatig. Maar toch stoort het me niet zo, omdat dit ruimschoots gecompenseerd wordt door prachtig geweven muzikale tapijtjes. Fijne, niet standaard drumpatronen vormen samen met de solide bas een heerlijke ritmesectie. En gitarist John Squier is misschien niet de typische gitaarheld, maar is er wel eentje die heerlijke dromerige melodieën speelt en daarnaast swingende ritmes uit zijn gitaar tovert. De eerste drie tracks zijn direct vol in de roos. ”I Wanne Be Adored”, ”She Bangs The Drums” en ”Waterfall” zijn meeslepende liedjes die hypnotiserend werken. ”Don’t Stop” vind ik een minder geslaagd experiment. Leuk bedacht om ”Waterfall” achterstevoren te spelen, maar verder vind ik het niet een sterk nummer. In het midden zakt ”The Stone Roses” een beetje weg. Het niveau van de eerste drie nummer wordt niet echt meer gehaald, maar het is nergens slecht of saai. Het is de opmaat naar de geweldige afsluiters met ”This is The One” en het magistrale ”I Am the Resurrection”. Na ongeveer drie-en-een-halve minuut begint een instrumentaal stuk om al je vingers bij af te likken. Normaalgesproken moet ik weinig hebben van bonustracks. Over het algemeen vind ik dat deze weinig toevoegen aan de originele albumsamenstelling en hanteer ik vaak de vraag: destijds was er een reden om het liedje in kwestie niet toe te voegen aan het album, waarom dan nu wel? ”Fools Gold” is toch een wat ander verhaal. Dit liedje is een officiële single die na de release van dit album is uitgebracht en is op latere heruitgaven toegevoegd als bonustrack. Daarnaast is het een fantastisch liedje, de perfecte mix van dance, rock en funk. De heerlijke wah-wah gitaar funk va John Squier is zo lekker, net als het verslavende basloopje. In dit geval heb ik er dan ook geen moeite mee dat ”Fools Gold” als bonustrack wordt aangeboden. De uitzondering die de regel bevestigd zeg maar. The Stone Roses leveren met dit album een plaat af van jewelste. In de Britpopscene (of hoe je het ook wilt noemen) geldt het als een ijkpunt en inspiratiebron voor vele bands. Terecht denk ik, maar los daarvan is ”The Stone Roses” een heerlijke luisterervaring.

The Strokes - Is This It (2001)

poster
2,5
Ik heb de hype om The Strokes en het album "Is This It" nooit echt begrepen. Het zal wel een kwestie van smaak zijn, maar dit doet me eigenlijk vrij weinig. Ik zal het zeker niet slecht noemen, maar ik word er totaal niet door ondersteboven geslagen. Eigenlijk kan ik daar maar een oorzaak voor aanwijzen en dat is de zanger. Ik heb zelden zo'n vlakke stem zonder variatie gehoord. Het enige wat ik hoor is een soort monotone, hoe zal ik het zeggen, toon dus. En dat verpest mijn luisterervaring behoorlijk en het gaat me zelfs irriteren. Muzikaal is het af en toe best catchy en energiek, maar de zang heeft voor mij een te grote negatieve impact op het geheel. Jammer maar helaas.

The Strypes - Snapshot (2013)

poster
4,0
Deze jonge honden laten oude tijden herleven met heerlijke retro rhythm & blues. ”Snapshot” is een geweldige plaat vol energie, drive en vooral erg lekker in het gehoor ligende stuwende prikkelende liedjes. Niet bijster origineel, dat zal ik direct toegeven, maar deze jonge knapen kennen hun klassiekers want het klinkt allemaal retestrak en ontzettend goed. Dat de originaliteit erbij inschiet vergeef ik ze dan ook direct als ik liedjes als ”Mystery Man”, ”She’s So Fine” en ”I Can Tell” hoor. Hoogtepunt vind ik het langzamere, en daarmee direct het meest bluesy, maar ook het meest broeierige nummer ”Angel Eyes”. Dit debuutalbum zal niet de impact hebben van het debuut van bijvoorbeeld Arctic Monkeys, maar wie van rhythm & blues houdt en af en toe terug wil grijpen naar de hoogtijdagen van die muziekstroming en voor wie dat heerlijke retrogevoel nog eens wil herbeleven, vind ik ”Snapshot” een absolute aanrader. Heerlijk album!

The Tears - Here Come the Tears (2005)

poster
4,0
Als The Tears hernieuwen zanger Brett Anderson en gitarist Bernard Butler hun samenwerking. In hun periode bij Suede ontstond al een onnavolgbare en onweerstaanbare combinatie en dat zetten de heren door op "Here Come the Tears". Suede zonder Bernard Butler heb ik nooit zo interessant gevonden en het lijkt wel of beide heren tot elkaar veroordeeld zijn. De stem van Anderson is er eentje waarvan je houdt of niet, net zoals bij Liam Gallagher van Oasis. Maar in combinatie met het sferische, dromerige, melancholische en melodieuze gitaarspel van Butler past het als gegoten. "Here Come the Tears" staat bol met mooie meeslepende liedjes. Butlers gitaarspel is om van te smullen. Maar ook de stem van Anderson bevalt me hier beter dan op de platen van Suede. Op "Here Come the Tears" bewijzen Anderson en Butler dat ze twee handen op een buik zijn. Prachtplaat!

The Vaughan Brothers - Family Style (1990)

poster
3,5
Dit is een leuke en sympatieke plaat van de gebroeders Stevie Ray en Jimmy Vaughan. Kwalitatief vind ik "Family Style" niet zo goed als de soloplaten van Stevie Ray Vaughan, maar het is duidelijk dat de gebroeders het leuk vinden om met elkaar te spelen. Het spelplezier spat er vanaf. Alleen op het nummer "Telephone Song" hoor ik het niveau van Stevie Ray Vaughan terug. Verder is het gitaarspel op deze plaat prima, al is Stevie Ray duidelijk een betere gitarist dan zijn broer Jimmy. Desalniettemin is dit een uiterst genietbare plaat, maar ik prefereer toch de soloplaten van Stevie Ray Vaughan en zijn Double Trouble.

The Wailers - Burnin' (1973)

poster
3,5
Na "Catch a Fire" komen the Wailers met "Burnin' ". Ook deze plaat staat weer vol met bezwerende en hypnotiserende reggae ritmes. Met "Get Up Stand Up" en "I Shot the Sheriff" staan er ook op "Burnin' " weer een aantal klassiekers. Toch grijpt de plaat me in zijn geheel niet zo als "Catch a Fire". Nummers van het kaliber "Concrete Jungle" en "No More Trouble" mis ik een beetje. Mijn gevoel zegt dat de maatschappijkritische noot niet zo diep is geworteld als op zijn voorganger. En juist die combinatie van donkere teksten over het bestaan op Jamaica en de typische reggaemuziek vond ik op "Catch a Fire" zo fantastisch. Dat doet verder niets af aan deze prima plaat van Bob Marley en kornuiten. Ik wil deze plaat zeker niet wegzetten als minder goed, maar gevoelsmatig heb ik hier wat minder binding mee. Want dit is een plaat die met gemak met kop en schouders boven het maaiveld uitsteekt. Gewoon reggae van de bovenste plank.

The Wailers - Catch a Fire (1973)

poster
4,0
"Catch a Fire" van The Wailers (ja die van Bob Marley) is de eerste stap naar hun grote doorbraak. Samen met o.a. Peter Tosh brengt Bob Marley reggae van het allerhoogste niveau. Het klinkt allemaal erg zomers en vrolijk, maar als je naar de teksten luistert is het allesbehalve koek en ei. De teksten verhalen over het harde leven op Jamaica, politiek en onderdrukking. Hoe vaker ik naar deze plaat luister hoe meer ik het gevoel krijg dat die zo op het eerste oor vrolijke en zomerse geluiden eigenlijk meer bezwerende, indringende en hypnotiserende ritmes worden. "Stir it Up" is het meest bekende nummer van deze plaat en heeft wat mij betreft als hoogtepunt de gitaarsolo van Peter Tosh. Overigens vormen Tosh en Marley op deze plaat een perfect duo dat helaas niet stand zal blijken te houden. "Catch a Fire" is een plaat uit de premier league van de reggae en als je wat verder luistert dan alleen de muziek sleurt Marley je mee naar de donkere kant van Jamaica.

The Wallflowers - Bringing Down the Horse (1996)

poster
4,5
Dit is een van mijn favoriete platen uit de jaren 90. "Bringing Down the Horse" van The Wallflowers is een energieke mix van rock en pop. De band wordt aangevoerd door Jakob Dylan, ja de zoon van. Zijn hese stem draagt bijna elk liedje en daarnaast zit het muzikaal ook heerlijk in elkaar. Mooi gitaarwerk en het regelmatige gebruik van het orgeltje, vooral in opener "One Headlight" is echte toevoeging aan het bandgeluid. "One Headlight" is echt een pareltje. Wat een geweldige song over steun, liefde, pieken en dalen. Prachtig verwoord met die metafoor "We can make it home with one headlight". Verder springen de energieke rocksongs "The Difference", "Laughing Out Loud" and "God Don't Make Lonely Girls" eruit. Jakob Dylan is een echt talent, en de appel valt niet ver van de boom zullen we maar zeggen.

The Wallflowers - Rebel, Sweetheart (2005)

poster
3,5
Niet zo goed als "Bringing Down the Horse", maar "Rebel, Sweetheart" is een lekker pop/rock album. Jakob Dylan, ja de zoon van, bewijst dat hij het liedjes schrijven niet van een vreemde heeft. De muziek is namelijk niet zo revolutionair of vooruitstrevend, maar de liedjes zijn van prima kwaliteit. De muzikale omlijsting klinkt overigens wel lekker, al ben ik het wel met Bertus eens, dat de stem van Jakob beter past bij de meer ingetogen nummers. De tweede helft van het album is dan ook beter dan de eerste, vind ik persoonlijk. Ik heb toch wel een zwak voor The Wallflowers, je hoort niet meer zoveel van ze tegenwoordig, zeker niet na de soloplaat van Jakob Dylan. Toch is deze band meer dan de moeite waard en "Rebel, Sweetheart, is gewoon een prima album.

The Waterboys - This Is the Sea (1985)

poster
4,0
Met ”This Is the Sea” leveren The Waterboys een prachtig en intens album af. Het album begint al fantastisch met ”Don’t Bang the Drum”. Het intro is muzikaal heerlijk en zet direct de toon voor de rest van het album. De grote hit is natuurlijk ”The Whole of the Moon” en verveelt me na al die jaren nog geen moment. Ik ben eigenlijk geen grote fan jaren 80 muziek. Het overdadige gebruik van keyboards en synthesizers gaan me vaak tegenstaan. The Waterboys houden het echter smaakvol en melodieus. Op de tweede helft van het album hoor ik wat meer gitaren en klinkt het geheel ook wat ruiger. Het komt de dynamiek en afwisseling ten goede. Hoogtepunten vind ik ”The Pan Within” en ”Old England”. Maar ook het afsluitende titelnummer is niet te versmaden. ”This Is the Sea” is een tijdloos album, dat eigenlijk bij elke luisterbeurt steeds meer wint aan overtuigingskracht.

The White Stripes - De Stijl (2000)

poster
4,0
"De Stijl" van The White Stripes is een fantastische plaat vol met bluesinvloeden. Jack White tovert met speels gemak de meest intense en rauwe blues licks, riffs en solo's uit zijn gitaar. White is duidelijk kenner van het genre, zoals hij ook al laat zien in de documentaire "It Might Get Loud". De drumpartijen van Meg White zijn simpel, maar o zo doeltreffend. In haar geval zou ik willen zeggen: less is more. Met name op tracks als "Little Bird" en "Death Letter" creëren The White Stripes die typische sfeer van het zuiden van De Verenigde Staten. The White Stripes slagen erin om op "De Stijl" de blues te doen herleven en in een eigentijds jasje te steken, zonder de authenticiteit uit het oog te verliezen. Grote klasse!