Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Måneskin - Rush! (2023)

4,0
4
geplaatst: 20 januari 2023, 19:07 uur
Måneskin behoort inmiddels wel tot de meest succesvolle winnaars van het Songfestival.
Overal ter wereld kennen ze de band wel en ze verkopen grote zalen uit, staan op allerhande festivals en je ziet en hoort ze overal. De pr machine draait daar vast overuren.
Iets waar ik wel een beetje voor vrees, want volgens mij gaan ze tot het gaatje (of worden daartoe gedreven) en dat gaat ook een keer fout natuurlijk.
Geen Teatro d'ira - Vol. 2, maar Rush!, een album waar de engelstalige nummers de overhand hebben. Dat vind ik persoonlijk wel jammer, maar ja... de internationale markt hè!
Het grappige is ook dat ze nu ook niet echt uitblinken in vloeiend Engels, ach, het heeft z'n charme en op dat punt heeft Måneskin wel een voordeel.
Ja, het zijn stouterds, maar het is allemaal wel erg duidelijk gespeeld. Want zodra je interviews met ze ziet zie je ook verlegen jonge gastjes die ook maar wat doen.
Of niet? Rush! is het eerste album sinds ze internationaal zo zijn doorgebroken en het lijkt of het er ook echt in 'a rush' is gekomen. Zo klinken de nummers ook: het is allemaal vrij jachtig en ze lijken best wat op elkaar. Maar hey, daar klagen we bij Ramones ook niet over toch?!
Ongetwijfeld dat Måneskin niet goed in de markt ligt bij het alternatieve publiek: zalen als Ziggo Dome in no time uitverkopen, tienerfans, Songfestival, spelen met gender. Dat is natuurlijk bah bah en daar hoor je met een boog omheen te lopen.
Mijn advies is dan ook: doen. Rush! borduurt voort op de voorgangers en is van dik hout zaagt men planken. Lekker links laten liggen en vooral niet aankomen met die lage scores. We weten dat u smaak heeft!
Voor mij gaat dit niet op. Dit is ongecompliceerd feest. Gabba gabba hey op z'n Italiaans. Ik gun het deze jonge honden ook. Toen ik ze het podium op zag komen tijdens het Songfestival in Ahoy (de generale repetitie) schreeuwde ik ze aanmoedigend toe. Ze waren mijn favorieten en ik hoopte dat ze zouden gaan winnen. Dat deden ze dus ook. Ik kreeg als dank een glimlach van de hele band toen ze dat podium opliepen (we konden zien wat er aan de achterkant gebeurde), of was dat voor die fanatieke Italianen bedoeld die achter me zaten met hun vlag?! Boeit niet. Måneskin stond op mijn radar en ik geniet van deze ongecompliceerdheid. Hop, hop en door...... even geen arty farty rock nu. Ik heb daar geen zin in.
Rush! is niks nieuws onder de zon (ik hoor bands als Franz Ferdinand en The Killers), poppy (punk)rock. Pure fun en ik ben daar momenteel gewoon enorm aan toe.
Daarmee komt dit album dus gewoon op de juiste tijd. Niet te moeilijk doen, gewoon genieten. Dat doe ik zoals gezegd dus volop.
Bravissimo Måneskin! See you in Ziggo Dome.
Overal ter wereld kennen ze de band wel en ze verkopen grote zalen uit, staan op allerhande festivals en je ziet en hoort ze overal. De pr machine draait daar vast overuren.
Iets waar ik wel een beetje voor vrees, want volgens mij gaan ze tot het gaatje (of worden daartoe gedreven) en dat gaat ook een keer fout natuurlijk.
Geen Teatro d'ira - Vol. 2, maar Rush!, een album waar de engelstalige nummers de overhand hebben. Dat vind ik persoonlijk wel jammer, maar ja... de internationale markt hè!
Het grappige is ook dat ze nu ook niet echt uitblinken in vloeiend Engels, ach, het heeft z'n charme en op dat punt heeft Måneskin wel een voordeel.
Ja, het zijn stouterds, maar het is allemaal wel erg duidelijk gespeeld. Want zodra je interviews met ze ziet zie je ook verlegen jonge gastjes die ook maar wat doen.
Of niet? Rush! is het eerste album sinds ze internationaal zo zijn doorgebroken en het lijkt of het er ook echt in 'a rush' is gekomen. Zo klinken de nummers ook: het is allemaal vrij jachtig en ze lijken best wat op elkaar. Maar hey, daar klagen we bij Ramones ook niet over toch?!
Ongetwijfeld dat Måneskin niet goed in de markt ligt bij het alternatieve publiek: zalen als Ziggo Dome in no time uitverkopen, tienerfans, Songfestival, spelen met gender. Dat is natuurlijk bah bah en daar hoor je met een boog omheen te lopen.
Mijn advies is dan ook: doen. Rush! borduurt voort op de voorgangers en is van dik hout zaagt men planken. Lekker links laten liggen en vooral niet aankomen met die lage scores. We weten dat u smaak heeft!

Voor mij gaat dit niet op. Dit is ongecompliceerd feest. Gabba gabba hey op z'n Italiaans. Ik gun het deze jonge honden ook. Toen ik ze het podium op zag komen tijdens het Songfestival in Ahoy (de generale repetitie) schreeuwde ik ze aanmoedigend toe. Ze waren mijn favorieten en ik hoopte dat ze zouden gaan winnen. Dat deden ze dus ook. Ik kreeg als dank een glimlach van de hele band toen ze dat podium opliepen (we konden zien wat er aan de achterkant gebeurde), of was dat voor die fanatieke Italianen bedoeld die achter me zaten met hun vlag?! Boeit niet. Måneskin stond op mijn radar en ik geniet van deze ongecompliceerdheid. Hop, hop en door...... even geen arty farty rock nu. Ik heb daar geen zin in.
Rush! is niks nieuws onder de zon (ik hoor bands als Franz Ferdinand en The Killers), poppy (punk)rock. Pure fun en ik ben daar momenteel gewoon enorm aan toe.
Daarmee komt dit album dus gewoon op de juiste tijd. Niet te moeilijk doen, gewoon genieten. Dat doe ik zoals gezegd dus volop.
Bravissimo Måneskin! See you in Ziggo Dome.
Måneskin - Teatro d'Ira: Vol. 1 (2021)

4,5
0
geplaatst: 18 maart 2021, 23:40 uur
Måneskin heeft zijn Deense naam te danken aan bandlid Victoria De Angelis die Deense roots heeft.
Toch is de band zo Italiaans als wat, met een groot deel van de nummers in het Italiaans.
Het album Il Ballo Della Vita uit 2018 was een bonte mengeling van pop en rock met de nadruk op het eerste genre. Bij Teatro D'ira: Vol. 1 ligt de nadruk wat meer op rock. Opener Zitti e Buoni zal het land vertegenwoordigen in mei op het Eurovisie Songfestival nadat ze verrassend het San Remo festival wonnen.
Ik denk dat ze kans maken op een mooie top 10 notering. Dat zou zeker leuk zijn voor deze jonge rockband. Een band die met dit album een half uurtje plezierige rock opvoert waar de Italiaanse taal lekker rolt op een rockbedje.
Is het bijzonder wat we te horen krijgen? Welnee, maar juist die voor ons wat exotischer taal maakt het net even anders. Vermakelijk, meer kan ik er niet van maken en ik vond het vorige album met wat meer pop misschien zelfs wel wat sterker. Maar dat Zitti e Buoni van mij de volle support krijgt is een feit en of er nog een volume 2 aan zit te komen en ik daar weer naar ga luisteren is afwachten.
Tot nu toe is dit gewoon een aardig plaatje en hoeven de engelstalige nummers eigenlijk niet zo. Doe maar lekker alles in eigen taal.
Toch is de band zo Italiaans als wat, met een groot deel van de nummers in het Italiaans.
Het album Il Ballo Della Vita uit 2018 was een bonte mengeling van pop en rock met de nadruk op het eerste genre. Bij Teatro D'ira: Vol. 1 ligt de nadruk wat meer op rock. Opener Zitti e Buoni zal het land vertegenwoordigen in mei op het Eurovisie Songfestival nadat ze verrassend het San Remo festival wonnen.
Ik denk dat ze kans maken op een mooie top 10 notering. Dat zou zeker leuk zijn voor deze jonge rockband. Een band die met dit album een half uurtje plezierige rock opvoert waar de Italiaanse taal lekker rolt op een rockbedje.
Is het bijzonder wat we te horen krijgen? Welnee, maar juist die voor ons wat exotischer taal maakt het net even anders. Vermakelijk, meer kan ik er niet van maken en ik vond het vorige album met wat meer pop misschien zelfs wel wat sterker. Maar dat Zitti e Buoni van mij de volle support krijgt is een feit en of er nog een volume 2 aan zit te komen en ik daar weer naar ga luisteren is afwachten.
Tot nu toe is dit gewoon een aardig plaatje en hoeven de engelstalige nummers eigenlijk niet zo. Doe maar lekker alles in eigen taal.
Manic Street Preachers - Postcards from a Young Man (2010)

4,0
0
geplaatst: 31 augustus 2010, 21:12 uur
thetinderstick schreef:
Deze plaat zou een bewuste poging zijn om een groot publiek aan te spreken, met 'big choruses' en veel strijkers
Deze plaat zou een bewuste poging zijn om een groot publiek aan te spreken, met 'big choruses' en veel strijkers
En dat zullen we weten ook! De kritieken zijn daarom natuurlijk al weer zeer goed te voorspellen want 'geschikt voor een groot publiek' is nog steeds iets om de neus eens flink voor omhoog te halen.
Laat ik daar nu altijd wars van zijn geweest en gewoon bepalen of ik het zelf leuk vind ja of nee.
Zou het toeval zijn dat Ian McCulloch juist op dit album als gastartiest te horen is? Ik ervaar namelijk een soort toegankelijkheid die ik ook hoor op de laatste Echo & the Bunnymen albums: gitaarpoprock van het prettige soort. Niet al te moeilijk, zeker niet te zwaar en toch behoorlijk catchy.
Dat ze daar hun meesterwerken niet mee weten te evenaren is dan jammer maar niet heel erg eerlijk gezegd.
Nu moet ik zeggen dat ik die scheidslijn bij de Bunnymen sterker ervaar en dat komt omdat ik nooit een heel groot Manics fan geweest ben.
O ja hoor: leuk bandje, ik ken alle albums en daarvan is nu net dat andere 'commerciëlere en toegankelijker album' This Is My Truth, Tell Me Yours' altijd mijn favoriet gebleven i.t.t. Echo & the Bunnymen.
Misschien daarom niet zo verwonderlijk dat ik Postcards from a Young Man ook zo waardeer. Eindelijk weer eens een album van de band die mij weet te pakken. Toch is het niet alleen het stickertje 'commercieel en toegankelijk' dat het hem doet. Ik hou van de bombast in nummers als Postcards From A Young Man die haast neigt naar Queen af en toe (mede ook door het veelvoudig gebruik van koortjes in diverse nummers). Oeps, weer een reden voor velen om af te haken daar dit geen aanbeveling schijnt te zijn. Jammer dan. I love it! En laat ik in Hazelton Avenue Lenny Kravitz' 'It Ain't Over 'til It's Over' horen! Ook voor velen geen aanbeveling vrees ik..... maar jeetje, die kitscherige strijkers..... yummm.....
En dat nummer met mijn held McCulloch had ook best op een later Bunnymen album kunnen staan: ook niet vervelend. Maar daar zullen anderen wederom anders over denken.
Ja, dames en heren: dit luchtige album doet het hier goed en ik besef dat ik daar waarschijnlijk een buitenbeentje in ga blijken te zijn. Ik zie de kritieken al van verre aankomen! Ik had zelf ook nooit gedacht dat ik weer eens echt enthousiast zou kunnen zijn en met een smile van oor tot oor zou luisteren naar een nieuw Manic Street Preachers album, maar het moment is daar. Postcards from a Young Man weet mij heel blij te maken. Poprock optima forma. Het is misschien wel hun meest toegankelijke poppy album ooit; bevat de meeste bombast, en dat zijn blijkbaar de ingrediënten om er voor te zorgen dat ik nog even bij dit bandje blijf hangen. Iets dat de laatste albums toch steeds minder voor elkaar kregen.
Even resumerend:
Geen:
Marty McFly schreef:
scherpe randjes
scherpe randjes
Wel:
steven schreef:
poppy spul
poppy spul
Plus:
thetinderstick schreef:
'big choruses' en veel strijkers
'big choruses' en veel strijkers
Wat mij betreft zijn ze goed geslaagd in hun missie met deze plaat. U bent gewaarschuwd! Er kan alsnog met een grote boog omheen gelopen worden

Manic Street Preachers - Send Away the Tigers (2007)

3,5
0
geplaatst: 17 april 2007, 19:50 uur
Zojuist kwam ik tot een opvallende constatering: ik ben de Manics pas gaan beoordelen vanaf hun album This Is My Truth, Tell Me Yours. Alles wat daarvoor komt ken ik niet in zijn geheel. Het zijn de 'hits' en dan stopt het verder.
Volgens mij is dat een gemis want zijn het juist die albums die zorgen voor de betere albums in hun discografie als ik het zo geloof en als ik afga op de bekende nummers.
Goed, die albums moeten nog maar even wachten want nu is het de beurt aan de nieuwste toevoeging aan de rij albums: Send Away The Tigers.
De titelsong Send Away The Tigers opent. Het rockt stevig en is britpop zoals britpop hoort te zijn. Van de zang ben ik nooit zo heel erg wild geworden en dat zal ook altijd wel zo blijven. Het geluid is vol en vet. Niet wereldschokkend maar wel lekker.
Underdog krijgt ook een volle lading gitaatgeweld mee en verliest nergens aan melodie. Het is allemaal iets te dik en romig maar doordat de onderlaag zichtbaar weet te blijven kan ik dit nummer net als de opener wel smaken.
Single Your Love Alone Is Not Enough met Nina Persson deed me in het begin niet echt veel en dat doet het nog steeds niet echt eerlijk gezegd. Iets te simplistisch en het raakt me niet. Maar inmiddels wel opgeklommen tot de term 'fijn nummertje'. Dat is natuurlijk prima nieuws, alleen had ik graag gehad dat het me meer deed.
Indian Summer lijkt even wat terug te schakelen maar na zo'n 45 seconden krijgt het weer een flinke dosis geluid mee waardoor er weinig subtiliteit overblijft. Het lijkt wel alsof alles dicht geplamuurd moest worden. Ik vind dat een beetje het nadeel van al de nummers. Nergens ruimte om even te ademen waardoor het haast verstikkend gaat werken.
The Second Great Depression heeft van hetzelfde euvel last. Het zou mooier en subtieler kunnen maar er zit weer zo'n vettig sausje overheen. Iets te schreeuwerig ook. Op zich echt geen slecht nummer, maar gevoelsmatig zeg ik 'een tandje lager was mooier geweest'.
Rendition gaat ook voluit. waar een band als Muse dit soort nummers dan een kitscherig, bombastisch randje zou meegeven daar doen de Manics het gewoon lekker dik belegd. Waar ik kitsch het dan weer leuk vind maken daar vind ik deze dikheid iets te veel van het goede.
Autumnsong: huh? Guns 'n Roses? Pumpkins? nee, al snel blijkt van niet. Toch werkt het wel aanstekelijk en is het een nummer dat snel in mijn hoofd blijft hangen. Niet te moeilijk doen heet dat dan en ik vind dit best een heerlijk nummer (en ja: soms gaan de koortjes richting Queen................oh aERo .............wat zeg je nu toch weer: dit gaat je kritiek opleveren).
I Am Just A Patsy gaat me steeds meer aan het denken zetten. Ik krijg het gevoel dat de band zichzelf eens wat minder serieus wilde nemen. Want dit nummer gaat ook niet echt diep en is van een hoog meezinggehalte. Of ken ik de band nu niet goed? En is dit helemaal geen nieuws? Nee toch zeker?
Ik zing vrolijk mee 'I Am Just a Patsy for Your Loooove'.
Op Imperial Bodybags lijkt het even of de Stray cats zich er mee hebben lopen bemoeien. Rock and Roll baby en dat van het onvervalste soort. Ja hier kan ik mijn voeten niet op stil houden. Lekker hoor.
Winterlovers heeft van die fijne harmonieuze Na-na-na achtergrondzang. Ook dit nummer vind ik zo vervelend nog niet. Het is net als de rest dik aangezet en is totaal niet wereldschokkend. En ja hoor, daar is ie weer..............stilte.........gevolgd door een secret track (Working Class Hero).
Ik heb het al eerder gezegd: van mij mogen ze stoppen met die onzinnige hidden tracks. Het nummer zelf vind ik overigens niet zo heel erg boeiend dus het voegt ook niet veel toe.
This Is My Truth, Tell Me Yours vind ik nog steeds een erg mooi album, opvolger Know Your Enemy kocht ik blind en ik wist niet hoe snel ik daar weer van af moest komen. Lifeblood deed me al weer wat meer en dit nieuwe album vind ik eigenlijk best vermakelijk. Het is soms een beetje randje, maar als je tegen een dikbelegde boterham ook geen nee zegt dan doe je dat ook niet tegen Send Away the Tigers. Hou die tijgers nog maar even hier, ik ben nog niet klaar met ze en misschien kan die 3,5 daardoor nog een halfje hoger worden in de toekomst.
Volgens mij is dat een gemis want zijn het juist die albums die zorgen voor de betere albums in hun discografie als ik het zo geloof en als ik afga op de bekende nummers.
Goed, die albums moeten nog maar even wachten want nu is het de beurt aan de nieuwste toevoeging aan de rij albums: Send Away The Tigers.
De titelsong Send Away The Tigers opent. Het rockt stevig en is britpop zoals britpop hoort te zijn. Van de zang ben ik nooit zo heel erg wild geworden en dat zal ook altijd wel zo blijven. Het geluid is vol en vet. Niet wereldschokkend maar wel lekker.
Underdog krijgt ook een volle lading gitaatgeweld mee en verliest nergens aan melodie. Het is allemaal iets te dik en romig maar doordat de onderlaag zichtbaar weet te blijven kan ik dit nummer net als de opener wel smaken.
Single Your Love Alone Is Not Enough met Nina Persson deed me in het begin niet echt veel en dat doet het nog steeds niet echt eerlijk gezegd. Iets te simplistisch en het raakt me niet. Maar inmiddels wel opgeklommen tot de term 'fijn nummertje'. Dat is natuurlijk prima nieuws, alleen had ik graag gehad dat het me meer deed.
Indian Summer lijkt even wat terug te schakelen maar na zo'n 45 seconden krijgt het weer een flinke dosis geluid mee waardoor er weinig subtiliteit overblijft. Het lijkt wel alsof alles dicht geplamuurd moest worden. Ik vind dat een beetje het nadeel van al de nummers. Nergens ruimte om even te ademen waardoor het haast verstikkend gaat werken.
The Second Great Depression heeft van hetzelfde euvel last. Het zou mooier en subtieler kunnen maar er zit weer zo'n vettig sausje overheen. Iets te schreeuwerig ook. Op zich echt geen slecht nummer, maar gevoelsmatig zeg ik 'een tandje lager was mooier geweest'.
Rendition gaat ook voluit. waar een band als Muse dit soort nummers dan een kitscherig, bombastisch randje zou meegeven daar doen de Manics het gewoon lekker dik belegd. Waar ik kitsch het dan weer leuk vind maken daar vind ik deze dikheid iets te veel van het goede.
Autumnsong: huh? Guns 'n Roses? Pumpkins? nee, al snel blijkt van niet. Toch werkt het wel aanstekelijk en is het een nummer dat snel in mijn hoofd blijft hangen. Niet te moeilijk doen heet dat dan en ik vind dit best een heerlijk nummer (en ja: soms gaan de koortjes richting Queen................oh aERo .............wat zeg je nu toch weer: dit gaat je kritiek opleveren).
I Am Just A Patsy gaat me steeds meer aan het denken zetten. Ik krijg het gevoel dat de band zichzelf eens wat minder serieus wilde nemen. Want dit nummer gaat ook niet echt diep en is van een hoog meezinggehalte. Of ken ik de band nu niet goed? En is dit helemaal geen nieuws? Nee toch zeker?
Ik zing vrolijk mee 'I Am Just a Patsy for Your Loooove'.
Op Imperial Bodybags lijkt het even of de Stray cats zich er mee hebben lopen bemoeien. Rock and Roll baby en dat van het onvervalste soort. Ja hier kan ik mijn voeten niet op stil houden. Lekker hoor.
Winterlovers heeft van die fijne harmonieuze Na-na-na achtergrondzang. Ook dit nummer vind ik zo vervelend nog niet. Het is net als de rest dik aangezet en is totaal niet wereldschokkend. En ja hoor, daar is ie weer..............stilte.........gevolgd door een secret track (Working Class Hero).
Ik heb het al eerder gezegd: van mij mogen ze stoppen met die onzinnige hidden tracks. Het nummer zelf vind ik overigens niet zo heel erg boeiend dus het voegt ook niet veel toe.
This Is My Truth, Tell Me Yours vind ik nog steeds een erg mooi album, opvolger Know Your Enemy kocht ik blind en ik wist niet hoe snel ik daar weer van af moest komen. Lifeblood deed me al weer wat meer en dit nieuwe album vind ik eigenlijk best vermakelijk. Het is soms een beetje randje, maar als je tegen een dikbelegde boterham ook geen nee zegt dan doe je dat ook niet tegen Send Away the Tigers. Hou die tijgers nog maar even hier, ik ben nog niet klaar met ze en misschien kan die 3,5 daardoor nog een halfje hoger worden in de toekomst.
Mannarino - V (2021)

4,5
1
geplaatst: 25 september 2021, 16:20 uur
Bij zijn album Supersantos haalde ik Vinicio Capossela en Tom Waits erbij. Dat kan ik nu best weer doen, maar dan vooral door zijn zang. Misschien moet ik Leonard Cohen hier ook maar eens aanhalen.
Bij Mannarino ben ik nooit verder gekomen dan het tweede album van hem, en hij zat nu weer een tijdje op mijn radar door mijn Italië-jaar waarin ik me heb ondergedompeld in wat hot is in dat land en ook terug de tijd in ben gegaan in de muziekgeschiedenis ervan.
Op V horen we wat meer zwoele en wereldse klanken terug. In feit is het een heel zomers album. Je zou zeggen dat het net iets te laat wordt uitgebracht op dat vlak. Maar ach, echt zomer was het hier toch niet en toen ik in Italië zat waar dat wel het geval was had ik mijn oren vol aan andere Italiaans artiesten en hun albums.
Op V staan echt werkelijk schitterende nummers. De vibe is fijn en het album groeit per luisterbeurt. Nu de herfst zijn intrede doet maakt het me zelfs wat melancholiek: mijmerende klanken die doen verlangen naar de zomer (die het maar niet wilde worden).
V pas heel goed in het rijtje 2021 release van Italiaanse bodem, en het is leuk om weer terug te keren bij deze interessante artiest.
Bij Mannarino ben ik nooit verder gekomen dan het tweede album van hem, en hij zat nu weer een tijdje op mijn radar door mijn Italië-jaar waarin ik me heb ondergedompeld in wat hot is in dat land en ook terug de tijd in ben gegaan in de muziekgeschiedenis ervan.
Op V horen we wat meer zwoele en wereldse klanken terug. In feit is het een heel zomers album. Je zou zeggen dat het net iets te laat wordt uitgebracht op dat vlak. Maar ach, echt zomer was het hier toch niet en toen ik in Italië zat waar dat wel het geval was had ik mijn oren vol aan andere Italiaans artiesten en hun albums.
Op V staan echt werkelijk schitterende nummers. De vibe is fijn en het album groeit per luisterbeurt. Nu de herfst zijn intrede doet maakt het me zelfs wat melancholiek: mijmerende klanken die doen verlangen naar de zomer (die het maar niet wilde worden).
V pas heel goed in het rijtje 2021 release van Italiaanse bodem, en het is leuk om weer terug te keren bij deze interessante artiest.
Marc Almond - A Virgin's Tale - Volume II (1992)

4,5
1
geplaatst: 14 januari 2011, 19:26 uur
A Virgin's Tale - Volume II is een onontdekt juweel in de Marc Almond schatkist durf ik wel te stellen: in 2004 toegevoegd en in 2011 nog slechts twee stemmen waar eentje van ondergetekende afkomstig is.
Een verzamelaar bestaande uit b-kantjes..... dat kan toch nooit 4,5* waard zijn?
Me dunkt!
Zoals ik eerder al meldde bestaat dit album uit nummers afkomstig uit de Mother Fist periode en dat album staat natuurlijk niet voor niets in mijn top 10.
Oorspronkelijk zou Mother Fist een dubbelaar moeten worden en er was uiteindelijk toch voor gekozen dat niet te doen. En wat doe je dan met de andere nummers? Die breng je uit als b-kantjes. Maar wat voor b-kantjes! Allereerst is hier misschien wel mijn favoriete Almond nummer Broken Hearted and Beautiful terug te vinden. Dat nummer weet me na al die jaren nog steeds te raken. Maar wat te denken van Almond's versie van Pirate Jenny met die eeuwigdurende stilte zo tegen het einde, om vervolgens heel klein door te gaan met het nummer. Nina Simone voert dit nummer geweldig uit, maar Almond kan er ook goed mee uit de voeten.
De mediterane invloeden die we ook hoorden op het Marc and the Mambas album Torment and Toreros komen terug op nummers als Anarcoma en Jackal Jackal en zijn een feest voor mijn oren (vooral Jackal Jackal met die heerlijke cello-solo beschouw ik als een hoogtepunt op deze cd).
Tekstueel gezien komt dit album ook scherp uit de hoek. De bitterheid in Subaraya Johnny is verdomde goed voelbaar en het sleazy zeemanskroeg gevoel van Mother Fist is het meest duidelijk te horen op Two Sailors on the Beach met dank aan de accordeon. Het theatrale drama gehalte is volop aanwezig door toedoen van Brecht & Weill.
Ik kan er maar niet over uit dat Mother Fist geen dubbelaar mocht worden. Aan de andere kant snap ik het ook wel omdat Torment and Toreros er al eentje was en dubbelaars waren zeker in die tijd vaak onzekere avonturen voor platenmaatschappijen.
Het is fijn dat alles uit deze 1986-1987 periode toch op één album terecht is gekomen, verspreid over een volume 1 en 2 (op recente edities zijn deze samengevoegd tot één dubbelaar).
Volume 2 steekt er met kop en schouders bovenuit en laat Almond in optima forma horen zoals we hem kennen.
Liefhebbers van Marc and the Mambas of Mother Fist kunnen dit blindelings aanschaffen en ook mensen die hem onlang ontdekt hebben met Varieté zullen hier wel plezier aan beleven. Laat je in elk geval niet tegenhouden door het feit dat dit een 'b-kantjes album' is. We praten hier absoluut niet over kliekjes maar over een juweeltje, een album met schitterende klanken die nu na al die tijd wel eens ontdekt mag worden op deze site.
Een verzamelaar bestaande uit b-kantjes..... dat kan toch nooit 4,5* waard zijn?
Me dunkt!
Zoals ik eerder al meldde bestaat dit album uit nummers afkomstig uit de Mother Fist periode en dat album staat natuurlijk niet voor niets in mijn top 10.
Oorspronkelijk zou Mother Fist een dubbelaar moeten worden en er was uiteindelijk toch voor gekozen dat niet te doen. En wat doe je dan met de andere nummers? Die breng je uit als b-kantjes. Maar wat voor b-kantjes! Allereerst is hier misschien wel mijn favoriete Almond nummer Broken Hearted and Beautiful terug te vinden. Dat nummer weet me na al die jaren nog steeds te raken. Maar wat te denken van Almond's versie van Pirate Jenny met die eeuwigdurende stilte zo tegen het einde, om vervolgens heel klein door te gaan met het nummer. Nina Simone voert dit nummer geweldig uit, maar Almond kan er ook goed mee uit de voeten.
De mediterane invloeden die we ook hoorden op het Marc and the Mambas album Torment and Toreros komen terug op nummers als Anarcoma en Jackal Jackal en zijn een feest voor mijn oren (vooral Jackal Jackal met die heerlijke cello-solo beschouw ik als een hoogtepunt op deze cd).
Tekstueel gezien komt dit album ook scherp uit de hoek. De bitterheid in Subaraya Johnny is verdomde goed voelbaar en het sleazy zeemanskroeg gevoel van Mother Fist is het meest duidelijk te horen op Two Sailors on the Beach met dank aan de accordeon. Het theatrale drama gehalte is volop aanwezig door toedoen van Brecht & Weill.
Ik kan er maar niet over uit dat Mother Fist geen dubbelaar mocht worden. Aan de andere kant snap ik het ook wel omdat Torment and Toreros er al eentje was en dubbelaars waren zeker in die tijd vaak onzekere avonturen voor platenmaatschappijen.
Het is fijn dat alles uit deze 1986-1987 periode toch op één album terecht is gekomen, verspreid over een volume 1 en 2 (op recente edities zijn deze samengevoegd tot één dubbelaar).
Volume 2 steekt er met kop en schouders bovenuit en laat Almond in optima forma horen zoals we hem kennen.
Liefhebbers van Marc and the Mambas of Mother Fist kunnen dit blindelings aanschaffen en ook mensen die hem onlang ontdekt hebben met Varieté zullen hier wel plezier aan beleven. Laat je in elk geval niet tegenhouden door het feit dat dit een 'b-kantjes album' is. We praten hier absoluut niet over kliekjes maar over een juweeltje, een album met schitterende klanken die nu na al die tijd wel eens ontdekt mag worden op deze site.
Marc Almond - Chaos and a Dancing Star (2020)

4,0
4
geplaatst: 30 januari 2020, 17:52 uur
Afgelopen najaar ben ik Marc Almond drie keer live gaan zien. Hij is de jongste niet meer en komt niet echt met grote regelmaat naar Nederland, tenzij het om drie nummers samen met Jools Holland gaat of zo (en laat ik Marc afgelopen april dan ook voor het eerst live met Jools gezien hebben in Paradiso): dus dat was voor mij geen enkele twijfel om hem zo vaak in een week tijd te zien. Wat een feest was het telkens weer.
Ooit kondigde hij aan geen albums meer uit te brengen met eigen materiaal, maar daar heeft ie zich niet aan gehouden. Sterker: hij blijft in hoog tempo albums uitbrengen, waaronder dus ook gewoon eigen werk.
Chaos and a Dancing Star is de nieuwste worp. Een album dat waarschijnlijk voor de laatste keer op cd uitgebracht gaat worden (vinyl is een ander verhaal). Of dit gaat kloppen merken we snel genoeg in de toekomst.
Marc heeft zo ontzettend veel uiteenlopend werk uitgebracht dat het altijd een beetje afwachten is wat het gaat worden. Toch valt er wel een lijn te ontwaren in zijn laatste worpen sinds het weergaloze Varieté: The Velvet Trail (2015) en Shadows and Reflections (2017) vond ik aardig in elkaars verlengde liggen en mijn gevoel zei me dat Chaos and a Dancing Star dat ook zou gaan doen gezien de vooruitgesnelde singles Lord of Misrule , Hollywood Forever en Slow Burn Love. De eerste viel op door de fluit van Ian Anderson, de tweede door schitterende melancholiek en de derde door het ietwat te gemakkelijke uptempo stijltje waar Marc zich wel vaker van bedient (past goed bij zijn samenwerking met Jools Holland), en natuurlijk de autotune die ik overigens niet heel storend vind.
Maar hoe zit het met de rest? Zoals altijd wel is het werk van Almond vrij tijdloos. Niet hip met de mainstream mee, aangenaam klinkend, maar zeker niet wereldschokkend. De zang was in het verleden voor velen een reden om met een grote boog om Almond heen te lopen, maar dat is de laatste jaren alleen maar verbeterd, ja ook zonder autotune is dat het geval.
En dan horen we een aantal heerlijke nummers die nogal divers van aard zijn, maar wel dezelfde sfeer uitstralen met een heldere productie van Chris Braide. Iets wat de drie uiteenlopende singles eigenlijk al een beetje deden vermoeden. Melancholisch (Chevrolet Corvette Stingray) of somber (When the Stars Are Gone). Berustend (Cherry Tree en The Crow's Eyes Have Turned Blue), maar ook 'luchtig niks aan de hand' (Fighting a War).
Opvallend is de gitaarsolo in opener Black Sunrise (we horen de gitaar in Hollywood Forever gelijk al weer terug). Ook nemen de backing vocals een wat prominentere plaats in als je dit vergelijkt met ouder werk. Alsof Marc zijn live-optredens wil vertalen naar dit album.
Chaos vertolkte hij trouwens als enige nieuwe nummer tijdens die najaarstour en daar vond ik het een beetje een niemendalletje, hier op dit album komt het beter tot zijn recht
Chaos and a Dancing Star is voor mij als fan geen teleurstelling. Het is redelijk veilig en luistert heerlijk weg. Het klinkt allemaal wat nostalgisch zonder ouderwets te worden. Met nummers als Dreaming of Sea en The Crow's Eyes Have Turned Blue heb ik er zelfs weer Almond-favorieten bij.
Ik vind het tot nu toe ietsje minder pakkend dan de twee voorgangers, maar dat kan een kwestie van tijd en gewenning zijn denk ik.
Dat dit verder geen potten zal breken bij het grote publiek lijkt me wel een helder gegeven. Alhoewel ik daar nu ook niet helemaal zeker van ben, want zijn tour in Nederland deed het ook behoorlijk goed, wat ik niet echt verwacht had.
Ooit kondigde hij aan geen albums meer uit te brengen met eigen materiaal, maar daar heeft ie zich niet aan gehouden. Sterker: hij blijft in hoog tempo albums uitbrengen, waaronder dus ook gewoon eigen werk.
Chaos and a Dancing Star is de nieuwste worp. Een album dat waarschijnlijk voor de laatste keer op cd uitgebracht gaat worden (vinyl is een ander verhaal). Of dit gaat kloppen merken we snel genoeg in de toekomst.
Marc heeft zo ontzettend veel uiteenlopend werk uitgebracht dat het altijd een beetje afwachten is wat het gaat worden. Toch valt er wel een lijn te ontwaren in zijn laatste worpen sinds het weergaloze Varieté: The Velvet Trail (2015) en Shadows and Reflections (2017) vond ik aardig in elkaars verlengde liggen en mijn gevoel zei me dat Chaos and a Dancing Star dat ook zou gaan doen gezien de vooruitgesnelde singles Lord of Misrule , Hollywood Forever en Slow Burn Love. De eerste viel op door de fluit van Ian Anderson, de tweede door schitterende melancholiek en de derde door het ietwat te gemakkelijke uptempo stijltje waar Marc zich wel vaker van bedient (past goed bij zijn samenwerking met Jools Holland), en natuurlijk de autotune die ik overigens niet heel storend vind.
Maar hoe zit het met de rest? Zoals altijd wel is het werk van Almond vrij tijdloos. Niet hip met de mainstream mee, aangenaam klinkend, maar zeker niet wereldschokkend. De zang was in het verleden voor velen een reden om met een grote boog om Almond heen te lopen, maar dat is de laatste jaren alleen maar verbeterd, ja ook zonder autotune is dat het geval.
En dan horen we een aantal heerlijke nummers die nogal divers van aard zijn, maar wel dezelfde sfeer uitstralen met een heldere productie van Chris Braide. Iets wat de drie uiteenlopende singles eigenlijk al een beetje deden vermoeden. Melancholisch (Chevrolet Corvette Stingray) of somber (When the Stars Are Gone). Berustend (Cherry Tree en The Crow's Eyes Have Turned Blue), maar ook 'luchtig niks aan de hand' (Fighting a War).
Opvallend is de gitaarsolo in opener Black Sunrise (we horen de gitaar in Hollywood Forever gelijk al weer terug). Ook nemen de backing vocals een wat prominentere plaats in als je dit vergelijkt met ouder werk. Alsof Marc zijn live-optredens wil vertalen naar dit album.
Chaos vertolkte hij trouwens als enige nieuwe nummer tijdens die najaarstour en daar vond ik het een beetje een niemendalletje, hier op dit album komt het beter tot zijn recht
Chaos and a Dancing Star is voor mij als fan geen teleurstelling. Het is redelijk veilig en luistert heerlijk weg. Het klinkt allemaal wat nostalgisch zonder ouderwets te worden. Met nummers als Dreaming of Sea en The Crow's Eyes Have Turned Blue heb ik er zelfs weer Almond-favorieten bij.
Ik vind het tot nu toe ietsje minder pakkend dan de twee voorgangers, maar dat kan een kwestie van tijd en gewenning zijn denk ik.
Dat dit verder geen potten zal breken bij het grote publiek lijkt me wel een helder gegeven. Alhoewel ik daar nu ook niet helemaal zeker van ben, want zijn tour in Nederland deed het ook behoorlijk goed, wat ik niet echt verwacht had.
Marc Almond - Delirious / Theatre of Dreams (2005)

3,5
0
geplaatst: 19 januari 2011, 22:29 uur
Dat Marc Almond nogal veelzijdig is heb ik al meerdere malen duidelijk gemaakt: Vaudeville, Cabaret, Pop, Chanson maar zeker ook electronic is een genre waar hij opereert. Zijn werk met Soft Cell laat dat al duidelijk horen.
Solo doet hij dat ook en meestal in samenwerkingsverband met andere artiesten.
Op Delirious / Theatre of Dreams doet Marc dat onder eigen naam
Deze EP begint met het duistere, dansbare Delirious ook wel Demented, Deluded, Delirious genoemd.
Kale strakke beats die zich kunnen afspelen in ondergrondse speelruimtes waar dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen: de geur van leer, de kettingen, het zweet..... met een beetje fantasie kom je al een heel eind. De sleazy Soft Cell periode komt inderdaad weer naar boven.
Theatre of Dreams neigt meer naar de electropop zoals we die hoorden op albums als Open All Night en Stranger Things. Het is een prima nummer maar net als mijn opmerkingen bij die albums vind ik deze sound ietwat gedateerd overkomen. De EP mag dan wel in 2005 zijn uitgebracht, dit nummer is ongetwijfeld ouder.
Love Narcosis doet me denken aan Björks There Is More to Life Than This in een wat versnelde versie. Elk moment verwacht ik die deur die dicht gaat waardoor je de muziek een stuk gedempter hoort zoals bij Björk het geval is. Veel bliepjes en piepjes en daardoor ook wel een ietwat nerveuze track die iets te lang doorgaat.
Delirious / Theatre of Dreams belichaamt een kant van Almond waar ik altijd wat meer moeite mee heb. Ik moet daar echt voor in de stemming zijn en dat heb ik met zijn andere werk echt nooit. Wil ik goede electropop dan kies ik ook liever voor Soft Cell. Neemt niet weg dat ik dit op z'n tijd ook best waardeer.
Solo doet hij dat ook en meestal in samenwerkingsverband met andere artiesten.
Op Delirious / Theatre of Dreams doet Marc dat onder eigen naam
Deze EP begint met het duistere, dansbare Delirious ook wel Demented, Deluded, Delirious genoemd.
Kale strakke beats die zich kunnen afspelen in ondergrondse speelruimtes waar dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen: de geur van leer, de kettingen, het zweet..... met een beetje fantasie kom je al een heel eind. De sleazy Soft Cell periode komt inderdaad weer naar boven.
Theatre of Dreams neigt meer naar de electropop zoals we die hoorden op albums als Open All Night en Stranger Things. Het is een prima nummer maar net als mijn opmerkingen bij die albums vind ik deze sound ietwat gedateerd overkomen. De EP mag dan wel in 2005 zijn uitgebracht, dit nummer is ongetwijfeld ouder.
Love Narcosis doet me denken aan Björks There Is More to Life Than This in een wat versnelde versie. Elk moment verwacht ik die deur die dicht gaat waardoor je de muziek een stuk gedempter hoort zoals bij Björk het geval is. Veel bliepjes en piepjes en daardoor ook wel een ietwat nerveuze track die iets te lang doorgaat.
Delirious / Theatre of Dreams belichaamt een kant van Almond waar ik altijd wat meer moeite mee heb. Ik moet daar echt voor in de stemming zijn en dat heb ik met zijn andere werk echt nooit. Wil ik goede electropop dan kies ik ook liever voor Soft Cell. Neemt niet weg dat ik dit op z'n tijd ook best waardeer.
Marc Almond - Enchanted (1990)

5,0
1
geplaatst: 21 juli 2008, 00:24 uur
Toen ik in 1987 kennis maakte met Marc solo (Mother Fist) was dat een bijzondere ervaring. Dit was toch wel anders dan de hitjes die ik toen van Soft Cell kende. De solo-albums die voor Mother Fist uitgebracht waren kende ik toen nog niet.
Een jaar later verscheen The Stars We Are en een heftige liefde was geboren en die is eigenlijk het meest consistent van allemaal gebleken na al die jaren. Het album dat nog het meest voor die heftige binding zorgde was dit Enchanted. Drie albums op rij waar ik zo verknocht aan raakte moet bijzonder genoemd worden.
Madame de la Luna heeft nog wel dat zeemans-achtige van Mother Fist in zich maar kent nu een wat wereldser uitstraling. Het is een charmant nummer waar accordeon voor de nodige zwier zorgt. Het nummer zet gelijk de toon voor de rest van het album wat één grote wervelwind zal blijken te zijn.
Waifs and strays is nog een singletje geweest maar wist niet echt de aandacht te trekken. Ook dit nummer kent de nodige zwierigheid. Het is een behoorlijk barok-getint album en daar zijn nummers als dit een toonbaar bewijs van. Ook heeft het wel wat kitscherigs in zich en dat komt misschien door de strijkers.
Het wereldse komt op The Desperate Hours terug in het Spaanse sfeertje met castagnetten en flamencogitaar. Ook dit is op single verschenen maar werd geen hit. Waar het vorige album hits wist te scoren daar zakte Almond met dit album al weer aardig terug op de hitladder.
We blijven even in de Spaanse hoek met Toreador in the rain wat een heerlijke meedeiner blijkt te zijn met uitstekende tekst. Nog steeds is dit één van mijn favoriete nummers van Enchanted. Alsof de draaimolen op de kermis op full speed staat.
Widow Weeds verlaat enigszins het spaanse pad en gooit er oosterse sferen tegenaan. Het blijkt een spannend nummer wat een hoop kanten op slingert: avontuurlijk, charmant en vooral betoverend.
Dan komen we aan bij de enigszins succesvolle hit (de enige) A Lover Spurned. De bijbehorende clip werd gemaakt door het franse duo Pierre et Gilles van wie ik ook een groot liefhebber ben. In die tijd werkte Marc vaak met deze mannen en de hoes van dit album is dan ook afkomstig van deze succesvolle artiesten die kitsch hoog in hun vaandel hebben staan. Dit nummer borduurt gevoelsmatig wat voort op de sound van The Stars We Are en misschien verklaart dat wel waarom dit nummer wel een hitje werd.
Eén van mijn favoriete Almond-nummers is Deaths Diary die gepeperd is met een Indiaas sausje. Het is een heerlijk opzwepend nummer waar ik maar geen genoeg van krijgen. Ook dit vind ik tekstueel gezien behoorlijk sterk.
The Sea Still Sings klinkt als een echte zeemansballade maar dan op een minder duistere manier zoals dat op Mother Fist gebeurde. Subtiel komen de klanken tot je en doen je langzaam opgaan in de golven van de zee.
Carnival of Life zet het wereldse voort en doet dat d.m.v. een frans tintje. Gastartieste Marie France is hier mede verantwoordelijk voor. Deze transeksueel is een bekendheid in Frankrijk en heeft vaker met Almond samengewerkt.
Afsluiter Orpheus in Red Velvet heeft wederom wat oosterse invloeden en klinkt erg filmisch. Het sluit Enchanted op grootse wijze behoorlijk kitscherig af. Kitsch met klasse zoals user dazzler het zo mooi verwoorde.
Nu ik dit album weer zo opnieuw heb beluisterd kan ik niet anders concluderen dan dat het me al bijna 20 jaar enorm weet op te zwepen zonder ook maar enigszins aan kracht in te boeten. Bij deze besluit ik dan ook dat er een halfje bij moet en dat het dus naar de volle 5* gaat.
Een jaar later verscheen The Stars We Are en een heftige liefde was geboren en die is eigenlijk het meest consistent van allemaal gebleken na al die jaren. Het album dat nog het meest voor die heftige binding zorgde was dit Enchanted. Drie albums op rij waar ik zo verknocht aan raakte moet bijzonder genoemd worden.
Madame de la Luna heeft nog wel dat zeemans-achtige van Mother Fist in zich maar kent nu een wat wereldser uitstraling. Het is een charmant nummer waar accordeon voor de nodige zwier zorgt. Het nummer zet gelijk de toon voor de rest van het album wat één grote wervelwind zal blijken te zijn.
Waifs and strays is nog een singletje geweest maar wist niet echt de aandacht te trekken. Ook dit nummer kent de nodige zwierigheid. Het is een behoorlijk barok-getint album en daar zijn nummers als dit een toonbaar bewijs van. Ook heeft het wel wat kitscherigs in zich en dat komt misschien door de strijkers.
Het wereldse komt op The Desperate Hours terug in het Spaanse sfeertje met castagnetten en flamencogitaar. Ook dit is op single verschenen maar werd geen hit. Waar het vorige album hits wist te scoren daar zakte Almond met dit album al weer aardig terug op de hitladder.
We blijven even in de Spaanse hoek met Toreador in the rain wat een heerlijke meedeiner blijkt te zijn met uitstekende tekst. Nog steeds is dit één van mijn favoriete nummers van Enchanted. Alsof de draaimolen op de kermis op full speed staat.
Widow Weeds verlaat enigszins het spaanse pad en gooit er oosterse sferen tegenaan. Het blijkt een spannend nummer wat een hoop kanten op slingert: avontuurlijk, charmant en vooral betoverend.
Dan komen we aan bij de enigszins succesvolle hit (de enige) A Lover Spurned. De bijbehorende clip werd gemaakt door het franse duo Pierre et Gilles van wie ik ook een groot liefhebber ben. In die tijd werkte Marc vaak met deze mannen en de hoes van dit album is dan ook afkomstig van deze succesvolle artiesten die kitsch hoog in hun vaandel hebben staan. Dit nummer borduurt gevoelsmatig wat voort op de sound van The Stars We Are en misschien verklaart dat wel waarom dit nummer wel een hitje werd.
Eén van mijn favoriete Almond-nummers is Deaths Diary die gepeperd is met een Indiaas sausje. Het is een heerlijk opzwepend nummer waar ik maar geen genoeg van krijgen. Ook dit vind ik tekstueel gezien behoorlijk sterk.
The Sea Still Sings klinkt als een echte zeemansballade maar dan op een minder duistere manier zoals dat op Mother Fist gebeurde. Subtiel komen de klanken tot je en doen je langzaam opgaan in de golven van de zee.
Carnival of Life zet het wereldse voort en doet dat d.m.v. een frans tintje. Gastartieste Marie France is hier mede verantwoordelijk voor. Deze transeksueel is een bekendheid in Frankrijk en heeft vaker met Almond samengewerkt.
Afsluiter Orpheus in Red Velvet heeft wederom wat oosterse invloeden en klinkt erg filmisch. Het sluit Enchanted op grootse wijze behoorlijk kitscherig af. Kitsch met klasse zoals user dazzler het zo mooi verwoorde.
Nu ik dit album weer zo opnieuw heb beluisterd kan ik niet anders concluderen dan dat het me al bijna 20 jaar enorm weet op te zwepen zonder ook maar enigszins aan kracht in te boeten. Bij deze besluit ik dan ook dat er een halfje bij moet en dat het dus naar de volle 5* gaat.
Marc Almond - I'm Not Anyone (2024)

4,0
1
geplaatst: 11 juli 2024, 18:05 uur
Marc Almond kondigde jaren geleden aan om geen albums meer op te nemen met eigen nummers. Daar kwam uiteindelijk niet veel van terecht omdat er gewoon albums werden uitgebracht met eigen composities.
Toch stelt Almond dat hij geen echte songwriter is en het fijn vindt om om de zoveel jaar een album met covers op te nemen.
In het verleden bracht hij Jacques uit: een eerbetoon aan Jacques Brel, en vrij snel daarna volgde Absinthe, een album waar nummers van chansonniers op stonden.
In 2007 verscheen Stardom Road, het eerste album na zijn zware motorongeluk. I'm Not Anyone gaat een beetje verder op die weg. Elf uiteenlopende artiesten / nummers die zo op het eerste gehoor niet veel met elkaar te maken hebben, maar door de nostalgische aanpak van Almond toch een mooi geheel vormen.
Cover-albums blijven altijd lastig, daar je gaat vergelijken met de originelen. Dat is hier voor mij niet zo'n probleem omdat we nu niet bepaald te maken hebben met grote hits. En over hits gesproken: Almond scoorde er met covers in het verleden goed mee. Denk aan Something's Gotten Hold of My Heart en Tainted Love (Soft Cell).
Op dit album zijn dit soort potentiële hits niet te vinden. I'm Not Anyone is typisch weer zo'n album dat vooral voor fans leuk is en dat wederom laat zien dat Marc Almond op zijn 67e nog steeds een enorm productief baasje is of dat nu met een nieuw solo-album is of eenieder welk project....
Dit album borduurt voort op zijn laatste werken. Almond is duidelijk niet van plan om de hitparades te bestormen en zingt nummers waar hij zijn ziel en zaligheid in kan leggen, en als wij als luisteraars dat dan leuk vinden is dat mooi meegenomen.
Zelf vind ik dit best een fijn album. Niet alles bevalt even goed (soms vind ik het iets te cheesy), maar dit is de weg die Almond al een tijdje bewandelt (ook live op het podium) en dat ligt hem wel denk ik. En tegenover de wat cheesy nummers staan dan weer nummers zoals het strijkersjuweel Smokey Day of het meer dan schitterende Chain Lightning en Trouble of the World (met Marc's backing vocalist Bryan Chambers in de hoofdrol, ook op Smokey Day trouwens). Niks mis met een portie nostalgie dat zich anno nu nog best staande kan weten te houden. Stardom Road vond ik indertijd geweldig, maar dat kan ook komen door het sentiment rondom zijn eerste levensteken op muzikaal gebied na een moment waarop iedereen dacht dat we Almond wel nooit meer zouden gaan zien of horen. I'm Not Anyone is gevoelsmatig een treetje lager, maar nog steeds erg genietbaar.
Toch stelt Almond dat hij geen echte songwriter is en het fijn vindt om om de zoveel jaar een album met covers op te nemen.
In het verleden bracht hij Jacques uit: een eerbetoon aan Jacques Brel, en vrij snel daarna volgde Absinthe, een album waar nummers van chansonniers op stonden.
In 2007 verscheen Stardom Road, het eerste album na zijn zware motorongeluk. I'm Not Anyone gaat een beetje verder op die weg. Elf uiteenlopende artiesten / nummers die zo op het eerste gehoor niet veel met elkaar te maken hebben, maar door de nostalgische aanpak van Almond toch een mooi geheel vormen.
Cover-albums blijven altijd lastig, daar je gaat vergelijken met de originelen. Dat is hier voor mij niet zo'n probleem omdat we nu niet bepaald te maken hebben met grote hits. En over hits gesproken: Almond scoorde er met covers in het verleden goed mee. Denk aan Something's Gotten Hold of My Heart en Tainted Love (Soft Cell).
Op dit album zijn dit soort potentiële hits niet te vinden. I'm Not Anyone is typisch weer zo'n album dat vooral voor fans leuk is en dat wederom laat zien dat Marc Almond op zijn 67e nog steeds een enorm productief baasje is of dat nu met een nieuw solo-album is of eenieder welk project....
Dit album borduurt voort op zijn laatste werken. Almond is duidelijk niet van plan om de hitparades te bestormen en zingt nummers waar hij zijn ziel en zaligheid in kan leggen, en als wij als luisteraars dat dan leuk vinden is dat mooi meegenomen.
Zelf vind ik dit best een fijn album. Niet alles bevalt even goed (soms vind ik het iets te cheesy), maar dit is de weg die Almond al een tijdje bewandelt (ook live op het podium) en dat ligt hem wel denk ik. En tegenover de wat cheesy nummers staan dan weer nummers zoals het strijkersjuweel Smokey Day of het meer dan schitterende Chain Lightning en Trouble of the World (met Marc's backing vocalist Bryan Chambers in de hoofdrol, ook op Smokey Day trouwens). Niks mis met een portie nostalgie dat zich anno nu nog best staande kan weten te houden. Stardom Road vond ik indertijd geweldig, maar dat kan ook komen door het sentiment rondom zijn eerste levensteken op muzikaal gebied na een moment waarop iedereen dacht dat we Almond wel nooit meer zouden gaan zien of horen. I'm Not Anyone is gevoelsmatig een treetje lager, maar nog steeds erg genietbaar.
Marc Almond - In Bluegate Fields (2008)
Alternatieve titel: Live at Wilton's Music Hall

4,5
0
geplaatst: 10 november 2008, 18:11 uur
Eindelijk heb ik deze combi audio/dvd binnen en ik zal me netjes houden qua score aan de cd versie, alhoewel de 10 nummers die nu niet op de audio-versie staan van absolute klasse zijn en een gemis vormen net als het nummer Vision waar ik het al eerder over had (deze Peter Hammill-cover staat op beide versies niet en werd wel gezongen tijdens deze shows).
Marc Almond - A creator and curator of song: in his hands the spirit of music hall lives on!
Aldus de achterkant van het hoesje. Een uitspraak waar ik me best in kan vinden. Almond geeft verschillende shows in verschillende settings en dat maakt hem uiterst boeiend om te volgen. Dit Wilton's-optreden is er eentje in de 'Sin songs, torch and romance' stijl. Geen grote hits, maar meer dramatischer nummers uitgevoerd op een wat sobere wijze (soms treedt ie slechts alleen met pianist Martin Watkins op). Hier in Wilton's zijn er wat meer artiesten te horen die met hem een duet aangaan of hem begeleiden. Opvallende namen hierin zijn uiteraard Little Annie en Baby Dee die ook verantwoordelijk is voor harp en accordeon.
Wilton's Music Hall is een bijzondere plaats om op te treden: het is gebouwd in Victoriaanse stijl en staat in Londen's East End.
Marc had er al eerder opgetreden en het heeft een bijzondere betekenis voor hem: niet alleen het historische aspect in de stad zelf maar vooral het feit dat dit de plaats was waar hij voor het eerst weer op het podium stond na zijn bijna fatale ongeluk in 2004 (dat is overigens niet dit optreden voor alle duidelijkheid).
Hij probeert de vibe van het gebouw te vangen in zijn keuze van nummers voor deze shows die gelukkig op audio en video zijn vastgelegd zodat meer mensen dit toch een beetje kunnen meemaken als ze dat willen.
When I Was a Young Man opent de cd-versie (op dvd is dat het Baby Dee nummer Safe Inside the Day waarin zij ook zelf speelt en zingt terwijl Marc na een paar minuten het podium opkomt en mee gaat zingen). Het is een traditional waarop pianist Martin Watkins een hoofdrol krijgt toebedeeld. Almond staat er om bekend dat hij soms tegen de toon aanzingt (zoals ook een Nick Cave dat doet). Wat me opvalt is dat dit steeds minder lijkt te worden en dat is opvallend voor iemand die lang heeft moeten herstellen en aanvankelijk niet eens fatsoenlijk meer kon praten. Het is een sfeervolle opener van de cd.
Almond heeft het over het vieren van het begin van het einde van de wereld in de Suicide Saloon. Opvallend is dat hij daar nogal mee bezig is: de toon is wat dat aan gaat behoorlijk somber. Het humeur van Almond daarentegen juist niet: hij lacht veel en is duidelijk goed gemutst. Het nummer is te plaatsen in de Mother Fist stijl en dat bevalt mij uiteraard erg goed als groot liefhebber van dat bewuste album.
Dan volgt het speciaal voor deze concertreeks geschreven Bluegate Fields. Een nummer dat hij samen met gitarist Neal Whitmore gecomponeerd heeft. Oscar Wilde's karakter Dorian Gray stond er model voor. Het is een rustig, melancholiek nummer waar piano, cello en accordeon subtiel samengaan.
Het nummer Kill Me Or Make Me Beautiful is een triest nummer geschreven voor homo's die in landen als Iran omgebracht worden om wie ze zijn. Maar hij maakt ook duidelijk dat de geest nooit gebroken kan worden door dit soort figuren vol haat. Op dit soort momenten besef je dan weer dat het hier in een land als Nederland nog goed vertoeven is. Ook hier zijn er mensen die anders-geaarden minachten en als minderwaardig beschouwen, maar vooralsnog kan er hier in redelijke vrijheid geleefd worden. Waakzaamheid is helaas wel van groot belang want het kan zo afgenomen worden (zie momenteel de VS: 'Yes we can', en we kiezen voor verandering maar gunnen dat de homosexuele medemens niet en ontnemen daar heel hypocriet mooi hun gelijke rechten door niet te mogen trouwen). Over het nummer zelf: ontroerende tekst en dat was echt even slikken! Zeker één van zijn mooiste nummers van de laatste jaren.....
Brel-cover The Devil (Okay) is vaker te vinden op het live-repertoire van Almond. Deze versie wijkt niet heel erg veel af van die op de onlangs verschenen EP Brel Extras. Op de dvd hebben we in de tussentijd al een paar zeer mooie nummers gehad in de vorm van Lonely-Go-Go-Dancer en The Desperate Ones (ook te vinden op de EP).
Dan volgt Cosmic Boxer, die op de dvd heel merkwaardig voor The Devil (Okay) geplaatst is. Dit nummer is geschreven door ene Bill Fay en is weer typisch zo'n pianoballad. Op dvd komt dan het juweeltje Lavender en dat mis ik toch wel op de audio-versie.
Het volgende nummer is voor alle Midnight souls en beautiful losers: Midnight Soul; een sober nummer gezongen met alleen piano als begeleiding.
Zangeres Celine zingt mee op Masculine Women, Feminine Men wat een heel oud nummer uit 1920 is en goed in de Wilton's stijl past.
Dan volgt het door gitaar begeleidde Soho, So Long en het leuke hiervan is dat dit weer niet op de dvd staat.
Miss Urania laat in het gesproken intro wederom een vrolijke Almond horen. Ook dit nummer is sober qua uitvoering met alleen Neal op gitaar en dat gaat ook op voor Three Monkey Tango.
For Only You is een eigen compositie en wederom opgebouwd rondom akoestische gitaarbegeleiding.
Little Annie bracht eerder dit jaar een album met covers uit en daarop staat Yesterday When I Was Young. Little Annie stond deze shows samen met Almond op het podium en is hier in duet te horen. Beide artiesten zijn Charles Aznavour-liefhebbers en behandelen zijn werk hier met respect.
Op dvd krijgen we dan weer een paar nummers die hier niet te horen zijn: Beggar, Weakness for Roses (een Baby Dee cover die tot mijn Almond favorieten is gaan behoren) en The Great Valerio.
Calvary is ook een Baby Dee nummer en gelukkig staat dit wel op de cd. Wat een prachtnummer is het origineel en hoe mooi blijft dat als Almond het vertolkt. Sober maar erg powerful is de beste omschrijving hiervoor.
Dan zien we op dvd een ouwetje in de vorm van Black Heart en gaan we hier verder met alweer een oud nummer, namelijk Gyp the Blood. Het krijgt in deze live uitvoering de behandeling die het verdient: Mother Fist-tijden herleven en ik vier het mee.
De cd sluit af met het titelnummer van mijn favoriete Almond album Mother Fist and Her Five Daughters: Mother Fist. Dit nummer over masturbatie blijft een heerlijk nummer en het is fijn dat het anno nu nog steeds niet vergeten wordt.
Dat laatste blijkt ook uit de dvd want die heeft Saint Judy en Torment nog als extra's.
Het laatste studio-album Stardom Road viel niet bij iedere liefhebber in de goede smaak (iets waar ik zelf geen last van heb). Mochten die liefhebbers wat zijn afgehaakt dan is het misschien slim om dit project weer op te pikken want we horen hier een Almond in vorm en een Almond zoals we hem kennen uit die oude periode.
Het maakt hem voor mij een bijzondere artiest die telkens weer weet te verrassen. Nu even geen Tainted Love, Tears Run Rings of Say Hello Wave Goodbye, maar schitterende nummers die minder bekend zijn en wel degelijk zeer geliefd.
Marc Almond - A creator and curator of song: in his hands the spirit of music hall lives on!
Aldus de achterkant van het hoesje. Een uitspraak waar ik me best in kan vinden. Almond geeft verschillende shows in verschillende settings en dat maakt hem uiterst boeiend om te volgen. Dit Wilton's-optreden is er eentje in de 'Sin songs, torch and romance' stijl. Geen grote hits, maar meer dramatischer nummers uitgevoerd op een wat sobere wijze (soms treedt ie slechts alleen met pianist Martin Watkins op). Hier in Wilton's zijn er wat meer artiesten te horen die met hem een duet aangaan of hem begeleiden. Opvallende namen hierin zijn uiteraard Little Annie en Baby Dee die ook verantwoordelijk is voor harp en accordeon.
Wilton's Music Hall is een bijzondere plaats om op te treden: het is gebouwd in Victoriaanse stijl en staat in Londen's East End.
Marc had er al eerder opgetreden en het heeft een bijzondere betekenis voor hem: niet alleen het historische aspect in de stad zelf maar vooral het feit dat dit de plaats was waar hij voor het eerst weer op het podium stond na zijn bijna fatale ongeluk in 2004 (dat is overigens niet dit optreden voor alle duidelijkheid).
Hij probeert de vibe van het gebouw te vangen in zijn keuze van nummers voor deze shows die gelukkig op audio en video zijn vastgelegd zodat meer mensen dit toch een beetje kunnen meemaken als ze dat willen.
When I Was a Young Man opent de cd-versie (op dvd is dat het Baby Dee nummer Safe Inside the Day waarin zij ook zelf speelt en zingt terwijl Marc na een paar minuten het podium opkomt en mee gaat zingen). Het is een traditional waarop pianist Martin Watkins een hoofdrol krijgt toebedeeld. Almond staat er om bekend dat hij soms tegen de toon aanzingt (zoals ook een Nick Cave dat doet). Wat me opvalt is dat dit steeds minder lijkt te worden en dat is opvallend voor iemand die lang heeft moeten herstellen en aanvankelijk niet eens fatsoenlijk meer kon praten. Het is een sfeervolle opener van de cd.
Almond heeft het over het vieren van het begin van het einde van de wereld in de Suicide Saloon. Opvallend is dat hij daar nogal mee bezig is: de toon is wat dat aan gaat behoorlijk somber. Het humeur van Almond daarentegen juist niet: hij lacht veel en is duidelijk goed gemutst. Het nummer is te plaatsen in de Mother Fist stijl en dat bevalt mij uiteraard erg goed als groot liefhebber van dat bewuste album.
Dan volgt het speciaal voor deze concertreeks geschreven Bluegate Fields. Een nummer dat hij samen met gitarist Neal Whitmore gecomponeerd heeft. Oscar Wilde's karakter Dorian Gray stond er model voor. Het is een rustig, melancholiek nummer waar piano, cello en accordeon subtiel samengaan.
Het nummer Kill Me Or Make Me Beautiful is een triest nummer geschreven voor homo's die in landen als Iran omgebracht worden om wie ze zijn. Maar hij maakt ook duidelijk dat de geest nooit gebroken kan worden door dit soort figuren vol haat. Op dit soort momenten besef je dan weer dat het hier in een land als Nederland nog goed vertoeven is. Ook hier zijn er mensen die anders-geaarden minachten en als minderwaardig beschouwen, maar vooralsnog kan er hier in redelijke vrijheid geleefd worden. Waakzaamheid is helaas wel van groot belang want het kan zo afgenomen worden (zie momenteel de VS: 'Yes we can', en we kiezen voor verandering maar gunnen dat de homosexuele medemens niet en ontnemen daar heel hypocriet mooi hun gelijke rechten door niet te mogen trouwen). Over het nummer zelf: ontroerende tekst en dat was echt even slikken! Zeker één van zijn mooiste nummers van de laatste jaren.....
Brel-cover The Devil (Okay) is vaker te vinden op het live-repertoire van Almond. Deze versie wijkt niet heel erg veel af van die op de onlangs verschenen EP Brel Extras. Op de dvd hebben we in de tussentijd al een paar zeer mooie nummers gehad in de vorm van Lonely-Go-Go-Dancer en The Desperate Ones (ook te vinden op de EP).
Dan volgt Cosmic Boxer, die op de dvd heel merkwaardig voor The Devil (Okay) geplaatst is. Dit nummer is geschreven door ene Bill Fay en is weer typisch zo'n pianoballad. Op dvd komt dan het juweeltje Lavender en dat mis ik toch wel op de audio-versie.
Het volgende nummer is voor alle Midnight souls en beautiful losers: Midnight Soul; een sober nummer gezongen met alleen piano als begeleiding.
Zangeres Celine zingt mee op Masculine Women, Feminine Men wat een heel oud nummer uit 1920 is en goed in de Wilton's stijl past.
Dan volgt het door gitaar begeleidde Soho, So Long en het leuke hiervan is dat dit weer niet op de dvd staat.
Miss Urania laat in het gesproken intro wederom een vrolijke Almond horen. Ook dit nummer is sober qua uitvoering met alleen Neal op gitaar en dat gaat ook op voor Three Monkey Tango.
For Only You is een eigen compositie en wederom opgebouwd rondom akoestische gitaarbegeleiding.
Little Annie bracht eerder dit jaar een album met covers uit en daarop staat Yesterday When I Was Young. Little Annie stond deze shows samen met Almond op het podium en is hier in duet te horen. Beide artiesten zijn Charles Aznavour-liefhebbers en behandelen zijn werk hier met respect.
Op dvd krijgen we dan weer een paar nummers die hier niet te horen zijn: Beggar, Weakness for Roses (een Baby Dee cover die tot mijn Almond favorieten is gaan behoren) en The Great Valerio.
Calvary is ook een Baby Dee nummer en gelukkig staat dit wel op de cd. Wat een prachtnummer is het origineel en hoe mooi blijft dat als Almond het vertolkt. Sober maar erg powerful is de beste omschrijving hiervoor.
Dan zien we op dvd een ouwetje in de vorm van Black Heart en gaan we hier verder met alweer een oud nummer, namelijk Gyp the Blood. Het krijgt in deze live uitvoering de behandeling die het verdient: Mother Fist-tijden herleven en ik vier het mee.
De cd sluit af met het titelnummer van mijn favoriete Almond album Mother Fist and Her Five Daughters: Mother Fist. Dit nummer over masturbatie blijft een heerlijk nummer en het is fijn dat het anno nu nog steeds niet vergeten wordt.
Dat laatste blijkt ook uit de dvd want die heeft Saint Judy en Torment nog als extra's.
Het laatste studio-album Stardom Road viel niet bij iedere liefhebber in de goede smaak (iets waar ik zelf geen last van heb). Mochten die liefhebbers wat zijn afgehaakt dan is het misschien slim om dit project weer op te pikken want we horen hier een Almond in vorm en een Almond zoals we hem kennen uit die oude periode.
Het maakt hem voor mij een bijzondere artiest die telkens weer weet te verrassen. Nu even geen Tainted Love, Tears Run Rings of Say Hello Wave Goodbye, maar schitterende nummers die minder bekend zijn en wel degelijk zeer geliefd.
Marc Almond - In Session, Volume 2 (2003)

3,5
0
geplaatst: 16 mei 2007, 16:35 uur
Als je volume 1 hebt moet je zorgen dat je volume 2 ook in bezit hebt, en zo gezegd zo gedaan.
Net als bij volume 1 zet de BBC ook hier weer hun schatkamer open.
De eerste 7 tracks komen voornamelijk uit 1985 sessies met werk van het album Stories of Johnny.
Daarnaast is er ook een Heart-medley met daarop de Ray Charles cover Unchain My Heart in combinatie met Black Heart (van het schitterende album Torment and Toreros) en de b-kant Take My Heart.
De volgende nummers dateren voornamelijk ook uit 1985 en richten zich meer op Vermin in Ermine. Leuk is ook eens compleet andere versies te horen van wat later op het album Fantastic Star terecht kwam, nl. Adored and Explored en We Need Jealousy.
Bedsitter is dan weer een Soft Cell nummer dat hier in een wat andere versie gezongen wordt.
Voer voor de fans, niet-fans kunnen zich beter eerst op het reguliere werk richten.
Net als bij volume 1 zet de BBC ook hier weer hun schatkamer open.
De eerste 7 tracks komen voornamelijk uit 1985 sessies met werk van het album Stories of Johnny.
Daarnaast is er ook een Heart-medley met daarop de Ray Charles cover Unchain My Heart in combinatie met Black Heart (van het schitterende album Torment and Toreros) en de b-kant Take My Heart.
De volgende nummers dateren voornamelijk ook uit 1985 en richten zich meer op Vermin in Ermine. Leuk is ook eens compleet andere versies te horen van wat later op het album Fantastic Star terecht kwam, nl. Adored and Explored en We Need Jealousy.
Bedsitter is dan weer een Soft Cell nummer dat hier in een wat andere versie gezongen wordt.
Voer voor de fans, niet-fans kunnen zich beter eerst op het reguliere werk richten.
Marc Almond - Live at the Liverpool Philharmonic Hall, 1992 (2000)

3,5
0
geplaatst: 19 januari 2011, 22:44 uur
Marc heeft in het verleden vaker optredens gegeven met alleen Martin Watkins op piano. Intieme setting en gestripte versies van zijn nummers.
Ik denk dat dit soort optredens geweldig zijn om bij te wonen maar minder goed te vangen op cd. Dat ervaar ik ook op de albums Live at the Union Chapel, 12 December 2000 en The Willing Sinner. Op zichzelfstaand zijn de nummers vaak schitterend, maar een heel album achter elkaar wordt mij toch vaak een te lange zit.
Gelukkig bestaat er zoiets als shuffle en als ik dan wat nummers van dit optreden terug hoor komen ben ik meer dan tevreden en is het leuk andere versies terug te horen gezongen vol passie en vooral ook met speelplezier. Zo'n opener als Fun City is een regelrechte aanwinst op zijn oeuvre in deze gestripte versie.
Almond is live een enthousiaste entertainer die zich helemaal geeft voor zijn publiek en daarmee één weet te worden.
Misschien niet goed terug te horen op albums als deze, maar geloof me: het is zo
Ik denk dat dit soort optredens geweldig zijn om bij te wonen maar minder goed te vangen op cd. Dat ervaar ik ook op de albums Live at the Union Chapel, 12 December 2000 en The Willing Sinner. Op zichzelfstaand zijn de nummers vaak schitterend, maar een heel album achter elkaar wordt mij toch vaak een te lange zit.
Gelukkig bestaat er zoiets als shuffle en als ik dan wat nummers van dit optreden terug hoor komen ben ik meer dan tevreden en is het leuk andere versies terug te horen gezongen vol passie en vooral ook met speelplezier. Zo'n opener als Fun City is een regelrechte aanwinst op zijn oeuvre in deze gestripte versie.
Almond is live een enthousiaste entertainer die zich helemaal geeft voor zijn publiek en daarmee één weet te worden.
Misschien niet goed terug te horen op albums als deze, maar geloof me: het is zo

Marc Almond - Marc in Soho (2009)
Alternatieve titel: Live at the London Palladium Soho Jazz Festival 1986

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2009, 16:14 uur
Toen dit live-album aangekondigd werd wist ik dat de kwaliteit matig zou zijn. Al jaren schijnt dit album als bootleg in omloop te zijn en omdat Marc Almond er blijkbaar zelf nogal veel om gaf is het nu officieel uitgebracht via zijn eigen website.
Toch blijft het het hele album lang parten spelen bij mij. Bootlegs zijn leuk maar de kwaliteit verlaagt het luisterplezier toch regelmatig bij mij.
Om die reden heb ik in het verleden een flink aantal Prince- en Smashing Pumpkins bootlegs (de enige artiesten waar ik bootlegs van heb en had) de deur uit gedaan.
Nu heb ik er dus eentje bij in de vorm van dit Almond-concert uit 1986 en nog legaal ook.
Zoals ik al zei verlaagt de kwaliteit het luisterplezier, waarom ik dan toch op 3,5* uitkom is de enorme kwaliteit van het optreden: sowieso ligt de nadruk op mijn favoriete album Mother Fist en daarbij is Marc gigantisch goed bij stem. Muzikaal spat het er ook van af en we hebben dan gelijk te maken met een zeer geweldig optreden waar ik maar wat graag bij had willen zijn.
Als ik puur daar op af ga dan is het een hele dikke 4,5*, maar de kwaliteit en toch ook het gegeven dat het een live-album betreft (live moet je eigenlijk niet willen kopen, daar moet je bij zijn) zorgen er voor dat ik een vol punt er af haal.
Een veilige score? Ja, maar wel voor een niet veilig optreden van een zeer bijzondere artiest.
Toch blijft het het hele album lang parten spelen bij mij. Bootlegs zijn leuk maar de kwaliteit verlaagt het luisterplezier toch regelmatig bij mij.
Om die reden heb ik in het verleden een flink aantal Prince- en Smashing Pumpkins bootlegs (de enige artiesten waar ik bootlegs van heb en had) de deur uit gedaan.
Nu heb ik er dus eentje bij in de vorm van dit Almond-concert uit 1986 en nog legaal ook.
Zoals ik al zei verlaagt de kwaliteit het luisterplezier, waarom ik dan toch op 3,5* uitkom is de enorme kwaliteit van het optreden: sowieso ligt de nadruk op mijn favoriete album Mother Fist en daarbij is Marc gigantisch goed bij stem. Muzikaal spat het er ook van af en we hebben dan gelijk te maken met een zeer geweldig optreden waar ik maar wat graag bij had willen zijn.
Als ik puur daar op af ga dan is het een hele dikke 4,5*, maar de kwaliteit en toch ook het gegeven dat het een live-album betreft (live moet je eigenlijk niet willen kopen, daar moet je bij zijn) zorgen er voor dat ik een vol punt er af haal.
Een veilige score? Ja, maar wel voor een niet veilig optreden van een zeer bijzondere artiest.
Marc Almond - Mother Fist and Her Five Daughters (1987)

5,0
1
geplaatst: 20 januari 2007, 13:36 uur
Ik weet dat ik dit stuk ga schrijven voor laten we zeggen 2 of 3 mensen op deze site, want op de een of andere manier blijft deze meneer heel erg in de schaduw staan.
Opmerkelijk. Gisteren luisterde ik naar Ocean Rain van Echo & the Bunnymen en ik hoorde er veel Marc Almond in terug. M.a.w. er zitten overlappingen. Momenteel is The Magic Position van Patrick Wolf een enorme favoriet en ook daar hoor je Almond in terug (was al zo op voorganger Wind in the Wires).
Je zou dus kunnen stellen dat de belangstelling iets groter zou kunnen zijn dan die 10 miezerige stemmen die dit album nu heeft.
Ik vrees dat het met het imago van Almond zelf te maken heeft. Velen vinden het toch een vreemd, beetje ranzig mannetje met zijn nichterige maniertjes en daardoor komen ze vaak niet veel verder dan de Soft Cell hit Tainted Love.
Erg jammer, want naast de vele kitsch die hij soms op ons bordje gooit (en die niet altijd even goed uitpakt) is dit album een ongeslepen diamant. Liefhebbers van de Berlijn-cabaret achtige periode van b.v. een Lou Reed of David Bowie zouden dit ook op zijn minst eens moeten gaan proberen........
Het begint al met de donkere opener Mother Fist: alsof je een of andere zeemanskroeg binnenstapt waar duistere praktijken plaatsvinden. De muzikale begeleiding geeft het een exotisch tintje waardoor dit nummer nog broeieriger weet over te komen. Dit nummer verenigt de 2 kanten waar Almond sterk in is: de experimentele kant en de pop/kitsch-kant. Waar hij op één dezer gebieden wel eens te ver doorslaat is dat in dit nummer perfect gedaan.
En voor de geinteresseerden: dit nummer is een ode aan masturbatie.
There Is A Bed heeft ook dat 'leven in de goot' gevoel (voor wat dat ook moge zijn, want ik heb er geen ervaring mee: het klinkt altijd wel lekker).
Ook hier is de begeleidingsband The Willing Sinners weer onovertroffen bezig. Wat me ook opvalt is dat Almond zijn zang hier redelijk beheerst ten gehore brengt. Geen gegalm net over het randje, maar er net tegen aan waardoor het helemaal klopt.
Saint Judy klinkt sleazy, goor en plakkerig. Hier is de inzet van de trompet mede verantwoordelijk voor. De Judy waarover Almond zingt is Judy Garland.
Zo moet het klinken als je dat zeemanscafé hebt verlaten en je over de straten richting nowhere loopt te zwalken.
The Room Below is de plaats waar je na de nachtelijke zwalkpartij door steegjes en straatjes terecht bent gekomen. Op de achtergrond piano die de sfeer nogal desolaat weet te maken. Een nummer waar je al je zonden kunt overpeinzen.
Zei ik zonden? Welnee, alles heeft een reden dus laten we overgaan tot de orde van de dag. Vergeet de nacht: we feesten gewoon door op Angel In Her Kiss.
Maar na zo'n lange nacht valt gewoon verder feesten niet mee en is een lange wandeling over de kades zo slecht nog niet. Op The Hustler schiet er dan van alles door je heen. Heeft het eigenlijk wel zin om terug te kijken?
Het nummer kent wederom een mooie, subtiele instrumentatie en ook hier weet Almond zich vocaal goed in toom te houden.
Melancholy Rose laat licht in de duisternis zien. Het is een wat zwierige, barokke song. Ik ben altijd wel verzot op dit soort nummers en ik wil het daarom zeker ook wel een favoriet op dit prachtige album noemen.
Bij Mr Sad moet ik altijd een beetje aan het oudere werk van Adam Ant denken. Misschien door het gefluit in dit nummer, ik durf het niet te zeggen want eigenlijk is dit toch een compleet andere stijl. Heel cabaretesque. Die Berlijn-periode he: hier zeer duidelijk aanwezig. Alsof de dag zo weer om is en we alweer in de theaters te vinden zijn om de nacht eens van een goede herstart te voorzien.
The Sea Says klinkt weer als een zwierige zeemansballad. Hier komt het kitscherige randje waar Almond zich vaak van bedient goed naar voren, maar ook hier kunnen we gerust stellen dat het nergens de bocht uit vliegt.
Champ is een nummer waar ik telkens wat verschillend tegenaan kijk. De ene keer gaat het een beetje langs me heen, maar op andere momenten is het bijna een van de grote hoogtepunten. Het gebruik van de yang t'chin geeft ook dit nummer een exotisch randje (wat ook in andere nummers op dit album het geval is).
Op Ruby Red speelt de yang t'chin ook een hoofdrol, en wat een vrolijk, feestelijk nummer is dit toch. Hoezo donker en duister? Er mag op dit album ook wel degelijk een feestje gebouwd worden!
Het is een heel klein hitje geweest indertijd. Uiteraard veel te klein....
Afsluiter The River past goed in de lijn van voorgaande albums als Stories of Johnny en Vermin in Ermine. Heel soms heb ik wel eens het gevoel dat dit nummer ook is blijven liggen uit die sessies, maar als dat zo is dan past het mooi op dit album.
Tja en hiermee moeten jullie het dan maar doen. Of schrijf ik dit nu gewoon voor mezelf en ben ik de enige die dit zo af en toe nog eens terug zal lezen hier.
Het kan allemaal. Aan de ene kant vind ik het jammer dat mensen met een grote boog om dit album heenlopen om wat voor reden ook, aan de andere kant is het natuurlijk ook wel erg prettig om je eigen diamanten te koesteren en niet te hoeven delen.
Feit is dat dit album een van mijn favorieten uit mijn toch aardig grote collectie is geworden en ik ben van plan dat voorlopig nog even zo te houden.
Opmerkelijk. Gisteren luisterde ik naar Ocean Rain van Echo & the Bunnymen en ik hoorde er veel Marc Almond in terug. M.a.w. er zitten overlappingen. Momenteel is The Magic Position van Patrick Wolf een enorme favoriet en ook daar hoor je Almond in terug (was al zo op voorganger Wind in the Wires).
Je zou dus kunnen stellen dat de belangstelling iets groter zou kunnen zijn dan die 10 miezerige stemmen die dit album nu heeft.
Ik vrees dat het met het imago van Almond zelf te maken heeft. Velen vinden het toch een vreemd, beetje ranzig mannetje met zijn nichterige maniertjes en daardoor komen ze vaak niet veel verder dan de Soft Cell hit Tainted Love.
Erg jammer, want naast de vele kitsch die hij soms op ons bordje gooit (en die niet altijd even goed uitpakt) is dit album een ongeslepen diamant. Liefhebbers van de Berlijn-cabaret achtige periode van b.v. een Lou Reed of David Bowie zouden dit ook op zijn minst eens moeten gaan proberen........
Het begint al met de donkere opener Mother Fist: alsof je een of andere zeemanskroeg binnenstapt waar duistere praktijken plaatsvinden. De muzikale begeleiding geeft het een exotisch tintje waardoor dit nummer nog broeieriger weet over te komen. Dit nummer verenigt de 2 kanten waar Almond sterk in is: de experimentele kant en de pop/kitsch-kant. Waar hij op één dezer gebieden wel eens te ver doorslaat is dat in dit nummer perfect gedaan.
En voor de geinteresseerden: dit nummer is een ode aan masturbatie.
There Is A Bed heeft ook dat 'leven in de goot' gevoel (voor wat dat ook moge zijn, want ik heb er geen ervaring mee: het klinkt altijd wel lekker).
Ook hier is de begeleidingsband The Willing Sinners weer onovertroffen bezig. Wat me ook opvalt is dat Almond zijn zang hier redelijk beheerst ten gehore brengt. Geen gegalm net over het randje, maar er net tegen aan waardoor het helemaal klopt.
Saint Judy klinkt sleazy, goor en plakkerig. Hier is de inzet van de trompet mede verantwoordelijk voor. De Judy waarover Almond zingt is Judy Garland.
Zo moet het klinken als je dat zeemanscafé hebt verlaten en je over de straten richting nowhere loopt te zwalken.
The Room Below is de plaats waar je na de nachtelijke zwalkpartij door steegjes en straatjes terecht bent gekomen. Op de achtergrond piano die de sfeer nogal desolaat weet te maken. Een nummer waar je al je zonden kunt overpeinzen.
Zei ik zonden? Welnee, alles heeft een reden dus laten we overgaan tot de orde van de dag. Vergeet de nacht: we feesten gewoon door op Angel In Her Kiss.
Maar na zo'n lange nacht valt gewoon verder feesten niet mee en is een lange wandeling over de kades zo slecht nog niet. Op The Hustler schiet er dan van alles door je heen. Heeft het eigenlijk wel zin om terug te kijken?
Het nummer kent wederom een mooie, subtiele instrumentatie en ook hier weet Almond zich vocaal goed in toom te houden.
Melancholy Rose laat licht in de duisternis zien. Het is een wat zwierige, barokke song. Ik ben altijd wel verzot op dit soort nummers en ik wil het daarom zeker ook wel een favoriet op dit prachtige album noemen.
Bij Mr Sad moet ik altijd een beetje aan het oudere werk van Adam Ant denken. Misschien door het gefluit in dit nummer, ik durf het niet te zeggen want eigenlijk is dit toch een compleet andere stijl. Heel cabaretesque. Die Berlijn-periode he: hier zeer duidelijk aanwezig. Alsof de dag zo weer om is en we alweer in de theaters te vinden zijn om de nacht eens van een goede herstart te voorzien.
The Sea Says klinkt weer als een zwierige zeemansballad. Hier komt het kitscherige randje waar Almond zich vaak van bedient goed naar voren, maar ook hier kunnen we gerust stellen dat het nergens de bocht uit vliegt.
Champ is een nummer waar ik telkens wat verschillend tegenaan kijk. De ene keer gaat het een beetje langs me heen, maar op andere momenten is het bijna een van de grote hoogtepunten. Het gebruik van de yang t'chin geeft ook dit nummer een exotisch randje (wat ook in andere nummers op dit album het geval is).
Op Ruby Red speelt de yang t'chin ook een hoofdrol, en wat een vrolijk, feestelijk nummer is dit toch. Hoezo donker en duister? Er mag op dit album ook wel degelijk een feestje gebouwd worden!
Het is een heel klein hitje geweest indertijd. Uiteraard veel te klein....
Afsluiter The River past goed in de lijn van voorgaande albums als Stories of Johnny en Vermin in Ermine. Heel soms heb ik wel eens het gevoel dat dit nummer ook is blijven liggen uit die sessies, maar als dat zo is dan past het mooi op dit album.
Tja en hiermee moeten jullie het dan maar doen. Of schrijf ik dit nu gewoon voor mezelf en ben ik de enige die dit zo af en toe nog eens terug zal lezen hier.
Het kan allemaal. Aan de ene kant vind ik het jammer dat mensen met een grote boog om dit album heenlopen om wat voor reden ook, aan de andere kant is het natuurlijk ook wel erg prettig om je eigen diamanten te koesteren en niet te hoeven delen.
Feit is dat dit album een van mijn favorieten uit mijn toch aardig grote collectie is geworden en ik ben van plan dat voorlopig nog even zo te houden.
Marc Almond - Open All Night (1999)

4,0
1
geplaatst: 20 april 2010, 23:44 uur
Krakend gaat Open All Night van start d.m.v. Night & Dark; de viool zet in en een zwoel nummer gaat van start.
Open All Night is altijd een twijfelgevalletje geweest voor mij. Ik vond het een geweldig album maar had altijd het gevoel dat het te veel tijdsgebonden was en misschien ook wel daardoor werd het een album dat ik minder vaak draaide als vele andere van deze artiest (Stranger Things dat hierna kwam misschien nog wel minder).
R&B, cabaret, electronica, disco, pop, soul..... het zit er allemaal in en hij vermengt het tot een alleraardigst geheel.
Belofte maakt schuld en daarom ben ik dit album weer eens aandachtig gaan beluisteren om te kijken of dit net als in andere gevallen beter of juist minder aanslaat bij mij.
Na een opener als deze kan ik alleen maar zeggen dat ik er eigenlijk heel veel zin in had gekregen om alle 12 volgende nummers ook weer eens te gaan horen, want het was een verfrissende hernieuwde kennismaking. En dat alles in het kader van de release van een zg. 'Expanded 2-Disc Collector's Edition'. De eerste uit een serie van vele (laten we hopen dat ze woord houden).
Het 'zeemansgeluid' van Mother Fist zit er wel weer in maar is op dit album aangepast naar de tijd van uitbrengen. Daardoor iets minder tijdloos en dat hoor je zeker al op Bedroom Shrine. Het lijkt een beetje een 'uit-de-mouw-schudt-nummer'. Poppy, catchy, maar mist een bepaalde vibe waarmee het een anthem zou kunnen worden als b.v. Tears Run Rings dat is.
Single Tragedy (Take a Look and See) is in de loop der jaren een blijvertje gebleken terwijl het misschien wel het meest tijdsgebonden nummer is. Ik was in die tijd verzot op dit soort nummers. Trip-hop zoals ook Hooverphonic het maakte: meer poppy dan een Portishead en toch nog steeds goed behapbaar. Heerlijk zoals de strijkers schmieren en daarover de warme stem van Almond die hier opvallend minder vaak 'ernaast zingt'. Misschien ook wel een ietwat klef nummer maar dat kan mij niet deren.
Met Black Kiss heb ik altijd een haat-liefde verhouding gehad. Toen ik de live versie hoorde die op de nu toegevoegde tweede cd staat besefte ik dat weer ten volle. Zijn het die Pomba Gira-kreten van Henrique da Silva? Ja, ik denk het wel, want hoor ik de koortjes dan vind ik het weer een heerlijk swingend nummer. Tegenstrijdigheden alom en zelfs nu ben ik er niet uit: aan de ene kant geweldig en aan de andere kant irriterend.
Almost Diamonds is voor mij altijd een wat onopvallend nummer geweest, maar in mijn herbeluistering kwamen de herinneringen toch wel weer naar boven en bleek het helemaal niet zo onopvallend te zijn als ik in gedachten had. Het ademt weer een beetje het triphop gevoel uit en de zang van Kelly Ali benadrukt dat nog eens extra. Hun stemmen vermengen zich ook wonderlijk mooi met elkaar en de viool maakt het plaatje af. Overigens schreef Ali dit nummer samen met Almond en vaste medewerker Neal X.
Het nachtclubsfeertje waar Almond zich nog wel eens in wil begeven komt terug op Scarlet Bedroom. Prima nummertje maar niet al te opvallend verder. Wel lekker om de blazers hier te horen.
My Love klinkt wat niemandallerig maar is juist een nummer waar ik altijd een enorm zwak voor heb gehad. Het is luchtig door toedoen van de mondharmonica en valt op dit album ietwat uit de toon. Je zou haast denken dat het een overblijfsel is van het album Fantastic Star waar meer van dit soort nummers op stonden. Extra opmerkelijk is dan het feit dat juist dat album niet zo heel erg geliefd is door mij.
Heart in Velvet is wat minder hitgevoelig. Nu staan er sowieso weinig hitgevoelige nummers op Open All Night, maar ontoegankelijk wil ik het nu ook weer niet noemen. Een lome beat dicteert hier het nummer waarop Marc zijn vocalen flink over- en doorheen kan laten kronkelen. Het klinkt misschien gek om te zeggen; maar ik ben nooit zo'n groot liefhebber geweest van het gitaarspel van Neal X (ex- Sigue Sigue Sputnik). Dat is heel opmerkelijk omdat Neal al sinds de jaren '90 de vaste medewerker is van Marc en verantwoordelijk is voor zijn sound. Een sound die ik zeker wel waardeer maar niet mijn voorkeur heeft zoals zijn jaren '80 werk met o.a. Annie Hogan. Als ik dan dit nummer hoor dan onderstreept dat mijn gevoel hierover toch weer eens. Ook de live-optredens van Marc lijden in mijn optiek iets te veel aan dit 'euvel'. Ik stoor me er niet aan, maar echt heel erg mooi kan ik zijn spel dus ook niet vinden helaas.
Titelsong Open All Night heeft ietwat oosters in zich, een stijltje dat we vaker terug hebben gehoord in het werk van Marc Almond.
Iets te geforceerd hip af en toe maar verder een degelijk nummer dat ik prima weet te waarderen (er zit zelfs een hint richting Madonna in met de passage Erotic, Erotic: of dit bewust is weet ik niet maar de gelijkenis is even heel treffend).
Dan volgt het duet met Siouxsie genaamd Threat of Love. Een paar jaar hiervoor ging zij in duet met Morrissey en dat werd me een schitterend nummer genaamd Interlude. Die twee gingen perfect samen qua stem. Met Marc blijft de magie enigszins uit. Qua artiesten liggen ze dan weer wel redelijk dicht bij elkaar, want de Marc uit de jaren '80 zat toch echt wel in dezelfde hoek als waar Siouxsie zat. Threat of Love is best een leuk nummer, maar ergens mis ik iets waardoor het zou kunnen uitgroeien tot de hoogtes die Siouxie met Morrissey wel voor elkaar kreeg. Misschien klinkt het iets te geforceerd in mijn oren. Wel doen de strijkers me een beetje denken aan de tijd rond The Stars We Are.
Bad People Kiss heeft op de 2010-editie een licht gewijzigde titel in When Bad People Kiss (is ook wat hij zingt). Dit nummer is me door toevoeging van een original version op disc 2 veel meer gaan opvallen. Die oerversie op piano is wonderlijk mooi. Het origineel zoals we het kennen heeft een jazzy sfeer met de bas in de hoofdrol. Een beetje sleazy maar niet meer smerig als in oude tijden. Ook in deze versie wel weer mooi pianospel. Vreemd dat dit nummer me nooit zo is opgevallen zoals het me nu wel opvalt.
Sleepwalker heeft weer een beetje de sound die op dit album toch wel de rode draad vormt. Het is een wat dromerig nummer met een hip sausje. Almond zingt hier vrij ingetogen op een nummer dat rustig voortgaat tot er halverwege even een soort kleine explosie plaatsvindt die al weer voorbij is eer je er erg in hebt. Op disc 2 staat de demo-versie.
Afsluiter Midnight Soul is een nachtclub-ballade die het album in sfeer eindigt. Het kondigt ook wel een beetje de richting aan waarin Almond zich meer en meer is gaan begeven.
Open All Night is het één-na-laatste zelfgeschreven album (Stranger Things was de laatste) en dit jaar zal in juni waarschijnlijk echt zijn allerlaatste album van eigen hand verschijnen (genaamd Varieté). Almond zal zich dan alleen nog maar bezig gaan houden met andermans werk. Dat deed hij toch al wel, maar wisselde het af met eigen werk.
Dit album is een prima album: niet zo spannend als sommige oudere albums, minder pakkend voor de massa ook, maar desalnietemin zeer plezierig om naar te luisteren.
Open All Night is altijd een twijfelgevalletje geweest voor mij. Ik vond het een geweldig album maar had altijd het gevoel dat het te veel tijdsgebonden was en misschien ook wel daardoor werd het een album dat ik minder vaak draaide als vele andere van deze artiest (Stranger Things dat hierna kwam misschien nog wel minder).
R&B, cabaret, electronica, disco, pop, soul..... het zit er allemaal in en hij vermengt het tot een alleraardigst geheel.
Belofte maakt schuld en daarom ben ik dit album weer eens aandachtig gaan beluisteren om te kijken of dit net als in andere gevallen beter of juist minder aanslaat bij mij.
Na een opener als deze kan ik alleen maar zeggen dat ik er eigenlijk heel veel zin in had gekregen om alle 12 volgende nummers ook weer eens te gaan horen, want het was een verfrissende hernieuwde kennismaking. En dat alles in het kader van de release van een zg. 'Expanded 2-Disc Collector's Edition'. De eerste uit een serie van vele (laten we hopen dat ze woord houden).
Het 'zeemansgeluid' van Mother Fist zit er wel weer in maar is op dit album aangepast naar de tijd van uitbrengen. Daardoor iets minder tijdloos en dat hoor je zeker al op Bedroom Shrine. Het lijkt een beetje een 'uit-de-mouw-schudt-nummer'. Poppy, catchy, maar mist een bepaalde vibe waarmee het een anthem zou kunnen worden als b.v. Tears Run Rings dat is.
Single Tragedy (Take a Look and See) is in de loop der jaren een blijvertje gebleken terwijl het misschien wel het meest tijdsgebonden nummer is. Ik was in die tijd verzot op dit soort nummers. Trip-hop zoals ook Hooverphonic het maakte: meer poppy dan een Portishead en toch nog steeds goed behapbaar. Heerlijk zoals de strijkers schmieren en daarover de warme stem van Almond die hier opvallend minder vaak 'ernaast zingt'. Misschien ook wel een ietwat klef nummer maar dat kan mij niet deren.
Met Black Kiss heb ik altijd een haat-liefde verhouding gehad. Toen ik de live versie hoorde die op de nu toegevoegde tweede cd staat besefte ik dat weer ten volle. Zijn het die Pomba Gira-kreten van Henrique da Silva? Ja, ik denk het wel, want hoor ik de koortjes dan vind ik het weer een heerlijk swingend nummer. Tegenstrijdigheden alom en zelfs nu ben ik er niet uit: aan de ene kant geweldig en aan de andere kant irriterend.
Almost Diamonds is voor mij altijd een wat onopvallend nummer geweest, maar in mijn herbeluistering kwamen de herinneringen toch wel weer naar boven en bleek het helemaal niet zo onopvallend te zijn als ik in gedachten had. Het ademt weer een beetje het triphop gevoel uit en de zang van Kelly Ali benadrukt dat nog eens extra. Hun stemmen vermengen zich ook wonderlijk mooi met elkaar en de viool maakt het plaatje af. Overigens schreef Ali dit nummer samen met Almond en vaste medewerker Neal X.
Het nachtclubsfeertje waar Almond zich nog wel eens in wil begeven komt terug op Scarlet Bedroom. Prima nummertje maar niet al te opvallend verder. Wel lekker om de blazers hier te horen.
My Love klinkt wat niemandallerig maar is juist een nummer waar ik altijd een enorm zwak voor heb gehad. Het is luchtig door toedoen van de mondharmonica en valt op dit album ietwat uit de toon. Je zou haast denken dat het een overblijfsel is van het album Fantastic Star waar meer van dit soort nummers op stonden. Extra opmerkelijk is dan het feit dat juist dat album niet zo heel erg geliefd is door mij.
Heart in Velvet is wat minder hitgevoelig. Nu staan er sowieso weinig hitgevoelige nummers op Open All Night, maar ontoegankelijk wil ik het nu ook weer niet noemen. Een lome beat dicteert hier het nummer waarop Marc zijn vocalen flink over- en doorheen kan laten kronkelen. Het klinkt misschien gek om te zeggen; maar ik ben nooit zo'n groot liefhebber geweest van het gitaarspel van Neal X (ex- Sigue Sigue Sputnik). Dat is heel opmerkelijk omdat Neal al sinds de jaren '90 de vaste medewerker is van Marc en verantwoordelijk is voor zijn sound. Een sound die ik zeker wel waardeer maar niet mijn voorkeur heeft zoals zijn jaren '80 werk met o.a. Annie Hogan. Als ik dan dit nummer hoor dan onderstreept dat mijn gevoel hierover toch weer eens. Ook de live-optredens van Marc lijden in mijn optiek iets te veel aan dit 'euvel'. Ik stoor me er niet aan, maar echt heel erg mooi kan ik zijn spel dus ook niet vinden helaas.
Titelsong Open All Night heeft ietwat oosters in zich, een stijltje dat we vaker terug hebben gehoord in het werk van Marc Almond.
Iets te geforceerd hip af en toe maar verder een degelijk nummer dat ik prima weet te waarderen (er zit zelfs een hint richting Madonna in met de passage Erotic, Erotic: of dit bewust is weet ik niet maar de gelijkenis is even heel treffend).
Dan volgt het duet met Siouxsie genaamd Threat of Love. Een paar jaar hiervoor ging zij in duet met Morrissey en dat werd me een schitterend nummer genaamd Interlude. Die twee gingen perfect samen qua stem. Met Marc blijft de magie enigszins uit. Qua artiesten liggen ze dan weer wel redelijk dicht bij elkaar, want de Marc uit de jaren '80 zat toch echt wel in dezelfde hoek als waar Siouxsie zat. Threat of Love is best een leuk nummer, maar ergens mis ik iets waardoor het zou kunnen uitgroeien tot de hoogtes die Siouxie met Morrissey wel voor elkaar kreeg. Misschien klinkt het iets te geforceerd in mijn oren. Wel doen de strijkers me een beetje denken aan de tijd rond The Stars We Are.
Bad People Kiss heeft op de 2010-editie een licht gewijzigde titel in When Bad People Kiss (is ook wat hij zingt). Dit nummer is me door toevoeging van een original version op disc 2 veel meer gaan opvallen. Die oerversie op piano is wonderlijk mooi. Het origineel zoals we het kennen heeft een jazzy sfeer met de bas in de hoofdrol. Een beetje sleazy maar niet meer smerig als in oude tijden. Ook in deze versie wel weer mooi pianospel. Vreemd dat dit nummer me nooit zo is opgevallen zoals het me nu wel opvalt.
Sleepwalker heeft weer een beetje de sound die op dit album toch wel de rode draad vormt. Het is een wat dromerig nummer met een hip sausje. Almond zingt hier vrij ingetogen op een nummer dat rustig voortgaat tot er halverwege even een soort kleine explosie plaatsvindt die al weer voorbij is eer je er erg in hebt. Op disc 2 staat de demo-versie.
Afsluiter Midnight Soul is een nachtclub-ballade die het album in sfeer eindigt. Het kondigt ook wel een beetje de richting aan waarin Almond zich meer en meer is gaan begeven.
Open All Night is het één-na-laatste zelfgeschreven album (Stranger Things was de laatste) en dit jaar zal in juni waarschijnlijk echt zijn allerlaatste album van eigen hand verschijnen (genaamd Varieté). Almond zal zich dan alleen nog maar bezig gaan houden met andermans werk. Dat deed hij toch al wel, maar wisselde het af met eigen werk.
Dit album is een prima album: niet zo spannend als sommige oudere albums, minder pakkend voor de massa ook, maar desalnietemin zeer plezierig om naar te luisteren.
Marc Almond - Orpheus in Exile (2009)
Alternatieve titel: The Songs of Vadim Kozin

4,0
1
geplaatst: 9 september 2009, 15:21 uur
Zoals gezegd heeft Marc Almond al eerder een album gemaakt met nummers uit Rusland. Op dat album was de russische invloed sterk hoorbaar, maar tegelijkertijd was ook zijn eigen stempel zeer goed te horen.
Orpheus in Exile: the Songs of Vadim Kozin gaat misschien wel een stap verder. Allereerst doordat het hier gaat om het werk van slechts één artiest (Vadim Kozin) en omdat dit nog puurdere muziek uit Rusland is wat zeer duidelijk te horen valt aan de instrumentatie.
Vadim Kozin was een megaster in zijn tijd (jaren '20 en '30 vorige eeuw) die in de tweede wereldoorlog heeft opgetreden voor Roosevelt, Churchill en Stalin. Deze laatste was helemaal niet zo gecharmeerd van Kozin en wel vanwege het feit dat hij nogal open was over zijn homosexualiteit. Voor Stalin reden om ene Lavrentiy Beria er op af te sturen met de vraag waarom zijn nummers niet over Stalin gingen. Kozin was duidelijk niet op z'n hoede en grapte dat zijn nummers niet geschikt waren voor tenoren. Dit was dus ongehoorzaamheid en het leverde hem 5 jaar gevangenisstraf in de beruchte gevangenis Kolyma Gulag op vlakbij het plaatsje Magadan.
Kozin gaf de moed niet op en trad op voor personeel en medegevangenen. Zijn muziek moest hem er doorheen slaan. In 1950 werd hij vrijgelaten om snel daarna weer gearresteerd te worden en nu op grond van het feit dat hij homo was. Een paar jaar daarna werd hij weer vrijgelaten maar een rehabilitatie zat er niet in en Kozin bleef verbannen in Magadan tot aan zijn dood in 1994.
Marc Almond vond het nodig om de man een eerbetoon te geven door het maken van Oprheus in Exile waarop het werk van Vadim Kozin centraal staat. Hij doet dit samen met Alexei Fedorov en het Rossia Orchestra Ensemble, geleid door Anatole Soholev.
Dat Almond een band heeft met Rusland werd al duidelijk door zijn album Heart on Snow en zijn optredens daar.
Dit is ook verre van een gimmick daar Almond uiterst serieus omgaat met de erfenis van Kozin. Geen moderndoenerij, maar geheel tegen alle hedendaagse hipheid in komt hij met een cd die maar weinigen zal aanspreken vermoed ik zo.
Als Almond-liefhebber kon ik dit uiteraard niet voorbij laten gaan, zeker ook omdat Almond vaker 'torch-songs' op zijn repertoire heeft staan en nu zijn het dan songs met russische inslag. Ik ben het gewend kun je wel zeggen. Uiteraard zijn de nummers vertaald naar het engels en dat is voor het eerst dat dit gedaan is met Kozin-liedjes.
Almond staat bekend als een veelzijdig artiest: van electro-dance naar franse chansons, van top 40 pop naar russische folk; het kan allemaal en het vergt soms veel van zijn aanhangers die overigens bekend staan als uiterst loyaal.
Zelf moest ik toch even wennen aan Oprheus in Exile in tegenstelling tot Heart on Snow dat ik op de een of andere manier iets minder karakteristiek cultureel gebonden vond. Een leuk project dat het wachten op zijn nieuwe cd die in 2010 moet uitkomen een stuk aangenamer maakt.
Ik merk dat ik het daarmee toch te kort zou doen en mijn waardering begint meer te groeien. Hier hebben we toch wel degelijk te maken met een zeer bijzonder album en het valt te prijzen dat Almond zich geen bal aantrekt van heersende trends en compleet zijn eigen gang gaat en daarmee de schijnwerpers weet te richten op een stukje muziekgeschiedenis dat voor ons westerlingen nog uiterst onbekend is.
En die titel? Helpt het als ik zeg dat Kozin bekend stond als de russische Orpheus?!
Een uitgebreider verhaal over misschien wel Ruslands eerste gay-icoon is te lezen in het boekje behorend bij deze cd.
Orpheus in Exile: the Songs of Vadim Kozin gaat misschien wel een stap verder. Allereerst doordat het hier gaat om het werk van slechts één artiest (Vadim Kozin) en omdat dit nog puurdere muziek uit Rusland is wat zeer duidelijk te horen valt aan de instrumentatie.
Vadim Kozin was een megaster in zijn tijd (jaren '20 en '30 vorige eeuw) die in de tweede wereldoorlog heeft opgetreden voor Roosevelt, Churchill en Stalin. Deze laatste was helemaal niet zo gecharmeerd van Kozin en wel vanwege het feit dat hij nogal open was over zijn homosexualiteit. Voor Stalin reden om ene Lavrentiy Beria er op af te sturen met de vraag waarom zijn nummers niet over Stalin gingen. Kozin was duidelijk niet op z'n hoede en grapte dat zijn nummers niet geschikt waren voor tenoren. Dit was dus ongehoorzaamheid en het leverde hem 5 jaar gevangenisstraf in de beruchte gevangenis Kolyma Gulag op vlakbij het plaatsje Magadan.
Kozin gaf de moed niet op en trad op voor personeel en medegevangenen. Zijn muziek moest hem er doorheen slaan. In 1950 werd hij vrijgelaten om snel daarna weer gearresteerd te worden en nu op grond van het feit dat hij homo was. Een paar jaar daarna werd hij weer vrijgelaten maar een rehabilitatie zat er niet in en Kozin bleef verbannen in Magadan tot aan zijn dood in 1994.
Marc Almond vond het nodig om de man een eerbetoon te geven door het maken van Oprheus in Exile waarop het werk van Vadim Kozin centraal staat. Hij doet dit samen met Alexei Fedorov en het Rossia Orchestra Ensemble, geleid door Anatole Soholev.
Dat Almond een band heeft met Rusland werd al duidelijk door zijn album Heart on Snow en zijn optredens daar.
Dit is ook verre van een gimmick daar Almond uiterst serieus omgaat met de erfenis van Kozin. Geen moderndoenerij, maar geheel tegen alle hedendaagse hipheid in komt hij met een cd die maar weinigen zal aanspreken vermoed ik zo.
Als Almond-liefhebber kon ik dit uiteraard niet voorbij laten gaan, zeker ook omdat Almond vaker 'torch-songs' op zijn repertoire heeft staan en nu zijn het dan songs met russische inslag. Ik ben het gewend kun je wel zeggen. Uiteraard zijn de nummers vertaald naar het engels en dat is voor het eerst dat dit gedaan is met Kozin-liedjes.
Almond staat bekend als een veelzijdig artiest: van electro-dance naar franse chansons, van top 40 pop naar russische folk; het kan allemaal en het vergt soms veel van zijn aanhangers die overigens bekend staan als uiterst loyaal.
Zelf moest ik toch even wennen aan Oprheus in Exile in tegenstelling tot Heart on Snow dat ik op de een of andere manier iets minder karakteristiek cultureel gebonden vond. Een leuk project dat het wachten op zijn nieuwe cd die in 2010 moet uitkomen een stuk aangenamer maakt.
Ik merk dat ik het daarmee toch te kort zou doen en mijn waardering begint meer te groeien. Hier hebben we toch wel degelijk te maken met een zeer bijzonder album en het valt te prijzen dat Almond zich geen bal aantrekt van heersende trends en compleet zijn eigen gang gaat en daarmee de schijnwerpers weet te richten op een stukje muziekgeschiedenis dat voor ons westerlingen nog uiterst onbekend is.
En die titel? Helpt het als ik zeg dat Kozin bekend stond als de russische Orpheus?!
Een uitgebreider verhaal over misschien wel Ruslands eerste gay-icoon is te lezen in het boekje behorend bij deze cd.
Marc Almond - Shadows and Reflections (2017)

4,5
0
geplaatst: 21 september 2017, 18:16 uur
In 2007 kondigde Marc Almond aan geen eigen nummers meer te schrijven en zijn album Stardom Road was daar een eerste voorproefje van. Een album met slechts 1 eigen nummer en verder covers. Een crooner-album met orkest. Hij deed het niet beroerd.
Daarna hield hij geen woord want er verschenen wel degelijk albums die door hemzelf geschreven werden.
Almond is sowieso enorm productief kunnen we wel stellen.
Nu is Shadows and Reflections uit. Wederom een album vol covers uit de jaren zestig van o.a. Burt Bacharach, The Yardbirds, Dusty Springfield en Julie Driscoll. Hij wilde een zwart-wit stijl benaderen met roots in de jaren '60 en dan denkend aan bijvoorbeeld een land als Italië. Van die trage films, slenteren op lange boulevards. Duidelijk terug in de tijd.
Almond, dit jaar zestig geworden, gaat er nog steeds voor en lijkt alleen maar beter te gaan zingen naarmate hij ouder wordt. Op Shadows and Reflections een orkest dat de boel vet aanzet en een hoop nummers die mij niet zo veel zeggen dus eigenlijk nieuw in mijn oren klinken.
Het heeft inderdaad een hoog cheesy jaren '60 pop-gehalte. Almond heeft veel kanten en dit is er altijd eentje geweest. Zijn grootste hit is de cover met Gene Pitney: Somethings Gotten Hold of My Heart. Zo'n hit staat hier niet tussen, maar qua stijl is dit wel hetgeen je aan moet gaan denken.
Zoals met al zijn werk: niet voor iedereen weggelegd. Ook onder fans is er altijd wel wat verdeeldheid, maar dat kan ook niet anders met zoveel stijlen.
Shadows and Reflections is een prettig in het gehoor liggend album en zou zo uit lang vervlogen kunnen stammen. Niet zijn meest interessante werk, maar wel zeer vermakelijk, en ook daar doe ik het voor. Volgende keer krijgen we vast weer iets anders.
De hoes is overigens in drie kleuren verkrijgbaar: rood, blauw en geel.
Daarna hield hij geen woord want er verschenen wel degelijk albums die door hemzelf geschreven werden.
Almond is sowieso enorm productief kunnen we wel stellen.
Nu is Shadows and Reflections uit. Wederom een album vol covers uit de jaren zestig van o.a. Burt Bacharach, The Yardbirds, Dusty Springfield en Julie Driscoll. Hij wilde een zwart-wit stijl benaderen met roots in de jaren '60 en dan denkend aan bijvoorbeeld een land als Italië. Van die trage films, slenteren op lange boulevards. Duidelijk terug in de tijd.
Almond, dit jaar zestig geworden, gaat er nog steeds voor en lijkt alleen maar beter te gaan zingen naarmate hij ouder wordt. Op Shadows and Reflections een orkest dat de boel vet aanzet en een hoop nummers die mij niet zo veel zeggen dus eigenlijk nieuw in mijn oren klinken.
Het heeft inderdaad een hoog cheesy jaren '60 pop-gehalte. Almond heeft veel kanten en dit is er altijd eentje geweest. Zijn grootste hit is de cover met Gene Pitney: Somethings Gotten Hold of My Heart. Zo'n hit staat hier niet tussen, maar qua stijl is dit wel hetgeen je aan moet gaan denken.
Zoals met al zijn werk: niet voor iedereen weggelegd. Ook onder fans is er altijd wel wat verdeeldheid, maar dat kan ook niet anders met zoveel stijlen.
Shadows and Reflections is een prettig in het gehoor liggend album en zou zo uit lang vervlogen kunnen stammen. Niet zijn meest interessante werk, maar wel zeer vermakelijk, en ook daar doe ik het voor. Volgende keer krijgen we vast weer iets anders.
De hoes is overigens in drie kleuren verkrijgbaar: rood, blauw en geel.
Marc Almond - Stardom Road (2007)

4,5
0
geplaatst: 15 mei 2007, 18:49 uur
In 2004 kreeg Marc Almond een bijna fataal motor-ongeluk.
De man herstelde gelukkig en dit album is zijn eerste wapenfeit sindsdien: een cover-album waarin Almond zijn inspiratiebronnen laat horen. Een album waar o.a. Antony, Sarah Cracknell, Jools Holland en Marius de Vries op te horen zijn of aan mee werkten.
Deze verzameling covers opent met I Have Lived (Charles Aznavour als ik het goed heb). Een mooi stuk orkest wordt gevolgd door piano en akoestische gitaar en Almond lijkt mooier te zingen dan ooit!
Het nummer grijpt me vrij snel bij mijn strot zoals zijn werk dat wel vaker doet. Nu is het vooral het orkest dat het hem doet en de zang van Almond zelf. Misschien wat over the top? Ik denk voor een hoop mensen wel ja, ik heb er geen enkele moeite mee.
I Close My Eyes and Count to Ten is een Dusty Springfield cover waar Sarah Cracknell van St Etienne op mee doet. Ook hier gaat het orkest voluit en de stem van Cracknell vloeit prachtig samen met die van Almond. Opvallend is dat Cracknell een beetje zingt a la Dustfield zelf. Ook hier vind ik de stem van Almond mooi klinken maar ik moet er wel bij zeggen dat het minder krachtig lijkt. Dat zou best ook eens kunnen omdat Almond zelf al eens heeft aangegeven meer moeite te hebben met zijn stem na dat ongeluk.
Al Stewarts Bedsitter Images start rustig en krijgt op een gegeven moment meer tempo met een piano die flink tekeer gaat. Uiteraard is het orkest ook hier flink van de partij en stuwt het nummer verder op.
The London Boys (T-Rex, David Bowie) klinkt zijdezacht in de oren en laat je wegzweven. Het is een prachtige uitvoering geworden waar mooie blazerspartijen de boventoon voeren. Wat dat aan gaat is het orkest een absolute aanwinst wat mij betreft. Ook hier merk je wel dat de stem van Almond minder krachtig is (alsof hij echt meer moeite moet doen nu), maar juist dat 'nieuwe' geluid heeft wel wat vind ik: het is zachter, liever...
Strangers in the Night stond al lange tijd op internet in allerhande live-versies. Daar waren het veel soberder versies op piano, hier krijgt het een grotere behandeling. Ik ben van het origineel geen liefhebber en deze cover doet mij ook niet veel. Een nummer dat irritant is blijft irritant, Marc Almond of niet. Als ik overigens moet kiezen ga ik bij dit nummer liever voor de sobere versie, dit is mij te kitsch en nepperig.
The Ballad of the Sad Young Men is een nummer waar ik best naar uitkeek omdat Antony er op mee doet. Nu zien we Antony op wel heel erg veel albums als gastartiest vermeld (de man is hot), maar met Almond heeft Hegarty toch wel een sterke band: hij noemt Almond als een zeer belangrijke invloed, logisch dus wel dat hij nu op dit album mee doet in dit jazzy nummer (volgens mij bekend van Petula Clark). De stem van Antony past goed in deze setting en vormt een mooie combinatie met het stemgeluid van Marc Almond. Op het net zijn veel live-opnames te vinden van deze 2 heren en die zijn zeer zeker de moeite waard! Piano en trompet voeren muzikaal gezien de boventoon, dus het orkest blijft hier achterwege.
Titelsong Stardom Road van de Engelse punk-band Third World War volgt. Hier een gedragen nummer op harp. Aangezien ik nu nog niet het cd-boekje bij de hand heb kan ik niet zeggen wie harp speelt. Wel weet ik dat Marc Almond nogal eens met Baby Dee op het podium heeft gestaan (luister ook naar Weakness for Roses op myspace!) dus het zou me niet verbazen als Baby Dee hier ook te horen is, zo niet ook prima want het is een erg mooi nummer met een schitterende climax: het blijft niet bij de harp alleen. Ik zou het haast hemels willen noemen. Een absoluut hoogtepunt van deze cd.
Het nummer Kitsch, oorspronkelijk van Ryan Barry (bekend van Eloise), zouden een hoop mensen liever als titel van dit album zien denk ik. Het zal mij een zorg wezen, want ook dit nummer klinkt erg lekker en krijgt een flinke orkest-saus mee, alsof het de soundtrack van een of andere avonturenfilm is. Het grijpt een beetje terug naar het album Tenement Symphony alleen dan puurder want de electronica blijven achterwege. Hoe verrassend is dan na ruim 2 en een halve minuut het intermezzo. Het lijkt haast wel soul/disco/glamrock. Camp, kitsch of gewoon kunst? Het is van alles wat en deze jongen gaat daar voor! Met een pompeus einde als slot.............uiteraard......
Pompeus einde? Pompeus begin gaat op voor Backstage (I'm Lonely), maar dat duurt slechts enkele seconden want dan begint gewoon een sterk nummer. Het origineel is van Gene Pitney. Almond's grootste solo-hit was ooit een duet met Pitney en ook dat was een cover: Something's Gotten Hold of My Heart, origineel ook van Gene Pitney.
Op dit Backstage I'm Lonely smacht Almond er op los, het is randje maar het gaat er niet over heen.
Dream Lover is een cover van Bobby Darin. Een nogal oud nummer dus (1959) dat tekstueel ook wat aangepast is. Het past goed tussen al de andere covers hier.
Happy Heart is een cover van Andy Williams. Williams bereikte er in 1969 een 22e positie op billboard mee.
Het is een typisch crooner nummer waar Almond blijkbaar nogal dol op is. Het zit een beetje in de lijn van de Dusty Springfield cover.
Mooi en rustig gezongen en gespeeld.
Redeem Me (Beauty Will Redeem the World) is de enige eigen compositie op dit album, maar als je niet beter weet zou dat niet eens opvallen. Het borduurt mooi voort op de rest. Het is een luchtig nummer geworden met zwierige violen op de achtergrond en een lekker in het gehoor liggend deuntje. Van de oude rebel is hier niks meer terug te horen. De achtergrondzang doet denken aan Rufus Wainwright en eigenlijk gaat dat voor het hele nummer wel op.
En dan het laatste nummer, wederom een cover van Bobby Darin maar ook bekend in de versie van Kevin Spacey uit de film Beyond the Sea: The Curtain Falls; alsof we in een cabaretclub zijn beland waar we een liedje met een mooie tekst te horen krijgen:
Off comes the makeup,
Off comes the clown's disguise
The curtain's falling, the music softly dies
But I hope you're smiling as your filing out the door
As they say in this biz that's all there is,
There isn't any more
We've shared our moment
And as the moment ends
I've got a funny feeling we're parting now as friends
Your cheers and laughter will linger after they've torn down these dusty walls
If I had this to do again
I would spend it with you again...
People say I was made for this
Nothing else would I trade for this and just think I get paid for this ..
Good night
But now the curtain falls
Een melancholieke accordeon draagt hier zeker ook aan bij. De titel is veelzeggend omdat Almond aangekondigd heeft voortaan op andere wijze met muziek bezig te willen zijn. Denk hierbij aan b.v. zijn vorige album waar hij samenwerkt met Russische artiesten. In elk geval geen cd meer met eigen werk naar het schijnt.
We zien het allemaal wel. Voorlopig is het flink genieten van Stardom Road. Slechts één nummer laat ik aan me voorbij gaan (Strangers in the Night), maar dat is omdat ik het origineel ook afschuwelijk vind.
Normaal gesproken ben ik niet zo'n liefhebber van cover-albums, maar Almond heeft het al eerder gedaan en hij komt er ook nu weer zeer goed mee weg. Het zijn nummers die hem gewoon goed liggen.
Op musicmeter zal het wel weer een eenzaam bestaan gaan lijden en dat is in dit geval best jammer omdat ik denk dat met de huidige populariteit van b.v. Rufus Wainwright dit album zeker ook aan zou kunnen slaan bij de liefhebbers van die grootse artiest.
En zo niet dan blijft dit lekker Almond album nummer zoveel die ik voor mezelf kan houden alhoewel Ruby1966 dat vast niet goed zal vinden, dus dan kruip ik gezellig tegen haar aan

De man herstelde gelukkig en dit album is zijn eerste wapenfeit sindsdien: een cover-album waarin Almond zijn inspiratiebronnen laat horen. Een album waar o.a. Antony, Sarah Cracknell, Jools Holland en Marius de Vries op te horen zijn of aan mee werkten.
Deze verzameling covers opent met I Have Lived (Charles Aznavour als ik het goed heb). Een mooi stuk orkest wordt gevolgd door piano en akoestische gitaar en Almond lijkt mooier te zingen dan ooit!
Het nummer grijpt me vrij snel bij mijn strot zoals zijn werk dat wel vaker doet. Nu is het vooral het orkest dat het hem doet en de zang van Almond zelf. Misschien wat over the top? Ik denk voor een hoop mensen wel ja, ik heb er geen enkele moeite mee.
I Close My Eyes and Count to Ten is een Dusty Springfield cover waar Sarah Cracknell van St Etienne op mee doet. Ook hier gaat het orkest voluit en de stem van Cracknell vloeit prachtig samen met die van Almond. Opvallend is dat Cracknell een beetje zingt a la Dustfield zelf. Ook hier vind ik de stem van Almond mooi klinken maar ik moet er wel bij zeggen dat het minder krachtig lijkt. Dat zou best ook eens kunnen omdat Almond zelf al eens heeft aangegeven meer moeite te hebben met zijn stem na dat ongeluk.
Al Stewarts Bedsitter Images start rustig en krijgt op een gegeven moment meer tempo met een piano die flink tekeer gaat. Uiteraard is het orkest ook hier flink van de partij en stuwt het nummer verder op.
The London Boys (T-Rex, David Bowie) klinkt zijdezacht in de oren en laat je wegzweven. Het is een prachtige uitvoering geworden waar mooie blazerspartijen de boventoon voeren. Wat dat aan gaat is het orkest een absolute aanwinst wat mij betreft. Ook hier merk je wel dat de stem van Almond minder krachtig is (alsof hij echt meer moeite moet doen nu), maar juist dat 'nieuwe' geluid heeft wel wat vind ik: het is zachter, liever...
Strangers in the Night stond al lange tijd op internet in allerhande live-versies. Daar waren het veel soberder versies op piano, hier krijgt het een grotere behandeling. Ik ben van het origineel geen liefhebber en deze cover doet mij ook niet veel. Een nummer dat irritant is blijft irritant, Marc Almond of niet. Als ik overigens moet kiezen ga ik bij dit nummer liever voor de sobere versie, dit is mij te kitsch en nepperig.
The Ballad of the Sad Young Men is een nummer waar ik best naar uitkeek omdat Antony er op mee doet. Nu zien we Antony op wel heel erg veel albums als gastartiest vermeld (de man is hot), maar met Almond heeft Hegarty toch wel een sterke band: hij noemt Almond als een zeer belangrijke invloed, logisch dus wel dat hij nu op dit album mee doet in dit jazzy nummer (volgens mij bekend van Petula Clark). De stem van Antony past goed in deze setting en vormt een mooie combinatie met het stemgeluid van Marc Almond. Op het net zijn veel live-opnames te vinden van deze 2 heren en die zijn zeer zeker de moeite waard! Piano en trompet voeren muzikaal gezien de boventoon, dus het orkest blijft hier achterwege.
Titelsong Stardom Road van de Engelse punk-band Third World War volgt. Hier een gedragen nummer op harp. Aangezien ik nu nog niet het cd-boekje bij de hand heb kan ik niet zeggen wie harp speelt. Wel weet ik dat Marc Almond nogal eens met Baby Dee op het podium heeft gestaan (luister ook naar Weakness for Roses op myspace!) dus het zou me niet verbazen als Baby Dee hier ook te horen is, zo niet ook prima want het is een erg mooi nummer met een schitterende climax: het blijft niet bij de harp alleen. Ik zou het haast hemels willen noemen. Een absoluut hoogtepunt van deze cd.
Het nummer Kitsch, oorspronkelijk van Ryan Barry (bekend van Eloise), zouden een hoop mensen liever als titel van dit album zien denk ik. Het zal mij een zorg wezen, want ook dit nummer klinkt erg lekker en krijgt een flinke orkest-saus mee, alsof het de soundtrack van een of andere avonturenfilm is. Het grijpt een beetje terug naar het album Tenement Symphony alleen dan puurder want de electronica blijven achterwege. Hoe verrassend is dan na ruim 2 en een halve minuut het intermezzo. Het lijkt haast wel soul/disco/glamrock. Camp, kitsch of gewoon kunst? Het is van alles wat en deze jongen gaat daar voor! Met een pompeus einde als slot.............uiteraard......
Pompeus einde? Pompeus begin gaat op voor Backstage (I'm Lonely), maar dat duurt slechts enkele seconden want dan begint gewoon een sterk nummer. Het origineel is van Gene Pitney. Almond's grootste solo-hit was ooit een duet met Pitney en ook dat was een cover: Something's Gotten Hold of My Heart, origineel ook van Gene Pitney.
Op dit Backstage I'm Lonely smacht Almond er op los, het is randje maar het gaat er niet over heen.
Dream Lover is een cover van Bobby Darin. Een nogal oud nummer dus (1959) dat tekstueel ook wat aangepast is. Het past goed tussen al de andere covers hier.
Happy Heart is een cover van Andy Williams. Williams bereikte er in 1969 een 22e positie op billboard mee.
Het is een typisch crooner nummer waar Almond blijkbaar nogal dol op is. Het zit een beetje in de lijn van de Dusty Springfield cover.
Mooi en rustig gezongen en gespeeld.
Redeem Me (Beauty Will Redeem the World) is de enige eigen compositie op dit album, maar als je niet beter weet zou dat niet eens opvallen. Het borduurt mooi voort op de rest. Het is een luchtig nummer geworden met zwierige violen op de achtergrond en een lekker in het gehoor liggend deuntje. Van de oude rebel is hier niks meer terug te horen. De achtergrondzang doet denken aan Rufus Wainwright en eigenlijk gaat dat voor het hele nummer wel op.
En dan het laatste nummer, wederom een cover van Bobby Darin maar ook bekend in de versie van Kevin Spacey uit de film Beyond the Sea: The Curtain Falls; alsof we in een cabaretclub zijn beland waar we een liedje met een mooie tekst te horen krijgen:
Off comes the makeup,
Off comes the clown's disguise
The curtain's falling, the music softly dies
But I hope you're smiling as your filing out the door
As they say in this biz that's all there is,
There isn't any more
We've shared our moment
And as the moment ends
I've got a funny feeling we're parting now as friends
Your cheers and laughter will linger after they've torn down these dusty walls
If I had this to do again
I would spend it with you again...
People say I was made for this
Nothing else would I trade for this and just think I get paid for this ..
Good night
But now the curtain falls
Een melancholieke accordeon draagt hier zeker ook aan bij. De titel is veelzeggend omdat Almond aangekondigd heeft voortaan op andere wijze met muziek bezig te willen zijn. Denk hierbij aan b.v. zijn vorige album waar hij samenwerkt met Russische artiesten. In elk geval geen cd meer met eigen werk naar het schijnt.
We zien het allemaal wel. Voorlopig is het flink genieten van Stardom Road. Slechts één nummer laat ik aan me voorbij gaan (Strangers in the Night), maar dat is omdat ik het origineel ook afschuwelijk vind.
Normaal gesproken ben ik niet zo'n liefhebber van cover-albums, maar Almond heeft het al eerder gedaan en hij komt er ook nu weer zeer goed mee weg. Het zijn nummers die hem gewoon goed liggen.
Op musicmeter zal het wel weer een eenzaam bestaan gaan lijden en dat is in dit geval best jammer omdat ik denk dat met de huidige populariteit van b.v. Rufus Wainwright dit album zeker ook aan zou kunnen slaan bij de liefhebbers van die grootse artiest.
En zo niet dan blijft dit lekker Almond album nummer zoveel die ik voor mezelf kan houden alhoewel Ruby1966 dat vast niet goed zal vinden, dus dan kruip ik gezellig tegen haar aan

Marc Almond - Stranger Things (2001)

4,0
0
geplaatst: 27 oktober 2010, 17:07 uur
Cherry Red Records is goed bezig: ze brengen de laatste jaren zeer goede Marc Almond albums uit (maar daar zijn zij natuurlijk niet echt verantwoordelijk voor) en geven oudere albums zeer aantrekkelijke re-releases met een tweede extra cd. Zo kreeg Open All Night onlangs zo'n mooie heruitgave en sinds maandag is de nieuwe 2 cd-versie van Stranger Things verkrijgbaar.
Almond is zwaar getroubleerd met Stevo Pearce die veel oud werk beheerst en deze dubieuze kerel presteert het dan ook rustig om geheel tegen de wens van Almond albums een re-release te geven zonder extra's, iets wat Almond juist toejuicht. Stevo is ook de reden dat er uiteindelijk toch geen verzamelaar verschijnt genaamd Dining with the Panthers waar al zijn werk op verzameld zou moeten worden en dat tevens mooi past in zijn 30-jarig jubileum dit jaar. Marc kon het niet verdragen dat er een incomplete verzamelaar zou verschijnen. Dan liever helemaal niets op de markt brengen. Daar valt wat voor te zeggen en het toont zijn integerheid als artiest aan.
Zeer prettig dus dat Cherry Red geheel anders hiermee om gaat en dankzij hen hebben we nu een extra cd met een aantal nummers die we al kenden van allerlei compilaties (Our Love, My Love) en samenwerkingen met andere artiesten als Trash Palace (I'm the Boy (Boy Toy), Replicant (Fur die hier in verschillende versies te horen valt) of Laska Omnia (The Guilt of My Secret, Passion and Pain).
Ook leuk om Smoke in demo-versie te horen. Dat nummer verscheen namelijk op het onlangs uitgebrachte Varieté en dan op de bonus cd die daar weer bij hoorde (ik meen dat deze luxe versie momenteel niet meer verkrijgbaar is) en nog veel leuker is de originele 2000 demo versie van The Exhibitionist, ook te vinden op Varieté, die ik nooit eerder gehoord had en die echt compleet verbouwd is op Varieté: niet meer terug te herkennen als je deze 2000 demo-versie hoort. Een geweldige versie trouwens waar ook de lyrics op zijn aangepast!
Uiteraard vooral erg geschikt voor de fans, maar als er dan toch geinteresseerden zijn dan is het altijd meegenomen als je een extra schijfje krijgt die apart geleverd wordt waardoor het origineel gewoon in tact blijft, iets wat ik altijd toejuich.
Het album Stranger Things zelf kreeg door deze nieuwe uitgave gelijk een herbeluistering en ik moet zeggen dat het nog steeds een goed genietbaar album is. Ik blijf van mening dat het een beetje tijdsgebonden is maar dat gaat niet voor alle nummers op. Zo is Glorious een nummer dat Marc Almond live nog regelmatig ten uitvoer brengt en moet ik toegeven dat veel albums tijdlozer zijn dan ik altijd in mijn hoofd had zitten.
Het is een redelijk kalm album waar geen echte uitschieters op te vinden zijn. Persoonlijk ben ik erg gecharmeerd van Under Your Wing die ook te vinden is op cd2 in een demo-versie. Dat nummer ademt een Bowie-sfeertje als je het mij vraagt.
Veel strijkers, pure pop en een beetje gecommercialiseerde versie van zijn Vaudeville albums. Minder duister, minder groezelig en daardoor misschien wat beter verteerbaar als je tenminste van goede, reflectieve pop houdt.
Stranger Things is ook een 'herboren' Almond. Niet alleen door zijn nieuwe blonde looks ten tijde van dit album, maar ook vanwege het feit hij de drugspillen heeft vervangen door vitaminepillen, en de alcohol zal ongetwijfeld ook vervangen zijn door brave kopjes thee.
Dat is dan ook een beetje terug te horen op de 12 nummers: het is wat braver geworden wat niet per definitie slechter is. Zelf geef ik toch meer de voorkeur aan de sleazy Almond en de cabaret-toer die hij regelmatig opgaat vind ik dan ook net even wat aangenamer.
Maar het moet gezegd: ook dit is een alleraardigst album van een man die al heel wat goed werk heeft uitgebracht en helaas nooit de erkenning heeft gekregen die hij in mijn ogen wel degelijk verdient.
Voor mij pas hij in het rijtje waar ook Nick Cave vertoeft en niet omdat deze twee ooit eens samen hebben gewerkt. Ik vrees alleen dat 'nichterige' Almond zo'n status alleen daarom al niet makkelijk zal verkrijgen: veel mensen trekken dat toch minder. Jammer, want velen missen toch wel wat hierdoor, en dat hoor ik vaak als men uiteindelijk toch eens wat werk uitprobeert: de reacties zijn in zeer veel gevallen telkens opmerkelijk goed.
Dit album zal ik nooit als eerste aanraden maar je zult er ook zeker geen buil aan vallen.
Almond is zwaar getroubleerd met Stevo Pearce die veel oud werk beheerst en deze dubieuze kerel presteert het dan ook rustig om geheel tegen de wens van Almond albums een re-release te geven zonder extra's, iets wat Almond juist toejuicht. Stevo is ook de reden dat er uiteindelijk toch geen verzamelaar verschijnt genaamd Dining with the Panthers waar al zijn werk op verzameld zou moeten worden en dat tevens mooi past in zijn 30-jarig jubileum dit jaar. Marc kon het niet verdragen dat er een incomplete verzamelaar zou verschijnen. Dan liever helemaal niets op de markt brengen. Daar valt wat voor te zeggen en het toont zijn integerheid als artiest aan.
Zeer prettig dus dat Cherry Red geheel anders hiermee om gaat en dankzij hen hebben we nu een extra cd met een aantal nummers die we al kenden van allerlei compilaties (Our Love, My Love) en samenwerkingen met andere artiesten als Trash Palace (I'm the Boy (Boy Toy), Replicant (Fur die hier in verschillende versies te horen valt) of Laska Omnia (The Guilt of My Secret, Passion and Pain).
Ook leuk om Smoke in demo-versie te horen. Dat nummer verscheen namelijk op het onlangs uitgebrachte Varieté en dan op de bonus cd die daar weer bij hoorde (ik meen dat deze luxe versie momenteel niet meer verkrijgbaar is) en nog veel leuker is de originele 2000 demo versie van The Exhibitionist, ook te vinden op Varieté, die ik nooit eerder gehoord had en die echt compleet verbouwd is op Varieté: niet meer terug te herkennen als je deze 2000 demo-versie hoort. Een geweldige versie trouwens waar ook de lyrics op zijn aangepast!
Uiteraard vooral erg geschikt voor de fans, maar als er dan toch geinteresseerden zijn dan is het altijd meegenomen als je een extra schijfje krijgt die apart geleverd wordt waardoor het origineel gewoon in tact blijft, iets wat ik altijd toejuich.
Het album Stranger Things zelf kreeg door deze nieuwe uitgave gelijk een herbeluistering en ik moet zeggen dat het nog steeds een goed genietbaar album is. Ik blijf van mening dat het een beetje tijdsgebonden is maar dat gaat niet voor alle nummers op. Zo is Glorious een nummer dat Marc Almond live nog regelmatig ten uitvoer brengt en moet ik toegeven dat veel albums tijdlozer zijn dan ik altijd in mijn hoofd had zitten.
Het is een redelijk kalm album waar geen echte uitschieters op te vinden zijn. Persoonlijk ben ik erg gecharmeerd van Under Your Wing die ook te vinden is op cd2 in een demo-versie. Dat nummer ademt een Bowie-sfeertje als je het mij vraagt.
Veel strijkers, pure pop en een beetje gecommercialiseerde versie van zijn Vaudeville albums. Minder duister, minder groezelig en daardoor misschien wat beter verteerbaar als je tenminste van goede, reflectieve pop houdt.
Stranger Things is ook een 'herboren' Almond. Niet alleen door zijn nieuwe blonde looks ten tijde van dit album, maar ook vanwege het feit hij de drugspillen heeft vervangen door vitaminepillen, en de alcohol zal ongetwijfeld ook vervangen zijn door brave kopjes thee.
Dat is dan ook een beetje terug te horen op de 12 nummers: het is wat braver geworden wat niet per definitie slechter is. Zelf geef ik toch meer de voorkeur aan de sleazy Almond en de cabaret-toer die hij regelmatig opgaat vind ik dan ook net even wat aangenamer.
Maar het moet gezegd: ook dit is een alleraardigst album van een man die al heel wat goed werk heeft uitgebracht en helaas nooit de erkenning heeft gekregen die hij in mijn ogen wel degelijk verdient.
Voor mij pas hij in het rijtje waar ook Nick Cave vertoeft en niet omdat deze twee ooit eens samen hebben gewerkt. Ik vrees alleen dat 'nichterige' Almond zo'n status alleen daarom al niet makkelijk zal verkrijgen: veel mensen trekken dat toch minder. Jammer, want velen missen toch wel wat hierdoor, en dat hoor ik vaak als men uiteindelijk toch eens wat werk uitprobeert: de reacties zijn in zeer veel gevallen telkens opmerkelijk goed.
Dit album zal ik nooit als eerste aanraden maar je zult er ook zeker geen buil aan vallen.
Marc Almond - Tasmanian Tiger (2014)

4,0
0
geplaatst: 10 februari 2014, 17:43 uur
Tasmanian Tiger is het vervolg op Burn Bright/The Dancing Marquis. Een EP/single tweeluik vol nieuwe nummers van Marc Almond.
Dat mag best bijzonder genoemd worden want Almond had eerder aangekondigd geen eigen nummers meer op te nemen en zie hier! Als we dan ook kijken naar de vrienden die hier meedoen: Jarvis Cocker van Pulp, Carl Barat (The Libertines) en producer Tony Visconti dan snap je wel dat Almond toch maar van zijn voornemen is afgestapt.
Het levert een EP met glamrockpop zoals we het wel gewend zijn van Almond. Wars van wat hip is of goed zou aanslaan bij het indie-volkje zingt, kreunt en steunt Almond zich door de 4 uiteenlopende nummers heen en hij doet dat sterk. Waar hij er soms wel eens tegenaan zingt daar is daar hier niets van te merken.
Voor de fans niet heel veel nieuws onder de zon ondanks de klinkende namen, misschien ook wel niet zijn meest sterke werk, maar lekker is het zeker weer.
Veel nieuwe liefhebbers zal hij er niet mee trekken, maar dat doet hij al jaren niet meer.
Leuk om weer wat electronica te horen op Worship Me Now... je krijgt er spontaan een Soft Cell gevoel bij (Jarvis Cocker heeft het geschreven en verzorgt tevens de backing vocals)
Dat mag best bijzonder genoemd worden want Almond had eerder aangekondigd geen eigen nummers meer op te nemen en zie hier! Als we dan ook kijken naar de vrienden die hier meedoen: Jarvis Cocker van Pulp, Carl Barat (The Libertines) en producer Tony Visconti dan snap je wel dat Almond toch maar van zijn voornemen is afgestapt.
Het levert een EP met glamrockpop zoals we het wel gewend zijn van Almond. Wars van wat hip is of goed zou aanslaan bij het indie-volkje zingt, kreunt en steunt Almond zich door de 4 uiteenlopende nummers heen en hij doet dat sterk. Waar hij er soms wel eens tegenaan zingt daar is daar hier niets van te merken.
Voor de fans niet heel veel nieuws onder de zon ondanks de klinkende namen, misschien ook wel niet zijn meest sterke werk, maar lekker is het zeker weer.
Veel nieuwe liefhebbers zal hij er niet mee trekken, maar dat doet hij al jaren niet meer.
Leuk om weer wat electronica te horen op Worship Me Now... je krijgt er spontaan een Soft Cell gevoel bij (Jarvis Cocker heeft het geschreven en verzorgt tevens de backing vocals)

Marc Almond - Ten Plagues (2014)
Alternatieve titel: A Song Cycle

2,5
0
geplaatst: 8 juli 2014, 18:06 uur
Marc Almond. Wie mij volgt op deze site weet dat ik een groot fan ben. Al jaren lang.
Marc is van vele markten thuis en dat boeit me dan ook zo enorm: pop, alternatief, kitsch, cabaret.... hij doet het allemaal.
Nu 'A Song Cycle' genaamd Ten Plagues: een 'libretto' van Mark Ravenhill met muziek geschreven door Conor Mitchell.
Zware kost mag ik wel stellen en Marc weet mij zeer positief te verrassen dat hij hier zo goed zingt (iets wat echt niet altijd het geval is maar daardoor ook wel weer zijn charme heeft) en dat hij dit soort werk aandurft en ook aankan, want dat is iets dat zeker is als je Ten Plagues beluistert.
Maar beluister ik het met plezier? Conor Mitchell is de enige begeleider op dit album (op piano) en dan is een klein uur een behoorlijk lang uur kan ik wel stellen.
Ook een behoorlijk zwaar onderwerp natuurlijk: ga er maar aanstaan met 17 nummers over de grote pest die in Londen heerste (1665). Een intens verhaal over een man die het overleeft. Verlies van vrienden, geliefden, familie.... en het daarbij horende verdriet en alle angsten.
In het theater een ware tour de force voor Almond, ongetwijfeld, en het zal zeker indrukwekkend zijn geweest om het te mogen aanschouwen in Wilton's Music Hall, maar op cd, er zit ook een dvd bij, is het een erg lange zit en zeker als het niet echt je genre is (het gaat richting klassiek).
Theater en Marc Almond horen bij elkaar dus deze stap is een vrij logische zou je denken. Voor mij helaas slechts een album die in de collectie van een fan hoort en niet een album dat ik regelmatig met plezier zal gaan opzetten. Ik verkies dan toch zijn eerder dit jaar uitgebrachte The Tyburn Tree met Jon Harle.
Dat ie z'n fans verwent dit jaar moge duidelijk zijn, want na The Tyburn Tree volgde onlangs zijn pop album (eigenlijk een zeer lange EP) The Dancing Marquis.
Het wachten is nu op weer een 'gewoon nieuw album' van de man die op dit moment misschien wel creatiever dan ooit is.
Marc is van vele markten thuis en dat boeit me dan ook zo enorm: pop, alternatief, kitsch, cabaret.... hij doet het allemaal.
Nu 'A Song Cycle' genaamd Ten Plagues: een 'libretto' van Mark Ravenhill met muziek geschreven door Conor Mitchell.
Zware kost mag ik wel stellen en Marc weet mij zeer positief te verrassen dat hij hier zo goed zingt (iets wat echt niet altijd het geval is maar daardoor ook wel weer zijn charme heeft) en dat hij dit soort werk aandurft en ook aankan, want dat is iets dat zeker is als je Ten Plagues beluistert.
Maar beluister ik het met plezier? Conor Mitchell is de enige begeleider op dit album (op piano) en dan is een klein uur een behoorlijk lang uur kan ik wel stellen.
Ook een behoorlijk zwaar onderwerp natuurlijk: ga er maar aanstaan met 17 nummers over de grote pest die in Londen heerste (1665). Een intens verhaal over een man die het overleeft. Verlies van vrienden, geliefden, familie.... en het daarbij horende verdriet en alle angsten.
In het theater een ware tour de force voor Almond, ongetwijfeld, en het zal zeker indrukwekkend zijn geweest om het te mogen aanschouwen in Wilton's Music Hall, maar op cd, er zit ook een dvd bij, is het een erg lange zit en zeker als het niet echt je genre is (het gaat richting klassiek).
Theater en Marc Almond horen bij elkaar dus deze stap is een vrij logische zou je denken. Voor mij helaas slechts een album die in de collectie van een fan hoort en niet een album dat ik regelmatig met plezier zal gaan opzetten. Ik verkies dan toch zijn eerder dit jaar uitgebrachte The Tyburn Tree met Jon Harle.
Dat ie z'n fans verwent dit jaar moge duidelijk zijn, want na The Tyburn Tree volgde onlangs zijn pop album (eigenlijk een zeer lange EP) The Dancing Marquis.
Het wachten is nu op weer een 'gewoon nieuw album' van de man die op dit moment misschien wel creatiever dan ooit is.
Marc Almond - The Dancing Marquis (2014)

4,0
0
geplaatst: 18 juni 2014, 10:31 uur
Marc Almond is een veelzijdige artiest die veel hoeken van de muziek verkent. Zo bracht hij eerder dit jaar het project The Tyburn Tree met John Harle uit en verschijnt over een aantal weken de voorstelling Ten Plagues waarin hij speelde op cd/dvd.
Tussendoor verschenen de EP's Burn Bright/The Dancing Marquis en Tasmanian Tiger waar dit album (hij noemt het zelf een expanded EP), The Dancing Marquis, de uitkomst van is.
Bij Tasmanian Tiger schreef ik al: 'Dat mag best bijzonder genoemd worden want Almond had eerder aangekondigd geen eigen nummers meer op te nemen en zie hier! Als we dan ook kijken naar de vrienden die hier meedoen: Jarvis Cocker van Pulp, Carl Barat (The Libertines) en producer Tony Visconti dan snap je wel dat Almond toch maar van zijn voornemen is afgestapt'.
Van glamrock naar pop en als toetje wat dance remixen. Zijn zang is goed en het lijkt wel of hij na zijn ongeluk jaren terug alleen maar beter is gaan zingen.
Almond doet niet aan hip of trends maar weet wel de juiste mensen om zich heen te verzamelen (Jarvis Cocker, Carl Barât en Tony Visconti op dit album) en levert daarmee niet een heel bijzonder album af maar wel verdomde lekker en een fijne aanvulling op zijn alsmaar uitdijende discografie.
Tussendoor verschenen de EP's Burn Bright/The Dancing Marquis en Tasmanian Tiger waar dit album (hij noemt het zelf een expanded EP), The Dancing Marquis, de uitkomst van is.
Bij Tasmanian Tiger schreef ik al: 'Dat mag best bijzonder genoemd worden want Almond had eerder aangekondigd geen eigen nummers meer op te nemen en zie hier! Als we dan ook kijken naar de vrienden die hier meedoen: Jarvis Cocker van Pulp, Carl Barat (The Libertines) en producer Tony Visconti dan snap je wel dat Almond toch maar van zijn voornemen is afgestapt'.
Van glamrock naar pop en als toetje wat dance remixen. Zijn zang is goed en het lijkt wel of hij na zijn ongeluk jaren terug alleen maar beter is gaan zingen.
Almond doet niet aan hip of trends maar weet wel de juiste mensen om zich heen te verzamelen (Jarvis Cocker, Carl Barât en Tony Visconti op dit album) en levert daarmee niet een heel bijzonder album af maar wel verdomde lekker en een fijne aanvulling op zijn alsmaar uitdijende discografie.
Marc Almond - The Stars We Are (1988)

5,0
1
geplaatst: 1 september 2007, 12:16 uur
Mijn allereerste kennismaking met Marc Almond was als bij wel meerdere mensen denk ik het Soft Cell nummer Tainted Love.
Wat een klassieker is dat en wat een hit op allerhande schoolfeestjes was het toen. Het leuke is dat er nog steeds mensen verbaasd opkijken als je zegt dat het een cover is en geen nummer van Soft Cell: het orgineel is uit 1964 en gezongen door Gloria Jones.
Marc Almond heeft sowieso veel kanten. Zo kennen de meesten hem waarschijnlijk het best van zijn populairdere werk met pakkende popsongs, maar zo staat hij ook bekend om vergeten en onvergeten chansons naar boven te halen en te coveren evenals vergeten kitscherige popnummers. Daarnaast is er ook de experimentele Marc die zijn duistere kant naar voren brengt. Neem b.v. het album waarop hij samenwerkt met Foetus (en zo zijn er wel meer samenwerkingen te noemen).
Solo was het Mother Fist and Her Five Daughters die me attent maakte op de man. Ik vond dat een aardig album en pas later ging ik dat zelfs beschouwen als één van mijn persoonlijke favorieten. Het balanceert niet voor niks telkens op het randje van mijn top 10.
Pas met dit album uit 1988 was het echt goed raak en is dat nooit meer losgelaten.
Het album opent lekker bombastisch en orkestraal met de titelsong The Stars We Are. Mij leek dit altijd een perfecte opener voor een grandioze show in b.v. de Ahoy. Veel glamour en kitsch:danseressen met veren, boa's en weet ik het wat, een groot orkest en Marc die op spectaculaire wijze op zou komen. De zaal zou kolken. Maar goed, dat is altijd fantasie gebleven, want Ahoy status heeft hij nooit weten te bereiken. Wat mij betreft zit de stemming er al goed in en nu pas besef ik dat Rufus Wainwright ongetwijfeld ook op de hoogte moet zijn van dit album. Overigens is Marc ook een groot inspirator voor die andere aparte artiest Antony. Die laatste schijnt een groot ontzag voor Almond te hebben en op internet zijn dan ook een aantal filmpjes te vinden waar beide heren samen optreden en waar Antony zijn voorliefde vaak nog eens dik onderstreept.
These My Dreams Are Yours heeft iets heel luchtigs en klinkt lekker dromerig. Heerlijk is ook dat orgel dat vaag op de achtergrond klinkt. Wat mij betreft toont Almond hier zijn vakkundigheid zeer goed aan. Het is een ongelooflijk mooi nummer met een hoofdrol voor zangeres Victoria Wilson-Janes.
Bitter Sweet klinkt dan gelijk een stuk puntiger en poppy. Laten we de rol van begeleidingsband La Magia zeker ook niet onderschatten. La Magia bestond uit voornamelijk dezelfde muzikanten als The Willing Sinners. Ze geven de nummers een behoorlijk herkenbare sound mee. Het schijnt overigens dat dit nummer in de VS op college-radio een hit is geweest. Niet vreemd, want pakkend is het absoluut.
Vraag me welk nummer als eerste gedraaid moet worden op mijn crematie (die ik graag nog even uitstel), dan is dat Only The Moment. Met teksten als You're thinking too much about who will think badly of you. You throw away chances let love pass you by. But remember: There is never forever, only the moment. There is never forever, only the moment en Don't be afraid of the dark of the night. Just reach for your feelings: let your mood tell you you're making the right move. The days fade away and before you can say I wish I'd made all the right moves It's too late zit dat wel goed lijkt mij. Daarbij is het tevens één van de allermooiste Almond-songs ooit. De trompetsolo tegen het einde durf ik in deze wat bizarre context dan ook rustig hemels te noemen.
Your Kisses Burn is ook al zo'n torenhoge favoriet en daar is zangeres Nico mede verantwoordelijk voor. Dit duet met Almond is waarschijnlijk één van haar laatste opnames omdat ze op 18 juli 1988 op Ibiza overleed. Het is een zwaar aangezet stuk met een hoop bombast waar de stemmen van beide artiesten fantastisch met elkaar versmelten. Zeker weten een topnummer van dit album.
The Very Last Pearl werkt altijd vrij ontnuchterend bij mij na het vorige nummer. Dit klinkt heel wat luchtiger en vrolijker. Toch zit het muzikaal heel sterk in elkaar: het kent een hoop wendingen en er wordt fantastisch gespeeld.
Een absolute klassieker in de popmuziek mag Tears Run Rings zeker wel genoemd worden. Het werd dan ook een grote hit voor Marc Almond en het zette hem op dat moment behoorlijk in de schijnwerpers. Als ik het hoor denk ik gelijk wel terug aan die tijd, wat dat aan gaat vertegenwoordigt het een hoop sentimenten maar dat kan geen kwaad: het is en blijft een zeer goed nummer dat na ontelbare draaibeurten nog geen moment weet te vervelen.
Met Somethings Gotten Hold Of My Heart ging het pas echt goed loos voor Almond. In de UK werd het een terechte nummer 1 hit. Vooral de versie met de oorspronkelijke vertolker van dit nummer, Gene Pitney, sloeg aan. Op de oorspronkelijke persing (die ik ook in bezit heb) stond dit duet nog niet, maar door het grote succes is het er later alsnog bij gezet als afsluiter van de cd. Gelukkig is de versie met Gene Pitney op allerhande verzamelaars terecht gekomen dus ik heb dit album nooit opnieuw daarvoor hoeven aanschaffen.
Almond heeft sowieso wel wat met dit soort zangers en voor Pitney heeft hij een groot zwak getuige ook zijn cover op het laatste album Stardom Road van het nummer Backstage I'm Lonely. Ook dit nummer, Something's Gotten Hold of My Heart, is en blijft een juweeltje dat maar niet wil vervelen in de versie mét of zonder Gene Pitney.
The Sensualist is een mysterieus en zwoel nummer. Wat dat aan gaat doet het zijn naam eer aan. De strijkers hebben hier een ietwat oosters tintje. Het nummer gaat door als in een groot spannend avontuur en het voert je mee naar allerlei onontdekte plaatsen.
Dat oosterse tintje blijft nog even, want ook She Took My Soul In Istanbul is daarmee beinvloed. Suraya Ahmed zorgt met haar betoverende stem uiteraard ook voor die vergelijking. Net als het vorige nummer klinkt het nummer sensueel en zwoel.
The Frost Comes Tomorrow is wat tegendraadser en echoet nog wat Mother Fist-invloeden. Bij nummers als deze denk ik meestal aan donkere kroegjes waar matrozen en allerlei ongure types het nachtleven onveilig maken. Mother Fist and Her Five Daughters stond er vol mee en het is ook een kant van Marc Almond.
Kept Boy is een cabaretesque nummer waar zangeres Agnes Bernelle een hoofdrol heeft. Jaren '30, Berlijn, Cabaret, u kent de vergelijkingen wel en het gaat zeker op voor dit spannende nummer wat zo lekker doorzwiert en schmiert. Heerlijk! Op de oorspronkelijke uitgave is dit de afsluiter en degenen die de latere versie kennen krijgen Somethings Gotten Hold Of My Heart nog een keer in de duet-versie. Deze versie wijkt overigens verder niet af van de solo-versie. Bepaalde vocalen van Almond worden hier gewoon overgenomen door Pitney.
Nu ik momenteel helemaal in Marc Almond sferen verkeer vanwege zijn komende concert in Paradiso Amsterdam is dit album ook weer boven water komen drijven en besef ik dat het wel degelijk één van mijn lievelings-albums uit mijn collectie is. Geen enkele misser en het veroorzaakt buitengewoon veel luisterplezier: dat zorgt er voor dat het laatste halfje verdient is en dat het daarmee een 5* album voor mij is geworden (en eigenlijk was het dat altijd wel besef ik nu).
Wat een klassieker is dat en wat een hit op allerhande schoolfeestjes was het toen. Het leuke is dat er nog steeds mensen verbaasd opkijken als je zegt dat het een cover is en geen nummer van Soft Cell: het orgineel is uit 1964 en gezongen door Gloria Jones.
Marc Almond heeft sowieso veel kanten. Zo kennen de meesten hem waarschijnlijk het best van zijn populairdere werk met pakkende popsongs, maar zo staat hij ook bekend om vergeten en onvergeten chansons naar boven te halen en te coveren evenals vergeten kitscherige popnummers. Daarnaast is er ook de experimentele Marc die zijn duistere kant naar voren brengt. Neem b.v. het album waarop hij samenwerkt met Foetus (en zo zijn er wel meer samenwerkingen te noemen).
Solo was het Mother Fist and Her Five Daughters die me attent maakte op de man. Ik vond dat een aardig album en pas later ging ik dat zelfs beschouwen als één van mijn persoonlijke favorieten. Het balanceert niet voor niks telkens op het randje van mijn top 10.
Pas met dit album uit 1988 was het echt goed raak en is dat nooit meer losgelaten.
Het album opent lekker bombastisch en orkestraal met de titelsong The Stars We Are. Mij leek dit altijd een perfecte opener voor een grandioze show in b.v. de Ahoy. Veel glamour en kitsch:danseressen met veren, boa's en weet ik het wat, een groot orkest en Marc die op spectaculaire wijze op zou komen. De zaal zou kolken. Maar goed, dat is altijd fantasie gebleven, want Ahoy status heeft hij nooit weten te bereiken. Wat mij betreft zit de stemming er al goed in en nu pas besef ik dat Rufus Wainwright ongetwijfeld ook op de hoogte moet zijn van dit album. Overigens is Marc ook een groot inspirator voor die andere aparte artiest Antony. Die laatste schijnt een groot ontzag voor Almond te hebben en op internet zijn dan ook een aantal filmpjes te vinden waar beide heren samen optreden en waar Antony zijn voorliefde vaak nog eens dik onderstreept.
These My Dreams Are Yours heeft iets heel luchtigs en klinkt lekker dromerig. Heerlijk is ook dat orgel dat vaag op de achtergrond klinkt. Wat mij betreft toont Almond hier zijn vakkundigheid zeer goed aan. Het is een ongelooflijk mooi nummer met een hoofdrol voor zangeres Victoria Wilson-Janes.
Bitter Sweet klinkt dan gelijk een stuk puntiger en poppy. Laten we de rol van begeleidingsband La Magia zeker ook niet onderschatten. La Magia bestond uit voornamelijk dezelfde muzikanten als The Willing Sinners. Ze geven de nummers een behoorlijk herkenbare sound mee. Het schijnt overigens dat dit nummer in de VS op college-radio een hit is geweest. Niet vreemd, want pakkend is het absoluut.
Vraag me welk nummer als eerste gedraaid moet worden op mijn crematie (die ik graag nog even uitstel), dan is dat Only The Moment. Met teksten als You're thinking too much about who will think badly of you. You throw away chances let love pass you by. But remember: There is never forever, only the moment. There is never forever, only the moment en Don't be afraid of the dark of the night. Just reach for your feelings: let your mood tell you you're making the right move. The days fade away and before you can say I wish I'd made all the right moves It's too late zit dat wel goed lijkt mij. Daarbij is het tevens één van de allermooiste Almond-songs ooit. De trompetsolo tegen het einde durf ik in deze wat bizarre context dan ook rustig hemels te noemen.
Your Kisses Burn is ook al zo'n torenhoge favoriet en daar is zangeres Nico mede verantwoordelijk voor. Dit duet met Almond is waarschijnlijk één van haar laatste opnames omdat ze op 18 juli 1988 op Ibiza overleed. Het is een zwaar aangezet stuk met een hoop bombast waar de stemmen van beide artiesten fantastisch met elkaar versmelten. Zeker weten een topnummer van dit album.
The Very Last Pearl werkt altijd vrij ontnuchterend bij mij na het vorige nummer. Dit klinkt heel wat luchtiger en vrolijker. Toch zit het muzikaal heel sterk in elkaar: het kent een hoop wendingen en er wordt fantastisch gespeeld.
Een absolute klassieker in de popmuziek mag Tears Run Rings zeker wel genoemd worden. Het werd dan ook een grote hit voor Marc Almond en het zette hem op dat moment behoorlijk in de schijnwerpers. Als ik het hoor denk ik gelijk wel terug aan die tijd, wat dat aan gaat vertegenwoordigt het een hoop sentimenten maar dat kan geen kwaad: het is en blijft een zeer goed nummer dat na ontelbare draaibeurten nog geen moment weet te vervelen.
Met Somethings Gotten Hold Of My Heart ging het pas echt goed loos voor Almond. In de UK werd het een terechte nummer 1 hit. Vooral de versie met de oorspronkelijke vertolker van dit nummer, Gene Pitney, sloeg aan. Op de oorspronkelijke persing (die ik ook in bezit heb) stond dit duet nog niet, maar door het grote succes is het er later alsnog bij gezet als afsluiter van de cd. Gelukkig is de versie met Gene Pitney op allerhande verzamelaars terecht gekomen dus ik heb dit album nooit opnieuw daarvoor hoeven aanschaffen.
Almond heeft sowieso wel wat met dit soort zangers en voor Pitney heeft hij een groot zwak getuige ook zijn cover op het laatste album Stardom Road van het nummer Backstage I'm Lonely. Ook dit nummer, Something's Gotten Hold of My Heart, is en blijft een juweeltje dat maar niet wil vervelen in de versie mét of zonder Gene Pitney.
The Sensualist is een mysterieus en zwoel nummer. Wat dat aan gaat doet het zijn naam eer aan. De strijkers hebben hier een ietwat oosters tintje. Het nummer gaat door als in een groot spannend avontuur en het voert je mee naar allerlei onontdekte plaatsen.
Dat oosterse tintje blijft nog even, want ook She Took My Soul In Istanbul is daarmee beinvloed. Suraya Ahmed zorgt met haar betoverende stem uiteraard ook voor die vergelijking. Net als het vorige nummer klinkt het nummer sensueel en zwoel.
The Frost Comes Tomorrow is wat tegendraadser en echoet nog wat Mother Fist-invloeden. Bij nummers als deze denk ik meestal aan donkere kroegjes waar matrozen en allerlei ongure types het nachtleven onveilig maken. Mother Fist and Her Five Daughters stond er vol mee en het is ook een kant van Marc Almond.
Kept Boy is een cabaretesque nummer waar zangeres Agnes Bernelle een hoofdrol heeft. Jaren '30, Berlijn, Cabaret, u kent de vergelijkingen wel en het gaat zeker op voor dit spannende nummer wat zo lekker doorzwiert en schmiert. Heerlijk! Op de oorspronkelijke uitgave is dit de afsluiter en degenen die de latere versie kennen krijgen Somethings Gotten Hold Of My Heart nog een keer in de duet-versie. Deze versie wijkt overigens verder niet af van de solo-versie. Bepaalde vocalen van Almond worden hier gewoon overgenomen door Pitney.
Nu ik momenteel helemaal in Marc Almond sferen verkeer vanwege zijn komende concert in Paradiso Amsterdam is dit album ook weer boven water komen drijven en besef ik dat het wel degelijk één van mijn lievelings-albums uit mijn collectie is. Geen enkele misser en het veroorzaakt buitengewoon veel luisterplezier: dat zorgt er voor dat het laatste halfje verdient is en dat het daarmee een 5* album voor mij is geworden (en eigenlijk was het dat altijd wel besef ik nu).
Marc Almond - The Velvet Trail (2015)

4,5
0
geplaatst: 9 maart 2015, 22:37 uur
Artiesten moet je nooit op hun woord geloven. Toen Marc Almond na zijn album Varieté uit 2010 aankondigde dat het zijn laatste album met eigen materiaal zou worden was dat wel even slikken voor mij als longtime fan. Almond die ik al sinds midden jaren '80 volg en die me nooit maar dan ook nooit heeft teleurgesteld (natuurlijk had ie z'n mindere albums). Waar de andere grote helden als Prince of Pumpkins het eigenlijk op een gegeven moment lieten afweten daar was ik voor Almond altijd wel in de mood. En nu geen eigen werk meer?
Was dat wel zo erg dan? Hij is zo veelzijdig en heeft genoeg mooi werk afgeleverd waar hij zelf niet verantwoordelijk voor was. Alleen al na Varieté verscheen er genoeg moois en vooral afwisselend werk: zijn schitterende album met Michael Cashmore in 2011 bijvoorbeeld, of vorig jaar nog The Tyburn Tree. En toch..... er zat een soort afscheid in die woorden indertijd.
Gelukkig was daar producer Chris Braide (bekend van o.a. Lana Del Rey, Paloma Faith, David Guetta, Beyoncé en Britney Spears) die vond dat Almond er gewoon aan moest geloven. Bovendien waren er vorig jaar al voortekenen in de singles en EP's die uiteindelijk als The Dancing Marquis bij elkaar kwamen. Ook hier was al eigen werk te horen.
En nu is daar dan The Velvet Trail, een album verdeeld in 3 stukken, telkens voorafgegaan door een instrumentaal stuk. Qua idee doet het denken aan Tenement Symphony. De uitwerking is anders. We horen een Almond in bloedvorm. De zanger die er om bekend staat er nogal eens tegenaan te zingen klinkt op dit album zo zuiver als wat en zingt krachtig en beheerst. Zijn ongeluk eind 2004 of het ouder worden hebben blijkbaar geen enkel effect op z'n zang, integendeel, hij gaat steeds beter zingen!
Ook horen we hier de wat luchtiger Almond. Geen cabaret-achtige nummers zoals op Varieté maar meer pop en zijn bekende crooner-ballads zoals het schitterende Scar. Er staat ook een duet op met Beth Ditto, het lekkere popnummer When the Comet Comes.
De synth-pop speelt een grote rol en dan kom ik toch weer uit bij een album als Tenement Symphony, maar ik hoor ook een beetje van The Stars We Are terug.
Toch zijn die vergelijkingen wat gevaarlijk want The Velvet Trail is wel degelijk Marc Almond anno 2015 zonder hip te willen zijn, want hij vaart zijn geheel eigen koers en doet dat goed en vooral herkenbaar.
Waar veel mensen niet veel kunnen met al die projecten van hem de laatste jaren, daar zouden ze met dit popalbum vol melancholie wel weer eens terug kunnen keren. Verwacht hier geen hitsingle op te vinden, maar hoor een degelijk album dat geheel op zichzelf staat in een muziekindustrie waar het een komen en gaan van sterretjes is. Marc Almond trotseerde al die stormen en staat standvastiger dan ooit met beide benen op de grond en dat is te horen op zijn nieuwe werk.
Het liefst hoor ik de 'grillige Marc', de 'vies en voze Marc', maar deze 'melancholische pop-Marc' heb ik ook altijd wel weten te waarderen.
En nu niet meer zeggen dat dit je laatste werk met eigen materiaal is Marc!
Was dat wel zo erg dan? Hij is zo veelzijdig en heeft genoeg mooi werk afgeleverd waar hij zelf niet verantwoordelijk voor was. Alleen al na Varieté verscheen er genoeg moois en vooral afwisselend werk: zijn schitterende album met Michael Cashmore in 2011 bijvoorbeeld, of vorig jaar nog The Tyburn Tree. En toch..... er zat een soort afscheid in die woorden indertijd.
Gelukkig was daar producer Chris Braide (bekend van o.a. Lana Del Rey, Paloma Faith, David Guetta, Beyoncé en Britney Spears) die vond dat Almond er gewoon aan moest geloven. Bovendien waren er vorig jaar al voortekenen in de singles en EP's die uiteindelijk als The Dancing Marquis bij elkaar kwamen. Ook hier was al eigen werk te horen.
En nu is daar dan The Velvet Trail, een album verdeeld in 3 stukken, telkens voorafgegaan door een instrumentaal stuk. Qua idee doet het denken aan Tenement Symphony. De uitwerking is anders. We horen een Almond in bloedvorm. De zanger die er om bekend staat er nogal eens tegenaan te zingen klinkt op dit album zo zuiver als wat en zingt krachtig en beheerst. Zijn ongeluk eind 2004 of het ouder worden hebben blijkbaar geen enkel effect op z'n zang, integendeel, hij gaat steeds beter zingen!
Ook horen we hier de wat luchtiger Almond. Geen cabaret-achtige nummers zoals op Varieté maar meer pop en zijn bekende crooner-ballads zoals het schitterende Scar. Er staat ook een duet op met Beth Ditto, het lekkere popnummer When the Comet Comes.
De synth-pop speelt een grote rol en dan kom ik toch weer uit bij een album als Tenement Symphony, maar ik hoor ook een beetje van The Stars We Are terug.
Toch zijn die vergelijkingen wat gevaarlijk want The Velvet Trail is wel degelijk Marc Almond anno 2015 zonder hip te willen zijn, want hij vaart zijn geheel eigen koers en doet dat goed en vooral herkenbaar.
Waar veel mensen niet veel kunnen met al die projecten van hem de laatste jaren, daar zouden ze met dit popalbum vol melancholie wel weer eens terug kunnen keren. Verwacht hier geen hitsingle op te vinden, maar hoor een degelijk album dat geheel op zichzelf staat in een muziekindustrie waar het een komen en gaan van sterretjes is. Marc Almond trotseerde al die stormen en staat standvastiger dan ooit met beide benen op de grond en dat is te horen op zijn nieuwe werk.
Het liefst hoor ik de 'grillige Marc', de 'vies en voze Marc', maar deze 'melancholische pop-Marc' heb ik ook altijd wel weten te waarderen.
En nu niet meer zeggen dat dit je laatste werk met eigen materiaal is Marc!
Marc Almond - The Willing Sinner (2003)
Alternatieve titel: Live at the Passionchurch Berlin

4,0
0
geplaatst: 12 oktober 2007, 23:33 uur
Prachtige 'stripped to the bone' versies op dit album waar Almond een performance weggeeft in de Passionskirche te Berlijn op 15 september 1991. Dit doet hij samen met pianist Martin Watkins.
Het is heerlijk zwelgen op deze versies.
Degenen die ook de dvd hiervan kennen (volgens mij ben ik de enige op deze site
) krijgen wat meer nummers te zien en horen:
het weergaloze Broken Hearted and Beautiful (mijn favoriete Almond song), L' Esqualita en bonustracks uit 1987 King of the Fools en Tenderness is a Weakness. De beeldkwaliteit laat te wensen over maar daar hebben we op de cd-versie uiteraard geen last van (alhoewel ik het geluid ook niet altijd te pruimen vind). Dan is het gewoon puur genieten van de fraai uitgevoerde songs.
In elk geval heb ik besloten om lekker dicht richting user Ruby 1966 aan te kruipen met een verhoging naar 4*
Het is heerlijk zwelgen op deze versies.
Degenen die ook de dvd hiervan kennen (volgens mij ben ik de enige op deze site
) krijgen wat meer nummers te zien en horen:het weergaloze Broken Hearted and Beautiful (mijn favoriete Almond song), L' Esqualita en bonustracks uit 1987 King of the Fools en Tenderness is a Weakness. De beeldkwaliteit laat te wensen over maar daar hebben we op de cd-versie uiteraard geen last van (alhoewel ik het geluid ook niet altijd te pruimen vind). Dan is het gewoon puur genieten van de fraai uitgevoerde songs.
In elk geval heb ik besloten om lekker dicht richting user Ruby 1966 aan te kruipen met een verhoging naar 4*

Marc Almond - Things We Lost (2022)

4,0
1
geplaatst: 27 oktober 2022, 22:28 uur
Als Marc Almond fan word ik natuurlijk behoorlijk verwend. De man is echt enorm productief en met allerlei projecten bezig. Zelfs Soft Cell werd nieuw leven ingeblazen. Waar die man de energie vandaan haalt?!
Things We Lost is een mini-album met zes tracks, nog net geen half uur. Hij ziet het als een viering van zijn 65e verjaardag (afgelopen juli).
De scherpe randjes zijn er wel vanaf en Things We Lost sluit dan ook naadloos aan op zijn laatste albums. Deze keer werkt hij weer samen met Chris Braide (producer van o.a. Sia, Lana Del Rey, Beyoncé en Nicki Minaj) zoals ook op zijn album The Velvet Trail uit 2015.
Wat opvalt is de heldere productie, en met het nummer Dead Stars levert Almond toch wel weer een pareltje af.
Het album is te koop op vinyl, maar koop je de cd dan krijg je er nog 37 live nummers bij, inclusief wat nummers waar Braide verantwoordelijk voor is (denk aan Sia's Kill and Run en Unstoppable). Het concert vond plaats in The Royal Festival Hall in Londen waar ook Ian Anderson (Jethro Tull) zijn medewerking aan verleende. Anderson was ook te horen op het album Chaos and a Dancing Star.
Het is een fraai mini-album geworden wat voor mijn part best opgerekt had mogen worden tot een volwaardig album. De Live tracks zijn meer dan dan prima (eigenlijk behoorlijk goed), maar ik blijf concerten thuis luisteren toch wel een ding vinden. Ik zeg niet voor niets dat je daar gewoon bij moet zijn. dat is hier al niet anders. Ik ga dus voor de vinyl versie en het concert is een leuk extraatje waar ik waarschijnlijk niet vaak op terug zal vallen (het duurt me ook net wat te lang allemaal). De zes studionummers daarentegen..... prachtig.
Niet voor wie nog verlangt naar de avontuurlijke Marc van vroeger, maar bevielen zijn laatste albums dan vormt dit een meer dan welkome aanvulling daarop. Keurige pop van een heer op leeftijd zullen we maar zeggen.
Things We Lost is een mini-album met zes tracks, nog net geen half uur. Hij ziet het als een viering van zijn 65e verjaardag (afgelopen juli).
De scherpe randjes zijn er wel vanaf en Things We Lost sluit dan ook naadloos aan op zijn laatste albums. Deze keer werkt hij weer samen met Chris Braide (producer van o.a. Sia, Lana Del Rey, Beyoncé en Nicki Minaj) zoals ook op zijn album The Velvet Trail uit 2015.
Wat opvalt is de heldere productie, en met het nummer Dead Stars levert Almond toch wel weer een pareltje af.
Het album is te koop op vinyl, maar koop je de cd dan krijg je er nog 37 live nummers bij, inclusief wat nummers waar Braide verantwoordelijk voor is (denk aan Sia's Kill and Run en Unstoppable). Het concert vond plaats in The Royal Festival Hall in Londen waar ook Ian Anderson (Jethro Tull) zijn medewerking aan verleende. Anderson was ook te horen op het album Chaos and a Dancing Star.
Het is een fraai mini-album geworden wat voor mijn part best opgerekt had mogen worden tot een volwaardig album. De Live tracks zijn meer dan dan prima (eigenlijk behoorlijk goed), maar ik blijf concerten thuis luisteren toch wel een ding vinden. Ik zeg niet voor niets dat je daar gewoon bij moet zijn. dat is hier al niet anders. Ik ga dus voor de vinyl versie en het concert is een leuk extraatje waar ik waarschijnlijk niet vaak op terug zal vallen (het duurt me ook net wat te lang allemaal). De zes studionummers daarentegen..... prachtig.
Niet voor wie nog verlangt naar de avontuurlijke Marc van vroeger, maar bevielen zijn laatste albums dan vormt dit een meer dan welkome aanvulling daarop. Keurige pop van een heer op leeftijd zullen we maar zeggen.
Marc Almond - Trials of Eyeliner (2016)
Alternatieve titel: The Anthology 1979 / 2016

4,5
0
geplaatst: 1 november 2016, 22:45 uur
Het is eigenlijk ongelooflijk hoeveel verschillende muzikale wegen deze man heeft bewandeld in zijn carrière. Van makkelijk in het gehoor liggende pop naar donkere vaudeville en van maniakale gekte naar chansons.
Het staat er allemaal op.
In deze box ook een boekwerk met uitgebreid voorwoord van Marc zelf waarin hij dat ook aangeeft.
Alexis Petridis schrijft een lang stuk over zijn hele loopbaan van begin tot nu en hij noemt zelfs de samenwerking tussen Almond en Chris Braide (mede-verantwoordelijk voor het album The Velvet Trail) die zich momenteel voortzet op het maken van de opvolger van The Velvet Trail en ook is bekend dat Almond wederom samenwerkt met Othon en Jeremy Reed.
Hij gaat dus nog wel even door op de voor hem zo kenmerkende manier.
En die manier weet zich op deze 10 cd's tellende verzamelaar heel goed neergezet. Het mooie is ook dat Almond helemaal zelf verantwoordelijk is voor de samenstelling ervan en hij geeft toe dat het soms moeilijk was om nummers weg te laten, omdat ze gewoon wat moeilijker waren in te passen.
Het zegt dus al genoeg over de gigantische hoeveelheid nummers die hij heeft opgenomen. Of dit een geschikt document is voor mensen die Almond niet zo goed kennen weet ik niet. Het is geen Greatest Hits, er staan veel onbekende dingen op die juist voor de fans interessant zijn. En dan is de prijs misschien toch wel een grote drempel.
Mijn favoriete disc van dit tiental? Misschien toch wel nummer twee, met daarop een hoop Vermin in Ermine, Mother Fist, The Stars We Are en Enchanted nummers. Wat een heerlijke nummers zijn en blijven dat toch.
Voor mij als fan is dit een geschenk uit de hemel en een fantastische trip om mee te maken, wetende dat de artiest zelf er ook zijn ziel en zaligheid in heeft gelegd en niet op geld beluste platenmaatschappijen. Heel bijzonder ook, omdat Almond zichzelf een 'record company gypsy' noemt waarmee hij aangeeft altijd te hebben gedaan waar hij zin in had, of dat nu bij grote maatschappijen was of in eigen beheer. En dan toch alles in één box kunnen stoppen.
Ik weet dat het hem bloed, zweet en tranen gekost moet hebben, want hij heeft het al heel lang over een document met zijn hele carrière als uitgangspunt, maar al die verschillende belanghebbenden werkten niet erg mee waardoor het steeds weer vooruit geschoven werd. Blijkbaar is dat nu veranderd.
Maar zoals hij zelf zijn verhaal eindigt: 'One thing has remained constant and that is a black eyeliner pencil'.
Het staat er allemaal op.
In deze box ook een boekwerk met uitgebreid voorwoord van Marc zelf waarin hij dat ook aangeeft.
Alexis Petridis schrijft een lang stuk over zijn hele loopbaan van begin tot nu en hij noemt zelfs de samenwerking tussen Almond en Chris Braide (mede-verantwoordelijk voor het album The Velvet Trail) die zich momenteel voortzet op het maken van de opvolger van The Velvet Trail en ook is bekend dat Almond wederom samenwerkt met Othon en Jeremy Reed.
Hij gaat dus nog wel even door op de voor hem zo kenmerkende manier.
En die manier weet zich op deze 10 cd's tellende verzamelaar heel goed neergezet. Het mooie is ook dat Almond helemaal zelf verantwoordelijk is voor de samenstelling ervan en hij geeft toe dat het soms moeilijk was om nummers weg te laten, omdat ze gewoon wat moeilijker waren in te passen.
Het zegt dus al genoeg over de gigantische hoeveelheid nummers die hij heeft opgenomen. Of dit een geschikt document is voor mensen die Almond niet zo goed kennen weet ik niet. Het is geen Greatest Hits, er staan veel onbekende dingen op die juist voor de fans interessant zijn. En dan is de prijs misschien toch wel een grote drempel.
Mijn favoriete disc van dit tiental? Misschien toch wel nummer twee, met daarop een hoop Vermin in Ermine, Mother Fist, The Stars We Are en Enchanted nummers. Wat een heerlijke nummers zijn en blijven dat toch.
Voor mij als fan is dit een geschenk uit de hemel en een fantastische trip om mee te maken, wetende dat de artiest zelf er ook zijn ziel en zaligheid in heeft gelegd en niet op geld beluste platenmaatschappijen. Heel bijzonder ook, omdat Almond zichzelf een 'record company gypsy' noemt waarmee hij aangeeft altijd te hebben gedaan waar hij zin in had, of dat nu bij grote maatschappijen was of in eigen beheer. En dan toch alles in één box kunnen stoppen.
Ik weet dat het hem bloed, zweet en tranen gekost moet hebben, want hij heeft het al heel lang over een document met zijn hele carrière als uitgangspunt, maar al die verschillende belanghebbenden werkten niet erg mee waardoor het steeds weer vooruit geschoven werd. Blijkbaar is dat nu veranderd.
Maar zoals hij zelf zijn verhaal eindigt: 'One thing has remained constant and that is a black eyeliner pencil'.
Marc Almond - Varieté (2010)

5,0
0
geplaatst: 20 mei 2010, 23:42 uur
Marc Almond viert dit jaar zijn 30 jarig 'bestaan' als artiest. Je kunt wel stellen dat het niet veel gescheeld had dat dit feestje er nooit zou zijn gekomen omdat hij in 2004 betrokken raakte bij een ernstig motorongeluk. Het herstel was pijnlijk maar wonderwel slaagde hij er binnen korte tijd in te revalideren. Eind 2005 stond hij voorzichtig voor het eerst weer op het podium met Jools Holland en zijn Rhythm & Blues Orchestra waar hij de Soft Cell-klassiekers Say Hello Wave Goodbye en Tainted Love zong. Het was Antony die hem kon overhalen weer het podium op te klimmen.
In 2010 kunnen veel fans daarom nu zijn 'The Varieté 30 Years Anniversary Tour' aanschouwen (helaas nog geen datum in Nederland). Hierin zal Marc veel van zijn oudere werk maar ook nieuwe laten horen.
Dat nieuwe werk is te beluisteren op zijn eerste eigengeschreven album sinds Stranger Things uit 2001dat begin juni zal uitkomen in twee versies: een gewone en een deluxe met daarop zeven akoestische nummers die ook uit de Varieté-sessies stammen.
In de tussentijd heeft Marc wel degelijk veel albums uitgebracht waaronder een coveralbum (Stardom Road) en twee 'Russische' (Heart on Snow en het vorig jaar verschenen Orpheus in Exile).
De fans keken dus reikhalzend uit naar Varieté dat Almond schreef in nauwe samenwerking met zijn muzikale compagnons Neil Whitmore (ook bekend als Neal X) en Martin Watkins. Ook Michael Cashmore was van de partij met wie Marc een schitterende EP heeft uitgebracht onder de naam Gabriel & the Lunatic Lover.
Varieté opent met een 44 durend intro waarin Marc aangeeft wat hij nodig heeft om zijn 'sad songs' te kunnen zingen. Dit loopt naadloos over in Bread & Circus waarin hij rept over de clowns die ons kunnen gaan entertainen. De Russische albums zijn duidelijk van invloed en dat is niet zo gek als je bedenkt dat Marc dit schreef met Alexei Fedorov die mede-verantwoordelijk was voor het album Orpheus in Exile. Het nummer ademt een gypsy-feel uit dat voelbaar is door het vioolspel. De troubadour Almond in Rusland..... hij treedt er daadwerkelijk ook regelmatig op en heeft daar een zeer vaste fanbase.
Nijinsky Heart ontroert mij al bij de eerste klanken. Ik hoor in dit nummer zijn wat experimentelere kant terug. Niet meer zo weird als toen maar een vleugje Marc and the Mambas is nog wel hoorbaar alsmede een album als Vermin in Ermine. De Russische link blijft nog even aangehouden omdat dit nummer over Vaslav Nijinsky gaat. Nijinsky was een balletdanser uit Rusland die in staat was een 'en pointe' uit te voeren; een vaardigheid die in die tijd voor mannen nogal uitzonderlijk was.
Dat Marc in zijn Soft Cell-tijd nogal opviel is een understatement. Een exhibisionist? Misschien wel. The Exhibitionist is een enigszins desolaat nummer waar de piano een wat grotere rol krijgt. Niet vreemd, omdat Martin Watkins heeft meegeschreven. Watkins is al jaren Almond's vaste begeleider op piano. Het nummer heeft iets cabaret-donkers en klinkt uiterst desolaat. Adembenemend mooi durf ik wel te stellen.
Op naar het volgende hoogtepunt dat misschien nu al een fan-favoriet is te noemen: The Trials of Eyeliner. Ik sluit me daar bij aan want het is momenteel zeker één van mijn favoriete nummers op deze cd. Het is een vaudeville-klinkend nummer dat past in de beste Gavin Friday traditie, een hoek waar Almond in het verleden ook vaak te vinden was en nog steeds is. Veel gevoel voor glamour en dramatiek en het sluit goed aan op de sfeer die het album Stardom Road oproept en hier bewijst Almond zelf ook in staat te zijn deze sfeer te scheppen. Dit is het eerste van twee nummers dat hij schreef met Michael Cashmore. Ik ben al een enorm liefhebber van dit nummer.
Lavender is al veel langer bekend onder de fans en ik was dan ook erg verheugd om het terug te zien op Varieté omdat het in die tijd is uitgegroeid tot één van mijn favoriete Almond-songs. Het nummer leunt zwaar op de piano met op de achtergrond een licht orkestrale begeleiding. Alsof hij alleen voor jou zijn nummer staat te zingen in een kleine nachtclub. Ook dit nummer valt voor mij in de categorie 'ontroerend'. Zeker een hoogtepunt in de enorm uitgebreide categorie Almond-nummers.
Alexei Fedorov keert terug als songwriter op Soho So Long dat sommigen misschien kennen van de cd/dvd In Bluegate Fields uit 1998 waar hij dit nummer zong tijdens zijn Wilton's Music Hall-optredens; optredens waar hij meer onbekend werk zong en waarmee hij een geheel andere sfeer uitstraalde, iets wat Almond voor mij ook zo uniek maakt. Hij kan je uit je dak laten gaan op zijn bekende klassiekers, maar weet ook compleet andere shows neer te zetten om een volgende keer op te duiken als dj. Het nummer zelf is uptempo en ligt lekker in het gehoor. De Russische link is hier veel minder duidelijk aanwezig.
Unloveable is luchtig van toon en vormt daarmee een aardige afwisseling. Niet een heel bijzonder opvallend nummer maar door zijn plaats op de cd wel juist zo'n heerlijk momentje van 'even bijkomen'.
Sandboy staat ook al een tijdje op het live-repertoire. Ook hier piano in combinatie met de zang van Almond (ik vind hem op dit album overigens zeer goed zingen: soms nogal eens een twistpunt). Naast die zang/piano combinatie heeft het nummer toevoeging van o.a. blazers en zorgt het weer voor zo'n typisch Almond-nummer zoals we die de laatste jaren vaker horen. In de traditie van zijn grote voorbeelden. Mooi? Heel erg mooi ja.
Over Marc's voorbeelden gesproken It's All Going On zou zo een nummer kunnen zijn voor P.J. Proby of Charles Aznavour. Mooi dus dat hij wederom laat horen zelf ook in staat is dit soort nummers te schrijven. We gaan er gevoelsmatig ver terug mee de tijd in terwijl het toch echt anno 2010 is.
Onlangs gaf Almond een uiterst ontspannen interview op BBC radio en daar werd Variety als primeur gedraaid. Toen ik het daar voor het eerst hoorde sloeg het niet heel erg goed aan. Op dit nummer ergerde ik me ietwat aan het gitaarspel van Neal X, iets dat ik wel eens vaker heb en dat ik niet goed kan verklaren. Het nummer zou zo op het album Fantastic Star hebben kunnen staan: het heeft eenzelfde 'glamrock-feel'. Overigens is dit album niet echt een favoriet van Almond zelf. Nu, na meerdere draaibeurten, begin ik er beter in te komen en er zelfs van te genieten. Die volvette blazers zijn toch wel erg lekker en de swing zit er goed in.
De hoes van dit album roept bij sommigen associaties op met zijn klassieker Mother Fist and Her Five Daughters. Zelf ervaar ik dit niet zo maar als je dan de titel Cabaret Clown ziet staan dan moet je toch wel degelijk kijken naar de Varieté hoes. Het nummer is een heerlijk vaudeville-walsje waar ik op de één of andere manier maar moet blijven denken aan The Doors. Ik ben benieuwd of ik hier de enige in zal blijken te zijn. Ik word hier in elk geval heel erg vrolijk van: een simpel maar doeltreffend nummer waar ik een beetje terugdenk aan het fantastische album Enchanted.
My Madness and I is dan gelijk een stuk soberder maar heeft tegelijkertijd ook iets 'bombastisch' in zich, met name door de backing vocals. Het nummer valt bij de eerste draaibeurten misschien niet zo op maar daarna begint het zichzelf steeds meer op positieve wijze in de schijnwerpers te zetten.
But Not Today doet me een beetje denken aan de nummers ten tijde van Tenement Symphony, terwijl dat toch echt een compleet andere uitstraling heeft en waar dit nummer ook misplaatst zou zijn. Het is puur een gevoelskwestie. Een gevoelskwestie is ook hoe ik dit nummer ervaar: lekker zwelgen, beetje drama en een hoop pathos zonder te vervallen in bombast. Het zijn ingrediënten die er telkens weer voor zorgen waarom ik de muziek van Marc echt op elk moment van de dag kan opzetten en waardoor ik hem al jarenlang volg zonder dat hij me ooit is gaan vervelen en dat is uniek te noemen omdat ik denk dat hij daarin een uitzonderingpositie inneemt. Tijdloos is hier absoluut het toverwoord denk ik en dat gaat ook op voor dit nummer.
Een ander nummer dat al veel langer bekend is en waar ik erg gelukkig van werd het hier tegen te komen is Swan Song dat in dezelfde lijn ligt als het nummer Lavender. Enige verschil met de versie die ik al kende is dat er hier een volvet orgel aan toegevoegd is. Dit doet voor mijn gevoel wel een beetje afbreuk aan die oudere versie maar dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat ik nu gewoon erg moet wennen aan deze nieuwe versie want het is en blijft namelijk een heerlijk nummer dat best een Almond-klassieker genoemd mag worden en dat ik toch als één van mijn favorieten beschouw van dit album ondanks het feit dat ik er wat aan moet wennen.
Michael Cashmore is op Sin Song voor de tweede keer de rechterhand van Marc. Het is tevens het langstdurende nummer waarin hij letterlijk zingt dat het zijn 'last song I will ever sing' is. Zou het dan toch waar zijn dat Marc hierna geen eigengeschreven albums meer gaat uitbrengen? Ik zou dat toch wel heel erg zonde vinden, want nummers als deze mag hij van mij nog heel erg veel gaan schrijven in de toekomst. Hoezo 'fuck you, we are all doomed' beste Marc?
"This is a personal record of my own life and the decades I've grown through: born in the 1950's, a child of the 60's, a troubled teen of the 70's, a star of the 80's, a drug casualty of the 90's, an actual road casualty in the new millennium, and from it a rehabilitated and re-invented person, with a new sense of self." zoals hij zelf zegt over dit nieuwe album.
Het is een uiterst passende opmerking bij een album waar ik nu al van ben gaan houden. Het is een geweldige terugkeer en behoort absoluut tot zijn beste albums ooit.
Tja, als je een 'fanboy' aan het woord laat dan krijg je dit soort opmerkingen natuurlijk al snel zal menigeen denken.
Nog waarschijnlijker is dat er maar heel weinig mensen überhaupt een mening zullen hebben over Varieté, puur omdat Marc Almond een artiest is die zeker op musicmeter maar weinig aanhang heeft waardoor ook dit album wel weer snel in de donkere hoekjes van de site terecht zal komen. Een terugkeer als Morrissey's You Are the Quarry (om maar eens iets te noemen) gaat dit zeer waarschijnlijk zeker niet worden alleen al vanwege het feit dat de fanbase van Almond heel wat kleiner is. Maar binnen die kring denk ik wel dat dit album wel eens heel goed zou kunnen vallen en dat is terecht ook want het laat een Marc Almond in bloedvorm horen.
Ik ben er in elk geval dolgelukkig mee!
In 2010 kunnen veel fans daarom nu zijn 'The Varieté 30 Years Anniversary Tour' aanschouwen (helaas nog geen datum in Nederland). Hierin zal Marc veel van zijn oudere werk maar ook nieuwe laten horen.
Dat nieuwe werk is te beluisteren op zijn eerste eigengeschreven album sinds Stranger Things uit 2001dat begin juni zal uitkomen in twee versies: een gewone en een deluxe met daarop zeven akoestische nummers die ook uit de Varieté-sessies stammen.
In de tussentijd heeft Marc wel degelijk veel albums uitgebracht waaronder een coveralbum (Stardom Road) en twee 'Russische' (Heart on Snow en het vorig jaar verschenen Orpheus in Exile).
De fans keken dus reikhalzend uit naar Varieté dat Almond schreef in nauwe samenwerking met zijn muzikale compagnons Neil Whitmore (ook bekend als Neal X) en Martin Watkins. Ook Michael Cashmore was van de partij met wie Marc een schitterende EP heeft uitgebracht onder de naam Gabriel & the Lunatic Lover.
Varieté opent met een 44 durend intro waarin Marc aangeeft wat hij nodig heeft om zijn 'sad songs' te kunnen zingen. Dit loopt naadloos over in Bread & Circus waarin hij rept over de clowns die ons kunnen gaan entertainen. De Russische albums zijn duidelijk van invloed en dat is niet zo gek als je bedenkt dat Marc dit schreef met Alexei Fedorov die mede-verantwoordelijk was voor het album Orpheus in Exile. Het nummer ademt een gypsy-feel uit dat voelbaar is door het vioolspel. De troubadour Almond in Rusland..... hij treedt er daadwerkelijk ook regelmatig op en heeft daar een zeer vaste fanbase.
Nijinsky Heart ontroert mij al bij de eerste klanken. Ik hoor in dit nummer zijn wat experimentelere kant terug. Niet meer zo weird als toen maar een vleugje Marc and the Mambas is nog wel hoorbaar alsmede een album als Vermin in Ermine. De Russische link blijft nog even aangehouden omdat dit nummer over Vaslav Nijinsky gaat. Nijinsky was een balletdanser uit Rusland die in staat was een 'en pointe' uit te voeren; een vaardigheid die in die tijd voor mannen nogal uitzonderlijk was.
Dat Marc in zijn Soft Cell-tijd nogal opviel is een understatement. Een exhibisionist? Misschien wel. The Exhibitionist is een enigszins desolaat nummer waar de piano een wat grotere rol krijgt. Niet vreemd, omdat Martin Watkins heeft meegeschreven. Watkins is al jaren Almond's vaste begeleider op piano. Het nummer heeft iets cabaret-donkers en klinkt uiterst desolaat. Adembenemend mooi durf ik wel te stellen.
Op naar het volgende hoogtepunt dat misschien nu al een fan-favoriet is te noemen: The Trials of Eyeliner. Ik sluit me daar bij aan want het is momenteel zeker één van mijn favoriete nummers op deze cd. Het is een vaudeville-klinkend nummer dat past in de beste Gavin Friday traditie, een hoek waar Almond in het verleden ook vaak te vinden was en nog steeds is. Veel gevoel voor glamour en dramatiek en het sluit goed aan op de sfeer die het album Stardom Road oproept en hier bewijst Almond zelf ook in staat te zijn deze sfeer te scheppen. Dit is het eerste van twee nummers dat hij schreef met Michael Cashmore. Ik ben al een enorm liefhebber van dit nummer.
Lavender is al veel langer bekend onder de fans en ik was dan ook erg verheugd om het terug te zien op Varieté omdat het in die tijd is uitgegroeid tot één van mijn favoriete Almond-songs. Het nummer leunt zwaar op de piano met op de achtergrond een licht orkestrale begeleiding. Alsof hij alleen voor jou zijn nummer staat te zingen in een kleine nachtclub. Ook dit nummer valt voor mij in de categorie 'ontroerend'. Zeker een hoogtepunt in de enorm uitgebreide categorie Almond-nummers.
Alexei Fedorov keert terug als songwriter op Soho So Long dat sommigen misschien kennen van de cd/dvd In Bluegate Fields uit 1998 waar hij dit nummer zong tijdens zijn Wilton's Music Hall-optredens; optredens waar hij meer onbekend werk zong en waarmee hij een geheel andere sfeer uitstraalde, iets wat Almond voor mij ook zo uniek maakt. Hij kan je uit je dak laten gaan op zijn bekende klassiekers, maar weet ook compleet andere shows neer te zetten om een volgende keer op te duiken als dj. Het nummer zelf is uptempo en ligt lekker in het gehoor. De Russische link is hier veel minder duidelijk aanwezig.
Unloveable is luchtig van toon en vormt daarmee een aardige afwisseling. Niet een heel bijzonder opvallend nummer maar door zijn plaats op de cd wel juist zo'n heerlijk momentje van 'even bijkomen'.
Sandboy staat ook al een tijdje op het live-repertoire. Ook hier piano in combinatie met de zang van Almond (ik vind hem op dit album overigens zeer goed zingen: soms nogal eens een twistpunt). Naast die zang/piano combinatie heeft het nummer toevoeging van o.a. blazers en zorgt het weer voor zo'n typisch Almond-nummer zoals we die de laatste jaren vaker horen. In de traditie van zijn grote voorbeelden. Mooi? Heel erg mooi ja.
Over Marc's voorbeelden gesproken It's All Going On zou zo een nummer kunnen zijn voor P.J. Proby of Charles Aznavour. Mooi dus dat hij wederom laat horen zelf ook in staat is dit soort nummers te schrijven. We gaan er gevoelsmatig ver terug mee de tijd in terwijl het toch echt anno 2010 is.
Onlangs gaf Almond een uiterst ontspannen interview op BBC radio en daar werd Variety als primeur gedraaid. Toen ik het daar voor het eerst hoorde sloeg het niet heel erg goed aan. Op dit nummer ergerde ik me ietwat aan het gitaarspel van Neal X, iets dat ik wel eens vaker heb en dat ik niet goed kan verklaren. Het nummer zou zo op het album Fantastic Star hebben kunnen staan: het heeft eenzelfde 'glamrock-feel'. Overigens is dit album niet echt een favoriet van Almond zelf. Nu, na meerdere draaibeurten, begin ik er beter in te komen en er zelfs van te genieten. Die volvette blazers zijn toch wel erg lekker en de swing zit er goed in.
De hoes van dit album roept bij sommigen associaties op met zijn klassieker Mother Fist and Her Five Daughters. Zelf ervaar ik dit niet zo maar als je dan de titel Cabaret Clown ziet staan dan moet je toch wel degelijk kijken naar de Varieté hoes. Het nummer is een heerlijk vaudeville-walsje waar ik op de één of andere manier maar moet blijven denken aan The Doors. Ik ben benieuwd of ik hier de enige in zal blijken te zijn. Ik word hier in elk geval heel erg vrolijk van: een simpel maar doeltreffend nummer waar ik een beetje terugdenk aan het fantastische album Enchanted.
My Madness and I is dan gelijk een stuk soberder maar heeft tegelijkertijd ook iets 'bombastisch' in zich, met name door de backing vocals. Het nummer valt bij de eerste draaibeurten misschien niet zo op maar daarna begint het zichzelf steeds meer op positieve wijze in de schijnwerpers te zetten.
But Not Today doet me een beetje denken aan de nummers ten tijde van Tenement Symphony, terwijl dat toch echt een compleet andere uitstraling heeft en waar dit nummer ook misplaatst zou zijn. Het is puur een gevoelskwestie. Een gevoelskwestie is ook hoe ik dit nummer ervaar: lekker zwelgen, beetje drama en een hoop pathos zonder te vervallen in bombast. Het zijn ingrediënten die er telkens weer voor zorgen waarom ik de muziek van Marc echt op elk moment van de dag kan opzetten en waardoor ik hem al jarenlang volg zonder dat hij me ooit is gaan vervelen en dat is uniek te noemen omdat ik denk dat hij daarin een uitzonderingpositie inneemt. Tijdloos is hier absoluut het toverwoord denk ik en dat gaat ook op voor dit nummer.
Een ander nummer dat al veel langer bekend is en waar ik erg gelukkig van werd het hier tegen te komen is Swan Song dat in dezelfde lijn ligt als het nummer Lavender. Enige verschil met de versie die ik al kende is dat er hier een volvet orgel aan toegevoegd is. Dit doet voor mijn gevoel wel een beetje afbreuk aan die oudere versie maar dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat ik nu gewoon erg moet wennen aan deze nieuwe versie want het is en blijft namelijk een heerlijk nummer dat best een Almond-klassieker genoemd mag worden en dat ik toch als één van mijn favorieten beschouw van dit album ondanks het feit dat ik er wat aan moet wennen.
Michael Cashmore is op Sin Song voor de tweede keer de rechterhand van Marc. Het is tevens het langstdurende nummer waarin hij letterlijk zingt dat het zijn 'last song I will ever sing' is. Zou het dan toch waar zijn dat Marc hierna geen eigengeschreven albums meer gaat uitbrengen? Ik zou dat toch wel heel erg zonde vinden, want nummers als deze mag hij van mij nog heel erg veel gaan schrijven in de toekomst. Hoezo 'fuck you, we are all doomed' beste Marc?
"This is a personal record of my own life and the decades I've grown through: born in the 1950's, a child of the 60's, a troubled teen of the 70's, a star of the 80's, a drug casualty of the 90's, an actual road casualty in the new millennium, and from it a rehabilitated and re-invented person, with a new sense of self." zoals hij zelf zegt over dit nieuwe album.
Het is een uiterst passende opmerking bij een album waar ik nu al van ben gaan houden. Het is een geweldige terugkeer en behoort absoluut tot zijn beste albums ooit.
Tja, als je een 'fanboy' aan het woord laat dan krijg je dit soort opmerkingen natuurlijk al snel zal menigeen denken.
Nog waarschijnlijker is dat er maar heel weinig mensen überhaupt een mening zullen hebben over Varieté, puur omdat Marc Almond een artiest is die zeker op musicmeter maar weinig aanhang heeft waardoor ook dit album wel weer snel in de donkere hoekjes van de site terecht zal komen. Een terugkeer als Morrissey's You Are the Quarry (om maar eens iets te noemen) gaat dit zeer waarschijnlijk zeker niet worden alleen al vanwege het feit dat de fanbase van Almond heel wat kleiner is. Maar binnen die kring denk ik wel dat dit album wel eens heel goed zou kunnen vallen en dat is terecht ook want het laat een Marc Almond in bloedvorm horen.
Ik ben er in elk geval dolgelukkig mee!
Marc Almond - Vermin in Ermine (1984)

5,0
0
geplaatst: 4 februari 2011, 19:14 uur
The Boy Who Came Back is één van mijn favoriete Almond songs en het geeft misschien ook wel een beetje aan dat Vermin in Ermine zijn eerste echte solo-album werd na Soft Cell.
Natuurlijk, we hebben ook Marc and the Mambas, maar Vermin in Ermine verscheen puur onder eigen naam. Op zich kan je rustig zeggen dat ook dit album een groot deel dezelfde begeleidingsband heeft die later weer opdook onder de toevoegende naam The Willing Sinners of La Magia.
Of we dit album uit 1984 zijn solo-debuut moeten noemen is dus ietwat dubieus.
Maar ach, hoe belangrijk is dat? Veel belangrijker is het gebodene en dat zit wel goed hier. Het hart op de cover is groot uitgevallen maar kan ook vertaald worden naar de liefde voor muziek die er bij Marc Almond wel in zit. Vermin in Ermine stamt uit de tijd waarin hij mijns inziens toch met de beste albums op de proppen kwam.
Het mooie hier is dat het allemaal nog wat minder gepolijst overkomt zoals op latere albums als The Stars We Are of Tenement Symphony. Ook zeer fijne albums, maar toch een ietwat andere sound.
Het sluit dan ook bijzonder goed aan op Torment and Toreros omdat hij hier met een groot deel dezelfde muzikanten opereert.
Opener Shining Sinners is daar al een perfect voorbeeld van. Dit nummer had ook op Torment and Toreros kunnen staan met dank aan de strijkers en het warmbloedige 'Spaanse karakter' dat we op die andere klassieker ook vaak tegenkwamen. Het zet gelijk de toon voor dit spannende, avontuurlijke en vooral exotische album.
Ook op Hell Was A City horen we dat zuiderlijke sfeertje. De trompet valt op en de castagnetten zorgen voor de finishing touch. Verder valt op dat het een dwingend popnummer is dat lekker gejaagd klinkt en waar het echt moeilijk op stilzitten valt. Het speelplezier druipt er vanaf en het heeft z'n ruwe randjes weten te behouden.
Dat geldt ook voor You Have waar de saxofoon de hoofdrol krijgt. Dwarrelend en tollend gaat dit nummer door en door totdat je er dronken van wordt. Ook vocaal doet Almond het hier lekker.
Split Lip staat niet op alle uitgaven van dit album. Waarschijnlijk door zijn speelduur en het is duidelijk ook een grilliger nummer van Almond, een beetje vergelijkbaar met zijn werk met Foetus. Het is een repeterend nummer en dan kan bijna 18 minuten wel te lang zijn, hoe spannend ook.
Crime Sublime doet het dan anders met een kortere speelduur en een piano die hier de hoofdrol opeist. Het is een wat zweverig nummer met een hoop galmende koortjes en ook nu weer een mediteraan sfeertje. Vroeger wist ik nooit zo goed wat ik met dit nummer aan moest. Nu weet ik wel beter: het is helemaal mijn ding, mede omdat het zo'n Torment and Toreros uitstraling heeft.
Gutter Hearts is een glorieuze popsong: lekker uptempo en ik word hier zo ongelooflijk vrolijk van. Na een klotedag even dit nummer opzetten en ik ben weer helemaal mezelf.
Het sleazy Almond stijltje horen we terug op het bijna 8 minuten durende Ugly Head. Het lijkt een beetje een voorbode op zijn Mother Fist werk.
Ja, en dan The Boy Who Came Back. Ik kan niet omschrijven wat dit nummer elke draaibeurt weer met me doet. Ik voel dit van binnen, mijn hart klopt er sneller van, emoties komen bovendrijven, ik weet het niet. Er gebeurt iets. Op zich opvallend, omdat het nummer niet eens zo afwijkt van de andere uptempo nummers op dit album. Soms zijn dingen gewoon niet te verklaren en moet je ze niet willen uitleggen. Je kunt je in elk geval voorstellen hoe gelukkig ik was toen Marc dit nummer een paar jaar geleden in Paradiso ten gehore bracht.
Solo Adultos heeft een mediteraan bluesy karakter: opzwepend en ook hier een Torment and Toreros echo. Op de koptelefoon ontwaar je overigens net even meer geluiden. De latin-percussie doet zijn werk hier zeer naar behoren.
Joey Demento verlaat het latin-pad en knort er flink op los. Het doet een beetje denken aan het solo-album van zijn Soft Cell maatje Dave Ball. Het is een wat donkerder nummer op dit album maar nog steeds opzwepend met zijn Adam Ant-achtige trompetjes. Het is de cello die dit nummer z'n enorme meerwaarde geeft. Geweldig.
Pink Shack Blues laat de cabaret-kant wat meer horen. Het klinkt frivool en balanceert soms op het randje van de kitsch. Toch krijg ik hier telkens weer een opbeurend gevoel bij en zorgt het er voor dat ik de dansvloer op wil gaan.
Het majestueuze slotstuk Tenderness Is A Weakness heb ik altijd een prachtnummer gevonden dat dit album geheel in stijl afsluit. Een absoluut hoogtepunt. Het nummer zit perfect in elkaar en weet je al snel te pakken. Ja, het is pathos en ja daar moet je van houden.
Op de 2011 editie van dit album zitten deze keer ook 2 b-kantjes. De eerste is Love for Sale. Het laat horen dat ook zijn b-kanten de moeite meer dan waard zijn. Het past perfect naast de andere songs van dit album. Dwepend zingt Almond zich door dit nummer heen dat gevolgd wordt door een andere b-kant genaamd Black Mountain Blues waar de rock and roll kant naar boven komt. Het is een meezinger van de bovenste plank en het is dat de trompetten aanwezig zijn want anders zou het misschien iets te veel uit de toon vallen. Maar goed, het is niet voor niets een bonustrack.
Nu ik dit album weer eens onder de loep neem besef ik dat dit hét album is dat het langst heeft moeten uitgroeien naar de waardering die het van mij verdient, namelijk de klassieker status, beloond met 5*.
Het heeft van ver moeten komen. Lange tijd ben ik kritisch geweest en wilde niet overkomen als de 'kritiekloze fanboy', maar als ik een album als Torment and Toreros of Mother Fist met 5* beloon, dan moet ik dat hier ook doen. Het is de Almond stijl die ik enorm waardeer en er is geen zwakke plek te ontdekken. Enige smetje voor mij zou kunnen zijn dat Split Lip te lang duurt, maar dat nummer is niet op alle versies te vinden en daarbij is het wel degelijk een ijzersterke track.
Nee, Vermin in Ermine krijgt vanaf vandaag de volledige mep. Ik geniet er met volle teugen van.
Natuurlijk, we hebben ook Marc and the Mambas, maar Vermin in Ermine verscheen puur onder eigen naam. Op zich kan je rustig zeggen dat ook dit album een groot deel dezelfde begeleidingsband heeft die later weer opdook onder de toevoegende naam The Willing Sinners of La Magia.
Of we dit album uit 1984 zijn solo-debuut moeten noemen is dus ietwat dubieus.
Maar ach, hoe belangrijk is dat? Veel belangrijker is het gebodene en dat zit wel goed hier. Het hart op de cover is groot uitgevallen maar kan ook vertaald worden naar de liefde voor muziek die er bij Marc Almond wel in zit. Vermin in Ermine stamt uit de tijd waarin hij mijns inziens toch met de beste albums op de proppen kwam.
Het mooie hier is dat het allemaal nog wat minder gepolijst overkomt zoals op latere albums als The Stars We Are of Tenement Symphony. Ook zeer fijne albums, maar toch een ietwat andere sound.
Het sluit dan ook bijzonder goed aan op Torment and Toreros omdat hij hier met een groot deel dezelfde muzikanten opereert.
Opener Shining Sinners is daar al een perfect voorbeeld van. Dit nummer had ook op Torment and Toreros kunnen staan met dank aan de strijkers en het warmbloedige 'Spaanse karakter' dat we op die andere klassieker ook vaak tegenkwamen. Het zet gelijk de toon voor dit spannende, avontuurlijke en vooral exotische album.
Ook op Hell Was A City horen we dat zuiderlijke sfeertje. De trompet valt op en de castagnetten zorgen voor de finishing touch. Verder valt op dat het een dwingend popnummer is dat lekker gejaagd klinkt en waar het echt moeilijk op stilzitten valt. Het speelplezier druipt er vanaf en het heeft z'n ruwe randjes weten te behouden.
Dat geldt ook voor You Have waar de saxofoon de hoofdrol krijgt. Dwarrelend en tollend gaat dit nummer door en door totdat je er dronken van wordt. Ook vocaal doet Almond het hier lekker.
Split Lip staat niet op alle uitgaven van dit album. Waarschijnlijk door zijn speelduur en het is duidelijk ook een grilliger nummer van Almond, een beetje vergelijkbaar met zijn werk met Foetus. Het is een repeterend nummer en dan kan bijna 18 minuten wel te lang zijn, hoe spannend ook.
Crime Sublime doet het dan anders met een kortere speelduur en een piano die hier de hoofdrol opeist. Het is een wat zweverig nummer met een hoop galmende koortjes en ook nu weer een mediteraan sfeertje. Vroeger wist ik nooit zo goed wat ik met dit nummer aan moest. Nu weet ik wel beter: het is helemaal mijn ding, mede omdat het zo'n Torment and Toreros uitstraling heeft.
Gutter Hearts is een glorieuze popsong: lekker uptempo en ik word hier zo ongelooflijk vrolijk van. Na een klotedag even dit nummer opzetten en ik ben weer helemaal mezelf.
Het sleazy Almond stijltje horen we terug op het bijna 8 minuten durende Ugly Head. Het lijkt een beetje een voorbode op zijn Mother Fist werk.
Ja, en dan The Boy Who Came Back. Ik kan niet omschrijven wat dit nummer elke draaibeurt weer met me doet. Ik voel dit van binnen, mijn hart klopt er sneller van, emoties komen bovendrijven, ik weet het niet. Er gebeurt iets. Op zich opvallend, omdat het nummer niet eens zo afwijkt van de andere uptempo nummers op dit album. Soms zijn dingen gewoon niet te verklaren en moet je ze niet willen uitleggen. Je kunt je in elk geval voorstellen hoe gelukkig ik was toen Marc dit nummer een paar jaar geleden in Paradiso ten gehore bracht.
Solo Adultos heeft een mediteraan bluesy karakter: opzwepend en ook hier een Torment and Toreros echo. Op de koptelefoon ontwaar je overigens net even meer geluiden. De latin-percussie doet zijn werk hier zeer naar behoren.
Joey Demento verlaat het latin-pad en knort er flink op los. Het doet een beetje denken aan het solo-album van zijn Soft Cell maatje Dave Ball. Het is een wat donkerder nummer op dit album maar nog steeds opzwepend met zijn Adam Ant-achtige trompetjes. Het is de cello die dit nummer z'n enorme meerwaarde geeft. Geweldig.
Pink Shack Blues laat de cabaret-kant wat meer horen. Het klinkt frivool en balanceert soms op het randje van de kitsch. Toch krijg ik hier telkens weer een opbeurend gevoel bij en zorgt het er voor dat ik de dansvloer op wil gaan.
Het majestueuze slotstuk Tenderness Is A Weakness heb ik altijd een prachtnummer gevonden dat dit album geheel in stijl afsluit. Een absoluut hoogtepunt. Het nummer zit perfect in elkaar en weet je al snel te pakken. Ja, het is pathos en ja daar moet je van houden.
Op de 2011 editie van dit album zitten deze keer ook 2 b-kantjes. De eerste is Love for Sale. Het laat horen dat ook zijn b-kanten de moeite meer dan waard zijn. Het past perfect naast de andere songs van dit album. Dwepend zingt Almond zich door dit nummer heen dat gevolgd wordt door een andere b-kant genaamd Black Mountain Blues waar de rock and roll kant naar boven komt. Het is een meezinger van de bovenste plank en het is dat de trompetten aanwezig zijn want anders zou het misschien iets te veel uit de toon vallen. Maar goed, het is niet voor niets een bonustrack.
Nu ik dit album weer eens onder de loep neem besef ik dat dit hét album is dat het langst heeft moeten uitgroeien naar de waardering die het van mij verdient, namelijk de klassieker status, beloond met 5*.
Het heeft van ver moeten komen. Lange tijd ben ik kritisch geweest en wilde niet overkomen als de 'kritiekloze fanboy', maar als ik een album als Torment and Toreros of Mother Fist met 5* beloon, dan moet ik dat hier ook doen. Het is de Almond stijl die ik enorm waardeer en er is geen zwakke plek te ontdekken. Enige smetje voor mij zou kunnen zijn dat Split Lip te lang duurt, maar dat nummer is niet op alle versies te vinden en daarbij is het wel degelijk een ijzersterke track.
Nee, Vermin in Ermine krijgt vanaf vandaag de volledige mep. Ik geniet er met volle teugen van.
