MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Mister and Mississippi - Mirage (2017)

poster
3,5
Het wordt je nooit in dank afgenomen als je een andere weg inslaat. Het wordt je ook niet in dank afgenomen als je blijft herhalen.
Ik vind het dus nogal gedurfd van Mister and Mississippi om hun geluid los te laten en zo radicaal het roer om te gooien.

Ergens vind ik het wel goed zo. Ik was en ben erg verliefd op hun debuut en ook live heb ik ze een paar keer gezien, en telkens beviel me dat enorm goed. Het tweede album sloeg ook gelijk aan, maar na verloop van tijd merkte ik toch dat ik sneller naar het debuut greep. Nog zo'n album zou dus niet meer werken.

Mirage is zeker anders, maar van bijvoorbeeld de titeltrack kan ik wel weer genieten. Een beetje psychedelisch (Jacco Gardner zou er meer een sixties sausje overheen gooien en hij heeft een prima nummer). Andere nummers klinken me iets te clean en daar kan ik weer minder mee.

Ik denk dat dit album altijd nog wel kan groeien. Ik zal het de tijd moeten geven. Vooralsnog raak ik niet in vervoering zoals bij de eerste, maar een zwak voor deze band zal ik nog wel even houden. Die nieuwe koers was noodzakelijk.

Mister and Mississippi - Mister and Mississippi (2013)

poster
4,5
Mister and Mississippi: saai of niet saai?

Het zijn discussies die gaande zijn en ongetwijfeld nog wel zullen blijven duren.
Op zo'n algemene vraag valt uiteraard geen antwoord te geven / krijgen. Wat de één saai vindt zal de ander als betoverend ervaren. Geen speld tussen te krijgen natuurlijk
Ik hoor bij de laatste categorie. Misschien is het die onvermijdelijke Sigur Rós inslag (in Northern Sky misschien wel het meest duidelijk) maar het kan ook het bijzondere stemgeluid van Maxime Barlag zijn die regelmatig aanvulling krijgt van 'haar mannen'.
Het is allemaal downtempo maar daardoor raak je in een soort trance zoals een aantal dreampop gezelschappen dat ook wel kunnen.

Wat ik zelf nogal plezierig vind is de vanzelfsprekende warmte die het album uitstraalt (de kleuren van de hoes passen er wat dat betreft goed bij). Het is allemaal puur en zonder opsmuk.
Live schijnen ze feller van leer te kunnen trekken (ik zal dat binnenkort in de Rotterdamse Unie wellicht gaan ervaren) maar ik denk dat het een goede keuze is om het album het ingehouden karakter te hebben geven zoals we dat nu voorgeschoteld krijgen. Hierdoor komt het juist niet als een kunstje over en ademt het album.
Natuurlijk is dit niet voor iedereen weggelegd en ik snap ook goed dat mensen dit dan het stempel 'saai' meegeven maar ik persoonlijk vind deze flow juist zeer aangenaam.

Een kritiekpunt zou kunnen zijn dat de Sigur Rós-invloed hier en daar misschien ietwat te overduidelijk is maar ook hier zou ik tegenin willen brengen dat ik de combinatie van het folkkarakter met de wat epischer post-rock momenten juist wel erg bijzonder vind.
Dat de band uit Nederland komt vind ik extra charmant maar ook dat zullen veel mensen vooraf al als minpunt ervaren. Trots op eigen bands is in Nederland nog een lastig te behappen iets helaas. Het bekende maaiveld of hoge bomen effect weet u wel.

Mister and Mississippi heeft wellicht geen klassieker afgeleverd maar ik hoor wel een band waar iets heel bijzonder gebeurt. Hopelijk houden ze het nog een tijd met elkaar uit want ik denk dat we hier in de toekomst nog eens een weergaloze klassieker van te horen gaan krijgen.

Voor nu geniet ik enorm van het debuut en kijk ik uit naar het optreden van deze prima band.

Mister and Mississippi - We Only Part to Meet Again (2015)

poster
4,0
De altijd weer lastige tweede: gaat een band nieuwe dingen proberen? Voortborduren op het succes van de succesvolle eerste? Of gaat het een mengeling worden?

Het is en blijft altijd lastig om daarin de juiste keuzes te maken. Laat de band hun gevoel maar volgen zoals Mister and Mississippi dat duidelijk ook doet. Niet al te veel van de wijs laten brengen door het succes maar doorgaan met waar je goed in bent.

Vorig jaar april kon ik in Rotown al wat nieuwe nummers horen en dat was best verfrissend tussen de oude successen.
Begin januari dit jaar was ik bij een soort tour try-out en werd het publiek getrakteerd op heel veel nieuw werk van We Only Part to Meet Again met hier een daar een nummer van het debuut.
Fijn bandje om live mee te maken en het debuut vindt nog regelmatig de weg naar draaitafel en iTunes. De nieuwe nummers klonken prima en pasten naadloos tussen de oudere.

Dan is het afwachten hoe het klinkt op vinyl/cd/mp3. Wederom prachtig, maar wel rustiger, ingetogener.
Nu klonken veel nummers op het debuut ook wel zo, maar ik mis toch een beetje het felle dat ik live soms wel ervaar. Ik had wat hoop dat die kant op dit album wat meer boven zou komen drijven en dat gebeurt niet echt.

Toch denk ik dat ik me over deze 'teleurstelling' heen moet zetten. Maxime Barlag verloor begin 2014 haar moeder (het titelnummer gaat daar over) en ik vermoed dat dat toch een beetje zijn weerslag op het hele album heeft.
Het instrumentale Monarch heeft een trieste desolate sfeer en past dan ook prachtig op dit album. Hoe jammer dat de cd kopers dat niet te horen krijgen.

We Only Part to Meet Again is een meer dan uitstekend vervolg op het debuutalbum. Ze klinken wat volwassener en zelfverzekerder en weten een mooie constante sound neer te zetten.
Misschien wel beter ook dat ze niet te veel zijn gaan experimenteren of te veel heavy nummers naast de rustige klanken zijn gaan zetten.
Misschien ook dat dit album ook nog wel gaat groeien naar de 4,5* die ik over had voor het debuut. Dat album had daar ook even zijn tijd voor nodig. Het was een helse sneeuwbui die ooit de soundtrack vormde voor die plaat op weg naar mijn ouders (een ritje van normaal 3 kwartier werd heel wat langer maar schitterend) en ik hoop dat dit album ook nog wel z'n passende moment gaat krijgen.

Hoogtepunt is toch wel For Us to Remember, dat kan zich met gemak meten met een nummer als Northern Sky.

We mogen trots zijn op deze band uit eigen land!

Miwagemini - This Is How I Found You (2007)

poster
4,0
Het hoesje trok me en die naam maakte het nog wat exotischer: kom op aERo dat moet je dan eens gaan proberen, en zo geschiedde.
Heel lief begint Picnic. Als een ronddolend elfje dat enigszins verdwaasd rondkijkt in onze wereld trippelt ze voort niet wetende waar ze nu eigenlijk moet of wil.
Op Traveling Man komt ons elfje los en gaat ze op de bluesy tour. Het doet wat denken aan Isobel Campbell samen met Mark Lanegan maar dit elfje is dan toch minder lief dan Isobel. Miwa heeft het dan ook zwaar met de mannen: 'My man's a traveling man. He don't tell me where he's been. But it's not hard to find out where he's been. He leaves a trail of broken hearts'.
Waarschijnlijk is Miwa ook onderdeel van die trail of broken hearts, want Something Ordinary klinkt zo ongelooflijk zielig en maakt haar aandoenlijk: alsof haar frêle schouders alle last niet in haar eentje kunnen dragen.
Gelukkig is het niet een en al droefheid. Op Pieces klinkt ze al weer wat opgewekter. Miwa is een stoere meid, niet meer huilen nu, kin omhoog en doorgaan.
Forever for Never laat het elfje in Miwa terugkeren. Heel lief, heel klein weet ze vriend en vijand te vertederen.
Vertederend wil ik Room of You niet noemen, eerder verleidelijk. Dit nummer kent een beetje het exotische, erotische wat ook Portishead heeft, alleen ontbreekt hier de electronica.
Op Crazy over You komt het ruwere randje weer naar voren: de dame die wel lief mag lijken maar dat toch niet altijd is. Beetje stout en daardoor des te gevaarlijker en toch ook weer niet die overdreven stoere rockchick. Voor dit soort types moet je extra oppassen.
Angel's Prayer borduurt hier een beetje op voort maar zorgt ook een beetje voor een inkakmomentje. Alle concentratie van het begin was misschien toch wat te veel voor mij en ik raak het hier bijna kwijt, maar gelukkig duurt dit album niet al te lang want met het 1 minuut durende Paperwhites sluit ze dit album betoverend af en weet ze dit album door het kort te houden te behoeden voor langdradigheid en hierdoor blijft het krachtig.
Liefhebbers van Cat Power, Jolie Holland en misschien toch ook Portishead (of beter: Beth Gibbons solo) moeten hier misschien maar eens naar gaan luisteren en verder is het ook geschikt voor mensen die op zoek zijn naar een nieuwe bijzondere vrouwelijke singer-songwriter. Want bijzonder dat is Miwa Gemini zeker wel.

MNL.Meier - A Song for Everyone (2023)

poster
4,0
Internet blijft voor muziekliefhebbers een wondere wereld die ongelooflijk snel werkt. Soms té snel omdat het niet meer bij te houden is.

In zulke gevallen zijn persoonlijke tips altijd fijn. Of verzoekjes ergens eens naar te luisteren omdat de persoon in kwestie de artiest kent of graag wil promoten.

Instagram is er inmiddels ook zeer geschikt voor en daar kreeg ik de vraag of ik hier eens naar wilde luisteren.
Een beetje googelen zorgde ervoor dat ik uitkwam op de bandcamp pagina van dit album, maar ook bij filmpjes van o.a. akoestische optredens, en dat kwam uiterst sympathiek over. Dan heb ik er zeker oren naar.

MNL.Meier (Manuel Meier) is een singer-songwriter uit Regensburg, Duitsland, die nu zijn debuut-album A Song for Everyone heeft uitgebracht. Een album onder de noemer poprock. Je zou eerder denken met een Amerikaan van doen te hebben als je het album hoort.

Allereerst valt de prettige zang op. Daarnaast de lekker in het gehoor liggende nummers. Warm, en ze klinken alsof je ze al jaren kent. Oud en vertrouwd. Het zegt wel iets over de kwaliteit ervan. Typisch van die muziek die je in de zomer lekker hard in je auto kunt draaien onderweg naar je vakantiebestemming. Ramen open (dak ook als dat mogelijk is) en je vooral heel vrij voelen.

Dat is het eerste gevoel dat dit album bij me oproept. Daarnaast is het gewoon uitstekende muziek waar het allemaal niet zo gecompliceerd is. En dat is soms wel zo prettig.
A Song for Everyone is niet hip, is niet hot, maar is tijdloos en geeft de luisteraar een prettig gevoel.

Een nummer als Snowflake doet me een beetje denken aan Eagle-Eye Cherry (kennen we hem nog?!).

Wat mij betreft een aangename ontdekking waar best wat meer mensen net als ik voor zouden kunnen vallen.

A Song For Everyone | MNL.Meier - mnlmeier.bandcamp.com

Modà - Viva i Romantici (2011)

poster
3,5
Vorig jaar ontdekte ik aardig wat Italiaanse muziek in het kader van mijn vakantie naar dat land. Van lekkere pop (Pierdavide Carone) naar leuk alternatief (Baustelle) naar bijzonder goed (Vinicio Capossela).
Dit jaar is het wederom Italië als vakantiebestemming maar de zin om op ontdekkingstocht binnen de muziek te gaan was er niet echt meer. Op de een of andere manier heb ik toch niet zo heel veel met muziek uit dat land op wat uitzonderingen na.
Toch wilde ik één hit van dit moment kennen en dan wel iets waar ik redelijk mee uit de voeten kon.

Het is Modà geworden die de wat betere pop brengt, maar pop is het zeker wel. Hier en daar wat vleugjes rock en het is af.
Niet erg geschikt voor de avontuurlijk ingestelde luisteraar maar voor mij prima om dit jaar zo af en toe voorbij te laten komen en er net als vorig jaar bij Pierdavide Carone later wat kleine herinneringen aan vast te kunnen plakken, alhoewel ik ook wel weet dat dat een illusie is omdat zich dat niet laat sturen. De grootste herinneringen vorig jaar staan namelijk op geheel onverwachte cd's die gewoon uit de V.S. kwamen en twee uit Australië.

Tja, het is afwachten. In elk geval is Viva I Romantici best een leuk plaatje voor tussendoor.

Momus - Circus Maximus (1986)

poster
4,0
Het debuut van Momus heeft heel soms qua sfeer wel wat weg van Leonard Cohen en op andere momenten heeft het weer iets van Nick Drake of gaat het een cabaret-kant op (The Day the Circus Came to Town). Ook Momus kent scherpe teksten (hier lijkt het nogal vaak over de bijbel te gaan zonder dat het als godsdienstig bestempeld kan worden) en muzikaal heeft het iets desolaats.
Het album steunt zwaar op (akoestische) gitaar maar kent heel veel subtiele toevoegingen die het sjeuig maken en houden. Vooral de xylofoon valt op, maar een fijne cello of snerpende sax zijn ook terug te horen.
Wat dit album anders maakt dan soortgelijke albums is een zekere onderhuidse spanning die je de hele tijd voelt broeien. Ik heb geloof ik ook wel 5 keer gekeken naar de releasedatum: dit is zo niet-jaren '80.
Heel opvallend hoor ik in elk nummer ook wel iets dat ik telkens maar niet kan thuisbrengen en dan gaat het denk ik om artiesten uit allerlei decenia. Laat ik ook een heel voorzichtig een Belle and Sebastian noemen; met name het stemgeluid en muzikaal komt het soms ook wel wat in de buurt.
Hoe dan ook best opvallend dat dit blijkbaar niet zo bekend is op musicmeter; ik denk dat er best wat meer publiek voor zou kunnen zijn.
Let trouwens ook op de bonustracks Nicky, Don't Leave en See a Friend in Tears die eigen versies zijn van Brel's Jacky, Ne Me Quitte Pas en Voir Un Ami Pleurer.

MONEY - The Shadow of Heaven (2013)

poster
3,5
Money bestaat uit 4 leden afkomstig uit Salford. Het schijnt een groep te zijn die kunst mengen met muziek en aardig wat geheimzinnigheid proberen uit te stralen.
Dit uitte zich ook in het uitgeven van gelimiteerde releases van hun singles.

Op hun blog, Lonelysexdeath genaamd, kondigden ze tourdata aan die plaatsvonden in verlaten gebouwen rond Manchester.
Een opmerkelijk gezelschap kunnen we wel stellen.

Opener So Long (God Is Dead) zou een titel van Morrissey kunnen zijn maar het is zanger Jamie die met zijn stem de meeste aandacht trekt. Het komt wat iel over maar versterkt wel de zweverige sfeer die de band oproept.
Tevens is het een stem waar je wat moeite voor moet doen en het heeft veel weg van die van Win Butner van Arcade Fire, een zanger die ik in eerste instantie niet echt goed trok.
Dat gaat ook op voor deze zanger; Who's Going to Love You Now is er een goed voorbeeld van.

En zo horen we 10 nummers lang in eerste instantie wat afstandelijke muziek die absoluut de tijd nodig heeft om goed te beklijven. Soberheid gaat gepaard met een af en toe een licht barokke sound, doomy wave geluiden, post-rock, zeikerige zang met een engelengeluid en telkens zet de band je op het verkeerde been.

Dit maakt artiesten interessant en ik denk dan ook dat dit album wel eens de verrassing van het jaar kan gaan worden mits voldoende mensen het oppikken en ook de pers een duit in het zakje gaat doen.

Zelf ben ik er nog niet uit: ik kom er nog moeilijk in en de zang grijpt me vooralsnog niet echt goed.
Maar dit heb ik in het verleden vaker meegemaakt en het zou zomaar kunnen gebeuren dat dit telkens een stapje in mijn achting stijgt en het straks uitkomt op een hoge score.
Nu waag ik me daar nog niet aan en ben ik vooralsnog erg benieuwd hoe het gaat uitpakken voor Money.

Mono - Nowhere Now Here (2019)

poster
3,5
Album nummer tien van dit gezelschap en voor mij de kennismaking. Waarom ik niet eerder ben aangehaakt? Waarschijnlijk omdat ik voor mijn gevoel altijd wel genoeg had aan de post-rock die ik al kende. Sigur Rós, Explosions in the Sky, Mono, Godspeed You! Black Emperor en in mindere mate Mogwai (mag ik Alcest er ook onder scharen?!) vond ik wel genoeg. Elke keer als ik dan overging op een andere naam vond ik het meer van hetzelfde. Dat is niet terecht weet ik ook heus wel, maar het is me soms wat vermoeiend allemaal.

Waarom dan toch aan MONO beginnen terwijl ze al zo lang bezig zijn?! Het nummer Breathe, waarvan ik begreep dat zang op MONO-albums niet gebruikelijk is. Prachtig nummer.
En blijkbaar was ik wel in de stemming voor lang uitgesponnen, sferische rocknummers.

Breathe is een pareltje en de overige nummers zijn eigenlijk een beetje wat ik verwacht van bands als deze. MONO weet een prachtige sfeer neer te zetten, melancholie all over en je zou er flink weemoedig van kunnen worden. Perfecte soundtrack voor de saaie, grauwe maanden die januari, februari en maart vaak wel zijn.

Misschien ben ik niet genoeg fijnproever op dit vlak om er enorm groots van te kunnen genieten. Maar het is zeker geen straf om dit van tijd tot tijd te beluisteren. Of ik nu een inhaalslag ga maken voor wat betreft hun oudere werk? Ik denk dat ik Godspeed You! Black Emperor dan wel weer opzet, of Explosions in the Sky en mijn fan-zijn behoud ik voor Sigur Rós (die ik altijd een wat aparte eend in het post-rock genre heb gevonden, en daardoor van een heel andere categorie).

Moondog Jr. - Everyday I Wear a Greasy Black Feather on My Hat (1995)

poster
4,5
Toen Stef Kamil Carlens nog in dEUS zat was hij wel één van mijn favoriete bandmembers: zijn enthousiasme was altijd groot en zijn inbreng niet te onderschatten.
Veel dEUS-leden verlieten de band en gingen zich met eigen projecten bezig houden maar juist voor Stef had ik de meeste interesse en het was dus niet meer dan logisch dat ik deze cd kocht en de band live ging volgen (toen nog met saxofonist Benjamin Boutreur). Dat Moondog Jr mijn favoriete live-band werd hoef ik verder niemand meer te vertellen en dat zette zich voort na de naamswijziging tot Zita Swoon.
Terug naar Moondog Jr, terug naar dit album dat swingend opent met Love 609* (jawel, het sterretje hoort erbij ).
Dat het op dit album niet moeilijk is om te achterhalen naar welke muziek Carlens luisterde blijkt al uit Moondance, een jazzy nummer waar Tom Waits wel in te herkennen is.
Jintro & The Great Luna is een ingetogen piano-nummer waar de hese stem van Carlens goed uit de verf komt. Opvallend is dat dit nummer live een grote favoriet is geworden in een veel snellere versie waar het publiek telkens begint te kolken. Later is het er als extra track bijgevoegd omdat dit nummer ook als snelle versie op single verscheen in die tijd.
Moondog is een van de oudste nummers van de band en behoort nog steeds tot mijn favorieten. Van alle kanten komen de instrumenten en stemmen op je af zonder dat het chaos dreigt te worden. Het nummer eindigt met hondengeblaf.
Canto Hondo is een kort instrumentaal intermezzo waar verder niet zo veel over valt te vertellen zoals wel vaker het geval is met dit soort tussenstukjes.
Cachita is een opvallend stuk muziek dat een spannende opbouw kent en wat zijn geheimen maar moeilijk prijsgeeft. De piano krijgt in de loop van het nummer een steeds grotere rol en dat eindigt uiteindelijk in een heel eigen leven.
Hierna komen we tot rust met Waiting 'til You're Gone. Het is een zeer mooi nummer met een wat ijzige ondertoon hierdoor krijgt het wel het meeslepende dat het nummer kenmerkt.
En dan zijn we toe aan wat ik nog steeds als één van mijn lievelingsliedjes beschouw: TV Song. Dit nummer heeft inmiddels een heel eigen, persoonlijke geschiedenis en laat ik die kort samenvatten door te zeggen dat er menig traantje bij gelaten is, gelachen, gefeest, gedronken en gesombermanst. Het zijn van die nummers die in je ziel zijn gekrast en wat niemand je meer kan afnemen. De band speelt het niet vaak meer live, maar als ze dit doen dan is dat voor mij telkens weer een magisch moment.
Jo's Wine Song laat horen dat ook Neil Young van invloed is geweest. Het is een nummer met een dwingend ritme en het kent halverwege een prima rol voor het orgel.
Een andere grote favoriet van mij is Shall I Let This Good Man In wat als een smachtend nummer overkomt. Het heeft haast iets gospelachtigs.
Canto Hondo 2 spreekt voor zich. Het is wederom een instrumentaal intermezzo en gaat verder waar Canto Hondo is gebleven.
Love Is a Heavy Brick klinkt een beetje desolaat door de slide-gitaar. Het heeft een prachtige opbouw en weet een bijzondere sfeer neer te zetten. Tevens maken we kennis met ene Josie die we nog vaker gaan tegenkomen in de teksten van Carlens.
Bombo laat weer het jazzy karakter horen en dat slaat halverwege over in een bigband-achtig geluid om vervolgens weer langzaam terug te dwarrelen naar hoe dit nummer begon.
Blues for Sammy is zoals de titel al aangeeft bluesy. Het is een vrolijk up-tempo liedje wat duidelijk wat luchtiger klinkt als het merendeel op dit album.
Het spannende, haast sinistere van Cachita keert terug in The Ricochet. Stef praat meer dan hij zingt en doet dat monotoon terwijl allerlei geluiden hem daarbij begeleiden. Het is een sfeertje die Tom Waits ook goed weet neer te zetten. Bijzonder nummer.
Ice Guitars is een sterk nummer dat de kwaliteit van deze band aantoont. Waar de latere Zita Swoon luchtig te noemen valt daar is dit een stuk donkerder en spannender. Het nummer heeft een opbouw die duidelijk naar een climax toewerkt die er niet echt komt, ook niet in de vorm van het instrumentale slot Francis. Het is het zelfde verhaal als bij de 2 Canto Hondos.
En hiermee is er een einde gekomen aan dit bijzondere album dat indertijd wel wat aandacht kreeg als zijnde 'zijprojectje' van de dEUS bassist Carlens maar waarvan niemand kon vermoeden dat het zou uitgroeien tot de band met die grote live-reputatie die een heel eigen leven is gaan leiden naast grote broer dEUS.
Net als bij dEUS zijn de personeelswisselingen niet van de lucht: alleen drummer Aarich Jespers is nog van de partij want Tom Pintens (te beschouwen als belangrijkste man naast Stef Kamil Carlens) stopt er ook mee na de huidige Zita Swoon tour.
Het is jammer want ik denk dat hij van grote invloed is geweest. Op dit album is Pintens mede verantwoordelijk voor de tekeningen die te zien zijn in het boekje. Naast Tom zijn die ook toe te schrijven aan Stef en aan saxofonist Benjamin Boutreur.
Everyday I Wear a Greasy Black Feather on My Hat is een album waar een behoorlijk persoonlijke geschiedenis aan vast zit: het is echt zo'n plaat geworden dat een belangrijk deel van mijn (muzikale) leven is gaan vormen; alleen om die reden al kan ik er nog steeds heel erg graag en met veel plezier naar luisteren.

Morcheeba - Blood Like Lemonade (2010)

poster
3,5
Morcheeba, met of zonder Skye, het is en blijft Morcheeba zo ook op Blood Like Lemonade.
De eerste keer dat ik het een beetje begon te geloven met deze band was met het album Fragments of Freedom, dat een poppy weg inging waar ik blijkbaar minder mee had. Ook opvolger Charango deed me iets minder en toen dacht ik dat het einde oefening zou zijn voor wat betreft de relatie tussen Morcheeba en mij.
The Antidote en Dive Deep zorgden ervoor dat er toch weer hoop was in onze relatie, maar nu bij Blood Like Lemonade ervaar ik toch weer een dip: ik ken dit nu toch echt wel. Het is de relaxte, oudere sound die hier terug te horen is maar dat ken ik nu wel.
Natuurlijk spreek ik mezelf tegen want toen ze een andere weg ingingen was het ook niet goed. Misschien juist wel door de terugkeer van Skye dat ik het als minder ervaar hoe goed ik haar verder ook mag vinden. Dive Deep was interessanter met al die verschillende artiesten.
Is Blood Like Lemonade dan niet goed? Welnee. Het is een prima album. Niks mis mee. Alleen kennen we het onderhand wel, maar dat neemt niet weg dat ik het graag op mijn iPod zet en morgen lekker mee de zon in neem. Roseetje erbij, cliché weer rond en gaan met het album.
Kabbel kabbel en je doet er niemand kwaad mee. Maar de innige liefde is wel een beetje over nu. We zijn leuke vrienden van elkaar, Morcheeba en ik.

Morcheeba - Dive Deep (2008)

poster
4,0
Morcheeba is zo'n bandje dat ik al vanaf het begin volg: telkens weer leveren ze prima albums af waarbij het trip-hop gehalte wat naar achteren is gedrukt door de pop-invloeden op de latere albums.
Ook dit album is meer pop en heeft deze keer wat dromerige folk-randjes meegekregen. Niet zo vreemd gezien het feit dat Thomas Dybdahl een flinke bijdrage aan deze cd levert.
Ook deze keer weer een uitstekend album dat goed in elkaar steekt maar ik moet er wel bij zeggen dat ze me nergens meer verrassen en ook nergens wordt het echt boeiend door bijzondere zijwegen in te gaan, maar dat vond ik op de laatste albums al niet meer.
Dit is gewoon heerlijk genieten op de achtergrond als je niet te veel toeters en bellen aan je hoofd wilt hebben en draai je de volumeknop wat hoger dan is het puur genieten van degelijke popmuziek. Popmuziek zoals het het hoort: vakmanschap is meesterschap, een eigenschap die Morcheeba tot in de puntjes beheerst. En aangezien ik een zwak voor dit gezelschap heb beoordeel ik het toch aan de redelijk hoge kant, ook zonder dat ze verrassen lukt ze dat weer. Heerlijk plaatje.

Morphine - The Night (2000)

poster
4,0
In 1996 was het (toen 3 jaar oude) Morphine album Cure for Pain een bijzonder album voor mij.
In een hoop opzichten was het een heel heftig jaar (en dat alles blijft gewoon lekker privé). Het album was mede daardoor toen een prachtige soundtrack voor mooie late uurtjes met een net leren kennen vriendin, maatje voor het leven. Veel gelach, af en toe een traan, een wijntje hier en daar, kortom: sterke herinneringen want we waren beiden gek op Cure for Pain en ook de opvolger Yes.
Hierdoor ben ik Morphine eigenlijk nooit echt uit het oog verloren en was de tragische dood van Mark Sandman een grote schok.
The Night bleek het laatste album te zijn, verschenen na zijn dood.

Opener is de titeltrack The Night. Ik vind het een hemeltergend mooi nummer. Dit is pure muzikale schoonheid die zich aan je openbaart. Absoluut één van de mooiste nummers van Morphine.
So Many Ways heeft een schemerige orgel op de achtergrond en heeft die typische Morphine sound, mede veroorzaakt door de sax in combi met dat mooie, warme basspel. De drums geven het een catchy ondertoon.
Souvenir heeft een warme maar ook donkere sfeer. Ik word er een beetje triestig van als ik het hoor. Maar ik vind ook dit nummer ongelooflijk mooi en vooral als de sax er zo'n warme, troostende deken op weet te leggen. Het geeft je bescherming, terwijl je weet dat dekens maar een vals gevoel van veiligheid geven.
Top Floor Bottom Buzzer bevat een heerlijk pulserend basgeluid, hierdoor waan je je op een hip underground feestje waar het er nogal sleazy aan toe gaat en tegelijkertijd best chique is.
Like A Mirror doet me een beetje aan Tom Waits denken alleen dan zonder het gegrauw en gegrom. Wel heeft het de duistere sfeer die je ook in het werk van Waits tegenkomt.
A Good Woman Is Hard To Find rolt en dendert rauw door. Het valt me bij dit nummer ook echt op dat dit album toch wel donkerder klinkt en duidelijk poogt wat complexer over te komen hier en daar. Het heeft een wat zware ondertoon meegekregen.
Rope On Fire valt enorm op door de oosterse instrumentatie. Wat een heerlijke (Arabische?) sfeer heeft dit nummer toch. Hierdoor krijgt het iets mysterieus sprookjesachtigs mee. De bariton sax geeft het dan weer de typische Morphine sound. Erg mooi en heerlijk te horen dat er nieuwe wegen worden ingeslagen. Wat had ik de band graag verder horen experimenteren in deze richting.......
I'm Yours You're Mine heeft een enorme dreigende lading. Dit nummer weet helemaal onderhuids te kruipen en doet rare dingen met je. Elk moment denk je dat er een enorme swing aan zit te komen en die komt maar niet. Hierdoor heeft het haast iets pesterigs en dat maakt dit tot een aparte luisterervaring.
The Way We Met is wat meer rock. Maar dan wel zonder gitaargerag. Heel knap gemaakt dus. Ook dit nummer werkt vervreemdend op mij alsof je in een draaikolk geraakt waar het absoluut niet mogelijk is om aan te ontsnappen.
Gelukkig haalt Slow Numbers je er dan wel uit, maar je kunt je afvragen waar je terecht bent gekomen. Het is tergend, een beetje sloom, erg lazy en je hebt het gevoel te ontwaken op een plaats die jou niet bekend is.
Maar omdat het toch wel erg lekker aanvoelt heb je maar één gedachte en dat is Take Me With You. Neem me mee vanaf waar we terecht zijn gekomen, laat me niet meer terugkeren. Een prachtige orkestratie zorgt hier ook wel voor. Dit is zo verdomde mooi dat je op het moment van beluisteren eigenlijk niks anders meer wilt horen.
Helaas overtuigt de stilte je ervan dat de cd is afgelopen. Je knippert met je ogen en je beseft dat je 50 minuten lang in een bijzondere roes hebt verkeerd...................

Morrissey - California Son (2019)

poster
4,0
Covers..... het blijft de gemoederen altijd wel bezig houden. Zelden kunnen ze op enorme bijval rekenen en als artiesten van het kaliber Morrissey er aan beginnen wordt de meest groot mogelijke loep erbij gepakt.

Ik heb er geen problemen mee, zolang de versies maar goed zijn, en dan hoeven de betreffende nummers niet eens een grondige verbouwing te krijgen van mij om op waardering te rekenen.

Ik ben gewoon een enorme fan van Morrissey en zoals bekend: fans zijn vaker wat minder kritisch. Jazeker, ook ik heb kritiek op mijn helden hoor, maar ongetwijfeld dat mijn mening gekleurd is op welke manier ook.

Laat ik beginnen te zeggen dat ik de keuzes van Moz wel leuk vind. Zijn soms toch wel wat kitschy smaak (die we al veel langer mee kunnen maken bij bijvoorbeeld live optredens van hem die vooraf gegaan worden door favoriete nummers van hem) kunnen mijn goedkeuring wel verdragen. Ik ben er zelf ook niet altijd vies van.

Op California Son staan enkele wel aardige covers, maar ook dieptepunten. Iets te veel wellicht.

Opener Morning Starship (Jobriath) kan er goed mee door. Het mist de scherpte van het origineel, maar ik vind het ook in deze versie een lekker nummer.

Don't Interrupt the Sorrow is dan gelijk een stuk minder: ik ben zo'n enorm Joni fan, dan wordt het gelijk even een stuk lastiger, ook als je andere held Morrissey heet. Hier stoort de saxofoon me net wat te veel. En kom op: dat origineel is gewoon niet te evenaren.

Only a Pawn in Their Game zou wat voor mij kunnen zijn met die folk-inslag, maar dan ken ik wel albums die me beter bevallen op dat vlak. Misschien juist omdat Morrissey dit zingt dat ik het niet helemaal lekker vind vallen.

Suffer the Little Children (nee niet Suffer Little Children van The Smiths) is erg kitschy en op het randje. Ik was onlangs bij een concert van Jools Holland omdat Marc Almond optrad. Was best leuk hoor, maar een heel concert van Jools echt wat te veel van het goede. Dit nummer doet me daar aan denken.

Days Of Decision ken ik niet, dus is voor mij een kennismaking. Of dat de reden is dat ik dit wel een lekker nummer vind weet ik niet. Hier hou ik dan weer van. Het is allemaal erg Morrissey-light en eigenlijk wat te bubblegum-zoet, maar hier kan ik wel wat mee. Ik besef ook wel dat ik zijn reguliere werk gewoon los moet laten.

Het overbekende Roy Orbison nummer It's Over in de Morrissey-versie kennen we al wat langer. De rol van LP is hier van toegevoegde waarde. Een beetje Nancy & Lee effect, en dat zal ook vast de opzet zijn geweest. Met het origineel heb ik niet zo heel veel op, dus heel veel beter kan Morrissey het ook niet maken, maar gek genoeg vind ik het toch wel één van de betere nummers op California Son.

Dan gaan we naar Wedding Bell Blues met Billie Joe Armstrong, en sorry, maar daar krijg ik echt de rillingen van. Wat een draak is dit. Nu verfoei ik het feit dat ik albums alleen nog maar op vinyl koop, want skippen is nu een stuk lastiger. Vreselijk dit.

Loneliness Remembers What Happiness Forgets is zo kazig als wat. Zo fout dat het ook niet eens meer leuk gaat worden.

Lady Willpower zou ook zo op een cover album van Marc Almond kunnen staan. Gek genoeg kan ik dit soort nummers in zijn versies dan beter hebben dan nu van Morrissey. Misschien dat de manier van Marc's zingen er beter bij past dan die van Moz. Echt, hij zingt het uitstekend hoor, maar het is zo glad, zelfs voor een nummer van dit kaliber. Iets staat me hierin tegen en ik weet nog niet goed wat. Misschien toch dat het Morrissey is?

When You Close Your Eyes vind ik nu best lelijk klinken, is ook niet bepaald mijn smaak, maar zou na verloop van tijd best nog wel eens kunnen bijtrekken waardoor mijn waardering wat beter is dan nu het geval.

Tim Hardin's Lenny’s Tune is een mooi nummer, een gevaarlijke cover dus. Gelukkig bevalt dit me prima. De melancholieke Morrissey komt hier naar boven en zo hoor ik hem graag. Gelukkig kan hij het wel.

De keuze voor een nummer van Melanie verbaast me niks. Some Say I Got Devil is het geworden voor op dit album. Een zeer fijne cover, en daar ben ik blij om, want daarmee red hij dit album nog net van een onvoldoende.

Ik weet niet goed wat Morrissey nu echt wil met dit album. Ik ga er maar vanuit dat hij dit echt voor zijn eigen plezier heeft gemaakt met verder zijn bekende 'fuck you' houding naar wat iedereen daar van vindt. Is dit de 'fuck you' houding die ik ook apprecieer? Ik ben er nog niet helemaal over uit. Ik hou van kitsch, ik hou van cheesy en ik hou vooral van Morrissey en misschien zit daar wel het probleem. Misschien had ik liever nog een door Morrissey samengesteld album gezien met daarop zijn favoriete nummers. Dat zou wel eens een heel fijn plaatje kunnen worden denk ik zo (hij heeft er al eentje in de Under the Influence serie).

Ze zelf gaan vertolken? Ik weet het niet. Dit gaat geen grote favoriet van me worden vrees ik.

Morrissey - I Am Not a Dog on a Chain (2020)

poster
4,5
Het zijn moeilijke tijden voor Morrissey fans. Niet omdat hij niet productief meer zou zijn, want het tegenovergestelde is het geval. Nee, meneer staat er bij veel mensen niet goed meer op vanwege zijn ideeën. Fans haken er zelfs door af. Ook het doorlopende cancelen van concerten wordt nogal eens genoemd en dan zijn muziek....

Ja, zijn muziek.... zo'n coveralbum, daar kun je over redetwisten. Cover-albums zijn altijd voer voor discussie, maar ook de kwaliteit van zijn albums is een ding voor fans en niet-fans.
Zelf heb ik daar geen last van. Low in High School staat bij mij op 5*, World Peace op 4,5*, Years of Refusal en Ringleader krijgen beide 4* en You are the Quarry heeft dan ook weer de volle mep. En ik hoor ook tot de liefhebbers van Your Arsenal (4,5*) Maladjusted (4,5*) en Southpaw Grammar (4*). Kill Uncle krijgt 4* en dan heb je het magistrale duo Vauxhall and I en Viva Hate (beide 5*).

Hier spreekt dus een fan. Misschien een niet-kritische fan? Ik denk dat dat meevalt. Ik vind zijn muziek gewoon goed. Dat heb ik ook met The Smiths. Muziek die ik echt altijd op kan zetten en dat gaat maar voor weinig artiesten op (nee zelfs voor Prince niet).

Dus ook nu had ik er weer enorm veel zin in. En die zin wordt alleen maar groter als ik opener Jim Jim Falls hoor. Zijn zang lijkt per album alleen maar beter te worden. Dit nummer past goed in het verlengde van nummers op Low in High School: een pakkende melodie, mooie instrumentatie, lekkere wendingen, rauwe gitaar naast een bijna kneuterig aandoend jaren '80 elektronisch geluid. En dan tegen het einde zo'n dramatisch sausje. Ja, dan ben ik al om en moet de rest nog komen.

Die rest volgt gelijk met de singles Love Is on Its Way Out en Bobby, Don't You Think They Know?. De eerst klinkt redelijk modern voor Morrissey begrippen en net als de opener ook hier weer dat elektronische geluid, en de tweede krijgt soul mee dankzij Thelma Houston. Een warm nummer dat mij al gelijk beviel en ik ben het blijven draaien zonder dat het snel ging vervelen. Morrissey's stem leent zich er goed voor.

Titeltrack I Am Not a Dog on a Chain is toch wel even een moment waar ook mijn wenkbrauwen omhoog van gaan. Dit is een geluid dat we niet echt kennen van de man: luchtig, bubbelend, huppelend.... pop in een Morrissey-jasje. Totdat de gitaar erbij komt en dan is het even zo'n U2-jaren-80-momentje. Ja heus, zo voelt dat voor mij, maar voor je het weet huppelt Morrissey gewoon weer verder en snijdend blijft ie, ook huppelend. Een zeer merkwaardige rollercoaster dit nummer, maar ik geloof dat het ritje me wel beviel eigenlijk.

What Kind of People Live in These Houses? klinkt gelijk al fijn. Als Coldplay nog goede muziek zou maken zou dit het een beetje kunnen zijn. Catchy en verzorgd en we horen zelfs een snufje country.

Derde single Knockabout World is er ook zo eentje die al weken in mijn hoofd blijft zitten. Zo'n meezinger zoals ook The Smiths ze had en waarvan je eigenlijk niet weet of het nummer nu op het randje is of niet. Lekker meegalmen met Girlfriend in a Coma of Panic, je kent het wel. Hier heb ik dat ook. Heerlijk nummer.

Zou Morrissey eenzaam zijn? Als je de titel Darling, I Hug a Pillow leest zou je denken van wel. Het blijkt een ietwat melancholisch nummer met de trompet weer eens in de hoofdrol en een galm op de zang van Morrissey.

Once I Saw the River Clean is helemaal elektronische pop. Met dit soort nummers gaat hij ongetwijfeld meer fans van zich vervreemden. Het is geen Smiths blah blah blah. Ik ben wel blij dat hij dit soort wegen gaat bewandelen. Een nieuwe Smiths zit er gewoon niet in. En dit is pico bello pop waar ik ook heel erg van kan genieten. Er zit een lekkere drive in. Ik zie het nu al keihard gedraaid worden in de auto komende zomer: raampjes open en keihard dit nummer. Hoe heerlijk is dit nummer (let vooral op die krassende viool die er ineens heel subtiel bij komt).

The Truth About Ruth, alleen al de titel vind ik zo typisch Morrissey. Fluisterend begint dit liedje op lieve toon, en die tekst, ja minder scherp dan vroeger, dat is zeker waar, maar nog steeds herkenbaar zoals hij alleen dat doet. En langzaam ontvouwt het nummer zich als een wals-achtig dansje op piano met roffelende drums en grappige geluidjes inclusief tingeltangel. De gitaar maakt het walsje verder af.

The Secret of Music... ja, dat is het. Over smaak valt nu eenmaal niet te twisten. Velen zullen het niet met mij eens zijn als het over dit album gaat. Dat is nu eenmaal het geheim van muziek: wat doet het met je. Dit nummer is in elk geval het langst op dit album. Morrissey heeft er wel meer van op zijn laatste albums. Vaak zijn het kleine avontuurtjes en dat is dit ook wel. Het klinkt wat bevreemdend, ook weer een stijl zoals ik hem niet echt eerder heb gehoord, en moeilijk om goed te duiden. Een goed teken toch wel, want na alle wat luchtige nummers die we tot nu toe gehoord hebben klinkt dit spannend. Het kruipt en sluipt voort. Het is wachten op een enorme wending, een wending die niet komt. Ongetwijfeld zijn meest interessante nummer op dit album.

My Hurling Days Are Done sluit af. Qua titel misschien wel gepast. Als nummer een schitterende kers op deze nieuwe Morrissey taart. Wat je ook van hem mag vinden: hij weet in mijn oren nog steeds sterke muziek af te leveren, dit nummer is er een goed voorbeeld van. Hier horen we melancholiek terug, waardoor het een fraai slotakkoord vormt. Een juweeltje is het (dat koortje!).

Ja, ook nu ga ik weer voor de bijl. Morrissey lost mijn hoge verwachting gewoon weer in met een heerlijk popalbum op z'n Morrissey's. En ja, ook dit zie ik nog wel de volle mep krijgen binnenkort. Haak maar af om zijn ideeën, haak maar af verzuurde Smiths fans die alles daarmee vergelijken, haak maar af omdat je deze stijl kut vindt. Ik blijf aanhaken, en hopelijk met dit soort albums nog heel lang

I Am Not a Dog on a Chain is een logisch vervolg op Low in High School.

Morrissey - Low in High School (2017)

poster
4,5
"Moz has become pop’s greatest troll in recent years, and here he’s exhaustive in goading you to hit the ‘off’ button. It’s enough to make you put your head in your hands. Or, indeed, your lap." Aldus de NME.

Het is een beetje tekenend voor hoe de meeste pers tegenover Morrissey staat: ze moeten hem niet meer. Hij zou racistisch zijn, rechts aan het worden en dan ook nog eens Israel-fan. Au! Dan heb je afgedaan en dan kun je wachten op zure reacties. Reacties die ik niet meer als objectief kan zien, maar dat is altijd wel een dingetje met de schrijvende pers. Ik bepaal zelf wel of ik iets goed vind of niet.

Maar ook veel fans haken af om die reden. Ik las pas nog een blog waarin iemand die een zeer sterke band had met de artiest, een artiest die hem indirect hielp bij zijn coming-out, jaren heeft weten te 'ondersteunen' in zijn leven, ook qua levensvisie. Nu was het tijd voor de scheiding en was de liefde over. Deze fan kon en wilde niet meer verder met Morrissey.
Ook dat is tekenend.

Morrissey is altijd expliciet geweest, en daardoor gehaat en geliefd bij velen. Eigenlijk is er dus niks veranderd, alleen zijn de omstandigheden nu anders.

Laten we het over de muziek hebben: ook die is anders en dat siert hem alvast. Morrissey kiest zijn eigen pad, wars van wat in zou moeten zijn of wat hoort. Daarbij is en blijft het herkenbaar Morrissey. Knap voor deze niet meer zo jonge zanger die al heel wat jaren meegaat, controverses overlevend en een oeuvre opgebouwd waar je U tegen zegt.
Wat is anders aan Low in High School?

Het klinkt allemaal behoorlijk vet aangezet: zeker in het begin een hoop bombast en een aardige muur van geluid dat je huiskamer binnen dendert. Die toon wordt gelijk al ingezet met het ongelooflijk sterke My Love, I'd Do Anything for You, om vervolgens keihard door te rammen met I Wish You Lonely en Jacky's Only Happy When She's Up on the Stage. Drie nummers om je vinger bij af te likken. Deze fanboy is gewoon altijd al dol op bombast geweest en is hier dus aan het goede adres.

Op Home Is a Question Mark neemt Moz even gas terug en horen we een nummer zoals ik ze ook wel op You Are the Quarry hoor. Rustig, met toch een rafelig randje. Hier even niks nieuws.
Dat nieuwe krijgen we wel voorgeschoteld op de single Spent the Day in Bed, meer elektronica dan ooit op een Morrissey nummer en het past wonderwel nog goed ook. Hierdoor ontstaat er een fris en fruitig geluid zonder onherkenbaar of geforceerd hip te worden. Dit nummer zit al weken in mijn hoofd gebeiteld.

I Bury the Living is ook wel een goed voorbeeld van een ietwat andere richting waar de herkenbaarheid onaangetast blijft. Vet aangezette productie, en wat me vooral opvalt is zijn zang die ongelooflijk helder de boxen uitspat. Goed in de mix gezet of gewoon heel sterk gaan zingen op zijn oude dag? Marc Almond presteert immers hetzelfde. Waar de heren voorheen nogal eens op het randje zongen daar hoor je dat nu niet meer terug.
Het nummer is donker en dreigend, maar door de klankkleur van de zang toch helder. Een nummer met een verrassend staartje en daarmee een zeer sterke A-kant afsluitend.

Op naar de B-kant waar ik nogal wisselende geluiden over gelezen heb. In Your Lap is alvast een mooie piano-ballad. Rust na alle bombast hiervoor. Hier nog geen enkele ongerustheid over het vervolg van het album. Het kan gewoon niet mooier zijn op deze manier. Zou het dan gaan komen in de vorm van The Girl from Tel-Aviv Who Wouldn't Kneel, het nummer waarop de pro-Israel zanger te horen is? Het blijkt een luchtig Zuid-Amerikaans getint nummer en zou zomaar op de laatste Benjamin Clementine kunnen staan. Het ademt dezelfde sfeer. Ook een artiest die met zijn nieuwe album flink wat kritiek kreeg te verduren over wat hij ons liet horen. Of men vond het te gek, of men kon er totaal niks mee. Dit nummer zou te luchtig moeten zijn, te nikserig en over de tekst zullen er sowieso wel voor- als tegenstanders bestaan. Ik vind het goed werken op dit album dat zo in volle vaart van start ging en met In Your Lap een adempauze kreeg die gevolgd wordt door juist het beetje lucht dat het album nodig heeft. Prince heeft op zijn meesterwerk Sign O' the Times ook luchtige liedjes als Starfish and Coffee staan. Werkt perfect binnen de context en zo hoor ik het ook op Low in High School. Op zichzelf staand misschien niet zo bijster spannend, maar het werkt gewoon. Het zal wel aan mij liggen denk ik dan maar....

All the Young People Must Fall in Love is ook wat minder dicht geplamuurd en kent een glamrock sfeertje ergens uit begin jaren '70 met nog een flinke scheut sixties er doorheen. We zijn duidelijk in luchtiger vaarwater beland en The Beatles zijn niet ver weg.

Dan kan het fout gaan: nog zo'n nummer en het album heeft de verkeerde route genomen waardoor het inkakt of Moz verrast ons gewoon maar weer.
Op When You Open Your Legs lijkt de sound van Years of Refusal wat terug te keren met een ietwat zuidelijk sfeertje. Het zou zomaar een nummer van Marc Almond kunnen wezen, een artiest die ik hoog heb zitten zoals velen hier wel weten. Ook nu valt het heldere geluid me enorm op. De instrumentatie is bloedstollend mooi met cello en piano die zich hier bescheiden opstellen maar wel smaakmakers zijn. Heerlijk nummer. Olé!

En dan komt de controversiële kant van Morrissey weer helemaal in de spotlights te staan op het venijnige Who Will Protect Us from the Police?. Elektronischer dan hier hebben we hem nog niet eerder gehoord. Single Spent the day in Bed was onze eerste kennismaking, hier mogen we het weer ervaren.

Ook over een nummer als Israel is wel het nodige te doen. Hij hees zich al eens in de Israëlische vlag en dat vond niet iedereen helemaal okee. Je komt er nu eenmaal beter mee weg als je de Palestijnse kwestie steunt. Ik heb hier zelf niet echt een duidelijke mening over, een mening die op deze site ook niet verkondigd mag worden en dat is maar goed ook.
Als pure muziekliefhebber kan ik enorm genieten van de opbouw in dit nummer. Met teksten heb ik sowieso altijd wat minder gehad. Het is niet anders. Het vormt in elk geval een boeiende afsluiter van een bijzondere plaat.

Het zou een 'wel aardig album' zijn. 'Geen meesterwerk'. 'Een mindere Morrissey'. Het zal wel. Ik heb dan wat anders gehoord blijkbaar. Ik vind Low in High School al mijn hooggespannen verwachtingen inlossen met veel bombast, een schitterende piano-ballad en op tijd wat luchtigheid. Wat wil een Morrissey-fan nog meer?! Oh ja, Moz, ik eet al veel vaker vegetarisch, ik doe mijn best.

Morrissey - Make-up Is a Lie (2026)

poster
4,5
Morrissey: is er momenteel een artiest waar het zo extreem zwart-wit is? En waar extreem het woord is dat vaak naar voren komt?!

De man zelf neemt geen blad voor de mond en gaat daar soms heel ver in. Zijn teksten, of het nu vroeger bij The Smiths was of solo roepen soms ook wel wat vragen op en ook daar neemt hij geen gas terug.
En dan de pers. Een groot deel van de pers haat hem, waar aan de andere kant een heel leger devote fans staat. Ga maar na: ondanks zijn vele cancellen van optredens verkoopt hij de zalen gewoon uit en zelfs een O2 in Londen is blijkbaar geen probleem.

Make-up Is a Lie is al aardig afgefakkelt zag ik, maar dan door recensenten die altijd al zwaar negatief over hem zijn. Wat heeft het dan voor zin om die recensies nog serieus te nemen? Zo vooringenomen lees je ze zelden. Het is dus een beetje zaak om de grijstinten op te zoeken als ze er zijn.

Behoor ik daar toe? Lastig. Ben sinds de jaren '80 een enorm groot Smiths-fan en ook solo ben ik hem blijven volgen. De teksten? Ik ben niet zo'n tekstenman dus dat gaat wel een beetje langs me heen. De uitspraken van de man? Die hebben geen invloed op mij als het gaat om het luisteren naar zijn muziek of het bezoeken van concerten. Vind ik het een rare snuiter? Ja best wel. Ik word er soms een beetje ongemakkelijk van als ik hem live aan het werk zie, maar ik blijf genieten van zijn muziek en uiteindelijk draait het daar om. Voor mij wel. Dat anderen daar anders in staan kan ik begrijpen, maar aan vooringenomen recensies heb ik niet veel en met persoonlijke opmerkingen die niks met het album te maken hebben en die ook op deze site gepost worden kan ik dan ook niks.

Iedereen kent de worsteling die Morrissey heeft met platenmaatschappijen. Bonfire of Teenagers heeft dan ook wel een cultstatus inmiddels. Dat album kwam er niet en nu Morrissey weer onderdak heeft gevonden bij Sire is er Make-up Is a Lie: andere nummers, in een andere periode opgenomen, hier geen gastartiesten als Flea of Iggy Pop en andere mensen die met hem meegeschreven hebben.
Bonfire was blijkbaar nogal politiek geladen en Make-up Is a Lie is meer persoonlijker en cultureel.

Heeft vergelijken met The Smiths zin? Ik denk van niet. Morrissey is inmiddels al zo lang solo bezig dat als je dan vergelijken wilt je dat met zijn solo-albums kunt doen. En dan kan ik al kort zijn: zijn latere albums klinken toch anders dan zijn eerste. Ik hoor wel bij de groep fans die die latere albums wel degelijk kunnen appreciëren, wetende dat een meesterwerk als Viva Hate of Vauxhall and I er niet meer in zal zitten.

En dat gaat dus inderdaad op voor Make-up Is a Lie. Het klinkt prima, maar ergens ook een beetje lui. Het blijft allemaal een beetje aan de oppervlakte hangen. Maar tegelijkertijd zingt ie net als op zijn laatste albums beter dan ooit en dat terwijl je zou mogen verwachten dat het op zijn leeftijd wat minder zou worden.
De nummers zijn pakkend, maar weten me ook weer niet voldoende te raken. Het is degelijk en binnen de lijntjes allemaal.

Als Morrissey-fan vind ik het heerlijk om weer een album voorgeschoteld te krijgen en Make-up Is a Lie is zeker genietbaar voor mij met echt wel wat uitschieters als The Monsters of Pig Alley of Many Icebergs Ago bijvoorbeeld. En de Marc Almond-liefhebber in mij kan ook wel wat met de pathos in nummers als Boulevard, maar daarnaast staan er ook net iets te veel nummers tussen die niet verder komen dan 'wel aardig' (de titeltrack, Amazona of het in mijn oren wat nietszeggende Kerching Kerching waar gevoelsmatig meer uit te halen was).

Verrassingen zijn er in de vorm van The Night Pop Dropped waar ik een Blondie/disco-vibe ervaar. Misschien had Kula Shaker het ook op kunnen nemen voor hun laatste album.

Gaat Make-up Is a Lie verandering brengen in al het bovenstaande? Nee. Hij zal gehaat worden door de mensen die hem haten en geadoreerd door degenen die dat al jaren doen. Nog veel meer mensen zullen zeggen Morris-wie? Want dat hoorde ik ook heel veel toen ik zei naar zijn concerten te gaan.

We leven niet meer in de jaren '80 waar hij op een voetstuk stond met The Smiths. Morrissey is niet meer zo relevant. Het is 2026 en daarin krijgen we een degelijk Morrissey album waar ik als liefhebber tevreden mee ben. Ik was en ben gek op I Am Not a Dog on a Chain, Low in High School en World Peace Is None of Your Business en voor nu zeg ik dat dit album dat niveau net niet haalt, maar misschien na vele draaibeurten dat de klik net wat groter gaat worden.
Ik ben blij dat ie weer in de belangstelling staat, er dan toch een nieuw album is gekomen en ik hem binnen een jaar twee keer live heb kunnen zien waar ik dacht dat zijn optreden in Utrecht in 2014 wel de laatste zou zijn voor mij.

Morrissey niet voor u? Loop er met een boog omheen zou ik zeggen; u weet immers nu wel hoe het ervoor staat bij als het om Moz gaat, niks nieuws onder de horizon

Morrissey - Swords (2009)

poster
4,0
Een album vol b-kantjes van zijn laatste 3 albums You Are the Quarry, Ringleader of the Tormentors, en Years of Refusal.
Zeven nummers waren ooit al als extra cd toegevoegd aan You Are the Quarry, maar aangezien dat niet bij de eerste release was is het voor mij een leuke inhaalslag omdat ik die nummers tot nu toe alleen als mp3 in bezit heb (om dat album nog een keer te kopen vertikte ik; fans worden wel vaker 'gestraft' door het 'te vroeg' kopen van albums). Wel jammer dat I Am Two People en Mexico van diezelfde cd niet terug te vinden zijn op Swords.
Daarbij zal een gelimiteerde oplage een extra live-cd bevatten met daarop nummers van zijn laatste tour opgenomen in Warschau (helaas mis ik daar dan weer mijn favoriete live-momenten die ik in Watt hoorde).

Hoe dan ook zijn dit soort releases altijd wel erg fijn voor de grotere liefhebbers als ikzelf. Ik behoor niet tot de megafans die alles al in bezit hebben op single en weet ik het al niet, maar ik wil dit soort nummers wel degelijk graag in mijn kast zien staan want in het geval van Morrissey zijn dat vaak aanvullingen die meer dan de moeite waard zijn. Te oordelen naar wat ik allemaal al ken van deze verzamelaar kan ik alleen maar zeggen dat dit een heerlijk 'nieuw' album is van de Moz.

Morrissey - World Peace Is None of Your Business (2014)

poster
4,5
Morrissey........ de beste man kan niet veel fout doen bij mij dat geef ik toe. Ook solo niet (en dat gaat niet voor iedereen op want The Smiths zijn onderhand heilig verklaard door een groep muziekliefhebbers en solo krijgt hij nogal eens kritiek).

Viva Hate, Vauxhall and I en You Are the Quarry zijn gewoon meesterwerkjes zoals ook veel werk van The Smiths, de andere albums wisselen op dat vlak wel wat maar zijn eigenlijk nooit slecht te noemen wat mij betreft.

Op World Peace Is None of Your Business komt eigenlijk zo'n beetje zijn hele repertoire wel terug.
Earth Is the Loneliest Planet had bijvoorbeeld zo op Years of Refusal kunnen staan en World Peace Is None of Your Business heeft wel iets van You Are the Quarry nummers en zo kan ik wel een tijdje doorgaan.

De rockers vind ik toch wel de mindere nummers. Sowieso vind ik dat Morrissey dat beter kan laten: ze zijn me vaak net iets te lomp (waar The Smiths dan zo sprankelend waren).
Hij is op z'n best in de rustiger tracks en dan merk je dat Morrissey nog steeds niet veel aan kracht heeft ingeboet. De inmiddels 55-jarige zanger kan wat dat betreft nog best wel mee ook al is z'n live reputatie met alle afzeggingen inmiddels berucht geworden.

World Peace Is None of Your Business is een uiterst vermakelijk album, een album waar veel andere artiesten slechts van kunnen dromen maar voor Morrissey begrippen valt het toch wel een beetje in de categorie albums als Your Arsenal, Maladjusted en Years of Refusal en niet Viva Hate, Vauxhall and I en You Are the Quarry helaas.

Is dat erg? Nee. Het zijn prima nummers maar hier en daar nét even te cheesy (Staircase at the University of The Bullfighter Dies) en soms is de muzikale inkleuring niet altijd even mooi maar zelfs dan is het nog prima om naar te luisteren.
Tja, had ie de lat maar niet zo hoog moeten leggen want in het verleden heeft ie gewoon echt te veel schitterend werk afgeleverd of dat nu onder eigen naam was of met zijn bandmaatjes van The Smiths daar gaat dit album helaas geen toevoeging op zijn.

Morrissey - Years of Refusal (2009)

poster
4,0
Het gaat blijkbaar goed met onze sombermans: 'I'm Doing Very Well' horen we hem zingen in opener Something Is Squeezing My Skull wat een redelijk rechttoe rechtaan rocker blijkt te zijn met een muzikaal opgewekte toonzetting (het lijkt aan het einde zelfs haast wel uptempo R.E.M. met die kreetjes).
En meteen hebben we de toonzetting voor het gehele album te pakken: Morrissey is deze keer niet van plan om al te moeilijk te doen en houdt het bij pakkende nummers die niet te lang duren en vooral opgewekt klinken; in de teksten moet ik me nog maar eens gaan verdiepen.
Wissel het af met een rustiger midtempo-nummer (It's Not Your Birthday Anymore) of ballad (You Were Good In Your Time) en we hebben Years of Refusal; overigens het laatste album dat Jerry Finn, die we ook kennen van Morrissey's You Are the Quarry, geproduceerd heeft vlak voor zijn overlijden eind augustus 2008.
Nu moet ik zeggen dat ik bevooroordeeld ben en dat ik dit wederom een heerlijk album vind maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat ik juwelen die op b.v. Viva Hate of Vauxhall and I stonden een beetje mis op dit nieuwe solo-album (zijn negende alweer). Als ik het dan toch ga vergelijken dan hoor ik hier een beetje hetzelfde ongecompliceerde Your Arsenal-effect in terug. Let wel: de stijl is anders maar het gevoel krijg ik er wel een beetje bij.
Al eerder genoemd is het feit dat hier twee nummers terugkeren die al te horen waren op zijn laatste verzamelaar te weten That's How People Grow Up en All You Need Is Me en dat is ergens wel een beetje dubieus maar wat maakt het verder ook uit? Er is weer een nieuw album dat me niet tegenvalt en waar mijn verwachtingen gewoon zijn uitgekomen. Met dit album overbrug ik het halve jaar wachten op zijn optreden in de kleine popzaal Watt in Rotterdam wel!

Wat een feest , want een feestje is Years of Refusal zeker toch wel; een zonnig feestje zelfs.....olé.... (When Last I Spoke to Carol en One Day Goodbye Will Be Farewell met die fijne Morricone-achtige trompetjes)

Mose Allison - Young Man Mose (1958)

poster
4,0
Young Man Mose is het derde album van blues/jazz pianist Mose Allison.

Het zal aan mij liggen, maar ik had er nog niet eerder van gehoord. Dat is toch best opvallend, want de man heeft aardig wat muziek uitgebracht (alleen al in 1958 drie albums) en is vorig jaar november op 89-jarige leeftijd overleden. Een dood die dat jaar overschaduwd werd door die van grootheden als Bowie, Prince, Cohen en George Michael. Maar dan nog.....

Omdat de scheidslijn tussen blues en jazz in zijn werk wat vaag is zou het zomaar kunnen dat het grote publiek hem misschien wat minder eer gaf dan hij blijkbaar genoot onder collega's en fans.

Ik had er een nostalgische hoes van dit album voor nodig om zijn werk te ontdekken. Een nog jonge Allison die je vanuit een inmiddels retro-stoel aankijkt, een boek naast hem op de grond, heel nonchalant neergelegd (maar niet heus) en in mooi, warm grijs geschoten. Tijdloos, met toch een enorm stempel uit vervolgen tijden. Simpel, maar in mijn geval doeltreffend. De hoes trok m'n aandacht.

Het gebodene op vinyl bleek ook te trekken. Niet al te moeilijke jazz met een bluesy inslag. Fijn pianospel dat nergens op de zenuwen werkt en af en toe zingt hij ook nog eens met een warm stemgeluid. Niet heel spectaculair maar genoeg toevoegend om het album wat afwisselend te maken. Onmiddellijk moest ik aan het oudere werk van Chet Baker denken. Ook die had van die nostalgische foto's als artwork en ook hij zong soms op zijn nummers, terwijl zijn zang nu niet bepaald bijzonder genoemd kan worden, maar ook een bepaalde warmte kent, vergelijkbaar met Allison.

Inmiddels ken ik veel van de oudere albums van Mose Allison, die overigens niet erg van elkaar verschillen en ben ik erachter gekomen dat bijvoorbeeld Herman Brood wegliep met zijn werk (hij coverde If You're Going to the City nogal eens, te vinden op het Mose Allison album Swingin' Machine) en ook The Who prees Allison regelmatig.

Fijne relaxte jazz met wat blues elementen. Niet hemelbestormend, maar wellicht goed te doen voor mensen die niet heel erg vertrouwd zijn met jazz. Dit album zou een mooie instap kunnen zijn en liefhebbers van Chet Baker's vroege werk zouden dit ook maar eens moeten beluisteren, ook al is een trompet geen piano: de vibe is redelijk gelijkend.

Moses Sumney - Aromanticism (2017)

poster
4,5
Moses Sumney.... waar ken ik de naam toch ook al weer van? Eigenlijk niet best als dat de eerste gedachte moet zijn. Gelukkig ging het lampje branden: de EP Lamentations kende ik al en ook Doomed was me al bekend.

Sterker: het was een artiest naar wiens solo-album ik behoorlijk uitkeek. De black-out van mijn kant dan maar even vergeten.

Aromanticism is exact wat ik verwacht en gehoopt had. Het doet me denken aan het album van Petite Noir. Het artwork sowieso, maar ook de broeierigheid, de onderhuidse spanning die het oproept en het ietwat stroperige karakter ervan.
Verder zijn het toch wel twee verschillende albums, maar ik voel raakvlakken.

De falsetto zang van Sumney is iets waar je tegen moet kunnen, en ook muzikaal gebeurt er veel. Elk nummer barst van de ideeën. Het is ook moeilijk in een hokje te plaatsen. Toch vind ik het niet heel erg ontoegankelijk. Björk doet het ook, maar die vind ik de laatste albums net iets te veel doorslaan qua experimenteerdreeft. Moses Sumney blijft ondanks alle avontuur nog redelijk binnen de grenzen waardoor het album ademt en betovert i.p.v. schurend irriteert.

Aromanticism is een fijn, spannend album waar ik wel even aan toe was in een jaar waar voor mij op muzikaal gebied niet zo heel veel gaande was. Dit intrigeert en ik hoop dat ik daar nog wel even zoet mee zal zijn.

Most Unpleasant Men - Nothing Moves Slower (2009)

poster
3,5
Ik kan me wel een beetje vinden in de kritiek van RedLightCityBoy.
Muzikaal vind ik het allemaal best smullen alhoewel ik ook denk dat het nog voor verbetering vatbaar is. De potentie om uit te groeien tot net even sterkere nummers is al duidelijk voelbaar. Een nummer als Princess gaat in elk geval al dicht in de buurt komen.
Met de stem van Joram Tornij weet ik ook niet zo goed wat ik er mee aan moet. Het klinkt nog zo iel en daarbij is het er ook eentje waar je de kriebels van kunt krijgen (valt bij mij nog wel mee maar ik word er ook niet gillend gek van).
Het is een zeer mooie puzzel waar de stukjes nog net even te veel klemmen hier en daar, en niets is zo vervelend als je hard op die puzzel moet slaan om die stukjes passend te krijgen waarbij je ook nog eens het risico loopt dat andere stukjes weer los schieten.
Ik hoop dus op de toekomst waarin Most Unpleasant Men nog wat verder kan rijpen want op zich is dit debuut helemaal zo slecht nog niet.
Het is prima muziek voor op een lome zondagmiddag en ik ondersteun bands van eigen bodem graag waardoor ik mijn twijfel toch in het voordeel van deze band laat uitvallen en er geen 3* maar 3,5* van maak met de mededeling dat het dus wel een magere is.

Moteh Parrott - The Stones Are Merely Sleeping (2024)

poster
4,5
Moteh Parrott. De naam zou me echt niks zeggen als oud-Revere bandleden Kath en Marc niet zouden optreden met Moteh en dus ook bijdragen aan dit debuutalbum.

Het schijnt dat deze artiest uit Edinburgh er tien jaar over heeft gedaan om dit album eindelijk het levenslicht te laten zien. In 2018 konden we al kennis maken met de EP Afterglow. Die nummers keren terug op dit debuut.

Indie-folk met wat Keltische invloeden (Chorus of the Birds) waar mij vooral de cello opvalt, en ja daar is Kathleen Rollins McKie voor verantwoordelijk. Gelijk komen er dan allerlei mooie Revere herinneringen naar boven waarmee duidelijk wordt dat haar spel behoorlijk herkenbaar is. Haar man Marc is te horen op drums.
Verder zien we de niet onbekende naam Rachel Sermanni opduiken en is Paul Savage de producer die we kunnen kennen van Mogwai en Arab Strap.

The Stones Are Merely Sleeping is een zeer fraai album geworden. De nummers zijn voornamelijk wel te vinden in de meer uptempo hoek, maar door de fraaie muzikale inkleuring heeft het toch ook iets melancholisch.

Ja, het is lastig om in deze alternatieve folk-hoek nog echt op te vallen en dat zorgt er geheid voor dat dit album onder de radar blijft. Dat zou jammer zijn, want het verdient zeker de schijnwerpers!

Moteh Parrott & Friends - Afterglow (2018)

Alternatieve titel: Acoustic EP

poster
4,0
Moteh Parrott & Friends hebben een debuut EP uit. Wie?

Laat ik beginnen bij de 'friends'. Twee daarvan beschouw ik ook als de mijne, namelijk ex-REVERE bandleden Kathleen Rollins McKie op Cello en Marc Rollins McKie op percussie/drums. Blair Young vult het gezelschap aan op bas.

Uiteindelijk draait het wel om de Schotse zanger/gitarist Mnkongmoteh Parrott, die hier vier folk nummers presenteert met een vleugje indie.
De foto op de voorkant weet de muziek goed te verbeelden: ruig, maar toch ook betoverend. Ruig niet in de zin van hard, maar het geheel klinkt redelijk rauw, maar juist de cello van Kathleen geeft het geheel z'n zachte kant.

Het is moeilijk om je tegenwoordig in het grote aanbod te kunnen onderscheiden, maar ik zou Moteh zeker een kans geven. Het belooft zeker een hoop goeds voor hopelijk later een volwaardig album

Benieuwd? Het is op bandcamp te beluisteren.

Broem en Lura kunnen hier waarschijnlijk wel wat mee

Mr. Bungle - California (1999)

poster
4,0
Soms is het heerlijk om avontuur op te zoeken in de rock muziek. Het lijkt vaak een steeds onmogelijker taak te worden, maar dan is het zaak dit album van Mr. Bungle eens op te zoeken.

Als Faith No More liefhebber was het wel even schrikken toen ik de eerste keer Sweet Charity hoorde: alsof ik in een zeer foute reclame terecht was gekomen. Was dit nu serieus? Of werd ik in de maling genomen? Alsof een of andere loungetent Faith No More door de mangel heeft gehaald. En toch is het me na verloop van tijd steeds beter gaan bevallen.
None of Them Knew They Were Robots hakt er dan wel gelijk flink in, maar wat is het? Morphine die op hol slaat? Stray Cats die eens even gek doen? Geweldig. Dit is geniale gekte in de meest pure vorm. Maak je opa en oma gek op hun 60e jarig huwelijksfeest en laat al die ouwetjes eens flink swingen op de dansvloer: Get up 'outta' your rockin' chair grandma! Or rather would you care to dance grandmother?
Retrovertigo laat die ouwetjes even bijkomen en Patton mag hier een op het eerste gehoor lieflijk liedje zingen. Het einde is bombast op en top (of moet ik zeggen over the top?). Lekker klinkt het zeker.
The Air-Conditioned Nightmare ademt Beach Boys en Queen en vliegt vervolgens alle kanten op. Soms zou je gaan denken dat je I-pod op hol is geslagen. Prima vocalen trouwens op dit bijzondere nummer.
Ars Moriendi. Wat in dit nummer gebeurt grenst haast aan het onmogelijke: Arabische muziek vermengt met klezmer, speed metal, surf, hongaarse tonen. Het doet aan de gekte van een System of a Down denken alleen net even minder hysterisch (terwijl ook dit gekte van de bovenste plank is). Stuiter stuiter stuiter de kamer rond en geniet.
Pink Cigarette lijkt wel een jaren '50 film. Donker maar ook cheesy. Het is lekker meeslepend en bevat een hoop kleine spannende dingen die je meer op de achtergrond moet zien te vinden en wat kan die Patton toch heerlijk galmen.
Golem II: The Bionic Vapour Boy is dan weer een op hol geslagen kinderfilm. Een hoop gekke bliepjes en piepjes zonder dat het gaat irriteren. Knap als je dat bij mij voor elkaar krijgt. Goed gedaan dus.
The Holy Filament heeft een spooky ondertoon en leunt zwaar op synths. Alsof een of andere synthesizer-gigant hier zijn medewerking aan verleende. Of toch die lounge-tent die even gek wilde doen? Ik wilde bijna zeggen dat dit een vreemde eend in de bijt is op dit album, maar dat lijkt me een beetje raar overkomen als we het album als geheel eens goed beluisteren (het is nl. één hele grote vreemde eend).
Op Vanity Fair komt de doowop stijl terug die ook te horen was op Pink Cigarette. Grappig, leuk en vooral erg onderhoudend.
De titel Goodbye Sober Day is op dit album wel heel erg misplaatst. Sober? Hier??? Je zou haast denken enorm dronken te zijn bij het beluisteren naar deze gekte.
Want dat is het: gekte. Wat zeg ik? Geniale gekte meneer.
Het is maar dat u het weet!

múm - Go Go Smear the Poison Ivy, Let Your Crooked Hands Be Holy (2007)

poster
3,5
Ik weet nog goed dat ik múm's album Finally We Are No one kocht: dromerige electro-pop waar ik indertijd best wel even weg van was.
Indertijd, want inmiddels zijn er niet veel bandjes uit het genre overeind weten te blijven staan bij mij.
Toch kon ik mijn nieuwsgierigheid naar dit nieuwe album niet bedwingen.
Groot was de verbazing bij de eerste wat rauwe klanken: gitaar? Daar lijkt het wel op ja. Maar al snel leggen ze die klanken in een electronica-bedje en het ligt alleraardigst. Na bijna 2 minuten komt zang de boel versterken. Eigenlijk een alleraardigst nummer wat me in elk geval bij de les weet te houden. Als er zoiets als een IJsland-sound bestaat dan past dit er erg goed in.
A Little Bit, Sometimes begint klein en tinkelend. De piano zet de toon maar al snel nemen andere geluiden het over. Ook hier zijn het vocalen die de boel afmaken. Als Tom Waits niet zou brullen en met electronica aan de gang zou gaan zouden we wel eens heel dicht in de buurt kunnen komen van een nummer als dit.
Een Coco Rosie-achtig intro verzorgt They Made Frogs Smoke 'Til They Exploded. Piep-knor-boem dus zoals de meisjes Coco Rosie dat ook doen, maar dan net iets beter te behappen denk ik.
These Eyes Are Berries klinkt lieflijk en popperig. De nadruk ligt op de vocalen en de opbouw is best goed te noemen: er gebeurt van alles zonder dat het groots of bombastisch gaat worden.
Moon Pulls is dromerig en draait rondom piano. Het doet me zelfs wat aan Sufjan Stevens denken. Op zich niet zo vreemd want ook die is niet vies van wat electronica hier en daar en op dit nummer klinkt alles juist vrij akoestisch. geen gekkigheid dus.
Marmalade Fires tokkelt lieflijk weg en wordt langzamerhand ook voorzien van allerlei extra's waardoor er wederom sprake is van een prima opbouw. Een mooi nummer moet ik zeggen (vooral de strijkers aan het einde).
Bij Rhuubarbidoo waan je je in het diorama van de Efteling. Even ouderwets genieten van je jeugdjaren. Niks geen achtbanen, wildwaterbanen of andere snelheidstoestanden: ouderwets genieten. Doe het snel want na anderhalve minuut is het al weer voorbij en komen we aan bij Dancing Behind My Eyelids. De titel doet het nummer wel eer aan maar weigert saai te worden. En opeens doet de samenzang me aan Belle & Sebastian denken. Dromerig dus.
School Song Misfortune gaat van start als een zeemansliedje lijkt het wel. Verderop wat Architecture in Helsinki-achtige zang (een beetje vreemd maar wel lekker).
I Was Her Horse klinkt desolaat. Alsof Ennio Morricone zijn muziek wel heel eigentijds heeft gemaakt. Ook dit nummer bevalt mij goed.
Guilty Rocks heeft iets dwingends. De zang is ijl en dromerig en dit alles gecombineerd maakt het tot fascinerende 5 minuten luisterplezier.
Winter (What We Never Were After All) sluit de boel af. We hoorden al aardig wat dromerigs voorbij komen maar dit is dan wel het ultieme dromerige, maar oei wat klinkt het hemels.

U begrijpt het al: het ziet er naar uit dat dit album het een stuk beter gaat doen dan Finally We Are No One.
Mag ik dit voor mij een aangename verrassing noemen dit jaar? Stiekem een stuk beter dan de laatste Björk (als we dan toch in IJsland moeten blijven), maar ik zet nog wel evenveel sterren in als die er nu voor staan voor Volta met de mededeling dat het er voor múm misschien nog iets meer kunnen worden i.t.t. Björk.

Mumford & Sons - Sigh No More (2009)

poster
4,0
VictorJan schreef:
Héél tof plaatje

Zo kan het natuurlijk ook

Ik wil mijn eerdere commentaar bij dit album wat uitbreiden.

aERodynamIC schreef:
Regelmatig zie ik de naam Fleet Foxes voorbij komen en laat ik daar nu net niet zo veel mee hebben.
Toch ging ik vol goede moed beginnen aan dit album en dat viel me niet tegen moet ik zeggen. Ik snap de opmerking van user LittleBox dan ook wel dat dit een beetje in de hoek valt van Fanfarlo, Noah and the Whale e.d. (en ongetwijfeld Fleet Foxes maar dat had verder geen negatieve invloed op mijn beleving).
Het is absoluut een heerlijk album dat vraagt om meerdere draaibeurten. In elk geval ben ik al voldoende enthousiast om flink uit te pakken met 4* en daarmee wordt het rijtje geweldige releases dit jaar wel heel erg lang op deze manier.
Overigens moet ik bij de zang soms aan R.E.M.'s Michael Stipe denken.....


Feit is dat het hard gaat met Mumford & Sons. Sigh No More maakte redelijk anoniem zijn entree op de site en in mum van tijd (deze woordspeling is louter toeval) heeft het een enorm aantal stemmen met een glittergehalte die er niet om liegt en een stevige nummer 1 positie in de rotatielijst. En dat in echt heel erg weinig tijd..... het wachten is nu op de top 10 positie die het ongetwijfeld gaat aannemen in de eindejaarslijstjes.
Samen met die andere verrassing, The xx, wel in de lijn der verwachting als je het mij vraagt.
Is het gerechtvaardigd? Dat blijft altijd een discussie waard dus laat ik mezelf maar gewoon als uitgangspunt nemen.
Redelijk snel kreeg ik in de gaten dat dit een lekker plaatje in de 'alternatieve folkhoek' was en dan wil ik dat zeker altijd meenemen.
Mijn eerste indruk was gelijk goed en dat werd geuit met een stevige 4*. Tot zover niets bijzonders; het komt wel vaker voor. Maar ondertussen bleef de belangstelling groeien en als een lawine schoof Mumford & Sons alles en iedereen opzij. En dan merk je dat je anders gaat luisteren. Kritischer. Voor mij had dat als gevolg dat ik intenser de cd in dook. Het kan dan twee kanten op gaan: of het gaat je een beetje tegenstaan en je hebt geen zin om 'met de hype mee te blijven doen' of je trekt je er niets van aan en laat je steeds meer inpakken door de nummers op Sigh No More.
Het laat zich raden dat de tweede optie bij mij het geval is. Ik was al vanaf eerste beluistering enthousiast en dat is er niet minder om geworden. Sigh No More weet je mee te slepen en te ontroeren, Zorgt voor een lach en een traan en doet je beseffen dat het allemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn. Gewoon puur musiceren en dan komt het vanzelf goed. In dit geval ben ik blijkbaar niet de enige die er zo over denkt gezien de positieve belangstelling. Is het de poppy inslag? De radiovriendelijkheid van de liedjes?
We zullen het nooit weten. Wel kunnen we met z'n allen constateren dat dit zo'n album is dat redelijk onverwacht als een komeet omhoog schiet. Het is dan aan de heren Mumford & Sons om dit te consolideren of het een eenmalig 'lucky shot' te laten zijn.
Ik hoop dat we nog veel van ze gaan horen. En nu draai ik Sigh No More gewoon nog maar een keer en bler ik hard 'It was not your fault but mine, it was your heart on the line. I really fucked it up this time' mee, want dat ik er geen genoeg van krijg is waarschijnlijk zacht uitgedrukt

Munly & The Lupercalians - Petr & the Wulf (2010)

poster
3,5
Banjo is 'in' getuige de populariteit van een band als Mumford and Sons.
Het zal ongetwijfeld niet de reden zijn van het verschijnen van dit album. Ik denk ook niet dat dit net zo'n gevolg zal krijgen als Mumford and Sons.
Allereerst klinkt dit toch wel anders en ten tweede zijn deze nummers er ook niet echt geschikt voor om te kunnen doorbreken naar een groter publiek want daarvoor is het toch een tikje te eigenzinnig.
16 Horsepower, Sufjan en heel soms zelfs Adam and the Ants-achtige tonen in een grote wok, husselen en je hebt een beetje een idee wat Petr & the Wulf moet inhouden.
Gothic Folk met Americana noemen ze het zelf. Dat stukje Gothicgaat mij echt te ver.

Acht nummers met telkens een aanzienlijke speelduur. Soms wat te lang wat mij betreft en misschien ook wel de reden dat ik er vooralsnog niet helemaal wild van kan worden. Er zijn in mijn beleving net even leukere dingen op dit gebied ook al is dit zeker niet verkeerd (want best apart zo af en toe) en denk ik dat er op deze site best wat liefhebbers voor zijn te vinden.
Misschien dat ik zo de aandacht heb weten te vestigen op dit best leuke plaatje en wie weet gaat het bij mij ook nog wel wat stijgen in achting.

Let op: het aanstekelijke Duk dat mij doet denken aan Adam and the Ants op banjo en Wulf dat gewoon een heerlijk nummer is.

Muse - Absolution (2003)

poster
4,5
Pas op, de mannen van Muse marcheren er aan (Intro) om u vervolgens bijna een uur plat te walsen met een portie onvervalste rock..... hierbij schuwen zij het sentiment niet, zijn ze niet vies van wat kitsch hier en daar en laten ze naast hun spierballen ook hun gevoelige kanten zien.
Ready? go!

Op Apocalypse Please zingt Matthew Bellamy getergd dat de apocalyps er aan zit te komen. Hij doet het haast net zo overtuigend als sommige onheilsprofeten die van tijd tot tijd van zich laten horen, alleen ontberen die laatsten alle bombast waarmee de heren Muse van zich laten horen. Het vliegt werkelijk alle kanten op; je zou er welhaast bang van gaan worden. Zou het dan toch? Alsof de donkere wolken zich nu al boven je samen pakken. Majestueus zou ik dit nummer haast willen noemen.
Het pakkende Time Is Running Out was terecht een single. Het is catchy en van donkere, dreigende wolken is al geen sprake meer. Alsof de zon langzaam aan is doorgebroken. Dit is dan misschien wel rock voor de massa zoals ook Queen dat kon maken, maar voor mij hoeft dat geen belemmering te zijn, ook ik ben onderdeel van de massa, so what? Daar hoeft geen snobisme bij gehaald te worden. Zo erg is het niet als je dol bent op dingen die je met zeer velen moet delen.
Tijd voor de eerste meegalmer Sing For Absolution. De piano van Bellamy neemt je bij de hand op een mooi nummer dat velen mee zal doen zingen cq galmen.
Knap ook hoe Bellamy met zijn stem de hoogte in kan gaan. Waarschijnlijk niet door iedereen gewaardeerd, maar ik smul er van. Het geeft de nummers juist wat kitscherigs mee zonder dat het overdone is. Een beetje tegenstrijdig, klopt, maar ze weten precies op het randje te blijven.
Vol gas verder met Stockholm Syndrome, een gedreven rocker in hoog tempo. Laat je meezuigen in deze orkaan van geluid, laat alles los en geef je over. Hiermee beland je in een ongelooflijk sterk nummer met allerlei heerlijke glamour in de vorm van vette piano-partijen, ronkende gitaren, rollende drums en stevige bas.
Falling Away With You opent als de rust zelve. Je kent ze wel die momenten als de storm weer is gaan liggen. Die storm was dus het vorige nummer. Maar schijn bedriegt als het nummer halverwege toch weer wat ruiger gaat worden om daarna weer gas terug te nemen. Alsof de storm nog even van zich wil laten horen, maar het oog van de orkaan is al lang voorbij dus vrees niet.
Interlude markeert een overgang naar de komende nummers. Het voegt niet echt veel toe.
Maar het is mooi wel de opmaat voor één van de beste Muse-songs ooit: Hysteria. Yahooooooooooo, here we go. Massieve baslijnen, een tekeer gaande drummer en waanzinnige gitaren die hysterisch te keer gaan. Alsof Billy Corgan van de Smashing Pumpkins vanaf de zijlijn zijn duim opsteekt: goed gedaan jochies!
Dit soort nummers vragen er gewoon om om met de volumeknop open gedraaid te worden.
Na al dat geweld moeten we even bijkomen natuurlijk en dat kan ook op Blackout. Alsof we regelrecht vanuit de rocktent de balzaal in lopen. Hier is een deftiger feestje aan de gang dus stoor ons niet en doe een wals met ons mee. Langzaam aan komen we bij van alle geweld en laten we ons lieflijk verwennen in dit nummer. De heren van Muse denken wel degelijk aan nazorg.
Op naar het theatrale Butterflies & Hurricanes. Het is een ding waar de band sterk in is. Het zijn haast complete mini-rock-operas (en ja de naam Queen ligt al weer op het puntje van mijn tong). Het zijn dit soort heerlijke nummers die Muse het elan geven waar ik zo dol op ben.
The Small Print is dan weer recht-in-je-gezicht-rock. Glamrockers clashen met metalboys. Heel erg knap gedaan.
Endlessly is een wat vreemde eend in de bijt. Alsof ze wilden laten zien dat ook zij durfden te experimenteren zoals ook een Radiohead dat durfde. Ik weet het nooit zo goed met dit nummer. Misschien is het er hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat ik toch van mijn 5* een 4,5* heb gemaakt.
Thoughts Of A Dying Atheist pakt de draad gelukkig weer snel op met een hoog adrenaline, adhd gehalte. Jachtige rock die maar door en door gaat. Opzij opzij opzij maak plaats maak plaats maak plaats we hebben ongelooflijke haast.
Haast om bij het slotnummer Ruled By Secrecy te komen wellicht. Een rustig eind gezongen met de falsetto stem van Bellamy en spaarzame begeleiding. De piano geeft er aan het einde een pompeus tintje aan mee dat goed past bij de sfeer van het gehele album. Een album dat ik tot nu toe nog steeds als hun beste beschouw. Drie avonturiers op de toppen van hun kunnen. Maar de albums hiervoor waren natuurlijk al niet misselijk te noemen en Black Holes and Revelations begint dit langzamerhand te evenaren (en dat zijn velen niet met mij eens).
Kitsch? Dacht het wel! Maar wat voor een kitsch. Muse staat momenteel helemaal alleen binnen dit genre en dat doen ze sterk. Het zijn voorlopig de absolute alleenheersers die volledig recht hebben op de troon. Laat andere jonge honden maar lekker rechttoe rechtaan poppy rocknummers maken dan luister ik als afwisseling maar al te graag naar deze koninklijke rockers.