MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Charlatans - Some Friendly (1990)

poster
3,5
Toen ik dit indertijd voor het eerst hoorde (als CD met 11 nummers) was mijn reactie: o, de Stone Roses met een orgeltje. Een beetje een flauwe constatering, want nadere kennismaking deed mij redelijk snel beseffen dat deze band toch best een eigen gezicht had, ook al deden de drumpatronen en de enigszins nasale stem me steeds aan Reni en Ian Brown denken. (Deze mannen hebben in ieder geval een iets minder opvliegende relatie met hun platenmaatschappij gehad.) De melodieën en de zang vind ik niet het sterkste punt, maar het heerlijke orgeltje, de gitaar die duidelijk op het tweede plan opereert maar af en toe toch belangrijke lijntjes uitzet, en het algemene enthousiasme maken hier toch een leuke plaat van die me nú eigenlijk beter bevalt dan in 1990 – maar dat is dan ook bijna een mènsenleven geleden, ik schrik er zelf van. (Hoewel ik na al die jaren nog steeds gek word van die drummer: op bijna elk nummer verzint hij iets aparts, hij creëert een eigen variant op de gewone 4/4-beat door in elke maat een tussenroffeltje te plaatsen, en vervolgens speelt hij in bijna elk nummer bijna het héle nummer lang constant datzelfde aparte drumpatroon – de laatste twee nummers met rechttoe-rechtaan-drumwerk komen bijna als een opluchting.)

The Chemical Brothers - Brothers Gonna Work It Out (1998)

poster
4,0
Een heerlijke mix van house, jaren 70-funk en -soul en Isaac Hayes-achtige soundtracks met een paar verrassende keuzes en wat eigen chemische composities in de heksenketel erbij gegooid. Lastig om mijn favoriete nummers aan te vinken aangezien dit album natuurlijk niet uit 23 losse nummers bestaat maar uit 5 "verzameltracks" is opgebouwd, en omdat ik bijna niets van het repertoire ken is het soms lastig om uit te maken waar de ene basistrack eindigt en de volgende begint, maar dankzij YouTube kom ik toch een heel eind. Zoals mijn voorganger al aangeeft maakt dat bij het draaien gelukkig niet veel uit, want zeker de eerste drie tracks lopen als een droom. Gedurende de tweede helft van het album worden de originelen wat langer aangehouden en duurt het soms wat langer voordat er een nieuwe energiestoot in de mix wordt gegooid, en het laatste nummer is zelfs een beetje taai – ik begrijp wel dat het een onderdeel van zo'n set is om de zaak op het einde een beetje in een lagere versnelling te brengen, maar om na 5½ minuut Manic Street Preachers te eindigen met 8½ lijzige minuut Spiritualized werkt voor mij niet goed. Dat haalt de angel een klein beetje uit het geheel, maar de overheersende indruk blijft toch die van een moddervette muziektrip.

The Chemical Brothers - Come with Us (2002)

poster
4,0
Lange tijd was dit mijn favoriete Chemicals-plaat. Okee, ik hoorde wel dat dit album de experimenteerdrift, de explosiviteit en de pure adrenaline van Dig your own hole miste, maar de losheid, de vrolijkheid en de flow maakten dat allemaal goed, en bovendien bestond deze plaat uit twee briljante nummers, een paar uitstekende tracks en geen enkel echt slecht nummer, dus dat maakte er een feestelijk totaalpakketje van. Inmiddels ben ik er niet meer zó enthousiast over (Hoops duurt een paar minuten te lang, en het vervelende The state we're in doet er úren over om bij het up-tempo-slot te komen), maar het blijft toch een leuke plaat met een prettige vibe en wat mij betreft een zeer hoge draaibaarheidsfactor. En Denmark is echt briljant: lichte percussie, dan een lekker funky bas gevolgd door zware 4/4-drums, daarna wat vocale samples, een felle slap-bass, en dan begint er een kruiperig vervormd instrumentje naar de climax toe te werken, en als het dan zover is is de spanning zó hoog opgelopen dat je je afvraagt met welke truc de Chemicals in godsnaam nog daarbovenuit kunnen komen... en dan die jubelende trompet... Echt fantastisch.
        Op de Engelse wikipedia lees ik trouwens dat Star guitar "a four measure-long acoustic guitar sample from the beginning of the David Bowie song Starman" bevat, "hence the name, Star guitar." Nooit geweten, nooit opgemerkt ook, en ik betwijfel of ik nu precies de plek zou kunnen aanwijzen waar die vier maten zouden moeten zitten.

The Chemical Brothers - Dig Your Own Hole (1997)

poster
5,0
Ten tijde van de release blind gekocht op basis van een enthousiaste recensie (in ?De Volkskrant?) toen ik nog geen flauw idee had wat ik bij deze muziek kon verwachten. In het begin kon ik hier dan ook weinig tot niets mee, maar na een paar keer draaien begon het kwartje te vallen, en na nóg een paar keer draaien was ik al net zo enthousiast als de eerder genoemde recensent. Misschien dat ik Elektrobank soms wat te lang vind duren, maar verder maken het spelplezier, de flow, de rijkdom aan ideeën, de inventiviteit en het gevoel mijnerzijds dat ik me midden in een extatische psychedelische trip bevind hier toch één van de meest overdonderende platen uit het elektronische dansgenre van, samen met Second toughest in the infants (mijn vuurdoop in deze muziek, als je Underworld en de Chemicals tenminste met elkaar mag vergelijken) en Come with us (losser en nog nèt wat leuker dan Dig your own hole). Mijn liefde voor deze muziek heeft niet erg lang geduurd, maar elke keer dat ik dit album opzet voel ik toch weer de opwinding van toen. Mooiste individuele momenten: de sploosh na 6½ minuten van Elektrobank, het invallen van de bas als een soort uitgesteld "next level" na 1½ minuten van It doesn't matter, en het hele slotnummer.
        Overigens kwam en kom ik nooit in clubs of discotheken, en ik ben dus ook nooit met de Chemicals op de dansvloer geweest; ik beluister dit album niet als muziek om op te dansen maar gewoon als "muziek om te luisteren" (hetgeen niet hetzelfde is als "luistermuziek"), en als zodanig kan ik er nog altijd niet minder dan ***** voor geven. "Yes yes y'all!"

The Chemical Brothers - Exit Planet Dust (1995)

poster
4,0
Ik kwam bij deze band (en dit genre) via Dig your own hole, en dat was zó'n overdonderende en complexe en volmaakte plaat dat dit debuutalbum daarna een beetje teleurstelde. De eerste vier nummers zijn nog altijd geweldig, met die spannende eerste 40 seconden van In dust we trust en dat moment in Three little birdies down beats waarop de beat losgaat, maar daarna wordt het allemaal wat wisselvalliger. Chemical beats is een beetje saai (veel van hetzelfde) en gaat veel te lang door, Life is sweet heeft een vervelende melodie (en idem zanger wat mij betreft) en Alive alone is wel mooi maar ook weer niet héél erg mooi, terwijl tussendoor Chico's groove en One too many mornings juist weer heerlijk ontspannen momenten opleveren.
        In het boekje bij hun mix-album Brother's gonna work it out wordt verteld over het begin van de carrière van de Chemicals, een periode waarin "the only thing Tom and Ed could mix were their drinks", en toen waren de ingrediënten van hun formule volgens Tom Rowlands heel simpel: "Big bass, big drums, siren, mad." Die formule werkt op sommige nummers van Exit planet dust uitstekend, maar door de overdaad aan kale herhaling en de te spaarzame instrumentatie van een paar andere tracks slaat de plaat voor mij af en toe een beetje dood.
        Toch is het fijn om dit na al die jaren weer terug te horen. Hoeveel synthesizers en drumloops en samples hierop ook gebruikt zijn, bijna alles klinkt warm en organisch en levendig.

The Chemical Brothers - Further (2010)

poster
2,0
Naast Escape velocity kan ik ook wel lachen om Horse power, omdat dat niet alleen een lekkere drive heeft maar ook een hinniksample die volgens mij ook gebruikt wordt op de Black beauty-CD van mijn dochtertje . Maar over het geheel genomen vind ik dit het zwakste album dat de Chemicals tot nog toe gemaakt hebben.
 

The Chemical Brothers - No Geography (2019)

poster
2,0
Ik heb deze mannen bijgehouden tot en met Further, maar was ze eigenlijk al kwijt vanaf Push the button. Naar aanleiding van een enthousiaste recensie in de Volkskrant van 19-4-2019 ("euforisch, feestelijk en soms zelfs een tikje ontroerend [...] Een hoopgevende zomerdanceplaat") heb ik dit album toch maar eens geprobeerd, maar bij mij doet het geen oude tijden herleven. Het loopt allemaal een beetje vriendelijk door, en ik tel te weinig hoogtepunten à la de lekkere opener, het spannende Free yourself (met die grappige synthesizer die me afwisselend aan een dance-mob en een muggenzwerm doet denken) en het inderdaad ontroerende slotnummer. Zelfs het expressieve MAH wil maar niet loskomen en mist voor mijn gevoel de power van de eerste twee Chemicals-platen. Geen onverdeeld genoegen, deze hernieuwde kennismaking.

The Chemical Brothers - Push the Button (2005)

poster
1,5
Heel matig. Veel nummers emmeren maar door, er zitten maar weinig arrangementen bij die de nummers echt een extra dimensie geven, en de vocale bijdragen zijn soms uitgesproken vervelend ("World, the time has come to...", maar ook Tim Burgess). De eerste helft van deze plaat herbergt dan nog de hoogtepunten (Believe met een lekker ritme en een mooi gekwelde stem, en Hold tight London met een juist feëriek weg-ijlende stem), maar vanaf het grove Left right staat er al niets fatsoenlijks meer op, en het lelijke boekje helpt ook niet mee. Over Come with us was ik juist nog heel enthousiast, maar Push the button vind ik echt zwaar ondermaats – de plaat laat me zelfs zó koud dat ik er op de een of andere manier niet eens teleurgesteld om kan zijn.

The Chemical Brothers - Surrender (1999)

poster
2,5
Ik herinner me nog hoeveel moeite ik na het fenomenale Dig your own hole heb gedaan om Surrender eveneens goed te vinden, maar dat is nooit helemaal gelukt. Het opzwepende Hey boy hey girl is een briljante single, Got glint zit vol verwachtingsvolle spanning (inclusief die mooie synthesizergolven) en The sunshine underground is voor mij het hart en de ziel van het album, maar verder staat hier gewoon teveel nietszeggends op: Orange wedge gaat nergens heen, Let forever be is echt een stap terug ten opzichte van Setting sun, Bernard Sumner vind ik een extreem saaie stem hebben, Asleep from day wil maar niet aangrijpend worden (ondanks die twee nootjes op die mooie elektrische piano) en doet me bovendien teveel denken aan Air, in het titelnummer gebeurt niets, en het slotnummer is meer arrangement dan compositie. Op de produktie valt niets aan te merken en de plaat klinkt weer als een klok, maar er staat voor mij te weinig opmerkelijks op.
        Wel bewaar ik goede herinneringen aan het concert in 013 op 18 oktober 1999. Al bij de opener Hey boy hey girl stond de hele zaal letterlijk te trillen van de dansende mensen, The sunshine underground kwam gelukkig ook voorbij, en The private psychedelic reel was een geweldige afsluiter.
        Wie wat bewaart die heeft wat: in de Muzik van juni 1999 (met Surrender als Plaat van de Maand) staat een leuk interview met het duo waarin ze ook bij elk nummer kort commentaar leveren. Voor wie zich afvraagt waar Got glint op slaat (zoals ik indertijd) legt Ed Simons uit: "If we're out and it's like 'Yeah it's going to happen' we say we've got the glint in the eye. It means, 'Were you out until 11 o'clock in the morning?' "

The Chemical Brothers - We Are the Night (2007)

poster
2,5
Het probleem voor mij met dit album is een beetje dat het allemaal zó lekker vet klinkt dat ik eigenlijk niet eens doorheb dat de meeste nummers eigenlijk niet zo veel voorstellen. Het dendert allemaal lekker door, en het meeste is ook niet echt vervelend, maar als ik op de nummers apart ga letten zit er maar heel weinig echt spannends bij. Absolute hoogtepunt voor mij is All rights reversed met dat benauwende koortje.
 

The Chills - Brave Words (1987)

poster
5,0
Volgens de All Music Guide was de band niet zo tevreden met de produktie van dit album, "too loose and underproduced", maar dat vind ik juist de kracht ervan: korte en directe popsongs, kristalhelder gezongen en met een poppy-punky begeleiding (ik hoor de Attractions en Blondie) en het geheel "los" en daardoor zeer ademend en levendig op de plaat gezet. Wat dit album bovendien zo bijzonder maakt is de spook- en sprookjesachtige ambiance van sommige nummers, met dat zangerige orgeltje en die holle drums die steeds naar voren komen zetten, zoals bij 16 heart-throbs en Dark carnival. Die omfloerste sound doet me (mede vanwege het gebruik en het geluid van de slaggitaar) heel erg denken aan Seventeen seconds, hoezeer die plaat verder ook hiervan verschilt, terwijl de teksten soms van een David Byrne-achtige directheid zijn ("I threw a party in my heart / Nobody showed up"). En Martin Phillips heeft één van de meest vriendelijke en innemende stemmen die ik ken in de popmuziek.
        Overigens heb ik dit album alleen op CD leren kennen, maar volgens Wikipedia bestaat de vinylversie hiervan uit tracks 1-6 op kant A en tracks 10-15 op kant B, zodat naast track 16 hierboven dus ook tracks 7-9 formeel gesproken CD-bonustracks zijn.

The Chills - Silver Bullets (2015)

poster
3,0
Heerlijk dat de Chills er weer zijn, met hun tijdloze jangle-achtige arrangementen, pakkende melodietjes en bovenal die vriendelijke stem van Martin Phillips. Tijdloos, want deze plaat hadden ze voor mijn gevoel ook in de jaren 80 of 90 hadden kunnen maken, en daar zit 'm toch een beetje de kneep, want ik had het leuk gevonden wanneer ze hadden laten horen dat er nogal wat tijd is verstreken en dat niets en niemand stil heeft gestaan. Iets anders dan die geweldige platen van 20 à 30 jaar geleden kortom... Niets mis met dit album, ik ben blij om Phillips weer te horen en er zitten natuurlijk weer een paar prachtige nummers bij (met name When the poor can reach the moon en Tomboy), maar een plaat die eigenlijk niets méér doet dan gewoon de draad weer oppakken, daar zat ik persoonlijk niet op te wachten.

The Chills - Soft Bomb (1992)

poster
3,5
Een mooi klinkende en frisse plaat met als voornaamste minpunt voor mij dat de diversiteit soms een beetje overdadig aandoet waardoor het geheel af en toe een beetje de indruk van los zand maakt. Daarnaast halen die paar ultrakorte nummers het tempo een beetje uit de plaat, en bovendien staan er een paar nummers op die zó duidelijk bedoeld zijn als "mooi" (Song for Randy newman etc. dat in ieder geval nog een mooie melodie heeft, en Water wolves dat een melodie heeft die nergens heen gaat, waardoor het strijkersarrangement nergens op slaat) of "apart" (The entertainer) dat ze alleen maar gekunsteld en onecht aandoen. Wat er uiteindelijk overblijft is een plaat van een zeer sympathieke band waarvan de goede helft me vooral doet berouwen dat de matige helft niet wat beter is.

The Clement Peerens Explosition - Vindegij Mijn Gat (Niet Te Dik in Deze Rok) (1999)

poster
4,0
Vier jaar en vier maanden lang geen bericht bij dit album... Gelukkig is hier dan weer een kaaskop per ongeluk tegenaan gelopen. En voor mij is dit de leukste vorm van grappig: niet alleen geestig maar ook goed – muzikaal ijzersterk om precies te zijn. (Ben wel blij met de link van Ploppesteksel van 14 augustus 2008.) Die "sympathieke vaderlijke wip" moet ik maar eens gaan inzetten.

The Collectors - The Collectors (1968)

poster
2,5
Ik heb dit echt vaak geprobeerd, want volgens de beschrijving en de berichten hier zou dit helemaal in mijn straatje moeten passen, maar deze plaat kan mij toch niet helemaal overtuigen. De pluspunten zijn de ambitie, de underground-sfeer, het instrumentarium inclusief mooie fluit, de smaakvolle barokke pop van de eerste kant, en de anti-alfamannetjes-boodschap van de openings- en slotnummers, dus wat betreft de intenties zit het meer dan goed. Maar diezelfde openings- en slotnummers vind ik compositorisch enigszins armoedig: ik hoor wel erg vaak dat "What love is it", en de melodie daarvan en de varianten daarop zijn niet sterk genoeg om het hele openingsnummer te blijven boeien, laat staan die hele tweede plaatkant. Daarnaast is die suite voor mijn gevoel doordrenkt van The end en alle aanverwante uitbarstingen van Jim Morrison, met een scheutje Time is van It's A Beautiful Day, zodat dat nummer uiteindelijk meer drijft op overtuiging dan compositioneel vernuft, en hoewel Howie Vickers zich met prijzenswaardige inzet in zijn performance werpt is zijn zangstem niet bijzonder genoeg om die suite te dragen.
        Gelukkig zijn daar dan nog de overige nummers van de eerste kant waar Vickers' stem wèl goed tot z'n recht komt, met name op She, Lydia Purple en het trieste One act play. Die briljantjes geven het album voor mij uiteindelijk z'n bestaansrecht, want op dat What [is] love-gedeelte hoor ik alleen maar een band "whose reach exceeds its grasp" en die daardoor gedateerder klinkt dan een hoop van z'n tijdgenoten.

The Cramps - A Date with Elvis (1986)

poster
2,5
Qua sound een fantastische plaat, met alles hard en toch helder, lekker fel en vol, een werkelijk ideaal geluid. Helaas zitten er teveel melige nummers op : The hot pearl snatch, Kizmiaz, Aloha from Hell, de flauwe afsluiter - eigenlijk vind ik maar liefst zes van de elf nummers niet echt de moeite waard. De overige vijf (nummers 3 tot en 5, Cornfed dames en het hysterische Chicken) zijn daarentegen echt geweldig, maar dat is voor mij helaas te weinig om hier een echt goede plaat van te maken. Jammer, want zoals ze klinken op What's inside a girl is echt briljant. "The King of Siam sent a telegram sayin' Wop bop a loop a lop a lop boom bam. . ."

The Cramps - Psychedelic Jungle (1981)

poster
4,5
Ik ken niet zo gek veel van de Cramps, want na een paar platen (vier om precies te zijn) vond ik het wel genoeg, maar déze is perfect, short and to the point, met alleen maar sterke composities, een goede spanningsopbouw (inclusief een prima slotnummer) en overal ijzersterke en grappige teksten, zoals "Lemme give you some advice : hey don't eat stuff off the sidewalk - you don't need it, so don't eat it. . . you better leave your mouth at home!" Soms warempel ook echt een beetje beklemmend, zoals in het strakke Can't find my mind, en wanneer een zin uit een liedje eindigt op "walk" weet je al zo goed als zeker dat de volgende regel eindigt op "talk", maar bij Lux mág dat wanneer hij in Under the wires zo'n prachtige draai aan de betekenis geeft in zijn tekst over een gefrustreerde telefoonhijger ("I got too many hang-ups") die een willekeurig nummer draait: "I let my fingers do the walking / To find out to whom I am talking". Aangename remaster van Zonophone / Capitol uit 1998. Tweede gitarist Kid Congo Powers speelde ook nog bij de Gun Club en Nick Cave, een aardig lijstje voor op je CV.

The Cramps - Stay Sick! (1990)

poster
3,0
Geen onaardige plaat, maar de titels daarentegen zijn briljant - Bikini girls with machine guns, God damn rock 'n' roll, All women are bad, Journey to the center of a girl en mijn persoonlijke favoriet Creature of the black leather lagoon, stuk voor stuk prachtig.

The Crazy World of Arthur Brown - The Crazy World of Arthur Brown (1968)

poster
4,0
Jammer dat de re-release uit 1991 zo belazerd geannoteerd is, met niet meer dan de zeer beperkte informatie van de vinylhoes, dus zonder enige gegevens over opnamedata, opzet en zelfs muzikanten. Gelukkig geeft wikipedia aardige achtergrondinformatie. Voor wie geen zin heeft om die site te bekijken: de eerste vijf nummers van bovenstaande tracklisting (de bonus-mono-tracks dus) komen niet van de mono-versie van het album ("which is simply a fold-down of the stereo mix") maar van een "unreleased alternate mix" (vandaar de vele verschillen in arrangementen, zang en overgangen, inclusief de onbegrijpelijke en zeer anticlimactische absentie van blazers tijdens het laatste couplet van Fire).
        Een tweede interessante weetje van die Wiki-pagina is dat Brown eigenlijk een rockopera van elpeelengte over de gruwelen van de Hel wilde maken, terwijl manager Kit Lambert juist het meer commerciële materiaal van Browns podium-repertoire wilde gebruiken. Hun compromis resulteerde dus in een album met de nummers van Browns keuze op kant 1 en Lamberts nummers op kant 2, en ik geloof dat iedereen hier het er wel ongeveer over eens is welke plaathelft de beste is.
        Want o, wat is het jammer dat Browns uitstekende versie van I put a spell on you (de opener van de tweede plaatkant) opeens gevolgd wordt door drie nummers die de vaart totaal uit het album halen: Spontaneous apple creation zou zomaar een parodie op psychedelica kunnen zijn, en Rest cure is wel een aardige compositie maar past net zo min als James Browns I've got money bij de rest van de plaat. Samen duren die drie nummers nog geen negen minuten, en gelukkig worden ze nog gevolgd door het sfeervolle Child of my kingdom inclusief fraaie bluesy pianosolo, maar het kwaad is dan al geschied, want die dip doet toch wel ernstig afbreuk aan de impact van het album als geheel. Bovendien zijn dat momenten waarop ik merk dat de arrangementen, hoe inventief en "vol" ook, toch een beetje saai worden: een elektrische gitaar hier en daar zou niet hebben misstaan.
        Maar goed, wat blijft staan is in ieder geval een geweldige kant 1 met sterke nummers, goed gedoseerde half-hysterische zang (en wat een stem heeft die man!), een wervelend orgel en een fraaie flow, en een kant 2 met twee sterke uiteinden, samen verantwoordelijk voor een lekkere psychedelische plaat die nergens echt briljant wordt maar toch elke keer weer meer dan uitstekend vermaak biedt.
 

The Cult - Ceremony (1991)

poster
4,0
De performance van Ian Astbury had je altijd al kunnen zien als ófwel indrukwekkend authentiek ófwel randje parodie, en op dit album gaat hij af en toe (ruimschoots) over het randje heen – wie zou over zichzelf met droge ogen "I'm a free spirit, a traveling man, 'round the world I like to lurk" durven zingen? Earth, soul, rock n' roll... Standing at the edge of the world, please help me girl... Sets my soul harp on fire... En na de Sweet soul sister en het Sweet soul asylum kunnen nu dan de aanstekers aan bij de driekwartsmaat en het gospelkoor van Sweet salvation... (Dit voor oudere luisteraars – de rest mag z'n mobiel aanzetten.)
        Toch kan ik dit met de beste (of slechtste) wil van de wereld geen beroerde plaat vinden. Het gitaargeluid is zo mogelijk nog vetter dan op Sonic temple (en dan bedoel ik "vet" niet in de moderne jeugdtaal-betekenis van "tof" maar in de zin van kamerbreed en heerlijk vol), de meeste composities hebben uitstekende melodieën en pakkende refreinen, Billy Duffy is weer geweldig op dreef, en ondanks Astbury's melodrama, clichématige rock & roll-tussenwerpselen (mama, yeah, funky, aawh, little woman – I'm in love with that shit baby!) en soms gênante teksten ("Indian woman, let down your hair...") twijfel ik toch nergens aan zijn oprechtheid. Feitelijk ervaar ik dit als de definitieve Cult-in-overdrive-en-overdaad-plaat, alsof Astbury en Duffy wisten dat ze hierna nooit meer een plaat zouden kunnen maken en daarom maar alles wat ze nog in hart, hoofd en vingers hadden eruit gooiden. Daardoor duurt de plaat voor mijn gevoel ook wel èrg lang, maar aan de andere kant kakt hij nergens echt langer dan één nummer op rij in (Full tilt, Indian), en zelfs dan vind het album eigenlijk nergens echt vervelend om naar te luisteren.
        De twee minuten die volgens Aazhyd (25-1-2008) wel van White af hadden gemogen voeren mij persoonlijk terug naar de jaren 70, toen B-kantjes van singles soms een instrumentale en/of melige voortzetting van het nummer op de A-kant bevatten, misschien vanuit de prijzenswaardige bedoeling om de liefhebber nog wat meer van hetzelfde moois te geven, misschien ook wel omdat er even geen tweede nummer aanwezig was (Rock your baby, anyone?). En persoonlijk heb ik de neiging om in minstens twee nummers van deze plaat een ánder nummer te horen : na "Earth mother for you" begin ik altijd onwillekeurig "I chop it down with the edge of my hand" van Hendrix te zingen, en na het intro van Wild hearted son, de gezongen regels "Wild hearted... yeahhh..." en de eerste gitaarriff (dus net voordat de drums binnen komen zetten) denk ik steeds dat ze aan Fire woman gaan beginnen. Vreemde afwijkingen.

The Cult - Dreamtime (1984)

poster
4,0
Ik zal niet de enige zijn die de weg naar dit debuutalbum via de doorbraakplaat Love heeft afgelegd. De verschillen zijn duidelijk : de composities zijn korter en poppier (gemiddeld 3¾ minuut in plaats van ruim 5), de arrangementen draaien wat meer om details en wat minder om het grote gebaar van Billy Duffy, er zitten wat meer echo's van andere eighties-bands in (ik hoor de Scars, Icicle Works, U2 [vooral het gitaargeluid van Boy] en Echo & the Bunnymen), en –wat voor mij het belangrijkste verschil is– de sound is wat minder breed en uitwaaierend, minder majestueus. Toch zijn alle ingrediënten al aanwezig – nu nog de mix. Op zichzelf beschouwd is dit echter ook al een sterke plaat, maar gewoon nog niet zo meeslepend als de opvolger (met uitzondering van Bad medicine waltz, want dat vind ik een betere afsluiter dan Black angel, het slotnummer van Love).
        Dilemma : bij het selecteren van mijn favoriete tracks laat ik bonustracks altijd buiten beschouwing, omdat ik bij de waardering in sterren ook altijd alleen maar op het oorspronkelijke, "kale" album let. Maar bij Dreamtime kom ik wel in de verleiding, omdat ik het stampende en dampende Ressurection Joe met afstand het beste nummer van de hele uitgebreide CD vind en de twee andere bonusnummers allebei serieuze kandidaten voor de tweede favoriet zijn. Maar goed, ik kies uiteindelijk toch maar voor de laatste twee nummers van het reguliere album.

The Cult - Electric (1987)

poster
4,5
Met de mening dat het werk van de Cult de tand des tijds slecht heeft doorstaan ben ik het absoluut niet eens, want zowel het fraai uitwaaierende geluid van Love als de strakke rocksound van Electric klinken ook drie decennia later nog altijd mooi organisch, en met de composities is niets mis – onbegrijpelijk waarom sommige mensen hier de nummers op elkaar vinden lijken, en helemaal gek wanneer dat niet bij de eerste luisterbeurt maar pas na een paar maal draaien gebeurt.
        Dus de zin ontbreekt je om Love 2 te maken, en je hebt er eerder oren naar om terug te keren naar de hardrock waar je in je jeugd zo graag naar luisterde? Dat mag, maar dan moet je daartoe wel het juiste materiaal tot je beschikking hebben, hetgeen niet vanzelfsprekend is wanneer je net een psychedelische smeltkroes als Love hebt afgeleverd, maar verdomd als het niet waar is : de nummers van Electric zitten bomvol met geweldige melodieën en riffs (met dank aan Billy Duffy voor de prachtige gitaarpartijen), de teksten gaan weer nergens over maar hebben precies de juiste free spirit-uitstraling en bovendien een zeer hoge meebrulfactor, en Rick Rubin geeft de plaat de perfecte sound mee met godzijdank niet zo'n kunstmatig en daardoor extreem tijdgebonden drumgeluid.
        Enige misser : de stomvervelende cover van Born to be wild met een haperend ritme dat maar niet op gang wil komen. Hoogstens van belang als beginselverklaring van Astbury, dacht ik altijd, totdat ik hier lees dat het op instigatie van Rubin op de plaat werd gezet... Gelukkig trekt het briljante intro van Outlaw het schip meteen daarna weer vlot. En op wat ik me voorstel bij "B five two baby way up in the sky, come drop your lovin' on me child" hoort een 18+-sticker. Dertig jaar na dato nog altijd een heerlijke rockplaat.

The Cult - Love (1985)

poster
5,0
Als ik mijn eigen commentaar bij een ander "ultiem" album mag citeren: "Sommige bands hebben één plaat die algemeen wordt gezien als het hoogtepunt in hun oeuvre, waarbij de meeste mensen het er wel over eens zijn dat ze nooit beter zijn geweest, een plaat waarop ze tot volle wasdom kwamen en waarop ze al hun kwaliteiten maximaal ten toon konden spreiden. This is the sea is niet mijn favoriete Waterboys-plaat, maar als dit de enige CD is die van hen naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland mee zou gaan zou ik daar geen problemen mee hebben." Als ik dat naar The Cult vertaal is Love dat hoogtepunt, en de tweede zin zou dan moeten luiden: "Love is míjn favoriete Cult-plaat, en als ik naar de waardering van hun albums op MusicMeter kijk denk ik dat zelfs mensen voor wie dit níét hun favoriete plaat is er toch wel vrede mee zouden hebben als dit de enige CD is die van hen naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland mee zou gaan."
        Alles klopt op deze plaat : de band staat stijf van het zelfvertrouwen, de sound is vol en warm, het drumwerk van de gastdrummer is perfect, het gitaargeluid is onwaarschijnlijk kamerbreed (en net zo vol van echo als het vroege geluid van The Edge, maar omdat de stijl van Billy Duffy zó anders is vind ik dat geen enkel probleem) en de nummers zitten vol slimme riffs en loopjes, zodat ik het Ian Astbury maar zal vergeven dat hij op zeker de helft van de nummers niet de moeite heeft genomen om voor het tweede couplet een nieuwe tekst te verzinnen. (Op de nummers waarbij hij dat wèl heeft gedaan is zijn vocabulaire niet wezenlijk uitgebreid, maar goed, dat hoort nou eenmaal bij zijn stijl van schrijven vol slagzinnen en slogans.) Het enige echte minpunt is het slotnummer, een melige wals die na het voorafgaande vuurwerk een beetje als een afknapper komt, maar na de geweldige eerste drie kwartier zitten de vijf sterren toch al in de knip. (Beluisterd via de oorspronkelijke CD-versie met Little face en Judith als prima bonusnummers; dat mijn tweede dochter eveneens Judith heet heeft daar echter niets mee te maken.)
        Grappig stukje arrangement : bij She sells sanctuary gaat na het intro de ritmesectie meespelen, en aan het einde van de eerste regel met de hele band speelt Duffy drie akkoorden op een akoestische gitaar, net als op het einde van de tweede regel vlak voordat Astbury begint te zingen. Een heel simpel maar uiterst effectief accentje; zou Duffy dat trucje afgekeken hebben van de vier akoestische akkoorden die Lindsey Buckingham bij Go your own way steeds door zijn elektrische gitaarpartij heen speelt?

The Cult - Sonic Temple (1989)

poster
4,0
Eigenlijk is dit een uiterst frustrerende plaat. Hij begint zo ijzersterk met Sun king als de ultieme Cult-rocker met de definitieve riff van Billy Duffy (afgezien van het feit dat hij er zo wel meer heeft, zoals we in het daaropvolgende Fire woman meteen al horen), en dat enorm hoge niveau wordt eigenlijk de hele plaat door vastgehouden tot en met het denderende Soul asylum – en dan is het ineens afgelopen. Het wordt daarna niet meteen echt slecht, daarvoor is The Cult in deze fase teveel on a roll, maar het klinkt zo gewoontjes, dertien-in-een-dozijn, doorsnee; het intro van Automatic blues is bijvoorbeeld niet onaardig, en de akkoordenreeks onder "Brothers and sisters everywhere..." is best wel spannend, maar vooral klinkt dit als een anonieme Amerikaanse hardrockband die weet dat ze absoluut niet slecht zijn maar dat er nog honderd andere en nèt iets betere vissen in dezelfde vijver zwemmen. En dat is jammer, want het gotische / romantische / wijdse / aparte dat de Cult steeds heeft gekenmerkt verdwijnt daarmee een beetje. Ja, ook Electric klonk als het werk van een hardrockband, maar dan ééntje die de beste aspecten van een voorbij decennium nog eens samenbalde tot een krachtig statement tegen de synthetische produkties van de jaren 80, terwijl de tweede helft van Sonic temple vooral klinkt als een poging om in het kielzog van Guns n' Roses mee te komen.
        Maar goed, ik geloof dat ik hier geen bijzonder controversiële mening mee spui, getuige de berichten hierboven en de statistieken (waarbij de eerste zes plaatsen momenteel worden ingenomen door de eerste zes nummers van de plaat). Gelukkig kan ik hier op basis van de echt geweldige eerste helft nog wel 4* aan kwijt, maar na afloop blijf ik toch een beetje op mijn honger zitten – lange tijd leek dit album zo'n perfecte mix tussen de sound van Love en de directheid van Electric te worden.
        Voor wie eigenlijk niet weet wie Edie Sedgwick is : zoek haar eens op Wikipedia op, en vergeet daarna vooral niet op Afbeeldingen te klikken – heel begrijpelijk dat zij zowel tijdens haar korte leven in de underground als postuum zo tot de verbeelding heeft gesproken.

The Cure - Pornography (1982)

poster
4,5
Na Seventeen seconds ervoer ik Faith zó sterk als een herhalingsoefening dat ik de Cure daarna eigenlijk niet meer volgde. Totdat een paar jaar later iemand die ik recent had leren kennen mij in een stoel neerzette, me in de ene hand het tekstvel en in de andere een gevuld glas gaf en me aan Pornography onderwierp. Ja, dat kwam wel even binnen.
        Het merkwaardige aan deze gitzwarte plaat is eigenlijk dat hij op het eerste gehoor zijn impact ontleent aan de monotonie van steeds herhaalde zangmelodieën met weinig refreinen, donkere baspartijen, harde tribal-drums met minimaal (of geheel geen?) bekkens, en extreem depressieve teksten waarin de enige lucht bestaat uit de wrange galgenhumor van regels als "I can never say no to anyone but you" en "Please love me / Meet my mother". Bij nader inzien blijken de nummers echter veel beter en complexer in elkaar te zitten dan oorspronkelijk gedacht, dankzij de spacy gitaareffecten, de "stiekeme" instrumenten op de achtergrond (die tinkelende piano op A short term effect, de achterstevoren-geluidjes op The hanging garden, het glockenspiel op Cold), de ruimtelijke produktie en de eigenlijk best pakkende melodieën. Daardoor is de plaat niet alleen afwisselender dan hij aanvoelt, maar is de draaibaarheidsfactor ook groter dan je zou denken bij zo'n loodzwaar album (hoewel mevrouw OnHeavenHill het met die laatste constatering niet helemaal eens is).
        Allemaal technisch geleuter achteraf, het ontleden van de stijl van een plaat die juist zo sterk op het sombere gemoed in plaats van op de analyserende hersens werkt. Voor mij is dit in ieder geval één van de essentiële platen uit de eerste helft van de jaren 80 when goth ruled (hoewel ik toen dacht dat dat genre doom heette), samen met de twee platen van Joy Division, Movement van New Order en Heaven up here van Echo & the Bunnymen. Nog altijd mooi en indrukwekkend.

The Cure - Seventeen Seconds (1980)

poster
4,5
Toen ik dit album leerde kennen vond ik het eigenlijk alleen maar mooi en sfeervol, en pas later hoorde ik van andere mensen dat ze Seventeen seconds vrij depressieve muziek vonden. (Dit was in de tijd dat Faith en Pornography nog ver in de toekomst lagen en de Cure nog een tamelijk onbekende band was.) Na dat commentaar kon ik me bij een volgende luisterbeurt wel iets voorstellen bij die deprimerende indruk, maar net als bij Joy Division hoor ik in deze muziek eerst en vooral het mooie, en àls je zulke muziek als deprimerend wilt omschrijven hoor ik dan toch nog eerder het troostende ("ah, er is kennelijk iemand die dingen net als ik ervaart"), en dán pas (if at all) het depressieve. (Radio Hollandio, dát is voor mij pas deprimerend, en ik maak geen grapje.)
        Eigenlijk geldt dat nog altijd, ook nu ik de daaropvolgende platen van de Cure heb leren kennen (hoewel ik na The head on the door ben afgehaakt). Briljante sfeervolle muziek die ik eigenlijk niet eens hoef te beschrijven omdat hij al zo perfect wordt weergegeven door de hoes. Ook nog altijd vrij uniek door de sound: dikwijls geeft de bas de melodie terwijl Robert Smith op de achtergrond een kleinere partij speelt of akkoordjes gebruikt om een soort solo mee te spelen (zoals op M, één van mijn favorieten), en waar de drums pseudo-mechanisch klinken geven de toetsen veelal kleine ijle accenten. Sfeer is het sleutelwoord, maar die gedijt alleen maar op basis van tien uitstekende composities. Prachtplaat.

The Dear Hunter - Act V: Hymns with the Devil in Confessional (2016)

poster
4,0
Een extreem moeilijke plaat om iets over te schrijven : een deel in een reeks waarvan ik de voorafgaande delen (en dus ook de concepten) niet ken, met voor bijna elk nummer een ander genre (variërend van georkestreerde pop via sixties-surf tot een Sinatra-achtige jazzballade), steeds voorzien van sterke melodieën, slimme arrangementen en een vol geluid, maar aan de andere kant ook bijna too much of a good thing met een speelduur van vijf kwartier gevuld met vijftien nummers die vrijwel altijd zeer nadrukkelijk om aandacht vragen. Pain Of Salvation hoor ik hier niet in, eerder zou ik dit willen omschrijven als een popversie van The Mars Volta met de afwisselend jubelende en verlangende zang van de Turtles (zie The revival), maar op andere momenten moet ik ook denken aan zulke extreem verschillende acts als Porcupine Tree, Midlake, Sinatra-jazz, Danny Elfman, Dan Fogelberg en ELO, zonder dat al die associaties ten koste van de eigenheid en eigenzinnigheid van de muziek en het drama van The Dear Hunter gaan. Persoonlijk heb ik misschien nog wel een dozijn luisterbeurten nodig om dit album te doorgronden, maar 4* lijkt me wel een veilige score om mee te beginnen.

The Doobie Brothers - The Captain and Me (1973)

poster
4,5
Ja, een geweldig album, maar ik vind er persoonlijk toch wel twee echt slechte nummers op staan: Without you en Evil woman zijn domme en vormeloze rockers die ik bijna altijd oversla. Daar staat tegenover dat Long train runnin' een ultiem jaren-70-nummer is en dat hun zang nog altijd messcherp overkomt. Jammer dat er nooit een qua geluid verbeterde CD-versie is verschenen, maar ook zó blijft het een heerlijke plaat.

The Doobie Brothers - The Doobie Brothers (1971)

Alternatieve titel: Star-Collection

poster
4,0
Wat Madjack71 hierboven zegt voel ik precies zo: het feit dat hier geen Listen to the music of Long train runnin' op staat maakt hier een nèt wat minder spectaculaire set van. Los daarvan is dit echter een behoorlijk consistent en warm debuut dat best schouder aan schouder met z'n opvolgers mag staan.

The Doobie Brothers - Toulouse Street (1972)

poster
4,0
Over de vroege Faces las ik ergens dat iemand vond dat ze elektrische muziek met akoestische instrumenten maakten, en dat vond ik wel mooi geformuleerd. Bij de eerste plaat van de Doobie Brothers heb ik iets gelijksoortigs, want hoeveel elektrische gitaren er op dat debuut ook voorbijkomen, veel nummers daarop hebben een laid-back-country-feel met een ingetogen en bijna pastorale sfeer. Toulouse Street heeft ook nog wel zulke "stille" momenten (het titelnummer, White sun, Snake man), maar veel nummers klinken ook alsof ze niet meer op de akoestische maar op de elektrische gitaar zijn gecomponeerd. Gelukkig gaat dat hardere randje niet gepaard met een verlies aan subtiliteit, want de dynamiek (zowel binnen de aparte nummers als op de plaat als geheel) is steeds goed verzorgd, de koortjes blijven messcherp en de compositorische vaardigheden zijn dik in orde. Mijn ene favoriet is die ultieme seventies-single Listen to the music, en hoewel Jesus is just alright daarnaast hier het meest aangevinkte nummer is prefereer ik toch nèt de knapperige versie van de Byrds, dus ik ga voor de gedreven cover van Sonny Boy Williamsons Don't start me to talkin'.
        Overigens is niet iedereen even enthousiast over dit album – het inspireerde de toch al dikwijls knorrige Robert Christgau in ieder geval tot een afschuwelijke woordspeling: "the vocals and original songs (including the hit) are truly doobieous."