MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Siv Jakobsen - Gardening (2023)

poster
4,0
Tijdens de wereldse stilstand groeit het onkruid in je hoofd gestaagd door. Zo ook bij de Noorse singer-songwriter Siv Jakobsen. Om haar geheugen te ordenen geeft ze het verleden een passend plekje vlak bij haar innerlijke afsluitbare tuinhekje. De weg naar de buitenwereld ligt in het verschiet, de tijd is gekomen om grote stappen te maken. In het midden van de kern ontwikkelen zich nieuwe gewassen, plooibaar en jong. Het emotionele tuinieren is begonnen, Gardening deelt dat proces met de geliefde luisteraars. Ze staat er gelukkig niet alleen voor. Hans Olav Settem en Simen Mitlid zorgen voor de muzikale omlijsting, de smetteloze productie en het begrijpende weerwoord. Sofie Mortvedt, Sunniva Shaw, Emma Gatrill en Marcus Hamblett staan voor de klassieke folk elementen garant. Het overige ingetogen werk verrichten gitarist Fredrik Svabø en percussionist Oliver Hardaker.

Na een korte tournee keert Siv Jakobsen huiswaarts. De betrouwde plek in de betrouwde stad heeft een bevreemdende afstandige uitwerking op de singer-songwriter. Ze stapt haar zelfgeschilderde schilderij binnen, maar de kleuren zijn vervaagd en donker. De beklemmende angst heeft de overhand en sluit zich opnieuw om haar keel. Ook al bezit Romain’s Place opbeurende oplichtende structuurlijnen, beeldende harptwinkelingen en prachtig griezelig sober gitaarspel, noodgedwongen parkeert ze zichzelf weer op dat passieve nulpunt. Most of the Time vliegt ze doelloos botsend in haar gedachten rond, net zolang totdat de scheurende littekens ontsnappende uitgangen creëren. Het jaar verspillende Birthday heeft een wrang bittere nasmaak. Zelfs de verwachte geluksmomenten vallen negatief uit.

Gardening is een hardnekkig relatieverslag, welke nu een kort gewiekte plek in het leven van Siv Jakobsen opvraagt. Een relatie die haar bijna moordend naar de strot grijpt, slaafs ketent en alle levensvreugde bij haar wegneemt. Het gaat niet meer om winnen en verliezen, maar om mentaal escapisme. In Small gooit ze de deur definitief achter zich dicht. Lieflijk vergevensgezind zingt ze haar ex in Blue toe, grootst in het kleinhouden van de song. Waarom de gehate wederhelft pijnlijk kleineren? Uiteindelijk ligt er bij Siv Jakobsen ook een groot schuldbesef, die een langdurige periode niet sterk genoeg is om de ellende achter zich te laten. Tangerine perst alle schoonheid uit de zangeres, ze voelt zich vies en misbruikt. Hoe triest is het dat je jezelf als verrot uitgeknepen stinkend fruit beschouwt.

In Bad by Design neemt het houden van een andere afslag. In alle eenvoud wordt Siv Jakobsen weer verliefd op het leven. Een bepalend hoopvol omslagpunt, de omkeerbare keerzijde van het bestaan, groener en puurder. Eigenlijk mist ze een berustende moederfiguur die de zin in het leven een positieve wending geeft. Ervaringsdeskundige Ane Brun laat haar in Sun, Moon, Stars met de oneindigheid van het sterrenstelsel kennismaken. Dromen krijgen pas waarde als ze zichtbaar zijn en de grijze wolken doorbreken. Een storm ontwikkelt zich vanuit een licht briesje en kan getemperd afgeremd worden. Pas als hemellichamen elkander kruizen ontstaat er een bevredigende gepassioneerde oerknal. We naderen de lente, de eerste zaadjes overwinteren de strenge kou en construeren groeiambitie. Ondanks het zwaarmoedige karakter straalt Gardening vooral genoeg optimisme en dynamiek uit.

Siv Jakobsen - Gardening | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Sivert Høyem - Dancing Headlights (2025)

poster
4,0
Als On An Island een prettig gevoel van thuiskomen is, dan is Dancing Headlights de lange weg naar dat rustpunt toe. De keerzijde van de roem met afgedankte hotelkamers langs de altijd in beweging zijnde autowegen. De schaduw van een geliefde danst op de muur, de fysieke aanwezigheid ontbreekt. De afterparty zonder feeststemming. Het versterkt het minder geromantiseerde rocksterrenbestaan, zonder geliefdes, wel met onzekerheden. Sivert Høyem verwoordt het allemaal vrij luchtig. Dancing Headlights is gewoon een popplaat waar weinig over te zeggen valt. Nou Sivert, er valt genoeg te vertellen, daar ben ik heilig van overtuigd.

In het Dancing Headlights titelstuk citeert hij letterlijk het All Cats Are Grey zinsdeel uit de gelijknamige The Cure song. De Noorse singer-songwriter haalt de muzikale inspiratie uit zijn jeugd, de sound waar hij mee opgroeit en die hem vormt. Om het verspillen van tijd tegen te gaan haalt hij herinneringen op. De melodramatische zachtheid van de Dancing Headlights new wave en de dromerige ritmische synthpop van zustertrack Love vs. The World liefde wapent hem tegen de verharde maatschappij. Zonder die liefde blijft er weinig over en dan komt het gemis hard binnen. In The Great Upsetter ontstaat er ruimte voor de croonende kenmerkende warme sound die we van hem gewend zijn. Verbaal klein gedragen en de vrijgekomen ruimte met de croonende kenmerkende warme sound invullen. Hier speelt het bandsbelang ook mee en wisselt sober toetsenwerk zich met stevige gitaaruitspattingen af.

De Hurdle rocksound ligt enigszins in het verlengde van Madrugada, maar dan wel de Madrugada met de vroeg overleden gitarist Robert Burås. Het Hollow hoogtepunt overwint de midlifecrisis van een naar zijn eigen identiteit zoekende zanger. Juist in deze kwetsbaarheid ligt zijn kracht. Dit is de leegte die zich niet meer laat vullen. Het glas is niet half leeg, maar staat al dagen droog. Bij Hollow ligt het sentiment er dik bovenop. Summer Rain bezit het experimentele tegendraadse van Radiohead, met voort ratelende jazzritmes en gejaagde passages. Het theatrale Pet Shop Boys achtige spoken word gedeelte had achterwege mogen blijven, voor mij heeft dit weinig meerwaarde. Living It Strange heeft een hoog glamrock Britpop gehalte, het met live publiek opgenomen Some Miserable Morning is de ochtenddepressie waar de zanger moeizaam doorheen komt.

Dancing Headlights is geen verkeerde plaat, maar de kippenvel momenten van het prachtige On An Island ontbreken. Het semi akoestische The Great Upsetter komt daar nog het dichtste bij in de buurt, al heeft deze niet dat magische van die meesterlijke voorganger. Sivert Høyem piekt op On An Island, Dancing Headlights komt waarschijnlijk net een jaar te vroeg uit. Soms is het beter om liedjes net wat langer te laten rijpen. Ik beschouw Dancing Headlights eerder als een uit de hand gelopen mini album, en niet als een volwaardige opvolger van On An Island. Sivert Høyem is tot meer in staat.

Sivert Høyem - Dancing Headlights | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Sivert Høyem - Lioness (2016)

poster
4,0
Sivert Høyem een aantal jaren geleden gezien in Doornroosje, waar hij al veel indruk op mij maakte.
Toch blijf ik meer een liefhebber van de Madrugada albums, welke ik vervolgens wel allemaal gekocht heb.
Probeer je daar maar eens als frontman van los te koppelen.
Op Lioness lukt het aardig.
Opener Sleepwalking Man is een perfecte eerste single, waarbij de al eerder genoemde Tindersticks en Mark Lanegan, maar ook Willard Grant Conspiracy hoorbaar zijn.
Bij Fool to Your Crown moet ik eerder aan Kent, en qua zang aan A-ha denken; een stuk luchtiger dan de opener, al probeert het grootst aangezette geluid daar duidelijk verandering in te brengen.
Zo opent vervolgens ook Lioness, waardoor het album ook steeds meer raakvlakken krijgt met het laatste album van Arctic Monkeys.
Het lijkt dat Sivert Høyem zich minder op de clubs aan het richten is, en meer op de wat grotere festivals.
Toch is er ook ruimte voor kleinere liedjes, zoals het gedragen It Belongs to Me, waarbij de zanger laat horen dat hij net zo gemakkelijk met zijn geluid de diepte in kan gaan, om vervolgens weer de hoogte op te zoeken.
Eigenlijk wel een van de meest complete zangers die ik ooit gehoord heb.
My Thieving Heart is een duet, waarbij ik ongewild aan Nick Cave’s Murder Ballads moet denken; beetje de opbouw van Henry Lee, welke hij samen met PJ Harvey brengt.
V - O - I – D gaat muzikaal weer meer richting Kent, met wat geflirt met beats; maar eigenlijk vind ik dit het eerste nummer wat mij niet geheel weet te boeien, ook de manier van zingen overtuigt mij net wat minder.
De klanken bij The Boss Bossa Nova horen inderdaad bij de titel.
Heel eventjes zitten we in Brazilië; verwikkeld in een broeierige samba, maar al snel ademen de kille klanken van het koude Noorden er doorheen; wel een zeer sterk en mooi opgebouwd geheel.
Oh, Spider! is weer heerlijk duister; maar na V - O - I – D toch wel het tweede mindere nummer op Lioness. Hier gebeurt gewoon niet genoeg in.
The Riviera of Hades lijkt veel op John Lennons Working Class Hero, maar dan in een Johnny Cash uitvoering, toch ontwikkelt het zich genoeg, om van een eigen nummer te spreken.
Bij afsluiter Silences had ik het beeld van stripheld Lucky Luke voor de geest, die op de laatste bladzijde met zijn paard Jolly Jumper richting de horizon verdwijnt; net wat te zoetsappig.
Lioness voldoet niet helemaal aan mijn verwachtingen, maar er staat genoeg moois op om van te genieten.

Sivert Høyem - On an Island (2024)

poster
4,5
Het kost de Madrugada leden bijna vijftien jaar voordat ze de dood van gitarist Robert Burås definitief achter zich kunnen laten. Chimes at Midnight is de ongeschreven belofte naar elkaar, het publiek en de platenmaatschappij. Als het Madrugada verhaal nu klaar is, zal iedereen er vrede mee hebben. Toch verwacht ik dat die deur nooit helemaal gesloten is, door een kiertje schijnt nog altijd een glimpje licht.

De solocarrière van Sivert Høyem is echter geen pure noodzaak, voor het overlijden van Robert Burås brengt hij al de albums Ladies and Gentlemen of the Opposition en Exiles uit. On an Island voelt dus niet als het logische Chimes at Midnight vervolg, en heeft ook weinig raakvlakken met het voortreffelijke psychedelische Lioness.

On an Island, alleen, eenzaam, afgesloten van de rest. Zichzelf in alle rust in fluisterliedjes en luistersongs herpakken. Bewapend met zijn krachtige wonderschone stem. Dat hij met die eigenschap het vermogen bezit om een hele plaat naar zich toe te trekken heeft hij in het verleden al vaak bewezen. Lukt het hem nu weer of mist hij het gemak van een dragende band, die hem in alles volgt, waar nodig begeleidt en kleur aan het geheel toevoegt?

De gedachte aan Madrugada verdwijnt dus al snel naar de achtergrond. Ja, hij flikt het weer. On an Island heeft het beeldende van Scandinavische Netflix series. Het schept de visualisatie van een zelfvoorzienend gelovig vissersdorpje, en toevallig is Nyksund zo’n identieke plek. Daar in een oude vervallen kerk hervindt Sivert Høyem zichzelf, en besluit hij om die omgeving zodanig in zich op te nemen totdat hij met zich zelf in het reine is gekomen.

Slechts twee weken heeft de zanger nodig om tot dit ijkpunt te komen. Slechts twee weken samen met zijn trouwe compagnon Christer Knutsen die als gitarist ook bij Chimes at Midnight aanwezig is, en drummer Børge Fjordheim waarmee hij in 2006 al Exile opneemt en die vervolgens aan de vocalist verbonden blijft. Dit trio kiest voor een traditionele, serene puurheid waarbij de Noorse folk geschiedenis zich aan het rockverleden van Sivert Høyem hecht. On an Island klinkt hierdoor klein en intiem, maar getuigt er nogmaals van dat de songwriter in topvorm verkeert.

Het is bijna godslasterend hoe Sivert Høyem de kerk in het On an Island titelstuk ontheiligt en er zijn tijdelijke toevluchtsoord van maakt waar gitaarklanken de ruimte verwarmen. God zal het met dichtgeknepen ogen van bovenaf waarschijnlijk allemaal goedkeuren. Met zijn hoge hemelse kopstem nodigt de vocalist de duivel en de engel uit om in dit heiligdom binnen te treden. Vriend en vijand zijn gelijk, er bestaat geen onderscheid. De zee spoelt de geheimen weg, vergeeft de zondes, zelfs als er een grote storm op komst is.

Two Green Feathers symboliseren het prille lenteleven en drukken de zwaar melancholische donkere bossen ondertoon van de track op een zijspoor. Nieuw vervangt oud, kleurt deze opnieuw in. Het is de doorstart na de drukke slopende Madrugada periode, Sivert Høyem zegt de verworven sterrenstatus vaarwel en sluit zich, met een kluizenaarsbestaan, tijdelijk van de buitenwereld af. On an Island ademt in stilte, en is een bewustwording waarin de natuur een grote rol speelt. Het uptempo mysterieuze duistere When Your True Love Is Gone is het onvermijdelijke afscheid van de dag, de geliefde die door de toewenkende vriend de nacht vervangen wordt. De nacht die het verdriet beschermt, de tranen in zich opneemt en ze in het ochtendlicht laat verdampen.

De In the Beginning treurnis staat bij de betrekkelijkheid van vriendschappen en relaties stil. De gemakzucht waarmee je iemand afdankt om vervolgens die aandacht weer op te eisen. De gevulde ruimte in leegstand, met slechts onverteerbare schaduwen. Sivert Høyem die lichtklagend dromerig de diepte induikt en vervolgens op het einde die voor hem zo kenmerkende hoogtes nog eventjes aanraakt. Aim for the Heart, de kern met een dolende romantische ziel. Sivert Høyem, de soulman, de toeschouwer die door zijn eigen songs wandelt en de eindjes bij elkaar sprokkelt. Een plek waar liefde en pijn als vreemdelingen elkaar ontmoeten en hun eigen pad vervolgen. In Rust vormt zich een gepantserd roestlaagje om het hart heen dat het niet toelaat om zich open te laten wringen. Een gesloten oester, aangetast verteerd door wildgroei. Een prachtig opbouwende song met de nodige postpunk gitaaruitspattingen. Ruim zeven minuten aan intens genot.

Keepsake, het bedrog, de misleiding, het verraad, maar uiteindelijk ook de vergiffenis. Zalvend gitaarspel en de zwaar gedragen gesproken woorden van een wijze doorleefde man. Now You See Me / Now You Don’t, de demonische minnaar die als een dief in de nacht het licht en de hoop steelt en er slechts minachting voor teruggeeft. Kwetsend, hard, verstillend, dempend, verdovend. Now You See Me / Now You Don’t met een exorcistische moordschreeuw van de zanger concurreert met het beste gedragen donkere The Bad Seeds werk. Verstikkend in de aanval modus, sterk georkestreerd met het eindpleidooi waar Cato Salsa en Øystein Frantzvåg zich met Sivert Høyem herenigen. De dood loert, eist zijn slachtoffers op. De angst voor het echte leven lacht de zanger in Not Enough Light toe om hem uit die duisternis te trekken. Is Sivert Høyem wel in staat om die veilige haven te verlaten? Gastmuzikant Lise Voldsdal wacht gedurende de plaat haar moment af en laat de treurviool het uitluiden. Het verontrustende On an Island is waarschijnlijk de meest persoonlijke plaat van Sivert Høyem waar hij zichzelf met zijn kwelgeesten confronteert.

Sivert Høyem - On an Island | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Skullcrusher - Quiet the Room (2022)

poster
4,0
Ik heb wat met de herfst, heerlijk dat onstuimige weer met veel wind en nachtelijke regenbuien. Ook de album releases rond deze periode zijn vaak behoorlijk interessant en boeiend. En toch blijf ik mij afvragen wanneer muzikanten aan deze typerende herfstplaten werken. Die oorsprong ligt dan in die gepasseerde lente of achterliggende zomer. Neem bijvoorbeeld Quiet the Room, het debuut van Helen Ballentine die haar zacht verleidelijke bijna Keltische lo-fi folk nummers onder de misleidende Skullcrusher naam op de markt brengt. Geen zware metal dus maar echte adembenemende mooie knusse thuisopnames. En toch bewandeld de betoverende new age singer-songwriter een duister elektronisch ambient dronedroomlandschap. Een tegenstrijdigheid die haar kwetsbaarheid dan weer versterkt, dan weer vermorzeld. Het is natural sadeness zolderkamermuziek met lekkende dakpannen waterigheid, kapotte verwarming kilheid, en de guurheid van gebroken ramen en gebroken harten romantiek.

Ze bouwt haar songs in precisie op, om vervolgens hierbij met een ronkende bladblazer de gruis ruisende herfst te elimineren. Als de pandemie ten einde loopt is het tijd om die zelf beschermende muren af te breken. Helen Ballentine doet dit niet in alle stilte, de luisteraar is getuige van dit afbraakproces, waarbij ze net als wat Low vorig jaar met HEY WHAT klaarspeelde op eigen wijze bij de slowcore van Quiet the Room toepast. De destructie schoonheid confronteren met de vernietigende kracht van de bekoring. Engeltjeszang verbrijzeld door een hemels klankbord welke op de fragiliteit van het bestaan te pletter valt. Skullcrusher verzacht de keiharde Los Angeles wereld, waar dromen vaak geen realiteitsvervolg krijgen en ambities door grijpgrage aasgieren ingekapseld worden. Ontsnappen naar de jeugdonschuld, in het geval van Helen Ballentine de rust en de uitgestrekte vrijheden van het vredelievende Mount Vernon stadje, liggende aan de uitstulpingen van het grote New York.

Echo’s weerkaatsen bij They Quiet the Room tegen de muren om in het luchtledige tot stilstand te komen. Vragen bereiken niet de antwoorden maar blijven ergens in de dichte mist hangen. De raadselachtige Helen Ballentine als een uit vergeten tijden geestverschijning, het geweten van de onwetendheid. Omringt door warme spookgitaarklanken, spaarzame woorden, opduikende schemerorgels en kort gewiekte fladderende strijkerspartijen. Building a Swing is volgens traditionele folk basisprincipes opgebouwd en legt een begaanbaar pad door het geplukte overwoekerend noise onkruid bloot. Whatever Fits Together, beleef de afgesloten zomernadagen als de laatste van deze eeuw. Omarm en laat los, afsluiten en blindelings verder gaan. Kijk terug over je schouder om vervolgens het hoofd te stoten. Toekomst en verleden zijn door het heden aan elkander verbonden.

Misvormde Oosterse kinderstemmen kondigen bij het instrumentale Whistle of the Dead al het maagdelijke sneeuwwitte Lullaby in February slaapliedje aan, eindigend in woeste claustrofobische verstikking. Het misleidend vrolijke Pass Through Me gaat nog een stapje verder, het griezelige eeuwige rust verlangen wordt daar door de koele doodse begeerte beantwoordt. Could It Be the Way I Look at Everything? Deze zwaar deprimerende kijk op het leven vormt wel degelijk een belangrijk Quiet the Room facet. De storm breekt de grijze regenwolken af, het instrumentale scharnier folky Outside, Playing geeft lucht en redding. Window Somewhere, titelstuk Quiet the Room en You Are My House vormen de beslissende doorgang naar het bijna tastbare vooruitzicht. Je bent nog maar een enkele stap van de buitenwereld verwijdert. Een laatste deur die je nog moet ontzegelen. Je draagt de verlossende sleutel met je mee, maar wil je die veilige zekerheid wel verlaten? Emancipatie van de ziel of toch het conservatisme van de gedachtegang. Quiet the Room laat het allemaal open.

Skullcrusher - Quiet the Room | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Sleeper - The Modern Age (2019)

poster
3,5
In de jaren 90 was Britpop behoorlijk groot. Platenmaatschappijen gingen koortsig op zoek naar nieuwe veel belovende bandjes. Met de hoop de concurrentie voor te zijn. Eventjes was je de volgende hype, maar al snel verlegde de aandacht zich alweer naar een andere aandienende act. Wezenlijk is er weinig verschil met de talentenjachten die vanaf de nieuwe eeuw de televisie bevuilden. De kijker ervan te overtuigen enige inbreng te hebben. Door de keuze van opgelegde songs, het aankleden van de muzikanten, en de invloed van de jury wordt er vanaf het begin al naar een winnaar toe gewerkt. Een jaar later vaak alweer vergeten, en de nieuwe lichting mag zich presenteren. Sleeper maakte naam met hun tweede plaat The It Girl. Ze hadden ook nog het geluk dat ze een Blondie cover van Atomic mochten aanleveren voor de succesvolle Trainspotting soundtrack. Daar stonden ze wel mooi tussen de grotere namen en de hedendaagse beloftes. De bandleden hebben na de succesjaren hun aandacht gericht op het schrijversvlak. Louise Wener maakte vier romans en een biografie. Drummer Andy Maclure en gitarist Jon Stewart schreven columns in tijdschriften en gaven lezingen over moderne muziek om nieuwe muzikanten te inspireren.

Nu komen ze na ruim twintig jaar met een nieuw album. The Modern Age gaat verder waar ze ooit het verhaal stopten, tijd om er een hoofdstuk aan toe te voegen. Met andere vergeten Britpoppers als Dodgy, Space, Salad en The Bluetones verrasten ze in de zomer van 2017 op het Star Shaped Festival. Blijkbaar succesvol genoeg om aan nieuw materiaal te sleutelen. Als bassist werd de veelvoudige instrumentenbespeler Kieron Pepper aangetrokken. Oorspronkelijk ongeveer tien jaar live bij The Prodigy actief als drummer en daar verantwoordelijk voor de donkere beats. Erg veel is er niet veranderd. Louise Wener klinkt nog net zo fris en jeugdig als voorheen, en de instrumenten lijken ook alleen maar een poetsbeurt nodig te hebben. De laatste stofdeeltjes worden gelijk weg geblazen als het hardere Paradise Waiting wordt ingezet. Het gemak waarmee er een vervolg aan hun kenmerkende sound wordt gegeven, getuigd van het plezier hebben in het spelen. Vrijwel moeiteloos gaan ze op de door hun ooit ingezette weg verder. Geen uitgebluste band, die dit alleen uit financieel belang doet. Waarschijnlijk levert hun overige werkzaamheden genoeg salaris op, geen krampachtige poging om het hoofd boven water te houden.

Een stuk meer zweverig klinkt het intro van Look at You Now, om vervolgens flink het effectenpedaal in te trappen, zodat Jon Stewart met zijn gitaar totaal los kan gaan. Na het aangename gejank krijg je de nodige elektronica in The Sun Also Rises, maar hier blijft verder ook Stewart domineren. Natuurlijk heeft hij altijd in de schaduw gestaan van generatiegenoten, maar wat is hij eigenlijk meesterlijk in zijn uitvoering. Dig zit net op het randje van een snelle punksong, door de zang en het gedraai aan de knoppen, blijft het binnen het Britpop hokje. Wel een stuk pittiger en brutaler dan de gemiddelde band uit dit tijdperk. Meer gedurfder nog is het met dromerige percussie gevormde titelsong The Modern Age, waar Wener meerdere facetten van haar stembeheersing laat horen. Sterker nog wordt de popkant opgezocht, sporadisch ondersteund door de autotune, waardoor er blijkbaar ook ruimte in voor de hedendaagse technologische ontwikkelingen. Toch hoor ik ze liever een stuk rauwer zoals in Cellophane, waar ze ook de invloeden van de in de jaren negentig concurrerende Amerikaanse vrouwelijke rockende gitaarbands in mengen. Dit levert het bewijs op van respect voor wat er toentertijd aan de andere kant van de wereld gaande was.

Een stuk hedendaagser klinkt het door opzwepende postpunk drums gestuurde Car Into the Sea. Dit betekent dat Sleeper niet in het vroeger was alles beter verleden is blijven hangen, maar ruimte creëert voor nieuwe bevindingen in de muziek. Dat de drummer en gitarist vanwege hun werk nauw verbonden zijn met opkomende artiesten, pikken ze uiteraard zelf ook genoeg inspiratie op. Deze weten ze nu zelf treffend om te smeden in aangename songs. Hier weer wat dromeriger, bij andere nummers harder en directer. Met Blue Like You plaatsen ze zichzelf nostalgisch ergens in het einde van het laatste decennium van de twintigste eeuw. More Than I Do gaat nog wat verder terug in de tijd, dromerige New Wave staat hiervoor aan de basis. Louise Wener laat hoe dan ook genoeg horen dat ze zich op het schrijversvlak heeft ontwikkeld. Door de compactheid in haar zinnen, heeft het meer de uitwerking van pakkende slogans. Het komt beter binnen, en blijft gemakkelijker hangen. Het rommelige intro van Big Black Sun werkt niet in het voordeel, maar verder is het wel weer lekker. Dit heeft een van de sporadische momenten waarbij je hoort dat de zangeres ondertussen volwassen is geworden. Er zit een lichte heesheid en breekbaarheid in haar voordracht. Niks om zich voor te schamen, het wil alleen maar voordelig voor haar uitpakken. De hoge sensuele uithaal op het einde is een waardig slotakkoord.

Sleeper - The Modern Age | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Slint - Spiderland (1991)

poster
4,0
Slint heb ik in 1991 niet opgepakt, ik was mij meer in het verdiepen in Nirvana, Pearl Jam, Metallica en Smashing Pumpkins.
De overige tijd ging op aan vriendinnetjes en reizen; de OV Jaarkaart gaf mij de mogelijkheid om de hele week door Nederland te trekken, dus Slint werd door mij vergeten, net zoals verschillende schoolvakken, maar dat is weer een ander verhaal.
Mooie diploma loze periode, later is het nog allemaal goed gekomen.
Ongeveer 10 jaar geleden Spiderland geluisterd, maar grotendeels vanwege de lengte van de nummers, maakte het toen totaal geen indruk op mij.
En Smashing Pumpkins en Pearl Jam dan?
Die hadden ook lange stukken die mij weer wel gelijk aanspraken.
Ik weet niet wat het is, voor mij waren het voornamelijk stukken zonder een duidelijk begin of einde, en blijft het daardoor niet helemaal hangen.
Iets wat ik in het begin ook nog wel eens tegen aan liep bij Sonic Youth, al kon, en kan, ik daar steeds meer de schoonheid in ontdekken.
Nu hoor ik er absoluut meer in terug; Nosferatu Man klinkt als een dreigende Primus, maar misschien leunt het nog wel meer tegen het latere Creature with the Atom Brain aan.
Toch vind ik nog steeds dat het allemaal net wat compacter had mogen klinken, er wordt teveel voort geborduurd op eenzelfde rifje, misschien werkt het voor de een prettig hypnotiserend, voor mij heeft het een wat eentoniger effect.
Ik weet ook niet of Slint in 1991 al zo massaal werd opgepakt, de waardering hier op de site komt ook vooral van mensen die een stuk jonger dan ik zijn.
Laat ik het zo stellen; in 1991 was ik 18 jaar, op muzikaal gebied pakte ik toch wel veel op alternatief gebied mee, en als dat niet het geval was, dan werd het wel door klasgenoten aangedragen.
Bijna iedereen op school was wel met muziek bezig; speelde in een band, draaide op underground parties, of hing uren in een platenzaak, maar de naam Slint heb ik nooit horen vallen.
Nu kan ik er beter naar luisteren, maar het enthousiasme kan ik helaas niet delen.

Slowdive - Everything Is Alive (2023)

poster
4,5
Zelf heb ik de visie dat het merendeel van de bands hooguit een houdbaarheidsdatum van tien jaar hebben waarna ze inspiratiearm in herhaling vallen en eigenlijk niet meer dan vijf albums moeten uitbrengen. Het shoegazer subgenre beleeft hun hoogtijjaren rond het startpunt van de jaren negentig. My Bloody Valentine levert het onovertroffen Loveless af, waarna het net zo meesterlijke Nowhere van Ride en het adembenemende Souvlaki van Slowdive volgen. De shoegazer beweging zwakt af en het baanbrekende drietal neemt op tijd van de muziek business afstand waardoor die mythische waarde van de platen geconserveerd blijft. Zo’n twintig jaar later verovert een volwassen My Bloody Valentine met M B V opnieuw de markt en ook Ride volgt al snel met het redelijk overtuigende Weather Diaries poging. Slowdive is een ander moeilijk verhaal, die doen een stapje terug en pakken de Souvlaki draad weer op, en borduren daar met het gelijkwaardige naar de band genoemde Slowdive op voort.

In het interview met Written In Music benadrukt zanger gitarist Neil Halstead nogmaals dat moment dat het vertrouwen van het Creation label tot een minpunt is weggeëbd. De wereld was nog niet klaar voor de experimentele lang uitgerekte abstracte Pygmalion nummers. Een commerciële zelfmoord waarmee ook een band als The Stone Roses met Second Coming hun eindvonnis bij het grotere Geffen tekent. Creation durft dat risico niet te nemen waardoor Slowdive op een zijspoor belandt. Het platenwereldje is hard, Oasis neemt de rol van het nieuwe paradepaardje over en ze hebben Slowdive niet meer nodig. Er volgt na de goed ontvangen Slowdive release een geslaagde tournee waarmee ze ook de uitverkochte Paradiso poptempel bezoeken. Het gezelschap trekt zich in 2020 in de studio terug en werkt aan de opvolger, maar dan gooien de pandemie en het overlijden van de moeder van zangeres Rachel Goswell en de vader van drummer Simon Scott zwart roet in het eten.

Dan komt in april het bericht naar buiten dat Slowdive de nieuwe Everything Is Alive plaat heeft afgerond en dat deze op 1 september zal verschijnen. Eind juni brengen ze het vooruitgeschoven Kisses uit. Deze nostalgische stevige rocksingle memoreert aan het betere New Order werk en heeft heerlijke lichtvoetige gitaargolven waar een soepel dromerig zingende Rachel Goswell de krachtige leadzang van Neil Halstead versterkt. Een commerciële verfijning waarbij ze het verleden niet vergeten maar nadrukkelijk voorkomen om in herhaling te vallen. Kisses is ouderwets ochtend dagdromend slaperig, met ondanks dat het een aankondigende lenteplaat is de broeierigheid van een dreigende regenbui. Dan ben je uiteraard benieuwd of Everything Is Alive die Indian Summer najaar beleving van deze september release uitdraagt. Het zacht ruisende Skin in the Game verschijnt een maand later, continueert die verwachtingen en ademt ook dat jaren tachtig gevoel uit. Aan het einde van de tunnel weerkaatst het hoopvolle licht je tegenmoet. Weer een prachtige single waardoor mijn opgewekte nieuwsgierigheid alleen maar toeneemt.

Shanty is inderdaad zwaar postpunk elektronisch, al vallen zeer snel heftige ontregelde gitaarexplosies in om de spacende ruimte van het kenmerkende verdrongen shoegazer geluid vrij te maken. Slowdive heeft door de familiaire dieptrieste omstandigheden een flinke deuk opgelopen waardoor er een serieuze treurige mineurstemming over het bewolkte lage drukgebied van de opener hangt. Slowdive koestert de gedateerde momenten uit de jeugd, en vult deze met toegankelijke soundscapes in. Het houvast om versleten herinneringen opnieuw kleur te geven. Een noodzakelijke bewuste verbreding, om het rouwproces beter te begrijpen ligt de nadruk dus veel intenser op de verlichtende deprimerende new wave toevoegingen. Intenser, beter kun je het niet verwoorden. Heeft shoegazer iets ingetogen, afwezigs in zich, hier breekt Slowdive die opgebouwde muren af. Zo dichtbij die emotionele kern ben je niet eerder gekomen. Rachel Goswell wast de onschuld weg en openbaart zich zo schoon en rein mogelijk aan de buitenwereld.

Het aardse bezinnende op het gedachtengoed van The Cure functionerende Prayer Remembered gebed is woordloos, een bezield bijna kerkelijk moment om tot jezelf te komen. Rust en evenwicht, zalvend en vergevend, heilig spiritueel. De geduldig berustende Andalucia Plays liefdesverklaring heeft vrijwel dezelfde aanpak met het enige verschil dat de ontroerend fluisterende voorganger Neil Halstead hier wel verbaal bij zichzelf de biecht afneemt. Het is prima, meer verlang je niet. Dan is het sprookjesachtige Alive stukken minder realistisch. Met deze aanpak verzuipen ze net niet in het bedwelmende The Mission vaarwater maar ontvluchten ze wel hun kenmerkende moerasdonkere sound. Het is vooral bassist Nick Chaplin die hier het verschil maakt. Het enige kritische smetpuntje is de afgeraffelde fade out, in die afronding laten ze wel wat winst liggen.

Het magische opbouwende Chained to a Cloud begint met een filmisch klankenspel en een simpel blikkerig drumbeat ritme waarna vintage Slowdive dreamnoise het overneemt. Ze beheersen het kunstje nog steeds, al voelt het zeker niet als een eenvoudig kunstje aan. Een spaarzaam van haar stem gebruik makende Rachel Goswell zingt beter dan ooit tevoren en Neil Halstead laat zijn vocale echo’s volgzaam in de dreigende vloedgolven verzuipen. De ingehouden spanning presenteert zich in het afsluitende uptempo opwindend bevreemdende The Slab, waar ze nogmaals overtuigend hevig mee uitpakken. Stel dat het Everything Is Alive souvenir de definitieve Slowdive zwanenzang zal zijn, is dat prima. Het is goed zo, het verhaal is verteld, de hoofdstukken zijn uitgeschreven. Alles leeft, behalve de onvermijdelijke dood.

Slowdive - Everything Is Alive | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Slowdive - Slowdive (2017)

poster
3,5
Is er na ruim 20 jaar nog behoefte aan een nieuwe Slowdive?
De zanger vond ik altijd al het minpunt, en ook nu ontwaak ik al snel uit een soort van dagdromen als hij die heerlijke sfeer van Slomo komt verzieken.
Alsof je op een heerlijke zomerdag voorzichtig het warme zeewater in stapt, en vervolgens gestoken wordt door een kwal.
Die zangeres werkt dan wel weer zalvend, maar dat zeurderige gevoel blijft.
Maar ook die heeft helaas wel vocaal ingeleverd.
Muzikaal is het echter weer van bijzonder hoog niveau, en bij Star Roving is het evenwicht er wel degelijk.
Weer even bijna 25 jaar terug in de tijd, Britpop in de lijn van The Stone Roses.
Don't Know Why is weer een stapje terug, maar hier is de zanger meer in evenwicht dan de zangeres, maar het monotone gedrum verknalt het een beetje.
Sugar for the Pill is gewoon een liedje met veel galm.
Everyone Knows begint met een vreemde overgang, en vervolgd met mindere zang.
Bij No Longer Making Time hoor ik de invloed van The XX terug, wel een heerlijk nummer verder.
Go Get It komt wat aarzelend op gang, maar is verder prima, niet spannend, prima.
Falling Ashes is een geslaagde poging om met iets nieuws te komen, mooi piano intro en meer warmte dan in de rest van het album, doet mij zelfs wat aan Forbidden Colours van Ryuichi Sakamoto denken.
De magie van voorheen ontaard mij net te vaak in gezichtsbedrog.
Een fata morgana in een woestijn vol met veelal minder geslaagde probeersels.
Star Roving is hier het absolute hoogtepunt, gevolgd door Falling Ashes.

Slowdive - Souvlaki (1993)

poster
3,5
Muzikaal klinkt het allemaal lekker zweverig.
Ook die galm over de vrouwelijke 2e stem is een mooie aanvulling op het geheel.
Maar ondanks dat het ook wel dreampop wordt genoemd, moet ik teveel moeite doen om wakker te blijven.
En die zanger heeft echt een zeurstem, een beetje de brilsmurf onder de shoegazers.
Ik denk dat ik meer heb met shoegazer acts die wat meer explosie in hun muziek brengen zoals Adorable, Cranes en Swervedriver.
Zelfs een Cocteau Twins kan dit meer brengen
Ook grotere namen met elementen hiervan in hun muziek zoals The Cure, Smashing Pumpkins en The Verve spreken mij meer aan.
Nee, mij wil het niet echt boeien, helaas.
Had gehoopt op een mooie muzikale aanvulling.

Smashing Pumpkins - Gish (1991)

poster
4,0
Pixies waren de Sex Pistols van de gitaar rock.
Vanuit Amerika werden bij veel beginnende muzikanten de ogen geopend.
Succes bij Red Hot Chili Peppers, Nirvana, REM en Pearl Jam.
Ook Smashing Pumpkins verwerkte het tot iets moois.
Combinatie tussen hard en zacht.
Emotie in geschreeuw en gefluister.
Gevoel was het nieuwe toverwoord.
Psychedelica mixte het tot een hypnotiserend geheel.

De baspartijen van Kim Deal waren ook een grote invloed bij Smashing Pumpkins.
Schijnbaar raken breekbare vrouwenhandjes de snaren subtieler.
Kim Gordon van Sonic Youth gaf het ook een extra dimensie.
Leermeesters voor D'arcy Wretzky.
Samen met de drums van Jimmy Chamberlin het muzikale plaatjesboek.
Billy Corgan met het mengbare palet.
Tot onbekende resultaten komen.
Gitaar en zang die het netjes binnen de lijnen verfde.
James Iha als trouwe misdienaar.

Duidelijk hoorbaar blijft het leiderschap.
Corgan was toen al een opzienbare verschijning.
Zijn lange gestalte en krullend bos haar.
Boegbeeld van de overige iets wat schuchtere bandleden.
Stemgeluid dat moeiteloos van ontroerend en troostend veranderd in scherp en agressief.
Net zo veranderlijk als de persoonlijkheid zelf.
Nergens over de schreef gaand.
Passend in zijn grote bereik.

Waarom is Gish verder zo sterk?
Voornamelijk vanwege de originaliteit.
Natuurlijk leerde ze vervolgens de kunst tot het schrijven van de commerciële hitjes.
De basis ligt gewoon bij hun debuut.
Puurheid overheerst.
Dit album moest gewoon verschijnen.
Demonen en onrust die hun weg vonden.
Om vervolgens een carrière op te bouwen.
Het bereiken van een groot publiek was bijzaak.
Ondanks de kwaliteiten van de volgende twee albums.
Overtreffen deden ze het niet meer.
Corgan voegde alleen meer roze en paars toe.
Geel, rood en blauw blijven de primaire kleuren.

Smashing Pumpkins - Siamese Dream (1993)

poster
5,0
Ergens in 1991 werd op televisie een verslag van het Ein Abend In Wien festival uit gezonden.
Daar lieten ze een vrij lang fragment zien van Smashing Pumpkins die het nummer Silverfuck speelden.
Erg indrukwekkend.
Pas in 1993 zou dit op een studio album terecht komen.

Midden zomer 1993.
Siamese Dream beloofde een broeierige zomer.
Precies op het juiste moment uit gebracht, want dit album ademt het festvalsfeertje.
Cherub Rock is de ochtenddauw van het gras voelen, dat het kriebelende gevoel van grassprieten tussen je tenen verzacht.
Vervolgens volgt de One Night Stand met dat meisje met die sproeten en rode krullen in Quiet. De eerste dag ergens opgedoken op het campingterrein.
De geur van platgetrapte paardebloemen vormen Today, terwijl Geek U.S.A. de vieze zweetvoeten en de lucht van omgegooide Dixie toiletten vormt.
Luna is het overnachten op een station, na het missen van de laatste trein terug naar huis.

Ja, in deze periode was Smashing Pumpkins duidelijk de ideale festivalband.
Meisjes droomden massaal weg bij Disarm, terwijl jongens dus helemaal los mochten gaan op het geprezen Silverfuck.
De ultime rockband uit de jaren 90, met een boomlange frontman in de persoon Billy Corgan.
Billy Corgan die toen nog alles in zich had.
Mysterieus, stoer, charismatisch, verwijfd, dromerig.

Helaas zelf nooit live mogen aanschouwen in die periode, als student keuzes moeten maken.
Achteraf gezien ook wel eens een verkeerde keuze.

Smerz - Believer (2021)

poster
4,0
Het muziekklimaat in Noorwegen heeft een sprookjesachtige aantrekkingskracht welke aan de ene kant elfjesachtige artiesten als AURORA laat ontpoppen maar waar tegenover ook de rotsvaste blackmetal scene de reusachtige geweldenaren van Burzum en Dimmu Borgir een podium gunt. De voorgeschiedenis van de plunderende zeevarende Vikingen staat recht tegenover die romantische, maar ook vaak lugubere sages en legendes vertellingen welke nog steeds op muzikaal gebied hun invloeden als erfenis nalaten. Tolkien achtige avontuurlijke sfeer die door gigantische gebergtes en dicht begroeide bebossing de mystiek oproepen spelen hierbij uiteraard ook mee.

Het getalenteerde dames duo Smerz laat hun liefde voor de techno doorklinken in de EP Okey, waarbij vooral die elektronische dansbeleving op de voorgrond staat. De tweede EP Have Fun is al vreemder, brutaler en onvoorspelbaarder. De uit Oslo afkomstige Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt ontkiemen hier hun ideeën welke uiteindelijk leiden tot het eerste volwaardige hoofdstuk Believer, waarbij de eerder genoemde traditionele basis van het woeste thuisland een grote rol in vervuld.

Believer is een donkere avondwandeling door een onherkenbaar landschap waarbij enkel schemerig maanlicht als een onbetrouwbare gids een onnavolgbare weg door het onzichtbare labyrint uitstippelt. Na de glinsterende geluidscollages zijn daar gelijk al die slagvaardige moordende basgitaarakkoorden in Gitarriff die al in de eerste minuut voor de nodige verwarring zorgen. Een extremiteit waarvan er nog velen zullen volgen. De beangstigende sfeer krijgt tegengas door die hemelse zangpartijen die zich door het oerwoud van eighties dreampop en eeuwenoude folklore heen werken.

Vooral dat laatste conservatieve element zorgt voor de rust in de hectiek en maakt van Hva Hvis een passend slotakkoord. Zo wordt er op Believer prachtig gebruik gemaakt van theatrale orkest escalaties die in de vorm van samplers een belangrijke plek opeisen. Er is ruimte voor klassieke verstilling, met ware operazang in Versace Strings, het adembenemende filmische spektakel The Favourite en het geschoolde Sonette, waar de pompende synthesizers zijn ingeruild voor de meer aardse piano.

De spookachtige geesten van de uit Bristol afkomstige jaren negentig triphop hebben een prominente rol in het geheel. Waarbij vooral het belang van de beklemmende Massive Attack tripgoth meesterwerk Mezzanine op indrukwekkende wijze als een verslindende parasiet op de plaat is binnen gedrongen en vooral bij het titelstuk Believer en het ritmisch zeer sterke Glassbord zijn modderige slijmerige sporen heeft achter gelaten.

Dat dit eigenzinnige gezelschap zeker gegrond in het heden staat hoor je terug in het Noors gezongen zwoele Rain en het intermezzo Rap Interlude, waarbij ze aansluiten bij hun eigen generatie, die opgegroeid zijn met de multiculturele straattaal van de stoere hiphop, en welke op gelikte gefiltreerde wijze hun stadse positie opeisen. Ook het toegankelijke Flashing is opgebouwd volgens de principes van een hit scorende popformule. Met soul, stemvervormers en schreeuwende ambient wordt er na een climax toegewerkt die vreemd genoeg niet wil komen.

Die zit er dus wel in de gewaagde avantgardistische techno van het onrustige Hester en I Don’t Talk About That Much. Een dansbare overtreffende trap van het voorbereidende werk op Okey, een ware in trance rakende clubtrack, een knipoog naar het verleden, en de bevestiging dat ze het kunstje ondertussen volleerd afgerond hebben. Smerz heeft zich in een paar jaar tijd ontwikkelt tot hedendaagse cyber postpunkers die de duisternis op totaal eigen wijze inkleuren.

Smerz - Believer | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Snow Patrol - The Forest Is the Path (2024)

poster
4,0
Bij elke live opname van Chasing Cars ben je getuige van de ontroering in de ogen van Gary Lightbody en weet hij je als geen ander te raken. Het is de gave die de track gemeengoed maakt, de verbondenheid en een gevoel van herkenning. Je ervaart de emotie in zijn blik, maar wat er daadwerkelijk in hem omgaat is een duister gebied. Mag je de maker van het liefste liefdesliedje kwalijk nemen dat hij vervolgens nooit enigszins in de buurt van dit moment komt? Misschien wel, maar ik heb een zwak voor Snow Patrol, al evenaren ze voor mij nooit meer hun vierde Eyes Open album.

Een love it or hate it band, zoals Edgar Kruize al zo treffend bij Fallen Empires schetste. Een band die zo hard probeert om de gulden middenweg te bewandelen, en op elke plaat zeker een aantal verstillende momenten heeft. Gary Lightbody is een gevoelsmens, hij heeft nooit de liefde van zijn leven gevonden. Hij was veel eerder een muzikant die stilletjes eenzaam een fles sterke drank opende en laat op de avond tot de ontdekking kwam dat de voorraad nog niet op was. Vanaf 2016 is hij zijn alcoholproblemen echter de baas.

The Forest Is the Path is de eerste plaat die hij sinds zijn cleane afgekickte periode opneemt. Het is ook de eerste plaat zonder bassist Paul Wilson die er vanaf het Eyes Open succes bij was en ook zonder Jonny Quinn die zelfs al op de Songs for Polarbears eersteling drumde. Er ligt dus een grote druk op gitarist Johnny McDaid, die als songwriter flinke successen boekt met Ed Sheeran. Er wordt vervolgens hoog ingezet. Producer Fraser T. Smit schrijft mee aan het album en is in het proces hoofdverantwoordelijke voor het eindresultaat. Gelukkig is Nathan Connolly ook nog van de partij: de kern bestaat daarmee dan uit drie gitaristen. Dan zou je kunnen verwachten dat The Forest Is the Path een echte rockplaat wordt, vreemd genoeg nemen de pianotoetsen juist een meer prominente en cruciale rol in.

In openingstrack All ligt de nadruk bij de zachte ritmische drumslagen. Het is een typisch Snow Patrol nummer zoals alleen Gary Lightbody die kan schrijven. Als hij in de eerste zin al aangeeft dat het geen liefdesliedje betreft, weet je dat het tegendeel het geval is. Het is zijn kracht om zich kwetsbaar op te stellen, gedurende de tekst leert hij weer om lief te hebben, te voelen, maar ik voel het zelf nog niet. Muzikaal is het verrassend sterk, dus misschien moet het puzzelstukje nog in het totaalplaatje vallen. The Beginning begint klein en pakt vervolgens groots uit. Met de new wave verwijzingen en gedempte geluidseffecten valt het allemaal op zijn plek. Gary Lightbody weet dat hij zijn werkveld moet herwinnen, All is slechts de aanzet, The Beginning de doorstart. In de zoektocht naar zichzelf komt hij ten eerste zijn soul-ziel tegen, die hem verder vergezelt.

Ook bij de Everything’s Here and Nothing’s Lost postpunk verwijzingen draait het voornamelijk om de sfeer. In deze driedimensionale omlijsting (beleven, voelen, ondergaan), komen de woorden van Gary Lightbody het beste tot het recht. En misschien is het een stukje acceptatie dat de rol van producer zo van belang is. En misschien is het een stukje acceptatie dat vooral Fraser T. Smit een bepalende factor is en op dit moment het beste in het overgebleven drietal naar boven haalt. Chris Martin zou smeken om een nummer als Your Heart Home. Het past helemaal in de hedendaagse Coldplay traditie, een beetje pop, een beetje dance en een overweldigend gelukzalig gevoel. This Is the Sound of Your Voice is net als de door Gary Lightbody geverfde albumhoes een schilderij waar tekstueel teveel in gebeurt. Het zijn allemaal abstracte lijnen waar alleen de geoefende liefhebber de connectie tussen vindt.

Gary Lightbody romantiseert een liefdesleven dat enkel uit mislukkingen ontstaat. Hold Me in the Fire is de trieste strijd van iemand die niet beseft dat zijn voormalige minnaar allang is afgehaakt. Flarden vintage postpunk dringen zich in Years That Fall op en staan voor de houvast in songs die voor anderen zoveel betekenis hebben. Pijn en verdriet delen biedt geen oplossingen, de herhalingen maken het trauma enkel onoverzichtelijk. Zolang het licht nog brandt is er hoop, zolang het pad niet overwoekerd is, ontstaat er een doorgang. Gary Lightbody breekt in het duistere doeltreffende Never Really Tire, het verraad zet zich in de These Lies pianoballad voort.

The Forest Is the Path is een break up album in de breedste zin van het woord. We verdwalen samen met de tekstschrijver in zijn liedjes om naar oplossingen te zoeken. We komen tot de conclusie dat die oplossingen er simpelweg niet zijn. Een samenraapsel van verspilde kansen, onnodig tijdverlies. Gary Lightbody onderneemt een poging om het zachte imago van zich af te schudden. Zo persoonlijk als op The Forest Is the Path heeft hij nooit eerder geklonken. The Forest Is the Path is pure emocore, de soloplaat die Gary Lightbody moet maken, al doet hij dat wel onder de vleugels van het Snow Patrol moederschip.

Snow Patrol - The Forest Is the Path | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

SOAK - Grim Town (2019)

poster
4,0
De Noord-Ierse uit Derry afkomstige singer-songwriter Bridie Monds-Watson maakt onder haar alter ego SOAK een mooie tweede plaat, nadat Before We Forgot How to Dream vier jaar geleden het levenslicht zag. Grim Town belichaamt het hedendaagse maatschappelijke bestaan. Romantiek wordt naast het vreemdgaan op de weegschaal gelegd. Geluk en verdriet zijn kernbegrippen die evenwijdig aan elkaar terug komen. Het uitzichtloze leven van arme uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden ouderen wordt een plek gegeven in de fictieve kleurloze stad Grim Town. In All Abourd verwelkomt een verhalende reisleider Fabien Monds, uitgevoerd door de grootvader van de zangeres, de kansloze toekomstzoekenden in een treinrit naar het uiteindelijke eindstation. Sfeervolle begeleidende orgelklanken moeten het monotone praatje bewust meer swing geven. Het roept herinneringen op aan arbeiders en gezinnen die in oorlogstijd verbannen worden naar werkkampen, maar ook aan originele bewoners die weg gestopt worden in reservaten. Ondanks de prachtige muzikale invulling is het toch een sobere plaat geworden, waarbij de storytelling van Bridie Monds-Watson nog meer diepgang krijgt.

Met Get Set Go Kid gaat de plaat daadwerkelijk van start. De hoge kinderlijke heliumstem van Bridie weet de songs prachtig te dragen. Deze dromerige invalshoek geeft het iets onschuldigs jeugdigs. De ingehuurde sessiedrummer Liam Hutton weet er een mooie opzwepende indie begeleiding aan toe te voegen. Door gebruik te maken van geschoolde muzikanten krijgen de songs door cello, viool en trompet een klassieke filmische aanpak, waarbij violiste Kirsty Mangan een prominente rol krijgt om het totaalstuk te orkestreren. Met het erg aan The Cure herinnerende new wave vrolijkheid van Knock Me Off My Feet kan ze zich distantiëren van de eentonigheid, en gaat ze de zwaarmoedigheid uit de weg. Het sferische Maybe weet hier moeiteloos op in te haken. De stevige gitaren bij I Was Blue, Technicolour Too weten SOAK uit de ingedutte huismusmodus te rukken, en genoeg karakter aan de song te geven.

Ondanks haar jonge leeftijd vermijd ze geen onderwerpen die in haar bestaan nog geen recht horen te hebben. De ontevredenheid en de lusteloosheid van een vrouw die al een langere relatie achter de rug heeft, wordt passend door haar verwoord. Uiteindelijk zal de hoofdpersoon gedesillusioneerd het plaatsje weer met de trein verlaten. Grim Town is een melodieus goed uitgevoerd scrapbook geworden, gevuld met te verwerken teleurstellingen en persoonlijke winstmomenten. De volwassenheid in de songs geeft Bridie Monds-Watson de mogelijkheid om aan te sluiten bij het sterke door vrouwelijke singer-songwriters gedomineerde jaar 2019. Knap om je zo als begin twintigjarige op de kaart te zetten.

SOAK - Grim Town | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

SOAK - If I Never Know You Like This Again (2022)

poster
3,5
Camoufleerde Bridie Monds-Watson haar persoonlijke Grim Town verhalen nog door er een fictieve droomstad omheen te bouwen, bij If I Never Know You Like This Again gaat ze dan weer eindelijk tekstueel die gehoopte diepte in. Een opluchting, welke ze kracht zet door Purgatory met een heuse zucht te beginnen. Deze zucht zegt misschien nog wel meer dan de opeenvolgende woorden. Die zucht staat voor het moment dat ze haar innerlijk aan de buitenwereld toont.

Het lijkt wel alsof SOAK de melancholische ondertoon heeft afgezworen, de fantasierijke gevulde luchtkastelen heeft doorgeprikt en zich op een down to earth aardbodem bevindt. Er zijn vrijwel ook geen verwijzingen naar het loodzwaar gedragen Before We Forgot How to Dream debuut meer. If I Never Know You Like This Again is directer, puntiger en nog sterker onbewust met Ierse roots en Ierse trots doordrenkt. De postpunk romantiek grotendeels afgesloten en een duidelijke indie gitaarrock doorstart gemaakt.

Iedereen staat door het pandemiegevolgen spookbeeld anders in het leven. Als het morgen klaar zal zijn, kan ik dan met een tevreden gevoel op mijn bestaan terugkijken? De zoektocht naar Bridie Monds-Watson zelfbeeld wordt op die startlijn drastisch verstoord en laat voornamelijk negatieve sporen achter. Purgatory stookt dat singer-songwriter kampvuurtje nog wat extra op. Bridie Monds-Watson 2.0. Nog dramatischer, nog somberder en nog ironischer. Dat wrange humorbesef maakt haar een sterkere persoonlijkheid, zichzelf overwinnend en zichzelf knock-out slaande. Opstaan en keihard terugvallen. Purgatory is folky, smerig stevig en heeft ook nog eens kitscherige glamrock zanguithalen. Wat kan je nog meer van SOAK verlangen?

Nothing scares me like my irrelevance
That’s why I fill every silence with nonsense

SOAK heeft dat naïeve kinderlijke, maar ook het zeurderige drammerige om haar gelijk te halen. Je moet ervan houden, en het allemaal niet te serieus nemen. De liefde spreekt een vreemde onbegrepen taal met klunzige pogingen om aan het ideaalbeeld te voldoen. Het donkere Last July staat vol met deze verwijzingen, en blijkbaar is het nog steeds van belang om je ego voor een gemeenschappelijk goed op te offeren. De ritmesalvo’s van het breed met muzikaal beleg uitgesmeerde sprookjes symfonische Neptune bewonen zelfs het uitputtende liefdesverdriet. Schitterend hoe die piano daar de zang overneemt en er een episch prachtwerkstuk van maakt.

Kleine ergernissen staan aan de magisch oppompende Baby, You’re Full of Shit verlatingsangstsong basis. Het Bleach wantrouwen, imperfectie om zich tegen het afscheid te bewapenen. De beperkte Get Well Soon slidegitaar vriendschapshoudbaarheidsdatum, de betraande treurkeyboard Red-Eye heimwee. Allerlei hunkerende pogingen om die spanningen tot een zaai burgerlijk bestaan te stabiliseren.

Neurotische avondeenzaamheid elektronica klopt tegen de voordeur van de beperkt toegankelijke slaapmelodietjes Guts disco. Pretzel is highschool verhalend funky, met nog meer beginnersdramatiek. Het Swear Jar glazuur krijgt een gospel backings musical oppoetsbeurt om vervolgens in christelijke samenzang te stranden. If I Never Know You Like This Again verdwaalt tussen puberale puistkwaaltjes en ontplooiende volwassenheid. Dan is het toch wel even schrikken als je beseft dat Bridie Monds-Watson al zesentwintig jaar oud is.

SOAK - If I Never Know You Like This Again | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Soap&Skin - TORSO (2024)

poster
4,0
Het is een lastig grijs gebied wanneer een artiest zich aan covers waagt. Je gaat de nummers bijna altijd met het origineel vergelijken en zelden is een interpretatie mooier of gelijkwaardig. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, Johnny Cash maakt zich Hurt van Nine Inch Nails eigen, door zijn naderende sterfelijkheid open en kwetsbaar op de weegschaal te leggen. Jeff Buckley overtroeft Leonard Cohen met zijn bijna evangelische versie van Hallelujah, al wordt dat nummer vervolgens kapot gedraaid. Zangeressen als Patti Smith (Twelve), Siouxsie and the Banshees (Through the Looking Glass) en Tori Amos (Strange Little Girls) maken geslaagde coveralbums. Het Soap&Skin alias van de Oostenrijkse neoklassieke darkwave kunstenaar Anja Plaschg mag zich aan dit rijtje toevoegen.

Eigenlijk zegt de Torso albumtitel al genoeg, het draait niet om de ziel, maar om de buitenkant die zich opnieuw laat aankleden en etaleren. Haar uitvoeringen hebben een stevige body, de werkelijke emotie ligt daaronder verborgen. Voyage Voyage van Desireless is daarbij het uitgangspunt. Deze Franse eighties discoknaller neemt ze al voor haar tweede plaat Narrow onder handen, en twaalf jaar later blijft ze dicht bij die versie in de buurt. Anja Plaschg speelt meer dan verdienstelijk piano, op Torso krijgt ze hulp van bevriende muzikanten, die met strijkers en blazers een ondersteunend ensemble vormen. Het is een geslaagde poging om er meer diepgang in te leggen en misschien komt de indrukwekkende tekst over die laatste eeuwige reis zelfs nu beter tot haar recht. In Born To Lose offert Shirley Bassey alles op, haar liefde, haar leven en haar dromen. Soap&Skin neemt dit verlies van haar over en draagt de zwaarte daarvan als een kruis met zich mee.

De beeldende herbewerking van de Mystery of Love folk van Sufjan Stevens herpakt de rust, en legt nog meer het accent op de verzachtende woorden. Het heftige God Yu Tekkem Laef Blong Mi, wat “God, je hebt mijn leven genomen” betekent is een compositie van Hans Zimmer, die deze voor de The Thin Red Line oorlogsfilm gebruikt. Soap&Skin elimineert het koor en stelt zich solerend breekbaar op. Hierdoor is het nog hemelser, nog kleiner. Het sluit thematisch mooi op Voyage Voyage aan. Na de reis nadert ze het eindstation, in het goddelijke paradijs. Girl Loves Me schrijft David Bowie onder invloed van zware pijnmedicatie in de laatste fase van zijn leven. Ook dit is lastig troebel vaarwater. Soap&Skin blijft dicht bij het origineel, met overstuurde uithalen en verdovende vertraging in haar stemgeluid. Prachtig intens, maar de vraag rijst of ze het recht heeft om zich dit nummer eigen te maken. Een lastig dilemma. Het vroegtijdige overlijden van Jim Morrison heeft een wrange bijsmaak in het met de dood spottende psychedelische The End. We omarmen de vriendschap met het einde als een verlossend antwoord op al onze vragen. Anja Plaschg gaat heerlijk tekeer, met schrijnende hartbrekende uithalen en voegt er vooral het besef van vergankelijkheid aan toe.

Lana Del Rey weet als geen ander de Hollywood cadeauverpakking te openen en zich met die leegte te confronteren. De verharde maatschappij waar meisjes zich door producenten en platenbazen Gods & Monsters laten misbruiken die ze gouden bergen beloven. Anja Plaschg legt een spookachtige industrial basis neer, waaronder de gebroken ondergeschikte positie van vrouwen een grimmig vervolg krijgt. Gelooft Lana Del Rey nog in dromen, Soap&Skin is in een regelrechte nachtmerrie belandt. Maybe Not van Cat Power brengt haar bij die vredige droombeleving terug. Cat Power is de wakende engel die goedkeurend over de schouders van Anja Plaschg meekijkt en het ritme van het slaapmelodietje met haar meetelt. In het prachtige Stars schept Janis Ian vertrouwen in haar songwriter kwaliteiten. Ze vecht zich overtuigend terug aan het front. Gelukkig maar, anders zouden we nooit met het nog mooiere At Seventeen gezegend worden. Hier is het wel een geslaagd eerbetoon met daarin ruimte voor die onzekerheid. Het is een ode aan alle vrouwen die zich niet door zwakte laten leiden, maar daar juist in hun kracht zitten. Het grunge hit succes van What’s Up? tekent tevens voor de ondergang van 4 Non Blondes. Linda Perry is te fragiel om die roem te dragen en trekt zich uit de business terug. Achteraf gezien een juiste keuze, er zijn weinig tijdsgenoten over die het overleefd hebben. Als songwriter blijft ze gelukkig wel actief. Het vreugdevolle What’s Up? ontplooit zich als een feministisch girlpower nummer, een waarde die Soap&Skin volledig intact laat.

Pale Blue Eyes draagt Lou Reed op aan zijn eerste echte liefde Shelley Albin. De Velvet Underground zanger klinkt zelden zo gelukkig, al beseft hij goed dat deze relatie gedoemd is om te mislukken. De vrouwelijke kant van het verhaal sluit hier perfect op aan. Daar is Anja Plaschg zich weldegelijk bewust van en dat benadert ze ook respectvol. Het is gewaagd dat Soap&Skin zich aan Johnsburg, Illinois waagt. Dit intieme liefdeslied schrijft Tom Waits speciaal voor zijn vrouw Kathleen Brennan en daar moet je als buitenstaander van af blijven. Er is niks mis met de uitvoering, hier kom je niet aan. Zeker niet bij een zanger die zijn privéleven zoveel mogelijk buiten de schijnwerpers houdt. Soap&Skin overtuigt muzikaal sterk met Torso, het is slechts de keuze voor de Tom Waits en David Bowie tracks die mij wat tegenstaat.

Soap&Skin - Torso | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Social Distortion - White Light, White Heat, White Trash (1996)

poster
3,0
Green Day, Rancid, Bad Religion en NOFX bedankt!
Nadat deze bands bekender werden, zag je overal punkrock bands verschijnen, die nog niet eens in de schaduw mochten staan van genoemde grootheden.
En om in de punk attitude te blijven; een FUCK YOU! En een dikke middelvinger naar alle volgelingen die hier commercieel van mee profiteerde; ik was er al snel klaar mee.
En dat was misschien wel de meest punk gerelativeerde actie van mij die ik ooit heb uitgevoerd.
Schijt aan al die volgelingen; punk was definitief dood.

En dan kom je puur bij toeval (OOR bedankt voor de lijst uit 2007, met de beste albums aller tijden) terecht bij Social Distortion, en de singles I Was Wrong en When the Angels Sing, en dit blijken wel heel sterke nummers te zijn.
Of White Light, White Head, White Trash echt in die Top 100 thuis hoort, daar heb ik mijn vraagtekens bij, maar het blijft jammer dat ik deze band nooit eerder ontdekt heb.
De naam Social Distortion is wel stoerder dan de muziek, voor mij is het allemaal vrij toegankelijk, gaat voor mijn gevoel zelfs meer naar de rockmuziek.
Maar ik ben tegenwoordig ook milder over Slayer, Sex Pistols, Metallica en Nirvana, terwijl deze wel een heftigere impact hadden bij het eerste gehoor.
Waarschijnlijk speelt mijn leeftijd ook hierin een rol, ben ondertussen wel wat gewend, maar wat is dit een eerlijke en pure plaat.

Soft Cell - Non-Stop Erotic Cabaret (1981)

poster
4,0
Welkome To The Pleasuredome.

Kom binnen in deze smerige nachtclub.
De afsluiting van het tijdperk van de vrije sex.
Marc Almond is de strippende gastheer.
Een mannelijke prostituee die gefrustreerd raakt dat het hem niet meer lukt om opgewonden te raken.
Zijn toorts raakt uit gebrand.
De in leer geklede dwerg Almond opende een nieuwe wereld voor de open minded porno liefhebber.
Nog steeds kan Non-Stop Erotic Cabaret gezien worden als de ultieme erotische jaren 80 plaat.
Onafhankelijk van welke seksuele voorkeur.
SM voor gevorderen.
Dit is het ongezien binnen glippen in een Peepshow.
De gore cabines waar films voor boven de 18 jaar worden vertoont.
Het gluren in vieze boekjes in de kiosk.

Zonder dit album geen Relax van Frankie Goes To Hollywood.
Jimmy Somerville zou zich waarschijnlijk minder bloot gegeven hebben in Bronski Beat.
De gedeelde voorkeur voor leren en latex outfits die gedeeld werden met Depeche Mode.Zelfs Morrissey heeft soortgelijke theatrale raakvlakken in zijn zang.
Muzikaal gezien klinkt dit als de opvolgers van het pionierswerk van een Gary Numan.
De hitgevoeligheid van de cover Tainted Love.
Nog steeds een dance klassieker.
De kracht van Torch.
Ontroering in Say Hello, Wave Goodbye.
Het nummer over kortstondige relaties.
Je hoort de cabaret voorkeuren al terug wat Mark later steeds duidelijker in zijn solowerk laat horen.
Helaas vaak onbegrepen.
Zijn muzikale avontuurtjes worden hier nog in het juiste geluidslandschap geplaatst door Dave Ball.
Een van de sterkere debuutalbums van begin jaren 80.

Soft Cell - This Last Night... in Sodom (1984)

poster
3,5
Mr. Self Destruct?
Heeft Nine Inch Nails niet ook een nummer dezelfde titel?
En staat deze toevallig ook niet op een plaat welke raakvlakken heeft met This Last Night... in Sodom?
Drugsmisbruik, zelfvernietiging, het nodige geflirt met Sadomasochisme.
The Downward Spiral is een soort van vervolg op het Soft Cell album, alleen 10 jaar later, uitgevoerd door een andere artiest.
Men kent Soft Cell en uiteraard ook Marc Almond van de meer radio gerichte songs zoals Tainted Love, Torch, Something's Gotten Hold of My Heart en Tears Run Rings, maar hij heeft ook een behoorlijke duistere kant, misschien wel het best hoorbaar in zijn samenwerking met Foetus (Flesh Volcano / Slut / Violent Silence).
Maar goed terug naar This Last Night... in Sodom.
Slave To This heeft toch wel wat weg van Happiness in Slavery van de eerder genoemde Nine Inch Nails; minder opgefokt, maar thematisch zeker wel in die richting.
Wel heftiger dan het ook uit 1984 afkomstige Master and Servant , van Depeche Mode, die zagen het wat meer als een onschuldig spelletje, zeg maar de Fifty Shades of Grey variant.
Huisvrouwen die stiekem van die pluche handboeien hadden gekocht, in combinatie met een zweepje met een kietelend veertje aan het uiteinde.
Niet het in die tijd bijna verboden erotische geheime achterkamertje verlangen, waar hier na gelinkt wordt.
Toch is het in zijn totaliteit eigenlijk niet zo’n hele zware plaat geworden, daarvoor staat nog genoeg toegankelijk werk op deze plaat.
Eigenlijk sluit het regelmatig aan op Some Great Reward van Depeche Mode dus uit dezelfde periode, die wel juichend werd ontvangen.
De teksten van Almond zijn wat koortsiger, meer gericht op het ontvangen van seks, minder in het geven van liefde.
Ondanks het dominerende van Almond is het echt nog wel een groepsalbum geworden; de stuwende, pompende beats van Dave Ball maken het een stuk minder sinister, maar een plaat voor op een gezellig verjaardagsfeestje is het ook weer niet geworden.

Soft People - Absolute Boys (2020)

poster
4,0
Soft People, we hebben ze hard nodig in deze narcistische eenzame wereld nu de kwade maatschappij in een draaikolk van razernij verkeerd en de het egocentrisme zichzelf de vernietiging in helpt. Je laat je toch niet door anderen de les lezen, kom op zeg! Natuurlijk moet de weerbaarheid opgebouwd worden door juist die grenzen te verleggen, maar aan de andere kant is er misschien nog wel meer behoefte aan een zachtere aanpak, waarbij op een totaal vernieuwende wijze die visie tot escapisme wordt overgedragen.

Drie jaar geleden zetten Caleb Nichols en John Metz zich nog met American Men af tegen het kapitalisme. Het feit dat het presidentschap van de Verenigde Staten gewoon te koop is voor een rijke mondige zakenman levert genoeg inspiratie op voor het Californische retro dancepop duo, die de bezieling duidelijk in de eighties new wave zoekt.

De afgelopen periode is er veel gebeurt. Natuurlijk domineert Corona en het leiderschap van Donald Trump nog steeds het merendeel van het nieuws, maar ook de MeToo-beweging en het Black Lives Matter vraagstuk zorgen voor terechte opschudding. Hierdoor raakt wel een andere minderheid ondersneeuwt. De homoseksuele gemeenschap beland steeds verder onzichtbaar op de achtergrond, terwijl er nog steeds sprake is van discriminatie en geweld tegen deze kwetsbare doelgroep.

Absolute Boys is daardoor nog persoonlijker voor de twee mannen die als getrouwd stel hier met regelmaat mee geconfronteerd worden. De link met de jaren tachtig is nog passender, omdat er na het discotijdperk publiekelijk gestreden werd voor emancipatie van de mannenliefde, met op de achtergrond de dreiging van het dodelijke nog onbehandelbare AIDS virus.

De uitweidende slide gitaarlijnen in het dromerige New Moon sluiten aan bij het weemoedige begeren naar een ideale leefomgeving waarbij de oplopende hoopvolle soulzang dit verlangen alleen maar weet te versterken. Een hoogtepunt op de plaat welke later bijna geëvenaard wordt door Wish II, waar zagende shoegazer klanken hun intrede doen. Ze geven er een hypnotiserend psychedelisch randje aan, waardoor het nog meer een intens prettige oor suizende beleving wordt.

Na dit sterk staaltje inspelen op de emoties gaat het tweetal onverschrokken door in het creëren van gevoelige zang melodieën gecombineerd met sfeervolle dwarrelende gitaarakkoorden, gepassioneerde drumbeats en een breed scala aan caleidoscopen prikkelende mechanische geluidscollages. Alleen het kermisgehalte van het draaiorgel achtige Louis roept vervelende irritante jeugdherinneringen op, dit soort nostalgische waarnemingen is minder aan mij besteed.

Hierdoor komt een erotische synthpop nummer als het softcore Alex wat gewoontjes over, maar ook daarbij overheerst de drang om kwaliteit af te leveren. Het zijn bijna verboden liefdesliedjes die zich binnenhuis afspelen als de gordijnen gesloten zijn. Hoe triest kan het zijn als je dit soort romantiek voor de buitenwereld verborgen moet houden.

Dat betwijfelende gevoel vormt ook de oorsprong in het met sterk ritmische beats ondersteunende praatzang van het tegen de rap aanhangende nachtelijke ontmoeting in 22 Lunes. Met veel ruimtelijk gebruik van echo’s op de shoegazer pedalen, ijle dreampop keyboards en galmende soul koortjes wordt er vervolgens waardig afgesloten met Embering. En dan kom je nogmaals tot de ontdekking dat het wonderbaarlijk is welk geluid het tweetal Caleb Nichols en John Metz neer zetten in het overtuigend sterke Absolute Boys.

Soft People - Absolute Boys | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Softee - Natural (2023)

poster
3,0
Nina Grollman geniet er als kind zijnde al van om in andere personages te kruipen. Vanwege haar drama studie verruilt ze landbouwstad Moorhead in Minnesota voor het levendige New Yorkse Brooklyn. Ze maakt naam in de theaterwereld, en er ligt een veelbelovende carrière in het verschiet. In het uitgaansleven hebben vooral de homobars een grote aantrekkingskracht, waar ze volledig haarzelf is. Toch reiken de ambities verder, en besluit Nina Grollman om zich als muzikant te ontplooien. Onder een ander alias durft ze het aan om haar gevoelige kant te tonen, de geboorte van het Softee alter ego is een feit. Softee benadrukt de lieflijke vrouwelijke kant, kwetsbaar voor de buitenwereld, zacht van binnen.

Softee heeft een sterke voorkeur voor het modekitscherige jaren tachtig tijdperk waarin extravagantie en geslachtsvoorkeur in New York veel minder een issue is. De angst ligt dan sterker op de dodelijke hiv besmettingen, welke min of meer de ondergang van de onbegrensde vrijheden en aanverwante mogelijkheden inluiden. Softee maakt liefdesgevoelige roze wolk muziek, en laat de schoonheid van de klantvriendelijke popliedjes herleven. Softee is inderdaad breekbaar soft, licht erotisch zwoel sensueel. Softee identificeert zich met de zelf gecreëerde karakters die haar liedjes bewonen. Nadat ze Keep On voorzichtig in eigen beheer uitbrengt, komt ze in het vizier van het grote City Slang, die haar eerste grote Natural plaat onder hun hoede neemt.

Wegmijmeren bij de seventies nostalgie van The Floor. De beat stuwt de hunkering verder over rustgevende golven heen. Verlangens tot kneedbare betoverende dromen modificeren, geaard in het gepasseerde hedendaagse moment. Het liefdesgemis en paranoïde leegte kleurt de eenzaamheid grijs. De liefde triggert de sensitiviteit van het waarnemen. De liefde is een onverzadigd monster, die zich met de emoties voedt, steeds meer verlangd om de honger te stillen. Zo mooi sentimenteel als bij de natuurlijke The Floor beginselen wordt het op Natural nergens meer. De vrijgevochten Nina Grollman offert haar persoonlijkheid ondergeschikt aan de tegenpartij op, en elimineert de tekstuele overtuiging van alle diepgang. Producer Jeremy Chinn zet Natural volledig naar zijn hand en kleurt de plaat met doorzichtbare pasteltinten in. Keep On was nog echt haar eigen kindje, nu staat ze haar liefdesbaby af, waarna de producer deze volgens zijn eigen waardes en normen heropvoedt.

Jeremy Chinn combineert hitgevoelige zwoele R&B met catchy nineties funk, uptempo ravebeats, retro disco en Real Love bedtime stories romantiek. Het jazzy Wayne Tucker saxofoonspel en de funkbas van Matt Chancey in Molly en de vocale Fix It krachtpatserij van Namir Blade en Jordan Webb maken het grote verschil. In het prima sensueel swingende Grief beent een Dua Lipa getinte figurantenrol de song tot aan het bot uit, en ook hier zorgt Wayne Tucker voor de stoutmoedige stoere passie. Natural is toch wel een commercieel risicoloos music for the masses product. Softee identificeert zich onbewust teveel met andere zangeressen. Schijnbaar ligt deze aanpak haar gewoon het beste. Het is allemaal heel smoothy en stijlvol, maar het cijfert wel die eigenzinnigheid weg. Dans het gemis en het verdriet van je af en meng je anoniem in de menigte. En zo voelt Natural een beetje aan, een prima tienerpop plaat zonder de gedurfde lef factor.

Softee - Natural | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

SOHN - Trust (2022)

poster
4,0
Het zouden drie prachtige avonden worden. SOHN samen met het Metropole Orkest in De Melkweg om het 75 jaar actief zijn van dit muzikale gezelschap te vieren. Het valt mooi samen met het 50 jarige bestaan van deze concertzaal, een groot feest, memorabele avonden en een genot om bij aanwezig te zijn. Maar het loopt anders, de deuren blijven in mei 2020 gesloten, corona trekt de touwtjes strak en dirigeert het silent disco gebeuren. Geen optredens, geen saamhorigheid, alleen leegte. De rusteloze zanger verhuist vanuit Los Angeles naar Spanje, de bevreemdende wereldreiziger blijft zoekende naar een standvastig thuisfront en nieuwe inspiratiebronnen.

Trust, een nieuwe herfst, een nieuw vertrouwen. Chris Taylor aka SOHN wint langzaam dat vertrouwen terug. In het overheidsbeleid, de herstart van de culturele sector, en vooral het zelfvertrouwen in het muzikale vakmanschap. Een artiest heeft speeluren nodig om die scherpte te behouden, de twijfel te overwinnen en verder te kunnen. Terug bij af. Daarom klinkt Trust misschien zelfs nog kleiner, intiem geleefd puurder dan de toch al niet misselijke voorgangers Tremors en Rennen. SOHN zet het commerciële popmasker af, onder die dekmantel legt hij zijn ziel bloot. Open, naakt en kwetsbaar, de donkerbruine soul en het gospel verlangen doen nog meer zijn intrede. De schoonheid van de songs overstijgt de behoefte van het experiment. Die speurtocht naar die diepe innerlijke kern legt hij niet alleen af, producers Yakob, Mike Sonier, Ryan Linvill en Chris Tabron, singer-songwriters Jesse Boykins III en Noah Le Gros en componist Emile Mosseri verzorgen tevens een groot aandeel in dit schrijfproces.

Start introduceert de gitaar, nog puurder, nog meer terug naar de basis van het liedjes smeden. De intense piano vervangt hierbij steeds vaker de kenmerkende elektronica waarmee SOHN naam maakte. Gedurfd volgens de herziende logica van een evoluerende maatschappij die nooit meer hetzelfde zal zijn. De rauwe bluesfolk kern van de muziek vormt hierin een belangrijk aandeel, en spookt als een meereizende schaduwpassagier door Trust heen. De wereld is veranderd, de verlate wegen naar die veilige voorbijgaande jaren zijn doodlopend, afgestorven en met hardnekkig onkruid begroeid. Zoals SOHN het zelf zo mooi in Riverbank verwoord; de verleden tijd is gemummificeerd, de komende tijd ligt nog bruikbaar in het verschiet.

De Antigravity doodsmak terug op de bedrieglijke aarde. Misleidende Tegenkracht, alleen en eenzaam. Kaal ritmisch, vervormd de bouwstenen bij elkaar sprokkelend, met voorbij waaiende gitaarakkoorden. Pandemieverspilling van de claustrofobische Life Behind Glass triphop resetten en herstarten. Gepauzeerd afwachtend in de eenzaamheid van het uitgestorven Station. De onbeantwoorde roep naar levendig contact. Figureskating, Neusiedlersee legt kervend herinneringen vast om de eeuwigheidswaarde te bepalen maar krabt tevens oude wonden open. Het verdriet kruist hierin de optimistische ondertoon. De schoonheid van het verleden eliminerend, het orkestrale einde de mond snoerend.

Trust is het besef dat alle opgespaarde vastigheid maar een relatief naakt begrip is. De onvoorspelbaarheid daarvan is hierin de enige zekerheid. Het plannen achterwege gelaten, de momenten pakken en vastleggen. Het leven bewandeld exact dezelfde wegen als het opnameproces van een plaat. De creativiteit laat zich niet sturen, maar ontstaat veelal spontaan tijdens het werkgebeuren. Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap die SOHN via Trust wil meegeven, dat je in beweging moet blijven om verder te komen. Vertrouw op de toekomst, laat het wantrouwende verleden achter je.

SOHN - Trust | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

SOHN with the Metropole Orkest - Live (2020)

poster
4,0
Het is onbegrijpelijk hoeveel miljoenen er omgaan in de handel van de doeken van de oude meesters. Natuurlijk is het prachtig voor musea om belangrijke kunstwerken als waardig cultuurgoed in bezit te hebben, terwijl je thuis met wat knutselwerk een reproductie kan maken met het schilderen op nummer of iets als diamond painting. De wereld zit raar in elkaar. De hedendaagse kunstenaars moeten onderhand bedelen om subsidie, en ook nu dreigt die sector ten onder te gaan aan de te verwachtte bezuinigingen.

Met de landelijke actie Liefde Voor Muziek wordt er aandacht gevraagd, gesmeekt om de muzikanten ook in de toekomst een bestaansrecht te geven. Hoe mooi is het dat ons eigen Metropole Orkest juist nu de samenwerking met de uit Londen afkomstige Sohn uitbrengt. Eigenlijk een cadeautje om het belang van jonge leergierige getalenteerde muzikanten te benadrukken. En misschien nog wel belangrijker, het geloof in ze om te zetten tot breed uitgedragen trots en respect.

Vergeet niet hoeveel tijd en werk het gekost heeft om de opnames zo soepel mogelijk in elkaar over te laten lopen. Daar ligt juist de kracht; het klinkt allemaal zo gewoontjes. Juist het zo gewoontjes mogelijk laten klinken vergt vakmanschap. Hans Ek dirigeert het orkest met een bedrieglijke eenvoud de elektronische wereld van Christopher Michael Taylor binnen. Die bewuste openingsavond van het Amsterdam Music Event lijkt nu zo lang geleden, maar vond echt pas vorig jaar op 19 oktober plaats.

Een bijzondere gebeurtenis die eigenlijk een prachtig vervolg verdiende, en waarvoor de lijnen al waren uitgezet om dit in mei drie keer te laten gebeuren. Het zou een mijlpaal worden, om 75 jaar Metropole Orkest en 50 jaar Melkweg gedenkwaardig samen te laten komen. Dan haal je de troost uit het verleden om met trots stil te staan bij het heden door deze mooie samenwerking te recenseren, en je spreekt de hoop uit om in de toekomst getuige te zijn van zo’n doeltreffende brok aan speelplezier. En dat zo’n toekomst er weer zal komen staat vast, al is het nog onzeker in welke vorm.

Het is een statement naar de buitenwereld. We zijn er klaar voor om de bezoekers te trakteren op happenings die later nog gesprekstof zullen zijn bij vriendengroepen die het moment delen, jonge ouders die terugkijken op dat eerste moment samen als een gelukkig pril liefdesstel, en de opschepperige concertganger die tegen iedereen beweert dat hij er bij aanwezig was.

Het is te gemakkelijk om hier elke track te behandelen, als al gelijk voelbaar is wat de overkoepelende waarde is. De samensmelting tussen klassieke geschoolde instrumentisten en een hedendaagse singer-songwriter als Sohn herplaatst zich in het studieproces van de voormalige leerlingen die in de weekenden afwisseling zoeken in de plaatselijke kroegen en stedelijke clubs. Hierdoor past een artiest als Sohn ook perfect in de belevingswereld van het Metropole Orkest.

Het straalt kracht uit door de verfrissende aanpak en het haalt het maximale vermogen uit beide partijen. Vanuit een intieme ceremonie van pianoklanken wordt er naar een groots gebaar toe gewerkt welke symbool staat voor de fase waar de muziekcultuur in verkeerd. We zijn nog lang niet afgeschreven, hou dat vertrouwen vast.

En de tracks hebben dus juist het meeste profijt door deze gestructureerde aanpak. De drukkende duistere omlijsting die op het soulvolle Rennen domineerde krijgt een orkestrale injectie waardoor het klinische kunstmatige gereanimeerd wordt tot nummers die op eigen kracht ademen. Het staat nog net wat dichter bij het ritmische debuut Tremors, al is er in de afwisseling en afronding nog weinig onderscheid tussen die twee platen te bemerken. Een eigentijds monument.

SOHN – Live with the Metropole Orkest | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Songs: Ohia - The Lioness (2000)

Alternatieve titel: Love & Work: The Lioness Sessions

poster
5,0
Terughoudende aarzelingen in de eerste gitaarakkoorden.
Wachtend op invulling van het breekbare stemgeluid van Jason Molina.
Om vervolgens meer kleur te geven.
Regenboogpalet op een grauwe grijze herfstdag.
Vervagende schittering.
Kracht puttend uit gemeende neerslachtigheid.
Vliegend tegen onwispelturige klimaatsverschillen.
Windvlagen die je als een bromtol langzaam hoogtes laten verliezen.
Verslagen en levenloos het bed van verdorde krakende bladeren belanden.
Kleine breekbare botjes knappen uiteen.
Tijdens de komende wintermaanden een worden met de voedzame humuslaag.
Om in het voorjaar te schitteren als een opkomende jonge boom.
Zichzelf sterk makend tegen de vier seizoenen.
Mijn interpretatie van The Black Crow.

Wederopstanding van het grungegeluid.
Vergeet de gitaarmuren.
Sobere kaalheid vervangt opkroppende kwaadheid.
Kwetsbaar en open.
The Lioness is Seattle.
Kansarme treurende jongeren.
Dagelijks naar een geroutineerde werkplek.
Uitdaging tot het nulpunt gebracht.
Dromend van een welvarend bestaan.
Zichzelf vergrijpen aan genotsmiddelen.
Puur om te vergeten.
De stad met het minste daglicht.
Regen en hoge zelfmoordpercentages.

Vreemd genoeg moest ik gelijk aan Eddie Vedder denken.
Het album wat hij niet durft te maken.
Terwijl ieder hoopt op zijn openheid.
Dagboek van een rockslachtoffer.
Geleefd door de shit die over hem heen gegooid werd.
De laatste der Mohikanen.
Kurt Cobain en Layne Staley voegden zich onder Gods hoede.
Chris Cornell verkocht zijn ziel aan de duivel.
Ging in zee met Timbaland.
Een commercieel flutproduct als resultaat.
Ook het Soulsaversproject raakte mijn gedachtes.
Waarbij een Mark Lanegan de angst voor het eindige beschrijft.
Zijn openbaring leek onovertroffen.
Blijkbaar is het onmogelijke bereikt.
Als laatste voel ik raakvlakken met Beth Gibbons.
Emotioneel geladen zangeres van Portishead.
Vrouwelijk spiegelbeeld.

Wuivende palmen in violet.
Gezichtsbedrog.
Koortsachtige Fata Morgana van een zoekende pelgrim.
Achtergelaten in een woestijn der leegte.
Waar gebouwd wordt aan zandkastelen.
Fundament wat telkens weer opnieuw afbrokkelt.
Uiteindelijk zal het droombeeld zijn offer brengen.
Flatline des bestaan.

Sonic Boom - All Things Being Equal (2020)

poster
3,5
Het zwaar psychedelische Spacemen 3 dreigt in 1988 al ten onder te gaan aan de scheve financiële contractverhoudingen en een flink uit de hand lopende drugsconsumptie. Dat de spanningen al langer voelbaar waren blijkt wel uit het feit dat Peter Kember in 1990 onder zijn alter ego Sonic Boom aan Spectrum werkt, en deze ook daadwerkelijk uitbrengt. Zijn medebandleden hebben hier nog steeds een aandeel in, maar de sfeer binnen Spacemen 3 is dus al aardig verziekt, waardoor het definitieve einde niet kan uitblijven.

Toch weten het geniale duo Peter Kember en Jason Pierce er vervolgens nog twee verslavende bewustzijn bevorderende albums uit te persen voordat in 1991 de stekker er uitgetrokken wordt. Met vier indrukwekkende platen is hun cultstatus veilig gesteld en valt er nog weinig aan het verhaal toe te voegen. Spacemen 3 is klaar en afgesloten. Peter Kember verschijnt uit beeld met zijn weinig succesvolle Spectrum project, maar Jason Pierce weet zijn succes te continueren.

Spiritualized maakt een achttal indrukwekkende platen, waarbij op Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space de uiteindelijke vorm gewaarborgd wordt. Jason Pierce zwakt rond deze periode nog verder af in zijn bijna fatale leefgewoontes, die mede veroorzaakt worden door de scheiding met partner Kate Radley; de voormalige toetsenist van Spiritualized. Het levert een prachtige soulvolle hedendaagse gospelplaat op waarbij hij door het verdriet een verdoofde indruk maakte, al wordt het album terecht door critici binnengehaald als ultiem meesterwerk.

Zijn lichaam begint aardig af te takelen, en zijn kwetsbaarheid maakt van hem een gemakkelijke prooi voor schadelijke gezondheidsproblemen als levensbedreigende longontstekingen. Vervolgens krijgt hij nog te maken met zijn persoonlijke strijd tegen kanker en revancheert hij zich twee jaar geleden met het sterke And Nothing Hurt. Ondanks dat hij op het podium van Paradiso nog maar een schim van zichzelf is, zorgt hij mede door zijn goed geoliede band voor een spetterend optreden.

En dan volgt er totaal onverwachts in de zomer een teken van leven van zijn voormalige compagnon Peter Kember die onder Sonic Boom het lang verwachtte vervolg van Spectrum uitbrengt. All Things Being Equal komt helaas echter terecht op de grote stapel aan releases die door het Corona virus niet de verdiende aandacht krijgen. Ook hier blijft hij lang onopgemerkt, totdat in de herfst verschillende nieuwe releases uitgebracht worden, en bands bewust werken aan een doorstart.

Net als zijn oud collega blijft hij in die invloedrijke psychedelische hoek zitten. Waar Jason Pierce steeds verder de spirituele levendige bezieling opzoekt, blijft Peter Kember duidelijk hangen in de conservatieve elektronica. Geen grootschalige steun van een veelvoud aan gastmuzikanten en achtergrondzangeressen die hem naar een ander hoger, bijna hemels level begeleiden. Hier worden alleen synths en keyboards gebruikt. Het contrast kan bijna niet groter zijn, al ligt de basis bij beiden nog steeds in de psychedelica.

Vijf jaar heeft de cyberhippie er voor uitgetrokken om tot dit trippende eindproduct te komen. De vage teksten van het heerlijk dromerige Krautrock raamwerk Just Imagine benadrukt nogmaals dat de hallucinerende drugs nog steeds hun uitwerking niet missen en genoeg inspiratie vormen om een half decennia op te teren.

Het zit allemaal tegen de vage rand van de geestverruimende ambient aan waarmee begin jaren negentig de cooling down na een intensieve houseparty wordt ingeluid. De verheerlijking krijgt tegengas in het beangstigende My Echo, My Shadow and Me, waarbij de verdwaasde effecten van een bad trip voelbaar zijn.

De veelal verboden middelen van de avond daarvoor geven een ontspannend effect om in alle rust weer terug te keren in de waanzin van het alledaagse bestaan. Door de harde beats weg te filteren blijft er een relaxte Second Summer Of Love sfeertje achter die garant staat voor eeuwigdurende hete zomers. All Things Being Equal is een uitnodiging om een wandeling in het luilekkerland van Sonic Boom te maken, waar hemelhoge hennepplanten en kolossale paddenstoelen de natuurlijke omgeving vormen. Helaas is het ook een pijnlijke constatering die Peter Kember nog dieper het schemergebied indrukt, en niet op gelijkwaardige hoogte laat komen met het meesterbrein Jason Pierce.

Sonic Boom - All Things Being Equal | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Sonic Youth - Daydream Nation (1988)

poster
5,0
Daydream Nation; ofwel de opkomst en ondergang van Generation NIX en de Grunge periode. Hiermee werden de jaren 90 ingeluid. De jaren van decadentie en destructief gedrag.

Wat Joy Division en Sex Pistols eind jaren 70 waren voor veel volgelingen uit Groot Brittannië, is Sonic Youth voor de gitaarbandjes die begin jaren 90 in Amerika ontstaan. Een periode van veel doemdenkers en een No Future houding; met een groot verschil, dat men in de jaren 70 naar oplossingen zocht. In de jaren 90 werd een uitvlucht gezocht in drank en drugs.

Pixies, Smashing Pumpkins, Nirvana, en zo nog vele andere hoor ik in Daydream Nation terug. En dan na gaande dat dit album ook alweer 20 jaar oud is.

Degejaagde gitaarmuren, de wanhopige zang van Kim Gordon, de meesterlijke opening Teen Age Riot, welke een grote verandering aankondigt.

Dit is ook de soundtrack van het ontstaan van de rassenrellen in Los Angeles, begin jaren 90. Daydream Nation is de broeierige zomer; de exploderende spanning.

Eigenlijk is dit een soort van Back To The Future album; een album wat eigenlijk pas 10 jaar later gemaakt had kunnen worden, en wat terug kijkt op de rumoerige jaren 90. Dit had gewoon niet in 1988 gemaakt kunnen worden.

Dat er verder geweldige nummers op staan, en dat rust en noise perfect in elkaar overlopen, is eigenlijk allemaal bijzaak, het gaat over de aankondiging van een nieuw decennium.

Sonic Youth - Dirty (1992)

poster
4,0
Laat ik gewoon eerlijk zijn.
Sonic Youth heb ik leren kennen door Nirvana.
Toen Nevermind uit kwam werd Sonic Youth als inspiratiebron genoemd, en als dan vervolgens Dirty verschijnt, dan schaf je die blind aan.
Was dat even schrikken.
Bij Nirvana hoorde ik in de gecontroleerde chaos wel degelijk echte liedjes terug, iets wat ik trouwens ook bij de andere inspiratiebron Pixies ervaarde.
Aan Sonic Youth was ik duidelijk nog niet aan toe.
Druggy vreemde zangpartijen, waarbij ik vooral moeite had met het geluid van Kim Gordon ondersteund door een overdosis aan noise.
Vanaf toen zou ik voortaan eerst een album luisteren in de platenzaak, en niet impulsief zomaar iets kopen.
Mijn grootste miskoop tot dan toe.
Totdat de VPRO op een avond gedeeltes van de beste live concerten uitgezonden bij het programma Onrust op televisie vertoonde, waarbij ook Sonic Youth voorbij kwam.
Toen begon het kwartje wel te vallen.
Sonic Youth is een onverwachte zomerstorm.
Je gaat heerlijk zwemmen omdat het KNMI een mooie warme, droge dag voorspelde.
En dan komt opeens de dreiging in de lucht, en de badgasten doen tevergeefs moeite om het onweer te ontvluchten.
Files, met de broeierige sfeer tot gevolg.
Een temperatuur die binnen een uur tijd 10 graden daalt.
Nadat het verkeer weer op gang is gekomen volgt de berusting.
Toevallig werd ik rond deze periode gevraagd om mee te gaan naar een concert van Sonic Youth.
Helemaal vooraan stonden wij daar in Paradiso.
Kim die op een gefrustreerde manier haar woorden het publiek in spuugde.
Zichzelf afreagerend op haar basgitaar.
Wow, dit is dus een echte rockbitch.
Lee en Thurston maakten minder indruk op mij, totdat Youth Against Fascism werd ingezet.
Wat kwam er veel positieve energie vrij.
Totale ontlading.
En vervolgens ontdek je Goo, Sister en Daydream Nation, en blijf je de band volgen.
Maar Dirty was voor mij de start; al denk ik dat velen Sonic Youth via Nirvana leerden kennen, maar blijft het blijkbaar moeilijk om dat te bekennen.

Sonic Youth - EVOL (1986)

poster
3,5
Voor Sonic Youth begrippen begint het allemaal erg lief met Tom Violence en Shadow Of A Doubt.
Pas als Kim Gordon haar zang daarin laat horen wordt het wat angstaanjagender.
Sonic Youth bezit het beide; de zachte gedeeltes, maar dan opeens gaat het maniakale weer overheersen.
Een soort van schizofrenie, maar dan muzikaal gezien.
Aan de ene kant een heerlijke trip met de nodige rustmomenten, gevolgd door onvoorspelbare paranoïde.
Later werk werd enigszins voorspelbaarder, maar bleef wel van ongekende schoonheid, meer uitgekristalliseerd.
Deze heeft nog raakvlakken met bands als Swans (Marilyn Moore) en het vroegere Nick Cave/The Birthday Party werk.
Hier is het nog een groot ijsblok, waar flink ingehakt wordt, met een versplintering tot gevolg.
EVOL is het spiegelbeeld van LOVE, maar dat laatste lijkt wel weggecijferd.
De voorstudie voor het vervolg in Sister en Daydream Nation, dit is de ruwe schets, vervolgens kwam de uitwerking.

SONS - Family Dinner (2019)

poster
4,0
Dit is zo’n plaat waarmee je het liefste met de auto de grens over gaat. Bij het gebrek aan lange uitzichtloze woestijnen je geluk beproeven op de Duitse snelwegen. Zompige gitaarrock in de hoogste versnelling die ondanks het geweld een aangename swing weet af te dwingen. Vol gas door de eindeloze nacht. Wel verantwoord uiteraard. Of dit een regelrechte sollicitatie is aan het adres van Josh Homme, lijkt mij sterk. De vuige rock & roll leent zich prima voor een nieuw hoofdstuk in The Desert Sessions. Het zal niemand ontgaan zijn dat hij in het verleden al gecharmeerd was van Belgische bands, waarbij er volledig los gegaan werd. De uit Melsele afkomstige band laat met hun eerste volwaardige album Family Dinner een aangenaam visitekaartje achter, waarmee ze zich direct lijken uit te nodigen voor de aankomende festivals. Met deze agressieve energie verwacht je niet dat ze ooit gevraagd worden bij het vrijwel gelijknamige televisieprogramma Het Familiediner van Bert van Leeuwen. Daar zal alles stuk gaan, een vriendelijke lijmactie zal het niet kunnen redden.

SONS vestigt zijn naam in de grijze zone tussen de opgefokte punkrock en primitieve garagerock. Door zich niet krampachtig vast te houden aan inrichtingsverkeer, leveren ze een bijzondere bijdrage af met hun jonge honden identiteit. In een sneltreinvaart passeert vrijwel alles de revue. De jeugdige leden weten conditioneel dit tempo probleemloos vast te houden zonder te vervallen in eindeloos gepiel. Up tempo country, fragmentarische harmonieuze samenzang of melodieuze metal, het is allemaal mogelijk. Dit is een explosie welke we na de industriële revolutie van de jaren negentig minimaal terug hebben gehoord. Door het strakke swingende drumwerk vermengt met psychedelisch gitaarvervormingen blijft het continu in beweging. De voortreffelijke gitaarsolo laten ze horen dat ook de hardrock uit de seventies van invloed is geweest op hun ontwikkeling. Het klotst alle kanten op, zonder enig verlies van daadkracht. Zo hoort oer postpunk te klinken, als een groepering die zich principieel afscheid van de kortzichtigheid van dit beperkte punk genre. Op het moment dat je ervan overtuigt bent SONS te doorgronden, gooien ze er op het laatst in de vorm van Sneaky Snake een heuse duistere gothic killer in. Juist hierdoor benadrukken ze dat ze een naam zijn die je in de toekomst zeker in de gaten moet houden. Family Dinner is veel meer als een aangenaam debuut.

SONS - Family Dinner | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com