Hier kun je zien welke berichten Gajarigon als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Mars Volta - De-loused in the Comatorium (2003)

5,0
0
geplaatst: 8 november 2009, 12:04 uur
Toch eens een album van The Mars Volta proberen te bespreken. Al van 2003 kende ik ze, maar mede door opdringerige fanboys/fangirls (wat jij luistert is slecht - luister beter eens hiernaar!) kwam er niet meteen een klik. Af en toe probeerde ik wel eens een nummertje, maar zo werkt The Mars Volta natuurlijk niet. Toen kwam er zo'n zwoele zomerdag waarop de hitte loodzwaar op je schouders hangt en elke fut uit je lijf lijkt te verdampen. De ideale setting om The Mars Volta te beluisteren zo bleek. Ondertussen zijn we al een dik jaar later, en De-loused in the Comatorium heeft voor mij de status van klassieker gekregen.
Muzikaal is het een origineel werkstuk van gitaarvirtuositeit, zuiderse klanken, ratelende drums en energieke uitspattingen van Cedric Bixler. Niet te vergelijken met At the Drive-In, maar net daarom kunnen ze vergelijking doorstaan. Verder zit er een volledig concept achter, dat ik ooit wel eens heb opgezocht. De sterkte van The Mars Volta zit echter in de opzwepende combinatie van alle factoren, die een lichtjes chaotisch universum creëren waarin alle hokjes van de muziek worden gesloopt en geniaal gefreak centraal staat. Hulde!
Muzikaal is het een origineel werkstuk van gitaarvirtuositeit, zuiderse klanken, ratelende drums en energieke uitspattingen van Cedric Bixler. Niet te vergelijken met At the Drive-In, maar net daarom kunnen ze vergelijking doorstaan. Verder zit er een volledig concept achter, dat ik ooit wel eens heb opgezocht. De sterkte van The Mars Volta zit echter in de opzwepende combinatie van alle factoren, die een lichtjes chaotisch universum creëren waarin alle hokjes van de muziek worden gesloopt en geniaal gefreak centraal staat. Hulde!
The Mars Volta - Frances the Mute (2005)

3,5
0
geplaatst: 11 november 2009, 20:12 uur
Na het fenomenale De-loused in the Comatorium is Frances the Mute toch wel een stap terug. De hectiek en chaos is er nog steeds, maar de naweeën van de energieke post-hardcore punk van At the Drive-In zijn niet meer zo voelbaar als op het debuut. Daartegenover staat wel dat de muziek meer afwisselend is - veel Latijn-Amerikaanse invloeden, hier en daar zelfs wat zang in het Spaans, een verschuiving die sommigen zullen verwelkomen, maar ikzelf hield wel van het wat meer straight-forward rocken. Vooral de vele ambiance stukjes halen de flow er wat te veel uit, er had gerust een halfuur muziek uitgemogen. Spijtig, want de rest is zeker de moeite waard.
The Mars Volta - Octahedron (2009)

3,5
0
geplaatst: 22 november 2009, 22:16 uur
Omdat The Mars Volta zowat een synoniem is voor chaotische, zuiders getinte progrock was 'Octahedron' natuurlijk een serieuze verrassing. Weg met de woest om zich heen maaiende audiorgieën en enter the blues, rustig dobberend welhaast, zo sleept 'Since We've Been Wrong' zich voort naar de laatste twee minuten die gelukkig nog wel wat interessants te bieden hebben. Was ik aanvankelijk erg enthousiast over dit album, dan is het ondertussen al fel aan het bekoelen en ik heb het gevoel dat het vanaf nu bij elke luisterbeurt nog meer richting vriestemperatuur zal gaan. Het klinkt misschien wat harder dan ik bedoel - er staan zeker leuke stukken op dit album, zoals het verrassende 'Copernicus' en het zwoele 'Teflon'. Maar een quasi-smartlap als 'With Twilight as My Guide' (dat hier als favoriet nummer is aangeduid door de MuMe'ers!) schiet toch zijn doel ver voorbij naar mijn mening. Geef mij maar weer chaos!
The Mars Volta - The Bedlam in Goliath (2008)

4,0
0
geplaatst: 1 december 2009, 00:16 uur
Vermoeiend, dat is toch het eerste dat ik bedenk als ik 'The Bedlam in Goliath' heb afgeluisterd. Een dikke 76 minuten complexe progrock, groovy en snijdig, met amper rustmomenten maar met veel gevoel voor dramatiek. Neen, een gemakkelijke plaat is het zeker niet. De nieuwe drummer Thomas Pridgen wil zich duidelijk bewijzen, en speelt zich op werkelijk de ziel uit het lijf, met een erg indrukwekkend resultaat. De creatieve en precieze paradiddle beat van Ilyena, de stomende single-bass patronen van Goliath, geen zinnig mens die nog aan Jon Ennogiets terugdenkt! Cedric Bixler blijft zijn bizarre zelf, maar hij weet hier toch uitstekend wat lichtvoetige humor in de muziek te verwerken (Agadez - "Because..") wat het hele concept van een bezeten Ouija-bord wat minder donker maakt. Verder is de instrumentatie druk als vanouds, maar met toch merkbaar minder elektronica. Sinds het geniale 'De-Loused in the Comatorium' waren er veel soundscapes in de muziek van The Mars Volta geslopen als synthetische bron van dynamiek, met als dieptepunt de twee minuten kakafonie op het einde van The Widow. Persoonlijk vind ik dus dat Bedlam in Goliath een stap in de goeie richting is.
The National - Alligator (2005)

4,0
0
geplaatst: 11 januari 2010, 20:54 uur
Minder dan Boxer, maar wel een geslaagd album. In tegenstelling tot de opvolger staan hier enkele missers op (Looking for Astronauts
) maar gelukkig staan er ook van die prachtig melancholische parels op die van Boxer zo'n speciale plaat maken (Secret Meeting, Karen, Daughters of the Soho Riots
). Muzikaal klinkt het soms wel wat stug, de ritmesectie is duidelijk niet zo op dreef. Ook verrassen de nummers nergens, alles is wel erg volgens het boekje. Maar die 'nene-nene-nene-ne' in Friend of Mine maakt dan weer zoveel goed... 
) maar gelukkig staan er ook van die prachtig melancholische parels op die van Boxer zo'n speciale plaat maken (Secret Meeting, Karen, Daughters of the Soho Riots
). Muzikaal klinkt het soms wel wat stug, de ritmesectie is duidelijk niet zo op dreef. Ook verrassen de nummers nergens, alles is wel erg volgens het boekje. Maar die 'nene-nene-nene-ne' in Friend of Mine maakt dan weer zoveel goed... 
The National - Boxer (2007)

4,5
0
geplaatst: 6 november 2009, 14:44 uur
Boxer is een van die albums die ik uitprobeerde omwille van de hoge waardering hier op de site, en ik heb het me nog niet beklaagd. Zowel de zang als de muziek klinken als een verbeterde versie van Joy Division. Ingetogen, onderkoeld maar tegelijk toch expressief en verwarmend - tegenstellingen die mogelijk zijn door het typerende stemgeluid van Matt Berninger en de lekker ophitsende drums van Bryan Devendorf. Je waant je dwalend door de straten van een stad omstreeks vijf uur 's ochtends, een lichte vrolijkheid in je geest maar met een latente angst voor wat schuilt in de schaduwen. Uitschieters genoeg, maar als ik er eentje mag uithalen dat hier schijnbaar wat over het hoofd wordt gezien, dan kies ik voor 'Green Gloves', zo'n typisch mooi nummer dat opbouwt op eigen tempo. Verder zijn er het majestueuze 'Slow Show' en natuurlijk de opener 'Fake Empire' om te vermelden. Boxer geeft zijn schoonheid met mondjesmaat bloot, maar het loont de moeite.
The National - High Violet (2010)

4,5
0
geplaatst: 5 juli 2010, 15:08 uur
High Violet is heerlijk intense indierock die hier en daar ontsiert wordt door de experimentatiedrang van The National. In grote lijnen is hun muziek hetzelfde gebleven. Matt Berninger, met zijn monotone bariton, kan nog steeds als geen ander melancholie in zijn stem leggen. De instrumentatie is massaal verrijkt met violen en cello's, hoorns, trompetten, en zo kan ik nog even doorgaan met instrumenten opnoemen. De uitgebreide arrangementen zijn een succes, want ze helpen mee bouwen aan dat typisch The National sfeertje.
Over de drummer heb ik al heel wat superlatieven gelezen, en op Boxer vond ik ook dat de drums uitstekend waren. Helaas is High Violet qua percussie bij momenten erg rommelig, mede door de snerpende klank die de cimbalen hebben meegekregen op sommige nummers. Het einde van Terrible Love is hiervan een perfect voorbeeld, dat vind ik dus echt een vreselijk geluid. Ook Afraid of Everyone, waar de instrumenten samen met de 'ooh-ooh' achtergrondzang een enorme gelaagdheid weten te vormen heeft als outro zo'n vreemde semi-kakafonie die me echt niet ligt. Brian Devendorf blijft natuurlijk een fantastische drummer, die de nummers van de nodige punch voorziet (Conversation 16; 1:50 - zo moet dat dus, drummen), alleen wordt hij soms genekt door de productie, die hem steevast vooraan de mix plaatst.
In tegenstelling tot het al geniale Boxer staan hier geen mindere nummers op. Dit hangt samen met het feit dat het tempo hier wat hoger ligt, en het album nergens dreigt stil te vallen. Helaas worden enkele nummers dus wel ontsiert door lelijke passages. Dat heeft te maken met de erg wisselvallige productie. Het album voelt soms wat aan als een compilatie, doordat de nummers onderling zo verschillend klinken. The National hebben met andere woorden hun geluid geperfectioneerd, maar ze zijn af en toe in de val getrapt om hun muziek kunstmatig interessanter te willen maken.Neem nu Little Faith. Eerst een lelijke intro, en dan een goddelijke baslijn met die waanzinnig mooie zang, ondersteund door rustige strijkers en sprankelend gitaarspel. Dan vraag ik me echt af wat hun bezielde om er die intro (en outro) aan toe te voegen.
De beste nummers zijn diegene die netjes binnen de lijnen kleuren, want daar is The National gewoon de beste in zijn genre. Stuk voor stuk zijn het nummers met een eigen smoel die gestaag opbouwen naar een climax. Uitschieter is de combo Conversation 16 en England, twee epische nummers die zonder twijfel het beste zijn wat The National tot dusver heeft gemaakt. Na die dubbelslag voelt de afsluiter Vanderlyle Crybaby Geeks een beetje overbodig, alsof het album beter was geëindigd met England.
Uiteindelijk blijft dit nog altijd een steengoed album, alleen is het spijtig dat The National, net als bij Boxer, de kans heeft gemist om een echte klassieker te maken. Derde keer, goede keer?
Over de drummer heb ik al heel wat superlatieven gelezen, en op Boxer vond ik ook dat de drums uitstekend waren. Helaas is High Violet qua percussie bij momenten erg rommelig, mede door de snerpende klank die de cimbalen hebben meegekregen op sommige nummers. Het einde van Terrible Love is hiervan een perfect voorbeeld, dat vind ik dus echt een vreselijk geluid. Ook Afraid of Everyone, waar de instrumenten samen met de 'ooh-ooh' achtergrondzang een enorme gelaagdheid weten te vormen heeft als outro zo'n vreemde semi-kakafonie die me echt niet ligt. Brian Devendorf blijft natuurlijk een fantastische drummer, die de nummers van de nodige punch voorziet (Conversation 16; 1:50 - zo moet dat dus, drummen), alleen wordt hij soms genekt door de productie, die hem steevast vooraan de mix plaatst.
In tegenstelling tot het al geniale Boxer staan hier geen mindere nummers op. Dit hangt samen met het feit dat het tempo hier wat hoger ligt, en het album nergens dreigt stil te vallen. Helaas worden enkele nummers dus wel ontsiert door lelijke passages. Dat heeft te maken met de erg wisselvallige productie. Het album voelt soms wat aan als een compilatie, doordat de nummers onderling zo verschillend klinken. The National hebben met andere woorden hun geluid geperfectioneerd, maar ze zijn af en toe in de val getrapt om hun muziek kunstmatig interessanter te willen maken.Neem nu Little Faith. Eerst een lelijke intro, en dan een goddelijke baslijn met die waanzinnig mooie zang, ondersteund door rustige strijkers en sprankelend gitaarspel. Dan vraag ik me echt af wat hun bezielde om er die intro (en outro) aan toe te voegen.
De beste nummers zijn diegene die netjes binnen de lijnen kleuren, want daar is The National gewoon de beste in zijn genre. Stuk voor stuk zijn het nummers met een eigen smoel die gestaag opbouwen naar een climax. Uitschieter is de combo Conversation 16 en England, twee epische nummers die zonder twijfel het beste zijn wat The National tot dusver heeft gemaakt. Na die dubbelslag voelt de afsluiter Vanderlyle Crybaby Geeks een beetje overbodig, alsof het album beter was geëindigd met England.
Uiteindelijk blijft dit nog altijd een steengoed album, alleen is het spijtig dat The National, net als bij Boxer, de kans heeft gemist om een echte klassieker te maken. Derde keer, goede keer?
The National - Trouble Will Find Me (2013)

4,5
0
geplaatst: 13 mei 2013, 23:30 uur
Met Trouble Will Find Me vervolledigt The National een indrukwekkend drieluik waaraan maar weinig populaire bands zich kunnen meten. Ze geven de luisteraar meer van hetzelfde, oersimpele strofe/refreins met op het eind een simpele verschuiving van akkoorden, maar omdat ze deze techniek zo geperfectioneerd hebben wordt je als luisteraar naar binnen gezogen, om pas na 55 minuten weer vrijgelaten te worden.
Stuk voor stuk brengen ze nummers die op hun hoog niveau zijn, met het typische The National-sfeertje van een tristesse die je aan het begin van de nacht overvalt na enkele glazen goedkope alcohol op een werkdag. Hun muziek draait natuurlijk helemaal rond de zang Matt Berninger, die met zijn brommende bariton en rake one-liners (elk nummer heeft er minstens één) er steevast in slaagt om dat gevoel van mid-life crisis op te roepen bij de luisteraar. Hij is de kapitein van een schip dat hopeloos verloren probeert om mistige wateren te doorkruisen, hij wijst op alle gemiste kansen en what if's die je het liefst zo snel mogelijk weer wilt vergeten. En toch greep je er steeds naar weer, omdat het vertrouwde gevoel van de nostalgische teleurstelling toch te verkiezen valt boven de angst voor wat de toekomst zou kunnen brengen.
Meerdere keren luisteren geeft de fijne instrumentale details weer die ze her en der verstoppen, zoals hoe de muziek af en toe een extra tijd opeist om de climax nog even langer op te sparen (I Should Live In Salt, waarvan de titel verwijst naar het verhaal van Lot en Salem & Gomorra). Muzikaal is The National misschien niet vergaand, maar ze verstaan hun vak wel. Ook Demons (dat in 7/4 is) is een nummer met een onopvallend tegendraads ritme. Het album sluit wat betreft de muziek trouwens dichter aan bij Boxer dan High Violet, omdat het er allemaal net iets ingetogener aan toe gaat.
De enige nummers die wat te licht uitvallen zijn Fireproof, Slipped en afsluiter Hard to Find, die de nodige punch ontbreken om een indruk na te laten.
Hoogtepunt is de triade Heavenfaced (het nummer dat U2 al 20 jaar probeert te maken), This is the Last Time (moge Matt zijn leven altijd een puinhoop blijven waarvan wij de vruchten plukken!) en Graceless (een best-off van Joy Division in één nummer samengebald, met betere zang). Een dik verdiende 4,5*
Stuk voor stuk brengen ze nummers die op hun hoog niveau zijn, met het typische The National-sfeertje van een tristesse die je aan het begin van de nacht overvalt na enkele glazen goedkope alcohol op een werkdag. Hun muziek draait natuurlijk helemaal rond de zang Matt Berninger, die met zijn brommende bariton en rake one-liners (elk nummer heeft er minstens één) er steevast in slaagt om dat gevoel van mid-life crisis op te roepen bij de luisteraar. Hij is de kapitein van een schip dat hopeloos verloren probeert om mistige wateren te doorkruisen, hij wijst op alle gemiste kansen en what if's die je het liefst zo snel mogelijk weer wilt vergeten. En toch greep je er steeds naar weer, omdat het vertrouwde gevoel van de nostalgische teleurstelling toch te verkiezen valt boven de angst voor wat de toekomst zou kunnen brengen.
Meerdere keren luisteren geeft de fijne instrumentale details weer die ze her en der verstoppen, zoals hoe de muziek af en toe een extra tijd opeist om de climax nog even langer op te sparen (I Should Live In Salt, waarvan de titel verwijst naar het verhaal van Lot en Salem & Gomorra). Muzikaal is The National misschien niet vergaand, maar ze verstaan hun vak wel. Ook Demons (dat in 7/4 is) is een nummer met een onopvallend tegendraads ritme. Het album sluit wat betreft de muziek trouwens dichter aan bij Boxer dan High Violet, omdat het er allemaal net iets ingetogener aan toe gaat.
De enige nummers die wat te licht uitvallen zijn Fireproof, Slipped en afsluiter Hard to Find, die de nodige punch ontbreken om een indruk na te laten.
Hoogtepunt is de triade Heavenfaced (het nummer dat U2 al 20 jaar probeert te maken), This is the Last Time (moge Matt zijn leven altijd een puinhoop blijven waarvan wij de vruchten plukken!) en Graceless (een best-off van Joy Division in één nummer samengebald, met betere zang). Een dik verdiende 4,5*
The New Tony Williams Lifetime - Believe It (1975)

3,0
0
geplaatst: 16 augustus 2007, 16:30 uur
Danny Carey, de drummer van Tool, noemde dit zijn favoriet album aller tijden. Dit is dan ook muziek die volledig rond de (wel héél erg goed spelende) drumlegende Tony Williams is opgebouwd. Deze instrumentale muziek is een mengeling van jazz en rock, en doet denken aan King Crimson gemengd met Stevie Wonder, maar ook Edgar Winter schoot door mijn gedachten. De extra nummers liggen volledig in dezelfde lijn. "Letsby" is misschien wel het beste nummer van het hele album, en het is dus zeker een aangename uitbreiding van het origineel.
The Ocean - Precambrian (2007)

3,0
0
geplaatst: 21 september 2010, 13:51 uur
Enkele jaren geleden zag ik The Ocean live, in het voorprogramma van Opeth samen met Cynic. Als voorbereiding had ik dit album geprobeerd, maar ik geraakte er niet door. Het optreden liet dan ook amper indruk na, waardoor ik dit maar vergat. Gezien de hoge notatie in ranglijsten en top 10's van gebruikers wiens mening ik wel kan appreciëren heb ik dit toch nog eens wat kansen gegeven, met wisselend succes.
Eerst en vooral: Precambrian is een moeilijke plaat. Het is een erg lange album dat in het begin focust op de op hardcore geïnspireerde post-metal, terwijl bij het tweede gedeelte deze uitspattingen van elkaar gescheiden worden door progressieve metal die klinkt als Opeth die Neurosis covert. Ongeacht het veelvoud aan uitstapjes naar jazz-fusion en progrock blijft de muziek in kern post-metal. Daar wringt het schoentje voor mij, want de gebrulde vocalen (die me aan vroege Mastodon doen denken) vind ik maar niets. Letterlijk en figuurlijk eentonig, en ook qua ritme nauwelijks variatie. Een soort gegrunt mantra dat maar de hele tijd doordreunt en amper ruimte gunt aan de muziek.
Die muziek klinkt trouwens wel erg mooi. De productie is uitstekend gedaan (zo helder!), en kan als voorbeeld dienen voor heel wat andere bands. De gitaren klinken laag en de variatie in ritme is groter dan die in melodie, wat de vergelijking met Meshuggah oproept, al is deze muziek wel eenvoudiger. Vooral qua drums is Precambrian vrij conservatief, want de harde stukken zijn behouden ingespeeld. De gitaren in de post-metal nummers zijn naar mijn smaak nogal saai. Gelukkig zijn er wat fijne solo's om hier en daar wat verfrissing te bieden, maar het is toch een hele zit om die eerste nummers door te komen.
Vanaf Siderian slaat de muziek dan om, en komt de focus meer te liggen op rustige opbouw met viool, cello, piano en gitaargetokkel dat dan steevast uitmondt in een post-metal climax. Dit uitbundig gebruik van contrast en stijlwisseling bevalt me veel beter. Het achterliggend concept van de muziek die de geologische geschiedenis van de Aarde nabootst - geniaal naar mijn mening, al zullen sommigen dit zeker afdoen als pretentieus geneuzel - laat zich niet vertalen in onnatuurlijke overgangen. Integendeel, de muziek blijft spannend en intrigerend. Indrukwekkend!
Een eindoordeel vellen is niet eenvoudig. Bij momenten geniaal, bij momenten onuitstaanbaar. Ik hou het dan maar op een rekenkundig gemiddelde.3*
Eerst en vooral: Precambrian is een moeilijke plaat. Het is een erg lange album dat in het begin focust op de op hardcore geïnspireerde post-metal, terwijl bij het tweede gedeelte deze uitspattingen van elkaar gescheiden worden door progressieve metal die klinkt als Opeth die Neurosis covert. Ongeacht het veelvoud aan uitstapjes naar jazz-fusion en progrock blijft de muziek in kern post-metal. Daar wringt het schoentje voor mij, want de gebrulde vocalen (die me aan vroege Mastodon doen denken) vind ik maar niets. Letterlijk en figuurlijk eentonig, en ook qua ritme nauwelijks variatie. Een soort gegrunt mantra dat maar de hele tijd doordreunt en amper ruimte gunt aan de muziek.
Die muziek klinkt trouwens wel erg mooi. De productie is uitstekend gedaan (zo helder!), en kan als voorbeeld dienen voor heel wat andere bands. De gitaren klinken laag en de variatie in ritme is groter dan die in melodie, wat de vergelijking met Meshuggah oproept, al is deze muziek wel eenvoudiger. Vooral qua drums is Precambrian vrij conservatief, want de harde stukken zijn behouden ingespeeld. De gitaren in de post-metal nummers zijn naar mijn smaak nogal saai. Gelukkig zijn er wat fijne solo's om hier en daar wat verfrissing te bieden, maar het is toch een hele zit om die eerste nummers door te komen.
Vanaf Siderian slaat de muziek dan om, en komt de focus meer te liggen op rustige opbouw met viool, cello, piano en gitaargetokkel dat dan steevast uitmondt in een post-metal climax. Dit uitbundig gebruik van contrast en stijlwisseling bevalt me veel beter. Het achterliggend concept van de muziek die de geologische geschiedenis van de Aarde nabootst - geniaal naar mijn mening, al zullen sommigen dit zeker afdoen als pretentieus geneuzel - laat zich niet vertalen in onnatuurlijke overgangen. Integendeel, de muziek blijft spannend en intrigerend. Indrukwekkend!
Een eindoordeel vellen is niet eenvoudig. Bij momenten geniaal, bij momenten onuitstaanbaar. Ik hou het dan maar op een rekenkundig gemiddelde.3*
The Pax Cecilia - Blessed Are the Bonds (2007)

4,0
0
geplaatst: 10 juni 2010, 14:59 uur
Het is een geslaagde zet geweest van deze Amerikanen om hun muziek zomaar voor niets te grijpen te zetten op het internet. Dankzij mond-aan-mond reclame is The Pax Cecilia ondertussen toch al een bekende naam in het circuit, en zeker niet onterecht. Blessed Are the Bonds is een aangrijpend album, niet zonder fout, maar op zijn best wel erg goed.
De productie is verrassend geslaagd, gezien het waarschijnlijk erg beperkte budget. Het is altijd wat riskant om piano en violen te mengen met de standaard rockinstrumenten, maar het blijft steeds helder klinken zonder er te lijken 'opgeplakt' te zijn. Tijdens de hardere segmenten opteerden ze voor een rauwere klank, wat zeker in combinatie met de harde vocalen zwaar contrasteert met de rustige passages. In een nummer als The Water Song zorgt dat voor een interessante dynamiek tussen de erg trage post-rock opbouwen en de epische, doommetal-geïnspireerde climaxen.
The Pax Cecilia post-rock noemen is weliswaar wat te kort door de bocht. Er wordt heel wat opgebouwd, van rustig gitaargepingel tot een ferme muur van geluid, maar er is meer dan dat standaard trucje. Atmosferische rock en post-hardcore loeren constant om de hoek, verstopt achter de toch wel wat zwaarmoedige sfeer die het album uitwasemt. Het merendeel van het album is instrumentaal, maar af en toe komen de vocalen erbij, en wordt er een meer traditioneel nummer van gemaakt. Er is af en toe een agressief kantje aan zowel de zang als de muziek waarmee dit album zich makkelijk onderscheid van de meeste post-rock klonen. Dit wordt voor het eerst duidelijk op het post-hardcore diamantje The Progress, waar toch wel wat op geschreeuwd wordt. Persoonlijk vind ik dit het hoogtepunt van het album,en het doet me wat denken aan de prog-screamo van Gospel en Circle Takes the Square. De eerste twee nummers zijn rustiger, met veel piano en viool. The Machine is het zwaarste nummer van het album, met wel erg doorgedreven vocalen, zodanig dat de muziek dicht aansluit bij post-metal. Beetje te ver heen naar mijn smaak, en de manier waarop ze de climax laten ontaarden is wat ongeïnspireerd. De ambient van The Wasteland vind ik dan een veel geslaagder uitstapje, een mooie sfeerschepping van wind die over een post-apocalyptische woestenij waait. The Tree is volledig instrumentaal en bevat enkele hoekige riffs, en mag beschouwd worden als het orgelpunt van de plaat. Afsluiter The Hymne is een akoestische uitgeleide, ingetogen en tegelijk imposant.
Blessed Are the Bonds is een compromisloos album dat wat tijd vraagt om echt door te dringen, en zeker niet voor iedereen weggelegd is. Liefhebbers van God is an Astronaut die niet vies zijn van wat geschreeuw kunnen dit gerust eens uitproberen. Vergelijkbare muziek is maudlin at the Well en het al genoemde Kayo Dot.
De productie is verrassend geslaagd, gezien het waarschijnlijk erg beperkte budget. Het is altijd wat riskant om piano en violen te mengen met de standaard rockinstrumenten, maar het blijft steeds helder klinken zonder er te lijken 'opgeplakt' te zijn. Tijdens de hardere segmenten opteerden ze voor een rauwere klank, wat zeker in combinatie met de harde vocalen zwaar contrasteert met de rustige passages. In een nummer als The Water Song zorgt dat voor een interessante dynamiek tussen de erg trage post-rock opbouwen en de epische, doommetal-geïnspireerde climaxen.
The Pax Cecilia post-rock noemen is weliswaar wat te kort door de bocht. Er wordt heel wat opgebouwd, van rustig gitaargepingel tot een ferme muur van geluid, maar er is meer dan dat standaard trucje. Atmosferische rock en post-hardcore loeren constant om de hoek, verstopt achter de toch wel wat zwaarmoedige sfeer die het album uitwasemt. Het merendeel van het album is instrumentaal, maar af en toe komen de vocalen erbij, en wordt er een meer traditioneel nummer van gemaakt. Er is af en toe een agressief kantje aan zowel de zang als de muziek waarmee dit album zich makkelijk onderscheid van de meeste post-rock klonen. Dit wordt voor het eerst duidelijk op het post-hardcore diamantje The Progress, waar toch wel wat op geschreeuwd wordt. Persoonlijk vind ik dit het hoogtepunt van het album,en het doet me wat denken aan de prog-screamo van Gospel en Circle Takes the Square. De eerste twee nummers zijn rustiger, met veel piano en viool. The Machine is het zwaarste nummer van het album, met wel erg doorgedreven vocalen, zodanig dat de muziek dicht aansluit bij post-metal. Beetje te ver heen naar mijn smaak, en de manier waarop ze de climax laten ontaarden is wat ongeïnspireerd. De ambient van The Wasteland vind ik dan een veel geslaagder uitstapje, een mooie sfeerschepping van wind die over een post-apocalyptische woestenij waait. The Tree is volledig instrumentaal en bevat enkele hoekige riffs, en mag beschouwd worden als het orgelpunt van de plaat. Afsluiter The Hymne is een akoestische uitgeleide, ingetogen en tegelijk imposant.
Blessed Are the Bonds is een compromisloos album dat wat tijd vraagt om echt door te dringen, en zeker niet voor iedereen weggelegd is. Liefhebbers van God is an Astronaut die niet vies zijn van wat geschreeuw kunnen dit gerust eens uitproberen. Vergelijkbare muziek is maudlin at the Well en het al genoemde Kayo Dot.
The Shipping News - Save Everything (1997)

2,5
0
geplaatst: 30 december 2009, 16:51 uur
Ik ben niet akkoord met de hoge waardering hier. Akkoord, the Shipping News is vergelijkbaar met Slint, maar zeker niet meer dan June of '44 of Rodan. Verder is het gewoon weeral typische mathrock met slechte zang, enkele leuke ideetjes (die diepe trom op 'Steerage') en vooral een matige uitwerking. De productie is nogal grauw, er spreekt weinig kracht uit de gitaren. Muzikaal is het wel in orde, maar omvergeblazen met prachtig gitaargepingel of kippenvel bezorgende riffs zit er toch niet in. Misschien ben ik het genre wat beu na een vruchteloze zoektocht naar meer van dat ambrozijn dat op Spiderland staat, maar warm word ik hier niet van.
The Tallest Man on Earth - The Wild Hunt (2010)

2,0
0
geplaatst: 27 augustus 2010, 17:03 uur
Door de mooie hoes en de talrijke lofredes heb ik me nog maar eens gewaagd aan een album met het label folk erop, en het is helaas niet mijn ding gebleken. Het probleem is de zeurige zang, die ik echt niet kan uithouden voor een half uur. Eén nummer nog net, maar daarna krijg ik het er echt benauwd van. Spijtig, want met de muziek is er niets mis. Het gitaarspel is best leuk, en gezien de korte duur van het album lijkt het niet al te eentonig, ook al is het dat wel. Met een aangenaam stemgeluid had dit best in de smaak kunnen vallen (Nick Drake vind ik dan weer wel top), maar nu geef ik toch een onvoldoende.
The Thirty Years War - Live at the Paradox (2002)

3,5
0
geplaatst: 13 september 2009, 10:20 uur
Met dank aan freddze staat het tweede en laatste wapenfeit van The Thirty Years War nu ook op de site. Het is een live album, waarvan alle nummers uitgezonderd het laatste later zouden komen op het debuut van the Fall of Troy. De meeste nummers worden een tikkeltje trager gespeeld dan de latere albumversies, maar dat mag de pret niet drukken. Grootste mankement zijn net als op hun EP de vocalen van Erak.
The Thirty Years War - Martyrs Among the Casualties (2002)

3,0
0
geplaatst: 10 september 2009, 19:22 uur
Dit is het eerste wapenfeit van The Fall of Troy. Samen met gitarist Mike Munro vormden ze Thirty Years War, maar na een dik jaar verliet eerder genoemde Mike de groep, waarna ze hun naam veranderden naar The Fall of Troy. Van deze EP zouden ze later enkel nog Reassurance Rests in the Sea blijven spelen. Niet dat de rest slechter is, muzikaal is het allemaal erg onderhoudend, zij het minder energiek en chaotisch dan hun later werk. De productie is natuurlijk niet schitterend, maar als demo van een high-school bandje kan dit zeker tellen. Er is één zeer groot minpunt en dat is de zang. Zowel clean als scream is het maar een belabberde vocale prestatie.
The Velvet Underground - The Velvet Underground (1969)

3,5
0
geplaatst: 13 mei 2010, 13:15 uur
Dit is het enige Velvet Underground album dat ik nog af en toe beluister. Hier is de productie redelijk goed (behalve dan de solo van What Goes On) en wordt het geëxperimenteer beperkt tot één nummer, het negen minuten lange The Murder Mystery. Het is een bevreemdend nummer, maar niet echt goed te noemen.
Wat wel erg mooi is op dit album, is de zang, die bij enkele nummers echt fluweelzacht is. Op de opener Candy Says bijvoorbeeld, een echt tijdloos liedje dat makkelijk in het gehoor ligt. Ook Pale Blue Eyes hoort in de categorie hartverwarmers, en oversteigt met gemak het niveau van het debuutalbum.
Een andere uitschieter is het zwoele Some Kinda Love, dat wederom volledig steunt op de zang van Lou Reed. Beginning to See the Light is ook een persoonlijke favoriet, want daar wordt er echt naar een climax gewerkt. Muzikaal stelt het elders immers niet veel voor, herhaling is troef. Sommige nummers leiden hier echt wel onder. What Goes On moddert maar wat aan, en Jesus vind ik toch ook wat te melig.
Het hoogtepunt van het album ligt aan het eind. After Hours is een kort maar oh-zo-ontwapenend nummer, gezongen door drumster Maureen Tucker.
Eindoordeel: leuke popmuziek, met enkele uitschieters, maar ook enkele missers. 3,5*
Wat wel erg mooi is op dit album, is de zang, die bij enkele nummers echt fluweelzacht is. Op de opener Candy Says bijvoorbeeld, een echt tijdloos liedje dat makkelijk in het gehoor ligt. Ook Pale Blue Eyes hoort in de categorie hartverwarmers, en oversteigt met gemak het niveau van het debuutalbum.
Een andere uitschieter is het zwoele Some Kinda Love, dat wederom volledig steunt op de zang van Lou Reed. Beginning to See the Light is ook een persoonlijke favoriet, want daar wordt er echt naar een climax gewerkt. Muzikaal stelt het elders immers niet veel voor, herhaling is troef. Sommige nummers leiden hier echt wel onder. What Goes On moddert maar wat aan, en Jesus vind ik toch ook wat te melig.
Het hoogtepunt van het album ligt aan het eind. After Hours is een kort maar oh-zo-ontwapenend nummer, gezongen door drumster Maureen Tucker.
Eindoordeel: leuke popmuziek, met enkele uitschieters, maar ook enkele missers. 3,5*
The Velvet Underground - The Velvet Underground & Nico (1967)

3,0
0
geplaatst: 30 april 2010, 17:53 uur
Eerst en vooral: geniale hoes. Simpel maar goed, volledig tijdloos - tenzij ze bananen genetisch beginnen te manipuleren - helaas in tegenstelling tot de muziek. De productie is barslecht, sommige nummers hadden echt met enkele minuten ingekort mogen worden (Run Run Run), en naar het einde toe zijn de nummers gewoon tout court slecht - European Son, Black Angel's Death Song
. Gelukkig staan er daarvoor nog enkele pareltjes op (Sunday Morning, Heroin) die het toch nog wat de moeite maken. Vroeger kon ik dit veel meer appreciëren (ik denk zelfs ex-top 10), maar nu luister ik hem nauwelijks. Neen, dit komt echt niet in de buurt van hun echte self-titled.
. Gelukkig staan er daarvoor nog enkele pareltjes op (Sunday Morning, Heroin) die het toch nog wat de moeite maken. Vroeger kon ik dit veel meer appreciëren (ik denk zelfs ex-top 10), maar nu luister ik hem nauwelijks. Neen, dit komt echt niet in de buurt van hun echte self-titled.The World Is a Beautiful Place & I Am No Longer Afraid to Die - Formlessness (2010)

3,0
0
geplaatst: 22 oktober 2010, 12:05 uur
Atmosferische emo, t.t.z. indierock met de typische wankele emozang, die bij vlagen muzikaal ontaardt in post-rock. Ik hoor flarden van Arcade Fire, Brand New en Moving Mountains, al is het allemaal extreem fragmentarisch. De nummers hebben allemaal een vreemde structuur, met weinig respect voor de ongeschreven wet van de post-rock.
De 'epische afsluiter' van dienst is wel aanwezig in de vorm van Eyjafjallajokull Dance. Dat begint met wat gameboy geluidjes, ontploft dan even in post-rock, valt terug stil met wat fluisterende zang, bouwt dan instrumentaal weer op om weer stil te vallen, om te eindigen met een door de drums gedicteerd slot. Bevreemdende muziek die ik lastig kan plaatsen, eigenlijk de is de EP gewoon te kort om hun muziek goed te kunnen beoordelen.
Gratis te beluisteren en te downloaden op hun site en lastFM.
De 'epische afsluiter' van dienst is wel aanwezig in de vorm van Eyjafjallajokull Dance. Dat begint met wat gameboy geluidjes, ontploft dan even in post-rock, valt terug stil met wat fluisterende zang, bouwt dan instrumentaal weer op om weer stil te vallen, om te eindigen met een door de drums gedicteerd slot. Bevreemdende muziek die ik lastig kan plaatsen, eigenlijk de is de EP gewoon te kort om hun muziek goed te kunnen beoordelen.
Gratis te beluisteren en te downloaden op hun site en lastFM.
Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra - Kollaps Tradixionales (2010)

2,5
0
geplaatst: 16 maart 2011, 16:29 uur
Mijn favoriete Silver Mt. Zion, maar dat zegt niet veel. Hun alom geprezen debuut vind ik maar niets, en in vergelijking daarmee is dit album wel redelijk goed. Instrumentaal is dit een spannende post-rock plaat die wel iets te veel zeurderige geluiden bevat (zoals de riff aan het einde van Bury 3 Dynamos); vocaal is dit een echte draak. De schreeuwerige zang kan ik echt niet smaken, ik vind het stemgeluid veel te schel. Spijtig, anders had dit zeker een sterretje meer gekregen.
Thrice - Major / Minor (2011)

4,0
0
geplaatst: 17 september 2011, 13:56 uur
Met Major/Minor, het vijfde album van Thrice dat ik probeer, is de klik er dan eindelijk gekomen. Hun muziek lag altijd al in mijn straatje, maar de nummers wouden maar niet aanslaan. Bij deze dus wel, en daar ben ik stiekem erg blij mee.
De muziek heeft een post-grunge kleedje dat doet denken aan Pearl Jam en Soundgarden in hun hoogdagen (Cataracts had zo op Superunknown kunnen staan). Niets vernieuwends, maar gewoon excellent uitgevoerde altrock die voor de nodige nostalgie zal zorgen bij fans van de grunge muziek. Heel wat is te danken aan de zang van Dustin Kensrue, die een lekker rasperig stemgeluid heeft. Hij draagt de nummers naar een hoger niveau, op een naar zijn doen erg ingetogen stijl.
Muzikaal is het vrij braaf, en de band moet het meer hebben van hun algehele sound dan van geniale uitspattingen, al zit er hier en daar wel een ruw diamantje verborgen (de drums op Call It In the Air bijvoorbeeld). Verder doet het gitaarwerk me wat denken aan wat Frusciante bracht op By the Way, een Peppers-album dat ik altijd al onderschat vond.
Een aanrader dus voor wie Thrice wilt proberen, want dit is zeker een van hun toegankelijkste albums, met erg wat catchy nummers ertussen.
De muziek heeft een post-grunge kleedje dat doet denken aan Pearl Jam en Soundgarden in hun hoogdagen (Cataracts had zo op Superunknown kunnen staan). Niets vernieuwends, maar gewoon excellent uitgevoerde altrock die voor de nodige nostalgie zal zorgen bij fans van de grunge muziek. Heel wat is te danken aan de zang van Dustin Kensrue, die een lekker rasperig stemgeluid heeft. Hij draagt de nummers naar een hoger niveau, op een naar zijn doen erg ingetogen stijl.
Muzikaal is het vrij braaf, en de band moet het meer hebben van hun algehele sound dan van geniale uitspattingen, al zit er hier en daar wel een ruw diamantje verborgen (de drums op Call It In the Air bijvoorbeeld). Verder doet het gitaarwerk me wat denken aan wat Frusciante bracht op By the Way, een Peppers-album dat ik altijd al onderschat vond.
Een aanrader dus voor wie Thrice wilt proberen, want dit is zeker een van hun toegankelijkste albums, met erg wat catchy nummers ertussen.
Thrice - The Alchemy Index Volumes I & II: Fire & Water (2007)

3,5
0
geplaatst: 18 augustus 2009, 19:24 uur
Rustiger album van Thrice; en het gaat hun goed af! Slechts op enkele nummers (The Flame Deluge, ) wordt nog zwaar vocaal uitgehaald, en dat zijn dan meteen de mindere nummers. De elektronische inslag is zeer geslaagd te noemen (Open Water!
), maar sowiezo staan er veel sterke nummers op het album.
Deel I heeft als thema vuur, en begint al meteen goed met Firebreather, een nummer waar zo'n heerlijke harmoniezang inkomt. Verder is vooral Burn the Fleet nog een prijsbeest. Elders gewoon goed, met een dipje op het einde met The Flame Deluge. Nipte 3,5*
Deel II behandelt water, en is zoals al gezegd door andere duidelijk het betere deel. Smaakvolle elektronische drum, rustig sfeertje en aangename zang zijn de kenmerken van Digital Sea en Open Water. Beste nummer is echter het instrumentale Night Diving, dat wat doet denken aan Pelican. Al bij al slaagt deel II er beter in het element weer te geven, dan deel I dat kon. Nipte 4*
), maar sowiezo staan er veel sterke nummers op het album.Deel I heeft als thema vuur, en begint al meteen goed met Firebreather, een nummer waar zo'n heerlijke harmoniezang inkomt. Verder is vooral Burn the Fleet nog een prijsbeest. Elders gewoon goed, met een dipje op het einde met The Flame Deluge. Nipte 3,5*
Deel II behandelt water, en is zoals al gezegd door andere duidelijk het betere deel. Smaakvolle elektronische drum, rustig sfeertje en aangename zang zijn de kenmerken van Digital Sea en Open Water. Beste nummer is echter het instrumentale Night Diving, dat wat doet denken aan Pelican. Al bij al slaagt deel II er beter in het element weer te geven, dan deel I dat kon. Nipte 4*
Titus Andronicus - The Monitor (2010)

2,0
0
geplaatst: 28 juni 2011, 21:49 uur
Kan ik me wel in vinden CarlBerg. Ik wist eigenlijk niet goed wat te verwachten toen ik dit ging luisteren, en op het eerste gehoor viel het wel mee. Noisy punkrock met een wauwelende quasi-dronken zanger eroverheen, en véél catchy stukjes. Helaas viel het bij herluistering steevast tegen, want buiten die enkele straffe refreinen is het allemaal te lang uitgesponnen, nogal fletse overmatig gedistorte gitaarmuziek. Als boter uitgesmeerd over te veel boterhammen blijft enkel wat vieze vettigheid over waar ik steevast de neiging van krijg om nummers te skippen. Neen, dit is ook niks voor mij vrees ik.
toe - The Book About My Idle Plot on a Vague Anxiety (2005)

3,5
0
geplaatst: 12 september 2009, 11:09 uur
toe (zonder hoofdletter) brengt instrumentale post-rock die dicht aansluit bij math rock. Denk aan de ritmesectie van Don Caballero met het gitaarspel van Explosions in the Sky. Beetje spijtig van de gebrekkige productie (vooral van de drums), want muzikaal zit dit erg goed. Zoals wel vaker bij math-rock het geval is ontbreekt het hier en daar aan richting.
Tool - 10,000 Days (2006)
Alternatieve titel: 10000 Days

4,5
0
geplaatst: 17 september 2009, 11:27 uur
Ik herinner me nog de allereerste keer dat ik iets van 10,000 Days hoorde, ergens op een Amerikaanse radio mochten ze een preview van een half minuutje laten horen, en dat was (zo bleek later) de intro van Vicarious. Meteen wist ik dat het wel goed zou zitten met dit album. Het typische donkere gitaargeluid gecombineerd met een atypisch ritme dat ervoor zorgt dat je je als luisteraar volledig moet overgeven wil je het einde van de rit halen.
Vicarious is een klassiek Toolnummer: Merendeel in 5/4 met hier en daar wat ritmische uitstapjes, in het begin strofe/refrein en dan halfweg een muzikale escapade met muterende riffs. Dan een korte adempauze vooraleer het einde wordt ingezet. En het einde van een klassiek Toolnummer zijn razende drums met daarboven een zich schor schreeuwende Maynard James Keenan.
Op voorhand had Adam Jones laten weten dat 10,000 Days zwaarder zou worden, meer chugga-chugga, en Jambi is daar een voorbeeld van. Een festijn van gitaarriffs met halfweg een ontzagwekkende scheurende solo erboven. Daarna schakelt Tool even terug om van een heerlijk bezwerende bassriff opnieuw op te bouwen naar de laatste climax. Eén van mijn favorieten op dit album.
Wings for Marie is een zware klapper, opgesplitst in twee delen die onmogelijk los van elkaar te beluisteren zijn, een beetje zoals Parabol/Parabola op Lateralus. Deel één is rustig en ingetogen met een korte uitbarsting op het einde. Bij deel twee worden we getrakteerd op misschien wel de beste bassriff van Justin Chancellor en een soundscape van zich losbarstende donderstorm. Eigenzinnig drumwerk completeert het sfeerplaatje waarop Keenan het tragische levensverhaal vertelt van zijn moeder. Zulk een persoonlijk nummer is op zijn zachtst uitgedrukt erg ongewoon voor een band als Tool, maar het werkt verbazingwekkend goed. Wings for Marie is een uniek nummer dat voor de nodige diepgang zorgt op dit album. Waar op Lateralus immers alle nummers samenhingen in een los concept over zelfrealisatie en onthechting van het ego, staan op 10,000 Days in de eerste plaats een aantal losse nummers.
Een wat ongelukkige overgang dan naar The Pot, met het falsetto stemmetje van Keenan. Geen idee wiens idee deze tracklisting was, maar het klinkt wat geforceerd. Niet dat het een slecht nummer is, met de aanstekelijke bassriff en het sarcastisch ondertoontje dat het nummer beheerst. Veruit het meest toegankelijke nummer op het album. Hierna komt Lipan Conjuring, een filler die niet echt stoort maar ook niet echt meebouwt aan de sfeer.
Het volgende duo, Lost Keys en Rosetta Stoned, is het zwaarste gedeelte van het album. Lost Keys zweeft ergens tussen filler en intro, met een loeiende sirene, rustig gitaarspel en een hoorspel over een verpleegster die een dokter komt halen om een nieuw binnengelopen patient onder de loep te nemen. Het verhaal van de patient is dan het onderwerp van Rosetta Stoned, het meest bizarre nummer op het album. Grotendeels in 11/8 en met zwaar distorte vocals die in hoog tempo worden afgevuurd.
Het meest originele nummer is zonder enige twijfel Intension, een uiterst rustig nummer met spaarzame elektronische drums. Ik ben benieuwd of er op een volgend album meer van dit komt, van mij mag het alvast. Intension loopt over in Right in Two, en op die manier kan je het album opdelen in vijf keer twee nummers, plus een filler op het einde (daarover later meer). Right in Two dus, samen met Jambi mijn favoriet nummer. Weer zwaarder nummer, met halfweg een breakdown waarin de drummer Danny Carey wat op tabla's begint te meppen, vooraleer een vrij geniaal slotstuk komt.
Viginti Tres is weer een filler, en een erg slechte. Een soort soundscape die erg oninteressant is, en ik zelden nog beluister. Voor mij eindigt het album na Right in Two, en dat geeft nog altijd 71 minuten muziek.
Al bij al was 10,000 Days een waardige opvolger van Lateralus. Het album wijkt genoeg af van de vorige albums om de fans geboeid te houden, hoewel sommigen misschien wat afgeschrikt zullen worden door de thematiek. Enerzijds zijn er de persoonlijke nummers (Wings For Marie & Jambi) en anderzijds zijn er de cynische gifspuitingen op The Pot en Vicarious. Dit geeft een wat ambigue gevoel bij het beluisteren, en bevordert de cohesie zeker niet. Muzikaal is alles tip top, en de productie is zelfs nog beter dan die van Lateralus. Ook het artwork is verbluffend, met 3D brilletje en stereoscopische afbeeldingen. Ik begin al uit te kijken naar een volgende Tool release.
Vicarious is een klassiek Toolnummer: Merendeel in 5/4 met hier en daar wat ritmische uitstapjes, in het begin strofe/refrein en dan halfweg een muzikale escapade met muterende riffs. Dan een korte adempauze vooraleer het einde wordt ingezet. En het einde van een klassiek Toolnummer zijn razende drums met daarboven een zich schor schreeuwende Maynard James Keenan.
Op voorhand had Adam Jones laten weten dat 10,000 Days zwaarder zou worden, meer chugga-chugga, en Jambi is daar een voorbeeld van. Een festijn van gitaarriffs met halfweg een ontzagwekkende scheurende solo erboven. Daarna schakelt Tool even terug om van een heerlijk bezwerende bassriff opnieuw op te bouwen naar de laatste climax. Eén van mijn favorieten op dit album.
Wings for Marie is een zware klapper, opgesplitst in twee delen die onmogelijk los van elkaar te beluisteren zijn, een beetje zoals Parabol/Parabola op Lateralus. Deel één is rustig en ingetogen met een korte uitbarsting op het einde. Bij deel twee worden we getrakteerd op misschien wel de beste bassriff van Justin Chancellor en een soundscape van zich losbarstende donderstorm. Eigenzinnig drumwerk completeert het sfeerplaatje waarop Keenan het tragische levensverhaal vertelt van zijn moeder. Zulk een persoonlijk nummer is op zijn zachtst uitgedrukt erg ongewoon voor een band als Tool, maar het werkt verbazingwekkend goed. Wings for Marie is een uniek nummer dat voor de nodige diepgang zorgt op dit album. Waar op Lateralus immers alle nummers samenhingen in een los concept over zelfrealisatie en onthechting van het ego, staan op 10,000 Days in de eerste plaats een aantal losse nummers.
Een wat ongelukkige overgang dan naar The Pot, met het falsetto stemmetje van Keenan. Geen idee wiens idee deze tracklisting was, maar het klinkt wat geforceerd. Niet dat het een slecht nummer is, met de aanstekelijke bassriff en het sarcastisch ondertoontje dat het nummer beheerst. Veruit het meest toegankelijke nummer op het album. Hierna komt Lipan Conjuring, een filler die niet echt stoort maar ook niet echt meebouwt aan de sfeer.
Het volgende duo, Lost Keys en Rosetta Stoned, is het zwaarste gedeelte van het album. Lost Keys zweeft ergens tussen filler en intro, met een loeiende sirene, rustig gitaarspel en een hoorspel over een verpleegster die een dokter komt halen om een nieuw binnengelopen patient onder de loep te nemen. Het verhaal van de patient is dan het onderwerp van Rosetta Stoned, het meest bizarre nummer op het album. Grotendeels in 11/8 en met zwaar distorte vocals die in hoog tempo worden afgevuurd.
Het meest originele nummer is zonder enige twijfel Intension, een uiterst rustig nummer met spaarzame elektronische drums. Ik ben benieuwd of er op een volgend album meer van dit komt, van mij mag het alvast. Intension loopt over in Right in Two, en op die manier kan je het album opdelen in vijf keer twee nummers, plus een filler op het einde (daarover later meer). Right in Two dus, samen met Jambi mijn favoriet nummer. Weer zwaarder nummer, met halfweg een breakdown waarin de drummer Danny Carey wat op tabla's begint te meppen, vooraleer een vrij geniaal slotstuk komt.
Viginti Tres is weer een filler, en een erg slechte. Een soort soundscape die erg oninteressant is, en ik zelden nog beluister. Voor mij eindigt het album na Right in Two, en dat geeft nog altijd 71 minuten muziek.
Al bij al was 10,000 Days een waardige opvolger van Lateralus. Het album wijkt genoeg af van de vorige albums om de fans geboeid te houden, hoewel sommigen misschien wat afgeschrikt zullen worden door de thematiek. Enerzijds zijn er de persoonlijke nummers (Wings For Marie & Jambi) en anderzijds zijn er de cynische gifspuitingen op The Pot en Vicarious. Dit geeft een wat ambigue gevoel bij het beluisteren, en bevordert de cohesie zeker niet. Muzikaal is alles tip top, en de productie is zelfs nog beter dan die van Lateralus. Ook het artwork is verbluffend, met 3D brilletje en stereoscopische afbeeldingen. Ik begin al uit te kijken naar een volgende Tool release.

Tool - Ænima (1996)
Alternatieve titel: Aenima

5,0
0
geplaatst: 2 april 2010, 16:11 uur
Bijna 1000 stemmen en nog geen enkele 5* recensie... hoog tijd dat de Toolpolitie nog eens op patrouille gaat!
Een blik werpen op de top 250 volstaat om te zien dat Tool er wat verdwaald staat te wezen tussen Coldplay en andere Radioheads. Deze populariteit hebben ze vooreerst opgebouwd met Ænima, dat in 1996 uitkwam zonder noemenswaardige publiciteit. De lange nummers, twijfelachtige inhoud (Stinkfist werd geband van MTV) en terughoudendheid van de band ontmoedigden de radiozenders om ze al te veel speeltijd te geven. Na Undertow hadden ze live wel al wat reputatie opgebouwd, dus de uiteindelijke doorbraak kwam toch niet helemaal als een verrassing.
Wat wel een verrassing was (en is voor diegenen die muziek chronologisch wensen te leren kennen), was de muzikale richting die ze insloegen. De rauwe grunge-geïnspireerde metal van Undertow maakt op Ænima plaats voor meer progressieve elementen. Zo wordt Eulogy ingeleid door originele percussie, die veelal Oosters aanvoelt. De nummers deinen uit, ademruimte wordt gegeven en de opbouwen worden tot het maximale gerekt zonder in geneuzel te vervallen. De klankkleur blijft zwart, maar niet zo gitzwart als het debuut. En hoewel de algemene teneur veelal negatief blijft eindigt het album met Third Eye, een magistraal nummer met een onmiskenbare positieve inslag. De drijvende emotie van zanger Keenan blijft agressie, maar ook hier is er duidelijke progressie merkbaar ten opzichte van Undertow. Hij richt zijn pijlen nu meer op de moderne cultuur, en minder op zijn interne demonen. Zijn aan de waanzin grenzende uitbarstingen (de finale van Pushit!
) tillen de nummers naar een hoger niveau waar episch de lading niet meer dekt.
Ook instrumentaal ontwikkelde Tool zich. Mede onder impuls van de nieuwe bassist Justin Chancellor ontbindt drummer Danny Carey op dit album zijn duivels als nooit tevoren. Geen overvloed aan basdrum, maar wel een geraffineerde mix van de progressieve rock (Bill Bruford) en freejazz (Tony Williams). Hoogtepunten noemen is niet eenvoudig, maar misschien dat Forty Six & 2 en de syncope van Pushit er toch bovenuit steken. Het gitaarwerk van Adam Jones is simpel maar efficiënt, en hij vermijdt steevast om in de val te trappen om te steunen op harde en abrupte stop/startmomenten om de luisteraar te verrassen. In plaats daarvan opteert hij voor een meer vloeiend, muterend, welhaast organisch geluid dat hij zou perfectioneren op Lateralus. De productie is uitstekend, en met Ænima zette Tool ook de traditie in gang om ronduit geniaal artwork te voorzien voor hun albums. In dit geval een lijst hoezen van zogezegde eerdere albums. Speciaal gevoel voor humor hebben ze wel.
Qua songs is de verandering er een die zoals al gezegd resulteerde in langere, meer opbouwende nummers. Verder is er ook meer aandacht voor dynamiek. Nummers als H. en Eulogy zijn veelal rustig, en maken duchtig gebruik van melodie om zich te ontspinnen tot een indrukwekkend weefsel van bas, drum, gitaar en zang. Maynard James Keenan maakt gebruik van wat effecten op zijn stem, en varieert op nummers als Third Eye van intiem fluisterend tot uitzinnig geschreeuw. Het resultaat is een album dat wat aanvoelt als een rollercoaster.
De thematiek van Ænima ligt mooi in de lijn tussen Undertow en Lateralus. In de geest van het debuut zijn er de herwerkte post-traumatische ervaringen van jimmy, de fuck you mentaliteit van de schitterende titeltrack, de cynische ode aan L. Ron Hubbard in Eulogy en natuurlijk de afrekening met hypocriete fans in Hooker With A Penis. Maar met Forty Six & 2, H. en vooral Third Eye gaat Keenan wat meer de esoterische toer op, aandacht bestedend aan de zelf-ontwikkeling van het individu en het beeld van de mens als link tussen het spirituele en het materiële.
Het meest terugkerende punt van kritiek bij Ænima zijn de filler, en in zekere zin is dat terecht. Hoewel ze voorzien zijn van een serieuze dosis tongue-in-cheek humor zal niet iedereen een vrolijk orgelriedeltje appreciëren als inleiding van het duistere Jimmy, en de vier minuten van ions kunnen zeker aandachtig luisterend met de koptelefoon een serieuze zit vormen. Op Lateralus zou Tool de filler inruilen voor één extra volwaardig nummer, en daarmee ook een absoluut hoogtepunt bereiken, maar op Ænima helt de balans nog altijd ruimschoots over naar de positieve kant. Het is een eigenzinnig album dat zich niet snel blootgeeft, maar wie zich de moeite getroost om het te ontdekken zal er veel plezier aan beleven. 5*
Een blik werpen op de top 250 volstaat om te zien dat Tool er wat verdwaald staat te wezen tussen Coldplay en andere Radioheads. Deze populariteit hebben ze vooreerst opgebouwd met Ænima, dat in 1996 uitkwam zonder noemenswaardige publiciteit. De lange nummers, twijfelachtige inhoud (Stinkfist werd geband van MTV) en terughoudendheid van de band ontmoedigden de radiozenders om ze al te veel speeltijd te geven. Na Undertow hadden ze live wel al wat reputatie opgebouwd, dus de uiteindelijke doorbraak kwam toch niet helemaal als een verrassing.
Wat wel een verrassing was (en is voor diegenen die muziek chronologisch wensen te leren kennen), was de muzikale richting die ze insloegen. De rauwe grunge-geïnspireerde metal van Undertow maakt op Ænima plaats voor meer progressieve elementen. Zo wordt Eulogy ingeleid door originele percussie, die veelal Oosters aanvoelt. De nummers deinen uit, ademruimte wordt gegeven en de opbouwen worden tot het maximale gerekt zonder in geneuzel te vervallen. De klankkleur blijft zwart, maar niet zo gitzwart als het debuut. En hoewel de algemene teneur veelal negatief blijft eindigt het album met Third Eye, een magistraal nummer met een onmiskenbare positieve inslag. De drijvende emotie van zanger Keenan blijft agressie, maar ook hier is er duidelijke progressie merkbaar ten opzichte van Undertow. Hij richt zijn pijlen nu meer op de moderne cultuur, en minder op zijn interne demonen. Zijn aan de waanzin grenzende uitbarstingen (de finale van Pushit!
) tillen de nummers naar een hoger niveau waar episch de lading niet meer dekt.Ook instrumentaal ontwikkelde Tool zich. Mede onder impuls van de nieuwe bassist Justin Chancellor ontbindt drummer Danny Carey op dit album zijn duivels als nooit tevoren. Geen overvloed aan basdrum, maar wel een geraffineerde mix van de progressieve rock (Bill Bruford) en freejazz (Tony Williams). Hoogtepunten noemen is niet eenvoudig, maar misschien dat Forty Six & 2 en de syncope van Pushit er toch bovenuit steken. Het gitaarwerk van Adam Jones is simpel maar efficiënt, en hij vermijdt steevast om in de val te trappen om te steunen op harde en abrupte stop/startmomenten om de luisteraar te verrassen. In plaats daarvan opteert hij voor een meer vloeiend, muterend, welhaast organisch geluid dat hij zou perfectioneren op Lateralus. De productie is uitstekend, en met Ænima zette Tool ook de traditie in gang om ronduit geniaal artwork te voorzien voor hun albums. In dit geval een lijst hoezen van zogezegde eerdere albums. Speciaal gevoel voor humor hebben ze wel.
Qua songs is de verandering er een die zoals al gezegd resulteerde in langere, meer opbouwende nummers. Verder is er ook meer aandacht voor dynamiek. Nummers als H. en Eulogy zijn veelal rustig, en maken duchtig gebruik van melodie om zich te ontspinnen tot een indrukwekkend weefsel van bas, drum, gitaar en zang. Maynard James Keenan maakt gebruik van wat effecten op zijn stem, en varieert op nummers als Third Eye van intiem fluisterend tot uitzinnig geschreeuw. Het resultaat is een album dat wat aanvoelt als een rollercoaster.
De thematiek van Ænima ligt mooi in de lijn tussen Undertow en Lateralus. In de geest van het debuut zijn er de herwerkte post-traumatische ervaringen van jimmy, de fuck you mentaliteit van de schitterende titeltrack, de cynische ode aan L. Ron Hubbard in Eulogy en natuurlijk de afrekening met hypocriete fans in Hooker With A Penis. Maar met Forty Six & 2, H. en vooral Third Eye gaat Keenan wat meer de esoterische toer op, aandacht bestedend aan de zelf-ontwikkeling van het individu en het beeld van de mens als link tussen het spirituele en het materiële.
Het meest terugkerende punt van kritiek bij Ænima zijn de filler, en in zekere zin is dat terecht. Hoewel ze voorzien zijn van een serieuze dosis tongue-in-cheek humor zal niet iedereen een vrolijk orgelriedeltje appreciëren als inleiding van het duistere Jimmy, en de vier minuten van ions kunnen zeker aandachtig luisterend met de koptelefoon een serieuze zit vormen. Op Lateralus zou Tool de filler inruilen voor één extra volwaardig nummer, en daarmee ook een absoluut hoogtepunt bereiken, maar op Ænima helt de balans nog altijd ruimschoots over naar de positieve kant. Het is een eigenzinnig album dat zich niet snel blootgeeft, maar wie zich de moeite getroost om het te ontdekken zal er veel plezier aan beleven. 5*
Tool - Opiate (1992)

3,5
0
geplaatst: 16 november 2009, 12:19 uur
Opiate kan je onmogelijk los zien van wat komen zou. Deze EP zou een jaar later gevolgd worden door hun eerste album. De muziek hier is dan ook een soort opstapje naar de donkere zware grunge van Undertow, maar de nummers zijn hier nog iets korter en gebalder. Het is ergens wel indrukwekkend dat een groep die hier nog korte explosieve nummers als 'Hush' uitbrengt, enkele jaren later met het kwartier lange 'Third Eye' hun tweede album zou afsluiten. Zeggen dat wie het latere werk goed vindt hiermee geen miskoop kan doen is overdreven, maar wie Undertow kan smaken zal Opiate zeker apprecieren. Recht door zee, serieuze uithalen van Maynard, stevige drums en catchy riffs.
Tool - Salival (2000)

4,0
0
geplaatst: 16 november 2009, 23:08 uur
Wat een live album toch... het begint met 'Third Eye', een van de beste nummers van Aenima, hier prachtig live gebracht. Erg intens en meeslepend en al meteen een hoogtepunt.
Dan is er 'Part of Me', dat niet echt veel toegevoegde waarde biedt. Bijna identiek aan de Opiate versie, alleen hier en daar wat meer galm op de zang en instrumenten. Niet slecht, maar ik had de tijd misschien liever besteed gezien aan een interessanter nummer.
Vervolgens is er de veelbesproken trage versie van Pushit, waar Maynard weer prachtige dingen uit zijn keel weet te wringen. Ook de tabla van Danny Carey draagt bij aan de magie. In het begin nog lieftallig, kwetsbaar, dan geleidelijk aan verhardend tot het zware slot. Een uitermate originele uitvoering van wat al een fantastisch nummer was, en een tweede hoogtepunt.
'Message to Harry Manback II' is weer filler, en dan is er 'You Lied', een volgend hoogtepunt. 'You Lied' is een cover van Peach, de band waar bassist Justin Chancellor voorheen in speelde. Een fantastische cover, wat ook gezegd kan worden van 'No Quarter', dat oorspronkelijk van Led Zeppelin is. Daartussen staat nog 'Merkaba', wat ik het slechtste nummer van het album vind. Vervolgens komt er weer een filler met LAMC, waarachter als geheim nummer nog 'Maynard's Dick' komt, veruit het meest poppy wat Tool ooit de wereld zal insturen, maar met een niet mis te verstaan tongue-in-cheek gehalte.
Een meer dan geslaagd live-album!
Dan is er 'Part of Me', dat niet echt veel toegevoegde waarde biedt. Bijna identiek aan de Opiate versie, alleen hier en daar wat meer galm op de zang en instrumenten. Niet slecht, maar ik had de tijd misschien liever besteed gezien aan een interessanter nummer.
Vervolgens is er de veelbesproken trage versie van Pushit, waar Maynard weer prachtige dingen uit zijn keel weet te wringen. Ook de tabla van Danny Carey draagt bij aan de magie. In het begin nog lieftallig, kwetsbaar, dan geleidelijk aan verhardend tot het zware slot. Een uitermate originele uitvoering van wat al een fantastisch nummer was, en een tweede hoogtepunt.
'Message to Harry Manback II' is weer filler, en dan is er 'You Lied', een volgend hoogtepunt. 'You Lied' is een cover van Peach, de band waar bassist Justin Chancellor voorheen in speelde. Een fantastische cover, wat ook gezegd kan worden van 'No Quarter', dat oorspronkelijk van Led Zeppelin is. Daartussen staat nog 'Merkaba', wat ik het slechtste nummer van het album vind. Vervolgens komt er weer een filler met LAMC, waarachter als geheim nummer nog 'Maynard's Dick' komt, veruit het meest poppy wat Tool ooit de wereld zal insturen, maar met een niet mis te verstaan tongue-in-cheek gehalte.
Een meer dan geslaagd live-album!
Tool - Sober - Tales from the Darkside (1994)

3,5
0
geplaatst: 7 juni 2010, 19:04 uur
Leuk document van de live prestaties die Tool neerzette in hun eerste jaren. De nummers komen allemaal van op Undertow en Opiate, en worden - wie had er anders verwacht? - feilloos gebracht. Uitschieter is zonder twijfel Undertow, dat zich makkelijk meet met het origineel. De live-registratie is van goede kwaliteit, vooral de zang komt er uitstekend door. Qua materiaal een dikke 4*, maar met twee keer Prison Sex en Sober is het album wel wat eentonig, ik had dan liever Hush of Part of Me erop zien staan. Daarom dus geen 4*, maar een dikke 3,5*.
Tool - Undertow (1993)

4,5
0
geplaatst: 25 september 2009, 23:15 uur
Tussen al het grunge geweld van 1993 staat Undertow fier te pronken, het debuutalbum van de metalband Tool, toen nog met bassist Paul D'Amour.De gitaren en drums klinken rauw en de productie is (hoewel afdoende in kwaliteit) nog niet van het latere hoge niveau. Enkele muzikale kenmerken die later verder zouden geperfectioneerd worden schieten hier al wortel: de atypische ritmes (het titelnummer), orientale sfeer (4°), seksuele innuendo (Prison Sex), acheroverblazende climaxen (Bottom), allen zijn aanwezig, zij het nog wat ruw. Muzikaal is het ook allemaal wat eenvoudiger dan de latere albums.
Het verschil met die latere albums zit hem vooral in twee punten. Eerst zijn er de songs, die veelal rechtoe rechtaan zijn, maar nergens eentonig worden. En dat is vooral de verdienste van puntje twee: Undertow is zonder twijfel Maynard James Keenan's beste album. Een nummer als 'Sober' wordt volledig gedragen door zijn dynamische zang, die hier krachtiger klinkt dan ooit. 'Crawl Away' lijkt een dertien-in-een-dozijn nummer te worden tot Keenan gitzwarte gal begint te spuien; "this is love/this is my love for you..."
De teksten en bij uitbreiding eigenlijk het gehele album zijn cynisch, en hoewel Tool wel nooit hippy muziek zal maken klinkt het bij momenten uitermate donker. Onmacht, ontgoocheling en ongeloof zijn de kernwoorden, de reactie steevast woede, aangestoken door de uithalen van Keenan. Bijvoorbeeld het met Henry Rollins versterkte 'Bottom': Hatred/Angriness/Weakness/Guilt keeps me alive/At the bottom. Net daarom is dit album soms een serieuze beproeving om uit te zitten, maar zoals voor elk Tool album geldt: als dit was uitgebracht door een andere band, was dit een legendarische plaat geweest. Nu staat het helaas wat in de schaduw van de nakomers, maar toch een uitmuntend debuut.
Het verschil met die latere albums zit hem vooral in twee punten. Eerst zijn er de songs, die veelal rechtoe rechtaan zijn, maar nergens eentonig worden. En dat is vooral de verdienste van puntje twee: Undertow is zonder twijfel Maynard James Keenan's beste album. Een nummer als 'Sober' wordt volledig gedragen door zijn dynamische zang, die hier krachtiger klinkt dan ooit. 'Crawl Away' lijkt een dertien-in-een-dozijn nummer te worden tot Keenan gitzwarte gal begint te spuien; "this is love/this is my love for you..."
De teksten en bij uitbreiding eigenlijk het gehele album zijn cynisch, en hoewel Tool wel nooit hippy muziek zal maken klinkt het bij momenten uitermate donker. Onmacht, ontgoocheling en ongeloof zijn de kernwoorden, de reactie steevast woede, aangestoken door de uithalen van Keenan. Bijvoorbeeld het met Henry Rollins versterkte 'Bottom': Hatred/Angriness/Weakness/Guilt keeps me alive/At the bottom. Net daarom is dit album soms een serieuze beproeving om uit te zitten, maar zoals voor elk Tool album geldt: als dit was uitgebracht door een andere band, was dit een legendarische plaat geweest. Nu staat het helaas wat in de schaduw van de nakomers, maar toch een uitmuntend debuut.
Trapped Under Ice - Stay Cold (2008)

2,0
0
geplaatst: 29 augustus 2010, 20:09 uur
Erg stevige hardcore punk, die onder meer geroemd wordt omwille van de betekenisvolle teksten. Zelf versta ik die niet door het zware geschreeuw van de zanger, en de harde snelle riffs zijn me ook wat te eentonig. Weinig opbouw of dynamiek, gewoon snelsnel enkele waarschijnlijk geniale riffs spelen. Niet m'n ding.
TV on the Radio - Dear Science (2008)

2,0
0
geplaatst: 16 februari 2011, 09:41 uur
Weer een kleine stap uit de comfort zone, en het voelt er nogal kil aan. Moet 'funk' niet zwoel en sexy zijn? Nummers als 'Dancing Choose' klinken een beetje als een pseudo hip-hop nummer van Beck dat versneld wordt afgespeeld, en dat is al helemaal niet mijn favoriete kant van die muzikale duizendpoot. Soms hoor ik wel een leuke groove, maar die wordt dan helemaal ontkracht door de makke elektronische drums die compleet inspiratieloos voor geluidsvulling lijken door te gaan.
Een voorbeeld: 'Golden Age' heeft een leuk refrein - maar nu ook niet bijzonders, in de top 30 hoor je er zo wel meerdere - maar vooraleer je dat te horen krijgt moet je oersaaie strofes doorworstelen, die lijken op Prince met bloedarmoede. Meteen daarna is er een vreemde eend in de bijt met Family Tree, dat wat doet denken aan Coldplay. Indrukwekkend dat ze dit ook aankunnen, maar het valt wel helemaal uit de toon.
Dat dit zo'n hype heeft gekregen kan ik best begrijpen - beetje mengeling van genres, hippe geluidjes en combo van elektronische geluidjes met rockmuziek: het indiewalhalla. Ik laat dit echter liever aan me voorbijgaan.
Een voorbeeld: 'Golden Age' heeft een leuk refrein - maar nu ook niet bijzonders, in de top 30 hoor je er zo wel meerdere - maar vooraleer je dat te horen krijgt moet je oersaaie strofes doorworstelen, die lijken op Prince met bloedarmoede. Meteen daarna is er een vreemde eend in de bijt met Family Tree, dat wat doet denken aan Coldplay. Indrukwekkend dat ze dit ook aankunnen, maar het valt wel helemaal uit de toon.
Dat dit zo'n hype heeft gekregen kan ik best begrijpen - beetje mengeling van genres, hippe geluidjes en combo van elektronische geluidjes met rockmuziek: het indiewalhalla. Ik laat dit echter liever aan me voorbijgaan.
