MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Velvet Underground - The Velvet Underground & Nico (1967)

poster
4,5
Typisch zo'n album dat altijd hoog in lijstjes weet te eindigen. Is het vanwege de samenwerking met de mysterieuze Nico? Is het de hoes ontworpen door Andy Warhol?
Welnee, het is een uitermate boeiende plaat (zeker in die tijd viel het enorm op) en buiten dat het boeiend is weet het nog steeds mensen aan zich te binden en verliest het niet aan kracht.
Er zijn er meer van en dat noemen we klassiekers. Dit album is er gewoon zo eentje. Dan is het natuurlijk de vraag of je het er mee eens kunt zijn en dan antwoord ik volmondig met ja. Ik heb een iets grotere zwak voor het titelloze album uit 1969, maar dat is persoonlijk.
Dit album met mederking van Nico zie je veel vaker opduiken in allerhande besprekingen en lijstjes en het opvallende is dat critici en publiek het wel met elkaar eens zijn.

Het album opent zo lief en zo zoet met Sunday Morning, voor mij gelijk al een hoogtepunt. Toch moet je je niet vergissen in dat zoetige want er zit wel degelijk een scherp randje aan en voor je het weet heb je je er aan gesneden. Opvallend is overigens het geluid dat rammelt aan alle kanten.
Rammelen doet het ook op I'm Waiting For The Man met de über-coole Lou Reed op zang. Nonchalant rockt de V.U. door en Reed klinkt stoicijns en lijkt niet te verstoren. Tekstueel ook opvallend en gewaagd. Aan het eind hoor je piano die de boodschap er nog eens extra doorheen weet te drammen.
Op Femme Fatale mag Nico gaan schitteren. Onderkoeld en toch warm, ijzig en toch kunnen doen laten smelten. Nico is Femme Fatale en Femme Fatale is Nico. Ze is één met dit nummer. Dit nummer is van haar en niemand anders. En hoe heerlijk het 'gedrein' van de mannen op de achtergrond.
Het SM-nummer Venus in Furs dreint ook maar ditmaal is de viool van John Cale de veroorzaker. Puur gif dat naar binnen sluipt; scherp, hard en kinky. Het doet me telkens weer naar adem happen. Maar man man man als je toch een nummer als dit weet te schrijven dan is het toch niet meer dan normaal dan dat men je album later als klassieker gaat bestempelen?
Rammelpop horen we weer in Run Run Run. Door het repeterende karakter krijgt het een hypnotische uitwerking. Sterk nummer, maar toch ook wel mede verantwoordelijk voor het feit dat dit album de volle mep net niet weet te halen bij mij.
Een nummer dat die 5* wel dubbel en dwars verdient is het mooiste wat de band ooit opnam (in mijn oren): All Tomorrow's Parties. Ook hier is toch sprake van 'rammelpop' zul je zeggen? Inderdaad, maar het is een combinatie van veel zaken denk ik die dit nummer er helemaal bovenuit doet stijgen. Nico is daar een grote verantwoordelijke voor met haar dominante zang. Ook keert het hypnotiserende terug. Emotioneel is ook een woord dat me te binnen schiet.
Het ruim 7 minuten durende Heroin is denk ik wel het meest genoemde nummer van dit album. Voor velen ook het hoogtepunt. Is het de tekst? Zal ongetwijfeld helpen, maar muzikaal gezien is het een spannend avontuur. Het dwingt je er naar te luisteren of je nu wilt of niet. Ongelooflijk intens gebracht ook (die drums: alsof je hart op hol slaat, alsof je zelf aan de verdovende middelen hebt gezeten). Niet geheel onbegrijpelijk als ik regelmatig termen als 'een van de beste nummers ooit' tegenkom. Zelf geef ik dus meer de voorkeur aan All Tomorrow Parties, misschien wel omdat Nico daar de hoofdrol heeft.
Na alle heftigheid mag de toon wat luchtiger op There She Goes Again. Slim gedaan om dit achter Heroin te zetten. Hierdoor blijft dat nummer extra lang nadreunen en toch heeft dit nummer genoeg kwaliteit om zich niet te laten ondersneeuwen door zijn voorganger. I'll Be Your Mirror klinkt lekker sleazy. Nico lijkt wat te zijn ontdooid want hier klinkt ze zachter en vriendelijker. Dat is sowieso de sfeer van het hele nummer, tevens het laatste waarop Nico te horen is.
Misschien hebben we haar iets te weinig gehoord, maar ik denk wel dat het de plaat er krachtiger door maakt. Alleen maar Nico is misschien too much (niet voor niets dat ik haar Chelsea Girl een halfje lager heb staan).
The Black Angel's Death Song klinkt erg monotoon en het hypnotiserende komt weer naar boven. Toch weet het mij niet mee te krijgen daarin. Een iets minder sterk nummer voor wat mijn smaak betreft.
Ook European Son is het net niet voor mij. Het haalt te veel sfeer weg. Het is een ietwat te harde wake-up call voor mij en tot op de dag van vandaag kan ik daar niet zo veel mee.

Ondanks dat blijft er genoeg moois over om hard mee te knikken op de vraag of deze plaat terecht de term klassieker meekrijgt. Het is een soms verontrustende plaat; om haast bang van te worden.............

The Walkabouts - Nighttown (1997)

poster
4,0
Devil's Road was het enige album dat ik kende en tevens zo'n album dat sterk in de vergetelheid was geraakt bij mij.

PM van Ruby 1966: 'ik heb nu zo'n mooie cd ontdekt van een band die jij vast ook goed vind: Nighttown van the Walkabouts'.

Nu kon ik haar mededelen dat the Walkabouts geen onbekenden waren, maar dit Nighttown kende ik tot op heden dus niet.
Aangezien Tindersticks het momenteel erg goed doen bij mij, kon een hernieuwde kennismaking met deze band niet uitblijven en vond ik dat dat ene bekende album maar eens gezelschap moest krijgen in de vorm van dit Nighttown (voor 7,95 kon ik dat niet laten liggen per slot van rekening).
En inderdaad past het prima in het genoemde rijtje artiesten: een aanvulling dus? Misschien niet echt, omdat ik wel wat van dit soort muziek in huis heb, maar aangezien ik er toch geen genoeg van kan krijgen heeft het een mooi plekje in de cd kast verworven en draai ik dit met veel plezier.

The Wands - The Dawn (2014)

poster
3,5
Zodra opener Sound of the Machine gaat grijp ik vertwijfeld naar het artwork... daar staat toch echt The Wands en ze komen uit Denemarken.
Dacht ik toch even een verloren gewaand nummer van Suede te horen ten tijden van hun debuut.
Vervolgens flitsen er nog veel meer Britpop bands door mijn hoofd bij het horen van de nummers die volgen.
Horen we daar geen Echo & the Bunnymen in And Full of Colours maar dan met Suede-zang?!
Totem Part II lijkt te knipogen naar The Velvet Underground.

Is het het psychedelische sausje dat ze over hun nummers gieten? De ietwat dreinerige zang a la Brett Anderson? De rammelende gitaren die ook met een hoop glam tentoongespreid worden?

Ongetwijfeld! The Wands hebben de platenkast van hun ouders omvergegooid en de krenten uit de muzikale pap weten te vissen en zijn er mee aan de haal gegaan. Misschien hebben ze ook nog wel een visnet op zolder gevonden en dat aan hun plafond gehangen. Het Perzische tapijt zal voorlopig ook nog wel niet aan de vuilnisman meegegeven worden.

Is dat heel erg? Nee hoor. Als je even genoeg hebt van 'de originelen' is dit best een leuke 'afwisseling'.
Natuurlijk zijn er talloze bandjes die dit zo doen en een echte aanvulling vormen ze niet meer op je platenkast maar zolang het prima gedaan wordt (en dat doen The Wands best wel) is er gewoon spraken van een prima album, en dat is dit heus wel.

The Welcome Wagon - Precious Remedies Against Satan's Devices (2012)

poster
4,0
Het debuut is en blijft heerlijk. Een verkapte Sufjan Stevens plaat? Eigenlijk wel. Sommigen dachten zelfs dat het stiekem Stevens zelf was. Heel veel schelen deed het niet.

Vito Aiuto en zijn vrouw vormen het duo The Welcome Wagon en het reli-gehalte is eng hoog.
Ik heb daar helemaal niks mee maar als ik Prince en Sheila E overleef, overleef ik dit duo op dat vlak ook wel zullen we maar zeggen en daarbij ben ik nooit zo erg van de teksten geweest dus dat scheelt.
Het vorige album was zoals gezegd erg fijn en als er op deze nieuwe dan ook nog een cover van The Cure tussen staat (High) dan ben ik toch weer nieuwsgierig of dit vervolg ook de moeite waard is en worstel ik me wel weer door die teksten heen. Bekeren gaan ze me er toch niet mee doen.

En het moet gezegd. Ook Precious Remedies Against Satan's Devices klinkt erg lekker. Drukke nummers afgewisseld met rustige sfeervolle songs. Ook wel wat meligheid is er te horen, althans dat vind ik dan (Rice and Beans (But No Beans)). Het staat er allemaal op met iets minder invloed van Sufjan Stevens. Het zorgt er wel voor dat ik de vorige daardoor net een slagje beter vind.
Erg Amerikaans en daardoor voor mij niet altijd even geschikt want ik moet daarvoor in de juiste mood zijn maar verder? Prima cd (en nog steeds geschikt voor Sujanatics).

Meezingen mag, moet niet, welkom in de kerk van dit bijzondere duo

Nieuwsgierig? Precious Remedies Against Satan?s Devices | The Welcome Wagon - thewelcomewagon.bandcamp.com

The Welcome Wagon - Welcome to the Welcome Wagon (2008)

Alternatieve titel: The Sunday Sing-a-Long Brought to You By... the Welcome Wagon

poster
4,5
Gelukzalig is het woord dat me te binnen schiet als ik de eerste tonen van Up On a Mountain hoor. Is het doordat dit album afkomstig is van 'presbyteriaanse pastor Vito Aiuto en zijn vrouw Monique Aiuto'? Kennen we die naam niet van het Stevens-album Michigan?
Want er hangt wel een groot hallelujah-geurtje rond dit album. Lovesexy van Prince is er haast niks bij. Is het dit vrome duo die me dat gevoel geeft?
Ik vrees het toch van niet; ik denk dat het toch echt het feit is geconfronteerd te worden met nieuw Sufjan Stevens werk ook al is de zang van andere artiesten (de stem ligt overigens wel heel erg dicht bij die van Sufjan).
Sold! To The Nice Rich Man laat dan wel weer een ietwat andere richting van de man horen en de twijfel blijft toch wel bestaan: zingt ie nu wel of zingt ie nu niet zelf? Muzikaal gezien is er geen enkele twijfel. Maar goed, die richting dus: warme, funky klanken zorgen voor licht in de duisternis van deze donkere decembermaand en dan mag het duo nog zo hard 'here comes the dark' zingen. De ster van Bethlehem kan niet feller schijnen dan het licht dat dit nummer weet uit te stralen. Hemels gospel-koortje, swingende blazers: ja, dat tovert een lach op mijn gezicht. We zijn weer thuis...... heerlijk! Welkom thuis dus, eh welcome wagon in dit geval.
Veel bewerkte oude spirituals op dit album en dat Unless The Lord The House Shall Build zal er vast eentje van zijn. Tekstueel gezien wat zwaarder verteerbaar voor deze niet-gelovige jongen, maar ach, als je het Prince-gepreek jarenlang hebt weten te overleven dan lukt dit wel en zeker als het liedje gewoon heel mooi is.
He Never Said a Mumblin' Word is al net zo mooi. Het zijn dit bescheiden mini-juweeltjes van de Sufjan Stevens-albums die het altijd goed doen. Ik wil het haast hypnotizerend noemen.
Het banjo-getokkel op Hail To The Lord's Anointed is uit duizenden herkenbaar en daarmee toont het de kracht van de artiest Sufjan Stevens aan: zijn stempel is zo nadrukkelijk en de man heeft inmiddels een eigen muzikaal universum kunnen creeëren. Zelfs als andere mensen aan het werk zijn herken je de stijl gelijk al. Maar goed: Stevens' bijdrage is natuurlijk ook meer dan gemiddeld uiteraard. De lichtheid van de banjo krijgt een somberder schaduw in de vorm van de donkere blazers en hierdoor ontstaat een mooi contrast waardoorheen het engelenkoor perfect weet te manoevreren.
But for You Who Fear My Name is funky gospel en daardoor ook erg pakkend. Je gaat zelf al bijna handenklappend door je eigen huiskamer heen marcheren.
American Legion is zo'n typisch zoet Sufjan-liedje: happy happy en laat de bijtjes maar komen, winter of niet. Ik weet het: de één gruwt ervan en de ander vindt het schitterend. Plaats mij maar in de laatste categorie. Aan het eind breken de wolken open en zien we de holy grail (waarom heb ik hier toch die Monty Python-film zo op mijn netvlies?!).
Boeren-hoempa horen we op You Made My Day. Maar dit heeft wel bijzondere, kleine kwinkslagen waardoor het geheel erg boeiend blijft en mij er voor weet te behoeden de skipknop te zoeken.
Half a Person lijkt haast wel op een Belle & Sebastian-liedje met dank aan zangeres Monique (de link met Isobel Campbell is snel gelegd) maar ook met dank aan The Smiths die natuurlijk onsterfelijke liedjes hebben geschreven waarvan dit er eentje is. Uitstekende cover moet ik zeggen.
Ook Jesus is geen onbekende. Sterker: het is te vinden op één van mijn favoriete albums aller tijden, nl. The Velvet Underground. Hier verliest deze versie het toch dik van het origineel dat heel klein gehouden is, terwijl dit juist erg uitbundig uitgevoerd wordt. Het neigt zelfs naar foute opera-rock. En toch, en toch: het heeft ook wel weer wat moet ik zeggen.
I Am a Stranger is het langstdurende nummer op dit album. Hierdoor is er ook voldoende ruimte voor avontuur. Ook hier valt het gospel-gehalte op, maar nergens neigt het naar Polyphonic Spree-achtige taferelen (waar ik overigens niet vies van ben laat ik dat er duidelijk bij vermelden). Leuk is dat ze hier een Jesus Christ Superstar nummer in verwerken (Everything's Alright).
En dan zijn we al weer aangekomen bij Deep Were His Wounds, and Red; een relaxed nummer met de reverend in de hoofdrol op akoestische gitaar wat langzaam uitgroeit tot een mooi popliedje. Een prima slotakkoord van een uiterst verrassend album die prima voldoet om het wachten op een nieuwe Sufjan Stevens wat makkelijker te maken. Dit zou rustig voor een album van zijn eigen hand kunnen doorgaan, daarvoor is zijn invloed ook veel te groot.
Ik ben er zeer, maar dan ook zeer mee in mijn nopjes kan ik wel zeggen. Ziet u die glimlach nog? ------------>

The White Album - Songs from the Sun (2017)

poster
4,0
Voorganger The Quiet Strum viel me op door de gelijkenis op de voorkant met Revere-zanger Stephen Ellis, die ik persoonlijk ken. Het grappige is dat hij de gelijkenis zelf ook zag.
Het was de opening naar een band waar ik nog nooit van gehoord had.

Mannen met baarden uit Denemarken: nog leuker!

En het album was er eentje om best een beetje van te gaan houden. Als je dan op hun Facebook vraagt of ze Nederland een keer komen vereren met een concert en je dan een sympathiek antwoord van ze krijgt dan ben ik wel een supporter.

De opvolger werd nu dus een zekerheid voor mij. Ik was er nieuwsgierig naar. De voorganger bleek erg fris en verrassend. Niet de stijl, maar de manier waarop ze de nummers brengen.
Het is op Songs from the Sun niet anders: dertien ambachtelijk gemaakte nummers. Mooie (samen-) zang, glasheldere productie en een tijdloze sfeer. Niet voor niks hun bandnaam zou je kunnen zeggen.

Is er dan geen kritiek op deze band. Nee, niet echt. Ja, heel erg avontuurlijk is het misschien niet, maar moet dat dan altijd?! Nee.
The White Album levert gewoon een prima tweede album op. Nu dat concert in Nederland nog.

The White Album - The Quiet Strum (2014)

poster
4,0
En toen zag ik die hoes en dacht 'heeft Stephen Ellis, de zanger van Revere, zonder dat ik het wist een solo-album uitgebracht?'. Nee dus

Uit Denemarken komt fijne muziek. Uit het hoge noorden komt sowieso wel vaker fijne muziek.

The White Album bestaat uit 3 mannen met baarden en ze maken vrij relaxte folk. Ásgeir zonder de lichte elektronische invloeden. Meer folky.

Ja, het is niet echt nieuw wat we horen maar het klinkt zeer aangenaam allemaal.
Dat zijn de gevaarlijke albums, want meestal verdwijnen ze al snel naar de achtergrond. Mijn gevoel zegt dat dit langer mee kan gaan omdat het voor mij de invloeden heeft die ik waardeer in muziek: de folky kant heeft een beetje zijn uiterste datum bereikt maar de manier van zingen trekt me over de streep. Ietwat androgeen , ondanks de stoere baarden-looks, op een bedje van rustige gitaren.

Voor spanning hoef je hier niet te wezen, wel voor zeer gedegen folk uit Denemarken gemaakt door mannen die weten hoe je aangename liedjes schrijft.

The White Stripes - De Stijl (2000)

poster
4,0
Toen ik White Blood Cells indertijd hoorde wilde ik meer horen van deze band en ik ben toen snel hun debuut gaan beluisteren.
Toch moest eerst Elephant nog verschijnen eer ik op zoek ging naar deze tweede cd.
Misschien was het omdat de meningen hier wat verdeelder over waren of misschien had ik wel genoeg aan de albums die ik al kende.
Anyway, ook De Stijl moest een keer aan bod komen en aangezien ik er nog niks over geschreven heb moet dat nu maar eens gebeuren vind ik.

Het nog geen twee minuten durende You're Pretty Good Looking (For A Girl) is uiteraard nog steeds ruwe en rauwe rock maar toch klinkt het opeens poppier en deed het me de eerste keer flink wat fronsen met mijn wenkbrauwen. Ik twijfelde een beetje aan het serieusheidsgehalte. Dat is inmiddels helemaal goedgekomen omdat het gewoon een aanstekelijke opener is.
Hello Operator is rauwe, ongecompliceerde blues-rock. Opvallend is dat The White Stripes wat meer dingen lijken uit te proberen om wat variatie te tonen. Ze doen het met simpele middelen en ze slagen er redelijk goed in.
Little Bird bevat lekker gitaarspel en kent prima wendingen.
Apple Blossom heeft iets lievigs en dat mag bijzonder heten, zeker als je het debuut ook kent. Ik prijs het dat ze nieuwe dingen uitprobeerden en ik vind het niet eens slecht uitvallen allemaal.
I'm Bound To Pack It Up is akoestischer en zorgt door het electrische viool-geluid voor een heel andere tint. Ik ben er nog steeds niet uit of ik het mooi vind of niet. Het rare is wel dat het nooit een skip-nummer is geworden en dat ik altijd wat aandachtiger luister naar dit nummer.
Death Letter heeft een lekkere sleazy ondertoon en dat mag ik wel. Niet een van hun spannendste nummers, maar het heeft wel wat.
Sister, Do You Know My Name? heeft wederom dat lijzige en daar is de slide-gitaat vast verantwoordelijk voor. Het tempo ligt wat lager (gaat voor het hele album wel op eigenlijk).
Truth Doesn't Make A Noise is ook duidelijk wat softer te noemen maar ik vind het wel een erg mooi nummer. Hoe je het ook went of keert: ze maken dit album met nummers als deze wel een stuk veelzijdiger.
A Boy's Best Friend klinkt lekker loom, maar tot op de dag van vandaag doet het me niet zo heel veel.
Let's Build A Home is weer ouderwets hakken en klinkt euforisch. Heel simpel maar wel effectief. Het stelt verder allemaal niet veel voor maar daardoor is het soms juist zo lekker.
Jumble, Jumble is van hetzelfde laken een pak. Beetje simpel maar toch prima aan te horen.
Bij Why Can't You Be Nicer To Me? krijg ik telkens wat Hendrix-mijmeringen. Het is rauw en bluesy en volgt een rechte lijn naar het einde toe.
En dan het semi-grappige Your Southern Can Is Mine aan het einde. Voor mij hoeft het niet zo nodig, maar toch hoort het wel bij dit duo. Het maakt ze tot wie ze zijn: een van de interessantere bandjes van de laatste jaren, en lekker........................ erg lekker.

The White Stripes - Get Behind Me Satan (2005)

poster
4,0
Het blijven onmiskenbaar the White Stripes, maar zoals inmiddels wel bekend zijn hier toch wel nieuwe elementen te vinden en is de gitaar een wat minder grote rol toebedeeld.
Opener Blue Orchid hakt er lekker in en vind ik gewoon ijzersterk. The Nurse irriteert me een beetje: het komt wat chaotisch over. Hier krijg ik dan zo'n gevoel van "we willen anders doen, maar weten niet precies hoe". In My Doorbell lukt dit dan weer wel en is gewoon een leuke nummertje. Forever for Her (Is Over for Me) is een relaxed nummer. Piano-riedeltje hier en daar. Lekker thuis komen, voetjes omhoog en even tot rust komen. White Stripes zei u ? Jazeker, we hebben het nog steeds over deze band. Little Ghost: tijd om weer van die bank af te komen met je luie donder, het is tijd voor een feestje. Jippie-ay-ee ! Country ? huh hoorde ik dat nu goed ? Ja toch ? Maar ondertussen swingen we weer rockend verder op The Denial Twist. Dit herkennen we dan toch weer wat beter als de band van bv. White Blood Cells. Maar ook hier klinkt het allemaal net even wat luchtiger. Jeetje, nu blijkt dat die single Blue Orchid toch wel wat misleidend is geweest. Dat onderstreept White Moon ook nog eens flink. Ook hier pakken ze niet heftig uit, maar kalmeren we de boel met een rustig "wiegeliedje op zijn White Stripes" .
Wat getokkel, wat gepiel en welja na al die verschillende stijlen moeten we ook nog even de blues erin gooien op Instinct Blues. Ja ja, lekker venijnig en vuil. He he, zo kenden we ze toch uit het verleden. En we weten ook nog dat Meg wat mag meezingen. Deze keer is dat op het niemanddalletje Passive Manipulation. Voor je het weet is dit al weer voorbij en gaan we over op Take, Take, Take. Een nummer waar ik niet zo goed mee uit de voeten kan. Maar ook hier pakken ze niet echt uit. Het klinkt allemaal erg akoestisch. Niet slecht, maar even wennen denk ik. As Ugly As I Seem blijft de "akoestische stijl" volgen. Ingetogen nummer wat doet uitkijken naar zomerse avonden bij een kampvuurtje. Kijk ons een fijn samen muziek maken. En toch vind ik dit een mooi nummer. Bellen ? Een hoop toeters en bellen zul je bedoelen (zonder echte toeters wel te verstaan: zover zijn ze op dit album nog niet). Wakker worden: rocken doen we nog steeds, alleen doen we dat met een paar uithalen. Red Rain is een grappig nummer zoals we ze uit het verleden wel kennen van dit duo.
I'm Lonely (But I Ain't That Lonely Yet) sluit dit nieuwe album af. De piano kwam al veelvuldig voor op deze cd. Hier speelt hij de hoofdrol.
Tja, en dan moet je een mening gaan vormen over deze plaat. Het stuitert een hoop kanten op (ook kwalitatief), en ik kan mijn vinger er niet echt op leggen. Maar doet het me wat ? Jazeker. Heel anders dan op de voorgangers, maar ik vind het een uitstekend album. Dit eigenzinnige duo valt op: het is dat kleine jongetje uit de klas die in eerste instantie niet lijkt op te vallen, maar ondertussen een hoop uithaalt waardoor er veel leven in de brouwerij is.
Laat je niet misleiden door de single Blue Orchid, maar ga uit van een hoop plezier. Het niveau van Elefant halen ze niet, maar dit is zeker een prima opvolger.

The White Stripes - Icky Thump (2007)

poster
4,0
Zo dat is weer lekker binnenkomen met single en tevens titeltrack Icky Thump. Een spannend nummer waar ik in het begin eigenlijk best nog aan moest wennen. Maar nu ik het meerdere keren gehoord heb kan ik concluderen dat het voor White Stripes-begrippen een verfrissend nummer is geworden die de aandacht van de luisteraar er goed bij weet te houden, althans bij ondergetekende luisteraar in ieder geval.
Dan het nummer met de lange en dwingende titel You Don't Know What Love Is (You Just Do As You're Told). Het gaat op bekende wijze van start: lekkere, ongecompliceerde rauwe rock. Zo kennen we dit duo goed. Ik blijf het knap vinden dat ze met zo weinig middelen zo'n vol geluid kunnen voortbrengen. Horen we wat nieuws? Nee, niet bepaald, maar als ik al 5 albums lang van wit gestreepte liedjes kan genieten dan kan dit nummer er ook nog wel bij. Geen enkel probleem voor mij en als het dan wederom een pakkend nummer is dan ben ik gewoon tevreden.
300 Mph Torrential Outpour Blues klinkt soms wat liever maar kent wel degelijk de bekende gitaarriffs. Sterker: zo af en toe scheurt het de bocht uit, maar het blijft binnen de perken allemaal waardoor we kunnen vaststellen dat er binnen 1 nummer gewoon een hoop gebeurt. Misschien toch een beetje zeuren dan: het is met zijn 5 en een halve minuut net wat aan de lange kant. Volgens mij hadden ze dit ook in een korter tijdsbestek kunnen presenteren.
Bij Conquest gaat ie bij mij gelijk van Wauwwwww...... Kijk dit soort exotische uitstapjes vind ik dus wel wat. Het doet me in de verte denken aan het meezing nummer I Think I Smell a Rat. Het lijkt er niet op, maar het blert net zo lekker mee.
Een spaanse rat dus, maar gloeiende gloeiende; met nummers als deze kunnen we dus maar weer mooi zeggen dat Jack en Meg nog lang niet afgeschreven mogen worden. Een ongelooflijk origineel rocknummer, en dat is het!
Wat klinkt Bone Broke dan opeens weer gewoontjes. 'The White Stripes puur' zeg maar. Rauw en recht door zee. Een eerlijk nummer waar halverwege de boel wat op hol dreigt te slaan, wat dan toch net niet gaat gebeuren.
Prickly Thorn, But Sweetly Worn klinkt rijker, mede door toedoen van extra instrumenten. Horen we daar opeens een banjo? En mogen we meejodelen met ome Jack? Natuurlijk! Door dit soort nummers blijft het duo fris, ontspannen en vooral erg boeien. Gooi er ook nog een doedelzak tegenaan en we hebben weer een erg lekker nummer te pakken.
Op St. Andrew (This Battle Is in the Air) gaan we nog even door op het doedelzak thema en krassen we er flink tegenaan. Een intermezzo waarop het lijkt alsof we allemaal flink doorgedraaid zijn (en zijn we dat inmiddels ook niet met z'n allen?).
1-2-3-4 en Little Cream Soda mag janken, scheuren en piepen. Wat zwaardere gitaarriffs geven het nummer zijn eigen klankkleur. Het is een volvet nummer geworden (niks halfvol dus, maar zwaar en romig).
Rag and Bone is blues-rock rechtstreeks uit de meest smerige garage, maar buiten dat swingt het de pan uit. Cool, funky en vooral heel aanstekelijk. Leuk zijn de korte gesprekjes tussen Meg en jack.
Hallelujah-praise-the-lord en zet het orgel maar in: I'm Slowly Turning into You opent al goed met dat orgel. En wat een heerlijk moment als die vervomde gitaar het dan overneemt onder subtiele begeleiding van nog steeds dat orgeltje. Een uiterst fris nummer in het repertoire van de Stripes die, en ik zeg het nog maar eens, er voor zorgt dat dit duo voorlopig nog flink aan de top staat.
A Martyr for My Love for You gaat groots van start om vervolgens wat kleiner te worden. Het duurt niet lang of de sound krijgt weer een volvette laag en het orgel slaat om je oren maar wel telkens afwisselend met rustiger momenten. Hierdoor vind ik het wederom een heerlijk nummer en dit zal wel eens snel tot een van mijn favorieten van deze cd kunnen gaan behoren.
De titel Catch Hell Blues doet al vermoeden dat we hier met Tarantino-achtige smerige blues van doen gaan krijgen. Niet dat Tarantino nu wat te maken heeft met The White Stripes, maar als ik die titel telkens weer zie dan leg ik onbewust toch telkens weer die link. En blues is het zeer zeker! En wat mij betreft kan Tarantino het best wel eens gaan gebruiken in een van zijn films. Vies, voos en zeer genietbaar. En Jack White heeft toch wel wat van een hysterica zo af en toe. Plaatje compleet.
Effect and Cause is een wat simpeler afsluiting. Daar heeft dit duo wel vaker last van: net even een wat meliger of flauwer nummer aan het einde zetten. Verder niet zo veel mis mee, maar daar heb ik het dan ook wel weer mee gezegd.
Lijkt het me duidelijk dat ik kan concluderen dat er wederom een sterk album is toegevoegd aan de discografie. Een album waar ik nog veel plezier aan ga beleven en dat ik nu ga belonen met een dikke 4* met een mogelijke uitloop van een halfje extra.

The White Stripes - The White Stripes (1999)

poster
4,5
Het debuut van The White Stripes ben ik ooit met terugwerkende kracht gaan beluisteren. White Blood Cells was mijn eerste kennismaking, vandaar.
Al bij opener Jimmy the Exploder kan ik niet stil blijven zitten. Lekker rauw, lekker Led Zep en gewoon onweerstaanbaar. Dat mijn boxen nog niet geexplodeerd zijn komt omdat ik toch wel rekening wil houden met mijn buren Het is mijn favoriete nummer van dit debuut.
Erg cool, rauw, rock en tegelijkertijd o zo funky vind ik Stop Breaking Down. Damn dit klinkt smerig maar tegelijkertijd swingt het alle kanten op en is het ongelooflijk goed aan te horen. Niks moeilijkdoenerij of elitair maar uiterst origineel (terwijl het dat in wezen ook niet echt is).
The Big Three Killed My Baby borduurt gewoon voort op de voorgangers en eigenlijk doen ze dat al heel wat albums lang. Dan is het toch knap te noemen dat het nooit gaat vervelen nietwaar. Althans: ik vind het nooit vervelen. Uitermate geschikt om lekker luchtgitaar op te spelen of je lijf in allerlei bochten te kronkelen om vooral maar mee te doen met de Stripes.
Suzy Lee krijgt een bluesy country tintje mee. Niet te veel waardoor het erg goed blijft passen bij de rest. Ondanks dat het qua instrumenten niet erg anders is dan de rest hoor je toch een compleet ander nummer en dat vind ik dus het knappe aan deze band en dat is ongetwijfeld ook de reden van hun grote succes.
Sugar Never Tasted So Good is wat akoestischer. Heel effectvol en uiterst meezingbaar.
Wasting My Time klinkt wat spannender en Jack White jankt er weer lekker op los. Het doet me heel erg denken aan de soundtracks behorende bij Tarantino-films. Hij zou het zo kunnen gebruiken.
Alle nummers op dit album zijn lekker kort en bondig en dat verleent ze hun kracht, zo ook Cannon. Geen tijd voor geleuter maar gewoon rocken. Heel puur allemaal.
Astro hakt en zaagt. Ruw en ongepolijst en toch een diamantje. Doe dat maar eens na!
En na al dat hakken en zagen kun je Broken Bricks als resultaat hebben. Maar dit nummer hakt zo mogelijk nog harder en is nog rauwer. Shake your ass and dance baby! Goudeerlijk en zonder opsmuk bewegen we nog geen 2 minuten in de rondte. En die bel? Tijd voor een rondje van de zaak misschien?
Neuh, want we gaan snel door met When I Hear My Name. Oh fuck: mijn naam? Moet ik dat rondje gaan betalen dan? Even zonder gekheid: ook dit nummer weet de juiste rauwe snaar te raken.
Op Do nemen ze wat gas terug. Ondanks dit feit blijft het allemaal zijn ruige karakter behouden. Een ietwat onopvallend nummer in mijn oren, maar zeker niet verkeerd.
Een paar berichten hierboven hebben ze het al over het feit dat Screwdriver een geestige riff heeft. Of geestig de beste kwalificatie is weet ik niet, want geestig staat bij mij een beetje voor gek en ik vind dit niet gek. Ja TE gek misschien. Hoe dan ook wel een van de beste nummers op dit album.
One More Cup of Coffee (Valley Below) is weer wat rustiger en valt bij mij weer in die eerder genoemde Tarantino-categorie. Heerlijk bezwerend nummer wat erg sexy klinkt (in vreemd contrast met de titel uiteraard). Maar ik vind dit gewoon een heel geil nummer en ook dit beschouw ik als een persoonlijke favoriet. Yummmmmm.
Tsjak-boem-boem gaat ie weer voort op Little People maar dan net nog even spannender. Wat dat aan gaat is dit zeker geen plaat die aan het einde inkakt; het lijkt alleen maar beter te worden en dat terwijl we al bij nummer 14 zitten.
Slicker Drips is lekker jagend en weet je adrenaline-gehalte goed omhoog te krijgen. We zijn boos, heel boos, maar dan wel met een vette knipoog.
Het pianootje op St. James Infirmary maakt het nummer gelijk opvallend en o mijn God wat klinkt dit weer super. Ik blijf telkens versteld staan dat dit album zo op niveau weet te blijven en dat met zoveel nummers.
Aan het einde vechten we nog even met piranhas op I Fought Piranhas en ik kan daarna de conclusie trekken geen spijt te hebben van het teruggaan in de discografie van dit waanzinnige duo.

The Whitest Boy Alive - Rules (2009)

poster
3,5
Bart schreef:
dromerige sfeer

Doc schreef:
lekkere muziek

Pinsnider schreef:
niet wereldschokkend

Lennonlover schreef:
Leuk om te beluisteren op een terrasje in het zonnetje

TvO schreef:
Wat een heerlijke rustgevende stem heeft Erlend toch


Zo................ dan hoef ik er verder niks meer over te zeggen

The Who - Tommy (1969)

poster
5,0
Tommy behoort tot mijn rij 5* albums, en gezien het feit ik eigenlijk vind dat ik deze hele rij moet voorzien van wat meer aandacht op de site zal ik er ook aan moeten geloven bij dit meesterwerk van The Who.
Maar toch vind ik dat eerlijk gezegd zo makkelijk niet. Allereerst is dit een album van voor mijn tijd. Het is dan toch een andere beleving van zo'n album. Maar goed dat is geen excuus.
Nog een keer proberen dan: het is een conceptalbum en geeft een verhaal weer. Hierbij is dus niet veel eigen fantasie meer nodig bij het beluisteren van een album. Zo, dan hoef ik ook niet meer op te gaan schrijven waar ik telkens aan denk en wat ik voel.
Zit wat in, maar genoeg geprobeerd om er onderuit te komen, Overture is namelijk al lang van start gegaan in de cd speler. Schrijven zul je!
Overture: tja het zijn vaak van die bombastische openers in de klassieke muziek. En The Who neemt dat letterlijk over: dit is een klassieke opener van een klassieke plaat, rockplaat wel te verstaan.
Een overture als deze eenmaal gehoord en je weet dat je nooit meer los gaat komen van dit album. Magnifiek!
En dan die subtiele overgang naar It's a Boy met die fantastische blazerspartij. Hoe kort het nummer ook is, op mij maakte het toen ik het voor de eerste keer hoorde een verpletterende indruk.
1921 is ook al zo'n pakkend nummer. Dit wel eens meegezongen onder de douche? Zeker eens doen! De hele opbouw hiervan verraadt al dat dit wel eens zeer geschikt zou kunnen zijn voor een Broadway (of weet ik welke nog meer) musical-bewerking die er later dus ook kwam.
Op Amazing Journey horen we uiteraard weer schitterend drumwerk. Het is een perfecte opmaat voor het nummer Sparks met al zijn psychedelische geluiden. Duidelijk een kindje van zijn tijd (we spreken immers 1969). De tempo-wisselingen in dit nummer vind ik overigens top.
Eyesight To The Blind (The Hawker) is lekkere rock. Nergens over the top, maar gewoon recht voor zijn raap in alle eenvoudigheid.
Op Christmas trekken ze net even meer uit de kast. Hierin weer veel wisselingen en het overbekende See Me, Feel Me laat al van zich horen.
Cousin Kevin vind ik vooral zo mooi vanwege de zangpartijen. Het klinkt wat gedateerd misschien, maar ik vind de ingehouden manier van samenzang er echt enorm bovenuit springen. Nergens krijgt het een schreeuwerig toontje, wel degelijk een eventuele valkuil voor nummers als deze.
The Acid Queen is natuurlijk een klassiekertje alleen hoor ik dit liever door een zangeres vertolkt worden. Tina Turner in de film of Cheryl Freeman die haar longen uit d'r lijf zingt in de Original Cast Recording musical versie, het maakt mij niet uit, maar daar spettert dit nummer veel meer.
Er is ook nog zoiets als een Underture. Tien minuten lang plaatsnemen in een rollercoaster is vergelijkbaar. Absoluut een hoogtepunt op deze plaat.
Het 24 seconden durende Do You Think It's Alright? heeft duidelijk een Beatles touch, maar duurt te lang om er echt iets over te melden. Snel door dus naar het ook niet al te lange Fiddle About; nummers die de voortgang van het verhaal moeten waarborgen en op zichzelf staand dan ook meer een verbindingsrol vervullen.
Pinball Wizard is uiteraard van een geheel ander soort. Dit is, ja daar komt ie weer, een klassieker pur sang. Niks meer of minder over willen zeggen lijkt me zo.
There's A Doctor is wederom een nummer die anderen onderling met elkaar weet te verbinden.
Muzikale thema's keren weer samen in Go To The Mirror Boy!. Ook hier weer het See Me, Feel Me. Nog steeds vind ik dit een uiterst pakkend nummer van ongekende pracht. Ook hier valt de ingetogenheid me weer op.
Tommy Can You Hear Me? heeft weer die mooie samenzang en is een vrolijk klinkend nummer die weer de opmaat vormt voor het bevrijdende Smash The Mirror.
Sensation heeft wederom prachtige blazerspartijen. Het is ook wel weer zo'n kenmerkend sixties-nummer, maar ja dat is niet iets wat we anno nu tegen ze moeten gaan gebruiken natuurlijk, bovendien is er niks mis mee.
Het 12 seconden durende Miracle Cure is uiteraard al weer voorbij voor je het door hebt. Sally Simpson daarentegen is dat niet. Het is een nummer dat altijd nog lang blijft hangen bij mij. Het swingt in elk geval heerlijk.
I'm Free hoort denk ik toch ook wel bij mijn favoriete nummers op dit album. Je voelt het einde ook sterk naderen.
Maar we zijn nog niet helemaal bij dat einde, want daar is nog het prachtige Welcome. Dit nummer wint meer en meer kracht hoe vaker ik het hoor.
Tommy's Holiday Camp komt daardoor net even te storend over na een prachtnummer als Welcome. Uiteraard past het in de gehele verhaallijn, maar dat wil niet zeggen dat ik er dus automatisch ook maar over moet gaan staan jubelen. Maar ach, wat zijn nu die 57 seconden waard?
We're Not Gonna Take It is een perfecte afsluiter van dit concept-album.

Normaal gesproken ben ik niet echt een liefhebber van concept-albums, maar voor deze maak ik graag een zeer grote uitzondering, het krijgt niet voor niets 5*.
Ik heb de musical-versie in het theater ook bezocht en ik was bang voor een teleurstelling maar dat viel me 100% mee. Het was mooi om dit verhaal ook eens opgevoerd te zien. Of het verhaal an sich me wat doet? Niet zo heel erg geef ik eerlijk toe, maar dat boeit me niet als daar een soundtrack als deze bij hoort

The Winter Sounds - Maximum Reality (2018)

poster
4,0
Die hoes. Brrrrr. Hoe slecht. En toch werd ik nieuwsgierig dus het clipje van Earth After a Thunderstorm bekeken. Huh?! dit had ik nu ook weer niet verwacht maar klinkt geinig.

Dan op onderzoek. Blijkt dit al hun derde album te zijn als ik het goed heb.

Een band uit New Orleans die allesbehalve Amerikaans klinkt. Eerder Euro-pop uit de jaren '80. Indie new wave dance folk and punk anthems zeggen ze zelf. Mwoah. Euro-pop zeg ik.

Zit ik daar op te wachten? Twaalf nummers die ook op het Songfestival niet zouden misstaan?! Ja, blijkbaar, want dit is vrolijk en fleurig en doet extra verlangen naar de lente.
Allereerst vind ik de zang van Patrick Keenan heel erg fijn (doet me denken aan Stuart Murdoch, maar dan wat zuiverder). De harmonieën klinken warm en de liedjes pakken gelijk. Een nummer als Nineteen is gewoon een uitmuntend indie-popliedje. Charmant.

Ieder liedje heeft iets in zich waardoor het toch net even anders is, kleine accentjes. Ze doen je glimlachen, ze maken je warm van binnen, ze willen je naar de tuindeur doen rennen (okee ik heb een balkondeur) om die open te gooien en heel hard 'hallo lente' te laten roepen.

Vergeet die achterlijke hoes, vergeet de winter. Maximum reality is lente 2018. Ik zweer het!

The xx - Coexist (2012)

poster
4,0
aERodynamIC schreef:
Zou het mogelijk zijn om me over het gezemel van Romy en Oliver heen te zetten?

Dat was bij het debuut xx toen dat net uit was.

En ja hoor, het kwam allemaal goed en het album wist echt net niet in mijn top 10 over 2009 te belanden. Een sterke plaat dus. Het kostte even wat tijd maar uiteindelijk kwam alles goed. Van 'draak van een album' naar 'juweeltje'. Het overkomt me niet vaak maar in dit geval wel.

Hoe anders ging ik dus naar Coexist luisteren. Ik wist wat ik kon verwachten zeker dankzij de vooruitgesnelde nummers Angels en Chained. Maar dan gaat niet meer de vraag op of ik nog moet wennen aan de zang, dan rijst de vraag of het niet een beetje te veel 'meer van hetzelfde' gaat worden.
Dat is snel te beantwoorden met een ja en nee. Waar ik xx spannend en soms op het ijzige af vond daar vind ik Coexist juist een soort broeierigheid in zich hebben (de lichte dansinvloeden). Zo loom als je van de warme temperaturen afgelopen weekend werd zo ervaar ik ook Coexist: je doet niets en toch lopen de druppels over je hele lijf terwijl xx juist kippenvel opleverde vanwege het muzikale frisse briesje.
De vraag is welke ervaring je dan liever hebt. Een gevoelskwestie.

Velen zullen dit album saai vinden, saaier dan het debuut, maar mij bevalt de warme gloed die er regelmatig overheen gaat wel weer. En aan de andere kant mogen we best concluderen dat er nu ook geen schokkende veranderingen hebben plaatsgevonden in de afgelopen 3 jaar en moet je je er van bewust zijn dat het verrassende er af is. Was Coexist het debuut dan waren de reacties niet veel anders geweest dan indertijd bij xx denk ik. Nu is het zo'n 'beruchte tweede' en luisteren mensen toch anders.

Coexist is een trip van 38 minuten. Meer dan genoeg om het leuk te houden. Het is één geheel en je moet in de flow van het album zien te geraken. Lukt dat dan is het wederom een prima album om naar te luisteren, lukt het niet dan ligt saaiheid al snel op de loer en doet het weinig tot niets. Maar eigenlijk heb ik dat met debuut ook nog steeds wel. In dat opzicht is er dus weinig veranderd.

Chains, Tides en Swept Away maken momenteel de meeste indruk op mij.

The xx - xx (2009)

poster
4,0
aERodynamIC schreef:
Hoe dan ook krijgt het vast nog wel eens een herkansing.

Beter maar zo snel mogelijk, en nu geen vluchtige luisterpaalbeluistering.
Zou het mogelijk zijn om me over het gezemel van Romy en Oliver heen te zetten?

Intro doet z'n naam eer aan en vormt een uitstekende start. Ik was immers wel degelijk te spreken over de muzikale invulling van XX. Maar goed, misschien blijkt het een valse start te zijn want er is natuurlijk niet bepaald veel zang te horen en het gehum op de achtergrond werkt prima aanvullend dus ik klaag niet.
Het echte werk kan gaan beginnen met VCR: Cocorosie trapt af en Interpol kopt het in en dan mag ons meiske gaan zingen.
Zoals ik al eerder vertelde ben ik liefhebber van Belle & Sebastian waar de zang toch ook vaak erg zijig is, en de franse hijgmeisjes doen het meestal ook niet slecht bij mij. In tegenstelling tot mijn vluchtige eerste luisterpaalbeluistering komt ze er deze keer mee weg maar meneer versterkt het geheel met zijn monotone zang toch wel net even iets té veel van het goede. Voordeel is wel dat het nummer an sich dik in orde is en dat het niet lang duurt. Hoera! Dat viel dan mee deze keer.
Dat The XX best origineel is mag nu wel duidelijk zijn gezien de berichten in de pers en van mijn voorgangers op deze site.
Crystalised vind ik een zeer sterk liedje en wonder boven wonder weet ik deze keer mijn kalmte te bewaren. De kritiek op de zang zal blijven, maar rustig de boel beluisteren doet het zeker geen kwaad i.t.t. tot mijn eerdere zappende gedrag. De term achtergrondmuziek vind ik erg misplaatst want ik ben heel bewust naar dit album gaan luisteren en de volumeknop moest daarbij toch zeker niet op aangenaam kabbelend staan en dan merk je dat het zelfs een soort van intensieve muziek is. Kritiekpuntje is wel dat ik het gevoel krijg dat een nummer als dit wel erg snel afgekapt wordt maar tegelijkertijd besef ik ook dat dit misschien wel goed is ook omdat mijn agressie anders toch weer op zou kunnen komen zetten
Islands is een origineel liedje. Over de zang ga ik me niet meer uitlaten want ik kan rustig concluderen dat ik daar niet echt van onder de indruk ben en dat ze me beiden niet weten te raken maar de gemoedstoestand die het eerder bij me opriep is niet meer aanwezig. Blijft over: een fris wave-nummertje dat zo in de new acoustic movement van wat jaartjes terug geplaatst had kunnen worden maar dan wel een tikkie origineler door die wave-invalshoek en dat gaat ook op voor Heart Skipped a Beat dat klinkt als een frisse poging om het eerste miezerige herfstbuitje van dit jaar te willen worden.
Fantasy gaat duister van start, en een fractie van een seconde moest ik denken aan het album van musicmeter-user reptile71. Sfeervol, dromerig, maar tegelijkertijd ook wel een beetje naargeestig en mistig. Verlaten straatjes midden in de herfst waar de luchten grauw en grijs zijn en waar de miezer van geen ophouden weet. The XX weet wel van ophouden want het duurt slechts 2.38 minuten.
Shelter doet me een beetje terugdenken aan de tijd dat ik naar electronische pop luisterde van bands als Hooverphonic of Alpha (album: Come from Heaven). Hier dan wel met een toevoeging Cocteau Twins-koelheid. Dit nummer schijnt Chris Isaak associaties op te roepen (Wicked Game). Het zal wel aan mij liggen maar ik hoor het er, buiten het gitaarloopje, niet echt in terug.
Op Basic Space krijgen we Hot Chip-achtige electronic. Misschien niet terecht om juist die band als invloed aan te wenden maar het was voor mij de band die het eerst naar binnen schoot toen ik dit nummer hoorde. Fris, rammelend en toch niet al te moeilijk. Toch nog maar een opmerking over de zang: het is allemaal zo 'standaard indie'. Was dit van een ander kaliber dan was ik waarschijnlijk laaiend enthousiast geworden over dit gezelschap. Wat mij betreft gaat meneer in het vervolg gewoon zijn mond houden, want ik merk gewoon dat dit toch een irritatiebron blijft en dat om-en-om getrut mag van mij zo snel mogelijk stoppen.
Infinity is verreweg het beste nummer op dit album. Het is een broeierig nummer dat in de verte een Portishead-echo heeft. Mocht Beth Gibbons 19 zijn geweest dan had het misschien niet eens zo veel anders geklonken. Hoe dan ook beschouw ik dit nummer als een belofte voor de toekomst en voor nummers als deze wil ik mijn negatieve modus gerust uitschakelen. Zeurstemmen? Geen pit? Nu even niet: dit is erg lekker.
Met Night Time begint langzamerhand het einde in zicht te komen. Het gitaarloopje begint me nu een beetje te storen want dat kennen we nu wel. Gelukkig komt er na 2 minuten schwung in en wil ik dat gitaartruukje wel door de vingers zien (oei wat ben ik nu mild i.t.t. mijn eerdere opmerking bij dit album).
Stars mag aan het einde van de rit, gezien zijn titel, nog even schitteren maar doet dat niet echt: weer het gitaarloopje, weer die zeurzang. Een beetje die bekende nachtkaars.... u kent hem wel.

Het mag duidelijk zijn dat die eerste indruk niet overeind is blijven staan na volledige beluistering. Ik ben benieuwd wat dit verder gaat doen: gaat dit zo'n langzaam groeiend briljantje worden waardoor het eind december hoog in mijn lijstje komt te staan, of gaat dit me al snel vervelen en ga ik mijn eerdere kritiek weer van stal halen. Ik ben daar nog niet helemaal over uit.
Het zou inderdaad zomaar kunnen gebeuren dat The XX gaat uitgroeien tot een zeer sterk bandje. Ze hebben met een nummer als Infinity al laten horen dat het er in zit.
Nu nog even dat vervelende om-en-om-zang-gebeuren laten vallen en het geheel muzikaal wat meer voorzien van peper en spannender wendingen. Als ze dat voor elkaar krijgen mogen we blij zijn dat The XX bestaat. Zo niet........ ach, dan blijft er nog genoeg mooie muziek over

The Young Republic - 12 Tales from Winter City (2008)

poster
4,0
De mooie hoes en label End of the Road (waar de band Woodpigeon ook bij zit) waren voor mij reden om eens te luisteren naar The Young Republic.
En het allereerste dat mij te binnen schoot (net als bij Woodpigeon overigens) was 'hey, dezelfde charmante popliedjes als Belle & Sebastian'.
Waarschijnlijk doordat er eenzelfde soort 'lulligheid' rondom de liedjes hangt (niet negatief bedoeld) en de samenzang tussen een mannelijke zanger en een lieflijk hoogzingende dame. En goed door de lulligheid heen luisterend ontdek je stevig in elkaar zittende nummers die heel wat te bieden hebben.
Een band die gebruik maakt van cello en/of viool heeft bij mij al snel een pluspuntje en als het verder allemaal goed in elkaar steekt kan ik er wel eens warm voor lopen.
Weinig echt verrassende dingen op dit 12 Tales from Winter City want daarvoor hebben ze toch echt iets sterkere broeders en zusters in muziekland, maar fijn vind ik het zeker en het is zeker een gezelschap jonge honden om in de gaten te houden!
Overigens vind ik de toevoeging country nu niet bepaald opgaan voor deze cd: folk-pop (wat er blijkbaar aanvankelijk ook stond) dekt in mijn oren de lading beter. Okee, het zit er zeker een klein beetje in en inderdaad ook zelfs wat jazzy dingen maar het is toch misleidend denk ik en misschien zelfs afstotend en dat zou jammer zijn.
Laten we zeggen dat als je van Arcade Fire of Belle & Sebastian houdt je hier zeker ook even bij stil moet staan en misschien gaat 'even' dan wel wat langer dan dat duren

The Zutons - You Can Do Anything (2008)

poster
3,0
Waar ging het mis?

Toen het debuut uitkwam was ik gelijk enthousiast: een 4,5*, gelijk kaartjes gekocht voor hun optreden en het bandje kon niet meer stuk.
De tweede kwam er aan en ik was wederom wel te porren voor The Zutons. Toch bleek het album me niet te pakken en het kwam al snel de kast niet meer uit en ook die eerste raakte opeens in de vergetelheid. Vraag me niet waarom: het gebeurde gewoon.
En toen zag ik dat deze er aan kwam en het liet me helemaal koud.
Toch was er iets in me dat zei dat ik het toch weer eens moest proberen met ze: gun ze een herkansing want die vorige 2 cd's waren gewoon erg lekker.
Maar misschien had ik het toch niet moeten doen want You Can Do Anything doet me eigenlijk niks.
Slechte liedjes? Nee. Radicaal veranderd? Nee. Wat dan? Ik heb dus echt geen idee, echt helemaal niet gewoon. Ik probeer er weer warm voor te lopen maar het lukt simpelweg niet. Ik hoor een prima pop/rock album maar het is blijkbaar niet meer aan mij besteed.
Misschien toch maar het debuut weer eens opzoeken en kijken of ik de oude vlam wat kan aanwakkeren.

Theatre of Hate - Westworld (1982)

poster
4,0
Opener en tevens single Do You Believe in the West World heeft lange tijd tot één van de favorieten behoord van een 80's verzamelaar die ik in bezit heb.
Het is een lekker 'woest' dans-rock-punk nummer alsof Robert Smith een dans maakt met Bow Wow Wow en Adam & the Ants.
De originaliteit spat er van af en daardoor is het nog steeds een ijzersterk nummer.
Diezelfde originaliteit treffen we ook aan op alle volgende nummers: vreemde tegendraadse ritmes, apart instrumentgebruik en toch hangt er zo'n heerlijk jaren '80-sfeertje omheen.
Misschien een vergeten bandje inmiddels maar daar zijn sites als deze voor om dat weer een beetje terug te draaien!

Thelonious Monk with John Coltrane - Thelonious Monk with John Coltrane (1961)

poster
4,0
Soms heb je van die perfecte momenten. Gisteren was er zo eentje.
Heerlijk weer, dus buiten in de tuin met een zeer goede vriend en zijn vriendin aan de tapas en goede wijn. Na verloop van tijd werd het wat frisjes en verhuisden we naar binnen. Lekkere port erbij en de eerste LP (jawel het gaat hier om een echte vinyl-liefhebber) kwam boven tafel: Motorpsycho.... dit naar aanleiding van een persoonlijk gesigneerde poster van deze band. Die vriend werkt in 013 te Tilburg dus heeft soms op andere wijze contacten met bands en hij bleek al jaren een groot fan (inclusief een tattoo!). Dat was nieuw voor mij en dat mag bijzonder te noemen zijn want ik ken hem al 32 jaar
Alle bands die hij goed vond daar wist ik van maar deze niet.
Anyway, hoe prima de muziek ook, het pastte niet in de sfeer dus na 2 nummers kwam de volgende LP boven tafel en dat bleek wederom een verrassing want het eerste dat ik riep was 'hou jij van jazz??'. Ja dus (er volgde een nog grotere stapel vinyl op tafel) en dit album van Thelonious Monk & John Coltrane werd gelijk opgezet.
Alles smolt samen vanaf dat moment: oude verhalen uit lang vervlogen tijden, nog een glas port en fantastische muziek afkomstig van dit album.
Zelf heb ik het vandaag gelijk in bestelling gedaan en geniet ik nu tijdelijk van een mp3 op deze lome zondagmiddag. Soms heb je niet veel nodig om het goed te hebben......

Theoretical Girl - Divided (2009)

poster
4,0
Vorig jaar helemaal gemist: Theoretical Girl met het album Divided; een uiterst zonnig klinkend album van de uit Essex afkomstige singer-songwriter Amy Turnnidge.
Haar naam wordt veelal in één adem genoemd met Saint Etienne en daar kan ik me wel iets bij voorstellen: want het gaat hier om 12 heerlijke popliedjes met een alternatief randje en een snufje electronica. Het straalt eenzelfde zorgeloosheid uit als een Belle & Sebastian. Ik noem juist die band omdat je ook hier authentieke instrumenten terughoort als strijkers of blazers maar dan niet in de hoofdrol. Heel soms hoor ik er in de verte ook een Cranberries-echo in.
Het tempo ligt hoog waardoor het album nauwelijks de kans krijgt om in te kakken. Een absolute plus wat mij betreft.
Het is jammer dat ik dit overheerlijke popplaatje gemist heb vorige zomer maar misschien heeft het zo moeten zijn, want met de kou van de laatste tijd waar ik persoonlijk helemaal niks mee heb weten dit soort albums me in elk geval muzikaal wel te verwarmen.
Absoluut een tip voor liefhebbers van lieve, alternatieve popliedjes gezongen door zangeressen die een hoog charmantheidsgehalte hebben. Doe er dan ook een snufje zwieresque bij en je hebt een prima beeld van Divided.
Theoretical Girl dus........... een meiske met een bite (want zie de cover en luister naar de teksten, en dat in combi met de vrolijkheid van de muziek).

Thirteen Senses - Contact (2007)

poster
3,5
Voorganger The Invitation ging er in als koek bij vele Coldplay en Keane liefhebbers, en dus ook bij mij.
Het grappige was dat ik thuis niet eens de grootste liefhebber bleek te zijn, maar dat mijn ega eigenlijk veel enthousiaster over deze band was. Ik had toch een beetje iets van 'been there done that'.
We zijn inmiddels 3 jaar verder en in die tussentijd hebben we een hoop bands binnen dit genre zien en horen opereren. Ik gaf deze band dus niet echt veel kans meer, maar opener Contact lijkt een oud vuurtje toch wel wat op te kunnen doen laaien en ook de overige nummers zijn zo slecht nog niet en doen niet onder voor het debuut.
Horen we wat nieuws? Welnee, we kennen dit onderhand wel. Maar toch slaagt Thirteen Senses er in een prima opvolger te maken. Of er nog veel liefhebbers voor zijn moet dan nog blijken. Ik kan me er prima mee vermaken; gewoon een kwestie van niet te vaak uit de kast trekken. Doseren met mate dus

Thistletown - Rosemarie (2008)

poster
3,5
Folk saai? Zal best maar als ik opener, tevens titelsong Rosemarie hoor denk ik wel anders: een heerlijk omfloerst trompetje (zou Beirut hier stiekem aan hebben bijgedragen?), percussie en hemelse engelenzang ingebed in een of ander exotisch instrument.
Goedendag dames en heren dat is zeer fijn binnenkomen! Kunt u dat nog een keer doen? O ja, er is zoiets als een repeat-knop maar die bewaar ik voor later want ik wil meer, veeeeeeel meer!
Glow Worm bijvoorbeeld: even fijn wegdromen op zoetgevooisde klanken en weer duikt dat trompetje op wat deze folk net even een andere, ietwat spannender richting opduwt (Beirut ligt weer op het puntje van mijn tong, maar ook Eighteenth Day of May of Espers). De zang doet denken aan Kate & Anna McGarrigle zoals ik al zei, maar misschien komt dat meer door de manier waarop ze dit samen doen.
Under the Trees begint langzaam op toeren te komen en krijgt iets meedeinerigs met zich mee. Later voegt een fluit zich bij het geheel zoals dat ook netjes hoort binnen deze ietwat zweverige muziek.
Dance with the Sea start juist weer een stuk kleiner. Het is een lieflijk liedje met belletjes en andere tinkelende geluiden (drunken fairies? welnee, deze fairies zijn zo nuchter als wat).
Labyrinth heeft wat oosterse invloeden en wat klinkt die fluit hier doorheen dwarrelend toch akelig lekker. Het hele ritme van dit nummer heeft ook iets dwingends en je moet moeite doen om je voeten stil te houden tijdens deze 3.52 minuten. Met een beetje mazzel lukt een klein rondedansje ook nog wel.
Oak and Ash is puurdere folk met nadruk op de akoestische gitaren zelfs al klinken ook in dit nummer de belletjes weer zeer aanwezig. Je voelt de ochtend-mistdampen langzaamaan wegtrekken om plaats te maken voor een fris lente-zonnetje.
Moon Is a Pearl borduurt voort op het vorige nummer: het klinkt iets eenvoudiger alhoewel ook hier de aanwezige trompet me bij de les weet te houden (want met dit soort albums schuilt toch ook altijd wel het gevaar dat je na verloop van tijd wat inkakt).
Sun Is Coming Out, een fris regenbuitje op een aangename lentedag, duurt ook niet echt lang, een minpuntje wat ik bij veel soortgenoten toch nog wel eens moet constateren. De hele tijdsduur van dit album blijft dan ook zeer goed binnen de perken en misschien is dat ook de kracht hiervan.
Thistletown is wat mij betreft een rijke aanvulling aan deze tak van de folk-boom. Espers en consorten hebben concurrentie gekregen.
Misschien een beetje zweverig, maar wel lekker.

Thom Ashworth - Head Canon (2019)

poster
4,0
Altijd leuk als je een artiest persoonlijk kent. Thom is de partner van violist Ellie Wilson, die mensen wellicht kennen van de band REVERE, een band waar Thom de laatste jaren ook in speelde.

Het lastige is dat je dan toch anders naar muziek luistert in zo'n geval. Had ik er ook naar geluisterd als de connectie er niet was? Waarschijnlijk niet. Deze pure folk gaat meestal aan me voorbij. Opvallend is dat Ellie eveneens in dit genre actief is (ze speelt momenteel in Stick in the Wheel).

Maar goed, het is nu eenmaal zo dat mijn relatie tot dit album en deze artiest anders is dan anders en daar ben ik blij om, want anders had ik nooit mooie nummers als Pathfinding of Look to Windward kunnen horen.

In Revere speelde Thom meestal bas en dat doet hij op Head Canon ook niet onverdienstelijk. De basis is bas en de zang van Thom. Fijn om met het laatste nu beter mee kennis te maken, want voorheen beperkte zich dat slechts tot achtergrond koorwerk. Ellie is te horen op viool en daarnaast Mike Randon op drums plus af en toe saxofoon van Jack Durtnall, en die laatste geeft deze op het eerste gehoor wat traditionele folk juist een moderne twist. Dat gaat ook op voor het opvallende artwork van Kazland.

Ik ben oprecht aangenaam verrast door Head Canon. Op sommige momenten weet het album echt bij me aan te komen zoals op Look to Windward. De muziek weet me te raken en dat voor iemand die niet zo vaak in deze muziek te vinden is en er niet echt in thuis is.
Ongetwijfeld zal het niet makkelijk zijn voor Thom om een groot publiek te bereiken. Dat zou zonde zijn, want Head Canon is prachtig! Hopelijk weten mensen die mij een beetje volgen wat ze te doen staat.

Thomas Dybdahl - All These Things (2018)

poster
3,5
Thomas Dybdahl volg ik nu al weer wat jaartjes en het is telkens een beetje op en af met zijn albums. Altijd in orde, maar meestal niet verpletterend of heel erg pakkend. Het verschilt een beetje per album.

Toch wist ie me live wel in te pakken met een solo-show in Rotterdam en later een optreden met zijn band in Berlijn, dat bijna niet doorging omdat hij door een sneeuwstorm Noorwegen niet uit kon. Het optreden in Berlijn, waar het weer overigens wel uitstekend was, begon daardoor flink later maar was het wachten meer dan waard.
Dat was net na het verschijnen van zijn vorige album in 2017. Hij is er snel bij met een nieuwe.

Nu willen optredens vaak wel helpen om een album anders te beleven en ik denk zeker dat dat opgaat voor The Great Plains.
Met All These Things gaat dat niet op, daar er geen optreden van hem door mij bezocht gaat worden deze keer.

Ik vrees dan ook weer een beetje voor het op en af gevoel. Nooit slecht en dat is nu ook weer niet het geval, maar All These Things zakt weer een beetje af naar de afdeling 'prima middenmoot'. Van die veilige 3,5* albums zoals hij ze vaker scoort bij mij. Het kabbelt gezellig voort, het klinkt prima in de late uurtjes, maar ik word er ook niet heel erg warm van.

Wat is dat toch met Dybdahl?! Zoals hij me live weet te overtuigen, zo gebeurt dat met z'n albums slechts af en toe eens. All These Things zet de lijn voort van 'net niet helemaal'. Niet erg, toch wel een beetje jammer. Dit is wat saai allemaal.

Thomas Dybdahl - One Day You'll Dance for Me, New York City (2004)

poster
4,0
Mooie warme melancholiek is wat de heer Dybdahl ons voorschotelt. Alhoewel, heer? Dybdahl moet wel een oude geest in een jong lichaam hebben met zulke hartverscheurende muziek (hij is pas 27 jaar).
Alleen al de opener One Day You'll Dance For Me, New York City weet je gelijk te bedwelmen en daar gaat hij gewoon mee door tot aan het laatste nummer Piece (pt. 1 & 2).
Hiertussen een hoop warm orgel-geluid, prachtige stem, fraaie backing-vocals, rustig gitaarspel, strijkers en piano.
Nee inderdaad niet veel nieuws, maar toch weet Dybdahl te overtuigen door een bepaalde kracht die er van uit zijn songs opgaan.
Iets wat b.v. ook Ray LaMontagne goed voor elkaar weet te krijgen (met wie ik deze zanger graag vergelijk).
Net even meer favoriet dan That Great October Sound of Science, de andere 2 albums die ik ken. Nu Stray Dogs nog!

Thomas Dybdahl - The Great Plains (2017)

poster
4,0
Het is wat met die artiesten die al een tijdje in het akoestische folky vijvertje vissen. Er zijn er zoveel en het wordt steeds moeilijker om je te onderscheiden.
Wat doe je dan? dan ga je proberen nieuwe wegen in te slaan en als je het slim doet dan probeer je je oude sound nog enigszins te handhaven. Live kan je dan altijd nog je eigen ding doen.

Thomas Dybdahl valt wel in die categorie. Recentelijk nog een prachtig solo-optreden in Rotterdam, geheel in oude stijl, en nu zijn nieuwe album, waar er meerdere zijwegen worden bewandeld.

Niet erg, maar waarom krijg ik dan zo'n 'Bon Iver scoort er leuk mee, laat ik ook zoiets doen' gevoel bij beluistering van The Great Plains?! Met name in de eerste helft.

Schrik niet. Dit is geen 22, A Million. Dybdahl pakt het wat rustiger aan. Hij blijft zijn oude akoestische sound regelmatig benaderen, maar voegt er wel een elektronisch sausje aan toe. Dan kom je al snel uit bij de oude Bon Iver maar ook bij bijvoorbeeld een Ásgeir. Zelfde manier van zingen, zelfde manier van de mix opzoeken tussen twee aanvankelijk wat ver lijkende uitersten.

En daar zit het probleem. Het is niet verrassend meer. Het is al vaker gedaan. Dan moet je dus toch anders gaan luisteren (en een beetje door de stemvervormers heen luisteren). En eigenlijk is dat helemaal niet zo vervelend.

Dybdahl slaagt er in een mooie balans te vinden tussen melancholie, romantiek en meer opgewekte uptempo. De elektronische toevoegingen geven meerwaarde en zijn niet geforceerd 'kijk mij eens hip doen'. De stemvervormers vind ik daarentegen niet nodig, dat begint me onderhand de keel uit te hangen.
Met poppy, uptempo nummers heb ik niet echt een probleem, alhoewel ik Like Bonnie & Clyde dan goed vind klinken en ik met 3 Mile Harbor weer een stuk minder heb. Just a Little Bit vind ik ook niet geweldig, dan luister ik liever naar Jens Lekman of zo.

Zoals gezegd vist Thomas Dybdahl in een grote vijver met veel sterke soortgenoten. Hoe goed ik hem ook vind, is hij nooit helemaal doorgedrongen tot mijn grote favorieten getuige ook mijn stemgedrag.
Dit album brengt daar vooralsnog niet veel verandering in. Een prima pop-folk plaat met wat leuke randjes. Verder kom ik (nog) niet. Maar wat niet is, kan nog komen.

Thomas Dybdahl - Waiting for That One Clear Moment (2010)

poster
3,5
Thomas Dybdahl valt bij mij een beetje in de categorie artiesten 'die ik altijd wel blijf volgen ongeacht wat ze doen terwijl ze niet eens zo heel erg veranderen van koers'.
Ik noem een Josh Ritter, een Tom McRae, een Ray LaMontagne, Ed Harcourt en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Laat al dit soort artiesten dit jaar nu met een nieuw album komen (van Ray weet ik dat trouwens niet).

Thomas Dybdahl scoort redelijk constant bij mij: het scheelt slechts 1 keer een halfje.
Ik was dus wel erg benieuwd naar Waiting for That One Clear Moment. Zou het constant blijven? Negen nummers is niet zo heel erg veel, dus wat als de helft al wat tegen gaat vallen?
Ik heb van tevoren geen enkel nummer willen beluisteren waardoor dit album in één keer op me af is kunnen komen.
Laat ik wel zeggen dat ik de hoes foeilelijk vind, maar goed, dat zegt niks over de inhoud natuurlijk.

Die inhoud gaat van start met Blackwater waarin de stem van Dybdahl gelijk weer uit duizenden te herkennen valt. Maar jeetje: gaan we hier de freakfolk-kant op? De instrumentatie lijkt wat chaotisch en wekt even verwarring bij mij. Haast chaotisch gaat dit nummer hortend en stotend van start. Het geeft een hypnotiserend effect. Al die klanken (mooi en lelijk door elkaar), mystieke achtergrondzang, newsflashes en zang van Dybdahl. Toegankelijk is het niet: boeiend des te meer.
Over Party Like It's 1929 grapte user muziekobsessie al over Prince. Nu lijkt dit nummer niet op zijn (Party like it's) 1999, maar dit uptempo nummer heeft wel iets funky's in zich. Zo kennen we Dybdahl niet. Het lijkt soms wel of hij zich met z'n falsetto door dit nummer heenpiept, maar het past helemaal bij deze funk/soul op z'n noors.
Het lijkt sowieso wel de nieuwe koers, want ook I Just Can't Bring Myself to Say the Words zou zo een Prince-soul-ballad kunnen zijn. Warm orgeltje, tropische gitaarbegeleiding, zoetgevooisde strijkers en een sensueel zingende dame.
Titelsong Waiting for That One Clear Moment gaat ook niet bepaald gemakkelijk van start. Dit is toch duidelijk wat pittiger kost dan we gewend zijn van Dybdahl. Qua instrumentatie is het even doorkomen (er gebeurt van alles tegelijkertijd) en dan start hij wederom met 'spoken word' waar hij dan later doorheen gaat zingen. Het ritme lijkt haast wel drum and bass. Het nummer is en blijft wat chaotisch en komt soms wat stuurloos over.
impresjoNiste heeft een jazzy inslag en klinkt vrij donker. Ook hier weer allerlei knisperende bijgeluidjes die heel subtiel verwerkt lijken maar wel degelijk de aandacht trekken. En de zang? Die is er niet. Het gaat hier om een instrumentaal nummer.
My Little Friend is wat uptempo. Het klinkt wederom een beetje soul-achtig, maar de banjo geeft er dan weer een vervreemdende folk-twist aan. Absoluut een spannende combinatie en er lijkt in dit nummer ook een soort opbouwing naar een climax te zitten (een climax die niet echt komt). En opeens moest ik denken aan het laatste album van Kate Busch waar ook van dit soort nummers op staan.
Het gaat naadloos over in The World Is My Oyster. Het is een heerlijk dromerig nummer waar de dame die we eerder hoorde terugkeert (ik heb op moment van schrijven geen idee wie het is). Typisch Dybdahl-nummer, maar ook hier vind ik het allemaal wel wat complexer klinken dan voorheen.
Aan het einde van de rit zitten twee wat langere nummers waarvan Excuse Me, Brother de eerste is. Dit nummer vloeit voort uit het vorige en gaat duister van start en neemt rijkelijk de tijd (vandaar ook de lange duur van dit nummer). Na dit lange intro komt er wat schwung in het nummer, maar blijft het niet vrij van allerlei haast spookachtige geluidjes. De zang galmt er flink op los en dat blijft dus zorgen voor een wat spooky sfeertje; een term die ik voorheen nooit gekoppeld zou hebben aan deze artiest. Het is in elk geval een lange, avontuurlijke trip en zeker geen makkelijke kost. Dinner by candlelight gaat het deze keer zeker niet worden.
Songs lijkt het langste nummer van dit album (9 minuten) maar dat is niet geheel waar omdat het na ruim 5 minuten stopt. Het is redelijk relaxed en herhalend, maar klinkt wederom vrij scherp.
Na 3 minuten stilte (oh wat vind ik dat altijd toch een ongein) krijgen we nog even een strijkers-outro en dan is het gedaan met dit album.

Een album dat in het begin toch wel even wennen is. Dybdahl kiest voor het avontuur en gezien het genre waarin hij opereert is hij daar knap in geslaagd.

THUS LOVE - All Pleasure (2024)

poster
4,0
Queer post-punk band THUS LOVE is na twee jaar terug met een tweede album.

Memorial viel goed in de smaak bij mij dankzij de jaren '80 echo's en die zijn gebleven op dit nieuwe album.
Ietwat gruiziger en donkerder dan Lloyd Cole & The Commotions, The Smiths, Echo and the Bunnymen, The Church wellicht en met een toefje Bowie-glam.... ja, dat gaat er bij mij goed in...... en hoor ik daar nu ineens ook niet een beetje Manic Street Preachers (All Pleasure) en Pixies (Lost in Translation)?!

Inmiddels geen trio meer, maar een kwartet. Bassist Nathaniel van Osdol is vertrokken en Ally Juleen plus Shane Blank zijn erbij gekomen. Oh ja, dan moet je iets met voornaamwoorden doen toch? Veel he/him, he/they en she/they.

All Pleasure neigt soms wat meer naar de jaren waar grunge populair was en er is meer glam-rock aanwezig; daarmee laat de band toch wel een lichte koerswijziging horen ten opzichte van het debuut ondanks dat de jaren '80 nog steeds te horen zijn. De toevoeging van Ally Juleen is ook geen verkeerde met haar aanvullende vocalen hier en daar.
Face to Face valt op als piano-ballade halverwege. Genoeg nieuws dus om Thus Love niet te vergeten na dat ongelooflijk lekkere debuut.

Albums als deze verzuipen in het enorme najaarsaanbod en gaan de aandacht van een nieuwe The Cure uiteraard niet krijgen. Dat is te begrijpen, maar tegelijkertijd hoop ik dat er toch nog mensen de weg naar dit album weten te vinden want het is zeker de moeite waard.

THUS LOVE - Memorial (2022)

poster
4,5
Een queer postpunk trio.... dan ga je onderhand bijna al denken 'het zal wel weer eens niet'. Het lijkt onderhand hip en happening. Hoe dan ook: laten we gewoon naar de muziek luisteren, en die is goed. Erg goed.

Ik hoor op dit debuut een hang naar de jaren '80 met een flinke dosis donkere, dramatische glam. Soms heb ik echt het idee dat ik dit bandje in mijn tienerjaren heb gemist, maar het is toch echt een album dat recentelijk is uitgebracht.

Ondanks de kleine donkere randjes vind ik de nummers nog redelijk toegankelijk overkomen, ze wisten me gelijk al in te pakken. Misschien is het de herkenbaarheid, mijn bekendheid met het genre, de weemoed naar lang vervlogen tijden... wie weet...
Ik ben in elk geval blij dat deze muziek nog lang niet vergeten is en dat bands als Thus Love het levend weten te houden

Hou je van INXS, The Church, Echo and the Bunnymen of The Chameleons dan ben je hier aan het juiste adres.