MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Flying Burrito Brothers - Burrito Deluxe (1970)

poster
3,0
Voor mij echt een pak minder dan het debuut. Er staan te weinig hoogtepunten op, veel nummers kabbelen maar zo'n beetje voort, Farther along is tamelijk zeurderig, en de algehele indruk die ik krijg is dat niet iedereen er met z'n hoofd (of in dit geval dan misschien z'n hart) bij was. Het openingsnummer vind ik eigenlijk nog het leukst, en nu moet ik van mijn voorganger zelfs vernemen dat dat al door de Byrds was opgenomen...
        Al met al niet slecht maar ook niet echt goed; misschien is de voornaamste kwaliteit ervan nog wel dat ik het toch wel erg goede debuutalbum weer ben gaan draaien.
        Het valt MierenneukerOnHeavenHill trouwens op dat er voor Farther along op mijn 2-on-1-CD geen componist wordt genoemd. Voor de completisten onder ons: dat is een oude Christelijke hymne uit het Zuiden, geschreven door Jesse Randall Baxter Jr en de predikant W.B. Stevens.

The Flying Burrito Brothers - The Gilded Palace of Sin (1969)

poster
4,0
Eindelijk heb ik dan dit zwarte gat in mijn kennis van de popmuziek in het algemeen en de West Coast / country-rock in het algemeen opgevuld – schandalig laat, moet ik bekenen, zeker omdat ik Gram Parsons' twee latere solo-albums al jarenlang ken en waardeer. De conclusie bij The gilded palace of sin is snel getrokken: mooie plaat, heerlijk sober en toch vol geluid, fraaie samenzang, prima composities, en dus een uitstekend album, los van z'n belang voor de pophistorie. Hoogtepunten zijn voor mij Sin City en de beide Hot Burrito's, enige minpunt is het echt heel erg vervelende slotnummer (waarvan het slot dan gelukkig weer niet ad nauseam wordt opgerekt – ik zag het al aankomen dat die twee "There will be peace in the valley"-eindregels eindeloos herhaald zouden gaan worden).
        Echter, wat genoemd historisch belang betreft, dat begrijp ik toch niet helemaal. Natuurlijk, als er maar genoeg mensen zijn die er door beïnvloed zeggen te zijn, dan wordt het automatisch een belangrijk album, maar ten eerste vind ik dit wel een goed maar niet een briljánt album (ook Parsons-solo is nooit een echte held van mij geweest), ten tweede hoor ik het revolutionaire niet helemaal (afgezien van die incidentele fuzz en distortion), en ten derde, hoe vernieuwend kan dit album zijn overgekomen als je daarvóór ook al Roots van de Everly Brothers (1968), The fantastic expedition of Dillard & Clark (1968), Nashville skyline van Dylan (1969), en met Parsons zelf Sweetheart of the rodeo van de Byrds (1968) en Safe at home van de International Submarine Band (1968) hebt gehad? Ik begrijp het niet helemaal – of ligt het toch aan die kwaliteit die mijzelf aanleiding heeft gegeven tot ("slechts") vier sterren maar veel gebruikers hier (en veel muzikanten indertijd) tot de volle víjf heeft verleid?

The Fortunes - The Singles (1999)

poster
4,5
Stanley Koekblik schreef:
In Engeland was na de grote hits You've Got Your Troubles, Here It Comes Again en This Golden Ring hun singles-avontuur afgelopen. Daar deden singles zoals Seasons In The Sun helemaal niets. [...] Het is heel vreemd dat de uitstekende singles The Idol en Loving Cup voor het UA-label overal flopten.
In het overzichtsboek British beat van Chris May en Tim Phillips lees ik dat de Fortunes na hun tweede grote hit Here it comes again in een interview met een muziekblad vertelden dat ze op hun platen niet zelf hun instrumenten bespeelden. Dat laatste was in die tijd niet ongebruikelijk, en bovendien leunde hun sound sowieso meer op hun samenzang en op de zware orkestraties dan op hun gitaar, bas en drums, maar die bekentenis schijnt hun reputatie geen goed te hebben gedaan, ook al bleek bij hun liveshows dat ze hun instrumenten wel degelijk beheersten.
        Hoe dan ook, die stemmen zijn en blijven prachtig, met fraaie melancholische harmonieën die me soms doen denken aan de Moody Blues (ten tijde van Denny Laine), de Searchers en de Hollies, niet de minste namen natuurlijk. Vanaf Freedom come, freedom go (hun laatste hit in Nederland, die mij zelf sterk doet denken aan Middle of the Road, niet het genre maar de band) slaan de jaren 70 definitief toe, inclusief een afgrijselijke versie van het veelvuldig gecoverde Secret love en de modieuze reggae van het slotnummer, maar dat mag verder de pret niet drukken, want het eerste uur hiervan biedt al meer dan voldoende moois, en de professionaliteit en de sterke zang blijven gehandhaafd tot en met de laatste noot.
        Al met al is dit inderdaad een prima compilatie, goed geannoteerd, compleet, alles in chronologische volgorde en met een zeer aangenaam geluid, en dan staat óók nog eens hun kleine (Nederlandse) hit Celebration of the year erbij, een enorm brok jeugdsentiment dat ik zelf nog als vinyl-45 heb gehad (met als B-kantje Don't jump to conclusions, niet op deze verzameling opgenomen, je kan nou eenmaal niet álles hebben). Zelfs de All Music Guide geeft hier zijn zegen aan: "the only Fortunes collection you'll ever need." (Sowieso zijn de releases van BR Music vaak de moeite waard, ik heb bijvoorbeeld ook een prima BR-compilatie van The Turtles getiteld Happy together uit 1994, eveneens met een tekstje van Skip Voogd.)
        Een band als deze zal hoogstens een voetnoot in de popgeschiedenis zijn, maar tjonge jonge wat kan ik hier toch een plezier aan beleven.

The Gathering - How to Measure a Planet? (1998)

poster
3,5
Goede wijn enzovoorts: per volgende plaat neemt deze band reuzestappen, nu in de richting van een geluid dat ergens tussen atmosferische spacerock, Fripp (bijvoorbeeld Great ocean road), 80's gothic, Kyuss (in Rescue me), stemmig-experimenteel en uncharted territory zit, om zo met een heel eigen sound en benadering op de proppen te komen. Niets dan lof hiervoor, maar toch zal ik dit album niet vaak meer draaien. Ik weet dat veel gebruikers hier de hoge zang van Anneke van Giersbergen prachtig en sfeervol vinden, maar terwijl ik haar stem bij eerdere platen nog wel kon waarderen kan ik er nu absoluut niet meer naar luisteren. Het lijkt voor mij soms alsof ze haar partijen los van de begeleiding heeft opgenomen, haar stem wiebelt dan net zoals bij Thom Yorke zo'n beetje bovenop de muziek en gaat steeds maar ongevraagd de hoogte in. Na bijvoorbeeld het prachtige instrumentale gedeelte van Rescue me komt zij er weer in met "All I want is to be where you are..." en zoals ze daar op dat "where" met haar stem trilt vind ik echt verschrikkelijk, en dan schiet ze daarna op "wiiiiiisdom" nog eens krachteloos de hoogte in en zakt weer een beetje, ik kan er best bij dat iemand anders het mooi vindt maar ik vind het zelf enorm gekunsteld en bloedeloos. Muzikaal past deze plaat prima in mijn straatje, maar de stem van Van Giersbergen trekt voor mij echt een muur op. Ik hoorde haar voor het eerst op Ayreons Into the electric castle, en ook daar is haar zang verantwoordelijk voor de enige twee slechte nummers van het album. Hoogstpersoonlijk, ik weet het, maar het is niet anders.

The Gathering - If_Then_Else (2000)

poster
4,0
Weer een mooie eigenzinnige plaat van een vrij unieke band die inmiddels licht en duister, toegankelijk en metal, koud en warm op prachtige wijze in een eigen geluid heeft gevangen. Het eerste trio nummers is ijzersterk, daarna worden de nummers kwalitatief wat wisselvalliger en heb ik af en toe moeite om mijn aandacht erbij te houden, en tegen het einde trekt het album weer aan. Van Giersbergen in uitmuntende vorm, op een toonhoogte die mij meestal goed bevalt en met zeer gevarieerde begeleiding. Klasseplaat.

The Gathering - Mandylion (1995)

poster
2,5
Ik behoor niet tot (maar schuur wel aan tegen) de doelgroep qua muzikale smaak en genre, maar met dit album zal ik vrees ik ook niet toetreden. Voornamelijk hoor ik een soort update van de sound van de Cocteau Twins ten tijde van hun eerste album, met een stem die prima is maar mij verder niet veel doet (behalve wanneer ik associaties met Björk krijg, en dan staat ze me ernstig tegen, en soms hoor ik er ook Cedrix Bixler Zavala van The Mars Volta in [bijvoorbeeld op Leaves], dat is dan wel weer knap) en een gitaarmuur die naast de Cocteau Twins ook veel inspiratie aan het geluid van Dinosaur Jr ten tijde van You're living all over me lijkt te hebben ontleend. Dat ik eerder met zulke vergelijkingen aankom dan met een enthousiaste en/of van voorbeelden onafhankelijke waardering wijst er natuurlijk al op dat deze plaat mij niet raakt, en de soms matige productie helpt niet mee. Ik hoor wel de kwaliteit (af en toe) en de veelgelaagdheid van het geluid (met aparte arrangementen en instrumenten op bijvoorbeeld het titelnummer), maar de nummers zelf blijven voor mij te abstract (of te vaag) en bieden mij daardoor te weinig, net zoals ik dat bij de Cocteaus vaak ervoer.

The Gathering - Nighttime Birds (1997)

poster
4,0
Verrassend dat weinig mensen zich hier storen aan de grotere toegankelijkheid van de muziek; gelukkig geen gemekker in de trant van "ik vond ze leuker toen ze nog exclusief waren", zelfs niet bij die rare disco-hi-hat op Third chance. Het is dan ook nog altijd geen top-40, maar door de betere productie, het slimme gebruik van toetsen en het iets evenwichtiger songmateriaal is dit in mijn oren wel een gevarieerdere en betere plaat dan Mandylion – in ieder geval een plaat waar ikzelf met veel meer plezier naar luister. Zoals hierboven ook al ergens wordt gezegd is het middendeel iets minder, maar omdat ik dan toch al zit te wachten op het absolute hoogtepunt dat het titelnummer is maakt me dat niet eens zoveel uit. Zeer fraai album.

The Good, the Bad & the Queen - The Good, the Bad & The Queen (2007)

poster
4,0
Twaalf sterke nummers (hoewel het laatste nummer wel een beetje te lang doorgaat), steeds afwisselende arrangementen, slimme melodieën, alles in orde. Maar "emotioneel" een niet te plaatsen album: zonnig, apocalyptisch, luchtig, melancholiek, bijtend, kwetsbaar, alles door elkaar, soms tegelijkertijd. Maakt de plaat nog extra bijzonder. Albarn blijft uniek.

The Hollies - Greatest Hits (2003)

poster
4,5
Ik moet bekennen dat ik de Hollies altijd met enige argwaan heb bekeken, om twee redenen.
        Ten tijde van hun hoogtijdagen heb ik ze niet bewust meegemaakt, maar toen ik me eenmaal voor popmuziek ging interesseren kwam ik natuurlijk al gauw achter hun imposante carrière (in Engeland tussen 1963 en 1974 17 top-10-hits, in Nederland 13, hoewel in beide landen slechts één nummer-1-hit). Waar echter de klassieke hits van andere jaren-60-bands (Beatles, Stones, Kinks, Herman's Hermits, Manfred Mann etc., maar ook minder belangrijke namen of zelfs eendagsvliegen zoals Richard Harris, Peter Sarstedt, Barry Ryan, Zager & Evans enz.) wèl tot mijn bewustzijn waren doorgesijpeld (o die Arbeidsvitaminen!), heb ik al die nummers van de Hollies op de een of andere manier nooit te horen gekregen, met uitzondering van Bus stop en Stop stop stop, en dat gaf me onbewust misschien het idee dat dat indertijd dan wel hits mochten zijn geworden maar dat ze de tand des tijds toch niet helemaal hadden doorstaan.
        En ten tweede, tja, die stem van Allan Clarke. Via verzamelelpees had ik inmiddels The baby en Magic woman touch leren kennen, en dat vond ik allebei ontzettend leuke en vriendelijke nummers, maar ik had ook al begrepen dat die door een andere zanger ingezongen waren, dus "die telden niet mee". Toen bereikte The day that Curly Billy shot down Crazy Sam McGee de airwaves, en tot mijn verbazing stond dat hier in (ik hoor de jingle nòg) "de nationale hitpurééd" vervolgens drie weken lang op 1: een simpel bluesschema met een vervelende begeleiding en een saaie zangmelodie, volgepropt met echo om het maar een beetje ruig te laten klinken, en (voornaamste steen des aanstoots) gezongen met een ontzettend patserige en irritante stem. Dus zó leerde ik Allan Clarke kennen, en het is eigenlijk nooit meer helemaal goed gekomen tussen hem en mij. (Een paar jaar later kwam dan Son of a rotten gambler uit, wèl een prachtig nummer, en –eerlijk is eerlijk– uitstekend gezongen, maar dàt werd dan weer géén hit. Go figure.)
        Maar goed, ik vond dat ik van deze band dan toch wel een compilatie in de kast moest hebben, en bij het vergelijken van de verschillende verzamelingen kwam ik op déze uit omdat hier álle nummers opstaan die ooit waar dan ook ter wereld een hit of hitje zijn geweest (wie zou er hebben gedacht dat ze in Maleisië 11 top-10-hits hebben gehad, waaronder maar liefst vijf nummers 1?). Dus vinden we op deze compilatie een afschuwelijke versie van Blow-ow-ow-ow-owin' in the wind en een totaal overbodige cover van If I needed someone, maar dus ook The baby en Magic woman touch, en die aanwezigheid telt natuurlijk toch zwaar.
        Bizar is ook dat de nummers er niet in chronologische volgorde opstaan, hetgeen als voordeel heeft dat op elke late misser wel weer een leuke vroege hit volgt, maar als nadeel natuurlijk dat je nauwelijks een goed beeld van hun muzikale ontwikkeling krijgt. Begrijpelijk is die volgorde echter wèl, want als je alle nummers in de juiste chronologische volgorde draait hoor je dat hun vroegste werk tamelijk nietszeggend is (Searchin', Stay) en dat ze daarna een duidelijke Beatles-fase doormaken (Just one look, We're through, Yes I will), terwijl ze na hun laatste hoogtepunt I'm down uit 1974 (een nummer over het in de hitparade niet heel gangbare onderwerp van adoptie, en volgens het boekje bij deze CD medegeschreven door Graham Nash, foutje) eigenlijk nauwelijks nog fatsoenlijke (of succesvolle) singles uitbrachten, dus dan is het wel slim om die mindere periodes te maskeren door de nummers daaruit tussen hun succesvolle sixties-hits te plaatsen.
        Hoe dan ook, alle hoogte- en dieptepunten bij elkaar overziend is dit een zeer royale verzameling, met uiteraard meer hits dan missers en met 155 minuten praktisch tot de laatste groef gevuld met muziek. Of de Hollies voor mij tot de absolute top behoren durf ik nu nog niet te zeggen, want voor elke Bus stop en King Midas in reverse zitten er toch ook tijdens hun hoogtijdagen (1964-1969) nog wel mindere nummers als I've got a way of my own en What's wrong with the way I live, maar een verplichte aanwezigheid in elke sixties-collectie zijn de Hollies zéker.
        Eén nummer verdient wat mij betreft nog wel een aparte vermelding. Graham Gouldman mag vanwege zijn jaren-60-hits (No milk today, Heart full of soul, I'm gonna take you there, East west enz.) sowieso al gerekend worden tot de beste popsongschrijvers die Engeland in dit decennium voortbracht (Lennon/McCartney, Jagger/Richards, Marriott/Lane, Pete Townshend, Ray Davies), maar met Bus stop overtreft hij zichzelf nog. Muzikaal is het nummer sowieso al geweldig, met een mooi couplet en een nóg sterker refrein, maar qua tekst is het helemáál een briljantje. Het valt in feite binnen het genre van het liefdesliedje, maar daarbinnen vertelt het op handige wijze een verhaaltje over begin ("Please share my umbrella"), ontwikkeling ("All that summer we enjoyed it") en hoogtepunt ("a vow") van de liefdesrelatie van de verteller, en dat op zeer compacte wijze vol leuke rijmen gebruikmakend van woorden of woordparen die niet bijzonder gangbaar zijn in doorsnee-popdeuntjes: "All that summer we enjoyed it / That umbrella, we employed it", "silly but it's true / beginning in a queue", "no more sheltering now / led me to a vow", of slimme binnenrijmen die de coupletten extra cachet geven: "Bus stop, wet day, she's there, I say", "Bus stop, bus goes, she stays, love grows", "waiting at the stop / Sometimes she'd shopped" (dat laatste rijm is natuurlijk het mooiste omdat het wordt verklankt door die magnifieke hoge tweede stem van Graham Nash), alles gegoten in bijzonder vloeiend lopende tekstregels die de muziek een grote meerwaarde geven. Een absoluut meesterwerk, maar nergens ter wereld een nummer-1-hit, behalve in Zweden en... Maleisië.

The Horse Company - Calypso (2012)

poster
5,0
Zoals Don Broccoli hierboven zegt, misschien niet altijd even gedurfd, maar kwalitatief hoogwaardig en zeer smaakvol uitgevoerd. De term Americana (Neil Young, Band Of Horses) ligt voor de hand, maar zelf moet ik soms ook denken aan de vriendelijke trance-gitaarrock uit de jaren tachtig (ik hoor zelfs de Lotus Eaters en House Of Love). Maar ja, al die invloeden maken niet zo veel uit wanneer alles zo goed klinkt. Geen echte inzakkingen, zelfs het minste nummer (wat mij betreft Aeons) blijft na verloop van tijd in je hoofd rondzingen. Mooie plaat.
 

The Horse Company - Olympus (2009)

poster
5,0
Hmm, toch een beetje onderschat. Hoe ik de nummers wat minder geraffineerd heb kunnen noemen kan ik me niet meer herinneren. Mooie plaat hoor.

The Horse Company - The Horse Company (2007)

poster
4,5
Ik ben bij deze band bij het derde album begonnen (zeer enthousiast) en heb daarna het tweede album geprobeerd (beetje teleurgesteld), dus bij deze debuutplaat waren de verwachtingen wat lager, maar gelukkig is dit gewoon een zeer sterk album, afwisselend lekker stevig en mooi kwetsbaar. De Jayhawks vind ik een goede vergelijking, hoewel het soms ook wel wat harder klinkt, en het timbre van de stem die in Hard times de zinsnede "I guess by know" zingt doet me zelfs denken aan Buffalo Toms Bill Janovitz. Lekkere plaat.
 

The House of Love - The House of Love (1990)

Alternatieve titel: The Butterfly Album

poster
4,5
Een plaat die maar blijft terugkomen, zowel in mijn geheugen (I don't know why I love you als oorwurm) als in mijn CD-lade. De kwetsbaarheid van de composities en de schuchterheid van de stem maken hier een emotionele ervaring van, en muzikaal word ik vooral aangesproken door de fragiliteit van de getokkelde elektrische gitaren op The Beatles and the Stones, In a room, Blind en het instrumentale slot van Se dest – dat is van een subtiliteit die ik met mensen als Johnny Marr associeer. Zo levert de combinatie van stem, nummers, gitaren en aangename produktie en sound een plaat op die op de beste momenten z'n weerga niet kent. Hoogtepunten zijn voor mij het swingende I don't know why I love you en het ontroerende Someone's got to love you ("Who's gonna drive you home tonight?"), maar het majestueze openingstrio mag ook niet onvermeld blijven. Fantastische plaat dus, die ik toch niet de volle 5* geef omdat ik niet erg onder de indruk ben van de rock-achtige nummers (met name het niet lekker lopende Never en de flauwe stamper Hedonist).
        Vraagje : wat betekent de titel van het laatste nummer? Se dest lijkt wel een Latijnse of Franse constructie, maar als je het op z'n Engels uitspreekt zou je ook "sadist" kunnen horen, terwijl ik in een woordenboek van het oude Angelsaksisch bij het woord "sedest" (dus zonder spatie) de betekenis "sinds" aantref (misschien een verband met het Nederlandse "sedert"?). Iemand een idee?

The Icicle Works - The Icicle Works (1984)

poster
4,5
Ja, in die knalharde sound hoor ik ook wel Echo (bijvoorbeeld hoe de ritmesectie klinkt tijdens de coupletten van In the cauldron of love), en dat zou (ook) kunnen komen omdat deze plaat is geproduceerd door Hugh Jones, die ook Heaven up here van Echo & the Bunnymen heeft geproduceerd.

Wie wat bewaart die heeft wat. Een interview uit de Volkskrant van 21 september 1984 met bassist Chris Layhe:
De interviewer: "Je zei net dat je tevreden was over de hoes omdat die niet pretentieus geworden is, maar wat moet ik denken van zo'n regel uit Lover's day: we are architects of innocence, delinquents of prestige?"
Layhe: "(verontschuldigende glimlach) Het is misschien een beetje tongue in cheek, dat nummer. De muziek was nogal pompeus, met veel grandeur, dus daar hoort dan ook een pompeuze tekst bij."

En, grappig genoeg, in de laatste alinea:
"Om de fantasie van de mensen te helpen bewaren zijn weinig middelen ongeoorloofd. Als Ian zingt: I love you as a factory in the desert moet je dat niet met je verstand, maar met je verbeeldingskracht wegen. Ogenschijnlijke nonsens kan dan een verbazend scherp beeld blijken te zijn."

Of niet natuurlijk, ben ik geneigd te zeggen.

Maar goed, poppy, pompeus en energiek vind ik wel aardige trefwoorden. Nog steeds een ijzersterke plaat. Mijn Beggars Banquet-CD uit 1988 drukte zelfs de teksten af op de binnenhoes (zoals niet het geval was bij mijn elpee), maar verzuimde helaas er een loupe bij te leveren.

The Jeff Healey Band - See the Light (1988)

poster
4,0
Blijft een lekkere en onpretentieuze plaat. Zijn stem is niet echt bijzonder te noemen, en de drummer is af en toe nogal een houthakker, maar het gitaarspel is heerlijk, de keuze van nummers is goed tot zeer goed, en als geheel ademt het album een frisheid en een zin om eens een lekker knallende plaat te maken die mij nog altijd aanspreken.

The Jesus and Mary Chain - Darklands (1987)

poster
2,0
Door de tegendraadsheid van Psychocandy werd die plaat door slechts weinigen opgepikt, maar de reputatie die JAMC aldus opbouwde zorgde er wel voor dat een heleboel mensen eens naar Darklands gingen luisteren. En zo werd deze band in mijn kringen ontdekt als sfeervol alternatief bandje, zonder dat ik overigens met het debuut aan hoefde te komen.
        Psychocandy ben ik al die jaren blijven beluisteren, Darklands hoor ik nu voor het eerst in misschien wel twintig jaar opnieuw. aERodynamICs uitgebreide en zeer lovende bericht hierboven kan ik geheel begrijpen, maar ik blijf er zelf toch een band in horen die op hun spectaculaire en unieke eerste album een formule heeft gevonden waarmee ze zichzelf op de kaart hebben gezet en die van hun tweede plaat vervolgings een keurige invuloefening hebben gemaakt: "twee akkoorden dus, hmm, simpel drumwerk, een beetje omfloerste zang, en dan laten we de feedback weg maar de nummers denderen nog wel gewoon door. . ." Ik kan hier zelf niets anders dan een zouteloze herhalingsoefening zonder enige spanning in horen. Een aardige en degelijke plaat, maar na de briljantie van het debuut was en is "degelijk" voor mij in dit geval teleurstellend.
 

The Jesus and Mary Chain - Psychocandy (1985)

poster
5,0
Toen ik deze band voor het eerst hoorde (via Never understand op MTV) glimlachte ik enigszins meewarig: wat een herrie en wat een nummer van niks! Niet veel later verscheen deze elpee, en in een opwelling heb ik hem toch maar gekocht. En tot mijn grote verbazing openbaarden zich hier veertien perfecte popsongs gearrangeerd voor bas, drums, gitaar, zang en fuzzdeken, van a tot z even melodieus als donker, totaal uniek en onmiddellijk pakkend. Een zwager die de plaat had geleend probeerde met zijn equalizer de noise op deze plaat terug te brengen tot je gewoon naar de liedjes kon luisteren – ik kan er nóg kwaad om worden. Fantastische plaat, met The hardest walk als beste nummer (Lou Reed zou er trots op kunnen zijn) maar het mooiste moment ingeklemd tussen tracks 6 en 7: na de laaste fuzz-feedback en drumklappen van In a hole is er éven een pauze, en dan valt Taste of Cindy in: "Crack of dawn, Cindy's movin' on…" Perfect. Zevenentwintig jaar later is dit nog altijd een geweldige plaat – The Velvet Underground play the hits of Hüsker Dü. En natuurlijk ook de Beach Boys, Phil Spector, de Ronettes – ik ken alle namen, maar ik blijf dit toch uniek vinden. Onbevangen grootsheid.
 

The Jimi Hendrix Experience - Are You Experienced (1967)

poster
5,0
Een recente MusicMeter-Vraag Van De Dag was van wiens dood je het meest onder de indruk was en tegen wiens dood je het meeste opzag (uiteraard ging het daarbij om het verscheiden van muzikanten, niet van familie of vrienden). Ik moest toen eigenlijk denken aan een derde categorie, en op de vraag wiens carrière voor je gevoel het meest gekortwiekt was door zijn dood zou mijn antwoord Jimi Hendrix zijn geweest, want wat hij in zijn korte loopbaan voor elkaar kreeg is al niet misselijk, maar naar hoe hij zich verder zou hebben ontwikkeld en welke onontgonnen muzikale terreinen hij nog zou hebben betreden op basis van de beloftes van zijn albums en singles valt alleen maar te gissen – maar ik kan me niet voorstellen dat hij pas op de plaats zou hebben gemaakt, noch kwalitatief noch qua vernieuwing.
        Het enige wat ik tegen dit debuutalbum in zou kunnen brengen is dat het heel erg opgezet lijkt te zijn als een staalkaart van 's mans kunnen, alsof hij meteen iedereen wilde laten zien welke verschillende stijlen hij allemaal beheerste en wat hij op zes snaren allemaal in z'n mars had, maar ja, tegelijkertijd maakt hij die pretentie volkomen waar, want hij kàn het ook allemaal, de hoogtepunten zijn ook allemaal even fantastisch, en zelfs bij de mindere nummers (Can you see me, Remember) heb ik eigenlijk nooit de neiging om naar de volgende track te skippen. En natuurlijk gaat alle aandacht uit naar Hendrix, maar ik kan toch ook heel erg genieten van het lekkere drumwerk van Mitch Mitchell, zwaar maar soepel en inventief, en perfect op de plaat gezet door de onvolprezen Eddie Kramer.
        Bij de favorieten staat Foxy lady met afstand op 1 (momenteel 190 stemmen, 62 meer dan nummer 2 Hey Joe). Ik weet wel dat over smaak niet te twisten valt, maar ik vind dat echt onbegrijpelijk bij een album waar ook I don't live today, May this be love, Third stone from the sun en Are you experienced op staan.
Droombolus schreef:
Ik had een Polydor CD uit het Alan Douglas tijdperk waar eerst de 3 singles op staan waarna de reguliere UK tracklisting bij Track 7 begint en normale LP versie van Red House vervangen is door een versie die meneer Douglas beterder vond ( if memmerie smurfs de versie die op Smash Hits staat ). Het blijft lachen
Ik weet niet hoeveel versies er van dat nummer circuleren, maar ik leerde Hendrix kennen via The legendary Jimi Hendrix (1980), en toen ik later de reguliere albums op CD ging kopen stond op mijn uitgebreide versie van Are you experienced (uit 1993, Released under the supervision of Alan Douglas) een andere versie dan degene waar ik via voornoemde compilatie aan gewend was geraakt, en het boekje van deze AYE-CD bevestigt Droombolus' memmerie dat hier de Smash hits-versie op staat. Andermans oren zullen misschien niet zo veel verschil horen, maar míj blijft het storen.

The Jimi Hendrix Experience - Are You Experienced [US] (1967)

poster
5,0
Ik meen ooit ergens gelezen te hebben dat in Engeland de afspraak gold dat eerder uitgebrachte singles niet ook nog eens op later uitgebrachte albums mochten worden gezet, om te voorkomen dat platenkopers zich bekocht zouden voelen wanneer ze dubbel moesten betalen voor nummers die ze al eerder als 45 hadden gekocht. (Vandaar dat EMI probleemloos twee complete Past masters-CD's met singles van de Beatles kan uitbrengen zonder in dubbeltellingen met de Engelse releases van Beatles-albums te vervallen.) Amerika had kennelijk dat soort scrupules niet, dus maakte de Amerikaanse distributeur het album wat (commercieel) aantrekkelijker door drie nummers van de Engelse tracklisting te vervangen door de drie singles, maar of Red house nou gesneuveld is omdat dat een te "zwart" nummer was om Hendrix in de USA mee te lanceren... Ik denk eerder dat ze dat een minder interessant nummer vonden, net als de twee andere "slachtoffers" Can you see me en Remember, en dat zijn ook in míjn optiek de drie minste nummers van de Engelse AYE.
        Los van dat alles is het gebodene hier van hetzelfde niveau als de Engelse versie van dit album, en misschien nog wel beter omdat ik de drie superbe singles sterker vind dan de drie weggelaten nummers, maar omdat ik de Engelse versie al 5* heb gegeven kan ik daar bij déze versie niet bovenuit komen. Gelukkig bevat de standaard-CD-versie nu alle 17 tracks bij elkaar.

The Jimi Hendrix Experience - Axis: Bold as Love (1967)

poster
5,0
Mijn favoriete Hendrix-plaat: minder spierballen dan op het debuut, maar veel ontspannener en daardoor aansprekender, en met zóveel plezier en afwisseling en muzikale rijkdom dat die paar mindere tracks op kant 2 helemaal meegaan in de flow van het geheel en mij nauwelijks nog opvallen (laat staan storen). Pop, rock, psychedelica en af en toe jazz (Up from the skies) en funk (dat soepele gitaartje in Wait until tomorrow) worden naadloos verweven in een ijzersterk geheel, en het harde maar warme en inventieve drumwerk van Mitch Mitchell doet de rest.
        Mijn enige probleem met dit album is dat ik na al die jaren nog steeds niet kan kiezen of nou Little wing of Bold as love mijn all-time-favoriete Hendrix-nummer is. Ander hoogtepunt: Ain't no telling, nog geen twee minuten lang maar al na 30 seconden afwijkend van het rechte pad met een brug die me bijna duizelig achterlaat om dan na een volle minuut weer bij het reguliere couplet uit te komen. En een extra eervolle vermelding voor Up from the skies : als Bruce Springsteen op Thunder Road zingt dat "I got this guitar and I learned how to make it talk", dan hoor ik daarbij altijd Hendrix' wah-wah-solo vanaf de laatste "I want to hear and see everything".
        Kortom, wat ik over Everybody knows this is nowhere schreef geldt in dezelfde mate voor Axis: bold as love : "Dit is één van die platen die me doen afvragen waarom een top-10 maar tien titels mag bevatten, want sinds jaar en dag pendelt Everybody knows this is nowhere zo ergens tussen de plaatsen 11 en 15 heen en weer terwijl ik ondertussen steeds het idee heb dat hij eigenlijk daarbóven thuishoort."

The Jimi Hendrix Experience - Electric Ladyland (1968)

poster
3,5
Het meesterwerk van Jimi Hendrix, de plaat waarop hij zijn muzikale visie volledig heeft kunnen verwerkelijken alvorens verder te gaan richting... ja, wat? De jazz? Hoe dan ook, ik kan de hoge waardering wel begrijpen, maar er in mee gaan kan ik absoluut niet, want er staat voor mij teveel middelmatig werk op: Crosstown traffic, Long hot summer night, Come on – het zijn nog nèt geen opvullertjes, maar voor m'n plezier zet ik ze niet op, en Reddings stompzinnige Little miss Strange is echt te flauw voor woorden (inclusief het gitaarspel, het lijkt wel alsof Redding daar zelf de gitaarpartijen heeft ingespeeld). Pas op het einde van kant 2 komt het album op niveau, met de killer-riff van Gypsy eyes en het slepende maar interessante Burning of the midnight lamp (hoewel de sound van dat laatste nummer wat mij betreft te zompig is, zeker wanneer dat koor erbij komt).
        Voor mij is het kant 3 die dit album echt speciaal maakt. Rainy day dream away begint een beetje gemaakt-relaxed maar komt na twee minuten in de juiste stemming en zet een minuut later nog even een "pratende" gitaar in als sfeervolle voorbereiding op het volgende nummer, en dat 1983... (a merman I should turn to be) is wat mij betreft samen met Voodoo child (slight return) het absolute hoogtepunt van het hele album. De rondcirkelende gitaren, de precieze drums en de vervormde stemmen passen perfect bij de half sprookjeachtige half apocalyptische tekst, en eens te meer verbaas ik me over Hendrix' onzekerheid over zijn eigen zangstem, want hij brengt hier perfect alle nuances over van iemand die ingetogen maar zelfverzekerd zijn plan ontvouwt. Daarna is het de beurt aan psychedelische geluidseffecten die gelukkig nèt niet te lang doorgaan, want na een kleine zes minuten is Hendrix' gitaar weer te horen tegen een voorzichtige achtergrond van een rustige ritmesectie, Chris Woods fluit en Hendrix' eigen feedback-effecten. Er is ruimte voor een bassolo, er volgt een laatste couplet, daarna nog wat geluidseffectjes die een heel eigen tracknummer hebben gekregen (althans volgens de meeste track-indelingen – zie verderop), en op het eerste nummer van kant 4 mag het feestje nog even doorgaan middels een lange jam van gitaar en orgel. Deze 22 minuten vormen voor mij het hart van het album en de voornaamste reden waarom ik het eigenlijk draai.
        Nou, die vierde kant is natuurlijk ook niet slecht, met na de opener nog het marsritme en de furieuze gitaarsound van House burning down, daarna Hendrix' bejubelde cover van All along the watchtower (Dylan schijnt zelfs gezegd te hebben dat het nummer vanaf deze cover niet meer van hèm maar van Hendrix was) en tenslotte de verzengende afsluiter Voodoo child (slight return), dat ik persoonlijk oneindig veel liever hoor dan de ietwat melige jam op kant 1 waar maar geen einde aan lijkt te komen. En wat All along the watchtower betreft, dat zit bij de Favorieten vrij stevig in het zadel op de eerste plaats, maar ik moet bekennen dat ik Dylans oorspronkelijke akoestische versie toch prefereer, en voor een echt opwindende elektrische versie luister ik liever naar de briljante en zeer opzwepende uitvoering met The Band op Before the flood.
        Op mijn CD (een remaster door Joe Gastwirt, zonder jaartal, met de bordeauxrode hoes met een bewerkte rood-oranje close-up van Hendrix' gezicht en geen blote dame in zicht) duurt 1983 5:43 en Moon turn the tides 8:53, dus niet respectievelijk 13:39 en 1:02 zoals op de tracklisting hierboven. Dat lijkt me ook een veel logischer opsplitsing omdat Hendrix vanaf dat 5:43-punt weer gitaar gaat spelen, maar volgens de Engelse wikipedia is die 13:39/1:02-indeling toch de juiste, althans volgens "the 1968 international Polydor Production album". Discogs geeft geen uitsluitsel wanneer je op de allereerste persingen zoekt; misschien dat iemand hier nog een origineel exemplaar uit 1968 heeft en daarbij de "tussengroeven" van kant 3 kan bekijken?

The Jimi Hendrix Experience - Live at Winterland (1987)

poster
4,0
Prima live-registratie met een lekker felle sound en de perfecte ondersteuning van de ritmesectie (met name Reddings zware bas is regelmatig goed te horen). Hendrix' zang komt niet altijd even goed door, en aan het begin van de heerlijke versie van Spanish castle magic lijkt het wel of er een krekel in de versterker zit, maar die oneffenheidjes lijken de live-sfeer alleen nog maar meer cachet te geven. Van Sunshine of your love hoor ik liever een gewone versie in plaats van deze vrij richtingloze instrumentale versie, en Red house duurt me wat te lang (zeker in deze trage uitvoering), maar voor de rest is dit een prima concert, met het ideale dynamietstaafje om de zaak te openen, daarna afwisselend pop, blues en improvisatie, en op het einde nog even een serietje greatest hits die elke scepticus over de streep zullen trekken.

The Jimi Hendrix Experience - Radio One (1989)

poster
3,0
Een rare mixed bag. Op Hendrix' eigen composities klinkt de band fris en gedreven, hetgeen meer dan begrijpelijk is aangezien het gaat om nieuw materiaal waar ze enthousiast over zijn en dat ze graag succesvol over het voetlicht en aan de man willen brengen. Dat resulteert onder andere in geweldige versies van Stone free, Love and confusion, Fire, Purple haze, Spanish castle magic en Burning of the midnight lamp (hier nog lekker strak en kaal en dus nog niet zo overgeproduceerd als de uiteindelijke versie op Electric Ladyland twee jaar later).
        Aan de andere kant staan hier ook diverse ongeïnspireerde covers van bluesklassiekers op, inclusief de honderdduizendste versie van Hoochie coochie man (hoewel dat in 1967 misschien wat minder belegen was dan nu) en het melodieloze Drivin' South, en van de covers van Day tripper en Hound dog (inclusief gegrom en geblaf, jawel) word ik ook niet veel wijzer – misschien dat je die titels in je setlist opneemt wanneer je na één plaat nog te weinig nummers voor een avondvullend concert hebt, maar waarom je zulke nummers voor een optreden voor de radio van stal zou willen halen begrijp ik niet. Van de covers vind ik eigenlijk alleen Hear my train a comin' de moeite waard, en dat haalt het dan nog niet eens bij de geweldige versie op The Jimi Hendrix concerts (1982).
        Kortom, zowel qua selectie als qua onderling niveauverschil een rare verzameling wat mij betreft. Gelukkig is Hendrix in topvorm en geeft Mitchell hem zoals altijd heerlijk van jetje, dus er valt genoeg te genieten.

The Kinks - Greatest Hits (1991)

poster
5,0
Mijn voorganger heeft hier het meeste al over gezegd, en wat mijzelf betreft is dit een bijna perfecte compilatie van alle hits die de Kinks tussen 1964 en 1970 in de Nederlandse top-40 hadden, met de nummers grotendeels op chronologische volgorde en in prima geluidskwaliteit (maar zonder enige informatie over opnamedata, producers of muzikanten). Alleen het kleine hitje Everybody's gonna be happy ontbreekt, en op CD1 staan inderdaad een aantal nummers die geen hits waren of die alleen succes hadden in de versies van anderen, maar zo krijgen we gelukkig ook het geweldige B-kantje I'm not like everybody else (schijnbaar oorspronkelijk bedoeld voor de Animals), en als hier alleen maar hun hitsingles op hadden gestaan hadden we het ook zonder Where have all the good times gone moeten doen, want dat blijkt tot mijn verbazing nooit als single te zijn uitgebracht (alleen als B-kantje van Till the end of the day).
        Zoals gezegd loopt deze compilatie tot 1970, dus van wat de Kinks ná hun Pye-periode op RCA scoorden aan hits (of liever gezegd hitjes, want hun grootste commerciële successen dateren toch wel uit de jaren zestig) zijn hier afwezig. Daardoor ontbreken dus helaas onder andere Celluloid heroes, Sitting in the midday sun en Come dancing, hetgeen spijtig is maar niet onoverkomelijk, en wat hier wèl op staat is vrijwel steeds van het allerhoogste niveau. Zoals ik al schreef bij Golden hour of the Kinks vind ik deze band eigenlijk de leukste leveranciers van singles uit de zestiger jaren, in ieder geval vanuit het Verenigd Koninkrijk, met Waterloo sunset nog altijd als hun absolute meesterwerk.

The La's - The La's (1990)

poster
4,5
Perfecte en knallend-fris-heldere popplaat, Ray Davies zou er trots op geweest zijn. Timeless melody, There she goes again en Looking glass vinden de meesten hier de mooiste nummers, maar vanwege de mysterieuze uitstraling is bij mij Freedom song favoriet.
 

The London Symphony Orchestra - Tommy (1972)

poster
4,5
Teacher, wat geweldig dat je de moeite hebt genomen om deze op MusicMeter te zetten, want ik begon me eigenlijk al af te vragen of deze überhaupt nog bij iemand in de kast staat. Ja dus, en in jouw geval zelfs in drie verschillende versies. Toen ik indertijd de elpees waarvan ik dacht dat ze voorlopig niet op CD zouden verschijnen zelf ging digitaliseren, heb ik dat bij deze Tommy achterwege gelaten omdat ik dacht dat ik die toch wel snel op CD zou zien, maar uiteindelijk heeft het toch nog even geduurd voordat ik hem tegenkwam.
        Als ik mezelf mag citeren, uit mijn bericht bij de oorspronkelijke Tommy, dus van The Who: "Mijn probleem met Tommy is dat ik deze oorspronkelijke plaat pas leerde kennen ná Lou Reizners orkestrale versie op de dubbelelpee met het London Symphony Orchestra […] En dàt project is in muzikaal opzicht net wat uitgesprokener: melodieën worden iets verder doorgetrokken, zanglijnen worden zwaarder aangezet, arrangementen zijn voller en suggesties worden accenten. Dus toen ik jaren later voor het eerst de versie van de Who hoorde vond ik die in eerste instantie vooral droog, kaal, onuitgewerkt, bijna schetsmatig. Inmiddels heb ik hem wel zó vaak gedraaid dat die beperkte aanpak me niet meer stoort en dat ik de directe en strakke benadering van de Who juist steeds meer ben gaan waarderen."
        Nu ik Lou Reizners versie weer draai kan ik daar nog steeds heel enthousiast over worden. De aanwezigheid van een orkest verhindert gelukkig niet dat sommige arrangementen nog steeds stevig overkomen, Reizner heeft de crème de la crème van gastzangers opgetrommeld (inclusief mijn favoriet Steve Winwood, maar ook minder voor de hand liggende namen als de Amerikaanse Richie Havens), Roger Daltrey heeft na jaren van toeren (met Tommy) inmiddels zijn klassieke brulstem ontwikkeld die hem op bijvoorbeeld Who's next zo goed van pas zou komen, de Underture is wat korter dan de taaie 10 minuten van de Who, en sommige orkestrale versies prefereer ik nog steeds boven de originelen, bijvoorbeeld Amazing journey (mooi voorbeeld van zo'n "uitgesprokener" arrangement) en Cousin Kevin (dat zo mogelijk nog perverser klinkt door het ziekelijke arrangement en door het "persen" van Entwistle). Eigenlijk vind ik alleen het koor op Pinball wizard een beetje misplaatst, maar verder vind ik dit een zeer geslaagd project met vooral (net als bij de Who) een ijzersterke eerste kant (of kwart) en een matige vierde. En ik heb me altijd afgevraagd of Sandy Denny het nou ècht de moeite waard heeft gevonden om helemaal naar de studio te komen om met haar hemelse stem twéé (ook nog eens identieke) tekstregeltjes in te zingen.
        Overigens heb ik toevallig gemerkt dat er hiervan meerdere versies op CD rouleren, inclusief een Japanse en een "onofficiële" (uh huh) Russische uitgave; ikzelf heb een CD uit 2015, nog steeds op Ode Records, "Manufactured and Distributed by The Orchard", met prima geluid en een keurige reproductie van het oorspronkelijke boekwerk bij de vinyluitgave (maar uiteraard op 12x12-formaat gereproduceerd).

The Long Ryders - Native Sons (1984)

poster
4,5
Leider van deze groep was Sid Griffin, misschien een bekende naam voor countryrockliefhebbers omdat hij later naast popjournalist ook pleitbezorger werd van de re-releases van het werk van Gene Clark (die hier ook nog tweede stem zingt op het prachtige Ivory tower). De solozang is inderdaad niet overal even boeiend, maar de fraaie koortjes en de slimme composities (soms country, soms poppy, soms bijna cowpunk) vergoeden veel, en bovendien heeft deze plaat een enorm hoge draaibaarheidsfactor -- ik luister er al naar sinds 1984 en hij verveelt nog steeds niet. Eigenlijk vind ik alleen het laatste nummer wat minder, dat verzandt een beetje in een gitaargeluidsbrei.

Deze band maakte indertijd deel uit van de "Paisly Underground", samen met groepen als de Dream Syndicate, True West, Green On Red (Chuck Prophet) en Rain Parade. Éven dachten we zelfs dat ook R.E.M. daartoe behoorde...

Overigens zijn deze heren vast niet op de hoogte van het werk van Gruppo Sportivo, maar elke keer dat ik Wreck of the 809 hoor ga ik op een bepaald moment automatisch The pogo never stops zingen.

The Lotus Eaters - No Sense of Sin (1984)

poster
3,0
Vond dit altijd een beetje Tears For Fears-lite, wel aardig en melodisch, maar op het einde ook wel een beetje saai. Desalniettemin een aardige plaat.

Ik herinner me dat in de platenwinkels de hoes meestal omgedraaid stond, maar als je die andere kant dan eens hier bekijkt begrijp ik wel waarom de moderator voor bovenstaande hoeskant heeft gekozen .

The Lovin' Spoonful - Greatest Hits (2000)

poster
5,0
Een perfecte verzamelaar, met alle singles die de groep tussen oktober 1965 en november 1967 onder leiding van John Sebastian opnam, plus diverse albumtracks van de vier elpees en twee filmsoundtracks die ze in deze periode tussen de bedrijven door ook nog maakten (zoals het magnifieke Younger generation, waarin Sebastian opeens geconfronteerd wordt met zijn zoon die precies hetzelfde doet als hij: "hey, pop, can I put a droplet of this new stuff on my tongue? But what's the matter, daddy, how come you're turning green? Can it be that you can't live up to your dreams?"). Kortom, dit is de ultieme compilatie van een band wiens liedjes nog altijd tot de vrolijkste, innemendste en vooral bèste van de hele popmuziek behoren. Do you believe in magic, You didn't have to be so nice, Daydream, Did you ever have to make up your mind?, Summer in the city, Rain on the roof, Darling be home soon – welke popliefhebber krijgt bij die titels alleen al niet een grote grijns op het gezicht?
 

The Mars Volta - De-loused in the Comatorium (2003)

poster
4,0
Superbe plaat met briljant gemusiceer waar ik echter nauwelijks naar kan luisteren vanwege de hypernerveuze intensiteit die mij tegen de borst stuit. Met muziek onder hoogspanning is niets mis, maar het bombardement aan inventiviteit en vocale overdaad maakt deze band voor mij op de een of andere manier ontoegankelijk, hoeveel ijzersterke melodieën hun muziek ook bevat. De vier platen hierna heb ik ook nog geprobeerd, maar één Mars Volta in de kast is voor mij genoeg. Een hoogstpersoonlijke muur tussen mij en deze muziek, maar geen kwaad woord erover.