Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Doors - Other Voices (1971)

2,0
0
geplaatst: 20 augustus 2011, 20:52 uur
Ships with sails is fantastisch, maar helaas vind ik Manzarek een verschrikkelijke zanger, met die lage stem die alleen maar patserig kan klinken en geen nuances heeft, zoals ook al te horen op Close to you van Absolutely live. "Hij zingt met z'n borsthaar" (terwijl het in het dagelijkse leven misschien wel een heel bescheiden en vriendelijk man is wiens persoonlijkheid helemaal niet lijkt op wat zijn stem "uitdraagt").
Ach, doorgaan met deze naam zonder Morrison, aan de ene kant is het achterlijk en zou het verboden moeten worden, aan de andere kant begrijp ik het wel, je bent muzikant en je wilt spelen, dat is je hele leven, en nou zou het opeens niet meer mogen onder de naam die je zelf met hard werken groot hebt gemaakt... Hetzelfde probleem met Roger Waters en Pink Floyd, ik kan me allebei de kanten van de discussie wel voorstellen.
Ach, doorgaan met deze naam zonder Morrison, aan de ene kant is het achterlijk en zou het verboden moeten worden, aan de andere kant begrijp ik het wel, je bent muzikant en je wilt spelen, dat is je hele leven, en nou zou het opeens niet meer mogen onder de naam die je zelf met hard werken groot hebt gemaakt... Hetzelfde probleem met Roger Waters en Pink Floyd, ik kan me allebei de kanten van de discussie wel voorstellen.
The Doors - The Best Of (1985)

4,5
0
geplaatst: 17 juli 2013, 22:17 uur
Jazeker, een uitstekende compilatie. Maar toch – ik kan de verleiding niet weerstaan om ook míjn duit in het zakje van ontbrekende nummers te doen… : Shaman's blues. (Vandaar nèt niet vijf sterren.)
The Drifters - The Very Best Of (1993)

5,0
0
geplaatst: 17 mei 2011, 11:48 uur
Uitstekende compilatie, helder geluid, prima selectie, kortom wat je van een Rhino-uitgave mag verwachten. Bevat niet alles maar wel veel; je zou kunnen hopen op nummers die in modernere versies bekend zijn geworden, zoals Money honey (op Into the purple valley van Ry Cooder uit 1972) of Ruby baby (op The nightfly van Donald Fagen uit 1982), maar omdat dat oudere werk soms wat ruiger is zou dat misschien een beetje uit de toon vallen bij de wat meer gelikte nummers van dit album. Twee kleine hits in de Nederlandse top-40 die deze selectie niet hebben gehaald zijn Kissing in the back row of the movies uit 1974 (#12) en You're more than a number in my little red book uit 1977 (#28), maar ach, een kniesoor enz. Een heerlijke compilatie van een band met een unieke warme close-harmony-sound. Verplichte kost voor elke popliefhebber.
The Edgar Winter Group - They Only Come Out at Night (1972)

4,0
0
geplaatst: 18 mei 2011, 17:20 uur
Ik weet nog dat de recensie in de Muziek Expres de plaat qua diversiteit vergeleek met Toulouse Street van de Doobie Brothers. En inderdaad, voor elk wat wils, stevige rock (1), bluesrock (7), Bread-achtig akoestisch (8), een feestnummer (9), pop (3), country-rock (6) en semi-progressief (10). Zeer vet, zeer Amerikaans, zeer afwisselend, half geweldig half tsja, maar de wil om een supercommercieel album te maken ligt er zó dik bovenop dat het wel weer sympathiek wordt. Bovendien totaal pretentieloos, en misschien ook daarom wel met een hoge draaibaarheidsfactor. Naast Winter en Hartman ook producer Rick Derringer en gitarist Ronnie Montroe (later in zijn naar hemzelf vernoemde band) niet vergeten. (Op elpee indertijd gekocht met een afwijkende hoes: alternatieve hoes, God mag weten waarom.)
The Electric Light Orchestra - Eldorado (1974)
Alternatieve titel: A Symphony by the Electric Light Orchestra

5,0
1
geplaatst: 24 juni 2022, 12:42 uur
ZeDit was de eerste plaat die ik indertijd van ELO kocht, en zeker niet de laatste: op een gegeven moment stonden er tien elpees van hen in de kast, maar Out of the blue en een heel middelmatig (en kort) concert in Ahoy' deden me al fronsen, en na Discovery hield ik het voor gezien. Eldorado is één van hun platen die al die jaren bij mij in de collectie is gebleven, niet alleen omdat je toch altijd een warm plekje in je hart blijft houden voor die ene plaat waarmee je een groep hebt leren kennen, maar ook en vooral omdat het een perfecte popplaat is die in de loop der jaren eigenlijk alleen maar beter lijkt te zijn geworden. Het geluid van de voorgaande studioplaten vond ik altijd enigszins "houterig" (ik kan er even geen beter woord voor verzinnen), en vanaf Turn to stone werd het voor mij te gelikt, maar bij Eldorado is het geluid precies goed en vol genoeg.
Bovendien is dit één van de weinige platen waarbij ik het gevoel heb dat de orkestrale arrangementen echt een organisch onderdeel van de nummers en de totaalsound uitmaken in plaats van er achteraf aan te zijn toegevoegd. Op 11-1-2018 noemt bikkel2 al voorgangers als de Moody Blues, Procol Harum en Deep Purple (en, voeg ik daar aan toe, The Nice met Five bridges, 1970), en in latere jaren had je altijd wel artiesten die hun nummers nu eens niet met een band wilden uitvoeren maar zich door een orkest lieten begeleiden (Echo & the Bunnymen, Lloyd Cole), maar zo vanzelfsprekend in de muziek geïntegreerd klonk een orkest (en koor) voor mijn gevoel toch maar zelden. Het resultaat is een (niet wollige maar) warme totaalsound die ook perfect past bij de diverse historische en mythologische personages en situaties die in de teksten voorbijkomen (en bij de hoes, een "still" uit de verfilming van The wizard of Oz uit 1939).
En natuurlijk, last but certainly not least, heeft Lynne hier een verzameling killer-melodieën bij elkaar geschreven – 's mans gevoel voor oorwurmen is toch wel een ijzersterke troef. Het enige mindere nummer vind ik Boy Blue, waarvan de eerste anderhalve minuut zeer afiwsselend en rijk is maar dat daarna verzinkt in een saaie melodie en een heel vervelende en veel te vaak herhaalde refreinregel ("Hey, Boy Blue is back..."). Gelukkig loopt dat direct over in één van de hoogtepunten van het album, het epische Laredo tornado. Wat ik als het andere hoogtepunt moet aanvinken weet ik eigenlijk niet precies, want Can't get it out of my head is en blijft een meesterwerk, maar de eenzaamheid en de bijna ondraaglijke melancholie van de laatste 45 seconden van Eldorado ("Sitting here on top of everywhere / What do I care?") is toch ook vrij onontkoombaar – uiteindelijk ben ikzelf toch ook wel een beetje een unwoken fool.
Bovendien is dit één van de weinige platen waarbij ik het gevoel heb dat de orkestrale arrangementen echt een organisch onderdeel van de nummers en de totaalsound uitmaken in plaats van er achteraf aan te zijn toegevoegd. Op 11-1-2018 noemt bikkel2 al voorgangers als de Moody Blues, Procol Harum en Deep Purple (en, voeg ik daar aan toe, The Nice met Five bridges, 1970), en in latere jaren had je altijd wel artiesten die hun nummers nu eens niet met een band wilden uitvoeren maar zich door een orkest lieten begeleiden (Echo & the Bunnymen, Lloyd Cole), maar zo vanzelfsprekend in de muziek geïntegreerd klonk een orkest (en koor) voor mijn gevoel toch maar zelden. Het resultaat is een (niet wollige maar) warme totaalsound die ook perfect past bij de diverse historische en mythologische personages en situaties die in de teksten voorbijkomen (en bij de hoes, een "still" uit de verfilming van The wizard of Oz uit 1939).
En natuurlijk, last but certainly not least, heeft Lynne hier een verzameling killer-melodieën bij elkaar geschreven – 's mans gevoel voor oorwurmen is toch wel een ijzersterke troef. Het enige mindere nummer vind ik Boy Blue, waarvan de eerste anderhalve minuut zeer afiwsselend en rijk is maar dat daarna verzinkt in een saaie melodie en een heel vervelende en veel te vaak herhaalde refreinregel ("Hey, Boy Blue is back..."). Gelukkig loopt dat direct over in één van de hoogtepunten van het album, het epische Laredo tornado. Wat ik als het andere hoogtepunt moet aanvinken weet ik eigenlijk niet precies, want Can't get it out of my head is en blijft een meesterwerk, maar de eenzaamheid en de bijna ondraaglijke melancholie van de laatste 45 seconden van Eldorado ("Sitting here on top of everywhere / What do I care?") is toch ook vrij onontkoombaar – uiteindelijk ben ikzelf toch ook wel een beetje een unwoken fool.
The Electric Light Orchestra - ELO 2 (1973)
Alternatieve titel: Electric Light Orchestra II

4,5
1
geplaatst: 22 september 2017, 17:07 uur
Ik weet niet meer precies waar het was, misschien in een overzichtsartikel in Muziekkrant Oor, misschien in één van de edities van Oor's Popencyclopedie, maar daarin begon een korte bespreking van dit album met de constatering dat "we het er toch wel over eens konden zijn dat ELO 2 de zwakke broeder in hun discografie is". Daar heb ik nooit iets van begrepen. In mijn middelbare schooltijd was ik een groot fan van ELO, en hoewel ik na Discovery (maar eigenlijk al vanaf Out of the blue) ben afgehaakt is dit één van de drie ELO-platen die altijd "bij me" zijn gebleven. En waar Eldorado de perfecte mix van popgroep en orkest is en A new world record de ultieme popplaat, is ELO 2 voor mij een geweldige "harde" plaat waarop Jeff Lynne de rauwere mogelijkheden van het ELO-geluid verkent, met de barokke geluidsexperimenten van het debuut nu meer in songvorm gegoten maar tegelijkertijd nummers zodanig oprekkend dat ze complete suites met fraai uitgewerkte arrangementen, lange solo's en veel variaties op ijzersterke melodieën worden.
Vooral dat laatste valt me nu op, overal die leuke loopjes en melodietjes en riffs die door gitaar, toetsen en strijkers steeds smaakvol neergezet worden en de nummers kleurrijk en afwisselend houden. Dat geldt vooral voor de twee Boogie's, de meest "volbloed" symfonische nummers (om de term maar te gebruiken die begin jaren 70 volgens mij in zwang was), maar bijvoorbeeld ook voor Momma met die prachtige vioolbreak met subtiele ondersteuning van twee gitaren, en die afwisseling komt eigenlijk ook terug in de manier waarop Lynne in dat nummer het centrale woord in "I'm a fool who lost it all" afwisselend gewoon, met een falset of geëmotioneerd-voluit zingt. Eigenlijk valt tussen enerzijds de twee symfonische nummers en anderzijds de twee meer ballade-achtige nummers (waarbij Momma dan nog sober blijft maar Kuiama ook weer voluit gaat met de instrumentale passages en de lange solo's) alleen Roll over Beethoven een beetje uit de toon, maar dat geeft het album misschien juist weer de nodige lucht en vrolijkheid.
Zo hoor ik hier een grotere rijkdom aan geluiden dan op het debuut, een knappe diversiteit aan ritmes (de plaat opent met een paar maten in 9/8, lichtjaren verwijderd van Shine a little love) en een uitgesproken bereidheid om de nummers hun gang te laten gaan, hun eigen lengte te laten bepalen en alle mogelijkheden die de compositie biedt uit te buiten. Dat resulteert er volgens Lynne dan in dat "Some of the songs are a bit longer than they might be", maar ik heb daar zelf geen enkel probleem mee : hoe zou ik de ruim elf minuten van Kuiama hebben willen inkorten als je pas na 9'23 aankomt bij dat prachtige moment waarop de strijkers met toestemming van de slaggitaar het nummer "overnemen"? Een fraaie emotionele climax van een album waar ik nog altijd heel gelukkig mee ben (in deze uitstekende en zeer uitgebreide remaster uit 2003 waar musician het hierboven ook al over heeft).
Vooral dat laatste valt me nu op, overal die leuke loopjes en melodietjes en riffs die door gitaar, toetsen en strijkers steeds smaakvol neergezet worden en de nummers kleurrijk en afwisselend houden. Dat geldt vooral voor de twee Boogie's, de meest "volbloed" symfonische nummers (om de term maar te gebruiken die begin jaren 70 volgens mij in zwang was), maar bijvoorbeeld ook voor Momma met die prachtige vioolbreak met subtiele ondersteuning van twee gitaren, en die afwisseling komt eigenlijk ook terug in de manier waarop Lynne in dat nummer het centrale woord in "I'm a fool who lost it all" afwisselend gewoon, met een falset of geëmotioneerd-voluit zingt. Eigenlijk valt tussen enerzijds de twee symfonische nummers en anderzijds de twee meer ballade-achtige nummers (waarbij Momma dan nog sober blijft maar Kuiama ook weer voluit gaat met de instrumentale passages en de lange solo's) alleen Roll over Beethoven een beetje uit de toon, maar dat geeft het album misschien juist weer de nodige lucht en vrolijkheid.
Zo hoor ik hier een grotere rijkdom aan geluiden dan op het debuut, een knappe diversiteit aan ritmes (de plaat opent met een paar maten in 9/8, lichtjaren verwijderd van Shine a little love) en een uitgesproken bereidheid om de nummers hun gang te laten gaan, hun eigen lengte te laten bepalen en alle mogelijkheden die de compositie biedt uit te buiten. Dat resulteert er volgens Lynne dan in dat "Some of the songs are a bit longer than they might be", maar ik heb daar zelf geen enkel probleem mee : hoe zou ik de ruim elf minuten van Kuiama hebben willen inkorten als je pas na 9'23 aankomt bij dat prachtige moment waarop de strijkers met toestemming van de slaggitaar het nummer "overnemen"? Een fraaie emotionele climax van een album waar ik nog altijd heel gelukkig mee ben (in deze uitstekende en zeer uitgebreide remaster uit 2003 waar musician het hierboven ook al over heeft).
The Everly Brothers - A Date with The Everly Brothers (1960)

4,5
0
geplaatst: 5 mei 2023, 21:42 uur
Een bijna perfecte plaat met superbe tranentrekkers en swingende up-tempo-liedjes, alles gebracht in een heerlijke sound en met een band die zich totaal dienstbaar maakt. De enige mindere tracks zijn Baby what you want me to do (de versie van Brainbox kende ik nou eenmaal eerder) en de overbodige cover van Lucille, maar daar staat alleen maar moois tegenover. Opvallend veel eigen composities (vier) plus het gebruikelijke aandeel van de Bryants (vijf), een goede flow, en als afsluiter de meest succesvolle single die de broers ooit hebben gehad (volgens de Engelse wikipedia 8 miljoen exemplaren wereldwijd verkocht), alles tezamen resulterend in een heerlijke plaat met een extreem hoge draaibaarheidsfactor.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met It's Everly time plus zeven bonustracks (waaronder Ebony eyes en Tempation) op één CD, met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met It's Everly time plus zeven bonustracks (waaronder Ebony eyes en Tempation) op één CD, met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
The Everly Brothers - Both Sides of an Evening (1961)

3,0
0
geplaatst: 13 mei 2023, 21:58 uur
"That whole album we did with Mention my name in Sheboygan and all that – I don't know what the hell we were thinking," schijnt Phil Everly later te hebben gezegd. Tja, als je even afgesneden bent van de songschrijvers van wie je normaliter je liedjes betrekt en je krijgt zelf vanwege persoonlijke problemen je pen niet op papier, dan ga je wellicht al gauw over tot het plunderen van het Great American Songbook, of beter gezegd de enorme voorraad showtunes en semi-klassiekers uit de eerste helft van de 20ste eeuw. De muzikanten op deze plaat zijn gewillig genoeg en de arrangementen zijn redelijk ingetogen gehouden, maar helaas passen de melancholische stemmen van de broers absoluut niet bij de enigszins manische uitstraling van nummers als My gal Sal en Mention my name in Sheboygan, en het hoogtepunt van de eerste vinylkant ("For Dancing") werkt alleen maar omdat de broers geen al bij voorbaat mislukte poging ondernemen om te concurreren met de melodramatische voordracht van Al Jolson toen die My mammy tot een soort lijflied maakte.
Gelukkig is kant 2 ("For Dreaming") aanzienlijk beter, want de intieme liedjes en meer ballade-achtige arrangementen daarvan passen veel beter bij de stemmen: Hi-lili, hi-lo en When I grow too old to dream zijn mooie trage ballades, Don't blame me "is" voor mijn gevoel van Johnnie Ray maar krijgt hier toch een passende intense uitvoering, en het slotnummer geeft de plaat nog net een climactisch einde waardoor het geheel achteraf misschien beter lijkt dan het tijdens het beluisteren eigenlijk was. Met de samenzang is verder natuurlijk helemaal niets mis, en dankzij de tweede helft krijgt dit album als geheel van mij nog net een voldoende, maar het zit op het randje.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met Instant party plus acht bonustracks (waaronder Crying in the rain) op één CD, met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
Gelukkig is kant 2 ("For Dreaming") aanzienlijk beter, want de intieme liedjes en meer ballade-achtige arrangementen daarvan passen veel beter bij de stemmen: Hi-lili, hi-lo en When I grow too old to dream zijn mooie trage ballades, Don't blame me "is" voor mijn gevoel van Johnnie Ray maar krijgt hier toch een passende intense uitvoering, en het slotnummer geeft de plaat nog net een climactisch einde waardoor het geheel achteraf misschien beter lijkt dan het tijdens het beluisteren eigenlijk was. Met de samenzang is verder natuurlijk helemaal niets mis, en dankzij de tweede helft krijgt dit album als geheel van mij nog net een voldoende, maar het zit op het randje.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met Instant party plus acht bonustracks (waaronder Crying in the rain) op één CD, met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
The Everly Brothers - Instant Party! (1962)

3,0
1
geplaatst: 17 mei 2023, 21:35 uur
Een rare mix van pophits en showtunes van vroeger met nummers die lekker vlot en modern aandoen. Zo staan de kampvuur-mondharmonica van Theme from 'Carnival', de sentimentaliteit van Oh mein Papa en het afschuwelijke suikergehalte van True love tegenover de swing van het openingsnummer, de rollende blues van Trouble in mind en het opzwepende arrangement van Jezebel dat zich zo zelfs naast Frankie Laine's origineel behoorlijk goed staande houdt. Tussen deze diepte- en hoogtepunten door staan diverse nummers die mij niet opwinden maar ook niet storen, zodat dit dankzij de onvolprezen samenzang van de broers ook weer een krappe voldoende scoort. Maar een hele plaat vullen met bevredigend materiaal, dat is hier toch een flinke brug te ver.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met Both sides of an evening op één CD, zoals mijn voorganger ook al schreef, met (althans op míjn uitgave) niet zeven maar acht bonustracks (waaronder Crying in the rain), en met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met Both sides of an evening op één CD, zoals mijn voorganger ook al schreef, met (althans op míjn uitgave) niet zeven maar acht bonustracks (waaronder Crying in the rain), en met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
The Everly Brothers - It's Everly Time (1960)

3,5
1
geplaatst: 2 mei 2023, 14:01 uur
Leuke plaat waarbij de charme voor mij vooral ligt in de hemelse harmonieën en de heerlijke sound van de heldere gitaren en bekkens, en wat minder in de composities, want hoewel hier geen enkel skipmoment op staat gaan nummers als That's what you do to me, Oh true love en Carol Jane wel erg vlot voorbij, zowel figuurlijk als letterlijk. Wat Memories are made of this betreft, dat staat hierop in een prima versie waar ik niets op aan te merken heb, maar voor mij is dat nummer toch teveel verbonden met Dean Martin die er in 1956 een Amerikaanse nummer-1-hit mee had.
Los daarvan moet het in 1960 in ieder geval toch wel duidelijk zijn geweest dat de broers hun gouden keeltjes en hun goede oor voor pakkende covers niet op de Cadence-burelen hadden achtergelaten, en met zes nummers van Felice en Boudleaux Bryant hadden ze bovendien altijd een fundament voor een geslaagde plaat. En dat terwijl het hoogtepunt van dit album nota bene uit de pen van Don kwam: So sad (to watch good love go bad), het perfecte verdrietige liefdesliedje uit die tijd van je jeugd waarop kalverliefde definitief is overgegaan in serieuze verliefdheid waarbij er een relatie in het verschiet ligt – of al voorbij is.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met A date with the Everly Brothers plus zeven bonustracks (waaronder Ebony eyes en Temptation) op één CD, met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
Los daarvan moet het in 1960 in ieder geval toch wel duidelijk zijn geweest dat de broers hun gouden keeltjes en hun goede oor voor pakkende covers niet op de Cadence-burelen hadden achtergelaten, en met zes nummers van Felice en Boudleaux Bryant hadden ze bovendien altijd een fundament voor een geslaagde plaat. En dat terwijl het hoogtepunt van dit album nota bene uit de pen van Don kwam: So sad (to watch good love go bad), het perfecte verdrietige liefdesliedje uit die tijd van je jeugd waarop kalverliefde definitief is overgegaan in serieuze verliefdheid waarbij er een relatie in het verschiet ligt – of al voorbij is.
In 2001 opnieuw uitgegeven samen met A date with the Everly Brothers plus zeven bonustracks (waaronder Ebony eyes en Temptation) op één CD, met een zeer informatief boekje en uitstekend geluid.
The Everly Brothers - Songs Our Daddy Taught Us (1958)

3,5
2
geplaatst: 29 augustus 2024, 19:57 uur
De broers hadden eigenlijk een dubbele agenda met deze plaat: in de woorden van Don Everly, "I knew we would be leaving Cadence and I wanted the last album to be something musically that I loved but I didn't want them to have any possible singles which they would've kept releasing and [which would have] interfered in our career." En dat laatste lukte aardig, want de fan of de song-plugger die had gehoopt op poppy liedjes à la Bye bye love of Wake up little Susie zal hier bedrogen zijn uitgekomen (hoewel Oh so many years een mooie neef van All I have to dream had kunnen zijn).
En die opzettelijke en soms ook wel bewonderenswaardige soberheid van het materiaal is wat mij betreft ook een beetje de achilleshiel van dit album, want de kale sound van de akoestische gitaar en de spaarzame contrabas geven de plaat een eenvormigheid die het luistergenot niet ten goede komt. Bijna elk nummer is apart de moeite waard, maar over de hele linie zit er gewoon te weinig variatie in, met veel nummers in een melige driekwartsmaat en steeds maar dat simpele akkoorden-getokkel, zodat het lichtere Long time gone bijna als een verademing komt. Repertoire en samenzang zijn dik in orde, maar de plaat als geheel is voor mij gewoon te veel van het goede (en vooral van hetzèlfde).
Uiteindelijk kom ik toch nog tot een fatsoenlijke score, want zoals gezegd is bijna elk nummer apart wel de moeite waard, maar ik moet de plaat gewoon niet te vaak in z'n geheel achter elkaar draaien. Hoogtepunt qua nummers is voor mij Kentucky, maar het mooiste moment is steeds het einde van elke derde regel van Rockin' alone (in an old rockin' chair) wanneer Phil op de laatste lettergreep omhoog gaat. Wat een zangers waren dit toch.
En die opzettelijke en soms ook wel bewonderenswaardige soberheid van het materiaal is wat mij betreft ook een beetje de achilleshiel van dit album, want de kale sound van de akoestische gitaar en de spaarzame contrabas geven de plaat een eenvormigheid die het luistergenot niet ten goede komt. Bijna elk nummer is apart de moeite waard, maar over de hele linie zit er gewoon te weinig variatie in, met veel nummers in een melige driekwartsmaat en steeds maar dat simpele akkoorden-getokkel, zodat het lichtere Long time gone bijna als een verademing komt. Repertoire en samenzang zijn dik in orde, maar de plaat als geheel is voor mij gewoon te veel van het goede (en vooral van hetzèlfde).
Uiteindelijk kom ik toch nog tot een fatsoenlijke score, want zoals gezegd is bijna elk nummer apart wel de moeite waard, maar ik moet de plaat gewoon niet te vaak in z'n geheel achter elkaar draaien. Hoogtepunt qua nummers is voor mij Kentucky, maar het mooiste moment is steeds het einde van elke derde regel van Rockin' alone (in an old rockin' chair) wanneer Phil op de laatste lettergreep omhoog gaat. Wat een zangers waren dit toch.
The Everly Brothers - The Complete Cadence Recordings 1957-1960 (2001)

0
geplaatst: 7 augustus 2024, 14:05 uur
Mooi om alles wat deze giganten tijdens de belangrijkste periode van hun carrière opnamen bij elkaar verzameld te hebben, maar volgens mij is deze box regelmatig niet verkrijgbaar. Bovendien staan singles, albumtracks en demo's hier dwars door elkaar, en zelfs wanneer alle nummers van één album netjes bij elkaar gegroepeerd staan (zoals bij Songs our daddy taught us, tracks 24-35) is de volgorde daarvan nog anders dan op de oorspronkelijke plaat.
Tip voor een goed alternatief: de 3-CD-box The Cadence recordings van het Engelse Edsel-label (Demon Music) uit 2020. Op de eerste CD daarvan staat het integrale debuutalbum The Everly Brothers (met alle nummers in de juiste oorspronkelijke volgorde), op de tweede CD staat Songs our daddy taught us (ook in de juiste volgorde), en op de derde CD staan eerst de A- en B-kantjes van de zeven niet op één van de twee reguliere Everly-albums verschenen singles (in de juiste chronologische volgorde) en daarna nog negen demo's en alternatieve versies. Zo bevat deze box alle nummers die ook op bovenstaande compilatie staan, met een boekje met vrij complete annotatie, de eerste twee CD's in kartonnen replica's van de voor- en achterkanten van de albumhoezen op CD-formaat, en uitstekend geluid. En wat de muziek zelf betreft: ***** natuurlijk. Een aanrader.
Tip voor een goed alternatief: de 3-CD-box The Cadence recordings van het Engelse Edsel-label (Demon Music) uit 2020. Op de eerste CD daarvan staat het integrale debuutalbum The Everly Brothers (met alle nummers in de juiste oorspronkelijke volgorde), op de tweede CD staat Songs our daddy taught us (ook in de juiste volgorde), en op de derde CD staan eerst de A- en B-kantjes van de zeven niet op één van de twee reguliere Everly-albums verschenen singles (in de juiste chronologische volgorde) en daarna nog negen demo's en alternatieve versies. Zo bevat deze box alle nummers die ook op bovenstaande compilatie staan, met een boekje met vrij complete annotatie, de eerste twee CD's in kartonnen replica's van de voor- en achterkanten van de albumhoezen op CD-formaat, en uitstekend geluid. En wat de muziek zelf betreft: ***** natuurlijk. Een aanrader.
The Everly Brothers - The Everly Brothers (1957)
Alternatieve titel: They're Off and Rolling

4,5
1
geplaatst: 18 augustus 2024, 22:16 uur
Een korte plaat zonder een grammetje vet die toch de indruk van volheid maakt vanwege de heerlijke composities, het warme bandgeluid in combinatie met de kleine maar uiterst effectieve gitaarloopjes van Chet Atkins (of één van de andere sessiegitaristen) en de sublieme samenzang. Naast de perfecte bijdragen van de Bryants en de broers zelf plus de twee uitstekende covers van Ray Charles, bevat deze plaat helaas ook drie overbodige covers van rock & roll-klassiekers die niet alleen uit de toon vallen omdat ze zo onbetwistbaar "van" Little Richard en Gene Vincent zijn, maar ook omdat ze zo duidelijk het blues-schema volgen terwijl de meeste overige nummers hier eigen akkoordenschema's hebben en veel meer country-pop dan rock & roll zijn, zodat het album als geheel voor mij een licht schizofreen karakter krijgt. (Be-bop-a-lula is zelfs een behoorlijke misser omdat deze versie elke vorm van wildheid mist die het origineel juist zo briljant maakte.)
Maar goed, het gebruiken van dergelijke bekende nummers als opvulsel was nog tot in de begintijd van de Beatles heel gangbaar, dus het heeft weinig zin om dit album daar op aan te kijken. De belangrijkste indruk blijft uiteindelijk toch dat dit een geweldige debuutplaat van een grote nieuwe act is die zoveel decennia later nog altijd tintelfris klinkt.
Maar goed, het gebruiken van dergelijke bekende nummers als opvulsel was nog tot in de begintijd van de Beatles heel gangbaar, dus het heeft weinig zin om dit album daar op aan te kijken. De belangrijkste indruk blijft uiteindelijk toch dat dit een geweldige debuutplaat van een grote nieuwe act is die zoveel decennia later nog altijd tintelfris klinkt.
The Fatal Flowers - Pleasure Ground (1990)

4,0
0
geplaatst: 9 september 2011, 12:40 uur
Een Nederlandse rockplaat met een Echte Onvervalste Nederlandse Rock'n'roll-Stem, die had je toen nog niet zoveel. Blijft twintig jaar na dato nog steeds makkelijk overeind. Opmerkelijk ook hoe Richard Janssen dat ruige jasje probleemloos uit kan gooien om kwetsbaar te klinken op Better times en vooral ongrijpbaar melancholiek op Speed of life, met dat accordeon en dat klavecimbel één van de meest verdrietige nummers die ik ken (dat ene zielige gitaarnootje na het laatste refrein op 4'11!). Niet alles is even memorabel (van Funky Street word ik helemaal gek), maar als het hier raak is is het meteen ook goed raak, en daar gaat het toch om.
The Flaming Lips - The Soft Bulletin (1999)

3,0
1
geplaatst: 27 september 2016, 12:38 uur
Al na een paar nummers is duidelijk dat dit een groep met zo'n unieke benadering qua composities, arrangementen en zang is dat hij als het ware uitnodigt om in het hart gesloten te worden: wie hiervoor valt zou wel eens met onvoorwaardelijke liefde in deze band kunnen opgaan. Case in point : Jason Ankeny in zijn recensie voor de All Music Guide: "not just the best album of 1999, The soft bulletin might be the best record of the entire decade" – maar zie ook de aanhankelijkheid die eerdere gebruikers op deze pagina's betuigen. Zelf hoor ik wel dat dit apart en eigenzinnig is, maar echt heel goed kan ik het niet vinden, daarvoor pakken de composities mij te weinig, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Grandaddy. Curieus en intrigerend, maar het kwartje valt niet.
The Flower Kings - Adam & Eve (2004)

5,0
0
geplaatst: 3 maart 2017, 22:10 uur
Jaren geleden heb ik deze CD kortstondig van een vriend geleend, en in alle snelheid meende ik dat alleen de eerste drie en de laatste twee nummers echt goed waren, dus, eikel die ik ben, ik bedoel natuurlijk wàs, kopieerde ik alleen die vijf tracks. Die selectie heb ik sindsdien echter zó vaak gedraaid en heeft me zóveel plezier gegeven dat ik uiteindelijk de CD zelf maar heb gekocht, in de hoop (en ook wel de te rechtvaardigen verwachting) dat die mindere vijf nummers (die allang uit mijn geheugen waren verdwenen) toch niet echt héél veel slechter dan de rest zouden blijken te zijn.
En inderdaad is dat middendeel toch ook absoluut niet slecht. A vampire view is een stuk theatraler (een beetje à la Alice Cooper ten tijde van Welcome to my nightmare) maar heeft ook een prachtig refrein, het titelnummer is net zo serieus als het thema van de tekst maar ook net zo luchtig als de ironie die tussen de regels doorsijpelt (mooi ook hoe de zang van Roine Stolt de swagger van Adam weerspiegelt), Starlight man is weer “ouderwets” lyrisch, en alleen Timelines wil ondanks de aardige tekst nog niet echt tot leven komen.
Los van de dwaze geschiedenis van hoe ik deze plaat zo gefragmenteerd tot mij heb genomen, en vooral op basis van de hoogtepunten van dit album (nog altijd de eerste drie nummers) merk ik nu dat dit de prog is zoals ik hem het liefste hoor : melodieus, warm, niet vies van een gierende solo maar zonder het doorraggende “cirkelzaaggitaargeweld” van de hardere progmetal, en met duidelijke wortels in de jaren 70, met in dit specifieke geval dan nog als pluspunten dat de muziek op z’n beste momenten (zoals de twee langste nummers) een sterke invloed lijkt te hebben ondergaan van Yes (nog altijd mijn ijkpunt voor symfo, hoewel de A trick of the tail-outtake Babylon ook niet te versmaden is) en dat frontman Roine Stolt een zeldzaam sympathieke en vriendelijke stem heeft. En hoewel de 30 minuten van het middendeel (hoewel dus niet slecht) niet het niveau van de sublieme 50 overige minuten halen, geef ik dit album vanwege die prachtige meeslepende hoogtepunten toch de volle 5 sterren. En dan te bedenken dat dit pas mijn eerste plaat van deze mannen is, en dat dit op MusicMeter hun laagst gewaardeerde plaat is... The sum of no evil is de volgende schotel op het menu.
En inderdaad is dat middendeel toch ook absoluut niet slecht. A vampire view is een stuk theatraler (een beetje à la Alice Cooper ten tijde van Welcome to my nightmare) maar heeft ook een prachtig refrein, het titelnummer is net zo serieus als het thema van de tekst maar ook net zo luchtig als de ironie die tussen de regels doorsijpelt (mooi ook hoe de zang van Roine Stolt de swagger van Adam weerspiegelt), Starlight man is weer “ouderwets” lyrisch, en alleen Timelines wil ondanks de aardige tekst nog niet echt tot leven komen.
Los van de dwaze geschiedenis van hoe ik deze plaat zo gefragmenteerd tot mij heb genomen, en vooral op basis van de hoogtepunten van dit album (nog altijd de eerste drie nummers) merk ik nu dat dit de prog is zoals ik hem het liefste hoor : melodieus, warm, niet vies van een gierende solo maar zonder het doorraggende “cirkelzaaggitaargeweld” van de hardere progmetal, en met duidelijke wortels in de jaren 70, met in dit specifieke geval dan nog als pluspunten dat de muziek op z’n beste momenten (zoals de twee langste nummers) een sterke invloed lijkt te hebben ondergaan van Yes (nog altijd mijn ijkpunt voor symfo, hoewel de A trick of the tail-outtake Babylon ook niet te versmaden is) en dat frontman Roine Stolt een zeldzaam sympathieke en vriendelijke stem heeft. En hoewel de 30 minuten van het middendeel (hoewel dus niet slecht) niet het niveau van de sublieme 50 overige minuten halen, geef ik dit album vanwege die prachtige meeslepende hoogtepunten toch de volle 5 sterren. En dan te bedenken dat dit pas mijn eerste plaat van deze mannen is, en dat dit op MusicMeter hun laagst gewaardeerde plaat is... The sum of no evil is de volgende schotel op het menu.
The Flower Kings - Back in the World of Adventures (1995)

3,0
0
geplaatst: 24 juli 2020, 16:48 uur
Feitelijk al een klassiek Flower Kings-album, met Roine Stolts soulfulle stem (maar nog zonder hulp van Hasse Fröberg) en lyrische gitaarsolo's, Tomas Bodins warme toetsen, een stevig fundament van de ritmesectie, teksten met een insteek van afwisselend religieuze, algemeen-positieve of maatschappijkritische strekking, en het geheel lekker hard en helder geproduceerd. Toch kan niet alles me evenzeer boeien, want sommige van de korte nummers springen er gewoon niet uit, zodat ik wel met plezier zit te luisteren maar ik na afloop merk dat er ook na diverse malen beluisteren toch weinig van is blijven hangen. De langste nummers vind ik het sterkst, en Theme for a hero heeft een spannende tweede helft, maar als geheel is dit na Stolts FK-eersteling The flower king (1994) toch een lichte teleurstelling.
The Flower Kings - Banks of Eden (2012)

4,0
1
geplaatst: 8 september 2019, 22:51 uur
And now she's gone, so bring the darkness down... Moeilijk om iets te zeggen over "het" nummer: ik heb het nu vijf maal beluisterd (waarvan de laatste keer geconcentreerd en met het tekstboekje in de hand), en de individuele passages zijn sterk, maar ik mis een beetje de greep op het geheel, een inzicht waarom al deze stukken samen één geheel zouden moeten vormen, een soort overstijgende impact. Daar staat tegenover dat ik de vier korte (of liever gezegd korteRE) nummers stuk voor stuk prachtig vind, met als brok-in-de-keel-momenten die gemene solo op Pandemonium, die hemelse riff op For those about to drown en die fantastische afsluiter die me haast doet wensen dat ik kon geloven. De plaat klinkt weer geweldig (met name het ruimtelijke geluid rondom de ritmesectie), de teksten zijn donkerder maar gelukkig nog steeds met Stolts positieve insteek, de afwisseling van zangstemmen is zeer effectief (vooral op de laatste twee nummers), en voor Stolts fabuleuze gitaarwerk ga ik verder geen superlatieven meer uitdelen. Dus op minder dan 4* inzetten kan ik sowieso niet, en op Numbers gaat nog wat gestudeerd worden.
The Flower Kings - By Royal Decree (2022)

2,5
0
geplaatst: 1 november 2022, 10:52 uur
Alles weer keurig verzorgd, met warme arrangementen gespeeld door uiterst capabele muzikanten, met een aardige poging om hier met een paar herhaalde muzikale en tekstuele motieven ("A million nameless stars above", "the great healer") een soort eenheid in te injecteren, en gestoken in een fraai hoesje. Helaas springen er voor mij te weinig composities echt uit, ook wordt dan zoals gebruikelijk de hele trucendoos met vondsten qua arrangementen geopend, en Stolts genadeloos herhaalde oproep tot het openen van je hart, het bewandelen van het juiste pad etc. gaat me dan op een gegeven moment ook wel tegenstaan. Er staan een paar prachtige nummers op (met name de opener, The darkness in you en Silent ways), en de Flower Kings blijven een sympathieke band, maar ik hoor van hen toch liever de epische "work-outs" dan dit soort zowel kwalitatief als qua lengte vrij middelmatige nummers.
The Flower Kings - Desolation Rose (2013)

4,0
1
geplaatst: 4 november 2019, 17:29 uur
Tja, herkenbaar de Flower Kings maar toch ook ànders, met kortere nummers, zware riffs en donkere teksten. Ik kan hier moeilijk objectief over oordelen, want zodra ik Stolts stem en/of zijn spetterende gitaarspel en/of de dynamiek van deze band hoor zakt het schuifje van mijn kritische vermogen spontaan van 11 naar –1, maar waar uit de teksten iets minder flower-power en iets meer actuele maatschappelijke bezorgdheid spreekt, hoor ik in de muziek vooralsnog niet helemaal de lyrische vlucht die eerdere platen van deze band vaak namen. Op basis van CD1 zou ik dan ook iets lager inzetten (3½*) dan voor mij bij de Kings gebruikelijk is, maar ik kom toch uit op 4* omdat ik (in tegenstelling tot eerdere gebruikers hier) CD2 een zeer waardevolle aanvulling vind; er staan misschien wat veel instrumentaaltjes op, maar ze hebben allemaal iets aparts, en met name het spacy Interstellar visitations en het Focus-achtige The wailing wall vind ik toch wel erg imponerend. (Je zou hiertegen kunnen inbrengen dat de nummers op een bonusdisc eigenlijk niet "mogen" meetellen bij een beoordeling c.q. waardering in sterren, en dat is een standpunt waar ik het normaliter helemaal mee eens ben. Maar een album van de Flower Kings dat korter dan een uur duurt, kom op zeg, wie heeft daar ooit van gehoord?)
Bizar trouwens dat er, tussen de voorgaande tekst en het bericht dáár weer voor, maar liefst vijf jaar radiostilte bij dit album is geweest, maar over zulke hiaten verbaas ik me wel vaker op deze site.
Bizar trouwens dat er, tussen de voorgaande tekst en het bericht dáár weer voor, maar liefst vijf jaar radiostilte bij dit album is geweest, maar over zulke hiaten verbaas ik me wel vaker op deze site.
The Flower Kings - Flower Power (1999)
Alternatieve titel: A Journey to the Hidden Corners of Your Mind

5,0
0
geplaatst: 8 december 2018, 13:40 uur
Met alle reeds uitgedeelde lof voor Garden of dreams kan ik het alleen maar eens zijn, want dat is een indrukwekkend en bijzonder gevarieerd epos waarvan het momentum zelfs de flauwe rocker Don't let the Devil in in z'n kielzog meesleurt (en met voldoende credits om mij daarna ook de enigszins stuurloze Steve Vai-pastiche Astral dog door de vingers te kunnen laten zien). Over de tweede CD verschil ik echter van mening met de meeste (alle?) gebruikers hier, want eigenlijk vind ik die absoluut niet minder dan de eerste, met één flauw nummer (Magic pie, de enige track waar noch Roine Stolt noch Tomas Bodin een hand in had) en verder eigenlijk alleen maar interessante stukken, met het openingsnummer en het briljante Calling home als hoogtepunten.
Muzikaal is het allemaal weer uiterst verzorgd en van hoog niveau, met prachtige gitaarsolo's op warme klanktapijten van orgel, piano en synthesizer en ondersteund door een krachtige ritmesectie. Stolt is nooit bang voor het grote gebaar ("sail the sea of eternity!"), en hoewel het bijna onmogelijk is om hem niet te verwijten dat overdaad schaadt valt mij juist zo op hoe veel moois en hoe weinig verwaarloosbaars hier op staat – er is in ieder geval niets dat ik van deze 140 minuten echt zou willen missen. De geest van Yes waart hier onmiskenbaar rond, en je moet wel tegen de alomtegenwoordige kosmische seizoenen-, dieren- en bloemensymboliek kunnen, maar dan hèb je ook wat – een hartverwarmend meesterwerk van een band die langzaam maar zeker richting mijn artiesten-top-10 opstoomt.
Muzikaal is het allemaal weer uiterst verzorgd en van hoog niveau, met prachtige gitaarsolo's op warme klanktapijten van orgel, piano en synthesizer en ondersteund door een krachtige ritmesectie. Stolt is nooit bang voor het grote gebaar ("sail the sea of eternity!"), en hoewel het bijna onmogelijk is om hem niet te verwijten dat overdaad schaadt valt mij juist zo op hoe veel moois en hoe weinig verwaarloosbaars hier op staat – er is in ieder geval niets dat ik van deze 140 minuten echt zou willen missen. De geest van Yes waart hier onmiskenbaar rond, en je moet wel tegen de alomtegenwoordige kosmische seizoenen-, dieren- en bloemensymboliek kunnen, maar dan hèb je ook wat – een hartverwarmend meesterwerk van een band die langzaam maar zeker richting mijn artiesten-top-10 opstoomt.
The Flower Kings - Islands (2020)

3,0
1
geplaatst: 11 oktober 2022, 15:20 uur
Ook weer zo'n band: hechte fans die in de eerste vier maanden na de release een enthousiast bericht schrijven, en daarna een radiostilte die nu toch al weer bijna 22 maanden duurt waarbij er niemand van buiten de kring hier eens een kijkje komt nemen c.q. bij deze band een luisterend oor legt. Ik beschouw mezelf ook wel als een fan van de Flower Kings (9 albums in de kast, waarvan één in mijn persoonlijke top-10), maar de mate waarin Stolt produceert en de lengte van zijn albums maken me soms wat huiverig, en hoewel het nog een stuk "erger" dan 92 minuten had gekund vind ik dit album toch ook weer een hele kluif. Daar komt bij dat ik het ook allemaal niet zo bijzonder vind: de insteek is mooi en het is leuk om te zien hoe sommige concepten ("The world is opening like a rose") in meerdere nummers terugkomen, maar die nummers zelf zijn lang niet allemaal even sterk, vaak leunend op de rijke arrangementen en Stolts geweldige gitaarspel terwijl de zangmelodieën weinig variatie vertonen en maar zelden echt sprankelen. Je zou niet zeggen dat al deze partijen apart van elkaar opgenomen werden, en nog altijd is er die sublieme totaalsound waar ik zo verliefd op werd toen ik de Flower Kings voor het eerst leerde kennen, maar 15 jaar en evenzovele platen later wordt het me soms allemaal wat te veel.
The Flower Kings - Look at You Now (2023)

3,5
2
geplaatst: 15 januari 2024, 10:29 uur
Ik moet eerlijk zeggen dat door de constante stroom FK-releases van de afgelopen jaren niet alle platen mij even goed en gedetailleerd voor de geest staan, maar ik heb het idee dat dit de eerste keer is dat Roine Stolt niet alleen een consistent album met (veel) kortere songs heeft afgeleverd, maar dat hij zijn arrangementen hier ook nog eens wat meer heeft teruggesnoeid zodat ze wat beter aansluiten bij wat nummers van deze lengte nodig hebben (hoewel nummers als Hollow man en Dr Ribedeaux nog altijd propvol miniriffjes en geluidjes en muzikale vondstjes staan). Doordat het kortere nummers zijn nemen ze ook wat minder spetterende left-turns, en dat komt de directe emotionele zeggingskracht soms ook ten goede zonder dat dat ten koste gaat van het vrij unieke eigen karakter van de Kings, dus daar kan ik alleen maar blij mee zijn, hoewel het lange slotnummer toch ook wel weer een hoogtepunt van het album is. Dat gezegd hebbende begin ik zo langzaam maar zeker ook wel een beetje genoeg te krijgen van dat jubelende geschreeuw van Hasse Fröberg, en ik vraag me af in hoeverre dat niet ook geldt voor de band als geheel, maar dat is natuurlijk persoonlijk.
The Flower Kings - Paradox Hotel (2006)

3,0
0
geplaatst: 26 augustus 2020, 17:33 uur
Hoe raar het ook klinkt, met de onvoorspelbare muziek van deze band weet je bijna altijd wat je kunt verwachten: lang uitgespronnen nummers met regelmatige tempowisselingen, pittige gitaarsolo's, warme toetsenpartijen en positieve teksten (maar niet dan zoals bij de Positivo's, eerder een oproep tot liefdevolle strijdbaarheid en een weigering om tot fatalisme of nihilisme te vervallen). Aan de ene kant gaat deze muziek dus zóveel kanten op dat je nooit weet je over een halve minuut zult horen, aan de andere kant zul je je er ook nooit een buil aan vallen omdat Stolt nou eenmaal overloopt van ideeën, energie en spelplezier. Dat gezegd hebbende moet ik denken aan James Joyce die voor zijn 700 pagina's dikke en extreem hermetische roman Finnegans wake eigenlijk "de ideale slapeloze lezer" wenste, want net als bij dat boek heb je bij elke (dubbel-)CD van Stolt wel even de tijd nodig om hem helemaal te doorgronden, terwijl er ondertussen nog veel andere muziek aan de deur staat te kloppen – en als je niet uitkijkt is er zelfs al weer een nieuwe plaat van Stolt zèlf achter aan de rij aangesloten. En laten we ook niet vergeten dat dit album een paar decennia geleden ongeveer 3½ vinylelpee in beslag zou hebben genomen – zodanig ben ik al gewend aan de enorme produktiviteit van de Flower Kings dat ik gewoon vergeet dat ik in analoge tijden mijn wenkbrauwen wel even zou hebben gefronst bij de omvang van dit album.
Take it or leave it, zou je zeggen, maar mijn punt is dat ik me afvraag of ik de enige ben bij wie de overdaad aan FK-produkt schaadt, en wanneer er dan ook nog eens te weinig nummers echt uitspringen ben ik geneigd om net als ChrisX en obsessed (maart 2006 alweer) gewoon naar eerdere platen als Adam & Eve of Flower power te grijpen. (Een uitzondering moet ik overigens wel maken voor de tweede helft van de eerste CD die eindigt met een uiterst indrukwekkend kwartet inclusief een postume zelfrechtvaardiging van Hitler, een broos liedje over een kind dat bang is in het donker en een prachtige en zeer toepasselijk getitelde "uplifting" afsluiter inclusief heerlijke slide.)
Take it or leave it, zou je zeggen, maar mijn punt is dat ik me afvraag of ik de enige ben bij wie de overdaad aan FK-produkt schaadt, en wanneer er dan ook nog eens te weinig nummers echt uitspringen ben ik geneigd om net als ChrisX en obsessed (maart 2006 alweer) gewoon naar eerdere platen als Adam & Eve of Flower power te grijpen. (Een uitzondering moet ik overigens wel maken voor de tweede helft van de eerste CD die eindigt met een uiterst indrukwekkend kwartet inclusief een postume zelfrechtvaardiging van Hitler, een broos liedje over een kind dat bang is in het donker en een prachtige en zeer toepasselijk getitelde "uplifting" afsluiter inclusief heerlijke slide.)
The Flower Kings - Retropolis (1996)

3,5
1
geplaatst: 18 augustus 2019, 11:28 uur
De 70's-prog-invloeden op de platen van de Flower Kings heb ik altijd alleen maar leuk gevonden, en gelukkig maar, want anders zou ik met Retropolis wel problemen hebben gehad. Met name de Genesis-invloeden overheersen hier, enerzijds wanneer ik regelmatig Tony Banks-achtige keyboards en een Steve Hackett-gitaar voorbij hoor komen, anderzijds door tekstuele verwijzingen, maar in het titelnummer komt ook Keith Emerson luid en duidelijk door, en de Yes-vibe is zoals altijd onmiskenbaar (dat slot van There is more to this world) maar nimmer storend.
Waar ik wèl moeite mee heb is een bepaalde mate van structuurloosheid van dit album. Alle progrock draait natuurlijk om het idee van aparte passages die binnen het grotere geheel van één nummer of songcyclus samengesmeed worden zodat zelfs contrasterende elementen gaan hermoniëren, maar voor mijn gevoel bevat Retropolis teveel nummers die als los zand aan elkaar hangen en waar de terugkerende melodieën en/of refreinen te weinig ruggegraat aan geven. Het titelnummer bijvoorbeeld maakt niet duidelijk waarom het als één geheel op de plaat is gezet, of waarom het niet vijf minuten langer of korter had kunnen duren – er komt gewoon geen dwingende gedachte uit omhoog, geen gevoel van éénheid, en dat geldt eigenlijk voor het meeste songmateriaal op deze plaat. Geen enkel nummer is echt slecht, maar in feite is elke track meer een toverdoos waar ik heerlijke glimmertjes uit pik dan een veelkleurig bouwsel waaraan elke melodie en elk instrument z'n steentje bijdraagt. Dat ik de plaat desalniettemin toch kan waarderen komt vanwege mijn liefde voor de muzikale insteek, de positieve instelling en de heerlijke gitaarsolo's (het slot van Flora majora!) van Roine Stolt, onderhand wel een beetje een held van mij; als hij op het laatste (en misschien wel beste) nummer "And after all it's good to be alive" zingt ben ik bijna geneigd om hem te geloven.
Grappig tekstje van Stolt in het boekje bij de CD, met een soort Broadway melody of 1974-achtige vignetjes van beroemde persoonlijkheden, alles onder het toezicht van "the Master of all Times, The Source of Wizdom, Gardener of the ever expanding Flower of Love". Maar de tijden veranderen en de humor van laatstgenoemde heeft een onverwacht serieuze wending genomen: "no-one is perfect, not even Michael Jackson!!"
Waar ik wèl moeite mee heb is een bepaalde mate van structuurloosheid van dit album. Alle progrock draait natuurlijk om het idee van aparte passages die binnen het grotere geheel van één nummer of songcyclus samengesmeed worden zodat zelfs contrasterende elementen gaan hermoniëren, maar voor mijn gevoel bevat Retropolis teveel nummers die als los zand aan elkaar hangen en waar de terugkerende melodieën en/of refreinen te weinig ruggegraat aan geven. Het titelnummer bijvoorbeeld maakt niet duidelijk waarom het als één geheel op de plaat is gezet, of waarom het niet vijf minuten langer of korter had kunnen duren – er komt gewoon geen dwingende gedachte uit omhoog, geen gevoel van éénheid, en dat geldt eigenlijk voor het meeste songmateriaal op deze plaat. Geen enkel nummer is echt slecht, maar in feite is elke track meer een toverdoos waar ik heerlijke glimmertjes uit pik dan een veelkleurig bouwsel waaraan elke melodie en elk instrument z'n steentje bijdraagt. Dat ik de plaat desalniettemin toch kan waarderen komt vanwege mijn liefde voor de muzikale insteek, de positieve instelling en de heerlijke gitaarsolo's (het slot van Flora majora!) van Roine Stolt, onderhand wel een beetje een held van mij; als hij op het laatste (en misschien wel beste) nummer "And after all it's good to be alive" zingt ben ik bijna geneigd om hem te geloven.
Grappig tekstje van Stolt in het boekje bij de CD, met een soort Broadway melody of 1974-achtige vignetjes van beroemde persoonlijkheden, alles onder het toezicht van "the Master of all Times, The Source of Wizdom, Gardener of the ever expanding Flower of Love". Maar de tijden veranderen en de humor van laatstgenoemde heeft een onverwacht serieuze wending genomen: "no-one is perfect, not even Michael Jackson!!"
The Flower Kings - Space Revolver (2000)

4,0
1
geplaatst: 11 juni 2019, 12:41 uur
Op dit album gaat het weer alle kanten op. "Roine Stolt parkeert nooit eens nummer maar brengt echt alles uit wat hij schrijft/opneemt", zegt Ozric Spacefolk op 25-8-2010, en gezien Stolts enorme produktiviteit zou dat best kunnen. Het is dan ook niet allemaal even pakkend, maar aan de andere kant zakt het ook nergens onder een ondergrens heen, en als dan Monster within eerst met een knipoog over een nachtmerrie lijkt te gaan maar daarna meer duistere maatschappelijke fenomenen op de korrel neemt laat hij het doodleuk volgen door het heerlijk zomerse Chicken farmer song (met trouwens geweldig licht drumwerk van Jaime Salazar). Natuurlijk krijgen de twee delen van I am the sun hier de meeste aandacht, maar net als voor mijn voorganger is A king's prayer voor mij het hoogtepunt. Of Space revolver binnen het oeuvre van de Flower Kings het voorrecht verdient van All Musics "Album Pick" (de beste of meest representatieve plaat van een band) weet ik nog zo net niet, maar het is een mooie aanvulling op hun werk, en Stolts gedecideerde zang, lyrische gitaarspel, compositorische vernuft en positieve insteek maken mij steeds meer een fan. "Hey! I used to be a King – now I'm just a king of laughter / Put my faith in anything – anything that's close to wonder!"
The Flower Kings - Stardust We Are (1997)

2,5
1
geplaatst: 30 augustus 2019, 16:30 uur
Weet je wat het is: ik denk dat iemand met een vilein gevoel voor humor Roine Stolt ooit in het begin van diens carrière heeft wijsgemaakt dat je een CD altijd hélemaal moet opvullen, dus als je maar 30 minuten muziek tot je beschikking hebt moet je er nog 45 bij schrijven, en als je maar 90 minuten hebt moet je tot de 130 doorgaan (zoals hier). Ik heb er tot nu toe nooit moeite mee gehad dat Stolt zo ongeveer elke scheet die in zijn studio werd geproduceerd op plaat zette, maar bij dit album begint zijn gebrek aan (of minachting voor) "quality control" me toch te storen. Een nummer als Just this once is wel representatief voor de meerderheid op dit album: na de introductie van een op zich al niet bijzonder interessante vocale melodie gaat het nummer verder met eerst een jazzsolo en daarna een steviger rocksolo, maar de songstructuur zelf wordt er verder niet beter of boeiender door, en het uitgebreide instrumentarium wordt eigenlijk alleen maar aangewend om de buitenkant beter te laten klinken terwijl de binnenkant verder vrij fantasieloos blijft.
Merkwaardig genoeg zijn het juist de instrumentals die het niveau opkrikken. Je zou verwachten dat instrumentale nummers een iets abstracter structuur hebben waardoor Stolt nóg meer de neiging heeft om alle kanten op te vliegen zonder ergens te landen, maar het trio van Poor Mr Rain's ordinary guitar / The man who walked with kings / Circus Brimstone is afwisselend lyrisch en agressief, ingetogen en uitbundig, serieus en grappig, en waar Stolt mijn aandacht in de traditionelere nummers niet vast kan houden lukt hem dat hier wèl, net als bij het hippie-romantische Don of the universe. En natuurlijk staan er ook wel wat mooie niet-instrumentale nummers op, zoals het vrolijke The merry-go-round en het ontspannen Different people. (Een ander ontspannen nummer, Ghost of the red cloud, zou ik daarentegen het liefst van de CD afvijlen.) Het veelgeprezen titelnummer lijdt voor mij ook aan het euvel dat ik in de eerste alinea van dit bericht beschreef: aardige passages (met name Part III) maar te weinig structuur, teveel los zand en te weinig meeslepend, en dat 25 lange minuten lang. (Is 12:49–13:04 meer dan een knipoog naar Camels Freefall ?)
Misterfool heeft hierboven trouwens een mooi gedetailleerd bericht geschreven waar ik graag naar verwijs. Twee verschilpunten zijn wel dat ik Stolts stem juist nooit iel of irritant vind (zodat ik hem ook graag hoor op de momenten dat hij níét "enigszins bluesy" klinkt) en dat mijn beoordeling uiteindelijk toch een stuk lager uitvalt dan de 4* die Misterfool aan Stardust we are uitdeelde toen hij nog op deze site actief was – ik hoor hier gewoon te weinig hoogtepunten voor de rechtvaardiging van de enorm lange zit die dit album is, dus kom ik uit op mijn klassieke score voor een plaat die ik wel sympathiek vind maar die ik met de beste wil van de wereld niet echt goed kan vinden. Zo is de zesde titel die ik van de Flower Kings heb leren kennen tevens mijn eerste teleurstelling binnen hun discografie.
Merkwaardig genoeg zijn het juist de instrumentals die het niveau opkrikken. Je zou verwachten dat instrumentale nummers een iets abstracter structuur hebben waardoor Stolt nóg meer de neiging heeft om alle kanten op te vliegen zonder ergens te landen, maar het trio van Poor Mr Rain's ordinary guitar / The man who walked with kings / Circus Brimstone is afwisselend lyrisch en agressief, ingetogen en uitbundig, serieus en grappig, en waar Stolt mijn aandacht in de traditionelere nummers niet vast kan houden lukt hem dat hier wèl, net als bij het hippie-romantische Don of the universe. En natuurlijk staan er ook wel wat mooie niet-instrumentale nummers op, zoals het vrolijke The merry-go-round en het ontspannen Different people. (Een ander ontspannen nummer, Ghost of the red cloud, zou ik daarentegen het liefst van de CD afvijlen.) Het veelgeprezen titelnummer lijdt voor mij ook aan het euvel dat ik in de eerste alinea van dit bericht beschreef: aardige passages (met name Part III) maar te weinig structuur, teveel los zand en te weinig meeslepend, en dat 25 lange minuten lang. (Is 12:49–13:04 meer dan een knipoog naar Camels Freefall ?)
Misterfool heeft hierboven trouwens een mooi gedetailleerd bericht geschreven waar ik graag naar verwijs. Twee verschilpunten zijn wel dat ik Stolts stem juist nooit iel of irritant vind (zodat ik hem ook graag hoor op de momenten dat hij níét "enigszins bluesy" klinkt) en dat mijn beoordeling uiteindelijk toch een stuk lager uitvalt dan de 4* die Misterfool aan Stardust we are uitdeelde toen hij nog op deze site actief was – ik hoor hier gewoon te weinig hoogtepunten voor de rechtvaardiging van de enorm lange zit die dit album is, dus kom ik uit op mijn klassieke score voor een plaat die ik wel sympathiek vind maar die ik met de beste wil van de wereld niet echt goed kan vinden. Zo is de zesde titel die ik van de Flower Kings heb leren kennen tevens mijn eerste teleurstelling binnen hun discografie.
The Flower Kings - The Sum of No Evil (2007)

5,0
1
geplaatst: 24 september 2017, 16:58 uur
Als ik mag generaliseren op basis van de (helaas slechts) twee Flower Kings-albums die ik tot nog toe heb leren kennen, dan geldt voor Roine Stolt dat teveel nooit genoeg is, dus er komt altijd nog een extra gitaarsolo of een laatste herhaling van een pakkend refreintje achteraan, maar ik heb daar persoonlijk geen enkele moeite mee. De brommende bas van Yes, een orgeltje van Genesis, Stolts lyrische gitaarsolo's, een kleine verwijzing naar een albumtitel van Camel in het ontroerende Trading my soul (inclusief een subtiele mellotron), de heldere en warme sound, en bovenal Stolts ongegeneerd gedreven en gloedvolle stem die de muziek een algehele positieve en onweerstaanbaar vreugdevolle vibe geven – ik lust er wel pàp van. beaster1256 heeft helemaal gelijk als hij het heeft over "het voetspoor van Yes" (5-10-2007), maar de Flower Kings zijn voor mijn gevoel absoluut geen epigonen, daar heeft deze muziek veel te veel energie en inventiviteit en spelplezier voor. Je moet er wel even voor gaan zitten, want dat dit geen muziek is om na één of twee keer al een oordeel over klaar te hebben is duidelijk; zo blijft na een keer of vijf luisteren de tweede helft enigszins achter bij de eerste helft, maar dat laatste trio komt in de toekomst wellicht ook nog wel "bij". Op basis van de eerste drie kwartier zet ik in ieder geval alvast hoog in (****½, en dan moet ik me tijdens de coda van Life in motion met alle macht bedwingen om niet nú al dat lullige laatste halve sterretje toe te kennen).
The Flower Kings - Unfold the Future (2002)

3,5
0
geplaatst: 25 september 2019, 14:30 uur
Ja, dat zijn toch rare dingen. Waarom is een plaat met 10 goede maar ook 2 slechte nummers minder goed dan een plaat met dezelfde 10 goede maar daarnaast nul slechte nummers? Met een CD-speler kun je bij die eerste plaat de twee slechte nummers er gewoon uit filteren, zodat je in theorie een net zo goede plaat als de tweede overhoudt – maar in de praktijk staan die twee missers een gelijke waardering in de weg, want ze zitten daar toch maar mooi de flow te verstoren en de algemene indruk van het album te bederven.
Zo is deze dubbel-CD een combinatie van ambitieuze en superbe prog (met name "die twee nummers" en Silent inferno), lekkere en iets minder complexe rockers (Monkey business, Genie in a bottle, Rollin' the dice), iets te melige ballades (The navigator, Vox humana) en ergerlijke atmosferische pielnummers (Christianopel, Soul vortex, het afschuwelijke The devil's danceschool), terwijl een ènkele CD met niets anders dan die drie lange prog-tracks bij mij zo tussen de 4½* en de 5* had gescoord. Die overdaad begin ik onderhand wel te onderkennen als kenmerkend voor de Flower Kings, en je kunt bij deze band kennelijk niet het één (geweldige progrock) krijgen zonder het ander (een buitensporige speelduur van bijna elk album), dus dat moet dan maar zo. Wie er al moeite mee heeft om een ouderwetse dubbelelpee van 4 x 20 minuten uit te zitten hoeft sowieso niet aan deze band te beginnen.
Beroepsdeformatie : in Devil's playground zingt Stolt "I think I saw you in the bank / I think I saw you on a talkshow", maar zodra ik die eerste woorden "I think I saw you..." hoor, zing ik vanzelf verder: "in an ice cream parlour, drinking milkshakes cold and long..." Het effect van krachtige beelden die zich in mij hebben vastgezet (Bowie's Five years, het openingsnummer van Ziggy Stardust).
Zo is deze dubbel-CD een combinatie van ambitieuze en superbe prog (met name "die twee nummers" en Silent inferno), lekkere en iets minder complexe rockers (Monkey business, Genie in a bottle, Rollin' the dice), iets te melige ballades (The navigator, Vox humana) en ergerlijke atmosferische pielnummers (Christianopel, Soul vortex, het afschuwelijke The devil's danceschool), terwijl een ènkele CD met niets anders dan die drie lange prog-tracks bij mij zo tussen de 4½* en de 5* had gescoord. Die overdaad begin ik onderhand wel te onderkennen als kenmerkend voor de Flower Kings, en je kunt bij deze band kennelijk niet het één (geweldige progrock) krijgen zonder het ander (een buitensporige speelduur van bijna elk album), dus dat moet dan maar zo. Wie er al moeite mee heeft om een ouderwetse dubbelelpee van 4 x 20 minuten uit te zitten hoeft sowieso niet aan deze band te beginnen.
Beroepsdeformatie : in Devil's playground zingt Stolt "I think I saw you in the bank / I think I saw you on a talkshow", maar zodra ik die eerste woorden "I think I saw you..." hoor, zing ik vanzelf verder: "in an ice cream parlour, drinking milkshakes cold and long..." Het effect van krachtige beelden die zich in mij hebben vastgezet (Bowie's Five years, het openingsnummer van Ziggy Stardust).
The Flower Kings - Waiting for Miracles (2019)

3,0
0
geplaatst: 25 juni 2020, 15:20 uur
DargorDT schreef:
Ik wil het niet voelen, maar misschien moet ik toch maar erkennen dat ik er wat meer van had verwacht. Een lichte teleurstelling kan ik moeilijk onderdrukken. [...] Waar dat aan ligt, weet ik wel. Er komen te weinig memorabele momenten langs. Een prachtige riff, een verrassende melodie, een bepaalde flow. Iets aparts dat je pakt. Dat heb ik altijd met deze band gehad. De herkenbare sound, het toetsentapijtje, de subtiele gitaren, die overdaad een speelse en leuke melodieën, het avontuur... Een goed FK-album is avontuurlijk, bezit een bepaalde energie en pakt je in met een flow die verslavend kan zijn. [...] Waiting For Miracles voelt anders. Het is een beetje hollen en stilstaan, het voelt wat fragmentarischer aan, wil in mijn oren niet lekker op gang komen en ik kan skipmomentjes lastig onderdrukken. Tijdens Vertigo bijvoorbeeld.
Ik wil het niet voelen, maar misschien moet ik toch maar erkennen dat ik er wat meer van had verwacht. Een lichte teleurstelling kan ik moeilijk onderdrukken. [...] Waar dat aan ligt, weet ik wel. Er komen te weinig memorabele momenten langs. Een prachtige riff, een verrassende melodie, een bepaalde flow. Iets aparts dat je pakt. Dat heb ik altijd met deze band gehad. De herkenbare sound, het toetsentapijtje, de subtiele gitaren, die overdaad een speelse en leuke melodieën, het avontuur... Een goed FK-album is avontuurlijk, bezit een bepaalde energie en pakt je in met een flow die verslavend kan zijn. [...] Waiting For Miracles voelt anders. Het is een beetje hollen en stilstaan, het voelt wat fragmentarischer aan, wil in mijn oren niet lekker op gang komen en ik kan skipmomentjes lastig onderdrukken. Tijdens Vertigo bijvoorbeeld.
En dat fragmentarische resulteert bij mij in het feit dat de nummers eigenlijk nauwelijks een eigen identiteit krijgen, en hetzelfde geldt daarmee voor de plaat als geheel. Het luistert allemaal prima weg, maar als ik die lange nummers op de eerste CD van Waiting for miracles vergelijk met Calling home, One more time, Love is the only answer, Drivers seat en Love supreme (om maar een paar van de epische meesterwerken van eerdere FK-platen te noemen), dat waren echt nummers van 10 à 20 minuten die zó compact en to-the-point en hecht geconstrueerd waren dat ze voor mijn gevoel amper 5 minuten duurden. En zo krijg ik voor het eerst bij een Flower Kings-plaat ook het gevoel dat er teveel gitaarsolo's op staan: waarom moeten The bridge en Ascending to the stars en The rebel circus allemaal eindigen met een lange gitaarsolo die feitelijk niets toevoegt behalve, wel, een lange gitaarsolo?
Een onvoldoende geven voor een plaat van de Flower Kings zal ik niet gauw doen, daarvoor zijn het enthousiasme en de positiviteit en de kleurigheid van hun muziek mij te lief, maar dit album bevat gewoon teveel momenten waarop mijn aandacht afdwaalt omdat de nummers nergens heen lijken te gaan. De nummers waarop Stolt wèl grip op zijn materiaal lijkt te hebben en die wèl kop + interessante structuur + staart hebben (Sleep with the enemy, Steampunk, We were always here) zijn dan ook meteen geweldig (of lijkt dat alleen zo maar vanwege het contrast met het overige materiaal?), maar dat is niet voldoende om de plaat als geheel een echt hoge score te geven.
