Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Aoife O'Donovan - Age of Apathy (2022)

3,5
1
geplaatst: 25 januari 2022, 17:38 uur
Het startpunt van de nieuwe eeuw ligt voor velen niet op 1 januari 2000, maar juist als anderhalf jaar later de aanslagen van 11 september 2001 een zwarte episode van het geschiedenisboek inluiden. Het bruisende empathische inlevingsvermogen verstard en het egocentrische ingehouden tijdperk doet zijn intrede. De verdoofde samenleving wordt het hardste in het bloedende hart van New York getroffen, als de in basis verbonden verbindingslijnen deze zuurstofvoorzieningen zien afsterven. Aoife O’Donovan neemt noodgedwongen afstand van haar speelse tienerjaren om de opgedrongen volwassen vrouw positie te aanvaarden. Uit de asresten van het getroffen World Trade Center wordt er gewerkt aan de wederopbouw om zich als een vurige moederlijk over haar nazaten wakend herboren feniks te representeren. Die optimisme verwerkt de singer-songwriter in het krachtige Phoenix.
Aoife O’Donovan benut haar damestrio ervaringen van het Grammy winnend gezelschap I’m with Her om op Age of Apathy tevens de hulp in te schakelen van dierbare vrouwelijke collega’s. De hereniging tussen moeder en dochter in het duistere inlevende Prodigal Daughter wordt versterkt door de naar de achtergrond geplaatste verbittering van Allison Russell. Madison Cunningham heeft het stukken eenvoudiger in het vreugdevolle naar Thelma & Louise vrijheid toerijdende Passengers. Twee uitersten die beide treffend in de uitgewerkte verhaallijnen passen.
Age Of Apathy is de verslaglegging van twee decennia lang in een geïsoleerde maatschappij leven waarin emotieloze onvrede en lusteloosheid de kernbegrippen vormen, versterkt door de eenzame pandemie opeisende wereld vervreemde afsluiting. Aoife O’Donovan zegt de stedelijk grijsheid van haar woonplaats Brooklyn vaarwel, en besluit om zich in de herfst van 2020 in het beboste natuurlijk groen ingekleurde Florida te vestigen. De daarop volgende strenge winter maakt haar in Town of Mercy sneeuwblind en pas in de aankomende lente zal de opbloeiende schoonheid van de nieuwe woonplaats zich onthullen. Het chaotische jazzy piano intro van het stormachtige Lucky Star vervalt in de verorberende leegheid van de corona duisternis. De binnengehouden tranen vinden een uitweg in de gure verregende eenzame zomer.
Op haar derde volwaardige soloplaat hervindt de zangeres haar weggestopte jeugdigheid en voegt daar de mystiek van haar Ierse voorouders aan toe. Sister Starling belichaamt de Keltische new age folk invloeden uit het verleden en maakt op pijnlijke wijze duidelijk dat de rusteloze vluchtende Aoife O’Donovan zich nergens op haar gemak en thuis voelt. De soberheid van het inlevende titelstuk is een rondreis langs vergeten herinneringen en herinneringen die vergeten dienen te worden. Ze laat een spoor aan ontkiemende zaadjes achter waaruit zich een weelderige bloemenpracht ontwikkelt of waaruit juist het meest hardnekkig onkruid zich parasiteert. Het Age of Apathy escapisme wordt doorbroken door het inbeeldende verlangen naar evenwichtigheid en geluk.
Aoife O'Donovan - Age of Apathy | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Aoife O’Donovan benut haar damestrio ervaringen van het Grammy winnend gezelschap I’m with Her om op Age of Apathy tevens de hulp in te schakelen van dierbare vrouwelijke collega’s. De hereniging tussen moeder en dochter in het duistere inlevende Prodigal Daughter wordt versterkt door de naar de achtergrond geplaatste verbittering van Allison Russell. Madison Cunningham heeft het stukken eenvoudiger in het vreugdevolle naar Thelma & Louise vrijheid toerijdende Passengers. Twee uitersten die beide treffend in de uitgewerkte verhaallijnen passen.
Age Of Apathy is de verslaglegging van twee decennia lang in een geïsoleerde maatschappij leven waarin emotieloze onvrede en lusteloosheid de kernbegrippen vormen, versterkt door de eenzame pandemie opeisende wereld vervreemde afsluiting. Aoife O’Donovan zegt de stedelijk grijsheid van haar woonplaats Brooklyn vaarwel, en besluit om zich in de herfst van 2020 in het beboste natuurlijk groen ingekleurde Florida te vestigen. De daarop volgende strenge winter maakt haar in Town of Mercy sneeuwblind en pas in de aankomende lente zal de opbloeiende schoonheid van de nieuwe woonplaats zich onthullen. Het chaotische jazzy piano intro van het stormachtige Lucky Star vervalt in de verorberende leegheid van de corona duisternis. De binnengehouden tranen vinden een uitweg in de gure verregende eenzame zomer.
Op haar derde volwaardige soloplaat hervindt de zangeres haar weggestopte jeugdigheid en voegt daar de mystiek van haar Ierse voorouders aan toe. Sister Starling belichaamt de Keltische new age folk invloeden uit het verleden en maakt op pijnlijke wijze duidelijk dat de rusteloze vluchtende Aoife O’Donovan zich nergens op haar gemak en thuis voelt. De soberheid van het inlevende titelstuk is een rondreis langs vergeten herinneringen en herinneringen die vergeten dienen te worden. Ze laat een spoor aan ontkiemende zaadjes achter waaruit zich een weelderige bloemenpracht ontwikkelt of waaruit juist het meest hardnekkig onkruid zich parasiteert. Het Age of Apathy escapisme wordt doorbroken door het inbeeldende verlangen naar evenwichtigheid en geluk.
Aoife O'Donovan - Age of Apathy | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Apocalyptica - Plays Metallica by Four Cellos (1996)

3,5
0
geplaatst: 13 maart 2010, 18:29 uur
De cello blijft een viool voor grote mensen.
Qua transport is hij wat lastiger mee te nemen.
Ondanks dat hij een stuk groter dan een viool is; wordt hij wel bespeeld door een kortere strijkstok.
Het ziet er een stuk stoerder uit om met een cello over straat te lopen.
Vooral als je je kleed als een metal liefhebber; inclusief lange haren.
Een voordeel is ook als je het woeste uiterlijk hebt van een Fin.
De kracht van Apocalyptica zit zich vooral in het feit dat ze iets deden wat nog niet eerder vertoond was.
Namelijk het spelen van heavy songs met 4 cello’s.
We hebben hier dan ook te maken met geschoolde muzikanten, met een voorliefde voor Metallica.
Ondanks het feit dat Apocalyptica zich later muzikaal ging verbreden, door eerst covers van andere artiesten te spelen, en later zelfs aan de slag ging met eigen nummers; werd de interesse steeds minder.
Eigenlijk hadden ze zich moeten beperken tot dit ene album.
Ze hadden dan een statement neer gezet, en waren uiteindelijk niet een soort parodie op zichzelf geworden.
Gewoon na dit album een jaar op tournee met Metallica (over parodie op zichzelf gesproken), en dan zich weer voegen tot de klassiek geschoolde orkesten.
Net als Nigel Kennedy zich onderscheiden met zijn uiterlijk.
Qua transport is hij wat lastiger mee te nemen.
Ondanks dat hij een stuk groter dan een viool is; wordt hij wel bespeeld door een kortere strijkstok.
Het ziet er een stuk stoerder uit om met een cello over straat te lopen.
Vooral als je je kleed als een metal liefhebber; inclusief lange haren.
Een voordeel is ook als je het woeste uiterlijk hebt van een Fin.
De kracht van Apocalyptica zit zich vooral in het feit dat ze iets deden wat nog niet eerder vertoond was.
Namelijk het spelen van heavy songs met 4 cello’s.
We hebben hier dan ook te maken met geschoolde muzikanten, met een voorliefde voor Metallica.
Ondanks het feit dat Apocalyptica zich later muzikaal ging verbreden, door eerst covers van andere artiesten te spelen, en later zelfs aan de slag ging met eigen nummers; werd de interesse steeds minder.
Eigenlijk hadden ze zich moeten beperken tot dit ene album.
Ze hadden dan een statement neer gezet, en waren uiteindelijk niet een soort parodie op zichzelf geworden.
Gewoon na dit album een jaar op tournee met Metallica (over parodie op zichzelf gesproken), en dan zich weer voegen tot de klassiek geschoolde orkesten.
Net als Nigel Kennedy zich onderscheiden met zijn uiterlijk.
Arab Strap - As Days Get Dark (2021)

4,5
13
geplaatst: 4 maart 2021, 16:14 uur
As Days Get Dark is een stadswandeling in de late avonduren. Langs knipperende bijna dovende neonlichten, slapende zwervers en de verse geur van drank, seks & drugs en de misselijkmakende gevolgen hiervan. Aidan Moffat loopt haastig door, kijkt niet achterom. I don’t give a fuck about the past our glory days gone by. Natuurlijk baalt hij hier gruwelijk van, en dat hoor je overduidelijk terug in The Turning of Our Bones. De poëtische nachtburgemeester heeft nog steeds die ondraaglijke pijn, en de romantische hunkering naar de zelfkant van het leven. Een leven wat voor Arab Strap begrippen vrijwel zestien jaar heeft stilgestaan. Om er dan met een niks aan de hand houding in te stappen is onmogelijk.
Nog steeds is daar die neerslachtigheid, de onvrede, de literaire dichterlijke onmacht en alles wat daar enigszins dicht bij in de buurt komt. Aidan Moffat is veranderd in een oude verbitterende neurotische melancholische man, waarbij die nadruk vooral op het ouder worden ligt. Die andere eigenschappen waren er altijd al. Vocaal neigt het net wat meer naar de liefdevolle romanticus Matt Berninger toe, maar dan inclusief de nodige vloekpartijen, ook de geest van de verleidende ladykiller Leonard Cohen is absoluut aanwezig. Na The Last Romance uit 2005 wordt er nu weer heerlijk vreemdgegaan, al is het wel met die vertrouwde partner van vroeger.
Die partner is nog steeds Malcolm Middleton, wiens muzikale omlijsting weer heerlijk met dance flirt in The Turning of Our Bones en gestructureerd stevig gitaarwerk in Here Comes Comus! toelaat. Hierdoor wil het met tijden net wat meer rocken en voor net dat tikkeltje extra schurende opwinding zorgen. De donkere zwartgallige postpunk van The Turning of Our Bones wordt klinisch gereanimeerd door eighties disco en blikkerige Oosterse ritmes die tevens hun oorsprong in diezelfde periode hebben. Het volwassen verhalende stemgeluid van Aidan Moffat heeft hierdoor dat unheimische gevoel van een voyeur die vanaf de zijkant als griezelige gluurder een observerende rol heeft. Zijn slepende praatzang heeft niet echt iets berustends, maar is eerder beangstigend. De vriendelijke vreemdeling die in vertrouwen genomen wordt, maar wiens bedoelingen het daglicht niet mogen aanschouwen. Precies, As Days Get Dark.
En toch zijn die beeldende barfly vocalen zo prachtig volgroeid, dat daarin zeker de kracht van de hernieuwde Arab Strap ligt. De treurnis openbaart zich in een stuk cineastische omlijsting, welke nog het beste valt onder te brengen bij de elitaire filmhuizen. De schoonheid zit hem vooral in het overtuigende karakter waarmee die gekwelde zelfspot gebracht wordt. Logisch dus dat er achter het kitscherige schilderij op de albumhoes een hedendaagse pornografische foto van goedkope seks verborgen zit. Zo serieus neemt het duo van Arab Strap zichzelf nou ook weer niet. Het geeft wel overduidelijk aan dat ze zichzelf niet ergens in een weggestopt hokje laten onderbrengen.
As Days Get Dark handelt over het leger van losers en outlaw, schimachtige figuren die zich overdag niet durven te vertonen, of onzichtbaar aanwezig zijn. Hun koninkrijk is de onbetrouwbare nacht, de omgekeerde avondklok waarbij de wijzers in tegenovergestelde richting lopen. Kenmerkend onder gedoopt in die schimmelige rottende suspensie en door de toevoeging van de synths nog sterker leunende tegen de duistere achterkamer new wave van de jaren tachtig. Juist door die sterke vocale genadeslag vergeet je al snel dat het muzikaal ook dik in orde is. Op de hoek van de verlaten straat staat een jazzy trompettist, een strijkersensemble die lichtelijk aangeschoten het concertgebouw verlaat en multiculturele volksmuziek welke weerklinkt uit geopende ramen van flatgebouwen. Het perfecte decor voor deze onwaarschijnlijk goed geslaagde comeback.
Arab Strap - As Days Get Dark | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Nog steeds is daar die neerslachtigheid, de onvrede, de literaire dichterlijke onmacht en alles wat daar enigszins dicht bij in de buurt komt. Aidan Moffat is veranderd in een oude verbitterende neurotische melancholische man, waarbij die nadruk vooral op het ouder worden ligt. Die andere eigenschappen waren er altijd al. Vocaal neigt het net wat meer naar de liefdevolle romanticus Matt Berninger toe, maar dan inclusief de nodige vloekpartijen, ook de geest van de verleidende ladykiller Leonard Cohen is absoluut aanwezig. Na The Last Romance uit 2005 wordt er nu weer heerlijk vreemdgegaan, al is het wel met die vertrouwde partner van vroeger.
Die partner is nog steeds Malcolm Middleton, wiens muzikale omlijsting weer heerlijk met dance flirt in The Turning of Our Bones en gestructureerd stevig gitaarwerk in Here Comes Comus! toelaat. Hierdoor wil het met tijden net wat meer rocken en voor net dat tikkeltje extra schurende opwinding zorgen. De donkere zwartgallige postpunk van The Turning of Our Bones wordt klinisch gereanimeerd door eighties disco en blikkerige Oosterse ritmes die tevens hun oorsprong in diezelfde periode hebben. Het volwassen verhalende stemgeluid van Aidan Moffat heeft hierdoor dat unheimische gevoel van een voyeur die vanaf de zijkant als griezelige gluurder een observerende rol heeft. Zijn slepende praatzang heeft niet echt iets berustends, maar is eerder beangstigend. De vriendelijke vreemdeling die in vertrouwen genomen wordt, maar wiens bedoelingen het daglicht niet mogen aanschouwen. Precies, As Days Get Dark.
En toch zijn die beeldende barfly vocalen zo prachtig volgroeid, dat daarin zeker de kracht van de hernieuwde Arab Strap ligt. De treurnis openbaart zich in een stuk cineastische omlijsting, welke nog het beste valt onder te brengen bij de elitaire filmhuizen. De schoonheid zit hem vooral in het overtuigende karakter waarmee die gekwelde zelfspot gebracht wordt. Logisch dus dat er achter het kitscherige schilderij op de albumhoes een hedendaagse pornografische foto van goedkope seks verborgen zit. Zo serieus neemt het duo van Arab Strap zichzelf nou ook weer niet. Het geeft wel overduidelijk aan dat ze zichzelf niet ergens in een weggestopt hokje laten onderbrengen.
As Days Get Dark handelt over het leger van losers en outlaw, schimachtige figuren die zich overdag niet durven te vertonen, of onzichtbaar aanwezig zijn. Hun koninkrijk is de onbetrouwbare nacht, de omgekeerde avondklok waarbij de wijzers in tegenovergestelde richting lopen. Kenmerkend onder gedoopt in die schimmelige rottende suspensie en door de toevoeging van de synths nog sterker leunende tegen de duistere achterkamer new wave van de jaren tachtig. Juist door die sterke vocale genadeslag vergeet je al snel dat het muzikaal ook dik in orde is. Op de hoek van de verlaten straat staat een jazzy trompettist, een strijkersensemble die lichtelijk aangeschoten het concertgebouw verlaat en multiculturele volksmuziek welke weerklinkt uit geopende ramen van flatgebouwen. Het perfecte decor voor deze onwaarschijnlijk goed geslaagde comeback.
Arab Strap - As Days Get Dark | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Arcade Fire - Everything Now (2017)

3,5
2
geplaatst: 30 juli 2017, 01:17 uur
Mooi begin, een soort van kloppend hart, als je voor de eerste keer, de een of andere vage nachtclub binnen gaat; en eenmaal binnen…….
Je gaat met de tijdmachine terug naar de jaren 70 en 80.
Frankie Goes To Hollywood die los gaat op Dancing Queen van ABBA.
Mark Almond weer jong, en zonder tattoos, die er Tainted Love doorheen neuriet.
Misschien is dit wel de Arcade Fire die ik het meeste begrijp.
Escapisme in het nu, geborgenheid zoekend in het verleden, zoals men ook deed in de periode van De Koude Oorlog, de disco is daar de ideale plek voor.
Het Wham! achtige Signs of Life gaat door waar Scissors Sisters een paar jaar geleden stopte.
Toen vond iedereen het geweldig, maar blijkbaar kan men het van Arcade Fire moeilijker waarderen.
Voor mij is Everything Now een feest van herkenning; hoor in Creature Comfort wat Depeche Mode en Sigue Sigue Sputnik terug; voor velen is het allemaal muziek welke thuis hoort in de Foute Top 100; voor mij klinkt het erg geslaagd.
Chemistry is uiteraard zeer commercieel, maar dat zie ik met die titel als een vette knipoog.
Infinite Content zou zo een oldschool Junkie XL song kunnen zijn, vervolgens hoor je grappig genoeg een line dance versie van hetzelfde nummer.
Electric Blue heeft een hoop Electric Feel van MGMT in zich; de zang is op het randje; och bij Baccara ( Yes Sir I Can Boogie) werkte het jaren geleden ook prima.
Good God Damn heeft een The Clash vibe; deed Damon Albarn ook al eerder met Gorillaz, maar dat is niet de enige artiest waar ze hier van jatten, en voor mij komt het allemaal verantwoord over.
We Don't Deserve Love is voor mij een stuk minder, ik hou niet van die vals klinkende geluidjes tussendoor.
Vreemd genoeg klinkt dit voor mij wel het meeste als een Arcade Fire lied.
Na al die negatieve reacties had ik een beroerd geheel verwacht, maar het valt mij 100% mee.
Je gaat met de tijdmachine terug naar de jaren 70 en 80.
Frankie Goes To Hollywood die los gaat op Dancing Queen van ABBA.
Mark Almond weer jong, en zonder tattoos, die er Tainted Love doorheen neuriet.
Misschien is dit wel de Arcade Fire die ik het meeste begrijp.
Escapisme in het nu, geborgenheid zoekend in het verleden, zoals men ook deed in de periode van De Koude Oorlog, de disco is daar de ideale plek voor.
Het Wham! achtige Signs of Life gaat door waar Scissors Sisters een paar jaar geleden stopte.
Toen vond iedereen het geweldig, maar blijkbaar kan men het van Arcade Fire moeilijker waarderen.
Voor mij is Everything Now een feest van herkenning; hoor in Creature Comfort wat Depeche Mode en Sigue Sigue Sputnik terug; voor velen is het allemaal muziek welke thuis hoort in de Foute Top 100; voor mij klinkt het erg geslaagd.
Chemistry is uiteraard zeer commercieel, maar dat zie ik met die titel als een vette knipoog.
Infinite Content zou zo een oldschool Junkie XL song kunnen zijn, vervolgens hoor je grappig genoeg een line dance versie van hetzelfde nummer.
Electric Blue heeft een hoop Electric Feel van MGMT in zich; de zang is op het randje; och bij Baccara ( Yes Sir I Can Boogie) werkte het jaren geleden ook prima.
Good God Damn heeft een The Clash vibe; deed Damon Albarn ook al eerder met Gorillaz, maar dat is niet de enige artiest waar ze hier van jatten, en voor mij komt het allemaal verantwoord over.
We Don't Deserve Love is voor mij een stuk minder, ik hou niet van die vals klinkende geluidjes tussendoor.
Vreemd genoeg klinkt dit voor mij wel het meeste als een Arcade Fire lied.
Na al die negatieve reacties had ik een beroerd geheel verwacht, maar het valt mij 100% mee.
Arcade Fire - Funeral (2004)

4,5
0
geplaatst: 4 februari 2010, 23:04 uur
The Ultra Light Pixies.
Dit was voor mij echt het eerste gevoel wat in mij op kwam toen ik Funeral hoorde.
Tunnels deed mij toch wel erg sterk denken aan een rustige versie van Velouria.
Win Butler klinkt als een Frank Black die een LOI cursus drama heeft gevolgd.
Ondanks het theatrale heeft het ook wel iets intiems.
Is dit echt zo geweldig als velen zeggen?
De zomerse aanpak van het begin van Laika bevalt eigenlijk ook wel.
Eerst de accordeon en later het zelfde thema met viool.
Ergens hoor ik eventjes een punkie zangeresje er doorheen.
Maar blijkbaar is die zo geschrokken van haar eigen stem, waardoor ze er verder niet meer bovenuit komt.
De samenzang van Une Année Sans Lumiere heeft voor mij weer duidelijk een Pixies link.
Power Out is voor mij een van de betere nummers. Heerlijk dansbaar, en ik hoor goed dat een band als Local Natives hier bekend mee is.
Muzikaal neigt het halverwege zelfs naar Come On Eileen van Dexy’s Midnight Runners.
7 Kettles is het op een te koude zomeravond met een beginnende griep bij een kampvuur op het strand zitten, terwijl je net blootsvoets in een stekende kwal bent gestapt.
Niet helemaal mijn ding dus.
Vervolgens het The Veils achtige Crown Of Love; maar ook wel The Beatles in hun creatieve experimentele periode.
Helaas ben ik geen groot The Beatles liefhebber.
Gelukkig wel van The Veils.
Vanaf Wake Up gaat het weer de goede kant uit; mooie samenzang.
Hier hoor ik Frank Black weer overduidelijk terug.
Alsof hij samen met The Polyphonic Spree (wie kent ze nog?) aan het optreden is. Met op het einde die lekkere jam op The Jams A Town Called Malice.
Mooie opmaak naar het hoogtepunt van Funeral; dat blijft voor mij Haiti.
Een breekbaar liedje (hopelijk wordt dit niet in de verkeerde context gezien).
De zang en uiteraard de mooie baspartijen doen mij aan Kim Deal denken, maar dan voornamelijk in haar The Breeders periode.
Absoluut het hoogtepunt.
Dat is het geprezen Rebellion (Lies) dus niet.
Het bezit een mooie opbouw, en wat klinkt die viool zalig, maar het koor er door heen spreekt mij iets minder aan.
Op het album wat begrafenis heet, is dit voor mij een uitbundige bruiloft.
Toch behoort het in zijn totaliteit wel tot de betere nummers.
De afsluiter In The Backseat is dan een mooi huwelijk tussen Beth Gibbons (Portishead) en Björk.
Dit was voor mij echt het eerste gevoel wat in mij op kwam toen ik Funeral hoorde.
Tunnels deed mij toch wel erg sterk denken aan een rustige versie van Velouria.
Win Butler klinkt als een Frank Black die een LOI cursus drama heeft gevolgd.
Ondanks het theatrale heeft het ook wel iets intiems.
Is dit echt zo geweldig als velen zeggen?
De zomerse aanpak van het begin van Laika bevalt eigenlijk ook wel.
Eerst de accordeon en later het zelfde thema met viool.
Ergens hoor ik eventjes een punkie zangeresje er doorheen.
Maar blijkbaar is die zo geschrokken van haar eigen stem, waardoor ze er verder niet meer bovenuit komt.
De samenzang van Une Année Sans Lumiere heeft voor mij weer duidelijk een Pixies link.
Power Out is voor mij een van de betere nummers. Heerlijk dansbaar, en ik hoor goed dat een band als Local Natives hier bekend mee is.
Muzikaal neigt het halverwege zelfs naar Come On Eileen van Dexy’s Midnight Runners.
7 Kettles is het op een te koude zomeravond met een beginnende griep bij een kampvuur op het strand zitten, terwijl je net blootsvoets in een stekende kwal bent gestapt.
Niet helemaal mijn ding dus.
Vervolgens het The Veils achtige Crown Of Love; maar ook wel The Beatles in hun creatieve experimentele periode.
Helaas ben ik geen groot The Beatles liefhebber.
Gelukkig wel van The Veils.
Vanaf Wake Up gaat het weer de goede kant uit; mooie samenzang.
Hier hoor ik Frank Black weer overduidelijk terug.
Alsof hij samen met The Polyphonic Spree (wie kent ze nog?) aan het optreden is. Met op het einde die lekkere jam op The Jams A Town Called Malice.
Mooie opmaak naar het hoogtepunt van Funeral; dat blijft voor mij Haiti.
Een breekbaar liedje (hopelijk wordt dit niet in de verkeerde context gezien).
De zang en uiteraard de mooie baspartijen doen mij aan Kim Deal denken, maar dan voornamelijk in haar The Breeders periode.
Absoluut het hoogtepunt.
Dat is het geprezen Rebellion (Lies) dus niet.
Het bezit een mooie opbouw, en wat klinkt die viool zalig, maar het koor er door heen spreekt mij iets minder aan.
Op het album wat begrafenis heet, is dit voor mij een uitbundige bruiloft.
Toch behoort het in zijn totaliteit wel tot de betere nummers.
De afsluiter In The Backseat is dan een mooi huwelijk tussen Beth Gibbons (Portishead) en Björk.
Arcade Fire - The Suburbs (2010)

4,5
2
geplaatst: 28 september 2011, 20:42 uur
Mijn oudste dochter vroeg laatst aan mij waar papa en mama vroeger woonden.
Haar een korte rondleiding in onze gemeente gegeven.
We reden langs een onbewoonbaar verklaarde verplegerflat, en vervolgens langs een nieuwbouwwijk, waar nog een paar jaar geleden een drie hoog appartementencomplex stond.
Inclusief scheuren in de muren; exclusief mengkranen op de badkamer.
Ook de door mijn vrouw geplante Paastakken die uitgroeiden tot mooie ranke boompjes zijn verdwenen.
In 15 jaar tijd zijn die tastbare herinneringen geheel weg gevaagd.
Ik zag de teleurgestelde blik in haar ogen.
Stilletjes op de achterbank van onze Toyota.
Kom, we gaan weer naar huis.
The Suburbs van Arcade Fire klonk door de luidsprekers.
Was The Funeral nog het verwerken van het verlies van geliefden.
Hier gaat het bij mij meer om materiële waardes.
Gras van platgespeelde voetbalveldjes, met hier en daar een verlaten hondendrol.
Geïmproviseerde barbecue op een gemeenschappelijke parkeerplaats.
Visuele beeldvorming roept het gevoel weer terug.
Nu ervaar ik het als een blinde in een vreemde straat.
De geuren hebben plaats gemaakt voor kunstmatige luchtjes.
The Suburbs ontbreekt aan het hoopvolle van het debuut.
Daar werd juist door het spelen energie opgeroepen.
Ontwikkeling tot een krachtige groep genaamd Arcade Fire.
Ontstaan door het delen van elkaars ellende.
Vreemd genoeg vind ik The Suburbs sterker.
Al voel je hier juist minder de chemie van de artiesten onder elkaar.
Voor mij sluit het gewoon meer aan bij mijn eigen leven.
Haar een korte rondleiding in onze gemeente gegeven.
We reden langs een onbewoonbaar verklaarde verplegerflat, en vervolgens langs een nieuwbouwwijk, waar nog een paar jaar geleden een drie hoog appartementencomplex stond.
Inclusief scheuren in de muren; exclusief mengkranen op de badkamer.
Ook de door mijn vrouw geplante Paastakken die uitgroeiden tot mooie ranke boompjes zijn verdwenen.
In 15 jaar tijd zijn die tastbare herinneringen geheel weg gevaagd.
Ik zag de teleurgestelde blik in haar ogen.
Stilletjes op de achterbank van onze Toyota.
Kom, we gaan weer naar huis.
The Suburbs van Arcade Fire klonk door de luidsprekers.
Was The Funeral nog het verwerken van het verlies van geliefden.
Hier gaat het bij mij meer om materiële waardes.
Gras van platgespeelde voetbalveldjes, met hier en daar een verlaten hondendrol.
Geïmproviseerde barbecue op een gemeenschappelijke parkeerplaats.
Visuele beeldvorming roept het gevoel weer terug.
Nu ervaar ik het als een blinde in een vreemde straat.
De geuren hebben plaats gemaakt voor kunstmatige luchtjes.
The Suburbs ontbreekt aan het hoopvolle van het debuut.
Daar werd juist door het spelen energie opgeroepen.
Ontwikkeling tot een krachtige groep genaamd Arcade Fire.
Ontstaan door het delen van elkaars ellende.
Vreemd genoeg vind ik The Suburbs sterker.
Al voel je hier juist minder de chemie van de artiesten onder elkaar.
Voor mij sluit het gewoon meer aan bij mijn eigen leven.
Arcade Fire - WE (2022)

4,0
1
geplaatst: 7 mei 2022, 19:05 uur
De koude kermis van het opportunistische rariteitenkabinet Everything Now levert met de gelijknamige single dan wel het grootste hit succes af, echt overtuigen doet Arcade Fire niet. Is WE een winterse uitverkooprestjesplaat of juist een gloednieuw frisse meivakantie album, ruimte creërend voor een zomercollectie aan overtuigende Arcade Fire tracks. We zullen het snel weten.
De melancholische antihelden met die verblijdende manische Will Butler uitspattingen. Een persoonlijkheid die al de grote ontbrekende kracht in de The Lightning I, II videoclip is, maakt net voor de releasedatum bekend dat hij reeds in de afrondende fase van WE in 2021 van het Canadese indierock gezelschap afscheid heeft genomen. Maar wat weten die zich met het prachtig opbouwende euforische The Lightning I, II al te herpakken zeg!
Een klassieker in wording. De eerste oorverdovende climax zit al voor in het begin van The Lightning I, alsof Arcade Fire vanuit het eindpunt achterwaarts die rustige verfijnde souplesse opzoekt. Na de weemoedige nostalgische The Suburbs passages wordt het persoonlijke Funeral trauma verwerkt. Die treurende kindertijd krijgt nog een trap na, nu de muzikale verbondenheid van de Butler broers verbroken is. Weg gedeelde verborgenheid, weg met gemeenschappelijk opbouwende herinneringen. Een andere rouwfase als op Funeral, maar wel die gemeende verbittering met sprankelend eeuwig vuur optimisme. Het Win Butler en Régine Chassagne echtpaar in de herdefinieerde gezinssituatie. De bloedbroederliefde op een zijspoor gezet.
We were born in paradise, beneath a poisoned sky
Under a bad sign, the micro-age of Gemini
Schoon schip, en keihard knallend het tweede gedeelte binnenstappend. Een muzikale wolkbreuk met Régine Chassagne als een voorbij waaiende orkaan, waarna Win Butler zich voortreffelijk herpakt. De verlossing, de verlichting.
Waiting on the light
What will the light bring?
Nog nooit eerder heeft Arcade Fire zo tegen het primitieve Pixies geluid geschuurd.
Toch blijkt het WE opnameproces een zware veldslag, overspoeld door onvoorspelbare tegenslagen en angstig ongenoegen. De angst voor de steeds dichterbij komende ouderdom, de angst voor de aftakeling van het wereldklimaat; fysiek en natuurlijk. Paniek controlerend pillen slikkend naar het televisiescherm turend. Die opwekkende hartritmestoornissen vormen het leegbloedende hart van het zware Age of Anxiety I. Het botsende spiegeldoolhof, de doorgang naar de verschuilende gepantserde konijnenhol Age of Anxiety II (Rabbit Hole) bunker.
Klein gehouden warme pianopartijen, lugubere spokende synthesizers en de echo van slaapmelodietjes. De kentering naar het eighties synthpop gedeelte, hier werkt het dus wel. De kitscherige aerobicpop van Everything Now heeft een volwassen broertje gekregen. De overgang naar Anxiety II (Rabbit Hole) mist dan wel die Funeral perfectie en de dansdrang van de voorganger is zeker nog niet verdwenen. Ingehouden gestoei met New Order elektronica, Duran Duran spacerock, Radio Ga Ga futurisme en latere Daft Punk gekte.
De beknopte End of the Empire I-IV rockopera heeft een sobere glamrock opbouw. The Rise And Fall van het koninklijke New York City, de pandemie leegstand van Hotel California, Beatles pianospel en alles wat daar in het begin van de jaren zeventig tussen zweeft. Het No More Mr. Nice Guy theatrale, hippie roze bril love and peace gelukzaligheid en Dark Side Of The Moon duisternis. Laat het overlooplampje aan, zodat ik mijn weg terug naar huis kan vinden. Al het goede voor het verafschuwde ABBA disco tijdperk van Everything Now. Het Christelijke boogschutter Sagittarius A kindje, met herboren leiderschap als kerneigenschap, klaar om over de wereld te heersen.
De You Can’t Always Get What You Want kampvuur romantiek van Unconditional I (Lookout Kid) is een opsomming van dreigende gevaren. Volg je gepassioneerde hart, na het hardwerkende tegenwerkende ongemak komt het uiteindelijk toch wel allemaal goed. Op het speels ritmische tegen het geloof inrijdende Unconditional II (Race and Religion) verrast met de subtiele aanwezigheid van Peter Gabriel. Net genoeg om de ruimte te verwarmen, te verlichten, geen fractie van een seconde meer dan dat.
Het dichtende WE sluitstuk gaat terug naar de oeroude geloof beginselen. De wereldverbeteraars, de vernieuwers met hun vooruitziende blik, de puristen, de prekers, de ijzeren vuist, het gekruisigde stigma. Uiteindelijk blijven alleen WIJ in stilte achter, vraagtekens bij de gedeelde vrijheid stellende. Wat is vrijheid namelijk nog waard als je deze moet delen. Een profetische levensles rijker, maar nog steeds mijlenver verwijderd van de Funeral, The Suburbs en zelfs Neon Bible perfectie. De The Lightning vooraankondiging blijkt het eenzame WE hoogtepunt te zijn.
Arcade Fire - WE | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De melancholische antihelden met die verblijdende manische Will Butler uitspattingen. Een persoonlijkheid die al de grote ontbrekende kracht in de The Lightning I, II videoclip is, maakt net voor de releasedatum bekend dat hij reeds in de afrondende fase van WE in 2021 van het Canadese indierock gezelschap afscheid heeft genomen. Maar wat weten die zich met het prachtig opbouwende euforische The Lightning I, II al te herpakken zeg!
Een klassieker in wording. De eerste oorverdovende climax zit al voor in het begin van The Lightning I, alsof Arcade Fire vanuit het eindpunt achterwaarts die rustige verfijnde souplesse opzoekt. Na de weemoedige nostalgische The Suburbs passages wordt het persoonlijke Funeral trauma verwerkt. Die treurende kindertijd krijgt nog een trap na, nu de muzikale verbondenheid van de Butler broers verbroken is. Weg gedeelde verborgenheid, weg met gemeenschappelijk opbouwende herinneringen. Een andere rouwfase als op Funeral, maar wel die gemeende verbittering met sprankelend eeuwig vuur optimisme. Het Win Butler en Régine Chassagne echtpaar in de herdefinieerde gezinssituatie. De bloedbroederliefde op een zijspoor gezet.
We were born in paradise, beneath a poisoned sky
Under a bad sign, the micro-age of Gemini
Schoon schip, en keihard knallend het tweede gedeelte binnenstappend. Een muzikale wolkbreuk met Régine Chassagne als een voorbij waaiende orkaan, waarna Win Butler zich voortreffelijk herpakt. De verlossing, de verlichting.
Waiting on the light
What will the light bring?
Nog nooit eerder heeft Arcade Fire zo tegen het primitieve Pixies geluid geschuurd.
Toch blijkt het WE opnameproces een zware veldslag, overspoeld door onvoorspelbare tegenslagen en angstig ongenoegen. De angst voor de steeds dichterbij komende ouderdom, de angst voor de aftakeling van het wereldklimaat; fysiek en natuurlijk. Paniek controlerend pillen slikkend naar het televisiescherm turend. Die opwekkende hartritmestoornissen vormen het leegbloedende hart van het zware Age of Anxiety I. Het botsende spiegeldoolhof, de doorgang naar de verschuilende gepantserde konijnenhol Age of Anxiety II (Rabbit Hole) bunker.
Klein gehouden warme pianopartijen, lugubere spokende synthesizers en de echo van slaapmelodietjes. De kentering naar het eighties synthpop gedeelte, hier werkt het dus wel. De kitscherige aerobicpop van Everything Now heeft een volwassen broertje gekregen. De overgang naar Anxiety II (Rabbit Hole) mist dan wel die Funeral perfectie en de dansdrang van de voorganger is zeker nog niet verdwenen. Ingehouden gestoei met New Order elektronica, Duran Duran spacerock, Radio Ga Ga futurisme en latere Daft Punk gekte.
De beknopte End of the Empire I-IV rockopera heeft een sobere glamrock opbouw. The Rise And Fall van het koninklijke New York City, de pandemie leegstand van Hotel California, Beatles pianospel en alles wat daar in het begin van de jaren zeventig tussen zweeft. Het No More Mr. Nice Guy theatrale, hippie roze bril love and peace gelukzaligheid en Dark Side Of The Moon duisternis. Laat het overlooplampje aan, zodat ik mijn weg terug naar huis kan vinden. Al het goede voor het verafschuwde ABBA disco tijdperk van Everything Now. Het Christelijke boogschutter Sagittarius A kindje, met herboren leiderschap als kerneigenschap, klaar om over de wereld te heersen.
De You Can’t Always Get What You Want kampvuur romantiek van Unconditional I (Lookout Kid) is een opsomming van dreigende gevaren. Volg je gepassioneerde hart, na het hardwerkende tegenwerkende ongemak komt het uiteindelijk toch wel allemaal goed. Op het speels ritmische tegen het geloof inrijdende Unconditional II (Race and Religion) verrast met de subtiele aanwezigheid van Peter Gabriel. Net genoeg om de ruimte te verwarmen, te verlichten, geen fractie van een seconde meer dan dat.
Het dichtende WE sluitstuk gaat terug naar de oeroude geloof beginselen. De wereldverbeteraars, de vernieuwers met hun vooruitziende blik, de puristen, de prekers, de ijzeren vuist, het gekruisigde stigma. Uiteindelijk blijven alleen WIJ in stilte achter, vraagtekens bij de gedeelde vrijheid stellende. Wat is vrijheid namelijk nog waard als je deze moet delen. Een profetische levensles rijker, maar nog steeds mijlenver verwijderd van de Funeral, The Suburbs en zelfs Neon Bible perfectie. De The Lightning vooraankondiging blijkt het eenzame WE hoogtepunt te zijn.
Arcade Fire - WE | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Arctic Monkeys - AM (2013)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2014, 22:27 uur
Na het geweldige optreden op Pinkpop zat ik met een belangrijke vraag opgescheept.
Zijn de nummers van het laatste album nu zo geweldig, of is de podiumpresentatie van Alex Turner zoveel beter geworden.
Natuurlijk wist hij het publiek altijd al te bespelen, maar nu stond hij sensueel heupwiegend op het podium.
Strak in pak, en zijn haren net zo strak.
Hij benadrukte nogmaals dat hij in feite Arctic Monkeys is, en zichtbaar de touwtjes in handen heeft.
A.M. eist een uitgebreide luisterbeurt op.
A.M. zal wel voor Arctic Monkeys staan, maar kan natuurlijk ook After Midnight betekenen, want het begin van A.M. is duister.
Niet zo duister als Unknown Pleasures van Joy Division, de albumhoes vind ik namelijk daar wel wat van weg hebben.
Dit is meer de duisternis van de gure afgelegen steegjes in een grote steegjes.
Do You Wanna Know? is de soundtrack van een vieze, zwaar erotische geile peepshow.
R U Mine? klinkt als een versnelde versie van Do You Wanna Know?
Is dit een bewuste keuze of creatieve armoede?
Voor mij komt het helaas een beetje over als het laatste, al klinkt het prima, maar laat die vervelende hoge tweede stem alstublieft achterwege.
Daarmee opent ook One For The Road.
Een bijna jaren 80 Spandau Ballet of Wham! achtig begin.
Nee, dit is niet geweldig.
Arabella is ook rete commercieel, maar wat zit hier een lekkere slepende baspartij in, en die vette gitaarsound klinkt ook helemaal niet verkeerd.
I Want It All grijpt meer terug naar de glamrock uit de jaren 70, met de nodige David Bowie en Marc Bolan invloeden, bij het gitaarspel moet ik dan weer overduidelijk aan Josh Homme denken.
Maar wat past dit heerlijk in het geheel.
Tot nu toe met stip het beste van het album.
No 1. Party Anthem is bijna John Lennon solo.
Alex Turner laat hier horen dat ook hij hier toe in staat is.
Misschien moet hij ook een “Lost Weekend” in New York door brengen, dit zou gewoon een goede, geslaagde kersthit kunnen worden.
In Mad Sounds hoor je Sunday Morning van Velvet Underground in terug.
Een verraderlijk slaapliedje, maar wel eentje om heerlijk je ogen bij te sluiten.
Op het einde gaat het bijna naar Satellite Of Love toe.
Achteraf gezien zou dit een prima ode aan Lou Reed zijn geweest.
Fireside mist de kenmerkende spanning, voor mij is dit meer een vullertje, ergens halverwege het album.
Die overgang halverwege is natuurlijk prima, maar zoiets hoor ik te vaak bij andere bands terug.
Why’d You Only Call Me When You’re High? is weer zo’n peepshow nummer, en begrijpelijk dat ook deze het net als de opener prima als single heeft gedaan.
Misschien iets aan te korte kant.
Snap Out Of It heeft ook wel dat jaren 70 glamrock gevoel, maar vind ik wel een stukje minder dan I Want It All, misschien wel omdat ik ook hier het idee heb dat Spandau Ballet de backing verzorgd.
Bij Knee Socks is de hoofdrol weg gelegd voor de baspartij, en ik ben tot de conclusie gekomen dat die tweede hoge stem echt een te groot gedeelte van dit verder meer dan prima album verziekt.
Laat het een leerproces zijn geweest, welke bij het volgende album niet meer wordt toe gepast.
Dit is teveel een Top 40 nummer gericht op brugklassers, met tegen het einde een jaren 80 David Bowie uithaal er doorheen.
Afsluiter I Wanna Be Yours is meesterlijk, en hier past die hoge stem wonderlijk genoeg, weer wel prima tussen.
Weer die rood verlichtte peepshow, maar nu met de achteruit pratende dwerg van Twin Peaks op de stip.
Geen slecht album, maar over het algemeen gezien minder dan hun eerste drie.
Met hun vierde Suck It and See ben ik nog niet mee bekend.
Zijn de nummers van het laatste album nu zo geweldig, of is de podiumpresentatie van Alex Turner zoveel beter geworden.
Natuurlijk wist hij het publiek altijd al te bespelen, maar nu stond hij sensueel heupwiegend op het podium.
Strak in pak, en zijn haren net zo strak.
Hij benadrukte nogmaals dat hij in feite Arctic Monkeys is, en zichtbaar de touwtjes in handen heeft.
A.M. eist een uitgebreide luisterbeurt op.
A.M. zal wel voor Arctic Monkeys staan, maar kan natuurlijk ook After Midnight betekenen, want het begin van A.M. is duister.
Niet zo duister als Unknown Pleasures van Joy Division, de albumhoes vind ik namelijk daar wel wat van weg hebben.
Dit is meer de duisternis van de gure afgelegen steegjes in een grote steegjes.
Do You Wanna Know? is de soundtrack van een vieze, zwaar erotische geile peepshow.
R U Mine? klinkt als een versnelde versie van Do You Wanna Know?
Is dit een bewuste keuze of creatieve armoede?
Voor mij komt het helaas een beetje over als het laatste, al klinkt het prima, maar laat die vervelende hoge tweede stem alstublieft achterwege.
Daarmee opent ook One For The Road.
Een bijna jaren 80 Spandau Ballet of Wham! achtig begin.
Nee, dit is niet geweldig.
Arabella is ook rete commercieel, maar wat zit hier een lekkere slepende baspartij in, en die vette gitaarsound klinkt ook helemaal niet verkeerd.
I Want It All grijpt meer terug naar de glamrock uit de jaren 70, met de nodige David Bowie en Marc Bolan invloeden, bij het gitaarspel moet ik dan weer overduidelijk aan Josh Homme denken.
Maar wat past dit heerlijk in het geheel.
Tot nu toe met stip het beste van het album.
No 1. Party Anthem is bijna John Lennon solo.
Alex Turner laat hier horen dat ook hij hier toe in staat is.
Misschien moet hij ook een “Lost Weekend” in New York door brengen, dit zou gewoon een goede, geslaagde kersthit kunnen worden.
In Mad Sounds hoor je Sunday Morning van Velvet Underground in terug.
Een verraderlijk slaapliedje, maar wel eentje om heerlijk je ogen bij te sluiten.
Op het einde gaat het bijna naar Satellite Of Love toe.
Achteraf gezien zou dit een prima ode aan Lou Reed zijn geweest.
Fireside mist de kenmerkende spanning, voor mij is dit meer een vullertje, ergens halverwege het album.
Die overgang halverwege is natuurlijk prima, maar zoiets hoor ik te vaak bij andere bands terug.
Why’d You Only Call Me When You’re High? is weer zo’n peepshow nummer, en begrijpelijk dat ook deze het net als de opener prima als single heeft gedaan.
Misschien iets aan te korte kant.
Snap Out Of It heeft ook wel dat jaren 70 glamrock gevoel, maar vind ik wel een stukje minder dan I Want It All, misschien wel omdat ik ook hier het idee heb dat Spandau Ballet de backing verzorgd.
Bij Knee Socks is de hoofdrol weg gelegd voor de baspartij, en ik ben tot de conclusie gekomen dat die tweede hoge stem echt een te groot gedeelte van dit verder meer dan prima album verziekt.
Laat het een leerproces zijn geweest, welke bij het volgende album niet meer wordt toe gepast.
Dit is teveel een Top 40 nummer gericht op brugklassers, met tegen het einde een jaren 80 David Bowie uithaal er doorheen.
Afsluiter I Wanna Be Yours is meesterlijk, en hier past die hoge stem wonderlijk genoeg, weer wel prima tussen.
Weer die rood verlichtte peepshow, maar nu met de achteruit pratende dwerg van Twin Peaks op de stip.
Geen slecht album, maar over het algemeen gezien minder dan hun eerste drie.
Met hun vierde Suck It and See ben ik nog niet mee bekend.
Arctic Monkeys - Humbug (2009)

3,5
0
geplaatst: 4 december 2016, 00:32 uur
My Propeller heeft het duistere van Mark Lanegan, begrijpelijk met een Josh Homme achter de knoppen.
Misschien wel een stijlbreuk met hun eerste twee albums, maar ik ga mijzelf eens na.
Luister ik vier jaar lang naar dezelfde muziek?
Nee.
Blijkbaar was de behoefte groter om een andere richting op te gaan, dan blijven vast houden aan een succesformule.
Alex Turner zou vervolgens wel verder borduren op deze sound, en met The Last Shadow Puppets zich richten op een andere richting.
Eigenlijk vergelijkbaar als wat Damon Albarn van Blur ook deed.
Ook een frontman die in het begin wat schuchterder over kwam, en zich vervolgens profileerde in iemand die duidelijk de touwtjes in handen heeft.
Humburg is lomp en rauw, op latere albums zou er meer sensualiteit bij komen.
Een overgangsalbum, maar wel eentje met de juiste impact.
Misschien wel een stijlbreuk met hun eerste twee albums, maar ik ga mijzelf eens na.
Luister ik vier jaar lang naar dezelfde muziek?
Nee.
Blijkbaar was de behoefte groter om een andere richting op te gaan, dan blijven vast houden aan een succesformule.
Alex Turner zou vervolgens wel verder borduren op deze sound, en met The Last Shadow Puppets zich richten op een andere richting.
Eigenlijk vergelijkbaar als wat Damon Albarn van Blur ook deed.
Ook een frontman die in het begin wat schuchterder over kwam, en zich vervolgens profileerde in iemand die duidelijk de touwtjes in handen heeft.
Humburg is lomp en rauw, op latere albums zou er meer sensualiteit bij komen.
Een overgangsalbum, maar wel eentje met de juiste impact.
Arctic Monkeys - Tranquility Base Hotel + Casino (2018)

2,5
1
geplaatst: 28 juli 2018, 16:34 uur
Het blijft een vreemd album, niet slecht, zeker niet, maar de stem van Alex Turner past gewoon niet zo goed bij opener Star Treatment.
Hier hoort een zwaardere stem bij, meer geleefder; bij een Nick Cave zou het geweldig klinken.
En waar ik bij vorig werk mij al ergerde aan de koortjes, doe ik dat hier nu ook weer; die achtergrondstem klinkt mij net teveel als Bono.
Bij AM viel uiteindelijk het kwartje wel, nee de term groeiplaat zal ik niet noemen, want daar geloof ik niet in; daarbij gaf het optreden op Pinkpop de doorslag, en bleek dat er genoeg sterke nummers op stonden.
Hier ben ik vooral aangenaam verrast door Four Out of Five, wat gewoon een sterke single is.
Tranquility Base Hotel + Casino beschouw ik iets teveel als een solo project van Turner, en misschien moet ik het zo ook zien.
Tussen de vorige platen zat gemiddeld een wachttijd van 2 jaar; op de eerste 2 albums na; maar vaak heeft een band in het begin veel materiaal; ten gevolge van jaren werken aan nummers, voordat ze rijp zijn voor de markt.
Een wachttijd van 5 jaar is vaak geen goed teken, het loopt allemaal wat stroever, en de inspiratie blijft dan achterwege.
Wat hier precies de reden van is, zal voor mij een raadsel blijven; maar ik ben in ieder geval niet aangenaam verrast door deze plaat.
Om het geheel samen te vatten; een plaat met raakvlakken in de jaren 60; het heeft een mysterieus sfeertje in de stijl van The Avengers (De Wrekers), oubollig, maar ondanks dat in die televisieserie genoeg spanning zit; is er hier toch wel een gebrek aan; ondanks het prima Four Out of Five.
Bij Arctic Monkeys is het bij mij nu meer Five Out of Six.
Hier hoort een zwaardere stem bij, meer geleefder; bij een Nick Cave zou het geweldig klinken.
En waar ik bij vorig werk mij al ergerde aan de koortjes, doe ik dat hier nu ook weer; die achtergrondstem klinkt mij net teveel als Bono.
Bij AM viel uiteindelijk het kwartje wel, nee de term groeiplaat zal ik niet noemen, want daar geloof ik niet in; daarbij gaf het optreden op Pinkpop de doorslag, en bleek dat er genoeg sterke nummers op stonden.
Hier ben ik vooral aangenaam verrast door Four Out of Five, wat gewoon een sterke single is.
Tranquility Base Hotel + Casino beschouw ik iets teveel als een solo project van Turner, en misschien moet ik het zo ook zien.
Tussen de vorige platen zat gemiddeld een wachttijd van 2 jaar; op de eerste 2 albums na; maar vaak heeft een band in het begin veel materiaal; ten gevolge van jaren werken aan nummers, voordat ze rijp zijn voor de markt.
Een wachttijd van 5 jaar is vaak geen goed teken, het loopt allemaal wat stroever, en de inspiratie blijft dan achterwege.
Wat hier precies de reden van is, zal voor mij een raadsel blijven; maar ik ben in ieder geval niet aangenaam verrast door deze plaat.
Om het geheel samen te vatten; een plaat met raakvlakken in de jaren 60; het heeft een mysterieus sfeertje in de stijl van The Avengers (De Wrekers), oubollig, maar ondanks dat in die televisieserie genoeg spanning zit; is er hier toch wel een gebrek aan; ondanks het prima Four Out of Five.
Bij Arctic Monkeys is het bij mij nu meer Five Out of Six.
Arctic Monkeys - Whatever People Say I Am, That's What I'm Not (2006)

4,0
0
geplaatst: 20 februari 2011, 23:31 uur
Al een hype voordat het debuutalbum verscheen.
Hoe moeilijk kun je het hebben als beginnende band.
Werden de verwachtingen ingelost?
Blijkbaar wel.
Whatever People Say I Am, That's What I'm Not werd vooral in Engeland een succes.
Terecht?
Die vraag laat ik open.
Zo origineel zijn ze ook weer niet.
Opener The View From The Afternoon lijkt muzikaal wel veel op Song 2 van Blur.
Maar het is wel weer retestrak.
En zo gaan we door.
Al blijft het teveel Damon Albarn met een hogere snelheid.
Waarschijnlijk is de behoefte aan deze band aanwezig.
Het jonge verworven publiek vind het geweldig.
Bij The Last Shadow Puppets gaat het tempo daadwerkelijk omlaag.
Maar hier is de chemie een stuk minder.
Zie je dan live opnames.
Dan is het effect wel voelbaar.
Alex Turner weet op het juiste moment stiltes te creëren.
Om vervolgens te knallen.
Duidelijk een frontman.
Onder zijn Beatlehaar bekijkt hij het publiek.
Schat ze juist in.
De touwtjes in handen.
Ik onderneem maar een poging om het te verklaren.
Hoe het komt dat deze band via internet omarmt werd.
Erg ver kom ik hier niet in.
De juiste band, op het juiste moment?
Vast wel.
Toch zet ik tekens weer dit album op.
Laat me verleiden door de sound.
Swingend door de huiskamer rennen.
Elk nummer proberen mee te zingen.
Volumeknop een stukje harder te zetten.
Hoe zou het toch komen?
Hoe moeilijk kun je het hebben als beginnende band.
Werden de verwachtingen ingelost?
Blijkbaar wel.
Whatever People Say I Am, That's What I'm Not werd vooral in Engeland een succes.
Terecht?
Die vraag laat ik open.
Zo origineel zijn ze ook weer niet.
Opener The View From The Afternoon lijkt muzikaal wel veel op Song 2 van Blur.
Maar het is wel weer retestrak.
En zo gaan we door.
Al blijft het teveel Damon Albarn met een hogere snelheid.
Waarschijnlijk is de behoefte aan deze band aanwezig.
Het jonge verworven publiek vind het geweldig.
Bij The Last Shadow Puppets gaat het tempo daadwerkelijk omlaag.
Maar hier is de chemie een stuk minder.
Zie je dan live opnames.
Dan is het effect wel voelbaar.
Alex Turner weet op het juiste moment stiltes te creëren.
Om vervolgens te knallen.
Duidelijk een frontman.
Onder zijn Beatlehaar bekijkt hij het publiek.
Schat ze juist in.
De touwtjes in handen.
Ik onderneem maar een poging om het te verklaren.
Hoe het komt dat deze band via internet omarmt werd.
Erg ver kom ik hier niet in.
De juiste band, op het juiste moment?
Vast wel.
Toch zet ik tekens weer dit album op.
Laat me verleiden door de sound.
Swingend door de huiskamer rennen.
Elk nummer proberen mee te zingen.
Volumeknop een stukje harder te zetten.
Hoe zou het toch komen?
Arlo Parks - Collapsed in Sunbeams (2021)

4,5
5
geplaatst: 11 februari 2021, 00:48 uur
De ramen bieden bescherming tegen de onvoorspelbare buitenwereld. Het warme gebaar van een toewenkende zon. Genoodzaakt om niet naar buiten te treden zit je opgesloten in een vertrouwde gevangenis met een open deur. Alle energie verbruik je om een opkomende burn-out tegen te werken. Collapsed in Sunbeams, het gevoel van 2021.
In het jaar dat we de nieuwe eeuw instappen wordt Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho in Londen geboren. Als ze net achttien jaar is geworden brengt ze onder de naam Arlo Parks haar debuutsingle Cola uit. Gelijk in de eerste zinnen wordt er al gelinkt naar het in de gaten houden van elkaars sociale media activiteiten. Een jaloerse minnaar die ziekelijk op zoek gaat naar de kortsluiting in een relatie.
Welkom in de moderne wereld. Met haar betoverende lazy warme geluid en de krakende hiphopbeats maakt ze al gelijk zoveel indruk, dat ze al snel wordt neergezet als de nieuwe hype. Maar daar draait het bij Arlo Parks niet om. Ze wil haar voorgeschiedenis vertellen, haar seksuele bevindingen en innerlijke pijn met je delen. Kortom, een betrouwbaar maatje zijn voor generatiegenoten.
De generatie van de Zero’s, die vanuit het nulpunt der nietsnutten een weg in de hedendaagse maatschappij moeten vinden. Die vanuit de wieg getuige zijn van de aanslagen op 11 september 2001, en een klein half jaar later onbewust de invoering van de Euro meemaken, mogen zich ondertussen ook tot de volwassenen rekenen. En die jongeren hebben hun eigen persoonlijke shit en nostalgische gevoelens.
Een voedingsbodem voor het soulvolle Collapsed in Sunbeams, de debuutplaat van Arlo Parks, waar helaas niet die indrukwekkende single Cola op staat. De afgelopen periode heeft ze wel een zestal aan veelbelovende singles gelanceerd, welke uiteindelijk wel op de plaat terecht zijn gekomen.
Schetsmatig neemt ze de luisteraar bij de hand om deze verontrustende vreemdeling mee te nemen naar haar geïnspireerde jeugd in Zuidwest Londen. Dromerig poëtisch begint ze haar verhaallijnen in het titelstuk Collapsed in Sunbeams. De nonchalante flow is bijna filmisch introducerend. Een stadsbeeld beschrijving die je veelal ook bij de rapcultuur ziet. Ook hoor het weemoedige deprimerende van de jaren tachtig popdichters die verlangen naar bevestiging en gezelschap terug.
Hoe stoer en respectvol is het om haar zoektocht vervolgens zelfverzekerd te vervolgen in het zeer persoonlijke Hurt, waarbij het overlijden van een goede vriendin centraal staat. Arlo Parks is een geharde straatvechter, die niet in een hoek afwacht om voorzichtig op de voorgrond te treden. Zorgvuldig deelt ze forse verbale klappen uit die haar underdog positie bij elke slag alleen maar versterken. Na twaalf rondes komt ze moegestreden als winnaar uit de ring, een overtuigende indruk achterlatend.
Arlo Parks heeft die typerende Britse singer-songwriters uitspraak, maar beweegt zich overduidelijk in hedendaagse multiculturele kringen, waarbij ze als een spons al die indrukken opslurpt om er iets eigens van te maken. Geen wonder dus dat ze op handen gedragen wordt door invloedrijke personen uit de muziekscene, maar dat ze ook daarbuiten gezien wordt als een boegbeeld van haar lichting.
Door haar biseksuele geaardheid heeft ze het voorrecht en het geluk dat ze zich vrij goed kan inleven in de gedachtegang van beide geslachten. Een vermogen wat ze volledig weet uit te buiten, maar wat haar ook bij zoveel mensen geliefd maakt.
Verdorie, wat maakt ze toch nu al doeltreffende volwassen teksten. Bij Black Dog haalt ze Robert Smith, het gitzwarte zwaarmoedige boegbeeld van The Cure aan (al heeft die veel meer gevoel voor humor als wat men in eerste instantie doet vermoeden, maar dat terzijde) om de uitzichtloze situatie van een geesteszieke suïcidale vriendin te schetsen.
De moederlijke voordracht getuigt van zoveel meelevendheid en sociale betrokkenheid. De bereidheid om haar uit deze benarde situatie te helpen is zo liefdevol en puur. Het is moeilijk om aan te geven waarmee ze de luisteraar zo weet te raken, maar ik denk zelf dat hier de kern ligt. Buiten dat heeft ze natuurlijk ook nog een belachelijke mooie stem die je van het begin tot het einde op Collapsed in Sunbeams meevoert.
Arlo Parks - Collapsed in Sunbeams | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
In het jaar dat we de nieuwe eeuw instappen wordt Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho in Londen geboren. Als ze net achttien jaar is geworden brengt ze onder de naam Arlo Parks haar debuutsingle Cola uit. Gelijk in de eerste zinnen wordt er al gelinkt naar het in de gaten houden van elkaars sociale media activiteiten. Een jaloerse minnaar die ziekelijk op zoek gaat naar de kortsluiting in een relatie.
Welkom in de moderne wereld. Met haar betoverende lazy warme geluid en de krakende hiphopbeats maakt ze al gelijk zoveel indruk, dat ze al snel wordt neergezet als de nieuwe hype. Maar daar draait het bij Arlo Parks niet om. Ze wil haar voorgeschiedenis vertellen, haar seksuele bevindingen en innerlijke pijn met je delen. Kortom, een betrouwbaar maatje zijn voor generatiegenoten.
De generatie van de Zero’s, die vanuit het nulpunt der nietsnutten een weg in de hedendaagse maatschappij moeten vinden. Die vanuit de wieg getuige zijn van de aanslagen op 11 september 2001, en een klein half jaar later onbewust de invoering van de Euro meemaken, mogen zich ondertussen ook tot de volwassenen rekenen. En die jongeren hebben hun eigen persoonlijke shit en nostalgische gevoelens.
Een voedingsbodem voor het soulvolle Collapsed in Sunbeams, de debuutplaat van Arlo Parks, waar helaas niet die indrukwekkende single Cola op staat. De afgelopen periode heeft ze wel een zestal aan veelbelovende singles gelanceerd, welke uiteindelijk wel op de plaat terecht zijn gekomen.
Schetsmatig neemt ze de luisteraar bij de hand om deze verontrustende vreemdeling mee te nemen naar haar geïnspireerde jeugd in Zuidwest Londen. Dromerig poëtisch begint ze haar verhaallijnen in het titelstuk Collapsed in Sunbeams. De nonchalante flow is bijna filmisch introducerend. Een stadsbeeld beschrijving die je veelal ook bij de rapcultuur ziet. Ook hoor het weemoedige deprimerende van de jaren tachtig popdichters die verlangen naar bevestiging en gezelschap terug.
Hoe stoer en respectvol is het om haar zoektocht vervolgens zelfverzekerd te vervolgen in het zeer persoonlijke Hurt, waarbij het overlijden van een goede vriendin centraal staat. Arlo Parks is een geharde straatvechter, die niet in een hoek afwacht om voorzichtig op de voorgrond te treden. Zorgvuldig deelt ze forse verbale klappen uit die haar underdog positie bij elke slag alleen maar versterken. Na twaalf rondes komt ze moegestreden als winnaar uit de ring, een overtuigende indruk achterlatend.
Arlo Parks heeft die typerende Britse singer-songwriters uitspraak, maar beweegt zich overduidelijk in hedendaagse multiculturele kringen, waarbij ze als een spons al die indrukken opslurpt om er iets eigens van te maken. Geen wonder dus dat ze op handen gedragen wordt door invloedrijke personen uit de muziekscene, maar dat ze ook daarbuiten gezien wordt als een boegbeeld van haar lichting.
Door haar biseksuele geaardheid heeft ze het voorrecht en het geluk dat ze zich vrij goed kan inleven in de gedachtegang van beide geslachten. Een vermogen wat ze volledig weet uit te buiten, maar wat haar ook bij zoveel mensen geliefd maakt.
Verdorie, wat maakt ze toch nu al doeltreffende volwassen teksten. Bij Black Dog haalt ze Robert Smith, het gitzwarte zwaarmoedige boegbeeld van The Cure aan (al heeft die veel meer gevoel voor humor als wat men in eerste instantie doet vermoeden, maar dat terzijde) om de uitzichtloze situatie van een geesteszieke suïcidale vriendin te schetsen.
De moederlijke voordracht getuigt van zoveel meelevendheid en sociale betrokkenheid. De bereidheid om haar uit deze benarde situatie te helpen is zo liefdevol en puur. Het is moeilijk om aan te geven waarmee ze de luisteraar zo weet te raken, maar ik denk zelf dat hier de kern ligt. Buiten dat heeft ze natuurlijk ook nog een belachelijke mooie stem die je van het begin tot het einde op Collapsed in Sunbeams meevoert.
Arlo Parks - Collapsed in Sunbeams | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Armand & The Kik - Armand & The Kik (2015)

2,5
0
geplaatst: 19 juni 2015, 20:08 uur
Elke maand krijg ik een album van het label Excelsior opgestuurd.
En deze maand ben ik erg gelukkig.
Niet zozeer met het album van Electric Tears, die is verder wel prima.
Nee, ik ben blij dat ze er voor hebben gekozen om het samenwerkingsverband van The Kik en Armand niet op te sturen.
Nooit een liefhebber van The Kik geweest, maar Armand vond ik wel oké.
Echter, hier is The Kik de betere factor.
Natuurlijk spelen ze gewoon de muziek van Boudewijn de Groot na, maar Armand rijmt nog slechter dan een kleuter, en alle logica ontbreekt in de nummers.
Armand leeft inderdaad nog steeds in de jaren 60.
Zijn hersenen zijn geblokkeerd geraakt door de wietdampen welke het onmogelijk maken dat er nog informatie van na 1967 een weg naar binnen kan vinden.
In een platenzaak hoorde ik twee verkopers tegen elkaar praten over dit album.
De ene vond het cult, de ander was gecharmeerd door de lachwekkende kneuterigheid die het uit straalde.
Gemeengoed wordt bezongen alsof het een komisch Urbanuslied is, in de stijl van Bakske Vol Met Stro.
Toch had het wel een positief effect.
Elke klant die binnen kwam moest gelijk glimlachen.
Terwijl de discussie binnen verder ging over Giglied, is dit nu wel of niet Big City van Tol Hansse met een andere tekst, en hoe ging die andere hit Achter de Rhododendron ook al weer, ben ik naar buiten gelopen.
Ik had het album al gehoord via de Luisterpaal.
Nogmaals muzikaal best wel leuk, al blijkt nogmaals dat The Kik eigenlijk een jaren 60 coverband is, die niet in staat is om iets eigens te maken.
En Armand?
Misschien dat iemand hem kan vertellen dat hij al 4 jaar met pensioen is.
En deze maand ben ik erg gelukkig.
Niet zozeer met het album van Electric Tears, die is verder wel prima.
Nee, ik ben blij dat ze er voor hebben gekozen om het samenwerkingsverband van The Kik en Armand niet op te sturen.
Nooit een liefhebber van The Kik geweest, maar Armand vond ik wel oké.
Echter, hier is The Kik de betere factor.
Natuurlijk spelen ze gewoon de muziek van Boudewijn de Groot na, maar Armand rijmt nog slechter dan een kleuter, en alle logica ontbreekt in de nummers.
Armand leeft inderdaad nog steeds in de jaren 60.
Zijn hersenen zijn geblokkeerd geraakt door de wietdampen welke het onmogelijk maken dat er nog informatie van na 1967 een weg naar binnen kan vinden.
In een platenzaak hoorde ik twee verkopers tegen elkaar praten over dit album.
De ene vond het cult, de ander was gecharmeerd door de lachwekkende kneuterigheid die het uit straalde.
Gemeengoed wordt bezongen alsof het een komisch Urbanuslied is, in de stijl van Bakske Vol Met Stro.
Toch had het wel een positief effect.
Elke klant die binnen kwam moest gelijk glimlachen.
Terwijl de discussie binnen verder ging over Giglied, is dit nu wel of niet Big City van Tol Hansse met een andere tekst, en hoe ging die andere hit Achter de Rhododendron ook al weer, ben ik naar buiten gelopen.
Ik had het album al gehoord via de Luisterpaal.
Nogmaals muzikaal best wel leuk, al blijkt nogmaals dat The Kik eigenlijk een jaren 60 coverband is, die niet in staat is om iets eigens te maken.
En Armand?
Misschien dat iemand hem kan vertellen dat hij al 4 jaar met pensioen is.
Arno & Sofiane Pamart - Vivre (2021)
Alternatieve titel: Parce Que - La Collection

4,5
6
geplaatst: 22 mei 2021, 13:28 uur
Als op 27 april bekend wordt gemaakt dat Paul Decoutere is overleden aan kanker, is Arno Hintjens opnieuw opgenomen in het ziekenhuis. Ook hij is aan het worstelen met deze vreselijke ziekte en heeft recentelijk in januari nog een flinke reeks intensieve chemotherapieën achter de rug. Een geraakte Arno deelt mede dat hij een goede vriend is verloren, een kameraad die hem aanspoorde om zijn zangkwaliteiten te gebruiken. Samen starten ze in 1980 T.C. Matic op, kort daarna verlaat Paul Decoutere de band…
T.C. Matic is het rockhart van België, een band die het land op de muzikale kaart zet. Vanuit de onnavolgbare chaotische funkende new wave ontwikkelt dit gezelschap zich voort met het van Yé Yé afkomstige Franse chanson Elle Adore Le Noir als ultiem hoogtepunt. Dit betekent min of meer het einde van T.C. Matic, maar vormt wel het startpunt van de succesvolle solo periode van Arno. Een levende legende, die veel muzikanten inspireert en aanzet om muziek te maken. Arno is bekend vanwege zijn zwalkende, doorrookte stemgeluid. De vechtersmentaliteit van een straatzanger die tot het uiterste gaat. Door zijn huidige lichamelijke toestand wordt dit nogmaals versterkt, wat resulteert in een strijdbare maar tevens fragiele voordracht. De zanger haalt nog steeds het maximale uit het leven, en ondanks dat hij zich ervan bewust is dat Vivre misschien wel zijn laatste plaat kan zijn, werkt hij ondertussen alweer aan nieuw materiaal. De angst voor het levensbedreigende COVID-19 virus en een dodelijke afloop van zijn ziekte schuift hij nog eventjes voor zich uit. Het siert Arno dat hij geen zin heeft om zich hierdoor te laten leiden.
Zijn partner op Vivre is de Franse pianist Sofiane Pamart, welke opgroeit in Hellemmes, een buitenwijk van Lille. Na zijn veelbelovende opleiding aan het Conservatoire de Lille besluit hij om die klassieke achtergrond te verbreden door samenwerkingsverbanden aan te gaan met veelzeggende rappers als Koba LaD, Vald en Maes. Het is Kenny Gates, een van de oprichters van het [PIAS] label, die deze twee muzikale grootheden samenbrengt. Hierdoor mag Vivre gerust beschouwd worden als een exclusief project uit de [PIAS] stal, wat het allemaal nog bijzonderder maakt. Alleen jammer dat de aan Arno gebonden bassist Mirko Banovic ongenoemd blijft, het is juist toch die drie-eenheid die verantwoordelijk is voor Vivre. Het album heeft een symbolische naakte presentatie, puur en kwetsbaar waarbij er gekozen is om de rijkelijk gevulde catalogus van Arno volledig uit te pluizen. Een mooi uitgangspunt, waarbij solowerk afgewisseld wordt met twee songs uit de T.C. Matic periode, namelijk de eerder genoemde nachtromantiek van Elle Adore Le Noir en de onberekende gekte van het meesterlijke Putain Putain, welke ook hier geheel behouden is gebleven. Voor mij blijft deze track het startpunt van de Belgische school die vanaf de jaren negentig volledig tot bloei komt.
Door zijn herziende blik komt Solo Gigolo erg confronterend hard binnen. Opeens staat daar de sterfelijkheid centraal. De wereld draait door, en de lege plek in de kroeg zal uiteindelijk ook weer door iemand anders opgevuld worden. Deze melancholische terugblik verwoord de eenzaamheid van een dolende ziel die terugkijkt op zijn reeds afgeronde jaren. Aan de ene kant tevreden, maar ook met de nodige pijnlijke teleurstellingen die zijn hart al stekend doorboren. De flamboyante levensgenieter is een oude man geworden, aangetast door het leven. Arno heeft nog meer die kraak in zijn stem waardoor hij als een oude versleten langspeelplaat een laatste rondje op de pick-up draait voordat de kroegeigenaar de tent voorlopig sluit. Het is dus veel meer dan een hedendaagse kijk op de uitgestorven cafés, die door corona genoodzaakt zijn om hun gasten buiten de deur te houden. Je Veux Vivre blijft redelijk dicht bij het origineel, alleen heeft deze zin nu een veel grotere impact. Het verlangen naar een vredelievende wereld waar het begrip ellende uit de woordenboeken is geschrapt. Ergens doelbewust naar toe leven, toekomstplannen schetsen en deze hopelijk later uitwerken.
Het prachtige eerbetoon aan de vrouwen Quelqu’un a Touché Ma Femme komt nu nog meer tot zijn recht, en laat de gevoelige kant van deze ladykiller horen. Die passie zit tevens verscholen in de prachtige pianoballad Dans Mon Lit. Het zeer persoonlijke Les Yeux de Ma Mère gaat nog een stap verder en is een liefdevolle song waarbij Arno stil staat bij zijn moeder, die overlijd als hij 28 jaar oud is. Het gevoel voor humor en de schijt aan de wereld mentaliteit is de erfenis die zij hem schenkt. Nog steeds overheerst het verlies en het verdriet. Een eeuwig litteken die nu nogmaals versterkt wordt omdat deze bijzondere vrouw aan kanker overlijdt, en hierdoor zeer dicht bij de huidige situatie van Arno staat. Dat eeuwige litteken staat ook symbool voor de tatoeages uit het verleden in Tatouage du Passé. Moederloos sterft het kind in hem af, de verharde waarheid verdringt de leugens. Het moment dat Arno volwassen wordt.
Het aansluitende Elle Adore le Noir is juist die duistere drang om al jagend op zoek te gaan naar een gemakkelijk te veroverende prooi. De decadente zelfkant van de liefde, inclusief de nachtelijke onrust die al hongerig gevoed dient te worden. Het is eventjes wennen dat de straataccordeon geëlimineerd is en vervangen wordt door de nachtclubpiano, maar verder valt er niks op aan te merken. Het jazzy Give Me the Gift heeft dezelfde donkere sfeer waarbij Sofiane Pamart zorgt voor een mooie beeldende jaren zeventig aanpak. Alsof de geest van Ray Manzarek naast de muzikant aanschuift en hem als persoonlijke leraar les geeft.
De kale aanpak is vergelijkbaar met de American Recordings albums van Johnny Cash, alleen heeft Arno genoeg aan zijn eigen composities, en ontbreken gelukkig de covers waardoor het veel persoonlijker is. Vivre is een prachtig ingetogen monument van de chansonnier Arno, die zich gerust mag plaatsen naast de grootheden die in het verleden al het Franstalige levenslied hebben bezongen. De emotie, de drank, de liefde, de pijn en het leven; alles komt hier samen. Was het voorheen nog een gevecht met het leven, nu is het een gevecht om te leven. Arno in topvorm!
Arno & Sofiane Pamart - Vivre | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
T.C. Matic is het rockhart van België, een band die het land op de muzikale kaart zet. Vanuit de onnavolgbare chaotische funkende new wave ontwikkelt dit gezelschap zich voort met het van Yé Yé afkomstige Franse chanson Elle Adore Le Noir als ultiem hoogtepunt. Dit betekent min of meer het einde van T.C. Matic, maar vormt wel het startpunt van de succesvolle solo periode van Arno. Een levende legende, die veel muzikanten inspireert en aanzet om muziek te maken. Arno is bekend vanwege zijn zwalkende, doorrookte stemgeluid. De vechtersmentaliteit van een straatzanger die tot het uiterste gaat. Door zijn huidige lichamelijke toestand wordt dit nogmaals versterkt, wat resulteert in een strijdbare maar tevens fragiele voordracht. De zanger haalt nog steeds het maximale uit het leven, en ondanks dat hij zich ervan bewust is dat Vivre misschien wel zijn laatste plaat kan zijn, werkt hij ondertussen alweer aan nieuw materiaal. De angst voor het levensbedreigende COVID-19 virus en een dodelijke afloop van zijn ziekte schuift hij nog eventjes voor zich uit. Het siert Arno dat hij geen zin heeft om zich hierdoor te laten leiden.
Zijn partner op Vivre is de Franse pianist Sofiane Pamart, welke opgroeit in Hellemmes, een buitenwijk van Lille. Na zijn veelbelovende opleiding aan het Conservatoire de Lille besluit hij om die klassieke achtergrond te verbreden door samenwerkingsverbanden aan te gaan met veelzeggende rappers als Koba LaD, Vald en Maes. Het is Kenny Gates, een van de oprichters van het [PIAS] label, die deze twee muzikale grootheden samenbrengt. Hierdoor mag Vivre gerust beschouwd worden als een exclusief project uit de [PIAS] stal, wat het allemaal nog bijzonderder maakt. Alleen jammer dat de aan Arno gebonden bassist Mirko Banovic ongenoemd blijft, het is juist toch die drie-eenheid die verantwoordelijk is voor Vivre. Het album heeft een symbolische naakte presentatie, puur en kwetsbaar waarbij er gekozen is om de rijkelijk gevulde catalogus van Arno volledig uit te pluizen. Een mooi uitgangspunt, waarbij solowerk afgewisseld wordt met twee songs uit de T.C. Matic periode, namelijk de eerder genoemde nachtromantiek van Elle Adore Le Noir en de onberekende gekte van het meesterlijke Putain Putain, welke ook hier geheel behouden is gebleven. Voor mij blijft deze track het startpunt van de Belgische school die vanaf de jaren negentig volledig tot bloei komt.
Door zijn herziende blik komt Solo Gigolo erg confronterend hard binnen. Opeens staat daar de sterfelijkheid centraal. De wereld draait door, en de lege plek in de kroeg zal uiteindelijk ook weer door iemand anders opgevuld worden. Deze melancholische terugblik verwoord de eenzaamheid van een dolende ziel die terugkijkt op zijn reeds afgeronde jaren. Aan de ene kant tevreden, maar ook met de nodige pijnlijke teleurstellingen die zijn hart al stekend doorboren. De flamboyante levensgenieter is een oude man geworden, aangetast door het leven. Arno heeft nog meer die kraak in zijn stem waardoor hij als een oude versleten langspeelplaat een laatste rondje op de pick-up draait voordat de kroegeigenaar de tent voorlopig sluit. Het is dus veel meer dan een hedendaagse kijk op de uitgestorven cafés, die door corona genoodzaakt zijn om hun gasten buiten de deur te houden. Je Veux Vivre blijft redelijk dicht bij het origineel, alleen heeft deze zin nu een veel grotere impact. Het verlangen naar een vredelievende wereld waar het begrip ellende uit de woordenboeken is geschrapt. Ergens doelbewust naar toe leven, toekomstplannen schetsen en deze hopelijk later uitwerken.
Het prachtige eerbetoon aan de vrouwen Quelqu’un a Touché Ma Femme komt nu nog meer tot zijn recht, en laat de gevoelige kant van deze ladykiller horen. Die passie zit tevens verscholen in de prachtige pianoballad Dans Mon Lit. Het zeer persoonlijke Les Yeux de Ma Mère gaat nog een stap verder en is een liefdevolle song waarbij Arno stil staat bij zijn moeder, die overlijd als hij 28 jaar oud is. Het gevoel voor humor en de schijt aan de wereld mentaliteit is de erfenis die zij hem schenkt. Nog steeds overheerst het verlies en het verdriet. Een eeuwig litteken die nu nogmaals versterkt wordt omdat deze bijzondere vrouw aan kanker overlijdt, en hierdoor zeer dicht bij de huidige situatie van Arno staat. Dat eeuwige litteken staat ook symbool voor de tatoeages uit het verleden in Tatouage du Passé. Moederloos sterft het kind in hem af, de verharde waarheid verdringt de leugens. Het moment dat Arno volwassen wordt.
Het aansluitende Elle Adore le Noir is juist die duistere drang om al jagend op zoek te gaan naar een gemakkelijk te veroverende prooi. De decadente zelfkant van de liefde, inclusief de nachtelijke onrust die al hongerig gevoed dient te worden. Het is eventjes wennen dat de straataccordeon geëlimineerd is en vervangen wordt door de nachtclubpiano, maar verder valt er niks op aan te merken. Het jazzy Give Me the Gift heeft dezelfde donkere sfeer waarbij Sofiane Pamart zorgt voor een mooie beeldende jaren zeventig aanpak. Alsof de geest van Ray Manzarek naast de muzikant aanschuift en hem als persoonlijke leraar les geeft.
De kale aanpak is vergelijkbaar met de American Recordings albums van Johnny Cash, alleen heeft Arno genoeg aan zijn eigen composities, en ontbreken gelukkig de covers waardoor het veel persoonlijker is. Vivre is een prachtig ingetogen monument van de chansonnier Arno, die zich gerust mag plaatsen naast de grootheden die in het verleden al het Franstalige levenslied hebben bezongen. De emotie, de drank, de liefde, de pijn en het leven; alles komt hier samen. Was het voorheen nog een gevecht met het leven, nu is het een gevecht om te leven. Arno in topvorm!
Arno & Sofiane Pamart - Vivre | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Arnold Dreyblatt - Resolve (2023)

4,0
0
geplaatst: 16 september 2023, 04:47 uur
Buitenbeentje Arnold Dreyblatt geniet als kind zijnde thuis van genoeg ambitieuze bewegingsvrijheden. Zijn moeder is een bekend gezicht in het New Yorkse kunstenaarswereldje. Haar geprezen schilderijen versieren de muren van de Charles Barzansky Gallery. Ze verplicht hem min of meer om pianolessen te volgen, waar hij zich tegendraads onhandelbaar tegenover zijn onderwijzers opstelt. Ook zijn gitaarleraar betitelt hem als amuzikaal. Arnold Dreyblatt stoort zich echter aan de beperkte visie van zijn begeleiders, en besluit om zich in de onontdekte mogelijkheden van het muziekinstrument bespelen te verdiepen. De grootste artistiekelingen stellen zich anarchistisch op en dwepen minachtend met de conservatieve regeltjes, Arnold Dreyblatt is ook zo’n excentriek geval apart. Arnold Dreyblatt laat zich echter niet uit het veld slaan. Zijn eigenzinnigheid brengt hem bij de Wesleyan University waar ze hem wel begrijpen en zijn ongebonden werkwijze niet in de weg staan. Vervolgens maakt hij de overstap naar de Wesleyan University waar hij een master voor zijn Nodal Excitation eindstudie project haalt, en deze in plaatvorm uitbrengt. Hij richt zich op het geluideffect in verschillende ruimtes waar klanken jammerend tegen de muren weerkaatsen en angstig een uitweg zoeken. Om zijn robuuste stijl van componeren te versterken herstructureert hij bestaande instrumenten en verbreedt de muzikant het speelplezier.
Echt tevreden is hij pas met de uitvinding van zijn Excited Strings Bass, een contrabas die hij met pianodraad bekleedt en hardhandig met een strijkstok mishandelt. Met gelijkgezinden richt hij het minimalistische The Orchestra of Excited Strings op, waarmee hij zich vervolgens in Berlijn vestigt. Creatieve jaren wisselen zich met minder productieve periodes af. Muzikanten sluiten zich bij het rariteitengezelschap aan, bewandelen vervolgens andere paden en worden door een nieuwe lichting afgelost. In 2023 is Arnold Dreyblatt nog steeds de enige stabiele factor en bestaat de kern verder uit Joachim Schütz, Oren Ambarchi, en Konrad Sprenger. Joachim Schütz is een bekende in de Hamburgse Golden Pudel Club scene, een trendy uitgaansgelegenheid. Samen met de tevens uit Duitsland afkomstige Konrad Sprenger richt hij zich op de orthodoxe gitaarpartijen. Oren Ambarchi is de bekendste naam van dit viertal. Deze Australische drummer heeft een verleden als los-vast lid bij de Amerikaanse dronemetal band Sunn O))) opgebouwd maar ook met de Japanse noiserockers van Boris het podium gedeeld. Allemaal zwaargewichten dus, die zich prima in het excentrieke voorwerk van Arnold Dreyblatt kunnen vinden.
Resolve vlecht zich om het terugkerende contrabas thema van eindverantwoordelijke Arnold Dreyblatt heen en opent met de griezelige neerkletterende Container krachtexplosie. Het hypnotiserende naargeestige basritme zoekt de grenzen op en pijnigt de muziekbeleving. Zware kost voor de gemiddelde luisteraar waarbij de gitaren zich als een beschermend schild rondom Arnold Dreyblatt klankenpallet opstellen. Een tikkende tijdsklok, de voorbode van het naderende onheil welke als een stevig oplopende migraine de hersencellen teistert. En toch kom ik tot de conclusie dat bij het wegsterven van de laatste klanken er een serene ruststemming achterblijft. Het doel heiligt de middelen. Op Shuffle Effect hoor je de differentiatie in een ander context, maar wel met diezelfde contrabas basis van Arnold Dreyblatt. Hij is het meesterbrein, de songarchitect die de overige muzikanten aanstuurt. Het funkende Shuffle Effect is hierdoor bijna boogiewoogie sexy, ritmisch vrolijk zelfs. Arnold Dreyblatt hoeft naar veertig jaar ervaring niet meer te provoceren. Niet dat hij nu de meest toegankelijke stukken aflevert, het is puur een andere benaderingswijze welke je zelf tot rusteloos bewegen aanzet. Het kakofonische tegendraadse einde eist die dwarse stijfkoppigheid weer terug. Muziek is elkaar iets gunnen, Arnold Dreyblatt is zich daar sterk bewust van.
In Flight Path zweven we het krautrock universum binnen. Het is duidelijk dat de hypnotiserende samensmelting van Konrad Sprenger en Joachim Schütz hier in groot aandeel in hebben. Vergeet niet dat Arnold Dreyblatt een echt jaren zeventig kind is, en dat deze invloedrijke vooruitstrevende stroming zeker van grote invloed op zijn ontwikkeling is. Ook hier beperkt hij zich in zijn benadering tot minimale contrabas accentverschillen en laat het merendeel van de interpretatie aan het overige drietal over. De Auditoria drone sfeervelden vullen een hele plaatlengte op. Een typische retro symfonische rock benadering welke ook daadwerkelijk dat nostalgische gevoel oproept, al blijven de geluidsgolven hier hulpeloos in het luchtledige hangen, en fladderen er voornamelijk nieuwsgierige snaarstrijker zen kristalletjes doorheen. Een mindfulness voor de gevorderde mediterende beoefenaar met een verrassende uitloop naar hard stoeiende percussie, hemelse elektronica en een warm psychedelisch orgel bad. Ook hier neemt uiteindelijk die bekende opschrikkende contrabas kwelling het over. Doordat men tegenwoordig op muzikaal vlak best wel verwend en wat gewend is, valt het avontuurlijke aspect minder op. Vergeet niet dat Arnold Dreyblatt een van de grondleggers van deze minimalistische hedendaagse neoklassieke gedurfdheid is, waardoor je toch anders tegen Resolve aankijkt.
Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings - Resolve | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Echt tevreden is hij pas met de uitvinding van zijn Excited Strings Bass, een contrabas die hij met pianodraad bekleedt en hardhandig met een strijkstok mishandelt. Met gelijkgezinden richt hij het minimalistische The Orchestra of Excited Strings op, waarmee hij zich vervolgens in Berlijn vestigt. Creatieve jaren wisselen zich met minder productieve periodes af. Muzikanten sluiten zich bij het rariteitengezelschap aan, bewandelen vervolgens andere paden en worden door een nieuwe lichting afgelost. In 2023 is Arnold Dreyblatt nog steeds de enige stabiele factor en bestaat de kern verder uit Joachim Schütz, Oren Ambarchi, en Konrad Sprenger. Joachim Schütz is een bekende in de Hamburgse Golden Pudel Club scene, een trendy uitgaansgelegenheid. Samen met de tevens uit Duitsland afkomstige Konrad Sprenger richt hij zich op de orthodoxe gitaarpartijen. Oren Ambarchi is de bekendste naam van dit viertal. Deze Australische drummer heeft een verleden als los-vast lid bij de Amerikaanse dronemetal band Sunn O))) opgebouwd maar ook met de Japanse noiserockers van Boris het podium gedeeld. Allemaal zwaargewichten dus, die zich prima in het excentrieke voorwerk van Arnold Dreyblatt kunnen vinden.
Resolve vlecht zich om het terugkerende contrabas thema van eindverantwoordelijke Arnold Dreyblatt heen en opent met de griezelige neerkletterende Container krachtexplosie. Het hypnotiserende naargeestige basritme zoekt de grenzen op en pijnigt de muziekbeleving. Zware kost voor de gemiddelde luisteraar waarbij de gitaren zich als een beschermend schild rondom Arnold Dreyblatt klankenpallet opstellen. Een tikkende tijdsklok, de voorbode van het naderende onheil welke als een stevig oplopende migraine de hersencellen teistert. En toch kom ik tot de conclusie dat bij het wegsterven van de laatste klanken er een serene ruststemming achterblijft. Het doel heiligt de middelen. Op Shuffle Effect hoor je de differentiatie in een ander context, maar wel met diezelfde contrabas basis van Arnold Dreyblatt. Hij is het meesterbrein, de songarchitect die de overige muzikanten aanstuurt. Het funkende Shuffle Effect is hierdoor bijna boogiewoogie sexy, ritmisch vrolijk zelfs. Arnold Dreyblatt hoeft naar veertig jaar ervaring niet meer te provoceren. Niet dat hij nu de meest toegankelijke stukken aflevert, het is puur een andere benaderingswijze welke je zelf tot rusteloos bewegen aanzet. Het kakofonische tegendraadse einde eist die dwarse stijfkoppigheid weer terug. Muziek is elkaar iets gunnen, Arnold Dreyblatt is zich daar sterk bewust van.
In Flight Path zweven we het krautrock universum binnen. Het is duidelijk dat de hypnotiserende samensmelting van Konrad Sprenger en Joachim Schütz hier in groot aandeel in hebben. Vergeet niet dat Arnold Dreyblatt een echt jaren zeventig kind is, en dat deze invloedrijke vooruitstrevende stroming zeker van grote invloed op zijn ontwikkeling is. Ook hier beperkt hij zich in zijn benadering tot minimale contrabas accentverschillen en laat het merendeel van de interpretatie aan het overige drietal over. De Auditoria drone sfeervelden vullen een hele plaatlengte op. Een typische retro symfonische rock benadering welke ook daadwerkelijk dat nostalgische gevoel oproept, al blijven de geluidsgolven hier hulpeloos in het luchtledige hangen, en fladderen er voornamelijk nieuwsgierige snaarstrijker zen kristalletjes doorheen. Een mindfulness voor de gevorderde mediterende beoefenaar met een verrassende uitloop naar hard stoeiende percussie, hemelse elektronica en een warm psychedelisch orgel bad. Ook hier neemt uiteindelijk die bekende opschrikkende contrabas kwelling het over. Doordat men tegenwoordig op muzikaal vlak best wel verwend en wat gewend is, valt het avontuurlijke aspect minder op. Vergeet niet dat Arnold Dreyblatt een van de grondleggers van deze minimalistische hedendaagse neoklassieke gedurfdheid is, waardoor je toch anders tegen Resolve aankijkt.
Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings - Resolve | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Art of Noise - (Who's Afraid Of?) The Art of Noise! (1984)

3,0
1
geplaatst: 8 september 2018, 23:25 uur
Toegankelijke noise.
Eigenlijk een strijd van twee labels tegen elkaar.
ZTT met de meer toegankelijke acts als Frankie Goes To Hollywood, Propaganda en Art Of Noise
Mute met Depeche Mode, Wire, Nick Cave en Laibach.
Gecontroleerde beats tegen chaotische herrie.
Depeche Mode als de meest toegankelijke Mute act, Art Of Noise als de minst toegankelijke van ZTT.
Art Of Noise met hun soft erotische klinkende Moments in Love, welke zich ontwikkeld tot een vaag schouwspel, maar ook met het bombastische A Time to Fear (Who's Afraid), het slijptolhoofdstuk Close [To the Edit] welke ook raakvlakken heeft met Nasty van Janet Jackson, en het oh ja gevoel bij het swingende Beat Box [Diversion One],
Ik heb altijd het gevoel dat een act als Fatboy Slim schatplichtig aan dit nummer is.
Art Of Noise waarvan volgens mij nog fragmenten werden gebruikt voor het eigenzinnige, tegendraadse, en in het begin nog revolutionaire muziekprogramma CountDown.
Eigenlijk ook waar Art Of Noise voor stond.
Voor mij was het vooruitstrevende muziek, al is de impact nu een stuk minder groot als toen.
(Who's Afraid Of?) The Art of Noise! Is het schetsboek voor het hitgevoelige werk van Frankie Goes To Hollywood en Propaganda.
De ideeën ontstonden volgens mij hier, maar moesten vervolgens nog een commercieel plekje krijgen, al was Owner Of A Lonely Heart van Yes weer een soort van voorstudie van Trevor Horn, die voorheen succes had met Buggles, maar vervolgens met zijn sound en productie een andere kant opging.
Bij de latere albums kwam Art Of Noise steeds meer als een grap of gimmick over, Peter Gunn, Kiss en Paranoimia zijn minder krachtig dan de eerste singles, en meer gericht op een groter publiek.
Eigenlijk een strijd van twee labels tegen elkaar.
ZTT met de meer toegankelijke acts als Frankie Goes To Hollywood, Propaganda en Art Of Noise
Mute met Depeche Mode, Wire, Nick Cave en Laibach.
Gecontroleerde beats tegen chaotische herrie.
Depeche Mode als de meest toegankelijke Mute act, Art Of Noise als de minst toegankelijke van ZTT.
Art Of Noise met hun soft erotische klinkende Moments in Love, welke zich ontwikkeld tot een vaag schouwspel, maar ook met het bombastische A Time to Fear (Who's Afraid), het slijptolhoofdstuk Close [To the Edit] welke ook raakvlakken heeft met Nasty van Janet Jackson, en het oh ja gevoel bij het swingende Beat Box [Diversion One],
Ik heb altijd het gevoel dat een act als Fatboy Slim schatplichtig aan dit nummer is.
Art Of Noise waarvan volgens mij nog fragmenten werden gebruikt voor het eigenzinnige, tegendraadse, en in het begin nog revolutionaire muziekprogramma CountDown.
Eigenlijk ook waar Art Of Noise voor stond.
Voor mij was het vooruitstrevende muziek, al is de impact nu een stuk minder groot als toen.
(Who's Afraid Of?) The Art of Noise! Is het schetsboek voor het hitgevoelige werk van Frankie Goes To Hollywood en Propaganda.
De ideeën ontstonden volgens mij hier, maar moesten vervolgens nog een commercieel plekje krijgen, al was Owner Of A Lonely Heart van Yes weer een soort van voorstudie van Trevor Horn, die voorheen succes had met Buggles, maar vervolgens met zijn sound en productie een andere kant opging.
Bij de latere albums kwam Art Of Noise steeds meer als een grap of gimmick over, Peter Gunn, Kiss en Paranoimia zijn minder krachtig dan de eerste singles, en meer gericht op een groter publiek.
Art of Noise - The Best Of (1988)

3,0
0
geplaatst: 18 februari 2012, 20:26 uur
Video Killed the Radio Star.
Trevor Horn was zich zeker al tijdens Buggles bewust van het aankomende succes van muziekzenders als MTV.
Het moest allemaal groter qua opzet.
Bombastische productie en indrukwekkende clips.
Terwijl hij bands als Frankie Goes To Hollywood, Propaganda en Yes met felle viltstiften inkleurde, ging hij ergens op een zoldertje aan de gang met ruwe grijze potloodschetsen.
The Art of Noise was geboren.
Tegenhanger van Einstürzende Neubauten.
Daar werd vooral gebruik gemaakt van afval uit schroothopen.
Bij Art of Noise werden ze gereanimeerd vanuit computers.
Kunstmatig en log als de muzikale variant op Robocop.
Te eigenaardig om te scoren.
Dat liet hij aan zijn andere projecten over.
Depeche Mode wist ondertussen wel met hitpotentie industriële elementen in hun muziek te vermengen.
Toch hoor je tussen al dat toch wel enigszins geordend muzikaal geweld ook prachtige flarden pianospel.
Moments in Love mag trouwens best genoemd worden als een van de voorlopers van Ambient en Lounge.
Het straalt eenzelfde vorm van serene rust uit.
Relaxen na een avondje stappen.
Ook een artiest als Moby heeft zeker naar The Art Of Noise geluisterd.
Albums als Play en vooral Everything Is Wrong kun je zien als moderne varianten.
Zijn versie van het James Bond thema is gewoon een vette knipoog naar Peter Gunn.
Trevor Horn was zijn tijd vooruit.
De rol van popmuzikanten werd al minder belangrijk bij de introductie van videoclips.
Tegenwoordig worden megastallen gevuld met dansende feestgangers.
DJ’s hebben geen muzikanten of zangers nodig om een groot publiek te bereiken.
Trevor Horn wist zijn publieke rol ook te beperken als die van de man achter de knopjes.
Trevor Horn was zich zeker al tijdens Buggles bewust van het aankomende succes van muziekzenders als MTV.
Het moest allemaal groter qua opzet.
Bombastische productie en indrukwekkende clips.
Terwijl hij bands als Frankie Goes To Hollywood, Propaganda en Yes met felle viltstiften inkleurde, ging hij ergens op een zoldertje aan de gang met ruwe grijze potloodschetsen.
The Art of Noise was geboren.
Tegenhanger van Einstürzende Neubauten.
Daar werd vooral gebruik gemaakt van afval uit schroothopen.
Bij Art of Noise werden ze gereanimeerd vanuit computers.
Kunstmatig en log als de muzikale variant op Robocop.
Te eigenaardig om te scoren.
Dat liet hij aan zijn andere projecten over.
Depeche Mode wist ondertussen wel met hitpotentie industriële elementen in hun muziek te vermengen.
Toch hoor je tussen al dat toch wel enigszins geordend muzikaal geweld ook prachtige flarden pianospel.
Moments in Love mag trouwens best genoemd worden als een van de voorlopers van Ambient en Lounge.
Het straalt eenzelfde vorm van serene rust uit.
Relaxen na een avondje stappen.
Ook een artiest als Moby heeft zeker naar The Art Of Noise geluisterd.
Albums als Play en vooral Everything Is Wrong kun je zien als moderne varianten.
Zijn versie van het James Bond thema is gewoon een vette knipoog naar Peter Gunn.
Trevor Horn was zijn tijd vooruit.
De rol van popmuzikanten werd al minder belangrijk bij de introductie van videoclips.
Tegenwoordig worden megastallen gevuld met dansende feestgangers.
DJ’s hebben geen muzikanten of zangers nodig om een groot publiek te bereiken.
Trevor Horn wist zijn publieke rol ook te beperken als die van de man achter de knopjes.
ARXX - Ride or Die (2023)

3,0
0
geplaatst: 26 april 2023, 22:00 uur
Drummer Clara Townsend groeit op in de luxe van Dubai, terwijl gitarist Hanni Pidduck een eenvoudige Britse plattelandsachtergrond heeft. Na de nodige bandervaringen ontmoeten ze elkaar in Brighton, en het indie gezelschap ARXX is al snel een feit. ARXX timmert al een tijdje aan de weg voordat ze die gedurfde overstap naar een volwaardige plaat maken. Nou ja, volwaardig, Ride Or Die tikt net voorzichtig het half uur aan, maar geeft een elftal aan poprock melodietjes de mogelijkheid om zich aan het publiek te presenteren. Stuck on You stamt al uit 2018, waar deze een onderdeel van de eigen beheer EP Daughters of Daughters vormt, de opgefokte Iron Lung riot grrrl volgt een jaar later op de Wrong Girl, Honey EP.
Het siert ze dat ze geheel volgens het Do It Yourself punkattitude te werk gaan, Ride or Die verschijnt echter 31 maart op het Submarine Cat Records. Hierop werken ze met de tevens uit Brighton afkomstige drummer Steven Ansell van Blood Red Shoes samen, die precies aanvoelt hoe hij de punkie rocksound met een weg zwijmelend poprandje versmelt. Hij weet verrekte goed hoe je als duo een dynamische energieke rockgeluid creëert en dat bemoeienis van buitenaf afbreuk aan deze puurheid doet. Voor het tweetal heeft Taylor Swift net zoveel zeggingskracht als Nirvana, en het is de opzet om beide leermeesters een plekje te gunnen. Gelukkig is dat niet helemaal het geval, ARXX werkt vooral aan een toegankelijke eigen sound. Toch gaat er een lange weg aan vooraf. ARXX bouwt live de reputatie van een opwindende garagerock band op, wat eigenlijk nog alleen in het eerder verschenen Iron Lung single hoorbaar is. De eerste Stuck on You versie bezit de nodige emotionele countryrock elementen, terwijl ze op desperate Ride Or Die versie juist vintage postpunk vintage binnensluizen.
Ondanks dat ze veel binding met de LGBT gemeenschap hebben, is Ride Or Die geen feministische opruiende plaat. De genderdiversiteit speelt vooral op het persoonlijke vlak een overkoepelende rol. En eigenlijk halen Clara Townsend en Hanni Pidduck hierin juist hun gelijk. Als je voor een gelijkwaardige behandeling streeft, dan is het de kunst om ervoor te streven dat je niet als anders zijnde benadert wordt, door in eigen songmateriaal geen onderscheid te maken. Binnen dat vlak opereert wel het bevriende Pillow Queens, die dat vrijgevochten emanciperende statement wel sterk uitdragen en hier de medewerking aan het twee jaar eerder op single verschenen Call Me Crazy verleent. Terugkomende thema’s zijn vooral romantisch liefdesgeluk en zwaar wegend liefdesverdriet, welke niet aan geslacht, voorkeur of wat dan ook te koppelen valt. Liefde is universeel, en het belevingsgevoel daarbij is vrijwel identiek. Gedane zaken kun je niet terugdraaien, maar wel als leerproces beschouwen.
Het zwoel rockende Baby Uh Huh, ondervindt de treurende tragiek van dichtbij, en heeft wel een opbeurende ondertoon. De relationele sfeer twijfel welke ook bij de Not Alone cyberpunk onderdak vindt. De nineties uptempo industrial popbeats van het op Come As You Are van Nirvana leunende Deep ritme benadrukt het hittegevoel, dat je bij de aanblik van een geliefd persoon niet meer uit je woorden komt, en staat ook voor de anticlimax als je bij het hoogtepunt van de liefdesdaad iemands naam uitschreeuwt. Deep is sexy dominant, maar ook geniepig onderdanig. Och het is heerlijk veelzijdig, het ritmische What Have You Done flirt stiekem met glamrock metal, en bij het Ride Or Die titelstuk gluurt de gospel voorzichtig net om de hoek. ARXX is een ouderwets snoepje van de dag, eigenlijk vatten de sterke drie openingstracks Ride Or Die perfect samen. Het is een leuke (punk)rock en (synth)pop combinatie, maar daar houdt het dan ook wel bij op.
ARXX - Ride or Die | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het siert ze dat ze geheel volgens het Do It Yourself punkattitude te werk gaan, Ride or Die verschijnt echter 31 maart op het Submarine Cat Records. Hierop werken ze met de tevens uit Brighton afkomstige drummer Steven Ansell van Blood Red Shoes samen, die precies aanvoelt hoe hij de punkie rocksound met een weg zwijmelend poprandje versmelt. Hij weet verrekte goed hoe je als duo een dynamische energieke rockgeluid creëert en dat bemoeienis van buitenaf afbreuk aan deze puurheid doet. Voor het tweetal heeft Taylor Swift net zoveel zeggingskracht als Nirvana, en het is de opzet om beide leermeesters een plekje te gunnen. Gelukkig is dat niet helemaal het geval, ARXX werkt vooral aan een toegankelijke eigen sound. Toch gaat er een lange weg aan vooraf. ARXX bouwt live de reputatie van een opwindende garagerock band op, wat eigenlijk nog alleen in het eerder verschenen Iron Lung single hoorbaar is. De eerste Stuck on You versie bezit de nodige emotionele countryrock elementen, terwijl ze op desperate Ride Or Die versie juist vintage postpunk vintage binnensluizen.
Ondanks dat ze veel binding met de LGBT gemeenschap hebben, is Ride Or Die geen feministische opruiende plaat. De genderdiversiteit speelt vooral op het persoonlijke vlak een overkoepelende rol. En eigenlijk halen Clara Townsend en Hanni Pidduck hierin juist hun gelijk. Als je voor een gelijkwaardige behandeling streeft, dan is het de kunst om ervoor te streven dat je niet als anders zijnde benadert wordt, door in eigen songmateriaal geen onderscheid te maken. Binnen dat vlak opereert wel het bevriende Pillow Queens, die dat vrijgevochten emanciperende statement wel sterk uitdragen en hier de medewerking aan het twee jaar eerder op single verschenen Call Me Crazy verleent. Terugkomende thema’s zijn vooral romantisch liefdesgeluk en zwaar wegend liefdesverdriet, welke niet aan geslacht, voorkeur of wat dan ook te koppelen valt. Liefde is universeel, en het belevingsgevoel daarbij is vrijwel identiek. Gedane zaken kun je niet terugdraaien, maar wel als leerproces beschouwen.
Het zwoel rockende Baby Uh Huh, ondervindt de treurende tragiek van dichtbij, en heeft wel een opbeurende ondertoon. De relationele sfeer twijfel welke ook bij de Not Alone cyberpunk onderdak vindt. De nineties uptempo industrial popbeats van het op Come As You Are van Nirvana leunende Deep ritme benadrukt het hittegevoel, dat je bij de aanblik van een geliefd persoon niet meer uit je woorden komt, en staat ook voor de anticlimax als je bij het hoogtepunt van de liefdesdaad iemands naam uitschreeuwt. Deep is sexy dominant, maar ook geniepig onderdanig. Och het is heerlijk veelzijdig, het ritmische What Have You Done flirt stiekem met glamrock metal, en bij het Ride Or Die titelstuk gluurt de gospel voorzichtig net om de hoek. ARXX is een ouderwets snoepje van de dag, eigenlijk vatten de sterke drie openingstracks Ride Or Die perfect samen. Het is een leuke (punk)rock en (synth)pop combinatie, maar daar houdt het dan ook wel bij op.
ARXX - Ride or Die | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ash - Ad Astra (2025)

4,0
0
geplaatst: 25 oktober 2025, 00:59 uur
Niet iedereen begrijpt de humor van Ash, dat was bij het afsluitende braak-tafereel van hun debuut 1977 al het geval. De drie Ierse lolbroeken zijn tevens dol op science fiction en linkten op hun eersteling al naar Star Wars, James Bond en foute B-films. Het is eigenlijk eerder zo dat de muziekpers het drietal te serieus neemt want de band zal met het startstein Zarathustra ook nu weer de nodige vraagtekens oproepen. Zarathustra is over de top groot uitpakken. Dit epische werkstuk van Richard Strauss is wereldberoemd geworden door het gebruik in 2001: A Space Odyssey, waarna het vervolgens vaak in flauw Amerikaans worstelsuperhelden-entertainment misbruikt werd.
Ik houd van Ash. Ze hebben gewoon de pech gehad dat ze nog maar net in de bloeitijd van de Britpop hun vluchtige momenten van roem pakten en dat ze na dat waanzinnige 1977 uit 1996 een beetje wegzakten. Laten we stellen dat de interesse voor Ash al terugliep sinds de band probeerde om diepgaande albums te maken. Op het persoonlijke Race the Night stond de mentale aftakeling van de vader van Tim Wheeler centraal. Geen misselijke plaat, al was de ondertoon net wat zwaarder.
Dat het leven relatief kort is merk je op de switch naar het luchtigere Ad Astra. Niet koste wat het kost het maximale eruit halen, maar wel maximaal genieten. De sprankeling heerst op Ad Astra, het nieuwste wapenfeit. Ondertussen is het basistrio Tim Wheeler, Mark Hamilton en Rick McMurray alweer ruim twintig jaar zonder inmenging van anderen actief. Frontman Tim Wheeler bereikt over iets meer dan een jaar de vijftigjarige leeftijd en klinkt jeugdiger dan ooit.
Ad Astra heeft niet alleen een retro-futuristische albumhoes, ook het geluid heeft iets retro-futuristisch. Stiekem koester je dat nostalgische gevoel dat vroeger alles beter en mooier was. Diep van binnen weet je dat daar de waarheid in schuilt. Hoe gaat Ash met dit gegeven om? Nou, op een waardige manier die nergens verveelt. Ash lift in ieder geval niet op de in Ierland heersende (post)punk-trend mee, Ash blijft Ash en haalt de inspiratie uit andere (sub)genres.
Which One Do You Want? is het poëtische Manchester van The Smiths uit de jaren tachtig. Het ademt in alles dat uitgetekende straatbeeld uit, met heerlijk breed uithalende wegglijdende gitaarakkoorden. Het staat tevens voor de vlucht van de Ieren naar Het Beloofde Land, al twijfel ik tegenwoordig erg aan de toevoegende waarde van de Verenigde Staten. Op het stevig rockende, met een typisch Fatboy Slim intro opgeleukte Fun People speelt Graham Coxon mee. Het is een behoorlijk geslaagde poging om de geniale Blur gekte in een song onder te brengen. Heel veel Song 2, Parklife, The Great Escape en Girls and Boys. Ash komt er goed mee weg, heel goed zelfs.
Er gebeurt dus veel op Ad Astra. We proosten mijmerend op de kansloze, weggegooide puberteit in de collegerock van Give Me Back My World. We leven ons uit op de stadionpunkrock van het schreeuwende, commerciële Hallion. Heerlijke niks aan de hand midlife crisis muziek voor de weekendrocker die weigert om volwassen te worden. De op krautrock gebaseerde new wave van Deadly Love, het met ingecalculeerde sierstrijkers verrijkte My Favourite Ghost folk-rustpunt; alles bijna in perfectie uitgevoerd.
Dan volgt echter de enige grote misstap van de plaat; de ska/punkrock-cover van de Harry Belafonte klassieker Jump in the Line. Daar baal je dat ze het 1977 geintje tegenwoordig niet meer kunnen uithalen, door deze als geheime cd-track na een stilte van een paar minuten in te starten. Nu staat de song vervelend halverwege opgesteld en is skippen lastiger. Och, ook dit grapje overleven we wel en de overige nummers maken veel goed. Het springerige Keep Dreaming zou bijvoorbeeld de ideale herkenningstune van een Amerikaanse feelgood sitcom uit de jaren negentig kunnen zijn.
Het krachtige Dehumanised is ouderwetse powerpop met een dansbare indie/glam twist. Ghosting is het ziekelijke verlangen om iemand te stalken, verpakt in een onschuldig liefdesliedje. Graham Coxon drukt net niet voldoende zijn stempel op het titelstuk. Hij is slechts een gastmuzikant, en stelt zich hier aardig in die onderschikkende rol op. Prima, het blijft een Ash plaat, al is zijn bijdrage op Fun People stukken overtuigender. Zijn manische overstuurde hardrockuithalen zijn op het eindspel van de plaat net wat onherkenbaarder. Samenvattend: Ad Astra benadrukt vooral waarom de laatste decennia van de vorige eeuw zo leuk waren.
Ash - Ad Astra | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ik houd van Ash. Ze hebben gewoon de pech gehad dat ze nog maar net in de bloeitijd van de Britpop hun vluchtige momenten van roem pakten en dat ze na dat waanzinnige 1977 uit 1996 een beetje wegzakten. Laten we stellen dat de interesse voor Ash al terugliep sinds de band probeerde om diepgaande albums te maken. Op het persoonlijke Race the Night stond de mentale aftakeling van de vader van Tim Wheeler centraal. Geen misselijke plaat, al was de ondertoon net wat zwaarder.
Dat het leven relatief kort is merk je op de switch naar het luchtigere Ad Astra. Niet koste wat het kost het maximale eruit halen, maar wel maximaal genieten. De sprankeling heerst op Ad Astra, het nieuwste wapenfeit. Ondertussen is het basistrio Tim Wheeler, Mark Hamilton en Rick McMurray alweer ruim twintig jaar zonder inmenging van anderen actief. Frontman Tim Wheeler bereikt over iets meer dan een jaar de vijftigjarige leeftijd en klinkt jeugdiger dan ooit.
Ad Astra heeft niet alleen een retro-futuristische albumhoes, ook het geluid heeft iets retro-futuristisch. Stiekem koester je dat nostalgische gevoel dat vroeger alles beter en mooier was. Diep van binnen weet je dat daar de waarheid in schuilt. Hoe gaat Ash met dit gegeven om? Nou, op een waardige manier die nergens verveelt. Ash lift in ieder geval niet op de in Ierland heersende (post)punk-trend mee, Ash blijft Ash en haalt de inspiratie uit andere (sub)genres.
Which One Do You Want? is het poëtische Manchester van The Smiths uit de jaren tachtig. Het ademt in alles dat uitgetekende straatbeeld uit, met heerlijk breed uithalende wegglijdende gitaarakkoorden. Het staat tevens voor de vlucht van de Ieren naar Het Beloofde Land, al twijfel ik tegenwoordig erg aan de toevoegende waarde van de Verenigde Staten. Op het stevig rockende, met een typisch Fatboy Slim intro opgeleukte Fun People speelt Graham Coxon mee. Het is een behoorlijk geslaagde poging om de geniale Blur gekte in een song onder te brengen. Heel veel Song 2, Parklife, The Great Escape en Girls and Boys. Ash komt er goed mee weg, heel goed zelfs.
Er gebeurt dus veel op Ad Astra. We proosten mijmerend op de kansloze, weggegooide puberteit in de collegerock van Give Me Back My World. We leven ons uit op de stadionpunkrock van het schreeuwende, commerciële Hallion. Heerlijke niks aan de hand midlife crisis muziek voor de weekendrocker die weigert om volwassen te worden. De op krautrock gebaseerde new wave van Deadly Love, het met ingecalculeerde sierstrijkers verrijkte My Favourite Ghost folk-rustpunt; alles bijna in perfectie uitgevoerd.
Dan volgt echter de enige grote misstap van de plaat; de ska/punkrock-cover van de Harry Belafonte klassieker Jump in the Line. Daar baal je dat ze het 1977 geintje tegenwoordig niet meer kunnen uithalen, door deze als geheime cd-track na een stilte van een paar minuten in te starten. Nu staat de song vervelend halverwege opgesteld en is skippen lastiger. Och, ook dit grapje overleven we wel en de overige nummers maken veel goed. Het springerige Keep Dreaming zou bijvoorbeeld de ideale herkenningstune van een Amerikaanse feelgood sitcom uit de jaren negentig kunnen zijn.
Het krachtige Dehumanised is ouderwetse powerpop met een dansbare indie/glam twist. Ghosting is het ziekelijke verlangen om iemand te stalken, verpakt in een onschuldig liefdesliedje. Graham Coxon drukt net niet voldoende zijn stempel op het titelstuk. Hij is slechts een gastmuzikant, en stelt zich hier aardig in die onderschikkende rol op. Prima, het blijft een Ash plaat, al is zijn bijdrage op Fun People stukken overtuigender. Zijn manische overstuurde hardrockuithalen zijn op het eindspel van de plaat net wat onherkenbaarder. Samenvattend: Ad Astra benadrukt vooral waarom de laatste decennia van de vorige eeuw zo leuk waren.
Ash - Ad Astra | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ash - Race the Night (2023)

4,0
0
geplaatst: 22 september 2023, 16:40 uur
Het uit Noord-Ierland afkomstige Ash maakt een droomstart met 1977, een van de leukste Britpop platen ooit. Daarna kan het alleen maar beter worden en niet meer fout gaan. Echter daarna wordt het niet meer beter en gaat alles fout. Door de keuze van een extra gitarist en een stevige sound raakt Ash na Nu-Clear Sounds het publiek definitief kwijt. Tim Wheeler voelt zich niet in het element tussen het dromerige vervelende typische Britse nerds gebeuren en heeft diep in zijn hart veel meer met het stoere Amerikaanse grunge geluid, en dan is het lastig om die aandacht vast te houden. De interesse ebt weg, zanger Tim Wheeler herpakt zich en brengt solo het zeer persoonlijke Lost Domain uit. Een noemenswaardige plaat, waarin hij het verlies van zijn vader aan de Alzheimer ziekte verwerkt. Als dynamisch Ash trio werkt hij met kernleden bassist Mark Hamilton en drummer Rick McMurray aan het harde melodieuze redelijke bevredigende Kablammo! en het gevarieerde heen en weer sprintende Islands, het succes blijft echter uit.
Ondanks de typerende jaren tachtig autoracehoes is hun achtste studio album Race The Night geen Back To The Future trip. Al druk ik mij hier wat ongelukkig uit, dat is het dus wel, maar niet naar dat gehoopte Ash indiepop verleden. Ergens nemen ze de verkeerde digitale snelwegafslag, waardoor ze juist op het misplaatste powerrock feestje terechtkomen. Geen Stairway To Heaven maar een Highway To Hell. Race The Night is namelijk wel een feel good party plaat, flink het gas erop met ergens ook nog ruimte voor een veilige zoete suikerspinnenballad. Tim Wheeler is halverwege de veertig, maar blijft die jeugdige ondeugende puber uitstraling houden. Lekker dwars zijn eigen koers draaiende, met een flinke dosis aan energievretende brandstoffen achter de kiezen.
Slecht wordt het nergens, Ash bezit wel degelijk het vermogen om catchy songs te schrijven. Dus laat ik bij deze de nostalgische mooie voorgeschiedenis voor wat het is. Met het Race The Night titelstuk stappen we nietsvermoedend halverwege een tiener roadmovie binnen. Je mist de verhaallijnen, het plot en de onderlinge connectie. Tijdens de aftiteling heb je nog totaal geen benul wat zich de voorliggende periode heeft afgespeeld. Race The Night is een romantische gladde soapopera ballad in een stevige constructie ondergebracht waar zelfs verdwaalde synths zich er nog tussen murwen. Een sentimentele B-film kickstarter track, die niet helemaal representatief voor de rest van plaat is.
Dan is de Usual Places stukken realistischer. Van alle kanten wordt Ash ingehaald, en misschien zijn ze wel te oud om elke dag datzelfde geintje te herhalen. Vreemd genoeg werkt deze retro nostalgiehang stukken beter. Het nieuwe nu is die achterliggende roem omarmen en accepteren dat de gloriejaren allang voorbij zijn. Met die gedachte in het achterhoofd wordt het allemaal veel leuker. Gewoon het speelplezier herbeleven vanuit de visie van een beginnende schoolband, daar ligt zeker bij een band als Ash de kern, het drietal kent elkaar door en door uit die bevlogen primitieve niks aan de hand tijd.
Ash als Reward in Mind vuisten in de lucht punkrockers. Tim Wheeler als wereldstad romanticus die zijn toekomstige geliefde hoopvol in de onvermijdelijke breed georkestreerde Oslo duet toezingt, met een glansrol voor de hier in Nederland nooit opgepakte Achterhoekse Démira. Het lomp om zich heen meppende Like a God memoreert voor mij aan de New Order videoclip persiflage van Touched By The Hand Of God, waar ze als schurende hardrockers met gillende gitaarakkoorden toeslaan. Ash brengt het alleen in de praktijk. Tim Wheeler blijkt een geraffineerde gitarist te zijn en compenseert nu pas echt die afwezigheid van Charlotte Hatherley. Sterker nog, hij bezit op dat vlak hetzelfde talent als Matthew Bellamy van Muse. De headbangende Like a God Reprise levert de volgende dag de nodige kopzorgen op, die nemen we er voor lief bij.
Het psychedelische Crashed Out Wasted deelt de eenzame nachten in hotelkamers met een overlading aan drank en gitaarsolo ejaculaties. Stiekem geniet ik toch wel stilletjes van deze brok aan gepassioneerde uitbarstingen. Dit is een meester instrumentalist in topvorm, al staat het mijlenver van die kenmerkende Britpop sound af. Denken op een ander level, maar wel op een hoog functionerend level. De kritische Braindead punkrock track doet er nog een schepje bovenop. Ook hier staan de riffs voluit op de voorgrond opgesteld. Het is vooral het feestje van Tim Wheeler, al eist drumbeest Rick McMurray toch ook een niet misselijk aandeel op, zijn echte moment of fame verovert de percussionist bij Over & Out. Double Dare is Ash interpretatie van een Nu Metal track, met rapslogans, Dick Kurtaine scratchgeweld en de laag hangende bas van Mark Hamilton. Het Race The Night luchtgitaar sentiment lijkt muzikaal totaal niet op 1977, de grote overeenkomst is echter dat ze er net zoveel zin in lijken te hebben als ooit lang geleden.
Ash - Race the Night | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Ondanks de typerende jaren tachtig autoracehoes is hun achtste studio album Race The Night geen Back To The Future trip. Al druk ik mij hier wat ongelukkig uit, dat is het dus wel, maar niet naar dat gehoopte Ash indiepop verleden. Ergens nemen ze de verkeerde digitale snelwegafslag, waardoor ze juist op het misplaatste powerrock feestje terechtkomen. Geen Stairway To Heaven maar een Highway To Hell. Race The Night is namelijk wel een feel good party plaat, flink het gas erop met ergens ook nog ruimte voor een veilige zoete suikerspinnenballad. Tim Wheeler is halverwege de veertig, maar blijft die jeugdige ondeugende puber uitstraling houden. Lekker dwars zijn eigen koers draaiende, met een flinke dosis aan energievretende brandstoffen achter de kiezen.
Slecht wordt het nergens, Ash bezit wel degelijk het vermogen om catchy songs te schrijven. Dus laat ik bij deze de nostalgische mooie voorgeschiedenis voor wat het is. Met het Race The Night titelstuk stappen we nietsvermoedend halverwege een tiener roadmovie binnen. Je mist de verhaallijnen, het plot en de onderlinge connectie. Tijdens de aftiteling heb je nog totaal geen benul wat zich de voorliggende periode heeft afgespeeld. Race The Night is een romantische gladde soapopera ballad in een stevige constructie ondergebracht waar zelfs verdwaalde synths zich er nog tussen murwen. Een sentimentele B-film kickstarter track, die niet helemaal representatief voor de rest van plaat is.
Dan is de Usual Places stukken realistischer. Van alle kanten wordt Ash ingehaald, en misschien zijn ze wel te oud om elke dag datzelfde geintje te herhalen. Vreemd genoeg werkt deze retro nostalgiehang stukken beter. Het nieuwe nu is die achterliggende roem omarmen en accepteren dat de gloriejaren allang voorbij zijn. Met die gedachte in het achterhoofd wordt het allemaal veel leuker. Gewoon het speelplezier herbeleven vanuit de visie van een beginnende schoolband, daar ligt zeker bij een band als Ash de kern, het drietal kent elkaar door en door uit die bevlogen primitieve niks aan de hand tijd.
Ash als Reward in Mind vuisten in de lucht punkrockers. Tim Wheeler als wereldstad romanticus die zijn toekomstige geliefde hoopvol in de onvermijdelijke breed georkestreerde Oslo duet toezingt, met een glansrol voor de hier in Nederland nooit opgepakte Achterhoekse Démira. Het lomp om zich heen meppende Like a God memoreert voor mij aan de New Order videoclip persiflage van Touched By The Hand Of God, waar ze als schurende hardrockers met gillende gitaarakkoorden toeslaan. Ash brengt het alleen in de praktijk. Tim Wheeler blijkt een geraffineerde gitarist te zijn en compenseert nu pas echt die afwezigheid van Charlotte Hatherley. Sterker nog, hij bezit op dat vlak hetzelfde talent als Matthew Bellamy van Muse. De headbangende Like a God Reprise levert de volgende dag de nodige kopzorgen op, die nemen we er voor lief bij.
Het psychedelische Crashed Out Wasted deelt de eenzame nachten in hotelkamers met een overlading aan drank en gitaarsolo ejaculaties. Stiekem geniet ik toch wel stilletjes van deze brok aan gepassioneerde uitbarstingen. Dit is een meester instrumentalist in topvorm, al staat het mijlenver van die kenmerkende Britpop sound af. Denken op een ander level, maar wel op een hoog functionerend level. De kritische Braindead punkrock track doet er nog een schepje bovenop. Ook hier staan de riffs voluit op de voorgrond opgesteld. Het is vooral het feestje van Tim Wheeler, al eist drumbeest Rick McMurray toch ook een niet misselijk aandeel op, zijn echte moment of fame verovert de percussionist bij Over & Out. Double Dare is Ash interpretatie van een Nu Metal track, met rapslogans, Dick Kurtaine scratchgeweld en de laag hangende bas van Mark Hamilton. Het Race The Night luchtgitaar sentiment lijkt muzikaal totaal niet op 1977, de grote overeenkomst is echter dat ze er net zoveel zin in lijken te hebben als ooit lang geleden.
Ash - Race the Night | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Astronauts, etc. - Living in Symbol (2018)

2,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:16 uur
Dat men steeds meer een hekel krijgt aan een maatschappij welke gedomineerd wordt door Social Media is een feit. Al is het natuurlijk heerlijk dat de mogelijkheid bestaat om tijdens langdurig wachten hier naar terug te grijpen. Vanaf de basisschool leert men hier mee omgaan, en het door internet gecreëerde netwerk is groter dan wat wij ooit hadden kunnen dromen. De huidige generatie leert er al vroeg mee omgaan, en zoals bij vrijwel alles, zitten ook hier de nodige nadelen aan verbonden. Probeer het in breed daglicht te zien. Daarom heb ik enigszins wat moeite met het concept achter Living in Symbol. Hier staat de vervreemding van de maatschappij centraal. Valse vooruitzichten, isolement van de omgeving en een vorm van kunstmatige beleving. Grotendeels het gevolg van het leven als element in een wereld gedomineerd door Twitter en Facebook. Mooi om hier als uitgaanspunt mee aan de slag te gaan, maar ook Anthony Ferraro is afhankelijk van deze vooruitgang. Verder maakt hij gebruik van bandcamp om zijn albums aan de man te brengen. Voor mij de voornaamste reden om het hele idee achter de plaat links te laten liggen, en mij alleen te richten op de tracks.
Haal je de verpakking en het verkooppraatje weg, dan blijft er echter bar weinig over. De indruk dat Ferraro zich verbergt achter een vluchtig idee is groot. Het kabbelt allemaal wat voort, net te easy listening. Veel gebruik van echo’s op de vocalen in de songs welke verder voornamelijk een dromerige uitstraling hebben. Vaak wordt de basis gevormd bij jaren zeventig filmtunes met een luchtig zomers karakter zoals in het verder funky The Border. Totaal misplaatst opent Stray Observations verrassend met de James Brown sampler van Funky Drummer. Maar goed dat de uitvoerder Clyde Stubblefield in 2017 is overleden, hij zou zich omdraaien in zijn graf. Bij Symbol Land gaat men uit van een prima, maar wel traag opbouwend pianostuk. Verder zit er weinig spanning in de zwoele plaat. Gericht op een langdurende vertrouwde relatie waar er door middel van plastic kaarsjes inclusief batterij een sfeer opgebouwd wordt. Het liefste nog met een afstandsbediening waarmee de kleur veranderd kan worden. Net zo retro als de vormloze eerste badpakken uit de jaren vijftig. Hier wordt wel heel erg op safe gespeeld. Niet mijn definitie van romantiek. Zelfs zonder het genoemde concept in mijn achterhoofd, wil het maar niet pakken. Zelfs het mooie gitaarstuk van Kelly on the Moon wil hier geen verandering in brengen. Niet wij leven in een geïsoleerde maatschappij, maar juist Anthony Ferraro lijkt zich in zijn eigen wereldje te bevinden.
Astronauts, etc. - Living in Symbol | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Haal je de verpakking en het verkooppraatje weg, dan blijft er echter bar weinig over. De indruk dat Ferraro zich verbergt achter een vluchtig idee is groot. Het kabbelt allemaal wat voort, net te easy listening. Veel gebruik van echo’s op de vocalen in de songs welke verder voornamelijk een dromerige uitstraling hebben. Vaak wordt de basis gevormd bij jaren zeventig filmtunes met een luchtig zomers karakter zoals in het verder funky The Border. Totaal misplaatst opent Stray Observations verrassend met de James Brown sampler van Funky Drummer. Maar goed dat de uitvoerder Clyde Stubblefield in 2017 is overleden, hij zou zich omdraaien in zijn graf. Bij Symbol Land gaat men uit van een prima, maar wel traag opbouwend pianostuk. Verder zit er weinig spanning in de zwoele plaat. Gericht op een langdurende vertrouwde relatie waar er door middel van plastic kaarsjes inclusief batterij een sfeer opgebouwd wordt. Het liefste nog met een afstandsbediening waarmee de kleur veranderd kan worden. Net zo retro als de vormloze eerste badpakken uit de jaren vijftig. Hier wordt wel heel erg op safe gespeeld. Niet mijn definitie van romantiek. Zelfs zonder het genoemde concept in mijn achterhoofd, wil het maar niet pakken. Zelfs het mooie gitaarstuk van Kelly on the Moon wil hier geen verandering in brengen. Niet wij leven in een geïsoleerde maatschappij, maar juist Anthony Ferraro lijkt zich in zijn eigen wereldje te bevinden.
Astronauts, etc. - Living in Symbol | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
At the Drive-In - Relationship of Command (2000)

3,5
0
geplaatst: 9 september 2018, 23:27 uur
Vergelijkbare boosheid met Rage Against The Machine, al werd die bij hun misschien wat simpeler vorm gegeven, het was wel beter te begrijpen.
Ik denk dat het bij beide bands wel gemeend is.
Bij At the Drive-In gebeurt muzikaal gezien erg veel, zeer sfeergevoelig, een beetje Incubus (Invalid Litter Dept), maar dan een stuk sneller en agressiever.
Maar ondanks dat ik gelijk met twee voorbeelden van andere bands begin, heeft Relationship of Command een eigen smoel, een smoel die veel pijn kan verdragen, en waarbij de emo beweging misschien wel mietjes zijn.
Met hun melodieuze hardcore verzetten ze zich in het begin van de nieuwe eeuw tegen het tragere en zwaardere aangezette Nu Metal van Korn, Deftones, en vooruit dan, Limp Bizkit.
Ik denk dat het maximale uit deze plaat is gehaald, en dat de energie die vrij kwam niks nieuws opleverde, maar dat het vernietigend en leegzuigend werkte.
Na het album was het op; een geperste citroen met een wrange, bittere nasmaak.
De band flipte door in hun destructieve levensstijl, bijna dodelijk moe gestreden, het geeft bijna net hetzelfde depressieve gevoel als wat Kurt Cobain uitstraalde.
Een soort van oerschreeuw voor hulp.
Voor sommige zal dit een opgefokt stel zijn, die je een energieke impuls geeft, ik hoor meer een wanhoop, welke mij eerder een neerslachtig gevoel uitlokt.
Wel een album die elke luisterbeurt beter binnen komt.
Nee, geen groeiplaat, die bestaan in mijn wereld niet, maar door de herkenbaarheid lukt het om je er steeds meer in te verdiepen.
Van voorheen grijs naar nu steeds meer zwart kleurend.
Ik denk dat het bij beide bands wel gemeend is.
Bij At the Drive-In gebeurt muzikaal gezien erg veel, zeer sfeergevoelig, een beetje Incubus (Invalid Litter Dept), maar dan een stuk sneller en agressiever.
Maar ondanks dat ik gelijk met twee voorbeelden van andere bands begin, heeft Relationship of Command een eigen smoel, een smoel die veel pijn kan verdragen, en waarbij de emo beweging misschien wel mietjes zijn.
Met hun melodieuze hardcore verzetten ze zich in het begin van de nieuwe eeuw tegen het tragere en zwaardere aangezette Nu Metal van Korn, Deftones, en vooruit dan, Limp Bizkit.
Ik denk dat het maximale uit deze plaat is gehaald, en dat de energie die vrij kwam niks nieuws opleverde, maar dat het vernietigend en leegzuigend werkte.
Na het album was het op; een geperste citroen met een wrange, bittere nasmaak.
De band flipte door in hun destructieve levensstijl, bijna dodelijk moe gestreden, het geeft bijna net hetzelfde depressieve gevoel als wat Kurt Cobain uitstraalde.
Een soort van oerschreeuw voor hulp.
Voor sommige zal dit een opgefokt stel zijn, die je een energieke impuls geeft, ik hoor meer een wanhoop, welke mij eerder een neerslachtig gevoel uitlokt.
Wel een album die elke luisterbeurt beter binnen komt.
Nee, geen groeiplaat, die bestaan in mijn wereld niet, maar door de herkenbaarheid lukt het om je er steeds meer in te verdiepen.
Van voorheen grijs naar nu steeds meer zwart kleurend.
Atmosphere - When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold (2008)

3,0
0
geplaatst: 10 december 2015, 15:31 uur
Als eerbetoon aan Rhythm & Poetry dit album uiteraard ook op de eerste plek in de rotatielijst gezet, en nu pas de tijd gehad om deze volledig en goed te luisteren.
Verwacht hier geen verhaal over de flows en lyrics, dat laat ik liever aan anderen over, die daar een betere beschrijving van kunnen geven.
Dit is meer een verslag over hoe When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold bij mij binnen komt.
De mellow sfeer in het begin neemt mij ongeveer 25 jaar terug in de tijd.
Het ontwaken tegen de middag na een nacht stappen, in een ander leven.
Nog geen verplichtingen op het werk, nog geen gezinnetje, en het idee van meer vrijheid en de wereld altijd aan kunnen.
De hoofdpijn is verlicht tot een minimale stoorzender.
Dit is koffie en veel sigaretten, de keuze makend om de rest van de dag weinig te ondernemen.
Misschien nog wat vrienden opzoeken, en daar niks zeggend een plek op de bank opzoeken, en alleen maar knikken op het ritme van de muziek.
De energie van de muziek neemt echter al snel toe.
Voordat je het weet ben je weer helemaal opgeladen.
When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold is een her oplaadbare Duracell batterij.
Je begint er leeg aan, en voordat je het weet ben je weer krachtig genoeg voor de rest van de dag.
En dan ben je helemaal klaar voor Painting; wat is dat een heerlijk nummer.
Wat moet je daar verder over zeggen, prachtig gitaarspel.
Vervolgens gaan we met Your Glasshouse meer de duisternis in, het doet muzikaal zelfs wat aan Massive Attack denken.
Yesterday komt mij bekend voor, volgens mij heb ik deze vaker gehoord, weer totaal anders.
Wat begint als een prima Hip-Hop album, ontwikkelt zich tot een veelzijdig geheel,.
Verwacht hier geen verhaal over de flows en lyrics, dat laat ik liever aan anderen over, die daar een betere beschrijving van kunnen geven.
Dit is meer een verslag over hoe When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold bij mij binnen komt.
De mellow sfeer in het begin neemt mij ongeveer 25 jaar terug in de tijd.
Het ontwaken tegen de middag na een nacht stappen, in een ander leven.
Nog geen verplichtingen op het werk, nog geen gezinnetje, en het idee van meer vrijheid en de wereld altijd aan kunnen.
De hoofdpijn is verlicht tot een minimale stoorzender.
Dit is koffie en veel sigaretten, de keuze makend om de rest van de dag weinig te ondernemen.
Misschien nog wat vrienden opzoeken, en daar niks zeggend een plek op de bank opzoeken, en alleen maar knikken op het ritme van de muziek.
De energie van de muziek neemt echter al snel toe.
Voordat je het weet ben je weer helemaal opgeladen.
When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold is een her oplaadbare Duracell batterij.
Je begint er leeg aan, en voordat je het weet ben je weer krachtig genoeg voor de rest van de dag.
En dan ben je helemaal klaar voor Painting; wat is dat een heerlijk nummer.
Wat moet je daar verder over zeggen, prachtig gitaarspel.
Vervolgens gaan we met Your Glasshouse meer de duisternis in, het doet muzikaal zelfs wat aan Massive Attack denken.
Yesterday komt mij bekend voor, volgens mij heb ik deze vaker gehoord, weer totaal anders.
Wat begint als een prima Hip-Hop album, ontwikkelt zich tot een veelzijdig geheel,.
Atol Atol Atol - Koniec Sosu Tysiąca Wysp (2022)

4,0
0
geplaatst: 28 december 2022, 01:10 uur
Ondanks het opruiende militante anarchistische karakter werd de punk over het algemeen eind jaren zeventig in het westen wel geaccepteerd. Het hoorde een beetje bij het stadse straatbeeld. De verbittering, het verval en het woeste shockerende uiterlijk. Oké, de Mobiele Eenheid kwam dan wel sporadisch in actie als een kraakpand ontruimt moest worden. Televisiebeelden van vastgeketende actievoerders, spuitbussen rebellie, rookbommen, maar daar bleef het meestal bij. Achter het IJzeren Gordijn heerste vooral het strakke communisme. Vrijheden werden gecontroleerd en afgeremd. Ondergronds leefde het zeker wel, punkplaten werden als het ware de grens over gesmokkeld, en in de nacht luisterde men stiekem naar Radio Luxembourg en Free Europe. Propaganda volgens het pure idealisme, zwartwit punkblaadjes op goedkoop papier gedrukt, en deze bereikten uiteindelijk toch de juiste doelgroep.
Er was in Polen niks romantisch aan de gelijk opkomende postpunk scene. Depressies werden onderdrukt en niet publiekelijk toegelaten. Die ontregelde onzekerheid zorgde voor een ongecontroleerd spanningsveld. Atol Atol Atol heeft het spoorrails industrial idealisme van het Berlijnse Einstürzende Neubauten, het eigenzinnige tegendraadse van de IJslandse stoorzender KUKL (ja, met Björk) en zeker ook de nodige Neue Deutsche Welle funk invloeden. De futuristische elektro krautrock was nooit ver weg en zelfs de noisy no wave movement heeft zijn sporen achtergelaten. Koniec sosu tysiąca wysp, vrij vertaald als het einde van de saus van duizend eilanden, gaat terug naar de beginselen van de jaren tachtig en staat gelijk aan de val van De Muur. Het strakke socialistische regiem brokkelde af, de bloedlijnen stroomden weg en gaven ruimte voor een onafhankelijk geheel.
Het Zuid Poolse uit Wrocław afkomstige viertal heeft een sterke band met het invloedrijke Gusstaff Records label, welke Atol Atol Atol die zwaarbevochte vrijheden schenkt om volledig onafhankelijk met Koniec sosu tysiąca wysp te stoeien. Bassist Lukasz Plata en drummer Artur Soszynski hebben als kernleden al jaren van dienst bij de postpunk wavers van Ukryte Zalety Systemu erop zitten, Hubert Kostkiewicz is onder andere als gitarist bij het nerveuze freejazz gezelschap Kurws actief en deze ontbrandingsdriehoek wordt door katalysator zangeres Agata Horwat aangevuld. Koniec sosu tysiąca wysp is dan wel een debuutplaat, maar een lachertje als je dit in de context van het muzikale verleden van de bandleden plaatst. Die ervaringen, hoor je hier dan ook ruimschoots terug.
De wereld om ons heen staat in brand, en dat beseffen ze in Polen maar al te goed. Voorzichtig stoeit Atol Atol Atol met de politieke standpunten, en geeft hier een linkse draai aan. Koniec Sosu Tysiąca Wysp staat voor de ondergang van deze zelf functionerende fictieve leefgemeenschap. Het spookschip Trap benadert de eilandengroep, zet voet aan land en eist het komende ruim genomen half uur op. Trap is de bewustwording van het dreigende gevaar, gekenmerkt door de alarmerende eerste maandag van de maand sirene. Het naar de band genoemde freakpower funkende Atol Atol Atol kondigt provocerend deze alertheid aan.
De Sto Nieodebranych Połączeń bereikbaarheidswaanzin legt met talrijke gemiste oproepen het internetverkeer plat. Totale chaos, telefoniefiles en roodgloeiende sociale media blokkades. We leven in onze eigen Napisy Końcowe droom, en betalen vervolgens in natura ons geleende vernietigingskrediet terug. Op het nerveus puntige Gąsienice vreten rupsen zich vol aan plastic en vergiftigen onze voedselvoorzieningen. Een sluipende kruipende moordenaar welke de opportunistische mensheid teruggeeft wat deze het weerloze milieu heeft geschonken. Het afstervende Napisy Końcowe zijn de laatste Koniec Sosu Tysiąca Wysp naweeën. Atol Atol Atol is de noodkreet van een angstcultuur, een wegzinkende Atlantis achtige eilandengroep, bedolven onder de stijgende zeespiegel.
Atol Atol Atol - Koniec Sosu Tysiąca Wysp | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Er was in Polen niks romantisch aan de gelijk opkomende postpunk scene. Depressies werden onderdrukt en niet publiekelijk toegelaten. Die ontregelde onzekerheid zorgde voor een ongecontroleerd spanningsveld. Atol Atol Atol heeft het spoorrails industrial idealisme van het Berlijnse Einstürzende Neubauten, het eigenzinnige tegendraadse van de IJslandse stoorzender KUKL (ja, met Björk) en zeker ook de nodige Neue Deutsche Welle funk invloeden. De futuristische elektro krautrock was nooit ver weg en zelfs de noisy no wave movement heeft zijn sporen achtergelaten. Koniec sosu tysiąca wysp, vrij vertaald als het einde van de saus van duizend eilanden, gaat terug naar de beginselen van de jaren tachtig en staat gelijk aan de val van De Muur. Het strakke socialistische regiem brokkelde af, de bloedlijnen stroomden weg en gaven ruimte voor een onafhankelijk geheel.
Het Zuid Poolse uit Wrocław afkomstige viertal heeft een sterke band met het invloedrijke Gusstaff Records label, welke Atol Atol Atol die zwaarbevochte vrijheden schenkt om volledig onafhankelijk met Koniec sosu tysiąca wysp te stoeien. Bassist Lukasz Plata en drummer Artur Soszynski hebben als kernleden al jaren van dienst bij de postpunk wavers van Ukryte Zalety Systemu erop zitten, Hubert Kostkiewicz is onder andere als gitarist bij het nerveuze freejazz gezelschap Kurws actief en deze ontbrandingsdriehoek wordt door katalysator zangeres Agata Horwat aangevuld. Koniec sosu tysiąca wysp is dan wel een debuutplaat, maar een lachertje als je dit in de context van het muzikale verleden van de bandleden plaatst. Die ervaringen, hoor je hier dan ook ruimschoots terug.
De wereld om ons heen staat in brand, en dat beseffen ze in Polen maar al te goed. Voorzichtig stoeit Atol Atol Atol met de politieke standpunten, en geeft hier een linkse draai aan. Koniec Sosu Tysiąca Wysp staat voor de ondergang van deze zelf functionerende fictieve leefgemeenschap. Het spookschip Trap benadert de eilandengroep, zet voet aan land en eist het komende ruim genomen half uur op. Trap is de bewustwording van het dreigende gevaar, gekenmerkt door de alarmerende eerste maandag van de maand sirene. Het naar de band genoemde freakpower funkende Atol Atol Atol kondigt provocerend deze alertheid aan.
De Sto Nieodebranych Połączeń bereikbaarheidswaanzin legt met talrijke gemiste oproepen het internetverkeer plat. Totale chaos, telefoniefiles en roodgloeiende sociale media blokkades. We leven in onze eigen Napisy Końcowe droom, en betalen vervolgens in natura ons geleende vernietigingskrediet terug. Op het nerveus puntige Gąsienice vreten rupsen zich vol aan plastic en vergiftigen onze voedselvoorzieningen. Een sluipende kruipende moordenaar welke de opportunistische mensheid teruggeeft wat deze het weerloze milieu heeft geschonken. Het afstervende Napisy Końcowe zijn de laatste Koniec Sosu Tysiąca Wysp naweeën. Atol Atol Atol is de noodkreet van een angstcultuur, een wegzinkende Atlantis achtige eilandengroep, bedolven onder de stijgende zeespiegel.
Atol Atol Atol - Koniec Sosu Tysiąca Wysp | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Au Suisse - Au Suisse (2022)

3,5
1
geplaatst: 1 november 2022, 01:45 uur
Au Suise, een nieuwe naam in het elektropopcircuit, al dragen de twee oude rotten in het vak wel een zwaargevulde rugzak aan ervaringen en zelfs grote succesverhalen met zich mee. Morgan Geist en Kelley Polar ontmoeten elkaar in de prille jaren negentig op het in muziekkunsten gespecialiseerde Oberlin College te Ohio waar ze tijdens de nachtelijke uren de mogelijkheid krijgen om via het daar gevestigde radiostation hun muziek aan de man te brengen. Morgan Geist experimenteert met techno, terwijl Kelley Polar op jeugdige leeftijd al internationaal met altviool wedstrijden zichzelf op de kaart zet.
Morgan Geist scoort onder zijn alter ego Storm Queen in het Verenigd Koninkrijk met Look Right Through een megahit. Kelley Polair staat aan de basis van de Erotic remix van Madonna voor haar memorabele MDNA Tour en reist tevens als veelgevraagd klassiek conservatorium artiest de wereld rond. Ondanks dat ze beiden een ander muzikaal pad bewandelen blijft de trouwvriendschappelijke band hecht. Ze treffen elkaar in 2002 opnieuw als Morgan Geist de hulp van Kelley Polar inschakelt om zich als gastmuzikant bij zijn Metro Area houseproject aan te sluiten. Twintig jaar na het Metro Area uitstapje voegt het tweetal een nieuw gezamenlijk hoofdstuk aan hun muzikale boekvertelling toe, en gaan nu serieus als duo aan de slag, met Au Suise als geslaagd eindresultaat.
Kelley Polars avontuur met de iconische tienerheld Madonna overschaduwt de diepe funkbaslijnen van de jaren negentig dreamhouse Thing erotica. Het is prachtig hoe ze dit evoluerende overgangsgebied verkennen en deelgenoot van het geheel maken. Dat Kelley Polar ook nog eens een mooi hoog androgeen softpop stemgeluid heeft, werkt hier absoluut in het voordeel. Het past perfect in die retro new romantics soundscapes van Au Suise waarmee de Amerikanen naar het Europese retro jaren tachtig danstijdperk teruggrijpen dat gedomineerd wordt door futuristische kille synthpop met overstijgende elektrobeats en zorgvuldige geplande militante drumbreaks.
Vesna is feitelijk gebaseerd op het tragische verhaal van een Servische stewardess die begin jaren zeventig als enige overlevende een terroristische aanslag op een vliegtuig overleeft. De laatste bijna fatale levensmomenten van deze uitverkoren vliegen in een lichtflits voorbij. De mythische gevallen engel, die door haar krachtige overlevingsdrang op berustende wijze de aarde bereikt en met beide benen zelfverzekerd op de grond terecht komt. Die kalme observerende outsidersrol is tevens aan Au Suise toegedeeld, het buitenbeentje vastgenageld in fragmentarische slow motion beelden. Au Suisse is ook nog niet klaar met het verleden, en dus nog niet klaar voor de toekomst.
In de vooruitgeschoven Control single komt aarzelende twijfel, stabiliteitsbalans, overwinnende halleluja euforie in een uitbundige climaxsong samen. Het mag duidelijk zijn dat het geroutineerde gezelschapskoppel weinig moeite heeft om groots uit te pakken. Control is duister dansbaar, opbeurend fris gedateerd en bevat hiermee direct alle basiselementen van Au Suise. De speelse eenvoud die de complexiteit van de grimmige postpunkjaren wegpoetst, en een hagelwitte tandpastaglans tevoorschijn tovert.
Waarom verlangen we toch zo naar die blikken zielloze soul? De wereld is een plastic kleverige glitterbal, bekleed met scherp spiegelende stukjes verlangen. Tragisch elektronisch pulserende vintage new wave met hemelse hoge falsetstem uithalen. Au Suise duikt voorzichtig de schemerige darkroom nachtclubs binnen, en ademt een licht mystieke seksualiteit uit. Geheimzinnig gewaagd met sado machistische drumcomputeruithalen. Ongeneesbare Metropolen eenzaamheidsromantiek met de grote lichtstad als een mechanische volle maan middelpunt die deze dramatiek aan de duisternis van de nacht schenkt.
Au Suisse - Au Suisse | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Morgan Geist scoort onder zijn alter ego Storm Queen in het Verenigd Koninkrijk met Look Right Through een megahit. Kelley Polair staat aan de basis van de Erotic remix van Madonna voor haar memorabele MDNA Tour en reist tevens als veelgevraagd klassiek conservatorium artiest de wereld rond. Ondanks dat ze beiden een ander muzikaal pad bewandelen blijft de trouwvriendschappelijke band hecht. Ze treffen elkaar in 2002 opnieuw als Morgan Geist de hulp van Kelley Polar inschakelt om zich als gastmuzikant bij zijn Metro Area houseproject aan te sluiten. Twintig jaar na het Metro Area uitstapje voegt het tweetal een nieuw gezamenlijk hoofdstuk aan hun muzikale boekvertelling toe, en gaan nu serieus als duo aan de slag, met Au Suise als geslaagd eindresultaat.
Kelley Polars avontuur met de iconische tienerheld Madonna overschaduwt de diepe funkbaslijnen van de jaren negentig dreamhouse Thing erotica. Het is prachtig hoe ze dit evoluerende overgangsgebied verkennen en deelgenoot van het geheel maken. Dat Kelley Polar ook nog eens een mooi hoog androgeen softpop stemgeluid heeft, werkt hier absoluut in het voordeel. Het past perfect in die retro new romantics soundscapes van Au Suise waarmee de Amerikanen naar het Europese retro jaren tachtig danstijdperk teruggrijpen dat gedomineerd wordt door futuristische kille synthpop met overstijgende elektrobeats en zorgvuldige geplande militante drumbreaks.
Vesna is feitelijk gebaseerd op het tragische verhaal van een Servische stewardess die begin jaren zeventig als enige overlevende een terroristische aanslag op een vliegtuig overleeft. De laatste bijna fatale levensmomenten van deze uitverkoren vliegen in een lichtflits voorbij. De mythische gevallen engel, die door haar krachtige overlevingsdrang op berustende wijze de aarde bereikt en met beide benen zelfverzekerd op de grond terecht komt. Die kalme observerende outsidersrol is tevens aan Au Suise toegedeeld, het buitenbeentje vastgenageld in fragmentarische slow motion beelden. Au Suisse is ook nog niet klaar met het verleden, en dus nog niet klaar voor de toekomst.
In de vooruitgeschoven Control single komt aarzelende twijfel, stabiliteitsbalans, overwinnende halleluja euforie in een uitbundige climaxsong samen. Het mag duidelijk zijn dat het geroutineerde gezelschapskoppel weinig moeite heeft om groots uit te pakken. Control is duister dansbaar, opbeurend fris gedateerd en bevat hiermee direct alle basiselementen van Au Suise. De speelse eenvoud die de complexiteit van de grimmige postpunkjaren wegpoetst, en een hagelwitte tandpastaglans tevoorschijn tovert.
Waarom verlangen we toch zo naar die blikken zielloze soul? De wereld is een plastic kleverige glitterbal, bekleed met scherp spiegelende stukjes verlangen. Tragisch elektronisch pulserende vintage new wave met hemelse hoge falsetstem uithalen. Au Suise duikt voorzichtig de schemerige darkroom nachtclubs binnen, en ademt een licht mystieke seksualiteit uit. Geheimzinnig gewaagd met sado machistische drumcomputeruithalen. Ongeneesbare Metropolen eenzaamheidsromantiek met de grote lichtstad als een mechanische volle maan middelpunt die deze dramatiek aan de duisternis van de nacht schenkt.
Au Suisse - Au Suisse | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
AURORA - A Different Kind of Human (Step 2) (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 18:21 uur
De Noorse uit Stavanger komende singer-songwriter Aurora Aksnes maakt een razendsnelle ontwikkeling door. Al direct met haar tweede single Running with the Wolves weet ze in 2015 de aandacht te op zich te richten. Snel volgt het onder haar voornaam uitgebrachte All My Demons Greeting Me as a Friend als volwaardig album. Vorig jaar liet ze het publiek kennis maken met de eerste plaat van een tweeluik; Infections of a Different Kind (Step 1). Ontwakend uit een cocon presenteert ze zichzelf als een kleurrijke vlinder. Niet alleen muzikaal, maar ook haar uiterlijk ondergaat een bijzondere verandering.
Met motorisch een hoge bewegingsvrijheid raast ze als een verdwaalt ADHD Efteling elfje over het podium. Live verraad ze met regelmaat dat ze is opgegroeid in het land van de duistere black metal. Met de zelfverzekerdheid van een ice queen beweegt ze mee op de zwaardere stukken. Het net verschenen A Different Kind of Human (Step 2) verschilt qua albumhoes minimaal met de voorganger. Muzikaal is het net weer een tikkeltje gekker en gedurfder met de toevoeging van de prominent aanwezige elektronica.
The River weet een eerlijk ambient gevoel op te roepen. Haar hoge stem leent zich prachtig voor deze verheugende uitingen van blijdschap. De new age beats zetten de folk invloeden om in een hedendaagse dreampop benadering. De koudheid van haar geboortegrond wordt omgeven door de mystiek van de vele legendes die Noorwegen rijk is. Het begin van een spirituele speurtocht door de bijzondere gedachtegang van deze excentrieke zangeres met een kinderlijke theatrale uitstraling. Animal bouwt zich op tot een in extase rakende dance.
Al na twee tracks bind ze een breder publiek aan haar exclusieve sound. Het alternatieve rockpubliek zal hiervan net zo genieten als de meer dance georiënteerde luisteraar. De lieve songs worden ondersteund door de dance uit de jaren negentig. Veel tribal invloeden die versneld worden tot standje drum and bass. Alsof je aanwezig bent op een illegale rave, met hippie achtige crusties waar AURORA als kleurrijk boegbeeld doorheen beweegt. De samensmelting van culturen is het terugkerende thema op A Different Kind of Human. De universele gemeenschappelijke wereld dient hiervoor als basis.
De hoogtepunten vormen de wat afwijkende songs. Zo is het geheimzinnige somber omlijste Soulless Creatures het eerste bijzondere moment op de plaat waarmee ze haar eigenzinnigheid tot buitenaards niveau weet op te werken. De gothic rock roots staan centraal in het verbale hoogstandje In Bottles, het bewijs dat ze alles met haar stem aandurft. Met de totale gekte in het begin van Apple Tree waagt ze zich op het pad van de sensuele rapmuziek, om er vervolgens weer haar eigen invulling aan te geven.
Het absolute climax komt tegen het einde met The Seed, waarbij alles wat je gehoord hebt samensmelt. De spookachtige vocalen roepen de hardere begeleiding tot rust om vervolgens tot een artistieke aardbeving te komen in het openbarstende slotakkoord. Bij Mothership gaat de hemelpoort wijd open en laat AURORA je binnen in haar avontuurlijke sterrenstelsel. Door de aanwezigheid van een aantal minder bijzondere songs blijkt A Different Kind of Human (Step 2) zich niet tot een meesterwerk te ontwikkelen. Dat er momenten zijn die wel deze kwalificatie verdienen mag duidelijk zijn.
AURORA - A Different Kind of Human (Step 2) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Met motorisch een hoge bewegingsvrijheid raast ze als een verdwaalt ADHD Efteling elfje over het podium. Live verraad ze met regelmaat dat ze is opgegroeid in het land van de duistere black metal. Met de zelfverzekerdheid van een ice queen beweegt ze mee op de zwaardere stukken. Het net verschenen A Different Kind of Human (Step 2) verschilt qua albumhoes minimaal met de voorganger. Muzikaal is het net weer een tikkeltje gekker en gedurfder met de toevoeging van de prominent aanwezige elektronica.
The River weet een eerlijk ambient gevoel op te roepen. Haar hoge stem leent zich prachtig voor deze verheugende uitingen van blijdschap. De new age beats zetten de folk invloeden om in een hedendaagse dreampop benadering. De koudheid van haar geboortegrond wordt omgeven door de mystiek van de vele legendes die Noorwegen rijk is. Het begin van een spirituele speurtocht door de bijzondere gedachtegang van deze excentrieke zangeres met een kinderlijke theatrale uitstraling. Animal bouwt zich op tot een in extase rakende dance.
Al na twee tracks bind ze een breder publiek aan haar exclusieve sound. Het alternatieve rockpubliek zal hiervan net zo genieten als de meer dance georiënteerde luisteraar. De lieve songs worden ondersteund door de dance uit de jaren negentig. Veel tribal invloeden die versneld worden tot standje drum and bass. Alsof je aanwezig bent op een illegale rave, met hippie achtige crusties waar AURORA als kleurrijk boegbeeld doorheen beweegt. De samensmelting van culturen is het terugkerende thema op A Different Kind of Human. De universele gemeenschappelijke wereld dient hiervoor als basis.
De hoogtepunten vormen de wat afwijkende songs. Zo is het geheimzinnige somber omlijste Soulless Creatures het eerste bijzondere moment op de plaat waarmee ze haar eigenzinnigheid tot buitenaards niveau weet op te werken. De gothic rock roots staan centraal in het verbale hoogstandje In Bottles, het bewijs dat ze alles met haar stem aandurft. Met de totale gekte in het begin van Apple Tree waagt ze zich op het pad van de sensuele rapmuziek, om er vervolgens weer haar eigen invulling aan te geven.
Het absolute climax komt tegen het einde met The Seed, waarbij alles wat je gehoord hebt samensmelt. De spookachtige vocalen roepen de hardere begeleiding tot rust om vervolgens tot een artistieke aardbeving te komen in het openbarstende slotakkoord. Bij Mothership gaat de hemelpoort wijd open en laat AURORA je binnen in haar avontuurlijke sterrenstelsel. Door de aanwezigheid van een aantal minder bijzondere songs blijkt A Different Kind of Human (Step 2) zich niet tot een meesterwerk te ontwikkelen. Dat er momenten zijn die wel deze kwalificatie verdienen mag duidelijk zijn.
AURORA - A Different Kind of Human (Step 2) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
AVA - Waves (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 16:11 uur
Violiste Anna Phoebe heeft de nodige speelervaringen opgedaan in het meer toegankelijke popcircuit. Deze van oorsprong Duitse artiest is zich vervolgens gaan verdiepen in de metal scene. Haar tweede album Rise Of The Warrior maakte ze met leden van After Forever, en ligt in het verlengde van de rockende cello muzikanten van Apocalyptica. Aisling Brouwer is een pianiste met een Nederlandse achtergrond, die voornamelijk haar werkveld heeft verbreed op het gebied van sferische filmische composities. Samen vormen ze het duo AVA. De geschoolde dames van laten je met Waves kennis maken met hun visie op het hele dreigende Brexit gebeuren. Zonder teksten zal een ieder het anders ervaren. De interpretatie die volgt is er eentje op het gevoel inspelende.
De onrust in de Britse politiek blijft op dit moment een sterke inspiratiebron om je onvrede te uiten. In de popmuziek wordt er genoeg over dit hot item gesproken en bezongen. Artiesten durven zich te distantiëren tegen de aangekondigde veranderingen. London Bridge Is Falling Down. Steeds meer dreigt het Verenigde Koninkrijk een eiland te worden, welke zijn eigen Bermuda Driehoek creëert. Zichzelf afstompend tegen de rest van de wereld. Een ontwikkeling waarvan pas jaren later zijn daadwerkelijke sporen en gevolgen in de geschiedenisboeken zichtbaar zullen zijn. Nu mengt ook de klassieke muziek zich in dit fenomeen.
Het is een rollenspel, waarbij om beurten een wisselende positie wordt ingenomen. Gemakshalve kan het gezien worden als een wispelturige machtsstrijd tussen het standvastige trotse moederschip en de sterke onvoorspelbare alles vernietigende golven. Het titelstuk Waves begint vanuit een stabiele basis. De piano bespeelt een conservatief melodietje om zich door de viool mee te laten voeren naar een onbekend gebied. De tempowisselingen veroorzaken al de eerste roering en dreiging. Een duizelingwekkende draaikolk van pianoklanken veroorzaakt een stuurloos geheel en verliest het de grip met de realiteit. Het ontbreken van richtingsgevoelloosheid komt hierdoor perfect aan de oppervlakte.
Ongewild wordt er met vluchtige klassieke klanken ongewild afstand genomen van alle vastigheid. Doordat een sterk fundament ontbreekt is Groot Brittannië kwetsbaar. Geen hoge dijken die ze beschermen, omdat de bouwers hiervan nog niet het vertrouwen van de kiezers hebben opgewekt. De meer folk gerichte inslag van To Be Alone overwint door het chauvinistische uitdragende euforie van trots, terwijl juist deze zelfde inslag bij Ocean de kwetsbaarheid van het loslaten oproept. Donkere wolken gevuld met uitbarstende onmacht vormen in Resistance een zwarte schaduw over de onzekere toekomst.
De dreampop van Voyager wil wat vervelend bijten, maar verder vormt het een prachtig duidelijk verhaal. Zelfs de ambient house van Into The Deep wil niet storen, en vervuld een uitgerekende toegankelijke rol. Het onwaarschijnlijke lukt Ava op Waves. Om het nogmaals te onderlijnen weten ze het samenvattend uit te dragen op Mulholland. Alle getoonde facetten passeren nog voor de laatste keer de revue om vervolgens de diepte in gezogen te worden door Underwater.
Ava - Waves | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
De onrust in de Britse politiek blijft op dit moment een sterke inspiratiebron om je onvrede te uiten. In de popmuziek wordt er genoeg over dit hot item gesproken en bezongen. Artiesten durven zich te distantiëren tegen de aangekondigde veranderingen. London Bridge Is Falling Down. Steeds meer dreigt het Verenigde Koninkrijk een eiland te worden, welke zijn eigen Bermuda Driehoek creëert. Zichzelf afstompend tegen de rest van de wereld. Een ontwikkeling waarvan pas jaren later zijn daadwerkelijke sporen en gevolgen in de geschiedenisboeken zichtbaar zullen zijn. Nu mengt ook de klassieke muziek zich in dit fenomeen.
Het is een rollenspel, waarbij om beurten een wisselende positie wordt ingenomen. Gemakshalve kan het gezien worden als een wispelturige machtsstrijd tussen het standvastige trotse moederschip en de sterke onvoorspelbare alles vernietigende golven. Het titelstuk Waves begint vanuit een stabiele basis. De piano bespeelt een conservatief melodietje om zich door de viool mee te laten voeren naar een onbekend gebied. De tempowisselingen veroorzaken al de eerste roering en dreiging. Een duizelingwekkende draaikolk van pianoklanken veroorzaakt een stuurloos geheel en verliest het de grip met de realiteit. Het ontbreken van richtingsgevoelloosheid komt hierdoor perfect aan de oppervlakte.
Ongewild wordt er met vluchtige klassieke klanken ongewild afstand genomen van alle vastigheid. Doordat een sterk fundament ontbreekt is Groot Brittannië kwetsbaar. Geen hoge dijken die ze beschermen, omdat de bouwers hiervan nog niet het vertrouwen van de kiezers hebben opgewekt. De meer folk gerichte inslag van To Be Alone overwint door het chauvinistische uitdragende euforie van trots, terwijl juist deze zelfde inslag bij Ocean de kwetsbaarheid van het loslaten oproept. Donkere wolken gevuld met uitbarstende onmacht vormen in Resistance een zwarte schaduw over de onzekere toekomst.
De dreampop van Voyager wil wat vervelend bijten, maar verder vormt het een prachtig duidelijk verhaal. Zelfs de ambient house van Into The Deep wil niet storen, en vervuld een uitgerekende toegankelijke rol. Het onwaarschijnlijke lukt Ava op Waves. Om het nogmaals te onderlijnen weten ze het samenvattend uit te dragen op Mulholland. Alle getoonde facetten passeren nog voor de laatste keer de revue om vervolgens de diepte in gezogen te worden door Underwater.
Ava - Waves | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
Avec - Heaven / Hell (2018)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 08:29 uur
Het folky singer songwriter werkveld is tegenwoordig erg breed, met alleen maar een mooie stem begeleid door gitaar red je het niet meer. Tenzij er sprake is van de buitencategorie, dat is maar voor weinigen weg gelegd. De Oostenrijkse Miriam Hufnagl heeft ook net niet die kwaliteit, maar weet dit prima te verbloemen. Onder de naam Avec bracht ze afgelopen jaar haar tweede plaat Heaven/Hell uit. Stilistisch aansluitend bij de grote dames in dit genre, probeert ze zich er tussen te wringen. Ondanks dat Hufnagl de katalysator hier is, mag je spreken van een heuse band. Overal wordt ze als enige constante factor genoemd, zonder de hulp van Andreas Häuserer op gitaar en keyboard, bassist Ross Stanciu en drummer Lukas Klement zou de chemie ontbreken.
Laten we Heaven/Hell beschouwen als een liefdesplaat met alle facetten van deze gevoelens. Het charmante Love, waarin de keuze om samen iets van het leven te maken. Luchtig zichzelf begeleidend wordt de deur geopend, waarna de luidruchtige aanwezigheid volgt van een tweede persoon, die in de vorm van versterkte klanken warmte binnen brengt. Voorzichtig elkaar af tasten met de tokkelende gitaar in Over Now. De klik die dit veroorzaakt krijgt vorm in het blije swingend vervolg. Het los laten van het vertrouwde verleden om zich aan te passen in de opgelegde nieuwe situatie wordt verwoord in het tekstueel sterke folky Under Water. Na eerst kennis gemaakt te hebben met Heaven, sluipt hier het eerste stukje Hell binnen. Niet alles is zo rooskleurig als het lijkt. De dominante rol van de partner wordt treffend benoemd, met tevens het gevolg tot los laten.
De smeekbede Close is een heel stuk zwaarder. Vocaal lager en twijfelend. De piano creëert een grauwe, regenachtige sfeer. Heel veel tranen, en nog meer pijn. Alle warmte welke gedragen werd door de vorige tracks is in een zucht vervaagd tot een meer serieuzere aanpak. Maar eens zal de zon blijven schijnen verwoorden de heldere synthesizer toetsen. Een angstige sampler die Heaven Hell onder verdelen in de spreekwoordige duivel en engel op de schouder. Is het mogelijk om jezelf te zijn, of gebruik je de bouwstenen juist om een muur om je heen te creëren. Het snakken naar adem in Breathe, alsof je totaal opgeslokt wordt door iemand anders. Zwijgzaam komt de tekst er uit, als een objectieve benadering van je eigen leven, waar je geen deel meer van uit lijkt te maken. Een hernieuwde poging met kansen in het dramatische Still, de toon van Hufnagl is smekend, tegen het huilen aan. Het hoge woord is er uit. Na eerst te vluchten in de eigen gedachtes, gaat Leaving wel degelijk over het definitief kappen van een gezamenlijke overeenkomst.
Opeens gaat de tienerproblematiek over in een volwassen benadering, dat proces hoor je terug in de krachtige gitaar akkoorden. Alone doet beseffen dat je weer van voor af aan moet beginnen. De angst om te falen is groter dan de hunkering naar een nieuw leven vol zekerheden. Deze sfeer vraagt een meer akoestische benadering om vervolgens om te schakelen naar de holle doemgeluiden en uitgekiende piano klanken. Een mooi persoonlijk verwerkingsproces. Om vervolgens toch te kiezen voor een terugkeer in Yours komt best shocking over. Wrang en verbitterd weet de vocalist dit ongelukkige sprookje te eindigen. Liefde als een slopende ziektekiem.
De bonustracks Body en Dear staan los van het verhaal. Gelukkig is er niet voor gekozen om deze er maar tussen te frommelen. Beschouw het als een extraatje.
Avec - Heaven / Hell | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Laten we Heaven/Hell beschouwen als een liefdesplaat met alle facetten van deze gevoelens. Het charmante Love, waarin de keuze om samen iets van het leven te maken. Luchtig zichzelf begeleidend wordt de deur geopend, waarna de luidruchtige aanwezigheid volgt van een tweede persoon, die in de vorm van versterkte klanken warmte binnen brengt. Voorzichtig elkaar af tasten met de tokkelende gitaar in Over Now. De klik die dit veroorzaakt krijgt vorm in het blije swingend vervolg. Het los laten van het vertrouwde verleden om zich aan te passen in de opgelegde nieuwe situatie wordt verwoord in het tekstueel sterke folky Under Water. Na eerst kennis gemaakt te hebben met Heaven, sluipt hier het eerste stukje Hell binnen. Niet alles is zo rooskleurig als het lijkt. De dominante rol van de partner wordt treffend benoemd, met tevens het gevolg tot los laten.
De smeekbede Close is een heel stuk zwaarder. Vocaal lager en twijfelend. De piano creëert een grauwe, regenachtige sfeer. Heel veel tranen, en nog meer pijn. Alle warmte welke gedragen werd door de vorige tracks is in een zucht vervaagd tot een meer serieuzere aanpak. Maar eens zal de zon blijven schijnen verwoorden de heldere synthesizer toetsen. Een angstige sampler die Heaven Hell onder verdelen in de spreekwoordige duivel en engel op de schouder. Is het mogelijk om jezelf te zijn, of gebruik je de bouwstenen juist om een muur om je heen te creëren. Het snakken naar adem in Breathe, alsof je totaal opgeslokt wordt door iemand anders. Zwijgzaam komt de tekst er uit, als een objectieve benadering van je eigen leven, waar je geen deel meer van uit lijkt te maken. Een hernieuwde poging met kansen in het dramatische Still, de toon van Hufnagl is smekend, tegen het huilen aan. Het hoge woord is er uit. Na eerst te vluchten in de eigen gedachtes, gaat Leaving wel degelijk over het definitief kappen van een gezamenlijke overeenkomst.
Opeens gaat de tienerproblematiek over in een volwassen benadering, dat proces hoor je terug in de krachtige gitaar akkoorden. Alone doet beseffen dat je weer van voor af aan moet beginnen. De angst om te falen is groter dan de hunkering naar een nieuw leven vol zekerheden. Deze sfeer vraagt een meer akoestische benadering om vervolgens om te schakelen naar de holle doemgeluiden en uitgekiende piano klanken. Een mooi persoonlijk verwerkingsproces. Om vervolgens toch te kiezen voor een terugkeer in Yours komt best shocking over. Wrang en verbitterd weet de vocalist dit ongelukkige sprookje te eindigen. Liefde als een slopende ziektekiem.
De bonustracks Body en Dear staan los van het verhaal. Gelukkig is er niet voor gekozen om deze er maar tussen te frommelen. Beschouw het als een extraatje.
Avec - Heaven / Hell | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Avi Kaplan - Floating on a Dream (2022)

4,0
0
geplaatst: 25 juni 2022, 22:09 uur
Door de heimelijke kerstliederenliefde legt het gospel a capella stemtovenaars Pentatonix gezelschap zichzelf een beperking op, welke zelfs niet met de gelijknamige Pentatonix popplaat valt weg te poesten. Het straalt zoveel evangelische betrokkenheid uit, waardoor ze de doelgroep in die kerkelijke invalshoek zoeken. Als ze in 2020 met At Home zich aan de luchtigheid van Top 40 covers wagen, heeft Avi Kaplan met zijn diepzware bepalende basvocalen de band alweer een paar jaar eerder verlaten.
De Sage and Stone EP ziet als een Avriel & the Sequoias plaat het bevrijdende licht. De puurheid van de folk, hier nog lichtelijk onwennig en spaarzaam, laat een totaal ander geluid horen. Verwachtingsvolle panorama brede schilderijtjes, bewandelend door een in zijn element zijnde singer-songwriter. Onder die gezamenlijk dragende Pentatonix mantel heeft een groots talent zich jarenlang schuilgehouden. Sage and Stone verrast, en is de opstap naar de nog volwaardige Floating on a Dream plaat. Dezelfde intimiteit en intensiteit, maar dan met christelijke country invloeden, welke nog het sterkste in het zoekende avondduistere Floating on a Dream titelnummer naar voren komen. I’m Only Getting Started, de vlam ontstoken, nu nog het vuurtje brandend houden.
Met Shooter Jennings op de producerskruk kan er niks mis gaan, een voortreffelijke keuze welke zoals altijd ook hier geweldig uitvalt. Het zijn dan ook niet de minste gastmuzikanten die in volste vertrouwen hun medewerking aan Floating on a Dream verlenen; Ted Russell Kamp op bas, Aubrey Richmond op viool, Kaleb Jones en Chris Masterson, het maatje van Steve Earle op gitaar, John Schreffler Jr en Smith Curry op pedal steel gitaar, drummer Jamie Douglass en Daniel Ellsworth voor het toetsenwerk. Een All American Dream Team dus.
Zoekende naar de ware verlossing, het oorspronkelijke thuisfront, de familiestamboom met de groene nieuwe vertakkingen. Juist dat laatste is zeer zeker van belang, alwetende dat Avi Kaplan een Russische en Oekraïens-Joodse afkomst heeft. Floating on a Dream is de plaat die hij juist nu moet maken. Het uitzichtloze oorlogsconflict en oplossing bedenkende bemiddelingen als bevreemdend paradox decor. Door de gedragen stemzwaarte legt Avi Kaplan er meer zelfvertrouwende diepgang en gekwalificeerde wijsheden in. Een evangelist die zijn eigen geloofsovertuiging predikt en zijn benauwende twijfel in Try To Get It Right uitspreekt.
Put a demon down
Walking ’round my town
I know another will come back around
Seen an angel too
Seen it passing through
There’s good and there’s evil on the loose
De carrièreswitch vraagt ook om een andere woonplaats. Het verlokkelijke Hollywood met de Californication sterrendom en begeerlijke verslavingsdrang wordt voor een snikhete verdorde Death Valley landschap ingeruild. Een The Joshua Tree achtig kaal woonklimaat, welke als een soortgelijke uitvalsplek een band als het zichzelf tegenkomende U2 inspireert, wat heeft deze schakeloverstap dan voor een positieve uitwerking op Avi Kaplan. Och, wat hou ik toch van zijn stoere mannelijke folky countryrockerrol. Lekker rauw, puur, doorleefd en mijlenver verwijdert van dat perzikbijtsappige theatrale Pentatonix schouwspel.
De woestijnleegte als middelpunt om dichter bij zichzelf, dichter bij zijn geliefde familie en dichter bij zijn oorspronkelijke afkomst te komen. First Place I Go, de aftrap, waar de stilstaande natuur stilletjes door de slide gitaar windvlagen heen ademt, met de memorabele samenzang uit het muzikale verleden als ondersteunend anker. On My Way is opgedragen aan zijn vader, moeder, broer en zus. Net als de bindingsangst ontvluchtende When I’m a Fool rocksong openlijke zwaarwegende zielsverklaringen van het reizende zwervershart. Mediterend begrip vragend, maar vooral veel liefde uitdragende. Klein van opzet, groots in emoties.
Bij het zwaar observerende He Don’t Love You Right liefdesdrama hoor je de diepere onderlagen en andere verrassende stemfacetten terug. Hemelse koorknapen hoogtes rakende, de veelzijdige Pentatonix erfenis in optima forma. Prachtig, met ingehouden gedempte tranensnik. I Can’t Lie met die inbeeldende jaren zestig Californische samenzang nalatenschap. Kampvuurmelancholica en pianosoberheid in het gedragen samen met de ervaringsrijke Joy Williams gezongen All Is Well duet. Het zijn toch wel juweeltjes van songs.
Floating on a Dream bestaat uit carnivoren vlees en bloed tracks. Goudeerlijk en puur, beter kan de geslaagde Avi Kaplan koerswijziging niet uitvallen. Het paradijselijk hypnotiserende My Queen overstijgt echter al het voorgaande, en zweeft op loeizware grijze grunge regenwolken weg. Wie heeft ooit beweert dat God een mannelijk persoon is? Avi Kaplan beschouwt de levensdragende vrouw als uitverkoren hemelbewaarder.
Avi Kaplan - Floating on a Dream | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
De Sage and Stone EP ziet als een Avriel & the Sequoias plaat het bevrijdende licht. De puurheid van de folk, hier nog lichtelijk onwennig en spaarzaam, laat een totaal ander geluid horen. Verwachtingsvolle panorama brede schilderijtjes, bewandelend door een in zijn element zijnde singer-songwriter. Onder die gezamenlijk dragende Pentatonix mantel heeft een groots talent zich jarenlang schuilgehouden. Sage and Stone verrast, en is de opstap naar de nog volwaardige Floating on a Dream plaat. Dezelfde intimiteit en intensiteit, maar dan met christelijke country invloeden, welke nog het sterkste in het zoekende avondduistere Floating on a Dream titelnummer naar voren komen. I’m Only Getting Started, de vlam ontstoken, nu nog het vuurtje brandend houden.
Met Shooter Jennings op de producerskruk kan er niks mis gaan, een voortreffelijke keuze welke zoals altijd ook hier geweldig uitvalt. Het zijn dan ook niet de minste gastmuzikanten die in volste vertrouwen hun medewerking aan Floating on a Dream verlenen; Ted Russell Kamp op bas, Aubrey Richmond op viool, Kaleb Jones en Chris Masterson, het maatje van Steve Earle op gitaar, John Schreffler Jr en Smith Curry op pedal steel gitaar, drummer Jamie Douglass en Daniel Ellsworth voor het toetsenwerk. Een All American Dream Team dus.
Zoekende naar de ware verlossing, het oorspronkelijke thuisfront, de familiestamboom met de groene nieuwe vertakkingen. Juist dat laatste is zeer zeker van belang, alwetende dat Avi Kaplan een Russische en Oekraïens-Joodse afkomst heeft. Floating on a Dream is de plaat die hij juist nu moet maken. Het uitzichtloze oorlogsconflict en oplossing bedenkende bemiddelingen als bevreemdend paradox decor. Door de gedragen stemzwaarte legt Avi Kaplan er meer zelfvertrouwende diepgang en gekwalificeerde wijsheden in. Een evangelist die zijn eigen geloofsovertuiging predikt en zijn benauwende twijfel in Try To Get It Right uitspreekt.
Put a demon down
Walking ’round my town
I know another will come back around
Seen an angel too
Seen it passing through
There’s good and there’s evil on the loose
De carrièreswitch vraagt ook om een andere woonplaats. Het verlokkelijke Hollywood met de Californication sterrendom en begeerlijke verslavingsdrang wordt voor een snikhete verdorde Death Valley landschap ingeruild. Een The Joshua Tree achtig kaal woonklimaat, welke als een soortgelijke uitvalsplek een band als het zichzelf tegenkomende U2 inspireert, wat heeft deze schakeloverstap dan voor een positieve uitwerking op Avi Kaplan. Och, wat hou ik toch van zijn stoere mannelijke folky countryrockerrol. Lekker rauw, puur, doorleefd en mijlenver verwijdert van dat perzikbijtsappige theatrale Pentatonix schouwspel.
De woestijnleegte als middelpunt om dichter bij zichzelf, dichter bij zijn geliefde familie en dichter bij zijn oorspronkelijke afkomst te komen. First Place I Go, de aftrap, waar de stilstaande natuur stilletjes door de slide gitaar windvlagen heen ademt, met de memorabele samenzang uit het muzikale verleden als ondersteunend anker. On My Way is opgedragen aan zijn vader, moeder, broer en zus. Net als de bindingsangst ontvluchtende When I’m a Fool rocksong openlijke zwaarwegende zielsverklaringen van het reizende zwervershart. Mediterend begrip vragend, maar vooral veel liefde uitdragende. Klein van opzet, groots in emoties.
Bij het zwaar observerende He Don’t Love You Right liefdesdrama hoor je de diepere onderlagen en andere verrassende stemfacetten terug. Hemelse koorknapen hoogtes rakende, de veelzijdige Pentatonix erfenis in optima forma. Prachtig, met ingehouden gedempte tranensnik. I Can’t Lie met die inbeeldende jaren zestig Californische samenzang nalatenschap. Kampvuurmelancholica en pianosoberheid in het gedragen samen met de ervaringsrijke Joy Williams gezongen All Is Well duet. Het zijn toch wel juweeltjes van songs.
Floating on a Dream bestaat uit carnivoren vlees en bloed tracks. Goudeerlijk en puur, beter kan de geslaagde Avi Kaplan koerswijziging niet uitvallen. Het paradijselijk hypnotiserende My Queen overstijgt echter al het voorgaande, en zweeft op loeizware grijze grunge regenwolken weg. Wie heeft ooit beweert dat God een mannelijk persoon is? Avi Kaplan beschouwt de levensdragende vrouw als uitverkoren hemelbewaarder.
Avi Kaplan - Floating on a Dream | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Ayreon - Into the Electric Castle (1998)

4,0
0
geplaatst: 11 september 2018, 16:19 uur
Ik heb een wisselend gevoel bij deze plaat.
Soms moet ik aan The Wizard Of Oz denken, zeker bij het gesproken begin, maar ook wel bij het blije einde.
Ook heeft het verhaal wat weg van The Never Ending Story, waar ook steeds sprookjesfiguren weg vallen.
Helaas heb ik ook net te vaak de indruk dat ik verdwaald ben in de Efteling.
We beginnen uiteraard bij album 1.
Het begin is muzikaal lekker dreigend en sterk, Welcome To The New Dimension gaat mooi over in het folky Isis And Osiris, de stemmen van Fish en Sharon Den Adel passen mooi bij elkaar, vervolgens Damian Wilson met zijn meer Metal geluid.
Ook maken we al snel kennis met Edwin Balogh en Sharon Den Adel.
Toch zitten er wat rommelige gedeeltes tussen, Fish wil mij hier nog het meeste overtuigen, samen met de schreeuw van Anneke.
Jay van Feggelen opent het Pink Floyd achtige Amazing Flight, al lijkt het net alsof Dire Straits meespelen, vervolgens komt ook de kennismaking met Edward Reekers in het geheel.
Arjen Lucassen heeft een dreigende stem, waar de nodige effecten bij zijn los gelaten, de overige zangers hebben dat niet nodig, maar hier past het er wel goed tussen.
Sharon klinkt spookachtig; als een Witte Wief in de mist, vervolgens gaan we met een tijdmachine even terug in de tijd; de jaren 70 van Focus en Turks Fruit.
Time Beyond Time heeft ook iets weg van Pink Floyd, maar dan de meer dromerige kant.
Verder een mooie samenzang tussen Reekers en Wilson, Lucassen die afsluitend laat horen dat hij tevens een groot rockgitarist is.
The Decision Tree (We're Alive) heeft raakvlakken met het latere werk van Ayreon, ik hoor hier vooral in het begin veel Universal Migrator in terug, vervolgens sluit het aan bij de oude Marillion, uiteraard heeft Fish een aangename rol in deze track.
Wel vind ik het begin boeiender dan het wat eenzijdige muzikale gevolg, net ook wat te vrolijk allemaal; we huppelen gezellig hand in hand door een paars lsd landschap; Mary Poppins meets The Wizard Of Oz.
Dit soort stukken kom je meer tegen, waardoor mijn beoordeling wat omlaag gaat.
Tunnel Of Light begint prima, maar heeft ook dat blije EO Jongerendag tussenstuk; eventjes een duidelijke dip in het geheel met twee mindere nummers.
De eerste plaat sluit weer sterk af met het vocale krachtpatserij van Wilson en Balogh in Across the Rainbow Bridge, qua zangers sluiten die het beste op elkaar aan, en hebben ze ook het stevigste geluid.
Hier past ook het heerlijke harde gitaarspel bij, minder dan de zang van Lucassen.
Vervolgens album 2.
Weer net zo’n duistere kennismaking in The Garden Of Emotions, als Welcome To The New Dimension van de eerste plaat, vervolgens hoor je de Within Temptation invloeden met zangwerk welke nog het dichtste bij Marilyn Manson (Mechanical Animals, ook uit 1998)liggen.
Vervolgens weer meer Within Temptation, waar de stem van Sharon ook het beste bij past.
Na de mannelijke ondersteuning komt er een ABBA koortje tussendoor, uitgevoerd door Sharon, maar hier klopt het wel allemaal.
ABBA en Focus invloeden in een nummer, kan dat?
Ja zeker!
The Garden of Emotions ontwikkelt zich als een ware rock opera.
Valley Of The Queens is het absolute hoogtepunt; elke keer krijg ik weer kippevel, Anneke klinkt hier op haar best, vergelijkbaar met de betere The Gathering songs, de muzikale omlijsting heeft iets treurigs, en haar sterven in het verhaal wordt goed weer gegeven, je voelt de pijn, de tranen, en het langzame verdwijnen.
Dan is de overgang naar The Castle Hall wat lomp.
Geen tijd om te treuren, je moet gelijk verder met het verhaal.
Vervolgens hoor ik een geslaagde metal achtige versie van het begin van The Passenger van Iggy Pop, en de duisternis is weer gelijk terug, al had ik liever gehoord dat Barbarian (van Feggelen) en Knight Wilson) hun verdriet in boosheid lieten horen, na het verliezen van Egyptian (Anneke van Giersbergen).
Muzikaal wel weer sterk, al hebben we de elementen allemaal al gehoord op de eerste plaat, het voegt verder niks toe.
Tower Of Hop heeft wel weer duidelijk iets eigens, het sfeertje doet wat Noord Europees aan, ik heb hierbij gelijk beelden van vallende sneeuwvlokken, en ijzige kou, trollen die met hun glinsterende ogen toe kijken.
Toch ontwikkeld het zich vervolgens niet zo mooi, allemaal net te vrolijk, ook het rock & roll gefreak vind ik niet zo denderend.
Bij Cosmic Fusion voel je dat er weer wat ergs staat te gebeuren, helaas moeten we hier afscheid nemen van Indian (Sharon Den Adel), de grunts zijn geweldig, al verwachtte ik dat het vriendje van Sharon (ondertussen al lang vader van haar kinderen), Robert Westerholt, de grunts zou uitvoeren, maar blijkbaar is het George Oosthoek (Orphanage) die dit doet; waarom wordt hij nergens vermeld?
Van mij hadden ze hier ook mogen kiezen voor Bart Smits van The Gathering, maar dat is persoonlijke smaak.
De dood van Inian hakt er minder in dan die van Egyptian, al zijn het wel de twee hoogtepunten.
Het Fusion einde begrijp ik alleen niet helemaal.
De vrouwen zijn ook in de wereld van Ayreon het zwakke geslacht, had hun liever langer op Into The Electric Castle gehoord.
The Mirror Maze zit in het begin ergens tussen The Beatles en Pink Floyd in, te braaf allemaal.
Robbie Valentine draagt het begin, maar pas vanaf dat het allemaal begint te knallen wordt het echt de moeite waard.
Het blijft wel heel erg jaren 80 Pink Floyd (On The Turning Away).
Waarom we vervolgens in een bubbelbad of jacuzzi zitten in het begin van Evil Devolution begrijp ik niet helemaal, het bedoelde effect komt in ieder geval niet over.
Het spookhuisgevoel doet dit weer wel, verder niks mis mee, al mis ik wel de zangeressen; hadden die niet als geesten terug mogen keren?
De muzikale explosie komt onverwachts, maar is zeker nu verfrissend, omdat ik wel dreigde in te dutten en weg te dromen.
Bij het begin van The Two Gates klinkt Lucassen alsof hij nog in het bubbelbad zit, en worstelt om boven water te komen, zo ver klinkt hij op de achtergrond.
Vocaal gezien heeft het vervolgens even wat weg van Roger Waters (The Wall), maar als er meer stemmen in mengen, dan is het gevoel weg.
Het hamerende op de onderbuik spelende gedeelte is prachtig.
'Forever' of the Stars lijkt wel ingesproken te zijn door de Cylons (met hun KITT van Knight Rider achtige ogen) van Battlestar Galactica, achterhaald futuristisch.
Het einde, uiteindelijk loopt het allemaal toch goed af, de ridders hebben het kasteel gehaald bij Another Time, Another Space, ik denk dat er de nodige flessen speciaal bier worden open getrokken, en dat er tot midden in de nacht feest gevierd wordt.
Toch wel echt een mannending, al proef ik helaas ook wel de opluchting in de studio dat dit project er op zit.
Toch wel een zware bevalling, zeker als je weet at de vrouwen ze halverwege in de steek lieten.
Eigenlijk verdiep ik mij vandaag pas in de namen van de overige muzikanten, en daar staan ook niet de minste namen bij; Robbie Valentine, ja die van Over And Over Again, verzorgt alle piano stukken, ondersteund door Ton Scherpenzeel, met zijn ervaringen bij Kayak en Camel, ook zeker een grootheid, en zelfs Thys van Leer (Focus) laat zijn kenmerkende fluitspel horen.
Het verhaal vind ik over de hele linie niet even sterk, je verliest vrienden.
Eigenlijk heb je hier te maken met een soort van supergroep, en toch klinkt het over het algemeen voornamelijk als een Ayreon project, de muzikanten lopen elkaar niet in de weg.
Toch had ik liever een compacter geheel gehoord, het verhaal had volgens mij ook wel op een plaat gepast, nadat de zangeressen van het podium verdwenen, werd het voor mij allemaal een stuk minder.
Prima als een thema terug komt in een conceptalbum, vaak geeft het kracht, maar hier lijken net iets te vaak bepaalde ideeën terug te komen, omdat er net iets teveel gebrek aan inspiratie is geweest.
Soms moet ik aan The Wizard Of Oz denken, zeker bij het gesproken begin, maar ook wel bij het blije einde.
Ook heeft het verhaal wat weg van The Never Ending Story, waar ook steeds sprookjesfiguren weg vallen.
Helaas heb ik ook net te vaak de indruk dat ik verdwaald ben in de Efteling.
We beginnen uiteraard bij album 1.
Het begin is muzikaal lekker dreigend en sterk, Welcome To The New Dimension gaat mooi over in het folky Isis And Osiris, de stemmen van Fish en Sharon Den Adel passen mooi bij elkaar, vervolgens Damian Wilson met zijn meer Metal geluid.
Ook maken we al snel kennis met Edwin Balogh en Sharon Den Adel.
Toch zitten er wat rommelige gedeeltes tussen, Fish wil mij hier nog het meeste overtuigen, samen met de schreeuw van Anneke.
Jay van Feggelen opent het Pink Floyd achtige Amazing Flight, al lijkt het net alsof Dire Straits meespelen, vervolgens komt ook de kennismaking met Edward Reekers in het geheel.
Arjen Lucassen heeft een dreigende stem, waar de nodige effecten bij zijn los gelaten, de overige zangers hebben dat niet nodig, maar hier past het er wel goed tussen.
Sharon klinkt spookachtig; als een Witte Wief in de mist, vervolgens gaan we met een tijdmachine even terug in de tijd; de jaren 70 van Focus en Turks Fruit.
Time Beyond Time heeft ook iets weg van Pink Floyd, maar dan de meer dromerige kant.
Verder een mooie samenzang tussen Reekers en Wilson, Lucassen die afsluitend laat horen dat hij tevens een groot rockgitarist is.
The Decision Tree (We're Alive) heeft raakvlakken met het latere werk van Ayreon, ik hoor hier vooral in het begin veel Universal Migrator in terug, vervolgens sluit het aan bij de oude Marillion, uiteraard heeft Fish een aangename rol in deze track.
Wel vind ik het begin boeiender dan het wat eenzijdige muzikale gevolg, net ook wat te vrolijk allemaal; we huppelen gezellig hand in hand door een paars lsd landschap; Mary Poppins meets The Wizard Of Oz.
Dit soort stukken kom je meer tegen, waardoor mijn beoordeling wat omlaag gaat.
Tunnel Of Light begint prima, maar heeft ook dat blije EO Jongerendag tussenstuk; eventjes een duidelijke dip in het geheel met twee mindere nummers.
De eerste plaat sluit weer sterk af met het vocale krachtpatserij van Wilson en Balogh in Across the Rainbow Bridge, qua zangers sluiten die het beste op elkaar aan, en hebben ze ook het stevigste geluid.
Hier past ook het heerlijke harde gitaarspel bij, minder dan de zang van Lucassen.
Vervolgens album 2.
Weer net zo’n duistere kennismaking in The Garden Of Emotions, als Welcome To The New Dimension van de eerste plaat, vervolgens hoor je de Within Temptation invloeden met zangwerk welke nog het dichtste bij Marilyn Manson (Mechanical Animals, ook uit 1998)liggen.
Vervolgens weer meer Within Temptation, waar de stem van Sharon ook het beste bij past.
Na de mannelijke ondersteuning komt er een ABBA koortje tussendoor, uitgevoerd door Sharon, maar hier klopt het wel allemaal.
ABBA en Focus invloeden in een nummer, kan dat?
Ja zeker!
The Garden of Emotions ontwikkelt zich als een ware rock opera.
Valley Of The Queens is het absolute hoogtepunt; elke keer krijg ik weer kippevel, Anneke klinkt hier op haar best, vergelijkbaar met de betere The Gathering songs, de muzikale omlijsting heeft iets treurigs, en haar sterven in het verhaal wordt goed weer gegeven, je voelt de pijn, de tranen, en het langzame verdwijnen.
Dan is de overgang naar The Castle Hall wat lomp.
Geen tijd om te treuren, je moet gelijk verder met het verhaal.
Vervolgens hoor ik een geslaagde metal achtige versie van het begin van The Passenger van Iggy Pop, en de duisternis is weer gelijk terug, al had ik liever gehoord dat Barbarian (van Feggelen) en Knight Wilson) hun verdriet in boosheid lieten horen, na het verliezen van Egyptian (Anneke van Giersbergen).
Muzikaal wel weer sterk, al hebben we de elementen allemaal al gehoord op de eerste plaat, het voegt verder niks toe.
Tower Of Hop heeft wel weer duidelijk iets eigens, het sfeertje doet wat Noord Europees aan, ik heb hierbij gelijk beelden van vallende sneeuwvlokken, en ijzige kou, trollen die met hun glinsterende ogen toe kijken.
Toch ontwikkeld het zich vervolgens niet zo mooi, allemaal net te vrolijk, ook het rock & roll gefreak vind ik niet zo denderend.
Bij Cosmic Fusion voel je dat er weer wat ergs staat te gebeuren, helaas moeten we hier afscheid nemen van Indian (Sharon Den Adel), de grunts zijn geweldig, al verwachtte ik dat het vriendje van Sharon (ondertussen al lang vader van haar kinderen), Robert Westerholt, de grunts zou uitvoeren, maar blijkbaar is het George Oosthoek (Orphanage) die dit doet; waarom wordt hij nergens vermeld?
Van mij hadden ze hier ook mogen kiezen voor Bart Smits van The Gathering, maar dat is persoonlijke smaak.
De dood van Inian hakt er minder in dan die van Egyptian, al zijn het wel de twee hoogtepunten.
Het Fusion einde begrijp ik alleen niet helemaal.
De vrouwen zijn ook in de wereld van Ayreon het zwakke geslacht, had hun liever langer op Into The Electric Castle gehoord.
The Mirror Maze zit in het begin ergens tussen The Beatles en Pink Floyd in, te braaf allemaal.
Robbie Valentine draagt het begin, maar pas vanaf dat het allemaal begint te knallen wordt het echt de moeite waard.
Het blijft wel heel erg jaren 80 Pink Floyd (On The Turning Away).
Waarom we vervolgens in een bubbelbad of jacuzzi zitten in het begin van Evil Devolution begrijp ik niet helemaal, het bedoelde effect komt in ieder geval niet over.
Het spookhuisgevoel doet dit weer wel, verder niks mis mee, al mis ik wel de zangeressen; hadden die niet als geesten terug mogen keren?
De muzikale explosie komt onverwachts, maar is zeker nu verfrissend, omdat ik wel dreigde in te dutten en weg te dromen.
Bij het begin van The Two Gates klinkt Lucassen alsof hij nog in het bubbelbad zit, en worstelt om boven water te komen, zo ver klinkt hij op de achtergrond.
Vocaal gezien heeft het vervolgens even wat weg van Roger Waters (The Wall), maar als er meer stemmen in mengen, dan is het gevoel weg.
Het hamerende op de onderbuik spelende gedeelte is prachtig.
'Forever' of the Stars lijkt wel ingesproken te zijn door de Cylons (met hun KITT van Knight Rider achtige ogen) van Battlestar Galactica, achterhaald futuristisch.
Het einde, uiteindelijk loopt het allemaal toch goed af, de ridders hebben het kasteel gehaald bij Another Time, Another Space, ik denk dat er de nodige flessen speciaal bier worden open getrokken, en dat er tot midden in de nacht feest gevierd wordt.
Toch wel echt een mannending, al proef ik helaas ook wel de opluchting in de studio dat dit project er op zit.
Toch wel een zware bevalling, zeker als je weet at de vrouwen ze halverwege in de steek lieten.
Eigenlijk verdiep ik mij vandaag pas in de namen van de overige muzikanten, en daar staan ook niet de minste namen bij; Robbie Valentine, ja die van Over And Over Again, verzorgt alle piano stukken, ondersteund door Ton Scherpenzeel, met zijn ervaringen bij Kayak en Camel, ook zeker een grootheid, en zelfs Thys van Leer (Focus) laat zijn kenmerkende fluitspel horen.
Het verhaal vind ik over de hele linie niet even sterk, je verliest vrienden.
Eigenlijk heb je hier te maken met een soort van supergroep, en toch klinkt het over het algemeen voornamelijk als een Ayreon project, de muzikanten lopen elkaar niet in de weg.
Toch had ik liever een compacter geheel gehoord, het verhaal had volgens mij ook wel op een plaat gepast, nadat de zangeressen van het podium verdwenen, werd het voor mij allemaal een stuk minder.
Prima als een thema terug komt in een conceptalbum, vaak geeft het kracht, maar hier lijken net iets te vaak bepaalde ideeën terug te komen, omdat er net iets teveel gebrek aan inspiratie is geweest.
