Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Marillion - Script for a Jester's Tear (1983)

5,0
0
geplaatst: 19 september 2012, 15:50 uur
Indertijd door mij niet opgepikt, gedeeltelijk omdat het teveel een Genesis-rip-off zou zijn, gedeeltelijk omdat ik met heel andere muziek bezig was (Cave, Smiths, Sylvian, Echo & the Bunnymen).
Vijfentwintig jaar later en helemaal in de symfo (oude, maar ook wat er aan nieuwe is), vond ik dat ik dit toch eens moet proberen, en na een paar keer draaien trok ik m'n haren uit dat ik hier niet eerder aan was begonnen. Natuurlijk, de Genesis-link is er: incidenteel het gitaargeluid en het orgeltje, het ritme hier en daar, de zang van Fish die soms aan die van Gabriel doet denken (maar soms ook aan Geoff Tate van Queensrÿche), en de opbouw van nummers (maar soms zijn die ook een stuk minder labyrintisch dan die van Genesis). Even zo groot zijn echter de verschillen; met name de emotionele oerschreeuw die Fish van zijn zang maakt en de intense teksten vol littekens geven aan deze muziek een totaal andere gevoelskleur dan de sprookjesachtige en soms vervreemdende spinsels van Genesis.
Wat deze muziek echter ook kenmerkt is de manier waarop Steve Rothery en Mark Kelly met hun smaakvolle arrangementen de lange nummers zodanig inkleuren dat ze de perfecte achtergrond vormen voor de lange lappen tekst die Fish zingt, met zijn karakteristieke stem die misschien niet technisch perfect is maar wel zo uitdrukkingsvol dat ze die teksten een extra emotionele dimensie geven. En daardoor worden zelfs de nummers die misschien compositorisch niet uitblinken toch meegezogen in het geheel, als één lange trip waarvan je eigenlijk geen stukje zou willen missen. Alles hoort bij elkaar op deze plaat, alles vormt één gemoedstoestand.
Wellicht gooide Fish hier in één keer alle opgespaarde woede, rancune en gekwetstheid eruit, zodat je je zou kunnen afvragen wat hij voor toekomstige platen nog in petto zou kunnen hebben. Meer dan genoeg, naar zou blijken, maar dit debuutalbum is in ieder geval een linkse directe die voor mij inmiddels totaal los is komen te staan van elke (positieve dan wel negatieve) Genesis-associatie.
Vijfentwintig jaar later en helemaal in de symfo (oude, maar ook wat er aan nieuwe is), vond ik dat ik dit toch eens moet proberen, en na een paar keer draaien trok ik m'n haren uit dat ik hier niet eerder aan was begonnen. Natuurlijk, de Genesis-link is er: incidenteel het gitaargeluid en het orgeltje, het ritme hier en daar, de zang van Fish die soms aan die van Gabriel doet denken (maar soms ook aan Geoff Tate van Queensrÿche), en de opbouw van nummers (maar soms zijn die ook een stuk minder labyrintisch dan die van Genesis). Even zo groot zijn echter de verschillen; met name de emotionele oerschreeuw die Fish van zijn zang maakt en de intense teksten vol littekens geven aan deze muziek een totaal andere gevoelskleur dan de sprookjesachtige en soms vervreemdende spinsels van Genesis.
Wat deze muziek echter ook kenmerkt is de manier waarop Steve Rothery en Mark Kelly met hun smaakvolle arrangementen de lange nummers zodanig inkleuren dat ze de perfecte achtergrond vormen voor de lange lappen tekst die Fish zingt, met zijn karakteristieke stem die misschien niet technisch perfect is maar wel zo uitdrukkingsvol dat ze die teksten een extra emotionele dimensie geven. En daardoor worden zelfs de nummers die misschien compositorisch niet uitblinken toch meegezogen in het geheel, als één lange trip waarvan je eigenlijk geen stukje zou willen missen. Alles hoort bij elkaar op deze plaat, alles vormt één gemoedstoestand.
Wellicht gooide Fish hier in één keer alle opgespaarde woede, rancune en gekwetstheid eruit, zodat je je zou kunnen afvragen wat hij voor toekomstige platen nog in petto zou kunnen hebben. Meer dan genoeg, naar zou blijken, maar dit debuutalbum is in ieder geval een linkse directe die voor mij inmiddels totaal los is komen te staan van elke (positieve dan wel negatieve) Genesis-associatie.
Marillion - Seasons End (1989)

5,0
0
geplaatst: 14 november 2014, 17:47 uur
Als recente liefhebber van de Fish-periode heb ik ook déze plaat vaak geprobeerd, maar ik ben steeds weer teruggedeinsd voor die in mijn slechtere buiten zelfs als huilerig ervaren stem van Steve Hogarth. Gelukkig stoor ik me inmiddels niet meer zo aan dat klaaglijke in zijn zang, en heb ik op verschillende momenten zelfs bewondering voor wat hij met zijn stem kan en hoe hij die in de muziek laat passen. En dan hoor ik dat dit een prima plaat is, iets minder druk dan sommige muzikale zijsprongen van het eerste kwartet albums maar met een fraaie stemmige inslag en nog altijd een goed gevoel voor sfeer, en met een gitarist die ik steeds meer ga waarderen. Acht prachtige nummers, één flauwe misser, met als emotionele hoogtepunt het moment in Berlin waarop Hogarth opeens uithaalt met "with a hole in our hearts" (hoewel de prachtige en zeer intense tweede helft van After me daar niet ver achter zit). Marillion begint mijn artiesten-top-10 aller tijden gevaarlijk dicht te naderen.
Marillion - Sounds That Can't Be Made (2012)

4,5
0
geplaatst: 28 juli 2021, 22:16 uur
Een werkelijk prachtige plaat, misschien minder leunend op prog en meer op traditionele songstructuren (de vijf "kortere" nummers hebben allemaal een vrij klassieke couplet-refrein-structuur), maar dankzij geweldige melodieën, warme arrangementen, intelligente teksten en gepassioneerde voordracht toch allemaal vrij intens. Alleen het begin van Montréal is een beetje stuurloos met een wat vrijblijvende melodie, maar het tweede deel is dan weer erg sterk, en als geheel heeft het toch zóveel impact dat het kwalitatief niet uit de toon valt bij de rest van de plaat. Knap hoe het drama nergens pathetisch wordt. Power is briljant.
Marillion - This Strange Engine (1997)

3,5
0
geplaatst: 3 augustus 2023, 17:57 uur
Absoluut geen beroerde plaat, zoals er in de hele Marillion-discografie eigenlijk geen echte misser voorkomt (ik betwijfel zelfs of ze tot een echt slechte plaat in staat zouden zijn), maar het zit voor mij soms wel tegen het lusteloze aan, alsof de romantische melancholie van nummers als One fine day en Memory of water soms doorslaat in fatalisme. Gekoppeld aan wat ongelukkige arrangementsideeën (het "wereldmuziek-koor" op Man of a thousand faces, een matige gitaarsolo op One fine day, een rare trompet-achtige synth op 80 days, een steeldrum op Hope for the future, een lelijke saxsolo op het titelnummer) levert dat hier een nogal onevenwichtig album op met de hoogtepunten aan het begin (vooral het openingsnummer met z'n sterke tekst) en het einde (het afwisselende slotnummer), hoewel ik ook wel gevoelig ben voor het stevige An accidental man. Wederom ook alle lof voor H's teksten, die helpen de muziek in niet geringe mate, zozeer zelfs dat de halve ster van mijn waardering op zíjn literaire conto komt.
Maroon 5 - Songs About Jane (2002)

2,5
0
geplaatst: 2 april 2023, 22:23 uur
Een lekker klinkende plaat met een zanger die de mosterd soms bij Stevie Wonder lijkt te hebben gehaald, goed geproduceerd (hoewel de gitaarsolo'tjes wel wat meer voorin de mix hadden mogen zitten) en met een hoes met een mooie kleurstelling. Dat gezegd hebbende vind ik dat er wel een èrg groot contrast zit tussen de drie singles en het niveau van de overige composities, zodat ik er eigenlijk al vèr voor het einde van het album genoeg van heb. Tangled vind ik nog een sterk nummer, en Sunday morning heeft een aardige jazzy vibe, maar daarmee houdt het dan ook wel op.
Not coming home "recorded live @ Rumbo Stadium" ? Werkelijk? Dat nummer klinkt gewoon als een cleane studioproduktie waar ze joelend publiek achter hebben geplakt op zódanig slechte wijze dat het eindresultaat bijzonder onnatuurlijk klinkt, of alsof ze het nummer in het stadion via de geluidsinstallatie hebben afgespeeld en vervolgens weer hebben opgenomen met de juichende toeschouwers erbij – tja, ook dát is in zekere zin "recorded live".
Not coming home "recorded live @ Rumbo Stadium" ? Werkelijk? Dat nummer klinkt gewoon als een cleane studioproduktie waar ze joelend publiek achter hebben geplakt op zódanig slechte wijze dat het eindresultaat bijzonder onnatuurlijk klinkt, of alsof ze het nummer in het stadion via de geluidsinstallatie hebben afgespeeld en vervolgens weer hebben opgenomen met de juichende toeschouwers erbij – tja, ook dát is in zekere zin "recorded live".
Marvin Gaye - The Very Best Of (1994)

4,0
0
geplaatst: 26 augustus 2013, 17:55 uur
Ook ik ben geen Marvin Gaye-expert, maar gelukkig wèl in het bezit van Joel Whitburns Billboard book of top 40 hits, en daaruit blijkt dat Gaye tussen 1963 en 1982 40 nummers in de Amerikaanse top-40 heeft gehad. Als we de zeventien top-10-noteringen daarvan (inclusief drie nummer-1-singles) als hits betitelen, dan zien we dat er van die zeventien nummers slechts elf (inclusief die drie nummer-1-hits) op deze CD staan, zodat we het bijvoorbeeld moeten stellen zónder Pride and joy, I'll be doggone, Ain't that peculair, Inner city blues, Trouble man en Your precious love, terwijl er wel ook een paar singles opstaan die de Amerikaanse top-10 niet eens hebben gehaald. (Maar, eerlijk is eerlijk, daarnaast staan er ook een paar nummers op die wel de Engelse maar niet de Amerikaanse top-10 hebben gehaald, inclusief You are everything, in 1971 een hit voor de Stylistics maar in de prachtige versie van Marvin Gaye en Diana Ross nooit in de USA uitgebracht.)
Maar ja, dit album heet niet Marvin Gaye's greatest hits maar The very best of Marvin Gaye, en zo konden er ook een paar albumtracks en B-kantjes op verschijnen, zoals Wherever I lay my hat (that's my home) (oorspronkelijk een B-kantje uit 1962, maar twintig jaar later Paul Youngs doorbraak in Engeland), When did you stop loving me, when did I stop loving you (het centrale nummer van Here my dear, Gaye's autobiografische relaas over het einde van zijn huwelijk met Anna Gordy, zuster van Motown-baas Berry Gordy) en Stop, look, listen (to your heart) (ook weer een Gaye/Ross-duet dat eerder een hit voor de Stylistics was).
Dat is dus de positieve benadering. Je kunt ook zeggen dat deze compilatie niet voldoet als hitoverzicht (omdat er gewoon te veel van zijn sixties-hits ontbreken) maar ook niet als carrière-overzicht (omdat er gewoon te weinig van zijn seventies-albums op staat – slechts twéé nummers van What's going on?!), zodat de noodzaak van deze release niet helemaal duidelijk is. Bovendien is de volgorde van de nummers zelfs niet bij benadering chronologisch, en om in één keer van It takes two naar Let's get it on te springen is toch wel een beetje bizar.
Conclusie: een aardige verzamelaar met een breed carrière-overzicht, zeker niet perfect maar wel zeer boeiend zolang je maar niet verwacht dat dit compleet en dus definitief is.
De huiskamervraag: zou iemand uit z'n hoofd durven zeggen wat op dit album Gaye's drie Amerikaanse nummer-1-hits waren?
Maar ja, dit album heet niet Marvin Gaye's greatest hits maar The very best of Marvin Gaye, en zo konden er ook een paar albumtracks en B-kantjes op verschijnen, zoals Wherever I lay my hat (that's my home) (oorspronkelijk een B-kantje uit 1962, maar twintig jaar later Paul Youngs doorbraak in Engeland), When did you stop loving me, when did I stop loving you (het centrale nummer van Here my dear, Gaye's autobiografische relaas over het einde van zijn huwelijk met Anna Gordy, zuster van Motown-baas Berry Gordy) en Stop, look, listen (to your heart) (ook weer een Gaye/Ross-duet dat eerder een hit voor de Stylistics was).
Dat is dus de positieve benadering. Je kunt ook zeggen dat deze compilatie niet voldoet als hitoverzicht (omdat er gewoon te veel van zijn sixties-hits ontbreken) maar ook niet als carrière-overzicht (omdat er gewoon te weinig van zijn seventies-albums op staat – slechts twéé nummers van What's going on?!), zodat de noodzaak van deze release niet helemaal duidelijk is. Bovendien is de volgorde van de nummers zelfs niet bij benadering chronologisch, en om in één keer van It takes two naar Let's get it on te springen is toch wel een beetje bizar.
Conclusie: een aardige verzamelaar met een breed carrière-overzicht, zeker niet perfect maar wel zeer boeiend zolang je maar niet verwacht dat dit compleet en dus definitief is.
De huiskamervraag: zou iemand uit z'n hoofd durven zeggen wat op dit album Gaye's drie Amerikaanse nummer-1-hits waren?
Marvin Gaye - What's Going On (1971)

4,5
0
geplaatst: 31 augustus 2013, 20:42 uur
Toen de Rolling Stone (het tijdschrift dus) in 1987 twintig jaar bestond, publiceerde de redactie een top-100 van de beste elpees die tijdens hun bestaan waren uitgekomen. En op die lijst (dus zonder o.a. Revolver, Pet sounds, Highway 61 revisited en Blonde on blonde) stond What's going on op nummer 10. Van Marvin Gaye kende ik alleen Sexual healing, bepaald niet mijn kopje thee, maar een plaat die zó goed zou moeten zijn moest ik toch wel leren kennen.
Inmiddels zijn we een kwart eeuw verder, en nog altijd staat kant 1 (de eerste zes nummers) voor mij als een huis, met ijzersterke composities in weidse en toch intieme arrangementen en met een prachtige flow. Helaas is kant 2 beduidend minder: Right on heeft een melodie die niet echt van de grond komt en een tamelijk vormeloos arrangement, en hoewel het na ongeveer vijf minuten een hoopgevende sfeerwisseling heeft gaat het daarna ook nog eens veel te lang door, en Wholy holy is voor mij echt veel te melig. Gelukkig is Inner city blues een perfecte afsluiter, inclusief die aardige terugverwijzing naar het titelnummer, alsof de cirkel van Gaye's spirituele beschouwing van de wereld om hem heen nu rond is.
Al met al een indrukwekkend album met in het derde kwart helaas een ernstige inzinking die mij er van weerhoudt om de volle vijf sterren te geven.
Overigens heb ik nog een eerste-generatie-CD, en daarop is bij bij Mercy mercy me duidelijk te horen dat de lang aangehouden noot van de sax op ongeveer 2'21 gedurende een fractie van een seconde wegvalt. Is dat bij de geremasterde versie verbeterd, of was dat zó evident onderdeel van het "oer-geluidsbeeld" dat ze dat zo hebben gelaten?
Inmiddels zijn we een kwart eeuw verder, en nog altijd staat kant 1 (de eerste zes nummers) voor mij als een huis, met ijzersterke composities in weidse en toch intieme arrangementen en met een prachtige flow. Helaas is kant 2 beduidend minder: Right on heeft een melodie die niet echt van de grond komt en een tamelijk vormeloos arrangement, en hoewel het na ongeveer vijf minuten een hoopgevende sfeerwisseling heeft gaat het daarna ook nog eens veel te lang door, en Wholy holy is voor mij echt veel te melig. Gelukkig is Inner city blues een perfecte afsluiter, inclusief die aardige terugverwijzing naar het titelnummer, alsof de cirkel van Gaye's spirituele beschouwing van de wereld om hem heen nu rond is.
Al met al een indrukwekkend album met in het derde kwart helaas een ernstige inzinking die mij er van weerhoudt om de volle vijf sterren te geven.
Overigens heb ik nog een eerste-generatie-CD, en daarop is bij bij Mercy mercy me duidelijk te horen dat de lang aangehouden noot van de sax op ongeveer 2'21 gedurende een fractie van een seconde wegvalt. Is dat bij de geremasterde versie verbeterd, of was dat zó evident onderdeel van het "oer-geluidsbeeld" dat ze dat zo hebben gelaten?
Matching Mole - Matching Mole (1972)

2,0
0
geplaatst: 28 oktober 2020, 14:28 uur
Een samenwerking tussen twee gezichtsbepalende muzikanten van twee van mijn favoriete bands, dat kan bijna niet mis gaan. En inderdaad opent dit album met een zeldzaam ontroerend nummer, met een mooie melodie, prachtige mellotron- en pianopartijen en een aandoenlijke tekst. Helaas is dat wat mij betreft meteen ook het absolute hoogtepunt van de plaat, want daarna komt een nummer waarvan het mooie en sfeervolle arrangement slechts dient als achtergrond voor Wyatts ontdekkingsreis langs de echo- en repeatknopjes op de opnametafel van zijn geluidstechnicus, gevolgd door een liedje met een tekst die zó flauw is dat ik er de eerste keer al van begon te gapen. En dan moet het zeven minuten lange gepiel van Part of the dance nog komen – het dieptepunt van de plaat.
De tweede kant opent dan weer veelbelovend, want hoewel Instant kitten vervelend begint wanneer Wyatt weer even zijn stembanden openzet, krijgt Dave Sinclair daarna ruim baan om tegen een stevige begeleiding minutenlang de schoonheid van zijn prachtige Caravan-orgeltje te etaleren. Zo hoop ik nog even op een geweldige tweede helft, maar helaas gaat de rest van deze plaat dan ook weer nergens heen, met in Dedicated to Hugh een solo die niet van de grond komt en in Beer as in braindeer alleen maar zinloze geluidsfragmenten die samen een structuurloze geluidsbrei vormen, en tegen de tijd dat de mellotron een hoofdrol in het slotnummer krijgt is het al te laat. Nee, ik had nooit gedacht dat ik als fan van de Soft Machine dit ooit zou zeggen, maar het gefreak op deze plaat zit voor mij echt tegen het onbeluisterbare aan.
De tweede kant opent dan weer veelbelovend, want hoewel Instant kitten vervelend begint wanneer Wyatt weer even zijn stembanden openzet, krijgt Dave Sinclair daarna ruim baan om tegen een stevige begeleiding minutenlang de schoonheid van zijn prachtige Caravan-orgeltje te etaleren. Zo hoop ik nog even op een geweldige tweede helft, maar helaas gaat de rest van deze plaat dan ook weer nergens heen, met in Dedicated to Hugh een solo die niet van de grond komt en in Beer as in braindeer alleen maar zinloze geluidsfragmenten die samen een structuurloze geluidsbrei vormen, en tegen de tijd dat de mellotron een hoofdrol in het slotnummer krijgt is het al te laat. Nee, ik had nooit gedacht dat ik als fan van de Soft Machine dit ooit zou zeggen, maar het gefreak op deze plaat zit voor mij echt tegen het onbeluisterbare aan.
MC5 - Kick Out the Jams (1969)

3,0
0
geplaatst: 23 januari 2014, 21:33 uur
In de zeker twintig jaar dat deze plaat al in mijn collectie zit heb ik hem bij vele gelegenheden en vele buien geprobeerd, en ik ben een groot liefhebber van diverse andere bands met noise-aspiraties zoals de Velvets, de Stooges, Hüsker Dü en de Jesus & Mary Chain, maar na al die jaren weet ik nog steeds niet wat ik van Kick out the jams moet vinden: de energie en de uitstraling zijn prima en de sound is redelijk, maar de eigenlijke nummers (composities) zijn wel wat èrg dun. Als ik het album draai zet ik hem nooit af, daarvoor is de plaat te gedreven, maar onderscheid maken tussen de nummers, merken dat sommige nummers een eigen identiteit hebben, genieten van aparte passages, nee – het wordt toch al gauw een brei (waarbinnen ik ook geen favoriete nummers zou kunnen aanwijzen). Na twintig jaar ben ik er dus nog steeds niet uit.
Overigens heb ik volgens mij ook een vrij oude CD-release, met nergens iets over remastering, bepaald geen superbe geluid, geen vermelding van een jaartal (behalve 1969) op het doosje (voor zover ik de onduidelijke print kan lezen), en met als "boekje" één (1) velletje met op de ene kant de hoesfoto en op de andere kant titels + componisten + BMI-informatie + (onjuiste) tracktijden, allemaal tamelijk primitief en dus behoorlijk on-geremasterd, maar op het plaatje zelf is toch ook al het vermaledijde M-woord duidelijk te horen.
Overigens heb ik volgens mij ook een vrij oude CD-release, met nergens iets over remastering, bepaald geen superbe geluid, geen vermelding van een jaartal (behalve 1969) op het doosje (voor zover ik de onduidelijke print kan lezen), en met als "boekje" één (1) velletje met op de ene kant de hoesfoto en op de andere kant titels + componisten + BMI-informatie + (onjuiste) tracktijden, allemaal tamelijk primitief en dus behoorlijk on-geremasterd, maar op het plaatje zelf is toch ook al het vermaledijde M-woord duidelijk te horen.
McDonald and Giles - McDonald and Giles (1971)

3,5
1
geplaatst: 31 januari 2024, 21:57 uur
In september 2013 meldde kistenkuif dat er op dat moment pas 10 stemmen op deze plaat waren uitgebracht, en ruim tien jaar later ben ik nog altijd pas de 22ste. Kennelijk zit dit album zelfs voor de liefhebbers van King Crimson teveel in de periferie, en dat is jammer, want het geeft toch wel aan welke kant die band op had kunnen gaan als Fripp zijn voormalige medewerkers wat meer ruimte had gegund. Aan de andere kant was KC dan misschien wel nooit zó ver "off the map" gegaan als nu het geval is (waarbij ik begrijp dat niet iedereen daar een fan van is – ikzelf heb er soms ook wel moeite mee), en het is hoe dan ook leuk dat déze twee mannen hun eigen weg hebben bewandeld, want de muziek hierop is soms speels en luchtig, soms ontroerend en aangrijpend, maar sowieso altijd apart. Meer tegen Canterbury aan dan in de richting van de prog, maar soms hoor ik ook wel de Beatles in de composities en de zang terug, en bij een bepaalde passage met blazers op het einde van het laatste nummer moest ik zelfs even aan Atom heart mother denken. Uiteindelijk blijft dit echter toch vrij uniek dankzij die karakteristieke "aarzelende" drumstijl van Giles en de stem van McDonald (ik neem althans aan dat híj de voornaamste zanger is), en de andere muzikanten passen zich naadloos aan, met voor mij een hoofdrol voor basbroer Peter. De twee lange nummers op kant 1 vind ik soms wat fragmentarisch, maar Is she waiting? is dan weer subliem, en de verstilde instrumentale gedeeltes op de laaste drie delen van Birdman kunnen wat mij betreft niet lang genoeg duren.
Is dit iets voor Mssr Renard ?
Is dit iets voor Mssr Renard ?
Melanie C - Northern Star (1999)

3,5
1
geplaatst: 8 januari 2022, 21:54 uur
Een verrassend professioneel en warmbloedig album – het inschakelen van het opgetrommelde toptalent heeft zich duidelijk terugverdiend, want de sound is àf, de arrangementen zijn zorgvuldig maar nergens gekunsteld, de composities zijn goed doortimmerd, en me dunkt dat er bij dit twaalftal tracks wel voor elck wat wils is, van welke soort pop je dan ook houdt. Groot minpunt is dat Melanie C in de zacht gezongen passages prima voldoet, maar de harde stukken aanvalt met een uiterst lelijke nasale kinderschreeuw die elke schoonheid subiet uit de melodie wegvijlt, hetgeen voor mij toch wel een flink deel van de lol verpest. Maar wie geen last van deze persoonlijke overgevoeligheid heeft kan hier veel plezier aan beleven, en er staan wat mij betreft minstens drie superbe nummers op, het titelnummer (net zo sfeervol als wat Madonna op Ray of light bereikte, maar dat krijg je met dezelfde producer), het swingende I turn to you en het hopeloos romantische Closer. Goed, ik heb dan problemen met die stem, maar als geheel is deze plaat toch niet niks.
Mêlée - Devils & Angels (2007)

3,5
0
geplaatst: 28 november 2017, 16:25 uur
Hoe vaak ik het ook gehoord heb, Built to last blijf ik toch nog steeds een geweldig nummer vinden. Zoals velen hier opmerken is de rest van dit album niet van dat niveau, maar na verloop van tijd vind ik de meeste nummers toch wel steeds leuker worden. De vergelijking met Keane wordt hier veel gemaakt, en inderdaad heeft de stem van Christopher Cron af en toe wel wat weg van die van Tom Chaplin, maar qua muziek moet ik eerder denken aan Weezer, Young The Giant, Jules And The Polar Bears, Panic! At The Disco (de meer melancholische nummers op Pretty. Odd.) en zelfs Maroon 5 (op You got). Allemaal een beetje in het powerpop-genre dus, en hoewel Mêlée op dit album lang niet altijd in de buurt van die grote en kleine collega's komt staat er hier toch genoeg leuks en moois op, zoals het echt prachtige Rhythm of rain en het vrolijke Stand up. Aan de andere kant moet het ook weer niet té up-tempo worden, want Biggest mistake is heel matig en Teenage maniac zelfs uitermate irritant, maar dat vergeef ik ze graag. O ja, de cover van Hall & Oates voegt niets toe aan het origineel, je vraagt je af waarom je zo'n nummer aanpakt wanneer je er niets anders of beters van maakt, een dwaze afsluiter. Maar goed, over het geheel genomen is dit toch wel een aangenaam plaatje met de juiste mengeling van jubel en traan, en die hoes heeft ook wel wat (in ieder geval een mooie kleurstelling).
Metallica - Metallica (1991)
Alternatieve titel: The Black Album

3,5
0
geplaatst: 10 januari 2016, 10:28 uur
Ik moet bekennen dat ik deze plaat vooral nog beluister vanwege de sound: ik heb het idee dat dat vette maar ook nergens "schurende" geluid de toon heeft gezet voor een groot deel van de metal die hier op is gevolgd. De nummers zelf zijn degelijk maar soms na verloop van tijd een beetje saai en compositorisch ook niet allemaal even hoogstaand (Don't tread of me, Of wolf and man...), en die constant verbeten stem van James Hetfield gaat me al gauw tegenstaan, maar er komt toch regelmatig weer een geweldig nummer langs om me wakker te houden (zoals de twee afsluiters). 16 miljoen verkochte exemplaren in de USA (en nog eens 4 tot 10 miljoen daarbuiten), dat is misschien wat veel van het goede, maar omdat deze plaat gedurende z'n hele speelduur de energie en de overtuiging vasthoudt en tegelijk niemand echt tegen de haren instrijkt toch ook wel begrijpelijk, dus ach, wat zeur ik verder ook. Had ik al gezegd dat Wherever I may roam magistraal is?
Mica Levi - Under the Skin (2014)

3,5
0
geplaatst: 5 september 2015, 20:15 uur
Na de superbe film nu deze prachtige sfeermuziek, met een briljant centraal thema gebaseerd op drie onheilspellende vioolnootjes en kale percussie, maar ook een mooie desolate liefdesmelodie. Superbe.
Microdisney - 39 Minutes (1988)

3,0
1
geplaatst: 27 juni 2011, 09:53 uur
Mag worden omschreven als een iets minder lichtvoetige Prefab Sprout met een zanger wiens stem doet denken aan die van Roland Orzabal van Tears For Fears. Het feit dat die donkere en soms niet helemaal toonvaste stem niet helemaal past bij de muziek, plus het gegeven dat de plaat nogal wisselvallig is en de echte genialiteit ontbreekt, zorgen ervoor dat dit net geen echt goede band is. Voor liefhebbers van de betere pop van het midden van de jaren 80 (Prefab Sprout, Lloyd Cole, Aztec Camera) is dit echter best de moeite waard.
Middle of the Road - The Best Of (2002)

4,0
4
geplaatst: 14 augustus 2024, 15:45 uur
Ik heb zelf altijd het idee gehad dat het succes van deze band toch wel over een aantal jaren uitgesmeerd is geweest, maar in de praktijk blijkt dat nogal tegen te vallen, want in Engeland bijvoorbeeld was het serieuze succes in 1971 na drie singles (waarvan één nummer-1-hit) al voorbij. In Nederland konden ze wat langer mee, want hun laatste van zeven top-10-singles hadden ze hier in 1973, en bovendien waren die hits van groot kaliber, want hun drie grootste hits stonden hier samen maar liefst 13 weken op nummer 1, en in de top-40-jaaroverzichten stond deze band in zowel 1971 als 1972 bij de eerste vijf (in 1972 hoefde Sacramento zelfs alleen Julio Iglesias' Un canto a Galicia voor te laten gaan).
Omdat de samenstellers dus nevernooitniet genoeg hits hadden om een complete CD te vullen, hebben ze er voor gekozen om naast zes hits ook vijf albumtracks van elk van de eerste twee elpees van Middle Of The Road op te nemen, en dat leidt met name in het geval van het tweede album Acceleration tot een leuke selectie omdat daarop diverse catchy nummers staan die het ook als single heel behoorlijk zouden hebben gedaan. (De debuutplaat daarentegen levert helaas onder meer een paar overbodige covers in de vorm van Yellow River en het van zichzelf al heel vervelende I can't tell the bottom from the top.) Probleem is echter dat deze compilatie duidelijk op de Engelse markt is gericht, zodat wij hier verstoken blijven van de nummers die in Engeland geen succes hadden maar in de Lage Landen wèl, hetgeen in het geval van Kailakee kailako geen ramp is, maar de absentie van Bottoms up is gewoon jammer, en dat ik nu Yellow boomerang moet missen is echt onvergeeflijk. (Voor de completisten is er altijd nog een handige dubbel-CD met daarop de drie eerste elpees + 6 bonustracks, dus inclusief alle hits en hitjes, maar dat is misschien wel weer èrg veel.)
Van het nasale kinderstemmetje van Sally Carr zou ik hebben kunnen verwachten dat het mij serieus tegen de borst zou stuiten, maar tot mijn eigen verbazing kan ik het goed hebben en vind ik het uitstekend bij de muziek passen. En ook die muziek zelf vind ik nog altijd leuk, met pakkende melodietjes, slimme loopjes en kleurrijke en afwisselende arrangementen. In de grote geschiedenis van de top-40 was dit misschien een zeer voorbijgaande verschijning, maar de liedjes die ze hebben achtergelaten draai ik nog bijna allemaal met veel plezier, en Sacramento is en blijft een fantastisch nummer (ook al kijk ik sinds Greta Gerwigs Lady bird wel anders tegen die stad aan). Conclusie: een leuke maar gemankeerde compilatie, maar ik doe het er maar mee (totdat dat duiveltje met de stem van Sally Carr op mijn schouder verschijnt om mij in de verleiding te brengen om dan toch maar die dubbel-CD aan te schaffen).
Omdat de samenstellers dus nevernooitniet genoeg hits hadden om een complete CD te vullen, hebben ze er voor gekozen om naast zes hits ook vijf albumtracks van elk van de eerste twee elpees van Middle Of The Road op te nemen, en dat leidt met name in het geval van het tweede album Acceleration tot een leuke selectie omdat daarop diverse catchy nummers staan die het ook als single heel behoorlijk zouden hebben gedaan. (De debuutplaat daarentegen levert helaas onder meer een paar overbodige covers in de vorm van Yellow River en het van zichzelf al heel vervelende I can't tell the bottom from the top.) Probleem is echter dat deze compilatie duidelijk op de Engelse markt is gericht, zodat wij hier verstoken blijven van de nummers die in Engeland geen succes hadden maar in de Lage Landen wèl, hetgeen in het geval van Kailakee kailako geen ramp is, maar de absentie van Bottoms up is gewoon jammer, en dat ik nu Yellow boomerang moet missen is echt onvergeeflijk. (Voor de completisten is er altijd nog een handige dubbel-CD met daarop de drie eerste elpees + 6 bonustracks, dus inclusief alle hits en hitjes, maar dat is misschien wel weer èrg veel.)
Van het nasale kinderstemmetje van Sally Carr zou ik hebben kunnen verwachten dat het mij serieus tegen de borst zou stuiten, maar tot mijn eigen verbazing kan ik het goed hebben en vind ik het uitstekend bij de muziek passen. En ook die muziek zelf vind ik nog altijd leuk, met pakkende melodietjes, slimme loopjes en kleurrijke en afwisselende arrangementen. In de grote geschiedenis van de top-40 was dit misschien een zeer voorbijgaande verschijning, maar de liedjes die ze hebben achtergelaten draai ik nog bijna allemaal met veel plezier, en Sacramento is en blijft een fantastisch nummer (ook al kijk ik sinds Greta Gerwigs Lady bird wel anders tegen die stad aan). Conclusie: een leuke maar gemankeerde compilatie, maar ik doe het er maar mee (totdat dat duiveltje met de stem van Sally Carr op mijn schouder verschijnt om mij in de verleiding te brengen om dan toch maar die dubbel-CD aan te schaffen).
Midlake - Antiphon (2013)

4,0
0
geplaatst: 4 april 2014, 20:30 uur
Ik heb deze plaat inmiddels een keer of twintig beluisterd, en eigenlijk had ik bij de eerste draaibeurt al geen moeite meer met de stem: zonder dat Eric Pulido nou qua bereik of persoonlijkheid een briljante zanger is is heeft hij toch een klankkleur die prima bij de muziek past. Mijn bezwaar bij dit album betreft eerder het feit dat het niveau van de composities na de sublieme eerste vier nummers enigszins wisselvallig wordt, met sommige vlakke melodieën en enigszins meanderende nummers, maar na verloop van tijd begint alles een beetje op z'n plaats te vallen en komen ook de mindere nummers tot leven. Klassieke groeiplaat dus, hoewel ik nog niet durf te zeggen of hij het niveau van z'n twee prachtige voorgangers haalt.
Net als Bonk hierboven hoor ik overigens nergens prog-elementen, hoewel sommige nummers me qua arrangementen en vocale harmonieën wel aan de Moody Blues doen denken (bijvoorbeeld Aurora gone).
Net als Bonk hierboven hoor ik overigens nergens prog-elementen, hoewel sommige nummers me qua arrangementen en vocale harmonieën wel aan de Moody Blues doen denken (bijvoorbeeld Aurora gone).
Midlake - For the Sake of Bethel Woods (2022)

3,5
0
geplaatst: 13 januari 2023, 12:24 uur
Ook ik ben van mening dat Van Occupanther een hoogtepunt in het werk van Midlake (en de popmuziek) is, maar dat betekent nog niet dat de rest verwaarloosbaar is, want zowel The courage of others als het Tim Smith-loze Antiphon vond ik eveneens prachtig, en ik heb niet de indruk dat deze band na het vertrek van hun frontman en songschrijver zoveel minder is geworden. Ook op dít album hoor ik weer een verzameling nummers die uiterst aangenaam in het gehoor liggen, met warme zang, goed lopende composities en een sound waarbij ik zoals wel vaker niet precies kan onderscheiden welke instrumenten naast piano, bas en drums ik nou precies hoor – niet dat alles in een geluidsbrij verzandt, integendeel zelfs, maar er hangt een soort mysterieus sausje over het totale geluidsbeeld waardoor deze plaat zeker niet als een vlakke dertien-in-het-dozijn-produktie klinkt, hetgeen ook perfect past bij de enigszins ongrijpbare teksten waarin thema's als natuur, verbondenheid, het sacrale en het zoeken naar verbondenheid centraal lijken te staan.
Wat deze plaat wel enigszinds onderscheidt van de eerdere albums is de afwezigheid van wat Cor (met instemming door mijn voorganger Dim geciteerd) "verukte-opveer-momentjes" noemt – pakkende tekst- en melodiebuigingen als "I think I'll head home", "I wanted to marry Babette" en "We're raised in a town where they jump on your back and sing" tref ik hier maar weinig aan, want ondanks een paar fuzzy gitaarsolo's blijft dit album vrij onderkoeld. Aangezien een paar nummers (met name Feast of carrion en Dawning) na een aantal keer draaien al wat geheimen hebben prijsgegegeven, en omdat dit toch Midlake blijft, heb ik er wel vertrouwen in dat dit album nog gaat groeien, maar vooralsnog zet ik in op een lagere score dan ik bij deze band eigenlijk had verwacht.
Wat deze plaat wel enigszinds onderscheidt van de eerdere albums is de afwezigheid van wat Cor (met instemming door mijn voorganger Dim geciteerd) "verukte-opveer-momentjes" noemt – pakkende tekst- en melodiebuigingen als "I think I'll head home", "I wanted to marry Babette" en "We're raised in a town where they jump on your back and sing" tref ik hier maar weinig aan, want ondanks een paar fuzzy gitaarsolo's blijft dit album vrij onderkoeld. Aangezien een paar nummers (met name Feast of carrion en Dawning) na een aantal keer draaien al wat geheimen hebben prijsgegegeven, en omdat dit toch Midlake blijft, heb ik er wel vertrouwen in dat dit album nog gaat groeien, maar vooralsnog zet ik in op een lagere score dan ik bij deze band eigenlijk had verwacht.
Mike Oldfield - Hergest Ridge (1974)

4,5
0
geplaatst: 14 januari 2013, 17:44 uur
Deze kocht ik vlak na Tubular bells omdat ik die zo mooi vond. Tegenvaller : meer (en teveel) van hetzelfde en met minder aansprekende melodieën. Een paar jaar geleden opnieuw geprobeerd, en ik ben er nu veel enthousiaster over dan vroeger. Mooie plaat die ik niet het niveau van z'n voorganger vind halen maar toch over de hele speelduur kan waarderen. Superbe hoes ook.
Mike Oldfield - Ommadawn (1975)

4,0
0
geplaatst: 9 januari 2022, 21:24 uur
Een rijke en naar mijn idee vloeiender plaat dan z'n twee voorgangers met een heel "natuurlijke" uitstraling dankzij de altijd sfeervolle Uilleann Pipes, de Afrikaanse drums en de prachtige (betekenisloze) koorzang. Daarmee is ook het mysterieuze en ongemakkelijke van de vorige platen met hun rare bochten en abrupte stemmingswisselingen een beetje verdwenen, en dat gevaarlijke en onvoorspelbare mis ik toch een beetje. Nú is dit "gewoon" een fraaie plaat met op kant 1 een prachtige experimentele mix van rock, folk en Afrikaanse invloeden, en op kant 2 een wat minder pakkende suite die iets te weinig tot leven komt.
Mississippi Fred McDowell - Delta Blues (1964)
Alternatieve titel: You Gotta Move

4,0
0
geplaatst: 7 februari 2014, 20:56 uur
De All Music Guide zet You gotta move (hun album pick als de meest representatieve plaat van Mississippi Fred McDowell) bij zijn Compilations, MusicMeter bij zijn reguliere albums, en voor allebei valt wat te zeggen. De eerste vijftien nummers werden namelijk op 13 februari 1964 opgenomen bij McDowell thuis in Como, Mississippi (met zang van zijn vrouw Annie Mae op When I lay my burden down), met daarna nog twee nummers uit maart 1965 met naast McDowell ook zijn mentor Eli Green op zang en gitaar (de enige opnames die van de laatste bewaard zijn gebleven), en tenslotte weer twee solonummers opgenomen in Berkeley, Californië op 5 juli 1965. Kortom, het leeuwendeel van deze plaat bestaat uit nummers die tijdens één sessie (en dus zelfs op één dag!) zijn opgenomen, maar diverse nummers zijn al eerder in andere versies verschenen, om precies te zijn vanaf het moment dat Alan Lomax hem in 1959 ontdekte en een aantal nummers van hem opnam.
Hoe dan ook, dit lijkt een uitstekende staalkaart van 's mans kunnen te zijn, met veel diversiteit, een kraakheldere sound en vooral enorm gevarieerd en ritmisch gitaarspel, zoals goed te horen valt op deze YouTube-opname van I heard somebody call – een fraai en representatief nummer voor wie twijfelt of Fred McDowell iets voor hem is. Een ander hoogtepunt is Brooks run into the ocean, een zeer spannend gitaarduet met Eli Green, hetgeen meteen ook duidelijk maakt hoe jammer het is dat er van díé bluesman niets meer valt te ontdekken.
De beroemdste track is echter het titelnummer, dat vlak voor McDowells dood nog door de Rolling Stones voor Sticky fingers werd gecoverd (en dat hem volgens Chris Strachwitz, de producer van deze opnames en de auteur van het boekje bij deze CD, niet alleen een aardige cheque opleverde maar ook een hoop bevrediging gaf: zo bleek hij voor de jongere generatie nog wel degelijk relevant). En de titel van track 9 zal Led Zeppelin-luisteraars ook wel bekend voorkomen (Hats off to (Roy) Harper).
Een prima plaat met traditionele instrumentatie van ijzersterke bluesnummers die soms verrassende kanten opspringen.
Hoe dan ook, dit lijkt een uitstekende staalkaart van 's mans kunnen te zijn, met veel diversiteit, een kraakheldere sound en vooral enorm gevarieerd en ritmisch gitaarspel, zoals goed te horen valt op deze YouTube-opname van I heard somebody call – een fraai en representatief nummer voor wie twijfelt of Fred McDowell iets voor hem is. Een ander hoogtepunt is Brooks run into the ocean, een zeer spannend gitaarduet met Eli Green, hetgeen meteen ook duidelijk maakt hoe jammer het is dat er van díé bluesman niets meer valt te ontdekken.
De beroemdste track is echter het titelnummer, dat vlak voor McDowells dood nog door de Rolling Stones voor Sticky fingers werd gecoverd (en dat hem volgens Chris Strachwitz, de producer van deze opnames en de auteur van het boekje bij deze CD, niet alleen een aardige cheque opleverde maar ook een hoop bevrediging gaf: zo bleek hij voor de jongere generatie nog wel degelijk relevant). En de titel van track 9 zal Led Zeppelin-luisteraars ook wel bekend voorkomen (Hats off to (Roy) Harper).
Een prima plaat met traditionele instrumentatie van ijzersterke bluesnummers die soms verrassende kanten opspringen.
Moby - Everything Is Wrong (1995)

3,0
0
geplaatst: 2 november 2020, 15:00 uur
Indertijd vond ik dit wel leuk, en de knappe mix van stijlen doet nog steeds redelijk fris aan, maar uptempotracks als Feeling so real en What love zijn nu een beetje te hyper voor mij. De meer mellow nummers als Hymn, First cool hive en Into the blue daarentegen vind ik nog steeds prachtig, en de variatie houdt het album interessant. Toch wel een aardige hernieuwde kennismaking.
Moby - Play (1999)

4,0
1
geplaatst: 4 november 2020, 20:31 uur
Een toverbal van een plaat, met in elk nummer weer nieuwe stemmetjes en sferen en kleuren en geluidjes. Het bizarre huwelijk tussen de klassieke blueszangers en –essen en Moby's moderne elektronische muziek werkt op z'n zachtst gezegd enigszins vervreemdend, en dat komt de impact alleen maar ten goede, want daardoor ga ik extra goed luisteren om te horen of het nog ergens ècht gaat schuren. Tegelijkertijd zijn die stemmen zó aanwezig (en dus de originelen zó dominant) dat me soms het gevoel bekruipt dat Moby met andermans veren aan het pronken is, vergelijkbaar met hoe ik me voelde toen ik ontdekte dat de Bucketheads voor The bomb (these sounds fall into my mind) niet zozeer een sample van Chicago's Street player hadden gebruikt alswel praktisch dat hele nummer hadden ingelijfd. Die vraagtekens zou je natuurlijk kunnen zetten bij èlk nummer dat samples gebruikt, maar pas bij Moby gaat die kwestie voor me spelen vanwege het grote contrast tussen de ongekunstelde zang van de blues- en gospelsamples enerzijds en de prefab-eigenschappen van de muziek anderzijds, vooral ook omdat het juist díé nummers zijn die deze plaat z'n unieke karakter geven (en die dan ook de hoogtepunten van het album zijn). Maar goed, als ik die bedenkingen laat voor wat ze zijn is dit toch wel een vrij unieke plaat, met tijdens vooral de tweede helft iets teveel opvullertjes om een absolute topper te zijn, maar tijdens vooral de eerste helft teveel briljante momenten om zomaar terzijde te kunnen schuiven.
Monomyth - Orbis Quadrantis (2019)

3,5
0
geplaatst: 27 november 2019, 13:27 uur
Apart, warm en sfeervol, en qua insteek helemaal in mijn straatje met z'n mix van noise, gitaar, mellotron en psychedelica, maar ik vind zelf dat er af en toe te weinig gebeurt om de echte spanning vast te houden. Met name Eurus doet me weinig, en de overige drie nummers hebben een opbouw die ook niet altijd even pakkend is, maar daar staat tegenover dat ze wèl alledrie prat kunnen gaan op een climax die het hele nummer (en daarmee mijn waardering) naar een hoger plan tilt. Dat levert bij met name het openingsnummer toch wel de koude rillingen op, met eerst de zwaardere inzet van de drums op 7'20 en daarna die geweldige gitaarriff vanaf 10'08. Kortom, voor mij niet over de hele linie een succes, maar op z'n beste momenten behoorlijk verslavend.
Moonlizards - Fooom (1990)

3,5
0
geplaatst: 8 mei 2014, 12:58 uur
Debuutalbum van deze Groningse band die helaas te kort heeft bestaan, met Jürgen Veenstra – zang, Dick Smid – gitaar, Ricky van Duuren – bas en Adam Wachters – drums. Beetje punky, beetje grunge, lekker eigenzinnig en springerig, overal melodieus, zeker de moeite waard om naar op zoek te gaan.
Moonlizards - Stradivarius Transistor (1993)

3,5
0
geplaatst: 8 mei 2014, 17:09 uur
Deze band heb ik indertijd ontdekt via deze Top Hole-compilatie met daarop hun tamelijk briljante Strange motherfuckers, waarvan ik met mijn toenmalige Dinosaur Jr.-dieet wel pàp lustte. Tot mijn schande heb ik toen verzuimd om achter hun albums aan te gaan, en ik kan alleen maar blij zijn dat ik dat nu alsnog heb gedaan. Stevige power-punk-pop in de stijl van Hüsker Dü en in de bedachtzamere momenten (zoals Time to fly) ook wel Buffalo Tom, met lekkere gitaarlijnen, energieke zang, een strakke en heldere produktie, en vooral een reeks uitstekende songs die deze plaat naar een nog hoger niveau dan het debuut tillen. Helaas was dit tweede album ook meteen hun zwanezang, maar zanger Jürgen Veenstra dook twee jaar geleden weer op in de band Avery Plains.
Morrissey - Vauxhall and I (1994)

5,0
1
geplaatst: 19 januari 2012, 13:49 uur
Dallow, Spicer, Pinkie, Cubitt...…
Op het moment dat ik dit schrijf vinden de MuMe-stemmers You are the quarry met een gemiddelde van 4,03 Morrissey's beste soloplaat, gevolgd door Viva hate en Vauxhall and I met 3,93 op een gedeelde tweede plaats. Zelf vind ik dít echter Morrissey's beste, op de voet gevolgd door Viva hate.
Eén niemendalletje (Billy Budd), verder tien prachtige nummers, met misschien wel zijn beste slotnummer ooit (hoewel Satan rejected my soul alleen al vanwege die geweldige titel daar ook aanspraak op kan maken) en als opener wat mij betreft zijn mooiste nummer ooit.
Nu vijf sterren geven en kijken of deze plaat dan in z'n ééntje op de tweede plaats staat…
All of the rumours keeping me grounded
I never said that they were completely unfounded
And all those lies, written lies, twisted lies
Well, they weren't lies, they weren't lies, they weren't lies
Op het moment dat ik dit schrijf vinden de MuMe-stemmers You are the quarry met een gemiddelde van 4,03 Morrissey's beste soloplaat, gevolgd door Viva hate en Vauxhall and I met 3,93 op een gedeelde tweede plaats. Zelf vind ik dít echter Morrissey's beste, op de voet gevolgd door Viva hate.
Eén niemendalletje (Billy Budd), verder tien prachtige nummers, met misschien wel zijn beste slotnummer ooit (hoewel Satan rejected my soul alleen al vanwege die geweldige titel daar ook aanspraak op kan maken) en als opener wat mij betreft zijn mooiste nummer ooit.
Nu vijf sterren geven en kijken of deze plaat dan in z'n ééntje op de tweede plaats staat…
All of the rumours keeping me grounded
I never said that they were completely unfounded
And all those lies, written lies, twisted lies
Well, they weren't lies, they weren't lies, they weren't lies
Morte Macabre - Symphonic Holocaust (1998)

4,5
0
geplaatst: 23 september 2019, 15:52 uur
Ik weet niet in wat voor bui je moet zijn om dit te kunnen aanhoren, tenzij het een bui is waarin je vatbaar bent voor mooie muziek. Kennelijk is (was) deze plaat te "over-the-top melancholiek [en] veel te zwaar" voor Ozric, maar ik hoor zelf alleen maar de prachtige melodieën, de subtiele begeleiding en de heerlijke mellotrons, net zoals ik bij een plaat van Joy Division altijd eerst (of zelfs alleen maar) de schoonheid van de muziek hoor en pas daarna de mogelijke deprimerende bijwerkingen (waarvan ikzelf eerder last heb bij het Nederlandse levenslied). Lange sfeervolle stukken (vier in de 6-7-minuten-range, de titeltrack zelfs bijna 18 minuten), maar toch gaan de nummers nergens vervelen, zelfs niet bij de vrouwelijke la-la-la's op het slaapliedje van Polanski's Rosemary's baby. Qua vergelijkingsmateriaal moet ik bij de ingetogener momenten soms denken aan de soundtrack van Air voor Sofia Coppola's The virgin suicides (bijvoorbeeld bij het begin van Opening theme) en natuurlijk aan de twee "moederbands" van deze gelegenheidsformatie Anekdoten en Landberk, terwijl de heftiger passages (zoals op het titelnummer) mij doen denken aan Godspeed You Black Emperor. Critici zullen zeggen dat er niet zoveel gebeurt op deze plaat, dat de arrangementen allemaal een beetje op elkaar lijken en dat driekwart van het materiaal natuurlijk sowieso op andermans al dan niet baanbrekende werk is gebaseerd, maar zelf kan ik er geen genoeg van krijgen.
Motörhead - Ace of Spades (1980)

4,0
0
geplaatst: 17 februari 2022, 21:06 uur
Zodra ik deze plaat opzet word ik altijd héél even licht in het hoofd van plezier, ook al omdat het album begint met de twee beste nummers. (Jailbait en The chase is better than the catch vechten bij mij om het derde vinkje.) En hoewel dit album daarna niet alleen z’n ups maar ook z’n downs heeft blijf ik er tot het einde met veel lol naar luisteren, en zelfs tot voorbíj het einde, want Dirty love had gewoon als één van de betere nummers op het album gepast en die twee nummers met Girlschool zijn best grappig. Wel vraag ik me na afloop onwillekeurig altijd af: heb ik met dit éne album nou meteen al genoeg Motörhead in huis, of moet ik nog meer van ze aanschaffen? Ik ben daar nog niet uit, dus voor de zekerheid zet ik Ace of spades nóg maar een keer op.
Motörhead - Inferno (2004)

2,5
0
geplaatst: 6 juli 2012, 17:41 uur
Niets op aan te merken natuurlijk. Maarreh… je zou je kunnen voorstellen dat ze deze plaat maakten om alle wannabe-snotneuzen voor eens en voor altijd duidelijk te maken wie de echte koningen zijn, en als dat zo is kun je stellen dat ze daar zonder enige twijfel in geslaagd zijn. Koningen inderdaad, maar ik vond ze leuker toen ze nog kwajongens waren. Te veel Metallica en te weinig Ramones, en dan nog eens een solo van Steve Vai erbij – het wordt zo wel èrg serieus.
