Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Steven Wilson - The Overview (2025)

4,0
0
geplaatst: 22 augustus 2025, 20:54 uur
Ik heb er lang over gedaan om hier een mening over (en een waardering bij) te formuleren, en dat heeft alles te maken met The Buddha of the modern age en Ark, want beide nummers bevatten een soort "gebroken" en daardoor geforceerd aandoend zangritme dat me elke keer weer tegen de haren in strijkt. Geen van beide stukken duurt erg lang, maar kennelijk vormden ze toch zó'n hobbel voor mij dat ik dit album zeker 15 keer heb moeten draaien voordat ik het op waarde kon schatten. En dat is jammer, want het concept erachter spreekt me bijzonder aan, en sommige stukken (Objects: meanwhile, Heat death of the universe en praktisch de hele "titelhelft") behoren tot het beste dat Steven Wilson heeft gemaakt.
Wat die tweedeling betreft, Spotify deelt het album op in 10 (aaneengesloten) nummers, en het hoesje van de CD maakt er zelfs 14 tracks van, hetgeen toch een beetje de suggestie wekt dat dit niet het "beloofde" album met twee lange nummers is maar meer een verzameling samenhangende nummers. Daar is natuurlijk ook niks mis mee, en uiteindelijk zou je bijvoorbeeld het fantastische Thick as a brick ook als een "lappendeken" kunnen beschouwen, maar daardoor maakte The overview op mij in het begin een enigszins gefragmenteerde indruk. Dus hoe gek het ook klinkt: een fraaie plaat die door zowel interne als externe factoren meer landingstijd nodig heeft gehad dan verwacht, en die in de toekomst misschien ook wel een hogere score gaat krijgen, maar die mij voor nú nog niet lyrisch heeft gemaakt zoals The raven that refused to sing (die ik meteen al geweldig vond) en Hand. Cannot. Erase. (waar ik ook enige tijd voor nodig heb gehad, maar die nu in mijn top-10 staat).
Wat die tweedeling betreft, Spotify deelt het album op in 10 (aaneengesloten) nummers, en het hoesje van de CD maakt er zelfs 14 tracks van, hetgeen toch een beetje de suggestie wekt dat dit niet het "beloofde" album met twee lange nummers is maar meer een verzameling samenhangende nummers. Daar is natuurlijk ook niks mis mee, en uiteindelijk zou je bijvoorbeeld het fantastische Thick as a brick ook als een "lappendeken" kunnen beschouwen, maar daardoor maakte The overview op mij in het begin een enigszins gefragmenteerde indruk. Dus hoe gek het ook klinkt: een fraaie plaat die door zowel interne als externe factoren meer landingstijd nodig heeft gehad dan verwacht, en die in de toekomst misschien ook wel een hogere score gaat krijgen, maar die mij voor nú nog niet lyrisch heeft gemaakt zoals The raven that refused to sing (die ik meteen al geweldig vond) en Hand. Cannot. Erase. (waar ik ook enige tijd voor nodig heb gehad, maar die nu in mijn top-10 staat).
Steven Wilson - The Raven That Refused to Sing (and Other Stories) (2013)

5,0
0
geplaatst: 22 april 2013, 22:28 uur
Nog een spatje beter dan Grace for drowning. Waar ik nog wel eens moeite heb met de Pink Floyd-achtige lang uitgesponnen instrumentale stukken met gitaarsolo's die mij persoonlijk niet zo boeien op sommige PT-albums, lijkt deze plaat meer z'n inspiratie aan King Crimson (getuige ook de aparte vermelding van hun mellotron) en de (gelukkig) vroege Genesis te ontlenen, en dat is allebei niet verkeerd. Warm, afwisselend en rijk. Als de plaat nog meer bezinkt stijgt de waardering misschien nog wel tot de volle vijf sterren.
Misschien/wellicht bij de meeste mensen hier al bekend, maar op deze en de vijf volgende pagina's van musicradar.com praat Wilson over de nummers van dit album. Zeer interessant.
Misschien/wellicht bij de meeste mensen hier al bekend, maar op deze en de vijf volgende pagina's van musicradar.com praat Wilson over de nummers van dit album. Zeer interessant.
Steven Wilson - To the Bone (2017)

3,5
0
geplaatst: 26 oktober 2017, 21:57 uur
Een verrassend toegankelijke plaat, met heldere composities, vrij ongecompliceerde drumpartijen, en Wilson die af en toe zelfs gebruik maakt van een falset om een soort "soulfulle" ambiance te creëren (bijvoorbeeld in Permanating, heel effectief in combinatie met dat hamerpianootje). Het zit allemaal prima in elkaar, en zelfs iemand die eigenlijk onderhand wel genoeg Steven Wilson in de kast heeft staan (zoals ik) kan hier nog op aangename wijze door verrast worden. Hij gedijt op dit album kennelijk goed bij een behoorlijke diversiteit aan muzikanten, waarbij voor mij de opvallendste naam die van Mark Feltham is, want daarbij denk ik meteen aan de scheurende mondharmonicasolo's op Living in another world van Talk Talks The colour of spring. Ademstokmoment : de plotseling opgolvende muur van geluid op Pariah vanaf 3'28.
Stevie Ray Vaughan and Double Trouble - Couldn't Stand the Weather (1984)

3,0
1
geplaatst: 10 mei 2014, 23:30 uur
Een sterke en indrukwekkende opvolger, maar er kleven twee bezwaren aan die mij toch nopen hem lager te waarderen dan het debuut. Ten eerste sluit het album af met een jazzy instrumentaaltje dat ik persoonlijk echt, ècht verschrikkelijk vind, en ten tweede valt het me nu (meer dan bij Texas flood) op dat de ritmesectie af en toe tamelijk beperkt is en nogal saaie partijen speelt. Misschien was dat de bedoeling om SRV's vuurspuwende solo's des te beter te laten uitkomen, maar in dat geval schiet die opzet voor mij z'n doel voorbij. (Datzelfde gevoel heb ik bij See the light, het debuutalbum van de Jeff Healey Band uit 1988, waarop toevallig eveneens een cover van Freddie Kings Hideaway stond, dat ik zelf leerde kennen via het "Beano"-album van John Mayall's Bluesbreakers met Eric Clapton.)
Hoogtepunten voor mij zijn Tin Pan Alley (daarbij ben ik niet de enige) en het titelnummer met dat lekker dwarse ritme. En verder is dit een prima cover van Voodoo chile (slight return), maar haalt hij het toch niet bij het origineel, alleen al vanwege de soms rijke, soms ontregelende sound daarvan. Nog een grappig weetje : volgens Wikipedia gaf Vaughan zijn versie van Come on het volgnummer "part 3" omdat het origineel van Earl King "part 1" zou zijn en de coverversie van Jimi Hendrix "part 2", maar volgens Arnold Rypens' The originals heet Vaughans versie "part 3" omdat Hendrix in zijn versie al "parts 1 en 2" (in dit geval de A- en B-kantjes van Kings single) zou hebben samengevoegd. (Ik weet niet of hierover nog iets vermeld wordt in het boekje bij Soul to soul, waar de officiële versie van Come on (part 3) opstaat.)
Hoogtepunten voor mij zijn Tin Pan Alley (daarbij ben ik niet de enige) en het titelnummer met dat lekker dwarse ritme. En verder is dit een prima cover van Voodoo chile (slight return), maar haalt hij het toch niet bij het origineel, alleen al vanwege de soms rijke, soms ontregelende sound daarvan. Nog een grappig weetje : volgens Wikipedia gaf Vaughan zijn versie van Come on het volgnummer "part 3" omdat het origineel van Earl King "part 1" zou zijn en de coverversie van Jimi Hendrix "part 2", maar volgens Arnold Rypens' The originals heet Vaughans versie "part 3" omdat Hendrix in zijn versie al "parts 1 en 2" (in dit geval de A- en B-kantjes van Kings single) zou hebben samengevoegd. (Ik weet niet of hierover nog iets vermeld wordt in het boekje bij Soul to soul, waar de officiële versie van Come on (part 3) opstaat.)
Stevie Ray Vaughan and Double Trouble - In Step (1989)

4,5
0
geplaatst: 29 augustus 2014, 22:37 uur
Uitstekende en afwisselende plaat, met een perfecte feestopener (met lekker drumwerk), een krachtig Tightrope, een prachtige en sfeervolle afsluiter en als absolute hoogtepunt het emotionele en openhartige Wall of denial. Een paar toppers, geen zwakke broeders, effectief gebruik van keyboards, alles spant samen om hier een zeer consistente plaat van te maken - spijtig dat het meteen ook SRV's zwanezang moest zijn.
De bonusnummers zijn een mixed bag : The house is rockin' en Let me love you baby zijn lekkere rockers die ook nog eens worden gevolgd door een uitstekende versie van Texas flood (toch al een favoriet nummer van mij), maar de gitaarsolo's van het veel te lang durende Life without you zijn niet erg boeiend. Maar goed, de ontboezemingen halverwege maken er natuurlijk wel een fraaie uitsmijter van.
En welke man wil er nou níét een vrouw die als ze loopt shakes like a willow tree ? (Ik weet het wel, Stevie Ray schreef die regel niet zelf, maar hij zingt hem zó heerlijk suggestief. . .)
De bonusnummers zijn een mixed bag : The house is rockin' en Let me love you baby zijn lekkere rockers die ook nog eens worden gevolgd door een uitstekende versie van Texas flood (toch al een favoriet nummer van mij), maar de gitaarsolo's van het veel te lang durende Life without you zijn niet erg boeiend. Maar goed, de ontboezemingen halverwege maken er natuurlijk wel een fraaie uitsmijter van.
En welke man wil er nou níét een vrouw die als ze loopt shakes like a willow tree ? (Ik weet het wel, Stevie Ray schreef die regel niet zelf, maar hij zingt hem zó heerlijk suggestief. . .)
Stevie Ray Vaughan and Double Trouble - Live Alive (1986)

4,5
0
geplaatst: 1 juni 2015, 12:20 uur
Tja, ook ik heb de CD-versie zonder Life without you, maar een (overigens veel te lang uitgesponnen) live-uitvoering daarvan heb ik ook al op mijn geremasterde uitgave van In step, en bovendien is Change it een geweldige uitsmijter, dus ik doe het er maar mee. En ook al is dit dan samengesteld uit meerdere concerten en is er achteraf schijnbaar flink aan gedokterd, wat mij betreft is dit toch een prima liveplaat die ik niet als gefragmenteerd ervaar, met een goede songkeuze, sterke uitvoeringen, uitstekende gitaarsolo's en een aangenaam geluid.
Overigens is het wel een beetje bizar om deze liveplaat apart te kopen / bespreken / op MusicMeter te plaatsen wanneer je nu bij de deluxe-uitgave van Texas flood ook al een compleet concert (uit 1983) erbij krijgt – je zou daar haast óók al aparte ruimte aan gaan wijden. Maar ja, als je ziet hoeveel er van deze man postuum allemaal verschenen is, dat is vele malen meer dan het handvol studioplaten dat er tijdens zijn leven verkrijgbaar was...
Overigens is het wel een beetje bizar om deze liveplaat apart te kopen / bespreken / op MusicMeter te plaatsen wanneer je nu bij de deluxe-uitgave van Texas flood ook al een compleet concert (uit 1983) erbij krijgt – je zou daar haast óók al aparte ruimte aan gaan wijden. Maar ja, als je ziet hoeveel er van deze man postuum allemaal verschenen is, dat is vele malen meer dan het handvol studioplaten dat er tijdens zijn leven verkrijgbaar was...
Stevie Ray Vaughan and Double Trouble - Live at Carnegie Hall (1997)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2014, 21:46 uur
Een feestje, niet alleen voor de nèt-niet-meer-jarige en voor zijn publiek op die avond van 4 oktober 1984, maar ook voor de luisteraar in z'n huiskamer, want deze plaat heeft het allemaal: een prima songkeuze, een band in vorm, Vaughan die goed bij stem is, knetterende gitaarsolo's (natuurlijk het belangrijkste) en een uitstekend, vol en zeer sfeervol geluid (eigenlijk nóg belangrijker). Hoogtepunten zijn het tweetal instrumentals aan het begin van het concert en het slepende begin van Dirty pool (waarbij het blazersarrangement "geleend" lijkt te zijn van Fleetwood Macs Love that burns). Helaas komt de avond daarna plotseling gierend tot een halt wanneer Vaughan voor het toch al enigszins flauwe C.O.D. de microfoon aan de vlakke stembanden van Angela Strehli laat en daarna vervolgt met het ook niet zo spannende jazzy Iced over. Lenny lijkt daarna nèt te lang te duren totdat Vaughan naadloos in het eveneens solo gespeelde (maar daarom nog niet minder knallende) Rude mood overgaat en zo toch een uitstekend slot aan dit concert breit. Desalniettemin zorgen nummers 11 en 12 ervoor dat ik hier toch niet de volle vijf sterren voor kan geven. Jammer, want die eerste tien nummers vormen een spetterende liveregistratie.
En ricardo, dit is (tot nog toe) de enige liveplaat van SRV die ik ken, en ik kan hem dus niet vergelijken met zijn vele andere liveplaten (MusicMeter noemt er nog drie plus een mini-album, maar de All Music Guide somt ook nog diverse andere live-compilaties op), maar ondanks die twee missers kan ik me niet voorstellen dat je spijt van deze aanschaf zou krijgen. (Dit is dus allemaal materiaal van één concert, maar gezien de speelduur van nog geen 62 minuten ongetwijfeld niet het héle concert: volgens de playlist op YouTube duurde dat maar liefst 2 uur en 10 minuten, ruim het dubbele dus.)
En ricardo, dit is (tot nog toe) de enige liveplaat van SRV die ik ken, en ik kan hem dus niet vergelijken met zijn vele andere liveplaten (MusicMeter noemt er nog drie plus een mini-album, maar de All Music Guide somt ook nog diverse andere live-compilaties op), maar ondanks die twee missers kan ik me niet voorstellen dat je spijt van deze aanschaf zou krijgen. (Dit is dus allemaal materiaal van één concert, maar gezien de speelduur van nog geen 62 minuten ongetwijfeld niet het héle concert: volgens de playlist op YouTube duurde dat maar liefst 2 uur en 10 minuten, ruim het dubbele dus.)
Stevie Ray Vaughan and Double Trouble - Soul to Soul (1985)

2,5
0
geplaatst: 27 juli 2014, 12:28 uur
Als recente liefhebber van het werk van Stevie Ray Vaughan zou ik graag over deze derde plaat zeggen dat het een prima album is, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik hem niet echt heel erg goed kan vinden. Met spelplezier, intensiteit, arrangementen (leuke toegevoegde piano en orgel) en sound is allemaal niets mis, maar voor mijn gevoel laat zijn repertoirekeuze hem ditmaal ernstig in de steek. Het begint eigenlijk al met het openingsnummer, want dat belooft een spetterende instrumental te worden, maar na vijf minuten is er eigenlijk niet veel opwindenders langsgekomen dan tijdens de eerste minuut. Het tweede nummer Lookin' out the window heeft een intrigerend intro maar wordt daarna niet meer dan een opvullertje met wat toegevoegde blazers die mij een beetje aan George Thorogood doen denken, en bij de versie van Look at little sister mis ik een beetje de zachte hoge "woo-hoo" in het refrein waaraan ik dankzij de bonustrack-versie op Couldn't stand the weather gewend ben geraakt (alleen bij de laatste twee refreinen hoor ik die hier héél in de verte).
Dan volgt het eerste hoogtepunt Ain't gone 'n' give up on love, een mooie intieme bluesballade, en na het jazzy Gone home (niet slecht maar aan mij gewoon niet besteed) komt wat voor mij het absolute prijsnummer van dit album is, het smerige Change it met effectieve orgelbegeleiding en fraaie puntige gitaarsolo's, great and gritty. Helaas keldert vervolgens het niveau weer met een dertien-in-het-dozijn-cover van Muddy Waters, een eigen compositie die dankzij een suf drumpatroon en een vervelend Steely Dan-achtig gitaarloopje maar niet op stoom komt, en tenslotte Earl Kings Come on dat ik op Electric Ladyland ook al niet geweldig vond: in de eerste drie regels van het couplet hakkelt het nummer een beetje vooruit, bij de vierde regel valt het helemaal stil, en tijdens het refrein heeft het een gitaarlick die maar niet wil gaan swingen. Het prachtige slotnummer redt dan nog wel iets, maar komt feitelijk te laat om deze plaat nog naar een acceptabel niveau te tillen.
Al met al voor mij gewoon een plaat met zoals gezegd teveel middelmatige composities. De twee-en-een-halve ster die ik er aan geef zijn echter alleen voor het oorspronkelijke album; als ik de bonustracks in mijn beoordeling zou meenemen zou ik er een hele ster bij optellen, want wat Vaughan daar uithaalt met twee van Hendrix' mooiste nummers (eigenlijk drie, want volgens gebruikt hij op 6'40 het intro van Castles made of sand om de twee delen van zijn medley aan elkaar te lassen) is mij eigenlijk meer waard dan drie-kwart van de oorspronkelijke plaat.
Dan volgt het eerste hoogtepunt Ain't gone 'n' give up on love, een mooie intieme bluesballade, en na het jazzy Gone home (niet slecht maar aan mij gewoon niet besteed) komt wat voor mij het absolute prijsnummer van dit album is, het smerige Change it met effectieve orgelbegeleiding en fraaie puntige gitaarsolo's, great and gritty. Helaas keldert vervolgens het niveau weer met een dertien-in-het-dozijn-cover van Muddy Waters, een eigen compositie die dankzij een suf drumpatroon en een vervelend Steely Dan-achtig gitaarloopje maar niet op stoom komt, en tenslotte Earl Kings Come on dat ik op Electric Ladyland ook al niet geweldig vond: in de eerste drie regels van het couplet hakkelt het nummer een beetje vooruit, bij de vierde regel valt het helemaal stil, en tijdens het refrein heeft het een gitaarlick die maar niet wil gaan swingen. Het prachtige slotnummer redt dan nog wel iets, maar komt feitelijk te laat om deze plaat nog naar een acceptabel niveau te tillen.
Al met al voor mij gewoon een plaat met zoals gezegd teveel middelmatige composities. De twee-en-een-halve ster die ik er aan geef zijn echter alleen voor het oorspronkelijke album; als ik de bonustracks in mijn beoordeling zou meenemen zou ik er een hele ster bij optellen, want wat Vaughan daar uithaalt met twee van Hendrix' mooiste nummers (eigenlijk drie, want volgens gebruikt hij op 6'40 het intro van Castles made of sand om de twee delen van zijn medley aan elkaar te lassen) is mij eigenlijk meer waard dan drie-kwart van de oorspronkelijke plaat.
Stevie Ray Vaughan and Double Trouble - Texas Flood (1983)

5,0
0
geplaatst: 11 oktober 2014, 21:08 uur
Ik ken nu inmiddels alle studioplaten van Stevie Ray Vaughan, maar ik vind dit debuut toch zijn beste plaat. Mijn favoriete nummers blijven ook steeds verschuiven: oorspronkelijk had ik Pride and joy en Mary had a little lamb aangevinkt, maar na verloop van tijd begon ik een sterke voorkeur te krijgen voor de lange centrale bluesnummers halverwege elke plaatkant (dus het titelnummer en Dirty pool), en momenteel verbaast het me vooral hoe zulke relatief korte instrumentals als Testify en Rude mood toch zo rijk en afwisselend kunnen zijn - en bij mij is dat "verspringen" van favorieten altijd een teken dat een plaat blijft groeien (en dus vooral béter blijft worden). Veel mensen hier noemen I'm cryin' als het enige minpuntje omdat dat teveel op Pride and joy lijkt; zelf had ik eigenlijk altijd meer problemen met Love struck baby omdat ik dat zo'n lichtgewicht opener vond, maar sinds de spetterende live-uitvoering op Live at Carnegie Hall ben ik ook dáár de lol van gaan inzien, dus voor mij is dit inmiddels van a tot z een klassieker waarnaar ik blíjf terugkeren.
(Ik moet trouwens ook bekennen dat ik bij Vaughans slaggitaartechniek op Dirty pool in het begin steeds moest denken aan de solo van I put a spell on you in de versie van Creedence Clearwater Revival, bijvoorbeeld tussen 2:45 en 3:00 daarvan... maar dat ging gelukkig na verloop van tijd vanzelf voorbij.)
Overigens geef ik de vijf sterren sowieso al voor het oorspronkelijke album, maar de bonustracks zijn eigenlijk net zo geweldig. Tin Pan Alley vind ik hier zeker niet minder dan de versie die uiteindelijk op Couldn't stand the weather terecht is gekomen, en de laatste drie nummers vormen samen een soort miniconcert in optima forma: stevig uit de startblokken met Testify, dan even gas terugnemen met Mary had a little lamb en tenslotte voluit naar de eindstreep met een ongelooflijke versie van Wham! Absoluut briljant.
(Ik moet trouwens ook bekennen dat ik bij Vaughans slaggitaartechniek op Dirty pool in het begin steeds moest denken aan de solo van I put a spell on you in de versie van Creedence Clearwater Revival, bijvoorbeeld tussen 2:45 en 3:00 daarvan... maar dat ging gelukkig na verloop van tijd vanzelf voorbij.)
Overigens geef ik de vijf sterren sowieso al voor het oorspronkelijke album, maar de bonustracks zijn eigenlijk net zo geweldig. Tin Pan Alley vind ik hier zeker niet minder dan de versie die uiteindelijk op Couldn't stand the weather terecht is gekomen, en de laatste drie nummers vormen samen een soort miniconcert in optima forma: stevig uit de startblokken met Testify, dan even gas terugnemen met Mary had a little lamb en tenslotte voluit naar de eindstreep met een ongelooflijke versie van Wham! Absoluut briljant.
Stevie Ray Vaughan and Double Trouble - The Sky Is Crying (1991)

3,0
0
geplaatst: 30 september 2014, 11:28 uur
Een niet fantastische maar wel èrg leuke verzameling restopnames die ten overvloede benadrukken welk een talent er op die avond van 27 augustus 1990 verloren is gegaan. Niet alles hier is van hetzelfde niveau; zo vind ik May I have a talk with you en Close to you allebei een beetje te routineuze en dertien-in-een-dozijn-bluesnummers, en gaat het steeds herhaalde loopje op het einde van elke regel van Empty arms me al na een paar keer vreselijk tegenstaan. Daar staan als hoogtepunten voor mij tegenover het openingsnummer (waarom hebben we SRV niet vaker slide horen spelen?), het subtiele Chitlins con carne en het even simpele als effectieve slotnummer, met een ijzersterke melodie perfect begeleid door Vaughans ditmaal niet flashy maar sobere akoestische gitaarspel. (En natuurlijk zijn Little wing en Wham eveneens fraai, maar die zie ik te gemakkelijk over het hoofd omdat ik die al eerder ken dankzij de superbe bonustrack-releases van Soul to soul resp. Texas flood.) Heerlijk om via dit postume werk nog éénmaal 's mans warmte en energie te mogen horen.
Stream of Passion - Embrace the Storm (2005)

3,0
0
geplaatst: 17 september 2018, 16:39 uur
Ik ben bij dit album uitgekomen via Ayreon en de Live in the real world-DVD die me goed beviel, maar daarna valt deze studioplaat toch een beetje tegen. De melodieën zijn meestal niet erg spectaculair en ook niet bijzonder memorabel, de zang is soms wel mooi maar niet erg krachtig, en bij elk nummer bekruipt me het gevoel dat ik het allemaal al eens eerder heb gehoord (als je bij AMG kijkt zie je bij "Similar to..." foto's van Tristania, The Gathering, Edenbridge, Xandra –allemaal bands in het zwart met een mooie zangeres– en dan worden Within Temptation en Evanescence nog niet eens genoemd bij de eerste groep van zes "gelijksoortige" artiesten). Wanneer de arrangementen het verschil gaan maken (het intro van Haunted met die "trekkende" gitaar, Open your eyes met die mooie mysterieuze pseudo-akoestische slide-achtige gitaar, Embrace the storm met dat klassieke Ayreon-trucje van een gitaarloopje dat ondersteund wordt door een viool) komt er wat lucht in en krijgen de nummers wat meer een eigen identiteit, en dat gebeurt zéker wanneer er sprake is van pakkende refreinen (Deceiver, Wherever you are, en ook toen ik nog niet wist dat Out in the real world een singletje was geweest sprong dat er al bovenuit), maar in z'n totaliteit vind ik het gewoon allemaal niet zo bijzonder en daardoor ook wel iets teveel van hetzelfde. Ik twijfel tussen **½ en ***, maar het sterke slotnummer geeft uiteindelijk toch de doorslag.
Styx - Crystal Ball (1976)

4,0
0
geplaatst: 29 oktober 2012, 16:15 uur
Tja, Shooz, veelbelovend intro, maar vanaf seconde 40 gaat er een saaie slidegitaar over een logge drumpartij lopen, en dan is wat mij betreft het nummer echt al afgelopen. De enige smet op een verder prima album.
Wat vooral schokkend is is hoe het geluid van deze plaat eigenlijk de tand des tijds heeft doorstaan. De instrumentale passages in het titelnummer bijvoorbeeld zijn werkelijk prachtig : eerst een synthesizersolo met als begeleiding een string-synthesizer, een fraaie akoestische gitaar en simpel maar zeer effectief drum- en bekkenwerk, daarna de perfecte korte gitaarsolo, en dan na het laatste refrein een gitaarsolo waarvan het geluid tegelijk vet en subtiel is – of de "double-tracked"-openingsgitaarpartij van This old man, dat is een gitaargeluid dat vijfendertig jaar later nog steeds te horen valt bij diverse gitaristen in rock en progrock. Hoewel er zeker typische jaren-zeventig-elementen in het totaalgeluid zitten, is de sound tegelijk totaal tijdloos, hetgeen van lang niet alle jaren-70-rock en/of –pop gezegd kan worden. Knap.
Wat vooral schokkend is is hoe het geluid van deze plaat eigenlijk de tand des tijds heeft doorstaan. De instrumentale passages in het titelnummer bijvoorbeeld zijn werkelijk prachtig : eerst een synthesizersolo met als begeleiding een string-synthesizer, een fraaie akoestische gitaar en simpel maar zeer effectief drum- en bekkenwerk, daarna de perfecte korte gitaarsolo, en dan na het laatste refrein een gitaarsolo waarvan het geluid tegelijk vet en subtiel is – of de "double-tracked"-openingsgitaarpartij van This old man, dat is een gitaargeluid dat vijfendertig jaar later nog steeds te horen valt bij diverse gitaristen in rock en progrock. Hoewel er zeker typische jaren-zeventig-elementen in het totaalgeluid zitten, is de sound tegelijk totaal tijdloos, hetgeen van lang niet alle jaren-70-rock en/of –pop gezegd kan worden. Knap.
Suede - Coming Up (1996)

3,0
0
geplaatst: 8 januari 2016, 14:24 uur
Suede-light : vlotte composities met weinig verrassingen in hun melodische of emotionele opbouw – zo kunnen Anderson en Oakes er wel honderd op een dag schrijven, krijg ik het idee; muzikaal gezien stevige popsongs van 3 à 4 minuten met standaard coupletten en refreinen (en dus nergens een indrukwekkende musical left turn zoals bijvoorbeeld in Breakdown), tekstueel wederom een ode aan de glamour die Anderson aan de kansloze betonblokjeugd toedicht. Pluspunt is dat Oakes een redelijk inventief gitarist is die goed in het nieuwe geluid van Suede past, dat er een positief soort energie uit de plaat spreekt (alsof Anderson wil aangeven dat er life after Bernard Butler is, een opzet waar hij ook op bewonderenswaardige wijze in slaagt), dat de plaat nergens door een kwalitatieve ondergrens zakt (hoewel Starcrazy met Andersons flauwe Cockney-accent daar wel tegenaan schurkt) en dat er toch een paar prachtige nummers tussen de wegwerpsongs staan, met name By the sea en het aandoenlijke slotnummer: "Oh, whatever makes her happy on a Saturday night" – ontroerend. Zo scoort de plaat bij mij nog een goede voldoende, maar door het dertien-in-een-dozijn-gehalte van veel nummers kwam het einde van mijn interesse in Suede eigenlijk al in zicht.
Suede - Dog Man Star (1994)

3,5
0
geplaatst: 3 januari 2016, 20:13 uur
Ik kan me kritieken ten tijde van de release hiervan herinneren die schreven dat de debuutplaat goed was maar Dog man star gróóts. En inderdaad ademt alles aan deze plaat een larger than life-romantiek, alsof Brett Anderson hiermee een definitief statement omtrent the glamour of the underpriviliged heeft willen neerzetten, de mogelijkheid die kansarme pubers uit achterstandswijken hebben om toch hun eigen idylle te scheppen, al is het dan tussen de betonblokken en torenflats en met behulp van diverse geestverruimende dan wel –vernauwende middelen (of zoals hij het zo prachtig verwoordde in een titel van een nummer van Suede's derde album: Picnic by the motorway).
Mijn probleem met dit album –hoe sympathiek ik ook tegenover Andersons ambities sta– is echter dat ik het allemaal te bedacht, te gekunsteld, te artificieel vind overkomen. Voor elke perfecte popsong als We are the pigs, Heroine en het zeer Bowieëske The power staat er ook een kunstmatige sfeermaaksel als Introducing the band en Daddy's speeding op of een hoogdravende romantische ballade die bezwijkt onder z'n eigen pretentie als The 2 of us en Black or blue (een nummer dat net zoals Prince's Condition of the heart –ook al met zo'n falset gezongen– op het hoge koord van de goede smaak balanceert). Het is voor mij allemaal te bedacht, te gewichtig, teveel "dit is mijn Grote Artistieke Statement!"
Soms werkt het ook wèl, met name bij de laatste twee nummers die samen een prachtige coda op dit verder voor mij zo onevenwichtige album vormen, maar als geheel blijf ik deze plaat toch teveel van de buitenkant beschouwen en kan ik er niet de bewondering voor opbrengen die het qua bereik en intensiteit zo graag wil afdwingen (en die ik bij de debuutplaat wèl had – in óverdaad).
O ja, "She walks in beauty like the night" is dan wel een dichtregel van Byron, maar "My Marilyn come to my slum for an hour" is hélemaal vintage-Brett Anderson, een gewèldige regel.
Mijn probleem met dit album –hoe sympathiek ik ook tegenover Andersons ambities sta– is echter dat ik het allemaal te bedacht, te gekunsteld, te artificieel vind overkomen. Voor elke perfecte popsong als We are the pigs, Heroine en het zeer Bowieëske The power staat er ook een kunstmatige sfeermaaksel als Introducing the band en Daddy's speeding op of een hoogdravende romantische ballade die bezwijkt onder z'n eigen pretentie als The 2 of us en Black or blue (een nummer dat net zoals Prince's Condition of the heart –ook al met zo'n falset gezongen– op het hoge koord van de goede smaak balanceert). Het is voor mij allemaal te bedacht, te gewichtig, teveel "dit is mijn Grote Artistieke Statement!"
Soms werkt het ook wèl, met name bij de laatste twee nummers die samen een prachtige coda op dit verder voor mij zo onevenwichtige album vormen, maar als geheel blijf ik deze plaat toch teveel van de buitenkant beschouwen en kan ik er niet de bewondering voor opbrengen die het qua bereik en intensiteit zo graag wil afdwingen (en die ik bij de debuutplaat wèl had – in óverdaad).
O ja, "She walks in beauty like the night" is dan wel een dichtregel van Byron, maar "My Marilyn come to my slum for an hour" is hélemaal vintage-Brett Anderson, een gewèldige regel.
Suede - Stay Together (1994)

4,0
0
geplaatst: 10 januari 2016, 11:17 uur
Geweldige single, met vier van de vijf nummers tegen het niveau van het debuut aanschurkend en alleen Dolly daar wat bij achterblijvend. De maxiversie van het titelnummer vind ik te weinig aan het origineel toevoegen. (Van dat "break"-ritme op het einde van My dark star krijg ik overigens na al die jaren nog altijd de rillingen, prachtig.)
Suede - Suede (1993)

5,0
6
geplaatst: 27 december 2015, 20:17 uur
Ik herinner me nog goed het moment waarop deze plaat indaalde: ik stond –hoe prozaïsch– op zolder de was op te hangen, en Pantomime horse klonk op het (toen nog) bandje op mijn (toen nog) walkman. Dat langzame intro betoverde me, de ontroostbare stem, het gitaargeluid dat alle kleuren van de regenboog kon aannemen, en halverwege kreeg ik de koude rillingen. Toen kreeg ik een ervaring die ik héél soms heb gehad: ik besefte dat ik luisterde naar een in potentie briljant nummer, maar om die kwalificatie ook echt te verdienen moesten alle details kloppen, moest de solo goed uitgewerkt worden, moest het laatste refrein op de juiste climactische manier gezongen worden, moest de afronding van het nummer niet te zeer voor de hand liggen zonder de impact van het geheel teniet te doen, moest elke seconde logisch volgen op de vorige en daar tegelijkertijd een intensivering van zijn. Je kent het misschien wel, die ogenblikken waarop je denkt "wat zou het prachtig zijn als de solo nou precies dít-en-dít effect gaat bereiken", en zonder dat het voorspelbaar wordt gebeurt dat ook echt. Verduidelijken deze voorbeelden iets, zijn ze herkenbaar? Mijn zwager overkwam het toen hij de pianosolo van That uncertain smile van The The hoorde, en mij was het al eerder overkomen bij de pianosolo in Hey St Peter van Flash & the Pan (maar bijvoorbeeld ook bij de hele opbouw van Waiting for the sun –het nummer wel te verstaan– van de Doors). En ja, ook bij Pantomime horse gebeurde dat, en ik besefte dat ik in the presence of beauty was, een perfect nummer.
Hoewel deze plaat tamelijk uniek is hoor ik er twee belangrijke invloeden in. De kwetsbaarheid van de Smiths is er één van, Bowie de andere, en dan met name het gitaarwerk van Mick Ronson op Ziggy Stardust. Diens uit duizenden herkenbare toon weet Bernard Butler hier accuraat te kopiëren (de instrumentale brug van Breakdown !, hoewel zo te horen aangevuld met een sax), maar tegelijkertijd doet hij nog zoveel meer: met kleine verschuivingen in nuance weet hij steeds een andere emotionele kleur uit zijn gitaar te toveren, ruig, boos, ingetogen, verdrietig, uitbundig, en dan nog een heleboel andere schakeringen die moeilijk te benoemen zijn omdat ze opgaan in de hallucinatoire verwarring die Brett Anderson soms in zijn teksten lijkt te beschrijven. En ook dat heeft deze plaat gemeen met Bowie: de onduidelijke emotionele gebieden waar de nummers (zowel muzikaal als tekstueel) je mee naar toe nemen.
Hoewel bijvoorbeeld de twee up-tempo-openers veel aandacht trekken, zijn de mooiste momenten voor mij toch de rustiger nummers, waarbij ik vooral de ingetogenheid en de subtiliteit van de arrangementen bewonder. Sowieso zitten hier veel produktionele laagjes in, en dan niet alleen aan de oppervlakte (zoals de effectieve phasing bij Moving) maar ook de onverwachte kleine geluidjes zoals tijdens "We'll take the tide's [geluidje] electric mind" aan het begin van So young, een geluidseffect dat je misschien niet eens bewust waarneemt (zeker niet tijdens de zóveelste draaibeurt) maar wat de muziek toch een ondefinieerbare maar hoogst indringende atmosferische ambiance meegeeft.
Zou Brett Anderson hebben geweten wat voor een briljante gitarist hij met Bernard Butler in huis haalde? Natuurlijk doet de produktie van Ed Buller ook heel veel, maar voor het zelfde geld krijg je een jongen die standaard loopjes en voorspelbare poppy riffs inbrengt in plaats van iemand die zoveel verschillende gitaargeluiden weet te produceren en met zoveel inventiviteit speelt. Wat dat betreft doet Butler me wel denken aan John Squire: aan de oppervlakte één herkenbaar geluid, maar volgens mij daarónder nog een heleboel kleine gitaarpartijen die de muziek subtiel bijkleuren zonder dat de luisteraar zich daarvan bewust wordt. (Andere overeenkomst: vier jaar eerder kwamen natuurlijk ook de Stone Roses met een legendarische debuutplaat binnen.)
Nog altijd indrukwekkend, zeer ambitieus en voor mij qua uitstraling nog altijd met een soort vreemde mystiek omgeven.
Hoewel deze plaat tamelijk uniek is hoor ik er twee belangrijke invloeden in. De kwetsbaarheid van de Smiths is er één van, Bowie de andere, en dan met name het gitaarwerk van Mick Ronson op Ziggy Stardust. Diens uit duizenden herkenbare toon weet Bernard Butler hier accuraat te kopiëren (de instrumentale brug van Breakdown !, hoewel zo te horen aangevuld met een sax), maar tegelijkertijd doet hij nog zoveel meer: met kleine verschuivingen in nuance weet hij steeds een andere emotionele kleur uit zijn gitaar te toveren, ruig, boos, ingetogen, verdrietig, uitbundig, en dan nog een heleboel andere schakeringen die moeilijk te benoemen zijn omdat ze opgaan in de hallucinatoire verwarring die Brett Anderson soms in zijn teksten lijkt te beschrijven. En ook dat heeft deze plaat gemeen met Bowie: de onduidelijke emotionele gebieden waar de nummers (zowel muzikaal als tekstueel) je mee naar toe nemen.
Hoewel bijvoorbeeld de twee up-tempo-openers veel aandacht trekken, zijn de mooiste momenten voor mij toch de rustiger nummers, waarbij ik vooral de ingetogenheid en de subtiliteit van de arrangementen bewonder. Sowieso zitten hier veel produktionele laagjes in, en dan niet alleen aan de oppervlakte (zoals de effectieve phasing bij Moving) maar ook de onverwachte kleine geluidjes zoals tijdens "We'll take the tide's [geluidje] electric mind" aan het begin van So young, een geluidseffect dat je misschien niet eens bewust waarneemt (zeker niet tijdens de zóveelste draaibeurt) maar wat de muziek toch een ondefinieerbare maar hoogst indringende atmosferische ambiance meegeeft.
Zou Brett Anderson hebben geweten wat voor een briljante gitarist hij met Bernard Butler in huis haalde? Natuurlijk doet de produktie van Ed Buller ook heel veel, maar voor het zelfde geld krijg je een jongen die standaard loopjes en voorspelbare poppy riffs inbrengt in plaats van iemand die zoveel verschillende gitaargeluiden weet te produceren en met zoveel inventiviteit speelt. Wat dat betreft doet Butler me wel denken aan John Squire: aan de oppervlakte één herkenbaar geluid, maar volgens mij daarónder nog een heleboel kleine gitaarpartijen die de muziek subtiel bijkleuren zonder dat de luisteraar zich daarvan bewust wordt. (Andere overeenkomst: vier jaar eerder kwamen natuurlijk ook de Stone Roses met een legendarische debuutplaat binnen.)
Nog altijd indrukwekkend, zeer ambitieus en voor mij qua uitstraling nog altijd met een soort vreemde mystiek omgeven.
Sunday Sun - We Let Go (2014)

3,0
0
geplaatst: 18 februari 2016, 19:44 uur
Ja, je moet er wel voor in de stemming zijn, maar dan heb je ook wat. Ik moest denken aan Hey soul sister van Train, Walking on sunshine van Katrina & the Waves en (If you're wondering if I want you to) I want you to van Weezer, en het zou me ook verbazen wanneer niet bij alle leden de hele catalogus van de Beatles en Paul McCartney-solo op de planken stond, maar de pakkende melodietjes, de slimme koortjes, de diversiteit qua arrangementen en de vrolijke energie maken hier toch een aangename ervaring van. Een minpuntje is wel dat het niveau van de composities aan het begin van het album aanzienlijk hoger ligt dan op het einde, zodat die rare geluidjes tijdens Wherever you go en die psychedelische gitaarsolo op Sun welkome afwisselingen in de mindere nummers zijn. Al met al een leuke plaat die ik vanwege de hyperopgewekte vibe echter niet àl te vaak moet horen.
Supersister - The Universal Masters Collection (2002)

4,0
0
geplaatst: 22 oktober 2024, 11:33 uur
Nu de vier originele studioplaten van deze band zo moeilijk te vinden zijn (en de aanschaf daarvan bovendien een flinke aanslag op je portemonnee kan betekenen) is deze verzamelaar een prima alternatief. Muzikaal inderdaad tegen de vroege Soft Machine aanleunend, maar zelf hoor ik ook wel Pink Floyd en een Caravan-orgeltje, en het klinkt allemaal als een klok, waarvoor hulde voor de naamloze remaster-technicus. Alles ook netjes in chronologische volgorde, met als uitzondering de non-album-single She was naked waarvan de A-kant is ingevoegd vóór de albumtrack Dona nobis pacem (dat wel een soort improvisatie op het thema daarvan lijkt) en de B-kant als afsluiter van de CD (en wat leuk dat dat bizarre Spiral staircase er óók opstaat). Toch kan ik deze compilatie niet helemaal de maximale score geven omdat er wel èrg veel nadruk op Present from Nancy ligt: zes van de twaalf albumtracks komen van die debuutplaat, terwijl bijvoorbeeld No tree will grow (on too high a mountain) of Judy goes on holiday hier toch (ook) niet had misstaan, zeker omdat Dreaming weelwhile en Dona nobis pacem wat mij betreft qua niveau een beetje uit de toon vallen. Maar goed, zo is er altijd wat te zeuren.
Overigens zijn dit allemaal fantastische muzikanten, en Robert Jan Stips is een geweldig inventieve toetsenist, maar aan zijn Engelse uitspraak kan ik me af en toe wel storen. Ècht bijzonder wordt het pas wanneer hij het in Psychopath heeft over een hijger, en voor wie het niet weet: dat was een fenomeen dat (voor zover ik het me herinner) in het begin van de jaren 70 opkwam, mannen die er een kick van kregen om een willekeurig telefoonnummer te draaien en dan heel hitsig te gaan hijgen wanneer er een vrouw opnam. Ik kan me echter voorstellen dat de Engelse term daarvoor iets anders was dan "a panter on your telephone"...
Overigens zijn dit allemaal fantastische muzikanten, en Robert Jan Stips is een geweldig inventieve toetsenist, maar aan zijn Engelse uitspraak kan ik me af en toe wel storen. Ècht bijzonder wordt het pas wanneer hij het in Psychopath heeft over een hijger, en voor wie het niet weet: dat was een fenomeen dat (voor zover ik het me herinner) in het begin van de jaren 70 opkwam, mannen die er een kick van kregen om een willekeurig telefoonnummer te draaien en dan heel hitsig te gaan hijgen wanneer er een vrouw opnam. Ik kan me echter voorstellen dat de Engelse term daarvoor iets anders was dan "a panter on your telephone"...
Supersister - To the Highest Bidder (1971)

5,0
0
geplaatst: 22 oktober 2024, 13:22 uur
Prachtige plaat die nog maar eens aangeeft dat je geen gitaar nodig hebt om mooie prog (of muziek in het algemeen) te maken. Alle lof uiteraard voor de composities en de eindeloze hoeveelheid geluidjes die Robert Jan Stips uit zijn (schijnbaar) talloze keyboards weet te toveren, maar ook de handen op elkaar voor het smaakvolle fluitspel van Sacha van Geest, het stevige baswerk van Ron van Eck en de swingende drumpartijen van Marco Vrolijk. Energy (out of future) heeft misschien wel het record in handen wat betreft het aantal tempowisselingen ooit in één nummer verenigd, maar op de een of andere manier klinkt dat allemaal nergens geforceerd, en dat is meteen ook één van de dingen die ik zo leuk vind aan prog: de onverwachte wendingen die na verloop van tijd toch heel natuurlijk (b)lijken te zijn omdat ze door compositorisch en muzikaal vernuft zo slim aan elkaar zijn gesmeed, en door die afwisselingen houden zulke nummers voor mij ook zo'n hoge draaibaarheidsfactor, met To the highest bidder als perfect voorbeeld.
Supertramp - Breakfast in America (1979)

3,0
0
geplaatst: 9 december 2021, 21:24 uur
Muzikaal niet veel op aan te merken, met een paar superbe composities (wat mij betreft vooral de eerste vier), een heerlijke sound (met name die elektrische piano en de sax) en een aantal slimme teksten (waarvan “Take a look at my girlfriend...” vaak ongevraagd door mijn hoofd zingt – geen persoonlijke hang-up trouwens, daar heb ik geen reden voor), en zeker in Amerika bleef de beloning niet lang uit. Persoonlijk doet het me niet zo veel, vooral omdat ik Rick Davies echt een vreselijk vervelende stem vind hebben, en van die hoge piepstem bij bijvoorbeeld “Goodbye stranger, it's been nice” (ik dacht altijd dat dat Hodgson was, maar ik las ergens dat het Davies is?) ben ik ook niet erg gecharmeerd. Bovendien zijn de middelste drie nummers van kant 2 wel een pak minder, en na de prachtige eerste drie minuten van het slotnummer had de lange pianosolo gedurende de daaropvolgende drie minuten wel wat inventiever en indringender gemogen. Geen plaat waar ik onverdeeld enthousiast over kan zijn.
Supertramp - Crime of the Century (1974)

4,5
0
geplaatst: 13 maart 2020, 21:13 uur
jorro (22-12-2019) herinnert zich dat hij deze plaat in 1975 leerde kennen. Zelf was ik daar iets later mee: een werkgroep van studenten op de universiteit, Sinterklaas 1977, iedereen had een lootje getrokken, het cadeautje dat ik ontving was Crime of the century. Hoe vaak heb ik deze plaat sindsdien gehoord, op mijn eigen pick-upje of bij andere mensen? Vijftig keer? En alle vijftig keren had ik dezelfde reactie: prachtige muziek, met School en Hide in your shell als emotionele hoogtepunten, maar me echt aan deze plaat overgeven kon ik niet vanwege twee redenen: de stem van Roger Hodgson die wat mij betreft té vaak klonk alsof hij op het punt stond te gaan huilen, en de stem van Rick Davies die zó gerafeld klonk dat dat ik elke keer vreesde dat hij de volgende regel niet binnen de daarvoor gestelde tijd (of aantal maten) uit zijn keel zou krijgen. (Hoewel hij hier amper 30 jaar oud is vond ik hem altijd al klinken als een zestiger wiens stem inmiddels vanwege veel te veel Johnnie Walker totaal shot to hell is.)
Inmiddels heb ik al mijn vinyl al jaren geleden weggedaan, maar omdat deze plaat toch in mijn hoofd bleef rondzingen ("Rudy's on a train to nowhere... halfway down the line", "Who'll be the last clown to bring the house down?", "So roll up... and see" – dat zijn allemaal wel èrg memorabele regeltjes) heb ik hem als CD inmiddels toch maar opnieuw aangeschaft (helaas geen Sint in de buurt), en terwijl ik Hodgson inmiddels prima kan hebben blíjft de rauwe stem van Davies schuren, maar voor de muziek heb ik verrassend genoeg geheel nieuwe waardering gekregen, alsof ik dit album helemaal opnieuw heb leren kennen. Het levert al met al bijna de maximale score op (een half sterretje aftrek vanwege die vervelende stem van Davies, maar als ik de fraaie en sfeervolle vormgeving mee zou tellen zou ik zó weer op 5* zitten).
Inmiddels heb ik al mijn vinyl al jaren geleden weggedaan, maar omdat deze plaat toch in mijn hoofd bleef rondzingen ("Rudy's on a train to nowhere... halfway down the line", "Who'll be the last clown to bring the house down?", "So roll up... and see" – dat zijn allemaal wel èrg memorabele regeltjes) heb ik hem als CD inmiddels toch maar opnieuw aangeschaft (helaas geen Sint in de buurt), en terwijl ik Hodgson inmiddels prima kan hebben blíjft de rauwe stem van Davies schuren, maar voor de muziek heb ik verrassend genoeg geheel nieuwe waardering gekregen, alsof ik dit album helemaal opnieuw heb leren kennen. Het levert al met al bijna de maximale score op (een half sterretje aftrek vanwege die vervelende stem van Davies, maar als ik de fraaie en sfeervolle vormgeving mee zou tellen zou ik zó weer op 5* zitten).
Suzanne Vega - 99.9F° (1992)
Alternatieve titel: 99.9 F Degrees

4,0
0
geplaatst: 17 oktober 2014, 23:25 uur
Wanneer een artiest zó'n bewuste poging onderneemt om het roer om te gooien en zich van een radicaal andere kant te laten zien is de vrees gegrond dat het allemaal gekunsteld en onecht klinkt. Dus wat doet Vega? Ze komt aanzetten met een serie uitstekende en zeer melodische composities, gebruikt een producer die zó sympathiek tegenover haar muziek staat dat hij drie jaar later met haar trouwt, huurt muzikanten in die haar nummers alle mogelijke kleur en nuance meegeven, en eindigt zo met een album dat qua stijl helemaal anders is maar qua niveau geheel vertrouwd klinkt. Petje af. (Van Mitchell Froom scheidde ze na drie jaar alweer, maar dat is een ander verhaal.)
Prachtige teksten ook weer trouwens. "Mother the doctor knows something is wrong / Cause my body has strange information" – koude rillingen.
Prachtige teksten ook weer trouwens. "Mother the doctor knows something is wrong / Cause my body has strange information" – koude rillingen.
Suzanne Vega - Days of Open Hand (1990)

4,0
0
geplaatst: 22 juni 2016, 12:36 uur
Ik leerde 99.9° eerder dan dit album kennen, en nu ik ook Days of open hand een aantal malen heb beluisterd hoor ik hier wel de ontbrekende schakel tussen de meer traditionele voorganger en de grillige opvolger in. Vega experimenteert hier met wat impressionistischer arrangementen (synthesizers, vervreemdende bliepjes, zwevende pianolijntjes, ijle strijkers, op Room off the street een oosters bouquet, en op het slotnummer een Fripp-achtige ambient guitar), en die passen wel goed bij de wat minder introspectieve teksten waar Thijssie024 het in het eerste bericht bij dit album ook al over heeft. Niet alles is geweldig : Institution green gaat twee minuten te lang door, Those whole girls (run in grace) blijft een beetje in z'n ritme hangen, en bij Men in a war ga ik me nogal ergeren aan dat refrein, vooral op het einde met z'n "Men (men, men) in a war (war, war)", maar over het geheel genomen trekken de sterke composities en de zoals altijd zeer zorgvuldige en gedetailleerde arrangementen de nummers toch vrij moeiteloos over de streep. Mijn persoonlijke favorieten daarbij zijn de opener, het "klassieke" en bijna jangly Book of dreams, de majestueuze afsluiter, en het wonderlijke miniatuurtje Fifty-fifty chance (toen ik deze plaat voor het eerst hoorde had ik het boekje met teksten en credits nog niet doorgebladerd, en bij dít nummer aangekomen dacht ik : nou, dit is zó onmiskenbaar door Philip Glass geïnspireerd dat het bijna een rip-off is...).
Suzanne Vega - Solitude Standing (1987)

4,5
0
geplaatst: 25 juli 2014, 23:17 uur
Vega's debuut leerde ik via een vriend al ten tijde van de release daarvan kennen, maar aan een tweede plaat had ik twee jaar later al geen behoefte meer, en mijn interesse in haar carrière stierf vervolgens een stille dood. Nu ik die debuutplaat weer ontdekt heb (en meer waardeer dan indertijd) heb ik ook deze opvolger aangeschaft, en terwijl ik hem voor het eerst draai besef ik dat ik deze in 1987 toch ook wel degelijk (en ongetwijfeld dankzij dezelfde vriend) moet hebben beluisterd, want de meeste nummers komen me meteen weer bekend voor, hetgeen ook een compliment is voor de sterke melodieën. Een uitgebreider gearrangeerde (en daardoor warmer klinkende) plaat dan het debuut zonder dat er ook maar iets van intimiteit verloren is gegaan, met gitaarlijntjes van grote schoonheid en subtiliteit, tegelijk tamelijk eighties en zeer tijdloos. Fraaie observaties vanuit een introvert ego, toegankelijk gemaakt door evocatief taalgebruik, prachtige melodieën en inventieve arrangementen.
Muzikaal is de tweede helft van deze plaat net iets minder dwingend dan de eerste, zonder dat ik precies op de vinger op het hoe en waarom kan leggen. "My name is Calypso", hee, hebben we niet al eerder een liedje gehad dat begon met "My name is…"? Die gedachte haalt me helaas uit een beetje uit het nummer, net zoals het einde van Wooden horse me storend veel doet denken aan Japans Sons of pioneers. Toch eigenlijk ook nergens een slecht nummer, en hoewel ik in mijn hoofd het couplet van Gypsy steeds in het refrein van Joan Armatradings Rosie hoor overgaan is de tekst van het refrein ervan uitzonderlijk ontroerend, dus mijn waardering van dit album schurkt tegen het maximum aan.
Meer zeg ik niet, buig slechts voor Dazzlers twee berichten hierboven die getuigen van de buitengewone associatieve rijkdom van de teksten van deze plaat. Overigens, "Is Calypso de eenzame sirene die af en toe een schipper in haar netten strikt?" vraagt hij, maar dat is niet zomaar een schipper, maar Odysseus himself (die dan weer niets te maken heeft met Kaspar Hausers houten paard).
Muzikaal is de tweede helft van deze plaat net iets minder dwingend dan de eerste, zonder dat ik precies op de vinger op het hoe en waarom kan leggen. "My name is Calypso", hee, hebben we niet al eerder een liedje gehad dat begon met "My name is…"? Die gedachte haalt me helaas uit een beetje uit het nummer, net zoals het einde van Wooden horse me storend veel doet denken aan Japans Sons of pioneers. Toch eigenlijk ook nergens een slecht nummer, en hoewel ik in mijn hoofd het couplet van Gypsy steeds in het refrein van Joan Armatradings Rosie hoor overgaan is de tekst van het refrein ervan uitzonderlijk ontroerend, dus mijn waardering van dit album schurkt tegen het maximum aan.
Meer zeg ik niet, buig slechts voor Dazzlers twee berichten hierboven die getuigen van de buitengewone associatieve rijkdom van de teksten van deze plaat. Overigens, "Is Calypso de eenzame sirene die af en toe een schipper in haar netten strikt?" vraagt hij, maar dat is niet zomaar een schipper, maar Odysseus himself (die dan weer niets te maken heeft met Kaspar Hausers houten paard).
Suzanne Vega - Suzanne Vega (1985)

5,0
0
geplaatst: 8 september 2011, 21:57 uur
25 jaar geleden voor het eerst gehoord, maar het lijkt wel of ik er nú pas rijp voor ben. Het speelplein van Freeze tag deed me aan Simon & Garfunkel denken, andere chroniqueurs van lichtneurotische Newyorkers op Bookends. En is er ooit een krachtiger "what if?"-nummer dan Some journey geschreven? Een herfstige klassieker, dit meesterwerk.
Swayzak - Snowboarding in Argentina (1998)

3,5
0
geplaatst: 3 maart 2013, 21:36 uur
Warme, geheel instrumentale muziek, met langzaam verschuivende melodische patronen op een mid-tempo-drumgeluid; vergelijkingen met de rustiger passages van The Orb of Orbital dringen zich op, maar dit album leunt toch meer tegen het hypnotische en minimalistische. Voor mij persoonlijk zet de verveling een klein beetje in vanaf track 5, waarbij ik het moeilijk vind om te bepalen in hoeverre de compositorische koek gewoon een beetje op is en in hoeverre deze muziek mij uiteindelijk toch geen 73 minuten lang kan boeien. Desalniettemin op z'n beste momenten sterk en sfeervol.
Sweet Smoke - Darkness to Light (1973)

4,0
1
geplaatst: 29 april 2020, 16:28 uur
Heel anders dan Just a poke, maar op z'n eigen manier net zo inventief, met jazz, rock en Indiase invloeden naast en soms dwars dóór elkaar. Gitaar, sitar, sax, fluit en viool delen broederlijk de schijnwerper, en waar ik eerst nog bang was voor teveel "Hare Hare" is de tekstuele inslag eerder algemeen-positief en daardoor universeel-vrolijk stemmend. Zeker wanneer ik bewust ga luisteren kom ik in bijna elke passage van de lange nummers steeds weer wat nieuws op het spoor, terwijl de kortere nummers in hun bondigheid op zich eigenlijk net zo sterk zijn. Een geweldig leuke ontdekkingsreis die voorlopig nog niet ten einde is. (Beluisterd via de remaster van EMI uit 2000, met daarop beide studioplaten van Sweet Smoke, prima geluid, aardig boekje, complete credits, maar helaas niet de teksten van Darkness to light zoals die werden afgedrukt op de hoes van de vinylplaat.)
Grappig detail: deze plaat werd opgenomen in Heemstede, en hoewel ik het niet precies kan verstaan wordt er volgens mij vanaf 0'20 op Show me the way to the war wat Hollands gekletst (als het ware bij de koffie-automaat).
Grappig detail: deze plaat werd opgenomen in Heemstede, en hoewel ik het niet precies kan verstaan wordt er volgens mij vanaf 0'20 op Show me the way to the war wat Hollands gekletst (als het ware bij de koffie-automaat).
Sweet Smoke - Just a Poke (1970)

4,0
1
geplaatst: 9 april 2020, 17:20 uur
Het is hier allemaal al gezegd: een heerlijke trip vol jazz, psychedelica, rock, funk, soul en bluesrock, alles soepel aan elkaar gebreid met lekkere solo's en gedrenkt in een sfeer van vrijheid, improvisatie en spelplezier, met alle muzikanten goed op dreef maar wat mij betreft een speciale vermelding voor drummer Jay Dorfman. Hoge draaibaarheidsfactor.
Toch wel merkwaardig dat er nergens een vermelding van Jim Morrison staat, terwijl er (zoals hierboven al eerder gezegd) in Baby night toch een flinke lap tekst en muziek van The soft parade wordt gebruikt, net zoals het eerste deel van Baby night een cover is van In the world of glass teardrops van Jeremy & the Satyrs, een album van de Amerikaanse fluitist Jeremy Steig uit 1968. En het idee om bij de drumsolo een phasing-effect te gebruiken kende ik eigenlijk al van In-a-gadda-da-vida van Iron Butterfly, eveneens uit 1968. (Beluisterd via de remaster van EMI uit 2000, met daarop beide studioplaten van Sweet Smoke, prima geluid, aardig boekje, complete credits... behalve dus de genoemde omissies.)
Toch wel merkwaardig dat er nergens een vermelding van Jim Morrison staat, terwijl er (zoals hierboven al eerder gezegd) in Baby night toch een flinke lap tekst en muziek van The soft parade wordt gebruikt, net zoals het eerste deel van Baby night een cover is van In the world of glass teardrops van Jeremy & the Satyrs, een album van de Amerikaanse fluitist Jeremy Steig uit 1968. En het idee om bij de drumsolo een phasing-effect te gebruiken kende ik eigenlijk al van In-a-gadda-da-vida van Iron Butterfly, eveneens uit 1968. (Beluisterd via de remaster van EMI uit 2000, met daarop beide studioplaten van Sweet Smoke, prima geluid, aardig boekje, complete credits... behalve dus de genoemde omissies.)
Sweet Smoke - Sweet Smoke Live (1974)

3,5
0
geplaatst: 24 juni 2020, 14:51 uur
Complimenten aan de geluidstechnicus Wolfgang Thierbach en de Nederlanse producer John Möring, want volgens het boekje werd de balans tussen de verschillende microfoons nog uitgeregeld op het moment dat het eerste nummer al aan de gang was, en tijdens het optreden moesten de microfoons nog regelmatig herplaatst worden om alle instrumenten goed op band te krijgen. Het resultaat is in ieder geval perfect, met een mooi stereobeeld en een heerlijk slank geluid waarin bas en bassdrum helder door komen. Jammer dat de bezetting vrij klein is (twee gitaren, bas, drums en twee percussionisten), want doordat er geen sax, fluit, toetsen of viool is te horen moeten alle solo's van Marvin Kaminowitz' gitaar (en een korte bassolo van Andrew Dershin) komen, en hoewel Kaminowitz zich moeiteloos van die taak kwijt en de ene soepele solo op de andere laat volgen zou een beetje variatie nooit weg zijn geweest.
Erg leuk ook dat hier geen dubbeltellingen met de twee studioplaten op staan: van de twee jams is dat logisch, maar ook de vier "echte" composities zijn geheel nieuw, en hoewel ze gedeeltelijk in dienst van de lange solo's staan klinken ze soms zó fraai dat het jammer is dat ze nooit op een studio-album terecht zijn gekomen. Met name People are hard is een bijzonder mooi nummer met een geweldige omhoog en weer omlaag kringelende gitaarfiguur, en hoewel het "maar" een bonusnummer is vind ik het zelf eigenlijk het absolute hoogtepunt van de uitgebreide CD. Maar sowieso is de plaat als geheel een behoorlijk geslaagde live-registratie, zoals gezegd zwaar leunend op Kaminowitz' gitaarspel en zijn prettige stem; wanneer hij een wat gemenere attack gebruikt doet de muziek me een beetje denken aan Santana (ook omdat er naast de drummer nog twee percussionisten het geluid voller maken), maar op andere momenten (zoals op het genoemde People are hard) hoor ik ook wel het fragiele en ijle gitaargeluid van Wishbone Ash.
Je moet er van houden. Het is nog niet de volle fusion van midden en eind jaren 70, eerder losse en jazzy opgebouwde pop- en rocknummers met een wandelende bas, gevarieerd drumwerk en heel veel gitaarsolo's, maar ook met een bassolo, een stukje atoneel gefreak en tijdens het laatste nummer een poging om het publiek middels jungle-geluiden op te jutten. Typisch seventies dus, en de twee lange jams van samen bijna 33 minuten zijn soms wat veel van het goede, maar de good-time-vibe, de algemene muzikaliteit en het heerlijke geluid maken hier toch "een lekker avondje uit" van.
Erg leuk ook dat hier geen dubbeltellingen met de twee studioplaten op staan: van de twee jams is dat logisch, maar ook de vier "echte" composities zijn geheel nieuw, en hoewel ze gedeeltelijk in dienst van de lange solo's staan klinken ze soms zó fraai dat het jammer is dat ze nooit op een studio-album terecht zijn gekomen. Met name People are hard is een bijzonder mooi nummer met een geweldige omhoog en weer omlaag kringelende gitaarfiguur, en hoewel het "maar" een bonusnummer is vind ik het zelf eigenlijk het absolute hoogtepunt van de uitgebreide CD. Maar sowieso is de plaat als geheel een behoorlijk geslaagde live-registratie, zoals gezegd zwaar leunend op Kaminowitz' gitaarspel en zijn prettige stem; wanneer hij een wat gemenere attack gebruikt doet de muziek me een beetje denken aan Santana (ook omdat er naast de drummer nog twee percussionisten het geluid voller maken), maar op andere momenten (zoals op het genoemde People are hard) hoor ik ook wel het fragiele en ijle gitaargeluid van Wishbone Ash.
Je moet er van houden. Het is nog niet de volle fusion van midden en eind jaren 70, eerder losse en jazzy opgebouwde pop- en rocknummers met een wandelende bas, gevarieerd drumwerk en heel veel gitaarsolo's, maar ook met een bassolo, een stukje atoneel gefreak en tijdens het laatste nummer een poging om het publiek middels jungle-geluiden op te jutten. Typisch seventies dus, en de twee lange jams van samen bijna 33 minuten zijn soms wat veel van het goede, maar de good-time-vibe, de algemene muzikaliteit en het heerlijke geluid maken hier toch "een lekker avondje uit" van.
Sylvan - Posthumous Silence (2006)

4,0
0
geplaatst: 2 juni 2021, 12:24 uur
Prachtige plaat. Tekstueel kan het bijna niet zwaarder, en in de stem van de zanger ligt het melodrama steeds op de loer, maar hij weet het ook steeds keurig in te tomen en aan zijn zang de juiste dosis passende emotie mee te geven. Muzikaal vond ik het in het begin een beetje veel van hetzelfde, alsof de langere nummers allemaal in elkaars verlengde liggen en de korte nummers te weinig afwisseling bieden, maar naarmate ik hem vaker draai beginnen de hoogtepunten er toch wel uit te springen. Voor mij typisch een plaat om een tijdje te laten bezinken en dan na een tweede luisterronde van meerdere keren draaien nóg meer te gaan waarderen.
Sylvian / Fripp - Damage (1994)

4,0
0
geplaatst: 22 september 2014, 13:54 uur
Nou, The first day vervángen kan deze plaat niet, maar hij kan er wel keurig náást bestaan, want dit is een uitstekende live-registratie die ook echt wat toevoegt. Met name per koptelefoon is goed te horen hoe gedetailleerd het geluid is (althans in de Sylvian-mix van 2001, hetgeen de versie is die ik nu beluister) en hoe rijk de arrangementen zijn, zodat de nummers niet overkomen als kale of uitgeklede surrogaten voor de studio-originelen. Met name het gitaargeluid is overal goed verzorgd en helder klinkend; ik neem aan dat die solo's vooral of zelfs alleen maar van Fripp zijn, maar ze komen in ieder geval mooi geprononceerd boven de begeleiding uit. Enige minpuntje is dat het nauwelijks live overkomt en dat het publiek ook maar heel af en toe (en dan nog zachtjes op de achtergrond) te horen is, zodat bijvoorbeeld een studionummer als Damage er vrij naadloos tussen kon worden geschoven zonder dat ik in het begin doorhad dat dat niet live is, maar wellicht wil Sylvian dat ook echt zo, want van Oil on canvas herinner ik me niet anders.
Uit de pen van een recensent van de NME vloeide nog dit pareltje van fijnzinnige muziekkritiek dat ik jullie niet wil onthouden : deze plaat is "het geluid van opdrogende verf in het vagevuur." Zelf denk ik dan: was dát maar waar...
Uit de pen van een recensent van de NME vloeide nog dit pareltje van fijnzinnige muziekkritiek dat ik jullie niet wil onthouden : deze plaat is "het geluid van opdrogende verf in het vagevuur." Zelf denk ik dan: was dát maar waar...
Symphony X - The Divine Wings of Tragedy (1996)

3,5
0
geplaatst: 25 juli 2024, 19:17 uur
Na The new mythology suite mijn tweede Symphony X-album, en waar de eerstgenoemde plaat me niet kon overtuigen kan ik me aan dít album veel meer overgeven, met goed geconstrueerde melodieën en refreinen, knap zangwerk (uiteraard) en een duidelijke focus in de composities, en met alleen The witching hour als mindere track. Ook voor mij zijn de twee langste nummers de hoogtepunten, en qua onderwerpen wordt er geïnvesteerd in ambitieuze historische en romantische teksten over ridders van de Ronde Tafel, Tempeliers, farao's met "de vloek van de mummie", Medusa, hekserij, Dante – de hele "mythologische geschiedenis" wordt overhoop gehaald, maar op Sea of lies lijkt Russell Allen ook iets persoonlijk(er)s aan te snijden. Voornaamste minpunt is voor mij toch Michael Romeo, want hoewel hij volgens mij de dynamo van de band is word ik wel eens moe van zijn doorzagende slaggitaar en vooral zijn hectische gitaarsolo's; hij kan natuurlijk geweldig spelen, maar zijn solo's lijken soms niet in dienst te staan van het nummer of de melodie of de begeleiding, en dan vliegen de noten alle kanten op zodat ik af en toe denk dat je de solo ook achterstevoren zou kunnen afdraaien zonder dat ik dat door zou hebben. De fans zullen me hier wellicht om verketteren, maar met zulke solo's als in bijvoorbeeld het openingsnummer na drie minuten doe je mij echt geen plezier.
Symphony X - V: The New Mythology Suite (2000)

2,5
0
geplaatst: 1 juli 2024, 17:17 uur
Niets ten nadele van de muzikale virtuositeit en de tekstuele ambitie, maar dit zijn voor mij te veel lage riffs en hoge solo's en te weinig echt pakkende en/of memorabele melodieën. De vergelijking met Dream Theater dringt zich af en toe op, maar in sommige instrumentals hoor ik dan juist weer Danny Elfman, dus de muzikale variatie is duidelijk gewaarborgd, maar voor mij zit er teveel metal en te weinig melodie in de nummers, hoe goed Russell Allen ook zingt en hoe vaardig Michael Romeo ook over de snaren gaat.
