Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Spinvis - Dagen van Gras, Dagen van Stro (2005)

5,0
2
geplaatst: 17 februari 2023, 21:09 uur
Wie Spinvis' debuut kende zal misschien hebben gedacht dat hij of zij wel zo ongeveer zou weten wat deze opvolger zou bieden, maar het afwisselend melancholische en hallucinatoire van de teksten, de lyrische insteek van de muziek en het oor voor melodie en arrangement kwam voor mij persoonlijk in ieder geval toch als een verrassing. Poppy in Het voordeel van video en Bijt mijn tong af, opgefokt in Kom in de cockpit, kwetsbaar in Aan de oevers van de tijd en het titelnummer, ondanks de benarde positie lucide observerend ("de koning", het meisje en de drie vazallen "op de hoge") in Lotus Europa, en als kroon op dit alles het prachtige Flamingo dat me de allereerste keer al zó vanzelfsprekend in de oren klonk dat het leek alsof ik het al jaren kende. Belangrijker nog dan dat deze plaat aantoonde dat Spinvis' huisvlijt geen eenmalige gimmick was maar juist een werkprocédé dat hem in staat stelde om op zijn eigen manier en in zijn eigen tijd te groeien als schrijver en als muzikant, is dat dit gewoon een geweldige plaat met bijna alleen maar hoogtepunten is.
Spinvis - Het Voordeel van Video (2005)

3,0
0
geplaatst: 17 februari 2023, 21:11 uur
Twee nummers die ook op Dagen van gras, dagen van stro staan, plus een impressionistische instrumental met piano, synthesizer en ambient-geluiden, en een miniatuurtje over de indrukken van een man die op de bodem van een waterweg wandelt. Ik kreeg deze single gratis mee toen ik in 2005 bovengenoemd album op CD kocht, en het is leuk om deze vier (of eigenlijk twee) tracks erbij te hebben, maar voor wie niet alles van Spinvis hoeft te hebben is het geen echt verplichte aanschaf.
Spinvis - Nieuwegein aan Zee (2003)

3,5
0
geplaatst: 4 augustus 2023, 23:17 uur
Spinvis heb ik één keer live gezien, in december 2005 in het Tilburgse 013 als onderdeel van de Dagen van gras-toernee, en dat optreden (met onder andere Hans Dagelet op trompet) heeft diepe indruk op me gemaakt. Ondanks de uitstekende muzikanten en de verrassende arrangementen hebben de live-opnames op Nieuwegein aan Zee toch aanzienlijk minder impact, misschien omdat het live-aspect van het directe (visuele) contact met De Jong en zijn band ontbreekt, misschien ook omdat de echte instrumenten mij toch nergens de oorspronkelijke arrangementen kunnen doen vergeten, en dat ik de solo's van vibrafoon, mondharmonica en saz niet erg bijzonder vind helpt ook niet mee. De muzikanten doen hun best, en met name de ritmesectie klinkt overtuigend, maar als geheel vind ik het live-gedeelte redelijk goed maar zeker niet super. De vier studionummers vind ik daarentegen een stuk interessanter en zouden op een regulier Spinvis-album niet misstaan, terwijl de foutloze maar nasale, sonore en steriele samenzang van Laïs het prachtige Astronaut dan weer totaal doodslaat.
De belangrijkste meerwaarde van dit pakketje zit voor mij eigenlijk in De tijdmachine, de concertfilm op de bijgeleverde DVD waarop we zien hoe Spinvis en zijn "ensemble" zich voorbereiden op de concerten en waarop alle muzikanten even aan het woord komen. Dat schept een sfeer en een ambiance die voor mij zeker bijdragen aan de ervaring van de audio-live-opnames, maar uiteindelijk kan ik die toch niet laten meewegen bij mijn score voor de muziek-CD. 3½* lijkt mij een goed gemiddelde voor de mooie en intrigerende studionummers en het licht teleurstellende live-deel.
De belangrijkste meerwaarde van dit pakketje zit voor mij eigenlijk in De tijdmachine, de concertfilm op de bijgeleverde DVD waarop we zien hoe Spinvis en zijn "ensemble" zich voorbereiden op de concerten en waarop alle muzikanten even aan het woord komen. Dat schept een sfeer en een ambiance die voor mij zeker bijdragen aan de ervaring van de audio-live-opnames, maar uiteindelijk kan ik die toch niet laten meewegen bij mijn score voor de muziek-CD. 3½* lijkt mij een goed gemiddelde voor de mooie en intrigerende studionummers en het licht teleurstellende live-deel.
Spinvis - Spinvis (2002)

5,0
8
geplaatst: 8 februari 2023, 21:15 uur
Prachtige liedjes, vooral op de eerste helft van het album, met echo's van Beck en Air (althans die namen kwamen bij mij omhoog) en met een stem die sommigen misschien als saai zullen ervaren maar waar ikzelf vanwege de expressiviteit bij zowel de zang als de praatzang geen enkele moeite mee heb.
Maar het zijn toch de teksten die deze plaat voor mij tot een meesterwerk maken, de overdaad aan dichterlijke beelden met talloze niet uitgelegde associaties in een vaak onbegrijpelijke samenhang die de suggestie van een soort William S. Burroughts-achtige cut-up technique wekt. Of de luisteraar hier iets zinnigs van kan of wil maken moet hij of zij maar voor zichzelf bepalen, maar de combinatie van begeleiding, melodie, stemtimbre en melancholie die uit sommige tekstfragmenten spreekt resoneert bij mij in ieder geval heel sterk. "het is nooit gebeurd maar dat is geen bezwaar / het is evengoed een soort van waar", de dichter liegt zijn waarheid bij elkaar. Nooit zal ik de verbijstering vergeten toen ik ontdekte dat iemand van wie ik nog nooit had gehoord toch feilloos wist hoe hij mij op de meest precieze wijze kon raken, tijdens de eerste keer dat ik Bagagedrager hoorde, en bij de Afsluitdijk viel de muziek opeens stil: "als je luistert naar de wolken, als je luistert naar de wind..." Nog altijd een magisch moment.
Maar het zijn toch de teksten die deze plaat voor mij tot een meesterwerk maken, de overdaad aan dichterlijke beelden met talloze niet uitgelegde associaties in een vaak onbegrijpelijke samenhang die de suggestie van een soort William S. Burroughts-achtige cut-up technique wekt. Of de luisteraar hier iets zinnigs van kan of wil maken moet hij of zij maar voor zichzelf bepalen, maar de combinatie van begeleiding, melodie, stemtimbre en melancholie die uit sommige tekstfragmenten spreekt resoneert bij mij in ieder geval heel sterk. "het is nooit gebeurd maar dat is geen bezwaar / het is evengoed een soort van waar", de dichter liegt zijn waarheid bij elkaar. Nooit zal ik de verbijstering vergeten toen ik ontdekte dat iemand van wie ik nog nooit had gehoord toch feilloos wist hoe hij mij op de meest precieze wijze kon raken, tijdens de eerste keer dat ik Bagagedrager hoorde, en bij de Afsluitdijk viel de muziek opeens stil: "als je luistert naar de wolken, als je luistert naar de wind..." Nog altijd een magisch moment.
Spinvis - Tot Ziens, Justine Keller (2011)

4,5
2
geplaatst: 19 april 2023, 16:54 uur
Moeilijk om te zeggen of ik dit nou beter of slechter vind dan de eerste twee Spinvissen (de enige die ik nu ken), want hoewel het allemaal uit dezelfde koker komt verschilt het tegelijkertijd ook weer duidelijk van elkaar. De arrangementen zijn voor mijn gevoel wat organischer geworden, de melodieën en de algemene overheersende sfeer van dit album lijken me melancholischer, en hoewel het procédé van de teksten hetzelfde lijkt te zijn gebleven (het doet denken aan verhaaltjes waar sommige gebeurtenissen of passages uit zijn weggeknipt, zodat ik het idee heb dat alles een logische samenhang heeft zonder dat ik die samenhang en die overtuiging verstandelijk kan beredeneren) zijn de invalshoeken toch elke keer weer zó apart en zó treffend dat elk nummer weer verrassend is, ook na vele malen draaien. Bovendien blijft de combinatie van standaardfrasen uit de spreektaal ("dus daar moet het dan maar mee", "god wat een dag het verkeer heel de tijd", "wat krijg je van mij") met intieme details en zeer persoonlijke overdenkingen ("geschiedenis herhaalt zich nooit maar rijmt altijd een keer", "zijn geluk raakt op en zijn geheimen nemen toe", "ik word stil ik word milder en ik ben liever alleen") op nog altijd unieke wijze schrijnend raak, alsof Erik de Jong zegt wat ik alleen maar vaag voel.
"straks is het oorlog en kijk dat ben jij op een dag met in je armen je kleine soldaat", die regel is het afgelopen jaar een pijnlijk actueel nachtmerriescenario geworden.
"straks is het oorlog en kijk dat ben jij op een dag met in je armen je kleine soldaat", die regel is het afgelopen jaar een pijnlijk actueel nachtmerriescenario geworden.
Split Enz - Second Thoughts (1976)
Alternatieve titel: Mental Notes [Europe]

4,5
0
geplaatst: 11 november 2013, 16:27 uur
Toen deze plaat in 1976 of 1977 mijn toen nog tamelijk ongeoefende oren bereikte was dit een sensatie, met z'n krankzinnige collages van talloze verschillende en dikwijls contrasterende muziekstijlen die niet in dienst leken te staan van een compositie maar bijeengeharkt op basis van bizarre nachtmerrieachtige associaties, vol vervreemdende pianootjes, overspannen blazerspartijen en desoriënterende "found footage"-monologen en achtergrondgeluidjes, en met boven alles uit die dramatische stemmen die het ene moment gebroken in de knop klinken en direct daarna weer hemelhoog jubelend. Muziek als van een Technicolor-fantasie met de logica van een droom, merkwaardig verslavend, alsof 10cc en The Residents een duivels verbond hadden gesloten. "Ah somebody must be – killing me…"
Overigens leerde ik als zovelen deze plaat (dus met bovenstaande tracklijst, inclusief het korte titelnummer) kennen als Mental notes, maar dan ook nog eens met de hoes van de oorspronkelijke Nieuwzeelandse elpee (dus ik zal maar zeggen het apocalyptisch-zonnige landschap met op de onderste helft de zeven bandleden in hun gele, blauwe, roze en bruine jasjes) en dan met een diagonaal gestreepte hardroze lijst eromheen en met de titel in wat feestelijker letters. En wie op de site van Phil Manzanera gaat kijken (www. manzanera.com) zal daar zien dat hij van Split Enz in 1976 het album Metal noises blijkt te hebben geproduceerd. Ja, je kunt het ook nóg mysterieuzer maken natuurlijk. (Nee, wie op "metal noises" + "split enz" gaat googlen zal geen treffers noteren, behalve dan Manzanera's site.)
Overigens leerde ik als zovelen deze plaat (dus met bovenstaande tracklijst, inclusief het korte titelnummer) kennen als Mental notes, maar dan ook nog eens met de hoes van de oorspronkelijke Nieuwzeelandse elpee (dus ik zal maar zeggen het apocalyptisch-zonnige landschap met op de onderste helft de zeven bandleden in hun gele, blauwe, roze en bruine jasjes) en dan met een diagonaal gestreepte hardroze lijst eromheen en met de titel in wat feestelijker letters. En wie op de site van Phil Manzanera gaat kijken (www. manzanera.com) zal daar zien dat hij van Split Enz in 1976 het album Metal noises blijkt te hebben geproduceerd. Ja, je kunt het ook nóg mysterieuzer maken natuurlijk. (Nee, wie op "metal noises" + "split enz" gaat googlen zal geen treffers noteren, behalve dan Manzanera's site.)
Spock's Beard - Brief Nocturnes and Dreamless Sleep (2013)

3,5
0
geplaatst: 28 mei 2019, 13:05 uur
Meer aandacht voor goede composities dan voor instrumentaal gepriegel, zegt Metal-D78 hierboven, en dat klopt wel zo'n beetje in mijn beleving. Met name op A treasure abandoned (mooie tekst ook) en het extreem pakkende Something very strange kun je goed horen tot hoeveel fraais dat kan leiden. Niet alles is even sterk: Submerged is een beetje gewoontjes, de Gentle Giant-achtige a capella-tussenstukken in de verder lekker paranoïde rocker Afterthoughts vind ik niet mooi en doen mij nogal geforceerd aan, en de zang vind ik het ene moment prima maar op andere momenten vrij onpersoonlijk. Desalniettemin slaat de weegschaal ruimschoots naar de goede kant uit, want de intenties zijn duidelijk goed, het gitaarwerk knalt er heerlijk uit en de ritmesectie kan bepaald niet van luiheid worden beticht (op Waiting for me lijkt het na anderhalve minuut wel alsof Chris Squire even een stukje mee komt bassen). Misschien meer mainstream dan prog, maar èrg lekker. De bonustracks voegen wel degelijk wat toe, met een spannend duet tussen gitaar en bas op The man you're afraid you are en het gewoon erg mooie Down a burning road.
Spock's Beard - V (2000)

3,0
0
geplaatst: 18 januari 2019, 11:50 uur
Net als de meeste mensen hier vind ik de opener meteen het hoogtepunt van de plaat, met z'n sterke afwisselende gebruik van akoestische gitaar, elektrische piano, blazers, Hammond en dansende bas, hoewel het geheel enigszins omlaag wordt gehaald door het flauwe refrein, de matige koortjes en de krachteloze zang. Dat laatste blijft eigenlijk de hele plaat zo; op Sola scripture, het enige andere album dat ik van Neal Morse ken, vond ik zijn zang ook al niet best, en hier is het niet anders. In rustiger passages klinkt hij een beetje als Scott Weiland en dan is zijn rafel goed op z'n plaats, maar op bijvoorbeeld het refrein van het toch al niet zo spannende tweede nummer vind ik zijn stem echt tekortschieten. (Bizarre tekst ook : "She's a shifted paradigm... If she's the wind then I'm a fan / Blowing through and changing who I am...") Thoughts (part II) is daarna een tweede hoogtepunt met z'n lekkere gitaarpatronen en rare breaks, hoewel het dan gevolgd wordt door twee nietzeggende nummers die echt te licht zijn voor een album als dit. De afsluiter is ontegenzeggelijk ambitieus, maar bevat naast diverse sterke passages ook stukken waarbij het nummer me even helemaal kwijt is – het is wat veel van het goede met veel variatie maar te weinig samenhang.
Ik eindig een beetje in tweestrijd : de prog-elementen zijn geweldig, de arrangementen lekker afwisselend en de muzikanten uitstekend, maar de matige zang, die drie rare ballades en de inkakmomenten op The great nothing verhinderen mij toch hier een echt hoge waardering voor te geven. Kennelijk word ik hier te weinig door meegesleept om over mijn bezwaren heen te stappen.
Ik eindig een beetje in tweestrijd : de prog-elementen zijn geweldig, de arrangementen lekker afwisselend en de muzikanten uitstekend, maar de matige zang, die drie rare ballades en de inkakmomenten op The great nothing verhinderen mij toch hier een echt hoge waardering voor te geven. Kennelijk word ik hier te weinig door meegesleept om over mijn bezwaren heen te stappen.
Star One - Revel in Time (2022)

3,0
1
geplaatst: 21 oktober 2022, 13:29 uur
Een revanchie voor Transitus was wat mij betreft niet nodig omdat ik dat best een aardige plaat vond, maar een nieuwe Lucassen is altijd welkom. Maar, eerlijk is eerlijk, Revel in time heeft qua teksten een erg leuke insteek (van de 11 films die als inspiratie dienden heb ik er 9 gezien, waarvan 7 in eigen bezit), het luistert allemaal lekker weg en het zakt nergens door een ondergrens, maar het klinkt allemaal te vertrouwd en te gemakkelijk zonder dat er ergens grenzen worden opgezocht of risico's worden genomen. En dat hoeft ook niet, soms is het lekker om even pas op de plaats te maken en goed uit je dak te gaan met een degelijke verzameling rocknummers, maar al die vette gitaren en alle kanten opwaaierende solo's en gillende dameskoortjes klinken voor mij inmiddels toch te bekend, en de zangmelodieën doen me door de bank genomen ook al niet veel. Uitzondering is het slotnummer met dat unheimische koor en die fraaie solo van Steve Vai, dat springt er echt uit.
Overigens deel ik de bedenkingen van ProgMetal op 21-2-2022 wel een beetje: "Arjen is perfectionist dus in zijn eerste schijf streeft hij 100% naar perfectie en dat mogen de vocaliste op het tweede schijfje dan proberen te evenaren. Ze zijn vooraf al gedegradeerd naar het tweede schijfje." Ik moet ook zeggen dat de zangers en de zangpartijen van CD1 naar mijn smaak dan ook bijna zonder uitzondering superieur zijn aan die van CD2 (zonder dat die natuurlijk echt slècht zijn). Toch een beetje een rare bijsmaak.
Overigens deel ik de bedenkingen van ProgMetal op 21-2-2022 wel een beetje: "Arjen is perfectionist dus in zijn eerste schijf streeft hij 100% naar perfectie en dat mogen de vocaliste op het tweede schijfje dan proberen te evenaren. Ze zijn vooraf al gedegradeerd naar het tweede schijfje." Ik moet ook zeggen dat de zangers en de zangpartijen van CD1 naar mijn smaak dan ook bijna zonder uitzondering superieur zijn aan die van CD2 (zonder dat die natuurlijk echt slècht zijn). Toch een beetje een rare bijsmaak.
Star One - Space Metal (2002)

3,0
1
geplaatst: 29 mei 2018, 10:44 uur
Vanwege de aanwezigheid van de karakteristieke zang van Damian Wilson, de manier waarop Floor Jansen hier in koortjes gebruikt wordt en door sommige melodiebuigingen moet ik bij dit album soms denken aan Into the electric castle, maar dan kwalitatief net een treetje lager met helaas iets meer "gewone" metal en wat minder muzikale zijsprongetjes en instrumentale uitweidingen, zodat bijvoorbeeld ook Ed Warby hier niet zo goed uit de verf komt als gewoonlijk. Dat maakt hier een degelijke maar niet geweldige ode aan diverse space operas van, met High moon en het meeslepende Starchild voor mij als hoogtepunten (en met een speciale vermelding voor Intergalactic space crusaders dat zó catchy is dat het bijna een single zou kunnen zijn). Wellicht waren mijn verwachtingen ook wel te hooggespannen en mag ik dit niet met het beste werk van Ayreon vergelijken, hoewel ik niet het idee heb dat Lucassen aan dit nevenproject minder zorg heeft besteed dan aan zijn "reguliere" werk (tenzij dus misschien in compositorisch opzicht). Maar ja, echt slecht of saai wordt het natuurlijk ook nergens, zoals ik CorvisChristi hierboven gelukkig kan nazeggen.
Starcastle - Starcastle (1976)

4,0
0
geplaatst: 2 november 2012, 22:56 uur
Dit klopt allemaal nèt niet : het lijkt Engels maar is Amerikaans (Champaign, Illinois), het lijkt Yes maar is daar slechts zeer sterk door geïnspireerd, het lijkt uit de hoogtijdagen van de symfonische muziek (circa 1972) te komen maar stamt uit de nadagen (1976, Johnny Rotten klopt aan de deur), en het werd ook allemaal geen succes. Toch…
Drums, bas (à la Chris Squire), toetsen, twee gitaren en een hoog zingende zanger (met overige leden als achtergrondkoortjes), meerdere lang uitgesponnen nummers met veel instrumentale passages, en de langste track (en plaatopener) duidelijk (en terecht) bedoeld als prijsnummer. Niet veel nieuws, maar allemaal wel èrg lekker, afwisselend atmosferisch ingetogen en stevig rockend . Een leuke en aangenaam geproduceerde symfonische plaat uit de B-categorie, niks mis mee.
Drums, bas (à la Chris Squire), toetsen, twee gitaren en een hoog zingende zanger (met overige leden als achtergrondkoortjes), meerdere lang uitgesponnen nummers met veel instrumentale passages, en de langste track (en plaatopener) duidelijk (en terecht) bedoeld als prijsnummer. Niet veel nieuws, maar allemaal wel èrg lekker, afwisselend atmosferisch ingetogen en stevig rockend . Een leuke en aangenaam geproduceerde symfonische plaat uit de B-categorie, niks mis mee.
Status Quo - 12 Gold Bars (1980)

4,0
0
geplaatst: 14 juli 2017, 17:02 uur
Nou wist ik bij Roll over lay down toch zéker dat de twee "break"-akkoorden aan het einde van elke coupletregel samen een aflopend reeksje vormden, maar het tweede akkoord is dus hóger dan het eerste... Kijk, alleen al door dat uit lang vervlogen tijden overgeleverde waanbeeld te corrigeren heeft deze compilatie zijn nut bewezen, maar ook los daarvan is dit een ideale verzamelplaat : drie kwartier rocken, raggen en luchtgitaar spelen, en na afloop besef ik dat ik hierna geen enkel Quo-album meer nodig heb. Jammer dat door een productiefoutje de laatste track is weggevallen en vervangen door een nummer van Bread (hoewel het eigenlijk lang niet slecht is, eerlijk is eerlijk, alleen heeft het niets met de rest van het album te maken en is het ook niet echt een spectaculaire uitsmijter). Favorieten zijn Caroline (met dat erg leuke ingetogen tussenstukje), Rain (mooi koortje tijdens de brug) en het onvermijdelijke Down down. (Maar het blijft me een raadsel waarom Rick Parfitt het titelwoord van Rain niet gewoon laat rijmen op pain maar op het Nederlandse Kain, om nog maar te zwijgen van het moment waarop hij the rain laat rijmen op die Kain.)
Steely Dan - Can't Buy a Thrill (1972)

5,0
0
geplaatst: 26 november 2013, 20:47 uur
Als het de bedoeling van verzamelelpees van "diverse artiesten" is om niet alleen een extra slaatje te slaan uit hits die hun populariteit al bewezen hebben, maar ook om luisteraars te interesseren in nummers die ze misschien hadden gemist, dan is wat mij betreft de effectiviteit van die formule bewezen met het verzamelalbum dat ik begin jaren 70 te leen kreeg van, zo gaan die dingen, de huishoudster van mijn ouders. Want tussen die bonte verzameling hits en hitjes stond ook Do it again van Steely Dan, en (daar komt een cliché) ondanks of misschien wel juist dankzij de simpelheid (bijna monotonie) van het couplet met z'n vier identieke zanglijnen vond ik het toch een merkwaardig intrigerend en sterk nummer.
Dus via die single kocht ik niet veel later de elpee (met als ik me goed herinner een zachtrose label), en de eerste keer dat ik hem draaide keek ik wel even raar op, want niet alleen duurde het intro twee keer zo lang als op de single-versie, maar ook volgde er op de "sitargitaar"-solo nog een tweede solo, ditmaal van een niet al te duur klinkend orgeltje – éven wennen. (Dat was ook de tijd waarin ik me afvroeg of het gelijknamige maar toen nog nooit gehoorde nummer van de Beach Boys er iets mee te maken had.)
Natuurlijk is dit nog niet de Steely Dan van de luie pseudo-fusion zoals die op Aja tot bloei kwam, en natuurlijk zitten er nog twee andere zangers bij (waaronder David Palmer met zijn prachtige vloeibare stem; commentaar van de All Music Guide: hij "oversings" zijn nummers – wat een onzin), en natuurlijk bevat deze plaat nog niet de zorgvuldig uitgekristalliseerde solo's van talloze instrumentalisten zoals op Aja (met z'n zes verschillende gitaristen op zeven nummers) en Gaucho, maar of die latere Steely Dan nou de band is die de geschiedenisboekjes heeft gehaald of niet, Can't buy a thrill blijft voor mij niet alleen de plaat waarmee ik ze heb leren kennen maar ook nog altijd hun favoriete album. Bovendien is dit een plaat met een onwaarschijnlijk hoge draaibaarheidsfactor, ik ken hem nu al veertig jaar en ik ben er nog steeds niet op uitgeluisterd, en het is ook zo'n plaat waarvan ik alle teksten zó goed ken dat ik plotseling merk dat ik hem aan het meezingen ben zonder dat ik eigenlijk precies weet welk nummer op dat moment gedraaid wordt.
Van Steely Dan heb ik daarna alle platen in de juiste volgorde gekocht (komt bij mij eigenlijk niet eens zó vaak voor), inclusief een zeldzame bootlog getiteld Rotoscope down van volgens mij de enige toernee die ze toen hebben gemaakt, en hoewel ik sommige wat minder vond dan andere (na Can't buy a thrill was The royal scam voor mij de eerste plaat met een vergelijkbare kwalitatieve consistentie) ben ik ze altijd trouw gebleven. Na The nightfly had ik het echter wel gehad, en toen mevrouw OnHeavenHill mij op 5 december vorig jaar met Sunken condos probeerde te verblijden kon ik er niet meer warm voor lopen. De liefde voor Steely Dan is eigenlijk nooit meer teruggekomen, hetgeen meer aan mij dan aan hun muziek ligt, zo gaat dat soms met die dingen, ik ben al blij genoeg dat er nog zoveel muziek van 35 à 40 jaar geleden is die ik nog wèl leuk vind. Alleen Can't buy a thrill, die is nooit weggeweest uit mijn hart (en CD-lade). Warme, grappige, bitterzoete popmuziek, met een ironische blik die de romantiek niet kan verhullen (of is dat hier nog juist precies andersom?), en met naast Do it again als mijn favoriete nummer Fire in the hole, met die paniekerige piano, die subtiele steel-gitaar en die prachtig gezongen tekst over een getroubleerde ziel. "My life is boiling over…" Rillingen.
Die huishoudster is trouwens al spoedig naar het toen nog verre Limburg afgezakt. Ik heb haar indertijd nog wel Can't buy a thrill uitgeleend, maar ik geloof niet dat ze die verzamelelpee vanwege Steely Dan had gekocht.
Dus via die single kocht ik niet veel later de elpee (met als ik me goed herinner een zachtrose label), en de eerste keer dat ik hem draaide keek ik wel even raar op, want niet alleen duurde het intro twee keer zo lang als op de single-versie, maar ook volgde er op de "sitargitaar"-solo nog een tweede solo, ditmaal van een niet al te duur klinkend orgeltje – éven wennen. (Dat was ook de tijd waarin ik me afvroeg of het gelijknamige maar toen nog nooit gehoorde nummer van de Beach Boys er iets mee te maken had.)
Natuurlijk is dit nog niet de Steely Dan van de luie pseudo-fusion zoals die op Aja tot bloei kwam, en natuurlijk zitten er nog twee andere zangers bij (waaronder David Palmer met zijn prachtige vloeibare stem; commentaar van de All Music Guide: hij "oversings" zijn nummers – wat een onzin), en natuurlijk bevat deze plaat nog niet de zorgvuldig uitgekristalliseerde solo's van talloze instrumentalisten zoals op Aja (met z'n zes verschillende gitaristen op zeven nummers) en Gaucho, maar of die latere Steely Dan nou de band is die de geschiedenisboekjes heeft gehaald of niet, Can't buy a thrill blijft voor mij niet alleen de plaat waarmee ik ze heb leren kennen maar ook nog altijd hun favoriete album. Bovendien is dit een plaat met een onwaarschijnlijk hoge draaibaarheidsfactor, ik ken hem nu al veertig jaar en ik ben er nog steeds niet op uitgeluisterd, en het is ook zo'n plaat waarvan ik alle teksten zó goed ken dat ik plotseling merk dat ik hem aan het meezingen ben zonder dat ik eigenlijk precies weet welk nummer op dat moment gedraaid wordt.
Van Steely Dan heb ik daarna alle platen in de juiste volgorde gekocht (komt bij mij eigenlijk niet eens zó vaak voor), inclusief een zeldzame bootlog getiteld Rotoscope down van volgens mij de enige toernee die ze toen hebben gemaakt, en hoewel ik sommige wat minder vond dan andere (na Can't buy a thrill was The royal scam voor mij de eerste plaat met een vergelijkbare kwalitatieve consistentie) ben ik ze altijd trouw gebleven. Na The nightfly had ik het echter wel gehad, en toen mevrouw OnHeavenHill mij op 5 december vorig jaar met Sunken condos probeerde te verblijden kon ik er niet meer warm voor lopen. De liefde voor Steely Dan is eigenlijk nooit meer teruggekomen, hetgeen meer aan mij dan aan hun muziek ligt, zo gaat dat soms met die dingen, ik ben al blij genoeg dat er nog zoveel muziek van 35 à 40 jaar geleden is die ik nog wèl leuk vind. Alleen Can't buy a thrill, die is nooit weggeweest uit mijn hart (en CD-lade). Warme, grappige, bitterzoete popmuziek, met een ironische blik die de romantiek niet kan verhullen (of is dat hier nog juist precies andersom?), en met naast Do it again als mijn favoriete nummer Fire in the hole, met die paniekerige piano, die subtiele steel-gitaar en die prachtig gezongen tekst over een getroubleerde ziel. "My life is boiling over…" Rillingen.
Die huishoudster is trouwens al spoedig naar het toen nog verre Limburg afgezakt. Ik heb haar indertijd nog wel Can't buy a thrill uitgeleend, maar ik geloof niet dat ze die verzamelelpee vanwege Steely Dan had gekocht.
Steve Earle - Guitar Town (1986)

4,0
0
geplaatst: 15 april 2014, 22:10 uur
Teleurstellend weinig reacties hier eigenlijk, want dit blijft toch een heerlijke plaat. Mooie combinatie van prima composities, onnadrukkelijke maar sterke zang, stevige begeleiding en fraaie twang-guitar. Af en toe leunt het naar mijn smaak wat te veel tegen de sentimentaliteit aan, maar eigenlijk vind ik alleen Think it over een misser. Daar staan vier meesterwerken (1, 4, 6 en 8 ) en twee bijna-meesterwerken (2, 5) tegenover, dus míj hoor je niet klagen. De remaster (met Springsteens State trooper, door bertus99 hierboven ook al genoemd) klinkt als de spreekwoordelijke klok.
Steve Earle / Townes Van Zandt / Guy Clark - Together at the Bluebird Café (2001)

4,0
0
geplaatst: 28 oktober 2020, 13:31 uur
Onbegrijpelijk dat hier zo weinig berichten bij staan, want dit zijn toch drie klassieke en zeer grote singer-songwriters in een intieme setting met subliem repertoire dat zeer sfeervol op plaat is vastgelegd. In zo'n klein zaaltje (je kunt de toeschouwers haast tellen) en uitgevoerd op niets dan akoestische gitaren draait alles om de composities en de voordracht, en met beide zit het meer dan snor. Earle klinkt intens als altijd en Van Zandt knap onderkoeld, maar ook wat mij betreft komt Clark hier het beste voor de dag, met als hoogtepunt van de plaat een huiveringwekkende uitvoering van Randall knife. Maar daarmee doe ik Van Zandts Tecumseh Valley misschien te kort, en dan is er nog Earle's My old friend the blues... Allemaal prachtige uitvoeringen, omlijst door soms hilarische inleidingen (inclusief de avonturen van Townes' gouden tand). En nogmaals, intiem en sfeervol zijn hier trefwoorden wat mij betreft, het klinkt of ik op de eerste rij zit.
Steve Hackett - Spectral Mornings (1979)

4,5
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 17:02 uur
Een zeer gevarieerde plaat, zowel qua stijlen als qua nummers, maar zonder dat dat een rommelige of onsamenhangende indruk oplevert. The ballad of the decomposing man is flauw, niet vanwege het genre maar omdat de music-hall-tekst niet wordt ondersteund door een pakkende melodie, en Cordoba doet me niet zoveel, maar de rest is sterk, met (zoals de meeste gebruikers hier vinden) het eerste en het laatste nummer als absolute hoogtepunten. Krachtiger zang (met meer karakter) had de plaat wellicht nog meer goed gedaan.
Voor wie de uitgave met bonustracks heeft nog een grappig weetje over het laatste titelloze geluidsfragment, van de Engelse wikipedia: "The caretaker was a hidden joke track that had appeared on some early CD copies of the album. It features the vocalist Pete Hicks, here as a studio cleaner, being angry with the musicians about the mess that they made working in the studio."
Voor wie de uitgave met bonustracks heeft nog een grappig weetje over het laatste titelloze geluidsfragment, van de Engelse wikipedia: "The caretaker was a hidden joke track that had appeared on some early CD copies of the album. It features the vocalist Pete Hicks, here as a studio cleaner, being angry with the musicians about the mess that they made working in the studio."

Steve Hackett - Voyage of the Acolyte (1975)

5,0
2
geplaatst: 24 maart 2017, 21:03 uur
Superbe album, met als het ware de mooiste gitaarklanken van Genesis bij elkaar gelegd in een warm bed van prachtige composities en smaakvolle arrangementen, zodat je weet (en hoort) dat het Hackett is terwijl het geheel toch een totaal eigen karakter krijgt. Soms bijna (of zelfs helemaal) sprookjesachtig met die fluit en die hobo, maar nergens melig of clichématig, want overal weet Hackett zich gesteund door zijn fabuleuze melodieën. De eerste vier nummers stromen foutloos door, maar The hermit heeft een beetje te lijden onder Hacketts vlakke zang, en de eerste helft van Star of Sirius blijft voor mij enigszins in de lucht hangen; gelukkig maakt de meesterlijke plaatafsluiter (waarop de stem van Sally Oldfield mij aan die van Annie Haslam van Renaissance doet denken) alles in één klap weer goed. Het slot ervan draait om een riff die zó "natuurlijk" en vanzelfsprekend is dat ik de eerste keer dat ik hem hoorde dacht dat ik hem al jàren kende, en hij is ook zó mooi dat het outro wat mij betreft nog wel even zou mogen doorgaan, maar als dat op de ruim vijf minuten langere bonustrack dan ook echt gebeurt is dat wel een beetje teveel van het goede, dus met de oorspronkelijke versie ben ik dik tevreden. Heerlijk warm geluid dat in de 2005-remaster perfect tot z'n recht komt. (Merkwaardig trouwens dat de All Music Guide de afbeelding van de kluizenaar als albumhoes toont, misschien omdat iets dergelijks bij de site eil.com voor een Japanse persing uit 1976 wordt gesuggereerd.)
Steve Howe - Pulling Strings (1998)
Alternatieve titel: Live in America

3,5
0
geplaatst: 12 december 2019, 20:37 uur
Bijna een uur Steve Howe live in Chicago en Minneapolis anno 1994. We horen hem grotendeels in z'n eentje, hoewel hij op vijf tracks gebruik maakt van een achtergrond van zelf opgenomen begeleidingsinstrumenten (en op een zesde nummer back-up krijgt van een tape met een ritmesectie). Ruim de helft van het programma is afkomstig van zijn soloplaten, en bij de overige nummers zitten drie covers (waaronder de instrumentale pophit Glassical gas van Mason Williams, alsmede verrassend genoeg Erroll Garners piano-compositie Misty), een grappige versie van My white bicycle (de hit uit 1967 van Tomorrow, waar Steve Howe deel van uitmaakte voordat hij bij Yes ging spelen), een nummer van GTR, en vier fragmenten van klassieke nummers van Yes.
Met die laatste bandnaam heb ik meteen ook de achilleshiel van deze plaat genoemd. Howe is een uitzonderlijk goede gitarist, en de nummers van zijn soloplaten bewijzen dat hij ook los van Jon Anderson en Chris Squire heel goed in staat was om pakkende melodieën te schrijven, maar af en toe neemt hij ook plaats achter de zangmicrofoon, en over zijn stem kan ik werkelijk helemaal niets goeds zeggen. Saai, sonoor, brommerig en niet in staat tot emotionele wendingen, zo zou ik zijn zang willen omschrijven, en dat wordt allemaal nog erger doordat ik het onwillekeurig ga vergelijken met hoe subliem Jon Anderson die nummers op de albums van Yes laat klinken. Met name wat Howe op deze verder wonderbaarlijk mooie versie van Soon laat horen is echt tenenkrommend.
Zeer gemengde gevoelens dus. Een soort Unplugged-album waarop Howe zijn nummers flink heeft uitgekleed terwijl er dankzij het zeer afwisselende repertoire en zijn echt fenomenale gitaarspel nog genoeg valt te genieten, maar bij zijn abominabele zang op meerdere nummers moet ik toch wel flink op mijn tanden bijten. (Deed híj dat óók maar.)
Nog iets aparts : op het geweldige Running the human race is een indrukwekkende slidegitaar-partij te horen. In het boekje vermeldt Howe welke gitaar hij op welk nummer bespeelt, en bij dat nummer blijkt hij gebruik te maken van... een Fender Dual Pro Steel. Op precies dezelfde wijze dacht ik altijd dat hij de zinderende gitaarpartij op het titelnummer van Going for the one op een slide speelde... totdat ik ook dáár de credits zag. (Zelfs toen geloofde ik het nog niet, en ik moest een YouTube-filmpje van een live-opname van dat nummer zien voordat ik kon geloven dat hij zo'n geluid uit een steelgitaar kreeg – ik moet bij dat instrument altijd eerder aan Teach your children denken dan aan de jankende solo die Howe op Going for the one in zijn vingers bleek te hebben.)
Met die laatste bandnaam heb ik meteen ook de achilleshiel van deze plaat genoemd. Howe is een uitzonderlijk goede gitarist, en de nummers van zijn soloplaten bewijzen dat hij ook los van Jon Anderson en Chris Squire heel goed in staat was om pakkende melodieën te schrijven, maar af en toe neemt hij ook plaats achter de zangmicrofoon, en over zijn stem kan ik werkelijk helemaal niets goeds zeggen. Saai, sonoor, brommerig en niet in staat tot emotionele wendingen, zo zou ik zijn zang willen omschrijven, en dat wordt allemaal nog erger doordat ik het onwillekeurig ga vergelijken met hoe subliem Jon Anderson die nummers op de albums van Yes laat klinken. Met name wat Howe op deze verder wonderbaarlijk mooie versie van Soon laat horen is echt tenenkrommend.
Zeer gemengde gevoelens dus. Een soort Unplugged-album waarop Howe zijn nummers flink heeft uitgekleed terwijl er dankzij het zeer afwisselende repertoire en zijn echt fenomenale gitaarspel nog genoeg valt te genieten, maar bij zijn abominabele zang op meerdere nummers moet ik toch wel flink op mijn tanden bijten. (Deed híj dat óók maar.)
Nog iets aparts : op het geweldige Running the human race is een indrukwekkende slidegitaar-partij te horen. In het boekje vermeldt Howe welke gitaar hij op welk nummer bespeelt, en bij dat nummer blijkt hij gebruik te maken van... een Fender Dual Pro Steel. Op precies dezelfde wijze dacht ik altijd dat hij de zinderende gitaarpartij op het titelnummer van Going for the one op een slide speelde... totdat ik ook dáár de credits zag. (Zelfs toen geloofde ik het nog niet, en ik moest een YouTube-filmpje van een live-opname van dat nummer zien voordat ik kon geloven dat hij zo'n geluid uit een steelgitaar kreeg – ik moet bij dat instrument altijd eerder aan Teach your children denken dan aan de jankende solo die Howe op Going for the one in zijn vingers bleek te hebben.)
Steve Jansen & Richard Barbieri - Lumen (2015)

2,5
0
geplaatst: 9 januari 2017, 20:08 uur
Groot is het genot om de warme en mysterieuze klanken van Richard Barbieri's keyboards en het precieze drummen van Steve Jansen weer te horen, en als je daar dan de fretloze bas van Mick Karn nog bij krijgt lijkt het gewoon bijna Japan revisited. Goed ook om me weer eens te realiseren hoe geweldig die band was en dat David Sylvian daarin absoluut niet het enige gezichtsbepalende individu was. Hoge verwachtingen dus, en het openingsnummer van deze plaat is briljant qua spanningsopbouw, melodie en climax (met prima werk van Steven Wilson natuurlijk), maar daarna verzandt dit album voor mij enigszins in vrijblijvendheid en schetsmatigheid. Teveel nummers blijven in de lucht hangen, kabbelen maar een beetje voort en blijken daarna al weer de volgende compositie of improvisatie te zijn geworden, zodat er voor mij uiteindelijk te weinig vlees aan dit album zit en ik op mijn honger blijf zitten (prachtige uitdrukking die ik op deze site voor het eerst ben tegengekomen en die ik nu ook eens bezig). (De bonus track Crossing the border is overigens een outtake van het studio-album Stories across borders.)
Steve Jansen & Richard Barbieri - Stone to Flesh (1995)

4,0
0
geplaatst: 10 december 2012, 21:21 uur
Steve Jansen en Richard Barbieri hebben allebei een verleden in de briljante band Japan: Jansen (echte achternaam Batt) was daar de drummer van en Barbieri de toetsenist. Na het einde van Japan werkten de heren samen op een aantal albums, waarvan dit het derde is.
De stijl van de muziek doet enigszins denken aan Rain Tree Crow, de naam waaronder de vier leden van Japan in 1991 een zeer geslaagd (maar helaas vooralsnog slechts éénmalig) album maakten, met veel lange instrumentale en bijna trance-achtige sfeerstukken gebouwd rondom soepele percussieritmes en tapijten van warm klinkende toetseninstrumenten, en incidentele vocale passages gezongen door Jansen (wiens stem onwaarschijnlijk veel op die van zijn broer lijkt – David Sylvian, de zanger van Japan/Rain Tree Crow).
De composities zijn keurig verdeeld: twee van Jansen, twee van Barbieri en twee van hen samen. Gastmuzikanten zijn Steven Wilson en Colin Edwin (resp. zanger/gitarist/componist/leider en bassist van Porcupine Tree, de band waartoe Barbieri twee jaar eerder was toegetreden), David Torn (Newyorks experimenteel gitarist die ook al op David Sylvians derde solo-album Secrets of the beehive uit 1987 speelde) en Mark Feltham (mondharmonica, lid van Nine Below Zero en veelgevraagd sessiemuzikant).
Een fraai album, ook voor wie bijvoorbeeld van de eerste soloplaten van David Sylvian houdt, maar met zulke muziek ligt altijd het risico van enigszins vrijblijvend gefröbel op de loer, en ook dit album ontkomt daar niet aan, met name in de twee solocomposities van Jansen. Genoeg te genieten dus, maar niet over de hele linie even dwingend.
De stijl van de muziek doet enigszins denken aan Rain Tree Crow, de naam waaronder de vier leden van Japan in 1991 een zeer geslaagd (maar helaas vooralsnog slechts éénmalig) album maakten, met veel lange instrumentale en bijna trance-achtige sfeerstukken gebouwd rondom soepele percussieritmes en tapijten van warm klinkende toetseninstrumenten, en incidentele vocale passages gezongen door Jansen (wiens stem onwaarschijnlijk veel op die van zijn broer lijkt – David Sylvian, de zanger van Japan/Rain Tree Crow).
De composities zijn keurig verdeeld: twee van Jansen, twee van Barbieri en twee van hen samen. Gastmuzikanten zijn Steven Wilson en Colin Edwin (resp. zanger/gitarist/componist/leider en bassist van Porcupine Tree, de band waartoe Barbieri twee jaar eerder was toegetreden), David Torn (Newyorks experimenteel gitarist die ook al op David Sylvians derde solo-album Secrets of the beehive uit 1987 speelde) en Mark Feltham (mondharmonica, lid van Nine Below Zero en veelgevraagd sessiemuzikant).
Een fraai album, ook voor wie bijvoorbeeld van de eerste soloplaten van David Sylvian houdt, maar met zulke muziek ligt altijd het risico van enigszins vrijblijvend gefröbel op de loer, en ook dit album ontkomt daar niet aan, met name in de twee solocomposities van Jansen. Genoeg te genieten dus, maar niet over de hele linie even dwingend.
Steve Miller Band - Fly Like an Eagle (1976)

4,0
0
geplaatst: 6 september 2013, 17:33 uur
Vroeger veel te vaak gehoord, daardoor er jaren niet meer naar kunnen luisteren. Nu weer eens met frisse oren opgezet, en het is toch (nog/weer) een ijzersterke plaat. Na Rock 'n me gaat het even mis, met You send me als dieptepunt, maar het slotnummer is weer prachtig. Een mooie mix van warm en cool.
Steve Rothery - The Ghosts of Pripyat (2014)

2,5
0
geplaatst: 22 april 2016, 19:51 uur
Ik ben de afgelopen jaren een groot liefhebber van Rothery's werk bij Marillion geworden, maar op deze plaat kan hij mijn aandacht niet vasthouden. Alles is ongetwijfeld met de grootste zorgvuldigheid gecomponeerd, gearrangeerd en gespeeld, en de solo's zijn mooi en smaakvol, maar er staat eigenlijk geen enkel nummer op waarvan de melodieën en de begeleiding echt spannend of interessant zijn, de beroemde gasten ten spijt. Uitzondering is de tweede helft van White Pass, waarbij opeens wèl de haartjes in mijn nek overeind gaan staan, zoals zo vaak wanneer Rothery plotseling snerpend een nummer van Marillion binnen komt zetten. Híér gebeurt dat te weinig. Misschien ontbreekt er te vaak een zangmelodie om tegen in te gaan; voor mij kabbelt het album in ieder geval meer voort dan dan het bruist.
Steve Vai - Alien Love Secrets (1995)

3,5
0
geplaatst: 19 mei 2017, 11:01 uur
Deze man is duidelijk tot alles in staat; of alles wat hij dóét ook daadwerkelijk de moeite waard is, is een tweede. Zo opent deze plaat met twee harde rockers waarbij Vai zijn gitaar alle hoeken van de kamer laat zien (of liever gezegd met zijn gitaar alle hoeken van de opnamestudio verkent) maar waarvan de melodieën zijn opgehangen aan zulke afgezaagde riffs dat de nummers als geheel niet aan de middelmaat ontstijgen. Gelukkig is de rest van het mini-album een stuk sterker, met als hoogtepunten het erg grappige Ya-yo gakk, het mooie slotnummer (hoewel dat "gekwaak" op het einde niet nodig was geweest) en The boy from Seattle, dat eigenlijk net zo goed The boy from Dallas had kunnen heten, zozeer lijkt Vai's gitaarspel en touch hier op dat van de betreurde Stevie Ray Vaughan (die ook weer een enorme fan van die jongen uit Seattle was). Zo hoor ik Vai toch het liefst, niet als de master showman die hij natuurlijk ook is maar als de man die met zoveel schijnbare achteloosheid zoveel gevoel in zijn snarenspel kan leggen.
Steve Vai - Passion and Warfare (1990)

3,5
0
geplaatst: 25 juni 2016, 10:25 uur
Een overdonderend album, zowel wat betreft de ongelooflijke (en zeer indrukwekkende) hoeveelheid melodieën, geluiden en stemmingen die Vai hier uit de hoge hoed tovert als wat betreft het feit dat deze plaat op sommige momenten ook nogal veel is. Geen kwestie van overdaad, eerder is het zaak dat ik het beluisteren hiervan somtijds goed moet doseren. Van het idee dat hij hier overloos zou pielen of freaken heb ik geen last, en hoe je iemand die zo'n rijkgeschakeerde plaat maakt gebrek aan bezieling zou kunnen verwijten begrijp ik niet : het kan je stijl of je smaak niet zijn, maar dat Vai hiermee zoveel mogelijk facetten van zijn eigen muziekbeleving heeft willen vastleggen lijkt me evident, en als zó'n project niet geïnspireerd mag heten weet ik het ook niet meer. Voor mij is dit in ieder geval een ware ontdekkingstocht.
Steven Wilson - 4 ½ (2016)

3,0
0
geplaatst: 9 april 2016, 16:09 uur
Een tussendoortje misschien, maar dan wel met een fantastisch openingsnummer en een mooie sfeervolle instrumental direct daarna. De rest vind ik minder, en het slotnummer is voor mij overbodig ten opzichte van het origineel op Stupid dream, met een gastzangeres wier stem niets toevoegt.
Steven Wilson - Cover Version I - VI (2010)
Alternatieve titel: Cover Version

2,5
1
geplaatst: 2 juni 2016, 19:59 uur
De covers doen me niet zo veel (met uitzondering van het nummer van Donovan dat de sfeer van het origineel mooi vasthoudt), maar sommige B-kantjes bevatten intieme miniatuurtjes waarop Wilson excelleert : van het absolute hoogtepunt Moment I lost (ook voor Wilson zelf nog altijd "a personal highlight" volgens zijn hoestekst) doet de sfeer mij soms aan de vroege Pink Floyd denken.
Steven Wilson - Grace for Drowning (2011)

4,5
0
geplaatst: 27 december 2012, 11:57 uur
Nu de herinnering aan het prachtige concert een beetje is weggezakt was ik benieuwd of ik dit album ook los daarvan nog net zo mooi zou vinden. Hmm... Bij Porcupine Tree beginnen de stijlkenmerken langzamerhand soms een beetje op foefjes te lijken, maar bij déze plaat herinner ik me weer waarom ik ooit verliefd op deze muziek ben geworden. (Trouwens ook een prima tegengif tegen de alomtegenwoordige Top-2000-terreur.)
Steven Wilson - Hand. Cannot. Erase. (2015)

5,0
4
geplaatst: 18 december 2021, 17:49 uur
BoyOnHeavenHill schreef:
[...] op de een of andere manier heb ik met deze plaat geen emotionele klik. [...] Hand. klinkt op sommige momenten gewoon kil en afstandelijk, net zoals het jaren-90-werk van King Crimson waar het me soms aan doet denken. [...] ik [krijg] teveel het gevoel dat Wilson hier bewust een meesterwerk wilde maken, en dan hoor ik teveel bedachtzaamheid (en ga ik me ook storen aan de de echo's van King Crimson, Pink Floyd en Rush). [...]
Wat er kan gebeuren als je een plaat even rust gunt. (Nou ja, even, vijf jaar om precies te zijn, maar goed.) Alle bezwaren zijn als sneeuw voor de zon weggesmolten, en ik hoor alleen nog maar de veelzijdigheid, de muzikaliteit en de emotionaliteit. Formidabele plaat, en wat mooi dat zo'n intense en niet echt makkelijke plaat toch zó breed gewaardeerd wordt dat hij op nummer 40 van de MusicMeter-top-250 staat. (Van *** naar *****.)[...] op de een of andere manier heb ik met deze plaat geen emotionele klik. [...] Hand. klinkt op sommige momenten gewoon kil en afstandelijk, net zoals het jaren-90-werk van King Crimson waar het me soms aan doet denken. [...] ik [krijg] teveel het gevoel dat Wilson hier bewust een meesterwerk wilde maken, en dan hoor ik teveel bedachtzaamheid (en ga ik me ook storen aan de de echo's van King Crimson, Pink Floyd en Rush). [...]
Steven Wilson - THE FUTURE BITES (2021)

2,5
0
geplaatst: 15 februari 2023, 20:41 uur
In zekere zin ook weer een conceptalbum, in mijn optiek over hoe moeilijk het is om (mede onder invloed / dwang van de consumptiemaatschappij: "Buy the shit you never knew you lacked") het verschil tussen echt en onecht, waar en onwaar, noodzakelijk en overbodig te zien. Zie ook het boekje bij de CD, met foto's van één of meerdere jongens die erg op Wilson lijken maar het niet zijn – of is dat het gevolg van de "anti-aging cream" die je volgens je Personal shopper zou kunnen kopen? De glitzy arrangementen met synthesizers, drumcomputers, Wilsons falset (die me steeds aan Achtung baby doet denken) en felle dominante dameskoortjes passen goed bij de tekstuele insteek, maar het menselijke element dat ik zo in Wilsons muziek waardeer wordt daardoor een beetje naar de achtergrond geschoven; niet voor niets vind ik het vrij traditionele 12 things I forgot eigenlijk het beste nummer van de plaat. En Personal shopper is natuurlijk indrukwekkend, met de stunt dat Wilson Elton John bereid heeft gevonden om zijn boodschappenlijstje voor te lezen, maar omdat de bijna klinische productie een beetje de plaats van sterke melodieën heeft ingenomen doet doet dit album als geheel me toch weinig.
Waarom staat trouwens de héle titel van dit album boven de tracklisting herboven in kapitalen? Dat doen we toch niet bij álle platen waarvan de titel in hoofdletters op de hoes staat?
Waarom staat trouwens de héle titel van dit album boven de tracklisting herboven in kapitalen? Dat doen we toch niet bij álle platen waarvan de titel in hoofdletters op de hoes staat?
Steven Wilson - The Harmony Codex (2023)

2,0
0
geplaatst: 23 december 2023, 22:24 uur
EIgenlijk doet dit me allemaal niet veel. Het klinkt alsof Wilson met veel inventiviteit een prachtige elektronische backing-track heeft samengesteld en tóén pas bedacht dat er ook nog een zangmelodie op geplakt moest worden, terwijl de muziek zich daar soms helemaal niet toe leende. De composities lijken niet op een melodie-instrument zoals een piano of een gitaar geschreven te zijn maar op basis van een rhythm-track, en melodisch kunnen de nummers me dan ook maar zelden boeien. De elektronische (of elektronisch klinkende) drums en de soms vervormde stem geven het geheel nog een extra kunstmatige dimensie, en dan komen de fraaie gitaarsolo's en de incidentele blaasinstrumenten haast als een opluchting. Nee, de hele sound maakt deze CD voor mij een zware zit, hoe goed met name het openingsnummer ook klinkt.
