Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Pink Floyd - More (1969)

4,0
0
geplaatst: 10 mei 2019, 11:46 uur
Een tussendoortje? Misschien, hoewel ik dat een wat te denigrerende omschrijving vind voor wat toch gewoon de soundtrack voor een speelfilm is. Zeer gevarieerd, met dromerige akoestische gitaarballades, harde rock, jazzy piano-interludes, geluidstapijtjes en lang uitgesponnen thematische sfeerstukken broederlijk naast elkaar, en binnen die diversiteit krijgt iedereen alle gelegenheid om vrijblijvend ideeën te lanceren. Voor die pastorale nummers als voorstudies van Grantchester Meadows, Fat old sun, If en A pillow of winds heb ik altijd een zwak gehouden, en als Gilmours gitaar en stem het niet doen schiet Rick Wright wel met zijn toetsenarsenaal te hulp – van de manier waarop op het openingsnummer eerst vanaf 2:36 een zwaar orgel en daarna vanaf 3:37 een tweede toetsenlaag het nummer binnen komen zetten stokt mijn adem. Veel is lichtgewicht, maar niets is eigenlijk triviaal. Gek genoeg vind ik The Nile song hier meer uit de toon vallen dan op Relics, misschien omdat die compilatie meer een verzameling van allegaartjes is, en dat disparate geldt ook een beetje voor Ibiza bar, hoewel dat dan weer de fraaie dynamiek van het rustige slot van elk couplet heeft. Als geheel een leuk en sympathiek album waarvan ik de eclectiek wel kan waarderen, en dat spookachtige orgeltje van Rick Wright (bijvoorbeeld tijdens de tweede helft van Quicksilver) gaat mij steeds meer raken.
Pink Floyd - Obscured by Clouds (1972)

4,0
0
geplaatst: 21 mei 2019, 12:53 uur
Onwillekeurig vergelijk ik deze soundtrack met die van More, en dan lijkt Obscured by clouds toch iets meer song-georiënteerd te zijn, met naast de instrumentale sfeerstukken ook iets langere nummers die meer als echte composities aanvoelen en met diverse plekken die echt voor gitaarsolo's zijn ingeruimd. De arrangementen zijn nog altijd warm en organisch, zowel op de rockers als op de meer pastorale nummers, en het Hammondorgel van Richard Wright en de gitaar van David Gilmour (of beter gezegd gitaren, want naast zijn karakteristieke "scheurende" geluid excelleert hij natuurlijk ook nog op de klaaglijke slide van bijvoorbeeld Burning bridges) klinken beter dan ze ooit gedaan hebben. Verleidelijk om dit als een soort voorstudie van latere platen als The dark side of the moon en Animals te zien (het synthesizer-ritme-patroon van The dark side of the moon en het "hakkelende" ritme van Animals op Childhood's end, de thema's van het verspilde leven en de gesneuvelde vader in Free four), maar net als More kan dit album uitstekend op eigen benen staan binnen de Pink Floyd-discografie, en de intimiteit van hun platen uit deze periode mis ik toch wel in wat hierna zou komen, hoe indrukwekkend het hieropvolgende kwartet albums ook is.
Pink Floyd - Relics (1971)

4,5
1
geplaatst: 24 maart 2019, 21:24 uur
Rare, rare compilatie, met van alles en nog wat van hier en daar geplukt – enfin, iedereen heeft al z'n licht laten schijnen over de herkomsten van deze nummers. Merkwaardig genoeg bezit deze plaat voor mij toch een bijzondere eenheid die het geheel een onvergelijkelijk eigen karakter geeft; geen flauw idee waar die vandaan komt, tenzij het ligt aan het feit dat elk nummer wel z'n eigen kwaliteiten en z'n eigen uniciteit heeft, en dat is toch niet misselijk. Careful with that axe, Eugene springt er misschien uit omdat het zo absoluut nergens op lijkt (hoewel ik het vanwege de lugubere titel wel altijd heb geassocieerd met One of these days), maar de ware juweeltjes zijn voor mij Paintbox en Julia dream, de eerste vanwege de opgeruimde en zonnige sfeer (met dank aan de vriendelijke zang van Rick Wright) en de inventieve koortjes, de tweede vanwege die prachtige mellotron (daar ben ik nou eenmaal een sucker voor) en het sfeervolle (en toch ook wel tamelijk creepy) outro. Maar eigenlijk vind ik alles hierop even leuk, zelfs hoe het ruige The Nile song een leuk contrast vormt met z'n dromerige voorganger en z'n opvolger-op-jazzy-kalmeringsmiddelen (totdat ook dát nummer los gaat natuurlijk). Zelfs de nummers die ik al op andere platen heb voegen zich zonder morren in dit nieuwe geheel en geven daarbij allemaal andere facetten van hun pracht prijs, en daardoor staat deze verzameling voor mij eigenlijk op hetzelfde niveau als de reguliere studioalbums.
Pink Floyd - The Dark Side of the Moon (1973)

5,0
4
geplaatst: 1 augustus 2022, 18:02 uur
Niet de eerste "underground"-plaat die ik als jongetje leerde kennen (dat was het debuut van de Soft Machine dat regelmatig uit de kamer van mijn oudere zus kwam schallen), maar wel de eerste waarbij ik dacht: hé, dit is heel duidelijk "alternatief" en toch ook heel erg toegankelijk. En dat is de indruk die mij altijd is bijgebleven: wat leuk dat zo'n aparte plaat zo'n gigantisch succes is geworden (volgens de Engelse wikipedia staat de teller momenteel op 45 miljoen exemplaren), maar het is toch eigenlijk ook geen wonder.
Het grappige is tegelijkertijd dat ik deze plaat leerde kennen met niet al te veel kennis van alternatieve muziek en helemaal geen kennis van eerdere platen van Pink Floyd, zodat ik hem gewoon accepteerde als "zo hoort dit album nou eenmaal, zo is het gewoon", en pas vele jaren later werd ik me er van bewust dat er hier op sommige nummers een dameskoortje meezingt – op een plaat die verder bestaat uit gitaarsolo's, tegendraadse ritmes, geluidseffecten, vervreemdende (enge, benauwende) stemmetjes en bespiegelingen over tijd, ouderdom en (mentale) aftakeling zou ik zo'n soul- of gospelkoor eigenlijk niet verwachten, en ik vraag me af wat ik er van zou vinden als ik deze plaat met mijn kennis (en mijn verwachtingen) van nú zou leren kennen. "Een dameskoortje? Is dat nodig? Op Echoes konden ze het toch ook met z'n tweeën of drieën wel af, waarom halen ze hier dan opeens zo'n wezensvreemd element binnen?" Maar ja, op Shine on you crazy diamond paste het óók... (En dan heb ik het nog niet eens over die sax gehad.)
Wat ik altijd het bijzondere vind van prog (als je deze plaat daartoe mag rekenen): er gebeuren gekke dingen qua arrangementen en maatsoorten, maar het is allemaal zó goed en zó intrigerend dat de luisteraar het allemaal als vanzelfsprekend aanneemt (toegegeven, soms pas na meerdere luisterbeurten) en er alleen maar geboeid naar luistert, zodat het "aparte" of "excentrieke" of "buitenissige" niet meer opvalt en alleen het "mooie" overblijft (én mede daardoor ook wel de hoge draaibaarheidsfactor). Voorbeeld: Money, dat ik altijd "alleen maar" een sterk en spannend nummer vond, totdat ik op een gegeven moment ergens las dat het couplet in 7/8 (of 7/4) wordt gespeeld. Was me nooit opgevallen, maar het heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de reden(en) waarom dat nummer blijft fascineren. (Overigens was David Gilmour maar wát blij dat ze voor zijn solo's de instrumentale stukken even gewoon in een ordinaire vierkwartsmaat speelden.)
Vijftig jaar na dato, en de invallende gitaar en de elektrische piano na de vier schreeuwen aan het begin van Breathe (in the air) bedwelmen me nog altijd. Ik heb deze plaat zeker wel 50 keer en misschien nog wel vaker gehoord, maar nog steeds weet ik nooit precies wat ik moet verwachten, misschien wel qua melodieën maar niet welke mysterieuze sfeer de plaat me in gaat trekken en hoe "diep" dat zal gaan.
Het grappige is tegelijkertijd dat ik deze plaat leerde kennen met niet al te veel kennis van alternatieve muziek en helemaal geen kennis van eerdere platen van Pink Floyd, zodat ik hem gewoon accepteerde als "zo hoort dit album nou eenmaal, zo is het gewoon", en pas vele jaren later werd ik me er van bewust dat er hier op sommige nummers een dameskoortje meezingt – op een plaat die verder bestaat uit gitaarsolo's, tegendraadse ritmes, geluidseffecten, vervreemdende (enge, benauwende) stemmetjes en bespiegelingen over tijd, ouderdom en (mentale) aftakeling zou ik zo'n soul- of gospelkoor eigenlijk niet verwachten, en ik vraag me af wat ik er van zou vinden als ik deze plaat met mijn kennis (en mijn verwachtingen) van nú zou leren kennen. "Een dameskoortje? Is dat nodig? Op Echoes konden ze het toch ook met z'n tweeën of drieën wel af, waarom halen ze hier dan opeens zo'n wezensvreemd element binnen?" Maar ja, op Shine on you crazy diamond paste het óók... (En dan heb ik het nog niet eens over die sax gehad.)
Wat ik altijd het bijzondere vind van prog (als je deze plaat daartoe mag rekenen): er gebeuren gekke dingen qua arrangementen en maatsoorten, maar het is allemaal zó goed en zó intrigerend dat de luisteraar het allemaal als vanzelfsprekend aanneemt (toegegeven, soms pas na meerdere luisterbeurten) en er alleen maar geboeid naar luistert, zodat het "aparte" of "excentrieke" of "buitenissige" niet meer opvalt en alleen het "mooie" overblijft (én mede daardoor ook wel de hoge draaibaarheidsfactor). Voorbeeld: Money, dat ik altijd "alleen maar" een sterk en spannend nummer vond, totdat ik op een gegeven moment ergens las dat het couplet in 7/8 (of 7/4) wordt gespeeld. Was me nooit opgevallen, maar het heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de reden(en) waarom dat nummer blijft fascineren. (Overigens was David Gilmour maar wát blij dat ze voor zijn solo's de instrumentale stukken even gewoon in een ordinaire vierkwartsmaat speelden.)
Vijftig jaar na dato, en de invallende gitaar en de elektrische piano na de vier schreeuwen aan het begin van Breathe (in the air) bedwelmen me nog altijd. Ik heb deze plaat zeker wel 50 keer en misschien nog wel vaker gehoord, maar nog steeds weet ik nooit precies wat ik moet verwachten, misschien wel qua melodieën maar niet welke mysterieuze sfeer de plaat me in gaat trekken en hoe "diep" dat zal gaan.
Pink Floyd - The Division Bell (1994)

3,5
0
geplaatst: 4 september 2022, 17:02 uur
Indertijd had ik eigenlijk helemaal geen zin in een Waters-loze Pink Floyd-plaat, maar een vriend was zo verstandig om mij deze op te dringen, en wonder boven wonder kon dit album mij toch prima smaken. Het probleem is een beetje dat het meer aanvoelt als een soloplaat van David Gilmour dan als een echte groepsplaat, want bijna alles wordt door hèm gezongen, en bovendien maken veel nummers de indruk dat er te gauw is besloten om er maar even weer zo'n klassieke Gilmour-gitaarsolo tegenaan wordt gegooid, dan is de luisteraar vast wel weer tevreden. En die solo's zijn natuurlijk ook prachtig, en die nooit geëvenaarde klank is subliem, maar wanneer zo'n lang nummer weer dat vertrouwde mid-tempo heeft en de akkoordenstructuur niet al te spannend is gaat dat patroon van solo's wel een beetje vervelen, en op dat moment gaan ook de herinneringen aan c.q. verwijzingen naar eerdere PF-gimmicks (de ritmische herhaling van "stone... stone..." op Dogs die terugkomt als "Did you know..." op Poles apart, de talkbox van Pigs die ook op Keep talking wordt gebruikt) mij storen. Pas wanneer de nummers zelf wat tegendraadser en/of risicovoller worden (zoals op het duistere Keep talking) ga ik rechtop zitten en zuigt de muziek mij mee het prachtige (en weer perfect klinkende) PF-universum in, en High hopes is zelfs een absoluut meesterlijke afsluiter. Gemengde gevoelens dus: er wordt vaak de gemakkelijkste weg gekozen, en dat is nooit waarom ik naar Pink Floyd luister, maar op de beste momenten is The division bell soms grandioos.
Pink Floyd - The Early Years 1967-1972 (2016)
Alternatieve titel: Cre/ation

3,0
1
geplaatst: 23 september 2022, 14:01 uur
"27 tracks (19 previously unreleased)", ronkt de sticker op mijn dubbel-CD. Maar waarom zou je, bij een band waarvan het gewone oeuvre al in zo veel versies verkrijgbaar is, überhaupt meerdere wèl eerder uitgebrachte opnames zetten op een compilatie die hun vroege en minst bekende periode wil documenteren? Laat ik eens een lijstje maken van de herkomst van de tracks:
1,2,5,9 al bekend van Relics (allemaal identieke versies)
3 al bekend van Piper (gedeeltelijk andere tekst + extra couplet)
4 al bekend van Saucerful (identieke versie)
25,26,27 al bekend van Obscured by clouds (identieke versies)
6,12,13,15,16 degelijke maar niet spectaculaire BBC-sessies
11 triviale radio-reclame
17 t/m 21 van Zabriskie Point (schetsmatige muziekjes, samen slechts 7:23)
En wat overblijft zijn de tracks waar (naar ik aanneem) de èchte interesse naar uitgaat:
7 instrumentale Barrett-outtake ten tijde van Saucerful
8 vijfde single (maar waarom niet ook singles 3 en 4 opgenomen?)
10 van een compilatie van het Harvest-label
14 een aparte langzame live-versie
22 een stevige live-versie van 10 (met een paar flarden Echoes)
23 een live-versie van Atom heart mother met alleen de band
24 een fragment van Echoes in wording
Samenvattend:
9 nummers al bekend van reguliere albums
5 BBC-sessies
5 schetsjes van een soundtrack
7 mij onbekende nieuwe nummers
Is dit iets waar je geld voor over moet hebben? Uiteraard is het zo dat wàt hier opstaat geweldig is, maar als overzicht van de carrière van deze band van tussen 1967 en 1972 is het nauwelijks representatief te noemen, en als dit echt bedoeld was om authentieke rarities te verzamelen hadden ze minstens negen nummers kunnen weglaten en er daarnaast nog een heleboel tracks bij kunnen halen. En ik weet niet eens of je hier kunt spreken van een gemiste kans, want wellicht is deze 2CD alleen maar bedoeld om kapitaalkrachtige kopers benieuwd te laten worden naar die beroemde box met 27 CD's...
1,2,5,9 al bekend van Relics (allemaal identieke versies)
3 al bekend van Piper (gedeeltelijk andere tekst + extra couplet)
4 al bekend van Saucerful (identieke versie)
25,26,27 al bekend van Obscured by clouds (identieke versies)
6,12,13,15,16 degelijke maar niet spectaculaire BBC-sessies
11 triviale radio-reclame
17 t/m 21 van Zabriskie Point (schetsmatige muziekjes, samen slechts 7:23)
En wat overblijft zijn de tracks waar (naar ik aanneem) de èchte interesse naar uitgaat:
7 instrumentale Barrett-outtake ten tijde van Saucerful
8 vijfde single (maar waarom niet ook singles 3 en 4 opgenomen?)
10 van een compilatie van het Harvest-label
14 een aparte langzame live-versie
22 een stevige live-versie van 10 (met een paar flarden Echoes)
23 een live-versie van Atom heart mother met alleen de band
24 een fragment van Echoes in wording
Samenvattend:
9 nummers al bekend van reguliere albums
5 BBC-sessies
5 schetsjes van een soundtrack
7 mij onbekende nieuwe nummers
Is dit iets waar je geld voor over moet hebben? Uiteraard is het zo dat wàt hier opstaat geweldig is, maar als overzicht van de carrière van deze band van tussen 1967 en 1972 is het nauwelijks representatief te noemen, en als dit echt bedoeld was om authentieke rarities te verzamelen hadden ze minstens negen nummers kunnen weglaten en er daarnaast nog een heleboel tracks bij kunnen halen. En ik weet niet eens of je hier kunt spreken van een gemiste kans, want wellicht is deze 2CD alleen maar bedoeld om kapitaalkrachtige kopers benieuwd te laten worden naar die beroemde box met 27 CD's...
Pink Floyd - The Endless River (2014)

2,5
0
geplaatst: 12 april 2015, 21:51 uur
De eerste keer dat ik deze plaat draaide kon ik bijna niet geloven wat een tweedehandse vergaarbak van sounds en solo's van de vijf klassieke PF-albums tussen 1971 en 1979 dit was. Na de plaat uit de kliko te hebben opgevist heb ik er nog een redelijk groot aantal draaibeurten tegenaan gegooid, en daardoor heb ik mijn mening toch wel enigszins moeten bijstellen. Als een "nieuwe" Pink Floyd-plaat is dit feitelijk totaal overbodig, maar als je dit beschouwt als een laatste proeve van een grote band die nog éénmaal de grote trucendoos opentrekt en laat horen wat deze band ooit tot een unieke sonische ervaring maakte (en alsen passant een eerbetoon aan een zeer gewaardeerde overleden vriend en collega) is dit best geslaagd. Maar of ik dit nou nog vaak spontaan ga opzetten...?
Pink Floyd - The Piper at the Gates of Dawn (1967)

4,5
0
geplaatst: 17 februari 2019, 11:00 uur
Ik leerde dit zeker 35 jaar geleden kennen, ná The dark side of the moon, Meddle en Wish you were here (in die volgorde), maar twee dingen had ik al meteen door: dat ik dit absoluut niet kon en mocht vergelijken met die latere Pink Floyd, èn dat ik dit minstens nèt zo leuk vond. Sixties-psychedelica met een randje dat het ook nu nog actueel doet klinken, teksten die afwisselend handelen over zomerse middagen, sterrenconstellaties, kabouters, cyclische filosofieën en buitenbeentjes die weigeren om zichzelf als "losers" te zien, een stem die je op afstand omarmt, en voldoende muzikale kleur om zowel de spacy als de poppy nummers constant interessant te houden. Alle aspecten van deze plaat zijn me dierbaar, met uitzondering van de flauwe instrumental Pow r. toc h. (waarbij ik te duidelijk hoor dat de muzikanten met hun stemmetjes percussieinstrumenten proberen na te bootsen) en Roger Waters' enige solobijdrage Take up thy stethoscope and walk dat zichzelf constant voorbijloopt zonder ergens heen te gaan. Verder kan ik dit betoverende en nog altijd enigszins ondoorgrondelijke album bijna onbeperkt draaien, hetgeen een voorzichtige manier is om te zeggen dat ik deze speelse Pink Floyd eigenlijk liever hoor dan de grimmige mannen die vanaf Dark side de lol en het levensgenot wel een beetje uit hun muziek leken te verbannen. En hoewel dit album voor een groot deel het geesteskind van Syd Barrett is vond ik zijn twee soloplaten niet om door te komen – zijn focus op dit album is meer dan welkom.
Pink Floyd - The Wall (1979)

9
geplaatst: 27 augustus 2022, 22:38 uur
Er zijn maar weinig platen waar ik zulke gemengde gevoelens bij heb en waarbij er zo'n discrepantie is tussen de mate waarin ik hem waardeer en de frequentie waarmee ik hem draai.
De pluspunten van dit album zijn evident: bijna alleen maar instant-memorabele melodieën, zeer toegankelijke nummers, een aantal briljante thema's en hooks, verschillende knetterende gitaarsolo's van David Gilmour, een extreem gedetailleerde produktie met minutieuze aandacht voor de impact van geluidseffecten, een dwingende plotlijn, en knappe theatrale arrangementen die de composities toch maar zelden overschaduwen (alleen The trial gaat voor mij zodanig over the top dat ik het niet meer bij de rest van de plaat vind passen).
Aan de minzijde ervaar ik een zwartgalligheid, een kilheid en een bijna steriel perfectionisme die de muur waar Waters over zingt ook tussen het album en mijzelf in plaatsen, en hoewel ik weet dat het juist Waters' bedoeling is om het isolement en de vervreemding van "Pink" aan de kaak te stellen (getuige het uiteindelijke neerhalen van de muur en de "humanitaire" boodschap die daaruit spreekt) is die positieve insteek voor mij toch niet genoeg om hier aangenaam luisterwerk van te maken, hoezeer de ontknoping ook getuigt van een streven naar heilzame psychologische genezing. Bij Berlin, Closer, Pornography en ook Floyds eigen Animals hoor ik eerst en vooral de muzikale kwaliteit, en daarna soms nog de troostende werking, maar geen van die albums heeft op mij hetzelfde deprimerende effect als The wall.
Daar komt nog bij dat ik dit album niet kan beluisteren zonder de wetenschap dat dit in de praktijk het einde betekende van de Pink Floyd waar ik zo van houd, vier mannen die samen muziek maken en elkaar in vriendschap en muzikaliteit aanvullen – met het ontslag van Wright en de tweespalt tussen Waters en Gilmour ging voor mij ook het hart uit deze band. Wat dat betreft is The wall voor mij alleen vergelijkbaar met het witte album van de Beatles, eveneens een briljante plaat propvol geweldige nummers waarvan de kwaliteit en het vermogen om ervan te genieten voor mij overschaduwd worden door de wetenschap dat hier een band (en niet zómaar een band: de grootste uit de popgeschiedenis) bezig is zichzelf uit elkaar te trekken.
Ik geef hier ook geen sterrenwaardering aan: ik zou niet weten welke ik zou moeten geven.
De pluspunten van dit album zijn evident: bijna alleen maar instant-memorabele melodieën, zeer toegankelijke nummers, een aantal briljante thema's en hooks, verschillende knetterende gitaarsolo's van David Gilmour, een extreem gedetailleerde produktie met minutieuze aandacht voor de impact van geluidseffecten, een dwingende plotlijn, en knappe theatrale arrangementen die de composities toch maar zelden overschaduwen (alleen The trial gaat voor mij zodanig over the top dat ik het niet meer bij de rest van de plaat vind passen).
Aan de minzijde ervaar ik een zwartgalligheid, een kilheid en een bijna steriel perfectionisme die de muur waar Waters over zingt ook tussen het album en mijzelf in plaatsen, en hoewel ik weet dat het juist Waters' bedoeling is om het isolement en de vervreemding van "Pink" aan de kaak te stellen (getuige het uiteindelijke neerhalen van de muur en de "humanitaire" boodschap die daaruit spreekt) is die positieve insteek voor mij toch niet genoeg om hier aangenaam luisterwerk van te maken, hoezeer de ontknoping ook getuigt van een streven naar heilzame psychologische genezing. Bij Berlin, Closer, Pornography en ook Floyds eigen Animals hoor ik eerst en vooral de muzikale kwaliteit, en daarna soms nog de troostende werking, maar geen van die albums heeft op mij hetzelfde deprimerende effect als The wall.
Daar komt nog bij dat ik dit album niet kan beluisteren zonder de wetenschap dat dit in de praktijk het einde betekende van de Pink Floyd waar ik zo van houd, vier mannen die samen muziek maken en elkaar in vriendschap en muzikaliteit aanvullen – met het ontslag van Wright en de tweespalt tussen Waters en Gilmour ging voor mij ook het hart uit deze band. Wat dat betreft is The wall voor mij alleen vergelijkbaar met het witte album van de Beatles, eveneens een briljante plaat propvol geweldige nummers waarvan de kwaliteit en het vermogen om ervan te genieten voor mij overschaduwd worden door de wetenschap dat hier een band (en niet zómaar een band: de grootste uit de popgeschiedenis) bezig is zichzelf uit elkaar te trekken.
Ik geef hier ook geen sterrenwaardering aan: ik zou niet weten welke ik zou moeten geven.
Pink Floyd - Ummagumma (1969)

4,0
1
geplaatst: 29 april 2019, 14:35 uur
Dit bericht zou je als een herhaling van zetten kunnen zien, want als ik de bijdrages van de laatste vijf pagina's "doorblader" kom ik veel tegen waar ik het mee eens ben. Over de eerste plaat kan ik net zo kort zijn als de meeste schrijvers hier: die bevat wat mij betreft definitieve versies van ultieme PF-nummers, in de 2011-remaster beter dan ooit klinkend met de sfeervolle toetsen van Rick Wright en de precieze gitaarnootjes van David Gilmour vooraan in de mix. (Ik zie nu dat volgens Wikipedia alleen de tweede plaat van dit dubbelalbum in 2011 is geremasterd; als de liveplaat nog de remaster van 1994 bevat, dan moet ik zeggen dat die uitstekend klinkt, net zoals mijn remasters van The dark side of the moon en Animals uit 1992 nog steeds prima klinken.) Als Ummagumma enkel als liveplaat was uitgebracht zou ik er ongetwijfeld 5* voor hebben gegeven.
De tweede plaat is meer "letting my freak flag fly" zoals David Crosby zei; in principe hou ik daar wel van, maar ik vind het ook wel leuk wanneer dat binnen een beetje gestructureerd kader gebeurt, en terwijl Richard Wright nog met iets van gecomponeerde toetsenpartijen aan komt zetten om zijn geluidsexperimenten mee te omringen, vind ik de op zich mooie fluitjes van Nick Masons vrouw te karig om zijn armoedige percussiegefröbel te kunnen rechtvaardigen. Gelukkig is zijn (hun) bijdrage de kortste van het album, en de twee kwarten van de snarenmannen tussen Wright en Mason in vormen samen duidelijk de beste helft van de studioplaat.
Grantchester Meadows springt er uit als de meest traditionele "song" van het hele album en is ook voor mij een hoogtepunt, hoewel ik over het algemeen niet dol ben op gitaarlijnen die de zangmelodie gewoon volgen, en die vogeltjesgeluiden zijn wel sfeervol maar hadden ook wel wat minder gekund – het wekt zo een beetje de indruk dat er achter Roger Waters en zijn gitaar een Natuurgeluiden voor de amateurfilmer-elpee staat mee te draaien. Ook had Waters er mijns inziens beter aan gedaan om die harige beestjes van zijn tweede nummer niet in de studio uit te nodigen maar ze gewoon bij de Pict in hun grot te laten grooven. Gelukkig begint David Gilmour daarna met een intrigerend instrumentaal gedeelte inclusief creepy slidegitaar en benauwende geluidseffecten, zet dan een hypnotiserende donkere riff in en laat die uitlopen op een zware ballade waarop zijn gitaarspel en zijn herkenbare gedubbelde zang al volledig tot hun recht komen. Hij mag er zelf dan wel niet erg enthousiast (meer) over zijn, maar persoonlijk vind ik het een behoorlijk indrukwekkend drieluik – in ieder geval sterk genoeg om het daaropvolgende tuinfeestje van de Grootvizier in mijn herinnering naar de achtergrond te dringen.
In cijfers uitgedrukt kom ik voor Wright tot een zesje, Waters scoort een 8, Gilmour zelfs een 9, en voor Mason heb ik echt niet meer dan een 3 over (en dan nog vooral met dank aan Lindy). 26:4 is nog altijd 6½, en gevoelsmatig is dat een 7 vanwege de sympathieke vrije-expressie-insteek. Ik kan me voorstellen dat voor Mason "the most significant thing is that we didn't do it again", en Ummagumma 2 was voor mij niet nodig geweest, maar ik kan me hier toch eigenlijk best mee vermaken.
De tweede plaat is meer "letting my freak flag fly" zoals David Crosby zei; in principe hou ik daar wel van, maar ik vind het ook wel leuk wanneer dat binnen een beetje gestructureerd kader gebeurt, en terwijl Richard Wright nog met iets van gecomponeerde toetsenpartijen aan komt zetten om zijn geluidsexperimenten mee te omringen, vind ik de op zich mooie fluitjes van Nick Masons vrouw te karig om zijn armoedige percussiegefröbel te kunnen rechtvaardigen. Gelukkig is zijn (hun) bijdrage de kortste van het album, en de twee kwarten van de snarenmannen tussen Wright en Mason in vormen samen duidelijk de beste helft van de studioplaat.
Grantchester Meadows springt er uit als de meest traditionele "song" van het hele album en is ook voor mij een hoogtepunt, hoewel ik over het algemeen niet dol ben op gitaarlijnen die de zangmelodie gewoon volgen, en die vogeltjesgeluiden zijn wel sfeervol maar hadden ook wel wat minder gekund – het wekt zo een beetje de indruk dat er achter Roger Waters en zijn gitaar een Natuurgeluiden voor de amateurfilmer-elpee staat mee te draaien. Ook had Waters er mijns inziens beter aan gedaan om die harige beestjes van zijn tweede nummer niet in de studio uit te nodigen maar ze gewoon bij de Pict in hun grot te laten grooven. Gelukkig begint David Gilmour daarna met een intrigerend instrumentaal gedeelte inclusief creepy slidegitaar en benauwende geluidseffecten, zet dan een hypnotiserende donkere riff in en laat die uitlopen op een zware ballade waarop zijn gitaarspel en zijn herkenbare gedubbelde zang al volledig tot hun recht komen. Hij mag er zelf dan wel niet erg enthousiast (meer) over zijn, maar persoonlijk vind ik het een behoorlijk indrukwekkend drieluik – in ieder geval sterk genoeg om het daaropvolgende tuinfeestje van de Grootvizier in mijn herinnering naar de achtergrond te dringen.
In cijfers uitgedrukt kom ik voor Wright tot een zesje, Waters scoort een 8, Gilmour zelfs een 9, en voor Mason heb ik echt niet meer dan een 3 over (en dan nog vooral met dank aan Lindy). 26:4 is nog altijd 6½, en gevoelsmatig is dat een 7 vanwege de sympathieke vrije-expressie-insteek. Ik kan me voorstellen dat voor Mason "the most significant thing is that we didn't do it again", en Ummagumma 2 was voor mij niet nodig geweest, maar ik kan me hier toch eigenlijk best mee vermaken.
Pink Floyd - Wish You Were Here (1975)

4,0
1
geplaatst: 9 augustus 2022, 11:51 uur
Tja, voor de negen onderdelen van het openings- en slotnummer schieten superlatieven tekort, want wat de band daar doet en hoe ze een pregnante melodie en drie tekstcoupletten uitbouwen tot een suite van 26 minuten die toch geen seconden verveelt is werkelijk briljant. De sfeer wisselt tussen meeslepend (de slidegitaarsolo na 2½ minuut in de tweede helft) en bijna uitvaart-achtig (de synthesizer vanaf 9:00 in datzelfde deel), Rick Wrights keyboards geven overal precies de juiste touch aan, en de even warme als bijtende gitaarsound van David Gilmour behoort alleen al dankzij die vier noten van het hoofdthema (vanaf 3:50 in de eerste helft) tot de herkenbaarste in de popmuziek.
Maar over de overige drie nummers heb ik nooit enthousiast kunnen zijn, en dat komt vooral door de melodieën. Ze zijn niet boeiend, niet pakkend, er zit maar weinig variatie in, voor mijn gevoel bewegen de melodieën van met name de eerste twee nummers zich tussen uitersten die zó weinig uit elkaar liggen dat de bijbehorende zangpartijen meer op praatzang lijken, en dan moet de kracht van die nummers voor mij dus vooral uit de rijke arrangementen vol synthesizers, akoestische gitaren en sfeergeluiden komen. En die arrangementen zijn natuurlijk weer piekfijn, en de plaat klinkt als een klok, en de overtuiging waarmee alles gebracht wordt telt ook nog eens mee, maar uiteindelijk vind ik die drie nummers toch vooral taai. En hoe het titelnummer het de afgelopen jaren tot twaalf maal toe tot een top-10-notering in de Radio2-top-2000 heeft geschopt (in 2018 zelfs op de vijfde plaats) begrijp ik niet, ik kan er gewoon niet aan afhoren wat het nummer zó speciaal maakt dat het praktisch schouder aan schouder met Stairway to Heaven en Child in time en Hotel California mag staan.
Ik ken dit album al vanaf het moment dat het uitkwam (want iedereen in mijn omgeving leek het te hebben), en de negen delen van Shine on you crazy diamond zijn zoals gezegd wat mij betreft boven elke kritiek verheven, dus de klassieke status van deze plaat kan ik prima begrijpen, maar voor mij is het middengedeelte vooral style over substance, arrangement boven melodie, en dat tast voor mij voornoemde status toch een beetje aan.
Maar over de overige drie nummers heb ik nooit enthousiast kunnen zijn, en dat komt vooral door de melodieën. Ze zijn niet boeiend, niet pakkend, er zit maar weinig variatie in, voor mijn gevoel bewegen de melodieën van met name de eerste twee nummers zich tussen uitersten die zó weinig uit elkaar liggen dat de bijbehorende zangpartijen meer op praatzang lijken, en dan moet de kracht van die nummers voor mij dus vooral uit de rijke arrangementen vol synthesizers, akoestische gitaren en sfeergeluiden komen. En die arrangementen zijn natuurlijk weer piekfijn, en de plaat klinkt als een klok, en de overtuiging waarmee alles gebracht wordt telt ook nog eens mee, maar uiteindelijk vind ik die drie nummers toch vooral taai. En hoe het titelnummer het de afgelopen jaren tot twaalf maal toe tot een top-10-notering in de Radio2-top-2000 heeft geschopt (in 2018 zelfs op de vijfde plaats) begrijp ik niet, ik kan er gewoon niet aan afhoren wat het nummer zó speciaal maakt dat het praktisch schouder aan schouder met Stairway to Heaven en Child in time en Hotel California mag staan.
Ik ken dit album al vanaf het moment dat het uitkwam (want iedereen in mijn omgeving leek het te hebben), en de negen delen van Shine on you crazy diamond zijn zoals gezegd wat mij betreft boven elke kritiek verheven, dus de klassieke status van deze plaat kan ik prima begrijpen, maar voor mij is het middengedeelte vooral style over substance, arrangement boven melodie, en dat tast voor mij voornoemde status toch een beetje aan.
Poco - Crazy Eyes (1973)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2011, 14:39 uur
Overgeproduceerd, zeker, maar dan vooral Crazy eyes (gearrangeerd door Bob Ezrin, toen vooral bekend van Alice Cooper en Lou Reeds Berlin, later ook nog Pink Floyds The wall -- misschien niet de beste man om erbij te betrekken) en Magnolia (inderdaad toch heel behoorlijk, tot de violen). Maar Let's dance tonight is toch weer erg leuk dankzij Furey's aanstekelijke zang, en de plaat opent sowieso met drie onverwoestbaar sterke nummers.
Wie in deze plaat geïnteresseerd is moet eens zoeken naar de uitgave op BGO Records: samen met de live-plaat Deliverin' op één CD, met uitstekend geluid en een informatief boekje.
Wie in deze plaat geïnteresseerd is moet eens zoeken naar de uitgave op BGO Records: samen met de live-plaat Deliverin' op één CD, met uitstekend geluid en een informatief boekje.
Pop-Tops - Mamy Blue (1971)

3,5
1
geplaatst: 5 juli 2018, 23:33 uur
Dit is een Spaans bandje (Los Pop-Tops) dat eind jaren 60 al een paar singletjes had gemaakt, onder andere Oh Lord, why Lord? (1968), schijnbaar het eerste nummer dat gebruik maakte van Pachelbels Canon in D majeur (maar zéker niet het laatste : Rain and tears van Aphrodite's Child, All together now van The Farm en nog vele andere). In 1971 scoorden ze echter een internationale hit met Mamy blue, met muziek geschreven door de Franse componist Hubert Giraud en Engelse tekst van Pop Tops-zanger Phil Trim (nummer 1 in tien Europese landen, in Nederland 13 weken in de top-40 met als hoogste positie nummer 3).
Dit is het bijbehorende en gelijknamige album, uiteraard inclusief het titelnummer maar ook met voornoemd Oh Lord, why Lord?. En er valt niet zo gek veel op aan te merken, want de composities zijn melodieus en professioneel, en de nummers worden gespeeld door een ervaren groep muzikanten die goed aanvoelen waar strakheid en soberheid nodig zijn en welke passages wel wat extra loopjes en blazers kunnen gebruiken, dus het niveau van de begeleiding is zeker niet lager dan dat van een doorsnee Engelse sixties-band (of hun studiomuzikanten). Belangrijkste troef is Phil Trim, de (zwarte) Amerikaanse leadzanger, geboren in Trinidad & Tobago op 5-1-1940; niet alleen zorgen zijn Amerikaanse wortels ervoor dat hij godzijdank accentloos zingt, maar hij heeft ook een aangename en soepele stem die in het ijzersterke openingsnummer een vriendelijke en sympathieke melodie kan neerzetten maar bij Oh Lord, why Lord? en het titelnummer ook geen enkele moeite heeft met de benodigde melancholische ondertoon in zijn stem. Interessant om je af te vragen of hij in zijn thuisland of in Groot-Brittannië een serieuze carrière als "middengewicht"-soulzanger had kunnen opbouwen.
Het enige waar je op dit album vraagtekens bij kunt plaatsen is het regelmatig terugkerende koor dat zowel qua omvang als qua techniek af en toe wat gospeltrekjes vertoont en daardoor de poppy composities dreigt te overschaduwen. Dat ik dat koor echter nauwelijks nog hoor (en dat het me sowieso al helemaal niet meer stoort) heeft alles te maken met hoe ik deze plaat heb leren kennen : mijn goede moeder neusde af en toe in de uitverkoopbakken van de V&D en viste daar op een gegeven moment deze plaat voor haar zoontje uit – voor slechts één gulden, want er zat geen buitenhoes meer omheen, alleen nog een papieren binnenhoes. Ik was op een leeftijd waarop ik alles draaide wat ik maar te pakken kon krijgen, dus tegen de tijd dat de jaren des onderscheids aanbraken had ik deze plaat al tientallen malen gedraaid, en de gewenning gaat er dan nooit meer uit, en de waardering al helemáál niet.
Kortom, jeugdsentiment speelt een belangrijke rol bij hoe ik dit album beluister, maar ook los daarvan is dit best een leuke plaat, met lichte en luchtige popmuziek vol aardige melodieën en arrangementen en een prima leadzanger. Dit album plaat zal geen levens veranderen of smaakverschuivingen genereren, maar ik ben blij dat ik hem weer ben tegengekomen.
De oorspronkelijke plaat bevat tien nummers, en bij de re-release uit 2008 werden als bonustracks toegevoegd de A- en B-kantjes van twee singles uit 1969 en 1971 plus de drie nummers van een EP uit 1968. Eén van die bonusnummers, Suzanne (ook wel bekend als Suzanne Suzanne), was in 1971 de opvolger van Mamy blue en bereikte warempel nog de 27ste plaats in de top-40 alvorens de Nederlandse platenkopers ontdekten wat een belachelijk nauwkeurige kopie van die eerdere grote hit dit eigenlijk was (tot en met de identieke "emotionele" interjecties van Trim tijdens het refrein).
Dit is het bijbehorende en gelijknamige album, uiteraard inclusief het titelnummer maar ook met voornoemd Oh Lord, why Lord?. En er valt niet zo gek veel op aan te merken, want de composities zijn melodieus en professioneel, en de nummers worden gespeeld door een ervaren groep muzikanten die goed aanvoelen waar strakheid en soberheid nodig zijn en welke passages wel wat extra loopjes en blazers kunnen gebruiken, dus het niveau van de begeleiding is zeker niet lager dan dat van een doorsnee Engelse sixties-band (of hun studiomuzikanten). Belangrijkste troef is Phil Trim, de (zwarte) Amerikaanse leadzanger, geboren in Trinidad & Tobago op 5-1-1940; niet alleen zorgen zijn Amerikaanse wortels ervoor dat hij godzijdank accentloos zingt, maar hij heeft ook een aangename en soepele stem die in het ijzersterke openingsnummer een vriendelijke en sympathieke melodie kan neerzetten maar bij Oh Lord, why Lord? en het titelnummer ook geen enkele moeite heeft met de benodigde melancholische ondertoon in zijn stem. Interessant om je af te vragen of hij in zijn thuisland of in Groot-Brittannië een serieuze carrière als "middengewicht"-soulzanger had kunnen opbouwen.
Het enige waar je op dit album vraagtekens bij kunt plaatsen is het regelmatig terugkerende koor dat zowel qua omvang als qua techniek af en toe wat gospeltrekjes vertoont en daardoor de poppy composities dreigt te overschaduwen. Dat ik dat koor echter nauwelijks nog hoor (en dat het me sowieso al helemaal niet meer stoort) heeft alles te maken met hoe ik deze plaat heb leren kennen : mijn goede moeder neusde af en toe in de uitverkoopbakken van de V&D en viste daar op een gegeven moment deze plaat voor haar zoontje uit – voor slechts één gulden, want er zat geen buitenhoes meer omheen, alleen nog een papieren binnenhoes. Ik was op een leeftijd waarop ik alles draaide wat ik maar te pakken kon krijgen, dus tegen de tijd dat de jaren des onderscheids aanbraken had ik deze plaat al tientallen malen gedraaid, en de gewenning gaat er dan nooit meer uit, en de waardering al helemáál niet.
Kortom, jeugdsentiment speelt een belangrijke rol bij hoe ik dit album beluister, maar ook los daarvan is dit best een leuke plaat, met lichte en luchtige popmuziek vol aardige melodieën en arrangementen en een prima leadzanger. Dit album plaat zal geen levens veranderen of smaakverschuivingen genereren, maar ik ben blij dat ik hem weer ben tegengekomen.
De oorspronkelijke plaat bevat tien nummers, en bij de re-release uit 2008 werden als bonustracks toegevoegd de A- en B-kantjes van twee singles uit 1969 en 1971 plus de drie nummers van een EP uit 1968. Eén van die bonusnummers, Suzanne (ook wel bekend als Suzanne Suzanne), was in 1971 de opvolger van Mamy blue en bereikte warempel nog de 27ste plaats in de top-40 alvorens de Nederlandse platenkopers ontdekten wat een belachelijk nauwkeurige kopie van die eerdere grote hit dit eigenlijk was (tot en met de identieke "emotionele" interjecties van Trim tijdens het refrein).
Porcupine Tree - Closure / Continuation (2022)

3,0
3
geplaatst: 28 januari 2023, 16:19 uur
Leuk dat ze weer terug zijn, want hoewel Wilson solo een aantal fantastische platen heeft afgeleverd is het altijd interessant waar de aanwezigheid van Barbieri en Harrison hem toe kan inspireren. Als ik eerlijk ben vind ik dit echter een redelijk teleurstellend resultaat. Sommige nummers lijken wel ontstaan te zijn uit lange jams waaruit de beste stukken aan elkaar zijn geplakt om die met erbovenop een zangmelodie tot volwaardige composities te kunnen promoveren, maar in de praktijk betekent dat dat drie geweldige muzikanten bezig zijn met een nummer dat eigenlijk nergens gaat, want ik mis bijna steeds een echt interessante zangmelodie, een goede begeleiding om op te soleren en een spannende climax. Of the new day is een mooie ballade, Dignity is een knap portret van een outsider (aan Wilson wel toevertrouwd) en Walk the plank is ook boeiend, maar de meeste andere nummers doen me weinig, bij Herd culling wéét ik al dat de gitaren na het wegsterven op 4:50 loodzwaar terug gaan komen, en Chimera's wreck maakt op mij niet de indruk waarop ik bij een episch slotnummer van bijna tien minuten hoop. Het is allemaal uitstekend gespeeld en het klinkt als een klok met al die intrigerende geluidjes en sfeervolle keyboards, maar beklijven zoals Stupid dream, Deadwing of Fear of a blank planet doet het bij lange na niet.
Porcupine Tree - Deadwing (2005)

5,0
1
geplaatst: 3 juni 2020, 20:43 uur
Door alle muziek (prog en anderszins) die ik de afgelopen jaren tot me genomen heb, is Porcupine Tree in mijn collectie een beetje ondergesneeuwd. Stupid dream, In absentia en Fear OABP staan me nog heel goed voor de geest, maar Deadwing is behoorlijk weggezakt. Nochtans is dit #191 in de MusicMeter-top-250, en één draaibeurt later is me al geheel duidelijk waarom. Met name de twee langste nummers klinken alsof ze niet anders hadden kúnnen klinken, alsof ze zijn ontworpen door een bovennatuurlijk componist (geen religieuze connotatie of heiligverklaring van SW bedoeld) die niet in staat is om noten, akkoorden of melodieën te schrijven die niet "juist" zijn en niet precies "daar" horen, zo perfect zijn die nummers en hun arrangementen en solo's. Van de kortere stukken spreken Shallow en Halo me allebei minder aan vanwege matige melodieën, en in Mellotron scratch lijkt een echt mooi nummer te zitten dat er maar niet uit wil komen, maar het laatste trio is dan weer geweldig. Heel bijzonder hoe Steven Wilson loodzware metalriffs kan inzetten (Deadwing, Arriving somewhere, Open car, The start of SB) in dienst van een dromerige sfeer. En de enige reden waarom ik het wonderschone Lazarus niet als favoriet heb aangevinkt is omdat het titelnummer ongeveer twee maal zo lang duurt (en dus ongeveer twee maal zoveel wonderschoons biedt) en Arriving somewhere zelfs drie maal. Geheel onterecht door mij veronachtzaamd, deze band.
Porcupine Tree - Fear of a Blank Planet (2007)

5,0
0
geplaatst: 27 januari 2014, 19:29 uur
Duran Duran is niet een band die je gauw met Porcupine Tree associeert, maar bij het Oosters getinte strijkersarrangement van Sleep together moet ik altijd denken aan Tel Aviv, het instrumentale slotnummer van Durans debuutplaat. Dat een deel van Fear of a blank planet in die stad werd geschreven zal wel puur toeval zijn. Overigens is dit een totaal foutloze plaat.
Porcupine Tree - Lightbulb Sun (2000)

2,5
0
geplaatst: 9 oktober 2023, 20:27 uur
Nooit geweten dat dit album tussen Stupid dream en In absentia in verscheen. En misschien ben ik ook wel verwend door die twee platen (allebei 5*) en door het andere PT-werk, maar ik ben eigenlijk niet kapot van Lightbulb sun: het biedt niet veel nieuws en vooral niet veel echt goeds. Het klinkt allemaal weer voortreffelijk, Richard Barbieri heeft weer een hoop geluidjes in de aanbieding en Chris Maitland ramt er af en toe behoorlijk op los, maar er zijn maar weinig nummers waarvan de melodie of de emotionele impact me doen opveren. Het openingsnummer is voor mij meteen het hoogtepunt, maar in de meeste andere nummers zijn nogal gewoontjes qua melodie en structuur , en zelfs Russia on ice (dat qua lengte toch een soort brandpunt of magnum opus van de plaat zou moeten zijn) heeft te weinig vlees aan z'n botten om een lengte van 13 minuten te rechtvaardigen – de eerste helft is nog wel intrigerend met die lekkere riff van vier noten, maar gedurende de instrumentale tweede helft gebeurt er eigenlijk nog maar héél weinig (behalve dat dat dus een plek is waar Maitland heerlijk z'n gang mag gaan). Misschien komt de waardering nog wel wanneer de plaat wat meer bezinkt (zoals bij wel meer albums van deze band), maar vooralsnog vind ik dit een enigszins kleurloze plaat die voor Wilsons doen te gewoontjes is.
Porcupine Tree - Metanoia (1998)

2,0
1
geplaatst: 24 oktober 2024, 21:45 uur
Ik vind dit allemaal toch wel heel erg dun. In het begin moest ik vooral denken aan het enige album van Rain Tree Crow, een associatie die ik al had voordat ik me realiseerde dat Richard Barbieri op beide platen voor een belangrijk deel van de soundscapes verantwoordelijk is, en ook een associatie die nog versterkt wordt doordat de fretloze bas van Colin Edwin me meteen aan Mick Karn doet denken, maar verder gaat de vergelijking mank, want de improvisaties op Metanoia blijven bijna constant in de lucht hangen zonder ergens heen te gaan, en zelfs de opmerkelijke momenten zoals die drie synth-noten aan het begin van Mesmer III lopen over in de daaropvolgende vrijblijvende passages zonder dat er iets interessants mee gebeurt of er ergens een echt sterke climax gloort. Het klinkt allemaal prachtig, en het is mooi als mensen hier van kunnen genieten (en dat meen ik serieus en zonder enige ironie), maar als ik zo'n imposante catalogus als Steven Wilson had zou ik er niet over peinzen om ook dít uit te brengen, laat staan jaren later nog eens geremasterd en extended te re-releasen (hoewel het natuurlijk begrijpelijker wordt wanneer daarmee bootleggers de wind uit de zeilen wordt genomen).
Porcupine Tree - Nil Recurring (2007)

3,0
0
geplaatst: 1 januari 2024, 21:38 uur
Ik vind het nergens echt slecht, maar het zit toch wel een stuk onder het niveau van Fear of a blank planet: veel krachtpatserij met stevige metalriffs en up-tempo-raves, maar weinig memorabele melodieën in nummers die niet ergens heen lijken te gaan. De beste momenten doen me denken aan de sfeer van FOABP, met de bekende dynamiek tussen hard en zacht en in Normal zelfs het refrein van Sentimental, maar als ik het eerdere album niet zou hebben gekend weet ik niet of ik hiernaar zou hebben omgekeken. Het klinkt natuurlijk weer als een klok, Gavin Harrison stuwt de muziek op ongeëvenaarde wijze vooruit en de bijdrage van Fripp op het titelnummer is zeker een meerwaarde, maar ik mis een beetje de focus in het geheel. Ik kan het best vaak horen, maar als ik iets echt gestructureerds wil zet ik toch eerder het "moederalbum" op.
Porcupine Tree - On the Sunday of Life (1991)

3,0
0
geplaatst: 5 april 2012, 13:51 uur
Een zootje is het – maar een aardig zootje. Gaat alle kanten op, maar zeer innemend. Naast de nummers die vrij algemeen als de hoogtepunten worden gezien (Radioactive toy en Nine cats) zou ik toch ook aandacht willen vragen voor de grappige opener Music for the head / Jupiter Island (krijg ik maar niet uit m'n hoofd) en het sfeervolle This long silence.
Porcupine Tree - Recordings (2001)

4,0
2
geplaatst: 24 februari 2024, 17:54 uur
Nu ik merk dat het "luisteren met nieuwe oren" mijn waardering van veel oud PT-werk behoorlijk omhoog heeft gestuwd, heb ik deze compilatie ook maar eens een tweede kans gegeven, en ook hierbij moet ik mijn mening herzien, want waar ik eerder vond dat veel nummers wel mooi klinken maar eigenlijk nergens heen gaan, ben ik nu gevoeliger voor het zoekende, het experimentele en het sfeerschetsende dat veel van deze muziek kenmerkt. Niet alles pakt mij (nog) even goed, maar er zitten toch genoeg momenten bij waarop de muziek als het ware binnenstebuiten wordt gekeerd en er plotseling nieuwe soundscapes tevoorschijn komen die totaal uniek en toch typisch PT zijn, zodat ik dit album als geheel met een volle ster opwaardeer. Deze band met terugwerkende kracht opnieuw ontdekken alsof dat voor het eerst is, is toch wel een aparte ervaring.
Porcupine Tree - Signify (1996)

5,0
2
geplaatst: 14 september 2023, 21:27 uur
Ik ben bij Porcupine Tree ingestapt met Stupid dream en In absentia, en via Fear of a blank planet en zijn soloplaten heb ik Steven Wilson daarna op zijn verdere pad gevolgd, maar van het werk vóór Stupid dream heb ik om de een of andere reden nooit een hoge pet op gehad. De laatste jaren kom ik die platen echter toch weer tegen, en na The sky moves sideways ben ik nu in Signify gedoken, en ik kan me met de beste wil van de wereld niet meer herinneren waarom (of me voorstellen dát) ik dit indertijd niet goed vond. Nú klinkt het als een heel vanzelfsprekend en coherent geheel waarin ik de kortere nummers, de langere tracks en de instrumentale sfeerstukken allemaal goed op elkaar vind aansluiten en waarbij ik bovendien alles goed kan waarderen, of beter gezegd alles geweldig vind. "teveel vrijblijvende instrumentale passages waarop te weinig gebeurt en waarbij mijn aandacht dan ook constant afdwaalt", ik begrijp nu niet meer hoe ik dat ooit heb kunnen zeggen, want zó afwijkend van mijn muzikale smaak was het indertijd toch ook al niet. (En ja, Mindscapes, Dark matter heb ook ik inmiddels als favoriet aangekruist.
)
Ik heb naast de remaster uit 2011 nu ook de versie geleend met een tweede CD Insignificance met daarop een aantal demo's plus een paar (aanzetten tot) liedjes die het uiteindelijke album niet gehaald hebben, zoals reeds vermeld in de huidige tracklisting hierboven. Leuk, maar voor mij persoonlijk geen reden om mijn enkele CD te gaan vervangen. Opmerkelijk genoeg is op geen van beide uitgaves het oorspronkelijke jaar van release (1996) vermeld, noch op de buitenhoes noch op het boekje noch op het schijfje zelf.
)Ik heb naast de remaster uit 2011 nu ook de versie geleend met een tweede CD Insignificance met daarop een aantal demo's plus een paar (aanzetten tot) liedjes die het uiteindelijke album niet gehaald hebben, zoals reeds vermeld in de huidige tracklisting hierboven. Leuk, maar voor mij persoonlijk geen reden om mijn enkele CD te gaan vervangen. Opmerkelijk genoeg is op geen van beide uitgaves het oorspronkelijke jaar van release (1996) vermeld, noch op de buitenhoes noch op het boekje noch op het schijfje zelf.
Porcupine Tree - Stupid Dream (1999)

5,0
0
geplaatst: 26 januari 2011, 21:18 uur
Het bizarre van deze band vind ik: je luistert het album een aantal keer, 5, 6, 10 keer, en dan "ken" je het en gaat het even de kast in. Als je het dan een paar weken later weer draait blijken de nummers toch ergens in je te zijn gaan "doorwerken", zodat je opeens denkt: o ja, dit is óók mooi, en dit óók, en hoe kan het dat ik dít loopje en dát refrein nooit eerder zo heb gewaardeerd? Alsof je onderbewuste er in de tussenstijd mee aan de slag is gegaan (hetgeen op zich overigens ook goed past bij de soms impressionistische en atmosferische teksten). En ik ken eigenlijk geen mooier effect van muziek. (Is ook de reden waarom ik zo'n verstokte symfo-liefhebber ben, al die ondergeschoven laagjes in de muziek die opeens een eigen leven gaan leiden, zoals bij Caravan.)
Porcupine Tree - The Incident (2009)

3,0
1
geplaatst: 15 oktober 2025, 20:00 uur
Met het opnieuw ontdekken van de vroege PT-albums ligt ook mijn waardering daarvan een stuk hoger, maar over The incident kan ik toch niet onverdeeld enthousiast zijn. Productie-technisch is het weer perfect en het klinkt als een klok, maar ik vind er gewoon te weinig pakkende en daardoor beklijvende nummers op staan. Al sinds ik het voor het eerst hoorde maak ik daarbij een uitzondering voor het prachtige I drive the hearse, en ook Time flies met z'n ontroerende regel "Laughing under summer showers / Is still the way I see you now" is de moeite waard (hoewel ook weer niet van een niveau dat de lange speelduur rechtvaardigt), maar daarbuiten is er niets wat er echt explosief bovenuit springt, en ik hoor ook niet dat de individuele tracks zodanig samenhangen dat je hier van een echte "suite" of "song cycle" zou kunnen spreken. Dus, het blijft Porcupine Tree en dus interessant, maar ik schaar dit album zeker niet onder hun beste.
In zijn autobiografie Limited edition of one blikt Steven Wilson terug op die tijd: "With the most recent Porcupine Tree-album The incident, it feels for the first time like, artistically, we are treading water. Struggling and frustrated with not being able to come up with enough good songs, in desperation I had instead linked several half-songs together into a thirty-five-minute suite in the hope that doing so would give it some compositional weight. That way everyone might overlook the fact that the material wasn't as strong as it had been. […] Glue a lot of half-ideas together and disguise the lack of inspiration behind the conceit of scale. […] It was good, but I didn't love any of it, and it felt like a drop in our quality control."
In zijn autobiografie Limited edition of one blikt Steven Wilson terug op die tijd: "With the most recent Porcupine Tree-album The incident, it feels for the first time like, artistically, we are treading water. Struggling and frustrated with not being able to come up with enough good songs, in desperation I had instead linked several half-songs together into a thirty-five-minute suite in the hope that doing so would give it some compositional weight. That way everyone might overlook the fact that the material wasn't as strong as it had been. […] Glue a lot of half-ideas together and disguise the lack of inspiration behind the conceit of scale. […] It was good, but I didn't love any of it, and it felt like a drop in our quality control."
Porcupine Tree - The Sky Moves Sideways (1995)

5,0
1
geplaatst: 15 maart 2023, 20:37 uur
BoyOnHeavenHill schreef:
Ik durf het hier bijna niet te zeggen, maar zoals wel meer instrumentaal-uitgesponnen vroeg PT-werk vind ik het heel matig. Voor mij heeft alleen het eerste nummer echt zeggingskracht, de rest kabbelt een beetje voort als een slecht Wish you were here-aftreksel. Ook de korte stukken op de tweede CD vind ik (zeer) sterk, maar ik kan er verder gewoon niet warm voor lopen. Bijna niet voor te stellen dat hierna het voor mij zoveel sterkere (want compactere) Signify komt.
Elf jaar na mijn eerste (en enige) bericht, en inmiddels aanzienlijk beter gewend aan hoe PT niet alleen van periode tot periode maar vaak ook van plaat tot (daaropvolgende) plaat anders kan klinken. Misschien zat ik indertijd teveel in mijn Stupid dream / In absentia-fase om de uitwaaierende nummers te kunnen waarderen, maar nú vind ik dit in ieder geval een prachtige plaat. Kennelijk heb ik voor sommige platen nog altijd veel tijd nodig, hoe oud ik ook ben en hoeveel muziek ik ook al heb belusiterd.Ik durf het hier bijna niet te zeggen, maar zoals wel meer instrumentaal-uitgesponnen vroeg PT-werk vind ik het heel matig. Voor mij heeft alleen het eerste nummer echt zeggingskracht, de rest kabbelt een beetje voort als een slecht Wish you were here-aftreksel. Ook de korte stukken op de tweede CD vind ik (zeer) sterk, maar ik kan er verder gewoon niet warm voor lopen. Bijna niet voor te stellen dat hierna het voor mij zoveel sterkere (want compactere) Signify komt.
Porcupine Tree - Up the Downstair (1993)

2,5
0
geplaatst: 13 december 2011, 15:35 uur
Ik kan hier niet onverdeeld enthousiast over zijn. De eerste helft vind ik nog wel erg goed, maar de tweede helft bestaat eigenlijk uit enerzijds tamelijk korte en vrijblijvende nummers en anderzijds uit lange jams of uitgesponnen nummers die draaien om één riff of één melodisch idee, en dat dan minuten lang. Burning sky begint bijvoorbeeld best sterk, maar gaat dan eindeloos door, sterft weg, komt weer terug en werkt naar een einde toe, maar allemaal zonder echte climax en zonder iets van een doel of een richting. Dat gaat me toch wel een beetje vervelen; het is een soort trucje dat ze hebben, en wanneer het mooi klinkt en een fraaie melodie heeft is het heel verleidelijk, maar voor mij is het toch wat te melig. Het klinkt al gauw naar "bladvulling", en ik mis zo de compacte intensiteit van bijvoorbeeld Signify of In absentia.
Prefab Sprout - From Langley Park to Memphis (1988)

3,5
0
geplaatst: 2 januari 2013, 19:10 uur
Tja, ik sluit me bij de meeste meningen hier aan: wanneer het mooi is is het ook meteen heerlijk, maar er zitten toch ook wel veel mindere momenten op. Vijf uitstekende (The king of rock and roll, Cars and girls, I remember that, Hey Manhattan! en The golden calf) en vijf minder gelukte nummers, maar vanwege de sympathieke uitstraling van Paddy McAloons melancholische knipoog en de behoorlijk hoge draaibaarheidsfactor kom ik al met al toch op een redelijke score uit. The golden calf is onweerstaanbaar; volgens Dazzler hierboven klinkt McAloon hier "stoerder dan ooit, maar best ok", en ik zou het niet beter kunnen omschrijven – zelfs al die echo op zijn zo laag mogelijk gehouden stem klinkt aandoenlijk.
Prefab Sprout - Jordan: The Comeback (1990)

3,5
0
geplaatst: 2 januari 2013, 20:48 uur
Mooie plaat, maar ik kan er niet zo lyrisch over zijn als veel andere schrijvers hier, daarvoor slaat het suikergehalte me toch te vaak op het glazuur. De Jesse James-minisymfonie, All the world loves lovers, All boys believe anything, dat is voor mij toch allemaal een beetje te melig. Jammer, want de hoogtepunten (Looking for Atlantis, Wild horses, We let the stars go, The ice maiden en het geweldig swingende Scarlet nights) vind ik behoren tot het beste dat deze band gemaakt heeft.
Prefab Sprout - Protest Songs (1989)

3,0
0
geplaatst: 2 januari 2013, 19:43 uur
Ondanks de niet erg veelbelovende ontstaansgeschiedenis vind ik dit toch wel een aardige plaat. Life of surprises springt er uit als beste nummer, maar dingen als Horsechimes en Talking Scarlet (met die fraaie melodie waarop de mooie begin- en slotregel "Carry no bright torches for me" wordt gezongen) vind ik echt niet zo veel onderdoen voor Steve McQueen, en zelfs als ongelovige word ik ontroerd door het prachtige slotnummer.
Prefab Sprout - Steve McQueen (1985)
Alternatieve titel: Two Wheels Good

4,5
0
geplaatst: 1 januari 2013, 22:23 uur
Ik kan me herinneren dat deze band ten tijde van de release hiervan ook wel werd vergeleken met Roddy Frame's Aztec Camera (kent er iemand Oblivious nog?). Wat ik van die laatste band ken heeft mij nooit heel erg kunnen boeien, maar Prefab Sprout heb ik vanaf hier tot en met Jordan met veek plezier gevolgd, en Steve McQueen is nog altijd hun mooiste plaat, hoewel ook ik kant 2 een stuk minder vind. De samenzang is nog altijd hemels, en de produktie klinkt eigenlijk verrassend weinig (en in ieder geval nergens stórend) gedateerd. Paddy McAloon ziet er tegenwoordig trouwens wel wat anders uit...
