Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Polyphonic Spree - The Fragile Army (2007)

3,5
0
geplaatst: 13 mei 2007, 18:07 uur
Ze zijn terug: Tim DeLaughter en zijn Happy Joy Joy club.... ofwel The Polyphonic Spree.
Blij mogen ze weer zingen en springen. Blij mogen ze weer over de velden huppelen onder fijne samenzang (zouden ze 3 jaar op stal hebben gestaan?).
Om even verder te gaan op het vorige album horen we 29 seconden Together We're Heavy, maar dat was toen want nu zijn we een Fragile Army.
Op Running Away weer die fijne happy samenzang. Groots, groter, grootst. Af en toe een flard scheurende gitaar en het feest is weer begonnen. Welkom bij de kerkdienst van The Polyphonic Spree met als voorganger Tim DeLaughter.
Get Up and Go is wat meer glamrock en doet me qua gekte een beetje aan Arcade Fire denken: of is dit nu vloeken in de kerk? In dat geval heb ik niks gezegd.
The Fragile Army neemt gas terug en opent op de piano. Ook hier onvaste zang van DeLaughter die me toch weer doet denken aan Arcade Fire. Vervolgens bouwt het nummer zich uit en halverwege slaat het zelfs compleet om in een cabaretesque-achtig iets. Uiteraard eindigen we groots met een hoop samenzang en trompetgeschal.
Younger Yesterday is een lekker popnummer. Het waaiert weer een hoop kanten op en klinkt majestueus. Pompeus? Ook goed. Je moet er een beetje tegen kunnen dat wel, maar liefhebbers van de vorige 2 albums kunnen dat.
We Crawl begint weer intiem op piano en krijgt snel bijval van harp en fluit. En dan mag het orkest weer gaan inzetten en ook de enorme band wil niet toe blijven kijken natuurlijk.
Oh I Feel Fine swint lekker door en kent weer wat tempo-wisselingen die het nummer behoeden van saaiheid. Handen in de lucht en meezingen maar. Heeft u een tamboerijn in huis zeker erbij pakken zou ik zeggen.
Guaranteed Nightlite zet de kerkdienst voort. Piano, samenzang en vooral letten op wat DeLaughter van ons verlangt. Tegen het einde van het nummer nog even vrolijk fluiten. Don't Worry Be Happy............. het leven is mooi.
Vervolgens gaan we het op Light to Follow een beetje anders aanpakken. De muzikale begeleiding is hier anders, donkerder en spannend. De band probeert duidelijk nieuwe dingen uit en dat bevalt mij uitstekend op deze manier. Om de oude fans niet te vervreemden eindigen we weer lekker uitbundig.
Watch Us Explode (Justify): als titel klinkt dat nogal naar. Er gebeurt gelukkig niks en het nummer is op zich best o.k. te noemen.
Overblow Your Nest klinkt weer een beetje als Mercury Rev. Het blijft 3 minuten lang een rustig nummer, maar de laatste anderhalve minuut zetten we toch flink in en hebben we alnog de bombast die deze band nu eenmaal kenmerkt.
The Championship eindigt het album in stijl: samenzang en groots en daarmee is section 32 dus de laatste bijdrage aan deze cd. Het volgende album kan rustig verder met section 33 wat mij betreft want ik vond het de moeite waard. Hier en daar verkennen de dames en heren nieuwe wegen zonder hun eigen geluid te verliezen. Het tweede album vond ik beter dan het debuut en dit The Fragile Army is een uiterst solide vervolg daarop.
Ik ben de volgende kerkdienst graag weer van de partij!
Blij mogen ze weer zingen en springen. Blij mogen ze weer over de velden huppelen onder fijne samenzang (zouden ze 3 jaar op stal hebben gestaan?).
Om even verder te gaan op het vorige album horen we 29 seconden Together We're Heavy, maar dat was toen want nu zijn we een Fragile Army.
Op Running Away weer die fijne happy samenzang. Groots, groter, grootst. Af en toe een flard scheurende gitaar en het feest is weer begonnen. Welkom bij de kerkdienst van The Polyphonic Spree met als voorganger Tim DeLaughter.
Get Up and Go is wat meer glamrock en doet me qua gekte een beetje aan Arcade Fire denken: of is dit nu vloeken in de kerk? In dat geval heb ik niks gezegd.
The Fragile Army neemt gas terug en opent op de piano. Ook hier onvaste zang van DeLaughter die me toch weer doet denken aan Arcade Fire. Vervolgens bouwt het nummer zich uit en halverwege slaat het zelfs compleet om in een cabaretesque-achtig iets. Uiteraard eindigen we groots met een hoop samenzang en trompetgeschal.
Younger Yesterday is een lekker popnummer. Het waaiert weer een hoop kanten op en klinkt majestueus. Pompeus? Ook goed. Je moet er een beetje tegen kunnen dat wel, maar liefhebbers van de vorige 2 albums kunnen dat.
We Crawl begint weer intiem op piano en krijgt snel bijval van harp en fluit. En dan mag het orkest weer gaan inzetten en ook de enorme band wil niet toe blijven kijken natuurlijk.
Oh I Feel Fine swint lekker door en kent weer wat tempo-wisselingen die het nummer behoeden van saaiheid. Handen in de lucht en meezingen maar. Heeft u een tamboerijn in huis zeker erbij pakken zou ik zeggen.
Guaranteed Nightlite zet de kerkdienst voort. Piano, samenzang en vooral letten op wat DeLaughter van ons verlangt. Tegen het einde van het nummer nog even vrolijk fluiten. Don't Worry Be Happy............. het leven is mooi.
Vervolgens gaan we het op Light to Follow een beetje anders aanpakken. De muzikale begeleiding is hier anders, donkerder en spannend. De band probeert duidelijk nieuwe dingen uit en dat bevalt mij uitstekend op deze manier. Om de oude fans niet te vervreemden eindigen we weer lekker uitbundig.
Watch Us Explode (Justify): als titel klinkt dat nogal naar. Er gebeurt gelukkig niks en het nummer is op zich best o.k. te noemen.
Overblow Your Nest klinkt weer een beetje als Mercury Rev. Het blijft 3 minuten lang een rustig nummer, maar de laatste anderhalve minuut zetten we toch flink in en hebben we alnog de bombast die deze band nu eenmaal kenmerkt.
The Championship eindigt het album in stijl: samenzang en groots en daarmee is section 32 dus de laatste bijdrage aan deze cd. Het volgende album kan rustig verder met section 33 wat mij betreft want ik vond het de moeite waard. Hier en daar verkennen de dames en heren nieuwe wegen zonder hun eigen geluid te verliezen. Het tweede album vond ik beter dan het debuut en dit The Fragile Army is een uiterst solide vervolg daarop.
Ik ben de volgende kerkdienst graag weer van de partij!
The Prodigy - Invaders Must Die (2009)

3,5
0
geplaatst: 7 februari 2009, 17:54 uur
Always Outnumbered, Never Outgunned begon niet goed bij mij met een 2,5* waar dat nu een kleine 3,5* is. Uiteindelijk is het dus redelijk goedgekomen met dat album ook al is het zeker niet mijn favoriet van de band.
Invaders Must Die start met eenzelfde kleine 3,5*.
Het is duidelijk dat ze een beetje terug willen grijpen naar hun beginsound en tegelijkertijd krampachtig willen laten horen flink te kunnen rocken op een punky manier.
Daarmee begaan ze in mijn oren twee fouten: die oude sound vind ik sowieso al hopeloos gedateerd en dat rocken heeft bij The Prodigy altijd iets nepperigs gehad. Het bijt elkaar een beetje i.p.v. mooi samen te smelten.
Desondanks heb ik soms best behoefte aan een potje ongecompliceerde Prodigy en dat is dit nieuwe album ook wel weer. Okee, de kwaliteit is wel eens hoger geweest of misschien was het toen toch meer de juiste plaats en de juiste tijd.
Geen voer voor eindejaarslijstjes maar daar ging ik ook helemaal niet van uit, geen toekomstige klassieker maar daar had ik helemaal geen behoefte aan, dus ach waarom zou ik zeuren?! Geluidsniveau een beetje omhoog, verstand op nul en laat het je speakers maar uitknallen: Invaders Must Die!
Invaders Must Die start met eenzelfde kleine 3,5*.
Het is duidelijk dat ze een beetje terug willen grijpen naar hun beginsound en tegelijkertijd krampachtig willen laten horen flink te kunnen rocken op een punky manier.
Daarmee begaan ze in mijn oren twee fouten: die oude sound vind ik sowieso al hopeloos gedateerd en dat rocken heeft bij The Prodigy altijd iets nepperigs gehad. Het bijt elkaar een beetje i.p.v. mooi samen te smelten.
Desondanks heb ik soms best behoefte aan een potje ongecompliceerde Prodigy en dat is dit nieuwe album ook wel weer. Okee, de kwaliteit is wel eens hoger geweest of misschien was het toen toch meer de juiste plaats en de juiste tijd.
Geen voer voor eindejaarslijstjes maar daar ging ik ook helemaal niet van uit, geen toekomstige klassieker maar daar had ik helemaal geen behoefte aan, dus ach waarom zou ik zeuren?! Geluidsniveau een beetje omhoog, verstand op nul en laat het je speakers maar uitknallen: Invaders Must Die!
The Prodigy - Music for the Jilted Generation (1994)

4,0
0
geplaatst: 5 maart 2006, 16:38 uur
Geloof het of niet, maar mijn eerste kennismaking met the Prodigy was op een carnavalsfeest. Ik had er al geen zin in om daar naar toe te gaan, maar kon er niet onderuit.
Komt daar tussen alle hoempa-krakers opeens Out of Space uit de boxen (grapje van de DJ).
Ja, dan vind ik de muziek opeens weer erg leuk worden
Toen dit album uitkwam viel ik al snel voor de hits. Deze zorgden ervoor dat ik dit album ook aanschafte (waar ik nog steeds geen spijt van heb).
En die "carnavalskraker"? Dat hele album (Experience) kocht ik heel snel na deze, maar daar heb ik weer een stuk minder mee.....
Komt daar tussen alle hoempa-krakers opeens Out of Space uit de boxen (grapje van de DJ).
Ja, dan vind ik de muziek opeens weer erg leuk worden

Toen dit album uitkwam viel ik al snel voor de hits. Deze zorgden ervoor dat ik dit album ook aanschafte (waar ik nog steeds geen spijt van heb).
En die "carnavalskraker"? Dat hele album (Experience) kocht ik heel snel na deze, maar daar heb ik weer een stuk minder mee.....
The Prodigy - No Tourists (2018)

3,0
0
geplaatst: 31 oktober 2018, 22:43 uur
The Prodigy... wat moet je er van zeggen. Eigenlijk vond ik alleen Music for the Jilted generation en The Fat of the Land echt de moeite waard. Voor de overige albums moet ik echt in de stemming zijn en de latere albums waren vaak hangen en wurgen en dan ging ik het in de juiste bui nog wel waarderen.
De punkrock dance formule is nu wel een beetje uitgewerkt lijkt me. Op No Tourists horen we niks nieuws. Alles komt zeer bekend voor. Dat hoeft uiteraard niet altijd erg te zijn, maar het is zo dunnetjes allemaal en waarom van die gekke stemmetjes? (Light Up the Sky bijvoorbeeld, dat had beter uitgepakt als ze dat achterwege hadden gelaten, ook al is dit nummer wel heel erg fantasieloos retro The Prodigy).
Op No Tourists grijpen de heren heel erg opzichtig terug op hun eigen verleden. Misschien waren ze ooit 'gevaarlijk en vuil', nu spelen ze dat vooral. Het wordt een beetje lachwekkend.
Is No Tourists dan echt zo slecht? Nou nee. Niet wat mij betreft. Juist omdat ze hun eigen geschiedenis aan het herhalen zijn is het allemaal nog wel te behappen. Maar de eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat ik inmiddels een beetje klaar ben met deze stijl. Het doet nauwelijks nog iets met me en met dat recyclen schieten ze wat mij betreft iets te veel in hun eigen voet. Het is té gemakkelijk allemaal, maar ja..... eigenlijk wel weer leuker om naar te luisteren dan Invaders Must Die of Always Outnumbered, Never Outgunned. Ja, ik hoor tot de minderheid die The Day Is My Enemy nog wel te pruimen vond en eigenlijk is No Tourists van hetzelfde laken een pak (en ik verwacht de lage waardering van het overgrote deel der stemmers ook).
Op No Tourists staan nog best lekkere nummers met dank aan het herbewerken van oude successen, maar ook helaas nog steeds van die schreeuwerige nietszeggende niemendalletjes of infantiele 'teksten' (Boom Boom Tap... fuck you.... tja.....).
Desondanks toch best wel lekker, ongetwijfeld op de juiste momenten. Verstand op nul muziek.
De punkrock dance formule is nu wel een beetje uitgewerkt lijkt me. Op No Tourists horen we niks nieuws. Alles komt zeer bekend voor. Dat hoeft uiteraard niet altijd erg te zijn, maar het is zo dunnetjes allemaal en waarom van die gekke stemmetjes? (Light Up the Sky bijvoorbeeld, dat had beter uitgepakt als ze dat achterwege hadden gelaten, ook al is dit nummer wel heel erg fantasieloos retro The Prodigy).
Op No Tourists grijpen de heren heel erg opzichtig terug op hun eigen verleden. Misschien waren ze ooit 'gevaarlijk en vuil', nu spelen ze dat vooral. Het wordt een beetje lachwekkend.
Is No Tourists dan echt zo slecht? Nou nee. Niet wat mij betreft. Juist omdat ze hun eigen geschiedenis aan het herhalen zijn is het allemaal nog wel te behappen. Maar de eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat ik inmiddels een beetje klaar ben met deze stijl. Het doet nauwelijks nog iets met me en met dat recyclen schieten ze wat mij betreft iets te veel in hun eigen voet. Het is té gemakkelijk allemaal, maar ja..... eigenlijk wel weer leuker om naar te luisteren dan Invaders Must Die of Always Outnumbered, Never Outgunned. Ja, ik hoor tot de minderheid die The Day Is My Enemy nog wel te pruimen vond en eigenlijk is No Tourists van hetzelfde laken een pak (en ik verwacht de lage waardering van het overgrote deel der stemmers ook).
Op No Tourists staan nog best lekkere nummers met dank aan het herbewerken van oude successen, maar ook helaas nog steeds van die schreeuwerige nietszeggende niemendalletjes of infantiele 'teksten' (Boom Boom Tap... fuck you.... tja.....).
Desondanks toch best wel lekker, ongetwijfeld op de juiste momenten. Verstand op nul muziek.
The Prodigy - The Day Is My Enemy (2015)

3,5
0
geplaatst: 23 maart 2015, 11:31 uur
The Prodigy is nog steeds van dik hout zaagt men planken. The Prodigy is nog steeds de beuk er in. The Prodigy staat nog steeds garant voor een flinke stoot energie.
Ik had geen enkele verwachting daar de de vorige albums nu eenmaal geen hoogstandjes zijn. Het is me allemaal té schreeuwerig, te veel gebeuk zonder de fraaie randjes die de eerste albums wel hadden.
En dan valt The Day Is My Enemy eigenlijk best wel mee t.o.v. de vorige albums. Ik ontwaar tussen alle bombast en geschreeuw weer eens wat meer 'melodie' en minder gefreak.
Het lijkt erop dat ze wat terug willen gaan naar de dagen van Music for the Jilted Generation maar als dat zo is (denk het trouwens niet) slagen ze daar nog niet helemaal in (ze blijven daarvoor weer t eveel hangen in de sound van hun laatste albums). De aanzet lijkt er te zijn en dat is a heel wat.
En daardoor is dit album eigenlijk een enorme meevaller wat mij betreft. Maar heel goed? Mwoah. Soms is het lekker om je verstand op nul te zetten en dat kan hier vrij gemakkelijk.
Ik had geen enkele verwachting daar de de vorige albums nu eenmaal geen hoogstandjes zijn. Het is me allemaal té schreeuwerig, te veel gebeuk zonder de fraaie randjes die de eerste albums wel hadden.
En dan valt The Day Is My Enemy eigenlijk best wel mee t.o.v. de vorige albums. Ik ontwaar tussen alle bombast en geschreeuw weer eens wat meer 'melodie' en minder gefreak.
Het lijkt erop dat ze wat terug willen gaan naar de dagen van Music for the Jilted Generation maar als dat zo is (denk het trouwens niet) slagen ze daar nog niet helemaal in (ze blijven daarvoor weer t eveel hangen in de sound van hun laatste albums). De aanzet lijkt er te zijn en dat is a heel wat.
En daardoor is dit album eigenlijk een enorme meevaller wat mij betreft. Maar heel goed? Mwoah. Soms is het lekker om je verstand op nul te zetten en dat kan hier vrij gemakkelijk.
The Raconteurs - Consolers of the Lonely (2008)

4,0
0
geplaatst: 22 maart 2008, 14:30 uur
Broken Boy Soldiers was voor mij een leuke verrassing omdat ik het best een fris rockplaatje vond.
Deze opvolger is meer verrassend doordat het zo snel en onverwacht op de markt komt. Tussen aankondiging en release zit niet veel tijd en dat is best uniek te noemen in de hedendaagse muziekwereld.
Mooie stunt natuurlijk want aandacht volop!
Maar het gaat uiteindelijk om het album zelf en die is net als de voorganger leuk te noemen. Toch bekruipt me het gevoel dat juist het frisse van het debuut zat in de 'eenmaligheid'. Eenmaligheid die dus nergens op gebaseerd bleek getuige deze opvolger. Nu deze er dus is merk ik ook dat ik dit album niet heel erg veel meer vind toevoegen wat niet wil zeggen dat ik het geen goed album vind, integendeel, maar op zich heb ik genoeg aan Broken Boy Soldiers, althans dat denk ik. Ik voel niet meer zo de urgentie (voor zover die natuurlijk ook opging voor het debuut, maar dat voelde als een leuk uitje voor Jack White).
Toch merk ik ook dat ik met dit soort opmerkingen moet oppassen want ik ontdek telkens wel weer nieuwe dingen (blazers bijvoorbeeld) die de nummers een hoop sjeuigheid geven zoals dat ook op de laatste White Stripes het geval was.
Om een lang verhaal kort te maken: Consolers of the Lonely is een heerlijk rockplaatje zoals we zovele heerlijke rockplaatjes hebben. Laat de lente er maar mee beginnen en dan zien we later wel hoe lang het houdbaar blijkt te zijn.
Een zeer ruime 3,5, dat zeker... en als de lente in mijn bol slaat kan het altijd nog een 4* worden net als het debuut, nee, laat ik gewoon gek doen en er toch een 4* van maken (alleen al vanwege het nummer The Switch and the Spur
Deze opvolger is meer verrassend doordat het zo snel en onverwacht op de markt komt. Tussen aankondiging en release zit niet veel tijd en dat is best uniek te noemen in de hedendaagse muziekwereld.
Mooie stunt natuurlijk want aandacht volop!
Maar het gaat uiteindelijk om het album zelf en die is net als de voorganger leuk te noemen. Toch bekruipt me het gevoel dat juist het frisse van het debuut zat in de 'eenmaligheid'. Eenmaligheid die dus nergens op gebaseerd bleek getuige deze opvolger. Nu deze er dus is merk ik ook dat ik dit album niet heel erg veel meer vind toevoegen wat niet wil zeggen dat ik het geen goed album vind, integendeel, maar op zich heb ik genoeg aan Broken Boy Soldiers, althans dat denk ik. Ik voel niet meer zo de urgentie (voor zover die natuurlijk ook opging voor het debuut, maar dat voelde als een leuk uitje voor Jack White).
Toch merk ik ook dat ik met dit soort opmerkingen moet oppassen want ik ontdek telkens wel weer nieuwe dingen (blazers bijvoorbeeld) die de nummers een hoop sjeuigheid geven zoals dat ook op de laatste White Stripes het geval was.
Om een lang verhaal kort te maken: Consolers of the Lonely is een heerlijk rockplaatje zoals we zovele heerlijke rockplaatjes hebben. Laat de lente er maar mee beginnen en dan zien we later wel hoe lang het houdbaar blijkt te zijn.
Een zeer ruime 3,5, dat zeker... en als de lente in mijn bol slaat kan het altijd nog een 4* worden net als het debuut, nee, laat ik gewoon gek doen en er toch een 4* van maken (alleen al vanwege het nummer The Switch and the Spur

The Rag Trade - The Rag Trade (2014)

4,0
0
geplaatst: 16 september 2014, 17:41 uur
De zomer zit er zo goed als op, de herfst staat te trappelen en het label Cane Goose Records weet wel hoe ze dit perfect moeten timen door het debuut The Rag Trade van de gelijknamige band nu uit te brengen.
U kent vast nog wel die twee schitterende albums van Johan Borger, verschenen op hetzelfde label, daar wordt nu een nieuwe release aan toegevoegd.
The Rag Trade heeft z’n roots in Ermelo maar is wel degelijk bekend met de grote stad (Amsterdam) en dat is te horen op dit debuut waar het landelijke gevoel een frisse afwisseling krijgt met het stadse; een perfecte balans die ons luisteraars hierdoor scherp weet te houden.
Opener Gone wiegt je gelijk al heel plezierig in een rustige gemoedsstand. Ik wil dan ook de zang van Eelke Ankersmit aanprijzen die hier voor verantwoordelijk is. Zijn zang is zeer aangenaam te noemen: het geeft je gelijk al een vertrouwd gevoel waardoor je geen enkele moeite hoeft te doen om makkelijk in de sfeer van dit album te geraken.
Een sfeer die melancholisch is maar ook een behoorlijke eigenheid kent: zelfverzekerd en vooral heel nuchter. Het is de afwisseling tussen onthaasting en een lichte gejaagdheid (State of Mind) die de muziek van dit vijfkoppige gezelschap zo aangenaam maakt.
En dat is nodig, want vernieuwend kunnen we dit niet noemen, er is immers genoeg te vinden binnen dit genre maar het is juist de genoemde afwisseling en vooral de eigenheid die het geheel boeiend genoeg maken om dit te willen koesteren.
Want koesteren wil ik dit! De fijne zang, een band die enorm op elkaar ingespeeld lijkt en elkaar alle ruimte geeft waardoor de muziek kan ademen en af toe het donkere, melancholische randje waar ik toch al gek op ben.
The Rag Trade is aards, nuchter, en ik zou het haast ‘Instagram muziek’ willen noemen: er hangt zo’n ongelooflijk fijne filter overheen die het geheel iets tijdloos meegeeft. En dat is een absolute aanbeveling. Deze ‘term’ heeft niks met moderne hipheid te maken, het is een gevoel die het mij geeft en dat is geen verkeerd gevoel.
Als je in staat bent om zo helder te communiceren met je luisteraar doe je iets heel goeds. Als je er dan ook zo’n tijdloze sfeer aan mee kunt geven belooft dat wat voor de toekomst van dit album dat absoluut een blijver kan zijn hierdoor. Zo’n album waar je te allen tijde naar terug grijpt.
Wat ik ook erg verrassend vind is My Daily Life dat me een klein beetje aan Marillion ten tijde van Marbles doet denken. Wat een prachtig nummer is dat. Ik had dit ook een beetje bij Only in My Head.
Meerdere draaibeurten leveren sowieso nieuwe inzichten op: nieuwe geluiden, nieuwe wendingen. Hoe heerlijk is het om dit te mogen ervaren als gewoon genietende luisteraar/muziekliefhebber.
En prachtige nummers zijn volop te vinden op dit album dat verkrijgbaar is op cd alsmede vinyl.
Nederland is gewoon weer een band rijker waar we heel erg trots op mogen zijn.
The Rag Trade is in staat om te ontroeren zonder grootse gebaren: alle nummers zijn live ingespeeld wat de kwaliteit ervan alleen maar extra onderstreept.
U kent vast nog wel die twee schitterende albums van Johan Borger, verschenen op hetzelfde label, daar wordt nu een nieuwe release aan toegevoegd.
The Rag Trade heeft z’n roots in Ermelo maar is wel degelijk bekend met de grote stad (Amsterdam) en dat is te horen op dit debuut waar het landelijke gevoel een frisse afwisseling krijgt met het stadse; een perfecte balans die ons luisteraars hierdoor scherp weet te houden.
Opener Gone wiegt je gelijk al heel plezierig in een rustige gemoedsstand. Ik wil dan ook de zang van Eelke Ankersmit aanprijzen die hier voor verantwoordelijk is. Zijn zang is zeer aangenaam te noemen: het geeft je gelijk al een vertrouwd gevoel waardoor je geen enkele moeite hoeft te doen om makkelijk in de sfeer van dit album te geraken.
Een sfeer die melancholisch is maar ook een behoorlijke eigenheid kent: zelfverzekerd en vooral heel nuchter. Het is de afwisseling tussen onthaasting en een lichte gejaagdheid (State of Mind) die de muziek van dit vijfkoppige gezelschap zo aangenaam maakt.
En dat is nodig, want vernieuwend kunnen we dit niet noemen, er is immers genoeg te vinden binnen dit genre maar het is juist de genoemde afwisseling en vooral de eigenheid die het geheel boeiend genoeg maken om dit te willen koesteren.
Want koesteren wil ik dit! De fijne zang, een band die enorm op elkaar ingespeeld lijkt en elkaar alle ruimte geeft waardoor de muziek kan ademen en af toe het donkere, melancholische randje waar ik toch al gek op ben.
The Rag Trade is aards, nuchter, en ik zou het haast ‘Instagram muziek’ willen noemen: er hangt zo’n ongelooflijk fijne filter overheen die het geheel iets tijdloos meegeeft. En dat is een absolute aanbeveling. Deze ‘term’ heeft niks met moderne hipheid te maken, het is een gevoel die het mij geeft en dat is geen verkeerd gevoel.
Als je in staat bent om zo helder te communiceren met je luisteraar doe je iets heel goeds. Als je er dan ook zo’n tijdloze sfeer aan mee kunt geven belooft dat wat voor de toekomst van dit album dat absoluut een blijver kan zijn hierdoor. Zo’n album waar je te allen tijde naar terug grijpt.
Wat ik ook erg verrassend vind is My Daily Life dat me een klein beetje aan Marillion ten tijde van Marbles doet denken. Wat een prachtig nummer is dat. Ik had dit ook een beetje bij Only in My Head.
Meerdere draaibeurten leveren sowieso nieuwe inzichten op: nieuwe geluiden, nieuwe wendingen. Hoe heerlijk is het om dit te mogen ervaren als gewoon genietende luisteraar/muziekliefhebber.
En prachtige nummers zijn volop te vinden op dit album dat verkrijgbaar is op cd alsmede vinyl.
Nederland is gewoon weer een band rijker waar we heel erg trots op mogen zijn.
The Rag Trade is in staat om te ontroeren zonder grootse gebaren: alle nummers zijn live ingespeeld wat de kwaliteit ervan alleen maar extra onderstreept.
The Rolling Stones - Sticky Fingers (1971)

4,5
0
geplaatst: 10 juli 2007, 21:18 uur
Alleen al de hoes maakt nieuwsgierig: dé rits (iemand in het bezit van een album met echte rits?).
Sticky Fingers zal altijd wel een bijzondere Stones-plaat blijven voor mij. Het was het eerste reguliere album dat ik leerde kennen en het bleek gelijk al mijn favoriet te worden en tot nu toe blijven.
Brown Sugar blijft natuurlijk een onvervalste Stones-kraker. Lekker rauw en wat blijft die scheurende sax toch herkenbaar. En dan die gitaarriff van Keith. Tja, dit is typisch zo'n nummer dat je ontelbare malen kunt horen en dan nog komt het je strot niet uit.
Sway laat de boel een beetje afkoelen maar doet dat messcherp. Op het eerste gehoor een wat minder opvallend nummer maar sla het over en je mist gewoon iets. Niet doen dus: het liefst nog even je volumeknop wat verder openzetten.
Het eerste persoonlijke hoogtepunt dient zich aan in het schitterende Wild Horses. Lekker slepend en het rauwe randje rondom Mick's stem maakt het helemaal af. De ruige tijd waarin de heren leefden heeft ongetwijfeld zijn weerslag op die stem maar maakt het daardoor nu net even puurder. Er zijn van die nummers die je na jaren nog steeds kippenvel kunnen bezorgen. Deze hoort daar zeker bij.
Can't You Hear Me Knocking heeft wederom dat ruige, dat onbeheerste. Puur natuur en ongerept. Toch klinkt het heel beheerst. Pas echt geweldig gaat het worden bij het intermezzo (na ruim twee en een halve minuut), dit mede dankzij het heerlijke ritme in combi met de sax.
You Gotta Move is uitstekende blues. Waan je in een dor en droog landschap snakkend naar water. Toch zul je taai moeten blijven en volhouden. Dit is een lekker stukje muziek waar de mannen goed op dreef zijn.
Hoe heerlijk is het als je dan toch weet te overleven en aankomt bij Bitch. Dit is wederom zo lekker rauw. De funky drive maakt dit nummer onverwoestbaar en het dendert telkens weer mijn huiskamer binnen en dat doet het op onvergetelijke wijze keer op keer.
Een volgend absoluut hoogtepunt voor mij is I Got the Blues. Zo tergend, zo wonderschoon. Voor de blazers is eigenlijk maar één woord: cool. Ik vind dat een perfecte term voor dit hele nummer. Een klasse-track van jewelste en misschien wel een beetje een onderbelichte Stones-klassieker.
Maar als we praten over klassiekers dan komen we uit bij mijn favoriete Stones-nummer aller tijden Sister Morphine. De bijna-fatale overdosis van vriendin Marianne Faithfull schijnt de inspiratiebron te zijn (de echte fans weten er vast meer over te vertellen). Mij kan die aanleiding niet schelen want ik ben gewoon blij dat ze een juweel als dit hebben weten te schrijven. Hartverscheurend tot op het bot. Haast angstaanjagend te noemen. Geweldig!
Een volgend nummer kan welhaast niet anders zijn dan wat luchtiger van toon en dat gebeurt dan ook d.m.v. Dead Flowers. Het zijn van die bijkommomenten die een mens soms hard nodig heeft, zeker na zo'n mokerslag als het vorige nummer. Country-rock op z'n Stones.
Ook Moonlight Mile klinkt wat lichter van toon. Het is een warm nummer waarop de zon langzaam tevoorschijn kruipt vanachter de donkere wolken. Hiermee tevens een prachtige afsluiter vormend van dit magnifieke album dat mij na al die jaren nog steeds niet verveelt. Hulde!
Sticky Fingers zal altijd wel een bijzondere Stones-plaat blijven voor mij. Het was het eerste reguliere album dat ik leerde kennen en het bleek gelijk al mijn favoriet te worden en tot nu toe blijven.
Brown Sugar blijft natuurlijk een onvervalste Stones-kraker. Lekker rauw en wat blijft die scheurende sax toch herkenbaar. En dan die gitaarriff van Keith. Tja, dit is typisch zo'n nummer dat je ontelbare malen kunt horen en dan nog komt het je strot niet uit.
Sway laat de boel een beetje afkoelen maar doet dat messcherp. Op het eerste gehoor een wat minder opvallend nummer maar sla het over en je mist gewoon iets. Niet doen dus: het liefst nog even je volumeknop wat verder openzetten.
Het eerste persoonlijke hoogtepunt dient zich aan in het schitterende Wild Horses. Lekker slepend en het rauwe randje rondom Mick's stem maakt het helemaal af. De ruige tijd waarin de heren leefden heeft ongetwijfeld zijn weerslag op die stem maar maakt het daardoor nu net even puurder. Er zijn van die nummers die je na jaren nog steeds kippenvel kunnen bezorgen. Deze hoort daar zeker bij.
Can't You Hear Me Knocking heeft wederom dat ruige, dat onbeheerste. Puur natuur en ongerept. Toch klinkt het heel beheerst. Pas echt geweldig gaat het worden bij het intermezzo (na ruim twee en een halve minuut), dit mede dankzij het heerlijke ritme in combi met de sax.
You Gotta Move is uitstekende blues. Waan je in een dor en droog landschap snakkend naar water. Toch zul je taai moeten blijven en volhouden. Dit is een lekker stukje muziek waar de mannen goed op dreef zijn.
Hoe heerlijk is het als je dan toch weet te overleven en aankomt bij Bitch. Dit is wederom zo lekker rauw. De funky drive maakt dit nummer onverwoestbaar en het dendert telkens weer mijn huiskamer binnen en dat doet het op onvergetelijke wijze keer op keer.
Een volgend absoluut hoogtepunt voor mij is I Got the Blues. Zo tergend, zo wonderschoon. Voor de blazers is eigenlijk maar één woord: cool. Ik vind dat een perfecte term voor dit hele nummer. Een klasse-track van jewelste en misschien wel een beetje een onderbelichte Stones-klassieker.
Maar als we praten over klassiekers dan komen we uit bij mijn favoriete Stones-nummer aller tijden Sister Morphine. De bijna-fatale overdosis van vriendin Marianne Faithfull schijnt de inspiratiebron te zijn (de echte fans weten er vast meer over te vertellen). Mij kan die aanleiding niet schelen want ik ben gewoon blij dat ze een juweel als dit hebben weten te schrijven. Hartverscheurend tot op het bot. Haast angstaanjagend te noemen. Geweldig!
Een volgend nummer kan welhaast niet anders zijn dan wat luchtiger van toon en dat gebeurt dan ook d.m.v. Dead Flowers. Het zijn van die bijkommomenten die een mens soms hard nodig heeft, zeker na zo'n mokerslag als het vorige nummer. Country-rock op z'n Stones.
Ook Moonlight Mile klinkt wat lichter van toon. Het is een warm nummer waarop de zon langzaam tevoorschijn kruipt vanachter de donkere wolken. Hiermee tevens een prachtige afsluiter vormend van dit magnifieke album dat mij na al die jaren nog steeds niet verveelt. Hulde!
THE ROOP - Concrete Flower (2022)

4,0
0
geplaatst: 11 mei 2022, 18:16 uur
In 2020 zou The Roop aan het Songfestival meedoen met On Fire, wat gezien werd als een kanshebber voor de winst.
Maar helaas: dat feest ging niet door. Het zette deze band wel op de kaart bij mij.
In 2021 mochten ze gelukkig alsnog, maar nu met Discotheque. Voor mij een van de hoogtepunten toen ik er bij was tijdens de generale repetitie in Ahoy.
Daarna brachten ze nog wat singles uit en die zijn nu gebundeld op het album Concrete Flower, dat vandaag is gereleased, midden in de Songfestivalweek van 2022. Naast de singles zijn er nog wat nieuwe aan toegevoegd, waardoor we een dik half uur The Roop voorgeschoteld krijgen.
Het is wat kort, maar ergens is het ook prima zo.
The Roop is een leuke en aanstekelijke band die iets meer de popkant zijn opgegaan sinds hun Eurovisie-avontuur. Mijn sympathie hadden ze en hebben ze nog steeds.
Gewoon een leuk en boeiend popplaatje.
Maar helaas: dat feest ging niet door. Het zette deze band wel op de kaart bij mij.
In 2021 mochten ze gelukkig alsnog, maar nu met Discotheque. Voor mij een van de hoogtepunten toen ik er bij was tijdens de generale repetitie in Ahoy.
Daarna brachten ze nog wat singles uit en die zijn nu gebundeld op het album Concrete Flower, dat vandaag is gereleased, midden in de Songfestivalweek van 2022. Naast de singles zijn er nog wat nieuwe aan toegevoegd, waardoor we een dik half uur The Roop voorgeschoteld krijgen.
Het is wat kort, maar ergens is het ook prima zo.
The Roop is een leuke en aanstekelijke band die iets meer de popkant zijn opgegaan sinds hun Eurovisie-avontuur. Mijn sympathie hadden ze en hebben ze nog steeds.
Gewoon een leuk en boeiend popplaatje.
THE ROOP - Ghosts (2017)

3,5
0
geplaatst: 24 mei 2021, 11:39 uur
Het tweede album van The Roop. Nooit van gehoord totdat ze in 2020 mochten meedoen aan het Songfestival om daar Litouwen te vertegenwoordigen. On Fire was catchy en aanstekelijk en maakte kans op de winst.
In 2021 mochten ze opnieuw gaan met het al even geweldige Discotheque. De zanger is charismatisch en The Roop had mijn volle aandacht en was vorig jaar en dit jaar zo'n beetje mijn favoriet (in 2020 mijn nummer 3 en dit jaar zelfs 2 na Italië).
Ik wilde weten wat ze in het verleden hadden uitgebracht en kwam terecht bij hun EP uit 2018 en dit album uit 2017.
Op Ghosts staat prima pop, maar toch minder opvallend als de twee Eurovisie-inzendingen. Ondanks dat wel genoeg om mijn aandacht vast te blijven houden, en de nummers zitten strak in elkaar.
Ik ben heel benieuwd wat deze band nog te bieden heeft.
In 2021 mochten ze opnieuw gaan met het al even geweldige Discotheque. De zanger is charismatisch en The Roop had mijn volle aandacht en was vorig jaar en dit jaar zo'n beetje mijn favoriet (in 2020 mijn nummer 3 en dit jaar zelfs 2 na Italië).
Ik wilde weten wat ze in het verleden hadden uitgebracht en kwam terecht bij hun EP uit 2018 en dit album uit 2017.
Op Ghosts staat prima pop, maar toch minder opvallend als de twee Eurovisie-inzendingen. Ondanks dat wel genoeg om mijn aandacht vast te blijven houden, en de nummers zitten strak in elkaar.
Ik ben heel benieuwd wat deze band nog te bieden heeft.
THE ROOP - Yes, I Do (2018)

3,5
0
geplaatst: 24 mei 2021, 11:30 uur
Het Songfestival biedt onbekende bandjes een platform van 200 miljoen mensen. Lange tidj werd het niet serieus genomen en kon je als zelf respecterend artiest maar beter niet mee willen doen.
Inmiddels is dat beeld wel aan het kantelen. Je kunt je presenteren aan een geheel nieuw publiek.
En zeg nu eerlijk? Niemand zou toch ooit van The Roop gehoord hebben als ze vorig jaar niet mee zouden doen met hun On Fire en dit jaar Discotheque?!
Ik werd meteen verliefd op deze sympathieke gasten. De lol en de manier waarop ze dat uitdragen wisten mij te raken. Ongetwijfeld komt er een album of EP aan met die hits, maar het is ook leuk te ontdekken dat ze al wat uitbracht hebben waaronder deze EP.
Een EP met lekkere pop die doet denken aan de jaren '80. Iets minder catchy misschien dan de twee Songfestival-krakers, maar het zit goed in elkaar en ik mag dit wel.
The Roop heeft er een fan ben. Een fan die uitkijkt naar hun nieuwe muziek.
Inmiddels is dat beeld wel aan het kantelen. Je kunt je presenteren aan een geheel nieuw publiek.
En zeg nu eerlijk? Niemand zou toch ooit van The Roop gehoord hebben als ze vorig jaar niet mee zouden doen met hun On Fire en dit jaar Discotheque?!
Ik werd meteen verliefd op deze sympathieke gasten. De lol en de manier waarop ze dat uitdragen wisten mij te raken. Ongetwijfeld komt er een album of EP aan met die hits, maar het is ook leuk te ontdekken dat ze al wat uitbracht hebben waaronder deze EP.
Een EP met lekkere pop die doet denken aan de jaren '80. Iets minder catchy misschien dan de twee Songfestival-krakers, maar het zit goed in elkaar en ik mag dit wel.
The Roop heeft er een fan ben. Een fan die uitkijkt naar hun nieuwe muziek.
The Rudy Trouvé Septet - 2007-2009 (2009)

4,0
1
geplaatst: 21 december 2009, 11:31 uur
Dat ik graag naar muziek uit België luister is een understatement. Hoeveel van die leuke bandjes ik wel niet in mijn kast heb staan ik weet het niet meer. Daar steken de Nederlandse bands toch best mager bij af. Of misschien vergis ik me en valt dat wel mee, maar kwalitatief gezien gaat mijn liefde toch echt uit naar de Belgische bands.
Rudy Trouvé is geen onbekende voor mij: hij maakte nog deel uit van dEUS toen ik die voor het eerst zag in 1994. Ook Stef Kamil Carlens zat daar toen nog bij. Maar waar ik Stef ben blijven volgen daar beschouwde ik Trouvé als de wat zonderlinge artistiekerige van het stel die me niet zo erg aantrok.
Dat zou wel eens een domme zet geweest kunnen zijn want 2007-2009 onder de naam The Rudy Trouvé Septet bevalt mij goed. Meer dan goed zelfs.
2007-2009 opent met het uiterst korte Soundtrack for Woman Nr 2 A 70ties Soft Porn Tribute. Leuk, maar ik ben benieuwd wat het had geworden als er wat meer minuten speeltijd aan waren besteed.
Gelukkig krijgt Beast die ruimere tijd wel, en wat een zalig nummer is dat toch. Dromerig neemt de warme stem van Rudy Trouvé je mee naar plaatsen waar het zeer behaaglijk is.
Footage lijkt een experimentje dat gelukkig goed uitpakt: een pakkende swing, mede veroorzaakt door de samenzang, ondersteund door kleine elektronische bliepjes en piepjes waar ook piano en trompet een rol in spelen. De opbouw van het nummer is fraai en waar een ogenschijnlijk simpel nummer aanvankelijk misschien niet lijkt te boeien of weggezet kan worden als tussendoortje daar zorgt de spannende opbouw ervoor dat al deze opmerkingen met één veeg richting prullenmand kunnen.
On a Highway, Barely Awake is een kort instrumentaal nummer en heeft iets uitermate filmisch in zich.
Ted Cassidy gooit het tempo omhoog en is daardoor pakkend, mede door het stuwende tempo dat Zita Swoon-drummer Aarich Jespers er in weet te gooien. Het klinkt lekker puntig maar juist door die warme zang van Trouvé krijg je een mooie tegenstelling die wonderwel zeer goed weet aan te slaan. Met dank aan de vrouwelijke zang ook (dochters Françoise & Romy Trouvé doen mee op dit album).
Heat It Up is lekkere ietwat fout klinkende soundtrack-achtige muziek die je zo in een Tarantino film zou kunnen aantreffen. Helaas duurt de vreugde hier weer wat te kort want al snel gaat Stolen Moments van start waar de dromerige atmosfeer de kleur bepaalt.
Dub Undead is het langste nummer van dit album en gaat fel van start. Maar al snel blijkt dit nummer een rollercoaster te worden waarin we worden heen en weer geslingerd tussen felle rock, dub en allerlei kleine geluidjes als pianogepingel (niet oneerbiedig bedoeld) en elektronische dingetjes. Absoluut een leuk avontuur om te beleven.
Allright is een hemels popliedje dat iets sixties in zich heeft en wat een heerlijke melodieën bevatten deze kleine 3 minuutjes toch. Klein maar fijn zeggen we dan.
A Farewell to the Giant klinkt al even lief en fraai. Wat weet deze man een wondermooi sfeer neer te zetten in zijn liedjes. Dat hij kan schilderen bewijst hij doorlopend maar hij kan dat niet alleen met een penseel; ook muzieknoten weet hij al schilderend neer te zetten.
Le Thème Du Souffleur is een intermezzo waar geen zang aan te pas komt maar wel een fluitende Trouvé. Een pianoniemendalletje maar hoe dan ook een leuke.
Al bij de eerste tonen van The Sound of Our Childhood veer je op. Is dit niet…..? Ja toch? Dit was toen ik kind was in de jaren ’70 toch het hoogtepunt van de Efteling? Jazeker, en vandaar ook de titel van dit nummer. Bert Kaempfert met zijn Afrikaan Beat is overduidelijk te horen en daarmee komen de Efteling elfjes weer te leven. Ook Ennnio Morricone & Les Yper Sounds mogen niet ongenoemd blijven. Heerlijk om jeugdherinneringen zo verpakt in een liedje uit je boxen te horen komen.
Sunrise on Palavas Beach is een warme afsluiter waar je geen cv voor nodig hebt deze winterse dagen. Alleen al je fantasie de vrije loop doen gaan zorgt al voor genoeg warmte.
Het is een schitterende afsluiting van een cd die mij veel en veel te kort duurt. Wat een heerlijke trip is het en wat heb ik een spijt dat ik Rudy Trouvé eigenlijk altijd zo links heb laten liggen.
U begrijpt dat daar snel verandering in gaat komen door te beginnen met de cd’s die netjes in deze serie passen. Er zijn immers nog een 1999 – 2002, 2002 – 2003, 2003 – 2007 part one en part two en dan heb ik het nog niet eens over mans andere bandjes als Dead Man Ray, Gore Slut, Kiss My Jazz en anderen.
Het project ‘help aERo de winter door’ is hiermee definitief van de baan.
Rudy Trouvé is geen onbekende voor mij: hij maakte nog deel uit van dEUS toen ik die voor het eerst zag in 1994. Ook Stef Kamil Carlens zat daar toen nog bij. Maar waar ik Stef ben blijven volgen daar beschouwde ik Trouvé als de wat zonderlinge artistiekerige van het stel die me niet zo erg aantrok.
Dat zou wel eens een domme zet geweest kunnen zijn want 2007-2009 onder de naam The Rudy Trouvé Septet bevalt mij goed. Meer dan goed zelfs.
2007-2009 opent met het uiterst korte Soundtrack for Woman Nr 2 A 70ties Soft Porn Tribute. Leuk, maar ik ben benieuwd wat het had geworden als er wat meer minuten speeltijd aan waren besteed.
Gelukkig krijgt Beast die ruimere tijd wel, en wat een zalig nummer is dat toch. Dromerig neemt de warme stem van Rudy Trouvé je mee naar plaatsen waar het zeer behaaglijk is.
Footage lijkt een experimentje dat gelukkig goed uitpakt: een pakkende swing, mede veroorzaakt door de samenzang, ondersteund door kleine elektronische bliepjes en piepjes waar ook piano en trompet een rol in spelen. De opbouw van het nummer is fraai en waar een ogenschijnlijk simpel nummer aanvankelijk misschien niet lijkt te boeien of weggezet kan worden als tussendoortje daar zorgt de spannende opbouw ervoor dat al deze opmerkingen met één veeg richting prullenmand kunnen.
On a Highway, Barely Awake is een kort instrumentaal nummer en heeft iets uitermate filmisch in zich.
Ted Cassidy gooit het tempo omhoog en is daardoor pakkend, mede door het stuwende tempo dat Zita Swoon-drummer Aarich Jespers er in weet te gooien. Het klinkt lekker puntig maar juist door die warme zang van Trouvé krijg je een mooie tegenstelling die wonderwel zeer goed weet aan te slaan. Met dank aan de vrouwelijke zang ook (dochters Françoise & Romy Trouvé doen mee op dit album).
Heat It Up is lekkere ietwat fout klinkende soundtrack-achtige muziek die je zo in een Tarantino film zou kunnen aantreffen. Helaas duurt de vreugde hier weer wat te kort want al snel gaat Stolen Moments van start waar de dromerige atmosfeer de kleur bepaalt.
Dub Undead is het langste nummer van dit album en gaat fel van start. Maar al snel blijkt dit nummer een rollercoaster te worden waarin we worden heen en weer geslingerd tussen felle rock, dub en allerlei kleine geluidjes als pianogepingel (niet oneerbiedig bedoeld) en elektronische dingetjes. Absoluut een leuk avontuur om te beleven.
Allright is een hemels popliedje dat iets sixties in zich heeft en wat een heerlijke melodieën bevatten deze kleine 3 minuutjes toch. Klein maar fijn zeggen we dan.
A Farewell to the Giant klinkt al even lief en fraai. Wat weet deze man een wondermooi sfeer neer te zetten in zijn liedjes. Dat hij kan schilderen bewijst hij doorlopend maar hij kan dat niet alleen met een penseel; ook muzieknoten weet hij al schilderend neer te zetten.
Le Thème Du Souffleur is een intermezzo waar geen zang aan te pas komt maar wel een fluitende Trouvé. Een pianoniemendalletje maar hoe dan ook een leuke.
Al bij de eerste tonen van The Sound of Our Childhood veer je op. Is dit niet…..? Ja toch? Dit was toen ik kind was in de jaren ’70 toch het hoogtepunt van de Efteling? Jazeker, en vandaar ook de titel van dit nummer. Bert Kaempfert met zijn Afrikaan Beat is overduidelijk te horen en daarmee komen de Efteling elfjes weer te leven. Ook Ennnio Morricone & Les Yper Sounds mogen niet ongenoemd blijven. Heerlijk om jeugdherinneringen zo verpakt in een liedje uit je boxen te horen komen.
Sunrise on Palavas Beach is een warme afsluiter waar je geen cv voor nodig hebt deze winterse dagen. Alleen al je fantasie de vrije loop doen gaan zorgt al voor genoeg warmte.
Het is een schitterende afsluiting van een cd die mij veel en veel te kort duurt. Wat een heerlijke trip is het en wat heb ik een spijt dat ik Rudy Trouvé eigenlijk altijd zo links heb laten liggen.
U begrijpt dat daar snel verandering in gaat komen door te beginnen met de cd’s die netjes in deze serie passen. Er zijn immers nog een 1999 – 2002, 2002 – 2003, 2003 – 2007 part one en part two en dan heb ik het nog niet eens over mans andere bandjes als Dead Man Ray, Gore Slut, Kiss My Jazz en anderen.
Het project ‘help aERo de winter door’ is hiermee definitief van de baan.
The Rudy Trouvé Septet - Songs and Stuff Recorded Between 2003 and 2007, Part One (2007)

4,0
1
geplaatst: 7 januari 2010, 22:34 uur
The Rudy Trouvé Sextet is inmiddels omgedoopt tot Septet maar dat doet er niet toe: op dit album staan een hoop heerlijke, lieve, charmante nummers die wederom putten uit alle hoeken en gaten van de hedendaagse muziek zonder dat het gefoceerd overkomt.
Dat is wat me dan ook zo goed bevalt aan het werk van Trouvé: op papier oogt het misschien wat te bedacht, te gemaakt, te arty wellicht maar als je het dan vervolgens gaat beluisteren wordt je aangenaam verrast met allerlei leuke vondsten en liedjes die gewoon kop en staart blijken te hebben in de meeste gevallen.
dEUS-liefhebbers (zeker die van het eerste uur) moeten denk ik toch maar eens gaan luisteren naar het werk van Rudy Trouvé. Het mist misschien net dat magische van zijn oude band, het klinkt hier en daar niet genoeg 'af', maar je hoort wel degelijk dat hij van grote invloed was op de toenmalige sound van de band en die sound is terug te horen op deze cd.
Waar ik voorheen altijd een beetje afgeschrikt werd door het te hoge arty gehalte dat deze man bij mij opriep, daar besef ik nu dat dit ongegronde angst was. Misschien komt het wel omdat hij in meer bandjes heeft gespeeld die verder gingen dan dit gezelschap want dat dit allemaal vrij luchtig klinkt is gewoon een feit: luchtigheid met een scherp randje.
Dat er weer zeer bekende namen op dit album terug te horen zijn mag geen verrassing heten uiteraard: o.a. Mauro Pawlowski, Aarich Jespers (vast lid van het Septet) en Tom Pintens
Dat is wat me dan ook zo goed bevalt aan het werk van Trouvé: op papier oogt het misschien wat te bedacht, te gemaakt, te arty wellicht maar als je het dan vervolgens gaat beluisteren wordt je aangenaam verrast met allerlei leuke vondsten en liedjes die gewoon kop en staart blijken te hebben in de meeste gevallen.
dEUS-liefhebbers (zeker die van het eerste uur) moeten denk ik toch maar eens gaan luisteren naar het werk van Rudy Trouvé. Het mist misschien net dat magische van zijn oude band, het klinkt hier en daar niet genoeg 'af', maar je hoort wel degelijk dat hij van grote invloed was op de toenmalige sound van de band en die sound is terug te horen op deze cd.
Waar ik voorheen altijd een beetje afgeschrikt werd door het te hoge arty gehalte dat deze man bij mij opriep, daar besef ik nu dat dit ongegronde angst was. Misschien komt het wel omdat hij in meer bandjes heeft gespeeld die verder gingen dan dit gezelschap want dat dit allemaal vrij luchtig klinkt is gewoon een feit: luchtigheid met een scherp randje.
Dat er weer zeer bekende namen op dit album terug te horen zijn mag geen verrassing heten uiteraard: o.a. Mauro Pawlowski, Aarich Jespers (vast lid van het Septet) en Tom Pintens
The Rudy Trouvé Sextet - 2002-2003 (2004)

4,0
1
geplaatst: 7 januari 2010, 17:51 uur
Ik kan wel zeggen dat ik inmiddels een groot liefhebber ben geworden van Rudy Trouvé. Zijn album onder de naam Rudy Trouvé Septet, 2007-2009 deed het op de valreep van het vorige jaar erg goed en wist daardoor bijzonder goed te scoren bij mij.
Mijn nieuwsgierigheid naar ander werk was gewekt en het leek me het meest logisch om verder te gaan met soortgelijke albums.
Het album 2002-2003 bevat werk wat in die periode is gemaakt en is uitgebracht als The Rudy Trouvé Sextet. Het is verder niet merkbaar te horen dat er hier met 'een man minder' wordt gewerkt. Iets wat sowieso niet opgaat omdat er genoeg gastartiesten samenwerken met Trouvé die toch wel de drijvende kracht achter dit project is.
Dit album horen is begrijpen wat zijn invloed op de vroege dEUS-sound was en het zorgt er tevens voor hoe zeer je dat oude werk gaat waarderen juist omdat al die individuele muzikanten zo hun eigen ding in één supergroep konden verwerken (je hoort namelijk ook duidelijk waar Stef Kamil Carlens daar zijn stempel drukte).
Er staan een hoop uiteenlopende nummers op dit album die toch zeer duidelijk één sfeer uitstralen: een warme sfeer met name. Het zijn kalme lieftallige miniatuurtjes die hier en daar misschien op schetsjes lijken maar die toch ook snel hun schoonheid prijsgeven doordat er een hoop mooie en leuke dingen in verwerkt zijn en je beseft dat het meestal gewoon heel ingenieus in elkaar zit.
Dit album is uiterst charmant te noemen en heeft mij net als 2007-2009 enorm weten te pakken. Wat een bundeling positieve energie is hier op te vinden en wat laat deze cd een positieve indruk achter!
Mijn nieuwsgierigheid naar ander werk was gewekt en het leek me het meest logisch om verder te gaan met soortgelijke albums.
Het album 2002-2003 bevat werk wat in die periode is gemaakt en is uitgebracht als The Rudy Trouvé Sextet. Het is verder niet merkbaar te horen dat er hier met 'een man minder' wordt gewerkt. Iets wat sowieso niet opgaat omdat er genoeg gastartiesten samenwerken met Trouvé die toch wel de drijvende kracht achter dit project is.
Dit album horen is begrijpen wat zijn invloed op de vroege dEUS-sound was en het zorgt er tevens voor hoe zeer je dat oude werk gaat waarderen juist omdat al die individuele muzikanten zo hun eigen ding in één supergroep konden verwerken (je hoort namelijk ook duidelijk waar Stef Kamil Carlens daar zijn stempel drukte).
Er staan een hoop uiteenlopende nummers op dit album die toch zeer duidelijk één sfeer uitstralen: een warme sfeer met name. Het zijn kalme lieftallige miniatuurtjes die hier en daar misschien op schetsjes lijken maar die toch ook snel hun schoonheid prijsgeven doordat er een hoop mooie en leuke dingen in verwerkt zijn en je beseft dat het meestal gewoon heel ingenieus in elkaar zit.
Dit album is uiterst charmant te noemen en heeft mij net als 2007-2009 enorm weten te pakken. Wat een bundeling positieve energie is hier op te vinden en wat laat deze cd een positieve indruk achter!
The Savings and Loan - Today I Need Light (2010)

3,5
0
geplaatst: 12 december 2010, 01:39 uur
Bij de eerste klanken van dit album krijg je even het gevoel van doen te hebben met een band als Kings of Convenience en dat komt door het akoestische tintje van het nummer Swallows, zodra zanger Martin Donnelly zijn mond open doet verandert dat onmiddellijk in The National en aanverwante bands (en ik kan namen noemen als Madrugada, Cousteau etc. etc.: donker dus).
Lit Out heeft eenzelfde trage, lome sfeer waar donkere bandjes patent op lijken te hebben. Het klinkt allemaal een beetje op zijn Nick Cave en dan met een eigen twist. Niet heel erg, maar zeker ook niet erg origineel meer.
Toch weet de Schotse Donnelly het goed over te brengen met zijn maatje Andrew Bush en dan heb ik er verder niet zo veel moeite mee.
En gelukkig rollen we gemakkelijk door naar stemmige nummers als The Virgin's Lullaby of Pale Water en weet Catholic Boys in the Rain met het schotse accent de Nick Cave sfeer goed vast te houden en dat gaat zeer zeker ook op voor Her Window.
Ik kan dus wel stellen dat dit album verre van origineel is en je moet er ook wel voor in de mood zijn want anders begint het op den duur misschien wat saai te worden.
Het is een lome trip waarin je je moet proberen te laten opzuigen en als dat lukt is dit zeer zeker een bloedmooi album. Lukt het niet of niet volledig dan is het gewoon een prima album en daar is ook niks mis mee uiteraard.
Lit Out heeft eenzelfde trage, lome sfeer waar donkere bandjes patent op lijken te hebben. Het klinkt allemaal een beetje op zijn Nick Cave en dan met een eigen twist. Niet heel erg, maar zeker ook niet erg origineel meer.
Toch weet de Schotse Donnelly het goed over te brengen met zijn maatje Andrew Bush en dan heb ik er verder niet zo veel moeite mee.
En gelukkig rollen we gemakkelijk door naar stemmige nummers als The Virgin's Lullaby of Pale Water en weet Catholic Boys in the Rain met het schotse accent de Nick Cave sfeer goed vast te houden en dat gaat zeer zeker ook op voor Her Window.
Ik kan dus wel stellen dat dit album verre van origineel is en je moet er ook wel voor in de mood zijn want anders begint het op den duur misschien wat saai te worden.
Het is een lome trip waarin je je moet proberen te laten opzuigen en als dat lukt is dit zeer zeker een bloedmooi album. Lukt het niet of niet volledig dan is het gewoon een prima album en daar is ook niks mis mee uiteraard.
The Serenes - Barefoot and Pregnant (1990)
Alternatieve titel: The Blurred, Concealed and Declined Songs of the Serenes

4,5
0
geplaatst: 10 september 2008, 18:15 uur
Op het moment van schrijven kijk ik uit mijn raam en zie dat de herfst in de lucht hangt: laaghangende zon, de bladeren al wat aan het verkleuren, schittering op het water........ en opeens is er zin om deze cd op te zetten.
Ik weet nog goed dat ik eind jaren '80, begin jaren '90 telkens als eerste met de nieuwste bandjes wilde aankomen bij mijn vrienden. Dat lukte over het algemeen prima, maar soms wisten zij mij weer voor te zijn.
Dit album van The Serenes was er zo eentje. 'Nooit van gehoord' was mijn eerste reactie. 'Komt uit Nederland en het is geweldig' was het antwoord. En geweldig was het zeker. Dromerige muziek van eigen bodem die je niet vaak tegenkwam. Dit soort muziek werd gemaakt door bands uit de jaren '80. Ik denk daarbij aan b.v. The Church of zo. Maar in Nederland werd dit toch niet gemaakt..... wel dus en ik vergeet niet de triomfantelijke grijns van degene die mij dit album toen liet horen. Zo, daar kon ik het even mee doen. Jij altijd met je nieuwe bandjes, nu ik.
Terug naar 2008: het intreden van de herfst dus..........
Niks is mooier dan Voodoo Economics door je boxen te horen galmen terwijl het water er zo rustig bij ligt en de laaghangende zon zo duidelijk afscheid van de zomer aan het nemen is (je kunt je afvragen welke zomer natuurlijk). Je ruikt het gewoon en muzikaal gezien vormt deze muziek daarbij het perfecte decor.
Het wordt nog mooier als de vogels erbij gaan fluiten op het sprankelende Beneath the Canopy. Alsof de herfst met nog hogere snelheid zijn entree wil doen.
Abiding Place klinkt heel subtiel, liefkozend komen de tonen mijn speakers uit rollen en weten me daarna rustig aan in beweging te zetten: wiegend van links naar rechts met een glimlach als bijgevolg. Simpele dingen kunnen o zo mooi zijn.
Wayland Smithy klatert bij de eerste tonen op mij als luisteraar neer en vervolgens zorgt het gitaarspel verder voor een pakkend nummer waar een bandje als R.E.M. zich absoluut niet voor zou hoeven schamen.
Follow the Rural Coast is het nummer dat me altijd het meest bij is gebleven. Het pakte me indertijd ook al heel snel en als ik het dan nu herbeluister doet het dat weer. Dit klinkt zo oerhollands en tegelijkertijd zo werelds en dat maakt dit album zo wonderschoon en vooral bijzonder. Kippenvel (of slaat de melancholie nu gewoon wat door? is het de combinatie van natuurpracht en muziek die zijn werk doet?).
The World Is a Woman's Breast is wederom categorie sprankelende gitaarpop. Eenvoudig, bescheiden en misschien daardoor wel zo sprekend.
Het hierop volgende nummer Rebecca (You're Gonna Be Allright) doet me ook heerlijk wegzweven. Hoe sterk zitten de nummers van deze band toch in elkaar. Hoe verder het album vordert hoe verder ook mijn bewondering weer stijgt.
Mermaid Mystery..... tja, eigenlijk weet ik al niet meer wat ik er over moet gaan zeggen zonder in herhaling te vallen. Pure schoonheid. Meer valt hier toch niet van te maken?!
Good Missionary heeft een hoop in zich: fluisterend en oorstrelend van start gaan om vervolgens langzaam opbouwend te verworden tot een bijna meedeinende pop/rock song.
Trip Down Memorystreet is qua titel een goede omschrijving voor wat betreft mijn herbeleving van dit album tijdens deze schitterende 3 kwartier die nu achter me liggen. Het nummer zelf is misschien het meest 'ruige' te noemen alsof die opkomende herfst al met een knipoog laat zien dat hij als seizoen ook flinke vegen uit de pan kan geven als het moet en dat dat ook vast nog op het programma staat naarmate het meer greep krijgt in ons landje, datzelfde landje waar het weer alle kanten op kan stuiteren en dat wel degelijk mooie muziek kan voortbrengen.
The Serenes lijkt een wat vergeten band maar niet bij mij in elk geval!
Minder magistraal dan dit album maar enigszins in dezelfde lijn ligt een andere Nederlandse band Blue Guitars met hun album Shellfish.
Ik weet nog goed dat ik eind jaren '80, begin jaren '90 telkens als eerste met de nieuwste bandjes wilde aankomen bij mijn vrienden. Dat lukte over het algemeen prima, maar soms wisten zij mij weer voor te zijn.
Dit album van The Serenes was er zo eentje. 'Nooit van gehoord' was mijn eerste reactie. 'Komt uit Nederland en het is geweldig' was het antwoord. En geweldig was het zeker. Dromerige muziek van eigen bodem die je niet vaak tegenkwam. Dit soort muziek werd gemaakt door bands uit de jaren '80. Ik denk daarbij aan b.v. The Church of zo. Maar in Nederland werd dit toch niet gemaakt..... wel dus en ik vergeet niet de triomfantelijke grijns van degene die mij dit album toen liet horen. Zo, daar kon ik het even mee doen. Jij altijd met je nieuwe bandjes, nu ik.
Terug naar 2008: het intreden van de herfst dus..........
Niks is mooier dan Voodoo Economics door je boxen te horen galmen terwijl het water er zo rustig bij ligt en de laaghangende zon zo duidelijk afscheid van de zomer aan het nemen is (je kunt je afvragen welke zomer natuurlijk). Je ruikt het gewoon en muzikaal gezien vormt deze muziek daarbij het perfecte decor.
Het wordt nog mooier als de vogels erbij gaan fluiten op het sprankelende Beneath the Canopy. Alsof de herfst met nog hogere snelheid zijn entree wil doen.
Abiding Place klinkt heel subtiel, liefkozend komen de tonen mijn speakers uit rollen en weten me daarna rustig aan in beweging te zetten: wiegend van links naar rechts met een glimlach als bijgevolg. Simpele dingen kunnen o zo mooi zijn.
Wayland Smithy klatert bij de eerste tonen op mij als luisteraar neer en vervolgens zorgt het gitaarspel verder voor een pakkend nummer waar een bandje als R.E.M. zich absoluut niet voor zou hoeven schamen.
Follow the Rural Coast is het nummer dat me altijd het meest bij is gebleven. Het pakte me indertijd ook al heel snel en als ik het dan nu herbeluister doet het dat weer. Dit klinkt zo oerhollands en tegelijkertijd zo werelds en dat maakt dit album zo wonderschoon en vooral bijzonder. Kippenvel (of slaat de melancholie nu gewoon wat door? is het de combinatie van natuurpracht en muziek die zijn werk doet?).
The World Is a Woman's Breast is wederom categorie sprankelende gitaarpop. Eenvoudig, bescheiden en misschien daardoor wel zo sprekend.
Het hierop volgende nummer Rebecca (You're Gonna Be Allright) doet me ook heerlijk wegzweven. Hoe sterk zitten de nummers van deze band toch in elkaar. Hoe verder het album vordert hoe verder ook mijn bewondering weer stijgt.
Mermaid Mystery..... tja, eigenlijk weet ik al niet meer wat ik er over moet gaan zeggen zonder in herhaling te vallen. Pure schoonheid. Meer valt hier toch niet van te maken?!
Good Missionary heeft een hoop in zich: fluisterend en oorstrelend van start gaan om vervolgens langzaam opbouwend te verworden tot een bijna meedeinende pop/rock song.
Trip Down Memorystreet is qua titel een goede omschrijving voor wat betreft mijn herbeleving van dit album tijdens deze schitterende 3 kwartier die nu achter me liggen. Het nummer zelf is misschien het meest 'ruige' te noemen alsof die opkomende herfst al met een knipoog laat zien dat hij als seizoen ook flinke vegen uit de pan kan geven als het moet en dat dat ook vast nog op het programma staat naarmate het meer greep krijgt in ons landje, datzelfde landje waar het weer alle kanten op kan stuiteren en dat wel degelijk mooie muziek kan voortbrengen.
The Serenes lijkt een wat vergeten band maar niet bij mij in elk geval!
Minder magistraal dan dit album maar enigszins in dezelfde lijn ligt een andere Nederlandse band Blue Guitars met hun album Shellfish.
The Slow Show - Dream Darling (2016)

4,5
1
geplaatst: 30 september 2016, 19:57 uur
The Slow Show....... het was een mooie ontdekking in het voorjaar van 2015.
Groot was mijn vreugde toen ik te horen kreeg dat ze live op PopUp 010 zouden komen ter ere van de Rotterdamse dakendagen. Of ik nog wel even mijn mond wilde houden, want het moest nog officieel bekend gemaakt worden in een later stadium. Ik was al liefhebber van het album, maar live wisten ze me nog eens extra aan zich te binden. In november zag ik ze nog eens in Haarlem en dat was ronduit magisch.
White Water bleek een echte 5* plaat voor mij. En dan is het maar de vraag hoe zo'n tweede uitpakt.
Op Strangers Now weet ik gelijk al dat het goed zit. Er zit een spanningsopbouw in die ook te horen was op de single Breaks Today. De blazers, de dramatische zang, de strijkers..... een prachtig wals-achtig nummer dat het gelijk al voor elkaar krijgt mij wederom de betovering in te sleuren.
Hurts klinkt in mijn oren iets lichter. De klankkleur is iets anders maar de ingrediënten zijn hetzelfde. Al bij eerste beluistering voelde ik dat dit wel eens tot de hoogtepunten kan gaan behoren van Dream Darling. Wat een mooi, warm nummer. It hurts like hell. Ja, zo voelt dat wel, maar dan in positieve zin. Mooie toevoeging van gast-vocalist Kesha Ellis ook: niet opdringerig, heel subtiel.
Ordinary Lives gaat een tandje hoger in de versnelling en zorgt daarmee voor de afwisseling zoals Bloodline dat bijvoorbeeld deed op de voorganger. Een lekker nummer, dat vooral weet op te vallen door de blazers. Zouden die niet te horen zijn dan valt dit nummer misschien wel door de mand als zijnde ietwat te glad en commercieel. Maar door de schitterende arrangementen weet het daar ver vandaan te blijven, en dat is ook wel de kracht van The Slow Show. Sluwe nummers die snel in je hoofd nestelen maar genoeg scherpe randje bevatten om het interessant te houden.
Lullaby doet wat je er van mag verwachten met zo'n titel: lief en klein met gitaar en zang in de hoofdrol. Laat Rob maar schitteren.
Dry My Bones zet gelijk al weer in met die lage stem van Rob Goodwin. Ik snap dat niet iedereen zijn stem trekt. Het is dominant aanwezig, het is meer praatzingen dan echt zingen wat ie doet. Voor mij werkt het wel. Maar ik moet er ook onmiddellijk bij zeggen dat het de band is die de nummers verder weet uit te bouwen met hun geluid. Elk nummer weer ervaar ik een warm bad en dat is hier al niet anders. Traag bouwt het op naar iets moois en nergens ontaardt het in bombast. Dat vind ik toch best knap, want de nummers lenen zich er in principe wel voor. Toch houden ze zich in.
The Slow Show weet wel hoe ze hun nummers moeten doseren, want This Time gaat weer in een lichte versnelling met een mooie rol voor de cello (heel subtiel). De blazers hoef ik niet eens meer te noemen want die vormen altijd al een hoofdrol. Eigenlijk heel simpel maar zeker doeltreffend.
Als regendruppels op een tentzeil, zo klinkt het begin van Brawling Tonight en ook hier weer een prachtige toevoeging van vrouwelijke vocalen (Kesha Ellis). Ik beschouw haar bijdrage echt als een zeer sterke meerwaarde. Het nummer is klein in z'n eenvoud maar weet keihard toe te slaan. Een romantische visie op een nachtelijke stad en haar inwoners.
Last Man Standing komt ook weer aan. Een hartverscheurend nummer over iemand die staand bij het altaar in de steek wordt gelaten. Het zal je maar gebeuren op je trouwdag. The Slow Show weet je de pijn te laten voelen in dit nummer. Wederom die opbouw. Je vraagt je af of je er dan onderhand niet een beetje genoeg van krijgt. Nee dus, ik blijf dit zo ongelooflijk mooi vinden.
Breaks Today had ik live al mogen meemaken, en na afloop van het optreden in Haarlem kocht ik de dubbele A-kant single waar Hopeless Town het andere nummer van is. Maar juist Breaks Today wist me toen enorm te raken (live kwam het koor uit een doosje; er zijn ook opnames waar het live wel wordt opgevoerd mét koor). Terecht dat het nummer niet tussen wal en schip is geraakt maar een eervolle plaats op Dream Darling heeft weten te bemachtigen. Wat een magistraal nummer is dat nog steeds na al die draaibeurten.
Brick is het perfecte instrumentale slot. Volgens de band 'our way to remember a friend and father' (doelen ze daarmee op de vader van Christopher Hough die ook genoemd werd op het debuut?!). Het sluit naadloos aan op de sfeer die neergezet wordt in Breaks Today. Ik krijg er 'As it is in heaven' associaties bij ('Så som i himmelen'). Een film die ik ook al zo prachtig vind.
Never change a winning team moet de band gedacht hebben, en blijkbaar was er ook voldoende inspiratie om zo snel al met een tweede album te komen. Daar schuilt het enorme gevaar in dat het te veel meer van hetzelfde is en dan net een slag minder.
Dat is gelukkig niet het geval. Dream Darling is net zo mooi als het debuut. Voor mij niet mooier of minder mooi. Het is een uitbreiding op de prachtige collectie nummers van White Water.
Of ze daar een derde keer mee weg gaan komen betwijfel ik. Maar dat maakt voor nu niet uit. Ik zat nog volop in de flow van het debuut en dat kan nu lekker voortgezet worden.
Ik kijk uit naar de komende optredens waar ik de heren opnieuw mag gaan bewonderen.
Groot was mijn vreugde toen ik te horen kreeg dat ze live op PopUp 010 zouden komen ter ere van de Rotterdamse dakendagen. Of ik nog wel even mijn mond wilde houden, want het moest nog officieel bekend gemaakt worden in een later stadium. Ik was al liefhebber van het album, maar live wisten ze me nog eens extra aan zich te binden. In november zag ik ze nog eens in Haarlem en dat was ronduit magisch.
White Water bleek een echte 5* plaat voor mij. En dan is het maar de vraag hoe zo'n tweede uitpakt.
Op Strangers Now weet ik gelijk al dat het goed zit. Er zit een spanningsopbouw in die ook te horen was op de single Breaks Today. De blazers, de dramatische zang, de strijkers..... een prachtig wals-achtig nummer dat het gelijk al voor elkaar krijgt mij wederom de betovering in te sleuren.
Hurts klinkt in mijn oren iets lichter. De klankkleur is iets anders maar de ingrediënten zijn hetzelfde. Al bij eerste beluistering voelde ik dat dit wel eens tot de hoogtepunten kan gaan behoren van Dream Darling. Wat een mooi, warm nummer. It hurts like hell. Ja, zo voelt dat wel, maar dan in positieve zin. Mooie toevoeging van gast-vocalist Kesha Ellis ook: niet opdringerig, heel subtiel.
Ordinary Lives gaat een tandje hoger in de versnelling en zorgt daarmee voor de afwisseling zoals Bloodline dat bijvoorbeeld deed op de voorganger. Een lekker nummer, dat vooral weet op te vallen door de blazers. Zouden die niet te horen zijn dan valt dit nummer misschien wel door de mand als zijnde ietwat te glad en commercieel. Maar door de schitterende arrangementen weet het daar ver vandaan te blijven, en dat is ook wel de kracht van The Slow Show. Sluwe nummers die snel in je hoofd nestelen maar genoeg scherpe randje bevatten om het interessant te houden.
Lullaby doet wat je er van mag verwachten met zo'n titel: lief en klein met gitaar en zang in de hoofdrol. Laat Rob maar schitteren.
Dry My Bones zet gelijk al weer in met die lage stem van Rob Goodwin. Ik snap dat niet iedereen zijn stem trekt. Het is dominant aanwezig, het is meer praatzingen dan echt zingen wat ie doet. Voor mij werkt het wel. Maar ik moet er ook onmiddellijk bij zeggen dat het de band is die de nummers verder weet uit te bouwen met hun geluid. Elk nummer weer ervaar ik een warm bad en dat is hier al niet anders. Traag bouwt het op naar iets moois en nergens ontaardt het in bombast. Dat vind ik toch best knap, want de nummers lenen zich er in principe wel voor. Toch houden ze zich in.
The Slow Show weet wel hoe ze hun nummers moeten doseren, want This Time gaat weer in een lichte versnelling met een mooie rol voor de cello (heel subtiel). De blazers hoef ik niet eens meer te noemen want die vormen altijd al een hoofdrol. Eigenlijk heel simpel maar zeker doeltreffend.
Als regendruppels op een tentzeil, zo klinkt het begin van Brawling Tonight en ook hier weer een prachtige toevoeging van vrouwelijke vocalen (Kesha Ellis). Ik beschouw haar bijdrage echt als een zeer sterke meerwaarde. Het nummer is klein in z'n eenvoud maar weet keihard toe te slaan. Een romantische visie op een nachtelijke stad en haar inwoners.
Last Man Standing komt ook weer aan. Een hartverscheurend nummer over iemand die staand bij het altaar in de steek wordt gelaten. Het zal je maar gebeuren op je trouwdag. The Slow Show weet je de pijn te laten voelen in dit nummer. Wederom die opbouw. Je vraagt je af of je er dan onderhand niet een beetje genoeg van krijgt. Nee dus, ik blijf dit zo ongelooflijk mooi vinden.
Breaks Today had ik live al mogen meemaken, en na afloop van het optreden in Haarlem kocht ik de dubbele A-kant single waar Hopeless Town het andere nummer van is. Maar juist Breaks Today wist me toen enorm te raken (live kwam het koor uit een doosje; er zijn ook opnames waar het live wel wordt opgevoerd mét koor). Terecht dat het nummer niet tussen wal en schip is geraakt maar een eervolle plaats op Dream Darling heeft weten te bemachtigen. Wat een magistraal nummer is dat nog steeds na al die draaibeurten.
Brick is het perfecte instrumentale slot. Volgens de band 'our way to remember a friend and father' (doelen ze daarmee op de vader van Christopher Hough die ook genoemd werd op het debuut?!). Het sluit naadloos aan op de sfeer die neergezet wordt in Breaks Today. Ik krijg er 'As it is in heaven' associaties bij ('Så som i himmelen'). Een film die ik ook al zo prachtig vind.
Never change a winning team moet de band gedacht hebben, en blijkbaar was er ook voldoende inspiratie om zo snel al met een tweede album te komen. Daar schuilt het enorme gevaar in dat het te veel meer van hetzelfde is en dan net een slag minder.
Dat is gelukkig niet het geval. Dream Darling is net zo mooi als het debuut. Voor mij niet mooier of minder mooi. Het is een uitbreiding op de prachtige collectie nummers van White Water.
Of ze daar een derde keer mee weg gaan komen betwijfel ik. Maar dat maakt voor nu niet uit. Ik zat nog volop in de flow van het debuut en dat kan nu lekker voortgezet worden.
Ik kijk uit naar de komende optredens waar ik de heren opnieuw mag gaan bewonderen.
The Slow Show - Lust and Learn (2019)

4,5
5
geplaatst: 29 augustus 2019, 19:47 uur
The Slow werd in 2015 mijn nieuwe muzikale vriendje. Soms heb je dat wel eens.
Schreef ik toen.
Op 13 juni, de verjaardag van mijn partner, die ook fan was geworden, kon ik de band voor het eerst live meemaken op het dak van een Rotterdamse parkeergarage (in het voorprogramma de band Half Way Station, die ook mijn hart stal die avond).
Het was de eerste keer, en er zouden er nog wat volgen met een optreden in Haarlem als magisch hoogtepunt.
Album nummer twee deed het ook gelijk goed. Maar ik was inmiddels fan en dan luister je toch anders. Als ik die eerste twee albums nu naast elkaar leg dan moet ik toegeven dat het debuut toch net iets meer impact heeft, waardoor ik vandaag besloot dat album van 5* naar 4,5* terug te brengen. De grote vraag is of mijn lievelingen wederom raak zullen schieten met Lust and Learn waar ze nu iets meer de tijd voor namen.
Bij Amend zit dat al weer goed: deze instrumentale track zuigt je gelijk het nieuwe avontuur in. Ietsje meer bombast dan we gewend zijn en alles wat dan volgt is eigenlijk The Slow Show volgens het boekje als je dat na drie albums kunt zeggen. Mijn liefde is nog steeds aanwezig. De praatzang van Rob verveelt me nog wederom niet. De opbouw van de nummers is ook nu magisch en de toegevoegde koortjes plus zang van Kesha Ellis geven het een hemels effect.
Is de koers gewijzigd? Nee, niet drastisch. En toch zijn er net genoeg lichte veranderingen, die ik nu nog moeilijk goed kan aanduiden (iets meer uptempo?!, iets andere geluiden hier en daar?!), maar ik hoor en voel ze wel en die ervoor zorgen dat The Slow Show wederom raak schiet, wederom ontroert en wederom pakt.
Zijn dit de woorden van een fanboy? Uiteraard. Maar de mensen die mij kennen weten ook wel dat ik niet vies ben van af en toe een flink scheut pathos, zonder al te veel effectbejag. En dat is wat Lust and Learn in zich verenigt.
Dat de mannen een blijvertje zijn voor mij stond al eerder vast, met dit derde album onderstrepen ze dit gewoon heel dik. Goed gedaan!
aERodynamIC schreef:
Ik hoor puurheid, oprechtheid; muziek die me wat doet. Muziek die me soms naar de strot weet te grijpen.
Ik hoor puurheid, oprechtheid; muziek die me wat doet. Muziek die me soms naar de strot weet te grijpen.
Schreef ik toen.
Op 13 juni, de verjaardag van mijn partner, die ook fan was geworden, kon ik de band voor het eerst live meemaken op het dak van een Rotterdamse parkeergarage (in het voorprogramma de band Half Way Station, die ook mijn hart stal die avond).
Het was de eerste keer, en er zouden er nog wat volgen met een optreden in Haarlem als magisch hoogtepunt.
Album nummer twee deed het ook gelijk goed. Maar ik was inmiddels fan en dan luister je toch anders. Als ik die eerste twee albums nu naast elkaar leg dan moet ik toegeven dat het debuut toch net iets meer impact heeft, waardoor ik vandaag besloot dat album van 5* naar 4,5* terug te brengen. De grote vraag is of mijn lievelingen wederom raak zullen schieten met Lust and Learn waar ze nu iets meer de tijd voor namen.
Bij Amend zit dat al weer goed: deze instrumentale track zuigt je gelijk het nieuwe avontuur in. Ietsje meer bombast dan we gewend zijn en alles wat dan volgt is eigenlijk The Slow Show volgens het boekje als je dat na drie albums kunt zeggen. Mijn liefde is nog steeds aanwezig. De praatzang van Rob verveelt me nog wederom niet. De opbouw van de nummers is ook nu magisch en de toegevoegde koortjes plus zang van Kesha Ellis geven het een hemels effect.
Is de koers gewijzigd? Nee, niet drastisch. En toch zijn er net genoeg lichte veranderingen, die ik nu nog moeilijk goed kan aanduiden (iets meer uptempo?!, iets andere geluiden hier en daar?!), maar ik hoor en voel ze wel en die ervoor zorgen dat The Slow Show wederom raak schiet, wederom ontroert en wederom pakt.
Zijn dit de woorden van een fanboy? Uiteraard. Maar de mensen die mij kennen weten ook wel dat ik niet vies ben van af en toe een flink scheut pathos, zonder al te veel effectbejag. En dat is wat Lust and Learn in zich verenigt.
Dat de mannen een blijvertje zijn voor mij stond al eerder vast, met dit derde album onderstrepen ze dit gewoon heel dik. Goed gedaan!
The Slow Show - Still Life (2022)

4,0
3
geplaatst: 3 februari 2022, 18:45 uur
Toen ik de band voor het eerst live zag tijdens de Dakendagen in Rotterdam op 13 juni 2015 (dat was een mooi verjaardagsfeest van mijn partner op die hoogte) was ik verliefd geworden op The Slow Show. De opwinding vooraf was al groot toen ik nog even geheim moest houden dat ze zouden komen (ik was al helemaal verliefd op het debuut dat net uit was). En die opwinding is altijd gebleven zowel live als wat betreft hun albums.
Dat is opvallend, want je zou toch zeggen dat ik de monotone zang van Rob Goodwin onderhand wel beu begin te raken. Zou dat dan nu een keer gebeuren? Zou de formule uitgewerkt raken?
Nee. Al tijdens opener Mountbatten hoor je dat ze weer een klein beetje zijn gaan finetunen. Genoeg om het interessant te houden, en niet te gek om radicaal met een ander geluid te komen wat tegen zou kunnen vallen.
Dat laat Anybody Else Inside ook horen. Oud en vertrouwd en toch weten ze het fris te laten klinken, terwijl er niet veel veranderd is aan hun geluid. En Slippin' doet niet anders. Wel het nummer waarbij ik denk: nu ken ik deze sound wel. Maar ja, dan zet de trompet in en ben ik weer om.
Rare Bird geeft mij een nostalgisch film-gevoel. Zo eentje waar je je echt in een andere wereld waant. Amélie of iets dergelijks (ik zeg niet dat het zo klinkt). Hier hoor je dat de band echt iets anders wilde uitproberen, en wow wat pakt dat goed uit zeg.
Woven Blue is wat lichter van toon. Een voorzichtig lentebriesje dat je doet glimlachen. Het nummer kent een fraaie, subtiele opbouw waar de blazers verantwoordelijk voor zijn.
Blue Nights kent ook een wat ander geluid. Dwingender. Ik kan me voorstellen dat mensen dit richting Coldplay vinden gaan, maar met zo'n stemgeluid vind ik dat toch kort door de bocht en ondanks dat het wat voller klinkt dan we van ze gewend zijn, misschien zelfs wel wat berustend op effectbejag (laten we de boel eens lekker doen aanzwellen) klinkt dit in mijn oren toch echt best fijn.
Dat opbouwende heeft Breathe ook en het koor doet wederom zijn werk. Dit kennen we van The Slow Show. Het zou me tegen kunnen gaan staan, maar doet het niet. Ik blijf dit blijkbaar gewoon goed vinden. IJzersterke opbouw en subtiele wendingen.
Blinking was het album ook al vooruit gesneld. Iets steviger dan we van ze gewend zijn. Toch valt me wel iets op aan dit album en dat is het geluid. Ligt het aan mij of is het allemaal wat schel? Juist bij zo'n donkere stem verwacht ik ook zo'n klankkleur qua productie, en mijn gevoel zegt dat daar hier geen sprake van is. Misschien klinkt het straks anders op vinyl? (Verschijnt pas over een paar weken). Hoe dan ook: heerlijk nummer!
Hey Lover doet me iets minder. Nog steeds een goed nummer, maar hier heb ik het gevoel dat het iets te veel automatische piloot is met wat probeersels in de vorm van het synth-geluid. Who Knows gaat nog even door en klinkt ook niet anders dan we van ze gewend zijn (en daardoor wat minder opvallend).
Weightless is een passend slot van dit album. Piano en af en toe wat samenzang vallen hier het meest op. Uiteraard ontbreken de blazers niet, maar die horen bij deze band.
Ben ik uitgekeken op The Slow Show? Nee. Ook nu lukt het de band om weer net even wat meer nieuwe dingen te laten horen, maar dan wel vrij subtiel zoals ze dat elk album wel gedaan hebben. Het is aardig wat pathos gebundeld op een album, maar Rob weet het met die monotone zang (mogen we het zang noemen?) aards te maken. Af en toe wat vrouwelijke vocalen om de boel net even wat fraaier aan te kleden en het is af.
Of ze een nieuw publiek weten te trekken met Still Life betwijfel ik. Prima wat mij betreft, want daardoor blijft het toch een beetje een band voor de fijnproevers en blijven ze weg van die doorslag naar de grote zalen. Want stel dat dat gebeurt..... misschien dat ze dan net over het randje kukelen. Laat mij hier maar lekker van genieten en het liefst in kleinere zalen.
Dat is opvallend, want je zou toch zeggen dat ik de monotone zang van Rob Goodwin onderhand wel beu begin te raken. Zou dat dan nu een keer gebeuren? Zou de formule uitgewerkt raken?
Nee. Al tijdens opener Mountbatten hoor je dat ze weer een klein beetje zijn gaan finetunen. Genoeg om het interessant te houden, en niet te gek om radicaal met een ander geluid te komen wat tegen zou kunnen vallen.
Dat laat Anybody Else Inside ook horen. Oud en vertrouwd en toch weten ze het fris te laten klinken, terwijl er niet veel veranderd is aan hun geluid. En Slippin' doet niet anders. Wel het nummer waarbij ik denk: nu ken ik deze sound wel. Maar ja, dan zet de trompet in en ben ik weer om.
Rare Bird geeft mij een nostalgisch film-gevoel. Zo eentje waar je je echt in een andere wereld waant. Amélie of iets dergelijks (ik zeg niet dat het zo klinkt). Hier hoor je dat de band echt iets anders wilde uitproberen, en wow wat pakt dat goed uit zeg.
Woven Blue is wat lichter van toon. Een voorzichtig lentebriesje dat je doet glimlachen. Het nummer kent een fraaie, subtiele opbouw waar de blazers verantwoordelijk voor zijn.
Blue Nights kent ook een wat ander geluid. Dwingender. Ik kan me voorstellen dat mensen dit richting Coldplay vinden gaan, maar met zo'n stemgeluid vind ik dat toch kort door de bocht en ondanks dat het wat voller klinkt dan we van ze gewend zijn, misschien zelfs wel wat berustend op effectbejag (laten we de boel eens lekker doen aanzwellen) klinkt dit in mijn oren toch echt best fijn.
Dat opbouwende heeft Breathe ook en het koor doet wederom zijn werk. Dit kennen we van The Slow Show. Het zou me tegen kunnen gaan staan, maar doet het niet. Ik blijf dit blijkbaar gewoon goed vinden. IJzersterke opbouw en subtiele wendingen.
Blinking was het album ook al vooruit gesneld. Iets steviger dan we van ze gewend zijn. Toch valt me wel iets op aan dit album en dat is het geluid. Ligt het aan mij of is het allemaal wat schel? Juist bij zo'n donkere stem verwacht ik ook zo'n klankkleur qua productie, en mijn gevoel zegt dat daar hier geen sprake van is. Misschien klinkt het straks anders op vinyl? (Verschijnt pas over een paar weken). Hoe dan ook: heerlijk nummer!
Hey Lover doet me iets minder. Nog steeds een goed nummer, maar hier heb ik het gevoel dat het iets te veel automatische piloot is met wat probeersels in de vorm van het synth-geluid. Who Knows gaat nog even door en klinkt ook niet anders dan we van ze gewend zijn (en daardoor wat minder opvallend).
Weightless is een passend slot van dit album. Piano en af en toe wat samenzang vallen hier het meest op. Uiteraard ontbreken de blazers niet, maar die horen bij deze band.
Ben ik uitgekeken op The Slow Show? Nee. Ook nu lukt het de band om weer net even wat meer nieuwe dingen te laten horen, maar dan wel vrij subtiel zoals ze dat elk album wel gedaan hebben. Het is aardig wat pathos gebundeld op een album, maar Rob weet het met die monotone zang (mogen we het zang noemen?) aards te maken. Af en toe wat vrouwelijke vocalen om de boel net even wat fraaier aan te kleden en het is af.
Of ze een nieuw publiek weten te trekken met Still Life betwijfel ik. Prima wat mij betreft, want daardoor blijft het toch een beetje een band voor de fijnproevers en blijven ze weg van die doorslag naar de grote zalen. Want stel dat dat gebeurt..... misschien dat ze dan net over het randje kukelen. Laat mij hier maar lekker van genieten en het liefst in kleinere zalen.
The Slow Show - Subtle Love (2023)

4,0
2
geplaatst: 20 september 2023, 17:57 uur
Een kort maar krachtig album. Misschien maar goed ook, want wat ik eigenlijk al langer roep gaat nog steeds op: te veel herhaling en dan met de zo karakteristieke praatzang van Rob Goodwin is dat wel een risico om aan te komen op het punt dat het wel genoeg is.
Is dat nu dan eindelijk het geval? Ergens wel. De enorme liefde die er in het begin was is er niet meer, maar tegelijkertijd is het ook wel weer fraai allemaal.
Maar ik weet het gewoon niet meer. Draai ik nog een rondje enthousiast mee en juich ik weer om een nieuwe release, of ben ik het nu wel een beetje beu?! Ik kan er zelf eigenlijk geen antwoord meer op geven.
Ja, het is en blijft mooie, sfeervolle muziek, en ja de zang blijft natuurlijk wel erg beperkt zo op deze manier en weet mij minder en minder te boeien (draai ik hun eerste album nog wel even).
Tegelijkertijd vind ik het ook prachtig en geniet ik.
Subtle Love voelt als een echt herfstalbum dus is qua timing op het juiste moment uitgebracht. Tel daarbij op dat ik veel sympathie heb voor de band an sich.
Dus vooruit: ik draai nog een rondje mee dan. Mooie, lichte, melancholische nummers zoals we van de band gewend zijn. Niks meer of minder (en Lament is prachtig).
Is dat nu dan eindelijk het geval? Ergens wel. De enorme liefde die er in het begin was is er niet meer, maar tegelijkertijd is het ook wel weer fraai allemaal.
Maar ik weet het gewoon niet meer. Draai ik nog een rondje enthousiast mee en juich ik weer om een nieuwe release, of ben ik het nu wel een beetje beu?! Ik kan er zelf eigenlijk geen antwoord meer op geven.
Ja, het is en blijft mooie, sfeervolle muziek, en ja de zang blijft natuurlijk wel erg beperkt zo op deze manier en weet mij minder en minder te boeien (draai ik hun eerste album nog wel even).
Tegelijkertijd vind ik het ook prachtig en geniet ik.
Subtle Love voelt als een echt herfstalbum dus is qua timing op het juiste moment uitgebracht. Tel daarbij op dat ik veel sympathie heb voor de band an sich.
Dus vooruit: ik draai nog een rondje mee dan. Mooie, lichte, melancholische nummers zoals we van de band gewend zijn. Niks meer of minder (en Lament is prachtig).
The Slow Show - White Water (2015)

5,0
1
geplaatst: 18 maart 2015, 21:34 uur
Aparte stemmen... ik heb er wel wat mee en Rob Goodwin staat garant voor zo'n bijzondere stem. Donker en krakerig als in een Tim Burton film en dat in combinatie met een warm klanktapijt zoals je dat ook hoort bij bands als (ja, ook ik kan er niet omheen) The National, maar toch ook wel The Antlers.
Natuurlijk, ik ben liefhebber van dit soort donkere muziek (niet voor niets een Cave-fan en dol op Tindersticks of The Veils om er maar eens wat te noemen), des te opmerkelijk is het dan dat The Slow Show mij geheel op eigen kracht weet te veroveren. Ik mag dan wel wat bands noemen, vreemd genoeg hoor ik het niet als ik naar White Water luister. Ik hoor dan gewoon een sterk album van een sterke band.
Ik hoor puurheid, oprechtheid; muziek die me wat doet. Muziek die me soms naar de strot weet te grijpen.
Goed, er zijn veel meer artiesten die dat doen bij mij, maar als het een band lukt die volgens velen, ook wel terecht lijkt me, in 1 adem genoemd wordt met een grote naam, dan doen ze toch iets goed. Iets heel goeds durf ik wel te zeggen.......
Kwestie van alle puzzelstukjes die perfect op z'n plaats weten te vallen. Geen noot te veel en op de perfecte plaatsen de mooiste subtiele dingen tevoorschijn weten te toveren.
Dat is knap en verdomde goed. Ja White Water is verdomde goed!
Natuurlijk, ik ben liefhebber van dit soort donkere muziek (niet voor niets een Cave-fan en dol op Tindersticks of The Veils om er maar eens wat te noemen), des te opmerkelijk is het dan dat The Slow Show mij geheel op eigen kracht weet te veroveren. Ik mag dan wel wat bands noemen, vreemd genoeg hoor ik het niet als ik naar White Water luister. Ik hoor dan gewoon een sterk album van een sterke band.
Ik hoor puurheid, oprechtheid; muziek die me wat doet. Muziek die me soms naar de strot weet te grijpen.
Goed, er zijn veel meer artiesten die dat doen bij mij, maar als het een band lukt die volgens velen, ook wel terecht lijkt me, in 1 adem genoemd wordt met een grote naam, dan doen ze toch iets goed. Iets heel goeds durf ik wel te zeggen.......
Kwestie van alle puzzelstukjes die perfect op z'n plaats weten te vallen. Geen noot te veel en op de perfecte plaatsen de mooiste subtiele dingen tevoorschijn weten te toveren.
Dat is knap en verdomde goed. Ja White Water is verdomde goed!
The Smashing Pumpkins - Adore (1998)

4,0
0
geplaatst: 3 juli 2007, 19:37 uur
Drie jaar lang teren op het meesterwerk Mellon Collie & the Infinite Sadness. Het was goed te doen met zo'n meesterwerk in de vorm van een dubbel-album.
De nieuwsgierigheid was toch wel groot naar nieuw werk. De band zou immers met een nieuw geluid komen aanzetten, meer electronica. Dat moet wel goed zitten dacht ik toen, omdat ze dat op Mellon Collie ook al uitprobeerden.
En toen verscheen Ava Adore als voorloper van dit album en ik begon wat nerveus te worden. Dit nummer wilde namelijk niet beklijven bij mij. Waren 3 meesterwerken dan inderdaad de limiet? Zou ik ze aan het ontgroeien zijn? Of was dit gewoon een wat minder nummer?
Met angst en beven ging ik op weg naar de cd-zaak toen Adore uitkwam en ik kon constateren dat de teleurstelling inderdaad groot zou zijn. Heeeeeeeeeel groot...........
Maar het is nu bijna 10 jaar later en ik kijk er wat neutraler tegenaan dan toen. Zeker nu ik Zeitgeist ook gehoord heb leek het me een goed moment om dit album wat beter uit te pluizen voor mezelf (en voor wie er nog meer interesse hebben in mijn gezever).
To Sheila blijf ik een schitterend nummer vinden. Nergens nog iets van vernieuwing te herkennen. De band had wel vaker dit soort akoestische nummers ten gehore gebracht. Ik vind het nog steeds een betoverend liedje. Vooral de banjo geeft het een bijzonder en vooral lieflijk tintje mee. Otherfool omschrijft het als een saaie opening. Ik omschrijf het als een betoverend mooie opening die uitermate gedurfd is voor een rockband als de Pumpkins (en dan in het kader van openingstrack).
Door alle loops en samples valt Ava Adore natuurlijk behoorlijk op. Het wijkt ook best af van de voorgaande albums. Maar nu ik het zo terug hoor denk ik dat dat nog best wel meevalt eerlijk gezegd. Het is een apart nummer dat eigenlijk nog best goed overeind staat na al die jaren. Alleen blijft het wel wat afstandelijks houden. Muziek voor het hoofd en minder voor het hart en dat was wat de Pumpkins altijd deden: muziek maken voor het hart (zo werkte dat bij mij althans).
Op een nummer als Perfect mis ik toch echt de aanwezigheid van Jimmy Chamberlin. Hier merk je dat Corgan een liefhebber is van Depeche Mode alleen doen die dit soort nummers nu net even een stukje beter. Het is mij te nikserig. Het mist energie en het klink futloos. Ongetwijfeld was de periode waarin Corgan verkeerde hier mede-schuldig aan. Zijn moeder was net overleden en dat had zijn weerslag op dit album. Dit Perfect is zelfs nog één van de opgewektere nummers te noemen.
Daphne Descends is weer een wat sterker nummer. Ook hier probeert Corgan een beetje te opereren in het Depeche Mode-straatje. Maar het blijft wat vlakjes en de zang ergert me hier net even te veel.
Once Upon A Time kent het luchtige wat sommige experimentelere nummers van Mellon Collie ook hadden. Maar waren het daar nummers die perfect in het totaalplaatje pasten, daar vormt het hier juist een soort kern en die is voor mij helaas niet stevig genoeg. Aangenaam? Zeker, maar het is net te weinig om van een geweldig nummer te spreken waar je van uit je dak gaat en dat je volledig weet te raken.
Tear lijkt het een beetje in de hoek van The Cure te zoeken. Ik vond en vind het allemaal te dreinerig en het nummer gaat nog steeds volledig langs me heen.
Crestfallen kent ook dat dreinerige. Een echt scherpe compositie is het ook al niet, toch weet dit nummer me dan weer meer te boeien en vind ik het zo slecht nog niet.
Appels + Oranjes is wat meer up-tempo en leunt ook wat zwaarder op de electronische toevoegingen. Vrij zwartgallig en tegelijkertijd ook wel wat glorieuzer. Helaas blijft het allemaal net iets te simpel en onaf.
Pug is weer meer Depeche Mode electronica-rock. Het klinkt slepend en weet mij wel te pakken op de een of andere manier. Toch doen dit soort nummers me sterk verlangen naar die heerlijke rocksongs van Gish of Siamese Dream. Dit zijn gewoonweg niet mijn Pumpkins.
The Tale of Dusty & Pistol Pete is er typische eentje van ene oor in andere oor uit. Nu ik het zo weer hoor besef ik dat maar weer al te goed. Alsof ik het voor de eerste keer hoor. Aardig, maar meer ook niet. Het zou een leuk b-kantje kunnen wezen.
Annie-Dog klinkt door de piano erg zwaarmoedig en zwart. Dat kan erg mooi uitpakken maar hier gebeurt dat helaas dus niet. Het gaat iets te lang door zonder dat er spannende dingen in gebeuren.
Bij Shame slaat de vermoeidheid dan wat door. Het zeurt te lang en dan gaat de dreinerige stem van Corgan zelfs mij vervelen.
Behold! The Night Mare klinkt gelukkig weer wat beter. Het is geen juweeltje zoals ze op voorgaande albums afleveren, maar ik vind het uiterst genietbaar en op dit album werd het even tijd dat er weer wat lekkers voorbij kwam.
Dat lekkere gaat zeker op voor het absolute hoogtepunt van Adore genaamd For Martha , toch wel één van mijn favoriete Pumpkins songs. Eindelijk weer prachtige gitaarlijnen en hier klinkt de piano wel goed en mooi. Prachtige opbouw en ontknoping. Stonden er maar meer van dit soort juwelen tussen en ik was een zeer tevreden man geweest toen maar ook nu.
Blank Page vind ik ook een prima nummer. Geen tweede juweel, maar zeker wel een mooi nummer dat aan weet te slaan. Onthaast en relaxed. Duidelijk een persoonlijke favoriet van dit album.
De 17 seconden durende 17 voegen verder weinig toe en daarmee komt er een einde aan één van de grootste teleurstellingen op muziekgebied. Nu, zoveel jaar verder, kijk ik daar wat nuchterder tegenaan en kan ik het album beter plaatsen (het krijgt dan ook nog een kleine 3,5*), maar dat het niet een favoriet album van me is lijkt me verder wel duidelijk zo.
De nieuwsgierigheid was toch wel groot naar nieuw werk. De band zou immers met een nieuw geluid komen aanzetten, meer electronica. Dat moet wel goed zitten dacht ik toen, omdat ze dat op Mellon Collie ook al uitprobeerden.
En toen verscheen Ava Adore als voorloper van dit album en ik begon wat nerveus te worden. Dit nummer wilde namelijk niet beklijven bij mij. Waren 3 meesterwerken dan inderdaad de limiet? Zou ik ze aan het ontgroeien zijn? Of was dit gewoon een wat minder nummer?
Met angst en beven ging ik op weg naar de cd-zaak toen Adore uitkwam en ik kon constateren dat de teleurstelling inderdaad groot zou zijn. Heeeeeeeeeel groot...........
Maar het is nu bijna 10 jaar later en ik kijk er wat neutraler tegenaan dan toen. Zeker nu ik Zeitgeist ook gehoord heb leek het me een goed moment om dit album wat beter uit te pluizen voor mezelf (en voor wie er nog meer interesse hebben in mijn gezever).
To Sheila blijf ik een schitterend nummer vinden. Nergens nog iets van vernieuwing te herkennen. De band had wel vaker dit soort akoestische nummers ten gehore gebracht. Ik vind het nog steeds een betoverend liedje. Vooral de banjo geeft het een bijzonder en vooral lieflijk tintje mee. Otherfool omschrijft het als een saaie opening. Ik omschrijf het als een betoverend mooie opening die uitermate gedurfd is voor een rockband als de Pumpkins (en dan in het kader van openingstrack).
Door alle loops en samples valt Ava Adore natuurlijk behoorlijk op. Het wijkt ook best af van de voorgaande albums. Maar nu ik het zo terug hoor denk ik dat dat nog best wel meevalt eerlijk gezegd. Het is een apart nummer dat eigenlijk nog best goed overeind staat na al die jaren. Alleen blijft het wel wat afstandelijks houden. Muziek voor het hoofd en minder voor het hart en dat was wat de Pumpkins altijd deden: muziek maken voor het hart (zo werkte dat bij mij althans).
Op een nummer als Perfect mis ik toch echt de aanwezigheid van Jimmy Chamberlin. Hier merk je dat Corgan een liefhebber is van Depeche Mode alleen doen die dit soort nummers nu net even een stukje beter. Het is mij te nikserig. Het mist energie en het klink futloos. Ongetwijfeld was de periode waarin Corgan verkeerde hier mede-schuldig aan. Zijn moeder was net overleden en dat had zijn weerslag op dit album. Dit Perfect is zelfs nog één van de opgewektere nummers te noemen.
Daphne Descends is weer een wat sterker nummer. Ook hier probeert Corgan een beetje te opereren in het Depeche Mode-straatje. Maar het blijft wat vlakjes en de zang ergert me hier net even te veel.
Once Upon A Time kent het luchtige wat sommige experimentelere nummers van Mellon Collie ook hadden. Maar waren het daar nummers die perfect in het totaalplaatje pasten, daar vormt het hier juist een soort kern en die is voor mij helaas niet stevig genoeg. Aangenaam? Zeker, maar het is net te weinig om van een geweldig nummer te spreken waar je van uit je dak gaat en dat je volledig weet te raken.
Tear lijkt het een beetje in de hoek van The Cure te zoeken. Ik vond en vind het allemaal te dreinerig en het nummer gaat nog steeds volledig langs me heen.
Crestfallen kent ook dat dreinerige. Een echt scherpe compositie is het ook al niet, toch weet dit nummer me dan weer meer te boeien en vind ik het zo slecht nog niet.
Appels + Oranjes is wat meer up-tempo en leunt ook wat zwaarder op de electronische toevoegingen. Vrij zwartgallig en tegelijkertijd ook wel wat glorieuzer. Helaas blijft het allemaal net iets te simpel en onaf.
Pug is weer meer Depeche Mode electronica-rock. Het klinkt slepend en weet mij wel te pakken op de een of andere manier. Toch doen dit soort nummers me sterk verlangen naar die heerlijke rocksongs van Gish of Siamese Dream. Dit zijn gewoonweg niet mijn Pumpkins.
The Tale of Dusty & Pistol Pete is er typische eentje van ene oor in andere oor uit. Nu ik het zo weer hoor besef ik dat maar weer al te goed. Alsof ik het voor de eerste keer hoor. Aardig, maar meer ook niet. Het zou een leuk b-kantje kunnen wezen.
Annie-Dog klinkt door de piano erg zwaarmoedig en zwart. Dat kan erg mooi uitpakken maar hier gebeurt dat helaas dus niet. Het gaat iets te lang door zonder dat er spannende dingen in gebeuren.
Bij Shame slaat de vermoeidheid dan wat door. Het zeurt te lang en dan gaat de dreinerige stem van Corgan zelfs mij vervelen.
Behold! The Night Mare klinkt gelukkig weer wat beter. Het is geen juweeltje zoals ze op voorgaande albums afleveren, maar ik vind het uiterst genietbaar en op dit album werd het even tijd dat er weer wat lekkers voorbij kwam.
Dat lekkere gaat zeker op voor het absolute hoogtepunt van Adore genaamd For Martha , toch wel één van mijn favoriete Pumpkins songs. Eindelijk weer prachtige gitaarlijnen en hier klinkt de piano wel goed en mooi. Prachtige opbouw en ontknoping. Stonden er maar meer van dit soort juwelen tussen en ik was een zeer tevreden man geweest toen maar ook nu.
Blank Page vind ik ook een prima nummer. Geen tweede juweel, maar zeker wel een mooi nummer dat aan weet te slaan. Onthaast en relaxed. Duidelijk een persoonlijke favoriet van dit album.
De 17 seconden durende 17 voegen verder weinig toe en daarmee komt er een einde aan één van de grootste teleurstellingen op muziekgebied. Nu, zoveel jaar verder, kijk ik daar wat nuchterder tegenaan en kan ik het album beter plaatsen (het krijgt dan ook nog een kleine 3,5*), maar dat het niet een favoriet album van me is lijkt me verder wel duidelijk zo.
The Smashing Pumpkins - Aghori Mhori Mei (2024)

4,0
0
geplaatst: 28 november 2024, 22:46 uur
Normaal gesproken ben ik er snel uit als het om nieuwe albums gaat. Dat vinden velen maar vreemd, toch is het zo. Zeker als het om oude grote helden gaat.
Want ja, de Pumpkins waren mijn laatste echt grote helden waar ik enorm fan van was. Je kent dat wel: posters, shirts, prullaria en uiteraard alles op (toen nog) cd kopen. En bootlegs. oh ja: stapels....
En toen was het zomer 2024: de Pumpkins zouden 'back to form' zijn. Eindelijk het niveau van de eerste albums. Dat soort verhalen neem ik met een korreltje zout, maar als zelfs mensen het zeggen die ik serieus neem op dat vlak dan gaat het kriebelen.
Maar ik was op vakantie in Memphis toen Aghori Mhori Mei uitkwam en zat in een heel andere vibe waar de Pumpkins eigenlijk niet in thuis hoorden. En toch kon ik de verleiding niet weerstaan en was mijn eerste constatering:
En daarna viel het wat stil. Slecht teken?! Wellicht. Ik greep niet heel vaak naar dit album en er was nog geen fysieke release te bekennen. Die is er sinds afgelopen weekend wel dus het album kwam weer wat meer naar de oppervlakte.
Is het nog steeds 4*? Ja en nee. Ja als ik de vergelijking maak met Shiny and Oh So Bright, Vol. 1 en nee als in 'de teleurstelling dat dit helemaal niet back to form is'. Ik hoor het echt niet. Op Oceania staan nummers waar ik dat wel hoor, hier niet. En toch is het ook best wel een prima album, maar dan moet ik echt dat verleden loslaten. Dat lukt me gewoon niet. Damn dat fan-zijn. Bij Pixies lukt me dat namelijk wel. Daar laat ik het verleden los en kan ik ongedwongen naar Pixies 2.0 luisteren en constateren dat het gewoon fijne indie-popnummers zijn. Bij Billy & co. lukt dat simpelweg niet en ik gooi het dus maar op mijn enorme liefde van toen, een liefde die een flinke optater heeft gekregen na Mellon Collie en waar de liefde absoluut niet terug hoog is gaan opvlammen. Het werd een waakvlam die af en toe een beetje hoger is gaan staan. Dat gebeurt hier gelukkig zeker nog wel, maar feit is dat dit voor mij gewoon de zoveelste keer hopen op beter was, wetende dat 'beter' eigenlijk nooit meer zal komen.
Loslaten? Nee, dat wil en kan ik niet en daarvoor is Aghori Mhori Mei best leuk, maar ik moet wel eerlijk zijn: die 4* is natuurlijk best gul en als ik ga vergelijken dan.... oh nee, dat doen we maar niet (ik doe mijn best).
Want ja, de Pumpkins waren mijn laatste echt grote helden waar ik enorm fan van was. Je kent dat wel: posters, shirts, prullaria en uiteraard alles op (toen nog) cd kopen. En bootlegs. oh ja: stapels....
En toen was het zomer 2024: de Pumpkins zouden 'back to form' zijn. Eindelijk het niveau van de eerste albums. Dat soort verhalen neem ik met een korreltje zout, maar als zelfs mensen het zeggen die ik serieus neem op dat vlak dan gaat het kriebelen.
Maar ik was op vakantie in Memphis toen Aghori Mhori Mei uitkwam en zat in een heel andere vibe waar de Pumpkins eigenlijk niet in thuis hoorden. En toch kon ik de verleiding niet weerstaan en was mijn eerste constatering:
aERodynamIC schreef:
Toch maar even met een koptelefoon beluisterd: ik was te nieuwsgierig. Valt zeker mee. Beetje het niveau van Shiny and Oh So Bright, Vol. 1. Ik weet dat velen dat album niet pruimen, maar die kwam bij mij uit op 4* en dat doet deze vooralsnog ook.
Toch maar even met een koptelefoon beluisterd: ik was te nieuwsgierig. Valt zeker mee. Beetje het niveau van Shiny and Oh So Bright, Vol. 1. Ik weet dat velen dat album niet pruimen, maar die kwam bij mij uit op 4* en dat doet deze vooralsnog ook.
En daarna viel het wat stil. Slecht teken?! Wellicht. Ik greep niet heel vaak naar dit album en er was nog geen fysieke release te bekennen. Die is er sinds afgelopen weekend wel dus het album kwam weer wat meer naar de oppervlakte.
Is het nog steeds 4*? Ja en nee. Ja als ik de vergelijking maak met Shiny and Oh So Bright, Vol. 1 en nee als in 'de teleurstelling dat dit helemaal niet back to form is'. Ik hoor het echt niet. Op Oceania staan nummers waar ik dat wel hoor, hier niet. En toch is het ook best wel een prima album, maar dan moet ik echt dat verleden loslaten. Dat lukt me gewoon niet. Damn dat fan-zijn. Bij Pixies lukt me dat namelijk wel. Daar laat ik het verleden los en kan ik ongedwongen naar Pixies 2.0 luisteren en constateren dat het gewoon fijne indie-popnummers zijn. Bij Billy & co. lukt dat simpelweg niet en ik gooi het dus maar op mijn enorme liefde van toen, een liefde die een flinke optater heeft gekregen na Mellon Collie en waar de liefde absoluut niet terug hoog is gaan opvlammen. Het werd een waakvlam die af en toe een beetje hoger is gaan staan. Dat gebeurt hier gelukkig zeker nog wel, maar feit is dat dit voor mij gewoon de zoveelste keer hopen op beter was, wetende dat 'beter' eigenlijk nooit meer zal komen.
Loslaten? Nee, dat wil en kan ik niet en daarvoor is Aghori Mhori Mei best leuk, maar ik moet wel eerlijk zijn: die 4* is natuurlijk best gul en als ik ga vergelijken dan.... oh nee, dat doen we maar niet (ik doe mijn best).
The Smashing Pumpkins - American Gothic (2008)

2,5
0
geplaatst: 2 januari 2008, 16:28 uur
Oude liefde roest niet, dus dan wil je ook weten hoe deze EP klinkt ook al beviel het album (Zeitgeist) niet zo heel erg goed.
Again, Again, Again (The Crux) kabbelt aardig door zonder ergens bijzondere wendingen te krijgen. Mij iets te ongeïnspireerd.
Als je al begint met la-la-la dan krijg ik een raar bijsmaakje. Ik vind la-la-la's goed voor songfestivals maar niet voor bands van wereldformaat. Een valse start op The Rose March dus. Gelukkig herpakken ze zich na dit intro met een akoestisch nummer dat een beetje doet denken aan de Tonight Tonight EP. Niet opzienbarend, wel charmant. Jammer van dat intro: zoiets kost je punten Billy.
Sunkissed is wederom akoestisch in de stijl van het vorige nummer. Een sereen sfeertje bepaalt de toon, maar ook hier valt dit toch een beetje in de categorie saai. Dat rustige nummers niet saai hoeven te zijn hebben ze op hun eerste 3 albums al wel bewezen dus daar zit het hem niet in. Wel moet ik zeggen dat ik tot nu toe geen stem-vervormingen heb gehoord en dat mag een pluspuntje genoemd worden.
Pox is minder herkenbaar Pumpkins (ik dacht even met een akoestisch nummer te maken te hebben van begin jaren '90 bands als Screaming Trees, Lemonheads of Buffalo Tom). Niet dat het echt iets uitmaakt want ook hier kan ik niet echt warm voor lopen. Het is echt zo slecht niet, maar de saaiheid druipt er van af. Het is misschien dat het hier om de Pompoenen gaat, maar anders had ik het misschien al voortijdig weggezapt. Vooruit 2,5* dan maar.....
Again, Again, Again (The Crux) kabbelt aardig door zonder ergens bijzondere wendingen te krijgen. Mij iets te ongeïnspireerd.
Als je al begint met la-la-la dan krijg ik een raar bijsmaakje. Ik vind la-la-la's goed voor songfestivals maar niet voor bands van wereldformaat. Een valse start op The Rose March dus. Gelukkig herpakken ze zich na dit intro met een akoestisch nummer dat een beetje doet denken aan de Tonight Tonight EP. Niet opzienbarend, wel charmant. Jammer van dat intro: zoiets kost je punten Billy.
Sunkissed is wederom akoestisch in de stijl van het vorige nummer. Een sereen sfeertje bepaalt de toon, maar ook hier valt dit toch een beetje in de categorie saai. Dat rustige nummers niet saai hoeven te zijn hebben ze op hun eerste 3 albums al wel bewezen dus daar zit het hem niet in. Wel moet ik zeggen dat ik tot nu toe geen stem-vervormingen heb gehoord en dat mag een pluspuntje genoemd worden.
Pox is minder herkenbaar Pumpkins (ik dacht even met een akoestisch nummer te maken te hebben van begin jaren '90 bands als Screaming Trees, Lemonheads of Buffalo Tom). Niet dat het echt iets uitmaakt want ook hier kan ik niet echt warm voor lopen. Het is echt zo slecht niet, maar de saaiheid druipt er van af. Het is misschien dat het hier om de Pompoenen gaat, maar anders had ik het misschien al voortijdig weggezapt. Vooruit 2,5* dan maar.....
The Smashing Pumpkins - ATUM (2023)
Alternatieve titel: A Rock Opera in Three Acts

3,0
3
geplaatst: 4 mei 2023, 17:59 uur
Omdat dit album in z'n geheel op de site staat maar ook als aparte delen bundel ik mijn schrijfels maar even voordat er ooit besloten gaat worden dat de losstaande delen verwijderd worden (wat ik op zich ook logisch zou vinden, omdat dit bij andere albums ook niet zo gebeurt als hier).
Atum: Act I
Een rock opera in drie acts. En ja hoor, dan bouwen we dat natuurlijk op.
Zo is Act 1 nu te beluisteren en dus te beoordelen. Zoals het een echte opera betaamt opent het lekker pompeus met de instrumentale titeltrack. Maar zoals we van de Pumpkins de laatste jaren gewend zijn krijgen synths een grote rol en ik herken de gitaar in opener Atum nauwelijks. Zijn dit de Pumpkins of horen we hier Pink Floyd met zo'n flink uitwaaierende solo?
In het begin van Butterfly Suite zingt Corgan bijkans als een kwakende kikker. Zeg ik dat? Ik die geen moeite heb met de cirkelzaag zang die we zo gewend zijn. Gelukkig blijft het bij de eerste minuut, maar wat volgt is een nummer waar ik niet zo vrolijk van word. Té geproduceerd, en weer zo'n grote rol voor de synths, en dan die zemelige vrouwenzang. Zo'n nummer dat helemaal nergens naartoe gaat.
The Good in Goodbye dan maar, alhoewel ik er nu al een hard hoofd in heb dat dit nog goed gaat komen. Bij de eerste tonen verwacht ik een hoop pretentieus gedoe door het sensor geluid, maar dan zet zich een gitaarnummer in. Wat rauwer dan wat we tot nu toe konden horen. Alleen daarom al slaak ik een zucht van verlichting, maar om dit nu een memorabel nummer te noemen?! Nee, niet echt.
Oh jongens toch. Stop eens met die infantiele synths. Embracer is zo kinderachtig als de pest en klinkt gewoon lelijk. En weer zo'n ahahaa koortje van mevrouw. Het zal vast een grappig luchtig nummertje zijn, maar kom op zeg... als je nummers als 1979 hebt geschreven mag je je hier best een beetje voor schamen. En wederom: een nummer dat nergens heen gaat en dan opeens klaar is.
With Ado I Do kent ook dat lelijke geluid zoals we het op Cyr hoorden. Corgan zal vast blij zijn met zijn elektronische apparaten, maar doe er dan wel het juiste mee. Hier gebeurt het niet. Godsamme wat mis ik dat geweldige drumgeluid van Chamberlin. Ik hoop voor hem dat hij niet verantwoordelijk is voor de drums op dit nummer, zo ja..... hoe dan?!
Mijn gemoed daalt per nummer, dat moge duidelijk zijn en ik heb dan ook weinig vertrouwen in Hooligan en al wat daarna komt. En ja hoor: daar is de tingeltangel synth weer. Een dreinerig, zeikerige riedel dit nummer, meer kan ik er niet van maken.
Je kan je afvragen of het nog zin heeft jezelf verder te ergeren. Maar dit is wel de band waar ik ooit zo'n mega-fan van ben geweest. Het is bijna ongeloof dat me er toe drijft nog even door te bijten, tevens wetende dat act 2 en 3 nog even niet in beeld zijn. Steps in Time dus. Als ik stappen in de tijd zet dan kom ik uit bij Gish, bij Siamese Dream of bij Mellon Collie and the Infinite Sadness. Het stemt me droevig. Goed, dit nummer gooit een beetje de beuk erin, maar over de gitaren moet en zal een lelijke synthesizer saus gegooid worden. Nee, ik heb helemaal niks tegen dat instrument, integendeel, maar Corgan zet het gewoon niet goed in. Ene oor in, andere weer uit en dan is dit tot nu toe nog enigszins te doen.
Where Rain Must Fall: geneuzel. Beyond the Vale: dit is nog te doen (grotere rol voor de gitaren), maar kan zich niet meten aan de mindere nummers op die van bijvoorbeeld Zeitgeist of Oceania. Als ik dit al als beste nummer van Act 1 moet bestempelen zegt dat genoeg.
Hooray!: ja, dat we bijna het einde van deze eerste acte naderen. Dit nummer is te belachelijk voor woorden. Is dit een grap? Heeft Pierre Kartner vlak voor zijn hemelen nog een nummer naar Corgan gestuurd??? Handjes in de lucht en sha-la-lie dan maar. Was ook leuk voor Sesamstraat geweest wellicht.
En dan de laatste: The Gold Mask. Jongens, laat maar ook........ Pumpkins gaan disco of zo. Oh ja, volgens mij is Corgan ABBA fan en is dit een soort poging om hun nummers te benaderen. Missie niet geslaagd. En dat einde ook: 'ploep' en het nummer is ineens afgelopen.
Mijn Pumpkins-hart huilt. Waar Pixies misschien hun scherpte kwijt zijn leveren ze nog wel prima albums af. Suede komt met één van de beste albums dit jaar. Deze helden waren het al kwijt maar met Atum tonen ze aan dat dit niet meer goed komt. Natuurlijk volgen er nog twee delen, maar daar verwacht ik he-le-maal niks meer van. Als je fan bent van Cyr zit je wellicht goed met dit project. Ik word er erg ongemakkelijk van. Ik had al niet veel hoop op iets moois maar Oceania vond ik echt ongelooflijk goed. Het is niet anders. Ik wacht af wat het vervolg zal zijn, maar de hoop is gereduceerd tot absoluut nul. Ik weet dat ik heel zuur overkom, maar ik kan er niet meer van maken. Spijtig.....
Atum: Act II
Het moge duidelijk zijn dat ik Act I erg matig vind en mijn hoop op een beter vervolg was dan ook niet groot. Ik probeer echt om de oude Pumpkins helemaal los te laten en het allemaal neutraal te benaderen, maar ik merk dat het moeilijk is.
Ook nu weer veel synths, koortjes en meer pop. Niet erg als het goed gebeurt, maar zoals verwacht laat ook dit tweede deel uit het drieluik me volledig koud.
De zang van Billy past ook niet lekker bij dit soort nummers vind ik, als cirkelzaag door zijn rocksongs uit de beginjaren werkte veel beter. Avalanche als opener is dus niet aan mij besteed.
Maar dan komt Empires en hoor ik een beetje de sound die we hoorden op Oceania. Dat bevalt me veel beter. Nee, het is geen Gish. Siamese Dream of Mellon Collie, maar ik moet me dan ook wel houden aan mijn eigen afspraak het daarmee niet te vergelijken.
Helaas zakt het met Neophyte weer als een plumpudding in. Dreinerige zang en dito achtergrondzang en ronduit lelijke synths. En wat de zo geweldige Jimmy hier op drums doet? Weinig indrukwekkend allemaal.
Moss bevalt weer beter. het gaat een beetje overal en nergens naartoe, maar die gitaren maken het in elk geval al wat beter te pruimen voor me. Gek dat ik nu al met dit soort middelmatige rockers blij kan zijn.
Maar Billy doet er om, want Night Waves klinkt als een lelijke flipperkast. Het is best een schattig nummer, op Mellon Collie staan ze ook, maar waarom maken ze de sound zo lelijk. Is James hier aanwezig? Jimmy? Mijn hemel ik vraag me echt af waar ze mee bezig zijn als ik dit soort nummers hoor.
Space Age dan maar. Wederom luchtig en ietwat zweverig. Ik heb er niks mee. Ook niet met Every Morning, ook luchtig, maar hier vind ik het wat minder lelijk klinken, ook al is het wederom van dik hout zaagt men elektronische planken. Jammer dat het zo'n saai geval is dat ruim zes minuten duurt.
To the Grays is nogal nietszeggend. Beguiled klinkt dan weer beter (wederom dat Oceania geluid), maar te laat om dit tweede deel (en eerste deel) nog te redden. The Culling is namelijk gewoon weer een lelijk prul.
Springtimes sluit Act II lekker saai af en daarmee kan ik concluderen dat Atum gewoon voor tweederde een gedrocht is. helaas.
Atum: Act III
Met Act III vervolmaken de Pumpkins hun Atum project, of moet ik zeggen Billy? Want daar lijkt het meer op.
Kan dit laatste deel ervoor zorgen de bittere smaak van Act I en II wat weg te spoelen?
Met opener Sojourner lijkt het er bijna op. Dit nummer klinkt een stuk natuurlijker dan alles op de vorige delen. Kalm en een fraaie muzikale omlijsting, ietwat zoutloos wellicht, maar beter te pruimen. Zou het dan toch???
That Which Animates the Spirit is geen hoogstandje, maar kan er wederom wel mee door vanwege het gitaarwerk. Wel een raar einde.
Ook The Canary Trainer klinkt wat natuurlijker en aangenamer in mijn oren. Het is vrij relaxed en het geluid minder nepperig of kitsch. Daarmee is het nog steeds geen enorm positief uitspringend nummer, maar luistert het wel prettig weg en dat is al enorme winst. Maar ook hier lijkt het of Billy niet weet hoe hij het nummer moet eindigen waardoor het iets schetsmatig wordt.
Op Pacer komen de synths wat meer naar voren, maar het is te doen. Als je de oude Pumpkins even loslaat (en dat doe ik al heel wat albums lang) dan klinkt dat als een wel aardig alternatief synthpop bandje. Nu het om mijn Pumpkins gaat luister ik ernaar, was het een andere band dan was ik waarschijnlijk weggezapt in deze vluchtige tijden. Het blijft een beetje amateuristisch overkomen allemaal.
In Lieu of Failure dan. Een nummer waar ik eindelijk al bij het intro opveer. Het is eigenlijk toch te gek dat een nummer waar de rocksound wat meer overheerst zorgt voor een voorzichtige glimlach, want eigenlijk stelt het nummer niet zo heel veel voor, maar het is bijna een soort verademing in het geheel.
Op Cenotaph gaat het weer een stapje terug. Een bijna akoestisch nummer op gitaar met daaronder wat lichte synthesizer klanken. Met een zanger als Billy klinken dit soort nummers nooit echt lekker in mijn oren, en hier is de synth-begeleiding gewoon weer lelijk te noemen helaas. Hierdoor weinig gevoeligheid zoals je dat op sommige nummers van Adore nog wel enigszins kon ervaren.
Harmageddon..... lekker die gitaren. Het kan dus nog wel. Dit kan er gewoon mee door. Had dit vaker gedaan Billy! Fireflies is dan helaas weer van het kaliber 'hoe onderdruk ik een geeuw'. Futloos gezweef.
Als Intergalactic net zo goed is als het nummer van de Beastie Boys zou dat heel wat zijn. Uiteraard is dat iets te veel gevraagd. Het is kitschy pop, maar ergens vind ik het dan toch wel weer leuk. Zeker halverwege als er een omslag in het nummer komt. Hier komen ze goed mee weg wat mij betreft. Het leukste nummer van Act III.
Spellbinding is een soort van te doen, maar die synths blijven spuuglelijk. Het is dat het een soort meezingertje is, en meer kan ik er niet van maken. Op zich niet heel onaardig, maar op dit drieluik ben ik al snel blij met zeer middelmatige nummers die gelijk enorme hoogtepunten blijken te zijn.
Of Wings sluit dit grootse project af. Billy zelf vindt het de opvolger van Mellon Collie and the Infinite Sadness. Ik weet niet of Billy ons allemaal keihard in het gezicht uitlacht of dat ie dat ook echt denkt. In dat geval zou het een beetje sneu zijn. Misschien is het gewoon een leuke verkooptruc. Bij Billy weet je het maar nooit. Dit nummer klinkt ook echt als een afsluiter. Een soort melancholiek terugkijken of zo. Beetje lachwekkend en pompeus als je het mij vraagt. Snel vergeten.
Melancholisch ben ik zeker als ik iets verder terugkijk naar die mooie jaren waar ik zo'n enorm grote fan van de band was. Daar heeft Atum helemaal niks mee van doen.
Act III blijkt dan uiteindelijk het betere deel te zijn, maar heel veel beter is het ook niet. Ik ben mild met 3*, maar daarmee blijft het gemiddelde voor het hele drieluik gewoon op 2,5* staan.
Echt verrassend is het niet dat de Pumpkins hiermee komen, want dat liet Billy (ik zeg Billy, want dit is geen band project als je het mij vraagt) al doorschemeren op de vorige albums. Maar toch is het teleurstellend. Een band die zulke meesterwerken heeft gemaakt en nu met dit soort werk komt.
Genoeg artiesten die niet meer verrassen of op de automatische piloot gaan. Het is ook bijna niet te doen om een torenhoog niveau vast te blijven houden. Dat hoeft ook niet. Met bijvoorbeeld een album als Oceania wisten de pompoenen mij toch echt nog gelukkig te maken ook al was het niet een meesterwerk als één van de eerste drie albums. Ik kon er zelfs meer van genieten dan bijvoorbeeld een Machina of Adore.
Maar met Atum hebben we een dieptepunt bereikt en dat vormt toch een smet op die eens zo machtige Smashing Pumpkins. Inmiddels voorgoed tot moes geslagen?
Atum: Act I
Een rock opera in drie acts. En ja hoor, dan bouwen we dat natuurlijk op.
Zo is Act 1 nu te beluisteren en dus te beoordelen. Zoals het een echte opera betaamt opent het lekker pompeus met de instrumentale titeltrack. Maar zoals we van de Pumpkins de laatste jaren gewend zijn krijgen synths een grote rol en ik herken de gitaar in opener Atum nauwelijks. Zijn dit de Pumpkins of horen we hier Pink Floyd met zo'n flink uitwaaierende solo?
In het begin van Butterfly Suite zingt Corgan bijkans als een kwakende kikker. Zeg ik dat? Ik die geen moeite heb met de cirkelzaag zang die we zo gewend zijn. Gelukkig blijft het bij de eerste minuut, maar wat volgt is een nummer waar ik niet zo vrolijk van word. Té geproduceerd, en weer zo'n grote rol voor de synths, en dan die zemelige vrouwenzang. Zo'n nummer dat helemaal nergens naartoe gaat.
The Good in Goodbye dan maar, alhoewel ik er nu al een hard hoofd in heb dat dit nog goed gaat komen. Bij de eerste tonen verwacht ik een hoop pretentieus gedoe door het sensor geluid, maar dan zet zich een gitaarnummer in. Wat rauwer dan wat we tot nu toe konden horen. Alleen daarom al slaak ik een zucht van verlichting, maar om dit nu een memorabel nummer te noemen?! Nee, niet echt.
Oh jongens toch. Stop eens met die infantiele synths. Embracer is zo kinderachtig als de pest en klinkt gewoon lelijk. En weer zo'n ahahaa koortje van mevrouw. Het zal vast een grappig luchtig nummertje zijn, maar kom op zeg... als je nummers als 1979 hebt geschreven mag je je hier best een beetje voor schamen. En wederom: een nummer dat nergens heen gaat en dan opeens klaar is.
With Ado I Do kent ook dat lelijke geluid zoals we het op Cyr hoorden. Corgan zal vast blij zijn met zijn elektronische apparaten, maar doe er dan wel het juiste mee. Hier gebeurt het niet. Godsamme wat mis ik dat geweldige drumgeluid van Chamberlin. Ik hoop voor hem dat hij niet verantwoordelijk is voor de drums op dit nummer, zo ja..... hoe dan?!
Mijn gemoed daalt per nummer, dat moge duidelijk zijn en ik heb dan ook weinig vertrouwen in Hooligan en al wat daarna komt. En ja hoor: daar is de tingeltangel synth weer. Een dreinerig, zeikerige riedel dit nummer, meer kan ik er niet van maken.
Je kan je afvragen of het nog zin heeft jezelf verder te ergeren. Maar dit is wel de band waar ik ooit zo'n mega-fan van ben geweest. Het is bijna ongeloof dat me er toe drijft nog even door te bijten, tevens wetende dat act 2 en 3 nog even niet in beeld zijn. Steps in Time dus. Als ik stappen in de tijd zet dan kom ik uit bij Gish, bij Siamese Dream of bij Mellon Collie and the Infinite Sadness. Het stemt me droevig. Goed, dit nummer gooit een beetje de beuk erin, maar over de gitaren moet en zal een lelijke synthesizer saus gegooid worden. Nee, ik heb helemaal niks tegen dat instrument, integendeel, maar Corgan zet het gewoon niet goed in. Ene oor in, andere weer uit en dan is dit tot nu toe nog enigszins te doen.
Where Rain Must Fall: geneuzel. Beyond the Vale: dit is nog te doen (grotere rol voor de gitaren), maar kan zich niet meten aan de mindere nummers op die van bijvoorbeeld Zeitgeist of Oceania. Als ik dit al als beste nummer van Act 1 moet bestempelen zegt dat genoeg.
Hooray!: ja, dat we bijna het einde van deze eerste acte naderen. Dit nummer is te belachelijk voor woorden. Is dit een grap? Heeft Pierre Kartner vlak voor zijn hemelen nog een nummer naar Corgan gestuurd??? Handjes in de lucht en sha-la-lie dan maar. Was ook leuk voor Sesamstraat geweest wellicht.
En dan de laatste: The Gold Mask. Jongens, laat maar ook........ Pumpkins gaan disco of zo. Oh ja, volgens mij is Corgan ABBA fan en is dit een soort poging om hun nummers te benaderen. Missie niet geslaagd. En dat einde ook: 'ploep' en het nummer is ineens afgelopen.
Mijn Pumpkins-hart huilt. Waar Pixies misschien hun scherpte kwijt zijn leveren ze nog wel prima albums af. Suede komt met één van de beste albums dit jaar. Deze helden waren het al kwijt maar met Atum tonen ze aan dat dit niet meer goed komt. Natuurlijk volgen er nog twee delen, maar daar verwacht ik he-le-maal niks meer van. Als je fan bent van Cyr zit je wellicht goed met dit project. Ik word er erg ongemakkelijk van. Ik had al niet veel hoop op iets moois maar Oceania vond ik echt ongelooflijk goed. Het is niet anders. Ik wacht af wat het vervolg zal zijn, maar de hoop is gereduceerd tot absoluut nul. Ik weet dat ik heel zuur overkom, maar ik kan er niet meer van maken. Spijtig.....
Atum: Act II
Het moge duidelijk zijn dat ik Act I erg matig vind en mijn hoop op een beter vervolg was dan ook niet groot. Ik probeer echt om de oude Pumpkins helemaal los te laten en het allemaal neutraal te benaderen, maar ik merk dat het moeilijk is.
Ook nu weer veel synths, koortjes en meer pop. Niet erg als het goed gebeurt, maar zoals verwacht laat ook dit tweede deel uit het drieluik me volledig koud.
De zang van Billy past ook niet lekker bij dit soort nummers vind ik, als cirkelzaag door zijn rocksongs uit de beginjaren werkte veel beter. Avalanche als opener is dus niet aan mij besteed.
Maar dan komt Empires en hoor ik een beetje de sound die we hoorden op Oceania. Dat bevalt me veel beter. Nee, het is geen Gish. Siamese Dream of Mellon Collie, maar ik moet me dan ook wel houden aan mijn eigen afspraak het daarmee niet te vergelijken.
Helaas zakt het met Neophyte weer als een plumpudding in. Dreinerige zang en dito achtergrondzang en ronduit lelijke synths. En wat de zo geweldige Jimmy hier op drums doet? Weinig indrukwekkend allemaal.
Moss bevalt weer beter. het gaat een beetje overal en nergens naartoe, maar die gitaren maken het in elk geval al wat beter te pruimen voor me. Gek dat ik nu al met dit soort middelmatige rockers blij kan zijn.
Maar Billy doet er om, want Night Waves klinkt als een lelijke flipperkast. Het is best een schattig nummer, op Mellon Collie staan ze ook, maar waarom maken ze de sound zo lelijk. Is James hier aanwezig? Jimmy? Mijn hemel ik vraag me echt af waar ze mee bezig zijn als ik dit soort nummers hoor.
Space Age dan maar. Wederom luchtig en ietwat zweverig. Ik heb er niks mee. Ook niet met Every Morning, ook luchtig, maar hier vind ik het wat minder lelijk klinken, ook al is het wederom van dik hout zaagt men elektronische planken. Jammer dat het zo'n saai geval is dat ruim zes minuten duurt.
To the Grays is nogal nietszeggend. Beguiled klinkt dan weer beter (wederom dat Oceania geluid), maar te laat om dit tweede deel (en eerste deel) nog te redden. The Culling is namelijk gewoon weer een lelijk prul.
Springtimes sluit Act II lekker saai af en daarmee kan ik concluderen dat Atum gewoon voor tweederde een gedrocht is. helaas.
Atum: Act III
Met Act III vervolmaken de Pumpkins hun Atum project, of moet ik zeggen Billy? Want daar lijkt het meer op.
Kan dit laatste deel ervoor zorgen de bittere smaak van Act I en II wat weg te spoelen?
Met opener Sojourner lijkt het er bijna op. Dit nummer klinkt een stuk natuurlijker dan alles op de vorige delen. Kalm en een fraaie muzikale omlijsting, ietwat zoutloos wellicht, maar beter te pruimen. Zou het dan toch???
That Which Animates the Spirit is geen hoogstandje, maar kan er wederom wel mee door vanwege het gitaarwerk. Wel een raar einde.
Ook The Canary Trainer klinkt wat natuurlijker en aangenamer in mijn oren. Het is vrij relaxed en het geluid minder nepperig of kitsch. Daarmee is het nog steeds geen enorm positief uitspringend nummer, maar luistert het wel prettig weg en dat is al enorme winst. Maar ook hier lijkt het of Billy niet weet hoe hij het nummer moet eindigen waardoor het iets schetsmatig wordt.
Op Pacer komen de synths wat meer naar voren, maar het is te doen. Als je de oude Pumpkins even loslaat (en dat doe ik al heel wat albums lang) dan klinkt dat als een wel aardig alternatief synthpop bandje. Nu het om mijn Pumpkins gaat luister ik ernaar, was het een andere band dan was ik waarschijnlijk weggezapt in deze vluchtige tijden. Het blijft een beetje amateuristisch overkomen allemaal.
In Lieu of Failure dan. Een nummer waar ik eindelijk al bij het intro opveer. Het is eigenlijk toch te gek dat een nummer waar de rocksound wat meer overheerst zorgt voor een voorzichtige glimlach, want eigenlijk stelt het nummer niet zo heel veel voor, maar het is bijna een soort verademing in het geheel.
Op Cenotaph gaat het weer een stapje terug. Een bijna akoestisch nummer op gitaar met daaronder wat lichte synthesizer klanken. Met een zanger als Billy klinken dit soort nummers nooit echt lekker in mijn oren, en hier is de synth-begeleiding gewoon weer lelijk te noemen helaas. Hierdoor weinig gevoeligheid zoals je dat op sommige nummers van Adore nog wel enigszins kon ervaren.
Harmageddon..... lekker die gitaren. Het kan dus nog wel. Dit kan er gewoon mee door. Had dit vaker gedaan Billy! Fireflies is dan helaas weer van het kaliber 'hoe onderdruk ik een geeuw'. Futloos gezweef.
Als Intergalactic net zo goed is als het nummer van de Beastie Boys zou dat heel wat zijn. Uiteraard is dat iets te veel gevraagd. Het is kitschy pop, maar ergens vind ik het dan toch wel weer leuk. Zeker halverwege als er een omslag in het nummer komt. Hier komen ze goed mee weg wat mij betreft. Het leukste nummer van Act III.
Spellbinding is een soort van te doen, maar die synths blijven spuuglelijk. Het is dat het een soort meezingertje is, en meer kan ik er niet van maken. Op zich niet heel onaardig, maar op dit drieluik ben ik al snel blij met zeer middelmatige nummers die gelijk enorme hoogtepunten blijken te zijn.
Of Wings sluit dit grootse project af. Billy zelf vindt het de opvolger van Mellon Collie and the Infinite Sadness. Ik weet niet of Billy ons allemaal keihard in het gezicht uitlacht of dat ie dat ook echt denkt. In dat geval zou het een beetje sneu zijn. Misschien is het gewoon een leuke verkooptruc. Bij Billy weet je het maar nooit. Dit nummer klinkt ook echt als een afsluiter. Een soort melancholiek terugkijken of zo. Beetje lachwekkend en pompeus als je het mij vraagt. Snel vergeten.
Melancholisch ben ik zeker als ik iets verder terugkijk naar die mooie jaren waar ik zo'n enorm grote fan van de band was. Daar heeft Atum helemaal niks mee van doen.
Act III blijkt dan uiteindelijk het betere deel te zijn, maar heel veel beter is het ook niet. Ik ben mild met 3*, maar daarmee blijft het gemiddelde voor het hele drieluik gewoon op 2,5* staan.
Echt verrassend is het niet dat de Pumpkins hiermee komen, want dat liet Billy (ik zeg Billy, want dit is geen band project als je het mij vraagt) al doorschemeren op de vorige albums. Maar toch is het teleurstellend. Een band die zulke meesterwerken heeft gemaakt en nu met dit soort werk komt.
Genoeg artiesten die niet meer verrassen of op de automatische piloot gaan. Het is ook bijna niet te doen om een torenhoog niveau vast te blijven houden. Dat hoeft ook niet. Met bijvoorbeeld een album als Oceania wisten de pompoenen mij toch echt nog gelukkig te maken ook al was het niet een meesterwerk als één van de eerste drie albums. Ik kon er zelfs meer van genieten dan bijvoorbeeld een Machina of Adore.
Maar met Atum hebben we een dieptepunt bereikt en dat vormt toch een smet op die eens zo machtige Smashing Pumpkins. Inmiddels voorgoed tot moes geslagen?
The Smashing Pumpkins - ATUM: Act I (2022)

2,5
0
geplaatst: 3 december 2022, 08:53 uur
Aangezien het nu ineens niet uitmaakt om albums er dubbel op te zetten copy-paste ik mijn bevindingen gewoon hier:
Een rock opera in drie acts. En ja hoor, dan bouwen we dat natuurlijk op.
Zo is Act 1 nu te beluisteren en dus te beoordelen. Zoals het een echte opera betaamt opent het lekker pompeus met de instrumentale titeltrack. Maar zoals we van de Pumpkins de laatste jaren gewend zijn krijgen synths een grote rol en ik herken de gitaar in opener Atum nauwelijks. Zijn dit de Pumpkins of horen we hier Pink Floyd met zo'n flink uitwaaierende solo?
In het begin van Butterfly Suite zingt Corgan bijkans als een kwakende kikker. Zeg ik dat? Ik die geen moeite heb met de cirkelzaag zang die we zo gewend zijn. Gelukkig blijft het bij de eerste minuut, maar wat volgt is een nummer waar ik niet zo vrolijk van word. Té geproduceerd, en weer zo'n grote rol voor de synths, en dan die zemelige vrouwenzang. Zo'n nummer dat helemaal nergens naartoe gaat.
The Good in Goodbye dan maar, alhoewel ik er nu al een hard hoofd in heb dat dit nog goed gaat komen. Bij de eerste tonen verwacht ik een hoop pretentieus gedoe door het sensor geluid, maar dan zet zich een gitaarnummer in. Wat rauwer dan wat we tot nu toe konden horen. Alleen daarom al slaak ik een zucht van verlichting, maar om dit nu een memorabel nummer te noemen?! Nee, niet echt.
Oh jongens toch. Stop eens met die infantiele synths. Embracer is zo kinderachtig als de pest en klinkt gewoon lelijk. En weer zo'n ahahaa koortje van mevrouw. Het zal vast een grappig luchtig nummertje zijn, maar kom op zeg... als je nummers als 1979 hebt geschreven mag je je hier best een beetje voor schamen. En wederom: een nummer dat nergens heen gaat en dan opeens klaar is.
With Ado I Do kent ook dat lelijke geluid zoals we het op Cyr hoorden. Corgan zal vast blij zijn met zijn elektronische apparaten, maar doe er dan wel het juiste mee. Hier gebeurt het niet. Godsamme wat mis ik dat geweldige drumgeluid van Chamberlin. Ik hoop voor hem dat hij niet verantwoordelijk is voor de drums op dit nummer, zo ja..... hoe dan?!
Mijn gemoed daalt per nummer, dat moge duidelijk zijn en ik heb dan ook weinig vertrouwen in Hooligan en al wat daarna komt. En ja hoor: daar is de tingeltangel synth weer. Een dreinerig, zeikerige riedel dit nummer, meer kan ik er niet van maken.
Je kan je afvragen of het nog zin heeft jezelf verder te ergeren. Maar dit is wel de band waar ik ooit zo'n mega-fan van ben geweest. Het is bijna ongeloof dat me er toe drijft nog even door te bijten, tevens wetende dat act 2 en 3 nog even niet in beeld zijn. Steps in Time dus. Als ik stappen in de tijd zet dan kom ik uit bij Gish, bij Siamese Dream of bij Mellon Collie and the Infinite Sadness. Het stemt me droevig. Goed, dit nummer gooit een beetje de beuk erin, maar over de gitaren moet en zal een lelijke synthesizer saus gegooid worden. Nee, ik heb helemaal niks tegen dat instrument, integendeel, maar Corgan zet het gewoon niet goed in. Ene oor in, andere weer uit en dan is dit tot nu toe nog enigszins te doen.
Where Rain Must Fall: geneuzel. Beyond the Vale: dit is nog te doen (grotere rol voor de gitaren), maar kan zich niet meten aan de mindere nummers op die van bijvoorbeeld Zeitgeist of Oceania. Als ik dit al als beste nummer van Act 1 moet bestempelen zegt dat genoeg.
Hooray!: ja, dat we bijna het einde van deze eerste acte naderen. Dit nummer is te belachelijk voor woorden. Is dit een grap? Heeft Pierre Kartner vlak voor zijn hemelen nog een nummer naar Corgan gestuurd??? Handjes in de lucht en sha-la-lie dan maar. Was ook leuk voor Sesamstraat geweest wellicht.
En dan de laatste: The Gold Mask. Jongens, laat maar ook........ Pumpkins gaan disco of zo. Oh ja, volgens mij is Corgan ABBA fan en is dit een soort poging om hun nummers te benaderen. Missie niet geslaagd. En dat einde ook: 'ploep' en het nummer is ineens afgelopen.
Mijn Pumpkins-hart huilt. Waar Pixies misschien hun scherpte kwijt zijn leveren ze nog wel prima albums af. Suede komt met één van de beste albums dit jaar. Deze helden waren het al kwijt maar met Atum tonen ze aan dat dit niet meer goed komt. Natuurlijk volgen er nog twee delen, maar daar verwacht ik he-le-maal niks meer van. Als je fan bent van Cyr zit je wellicht goed met dit project. Ik word er erg ongemakkelijk van. Ik had al niet veel hoop op iets moois maar Oceania vond ik echt ongelooflijk goed. Het is niet anders. Ik wacht af wat het vervolg zal zijn, maar de hoop is gereduceerd tot absoluut nul. Ik weet dat ik heel zuur overkom, maar ik kan er niet meer van maken. Spijtig.....
Een rock opera in drie acts. En ja hoor, dan bouwen we dat natuurlijk op.
Zo is Act 1 nu te beluisteren en dus te beoordelen. Zoals het een echte opera betaamt opent het lekker pompeus met de instrumentale titeltrack. Maar zoals we van de Pumpkins de laatste jaren gewend zijn krijgen synths een grote rol en ik herken de gitaar in opener Atum nauwelijks. Zijn dit de Pumpkins of horen we hier Pink Floyd met zo'n flink uitwaaierende solo?
In het begin van Butterfly Suite zingt Corgan bijkans als een kwakende kikker. Zeg ik dat? Ik die geen moeite heb met de cirkelzaag zang die we zo gewend zijn. Gelukkig blijft het bij de eerste minuut, maar wat volgt is een nummer waar ik niet zo vrolijk van word. Té geproduceerd, en weer zo'n grote rol voor de synths, en dan die zemelige vrouwenzang. Zo'n nummer dat helemaal nergens naartoe gaat.
The Good in Goodbye dan maar, alhoewel ik er nu al een hard hoofd in heb dat dit nog goed gaat komen. Bij de eerste tonen verwacht ik een hoop pretentieus gedoe door het sensor geluid, maar dan zet zich een gitaarnummer in. Wat rauwer dan wat we tot nu toe konden horen. Alleen daarom al slaak ik een zucht van verlichting, maar om dit nu een memorabel nummer te noemen?! Nee, niet echt.
Oh jongens toch. Stop eens met die infantiele synths. Embracer is zo kinderachtig als de pest en klinkt gewoon lelijk. En weer zo'n ahahaa koortje van mevrouw. Het zal vast een grappig luchtig nummertje zijn, maar kom op zeg... als je nummers als 1979 hebt geschreven mag je je hier best een beetje voor schamen. En wederom: een nummer dat nergens heen gaat en dan opeens klaar is.
With Ado I Do kent ook dat lelijke geluid zoals we het op Cyr hoorden. Corgan zal vast blij zijn met zijn elektronische apparaten, maar doe er dan wel het juiste mee. Hier gebeurt het niet. Godsamme wat mis ik dat geweldige drumgeluid van Chamberlin. Ik hoop voor hem dat hij niet verantwoordelijk is voor de drums op dit nummer, zo ja..... hoe dan?!
Mijn gemoed daalt per nummer, dat moge duidelijk zijn en ik heb dan ook weinig vertrouwen in Hooligan en al wat daarna komt. En ja hoor: daar is de tingeltangel synth weer. Een dreinerig, zeikerige riedel dit nummer, meer kan ik er niet van maken.
Je kan je afvragen of het nog zin heeft jezelf verder te ergeren. Maar dit is wel de band waar ik ooit zo'n mega-fan van ben geweest. Het is bijna ongeloof dat me er toe drijft nog even door te bijten, tevens wetende dat act 2 en 3 nog even niet in beeld zijn. Steps in Time dus. Als ik stappen in de tijd zet dan kom ik uit bij Gish, bij Siamese Dream of bij Mellon Collie and the Infinite Sadness. Het stemt me droevig. Goed, dit nummer gooit een beetje de beuk erin, maar over de gitaren moet en zal een lelijke synthesizer saus gegooid worden. Nee, ik heb helemaal niks tegen dat instrument, integendeel, maar Corgan zet het gewoon niet goed in. Ene oor in, andere weer uit en dan is dit tot nu toe nog enigszins te doen.
Where Rain Must Fall: geneuzel. Beyond the Vale: dit is nog te doen (grotere rol voor de gitaren), maar kan zich niet meten aan de mindere nummers op die van bijvoorbeeld Zeitgeist of Oceania. Als ik dit al als beste nummer van Act 1 moet bestempelen zegt dat genoeg.
Hooray!: ja, dat we bijna het einde van deze eerste acte naderen. Dit nummer is te belachelijk voor woorden. Is dit een grap? Heeft Pierre Kartner vlak voor zijn hemelen nog een nummer naar Corgan gestuurd??? Handjes in de lucht en sha-la-lie dan maar. Was ook leuk voor Sesamstraat geweest wellicht.
En dan de laatste: The Gold Mask. Jongens, laat maar ook........ Pumpkins gaan disco of zo. Oh ja, volgens mij is Corgan ABBA fan en is dit een soort poging om hun nummers te benaderen. Missie niet geslaagd. En dat einde ook: 'ploep' en het nummer is ineens afgelopen.
Mijn Pumpkins-hart huilt. Waar Pixies misschien hun scherpte kwijt zijn leveren ze nog wel prima albums af. Suede komt met één van de beste albums dit jaar. Deze helden waren het al kwijt maar met Atum tonen ze aan dat dit niet meer goed komt. Natuurlijk volgen er nog twee delen, maar daar verwacht ik he-le-maal niks meer van. Als je fan bent van Cyr zit je wellicht goed met dit project. Ik word er erg ongemakkelijk van. Ik had al niet veel hoop op iets moois maar Oceania vond ik echt ongelooflijk goed. Het is niet anders. Ik wacht af wat het vervolg zal zijn, maar de hoop is gereduceerd tot absoluut nul. Ik weet dat ik heel zuur overkom, maar ik kan er niet meer van maken. Spijtig.....
The Smashing Pumpkins - ATUM: Act II (2023)

2,5
3
geplaatst: 30 januari 2023, 17:55 uur
Het blijft apart om dit album als drieluik op de site te zien, maar ook als drie aparte delen. Maar goed....
Het moge duidelijk zijn dat ik Act I erg matig vind en mijn hoop op een beter vervolg was dan ook niet groot. Ik probeer echt om de oude Pumpkins helemaal los te laten en het allemaal neutraal te benaderen, maar ik merk dat het moeilijk is.
Ook nu weer veel synths, koortjes en meer pop. Niet erg als het goed gebeurt, maar zoals verwacht laat ook dit tweede deel uit het drieluik me volledig koud.
De zang van Billy past ook niet lekker bij dit soort nummers vind ik, als cirkelzaag door zijn rocksongs uit de beginjaren werkte veel beter. Avalanche als opener is dus niet aan mij besteed.
Maar dan komt Empires en hoor ik een beetje de sound die we hoorden op Oceania. Dat bevalt me veel beter. Nee, het is geen Gish. Siamese Dream of Mellon Collie, maar ik moet me dan ook wel houden aan mijn eigen afspraak het daarmee niet te vergelijken.
Helaas zakt het met Neophyte weer als een plumpudding in. Dreinerige zang en dito achtergrondzang en ronduit lelijke synths. En wat de zo geweldige Jimmy hier op drums doet? Weinig indrukwekkend allemaal.
Moss bevalt weer beter. het gaat een beetje overal en nergens naartoe, maar die gitaren maken het in elk geval al wat beter te pruimen voor me. Gek dat ik nu al met dit soort middelmatige rockers blij kan zijn.
Maar Billy doet er om, want Night Waves klinkt als een lelijke flipperkast. Het is best een schattig nummer, op Mellon Collie staan ze ook, maar waarom maken ze de sound zo lelijk. Is James hier aanwezig? Jimmy? Mijn hemel ik vraag me echt af waar ze mee bezig zijn als ik dit soort nummers hoor.
Space Age dan maar. Wederom luchtig en ietwat zweverig. Ik heb er niks mee. Ook niet met Every Morning, ook luchtig, maar hier vind ik het wat minder lelijk klinken, ook al is het wederom van dik hout zaagt men elektronische planken. Jammer dat het zo'n saai geval is dat ruim zes minuten duurt.
To the Grays is nogal nietszeggend. Beguiled klinkt dan weer beter (wederom dat Oceania geluid), maar te laat om dit tweede deel (en eerste deel) nog te redden. The Culling is namelijk gewoon weer een lelijk prul.
Springtimes sluit Act II lekker saai af en daarmee kan ik concluderen dat Atum gewoon voor tweederde een gedrocht is. helaas.
Het moge duidelijk zijn dat ik Act I erg matig vind en mijn hoop op een beter vervolg was dan ook niet groot. Ik probeer echt om de oude Pumpkins helemaal los te laten en het allemaal neutraal te benaderen, maar ik merk dat het moeilijk is.
Ook nu weer veel synths, koortjes en meer pop. Niet erg als het goed gebeurt, maar zoals verwacht laat ook dit tweede deel uit het drieluik me volledig koud.
De zang van Billy past ook niet lekker bij dit soort nummers vind ik, als cirkelzaag door zijn rocksongs uit de beginjaren werkte veel beter. Avalanche als opener is dus niet aan mij besteed.
Maar dan komt Empires en hoor ik een beetje de sound die we hoorden op Oceania. Dat bevalt me veel beter. Nee, het is geen Gish. Siamese Dream of Mellon Collie, maar ik moet me dan ook wel houden aan mijn eigen afspraak het daarmee niet te vergelijken.
Helaas zakt het met Neophyte weer als een plumpudding in. Dreinerige zang en dito achtergrondzang en ronduit lelijke synths. En wat de zo geweldige Jimmy hier op drums doet? Weinig indrukwekkend allemaal.
Moss bevalt weer beter. het gaat een beetje overal en nergens naartoe, maar die gitaren maken het in elk geval al wat beter te pruimen voor me. Gek dat ik nu al met dit soort middelmatige rockers blij kan zijn.
Maar Billy doet er om, want Night Waves klinkt als een lelijke flipperkast. Het is best een schattig nummer, op Mellon Collie staan ze ook, maar waarom maken ze de sound zo lelijk. Is James hier aanwezig? Jimmy? Mijn hemel ik vraag me echt af waar ze mee bezig zijn als ik dit soort nummers hoor.
Space Age dan maar. Wederom luchtig en ietwat zweverig. Ik heb er niks mee. Ook niet met Every Morning, ook luchtig, maar hier vind ik het wat minder lelijk klinken, ook al is het wederom van dik hout zaagt men elektronische planken. Jammer dat het zo'n saai geval is dat ruim zes minuten duurt.
To the Grays is nogal nietszeggend. Beguiled klinkt dan weer beter (wederom dat Oceania geluid), maar te laat om dit tweede deel (en eerste deel) nog te redden. The Culling is namelijk gewoon weer een lelijk prul.
Springtimes sluit Act II lekker saai af en daarmee kan ik concluderen dat Atum gewoon voor tweederde een gedrocht is. helaas.
The Smashing Pumpkins - ATUM: Act III (2023)

3,0
1
geplaatst: 4 mei 2023, 17:53 uur
Met Act III vervolmaken de Pumpkins hun Atum project, of moet ik zeggen Billy? Want daar lijkt het meer op.
Kan dit laatste deel ervoor zorgen de bittere smaak van Act I en II wat weg te spoelen?
Met opener Sojourner lijkt het er bijna op. Dit nummer klinkt een stuk natuurlijker dan alles op de vorige delen. Kalm en een fraaie muzikale omlijsting, ietwat zoutloos wellicht, maar beter te pruimen. Zou het dan toch???
That Which Animates the Spirit is geen hoogstandje, maar kan er wederom wel mee door vanwege het gitaarwerk. Wel een raar einde.
Ook The Canary Trainer klinkt wat natuurlijker en aangenamer in mijn oren. Het is vrij relaxed en het geluid minder nepperig of kitsch. Daarmee is het nog steeds geen enorm positief uitspringend nummer, maar luistert het wel prettig weg en dat is al enorme winst. Maar ook hier lijkt het of Billy niet weet hoe hij het nummer moet eindigen waardoor het iets schetsmatig wordt.
Op Pacer komen de synths wat meer naar voren, maar het is te doen. Als je de oude Pumpkins even loslaat (en dat doe ik al heel wat albums lang) dan klinkt dat als een wel aardig alternatief synthpop bandje. Nu het om mijn Pumpkins gaat luister ik ernaar, was het een andere band dan was ik waarschijnlijk weggezapt in deze vluchtige tijden. Het blijft een beetje amateuristisch overkomen allemaal.
In Lieu of Failure dan. Een nummer waar ik eindelijk al bij het intro opveer. Het is eigenlijk toch te gek dat een nummer waar de rocksound wat meer overheerst zorgt voor een voorzichtige glimlach, want eigenlijk stelt het nummer niet zo heel veel voor, maar het is bijna een soort verademing in het geheel.
Op Cenotaph gaat het weer een stapje terug. Een bijna akoestisch nummer op gitaar met daaronder wat lichte synthesizer klanken. Met een zanger als Billy klinken dit soort nummers nooit echt lekker in mijn oren, en hier is de synth-begeleiding gewoon weer lelijk te noemen helaas. Hierdoor weinig gevoeligheid zoals je dat op sommige nummers van Adore nog wel enigszins kon ervaren.
Harmageddon..... lekker die gitaren. Het kan dus nog wel. Dit kan er gewoon mee door. Had dit vaker gedaan Billy! Fireflies is dan helaas weer van het kaliber 'hoe onderdruk ik een geeuw'. Futloos gezweef.
Als Intergalactic net zo goed is als het nummer van de Beastie Boys zou dat heel wat zijn. Uiteraard is dat iets te veel gevraagd. Het is kitschy pop, maar ergens vind ik het dan toch wel weer leuk. Zeker halverwege als er een omslag in het nummer komt. Hier komen ze goed mee weg wat mij betreft. Het leukste nummer van Act III.
Spellbinding is een soort van te doen, maar die synths blijven spuuglelijk. Het is dat het een soort meezingertje is, en meer kan ik er niet van maken. Op zich niet heel onaardig, maar op dit drieluik ben ik al snel blij met zeer middelmatige nummers die gelijk enorme hoogtepunten blijken te zijn.
Of Wings sluit dit grootse project af. Billy zelf vindt het de opvolger van Mellon Collie and the Infinite Sadness. Ik weet niet of Billy ons allemaal keihard in het gezicht uitlacht of dat ie dat ook echt denkt. In dat geval zou het een beetje sneu zijn. Misschien is het gewoon een leuke verkooptruc. Bij Billy weet je het maar nooit. Dit nummer klinkt ook echt als een afsluiter. Een soort melancholiek terugkijken of zo. Beetje lachwekkend en pompeus als je het mij vraagt. Snel vergeten.
Melancholisch ben ik zeker als ik iets verder terugkijk naar die mooie jaren waar ik zo'n enorm grote fan van de band was. Daar heeft Atum helemaal niks mee van doen.
Act III blijkt dan uiteindelijk het betere deel te zijn, maar heel veel beter is het ook niet. Ik ben mild met 3*, maar daarmee blijft het gemiddelde voor het hele drieluik gewoon op 2,5* staan.
Echt verrassend is het niet dat de Pumpkins hiermee komen, want dat liet Billy (ik zeg Billy, want dit is geen band project als je het mij vraagt) al doorschemeren op de vorige albums. Maar toch is het teleurstellend. Een band die zulke meesterwerken heeft gemaakt en nu met dit soort werk komt.
Genoeg artiesten die niet meer verrassen of op de automatische piloot gaan. Het is ook bijna niet te doen om een torenhoog niveau vast te blijven houden. Dat hoeft ook niet. Met bijvoorbeeld een album als Oceania wisten de pompoenen mij toch echt nog gelukkig te maken ook al was het niet een meesterwerk als één van de eerste drie albums. Ik kon er zelfs meer van genieten dan bijvoorbeeld een Machina of Adore.
Maar met Atum hebben we een dieptepunt bereikt en dat vormt toch een smet op die eens zo machtige Smashing Pumpkins. Inmiddels voorgoed tot moes geslagen?
Kan dit laatste deel ervoor zorgen de bittere smaak van Act I en II wat weg te spoelen?
Met opener Sojourner lijkt het er bijna op. Dit nummer klinkt een stuk natuurlijker dan alles op de vorige delen. Kalm en een fraaie muzikale omlijsting, ietwat zoutloos wellicht, maar beter te pruimen. Zou het dan toch???
That Which Animates the Spirit is geen hoogstandje, maar kan er wederom wel mee door vanwege het gitaarwerk. Wel een raar einde.
Ook The Canary Trainer klinkt wat natuurlijker en aangenamer in mijn oren. Het is vrij relaxed en het geluid minder nepperig of kitsch. Daarmee is het nog steeds geen enorm positief uitspringend nummer, maar luistert het wel prettig weg en dat is al enorme winst. Maar ook hier lijkt het of Billy niet weet hoe hij het nummer moet eindigen waardoor het iets schetsmatig wordt.
Op Pacer komen de synths wat meer naar voren, maar het is te doen. Als je de oude Pumpkins even loslaat (en dat doe ik al heel wat albums lang) dan klinkt dat als een wel aardig alternatief synthpop bandje. Nu het om mijn Pumpkins gaat luister ik ernaar, was het een andere band dan was ik waarschijnlijk weggezapt in deze vluchtige tijden. Het blijft een beetje amateuristisch overkomen allemaal.
In Lieu of Failure dan. Een nummer waar ik eindelijk al bij het intro opveer. Het is eigenlijk toch te gek dat een nummer waar de rocksound wat meer overheerst zorgt voor een voorzichtige glimlach, want eigenlijk stelt het nummer niet zo heel veel voor, maar het is bijna een soort verademing in het geheel.
Op Cenotaph gaat het weer een stapje terug. Een bijna akoestisch nummer op gitaar met daaronder wat lichte synthesizer klanken. Met een zanger als Billy klinken dit soort nummers nooit echt lekker in mijn oren, en hier is de synth-begeleiding gewoon weer lelijk te noemen helaas. Hierdoor weinig gevoeligheid zoals je dat op sommige nummers van Adore nog wel enigszins kon ervaren.
Harmageddon..... lekker die gitaren. Het kan dus nog wel. Dit kan er gewoon mee door. Had dit vaker gedaan Billy! Fireflies is dan helaas weer van het kaliber 'hoe onderdruk ik een geeuw'. Futloos gezweef.
Als Intergalactic net zo goed is als het nummer van de Beastie Boys zou dat heel wat zijn. Uiteraard is dat iets te veel gevraagd. Het is kitschy pop, maar ergens vind ik het dan toch wel weer leuk. Zeker halverwege als er een omslag in het nummer komt. Hier komen ze goed mee weg wat mij betreft. Het leukste nummer van Act III.
Spellbinding is een soort van te doen, maar die synths blijven spuuglelijk. Het is dat het een soort meezingertje is, en meer kan ik er niet van maken. Op zich niet heel onaardig, maar op dit drieluik ben ik al snel blij met zeer middelmatige nummers die gelijk enorme hoogtepunten blijken te zijn.
Of Wings sluit dit grootse project af. Billy zelf vindt het de opvolger van Mellon Collie and the Infinite Sadness. Ik weet niet of Billy ons allemaal keihard in het gezicht uitlacht of dat ie dat ook echt denkt. In dat geval zou het een beetje sneu zijn. Misschien is het gewoon een leuke verkooptruc. Bij Billy weet je het maar nooit. Dit nummer klinkt ook echt als een afsluiter. Een soort melancholiek terugkijken of zo. Beetje lachwekkend en pompeus als je het mij vraagt. Snel vergeten.
Melancholisch ben ik zeker als ik iets verder terugkijk naar die mooie jaren waar ik zo'n enorm grote fan van de band was. Daar heeft Atum helemaal niks mee van doen.
Act III blijkt dan uiteindelijk het betere deel te zijn, maar heel veel beter is het ook niet. Ik ben mild met 3*, maar daarmee blijft het gemiddelde voor het hele drieluik gewoon op 2,5* staan.
Echt verrassend is het niet dat de Pumpkins hiermee komen, want dat liet Billy (ik zeg Billy, want dit is geen band project als je het mij vraagt) al doorschemeren op de vorige albums. Maar toch is het teleurstellend. Een band die zulke meesterwerken heeft gemaakt en nu met dit soort werk komt.
Genoeg artiesten die niet meer verrassen of op de automatische piloot gaan. Het is ook bijna niet te doen om een torenhoog niveau vast te blijven houden. Dat hoeft ook niet. Met bijvoorbeeld een album als Oceania wisten de pompoenen mij toch echt nog gelukkig te maken ook al was het niet een meesterwerk als één van de eerste drie albums. Ik kon er zelfs meer van genieten dan bijvoorbeeld een Machina of Adore.
Maar met Atum hebben we een dieptepunt bereikt en dat vormt toch een smet op die eens zo machtige Smashing Pumpkins. Inmiddels voorgoed tot moes geslagen?
The Smashing Pumpkins - Cyr (2020)

3,0
6
geplaatst: 26 november 2020, 18:53 uur
Oude liefde roest niet, maar vergt wel veel van mijn geduld....
Smashing Pumpkins werd na Doe Maar en Prince mijn derde grote liefde (en toch ook wel de laatste). Natuurlijk is er genoeg liefde voor zoveel andere artiesten en bandjes, maar echt enorm fan-zijn? Nee, dat was aan die drie voorbehouden.
Bij de Pumpkins begon het ook al vroeg; ik was als 21-jarige gelijk vanaf het begin al verslaafd aan Gish. Waar de meeste aandacht uitging naar Nirvana en Pearl Jam (die ik ook helemaal te gek vond), daar was de liefde voor de toen nog langharige Billy, Jimmy, James en D'Arcy nog veel groter. Als een kind zo blij kon ik ze live zien in Rotterdam op Metropolis 1992 en Siamese Dream plus Mellon Collie bleken droom-opvolgers te zijn.
De eerste scheur ontstond bij Adore. Misschien werd ik ook wel te oud om nog echt een groot fan ergens van te kunnen zijn. Maar het was toch voornamelijk het gebodene dat mij een heel stuk minder deed. Of was de lat gewoon te hoog gelegd door de eerste drie albums?!
Er ontstond een wat aparte relatie met deze oude helden. Ik ben ze live blijven zien en de albums braaf gaan kopen bij elke release. Ook Zwan en Billy's solowerk is in huis gehaald.
Zo gebeurt het dus dat Cyr ook in mijn kast komt te staan, terwijl ik na de helft gehoord te hebben nu niet bepaald warm kon lopen voor deze nieuwe, toch wat aparte worp.
Maar misschien dat het album in z'n geheel draaien, de volle vijf kwartier lang beter uitpakt. Allereerst zal ik het verleden in mijn hoofd aan de kant moeten zetten, want anders gaat het echt niet lukken.
Het valt te prijzen om een nieuwe richting op te gaan, maar dan moet het wel goed gebeuren.
Jazeker, er zitten best catchy deuntjes tussen, maar dit soort electro-pop-rock is toch echt al eerder en beter te horen geweest bij andere bands. Maar welke dan? Tja, lastig. Het is allemaal wat flets en grijs waardoort ik er nu ook niet gelijk namen op kan plakken.
Cyr is leuk bedoeld, maar komt niet echt uit de verf. Maak er dan ook nog eens een dubbelalbum met twintig nummers van en dan begeef je je toch echt op heel glas ijs. En dat doet Billy (Billy ja, want Jimmy horen we nauwelijks en is James hier ook aanwezig?): hij bevindt zich op heel glad ijs en ik vrees dat ie toch heel snel naar de stoel zal moeten grijpen om zich staande te houden. Aandoenlijk? Voor een starter ja, maar als je op top-niveau hebt gepresteerd is dit ondermaats en niet om aan te zien.
Vergelijken heeft geen zin. Stilstaan ook niet. Maar mijn gevoel zegt dat het best wat beter had kunnen uitpakken als de nummers net even wat kruidiger waren, en het was wellicht beter geweest om dit onder zijn eigen naam uit te brengen. Want Cyr voelt eigenlijk veel meer als opvolger van albums als TheFutureEmbrace, Ogilala en Cotillions dan van Gish of Siamese Dream. Oh wacht: van Monuments to an Elegy of Shiny and Oh So Bright, Vol. 1..... aha...... dan praten we toch gelijk al weer anders.
Het is nog meer Pumkins-light en er valt een trend te ontwaren. Hoe dan ook maakt dat van Cyr een 'ach wel aardig album' en vergaloppeert Corgan zich toch echt net iets te veel aan dit project.
Ik hou mijn hart vast voor de aankondiging van het vervolg op Mello Collie and the Infinite Sadness.
Met z'n enorme wispelturigheid en nooit nagekomen beloftes wil ik Billy adviseren dit ook niet waar te maken. Maar of Billy zit te wachten op dit welgemeende advies van mijn kant...... we zullen het zien. Misschien is die toekomst toch nog wel shiny en oh zo bright! Zijn we Cyr ook wel weer vergeten tegen die tijd.
Smashing Pumpkins werd na Doe Maar en Prince mijn derde grote liefde (en toch ook wel de laatste). Natuurlijk is er genoeg liefde voor zoveel andere artiesten en bandjes, maar echt enorm fan-zijn? Nee, dat was aan die drie voorbehouden.
Bij de Pumpkins begon het ook al vroeg; ik was als 21-jarige gelijk vanaf het begin al verslaafd aan Gish. Waar de meeste aandacht uitging naar Nirvana en Pearl Jam (die ik ook helemaal te gek vond), daar was de liefde voor de toen nog langharige Billy, Jimmy, James en D'Arcy nog veel groter. Als een kind zo blij kon ik ze live zien in Rotterdam op Metropolis 1992 en Siamese Dream plus Mellon Collie bleken droom-opvolgers te zijn.
De eerste scheur ontstond bij Adore. Misschien werd ik ook wel te oud om nog echt een groot fan ergens van te kunnen zijn. Maar het was toch voornamelijk het gebodene dat mij een heel stuk minder deed. Of was de lat gewoon te hoog gelegd door de eerste drie albums?!
Er ontstond een wat aparte relatie met deze oude helden. Ik ben ze live blijven zien en de albums braaf gaan kopen bij elke release. Ook Zwan en Billy's solowerk is in huis gehaald.
Zo gebeurt het dus dat Cyr ook in mijn kast komt te staan, terwijl ik na de helft gehoord te hebben nu niet bepaald warm kon lopen voor deze nieuwe, toch wat aparte worp.
Maar misschien dat het album in z'n geheel draaien, de volle vijf kwartier lang beter uitpakt. Allereerst zal ik het verleden in mijn hoofd aan de kant moeten zetten, want anders gaat het echt niet lukken.
Het valt te prijzen om een nieuwe richting op te gaan, maar dan moet het wel goed gebeuren.
Jazeker, er zitten best catchy deuntjes tussen, maar dit soort electro-pop-rock is toch echt al eerder en beter te horen geweest bij andere bands. Maar welke dan? Tja, lastig. Het is allemaal wat flets en grijs waardoort ik er nu ook niet gelijk namen op kan plakken.
Cyr is leuk bedoeld, maar komt niet echt uit de verf. Maak er dan ook nog eens een dubbelalbum met twintig nummers van en dan begeef je je toch echt op heel glas ijs. En dat doet Billy (Billy ja, want Jimmy horen we nauwelijks en is James hier ook aanwezig?): hij bevindt zich op heel glad ijs en ik vrees dat ie toch heel snel naar de stoel zal moeten grijpen om zich staande te houden. Aandoenlijk? Voor een starter ja, maar als je op top-niveau hebt gepresteerd is dit ondermaats en niet om aan te zien.
Vergelijken heeft geen zin. Stilstaan ook niet. Maar mijn gevoel zegt dat het best wat beter had kunnen uitpakken als de nummers net even wat kruidiger waren, en het was wellicht beter geweest om dit onder zijn eigen naam uit te brengen. Want Cyr voelt eigenlijk veel meer als opvolger van albums als TheFutureEmbrace, Ogilala en Cotillions dan van Gish of Siamese Dream. Oh wacht: van Monuments to an Elegy of Shiny and Oh So Bright, Vol. 1..... aha...... dan praten we toch gelijk al weer anders.
Het is nog meer Pumkins-light en er valt een trend te ontwaren. Hoe dan ook maakt dat van Cyr een 'ach wel aardig album' en vergaloppeert Corgan zich toch echt net iets te veel aan dit project.
Ik hou mijn hart vast voor de aankondiging van het vervolg op Mello Collie and the Infinite Sadness.
Met z'n enorme wispelturigheid en nooit nagekomen beloftes wil ik Billy adviseren dit ook niet waar te maken. Maar of Billy zit te wachten op dit welgemeende advies van mijn kant...... we zullen het zien. Misschien is die toekomst toch nog wel shiny en oh zo bright! Zijn we Cyr ook wel weer vergeten tegen die tijd.
The Smashing Pumpkins - Machina II/The Friends & Enemies of Modern Music (2000)

3,0
0
geplaatst: 3 oktober 2007, 19:21 uur
Ach ja, het was een leuk afscheidskadootje maar echt gillend gek werd ik er nu ook weer niet van.
Opener Glass' Theme hakt er lekker in en daar ging ik aardig van stuiteren. Deden ze dit nog maar eens goed op die nieuwe Zeitgeist van ze.
Ook Cash Car Star klinkt lekker rauw en ruig maar mist toch net een beetje dat extraatje dat deze band zo bijzonder maakte. Met alleen ruig hakken kom je er ook niet, althans niet een band die Gish, Siamese Dream en Mellon Collie op zijn naam heeft staan.
Op Dross zagen we gewoon nog even verder en hier begint het zelfs wat dreinerig en monotoon te worden voor mij.
Real Love klinkt hier en daar nogal shoegaze en My Bloody Valentine ligt op de loer. Niet onaardig.
Go gaat wat softer uit de startblokken maar weet me nergens te overtuigen. Wederom dat zweverige sausje er overheen gegoten en het doet het hem niet echt. Slecht? Nee. Aardig, dat wel.
Let Me Give The World To You gaat verder waar de vorige nummers al mee bezig waren. Het zijn leuke nummers ten afscheid maar dat de hoogtijdagen voorbij waren lijkt me wel duidelijk. Let wel: het klinkt allemaal nogal zuur (en mijn 3,5 geeft dan anders aan), maar het zijn wel de Pumpkins waar we over praten en dan ligt de lat hoger. Geschenk of niet.
Innosence is rustiger en vind ik eigenlijk best een lekker nummer. Het is fijn om even wat naar adem te happen op deze manier.
Home borduurt duidelijk voort op de luchtiger nummers van Machina, het officieel laatste album (niet wetende dat er ooit nog een Zeitgeist zou komen). Een beetje een flauw nummer.
Blue Skies Bring Tears is lekker beuken en dit hoor ik graag zo. Herrie? Jazeker! Niet het mooie hard-zacht van voorheen? Nee, niet echt (vooruit: een beetje dan). Maar beuken konden ze en dat laten ze nog even horen. Lekker nummer.
Hard, harder, hardst gaat ie op White Spider. Vuil, vies en voos. Een beetje too much als je het mij vraagt, maar vooruit dan: soms is het wel fijn om eens lekker ruig te doen.
Hierdoor valt het luchtige In My Body gelijk op. Niet omdat het zo'n ijzersterke compositie is overigens, want het kabbelt iets te veel voort.
If There Is A God heeft last van hetzelfde euvel als het vorige nummer. Het zwalkt iets te veel.
Dat Corgan met electronica aan de gang wilde en daar voorzichtig ook mee begon bewijst Le Deux Machina. Een ietwat vreemde instrumental.
Here's To The Atom Bomb is dan weer een zeer uitstekende afsluiter en daarmee kom ik tot de conclusie dat dit leuk is voor de fans, maar dat algemene liefhebbers dit best met groot gemak kunnen laten liggen en er niet veel aan missen.
Uit diezelfde tijd stammen overigens ook nog wat EP's die je van het net moest halen met nummers als Slow Down, Vanity, Saturnine, Glass Them (Spacey Version), Soul Power, Cash Car Star, Lucky 13, Speed Kills (alternate Version), If There is a God (piano + vocals), Try Try Try (alternate version) en Heavy Metal Machine (version I alternate mix).
Het is maar dat u het weet.
Opener Glass' Theme hakt er lekker in en daar ging ik aardig van stuiteren. Deden ze dit nog maar eens goed op die nieuwe Zeitgeist van ze.
Ook Cash Car Star klinkt lekker rauw en ruig maar mist toch net een beetje dat extraatje dat deze band zo bijzonder maakte. Met alleen ruig hakken kom je er ook niet, althans niet een band die Gish, Siamese Dream en Mellon Collie op zijn naam heeft staan.
Op Dross zagen we gewoon nog even verder en hier begint het zelfs wat dreinerig en monotoon te worden voor mij.
Real Love klinkt hier en daar nogal shoegaze en My Bloody Valentine ligt op de loer. Niet onaardig.
Go gaat wat softer uit de startblokken maar weet me nergens te overtuigen. Wederom dat zweverige sausje er overheen gegoten en het doet het hem niet echt. Slecht? Nee. Aardig, dat wel.
Let Me Give The World To You gaat verder waar de vorige nummers al mee bezig waren. Het zijn leuke nummers ten afscheid maar dat de hoogtijdagen voorbij waren lijkt me wel duidelijk. Let wel: het klinkt allemaal nogal zuur (en mijn 3,5 geeft dan anders aan), maar het zijn wel de Pumpkins waar we over praten en dan ligt de lat hoger. Geschenk of niet.
Innosence is rustiger en vind ik eigenlijk best een lekker nummer. Het is fijn om even wat naar adem te happen op deze manier.
Home borduurt duidelijk voort op de luchtiger nummers van Machina, het officieel laatste album (niet wetende dat er ooit nog een Zeitgeist zou komen). Een beetje een flauw nummer.
Blue Skies Bring Tears is lekker beuken en dit hoor ik graag zo. Herrie? Jazeker! Niet het mooie hard-zacht van voorheen? Nee, niet echt (vooruit: een beetje dan). Maar beuken konden ze en dat laten ze nog even horen. Lekker nummer.
Hard, harder, hardst gaat ie op White Spider. Vuil, vies en voos. Een beetje too much als je het mij vraagt, maar vooruit dan: soms is het wel fijn om eens lekker ruig te doen.
Hierdoor valt het luchtige In My Body gelijk op. Niet omdat het zo'n ijzersterke compositie is overigens, want het kabbelt iets te veel voort.
If There Is A God heeft last van hetzelfde euvel als het vorige nummer. Het zwalkt iets te veel.
Dat Corgan met electronica aan de gang wilde en daar voorzichtig ook mee begon bewijst Le Deux Machina. Een ietwat vreemde instrumental.
Here's To The Atom Bomb is dan weer een zeer uitstekende afsluiter en daarmee kom ik tot de conclusie dat dit leuk is voor de fans, maar dat algemene liefhebbers dit best met groot gemak kunnen laten liggen en er niet veel aan missen.
Uit diezelfde tijd stammen overigens ook nog wat EP's die je van het net moest halen met nummers als Slow Down, Vanity, Saturnine, Glass Them (Spacey Version), Soul Power, Cash Car Star, Lucky 13, Speed Kills (alternate Version), If There is a God (piano + vocals), Try Try Try (alternate version) en Heavy Metal Machine (version I alternate mix).
Het is maar dat u het weet.
