Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Robert Johnson - The Complete Recordings (1990)

5,0
0
geplaatst: 31 januari 2014, 15:16 uur
Net als spinout vind ik dit een soort ijkpunt. Zoals Keith Richards zegt in het boekje bij deze CD: "You want to know how good the blues can get? Well, this is it." Me and the Devil blues somt het allemaal op en geldt voor mij als het ultieme Robert Johnson-nummer, hoewel Come on in my kitchen mijn favoriet is.
Wat de dubbele versies van diverse tracks betreft, aangezien voor mij in vrijwel alle gevallen de tweede versie weinig tot niets aan de eerste versie toevoegt kan de huidige opbouw van de box mij ook niet bekoren, maar dat is voor mij geen reden om halve of hele sterren van mijn waardering af te halen.
Wat de dubbele versies van diverse tracks betreft, aangezien voor mij in vrijwel alle gevallen de tweede versie weinig tot niets aan de eerste versie toevoegt kan de huidige opbouw van de box mij ook niet bekoren, maar dat is voor mij geen reden om halve of hele sterren van mijn waardering af te halen.
Robert Miles - Dreamland (1995)

4,0
1
geplaatst: 15 mei 2018, 13:35 uur
Tjonge, ik dacht altijd dat de popmuziek uit de jaren 80 de ultieme "geestelijke tijdmachine" was, met die keiharde snaredrums, die propvolle produktie en al dat opgeföhnde haar, maar de doorhamerende computerdrums, de monofone pianomelodieën, de dromerige string-synthesizers en de eindeloos opgerekte nummers van dít album sturen mij toch even onverbiddelijk twee decennia terug. Indertijd heb ik het singletje van One & one honderden malen gedraaid zonder ooit behoefte te krijgen aan het hele album, want ik voorzag al dat dat misschien teveel van het goede zou worden (met héél veel meer van het synthetische slechte), maar nu ik hem al die jaren (decennia) later tegenkwam bij een kringloopwinkel kon ik de verleiding (en de prijs) niet weerstaan.
Tot mijn verbazing echter vind ik ook 70 minuten hiervan nog absoluut niet te veel, kennelijk ben ik op sommige momenten nog net zo vatbaar voor de trancy elementen van dit soort muziek als in de tijd dat ik heel veel naar Underworld en The Orb en Swayzak luisterde, ook al draai ik dat al een jaar of vijftien nauwelijks meer. One & one blijft een ontroerend nummer dat bij mij precies de juiste snaar raakt, maar ook In my dreams is een persoonlijke favoriet – toegegeven, dat loopje gáát maar door en door, maar voor mij zit er een heleboel spanning op omdat ik de hele tijd zit te wachten op die modulatie (die uiteindelijk pas na vijf minuten en evenzovele seconden komt). Nee, ik had niet verwacht dat ik hier zóveel plezier aan zou beleven.
Beluisterd met bovenstaande tracklisting, volgens de Engelse Wikipedia "the US version" en schijnbaar "the most popular and common version." En op het binnenste randje van mijn CD staat de tekst "Test sample – not for sale – Europe Optical Disc", en dat laatste is volgens Discogs een "Compact disc manufacturing company, that was located in Tilburg, The Netherlands. Company run since middle 80s and discontinued late of 90s." Weer wat geleerd. Zo kwam ik er ook pas kortgeleden achter dat One & one oorspronkelijk van de Poolse zangeres Edyta Górniak is, maar het verscheen pas in 1997 op haar eerste internationale (titelloze) album, en werd dus al eerder door Robert Miles opgepikt en gecoverd; haar eigen versie is gewoon op YouTube te vinden.
Tot mijn verbazing echter vind ik ook 70 minuten hiervan nog absoluut niet te veel, kennelijk ben ik op sommige momenten nog net zo vatbaar voor de trancy elementen van dit soort muziek als in de tijd dat ik heel veel naar Underworld en The Orb en Swayzak luisterde, ook al draai ik dat al een jaar of vijftien nauwelijks meer. One & one blijft een ontroerend nummer dat bij mij precies de juiste snaar raakt, maar ook In my dreams is een persoonlijke favoriet – toegegeven, dat loopje gáát maar door en door, maar voor mij zit er een heleboel spanning op omdat ik de hele tijd zit te wachten op die modulatie (die uiteindelijk pas na vijf minuten en evenzovele seconden komt). Nee, ik had niet verwacht dat ik hier zóveel plezier aan zou beleven.
Beluisterd met bovenstaande tracklisting, volgens de Engelse Wikipedia "the US version" en schijnbaar "the most popular and common version." En op het binnenste randje van mijn CD staat de tekst "Test sample – not for sale – Europe Optical Disc", en dat laatste is volgens Discogs een "Compact disc manufacturing company, that was located in Tilburg, The Netherlands. Company run since middle 80s and discontinued late of 90s." Weer wat geleerd. Zo kwam ik er ook pas kortgeleden achter dat One & one oorspronkelijk van de Poolse zangeres Edyta Górniak is, maar het verscheen pas in 1997 op haar eerste internationale (titelloze) album, en werd dus al eerder door Robert Miles opgepikt en gecoverd; haar eigen versie is gewoon op YouTube te vinden.
Rodriguez - Cold Fact (1970)

2,5
0
geplaatst: 26 maart 2018, 16:01 uur
Ik pieker me suf, maar ik kan niet precies verklaren waarom deze plaat me zo tegen staat. Is het de storende invloed van Dylan waardoor bijvoorbeeld The establishment blues klinkt als een parodie op It's alright ma (I'm only bleeding) ? Is het de knullige gitaar met nylonsnaren die zo goedkoop klinkt? Is het onwillekeurige irritatie omdat er weer een pas ontdekt iemand meteen de zevende hemel werd ingeschreven? (Nee, want ik leerde dit kennen voordat de schrijvende pers hier lucht van kreeg, en de documentaire over deze man heb ik nooit gezien.) Is het die wereldwijze stem die zo gekunsteld-blasé klinkt en soms zelfs hooghartig? Och ja, ik weet het wel, je moet het in z'n tijd zien, en Just like a woman en One of us must know (sooner of later) zijn veel bitterder en gemener dan Crucify your mind of I wonder, maar kennelijk kan ik dat van Dylan wèl hebben en van Rodriguez niet, misschien vanwege de vervelende en verveelde stem van de laatste. Hoe dan ook, deze plaat laat mij om de een of andere reden totaal koud, behalve op de momenten waarop hij mij ergert. Pluspunten zijn de produktie (met dank aan de afwisselende arrangementen die de composities veel kleur geven) en de korte speelduur waardoor het album "doesn't outstay its welcome", en ik kan ook wel horen waarom andere mensen hier enthousiast over zijn, maar zelf kan ik er niet warm voor lopen.
Roger McGuinn - Peace on You (1974)

3,5
0
geplaatst: 31 juli 2013, 22:04 uur
Een meesterwerk zal niemand dit tweede solo-album van de voormalige Byrdbaas Roger McGuinn ooit noemen, maar ondanks alle minpunten heeft het toch een geheel eigen charme.
Compositorisch is dit nogal een mixed bag, met vijf eigen nummers van McGuinn (waarvan vier samen met Jacques Levy, die twee jaar zo'n belangrijke bijdrage aan Bob Dylans Desire zou leveren), twee van Donnie Dacus, één van Al Kooper, één van Dan Fogelberg (Better change, dat ook op Fogelbergs tweede album Souvenirs zou verschijnen) en één van niemand minder dan country-ikoon Charlie Rich, in Nederland bekend van zijn megahits The most beautiful girl en Behind closed doors, maar op dit album leverancier van nota bene het titelnummer.
En helaas zijn niet alle nummers even sterk. De twee Dacus-nummers (3 en 6) zijn tamelijk nietszeggend, het op zich boeiende Together stort enigszins in onder een lyrische passage met flamenco-gitaar, en Same old sound is weliswaar een aardig verslag van de talloze verzoekjes aan McGuinn om tijdens concerten toch maar vooral zijn oude successen nog eens te zingen, maar muzikaal houdt het de aandacht niet helemaal tot de laatste noten vast. Bovendien laten de nummers ook tekstueel af en toe een steekje vallen, nergens zo erg als in het slotnummer: "The lady's eyes are beautiful / They wander through the dictionary / Searching for a way to say I love you / To a friend".
Daar staat tegenover dat er toch ook een paar prima nummers op staan, zoals Dan Fogelbergs fraaie Better change, McGuinns eigen klaaglijke Without you, Al Koopers ritmisch afwisselende en interessante (Please not) One more time (voor mij het hoogtepunt van de plaat), en Gate of Horn, McGuinns ode aan een beroemde folkclub in Chicago in de jaren 50 en 60:
"There was Judy and Peter and Josh and Odetta
The Clancies and Mary and Paul made it better
Grossman and Tommy and Dickie and Lou
And when one was looking McGuinn was there too!"
(dat zijn volgens mij resp. Judy Collins, Peter Yarrow van Peter Paul & Mary, Josh White, Odetta Holmes, de vier Clancy Brothers, Mary Travers en Noel "Paul" Stookey van Peter Paul & Mary, eigenaar Albert Grossman –later manager van o.a. Bob Dylan–, Tommy Makem van de Clancy Brothers, komiek Dick Gregory, en Lou Gottlieb, bassist van het folktrio de Limeliters.)
Wat de plaat echter vooral ruimschoots drijvend houdt is de kwaliteit van de muzikale begeleiding, gegarandeerd door het vakmanschap van de crème de la crème van de Westcoast-sessiemuzikanten, met Kooper, Fogelberg en Dacus op gitaren, Kooper en Paul Harris op toetsen, Al Perkins op pedal steel, Leland Sklar en Russell Kunkel zoals zo vaak samen als ritmetandem, en temidden van de achtergrondzangers zelfs ex-Turtles Mark Volman en Howard Kaylan. Deze muzikanten geven de nummers op prachtige wijze vorm, waarbij de arrangementen steeds ruimte laten voor McGuinns beroemde twaalfsnarige Rickenbacker en zijn karakteristieke hese stem. Hoewel deze plaat al veertig jaar geleden werd opgenomen klinken de nummers nog altijd fris en helder (mede de verdienste van producer Bill Halverson) en "ademen" ze op een manier die mij het soms magere niveau van de composities dikwijls doet vergeten.
Nee, een meesterwerk is dit niet, wel een sympathiek en warm album met een heerlijke sound en toch ook wel een aantal uitstekende nummers.
Compositorisch is dit nogal een mixed bag, met vijf eigen nummers van McGuinn (waarvan vier samen met Jacques Levy, die twee jaar zo'n belangrijke bijdrage aan Bob Dylans Desire zou leveren), twee van Donnie Dacus, één van Al Kooper, één van Dan Fogelberg (Better change, dat ook op Fogelbergs tweede album Souvenirs zou verschijnen) en één van niemand minder dan country-ikoon Charlie Rich, in Nederland bekend van zijn megahits The most beautiful girl en Behind closed doors, maar op dit album leverancier van nota bene het titelnummer.
En helaas zijn niet alle nummers even sterk. De twee Dacus-nummers (3 en 6) zijn tamelijk nietszeggend, het op zich boeiende Together stort enigszins in onder een lyrische passage met flamenco-gitaar, en Same old sound is weliswaar een aardig verslag van de talloze verzoekjes aan McGuinn om tijdens concerten toch maar vooral zijn oude successen nog eens te zingen, maar muzikaal houdt het de aandacht niet helemaal tot de laatste noten vast. Bovendien laten de nummers ook tekstueel af en toe een steekje vallen, nergens zo erg als in het slotnummer: "The lady's eyes are beautiful / They wander through the dictionary / Searching for a way to say I love you / To a friend".
Daar staat tegenover dat er toch ook een paar prima nummers op staan, zoals Dan Fogelbergs fraaie Better change, McGuinns eigen klaaglijke Without you, Al Koopers ritmisch afwisselende en interessante (Please not) One more time (voor mij het hoogtepunt van de plaat), en Gate of Horn, McGuinns ode aan een beroemde folkclub in Chicago in de jaren 50 en 60:
"There was Judy and Peter and Josh and Odetta
The Clancies and Mary and Paul made it better
Grossman and Tommy and Dickie and Lou
And when one was looking McGuinn was there too!"
(dat zijn volgens mij resp. Judy Collins, Peter Yarrow van Peter Paul & Mary, Josh White, Odetta Holmes, de vier Clancy Brothers, Mary Travers en Noel "Paul" Stookey van Peter Paul & Mary, eigenaar Albert Grossman –later manager van o.a. Bob Dylan–, Tommy Makem van de Clancy Brothers, komiek Dick Gregory, en Lou Gottlieb, bassist van het folktrio de Limeliters.)
Wat de plaat echter vooral ruimschoots drijvend houdt is de kwaliteit van de muzikale begeleiding, gegarandeerd door het vakmanschap van de crème de la crème van de Westcoast-sessiemuzikanten, met Kooper, Fogelberg en Dacus op gitaren, Kooper en Paul Harris op toetsen, Al Perkins op pedal steel, Leland Sklar en Russell Kunkel zoals zo vaak samen als ritmetandem, en temidden van de achtergrondzangers zelfs ex-Turtles Mark Volman en Howard Kaylan. Deze muzikanten geven de nummers op prachtige wijze vorm, waarbij de arrangementen steeds ruimte laten voor McGuinns beroemde twaalfsnarige Rickenbacker en zijn karakteristieke hese stem. Hoewel deze plaat al veertig jaar geleden werd opgenomen klinken de nummers nog altijd fris en helder (mede de verdienste van producer Bill Halverson) en "ademen" ze op een manier die mij het soms magere niveau van de composities dikwijls doet vergeten.
Nee, een meesterwerk is dit niet, wel een sympathiek en warm album met een heerlijke sound en toch ook wel een aantal uitstekende nummers.
Roger Sanchez - First Contact (2001)

2,0
0
geplaatst: 30 november 2020, 22:55 uur
En zoals zovelen kwam ook ik hier vanwege Another chance, maar ook zoals zovelen vind ik de rest van het album behoorlijk teleurstellend. Contact is een lekker stampend nummer (zij het sterk aan Daft Punk schatplichtig), en dankzij het wat afwisselender arrangement en de warme en suggestieve zang van Sharleen Spiteri vind ik ook Nothing 2 prove erg leuk, maar de rest is een vrij zouteloze mix van goedkope dance, zouteloze electro en heel veel Daft Punk (en op The partee Basement Jaxx). En ik weet wel dat ik niet teveel op teksten moet letten, maar "You can't change me / Or rearrange me", hoe voorspelbaar wil je je rijm en je strekking hebben? Halve puntjes voor de drie hoogtepunten en het lekker volle en vette geluid, maar het album als geheel maakt toch maar bitter weinig indruk.
Roger Waters - In the Flesh (2000)

3,0
0
geplaatst: 15 mei 2015, 22:41 uur
Mooi hoe Roger Waters zich ontfermt over zijn muzikale erfenis en liefdevol grote stukken van The wall, Animals, Wish you were here, Dark side of the moon en Amused to death speelt. Op de vertolkingen heb ik weinig aan te merken, hoewel hij wat mij betreft wel wat meer van goede zangers gebruik mag maken (liefst voor het refrein van Comfortably numb) en sowieso wat minder van achtergrondzangeressen (Dogs!), maar dat laatste bezwaar had ik ook al bij bijvoorbeeld Dark side of the moon en Wish you were here. Verder klinkt het allemaal echter geweldig, zelfs zó perfect (en met te weinig verrassingen à la Set the controls for the heart of the sun) dat ik uiteindelijk toch liever terugga naar de studioplaten.
Roine Stolt - The Flower King (1994)

5,0
0
geplaatst: 13 oktober 2019, 14:07 uur
Praktisch een soloplaat van Stolt, met buiten hem inderdaad alleen twee drummers, een incidentele sopraansax en op twee nummers een beetje vocale hulp van Hasse Fröberg, maar verder zingt Stolt alles en speelt hij alle snaarinstrumenten èn keyboards. Hier dus nog geen Tomas Bodin, maar Stolt kwijt zich op meer dan adekwate wijze van zijn toetsentaak; wel zijn de keys duidelijk ondergeschikt, want ze krijgen hier en daar wel een korte solo, maar verder staan ze geheel en al in dienst van de gitaarsolo's. Daar is verder niets mis mee, want ik vind Stolt zowel qua ideeën als qua sound een heerlijke gitarist, maar af en toe gaat hij hier naar mijn smaak wat teveel in de richting van sommige "welke geluiden kan ik allemaal uit mijn gitaar halen?"-albums van Steve Vai; bovendien klinken met name de eerste twee nummers van deze plaat alsof ze alleen maar een couplet-refrein-structuur hebben om tussen het éénnalaatste refrein en het laatste couplet Stolt minutenlang los te kunnen laten gaan, en drie instrumentale gitaarnummers van samen 22 minuten daarbovenop is dan wat veel van het goede, hoe knap en intens Stolt ook soleert. Kortom, gemengde gevoelens, want hier staat toch ook heel veel moois op, en Stolts positiviteit (met een religieuze insteek die hij op deze plaat goed in toom houdt) stemt mij altijd vrolijk; wat mij betreft is The Flower King nog niet zo goed als The Flower Kings, maar toch absoluut ook te goed om als niet meer dan een voorstudie te beschouwen.
Roine Stolt - Wall Street Voodoo (2005)

2,0
0
geplaatst: 7 september 2022, 15:19 uur
Voor de Flower Kings mag je me midden van de nacht wakker maken, en Stolts eerdere soloplaat The flower king (1994) ligt geheel in de lijn van die groep, maar Wall Street voodoo is wel even wat anders. Tekstueel een aanklacht tegen kapitalisme en afstomping, muzikaal duidelijk geënt op de blues en de bluesrock, maar dan helaas in een variant die wat mij betreft flink door de ondergrens zakt. Melodisch gebeurt er vaak heel weinig, met veel coupletten waarin elke regel dezelfde lijn volgt, maar wat nog veel erger is is dat Stolt zichzelf veel te veel ruimte geeft, met ellenlange wah-wah-gitaarsolo's die vaak nergens naar toe gaan en nummers die maar geen einde lijken te krijgen. De vervelende funk van Everybody is trying to sell you something, de stuurloze gitaarsolo van The unwanted, de laatste vijf minuten van het slotnummer waarbij ik bijna in slaap val – nee, de opzet van dit album kan wel op mijn sympathie rekenen, maar de uitwerking is taai en saai. Nooit gedacht dat ik dit nog eens zou zeggen, maar juist de nummers met de sturende en structurerende inbreng van Neal Morse vormen de hoogtepunten van dit album, zoals Head above water (heerlijke Hammond-solo) en Remember (perfect pop/rock-nummer). De rest van de plaat bevat voor mij teveel middelmatigs, met flauwe melodieën, te weinig afwisseling van andere instrumenten en vooral veel en veel te veel wah-wah-gitaarsolo's.
Rolling Stones - Exile on Main St. (1972)

3,0
3
geplaatst: 3 januari 2019, 22:40 uur
Toen de Rolling Stone (het tijdschrift dus) in 1987 twintig jaar bestond, vierde de redactie dat met een speciaal nummer met daarin de top-100 van (volgens hen) de beste albums uit die twintig jaar, en in dat door mij inmiddels honderden malen doorgebladerde lijstje stond Exile on Main St. op nummer 3. Indertijd heb ik het album al eens geprobeerd, maar ik hoorde er eigenlijk niet veel bijzonders in, net zoals ik wel de verplichte Stones-compilaties had maar ze eigenlijk maar zelden draaide. Nu heb ik hem dan toch maar weer opnieuw geprobeerd, ondanks het feit dat ik inmiddels nog steeds nauwelijks iets van de Stones in huis heb (alleen Black and blue en Forty licks). Na tien keer draaien kan ik absoluut niet zeggen dat het kwartje inmiddels eindelijk gevallen is, hoogstens misschien een dubbeltje.
O, ik snap de invalshoek wel, en ik ben er ook helemaal vóór, het idee dat spontaniteit, directheid, rafeligheid, rauwheid en energie belangrijker zijn dan perfectie en geliktheid en zielloosheid en steriliteit, maar ik vind hier gewoon teveel middelmatigs op staan. Wanneer de nummers hierop goed zijn zijn ze dikwijls ook meteen fantastisch, maar voor elke geweldige rocker als Rocks off (met die niet opvallende maar wel ijzersterke piano van Nicky Hopkins) en Happy (net zo onweerstaanbaar swingend als Brown sugar maar helaas niet half zo succesvol als single) is er een flauwe rocker als Rip this joint (melige saxsolo) of Casino boogie, en tegenover elke meesterlijke ballade als Torn and frayed, Let it loose en Shine a light (alle drie echt prachtig) staan een stel nummers die eerder interessant dan echt goed zijn, zoals het country-achtige Sweet Virginia, het aparte maar niet bijzonder goede I just want to see his face en Robert Johnsons Stop breaking down dat me alleen maar naar het origineel doet verlangen.
Natuurlijk kan de flow en de kracht van 68 minuten muziek zó groot zijn dat ook de mindere nummers in het geheel worden meegesleurd, zodat je je na afloop alleen maar de impact van het totaal herinnert (waardoor na verloop van tijd ook het mindere materiaal beter lijkt te worden doordat de kwaliteit van de betere nummers er als het ware op afstraalt), maar ik hoor gewoon teveel (naar mijn smaak) matige en niet boeiende nummers om in die flow te kunnen blijven. Ik zal Exile on Main St. nog wel eens draaien in een poging te ervaren waarom zoveel mensen dit zo'n geweldige plaat vinden, maar evengoed gaat het nooit meer wat worden tussen de Stones en mij: ik onderken hun kwaliteit, maar heb er op de één of andere manier geen klik mee.
O, ik snap de invalshoek wel, en ik ben er ook helemaal vóór, het idee dat spontaniteit, directheid, rafeligheid, rauwheid en energie belangrijker zijn dan perfectie en geliktheid en zielloosheid en steriliteit, maar ik vind hier gewoon teveel middelmatigs op staan. Wanneer de nummers hierop goed zijn zijn ze dikwijls ook meteen fantastisch, maar voor elke geweldige rocker als Rocks off (met die niet opvallende maar wel ijzersterke piano van Nicky Hopkins) en Happy (net zo onweerstaanbaar swingend als Brown sugar maar helaas niet half zo succesvol als single) is er een flauwe rocker als Rip this joint (melige saxsolo) of Casino boogie, en tegenover elke meesterlijke ballade als Torn and frayed, Let it loose en Shine a light (alle drie echt prachtig) staan een stel nummers die eerder interessant dan echt goed zijn, zoals het country-achtige Sweet Virginia, het aparte maar niet bijzonder goede I just want to see his face en Robert Johnsons Stop breaking down dat me alleen maar naar het origineel doet verlangen.
Natuurlijk kan de flow en de kracht van 68 minuten muziek zó groot zijn dat ook de mindere nummers in het geheel worden meegesleurd, zodat je je na afloop alleen maar de impact van het totaal herinnert (waardoor na verloop van tijd ook het mindere materiaal beter lijkt te worden doordat de kwaliteit van de betere nummers er als het ware op afstraalt), maar ik hoor gewoon teveel (naar mijn smaak) matige en niet boeiende nummers om in die flow te kunnen blijven. Ik zal Exile on Main St. nog wel eens draaien in een poging te ervaren waarom zoveel mensen dit zo'n geweldige plaat vinden, maar evengoed gaat het nooit meer wat worden tussen de Stones en mij: ik onderken hun kwaliteit, maar heb er op de één of andere manier geen klik mee.
Rolling Stones - Forty Licks (2002)
Alternatieve titel: 40 Licks

5,0
0
geplaatst: 7 oktober 2015, 17:31 uur
Een chronologische volgorde was leuk geweest (al was het maar zodat ik de nummers uit de latere periode met één druk op de stopknop van mijn CD-speler zou kunnen skippen), en net als iedereen mis ik wel wat (waar is hun debuutsingle Come on ?), maar ach, dit is een briljante verzameling van een aantal van de beste pop/rock-singles ooit gemaakt, en als zodanig voor mij zonder enige vorm van discussie ***** waard.
Roni Size & Reprazent - New Forms (1997)

2,0
0
geplaatst: 11 februari 2019, 13:14 uur
In 1998 vond ik dit eigenlijk al niks, de keren dat ik dit album in de loop der jaren weer eens probeerde kwam ik er eveneens niet doorheen, en ook met alle muzikale smaakverschuivingen die ik in de loop der jaren heb meegemaakt vind ik dit twintig jaar later nog steeds gewoon een vervelende plaat, dus ik hou er maar mee op. Sowieso zal drum'n'bass wel niets voor mij zijn, want van dat drukke gedoe op de drums (of het nou elektronische of akoestische zijn) word ik alleen maar vreselijk nerveus en soms zelfs tamelijk agressief. Zelfs een nummer als Brown paper bag, dat toch zo veelbelovend begint met die ijle gitaar, de sfeervolle soundscape en die prachtige baslijn, wordt helemaal verpest wanneer op 2:37 dat irritante kale drumpatroontje begint, en dan gaat het nummer ook nog eens minuten te lang door. De donkerbruine zang en de incidentele raps helpen ook niet echt, en elk mooi (maar ook weer te lang durend) nummer als Digital wordt dan meteen weer gevolgd door een gedrocht als Matter of fact. Ik onderken hoe mensen hier een grote muzikale rijkdom op kunnen vinden, maar zelf hoor ik alleen maar dunne, lelijke en dwangmatig-repetitieve drummetjes die eindeloze nummers op sleeptouw moeten nemen.
Rory Gallagher - Irish Tour (1974)
Alternatieve titel: Irish Tour '74

4,0
0
geplaatst: 9 november 2011, 21:38 uur
Aantal fantastische nummers natuurlijk: Cradle rock, Tattoo'd lady, A million miles away, superlatieven schieten tekort. Maar wat me wel van het hart moet --
Ik dacht even dat ik de enige was, maar ik vind dat toetsengeluid (Fender-piano die soms naar een orgeltje klinkt?) absoluut niet passen bij Gallaghers gitaargeluid, het is soms bijna een kindermuzakje dat de intense sfeer van de nummers ontkracht, alsof er samples van een andere plaat doorheen worden gemixt. Erg storend.
AdrieMeijer schreef:
ik heb iets tegen het gepingel van pianist Lou Martin. Ik vind zijn solo's saai en ongeïnspireerd, al valt het op deze cd nog mee.
ik heb iets tegen het gepingel van pianist Lou Martin. Ik vind zijn solo's saai en ongeïnspireerd, al valt het op deze cd nog mee.
Ik dacht even dat ik de enige was, maar ik vind dat toetsengeluid (Fender-piano die soms naar een orgeltje klinkt?) absoluut niet passen bij Gallaghers gitaargeluid, het is soms bijna een kindermuzakje dat de intense sfeer van de nummers ontkracht, alsof er samples van een andere plaat doorheen worden gemixt. Erg storend.
Rory Gallagher - Live! In Europe (1972)
Alternatieve titel: Live in Europe

3,0
0
geplaatst: 11 maart 2021, 17:52 uur
Lekker energiek, lekker intens, prima stem, subliem gitaarwerk – hoewel ik deze man niet zo goed en ook nog niet zo lang ken maakt hij me altijd vrolijk. Vergelijken is niet nodig, maar omdat zovelen hier het doen pak ik ook maar even Irish tour '74 erbij, en dan wordt deze eerdere liveplaat gelukkig niet ontsierd door het overbodige en lelijke toetsenwerk van Lou Martin, een duidelijke pré. Helaas vind ik het repertoire hier ook veel vlakker; ik mis hypnotiserende hoogtepunten als Cradle rock, Tattoo'd lady, A million miles away of Walk on hot coals, en dat is uiteindelijk toch belangrijker. Kortom, een goede live-registratie, maar voor mij niet zo van de buitencategorie als Irish tour '74.
Roy Orbison - Definitive Collection (1995)
Alternatieve titel: Best of the Best

4,5
1
geplaatst: 20 juli 2018, 17:13 uur
Deze man heeft mij eigenlijk nooit erg aangesproken, noch qua muziek noch qua dramatische stem noch qua uiterlijk, maar aangezien hij een vrij respectabel aantal klassiekers op zijn naam heeft staan vond ik dat ik van hem toch wel een goede compilatie in huis moest hebben. Dit album is uitgebracht in de serie vroege compilatie-CD’s waarin ook Earth Wind & Fire, Albert Hammond, ELO etc. zitten en die ook (of altijd?) verkrijgbaar zijn met een bonus-CD, met in het geval van Orbison nog eens zeven nummers extra.
De 20 nummers van de eerste CD bevatten 17 van de 27 hits en hitjes die Orbison tussen 1960 en 1966 op het Monument-label in de Amerikaanse, Engelse en Nederlandse hitparades had, met op de tweede CD nog eens drie hits, alles in de originele versies, dus niet de remakes uit 1980, en met als enige serieuze omissie Too soon to know (geen hit in Amerika, maar wel nummer 3 in Engeland in 1966). En die track had er eigenlijk best bij gekund, want zelfs sàmen duren deze twee CD’s amper 73 minuten, en er staan diverse nummers op die hier eigenlijk niet thuishoren omdat ze voornamelijk of zelfs uitsluitend van andere artiesten bekend zijn : I can’t stop loving you van Don Gibson en Ray Charles, Love hurts en All I have to do is dream van de Everly Brothers en (op de bonus-CD) Cry van Johnnie Ray – merkwaardig toch dat zulke tweedehands versies op een Best of-compilatie staan terwijl het geen hits voor de artiest in kwestie zijn geweest. (Mean woman blues is natuurlijk “van” Elvis, maar was ook een grote hit voor Orbison.)
Wat de muziek zèlf betreft ontkom ik niet aan de vaststelling dat dit eigenlijk een indrukwekkend oeuvre is, nog altijd fris en scherp klinkend op een enkele uitzondering na (de melige MOR-country-arrangementen inclusief koor van I can’t stop loving you en Pretty paper) en met stuk voor stuk melodieën die perfect op Orbisons gloedvolle en expressieve stem zijn toegesneden, dus hoe die man er ook uitziet met z’n eeuwige zonnebril en z’n kamerbrede kuif, op zijn beste momenten deed hij zowel als songsmid als als emotioneel troubadour voor maar weinigen onder. Ja, ik ben hélemaal om.
Overigens is de eerste CD gewoon identiek aan Golden days : the collection of 20 all-time greats, een Sony-compilatie uit 1981, dus nog van vóór de Traveling Wilburys (1988) en Orbisons come-back-album Mystery girl (1989), hetgeen meteen ook verklaart waaom zijn laatste hits You got it en She’s a mystery to me uit 1989 hier niet op staan (jammer dat ze ook de tweede CD niet gehaald hebben, want die stamt dus uit 1995). Uitstekend geluid, maar helaas minimale annotatie (alleen jaartallen en componisten, waarbij Willie Nelson als mede-componist van Pretty paper ook nog eens verward wordt met Orbisons veelvuldige schrijfpartner Joe Melson), en voor de completisten onder ons, de zeven nummers op de kwalitaief toch wel mindere bonus-CD zijn Goodnight, (Say) you’re my girl, Yo te amo Maria, Leah, Cry, Indian wedding en Pretty one.
De 20 nummers van de eerste CD bevatten 17 van de 27 hits en hitjes die Orbison tussen 1960 en 1966 op het Monument-label in de Amerikaanse, Engelse en Nederlandse hitparades had, met op de tweede CD nog eens drie hits, alles in de originele versies, dus niet de remakes uit 1980, en met als enige serieuze omissie Too soon to know (geen hit in Amerika, maar wel nummer 3 in Engeland in 1966). En die track had er eigenlijk best bij gekund, want zelfs sàmen duren deze twee CD’s amper 73 minuten, en er staan diverse nummers op die hier eigenlijk niet thuishoren omdat ze voornamelijk of zelfs uitsluitend van andere artiesten bekend zijn : I can’t stop loving you van Don Gibson en Ray Charles, Love hurts en All I have to do is dream van de Everly Brothers en (op de bonus-CD) Cry van Johnnie Ray – merkwaardig toch dat zulke tweedehands versies op een Best of-compilatie staan terwijl het geen hits voor de artiest in kwestie zijn geweest. (Mean woman blues is natuurlijk “van” Elvis, maar was ook een grote hit voor Orbison.)
Wat de muziek zèlf betreft ontkom ik niet aan de vaststelling dat dit eigenlijk een indrukwekkend oeuvre is, nog altijd fris en scherp klinkend op een enkele uitzondering na (de melige MOR-country-arrangementen inclusief koor van I can’t stop loving you en Pretty paper) en met stuk voor stuk melodieën die perfect op Orbisons gloedvolle en expressieve stem zijn toegesneden, dus hoe die man er ook uitziet met z’n eeuwige zonnebril en z’n kamerbrede kuif, op zijn beste momenten deed hij zowel als songsmid als als emotioneel troubadour voor maar weinigen onder. Ja, ik ben hélemaal om.
Overigens is de eerste CD gewoon identiek aan Golden days : the collection of 20 all-time greats, een Sony-compilatie uit 1981, dus nog van vóór de Traveling Wilburys (1988) en Orbisons come-back-album Mystery girl (1989), hetgeen meteen ook verklaart waaom zijn laatste hits You got it en She’s a mystery to me uit 1989 hier niet op staan (jammer dat ze ook de tweede CD niet gehaald hebben, want die stamt dus uit 1995). Uitstekend geluid, maar helaas minimale annotatie (alleen jaartallen en componisten, waarbij Willie Nelson als mede-componist van Pretty paper ook nog eens verward wordt met Orbisons veelvuldige schrijfpartner Joe Melson), en voor de completisten onder ons, de zeven nummers op de kwalitaief toch wel mindere bonus-CD zijn Goodnight, (Say) you’re my girl, Yo te amo Maria, Leah, Cry, Indian wedding en Pretty one.
Rush - 2112 (1976)

4,5
0
geplaatst: 12 september 2015, 19:10 uur
Hád Pussycat maar meer als Rush geklonken! (Overigens zit ik zelf altijd gebiologeerd te staren naar de manier waarop Alex Lifesons hoofd op zijn schouders rust, net alsof dat vijf centimeter teveel naar rechts is gephotoshopt, of alsof hij midden in een hoofdbeweging uit zo'n Walk like an Egyptian-dansje gefotografeerd werd.)
Wat het album zelf betreft kan ik alleen maar alle voorgaande loftuitingen herhalen. Blij ook dat kant 2 niet onderdoet voor kant 1, of beter gezegd: kant 1 is sterker dan kant 2 vanwege de meerwaarde van het conceptkarakter van zowel de tekst als de muziek, maar kant 2 is zo goed als je mag verwachten van vijf kortere songs die tegen het epische titelnummer moeten opboksen, met A passage to Bangkok en Something for nothing als hoogtepunten van een plaatkant zonder dieptepunten. Voor mij persoonlijk de eerste van de drie favoriete Rush-albums.
Wat het album zelf betreft kan ik alleen maar alle voorgaande loftuitingen herhalen. Blij ook dat kant 2 niet onderdoet voor kant 1, of beter gezegd: kant 1 is sterker dan kant 2 vanwege de meerwaarde van het conceptkarakter van zowel de tekst als de muziek, maar kant 2 is zo goed als je mag verwachten van vijf kortere songs die tegen het epische titelnummer moeten opboksen, met A passage to Bangkok en Something for nothing als hoogtepunten van een plaatkant zonder dieptepunten. Voor mij persoonlijk de eerste van de drie favoriete Rush-albums.
Rush - A Farewell to Kings (1977)

5,0
0
geplaatst: 10 september 2015, 16:41 uur
Hemispheres blijft mijn favoriete Rushplaat, maar deze zit er toch wel vlàk achter: zeer afwisselend en kleurrijk, met qua nummers een prachtige mix van kort en lang, hard en zacht, concrete en fantasierijke teksten, complexe arrangementen en warm geluid, veelgelaagd en toegankelijk. Vanwege die afwisseling en rijkdom misschien wel een prima plaat om mee te beginnen voor wie Rush wil gaan ontdekken (hoewel een carrière van 40 jaar natuurlijk wel meerdere goede ingangen biedt).
Het enige minpuntje van dit album duurt maar één à twee seconden: die drie korte gitaarnootjes op 7'51 van Xanadu (dus na "everlasting view") doen me ontzettend seventies-gedateerd aan, alsof Roy Thomas Baker er even een overspannen miniloopje van Brian May tussen heeft geplakt, terwijl ik op de rest van het album het gitaargeluid van Alex Lifeson juist zo sober en tijdloos vind klinken. Het zal wel uiterst persoonlijk zijn, en het verpest voor mij het nummer ook totaal niet, maar die drie nootjes vallen me elke keer weer op.
Het enige minpuntje van dit album duurt maar één à twee seconden: die drie korte gitaarnootjes op 7'51 van Xanadu (dus na "everlasting view") doen me ontzettend seventies-gedateerd aan, alsof Roy Thomas Baker er even een overspannen miniloopje van Brian May tussen heeft geplakt, terwijl ik op de rest van het album het gitaargeluid van Alex Lifeson juist zo sober en tijdloos vind klinken. Het zal wel uiterst persoonlijk zijn, en het verpest voor mij het nummer ook totaal niet, maar die drie nootjes vallen me elke keer weer op.
Rush - Caress of Steel (1975)

4,5
0
geplaatst: 27 mei 2013, 17:09 uur
In de tijd dat ik alle Rush-albums aan het beluisteren was, ben ik er om de een of andere reden van overtuigd geraakt dat Caress of steel geen essentiële plaat was (met uitzondering van de onvolprezen opener natuurlijk). Aangezien ik Fly by night een ontzettend leuke plaat vond en 2112 een klassieker, had ik me misschien kunnen afvragen of dat wel een gefundeerd oordeel genoemd mocht worden, maar dat heb ik indertijd dus niet gedaan.
Nu toch maar weer eens geprobeerd – en waar kan ik toen in 's hemelsnaam met mijn gedachten hebben gezeten? De drie korte nummers zijn stuk voor stuk en op hun eigen wijze interessant, en de twee langere stukken zijn misschien nog niet zo gepolijst of technisch gecompliceerd als op het hiernavolgende trio albums, maar hebben toch ook al een eigen identiteit met sterke melodieën, sluwe riffs en ijzersterke instrumentale passages.
En wat The fountain of Lamneth betreft, misschien zijn het inderdaad "allemaal losse ideeën die aan elkaar geplakt zijn" zoals hier al vaker is opgemerkt, maar wanneer al die ideeën zo goed zijn maakt me dat hier eigenlijk niet zo veel uit (okee, met uitzondering van die drumsolo dan – maar die hoort er tegelijkertijd toch ook helemaal bij). Mooiste moment: de lyrische eerste noten waarmee Alex Lifeson op 15'25 de gitaarsolo inzet.
Prachtige plaat, totaal onterecht door mij verontachtzaamd.
Nu toch maar weer eens geprobeerd – en waar kan ik toen in 's hemelsnaam met mijn gedachten hebben gezeten? De drie korte nummers zijn stuk voor stuk en op hun eigen wijze interessant, en de twee langere stukken zijn misschien nog niet zo gepolijst of technisch gecompliceerd als op het hiernavolgende trio albums, maar hebben toch ook al een eigen identiteit met sterke melodieën, sluwe riffs en ijzersterke instrumentale passages.
En wat The fountain of Lamneth betreft, misschien zijn het inderdaad "allemaal losse ideeën die aan elkaar geplakt zijn" zoals hier al vaker is opgemerkt, maar wanneer al die ideeën zo goed zijn maakt me dat hier eigenlijk niet zo veel uit (okee, met uitzondering van die drumsolo dan – maar die hoort er tegelijkertijd toch ook helemaal bij). Mooiste moment: de lyrische eerste noten waarmee Alex Lifeson op 15'25 de gitaarsolo inzet.
Prachtige plaat, totaal onterecht door mij verontachtzaamd.
Rush - Counterparts (1993)

4,5
0
geplaatst: 20 oktober 2015, 12:28 uur
Net zoals Signals en Grace under pressure voor mijn gevoel "bij elkaar horen", zijn Roll the bones (hetgeen ik altijd een geweldige plaat heb gevonden) en Counterparts voor mij een "stelletje", maar de laatste is nog wel een stukje beter dan de eerste. Dat ik hem niet het volle pond qua sterren geef komt doordat er tussen het fantastische openingskwartet en het idem laatste viertal toch een dip in de plaat zit: dat middentrio is niet echt slecht maar houdt gewoon mijn aandacht niet vast.
Na dit album vond ik het toch wat minder worden: ik heb het allemaal wel meerdere malen beluisterd, maar de albums vielen me meer op door aparte hoogtepunten dan doordat ze me de hele speelduur lang bleven boeien.
Fraaie live-versie van Cold fire met bijzonder hilarisch intro: Cold fire (7 mei 1994, Counterparts tour) .
Na dit album vond ik het toch wat minder worden: ik heb het allemaal wel meerdere malen beluisterd, maar de albums vielen me meer op door aparte hoogtepunten dan doordat ze me de hele speelduur lang bleven boeien.
Fraaie live-versie van Cold fire met bijzonder hilarisch intro: Cold fire (7 mei 1994, Counterparts tour) .
Rush - Exit... Stage Left (1981)

4,5
0
geplaatst: 22 februari 2019, 13:44 uur
Tja, flauw hoor. Een band op de toppen van z'n kunnen, nummers zonder ook maar één zwakke broeder, opgenomen op avonden waarop alles lukte... daarover valt verder weinig te melden en nog minder te discussiëren. De minpuntjes zijn door anderen reeds meermalen genoemd: de drumsolo op het verder geweldige YYZ en het feit dat de nummers op mijn ongeremasterde CD (net als op de geremasterde versie?) niet doorlopen zodat ik niet de suggestie van één superconcert krijg, maar verder valt hier wat mij betreft niets op aan te merken. Xanadu is een hoogtepunt, het slotnummer vormt een grandioze uitsmijter, en de bas is heerlijk aanwezig in het geluidsbeeld. Een feest voor mijn oren (die van het "matte" geluid eigenlijk geen last hebben).
Rush - Feedback (2004)

3,5
0
geplaatst: 5 januari 2013, 22:36 uur
Wat een leuke plaat, met allemaal sterke nummers vol energie gecoverd; alle originelen wordt recht gedaan zonder dat Rush z'n stijl hoeft te verloochenen. Heerlijk.
Een paar opmerkingen over individuele nummers. Summertime blues kende ik alleen in de versie van Eddie Cochran, dus het is bizar om nu te horen hoe de punchlines van elk couplet worden weggelaten. (De versie van de Who op Live at Leeds uit 1970 is getrouwer aan het origineel, met Entwistle die steeds de response op Daltrey's call gromt.)
Ik wist dat Heart full of soul oorspronkelijk van de Yardbirds was, maar ik kende alleen de (prachtige) versie van Chris Isaak (op zijn tweede, titelloze album uit 1987). Leuk om de versie van Rush te horen; ik heb nu via YouTube natuurlijk ook het origineel beluisterd.
Grappig: omdat de drive van Mr. Soul precies in het Rush-straatje past lag het natuurlijk ontzettend voor de hand dat ze het oorspronkelijke arrangement goed zouden volgen, maar ze hebben er dus voor gekozen om die Satisfaction-riff achterwege te laten en het tempo wat omlaag te schroeven. Leuk.
Crossroads is het enige nummer waarvan ik nog niet helemaal kan inschatten of deze versie iets toevoegt aan de Cream-versie. Maar verder... En dat Lonesome Crow het hierboven over "nietszeggende of slechte nummers" heeft, het is zijn goed recht maar ik kan er met mijn pet niet bij. Alleen al de beide Buffalo Springfield-nummers waren als originals al klassiekers. En de Yardbirds, Love, de Who…
Je zou onderhand een hele site kunnen bouwen over tribute-albums van bands die hun favoriete nummers uit de tijd dat ze zelf jong waren naspelen. Wie waren eigenlijk de eersten die dat deden? Ik denk zelf aan The Band met Moondog matinee en Bowie met Pinups, allebei uit 1973, maar misschien waren er nog wel eerderen (en dan denk ik niet aan Sha-Na-Na of andere retrobands). Iemand nog een suggestie?
Een paar opmerkingen over individuele nummers. Summertime blues kende ik alleen in de versie van Eddie Cochran, dus het is bizar om nu te horen hoe de punchlines van elk couplet worden weggelaten. (De versie van de Who op Live at Leeds uit 1970 is getrouwer aan het origineel, met Entwistle die steeds de response op Daltrey's call gromt.)
Ik wist dat Heart full of soul oorspronkelijk van de Yardbirds was, maar ik kende alleen de (prachtige) versie van Chris Isaak (op zijn tweede, titelloze album uit 1987). Leuk om de versie van Rush te horen; ik heb nu via YouTube natuurlijk ook het origineel beluisterd.
Grappig: omdat de drive van Mr. Soul precies in het Rush-straatje past lag het natuurlijk ontzettend voor de hand dat ze het oorspronkelijke arrangement goed zouden volgen, maar ze hebben er dus voor gekozen om die Satisfaction-riff achterwege te laten en het tempo wat omlaag te schroeven. Leuk.
Crossroads is het enige nummer waarvan ik nog niet helemaal kan inschatten of deze versie iets toevoegt aan de Cream-versie. Maar verder... En dat Lonesome Crow het hierboven over "nietszeggende of slechte nummers" heeft, het is zijn goed recht maar ik kan er met mijn pet niet bij. Alleen al de beide Buffalo Springfield-nummers waren als originals al klassiekers. En de Yardbirds, Love, de Who…
Je zou onderhand een hele site kunnen bouwen over tribute-albums van bands die hun favoriete nummers uit de tijd dat ze zelf jong waren naspelen. Wie waren eigenlijk de eersten die dat deden? Ik denk zelf aan The Band met Moondog matinee en Bowie met Pinups, allebei uit 1973, maar misschien waren er nog wel eerderen (en dan denk ik niet aan Sha-Na-Na of andere retrobands). Iemand nog een suggestie?
Rush - Fly by Night (1975)

4,0
0
geplaatst: 9 januari 2013, 17:28 uur
Rush groeiende op weg naar het eerste hoogtepunt 2112, maar eigenlijk vind ik dit ook al een ontzettend sympathieke plaat : dat prachtige ruimtelijke geluid van Anthem, die sfeer van By-Tor, dat aparte ritme van het titelnummer, die "erg nachtelijke sfeer over de plaat die me zeker aanspreekt" zoals Kobe Bryant Fan hierboven het zo goed formuleert, en last but not least de vooral qua kleuren prachtige hoes… Uitstekend geremasterd met een heerlijk vol geluid, maar van de teksten zoals die in het CD-boekje zo priegelig zijn afgedrukt krijg ik hoofdpijn.
Rush - Grace Under Pressure (1984)

3,5
0
geplaatst: 16 oktober 2015, 17:01 uur
Experience to extremes – experience to extremes... Voor mijn gevoel is dit album de companion piece van/bij Signals : zelfde periode, vergelijkbare arrangementen en sound, en met acht nummers onderverdeeld in vijf sterke en drie mindere tracks. De goede nummers zijn van hetzelfde zeer hoge niveau als op de voorganger, maar de drie mindere (Distant early warning, The body electric en Red lenses) laten me vrij koud, vandaar de iets lagere totaalscore – ik twijfel tussen ***½ en **** (hoewel dit voor mij als Rush-liefhebber toch ook wel een verplichte plaat is). Hoogtepunten zijn voor mij Afterimage (intens, ritmisch lekker afwisselend, heerlijke gitaarlijnen bij "I feel the way you would") en Red sector A (met een prachtige tekst over een precair onderwerp dat je niet dagelijks in de pop/rockmuziek tegenkomt).
Rush - Permanent Waves (1980)

5,0
0
geplaatst: 8 november 2012, 22:15 uur
Het opmerkelijkst van deze plaat vind ik nog dat er geen enkel zwak nummer tussenstaat. Een stapje toegankelijker dan de voorgaande platen, maar als ik precies moet aanwijzen wat er dan echt "versimpeld" is kan ik dat eigenlijk niet. Misschien dat de verhouding tussen "prog" en "rock" op de voorgaande albums 51-49 was en hier 49-51? Ach, alle pogingen om deze organische muziek in cijfertjes te vatten zijn naar ik vrees gedoemd te mislukken. Wat getuigt van de briljantie hiervan is voor mij in ieder geval het feit dat sommige passages zeer afwijkende maatsoorten hebben, maar dat die stukken door hun warme en rijke instrumentatie toch heel natuurlijk en absoluut niet geforceerd aandoen, zoals M. Nieuweboer hierboven (19-2-2008) ook al schreef. Prachtig album.
Rush - Roll the Bones (1991)

4,0
0
geplaatst: 26 juni 2013, 22:40 uur
De minpunten –een onaantrekkelijk jaren-80-gitaar- en toetsengeluid, twee slechte nummers (Face up en Neurotica) en één twijfelgeval (het slotnummer)– worden voor mij ruimschoots gecompenseerd door de zeven overige goede tot ijzersterke nummers met bovendien zeer intelligente teksten, en in combinatie met de nog immer aanwezige uitstraling van tomeloze energie en ambitie levert dit voor mij wederom een uitstekend Rush-album op. Toegegeven, als ik die eerste seconden van het openingsnummer hoor denk ik altijd even: o ja, díé sound, maar eenmaal gewend vind ik dit toch gewoon een prima plaat.
Rush - Rush (1974)

3,5
0
geplaatst: 21 januari 2015, 20:58 uur
Erg lekkere plaat, opgezocht vanwege hun latere werk maar ook los van die "voorkennis" goed te waarderen vanwege het inderdaad uitstekende snarenwerk en het energiepeil. Rutsey is geen Peart maar valt ook niet uit de toon, alleen sommige nummers en vooral teksten (Take a friend, In the mood...) zijn nog niet van de bovenste plank, maar dat mag allemaal de pret niet bederven voor mij.
Rush - Signals (1982)

4,5
0
geplaatst: 16 oktober 2015, 12:57 uur
Twee dingen die me opvallen bij deze plaat. Ten eerste ben ik meestal erg gevoelig voor die gedateerde eighties-sound vol synthesizers en koekblik- of computerdrums, maar hoewel zeker de eerste nummers flink gebruik maken van synths stoort me dat nergens, gedeeltelijk omdat ze zeer functioneel gebruikt worden, gedeeltelijk omdat Lifeson in elk nummer wel aanwezig is om een geweldige riff (dat begin van The analog kid !) of een vieze solo te spelen, en gedeeltelijk natuurlijk omdat de drums hier ècht zijn (en hoe).
Ten tweede is er op deze pagina's veel aandacht (en terecht) voor de composities en de arrangementen, maar ik wil toch ook een lans breken voor de capaciteiten als songschrijver van Neal Peart, die in de tekst van elk nummer een treffende situatie schetst, een kwetsbaar individu opvoert of een belangwekkend probleem aanstipt, alles steeds intelligent, empatisch en smaakvol. Wat mij betreft zet zich hij zich (mede) hiermee op de kaart als één van de beste tekstchrijvers die ik ken. Een ontroerend portret van de puber, de dromer of de misfit die er niet bijhoort in Subdivisions, de niet onder woorden te brengen Sturm und Drang van de jonge mens in The analog kid, de angst voor wat er van de ijsberg onder het water schuilgaat (zoals de liegende overheid) in The weapon, het voorbijgaan of zelfs vergaan van de inspiratie, de schwung of de flow in Losing it – allemaal superbe teksten.
Voor mijn gevoel stapt Rush hiermee tamelijk triomfantelijk z'n vierde periode in (als je dat zo mag zeggen, na het aftastende eerste trio albums, vervolgens de drie prog-platen en daarna de twee overgangsplaten), precies de eighties-tijdgeest aanvoelend en toch muziek met een geheel eigen karakter makend, chapeau. Geweldige plaat, met nummers die variëren tussen super (vijf wat mij betreft) en op z'n minst goed en interessant. Mooiste momenten: het ontroerende refrein van The analog kid (na tientallen keren horen nog altijd een brok in de keel) en "The bell tolls for thee..."
Ten tweede is er op deze pagina's veel aandacht (en terecht) voor de composities en de arrangementen, maar ik wil toch ook een lans breken voor de capaciteiten als songschrijver van Neal Peart, die in de tekst van elk nummer een treffende situatie schetst, een kwetsbaar individu opvoert of een belangwekkend probleem aanstipt, alles steeds intelligent, empatisch en smaakvol. Wat mij betreft zet zich hij zich (mede) hiermee op de kaart als één van de beste tekstchrijvers die ik ken. Een ontroerend portret van de puber, de dromer of de misfit die er niet bijhoort in Subdivisions, de niet onder woorden te brengen Sturm und Drang van de jonge mens in The analog kid, de angst voor wat er van de ijsberg onder het water schuilgaat (zoals de liegende overheid) in The weapon, het voorbijgaan of zelfs vergaan van de inspiratie, de schwung of de flow in Losing it – allemaal superbe teksten.
Voor mijn gevoel stapt Rush hiermee tamelijk triomfantelijk z'n vierde periode in (als je dat zo mag zeggen, na het aftastende eerste trio albums, vervolgens de drie prog-platen en daarna de twee overgangsplaten), precies de eighties-tijdgeest aanvoelend en toch muziek met een geheel eigen karakter makend, chapeau. Geweldige plaat, met nummers die variëren tussen super (vijf wat mij betreft) en op z'n minst goed en interessant. Mooiste momenten: het ontroerende refrein van The analog kid (na tientallen keren horen nog altijd een brok in de keel) en "The bell tolls for thee..."
Rush - Test for Echo (1996)

3,0
1
geplaatst: 29 mei 2020, 21:13 uur
Het cliché over een goed geoliede voetbalploeg luidt vaak dat het geheel meer is dan de som der delen, maar voor deze plaat geldt wat mij betreft eigenlijk het tegenovergestelde: als ik de nummers in detail en met volle aandacht beluister is er met dit album niet zo gek veel mis, maar als geheel kan ik Test for echo toch niet echt een goede plaat vinden. De sound is vaak wat amorf, de gitaarriffs liggen te veel in het lage register, de zang is niet meer zo uniek als vroeger, de mogelijkheid om nummers met keys wat kleur te geven wordt onbenut gelaten, de ritmes hebben niet zo veel dynamiek, en de nummers zitten te vaak in dezelfde vijf-minuten-range (die soms eerder aanvoelt als zes). Zoals gezegd, als ik de nummers apart beluister zit er niets slechts bij, en Driven is zelfs een absoluut hoogtepunt met die killer-riff en de nerveuze energie van de breaks, maar wanneer ik de plaat van a tot z draai blijf ik na afloop achter met de indruk dat het allemaal teveel van hetzelfde is geweest. (Zoals gebruikelijk wel weer een prachtige vormgeving van het boekje door Hugh Syme.)
Ry Cooder - Bop Till You Drop (1979)

4,0
0
geplaatst: 15 april 2021, 21:28 uur
Ik draai dit album voor het evidente spelplezier van alle betrokkenen, de leuke songkeuze, de fantastische bijdragen van Chaka Khan en vooral het sublieme gitaar(samen)spel. Wat mij er dan toch van weerhoudt om hoger dan 4* uit te delen is de zang. Ik weet wel dat elk vogeltje moet zingen zoals het gebekt en dat Cooder het soort muziek maakt waarbij een perfecte of zelfs maar goede zangstem geen eerste vereiste is, maar hij zwalkt en bromt soms zódanig dat ik er niet met plezier naar kan luisteren. Bovendien sluipt er daardoor altijd een komische noot in zijn zang, en doordat hij dat vaak combineert met (zeer) uitbundige koortjes lijken alle nummers met een stevige knipoog te worden gebracht. Het gevolg is dat ik deze plaat voornamelijk ervaar als een (briljante) stijloefening van iemand die graag grasduint in het verleden en daarna de gevonden pareltjes op zijn volgende plaat uitstalt, terwijl ik zelf liever een idee zou krijgen van hoe hij de muziek “van binnen” ervaart en waar hij raakvlakken met moderne pop (of folk of jazz) ziet. Het idee dat The very thing that makes you rich (makes me poor) en Trouble, you can’t fool me praktisch dezelfde behandeling krijgen als Look at Granny run doet in mijn oren die serieuze ondertoon van die eerste twee nummers geen recht. Kortom, een geweldige plaat waar ikzelf helaas dikwijls een te leutige benadering bij proef.
Ry Cooder - Chicken Skin Music (1976)

2,5
0
geplaatst: 9 april 2021, 20:21 uur
Een half-half-plaat: de nummers met de meer “Amerikaanse roots”-achtige benadering (The bourgeois blues, I got mine, Smack dab in the middle) vind ik geweldig, maar al sinds ik dit album ken zit ik de nummers met accordeon en Hawaïaanse steel-gitaar beleefd uit in een vergeefse poging ze goed te vinden, en de combinatie van accordeon en/of steelgitaar, Cooders onzekere stem en het opdringerige gospelkoortje op bijvoorbeeld Stand by me zit voor mij zelfs gevaarlijk dicht bij een parodie. Een plaat met zo'n leuke titel, zulke sublieme hoesafbeeldingen en zo'n briljant hoogtepunt als I got mine (dat in het oeuvre van The Band niet zou hebben misstaan) zou ik graag beter willen vinden dan nu het geval is, maar met de (in mijn oren) melige instrumentatie van de tweede helft van dit album kan ik echt helemaal niets.
Ry Cooder - Into the Purple Valley (1972)

4,0
3
geplaatst: 2 april 2021, 21:28 uur
Prachtige muzikale reis door het Amerika van de twintigste eeuw, met Cooders gebruikelijke sublieme (slide)gitaar- en mandolinespel, zijn wiebelige maar innemende stem en de perfecte begeleiding van zijn usual suspects. Hoogtepunten zijn voor mij Johnny Cash' Hey porter en de benauwende versie van Woody Guthrie's Vigilante man, maar belangrijker zijn de eenheid van de plaat en het gevoel van rijkdom van de hier aangeboorde liedjes uit het èchte Great American songbook.
Ryuichi Sakamoto - Merry Christmas Mr. Lawrence (1983)
Alternatieve titel: Furyo

5,0
0
geplaatst: 20 mei 2011, 11:37 uur
Eén van de weinige filmsoundtracks die ik ken die het hele album lang boeiend blijven, ondanks de onvermijdelijke herhaling van de thema's. Prachtige mix ook van traditionele sfeer en moderne instrumentatie. Maar ik ben misschien bevooroordeeld, want de film heeft me diep ontroerd... mede omdat mijn ouders "gasten van de Keizer" waren in Indonesië in de Tweede Wereldoorlog.
Naast het titelnummer wil ik ook aandacht vragen voor Sowing the seed, dat zich na een mysterieus intro van 26 seconden opeens openvouwt in een huiveringwekkend mooie en spannende melodie.
Naast het titelnummer wil ik ook aandacht vragen voor Sowing the seed, dat zich na een mysterieus intro van 26 seconden opeens openvouwt in een huiveringwekkend mooie en spannende melodie.
