Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Rumour - Max (1977)

3,5
0
geplaatst: 17 april 2024, 13:30 uur
Terwijl de Engelse popbladen druk waren met het nieuwe fenomeen punk, gingen de wegbereiders uit de pubrock gewoon door. Zoals The Rumour, de begeleidingsgroep van Graham Parker. Wie er op Max in diens plaats moest zingen? Gewoon, iedereen om de beurt.
Drie van hen waren veteranen. Zij hadden in hun vorige groepen een schat aan ervaring opgebouwd in het pubrockcircuit. Gitarist Brinsley Schwarz en toetsenist Bob Andrews zaten voorheen in Brinsley Schwarz, gitarist Martin Belmont zat in Ducks Deluxe (guitar) en was daarvoor roadie bij Brinsley Schwarz. Relatief onervaren waren bassist Andrew Bodnar en drummer Stephen Goulding, maar daarmee waren ze ook flexibeler: beiden zouden nadien bij de nodige artiesten binnen de new wave gaan spelen.
Op de hoes zie je de vijf in een flipperkastenhal, qua muziek zet men in een tiental liedjes aangename (pub)rock neer. Het langste nummer is Jet Plane met z'n dikke vier minuten, de kortste is This Town en die blijft ruim onder de drie minuten.
Mijn grootste favoriet is Hard Enough to Show met zijn springerige pianospel, reggaegitaar en swingende ritmewerk en gastblazers. Het is alsof ik werk van Elvis Costello hoor, maar de heren schreven het toch echt zelf. Maar ook het steviger Mess With Love is aangenaam. Of I'm Gonna Make You Love Me, een soulcover uit de stal van Motown, dat een heerlijk rockend jasje meekreeg. Meer r&b/soul kreeg Looking After No. 1 en soulmelancholie klinkt in Do Nothing Till You Hear From Me. Maar ook popliedje I'm So Glad heeft z'n zwarte invloed. 'Witte mannen met zwarte muziekwortels' is dus de rode draad, blue-eyed soul in rocksaus gemarineerd.
In het oeuvre van The Rumour is Max een vergeten plaat en niet zozeer omdat hij nog maar net op MusicMeter staat. Op mijn streamingplatform ontbreekt hij en zelfs op YouTube is de plaat niet als full album te vinden. Ten onrechte! Ik geef 'm nu een 7,5 als schoolcijfer en mogelijk groeit hij uit naar een 8.
Veel variatie op mijn reis door punk en new wave, geleid door mijn afspeellijst. Momenteel bevind ik me in de maanden juli-augustus 1977. Ik kwam hier vanaf de Australische punk van The Saints met single This Perfect Day en vervolg met de Britse punkgroep The Adverts en een volgend liedje dat de Britse hitlijst haalde: Gary Gilmore's Eyes.
Drie van hen waren veteranen. Zij hadden in hun vorige groepen een schat aan ervaring opgebouwd in het pubrockcircuit. Gitarist Brinsley Schwarz en toetsenist Bob Andrews zaten voorheen in Brinsley Schwarz, gitarist Martin Belmont zat in Ducks Deluxe (guitar) en was daarvoor roadie bij Brinsley Schwarz. Relatief onervaren waren bassist Andrew Bodnar en drummer Stephen Goulding, maar daarmee waren ze ook flexibeler: beiden zouden nadien bij de nodige artiesten binnen de new wave gaan spelen.
Op de hoes zie je de vijf in een flipperkastenhal, qua muziek zet men in een tiental liedjes aangename (pub)rock neer. Het langste nummer is Jet Plane met z'n dikke vier minuten, de kortste is This Town en die blijft ruim onder de drie minuten.
Mijn grootste favoriet is Hard Enough to Show met zijn springerige pianospel, reggaegitaar en swingende ritmewerk en gastblazers. Het is alsof ik werk van Elvis Costello hoor, maar de heren schreven het toch echt zelf. Maar ook het steviger Mess With Love is aangenaam. Of I'm Gonna Make You Love Me, een soulcover uit de stal van Motown, dat een heerlijk rockend jasje meekreeg. Meer r&b/soul kreeg Looking After No. 1 en soulmelancholie klinkt in Do Nothing Till You Hear From Me. Maar ook popliedje I'm So Glad heeft z'n zwarte invloed. 'Witte mannen met zwarte muziekwortels' is dus de rode draad, blue-eyed soul in rocksaus gemarineerd.
In het oeuvre van The Rumour is Max een vergeten plaat en niet zozeer omdat hij nog maar net op MusicMeter staat. Op mijn streamingplatform ontbreekt hij en zelfs op YouTube is de plaat niet als full album te vinden. Ten onrechte! Ik geef 'm nu een 7,5 als schoolcijfer en mogelijk groeit hij uit naar een 8.
Veel variatie op mijn reis door punk en new wave, geleid door mijn afspeellijst. Momenteel bevind ik me in de maanden juli-augustus 1977. Ik kwam hier vanaf de Australische punk van The Saints met single This Perfect Day en vervolg met de Britse punkgroep The Adverts en een volgend liedje dat de Britse hitlijst haalde: Gary Gilmore's Eyes.
The Rumour - Purity of Essence (1980)

3,0
0
geplaatst: 14 mei 2025, 14:34 uur
De derde van The Rumour, Britse veteranen uit de pubrock die meeliftten op de golven van punk en new wave. Dit als begeleidingsgroep van Graham Parker, maar vervolgens vernieuwden ze hun geluid. Het leverde hen zelfs een hit op in het verre Nederland met Frozen Years, afkomstig van Frogs Sprouts Clogs and Krauts.
Mijn streamingdienst biedt qua Purity of Essence alleen de American Edition van Hannibal Records uit 1981, maar liever houd ik het bij de originele Britse uitgave van het label Stiff uit augustus 1980, zoals MuMe die terecht aangeeft. Die met het bloemetjesbehang op de hoes, openend met Little Red Book. Dat in een vinnig arrangement, anders dan het oorspronkelijke liedje van Burt Bacharach, in de film What's New Pussycat? (1965) vertolkt door de groep van Manfred Mann. Een complete metamorfose met sterk resultaat.
Toch klinkt vooral eigen werk van deze veteranen. Jaren '50 rock 'n' roll - of is het de invloed van de vroege beat? - in het vrolijke I Don't Want the Night to End, gevolgd door gitaarpop met beatkoortjes in achtereenvolgens Have You Seen My Baby? van Randy Newman, Falling in Love with a Dream en Tula.
Kant 2 start met de reggae van Writing in the Water, waarna de sfeer van beat en gitaarpop terugkeert dankzij Houston, I Think It's Gonna Work Out Fine en More Than She Will Say.
Pas met Pyramids klinkt weer iets van de wave van de voorganger, waarna met het traag-swingende That's the Way the Ball Rolls wordt afgerond, geschreven door Graham Parker.
Appetijtelijk plaatje voor hen met een voorliefde voor de jaren '60 gitaarbands, ik had echter graag meer wave gehoord zoals op de voorganger.
De plaat miste ook in eigen land de albumlijsten en singlehits ontbraken eveneens. Daarmee bleek het hun laatste langspeler als zelfstandige groep, wel brachten ze eerder in 1980 met Graham Parker nog The Up Escalator uit. Een album dat ik abusievelijk oversloeg, ga ik inhalen.
In 2001 verscheen de sterke compilatie Not So Much a Rumour, More a Way of Life, waarop de heren met de bloemetjesbehangoverhemden van dit Purity of Essence zijn afgebeeld.
De reis door new wave kwam van Laughter van Ian Dury & The Blockheads en omdat ik zowel Freedom of Choice van Devo als Telekon van Gary Numan reeds besprak, ga ik naar het volgende nummer op de afspeellijst: Holiday in Cambodia van Dead Kennedys, te vinden op Fresh Fruit for Rotting Vegetables . Daarna naar Graham Parker!
Mijn streamingdienst biedt qua Purity of Essence alleen de American Edition van Hannibal Records uit 1981, maar liever houd ik het bij de originele Britse uitgave van het label Stiff uit augustus 1980, zoals MuMe die terecht aangeeft. Die met het bloemetjesbehang op de hoes, openend met Little Red Book. Dat in een vinnig arrangement, anders dan het oorspronkelijke liedje van Burt Bacharach, in de film What's New Pussycat? (1965) vertolkt door de groep van Manfred Mann. Een complete metamorfose met sterk resultaat.
Toch klinkt vooral eigen werk van deze veteranen. Jaren '50 rock 'n' roll - of is het de invloed van de vroege beat? - in het vrolijke I Don't Want the Night to End, gevolgd door gitaarpop met beatkoortjes in achtereenvolgens Have You Seen My Baby? van Randy Newman, Falling in Love with a Dream en Tula.
Kant 2 start met de reggae van Writing in the Water, waarna de sfeer van beat en gitaarpop terugkeert dankzij Houston, I Think It's Gonna Work Out Fine en More Than She Will Say.
Pas met Pyramids klinkt weer iets van de wave van de voorganger, waarna met het traag-swingende That's the Way the Ball Rolls wordt afgerond, geschreven door Graham Parker.
Appetijtelijk plaatje voor hen met een voorliefde voor de jaren '60 gitaarbands, ik had echter graag meer wave gehoord zoals op de voorganger.
De plaat miste ook in eigen land de albumlijsten en singlehits ontbraken eveneens. Daarmee bleek het hun laatste langspeler als zelfstandige groep, wel brachten ze eerder in 1980 met Graham Parker nog The Up Escalator uit. Een album dat ik abusievelijk oversloeg, ga ik inhalen.
In 2001 verscheen de sterke compilatie Not So Much a Rumour, More a Way of Life, waarop de heren met de bloemetjesbehangoverhemden van dit Purity of Essence zijn afgebeeld.
De reis door new wave kwam van Laughter van Ian Dury & The Blockheads en omdat ik zowel Freedom of Choice van Devo als Telekon van Gary Numan reeds besprak, ga ik naar het volgende nummer op de afspeellijst: Holiday in Cambodia van Dead Kennedys, te vinden op Fresh Fruit for Rotting Vegetables . Daarna naar Graham Parker!
The Ruts - Grin & Bear It (1980)

3,0
0
geplaatst: 17 juni 2025, 23:18 uur
Van de popwave van The Teardrop Explodes naar reggaepunk. Oftewel The Ruts en Grin & Bear It, de Engelse variant van 'niet klagen maar dragen'. De titel verwijst naar het verdergaan na het overlijden van zanger Malcolm Owen. Dat na slechts één album: The Crack uit 1979 maakte indruk dankzij de mix van punk en reggae.
Op 14 juli 1980 overlijdt Owen aan een overdosis heroïne en op 24 augustus betreedt West One (Shine on Me) de Britse hitlijst, om een week later op #43 te pieken. Het is de vierde en laatste hit van de groep, waarna verzamelaar Grin & Bear It in oktober #28 haalt in de albumlijst.
Op het album vooral rock-en-rollende punk. In West One (Shine on Me) wordt een saxofoonsolo (te gast is Gary Barnacle) gevolgd door dubeffecten, waarmee het ook wel iets van een ruigere versie van The Police heeft. Met meer effecten rockt het nummer vervolgens naar z'n slot. Het stevige Staring at the Rude Boys doet aan The Clash denken, net als Demolition Dancing, Secret Soldier (beide bij John Peel van BBC1 opgenomen) en H-Eyes.
Op kant 2 meer scheurende gitaar via In a Rut, waarna een gebroken liefde op reggaebeat in dubsaus volgt in Love in Vain. De laatste drie nummers zijn live, eind '79 opgenomen: S.U.S. mixt reggae en punk perfect met Owens rauwe stem eroverheen, dan klassieker Babylon's Burning en ten slotte het snelle Society. Alles bij elkaar iets meer dan een half uur muziek.
Over Owen kwam ik dit fraaie portret uit 2022 tegen, waarin onder meer zijn plotselinge overlijden wordt vergeleken met de dood van Ian Curtis van Joy Division, niet lang daarvoor. De groep ging verder als Ruts DC en keerde in 1981 terug met Animal Now. Daar ben ik nog lang niet.
Volgende nummer op mijn afspeellijst is single Towers of London van XTC, maar omdat ik het bijbehorende album Black Sea al besprak, vervolg ik bij de eind oktober 1980 verschenen single Gathering Dust van Modern English, te vinden op hun verzamelaar Life in the Gladhouse.
Op 14 juli 1980 overlijdt Owen aan een overdosis heroïne en op 24 augustus betreedt West One (Shine on Me) de Britse hitlijst, om een week later op #43 te pieken. Het is de vierde en laatste hit van de groep, waarna verzamelaar Grin & Bear It in oktober #28 haalt in de albumlijst.
Op het album vooral rock-en-rollende punk. In West One (Shine on Me) wordt een saxofoonsolo (te gast is Gary Barnacle) gevolgd door dubeffecten, waarmee het ook wel iets van een ruigere versie van The Police heeft. Met meer effecten rockt het nummer vervolgens naar z'n slot. Het stevige Staring at the Rude Boys doet aan The Clash denken, net als Demolition Dancing, Secret Soldier (beide bij John Peel van BBC1 opgenomen) en H-Eyes.
Op kant 2 meer scheurende gitaar via In a Rut, waarna een gebroken liefde op reggaebeat in dubsaus volgt in Love in Vain. De laatste drie nummers zijn live, eind '79 opgenomen: S.U.S. mixt reggae en punk perfect met Owens rauwe stem eroverheen, dan klassieker Babylon's Burning en ten slotte het snelle Society. Alles bij elkaar iets meer dan een half uur muziek.
Over Owen kwam ik dit fraaie portret uit 2022 tegen, waarin onder meer zijn plotselinge overlijden wordt vergeleken met de dood van Ian Curtis van Joy Division, niet lang daarvoor. De groep ging verder als Ruts DC en keerde in 1981 terug met Animal Now. Daar ben ik nog lang niet.
Volgende nummer op mijn afspeellijst is single Towers of London van XTC, maar omdat ik het bijbehorende album Black Sea al besprak, vervolg ik bij de eind oktober 1980 verschenen single Gathering Dust van Modern English, te vinden op hun verzamelaar Life in the Gladhouse.
The Ruts - The Crack (1979)

3,5
0
geplaatst: 19 september 2024, 22:13 uur
Op reis door new wave in 1979 kom ik van de tweede van Siouxsie and the Banshees bij de eerste van Londenaren The Ruts: The Crack verscheen in september 1979. De groep ging al na één album door als Ruts D.C. vanwege de dood van frontman Malcolm Owen in juli 1980. Die laatste groep zag ik enkele jaren geleden in de Melkweg als voorprogramma van The Stranglers, nu pas kom ik bij hun eerste langspeler met een hoes als een zoekplaatje, van Jimi Hendrix tot leden van The Damned.
Grootste hit was de opener Babylon's Burning, #7 in het VK in juli '79. Muzikaal spannender vind ik Dope for Guns, waarop subtiel en tegelijkertijd energiek wordt gespeeld. In S.U.S. klinkt voor het eerst reggae, een genre dat steeds meer doordrong tot witte wave, zoals de in Nederland bekendere namen Fischer-Z en The Police eveneens deden.
In het gitaarwerk zitten leuke details, ook als de nummers op z'n punks zijn, getuige Something That I Said, #29 in september. Reggae / ska dringt volop naar de voorgrond in Jah War over de Southall riots van april dat jaar. In het nummer klinken bovendien blazers. Criminal Mind is daarna het felste nummer van The Crack. Toch bevalt het album mij het beste als de mix van punk en reggae / ska klinkt. Het album haalde #16 in oktober in het VK.
Van de groep verscheen in december van het jaar erop al een verzamelaar met onder meer non-albumsingles genaamd Grin & Bear It, waarmee tevens werd teruggeblikt op de te korte carrière van hun frontman.
Mijn reis door new wave vervolgt met iemand die vóór deze stroming al het nodige werk had uitgebracht en in 1979 hitsucces had: Dave Edmunds en zijn elpee Repeat When Necessary.
Grootste hit was de opener Babylon's Burning, #7 in het VK in juli '79. Muzikaal spannender vind ik Dope for Guns, waarop subtiel en tegelijkertijd energiek wordt gespeeld. In S.U.S. klinkt voor het eerst reggae, een genre dat steeds meer doordrong tot witte wave, zoals de in Nederland bekendere namen Fischer-Z en The Police eveneens deden.
In het gitaarwerk zitten leuke details, ook als de nummers op z'n punks zijn, getuige Something That I Said, #29 in september. Reggae / ska dringt volop naar de voorgrond in Jah War over de Southall riots van april dat jaar. In het nummer klinken bovendien blazers. Criminal Mind is daarna het felste nummer van The Crack. Toch bevalt het album mij het beste als de mix van punk en reggae / ska klinkt. Het album haalde #16 in oktober in het VK.
Van de groep verscheen in december van het jaar erop al een verzamelaar met onder meer non-albumsingles genaamd Grin & Bear It, waarmee tevens werd teruggeblikt op de te korte carrière van hun frontman.
Mijn reis door new wave vervolgt met iemand die vóór deze stroming al het nodige werk had uitgebracht en in 1979 hitsucces had: Dave Edmunds en zijn elpee Repeat When Necessary.
The Saints - (I'm) Stranded (1977)

4,5
0
geplaatst: 17 maart 2024, 11:19 uur
Soms wordt een uitvinding op meerdere plekken tegelijk gedaan, ongeveer tegelijkertijd, los van elkaar. Snelle, harde rock in korte nummers gegoten: in het najaar van 1976 gingen we het punk noemen, maar in zijn recensie van het debuut van Ramones in juli '76 noemde Peter van Bruggen het nog 'rock and roll'. Het Detroitse Death, nota bene een zwarte groep, maakte al in 1974 een album in deze stijl en in september 1976 volgde in Brisbane, Australië single (I'm) Stranded van The Saints.
Ze woonden gezamenlijk tegenover een politiebureau, waar men weinig ophad met de concerten die in huis werden gegeven. Het is een perfect voorbeeld van de Do It Yourself-filosofie: alles in eigen beheer en de fans mochten kiezen welk nummer op de A-kant moest. Geen platenmaatschappij die er brood in ziet en dus wordt de oplage van 500 exemplaren uitgebracht op het eigen Fatal Records.
In oktober brengt het Engelse The Damned single New Rose uit en de Sex Pistols hebben via hun concerten veel reuring veroorzaakt, net als de Ramones. In Londen wordt punk een hype. Journalist Jonh Ingham van Sounds, in Australië opgegroeid, verkiest echter I'm Stranded tot "single of this and every week".
In december wordt (de rest van) de debuutelpee in twee dagen opgenomen en openen de heren voor AC/DC, op dat moment al groot in Australië. In januari verhuizen ze naar Sydney.
21 februari 1977. Drie dagen na het vorige album in mijn muzikale reis, de debuutelpee van The Damned, verschijnt de debuutelpee van The Saints. In Australië heeft inmiddels EMI toegehapt, in Engeland neemt Harvest de klus op zich en in de Verenigde Staten Sire. In hele korte tijd van under- naar upperground gegroeid, is de volgende verhuizing naar Londen, waar ze qua uiterlijk weigeren mee te doen aan de punkmode.
In mijn oren is deze elpee evenwichtiger en rauwer dan die van The Damned. De gitaarmuren zijn massiever en de solo's meer overstuurd (dubbel dank aan Ed Kuepper) en de stem en monotone zanglijnen van Chris Bailey heerlijk pakkend. De ritmesectie speelt soms dansend (bassist Kym Bradshaw) en met veel inzet (drummer Ivor Hay).
Eén keer haak ik af: het langzame Messin' with the Kid duurt me met bijna zes minuten veel te lang. Maar verder: snel en rauw. Een aaneenschakeling van hoogtepunten. De teksten gaan hoofdzakelijk over relaties, politiek is deze plaat geenszins. Heerlijke plaat, in 2007 op cd met plezante bonussen verschenen.
Het volgende album op mijn reis door punk en wave: de tweede van Patti Smith.
Ze woonden gezamenlijk tegenover een politiebureau, waar men weinig ophad met de concerten die in huis werden gegeven. Het is een perfect voorbeeld van de Do It Yourself-filosofie: alles in eigen beheer en de fans mochten kiezen welk nummer op de A-kant moest. Geen platenmaatschappij die er brood in ziet en dus wordt de oplage van 500 exemplaren uitgebracht op het eigen Fatal Records.
In oktober brengt het Engelse The Damned single New Rose uit en de Sex Pistols hebben via hun concerten veel reuring veroorzaakt, net als de Ramones. In Londen wordt punk een hype. Journalist Jonh Ingham van Sounds, in Australië opgegroeid, verkiest echter I'm Stranded tot "single of this and every week".
In december wordt (de rest van) de debuutelpee in twee dagen opgenomen en openen de heren voor AC/DC, op dat moment al groot in Australië. In januari verhuizen ze naar Sydney.
21 februari 1977. Drie dagen na het vorige album in mijn muzikale reis, de debuutelpee van The Damned, verschijnt de debuutelpee van The Saints. In Australië heeft inmiddels EMI toegehapt, in Engeland neemt Harvest de klus op zich en in de Verenigde Staten Sire. In hele korte tijd van under- naar upperground gegroeid, is de volgende verhuizing naar Londen, waar ze qua uiterlijk weigeren mee te doen aan de punkmode.
In mijn oren is deze elpee evenwichtiger en rauwer dan die van The Damned. De gitaarmuren zijn massiever en de solo's meer overstuurd (dubbel dank aan Ed Kuepper) en de stem en monotone zanglijnen van Chris Bailey heerlijk pakkend. De ritmesectie speelt soms dansend (bassist Kym Bradshaw) en met veel inzet (drummer Ivor Hay).
Eén keer haak ik af: het langzame Messin' with the Kid duurt me met bijna zes minuten veel te lang. Maar verder: snel en rauw. Een aaneenschakeling van hoogtepunten. De teksten gaan hoofdzakelijk over relaties, politiek is deze plaat geenszins. Heerlijke plaat, in 2007 op cd met plezante bonussen verschenen.
Het volgende album op mijn reis door punk en wave: de tweede van Patti Smith.
The Saints - Eternally Yours (1978)

4,5
1
geplaatst: 16 april 2024, 17:21 uur
In 1977 luisterde ik weliswaar fanatiek Hilversum 3, maar voor popbladen was ik nog te jong, tienerblad Popfoto uitgezonderd. En daar stonden The Saints niet in: ik miste de groep compleet. Smaak ontwikkelt zich, in mijn geval een voorliefde voor onder andere scheurende gitaren. Toch is het nog maar vijf jaar geleden dat ik The Saints écht ontdekte. Bijna ontsteld was ik: hoe kon ik dit zo totaal hebben gemist? Ook in latere tienerjaren nooit op de radio gehoord. Domme pech: The Damned, The Stranglers, Sex Pistols en Ramones bereikten de radiocassettespeler op mijn tienerkamer wel.
Mijn zwak voor de stem van Chris Bailey is groot - hij is het type dat het telefoonboek had mogen zingen. Zo ook hier. In mijn geval ga je lezen over de historie.
Na hun per ongeluk maar niet minder perfect getimede debuut, in Baileys woorden "een verzameling demo's", toog de Australische groep naar Engeland waar vrijwel gelijktijdig de punkrevolte oplaaide. Daar verliet bassist Kym Bradshaw de groep om plaats te maken voor Engelsman Algy Ward, die ik in 1982 zou horen als zanger-bassist van het Motörheadiaanse Tank.
De eerste opnamen die werden gemaakt zouden niet op tweede elpee Eternally Yours komen, maar van die sessie verscheen wel single This Perfect Day. Voor mij een ij-zer-sterk liedje. Het haalde in juli 1977 #34 in Groot-Brittannië. Als The International Robot Sessions verschenen de oorspronkelijke opnamen dan toch nog als bonussen op een uitgebreide cd-editie in 2007. Ze klinken rauwer dan de versie die in 1978 Eternally Yours zou worden en de groep was nog niet met blazers aan het stoeien.
Maar ook over die blazers ben ik goed te spreken, net als over de iets gepolijstere productie die met de plaat in de winkels landde. Zo is opener Know Your Product een pareltje: punk met blazers, het werkt verrassend goed. Of het ingetogener maar uptempo Untitled: van grote schoonheid.
De composities staan namelijk als een huis. Genieten is het bovendien van het gitaarwerk van Ed Kuepper én het stuwende drummen van Ivor Hay. Onverwacht is hun versie van River Deep, Mountain High van Ike & Tina Turner. Zó lekker, mede dankzij Kueppers gitaarwerk!
Overigens stonden op de 2007-heruitgave van het debuut (I'm) Stranded eveneens enkele bonussen waaronder de singleversie van This Perfect Day. En die klinkt weer anders dan die van de Robot Sessions. 'Hoe zit het met die versie, waar en wanneer is die opgenomen?' wil ik dan weten. Ach, wat maakt het uit... Er zijn kennelijk drie verschillende opnamen, helemaal fijn.
Ik kwam hier op mijn reis door de albums achter mijn afspeellijst met new wave en meer. Dit vanaf het debuut van Flash and the Pan. Nu op naar The Rumour, de groep van pubrocker Graham Parker. Zonder hun frontman namen ze de elpee Max op.
Mijn zwak voor de stem van Chris Bailey is groot - hij is het type dat het telefoonboek had mogen zingen. Zo ook hier. In mijn geval ga je lezen over de historie.
Na hun per ongeluk maar niet minder perfect getimede debuut, in Baileys woorden "een verzameling demo's", toog de Australische groep naar Engeland waar vrijwel gelijktijdig de punkrevolte oplaaide. Daar verliet bassist Kym Bradshaw de groep om plaats te maken voor Engelsman Algy Ward, die ik in 1982 zou horen als zanger-bassist van het Motörheadiaanse Tank.
De eerste opnamen die werden gemaakt zouden niet op tweede elpee Eternally Yours komen, maar van die sessie verscheen wel single This Perfect Day. Voor mij een ij-zer-sterk liedje. Het haalde in juli 1977 #34 in Groot-Brittannië. Als The International Robot Sessions verschenen de oorspronkelijke opnamen dan toch nog als bonussen op een uitgebreide cd-editie in 2007. Ze klinken rauwer dan de versie die in 1978 Eternally Yours zou worden en de groep was nog niet met blazers aan het stoeien.
Maar ook over die blazers ben ik goed te spreken, net als over de iets gepolijstere productie die met de plaat in de winkels landde. Zo is opener Know Your Product een pareltje: punk met blazers, het werkt verrassend goed. Of het ingetogener maar uptempo Untitled: van grote schoonheid.
De composities staan namelijk als een huis. Genieten is het bovendien van het gitaarwerk van Ed Kuepper én het stuwende drummen van Ivor Hay. Onverwacht is hun versie van River Deep, Mountain High van Ike & Tina Turner. Zó lekker, mede dankzij Kueppers gitaarwerk!
Overigens stonden op de 2007-heruitgave van het debuut (I'm) Stranded eveneens enkele bonussen waaronder de singleversie van This Perfect Day. En die klinkt weer anders dan die van de Robot Sessions. 'Hoe zit het met die versie, waar en wanneer is die opgenomen?' wil ik dan weten. Ach, wat maakt het uit... Er zijn kennelijk drie verschillende opnamen, helemaal fijn.
Ik kwam hier op mijn reis door de albums achter mijn afspeellijst met new wave en meer. Dit vanaf het debuut van Flash and the Pan. Nu op naar The Rumour, de groep van pubrocker Graham Parker. Zonder hun frontman namen ze de elpee Max op.
The Saints - Paralytic Tonight Dublin Tomorrow (1980)

3,5
0
geplaatst: 4 november 2025, 00:00 uur
Een tussendoor-EP van de Australische punkpioniers The Saints. De groep is in 1977 verkast naar Engeland. Gitarist Ed Kuepper verlaat na album Prehistoric Sounds de groep, keert eind '78 terug naar Australië en begint Laughing Clowns. Ook bassist Algy Ward zwaait gedag om te gaan spelen bij The Damned (Machine Gun Etiquette, 1979) en vervolgens metalgroep Tank op te richten.
Drie nieuwe leden treden toe: gitaristen Barrington Francis en Bruce "Cub" Callaway, plus bassiste Janine Hall, de laatste afkomstig uit de Australische punkscene. Het kwintet kiest voor een melodieuzere benadering dan voorheen. Geen harde punk meer maar wat kalmer en melodieuzer, nog meer dan op Prehistoric Sounds het geval was.
De vijf nummers op Paralytic Tonight Dublin Tomorrow moeten groeien. Aanvankelijk mis ik de monotone snauw die Chris Bailey voorheen tentoonspreidde, maar de nummers blijken inderdaad een "sfeervol geheel", zoals het vorige bericht het noemde. Zo groeit de melodie van opener Simple Love,
(Don't Send Me) Flowers is wel erg kalm, Miss Wonderful is rockender, On the Waterfront is stevig met blazers als op Prehistoric Sounds en Call It Mine is sferisch als de opener.
Is dit album prijzig, zoals hierboven wordt vermoed? Wel, je moet er inderdaad wat voor neerleggen: momenteel bij Discogs begint het met zo'n €30.
Op reis door new wave kwam ik van het Amerikaanse The B-52's en hun tweede langspeler Wild Planet, ik vervolg bij de elpee die The Saints in 1981 uitbrachten: The Monkey Puzzle.
Drie nieuwe leden treden toe: gitaristen Barrington Francis en Bruce "Cub" Callaway, plus bassiste Janine Hall, de laatste afkomstig uit de Australische punkscene. Het kwintet kiest voor een melodieuzere benadering dan voorheen. Geen harde punk meer maar wat kalmer en melodieuzer, nog meer dan op Prehistoric Sounds het geval was.
De vijf nummers op Paralytic Tonight Dublin Tomorrow moeten groeien. Aanvankelijk mis ik de monotone snauw die Chris Bailey voorheen tentoonspreidde, maar de nummers blijken inderdaad een "sfeervol geheel", zoals het vorige bericht het noemde. Zo groeit de melodie van opener Simple Love,
(Don't Send Me) Flowers is wel erg kalm, Miss Wonderful is rockender, On the Waterfront is stevig met blazers als op Prehistoric Sounds en Call It Mine is sferisch als de opener.
Is dit album prijzig, zoals hierboven wordt vermoed? Wel, je moet er inderdaad wat voor neerleggen: momenteel bij Discogs begint het met zo'n €30.
Op reis door new wave kwam ik van het Amerikaanse The B-52's en hun tweede langspeler Wild Planet, ik vervolg bij de elpee die The Saints in 1981 uitbrachten: The Monkey Puzzle.
The Saints - Prehistoric Sounds (1978)

3,5
2
geplaatst: 30 juni 2024, 13:39 uur
De pioniers van The Saints uit Australië, inmiddels verkast naar Engeland, zijn in 1978 klaar met kale punk. Hun derde album verschijnt in oktober 1978. De groep verbreedt het het geluid, zoals meer stijlgenoten zouden gaan doen. Maar hier gebeurt dit eerder en radicaler. In dat opzicht lopen de vier opnieuw voor de rest uit, ten koste van enig venijn. Gebleven zijn de korte nummers, waardoor er op Prehistoric Sounds maar liefst veertien pasten. De langste duurt 5'04", de kortste 2'19". Toch zal de oorspronkelijke fan zijn geschrokken: punk met blazers?
Opener Swing for the Crime heeft dat 'doemdoemdoem-dedoedoem' ritme van de jaren '50 r&b van Bo Diddley en nog toegankelijker is het soulvolle All Times Through Paradise: alsof je het jaren '80 solowerk van bijvoorbeeld Feargal Sharkey hoort.
Ook ik hoor echter liever Every Day's a Holiday, Every Night's a Party waarin de gitaar van Ed Kuepper voor het eerst scheurt en wonderwel samengaat met blazers. Brisbane (Security City) over de politie in die stad begint kalm, maar wordt dan fel. Hierna kakt het album enigszins in.
Met de opener van kant 2 ben ik er weer bij, dankzij het springerige Everything's Fine. Op Security klinkt zelfs soul, verpakt in een stevig rockende compositie. Lichte punk keert terug in Take This Heart of Mine; wat zeurt de stem van Bailey hier toch aangenaam... Groeinummer The Chameleon is daarentegen slepend en vrij zwaar.
Niet alle veertien zijn even pakkend, maar welke is mede afhankelijk van iemands smaak. Rauwe punk is niet geheel verdwenen, maar beperkt zich tot een viertal nummers. Had ik dit destijds gehoord, dan was ik afgehaakt door blazerssectie van Richard Cawkwell, nu echter blijkt het in menig nummer zeer pakkend.
Ik ben op reis door de new wave van 1978 aan de hand van mijn afspeellijst. Het vorige station was het debuut van het Amerikaanse The Cars, het volgende wordt non-album- én debuutsingle Teenage Kicks van de Noord-Ierse The Undertones, later als bonus op hun titelloze debuut verschenen.
Opener Swing for the Crime heeft dat 'doemdoemdoem-dedoedoem' ritme van de jaren '50 r&b van Bo Diddley en nog toegankelijker is het soulvolle All Times Through Paradise: alsof je het jaren '80 solowerk van bijvoorbeeld Feargal Sharkey hoort.
Ook ik hoor echter liever Every Day's a Holiday, Every Night's a Party waarin de gitaar van Ed Kuepper voor het eerst scheurt en wonderwel samengaat met blazers. Brisbane (Security City) over de politie in die stad begint kalm, maar wordt dan fel. Hierna kakt het album enigszins in.
Met de opener van kant 2 ben ik er weer bij, dankzij het springerige Everything's Fine. Op Security klinkt zelfs soul, verpakt in een stevig rockende compositie. Lichte punk keert terug in Take This Heart of Mine; wat zeurt de stem van Bailey hier toch aangenaam... Groeinummer The Chameleon is daarentegen slepend en vrij zwaar.
Niet alle veertien zijn even pakkend, maar welke is mede afhankelijk van iemands smaak. Rauwe punk is niet geheel verdwenen, maar beperkt zich tot een viertal nummers. Had ik dit destijds gehoord, dan was ik afgehaakt door blazerssectie van Richard Cawkwell, nu echter blijkt het in menig nummer zeer pakkend.
Ik ben op reis door de new wave van 1978 aan de hand van mijn afspeellijst. Het vorige station was het debuut van het Amerikaanse The Cars, het volgende wordt non-album- én debuutsingle Teenage Kicks van de Noord-Ierse The Undertones, later als bonus op hun titelloze debuut verschenen.
The Saints - The Monkey Puzzle (1981)

4,0
1
geplaatst: 4 november 2025, 08:35 uur
Ten opzichte van voorganger en tevens EP Paralytic Tonight Dublin Tomorrow zijn The Saints terug naar een kwartet: tweede gitarist Bruce Callaway is alweer weg en bovendien is oorspronkelijke drummer Ivor Hay vervangen door Mark Birmingham, die in het intro van opener Miss Wonderful meteen laat merken wel iets te kunnen met twee stokken en potten plus pannen. Het blijkt een lekker gitaarliedje. Hay is trouwens nog wel te gast als toetsenist, al vallen zijn bijdragen nauwelijks op.
De hoes die MuMe toont is die van de Australische editie, die bovendien een nummer meer telt dan de Europese/Franse: op de B-kant staat In the Mirror. De Franse heeft bovendien een andere hoes, zie hier en er is zelfs een versie met een bonussingle, zie daar.
Op Always klinken bescheiden blazers en Barrington Francis zet een gitaarsolo neer die in de classic rock niet had misstaan. Ja, The Saints zijn duidelijk anders dan voorheen, maar liedjes schrijven kunnen ze. Op streaming heet het nummer trouwens inmiddels dubbelop Always, Always.
Paradise is opnieuw een lekker gitaarliedje en dát blijkt de rode draad van dit album, waarbij frontman en oprichter Chris Bailey over melodieuze capaciteiten blijkt te beschikken. In het opnieuw uptempo Let's Pretend een prominente akoestische gitaar, je gaat bijna denken aan het werk dat The Byrds twee decennia eerder maakten. Met Somebody dan weer elektrische gitaarwave.
Op kant 2 wordt soortgelijk gewerkt: stevige maar vriendelijke rock met een alternatief randje. Monkeys (Let's Go) heeft een vrij lang intro, dan het vlotte gitaarlied Mystery Dream en Europa miste dus In the Mirror waar blazers en een scheurend gitaarsolootje klinken.
Het fraaie Simple Love stond in een andere opname ook op de EP, The Ballad start verrassend met een altsaxofoon. Slotlied Dizzy Miss Lizzy is een cover van Larry Williams, oorspronkelijk uit 1958 en wordt opgesierd met een huilende mondharmonica.
Ik vervolg mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en bevind me in januari 1981. Vorige halte was de genoemde EP van The Saints, het volgende nummer op de afspeellijst is Vienna van Ultravox. Het gelijknamige album van deze synthpopgroep besprak ik echter al eerder, net als die andere synthpop uit januari 1981, Amoureux Solitaires van Lio, verschenen op haar Lio. Dan kom ik uit bij de punk van Generation X en album Kiss Me Deadly.
De hoes die MuMe toont is die van de Australische editie, die bovendien een nummer meer telt dan de Europese/Franse: op de B-kant staat In the Mirror. De Franse heeft bovendien een andere hoes, zie hier en er is zelfs een versie met een bonussingle, zie daar.
Op Always klinken bescheiden blazers en Barrington Francis zet een gitaarsolo neer die in de classic rock niet had misstaan. Ja, The Saints zijn duidelijk anders dan voorheen, maar liedjes schrijven kunnen ze. Op streaming heet het nummer trouwens inmiddels dubbelop Always, Always.
Paradise is opnieuw een lekker gitaarliedje en dát blijkt de rode draad van dit album, waarbij frontman en oprichter Chris Bailey over melodieuze capaciteiten blijkt te beschikken. In het opnieuw uptempo Let's Pretend een prominente akoestische gitaar, je gaat bijna denken aan het werk dat The Byrds twee decennia eerder maakten. Met Somebody dan weer elektrische gitaarwave.
Op kant 2 wordt soortgelijk gewerkt: stevige maar vriendelijke rock met een alternatief randje. Monkeys (Let's Go) heeft een vrij lang intro, dan het vlotte gitaarlied Mystery Dream en Europa miste dus In the Mirror waar blazers en een scheurend gitaarsolootje klinken.
Het fraaie Simple Love stond in een andere opname ook op de EP, The Ballad start verrassend met een altsaxofoon. Slotlied Dizzy Miss Lizzy is een cover van Larry Williams, oorspronkelijk uit 1958 en wordt opgesierd met een huilende mondharmonica.
Ik vervolg mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en bevind me in januari 1981. Vorige halte was de genoemde EP van The Saints, het volgende nummer op de afspeellijst is Vienna van Ultravox. Het gelijknamige album van deze synthpopgroep besprak ik echter al eerder, net als die andere synthpop uit januari 1981, Amoureux Solitaires van Lio, verschenen op haar Lio. Dan kom ik uit bij de punk van Generation X en album Kiss Me Deadly.
The Scruffs - Wanna Meet the Scruffs? (1977)

3,5
0
geplaatst: 28 oktober 2024, 16:09 uur
Powerpop is een genre dat het in de tweede helft van de jaren '70 goed deed in de Verenigde Staten. Gisteren stelde mijn streaming platform me dit album van The Scruffs voor. Wie? Nooit van gehoord, maar Wanna Meet the Scruffs? is een lekker plaatje. Neem twee delen beat, waarbij ik vooral aan het vroege werk van The Beatles met een uitgelaten Paul McCartney moet denken en doe daar één deel punk bij. Wellicht onwaarschijnlijk voor een groep uit Memphis, Tennessee in 1977, maar toch.
Die eerste invloed klinkt bijvoorbeeld heel duidelijk in opener Break the Ice of Tommy Gun, de tweede in I've Got a Way en This Thursday. Leadzanger Stephen Burns kan trouwens ook als Robin Zander van Cheap Trick klinken dankzij een zekere snik in de stem, zoals in Bedtime Stories, waarbij zijn vocalen ondersteund worden door die van gitarist Dave Branyan, diens broer bassist/pianist Rick Branyan en drummer Zeph Paulson. Logischerwijs klinkt menig koortje, wat zelfs lukt op z'n The Mama's & The Papa's in bonus She Say Yeah.
Na dit debuut verschenen weliswaar enkele singles, maar tot een langspeler kwam het niet en in 1981 viel de groep uit elkaar. Eind jaren '90 reist Burns af naar Schotland, mede omdat in Glasgow de nodige bewonderaars rondliepen, waaronder leden van The Proclaimers en Belle and Sebastian. Bij Daggerzine legde Burns in 2007 uit hoe het zover kwam.
In de jaren 1998 - 2011 verschenen acht albums van The Scruffs met Burns als origineel lid. De eerste getiteld TeenAge Gurls bevat opnamen uit '78-'79, de laatste getiteld Kill! Kill! in de bezetting van 2011.
Wanna Meet the Scruffs? is aanbevolen voor wie van groepen als The Knack of 20/20 houdt, waar eveneens powerpop is te horen. Nergens echter zijn de invloeden van Britse beat zo duidelijk als op dit debuut van The Scruffs.
Mijn reis door new wave kwam uit november 1979 vanaf Broken English van Marianne Faithfull en vervolgt in die maand bij het vierde album van The Jam.
Die eerste invloed klinkt bijvoorbeeld heel duidelijk in opener Break the Ice of Tommy Gun, de tweede in I've Got a Way en This Thursday. Leadzanger Stephen Burns kan trouwens ook als Robin Zander van Cheap Trick klinken dankzij een zekere snik in de stem, zoals in Bedtime Stories, waarbij zijn vocalen ondersteund worden door die van gitarist Dave Branyan, diens broer bassist/pianist Rick Branyan en drummer Zeph Paulson. Logischerwijs klinkt menig koortje, wat zelfs lukt op z'n The Mama's & The Papa's in bonus She Say Yeah.
Na dit debuut verschenen weliswaar enkele singles, maar tot een langspeler kwam het niet en in 1981 viel de groep uit elkaar. Eind jaren '90 reist Burns af naar Schotland, mede omdat in Glasgow de nodige bewonderaars rondliepen, waaronder leden van The Proclaimers en Belle and Sebastian. Bij Daggerzine legde Burns in 2007 uit hoe het zover kwam.
In de jaren 1998 - 2011 verschenen acht albums van The Scruffs met Burns als origineel lid. De eerste getiteld TeenAge Gurls bevat opnamen uit '78-'79, de laatste getiteld Kill! Kill! in de bezetting van 2011.
Wanna Meet the Scruffs? is aanbevolen voor wie van groepen als The Knack of 20/20 houdt, waar eveneens powerpop is te horen. Nergens echter zijn de invloeden van Britse beat zo duidelijk als op dit debuut van The Scruffs.
Mijn reis door new wave kwam uit november 1979 vanaf Broken English van Marianne Faithfull en vervolgt in die maand bij het vierde album van The Jam.
The Selecter - Celebrate the Bullet (1981)

3,5
0
geplaatst: 10 november 2025, 18:25 uur
In 1980 was er binnen The Selecter enige onenigheid over welke producer te kiezen voor het succesvolle debuut Too Much Pressure én ontstond een meningsverschil met platenlabel 2 Tone, dat zomaar merchandise van de groep verkocht. Het leidde ertoe dat de groep verkaste naar moederlabel Chrysalis en toen voor de opvolger opnieuw een producer moest worden gekozen, vond frontvrouwe Pauline Black deze keer wél de meeste stemmen aan haar kant. Zo kwam Roger Lomas achter het mengpaneel te zitten.
Deze zorgde voor een directer, droger geluid én zorgde voor wat invloeden vanuit new wave in de muziek. In de groep zaten echter twee puristen die dit niet zagen zitten en zo verlieten organist Desmond Brown en bassist Charley Anderson de groep uit Coventry.
Het was Ian Dury die vanuit zijn begeleidingsgroep The Blockheads voor tijdelijke bassist Norman Watt-Roy zorgde, definitieve nieuwkomers werden James Mackie (toetsen) en Adam Williams (bas).
Helaas voor The Selecter flopten de singles en de elpee kwam in maart 1981 maar tot #41. Dat floppen kwam mede door het titelnummer dat ook op single verscheen: Celebrate the Bullet verscheen kort voordat er een aanslag op president Reagan werd gepleegd, waardoor zenders weigerden het nummer te draaien. Domme pech en al zet het nummer niet aan tot geweld, titel en tekst zijn suggestief:
"Celebrate the bullet, put your finger on the trigger,
But you don’t have to pull it, 'cos you know it won’t bring them, back to you, back to you."
Los van dit alles willen de nummers niet zo spetteren. Het zit 'm niet in de prima productie en ook niet in de uitvoeringen, maar de composities zijn vaak minder spannend. Tot het laatste nummer Bristol and Miami opduikt, waar opeens alles op zijn plek valt.
Niet dat de rest slecht is, verre van dat. Zo wordt fel geopend met (Who Likes) Facing Situations en Red Reflections heeft een lekkere groove. Wave klinkt vooral in de gitaarpartij van Bombscare; een beetje alsof je naar The Police luistert. Met Washed up and Left for Dead gaat het meer de reggaekant op.
De slechte verkopen, interne onenigheid én - denk ik - het feit dat de skarage die in de nazomer van 1979 begon voorbij was, zorgden ervoor dat de groep uit elkaar viel. Black richtte zich op een carrière als tv-presentatrice en ging acteren.
In 1991 maakte The Selecter een doorstart. In 2003 verscheen een bonuseditie van het album, dat zich geleidelijk mag verheugen in een stijgende waardering. Degenen die het debuut leuk vinden, moeten in deze dagen van streaming toch maar eens proberen of dit iets voor hen is. Een dikke 7 is wat ik ervoor geef.
Mijn reis langs de albums bij mijn afspeellijsten met new wave kwam van het sterke debuut van de new romantics van Classix Nouveaux, ik vervolg bij de powerpop van het Amerikaanse The Producers.
Deze zorgde voor een directer, droger geluid én zorgde voor wat invloeden vanuit new wave in de muziek. In de groep zaten echter twee puristen die dit niet zagen zitten en zo verlieten organist Desmond Brown en bassist Charley Anderson de groep uit Coventry.
Het was Ian Dury die vanuit zijn begeleidingsgroep The Blockheads voor tijdelijke bassist Norman Watt-Roy zorgde, definitieve nieuwkomers werden James Mackie (toetsen) en Adam Williams (bas).
Helaas voor The Selecter flopten de singles en de elpee kwam in maart 1981 maar tot #41. Dat floppen kwam mede door het titelnummer dat ook op single verscheen: Celebrate the Bullet verscheen kort voordat er een aanslag op president Reagan werd gepleegd, waardoor zenders weigerden het nummer te draaien. Domme pech en al zet het nummer niet aan tot geweld, titel en tekst zijn suggestief:
"Celebrate the bullet, put your finger on the trigger,
But you don’t have to pull it, 'cos you know it won’t bring them, back to you, back to you."
Los van dit alles willen de nummers niet zo spetteren. Het zit 'm niet in de prima productie en ook niet in de uitvoeringen, maar de composities zijn vaak minder spannend. Tot het laatste nummer Bristol and Miami opduikt, waar opeens alles op zijn plek valt.
Niet dat de rest slecht is, verre van dat. Zo wordt fel geopend met (Who Likes) Facing Situations en Red Reflections heeft een lekkere groove. Wave klinkt vooral in de gitaarpartij van Bombscare; een beetje alsof je naar The Police luistert. Met Washed up and Left for Dead gaat het meer de reggaekant op.
De slechte verkopen, interne onenigheid én - denk ik - het feit dat de skarage die in de nazomer van 1979 begon voorbij was, zorgden ervoor dat de groep uit elkaar viel. Black richtte zich op een carrière als tv-presentatrice en ging acteren.
In 1991 maakte The Selecter een doorstart. In 2003 verscheen een bonuseditie van het album, dat zich geleidelijk mag verheugen in een stijgende waardering. Degenen die het debuut leuk vinden, moeten in deze dagen van streaming toch maar eens proberen of dit iets voor hen is. Een dikke 7 is wat ik ervoor geef.
Mijn reis langs de albums bij mijn afspeellijsten met new wave kwam van het sterke debuut van de new romantics van Classix Nouveaux, ik vervolg bij de powerpop van het Amerikaanse The Producers.
The Selecter - Greatest Hits (1996)

4,0
1
geplaatst: 22 oktober 2024, 16:06 uur
De eerste hit van The Selecter was On My Radio en deze stond niet op hun debuut dat enkele maanden verscheen. Althans, niet op de Britse versie bij Two-Tone, maar spoedig zou het wél op andere versies van Too Much Pressure komen. Zoals de Nederlandse persing bij Chrysalis, waar het kant 2 opent.
Als prille puber hoorde ik een loflied op de radio, waaraan ik zo verknocht was - en ben. Uiteraard belandde On My Radio op diverse compilaties zoals dit Greatest Hits uit 1996; ik had ook een andere verzamelaar kunnen uitkiezen om dit stukje bij te schrijven. Laat onverlet dat een cd als deze een pakkende samenvatting van hun eerste jaren bevat.
The Selecter komt uit universiteitsstad Coventry nabij Birmingham. Vanaf 13 oktober 1979 stond On My Radio in de Britse hitlijst, om in november op #8 te pieken. In Nederland vanaf 12 januari 1980 in de Nationale Hitparade, waar het begin februari twee weken #13 haalde en in de Top 40 drie weken #10 in diezelfde maand, in Vlaanderen in februari-maart maar liefst vijf weken #8.
In die dagen las ik in Muziek Expres en spoedig ook Oor het nodige over de blikvangster van de groep, zangeres Pauline Black, maar de stem van zanger Arthur 'Gaps' Hendrickson viel eveneens op. Ze bepaalden de opgewekte ska van die eerste hit, die naar meer smaakte.
En dat zou ook gebeuren: de groep is nog altijd actief en bracht in 2023 hun zeventiende studioalbum Human Algebra uit, dat op MuMe nul noppes nada stemmen of berichten heeft ontvangen. Raarrr, zeker voor een groep met een boodschap als zij hebben...
Als compilatie is deze cd niet te versmaden en tegelijkertijd kun je met een album van The Selecter geen miskoop oplopen. Er gebeurt altijd iets. Een veilige 8 voor Greatest Hits.
Over enige tijd beland ik vanzelf bij Too Much Pressure, nu vervolg ik met new wave en aanverwanten van oktober 1979. Dit aan de hand van mijn afspeellijsten op streaming. Mijn vorige station was dat onbekende maar lekkere tweede plaatje van The Adverts en omdat ik uit diezelfde maand zowel The Undertones (single You've Got My Number), The Police (Message in a Bottle van Reggatta de Blanc) en The Specials (A Message to You Rudy van Specials) al besprak, vervolg ik bij het tweede album van The Fall.
Als prille puber hoorde ik een loflied op de radio, waaraan ik zo verknocht was - en ben. Uiteraard belandde On My Radio op diverse compilaties zoals dit Greatest Hits uit 1996; ik had ook een andere verzamelaar kunnen uitkiezen om dit stukje bij te schrijven. Laat onverlet dat een cd als deze een pakkende samenvatting van hun eerste jaren bevat.
The Selecter komt uit universiteitsstad Coventry nabij Birmingham. Vanaf 13 oktober 1979 stond On My Radio in de Britse hitlijst, om in november op #8 te pieken. In Nederland vanaf 12 januari 1980 in de Nationale Hitparade, waar het begin februari twee weken #13 haalde en in de Top 40 drie weken #10 in diezelfde maand, in Vlaanderen in februari-maart maar liefst vijf weken #8.
In die dagen las ik in Muziek Expres en spoedig ook Oor het nodige over de blikvangster van de groep, zangeres Pauline Black, maar de stem van zanger Arthur 'Gaps' Hendrickson viel eveneens op. Ze bepaalden de opgewekte ska van die eerste hit, die naar meer smaakte.
En dat zou ook gebeuren: de groep is nog altijd actief en bracht in 2023 hun zeventiende studioalbum Human Algebra uit, dat op MuMe nul noppes nada stemmen of berichten heeft ontvangen. Raarrr, zeker voor een groep met een boodschap als zij hebben...
Als compilatie is deze cd niet te versmaden en tegelijkertijd kun je met een album van The Selecter geen miskoop oplopen. Er gebeurt altijd iets. Een veilige 8 voor Greatest Hits.
Over enige tijd beland ik vanzelf bij Too Much Pressure, nu vervolg ik met new wave en aanverwanten van oktober 1979. Dit aan de hand van mijn afspeellijsten op streaming. Mijn vorige station was dat onbekende maar lekkere tweede plaatje van The Adverts en omdat ik uit diezelfde maand zowel The Undertones (single You've Got My Number), The Police (Message in a Bottle van Reggatta de Blanc) en The Specials (A Message to You Rudy van Specials) al besprak, vervolg ik bij het tweede album van The Fall.
The Selecter - Too Much Pressure (1980)

4,5
0
geplaatst: 29 januari 2025, 15:54 uur
Bij het debuutalbum van mede ska'ers The Specials staan tot vandaag 270 stemmen en 43 berichten. Het debuut van The Selecter verscheen rond diezelfde tijd, maar kreeg op MuMe slechts 54 stemmen en 5 berichten. Mag ik verbaasd zijn? In mijn oren doet Too Much Pressure niet onder voor die van de concullega's.
De productie die ik via streaming hoor, is helder en strak en drie nummers springen er meteen uit: de Britse hit en albumopener Three Minute Hero (#16 in februari 1980), de Brits/Nederlandse hit Missing Words (#23 in het VK in april, in de Nationale Hitparade #32 in april, in de Top 40 #29 in mei) en het titelnummer. De elpee haalde half februari in het VK in de week van verschijning meteen #5, #43 in Nederland in maart.
Ook de overige nummers mogen er zijn. Meestal uptempo, energiek en altijd charmant, zoals de sirene-op-orgel in het intro van Danger, waarin bovendien de straatcultuur in thuisstad Coventry wordt geduid. Met heldere zang legt Pauline Black uit wat er gebeurde: "I was only having some fun, when they come and take me away. They cause disstress and terrible pain. That was in the month of May. Oh danger, when the red light's shining bright. Oh danger, there's gonna be a terrible fight".
En dan is daar het langzamere Black and Blue met een aangrijpende tekst over iemand die zichzelf in de spiegel ziet en besluit dat het anders moet - maar hoe? De peuken zijn op en vrienden komen niet langs.
Met een titel als James Bond zit ik bij voorbaat op het puntje van de stoel en word niet teleurgesteld; het thema van de filmserie is erin verwerkt terwijl "tha killah" wordt gezongen. Vrolijke ska die eventjes minder serieus van thema is.
In het gitaarwerk klinkt wat door van punk: het is strak en stevig, op het simplistische af. Zo is menig gitaarsolo een lijntje dat vier maal wordt herhaald. Maar het wérkt!
Doorbraakhit On My Radio uit 1979 stond niet op de Britse persing, wél op de Nederlandse. En uiteraard op latere verzamelaars en cd-edities.
Vanaf het najaar van 1979 vond ska ook in Nederland een redelijk groot publiek. Too Much Pressure is een heerlijke plaat die, ik herhaal het nog maar eens, niet onderdoet voor albums van genregenoten die in diezelfde tijd verschenen zoals van Bad Manners, The Beat, The Specials of Madness...
Mijn reis door de new wave van 1980 kwam vanaf de debuutelpee van The Specials en vervolgt bij de vijfde van Ramones én hun doorbraak naar een hitgevoelig, singlekopend publiek: Rock 'n' Roll High School.
De productie die ik via streaming hoor, is helder en strak en drie nummers springen er meteen uit: de Britse hit en albumopener Three Minute Hero (#16 in februari 1980), de Brits/Nederlandse hit Missing Words (#23 in het VK in april, in de Nationale Hitparade #32 in april, in de Top 40 #29 in mei) en het titelnummer. De elpee haalde half februari in het VK in de week van verschijning meteen #5, #43 in Nederland in maart.
Ook de overige nummers mogen er zijn. Meestal uptempo, energiek en altijd charmant, zoals de sirene-op-orgel in het intro van Danger, waarin bovendien de straatcultuur in thuisstad Coventry wordt geduid. Met heldere zang legt Pauline Black uit wat er gebeurde: "I was only having some fun, when they come and take me away. They cause disstress and terrible pain. That was in the month of May. Oh danger, when the red light's shining bright. Oh danger, there's gonna be a terrible fight".
En dan is daar het langzamere Black and Blue met een aangrijpende tekst over iemand die zichzelf in de spiegel ziet en besluit dat het anders moet - maar hoe? De peuken zijn op en vrienden komen niet langs.
Met een titel als James Bond zit ik bij voorbaat op het puntje van de stoel en word niet teleurgesteld; het thema van de filmserie is erin verwerkt terwijl "tha killah" wordt gezongen. Vrolijke ska die eventjes minder serieus van thema is.
In het gitaarwerk klinkt wat door van punk: het is strak en stevig, op het simplistische af. Zo is menig gitaarsolo een lijntje dat vier maal wordt herhaald. Maar het wérkt!
Doorbraakhit On My Radio uit 1979 stond niet op de Britse persing, wél op de Nederlandse. En uiteraard op latere verzamelaars en cd-edities.
Vanaf het najaar van 1979 vond ska ook in Nederland een redelijk groot publiek. Too Much Pressure is een heerlijke plaat die, ik herhaal het nog maar eens, niet onderdoet voor albums van genregenoten die in diezelfde tijd verschenen zoals van Bad Manners, The Beat, The Specials of Madness...
Mijn reis door de new wave van 1980 kwam vanaf de debuutelpee van The Specials en vervolgt bij de vijfde van Ramones én hun doorbraak naar een hitgevoelig, singlekopend publiek: Rock 'n' Roll High School.
The Shirts - The Shirts (1978)

3,5
1
geplaatst: 8 juli 2024, 18:37 uur
Op reis door new wave in 1978 kom ik vanaf Engelsman Wreckless Eric bij het Amerikaanse The Shirts. De groep debuteerde in 1976 met drie nummers op verzamelaar Live at CBGB's. Mijn kennismaking met hen was echter dankzij single Tell Me Your Plans. Dat werd een hit bij ons, mede dankzij de steun van Hilversum 3-dj Frits Spits die het in september '78 in zijn Avondspits uitriep tot steunplaat (hier de lijst met steunplaten van dat jaar).
De single werd in november #8 in de Nationale Hitparade en #4 in de Top 40, waarmee het één van de eerste liedjes binnen de new wave was die ik leerde kennen. Bovendien in Vlaanderen in december #6 bij de BRT én natuurlijk te zien bij AVRO's TopPop. Aan de berichten hierboven te zien, zijn toen heel wat jongensharten sneller gaan kloppen...
Voor hun debuutelpee togen ze naar drie Engelse studio's en soms lijkt Londen zijn weerslag te hebben gehad op dit titelloze debuut.
Wat me opvalt bij het draaien is dat de zang vaak tweestemmig is: niet alleen Annie Golden, maar toetsenist John Piccolo is de tweede leadvocalist. Althans, aan de clip te zien is hij het, want de binnenhoes vermeldt niet per nummer wie de leadzang deed en andere groepsleden vreesden de microfoon evenmin.
In de stevige opener Reduced to a Whisper domineert zijn (?) stem. Het nummer is stevig met dubbele gitaarlijnen en een ijverig om zich heen meppende John Criscione. Alsof ze het nummer van Thin Lizzy kregen!
Na de oorwurmhit waar niet gitaar maar toetsen dominant zijn, is daar het melancholische Empty Ever After, waarin Golden de longen uit haar lijf zingt als Poly Styrene van X-Ray Spex. Teenage Crutch is een fel gitaarliedje, dat naar het einde toe steeds meer punk wordt. Kant 1 sluit af met de weemoed van Tenth Floor Clown, dat soms in een venijnig walsje transformeert: lekker Stranglersiaans!
Kant 2 opent met eenzelfde gevoel in The Story Goes met een hoofdrol voor Golden, waarna het snel scheurende Lonely Android punkachtig is. Opvallend is dat hier plotseling met een dik Engels accent wordt gezongen.
Met Running through the Night is daar het tweede nummer met de elektrische piano dominant in de begeleiding, een heerlijk nummer voor Golden. They Say the Sun Shines is een popnummer met scheurende gitaartjes en slotlied Poe is net als de opener eigenlijk een rocknummer dat ook vóór new wave had kunnen gemaakt, zij het met de energie die punk eigen is, zeker als aan het einde een orgeltje bijvalt.
Mijn favoriete nummers zijn die waarin de toetsen dominant zijn. Om de één of andere reden landen die het beste. Sinds kort zijn de nummers weer afspeelbaar op streaming, waar ze lange tijd slechts als grijs (bekend maar niet beschikbaar) stonden. Toch ben ik blij met mijn vinylexemplaar, al is het maar om de binnenhoes met tekstvel en tekening van Brooklyn Bridge.
De reis door new wave gaat verder bij Pure Hell, een zwarte punkgroep die aanvankelijk niet verder kwam dan slechts één single.
De single werd in november #8 in de Nationale Hitparade en #4 in de Top 40, waarmee het één van de eerste liedjes binnen de new wave was die ik leerde kennen. Bovendien in Vlaanderen in december #6 bij de BRT én natuurlijk te zien bij AVRO's TopPop. Aan de berichten hierboven te zien, zijn toen heel wat jongensharten sneller gaan kloppen...
Voor hun debuutelpee togen ze naar drie Engelse studio's en soms lijkt Londen zijn weerslag te hebben gehad op dit titelloze debuut.
Wat me opvalt bij het draaien is dat de zang vaak tweestemmig is: niet alleen Annie Golden, maar toetsenist John Piccolo is de tweede leadvocalist. Althans, aan de clip te zien is hij het, want de binnenhoes vermeldt niet per nummer wie de leadzang deed en andere groepsleden vreesden de microfoon evenmin.
In de stevige opener Reduced to a Whisper domineert zijn (?) stem. Het nummer is stevig met dubbele gitaarlijnen en een ijverig om zich heen meppende John Criscione. Alsof ze het nummer van Thin Lizzy kregen!
Na de oorwurmhit waar niet gitaar maar toetsen dominant zijn, is daar het melancholische Empty Ever After, waarin Golden de longen uit haar lijf zingt als Poly Styrene van X-Ray Spex. Teenage Crutch is een fel gitaarliedje, dat naar het einde toe steeds meer punk wordt. Kant 1 sluit af met de weemoed van Tenth Floor Clown, dat soms in een venijnig walsje transformeert: lekker Stranglersiaans!
Kant 2 opent met eenzelfde gevoel in The Story Goes met een hoofdrol voor Golden, waarna het snel scheurende Lonely Android punkachtig is. Opvallend is dat hier plotseling met een dik Engels accent wordt gezongen.
Met Running through the Night is daar het tweede nummer met de elektrische piano dominant in de begeleiding, een heerlijk nummer voor Golden. They Say the Sun Shines is een popnummer met scheurende gitaartjes en slotlied Poe is net als de opener eigenlijk een rocknummer dat ook vóór new wave had kunnen gemaakt, zij het met de energie die punk eigen is, zeker als aan het einde een orgeltje bijvalt.
Mijn favoriete nummers zijn die waarin de toetsen dominant zijn. Om de één of andere reden landen die het beste. Sinds kort zijn de nummers weer afspeelbaar op streaming, waar ze lange tijd slechts als grijs (bekend maar niet beschikbaar) stonden. Toch ben ik blij met mijn vinylexemplaar, al is het maar om de binnenhoes met tekstvel en tekening van Brooklyn Bridge.
De reis door new wave gaat verder bij Pure Hell, een zwarte punkgroep die aanvankelijk niet verder kwam dan slechts één single.
The Sick Man Of Europe - The Sick Man of Europe (2025)

3,0
2
geplaatst: 26 december 2025, 10:56 uur
jeanmaurice, dank voor de tip! Al ben ik met mijn drie sterren niet overenthousiast, het is oprecht leuk dat je aan me dacht!
'The sick man of Europe' is een uitdrukking die ik ken uit de economie, hier is het kennelijk een eenmansproject. Qua sfeer ga ik terug naar begin jaren '80 als wapenwedloop en economische recessie de sfeer bepalen en ik word opgeleid om na het voltooien van de studie werkloos te worden. Althans, dat was de sfeer, ik had gelukkig al na twee weken werk en de man van de Sociale Dienst meldde mij na enkele maanden dat hij mij uit zijn papierbak ging verwijderen.
Enfin, The Sick Man of Europe brengt onmiddellijk die herinneringen terug. Als een groep die inspiratie vond in Joy Division, zoals indertijd Modern English dat pad volgde als groep, doet deze "zieke man" dat solo. De nadruk ligt op een basis van sequencers die worden omgeven door ijle synthesizers, een basgitaar die gitaarachtige partijen brengt zoals in Sanguine, plus lekkere gitaarlicks.
Ik vind dit vooral lekker als het voluit uptempo is, wat drie keer gebeurt: in Obsolete, Transactional en Movement. De bijna spraakzang brengt een monotonie die aanvankelijk lekker is, maar bij track 3 begin ik toch naar meer melodie te verlangen, hoe lekker de instrumenten ook klinken, ik houd namelijk van die warme productie.
Is vooral een kwestie van smaak: soms vind ik muziek te melodieus, wat dan binnenkomt als "te lief". Dat effect benoemde ik eerder vandaag bij de laatste van H.E.A.T. Heel ander genre en toch. Maar teveel monotonie trek ik kennelijk ook niet. Zeurkous...
In een enigszins gelijksoortig muzikaal universum als The Sick Man Of Europe bevindt zich Vive La Fête, dat eerder dit jaar, na jaren zonder nieuw werk, de EP Les Sauvages uitbracht. Die ga ik nu eens opzetten.
'The sick man of Europe' is een uitdrukking die ik ken uit de economie, hier is het kennelijk een eenmansproject. Qua sfeer ga ik terug naar begin jaren '80 als wapenwedloop en economische recessie de sfeer bepalen en ik word opgeleid om na het voltooien van de studie werkloos te worden. Althans, dat was de sfeer, ik had gelukkig al na twee weken werk en de man van de Sociale Dienst meldde mij na enkele maanden dat hij mij uit zijn papierbak ging verwijderen.
Enfin, The Sick Man of Europe brengt onmiddellijk die herinneringen terug. Als een groep die inspiratie vond in Joy Division, zoals indertijd Modern English dat pad volgde als groep, doet deze "zieke man" dat solo. De nadruk ligt op een basis van sequencers die worden omgeven door ijle synthesizers, een basgitaar die gitaarachtige partijen brengt zoals in Sanguine, plus lekkere gitaarlicks.
Ik vind dit vooral lekker als het voluit uptempo is, wat drie keer gebeurt: in Obsolete, Transactional en Movement. De bijna spraakzang brengt een monotonie die aanvankelijk lekker is, maar bij track 3 begin ik toch naar meer melodie te verlangen, hoe lekker de instrumenten ook klinken, ik houd namelijk van die warme productie.
Is vooral een kwestie van smaak: soms vind ik muziek te melodieus, wat dan binnenkomt als "te lief". Dat effect benoemde ik eerder vandaag bij de laatste van H.E.A.T. Heel ander genre en toch. Maar teveel monotonie trek ik kennelijk ook niet. Zeurkous...
In een enigszins gelijksoortig muzikaal universum als The Sick Man Of Europe bevindt zich Vive La Fête, dat eerder dit jaar, na jaren zonder nieuw werk, de EP Les Sauvages uitbracht. Die ga ik nu eens opzetten.
The Slits - Cut (1979)

4,0
2
geplaatst: 14 oktober 2024, 19:37 uur
1979 was een goed jaar voor reggae en ska in de witte (kwaliteits)pop. Natuurlijk had voorheen Eric Clapton eraan gesnuffeld met zijn hit I Shot the Sheriff en dan waren daar G.T. Moore and The Reggae Guitars die in 1974 met een titelloos debuut en in 1975 met Reggae Blue hadden bewezen dat Britse pop goed samenging met de muziek uit Jamaica. In 1978 is het The Clash dat Pressure Drop van The Maytalls covert.
In 1979 is de crossover echter compleet. Fischer-Z, Madness, The Police, The Ruts, The Selecter plus The Specials hebben succes en er zijn veel meer namen, zoals valt te ontdekken op de in juli 2024 verschenen compilatie Roots Rock Rebels: When Punk Met Reggae 1975 - 1982.
Extra opvallend waren The Slits, een naam die al enkele jaren rondging en "pas" in september 1979 op elpee debuteerden. Niet alleen opvallend vanwege de hoes - ik zag die in Muziek Expres afgebeeld en mijn prille hormonen werden geactiveerd - maar ook omdat het hier een drietal vrouwen betrof over wie ik las dat hun debuut heel sterk was.
In haar biografie Bekentnisse vertelt Nina Hagen dat ze in 1977 vanuit Hamburg in Londen komt en daar kennismaakt met punk, voor haar een nieuw fenomeen - al leek het qua mode sterk op hetgeen ze in de DDR al kende. Ze ontmoet spoedig de dames van The Slits, waaronder Ariane Forster, dochter van de Duitse Nora Forster die rond diezelfde tijd een relatie kreeg met Johnny Rotten. De groep begon het jaar ervoor als Ariane slechts veertien jaar is en de twee dames ontwikkelen een hechte vriendschap.
Drie jonge talenten met een eigen stijl: 'We are not punks, we are the Slits!" citeert frau Hagen hen. Dat is te horen op Cut, waarop levenslustige reggae wordt gecombineerd met lenige vocale capriolen die vaak meerstemmig zijn. Er is een vliegende start via achtereenvolgens Instant Hit en So Tough. Met Spend, Spend, Spend wordt het langzamer, maar de zanglijnen, het gitaarspel van Viv Albertine en het spel van gastdrummer Budgie (drumster Palmolive is inmiddels vertrokken naar The Raincoats) houden het levendig. In Shoplifting wordt punk benaderd inclusief hoog gekrijs; het zijn de baslijnen van Tessa Pollitt die de reggae-invloeden benadrukken.
Op kant 2 meer fraais, waarbij single Typical Girls, die in oktober '79 niet hoger dan #60 haalde, een dubbele A-kant met de briljante cover Heard It Through the Grapevine vormend. Die is als bonus te vinden op de cd-heruitgave van 2000.
Fris, speels en origineel, nog altijd. Vreemd dat het succes van de groep zo bescheiden bleef; de elpee piekte in dezelfde week als de single, te weten #30.
In '79 debuteerden veel newwavegroepen. Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met deze stroming kwam vanaf The Motels. Volgende halte: Gang of Four.
In 1979 is de crossover echter compleet. Fischer-Z, Madness, The Police, The Ruts, The Selecter plus The Specials hebben succes en er zijn veel meer namen, zoals valt te ontdekken op de in juli 2024 verschenen compilatie Roots Rock Rebels: When Punk Met Reggae 1975 - 1982.
Extra opvallend waren The Slits, een naam die al enkele jaren rondging en "pas" in september 1979 op elpee debuteerden. Niet alleen opvallend vanwege de hoes - ik zag die in Muziek Expres afgebeeld en mijn prille hormonen werden geactiveerd - maar ook omdat het hier een drietal vrouwen betrof over wie ik las dat hun debuut heel sterk was.
In haar biografie Bekentnisse vertelt Nina Hagen dat ze in 1977 vanuit Hamburg in Londen komt en daar kennismaakt met punk, voor haar een nieuw fenomeen - al leek het qua mode sterk op hetgeen ze in de DDR al kende. Ze ontmoet spoedig de dames van The Slits, waaronder Ariane Forster, dochter van de Duitse Nora Forster die rond diezelfde tijd een relatie kreeg met Johnny Rotten. De groep begon het jaar ervoor als Ariane slechts veertien jaar is en de twee dames ontwikkelen een hechte vriendschap.
Drie jonge talenten met een eigen stijl: 'We are not punks, we are the Slits!" citeert frau Hagen hen. Dat is te horen op Cut, waarop levenslustige reggae wordt gecombineerd met lenige vocale capriolen die vaak meerstemmig zijn. Er is een vliegende start via achtereenvolgens Instant Hit en So Tough. Met Spend, Spend, Spend wordt het langzamer, maar de zanglijnen, het gitaarspel van Viv Albertine en het spel van gastdrummer Budgie (drumster Palmolive is inmiddels vertrokken naar The Raincoats) houden het levendig. In Shoplifting wordt punk benaderd inclusief hoog gekrijs; het zijn de baslijnen van Tessa Pollitt die de reggae-invloeden benadrukken.
Op kant 2 meer fraais, waarbij single Typical Girls, die in oktober '79 niet hoger dan #60 haalde, een dubbele A-kant met de briljante cover Heard It Through the Grapevine vormend. Die is als bonus te vinden op de cd-heruitgave van 2000.
Fris, speels en origineel, nog altijd. Vreemd dat het succes van de groep zo bescheiden bleef; de elpee piekte in dezelfde week als de single, te weten #30.
In '79 debuteerden veel newwavegroepen. Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met deze stroming kwam vanaf The Motels. Volgende halte: Gang of Four.
The Snakes - Once Bitten... (1998)

4,0
1
geplaatst: 31 januari 2024, 23:26 uur
In de jaren ’90 speelt gitarist Bernie Marsden, inmiddels ruim een decennium ex-Whitesnake, regelmatig in Noorwegen met bassist Sid Ringsby en drummer Willy Bendiksen; de laatste kent hij van de groep Perfect Crime. Deze laat Marsden een demo horen, waarvan de Brit denkt dat het een bootleg van Whitesnake is. Hij hoort echter Jørn Lande zingen, dan nog ambtenaar bij de Noorse belastingdienst.
Dat Lande indruk maakte op de Engelsman blijkt enige tijd later, als ze gezamenlijk door Noorwegen touren met ‘An Evening of Whitesnake Music’. Hierna wordt Once Bitten… opgenomen onder de naam The Snakes. In de bezetting naast Marsden en Lande: gitarist Micky Moody, eveneens ex-Whitesnake plus de twee Noorse vrienden als ritmesectie. Tot dusver alleen op cd verschenen, in 2016 als heruitgave.
De eerste keer dat ik Jørn Lande hoorde zingen klonk hij als Ronnie James Dio, op Once Bitten… doet hij echter de nodige Coverdaletjes, inclusief intonatie en timing. Ontegenzeglijk bijzonder dat iemand die twee geweldige stemmen in zich heeft.
De afgelopen drie weken heb ik het album frequent gedraaid en dan valt één en ander op. Ten eerste stijl en productie, die meer op het Whitesnake vanaf 1987 lijken dan op het Whitesnake van de vroege jaren '80. De akoestische kant van die groep klinkt op Real Faith, eerder titelnummer van het tweede studioalbum van The Moody Marsden Band. Met de stem van Lande wordt het nóg beter. Variatie tussen langzamer en sneller werk is er ook, met Gonna Find the Sun als het snelste voorbeeld.
Bijna poprockend is Little Miss Happiness en de vrolijke hardrock van Bring Yo’ Good Self Home doet me aan de latere Status Quo denken, maar mede dankzij Moody’s slidegitaar is het snakegevoel daar continu in allerlei variaties.
Soms rockt het vrij lomp; in Can’t Go Back en Sacrificial Feelings bijvoorbeeld. Andere keren is het ingetogen, zoals in het melancholieke Showdown dat met akoestische gitaar begint en waar Lande weer eens zijn klasse bewijst. In het stampende Tough Love zit een ouderwetse voicebox.
De sprankelende twingitaarlijntjes van het duo Marsden-Moody zijn weer om te kussen. Als ik mijn broer dit album zou laten horen, zou hij onmiddellijk aannemen dat het Whitesnake is.
Afsluiter September Tears voelt als een bonus met zijn drumcomputer, die desalniettemin niet stoort. Een klein liedje, waarin Lande nogmaals laat horen hoe dicht hij de stem van David Coverdale kan benaderen.
Toch beleef ik momenteel niet dat hier enkele klassiekers op staan, zoals op de vroege Whitesnakes meestal wel het geval was. Daar staat tegenover dat die onevenwichtiger waren dan dit solide Once Bitten…, waarvan Real Faith tot grote hoogte reikt.
Een tournee door het Verenigd Koninkrijk volgt, maar als Lande begint met het tonen van ”a Coverdale-inspired attitude” aldus Marsden in zijn biografie, is de samenwerking snel voorbij.
Marsden en Moody beseffen echter dat er meer brood zit in de muzikale erfenis van Whitesnake, dat bovendien in deze jaren op zijn gat ligt. Ze vervolgen hun gezamenlijke pad met The Company of Snakes en Moody keert nadien nog eens terug met de groep Snakecharmer.
Dat Lande indruk maakte op de Engelsman blijkt enige tijd later, als ze gezamenlijk door Noorwegen touren met ‘An Evening of Whitesnake Music’. Hierna wordt Once Bitten… opgenomen onder de naam The Snakes. In de bezetting naast Marsden en Lande: gitarist Micky Moody, eveneens ex-Whitesnake plus de twee Noorse vrienden als ritmesectie. Tot dusver alleen op cd verschenen, in 2016 als heruitgave.
De eerste keer dat ik Jørn Lande hoorde zingen klonk hij als Ronnie James Dio, op Once Bitten… doet hij echter de nodige Coverdaletjes, inclusief intonatie en timing. Ontegenzeglijk bijzonder dat iemand die twee geweldige stemmen in zich heeft.
De afgelopen drie weken heb ik het album frequent gedraaid en dan valt één en ander op. Ten eerste stijl en productie, die meer op het Whitesnake vanaf 1987 lijken dan op het Whitesnake van de vroege jaren '80. De akoestische kant van die groep klinkt op Real Faith, eerder titelnummer van het tweede studioalbum van The Moody Marsden Band. Met de stem van Lande wordt het nóg beter. Variatie tussen langzamer en sneller werk is er ook, met Gonna Find the Sun als het snelste voorbeeld.
Bijna poprockend is Little Miss Happiness en de vrolijke hardrock van Bring Yo’ Good Self Home doet me aan de latere Status Quo denken, maar mede dankzij Moody’s slidegitaar is het snakegevoel daar continu in allerlei variaties.
Soms rockt het vrij lomp; in Can’t Go Back en Sacrificial Feelings bijvoorbeeld. Andere keren is het ingetogen, zoals in het melancholieke Showdown dat met akoestische gitaar begint en waar Lande weer eens zijn klasse bewijst. In het stampende Tough Love zit een ouderwetse voicebox.
De sprankelende twingitaarlijntjes van het duo Marsden-Moody zijn weer om te kussen. Als ik mijn broer dit album zou laten horen, zou hij onmiddellijk aannemen dat het Whitesnake is.
Afsluiter September Tears voelt als een bonus met zijn drumcomputer, die desalniettemin niet stoort. Een klein liedje, waarin Lande nogmaals laat horen hoe dicht hij de stem van David Coverdale kan benaderen.
Toch beleef ik momenteel niet dat hier enkele klassiekers op staan, zoals op de vroege Whitesnakes meestal wel het geval was. Daar staat tegenover dat die onevenwichtiger waren dan dit solide Once Bitten…, waarvan Real Faith tot grote hoogte reikt.
Een tournee door het Verenigd Koninkrijk volgt, maar als Lande begint met het tonen van ”a Coverdale-inspired attitude” aldus Marsden in zijn biografie, is de samenwerking snel voorbij.
Marsden en Moody beseffen echter dat er meer brood zit in de muzikale erfenis van Whitesnake, dat bovendien in deze jaren op zijn gat ligt. Ze vervolgen hun gezamenlijke pad met The Company of Snakes en Moody keert nadien nog eens terug met de groep Snakecharmer.
The Soft Boys - A Can of Bees (1979)

4,0
0
geplaatst: 21 januari 2025, 13:34 uur
Op reis door new wave kom ik bij dit tot vandaag berichtloze debuut van The Soft Boys met bovendien slechts twaalf stemmen. Dankzij streaming komt dit voorheen obscure plaatje bij een groter publiek beschikbaar. Onbekend maakt onbemind, wat in het geval van A Can of Bees bepaald onterecht is. Dankzij muziekmaatje Edo leerde ik de groep kennen.
De alternatieve popwereld van Engeland in 1979? Punk is qua populariteit en nieuwswaarde over zijn hoogtepunt heen; de muziekpers heeft het hoofdzakelijk over new wave, waarvoor in 2025 vooral de term postpunk wordt gebezigd. De zes heren van The Soft Boys uit Cambridge maken op dit album alternatieve gitaarmuziek, zij het heel anders dan die van tijdgenoten, groepen als Magazine, Wire en The Fall. Op A Can of Bees klinkt muziek die we tegenwoordig onmiddellijk als indie herkennen.
Opener Give It to the Soft Boys scheurt stevig op z'n psychedelische blues, alsof dit 1999 is; bij The Pigworker is het met de funkrock alsof je een blauwdruk van Red Hot Chili Peppers hoort inclusief jankende gitaarsolo; en in de melancholie van Human Music klinkt iets van folk of Steve Harley, muziek uit de eerste helft van de jaren '70. Het is mijn favoriet van deze plaat.
Het zijn gevarieerde stijlverschillen binnen de veelal scheurende gitaarmuziek, waarbij dit als een voorloper van menig alt. gitaargroep van de latere jaren '80 en daarna klinkt. The Soft Boys waren hun tijd vér vooruit en schreven bovendien sterke composities.
Mijn andere grote favoriet is The Rat's Prayer, mede dankzij het slot waarin als surprise koortjes in jaren '60-sfeer klinken, de psychedelische sfeer benadrukkend. En dat zonder in ellenlange improvisaties te belanden: de nummers blijven vrij kort en bondig met in totaal elf nummers, waarbij ook het van een lang intro voorziene Do the Chisel met aan het slot kort zang. Verrassend dat dit uit 1979 stamt.
Mijn vorige halte was de tweede van Devo, de volgende wordt de tweede van PiL.
De alternatieve popwereld van Engeland in 1979? Punk is qua populariteit en nieuwswaarde over zijn hoogtepunt heen; de muziekpers heeft het hoofdzakelijk over new wave, waarvoor in 2025 vooral de term postpunk wordt gebezigd. De zes heren van The Soft Boys uit Cambridge maken op dit album alternatieve gitaarmuziek, zij het heel anders dan die van tijdgenoten, groepen als Magazine, Wire en The Fall. Op A Can of Bees klinkt muziek die we tegenwoordig onmiddellijk als indie herkennen.
Opener Give It to the Soft Boys scheurt stevig op z'n psychedelische blues, alsof dit 1999 is; bij The Pigworker is het met de funkrock alsof je een blauwdruk van Red Hot Chili Peppers hoort inclusief jankende gitaarsolo; en in de melancholie van Human Music klinkt iets van folk of Steve Harley, muziek uit de eerste helft van de jaren '70. Het is mijn favoriet van deze plaat.
Het zijn gevarieerde stijlverschillen binnen de veelal scheurende gitaarmuziek, waarbij dit als een voorloper van menig alt. gitaargroep van de latere jaren '80 en daarna klinkt. The Soft Boys waren hun tijd vér vooruit en schreven bovendien sterke composities.
Mijn andere grote favoriet is The Rat's Prayer, mede dankzij het slot waarin als surprise koortjes in jaren '60-sfeer klinken, de psychedelische sfeer benadrukkend. En dat zonder in ellenlange improvisaties te belanden: de nummers blijven vrij kort en bondig met in totaal elf nummers, waarbij ook het van een lang intro voorziene Do the Chisel met aan het slot kort zang. Verrassend dat dit uit 1979 stamt.
Mijn vorige halte was de tweede van Devo, de volgende wordt de tweede van PiL.
The Soft Boys - Underwater Moonlight (1980)
Alternatieve titel: Underwater Moonlight ...And How It Got There

3,5
1
geplaatst: 24 maart 2025, 22:39 uur
Op reis door new wave ben ik in juni 1980, waar ik vanaf de tweede van het Nieuw-Zeelandse Mi-Sex bij de tweede van The Soft Boys uit Cambridge beland, nadat die groep in 1979 debuteerde met A Can of Bees.
De groep werd tot new wave gerekend, maar tegelijkertijd klinken op Underwater Moonlight sterke echo's van de jaren '60; soms letterlijk zoals de productie van de zang in Kingdom of Love met bovendien een in reverbeffect badende gitaar. Of de knipoog naar de Beach Boys in Positive Vibrations met bovendien een sitar, zoals in de jaren '90 Kula Shaker dit soort geintjes in Britpop zou introduceren. Een scheutje bluesrock in I Got the Hots, waarna Insanely Jealous of You qua zang aan Steve Harley doet denken.
Of Tonight: met een hangende baslijn en gitaarriff doet het r&b-intro aan een vroege AC/DC denken met Harley als zanger, waarna jaren '60-sferen het overnemen; halverwege vallen nota bene cello's bij.
Bekendste nummer is de briljante opener I Wanna Destroy You, voorzien van een oorwurm van een meerstemmig refrein. Ja, is dit wel new wave? Ach, het is een groep die na een sterk debuut bleef doen wat ze graag en goed deden: muziek als een cocktail van wave van eind jaren '70 met jaren '60-psychedelica. Dan kom je halverwege uit bij muziek die liefhebbers van Steve Harley zullen waarderen, mede dankzij de "verveelde" zanglijnen van Robyn Hitchcock. In 1973 hadden we dit artrock genoemd en had de groep met David Bowie en T-Rex opgetreden. Zoiets.
Maar het was 1980, The Soft Boys oogstten wederom geen succes en vielen uit elkaar. Later zou het een groep voor muzikanten blijken, eentje die invloedrijk werd. Hitchcock was toen allang solo gegaan en gitarist Kimberley Rew startte in 1981 Katrina and the Waves, de groep waarmee hij songfestivalroem zou oogsten.
In 2001 krijgt dit Underwater Moonlight een tweede leven met een sterk uitgebreide versie, zoals deze. Het leidt ertoe dat de groep weer bij elkaar komt en tourt, waarna in 2002 Nextdoorland verschijnt.
Volgende halte in het land van new wave is een primeur in mijn afspeellijsten met new wave: Nederlandstalige muziek. In dit geval van Belgisch-Limburgse bodem. De Brassers en single En toen was er niets meer.
De groep werd tot new wave gerekend, maar tegelijkertijd klinken op Underwater Moonlight sterke echo's van de jaren '60; soms letterlijk zoals de productie van de zang in Kingdom of Love met bovendien een in reverbeffect badende gitaar. Of de knipoog naar de Beach Boys in Positive Vibrations met bovendien een sitar, zoals in de jaren '90 Kula Shaker dit soort geintjes in Britpop zou introduceren. Een scheutje bluesrock in I Got the Hots, waarna Insanely Jealous of You qua zang aan Steve Harley doet denken.
Of Tonight: met een hangende baslijn en gitaarriff doet het r&b-intro aan een vroege AC/DC denken met Harley als zanger, waarna jaren '60-sferen het overnemen; halverwege vallen nota bene cello's bij.
Bekendste nummer is de briljante opener I Wanna Destroy You, voorzien van een oorwurm van een meerstemmig refrein. Ja, is dit wel new wave? Ach, het is een groep die na een sterk debuut bleef doen wat ze graag en goed deden: muziek als een cocktail van wave van eind jaren '70 met jaren '60-psychedelica. Dan kom je halverwege uit bij muziek die liefhebbers van Steve Harley zullen waarderen, mede dankzij de "verveelde" zanglijnen van Robyn Hitchcock. In 1973 hadden we dit artrock genoemd en had de groep met David Bowie en T-Rex opgetreden. Zoiets.
Maar het was 1980, The Soft Boys oogstten wederom geen succes en vielen uit elkaar. Later zou het een groep voor muzikanten blijken, eentje die invloedrijk werd. Hitchcock was toen allang solo gegaan en gitarist Kimberley Rew startte in 1981 Katrina and the Waves, de groep waarmee hij songfestivalroem zou oogsten.
In 2001 krijgt dit Underwater Moonlight een tweede leven met een sterk uitgebreide versie, zoals deze. Het leidt ertoe dat de groep weer bij elkaar komt en tourt, waarna in 2002 Nextdoorland verschijnt.
Volgende halte in het land van new wave is een primeur in mijn afspeellijsten met new wave: Nederlandstalige muziek. In dit geval van Belgisch-Limburgse bodem. De Brassers en single En toen was er niets meer.
The Sound - Jeopardy (1980)

4,0
4
geplaatst: 20 juni 2025, 18:39 uur
Ik heb de jaren '80 hartstikke bewust meegemaakt, hongerig om "alles" te weten van de muziek die ik hoorde en/of waarover ik las. In de eerste helft van het decennium waren radio, Oor plus later Aardschok de media die mij de weg wezen.
Tegelijkertijd miste ik veel: zoals The Sound, dat ik slechts van lezen kende. Maatje JeKo groef en graaft vaak een spade dieper en verder: zo zie ik op zijn Discogs dat hij zes elpees van The Sound heeft staan. Bovendien is zijn voorkeur voor tegendraadse muziek groter dan de mijne.
45 jaar later is daar mijn kans om iets van mijn achterstand in te halen. In mijn chronologische reis door new wave bevond ik me in oktober 1980 bij verzamelaar Life in the Gladhouse van Modern English. Ik steek over naar november en Jeopardy van The Sound.
Zovele jaren later is daar als voordeel dat veel informatie op internet is te vinden. In dit geval vond ik dat zanger-gitarist Adrian Borland al in 1977 debuteerde met (het Wimbledonse) The Outsiders en Calling on Youth. Een plaatje dat zowaar op streaming staat en ik ook maar eens moet gaan proberen. Ze maakten twee elpees, waarna Borland in '79 The Sound begint. EP Physical World verschijnt nog datzelfde jaar.
Op Jeopardy richt hij zich nog altijd gitaarliedjes, dankzij Bi Marshall klinken echter ook desolate toetsenpartijen die veelal de gitaarlijnen volgen. Met mijn voorkeur voor uptempo werk vind ik I Can't Escape Myself een wat moeizame opener, waar ik vermoed dat JeKo daar anders in zit. Of zoals Arbeidsdeskundige (niet meer actief op MuMe) in 2020 schreef: "De wanhoop druipt van dit album af. De muziek is donker, puur en oprecht. Hierdoor weet het mij tot diep in mijn ziel te raken."
In mijn oren sprongen andere nummers er onmiddelijk uit: het nerveuze Heartland, anti-oorlogslied Missiles (momenteel weer akelig actueel...), de geflopte single Heyday doet denken aan Echo and The Bunnymen maar dan ruiger, het felle Resistance zette ik als vertegenwoordiger van dit album op mijn afspeellijst met new wave en in Unwritten Law komen gitaar en melancholie perfect samen.
Daartussen klinkt soms verlatenheid, herinnerend aan Ian Curtis. Doomwave noemden wij dat destijds: Hour of Need groeit bij vaker draaien, net als Night Versus Day.
In commercieel opzicht was The Sound geen hoogvlieger, zij het wereldberoemd in Nederland waar mijn persoontje desondanks slechts via verhalen in Oor werd bereikt. In hun eigen land geen enkele single- of albumhit, tot 2024 via een verlate notering voor opvolger From the Lion's Mouth.
Bij Jeopardy noteer ik zeven favorietjes. Binnenkort JeKo eens vragen hoe hij erin zit.
Dankzij het bericht van Alicia van vier jaar geleden ontdek ik de achtergrond van de hoes en daarmee het werk van de gebroeders Stenberg: dank! Zie ook deze blogspot voor meer van hun grafische kunst.
Mijn reis door new wave vervolgt in Polen met de groep Maanam en hun titelloze debuut, waarvan ik aannam dat dit uit november 1980 stamt. Eens nader bezien of dat klopt, maar één ding is zeker: een onbekend pareltje!
Tegelijkertijd miste ik veel: zoals The Sound, dat ik slechts van lezen kende. Maatje JeKo groef en graaft vaak een spade dieper en verder: zo zie ik op zijn Discogs dat hij zes elpees van The Sound heeft staan. Bovendien is zijn voorkeur voor tegendraadse muziek groter dan de mijne.
45 jaar later is daar mijn kans om iets van mijn achterstand in te halen. In mijn chronologische reis door new wave bevond ik me in oktober 1980 bij verzamelaar Life in the Gladhouse van Modern English. Ik steek over naar november en Jeopardy van The Sound.
Zovele jaren later is daar als voordeel dat veel informatie op internet is te vinden. In dit geval vond ik dat zanger-gitarist Adrian Borland al in 1977 debuteerde met (het Wimbledonse) The Outsiders en Calling on Youth. Een plaatje dat zowaar op streaming staat en ik ook maar eens moet gaan proberen. Ze maakten twee elpees, waarna Borland in '79 The Sound begint. EP Physical World verschijnt nog datzelfde jaar.
Op Jeopardy richt hij zich nog altijd gitaarliedjes, dankzij Bi Marshall klinken echter ook desolate toetsenpartijen die veelal de gitaarlijnen volgen. Met mijn voorkeur voor uptempo werk vind ik I Can't Escape Myself een wat moeizame opener, waar ik vermoed dat JeKo daar anders in zit. Of zoals Arbeidsdeskundige (niet meer actief op MuMe) in 2020 schreef: "De wanhoop druipt van dit album af. De muziek is donker, puur en oprecht. Hierdoor weet het mij tot diep in mijn ziel te raken."
In mijn oren sprongen andere nummers er onmiddelijk uit: het nerveuze Heartland, anti-oorlogslied Missiles (momenteel weer akelig actueel...), de geflopte single Heyday doet denken aan Echo and The Bunnymen maar dan ruiger, het felle Resistance zette ik als vertegenwoordiger van dit album op mijn afspeellijst met new wave en in Unwritten Law komen gitaar en melancholie perfect samen.
Daartussen klinkt soms verlatenheid, herinnerend aan Ian Curtis. Doomwave noemden wij dat destijds: Hour of Need groeit bij vaker draaien, net als Night Versus Day.
In commercieel opzicht was The Sound geen hoogvlieger, zij het wereldberoemd in Nederland waar mijn persoontje desondanks slechts via verhalen in Oor werd bereikt. In hun eigen land geen enkele single- of albumhit, tot 2024 via een verlate notering voor opvolger From the Lion's Mouth.
Bij Jeopardy noteer ik zeven favorietjes. Binnenkort JeKo eens vragen hoe hij erin zit.
Dankzij het bericht van Alicia van vier jaar geleden ontdek ik de achtergrond van de hoes en daarmee het werk van de gebroeders Stenberg: dank! Zie ook deze blogspot voor meer van hun grafische kunst.
Mijn reis door new wave vervolgt in Polen met de groep Maanam en hun titelloze debuut, waarvan ik aannam dat dit uit november 1980 stamt. Eens nader bezien of dat klopt, maar één ding is zeker: een onbekend pareltje!
The Southern River Band - Easier Said Than Done (2025)

4,0
1
geplaatst: 25 oktober 2025, 09:29 uur
Dit was zeker een aangename kennismaking! The Southern River Band met Easier Said than Done bleek een goede tip! Met de sfeer van de hoes erbij moest ik denken aan Blackfoot vanaf 1979, toen die groep hun southern rock á la Lynyrd Skynyrd verruilde voor een steviger aanpak. Blijkens Discogs bracht The Southern River Band hiervoor al vier albums uit, deels in eigen beheer en deels live. De voorganger waar vielip het over heeft (?), staat nog niet op MuMe.
Hardrockende southern rock uit Australië van het soort waarvan wij in Nederland Bökkers hebben. Soms uptempo zoals de eerste twee nummers, soms midtempo zoals Bad Luck Baby, Bye Bye of kalm als It's What's It's. De stem van zanger-gitarist Callum Kramer is licht-rauw en de band is hecht. Daarbij wordt gevarieerd in arrangementen, zoals het vriendelijke en swingende One Last Dance, geschikt voor Nederlandse radio.
All Over Town begint met akoestische blues en gaat dan vet rocken, Fuck Youk, Pay Me is ongetwijfeld een livefavoriet en heeft fraaie twingitaren met andere gitarist Dan Carroll, een huilende mondharmonicasolo in de boogie van We've Got Plans Tonight.
Azijnpissers kunnen klagen dat dit retro is, maar liedjes schrijven kunnen ze. Net als spelen. Bijkomend pluspunt: de productie is open in plaats van dichtgepropt met pro-tool. Wie hiervan houdt, zal net als ik prompt zin krijgen in Strikes van Blackfoot of hun albums daarna. Bij The Southern River Band floreert dezelfde, eerlijke hardrock 'n' roll, maar dan uit 2025. Hölt wi-j van!
Hardrockende southern rock uit Australië van het soort waarvan wij in Nederland Bökkers hebben. Soms uptempo zoals de eerste twee nummers, soms midtempo zoals Bad Luck Baby, Bye Bye of kalm als It's What's It's. De stem van zanger-gitarist Callum Kramer is licht-rauw en de band is hecht. Daarbij wordt gevarieerd in arrangementen, zoals het vriendelijke en swingende One Last Dance, geschikt voor Nederlandse radio.
All Over Town begint met akoestische blues en gaat dan vet rocken, Fuck Youk, Pay Me is ongetwijfeld een livefavoriet en heeft fraaie twingitaren met andere gitarist Dan Carroll, een huilende mondharmonicasolo in de boogie van We've Got Plans Tonight.
Azijnpissers kunnen klagen dat dit retro is, maar liedjes schrijven kunnen ze. Net als spelen. Bijkomend pluspunt: de productie is open in plaats van dichtgepropt met pro-tool. Wie hiervan houdt, zal net als ik prompt zin krijgen in Strikes van Blackfoot of hun albums daarna. Bij The Southern River Band floreert dezelfde, eerlijke hardrock 'n' roll, maar dan uit 2025. Hölt wi-j van!
The Specials - More Specials (1980)

4,5
0
geplaatst: 18 september 2025, 17:11 uur
Beste Ronald, lees eens wat je hierboven schreef. Staat Stereotype er niet op? Waarmee opent kant 2 dan?
Bij deze gerectificeerd. Plus de toevoegingen dat Rat Race in juni 1980 #5 werd in de Britse singlelijst, Stereotype haalde in oktober #6 en Do Nothing was niet alleen tijdens december een hit, nee, het piekte in januari '81 op #4 en als John Lennon niet aan zijn onfortuinlijke einde was gekomen, had het wellicht nog twee plaatsen hoger gestaan. Album More Specials kwam in oktober 1980 al tot #5.
Verder valt op dat The Specials veel meer was dan een singlesband. Denk voorbeeld eens aan de soul en bossa nova van I Can't Stand It of het aparte International Jet Set. Een band die lol kon maken én politieke onderwerpen aanstipte. In 2008/09 was hierover op MuMe een discussie; in mijn ogen zijn The Specials inderdaad sociaal geëngageerd en doen ze soms duidelijke politieke uitspraken. Gezien hun sterke gevoel voor rechtvaardigheid is dat bij deze multiraciale groep helemaal logisch en goed. Tegelijkertijd weten ze ook hoe een goed nummer te schrijven of andermans compositie op eigen wijze te vertolken. In 2015 verscheen het album als 2cd met de nodige extra's.
Is het echt alweer bijna drie jaar geleden dat frontman Terry Hall overleed? Met zijn stem en inzet een karakteristiek figuur in de popmuziek. Enerzijds typisch Brits, tegelijkertijd goed in het benoemen van overstijgende thema's. En natuurlijk mét de anderen een getalenteerd muzikant.
Mijn reis door de new wave van 1980 kwam van het Nederlandse Mo en ik ben nog even in december dat jaar. Omdat ik single Fade to Grey en meer van Visage al besprak, vervolg ik bij de non-albumsingle Young Parisians van Adam and the Ants, later onder meer verschenen op Antmusic (1993).
Bij deze gerectificeerd. Plus de toevoegingen dat Rat Race in juni 1980 #5 werd in de Britse singlelijst, Stereotype haalde in oktober #6 en Do Nothing was niet alleen tijdens december een hit, nee, het piekte in januari '81 op #4 en als John Lennon niet aan zijn onfortuinlijke einde was gekomen, had het wellicht nog twee plaatsen hoger gestaan. Album More Specials kwam in oktober 1980 al tot #5.
Verder valt op dat The Specials veel meer was dan een singlesband. Denk voorbeeld eens aan de soul en bossa nova van I Can't Stand It of het aparte International Jet Set. Een band die lol kon maken én politieke onderwerpen aanstipte. In 2008/09 was hierover op MuMe een discussie; in mijn ogen zijn The Specials inderdaad sociaal geëngageerd en doen ze soms duidelijke politieke uitspraken. Gezien hun sterke gevoel voor rechtvaardigheid is dat bij deze multiraciale groep helemaal logisch en goed. Tegelijkertijd weten ze ook hoe een goed nummer te schrijven of andermans compositie op eigen wijze te vertolken. In 2015 verscheen het album als 2cd met de nodige extra's.
Is het echt alweer bijna drie jaar geleden dat frontman Terry Hall overleed? Met zijn stem en inzet een karakteristiek figuur in de popmuziek. Enerzijds typisch Brits, tegelijkertijd goed in het benoemen van overstijgende thema's. En natuurlijk mét de anderen een getalenteerd muzikant.
Mijn reis door de new wave van 1980 kwam van het Nederlandse Mo en ik ben nog even in december dat jaar. Omdat ik single Fade to Grey en meer van Visage al besprak, vervolg ik bij de non-albumsingle Young Parisians van Adam and the Ants, later onder meer verschenen op Antmusic (1993).
The Specials - Singles (1991)

4,5
1
geplaatst: 18 maart 2025, 17:35 uur
Lekkere verzamelaar van (soms non-)albumsingles en B-kanten daarvan. Opvallend is dat de teksten van de groep soms zeer direct zijn. Zoals in Racist Friend toen de groep opereerde onder de naam The Special A.K.A, waarin wordt opgeroepen om alle contact te verbreken met familie en vrienden als ze racistisch zijn. Tegelijkertijd is er ruimte voor pret, zoals in het semi-instrumentale Guns of Navarone, cover van het titellied van de gelijknamige film uit 1961, al in '65 op soortgelijke wijze gecoverd door The Skatalites.
Nog bekender en bovendien politiek geladen is Nelson Mandela, eveneens van The Special A.K.A. met de oproep de ANC-politicus vrij te laten. Eind april 1984 haalde het in de Nederlandse Nationale Hitparade #9. Vond ik destijds opvallend voor een nummer met zo'n nadrukkelijke boodschap en dacht daaraan terug toen hij, inmiddels een vrij man, in 1999 Nederland bezocht. En al helemaal toen ik afgelopen januari in Soweto, Johannesburg in zijn voormalige woning was, tegenwoordig een museum. Aangename oorwurm.
Los van de teksten: een cd met bijna een uur lekkere muziek. Gangsters (met de zin "Don't call me Scarface!"), Rudi a Message to You plus Much Too Young en Ghost Town waren de andere hits in Nederland, de overige muziek doet daar niet voor onder. Genieten. Blij dat ik de cd in een kringloop tegenkwam.
Nog bekender en bovendien politiek geladen is Nelson Mandela, eveneens van The Special A.K.A. met de oproep de ANC-politicus vrij te laten. Eind april 1984 haalde het in de Nederlandse Nationale Hitparade #9. Vond ik destijds opvallend voor een nummer met zo'n nadrukkelijke boodschap en dacht daaraan terug toen hij, inmiddels een vrij man, in 1999 Nederland bezocht. En al helemaal toen ik afgelopen januari in Soweto, Johannesburg in zijn voormalige woning was, tegenwoordig een museum. Aangename oorwurm.
Los van de teksten: een cd met bijna een uur lekkere muziek. Gangsters (met de zin "Don't call me Scarface!"), Rudi a Message to You plus Much Too Young en Ghost Town waren de andere hits in Nederland, de overige muziek doet daar niet voor onder. Genieten. Blij dat ik de cd in een kringloop tegenkwam.
The Specials - Specials (1979)

4,0
3
geplaatst: 24 maart 2023, 17:35 uur
In 1979 ging een aanzienlijk deel van mijn zakgeld op aan een abonnement op stripweekblad Eppo. Robert van der Kroft, tekenaar en schrijver van Sjors en Sjimmie, was daarin zichtbaar gecharmeerd van een trend in het land van new wave, te weten ska. Op de muren in zijn verhalen stond namelijk de nodige graffiti, waaronder die van The Specials, The Selecter en Madness. Deze drie skabands beleefden hun doorbraak in Nederland.
Sinds oktober 1976 luisterde ik intensief naar Neerlands enige popzender Hilversum 3. Reggae was daar regelmatig te horen, dankzij mensen als Eric Clapton, Bob Marley en Peter Tosh. Ik had er niet zoveel mee, maar wel hoorde ik graag het genre doorsijpelen bij bandjes als Fischer-Z en The Police. Dan dient zich in ’79 de moeder van reggae aan, ska genaamd. En daar had ik wél wat mee!
Gangsters haalde in oktober dat jaar #11 in de Nationale Hitparade, in februari 1980 werd A Message to You Rudy #35. De liveversie van Too Much too Young was in maart-april een hit, op de debuutplaat treffen we echter de iets langzamere en vooral langere versie aan; die mag er ook zijn.
De teksten gaan over het leven in de stad: werkeloosheid, verschillen in huidskleur, onaardige clubuitsmijters, gespannen huwelijken… Verpakt in vrolijke uptempo ska en soms wordt het langzamer, waardoor het reggae wordt. Altijd in typisch Britse sfeer, vertolkt door die bijzondere stem van Terry Hall, die mij overtuigend vertelt over het bestaan van hem en zijn maatjes. Ska met Britse punkenergie, het leidde tot een aimabel amalgaan.
Mijn andere favorietjes zijn Nite Klub, het hart onder de riem en vermanende vinger van Doesn’t Make it Right, Concrete Jungle met zijn punkachtige hooliganzang in het intro, scheurende gitaartje en dan de vrolijke ska, New Era heeft sixtiesinvloeden in het intro en in Stupid Marriage zijn we oorgetuigen van een rechtszaak. In Little Bitch klinkt plotseling een riff á la Keith Richards (geleend van Rolling Stones' Brown Sugar?), wat al spoedig met Specialssaus wordt overgoten.
De vrolijke, springerige muziek gaat wonderwel samen met de vaak serieuze, maatschappelijk betrokken teksten over het leven in de stadsjungle. De wereld mag er anders uitzien dan in 1979, eigenlijk is er niet zoveel veranderd, getuige de verhalen die voorbijkomen. Genieten!
Sinds oktober 1976 luisterde ik intensief naar Neerlands enige popzender Hilversum 3. Reggae was daar regelmatig te horen, dankzij mensen als Eric Clapton, Bob Marley en Peter Tosh. Ik had er niet zoveel mee, maar wel hoorde ik graag het genre doorsijpelen bij bandjes als Fischer-Z en The Police. Dan dient zich in ’79 de moeder van reggae aan, ska genaamd. En daar had ik wél wat mee!
Gangsters haalde in oktober dat jaar #11 in de Nationale Hitparade, in februari 1980 werd A Message to You Rudy #35. De liveversie van Too Much too Young was in maart-april een hit, op de debuutplaat treffen we echter de iets langzamere en vooral langere versie aan; die mag er ook zijn.
De teksten gaan over het leven in de stad: werkeloosheid, verschillen in huidskleur, onaardige clubuitsmijters, gespannen huwelijken… Verpakt in vrolijke uptempo ska en soms wordt het langzamer, waardoor het reggae wordt. Altijd in typisch Britse sfeer, vertolkt door die bijzondere stem van Terry Hall, die mij overtuigend vertelt over het bestaan van hem en zijn maatjes. Ska met Britse punkenergie, het leidde tot een aimabel amalgaan.
Mijn andere favorietjes zijn Nite Klub, het hart onder de riem en vermanende vinger van Doesn’t Make it Right, Concrete Jungle met zijn punkachtige hooliganzang in het intro, scheurende gitaartje en dan de vrolijke ska, New Era heeft sixtiesinvloeden in het intro en in Stupid Marriage zijn we oorgetuigen van een rechtszaak. In Little Bitch klinkt plotseling een riff á la Keith Richards (geleend van Rolling Stones' Brown Sugar?), wat al spoedig met Specialssaus wordt overgoten.
De vrolijke, springerige muziek gaat wonderwel samen met de vaak serieuze, maatschappelijk betrokken teksten over het leven in de stadsjungle. De wereld mag er anders uitzien dan in 1979, eigenlijk is er niet zoveel veranderd, getuige de verhalen die voorbijkomen. Genieten!
The Specials - Too Much Too Young (1980)
Alternatieve titel: The Special A.K.A. Live!

4,5
0
geplaatst: 28 januari 2025, 20:38 uur
Bij het album Specials van The Specials ontdek ik dat Too Much Too Young niet onder die naam werd uitgebracht, maar door The Special A.K.A. feat. Rico. Die hitversie is een tikkie vlotter dan op album.
In Nederland en Vlaanderen een hit in maart 1980, in het Verenigd Koninkrijk twee weken #1 in januari-februari plus een hitje rond de jaarwisseling van 2022-2023, toen het er tot #36 reikte. Dan inmiddels wél onder Specialsvlag.
In 2015 verschenen op deze speciale editie van The Specials' Specials. En terecht. Dit is een heerlijk plaatje...
In Nederland en Vlaanderen een hit in maart 1980, in het Verenigd Koninkrijk twee weken #1 in januari-februari plus een hitje rond de jaarwisseling van 2022-2023, toen het er tot #36 reikte. Dan inmiddels wél onder Specialsvlag.
In 2015 verschenen op deze speciale editie van The Specials' Specials. En terecht. Dit is een heerlijk plaatje...
The Spiderz - Pressure (1979)

4,5
0
geplaatst: 4 oktober 2025, 07:59 uur
Afgelopen juli was ik voor het werk in Antwerpen en tijdens de middagpauze liep ik onverwacht tegen platenzaak Tune Up aan. Daar kwam ik de derde van The (Flyin') Spiderz tegen, Pressure genaamd, oorspronkelijke persing.
Deze staat niet op mijn streamingkanaal en daarom kan ik van dit sterke album, verschenen ergens in 1979, geen track in mijn afspeellijst met new wave plaatsen. Dat is héél jammer.
The Flyin' Spiderz begonnen als stevige kroegrockgroep, met debuut The Flyin' Spiderz (1977) werd overgeschakeld op punk en al met opvolger Let It Crawl ('78) werd voor een ruimere aanpak gekozen. Die trend zet zich voort op derde album Pressure, reden om de groepsnaam in te korten tot The Spiderz.
Maar liefst elf aangename nummers, opgenomen in de Rockfield Studios in Wales en geproduceerd door Laurie Latham, die dan onder meer Manfred Mann's Earth Band en Ian Dury & The Blockheads op zijn cv heeft staan. De groep is uitgegroeid tot een kwintet: Guus Boers liet de gitaar los en concentreerde zich op zang, gebleven zijn gitarist Koos Cornelissen, bassist John Snep en drummer Henri Hoeymans, nieuw is toetsenist Bart Brouwer.
Frisse new wave is het gevolg dankzij sterke composities, een warme productie en de grotere mogelijkheden die via de klavieren binnenwaaien. Net als op de voorganger zijn er gastbijdragen van saxofonist Appie Baars.
Een pompende start met Do You Feel The Pressure Too? met eigenwijze gitaarlijnen en warme toetsen wordt gevolgd door onderkoelde spraakzang in Not Sensitive en het springerige I Wanna Be Used for Love waar Cornelissens galmende gitaar opvalt, gesteund door een Stranglersachtig orgel.
De voet gaat van het gaspedaal in het midtempo I Want to Believe, als contrast volgt het punkachtige Shake Your Head waar Boers heerlijk lijzig zingt en Cornelissen gruizig soleert. Het orgel in het sferische The Fall sluit kant 1 weer geheel anders af, zoals The Damned het jaar erop ging doen.
Birthday trapt kant 2 vlotjes af en At Night I Call Your Name doet hetzelfde. Let's Stick to Dancing baadt in warmte en een pakkende drumcomputer, spoedig vergezeld door echte drums. Opnieuw valt de productie van Laurie op. Het vlotte Yours Tonight heeft een sterk refrein, pakkende gitaarlijn en gehak op de piano. (She's a) Teaser sluit de boel bijna mystiek af: gothic avant-le-lettre.
De namen van de muzikanten zijn Nederlands en wij kaaskoppen hebben dan vaak een reflex dat het niet goed zou zijn. Onterecht. Sterke nummers die doen denken aan Magazine en de vroege Simple Minds, zoals twee berichten hierboven terecht staat aangegeven. Ook moet ik denken aan Ultravox! toen John Foxx daar nog de scepter zwaaide. De ruimere aanpak zorgt voor variatie en Boers vindt wederom diverse registers en sferen in zijn stem. The Spiderz is een naam die meer bekendheid verdient.
Op het eenzijdig bedrukte inlegvel staan de liedteksten en een groepsfoto. Een album dat per draaibeurt groeit en met koptelefoon valt extra op hoe goed dit album is geproduceerd. Daarom zonder enige twijfel een waardering van 4,5 ster.
Website Written In Music publiceerde in 2014 een helder carrièreartikel over de groep. In 2020 verscheen een heruitgave van het het debuut op vinyl en 31 augustus 2025 stond de groep in Paradiso, Amsterdam op het Nederpunk Festival.
Pressure is een vergeten wavepareltje. Oorspronkelijk verschenen bij WEA hoop ik dat Warner hem spoedig op streaming zet, een heruitgave op vinyl zou even passend zijn. Daarbij moet ik ook op zoek naar de opvolger, Lines of Lust uit 1980.
Tot zover mijn inhaalslag van new wave in de jaren '77-'79, die begon nadat ik single Is Vic There? van het Engelse Department S uit december 1980 besprak.
Mijn reis door new wave vervolgt bij 1981, maar dan moet ik eerst die nummers in chronologische volgorde zetten. De eerste halte is al bekend: single To Cut a Long Story Short, afkomstig van Journeys to Glory van Spandau Ballet.
Deze staat niet op mijn streamingkanaal en daarom kan ik van dit sterke album, verschenen ergens in 1979, geen track in mijn afspeellijst met new wave plaatsen. Dat is héél jammer.
The Flyin' Spiderz begonnen als stevige kroegrockgroep, met debuut The Flyin' Spiderz (1977) werd overgeschakeld op punk en al met opvolger Let It Crawl ('78) werd voor een ruimere aanpak gekozen. Die trend zet zich voort op derde album Pressure, reden om de groepsnaam in te korten tot The Spiderz.
Maar liefst elf aangename nummers, opgenomen in de Rockfield Studios in Wales en geproduceerd door Laurie Latham, die dan onder meer Manfred Mann's Earth Band en Ian Dury & The Blockheads op zijn cv heeft staan. De groep is uitgegroeid tot een kwintet: Guus Boers liet de gitaar los en concentreerde zich op zang, gebleven zijn gitarist Koos Cornelissen, bassist John Snep en drummer Henri Hoeymans, nieuw is toetsenist Bart Brouwer.
Frisse new wave is het gevolg dankzij sterke composities, een warme productie en de grotere mogelijkheden die via de klavieren binnenwaaien. Net als op de voorganger zijn er gastbijdragen van saxofonist Appie Baars.
Een pompende start met Do You Feel The Pressure Too? met eigenwijze gitaarlijnen en warme toetsen wordt gevolgd door onderkoelde spraakzang in Not Sensitive en het springerige I Wanna Be Used for Love waar Cornelissens galmende gitaar opvalt, gesteund door een Stranglersachtig orgel.
De voet gaat van het gaspedaal in het midtempo I Want to Believe, als contrast volgt het punkachtige Shake Your Head waar Boers heerlijk lijzig zingt en Cornelissen gruizig soleert. Het orgel in het sferische The Fall sluit kant 1 weer geheel anders af, zoals The Damned het jaar erop ging doen.
Birthday trapt kant 2 vlotjes af en At Night I Call Your Name doet hetzelfde. Let's Stick to Dancing baadt in warmte en een pakkende drumcomputer, spoedig vergezeld door echte drums. Opnieuw valt de productie van Laurie op. Het vlotte Yours Tonight heeft een sterk refrein, pakkende gitaarlijn en gehak op de piano. (She's a) Teaser sluit de boel bijna mystiek af: gothic avant-le-lettre.
De namen van de muzikanten zijn Nederlands en wij kaaskoppen hebben dan vaak een reflex dat het niet goed zou zijn. Onterecht. Sterke nummers die doen denken aan Magazine en de vroege Simple Minds, zoals twee berichten hierboven terecht staat aangegeven. Ook moet ik denken aan Ultravox! toen John Foxx daar nog de scepter zwaaide. De ruimere aanpak zorgt voor variatie en Boers vindt wederom diverse registers en sferen in zijn stem. The Spiderz is een naam die meer bekendheid verdient.
Op het eenzijdig bedrukte inlegvel staan de liedteksten en een groepsfoto. Een album dat per draaibeurt groeit en met koptelefoon valt extra op hoe goed dit album is geproduceerd. Daarom zonder enige twijfel een waardering van 4,5 ster.
Website Written In Music publiceerde in 2014 een helder carrièreartikel over de groep. In 2020 verscheen een heruitgave van het het debuut op vinyl en 31 augustus 2025 stond de groep in Paradiso, Amsterdam op het Nederpunk Festival.
Pressure is een vergeten wavepareltje. Oorspronkelijk verschenen bij WEA hoop ik dat Warner hem spoedig op streaming zet, een heruitgave op vinyl zou even passend zijn. Daarbij moet ik ook op zoek naar de opvolger, Lines of Lust uit 1980.
Tot zover mijn inhaalslag van new wave in de jaren '77-'79, die begon nadat ik single Is Vic There? van het Engelse Department S uit december 1980 besprak.
Mijn reis door new wave vervolgt bij 1981, maar dan moet ik eerst die nummers in chronologische volgorde zetten. De eerste halte is al bekend: single To Cut a Long Story Short, afkomstig van Journeys to Glory van Spandau Ballet.
The Spotnicks - Out-a Space (1962)
Alternatieve titel: The Spotnicks in London

4,0
1
geplaatst: 30 oktober 2025, 17:19 uur
Muziek buiten mijn gewoonlijke bubbel. Afgelopen zomer verbleef ik enkele dagen in Tournai, in de Nederlandstalige wereld Doornik genoemd. Dat om het graf te zien van de eerste koning van het Frankische rijk, Childerik I. Dát viel wat tegen (zou de plaatselijke VVV veel meer mee kunnen en moeten doen), maar platenzaak Only-D was plezant.
Bij het afrekenen van een tweetal elpees meldde ik dat ik de hoes zo leuk vond van Out-a Space; The Spotnicks in London. Hij stond in de bak met afgeprijsde platen, ik kreeg 'm prompt voor niks mee.
Op de achterzijde staat een verhaal van ene Derek Johnson. Het blijkt hun eerste studioplaat te zijn, die kennelijk is voorafgegaan door livewerk. Opgenomen in de late zomer van 1962, toen The Spotnicks uit Götheborg, Zweden, bezig waren aan hun eerste Britse tournee. Ze gingen om 14.30 uur de studio in en kwamen er om 7.30 uur de volgende ochtend uit met veertien nummers op band.
Verder leer ik dat de groep werd ontdekt door John Schroeder, recording manager bij Oriole. De naam van Schroeder ken ik van de eerste platen van Status Quo bij Pye.
Elf instrumentale nummers, categorie surfmuziek maar vrij pittig. Vergelijkbaar met een Dick Dale, als er wordt gezongen moet ik ook wel aan het werk van Cliff Richard & The Shadows denken. Leadgitarist is Bo Winberg, die wordt ondersteund door slaggitarist en tevens zanger Bob Lander, bassist Björn Thelin en drummer Ove Johansson. Verschenen bij Karusell, een Zweeds label.
Voor mij dus een nieuwe groep, maar gezien Wikipedia is dat een hiaat in mijn kennis: zo was het kwartet tevens succesvol in Duitsland en Japan, waarbij gedurende hun carrière 43 albums werden uitgebracht, de laatste in 2011.
Ik zie dat LucM elf jaar geleden zijn stem uitbracht, tot zojuist tevens de enige. Kan hij misschien vertellen waar hij The Spotnicks van kent?
Bij het afrekenen van een tweetal elpees meldde ik dat ik de hoes zo leuk vond van Out-a Space; The Spotnicks in London. Hij stond in de bak met afgeprijsde platen, ik kreeg 'm prompt voor niks mee.
Op de achterzijde staat een verhaal van ene Derek Johnson. Het blijkt hun eerste studioplaat te zijn, die kennelijk is voorafgegaan door livewerk. Opgenomen in de late zomer van 1962, toen The Spotnicks uit Götheborg, Zweden, bezig waren aan hun eerste Britse tournee. Ze gingen om 14.30 uur de studio in en kwamen er om 7.30 uur de volgende ochtend uit met veertien nummers op band.
Verder leer ik dat de groep werd ontdekt door John Schroeder, recording manager bij Oriole. De naam van Schroeder ken ik van de eerste platen van Status Quo bij Pye.
Elf instrumentale nummers, categorie surfmuziek maar vrij pittig. Vergelijkbaar met een Dick Dale, als er wordt gezongen moet ik ook wel aan het werk van Cliff Richard & The Shadows denken. Leadgitarist is Bo Winberg, die wordt ondersteund door slaggitarist en tevens zanger Bob Lander, bassist Björn Thelin en drummer Ove Johansson. Verschenen bij Karusell, een Zweeds label.
Voor mij dus een nieuwe groep, maar gezien Wikipedia is dat een hiaat in mijn kennis: zo was het kwartet tevens succesvol in Duitsland en Japan, waarbij gedurende hun carrière 43 albums werden uitgebracht, de laatste in 2011.
Ik zie dat LucM elf jaar geleden zijn stem uitbracht, tot zojuist tevens de enige. Kan hij misschien vertellen waar hij The Spotnicks van kent?
The Stranglers - 10 (1990)
Alternatieve titel: Ten

2,5
2
geplaatst: 8 oktober 2023, 15:41 uur
Het eerste bericht bij dit plaatje in 13 jaar... Heb zitten grinniken om de bijdrage van c-moon uit 2006, die hij in 2007 resoluut herzag. Hij noemt namelijk twee herkenbare kanten van de medaille wat betreft 10.
Enerzijds luistert het lekker weg en kun je bijvoorbeeld genieten van het licht grommende basje van J.J. Burnel in opener Sweet Smell of Success (in de Lage Landen geflopt, in het Verenigd Koninkrijk #65 in april 1990) en de her en der teruggekeerde hammondorgeltjes van Dave Greenfield. Anderzijds is het echt geen plaatje dat ik vaak zal draaien: menig liedje verveelt snel.
Opgenomen in het najaar van 1989 in Wisseloord, Hilversum met producer Roy Thomas Baker. Dat Jet Black echte drums bespeelt stemt tevreden. Het wordt daardoor iets ruwer dan de gladde voorganger Dreamtime. Op het gekke In this Place klinkt zelfs enige tegendraadsheid.
96 Tears (in het Verenigd Koninkrijk #17 in februari 1990) lijkt aanvankelijk aardige popwave, maar deze 3'12" duren me vanmiddag bij een tweede draaibeurt te lang. Let's Celebrate is een beter popliedje met blazers (had niet per se gehoeven), een hele echte jankende gitaarsolo (verrassend, niet passend) en "hoo-hoo" in het refrein. Al met al is de eerste plaatkant wel okay.
Kant 2 komt moeilijk uit de startblokken. Man of the Earth beklijft niet, Too Many Teardrops is me te flauw al is het orgeltje wel lekker, Where I Live biedt meer daarvan. Afsluiters Out of My Mind en Never to Look Back hebben toch wel iets, ze zijn iets pittiger waarbij de toetsen- en gitaarlijnen aangenaam zijn.
Bij The Stranglers komt het gedurende de jaren '80 weleens voor dat later toegevoegde extra's de boel enigszins redden. Hier klinken er acht vanaf track 11 met onder meer de singles uit deze fase. Ze laten de boel echter verder inzakken met ideeën die niet pakkend zijn. Met de pop van You en het walsje !Viva Vlad! als kleine uitzonderingen en Kinkscover All Day and All of the Night en remix van Always the Sun als overbodigheden.
10 is geen knallend afscheid van frontman Hugh Cornwell geworden. Hij gaf helaas later menigmaal af op zijn voormalige maatjes. Ik kan me goed voorstellen dat hij na zestien rumoerige wurgerjaren toe was aan iets anders. Maar waarom je oude nest bevuilen?
Van Burnel is zojuist een biografie in gespreksvorm verschenen, getiteld Strangler in the Light. Wellicht dat die iets meer licht schijnt op Cornwells vertrek.
10 is een aardig popplaatje met lichte knipogen naar de alternatieve dagen van weleer. Minder dromerig dan de voorganger, iets steviger, maar net als dazzler vind ik de hoes het beste onderdeel van dit album...
Enerzijds luistert het lekker weg en kun je bijvoorbeeld genieten van het licht grommende basje van J.J. Burnel in opener Sweet Smell of Success (in de Lage Landen geflopt, in het Verenigd Koninkrijk #65 in april 1990) en de her en der teruggekeerde hammondorgeltjes van Dave Greenfield. Anderzijds is het echt geen plaatje dat ik vaak zal draaien: menig liedje verveelt snel.
Opgenomen in het najaar van 1989 in Wisseloord, Hilversum met producer Roy Thomas Baker. Dat Jet Black echte drums bespeelt stemt tevreden. Het wordt daardoor iets ruwer dan de gladde voorganger Dreamtime. Op het gekke In this Place klinkt zelfs enige tegendraadsheid.
96 Tears (in het Verenigd Koninkrijk #17 in februari 1990) lijkt aanvankelijk aardige popwave, maar deze 3'12" duren me vanmiddag bij een tweede draaibeurt te lang. Let's Celebrate is een beter popliedje met blazers (had niet per se gehoeven), een hele echte jankende gitaarsolo (verrassend, niet passend) en "hoo-hoo" in het refrein. Al met al is de eerste plaatkant wel okay.
Kant 2 komt moeilijk uit de startblokken. Man of the Earth beklijft niet, Too Many Teardrops is me te flauw al is het orgeltje wel lekker, Where I Live biedt meer daarvan. Afsluiters Out of My Mind en Never to Look Back hebben toch wel iets, ze zijn iets pittiger waarbij de toetsen- en gitaarlijnen aangenaam zijn.
Bij The Stranglers komt het gedurende de jaren '80 weleens voor dat later toegevoegde extra's de boel enigszins redden. Hier klinken er acht vanaf track 11 met onder meer de singles uit deze fase. Ze laten de boel echter verder inzakken met ideeën die niet pakkend zijn. Met de pop van You en het walsje !Viva Vlad! als kleine uitzonderingen en Kinkscover All Day and All of the Night en remix van Always the Sun als overbodigheden.
10 is geen knallend afscheid van frontman Hugh Cornwell geworden. Hij gaf helaas later menigmaal af op zijn voormalige maatjes. Ik kan me goed voorstellen dat hij na zestien rumoerige wurgerjaren toe was aan iets anders. Maar waarom je oude nest bevuilen?
Van Burnel is zojuist een biografie in gespreksvorm verschenen, getiteld Strangler in the Light. Wellicht dat die iets meer licht schijnt op Cornwells vertrek.
10 is een aardig popplaatje met lichte knipogen naar de alternatieve dagen van weleer. Minder dromerig dan de voorganger, iets steviger, maar net als dazzler vind ik de hoes het beste onderdeel van dit album...
The Stranglers - About Time (1995)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2025, 19:08 uur
De tweede van The Stranglers in vijfmansbezetting met nieuwe leden zanger Paul Roberts en gitarist John Ellis. Op voorganger In the Night klonk het nog alsof de twee moesten wennen aan de oudgedienden en vice versa, maar op About Time klinken de vernieuwde Stranglers als een eenheid. De oude en nieuwe leden zijn naar elkaar toegegroeid en terug is het typische Stranglersgeluid, dat eigenlijk al vanaf Dreamtime (1986) grotendeels was verdwenen.
De muziek is dus weerbarstiger dan op de vorige drie langspelers, wat meteen opvalt bij opener Golden Boy met zijn oneven 9/4 maat. Money is eveneens kruidig, waarna Face wat meer de popkant opgaat.
Sinister begint met een lome beat en een cello met in het refrein een... dameskoortje? Warempel, het wérkt. Little Blue Lies is dan weer uptempo en de zanglijn gaat soms de hoogte in: Roberts is technisch gezien een vaardiger zanger dan zijn illustere voorganger Hugh Cornwell en weet zich hier wél te conformeren aan het typische geluid van The Stranglers.
Still Life is mijn favoriet van het album met een uitgebreid strijkersintro. Dit deed de band nooit en ook al krijg ik bij een deel ervan steeds kerstlied "'Tis the season to be jolly" in het hoofd, het nummer bouwt zich spoedig op tot een meer dan aangenaam midtempo en dreigend ding, mede door de toetsen van Dave Greenfield. Via Paradise Row volgt krachtige pop met dat typische orgeltje op z'n Stranglers'.
In She Gave It All eist Ellis de aandacht op, anders dan op het vorige album passend bij het groepsgeluid. Hij komt met zowel vileine akkoorden als een bijzondere solo, die dankzij diverse capriolen niet gaat vervelen. Melancholie en toetsen domineren in Lies and Deception, Lucky Finger is te (?) pop of is het sterke wave in popjasje? Dankzij slotlied And The Boat Sails By wordt een statig slot aan het album gebreid.
Een groep die in de nieuwe bezetting tijd nodig had om warm te draaien. Een dikke 8 voor About Time dat aangenaam verrast. Zoals de titel suggereert: het werd tijd.
De muziek is dus weerbarstiger dan op de vorige drie langspelers, wat meteen opvalt bij opener Golden Boy met zijn oneven 9/4 maat. Money is eveneens kruidig, waarna Face wat meer de popkant opgaat.
Sinister begint met een lome beat en een cello met in het refrein een... dameskoortje? Warempel, het wérkt. Little Blue Lies is dan weer uptempo en de zanglijn gaat soms de hoogte in: Roberts is technisch gezien een vaardiger zanger dan zijn illustere voorganger Hugh Cornwell en weet zich hier wél te conformeren aan het typische geluid van The Stranglers.
Still Life is mijn favoriet van het album met een uitgebreid strijkersintro. Dit deed de band nooit en ook al krijg ik bij een deel ervan steeds kerstlied "'Tis the season to be jolly" in het hoofd, het nummer bouwt zich spoedig op tot een meer dan aangenaam midtempo en dreigend ding, mede door de toetsen van Dave Greenfield. Via Paradise Row volgt krachtige pop met dat typische orgeltje op z'n Stranglers'.
In She Gave It All eist Ellis de aandacht op, anders dan op het vorige album passend bij het groepsgeluid. Hij komt met zowel vileine akkoorden als een bijzondere solo, die dankzij diverse capriolen niet gaat vervelen. Melancholie en toetsen domineren in Lies and Deception, Lucky Finger is te (?) pop of is het sterke wave in popjasje? Dankzij slotlied And The Boat Sails By wordt een statig slot aan het album gebreid.
Een groep die in de nieuwe bezetting tijd nodig had om warm te draaien. Een dikke 8 voor About Time dat aangenaam verrast. Zoals de titel suggereert: het werd tijd.
The Stranglers - Aural Sculpture (1984)

3,0
1
geplaatst: 25 november 2022, 07:01 uur
Precies een jaar geleden schreef ik mijn eerste bijdrage voor MuMe. Dat mede uit ergernis over de stilte rond Dark Matters, de nieuwe van The Stranglers die veel beter was dan daar werd gesuggereerd. Het leek me passend om op deze eerste verjaardag van mijn MuMe-tijd te schrijven over de Stranglersplaat waar ik inmiddels aan toe ben.
Net als generatiegenoten The Cure en New Order waren The Stranglers naar een meer popgerichte, synthesizergekleurde stijl gegroeid met minder ruimte voor gitaar. Het succes van onder meer The Human League was niet onopgemerkt gebleven. De twee hitsingles van Aural Sculpture hebben zelfs de 'four-to-the-floor-beat'. Bij hun concert in Zwolle in 2014 hoorde ik hen één van deze hits aankondigen met de woorden 'Disco time!', waarna Burnel en Warne grinnikend enkele kekke danspasjes deden. Skin Deep (in de Nationale Hitparade #21 in december 1984) en No Mercy (#33 in februari 1985) waren internationale hits, vergelijkbaar met de disco-uitstapjes die eerder bij new wavers Blondie tot grote successen leidden. Het was de eerste van The Stranglers die meteen tevens op compact disc verscheen.
Ik was en ben geen groot liefhebber van deze popfase van De Wurgers; desondanks staan er op het in Brussel opgenomen Aural Sculpture hele aardige popliedjes. Opener Ice Queen bijvoorbeeld bevat lekkere toetsenpartijen, al houd ik moeite met de blazers die halverwege bijspringen. Op Let me Down Easy klinkt wederom een discobeat, maar het lied is ingetogener dan de twee hits. North Winds Blowing (een verwijzing naar het koude Trafalgar Square op de voorzijde van de hoes?) is een aardig slot van de A-zijde.
Naar de B-kant. In Uptown klinkt in de zanglijn van het refrein iets van het oude venijn door. Op het uitgelaten Punch & Judy zijn weer blazers te horen, Spain bevat een jazzachtige toetsenpartij en de spreekstem van een Spaanstalige dame. Met de drie laatste nummers haak ik echter af, iets met het ene oor in en het andere uit - sorry, te makkelijk deze woordgrap...
In 2001 en 2019 werd het album dankzij de bonustracks interessanter; hierboven vertellen anderen daar meer over. Over de achtergronden vertelt bassist Jean-Jacques Burnel meer op de bandsite.
Weliswaar te licht en behoudend voor mijn smaak, maar liefhebbers van kwaliteitspop geven vast meer punten dan ik. Het vorig jaar verschenen Dark Matters is echter spannender en bevat sterkere popsongs. Aural Sculpture was daarentegen de juiste plaat op de juiste tijd, waarmee ze het onverwachte succes van Golden Brown van een dikke twee jaar eerder een degelijk vervolg gaven en een nieuwe generatie fans bereikten.
Net als generatiegenoten The Cure en New Order waren The Stranglers naar een meer popgerichte, synthesizergekleurde stijl gegroeid met minder ruimte voor gitaar. Het succes van onder meer The Human League was niet onopgemerkt gebleven. De twee hitsingles van Aural Sculpture hebben zelfs de 'four-to-the-floor-beat'. Bij hun concert in Zwolle in 2014 hoorde ik hen één van deze hits aankondigen met de woorden 'Disco time!', waarna Burnel en Warne grinnikend enkele kekke danspasjes deden. Skin Deep (in de Nationale Hitparade #21 in december 1984) en No Mercy (#33 in februari 1985) waren internationale hits, vergelijkbaar met de disco-uitstapjes die eerder bij new wavers Blondie tot grote successen leidden. Het was de eerste van The Stranglers die meteen tevens op compact disc verscheen.
Ik was en ben geen groot liefhebber van deze popfase van De Wurgers; desondanks staan er op het in Brussel opgenomen Aural Sculpture hele aardige popliedjes. Opener Ice Queen bijvoorbeeld bevat lekkere toetsenpartijen, al houd ik moeite met de blazers die halverwege bijspringen. Op Let me Down Easy klinkt wederom een discobeat, maar het lied is ingetogener dan de twee hits. North Winds Blowing (een verwijzing naar het koude Trafalgar Square op de voorzijde van de hoes?) is een aardig slot van de A-zijde.
Naar de B-kant. In Uptown klinkt in de zanglijn van het refrein iets van het oude venijn door. Op het uitgelaten Punch & Judy zijn weer blazers te horen, Spain bevat een jazzachtige toetsenpartij en de spreekstem van een Spaanstalige dame. Met de drie laatste nummers haak ik echter af, iets met het ene oor in en het andere uit - sorry, te makkelijk deze woordgrap...
In 2001 en 2019 werd het album dankzij de bonustracks interessanter; hierboven vertellen anderen daar meer over. Over de achtergronden vertelt bassist Jean-Jacques Burnel meer op de bandsite.
Weliswaar te licht en behoudend voor mijn smaak, maar liefhebbers van kwaliteitspop geven vast meer punten dan ik. Het vorig jaar verschenen Dark Matters is echter spannender en bevat sterkere popsongs. Aural Sculpture was daarentegen de juiste plaat op de juiste tijd, waarmee ze het onverwachte succes van Golden Brown van een dikke twee jaar eerder een degelijk vervolg gaven en een nieuwe generatie fans bereikten.
